Issuu on Google+

FIRM

First Maastricht

Fiscale Studievereniging

Fiscaal studentenblad

Jaargang 21 • Nummer 3 • mei 2014

opro bestuu ep commi r en ssies

OVER DE GRENS Grensoverschrijdend gedrag bij grensoverschrijdende transacties

Interview Onno Hoes

Transfer Pricing – Blessing or Burden?


Eigen vermogen Wat ik wil? Ik wil de beste worden in cijfers zonder zelf een nummer te zijn...

Je hebt ambities. Je wilt jezelf op eigen wijze ontplooien. Vooruit, zelfs nummer 1 worden. Maar niet zonder zelf ontcijferd te raken. Want je presteert het beste bij een onderneming waar jij je thuis voelt. In Koenen en Co zul je veel van jezelf terugzien. Ook wij hebben ons op geheel eigen wijze ontwikkeld. Professioneel ĂŠn persoonlijk. In een regio waarin we ons thuis voelen. Kortom, Koenen en Co is een succesvolle organisatie die veel van je vraagt. Maar daar ook veel voor teruggeeft. Iets waar je elke dag op kan rekenen. Koenen en Co is dĂŠ vooruitstrevende totaaladviseur voor zakelijk Zuid-Nederland. Samen met de klant bekijken onze adviseurs alle kanten van zijn organisatie om zo te komen tot een succesvolle oplossing.

Volg ons ook op: www.koenenenco.nl twitter: #KoenenenCo facebook: Koenen en Co linkedin: group Koenen en Co en company Koenen en Co


Inhoudsopgave

Colofon

FIRM 21.3

FIRM is het gratis magazine van FIRST Maastricht fiscale studievereniging en verschijnt vier keer per

4

Voorwoord FIRM-commissie

5

Voorwoord bestuur

6

Agenda

17

In gesprek met... Onno Hoes

Hoofd- en eindredactie

6

Fiscaal Beleid van Europa brokkelt af

21

FIRST Fiscale Bedrijvendag 2014

Martijn Veltrop

door Nationale Blik

22

Wettenbundelborrel

8

Borrelpagina

23

Interstedelijk Fiscaal Debat Tilburg

9

De Bitcoin: serious business of

24

Ontpoppen Nederlandse Papillon-

Michèle Rooijmans,

one-day-fly?

kwesties zich tot mooie vlinders of

Nathalie Niederer

10

Update LOF Maastricht 2014

vervelende motten?

11

Fiscalist in stijl: deel 3

12

Sollicitatie Bestuur

13

Sollicitatie Commissies

14

Op exchange: Canada

16

De fiscale perikelen rondom de eigen woning

26

Grensoverschrijdend gedrag bij

jaar.

Niels Heuberger &

Redactie Lisa Wetzels, Lieke Kurvers en

Adresgegevens Postbus 64

grensoverschrijdende transacties

6200 AB Maastricht

28

Stage EY Eindhoven

firm@firstmaastricht.nl

28

Stage Belastingdienst

043 – 388 35 88 www.firstmaastricht.nl Oplage 550 stuks Ontwerp Stefan Roex

17

Grafisch Design www.stefanroex.nl

INTERNATIONAL SECTION

Druk Perfect

29

First International Job Fair

book, Specialist in

31

Study trip to Brussels

www.perfect-book.nl

32 Transfer Pricing – Blessing or Burden? 34 Tax Seminar on relevant issues related to the Permanent Establishment

studentendrukwerk,

Verspreiding Studenten en medewerkers van de FoL en de SBE van Maastricht University, fiscale reünisten en vaste relaties van FIRST Maastricht.

26

Niets uit deze uitgave mag op welke wijze dan ook worden verveelvoudigd en/of worden overgenomen zonder voorafgaande (schriftelijke)

9

toestemming van de

31

FIRM MEI 2014

redactie.

3


•  VOORWOORD FIRM-COMMISSIE

Waarde lezer, Op het moment dat u deze editie van de FIRM leest, geniet u waarschijnlijk in een zomerse outfit en met een lekker drankje in de hand van de zon. Koning Winter heeft zich dit jaar niet laten zien en inmiddels kunnen we ook wel met zekerheid stellen dat dit niet meer zal gebeuren. De lente is begonnen en de zon laat zich steeds vaker zien. Dit betekent ook dat het academische jaar alweer langzaam ten einde loopt. Toch is dit nog niet het moment om al te gaan terugblikken, u heeft hierna immers nog één FIRM van ons te goed! Het thema van deze editie luidt ‘over de grens’, een ruim begrip. U zult echter zien dat de artikelen in deze FIRM ook echt een internationaal karakter hebben. Zo is er bijvoorbeeld een verslag uit Canada, geschreven door ons redactielid Michèle Rooijmans. Zij verblijft momenteel als uitwisselingsstudente in Toronto (de oplettende lezer zal al hebben gezien dat zij op de foto ontbreekt). Ze heeft een artikel geschreven over wat er allemaal komt kijken bij het ‘op exchange gaan’. Verder willen wij wijzen op het verslag van de zitting bij het Europese Hof van Justitie omtrent de

4

grensoverschrijdende fiscale eenheid. Voor de meesten van ons was het helaas niet mogelijk om daar in januari bij aanwezig te zijn, dus lees hier wat u die dag gemist heeft. In een internationaal nummer mag natuurlijk ook een artikel over transfer pricing niet ontbreken. De heer Hautvast staat stil bij de ontstaansgeschiedenis van transfer pricing en de redenen waarom dit heden ten dagen zo’n prominente rol vervult binnen het (internationale) belastingveld. Meer hierover treft u aan in de internationale sectie, die trouwens dikker is dan ooit! Dit past natuurlijk helemaal bij de ingezette koers om onze internationale leden meer bij de vereniging te betrekken. Daarnaast vindt u in het internationale deel een verslag van de International Job Fair, die dit jaar voor het eerst is georganiseerd en meteen een groot succes was. Tot slot willen wij u met gepaste trots mededelen dat het ons gelukt is om ‘een grote vis aan de haak te slaan’ voor een interview. Niemand minder dan de burgemeester van Maastricht, Onno Hoes, was bereid om ons te woord te staan over een aantal actuele thema’s

die in zowel Maastricht als daarbuiten spelen. Wellicht nog leuk om te vermelden is dat dit interview oorspronkelijk gepland stond voor december en dus eigenlijk al in de vorige FIRM geplaatst had moeten worden. Maar ten gevolge van ‘Onno-gate’ (wie herinnert het zich niet, zeker na de carnaval…) hebben we dit enkele weken moeten uitstellen. We raden eenieder aan om snel door te bladeren naar het middenstuk van dit blad en daar te lezen wat Onno Hoes te zeggen had. Wij hopen dat de laatste weken van het academische jaar voorspoedig zullen verlopen en dat iedereen het jaar met een positief resultaat weet af te sluiten. Het spreekwoord luidt niet voor niets: ‘de laatste loodjes wegen het zwaarst’. Hopelijk helpt deze editie van de FIRM in elk geval om de laatste weken goed door te komen. Wij wensen u dan ook veel plezier bij het lezen van deze FIRM! Namens de FIRM-commissie, Niels Heuberger & Martijn Veltrop Hoofd- en Eindredacteur FIRM

MEI 2014 FIRM


•  VOORWOORD BESTUUR

Waarde lezer, ben zij toch het risico genomen om op de Het is alweer april en voor ons als bestuur eerste editie aanwezig te zijn. Dat de dag betekent dit dat wij de laatste fase ingaan als leiders van deze fantastisch mooie ver- uiteindelijk zo heeft mogen verlopen, ging ieders verwachtingen te boven. Inmiddels eniging. Het betekent eveneens dat ik in mijn hoofd al kort stilsta bij hetgeen er al- hebben alle aanwezige studenten al één lemaal heeft plaatsgevonden afgelopen jaar of meer aanbiedingen mogen ontvangen voor een vaste baan in Luxemburg en zijn en meer concreet de laatste maanden. Als enkelen zelfs al zeker van een baan. Uiteinvoorzitter van FIRST Maastricht ben ik van mening dat het tot nu toe een geslaagd jaar delijk is dat natuurlijk het doel van de dag, is! Maar ons werk is zeker nog niet gedaan. waardoor ik kan concluderen dat er volgend Ondanks het feit dat het merendeel van de jaar een tweede editie zal volgen. Later in activiteiten reeds heeft plaatsgevonden, februari volgde de Nederlandse variant, staan er de laatste maanden nog tal van de welbekende FIRST Fiscale Bedrijvendag, enerverende activiteiten op de agenda. Het waar wij dit jaar tien bedrijven mochten lijkt me dan ook overduidelijk dat wij in de verwelkomen. Dit paradepaardje van de laatste maanden onze uiterste best zullen vereniging was wederom een ongekend doen om het voor de leden nog mooier te succes, waarvoor mijn dank uitgaat naar maken en dit jaar met stijl en klasse af te de FFB-commissie. Een behoorlijk lange sluiten. ‘after-after borrel’ heeft ons vervolgens niet tegengehouden om de dag erna af te reizen In de tijd tussen het uitkomen van de vorige naar Tilburg, waar wij op uitnodiging van de editie van de FIRM en nu hebben wij als be- Smeetskring de strijd aangingen in het kastuur kunnen bijdragen aan het grandioze der van het Interstedelijk Fiscaal Debat. Dat succes van het Pensioenseminar. Een inte- het aan de Tilburgse studenten was om de beker in de lucht te houden, deed niets af ressant seminar dat niet alleen inzicht gaf in aan het feit dat het wederom een zeer goed de actuele (fiscale) pensioenproblematiek en de daarbij horende mogelijke oplossin- georganiseerd en gezellig evenement was. Dank aan Rob van Roij en Ruben Bel voor gen, maar ook een dag waarop wij kennis hun deelname. Dinsdag 18 maart stond hebben gemaakt met interessante personen het Open Feest op het programma. De PRuit deze specifieke en belangwekkende tak van sport. Wij hebben op die wijze meer in- commissie had dit jaar een ‘wild west’-feest georganiseerd, waar de feestgangers hun zicht gekregen in de mogelijkheden die wij als toekomstige fiscalisten allemaal hebben. kunsten konden vertonen op een rodeoMet het begin van het derde blok stond ook stier. Het bleek een mooi ingrediënt voor meteen de Algemene ledenvergadering op een zeer geslaagde avond. Op maandag 24 de agenda. Een boeiende vergadering waar maart hebben de derdejaars leden hun kenhet er fel aan toeging. Dat heeft ons laten nis kunnen bijspijkeren voor het tentamen zien hoe plezierig het is dat er kritisch met Vennootschapsbelasting, hetgeen mogelijk ons wordt meegedacht en dat inhoudelijk werd gemaakt door de medewerkers van commentaar van leden altijd een welkome Deloitte. aanvulling is op het door ons gevoerde en te voeren beleid. Met dank aan Loyens & Loeff Alles bij elkaar genoeg stof om een hele kon er nadien nog eens goed worden nage- FIRM mee te vullen. In de nabije pagina’s tref je dan ook verschillende verslagen van praat in café Forum, waar aan de aanwezige leden de Fiscale wettenbundel werd uitge- de hierboven genoemde activiteiten. Maar ook de komende periode staan er vele leuke reikt. Diezelfde week volgde de eerste editie van de International Job Fair. Een spannen- activiteiten op het programma. Later deze maand zal Accon AVM worden bezocht in de dag waar lang naartoe was geleefd. De het kader van een kantoorbezoek. Ook zal organisatie had veel voeten in aarde, maar in april de sportactiviteit plaatsvinden waarmet dank aan de geweldige inzet van de Internationale Commissie is de dag meer voor nog enkele plekken beschikbaar zijn. dan geslaagd. De aanwezige bedrijven uit In mei zal ook flink worden gesport, te weLuxemburg, te weten EY, Deloitte en KPMG, ten het hockeytoernooi van Loyens & Loeff wil ik via deze weg bedanken. Ondanks het en de Sail Challenge van KPMG Meijburg & feit dat het ook voor hen nieuw was, heb- Co. Daarnaast zullen de leden nog worden

FIRM MEI 2014

bedankt gedurende het Actieve Ledenweekend en zal het jaar met een afsluitende activiteit nog op een gezellige manier worden afgesloten. Dan rest mij nog te zeggen dat wij voor volgend jaar op zoek zijn naar vier enthousiaste bestuurders voor onze vereniging. Ambitieuze fiscalisten die op zoek zijn naar een boeiende en onvergetelijke uitdaging verzoek ik dan ook niet te aarzelen en te solliciteren voor het bestuur. Daarnaast zoeken wij wederom nieuwe leden voor de commissies van volgend academisch jaar. Schroom niet je vragen aan ons te stellen en solliciteer! Tot slot wens ik eenieder hartstikke veel leesplezier met deze nieuwe editie van de FIRM en hoop ik zoveel mogelijk leden te mogen verwelkomen op een van onze activiteiten. Bart Wingen Voorzitter 2013-2014 FIRST Maastricht

5


• AGENDA or Schrijf je in vo a de activiteiten vi website l tmaastricht.n rs .fi www n va te hoog en blijf op de s. uw ie sn het vereniging

4 mei 2014 Deadline solliciteren bestuur De deadline om te solliciteren voor een plek binnen het bestuur is gesteld op zondag 4 mei. Zie jij voor jezelf een rol weggelegd binnen het nieuwe bestuur? Wacht dan niet te lang en stuur je CV + motivatiebrief op!

10 en 11 mei 2014 Actieve Leden Weekend Van vrijdagavond 9 mei tot en met zondag 11 mei 2014 zal er voor de actieve leden van FIRST een weekend worden georganiseerd om hen te bedanken voor hun inzet voor de vereniging gedurende het academische jaar 2013-2014. Het weekend wordt georganiseerd door oud-bestuurders, dus dat belooft wat!

8 juni 2014

15 mei 2014 Loyens & Loeff Hockeytoernooi Het jaarlijkse hockeytoernooi van Loyens & Loeff zal plaatsvinden op donderdag 15 mei. FIRST zal met een team van maximaal 15 personen afreizen richting hockeyclub Hurley in Amsterdam, vastberaden om de felbegeerde titel te veroveren.

16 mei 2014 KPMG Meijburg & Co Sail Challenge Op vrijdag 16 mei organiseert KPMG Meijburg & Co de Sail Challenge voor de achtste keer. Deze dag kun je op een sportieve manier kennis maken met de medewerkers van Meijburg. Bovendien kom je in contact met fiscalisten uit heel het land. Kortom, een fantastisch evenement dat je zeker moet bijwonen, ongeacht of je kunt zeilen.

Deadline solliciteren commissies De deadline om te solliciteren voor een plek binnen één van de commissies van FIRST is gesteld op zondag 8 juni. Zou jij graag deel uitmaken van een van de vele commissies die FIRST rijk is? Wacht dan niet langer en stuur je CV + een korte motivatiebrief op naar het bestuur!

20 juni 2014 Eindejaarsactiviteit De laatste activiteit van het jaar zal plaatsvinden op vrijdag 20 juni. Een ideale gelegenheid om met een hapje en een drankje terug te kijken op het academische jaar 20132014.

24 juni 2014 Wissel ALV Op dinsdag 24 juni zal de Algemene Leden Vergadering plaatsvinden en een einde komen aan het jaar van bestuur Wingen. Tegelijkertijd zal het nieuwe bestuur zich aan u voorstellen. Komt allen!

• COLUMN

Fiscaal Beleid van Europa brokkelt af door Nationale Blik Hoe je het ook wendt of keert, het Europese integratieproces gaat gestaag door. Met horten en stoten weliswaar, maar de wereldwijde globalisering stopt echt niet aan Europa’s buitengrenzen. De Fiscale Politiek van Nederland wordt vernauwd door een nationale blik en daar wordt die politiek niet beter van. Dat is jammer en dom, want niet nodig.

