Page 1

Naar een nieuw decreet

10 mei 2016

In deze editie

Met deze infozine willen we beleidsmakers die met het sociaal-cultureel werk bezig zijn, op de hoogte houden van lopende dossiers. Daarbij richten we ons in het bijzonder - maar niet uitsluitend - tot de leden van de Commissie Cultuur van het Vlaams Parlement. Een publicatie op maat, dus.

p. 2

Met het nieuwe decreet in zicht willen we van de gelegenheid gebruikmaken om enkele actuele dossiers onder de aandacht te brengen. Om te inspireren voor huidig beleidswerk, om kiemen extra voedingstoffen te geven en om nieuwe punten aan te kaarten.

p. 14

p. 5 p. 9 p. 12

p. 16 p. 18

Een sociaal-cultureel parlementair voorjaar Procedures met haken en ogen Hallo regio: meer dan een bestuurlijk verhaal Waar vrijwilligers werken, is omkadering nodig Graag aanvullende maatregelen voor aanvullende financiering Etnisch-culturele federaties: nog steeds vol verwachting FOV: wij denken graag met u mee!

Veel leesplezier! Het FOV-team

Je vindt meer van ons op: www.fov.be

V.U.: Dirk Verbist (FOV - federatie sociaal-cultureel werk) - Gallaitstraat 86 bus 12 - 1030 Brussel


Een sociaal-cultureel parlementair voorjaar In de zomer van 2015 presenteerden we onze Richtingaanwijzers. Bart Caron (Groen) en Marius Meremans (N-VA) legden in september een conceptnota over het sociaal-cultureel volwassenenwerk neer in het Vlaams Parlement. Yamila Idrissi (sp.a) deed dit –samen met partijgenoten Katia Segers en Tine Soens- in april, kort daarop gevolgd door Sven Gatz (Open VLD), in naam van de Vlaamse Regering. Uit eerdere interventies blijkt ook dat Caroline Bastiaens (CD&V) klaar is om de discussie te voeren. De kaarten liggen dus op tafel. Ook het parlementair gesprek is officieel van start gegaan.

Sociaal-cultureel werk steevast op de agenda Eigenlijk is het sociaal-cultureel volwassenenwerk tijdens deze legislatuur al dikwijls voorwerp van fundamenteel gesprek geweest in de Cultuurcommissie van het Vlaams Parlement. Denken we maar aan het debat over de New Deal of over de vele sociaal-culturele werkingen op internationaal vlak, de rol van de etnisch-culturele federaties, de recente opstart van SCWITCH, de nieuwe socioculturele dienstverlener zakelijk organisatiemanagement. En natuurlijk ook over besparingen en solidariteitsbijdragen.

Basisuitgangspunten Het blijkt ook uit de conceptnota’s en tussenkomsten: een kamerbrede erkenning van de onweerlegbare rol van het sociaal-culturele in de samenleving. En eigenlijk liggen de discussiethema’s ook niet ver van elkaar. Ook de FOV zelf ging deze in de Richtingaanwijzers voor een nieuw decreet (juli 2015) niet uit de weg: over de functies en rollen van het sociaal-cultureel werk, over het openstellen van de grenzen tussen werksoorten, over het dynamiseren van

2

het subsidiekader door te werken op de instroom en uitstroom, over de noodzaak aan een nieuwe subsidiefoto bij de verenigingen, over…. De “proof of the pudding” van de diverse conceptnota’s zit dus niet zozeer in de basisuitgangspunten, maar veeleer in de manier waarop er verder vertaling aan zal worden gegeven.

Vertrouwen In de conceptnota van minister Gatz wordt verwezen naar de nota “Vertrouwen boven verantwoording” van ‘de Verenigde Verenigingen’. Ook binnen de Vlaamse overheid lopen projecten om op een andere (meer vertrouwensvolle) manier om te gaan met burgers, bedrijven en verenigingen. Tijdens al deze gesprekken met middenvelds- en overheidsactoren valt op dat de grondtoon van “afhoudend inspelen” die achter het huidige decreet zit, fel wordt geapprecieerd als voorbeeld voor heel wat andere terreinen. Ook minister Gatz breekt hier een lans voor in zijn beschrijving van de uitgangspunten van een nieuw decreet (blz 29 in de conceptnota). En dus: laten we dit als smaakmaker gebruiken voor het proeven van de pudding. We gaan er in een volgend artikel dieper op in , maar... er gaapt een kloof!


Kloof tussen uitgangspunten en instrumentarium De instrumenten en procedures zijn in de conceptnota van de minister uiteraard nog niet volledig uitgewerkt, maar hoe concreter ze worden, hoe groter de kloof met zijn uitgangspunten wordt: •

Zo wordt de sector smaller gepositioneerd dan de tendensen van de afgelopen jaren zouden kunnen doen veronderstellen: de situering in de vrije tijd zou, zo zegde de minister in de commissie van 28 april, strikter moeten zijn dan vandaag; het feit dat 75 % van de organisaties internationaal werkt

wordt niet verdisconteerd; het referentiekader voor (de beoordeling van) het beleidsplan houdt geen rekening met de diversiteit en het “ecosysteem” in de sector;… •

Ook: de (in de conceptnota beschreven) procedures staan haaks op de uitgangspunten van de minister zelf. Ze focussen overwegend op een beheersingslogica voor de overheid en dit vanuit een geest van wantrouwen, ze lokken politisering en instrumentalisering uit, … En bovendien: het is onuitvoerbaar, niet realistisch en ongeloofwaardig. We komen hier in het volgende artikel op terug.

