__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Verbinding en inhoudelijke verdieping van bouwstenen voor ‘Gezonde Verstedelijking’ Ministerie van Infrastructuur en Milieu i.s.m. .FABRIC

ve rst ed GE el ZO ijk ND in E g


Deelnemers [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Marcel Brok ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Lisanne Kusters ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Jan Kuperus ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Maarten Piek ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Jan Hendrik Dronkers ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ Maaike de Beer ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ Mieke Span ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ Michiel Ruis ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Frank den Hertog ]

[ / ] [ Alexandra van Trigt ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ David Dik ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Petrouschka Werther ]

[ Peter Torbijn ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Marieke Francke ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Emmy Meijers ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Gert Eshuis ] [ Taede Tillema ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Goriska van Cooten ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Thea Helmerhorst ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Julian Starink ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Peter de Leeuw ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ Elien Wierenga ]

[ / ] [ / ] [ Hans ten Hoeve ] [ / ]

[ Michiel van Dongen ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Christiaan Wallet ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ Joost Buntsma ]

[ Michelle Hendriks ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Jacqueline Lame ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Maarten van der Vlist ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Lonneke van Rees ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ Daniel de Groot ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Jean-Marie Stam ]

[ / ] [ Mark van de Ven ] [ / ]

[ Liset Verschoore ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ Dick van Lith ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ Wim Spaans ]

[ / ] [ / ] [ Annette Augustijn ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Eric Marteijn ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ Bianca Janssen ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ Rene Vrugt ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Frank Burmeister ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Koen de Snoo ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ Henk Ovink ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ Wino Aarnink ]

[ / ] [ / ] [ Toine Langeveld ]

[ / ] [ / ] [ Marjan van Giezen ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ Pauline van den Broeke ]

[ Henk Merkus ] [ Jos Voeten ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Eras Wijkhuizen ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Jan Bert Dijkstra ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ Atsert Walsweer ]

[ / ] [ Peter Torbijn ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Marike Nijveld ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Sascha Hoogendoorn-Lanser ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ Hans Leeflang ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Ilonka Schouten ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Leendert van Bree ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Brenda Vervoorn ]

[ Pepijn Koops ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Marianne Donker ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Onno van Sandick ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ Christophe Mattousch ]

[ / ] [ Dick Bres ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Hans van Oers ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Ries van der Wouden ]


Inhoudsopgave 7 Voorwoord 9 Inleiding 11 Wat betekent Gezonde Verstedelijking?

28 Regio Stad Straat 29 De Healthy City Cube 30 Drie Persectieven

5

37 Hoe kan IenM bijdragen aan Gezonde Verstedelijking? 55 Gezonde Verstedelijking voor iedereen


6


Voorwoord knooppunten als centrum, en kindvriendelijke leefomgevingen. Maar ook samenwerking met andere overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven en burgers.

Onder aanvoering van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is in de zomer van 2012 een verkenning naar Gezonde Verstedelijking gestart. De Bestuursraad van IenM benoemde Gezonde Verstedelijking als één van de verbindende thema’s binnen het Ministerie. Gezonde Verstedelijking is een thema waarbij samenwerking essentieel is. Samenwerking tussen de verschillende directies: denk aan de verbinding tussen groen en water: waterberging, hittestress, infectieziektes verspreid door de tijgermug, tussen mobiliteit en ruimte: gezonde mobiliteit, meer bewegen door een optimale wisselwerking tussen lopen, fietsen, ov en minder auto’s, de relatie met geluidsoverlast en obesitas,

Door op zoek te gaan naar optimale verbindingen, integraal, door alle sectoren en schaalniveaus heen, daagt het thema uit om vernieuwend en innovatief te zijn. Dit magazine bevat niet de IenM visie op Gezonde Verstedelijking of hét IenM beleid. In het magazine staan de bevindingen van de werkbezoeken aan Dordrecht, Eindhoven en Almere, en de opbrengsten uit de workshops, ontbijtsessies en expertmeetings rondom het thema Gezonde Verstedelijking. In totaal hebben

7


bijna 1000 mensen (uiteenlopend van rijksambtenaren en wethouders tot maatschappelijke organisaties, bedrijven, wetenschappers, ontwerpers en burgers) aan de inhoud een bijdrage geleverd in de vorm van inzichten, adviezen, discussies, meningen, foto’s, tekeningen, beelden etc. Dank aan iedereen die heeft bijdragen aan dit magazine voor de beelden, kennis en verhalen.

8


Inleiding en ondernemerschap van burgers? De verkregen inzichten zijn mede tot stand gekomen door “op ooghoogte” te kijken en luisteren naar initiatieven en drijfveren van mensen. We zijn het land ingegaan op werkexcursies in de steden Eindhoven, Dordrecht, en Almere, hebben mensen bevraagd middels enquêtes en er is gedebatteerd tijdens burgerpanels, ontbijtsessies, diners pensant, en workshops met experts.

De wereld verstedelijkt in rap tempo. Over 40 jaar zal wereldwijd meer dan 75% van de mensen in de stad wonen. Ook in Nederland zet de verstedelijking door. Dorpen worden opgeslokt door de stad en de open ruimten tussen steden raakt meer en meer bebouwd. Hoe kun je ervoor zorgen dat een stad toch leefbaar, bereikbaar en veilig blijft? Die vraag stelde het Ministerie van Infrastructuur en Milieu aan burgers, overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijven om het DNA van een ‘gezonde stad’ bloot te leggen. Welk effect hebben het ruimtelijke ontwerp, het water, het klimaat en het verkeer hierop? Welke acties stimuleren om duurzaam te groeien? En hoe kunnen we ruimte geven aan initiatief

– Goriska van Cooten, Elien Wieringa, Marieke Francke, Eric Frijters, Olv Klijn, Bas Driessen, Ivo de Jeu, Jan Loerakker

9


10


Wat betekent Gezonde Verstedelijking? Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu zet in op leefbaarheid en bereikbaarheid, met een vlotte doorstroming in een goed ingerichte, schone en veilige omgeving: ‘veilig, leefbaar en bereikbaar’.

11


Ruimte voor de rivier, Nijmegen In het kader van het Deltaprogramma benut de gemeente Nijmegen samen met Rijkswaterstaat een dijkverlegging van de Waal van 350 meter landinwaarts aan om midden in de stad een rivierpark te realiseren op een nieuw te vormen eiland door de aanleg van een nevengeul met ruimte voor natuur, water, wonen, recreatie en cultuur. Aan de Waalzijde van de dijk kunnen de meeste huizen op het eiland behouden blijven, in het binnendijkse gebied zal de gemeente middels de zogeheten Waalsprong flink wat stadsuitbreiding kunnen realiseren. De dijkverlegging zorgt voor een waterstanddaling van de Waal van Nijmegen tot aan de Pannerdensche Kop, in extreme omstandigheden wordt een waterstanddaling bereikt van zo’n 35 centimeter. Naast de technische oplossing is er door de stadsuitbreiding ook aan een ruimtelijke vraag voldaan en is er een flinke kwaliteitssprong gemaakt door Nijmegen weer aan de Waal te situeren.

12

“Gezondheid niet als enige nastreven, wel gezondheidsdeskundigen mee om de tafel vragen als perspectief in een project. Dan krijg je win-winsituaties voor bv RO, economische ontwikkelingen, aantrekkelijkheid van een stad, mobiliteit en gezondheid.” — Marianne Donker, VWS

Impressie Ruimte voor de rivier, Nijmegen. bron: ruimtevoorderivier.nl

Doorsnede huidige en nieuwe situatie, Nijmegen. bron: ruimtevoorderivier.nl

(Wat)


(Wat)

Meekoppelkansen

Bronnen: Diner Pensant / IenM / Experts Workshops

Gezonde Verstedelijking vormt een vast onderdeel van de integrale doelstelling veiligheid - leefbaarheid - bereikbaarheid. In de afweging tussen varianten verdienen oplossingen die meekoppelkansen bieden de voorkeur: oplossingen die door slimme combinaties meerdere doelen mogelijk maken en zoveel mogelijk agenda’s verbinden met perspectief op de toekomst. Steden worden regelmatig aangemerkt als de motor van de Nederlandse economie. Als dat zo is dan is het omliggende landschap met de daarin gesitueerde land- en mijnbouw, industrie en recreatievoorzieningen de daarbij horende carrosserie. Goede kwaliteit van de leefomgeving is een basisvoorwaarde voor goed functionerende steden en een aantrekkelijk investeringsklimaat. Tegelijk hebben de meeste ecologische opgaven een stedelijke herkomst. Het wordt duidelijk dat verstedelijkingsvraagstukken in toenemende mate vragen om een integrale benadering.

De keuze voor een specifieke ingreep staat meestal niet op zichzelf. Als we duurzame antwoorden willen formuleren dan zullen we in onze selectie van mogelijke oplossingen vooral alert moeten zijn op oplossingen die agenda’s met elkaar verbinden. Verstedelijking kan niet langer vanuit een louter verkeerskundige, of enkel vanuit een economische argumentatie worden aangevlogen. Het zoeken naar integrale oplossingen levert vaak verrassende mogelijkheden op. Durf buiten de gebaande dossiers te denken, dat levert werkelijk nieuwe oplossingen op. Met het oog op waterveiligheid kan een dijkverzwaring een goede

13

oplossing zijn voor de zwakke schakels in de Nederlandse kustverdediging. Maar de ruimtelijke kwaliteit van een gebied is daarmee weinig geholpen. Veelal worden scenario’s voor kustveiligheid beoordeeld en vergeleken op kosten. De beste oplossing is vaak de goedkoopste (korte termijn) en niet noodzakelijk de oplossing die uiteindelijk de meeste waarde creëert per geïnvesteerde euro (lange termijn). Het is immers niet uitgesloten dat een integrale oplossing van kustveiligheid en ruimtelijke kwaliteit niet het economisch perspectief oplevert dat op de lange termijn zelfs geld genereert.


(Wat)

Floriade 2022, Almere. foto: MVRDV

Cisco naar Eindhoven Professor Design Theory of Intelligent Systems aan de TU/e Caroline Hummels over de motivatie van de Amerikaanse technologiegigant Cisco Systems om een vestiging in Eindhoven te openen: “[Omdat er in Eindhoven] een sociaal construct is tussen alle stakeholders die allemaal met elkaar willen samenwerken en allemaal voor een betere stad willen staan en [voor] een leefbare stad en een gezonde stad willen gaan. En dat vonden ze [bij Cisco] uniek in de hele wereld.�

Floriade 2022, Almere In een samenwerking tussen de provincie Flevoland, de gemeente Almere en andere stakeholders wordt de tuinbouwtentoonstelling van 2022 naar een ontwerp van bureau MVRDV aangegrepen om een blijvend groen stadsdeel met unieke kwaliteiten te realiseren tegenover het centrum van Almere.

14


(Wat)

Onderscheidende Kwaliteiten

Bronnen: Diner Pensant / Frank van Oort, Universiteit van Utrecht / IenM Experts / Overleg infrastructuur en milieu / Ontbijtsessie 2 / Pieter de Greef, Gemeente Rotterdam / Werkexcursie Eindhoven / Workshops

Gezonde Verstedelijking vraagt om gezonde concurrentie: de ambitie om onderscheidend te zijn en op zoek te gaan naar specifieke complementaire krachten van plekken, projecten en programma’s op alle schaalniveaus. Creëer unieke plekken en ontwikkelingen die elkaar aanvullen en versterken. Gezonde Verstedelijking is naast ecologisch duurzaam ook toekomstbestendig. Het is niet strijdig met een sterke en duurzame economie, maar biedt juist kansen en zorgt voor crisisbestendigheid, nu en op de lange termijn. Gezonde Verstedelijking zorgt ervoor dat Nederland als geheel en de regio’s op zich internationaal kunnen concurreren. Voldoende kennis en vaardigheden zijn essentieel voor de economie van de gezonde stad: zorg daarom voor investeringen en onderwijsmogelijkheden die de noodzakelijke vernieuwing, innovatie en creativiteit waarborgen. Dat bevestigt ook professor Caroline Hummels van de Technische Universiteit Eindhoven. Zij is er trots op dat Eindhoven zich onderscheidt op het gebied van design en het samenbren-

gen van sociale en economische stakeholders. Onlangs koos het Amerikaanse bedrijf Cisco voor vestiging in deze regio; niet enkel omdat de regio hightech topsectoren huisvest, maar ook omdat de regio is ontwikkeld door een sociaal construct van partijen van verschillende kwaliteiten die gezamenlijk een topklimaat creëren. De Floriade van 2022 in Almere is een ander voorbeeld. Het evenement wordt ingezet om onderscheidende stedelijke ontwikkeling te produceren. Gelegen aan en in het Weerwater vormt het Floriade-terrein een schakel tussen de verschillende stadsdelen van Almere. Waar eerst de wereldtuinbouwtentoonstelling van 2022 een podium zal vinden, zal het Floriade-terrein vervol-

15

gens bijdragen aan een groener, productiever, schoner en gezonder Almere. De investeringen in ruimtelijke kwaliteit die in verband met de wereldtuinbouwtentoonstelling worden gedaan, blijven na de Floriade behouden voor de stad en het stadsdeel Weerwater. Deze enorme kwaliteitsimpuls van ‘unieke blijvende onderdelen’ tegenover het centrum van Almere vormen samen een prototypische Green City. Durf te kiezen om onderscheidend te zijn en ga voor kwaliteit om middelmaat te voorkomen. Als dit gedaan wordt door middel van complementariteit kunnen unieke plekken en ontwikkelingen elkaar prima aanvullen en versterken.


De bierboot in de binnenstad van Utrecht. bron: velomondial

Pakketjes bestellen met de fiets in een Franse binnenstad. bron: dangel.fr

Centraal Station Breda, Koen van Velsen Het nieuwe station van Breda is een goed voorbeeld van een nieuwe generatie stationsgebouwen waarin reizen, wonen, werken en winkelen zijn geïntegreerd. Het project is daarmee veel méér dan een station. Het is niet alleen comfortabele opstapplaats maar het brengt ook mensen bij elkaar en is het vliegwiel voor de transformatie van de Bredase spoorzone. Een gebied van ongeveer 100 hectare, pal naast de Bredase binnenstad.

