Page 1

Frontaal

DRIEMAANDELIJKS MAGAZINE VAN HET GENTS MILIEUFRONT – JAARGANG 21 – LENTE- 2018 – NR. 1

Kopenhagen versus Gent

Geen 4de rijstrook op de E40

Snelst

Sociale kruidenier

met de fiets

Bazaar rabot


Frontaal is het driemaandelijks tijdschrift van het GentsMilieuFront vzw (GMF). Jaargang 21 – lente 2018 – nr. 1 GMF is een politiek onafhankelijke milieuvereniging die actief is in Gent en omgeving. GMF wil mee vorm geven aan een stedelijke samenleving waar ‘duurzaam’ de logische, natuurlijke keuze is op alle niveaus. Om dit te bereiken richt GMF zich in de eerste plaats tot de lokale overheden, de inwoners en het bedrijfsleven uit de regio via sensibilisering, kritische analyse, adviesverlening, beleidswerk en actievoeren. Het Gents MilieuFront concentreert zich op stedelijke thema’s zoals afval, energie, mobiliteit en klimaat. GMF is lid van de Bond Beter Leefmilieu. Lidmaatschap GMF Lid word je door overschrijving van 5 euro (of liefst meer) of 12,50 euro (gezinslidmaatschap) op BE93 0011 4993 2067 van GMF vzw. We rekenen per kalenderjaar. Voor vragen over je lidmaatschap, adreswijziging, domiciliëringen, permanente opdrachten of fiscale attesten: phc9000@gmail.com Verantwoordelijke uitgever Sam Van den plas, Maria Hendrikplein 5/201, 9000 Gent Redactie Adelheid Vanhille, An Van Hemeldonck, Britta Bolte, Erik Grietens, Gert Arijs, Gwen Bouchier, Iris Verschaeve, Karel Lauwers, Linde Jacobs, Lisa Marechal, Maarten Vlyminck, Pieter Van den Brande, Sabine Huyghe, Sanne Jans, Stefaan Claeys, Steven Geirnaert, Toby Lauwerier Ontwerp – Lay-out Sarah Dosogne – Adelheid Vanhille & Emma Vanhille Foto’s Vermeld bij artikel. Foto voorpagina: Christian Alsing Huisfotograaf: www.gertarijs.be en Dennis Licht Reacties op artikels info@gentsmilieufront.be Copyright Overname van artikels wordt aan­bevolen, mits bronvermelding. Drukkerij Graphius, Gent Gedrukt op 100 % kringloop­papier met inkt op vegetale basis en solvent­vrij.

09 242 87 51 info@gentsmilieufront.be www.gentsmilieufront.be

Secretariaat GMF

09 242 87 54 info@milieuadvieswinkel.be www.milieuadvieswinkel.be Steven Geirnaert Iris Verschaeve Stefaan Claeys Ida Lievens Pieter Verstraete Cristina Mafteiu

OPENINGSUREN Permanent documentatiecentrum MilieuAdviesWinkel ma, di, woe: 9 > 12.30 uur 13 > 16.30 uur do en vrij : op afspraak Wil je bouwadvies? Maak dan eerst een afspraak.

Koningin Maria Hendrikaplein 5/201 – 9000 Gent

2

Frontaal // lente 2018

Edito Uitdagingen voor GMF

H

et komende jaar liggen er voor het Gents MilieuFront weer heel wat uitdagingen klaar. Dicht bij huis wordt in Gent een nieuwe gemeenteraad gekozen, waarbij we milieuthema’s zoals mobiliteit hoog op de agenda van onze beleidsmakers willen plaatsen. Ook buiten de OostVlaamse grens zijn er dit jaar ontwikkelingen die ons werk in Gent en omstreken zullen beïnvloeden. De opmaak van het Belgische Energiepact zal bepalend zijn voor de timing van het sluiten van de oude kernreactoren. In de plaats daarvan zal er ambitieus ingezet moeten worden op energiebesparing en bijkomende energieproductie op basis van zon en wind. Een goed Energiepact is op die manier ook iets dat GMF en onze MilieuAdviesWinkel in de praktijk kunnen realiseren. Klimaatverandering zal weer hoog op de internationale agenda staan. Klimaatwetenschappers (onder de noemer van het ‘IPCC’) publiceren in het najaar van dit jaar een rapport dat moet aantonen wat er nodig is om de wereldwijde klimaatopwarming onder 1,5°C temperatuurstijging te houden. Ook later dit jaar worden in Polen verdere internationale afspraken gemaakt om het klimaatakkoord van Parijs in realiteit om te zetten. We weten nu al dat tussen deze wetenschappelijke feiten en de politieke wil weer een gigantische kloof zal gapen. Zou een mens hier niet moedeloos van worden? Slimme filosofen zeggen dat optimisme een morele plicht is, maar wat betekent dit in de praktijk? De “F” staat niet voor niets in GMF; we blijven een vrolijk Front vormen voor een beter milieu en klimaat waar we kunnen. We zeggen dit niet alleen, maar doen het ook. Elke geveltuin, elk geïsoleerd dak, elke fietser ,... elk verschil dat we kunnen maken telt! Om optimistisch van te worden … Jullie voorzitter Sam Van den plas


Inhoud

Driemaandelijks magazine van het Gents MilieuFront – jaargang 21 – lente– nr. 1

2 4 5 6 8 10 12 14 16

18

Edito GMF tegen vierde rijstrook op E40 Maak iemand gratis lid Omgevingen op de drempel: de stadsrand Gent geeft fietslessen Kopenhagen versus Gent: A city battle GMF voert actie voor statiegeld

20 23 25 26 28

Altijd snelst met de fiets Van randgemeente naar centrum Over auto’s Vrijheid zonder autobezit Zomer zonder vliegen Campagne Krachtige kick-off Geveltuinbrigade Energetische staat van woningenbestand À la saison: Daslook

30 32 34 35 36 38 39

Voorbij de horizon Wonen in hoogbouw, ecologisch of niet? De Goedinge in Afsnee Column Het groen achter de oren De vrijwilliger Samen sterk Gent Zonnestad De Koer / Om Zeep Activiteiten

Bazaar Rabot een ontmoetingsplaats met een duurzaam karakter Een groene geest in een gezond lichaam

16

23

14

12 3


GMF naar de rechtbank tegen vierde rijstrook E40 Jaren ‘70 oplossing in 2018

De Vlaamse Overheid keurde eind vorig jaar de vergunning goed voor de aanleg van zogenaamde ‘weefstroken’ op de E40 tussen Sint-Denijs-Westrem en Zwijnaarde. Gents MilieuFront gaat samen met Greenpeace in beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen tegen deze jaren ‘70 betonoplossing. Tekst: Erik Grietens

O

m het almaar groeiende autoverkeer op te vangen, komt de overheid met een heel originele oplossing: we leggen gewoon een vierde rijvak bij. En we noemen het een weefstrook, dat valt niet zo op. En we organiseren het openbaar onderzoek in de zomervakantie, als iedereen op reis is, zodat we minder bezwaarschriften binnen krijgen… De vierde rijstrook wordt voorgesteld als een maatregel om de veiligheid te verhogen. Het recept om alsmaar bijkomende weginfrastructuur aan te leggen blijkt nochtans duidelijk niet te werken.

4

Frontaal // lente 2018

Overal in Vlaanderen worden bijkomende spits- en weefstroken aangelegd, maar toch worden de files altijd maar langer en nu ook breder. Het recept voor toenemend verkeer en files is al 50 jaar lang: capaciteit bijbouwen. Het zorgt gewoon voor nog meer verkeer, meer luchtvervuiling, meer lawaai en meer broeikasgassen. De Vlaamse Overheid en ook de stad Gent (die dit project positief adviseerde) gaan daarmee regelrecht in tegen hun eigen beleid. Dat is – althans in woorden – gericht op minder files, propere

lucht en het behalen van onze klimaatdoelstellingen. Dit soort ingrepen zorgt voor het volledig omgekeerde effect.

Naar de rechter

GMF en Greenpeace stappen daarom naar de rechter. Wij vinden dat de impact van de vierde rijstrook op de luchtvervuiling, het lawaai en de klimaatverandering niet goed onderzocht is in het milieu-effecten-rapport. Men maakt er zich nogal gemakkelijk vanaf, door te stellen dat de impact van het project op de luchtkwaliteit zeer beperkt zal zijn, omdat het verkeer vlotter zal doorstromen. Maar een echt onderzoek werd niet uitgevoerd. Nochtans staat het als een paal boven water dat het extra autoverkeer op deze weefstrook, ook voor extra vervuiling zal zorgen.


GMFplannen 2018 V

oor 2018 hebben we met GMF opnieuw allerlei wilde en minder wilde plannen. We herhalen toppers zoals onze Groene Loper, inspirerende workshops, en laten ook nieuwigheden zoals lucht- en waterkwaliteitcampagnes op je los! Laat de wordcloud je alvast prikkelen.

Maak een andere Gentenaar

gratis lid We vinden het dé max dat jij samen met vele anderen GMF maakt! Daarom geven we jou de kans om één iemand uit jouw omgeving - liefst uit Gent - gratis lid te maken van de tofste milieuvereniging van Gent!

?

Maak een Gentenaar gratis lid!

Versterk Gents MilieuFront en geef een gratis lidmaatschap cadeau! www.gentsmilieufront.be/maakeengratislid PS: Jouw lidnummer vind je op het etiket van deze Frontaal.

5


Omgevingen op de drempel: de stadsrand Interview met Michiel Dehaene, hoofddocent stedenbouw

De stadsrand, dat gebied dat tegen de stad aanschurkt, maar je bezwaarlijk kan omschrijven als stedelijk milieu. Maar op den buiten, nee, dat is het ook niet. Denk Destelbergen, Merelbeke, of, dichter bij huis, verkavelingen zoals in bijvoorbeeld Wondelgem, Drongen of Gentbrugge. Ik polste bij Michiel Dehaene, hoofddocent stedenbouw aan de vakgroep Architectuur en Stedenbouw van de Universiteit Gent naar zijn visie over de stadsrand, en kreeg een uur lang privécollege waarvan ik de highlights graag met jullie deel. Tekst: Eva Van Eenoo Foto Michiel Dehaene: UGent

In wat voor opzicht is het van belang dat we onze aandacht op de stadsrand richten? “Er zijn in de stadsrand twee dingen gaande, beide historisch en ze komen een stuk op hetzelfde neer: in de stadsrand zit je met een woningpatrimonium dat stilaan op leeftijd komt en waar er nu dus een vernieuwingsopgave zit. Dat is een nieuw gegeven en daar kunnen dus opportuniteiten ontstaan om die plekken op een andere manier te gaan organiseren, die meer aansluit bij “de stad van morgen”. Maar, op strategisch niveau is er nog een belangrijker vraagstuk. Ik geloof dat stadsvernieuwing moet zoeken op de plekken die aan het veranderen zijn, of die gaan veranderen. Daar zit een dynamiek waarop de stadsvernieuwing kan aansluiten. Dat zie je in de stadsrand. Ze is aan het veranderen, zij het niet homogeen. De verandering zit hem op die plekken waar woningen van hand wisselen – waar de allereerste bewoners uittrekken en nieuwe bewoner-eigenaars komen. Het gaat hier om woningen die bedacht zijn volgens het suburbaan woonideaal, individueel eigenaarschap, vrijstaande 6

Frontaal // lente 2018

woningen met eigen tuin en twee auto’s voor de deur. Waar die wijken bij oorsprong door een groep mensen bewoond werd die in dezelfde levensfase zaten – gelijktijdig bouwen, kinderen krijgen, ouder worden – dan vallen daar nu gaten in. Zo ontstaan er breuklijnen tussen diegenen die in die wijken achterblijven, die er nieuw komen wonen en die er tijdelijk gaan wonen. Zo krijg je een veel diverser publiek, en daar zitten kansen. Die veranderende bevolkingssamenstelling zorgt voor verschillende verwachtingspatronen ten aanzien van de omgeving. Mocht je in die randstedelijke wijken nu gaan vertellen dat de inrichting ervan niet beantwoordt aan de vragen die de ‘stad van morgen’ stelt, dan zouden er veel mensen raar kijken, maar op veel plekken zou de diversiteit die er nu al bestaat in bevolkingssamenstelling dat gesprek wel al mogelijk maken, en daar wordt het interessant.”

Welke richting moet zo’n gesprek dan opgaan? De locatie van die plekken in die randstedelijke omgeving die ondertussen door de stad zijn ingehaald roept

de vraag op of de bevolkingsdichtheid daar wel hoog genoeg is. Zijn dat niet de plekken waar we meer mensen moeten laten wonen, gezien de goede toegang tot veel voorzieningen in de omgeving en de nabijheid van het stadscentrum? Ik wil hier trouwens zeer genuanceerd in zijn. Ik geloof niet dat we die omgevingen meteen moeten afschrijven, compleet afbreken en er iets anders in de plaats moeten zetten. Dat zou ook op een meer ontspannenen manier kunnen evolueren, aansluitend bij dat proces van diverser worden. Dat betekent dat er meer variatie in de soort woningen komt en dat je er andere mobiliteitspatronen probeert te installeren. De fysische transformatie – verappartementisering, om het met een lelijk woord te zeggen – is trouwens al volop aan de gang maar levert nu geen aantrekkelijke diversiteit op. Dat proces is niet gemakkelijk te begeleiden. Hier moeten we een goed kader creëren, en goed nadenken over welk soort stedelijke milieus we daar willen. Nu lopen we het risico dat we door de stadsrand


enkel te gaan verdichten we ze gaan ontwrichten. Met een banaal appartement op de plaats waar vroeger een villa stond, dan heb je wel meer mensen op dezelfde plek, maar nog geen interessante stad of een kwalitatieve woonomgeving. Dat proces van woningen afbreken en er iets nieuws zetten kan je sturen en begeleiden, maar dat vraagt wel een kader dat individuele projecten overstijgt.