We gaan hier ook kort in op onze kijk naar andere elementen in de conceptnota: 1. Doel, rollen en functies vormen een goede basis om op verder te werken; 2. We blijven bij de functies de voorportaal-/toeleidingsfunctie in beeld brengen als keuzemogelijkheid, vooral voor organisaties die expliciet werken met, voor en door kansengroepen; 3. We bevestigen de regionaal-afgebakende positie van de Vormingplussen binnen een civiel sociaal-cultureel kader; 4. We pleiten voor het uitwerken van een breder regionaal kader in de context van de decreetbesprekingen voor het sociaal-cultureel werk; 5.

Het is goed dat voor de omschrijving van het werken in de vrije tijd wordt vertrokken van “finaliteit” en “tijd”, maar de definitie moet de hedendaagse relevantie van levensbreed, intersectoraal en intergenerationeel werken ondubbelzinnig omarmen; 6. Het internationaal perspectief moet expliciet in het decreet worden opgenomen; 7. De omschrijving van de organisatievorm als “rechtspersoon met een niet-commercieel karakter” is hanteerbaar, in combinatie met het toezicht op het beantwoorden aan het doel van het decreet;

3


8. Het beoordelingskader moet decretaal verankerd, helder en hanteerbaar zijn voor de diversiteit aan organisaties in de sector. Dit kan alleen maar door verder te verfijnen naar diverse referentiekaders/beoordelingsbrillen; 9. Evaluatie en beoordeling moeten –waar relevant- ook rekening houden met kwantitatieve criteria en bereik; 10. De principes voor een bredere instroom stemmen overeen met onze Richtingaanwijzers; 11. Ook in de Richtingaanwijzers pleiten we voor het verkorten van de uitstroomcyclus, maar de voorgestelde regeling is niet uitvoerbaar en houdt geen rekening met wat de minister zelf “een faire periode” noemt; 12. Door uit te gaan van één voortgangsrapport per beleidsperiode, wordt de administratieve last beperkt. Dat is alvast een goede zaak. In de verdere decreetbesprekingen bekijken we nog graag mee of we ook op andere manieren planlasten tot het strikte minimum kunnen herleiden; 13. De procedures voor evaluatie, beoordeling en subsidietoekenning zijn onwerkbaar en stroken niet met de uitgangspunten van de minister zelf. Hier gaan we in het volgende artikel in detail op in; 14. We pleiten voor een aparte erkenning en ondersteuning van steunpunt en belangenbehartiger. We hebben de afgelopen maanden open discussies gehad met betrokken parlementsleden over hun conceptnota’s en interventies, onze Richtingaanwijzers,… We pleiten ervoor om ook de volgende maanden op dit élan door te gaan. Minister Gatz heeft op verschillende manieren input verzamelt voor zijn conceptnota, nam de tijd om op vragen in te gaan tijdens onze Algemene Vergadering, ... Aan hem vragen we om de volgende weken en maanden voldoende tijd te nemen voor doorgedreven dialoog, met open vizier. Want het gaat niet om het vlugvlug uitschrijven van een decreet en de bespreking van punten en komma’s: het evenwicht in de procedures is gaandeweg volledig uit balans geraakt en moet opnieuw worden hersteld.

4


Procedures met haken en ogen De conceptnota wil twee procedures met elkaar vermengen: de visitatieprocedure (die we min of meer kennen uit onze praktijken van vandaag) en een beoordelingsprocedure, die leentjebuur speelt bij het kunstendecreet. Zo worden we geëvalueerd op het verleden en beoordeeld op de toekomst. Het blijkt geen sinecure te zijn om de twee systemen op elkaar te laten aansluiten. Toegegeven, een conceptnota is geen decreet. Heel de machinerie moet nog in elkaar worden geknutseld en er zijn nog heel wat gaten en onbekenden, passages die elkaar tegenspreken, logica’s die elkaar doorbreken,… Het zou zelfs best kunnen dat we zinnen anders interpreteren dan hoe de schrijver ze bedoelde. We beseffen dat er nog werk aan de winkel is, maar toch: laten we de procedures in de conceptnota eens toetsen aan een aantal uitgangspunten, die in dezelfde conceptnota staan: 1. Vrijheid voor organisaties: “Organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor hoe ze precies vorm geven aan hun werking, hun praktijken. Zij weten wat er leeft en beweegt in de samenleving. Zij houden de vinger aan de maatschappelijke pols. Ze bepalen zelf hun doelen, ze ontwikkelen een eigen verhaal over en een eigen visie op hun organisatie. Ze hebben hun eigen procedures, een eigen format, en kiezen zelf hoe ze de processen managen.” (p. 31)

