Page 1

#01 / SEP 2014 / studiedag pedagogische kwaliteit

Studiedag Pedagogische Kwaliteit Centre of Expertise Social Innovation Rotterdam Zuid


In de lentezon, op de stoep voor het kleurrijke, sfeervolle theater Walhalla aan het Deliplein, ontmoeten ruim veertig deelnemers uit het Rotterdamse onderwijs elkaar. Eenmaal in het theater neemt Carolien Dieleman, directeur Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie, iedereen mee voor een ‘studiereis van een dag naar de andere kant van de rivier’.

EMI | MAG #1 --- Studiedag Pedagogische Kwaliteit


p4

Studiedag Pedagogische Kwaliteit 17 april 2014 Organisatie: Expertisecentrum Maatschappelijk Innovatie (EMI) Hogeschool Rotterdam in samen足werking met het Instituut voor Lerarenopleidingen (IvL)


p5

Inhoud Programma

p6

Opening door Carolien Dieleman

p8

Voordracht Romana Vrede

p10

Socratische dialoog

p14

Nabeschouwing debat

p22

Interview #1: LMC Zuiderpark

p30

Interview #2: OBS Bloemhof

p32

Interview #3: Hugo de Grootschool

p34

Verslag Rimmert Faber

p36

Centre of Expertise Social Innovation Rotterdam Zuid

Instituut voor Lerarenopleidingen


p6


p7

Programma Studiedag Pedagogische Kwaliteit Start op Katendrecht. Opening door Carolien Dieleman (directeur Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie). Socratische dialoog tussen vier eminente gasten o.l.v. filosoof Liesbeth Levy over pedagogische kwaliteit. Uitgangspunt: inspirerend artikel van Wouter Pols. Afsluiting debat door Mariëtte Lusse en Liesbeth Levy.
 Per fiets naar Villa Zebra voor lunch en rondleiding.
 
 Bezoek scholen (po- of vo-route) die het verschil maken op Zuid. Betrokken directeuren, leraren en studenten die het optimale uit leerlingen (willen) halen. Kennismaken met programma’s van expertisecentrum en IvL. Afsluiting op Katendrecht.


.01 p8

EMI | MAG #1 --- Studiedag Pedagogische Kwaliteit


p9

Opening door Carolien Dieleman directeur Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie


.02 p10

EMI | MAG #1 --- Studiedag Pedagogische Kwaliteit


p11

Voordracht Romana Vrede ‘Wat is talent?’ Actrice Romana Vrede deelt met de aanwezigen Wouter Pols’ gedachtegang over talent. Wat is talent? En wat is de rol voor het onderwijs bij de ontwikkeling ervan? Een samenvatting.


p12

‘Wat is talent?’ Op basis van de brief Talentontwikkeling? Of gewoon goed onderwijs? van Wouter Pols aan staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Sander Dekker. Tekstbewerking: Joke Ligterink

Onderzoekers spreken bij talent van expert performance (uitmuntend presteren). Sinds de jaren ’80 komt uit onderzoek naar talent­ ontwikkeling meestal: talent is niet aangeboren. Natuurlijk begint het bij de aanleg van een kind, maar wat veel belangrijker is zijn motivatie, inspanning en oefening. De ene onderwijsdeskundige heeft het over tien jaar voorbereiding, de ander hanteert de tienduizend-urenregel. Een kind wordt pas een uitblinker als het dagelijks, jarenlang, gedisciplineerd en geconcentreerd oefent. Een kind doorloopt in zijn ontwikkeling vier fasen. Fase één is exploratief. Het kind gaat op ontdekkingsreis in het leven. Fase twee: de verdieping. Ouders, leraren en andere volwassenen spelen hierbij een rol. Zij zien dat een kind belangstelling heeft en stimuleren het om zich nader in het onderwerp van zijn belangstelling te verdiepen. Fase drie is de verdere opbouw van expertise: op de toneelschool, het conservatorium, een topsportclub of een universitaire opleiding kan een jongere zich aan experts spiegelen. Daar kan hij zijn prestaties verbeteren. Fase vier is de fase waarin zijn professionele carrière begint. Ook dan blijft de inzet: steeds beter worden. Een leven lang leren. Talent ontwikkelen lukt met heel veel oefenen. Dat moet het kind of de jongere zelf doen. Dat oefenen moet doelgericht en bewust zijn. Daarvoor heeft een leerling een leraar nodig. Die leraar doet voor, geeft feedback en biedt de leerling de kans om fouten te maken en te verbeteren.

EMI | MAG #1 --- Studiedag Pedagogische Kwaliteit

Maar dan ben je er nog niet. Uitmuntend presteren vraagt om tienduizend uren doelgericht oefenen. Dat vraagt een enorme inzet. Wat leraren kunnen doen is hun leerlingen idealen voorhouden en positieve verwachtingen van hun leerlingen uitspreken. Wil een school talent stimuleren dan moet ze zorgen voor een breed aanbod voor haar leerlingen. Dus behalve intellectuele activiteiten ook kunstzinnige en sportieve. Goed onderwijs vraagt om de juiste balans tussen kwalificatie (vaardigheden aanleren zoals taal en rekenen), socialisatie (normen en waarden) en subjectwording. Bij subjectwording draait het hierom: een kind moet leren dat het anders is dan alle andere kinderen. Een school moet elk kind stimuleren om de aangeboden stof op een eigen manier op te pakken. Elk individuele kind moet dus gaandeweg ontdekken wat zijn unieke bekwaamheden zijn, en op welke manier hij zich daarmee als subject kan tonen aan de wereld. Dit ben ik. Dit kan ik. En ik weet dat niemand anders dit kan zoals ik. Voor elke school is het de voornaamste taak om een overgang te bewerkstelligen. Een beweging van externe inhouden naar de verinnerlijking ervan. Leerlingen krijgen van buiten stof aangeboden. De school helpt de leerling om zich die stof eigen te maken. De kennis en vaardigheden te verinnerlijken. De leerling moet het uiteindelijk zelf doen. De school helpt door het proces van motivatie, inspanning en oefening te begeleiden en te ondersteunen. De school is HET terrein waar doelgericht en bewust geoefend kan worden. Met passende taken, gerichte feedback, herhaling en de ruimte om fouten te maken en die te verbeteren. Steeds opnieuw. Tienduizend uren lang.