Ketenbenadering van het stedelijk goederenvervoer Om stadscentra bereikbaar te houden is een ketenbenadering van het stedelijk goederenvervoer noodzakelijk. De inzet van kleine bestelbusjes in steden moet hierbij ook geoptimaliseerd worden, dit zijn namelijk de grootste in aantal (en dit aantal neemt verder toe door de groei van het aantal online aankopen), zorgen voor veel oponthoud en zijn verantwoordelijk voor het leeuwendeel van de luchtvervuiling in de stad. Bij iedere schakel in de keten wordt gekeken met welk vervoermiddel en op welk tijdstip de goederen het meest efficiënt naar hun bestemming vervoerd kunnen worden door ‘bewuste bevoorrading’ toe te passen en alternatieve transportmiddelen in te zetten zoals bijvoorbeeld een cargohopper: een soort elektrisch golfkarretje dat met 20 km/u een bereik heeft van 60 km per dag en met drie trailers 3 ton goederen kan vervoeren. Eén cargohopper kan het werk doen van 5 tot 8 reguliere bestelbusjes. Een andere manier van binnenstedelijk goederenvervoer is de inzet van bestelboten zoals de Utrechtse ‘bierboot’ die de horeca in de binnenstad van Utrecht bevoorraadt. Verder is het ook mogelijk om pakketjes te bestellen middels (elektrische) fietsen met aanhanger. Deze zijn ook te huur bij IKEA, erg handig in studentensteden.

16

Station Centraal - Over het samenbinden van station en stad

“Hoe groter het aandeel van langzaam verkeer en openbaar vervoer, hoe gunstiger de score van verkeer in de berekening van de ecologische footprint van stedelijke regio’s [...] Het bebouwen van spoorzones is meer dan stedelijke verdichting: het gaat om het creëren van bruisende knooppunten, stukken stad waar mensen graag wonen, werken en ontspannen, met het comfort van een optimale mobiliteit.” —Ton Venhoeven in Station Centraal (Uitgeverij 010, 2010)

Impressie nieuw Centraal Station Breda. foto: Koen van Velsen

(Wat)


(Wat)

Knooppunt is Centrum

Bronnen: Diner Pensant / IenM Experts / Marcel Westerman, MARCEL / Ontbijtsessie 1 / Ontbijtsessie 2 / Overleg infrastructuur en milieu / Peter Colon, Buck Consultants International / Workshops

Gezonde Verstedelijking vraagt om goede en voor iedereen bereikbare voorzieningen (zorg, werk, recreatie): Door slimme verknoping van vervoerssystemen en het concentreren van ontwikkeling rond multimodale knooppunten van vervoer, horeca, detailhandel en internet ontstaan plekken die niet alleen goed functioneren als multimodaal overstappunt maar ook als bereikbaar reisdoel en als verblijfplaats. Behouden en versterken van bereikbaarheid van A naar B blijft de kern van de mobiliteitsopgave. Daarbinnen neemt ook het belang van verbindingen tussen verschillende vervoerswijzen toe. Overstappen wordt steeds belangrijker. Van auto naar trein, naar bus, metro, taxi, fiets, te voet of omgekeerd mediëren knooppunten tussen verschillende modaliteiten van vervoer. De keuze om van het ene vervoermiddel over te stappen op een volgende hangt van meerdere zaken af. De vraag speelt of het gebruik van een bepaald vervoermiddel aantrekkelijk is door bijvoorbeeld gebrek aan congestie en calamiteiten, of simpelweg een goedkoop alternatief vormt. De ideale overstap heeft tenminste twee componenten. In de eerste plaats heeft die te maken met de mogelijkheden om op korte afstand van elkaar verschillende

verkeersstromen naadloos samen te laten komen in een zogenaamde ‘multimodale knoop’. Waarbij de mogelijkheid daar over te kunnen stappen op alternatieve vervoerswijzen de betrouwbaarheid van het hele vervoerssysteem verhoogt. Maar overstappen heeft ook te maken met de vraag of er voldoende stallingscapaciteit is om de verschillende vervoersmiddelen die tijdens het overstappen verruild worden (tijdelijk) te accommoderen. Hoe makkelijker dit kan, hoe robuuster een mobiliteitsnetwerk. Knooppunten ontwikkelen zich steeds meer van transitieplekken naar verblijfsplekken. Aan de randen van de stad kunnen mensen niet alleen hun auto parkeren op een transferium [om] met alternatief vervoer naar de binnenstad te gaan, hier is ook het overladen van groot transport mogelijk naar modaliteiten die passen bij de schaal van de stad. Door ook hier

17

aantrekkelijke faciliteiten aan te bieden, worden multimodale knooppunten aantrekkelijke vestigingslocaties. Gemiddeld verblijft een reiziger 7 minuten op een stationslocatie. Door meer frequent verbindingen aan te bieden wordt naar verwachting de verblijftijd langer. Dat is in het belang van de retail functies op de stationslocaties. Deze ontwikkeling toont dat er een natuurlijk proces gaande is, waarin knooppunten in mobiliteitsnetwerken evolueren in eindbestemmingen. Een bedrijf dat niet alleen goed bereikbaar is per auto maar ook voor langzaam verkeer en openbaar vervoer, heeft een groot concurrentievoordeel. Het bebouwen van spoorzones is meer dan stedelijke verdichting: het gaat om het creëren van bruisende knooppunten, stukken stad waar mensen graag wonen, werken en ontspannen, met het comfort van een optimale mobiliteit.


Herinrichting stationsomgeving Apeldoorn. foto: Daniel Nicolas

(Wat)

Herinrichting stationsomgeving, Apeldoorn In Apeldoorn zijn stad en station in elkaar geschoven. De restauratie van het station is aangegrepen om ook de openbare ruimte opnieuw in te richten. Een nieuwe ondergrondse fietsenstalling en een nieuwe onderdoorgang voor langzaam verkeer maken de overstap van openbaar vervoer naar langzaam verkeer gemakkelijker. Het nieuwe autovrije voorplein is niet alleen een schakel in het knooppunt van trein en bus, maar ook een schakel in de stad, tussen centrum en achterzijde.

De elektrisch fiets heeft een behoorlijke actieradius. bron: riddertweewielers

Elektrisch fietsen Met een elektrische fiets heeft men een behoorlijke actieradius en kan men ook heuvelop of met tegenwind de pedalen rondkrijgen. Het is hierdoor een reĂŤel alternatief voor het openbaar vervoer en de auto en zorgt zo dat mensen meer, vaker en langer aan lichaamsbeweging doen. Een ander bijkomend voordeel is dat er minder verkeer op de weg is, dat de doorstroming verbetert en dat er minder geluidsoverlast en luchtverontreiniging optreedt.

18


(Wat)

Actief Mobiliteitsbeleid

Bronnen: Anton van Hoorn, PBL / Burgerpanel Gezonde Verstedelijking / Diner Pensant / Enquête Gezonde Stad / Hanneke Kruize, RIVM / IenM Experts / Marcel Westerman, MARCEL / Michel Driessen, Driessenconsultancy / Ontbijtsessie 1 / Ontbijtsessie 2 / Overleg infrastructuur en milieu / Peter Colon, Buck Consultants International / Voorrang voor een gezonde stad / Workshops

Gezonde Verstedelijking vraagt om meer aandacht voor actieve en lokale mobiliteit: het slim (her)ontwikkelen van voorzieningen en functies in de stad en de stedelijke regio zodat iedereen zich makkelijk en actief naar en door de stad kan bewegen door een betere distributie van verkeersstromen en het stimuleren van openbaar vervoer, (elektrisch) fietsen en wandelen. Door de eeuwen heen zijn steeds verschillende vormen van mobiliteit geleidend geweest voor de ruimtelijke organisatie van onze steden. In een gezonde stad heerst een aantrekkelijk woonen werkklimaat dat uitnodigt tot duurzame vormen van bewegen zoals wandelen en fietsen op een veilige manier. Volgens verschillende maatschappelijke organisaties gaat actief bewegen eenzaamheid tegen, bevordert het zelfredzaamheid en leidt het zelfs tot minder vetzucht. De ruimtelijke organisatie van onze steden zal dus aangepast moeten worden om deze actieve mobiliteitsvormen te kunnen accommoderen en passieve mobiliteit te ontmoedigen. Door de mix van wonen, werken en recreëren in de eerste plaats slimmer te organiseren kan verder worden toegewerkt naar de loop-, of fietsbare stad.

Op een heel concreet niveau kan gezondheid worden bevorderd door bij de (her)inrichting van de fysieke omgeving gezond gedrag te stimuleren en ongezond gedrag af te remmen. Dit betekent inzet op een gezondere leefomgeving waarbij gezondheid als duurzame omgevingswaarde of ontwerpkwaliteit wordt beschouwd. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan het slim afbakenen van ruimten om in de openbare ruimte te kunnen verblijven, bewegen, sporten en spelen. Verder zijn veilige en robuuste fietsnetwerken van belang met voldoende stallingsmogelijkheden. Ook zijn veilige wandelroutes nodig vanaf de voordeur en moet het openbaar groen goed onderhouden worden. Verder zullen voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische vervoermiddelen als de e-bike, e-car en elektrisch openbaar vervoer alsmede schonere en emmissiearme

19

verbrandingsmotoren gefaciliteerd worden. Als mensen eerder, vaker en langer lopen en (elektrisch) fietsen zal dit ook de verkeersintensiteit op de wegen terugdringen. Op die manier kan ook geluid-, luchten stankoverlast (worden) verminderd.De elektrische fiets is bovendien een alternatief voor de auto en het openbaar vervoer binnen de stedelijke regio. Deze geeft mensen een behoorlijke actieradius en kan ook met harde wind en flinke hoogteverschillen prima gebruikt worden. Ook op de stedenbouwkundige schaal kan men ingrepen doen. Door de herinrichting van de verkeershiërarchie van straten met veilige fiets- en wandelpaden zullen bewoners wellicht eerder geneigd zijn om de kinderen met de fiets naar school te brengen en de auto te laten staan.


(Wat)

Diagram ‘Wat maakt een stad gezond?’ bron: Enquête Gezonde Stad, IenM

Diagram ‘Hoe gezond is het leven in een stad?’ bron: Enquête Gezonde Stad, IenM

Parijs Rive Gauche. bron: flickr.com

Rive Gauche, Jardin Abbe Pierre, Parijs Jardin Abbe Pierre is onderdeel van een stel van in totaal drie tuinen van 12.000 m2 ecologische groene ruimte die het hart en de longen vormen van een transformatiegebied op de linker oever van de Seine in Parijs (13e arrondissement). Op een voormalig industriegebied is een programma van wonen, werken, educatie en ontspanning gerealiseerd in hoge dichtheid. De drie tuinen in dit project worden volledig gevoed door regenwater en leveren als tegenprestatie een groene ruimte voor rust, ontspanning en frisse lucht.

Enquête De Gezonde Stad “Op verzoek van het Centrum Publieksparticipatie, ten behoeve van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM), heeft Veldkamp in augustus 2012 kwantitatief onderzoek uitgevoerd rond het thema ‘de gezonde stad’.”

20


(Wat)

Gezonde Omgeving

Bronnen: Alexandra van Trigt, IenM / Anton van Hoorn, PBL / Burgerpanel Gezonde Verstedelijking / David van Zelm van Eldik, IenM / Diner Pensant / EnquĂŞte Gezonde Stad / Eva Kunseler, PBL / Hanneke Kruize, RIVM / IenM Experts / Michiel van Dongen, IenM / Ontbijtsessie 1 / Ontbijtsessie 2 / Overleg infrastructuur en milieu / Werkexcursie Almere / Workshops

Gezonde Verstedelijking vraagt om de directe beschikbaarheid van groene ruimte,een goed functionerend ecosysteem dat diensten levert zoals schoon (drink)water, frisse lucht en een omgeving zonder geluidshinder of fijnstof. Zij vormen daarom een vast onderdeel van de bereikbaarheids- en ruimtelijke opgaven: het gezond inrichten van de directe woon-werkomgeving en het versterken van de verbindingen tussen verstedelijkt gebied en recreatieve groen-blauwe ruimte. Om een gezonde stad te kunnen zijn moet er worden gewerkt aan het maken van een schone stad. De eventuele bedreigingen van een stad als drukte, geluidsoverlast, chemische vervuiling en planten of dieren die schadelijk zijn voor de natuur of de gezondheid van mensen, moeten worden aangepakt, ten gunste van goede zorg, hoogwaardig voedsel, voldoende inspanning en ontspanning. Uiteenlopende leefstijlen vragen om een grote mate van diversiteit aan leefomgevingen. Naast dynamiek is er ook vraag naar plekken die rust bieden, kan er naast wonen ook gewerkt worden en wordt op een tolerante wijze samengeleefd. Alle bewoners hebben gelijke kansen voor een gezonde wijze van leven. Groen speelt daarin een belangrijke rol. Er zijn verschillende studies die verbanden tonen tussen de beschikbaarheid

van parken, weides en andere groenvoorzieningen in de buurt en het menselijk geluk. Dat betekent dat verstedelijking op alle schaalniveaus nadrukkelijk hand in hand zal moeten gaan met de ontwikkeling van natuur in en rondom de stad. Uit de onderliggende inventarisatie blijkt dat Nederlanders in het algemeen ook water beschouwen als groenvoorziening. Goed omgaan met water is voor veel Nederlanders een eerste levensvoorwaarde voor een gezond leven in een gezonde stad. Dat werkt twee kanten op. Met dijken en andere maatregelen worden overstromingen voorkomen. En met opslag en buffering wordt gezorgd voor voldoende beschikbaar zoet water. Ook de zorg voor een goede waterkwaliteit is essentieel. Ook indirect biedt water kansen voor gezondheid, bijvoorbeeld omdat waterrijke ommelanden als recreatieve uitloopgebieden fungeren en doordat

21

mensen kunnen wonen aan water en daar dagelijks plezier aan beleven. Wateroppervlakten in de stad helpen hittestress tegen te gaan. Water is daarmee een belangrijke randvoorwaarde en kans voor een gezonde stad. Een gezonde omgeving zal de druk op psychische en fysieke gezondheid kunnen verlagen. Bewegen wordt immers gestimuleerd, gezond voedsel is toegankelijk, groen en water zijn volop aanwezig voor de belevingskwaliteit, stilte en rust kan op elk moment worden gevonden en schone lucht is een vanzelfsprekendheid. Kortom de voorzieningenmix met diverse gebruiksmogelijkheden van een gezonde stad maakt dat men zich prettig voelt en sociaal veilig, dat er variatie en afwisseling bestaat in ruimte en dat sociale contacten laagdrempelig zijn.