2. Een beheersbaar kader: “Het nieuwe decreet zal een dynamisch financieel kader mogelijk maken (…), zodat de middelenstroom de realiteit beter volgt.” (p.43) 3. Vertrouwen boven verantwoording: “Deze vorm van erkenning en subsidiëring komt tegemoet aan de eerste aanbeveling uit het onderzoek van ‘de Verenigde Verenigingen’ “Vertrouwen boven verantwoording”: “Maak de omschakeling van tijdelijke naar duurzame erkenningen voor verenigingen (met de mogelijkheid om bij manifeste gebreken de erkenning op te schorten/ op te zeggen)”.” (p. 46) 4. Civiel perspectief : “Vanuit dit civiel perspectief hebben sociaal-culturele organisaties een grote mate van autonomie ten aanzien van de overheid, een belangrijke vrijheid van verenigen.” (p. 31)

5


Daar gaan we:

Enkele voorbeelden:

1. Vrijheid voor organisaties

Beoordelingskader vaag én ingrijpend: alle organisaties worden vanuit eenzelfde kader geëvalueerd en beoordeeld. Dit betekent dat de criteria hiervoor heel vaag en algemeen zijn, zodat je moeilijk kan inschatten waarmee je vergeleken wordt. Je schrijft je subsidieaanvraag dus wat in het luchtledige en geeft aan de beoordelingscommissie veel ruimte om jouw aanvraag te interpreteren. Dit kan positief uitdraaien, of negatief. Je kan het moeilijk inschatten. En dat is een serieuze handicap in de conceptnota, want een helder beoordelingskader is bepalend voor een goede lezing van de intenties.

Meer instrumentalisering: als er opmerkingen in het visitatieverslag staan, gaat de conceptnota er automatisch van uit dat je deze overneemt in een remediëringsplan en/of je subsidieaanvraag. Zoals het nu is geformuleerd, lijkt de procedure te breken met de huidige praktijk waarin ruimte wordt genomen om via woord en wederwoord tot genuanceerde opmerkingen en uitspraken te komen.

De conceptnota sloopt heel wat begrenzingen in het huidige decreet. Omdat er (behoudens de Vormingplussen) geen werksoorten meer zijn, kies je zelf je functies; je hoeft geen vzw meer te zijn; je mag samen met andere organisaties een dossier indienen;… Oogt mooi: organisaties kunnen hun eigen verhaal kwijt. Maar als je de procedures verder bekijkt, kan je je de vraag stellen of dit “eigen verhaal” ook zal uitmonden in een grote(re) vrijheid. Want de evaluatie van de werking en de beoordeling van de plannen worden door een f(n) uik geleid, die steeds nauwer wordt naarmate je dichter bij de beslissing over je subsidies komt.

Kortom, organisaties krijgen wel meer vrijheid om aan de overheid te vragen wat ze willen, maar de overheid geeft zichzelf ook meer vrijheid om te antwoorden wat hij wil.

2. Een beheersbaar kader Nogmaals, een conceptnota is nog geen decreet en moet dus de realiteitsproef ondergaan. Toch kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat de procedures minder zijn geschreven om het voor de organisaties beheersbaar te maken, maar meer vanuit een overheidsperspectief. En zelfs daar mankeert er nog wel wat. Enkele voorbeelden:

6


Onrealistisch tijdspad: het tijdspad is op heel wat plaatsen onmogelijk voor organisaties. Zo kan de Vlaamse Regering, bij een remediëringstraject, voor 31 december beslissen om vanaf 1 januari geen subsidies meer te geven. Ook is de uitwerking van de remediëringsprocedure zowel voor organisaties als de overheid een hels kluwen. Een voortgangsrapport dat voor 1 februari binnen moet zijn, is niet haalbaar als je én de afrekening in orde moet hebben én op een democratische manier de Algemene Vergadering moet kunnen raadplegen. Repliek op de visitatie én validering (ingrijpen) door de Vlaamse Regering binnen de 30 dagen? Enzovoort.

• Budgettaire beheersbaarheid: de instroom is onbeperkt en organisaties kunnen een groei claimen,… Hier kunnen we alleen maar voor zijn, maar is dit wel realistisch in deze tijden? En geloofwaardig? Wat gebeurt er als de middelen de ambities niet kunnen volgen? Wie kan uitsluiten dat een organisatie die positief wordt geëvalueerd en vervolgens positief wordt beoordeeld toch kan eindigen met minder (of zelfs geen) subsidies? Op de website van de administratie1 lezen we op één plaats: “doordat een duurzame erkenning en het beoordelen van de werking als continuüm de uitgangspunten vormen van het nieuwe beleidskader is de financiële onzekerheid beperkt”, maar het is volstrekt onduidelijk hoe dit binnen de perken van de begroting werkbaar zal worden gemaakt. Op een andere plaats maakt men zich er op de volgende manier vanaf: “Indien de middelen ontoereikend zijn, is het de bevoegdheid van de Vlaamse Regering om bewuste beleidskeuzes te maken.”