Gezond verstand Gezond verstand is nooit weg. Ook voor fiscale beleidsmakers is normaal gezond verstand normaliter de betrouwbaarste leidraad. Het is meestal onverstandig om achter de waan van

6

de dag aan te hollen. Doordacht fiscaal beleid moet steunen op ervaring en op deugdelijke analyse van feiten. Maar er zijn grenzen. Als iemand buiten in de regen staat en daarvan bevestiging zoekt op Buienradar op zijn I-pad,

is er toch iets goed mis met die persoon. Die gedachte krijg je vanzelf als je het weerwoord leest van de kersverse staatsecretaris van Financiën Wiebes op de kritiek dat de recente accijnsverhogingen averechtse effecten heb-

MEI 2014 FIRM


TEKST PROF. DR. J.G.A. VAN MIERLO

ben. Hij vindt die conclusie te snel getrokken. Daarom wil hij zich voor een heroverweging daarvan baseren op betrouwbaar onderzoek over een langere periode. Dat kan nooit kwaad. Maar zelfs een bedachtzaam fiscalist als Leo Stevens verbaast zich over zulk ongewenst getreuzel. Intussen stortregent het buiten en worden wij allemaal nat… De grenspompstationhouders trekken volkomen terecht aan de bel. Zij schreeuwen de noodkreet dat de doorgevoerde brandstofaccijnsverhoging voor hen de nekslag is en de opbrengsten voor de schatkist niet groter maakt, maar eerder kleiner. Die noodkreet moet serieus genomen worden. Men zegt wel eens dat de ergste provincialen in de grootstedelijke Randstad wonen. Welnu, dat blijkt maar weer eens. Voor de Haagse beleidsmakers vallen grensregio-effecten in de verteringsbelastingen in hun blinde hoek. Ook al zou op macro-schaal geen sprake zijn van contraproductieve effecten, dan kan nog niet op een dergelijke manier voorbij worden gegaan aan de beleving van de individuele pomphouders en van vele andere grensregio-ondernemers met hen. Zij zijn allen slachtoffers van bestuurlijke arrogantie. Blinde vlek en Grensregio-effecten De automobilisten tanken massaal over de grens en kopen even massaal hun drank en hun tabak in de buitenlandse speciaalzaken, maar ook supermarkten, om en passant al hun boodschappen ook maar meteen daar te doen. Zo ontlopen zij de specifieke accijnsverhoging en tegelijk ook de algemene omzetbelastingverhoging. Dat tariefsverhogingen altijd effect hebben op de belastinggrondslagen, wordt ieder fiscale student gelukkig nog steeds geleerd in het vak Openbare Financiën. Het samenspel van inkomenseffecten en substitutie-effecten bepaalt de hoeveelheidsreactie, afhankelijk de prijselasticiteiten van vraag en aanbod op de primaire interventiemarkt en op de secundaire markten die daarmee verbonden zijn. Economische Distorsies en Dode Gewichts-Welvaartsverliezen zijn in de analyse daarvan sleutelbegrippen. Maar die zijn door de fiscale beleidsmakers in Den Haag na hun afstuderen snel vergeten. In Den Haag is kennelijk een fiscaal lek pas een lek in de schatkist, als een geautoriseerd orgaan als het CBS of het CPB nattigheid heeft gevoeld. FIRM MEI 2014

• COLUMN

Maar lekken zijn er om gedicht te worden, en liefst zo snel mogelijk. De feiten spreken voor zichzelf. Iedereen kan zien dat brandstof, tabak en alcohol, en zelfs dagelijkse boodschappen vlak over de grens in België en Duitsland veel goedkoper zijn. Dat komt door de grote belastingtariefverschillen, en wie daar geen gebruik van maakt is een dief van zijn eigen portemonnee. Er hoeft zelfs helemaal geen sprake te zijn van verslaving, om te merken dat zulke consumptie toch prijsgevoeliger is dan gedacht. Prof Dr J.G.A. van Mierlo is hoogleraar Openbare FinanHet is trouwens stuiciën aan de Faculteit der Economische Wetenschappen tend om op deze manier en Bedrijfskunde van de Universiteit Maastricht. Hij is weer eens te ervaren, coördinator van de Maastrichtse Bachelor- en Masteropdat het ideaal van een leiding Fiscale Economie. Daarnaast is hij deskundige in gemeenschappelijke Euroonderwijs en praktijk van Beleidsevaluatie-onderzoek. pese (binnen-)markt zonder verstorende fiscale concurrentie, steeds verder afbrokkelt door kortzichtig nationaal, zo niet nationalistisch fiscaal beleid. In het Europese Verdrag is dit beginsel hoog in het vaandel geschreven, maar in de praktijk voert de nationale maatvoering hoogtij. In het fiscale beleid zijn Eén van de meest prestigieuze toeer voorbeelden te over. De belasting op het komstprojecten heeft betrekking op de wegverkeer maakt bij uitstek geharmoni- Vennootschapsbelasting, de invoering van seerd beleid wenselijk, maar juist daar gaat een gemeenschappelijke belastinggrondslag het mis! Daar treffen wij een breed spectrum door de CCCTB. Voor de Europese BTW zijn van nationale verschillen in accijnsheffingen, nog slechts tariefverschillen binnen beperkte bijzondere verbruiksheffingen, motorrij- marges toegelaten. Het kan dus wél! Voor een tuigenbelastingen en tolheffingen aan. De soepele werking is slechts een beetje gezond onzalige eenzijdige invoering van een belas- verstand nodig en de bereidheid om iets verting op vliegtickets moest na al één jaar weer der te kijken dan de Randstedelijke neus lang worden afgeschaft toen die niet bleek te wer- is. Het is een evidente misser om tariefspanken, omdat de burgers die op allerlei manieren ningen op te roepen door niet in de pas te wisten te ontwijken. Maar dat lijken wij al weer willen lopen met de buurlanden. Wij schieten snel vergeten! Het zou de EU sieren om op dit er niets mee op om onze consumenten weg vlak de harmonisatiegedachte weer nieuw le- te jagen naar winkelcentra over de grens. En ven in te blazen. Wij zijn allemaal gebaat bij dan durven wij dat nog te ontkennen en te baeen optimaal functionerende Europese markt gatelliseren ook. Fiscalisten van beider soort zonder fiscale distorsies. Dat geldt trouwens (econoom én jurist) kunnen en moeten niet voor alle grensoverschrijdende heffingen. anders dan daarop blijven te hameren! 7


•  OPEN FEEST

8

MEI 2014 FIRM


• INHOUDELIJK

DOOR LIEKE KURVERS

De Bitcoin: serious business of one-day-fly? In de loop der jaren is het gebruik van contant geld steeds meer afgenomen. Het betalen met pinpas of chipknip is daarentegen niet meer weg te denken uit de huidige samenleving. Ook digitale betaalmiddelen winnen steeds meer aan populariteit, zo ook de Bitcoin. De Bitcoin is een digitaal betaalmiddel, dat is aangemaakt door de gezamenlijke rekenkracht van computers. Een nieuwe gebruiker kiest een ‘portemonnee’ om op zijn computer te installeren. Wanneer deze portemonnee eenmaal is geïnstalleerd, wordt er door diezelfde portemonnee een Bitcoin-adres aangemaakt. De gebruiker kan dit Bitcoin-adres aan een contact geven, zodat ze hem kunnen betalen. Wanneer de gebruiker zelf wil betalen, geeft hij zijn Bitcoin-adres aan het contact. De Bitcoin is dus geen tastbare munt, maar bestaat enkel virtueel. Wat Bitcoin anders maakt dan tastbare munten, is de zogenoemde peer-to-peer technologie die wordt toegepast. Dit brengt met zich mee dat ze kunnen werken zonder tussenkomst van banken of overheden. Het verwerken van transacties en het uitgeven van Bitcoins gebeurt collectief door het hele gebruikersnetwerk. Daarnaast is de Bitcoin ‘open-source’1. Dit houdt in dat niemand eigenaar of beheerder is van Bitcoin en iedereen mag meedoen. De computercode van de Bitcoin is openbaar, zodat iedereen deze code kan kopiëren en zijn eigen munt kan opstarten. Dit heeft ertoe geleid dat naast de Bitcoin, nog vele andere digitale ‘muntsoorten’ zijn ontstaan. Voorbeelden zijn de Litecoin en de Dogecoin2.

bovenstaande is gebleken dat het gebruiksgemak van de Bitcoin een groot pluspunt is. Het is met name het vertrouwen waar het wel eens op stuk zou kunnen lopen. De koers van de Bitcoin hangt in grote mate af van het vertrouwen en de acceptatie bij een groot publiek. Wanneer er slecht nieuws de ronde doet en de Bitcoin daardoor negatief in de media verschijnt, verliezen mensen het vertrouwen in de Bitcoin. Dit heeft ten gevolge dat de koers flink daalt. Begin februari van dit jaar werd onder andere de Japanse Bitcoin-handelaar Mt.Gox getroffen door een D.Dos aanval. Hackers misbruikten een lek in het virtuele geld, om software uit te voeren dat een aanval uitoefent op de servers. Deze aanval zorgde voor enorme vertragingen bij de servers, waardoor transacties niet langer mogelijk waren. Hierdoor ontstond er onduidelijkheid in de ‘portemonnee’ van de gebruikers, waardoor de waarde van de Bit-

coin flink daalde. Hierop besloot Mt.Gox de handel in Bitcoins stil te leggen. De koers, die eerst nog tussen de 800 en 900 dollar schommelde, bereikte een dieptepunt van 220 dollar. Eind februari stapte deze beurs uit de Bitcoin Foundation (het bestuurlijke orgaan van de munteenheid), waarna later ook de website offline ging. Dit gebeurde kort nadat zes andere Bitcoin-wisseldiensten zich met een gezamenlijke verklaring van Mt.Gox distantieerden3. Begin maart was het wederom raak. In navolging van Mt.Gox sloot Bitcoinbank Flexcoin haar denkbeeldige deuren, na bestolen te zijn. Hackers stalen Bitcoins ter waarde van € 440.000 euro en veel klanten van de bank raakten hun geld kwijt. Het bovenstaande leidde ertoe dat de koers van de Bitcoin in een tijdsspanne van zes maanden is gedaald van 900 naar 500 dollar. Een andere reden waarom het consumenten-

Bovenstaande klinkt eenvoudig en de Bitcoin lijkt dan ook een goed alternatief voor de huidige betaalmiddelen, maar toch verscheen dit betaalmiddel de laatste tijd vaker negatief dan positief in de media. De vraag die rijst is of we de Bitcoin wel daadwerkelijk serieus moeten nemen of dat het handelen in en betalen met Bitcoins over een tijdje alweer tot de geschiedenis behoort. Een betaalmiddel wordt pas een echt succes wanneer er sprake is van gebruiksgemak, vertrouwen en een goede infrastructuur. Uit

FIRM MEI 2014

9


• INHOUDELIJK

vertrouwen belangrijk is voor de Bitcoinmarkt is het feit dat er geen banken, centrale overheden of andere tussenpersonen betrokken zijn bij de handel. Dit brengt met zich mee dat er geen centrale uitgever is die, wanneer nodig, door de consumenten aansprakelijk kan worden gesteld op het moment dat dit nodig is. Naast de media waarschuwen ook de centrale banken en overheden veelvuldig voor de Bitcoin. Het digitale betaalmiddel is naar huidig inzicht namelijk geen elektronisch geld in de zin van de Wet op het financieel toezicht. Onder meer omdat Bitcoins niet zijn uitgegeven in ruil voor ontvangen geld en geen vordering op de uitgever vertegenwoordigen. Daarmee voldoet de Bitcoin niet aan de in de wet gestelde vereisten en is de Wet op het financieel toezicht

niet van toepassing. Zodoende wordt er door de banken geen toezicht gehouden op dit digitale betaalmiddel4. Het depositogarantiestelsel, dat reguliere spaarders beschermt tot een bedrag van 100.000 euro per bank, is evenmin van toepassing. Met betrekking tot de Nederlandse belastingwetgeving zal een voordeel in de vorm van een resultaat in Bitcoins gewoon leiden tot belastingheffing. Een belastingplichtige die met activiteiten in het economisch verkeer een bron van inkomsten heeft, is hierover inkomstenbelasting verschuldigd. Het feit dat de voordelen uit een dergelijke bron worden berekend aan de hand van een ander stelsel

dan het in ons land geldende wettige betaalmiddel doet daar niets aan af. De waarde van het behaalde resultaat in Bitcoins moet dan wel worden omgezet in een bedrag in euro’s5. Afgaand op bovenstaande, denk ik dat we kunnen concluderen dat de Bitcoin in opkomst is, maar nog steeds in de kinderschoenen staat. Wil Bitcoin blijvend succesvol worden, dan zal het vertrouwen van de consumenten gewonnen moeten worden. Gelet op de negatieve media-aandacht en de aanvallen door hackers lijkt dit momenteel nog een ver-van-m’n-bed show. Daarnaast lijkt het er niet op dat de Wet op het financieel toezicht op korte termijn een aanpassing zal doorvoeren, waardoor de Bitcoin onder het bereik van deze wet zal vallen.

1. Satoshi Nakamoto, Bitcoin: A Peer-to-Peer Electronic Cash System, p. 1 2. https://bitcoin.org/nl/hoe-het-werkt 3. http://nos.nl/artikel/615977-grote-bitcoinbeurs-uit-de-lucht.html 4. Antwoord van de Minister van Financiën op vragen van het lid Nijboer (PvdA) aan de minister van Financiën over de opkomst van de Bitcoin als digitale betaaleenheid (ingezonden 10 april 2013) 5. Antwoord van de Minister van Financiën op vragen van het lid Nijboer (PvdA) aan de minister van Financiën over de opkomst van de Bitcoin als digitale betaaleenheid (ingezonden 10 april 2013)

Update LOF Maastricht 2014 Door middel van een update in elke FIRM-editie van deze jaargang, houd ik de lezers op de hoogte houden van de ontwikkelingen in aanloop naar het LOF Congres 2014 in Maastricht. Inmiddels zijn er al de nodige zaken geregeld. Stichting LOF congres Maastricht 2014 is inmiddels een feit, met dank aan de (kandidaat-) notarissen van Loyens & Loeff. Yannick en Erik hebben zich bezig gehouden met het openen van een bankrekening en het afsluiten van verzekeringen. Samen met Claudia zijn de eerste handtekeningen inmiddels onder enkele contracten van locaties gezet, waardoor steeds weer een nieuw puzzelstukje op zijn plaats valt. Stef blijft druk in de weer met het telefoneren en aanschrijven van potentiële sponsoren. We hopen dat zoveel mogelijk bedrijven deelnemen, zodat we de aanwezige studenten een goed overzicht kunnen geven van bedrijven waarvoor ze in de toekomst wellicht willen werken. Ook is de website van het LOF inmiddels weer online. Laura heeft zich verdiept in de ‘achterkant’ van de website, die niet erg gebruiksvriendelijk blijkt. Het LOF bestuur in Groningen heeft hier ook de nodige problemen mee gehad, dus leek het ons verstandig om een ICT-er in te schakelen. Natuurlijk is ook de nodige tijd besteed aan het inhoudelijke gedeelte van de dag. Na overleg met diverse leden van de cap-groep Tax hebben wij er als bestuur voor gekozen om de zeer actuele ontwikkelingen rondom het Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) rapport te belichten. Onder leiding van dagvoorzitter prof. dr. Hans van den Hurk komen diverse sprekers aan bod die verschillende

10

facetten van het onderwerp zullen bespreken. Jean heeft al met een groot gedeelte van de beoogde sprekers contact gehad en ik moet zeggen dat het, zoals het er nu uit ziet, een zeer interessante dag zal worden. Blijf de website www.lof.nl dus goed in de gaten houden en schrijf je snel in zodra de inschrijvingen zijn geopend. Jasper Meessen Voorzitter LOF bestuur 2014

MEI 2014 FIRM


• INHOUDELIJK

DOOR JEAN SWILLENS

Fiscalist in stijl: deel 3 – Fiscalist in Stijl dag

T

oen ik gevraagd werd om een stukje te schrijven over de fiscalist in stijl dag, was ik vanzelfsprekend zeer vereerd. Zelf ben ik een iemand die zich nogal vrij conservatief kleedt en in beginsel enkel op zondag met zijn rode broek de straat over gaat. Dit heeft met name te maken met mijn achtergrond, ik kom namelijk uit een prima modaal Vlaams gezin. Mijn ouders hebben nu ze bijna pensioengerechtigd zijn- in België zijn de uittredingsregeling nog vrij coulant – niet oneindig veel tonnen vergaard en bij mijn weten hebben ze geen Luxemburgse of Zwitserse bankrekening. De rode draad die ik mee heb gekregen gedurende mijn opvoeding is gefundeerd op integere relaties afgewerkt met een sausje van bescheiden degelijkheid. Sommigen betitelen dit als hypocrisie, het oordeel is aan u! Genoeg geneuzel over mezelf en tijd om de mooie “Fiscalist in stijl-dag” te evalueren. Zelf was ik namelijk bij voorbaat een fervent voorstander van dit door bestuur Wingen uitgewerkte idee, zeker in combinatie met een sollicitatieworkshop van Robert Jan van Egmond, directeur van recruitment bureau Qompas. Ondanks de door Den Haag maar deels geslaagde pogingen om het onderwijs wat meer rendabel te maken, is het vroeg of laat toch voor iedereen eens tijd om te gaan solliciteren. Maar behoudens de vrij kunstmatige gesprekjes die je pas na drie halfzure Chileentjes durft aan te gaan met een recruiter op de bedrijvendag, hebben velen onder ons nog niet heel veel ervaring in de kunst van het solliciteren. Juist daarom was de afwezigheid van een sollicitatieworkshop een vacuüm dat diende te worden gedicht. Alvorens de workshop begonnen we met een informele lunch waarbij we onze onderlinge onzekerheden en ervaringen inzake sollicitaties uitwisselden. Gedurende de workshop kwamen voor velen heel wat herkenbare clichés naar voren, waar vanuit de deskundigheid van Qompas een gedegen verhaal

FIRM MEI 2014

tegenover kwam te staan. Voor de geïnteresseerde lezer zal ik hier de door mij als meest waardevolle tips sommeren: •

• •

• •

Een goede voorbereiding is het halve werk: zorg dat je weet bij welk bedrijf je solliciteert, voor welke functie je gaat en bij wie je gesprek hebt. Breek zo snel als mogelijk het ijs en probeer zelfzeker over te komen. Probeer je te onderscheiden ten opzichte van de menigte (liefst op een positieve wijze). Kleding: verdiep je in de kantoorcultuur en zorg dat je niet al te veel uit de toon valt. Zorg voor een fris voorkomen maar overdrijf vooral niet met je te dure geurtje. Drink geen koffie alvorens het gesprek, zeker niet op een warme zomerdag.