En waar moet dat kader vandaan komen? “De stadsrand is ook bestuurlijk een lastig vraagstuk. Een deel van het verschil dat nu moet worden gemaakt is de herijking van de traditionele moeilijke relatie tussen stad en stadsrand. In de stadsrand is er altijd een stuk tegen de stad ingewoond, vanuit een stadsvluchtsscenario. Maar nu wordt die ruimte al lang niet meer bewoond vanuit dat perspectief, ook diegenen die bij Gent willen aansluiten wonen daar ook en strijden mee om de invulling van de ruimte. Bij de randgemeenten groeit wel het inzicht dat ze hun positie moeten herzien, maar dat gaat alleen maar lukken als de stadsrand een eigen verhaal begint te schrijven en niet langer denkt in termen van afhankelijkheid van de stad. Het centrum is trouwens evengoed afhankelijk van de rand. Het gaat eigenlijk over solidariteit tussen stad en

stadsrand, en dat kan beginnen op zeer specifieke kwesties. Kijk bijvoorbeeld naar een thema als voedsel. Als je een duurzame voedselregio wil bedenken, dan is het evident dat de stadsrand, een deel van de open ruimte, daar een rol in speelt. Zo krijg je een omgekeerde afhankelijkheidsrelatie.”

Maar op het grondgebied van Gent zelf is er ook nog veel mogelijk? “Kijk naar mobiliteit bijvoorbeeld. Ik ben niet tegen een tram naar Lochristi, maar er is nog zoveel werk in het creëren van fatsoenlijke mobiliteitsmilieus veel dichter bij de stad. Als je nu massaal inzet op tramverlenging, ga je vooral een suburbaan scenario ondersteunen. Lochristi met of zonder tram is geen wezenlijk ander mobiliteitsmilieu. Ik geloof wel dat we veel dichter bij de stad, met bijkomende investeringen in tramlijnen en functioneel fietsen wél fundamenteel andere milieus kunnen krijgen. We zijn daar ook naar toe op weg. De mensen die hun mobiliteit op een andere manier – duurzamer – willen organiseren, wonen vaak al op die plekken. Het is nu dus een kwestie van die locaties over de drempel te trekken om zo de doorbraak te realiseren.”

Je bent zelf met studenten oefeningen aan het maken op

de omgevingen die langs het viaduct van de E17 liggen. “Ja, bedenk bijvoorbeeld eens wat het vervolg zou kunnen zijn van het stadsvernieuwingsproject Ledeberg Leeft. Wat met de achterkant van Ledeberg, richting park De Vijvers? Waar aan de stadszijde de keuzes duidelijk zijn, is dat aan de zijde van de stadsrand helemaal niet zo. De zone op de Brusselse steenweg ter hoogte van het viaduct van de E17 is nu een heel harde omgeving, eenzijdig en utilitair bedacht vanuit automobiliteit. Maar dat is een ruimte waar er heel veel marge zit. Het volstaat eigenlijk om de op- en afritten van de E17 los te koppelen – die kan je morgen afsluiten zonder de discussie over de toekomst van de E17 ten volle moet voeren. Studenten hebben daar interviews gedaan bij bewoners, en die reageerden op dat voorstel met “dan rijden we wel tot in Melle”. Dan kunnen we ook meteen de pendelparking dichtdoen, de strooidiensten aan de oprit kunnen weg, die autodelers zitten dan ook niet meer op hun plek, de hele Arsenaalsite (verlaten NMBS-terreinen langs de spoorweg, EVE) biedt immens veel kansen, en dan kan je ook de entree van de Gentbrugse Meersen fatsoenlijk bedenken. Dat zijn omgevingen die voor mij belichamen wat ik bedoel van ‘op de drempel staan van stedelijkheid’.” 7


Gent geeft fietslessen Interview met een nieuwe fietser

Leren fietsen hoort voor de meeste mensen bij de kindertijd; eerst oefenen met een loopfietsje, later met steunwieltjes en een duwtje van papa of mama en hup, voor je het weet ben je vertrokken. Kunnen fietsen is voor veel mensen zo vanzelfsprekend, dat we er zelden bij stilstaan dat niet iedereen het van kindsbeen af heeft geleerd. ‘Nieuwe’ Gentenaar Gabriela is een van hen, en zij besloot om als volwassene fietslessen te volgen. Tekst: Sabine Huyghe Foto: Gabriela Velicu (Fietsdiploma), Sportdienst Stad Gent (andere)

Waarom wou je leren fietsen?

Waar volgde je les?

In Gent heb je geen keuze, je moet kunnen fietsen als je hier wil leven. Ik woon hier nu al 8 à 9 jaar, en ik probeerde altijd in de buurt van het station te wonen om gemakkelijk met de trein naar mijn werk te kunnen. Als ik niet op wandelafstand van het station woonde, was het bijna niet haalbaar om te pendelen. Toen ik aan de Bijloke woonde – toch niet zo ver van het station – moest ik altijd een half uur incalculeren om met het openbaar vervoer te gaan. Maar daar kan je niet altijd op rekenen. Het circulatieplan is een slimme manier om iedereen richting fiets te duwen. Niet iedereen kan echter even goed fietsen en niet iedereen is even mobiel (en het openbaar vervoer is maar beperkt, in Gent is het niet goed genoeg). Ik zou graag in Gent werken, en op een meer betaalbare plek wonen, en kwam dus tot de conclusie dat ik best zou leren fietsen.

Ik ging op zoek naar fietslessen in Gent, de meeste worden door Stad Gent via de buurtwerkingen georganiseerd. Het viel me wel op dat er vooral aanbod is in meer ‘gemengde’ wijken, waar meer mensen van een andere afkomst wonen. In mijn eigen buurt vond ik geen fietslessen. En daarenboven vonden de lessen vooral overdag plaats omdat ze door vrijwilligers worden gegeven (niet zo handig als je overdag werkt). Omdat ik geen lessen vond in mijn eigen buurt, kwam ik in de buurt Tolhuis terecht, daar worden lessen in het weekend georganiseerd (Maar die reeksen zijn er maar twee maal per jaar. Ik moest de data dus goed in de gaten houden, de ene cursus was ook al meteen volzet. De cursus bestond uit 10 lessen, telkens op zaterdagvoormiddag). Op het einde van de lessenreeks kreeg ik een diploma. Dat stimuleert wel, ik rijd de Blandijn omhoog, ah ja, want ik heb een fietsdiploma!

Hoe vind je het om in Gent te fietsen?

// Ik ben al gedoopt als Gentse fietser, mijn fiets is al een keer gestolen! // 8

Frontaal // lente 2018

Eigenlijk vind ik fietsen vaak angstaanjagend. Ik vind dat veel jonge mensen roekeloos fietsen, ik vraag me soms af of ze de verkeersregels- en borden wel kennen, wordt dat op school aangeleerd? Ik vind het dan ook goed dat je voor GSM gebruik op de fiets ook een boete kan krijgen. Als nieuwe fietser ervaar ik ook soms druk van andere fietsers, bijvoorbeeld aan een kruispunt, om snel genoeg te vertrekken. Fietsers zijn soms echt agressief. Er bestaan geen vestjes ‘Ik leer nu fietsen’, zoals een L-sticker op een auto. Af en toe heb ik een klein voorvalletje op de fiets, maar dan zijn


// Misschien brei ik iets met reflecterende draad, dat is eens iets anders dan zo’n lelijk hesje’. // er gelukkig meestal vrienden bij, die roepen dan snel ‘Ze leert nog maar net fietsen!’ Op sommige routes voel ik me ondertussen al op mijn gemak. Andere routes doe ik soms eerst eens met vrienden. (Toen ik vertelde dat ik fietslessen zou volgen, hoorde ik van veel Belgen dat ze niet meer op hun gemak zijn op de fiets in Gent, dus het ligt niet enkel aan het feit dat ik het nog niet zo lang kan). Ik ben al gedoopt als Gentse fietser, mijn fiets is al een keer gestolen! Het was zo’n mooie, en hij was zelfs gegraveerd. Maar mijn huidige fiets is eigenlijk wel lichter en makkelijker om mee te rijden.

Dus eigenlijk vind je fietsen niet zo leuk? Ik vind fietsen nog altijd niet zo leuk, maar mijn vrienden doen hun best om me in te wijden in de fietscultuur. In het begin had ik het ook fysiek best lastig, want om te fietsen heb je andere spieren nodig dan om te wandelen. Fietsen kan plezant zijn, maar voor mij nog niet in Gent. Ik heb al in Sluis en Kopenhagen gefietst, daar zijn de fietspaden veel breder en is de signalisatie beter. Hier verdwijnen fietspaden soms gewoon en moet je plots tussen de auto’s beginnen rijden. Een keer of twee deze zomer, als het niet te druk was en ik op fietspaden reed die breed genoeg waren, beleefde

ik al een beetje fietsplezier! Ik heb ook zwemlessen gevolgd, en in tegenstelling tot het fietsen vond ik dat wel redelijk snel leuk. Elke snelheid die je als mens kan halen met ‘versterking’ bijv. een fiets (en niet enkel je lichaam), vind ik gevaarlijk. Dus ik draag zeker een fietshelm, een met lichtjes. Als ik zou kunnen, zou ik een hele beschermende outfit dragen. Bij Veritas zag ik reflecterende draad, misschien brei ik daar iets mee, dat is eens iets anders dan zo’n lelijk hesje.

Als kind heb je dus niet gefietst? In mijn geboorteland, Roemenië, is de fietscultuur anders. In de steden wordt fietsen nu wel populairder en eisen de jonge mensen een betere fietsinfrastructuur. Bij de heraanleg van wegen wordt daar nu wel rekening mee gehouden. Maar toen ik er opgroeide was het nog anders. Hier leert iedereen van kindsbeen af fietsen, dat was bij mij dus niet zo. Na de val van het communistisch regime ging Roemenië door een zware economische crisis. De treinen en bussen die voorheen tussen de dorpen reden, raakten in onbruik en voor veel mensen was de fiets het enige alternatief. Een auto was veel te duur. Je zou denken dat paard en kar een oplossing zouden zijn, maar die zijn ook duur in

onderhoud. Van zodra mensen meer middelen kregen, kochten ze een auto. Nu zie je nog steeds oudere mensen fietsen tussen de dorpen.

Blijf je fietsen? Als ik dichter bij huis zou werken, zou ik vaker fietsen. Nu ga ik tijdens de week vaak te voet naar het station. In het weekend doe ik uitstapjes wel meestal met de fiets, vooral om praktische redenen. Aan Stad Gent zou ik willen zeggen dat als ze mensen ontmoedigt om zich met de auto te verplaatsen, ze meer middelen mogen besteden om fietsen te stimuleren, ook voor mensen die het nog niet kunnen. Zo zouden ze meer cursussen kunnen organiseren, en misschien moeten ze dan niet enkel afhankelijk zijn van vrijwilligers om de lessen te geven. Ik verwacht een kindje en we zoeken nu een bakfiets, die zijn alvast ook stabieler om mee te rijden. Dus ik blijf zeker fietsen!

Meer info De Sportdienst organiseert ook in 2018 fietslessen voor volwassenen. https://stad.gent/sport/buurtsport/fietslessen

9


GMF-reporter vanuit Kopenhagen

Kopenhagen versus Gent A city battle

Binnenkort verhuizen we terug naar Gent, na bijna twee jaar in Kopenhagen. Tijd om de balans op te maken: is het nu echt beter wonen in Kopenhagen? En wat kan Kopenhagen leren van Gent? The city battle: een wetenschappelijk niet onderbouwde, puur op persoonlijke ervaringen gebaseerde vergelijking op basis van enkele random thema’s! Tekst: Linde Jacobs Foto: Kasper Thye

Efficiëntie: Kopenhagen (en bij uitbreiding Denemarken) wint

De staat en de stad functioneren behoorlijk snel, duidelijk en logisch. Zelfs als je de taal niet snapt (leve Google Translate, dat wel). Er verloopt heel veel online – met één en hetzelfde inlogsysteem –, openbaar vervoer heeft over alle netten in het hele land hetzelfde ticketsysteem en verkeersstromen in de stad (voetgangers, fietsers en auto’s) zijn optimaal en simpel geregeld. Dit zijn maar enkele voorbeelden, maar de efficiëntie hier is voor iemand uit België een verademing. Grappige noot: de Denen klagen zelf steen en been over hoe ongeorganiseerd alles is… ’t is maar wat je gewoon bent, zeker?