3. Vertrouwen boven verantwoording De procedures in de conceptnota fixeren sterk op wat er allemaal mis kan lopen. Ze stralen weinig vertrouwen uit. Meer nog, we kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat er wel minder papier zal (nodig) zijn, maar alleszins toch meer verantwoording. De “checks and balances” voor 1

een vertrouwensvolle relatie zijn er niet. Er wordt onvoldoende rekening gehouden met het feit dat sociaal-culturele organisaties vooral procesmatig aan maatschappelijke verandering en verbetering werken. Enkele voorbeelden:

Vele beslissingsmomenten over organisaties: visitatie met aanbevelingen, remediëring, beoordeling, (eventueel) een aangepast beleidsplan, (eventueel) een nieuwe visitatie, (eventueel) een nieuwe subsidiebeslissing,… Afhankelijk van het parcours dat je doorloopt, zal je organisatie aan het einde van de ene en het begin van de andere beleidsperiode dikwijls voorwerp zijn van gesprek, bij externe deskundigen, de administratie, de minister, de regering,… In deze mengelmoes wordt het risico groot dat meningen van vele andere mensen over de koers en de keuzes van je organisatie belangrijker worden dan de meningen van organisaties.

Minder dialoog: ofwel zijn er geen procedures voorzien om in te gaan tegen een beslissing (bij de visitatie), ofwel zijn ze niet sterk uitgewerkt (het verhaal tegen een advies van de commissie verzeilt rechtstreeks in het dossier voor de minister, zonder dat de commissie zelf eventueel zijn mening kan bijsturen).

4. Civiel perspectief •

Politisering: de minister duidt de externe deskundigen aan (in de conceptnota is geen sprake van hoe deze lijst met visitatoren, zoals vandaag, in overleg met de sector tot stand komt), de regering kan ingrijpen op de visitatieverslagen, de minister kan

Antwoorden op vragen uit de sector naar aanleiding van het infomoment over het nieuwe beleidskader voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk

7


-bijvoorbeeld omwille van budgettaire redenen- ingrijpen op de positieve beoordelingen,… Zijn dit niet wat te veel politieke beslissingsmomenten om nog echt van een civiel perspectief te spreken?

8

Budgettaire garanties: zoals de procedures vandaag zijn uitgetekend, zou het best kunnen dat een organisatie een positieve visitatie krijgt (goed bezig, dus!), maar een negatieve beoordeling op zijn plannen. Of nog: dat een organisatie tweemaal positief wordt beoordeeld, maar er te veel gegadigden zijn voor te weinig middelen. Ook nog dit: de instap in het nieuwe decreet (in 2021) zal volgens de conceptnota anders verlopen dan de volgende beleidsperiodes. We citeren uit de conceptnota: “Met het civiel perspectief, de decretale doelstellingen én de erkenning van de intrinsieke waarde van het sociaal-cultureel volwassenenwerk als uitgangspunt van dit nieuwe beleidskader, vormen de eigen ambities van sociaalculturele organisaties de vertrekbasis voor subsidiëring: de organisaties kiezen zelf in grote mate de kaders waarbinnen ze hun missie willen waarmaken”. Op de website van het departement CJSM wordt deze laatste zin vervolgd met: “…en bepalen zelf de subsidie-enveloppe die ze hiervoor nodig hebben.”

In al deze gevallen kan een goed werkende organisatie zijn subsidies zien verminderen of verdwijnen. Zijn dit alles bij elkaar niet wat te weinig zekerheden voor goed werkende organisaties om nog echt van een civiel perspectief te spreken? De FOV werkte een website uit waarmee we organisaties uitnodigen om door de procedures te lopen. We nodigen ook de parlementairen, het kabinet en de administratie uit om dit te doen en zo aan de lijve de procedures uit de conceptnota te ondervinden.

Meer weten? Surf naar: www.fov.be of volg ons: @fovtweets Contactpersoon voor dit dossier: Dirk Verbist (dirk.verbist@fov.be) 02 244 93 39


Hallo regio: meer dan een bestuurlijk verhaal Vlaanderen hervormt en streeft naar twee beleidsniveaus in plaats van drie. Daardoor zien de provincies vanaf 2017 hun culturele bevoegdheden slinken. De Vlaamse overheid en/of de gemeentebesturen krijgen daarentegen meer invloed op onder meer sociaal-cultureel volwassenenwerk, amateurkunsten, cultuur- en gemeenschapscentra, kunstinstellingen, cultureel erfgoed en bibliotheken. In 2016 verandert er in principe niets. Alle bestaande ondersteuningsmaatregelen blijven van kracht, al vangen we hier en daar signalen op over toenemend personeelsverloop en slinkende budgetten. Voor het jaar 2017 ziet minister Gatz geen redenen tot ongerustheid. “Organisaties en verenigingen die in 2016 subsidies kregen, zullen die ook in 2017 krijgen”, maakte hij zich sterk in de commissievergadering van januari. “2017 wordt een overgangsjaar waarin we het provinciaal beleid zonder meer willen continueren.” Maar wat daarna? Enerzijds wil minister Gatz bepaalde provinciale taken en bevoegdheden een plaats geven in bestaande decreten, zoals bijvoorbeeld voor de domeinen Kunsten en Erfgoed. Anderzijds streeft minister Gatz naar een regionaal cultuurbeleid. Dat moet over enkele maanden uitmonden in een nieuw decreet met onder andere een luik streekgericht bibliotheekbeleid, bovenlokale cultuurinitiatieven en ondersteuning van amateurkunsten. Meer details over het verdere verloop zijn echter nog niet gekend. De minister beloofde wel te zullen samenwerken met de Commissie Cultuur en de betrokken sectoren (zie ook ons artikel op de website – http://www.fov.be/spip. php?article2205). De provinciale ondersteuning heeft op vele vlakken betekenis voor sociaal-culturele organisaties en hun regionale projecten en

samenwerkingsverbanden. De financiële omvang van deze ondersteuning is bijzonder moeilijk te berekenen, maar een voorzichtige schatting brengt ons toch al snel op een bedrag van om en bij de € 1,1 miljoen euro voor het sociaalcultureel volwassenenwerk.