p13

Voordracht Romana Vrede


.03 p14

LL

AD

EMI | MAG #1 --- Studiedag Pedagogische Kwaliteit


p15

Socratische Dialoog o.l.v. Liesbeth Levy (LL)

EZ

AD EZ PB AV

PB

AV

Annet Dries (directeur Agnes School, Rotterdam Zuid – onderdeel van Children’s Zone) Erik van ‘t Zelfde (directeur Hugo de Grootschool, Rotterdam Zuid, v/h docent Engelse taal- en letterkunde, zie ook een documentaire bij Tegenlicht over EZ en zijn school.) Piet Boekhoud (lector kenniscentrum talentontwikkeling, verbonden aan De Nieuwe Kans van het Albeda College, waar 18+jongens dagbehandeling krijgen) Alderik Visser (historicus, onderwijskundige en mede-auteur van “Het Alternatief”, docent filosofie, theologie en pedagogiek)


p16

EMI | MAG #1 --- Studiedag Pedagogische Kwaliteit


p17

LL In zijn tijd ging Socrates de strijd aan met de sofisten. Hun opvatting was dat de waarheid is aan degene die hem het beste verbaal kan verde­ digen. Socrates draaide de rollen om en pleitte voor een zoektocht. Niet het verbale gevecht is het doel, maar het helder krijgen van de kwestie. Vandaag dus geen debat, maar een socratische dialoog met als doel om de kwestie pedagogische kwaliteit helder te krijgen. Deze dag informeren IvL en Expertisecentrum voor Maatschap­ pelijke Innovatie over de programma’s van Children’s Zone. Een van de pijlers van het Nationale Programma in Rotterdam Zuid dat gericht is op de aan­ pak van onderwijsvraagstukken. Van­ daag delen wij met u een community of practice. Drie thema’s komen aan bod: mentoren, excellent onderwijs en ou­ derbetrokkenheid. De vraag tijdens de excursie van vanmiddag luidt: welke competenties vereist het werken op Zuid? En wat is de beste pedagogische aanpak voor kinderen in een achter­ standswijk? Wouter Pols betoogt in zijn tekst, die oorspronkelijk een brief was aan staatssecretaris Dekker, dat pedago­ giek in Nederland gemarginaliseerd is. Door een dominante leertechniek raakt pedagogiek ondergesneeuwd. Scholen worden leermachines. Economische waarden infiltreren de scholen. Het pleidooi hier is: neem de kernvraag van een leerling serieus. Wat willen we overbrengen aan jongeren?

Socratische dialoog


p18

Subjectwording AV Omdat het onderwijs alles moet meten wordt mensen onrecht aangedaan. School moet je zien als vrije tijd. Een school zou juist geen doel moeten hebben, daar zijn is in zichzelf al waardevol. Oefenen voor een doel, zoals scholen massaal doen voor bijvoorbeeld de Cito, is oneigen. AD Vroeger was het ondenkbaar om te oefenen voor de Cito. Hele bureaus verdienen tegenwoordig aan deze nieuwe ontwikkeling goed geld. Het doel van onderwijs zou moeten zijn: kinderen kennis bijbrengen, en niet zozeer: kinderen toetsen laten halen. EZ In het voortgezet onderwijs oefenen we alleen maar examens. Wat als we dat niet zouden doen? AD Natuurlijk moeten kinderen leren hoe ze zo’n toets moeten invullen. Maar de lessen moeten voor het leeuwendeel gericht zijn op het overdragen van kennis. Dat hele circus rond de toetsen en de spanning die dat oplevert bij leerlingen moet verdwijnen. PB Ooit was de pabo gericht op het helpen van kinderen om zich te ontwikkelen. Met het verdwijnen van de ideeën van pedagoog Martinus Langeveld is er veel veranderd. Het onderwijs is geëconomiseerd; er kwam een heel jargon op met termen als zelfsturing. Zaken als pedagogische kwaliteit en een leefklimaat dat veiligheid, begeleiding en uitdaging moet bieden, raakten op de achtergrond. Economie is belangrijk, maar kinderen hebben allereerst een leraar nodig die kijkt: wie ben jij? Wat kun je? Die ogen zijn verdwenen uit het onderwijs. De overheid staat in de controleerstand, onderwijsinspectie is enorm uitgebreid.