10

Frontaal // lente 2018

Veggievriendelijkheid: Gent wint

Nee, het is niet zo dat je hier naar vegetarisch eten moet zoeken met een vergrootglas. Er zijn massa’s healthfood eethuisjes en Italiaanse, Indische, Thaise, Vietnamese, Libanese, … restaurants waar elke vegetariër het buikje rond kan eten. Het aanbod in Gent is gewoon nog beter, en dan vooral in supermarkten (want je gaat natuurlijk niet dagelijks op restaurant). Denemarken is behoorlijk vleesminded, maar we zien wel maand na maand het bewustzijn, en dus ook aanbod aan vegetarische alternatieven, stijgen. Ze zijn in Kopenhagen ook nog niet zo ver dat warme maaltijden op school veggie kunnen, wat in Gent wel kan. Wél zijn die maaltijden hier lokaal en biologisch, net als een groot deel van de voeding in supermarkten.

Wonen: Gent wint (maar dat is onze eigen schuld)

Dit wordt mogelijk het subjectiefste onderdeel van dit artikel. Want we kozen in Kopenhagen een appartement in de binnenstad, in wat achteraf één van de levendigste straten van de stad bleek. Het is een prachtig oud huis, één van de oudste van de straat. Het interieur is typisch Nordic: hoge plafonds, witte muren met lambrisering, diepe vensterbanken en houten vloeren. Het is er zalig om te wonen, maar … er is véél lawaai buiten. En dat is iets waar we in Gent nooit echt last van hadden. Nachtlawaai is in de Kopenhaagse binnenstad een steeds erger wordend issue dat onder andere door het equivalent van het GMF – het Miljøpunkt – aangeklaagd wordt. We kozen zélf deze plek pal in het centrum, dus we klagen niet te hard. Maar we kijken wél uit naar ons Gentse huis met tuin en supercoole buren in een toffe straat.

Leven: Kopenhagen wint Niemand in Denemarken doet lacherig of meewarig over work-life balance. Sterker nog: niemand is er mee bezig. Het is er gewoon. Het zit ingebakken in de cultuur om veel tijd door te brengen met elkaar, zonder er veel woorden aan vuil te maken. Je merkt dat er geïnvesteerd wordt om gezinnen te ondersteunen: na de geboorte van een


kind ben je bijvoorbeeld een jaar thuis (vrij te verdelen over beide ouders), overal vind je bemande speeltuinen, bij elk evenement is gratis knutselmateriaal, complete vleugels van musea zijn ingericht voor kinderen. Leren hoeft niet te snel, prestatie wordt niet aangemoedigd. Wél spelen, communiceren, sociale vaardigheden ontwikkelen, je interesses volgen. Soms zelfs iets té, want kinderen zitten tot hun 6 jaar in die speelomgeving, en ik merkte bij onze dochter dat ze zich soms verveelde en meer wilde bijleren. Must say: onze Jenaplanschool in Gent lijkt de ideale middenweg te volgen. De veelbesproken ‘hygge’ – een niet te vertalen term die staat voor gezelligheid, samen zijn, genieten van lekker eten en alles wat daarbij komt – is ook iets waar Denen niet bij lijken na te denken. De omgeving gezellig maken lijkt bij de mensen die wij ontmoetten aangeboren. Zelfs in de naschoolse opvang staan er kaarsjes te branden op de tafels waar kinderen spelen en geurt het minstens één keer per week naar kaneelgebak. Zó Deens.

Transport: Kopenhagen wint

Bij ‘efficiëntie’ stond al dat tickets voor openbaar vervoer hier universeel zijn. Of je nu de bus, de metro of de trein op stapt, je checkt in met je ‘reiskaart’ en op je bestemming check je uit. Zó simpel en zó handig. Als Belg, die voor een traject van pakweg Mariakerke naar Molenbeek vier verschillende soorten tickets moet voorleggen, is dat zalig: zo kan het dus óók! Verder is dat openbaar vervoer een superdicht netwerk van metro’s en bussen die dag en nacht rijden. Het metronetwerk wordt op dit moment zelfs nog uitgebreid om de binnenstad beter te bedienen en de verkeersdruk nog omlaag te laten gaan. Mensen laten de auto staan, niet per se om de planeet te redden, gewoon omdat het op den duur efficiënter is om fiets en/of openbaar vervoer te gebruiken. Fietsers zijn volwaardige weggebruikers: met een eigen rijvak (mét voorsorteerstroken), eigen verkeerslichten en een eigen richtingaanwijzersysteem met de handen. Eenvoudige ingrepen,

en mega doeltreffend. Er zijn weinig ongevallen met fietsers, ondanks de massa tweewielers – en toch ook nog aanzienlijk wat auto’s – dat zich elke dag door de stad begeeft. Het was een bijzondere ervaring om twee jaar in Denemarken te wonen, onze kinderen in het Deens te horen converseren en ons helemaal onder te dompelen in de Deense cultuur. Ook was het heel verhelderend om eens ‘de anderstalige’ te zijn: niet kunnen inpikken op spontane gesprekjes tussen ouders, geen idee hebben wat er besproken wordt op de infoavond op school, brieven moeten vertalen met Google Translate, …. Verder werd het ons duidelijk dat niet alleen de taal, maar ook het ontbreken van je vrienden en familie een grote impact heeft op je leven. En net nu we dat langzaam wat beginnen opbouwen – enkele vrienden en wat noties Deens – verhuizen we weer naar Gent. De eindconclusie is: ’t was vree wijs!

11


GMF voert actie voor statiegeld Actie van de Back to Sender campagne

Gents MilieuFront heeft eind 2017 – samen met de Kerstman en Recycling Netwerk Benelux – meer dan 1.200 lege blikjes en plastic flesjes uit het zwerfvuil terug gebracht naar de Coca-Cola fabriek in Zwijnaarde. Tekst: Steven Geirnaert Foto: Kevin De Muynck

M

et deze actie in het kader van de Back to Sender-campagne wou GMF Coca-Cola vragen om resoluut te kiezen voor statiegeld. De frisdrankgigant zorgt jaarlijks voor duizenden tonnen afval waarvan een aanzienlijk deel in de berm belandt. Statiegeld kan een belangrijke stap zijn naar minder zwerfvuil op onze wegen en straten. De directeur van Coca-Cola Zwijnaarde zei ‘ja’ op onze vraag, maar een uur later nuanceerde Coca-Cola Belgium het antwoord tot “niet neen” tegen de invoering van statiegeld. Ze hebben zich hiermee niet resoluut uitgesproken pro statiegeld, maar CocaCola zet met haar nieuwe standpunt wel zeker de deur op een kier voor de invoering van statiegeld op drankverpakkingen.

Meer info De campagne Back to Sender loopt nog steeds: https://twitter.com/Back_to_Sender.

12

Frontaal // lente 2018

GMF treedt ook toe tot de Statiegeldalliantie

Gents MilieuFront is ook toegetreden tot de Statiegeldalliantie. Deze alliantie van verenigingen, bedrijven en lokale besturen ijvert ervoor dat de Vlaamse Overheid statiegeld zou invoeren. Stad Gent is samen met vele andere steden en gemeenten al lid van de alliantie. Joke Schauvliege (CD&V) schuift deze beslissing maar voor haar uit en de coalitiepartners CD&V en N-VA zijn voorlopig geen voorstander van statiegeld.

Meer info www.statiegeldalliantie.org


cvba

HOTA

energiezuinig & bio-ecologisch

(ver)bouwen houtskeletbouw

www.hota.bE

PUUR • LOKAAL • ORGANISCH • VLEESVRIJ • ECOLOGISCH •

ALLE DAGEN OPEN

09U00 - 18U00

OP VRIJDAG TOT 19U00

GMF-leden ontvangen 5% korting 13


Bazaar Rabot Een ontmoetingsplaats met een duurzaam karakter

Bazaar Rabot is de verzamelnaam van alles wat georganiseerd wordt op het gelijkvloers van het buurtcentrum van het Rabot. Dat zijn een weggeefwinkel, een tweedehandskledingswinkel, een sociale kruidenier, een bar en de kookworkshops ‘Rabot op je bord’. Allemaal projecten met een duurzaam en sociaal doel, en dus ging GMF een kijkje nemen. We spraken er met Nele en Annemie. Tekst en foto: Sabine Huyghe

Sociale kruidenier

Nele werkt voor Sociale Kruideniers Gent vzw, momenteel nog ondersteund door Samenlevingsopbouw Gent. De vzw heeft 3 deelwerkingen: de kledingswinkel, Rabot op je bord en de sociale kruidenier. ‘De sociale kruidenier heeft een dubbel karakter: we willen voedseloverschotten verminderen en tegelijkertijd gezonde voeding toegan-

kelijk maken voor mensen met een beperkt inkomen. Je vindt bij ons een gelijkaardig aanbod als bij een doorsnee kruidenier, maar dan aan een sociaal tarief. Onze prijs is 30% lager dan de marktprijs en fruit en groenten zijn zelfs tot 70% goedkoper. Om in aanmerking te komen voor dit sociaal tarief, moet je worden doorverwezen door het OCMW, CAW, Straathoekwerk of Kind en Gezin.

Wetgeving wil nog niet mee

Voor onze producten werken we samen met verschillende winkels uit het Gentse. Maar er zijn wat moeilijkheden op wettelijk vlak. Donaties van winkels mogen strikt genomen niet verkocht worden. Sociale kruideniers komen er dus eigenlijk niet voor in aanmerking, alles gaat naar voedselbedelingen waar de voeding gratis wordt bedeeld. De sociale kruidenier vraagt wél een kleine bijdrage voor de voeding. We maakten die keuze bewust, omdat mensen met een beperkt inkomen die toch iets betalen, hun eigenwaarde behouden. Onze werking is ook eerder participatief, we betrekken de mensen, zo kunnen ze bijvoorbeeld aan de slag als vrijwilliger in de winkel. Om die moeilijkheden met de wetgeving te omzeilen kopen we momenteel de overschotten toch aan, maar we zouden het graag anders zien.

Gezond koken

Hetgeen we in de sociale kruidenier niet verkopen, is nog niet verloren. Met ‘Rabot op je bord’ organiseren we kookworkshops voor de buurtbewoners. We koken samen soepen, vegetarisch beleg en pastasauzen die we achteraf ook verkopen. De opbrengst stoppen we dan opnieuw in de werking. Net als de opbrengst van de tweedehandskledingswinkel trouwens.

Weggeefwinkel

De tweedehandskledingswinkel en de weggeefwinkel kwamen al iets eerder naar het buurtcentrum. Vrijwilligster en buurtbewoonster Annemie stampte 14

Frontaal // lente 2018


// We willen voedseloverschotten verminderen en gezonde voeding toegankelijk maken voor mensen met een beperkt inkomen // die weggeefwinkel jaren geleden uit de grond. ‘Al wie ongebruikte spullen heeft liggen, kan er mee terecht in de weggeefwinkel. Dat doet wat aan een kringloopwinkel denken, maar behalve dat wij de spullen weggeven denk ik ook dat we iets creatiever zijn dan de kringloopwinkel. Je kan hier bijvoorbeeld je bijeen gespaarde eierdozen kwijt als je ze niet meer nodig hebt, wie weet kan iemand anders er wel iets mee. Zo hebben we hier regelmatig kleuterjuffen die komen snuisteren op zoek naar knutselmateriaal. Ook de weggeefwinkel wordt opengehouden door vrijwilligers.

Iedereen welkom!

De naam Bazaar Rabot werd gekozen omwille van de associatie met winkeltjes die het oproept. Maar ook voor het sociale aspect, we willen een ontmoetingsplaats zijn voor alle buurtbewoners. We willen graag een sociale mix en denken er daarom aan om voor de winkels ook een ‘solidair tarief’ in te voeren, waarbij je iets meer betaalt. Zo kunnen ook mensen met meer middelen hier komen winkelen en elkaar ontmoeten. Iedereen is sowieso welkom!

Meer info Over de werking en de openingsuren vind je op de Facebookpagina van Bazaar Rabot.


Een groene geest in een gezond lichaam De moeilijke zoektocht naar duurzame en eerlijke manieren om te sporten

Dat beweging gezond is voor lichaam en geest, weet intussen iedereen. Maar hoe combineer je voornemens om zowel sportiever als ecologischer door het leven te gaan? En wat met het faire aspect van sportkledij? Wereldsolidariteit lanceerde vorige zomer de campagne #cleanekleren, die de hele kwestie perfect samenvat: ‘Jij ziet graag af in sportkleren, maar niemand ziet graag af voor jouw sportkleren.’ Gents MilieuFront ging daarom op zoek naar manieren om sportieve prestaties duurzamer én eerlijker te maken. Tekst: An Van Hemeldonck Foto: Jeroen Van Goey – Illustratie: Wouter Viaene

Sportkleding

Wat voor gewone kledij al niet evident is, lijkt nog moeilijker voor sportkleding. Er bestaat immers geen pasklare handleiding om het ecologische en faire aspect ervan te traceren. In de Gentse duurzame kledingwinkels levert de vraag naar sportkleren vooral een fronsende blik op. Zo verkoopt Supergoods broeken die ideaal zijn voor yoga, maar daarmee kan je geen winterse mountainbiketocht of tennismatch aan. Fair Eco Fashion, Mieke en Visitrice verdelen evenmin specifieke sportkledij. Het kledingaanbod voor duurzame sporters is aldus in Gent bijna onbestaand. Een noodgedwongen blik online toont gelukkig meer opties. De jonge Vlaamse Loes Vandekerckhove lanceerde midden vorig jaar haar eigen merk Pure by Luce, waarmee ze specifiek wil inzetten op een eerlijke en ecologische sportoutfit. De collectie bestaat voorlopig slechts uit vier stukken (een beha, een topje en twee leggings), maar uitbreiding ervan is zeker de bedoeling. Op de Nederlandse markt bespeur je eveneens sportmerken met elk een specifieke faire of eco-toets. FashionPower vervaardigt kledij uit onder andere bamboe, koffiedik en gemalen schaal- en 16

Frontaal // lente 2018

schelpdieren. Pixie daarentegen koopt bewust alle stoffen in de buurlanden om hiermee te garanderen vrij te zijn van kinderarbeid en aan de Europese normen te voldoen. Deze drie merken getuigen alleszins van positieve verandering binnen de sportkledingsector.

Alternatieven

De zoektocht naar duurzame sportkleding blijkt moeilijk, zeker als je niet graag online shopt. Het eenvoudigste alternatief is bijgevolg om in tweedehandswinkels, op rommelmarktjes of tijdens closet sales goed uit te kijken naar je nieuwe sportoutfit. Er is meestal wel wat te ontdekken, op voorwaarde dat je geregeld rondsnuistert!

Ga je toch naar de sportspeciaalzaken, kan Rank A Brand houvast bieden. Deze website beoordeelt en vergelijkt belangrijke (sport)merken op gebied van duurzaamheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een gelijkaardige rating wordt aangeboden door de Fair Fashion App. Deze applicatie is het resultaat van onderzoek van de Schone Kleren Campagne naar de arbeidsomstandigheden van textielarbeiders. Geef je een naam op, krijg je meteen informatie over welke sociale inspanningen er door dat merk geleverd worden. Nog een stap verder gaat de


// Jij ziet graag af in sportkleren, maar niemand ziet graag af voor jouw sportkleren // Fair Wear Foundation, waarvan de website absoluut het bekijken waard is! Merken die zich bij deze organisatie aansluiten, engageren zich door de ondertekening van een gedragscode expliciet om arbeiders een leefbaar loon te geven. Enkel bedrijven die 90% van hun leveranciers monitoren, mogen het FWF-logo dragen.

Schoenen en ander sportgerief

Sportschoenen en duurzaamheid gaan klaarblijkelijk amper samen. Hierbij biedt de rating van de verschillende merken eigenlijk de enige oplossing. Wist je trouwens dat sportschoenen, inclusief sneakers, 20% van de totale schoenensector in Europa vertegenwoordigen en dat die sector tweeënhalf keer sneller groeit dan de gewone markt? Wat sportgerief of -accessoires betreft, dient zich evenmin duidelijk antwoord aan. Er bestaan wel organisaties die duurzame racefietsen vervaardigden en een faire rugzak laat zich ook nog vinden. De zoektocht naar een eerlijk en ecologisch geproduceerde voetbal, tennisracket of duikpak levert echter bitter weinig resultaat op. Opnieuw kunnen tweedehandsspullen enigszins een alternatief vormen.

Sportevenementen

Enkele sportievelingen van het Gent Milieufront haalden tijdens de voorbije Warmathon hun al dan niet duurzame sportkleding uit de kast om rondjes te lopen voor vele goede doelen. Samen

Herbruikbare bekers bij Gent Running Team Gent Running Team is de grootste recreatieve loopclub van Gent. Bij de stichting ervan werd duurzaamheid expliciet in de statuten opgenomen, wat voorzitter Martin Vereecken graag toelicht: ‘Het streven naar duurzaamheid zit bij lopers – en met uitbreiding dus bij de oprichters – als het ware in het DNA. We houden immers van rennen in de natuur en willen die achterlaten zoals we ze aantreffen, zodat we er allemaal nog jaren plezier aan hebben.’ De belangrijkste realisatie is in elk geval het gebruik van herbruikbare bekers. In een vorige club kregen de lopers na de training steeds een plastic flesje water. Met een gemiddelde 250 lopers per training, ging dat al snel om 500 flesjes per week. Martin wilde dit in zijn nieuwe club absoluut vermijden: ‘Je kan het niet volhouden elke training verantwoordelijk te zijn voor een berg aan afval. Daarom krijgen al onze leden bij inschrijving gratis een herbruikbare trailbeker.’ Zo’n opvouwbare siliconen beker wordt gebruikt bij bevoorradingen tijdens trailruns (looptochten langs onverharde paden met een specifieke focus op de beleving van de natuur, red.). Daarbij brengt elke deelnemer brengt zijn bekertje mee en de organisatie voorziet water of sportdrank in grote bidons. Ook bij Gent Running Team hebben de lopers nu elke training hun eigen beker bij zich: ‘Het vroeg wat gewenning, maar na een paar weken waren de leden helemaal mee in het verhaal, want de bekertjes zijn handig en gemakkelijk mee te nemen’, weet Martin nog. Deze sportclub bewijst alleszins dat een groene geest en een gezond lichaam absoluut samengaan! legden ze toch 48,6 kilometer af! Hierbij gingen hun groene harten vaak sneller slaan, wat helaas niet enkel aan de inspanning te wijten was. Op vlak van duurzaamheid liet de organisatie immers veel kansen liggen, zoals GMFcoördinator Steven in een opiniestuk in De Standaard beschreef. Samengevat vindt Gents MilieuFront dat bij zo’n massa-event veel meer ingezet moet worden op duurzame mobiliteit en afvalreductie. Waarom carpoolen en fietsen niet aanmoedigen door parkings betaalbaar te maken? Verder krijgt elke deelnemer bij aankomst een plastic flesje water dat vaak na enkele

slokken in de vuilbak belandt. Hetzelfde gebeurt met de wegwerpverpakkingen van de drank- en eetstandjes. Zo wordt op korte tijd een gigantische afvalberg gecreëerd, die simpelweg vermeden wordt door drinkfonteintjes, retourbekers, kartonnen frietzakken etc. Daarnaast dien je het toegangsticket af te printen, terwijl dat in deze digitale tijden toch via de smartphone beschikbaar is. Deze moeilijke verhouding met ecologie beperkt zich niet enkel tot de Warmathon, maar blijkt jammer genoeg eigen aan vele sportevenementen.

.

17 17


Van randgemeenten naar de stad

altijd het snelst met de fiets GMF onderzoekt

G

ents MilieuFront onderzocht voor Als je naar het centrum van 13 deelgemeenten en voor 23 de Stad Gent wil komen, is omliggende gemeenten en steden het openbaar vervoer – voor in de periferie van Gent de tijdsduur om mensen uit de wijde omgeving met de fiets, de wagen of het openbaar van Gent – op vlak van tijd niet vervoer te reizen van de kerk (of het dorpsplein) naar de Gentse Korenmarkt. concurrentieel met de auto. We brachten daarbij ook de wachttijd en In een straal van om en bij de wandeltijd in rekening. Het onderzoek 5 km rond Gent ben je altijd gebeurde op basis van online routeplanners en de websites van De Lijn en de snelst met de fiets. Dat wijst NMBS. We deden ons onderzoek op een theoretisch onderzoek een moment binnen en een moment van Gents MilieuFront uit. Als buiten de spits. we werk willen maken van Resultaten een modal shift dan moeten Uit de resultaten blijkt dat de fiets voor de verschillende overheden korte afstanden het snelste vervoerskeuzes maken en hun middel blijft om je naar het centrum van middelen investeren in beter en de stad te begeven. Mensen die binnen sneller openbaar vervoer naar een straal van om en bij de 5 km van de kuip van Gent wonen (bv. Drongen, de stad en in hoogwaardige Destelbergen ...) zijn sneller met de fietsinfrastructuur. fiets. Voor alle 13 onderzochte deelgeTekst: Steven Geirnaert

meenten is de fiets tijdens de spits de

GRAFIEK: REISTIJD (IN MINUTEN) – DEELGEMEENTES GENT – TIJDENS DE SPITS

snelste optie. Gemiddeld ben je vanuit deze deelgemeenten in de spits 29% sneller met de fiets. Dit potentieel van de fiets kan alleen nog maar groeien, rekening houdend met de komst van de elektrische fiets en de verwachte investeringen van fietsinfrastructuur in en rond de stad. Tijdens de spits wint de fiets ook voor langere afstanden aan belang. Dan zijn ook inwoners van Evergem, Oostakker, Sint-Denijs-Westrem en zelfs uit Wetteren sneller met de fiets dan met de wagen. Voor inwoners die niet in de nabijheid van Gent wonen is (op enkele uitzonderingen na) de auto altijd het snelste vervoersmiddel. Dat geldt vooral voor gemeenten zonder station of goede treinverbinding zoals bijv. Wachtebeke, Oosterzele of Zomergem. Vanuit 13 (van de 23) gemeten omliggende gemeenten ben je tijdens de spits altijd sneller met de wagen. Echter, vanuit centrumsteden met een (goede) treinverbinding (bijv. Lokeren, of Dendermonde) ben je sneller met het openbaar vervoer. Tijdens de spits ben je ook sneller met het openbaar vervoer vanuit Deinze, Aalter of Oudenaarde. Gemiddeld ben je vanuit de onderzochte omliggende gemeenten tijdens de spits 13% sneller met de wagen dan met het openbaar vervoer.

Meer info Alle informatie en kaarten vind je op onze website www.gentsmilieufront.be/reistijden Je vindt onze methodologie en berekenwijze daar ook in onze datatabel. 18

Frontaal // lente 2018


THE FINE ART OF PRINTING

Duurzaam drukwerk Graphius hanteert een duurzaam productieproces, waarbij we CO2-neutraal en zelfs alcoholvrij drukwerk aanbieden en bestellingen versturen onder biologisch afbreekbare folie. We houden onze ecologische voetafdruk zo laag mogelijk, zonder de focus op het einddoel, hoogkwalitatief drukwerk, uit het oog te verliezen. Omdat The fine art of printing, de fijne drukkunst, ook milieuvriendelijk kan zijn.

uw drukpartner voor magazines Graphius Gent |

Eekhoutdriesstraat 67 |

|

catalogi

B-9041 Gent |

INFO@GRAPHIUS.COM |

|

boeken

Graphius Brussel

+32 9 218 08 41

|

|

|

brochures

Hemelstraat 2

| B-1651 Lot

WWW.GRAPHIUS.COM

19


Over auto’s Vrijheid zonder autobezit

Ik houd ervan om met de auto te rijden. In het bijzonder op reis: over berg en dal, langs meanderende rivieren, door bucolische landschappen. Zoals de autoreclames het graag voorspiegelen. Wat een prachtig vervoermiddel is de wagen: je kan er in de Piemontese Langhe mee van het ene dorpje op de heuveltop naar het ander. Je zou dat ook met de fiets kunnen, maar met aanzienlijk meer moeite, en zonder de mogelijkheid om je favoriete muziek te laten blenden met de omgeving. Ik ben me er wel degelijk van bewust dat je met trein en bus ook op prachtige plekken geraakt, maar ik ben niet streng genoeg in de leer om mij steeds tot de meer duurzame vervoersmodi te beperken. Tekst: David de Pue

20

Frontaal // lente 2018

Suburbaan vagevuur

Nu die bekentenis me van het hart is: ik ben ook van mening dat de meeste auto’s niet thuis horen in de stad. Daarenboven vind ik de wagen een bijzonder slechte optie voor dagelijks woon-werkverkeer. Laat ik met het tweede beginnen. Je hoort wel eens dat de Vlaming een mentaliteitsprobleem heeft: zelfs als hij naar de bakker om een brood moet gebruikt hij de auto. Hoewel dergelijke mobiliteitskeuze inderdaad van een irrationele liefde voor de wagen getuigt, alsook van luiheid, vormt dit niet het grootste probleem. Het zijn niet deze verplaatsingen die zorgen voor jaar na jaar sneuvelende filerecords. Veel mensen wonen op plaatsen waar de auto de enige optie is om op het werk te geraken. Ze koesteren het idee dat ze op het platteland wonen, maar feitelijk wonen ze in een suburbaan vagevuur. Waar in Vlaanderen kunnen we nog van ‘de buiten’ spreken? De open ruimte wordt stelselmatig aangevreten door zielloze verkavelingen waar bewoners zich achter een hoge haag verschansen. Die pseudo-rurale droom heeft een hoge maatschappelijke kost: de verharding rukt op, de nutsvoorzieningen zijn peperduur en het dagelijkse fileleed bezoedelt onze lucht én onze economie. Die trend keren is niet gemakkelijk, maar toch is er laaghangend fruit te plukken. Mensen worden in België anno 2018 nog te vaak betaald met wagens. Die fiscaal gestimuleerde salariswagens kosten de federale overheid miljarden mislopen belastinggeld. De externe kosten ten gevolge van files en luchtvervuiling

zijn wellicht een veelvoud daarvan. Bovendien maakt een salariswagen het gemakkelijk om verder van je werk te wonen, wat ons weer bij de ruimtelijke versnippering brengt die op haar beurt tot meer verkeersproblemen leidt. Een vicieuze cirkel, zo je wil. Een volgende stap is ruimtelijk beleid dat de kernen versterkt: de steden, maar ook aantrekkelijke dorpen die aangesloten zijn op een performant openbaar vervoersnetwerk en een veilig en compleet fietsnetwerk. Dat zal op korte termijn veel geld kosten, maar op lange termijn betaalt zich dat hoe dan ook terug. Als we met Gents Milieufront de pers halen omdat we fietsende pendelaars in de ochtendspits op applaus onthalen, of als we bij Sint-Jacobs actievoeren voor een plein in plaats van parking, lees je weleens opmerkingen op sociale media in de trant van: “als ze toch geen auto’s willen, waarom gaan ze dan niet op de buiten gaan wonen?”. Helaas is dat een veelgehoorde denkfout. Als het ergens mogelijk is om een autoloos leven te leiden, dan is het wel in de stad. Meer zelfs: als het van mij zou afhangen kunnen we de meeste auto’s uit de binnensteden weren. Natuurlijk zijn er uitzonderingen: in de eerste plaats de hulpdiensten. Taxi’s, het liefst elektrisch. Mensen met een handicap, hoewel het openbaar vervoer ook voor hen toegankelijk moet zijn. Leveringen, hoewel daarvoor ook een modal shift mogelijk is. Uiteraard kan men niet van de ene dag op de andere auto’s uit de stad bannen. Vandaar ook dat het Gentse circulatieplan eerder evolutie dan revolutie is.


Het Gentse Circulatieplan

Het circulatieplan maakt het in de eerste plaats veel aantrekkelijker om door de stad te fietsen. Dat is prima: een aanlokkelijke optie aanbieden is altijd de beste manier om mensen tot meer duurzame keuzes te verleiden. De meeste tamtam rond het plan hing echter rond auto’s: die kunnen niet meer van de ene kant van de binnenstad naar de ander, maar moeten via de stadsring op hun bestemming geraken. Op die manier wordt doorgaand verkeer ontmoedigd. Bestemmingsverkeer wordt wel nog steeds met open armen ontvangen. Er is heel veel fuzz gecreëerd over dat plan. Gent zou onbereikbaar zijn geworden voor automobilisten. Gent is herschapen tot een economisch kerkhof. Het circulatieplan lost de luchtkwaliteitsproblemen niet op. Gent verplaatst het probleem van de binnenstad naar andere buurten. Laten we een kritische blik werpen op elk van deze argumenten. Wie de voorbije Kerstvakantie in de Gentse binnenstad was, zal de eindeloze stroom aan wagens van en naar de ondergrondse parkings in het centrum niet ontgaan zijn. Deze

parkings zijn nog net zo toegankelijk als vroeger. Feitelijk hebben we daar te maken met ‘verzonken kosten’: die parkings zijn er gelegd bij de invoering van de wandelzone in het centrum, in de jaren negentig. Nu ze er toch zijn kunnen we er beter gebruik van maken, zo is de redenering. Waarom zouden we ze niet reserveren voor bewoners? Zo komt er nog meer kwaliteitsvolle ruimte vrij in onze straten en pleinen. Daar staat tegenover dat de Park & Ride capaciteit in de buitenrand moet worden uitgebreid, met betere en meer frequente aansluitingen voor bus en tram. Dat sommige handelszaken lijden onder het circulatieplan, zal wel kloppen, maar er zijn er minstens zo veel die er wel bij varen. Het is een hard, quasi sociaal-darwinistisch argument, maar een stedelijke economie is als een ecosysteem: als een bepaalde omgevingsfactor wijzigt (in dit geval het circulatieplan), dan zullen sommige handelaars daaronder lijden, en andere zullen goed gedijen. De best aangepaste wint, zeg maar. Het circulatieplan op zich zal de luchtkwaliteit niet in een haverklap verbeteren, dat klopt. Het zal zeker een gunstig effect hebben, maar mijn

inziens heeft het stadsbestuur dit iets te veel benadrukt. Het maakt hen kwetsbaar voor de kritiek dat andere emissiebronnen, zoals de residentiële verbranding van hout en kolen, een grotere impact hebben op de luchtkwaliteit in de stad. Anderen opperen dan weer dat de technologische vooruitgang de uitlaatpijp-emissies op termijn volledig aan banden zal leggen. Dit mag misschien wel zo zijn, maar als we alle diesel- en benzinewagens vervangen door elektrische of waterstofgedreven exemplaren dan staan we met zijn allen even vaak in de file of wordt er net zo veel vrije ruimte ingenomen. Het laatste argument is dat van de verplaatsing van de impact van verkeer naar andere buurten en gemeenten. Dit gaat er impliciet vanuit dat het plan op zich niet zo veel wagens uit het verkeer haalt, met andere woorden dat de modal shift beperkt blijft. Ik lees wel eens reacties van mensen die er nu voor kiezen om te gaan winkelen op de Antwerpse Steenweg in Lochristi: met de wagen van de ene baanwinkel naar de andere. Tot mijn verbazing zijn vrij veel mensen die mening toegedaan, waardoor de fileproblematiek op die

Rechtzetting Kortingsbonnen 2018 In de vorige Frontaal zaten er 17 kortingsbonnen bij duurzame Gentse zaken. Helaas slopen er enkele verstrooidheidsfoutjes in. De website van Casa De Ciclistas is www.casadeciclistas.be. De ecologische webshop heet wel degelijk Kudzu en vind je op www.kudzu.be. De kortingscode voor GMFleden bij aankoop online is GMF en is 1 jaar geldig. 21


betreffende steenweg inderdaad is verergerd. Dit lijkt me meer een symptoom van de emotionele verknochtheid van mensen aan hun wagen, dan een rechtstreeks gevolg van het circulatieplan. Daarnaast zijn er bepaalde buurten in Gent waar er verzet oplaait, omdat ze sinds de invoering van het circulatieplan een significante stijging van het autoverkeer opmerken. De as Oude Houtlei-Annonciadenstraat-PapegaaistraatRozemarijnstraat is een notoir voorbeeld. Ik sprak onlangs met een dame die zich in die buurt engageert om een wijziging van het plan af te dwingen. Het bewijsmateriaal op een USB-stick en de kaart die ze me overhandigde hebben me overtuigd van de legitimiteit van haar grieven: in de betrokken ‘blauwe sector’, de omgeving van de Coupure, zijn er meerdere plaatsen om binnen te rijden, maar slechts één weg om het verkeer staduitwaarts te leiden, de voornoemde as. Het buurtcomité is met haar klachten bij de schepen van mobiliteit Filip Watteeuw langs geweest. Er zou een oplossing in de maak zijn. Luisterbereidheid van het stadsbestuur en de intentie om het plan bij te sturen en te verbeteren zijn essentieel voor het welslagen op de lange termijn.

Vers

Betaalbaar

100% Bio

Goede sfeer

Groenten & fruit, kaas, vlees, brood, noten, zaden, wijn,…

Vrijheid

“Mijn auto is mijn vrijheid”: een mantra die veel autoliefhebbers tot in den treure herhalen. Ik bezit zelf geen auto, maar ik voel me desondanks niet in mijn vrijheid beteugeld, integendeel. Ik zou me pas gekooid voelen als ik dagelijks met mijn wagen in een of andere file zou staan. Nu is dat nergens voor nodig: ik woon op nog geen vijf kilometer van mijn werk en nog geen drie kilometer van het kinderdagverblijf, waar ik mijn zoon naartoe breng met de fietskar. Op de hoek is een halte van bus 3: een zeer frequente lijn die ons recht naar de binnenstad brengt, voor dagen waarop we te lui zijn om naar het centrum te stappen of te trappen. De combinatie van fiets, trein en stappen brengt me op iets meer dan een uur in de AB in Brussel. Op het Gentbruggeplein, op driehonderd meter afstand, staan deelauto’s van Cambio. Ideaal voor als we grotere boodschappen moeten doen, plattelandslucht willen opsnuiven of vrienden in suburbia willen bezoeken. En ja: nu en dan huren we voor enkele weken een wagen om op reis te gaan. Eén ding is zeker: autobezit is zo passé. Vooral in de stad.

Kom langs! Adres Heilige-Geeststraat 6 9000 Gent

Openingsuren woe - vrij | 10 tot 18u30 za | 10 tot 18u30 zo | 10 tot 16

Vragen? info@beo-markt.be 22

Frontaal // lente 2018


Zomer zonder vliegen Het vliegtuig nemen is vanzelfsprekend geworden, de mogelijkheden zijn grenzeloos, de wereld ligt aan onze voeten. Ook voor dichtere bestemmingen kiezen we vaak voor het vliegtuig omdat dit meestal de makkelijkste, goedkoopste en snelste optie is. Zomer Zonder Vliegen is een campagne die een groter bewustzijn wil creĂŤren over de impact van vliegreizen. De campagne is opgezet door een groepje Gentenaars en wordt ondersteund door GMF. We willen de vanzelfsprekendheid van reizen per vliegtuig in vraag stellen en dagen je uit de alternatieven te herontdekken. Je kan ook zelf meedoen aan de campagne. Hoe? Je vindt het allemaal op onze website: www.zomerzondervliegen.be !

23


bio-ecologische materialen voor energiezuinige houtbouw en renovatie

GENTS MILIEUFRONT leden:

10%

ISOLATIEKORTING

Steico flex FSC® Houtwolisolatie

Steico top FSC® Zoldervloerisolatie

pro clima

Luchtdichting

www.eurabo.be/promoties

2015

isoleren voor meer natuur!

• •

gratis advies aan zelfbouwers! isolatie opleidingen

bio-ecologische bouwpartner

meer info op: www.eurabo.be/opleidingen

Wij kiezen voor verantwoord bosbeheer. U ook? Beekstraat 32 9600 Ronse +32(0)55 23 51 40

Wiedauwkaai 87 9000 Gent +32(0)9 216 46 40

info@eurabo.be www.eurabo.be Twitter: @eurabo


Krachtige kick-off Geveltuinbrigade We zijn vertrokken!

Eind januari vond de langverwachte kick-off van de Geveltuinbrigade plaats, het project van Gents MilieuFront dat goedgekeurd is vanuit Burgerbudget Stad Gent. Tekst: Iris Verschaeve Foto’s: Dennis Licht Logo: DIFT

L

iesbet Boets, projectcoördinator van de Geveltuinbrigade, mocht eind januari een 40-tal geïnteresseerden warm maken voor het project. Op anderhalf jaar wil Geveltuinbrigade minstens 500 geveltuinen in Gent realiseren, gratis voor de bewoner. In principe kan elke Gentenaar een geveltuin aanvragen, maar Geveltuinbrigade geeft voorrang aan gevels uit de hitte eiland gebieden. Dat zijn dichtbevolkte wijken met weinig water en groen. We concentreren ons dus eerst op SintAmandsberg, Gentbrugge, Ledeberg en Sluizeken-Tolhuis-Ham. Geveltuinbrigade zal planten in 3 plantseizoenen: voorjaar 2018 (maart – juni), najaar 2018 (september – december), voorjaar 2019 (maart – juni). In het eerste plantseizoen gaan we voor een testaanpak waarbij we de uitbreekfase en de plantfase apart uitvoeren. Het

materiaal van Geveltuinbrigade wordt mede mogelijk gemaakt dankzij sponsors Marc Van Wiemeersch en Hubo UZ Gent. Dat zorgt voor minder uitgaven (hoera!) en dat willen we zien resulteren in meer geveltuinen! We klonken op een goede afloop in de gezellige bar van Woest en smeedden verder plannen om van Geveltuinbrigade een groot succes te maken! Half februari begonnen we er dan echt aan. De eerste stenen werden uit de trottoirs gehaald en we brachten de klimhulpen aan op de muur. Eind februari hadden we al meer dan 60 tuintjes aangelegd.

Meehelpen? *Ben je geïnteresseerd om ook je handen uit de mouwen te steken met de Geveltuinbrigade? Stuur een e-mail naar geveltuinbrigade@ gentsmilieufront.be met jouw gegevens (naam, adres e-mail, telefoonnr), de dagen waarop je vrij bent om mee te helpen, je wijk en of je ook bereid bent om buiten je eigen wijk te werken.

Meer info www.geveltuinbrigade.be

25


54.000 Gentse woningen wachten nog op dakisolatie Onderzoek naar energetische staat van het woningenbestand

Vorig jaar rondde de stad een grootschalig onderzoek af naar de energetische toestand van het Gentse woningenbestand. Zoals je weet zet het stadsbestuur zwaar in op een klimaatneutrale stad. Het energiezuinig maken van alle bestaande woningen is een essentieel onderdeel om dit doel te bereiken. Het merendeel van de woningen die er vandaag staan, zullen er immers nog altijd staan in 2050, de datum waarop we klimaatneutraal moeten zijn. Maar tot voor kort kon niemand eigenlijk precies zeggen hoe goed of slecht de Gentse woningen er aan toe zijn op vlak van energie. Daarom liet het stadsbestuur een grootscheepse screening uitvoeren bij meer dan 1.200 Gentse woningen, die samen een representatief beeld geven van het volledige woningenbestand. Tekst : Milieu Advies Winkel Foto: Stefaan Claeys

Hoe ging men te werk?

Eerst werden verschillende kenmerken of types gedefinieerd waarvan telkens een representatief aantal woningen zou onderzocht worden. Zo moesten zowel open bebouwing, halfopen bebouwing als rijwoningen onderzocht worden, evenals appartementen. Er moesten woningen in zitten uit de stadskern, de negentiende eeuwse gordel en de twintigste eeuwse gordel. En ook moesten er woningen uit de verschillende bouwperiodes in zitten: voor de oorlog, tot de jaren zeventig, tot de millenniumwissel en recenter. Tot slot werd ook 26

Frontaal // lente 2018

onderscheid gemaakt tussen huurwoningen en ‘eigenaarswoningen’. Van elke combinatie van kenmerken moest een voldoende groot aantal woningen gescreend worden om een representatief beeld te geven. Vervolgens werden lijsten opgesteld en werden de eigenaars uitgenodigd om de enquêteurs te ontvangen. Het woningonderzoek zelf bestond uit een vraaggesprek met de bewoner en een visuele inspectie van de gebouwschil (dak, gevels, vloeren, ramen, deuren) en de installaties (verwarming en warmwaterproductie). Mogelijk geeft de studie een ietwat te

rooskleurig beeld, omdat we kunnen vermoeden dat de bewoners die meest trots waren over hun woning meer bereid waren om een inspecteur over de vloer te krijgen. Door extrapolatie kunnen we op basis van de screening uitspraken doen over de gehele stad.

Ontluisterend beeld

De studie levert een ontluisterend beeld op van de staat van de woningen in Gent. Laten we onderdeel per onderdeel bekijken. Om te beginnen: de daken. 43% van de Gentse woningen, dus meer dan 54.000 op een totaal van 126.776, heeft geen of minder dan 5 cm dakisolatie! Bij de andere gebouwonderdelen is de situatie nog erger: 53% van de woningen heeft nog geen hoogrendementsglas. 78% van de woningen heeft niet of slecht geïsoleerde gevels en 83% heeft niet of slecht geïsoleerde vloeren. Dat zijn zonder meer enorm hoge getallen, die al meteen aangeven hoeveel werk er nog aan de winkel is voor we een klimaatneutrale stad worden. Wanneer we dieper inzoomen op de cijfers zien we dat de grootste achterstand zit bij rijwoningen, bij oudere woningen, in de 19e eeuwse gordel en in de kernstad en bij huurwoningen. Met name huurwoningen springen eruit: 35% van de Gentse huurwoningen is dakisolatie helemaal afwezig, tegen


12,7% bij woningen die bewoond worden door de eigenaar.

// 43% van de Gentse woningen heeft geen of minder dan 5 cm dakisolatie //

Positieve bril

Maar we kunnen dezelfde resultaten ook met een positieve bril bekijken: 24% van de daken beschikt al over een zeer goed isolatiepakket, evenals 8% van de gevels, 5% van de vloeren en 47% van de ramen. Dat is voor een groot deel te danken aan de recent gebouwde woningen, want sinds kort gelden er strengere isolatienormen voor nieuwbouwwoningen.

Technische installatie

Bekijken we vervolgens de technische installaties. Bijna alle woningen worden op gas verwarmd worden in Gent. 85% van de woningen wordt verwarmd met aardgas en iets minder dan 8% op elektriciteit. Daarnaast zijn er nog verwaarloosbare aantallen die met olie,

steenkool of hout verwarmen. (Slechts) 55% van de woningen beschikt over een condenserende CV-ketel, wat vandaag de norm is bij nieuwe toestellen. Voor wat betreft hernieuwbare energie: 7% van de woningen heeft pv-panelen en 2% een zonneboiler.

Renovatie-intentie

De studie peilde ook naar de renovatieintenties. Bij 15% van de bezochte woningen was er de intentie om de komende 5 jaar te renoveren, wat toch een aanzienlijke toename zou betekenen ten opzichte van het huidig renovatieritme. Het stadsbestuur wil vooral die groep aansporen en begeleiden om de renovatie daadwerkelijk uit te voeren en degelijk aan te pakken op vlak van energie. Draag ook je steentje bij: isoleer je woning, zeg je buurman dit ook te doen en maak gebruik van de gratis renovatiebegeleiding bij de stad!

.


À la saison: Daslook Lokale groenten in de kijker

Als kind nam mijn tante mij en mijn zus in de lente mee naar het bos om daslook te plukken. Onze oogst werd steeds nauwkeurig gecontroleerd omdat de blaadjes sterk op die van de giftige meiklokjes lijken. Een lofzang op een wonderbaarlijk kruid. Tekst en foto’s: Britta Bolte

Wilde look

Daslook (Allium ursinum) behoort tot de lelieachtigen en is in heel Europa een populair lentekruid. Dit wilde zusje van de lookfamilie groeit op vochtige humusrijke en kalkhoudende grond. De blaadjes komen op vanaf februari en het plantje bloeit met stralend witte bloemen van april tot juni. In België is het een vrij zeldzame plant die wettelijk beschermd is en daarom niet in het wild geplukt mag worden.

… in de tuin

Daslook houdt van schaduwrijke plekken waar andere planten problemen hebben. Jonge daslookplantjes kun je direct in de grond zetten als het ‘s nachts niet meer vriest. Bij bloembollen of zaden (zaaien dec-feb) zal het langer duren vooraleer de blaadjes verschij28

Frontaal // lente 2018

nen. Plant het nooit in de buurt van meiklokjes omdat de blaadjes moeilijk uit elkaar te houden zijn. Daslook neigt tot woekering, daarom eventueel ondergronds afbakenen. De blaadjes best vóór het verschijnen van de bloemetjes oogsten omdat hun aroma dan afneemt. Laat steeds de helft van de blaadjes staan zodat de plant nog genoeg kracht behoudt. Na de bloei zal de plant stilaan afsterven om het jaar daarop opnieuw scheuten te vormen.

… in de keuken

Daslookblaadjes vind je tijdens de lentemaanden in de betere groentewinkels. De blaadjes hebben de geur

en smaak van bieslook en knoflook en ook de bloemen zijn eetbaar. Daslook heeft tevens een positief effect op onze gezondheid: het is goed voor de spijsvertering, lever, hart en bloedvaten en tegen vermoeidheid. Was de bladeren altijd heel goed – katten urineren er graag tegen en zwangere vrouwen mogen de plant daarom niet eten. Als je de blaadjes in een vochtige handdoek wikkelt, zijn ze twee tot drie dagen houdbaar in de koelkast.

Recepten Hiernaast vind je twee heerlijke veganistische recepten met daslook.


Daslookpesto

Daslook-spinazie-soep

Voor één potje pesto

4 porties

40 gr daslook (~ 1 bussel) 2 tenen knoflook 30 gr pijnboompitten 30 gr zonnebloempitten 5 gr sesamzaden 2 el gistvlokken 50 ml olijfolie 1 el balsamico azijn Zout en peper naar smaak Evt. een beetje water

500 gr spinazie 1 bussel daslook (ca 40 gr) 2 tenen knoflook 3 kleine ajuinen 5 medium aardappelen 80 gr. margarine of olie ca 1 liter bouillon 200 ml plantaardige room 1 el azijn of citroensap Peper en zout

Overgiet de pitten en zaden met kokend water en laat 10 minuten staan voor je ze afgiet – dit voorkomt dat de pesto bruin zal worden. Was de daslook grondig, pel de knoflookteentjes en snij in stukjes. Maak eerst de pitten en zaden klein met de staafmixer of blender, voeg dan knoflookteentjes, gistvlokken, olijfolie, balsamicoazijn en een beetje zout en peper toe terwijl je mixt en tenslotte de daslook. Als het mengsel niet smeuïg genoeg is kun je wat olie of een klein beetje water toevoegen. Breng op smaak met peper en zout. Vul de pesto in een potje. Gesloten bewaart dit tot een week in de koelkast als je bovenaan de pesto steeds een laagje olijfolie giet en zo het contact met de lucht onderbreekt.

Was de spinazie en daslook grondig. Snij knoflook en ajuinen in kleine stukjes, schil de aardappelen en snij ook in kleine stukjes. Warm de olie in een pot, voeg de ajuinen en knoflook toe en laat even sudderen. Voeg dan de aardappelen toe en laat nog even bakken. Overgiet met bouillon en laat 10 min. koken. Voeg dan de daslook en spinaziebladeren toe en laat nog eens 10-20 min koken tot de aardappelen zacht zijn. Mix met de staafmixer tot een gladde soep en voeg de plantaardige room toe. Breng op smaak met peper en zout en evt. nog een beetje bouillon. Je kunt de soep garneren met in de pan licht gebruinde pijnboompitten en/of (nog gesloten) daslookbloemetjes, die met een beetje vet, sojasaus en peper in de pan gebakken zijn.

(Inspiratie)bronnen The green kitchen – David Frenkiel en Louise Vindahl Jamie Oliver – www.jamiemagazine.nl Recept van mijn tante

29 29


Voorbij de horizon: wonen in  Verontwaardiging om de niet-aflatende teloorgang van de open ruimte: het is een emotie die als een rode draad door mijn leven loopt. Open ruimte, natuur, akkers, weiden, bossen, mensenvrije gebieden: zeker in Vlaanderen verdwijnt het allemaal onherroepelijk en aan een onwezenlijk snel tempo, en dat besef stemt me somber. Ik voel me reddeloos verloren en ontheemd in mijn kapot verkavelde land – de horizon is nauwelijks nog te zien. We zijn met steeds meer en we nemen met zijn allen steeds meer plaats in. Tekst en foto’s: Toby Lauwerier

K

wam me dat even goed uit, toen ik een jaar of twee geleden bij gelukkig toeval mijn huidige stulpje aan de Groene Vallei op de kop kon tikken: 14 hoog, 80 vierkante meter in een gebouw met meer dan driehonderd appartementen, netjes op elkaar gestapeld in 26 lagen op een grondoppervlakte van nog geen 1500 vierkante meter: ik kon mijzelf genoegzaam op de ecologische borst kloppen. Practice what you preach: de verdere teloorgang van de open ruimte zou alvast míjn schuld niet zijn. Hoogbouw heeft een slecht imago en het is een goede zaak dat de Rabottorens werden afgebroken, dat weet ik ook. Klopt mijn buikgevoel dus wel? Is wonen in hoogbouw wel zo duurzaam en ecologisch zaligmakend als ik zelf graag geloof? Voor de goede orde: er wordt vaak ook een opsplitsing gemaakt tussen middelhoogbouw (tot 8 à 10 verdiepingen) en hoogbouw (meer dan 10 verdiepingen).

Crimineel

“Nu nog vrijstaand bouwen is crimineel”, zei Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck een tijd geleden in Knack, en in het Radio 1-programma Hautekiet werd verder over die uitspraak gedebatteerd. De twitterende meute, Gwendolyn Rutten op kop, reageerde met een tergende verongelijktheid: “Mijnheer Van Broeck, Vlamingen die dromen van 30

Frontaal // lente 2018

een eigen huis, ook vrijstaand, zijn géén criminelen. Het zijn gelukkige mensen. Respect is op zijn plaats”. De reactie van Rutten getuigt vooral van een crimineel gebrek aan langetermijnvisie en durf, verlamd door de angst om de kiezer voor de borst te stoten. Leo Van Broeck wist natuurlijk dat zijn uitspraak controverse zou oproepen. Helaas, het is doodjammer dat iemand als Rutten doelbewust niet verder ingaat op de grond van de zaak. Wat Van Broek wil zeggen is dat ons verspreide woonmodel ons veel meer kost dan we willen zien en weten. Een passiefwoning in de verkaveling eet veel meer planeet dan een ongeïsoleerde rijwoning of een appartement in de stad. De maatschappelijke kosten en de milieu-impact van groot wonen in buitengebied – op vlak van mobiliteit, publieke voorzieningen, ruimte- en energiegebruik – zijn ettelijke malen hoger dan wonen in een meer dens, stedelijk gebied of in verdichte dorpskernen. Ons huidig ruimtegebruik wordt onbetaalbaar en onhoudbaar, toont Van Broek aan, niet in het minst gezien de verwachte bevolkingsgroei. De politiek ongebonden Van Broeck – zonder Damocleszwaard van de volgende verkiezingen boven zijn hoofd – is de man van de uitgesproken langetermijnvisie. Hij jaagt helemaal niemand standrechtelijk zijn villa in de verkaveling uit, maar wil zijn visie er


hoogbouw, ecologisch of niet? zachtjes inmasseren bij beleidsmakers en publieke opinie – soms met een boude uitspraak, maar vooral met hoopgevende oplossingen. We moeten anders, kleiner, maar ook beter wonen. Die transitie wordt een werk van lange adem – over meerdere generaties!

De daad bij het woord

“En waar woont Van Broeck zelf?”, wierp menig verbolgen twitteraar op. Dat is het punt niet, hij woont trouwens in een torengebouw in Brussel. En toch, in de toekomstvisie van De Vlaamse Bouwmeester is ook veel plaats voor rijwoningen met tuin, naast gebouwen met acht of meer bouwlagen. Verdichting is het toverwoord, hoogbouw een deel van de oplossing, net als herbestemming van bestaande gebouwen en reconversie van restpercelen – de gaten en kieren in stedelijke gebieden. Over de noodzaak om te verdichten bestaat onder de meeste stedenbouwkundigen consensus, maar over de precieze rol van hoogbouw is minder eensgezindheid. Voor- en tegenstanders van hoogbouw schermen met cijfers. Kristiaan Borret, de Brusselse Bouwmeester, argumenteert dat het wiskundig is aangetoond dat een klassiek stedelijk bouwblok van zes verdiepingen evenveel mensen kan huisvesten als een woontoren, als je er rekening mee houdt dat een hoog gebouw veel vrije ruimte op de grond

nodig heeft om schaduw en inkijk te compenseren. Kobe Boussauw, GMF penningmeester en in zijn vrije tijd ook professor ruimtelijke planning aan de VUB, treedt hem bij: uit veel studies blijkt dat een hoge dichtheid eigenlijk niets met hoogbouw te maken heeft, aangezien de meest dichtbevolkte steden van Europa (met Parijs als belangrijkste voorbeeld) grotendeels uit appartementen van een bouwlaag of vijf bestaan.

Creatief met cijfers

Volgens de meest recente cijfers van de Vlaamse stadsmonitor bedraagt de woondichtheid voor nieuwbouwwoningen en -appartementen in Gent 62 wooneenheden per hectare. Met andere woorden: één nieuwe woning neemt gemiddeld 160 m² ruimte in. Dat is ongeveer een ruimtegebruik dat ook de Vlaamse Bouwmeester voorstelt als maat voor verdichting. Goede punten voor Gent dus. In Vlaanderen is enkel het grondgebruik van Oostendse nieuwbouw kleiner, door het zeer hoge aandeel appartementen. Ter vergelijking: de gemiddelde grootte van de bouwkavels in Vlaanderen is meer dan 500 m². Ik maak een snelle theoretische oefening. De grondoppervlakte van mijn gebouw (312 wooneenheden) inclusief parking en omliggend groen bedraagt ca. 0,8 hectare. Het Groene Valleipark is ongeveer 6 hectare groot, samen dus

7 hectare. 312 wooneenheden gedeeld door 7 hectare: dat betekent een ruimtegebruik van 225 m² per appartement, wat niet zoveel afwijkt van het streefcijfer voor verdichting – we verkleinen het park van 6 naar 5 hectare en we zijn er! Mijn buikgevoel is hardnekkig – alles voor de open ruimte: een parkstad met hier en daar een hoogbouwblok, dat zou toch leuk kunnen zijn? En toch, ik neem graag aan dat de meesten daar anders over denken en als toekomstbeeld voor Gent is het ook niet aan de orde. Anderzijds blijft de vraag legitiem: vul je 6 hectare in met 300 woningen-metprivaat-tuintje of met één torengebouw in een zee van openbaar groen?

Pro en contra

De kritiek op hoogbouw is genoegzaam bekend: grote woonblokken beschadigen op allerlei manieren het stadsweefsel, ze zorgen voor slagschaduw en sociale problemen worden er in de hand gewerkt en zelfs versterkt. Bovendien zijn torens veel duurder en energieintensiever in constructie en zijn de exploitatiekosten torenhoog. Ook op vlak van energieverbruik zou hoogbouw ondermaats scoren, beweren tegenstanders. Als ervaringsdeskundige kan ik één en ander enkel nuanceren. Het EPC van mijn appartement vermeldt een relatief lage waarde van 200 kwh, en ik laat trouwens maar dit jaar dubbel glas plaatsen. De doorlopende gemeen31


schappelijke kosten voor bijvoorbeeld elektriciteit en onderhoud voor de liften zijn bijna verwaarloosbaar: enkele tientallen euro’s per appartement per jaar. De wind kan soms stevig tekeer gaan op veertien hoog, maar dat vind ik eerder gezellig dan storend en geen stadstuintje kan op tegen het uitzicht vanop mijn balkon. Akkoord, ik vermoed dat er veel vereenzaming is in mijn gebouw, maar is die er niet evengoed in de verkaveling? Als alles goed gaat, zal tegen deze zomer de nieuwe Structuurvi-

sie – Ruimte voor Gent 2030 eindelijk volledig klaar zijn. Het staat vast dat er middelhoog- en hoogbouw bijkomt in Gent, maar een doorslagje van de Rabottorens wordt het zeker niet. Goede hoogbouw brengt herkenningspunten en structuur aan in de stad. Ze fungeert als baken en heeft de opdracht architecturaal een grote uitstraling te hebben: de kwaliteit is belangrijker dan de hoogte. De nieuwe stadswijk Oude Dokken begint vorm te krijgen: binnenkort verrijst al een eerste woontoren van 16 verdiepingen aan het Stapelplein. Hoe

hoog de gebouwen in de nieuwe wijk aan het Sint-Pietersstation worden en óf ze er komen is nog onduidelijk. Vanuit GMF en de buurt is er veel tegenstand, maar zelf twijfel ik: een toren van enkele tientallen meters hoog aan één van de grootste stations in één van de grootste steden van Vlaanderen, zou dat niet vanzelfsprekend moeten zijn? Wonen in hoogbouw, ecologisch en duurzaam of niet? Een éénduidig antwoord is er niet, het debat blijft open. Wat mezelf betreft: het zicht op de horizon is me veel waard!

foto: Ann Raes

De Goedinge in Afsnee

Goed nieuws! Na het succes aan de oostelijke kant van Gent is er nu ook een nieuwe zelfoogstboerderij in Zuid-west Gent. Vanaf voorjaar 2018 start Bioboerderij De Goedinge in Afsnee en dit volgens de principes van Community Supported Agriculture (CSA). Twee gepassioneerde biolandbouwers gaan samen aan de slag voor lekkers op jouw bord! Je kan er zelf je groenten komen plukken of je abonneren via een pakket. www.goedinge.be


33


Het groen achter de oren Afvalrace

I Tekst en foto: Lisa Marechal

34

Frontaal // lente 2018

n november 2016 schoof ik mijn vooroordelen opzij en kocht een kaartje voor de Zesdaagse. Voor die van 2017 dan. Zo gaat dat blijkbaar met de zesdaagse. De kaartenverkoop begint vlak na de vorige editie. Je hebt dan nog geen idee voor welke renners je zal supporteren of voor welke ploeg ze zullen rijden. Evengoed wordt ‘t Kuipke tegen die tijd gebruikt als noodopvang voor klimaatvluchtelingen of is rondjes fietsen moreel onverantwoord geworden. Dus je tast in het duister, laat eenentwintig euro van je rekening glijden en hoopt dat het spannend wordt op de avond waarvoor je een kaartje kocht. Ik verwachtte me aan indrukwekkende sportprestaties en ondraaglijke muziek. Ik dacht ook aan elkaar ondersteunende zatlappen die al zingend en dansend hun lauwe pinten in mijn decolleté zouden leegkappen omdat ze het tempo van hun vrienden niet aankunnen, waardoor ik net de finish van spannendste race van de avond zou missen. Mijn verwachtingen werden ruimschoots overtroffen: in de pauze zongen twee verlopen sterren een karaokemedley van Nederlandstalige popsongs. Ze werden daarbij ondersteund door een overwegend mannelijk achtergrondkoor dat het hele middenplein besloeg. Ik wist van plaatsvervangende schaamte niet waar kijken en hield de lippen stijf op elkaar. Niemand hoorde te vermoeden dat ook ik de tekst volledig had kunnen meebrullen, moest ik gewild hebben. Toch was niet schaamte maar

teleurstelling het gevoel dat bij mij de bovenhand kreeg. Over afvalpreventie hebben ze bij Lotto precies nog nooit nagedacht. Je kon enkel junkfood eten en voor iets vegetarisch was het zoeken naar een speld in een hooiberg. Dat alles kwam met heel veel wegwerpplastic. Het middenplein lag bezaaid met bekers. Ik voelde me zo teruggekatapulteerd naar een festivalwei in de jaren negentig, maar dan zonder de sfeer. En met muzak. Tussen de ontgoochelende eetstalletjes kreeg ik het ook nog eens aan de stok met een man die geld inzamelde voor een MUG-heli. Zo’n ding wordt gebruikt als ziekenwagen voor mensen die te ver van een ziekenhuis zijn gaan wonen. Ik vroeg me luidop af of ze het dan niet zelf gezocht hadden en of het redden van een mensenleven opweegt tegen de milieu-impact van zo’n helikopter. Hij vond mijn overpeinzingen immoreel. Ik keerde terug naar het middenplein. Ik ben benieuwd wie er dit jaar zal winnen, en of de organisatie woord houdt en werk maakt van een groenere Zesdaagse. Ze mogen me altijd een ticket sturen. Dan veeg ik mijn vooroordelen opnieuw onder de mat en schrijf met veel plezier iets over bier in herbruikbare bekers en lekker eten op eetbare borden. Zitten er ook wat drankbonnen in de envelop, dan ben ik zelfs bereid te zwijgen over het niveau van het volksvermaak. Deal?

.


De vrijwilliger Als één van de nalezers zorgt Sanne Jans ervoor dat de artikelen van Frontaal foutloos naar de drukker kunnen. ‘Als ik mijn werk goed gedaan heb, ben ik onzichtbaar,’ zegt ze daarover. Hoog tijd dus om haar toch even in de schijnwerpers te plaatsen. Tekst: Karel Lauwers

Hoe ben je op de redactie van Frontaal verzeild geraakt? Ik had contact opgenomen met het GMF met de vraag: wat zoeken jullie? Toevallig had ik net de eindredacteur van Frontaal tegenover me, die me wist te melden dat ze eigenlijk wel naar een nalezer op zoek waren. Ik dacht: graag!

Je komt ook professioneel aan de bak als eindredacteur Inderdaad, ik lees manuscripten na bij uitgeverijen. Als germanist ben ik ooit naar Amsterdam verhuisd om een master redacteur/ editor te volgen. Daar leer je bijvoorbeeld ook met auteurs omgaan en hen begeleiden bij het schrijfproces.

Als je beroepsmatig constant met je hoofd tussen de letters zit, wil je dan niet eens

iets ander doen als vrijwilliger? Nee, ik doe het gewoon heel graag! Lezen en nalezen zijn echt een passie. Ik ben een professionele mierenneuker. Maar ik kan nog met veel plezier slechte boeken lezen hoor. Als redacteur erger ik me dan, maar als lezer denk ik: spannend!

Kan taal de wereld redden? Zeker. Taal op zich misschien niet, maar communicatie wel. En daarvoor heb je natuurlijk goeie taal nodig. Je moet altijd in dialoog blijven gaan.

Schrijf je zelf ook stukjes? Ik heb geen nood aan schrijven voor Frontaal, schrijven kost me veel moeite, in tegenstelling tot redigeren.

Nog tijd voor iets anders? Ik naai mijn meeste kleren

Naam: Sanne Jans Hoe lang bij GMF: 3 jaar

zelf sinds ik 19 ben. En ik probeer graag compleet nieuwe dingen uit. Ik doe momenteel boogschieten en een lessenreeks sterrenkunde. De cursus meteorologie heb ik reeds achter de rug.

Respecteren de tekstleveranciers van Frontaal de deadlines? Daar hoef ik me gelukkig niets van aan te trekken. (lacht.) Ik moet de auteurs niet achter de veren te zitten, daar zorgen Gwen en Adelheid voor.

Bestaan er ‘bekende’ eindredacteurs? Er zijn niet echt namen waar naar opgekeken wordt, wij werken vaak onzichtbaar. Ik vergelijk ons werk soms met podiumtechniekers. Als je een goed theaterstuk gezien hebt, zal je vooral denken aan de goede acteurs of regie, maar niet aan de lichttechnicus. Pas als de dingen fout lopen, ben je je bewust van de technicus.

Vrijwilliger bij GMF worden: laat het ons weten via iris@gentsmilieufront.be

35


Samen sterk Gent Zonnestad is een campagne van Energent voor de groepsaankoop van zonnepanelen, in samenwerking met o.a. GMF en Natuurpunt. Onder het motto “laten we zelf onze lokale, groene energiecentrale bouwen” wil Energent de Gentenaars overtuigen om zich massaal in te zetten bij de campagne. De zon moet schijnen voor iedereen. En als we tegen 2050 klimaatneutraal willen worden, is er werk aan de winkel... Tekst & foto: Bart Remmerie

Het principe

De zonnecampagne is gebaseerd op een groepsaankoop met vooraf bepaalde prijzen. Wie zich aanmeldt kan daardoor een paar weken later al kwalitatieve (lees: met hoge eco- en sociale scores) zonnepanelen op zijn of haar dak hebben aan een zeer gunstige prijs. Energent selecteerde hiervoor een lokale aannemer (Linea Trovata) op basis van strenge criteria.

Energent

EnerGent cvba is een Gentse coöperatieve vennootschap die momenteel 729 burgers (coӧperanten) verenigt in hun streven naar een duurzame en klimaatneutrale samenleving; ze trekt daarvoor de nodige financiële middelen aan om te investeren in hernieuwbare energieprojecten.

De zonnepanelen

Energent werkt met panelen van TrinaSolar, een marktleider die bij de beste scoort qua duurzaamheid, financiële stabiliteit en robuustheid, en met Panasonic voor de hoogrendementspanelen. Je krijgt 25 jaar garantie op (80% van de maximale productie van) voor de 36

Frontaal // lente 2018

panelen en 10 jaar op de omvormer. Een paneel is 1 x 1,65m groot.

Kosten

Afhankelijk van het paneeltype varieert de opbrengst tussen 270 en 330 Wp/ paneel. Dat betekent dat je met een twaalftal panelen (kost een goede 4000 EUR) al een rendement kan halen tot ca. 3000 kWh, wat volstaat voor een gemiddeld (energie-bewust) gezin. De installatie betaalt zich terug in een periode van zeven tot twaalf jaar.

Hoe?

Via de website (zie beneden) kan je je interesse opgeven, waarna je gecontacteerd wordt door Energent voor een evaluatie (bvb. ligging en grootte dak, mogelijk rendement) en om je te begeleiden in de mogelijke keuzes (merken, paneeltypes, etc.). Als je interesse hebt, kan vervolgens – geheel vrijblijvend – een offerte opgemaakt worden op basis van een huisbezoek door de aannemer.

Enkel voor eigenaars?

Als huurder is het minder evident om zelf te investeren in zonnepanelen op een huurhuis. De verhuurder heeft

evenmin belang om zelf te investeren omdat enkel de huurder van de baten geniet. Met de campagne Gent Zonnestad wil Energent helpen om de drempels weg te nemen, zodat investeringen en baten eerlijk verdeeld worden tussen huurders en verhuurders. Ze doet dat via berekeningen, contractvoorstellen en juridische steun. Ook voor de specifieke omstandigheden van appartementsbewoners is advies voorzien. Energent is ook actief op zoek naar grote daken van socio-culturele verenigingen, sport- en jeugdverenigingen, horeca en andere bedrijven. Een mogelijke samenwerking kan op verschillende manieren. Ofwel investeert de gebruiker-eigenaar zelf in de zonneinstallatie. In dit geval helpt Energent in onderzoeken rond de technisch-financiële haalbaarheid van de installatie, alsook in het ontwerp ervan. Ofwel investeert Energent zelf in de installatie waarbij het gebruik van de stroom via een wederzijdse overeenkomst wordt geregeld.

.


Je bent niet alleen! Wie ging je al vooraf? Sinds de start van de campagne sloten al heel wat gezinnen zich aan. Toch is het potentieel in onze stad nog zeer groot. De reacties van de Gentenaars die al meededen, zijn uiterst positief; hieronder geven we getuigenissen van de eerste klanten.

Leen en Bart

Al jaren overwogen we om in zonnepanelen te investeren. De bereidwilligheid van de meeste aannemers om zonnepanelen te plaatsen aan de niet-straatkant van een hoog rijhuis was echter -euh- “beperkt”. Omdat we al bij Ecopower elektriciteit aan kochten, was bij ons de sense of urgency ook niet hoog. We waren dan ook blij dat de samenwerking met Energent en Linea Trovata ons plots wel de mogelijkheid gaf zonnepanelen te installeren. Een

zeer goede samenwerking trouwens: nooit eerder zo’n vlotte samenwerking met een aannemer gehad. Met dank aan Jeroen (Energent) voor de uitgebreide informatie en de perfecte begeleiding, en aan Bram (Linea Trovata) voor de vlotte interacties en installatie. En Ecopower? Zij mogen de vrijgekomen windenergiecapaciteit aan een nieuw gezin geven. Win-win-win dus. Slechts één nadeel: het opvolgen van je geproduceerde energie via de gratis app is een beetje verslavend .

Sabine

We hebben enkele jaren lang ons huis van boven tot onder verbouwd. Zonnepanelen plaatsen was iets wat op ons verlanglijstje stond maar waarvan we dachten dat we het niet meer konden betalen, dus lieten we het zo. Toevallig hoorden we van Gent Zonnestad via vrienden. Zij waren laaiend enthousiast omwille van de scherpe prijs en de service. We namen contact op en vanaf het begin werden we uitstekend en zeer professioneel geïnformeerd. Vanaf het moment dat we beslisten om de zonnepanelen te laten plaatsen, zijn we op geen enkele manier ontgoocheld geworden. We kregen een duidelijke offerte en een persoonlijk dossier met informatie over ons verbruik, de verwachte terugverdientijd enz. Het is een echte aanrader voor elke Gentenaar met een huis op de juiste oriëntatie.

Interesse? www.zonnestad.gent

Kom naar één van onze infoavonden www.gentsmilieufront.be/kalender

Zelf een infoavond hosten? Contacteer ons op iris@gentsmilieufront.be 37


De Koer / Om Zeep Creatie- & ontmoetingsplek in hartje Brugse Poort

In Frontaal krijgt een Gentse vereniging of initiatief met een sociaal-ecologisch doel ruimte om zich voor te stellen of een oproep te doen. Ditmaal stellen we De Koer en hun project Om Zeep aan je voor. Tekst en foto’s: De Koer

Z

aal de Meibloem, een omvangrijke site in de Brugse Poort, kreeg in 2016 een nieuwe naam en invulling: de Koer. De komende jaren wordt dit binnengebied op een open en participatieve manier uitgebouwd tot een stimulerende creatie- en ontmoetingsplek.

De Koer is een plek in volle ontwikkeling; een beweeglijk speelveld voor vele projecten en initiatieven. Zo leidde een artistieke residentie tot de aanleg van een zeeptuin. In het verlengde hiervan ontstond het collectief Om Zeep, dat werkt aan het duurzaam onderhoud van de Koer. Planten uit de zeeptuin van de Koer zijn de grondstoffen voor eigen zepen. Een hoog natuurlijk zeepgehalte (saponine) in bepaalde planten zorgt er immers voor dat we ze kunnen verwerken tot natuurlijke reinigers. Ook restproducten uit de keuken en de bakoven worden ingezet in de zeepproductie. We experimenteren met historische recepten en komen zo tot een eigen gamma onderhoudsproducten, transparant en

natuurlijk. Naast het experimenteren met zepen onderzoeken we wat het betekent om De Koer te onderhouden. Welke opvattingen delen we over onderhoud? Welke methodes gebruiken we? Welke gebruiken blijven relevant? Een schijnbaar banaal product als zeep is zo het vertrekpunt voor een breder kijken naar praktijken die mensen ontwikkelen in hun dagelijkse omgang en zorg voor de dingen.

.

Meer info www.dekoer.be/omzeep omzeep@dekoer.be


A C T I V I T E I T E N Meer info over de activiteiten en de meest recente lijst op www.gentsmilieufront.be/kalender

Doe mee Fietsapplaus op de Nationale Applausdag 21.03.2018. Voor de 3e keer doet GMF mee aan de Nationale Applausdag voor Fietsers, een initiatief van de Fietsersbond. Om de eerste dag van de lente te vieren, om fietsers te feliciteren, om fietsers te bedanken, om fietsers aan te moedigen maar ook om beleidsmakers te tonen dat veilige fietsinfrastructuur werkt! We zorgen voor koffie en ontbijtkoeken, jij voor je goed humeur en enthousiaste klaphanden! Tot dan?! Wanneer? Woensdag 21 maart, 7.30u8.30u Locatie? Aan de brug van het Keizerspark, Visserij Inschrijven? Graag een e-mailtje naar stijn@gentsmilieufront.be

Docu: Plannen voor Plaats 21.03.2018. Nic Balthazar en Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck nemen ons mee op een tocht langs Vlaamse wegen, dorpen en steden, op zoek naar vernieuwende ruimtelijke projecten en frisse ideeën over de inrichting van onze leefomgeving. Met een inleiding van architect Pieter Verstraete en ruimte voor nabespreking tussen pot en pint. Meer op pagina 40.

Knip-nick ter ere van 1 jaar Circulatieplan! 02.04.2018. Begin april 2018 viert het Circulatieplan zijn 1ste verjaardag. GMF wil samen met Fietsersbond en JNM deze verjaardag niet ongemerkt laten voorbijgaan. Het Circulatieplan kan zeker nog verbe-

teren, maar zorgt alleszins voor minder auto’s in het centrum en verhoogt zo de veiligheid voor alle weggebruikers. Dat willen we vieren! Breng daarom jouw picknick mee en kom samen met GMF ‘knip-nicken’. Wanneer? Maandag 2 april, 12u-15u Locatie? Op de knip aan de Ottogracht, en Sint-Jacobs bij uitbreiding

Repair Café in de Pastorij SintAmandsberg 14.04.2018. Is je mixer defect? Zit er een gat in je lievelingstrui? Kraakt je fiets nogal onheilspellend? Is je harddisk gecrasht? We herstellen fietsen, kleine electro, textiel, computers, tablets en smartphones. Met een drankje en stukje taart erbij leer je ondertussen hoe je de volgende keer zelf kan herstellen. Een organisatie van Uitleendienst Pastory ism SIVI vzw, Gents Milieufront en Dienst Ontmoeten en Verbinden Wanneer? Zaterdag 14 april, 14u-17u Locatie? Pastorij Sint-Amandsberg, Louis Schuermanstraat 1 / Heilig-Hartplein 1 9040 Sint-Amandsberg Prijs? Vrije bijdrage

5e Gentsche GMF milieuquiz 20.04.2018. We geven er dit jaar voor de 5e keer een lap op! Kom je quiz-hartje ophalen met onze ludieke en soms ook moeilijke vragen. En natuurlijk ook gewoon veel ambiance, pinten en fruitsapjes pakken en toffe prijzen! Wanneer? Vrijdag 20 april, 19u: deuren 19.30u: Start quiz

Locatie? Theaterzaal Dienstencentrum Ledeberg, Ledebergplein 30, 9000 Gent Inschrijven? Graag online. Prijs? €20 per groep van 4 deelnemers

Repair Café Textiel op het Fair Fashion Fest 29.04.2018. Op 29 april 2018 wordt het MIAT opnieuw omgetoverd tot ‘the place to be’ voor alles wat met eerlijke mode te maken heeft. Geniet van een dag boordevol workshops, boeiende infosessies en handig advies over eerlijke kledij. Je kunt er ook je kapotte kledij laten herstellen tijdens het Repair Café Textiel van het Gents Milieufront. Wanneer? Zondag 29 april, 14u – 17u Locatie? MIAT – Minnemeers 10 – 9000 Gent Prijs? Vrije bijdrage

Gent aan Zee 06.05.2018 Breng ons op zondag een bezoekje op Gent aan zee, een interactief klimaatevent voor jong en oud in de tuin en het muziekcentrum van de Bijloke. Je snuistert er tussen tal van lokale initiatieven die van Gent een slimme stad maken. Wie of wat maakt Gent vandaag en morgen duurzaam? Laat je inspireren, babbel mee of steek de handen uit de mouwen. Nieuwe ideeën… kunnen uitgroeien tot de oplossingen van morgen! Je kan er ook geweldig eten, drinken en genieten van de sfeer. Jij komt toch ook? Wanneer? Zondag 6 mei, 14u – 20u Locatie? Bijloke, Gent

39


Frontaal

DRIEMAANDELIJKS MAGAZINE VAN HET GENTS MILIEUFRONT – JAARGANG 21 – 1steTRIMESTER 2018 V.U.: Sam Van den plas, Maria Hendrikplein 5/201, 9000 Gent – Erkenningsnummer: p806132 – Afgiftekantoor: 9000 Gent 1

Docu Plannen voor Plaats 21.03.2018

Repair Café Textiel op het Fair Fashion Fest 29.04.2018

Nic Balthazar en Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck nemen ons mee op een tocht langs Vlaamse wegen, dorpen en steden, op zoek naar vernieuwende ruimtelijke projecten en frisse ideeën over de inrichting van onze leefomgeving. Want hoe vertrouwd of waardevol die Vlaamse (stads)landschappen ook ogen, de pijnpunten zijn ons evenzeer bekend: door de verkavelingswoede en de oprukkende lintbebouwing worden groen en open ruimte alsmaar schaarser, we rijden ons vast in de file en er zijn problemen met de waterhuishouding. Met een inleiding van architect Pieter Verstraete en ruimte voor nabespreking tussen pot en pint.

Op 29 april 2018 wordt het MIAT opnieuw omgetoverd tot ‘the place to be’ voor alles wat met eerlijke mode te maken heeft. Geniet van een dag boordevol workshops, boeiende infosessies en handig advies over eerlijke kledij. Je kunt er ook je kapotte kledij laten herstellen tijdens het Repair Café Textiel van het Gents Milieufront. Van 14u tot 17u nemen onze textielherstellers je gescheurde broek of uitgerafelde trui met plezier onder handen.

Wanneer? Woensdag 21 maart, deuren 20u Locatie? Vredeshuis, Sint-Margrietstraat 9, 9000 Gent Inschrijven? Graag online.

Wanneer? Zondag 29 april, 14u – 17u Locatie? MIAT – Minnemeers 10 – 9000 Gent Vrije bijdrage

Profile for Gents MilieuFront

Frontaal lente 2018  

Frontaal lente 2018  

Advertisement