Na deze innoverende wijsheden was het de hoogste tijd om ons te verplaatsen van de bin-

nenstad naar het mooie Wyck, om ons te laten onderdompelen in de jetstream van de Milanese modegoeroe Marc van Overheem. Aldaar aangekomen werden we hartelijk ontvangen door - naast fiscalisten ook verkoopmedewerkers - Max en Dennis. De net uit Milaan teruggekeerde Marc was immers nog onderweg naar Maastricht na een weekje inkopen tijdens de Fashionweek. Aan de hand van enkele voorbeelden kregen we zeer goede suggesties aangereikt om stijlvol voor de dag te komen op kantoor. De conclusie is feitelijk dat je vooral dicht bij jezelf moet blijven, draag iets waar je jezelf goed bij voelt en ga vooral niet te veel compenseren. Naast de kledingadviezen werden we overigens ook voorzien van een zeer smakelijk Italiaans natje en droogje. Onder het genot van deze hemelse geneugten kwam de zeer geslaagde dag tot zijn einde en deden we wat naast het vakinhoudelijke een belangrijk goed is in ons mooie fiscale vakgebied: heerlijk borrelen! 11


• VERENIGING

Wil jij aan het roer staan van een schitterende vereniging en een ontzettend mooie ervaring opdoen?

Grijp dan nu je kans!

Voor het academisch jaar 2014-2015 zijn wij op zoek naar enthousiaste en ambitieuze bestuursleden. Solliciteer naar een van onderstaande functies door een motivatiebrief en CV vóór 4 mei 2014 te mailen naar bestuur@firstmaastricht.nl Voorzitter

Secretaris

Als voorzitter ben je het gezicht van de vereniging. Dit betekent dat je algemeen aanspreekpunt bent van het bestuur, zowel voor sponsoren, voor je medebestuursleden, als voor de leden van de vereniging. Je zult dus te allen tijde het overzicht moeten houden en de ruimte hebben om in te grijpen indien noodzakelijk. Daarnaast ben jij gedurende het jaar hoofdverantwoordelijke voor de acquisitie. Het grootste gedeelte van de sponsoring zal in de zomer met je medebestuurders worden afgedwongen. Met name in de loop van het jaar zal hier echter voor jou een rol zijn weggelegd in het aanleggen van nieuwe contacten (voor de website en mailings) en het onderhouden van bestaande contacten. Tot slot bekleed je als voorzitter een hoofdrol bij bestuursvergaderingen, algemene ledenvergaderingen, het overleg met andere studieverenigingen, en de capaciteitsgroep belastingrecht.

Als secretaris ben je het aanspreekpunt voor de leden. Jij houdt nieuwe in- en uitschrijvingen bij en zorgt dat de leden up-to-date zijn door o.a. het versturen van periodieke updates. Als secretaris ben je ook verantwoordelijk voor verslaggeving naar zusterverenigingen toe. Verder heb je de belangrijke taak van het opmaken van de notulen bij bestuursvergaderingen en algemene ledenvergaderingen. Tot slot ben je ook de vicevoorzitter van de vereniging.

12

Penningmeester Alom bekend als de man/vrouw van het geld. Naast het opstellen van de begroting en later in het jaar de realisatie, ben je meer in het algemeen verantwoordelijk voor de financiële administratie. Dit betekent dat je als penningmeester de persoon bent die zorg draagt voor het opstellen van facturen (aan de hand van sponsorgesprekken), het afhandelen van facturen (met de nodige controle daarbij inbe-

grepen) en het innen van contributie bij leden en alumni. Ook declaraties zijn het terrein van de penningmeester. Tot slot dien je in deze functie tijdens de algemene ledenvergadering een presentatie te houden over de financiële toestand van de vereniging.

Commissaris Intern Bij het bekleden van deze functie dien je nauw samen te werken met de diverse commissies die FIRST rijk is. Als commissaris intern werk je met veel verschillende mensen samen en vorm je de schakel tussen bestuur en commissies. Je vult aan waar nodig en zorgt dat de commissies onderling gebruik maken van elkaars capaciteiten. Je moet dus oog hebben voor detail, maar tegelijkertijd ook de grote lijnen kunnen blijven zien.

MEI 2014 FIRM


• VERENIGING

We Want you! Ben jij op zoek naar een unieke kans en wil je FIRST én Maastricht op de kaart zetten? Dan zijn we op zoek naar jou!  FIRST kan niet zonder haar actieve leden. Commissiewerk staat goed op je CV en het is tevens dé kans om FIRST beter te leren kennen! Voor het academische jaar 2014-2015 zijn er de volgende commissies waarin jij plaats kunt nemen: FIRST Fiscale Bedrijvendagcommissie

Kascontrolecommissie

Een groot aantal van jullie hebben al kunnen ervaren wat de bedrijvendag inhoudt door er zelf aan deel te nemen. Wanneer je een rol vervult binnen deze commissie heb je de eer om het paradepaardje van de vereniging: de bedrijvendag, te organiseren. Een zeer verantwoordelijke taak dus, waarbij communicatieve en organisatorische vaardigheden centraal staan.

Ben jij fiscaal econoom, of die ene fiscaal jurist die wél een balans kan lezen, dan is dit de functie voor jou. Je bent de vinger aan de pols van de vereniging, je laat je niet in de luren leggen door duistere declaraties van de penningmeester. Te vuur en te zwaard verdedig jij voor je vereniging de financiën. Nee, zonder gekkigheid, jij als controleur, verifieert tweemaal per jaar of de penningmeester alles correct heeft geregistreerd in zijn boekhouding en er dus een correct beeld wordt gegeven van de financiële situatie van de vereniging.

FIRM-commissie Vier maal per jaar komt het verenigingsblad de FIRM uit. Wanneer je gaat voor de FIRM-commissie ben jij samen als redactie verantwoordelijk voor de samenstelling en inhoud van de FIRM. Je benadert bijvoorbeeld schrijvers voor wetenschappelijke artikelen, interviewt afgestudeerde fiscalisten over hun ‘praktijkervaringen’, schrijft verslagen van activiteiten, en nog veel meer! Als voorzitter van de commissie ben je de eindredacteur van deze parel van de vereniging. Taalgevoel en creativiteit zijn zeer nuttige eigenschappen voor participatie binnen de FIRM-commissie.

PR-commissie De PR-commissie van FIRST heeft diverse taken op verschillende momenten in het jaar. De hoofdtaak van deze commissie is de werving van nieuwe leden aan het begin van het academische jaar. Het jaar wordt direct actief begonnen door aanwezigheid op de introductiedagen voor nieuwe studenten. Ook zullen de commissieleden in verschillende onderwijsgroepen een korte presentatie geven over FIRST. Gedurende het jaar zal de PR-commissie zorg dragen voor de promotie van diverse activiteiten, zoals de FIRST Fiscale Bedrijvendag. Verder ligt de organisatie van het jaarlijkse Open Feest in de handen van deze commissie. Het moge duidelijk zijn dat ook in deze commissie creativiteit van toegevoegde waarde is. Daarnaast is het belangrijk om een vlotte babbel te hebben en toegankelijk te zijn voor je medestudenten. FIRM MEI 2014

Activiteitencommissie De activiteitencommissie draagt zorg voor diverse gezellige activiteiten voor de leden van FIRST Maastricht. Allereerst wordt het academische jaar feestelijk ingeluid met een leuke avond voor alle actieve leden. Verder zijn de commissieleden onder andere verantwoordelijk voor de sportactiviteit en het invullen van niet gesponsorde borrels.

Agenda 4 mei: Deadline sollicitatie bestuur 2014-2015 13 mei: Sollicitatie gesprekken 20 mei: Bekendmaking onder sollicitanten en aanvang inwerkperiode 8 juni: Deadline sollicitatie commissies 2014-2015 23 juni: Bekendmaking commissies 2014-2015 24 juni: Algemene Leden Vergadering: voordacht bestuur en bestuurswissel

Reiscommissie Na Moskou (2011) en Istanbul (2013) is het in 2015 weer de hoogste tijd voor FIRST om op reis te gaan! Hierbij zullen we met 24 FIRST-leden afreizen naar een fiscaal interessante bestemming waarbij we natuurlijk tevens de stad en omgeving verkennen en het nachtleven een bezoek brengen. Voor deze studiereis zijn we op zoek naar enthousiaste leden die de organisatie op zich willen nemen. Als reiscommissie ben je met een team van vijf verantwoordelijk voor het organiseren van de reis van A tot Z, nadat in overleg met het bestuur een locatie is gekozen.

Internationale commissie De internationale commissie is een nieuwe commissie binnen FIRST, die afgelopen jaar zijn intrede heeft gedaan. Deze commissie heeft in zijn algemeenheid als doel om de internationale leden meer bij de vereniging te betrekken. Hierbij kun je denken aan een in-

troductieactiviteit aan het begin van het jaar en natuurlijk de International Job Fair die dit jaar al meteen een groot succes was! Naast organisatorische vaardigheden is dus ook een vlotte babbel (in het Engels) een pré. Mocht je nog vragen hebben, aarzel dan niet om één van de huidige bestuursleden of actieve leden aan te spreken op de komende borrel, langs te komen op de Lenculenstraat, te bellen, of een email te sturen. Meer algemene informatie over de commissies van dit jaar is natuurlijk ook terug te vinden op de website: www.firstmaastricht.nl. 13


• VERSLAG

DOOR MICHÈLE ROOIJMANS

Op exchange: Canada

O

p exchange gaan. Niet iets dat in mijn gedachten ronddwaalde tijdens de eerste drie jaar van mijn studie. Maar verhalen van vrienden die op exchange zijn geweest en de vermenigvuldigende factor Facebook (lees: foto’s en updates van mensen die overal ter wereld te vinden zijn behalve in Nederland), lieten mij toch even stilstaan bij de mogelijkheid van studeren in het buitenland. Waarom niet? En is dat eigenlijk wel mogelijk bij Fiscaal Recht of Rechtsgeleerdheid? Waar zou je dan naartoe kunnen? Moet je dan het rechtssysteem van dat land gaan verkennen? Lukt dat wel? Kortom, genoeg vragen waar ik in dit stuk graag een antwoord op geef, want wie weet zijn er meer mensen die net als ik graag op exchange zouden gaan, maar niet goed weten wat ze moeten verwachten!

naar het buitenland wilt in 2015, zou je je voor 31 januari 2014 al aangemeld moeten hebben (tja). Je kunt zelf een voorkeur opgeven voor de universiteit(en) waar jij graag zou willen studeren. Zo simpel is het.

Dus het kan gewoon? Aangezien ik voor de FIRM schrijf, ga ik ervan uit dat de lezers voornamelijk Fiscaal Recht dan wel Fiscale Economie zullen studeren. Dat betekent dat je in je bachelor alleen maar verplichte vakken hebt en een exchange hier in eerste instantie dus niet in past. Wees echter niet getreurd! De faculteit sluit het niet uit dat je ondanks je verplichte vakken toch op exchange kunt gaan (zonder vertraging op te lopen), maar dan moeten de vakken die je in het buitenland loopt wel zo zeer vergelijkbaar zijn met de verplichte vakken in de bachelor, dat je voor de verplichte vakken een vrijstelling

Inderdaad, waarom niet? Dat was wat ik dacht toen ‘op exchange gaan’ mijn gedachten begon over te nemen. Het is uitdagend, spannend en interessant. Maar het klinkt ook als erg leuk, gezellig en nou ja, feestjes. Daar moet je het natuurlijk niet voor doen, maar het sociale aspect is uiteindelijk ook erg belangrijk. Er zijn in ieder geval genoeg redenen om te willen gaan. Of het ook mogelijk is? Natuurlijk is het mogelijk. Rechtssystemen heb je overal en nergens, dus genoeg plekken om op exchange te gaan. Onze Faculty of Law biedt ook gewoon de mogelijkheid en heeft er meer dan voldoende informatie over. Zo worden er informatiebijeenkomsten gehouden die worden aangekondigd in Law Student Messages (waar ik overigens niet naartoe ben geweest en je dus niet meer over kan vertellen) en kun je ook op de website een kopje vinden met de toepasselijke titel ‘Studeren in het buitenland’. Dat is waar ik terecht ben gekomen. Al snel kwam ik erachter dat er wel een aantal vereisten zijn: je moet minimaal 90 ECTS hebben behaald voor een exchange binnen Europa, buiten Europa moet dat minimaal 120 ECTS zijn en moet je daarnaast minimaal een gemiddelde van een 7 hebben. Ook zijn er soms taalvereisten, maar dat ligt aan de universiteit waar je naartoe wilt gaan. De deadline voor aanmelding is overigens 31 januari, dus als je

14

Waar zou je dan naartoe kunnen? Moet je dan het rechtssysteem van dat land gaan verkennen? Lukt dat wel? kunt krijgen. Eerlijk gezegd klinkt dat toch vrij moeilijk en dat is ook niet de manier waarop ik het heb gedaan. Naast een exchange tijdens je bachelor kun je ook op exchange gaan tijdens je master, namelijk in plaats van de keuzevakken. Nou is een semester in het buitenland vaak net zo lang als twee blokken bij ons en zal je toch met het probleem van vertraging opgescheept kunnen worden als je in andere blokken verplichte vakken hebt. Ook ik ontkom daar niet aan. Maar ik kan je verzekeren: het is iedere minuut van een eventuele vertraging waard. Gewoon lekker doen dus.

Canada En dat is wat ik heb gedaan. Toen ik kreeg te horen dat er een plek vrij was op Osgoode Hall Law School was ik vooral enthousiast. Ondanks dat Canada niet per se de zonnige

plek is waar je op Facebook mee kunt pronken, klonk een exchange in Canada toch erg goed, ook omdat ik nog nooit in Canada was geweest en ik graag nieuwe plekken ontdek. Nadat ik had toegezegd en het balletje langzaam begon te rollen, realiseerde ik me iets: mijn exchange zou plaatsvinden van januari tot en met april 2014, wat dus betekende dat ik mijn winter in Canada zou gaan doorbrengen. Aangezien ik qua sneeuw en kou niet meer gewend ben dan de Nederlandse winter en ik die al liever heel graag oversla, baarde dat me wel wat zorgen. Goed, ik laat mezelf natuurlijk niet tegenhouden door een beetje sneeuw en temperaturen onder de 0°C, dus op 2 januari stapte ik in Toronto een taxi in, terwijl het buiten -18°C was. Heerlijk. Maar dan begint het pas echt. Ik weet natuurlijk niet hoe het op andere universiteiten gaat, maar op Osgoode gaan ze ervan uit dat je zeer zelfstandig bent en is er niet veel begeleiding. Dat betekent dus zelf uitzoeken wat je moet doen en waar alles te vinden is. Maar laten we wel wezen, niets is beter voor je zelfontwikkeling! Stiekem komt er veel meer bij kijken dan je van te voren denkt, ook financieel gezien. De eerste paar dagen exchange is voornamelijk rondrennen op de campus, op zoek naar de verschillende offices waar je bepaalde dingen geregeld moet zien te krijgen. Verder is er altijd wel een meeting voor nieuwe exchange of internationale studenten en daar moet je zeker naartoe gaan. Als je op exchange gaat moet je toch ergens een groepje mensen vandaan zien te krijgen waar je leuke dingen mee kunt doen (zoals bijvoorbeeld veel uitgaan, tripjes naar Cuba of Vancouver, Superbowl kijken tijdens een avond bowlen) en zo’n meeting is natuurlijk de ideale plek om andere studenten te leren kennen. Daarnaast beginnen zodra je gearriveerd bent ook de vakken die je hebt gekozen. Op Osgoode is er vrij veel keuze, maar je moet wel zelf zorgen dat de vakken niet conflicteren. Ze zijn overigens wel coulant als het op exchange studenten aankomt, dus mocht het zo zijn dat je toch een ander vak wilt volgen, dan kom je vaak niet op de wachtlijst te staan maar kun je meteen deelnemen. Ik ga ervan uit dat het bij de meeste universiteiten wel zo is, aangezien ze exchange studenten niet willen afschrikken.

MEI 2014 FIRM


• VERSLAG

Wat dat betreft zit je dus goed als je naar het buitenland gaat. Maar wat kies je dan? Zoals wellicht bekend is het rechtssysteem van Canada gebaseerd op common law en dat is dus wel een beetje anders dan hoe het in Nederland zit. Bij rechten heb je echter een groot voordeel en dat is dat er ook zoiets als internationaal recht bestaat. In Maastricht zijn we daar natuurlijk bekend mee (denk aan een vak als European and International Tax Law) en wanneer je het jezelf niet (al) te moeilijk wilt maken is dat de beste optie om tijdens je exchange voor te kiezen. Van de andere kant is het ook erg interessant om een vergelijking te kunnen maken tussen twee rechtssystemen en zou je ervoor kunnen kiezen nationale vakken te volgen. Je zult zien dat het uiteindelijk allemaal reuze meevalt en je er ook echt iets van opsteekt. De vakken die ik heb gevolgd zijn Bankruptcy & Insolvency Law, Commercial Law en Business Associations. Allemaal Canadees, maar het verschil met het Nederlandse rechtssysteem is helemaal niet zo groot als ik in eerste in-

FIRM MEI 2014

stantie dacht. Dat maakt het ook allemaal een stuk makkelijker. Ik zou andere mensen dan ook aanraden ten minste één nationaal vak te kiezen. Bedenk wel: tijdens een exchange wil je waarschijnlijk veel dingen zien en doen, dus vraag ook weer niet teveel van jezelf.

