FIRM Fiscaal studentenblad
Afschaffing dividendbelasting en verlaging VPB-tarief Paradise Papers Tantalizing Tax Reforms
.# *#ƍĂĆƎđƎ 1))!.ƍĂƎđƎ"! .1 .%ĆŤÄ‚Ä€Ä Ä‰
Blurring Boundaries
Partners FIRST Maastricht 2017-2018
Loyens & Loeff Accon AVM Allen & Overy Andersen Tax & Legal Baker McKenzie Baker Tilly Berk BDO Belastingdienst CMS De Bont Advocaten De Brauw Blackstone Westbroek Deloitte EY Hertoghs Advocaten HLB van Daal Houthoff Buruma Joanknecht Koenen & Co Mazars Meijburg & Co NautaDutilh Pereira PwC RSM Zuid Taxand Deloitte Luxemburg EY Luxemburg Loyens & Loeff Luxemburg PwC Luxemburg
2
FEBRUARI 2018 FIRM
FIRM Jaargang 25 • Nummer 2 • februari 2018
35 4 — Voorwoord FIRM-commissie
30
5 — Voorwoord bestuur 5 — Agenda 6 — Nederland en haar vestigingsklimaat 9 — Nieuwe Leden Activiteit 10 — Belastingparadijzen en Belastingconcurrentie 12 — Kantoorbezoek Baker & McKenzie 13 — Tentamentraining Kostprijsverhogende
Belastingen
16
14 — Masterclass Zuid KPMG Meijburg & Co
29
16 — Grensoverschrijdende dienstverbanden 18 — FIRST Academy Deloitte 19 — FIRST Academy Hertoghs advocaten 20 — Van bloedvergieten naar een verenigd Europa 22 — Interview Nino Husken - Houthoff 24 — Juridical Euroscepticism? 26 — Woord van het fiscale jaar
12
International Section 27 — Foreword president FIRST Maastricht 27 — Calendar 28 — Exam training IETL 29 — Tantalizing Tax Reforms 30 — The Paradise Papers: what’s it all about? 33 — The opinion of the FIRST students 34 — Monthly Drinks
20 Colofon
35 — EY and Loyens & Loeff - Luxembourg trip
Redactie
Ontwerp
Verspreiding
%!0/ƫ1%0ƫ !6!ƫ1%0# 2!ƫ) #ƫ
%6 ƫ !0!./Čƫ (!1.ƫ 01(0%!*/Čƫ
0!" *Æ« +!4
01 !*0!*Æ«!*Æ«)! !3!.'!./Æ«
+,ƫ3!('!ƫ3%&6!ƫ *ƫ++'ƫ
2 *ƫ !ƫ + ƫ!*ƫ !ƫ ƫ2 *ƫ
3+. !*ƫ2!.2!!(2+1 %# ƫ!*ĥ+"ƫ
FIRM is het magazine van
*ƫ %((!)ƫ //Čƫ !+*0%*!ƫ
FIRST Maastricht, de fiscale
+*/!3%&!Čƫ ! *ƫ2 *ƫ !ƫ !*Čƫ
Adresgegevens
/0.% $0ƫ *%2!./%05Čƫü/ (!ƫ
3+. !*ƫ+2!.#!*+)!*ƫ6+* !.ƫ
studievereniging en verschijnt
$ **!*Æ« 1)!*
+/0 1/ƫćąČƫćĂĀĀƫ ƫ /0.% $0
.!Ø*%/0!*ƫ!*ƫ2 /0!ƫ.!( 0%!/ƫ2 *ƫ
2++. "# * !ƫĨ/ $.%"0!(%&'!ĩƫ
ĀąăƫĢƫăĉĉƫăĆƫĉĉ
Æ« /0.% $0Ä‹
0+!/0!))%*#ƫ2 *ƫ !ƫ.! 0%!ċ
vier keer per jaar. Druk
ü.)Įü./0) /0.% $0ċ*(
Oplage
!."! 0 ++'
333ċü./0) /0.% $0ċ*(
ĆĀĀƫ/01'/
,! % (%/0Æ«%*Æ«/01 !*0!* .1'3!.' 333Ä‹,!."! 0 ++'Ä‹*(
FIRM FEBRUARI 2018
ă
Vereniging
V.l.n.r.ĆŤ !+*0%*!ĆŤ +*/!3%&!ÄŒĆŤ *ĆŤ %((!)ĆŤ //ÄŒĆŤ %6 ĆŤ !0!./ÄŒĆŤ $ **!*ĆŤ 1)!*ÄŒĆŤ (!1.ĆŤ 01(0%!*/
Voorwoord FIRM-commissie Waarde lezer, Nu de laatste vuurwerkresten van de stoep zijn verdwenen, kunnen we concluderen dat het nieuwe jaar zich officieel heeft aangediend. Menig persoon zal echter last hebben van een after-Christmas dip en met weemoed terugdenken aan het moment dat de eerste champagnefles in stijl werd ontkurkt. Op dit moment zou je zelfs de in de lucht vliegende spetters van het gourmettoestel voor lief nemen. Enfin, het gourmettoestel is achter slot en grendel gebracht en het leven gaat verder. Een nieuw jaar brengt uiteraard kansen met zich mee om jezelf onder de noemer ‘fiscaal topstudent’ te brengen. Wat dit begrip precies inhoudt, is een gelegenheid voor discussie maar dat je hiervoor breed georiĂŤnteerd moet zijn, staat als een paal boven water. Je moet als student immers verder kijken dan je neus lang is en niet aannemen dat Nederland met hekken is omringd. Mondialisering is immers een kenmerkend aspect van de tijd waarin we leven. Als de steden Maasmechelen, Aken en Maastricht alle drie binnen een straal van circa 25 km van je huis zijn verwijderd weet je hoe fijn het is om zonder zweethandjes de grens over te steken. Toevalligerwijze gooi je meteen Ä…
even de tank vol of breng je een kortstondig bezoekje aan de dm. Maastricht University heeft het mondialisme met open armen ontvangen. Dit blijkt uit het feit dat het de meest internationale universiteit van ons land is. Als je een babbeltje wilt maken bij de koffieautomaat kun je maar beter direct overschakelen op het Engels. 51% van de studenten en 40% van de wetenschappelijke staf is immers afkomstig uit het buitenland. Als het begrip ‘German run’ daarnaast een alom bekend fenomeen is, weet je dat je de titel meest internationale universiteit glorieus hebt verdiend. Het thema van deze editie luidt ‘Blurring Boundaries’. Het overgrote deel van de inhoud is, zoals traditioneel bij de tweede editie van deze jaargang, voorzien van een internationaal tintje. De rode draad door het blad heen wordt gekenmerkt door vraagstukken met betrekking tot Europese eenwording. De vervaging van grenzen in een walhalla van etnische culturen als Europa blijkt immers eens te meer een gevoelig onderwerp. Hiertoe hebben wij onderwerpen belicht die zowel actueel als internationaal van aard zijn. Er zal worden ingegaan op de FEBRUARI 2018 FIRM
redenatie achter de afschaffing van de dividendbelasting en de verlaging van het VPB-tarief. Volgens onze ministerpresident Rutte is deze stap nodig om Nederland aantrekkelijk te houden voor multinationals. Ook zal er worden ingegaan op de Paradise Papers. Zijn er wederom geheimen van belastingparadijzen ontmaskerd of was alle commotie voor niets? Verder zullen we een recentelijk gewezen arrest, de X-zaak, waarin verder wordt geborduurd op de zogenoemde Schumacker-doctrine bij grensarbeiders, onder de loep nemen. Kan dit arrest als baanbrekend worden bestempeld en wat zijn de gevolgen? Daarnaast zullen we jullie uiteraard voorzien van de standaard dosis FIRST-activiteiten en interessante columns. Nu rest mij niets anders dan het toewensen van een succesvol en bovenal vreugdevol 2018! Ik hoop dat we allemaal de grens mogen oversteken van fiscaal student naar fiscaal topstudent. Namens de FIRM-commissie,
Liza Peters Hoofdredacteur FIRM 2017-2018
Voorwoord bestuur Voor u ligt de tweede FIRM van het jaar. Het eerste halfjaar is voorbijgevlogen voor ons door alle leuke (bestuurs-)activiteiten maar inmiddels zijn wij helemaal op elkaar ingespeeld. Over een kleine vijf maanden zullen wij het stokje mogen overdragen.Ben je geïnteresseerd in een bestuursfunctie? Spreek ons vooral aan en wij zullen al je vragen beantwoorden over een bestuursjaar bij FIRST Maastricht. De afgelopen maanden hebben enkele leuke
activiteiten plaatsgevonden. Met een grote internationale groep zijn wij naar Luxemburg afgereisd en wij hebben daar kennis gemaakt met EY Luxemburg en Loyens & Loeff Luxemburg. In Nederland zijn kantoorbezoeken gebracht aan Meijburg (Eindhoven), Loyens & Loeff (Rotterdam) en Baker McKenzie (Amsterdam). In samenwerking met Andersen Tax & Global is een gezellige pub crawl georganiseerd voorafgaand de maandelijkse borrel in café Local.
Het is mooi om te zien dat de leden van FIRST op deze manieren kennis kunnen maken met potentiële werkgevers. In het vooruitzicht staan nog vele mooie activiteiten, de algemene leden vergadering, het paradepaardje de FIRST Fiscale Bedrijvendag, de International Job Fair, kantoorbezoeken, het symposium, tentamentrainingen, borrels en nog veel meer. Wij kijken dan ook zeer uit naar het komende half jaar! Namens het bestuur wil ik graag alle leden bedanken voor
hun inzet en betrokkenheid de afgelopen maanden! We hopen jullie nog vaak te mogen verwelkomen op de komende activiteiten. Veel leesplezier met de nieuwe editie van de FIRM.
Yannick Hoogesteger Voorzitter 2017-2018
Agenda 6 februari 2018
22 maart 2018
4 mei 2018
ALV & Wettenbundelborrel i.s.m. Loyens & Loeff Waar de maandelijkse leden borrel van februari zal plaatsvinden is nog onbekend. Deze locatie maken we tijdig bekend op de website en zal ook in de periodieke update van februari verschijnen. Zoals gebruikelijk zijn drankjes gratis voor leden. Loyens & Loeff zal met enkele medewerkers aanwezig zijn. Tevens zullen gratis wettenbundels belastingrecht 2017 worden uitgereikt.
Kantoorbezoek NautaDutilh Op donderdag 22 maart 2018 zullen wij met een aantal leden afreizen naar het kantoor van NautaDutilh in Amsterdam. Inschrijven is mogelijk via de website.
Kantoorbezoek Belastingdienst Op vrijdag 4 mei zullen wij de Belastingdienst in Heerlen bezoeken. Inschrijven is mogelijk via de website.
Actieve Leden Weekend Als bedankje voor de contributie die onze commissieleden leveren aan de vereniging, zullen zij mee worden genomen naar een mooi weekend weg.
21 februari 2018
20 april 2018
FIRST Fiscale Bedrijvendag Deze dag, op Kasteel Vaeshartelt, is ideaal voor fiscale studenten om in contact te komen met een groot scala aan potentiële werkgevers.
FIRST Academy EY
23 februari 2018 FIRST Academy Taxand
1 maart 2018 Kantoorbezoek De Bont Advocaten Op donderdag 1 maart 2018 zullen wij met een aantal leden afreizen naar het kantoor van De Bont Advocaten in Breda. Inschrijven is mogelijk via de website.
8 mei 2018 13-15 april 2018
Bacheloractiviteit Deze activiteit is speciaal bedoeld voor bachelors jaar 1, 2 en 3. Op deze leuke avond kom je alles te weten over de mogelijkheden om actief te worden binnen FIRST Maastricht. Aansluitend is de gratis maandelijkse borrel! Informatie over inschrijven volgt later.
8 mei 2018 20 april 2018 FIRST Open Feest Het allerleukste feestje van het jaar staat weer voor de deur: het Open Feest van FIRST Maastricht. Op vrijdag 20 april zal het feestgedruis losbarsten. Ieder lid mag 1 introducé meenemen. Meer informatie zal volgen.
Borrel i.s.m. Joanknecht De maandelijkse ledenborrel van mei zal plaatsvinden vanaf 21:30 uur tot sluit in onze stamkroeg Café Local. Deze borrel zal gesponsord worden door het Eindhovense kantoor Joanknecht. Medewerkers hiervan zullen tijdens de borrel aanwezig zijn.
18 mei 2018 25 april 2018 Symposium Op woensdag 25 april 2018 vindt weer het tweejaarlijkse symposium van FIRST Maastricht plaats. Meer informatie zal volgen.
Kantoorbezoek Mazars Op vrijdag 18 mei 2018 zullen wij met een aantal leden afreizen naar het kantoor van Mazars in Breda. Inschrijven is mogelijk via de website.
16 maart 2018
24 mei 2018
FIRST Academy Belastingdienst
FIRST Academy Loyens & Loeff FIRM FEBRUARI 2018
5
Column
Nederland en haar vestigingsklimaat Afschaffing dividendbelasting & verlaging VBP- tarief ter bevordering van het Nederlandse vestigingsklimaat Het kabinet- Rutte III wil met ingang van 2019 de dividendbelasting afschaffen. Het afschaffen van de dividendbelasting is, aldus de regeringspartijen en de grote multinationals zoals Shell, Unilever, AkzoNobel en de werkgeversorganisatie VNO- NCW, goed voor ons vestigingsklimaat en het behoud van werkgelegenheid. Dit plan stuit echter ook op veel kritiek vanuit met name de kant van de linkse oppositie. Volgens hen gaat het hier niet om Nederland aantrekkelijker te maken voor buitenlandse bedrijven en investeerders, maar om een cadeautje van 1,4 miljard euro aan buitenlandse aandeelhouders.[1] Maar waarom pleiten juist deze grote bedrijven voor het afschaffen van de dividendbelasting? De bedrijven betalen immers niet zelf deze belasting. Reden genoeg om eens nader te kijken naar het plan.
Door: Leontine Monsewije
Het regeerakkoord en het vestigingsklimaat van Nederland In het regeerakkoord van het kabinetRutte III neemt het vestigingsklimaat van Nederland voor (buitenlandse) ondernemingen een prominente rol in.2 Ondernemingen zorgen in Nederland, aldus het regeerakkoord, voor werkgelegenheid, innovatie en kracht aan onze Nederlandse economie.3 Volgens het kabinet- Rutte III zorgen juist de buitenlandse bedrijven die in Nederland zijn gevestigd voor die betreffende werkgelegenheid.4 Uit het regeerakkoord vloeit verder voort dat het kabinet- Rutte III veel waarde hecht aan het belang dat Nederland voor internationale opererende bedrijven aantrekkelijk blijft als ideaal vestigingsland, in welk verband vergaande globalisering en toenemende concurrentie van andere (fiscale) jurisdicties vragen om aanvullende maatregelen om de aantrekkelijkheid van Nederland te verstevigen.5 De fiscale maatregen die volgens het kabinet dan ook o.a. genomen dienen te worden, zijn het afschaffen van de dividendbelasting en het verlagen van de vennootschapsbelasting. De focus van Rutte III op het nemen van deze maatregelen ligt dan ook op het ondersteunen van de internationaal ć
opererende bedrijven in Nederland die daadwerkelijk een toegevoegde waarde hebben voor de Nederlandse economie en niet ter bevordering van bedrijven die Nederland alleen maar als een postbus gebruiken.6 De fiscale maatregelen die in het regeerakkoord worden voorgesteld dienen dan ook tegen deze betreffende achtergrond te worden geplaatst.
