Page 1

2

3


Inhoudsopgave

4

5

FYSIEKE VERSTERKING EN GEBIEDSONTWIKKELING

38

Interview | Nienke van der Noordaa ‘De mens centraal’ Over planologie en stedenbouw.

54

Introductie

06

Introductie op het thema Feiten en cijfers/Infographic

50

22

06 10

48

Interview | Studentenkwartier Studentenkwartier Dordtselaan

Carolien Dieleman, Zuid en ik

Studenten Naomi, Joost, Ilse en Dennis

Carolien Dieleman is pogrammamanager Ho-

over wonen op Zuid

56

geschool Rotterdam voor Zuid. Haar liefde voor Rotterdam-Zuid gaat diep.

Interview | Hannah Frederiks ‘Niet participeren, maar de lead nemen’ 

ECONOMIE & ARBEIDSMARKT

Feiten en Cijfers/Infographics

10

Interview | Marco Pastors en Jasper Tuytel

32

Introductie op het thema

Empowering Heijplaat.

58

Marco Pastors (directeur van het Nationaal 

‘Elke euro die je in een kind investeert,

Feiten en cijfers/Infographic

Programma Kwaliteitssprong Zuid) en Jasper Tuytel (voorzitter college van bestuur  Hogeschool Rotterdam) ‘Meer geld is niet de

18

oplossing voor Zuid’

34

16 Sinds 2007 is de Hogeschool Rotterdam actief op Zuid. Duizenden studenten liepen en lopen er stage, volgden en volgen I-labs en tientallen docenten en lectoren verzorg(d)en onderwijs en onderzoek.

Introductie op het thema

Interview | Astrid Smit & Husniye Bag

Interview | Merhan Shapouri

Het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid focust zich op drie thema’s: talentontwikkeling, economie en arbeidsmarkt en fysieke versterking. Dat doen wij in deze publicatie ook.

38

22

Interview | Steffie Theuns

62

Interview | Mariëtte Lusse ‘Ouders moeten zich welkom voelen op school’

Over samenwerken op Zuid

42

Interview | Gabrielle Muris

50

Hoop van de havenindustrie, Over RDM Campus.

44

Interview | Marleen Goumans ‘Ouderenzorg is niet sexy’ Over ouderenzorg op Zuid.

Over onderzoek naar ouderbetrokkenheid.

26

Slottekst | Nienke Fabries ‘Leer elkaar echt kennen’ 

Sport is hot, 

‘Alle leerlingen gaan er op vooruit’ Over coaching van vmbo’ers op Zuid.

In deze publicatie blikken we daarop terug. Wat is de meerwaarde van samenwerking tussen de hogeschool en Zuid: voor bewoners, professionals, studenten en lectoren?

Tot slot

‘Iedereen wil toch wel een eigen bedrijf!’ 

Sport als oplossing voor sociale problemen.

Feiten en Cijfers/Infographics

18

krijg je 10x terug’  Bureau Frontlijn traint gezinnen.

Studenten adviseren startende ondernemers.

TALENTONWTIKKELING

Interview | Derk Tetteroo

Interview | Henk Oosterling ‘Niet toe-eigenen, maar aangeven’ Over Rotterdam Vakmanstad, project Veerkracht en programma Fysieke Integriteit.

34

58


6

Reisverslag Carolien Dieleman

‘Mijn échte leerschool begon op Zuid.

Wie? Carolien Dieleman Wat? Programmamanager Hogeschool Rotterdam voor Zuid Begon als: jongerenwerker op Zuid Was ooit: Tom Poes van de zachte sector

Zuid en ik Zuid kende ik eigenlijk alleen vanuit de trein. Van Middelburg naar Rotterdam raasde ik via de Rosestraat over de Hef naar het centraal station. Het was begin jaren zeventig, ik was achttien jaar en ik was er klaar voor! Ik ging studeren en het leven In De Grote Stad kon beginnen. Ik had gekozen voor Rotterdam omdat die stad me in niets deed denken aan de provinciestad met monumentaal stadhuis en rustieke grachtenhuizen die ik achterliet. Samen met een vriendin had ik een voor-tussen-achter huisje onder de huurwaarde geregeld op de Oude Binnenweg, naast bioscoop Centraal. Ik ging dus studeren. Nou ja, naar de sociale academie, want ik wilde ‘iets met mensen’ en verder wist ik het niet. Met deze keuze, die mijn ouders met lede ogen aanzagen, werd ik een wereld in gekatapulteerd van doeboetieks, ideologische splintergroepen, plenaire vergaderingen en inleidingen in de Marxistische economie. Dit alles te midden van breiende vrouwen in tuinbroek en bebaarde mannen in corduroy of spijkerpak, waarbij het onderscheid tussen docent en student mij soms volledig ontging. Na vier jaar intensieve studie van de groepsdynamica van ruziënd rood kon ik in elk geval behoorlijk van me afbijten. Mijn sociale leven ging zich steeds meer afspelen tegen een onvervalst Rotterdams decor van heipalen, hijskranen en bouwputten. In cafés waar iederéén kwam was ik ook te

vinden. Er waren er maar een paar die hip genoeg waren, dus dat was makkelijk. Verder zat ik ik bijna dagelijks in een van de vele Rotterdamse bioscopen. Mijn échte leerschool begon op Zuid. Daar kreeg ik mijn eerste baan. Om precies te zijn in een buurthuis van de Arend en de Zeemeeuw in de wijk Feijenoord. Ik werd er jongerenwerker. ‘Mijn’ jongeren waren gemiddeld drie koppen groter dan ik en in leeftijd nauwelijks jonger. Dus ik moest flink mijn best doen om enig gezag te krijgen. Ook moest ik wennen aan deze nieuwe biotoop die mijn zintuigen op scherp zette. Fietsend over de oude Willemsbrug kwam de misselijk­ makende geurenmelange van de Oranjeboom brouwerij,  de Melle snoepjesfabriek, de Blueband en de Van Nelle  koffiebranderij al naar me toe gewaaid.  Op mijn route was de haven nog zichtbaar met pakhuizen, schepen, loodsen en werfjes en natuurlijk op iedere hoek van de straat wel een klassieke havenkroeg. En er was een eilandje midden in de Maas, een groene oase onder de Van Brienenoordbrug, waar ik op zomerse dagen met de buurt-

7

kinderen helemaal naartoe liep, en dat was een roteind. We bakten er stokbroden, plukten bramen en bouwden hutten.  Wie had zo’n eigen eiland aan de andere kant van de rivier? Niemand, ik weet het zeker! Dat was toch maar mooi  ge­­regeld op Zuid. De jongeren die het buurthuis bezochten hadden vaders die in de haven hadden gewerkt, velen waren werkloos geraakt en zaten gefrustreerd thuis. Dit tot ergernis van hun vrouwen, die naar het buurthuis kwamen om zich daarover te beklagen. Ze wilden best emanciperen, maar wel op hun manier. Niet met allerlei prietpraat, maar met een flinke hoeveelheid ongezouten Rotterdamse humor en een smeuïg taalgebruik waar veel ‘wijfie’ en ‘pleuris’ en ‘schijt an’ in voorkwam. Het was ook de tijd van harde acties voor betere woningen en lagere huren. Strijd ook tegen huisjesmelkers. En vooral ook de grote opstand tegen de komst van een Eroscentrum in het Poortgebouw. Dat was om Katendrecht te bevrijden van de overlastgevende prostitutie. We bezetten kantoren van politieke partijen, zongen strijdliederen en hingen spandoeken op. In de burgerzaal van het stadhuis vonden woeste discussies plaats. Onverwachte steun kwam van de pooiers op de Kaap, die met iets andere argumenten óók tegen de komst van het Eroscentrum waren. We schreeuwden onze kelen schor en er kwam geen Eroscentrum. Wat er wel kwam waren veel nieuwe inwoners, eerst uit de zuidelijke landen van Europa, daarna van veel verder. Onze buurthuizen zaten vol met mensen die ijverig aan het proberen waren zich de nieuwe taal en cultuur eigen te maken; eerst de mannen, daarna de vrouwen. In de buurthuizen werkten studenten als vrijwilligers om te helpen met het geven van die taallessen, want er was veel meer vraag dan aanbod. Er kwam ook hulp op andere terreinen: fietslessen, naailessen, kapperscursussen, opvoedhulp, oriëntatie op de samenleving (dat was inburgeren avant la lettre). We deden van alles, de buurthuizen puilden uit. In het begin zagen we dat de dochters van al die nieuwe bewoners thuis werden gehouden. Ze kwamen wel mee met hun moeders naar het buurthuis en iedereen

had het erover hoe belangrijk het was dat je naar school ging, leerde en vooruitkwam in het leven. Aldus geschiedde en veel dochters van de dochters zitten inmiddels bij ons op de hogeschool. Op Zuid was het altijd druk, we werkten hard en lang, we pionierden, we hadden er lol in. We noemden onszelf de Tom Poes van de zachte sector. Ik was in de tussentijd opge­ klommen van jongerenwerker naar adjunctdirecteur met de bijbehorende vervolgopleidingen. De schaal van mijn werk op Zuid werd groter, mijn blikveld breder. De enige constante in al die jaren was de voortdurende verandering op Zuid. De meest spectaculaire was wel de herstructurering van de Kop van Zuid en de bouw van de Erasmusbrug. Succes heeft vele vaders, maar degenen die dit bedacht hebben, verdienen een voorname plek in de geschiedenis van Rotterdam. Door hen is het centrum van de stad meer naar Zuid geschoven met de rivier in het midden. Misschien is door hen ook wel ontdekt dat er achter die Kop van Zuid, ondanks al onze inspanningen, een heel stuk stad langzaam lag te verpieteren. Nu, heel wat jaren en banen verder, fiets ik voor de zoveelste keer over de brug naar Zuid. De skyline is compleet veranderd, de Hef staat stil. Met veel plezier werk ik bij Hogeschool Rotterdam en help mee om zoveel mogelijk studenten te verleiden om hun praktijkervaring op Zuid te komen opdoen. Niet alleen de studenten met een sociaal hart, maar ook die met een technisch, zorg of ondernemend hart. Of juist met een onderwijs, bouwkundig, planologisch of creatief hart. In elk geval met een warm hart voor Zuid. Wie weet gaan die studenten ook zo’n pionierende eerste baan krijgen als ik indertijd. Ze hebben dan wel een streepje voor op mij, want zij kennen Zuid dan allang uit hun studietijd.  Carolien Dieleman, Programmamanager Hogeschool Rotterdam voor Rotterdam Zuid


8

9


Hogeschool Rotterdam op Zuid

Samenwerking Hogeschool Rotterdam en Zuid 2007-t/m heden

10

11

Hogeschool Rotterdam

Hogeschool Rotterdam heeft bijna 31.000 studenten en ongeveer 3000 medewerkers. Hogeschool Rotterdam kent 11 opleidingsinstituten, 71 bacheloropleidingen, 25 masteropleidingen en 14 associate degrees. Het profiel van HR kenmerkt zich door: • •

Keuze voor de regio Keuze voor een specifiek onderwijsmodel, het Rotterdams Onderwijs Model (ROM) waarbij theorie en praktijk met

• •

elkaar in evenwicht zijn Keuze voor zes inhoudelijke speerpunten met betrekking tot innovatie en onderzoek De zes inhoudelijke speerpunten van HR zijn: - Talentontwikkeling - Innovatief ondernemerschap - Zorginnovatie - Creating 010 - Mainport Innovation - Duurzame innovatie

Deze speerpunten zijn afgestemd op de vraag van de regio Rotterdam. De samenwerking met Zuid vloeit voort uit dit profiel.

Studenten op Zuid In studiejaar 2010-2011 zijn meer dan 3.200 studenten actief geweest op Zuid door stage, afstudeeronderzoek of tijdens een ken-

In studiejaar 2010-2011 hebben medewerkers/lectoren/onderzoekers van HR deelgenomen aan verschillende netwerken die zich bezighouden met problemen op Zuid, bijvoorbeeld het netwerk rondom opgroeien op Zuid (Norm op Zuid). Het ziet ernaar uit dat ook in studiejaar 2011-2012 een vergelijkbaar aantal studenten van Hogeschool Rotterdam actief is op Zuid.

Wonen op Zuid Hogeschool Rotterdam is met het reguliere hbo-onderwijs ook verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het talent van jonge Rotterdammers op Zuid. Van de eerstejaars wonen 2.542 studenten in Rotterdam (28,8%). Van deze groep is ruim 45% van niet-westerse allochtone afkomst.

Sinds 2007 is Hogeschool Rotterdam actief op Zuid. Duizenden studenten liepen en lopen er stage, volgden en volgen I-labs en tientallen docenten en lectoren verzorg(d)en onderwijs en onderzoek. 1. Noordereiland 2. Kop van Zuid 3. Kop van Zuid

8. Waalhaven 9. Oud-Charlois * 10. Tarwewijk *

16. Vreewijk 17. Wielewaal 18. Zuiderpark

Entrepot 4. Feijenoord 5. Katendrecht 6. Afrikaanderwijk * 7. Heijplaat

11. Bloemhof * 12. Hillesluis * 13. Oud-Ijsselmonde 14. Carnisse * 15. Zuidplein

19. Waalhaven Zuid 20. Pendrecht 21. Zuidwijk 22. Lombardijen

* focuswijken

Van de hogerejaarsstudenten woont 33,7% in Rotterdam. Van deze groep is 38% van niet-westerse allochtone afkomst. Dit zijn 2.847 studenten. 360 eerstejaars studenten wonen in een van de 7 aandachtswijken op Zuid. 894 hogerejaars studenten wonen in een van de 7 aandachtswijken op Zuid. 1.459 studenten van de Hogeschool Rotterdam wonen in een van de aandachtswijken op Zuid.

1

Innovation Labs

4

Hogeschool Rotterdam is in 2010 gestart met Innovation Labs (I-Labs). Hier buigen studenten uit meerdere studierichtingen zich over complexe, actuele vraagstukken die spelen in de context van Rotterdam. Veel van deze I-labs hebben of hadden betrekking op Rotterdam-Zuid

3

2

nismakingsproject in het eerste jaar. Dit is meer dan tien procent van het aantal studenten van de hogeschool. Studenten bezoeken de

6

5

Creative Factory, doen onderzoek naar betere verbindingsmogelijkheden, wonen in het studentenkwartier op de Dordtselaan of helpen kinderen op Zuid met huiswerk.

13 12

In studiejaar 2010-2011 zijn ongeveer 30 studie- en onderzoeksprojecten uitgevoerd op Zuid.

In studiejaar 2010-2011 zijn er diverse fysieke locaties waar Hogeschool Rotterdam les heeft gegeven of studentenactiviteiten heeft uitgevoerd. Bijvoorbeeld: Creative Factory (Maassilo), het studentenkwartier (Dordtselaan), RDM-campus (Heijplaat).

10

8 7

11

9 14

15 16

17

500 m

19

18 22 21


De cijfers

Rotterdam-Zuid in feiten en cijfers

Aantal inwoners 2011

12

Landelijk

De feiten Om de situatie in Rotterdam-Zuid te verbeteren is in 2006 Pact op Zuid opgericht, een samenwerkingsverband tussen gemeente Rotterdam, drie deelgemeenten (Feijenoord, Charlois en

Bloemhof, Hillesluis, Feijenoord en de Afrikaanderwijk. “Op Zuid is sprake van een stapeling van achterstanden op het gebied van woningkwaliteit, werk en inkomen, scholing en onderwijs. De focuswijken van Zuid hebben een relatief jonge bevolking, met veel kinderen die opgroeien in een omgeving waar het aan veel schort. De

IJsselmonde) en de woningcorporaties Woonstad, Woonbron en Vestia. Deze partijen besloten om voor een periode van 20 jaar 1 miljard extra te investeren om de situatie op Zuid te verbeteren.

ouders zijn laag opgeleid, hebben weinig te besteden en de leefomgeving is te weinig stimulerend om vooruit te komen. Wat op Zuid

Zuid. Dit programma staat onder leiding van directeur Marco Pastors en kent een looptijd van twintig jaar. Onderwijs- en kennisinstellingen

voor veel mensen ontbreekt, is een klimaat van leren en werken.”

zijn nadrukkelijker dan voorheen gevraagd om zich aan te sluiten bij dit Nationaal Programma.

(NaTIONaaL PROgRaMMa, 2011, PagINa 4)

Het Nationaal Programma focust zich op drie thema’s: • Talentontwikkeling • Economie en Arbeidsmarkt • Fysieke versterking Het streven is dat Rotterdam-Zuid binnen 20 jaar toegroeit naar het gemiddelde van de G4 waar het gaat om indicatoren rond werk,

Rotterdam

16.654.000

Rotterdam-Zuid bestaat uit drie deelgemeenten: IJsselmonde, Feijenoord, Charlois. Het Nationaal Programma Rotterdam Zuid focust zich op zeven wijken: Tarwewijk, Carnisse, Oud-Charlois,

13

7 focuswijken Zuid

610.412

76.728

Pact op Zuid heet sinds 2011 Nationaal Programma Rotterdam

Gemiddeld besteedbaar inkomen per jaar Landelijk

Rotterdam

34.300

29.200

7 focuswijken Zuid

24.000

Kansen voor Zuid • Zuid telt de belangrijkste publiekstrekkers van Rotterdam: Ahoy en de Kuip • Rotterdam Zuid ligt op belangrijke economische assen: De haven is de Gateweay to Europe. Rotterdam-Zuid heeft uitstekende verbindingen met Breda en Antwerpen • Rotterdam Zuid heeft een jonge bevolking met

= 2.000 euro

veel arbeidspotentieel

BRON: NaTIONaaL PROgRaMMa KwaLITeITSSPRONg ZuID (SePTeMBeR 2011) P.4

inkomen, onderwijs en sociale veiligheid.

Hogeschool Rotterdam op Zuid

2009

2008

2010

Inzet studenten x 100

Hogeschool Rotterdam heeft in 2007 een convenant gesloten met Pact op Zuid. Het doel van dit convenant was om zoveel mogelijk studenten in te zetten op relevante projecten voor Zuid, zoals de Brede School. Daarnaast werd de hogeschool gevraagd om onderzoek te doen naar de effectiviteit van maatregelen op Zuid en is er in 2008 en 2009 een wijkmonitor ontwikkeld. Sinds 2007 zijn jaarlijks studenten ingezet voor diverse projecten op Zuid.

Student- en Onderzoeksprojecten

Fysieke locaties

0

5

10

15

20

25

30

35


14

15


16

Interview Marco Pastors & Jasper Tuytel

‘De concentratie van problemen is op Zuid voor Nederlandse begrippen ongehoord groot.’

Introductie

’Meer geld is niet de oplossing voor Zuid’ Een ontmoeting tussen Marco Pastors, net aangesteld als directeur van het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid, en Jasper Tuytel, scheidend voorzitter van het College van Bestuur van Hogeschool Rotterdam De eerste kennismaking met Zuid Pastors: ‘Ik ben in 1983 gaan studeren in Rotterdam. De enige reden waarom je als student aan de Erasmus Universiteit op Zuid komt, is om examens te maken in Ahoy. Ik raakte toen altijd de weg kwijt op Zuid.’ Tuytel: ‘Ik ben een Hagenees, mijn vader was een fervent voetballiefhebber en nam mij vaak mee naar De Kuip. De weinige keren dat ADO won van Feyenoord bestond er voor mijn vader geen groter plezier dan met zijn groen-gele sjaal om een kroeg in Feijenoord in te stappen om de Rotterdammers te stangen.’ Pastors: ‘Dat was wel heel gewaagd!’ Tuytel: ‘Op enig moment ontstond er altijd wel bonje, maar tegen die tijd was hij al verdwenen.’

Go & No-Go areas in Zuid Pastors: ‘Ik woon op Zuid. Als ik ’s avonds ergens naartoe moet, dan doe ik het. Maar veel straten voelen toch wat ongemakkelijk aan. Dat ervaren veel mensen zo. Ouderen laten bijvoorbeeld ’s avonds hun hondje niet meer uit. De kans op onaangename ervaringen is op veel plekken best groot.  ‘In woon­gebieden zou je een rustige sfeer willen, met wat groen, rijtjeshuizen. Zuid is meer gestapeld, mensen binnen hebben weinig zicht op wat er op straat gebeurt. Daar komt bij dat veel wijken een enorm verloop kennen. In slechtere straten zit het aantal verhuizingen boven de dertig procent. Daardoor is er

veel minder samenhang en sociale controle. Van de nieuwkomers is het gemiddelde inkomen nog lager dan het toch al lage gemiddelde inkomen. Het is echt niet zo dat die mensen zich 24 uur per dag misdragen, maar ze komen er niet aan toe om net even dat beetje extra te doen om ervoor te zorgen dat hun wijk een mooie, leefbare omgeving wordt.’ Tuytel: ‘In mijn jonge jaren heb ik veel gereisd en in grote steden rondgelopen waar het honderd keer erger was, dus ik heb geen angst om ’s avonds op Zuid te komen. Het is vaak meer een gevoel van onveiligheid dan dat er werkelijk constant mensen overhoop gestoken worden. Er zijn delen waar je prima een avondwandeling kunt maken, de tuinsteden bijvoorbeeld.’ Pastors: ‘Klopt, dat zijn prima buurten. Maar goed, je kunt wel zeggen: “Vergeleken bij steden ver weg valt het reuze mee”, maar voor Nederlandse begrippen slaan alle meters naar de negatieve kant uit. Je moet het niet teveel relativeren.’ Tuytel: ‘Zeker, de concentratie van problemen is op Zuid voor Nederlandse begrippen ongehoord groot.’ Pastors: ‘Mooie plekken zijn er

‘Het verleden van Rotterdam is voorbij, maar we kunnen met elkaar ook weer iets nieuws maken. De Creative Factory is ook een goed voorbeeld van zo’n parel op Zuid.  Je lost daarmee niet alle problemen op, maar je maakt een wijk wel aantrekkelijker voor jonge, creatieve, hoogopgeleide mensen om er te komen wonen. Dat is het begin van de omslag.’

natuurlijk ook. Neem Katendrecht, met de brug, de appartementen erachter, en dan ook nog zo’n beroemdheid als de SS Rotterdam ervoor. Het uitzicht vanaf de punt is geweldig. Aan de zuidkant de industrie, tegenover de Euromast, het Park. Noem een Rotterdamse landmark en je ziet hem vanaf die plek.’ Tuytel: ‘Heijplaat is ook zo’n wijk met veel potentie. Het is een prachtige omgeving, alleen was het helemaal verlaten en er was geen verbinding met het centrum, totdat wij er in 2007 aan de slag gingen.’ Pastors: ‘Ik heb gisteren voor het eerst een bezoek gebracht aan de

RDM Campus. Bijzonder indrukwekkend hoor, echt ongelofelijk.’ Tuytel: ‘Mooi! Ja, RDM is echt mijn kindje. Ik zeg altijd over Zuid: Als je blijft hangen op wat er níet goed gaat, dan kom je er nooit doorheen. Je moet laten zien wat wél kan. RDM was ooit een succesvol bedrijf waar duizenden mensen hun brood verdienden. In 2007 was alles weg, een verlaten en failliete bedoening. De bewoners van Heijplaat voelden zich in de steek gelaten. Nu is er een vaarverbinding en een geweldige dynamiek door de campus en de studenten. En er kan nog veel meer ontwikkeld worden op Heijplaat, daar ben ik van overtuigd.

Pastors: ‘Dat klopt helemaal.  Er moeten andere groepen bijkomen op Zuid: midden- en hogere inkomens, creatieve ondernemers. Maar let op: Zuid is wel héél groot, er wonen 200.000 mensen. Een overzichtelijke wijk kun je hip maken met mooie appartementen en cultuur, dan kan er iets ontstaan. Zuid is net zo groot als Eindhoven. Dan ga je dus Eindhoven hip maken… dat lukt je niet. ‘Het creëren van voorzieningen en mogelijkheden op Zuid leidt tot nu toe veel minder dan verwacht tot resultaten wat betreft het tegengaan van schooluitval, verbeteren van opleidingsniveau en arbeidsparticipatie. Mensen moeten overdag zinvolle dingen te doen hebben. School of werk, dat is de sleutel. Als je overdag werkt, heb je een gezonder leven. Je hebt geen tijd om onregelmatig te eten en op de

17


18

Interview Marco Pastors & Jasper Tuytel

‘Zorg ervoor dat je echt wat leert tijdens je studie, dat is bepalend voor de rest van je leven.’ - Pastors

De haven

spannende dingen doen. Dat proberen wij op RDM, door studenten Tuytel: ‘De haven is erg wit.’ te laten meedenken en werken aan Pastors: ‘Ja, en grijs.’ innovaties in bijvoorbeeld de mobiliTuytel: ‘Precies. De haven is oud en teit of woningbouw.’ grijs en Zuid is jong en zwart.’ Pastors: ‘Omdat er in heel NederPastors: ‘Daar zou ik graag wat aan land een tekort is aan technische willen veranderen. Hier ligt een taak mensen, is dat een enorme kans bank te zitten. Als je je beter voelt, ga je je beter gedragen, krijg je meer zelfvertrouwen, ga je beter voor je kinderen zorgen en gaan je kinderen ook anders met jou om. Dan kom je in een opwaartse spiraal terecht.’

Hbo’ers op Zuid Tuytel: ‘De filosofie van de HR is binding met de stad. Er lopen 3000 studenten van de HR rond in Zuid en die zijn op allerlei gebieden actief. Dit levert leuk onderwijs op én het levert wat op voor de samenleving. Een mooi voorbeeld vind ik bijvoorbeeld de projecten rondom zorg voor oudere bewoners in Zuidwijk. Wij hebben een paar jaar geleden geprobeerd om samen met partners als Vestia, de TU Delft en Achmea ouderen met behulp van moderne technologie meer zelfstandigheid en sociale controle te bieden. Door omstandigheden is het project toen niet van de grond gekomen. Ik zou het graag aan Marco mee willen geven als idee voor de toekomst.’ Pastors: ‘Dat mag. De verbindingen tussen stad en hogeschool zijn erg goed. Ik vind wel in de eerste plaats

dat de studententijd een bijzondere tijd is, een soort verlengde puber-tijd waar je vooral van moet genieten. Zorg ervoor dat je echt wat leert tijdens je studie, dat is bepalend voor de rest van je leven. Een groot deel van de maatschappelijke bijdrage komt pas later, als je ergens gaat werken.  ‘Wat de hogeschoolstudenten doen bij Bureau Frontlijn (zie pag. 56), dat vind ik echt helemaal fantastisch. De reguliere hulp blokkeert door bureaucratie en wachtlijsten. De aanpak van Bureau Frontlijn is effectief en direct: Wat kunnen we doen voor mensen met veel problemen die de vaardigheden missen om hun leven weer op orde te krijgen? En dat voeren ze dan direct uit. Zo’n organisatie gecombineerd met de hulp van slimme studenten, daarmee bouw je echt wat op.’ Tuytel: ‘Zo’n aanpak is goed. Je gaat dwars door de gevestigde orde heen.’

Crisis Pastors: ‘De afgelopen jaren is er veel geld in Zuid gepompt, maar de resultaten vielen tegen. Meer geld is niet de oplossing voor Zuid. Dat er nu minder geld is, geeft ons de gelegenheid de zaken anders en efficiënter aan te pakken. Iedereen moet wat doen voor zijn geld, een uitkering is niet vanzelfsprekend meer. Dat is goed. Natuurlijk zijn er nadelen, mensen bij de gemeente verliezen hun baan, de fysieke ontwikkeling van Zuid zal vertragen. Maar toch, gevoelsmatig heb ik er moeite mee om somber te zijn over de crisis.’ Tuytel: ‘Toen er geen crisis was, had Zuid problemen en nu er wel een crisis is heeft Zuid nog steeds problemen. Die enorme projectencarrousel met al die deelgemeentes die er ook wat vinden…ik werd er altijd een beetje moedeloos van. Wat vooral nodig is, is goede aansturing en het mobiliseren van enthousiasme. Wat wij doen met onze studenten, kost niks.’

‘School en werk zijn de  eerste jaren de speerpunten. Dat is het allerbelangrijkste.’

voor het onderwijs. Op het vmbo moeten docenten inschatten welke jongens en meisjes goed zijn in techniek, met de handen werken. Kinderen kiezen veel te vaak voor schonehanden-beroepen in de administratie of ict met allemaal doctorandussen in de directie. Zij worden vervolgens middelmatige werknemers met weinig groeikansen, terwijl ze uitblinkers hadden kunnen zijn als ze iets anders hadden gekozen. Als je succesvol wilt zijn met een mbodiploma, dan heb je juist in de technische beroepen kansen. Scholen moeten daar veel meer op sturen en kinderen en hun ouders gezaghebbend infomeren. Laat ze zien waar het om gaat, wat de kansen zijn!’ Tuytel: ‘Dat geldt ook voor het hbo.  Je moet laten zien dat zorg en  techniek ook leuk zijn en dat je er heel veel mee kan. Innoveren, 

voor Zuid. In de toekomst moeten de loodgieterbusjes elke ochtend Zuid uitrijden om in de Randstad aan het werk te gaan.’

Begin en eind Pastors: ‘Het Nationaal Programma heeft een looptijd van twintig jaar. Mijn taak is om rust te creëren en de lange termijn-focus te houden. School en werk zijn de eerste jaren de speerpunten. Dat is het allerbelangrijkste.’ Tuytel: ‘Ik hoop dat ik na mijn afscheid in juni actief kan blijven in relatie tot de stad en Zuid. Als Marco af en toe een ingewikkeld klusje heeft, dan kom ik graag helpen.’

Introductie

19


20

talentontwikkeling

Talentontwikkeling

Hogeschool Rotterdam is met meerdere studenten en projecten actief om daarbij te helpen. Wij leiden immers de professionals op die verantwoordelijk worden voor het ontwikkelen van dat talent. Via ons Instituut voor Lerarenopleidingen, waar we de leerkrachten voor het basis en voortgezet onderwijs klaarmaken voor de praktijk en via ons Instituut voor Sociale Opleidingen, waar we maatschappelijk werkers, medewerkers jeugdzorg en jongerenwerkers opleiden. De samenwerking met partners op Zuid is al meer dan vijf jaar bezig. Dit biedt de volgende voordelen:

Invulling van het Rotterdams Onderwijs Model: Samenwerking betekent een netwerk en structurele inzet van studenten. Voor het project De Katrol worden jaarlijks zo’n 100 studenten ingezet in deze wijken. Bij Overtref Jezelf gaat het om zo’n 50 studenten per jaar. Bij Veerkracht Carnisse zijn jaarlijks zo’n 50 studenten actief. In deze wijken zitten ook belangrijke scholen die betrokken zijn bij de pilot ouderbetrokkenheid van Mariëtte Lusse.

Kwaliteitsbewaking: De projecten worden systematisch gemonitord. Via onderzoek worden werkzame bestanddelen in beeld gebracht.

Langdurig onderzoek:

Rotterdam-Zuid kenmerkt zich door een jonge bevolking. Kinderen die kansen verdienen en soms ondersteuning kunnen gebruiken. Talentontwikkeling van de bewoners op Zuid is en blijft dan ook een van de belangrijkste pijlers in de aanpak van Rotterdam-Zuid.

Hogeschool Rotterdam heeft de zeven wijken van het Nationaal  Programma Rotterdam-Zuid langdurig, drie jaar achtereen, kunnen monitoren. Daaruit is gebleken dat de integrale achterstand in deze wijken zeer ernstig is, de leefomstandigheden systematisch achteruitgaan en de achterstand ten opzichte van Rotterdam als geheel groeit. Zie Waaier van Wijken 2010 (Spierings, Meeuwisse 2011).

 Daarnaast doen we onderzoek naar de beste aanpak voor het onderwijs van 4-12 jarigen. Ook kijken we naar ouderbetrokkenheid en wat de meest succesvolle vormen hiervan zijn. We onderzoeken hoe we de doorgaande leerlijn tussen basis, voortgezet en beroepsonderwijs kunnen verbeteren en wat effectieve methodieken zijn om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan. Ons onderzoek is onafhankelijk, gedegen en wordt gedaan met en door mensen die de praktijk van Rotterdam kennen. Daarom zijn we voor Zuid een belangrijke partner. We zijn dan ook nadrukkelijk betrokken bij een van de nieuwe programma’s op Zuid, de totstandkoming van een Children’s Zone, waar we door extra leertijd, door de beste leraren voor en naast de klas en door goede samenwerking met ouders willen zorgen dat elk kind van Zuid een zo goed mogelijke toekomst krijgt.

21


Talentontwikkeling op Zuid

Talentontwikkeling

22

Onderzoek op Zuid 1. Ouderbetrokkenheid Mariëtte Lusse doet promotieonderzoek naar de ouderbetrokkenheid door het onderzoeken van oudercontact in het vmbo.

23

6. Playing for success Studenten van de pabo zijn betrokken bij dit grootschalige programma van voetbalclub Feyenoord in het Feyenoord Stadion (giovanni van Bronckhorst Foundation). Doel: onderpresterende kinderen

Lees hierover meer op pagina 34.

uit scholen in Feijenoord, IJsselmonde en Charlois krijgen in een prettige en stimulerende omgeving extra steun om hun reken- en taalvaardigheid te vergroten.

2. Children’s Zone Hogeschool Rotterdam heeft meegedacht bij de opzet van de Children’s Zone en gaat de effectiviteit van deze aanpak monitoren.

7. Begeleiding maatschappelijke stages

Studenten op Zuid

In samenwerking met de stagemakelaar van de vo-scholen op Zuid bedenken en zoeken studenten van de hogeschool, samen met de scholieren van het vo, maatschappelijke stages in de omgeving die aansluiten bij hun talenten en wensen.

3. Brede School Bloemhof Pedagogiekstudenten van de hogeschool nemen deel aan de aanpak ‘Vakmanstad’ op obs De Bloemhof. Kinderen krijgen in dit program-

Innovation Labs

ma wekelijks filosofie, kook- en judoles en hebben ook een eigen moestuin. Doel is dat kinderen zich sterker en zelfverzekerder gaan

8. I-lab Zone4Youth: Kindercampus Bloemhof Op Kindercampus Bloemhof werken gezin, school,

voelen. Lees hierover meer in het interview met Henk Oosterling,

jeugd(gezondheids)zorg, verenigingen en buurt samen aan een gezonde ontwikkeling van kinderen (sporten, eten, tuinieren). De studenten in het I-Lab Zone4youth Kindercampus Bloemhof

directeur van Vakmanstad op pagina 38.

4. De Katrol Twee keer per week, drie maanden lang, geven tweede- en derdejaars studenten hulp bij lezen en rekenen aan derde- en vierdegroepers van de basisschool. Dit doen ze bij kinderen thuis. Dit heeft ook een positief effect op jongere broertjes en zusjes. Ongeveer 60 studenten van Hogeschool Rotterdam zijn jaarlijks bij dit project betrokken. 5. Overtref Jezelf Overtref Jezelf is een coachingsproject waarbij vmbo’ers begeleid worden bij schoolwerk en het ontwikkelen van een opleidings- en

Talentontwikkeling is van groot belang voor de jonge bevolking op Zuid en een van de speerpunten van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid. Hogeschool Rotterdam is met onderzoeks- en studentenprojecten aan de slag om het talent van de jeugd op Zuid te ontwikkelen.

leverden een bijdrage aan de ontwikkeling van een gezamenlijke visie van de kindercampus, waarbij ze zochten naar samenhang met andere activiteiten in de wijk.

6. Playing for success

9. I-lab Schatgraven: Jongeren met gezondheidsproblemen In samenwerking met ggD Rotterdam-Rijnmond is het project Jongeren met gezondheidsproblemen opgezet. Dit project richt zich op jongeren op Zuid die door gezondheidsproblemen uitvallen op mbo niveau 1 en 2. Studenten hebben na onderzoek een

2. Children’s Zone 3. Obs Bloemhof

pop-up-kubus ontwikkeld die inzicht biedt in het hulpaanbod voor deze jongeren.

8. I-lab Zone4Youth

beroepsbeeld. Het project groeit gestaag. Dit jaar startten 30 leerlingen en zijn er voldoende mentoren om voor elke leerling één op één begeleiding te realiseren. Lees meer over Overtref Jezelf op

7. Begeleiding maatschappelijke stages

pagina 32.

9. I-lab Schatgraven 4. De Katrol

1. Ouderbetrokkenheid

500 m

5. Overtref jezelf


Talentontwikkeling op Zuid 24

25

Kinderen tot 18 jaar in huishouden tot 105% sociaal minimum

De feiten

Landelijk

Rotterdam

7 focuswijken Zuid

7%

17%

23%

Rotterdam Zuid kent vele jonge gezinnen. In sommige gezinnen komt een stapeling van problemen voor; werkloosheid, laag inkomen en leerachterstand. gezien die achterstand vindt het Nationaal Programma Rotterdam Zuid het bevorderen van het talent van de jeugd op Zuid een van de belangrijkste thema’s. Bij deze aanpak zijn er twee pijlers:

% leerlingen op het vwo

1. Children’s Zone is een aanpak die geïnspireerd is op Children’s Zone uit Harlem. Kinderen krijgen elke week tien uur meer les in taal en rekenen. Zo vroeg mogelijk krijgen ze extra taalonderwijs via peuterspeelzalen en kinderdagverblijven. Na school krijgen ze extra les in cultuur, bewegen en sport. De beste professionals werken in de Children’s zone, als leraar, maatschappelijk werker of als begeleider van vrijetijdsactiviteiten. Deze aanpak start in

Landelijk

Rotterdam

7 focuswijken Zuid

22%

16%

12%

2012 en heeft tot doel dat de leerprestaties binnen tien jaar minimaal gelijk zijn aan het Rotterdamse gemiddelde.

% voortijdig schoolverlaters (17-22 jaar)

2. Het tegengaan van voortijdig schoolverlaten: aanval op de uitval. Onder meer door jongeren sneller en in hun buurt in contact te brengen met vakscholen en leren in de praktijk. BRON: NaTIONaaL PROgRaMMa KwaLITeITSSPRONg ZuID (SePTeMBeR 2011)

Landelijk

Rotterdam

7 focuswijken Zuid

7,5%

18%

23%

De cijfers % inwoners tot 23 jaar Landelijk

Rotterdam

27%

27%

7 focuswijken Zuid

40%

% bewoners met opleiding middelbaar of hoger beroepsonderwijs Landelijk 72%

% kinderen op basisschool met laag opgeleide ouders Landelijk

Rotterdam

7 focuswijken Zuid

13%

34%

52%

Rotterdam 62%

7 focuswijken Zuid 46%

BRON: NaTIONaaL PROgRaMMa KwaLITeITSSPRONg ZuID (SePTeMBeR 2011) P.4


26

Talentontwikkeling

27


28

Interview Merhan Shapouri

Coaching van vmbo’ers op Zuid

’Alle leerlingen gaan erop vooruit’

Pedagogisch medewerker Mehran Shapouri (29) was vanaf de start, vier jaar geleden, betrokken bij Overtref Jezelf, een succesvol coachingstraject voor vmbo’ers met potentie uit Zuid. ‘Elke veertienjarige wil gecoacht worden door een hbo-student die persoonlijke aandacht voor hem/ haar heeft en leuke dingen met hem/haar doet.’

‘Tijdens mijn derde studiejaar heb ik  meegewerkt aan het opzetten van Overtref  Jezelf, samen met projectleider en hoge­ school­docent Margriet Clement. Ik ben afgestudeerd bij Overtref Jezelf en kon aan de slag als pedagogisch medewerker bij de organisatie. Tijdens en na mijn vervolgstudie orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden ben ik hier blijven werken. Ik begeleid, coach en beoordeel. Maar ik ben ook conciërge, tuinman en systeembeheerder.’  Hoe werkt Overtref Jezelf? ‘De leerlingen komen na school bij Overtref Jezelf voor bijles, gesprekken met hun coach, activiteiten, het maken van huiswerk of het werken aan hun toekomstbeeld. De

drie speerpunten van Overtref Jezelf zijn: werken aan cijfers, motivatie en beroepsbeeld. Aan het eind van elk jaar brengen we in kaart hoe de situatie van de leerling is – de thuissituatie, prestaties, gedrag op school – en waar het volgende jaar aan gewerkt moet worden. De leerlingen blijven bij ons tot het einde van hun schoolperiode. Dertig pedagogiekstudenten lopen hier een heel jaar lang vijf uur per week stage. Zij zijn de coaches van vmbo-leerlingen en ze worden op hun beurt weer begeleid door drie tot vijf derdejaarsstudenten. De vierdejaars studenten ten slotte zijn de ontwikkelaars. Zij maken ideeën concreet.  Het is moeilijk om aan derde en vierdejaars studenten te komen, we krijgen vaak te weinig aanmeldingen.’ Dus bij deze een oproep aan pedagogiekstudenten? ‘Ja, heel graag! De hogeschool heeft nu aangegeven dat  ze actiever deze stage onder de aandacht van studenten  zal brengen.’  Wat voor soort leerlingen doen mee aan Overtref Jezelf? ‘Vmbo-leerlingen uit Rotterdam Zuid die vanuit huis onvoldoende worden ondersteund en gestimuleerd. De ouders van deze leerlingen hebben vaak geen realistisch beeld van het Nederlandse onderwijssysteem en de mogelijkheden van  een vmbo’er. Ze denken echt dat hun kind arts of advocaat gaat worden. Ze gaan niet mee naar open dagen en komen bijna nooit naar rapportuitreikingen. Er is geen structuur, geen hulp bij huiswerk, sommige leerlingen hebben thuis geen computer.’

‘De drie speerpunten van Overtref Jezelf zijn: werken aan cijfers, motivatie en beroepsbeeld.’

Talentontwikkeling

29

Waarom is dit een belangrijk project voor Rotterdam-Zuid? ‘De meeste schooluitval in de grote steden komt voor in wijken waar veel allochtonen wonen. De kinderen die uitvallen, verkeerde keuzes maken en uiteindelijk in de criminaliteit belanden, zijn meestal kinderen die vanuit huis niet goed ondersteund worden.’ Hoe komen die kinderen bij Overtref Jezelf terecht? ‘We werken samen met vijf vmbo’s. Per school worden elk jaar ongeveer tien leerlingen aangemeld. Er is plek voor ongeveer

‘Op sommige scholen zijn inmiddels wachtlijsten.’

34 vmbo’ers. Op sommige scholen zijn inmiddels zelfs wachtlijsten, leerlingen staan te springen om begeleiding te krijgen. Elke veertienjarige wil wel gecoacht worden door een hbo-student die persoonlijke aandacht voor ze heeft en leuke dingen met ze doet.’ Hoe vindt de koppeling tussen vmbo’er en hbo-student plaats? ‘We kijken naar het kind en naar de mentoren. Passen ze qua karakter bij elkaar? Daarnaast kijken we ook waar overeenkomsten zitten die kunnen leiden tot een goede klik. Denk bijvoorbeeld aan dezelfde hobby of dezelfde sport. Soms geeft een leerling aan dat hij graag door een jongen begeleid wil worden. Als dat lukt (er zijn niet zoveel mannelijke studenten pedagogiek), dan zorgen we daar natuurlijk ook voor.’

Hoe zijn de resultaten en hoe worden die bepaald? ‘Er zijn drie keer per jaar gesprekken met de begeleidende student, de vmbo’er en de mentor van school. We kijken naar de cijfers en veranderingen in het gedrag van de leerling. Ook doen we drie keer per jaar een eigen monitor door middel van vragenlijsten. Zijn we effectief bezig? De resultaten zijn wisselend en ook afhankelijk van de kwaliteit van de begeleidende student. Maar gemiddeld genomen zien we bij tweederde van de 34 leerlingen na een jaar een duidelijke vooruitgang op alle drie onze doelstellingen. Bij de overige leerlingen is er ook verbetering, maar niet op alle punten. Alle leerlingen gaan er in ieder geval op vooruit.’

Het project is een initiatief van Pro Delta, een maatschappelijk betrokken ondernemer uit Rotterdam, Hogeschool Rotterdam en de gemeente. In de loop der jaren waren er meer partners bij betrokken zoals JOS (Jeugd, Onderwijs en Samenleving), deelgemeente

Hoe ziet de toekomst eruit voor Overtref Jezelf? ‘Momenteel hebben we twee locaties. De hogeschool heeft ons gegarandeerd dat ze beter hun best zullen doen om al onze vacante stageplaatsen op te vullen. En anders zullen we ook met andere hogescholen samen moeten gaan werken, want er is enorm veel te doen.’

Feijenoord en Pact op Zuid. Woonstad Rotterdam heeft de twee huidige locaties aan de Sandelingstraat in Feijenoord ter beschikking gesteld.


30

Talentontwikkeling

31


32

Interview Mariëtte Lusse

Onderzoek naar ouderbetrokkenheid

‘Ouders moeten zich welkom voelen op school’ Aandacht hebben voor je kind, praten over school en je kind aanmoedigen: het zijn voor de meeste ouders vanzelfsprekendheden. Mariëtte Lusse (51) doet promotieonderzoek naar ouderbetrokkenheid en de invloed ervan op schooluitval. ‘Ik onderzoek niet alleen hoe het zit, maar ook hoe het beter zou kunnen.’

Lusse startte haar promotieonderzoek in 2009 op vier Rotterdamse vmbo-scholen, waarvan drie op Zuid. Ze bracht schooluitval en ouderbetrokkenheid, maar ook populatie, uitstroom en verzuim in kaart. Lusse observeerde ouderavonden, intakegesprekken en huisbezoeken en interviewde mentoren en ouders. Studenten van Hogeschool Rotterdam voerden interviews met leerlingen uit. Op basis hiervan is een handreiking ontwikkeld voor het verbeteren van het oudercontact op het grootstedelijke vmbo.  Meeste ouders ondersteunen hun kind Een van de belangrijkste conclusies tot nu toe – het onderzoek is nog gaande − is dat veruit de meeste ouders hun kind thuis ondersteunen. ‘En dat is voor het schoolsucces van het kind het belangrijkste. Het is wél zo dat ouders met een lager opleidingsniveau de drempel naar de school als

erg hoog ervaren. Ze laten zich dus minder op scholen zien met bijvoorbeeld ouderavonden. En omdat de school vaak pas actief contact legt met ouders als het niet goed gaat met een kind, is er teveel negativiteit in de relatie tussen ouders en school. Mensen denken: “Als school belt, is het ellende.” Ouders zijn verschrikkelijk betrokken bij hun kinderen en willen dat het goed met ze gaat. ‘Natuurlijk zijn er ook multi-probleemgezinnen waarvan de ouders zo overbelast zijn dat ze hun kinderen niet veel kunnen bieden. Dat gaat maar om enkele gezinnen. In die omstandigheden kun je beter kijken hoe je dat kind kunt ondersteunen, in plaats van vruchteloos achter die ouders aan blijven jagen. Dan heb je meer aan een oudere broer of een betrokken tante.’

‘Op Zuid is het verschil tussen schoolen thuiscultuur vaak heel groot.’

 Huisbezoeken en rapportgesprekken Ieder kind heeft recht op een betrokken  ouder of verzorger. Dat is één van de doelen van de stuurgroep Norm op Zuid, waarin de scholen voor voortgezet onderwijs in Rotterdam Zuid samen­ werken. Sinds begin 2011 werken via deze stuurgroep dertien scholen voor voortgezet onderwijs en twee mbo-locaties aan het verbeteren van het ouder­contact. De adviezen uit de handreiking van Lusse worden op deze scholen getest. Het onderzoek is daarmee veel groter geworden dan zij had verwacht. Omdat er zoveel scholen meedoen, heeft Lusse stichting De Meeuw gevraagd om met subsidie van onder andere het toenmalige Pact op Zuid alle scholen te begeleiden bij het op maat maken van de verbeteringen die zij in hun school wilden doorvoeren. Zo was er op veel scholen discussie of ze nu wel of niet huisbezoek wilden invoeren. Het is voor docenten een grote stap en op bepaalde scholen is er weerstand tegen. Dan moet je dat niet doen. Maar het is wel belangrijk dat ouders en mentoren elkaar hebben ontmoet voordat er iets vervelends aan de hand is. Daarom heeft een aantal scholen ervoor gekozen om de ouders in het begin van het schooljaar voor een individueel kennismakingsgesprek op school uit te nodigen. Andere scholen zijn hun rapportgesprekken anders aan het inrichten. Zij nodigen alle ouders uit, praten niet alleen over slechte cijfers maar besteden ook aandacht aan dingen die wel goed gaan op school en aan de interesses en loopbaankeuze van kinderen. Om ouders makkelijker over de drempel van de school te krijgen is het van belang dat ouders zich welkom voelen op school, dat er aandacht is voor de ontwikkeling van het kind thuis en dat de bijeenkomsten interactiever en wederkerig zijn. Niet alleen school aan het woord, maar ook de ouders.

Talentontwikkeling

Spagaat ‘Samen met docenten en stagiaires van de sociale opleidingen onderzoek ik hoe de handreiking in de praktijk wordt ingezet.’ De eerste resultaten zijn inmiddels binnen. Het is de bedoeling dat het verbeteren van het contact met ouders uiteindelijk bijdraagt aan preventie van schooluitval. Daarvoor zullen scholen wel over een langere periode het contact met ouders moeten blijven verbeteren. Volgens Lusse is ouderbetrokkenheid zo belangrijk voor Zuid omdat het verschil tussen de school- en de thuiscultuur daar vaak heel groot is. ‘De kans dat een leerling in een spagaat belandt, is hier dus ook groter. Daarom is het juist op Zuid belangrijk dat er partnerschap ontstaat tussen ouders en scholen en dat ze samenwerken om het kind te ondersteunen.’ Het promotieonderzoek van Lusse loopt volgend jaar af. ‘Maar ik zal vanuit het kenniscentrum Talentontwikkeling op allerlei andere manieren nauw betrokken blijven bij dit thema, het staat heel hoog op ons lijstje.’

‘Het is belangrijk dat ouders en mentoren elkaar hebben ontmoet voordat er iets vervelends aan de hand is.’

33


34

Talentontwikkeling

35


36

Interview Henk Oosterling

Rotterdam Vakmanstad, project Veerkracht en programma Fysieke Integriteit

Vanuit zijn stichting Rotterdam Vakmanstad werkt filosoof Henk Oosterling aan een integrale aanpak voor Rotterdam-Zuid. Een veelbelovend project is het programma Fysieke Integriteit dat al vier jaar succesvol draait op basisschool Bloemhof.

Wat is de essentie van het programma Fysieke Integriteit? ‘Onze maatschappij is hyperindividualistisch. Mensen moeten weer snappen dat individualisme voortkomt uit de relatie met je omgeving en de mensen om je heen. Scholing en opvoeding zouden een andere insteek moeten hebben. Het individu hoeft niet te worden afgeschaft, maar moet een andere positie krijgen. Kinderen moeten weer grip krijgen op hun leven door te zien en weten waar dingen vandaan komen, hoe ze gemaakt zijn, door zelf dingen te maken en er voor verantwoordelijk te willen zijn. De pijlers van het programma Fysieke Integriteit zijn lessen in filosofie, koken, tuinieren, milieu-educatie en judo. Dat pakket moet leiden tot een evenwichtiger sociaal-emotionele ontwikkeling waardoor kinderen zich beter kunnen uiten naar elkaar. Fysiek en mentaal moeten kinderen beter in hun vel gaan zitten.’

Hoe verloopt het programma? ‘Op basisschool Bloemhof draait Fysieke Integriteit nu vier jaar. Inmiddels zijn er vier nieuwe scholen bij betrokken, in de wijken Feijenoord en Carnisse. Het werkt voor bepaalde doelgroepen – kinderen met een taalachterstand, kinderen die buiten de boot kunnen vallen – en in een interculturele setting. Uit onderzoek blijkt dat de kinderen na vier jaar significante verbeteringen laten zien op sociaal-emotioneel vlak. Fysiek blijft het problematisch: ondanks dat ze nu op school bewegen en gezond eten, is de thuissituatie nog zo bepalend dat we geen fysieke verbeteringen zien. Daarom gaan we er nu ook diëtistes en ouders bij betrekken.

Vindt u dat u voldoende gesteund wordt door, eerder, Pact op Zuid en nu het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid? ‘Wat wij hebben gedaan in Bloemhof hebben we te danken aan Pact op Zuid. Nu is er een nieuwe fase aangebroken waarin wij op een andere manier gefinancierd worden. Persoonlijk zou ik graag zien dat we wat sneller doorpakken. Het project Veerkracht (een samenwerkingsverband met Bureau Frontlijn, Creatief Beheer en onderzoeksinstituut Drift) zou breder ingezet moeten worden. We werken nu in Carnisse, maar het project Childrens Zone, een integraal model uit New York waar in Rotterdam naar wordt gekeken, kan er zo op worden aangesloten. Maar het geld ligt niet op de juiste plek. Daarom benadruk ik altijd het belang van samenwerken. Dan kun je terugvallen op anderen als het minder gaat. Er is altijd geld, maar vaak ligt het ergens anders.’

‘Persoonlijk zou ik graag zien dat we wat sneller doorpakken.’

Talentontwikkeling

37

‘Niet toe-eigenen, maar aangeven’


38

Interview Henk Oosterling

Rotterdam Vakmanstad, project Veerkracht en programma Fysieke Integriteit

‘Jongerenwerkers moeten integralisten zijn, geen generalisten.’

Talentontwikkeling

‘Kinderen moeten weer grip krijgen op hun leven door te zien waar dingen vandaan komen.’

 Wat gaat dit project Veerkracht in Carnisse de wijk bieden? ‘Veerkracht staat voor een integrale wijkaanpak met als hoofddoel de kracht en het potentieel van de bewoners te ondersteunen en versterken. We zijn met de andere partijen concreet bezig met de ondersteuning thuis vanuit school, de verbetering van de openbare ruimte en de ontwikkeling van een vakhuis, een plek waar kinderen van 10 tot 14 – basisonderwijs en het vmbo – onder het motto ‘niet chillen maar skillen’ na school technische en sociale skills kunnen leren. Zo hopen we de uitval voor te zijn en kinderen beter voor te bereiden op hun beroepskeuzes. We creëren een doorlopende leerlijn, ondersteund door activiteiten in de wijk als opmaat naar de Childrens Zone. Dit is alleen veel grootschaliger, en ook veel duurder. Maar het begin is gemaakt door de werkwijze van project Veerkracht.’ Hoe verloopt de samenwerking met de stagiaires van de HR? ‘Mijn ervaring is heel positief. Een aantal HR-studenten is zelfs afgestudeerd op Fysieke Integriteit. Wij zijn een leerwerkbedrijf voor het mbo en het hbo, vooral de Hogeschool Rotterdam. Er is veel ruimte voor de studenten om zelf te innoveren of zelfs hun eigen baan te creëren. De crux van de samenwerking met de hogeschool is het ontwikkelen van een nieuw type pedagogen en jongerenwerkers, want het welzijnswerk ligt op zijn kont. Methodieken moeten veranderen.’

Betekent dit dat er aanpassingen moeten komen in het curriculum van de opleidingen? ‘Dat is de tweede slag. Er is een gezamenlijk overleg, vooral voor pedagogiek en cmv (culturele en maatschappelijke vorming). Er zit beweging in. We hebben geen generalisten nodig, maar integralisten: mensen die een expertise hebben, maar tegelijkertijd kunnen samenwerken. Dat is waar Hogeschool Rotterdam voor moet opleiden.’ Hoe is het met de integraliteit van de studenten gesteld? ‘Belabberd. Maar dat is niet alleen een HR-probleem, de hele wereld is verkokerd. Departementen, diensten, faculteiten, kenniscentra. Er is een bepaalde houding voor nodig om integraal te werken. Studenten moeten een open source attitude ontwikkelen: niet toe-eigenen, maar aangeven. Dankzij de computer is alles wat vroeger gescheiden was nu integraal, intercultureel, multimediaal, multitaskend. Maar ook al hebben we de technologie om integraal te werken, we hebben nog niet de juiste mindset.’

39


40

economie en arbeidsmarkt

Economie en arbeidsmarkt

Maar Rotterdam-Zuid biedt ook veel kansen. De bevolking is jong en het gebied is omgeven door de Rotterdamse haven en havengerelateerde bedrijvigheid. Daarnaast is er een aantal grote trekpleisters te vinden, zoals Ahoy en de Kuip;  er zijn grote ziekenhuizen en een groeiende creatieve sector.

lokaal ondernemerschap

De werkloosheid op Zuid is nog altijd veel groter dan in andere delen van Rotterdam en Nederland. Nog te veel jongeren verlaten voortijdig hun opleiding en te weinig maken tijdens hun schoolloopbaan kennis met werk dat kansen biedt, zoals techniek en zorg. En de haven, van oudsher de grote werkgever voor Zuid, trekt nog altijd te weinig jongeren aan.

Het nieuwe Nationaal Programma Rotterdam-Zuid kent een aantal concrete doelen voor de versterking van de economie en arbeidsmarkt op Zuid. Het programma wil de afstand tussen arbeidsmarkt en wijk overbruggen en focust zich dan ook op het versterken van leerwerkplaatsen voor jongeren in de wijk, het verbeteren van de aansluiting op de arbeidsmarkt en het stimuleren van lokaal ondernemerschap. De speerpunten van het economisch beleid voor Zuid zijn techniek en zorg. Hogeschool Rotterdam draagt bij aan die economische versterking.  We richten ons met onze kenniscentra op de kansrijke sectoren van Rotterdam en Zuid. Zo is er een kenniscentrum voor de creatieve sector (Creating 010), voor de zorg (Zorginnovatie) en voor de haven (Mainport Innovation). Ook hebben we een kenniscentrum Innovatief ondernemerschap, waarin we onderzoeken hoe we bedrijvigheid kunnen versterken. Via projecten als de Buzinezz Club, de Rotterdamse Zaak en het Ondernemershuis Zuid adviseren onze studenten van de financiĂŤle managementopleidingen startende ondernemers op Zuid of jongeren die vanuit een uitkeringssituatie willen starten als ondernemer.

De creatieve sector vindt een unieke broedplaats in de Creative Factory, een van de strategische projecten van Hogeschool Rotterdam. Onze studenten begeleiden hier startende ondernemers in de creatieve sector. Zorg is een sector die sterk in ontwikkeling is, zeker ook op Zuid. De zorgvraag in dit gebied is uniek en complex. Op Zuid hebben meer mensen dan elders in de stad of in Nederland last van een slechte gezondheid en overgewicht en onvoldoende netwerk en vaardigheid om hun eigen zorg goed te regelen. Daarnaast zijn de zorgopleidingen nog onvoldoende in trek bij sommige bevolkingsgroepen op Zuid. Daarom is ons kenniscentrum zorg volop bezig met onderzoek om die vraagstukken op te lossen.

hoger opgeleiden behouden Hogeschool Rotterdam is partner van RDM-campus, een samenwerkingsverband tussen het scheepvaart- en transportcollege, het Albeda College en de hogeschool. Op deze locatie in Heijplaat zijn onze instituten voor bouwkunde en een aantal technische opleidingen gevestigd. Het kenniscentrum Ideale Haven houdt zich bezig met de verbetering van de doorgaande leerlijn tussen vmbo,

mbo en hbo en ook met de vraag hoe zoveel mogelijk jongeren te interesseren zijn voor werken in de haven. Daarnaast leiden wij onze studenten natuurlijk op voor de arbeidsmarkt. Het is belangrijk voor Rotterdam, en ook voor Rotterdam-Zuid, om haar hoger opgeleiden te behouden. Daarom doet Hogeschool Rotterdam mee aan Rotterdam Carrièrestad, een initiatief om hoger opgeleiden voor de stad te behouden; getalenteerde studenten doen tijdens of na hun studie ervaring op bij Rotterdamse bedrijven. Het is het streven van ons Rotterdams Onderwijs Model om studenten op te leiden tot professionals die optimaal aansluiten bij de praktijk van deze stad.

41


Economie en arbeidsmarkt op Zuid

Economie & arbeidsmarkt

42

43

Onderwijs op Zuid 1. RDM Campus Hogeschool Rotterdam is partner in RDM Campus. Op RDM Campus is het mbo- en hbo-onderwijs onder één dak gehuisvest. albeda College en Hogeschool Rotterdam werken samen: met elkaar, met op RDM Campus gevestigde bedrijven en met technische universiteiten zoals Tu Delft. Op RDM Campus hebben zij voldoende ruimte voor toegepast onderzoek, innovatie, interactie en experiment. Op RDM Campus zijn ook de kenniscentra Ideale Haven en Duurzame Innovatie gevestigd. Lees meer over de kansen voor hbo en mbo in de haven en de rol die RDM Campus voor Zuid kan spelen in het interview met Gabrielle Muris, directeur RDM Campus op pagina 58.

Studenten op Zuid

en marketingplannen, het (re)organiseren van de boekhouding en kostprijsberekeningen. De studenten worden op hun beurt begeleid door ervaren ondernemerscoaches (vaak oud-ondernemers) van de Stichting Ondernemersklankbord.

directeur tot verkoper in de buitendienst. Hiermee is Nederland een unieke manier van leren rijker. DOe Rotterdam is gevestigd in Rotterdam-Zuid. 7. Leerwerkbedrijf Zorgboulevard Het instituut voor gezondheidszorg gaat een leerwerkbedrijf starten

dienst, Kamer van Koophandel en de gemeentelijke dienst Sociale Zaken en werkgelegenheid werken daarin samen. Ook Hogeschool Rotterdam is vanaf de start een partner van Ondernemershuis

op de Zorgboulevard. Hier zullen studenten in de toekomst werken aan thema’s als zorginnovatie samen met partners uit het werkveld.

verbeteren en profiteren ondernemers van de up-to-date kennis van studenten. Lees meer over het Ondernemershuis op pagina 50. 3. Suit Up Ontwerper Ümit Ünal uit Istanbul is op uitnodiging van Kospomoils in Rotterdam. Studenten van willem de Kooning academie en albeda College werken met hem aan een nieuwe mannenmodelijn. atelier wandschappen uit Zuid is betrokken bij de productie. V&D Zuidplein zorgt voor de verkoop van de ontwerpen. 4. Creative Factory In de voormalige graansilo aan de Maashaven pakken meer dan 70 ondernemers de kans om hun bedrijf in de creatieve sector op te bouwen. Deze unieke locatie biedt niet alleen lage huur, maar zorgt ook voor een creatief netwerk. Hogeschool Rotterdam is partner van de Creative Factory en heeft hier ook een werk-unit waar studenten gebruik van maken. Jaarlijks vinden meer dan 1200 studenten hun weg naar de Creative Factory. 5. De Rotterdamse Zaak Dit leerwerkbedrijf is een initiatief van Hogeschool Rotterdam en het Regionaal Bureau Zelfstandigen en wordt ondersteund door de deelgemeente Feijenoord in het kader van het aanvalsplan armoede. aanleiding: een groot aantal ondernemers houdt het hoofd niet boven water. Studenten bedrijfseconomie en small business helpen ondernemers bij het opstellen van ondernemers-

stimuleren en de aansluiting op de arbeidsmarkt te versterken. De haven is hierbij een speerpunt.

6. DOE Rotterdam DOe-Rotterdam is de eerste commerciële onderneming in Nederland die volledig wordt gerund door hbo- en mbo-studenten. DOe levert bedrijfscommunicatie voor bedrijven, zowel intern voor het personeel als extern naar de klanten. De studenten hebben maximale verantwoordelijkheid en bekleden zelf alle functies: van

2. Ondernemershuis Zuid Het Ondernemershuis begeleidt ondernemers van Zuid. Belasting-

Zuid. Studenten van diverse financiële en commerciële opleidingen adviseren en begeleiden ondernemers bij hun ondernemingsplan en hun jaarrekening. Zo leren studenten hun adviesvaardigheden

Rotterdam-Zuid biedt volop economische kansen. De lokale arbeidsmarkt profiteert hier nog onvoldoende van. Hogeschool Rotterdam is actief met onderzoek en projecten om de lokale economie te

Lees meer over het belang van zorg op Zuid in het interview met Marleen Goumans, directeur kenniscentrum Zorginnovatie op pagina 60.

11. I-Lab Zet Rotterdam in Beweging

Innovation Labs

3. Suit Up

8. I-lab Co-creation in the public domain Studenten onderzoeken wat het publieke domein in de praktijk bete-

6. Doe Rotterdam

kent en hoe je samen met bewoners het gebruik van de openbare ruimte kunt verbeteren. Voor Rotterdam-Zuid hebben studenten winkelcentrum Zuidplein onderzocht. Hieruit is een aantal concrete

4.Creative Factory

aanbevelingen gekomen om verblijfsduur en tevredenheid van bezoekers en ondernemers te vergroten.

5. De Rotterdamse Zaak 2. Ondernemershuis

9. I-lab Zorg Slimmer Beter Zorgaanbieder Laurens wil een zorghotel starten op Zuid voor patiënten die moeten revalideren. Studenten van diverse disciplines onderzochten de verschillen tussen een hotel, een zorghotel en een revalidatiehotel en maakten een eerste ontwerp.

9. I-Lab Zorg Slimmer Beter 1. RDM Campus

10. I-lab Image Boosters Studenten buigen zich over de vraag hoe het imago van de haven is

10. I-Lab Image boosters

om te buigen van vies & zwaar naar hightech & hooggeschoold.

8. I-Lab Co-creation

11. I-lab Zet Rotterdam in Beweging Vijftien studenten van acht verschilende opleidingen bogen zich in 2011 over één van de eisen van het Olympisch Plan 2028. Zij hebben in een multidisicplinair team gewerkt aan een innovatieve oplossing om de sportparticipatie op Zuid te verhogen. Om aan de Olympische eisen te voldoen moet die namelijk met 10% omhoog. Lees meer over dit I-lab op pagina 54.

7. Leerwerkbedrijf Zorgboulevard

500 m


De cijfers

Economie en arbeidsmarkt op Zuid 44

45

% Werkloosheid

De feiten Rotterdam-Zuid is van oudsher verbonden met de haven. De ontwikkelingen in de haven rond duurzame economie bieden een unieke kans voor Rotterdam. De verwachting is dat midtech (technische

Voor jongeren op Zuid is het van belang om kennis te maken met het werkende leven. ambachten en bedrijven vertrekken uit de wijk naar de rand van de stad en zo komen jongeren niet snel in aanra-

capaciteitsondersteuning binnen de vakgebieden werktuigbouwkunde, elektrotechniek, technische automatisering, procestechniek en installatietechniek) de komende jaren een groeisector is waarbinnen wellicht 20.0000 extra banen kunnen ontstaan. Dit is exclusief de vervangingsvraag die ontstaat door het vertrek van oudere mede-

king met techniek, met werken in de zorg, met de creatieve sector. Daarom wil het Nationaal Programma Rotterdam Zuid samen met onderwijspartners en het bedrijfsleven fysieke leeromgevingen in de wijk starten. In de zogenaamde vakwerven en vakhuizen kunnen jongeren in hun eigen buurt en wijk kennismaken met kansrijke

werkers.

economische sectoren.

Landelijk

Rotterdam

7 focuswijken Zuid

6,3%

8,3%

11,3%

% huishoudens met een WWB- AO of WW uitkering

BRON: NaTIONaaL PROgRaMMa KwaLITeITSSPRONg ZuID, SePTeMBeR 2011)

Landelijk

Rotterdam

7 focuswijken Zuid

8%

14%

21%

De medische sector (life sciences, medische technologie en zorginnovatie) is qua werkgelegenheid de grootste economische stedelijke sector met ruim 60.000 banen. Men verwacht een groei van 10.000 banen tot 2015. Investeren in deze kansrijke sector is niet alleen in het belang van Zuid, maar van heel Rotterdam. De kansen voor Zuid zijn dus groot: er zijn sterke bedrijven aanwezig in de sectoren energie, chemie, logistiek, water en creatief. Ook is er de kansrijke zorgsector, die volgens de laatste cijfers van de werkmonitor Rotterdam ook de komende vier jaren de banenmotor

Het Nationaal Programma Zuid wil de relatie tussen stad en haven een nieuw perspectief bieden door: 1. Stimuleren van ondernemerschap op Zuid

BRON: NaTIONaaL PROgRaMMa KwaLITeITSSPRONg ZuID (SePTeMBeR 2011) P.4

2. Benutten van het arbeidspotentieel op Zuid

van stad en regio zal zijn. Het Nationaal Programma wil de jonge bevolking op Zuid verbinden aan deze sectoren en zo de arbeids-

3. Investeren in topsectoren in de regio

markt op Zuid versterken. Om dit te bereiken moeten onderwijs, bedrijfsleven en de arbeidsmarkt beter met elkaar in verbinding staan. Daarnaast is de creatieve sector een belangrijke motor

4. Ontwikkeling economische brandpunten techniek en zorg

Verwachte ontwikkeling arbeidsplaatsen naar sector Rotterdam, Rijnmond, Nederland 2011-2015 Sector

voor economische ontwikkeling en verbetering van het imago van Rotterdam-Zuid.

Rotterdam aantal banen gemiddeld per jaar in %

Rotterdam aantal banen gemiddeld per jaar x 1000

Overig Gr. Rijnmond in percentages

Nederland in percentages

Industrie

-1,4

-0,3

-0,8

-1,1

Bouwnijverheid

-1,0

-0,1

-1,5

-1,6

groothandel

0,4

0,1

1,2

1,0

Transport

0,8

0,3

1,3

1,4

Kennisdiensten

1,1

0,6

2,2

2,0

Detailhandel

0,2

0,1

0,0

0,1

Belevingsdiensten

2,2

0,5

2,2

2,1

Openbaar bestuur

-1,0

-0,3

-1,0

-0,9

Onderwijs

0,9

0,3

0,2

0,4

3,0

2,0

2,7

2,2

ambulante activiteiten

1,5

0,2

1,0

1,5

Overig

0,0

0,0

0,4

0,3

Zorgsector

uitzendkrachten

Totaal

2,9

0,8

2,8

2,9

1,1%

3,9%

1,0%

1,0%

(BRON: weRKgeLegeNHeIDSMONITOR ROTTeRDaM wINTeR 2011 P. 11)


46

Economie en Gebiedsgerichte arbeidsmarkt aanpak

47


48

Interview Hüsniye Bag & Astrid Smit

‘Iedereen wil toch wel een eigen bedrijf!’ ‘Mensen die willen ontdekken of ondernemerschap iets voor ze is, kunnen zich inschrijven bij het Ondernemershuis Zuid’, vertelt Astrid Smit, manager externe betrekkingen van de financiële opleidingen van de Hogeschool Rotterdam. ‘Aanmeldingen komen van mensen in een uitkeringssituatie, maar ook bijvoorbeeld van ouders die een aantal jaren voor de kinderen hebben gezorgd en weer aan de slag willen. Studenten bedrijfseconomie en accountancy − zo’n zestig per studiejaar – verbinden zich acht weken lang in duo’s aan twee ondernemers-in-spe. Hüsniye Bag is derdejaars student bedrijfseconomie en werd samen met een klasgenoot gekoppeld aan twee jonge vrouwen. ‘We hadden begrepen dat de eerste dame een winkel in gerenoveerde meubels wilde beginnen. Maar tijdens het intakegesprek bleek dat ze eigenlijk een webshop nodig had en haar workshops handvaardigheid beter in de markt wilde zetten. Ook was ze op zoek naar een manier om haar maandelijkse inkomen te stabiliseren. Het waren dus zeer uiteenlopende vragen die ze bij ons neerlegde.’ Op de opleiding werken studenten veelal met verzonnen casussen en simulaties. Het starterstraject is voor hen vaak de eerste aanraking met de praktijk, verduidelijkt Astrid

Studenten adviseren startende ondernemers

Het stimuleren van ondernemerschap op Zuid is een van de speerpunten van het beleid van de gemeente Rotterdam. Daarom is in 2008 het Ondernemershuis Zuid gestart. Het starterstraject biedt deelnemers een stoomcursus ondernemend denken en doen. HR-studenten van de opleidingen bedrijfseconomie en accountancy geven hierbinnen financieel en commercieel advies aan de ondernemers-in-spe. Smit. ‘Regelmatig moeten studenten samenwerken met mensen die twee keer zo oud zijn als zijzelf. Dat is vaak even zoeken. “Moet ik u zeggen, of jij? Nemen ze wel iets van me aan?” De cliënten denken op hun beurt : “Weten zij wel waar ze het over hebben? Snappen ze wat ik bedoel? Ze zijn nog zo jong!’ Offers Smit vervolgt: ‘Het kennismakingsgesprek tussen de studenten en de ondernemer-in-spe wordt georganiseerd bij het Ondernemershuis Zuid. Vanuit het Ondernemersklankbord (OKB) neemt een ervaren ondernemer deel aan het gesprek, om aandachtspunten en risico’s in kaart brengen. Het Ondernemershuis Zuid screent van tevoren alle potentiële deelnemers en bekijkt hun financiële positie en motivatie. Het starterstraject is heel pittig, er worden offers gevraagd. Deelnemers moeten acht weken lang full time beschikbaar zijn en zich houden aan de afspraken en deadlines. Ze krijgen workshops, gegeven door partners van het Ondernemershuis Zuid, zoals de Belastingdienst, de Rabobank, de Kamer van Koophandel en ook Hogeschool Rotterdam. En ze worden voor de duur van het traject financieel en commercieel

‘Persoonlijk zou ik graag zien dat we wat sneller doorpakken.’

ondersteund door de studenten, die wekelijks gesprekken inplannen. ‘Voor de deelnemers zijn de belangen enorm groot. Zij geven hun leven een andere wending met het opstarten van een eigen onderneming. De intensieve periode bij het Ondernemershuis Zuid leidt tot een go/no-go van de verwezenlijking van hun droom. Dat is een hele verantwoordelijkheid, daarom worden de studenten nauw begeleid door docenten en medewerkers van het Ondernemershuis Zuid. In de vier jaar dat het traject nu draait, hebben we het steeds naar een hoger niveau kunnen tillen. De samenwerking met het Ondernemershuis is effectiever geworden en docenten groeien in hun rol.  Zij moeten ook participeren in de praktijk. Hoe los je het op als iemand stampvoetend binnenkomt? Of gaat huilen? Het ontwikkelen van social skills is een wezenlijk onderdeel van de opleidingen en daar komen docenten en studenten volop mee in aanraking.’ Veel te lage uurprijs Hüsniye en haar collega gaven ‘hun’ ondernemers financieel advies en zochten een aantal zaken uit. Zo bleek dat dame 1 voor de workshops een veel te lage uurprijs vroeg. ‘Ze berekende

haar materiaalkosten niet op de juiste manier door. Daarnaast hebben we uitgezocht of ze eventueel via Gemeentewerken haar handvaardigheidworkshops zou kunnen aanbieden aan schoolkinderen. Ze heeft haar website verbeterd en werkt nu meer met social media om haar diensten en producten te verkopen.’ De studentes hebben nog steeds contact met de ondernemende creatieveling. ‘Het gaat heel goed met haar, ze heeft veel aan de samenwerking gehad.’ De tweede jongedame was gestopt met haar studie. Ze wilde graag een eigen kledingzaak beginnen en had zelfs al twee panden op het oog. Hüsniye: ‘We hebben haar geadviseerd te gaan voor klein en goedkoop, want zeker in deze tijden weet je nooit hoe de verkoop zal gaan. Ook hield ze op ons advies een enquête in de wijk waar ze de winkel wilde openen om te onderzoeken wat de behoeften van de omwonenden waren.’ Jammer wel dat het project voor de studentes eindig was, na negen weken moesten zij het afronden. Dat was te snel voor de dame van de kledingzaak. ‘Zij had meer tijd nodig om tot beslissingen te komen. Maar ze heeft wel aangegeven dat ze het een leerzaam en leuk traject vond. Ik ben

Allemaal leren ze hoe ze voor zichzelf mogelijkheden kunnen creëren.

Economie en arbeidsmarkt

heel benieuwd hoe het nu met haar is. Binnenkort gaan we samen wat drinken.’ Perspectief Het traject draait nu zo’n vier jaar en de hogeschool ervaart het als heel leerzaam. Smit: ‘We vinden het mooi dat we dit als hogeschool voor de stad Rotterdam kunnen doen. Je moet mensen perspectief bieden. Alles is beter dan thuis op de bank te blijven zitten. Iemand moet ontdekken dat hij weer richting kan geven aan zijn eigen leven. Dat kan door ondernemerschap, maar ook door een ondernemende levenshouding. Niet alle deelnemers worden ondernemer, soms past het niet bij ze. Maar allemaal leren ze hoe ze voor zichzelf mogelijkheden kunnen creëren.’ Ook wat Hüsniye betreft was het project geslaagd. ‘De medewerkers van het Ondernemershuis Zuid waren heel behulpzaam en namen ons serieus, we werden niet als ‘studentjes’ behandeld.’ Nu ze van zo dichtbij heeft gezien hoe je een onderneming start, weet ze precies wat ze moet doen als ze ooit voor zichzelf begint. Is het ondernemerschap een persoonlijke ambitie? Helemaal zeker weet Hüsniye het nog niet, maar een optie is het zeker. ‘Iedereen wil toch wel een eigen bedrijf!’

49


50

Economie en arbeidsmarkt

51


52

Interview Steffie Theuns

Sport als oplossing voor sociale problemen

‘Sport is hot’

Vanuit de opleiding Sportmarketing en Management coördineerde hogeschoolmedewerker Steffie Theuns al twee Innovation Labs rondom het Stadionpark op Zuid. ‘De ambitie van de gemeente is om door middel van sport ervoor te zorgen dat mensen meer participeren in de samenleving en contact hebben met anderen. Daar zijn wij met het I-Lab op aangehaakt.’

Het sportbeleid van Rotterdam is heel ambitieus en loopt uiteen van onderwijs tot sociaalmaatschappelijk werk en het stimuleren van bewegen, maar ook het in de markt zetten van de stad middels sportevenementen. Sport is hot. Theuns: ‘In bijna alles is geschrapt, alleen de sport is qua financiering overeind gebleven. Daar wil de gemeente echt stevig op blijven inzetten. Binnen gezinnen waar niet zoveel geld binnenkomt, spelen allerlei problemen − overgewicht, sociale isolatie − waar je met sport een oplossing voor kunt vinden.’ 

De gemeente Rotterdam blijft stevig inzetten op sport

Gezondheidsbevordering Het eerste I-Lab in 2009 – 2010 werd heel breed ingezet: Hoe maken we van Stadionpark hét voorbeeldgebied waarin alle ambities die Rotterdam heeft op het vlak van sport verwezenlijkt worden? Van topsport en de commerciële betekenis ervan voor de stad tot breedtesport en de aansluiting tussen het Stadionpark en de omringende wijken. ‘Dat is achteraf gezien een erg lastige en te brede vraag gebleken en daardoor is wat Theuns betreft in het eerste I-lab de vertaalslag naar concrete producten maar heel magertjes gemaakt. Wat wel heel geslaagd was, waren de sessies die de studenten organiseerden met vertegenwoordigers van verschillende organisaties om te praten over de verbinding tussen wijk en sport. De voetbalclub Feyenoord was zo’n organisatie. Voorzitter Eric Gudde heeft bij de kick-off van het I-Lab een praatje gehouden en als er een leuk concept voor de wijk bedacht wordt en de club kan daar met een speler of materiaal iets aan toevoegen, dan zullen ze dat niet laten. Dat heeft natuurlijk een enorme uitstraling.’  Van app tot zegeltjes sparen In het tweede I-lab was er meer focus: hoe zorgen we voor een betere aansluiting tussen het Stadionpark en de omliggende wijken waar het Nationaal Programma zich op richt, zodat de bewoners meer gaan bewegen en dit hun gezondheid én de sociale samenhang ten goede komt?‘ Dit tweede I-Lab werd ook bemand door een grotere en meer multidisciplinaire groep studenten, van ergotherapie tot pedagogiek, bouwkunde en multimediadesign. De hoofdvraag was: hoe krijgen we mensen zo ver dat ze naar buiten komen en gaan bewegen? De resultaten en producten waren net zo divers als de samenstelling van de groep. Theuns: ‘Er is bijvoorbeeld een app ontwikkeld voor smartphones, waarmee mensen in hun wijk figuren konden lopen of fietsen en daarmee ook punten konden verdienen. En in het kader van gezonder leven toog één student naar buurtsupers

Economie en arbeidsmarkt

om te onderzoeken of klanten konden worden verleid tot het maken van gezondere keuzes. Bijvoorbeeld door het sparen van punten elke keer als ze verse groente of een product met het Ik Kies Bewust-logo kopen. De beloning zou een boodschappenpakket of korting op een lidmaatschap van een sportvereniging kunnen zijn. Eén van de supermarkten heeft plannen om er echt mee aan de slag te gaan. Eén van de meest veelbelovende producten was een sporttalenttoets om de talenten van kinderen op sportief gebied specifiek te maken. Theuns: ‘Kinderen moeten sporten beoefenen die ze leuk vinden, zo worden ze gestimuleerd om te bewegen en te blijven bewegen. Ze vullen onder andere fysieke kenmerken en interesses in en dan komt er uit rollen welke sporten het beste bij ze passen. Sport en Recreatie wil dit idee graag

Hoe krijgen we  mensen zo ver dat ze naar buiten komen en gaan bewegen? verder uitwerken.’ Ten slotte werd de wijkinrichting bekeken in relatie tot bewegen. Volgens Theuns hadden de studenten genoeg ideeën, ‘maar de uitvoering stokte door gebrek aan financiële middelen. Ze hebben nog geprobeerd om commerciële investeerders te trekken, maar dat was erg moeilijk. Wel zijn de onderzoeksresultaten gebruikt bij de inrichting van de sociale media rondom de website www.zuidloves2move.nl.’ Theuns is tevreden over de mate waarin zowel de studenten als de mensen in de praktijk van elkaar hebben geleerd. ‘Maar ik ben niet tevreden over wat we fysiek hebben kunnen bijdragen aan de wijk. We zijn teveel blijven steken in het proces, ik zou graag met adviezen komen die concreet zijn en direct uitvoerbaar.’ Aankomend studiejaar start het I-Lab Gezond in de wijk. De tijdsbesteding van de studenten wordt intensiever, Theuns verwacht dat de concrete output daardoor weer groter gaat worden.

53


54

Interview Gabrielle Muris

RDM Campus

Hoop van de industrie RDM Campus is een parel op Rotterdam-Zuid en de hoop van de havenindustrie. Een imposant project waar op alle niveaus en disciplines binnen technisch onderwijs en ondernemerschap wordt geïnnoveerd. De instroom neemt toe, en dat is hard nodig ook, aldus RDM-directeur Gabriëlle Muris. ‘Steeds meer partijen beseffen de urgentie.’ ‘Zowel Hogeschool Rotterdam als het Albeda College streven naar “leren voor het echie”, oftewel zoveel mogelijk de beroepspraktijk integreren in het onderwijs. Leerlingen en studenten die hier rondlopen, komen dagelijks in aanraking met het beroepenveld waar ze in terecht gaan komen. We willen met RDM een ontwikkelplek bieden voor mensen en producten. De economische spin-off is er in de vorm van de bedrijven die zich hier vestigen en nieuwe producten in de markt zetten. RDM Campus is een uniek concept. Er is veel belangstelling: als ik zou willen, kon ik alle dagen rondleidingen geven aan delegaties uit binnen- en buitenland. Maar dan kom ik niet meer aan mijn werk toe! ‘Om de samenwerking tussen mbo, hbo, bedrijven en ook universiteit vorm te geven, hebben we multidisciplinaire innovatieteams opgericht. In deze teams werken studenten op basis van vragen van ondernemers aan concrete producten of praktijkgericht onderzoek. Samen met de ondernemers zijn we communities of practice aan het opzetten om bedrijven die gezamenlijk aan één vraagstuk werken bij elkaar te brengen. Dat levert weer

‘Ik zou graag zien dat ook in de regelgeving de ruimte wordt gegeven voor innovatie.’

opdrachten op voor onderwijs en onderzoek voor de twee kenniscentra (Duurzame Innovatie en Mainport Innovation) op RDM en relevante kennis voor (mkb) bedrijven.’ Instroom en doorstoom ‘Bij een aantal opleidingen van Albeda College op RDM is de instroom al substantieel toegenomen sinds alle technische opleidingen op de campus zitten. Albeda werkt nu ook samen met Zadkine om alle maintenance-opleidingen op RDM te concentreren. Die ambitie wordt ondersteund door het Havenbedrijf en Deltalinqs. Werkgevers ervaren een groot tekort aan goed opgeleid personeel voor onderhoudswerk in de haven. De meeste vraag vanuit de praktijk is naar mbo 3- en 4-niveau. Er wordt veel prioriteit gegeven aan het klaarstomen van die leerlingen. Of de doorstroom van mbo naar hbo is toegenomen sinds de start van RDM, daar is nog geen onderzoek gedaan.  Er is een redelijke doorstroom van mbo naar hbo, maar dat is

‘De haven is fysiek  aanwezig;  de containerschepen varen elke dag voorbij.’

Economie en arbeidsmarkt

nog niet te koppelen aan deze locatie, daarvoor zijn we nog te kort bezig. We draaien immers pas sinds 2009. ‘Hier op Heijplaat is de haven fysiek aanwezig, de containerschepen varen elke dag voorbij. Het is waar dat veel jongeren op Zuid zich weinig aangetrokken voelen tot werken in de haven, maar projecten als RDM dragen erg bij aan het veranderen van dat imago. Ook zetten we in op de ontwikkeling van technische producten die nauw aansluiten bij de belevingswereld van jongeren. Wij hebben hier bijvoorbeeld een elektrische scooterfabriek op de campus. Daaromheen draait enerzijds het onderzoeksprogramma elektrische mobiliteit vanuit het lectoraat en anderzijds is het een plek waar de jongens “uit de kaartenbakken” aan het werk kunnen. Die jongens leren elektrische voertuigen te onderhouden, waar in de toekomst veel vraag naar zal zijn. Bepaalde bedrijven hier in de haven zijn al bezig met het verduurzamen van hun bedrijfswagenpark én hun vloot.’ Controledrift ‘Ik hoop dat er door inspanningen van het Nationaal Programma in de wijken zelf meer activiteiten worden ontwikkeld waardoor jongeren in aanraking komen met techniek. Dat zouden voorportalen kunnen worden voor RDM Campus. Steeds meer partijen beseffen de urgentie. Het is een goede zaak dat Albeda en Zadkine nu de krachten bundelen en dat er initiatieven zijn voor vakscholen in de wijken. Iets anders dat ik graag ook in beweging zou zien, is de regelgeving vanuit de overheid. De controledrift van het ministerie is enorm, zeker sinds er problemen zijn ontstaan op een aantal hbo’s. Dat leidt tot meer regelzucht. Op RDM Campus stimuleren wij juist out-of-the-box denken. Onze vernieuwende aanpak past niet altijd in het geijkte stramien. Ik zou graag zien dat ook in de regelgeving de ruimte wordt gegeven voor innovatie. De eisen die worden gesteld aan mbo-leerlingen creëren voor veel jongens en meisjes uit Zuid een extra hobbel. Er moet weer meer theorie bij, sommige opleidingen moeten terug van vier naar drie jaar. Maar in talent moet je investeren, je moet ervoor zorgen dat leerlingen en studenten het onderwijs krijgen dat leidt tot een baan met maatschappelijke relevantie. Dat is maatwerk – en dat leveren we − maar dat wordt helaas niet bevorderd door regelzucht en de bezuinigingen.’

55


56

Economie en arbeidsmarkt

57


58

Interview Marleen Goumans

Ouderenzorg op Zuid

‘Ouderenzorg is niet sexy’ Marleen Goumans startte vier jaar geleden als lector Samenhang in de ouderenzorg. Het mooie van Rotterdam-Zuid vindt ze de diversiteit, waardoor je je steeds opnieuw moet afvragen: ‘Wat is hier de juiste aanpak? En zitten de ouderen wel op hulp te wachten?’

‘Zuid lijkt soms wel een omgevallen projectenkast’

‘Het aantal ouderen neemt toe, de maatschappelijke betrokkenheid om voor je buren te zorgen neemt af. Het aantal professionals dat voor mensen in een kwetsbare situatie wil zorgen, neemt ook af. Ouderenzorg is niet sexy. Het heeft geen geweldig imago bij jongeren. Daarbij speelt op Zuid ook een cultureel aspect, hoe ga je om met islamitische verpleegkundigen die vanuit hun overtuiging geen mannen mogen verzorgen? Veel instellingen zijn daar nog niet uit. ‘Samen met alle ouderenorganisaties en de gemeente Rotterdam is vorig jaar het traject Even Buurten gestart. Het idee is: de sociale cohesie bevorderen en gebruikmaken van de capaciteiten die in een wijk aan­wezig zijn. In elke buurt wonen ouderen in een kwetsbare positie. Tegelijkertijd is er ook in elke buurt een aantal sleutelfiguren – een actieve vrijwilliger, een middenstander – mensen die precies weten wat er speelt. Die mensen ondersteunen we om datgene wat ze opmerken door te geven aan een spil in de wijk, bijvoorbeeld een maatschappelijk werker of wijkverpleegkundige. Samen kijken zij of het probleem eenvoudig opgelost kan worden. Soms wil iemand gewoon een uitje naar de Koopgoot en is er drie huizen verderop een mevrouw die nog mobiel is en best meewil. ‘Een goed project stelt mensen in staat om hun eigen problemen en uitdagingen te definiëren en creëert een omgeving waarin ze in staat worden gesteld om zelf een oplossing te genereren. Daar waar je als professional van toegevoegde waarde kunt zijn, hoor je dat vanzelf wel. In een enkel geval neem je het over, bij een acute crisis of bedreigende situatie. Zuid lijkt soms wel een omgevallen projectenkast. Het is goed bedoeld, maar teveel misschien.’ Creatief met zorg ‘Ik zou heel graag de zorg op Zuid willen verbinden met de creatieve industrie. Arts for elderly. Een gebouw (her)ontwerpen dat mensen van vele generaties met elkaar verbindt, kunst maken en leuke activiteiten ontwikkelen met en voor ouderen, of een omgeving bedenken waar het prettig toeven is voor (dementerende) ouderen. In een I-Lab dat afgelopen jaar op Zuid heeft gedraaid, hebben vijftien HR-studenten van verschillende opleidingen meegedacht over de realisatie van een Zorghotel dat wordt ontwikkeld door zorg-aanbieder Laurens. 

Economie en arbeidsmarkt

De uitdaging was: Hoe kun je van dat hotel een prettige plek maken om te verblijven, hoe wordt het een healing environment? Het was geweldig om te zien hoe de studenten alle vanzelfsprekendheden van het ontwerp ter discussie stelden. De opdrachtgevers zaten soms met de mond vol tanden. Er zijn zo’n vijftig waanzinnig leuke ideeën ontwikkeld en virtueel gepresenteerd

‘Houden van mensen, je in mensen willen verdiepen, daar draait het om’ in een computeranimatie. Bijvoorbeeld afbeeldingen op een raam projecteren waardoor patiënten van New York naar Sjanghai en de Koopgoot kunnen reizen vanuit hun bed. De uitvoerbare ideeën worden opgepakt als afstudeer- en minorprojecten. ‘Hogeschool Rotterdam neemt op Zuid ook deel aan projecten die beeld-spraakverbinding in woningen van ouderen willen introduceren, om bijvoorbeeld makkelijk contact met een huisarts te krijgen. Dit komt vooralsnog niet zo goed uit de verf. Veel ouderen denken: “Wat moet ik met dat ding?” Maar als ze eenmaal slechter ter been worden, zal ICT een belangrijke rol in hun leven kunnen spelen. Daar bereiden we ze nu hopelijk op voor. Tweedejaars studenten ergotherapie en zorgtechnologie hebben interviews gehouden om het gebruik van technologie onder ouderen te onderzoeken. We hebben hier een minorproject en afstudeeronderzoeken aan gekoppeld.’ Parel ‘Mijn wens is om een geweldig leerwerkbedrijf voor zorg op Zuid neer te zetten. Een combinatie van hbo-studenten, mbo’ers en werknemers die zich samen verantwoordelijk voelen. Een parel, waarin studenten worden uitgedaagd om samen te werken en te innoveren. Het belangrijkste is dat de eerste kennismaking van leerlingen en studenten met de zorg fantastisch is. Houden van mensen, je in mensen willen verdiepen, daar draait het om. Oprechte aandacht is de helft van het medicijn. Wat hebben we concreet nodig om dat te realiseren? Een geschikte locatie. En een zorgaanbieder. Verder niet teveel willen structureren en regelen. En we moeten een lange adem hebben. Niet iets opstarten en dan weggaan, maar blijven en onderzoeken of doelen worden behaald.’

59


60

fysieke versterking en gebiedsontwikkeling

Fysieke versterking en gebiedsontwikkeling

Naast fysieke ingrepen moet er ook oog zijn voor de inzet van bewoners bij het herstructureringsproces, voor kleinschaligheid en fijnmazigheid, voor nieuwe vormen van visievorming en beheer. Juist in die verbreding van een gebiedsgerichte aanpak, kunnen wij als hogeschool succesvolle bijdragen leveren: in het verbeteren en beheren van de openbare ruimte, het beter benutten van bestaande netwerken of in het ontwikkelen van methodieken van bewonersbetrokkenheid.

Een greep uit onze activiteiten: • Studenten van het Instituut voor Bouw en Bedrijfskunde zijn de afgelopen jaren bezig geweest met onderzoek naar ingrepen in de openbare ruimte die bijdragen aan het verbeteren van de verbinding met Zuid. Studenten onderzochten hoe een voetgangersbrug tussen Katendrecht en de Tarwewijk, en het ontsluiten van het terrein rondom de Maassilo bijdragen aan een aangenamer woon- en verblijfklimaat op Zuid. • Hogeschool Rotterdam wil ook het

Het Nationaal Programma Rotterdam Zuid heeft als ambitie: iedereen wil op Zuid (blijven) wonen en terugkomen. Om deze te realiseren worden grootscheepse fysieke ingrepen voorgesteld waaronder het aanpakken van 30.000 woningen en het beter bereikbaar maken van Zuid. We hebben echter ook een les getrokken uit de wijkaanpak van de afgelopen jaren: een louter fysieke aanpak levert niet de gewenste uitkomsten.

wonen op Zuid stimuleren; daarom participeren wij al een tijd in het initiatief van Woonstad om studenten te huisvesten op de Dordtselaan. • Bewonersbetrokkenheid en -participatie is een van de onderzoeksonderwerpen van het lectoraat gebiedstransities. De beoogde gebiedstransitie voor RotterdamZuid staat of valt met de inzet en betrokkenheid van de huidige en toekomstige bewoners. Op welke manieren kunnen zij in samenwer-

king met de (deel)gemeente bijdragen aan een betere eigen omgeving? Hoe kunnen zij gebruik maken van hun eigen kracht en netwerken om die noodzakelijke verbetering te realiseren? Het thema van zelforganisatie van bewoners is actueel, juist omdat het huidige politieke klimaat van bezuinigingen en eigen verantwoordelijkheid meer van bewoners gaat vragen. Dit thema hebben we onderzocht in het I-lab Empowerment Heijplaat en gaan we verder uitwerken in het I-lab Rotterdam Green Capital, waarbij het opzetten van een op coöperatieve basis ingerichte gebiedsontwikkeling centraal komt te staan. • Hogeschool Rotterdam leidt toekomstige professionals op een bijdrage te leveren aan de toekomst van Rotterdam. Deze professionals zullen gebruik moeten maken van hun eigen kennis en specialisme, maar moeten ook meer in samenhang met andere specialisten, in netwerkconstructies, gaan werken. In onze ogen is hierbij de logica van de straat, van de praktijk steeds meer van belang. Die visie staat ook centraal bij organisaties als Bureau Frontlijn en Rotterdam Vak-

manstad, waarmee Hogeschool Rotterdam dan ook samenwerkt. Hierover kunt u meer lezen in het interview met Derk Tetteroo; wat vraagt die aanpak van de nieuwe professionals en hoe moeten we als hogeschool hiermee rekening houden in het curriculum?

Sociaal én economisch Fysieke versterking van Zuid is dus niet alleen een kwestie van stenen verplaatsen en ruimtelijke interventies. Fysieke verbetering levert alleen resultaat als dit samen gaat met de juiste sociale en economische interventies. Dit geheel moet aansluiten bij dat wat bewoners willen en gebruik maken van hun kracht. Wij denken en doen graag mee met het Nationaal Programma Rotterdam Zuid om de gebiedstransitie op Zuid te laten slagen.

61


Fysieke versterking en gebiedsontwikkeling op Zuid

Fysieke versterking en gebiedsontwikkeling

62

63

Onderzoek op Zuid

Innovation Labs

1. Onderzoek Arena Oud-Charlois Studenten hebben samen met bewoners en ambtenaren een plan van aanpak geschreven voor de nieuwe inrichting van een plein in

5. I-lab Empowering Heijplaat Heijplaat ligt op Zuid, maar is geen onderdeel van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid. Toch is dit I-lab het vermelden waard,

De grootschalige gebiedsaanpak van Rotterdam-Zuid is gestart in 2006. De fysieke verbetering van Zuid (woningen, openbare ruimte en infrastructuur) is nodig om ook sociale en economische ver-

Oud-Charlois. Onderzoeksbureau DRIFT leidde dit proces. De studenten hadden de taak om te zorgen dat zoveel mogelijk bewoners betrokken raakten bij de aanpak en uitvoering.

omdat studenten met bewoners op een innovatieve manier aan de slag zijn gegaan. Die aanpak kan voor heel Zuid inspirerend zijn.

beteringen te realiseren. Hogeschool Rotterdam is betrokken bij onderzoek en projecten die betrekking hebben op infrastructuur, openbare ruimte en eigen kracht van bewoners.

2. Aanpak Veerkracht (locatie Carnisse) Hogeschool Rotterdam is partner in Veerkracht, een samenwer-

6. I-lab Veerkracht In 2012 start het I-lab Veerkracht. Dit I-lab vindt plaats op locatie

kingsverband tussen vier toonaangevende partijen op het gebied van

in Carnisse. Studenten gaan op veldonderzoek bij 100 gezinnen in deze wijk en onderzoeken op welke manier de gezondheid van deze gezinnen structureel kan verbeteren.

buurtverbetering: Bureau Frontlijn, Vakmanstad, Creatief Beheer en bureau Drift. Lees meer over deze aanpak in het interview met

Hannah Frederiks vertelt hier meer over op pagina 76.

Derk Tetteroo op pagina 80.

3. Maatschappelijk verantwoord ondernemen Feijenoord Feyenoord investeert in een sportcoach en het project Scoren op Zuid (sportstimulering voor de jeugd uit deelgemeente Feijenoord). Twee studenten hebben onderzocht wat het effect hiervan is.

Studenten op Zuid 4. Studentenkwartier Dordtselaan Door de lage huren zou Zuid een uitstekend studentengebied kunnen zijn. Het is goed bereikbaar met OV, er is een groot winkelcentrum (Zuidplein) en er zijn talloze goedkope eetadresjes. Toch wonen er nog relatief weinig studenten. een van de projecten die

4. Studentenkwartier

daar verandering in wil brengen is Studentenkwartier Dordtselaan, een samenwerkingsverband van woonstad, Nationaal Programma Rotterdam-Zuid, de deelgemeenten en de hogescholen. Lees hier-

5. Atelier ‘Complexe Stad’

over meer op pagina 74.

5. Atelier ‘Complexe stad’ Hogeschool Rotterdam onderzoekt vanuit het Instituut voor Bouwen Bedrijfskunde (IBB) hoe een betere fysieke infrastructuur bijdraagt aan een fraaier en toegankelijker Rotterdam-Zuid. Diverse studentengroepen hebben zich op dit thema gestort en antwoorden gezocht op vragen als: Is een betere verbinding tussen het steeds gezelliger Katendrecht en de noordelijke punt van Charlois moge-

1. Oud-Charlois 3. MVO Feijenoord 2. Aanpak Veerkracht

lijk? Hoe krijg je een goede aansluiting tussen het Zuiderpark – met al zijn recreatiemogelijkheden – en Carnisse? wat kun je doen met de omgeving van de Maassilo (Creative Factory)? Nienke van der

7. I-Lab Veerkracht 6. I-Lab Empowering Heijplaat

Noordaa, docent IBB, vertelt over de onderzoeken die studenten hebben gedaan op pagina 70.

500 m


Fysieke versterking en gebiedsontwikkeling op Zuid

De cijfers

% kwetsbare meergezinswoningen tov woningvoorraad

64

Rotterdam

De feiten Zeer kwetsbare woningvoorraad • De fysieke problemen op Zuid zijn aanzienlijk. er is een omvangrijke, kwetsbare woningvoorraad en de buitenruimte is op veel plekken slecht onderhouden of van lage kwaliteit. In de focuswijken op Zuid − met name in Oud-Charlois, Carnisse en Tarwewijk − wonen gezinnen in (te) kleine en verouderde woningen, soms met een oppervlakte van minder dan 70 m2. Ook moet er meer variatie komen in het woningaanbod; op Zuid

26%

veel kleine, niet actieve verenigingen van eigenaren. Deze situatie doet zich vooral voor in de Tarwewijk en in Carnisse, waar ongeveer 30% van de woningen particuliere verhuur betreft. • Rotterdam-Zuid heeft niet geprofiteerd van de stijging van de woningprijzen van de afgelopen jaren (voor de hudidge financiële crisis). Deze stijgende prijzen hebben zich wel

particuliere woningen betreft.

voorgedaan aan de randen van Zuid, de kop van Zuid, Noordereiland, Oud IJsselmonde en Zuidwijk, maar niet in de andere wijken. De stagnerende wOZ-waarde heeft een negatieve invloed op de verbetering van de woningvoorraad en

12.000 corporatiewoningen en 23.000 particuliere woningen.

7 focuswijken Zuid

37%

51%

• Particulieren zijn vaak nauwelijks financieel in staat en/of bereid om te investeren in onderhoud en renovatie. er zijn in die wijken

kun je nog te weinig wooncarrière maken. grootschalig renoveren is lastig omdat het grotendeels

• Op Zuid staan ongeveer 105.000 woningen. In 20 jaar moeten 35.000 woningen worden vervangen of gerenoveerd. Dit zijn

Zuid totaal

65

Gemiddelde WOZ-waarde x € 1.000,Landelijk

Rotterdam

7 focuswijken Zuid

233

163,8

106,7

weerhoudt mensen ervan te verhuizen naar of van Zuid. BRON: NaTIONaaL PROgRaMMa ROTTeRDaM ZuID, PagINa 8

Veiligheidsindex (schaal van 1-10) Veiligheid gemeten op basis van cijfers politie en justitie en onderzoek bewoners Verbinden met Zuid De zeven focuswijken van het Nationaal Programma zijn nog te

Nationaal Programma Het Nationaal Programma Rotterdam Zuid telt vier sporen om de

weinig verbonden met Rotterdam Centrum. er is weinig verkeer tussen de verschillende wijken en tussen andere delen van Rotterdam en Zuid. De Kop van Zuid en Katendrecht zijn nu wel beter

fysieke verbetering op Zuid te realiseren: 1. Vervanging en verbetering van particulier bezit

aangesloten op de rest van Rotterdam.

Rotterdam

7,3

Zuid

6,3

7 focuswijken Zuid

5,1

2. Verbetering, vervanging, toevoeging en beheer van sociaal bezit 3. Verbeteren van de bereikbaarheid van Zuid 4. Versterken van de leefbaarheid en veiligheid

BRON: NaTIONaaL PROgRaMMa KwaLITeITSSPRONg ZuID (SePTeMBeR 2011) P.4

Hogeschool fysiek aanwezig Hogeschool Rotterdam heeft geen vestiging op Zuid, maar is wel partner in de Creative Factory, de oude graansilo aan de Maashaven en het studentenkwartier Dordtselaan. Ook is de hogeschool met een aantal opleidingen en kenniscentra aanwezig in RDM Campus op Heijplaat.


66

Fysieke versterking en gebiedsontwikkeling

67


68

Interview Nienke van der Noordaa

Planologie en Stedenbouw

De mens centraal Nienke van der Noordaa is docent bij de opleiding Ruimtelijke Ordening en Planologie/Stedenbouw . Vanaf 2002, ‘lang vóór Pact op Zuid’, denkt zij met haar studenten na over de inrichting en ontwikkeling van Rotterdam Zuid in de breedste zin. ‘Het beeld van planologen, dat we achter ons bureau plannetjes bedenken, klopt niet. Bij ons staat de mens centraal.’

Groen is de rode draad

‘We zijn een atelier voor ideevorming: het Atelier Complexe Stad, dat telkens een half jaar lang wordt bemand door teams van derde- of vierdejaars studenten die werken aan verschillende opdrachten. Soms spreken we van tevoren af wat de output moet zijn, maar vaak willen opdrachtgevers vooral een bijdrage in de vorming van ideeën.’ Vanaf de start van het Atelier was er al een focus op Zuid. Van der Noordaa: ‘Ik heb jaren op Zuid gewerkt vanuit het integrale wijkbeheer, met de drie pijlers sociaal, economisch en fysiek. Deze interdisciplinaire benadering heb ik meegenomen naar Hogeschool Rotterdam tezamen met het gedachtegoed:  De mens staat centraal.’  Aansluiting Zuiderpark en Carnisse ‘Vorig jaar was een van de opdrachten van het Atelier:  Hoe krijg je een goede aansluiting tussen het Zuiderpark – met al zijn recreatiemogelijkheden − en de inwoners van Carnisse. De studenten hebben de opdrachtgever, de gemeentelijke dienst Stadsontwikkeling, geadviseerd om een tuinpark te creëren waarin stadslandbouw mogelijk is. Omwonenden zouden een euro per maand moeten bijdragen om dit te financieren. Dat heeft twee redenen: een bijdrage leveren in de kosten en de bewoners het gevoel geven dat het park van henzelf is, ze erbij betrekken. ‘En onze studenten maakten bijvoorbeeld ook kennis met de brede school en al zijn functies en onderzochten wat die  nodig heeft qua voorzieningen. Concreet hebben ze samen met de school plannen gemaakt om een ecologisch schoolplein te creëren.’  Groene stepping stones De activiteiten van de studenten waaieren uit van thema’s als het Zuiderpark en de brede school naar het creëren van groene leefomgevingen. Een goed voorbeeld van zo’n groen project is de opdracht die het Atelier in 2009 kreeg vanuit het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Alterra, het kennisinstituut voor groene leefomgeving van de Universiteit Wageningen. Van der Noordaa: ‘In vier grote steden werden burgerinitiatieven op het gebied van groene

Fysieke versterking en gebiedsontwikkeling

speelruimte onderzocht. Onze studenten analyseerden de wijken Hillesluis en Bospolder en ontwikkelden een heel mooi deelproduct, de zogenaamde groene stepping stones: plekken in de wijk waar kinderen gemakkelijk kunnen spelen.’ Groen is de rode draad binnen het Atelier. Voor het Zuiderpark in Carnisse is een tuinpark met stadslandbouw bedacht. Ook ontwierpen studenten een landschapsbrug tussen Katendrecht en Charlois. Op de brug kan urban farming plaatsvinden en een markt komen waar mensen uit de wijk hun eigen stalletje hebben, vergelijkbaar met de Galatabrug in Istanbul. Stadsontwikkeling wilde namelijk graag een uitwerking van het idee’ stadsbruggenroute van de Kop van Zuid’, via Katendrecht naar Charlois.  Lastige opgave ‘Toen het Pact op Zuid startte en iedereen zich opeens met Zuid ging bemoeien, hebben we bewust een paar projecten gedaan in andere delen van de stad. Maar we blijven toch steeds terugkomen.’ Zoals met het huidige Atelierproject waar de studenten, in opdracht van Veerkracht een exploitatieplan moeten schrijven voor een vakhuis in Carnisse, in de hoop de gemeente te overtuigen van de haalbaarheid ervan. Vakhuizen zijn praktische leeromgevingen waarin jongeren, in hun eigen wijk, kennis kunnen maken met kansrijke economische sectoren. Van der Noordaa: ‘Omdat betrokkenen nog vorm moeten geven aan de samenwerking doen we als eerste stap een generieke studie naar het concept van een vakhuis in een wijk, de visie erachter, de veranderingen die je in wijken met dergelijke initiatieven teweeg kunt brengen en de manier waarop je zoiets kunt faciliteren. Hoe verenig je uiteenlopende doelstellingen en eventuele concurrerende belangen? Hoe ga je daar als adviseur ruimtelijke ordening mee om? Wellicht kunnen we daarna een concreet advies uitbrengen aan de uitvoerende organisatie Veerkracht en de deelgemeente Charlois. Ik hoop het echt, want ik heb veel met de pijler Talentontwikkeling en ook studenten willen hier graag een bijdrage aan leveren.’

69


70

Interview Studentenkwartier

71

Studentenkwartier Dordtselaan

Studenten wonen op Zuid

Zuid: een gebied waar veel over te doen is en zelfs een nationaal programma op is afgestemd. Maar bovenal gewoon een gebied waar mensen wonen, werken, genieten. Ook studenten. Op de roemruchte Dordtselaan bestaat sinds 2008 het studentenkwartier. Appartementen met elk drie tot vier kamers, een keuken en een gezamenlijke kamer. En als je geluk hebt een waanzinnig dakterras met uitzicht over Rotterdam. En heerlijk kunt bbqen. Inmiddels is de honderdste studentenkamer ingericht. In het begin moesten de studenten in ruil voor huurverlaging ook vrijwilligerswerk doen. Nu is die verplichting losgelaten, maar worden studenten nog steeds gestimuleerd om zich in te zetten en betrokken te voelen bij de buurt. Maar het studentenkwartier krijgt soms ook het verwijt van overlast, bijvoorbeeld als er feesten zijn in de Maassilo, waar duizenden studenten op afkomen die meer herrie en lawaai veroorzaken dan zij met honderd kunnen produceren. Studeren op Zuid, dat betekent de Erasmusbrug

over. Een tegenvaller? Nou, valt mee. Als je over de helft bent, fiets je gewoon naar beneden. En voor een tientje ben je met een taxi thuis op de laan. Vertier op Zuid is er wel, maar kan beter. In het studentenkwartier is er elke maand een borrel waarbij soms ook de andere bewoners van de Dordtselaan aanschuiven. Er zijn een paar leuke restaurants en uiteraard de feesten in de Maassilo. Wat ontbreekt er nog? Een goede plek om samen te komen, een huiskamer, die is er ondanks al het harde werken van de Studentenvereniging en de gemeente nog steeds niet, maar het overleg is gaande en dat gaat hopelijk de goede kant op. Die onveiligheid op Zuid, dat lijkt de studenten niet echt te deren. Ja, er gebeurt wel eens wat, maar er gebeurt overal wel eens wat. Ze vinden zelf dat er vaak ten onrechte een relatie wordt gelegd tussen de komst van studenten en veiligheid. ‘Het is echt onzin om te denken dat je hier een blik studenten opentrekt en dat het dan veilig is’, aldus Joost, de voorzitter van de vereniging van studenten.

Naomi: Joost:

Ilse: Dennis:

PLACES TO BE OP ZUID Waar is het goed toeven op Zuid? Studenten geven tips:  het Rijnhavencafé Snackbar Marilas voor shoarma, een kapsalon en inmiddels ook pizza.  Het assortiment van de snackbar is inmiddels aangepast aan de  studentenvraag Eten bij Obah. Mooie locatie met uniek uitzicht op de haven. Heerlijk theedrinken en waterpijp roken Balletje trappen in het Zuiderpark


72

Interview Hannah Frederiks

Empowering Heijplaat

’Niet participeren, maar de lead nemen’ Heijplaat is geen onderdeel van de gebiedsaanpak Zuid, maar de manier waarop men hier probeert de wensen van bewoners centraal te stellen in het maken van bijvoorbeeld lokaal duurzaamheidsbeleid, kan als voorbeeld dienen voor andere wijken op Zuid. Het begrip bewonersparticipatie is ouderwets, stelt u. Kunt u dat uitleggen? ‘Bewoners moeten niet ‘participeren’, maar de lead nemen. Mensen laten nadenken over hun woonomgeving levert veel meer op dan dat je met een kant-en-klaar plan naar ze toe stapt. Vergelijk het met de oude manier van ontwikkelingshulp: men wil de wereld beter maken, maar de inwoners zitten er misschien wel helemaal niet op te wachten of zien de aanpak niet zitten.’ Hoe moet het dan wel? ‘Plannen moeten zoveel mogelijk samen met bewoners worden ontwikkeld. Coöperatieve gebiedsontwikkeling noemen we dat. Ga gewoon eens het gesprek aan met bewoners, wandel eens met ze door de wijk. Je moet ze niet gaan enquêteren, daar zitten ze niet op te wachten. Een simpel praatje, belangstelling tonen. Het zou eigenlijk vanzelfsprekend moeten zijn.’

‘Een simpel praatje, belangstelling tonen. Het zou eigenlijk vanzelfsprekend moeten zijn.’

Is er een hoop chagrijn bij de bewoners van Heijplaat? Voelen ze zich in de steek gelaten door het vertrek van RDM? ‘Een deel heeft wel het vertrouwen verloren. Er is in het verleden veel aan hen beloofd wat niet werd waargemaakt. Er is weerstand, maar dat is logisch. Belangrijk is dat de studenten daarmee leren omgaan. Hoe ga je om met ‘lastige’ mensen?  Of met mensen die niet zoveel loslaten? Hoe krijg je mensen bij elkaar? En hoe voorkom je dat ze elkaar in de haren vliegen?  De studenten hebben veel geleerd op het vlak van social skills.’  Waarmee probeerden jullie de bewoners te bereiken en betrekken? ‘Eén van de thema’s was vergroening. Heijplaat is oorspronkelijk een tuindorp, maar daar zie je niet zoveel meer van. De studenten hadden een speciale kaart gemaakt waar bewoners stippen op plekken konden zetten waarvan zij dachten dat er

Heijplaat: een karakteristieke wijk tussen de industrie van de Waal- en Eemshaven. Begin 20e eeuw gebouwd voor de werknemers van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij en hun gezinnen. De komst van RDM Campus in 2009 luidde een renaissance in voor het verwaarloosde dorp. HR-docent Hannah Frederiks (28) bekeek samen met haar studenten én bewoners de potentie van Heijplaat in het HR Innovation Lab Empowering Heijplaat.

 Hoe kwamen de studenten van het I-Lab in contact met de bewoners? ‘Ik twitterde op een dag hoe fantastisch het was om elke dag met de boot naar Heijplaat te komen. Dat triggerde een bewoonster om via Twitter contact te leggen. Zij wilde graag actief bijdragen aan het verbeteren van Heijplaat. Het werd een kettingreactie, steeds meer bewoners raakten betrokken. Eén van hen had net zijn baan opgezegd. Hij was hier geboren en getogen en is heel actief betrokken geweest bij het I-Lab. Op zijn initiatief gaan we een open dag organiseren om bewoners van Heijplaat en oud RDM’ers te laten zien wat er op RDM Campus gebeurt. Hij werkt nu bij één van de bedrijven op de Campus.’

Fysieke versterking en gebiedsontwikkeling

‘Samenwerking met en tussen bewoners werd een doel op zich.’

Wat was het hoofddoel van het I-Lab? ‘Het ondersteunen van de verduurzaming van Heijplaat. Dat kan natuurlijk fysiek, bijvoorbeeld door energiezuinige oplossingen, nieuwe woningen, enzovoorts. Maar in het I-Lab zat een studentenmix van bouwkunde, sociale opleidingen, logistiek en personeel en arbeid. We kwamen er al snel achter dat de oplossing niet zit in fysieke veranderingen, maar meer in het creëren van een buurtcoöperatie. Samenwerking mét en tussen bewoners werd een doel op zich. Want je kunt wel allemaal fantastische plannen verzinnen, maar als daar geen draagvlak voor is, dan gebeurt er niks. Ook de ontsluiting van Heijplaat en de branding waren belangrijk. We willen hier heel graag nieuwe bewoners naartoe halen.’

een groenvoorziening moest komen. De ontwikkeling hiervan kan weer op RDM Campus worden gedaan. Ook is er door de studenten een kinderfilmmiddag in het leven geroepen. Dat is een leuke en laagdrempelige manier om bewoners bij elkaar te brengen en kennis te laten maken met RDM. Er is voor kinderen op Heijplaat vrij weinig te doen.’  Komt er nog een vervolg op het I-Lab Empowering Heijplaat? ‘Ja, twee multidisciplinaire studentgroepen zijn nu bezig met het analyseren van de opbrengsten van het I-Lab. Ook geven ze een vervolg aan branding en placemaking: wat maakt deze plek bijzonder, wat is hier al en wat kan er beter? En vanuit het lectoraat Gebiedstransities zijn we bezig met een nulmeting ten aanzien van duurzaam Heijplaat. Er komt een nieuw I-Lab, in Heijplaat en Feijenoord, onder de noemer Rotterdam Green Capital. Dat sluit aan bij de ambitie van Rotterdam om in 2014 Green Capital van Europa te worden.’

73


74

Fysieke versterking en gebiedsontwikkeling

75


76

Interview Derk Tetteroo

Bureau Frontlijn biedt hulp aan gezinnen

‘Elke euro die je in een kind investeert, krijg je 10x terug’

Voor Derk Tetteroo, adjunct-directeur van Bureau Frontlijn, is regel nummer één: Niet praten óver mensen, maar mét mensen. En daarna de handen uit de mouwen steken. Deze onorthodoxe werkwijze van Bureau Frontlijn is bewezen effectief, mede dankzij de ‘harde tantes’ van Hogeschool Rotterdam.

‘Er is geen moeder die niet wil dat het goed gaat met haar eigen kind.’

Fysieke versterking en gebiedsontwikkeling

Toenmalig wethouder Marco Pastors stond nog aan de wieg van het in 2001 binnen de gemeente gestarte en in 2006 onafhankelijk geworden Bureau Frontlijn. De organisatie is eigenlijk ontstaan vanuit het onvermogen van de reguliere instanties om bepaalde doelgroepen te bereiken. Bureau Frontlijn pakt problemen in wijken van onderaf aan door het bieden van laagdrempelige, maatschappelijke hulp door professionals en studenten, in de typisch Rotterdamse traditie van ‘niet lullen maar poetsen’. Tetteroo: ‘Onze medewerkers stappen zoveel mogelijk op mensen af, komen bij ze thuis. We bekijken per gezin: Waar gaat het mis? We nemen taken van ze over en halen zo de grootste stress weg. Dat kan variëren van iets ophangen in huis tot samen naar de schuldsanering gaan. Zolang de thuissituatie niet op orde is, heeft het geen zin om mensen aan werk te helpen. Ons motto is: “Eerst samen, dan zelf.” Zowel de gezinsbegeleiding als bijvoorbeeld het programma met ‘jonge boefjes’ is een ‘een waanzinnig succes’, aldus Tetteroo. ‘Dat komt door de houding van onze medewerkers. Die kun je op zondagavond nog bellen als er een jongen in nood zit. Veel van hen komen zelf uit de wijken waar het om gaat.’ De doelgroep van Bureau Frontlijn bestaat uit mensen met een lage sociaal-economische status (SES). Tetteroo: ‘Veiligheid, schooluitval, gezondheidsproblemen: de meeste maatschappelijke kosten in Nederland kun je koppelen aan lage SES-groepen. Deze doelgroep, die qua vaardigheden en zelfredzaamheid onder het nulniveau zit, wordt door de reguliere instanties onvoldoende bereikt.’

Emotioneel kan het zwaar zijn, maar vergis je niet in de studenten! Op de sociale instituten van Hogeschool Rotterdam lopen harde tantes rond! Ze zijn onwijs gedreven. Met zijn tweeën zijn ze negen maanden lang verantwoordelijk voor twaalf gezinnen. Ze gaan er helemaal voor. Laten we wel wezen, dit werk kies je niet om veel geld te verdienen. Dit doe je uit idealisme. En wat wil je dan liever dan mensen echt helpen?’

Gedreven studenten Per jaar werken er zo’n 150 studenten van de hogeschool bij Bureau Frontlijn. Wat Tetteroo betreft mogen dat er in de toekomst nog veel meer worden. ‘Voor de prijs van één professional heb je tien studenten. Ze zijn nog niet verziekt door het hulpverlenerswereldje. En omdat het bij ons gaat om laagdrempelige hulp en het begeleiden van gezinnen in hun dagelijkse bezigheden, zijn studenten ideaal: moeders zien een student meer als gelijkwaardig dan een hulp­verlener.

Het toekomstige rendement van kinderen is nog gigantisch groot. Elke euro die je in ze investeert krijg je tien keer terug. Daarnaast gaan ouders makkelijker en sneller meedoen als het met hun eigen kind te maken heeft. Er is geen moeder die niet wil dat het goed gaat met haar eigen kind.’ De aanpak van Veerkracht is volgens Tetteroo geschikt voor alle achterstandswijken, niet alleen voor Zuid. ‘Maar Zuid heeft het wel heel hard nodig.’

Veerkracht Bureau Frontlijn neemt ook deel aan Project Veerkracht. In samenwerking met Creatief Beheer, Stichting Rotterdam Vakmanstad en onderzoeksbureau Drift worden de bewoners in de wijk Carnisse uitgedaagd om het beste uit zichzelf te halen. De basis ligt bij de kinderen. Tetteroo: ‘Hoe kunnen we ervoor zorgen dat kinderen een fijn leven krijgen én dat ze de maatschappij geen geld gaan kosten maar juist iets gaan opleveren? Dat is de bottom line van project Veerkracht.

‘Op de sociale instituten van de hogeschool lopen echt harde tantes rond. Ze komen vaak zelf uit de wijken en ze zijn onwijs gedreven.’

77


78

Review Nienke Fabries

‘Leer elkaar echt kennen’

Samenwerken op Zuid

Wat heeft dat nou voor meerwaarde voor bewoners? Gelukkig dachten de pioniers van het eerste uur minder beperkt dan ikzelf, en bouwden ze vanuit de start in Zuidwijk de samenwerking tussen het in 2006 opgerichte Pact op Zuid en de hogeschool verder uit. Zij zagen wél in waarom samenwerking voor beide partijen meerwaarde had.

 De samenwerking tussen de hogeschool en de gebiedsaanpak Zuid is bijzonder en niet voor de hand liggend. Want het is niet de taak van Hogeschool Rotterdam om de situatie op Zuid te verbeteren. En het is niet de verantwoordelijkheid van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid om te zorgen dat er goed hoger beroepsonderwijs is in de stad. Er is geen sprake van een opgelegde samenwerking; geen regel, wet of subsidie verplicht de gemeente Rotterdam, de deelgemeenten, de corporaties en de Hogeschool om samen te werken. De gemeente Rotterdam heeft niets over het hbo in de stad te zeggen en vice versa.

Frisse blik Het Pact wilde op een nieuwe en baanbrekende manier de problemen op Zuid aanpakken en kon hiervoor de frisse blik van studenten en de onpartijdigheid van onafhankelijk onderzoek goed gebruiken. Bovendien was het belangrijk voor Rotterdam-Zuid dat ook studenten de Maas overstaken en op Zuid gingen vertoeven. Samenwerking had ook meerwaarde voor de hogeschool; Hogeschool Rotterdam had al de strategische keuze gemaakt om zich op Rotterdam te richten en werkte met het Rotterdams Onderwijs Model. Verbinding met de beroepspraktijk op Zuid, daar waar de Rotterdamse problemen het grootst waren en zijn, was een logisch gevolg. In 2007 sloot het Pact een vierjarig convenant met Hogeschool Rotterdam. Centraal hierin stond de afspraak dat zoveel mogelijk studenten tijdens hun studie kennismaakten met Zuid. De afspraken waren: • zoveel mogelijk studenten maken tijdens hun opleiding kennis met Zuid; tijdens stage, praktijk- en  afstudeer opdrachten • HR draagt bij aan kenniscirculatie op Zuid; • HR doet toegepast wetenschappelijk onderzoek naar actuele thema’s op Zuid. • HR particpeert in relevante netwerken op zuid.

Wat doen die studenten daar? Toch zijn Hogeschool Rotterdam en de pioniers van de gebiedsaanpak Rotterdam-Zuid al ruim zeven jaar geleden begonnen met samenwerken. In 2004 startte dit als experiment voor Hogeschool Rotterdam, de woningbouwcorporatie Vestia en de (deel)gemeente in Zuidwijk, een van de zuidelijke wijken in Charlois. Studenten gingen aan de slag in deze wijk en adviseerden bijvoorbeeld ondernemers uit de buurt, deden onderzoek naar verbetering van de openbare ruimte en een wijkinformatiepunt. In deze tijd was ik zelf werkzaam bij de deelgemeente Charlois. Mijn eerste gedachte was: wat hebben deze studenten in hemelsnaam te zoeken op Zuid?

Samenwerken op Zuid, hoe gaat dat dan? Het afgelopen studiejaar zijn 3.200 studenten op Zuid actief geweest in activiteiten die een binding hebben met het Pact. Lectoren van HR hebben deelgenomen aan onderzoeks­ projecten en kenniskringen op Zuid, en zeker de helft van de I-labs van de hogeschool heeft te maken met Zuid. Lectoren en medewerkers van de Hogeschool participeren in diverse netwerken rondom Zuid. Het is dus niet bij voornemens gebleven. Om vast te stellen hoe je van een strategie komt tot resultaten die er toe doen, zowel voor studenten als voor Zuid, heb ik het proces van samenwerking onderzocht en ingezoomd op:

We blikken terug op vier jaar samenwerking tussen Hogeschool Rotterdam en de gebiedsaanpak Zuid. Deze publicatie laat zien dat er in die tijd veel is gebeurd. Om die samenwerking ook de komende vier jaar goed te laten verlopen is het nodig dat de partners tijd in elkaar steken.

Tot slot

1) 2) 3) 4)

urgentiebesef (vinden mensen deze samenwerking relevant en noodzakelijk?) bestaande samenwerking (kenden mensen elkaar al van te voren?) vertrouwensontwikkeling (spreekt voor zich) gezamenlijke doelbepaling en voorbereiding (hoeveel tijd steken mensen in het afstemmen van hun plannen?)

Urgentiebesef Op het moment dat docenten en studenten de gebiedsaanpak Zuid als een mislukt politiek project op Zuid zien, en niet als een relevante leeromgeving voor toekomstige Rotterdamse professionals, zal niemand zijn tijd hierin steken. Als organisaties op Zuid het hbo niet kennen en niet weten wat voor professionals daar worden opgeleid of welk soort onderzoek daar wordt gedaan, zullen zij ook geen tijd steken in de samenwerking. Wat er dan ontbreekt is urgentiebesef. In de praktijk blijkt dat gelukkig meestal niet het geval. Organisaties op Zuid en Hogeschool Rotterdam werken samen en waarderen elkaar. Zij vinden elkaar relevant en noodzakelijk. Maar als partijen elkaar niet kennen of de ge­biedsaanpak Zuid of het hbo niet relevant vinden, zie je weinig tot geen studenteninzet en ook geen onderzoeksprojecten. Advies: Maak over en weer helder wat nut, noodzaak en voordelen zijn van samenwerking. Voor Zuid, Rotterdam, onderwijs en onderzoek. Hopelijk kan deze publicatie daarbij helpen.  Bestaande samenwerking De basis van de samenwerking tussen hogeschool en Pact op Zuid lag in het simpele feit dat een aantal personen elkaar kende, vertrouwde en wist wat er wederzijds mogelijk was. Vanuit die basis is men verder gegaan. Maar, zoals dat gaat, mensen vertrekken en krijgen nieuwe functies waardoor je weer opnieuw relaties moet gaan opbouwen. De hogeschool heeft maar al te vaak moeten uitleggen welke opleidingen de hogeschool aanbiedt, dat er toegepast wetenschappelijk onderzoek plaatsvindt en dat deze hogeschool zo’n duidelijke keuze voor Rotterdam heeft gemaakt. Het opvolgen van vertrokken samenwerkingspartners is gemakkelijker als er een goed verslag ligt van de activiteiten en resultaten en er een convenant is tussen de partijen.

Advies: steek tijd in nieuwe contactpersonen en leidt ze bijvoorbeeld rond op de hogeschool zodat ze een goed beeld krijgen wat er allemaal binnen een hogeschool gebeurt. Vertrouwensontwikkeling Vertrouwen in elkaar, daarvan had ik van te voren gedacht dat dit allesbepalend zou zijn voor het resultaat. Vertrouwen ontstaat echter vooral doordat je resultaat boekt. En omdat het hbo geen commerciële partij is die erop uit is zoveel mogelijk te verdienen aan de gebiedsontwikkeling en bovendien financieel niet afhankelijk is van de partners van het Pact cq Nationaal Programma, blijkt er weinig reden te zijn om elkaar te wantrouwen. In de ogen van de externe stakeholders maakt dit de hogeschool tot een betrouwbare en gerespecteerde samenwerkingspartner. Misschien dat de hogeschool daar nog onvoldoende haar voordeel mee doet. Gezamenlijke voorbereiding Toch is het niet genoeg als mensen uitspreken dat ze samenwerking met het hbo of met Zuid belangrijk vinden en daar vertrouwen in hebben. Het is niet zo dat je een blik studenten voor Zuid opentrekt en daarmee meteen de leerachterstanden wegwerkt. Hoeveel tijd je in elkaar investeert, dat is bepalend voor het resultaat. Want door die gezamenlijke voorbereiding leer je wat je aan elkaar hebt en ontwikkel je projecten en leeromgevingen waar beide partijen van profiteren. Aanbevelingen om beter samen te werken Op basis van mijn onderzoek doe ik dan ook de volgende aanbevelingen: • Hogeschool, laat zien wat je kunt, wat je waard bent en wat je studenten en onderzoek kunnen bereiken. Toon de resultaten van onderzoek en samenwerking en  communiceer: wat heb je aan een hogeschool? • Focus op de projecten en programma’s en zorg voor samenhang. Het nieuwe Nationaal Programma Rotterdam Zuid, dat in september 2011 is gestart, heeft gekozen voor de focus op drie thema’s: talentontwikkeling, economie en arbeidsmarkt en fysieke versterking. Die focus sluit goed aan bij de zes kenniscentra van de hogeschool: talentontwikkeling, inno-

79


80

vatief ondernemerschap, Mainport Innovation, zorginnovatie, Creating 010 en duurzame ontwikkeling. • Zorg voor goede aanpreekpunten. De hogeschool is een grote organisatie. Voor buitenstaanders is het lastig een overzicht te krijgen van de instituten en kenniscentra. De programmamanager HR op Zuid, Carolien Dieleman, is the linking pin. • Steek tijd in voorbereiding van en afstemming op programma’s en projecten op Zuid. Zonder een magische formule te kunnen geven lijken twee verkennende afspraken, regelmatig voortgangsoverleg en een evaluatiegesprek minimaal noodzakelijk voor resultaat. Voor goede leeromgevingen voor studenten, relevant toegepast wetenschappelijk onderzoek en inzet van de hogeschool die daadwerkelijk bijdraagt aan een beter Zuid is het noodzakelijk dat zowel medewerkers van de hogeschool als professionals op Zuid de noodzakelijke tijd nemen om elkaars mogelijkheden en expertise te leren kennen. • Zuid en de hogeschool hebben elkaar blijvend veel te bieden: Rotterdam-Zuid heeft de beste professionals van Nederland nodig en verdient het dat zoveel mogelijk studenten dit grote deel van Rotterdam leren kennen. Zuid is een gebied waar op veel terreinen innovatie plaatsvindt, ook samen met de hogeschool. Een voorbeeld dat zelfs internationaal belangstelling heeft is RDM Campus, waar onderwijs en bedrijfsleven elkaar hebben gevonden. Mijn advies aan de gemeente Rotterdam is: gebruik je eigen kennisinstellingen voor de innovatie in de stad. Zo ontwikkelen je eigen hogescholen en universiteit zich en het is voordeliger dan het inhuren van een commercieel adviesbureau. Niet onbelangrijk in deze tijd van bezuinigingen. In deze publicatie heeft u resultaten kunnen zien van samenwerking. Voor de aankomend professional, voor de lector die relevant onderzoek doet, maar bovenal ook voor Zuid. Soms in heel directe zin (de kinderen die deelnemen aan Overtref Jezelf) en soms meer indirect en op lange termijn (als onderzoek naar betere verbindingen met Zuid). Partijen die betrokken zijn op Zuid hebben aan het hbo een betrouwbare onderzoekspartner. Studenten krijgen op Zuid een uitdagende leeromgeving die van hen een betere professional maakt. Tijd steken in elkaar loont op alle fronten.

Nienke Fabries Thesis: Overtref Jezelf! Op zuid? Inzicht in resultaten van samenwerking tussen Pact op Zuid en Hogeschool Rotterdam, in het kader van de masteropleiding management in education, TIAS-Nimbas

Colofon Deze uitgave van Hogeschool Rotterdam is het tweede deel van een reeks over de activiteiten van Hogeschool Rotterdam op Zuid. Het eerste deel had de Creative Factory als thema. www.hogeschoolrotterdam.nl, www.creativefactory.nl Verschijningsdatum: 24 mei 2012 Programmaleiding Carolien Dieleman, programmamanager Hogeschool Rotterdam voor Zuid, J.C.F.H.Dieleman@hr.nl Nienke Fabries, projectmanager Hogeschool Rotterdam voor Zuid, N.M.Fabries@hr.nl Tekst: Van Namen & Van Namen, bureau voor tekst en redactieadvies, i.s.m. SaS, research & writing Vormgeving & Fotografie: Simone van Delft Frans van Ditzhuijzen Isabel Ossenblok Thomas Visser Lizzy Zaanen (studenten Willem de Kooning Academie) Externe gastredacteur: Ergün Erkoçu, CONCEPT 0031 Druk: Veenman+ Het is verboden zonder toestemming van de programmaleiding artikelen of beeld geheel of gedeeltelijk over te nemen.

Publicatie Zichtbaar Zuid  

Sinds 2007 is de Hogeschool Rotterdam actief op Zuid. Duizenden studenten lopen er stage, volgden en volgen er I-labs en tientallen docenten...

Advertisement