Rooftop Farm Brooklyn NY. bron: dakdokters

(Wat)

Aantal kg CO2equivalent per 1000kg product. bron: Blonk MilieuAdvies

Urban Farming, Brooklyn NY De nieuwe stad is niet meer gebaseerd op scheiden, maar op mixen. Deze stad zal naast wonen, werken, verkeer en recreatie ruimte moeten bieden aan de productie van voedsel, energie, grondstoffen (uit afval) en talloze communicatienetwerken. Vooral de voedselproductie in de vorm van Urban Farming is inmiddels in verschillende metropolitane gebieden succesvol gebleken. Onder andere in Brooklyn, op een steenworp afstand van Manhattan, wordt sinds enkele jaren op een duurzame manier lokaal groente geproduceerd.

In de tabel is de hoeveelheid CO2 weergegeven die nodig is om 1000kg product te telen, vervoeren en verwerken. Het aantal voedselkilometers is hierbij niet altijd maatgevend, daarom is het nauwkeuriger om te spreken van een carbon foodprint in vergelijkingen tussen de producten.

22


(Wat)

Bronnen: Burgerpanel Gezonde Verstedelijking / Diner Pensant / Enquête Gezonde Stad / Frank van Oort, Universiteit van Utrecht / IenM Experts / Martje Storm, KiM / Ontbijtsessie 2 / Overleg infrastructuur en milieu / Workshops

Basisvoorzieningen Gezonde Verstedelijking hangt samen met de toegankelijkheid van kwalitatief hoogwaardig voedsel, energie, gezondheidszorg, onderwijs, werkgelegenheid en huisvesting: zorg voor de optimale afstemming tussen de beschikbaarheid van voorzieningen op de schaal van de buurt en de regio en het optimaliseren van de afstand tussen productie en consumptie. In de gezonde stad is er een voldoende en divers aanbod van werkgelegenheid en er zijn verschillende mogelijkheden tot ontspanning. Bovendien is er een goede mix van huisvesting en de mogelijkheid tot doorstroming. Daarnaast zijn er in de stad genoeg voorzieningen op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs, op de schaal van de regio maar zeker ook op wijkniveau. Vanuit het burgerpanel komt een voorkeur naar boven voor een gezonde stad die voelt als een

verzameling dorpen met voorzieningen per wijk. Verder wordt het tegenwoordig steeds gebruikelijker om in de stad eigen groenten en fruit te telen in moestuinen of om op een wat serieuzere schaal op daken van gebouwen of braakliggende terreinen aan ‘urban farming’ te doen. Het reduceren van voedselkilometers is hierbij niet de hoofdmotivatie, urban farming draagt voornamelijk bij aan ‘groene’ bewustwording van de stedeling, zorgt voor een verhoogd welzijn en welbevinden en stimuleert de sociale cohesie tus-

23

sen buurtbewoners onderling. Het aantal vervoersbewegingen en voedselkilometers kan wel worden gereduceerd als steden hun groei door verdichting realiseren. Daardoor kan er een optimalisatie plaatsvinden door in de nabijheid van steden landbouw- en veeteeltproductiegronden na te streven. Wel moet dan het aandeel en de vraag naar deze lokale (seizoensgebonden) streekproducten in het voedselaanbod worden vergroot.


Een rotonde op Texel voorzien van zonnepanelen. bron: voordewereldvanmorgen.nl

(Wat)

Nieuwbouwwijk Duindorp. bron: kei-centrum

Texel energieneutraal in 2020 De Texelse energiemaatschappij TexelEnergie in samenwerking met de gemeente en Capgemini willen in 2020 volledig in de eigen energiebehoefte van het eiland voorzien door middel van duurzame energie. Texelenergie plaatst en beheert o.a. zonnepanelen, bijvoorbeeld op schuren van boerenbedrijven of zoals in dit voorbeeld midden op een rotonde. De opgewekte stroom wordt vervolgens aan de Texelaren verkocht.

foto: OMA

Zeewaterwarmtecentrale De eerste zeewaterwarmtecentrale ter wereld onttrekt middels een warmtepomp warmte uit de zee en voorziet hierdoor de Haagse nieuwbouwwijk Duindorp van warmte zonder hierbij CO2 uit te stoten. Zeekracht In opdracht van Stichting Natuur en Milieu heeft Office for Metropolitan Architecture (OMA) onderzocht dat Europa door middel van windenergieparken op de Noordzee in combinatie met zonne-energie, getijdenenergie en golfslagenergie rond 2050 voor de energiebehoefte onafhankelijk zou kunnen zijn van de oliestaten en Rusland.

24


(Wat)

Bronnen: Anton van Hoorn, PBL / Diner Pensant / Enquête Gezonde Stad / IenM Experts / Overleg infrastructuur en milieu / Petrouschka Werther, IenM / Workshops

Duurzaam Energiesysteem Gezonde Verstedelijking vraagt om een gezond energiesysteem: combineer een duurzame mix van bronnen, het ontwerp van slim gekoppelde netwerken en het decentraal opwekken van hernieuwbare energie met het op zo’n manier inrichten van onze omgeving dat we het energieverbruik minimaliseren en bestaande energiestromen efficiënter benutten. Gezond wonen en werken is ook op een verantwoorde manier gebruik maken van veilige, betaalbare, betrouwbare en duurzame energievoorzieningen. De gebouwde omgeving en stedelijke mobiliteit spelen daar een grote rol in. Dat heeft enerzijds te maken met een slimme ruimtelijke inrichting die inzet op energiebesparing door reductie van (auto) mobiliteit. Stedelijke gebieden als Houston en Los AngelesSan Diego verbruiken immers tot vijftien keer meer energie voor mobiliteit dan regio’s waar sprake is van een optimale afstemming, zoals Londen, Parijs en Amsterdam. Door bestaande infrastructuur beter te benutten

kan veel energie bespaard worden wat zich weer vertaalt in de ecologische footprint van stedelijke regio’s. Ook het inzetten op energiebesparing op objectniveau, het niveau van de buurt of de wijk draagt hier aan bij. Reductie door slimme afstemming en combinaties alleen biedt echter geen sluitend antwoord op de almaar toenemende vraag naar energie. Dat antwoord moet worden gevonden in het duurzamer maken van de Nederlandse energievoorziening. Een mogelijke oplossing om aan die ambitie te voldoen is om onze energievoorziening gevarieerder

25

te maken. In plaats van aardgas, elektriciteit en benzine die vaak van ver komen is er meer lokaal opgewekte energie nodig. Smart-grids gebruiken de accu’s van elektrische auto’s of waterstoftanks om schokken in de energievoorziening door zonne- en windenergie op te vangen. Zuinigere huizen zorgen voor een lagere energierekening, zelfs als er meer thuis wordt gewerkt. De daken worden meer gebruikt voor zonnecellen en koelende begroeiing. Energie wordt duurzaam ingezet, met zonne-energie, opslag en verdeling van piek en dal momenten.


De blaarkop Door het Oudhollandse runderras de blaarkop weer op de (menu) kaart te zetten wordt het ras voor uitsterven behoed. Door de koe op te eten wordt de biodiversiteit in Nederland vergroot. De Kruidenier Groep uit Rotterdam maakt inmiddels hamburgers, biefstukjes, ossenworst en gehaktballen van de blaarkop en echte blaarkopkaas is in ontwikkeling.

foto: webblast

The High Line, NYC De High Line is een 2,2 kilometer lang park, dat gerealiseerd is op het tracé van een verhoogde spoorlijn aan de westzijde van Manhattan. De in 1930 aangelegde lijn werd in 1980 buiten gebruik gesteld waarna het spoor overwoekerd raakte. Hoewel de High Line op de nominatie stond om gesloopt te worden kwam eind jaren negentig het initiatief vanuit buurtbewoners om het viaduct om te vormen tot park, naar het voorbeeld van de Promenade Plantée in Parijs. Het park blijkt een groot succes. Het voorziet zowel in een vraag naar groene publieke ruimte als een relatie met het industriële verleden van dit deel van Manhattan.

foto: De Kruidenier Groep

bron: metrosquare.blogspot.nl

(Wat)

Strijp-S, Eindhoven Na het verplaatsen van veel activiteiten door Philips naar Amsterdam en China kwam er in Eindhoven veel ruimte beschikbaar. Met behoud van de identiteit en het industriële karakter van Strijp-S is er bij deze grootste binnenstedelijke herstructurering van Europa samengewerkt met kunstenaars en creatieve ondernemers. Er is ruimte gemaakt voor de creatieve industrie en er zijn betaalbare loftwoningen gerealiseerd in industrieel erfgoed.

26


(Wat)

Sociaalcultureel Verbonden

Bronnen: Burgerpanel Gezonde Verstedelijking / David Dik, Kernteam deltaatelier / Diner Pensant / Enquête Gezonde Stad / IenM Experts / Kees van Oorschot, gemeente Rotterdam / Leendert van Bree, PBL / Overleg infrastructuur en milieu / Werkexcursie Eindhoven / Werkexcursie Almere / Workshops

Gezonde Verstedelijking betekent verbondenheid met de historische, culturele en ecologische identiteit van een plek: versterk sociaal-culturele verbondenheid en identiteit door het delen, (her) gebruiken en (her)ontwikkelen van stedelijke plekken, herkenbare landschappen, objecten, gewassen en dieren. Mensen zijn niet alleen geïnteresseerd in het hier en nu van een plek. Er is ook in toenemende mate behoefte aan een meer historische verbondenheid met plekken in en buiten de stad. Een gezonde stad is daarom bij voorkeur een levendige en dynamische stad, waarin tijdperken door elkaar heen lopen en ruimte is voor nieuwe ontwikkeling, herontwikkeling en herbestemming. Een stad waarin bewoning, bedrijvigheid, cultuur en groen naast elkaar, op elkaar en door elkaar bestaan. Een voor de hand liggende uitwerking van deze behoefte is om in de herontwikkeling van oude gebouwen en terreinen nieuwe bestemmingen de ruimte te geven, terwijl de historie beleefbaar

blijft. Toekomst en verleden bestaan naast, bij en door elkaar. Een minder voor de hand liggende maar minstens even kansrijke benadering is het verbeteren van de relaties tussen stad en land. Het nadenken over mogelijkheden om bijvoorbeeld historische verbindingen tussen stad en cultuurlandschap opnieuw beleefbaar –leesbaar– te maken biedt interessante mogelijkheden. Niet alleen wordt hiermee de natuurwaarde en recreatieve beleving van de stad gestimuleerd, maar nieuwe recreatieve zones en routes die verbindingen leggen met het verleden van een gebied hebben een sterk positief effect op de waardering van een plek. Zo investeert de gemeente Rotterdam, samen met de stadsregio Rotterdam en de provincie, in de

27

realisatie van nieuwe natuur- en recreatiegebieden aan de noordzijde van de stad. Hier ontstaat een afwisselende groenzone die het bestaande recreatiegebied Rottemeren, gelegen langs de rivier de Rotte, verbindt met het historische landschap van Midden-Delfland. Agrarisch gebruik zal hier gecombineerd worden met natuurbeheer, stadslandbouw en recreatief medegebruik. Een recreatief fietspad, het Polderpad, verbindt de Rotte met de Schie. Vanuit het stedelijke gebied zullen ook extra fietsroutes aangelegd worden en bestaande verbindingen verbeterd zodat de inwoners van de stad de bijzondere landschappen sneller kunnen bereiken.


Regio, Stad, Straat De nieuwe agenda van IenM om tot Gezonde Verstedelijking te komen betekent niets minder dan een forse verbreding van het klassieke stedenbouwkundig ontwerp. Het maken van steden gaat immers over veel meer dan ordening en ontsluiting. Het gaat over het realiseren van een vestigingsklimaat, het verbinden van agenda’s in een gebiedsverhaal dat wordt gedragen door belanghebbenden. De onderscheidende kwaliteiten van gezonde stedelijk gebieden zijn zogezegd het resultaat van een integrale aanpak op de verschillende schaalniveaus (regio, stad, straat), van veiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid gekoppeld aan economische, sociaal-culturele en ecologische ontwikkelingen. Kortom Gezonde Verstedelijking gaat net zo goed over de stad als over het gebied waarop de stad betrekking heeft, ofwel de regio. Nadenken over Gezonde Verstedelijking verwisselt dus ook de vraag naar de stad als object, met de vraag naar verstedelijking als proces. Die dynamische wijze van kijken vangt aan op de schaal van de regio en reikt tot in de woning in de straat en weer terug.

plekken, projecten en programma’s op alle schaalniveaus. Op die manier wordt de verbondenheid met de historische, culturele en ecologische identiteit van een plek versterkt door het (her)gebruiken en (her)ontwikkelen van stedelijke plekken, herkenbare landschappen, objecten, gewassen en dieren. Om een indruk te geven wat dit betekent is op de schaal van de regio, de schaal van de stad en de schaal van de straat gewerkt aan tentitatieve perspectieven.