EMI | MAG #1 --- Studiedag Pedagogische Kwaliteit

EZ Zo’n rekentoets voor het voortgezet onderwijs is grote onzin. We zitten vast aan allerlei kwaliteitseisen. Nu mag een leerling voor de vakken Nederlands, wiskunde en Engels maximaal een vijf halen, anders krijgt hij geen diploma. Het wordt de leerlingen wel lastig gemaakt. Ik zou in deze tijd nooit meer leraar Engels hebben kunnen worden, met die verplichting voor wiskunde. AV We moeten weer investeren in pedagogische kwaliteit, docenten moeten – vooral in het voortgezet onderwijs - meer ruimte krijgen om de hoge toetsdruk weg te nemen. Zoek de belevenissen op in Rotterdam. We zitten vast aan de huidige taal van het onderwijs: efficiëntie, kwaliteit. Ook zo’n woord als motivatie klopt niet. Dat is een term uit de psychologie, wij zouden moeten spreken van interesse; dat is een pedagogisch begrip. PB Wij moeten ons richten op pedagogische vaardigheden. De kern is dat het kind zich moet ontwikkelen; een docent moet dat stimuleren. Dat lost de overheid niet op met meer klokuren of andere bevoegdheden. Er is inderdaad veel meer ruimte dan je denkt. Die ruimte moeten wij vullen, door ons te richten op het ontwikkelen van wat elk kind in zich heeft. Als wij dat niet doen, dan blijft de overheid dat gat vullen. AD Volgens de kranten is er niets meer goed aan het onderwijs. Wij moeten alles wat goed gaat, in het licht zetten, daar moeten we vanuit het onderwijs veel sterker in worden. We zijn te veel meegegaan in die kritiek. We moeten zelfverzekerd zijn over de weg die we inslaan. Wij zijn de deskundigen.


p19

AD

EZ

Annet Dries (directeur Agnes School, Rotterdam Zuid – onderdeel van Children’s Zone)

Erik van ‘t Zelfde (directeur Hugo de Grootschool, Rotterdam Zuid, v/h docent Engelse taal- en letterkunde, zie ook een documentaire bij Tegenlicht over EZ en zijn school.)

PB

AV

Piet Boekhoud (lector kenniscentrum talentontwikkeling, verbonden aan De Nieuwe Kans van het Albeda College, waar 18+ jongens dagbehandeling krijgen)

Alderik Visser (historicus, onderwijskundige en mede-auteur van “Het Alternatief”, docent filosofie, theologie en pedagogiek)

Socratische dialoog


p20

“Het draait om vakwerk, handwerk”

EMI | MAG #1 --- Studiedag Pedagogische Kwaliteit


p21

Het beste aanbieden LL Om ongelijkheid onder leerlingen te bestrijden moet je ze het beste van het beste aanbieden. Hoe doen jullie dat op de Hugo de Grootschool, Erik van ’t Zelfde? EZ Wij werken vanuit de gut feeling: wie is ons kind? Wat heeft dit kind nodig? Onze leerlingen zijn ontzettend kwetsbare kinderen. Die gaan pas leren als hun complete zorgdossier goed op orde is. Daarvoor hebben wij een bepaald type docent nodig. Die worden bij ons allemaal getraind door Gert Hendriks, een oudmilitair die in Libanon heeft gezeten. PB In het beroepsonderwijs gaat het over vakmensen. De afdeling lassen leeft vaklieden nodig die niet alleen de cultuur snappen, maar ook weten hoe je het vak leert. Jongens in opleiding moeten uren lassen. Zo worden ze steeds preciezer. Het draait om vakwerk, handwerk. Maar ook praktisch: hoe leg je je gereedschap om je heen neer. Dat moet de leraar allemaal overdragen. Lasser worden is opgevoed worden in een vak met een eigen cultuur. Ook 16-plussers hebben pedagogiek nodig, die moet je nog opvoeden. Volwassen zijn ze dan echt nog niet.

Excellent onderwijs LL Jullie lijken eensgezind te zijn over het feit dat economische waarden de pedagogiek in de verdrukking hebben gebracht. Maar wat is nu een excellente leraar? EZ Kan hij veiligheid creëren? Is hij collegiaal? Past hij bij onze kinderen? Pas als dat allemaal in orde is, zijn we toe aan vakinhoudelijke vragen. AD In het primair onderwijs zijn docenten vaak of pedagogisch heel goed, of didactisch. Op Zuid hebben we docenten nodig die op beide vlakken beschikken over goede basisvaardigheden. Toen ik de school binnenkwam was ik vooral bezig met klassenmanagement. Hoe ga je om met moeilijke leerlingen, hoe zorg je dat de stoelen niet door het lokaal vliegen? Bezoekers die nu op onze school rondlopen, vragen: waarom is het hier zo rustig? Socratische dialoog

Dat lijkt allemaal nu heel gemakkelijk, maar zet een dagje een invaller voor een klas en de stoelen vliegen weer door de lucht. Je moet als leerkracht heel veel investeren en echt een tandje harder werken dan elders. PB De Nieuwe Kans is voor ex-gedetineerde jongens tussen de 18 en 27 jaar. Velen van hen hebben psychisch-sociale aandoeningen die ze waarschijnlijk ook al op de basisschool hadden, maar waarvoor ze nooit behandeld zijn. Ze hebben bijvoorbeeld hechtingsstoornissen of adhd. De leraar is bij ons het verborgen leerplan, de invisible hand. Hij moet een affectie met zo’n jongen ontwikkelen, uitgaand van goede pedagogische en didactische kwaliteit. AD Ik ken zulke jongens. We weten soms al: straks in het voortgezet onderwijs gaat dat fout. Dat is heel zorgelijk. Ze hebben dringend hulpverlening nodig, maar met die kinderen gebeurt lange tijd niets. LL We hebben het veel over socialisatie van leerlingen gehad, minder over het curriculum. Laten we het nu nog over subjectwording hebben. EZ Ik kies voor elk kind dat zelf aan zijn ontplooiing wil bijdragen. Hoe burgerschapsvorming nu wordt ingevuld is zo fout: we zijn tinnen soldaatjes aan het zagen. AV Ik pleit voor de school als deliberatieve praktijk. Laat kinderen oefenen met filosofie, socialisatie en burgerschapsontwikkeling zonder dat we tinnen soldaten zagen. LL Dat klinkt mij als muziek in de oren, meer filosofie op school. AV De school als democratische speeltuin. LL Waarbij, zo vat ik het samen, de dialoog tussen leerling en leraar onderling essentieel is. Dan pas kan er genezen en geleerd worden.