Voor ons zijn dit de ankerpunten voor een toekomstgerichte discussie:

10 % van de structurele middelen van onze sociaal- culturele volwassenenorganisaties bleef in 2014 bij de provincie voor de ontwikkeling van een nieuw sociaalcultureel beleid. Deze middelen werden niet overgeheveld naar Vlaanderen. Onze organisaties hebben recht op en nood aan deze restmiddelen voor de ondersteuning van hun werking. Ze bespaarden de afgelopen jaren al tussen de 12% en 40%. Alle decretale groeimogelijkheden werden hen omwille van de budgettaire context ontzegd. Het water staat hen aan de lippen.

Het sociaal-cultureel volwassenenwerk werkt sinds jaar en dag actief mee aan regionale en provinciale projecten. Soms hebben deze projecten een echte culturele insteek, in andere gevallen ligt de focus op bredere maatschappelijke thema’s. De provinciale projectsubsidiëring gaf organisaties de kans

9


om op een kleinschalig, experimenteel niveau aan de slag te gaan. Blijf inzetten op deze sociaal-culturele vrijheid van experiment binnen en buiten de regionale context. Durf te bouwen aan nieuwe regionale en Vlaamse succesverhalen.

Het aantal regionaal waardevolle organisaties dat enkel door de provincies ondersteund wordt, nam de afgelopen jaren sterk af. Creëer ruimte binnen het decreet op het sociaal-cultureel volwassenenwerk voor het ondersteunen van dit soort initiatief.

De regionale samenwerkingsverbanden zijn belangrijk. Door de groeiende lokale autonomie en het verdwijnen van de provinciale rol ontstaat de nood aan een nieuw verhaal, aan nieuwe verbinding.

Uitleenpunten en vrijwilligersacademies zijn belangrijke ondersteuningsvormen voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Ze kunnen nergens beter vorm krijgen dan op een regionale schaal. Het feit dat ze fysiek

dicht bij de ontwikkeling van activiteiten liggen, is vanzelfsprekend een belangrijke voorwaarde. We willen als federatie sociaal-cultureel werk de volgende maanden maar al te graag in overleg gaan over de overheveling van de provinciale mensen, middelen en bevoegdheden. Sociaalculturele organisaties en de sector als geheel mogen immers niet het slachtoffer worden van een streven naar meer bestuurlijke efficiëntie. Daarom zeggen wij: laat dit uitgroeien tot meer dan een louter financiële oefening en laat deze kans om het sociaal-cultureel werkveld waardevolle impulsen te geven, niet schieten.

Meer weten? Surf naar: www.fov.be of volg ons: @fovtweets Contactpersoon voor dit dossier: Liesbeth De Winter (liesbeth.dewinter@fov.be) 02 244 93 39

10


11


Waar vrijwilligers werken, is omkadering nodig 1 op 8 Vlamingen zet zich vrijwillig in1. Maar liefst tweehonderdduizend hiervan zijn actief in lokale sociaal-culturele verenigingen, bewegingen of instellingen. De administratieve rompslomp en regeltjes allerhande belemmeren deze vrijwilligers echter in hun engagement. Het zijn net deze beslommeringen die blijven toenemen: het invullen van allerlei formulieren, het aanvragen van vergunningen, de complexiteit van de vzwwetgeving, aangiftes voor SABAM, … Bovendien weegt de mogelijke aansprakelijkheid bij een fout gelopen initiatief zwaar. Een vzw-structuur biedt dan wel meer bescherming, maar brengt ook heel wat administratie met zich mee. Daarom denken we dat het zinvol is om te onderzoeken of een vorm van ‘vzw light’ soelaas kan bieden om ‘lichte’ verenigingen een betere juridische bescherming te bieden. Overheden dienen best ook een verruiming van de collectieve verzekering voor vrijwilligers te onderzoeken, met name ook om de bestuurdersaansprakelijkheid te regelen. Ook Joris Piot haalt in zijn onderzoek2 aan dat lokale afdelingen helaas nog al te vaak verplicht zijn zich bezig te houden met deze administratieve overlast. Het gaat volgens hem dan vooral om financiële, verzekeringstechnische, logistieke en andere regelgevende randvoorwaarden voor een groep. Ministers Bourgeois en Gatz geven in hun conceptnota ‘Gecoördineerd Vlaams vrijwilligersbeleid’ aan dat ze op korte termijn met een actieplan zullen komen om onder meer deze ‘regulitis’ aan te pakken. In de conceptnota wordt de complexiteit van de vzw-wetgeving aangehaald, meer bepaald de procedures voor het opmaken, wijzigen en neerleggen van