Deze benadering door de schaalniveaus heen biedt een nieuw aandachtsveld voor ontwerp. Het ontwerpen aan Gezonde Verstedelijking is namelijk niet meer gebaseerd op scheiden, maar op mixen, en zowel op micro als op macro. Het zal naast de bekende categorieën wonen, werken, verkeer en recreatie ruimte bieden aan de productie van voedsel, energie, grondstoffen (uit afval) en talloze communicatienetwerken. Verstedelijking kortom die leunt op een completer stedelijk aanbod, zodat in het dagelijks leven elke behoefte nabij is. Dat leidt tot minder verplaatsingen, die bovendien efficiënter, veiliger en zonder schadelijke uitstoot zijn. Om de vraag naar Gezonde Verstedelijking in de praktijk van beslissers, bestuurders, ontwerpers en andere geïnteresseerde professionals concretere invulling te geven is door bureau FABRIC gewerkt aan het opstellen van de Healthy City Cube. Met deze kubus kunnen projecten getoetst worden aan de drie pijlers van het Ministerie van IenM: Veiligheid, Leefbaarheid en Bereikbaarheid op de aspecten economie, sociaal-cultureel en ecologie op de schaal van de straat, de stad en de regio. Projecten die binnen de Healthy City Cube zoveel mogelijk vakjes vullen zijn hoogst waarschijnlijk oplossingen die door slimme combinaties – meekoppelkansen - meerdere doelen mogelijk maken en zoveel mogelijk agenda’s verbinden. Op basis van de eerste inventarisatie tekent zich een aantal opgaven voor ontwerp af. Gezonde regio’s sturen aan op goede en voor iedereen bereikbare voorzieningen. Dat betekent de beschikbaarheid van voorzieningen op zowel de schaal van de buurt, als van de regio. Het gaat om het optimaliseren van de afstand tussen productie en consumptie. Een wandelbare stad met voldoende en toegankelijke groene ruimte, schoon (drink)water en frisse lucht. Hiermee ontstaan kansrijke perspectieven voor de lange termijn, waarbij gezonde regio’s de ambitie in zich verenigen om onderscheidend te zijn verbonden met specifieke complementaire krachten van

28


De Healthy City Cube

id he id lig i he Ve eid ar a rh b aa ef b e L ik re Be

eid gh eid ili e id rh V he aa b ar f a e b Le ik re Be

eid gh eid ili e id rh V he aa b ar f a e b Le ik re Be

Regio

Regio

Regio

Stad

Stad

Stad

Straat

Straat

Straat

Eco logi e Soc iaal -cul Eco ture nom el ie

Eco logi e Soc iaal -cul Eco ture nom el ie

id he id lig i he Ve eid ar a rh b aa ef b e L ik re Be

id he id lig i he Ve eid ar a rh b aa ef b e L ik re Be

Eco logi e Soc iaal -cul Eco ture nom el ie

Regio

Regio

Regio

Stad

Stad

Stad

Straat

Straat

Straat

Eco logi e Soc iaal -cul Eco ture nom el ie

Eco logi e Soc iaal -cul Eco ture nom el ie

eid gh eid ili e id rh V he aa b ar f a e b Le ik re Be

eid gh eid ili e id rh V he aa b ar f a e b Le ik re Be

Eco logi e Soc iaal -cul Eco ture nom el ie

Regio

Regio

Regio

Stad

Stad

Stad

Straat

Straat

Straat

Eco logi e Soc iaal -cul Eco ture nom el ie

Eco logi e Soc iaal -cul Eco ture nom el ie

eid gh eid ili e id rh V he aa b ar f a e b Le ik re Be

eid gh eid ili e id rh V he aa b ar f a e b Le ik re Be

Eco logi e Soc iaal -cul Eco ture nom el ie

Regio

Straat

De Healthy City Cube Om het integrale karakter van projecten te kunnen beoordelen op de schaal van de regio, de stad en de straat in relatie tot veiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid en economie, sociaal-cultureel en ecologie is de Healthy City Cube ontwikkeld.

eid gh id i l i he id r Ve he aa r b a ef ba Le ik e r Be

29

Eco logi e Soc iaal -cul Eco ture nom el ie

De Healthy City Cube ontwikkeld door bureau FABRIC

Stad


Behoud van natuurkwaliteiten en vergroten van biodiversiteit.

Zandmotor als kustverdediging

Biomassaproduktiebos

Kustveiligheid oplossingen combineren met verbetering van ruimtelijke kwaliteit. De overgang naar wind, zonne- en bio-based energie vraagt om een slimmer energienet dat grotere pieken kan verwerken.

Actief recreëren aan de kust zoals kitesurfen, wandelen, fietsen, skaten, zwemmen

Maatwerk voor kustveiligheid in de badplaatsen

Biomassa energieproduktie

Versterken van de re tussen stad en land

afvangen CO2 van kolencentrales

Benutten van restwarmte en CO2-uitstoot van industriegebieden met behulp van CO2- en warmtenetwerken.

Infrastructurele knoopp ontwikkelen tot efficiën overstappunten én tot bestemming op zich me wonen, werken en recreë

Meer gebruik capaciteiten binnenvaart

Alternatief OV via een kabelbaan

Behoud van (z ningen in krim


Regio

Windmolenpark

Stapsgewijze stadsuitbreiding middels particulier initiatief

Ecoducten verbinden natuurgebieden

Verknoping van recreatie, retail en educatie om bewustwording duurzaamheid te vergroten.

Recreatie met water Actief recreëren in en om de uiterwaarden zoals kitesurfen, wandelen, fietsen, skaten, zwemmen

Ecologisch Energie Netwerk, als een groene slagader de stad in

Meer ruimte voor piekafvoer en waterberging biedt ook ruimte voor recreatie en bijzondere woonmilieus.

attractiepark FarmCity

Ruimte voor de Rivier, wonen met hoogwater

elatie

glamour camping in echte natuur

Agrarische medegebruik van de stadsrand

punten nte Optimaal bereikbare overstappunten OV

et ëren.

De stad is als een verzameling dorpen (Historische) routes de stad uit richting buitengebied

Goed ontworpen infrastructurele kunstwerken

Spitsmijden als oplossing voor fileprobleem

zorg)voorziempkernen

Boerderij met (seizoensgebonden) streekprodukten versterken de relatie van de stad met haar achterland

Behouden van cultuurhistorisch landschap en erfgoed door combinatie van extensieve teelt, recreatie en wonen.

Biologisch erfgoed zoals de Blaarkopkoe weer op de (menu)kaart zetten Wonen mét het water


Sportvelden over de snelweg heen gebouwd fungeren tevens als ecoduct Goede (fiets)verbindingen tussen stad en groen buitengebied

Meervoudig ruimtegebruik bij ondergronds brengen van infrastructuur

Meer ruimte om zelf een eigen huis te kunnen bouwen

Buitensportfaciliteiten

Clusters en vrijplaatsen voor de creatieve industrie als vliegwiel voor stadsontwikkeling

Hoogwaardig groen in de stad ten behoeven van recreatie en reductie van overlast fijnstof en hittestress.

(Her)gebruik van cultureel/industrieel erfgoed

Herontwikkeling van industrie- en havengebieden tot volwaardige nieuwe stadsdelen. Culturele voorzieningen binnen handbereik

Slimmere transportketens afgestemd op de maat van de historische binnenstad.

Ontspannen en ontmoeten in de stad op stadsstranden

Gebruik water in de stad voor bevoorrading winkels en horeca

Elektrische auto’s en Car2Go

Seizoensgebonden streekprodukten op de lokale markt verkopen

Opnieuw activeren van waterfront met sport, recreatie en horeca

Pontje als recreatieve verbinding tussen stad en cultuurlandschap

Groen houden van de stadsranden door extensief agrarisch gebruik.


Stad

Gebouw als oplossing geluidhinder Elektrisch autorijden

Mengen van wonen, werken en ontspannen in hoge dichtheid door tegengaan van geluidshinder en verbetering luchtkwaliteit.

Goed bereikbare specialistische topzorgcentra

Onderwijsinstellingen in de stad

Verdichting en slim stapelen in de stad houdt het buitengebied open

De stad is als een verzameling wijken en dorpen

Ecologisch Energie Netwerk als een groene slagader de stad in

Ontharding van stadsoppervlakken vertraagt de piekbelasting van neerslagmomenten

Basis gezondheidsvoorzieningen op wijkniveau

Klimaatsverandering vraagt om piekafvoer van neerslag, waterberging voor droogte en reductie van hittestress in de stad.

Bruisende stationsomgeving als internationale en regionale poort tot de stad.

Waterpleinen bergen en bufferen water

Wijkverbetering middels participatie met bewoners

Elektrisch openbaar vervoer

Openbare ruimtes als plekken voor sociale ontmoetingen

Goede (fiets) verbindingen tussen stad en groen buitengebied

Voedselproductie in en nabij de stad als bewustwordings- en sociaal bindmiddel.

Tunnels brengen (spoor)wegen ondergronds

Goede (fiets) verbindingen binnen de stad

Pontje als recreatieve verbinding tussen stadsdelen

Productie van seizoensgebonden streekprodukten leidt tot jaarlijks terugkerend oogstfeest

Stadslandbouw voorziet in een steeds groter deel van onze voedselbehoefte


Hergebruik van industrieel erfgoed door bestemming als educatief cluster.

Restwarmte industrie als stadsverwarming

Buitensportfaciliteiten

Zonnepanelen op daken, als gevel of als geluidsscherm voorzien deels in de eigen energiebehoefte.

Stadslandbouw voorziet in een steeds groter deel van onze voedselbehoefte Slimme straatverlichting bespaart energie

Introductie van ecologie en biodiversiteit op straatniveau door het hoogspanningstracĂŠ om te vormen tot ecologisch energie netwerk.

Wijkaanpak do gemeenschapp beheer van ope ruimte.

Gezamenlijk groenbeheer met de buren

Oplaadstations voor elektrische auto’s in de straat

Buitensportfaciliteiten

Veilige speelplekken zetten kinderen aan tot bewegen en zijn de plekken waar buren elkaar kunnen ontmoeten

Wateropvang en -berging in waterpleinen maakt dynamisch gebruik van de publieke ruimte mogelijk.

Genoeg goede voorzieningen in je eigen buurt

Ontwikkeling van woonwerk-winkel-zorg clusters Bereikbare, centraal gelegen scholen als centrum voor de wijk door combinatie van voorzieningen.

Elektrisch openbaar vervoer Schaapskudde begraast openbare ruimte


Uiterwaarden combineren extensieve veeteelt met natuurwaarden en recreatie.

n

Straat

Goede (fiets)verbindingen tussen stad en groen buitengebied

Amfibisch wonen op het water

Biologisch erfgoed zoals de Blaarkopkoe weer op de (menu)kaart zetten

PrivĂŠtuinen onverhard met gazon, sierbeplanting of moestuin broedgebied voor water- en trekvogels

Dakakkers boven op gebouwen

oor pelijk enbare

In de directe woonomgeving is voldoende groen op loopafstand bereikbaar

Buitendijks gebied biedt kansen voor unieke watergebonden woonmilieus.

Elektrisch fietsen zet mensen aan tot langer en vaker bewegen

Tijdelijk (her)gebruik van open plekken voor evenementen

Op eigen erf en inpandig parkeren zodat kinderen op straat kunnen spelen

Thuiswerken vermindert de druk op het wegennet

Nieuwe woon-werkplekken maken Het Nieuwe Werken mogelijk en stimuleren de ondernemerszin van burgers.

Meer ruimte om zelf een eigen huis te kunnen bouwen. Nieuwbouwwoningen bieden ruimte voor een bedrijf aan huis


36


Hoe kan IenM bijdragen aan Gezonde Verstedelijking? Gezonde Verstedelijking is het integraal en op een onderscheidende manier aanpakken van veiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid op de verschillende schaalniveaus (regio, stad, straat) met het oog op een verbinding van een economisch, sociaal-cultureel en ecologisch perspectief binnen de stedelijke regio.

37


Overzicht van de Beter Benutten-projecten in Brabant. bron: Informatiekrant Beter Benutten, IenM

(Hoe)

bron: Beeldleveranciers

Het Wilhelminakanaal in Tilburg bron: Informatiekrant Beter Benutten, IenM

Beter Benutten Het Wilhelminakanaal bij Tilburg wordt in het kader van Beter Benutten door het Rijk aangepakt. Hierdoor wordt het kanaal ook geschikt voor grotere binnenvaartschepen, boekt de scheepvaart tijdwinst en verbetert de bereikbaarheid van Tilburgse bedrijven, terwijl het bedrijfsleven als tegenprestatie het aantal vrachtwagens op de weg zal verminderen.

38


(Hoe)

Rijksoverheid als Partner

Bronnen: Burgerpanel Gezonde Verstedelijking / Diner Pensant / Enquête Gezonde Stad / Eva Kunseler, PBL / IenM Experts / Ontbijtsessie 1 / Ontbijtsessie 2 / Overleg infrastructuur en milieu / Peter Torbijn, IenM / Pieter de Greef, Gemeente Rotterdam / Werkexcursie Almere / Werkexcursie Eindhoven / Workshops

Gezonde Verstedelijking vraagt om een mentaliteitsverandering bij iedereen; ook bij de Rijksoverheid. Een verschuiving van het oplossen van problemen, beschermen en reguleren naar het stimuleren van ontwikkelpotentieel. De Rijksoverheid doet dit door vanuit haar eigen verantwoordelijkheid partner te zijn in ontwikkelingen en anderen de vrijheid te bieden hetzelfde te doen. Die aanpak levert kansen voor ondernemerschap en innovatie, laat meerdere doelen in projecten en programma’s meekoppelen en realiseert onderscheidende kwaliteiten. De rol van de overheid verandert doordat ook de samenleving verandert, van een stabiele verzuilde samenleving zijn we inmiddels een mondige mobiele netwerksamenleving geworden met allerlei digitale techniek tot onze beschikking. Alleen door de overheid geïnitieerde projecten en regelgeving zijn niet voldoende om een gezonde stad te zijn en te blijven. Overheden hebben minder geld, de toekomst is in toenemende mate onvoorspelbaar en er is een toenemend vertrouwen in zelforganiserend vermogen in de samenleving. De rol van de overheid ontwikkelt zich naar meerkaderstellend, initiëren en vooral faciliteren. Het Ministerie van IenM kan dan ook een bijdrage leveren aan het zelfont-

wikkelend vermogen van ondernemers, burgers en partijen. Idealiter stelt het rijk de inhoudelijke en procedurele kaders vast en legt ambities neer waarbij het expliciet openstaat voor initiatieven van bedrijven of groepen bewoners aangaande de leefomgeving. Het gaat niet zozeer om herijking als wel een omslag in denken: Waar een regulerende overheid in het stedelijk gebied vooral gezondheidsrisico’s ziet die te beheersen zijn met milieunormen, ziet een stimulerende en faciliterende overheid vooral kansen om de fysieke woon-, leef- en werkomgeving zo gezond, leefbaar en duurzaam mogelijk en op maat in te richten met diverse actoren in de samenleving.