.04

p22

LL ML

EMI | MAG #1 --- Studiedag Pedagogische Kwaliteit


p23

Nabeschouwing Socratische Dialoog Door ML Mariëtte Lusse (hoofddocent, onderzoeksleider Opvoeder Empowerment en in december jl. gepromoveerd op het onderwerp Oudercontact in het vmbo) en LL Liesbeth Levy.

LL Children’s Zone rust op drie pijlers: mentorschap, excellent onderwijs en ouderbetrokkenheid. Is ouderbetrokkenheid de derde schakel bij de aanpak van achterstand op Zuid? ML Buiten al het goeds dat hier al gezegd is, geloof ik inderdaad dat ouders kunnen zorgen voor de trialoog. Door ouders te betrekken boek je winst bij de ontwikkeling van interesses. Die duizend uren oefenen vinden voor een deel ook buitenschools plaats. De verfoeide afrekencultuur heerst ook onder leerlingen en vooral in het contact met ouders. Met name in het voortgezet onderwijs zijn er pas gesprekken over cijfers of gedrag als het niet goed gaat. Een school en de ouders zouden de interesse en de potentie van elk kind als leidraad moeten kiezen. Een gesprek moet hierover gaan: wat heb je nodig om je te ontwikkelen? School, leerling en ouders kunnen samen een steunende pedagogische driehoek vormen. LL Hoe essentieel is die trialoog voor Zuid? ML Er is een enorme diversiteit onder de ouders op Zuid, maar simpel gezegd is er een grote afstand tussen de cultuur op school en die van thuis. De Amerikaanse onderzoekster Joyce Epstein (van het wetenschappelijk framework voor Parent Teacher Association) pleit ervoor om die invloed­ sferen elkaar te laten overlappen.

Nabeschouwing Socratische Dialoog

Dat is op Zuid moeilijker dan elders. Het begint bij het besef van leerkrachten dat thuis een rol speelt bij het leren. Nodig ouders uit als het goed gaat met een kind, geef ze handvatten hoe ze hun kind kunnen steunen. Als leerlingen het vertrouwen krijgen dat de combinatie van ouders met school veilig is, dan hebben ze baat bij de brug die gelegd is. Nu is het contact tussen ouders en school nog te sterk gericht op de loopbaankeuze. LL Horen ouders bij de ‘proeftuin van de democratie’ die Alderik Visser bepleit? ML Jazeker, dat hoort bij de zesde competentie van pedagogische kwaliteit: omgaan met de omgeving. Ook de school maakt deel uit van die omgeving. PB Een kind heeft een ruwe diamant in zich. Die slijp je met een andere diamant; niets is zo hard als diamant. Als je niet slijpt, blijft de diamant zo ruw als hij is. ML Dat is heel mooi, maar dan moeten we het ook daadwerkelijk over die ruwe diamant hebben en niet over de wanprestaties bij wiskunde. LL Het is niet ‘Laat mij het zelf doen’, maar ‘Leer mij het zelf doen’.


p24

Per fiets naar Villa Zebra voor lunch en rondleiding
 



p25


p26


p27

Lunch bij Villa Zebra


p28


p29

Rondleiding bij Villa Zebra


.05

p30

LMC Zuiderpark: Alles draait om de relatie “Pedagogische kwaliteit heeft te maken met het klimaat in je school,” zegt Hans Waning, teamleider onderbouw van LMC Zuiderpark (vmbo voor economie, zorg & welzijn en techniek). “LMC Zuiderpark is een school met een thuisgevoel, dat staat niet voor niets op onze site. Je moet je eerst fijn en veilig voelen, dan kun je presteren.”

EMI | MAG #1 --- Studiedag Pedagogische Kwaliteit


p31

Interview #1 “Het opbouwen van je groep begint bij de inschrijving”, vertelt Hans Waning. “We overleggen met ouders en de basisschool over elke leerling, om zo stabiel mogelijke klassen te kunnen vormen. Dan zoeken we er de geschikte mentor bij en na de zomer beginnen we met gesprekken. We spreken met elk individuele kind, samen met de ouders. Daarbij maken we duidelijk wat we van het kind en van de ouders verwachten en waarop zij van onze kant mogen rekenen. We leggen een leidraad voor het jaar vast.” In de deuropening Na die eerste kennismaking leren de kinderen sociale vaardigheden, ze werken aan groepsvorming, de mentor bespreekt heel duidelijk de regels van de school en de klas en vertelt wat de klas gaat doen, wat hij hoopt te halen met de leerlingen, wat de school verwacht. Waning: “We besteden veel aandacht aan het kind en aan positieve feedback. Maar we maken ook direct duidelijk wat de consequenties zijn als iemand zich niet aan de afspraak houdt. We bouwen aan de relatie, daar draait het om. Daarom staan docenten altijd in de deuropening van hun lokaal, ze begroeten hun leerlingen en laten zo blijken: ‘fijn dat je er bent’.” Succeservaringen Afspraken maken betekent dat je verwachtingen uitspreekt en duidelijkheid geeft, aldus Waning. “We vertellen de leerling wat we vandaag of dit jaar gaan doen en vragen vervolgens: hoe kunnen we jou helpen? Positieve feedback is belangrijk, daar krijgt elke leerling zelfvertrouwen van. De voorgaande acht jaren hebben onze leerlingen voortdurend gehoord dat ze niet goed zijn in leren en schoolwerk. Het is onze eerste taak om ze succeservaringen te geven.”