12

statuten. Een meer flexibele regelgeving op maat van kleine vzw’s is voor FOV inderdaad noodzakelijk, zodat lokaal initiatief gestimuleerd in plaats van ontmoedigd wordt. Zo is het e-griffie project waarbij vzw’s statuten elektronisch kunnen neerleggen nog steeds niet voltooid. Bovendien wordt het tijd dat kleine vzw’s van bepaalde boekhoudkundige verplichtingen worden verlost. Het lijkt ons dan ook absoluut geen goede zaak om ook kleine vzw’s te verplichten om hun jaarrekening neer te leggen bij de balanscentrale van de Nationale Bank, zoals in het recente wetsvoorstel van N-VA-kamerlid Rob Van de Velde wordt bepleit.

Waar heeft de vrijwilliger dan nood aan? Ondanks de administratieve rompslomp blijven vrijwilligers zich met veel enthousiasme inzetten voor hun vereniging. Maar ook daar zijn grenzen aan, leert ons de theorie van het zogenaamde ‘vrijwilligersfalen’. Deze theorie stelt dat vrijwilligers ondersteund moeten worden om hun vrijwilliger engagement te kunnen blijven opnemen. Vrijwilligerswerk kan pas ten volle bloeien wanneer er een minimaal professioneel ondersteunend kader is. Zo hebben vrijwilligers nood aan duidelijke en toegankelijke informatie. In onze ambitiebundel Veerkracht wezen we al op de mogelijkheid van een portaalsite voor het brede sociaal-cultureel werk, gefaciliteerd door de Vlaamse overheid.


Daar moeten organisaties en vrijwilligers informatie kunnen vinden over bijvoorbeeld waar ze rekening mee moeten houden bij het organiseren van activiteiten.

Ondersteuning door een landelijke koepel Volgens het onderzoek van Joris Piot is ook de landelijke koepel een zeer belangrijke schakel in de omkadering van lokale verenigingen. Uit het onderzoek blijkt dat de grootste ondersteuningsbehoeften liggen bij het helpen bij administratieve overlast en bij het organiseren van activiteiten. We pleiten dan ook om voldoende ruimte te geven aan deze 1 2 3

professionele omkadering. Het aantal groepen per ondersteuner moet haalbaar blijven en daar wringt nu net vaak het schoentje. In het onderzoek stelt men een maximum van 40 afdelingen voor om een goede begeleiding te garanderen. In het eindrapport van het Departement CJSM over arbeid in de socioculturele sector3 (2015) kwam men tot de conclusie dat organisaties te kampen hebben met een structurele onderbezetting en een toenemende financiële druk. De overheid moet er daarom over waken dat verenigingen op een kwaliteitsvolle manier hun lokale afdelingen kunnen blijven ondersteunen.

Onderzoek Koning Boudewijnstichting: Het vrijwilligerswerk in België (2015) Onderzoek Civitaz: Vrijwilligers in beweging ‘Versterking van het arbeidsvolume in de socioculturele sector in Vlaanderen’, eindrapport Departement CJSM, september 2015

Meer weten? Surf naar: www.fov.be of volg ons: @fovtweets Contactpersoon voor dit dossier: Hannes Renglé (hannes.rengle@fov.be) 02 244 93 39

13 @S-Plus


Graag aanvullende maatregelen voor aanvullende financiering… Ondernemerschap in de cultuursector stimuleren, ondersteunen en inzetten op aanvullende financiering: dat is de missie van minister van Cultuur Gatz. Met zijn onlangs voorgestelde Witboek wil hij de cultuursector aanzetten tot het aantrekken van externe private middelen. Dat de cultuursector wel iets kan leren van de economische sector (en vice versa) zal niemand ontkennen. Dat beide sectoren een ander uitgangspunt en werkingsmodel hebben, vervaagt daarentegen soms in de debatten. Werken vanuit een gezonde ondernemingsspirit is niet nieuw voor sociaal-culturele organisaties. Creativiteit, originaliteit en een stevige dosis werklust zijn vaste waarden voor veel organisaties. Ze ontwikkelen originele verdienmodellen, creëren een draagvlak van burgers en partnerorganisaties, gaan allianties aan in de bedrijfswereld en staan aan de basis van heel wat vernieuwende initiatieven. Uiteraard ging dat met vallen en opstaan. Dat is nu eenmaal ondernemen… De cijfers liegen er niet om. Vandaag bestaat al 60% van de inkomsten van sociaal-culturele organisaties uit aanvullende financiering. En de winst die ze maken gaat voor 100% terug naar de gemeenschap. Het onderzoek van IDEA naar instrumenten voor aanvullende financiering dat aan basis lag van

14

het Witboek, inspireerde minister Gatz tot een aantal concrete voorstellen. Opvallend hierbij is dat op dat een aantal financieringsinstrumenten en/of fiscale voordelen niet toegankelijk zijn voor sociaal-culturele organisaties. Zo kunnen vzw’s geen beroep doen op voordelen voor vennootschappen, starters of KMO’s, op fiscale voordelen via ‘tax shelters’ of op interessante formules van PMV (ParticipatieMaatschappij Vlaanderen) of Cultuurinvest. Bovendien kampt onze sector met een gebrek aan werkingsmiddelen, eerder dan aan investeringsmiddelen. Kredietvragen of vermogensfinanciering zijn dus niet aan de orde. Sociaal-culturele organisaties zijn doorgaans niet op zoek naar grote risicokapitalen. Bovendien kennen ze als vzw ook geen aandelen, vennoten en dividenden.