Maar nu echt: waarom niet? De keuze om op exchange te gaan is een van de beste die ik ooit heb gemaakt. Ik heb veel nieuwe mensen ontmoet, veel nieuwe dingen gezien en er daarnaast veel van opgestoken. Er zijn meer dan honderd redenen om sowieso op exchange te gaan, maar er zijn natuurlijk ook redenen om niet te gaan. Ik moet nu eenmaal eerlijk zijn naar de lezers toe. Grootste obstakel is uiteraard het financiële aspect. Binnen Europa krijg je de Erasmusbeurs, maar als je buiten Europa op exchange wilt gaan, krijg je geen enkele vergoeding (op een eventuele OVvergoeding na). Het ligt er natuurlijk een beetje aan in welk land je op exchange gaat, maar ik kan je in ieder geval vertellen dat Canada vrij

prijzig is. Daarnaast wil je toch wel graag het land verkennen, of anders wel omringende landen, en ook dat kost geld. Wanneer je op exchange bent is het van de andere kant zonde om al die dingen niet te doen, enkel vanwege het financiële aspect. Wat ik wil zeggen: ga alleen op exchange als je voldoende geld hebt of het in ieder geval niet erg vindt om wat geld bij te lenen (of te krijgen…). Een tweede obstakel is, zoals ik al eerder aanhaalde, de vertraging die je kunt oplopen. Niet iedereen wil dat en de kans is nu eenmaal groot dat het wel gaat gebeuren wanneer je op exchange gaat (vanwege semesters die niet gelijk lopen), dus dan houdt het een beetje op. Deze twee obstakels zijn eigenlijk de enige obstakels. Relaties, bezorgde ouders of huilende broertjes en zusjes, daar moet je die kans niet voor laten liggen. En als je nu toch wel heel erg graag wilt gaan, maar ergens nog een beetje twijfelt; ga lekker. Daag jezelf uit!

15


• INHOUDELIJK

DOOR NIELS HEUBERGER

De fiscale perikelen rondom de eigen woning

S

tiekem dromen we er allemaal van: een goede baan, een dure auto, en een groot huis. Maar zeker ten aanzien van het laatste doel is het maar zeer de vraag hoe groot de kans is dat dit – voor de huidige studenten – op korte termijn te realiseren is. Recentelijk is op fiscaal gebied namelijk weer het nodige veranderd met betrekking tot de eigen woning. In dit artikel zullen twee van deze wijzigingen aan bod komen: de beperking van de hypotheekrenteaftrek en de verhoging van het eigenwoningforfait.

afneemt, wat betekent dat ook het bedrag van de aftrekbare hypotheekrente lager en lager zal worden, met hogere kosten tot gevolg. Per 1 januari van dit jaar is er nog iets veranderd aan de hypotheekrenteaftrek. Vanaf deze datum wordt namelijk jaarlijks de maximale hypotheekrenteaftrek afgebouwd van 52% naar 38%. Dit zal gebeuren over een periode van 28 jaar, in stapjes van 0,5% per jaar. Hoewel deze maatregel de eerste jaren alleen de hoogste inkomens zal treffen2, worden de gevolgen over enkele jaren voor veel meer mensen goed voelbaar3.

Hypotheekrenteaftrek

Eigenwoningforfait

Sinds 1 januari 2013 mag een hypotheek niet langer aflossingsvrij zijn om in aanmerking te komen voor de hypotheekrenteaftrek. Deze regel geldt alleen voor nieuwe hypotheken en heeft dus geen gevolgen voor huidige eigenwoningbezitters. Starters zullen voortaan echter een annuïteitenhypotheek of een lineaire hypotheek bij de bank moeten afsluiten. Naast de rente die betaald moet worden dient hierbij ook het volledig geleende bedrag binnen 360 maanden afgelost te zijn. Dit betekent uiteraard hogere maandlasten. En omdat de (starters)salarissen niet evenredig zullen toenemen, heeft dit tot gevolg dat men minder bij de bank kan lenen1. Daarnaast heeft het feit dat er vanaf nu afgelost dient te worden als gevolg dat de hypotheekschuld in de loop der jaren

Een andere maatregel die eigenwoningbezitters in de portemonnee treft, is de verhoging van het eigenwoningforfait. Was het bedrag dat in aanmerking diende te worden genomen jarenlang 0,6% van de WOZ-waarde, in 2014 zal dit 0,7% zijn. Dit lijkt misschien een minimale verhoging, bedenk dan wel dat het hier gaat om een stijging van bijna 17%! Om te begrijpen waar deze stijging door veroorzaakt wordt, is het van belang om te kijken hoe het eigenwoningforfait wordt berekend. Dit is namelijk gebaseerd op twee verschillende componenten: het gemiddelde niveau van de huurprijzen en het gemiddelde prijsniveau van koopwoningen. Het idee hierachter is als volgt: het eigenwoningforfait is een bedrag dat eigenwo-

ningbezitters in rekening wordt gebracht voor het genot dat zij van hun woning hebben. Hoe hoger het niveau van de huurprijzen, hoe meer voordeel – en dus genot – huizenbezitters hebben van het feit dat zij niet hoeven te huren maar een eigen woning hebben. Het feit dat de huurprijzen in de voorgaande jaren alleen maar zijn gestegen is dus alvast één verklaring voor de stijging van het eigenwoningforfait. Dan koopwoningen: deze zijn de afgelopen jaren juist in prijs gedaald. Bij dalende huizenprijzen – vertaald in een lagere WOZ-waarde van de woning – en een gelijkblijvend percentage van het eigenwoningforfait, zal het bedrag waarover belasting betaald dient te worden lager zijn. Er is echter geen reden om aan te nemen dat het genot van de woning ook daadwerkelijk minder is geworden. Daarom zorgt deze component ervoor dat het percentage van het eigenwoningforfait toeneemt als de huizenprijzen dalen. Dit draagt er dus – samen met de ontwikkeling van de huurprijzen – aan bij dat eigenwoningbezitters in 2014 niet 0,6% maar 0,7% van de WOZ-waarde van hun woning in aanmerking dienen te nemen. Al met al wordt het voor studenten dus zeker niet gemakkelijker om direct na het afstuderen een eerste eigen woning te kopen. Dit betekent echter niet dat deze droom nu onmiddellijke als een zeepbel uit elkaar hoeft te spatten!

1. Bij een gelijkblijvend salaris zullen ook de maandlasten immers gelijk moeten blijven. Omdat de kosten van een hypotheek toenemen, zal dit worden gecompenseerd door een lagere lening te verstrekken. 2. De maximale hypotheekrenteaftrek is in 2014 beperkt tot 51.5%. Voor inkomens onder de €56.532 is dit echter het percentage van de hoogte belastingschijf. De aftrek kan dus nooit meer zijn dan het percentage waartegen het eigenwoningforfait wordt belast. 3. Wie wil weten wat de financiële gevolgen zijn voor zijn/haar eigen situatie, kan dit eenvoudig berekenen door gebruik te maken van een online rekenmodule (zie bijvoorbeeld: www.hypotheekrenteaftrek.nl). 16

MEI 2014 FIRM


DOOR JASPER DE WINTER & NIELS HEUBERGER

• INTERVIEW

In gesprek met… Onno Hoes Donderdag 20 februari – Netjes in pak gestoken lopen we van kantoor richting het stadhuis van Maastricht. Hier zullen we onze burgemeester, Onno Hoes, treffen. Bij binnenkomst staat de koffie met een lekker stuk vlaai al voor ons klaar. Vervolgens worden we hartelijk ontvangen door de burgemeester in zijn werkkamer. In deze chique en sfeervolle setting nemen wij met een lekker drankje plaats in een van zijn mooie zetels voor de open haard. Het is tijd voor een aantal kritische vragen.

FIRM MEI 2014

17


• INTERVIEW

Hoe was u als student? “Ik heb geen universitaire opleiding gedaan, maar de HEAO (commerciële economie). Ik ging iedere dag op en neer van Den Bosch (waar ik woonde) naar Eindhoven. Dit was dus een totaal ander leven dan dat van de meeste studenten in Maastricht. Het ‘echte studentenleven’ heb ik daardoor ook niet zo meegekregen.”

U was dus een serieuze student die na college braaf ging studeren?

brengen in welke mate studenten wegtrekken “Ik heb geen moment het gevoel gehad dat ik iets goed te maken of in te halen had. Wel heb uit de stad. Maastricht springt daar heus niet zo slecht uit. Dat wij, als gemeente, studen- ik me samen met mijn partner, Albert Verlinde, ten niet aan onze stad kunnen binden is een gerealiseerd dat we misschien nog iets extra zichtbaar moesten zijn op evenementen in beeld dat is ontstaan in de beginjaren van de Maastricht. We hebben daar ontzettend veel Universiteit. Hoewel dit beeld misschien nog steeds bestaat, is dit feitelijk niet juist, want plezier aan beleefd en ik denk ook dat iedereen dat aan ons zag. We stonden ook open voor het zogenoemde ‘brain drain’ is de afgelopen nieuwe ontwikkelingen en mensen realiseerjaren juist afgenomen.” den zich al snel dat het een goede match was; Hoe bent u burgemeester geworden van Hoes en de stad Maastricht.”

Maastricht?

“Dat is eigenlijk heel simpel: door een brief te U heeft het over nieuwe ontwikkelingen, wat is daarvan de grootste die u heeft geschrijven. Eerst komt er een vacature in de Staatscourant en vervolgens kun je een profiel realiseerd? opvragen. Dan is het aan jou om te kijken of je “Ik heb heel snel het coffeeshopdossier op me daar aan kunt voldoen. In mijn geval dacht ik, genomen en daar heb ik beleid over moeten maken dat landelijk werd neergezet. Van dit mij baserende op het functieprofiel, dat ik een beleid dacht ik dat het goed was voor de stad bijdrage kon leveren aan de stad. Nadat ik mijn brief had geschreven werd ik uitgenodigd voor en ik heb het dan ook met volle overtuiging uitIn Maastricht wonen en studeren veel een gesprek bij de Commissaris van de Konin- gevoerd. Ik zie dat we er ook in juridische zin internationale studenten. Waarom trekt gin en een vertrouwenspersoon. Daarna volgde en in de zin van veiligheid na drie jaar behoorMaastricht volgens u zoveel internationale een tweede gesprek en ik had het geluk dat ik lijk succesvol in zijn en daar ben ik trots op.” studenten? op een zeker moment ’s avonds werd opgebeld “Het allerbelangrijkste is volgens mij het sys- met het positieve bericht: U bent het!” Daar raakt u een mooi thema. Onlangs heeft het Hof Den Bosch geoordeeld dat teem dat de universiteit heeft gekozen. Het het naleven van het ingezetenencriterium Had u concurrentie? Probleemgestuurd Onderwijs is positief is toegestaan en dat dit geen discriminatie en daarnaast zijn veel lessen in het Engels. “Ja.” is. Daar moet u tevreden over zijn. Hierdoor zijn er meer beroepskansen voor stu“Ja, ik ben natuurlijk het boegbeeld geworden denten die hier afstuderen. Daarnaast speelt van dit thema. Wat ik steeds heb gezegd is zo ook de omgeving, Maastricht als stad zijnde, wezenlijk voor het veiligheidsgevoel in Maaseen belangrijke rol doordat deze veel Internatricht dat ik dit beleid met volle overtuiging tionale allure heeft. Buitenlandse studenten heb uitgevoerd. Ik ben heel blij dat ik consisvoelen zich hierdoor snel thuis, ongeacht uit tent heb gehandeld en dat ik hierbij ook door welke windstreek je komt.” goede adviseurs vanuit de gemeente ben bijVeel mensen verlaten na hun studententijd gestaan.” “De hbo is een redelijk schoolse opleiding en leek dus erg op de middelbare school. Je had gewoon van half 9 tot 4 uur les. Daarnaast lag het gebouw buiten het centrum, dus een echt studentenleven zat er niet in. Ik ging gewoon iedere dag, net als mijn medestudenten, met de auto op en neer.”

Maastricht. Wat doet de stad om studenten aan zich te binden?

“Ik heb geen moment het gevoel gehad dat ik iets goed te maken of in te halen had”

Verwacht u dat de drugsproblematiek in de

stad nu ook definitief verleden tijd is of dat “Voor ons is het voortdurend een punt van aantoch niet? dacht om de werkgelegenheid te vergroten. Het Van wie? “Dit is wat absoluut gesteld, maar we zijn wel hangt er wel vanaf wat je hebt gestudeerd. Je moet je afvragen hoeveel werk een stad als “Dat weet ik niet. Er werd wel gepubliceerd een stuk verder gekomen. De buitenlandse drugstoeristen die toch voor een hoop overMaastricht kan creëren voor studenten Euro- hoeveel personen er in de race waren en of ze last hebben gezorgd, komen niet meer naar pean Studies of International Business. Voor al burgemeesterservaring hadden. Ik weet dus sommige dingen moet je toch eerder in Brus- wel dat er mensen waren die meer burgemees- Maastricht toe. Ook zijn een groot aantal coffeeshops gesloten, waardoor de hele omsel of de Randstad zijn. En daar moet je heel terservaring hadden dan ik.” geving rond die coffeeshops een stuk rustiger eerlijk in zijn, dat is ook helemaal niet erg. En u bent geen Maastrichtenaar, dat moet is geworden. Bijkomend resultaat is dat het Daartegenover staat wel dat mensen die de stad verlaten vaak weer terugkomen als toerist ook hebben meegespeeld in het benoe- zwartgeldcircuit enorm is teruggedrongen. of bijvoorbeeld voor het organiseren van con- mingsproces. Wat heeft u er aan gedaan om Daar kunnen de coffeeshophouders an sich toch in de harten van de Maastrichtenaar te niet zoveel aan doen, maar de achterdeur is gressen. Ook is er een aantal jaren geleden een worden gesloten? nog steeds niet goed geregeld. Coffeeshophouonderzoek gedaan door het LIOF om in kaart te 18

MEI 2014 FIRM


• INTERVIEW

ders moeten daardoor hun inkopen doen op een niet bestaande, fiscaal niet gereguleerde markt. Verder ontken ik niet dat er nog steeds buurten zijn waar het bij tijd en wijle onrustig is en waar je ook nog een stukje illegale markt tegenkomt.”

Denkt u dat gereguleerde wietteelt op korte termijn realiseerbaar is?

een evenwichtige verdeling in een organisatie tussen mannen en vrouwen de bestuurbaarheid en werkbaarheid van een organisatie bevordert. In gemeentelijke organisaties is het ook belangrijk dat je kijkt of deze een afspiegeling zijn van de samenleving waar wij voor staan. In een steeds internationaler wordende stad als Maastricht kijken wij er ook naar om hier ons personeelsbestand op aan te passen. Je moet namelijk je klanten snappen en dat kan alleen maar als je ook mensen in je organisatie hebt die daar contact mee hebben.”

“Gereguleerde wietteelt is alleen mogelijk met toestemming van de minister van Justitie, maar deze wil hier voorlopig nog niets van weten. Als burgemeester heb ik hier helaas niets over Een andere vorm van discriminatie zijn de te zeggen. Het heeft waarschijnlijk allemaal nog wel wat tijd nodig voor het zover is. Be- privileges die diplomaten krijgen. langrijk voor het gedoogbeleid is echter wel “Daar ga ik niet over, dat is internationale dat ook de achterdeur geregeld wordt. Vanuit wetgeving. Daar kan ik mij beter niet aan beLimburg wordt als oplossing hiervoor gere- zondigen.” guleerde wietteelt voorgesteld. Hierbij zou de U heeft daar wel een mening over. wiet dan op centrale plekken buiten de stad geteeld worden en gecontroleerd naar de cof- “Nee, ik heb daar geen mening over. Al zou ik er feeshops worden gebracht. Natuurlijk levert een mening over hebben, dan nog is die totaal dit nog problemen op, maar het is goed dat er niet relevant want ik kan er niets aan veranderen en ik kan hem ook niet zelf interpreteren.” op dit moment in elk geval de discussie wordt gevoerd. Ik denk namelijk dat als we dit aan Laten we dit thema dan wat actualiseren. het beleid toevoegen, het internationaal gezien Vandaag stond in het nieuws dat parkeerook prima uit te leggen is.”

door economisch samen te werken een samenleving ook op andere vlakken kan beïnvloeden. In culturele zin hebben wij een tentoonstelling gehad in het Bonnefantenmuseum (‘De Grote Verandering’) en een kamermuziekavond om ervoor te zorgen dat Rusland verder onder de aandacht werd gebracht van onze inwoners. Er is heel veel cultureel rijkdom in zowel Nederland als in Rusland en dus is het interessant om dat met elkaar uit te wisselen. Cultuur is vaak de basis, of dat nou een museum is of ballet, waarmee je mensen met elkaar in contact brengt.”