Interview

Bestuurbaarheid De belemmeringen waarmee LMC Zuiderpark te kampen heeft, zijn het soms moeizame contact met ouders, de taal en de cultuur. “De afgelopen vijf jaar hebben we veel geïnvesteerd in oudercontact, met hulp van Mariëtte Lusse die destijds voor haar promotie over oudercontact op het vmbo pilotscholen zocht. We hebben honderd procent opkomst bij het eerste kennismakingsgesprek, maar voor de vervolggesprekken daalt het percentage. Als ouders niet komen, bellen we direct: ‘Bent u onderweg, of maken we meteen een nieuwe afspraak?’ Als je dat contact goed hebt, is het kind ook anders, de bestuurbaarheid is groter. Ik geloof heel sterk in gedrags­beïnvloeding. Met belonen en bijsturen leert een kind wat hij kan kiezen en wat de gevolgen van zijn keuze zijn.“ Bij de les Taco Warmels, directeur Onderwijs bij Stichting LMC, is heel enthousiast over het team van LMC Zuiderpark. “Ze zijn daar ijzersterk in communicatie binnen het team. En hun aanpak werkt. De leerling moet zich lekker voelen, hij moet zich begrepen en veilig voelen. Docenten benaderen hen consequent en eerlijk. Ze leggen een warme jas om de leerlingen heen, maar knuffelen ze niet dood. Wie zich gekend en gewaardeerd voelt, is in staat om te leren. Wat de leerlingen prachtig vinden, is dat hun docenten hen bevragen en eisen aan ze stellen. Docenten spreken hun verwachtingen uit, dat stimuleert. Onze docenten hebben een groot empatisch vermogen. Hans Waning doet dat geweldig. Elke nieuwe docent op zijn school neemt deel aan een aantal trainingsbijeenkomsten waar hij de aanpak van de school leert. Wat vraagt een kind? Zie je het? Er is een grote mate van maatwerk binnen de school. Je ziet het op meer scholen, die professionaliseren sterk, juist op het gebied van pedagogische kwaliteit. Ook wij zijn een lerende organisatie. Een school is altijd bezig met vernieuwen. Wij veranderen permanent mee met landelijke ontwikkelingen. We worden graag bij de les gehouden.”


.06 p32

“We moeten opletten dat we mogen houden wat we hebben. Subsidies kunnen zo weer verdwijnen� EMI | MAG #1 --- Studiedag Pedagogische Kwaliteit


p33

Interview #2 OBS Bloemhof: judo, tuinieren en ecosofie maken kinderen wijzer De Bloemhof is een basisschool voor de buurt, die kinderen vanuit hun eigen interesse de wereld laat verkennen. Directeur Wim Pak kiest daarnaast voor een flinke lesuitbreiding voor elk kind, waarin ze leren over fysieke integriteit dankzij judo, tuinieren en ecosofie. “Ons doel is om onze kinderen, die kampen met een cultuurachterstand, wat wijzer te maken.”

Pedagogische kwaliteit zit volgens Wim Pak vooral in de schoolcultuur. “Onze leerkrachten denken werkelijk na over wat ze doen. Zo functioneren ze heel goed. We bouwen heel bewust aan ons team. We zorgen dat we het goed hebben met elkaar. Vervolgens kunnen we er met elkaar voor zorgen dat iedereen tot zijn recht komt.” Onderzoek Alle leerlingen van de Bloemhof krijgen in de onderbouw relaxlessen waarbij ze tai chi, yoga of meditatie leren. In hogere klassen doen ze aan dans, muziek en beeldende kunst, altijd in samenhang met het lesprogramma. Wim Pak: “Stel dat ze in de biologieles iets over insecten leren, dan gaan ze in de schooltuin op zoek naar kriebelbeestjes en vervolgens maken ze daarvan prachtige tekeningen.” In de lessen fysieke integriteit draait het uitsluitend om pedagogische kwaliteit, vindt Pak. “Judo leert een kind om respectvol met anderen om te gaan. Judo is dé sport voor respect. Er is geen betere manier om dat een vierjarige bij te brengen. In de tuin leren kinderen een zaadje te planten, ervoor te zorgen, het water te geven en er uiteindelijk van te eten. De les is: als je zelf voor iets zorgt, zorgt dat ook voor jou.” De aanpak van de Bloemhof is succesvol en relatief nieuw. Pak wil weten waar leerlingen het meeste baat bij hebben.

Interview

“Voor ons gevoel leveren we vrij complete leerlingen af voor hun vervolgopleiding. Om te ontdekken wat het effect van onze aanpak is, doen twee masterstudenten van Hogeschool Rotterdam onderzoek onder leerlingen die de afgelopen vijf jaar onze school hebben afgerond.” Gedrevenheid Op de Bloemhof heerst een cultuur van ontwikkeling, zowel voor leerlingen als leerkrachten. Is er iets waar je goed in bent of wilt worden? Dan krijg je de kans om je te ontwikkelen. Wim Pak: “Wij hebben mensen in huis die gewoon heel goed les kunnen geven. Die gedrevenheid die hen allen kenmerkt is voor onze leerlingen heel stimulerend.” Ook de ouderbetrokkenheid is groot. Zo’n dertig tot veertig moeders helpen mee bij het bereiden en begeleiden van de dagelijkse verse maaltijd met producten uit eigen tuin. Dat werkt heel goed; dat mag iedereen zo van mij na-apen.” Het succes heeft ook een keerzijde. “We moeten oppassen dat we niet te groot worden, dan worden we een enorme leerfabriek. En we moeten opletten dat we mogen houden wat we hebben. Subsidies kunnen zo weer verdwijnen.”