Tips voor beleidsmakers Hoewel vzw’s dus niet kunnen genieten van overheidsfinanciering in de vorm van steun aan vennootschappen of fiscale maatregelen ten voordele van investeerders, zijn er ook voor hen positieve maatregelen te treffen. We zetten een aantal tips voor beleidsmakers op een rijtje:

Pleit er bij uw collega’s, waaronder de minister van Financiën, voor om de fiscale verminderingen voor crowdfunding ten voordele van kmo’s en micro-ondernemingen (start-ups) uit te breiden naar vzw’s, zowel voor reward-crowdfunding als voor donation-crowdfunding. De cultuursector maakt vooral gebruik van die twee vormen van crowdfunding en de begunstigden zijn vooral vzw’s.

Pleit er bij uw collega’s, waaronder de minister van Financiën, voor om de erkenningsaanvraag voor het uitreiken van fiscale attesten te versoepelen. Zorg ervoor dat de procedure sneller, makkelijker en transparanter wordt.

Erken de erkenning: maak van de ‘erkenning door Cultuur’ een label. Organisaties die deze erkenning hebben hoeven niet steeds opnieuw te bewijzen wat ze doen en hoe ze werken.

Klop mee op de Europese tafel om duidelijk te maken dat sociaal-culturele organisaties geen ondernemingen zijn die de interne markt verstoren. Een ondernemersspirit stimuleren in de cultuursector mag niet als gevolg hebben dat Europa sociaal-culturele organisaties bekijkt als ondernemingen (met alle gevolgen van dien). Civil society organisations zijn een ras apart.

Ondersteun SCWITCH. SCWITCH is een coöperatieve met sociaal oogmerk, opgericht door o.a. FOV en Sociare, die ondersteuning inzake “zakelijk organisatiemanagement” voor de brede socioculturele sector tot doel heeft. Het moet de bedoeling zijn dat het door de minister aangekondigde Cultuurloket complementair is aan dit sociaal-culturele (economische) initiatief.

In de loop van dit jaar wil de minister het verhaal over aanvullende financiering op muziek zetten. De inwerkingtreding is voorzien voor (ten vroegste) januari 2017. We gaan er van uit dat we de minister op zijn woord mogen nemen wanneer hij zegt dat hij het wel degelijk heeft over aanvullende financiering en dat subsidies niet verder worden afgebouwd.

Meer weten? Surf naar: www.fov.be of volg ons: @fovtweets Contactpersoon voor dit dossier: Kristien Vermeersch (kristien.vermeersch@fov.be) 02 244 93 39

15


Etnisch-culturele federatie staat het water aan de lippen

Nog steeds vol van verwachting Het verenigingsleven is diepgeworteld in Vlaanderen en Brussel. Iedereen kent wel ĂŠĂŠn of meerdere verenigingen in zijn buurt. Minder bekend voor velen zijn de 11 erkende etnisch-culturele organisaties. Samen overkoepelen zij nochtans bijna 2000 afdelingen.

Actief op verschillende terreinen De etnisch-culturele federaties vervullen in Vlaanderen en Brussel een belangrijke rol in de civiele samenleving. Ze staan op het kruispunt van diverse maatschappelijke domeinen. Zo zijn ze actief rond thema’s als cultuur, tewerkstelling, welzijn, onderwijs, integratie en discriminatie. Naast de opdrachten die etnisch-culturele federaties vanwege de Vlaamse overheid krijgen in het kader van het decreet voor het sociaal-cultureel volwassenwerk, worden deze verenigingen geconfronteerd met heel wat bijkomende verwachtingen en vragen uit heel verschillende hoeken van onze samenleving. In het verleden wezen al meerdere auteurs op deze overvraging van de etnisch-culturele federaties. @FMDO

In 2012 publiceerde onder meer het HIVA (het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving van de KU Leuven) hierover een onderzoek1. Deze federaties werken vaak met een kwetsbare doelgroep waardoor zij zeer veel tijd besteden aan een laagdrempelige en intensieve ondersteuning van de aangesloten lokale afdelingen.