“Al zou ik er een mening over hebben, dan nog is die totaal niet relevant”

boetes niet vaak door diplomaten worden Vindt u dat je dat ook moet doen terwijl Rusland hele andere wetgeving heeft dan We denken dat uw visie op drugsbeleid betaald. Wat vindt u daarvan? kraakhelder is. Graag willen we het thema “Ik denk dat het beschermen van diplomaten Nederland? Denk bijvoorbeeld aan de antidiscriminatie aan de kaak stellen, het the- gaat over hele andere aspecten dan over een homowetgeving. ma van de vorige editie van de FIRM. Wat parkeerboete. Die hoor je gewoon te betalen. “Ik denk het wel. Het gaat niet om de vriendis volgens u om te beginnen discriminatie? Het kan niet zo zijn dat onschendbaarheid schapsband tussen Willem-Alexander en Gelach. “En dat vragen juristen aan mij! Ik denk dat het hierbij gaat om onderscheid maken op basis van kenmerken of eigenschappen, waarvan dat niet toegestaan is. Of het nu gaat om geaardheid of religie, het zou geen reden moeten zijn voor het maken van een onderscheid. Het is dus ook goed dat we dit beschermen en daarmee een verdediging opbouwen voor de mensen die daar kwetsbaar voor zijn. Soms verkeer je in een kwetsbare positie en daarom is er wetgeving nodig om deze mensen preventief te beschermen. Tevens laat je met strafstelling zien dat discriminatie niet geaccepteerd wordt.”

Vindt u niet dat discriminatie soms wordt misbruikt en dat we daarin doorslaan? Denk bijvoorbeeld aan een vrouwenquotum. “Dat ligt niet op mijn weg om daar een absoluut oordeel over te hebben. Mijn ervaring is wel dat

FIRM MEI 2014

ervoor zorgt dat je geen parkeerboete hoeft te betalen”. Burgemeester Hoes kijkt zijn woordvoerder aan en vraagt lachend: “Dat mag ik toch wel zeggen hè?”

Poetin. Dit jaar was het nodig om onze volkeren dichter bij elkaar te krijgen. Vorig jaar was het natuurlijk heel extreem dat er juist in dat jaar een aantal zaken aan de oppervlakte kwamen die op zijn zachtst gezegd niet handig waren. De basis blijft toch dat als je economisch en cultureel met elkaar samen werkt, je de beste basis hebt om een samenleving positief te beïnvloeden en liberalere wetgeving te maken.”

Een ander actueel thema zijn de Olympische Spelen die in februari in Sotsji plaatsvonden. Hieraan voorafgaand kenden wij een Nederland-Ruslandjaar dat zich kenmerkte door een reeks niet mis te verstane incidenten. Sluit u zich aan bij de gedachte dat Dus u zou ook de handel tussen Nederland dit culturele programma bijdraagt aan de en Iran willen stimuleren, zodat dat land teeconomische en maatschappelijke betrek- vens zijn kernwapens kan financieren? kingen tussen Nederland en Rusland? “Nee, dat land staat op de zwarte lijst en daar “Ja, vandaar ook dat we er vanuit Maastricht actief op hebben geanticipeerd. Afgelopen jaar zijn we gaan kijken wat voor mogelijkheden er voor Nederlandse bedrijven liggen in Rusland. Daar is uitgekomen dat er economisch veel mogelijkheden liggen. Ik denk zelf dat je

ligt de grens. De VN heeft daar uitspraken over gedaan, dat geldt voor Rusland niet. Wat dat betreft vind ik de VN belangrijk als ijkpunt om je criteria op te kunnen baseren. We zullen ook nooit een vriendschapsjaar Nederland-Iran beginnen.”

19


• INTERVIEW

Inmiddels zijn de Olympische Spelen voor- Misschien een persoonlijke vraag: hoe bij en lijkt het erop dat het goed is gegaan verhoudt het Joodse geloof zich tot uw gemet de mensenrechten en dan met name aardheid? de rechten van homo’s in Rusland. Denkt u “Heel goed. Er bestaan ook homoseksuele rabdat dit blijvend zal zijn of is dit slechts van bijnen. En ook vrouwelijke rabbijnen trouwens. tijdelijke aard? Dus dat maakt verder niets uit in het geloof. De

hebben moet iedereen het gevoel hebben dat ze daar een stukje aan kunnen bijdragen. De grootste mogelijkheid om het aantal misdrijven te verminderen ligt bij de burger zelf. Dus ik hoop dat ik daar de komende jaren echt iets aan kan verbeteren, dat ik bij de mensen dat zelfbewustzijn kan verbeteren.”

“Wij zien natuurlijk maar een klein stukje van wat gebeurt en spreken maar weinig mensen. Denkt u dat de Maastrichtenaar zich onWe hebben allemaal de vreselijke beelden geveilig voelt, omdat u de veiligheid wil zien van mensen die in elkaar worden geslagen. vergroten? Maar van de andere kant, ik hoor ook verhalen “Nee, ik krijg daar geen signalen van. Maar ik van mensen uit Moskou over het geweldig gayvind zelf wel dat als er lijstjes worden gemaakt uitgaansleven aldaar. Ik denk dat vooral de waarin wij vrij hoog staan qua score, dat het aandacht voor homo-wetgeving van wezenlijk dan mijn eer te na is als burgemeester om daar belang is. Poetin krijgt echt wel signalen vanniets aan te doen.” uit de rest van de wereld. Denk bijvoorbeeld aan Obama die besloot niet naar Rusland te gaan, of de protesten bij de opening van de ten- rabbijn is ook een keer hier op mijn werkkamer Hoe kijkt u aan tegen uw eigen partij in toonstelling in de Hermitage. Alhoewel hij de geweest met zijn gezin om kennis te maken, Maastricht, de VVD? “Daar mag ik geen uitspraken over doen. Ik protestborden misschien niet direct zelf heeft dus ik heb nooit ergens last van gehad.” houd van alle partijen evenveel. Iedereen weet gezien, heeft dit ongetwijfeld wel zijn effect. De Is er een verschil ten opzichte van vroeger wel dat ik die politieke achtergrond heb, maar wereld verwestert en vroeg of laat krijgen ze ik bemoei me met elke partij evenveel. Ik vind er dus ook in Rusland mee te maken. Ik ben of met andere landen? ook dat je als burgemeester daar heel terugervan overtuigd dat de homo-wetgeving een “In religie zit altijd een interpretatieruimte. De Thora en de Bijbel zijn dezelfde documenten houdend in moet zijn.” positieve ontwikkeling door zal maken.” over de hele wereld, alleen worden deze verWe spreken wel over Rusland, maar heeft schillend uitgelegd. In het Jodendom gebeurt Als ons blad uitkomt zijn de verkiezingen inu in Nederland nare ervaringen gehad van- dat nog meer dan in het Christendom, men middels achter de rug. Durft u zich te wagen wege uw geaardheid? houdt daar veel meer vast aan de psalmen en aan een voorspelling? “Eigenlijk niet. Ik heb hier een keer een café Gelach. “Dan worden ze allemaal even groot. alles wat daarin staat. In het Joodse geloof is moeten sluiten schuin tegenover mijn woning. het zo dat iedere rabbijn zijn eigen interpreta- Wat voor mij interessant is, is dat ik als zittenDaar werden toen een aantal teksten op de tie maakt. Dat is wel heel bijzonder, want dat de burgemeester een nieuwe gemeenteraad ga voorgevel gezet. Ook is afgelopen zomer op krijgen. Ik was de laatste die instroomde in de betekent dat de interpretatie van de rabbijn in een vuilnisbak een hakenkruis getekend met oude gemeenteraad en nu ben ik de constante Maastricht totaal anders kan zijn dan die van mijn naam eronder. Gelukkig is het bij deze factor samen met de gemeentesecretaris. De een rabbijn in New York of Groningen.” twee incidenten gebleven.” rest is straks allemaal nieuw. Dat is spannend Tot slot willen wij nog een aantal afsluiten- om mee te maken.”

“Misschien dat ik nog wel 18 jaar blijf!”

Heeft dat ook niet te maken met de weinige mensen van Afrikaanse afkomst in Maastricht? Die kunnen homoseksualiteit vaak minder goed accepteren, baserende op de anti-homowet die is aangenomen in Uganda. “Ik merk noch in gedrag, noch in cijfers dat dit is toe te wijzen aan een specifieke bevolkingsgroep. Diegene van Afrikaanse afkomst die hier in Maastricht wonen, wonen hier vaak al generaties lang en zijn dus ook opgegroeid met de Nederlandse cultuur. Hierin maakt iedereen de eigen keuze wat hij voor zichzelf acceptabel vindt.”

de vragen aan u stellen. Zoals u weet is er flink wat kritiek op u geweest, maar er zijn ook veel positieve verhalen te horen. Hoe lang bent u nog van plan om burgemeester te blijven van onze mooie stad?

Heeft u nog een laatste levenswijsheid voor de fiscale student?

“Als ik naar mezelf kijk, dan had ik nooit gedacht deze functie te krijgen. Maar ik had wel “Ik ben nu halverwege mijn eerste termijn en altijd een enorme passie voor wat ik deed. deze wil ik eerst afmaken. Verder heb ik op dit Daardoor ben ik overal iets verder gekomen. moment geen ambities om iets anders te doen. Ongeacht wat je doet is het belangrijk om de Ik heb ook geen leeftijd in mijn hoofd waarop juiste balans te vinden tussen passie en de ik zou willen stoppen. Burgemeester zijn mag verantwoordelijkheid die je krijgt. Dit moet tot je 70ste. Ik ben nu 52, dus misschien dat ik iedereen zich realiseren. Je moet iets heel leuk nog wel 18 jaar blijf!” vinden, want alleen dan kun je heel hard werken en ook een privéleven ernaast hebben. Dus Wat zou u dan in die 18 jaar nog willen be- enjoy life!”

tekenen voor Maastricht? “Ten aanzien van veiligheid mogen we nog een stapje extra doen. Als we het over veiligheid

20

MEI 2014 FIRM


• VERSLAG

TEKST SJOERD BASTIAENS, ASTER CRUTZEN, ERIK KASTROP EN LIEKE KURVERS

FIRST Fiscale Bedrijvendag 2014

O

p 19 februari vond de jaarlijkse FIRST Fiscale Bedrijvendag weer plaats in Kasteel Vaeshartelt te Maastricht. Naast een gastspreker, recruitmentlunch en borrel, werden door deelnemende bedrijven ook verschillende interessante workshops gegeven. Drie studenten vertellen:

Aster Crutzen – bachelorstudent Fiscaal Recht Workshop Koenen en Co Door deelname aan de veelzijdige en interactieve workshop van Koenen en Co werd ons tijdens de FFB de mogelijkheid geboden om dit bedrijf beter te leren kennen. Na een korte voorstelronde werd de groep in tweeën gedeeld om vervolgens een dobbelquiz te spelen. Vanaf het begin was duidelijk dat beide teams vastberaden waren om te winnen. Fiscaal inhoudelijke vragen werden afgewisseld met vragen omtrent de bedrijfsstructuur en werkzaamheden van Koenen en Co. Zeer plezierig was de afwisseling met ‘doe’-opdrachten,

FIRM MEI 2014

zoals bijvoorbeeld het uitbeelden van een woordencombinatie zonder hierbij te spreken of het doen van een elevator pitch waarbij we de recruiters binnen één minuut moesten overtuigen van de geschiktheid van de kandidaat voor een baan bij hun bedrijf. Het enthousiasme en de goede samenwerking van beide teams leidden tot een spannende strijd. Bij de laatste opdracht moesten een aantal houten blokjes ineengezet worden tot een kubus. Aan het team dat dit het eerst voor elkaar wist te krijgen werden nog vijf bonuspunten toegekend en daarmee zou dit team het winnende team zijn! De heren hadden hier duidelijk meer kaas van gegeten. De winnaars mochten een doos overheerlijke bonbons in ontvangst nemen maar ook de verliezers weden verblijd met eenzelfde zoete lekkernij.

Erik Kastrop – masterstudent Fiscaal Recht Workshop Loyens & Loeff Hoewel de borrel en het diner natuurlijk een uitstekende gelegenheid zijn om op een ietwat informelere wijze te netwerken, moet de

effectiviteit van de verschillende workshops op de FIRST Fiscale Bedrijvendag niet worden onderschat. Quizvragen, presentaties of spelletjes kunnen natuurlijk op veel verschillende ludieke manieren worden vormgegeven. Wilde je echter als student laten zien dat je vakinhoudelijk je mannetje staat, dan was de workshop van Loyens & Loeff hét moment om al je aanwezige fiscale know-how toe te passen. Zo bestond de sessie uit een casus over een schimmig buitenlands figuur die contact met jou (als adviseur) zoekt om e.e.a. op een fiscaal gunstige wijze te laten verlopen. Hoe zorg je ervoor dat je weet met wie je zaken doet? Je wilt je immers als ethisch verantwoord beroepsbeoefenaar niet inlaten met allerhande merkwaardige aangelegenheden. Na het vaststellen van de betrouwbaarheid van de cliënt werden de vragen meer fiscaal van aard. Denk hierbij aan de vestigingsplaats van rechtspersonen en de toepassing van de deelnemingsvrijstelling. Met de nodige competitieve inbreng van de verschillende teams werd de workshopronde al snel omgetoverd

21


• VERSLAG

tot een debatwedstrijd. Uiteindelijk kwam er een winnend groepje uit de bus waarna de groepsleden een mooie tas als prijs kregen overhandigd.

Sjoerd Bastiaens – bachelorstudent Fiscale Economie Workshop PwC Net zoals alle andere deelnemende bedrijven heeft ook PwC zijn uiterste best gedaan om ons op een originele en leuke manier met het bedrijf kennis te laten maken. Hiervoor had PwC onder meer een opdracht uitgedacht waarbij

het de bedoeling was je te verplaatsen in een groep reizigers die een vliegtuigcrash op een afgelegen plaats in het ijskoude Canada overleefd hadden. Vanaf deze locatie moest men zien te overleven en in extreme omstandigheden een ware survivaltocht afleggen naar de bewoonde wereld. Aan ons de taak om de vijftien overgebleven voorwerpen, variërend van een lekke vliegtuigband tot een flesje rum, te rangschikken naar belangrijkheid. Deze lijst werd eerst individueel opgesteld, waarna dit proces nog eens werd herhaald in een groepje van ongeveer 5 personen. De hamvraag was na-

tuurlijk of na overleg binnen je groepje er een effectievere volgorde ontstond, wanneer de opgestelde lijstjes uiteindelijk werden vergeleken met het oordeel van survivalexperts. Op een uitzondering na, wellicht een vaste kijker van diverse survivalprogramma’s, bleek dat de gemaakte keuzes in de groepjes duidelijk beter waren dan de individuele keuzes. Kortom, samenwerken in teamverband is niet alleen effectiever, maar ook een essentiële vaardigheid voor een geslaagde survival in je latere carrière!

• BORRELPAGINA

Wettenbundelborrel

22

MEI 2014 FIRM


• VERSLAG

TEKST HARM FLORIE

Interstedelijk Fiscaal Debat Tilburg

H

et was volgens velen een grote deceptie, toen Jean Swillens en onze huidige voorzitter Bart Wingen vorig jaar – naar mijn mening geheel onterecht – als verliezer uit de bus kwamen. Daarom was het afgelopen 20 februari tijdens de derde editie van het Interstedelijk Fiscaal Debat in Tilburg dan ook hoog tijd voor revanche. Het Interstedelijk Fiscaal Debat is een jaarlijks terugkerend evenement dat georganiseerd wordt door onze zustervereniging “T.F.V. De Smeetskring” uit Tilburg. Tijdens het debat strijden teams van De Smeetskring en FIRST Maastricht om wie de felbegeerde wisselbeker mee naar huis mag nemen. Dit jaar vond het evenement plaats in “Villa de vier Jaargetijden”, een mooie villa dichtbij het centraal station van Tilburg. Toen onze Maastrichtse delegatie bij de villa arriveerde zaten de voorrondes van De Smeetskring er FIRM MEI 2014

net op, en was het duidelijk tegen wie onze deelnemers het op zouden gaan nemen. Team Maastricht bestond uit oud-penningmeester Rob van Roij en Ruben Bel uit onze activiteitencommissie. Ruben verdient overigens een speciale vermelding omdat hij op het laatste moment bereid was als invaller aan het debat deel te nemen. Na een drankje aan de bar werd de dag geopend door dagvoorzitter prof. mr.  J.L.M. Gribnau die vervolgens het woord gaf aan dhr. dr. Eric Poelmann, docent fiscaal recht aan de Universiteit van Amsterdam. Eric Poelmann gaf een korte inleiding in het onderwerp van de dag: “vereenvoudiging van de rechtsbescherming: Wonder of gedonder?” Nadat het onderwerp van de dag middels de visie van Eric Poelmann was ingeleid was het tijd om aan tafel te gaan. Het diner waarbij iedereen na elk gerecht moest wisselen van tafel was erg gezellig en hielp de integratie tus-

sen onze twee verenigingen. Met het diner achter de kiezen begonnen de teams voor een groot aantal toeschouwers aan het twee ronden durende debat. De teams bleken aan elkaar gewaagd te zijn en wat volgde was een vurig debat. Voordat de jury haar beslissing bekend maakte kon het publiek genieten van het “topdebat”. Eric Poelmann stond in dit debat tegenover Arjo van Eijsden, partner bij EY. Om het publiek niet langer in spanning te laten maakte de jury na het topdebat bekend dat het team van De Smeetskring nipt de winnaar was van de derde editie van het Interstedelijk Fiscaal Debat. Dit brengt een tussenstand van 2-1 in het voordeel van De Smeetskring met zich mee. Gelukkig voor de verslagen Maastrichtse delegatie wachtte de bar ons op voor een gezellige borrel waar we ons verdriet met een paar alcoholische drankjes konden verdrinken. 23


• INHOUDELIJK

TEKST JASPER KORVING

Ontpoppen Nederlandse Papillon-kwesties zich tot mooie vlinders of vervelende motten?