.07

p34

“Onze school heeft een bijzondere populatie” Op de Hugo de Grootschool weet elke leerling van meet af aan wat er van hem verwacht wordt. De ouders weten het ook. Dat is het begin van het succes, volgens coördinator Connie Otto, dat school, ouders en leerling grondig samenwerken. “En verder ligt de kracht van de school in het feit dat wij weer ouderwets klassikaal lesgeven. Streng en rechtvaardig zijn we, en dat werkt.”

EMI | MAG #1 --- Studiedag Pedagogische Kwaliteit


p35

Interview #3 Hugo de Grootschool: ouders horen het ook als het goed gaat “Onze school heeft een bijzondere populatie”, aldus Connie Otto. “Veel kinderen zijn kwetsbaar. Bij presentaties aan ouders en geïnteresseerden is dat wat onze directeur Eric van ’t Zelfde als eerste vertelt. Daarom maken we vanaf dag een duidelijk aan de leerling waarom hij op school zit: om dat diploma te halen. Je bent een Hugo-leerling en een Hugo-leerling wil zijn diploma halen. Ouders beschouwen wij als eerste verantwoordelijke. We vertellen ze zeer regelmatig hoe het gaat met hun kind. Als het goed gaat, maar ook als het niet zo goed gaat.” Het uiterste Ieder leerling van de Hugo de Grootschool heeft een rooster van minstens 37 lesuren. “De school ontvangt subsidie voor leertijduitbreiding en benut die mogelijkheid met zes uur Nederlands per week, extra wiskunde, extra Engels en extra mentorlessen. Wij helpen ze zo goed mogelijk door robuust rekenen en lezen aan te bieden en ze op school te begeleiden. Veel kinderen kunnen niet thuis rustig hun huiswerk maken.” Ook de structuur van elke les van de Hugo de Grootschool is helder. Het is duidelijk wat er moet gebeuren, hoe het werk eruit moet zien als het af is en wat een leerling moet doen die eerder klaar is dan de anderen. “Duidelijke structuur geeft rust. En vervolgens kunnen wij het uiterste van het uiterste vragen. Dat is per kind verschillend, maar van ieder kind, op zijn eigen niveau, willen wij echte prestaties zien. Wij zijn niet blij met een 5,6. Daarmee balanceer je op de rand. Een 5,6 is voor je het weet een 5,4. Maak daar maar minstens een 7 van en een 8 als het kan.”

Interview

Zonder plakband Het jaar van het eindexamen doet de school er nog een flinke schep bovenop in aandacht en ouder­ betrokkenheid. In het begin van het schooljaar is er de gebruikelijke infoavond, maar later gebeurt ook iets extra’s. Otto: “We nodigen alle eindexamenleerlingen halverwege het jaar uit op school, met hun ouders. We zorgen dat ze echt komen, door niet alleen een brief te sturen en een melding op internet te plaatsen, maar ook iedereen persoonlijk op te bellen.” Deze pre-diplomeringsavond begint met samen gezellig eten op school. Daarna maken de ouders samen met hun kind een examentje. “We doen alles volgens de examenregels met tafeltjes in rijen, namen erop en voor elk kind op zijn eigen schoolniveau een examentje van vorig jaar in een van de kernvakken. Elke leerling kiest zelf of hij Nederlands, Engels of wiskunde wil doen. Ouders beseffen op deze manier de ernst van het examen en de moeilijkheid. In de pauze kijken onze docenten razendsnel de gemaakte examens na en tonen de uitslagen op het scherm. Open en bloot. Na de pauze bouwen de kinderen met hun ouders een zo hoog mogelijk bouwwerk van papier, zonder plakband. De drie hoogste gebouwen krijgen een prijsje. Tot slot krijgt elke leerling een envelop met de uitslag tot dan toe. Die kan groen zijn: als je zo doorgaat haal je het wel. Of oranje: je maakt het ons moeilijk. Of rood: als je zo doorgaat slaag je niet.” Ouders en kinderen gaan naar huis na een speech van een senior collega die de band tussen ouders en kind benadrukt. “Help elkaar in deze spannende tijd, ouders, let nu extra op je zoon/dochter.” Deze aanpak, met persoonlijke aandacht en hoge eisen, werpt zijn vruchten af. Dat ziet Otto ook tijdens de diplomeringsavond. “Kinderen bedanken spontaan hun ouders voor alle steun. Heel ontroerend.”


p36

Studiedag Studiedag op Zuid Verslag door op Zuid Rimmert Faber* Verslag door Rimmert Faber* Op donderdag 17 april 2014 had ik het voorrecht een studiedag te bezoeken met als thema: Pedagogische kwaliteit. Ik keek er heel erg naar uit om hier naartoe te gaan. Als eerste om mijn kennis omtrent het meesterschap uit te breiden. Maar ook omdat er een aantal interessante sprekers waren, zoals Erik van ’t Zelfde en Piet Boekhoud. Wat was mijn algemene indruk van deze ochtend en welk onderdeel is me specifiek bijgebleven? Deze vragen zal ik beantwoorden in het onderstaande verslag.