Afschaffing dividendbelasting, maar ..? Met het afschaffen van de dividendbelasting wil het kabinet- Rutte III het vestingklimaat voor bedrijven bevorderen. Een dergelijk afschaffing wordt al langer bepleit. Recent is een dergelijke oproep niet alleen gedaan door een aantal Tweede Kamer leden teneinde reële activiteiten voor Nederland te bevorderen met verwijzingen naar het Verenigd Koninkrijk dat ook geen dividendbelasting kent en gevolgen van de Brexit voor Nederland, maar ook in een opgestelde brief van VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO-Nederland van maart 2017 in de toen nog lopende kabinetsformatie.7 Maar wanneer nader wordt gekeken naar het plan om de dividendbelasting af te schaffen, wordt deze echter niet volledig afgeschaft. In het regeerakkoord is opgenomen dat deze belasting FEBRUARI 2018 FIRM
gehandhaafd blijft voor misbruiksituaties om zo ongewenste belastingontwijking tegen te gaan. Bovendien bevat het regeerakkoord het voorstel om een bronheffing te introduceren op rente- en royaltystromen naar low tax jurisdictions.8 Hiermee wenst het kabinet- Rutte III “een einde te maken aan de situatie dat firma’s zich alleen op papier in Nederland vestigen om belastingvrij miljoenen te kunnen rondpompen”.9 De invoering van de bronbelasting op rente- en royaltystromen kan echter in de toekomst een nadelige invloed hebben op het vestigingsklimaat van Nederland. De introductie van deze heffing zal resulteren in een toename van de administratieve verplichtingen. Daarnaast kan zij een nadelige invloed hebben voor Nederland bij toekomstige verdragsonderhandelingen met andere landen, wat overigens het bedrijfsleven in Nederland kan beïnvloeden indien het betreffende onderhandelingsland onder verwijzing naar de Nederlandse bronheffing vast wil houden aan haar eigen bronheffing bij het verdrag. Maar het heffen van bronheffing op rente- en royalty’s kan echter ook positief voor Nederland uitwerken bij verdragsonderhandelingen, omdat Nederland zo bepaalde belastingontwijkende constructies probeert te beteugelen.10
Column
Waar de voorgestelde trapsgewijze verlaging van het vennootschapstarief kan bijdragen aan banen voor de gewone Nederlander, zoals ook het kabinet- Rutte III ambieert, kan dit niet met zekerheid gesteld worden voor het afschaffen van de dividendbelasting. De afschaffing van de dividendbelasting zal vooral in het buitenland met veel enthousiasme worden ontvangen. Datgene wat niet bepaald de belangrijkste doelgroep van Rutte III is met dit voorstel. Maar anders dan de voornamelijk de linkse oppositie verondersteld, dat het afschaffen van de dividendbelasting een cadeautje is van 1,4 miljard euro aan de buitenlandse belegger, zijn het juist niet deze beleggers die uiteindelijk zullen profiteren van de afschaffen, maar de staatskasten van de buitenlandse overheden.11 Immers er dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de Nederlandse en de buitenlandse aandeelhouder. De dividendbelasting vormt voor de Nederlandse aandeelhouder een voorheffing, die verrekend kan worden met hun inkomsten- of vennootschapsbelasting. Daarmee wordt door de Nederlandse aandeelhouder dus nauwelijks dividendbelasting betaald. De dividendbelasting druk daardoor weliswaar op de buitenlandse aandeelhouder en/of investeerder.12 Het afschaffen van de dividendbelasting kan in dit opzicht zorgen voor een verbetering van de Nederlandse economie en van de Nederlandse bedrijven die voor hun bedrijfsactiviteiten een beroep willen doen op de buitenlandse kapitaalmarkt.13
Het ligt voor de buitenlandse aandeelhouders dan ook anders ten aanzien van de dividendbelasting. Nederland heeft met een groot aantal landen belastingverdragen afgesloten. Deze verdragen vormen een zekere vestigingsfactor voor buitenlandse bedrijven in Nederland, want in een aantal verdragen is immers afgesproken dat de buitenlandse aandeelhouder die in Nederland dividendbelasting betaalt, dit niet nog eens in eigen land dient af te dragen. Daarmee vormt het afschaffen van de dividendbelasting geen cadeautje voor de buitenlandse aandeelhouder, maar voor buitenlandse overheden, gezien zij nu wel kunnen heffen. Kortom alleen in de betreffende landen die geen dividendbelasting kennen of waar wel sprake is van dubbele belastingheffing, zal de afschaffing van de dividendbelasting een cadeautje zijn voor de buitenlandse aandeelhouder. 14
Het Europese Recht & de dividendbelasting Er is nog een ander argument aan te voeren voor het afschaffen van de dividendbelasting. De Europeesrechtelijke discussie die in dit verband in het verleden speelde en nog steeds speelt.15 De Nederlandse dividendbelasting staat namelijk vanwege de (vermeende) verschillende behandeling van binnenlandse en buitenlandse aandeelhouders op gespannen voet met het Europese Recht.16 De (vermeende) strijdigheid van de dividendbelasting met het Europees recht FIRM FEBRUARI 2018
komt in de kern erop neer dat de Nederlandse dividendbelasting voor ingezeten een voorheffing vormt, terwijl deze belasting voor buitenlandse aandeelhouders alias niet- ingezetenen een eindheffing vormt. De Nederlandse dividendbelasting wordt dan ook nagenoeg volledig betaald door niet-ingezetenen.17 Gezien het Europese recht heeft dit tot gevolg dat veelvuldig over deze heffing wordt of al is geprocedeerd. Zo loopt er momenteel een zaak tegen de Nederlandse Staat over dit onderwerp. Het Europese Hof van Justitie dient op korte termijn te beslissen of de Nederlandse dividendbelasting in strijd is met het beginsel van vrij verkeer van kapitaal binnen de Europese Unie.18 Vanwege de kritiek en het gegeven dat de dividendbelasting al een geruime tijd onderwerp van discussie vormt, is de dividendbelasting in 2006 al een keer afgebouwd van 25% 15%.19 Toch komt het volledig afschaffen van de Nederlandse dividendbelasting als een verrassing, gezien dit punt niet terug komt een in van de partijprogramma’s van de regeringspartijen.20 De vraag die dan ook gesteld kan worden, is of het afschaffen van de dividendbelasting niet tegen de huidige internationale trend van belastingheffing in gaat. De Europese Unie moedigt gezien de huidige ethische discussie over belastingontwijking dergelijke belasting juist aan, waarbij die belasting wordt geheven in het land waar de winst wordt gemaakt.
7
Column De verlaging van de vennootschapsbelasting Waar het plan van het kabinet om de dividendbelasting af te schaffen voor veel onrust zorgde bij de oppositie, is het tot nu toe vrij stil rondom het plan van het kabinet om de vennootschapsbelasting in stappen te verlagen. Het voornemen van het kabinet is om de tarieven geleidelijk te verlagen van 20% en 25% (2017) naar 16- en 21 procent per 2021, hetgeen gefinancierd dient te worden met een verbreding van de grondslag.21 Met het verlagen van het vennootschapsbelastingtarief wordt weliswaar door het kabinet een positieve bijdrage geleverd aan het vestigingsklimaat van Nederland.22 Dit gezien het gegeven dat de internationale initiatieven door landen op dit vlak zich vooralsnog beperken tot de harmonisering van grondslagen, waardoor
de vennootschapsbelasting probeert Rutte III meer bedrijven van buiten Nederland aan te trekken, maar daar staat tegenover dat dit een sneeuwbal- effect tot gevolg heeft bij de andere landen, die hun winstbelasting verlagen in reactie op eenzelfde maatregel van een van hun ‘concurrenten’. In dat betreffende kader kan gekeken worden naar de directe ‘concurrerende’ landen van Nederland, zoals het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Zwitserland die een vennootschapsbelastingtarief hanteren van minder dan 20%.25 Indien o.a. deze Europese landen als reactie op Nederland ook hun winstbelastingtarieven (nog verder )verlagen, profiteert uiteindelijk alleen het bedrijfsleven ervan.26 Daarnaast blijkt eveneens uit een analyse van het Centraal Planbureau dat de tariefverlaging van de vennootschapsbelasting uiteindelijk door het bedrijfsleven zelf dient te worden
opgebracht, waarmee het gunstige effect van de verlaging van het tarief voor het vestigingsklimaat van Nederland teniet wordt gedaan.27
Conclusie Het moge duidelijk zijn, gezien de recent gevoerde debatten, dat de dividendbelasting verdwijnt. Het kabinet- Rutte III houdt immers vast aan haar plan om de dividendbelasting af te schaffen. Voornamelijk de grote multinational zoals Shell, Unilever en AkzoNobel zullen met dit voornemen blij zijn. Misschien zorgt de maatregel er inderdaad voor dat bedrijven Nederland niet verlaten, en wellicht zijn buitenlandse beleggers inderdaad eerder geneigd geld te investeren in het Nederlandse bedrijfsleven. Maar of dit ook daadwerkelijk zal gebeuren, zal in de komende jaren moeten blijken. Het verlagen van het vpb- tarief kan gezien worden als een beweging in de goede richting, om als Nederland aantrekkelijk te blijven, gelet op datgeen wat internationaal gaande is. Diverse Europese landen, hebben namelijk plannen voor het verlagen van de winstbelasting. Ze hopen hiermee extra bedrijven aan te trekken en/ of te voorkomen dat deze bedrijven om fiscale redenen vetrekken naar het buitenland. Maar er dient opgepast te worden voor een voortdurende neerwaartse spiraal, gezien het feit dat het buitenland eveneens het vpb- tarief uit concurrentieoogpunt voortdurend verlaagd.
de concurrentie als ideaal vestigingsland met betrekking tot belastingen in de toekomst meer via het vennootschapstarief zal gaan verlopen.23 Maar het voornemen van het kabinet om de tarieven van de vennootschapsbelasting te verlagen, heeft als gevolg dat dit meer kan gaan kosten dan het afschaffen van de dividendbelasting, namelijk naar verwachting circa 3,3 miljard euro. Daar staat weliswaar tegenover dat met behulp van andere belastingaanpassingen ĂŠĂŠn miljard euro wordt terugverdiend, maar er blijft nog steeds een restant van circa 2 miljard euro over. 24 Met het verlagen van het tarief van
ĆŤ Ä Ä‹ĆŤ 100!ĆŤ ĆŤ/ $. ,0ĆŤ %2% !* !( /0%*#ĆŤ+)ĆŤ 1%0!*( * /!ĆŤ ! .%&2!*ĆŤ0!ĆŤ(+''!*ÄŒĆŤ !ĆŤ +('/'. *0ÄŒĆŤ2% ĆŤ !ĆŤ/%0!Ä?ĆŤ$00,/Ä?ÄĽÄĽ333Ä‹2+('/'. *0Ä‹*(ÄĽ %**!*( * ÄĽĆŤ
ĆŤ
ĆŤĆŤĆŤĆŤ ĆŤ .100!ÄĄ%%%ÄĄ/ $. ,0ÄĄ %2% !* !( /0%*#ÄĄ+)ÄĄ 1%0!*( * /!ÄĄ ! .%&2!*ÄĄ0!ÄĄ(+''!*ơ Ä…Ä†Ä‚Ä€ÄŠÄ ÄƒÄĽĆŤÄ’ĆŤ$00,/Ä?ÄĽÄĽ333Ä‹.0(*%!13/Ä‹*(ÄĽ#!( ÄĄ!*ÄĄ3!.'ÄĽ.100!ÄĄ!Ăť! 0ÄĄ "/ $ Ăť!*ÄĄ %2% !* ÄĄĆŤ ĆŤ
ĆŤ !( /0%*#ÄĄ+,ÄĄ ! .%&2!*ÄĄ*%!0ÄĄ !'!* ĆŤĆŤĆŤÄ’ĆŤ !0ĆŤ "/ $ Ăť!*ĆŤ2 *ĆŤ !ĆŤ %2% !* !( /0%*#ĆŤ/ $!!(0ĆŤ!!*ĆŤ$++,ĆŤ )%*%/0. 0%!2!ĆŤ.+),/(+),ÄŒĆŤ
ĆŤ
ĆŤ .+13ÄŒĆŤ2% ĆŤ !ĆŤ/%0!Ä?ĆŤ$00,/Ä?ÄĽÄĽ333Ä‹0.+13Ä‹*(ÄĽ$+)!ÄĽ$!0ÄĄ "/ $ Ăť!*ÄĄ2 *ÄĄ !ÄĄ %2% !* !( /0%*#ÄĄ/ $!!(0ÄĄ!!*ÄĄ$++,ÄĄ )%*%/0. 0%!2!ÄĄ.+),/(+),ĥơ "Ä ÄˆÄŠÄ Ä†ÄĽĆŤ
ĆŤ Ăċƍ !#!!. ''++. ĆŤÄ‚Ä€Ä ÄˆÄĄÄ‚Ä€Ä‚Ä ÄŒĆŤ !.0.+13!*ĆŤ%*ĆŤ !ĆŤ0+!'+)/0ÄŒĆŤ ÄŒĆŤ ÄŒĆŤ Ěććƍ!*ĆŤ $.%/0!* *%!ÄŒĆŤÄ Ä€ĆŤ+'0+ !.ĆŤÄ‚Ä€Ä ÄˆÄŒĆŤ ÄĄĆŤ ĆŤÄ‚Ä€Ä ÄˆÄĽÄ†Ä€Ä‹ÄƒĆŤÄ’ĆŤĆŤ ĆŤ
ĆŤ 333Ä‹03!! !' )!.Ä‹*(ÄĽ/%0!/ÄĽ !" 1(0ÄĽĂź(!/ÄĽ 0+)/ÄĽĂź(!/ÄĽ.!#!!. ''++. Ä‚Ä€Ä ÄˆÄ‚Ä€Ä‚Ä Ä‹, "ċƍƍƍ
ĆŤ ÄƒÄ‹ĆŤ !#!!. ''++. ÄŒĆŤ,Ä‹ĆŤÄƒÄ†Ä‹ĆŤ ĆŤ ąċƍ !#!!. ''++. ÄŒĆŤ,Ä‹ĆŤÄƒÄ†Ä‹ĆŤÄ’ĆŤ .%!"ĆŤ2 *ĆŤ !ĆŤ 0 0//! .!0 .%/ĆŤ2 *ĆŤ %* * %p*ĆŤ2 *ƍĂĀƍ/!,0!) !.ĆŤÄ‚Ä€Ä Ä‡ÄŒĆŤ *0!.* 0%+* (ĆŤĂź/ (ƍĨ2!. . #/ÄŠ !(!% ÄŒĆŤÄ‚Ä€Ä Ä‡ÄĽÄ ÄˆÄŒĆŤÄ‚Ä†ĆŤÄ€Ä‰ÄˆÄŒĆŤ*.Ä‹ĆŤÄ ÄƒÄ€Ä‹ ĆŤ Ćċƍ !#!!. ''++. ÄŒĆŤ,Ä‹ĆŤÄƒÄ†Ä‹ ĆŤ ćċƍ !#!!. ''++. ÄŒĆŤ,Ä‹ĆŤÄƒÄ†Ä‹ĆŤ ĆŤ ÄˆÄ‹ĆŤ .%!"ĆŤ2 *ĆŤ !ĆŤ 0 0//! .!0 .%/ĆŤ2 *ĆŤ %* * %p*ĆŤ2 *ĆŤÄ ÄŠĆŤ*+2!) !.ĆŤÄ‚Ä€Ä Ä†ÄŒĆŤ*.ċƍ ÄĽÄ‚Ä€Ä Ä†ÄĽÄŠÄƒÄ‡ ÄŒĆŤ ÄĄ ĆŤÄ‚Ä€Ä Ä†ÄĽÄ‡Ä Ä‹Ä Ä‚Ä‹ĆŤÄ’ĆŤ ÄĄ ÄŒĆŤ ÄĄ ! !.( * ĆŤ!*ĆŤ ĆŤ ! !.( * ĆŤ ĆŤ
ĆŤ 2++.ĆŤ !ĆŤ %*!0/"+.) 0%!ĆŤÄ‚Ä€Ä ÄˆÄŒĆŤ+* !. !!(ĆŤÄ…ĆŤ!*ĆŤ *0ċƍ ! 0%!ĆŤ2 *ĆŤ '/01 %!ĆŤ %!13/ÄŒĆŤ ÄĄ ĆŤÄ‚Ä€Ä ÄˆÄĽÄ†Ä€Ä‹ÄƒÄ‹ĆŤ
ĆŤ ĉċƍ !#!!. ''++. ÄŒĆŤ,Ä‹ĆŤÄƒÄˆÄ‹ĆŤ ĆŤ Ċċƍ !#!!. ''++. ÄŒĆŤ,Ä‹ĆŤÄƒÄˆÄ‹ ĆŤÄ Ä€Ä‹ĆŤ ! 0%!ĆŤ2 *ĆŤ '/01 %!ÄĄ %!13/ÄŒĆŤ ÄĄ ĆŤÄ‚Ä€Ä ÄˆÄĽÄ†Ä€Ä‹ÄƒÄ‹ĆŤÄ’ĆŤ .+"ċƍ).ċƍ Ä‹ Ä‹ ċƍ ÂŽ0#!*/ÄŒĆŤÄ™$!0ĆŤ.!#!!. ''++. ĆŤ!*ĆŤ$!0ĆŤ2!/0%#%*#/'(%) 0ÄšĆŤÄŒĆŤ ĆŤÄ‚Ä€Ä ÄˆÄĽĆŤÄ‚Ä‚Äˆ ĆŤ Ä Ä Ä‹ĆŤ % ĆŤ !ĆŤ/%0!Ä?ĆŤ$00,/Ä?ÄĽÄĽ" Ä‹*(ÄĽ+,%*%!ÄĽÄ Ä‚Ä‚Ä†ÄŠÄˆÄ†ÄĽ)!0ÄĄ "/ $ Ăž*#ÄĄ %2% !* !( /0%*#ÄĄ*!!)0ÄĄ.100!ÄĄ%%%ÄĄ!!*ÄĄ 1.!ÄĄ#+'ĆŤ ĆŤ Ä Ä‚Ä‹ĆŤ % ĆŤ !ĆŤ/%0!Ä?ĆŤ$00,/Ä?ÄĽÄĽ" Ä‹*(ÄĽ! +*+)%!ÄĄ,+(%0%!'ÄĽÄ Ä‚Ä‚Ä‡Ä…Ä Ä ÄĽ/$!((ÄĄ (%&ÄĄ)!0ÄĄ "/ $ Ăž*#ÄĄ %2% !* !( /0%*#ĆŤÄ’ĆŤ$00,/Ä?ÄĽÄĽ333Ä‹0.+13Ä‹*(ÄĽ$+)!ÄĽ ĆŤ
ĆŤ $!0ÄĄ "/ $ Ăť!*ÄĄ2 *ÄĄ !ÄĄ %2% !* !( /0%*#ÄĄ/ $!!(0ÄĄ!!*ÄĄ$++,ÄĄ )%*%/0. 0%!2!ÄĄ.+),/(+),ĥơ "Ä ÄˆÄŠÄ Ä†ÄĽĆŤ
ĆŤÄ ÄƒÄ‹ĆŤ % ĆŤ !ĆŤ/%0!Ä?ĆŤ$00,/Ä?ÄĽÄĽ" Ä‹*(ÄĽ! +*+)%!ÄĄ,+(%0%!'ÄĽÄ Ä‚Ä‚Ä‡Ä…Ä Ä ÄĽ/$!((ÄĄ (%&ÄĄ)!0ÄĄ "/ $ Ăž*#ÄĄ %2% !* !( /0%*#ĆŤÄ’ĆŤ$00,/Ä?ÄĽÄĽ333Ä‹0.+13Ä‹*(ÄĽ$+)!ÄĽ ĆŤ
ĆŤ $!0ÄĄ "/ $ Ăť!*ÄĄ2 *ÄĄ !ÄĄ %2% !* !( /0%*#ÄĄ/ $!!(0ÄĄ!!*ÄĄ$++,ÄĄ )%*%/0. 0%!2!ÄĄ.+),/(+),ĥơ "Ä ÄˆÄŠÄ Ä†ÄĽĆŤ
ĆŤÄ Ä…Ä‹ĆŤ % ĆŤ !ĆŤ/%0!Ä?ĆŤ$00,/Ä?ÄĽÄĽ" Ä‹*(ÄĽ+,%*%!ÄĽÄ Ä‚Ä‚Ä†ÄŠÄˆÄ†ÄĽ)!0ÄĄ "/ $ Ăž*#ÄĄ %2% !* !( /0%*#ÄĄ*!!)0ÄĄ.100!ÄĄ%%%ÄĄ!!*ÄĄ 1.!ÄĄ#+'ĆŤ ĆŤÄ Ä†Ä‹ĆŤ .+"ċƍ).ċƍ Ä‹ Ä‹ ċƍ ÂŽ0#!*/ÄŒĆŤÄ™$!0ĆŤ.!#!!. ''++. ĆŤ!*ĆŤ$!0ĆŤ2!/0%#%*#/'(%) 0ÄšĆŤÄŒĆŤ ĆŤÄ‚Ä€Ä ÄˆÄĽĆŤÄ‚Ä‚ÄˆĆŤÄ’ĆŤ Ä‹ Ä‹ ċƍ *!(ÄŒĆŤÄ™ %2% !* !( /0%*#ĆŤ "/ $ Ăť!*Ä•ÄšÄŒĆŤ ĆŤÄ‚Ä€Ä€ÄŠÄĽÄ ÄŠÄ‰Ä‚ÄŽĆŤ
ĉ
ĆŤ
ĆŤ Ä‹ ċƍ2 *ĆŤ ,.1* !(ÄŒĆŤÄ™ !0ĆŤ* !.!* !ĆŤ!%* !ĆŤ2 *ĆŤ !ĆŤ %2% !* !( /0%*#ƍĢƍ!!*ĆŤ * (5/!ÄšÄŒĆŤ ĆŤÄ‚Ä€Ä€ÄŠÄĽÄ†Ä Ä ĆŤ!*ĆŤ Ä‹ ċƍ +),!*ÄŒĆŤÄ™ %!0ĆŤ "/ $ Ăť!*ĆŤ2 *ĆŤ %2% !* !( /0%*#ĆŤ
ĆŤ
ĆŤ 2+.)0ĆŤ!!*ĆŤ/0!! /ĆŤ#.+0!.ĆŤ.%/% +ĆŤ2++.ĆŤ ! !.( * ÄšÄŒĆŤ ĆŤÄ‚Ä€Ä ÄƒÄĽÄ Ä€Ä€ÄŠÄ‹
FEBRUARI 2018 FIRM
Column ĆŤÄ Ä‡Ä‹ĆŤ 100!ĆŤ ĆŤ/ $. ,0ĆŤ %2% !* !( /0%*#ĆŤ+)ĆŤ 1%0!*( * /!ĆŤ ! .%&2!*ĆŤ0!ĆŤ(+''!*ÄŒĆŤ !ĆŤ +('/'. *0ÄŒĆŤ2% ĆŤ !ĆŤ/%0!Ä?ĆŤ$00,/Ä?ÄĽÄĽ333Ä‹2+('/'. *0Ä‹*(ÄĽ %**!*( * ÄĽ ĆŤ
ĆŤ .100!ÄĄ%%%ÄĄ/ $. ,0ÄĄ %2% !* !( /0%*#ÄĄ+)ÄĄ 1%0!*( * /!ÄĄ ! .%&2!*ÄĄ0!ÄĄ(+''!*ơ Ä…Ä†Ä‚Ä€ÄŠÄ ÄƒÄĽ
ĆŤ Ä ÄˆÄ‹ĆŤ .ċƍ Ä‹ ċƍ +),!*ÄŒĆŤ %!0ĆŤ "/ $ Ăť!*ĆŤ2 *ĆŤ %2% !* !( /0%*#ĆŤ2+.)0ĆŤ!!*ĆŤ/0!! /ĆŤ#.+0!.ĆŤ.%/% +ĆŤ2++.ĆŤ ! !.( * /ÄŒĆŤ ĆŤÄ‚Ä€Ä ÄƒÄĽÄ Ä€Ä€ÄŠ ĆŤÄ Ä‰Ä‹ĆŤ 100!ĆŤ ĆŤ/ $. ,0ĆŤ %2% !* !( /0%*#ĆŤ+)ĆŤ 1%0!*( * /!ĆŤ ! .%&2!*ĆŤ0!ĆŤ(+''!*ÄŒĆŤ !ĆŤ +('/'. *0ÄŒĆŤ2% ĆŤ !ĆŤ/%0!Ä?ĆŤ$00,/Ä?ÄĽÄĽ333Ä‹2+('/'. *0Ä‹*(ÄĽ %**!*( * ÄĽ ĆŤ
ĆŤ .100!ÄĄ%%%ÄĄ/ $. ,0ÄĄ %2% !* !( /0%*#ÄĄ+)ÄĄ 1%0!*( * /!ÄĄ ! .%&2!*ÄĄ0!ÄĄ(+''!*ơ Ä…Ä†Ä‚Ä€ÄŠÄ ÄƒÄĽĆŤ
ĆŤÄ ÄŠÄ‹ĆŤ 100!ĆŤ ĆŤ/ $. ,0ĆŤ %2% !* !( /0%*#ĆŤ+)ĆŤ 1%0!*( * /!ĆŤ ! .%&2!*ĆŤ0!ĆŤ(+''!*ÄŒĆŤ !ĆŤ +('/'. *0ÄŒĆŤ2% ĆŤ !ĆŤ/%0!Ä?ĆŤ$00,/Ä?ÄĽÄĽ333Ä‹2+('/'. *0Ä‹*(ÄĽ %**!*( * ÄĽ.100!ÄĄ%%%ÄĄ/ $. ,0ÄĄ ĆŤ
ĆŤ
ĆŤ
ĆŤ 2++.ĆŤ ! !.( * /ÄŒĆŤ ĆŤÄ‚Ä€Ä ÄƒÄĽÄ Ä€Ä€ÄŠ
%2% !* !( /0%*#ÄĄ+)ÄĄ 1%0!*( * /!ÄĄ ! .%&2!*ÄĄ0!ÄĄ(+''!*ơ Ä…Ä†Ä‚Ä€ÄŠÄ ÄƒÄĽĆŤÄ’ĆŤ .ċƍ Ä‹ ċƍ +),!*ÄŒĆŤ %!0ĆŤ "/ $ Ăť!*ĆŤ2 *ĆŤ %2% !* !( /0%*#ĆŤ2+.)0ĆŤ!!*ĆŤ/0!! /ĆŤ#.+0!.ĆŤ.%/% +ĆŤ
ƍĂĀċƍ 100!ĆŤ ĆŤ/ $. ,0ĆŤ %2% !* !( /0%*#ĆŤ+)ĆŤ 1%0!*( * /!ĆŤ ! .%&2!*ĆŤ0!ĆŤ(+''!*ÄŒĆŤ !ĆŤ +('/'. *0ÄŒĆŤ2% ĆŤ !ĆŤ/%0!Ä?ĆŤ$00,/Ä?ÄĽÄĽ333Ä‹2+('/'. *0Ä‹*(ÄĽ %**!*( * ÄĽ ĆŤ
ĆŤ .100!ÄĄ%%%ÄĄ/ $. ,0ÄĄ %2% !* !( /0%*#ÄĄ+)ÄĄ 1%0!*( * /!ÄĄ ! .%&2!*ÄĄ0!ÄĄ(+''!*ơ Ä…Ä†Ä‚Ä€ÄŠÄ ÄƒÄĽĆŤ
ĆŤÄ‚Ä Ä‹ĆŤ !#!!. ''++. ÄŒĆŤ,Ä‹ĆŤÄƒÄ†ĆŤ!*ĆŤÄƒÄ‡Ä‹ ƍĂĂċƍ .+"ċƍ).ċƍ Ä‹ Ä‹ ċƍ ÂŽ0#!*/ÄŒĆŤÄ™$!0ĆŤ.!#!!. ''++. ĆŤ!*ĆŤ$!0ĆŤ2!/0%#%*#/'(%) 0ÄšĆŤÄŒĆŤ ĆŤÄ‚Ä€Ä ÄˆÄĽĆŤÄ‚Ä‚ÄˆĆŤÄ’ĆŤ ,,+.0ĆŤ 11.6 )!ĆŤ .+!%ÄŒĆŤ0Ä‹ Ä‹,Ä‹ÄŒĆŤ,Ä‹ĆŤÄ‚ÄƒÄ‹ĆŤ ĆŤ
ĆŤ *ĆŤ#!(%&'!ĆŤ6%*ĆŤ )%* ĆŤÄ’ĆŤ 0!2!*/ÄŒĆŤ0Ä‹ Ä‹,Ä‹ÄŒĆŤ ĆŤÄ‚Ä€Ä ÄˆÄĽÄ Ä€Ä Ä‹
ĆŤÄ‚ÄƒÄ‹ĆŤ .+"ċƍ).ċƍ Ä‹ Ä‹ ċƍ ÂŽ0#!*/ÄŒĆŤÄ™$!0ĆŤ.!#!!. ''++. ĆŤ!*ĆŤ$!0ĆŤ2!/0%#%*#/'(%) 0ÄšĆŤÄŒĆŤ ĆŤÄ‚Ä€Ä ÄˆÄĽĆŤÄ‚Ä‚Äˆ ƍĂąċƍ !.( #%*#ĆŤ2 *ĆŤ3%*/0 !( /0%*#ĆŤ%/ĆŤ3!##!#++% ĆŤ#!( ÄŒĆŤ %* * %!!(ĆŤ # ( ÄŒĆŤ2% ĆŤ/%0!Ä?ĆŤ$00,/Ä?ÄĽÄĽ" Ä‹*(ÄĽ+,%*%!ÄĽÄ Ä‚Ä‚ÄˆÄ‰Ä€Ä‡ÄĽ2!.( #%*#ÄĄ2 *ÄĄ3%*/0 !( /0%*#ÄĄ%/ÄĄ3!##!#++% ÄĄ ĆŤ
ĆŤ #!( ĆŤÄ’ĆŤ %!13ĆŤ' %*!0ĆŤ +),!*/!!.0ĆŤ( /0!*2!.63 .%*#ĆŤ ! .%&2!*ĆŤ)!0ĆŤ( #!.!ĆŤ3%*/0 !( /0%*#ÄŒĆŤ %* * %!!(ĆŤ # ( ÄŒĆŤ2% ĆŤ !ĆŤ/%0!Ä?ĆŤ$00,/Ä?ÄĽÄĽ" Ä‹*(ÄĽ! +*+)%!ÄĄ,+(%0%!'ÄĽÄ Ä‚Ä‚Ä ÄƒÄ Ä ÄĽ
ĆŤ
ĆŤ "+./!ÄĄ2!.( #%*#ÄĄ !( /0%*#ÄĄ ! .%&2!*ĆŤ
ƍĂĆċƍ .+"ċƍ).ċƍ Ä‹ Ä‹ ċƍ ÂŽ0#!*/ÄŒĆŤÄ™$!0ĆŤ.!#!!. ''++. ĆŤ!*ĆŤ$!0ĆŤ2!/0%#%*#/'(%) 0ÄšĆŤÄŒĆŤ ĆŤÄ‚Ä€Ä ÄˆÄĽĆŤÄ‚Ä‚ÄˆĆŤÄ’ĆŤ .%!"ĆŤ2 *ĆŤ !ĆŤ 0 0//! .!0 .%/ĆŤ2 *ĆŤ %* * %p*ĆŤ2 *ƍĂĀƍ/!,0!) !.ĆŤÄ‚Ä€Ä Ä‡ÄŒĆŤĆŤ ĆŤ
ĆŤ *0!.* 0%+* (ĆŤĂź/ (ƍĨ2!. . #/ÄŠ !(!% ÄŒĆŤÄ‚Ä€Ä Ä‡ÄĽÄ ÄˆÄŒĆŤÄ‚Ä†ĆŤÄ€Ä‰ÄˆÄŒĆŤ*.Ä‹ĆŤÄ ÄƒÄ€Ä‹
ƍĂćċƍ !.( #%*#ĆŤ2 *ĆŤ3%*/0 !( /0%*#ĆŤ%/ĆŤ3!##!#++% ĆŤ#!( ÄŒĆŤ %* * %!!(ĆŤ # ( ÄŒĆŤ2% ĆŤ/%0!Ä?ĆŤ$00,/Ä?ÄĽÄĽ" Ä‹*(ÄĽ+,%*%!ÄĽÄ Ä‚Ä‚ÄˆÄ‰Ä€Ä‡ÄĽ2!.( #%*#ÄĄ2 *ÄĄ3%*/0 !( /0%*#ÄĄ%/ÄĄ3!##!#++% ÄĄ#!( ĆŤ ĆŤÄ‚ÄˆÄ‹ĆŤ ĆŤ +0%0%!ÄŒĆŤ * (5/!ĆŤ! +*+)%/ $!ĆŤ!*ĆŤ 1 #!00 %.!ĆŤ!Ăť! 0!*ĆŤ2 *ĆŤ !ĆŤĂź* * %p(!ĆŤ %& . #!ĆŤ *ĆŤ$!0ĆŤ !#!!. ''++. ÄŒĆŤÄ…ĆŤ+'0+ !.ĆŤÄ‚Ä€Ä ÄˆÄŒĆŤ,Ä‹ĆŤÄƒÄ†ĆŤ!*ĆŤÄƒÄ‡ĆŤ!*ĆŤ$!0ĆŤ ,,+.0ĆŤ ĆŤ
ĆŤ 11.6 )!ĆŤ .+!%ÄŒĆŤ0Ä‹ Ä‹,Ä‹ÄŒĆŤ,Ä‹ĆŤÄ†ÄˆÄ‹ĆŤ %!ĆŤ++'ĆŤ *ĆŤ +.6!*ÄŒĆŤ0Ä‹ Ä‹,ċĒƍ .+"ċƍ).ċƍ Ä‹ Ä‹ ċƍ ÂŽ0#!*/ÄŒĆŤÄ™$!0ĆŤ.!#!!. ''++. ĆŤ!*ĆŤ$!0ĆŤ2!/0%#%*#/'(%) 0ÄšĆŤÄŒĆŤ ĆŤÄ‚Ä€Ä ÄˆÄĽĆŤÄ‚Ä‚Äˆ
Nieuwe Leden Activiteit DĂŠ eerste aanraking met FIRST Maastricht Door: CĂŠline Snijckers
Een vereniging zonder leden is als een fontein zonder water. Deze gedachte zorgt er mede voor dat FIRST Maastricht jaarlijks aan het begin van het academisch jaar een informele activiteit organiseert om nieuwe leden welkom te heten. Dit jaar vond de Nieuwe Leden Activiteit plaats op 10 oktober en werd het gecombineerd met de maandelijkse borrel. Deze borrel was in samenwerking met Pereira Consultants. FIRST Maastricht leek mij vanaf het eerste jaar van de studie Rechtsgeleerdheid al een hele leuke en bovenal gezellige studievereniging. Dit kwam hoofdzakelijk omdat de vereniging je in contact brengt met medestudenten en het bedrijfsleven. Doordat ik verder niemand kende die lid was van FIRST vroeg ik een aantal vriendinnen om mee te gaan naar de Nieuwe Leden Activiteit. Dit leek ons allen een goede mogelijkheid om kennis te maken met FIRST. De avond begon onder het genot van een drankje en een heerlijke pizza of pasta van Donatello’s. Na het eten hebben wij in groepjes het spel 30 Seconds gespeeld, dat een leuke manier bleek om andere mensen te leren kennen. Zeg nou eerlijk, wie houdt er niet van de ongekende hectiek tijdens een potje 30 Seconds? Het stond garant
voor veel plezier. Uiteindelijk werd er ook nog eens chocolade, de guilty pleasure van menig student, genuttigd. Nadat 30 Seconds in de kast was opgeborgen, kwam het hoogtepunt van de avond, namelijk de borrel! De borrel was niet alleen hartstikke leuk door de hĂŠĂŠrlijke wijn van CafĂŠ Local, maar ook door de openheid en gezelligheid van alle FIRST-leden en de mensen van Pereira Consultants. Veel leden kwamen een praatje maken met de ‘nieuwelingen’. Al snel kwamen we er daardoor achter dat er maar liefst 4 Celine’s, allen afkomstig uit Limburg, op de borrel aanwezig waren. Een medewerker van Pereira Consultants kon zijn oren niet geloven. Constatering van de avond: de naam Celine kende circa twintig jaar geleden een ongekende populariteit als FIRM FEBRUARI 2018
babynaam in onze Limburgse provincie. Concluderend zou ik de Nieuwe Leden Activiteit in 2018 zeker aanraden voor de studenten die lid willen worden van FIRST. Je wordt er werkelijk met open armen ontvangen. Ook geniet je, niet geheel onbelangrijk, van een gratis wettenbundel en heel veel andere gezellige activiteiten en borrels. Ik kijk nu al uit naar de Fiscale Bedrijvendag, het symposium en de komende kantoorbezoeken! ÄŠ
Column
Belastingparadijzen en Belastingconcurrentie Wordt u ook zo moe van de steeds weer oplaaiende emoties over Nederland als Belastingparadijs? De morele verontwaardiging overstroomt weer de tafels van alle TV-talkshows bij elke nieuwe publicatie hierover van welke Wikileaks dan ook. De discussie over het betalen van een ‘fair share of taxes’ laait telkens weer op. Maar komt geen steek verder. Dan wordt het tijd voor een radicale oplossing, Hans van Mierlo legt dit uit. Door: Hans van Mierlo
W
aarom is een oplossing zo moeilijk? Om te begrijpen waarom een oplossing zo moeilijk is voor het probleem om bedrijven hun ‘fail share of taxes’ te laten betalen, moeten wij de echte oorzaak analyseren. Dan kunnen wij ook proberen tot een oplossing te komen die werkt. Morele verontwaardiging en politiek-correct denken is niet genoeg. Hier hebben wij een fundamenteeleconomische analyse hard nodig. Die probeer ik met jullie hier te maken. Die analyse behoort tot de kern van de gereedschapskist van de Openbare Financiën. In een liberaal-democratische politieke orde, hoort de vraag”: whose preferences count?” beantwoord te worden met ‘the citizen’s preferencers!” De voorkeuren van de burgers zijn de richtsnoer voor beleidsprogramma’s en niet van de politici. Consumentensoevereiniteit hoort niet alleen op de markt te heersen, en niet producentensoevereiniteit, maar ook in de politiek. Op de markt zijn de consumenten de baas, daar hebben wij de Autoriteit Consument en Markt voor die waakt tegen marktmacht en -samenzwering van producenten en op tijd en doeltreffend ingrijpt. De burger is niet schizofreen. Niet alleen op de markt wil hij krijgen wat hij wil en de baas zijn, maar ook in de politiek en het overheidsbeleid. ‘Man is not bifurcated’ is een gevleugelde uitspraak. Als verschillende mensen verschillend beleid willen, moeten zij dat krijgen voor zover dat āĀ
technisch mogelijk is. Dan komen wij uit bij Wallace Oates’ theory of ‘Fiscal Federalism’ in geval van ‘local public goods’. Verschillende territoriale soevereine jurisdicties met heterogene beleidsvoorkeuren van hun burgers moeten verschillend beleid kunnen voeren met dito-verschillende fiscale regimes. Dat vereist belastingsoevereiniteit van die eenheden, lees van de lidstaten binnen de Europese Unie. Als die allemaal verschillend beleid willen in overeenstemming met verschillende voorkeuren van hun burgers, vereist dat ook fiscale soevereiniteit en de mogelijkheid van verschillend fiscaal beleid tussen de Europese lidstaten. Daarmee wordt ook de weg geopend naar belastingconcurrentie binnen de Europese Unie. Wanneer die economisch en/of politiek schadelijk wordt, dan is enige fiscale coördinatie nodig. Maar niet noodzakelijk volledige fiscale harmonisatie of zelfs integratie. En die fiscale coördinatie hoeft niet perse door de Europese Commissie. Zelfsturing door de Europese Raad van Ministers van Financiën is goed mogelijk. Dat heeft die Europese Raad onder de bekwame leiding van Dijsselbloem ook in de financiële crisis bewezen. Die Europese raad is ook een politiek orgaan. De Europese Commissie is geen politiek orgaan, maar louter ambtelijk. De Europese Raad besliste tot voor kort met eenstemmigheid ofwel unanimiteit. Maar dat geeft de andersdenkende minderheid vetomacht en dus de mogelijkheid tot chantage. Vandaar dat de interne beslisregel recent in bijzondere gevallen is veranderd FEBRUARI 2018 FIRM
Column
Prof. dr. J.G.A. van Mierlo %/ĆŤ$++#(!. .ĆŤ ,!* .!ĆŤ %* * %p*ĆŤ *ĆŤ !ĆŤ 1(0!%0ĆŤ !.ĆŤ +*+)%/ $!ĆŤ !0!*/ $ ,,!*ĆŤ!*ĆŤ ! .%&"/'1* !ĆŤ2 *ĆŤ !ĆŤ *%2!./%0!%0ĆŤ /0.% $0ċƍ %&ĆŤ%/ĆŤ +ÂŽ. %* 0+.ĆŤ2 *ĆŤ !ĆŤ /0.% $0/!ĆŤ $!(+.ÄĄĆŤ!*ĆŤ /0!.+,(!% %*#ĆŤ %/ (!ĆŤ +*+)%!ċƍ .* /0ĆŤ%/ĆŤ$%&ĆŤ !/'1* %#ĆŤ %*ĆŤ+* !.3%&/ĆŤ!*ĆŤ,. '0%&'ĆŤ2 *ƍĨ++'ĆŤ %/ (ÄŠĆŤ !(!% /!2 (1 0%!+* !.6+!'Ä‹ ÄĄ) %(Ä?ĆŤ$Ä‹2 *)%!.(+ÄŽ) /0.% $01*%2!./%05Ä‹*(
van eenparigheid tot gekwalificeerde meerderheid. Dan omzeil je wel het probleem van vetomacht van de minderheid of zelfs een enkeling en kun je toch als meerderheid de beleidsimpasse doorbreken en een beslissing afdwingen. Uitvoering van zo’n door de meerderheid afgedwongen beslissing is vers twee, zoals wij zien met de quotaregeling voor vluchtelingen. Landen die echt niet willen voeren zo’n beslissing gewoon niet uit, met een feitelijk beroep op vitale belangen die in hun geval geschaad worden. Het oude ‘vital interest’-argument van Charles de Gaulle! Niet de Commissie, maar de Raad! De kooltjes worden nu uit het vuur gehaald door de Europese Commissaris voor Mededinging, de dappere Margrethe Vestager, die ingrijpt in concrete gevallen van belastingarbitrage die zouden neerkomen op ongeoorloofde staatssteun. Ik vind dat dat te gemakkelijk is van de Raad die zijn politieke verantwoordelijkheid niet neemt, maar gewoon afschuift op een ambtelijke
Commissaris. Die weg is moeilijk, langdurig en ongewis. Een politiek beleidsprobleem los je niet op met juridische procedures. De Europese Raad zou het zelf moeten doen. Dan resten er twee mogelijkheden: of je coĂśrdineert Nationale Belastingarbritrage met Europese richtlijnen die met eenstemmigheid of gekwalificeerde meerderheid worden besloten; of je laat de lidstaten volledig vrij. Wat mij betreft zouden Europese lidstaten dan de VPB compleet moeten (kunnen) afschaffen. Dan discrimineer je niet meer tussen bedrijven met belastingarbritrage en word je een belastingparadijs voor iedereen! Hoe dan ook, het politieke primaat tot zo’n beslissing tot fiscale soevereiniteit van de lidstaten hoort niet te liggen bij de ambtelijke Europese Commissie, maar bij de politieke Raad van Ministers. Maar links om of rechts om, het is mijn overtuiging dat afschaffing van de VPB uiteindelijk zal worden afgedwongen door ‘Global Competition’, de mondiale concurrentie. FIRM FEBRUARI 2018
Ä Ä
Verslag
Kantoorbezoek In samenwerking met Baker & McKenzie Door: Leontine Monsewije
Donderdag 2 november 2017 stond het gecombineerde kantoorbezoek met de Tilburgse fiscale studievereniging de Smeetskring aan Baker & McKenzie op het programma. De dag begon om 12:00 met een 2,5 uur durende treinreis naar onze hoofdstad Amsterdam. Enkele minuten voor 15:00 arriveerden we dan ook bij het imposante en unieke kantoorpand van Baker & Mckenzie op de Zuid- as, waar we werden ontvangen door recruiters Liselotte Kroeze en Rebecca Schouten. Het kantoorbezoek begon met een presentatie over de historie van Baker & Mckenzie, de ambitie en het internationale karakter van het kantoor, gevolgd door een kennismaking met partner Maarten Hoelen die bovendien extra tijd in zijn agenda had gereserveerd om ons te woord te staan. Partner Maarten Hoelen gaf een korte impressie over de afdeling waarin hij werkzaam is en over zijn loopbaan bij Baker & Mckenzie. Zelf kregen we āĂ
ook de unieke kans om vragen te stellen aan hem als partner. Na het gesprek met partner Maarten Hoelen was het tijd voor een korte pauze met wat versnaperingen, waarna een prijswinnend quizje over Baker & McKenzie op het programma stond. De quiz werd uiteindelijk gewonnen door onze penningmeester Frederique de Koning. De daaropvolgende activiteit bestond deze keer niet uit het behandelen van een inhoudelijk fiscale casus, maar uit een unieke activiteit die voor het eerst werd gedaan. In gecombineerde groepjes studenten van Maastricht en Tilburg werden we met een pasje en gespreksthema’s op pad gestuurd door het gehele kantoorpand, om zo op een laagdrempelige manier kennis te maken met de fiscalisten van Baker & Mckenzie. Zo vonden leuke en interessante gesprekken plaats in de inpandige fitnessruimte en het vernieuwde restaurant over de balans tussen werk en privé en ethische thema’s als belastingontwijking. FEBRUARI 2018 FIRM
Als afsluiter van de dag werden we uitgenodigd om te borrelen in het stamcafé van Baker & McKenzie. Dé uitgelezen kans om op een laagdrempelige manier te netwerken met de fiscalisten van Baker & Mckenzie. Aan de betreffende bar konden verschillende drankjes naar keuze worden besteld en er werden meerdere malen hapjes geserveerd. Alle medewerkers die zich gedurende de middag aan de groepjes hadden voorgesteld waren op de borrel aanspreekbaar om nog laatste vragen van onze kant te beantwoorden. Ook recruiters Liselotte Kroeze en Rebecca Schouten waren nog te benaderen voor eventuele vragen over een stage of een werkstudentschap. Na de borrel was het tijd om terug te keren naar het diepe zuiden van het land. Al met al was het een zeer geslaagde dag, die een goede indruk heeft gegeven van het kantoor en de fiscale medewerkers van Baker & McKenzie te Amsterdam, waarvoor dank Baker & Mckenzie!!
Inhoudelijk
Tentamentraining Kostprijsverhogende Belastingen In samenwerking met KPMG Meijburg & Co Als vanouds stond in december een tentamentraining op het programma voor studenten die het blok Kostprijsverhogende Belastingen hebben gevolgd. Hiertoe zijn drie medewerkers van KPMG Meijburg & Co naar het zuiden van het land afgereisd om de studenten van munitie te voorzien om de tentamenvragen te tackelen. Door: Liza Peters
B
etrekkelijk zwaar. Dit is de term die de staf van het blok Kostprijsverhogende Belastingen voor het programma gebruikt. Er zijn van die vakken waar een stigma omheen hangt dat veroorzaakt is door horrorverhalen van oud-studenten. Dit vak behoort tot deze selecte genootschap. FIRST Maastricht weet hier echter goed op in te springen door jaarlijks een tentamentraining te organiseren vlak voor de studenten ‘the gates of hell’ in het Mecc betreden. Dit jaar werd de tentamentraining verzorgd door drie medewerkers van KPMG Meijburg & Co. Als vanouds was de zaal goed gevuld en bleek de opfriscursus meer dan geliefd. Nadat enkele versnaperingen waren uitgedeeld kon de tentamentraining van start gaan. Twee van de drie medewerkers waren relatief kort geleden afgestudeerd. twee
hiervan zelfs in Maastricht. Ze wisten dus wat ons te wachten stond qua vraagstellingen. Verder hadden zij oude tentamens bekeken om de belangrijkste onderwerpen uit de stof de destilleren. Hieruit vloeiden drie hoofdonderwerpen voort: ondernemerschap, onroerend goed en internationaal goederenverkeer. Alle drie de onderwerpen werden eerste theoretisch belicht. Hiertoe werd vaak contact gezocht met de zaal om interactie te creëren. Het herhalen van de theorie bleek geen overbodige luxe. Het blok kenmerkt zich immers door een grote hoeveelheid stof die behandeld moet worden in een betrekkelijk korte periode van zeven weken. Na de theoretische behandeling werden meerdere oefencasus tevoorschijn getoverd. Tijdens de behandeling hiervan werden door de medewerkers meegemaakte praktijkvoorbeelden besproken. Hierdoor kwam de stof meer tot leven. Je FIRM FEBRUARI 2018
krijgt daarnaast ook een idee hoe het is om later daadwerkelijk als medewerker Indirect Tax aan de slag te gaan. Verder werden er tussendoor tips gegeven met betrekking tot kleine uitzonderingen waarmee je net dat o zo belangrijke punt op het tentamen kan scoren. Ook werd er ingegaan op het werken met de fiscale wettenbundel. Vooral de fiscaal economen hebben hier veel profijt van aangezien het hun eerste fiscale vak en pas het tweede juridische vak in het curriculum is. Al met al waren de twee uur voorbij gevlogen en gingen de lichten letterlijk en figuurlijk langzaam uit. Wij willen KPMG Meijburg & Co bedanken voor het verlagen van het stresspeil richting het tentamen en het verzorgen van een leuke en bovenal leerzame avond!
āă
Verslag
Masterclass Zuid In samenwerking met KPMG Meijburg & Co Door: Shannen Paumen
O
p donderdag 16 november 2017 stond de Masterclass Zuid van KPMG Meijburg & Co in op de agenda. Dit keer iets korter bij huis dan we van de meeste kantoorbezoeken gewend zijn in het altijd gezellige Eindhoven. Na op tijd te zijn aangekomen bij het kantoor werden we door de recruiter Bente Bruijns hartelijk welkom geheten in de hal. Vervolgens was er gelegenheid voor koffie en thee met een gebakje om elkaar op informele wijze beter te leren kennen. We woonden deze masterclass bij samen met twee andere studieverenigingen: de Smeetskring uit Tilburg en F.S.V. In Fiscalibus uit Nijmegen. De masterclass begon met een introductiepraatje van een bedrijfsfiscalist die nauw met KPMG Meijbrug & Co. samenwerkt. Hij gaf ons een kijkje in het leven van een bedrijfsfiscalist en de verschillende fiscale problemen die je daar tegenkomt. Ook werden ons nog wat morele waarden āą
bijgebracht die in de fiscale praktijk altijd naar voren komen. Vervolgens werden we opgedeeld in groepjes voor de eerste fiscale casus. Dit was een casus over hybride leningen in de vennootschapsbelasting. Het was een ingewikkelde en best wel pittige casus die we gezien het drukke programma in korte tijd moesten oplossen. Na een kwartiertje gebrainstormd te hebben met onze medestudenten presenteerden twee medewerkers de oplossing van de casus. Onder het genot van een kleine versnapering en een drankje volgde toen een wat informeler gedeelte van de dag waarin we in drie sessies vragen konden stellen aan medewerkers en partners van KPMG Meijburg & Co. Niet alleen over hoe het is om te werken binnen het bedrijf, maar ook de verschillende onderdelen binnen Meijburg & Co passeerden de revue, zoals de landendesk, het internationale aspect wat steeds belangrijker wordt, het onderhouden van vaktechniek en de verschillende FEBRUARI 2018 FIRM
opleidingen en cursussen die je volgt als starter en gevorderde fiscalist zoals de wekelijkse VTO’s en de NOB-opleiding. Als laatste volgde er een casus vanuit de afdeling People Services waarin de fiscale problematiek rond expats en grensarbeiders werd behandeld zowel voor werkgevers als werknemers en kregen we voor het eerst ook een kijkje in het sociale zekerheidsrecht, iets wat eigenlijk alleen in de praktijk wordt behandeld waar we aan de UM niet of nauwelijks mee te maken hebben. De dag werd afgesloten met een gezellig borrel waar we de gelegenheid kregen om al onze vragen te stellen aan de fiscalisten van KPMG en Meijburg & Co. die aanwezig waren en te informeren naar een eventueel werkstudentschap. We willen bij dezen dan ook KPMG Meijburg & Co. bedanken voor deze leerzame en gezellige dag!
Inhoudelijk
Grensoverschrijdende dienstverbanden Wat heeft de X-zaak veranderd?
Op 12 mei 2017 is de eindbeslissing genomen in de X-zaak.1 Deze zaak wordt ook wel het Spaanse voetbalmakelaar arrest genoemd. Dit komt door het feit dat X een voetballer was die handelde in onroerend goed. Nu het vooral hier in het zuiden steeds meer voorkomt dat we over de grens werken en vaker in dienst zijn van verschillende of meerdere werkgevers tegelijkertijd, is de vraag wat het belang van dit arrest is voor de grensoverschrijdende werknemer, nu het Europese Hof van Justitie en ook de Hoge Raad een hele andere weg zijn ingeslagen. Door: Shannen Paumen
Schumacker-arrest De belastingwetgeving in Nederland heeft als een van de belangrijkste uitgangspunten om zoveel mogelijk gelijkheid te bereiken in de fiscale behandeling van grensoverschrijdende arbeid in relatie tot onze buurlanden. Werknemers die over de grens werkzaam zijn, kunnen fiscaal nadeel ervaren. Het kan daarbij zowel gaan om nadelige gevolgen in de werkstaat als om nadelige Ä Ä‡
gevolgen in de woonstaat. Vaak gaat het hierbij om de persoonlijke omstandigheden van een belastingplichtige die niet bij de belastingheffing in aanmerking worden genomen. De voordelen worden niet in aanmerking genomen in de woonstaat omdat daar niet genoeg inkomen wordt verdiend en niet in de werkstaat omdat men daar geen inwoner is. In 1995 is door het Hof van Justitie van de Europese Unie het Schumacker-arrest2 gewezen. Dit heeft FEBRUARI 2018 FIRM
geleid tot een aanpassing van de nationale wetgeving, wat heeft gezorgd voor een verbetering van de situatie van de grensoverschrijdende arbeiders, maar biedt niet altijd een uitkomst. Het Schumackerarrest heeft het over situaties waarin in de werkstaat het gehele of nagenoeg gehele inkomen wordt verdiend (dit is omgerekend 90% of meer). In de woonstaat daarentegen zijn dan geen inkomsten. Het Hof van Justitie van de Europese Unie
Inhoudelijk heeft besloten dat in die situatie de voordelen die een inwoner van de werkstaat krijgt ook aan de niet-inwoner moeten worden toegekend. Omdat lang niet alle grensarbeiders 90% of meer van hun inkomen in de werkstaat verdienen, biedt deze uitspraak geen oplossing voor de grootste groep grensarbeiders. Zij verdienen te weinig in de werkstaat of de woonstaat om hun persoonlijke voordelen te gelde te maken. Dit is dan ook de kernvraag van het X-arrest: Wat als je een deel van je inkomen in de ene staat verdiend en een deel van je inkomen in de andere staat en woont in een derde staat, welk land moet dan je persoonlijke omstandigheden in aanmerking nemen en de belastingvoordelen aan jou toekennen?
zijn onderworpen. Het land waar je inwoner van bent moet een land zijn dat lid is van de Europese Unie, een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, Zwitserland of de BES-eilanden en je moet in de belastingheffing van die staat zijn betrokken. Verder moet je als belastingplichtige een inkomensverklaring van de belastingautoriteit van je woonland verstrekken. Met deze nieuwe regeling is de groep buitenlandse belastingplichtigen die aanspraak kan maken op een binnenlandse belastingplicht aanzienlijk verkleind en speelt weer de vraag wat er moet gebeuren met de grensoverschrijdende arbeiders die buiten de boot vallen.
Nationale wetgeving
Een deel van het probleem wordt weggenomen door de bilaterale belastingver-
Belastingverdragen Nederland speelde hier naar aanleiding van het Schumacker-arrest op in door samen met de in 2001 ingevoerde Wet op de inkomstenbelasting een keuzeregeling in te voeren in art. 2.5 IB 2001. Deze keuzeregeling bood buitenlandse belastingplichtigen de mogelijkheid om te opteren voor de binnenlandse belastingplicht, zodat ook de persoonlijke omstandigheden in aanmerking genomen werden. De belastingplichtige bleef een buitenlands belastingplichtige, ongeacht de grootte van het inkomen dat werd verdiend in Nederland. Zo kwam je bijvoorbeeld toch in aanmerking voor de uitgaven van de inkomensvoorzieningen uit eigen woning, de persoonsgebonden aftrek en de heffingskortingen. Art. 2.5 IB was daarmee veel ruimer dan de rechtsregel die volgde uit het Schumacker-arrest. Uiteindelijk werd door de politiek besloten dat art. 2.5 IB niet voldoende overeenkwam met de Europese Richtlijn die in de nationale belastingwetgeving moest worden geĂŻmplementeerd. Het artikel is met ingang van 1 januari 2015 dan ook vervangen door art. 7.8 IB: het artikel over de kwalificerende buitenlandse belastingplichtige. Met ingang van dit artikel kunnen buitenlandse belastingplichtigen nog steeds worden beschouwd als een binnenlands belastingplichtige, maar ze moeten nu wel aan strengere vereisten voldoen. Zo komt de 90%-eis van het Schumacker-arrest ook in dit artikel weer terug. Je moet individueel, ofwel samen met je partner, 90% of meer van je inkomen verdienen in Nederland en daar ook aan de loonbelasting of inkomstenbelasting
dragen die Nederland met de verschillende staten heeft gesloten en waarin compensatieregelingen of vergelijkbare oplossingen worden opgenomen om zowel dubbele belastingheffing als dubbele niet-belasting te voorkomen. In de X-zaak biedt dit helaas geen oplossing, aangezien het hier gaat om een belastingconflict tussen 3 landen.
De X-zaak De X-zaak speelt zich af in het jaar 2007. Toen was de keuzeregeling voor buitenlands belastingplichtigen nog van toepassing. X woont in Spanje en is in het bezit van een eigen woning. Hij heeft hier geen inkomsten. Hij verdient zijn inkomen door het zijn van grootaandeelhouder in een naamloze vennootschap die handelt in onroerend goed en is gevestigd in respectievelijk Nederland en Zwitserland. Hij verdiend zijn inkomen in een verdeling van 60%/40%. Daarmee voldoet hij niet
aan het Schumacker-criterium van 90%. Door het feit dat hij in zijn woonland geen inkomsten heeft, kan hij daar zijn persoonlijke voordelen ook niet te gelde maken. De keuzeregeling zou hier uitkomst kunnen bieden, maar die voorziet eigenlijk alleen in oplossingen tussen twee staten, te weten de woon- en de werkstaat. Hier is echter sprake van een tweede werkstaat wat tot een resultaat van drie staten leidt. Maar welke van de drie is gehouden tot het in aanmerking nemen van de persoonlijke omstandigheden en in hoeverre? Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft toen beslist dat het in strijd is met art. 49 VWEU vrijheid van vestiging om in geen van de landen rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de belastingplichtige.
Slotbeslissing De HR heeft dit geĂŻnterpreteerd in zijn slotbeslissing. Art. 49 VWEU brengt mee dat Nederland de aftrek van negatieve inkomsten uit eigen woning niet mag onthouden aan een niet-ingezeten zelfstandige die 60% van zijn totale inkomen in Nederland verwerft, terwijl die niet-ingezeten zelfstandige in de lidstaat waar zijn woning is gelegen geen inkomen ontvangt op grond waarvan hij een gelijkwaardig recht op aftrek van die negatieve inkomsten uit de woning geldend kan maken. Indien de niet-ingezeten zelfstandige tevens in een of meer andere werkstaten dan Nederland een zelfstandig inkomen ontvangt op grond waarvan hij ook in die werkstaat of werkstaten een overeenkomstig recht op aftrek geldend kan maken, dient Nederland het voordeel van de aftrek van negatieve inkomsten uit eigen woning toe te kennen naar verhouding van het aandeel van het inkomen dat de zelfstandige in Nederland ontvangt. Deze uitspraak staat haaks op de eerdere uitspraken van de Hoge Raad en het Hof van Justitie van de Europese Unie omdat daar de persoonlijke omstandigheden in de meeste gevallen werden toegewezen aan of de woonstaat of de werkstaat. Nu de Hoge Raad in dit arrest duidelijk kiest voor een pro rata toerekening van de persoonlijke omstandigheden is de vraag: “Hoe past deze uitspraak in de Nederlandse belastingwetgeving? Kan het 90%-criterium nog stand houden of is art. 7.8 IB aan vernieuwing toe?â€? ĆŤ Ä Ä‹ĆŤ ĆŤÄ Ä‚ĆŤ)!%ĆŤÄ‚Ä€Ä ÄˆÄŒĆŤ Ä? Ä? Ä?Ä‚Ä€Ä ÄˆÄ?ĉąĉ ĆŤ Ăċƍ 2 ĆŤ ĆŤÄ Ä…ĆŤ"! .1 .%ĆŤÄ ÄŠÄŠÄ†ÄŒĆŤ6 'ĆŤ ÄĄÄ‚ÄˆÄŠÄĽÄŠÄƒÄŒĆŤ $1) '!.
FIRM FEBRUARI 2018
Ä Äˆ
Verslag
FIRST Academy
In samenwerking met Deloitte Door: Remon Tulen
B
lockchain en kunstmatige intelligentie, voor velen van ons een ver van mijn bed show zo was te merken aan de vraag van Roderick Lucas, die stilzwijgend werd aangekeken toen hij vroeg wat wij hier al over wisten. Op 7 december ging de FIRST Academy langs bij Deloitte in Rotterdam. Deloitte is vooraanstaand wat betreft technologische innovatie en hier sloten de presentaties en de opdracht naadloos op aan. Toen we aankwamen na onze lange reis werden we hartelijk ontvangen en begon de middag met een presentatie over blockchains en de mogelijkheden die dit kan bieden in de toekomst. De blockchain is vooral bekend door de bitcoin die gebruik maakt van dit systeem. Het systeem is een keten van blokjes die bijhoudt wat er gebeurd is in de chain. Dit kan gebruikt worden voor het bijhouden van eigenaren van bitcoins, maar bijvoorbeeld ook bij de verzending van pakketjes en dat kan een bewijsvoordeel opleveren in de BTW sfeer bij intracommunautaire transacties. Deloitte probeert toepassingsmogelijkheden voor deze zogenoemde big-data te vinden binnen de fiscaliteit. Na de presentatie over blockchain kregen wij een presentatie over kunstmatige intelligentie. Kunstmatige intelligentie is intelligentie die van zichzelf kan leren naarmate het een opdracht vaker probeert āĉ
of meer dingen ervaart. Zo heeft Deloitte in Amsterdam een AIME staan, die mensen laat ervaren wat kunstmatige intelligentie is en door veel leren kan AIME van alles voorspellen. Zie het youtube filmpje wat je kan vinden door op ‘AIME Deloitte’ te zoeken. Als je goed kijkt, is één van onze leden ook nog kort in beeld. Kunstmatige intelligentie zit eigenlijk in veel dingen die wij gebruiken. Zo kan je in je telefoon zoeken op foto’s. Ga maar eens naar je galerij, je zult zien dat er bovenin een vergrootglas staat waarmee je naar allerlei verschillende dingen kunt zoeken. Zelfs de NS gebruikt het, wanneer er weer eens een bericht +5 minuten op de borden verschijnt. Tijdens een korte pauze gingen wij naar de hoogste verdieping van de Maastoren dat een prachtig uitzicht gaf over Rotterdam. De Maastoren waar Deloitte zit is met 165 meter het hoogste gebouw van Nederland en ik kan mij voorstellen dat een meeting op de 44e en hoogste verdieping erg kan afleiden door de glazen wanden. Weer beneden aangekomen gingen we over tot de orde van de dag. We kregen 4 Excel bestandjes waar BTW gegevens van een fictieve klant in stonden. Deze bestandjes werden door een ingenieus programma op onze laptops aan elkaar gekoppeld en door de goede dingen te selecteren was het voor ons mogelijk om tabellen te maken met gegevens. Wij moesten hierin proberen fouten op te sporen. FEBRUARI 2018 FIRM
Door onze BTW kennis te combineren met kennis van het programma, kwamen er al gelijk bepaalde dingen naar voren. Aan het eind van de workshop dachten we klaar te zijn maar had Deloitte nog een extra uitdaging in petto. Ons werd gevraagd of wij dit thuis verder wilden uitwerken en het in een videopresentatie aan de klant wilden presenteren. Zo kunnen wij onze soft-skills oefenen en om er iets meer druk achter te zetten werd verteld dat de beste inzending een prijs zou krijgen. Gelukkig lag de deadline na de tentamenweek waardoor wij genoeg tijd hadden voor deze opdracht. Na de opdracht liepen we met zijn allen het café in waar de dag afgesloten werd met een gezellige borrel. Om een indruk te geven, op een gegeven moment werd overgeschakeld naar flesjes bier omdat het fust op was. Rond zeven uur liepen we naar buiten, hebben we een hapje gegeten en konden we weer in de trein terug naar Maastricht. Op een persoonlijke noot na,vind ik de First Academy tot nu toe een groot succes. Het is enorm leuk om de kantoren van binnenuit te leren kennen en om te zien waar je later zoal mee bezig kunt zijn en hoe de mensen zijn binnen de kantoren. De casussen zijn uitdagend en de groep is gezellig. Met nog vier kantoorbezoeken in het vooruitzicht ben ik benieuwd naar 23 februari wanneer wij op bezoek zullen gaan bij Taxand.
Verslag
FIRST Academy
In samenwerking met Hertoghs advocaten Door: Antoin Fey
O
p woensdag 8 november 2017 vond de eerste inhoudelijke sessie van de FIRST Academy plaats en wel bij Hertoghs Advocaten in Breda, waar verdieping werd geboden op het vlak van formeel belastingrecht. Aangezien Breda toch een stukje noordelijker ligt dan de zuidelijkst gelegen studentenstad van Nederland moesten we toch al zo’n 2½ uur van tevoren vertrekken vanaf het station in Maastricht, om vervolgens na een overstap in Eindhoven te arriveren in Breda. Met de hele groep Academics liepen we gezamenlijk vanaf het station richting de Willemstraat; toch wel een gezonde portie beweging voor de fiscalist. Eenmaal aangekomen bij Hertoghs, werden we verwelkomd door Ivo Leenders, Arjan Wolkers en Ron Jeronimus onder het genot van een kop koffie en voor de liefhebbers een zoetigheidje. Echter de ogen van velen hadden de enorme stapel papier al zien liggen op de kop van de tafel, dit zou hoe dan ook een uitdagende middag worden! Na een voorstelrondje werd er een casus geïntroduceerd die betrekking had op een onderneming die een deel van de omzet buiten de boeken om realiseerde en zodoende omzetbelasting ontdook, wat uiteraard allerlei fiscale consequenties
heeft. Aan ons om dit uit te zoeken. Ons vermoeden bleek inderdaad te kloppen en werd bevestigd door de flinke stapel papier die elke Academic kreeg, waarin alle relevante en uiteraard ook niet relevante documenten stonden, zoals dit er ook in de praktijk aan toe gaat. Men moet denken aan navorderingsaanslagen, correspondentie met de belastingdienst, uitgetypte verhoren van o.a. de belastingplichtige, bevindingen van de belastingambtenaar bij incognito bezoeken et cetera. Na ongeveer een dertigtal minuten had iedereen globaal een idee van de situatie en begonnen we met brainstormen: welke factoren zijn van belang? Una via intern of extern? Wellicht is het Protocol aanmelding en afdoening van fiscale delicten en delicten op het gebied van douane en toeslagen (AAFD) hier van toepassing! In hoeverre zijn de uitspraken van het Europese Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) van toepassing (wel of geen criminal charge)? Alle aspecten die ook maar enigszins van belang zouden kunnen zijn werden op post-its geschreven en op de wand geplakt in groepen naar de mate waarin de verschillende thema’s met elkaar samenhingen. Toen de muur aardig vol was geplakt met de briefjes, beperkten we ons tot de belangrijkste probleemstellingen binnen de casus en de aspecten FIRM FEBRUARI 2018
die in acht moesten worden genomen om de problemen op te kunnen lossen in groepsverband. In groepjes met een gelijke verdeling van eind-bachelor/master studenten, heeft elk groepje zijn best gedaan om hun deel van de casus op te lossen in een aan hen toegewezen apart kantoor, waarbij ook aandacht moest worden besteed aan het strafrecht. Op het moment dat wij dachten dat we al een heel eind op weg waren, kwam Ivo binnen met een paar tips en kritische punten die ons aan het denken zetten. Na het herzien van een deel van onze oplossing, kwamen we tot een betere oplossing dan voorheen door de feedback. Vervolgens presenteerde een persoon van elke groep de uitkomst van hun deel van de casus aan de groep studenten en medewerkers, terwijl er kritisch werd geluisterd en uiteraard ook aanvulling werd gegeven op de oplossing. Afsluitend vond er een borrel plaats waar kon worden genoten van een hapje en een drankje samen met de medewerkers. Al met al wil ik, namens alle deelnemers, Hertoghs Advocaten hartelijk bedanken voor deze leerzame, inzichtvolle en vooral leuke dag!
āĊ
Inhoudelijk
Van bloedvergieten naar een verenigd Europa Waar is de bron ontsprongen? Door: Liza Peters
Introductie Om en nabij tweeëneenhalf jaar geleden volgde ik mijn eerste hoorcollege ooit voor het vak Inleiding Rechtsgeleerdheid. Uiteraard moet je eerst leren lopen voordat je kan rennen. De eerste aanraking met het juridisch vakjargon gaat immers niet zonder slag of stoot. Nadat termen als rechtsfeiten, rechtshandelingen en rechtssubjecten de revue hadden gepasseerd kwam al snel het onderwerp ‘rechtsbron’ aan bod. In een rechtsbron kun je terugvinden welke regels gelden. Al snel werd duidelijk dat de Europese rechtsbronnen een prominente plaats innemen in ons rechtssysteem en nationaal recht opzij kunnen schuiven. Dit is echter merkwaardig als je bedenkt dat Europa zich lange tijd gekenmerkt heeft door oorlogen en verdeeldheid. In dit artikel zal de geschiedenis van de Europese eenwording chronologisch besproken worden.
De eerste stappen vooruit Europa kent al meer dan zeventig jaar vrede. Eeuwenlang heeft ons geliefde continent zich daarentegen gekenmerkt door talrijke bloedige oorlogen. De Tweede Wereldoorlog was met circa 55 miljoen doden, waarvan de helft burgers, het hoogtepunt en daarmee ook meteen het keerpunt. Dat de verwoestende wereldoorlog klonk de roep om een ‘verenigd Europa’ luid en duidelijk. Jean Monnet, ervaren vredestichter, kwam met het idee om de kolen- en staalmarkt door een onafhankelijke autoriteit te laten beheren. Door de wederzijdse afhankelijkheid moesten landen wel met elkaar in gesprek gaan alvorens elkaar onder vuur te nemen. Volgens hem was dit dé sleutel tot een vreedzaam Europa. De politiek leek zijn zienswijze op waarde te schatten. Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal (EGKS) werd in april 1951 door zes landen te weten ĂĀ
Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, België en Luxemburg ondertekend. De Europese Unie (EU) zoals we deze tot de dag van vandaag kennen is een resultaat van dit verdrag. Bovendien schuilde er nog een gedachte achter deze eerste prille vorm van samen-
naast het standaard economisch beleid ook te gaan toeleggen op sociaal, regionaal en milieubeleid. Daarnaast werd in 1979 het Europees Monetair Stelsel in het leven geroepen. Dit diende ervoor om wisselkoersen te stabiliseren en zo economieën voor zover mogelijk in de hand te houden.
werking. Monnet hoopte dat integratie op het ene terrein zou leiden tot samenwerking op andere terreinen (spill over).1
Al met al kan men concluderen dat de Europese eenwording sinds de oprichting van de EEG in een stroomversnelling is geraakt. Al die tijd viel echter wel spanning waar te nemen ten aanzien van de reikwijdte der eenheid. Bepaalde regeringen waren voor politieke eenheid (Europese Unie) en andere regeringen wilden het daarentegen laten bij een economische eenheid (EG) ofwel de gemeenschappelijke markt. Ondertussen verkregen steeds meer staten lidmaatschap van de EG en werden grote ambities voor de toekomst geuit. In 1986 werd als reactie op de economische recessie een plan gepresenteerd om vóór 1993 alle barrières van de EG-binnengrenzen weg te nemen en de interne markt volledig te realiseren.
Uitbreiding samenwerking in hoog tempo Monnet zijn visie kwam uit. Het gemeenschappelijk beheer van kolen en staal kwam zowel de stabiliteit als de welvaart in Europa ten goede. De logische vervolgstap was het uitbreiden van de samenwerking op andere terreinen. De zes lidstaten besloten in 1957 het verdrag in Rome te ondertekenen, waarbij zowel de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM) als de Europese Economische Gemeenschap (EEG) werden opgericht.2 De belangrijkste doelstelling was de gemeenschappelijke markt: een ruimte zonder binnengrenzen waarin vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal. Dit noemt men ook wel een interne markt.3 Het resultaat van de EEG is een periode van economische bloei in de jaren ’60. De drie organisaties genaamd EGKS, EG en EURATOM gingen in 1967 verder onder de verzamelnaam Europese Gemeenschappen (EG). Ze kregen samen één Commissie, één Raad en één budget. Wel bleven ze los van elkaar bestaan. Andere landen bleef deze economische bloei uiteraard niet onopgemerkt. Op 1 januari 1973 traden Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk toe, waardoor het aantal lidstaten op negen kwam.4 De jaren ’70 kenmerkte zich verder door uitbreidingen op het gebied van beleidsterreinen. De EG ging besloot zich immers FEBRUARI 2018 FIRM
De Europese Unie ziet levenslicht Aan dit plan wordt in de jaren ’90 daadwerkelijk uitvoering gegeven door twee zeer belangrijke verdragen te ondertekenen: Het Verdrag van Maastricht betreffende de Europese Unie in 1993 en het verdrag van Amsterdam in 1999. Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Maastricht is de EG omgetoverd tot de Europese Unie (EU) zoals we deze tot op heden kennen. De nieuwe EU kenmerkt zich door drie pijlers en is flink gaan uitbreiden qua beleidsterreinen. Denk hierbij aan cultuur, buitenlands- en veiligheidsbeleid en justitie. Verder werd de Economische Monetaire Unie (EMU) bij het Verdrag van Maastricht vastgelegd. Hierbij werd er besloten om één munteenheid, de euro, in te voeren. De
Inhoudelijk
!% !./ĆŤ2 *ĆŤ . *'.%&'ÄŒĆŤ 1%0/( * ÄŒĆŤ 0 (%pÄŒĆŤ ! !.( * ÄŒĆŤ !(#%pĆŤ!*ĆŤ 14!) 1.#ĆŤ+* !.0!'!*!*ĆŤ$!0ĆŤ !. . #ĆŤ 2 *ĆŤ .%&/ĆŤ+,ĆŤÄ Ä‰ĆŤ ,.%(ĆŤÄ ÄŠÄ ĆŤ3 .)!!ĆŤ !ĆŤ ĆŤ3+. 0ĆŤ+,#!.% $0Ä‹
Begin 21ste eeuw
West-Europese landen werden bestempeld. Het was dus een grote stap voor de Europese eenwording. Verder werd het Verdrag van Lissabon op 13 december 2007 getekend. Met dit verdrag kreeg de EU modernere instellingen en efficiĂŤntere werkmethoden.6
De voortvarende jaren lijken zich voort te zetten in de 21ste eeuw. De euro werd langzaamaan in steeds meer landen ingevoerd en op 1 mei 2004 vond de grootste uitbreidingsronde ooit plaats. Maar liefst tien landen werden lid van de EU. Het aantal inwoners van de EU steeg met ruim honderd miljoen. Dit leidde ertoe dat men de toetreding ook wel ‘Big Bang’ noemde.5 Het waren hoofdzakelijk landen uit OostEuropa terwijl de EU voor de Big Bang hoofdzakelijk bestond uit West-Europese landen. Ook dit kon weer gezien worden als een grote stap vooruit aangezien landen als Estland, Letland en Litouwen lange tijd als vijand van de kapitalistische
De laatste jaren kent de EU een tijd van pieken en dalen. De Europese staatsschuldencrisis brak in 2010 uit nadat Griekenland zijn schulden niet meer zelfstandig kon financieren. Dit was een gevolg van de twee jaar eerder uitgebroken kredietcrisis. Er ontstond veel onrust rondom de euro. In 2012 ontvangt de EU daarentegen wel een schouderklopje met de Nobelprijs voor de Vrede. Recentelijk ontstond er echter weer onrust rondom de Brexit. Ook de Vluchtelingencrisis zet het Verdrag van Schengen en grenzeloos Europa onder druk.
Europese Centrale Bank moest de munt gaan beheren. Al met al werd het streven naar een interne markt veertig jaar na de totstandkoming van de EEG min of meer gerealiseerd.
Hedendaagse uitdagingen
Conclusie Europa is in een relatief kort tijdsbestek van 70 jaar veranderd van een continent vol conflicten naar een als eenheid functionerend geheel aan lidstaten. Reizen zonder grenscontroles, betalen zonder omwisseling van munteenheden, grensarbeiders en richtlijnen zijn eerder regel dan uitzondering. Dit alles vond haar oorsprong in de oprichting van de EGKS dat een reactie was op de bloed overgoten Tweede Wereldoorlog. Toch ligt de Europese Unie in de Moderne Tijd regelmatig onder vuur. Euroscepticism lijkt in populariteit te groeien onder de bevolking. Het is dus maar de vraag of de Europese Eenwording zich in de volgende decennia even snel zal door ontwikkelen als dat het tot de dag van vandaag heeft gedaan of dat nationalisme, vreemdelingenhaat en populisme roet in het eten blijven gooien.
ĆŤ Ä Ä‹ĆŤ ċƍ !.*$+10ĆŤ!Ä‹ Ä‹ÄŒĆŤ !0ĆŤ ! !.( * /!ĆŤ.! $0ċƍ !*ĆŤ /0.% $0/!ĆŤ%*(!% %*#ÄŒĆŤ /0.% $0Ä?ĆŤ %0#!2!.%&ĆŤ % **%ĆŤÄ‚Ä€Ä Ä†ÄŒĆŤ (6Ä‹ĆŤÄ…ÄŠÄĄÄ†ÄƒÄ‹ ĆŤ Ăċƍ $00,/Ä?ÄĽÄĽ333Ä‹!1.+, ÄĄ*1Ä‹*(ļƍĨ6+!'ĆŤ+,ĆŤ#!/ $%! !*%/ĆŤ2 *ĆŤ !ĆŤ 1.+,!/!ĆŤ *%!ÄŠ ĆŤ ÄƒÄ‹ĆŤ $00,/Ä?ÄĽÄĽ333Ä‹,.+ !)+/Ä‹*(ÄĽ(!!.ÄĽ%*"+.) 0%!ÄĄ+2!.ÄĄ,+(%0%!'ÄĽ !ÄĄ!1.+,!/!ÄĄ1*%!ÄĽ !ÄĄ#!/ $%! !*%/ÄĄ2 *ÄĄ !ÄĄ!1ÄĽ ĆŤ ąċƍ $00,/Ä?ÄĽÄĽ!1.+, Ä‹!1ÄĽ!1.+,! *ÄĄ1*%+*ÄĽ +10ÄĄ!1ÄĽ$%/0+.5Ĥ*( ĆŤ Ćċƍ $00,/Ä?ÄĽÄĽ%/#!/ $%! !*%/Ä‹*(ÄĽ*%!13/ÄĽ!1.+,!/!ÄĄ1*%!ÄĄ2 *ÄĄ2!. !!( $!% ÄĄ* .ÄĄ2!.!*%# ÄĄ!1.+, ĆŤ ćċƍ $00,Ä?ÄĽÄĽ333Ä‹!1.+, .(Ä‹!1.+, Ä‹!1ÄĽ0$!*!0$!.( * /ÄĽ*(ÄĽ!1ÄĄ%*"+ÄĽ2!. . #ÄĄ2 *ÄĄ(%// +*
FIRM FEBRUARI 2018
Ä‚Ä
Hoe is het met...
Interview Nino Husken in samenwerking met Houthoff
Wat heb je gestudeerd? In 2010 ben ik gestart met de bachelor Rechtsgeleerdheid, maar na een jaar ben ik overgestapt naar Fiscaal Recht. Na het afronden van mijn bachelor ben ik via het exchange programma van de universiteit in Hong Kong beland. Na deze buitenlandervaring ben ik naar Maastricht teruggekeerd om de Master Directe Belastingen af te ronden.
Hoe heb je de tijd binnen FIRST ervaren? Daar kijk ik nu met veel plezier op terug! Het organiseren van de FFB en de International Job Fair was buitengewoon leerzaam, maar - laten we eerlijk zijn - vooral de studiereis en skitrip zijn mij bij gebleven. Eén van de après ski foto’s hangt overigens nog steeds op mijn prikbord.
Hoe ben je bij Houthoff terecht gekomen? Dat ging eigenlijk verrassend snel. Een vriendin was enthousiast over haar studentstage en raadde mij aan om contact op te nemen met recruitment. Dat heb ik gedaan en voor ik het wist zat ik met mijn snoet achter het bureau. Het een en ander beviel zo goed dat ik mijn scriptie eveneens op kantoor heb geschreven en vervolgens het werkzame leven ben ingerold. Dat had ik vooraf niet verwacht.
Hoe ervaar je het werken op kantoor? Aan de wekker ben ik nog steeds niet gewend haha. Maar afgezien daarvan heb ik het goed naar mijn zin! Er is een steile leercurve, maar gelukkig is er altijd wel iemand om mee te sparren als iets onduidelijk is. Het klopt dat er hard wordt gewerkt, maar er is ook ruimte voor vertier. Zo staat binnenkort cabaret op de agenda en gaan we in maart met kantoor op wintersport.
Heb je nog tips voor de fiscale student? Hoe zit een normale werkdag eruit? Ik begin de dag met 2 koppen koffie, maar voor de rest is er geen peil op te trekken. Houthoff heeft een ‘stand alone’ fiscale praktijk, maar er wordt ook veel samengewerkt met andere praktijkgroepen. Zo kan de dag beginnen met een (her)structurering of een transactie, en eindigen met een faillissementsvraagstuk. Zelfs gemeentelijke regelgeving, zoals precarioverordeningen, passeren mijn beeldscherm. 22
Er valt als fiscalist veel te “kiezen”, dus begin op tijd met oriënteren! Een student-stage is een goede manier om kennis te maken. Vergeet niet dat dichtbij huis ook evenementen worden georganiseerd. Houthoff is bijvoorbeeld op 14 maart aanwezig bij de Bedrijven- en Instellingendag van Jurist in Bedrijf en ook Houthoff Café strijkt op 25 april weer neer in Maastricht. Kijk voor de verschillende kennismakingsmogelijkheden op www.werkenbijhouthoff.com.
FEBRUARI 2018 FIRM
“DE DEAL SUCCESVOL CLOSEN... DAT WIL JE” E” Daphne van Boxtel Advocaat | Associate
Werken bij Houthoff is een prachtkans die in alle opzichten bijdraagt aan je professionaliteit. Je krijgt bij ons alle vrijheid om jezelf te ontwikkelen, vanaf dag één verwachten wij je mening. Daarmee ben je onderdeel van een team dat je continu intellectueel uitdaagt. Hoe beter wij je voorbereiden op het echte werk, hoe sterker jij aan het einde van de dag in je schoenen staat. Dat noemen we bij Houthoff Going Beyond.
Bekijk de video van Daphne op werkenbijhouthoff.com
Inhoudelijk
Juridical Euroscepticism? Een meerderheid van de Nederlandse kiezers (ruim 61 procent) stemde op 1 juni 2005 tegen de Europese Grondwet bij het eerste nationale referendum ooit in ons land. Hoe kijkt de fiscaal student twaalf en een half jaar later aan tegen het principe blurring boundaries bij fiscale wetgeving? De stelling luidt: een uniform systeem aan fiscale Europese wetgeving voor alle EU-lidstaten is een goede zaak. Johan van der Meer Derdejaars student Fiscale Economie Een uniform systeem van fiscale Europese wetgeving in de vennootschapsbelasting zou ervoor kunnen zorgen dat bedrijven, voornamelijk multinationals, minder schuiven met winsten die ze maken. Door middel van onder andere transfer pricing worden nu winsten toegerekend aan landen waar ze eigenlijk niet behaald zijn. Verder komen bij een uniform systeem hybride leningen, welke in het ene land als eigen vermogen gezien worden en in het andere land als vreemd vermogen, niet meer voor. Een uniform systeem zou er dus voor zorgen dat er minder belastingontwijking is. Om een uniform systeem helemaal goed te laten verlopen is ook een uniform tarief nodig, anders gaan bedrijven zich voornamelijk vestigen in landen waar het tarief het laagst is. Dit laatste is heel moeilijk realiseerbaar, aangezien landen hun tarief juist aanpassen om bedrijven over te halen zich bij hun te komen vestigen. Deze lagere tarieven zouden zich dan afzetten tegen bijvoorbeeld hogere transportkosten. Om een uniform systeem in de Europese Unie mogelijk te maken, moeten alle landen het eens zijn over een verdeelsleutel; wie krijgt welk gedeelte van de winsten die gemaakt worden en hoe worden de kosten toegerekend. De verdeelsleutel zal nooit helemaal eerlijk zijn voor iedereen. Verder zijn de economische verschillen tussen de landen in de Europese Unie te Ăą
groot om éénzelfde systeem te hanteren. Daarnaast is het in tijden van economische crisis moeilijker om wetgeving aan te passen als iedere lidstaat van de Europese Unie het eens moet zijn met een verandering. Aanpassing van wetgeving kan de duur van de crisis inkorten of de impact op de economie verlagen. Hoewel het een mooi initiatief is, is een uniform systeem aan fiscale Europese wetgeving in de vennootschapsbelasting iets wat onwaarschijnlijk is.
Vinodj Kienno Derdejaars student Fiscaal Recht Onjuist, ik begrijp het principe dat we een uniform systeem dienen te hanteren, echter is dit niet altijd mogelijk. Het Nederlandse fiscale wetgevingssysteem zit heel anders in elkaar dan die van de andere Europese landen. Dit heeft ermee te maken dat wij in een hele andere milieu leven dan bijvoorbeeld mensen uit Italië of Slowakije. Als voorbeeld kunnen we onze personenauto’s nemen. Alleen automobielbestuurders in Nederland betalen MRB (wegenbelasting) en BPM (belasting bij aanschaf van een auto). We kunnen stellen dat het oneerlijk is dat wij als een van de enigste landen in de EU MRB en BPM dienen te betalen. Aan de andere kant geldt dat onze lonen in verhouden met Slowakije veel hoger liggen, waardoor er meer last op onze schouders kan worden gezet. Met de inkomsten FEBRUARI 2018 FIRM
Inhoudelijk
van BPM en MRB worden wegen vernieuwd, verlichtingen gefinancierd en nieuwe wegen aangelegd. Natuurlijk zou het rechtvaardig zijn als een Slowaak ook even veel belasting zou betalen als de gemiddelde Nederlander. Maar het grote probleem dat hier speelt is het feit dat de Slowaken dan ook meer loon dienen te krijgen. Het is een feit dat de gemiddelde Nederlander meer verdient dan een gemiddelde Slowaak. Indien de lonen zullen stijgen in Slowakije, zullen bedrijven massaal verhuizen naar derdewereldlanden. Denk hierbij aan autobedrijven zoals Volkswagen, Skoda, Seat, deze merken laten hun kleine auto’s goedkoop produceren in Slowakije. Als deze bedrijven verhuizen naar derdewereldlanden stort de economie van Slowakije helemaal in. Een uniform systeem aan fiscale wetgeving voor alle EU-landen is zeker een goede zaak. Maar de wijzigingen die landen daarvoor moeten ondergaan brengen zoveel nadelige consequenties met zich mee, dat het helemaal geen goede zaak meer is.
Floor Kuijer Derdejaars student Fiscale Economie Een uniform systeem aan fiscale Europese wetgeving voor alle EU-lidstaten is een goede zaak. Hoe uniformer het systeem is, hoe beter en hoe gemakkelijker het ook zal zijn om snel en goed antwoord te krijgen over fiscale kwesties die betrekking hebben op het buitenland. Nu is het vaak zo dat de Hoge Raad nog aan het Hof van Justitie een vraag stelt om kwesties met betrekking tot het buitenland te behandelen. Als hier een uniform systeem voor ontwikkeld wordt wat voor alle lidstaten duidelijk maakt hoe de regels precies werken, zal het voor de burgers van de lidstaten het voordeel hebben dat eventuele processen sneller verlopen. Ik denk dat de EU er is om het belang van alle inwoner te behartigen en te zorgen dat er zoveel mogelijk gelijkheid wordt gecreĂŤerd binnen haar lidstaten, dus dan zijn uniforme regels een goede zaak.
FIRM FEBRUARI 2018
25
Column
Woord van het fiscale jaar Door: Mr. F.J. Fernhout
W
e hebben 2017 net achter de rug en de messen worden al weer geslepen om de prijs voor het woord van het jaar 2018 binnen te halen. Dat mag ook wel, want het resultaat van 2017 was pover. Bij Van Dale won het kleurloze “appongeluk” en bij
te zetten en het publiek daarop te laten stemmen. Jammer, want er worden ook werkelijk nieuwe woorden gemaakt voor werkelijk nieuwe begrippen. Men zou eens naar de pareltjes moeten kijken die de belastingwetgever weet te produceren. Op het departement van Financiën is er bij de wetgevingsafdeling niet veel te doen, want dat is de enige verklaring die
Onze Taal het allang bestaande “plofklas”, wat uitsluitend en alleen te danken was aan een samenzwering van plofjuffrouwen en plofmeesters die al jaren borderline analfabeten richting universiteit sturen. Het Nederlands is een taal waarin nieuwe woorden vanzelf komen. Wie heeft als kind niet varianten bedacht op de “hottentottententententoonstelling” om er een nog langer, nog nieuwer woord van te maken? Veel meer creativiteit dan dat is daar niet voor nodig. Je plakt gewoon twee zelfstandige naamwoorden achter elkaar en hups, daar heb je weer een neologisme. Daarom heeft de spellingcontrole van Word het ook zo moeilijk. Vraag maar eens aan Word of “Een kwetshistorische verhandeling over de biggenbelasting” een deugdelijke titel voor een artikel is en Word zal er geen fout in kunnen vinden. Fransen hebben het wat dit betreft veel moeilijker. Woorden kunnen nooit aan elkaar worden geplakt en een nieuw begrip valt onvermijdelijk uiteen in iets als twee zelfstandige naamwoorden met een voorzetsel ertussen en dan is de lol er snel af. Een appongeluk is dan een “accident d’app” en een plofklas op zijn best een “classe gonflée”. Voor een nieuw woord is dus echte vindingrijkheid nodig en dat kunnen Fransen. Ik kijk tenminste al jaren jaloers naar een begrip als “bondieuserie”, waarmee wordt gedoeld op religieuze prullaria. Daar kunnen plofongelukken en appklassen niet tegenop. Van Dale en Onze Taal maken zich er dus maar gemakkelijk van af door wat woorden uit de media op een lijstje
ik kan vinden voor de met enige regelmaat opduikende nieuwe regelingen die over helemaal niets gaan. Als je tijd te veel hebt ga je op zoek naar de nuances en dan wordt het gepriegel op de vierkante millimeter om ervoor te zorgen dat iedere denkbare beschermenswaardige bevolkingsgroep net iets minder hoeft te betalen dan de andere burgers. En zo’n pietepeuterregeling moet dan een naampje krijgen en daar wordt duidelijk echt aandacht aan besteed. Stel je eens voor dat je een nieuwe regeling wilt invoeren waardoor de niet bejaarde belastingplichtige eerder in de derde schijf terecht komt. Dat doe je dan door de ondergrens daarvan niet volledig voor inflatie te corrigeren, bijvoorbeeld door dat maar voor 3/4 te doen. Dus bij een inflatie van 2 % corrigeer je maar voor 1,5 %. Hoe zou je zo’n regeling noemen? Dat is niet eenvoudig en dan is het toch geniaal om dit voortaan te omschrijven als de “houdbaarheidsbijdrage”. Hoe kom je er op! Treurig is dat in 2018 de werkbonus is gesneuveld. Dat was een etymologisch kleinood, waarvan de betekenis alleen nog maar doorgrond kon worden als je wist dat het departement het oorspronkelijke, fraaie woord “doorwerkbonus” te lang vond en er dus maar het onbegrijpelijke “werkbonus” voor in de plaats stelde. Maar de oorspronkelijke term getuigde van een fijn taalgevoel en een diep inzicht in de psychologie van de werkende burger, die zeker hierdoor werd aangespoord om te werken tot hij erbij neerviel.
Ăć
FEBRUARI 2018 FIRM
Kortom, Van Dale en Onze Taal moeten in 2018 de belastingwetgeving scherper in de gaten houden. De terugkeerreserve, vervreemdingsvoordelen (heel filosofisch!) en de levensloopregeling kunnen het met gemak opnemen tegen alles wat ploft en appt. En dan hebben we het nog niet eens gehad over een klassieker als de aftrekposten.
Foreword
Dear member, It seems like yesterday that we started our board year for FIRST Maastricht. However, this is already the second FIRM, which means we are halfway through the academic year. In this edition of the FIRM you can read about the activities which took place the past half year and some interesting tax articles. During the EY Luxembourg trip we had the opportunity to learn more about the Luxembourgish tax system. The second day we had the chance to visit the centre of Luxembourg and we visited the headquarters of Arcelor Mittal. There, we had to solve a real-life tax case under the guidance of the in-company tax advisers of Arcelor Mittal. We were glad to welcome you all during the monthly member drinks at Cafe Local. You were also able to attend the exam
training for International and European Tax Law, which was organized by PwC Netherlands. We hope this was helpful in your preparation for the exam. This month our main event will take place. On the 23th of February the International Job Fair will be organized for the fifth time! The International committee put a lot of effort in organizing this day. We hope that you will remember this day, as the day you got the job offer you hoped for. We sincerely hope you enjoy reading this edition of the FIRM and we are looking forward to see you all at the International Job Fair and other activities of FIRST Maastricht. On behalf of the board of FIRST Maastricht, Yannick Hoogesteger Chairman 2017-2018
Calendar 8th of May 2018
23th of February 2018
Drinks at café Local At the 8th of May there will be free drinks by FIRST Maastricht at café Local, sponsored by Joanknecht. Joanknecht is a Dutch tax firm located in Eindhoven.
International Job Fair Come to our FIRST International Job Fair! A nice organized day where you can meet your future employers! This event will be held at the wonderful location called ‘Kasteel Vaeshartelt’ and will be only for our students of the IETL
FIRM FEBRUARI 2018
master. Several workshops will be given by Luxembourg tax firms and in the evening there will be a recruitment dinner. Some of you will also have the opportunity to have a (scheduled) private conversation with employees of the tax firms. The registrations will open later! We hope to see you the 23th of February.
27
International
Exam training International European Tax Law In cooperation with PwC In the meantime this exam training has become a tradition for the master students who follow the course International and European Tax Law. Two employees of PwC travelled on the 12th of December 2017 to Maastricht to prepare us for the upcoming exam of IETL. By: Shannen Paumen
T
here are only a couple of courses in the bachelor and master tax law program that are really feared by students. The IETL course is one of them. The reason for this fear is different some say that it is because the literature is everywhere to be found making it hard to find all the necessary reading material, others say that it is the size of the course that makes it so hard and then there are the teachers that more than once disagree with each other on almost all the topics that are taught in this course making it hard for us students to create an overview of what is important to study for the exam. Furthermore this is Ăĉ
the first open book exam for most students in the program. Luckily there were the two employees of PwC who once helped us through some cases and prepared us for the exam that would take place next week. The exam training was attend by a small group of students, a mix between dutch students and internationals. After a short introduction and under the joy of some refreshments and snacks we started our training. First they showed us how to tackle a case and what to do first, when you need to look at the treaty and when do you look at the EU law. Of course the most asked question was which of the two prevails over one another? FEBRUARI 2018 FIRM
After this general information we were divided in teams and started solving the cases within our team, after that we discussed our results with the rest of the teams and were provided a solution. The employees of PwC walked around during the training to answer question that arose during the cases. At the end of the training the give us some tips to calm us down and make sure we got relaxed and prepared to the exam. On behalf of FIRST Maastricht we would like to thank PwC for once again giving this exam training!
Column
Tantalizing Tax Reforms By: Dr Marcel Schaper Assistant Professor of Tax Law, Maastricht University
I
n 1986, the United States changed its tax system by a historic reform. A bit more than 30 years later, President Trump succeeded in a new
reform. Whatever you may think about the Donald or his politics, the 2017 U.S. tax reform is a historic political accomplishment. The substance of the reform is not so great, though, when reviewed through European eyes. The adopted changes likely will have significant regressive effects and probably will worsen the divide between the most advantaged and less advantaged members of American society. Much more can be said about the Trump Tax Reform, but I really cannot be bothered to read such (reportedly, because I didn’t read it) ill-conceived and opportunistic pieces of legislation. My sentiment also concerns broader international developments than the Trump Tax Reform. Take that other historic tax reform: the BEPS Project. But, have you tried reading the Multilateral Instrument and its Explanatory Statement? You know, that one treaty to rule them all? It implements the BEPS solutions in the tax treaty network. It is totally incomprehensible. Really, it is. You start in good spirits and, after three pages max, I bet you say to yourself ‘f*ck this, let’s see what’s new on Netflix’. The OECD has also created a MLI Matching Database. The MLI Matching Database gives you some clarity about how the MLI will affect specific bilateral relations. You select one country and then another, and the MLI Matching Database tells you how to read each provision of the MLI for that bilateral relation. Then you need to look up the actual bilateral tax treaty yourself and match the changes with the existing treaty. Then you can start
figuring out what all of this means. This is too much for my attention span. I am all for tax technology, but it should not be an absolute necessity when you are figuring out what the law is. Also, I prefer to read the actual law itself that I am trying to understand. The OECD did not make that a thrilling experience. I get much more enthusiastic about a tax reform that is closer to home. Why? This one is, whatever its intrinsic value, at least entertaining. Here is the background. The new Dutch government plans to abolish the dividend tax. It would make, the prime minister said, the Netherlands much more attractive as a location for corporate establishment and it would keep Dutch jobs in the Netherlands. The Netherlands first! The opposition argued that the tax reduction of 1,4 billion euros could be better spent on education or the elderly, or really any other person that was poorer than the international investment funds who would be benefitted. Just like the Trump Tax Reform, no one can really tell you whether this tax change will have the intended effects. To the contrary, those persons (professors of economics) that know a bit about factors for corporate investment behaviour generally agree that the reform is wishful thinking at best. Well, this feedback created a bit of a political shitstorm that lasted two full weeks and was wildly entertaining for tax nerds like me. The dividend tax was on the news and the topic of many late-night show in the Netherlands. It all culminated in a parliamentary hearing, even before the government proposed the law to parliament. Can you imagine the political entertainment when the law is actually proposed? Much is expected from tax reform; much disappointment usually follows. FIRM FEBRUARI 2018
ĂĊ
International
The Paradise Papers: what’s it all about? Over the past months there have been several news reports on the so-called Paradise Papers, a collection of 13.4 million confidential electronic documents shedding light on the massive world-scale tax avoidance through tax havens like Bermuda, the Cayman Islands and the British Virgin Islands. Many famous names, such as Bono, Queen Elizabeth II of the United Kingdom and her son Prince Charles have turned up in these papers. What is the magnitude of the global tax avoidance practice, and what are the implications for society? By: Sean van de Ven
The facts The Paradise Papers reveal that tax avoidance seems to be widespread practice among the superrich. The 13.4 million documents were obtained by the German newspaper Süddeutsche Zeitung. The International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) oversaw the investigation of the documents. Among the documents is a database of Appleby customers from 1993 to 2014. Appleby is an offshore legal services provider, originating from Bermuda and based in tax havens such as Bermuda, the British Virgin Islands, the Cayman Islands, Isle of Man, Jersey, Guernsey and the Seychelles. Appleby is focused on providing legal services such as tax advice to individuals and companies who have their activities outside of the so-called tax havens, but ăĀ
want to utilize the legal possibilities that these tax havens provide. It is impossible to verify whether the names in the leaked database are just contacts or actual users of Appleby’s services. However, the data reveal the locations of the individuals and companies involved. The database unveils that clients come from all over the world. Most of the clients, however, come from the United Kingdom, Hong-Kong and China.1 The documents reveal how extremely wealthy individuals, among whom are politicians and celebrities, use complex structures of trusts, foundations and shell companies to prevent their wealth from being taxed.2 A shell corporation is “a company which serves as a vehicle for business transactions without itself having any significant assets or operations.” It is a popular vehicle used for tax avoidance FEBRUARI 2018 FIRM
and for achieving anonymity.3 A simple example of such a structure of avoidance of personal tax in the non-tax-haven home country is the case in which an individual of a non-tax haven places his assets in a tax-haven-located trust fund to be managed by nominally independent third parties (trustees) for the benefit of specified beneficiaries, which can include the individual who placed the assets into the trust. Because the trust fund is located in the tax haven, the assets in the trust fund are subject to no or small tax in the tax haven as long as they remain there. Capital gains remain untaxed. Only once the money is paid out, for example to the individual who put the assets there (the beneficiary), it is subject to income tax.4 Analysis of the concentration of ‘offshore wealth’ points out that 80% of the
International
offshore wealth belongs to the top 0.1% richest of the world’s households, while 50% of offshore wealth belongs to the 0.01% richest households.2 Brooke Harrington, who obtained a Phd from Harvard University and is currently a professor at Copenhagen Business School as well as author of the book Capital Without Borders: Wealth Managers and the One Percent (2016), even argues that offshore finance is only economically feasible for the top 0.001%, implicating that the other 99.999% of the world population can take little advantage of the perks of offshore finance.2 Dr. Gabriel Zucman, assistant professor of economics at the University of California – Berkeley and author of The Hidden Wealth of Nations (2015), estimates that, in 2013, about $7.6 trillion
($7600 billion), that is about 8% of global financial wealth of households, in assets from wealthy families has gone below the radar of their domestic tax collectors. Other estimates are usually higher. According to Zucman, most of these assets have disappeared into tax havens. The Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) estimates that the tax avoidance-strategies used by multinational corporations cost as much as $240 billion in uncollected tax revenue across the globe.6,13 Zucman also found that the share of wealth hidden offshore is larger in developing countries. For example, he found that 30% of wealth in Africa is hidden offshore, resulting in an annual loss of $14 billion in much-needed tax revenue.6
FIRM FEBRUARI 2018
What are the benefits of being a tax haven or low-tax jurisdiction? So why are the governments of tax havens or low-tax jurisdiction still holding on to their policy, while the negative financial consequences to other countries are of such a major significance? Since the tax havens and low-taxation jurisdictions levy zero to little effective corporate tax, it follows that the benefits from corporate tax to them are marginal. However, although tax havens like Bermuda have a 0% corporate tax rate, they still benefit from the many offshore companies by imposing fees, such as corporate registration fees. Several tax havens such as Bermuda also levy considerable customs and import duties, generating money, but also contributing to a very high ăā
International
cost of living.7 Visiting businesspeople and the presence of support businesses such as law firms on the island result in increased employment, a large tourism industry and increased consumption, benefiting the tax haven’s prosperity as well as increasing indirect tax income. The assets held offshore in the British Virgin Islands (BVI) are worth $1.5 trillion ($1500 billion) according to a 2017 report by Capital Economics, an independent economic research institute. The International Monetary Fund (IMF) estimated these assets at about half that amount in their 2010 report.8, 9 All of this while the BVI government revenue amounts to a
minimization, and therefore justifiable from an economic perspective. Another argument that could be put forward in defence of tax avoidance is that governments’ power to levy taxes at will is already very large, and that international tax rate competition forces governments to rethink the reasonability of their tax policies. The flipside is that the option of decreasing one’s tax liability legally through tax avoidance is only economically feasible for the rich and larger corporations. This means that the vast majority of the population does not have much choice but to pay in their home country. The latter could be an argument for more intensive measures
are less likely to leave their countries to avoid paying the extra VAT or labour income tax, partially because leaving their countries means quitting their job and needing to find housing and employment in another country, where they may face social and linguistic barriers. Because the governments’ tactic of lowering corporate tax makes perfect sense given international competition, the solution to the problem should in my opinion lie in international cooperation. Zucman argues that transparency can prove a remedy for both tax evasion and tax avoidance. According to Zucman, creating a global register which records who
mere $331 million in 2016, which seems a pretty meagre sum given the fact that these revenues amount to only 0.02% of the estimated total assets held offshore in the BVI.10 Overall, the benefits to the BVI seem much smaller than the costs of tax avoidance to the world.