B

egin 2014 heeft bij het Hof van Justitie de mondelinge behandeling plaatsgevonden in een zaak over de verenigbaarheid van het Nederlandse fiscale eenheidsregime met EUrecht. Eind februari heeft AG Kokott haar licht (al) over de zaak laten schijnen. Het arrest van het Europese Hof van Justitie kan verstrekkende gevolgen hebben voor de Nederlandse fiscale wetgeving.

Het Nederlandse fiscale eenheidsregime Onder de Wet op de Vennootschapsbelasting is elke in Nederland gevestigde of actieve vennootschap in beginsel zelfstandig belastingplichtig. Dit betekent dat elke vennootschap zelf een belastingaangifte moet doen en de winsten of verliezen alleen verrekenbaar zijn met eigen winsten uit eerdere of latere jaren. Het fiscale eenheidsregime maakt hier een inbreuk op. Wanneer een moedermaatschappij een belang van ten minste 95% houdt in de dochtervennootschap kunnen de vennootschappen opteren voor het fiscale eenheidsregime. Beide vennootschappen worden dan behandeld alsof zij samen één belastingplichtige zijn. Hierdoor kunnen de winsten en verliezen van de zelfstandige entiteiten binnensjaars met de resultaten van de andere in de fiscale eenheid gevoegde vennootschappen verrekend worden. Ook andere transacties, zoals de overdracht van vermogensbestanddelen tussen gevoegde vennootschappen, gebeurt fiscaal geruisloos. Aan de toepassing van het fiscale eenheidsregime zijn een aantal voorwaarden verbonden. Beide vennootschappen moeten bijvoorbeeld een kwalificerende rechtsvorm hebben en op beide vennootschappen moeten dezelfde (of vergelijkbare) winstbepalingsre24

gels van toepassing zijn. Daarnaast moeten de te voegen vennootschappen in Nederland gevestigd zijn. Dat de Nederlandse weigering om in andere EU-lidstaten gevestigde vennootschappen op te nemen in de fiscale eenheid (om zodoende verliezen van deze buitenlandse vennootschappen te verrekenen met Nederlandse winsten) geen inbreuk op EU-recht vormt, weten we sinds het arrest X Holding. Een laatste, en voor onze kwestie belangrijke, voorwaarde is dat indirect gehouden vennootschappen alleen in de fiscale eenheid kunnen worden gevoegd als alle tussenhoudsters ook tot de fiscale eenheid behoren.

De Nederlandse Papillon-situaties Met name de laatste voorwaarde kan een inbreuk op EU-recht opleveren. De voorwaarde dat indirect gehouden vennootschappen slechts in een fiscale eenheid kunnen worden gevoegd als ook de tussenhoudsters tot de fiscale eenheid behoren, kan belemmerend werken. Vanwege de voorwaarde dat alleen in Nederland gevestigde vennootschappen deel uit kunnen maken van een fiscale eenheid, komen binnenlandse groepen met een tussenhoudster in een andere EU-lidstaat immers niet in aanmerking voor de fiscale eenheid. Laten we de kwestie meer concreet maken: Een Nederlandse moedermaatschappij houdt alle aandelen in een Duitse vennootschap, die op haar beurt alle aandelen in een tweede Nederlandse vennootschap houdt. De twee Nederlandse vennootschappen willen een fiscale eenheid aangaan, maar deze wordt geweigerd omdat de tussenhoudster (die niet meegevoegd zal worden) in een andere EU-lidstaat gevestigd is. Gerechtshof Amsterdam stelde aan het Europese Hof van Justitie de vraag of de weigering een inbreuk op de EU-rechtelijke vrijheid van vestiging vormt.

De Nederlandse kwestie kent grote gelijkenis met het Papillon-arrest (C-418/07) van het Hof van Justitie. In die zaak betrof het zeer sterk vergelijkbare Franse wetgeving. Het Hof van Justitie oordeelde uiteindelijk dat de weigering van de fiscale consolidatie tussen twee binnenlandse entiteiten niet mocht worden geweigerd omdat het belang in de binnenlandse kleindochtervennootschap rechtstreeks werd gehouden door een EU-tussenhoudstervennootschap (ook hier: zonder dat deze tussenhoudster in de consolidatie werd betrokken). In een binnenlandse situatie hadden de resultaten van de moeder- en kleindochtervennootschap immers wel geconsolideerd kunnen worden, namelijk door ook de binnenlandse tussenhoudster in de consolidatie mee te nemen.

“Maar voor het zo ver is moeten we eerst afwachten welk oordeel het Hof van Justitie is toebedeeld.”

Behandeling door het Hof van Justitie Tijdens de zitting kregen alle partijen de kans hun zaak nader toe te lichten, alvorens werd overgegaan tot het stellen van vragen. Prof.dr. Hans van den Hurk en ondergetekende waren als gemachtigden van een van de procespartijen aanwezig, met welgeteld één Maastrichtse MEI 2014 FIRM


• INHOUDELIJK

student op de publieke tribune (en een buslading Rotterdamse). Bij het vragenvuur werd met name de Nederlandse regering niet ontzien. Op de vraag op welk punt de Nederlandse wetgeving afwijkt van de uitgangspunten die het Hof van Justitie ten aanzien van de Franse wetgeving uit de Papillon-kwestie had gekozen, kon geen antwoord worden gegeven. Het verschil in behandeling van binnenlandse en grensoverschrijdende situaties, de eerste stap om te kwalificeren als onverenigbare maatregel, lijkt daarmee gegeven. Nederland leek zich meer te storten op de rechtvaardigingsgronden om het verschil in behandeling te rechtvaardigen. Daarbij werd met name uiteengezet dat het toestaan van de fiscale eenheid waar om werd verzocht kan leiden tot het meerdere malen verrekenen van verliezen. Als de Nederlandse kleindochter namelijk verlieslatend is, betekent dit ook dat de (buitenlandse) tussenhoudster het belang in de kleindochter afwaardeert en, als gevolg daarvan, dat de Nederlandse moedermaatschappij haar belang in de (buitenlandse) tussenhoudster afwaardeert. Dit afwaarderingsverlies is vrijgesteld onder de Nederlandse deelnemingsvrijstelling, waardoor het Nederlandse verlies van de kleindochtervennootschap effectief tweemaal onbelast blijft. In haar eerdere rechtspraak heeft het Hof van Justitie echter al aangegeven dat het hier twee verschillende verliezen betreft – een operationeel verlies en een afwaarderingsverlies – waardoor de rechtvaardigingsgrond, ook volgens AG Kokott, niet kan slagen. Naast de hierboven geconcretiseerde situatie werd echter gelijktijdig ook een andere fiscale eenheidsvariant aan het Hof van Justitie voorgelegd. In die zaak betrof het een EU-moedermaatschappij die alle aandelen in twee Nederlandse zustervennootschappen FIRM MEI 2014

hield. Ook de fiscale eenheid tussen deze twee Nederlandse zustervennootschappen werd geweigerd. Naar analogie met het Papillon-arrest kon worden gesteld dat de fiscale eenheid in een binnenlandse situatie wel mogelijk was geweest door ook de verbindende moedermaatschappij te voegen. Ook met betrekking tot de weigering van deze variant oordeelde de AG dat sprake was van een ongerechtvaardigde inbreuk op EU-recht.

Toekomstperspectief Na de conclusie is het wachten op het arrest van het Hof van Justitie. Wanneer dit arrest in het voordeel van belastingplichtige wordt beslist, moet worden bezien wat de consequenties zijn

voor het voortbestaan van het fiscale eenheidsregime. In feite zijn er twee alternatieven: (i) het fiscale eenheidsregime wordt aangepast zodat ook situaties als onderhavige kwesties voor het regime in aanmerking komen, mede door goede anti-misbruikmaatregelen te introduceren; of (ii) het fiscale eenheidsregime wordt afgeschaft en vervangen door, bijvoorbeeld, een regime dat vergelijkbaar is met het Britse systeem, waarin verliezen tussen binnenlandse entiteiten kunnen worden overgedragen. De eerste optie geniet uiteraard de voorkeur. Maar voor het zo ver is moeten we eerst afwachten welk oordeel het Hof van Justitie is toebedeeld.

25


• INHOUDELIJK

TEKST PROF. DR. A.J. VAN DOESUM

Grensoverschrijdend gedrag bij grensoverschrijdende transacties 1. Grenzeloos? Ik herinner me nog goed dat ik met mijn ouders en broer met de auto op vakantie ging in Frankrijk. Tijdens zulke vakanties hechtten wij er allemaal aan tradities in ere te houden, hetgeen begon met het nauwgezet volgen van vaste patronen. Eigenlijk begon het al een paar dagen voor de vakantie, wanneer mijn moeder drukte begon te maken om alles tijdig voor de reis in gereedheid te hebben. Steevast ontaarde dat in de constatering dat wij (mijn broer en ik) weinig tot geen medewerking verleenden, waarna wij dan tevreden een vinkje zetten bij het eerste puntje van óns vakantiedraaiboek. Het tweede vinkje volgde altijd net voor het verlaten van de bebouwde kom van onze woonplaats. Iemand – wie dat precies was deed er weinig toe – vroeg dan of we het schilmesje bij ons hadden, waarop de anderen dan in gespeelde paniek reageerden. Vervolgens verstreken er 2 minuten en 34 seconden en dan volgde een voorwerp dat we daadwerkelijk waren vergeten. Auto keren, voorwerp ophalen, vertrekpoging twee. Een terugkerend fenomeen vormden ook de files bij de grensovergangen. Vanaf 1993 bleek echter dat ons vakantiedraaiboek aanpassing behoefde. De files bij de grens(wachters) moesten geschrapt worden. In 1993 werden immers de binnengrenzen afgeschaft. De afschaffing van de binnengrenzen betekende voor de heffing van omzetbelasting dat niet langer sprake was van uitvoer en invoer als goederen van de ene naar de andere lidstaat werden vervoerd, al dan niet in het kader van een levering. In plaats daarvan kwam het ‘overgangsregime’ van intracommunautaire leveringen en verwervingen. Er hoefde in beginsel geen halt meer te worden gehouden aan de grenzen. Goederen konden in de administratie van belastingplichtigen worden gevolgd. Sindsdien geeft de leverancier in de lidstaat van vertrek van de goederen een intracommunautaire levering aan, waarop hij het nultarief mag toepassen. De afnemer geeft in de lidstaat van aankomst van de goederen een (vrijwel altijd belaste) intracommunautaire verwerving aan. Dat systeem vormt het voorwerp van deze bijdrage. 26

tingdienst de fraude ontdekt, is B gevlogen. B Goed beschouwd gaat deze bijdrage dus voorbij aan het thema van dit blad: ‘Over de wordt dan ook wel aangeduid als ‘ploffer’ of grens’ en zijn de woorden ‘grensoverschrij- ‘missing trader’. Ondernemers A en C kunnen partijen zijn die samenspannen met B, maar dende transacties’ in de titel van deze bijdrage misleidend. Intracommunautaire leveringen het kunnen ook bonafide partijen zijn. Deze vorm van fraude is een grote bedreien verwervingen bestaan immers bij de gratie van het ontbreken van grenzen. Toch is de ging voor het Europese btw-stelsel. De precieze werkelijkheid dat Europa bestaat uit 28 afzon- omvang is niet bekend. Naar schatting wordt derlijke lidstaten. De werkelijkheid is ook dat op deze manier per jaar in de EU voor 110 milde btw niet volledig geharmoniseerd is. Er zijn jard euro gefraudeerd. dus wel degelijk grenzen te zien tussen de lidstaten. Het is daarom dat het Hof van Justitie 3. Grensverleggende oplossingen voor het bestaan van een intracommunautaire Er is overheden veel aan gelegen om carroulevering vereist dat er een vervoer van goede- selfraude te bestrijden. Dat betekent uiteraard ren ‘naar een andere lidstaat’ plaatsvindt. Dat dat werk gemaakt wordt van preventie, maar ook van handhaving. Geregeld worden dan veronderstelt het bestaan van een stiekeme ook gerechtelijke procedures gevoerd over de grens. toepassing van het nultarief en het aftrekrecht 2. Grensoverschrijdend gedrag van partijen in de keten. In dat verband komen De btw is gevoelig voor grensoverschrijdend soms oplossingen tot stand, die de grenzen van gedrag. Zo zijn er sujetten die op lokale trans- het tot nu bekende btw-landschap overschrijacties wél btw in rekening brengen en van de den. In het navolgende zal ik dat illustreren. afnemer ontvangen, maar die deze btw niet Ik richt me daarbij op het recht op aftrek van aan de belastingdienst betalen. De afnemer voorbelasting. brengt normaliter de in rekening gebrachte btw in aftrek, en de belastingdienst zit dan 3.1. Fraude? Dan zijn leveringen niet aan met de gebakken peren. Nu is een dergelijk btw onderworpen fraudepatroon tamelijk doorzichtig en kan de In de zaak Halifax overwoog het Hof van belastingdienst hier misschien nog snel op Justitie dat in het geval van belastingfraude, ingrijpen. Er zijn echter figuren die ingewik- bijvoorbeeld door valse aangifte of door het opstellen van onregelmatige facturen, geen kelde structuren opzetten om deze fraude te verhullen. Vaak gebeurt dat door het tussen sprake is van leveringen of diensten die aan de schakelen van al dan niet gelieerde partijen in heffing van btw zijn onderworpen. In een obandere landen. We hebben het dan al snel over jectieve transactiebelasting als de btw mag dit de zogenoemde ‘carrouselfraude’. De eenvou- enige verbazing wekken, aangezien de motieven van belastingplichtigen er voor de heffing digste variant daarvan is de volgende: Ondernemer A levert goederen aan onder- van de btw in beginsel niet toe mogen doen. Wat daar ook van zij, als frauduleuze nemer B in een andere lidstaat. De levering is dan een intracommunautaire levering en A handelingen niet aan de heffing van btw zijn berekent het nultarief. Vervolgens levert on- onderworpen1, dan moet dat betekenen dat dernemer B goederen aan ondernemer C in een fraudeur die uitsluitend frauduleuze handelingen verricht, geen aftrekrecht kan hebben. zijn lidstaat. Ondernemer C betaalt keurig de rekening en de btw aan ondernemer B. Onder- Daarvoor zijn immers aan de btw onderworpen, belaste handelingen nodig. nemer B is echter een fraudeur en voldoet de btw niet op aangifte. Ondernemer C zit in het complot of wordt ertoe bewogen de goederen 3.2 Fraude? Dan geen aftrekrecht intracommunautair, tegen het nultarief, te le- Uit de zaak Kittel is vervolgens af te leiden dat veren aan ondernemer A. De carrousel kan nog in het geval van fraude geen beroep gedaan een keertje draaien. Tegen de tijd dat de belas- kan worden op het Unierecht2. Kennelijk beMEI 2014 FIRM


• INHOUDELIJK

schouwt het Hof het recht op aftrek als recht van de Unie, ondanks dat het aftrekrecht in de nationale wet (zie art. 15 Wet OB) is vastgelegd, want het is het recht op aftrek dat de fraudeur wordt ontnomen. In de zaak Kittel ging het overigens om een ondernemer die niet zelf fraudeerde, maar elders in de keten zat. Het Hof van Justitie beschouwt de ondernemer die wist of had moeten weten dat hij door zijn aankoop deelnam aan een transactie die onderdeel was van fraude echter als deelnemer aan deze fraude, ongeacht of hij winst haalt uit de doorverkoop van de goederen. In een dergelijke situatie is hij de fraudeurs immers behulpzaam en wordt hij hun medeplichtige, aldus het Hof. Wat geldt voor de medeplichtige lijkt a fortiori te gelden voor de fraudeur zelf: geen recht op aftrek. Dat is natuurlijk wel een beetje raar. Uitgaande van een fraudeur die niets legaals doet, is de constatering op basis van Halifax reeds dat hij geen recht op aftrek heeft, omdat zijn uitgaande, illegale handelingen niet aan de btw zijn onderworpen, laat staan belast zijn. De constatering op basis van Kittel is echter dat het recht op aftrek wordt ontnomen. Hoe kan nou een recht worden ontnomen dat de fraudeur niet eens heeft? Ook om een andere reden zou al geconcludeerd kunnen worden dat er geen aftrekrecht te ontnemen valt, omdat het er a priori niet eens is. Is het wel mogelijk om kosten rechtstreeks toe te rekenen aan frauduleuze handelingen of is dat – vanwege het bijzondere karakter van zulke handelingen – niet mogelijk, zodat een aftrekrecht onbestaanbaar is? Met deze jurisprudentie en de vragen die het oproept, lijken we toch een beetje in het buitengebied van de btw terecht te zijn gekomen.

3.3 Fraude? Dan zijn de intracommunautaire leveringen niet belast tegen het nultarief Overwoog het Hof van Justitie in Halifax nog dat frauduleuze handelingen niet aan de heffing van omzetbelasting zijn onderworpen, in de zaak ‘R’, verklaarde het Hof voor recht dat wanneer een fraudeur een intracommunautaire levering verricht, daarop het nultarief niet van toepassing is3. Dat is toch enigszins merkwaardig, want als het inderdaad zo is dat frauduleuze handelingen niet aan de btw zijn onderworpen, dan wordt aan de toepassing van een vrijstelling (met aftrekrecht), ook

wanneer die de vorm van een nultarief heeft, niet toegekomen. In het meest extreme geval leidt voornoemde jurisprudentie ertoe dat een fraudeur die een (frauduleuze) intracommunautaire levering verricht twee keer wordt ‘gepakt’: hij heeft op basis van ‘Kittel’ geen recht op aftrek en is op basis van ‘R’ lokale btw verschuldigd over zijn levering. Ook hier heeft de rechter nog geen duidelijke grens getrokken.

4. Grensgeval Indien het toch zo zou blijken te zijn dat een frauduleuze handeling wél aan de heffing is onderworpen (eventueel conform ‘R’ belast tegen het normale tarief), dan komt aan de toepassing van ‘Kittel’ – het ontnemen van het aftrekrecht – weer belang toe. Maar mag de belastingdienst wel zomaar iets ‘afpakken’ louter op basis van jurisprudentie, dat wil zeggen: zonder dat er een wettelijke bepaling aan ten grondslag ligt? In onder meer Ghent Coal overwoog het Hof van Justitie nog dat, aangezien elke beperking van het recht op aftrek in alle lidstaten op dezelfde wijze moet worden toegepast, afwijkingen slechts zijn toegestaan in de gevallen die uitdrukkelijk in de richtlijn zijn voorzien4. De richtlijn voorziet niet in deze afwijking van het aftrekrecht. De ‘Kitteldoctrine’ is immers geheel in de jurisprudentie ontwikkeld. Moet die doctrine dan niet eerst worden vastgelegd in een wettelijke bepaling? Of anders gezegd: staat het legaliteitsbeginsel niet in de weg aan de toepassing van deze doctrine? De hoogste rechter in Zweden is hierover duidelijk. De ‘Kittel-doctrine’ mag ook zonder

dat deze in een wettelijke bepaling is vastgelegd, worden toegepast5. Het verbod op fraude weegt kennelijk zwaarder dan het legaliteitsbeginsel. Voor de Hoge Raad der Nederlanden is dit echter nog geen vastomlijnd gegeven6. De Hoge Raad heeft daarom (onder meer) deze vraag voorgelegd aan het Hof van Justitie7. Het gaat in die zaken weliswaar om de ondernemer die wist of had moeten wetend dat iemand anders in de keten fraudeerde, maar het komt mij voor dat de uitkomst van deze zaken evenzeer, of zelfs des te sterker, van belang is voor de ondernemer die zelf fraudeert. Hoewel het Hof van Justitie nog niet heeft geantwoord op de vragen van de Hoge Raad, heeft het onlangs op vragen van de Bulgaarse rechter in de zaak Maks Pen EOOD, al wel een paar flinke schoten voor de boeg gegeven8. Volgens het Hof is de weigering van het aftrekrecht in geval van fraude of misbruik en in gevallen waarin de ondernemer wist of had moeten wetend dat iemand anders in de keten fraudeerde, een dwingende regel van Unierecht. Die dwingende regel moet de rechter ambtshalve toepassen, voor zover hij daartoe de verplichting of de mogelijkheid heeft naar nationaal recht. Dat betekent mijns inziens in Nederland dat de rechter niet zomaar ambtshalve het aftrekrecht mag weigeren. Als echter de belastingdienst de naheffingsaanslag waarin de aftrek wordt geweigerd, baseert op de ‘Kittel-doctrine’ en ook inderdaad van fraude of misbruik sprake blijkt te zijn, dan heeft de nationale rechter nu toch wél een aangrijpingspunt om de aftrek te weigeren. Zo zijn de grenzen dan toch bereikt.

1. HvJ EG 21 februari 2006, nr. C-255/02 (Halifax), BNB 2006/170, r.o. 57-59. 2. HvJ 6 juli 2006, nrs. C-439/04 en C-440/04 (Kittel / Recolta), V-N 2006/42.13. 3. HvJ 7 december 2010, nr. C-285/09 (Strafzaak R), V-N 2011/2.11. 4. HvJ 15 januari 1998, nr. C-37/95 (Ghent Coal Terminal), V-N 1998/29.14, r.o. 16. 5. Högsta Förvaltingsdomstolens dom, 15 maart 2013, nr. 5686-11: 5687-11 (Scania Metall), H&I 2013/6.11. 6. Hoewel uit HR 11 juli 2008, nr. 40 867, BNB 2008/240 nog lijkt te volgen dat de ‘Kittel-doctrine’ zonder meer van toepassing is. 7. HR 22 februari 2013, nr. 11/02825, V-N 2013/13.26 en HR 8 maart 2013, nr. 11/01624, V-N 2013/17.20. Aanhangig bij het HvJ onder zaaknummer C-131/13 Schoenimport “Italmoda” Mariano Previti, Pb EU C 171 van 15 juni 2013, blz.12). 8. HvJ 13 februari 2014, nr. C-18/13 (Maks Pen EOOD), NTFR 2014/830. FIRM MEI 2014

27


• VERSLAG

TEKST MARTIJN VELTROP

Stage EY Eindhoven

W

anneer voldoet een pdf-bestand aan de factuurvereisten van de verschillende lidstaten, heeft Litouwen de verleggingsregeling geïmplementeerd of wat zijn de relevante btw-aspecten van bemiddelingsdiensten door vakantieparken? Zomaar wat vragen die je op je bordje krijgt als stagiair bij de afdeling btw van EY Eindhoven. Naast het uitzoeken van deze leuke vraagstukken, mocht ik reacties voorbereiden en helpen met een ouderwetse papieren aangifte. Het is even omschakelen van het studentenleventje naar een meer dan veertigurige werkweek. Gelukkig heerst op kantoor een gezellige sfeer, die zo kenmerkend is voor Brabant. Door mijn collega’s te observeren kreeg ik een goed beeld van de alledaagse werkzaamheden van een fiscalist. Luister gewoon eens mee met een telefoongesprek en je krijgt direct een indruk van hoe de klant redeneert en hoe je hier als adviseur mee om moet gaan. Vooral tijdens het wekelijkse vaktechnische overleg viel mij op hoe enthousiast iedereen is over zijn vak. Wie kent de opmerkingen niet van ‘belastingen..., dat is toch saai?!’ Niet wanneer de meest recente gerechtelijke uitspraken worden doorgenomen en de mogelijkheden

voor de praktijk aan het licht komen. Dan spreken we niet meer over dode letters in wetsartikelen, maar over echte transacties binnen prachtige ondernemingen. Het kijken naar de daadwerkelijke situatie en de verscheidenheid aan ondernemingen is wat voor mij de btw zo interessant maakt. Een mooie bijkomstigheid was dat tijdens mijn stageperiode de Tax & Law Days plaatsvonden, die ieder jaar worden georganiseerd voor alle fiscalisten van EY en juristen van Holland van Gijzen uit heel Nederland. Tijdens

• VERSLAG

dit tweedaagse evenement in Noordwijkerhout werden praktijkgerichte workshops over actuele onderwerpen afgewisseld door goede lunches en een mooi feest. Aangezien ik toen pas een week stagiair was, bood het mij een ideale gelegenheid om collega’s uit Amsterdam, Rotterdam en Utrecht te leren kennen. Graag wil ik het btw-team van EY Eindhoven bedanken voor zes leerzame en heel gezellige weken!

TEKST LISA WETZELS

Stage Belastingdienst

H

et begon allemaal in september met een mail van de Stichting FIRST Fiscale Rechtshulp met de mededeling dat de Belastingdienst studenten zocht die bereid waren een à twee dagen per week te helpen op Kantoor Buitenland in Heerlen. Nog niet precies wetende wat de stage inhield, besloot ik toch te solliciteren. Deze stage zou, dacht ik, mooi aansluiten op de vakken in de komende periode, zijnde International and European Tax Law en Verdieping Formeel Belastingrecht. Niets bleek meer waar toen ik in oktober mocht beginnen. De eerste paar dagen was het vooral van belang vertrouwd te raken met de vele systemen en programma’s die gebruikt worden in

28

de dagelijkse praktijk. In deze systemen zijn bijvoorbeeld van iedere belastingplichtige adresgegevens, loongegevens, gedane aangiftes en aanslagen te vinden. In de maanden erna bestond de stage voornamelijk uit het helpen van buitenlands belastingplichtigen bij het invullen van hun aangifte inkomstenbelasting. Er waren makkelijke aangiftes, zoals personen die in Duitsland wonen en enkel loon uit Nederland genieten, maar ook de nodige lastigere waar het zogenaamde papieren M-biljet bij kwam kijken. Deze dient te worden ingevuld wanneer iemand gedurende het jaar emigreert of immigreert. Het inkomen moet dan naar tijdsgelang gesplitst worden in een binnenlands en buitenlands deel. Dit is niet

altijd even duidelijk voor de belastingplichtigen. Zo was er een man die naar Duitsland was verhuisd en aangifte had gedaan middels het M-biljet. Hij kwam op kantoor omdat hij en zijn vrouw een opmerkelijk hoge aanslag opgelegd hadden gekregen. Toen ik zijn aangifte in het systeem bekeek, bleek hij zijn inkomen niet gesplitst te hebben, maar twee keer zijn volledige loon te hebben ingevuld. Naast de hulp bij aangifte bestond de stage uit het verstrekken van inkomensverklaringen, woonplaatsverklaringen, gegevens aan derden en het afhandelen van correspondentie. Het was een drukke maar vooral leerzame periode. Hierbij wil ik team Dienstverlening dan ook nogmaals bedanken voor de gezellige tijd en de gastvrijheid.

MEI 2014 FIRM


• INTERNATIONAL

Dear member, At the time you are reading the third edition of this year’s FIRM, the academic year has almost come to an end. For me and the other board members Jasper and Lei, our period as foremen unfortunately will come to the end as well. Nevertheless I can already tell you that it will be a year to remember: a year with grandiose international success and a year containing many instructive moments. More importantly, however, this year’s International Job Fair for international students came to life! The year started with much motivation and ambition to organize the first edition of the International Job Fair. Our special thanks go to the International Committee for all the work they have done to involve the international students with FIRST. In the beginning of the year they organized ‘Meeting Maastricht’ for the first time, which created a connection between the students and FIRST. As a result, we have been able to welcome many motivated students to join the International Job Fair. In addition, we want to express our gratitude and appreciation to KPMG Luxembourg, EY

Luxembourg and Deloitte Luxembourg to join in this new initiative of FIRST and make it a spectacular first time event. Also the day itself has exceeded our expectations. Three workshop rounds and an excellent dinner contributed to a fantastic day. At the end of the day, everyone was able to look back at an eventful and successful day, which will be repeated next year! By now, I have heard that many students have already had job interviews with the participating companies, which is of course the goal of the event. Hopefully this event has led to a brighter future! I hope you will enjoy reading this third edition of the FIRM. We also hope to see you at the activities of FIRST in the coming months and good luck with the completion of your master. On behalf of the board of FIRST Maastricht, Kind regards, Bart Wingen President 2013-2014 FIRST Maastricht

• INTERNATIONAL

TEXT ÁLVARO CASTRO SANZ

First International Job Fair

L

ast February FIRST hosted for the first time in its history a unique event for international students: an International Job Fair. A selected number of international students were invited to be present at the Crowne Plaza Hotel, in Maastricht, where, after checking in and receiving the programme, a tag with our name, and drinking some juices, our chairman Bart friendly introduced us to the companies. There were three of the Big Four companies established in Luxembourg: KPMG, Deloitte, and EY, which really showed the high level of the Fair Day. We were divided in groups of eight people in order to make the workshops more personal

FIRM MEI 2014

and entertaining, which was also beneficial to the Recruiters in order to answer all our questions and desires. In our case, we started with KPMG, which after an interesting presentation about Luxembourg and its peculiarities (did you know that about 60% of the employees in Luxembourg come from abroad?), offered us some real-life case studies, similar to the ones they deal with on a daily basis. This way, we were shown how taxation entails cooperation with other tax legislations and how Luxembourg is a strategic location for tax purposes in many fields. But going back to the Job Fair, Deloitte was our second workshop. We were hosted by a partner and a manager who, after a brief but

exciting introduction about Deloitte, asked us to get straight to the point and to enquire them about whatever we wanted to know about working and living as a tax advisor. Despite our nerves and maybe a lack of confidence with them, we ended up asking everything that came to our minds, after which we clearly understood that life as a tax consultant in a Big Four is much more than Tax Treaties, ECJ Cases and Directives. Almost two hours went by, and a short coffee break was offered, including delicious cakes. During this break, we didn’t miss the chance to continue interacting with all the staff from the companies in the event, and to exchange feelings with our colleagues at the

29


• INTERNATIONAL

same time. time to talk openly to them while tasting the As soon as the last piece of cake was gone, delicacies cooked especially for us. we were called to enter our last workshop (but During this almost two hour-long dinner fortunately, not the last part of the evening). we ate quite succulent dishes, changed tables EY offered us a quiz about Luxembourg and twice and talked a lot. We talked about tax isits company. It was quite interesting and we le- sues, asked for some advice when choosing arnt that EY already is more than 150 years old a field of taxation and they shared how a tax and that the first Event for new joiners takes advisor solves real cases. But not everything place during the Schueberfouer (the annual was ‘fully-taxed’; we also spoke about sports, and biggest Luxembourg city fair). We also wat- ‘juggling’ work and family, living and partying ched a short film about living and working for a in Maastricht and how students’ habits remain Big Four firm, and despite all the extra work it the same over decades. involves, the reward seems to be sweet enough. The atmosphere was distended and everyAnd this is how the first part of the Inter- thing went as expected. We offered our best national Job Fair concluded. We were guided image and EY, KPMG, and Deloitte encouraged to have a drink and share our impressions so us to join them in Luxembourg and become far with our classmates. We were all surprised what we are aiming for: tax consultants. that although the companies did not plan this In the end, our chairman Bart, with a very event together, every single workshop was dif- nice speech, concluded this first International ferent from the other, which made it even more Job Fair, where as far as I know, and I am very interesting and amusing. confident, both students and companies were Our friends from FIRST explained to us how extremely happy with the outcomes obtained. the most tasty part of the event, the dinner, As a result, many of us have received interview would take place. Each course would be with invitations at these companies’ offices for the one of the recruiters so that we would all have upcoming weeks, which truly shows how suc30

cessful the event has been. I want to use this article as well to express my gratitude towards FIRST, especially the International Committee (Bart, Harm, Sophie, and Steven), for organising this and taking all the risks that an event like this involves. We all agreed that this event was a success and a unique opportunity for us, international students enrolled in FIRST, to meet our prospective employers and to share with them not only a dinner and workshops, but our doubts, aims and interests among others. We all saw, from three different perspectives, what living and working in a big company can be like. For these reasons I would also like to thank Deloitte, EY and KPMG for taking part in the event, for showing interest in us, and for opening their doors so widely that we are able to even compare and connect more closely with each of them. I personally encourage FIRST to keep on organising this event for prospective students and companies to join it as, in this case, the tie-breaker rule has two winning parties.

MEI 2014 FIRM


• INTERNATIONAL

TEXT FILIP DJAMBOV

Study trip to Brussels

T

his is the third consecutive year that the Tax Law Department of the Faculty of Law organizes such an interesting and memorable event for its students. This year’s destination was the heart of the European Union, namely the city of Brussels. Around thirty tax law students met at early dawn on the 30th of January in front of the Faculty of Law building in Maastricht. The reason to wake up so early wasn’t only the fact we study tax law and therefore we have the inclination to normally do so, but also the traffic in Brussels. It is always comfortable to find an excuse for ones addictions (taxes). The underlying idea behind the organized trip was commendable in various aspects. The very fact we study International and European Tax Law (IETL), with a very strong accent on the European tax framework, put the trip to the EU institutions high on our agendas. It gave us the opportunity to gain insight into how the EU tax policy is shaped; it gave us a better understanding of how the various EU bodies interact in the field of taxes on a daily basis and what are the future challenges ahead; how the EU officials tackle the complex world of taxation and how the delicate balance between the various Member States can be maintained. To sum up in one sentence: we had the chance for two days, to look behind the scenes and observe the processes we have been studying during our LLM in IETL in practice. Upon arrival at the capital, we visited the “Charlemagne” building of the EU Commission for a full day. Definitely a mentally exhausting FIRM MEI 2014

day, but at the same time intellectually rewarding. We had six different presentations given by legal and policy officers from the Commission’s Directorate General for Taxation and Customs Union. We covered subjects, completely familiar to us, but at the same time presented from a different perspective. We discussed topics such as treaty freedoms and their impact on double tax treaties in the light of the jurisprudence of the Court of Justice of the EU (CJEU) such as Saint Gobain, Gilly and Schumacher; the very current and much discussed proposed amendments to the Parent- Subsidiary Directive; the other legislative instrument relevant to the area of direct taxation, i.e. the Interest and Royalties Directive and the many issues and unresolved cases it poses. We had a very useful lecture on the EU developments in the area of transfer pricing with a short overview of the various methods for allocating profits. It was followed by a comparative analysis of the infringement and the fiscal state aid procedures of direct taxation and the relevance of the latter in tackling distortive behavior adopted by a Member State, which undermines the very foundations of the internal market. The last presentation on the EU Action Plan from 06.12.2012 was cancelled and instead we had a much valuable open conversation with a legal officer who shared his views about the past and the future and the role of each one of us in the everyday life of the EU. It certainly doesn’t hold true that tax students are not inclined to explore a new city and enjoy the charm of a glass of beer after a long

and demanding day. The next day (“early to bed, early to rise”) there was much more to be added to our diverse EU experience. We had a visit to the European Parliament with a short lecture, followed by a discussion. After it we continued our journey to the next point of interest: the Fiscal representative of Ireland to the EU, a visit highly appreciated by all of us. We were received by the tax attaché, who apart from the hospitality, offered us his rich knowledge and understanding of the most current tax issues. His background and diverse experience in various tax fields proved to be an invaluable contribution to our trip. We discussed issues such as the involvement of Ireland in the recent tax avoidance schemes, the future of direct taxation in the light of the EU (CCCTB, FTT, Savings Directive and others) and how the tax policy is shaped. In conclusion, during the intensive two day study trip to Brussels we learned a lot and at the same time we broaden our understanding with new points of view. On behalf of all the students I would like to express our gratitude for this extracurricular experience organized by the Faculty of Law and in particular to our lecturer Mr. Gonçalo Pereira who made this event available to us. We strongly hope the tradition will continue in the future, because it really makes difference to us. 31


• INTERNATIONAL

Transfer Pricing – Blessing or Burden? Historical overview Several years after the second world war, when by reasons of taxation. However, tax payers the world finished licking its wounds, eco- and tax inspectors were and will be in a connomic markets were dependent on regional stant debate with each other, if there is no needs. The worldwide market was a place divi- ‘standard language’ they can speak in. It is in ded into small geographical regions, in which this development that the OECD, as an intra the economic activity had an ‘internal focus’. governmental organisation dealing with taxaEnterprises were organised and structured in a tion issues which arise in an international field, way which was suitable for serving the regional tried to find ways to provide its members states customers. Over the last decades this picture with internationally accepted tools to come up smoothly changed to the situation of today: with answers to the questions addressed above regional markets nowadays cover big parts of (and more!). A playing field had to be created, a continent, or even a whole continent. The in order to avoid unsolvable disputes between similarities in customer needs and customer multinational enterprises and tax authorities behaviour have increased over time, resulting and between tax authorities of different states. in a consolidation of suppliers. Multinationals nowadays are responsible for worldwide trade, International taxation over 70% of which is trade between companies The area of international taxation grew in belonging to the same group. The development importance over the last decades. National of markets has led to the development of com- tax systems were aligned, using comparative panies acting internationally, which found studies, with tax systems of countries of economic importance. Tax provisions are more themselves confronted with several, and more important: different, tax systems in the world. and more similar internationally; the concept Tax authorities found themselves confronted of a fiscal unity is not that specific anymore with companies from all over the world, trying as it was a few decades ago. Tax competition to get a share of the market which was apparently available in their country. Based on the fact that commercial activity always goes with the intention that profit can be made, in this respect tax authorities thought themselves confronted with comfortable developments. Problems of international taxation arose: how to deal with a company that provides us with the information that they only make this, relatively, small amount of profit in our country? How to deal with a company that says it only provides sales services for the group in our country? How to deal with that family owned factory which is now closed after being taken over by a multinational? How to allocate profits to a permanent establishment of a foreign entity? And next to this, several questions of a similar nature were addressed, not only by tax authorities but also by multinationals. The development of markets and businesses could not be stopped. The process of development could possibly be frustrated 32

TEXT LUC HAUTVAST*

between states developed into the details of tax provisions. Also in this field the OECD played a significant role, as well in creating an “international language” in taxation as in fighting harmful tax competition. In light of the increasing importance of intra group trade, discussion was about the division of group profit between members of the same group performing trade activity with each other. With the arm’s length principle laid down in the OECD Model tax Convention and the Transfer Pricing Guidelines (hereafter also referred to as the guidelines), the OECD provided its member states with guidance in this discussion. The initial aim of the guidelines seems to be twofold. Tax authorities experienced a lack in information, which put them in a subordinated position in situations dealing with international tax issues. The guidelines therefore provide guidance on documentation to be composed by the several members of the multinational. With this documentation multinationals disclose information about the activities performed in the state they are established in. Based on this information local tax authorities can make their risk assessment and address the most suitable cases for transfer pricing audit. Next to the aim of providing guidance on documentation, the OECD also provides guidance on several technical issues (intangibles, intra group services etc.). The transfer pricing guidelines became the most important tool in discussions between multinationals and tax authorities. The guidelines being composed on the basis of consensus between the member states of the OECD, several member states developed and expressed their interpretation of the guidelines over the years. The differences in interpretation nowadays find their reflection in transfer pricing disputes between member states, where states argue their position in mutual agreement procedures. In these procedures competent authorities of member states discuss their respective position on a certain matter in light of the transfer pricing guidelines.

Transfer pricing as a tool in tax planning Where transfer pricing guidelines were issued with the aim to provide guidance to tax authorities and to multinational enterprises in their respective transfer pricing issues, over the last decades transfer pricing became a tool in tax planning more and more. Compliance issues related to documentation are nowadays less relevant compared to issues about technical matters. It is the planning that goes with, or before, these discussions that minimises the total tax burden of a multinational. In a world

MEI 2014 FIRM


• INTERNATIONAL

where tax systems compete with each other on specific details in taxation, multinationals more and more search to find these specific details and subsequently allocate a substantial amount of profit to the entity established in this beneficial jurisdiction. Based on the theory issued by the OECD, which forms the basis for any profit allocation, connection has to be sought with functions performed. Based on this performance risks and assets can be allocated to the entity which actually performs the relevant functions. It is this connection that was relevant when the OECD issued its transfer pricing guidelines. It is this connection that is relevant today still! In the current world of taxation, transfer pricing can be considered the number one tool in international tax planning. Because of this status, transfer pricing is food for discussion in the area of international taxation more and more. Developing countries have expressed their respective difficulties in the area of transfer pricing in the Transfer Pricing Manual, which was recently issued by the United Nations. The difficulties of the so called Bricscountries expressed in this document can be distinguished from the difficulties of the other

developing countries in Africa and in the Far East. However, the UN manual respects the position of the transfer pricing guidelines and provides room for several “provisions” to the guidelines by several countries. Recently several multinationals had to disclose information about their transfer pricing policies throughout the world. Based on the information provided public opinion turned against them. The concept of transfer pricing and the application of the guidance issued by the OECD in this field, is considered to be the cause of this turn. The blessing suddenly turned into a burden!

BEPS Currently the OECD is involved in the BEPS (Base Erosion and Profit Shifting) project. In light of this project, several issues are determined which create commotion in the field of international taxation. Mismatches in the application of tax treaties are taken into consideration. Several issues related to transfer pricing matters are addressed in this project. The question arises whether BEPS TP issues can be solved: the playing field in which discussions take place seems not to be different

from the field where these discussions came up. The players in this field are also more or less the same. Their respective interpretation of provisions in international taxation can still differ, even when they find consensus in the BEPS-discussions. Until today consensus as such was no guarantee for the absence of disputes! Next to that, the question arises whether the TP related disputes can’t be solved using the guidance initially provided by the OECD. Starting from the theoretical basis (functions performed as the basis for profit allocation), keeping in mind that transfer pricing discussions take place in a grey area where the white and the black end can be far apart from each other and keeping in mind the several (economic) notions provided in the guidelines, BEPS discussions could possibly lead to a consensus which is more or less similar to existing guidance. Whether this will be the case depends on the (radical) nature of the measures to be taken by the OECD member states. Due to these measures transfer pricing can be of less importance in the future of international taxation. Blessing or burden, BEPS will provide the answer…..(?)

* Transfer Pricing specialist, Teacher in the course International Tax Planning & Transfer Pricing

FIRM MEI 2014

33


• INTERNATIONAL

TEXT FILIP DJAMBOV, MARTIJN VELTROP & LI SHAO WU

Tax Seminar on relevant issues related to the Permanent Establishment

1. Introduction On 11 December 2013, there was organized a tax seminar about the permanent establishment (PE) concept for students following the master course in International and European Tax Law. If an enterprise of one state has a PE in another state, international tax law allocates the taxing rights on the profits of the enterprise made through that PE to that other state. According to article 5 of the OECD Model Tax Convention1 any fixed place of business can qualify as a PE if it is at the disposal of the enterprise. Furthermore, the place should not only be fixed geographically, but also have a certain degree of permanence in time. Finally, a business should be carried on through that place. During the first presentation, Mr Perdelwitz, principal research associate in the International Bureau of Fiscal Documentation (IBFD) European Knowledge Group, focused specifically on the ‘certain degree of permanence’ condition and in the second presentation Ms Popa, senior research associate in the IBFD, discussed the ‘at the disposal of’ criterion.

2. A Certain Degree of Permanence – Between Temporary and Everlasting Business Activities According to Mr Perdelwitz, the key element that a PE should have a ‘certain degree of permanence’ is not a clear cut notion. The criterion is interpreted in very diverging ways, which was demonstrated by Mr Perdelwitz by referring to two similar cases with very different outcomes. In the first case, the Supreme Court of Norway decided that the presence in Ivory Coast for duration of 66 days was not enough to constitute a PE2, while in the second case, the Indian court3, decided that a presence of 64 days is sufficiently permanent for a PE to exist. In 2003, the OECD introduced a six month rule of thumb in the Commentary4. Mr Perdelwitz argued that this rule is not a universal one due to the fact that the degree of permanence can also depend on the nature of the business. He expressly mentioned the following two exceptions. 34

The first exception applies to recurrent activities that extend over several years. In such cases, the underlying idea is to take into account the combination between the duration of the recurrent activity in each year and the number of years that this activity is carried out at that same place. This point was illustrated by the Fowler case in which an American salesman carried out activities at a Canadian fair for three weeks each year5. The OECD describes a similar situation in its Discussion Draft of October 20116. In that situation, a trader rented a stand at a commercial fair for 15 consecutive years for a period of five weeks each year. Corresponding to the judgment of the Canadian court in the Fowler case, the OECD advises that the time requirement for a PE is met due to the recurring nature of the activity, regardless of the fact that any consecutive presence lasts less than six months in each year. Mr Perdelwitz noted that paragraph 6.3 of the OECD Commentary on article 5 of the OECD Model Tax Convention implies that the trader would retroactively have a PE in such circumstances. However, whether actual taxation takes place also depends on the domestic legislation of the state concerned, such as the statute of limitations. In addition, in the Revised Discussion Draft of October 20127 the OECD takes into account the specific nature of the relevant business. However according to Mr Perdelwitz, the Discussion Drafts of 2011 and 2012 leave open issues such as what is the overall reference period and what is the minimum period per occurrence? The second exception applies to one-off projects. In such cases, the activities constitute a business which is carried on exclusively in the source state. Mr Perdelwitz explained that the business may be of a short duration because of its nature, but the important fact is the strong connection with that state. The Revised OECD Discussion Draft of October 2012 provides an example of a sole proprietor who, for a period of four months, carries out catering services in the source state. Because this is a self-contained activity which is the only busi-

ness activity carried out by the proprietor, this is considered to be a one-off project. However, this is not the case when a company permanently carries on a business in the Resident State and only temporarily operates a catering facility for a sports event in the Source State. Mr Perdelwitz questioned whether it is fair that the same activity is treated differently based on who carries it out, but left the question open to future discussion.

3. At the Disposal of – The Way towards a Broader Concept? Ms Popa first discussed the relevance of the concept of ‘at the disposal of’ (the disposal concept). She stated that, even though it is not expressly mentioned in article 5 of the Model Tax Convention, the disposal concept is one of the conditions for a PE to exist. She furthermore noted that every situation should be evaluated on the basis of the facts at hand in order to determine whether a place is at the disposal of an enterprise. Before the disposal concept was introduced in 1977, a place constituted a PE if it was used for the business. After the concept had been adopted in the Commentary, the OECD took the position that there was no benefit of defining the concept. Another issue was the impossibility to formulate an abstract definition. However, Ms Popa mentioned that the BIAC8 has send several letters to the OECD stating that more clarity on the disposal concept was required. In its subsequent Discussion Drafts, the OECD acknowledged that the disposal concept should be clarified and discarding the concept would create various problems. The OECD elaborated on four examples in order to clarify the disposal concept. These examples are criticized for not providing a clear guideline on the interpretation of the disposal concept. Ms Popa noted that the examples raise more questions than answers. Ms Popa shared her observations on the OECD examples with the students. The first example concerns a salesman who regularly visits a major client in the office of his client. MEI 2014 FIRM


• INTERNATIONAL

The office of the client is not deemed to be at the disposal of the salesman. Ms Popa argued that the salesman does not have any control over the office and that the mere presence of the salesman is not enough for the client’s office to constitute a PE. The second example describes an employee of a parent company who is allowed to use an office in the headquarters of the subsidiary10. The OECD considers the office to be at the disposal of the employee, and as such at the disposal of the parent company. Ms Popa noted that the OECD implies an element of control and indicated that the employee is present at the office and that he may use the office. The third example was about a road transportation enterprise using a delivery dock11. According to the OECD, the delivery dock is not at the disposal of the enterprise because of its limited presence there. Ms Popa expressed her doubts in what way the limited presence is relevant for the disposal concept. On the

other hand, she noted that it is possible that dividing line between having a place of busithe activity at the delivery dock is merely an ness at the disposal of between ‘mere use’ and auxiliary one and therefore it will not be con- ‘actual use’. The difference lays in the element sidered as a PE. of factual or legal control. Some examples for The final example is the much debated identifying control are the unrestricted access painter case12. According to the OECD, the to the premises; not being removed without painter has the building at his disposal, even consent; who is giving instructions; and who though it is not clear whether the painter has pays for the maintenance and rent. The other any control. According to Ms Popa, many au- element to the optimal disposal concept is the thors disagree with the example due to the activities of the foreign entity carried out at contradictions it raises. The painter example such premises, i.e. the degree of identification suggests that a service provider who goes to of the premises with the foreign entity. the premises of the client to perform his business would immediately have a place at his 4. Concluding remarks On a personal note, the authors agree that the disposal. Besides the examples provided by the OECD, tax seminar has been valuable in preparation Ms Popa also researched the case law of sever- for the exam. Furthermore, the information provided by the speakers has given us new al jurisdictions in order to determine how the different countries look at the disposal concept. insights and a better understanding of the Based on her research, she developed the fol- permanent establishment concept in general. lowing scale (see image). As a result of her research, Ms Popa drew the

1. OECD Model Tax Convention on Income and Capital 2010. 2. Supreme Court, decision of 8 June 2004 in PGS Geophysical AS, No. 2004-01003-A. 3. Income Tax Appellate Tribunal, decision of 29 August 2008 in Fugro Engineering BV, No. IT Appeal NOS. 269 and 1754 (Delhi) of 2007 (122 TTJ 655). 4. Commentary on article 5, par 6 of the OECD Model Tax Convention on Income and Capital 2010. 5. Tax Court of Canada, decision of 8 August 1990 in Fowler, 90 D.T.C. 1834. 6. OECD Discussion Draft of October 2011 on article 5 of the Model Tax Convention. 7. Revised OECD Discussion Draft of October 2012 on article 5 of the OECD Model Tax Convention. 8. Business and Industry Advisory Committee. 9. Paragraph 4.2 of the Commentary on article 5 of the OECD Model Tax Convention. 10. Paragraph 4.3 of the Commentary on article 5 of the OECD Model Tax Convention. 11. Paragraph 4.4 of the Commentary on article 5 of the OECD Model Tax Convention. 12. Paragraph 4.5 of the Commentary on article 5 of the OECD Model Tax Convention. FIRM MEI 2014

35


Sommige studenten hebben een wereldreis nodig om zichzelf te leren kennen. Anderen doen het in 5 dagen.

De Loyens & Loeff Summer Course 2014. Ben jij die talentvolle derde- of vierdejaars student Nederlands recht, notarieel recht, fiscaal recht en/of fiscale economie, die deze zomer zichzelf ĂŠn Loyens & Loeff nog beter wil leren kennen? Meld je dan aan voor deze ministage van 7 t/m 11 juli, waarbij je op onze kantoren in Amsterdam, Rotterdam en Londen aan een actuele casus werkt en diverse trainingen volgt. Inschrijven kan tot 19 mei via www.loyensloeffacademy.com

AC A D E M Y


FIRM 21.3