p37

Mijn algemene indruk van de dag is positief. Toen ik aan kwam zag ik dat het buiten vrij druk was. Verschillende docenten en andere personen die met het onderwijs te maken hebben stonden buiten met elkaar te praten. Ik sloot me bij deze groep aan en ik werd begeleid naar de koffie en gebak. De ochtend begon dus zeer goed. Even later begon het programma. Het programma begon met een brief van Wouter Pols aan de staatssecretaris van onderwijs, Sander Dekker. De hoofdpunten van deze brief werden verteld door een actrice. Er kwam in naar voren wat talent is en dat er iets met deze talenten gedaan moet worden. Talent mag niet in de grond worden begraven, maar er moet worden geïnvesteerd om nog meer winst te maken (naar een oud verhaal uit de Bijbel). Talent is op dit moment een modewoord, maar het kwam er op neer dat talent niet aangeboren is, maar ontwikkeld moet worden. Wouter Pols haalde als voorbeeld Mozart aan. Ze zeggen dat je veel kunt leren in 10.000 uur. Maar als we naar Mozart kijken had hij allang de 10.000 uur overschreden voordat hij echt ontdekt werd. Dit laat duidelijk uitkomen dat talent door ontwikkeld moet blijven worden en niet zomaar meetbaar is in 10.000 uur. Dit gebeurt namelijk wel in het huidige Nederlandse onderwijssysteem. Er wordt steeds meer gemeten in Nederland. Denk bijvoorbeeld aan de Cito en het leerlingvolgsysteem. Natuurlijk is de intentie goed, maar volgens Wouter Pols missen we het doel van school. Er moet meer oriëntatie en talenten moeten ontdekt worden. Deze talenten moeten vervolgens worden begeleid (verdieping) en deze verdieping gaat zo ver dat het door gaat tot in hun professionele carrière. Een leven lang leren. Willen wij dit bereiken, dan is de nadruk op pedagogiek belangrijk. Nadat de actrice de hoofdpunten van de brief had verteld kwam er een dialoog tussen Annet Dries, Piet Boekhoud, Erik van ’t Zelfde en Alderik Visser. Ze waren alle vier wel van mening dat er meer nadruk moet liggen op peda­ gogiek. Alderik Visser had het bijvoorbeeld over dat het onderwijs nu zijn doel mist. Er zijn zelfs commerciële bureaus om de Cito-toets te oefenen! Toetsen zouden niet geoefend mogen worden. Erik van ’t Zelfde vindt dat er meer naar het kind zelf gekeken moet worden. Wat hij probeert is om eerst te kijken naar het kind en zich daarna af te vragen: “Hoe ga ik dit kind wiskunde aanbieden?”

Veel scholen kijken eerst naar wat de overheid zegt en daarna pas naar het kind. Hij vindt dat het andersom moet. Annet Dries vindt ook belangrijk dat de leerling zelf meer centraal komt te staan. Bijvoorbeeld bij rapportvergaderingen moet er niet alleen besproken worden wat er mis is, maar ook zaken als, hobby’s, situatie thuis enz. Dit moet ook worden meegenomen in rapportvergaderingen. Ook als de leerling ouder begint te worden. Heel wat interessante punten en dan noem ik er nu maar een paar. Maar wat is me het meeste bijgebleven? Het meest is me bijgebleven dat scholen op dit moment vooral veranderen in machines. Alles moet meetbaar gemaakt worden en hierbij wordt het pedagogische uit het oog verloren, zoals Wouter Pols het in zijn artikel verwoord. Dit terwijl pedagogiek vooral oriënterend moet zijn. Een leerling moet zijn talenten ontdekken en moet deze talenten verder uitbouwen. Het is aan de docent om een leerling te begeleiden en de leerling als individu te bezien. Piet Boekhoud vergeleek het met diamanten. Willen wij dit ontwikkelen, dan moeten wij ook als een diamant zijn. Oftewel, we moeten onze pedagogische kwaliteiten blijven ontwikkelen en niet uit het oog verliezen. Toegegeven, hoewel ik dit heel graag wil, is het in het huidige schoolklimaat lastig. Als docent moet je je aan een bepaald curriculum houden. Toch was Erik van ’t Zelfde van mening dat wij als docenten meer vrijheid hebben dan we soms denken. Zijn aanmoediging aan ons was: “Gebruik deze vrijheid”. De anderen die meededen aan deze dialoog waren het hier mee eens. Maar wat ik jammer vond was dat ik zelf niet zo duidelijk vond wat die vrijheid precies inhield. En wat doe je op dit moment met die vrijheid? Hoe benut je die zo goed mogelijk? Die vragen resten nu nog voor mij. Dit wil ik in gedachte houden tijdens mijn stageperiode. Uiteraard moet ik als tweede jaars student nog veel zien en ervaren in het onderwijs. Daarnaast zit ik vast aan het curriculum wat de Hogeschool mij aanbiedt tijdens mijn stageperiode. Toch wil ik buiten de kaders blijven denken en die vrijheid zelf zoeken en concretiseren, om leerlingen te ondersteunen in het ontwikkelen van hun talenten. Mijn doel is om mijn pedagogische kwaliteit te blijven ontwikkelen. Ik houd in gedachte dat iedere leerling een diamant in zich heeft, en dat ik deze kan slijpen door de vrijheid te gebruiken die ik heb.

*Verslag door Rimmert Faber (student aan de lerarenopleiding Geschiedenis van Hogeschool Rotterdam)


p38

Studiedag op Zuid Op donderdag 17 april 2014 had ik het voorrecht een studiedag te bezoeken met als thema: Pedagogische kwaliteit. Ik keek er heel erg naar uit om hier naartoe te gaan. Als eerste om mijn kennis omtrent het meesterschap uit te breiden. Maar ook omdat er een aantal interessante sprekers waren, zoals Erik van ’t Zelfde en Piet Boekhoud. Wat was mijn algemene indruk van deze ochtend en welk onderdeel is me specifiek bijgebleven? Deze vragen zal ik beantwoorden in het onderstaande verslag.