39

De Rijksoverheid kan als geen ander partijen bij elkaar brengen, omdat ze het overzicht heeft: haar beleid raakt, bedoeld en onbedoeld, aan een verscheidenheid van beleidsterreinen die buiten haar verantwoordelijkheid liggen. Vanuit dit gezichtspunt ontwikkelt het Ministerie van IenM integrale visies en scenario’s, waar andere overheden, bedrijven, burgers en organisaties, vanuit hun eigen verantwoordelijkheden, bij aan kunnen haken. Wat betreft de ruimtelijke ontwikkeling maken steden zichzelf het beste gezond: de Rijksoverheid moet de steden daarin vooral de ruimte laten.


Nederland in Noordwest-Europa. bron: Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, IenM

(Hoe)

Ambitie Nederland 2040. bron: Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, IenM

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig middels een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt.

40


(Hoe)

Bronnen: Burgerpanel Gezonde Verstedelijking / Diner Pensant / Enquête Gezonde Stad / Griet Hanegreefs, Vlaamse overheid / Hanneke Kruize, RIVM / Hans Leeflang, IenM / IenM Experts / Jan Kuperus, IenM / Leendert van Bree, PBL / Ontbijtsessie 1 / Ontbijtsessie 2 / Overleg infrastructuur en milieu / Werkexcursie Almere / Werkexcursie Eindhoven / Workshops

IenM als verbinder

IenM staat voor een veilig, leefbaar en bereikbaar Nederland. Dat is een verantwoordelijkheid die ligt bij een veelheid aan sectoren en partijen op verschillende schaalniveaus. IenM is daarin partner maar ook de verbinder bij uitstek vanuit de eigen verantwoordelijkheid en vanuit kennis en overzicht over het geheel. Gezonde Verstedelijking is een thema waarbij interdepartementale samenwerking essentieel is. Departementen richten zich vaak in de eerste plaats op de (sectorale) thema’s waar zij primair voor verantwoordelijk zijn. Hierdoor is er op dit moment beperkt verbinding in thema’s binnen het vraagstuk van de Gezonde Verstedelijking. Denk aan de verbinding tussen groen en water: waterberging, hittestress, infectieziektes verspreid door de tijgermug, gezonde mobiliteit met de relatie tussen meer bewegen door fietsen

en minder auto, geluidsoverlast, obesitas en een kindvriendelijke leefomgeving in relatie tot veilige routes en gezonde schoolpleinen. IenM kan de interdepartementale verbinder zijn op dit thema. IenM is in staat om, naast de bestaande Checklist voor Gezond Ontwerp en de Gezond Ontwerp Wijzer, een brede visie te ontwikkelen op een integrale, duurzaam gezonde stedelijke (her)inrichting, gevolgd door een onderzoeks-, bestuurs- en beleidsspoor als nadere uitwerking en onderbouwing.

41

IenM kan overzicht houden en verbinden en zorgen dat we ook leren van internationale voorbeelden. Omdat Gezonde Verstedelijking sterk leunt op het beantwoorden van reëele vragen, of die nu van particulieren afkomstig zijn of van andere actoren, zou IenM een adaptieve houding moeten aannemen ten opzichte van initiatieven van anderen. Daarnaast kan gezocht worden naar meer flexibele vormen en een grote diversiteit aan uitingsvormen van Gezonde Verstedelijking.


(Hoe)

De Healthy City Cube ontwikkeld door bureau FABRIC

Healthy City Cube Diagrammatische tekening van de drie assen die noodzakelijk zijn om tot duurzame verstedelijking te kunnen komen: de actoren, de schalen en de pijlers. Door slimme combinaties over alle assen kunnen meerdere doelen mogelijk gemaakt worden en worden zoveel mogelijk agenda’s verbonden.

42


(Hoe)

Bronnen: Diner Pensant / Enquête Gezonde Stad / Fiche duurzaamheid en economische groei / IenM Experts / Ontbijtsessie 1 / Overleg infrastructuur en milieu / Pieter de Greef, Gemeente Rotterdam / Remko ter Weijden, UCOS / Tjeerd Meester, Directie Duurzaamheid DGMI / Werkexcursie Almere / Workshops / Zef Hemel, Gemeente Amsterdam, UvA

Implementatie

IenM neemt de verantwoordelijkheid voor Gezonde Verstedelijking door het gedachtegoed in haar eigen projecten, taken en organisatie consequent door te voeren. Er ligt al jaren een flinke opgave te wachten om Nederland weerbaar te maken voor allerlei uitdagingen van de toekomst. Er bestaat een dringende behoefte om een visie te ontwikkelen op Gezonde Verstedelijking door het balanceren en verbinden van agenda’s. Het Ministerie van IenM is in de positie om daarin het voortouw te nemen. Het begint bij haar eigen organisatie, projecten en verantwoordelijkheden. Dat is in eerste instantie de plek om excellent invulling te geven aan deze ambitie en in te zetten op Gezonde Verstedelijking. Concreet betekent die nieuwe houding dat bij toekomstige investeringen in veiligheids-,

mobiliteits- en leefbaarheidsopgaven, de win-win aspecten op economische, ecologische en sociaal-culturele perspectieven integraal meegewogen worden. Vanaf het begin van het traject wordt gestreefd naar een optimale gezonde inrichting van de fysieke ruimte. Om deze balans beter inzichtelijk te krijgen, is door het bureau FABRIC de ‘Healthy City Cube’ ontwikkeld. Op de drie assen van de kubus zijn naast de drie lijnen van het Ministerie (veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid) de duurzame pijlers voor ruimtelijke ontwikkeling (economie, sociaal-cultureel, en ecologie) uitgezet tegen de schaal van de straat, de stad en de regio. Zo is snel en volledig te achter-

43

halen of projecten of geplande maatregelen in voldoende mate een integrale oplossing vertegenwoordigen. Hoe voller de kubus, hoe integraler de oplossing. Een voorbeeld hiervan is het Deltaprogramma. Kunnen opgaven voor kustveiligheid ook economische of sociaal culturele perspectieven bieden? Dat zijn maatgevende vraagstukken die uiteraard gevolgen hebben voor de planning, financiering en besluitvorming rond dit soort opgaven. Door deze manier van werken op te pakken kan gezonde verstedelijking als een ‘duurzame omgevingswaarde’ gekoppeld worden aan een vitale en aantrekkelijke stedelijke gebiedsontwikkeling.


Door zandsuppletie krijgt de Hondsbossche Zeewering een strand en kan Petten uitgroeien tot badplaats. foto: Nieuwe landschappen, Miranda Reitsma / PARK

Atelier Kustkwaliteit Het belang van de kust voor Noord-Holland is groot. Maar de concurrentiepositie van de kust staat onder druk. Vele kustplaatsen hebben te maken met bevolkingskrimp en ontgroening. Bovendien ligt juist hier een veiligheidsopgave als gevolg van klimaatverandering en het erosieve karakter van de kust. Om te proberen al deze opgaven aan elkaar te verbinden is door Atelier Kustkwaliteit in samenwerking met bureau FABRIC een ontwerpend onderzoek verricht naar de mogelijkheden om kustversterking en het toeristische profiel van vier Noord-Hollandse kustplaatsen te gebruiken om de kwaliteit en de identiteit te versterken. Eén scenario dat is onderzocht voor Den Helder is ‘Het Geheugen van de Zee’ waarin Den Helder weer een Waddeneiland wordt.

44

“Zoek de evidence based policy, zoek bewijs dat het echt werkt. Wees niet te bang voor visie. Met een goede stip op de horizon faciliteer je ook.” —Marianne Donker, VWS

Scenario Den Helder ‘Het geheugen van de Zee’. bron: FABRIC

(Hoe)


(Hoe)

Ontwerpend onderzoek

Bronnen: David van Zelm van Eldik, IenM / Diner Pensant / Enquête Gezonde Stad / IenM Experts / Marianne Donker, VWS / Michiel van Dongen, IenM / Werkexcursie Almere / Werkexcursie Eindhoven / Workshops

IenM omarmt de verkennende kracht van ontwerpend onderzoek, dat procesgericht de belangen en meekoppelkansen in beeld kan brengen. Alleen dan kunnen we sneller en beter anticiperen op veranderingen en meerdere opgaven tegelijk benaderen op een toekomstgerichte, innovatieve en inspirerende manier. Er dienen zich urgente ruimtelijke opgaven aan rond duurzaamheid, veiligheid, mobiliteit en leefbaarheid. Vaak is de samenhang in deze opgaven ingewikkeld, zijn de tijdshorizons uitdagend en reikt de problematiek dwars door de ruimtelijke schaalniveaus heen. Ontwerpend onderzoek is binnen IenM een belangrijk instrument om nieuwe wegen te verkennen, alternatieven uit te werken, belangen te confronteren en oplossingen te verbeelden. Op die manier draagt ontwerpend onderzoek bij aan duurzame besluitvorming. Analyse, verkenning, verbinding, confrontatie en visualisatie als de specifieke karakteristieken van ontwerp sturen aan op innovatie. Ontwerp draagt bij aan betere en snellere, en daarmee uiteindelijk goedkopere, processen. Het beteugelt complexiteit en leidt tot efficiëntere oplossingen, of juist tot een hogere opbrengst per euro die wordt geïnvesteerd. Ontwerpend onderzoek creëert ook kwaliteit in de vormgeving

van ruimtelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld door de verschillende waterveiligheidsopgaven en ruimtelijke ordeningsopgaven te kunnen onderzoeken en integrale oplossingsrichtingen te verkennen. Vanuit (ruimtelijke) analyses, het ontwikkelen en interpreteren van geografische informatie en het visualiseren van diverse (politieke) ambities kunnen de ruimtelijke gevolgen van al deze aspecten vertaald worden in verschillende varianten. Kortom ‘verbinden door verbeelden’, dat is in de kern de potentie van het ontwerp. Door werkplaatsen voor ontwerpend onderzoek in te richten, zoals het Delta-atelier en de Ontwerpdialoog Making Projects, kan de integrale aanpak zoals IenM die voorstaat worden gematerialiseerd. Een voorbeeld van die werkwijze is Atelier Kustkwaliteit. In dat atelier worden mogelijke kustversterkingsopties doorgrond die een antwoord vormen op de verzwakking van de kust door

45

het natuurlijke erosieproces en de klimaatverandering bij diverse plaatsen langs de Hollandse kust. Deze veiligheidsopgaven worden gecombineerd met economische, sociaal-culturele en ecologische perspectieven die de kustplaatsen voorzien van een versterkt toeristisch profiel en ecologische waarden. Ontwerpend onderzoek leidt echter niet alleen tot een inhoudelijke verdieping en ontwikkeling van kennis, het versterkt ook de communicatie tussen de verschillende partners op de verschillende schaalniveaus. Door nog meer in te zetten op de verkennende en inspirerende kracht van ontwerpend onderzoek kan IenM nog sneller en beter anticiperen op veranderingen en kunnen verschillende stakeholders en meekoppelkansen over verschillende schaalniveaus een nog betere bijdrage leveren aan een toekomstgerichte en innovatieve strategievorming met betrekking tot Gezonde Verstedelijking binnen Nederland.


Het Wallisblok, zicht op de gezamenlijke binnentuin. foto: Hulshof Architecten

(Hoe)

Jan Wolff voor Muziekgebouw aan ’t IJ. bron: muziekgebouw

Wallisblok, Rotterdam Het Wallisblok uit de jaren 30 in Rotterdam had groot achterstallig onderhoud. Professionele marktpartijen durfden hun vingers er niet aan te branden. Maar het blok aan de Schie met zijn glas-in-lood ramen, erkertjes en trappetjes was te bijzonder om te worden gesloopt. De oplos¬sing werd gevonden door Hulshof Architecten in samenwerking met een kopersgroep te laten werken aan oplossingen op maat. De gemeente tot slot faciliteerde het initiatief door de woningen kosteloos over te dragen aan de nieuwe bewoner, onder voorwaarde dat de bewoners de woningen zouden opknappen tot nieuwbouwniveau. Het resultaat zijn 35 unieke woningen rondom een gezamenlijke binnentuin.

Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam Naast woningbouw kan ook publiek programma baat hebben bij particulier initiatief. Jan Wolff nam als artistiek directeur van Muziekcentrum de IJsbreker 25 jaar geleden zelf het initiatief tot de realisatie van een nieuw gebouw voor eigentijdse klassieke muziek. In 2005 werd het Muziekgebouw aan ’t IJ, ontworpen door het Deense architectenbureau 3XN geopend.