Belangrijke actor in de vluchtelingencrisis Ook in de huidige vluchtelingencrisis spelen de etnisch-culturele federaties een grote rol. Minister Gatz verklaarde dat etnischculturele federaties binnen de context van de vluchtelingenproblematiek een rol opnemen als eerste aanspreekpunt, expertisecentrum en voorportaal. Wanneer de vluchtelingen, die nu in de opvangcentra opgevangen worden, zich in de nabije toekomst over Vlaanderen verspreiden op zoek naar een nieuwe thuis, zullen de etnisch-culturele federaties nog meer overstelpt worden met vragen, aldus minister Gatz. Ook de visitatiecommissie besloot eerder dat de etnisch-culturele federaties enorm relevante spelers zijn in het superdiversiteitsdebat in onze samenleving. De Vlaamse Regering heeft een budget voorzien om bepaalde organisaties te ondersteunen om hun rol te spelen in de vluchtelingencrisis. Etnisch-culturele federaties werden hier echter

16


steevast vergeten. Bart Caron gaf hierover in de commissie cultuur aan dat tijdens discussies over racisme, discriminatie, inburgering en integratie de etnisch-culturele federaties heel vaak vergeten worden, hoewel ze hier een belangrijke opdracht te vervullen hebben.

de etnisch-culturele federaties niet realistisch. Het water staat hen vandaag aan de lippen. Onder meer Marius Meremans (N-VA) pleitte in de Commissie Cultuur voor een budgettaire verhoging op korte termijn voor de etnischculturele federaties.

Subsidies volgen groei niet

We zijn ervan overtuigd dat er pistes mogelijk zijn om de afstand tot de volgende beleidsperiode te overbruggen, zowel binnen als buiten het decreet, zowel binnen als buiten het budget van Cultuur.

Naast deze overvraging op verschillende domeinen is het aantal afdelingen van de etnisch-culturele federaties de laatste 5 jaar ook enorm gegroeid. Als erkende sociaal-culturele verenigingen worden zij volgens het huidige decreet gesubsidieerd op basis van het aantal afdelingen. Het huidige subsidiekader biedt echter geen mogelijkheden om een toename van het aantal afdelingen om te zetten in bijkomende financiĂŤle middelen. Ook minister Gatz, die bevoegd is voor het sociaal-culturele aspect van de werking, erkent dat de etnisch-culturele federaties sterk gegroeid zijn en dat hun toenemende takenpakket zwaar weegt op het personeel. De erkenning is er dan wel, toch volgden de middelen niet bij de subsidietoekenning voor de beleidsperiode 2016-2020. Wachten tot 2021, wanneer normaal gezien een nieuw decreet van start gaat, is voor

1

Daarom vragen wij om extra middelen vrij te maken voor de erkende etnisch-culturele federaties zodat zij het hoofd kunnen blijven bieden aan de maatschappelijke uitdagingen waar zij dag in dag uit mee te maken krijgen. Een gemiddelde toename met 2 VTE per organisatie lijkt ons het strikte minimum om soelaas te kunnen bieden.

Meer weten? Surf naar: www.fov.be of volg ons: @fovtweets Contactpersoon voor dit dossier: Hannes RenglĂŠ (hannes.rengle@fov.be) 02 244 93 39

Vol van verwachting? Studie naar de (mis)match tussen de verwachtingen ten aanzien van de etnisch-culturele federaties en hun mogelijkheden om daar aan te voldoen. HIVA, 2012 . http://www.vanallemarktenthuis.be/

17


Wij denken graag met u mee! De FOV is de federatie van het sociaal-cultureel volwassenenwerk. We houden het beleid nauwlettend in de gaten om items te agenderen die onze leden, de sector, aangaan. Maar we denken ook met u mee. Pro-actief komen we met voorstellen en de deur staat altijd open om eens van gedachten te wisselen. Het FOV-team staat u graag te woord. De koffie staat al klaar. Benieuwd waar we ons mee bezig houden? Een vraag over één van onderstaande thema’s? Aarzel niet om contact op te nemen!

Dirk Verbist dirk.verbist@fov.be

Algemeen beleid Decreet Subsidies

Liesbeth De Winter liesbeth.dewinter@fov.be

Werksoort Bewegingen Interne Staatshervorming Lokaal/ Regionaal Cultuurbeleid Decreet SARC Politieke contacten SCWITCH

18


Kristien Vermeersch kristien.vermeersch@fov.be

VZW-wetgeving Aanvullende ďŹ nanciering BTW Fiscale attesten Economische regelgeving Europees beleid

Joris Smeets joris.smeets@fov.be

Werksoort Vormingplus Werksoort Vormingsinstellingen DKO Levenslang en levensbreed leren Volwasseneneducatie

Hannes RenglĂŠ hannes.rengle@fov.be

Werksoort Verenigingen Vrijwilligerswetgeving Etnisch-culturele federaties Administratieve vereenvoudiging

Mathijs Post mathijs.post@fov.be

Gegevensregistratie Communicatie Gesco-middelen DAC

19


Sector gaat voor zakelijk organisatiemanagement op maat

Van, voor en door het middenveld Zakelijk organisatiemagament georganiseerd door het middenveld. Dat is SCWITCH. SCWITCH is een initiatief van FOV en Sociare, de werkgeversfederatie voor de socioculturele sector. SCWITCH biedt dienstverlening aan die organisaties versterkt in hun zakelijk management.

20

Het online platform www.scwitch.be staat vol interessante (en vaak ook kosteloze!) tools zoals een statutenbouwer, een btw-adviesverlener en heel wat opensource-informatie. SCWITCH slaat daarmee een brug naar betrouwbare en betaalbare informatie voor een sector die bouwt aan een betere samenleving van vandaag en morgen.

Beleidspost mei 2016  

Met deze infozine wil de FOV beleidsmakers die met het sociaal-cultureel werk bezig zijn, op de hoogte houden van lopende dossiers. In deze...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you