*Verslag door Rimmert Faber (student aan de lerarenopleiding Geschiedenis van Hogeschool Rotterdam)


p39

Mijn algemene indruk van de dag is positief. Toen ik aan kwam zag ik dat het buiten vrij druk was. Verschillende docenten en andere personen die met het onderwijs te maken hebben stonden buiten met elkaar te praten. Ik sloot me bij deze groep aan en ik werd begeleid naar de koffie en gebak. De ochtend begon dus zeer goed. Even later begon het programma. Het programma begon met een brief van Wouter Pols aan de staatssecretaris van onderwijs, Sander Dekker. De hoofdpunten van deze brief werden verteld door een actrice. Er kwam in naar voren wat talent is en dat er iets met deze talenten gedaan moet worden. Talent mag niet in de grond worden begraven, maar er moet worden geïnvesteerd om nog meer winst te maken (naar een oud verhaal uit de Bijbel). Talent is op dit moment een modewoord, maar het kwam er op neer dat talent niet aangeboren is, maar ontwikkeld moet worden. Wouter Pols haalde als voorbeeld Mozart aan. Ze zeggen dat je veel kunt leren in 10.000 uur. Maar als we naar Mozart kijken had hij allang de 10.000 uur overschreden voordat hij echt ontdekt werd. Dit laat duidelijk uitkomen dat talent door ontwikkeld moet blijven worden en niet zomaar meetbaar is in 10.000 uur. Dit gebeurt namelijk wel in het huidige Nederlandse onderwijssysteem. Er wordt steeds meer gemeten in Nederland. Denk bijvoorbeeld aan de Cito en het leerlingvolgsysteem. Natuurlijk is de intentie goed, maar volgens Wouter Pols missen we het doel van school. Er moet meer oriëntatie en talenten moeten ontdekt worden. Deze talenten moeten vervolgens worden begeleid (verdieping) en deze verdieping gaat zo ver dat het door gaat tot in hun professionele carrière. Een leven lang leren. Willen wij dit bereiken, dan is de nadruk op pedagogiek belangrijk. Nadat de actrice de hoofdpunten van de brief had verteld kwam er een dialoog tussen Annet Dries, Piet Boekhoud, Erik van ’t Zelfde en Alderik Visser. Ze waren alle vier wel van mening dat er meer nadruk moet liggen op peda­ gogiek. Alderik Visser had het bijvoorbeeld over dat het onderwijs nu zijn doel mist. Er zijn zelfs commerciële bureaus om de Cito-toets te oefenen! Toetsen zouden niet geoefend mogen worden. Erik van ’t Zelfde vindt dat er meer naar het kind zelf gekeken moet worden. Wat hij probeert is om eerst te kijken naar het kind en zich daarna af te vragen: “Hoe ga ik dit kind wiskunde aanbieden?”

Veel scholen kijken eerst naar wat de overheid zegt en daarna pas naar het kind. Hij vindt dat het andersom moet. Annet Dries vindt ook belangrijk dat de leerling zelf meer centraal komt te staan. Bijvoorbeeld bij rapportvergaderingen moet er niet alleen besproken worden wat er mis is, maar ook zaken als, hobby’s, situatie thuis enz. Dit moet ook worden meegenomen in rapportvergaderingen. Ook als de leerling ouder begint te worden. Heel wat interessante punten en dan noem ik er nu maar een paar. Maar wat is me het meeste bijgebleven? Het meest is me bijgebleven dat scholen op dit moment vooral veranderen in machines. Alles moet meetbaar gemaakt worden en hierbij wordt het pedagogische uit het oog verloren, zoals Wouter Pols het in zijn artikel verwoord. Dit terwijl pedagogiek vooral oriënterend moet zijn. Een leerling moet zijn talenten ontdekken en moet deze talenten verder uitbouwen. Het is aan de docent om een leerling te begeleiden en de leerling als individu te bezien. Piet Boekhoud vergeleek het met diamanten. Willen wij dit ontwikkelen, dan moeten wij ook als een diamant zijn. Oftewel, we moeten onze pedagogische kwaliteiten blijven ontwikkelen en niet uit het oog verliezen. Toegegeven, hoewel ik dit heel graag wil, is het in het huidige schoolklimaat lastig. Als docent moet je je aan een bepaald curriculum houden. Toch was Erik van ’t Zelfde van mening dat wij als docenten meer vrijheid hebben dan we soms denken. Zijn aanmoediging aan ons was: “Gebruik deze vrijheid”. De anderen die meededen aan deze dialoog waren het hier mee eens. Maar wat ik jammer vond was dat ik zelf niet zo duidelijk vond wat die vrijheid precies inhield. En wat doe je op dit moment met die vrijheid? Hoe benut je die zo goed mogelijk? Die vragen resten nu nog voor mij. Dit wil ik in gedachte houden tijdens mijn stageperiode. Uiteraard moet ik als tweede jaars student nog veel zien en ervaren in het onderwijs. Daarnaast zit ik vast aan het curriculum wat de Hogeschool mij aanbiedt tijdens mijn stageperiode. Toch wil ik buiten de kaders blijven denken en die vrijheid zelf zoeken en concretiseren, om leerlingen te ondersteunen in het ontwikkelen van hun talenten. Mijn doel is om mijn pedagogische kwaliteit te blijven ontwikkelen. Ik houd in gedachte dat iedere leerling een diamant in zich heeft, en dat ik deze kan slijpen door de vrijheid te gebruiken die ik heb.


Centre of Expertise Social Innovation Rotterdam Zuid

Instituut voor Lerarenopleidingen

www.emiopzuid.nl

Verslag eendaagse studiereis op Zuid  

In navolging van de succesvolle editie in 2013 organiseerde het Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie (EMI) in samenwerking met het In...

Advertisement