46


(Hoe)

Particulier Initiatief

Bronnen: Alexandra van Trigt, IenM / Burgerpanel Gezonde Verstedelijking / Diner Pensant / Enquête Gezonde Stad / Griet Hanegreefs ,Vlaamse overheid / IenM Experts / Overleg infrastructuur en milieu / Werkexcursie Almere / Werkexcursie Eindhoven / Workshops

IenM schept meer ruimte en mogelijkheden voor particulier initiatief waarbij de directe leefomgeving in eigen beheer vorm kan worden gegeven, niet enkel bij het bouwen van een woning maar ook op hogere schaalniveaus, bijvoorbeeld bij de inrichting van de buurt of het beheer van voorzieningen. De verhoudingen tussen overheid en maatschappij veranderen: burgers worden mondiger door onder andere nieuwe media en sinds de crisis zijn overheden genoodzaakt om grootschalige investeringen te (her)overwegen. De overheid hoeft dan ook niet alles zelf meer te doen: haar nieuwe rol is meer faciliterend, of zelfs voorwaarden scheppend. Door meer ruimte te geven aan initiatief van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties wordt de betrokkenheid en gedrevenheid van deze partijen met hun omgeving benut en kunnen nieuwe initiatieven worden ontplooid. Dit zal de sociale cohesie verbeteren en geeft mensen weer meer controle over hun eigen leefomgeving. Het is dus essentieel om te luisteren naar de wensen van de burgers en de agenda’s van overheden nauwgezetter af te stemmen op hun initiatieven. Vanuit deze nieuwe opstelling zal de Rijksoverheid goed naar be-

lemmerende wet- en regelgeving moeten kijken en deze waar nodig inperken, aanpassen, of geheel opheffen. In de tweede plaats zal het Ministerie van IenM juist actief en constructief burgers, bedrijven en andere organisaties zoveel mogelijk vanaf het begin betrekken bij de diverse trajecten van visievorming, beleidsontwikkeling en besluitvorming. Particulier initiatief vindt nu op vele plekken in Nederland plaats. ‘Ik bouw zelf in Almere’ is de titel van een organisch stedelijk groeimodel in het stadsdeel Oosterwold. Zonder dat een volledig uitgewerkt plan is gerealiseerd, wordt juist gewerkt met een vlekkenplan van contouren waarbinnen bepaalde ontwikkelingen plaats kunnen vinden. Zo wordt mensen veel vrijheid gegeven om hun eigen huis en directe leefomgeving vorm te geven en te ontwikkelen. Stapsgewijs wordt zo het stadsdeel ontwikkeld op basis van particuliere initiatie-

47

ven van onderop. Door de goede grondpositie van de gemeente Almere kan men daar flink sturen op deze voor hen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. Het gaat hier nadrukkelijk niet enkel om burgers. Vanuit het bedrijfsleven worden er al veel langer initiatieven in gang gezet om in samenspraak met lokale en overkoepelende overheden tot plannen te komen. Juist door dit te stimuleren wordt er gewerkt aan plannen met een breed draagvlak voor tal van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit particulier initiatief werken aan Gezonde Verstedelijking is in Nederland nog geen gemeengoed. Op dit moment ziet slechts één op de drie burgers mogelijkheden om bij te dragen aan zijn omgeving. Toch zijn dergelijke bijdragen eenvoudig te verwerkelijken, door bijvoorbeeld wat vaker de auto laten staan, geen afval op straat gooien en de sociale omgang verbeteren.


Verschillende deelnemers bouwen samen aan hun wijk. foto: Stichting Play the City

(Hoe)

Een vogelvlucht van de Luchtsingel in Rotterdam. foto: ZUS

Play Noord!, Stichting Play the City en TReC, Amsterdam Play Noord! is gemaakt voor en met ondernemers, bewoners, ambtenaren, politici, ontwikkelaars, activisten en ontwerpers. Tijdens deze ‘serious game’ maken diverse belanghebbenden nieuwe toekomstscenario’s en gebruiken zij collectieve intelligentie om de stad te ontwikkelen.

Test Site Rotterdam Test Site Rotterdam is door Zones Urbaines Sensibles (ZUS) aangepakt als een ruimtelijk en programmatisch experiment van hergebruik van bestaande gebouwen, een voormalige spoorlijn en parkeergelegenheden. Via nieuwe vormen van financiering, zoals bijvoorbeeld crowdfunding, en vanuit lokale initiatieven zijn onder andere daktuinen, een park en de Luchtsingel, een voetgangersbrug tussen CS en Hofbogen, gepland.

48


(Hoe)

Bronnen: Burgerpanel Gezonde Verstedelijking / Diner Pensant / Enquête Gezonde Stad / IenM Experts / Ontbijtsessie 2 / Overleg infrastructuur en milieu / Werkexcursie Almere / Werkexcursie Eindhoven / Workshops

Participatie Participatie is een cruciaal instrument waarmee het Ministerie van IenM vanaf het begin van haar processen kennis en kunde in de samenleving kan ophalen, laten aansluiten bij bestaande ideeën en initiatieven en kan inzetten op meekoppelkansen door het vinden van slimme functiecombinaties. Burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties kunnen participeren in beleid- en besluitvorming van de overheid (publieksparticipatie). En andersom; de overheid participeert in maatschappelijke initiatieven (overheidsparticipatie) of gaat een gelijkwaardige samenwerking aan (co-creatie). Het betrekken van burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven bij beleid- en besluitvorming en de samenwerking met deze partijen vraagt om een nieuwe manier van omgaan met de omgeving. Participatie bij Gezonde Verstedelijking betekent het vroegtijdig benaderen van de samenleving; op zoek te gaan naar (nieuwe) samenwerkingsvormen en het signaleren en faciliteren van maatschappelijke initiatieven.

een rol spelen. Vanzelfsprekende partners hierbij zijn lokale overheden, die goed in staat zijn een vinger aan de pols te houden op de schaal van regio, wijk en straat. Een voorbeeld zijn de zogenoemde “Almere tafels”, die helpen om tijdig signalen op te vangen waar sociale verbeteringen nodig zijn. Almere hecht veel belang aan participatie van inwoners bij de verdere ontwikkeling van de stad en bij de instandhouding van een goed leefmilieu.

Hierbij kan gebruik worden gemaakt van social media, maar ook traditionele bijeenkomsten blijven

In de Eindhovense wijk Woensel hebben de bewoners zelf een welzijnsmedewerker gekozen door

49

deel te nemen aan de selectiecommissie van de aanbesteding – inclusief de marktconsultatie en het opstellen van het programma van eisen. Dit kent een zeer positief resultaat. Zowel inhoudelijk, omdat de bewoners bijvoorbeeld kozen voor competenties van mensen in plaats van uren begeleiding. Maar ook in de verantwoordelijkheid: de bewoners voelen zich eigenaar, ze weten immers goed wat ze nodig hebben en werden zo ook verantwoordelijk gesteld voor hun keuze.


(Hoe)

Impressie van de mogelijke invulling van een stukje EEN; door een bedrijventerrein, woonwijk en een landbouwgebied.

De Ecologische Hoofdstructuur gecombineerd met het hoogspanningsnet levert het Ecologisch Energie Netwerk (EEN).

Overzicht van de key stakeholders om EEN te kunnen realiseren.

Ecologisch Energie Netwerk (EEN) Winnend voorstel van de Green Architecture Competition (NAi en Ministerie ELenI) van .FABRIC, LOLA en Studio 1:1 om een alliantie voor de versterking van biodiversiteit in het stedelijk domein en het gebied daarbuiten te sluiten. Het idee is om de ruimte onder het elektrisch hoogspanningsnetwerk in te zetten voor de ontwikkeling van natuur en recreatie vanuit een kerncoalitie met TenneT en de Ministeries ELenI en IenM.

50


(Hoe)

Allianties

Bronnen: Diner Pensant / Enquête Gezonde Stad / IenM Experts / Ontbijtsessie 1 / Ontbijtsessie 2 / Overleg infrastructuur en milieu / Werkexcursie Almere / Werkexcursie Eindhoven / Workshops

IenM kan door samenwerking in professionele allianties met burgers, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en andere overheden, waarin iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid heeft en neemt, komen tot snellere en betere oplossingen, zonder daarbij de maatschappelijke opgaven voor de langere termijn uit het oog te verliezen. Het aangaan van allianties betekent meer dan samenwerking om de verschillende belangen van de deelnemende partijen te omzeilen. Allianties zijn de plek waar, vanuit die verschillende belangen, het gezamenlijke opgezocht kan worden in het initiëren, onderzoeken en uitvoeren van projecten en programma’s. Weliswaar zijn er al tal van samenwerkingsverbanden (bijvoorbeeld Green Deals) maar er mag best worden ingezet op grootschalige projecten op het gebied van mobiliteit, ruimtelijke planning, of leegstand van kantoren en cultureel erfgoed. Vanuit haar beleid en regelgeving kan IenM innovaties stimuleren en faciliteren, door samen met markt en samenleving ruimte te

creëren voor experimenten op klassieke planningsdomeinen als gezondheids zorg, mobiliteit en energievoorziening. Uit het Rotterdamse project ‘Partners for Healthy Cities’ is bijvoorbeeld gebleken dat het ziekteverzuim verminderd kan worden door samenwerking met zorgverzekeraars bij het vorm geven aan de stadsinrichting. Constructies waarbij publieke en private partijen samenwerken (PPS) zijn bij uitstek geschikt om kennis en kunde, ervaring en expertise, middelen en mogelijkheden samen te brengen in het belang van een optimale inzet. Met grote bedrijven en NGO’s kunnen eventueel koepelafspraken worden gemaakt over het operationaliseren van gezond-

51

heid op lokaal niveau in de stad. Inmiddels wordt er volop geëxperimenteerd met allianties voor ruimtelijke opgaven. Een voorbeeld daarvan is de alliantie voor een ecologische uitwerking van de ruimte onder hoogspanningslijnen (zie voorbeeld). De groeiende aandacht voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen zorgt er voor dat bedrijven steeds meer betrokken zijn bij hun omgeving en de (ruimtelijke) effecten van hun bedrijfsvoering. Het betrekken van het bedrijfsleven zou kunnen waar het gaat om de relatie werknemer en zijn mobiliteitskeuze en woongedrag. De overheid kan daarin bepalend zijn door de locatie van de eigen kantoren.


Tentoonstelling van de 5e IABR: Making City in het NAI. foto: Ossip van Duivenbode

(Hoe)

IABR Making City Het zijn de steden die de oplossingen voor de grote opgaven van de 21e eeuw moeten vinden. No cities, no future. De stad is onze toekomst, maar alleen als ze beter bestuurd, ontworpen en gepland wordt dan nu het geval is. Daarom deed de 5e IABR: Making City een oproep aan alle betrokkenen – bestuurders, beleidsmakers, politici, marktpartijen, ontwerpers en burgers om voorbeelden samen te brengen die laten zien hoe we steden echt op een andere manier kunnen maken. Steden die gemaakt worden met sterke allianties, met een uitgesproken stedelijke agenda en met ontwerp voorop.

52


(Hoe)

Bronnen: Enquête Gezonde Stad / George Brugmans, directeur IABR / IenM Experts / Overleg infrastructuur en milieu / Werkexcursie Almere / Werkexcursie Eindhoven / Workshops

Leren in én met de praktijk IenM wil een adaptieve organisatie zijn waarin debat en reflectie met de buitenwereld, op de eigen opgaven, processen en rol daarin een standaard onderdeel vormt van de werkwijze. Het inzetten van het publieke debat voor de eigen opgaven, door het tonen en bediscussiëren van eigen projecten en programma’s, met nationale en internationale experts en betrokkenen, en het reflecteren op de eigen rol - het daadwerkelijk testen van het eigen functioneren – zorgt voor een open houding jegens vernieuwing en innovatie die in de samenleving plaatsvindt. Een recent voorbeeld is de samenwerking tussen het Ministerie van IenM en de Internationale Architectuur Biennale Rotterdam (IABR). Door een co-curator te leveren aan de 5e editie van de IABR én een zevental nationale projecten onder te brengen in het onderzoeks- en ontwikkeltraject van de biennale (via het IenM

atelier Making Projects), heeft IenM zichzelf en haar projecten onderworpen aan een innovatief ontwikkelproces met de (inter) nationale buitenwereld. Niet alleen heeft het Ministerie haar eigen rol in ruimtelijke projecten getest, vanuit de interactie tussen allianties, ontwerp en good governance. Ook heeft ze zeven

53

nationale projecten onderworpen aan een traject van aanvullend ontwerpend onderzoek, debat en reflectie, met uiteindelijke performance op de tentoonstelling. Samenwerking met de IABR vormt inmiddels een vast onderdeel van het beleid, vanuit de Actie Agenda Architectuur en Ruimtelijk Ontwerp.