against tax avoidance.
owns what will put an end to “banking secrecy and anonymity-preserving shell corporations and trusts.�7 Not only obvious tax havens like Bermuda and the British Virgin Islands play a role in the international tax avoidance practice. Countries such as Ireland and the Netherlands also play crucial roles in structures used for tax avoidance such as the “Double Irish, Dutch Sandwich�, which consists of two Irish affiliates and one Dutch shell company. Multinational corporations like Google use this structure and other structures to drastically limit their global tax liability.13 According to
Is tax avoidance by the superrich and by multinational corporations defendable? Every rational individual would prefer paying less tax over more, if given the option. However, paying less tax by tax evasion is obviously illegal. Tax evasion costs the US federal government about $458 billion per year.11 Tax avoidance differs from tax evasion in the sense that tax avoidance is in accordance with legislation. Tax avoidance therefore offers a way to paying less tax without breaking the law. From an economic perspective, the pursuit of tax liability minimization is a form of cost
A global approach? A consequence of global tax avoidance is that countries are lowering their corporate tax rates in an attempt to limit domestic companies’ incentives to avoid taxation. According to Zucman, this will lead to ‘a race to the bottom.’ Consequently, if corporate tax rate competition continues, the question that follows is: who is going to end up paying for public goods, from which both companies and individuals profit? It turns out that the OECD data contain the answer to that question: while the average corporate tax rate of the industrialised countries has fallen from 35% in 2000 to 25% in 2015, the average OECD VAT rate, a tax that burdens every consumer, no matter how poor, has increased from 17.6% in 2008 to 19.2% in 2015.12
sources within the European Union, the Netherlands is still blocking anti-taxavoidance legislation within the EU, together with countries like Luxembourg and Ireland, known as “the coalition of the unwilling.�14, 15
This strategy applied by governments makes perfect sense, since average individuals
ĆŤ Ä Ä‹ĆŤ +,'%*/ÄŒĆŤ Ä‹ÄŒĆŤÄ’ĆŤ !*#0//+*ÄŒĆŤ Ä‹ĆŤÄ¨Ä‚Ä€Ä ÄˆÄŒĆŤ +2!) !.ƍĆĊċƍ $ 0ĆŤ .!ĆŤ0$!ĆŤ . %/!ĆŤ ,!./ĆŤ * ĆŤ3$ 0ĆŤ +ĆŤ0$!5ĆŤ0!((ĆŤ1/ĕƍ $!ĆŤ 1 . % *ċƍ ĆŤ Ăċƍ . %/!ĆŤ ,!./ĆŤ.!,+.0%*#ĆŤ0! )Ä‹ĆŤÄ¨Ä‚Ä€Ä ÄˆÄŒĆŤ +2!) !.ƍćĊċƍ . %/!ĆŤ ,!./Ä?ĆŤ 4ĆŤ$ 2!*ĆŤ/! .!0/ĆŤ+"ĆŤ1(0. ÄĄ.% $ĆŤ!4,+/! ċƍ ĆŤ !3/Ä‹ ĆŤ ÄƒÄ‹ĆŤ $00,/Ä?ÄĽÄĽ!*Ä‹3%'%,! % Ä‹+.#ÄĽ3%'%ÄĽ $!((Ĥ +.,+. 0%+* ĆŤ ąċƍ $1ÄŒĆŤ Ä‹ĆŤÄ¨Ä‚Ä€Ä ÄˆÄŒĆŤ +2!) !.ƍćĊċƍ Ăť/$+.!ĆŤ0 4ĆŤ$ 2!*/Ä?ĆŤ +3ĆŤ +ĆŤ0$!5ĆŤ3+.'ĕƍ $ 0ĆŤ *ĆŤ !ĆŤ +*!ĆŤ +10ĆŤ0$!)ĕƍ $!ĆŤ * !,!* !*0Ä‹ ĆŤ Ćċƍ +*0!2! $% ÄŒĆŤ Ä‹ĆŤÄ¨Ä‚Ä€Ä ÄˆÄŒĆŤ +2!) !.ĆŤÄ Ä ÄŠÄ‹ĆŤ $!ĆŤ +1 (!ĆŤ .%/$ÄŒĆŤ0$!ĆŤ 10 $ĆŤ/ * 3% $ĆŤ * ĆŤ+Ăť/$+.!ĆŤ!0$% /ċƍ 1!*+/ĆŤ %.!/ĆŤ %)!/Ä‹ ĆŤ ćċƍ ."+. ÄŒĆŤ Ä‹ĆŤÄ¨Ä‚Ä€Ä ÄˆÄŒĆŤ 1(5ĆŤÄƒÄ ÄŠÄ‹ĆŤ +3ĆŤ)1 $ĆŤ+"ĆŤ0$!ĆŤ3+.( Äš/ĆŤ3! (0$ĆŤ%/ĆŤ$%
!*ƍ+Ý/$+.!ĕƍ ƍ !3/ċ
ĆŤ ÄˆÄ‹ĆŤ //!((ÄŒĆŤ Ä‹ĆŤÄ¨Ä‚Ä€Ä Ä‡ÄŒĆŤ ,.%(ĆŤÄ‚Ä†ÄŠÄ‹ĆŤÄƒĆŤ 5/ĆŤ 4ĆŤ 2!*ĆŤ +2!.*)!*0/ĆŤ '!ĆŤ +*!5ċƍ *2!/0+,! % Ä‹ ĆŤ ĉċƍ + #/+*ÄŒĆŤ Ä‹ĆŤÄ¨Ä‚Ä€Ä ÄˆÄŒĆŤ 1*!ĆŤÄ‚Ä ÄŠÄ‹ĆŤÄ¸Ä Ä‹Ä†ĆŤ0.%((%+*ĆŤ%*ĆŤ //!0/ĆŤ)+2!ĆŤ0$.+1#$ĆŤ0$!ĆŤ .%0%/$ĆŤ %.#%*ĆŤ /( * /ƍĢƍ03% !ĆŤ /ĆŤ)1 $ĆŤ /ĆŤ,.!2%+1/(5ĆŤ0$+1#$0ċƍ 1/%*!//ĆŤ */% !.Ä‹ ĆŤ Ċċƍ +*!0 .5ĆŤ * ĆŤ ,%0 (ĆŤ .'!0/ĆŤ * ĆŤ 1.+,! *ĆŤ !, .0)!*0/ÄŒĆŤ *0!.* 0%+* (ĆŤ +*!0 .5ĆŤ 1* Ä‹ĆŤÄ¨Ä‚Ä€Ä Ä€ÄŒĆŤ 0+ !.Ċċƍ ĆŤ +1*0.5ĆŤ !,+.0ĆŤ +Ä‹ĆŤÄ Ä€ÄĽÄƒÄ‚ÄƒÄ‹ĆŤ ĆŤ
ƍ ƍ ƍ ƍĢƍ ƍ ƍ ƍĢƍ %* * % (ƍ 5/0!)ƍ 0 %(%05ƍ //!//)!*0ċƍ *0!.* 0%+* (ƍ +*!0 .5ƍ 1* ċ
ĆŤÄ Ä€Ä‹ĆŤ ++.0ÄŒĆŤ ċƍ2Ä‹ĆŤÄ¨Ä‚Ä€Ä ÄˆÄŒĆŤ +2!) !.ĆŤÄ Ä€ÄŠÄ‹ĆŤÄ™ !( /0%*#+*03%&'%*#ĆŤ%/ĆŤ/%),!(ĆŤ+,ĆŤ0!ĆŤ(+//!*ċĚƍ ĆŤ * !(/ ( Ä‹ ĆŤ Ä Ä Ä‹ĆŤ 00$!3/ÄŒĆŤ Ä‹ĆŤÄ¨Ä‚Ä€Ä Ä‡ÄŒĆŤ ,.%(ƍĂĊĊċƍ !.!Äš/ĆŤ +3ĆŤ 1 $ĆŤ 4ĆŤ $! 0/ĆŤ +/0ĆŤ0$!ĆŤ Ä‹ ċƍ +2!.*)!*0ĆŤ ĆŤ ! .ċƍ +.01*!Ä‹ ĆŤ Ä Ä‚Ä‹ĆŤ +3!./ÄŒĆŤ Ä‹ĆŤÄ¨Ä‚Ä€Ä Ä‡ÄŒĆŤ !,0!) !.ƍĂĂĊċƍ +.,+. 0%+*ĆŤ0 4ĆŤ%/ĆŤ+*ĆŤ ĆŤ +3*3 . ĆŤ0.!* ÄŒĆŤ/ 5/ĆŤ ĆŤ.!,+.0ċƍ $!ĆŤ 1 . % *Ä‹ ĆŤÄ ÄƒÄ‹ĆŤ 1 ) *ÄŒĆŤ Ä‹ĆŤÄ¨Ä‚Ä€Ä Ä…ÄŠÄ‹ĆŤ 4%*#ĆŤ .+//ĆŤ +. !./Ä?ĆŤ . '%*#ĆŤ !./+* (ĆŤ ! (0$ĆŤ * ĆŤ +.,+. 0!ĆŤ .+Ăź0/ċƍ +1.* (ĆŤ+"ĆŤ +*+)% ĆŤ !./,! 0%2!/ÄŒĆŤÄ‚Ä‰Ä¨Ä…ÄŠÄŒĆŤÄ Ä‚Ä…ÄĄÄ ÄƒÄ€Ä‹ ĆŤÄ Ä…Ä‹ĆŤ ++5ÄŒĆŤ ċƍ !ÄŒĆŤÄ’ĆŤ . * /ÄŒĆŤ Ä‹ĆŤÄ¨Ä‚Ä€Ä ÄˆÄŒĆŤ ! !) !.ƍĆĊċƍ ! !.( * ĆŤ(%#0ĆŤ*+#ĆŤ (0%& ĆŤ 3 ./ĆŤ %&ĆŤ ÄĄ *, 'ĆŤ !( /0%*#+*03%&'%*#ċƍ ĆŤ %!13/Ä‹ ĆŤÄ Ä†Ä‹ĆŤ 4 0%+*ĆŤ * ĆŤ 1/0+)/ĆŤ *%+*ĆŤÄ¨Ä‚Ä€Ä Ä‡ÄŒĆŤ *1 .5Ċċƍ *0%ĆŤ 4ĆŤ 2+% * !ĆŤ ' #!ċƍ 1.+,! *ĆŤ +))%//%+*Ä‹ ăĂ
FEBRUARI 2018 FIRM
International
The opinion of the FIRST students By: Fleur Stultiens
1. Abandoning the dividend tax will benefit foreigners more than Dutch citizens. Yes ➔ 65,2% No ➔ 34,8%
2. Where would you prefer to work? National ➔ 73,7% International ➔ 26,3%
4. The Netherlands will be a tax haven if it abandons the dividend tax. Yes ➔ 0% No ➔ 100%
3. The cut of the corporate tax rate in the Netherlands is a good decision. Yes ➔ 90% No ➔ 10% FIRM FEBRUARI 2018
ăă
International
Monthly Drinks A small impression of the Andersen Tax & Legal Drink and the EY Luxembourg Drink
ăą
FEBRUARI 2018 FIRM
International
EY and Loyens & Loeff Luxembourg trip
By: Danial Salehi
O
n the 23 & 24 of November the Luxembourg trip took place. This trip was long-awaited by a lot of International and European Tax Law students. The journey began very early in the morning at 6:45 AM at the station in Maastricht, it was very cold and dark but that did not stop the most brightest and enthusiastic tax students from having a great journey. When the group was complete the journey began. We went to Luxembourg with a bus which allowed us to enjoy the mesmerizing countryside landscape of Luxembourg before reaching our destination. Our first destination was EY Luxembourg. We were all impressed by their new modern building. Inside we were welcomed by very charming EY-staff and a well needed breakfast with coffee. During the breakfast we were able to talk to tax consultants of EY. They gave us information about their work and EY. After the breakfast we got a tour in the building where we could see all the departments. When the tour was finished we got a presentation by a partner of EY. He described the opportunities EY provides for their employees and how it is to live in Luxembourg. When the presentation was finished it was time for lunch. While eating pasta and other delicious dishes, we had another opportunity to spend some time with EY staff and talk about living in Luxembourg and working at EY. Everybody at EY was very kind and open to answer all our questions. When we were finished eating it was time for some serious work. It was time for a case about lowering your tax burden and BEPS. After this case it was time to leave EY.
We jumped in the bus which was headed to our very nice hotel. Once arrived at the hotel we had time to relax for a bit and prepare ourselves for the dinner. After a nice dinner a few students went back to the hotel and the rest went out in the city and had a great time. The next morning ArcelorMittal was on the schedule. ArcelorMittal is one of the biggest steel producing companies in the world. They are one of the biggest clients of EY. At ArcelorMittal we got a presentation about their tax department and about their work. After the presentation we were divided into different groups and we had to solve a very futuristic case. After ArcelorMittal we had a few hours of time to explore the city of Luxembourg before going to Loyens & Loeff. The final destination of our trip was Loyens & Loeff a big law firm with a big tax department. We were welcomed with a lunch and afterwards we got a presentation about their firm. After the presentation we were divided in groups and had to solve a case related to BEPS and then discuss it with the whole group. When we had finished the case it was time for a drink where we could also talk to the Loyens & Loeff staff about their work. After we had finished our drinks the most intense two-day trip to Luxembourg had come to an end. Tired and a bit sad to leave, we all jumped in the bus back to Maastricht. The trip was an amazing way to find out how it is to work in Luxembourg and to meet a few potential employers. It was an amazing experience that we will never forget! Thanks!
FIRM FEBRUARI 2018
ăĆ
Searching for new challenges in Tax Advisory? Join EY Luxembourg and help your clients navigate the complexities of the Tax world. Apply your technical knowledge and experience to help individual clients meet their tax obligations and maximise financial performance. Our growth, your opportunity.
Š 2018 Ernst & Young S.A. All Rights Reserved. EDnone
ey.com/lu/careers #BetterQuestions
2017 World’s most Attractive Professional Services Firm