54


Gezonde Verstedelijking voor Iedereen De stad is voor iedereen Steden zijn overal. Voor het eerst in de geschiedenis wonen er wereldwijd meer mensen in steden dan elders. Ook op televisie, op internet, in tijdschriften, kranten en boeken zijn visies, opinies en argumenten voor de stad te vinden. Deze meningen worden niet exclusief door specialisten of kenners geventileerd. Iedereen heeft een opvatting over de stad in het algemeen en soms zelfs heel specifiek. De stad is er voor iedereen. Wie de stroom aan publicaties over de stad van de afgelopen tijd er op na slaat zal opmerken dat het debat voor een belangrijk deel is overgelaten aan sociologen, economen, experts in nieuwe media, schrijvers, televisiemakers enzovoorts. Iedereen is uitgenodigd om mee te denken over de meer leefbare stad van morgen. Het wemelt inmiddels dus ook van de ranglijstjes die bepalen wat de meest leefbare, de groenste, de slimste, de gelukkigste, de meest duurzame, of de meest gezonde steden van de wereld zijn. Wanneer we vervolgens de belangrijkste criteria van de toonaangevende city-indexen vergelijken valt op dat het ‘maken’ van steden over veel meer gaat dan ordening, zichtlijnen, of de morfologie van gebouwen en leegte. Deze waarneming wordt bevestigd door economische studies naar de relaties tussen bijvoorbeeld investeringen door buitenlandse bedrijven en oordelen over het door hen aangetroffen vestigingsklimaat. Bovendien kan iedereen de stad maken, dit is allang niet meer voorbehouden aan de institutionele partijen. Met andere woorden, de nieuwe stedenbouwkundige agenda is breder en complexer dan ooit. Het klassieke stedenbouwkundig ontwerp wordt uitgebreid met nieuwe partijen, coalities en processen die vragen om een meer robuuste ruimtelijke organisatie van ons dagelijks leven. De vraag is: hoe ziet die organisatie eruit? Maar wat is die stad van vandaag? Waar leven we in? De hedendaagse stad lijkt nog het meest op een aaneenschakeling van meer en minder verstedelijkte landschappen. Stad en ommeland lopen in elkaar over, als een netwerk van verschillende soorten stad. Deze complexe structuur van verstedelijkte gebieden, van mensen, van ecologie, economie en cultuur, is de basis van onze leefomgeving. Gezond verstedelijken heeft dus zowel een materiële als een immateriële dimensie. Er is haast om beide dimensies diepgravend te onderzoeken en zorgvuldig te ontwerpen. De verwachting is dat er in 2030 5 miljard mensen in steden wonen. Steden zullen dan verantwoordelijk zijn voor 80% van de schadelijke uitstoot van broeikasgassen en er zal 60% van het van het globale Bruto Nationale Product worden verdiend. Ecologie en economie kunnen dus hand in hand gaan maar dan moeten we wel op een andere manier stad willen maken. Het is duidelijk dat als we op dezelfde manier blijven verstedelijken als we de afgelopen eeuw hebben gedaan, dat dan de druk op de hoeveelheid landbouwgronden en vitale groene ruimte voor drinkwater en sanitaire voorzieningen voor afvalwater schrikbarend toeneemt, om nog maar te zwijgen van de beschikbaarheid van fossiele brandstoffen

en de toename van de uitstoot van broeikasgassen. Niet alleen het leven in de stad, ook het leven in de omringende regio komt sterk onder druk te staan als we niet werken aan nieuwe vormen van verstedelijking. Vormen van verstedelijking die duurzaamheid niet langer zien als opgave of als beperking, maar juist als een aanleiding om tot betekenisvolle oplossingen te komen. Van stad naar verstedelijking Wanneer we naar de transformatie van het bouwen en sleutelen aan de stad van de afgelopen eeuw kijken, tekent zich alleen al in Nederland een interessante ontwikkeling af. We beginnen onze historie met de stedenbouw van Amsterdam Zuid door Berlage. Het ontwerp van Berlage is vooral een poging tot bemiddeling tussen datgene wat er was en de nieuwe ambities die de stad kan vertegenwoordigen, de nieuwe stad als kunstwerk. De Westelijke Tuinstad als onderdeel van het Algemeen Uitbreidingsplan door Van Eesteren vormde daarop geen logisch vervolg. De stad van Van Eesteren is gebaseerd op de ratio, volgt zijn eigen patronen en leunt zwaar op nieuwe ‘wetenschappelijke’ aannames van demografische ontwikkeling, bevolkingssamenstelling en te voorziene behoeftes. De witte jas waarin Van Eesteren zich steevast liet portretteren bevestigt zijn hang naar een meer wetenschappelijke benadering. Hoewel de stad van Van Eesteren goeddeels voor de Tweede Wereldoorlog werd bepaald werd ze pas in de wederopbouwperiode gerealiseerd. Na Berlage en van Eesteren volgen de jaren ‘70 en ‘80 die de socialisering van de stad opvatten met een tegenstadse beweging. De stad als dorp, of verzameling gemeenschappen, knus, overzichtelijk en lokaal. De volgende betekenisvolle ontwikkeling is de ‘VINEX-stad’. Doel van deze stad is om in een enorme nationale operatie alle uitbreidingen van Nederlandse steden te coördineren en af te stemmen. De VINEX vormt achteraf bezien het hoogtepunt van de top-down planning. De uitbreidingen werden gepland door overheden, gebouwd door ontwikkelaars, gefinancierd door banken en de stedenbouwkundigen probeerden de partijen bij elkaar te houden. Er werden ontwikkelingsbedrijven opgericht waar zowel overheden als private partijen aandeelhouder van waren. Vanuit deze ontwikkelorganisaties werden de ‘urbanists for hire’ aangetrokken en aangestuurd. De meest recente stap in het benaderen van stedenbouwkundige opgaven tekent zich in de beginjaren van de 21ste eeuw af en wordt gehuld in termen als ‘opdrachtformulerende stedenbouw’, ‘adaptieve stedenbouw’, of ‘modererende stedenbouw’. Hoewel uit de veelheid aan termen vermoed kan worden dat het hier nog niet om een eenduidige benadering gaat, is wel duidelijk dat in alle gevallen de tijd van ‘blauwdrukplannen’ voorbij is. De stedenbouw van nu lijkt nog het meest op een zoektocht naar een meer adaptieve planvorming die beter aansluit bij de dynamiek van de huidige stad. Met andere

55


pi Hap

nes

Crime

s

and

Safe

ty

ci

o-

C

ul

tu

ra

l

Li

va

b

il

it

y

ict

ns

A en igi s v o va ai ors us R il lab hi es a p i b tr il lit ic it y ti y o

T h r e a t O f Te r r o r Thre a t Of Military C on ict Of Civ Rela il Unre t ions st/con hip W Law ith O Enfo ther Lev rcem Coun el O ent tries f Co Eas rrup e O Sa t ion f E f ntr Ho ety I y A n nd de As mici Exi x d t Vo s a u l e R a t R te Co ter at e To n s T u r u no M ler lta u S ed an t ion t L oc ia ce O n i S e Ru C po ve l a l le O u r -m O r lt t ak u in f C Re in g r g l

a

te

g

y

e

d

u

c

C

le

a

l

A

o

Threa t

n

Popu l a t i o

Measu

re

ty Crime Prev a l ence Of Pe t Prevalence Of Violent Crime

ca

Be

ity

t gh Ni

e

Th ng

y tr es

es

li

ci

at

ur

al

nd

D

D

st

s er

t uc

iv

e

A

ni

m

n ee

al

s

Po

A

lic

nd

A lan r C i f A G n P ur O me t e I In an rd o en t D im on n gh o les ti em tio d T Li en ec ub Ac nag ipa d p R o S n a An ic o n Tr r e e n M a r t e T tio bl G ee c P lu r rta G b l i Po l fo int ork r m u p e tw t P Co is are Ne oo al C No l ing a l F or t son e c pp Per Su Fe logi f nd n o O tio re A Ec ty u c i s a l a sf Lei Qu ati To e S ted Lif evo e D Ti m e ing b l s l r We e Ye a y Lif ria  Happ d Crite

us

Ci e

Th In

s ct se In

N

F es And getabl Meat A n d Ve It ems Fr ui t s sumpt ion Da i ly Con es Alcohol ic Bever ag Au t o m ob i l e s

Ec

ono m

W a s t e w a t e r Tr e a t m e nt

n Wa t e r C on s u mp t i o Wa t e r S y s t e m L e a k a g e s

llu Wa t e r Po

g n a s in io p ts n ie ld pt S se io ui lic um pt l B Po n As m ns y tia e l u o n y rg s C de i r e ra ne ns si t rd ne y G atu shi Co t en erg nt E f Res t anda s y n e n n N S O i E g I u ive c gs y S er on le iat f i g in nit pt En er wab d E ild s I n um Bu En ne A ing ns nt ild Re ean Co cie Bu y Cl nt rg ef s e t cie gy En oin r f P e e ing En rgyarg e t Ch En l ing por ork ar c ans Netw Cy ic C r Tr ctr por t -ca s n Ele Non r Tr a Of n-ca ion Use f No omot O rt Pr Size nspo icies n Tr a on Po l Gree educt i st ion R Conge t ion rt

c

f

ili

e

ty

e

ra t

u ng

rs

g

ou

in

H

ng om

cu

ri

ty

on

Health

Most Livable Cities Index - Monocle Green City Index - EIU Quality of Life Index - Numbeo Better Life Index - Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) Happy Planet Index - New Economics Foundation (NEF)

Dit diagram vergelijkt de criteria van diverse toonaangevende city-indexen. De overlap wijst op een aantal breed gedragen aspecten die van belang zijn voor de algemene kwaliteit van leven in de hedendaagse stad.

56

ati

on

Se

Eco-City ranking - Mercer

uc

Ec

ic

Quality of Living Survey - Mercer

Ed

s

s

at

er

R

Lo

re

ll

Best City Index - EIU & Buzzdata

ab

p

rk i

te T ve

Quality O f Pub

l

em

C

y/ t

O

a To ra

Global Livability Report - The Economist Intelligence Unit (EIU)

ic L iv

es re ti e u li ur i it it d ac rn F n ir en o c Fu pa si rs xp nd a e Re E A B P g nd h r es A it in Pe nc s ce W ia u s g an o m pl H oo l l in n g Ap n t e n R we s i ai ld ion at D ou eho ld M uc Ed H ous eho te on H s iva us l ati Pr tor uc Ho raw s Of Ed ica te Sp ool i l i t y Ind h iva n r Sc ilab f P tio a O t Av ty uca men ali c Ed ain ce Qu Att Scien bli And P u a t iona l a t ion ading c c s, Re Edu Edu Math s In s In Ye a r Skill ents St ud cy pectan Life Ex th rted Heal Se lf-repo rivat e Healthcare Av a i l a b i l i t y O f P Qualit y Of Privat e Healthcare Av a i l a b i l i t y O f P ubl ic He a l t hcare

lic Health Av a i l a bi care G e n e l i t y O f O v e r- t h e r c a o u l n ter Dr Heal Hos ugs p thcar Med ital Ser e Ind vice ica icato s I l n S rs f u e ppl Em ct iou ies s D e i Em rgen s eas cy es Lo ploy Se m r n vic e nt Pe g-t es er Ra Jo r so m te na Un H b S l E em ou ec ar p H s l u o n e r ym in E ou it h gs en H mp seh old y t R at D um loy old Di e sp is e os co i d es Fin a a W m it b n le o c i al In ng co W m ea V e er lt h y fo

im

Globa l Cha in Stor es Currency Exchange Regula t io Bankin ns g Serv ices Cons umer Price Ren t Ind Index Gro ex cer ies Res Ind ex Lo t aura c nt Pri Ho al P urc ce Ind Gr use ha Pr ex s o i s ng Gr ice s Po To Pr oss Ren we I t i r I n Re al Pr ce co nd Y n m ex T i ie ta e R M ce o ld at To R e l Y i A or t Ci io e n f g t ld t R Ta f o y C ag Re O rd at nt G x en e ut tre io si % H as i F ab Ra de Ci o a ti te oli re ilit Of ty Ci o n I y s ty O l Ce In nco ut P e P Ce nt si ri de m nt re de e c ric re x e C es s it y C en tr e

si

tr

Wa t e r E f ciency A n d Tr e a t m Wa t e n t Po l i c e r P o ies tabilit Satis y facti on W How ith G arbag M u n Many Peo e Di p s l i p e o c s Wa Find al ipa s T l h W e Ci Wa t e R e ast ty C cyc ste e P lean Gr lin Re rod &tid g ee du y uct n S c a L t ion A i t isf a and U ion A nd se Ni r P ctio Po Po lic n ol O tro lic ies l u Wi i t e Pa zon gen s t io h Ai rt e D S r Q n io i ua xi C ulp cu de lit C o2 hu l a t y C o2 Em r D e M o at io 2 In is te xi s R t e r n ion de si s t ti y o n

n nn Co latio ex nd Iso f c I ex Tr a ex Ind e Ind Ti m xp. e E cy Ti m cien ish Inef

ou

S

P

ity

ir

bil

a is

Mo

s

d

itic

an

al P ol

re

ogic

tu

Env ironment,

uc

a t e,

tr

Clim

as

Ecol

fr

Po l l u t i on a nd

In

k rt s or po w nk et ans l Li N n r a o T d si on ts oa l ic ti ovi n e R ub r io ns na ss is A Of P ter y P tio v l o f ca n erg Pr i ra t y I O n u f En u r lt l i t y e m O f u a at li y C u om Q ua lit y O f W lec Q ua lit y O Te f Q ua lit O Q ua ity ty Q ua l ctivi e Q

H

ty

f e O

e Th

Po

llu

tio

n

So


woorden: de geschiedenis laat een verandering zien. In de praktijk van het sleutelen aan de stad is de aandacht verlegd van een benadering van de stad als object, naar verstedelijking als proces. Vanuit het klassieke perspectief van stedenbouw en ruimtelijke ordening - het inrichten en voorbestemmen van de ruimte - wordt dit veranderende verstedelijkingsproces als verwarrend ervaren. Als iedereen is uitgenodigd (of zichzelf uitnodigt) om iets van verstedelijking te vinden en dat bovendien in praktijk te brengen, lijken de gebruikelijke vormen van sturing en projectie immers in toenemende mate zinloos. Verstedelijking lijkt dan meer het gevolg van toeval. De houding onder professionals in de ruimtelijke disciplines was toch vooral om binnen de eigen sectoren te zoeken naar oplossingen, een houding van ‘schoenmaker blijf bij je leest’. Maar ook hier is een grote omslag merkbaar, juist een open en integrale aanvliegroute voor verstedelijkingsvraagstukken biedt een grondslag voor deze professionals om te werken aan nieuwe en kansrijke perspectieven. Een aanpak die niet afwacht totdat er een compleet antwoord gegeven is op de vraag ‘hoe zouden wij op een meer gezonde manier kunnen verstedelijken’ en dit dan vervolgens in plannen gaat vastleggen en uitrollen. Maar een aanpak die begint door tegelijkertijd deelantwoorden te verzamelen, visies te ontwikkelen en ideeën te testen in de praktijk. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) is met de benoeming van ‘Gezonde Verstedelijking’ als verbindend thema een interessante weg ingeslagen die door een veelheid aan activiteiten en inventarisaties het DNA van een gezonde stad – en impliciet ook gezonde verstedelijking – bloot wil leggen. De schat aan informatie die door burgerpanels, werkexcursies, expertmeetings en workshops op tafel is gekomen is enorm. Nu staat de vraag centraal hoe dit materiaal kan worden ingezet om tot werkelijk nieuwe onwikkelperspectieven te komen. Hoe ontwerpen we Gezonde Verstedelijking? Een voorbeeld van zo’n nieuw antwoord is de vraag: Wat is de toekomst van de digitale stad? Digitale media veranderen steeds meer de manier waarop we de stad gebruiken. Het nieuwe werken heeft dankzij digitale media binnen kantoorgebouwen een revolutie op gang gebracht en vormt daarin een nieuw hoofdstuk in de transformatie van werkplekken. Daarin is de kantoorkamer ingeruild voor de kantoortuin, die op zijn beurt plaats maakt voor flexibele werkplekken. Steeds meer zelfstandige ondernemers zijn op zoek naar flexibele kantoorruimte in de buurt van huis, of juist de opdrachtgever. Mobiele technologie vergroot deze ontwikkelingen van het zenden en ontvangen van digitaal dataverkeer waarbij het begrip afstand totaal veranderd. Ook tijdens het reizen helpt digitale reisleiding ons als ‘personal travel assistent’ naar de beste hotels, restaurants en andere plekken waar we nog nooit zijn geweest. Altijd een digitale kaart bij de hand op onze smartphone, gratis wifi in het park en via sociale media delen we digitaal de leukste hangouts in de stad.

overwinningen. Participatie is feitelijk ook een vorm van het te rade gaan bij de massa. Een gecoördineerde massa kan dus niet enkel macht uitoefenen, ze bezit ook een eigen intelligentie. Lior Zoref liet tijdens zijn TED talk over ‘the wisdom of the crowds’ een buffel van 813 kilogram op het podium komen. Het publiek moest het gewicht schatten. Gemiddeld zat de door massa gegenereerde wijsheid er zo’n 1,5 kilogram naast. Ongelofelijk misschien maar we zijn met z’n allen heel goed in staat het gekende bij benadering exact in te schatten. Maar hoe kunnen we de kennis van de massa inzetten om de stedelijke uitdagingen te adresseren: leegstand, krimp, mobiliteit, duurzame voedsel en energie productie, nieuwe business modellen voor de stad? Hoe kunnen we processen ontwerpen die mensen in staat stellen eigenaar te zijn van hun eigen leefomstandigheden? Deze vraag veronderstelt een heel andere soort kennis. Een actueel voorbeeld daarvan is de Urban EcoMap. Dit initiatief van Cisco behelst een interactieve beslissingsruimte die individuele burgers in staat stelt om weloverwogen beslissingen te nemen over energiegebruik in hun dagelijks leven. Doel is om bewustwording te genereren dat uiteindelijk moet leiden tot vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Ook ontwikkelen zij activiteiten die burgers in staat stellen om concreet in hun stad bij te dragen aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Centraal staat de benodigde gedragsverandering vanuit het inzicht van mensen in de consequenties van hun acties. Door digitaal beschikbare kaarten in te zetten worden mensen geactiveerd bij te dragen aan het verbeteren van de leefbaarheid van hun directe omgeving, een werkelijk directe invulling van gezonde verstedelijking. Deze praktijk wijsheid levert verbeterde plekken op in onze steden. Bottom-up georganiseerde processen leveren in zichzelf snelle en betrouwbare informatie over het hier en nu, maar de vraag is of het ook tot echte innovatie kan leiden. Immers, ’op basis van marktonderzoek zou de Iphone nooit zijn uitgevonden’. Deze stelling zegt eigenlijk dat de wijsheid van de massa niet ingericht is op het oplossen van vraagstukken, waarvan het antwoord in de toekomst ligt. Anticiperen en prefaciliteren?

Steeds geavanceerdere sociale media kunnen ook minder onschuldige doelen dienen. Denk maar aan de Arabische Lente of de eerste verkiezingsoverwinning van Barack Obama. Het mobiliseren van de massa werpt regimes omver en leidt tot verkiezings-

Innovatie ontstaat volgens een andere route. Als we antwoord willen geven op de vraag hoe het voortrazende proces van verstedelijking zo zou kunnen worden beïnvloed dat het resultaat niet een onbewust alles opslurpend mechanisme wordt, maar juist een systeem waarin de dingen met elkaar in balans worden gebracht, dan moeten we zoeken naar een mogelijkheid om voorbij de wisdom of the crowds te geraken. Zoals gezegd is IenM begonnen met het ophalen van kennis over wat gezonde verstedelijking zou kunnen zijn. Alles wat deze inventarisatie heeft opgeleverd is zonder enige twijfel waar en relevant. De belangrijke vervolgvraag is: hoe brengen we al deze waarheden een stap verder. Een antwoord kan worden gevonden door te leren van nieuwe inzichten over de inzet van ontwerpprocessen in het komen tot nieuwe oplossingsrichtingen. Ruimtelijk ontwerp in de zin van stedenbouw, planning en architectuur kende een eeuwenlange en

57


Vermoedelijk de eerste afbeelding van curling. ‘Jagers in de sneeuw’ uit 1565 van Pieter Bruegel de Oude.

tamelijk stabiele invulling. Allen zijn in meerdere of mindere mate gebaseerd op een watervalsysteem waarbij eerst de haalbaarheid van een project wordt getest, om vervolgens de fase van analyseren, ontwerpen, implementeren, testen en onderhouden in te gaan. Kenmerk van dit project perspectief is dat elk fase-resultaat in zichzelf onherroepelijk is en zich pas aan het eind bewijst. Bovendien is het een tijdrovend proces waarin de volgorde der fases moeilijk kan worden aangepast. Met andere woorden, een statische en inflexibele werkwijze die steeds minder goed in staat lijkt om adequate antwoorden te geven op actuele en steeds complexer wordende vraagstukken. Een andere opvatting over de inrichting van ontwerpprocessen is afkomstig uit de software engineering. Dit ontwerpproces is agile en lean. Dat houdt in dat alle fasen van het ontwerpproces gelijktijdig plaats vinden. Er wordt gewerkt met een groot team die korte sprints uitvoeren, die telkens een afzonderlijk eindproduct opleveren. Het voordeel van deze werkwijze is niet alleen de flexibiliteit in het proces zelf, dat hierdoor enorm wendbaar is geworden, maar tevens dat er kan worden gevonden wat aanvankelijk niet werd gezocht. In dit proces is ook de opdrachtgever onderdeel van het projectteam. Die kan er op die manier halverwege het ontwerptraject al achter komen dat het door hem geformuleerde probleem al is opgelost in een van de deeloplossingen.

Deze opvatting van het ontwerpproces als tactisch middel om snel scherpte in de resultaten te krijgen, maar tegelijkertijd alle mogelijke input van deelvragen mee te blijven nemen blijkt in minder tijd beter bruikbare oplossingen op te leveren, althans als het gaat om software ontwikkeling maar ook bijvoorbeeld in de auto-industrie. Misschien dat het dus geen gekke gedachte is dat deze aanpak ook bij het nadenken over gezonde verstedelijking zinvol kan zijn. Het proces om nieuwe antwoorden te vinden zou kunnen bestaan uit het ophalen van wisdom of the crowds en het slaan van snelle sprints door middel van deelontwerpen. Elke sprint leidt tot een bruikbaar product, waarvan het nog onduidelijk is of dit hét product is. Het testen toont aan of een deeloplossing volwaardig is. Vervolgens wordt het resultaat gematched met anderen om daar de beste variant in te kiezen. Zodra zich een denkrichting aftekent, is de vraag hoe de overheid haar rol als verbinder gaat opnemen. Er zullen mogelijk allianties worden gevormd. Dit is de fase waarin er op voorhand ruimte moet worden gemaakt voor initiatieven uit het maatschappelijk veld. Ook in dit proces kan de inzet van ontwerpend onderzoek bijdragen aan het identificeren van sleutelactoren en het verbinden van partijen op basis van de synthetiserende kracht van het ontwerp. Het komen tot verbindende thema’s op basis van een analyse van bottom up verlangens en top down agenda’s en het realiseren

58


van de daaruit voortkomende ideeën en projecten is bij uitstek een rol voor de overheid. Een metafoor om de rol van de overheid in dit proces te duiden, is afkomstig uit de sport; curling om precies te zijn. In tegenstelling tot veel sporten is bij curling niet alleen het spel van belang, maar zeker ook het conditioneren van het speelveld als spelelement. De teams werken gedurende het hele spel aan het manipuleren van de ijsbaan om tijdens het spel de spelcondities en het eindresultaat te beïnvloeden. Doel is om zoveel mogelijk van de acht stenen waarover elk team beschikt zo dicht mogelijk bij het zogeheten ‘huis’ te krijgen. Hoewel een speler met het loslaten van zijn steen de richting inzet van zijn ‘worp’ is de uitkomst van het proces en dus het resultaat in hoge mate afhankelijk van de bewerking van het ijs vóór de steen. Door met een bezem het ijs net voor de steen te bewerken probeert een spelers de optimale condities voor een bepaald tracé te creëren, maar het is van veel factoren afhankelijk of dit tracé werkelijk wordt afgelegd. Bovendien zijn er nog de andere spelers die met hun worpen de uiteindelijke positie van de steden danig kunnen beïnvloeden. Curling biedt daarmee een illustratie van een ander proces waarin het resultaat niet alleen bereikt wordt door achteraf te controleren, maar vooral door te anticiperen en te pre-faciliteren. Hier ligt een kans, beter gezegd de opdracht voor de overheid om met een gecombineerde strategie Gezonde Verstedelijking na te streven en mede te ontwikkelen. Dit is een overheid die anticipeert door de inzet van ‘crowd-sourcing’ en ontwerp én een overheid die prefaciliteert door het scheppen van condities voor allianties en initiatief. Want het positioneren, empoweren en benutten van mensen en het door-ontwikkelen van een leefomgeving vanuit een economisch, sociaal-cultureel en ecologisch perspectief, creëert robuuste voorwaarden voor Gezonde Verstedelijking. De stad hoeft niet opnieuw te worden uitgevonden, ze is er voor iedereen, het is de opdracht om bestaande initiatieven en ontwikkelingen slimmer te richten en beter te benutten. Eric Frijters, Olv Klijn, Jan Hendrik Dronkers, Henk Ovink, Rene Vrugt

59


Colofon Gezonde Verstedelijking Initiatief Jan Hendrik Dronkers, Rene Vrugt Eindredactie IenM, FABRIC Teksten Eric Frijters (FABRIC), Olv Klijn (FABRIC), Goriska van Cooten, Thea Helmerhorst, Marieke Francke, Dick van Lith, Brenda Vervoorn, Elien Wieringa Essay:Eric Frijters (FABRIC), Olv Klijn (FABRIC), Jan Hendrik Dronkers, Henk Ovink, Rene Vrugt

Aanvullend onderzoek, workshops, illustraties en beeldredactie FABRIC: Ivo de Jeu, Bas Driessen, Jan Loerakker, Charlotte Simpson Perspectieven ‘Regio, Stad en Straat’ FABRIC i.s.m. Francesco Garofalo (Openfabric) Grafische vormgeving Lu Liang Druk Drukkerij Raddraaier, Amsterdam

60

Deze publicatie is geen handelsobject en niet bedoeld voor commerciële doeleinden. Alle beelden en illustraties zijn van de auteurs tenzij anders vermeld. De auteurs hebben hun uiterste best gedaan de bronnen van extern materiaal zo goed mogelijk te vermelden. © 2012 Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Den Haag (www.minienm.nl)


Deelnemers [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Jan Dirk Costeris ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Fred Woudenberg ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ Gerda Blom ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Angelique Nijssen ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Anne van Dorst ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ Zef Hemel ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ Leni Smit ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ Sabine Groenewegen ]

[ / ] [ / ] [ Hanneke Kruize ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Marcel Westerman ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ Kuba Szutkowski ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ Peter Colon ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Peter Keunzli ] [ / ]

[ Marjolein Verschuuren ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ Kooman Van Vliet ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Eric Frijters ] [ / ] [ Olv Klijn ]

[ Frank van Oort ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Diana Beuting ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ Bas Driessen ]

[ / ] [ / ] [ Michel Driessen ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Mary-Ann Schreurs ]

[ / ] [ / ] [ Ivo de Jeu ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ Jan Loerakker ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Charlotte Simpson ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ Frans Dijstelbloem ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ Harry Wagemakers ] [ / ]

[ / ] [ Jelle Groot ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Francesco Garofalo ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ Henri Koolen ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Joyce Hijdra ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Jan Herman de Baas ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Lu Liang ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Frank Metsemakers ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ Angelique Bellemakers ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Riek Bakker ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Caroline Hummels ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ Theo van de Gazelle ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ Bart Teulings ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ Jan Eikema ] [ / ]

[ / ] [ Cynthia Woudenberg ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] ...

[ / ] [ André Seip ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ Ward de Meulemeester ]

[ / ] [ / ] [ Mariëlle Overboom ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ Adri Duivesteijn ]

[ / ] [ Nico van de Poel ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ] [ / ]

[ Henk Meijer ] [ / ] [ / ] [ / ]

Aan dit onderzoek naar Gezonde Verstedelijking hebben in totaal zo’n duizend mensen hun medewerking verleend. Naast medewerkers en experts van IenM en andere overheden zijn maatschappelijke organisaties en bedrijven geraadpleegd en zijn honderden burgers bevraagd.


Profile for IVO DE JEU

Gezonde Verstedelijking  

(c) FABRICations / Ministerie van Infrastructuur en Milieu Graphic Design: Lu Liang

Gezonde Verstedelijking  

(c) FABRICations / Ministerie van Infrastructuur en Milieu Graphic Design: Lu Liang

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded