Page 1

Centre of Expertise Social Innovation Rotterdam Zuid

Al doende leren

werkplan 2015-2016


p2

Inhoud

EMI | Werkplan 2015-2016


p3

Inleiding

4

H1. Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie 8 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Omgevingsanalyse 8 Visie 13 Missie 13 Strategie 14 Programmapijlers 15 Doelstellingen 17 Meerwaarde 17

H2. Programma’s 20 H3. Onderwijs | Children’s zone 24 3.1 3.2 3.3

Mentoren op Zuid 24 Excellent onderwijs 24 3.2.1 Stem van de leerling 27 3.2.2 CV op Zuid 28 Ouders op kind 30 3.3.1 Impuls ouderbetrokkenheid 30 3.3.2 Opvoedkracht ouders 31 3.3.3 Professionalisering professionals en studenten 36

H4. Werken | Loopbaanoriëntatie 42 4.1 4.2

Onderzoekend & Ontwerpend Leren 42 4.1.1 Techniek op de basisschool 43 4.1.2 Digitaal lesmateriaal 45 4.1.3 Mobiele techniek werkplaats 46 Social Return 46

H5. Maatschappelijke ondersteuning & Zorginnovatie 52 5.1 Nieuw in 010 52 5.2 Gezond op Zuid 54

H6. Wonen | City Life 60 6.1 6.2

Sense of the City 60 Urban Innovation 62 6.2.1 New Systems (science & the city) 63 6.2.2 New Spaces (space value) 65 6.2.3 New Stones (air space) 67

H7. Communicatie en Marketing 72 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7

Imago vs identiteit 72 Doelstelling 73 Doelgroepen 73 Aanpak 74 Middelen 75 Vooruitblik – evenementen en netwerkbijeenkomsten 75 Netwerken 75

H8. Organisatie en governance 80 8.1 Bestuurlijke organisatie 80 8.2 Uitvoerende organisatie 81 8.3 Organigram 82

Bijlagen Inhoud

85


p4

Al doende leren Met de oprichting van de expertisecentra stelt Hogeschool Rotterdam zich in staat om zich naast haar focus op excellent bacheloronderwijs ook krachtig te profileren als innovatiepartner voor haven en stad. Expertisecentrum ­Maatschappelijke innovatie (EMI) is partner in het oplossen van grootschalige ingewikkelde vraagstukken op Rotterdam Zuid. Na een eerste jaar van pionieren, uitmondend in het opstellen van het businessplan, een tweede jaar van het verder optuigen van de organisatie en selecteren van programma’s, zijn we voortvarend begonnen aan het derde jaar, 2015-2016. Het wordt het jaar van de duurzame verbindingen tussen onderwijs, onderzoek en praktijk en het verder uitrollen van de lange termijn strategie. Een terugblik op vorig jaar (Highlights Rotterdam Zuid 2014-2015) laat zien dat de programmaleiders steeds beter in staat zijn, samen met docenten van de verschillende opleidingen, programma’s te ontwikkelen en praktijkopdrachten uit te voeren. Andersom weten docenten en praktijkpartners de weg naar EMI te vinden. Samen met hen wordt een vraagstuk of opgave geformuleerd en met studenten onderzocht en uitgevoerd. Soms gebeurt dat binnen het reguliere lesprogramma, bijvoorbeeld bij de opleidingen Communicatie en Vastgoed & Makelaardij, soms in de brede P(raktijk) I(ntegratie) projecten van het Instituut voor de Gebouwde Omgeving en daarnaast in keuzevakken bij uiteenlopende opleidingen. Als het gaat om complexe vraagstukken zijn minoren en het afstuderen geschikte onderdelen om research te doen en met oplossingen te komen. De opdrachten leiden meestal niet direct tot bruikbare beroepsproducten, hooguit tot ‘houtje touwtje’ prototypen, zoals een lector van het kenniscentrum Duurzame Havenstad het noemde. We zien dan ook dat het nodig is te werken in opeenvolgende onderwijsperiodes, waarbij de programmaleiders van EMI, samen met stabiele partners op Zuid en docenten, het hart van meerjarige communities of practice vormen. Wisselende groepen studenten werken onder hun leiding aan de verdieping en verbetering van een beroepsproduct. Zo raken de programma’s vervlochten met de curricula van het onderwijs en ontstaat een strategische alliantie met de praktijkpartners. We hebben geleerd dat het nodig is om dicht op de werkvloer, met onze poten in het bluswater, ons werk te doen. Partnerschap met organisaties en professionele pioniers op Zuid is een belangrijk uitgangspunt. Zonder hun actieve bijdrage en deelname, en die van de op Zuid wonende burgers, jong en oud, is maatschappelijke innovatie uitgesloten. Het programma Ouders op Zuid is zo’n programma waar op zoek gegaan wordt naar de stem van de leerkracht, maar ook naar de stem van de ouders. EMI volgt de door NPRZ georganiseerde oudertops die dit studiejaar plaatsvinden en zal samen met het werkveld in de wijken en de gemeente proberen deze onderwerpen in te bedden in een duurzame, op ouders toegesneden, organisatievorm. Ook het programma Mentoren op Zuid groeit in kwaliteit en kwantiteit. Hier telt eveneens dat we al doende leren, samen met de studenten, de leerlingen, de docenten van de hogeschool en van de scholen op Zuid. Samen met het Instituut voor Sociale Opleidingen (ISO) en het Instituut voor Lerarenopleidingen (IvL) zetten we flinke stappen naar groei en inbedding in het curriculum. Met ISO, IvL en de lector van kenniscentrum Talentontwikkeling zijn we in gesprek met de scholen op Zuid over vorm en inhoud van loopbaanoriëntatie, ouderbetrokkenheid en taalstimulering. Juist in de overgangen tussen de verschillende types onderwijs zullen we, samen met ouders en leerkrachten, inzet plegen om kinderen optimaal van dienst te zijn in hun ontwikkeling en onderwijscarrière. Met inzet van de Pabo bespreken we

EMI | Werkplan 2015-2016


p5

hoe wetenschap en technologie zowel in het curriculum van de Pabo als op de basisscholen op Zuid ingevoegd kan worden. Ontwerpgericht leren staat daarin centraal. De programma’s rond zorginnovatie waren in het afgelopen jaar meer oriënterend en gericht op kennismaking en netwerkvorming met het werkveld. Het programma Nieuw in 010, waarbij studenten verloskunde en maatschappelijk werk in duo’s aan de slag gaan als buddy’s voor kwetsbare zwangere vrouwen en jonge moeders, gaat gestaag door. In Gezond op Zuid worden dit jaar twee invalshoeken gekozen; de culturele sensitiviteit van professionals en de invloed van de omgeving op de gezondheid van mensen. Culturele sensitiviteit van docenten en professionals in het werkveld is overigens een EMI breed onderwerp. Onze in Rotterdam opgegroeide studenten, gewend om te leven in een super-diverse stad, kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Het Instituut voor Sociale Opleidingen was al voor de oprichting van EMI bezig met het ontwikkelen van innovatieve werkvormen in hulp en ondersteuning aan gezinnen. Hun alliantie met Frontlijn werpt vruchten af en is toonaangevend voor verdere methodiekontwikkeling in nieuwe vormen van sociaal werk. Op het gebied van wonen en woonomgeving maken we voortgang door steeds meer studenten intensief kennis te laten maken met Zuid in het programma ‘Sense of the City’. Andere studenten analyseren de problematiek in de wijken door data steeds slimmer te combineren. De connectie met De Veldacademie (waarin ook studenten van TU Delft zijn betrokken) is daarin belangrijk. We ondersteunen hen in het bouwen aan een Kennisbank Zuid, waarin data en onderzoek over Zuid wordt verzameld. De zoektocht naar praktijkpartners die meerjarig met ons willen samenwerken rondom stevige onderwerpen is in volle gang. Concreet kan ‘Fietsen op Zuid’ zo’n onderwerp worden met invalshoeken als techniek, infrastructuur, veiligheid, duurzaamheid, bewegen en sport. Een belangrijke ontwikkeling voor het komend jaar is dat Zuid een van de proeftuinen van het Instituut voor de Gebouwde Omgeving wordt. Daarmee ontstaat een meerjarige focus en de mogelijkheid afstudeerateliers op te bouwen met opdrachten over Zuid. Nu EMI op de helft van de vierjarige inzet zit heeft de stuurgroep gevraagd dit jaar op grote lijnen een proces uit te stippelen gericht op de lange termijn strategie wat betreft inhoud en financiering van het expertisecentrum. Daarbij zullen verschillende scenario’s uitgewerkt worden, verlenging van de geplande termijn van vier jaar is zeker niet uitgesloten. Een belangrijke vraag die zowel door de programmaraad als stuurgroep van EMI gesteld werd betreft de ambitie van EMI. Is EMI gericht op het bieden van een (tijdelijke) plus op Zuid met projecten of is EMI op zoek naar systeemveranderingen op de breuklijnen van de samenleving? We zijn uit op systeemveranderingen. Of we innovatieve werkvormen en programma’s vinden die kunnen leiden tot meer structurele oplossingen van maatschappelijke problemen zal moeten blijken. The proof of the pudding is in the eating. Al doende leren we. Carolien Dieleman directeur Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie Centre of Expertise Social Innovation Rotterdam Zuid

Inleiding


Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie

H1


p8

H1 Beleid

Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie Vanuit de analyse van ontwikkelingen, binnen en buiten Rotterdam, en de ambitie van Hogeschool Rotterdam formuleren we de visie, de missie en de doelen van Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie op Rotterdam Zuid.

1.1

Omgevingsanalsye Het bestaansrecht voor een Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie in Rotterdam Zuid komt voort uit drie lagen van verandering. Op de eerste plaats ontwikkelingen in de samenleving, daarnaast de specifieke kenmerken van Rotterdam Zuid en tot slot de ontwikkelingen binnen Hogeschool Rotterdam. Maatschappelijke veranderingen Rotterdam is een stad waarvan de bevolkingssamenstelling in enkele decennia sterk is veranderd. Daarnaast staat een groot deel van de bevolking op sociale en economische achterstand ten opzichte van de rest van Nederland en de andere grote steden. In Rotterdam Zuid is dat het meest zichtbaar. Daar stapelen de problemen zich op sociaal, economisch en fysiek gebied op. De hardnekkigheid ervan is reden voor rijk, gemeente en partners uit onderwijs en bedrijfsleven om de komende twintig jaar samen te werken in het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ). Bij maatschappelijke innovatie gaat het om zoeken naar nieuwe oplossingen voor maatschappelijke problemen en de productie van nieuwe of andere publieke diensten (Cels et al, 2012: 4). Niet instituten, programma’s en organisaties zijn leidend, maar de maatschappelijke realiteit. Daaromheen verbinden de relevante partijen zich in nieuwe constructen met elkaar. Maatschappelijke innovatie wil leiden tot een slimmere samenleving met meer publieke waarde. Het belang van maatschappelijke innovatie is niet alleen landelijk, maar ook internationaal erkend. Social innovation is een leidend thema van de Horizon 2020-agenda, het Europese kaderprogramma voor onderzoek (Better Society) dat hogescholen en universiteiten wil uitdagen om in een netwerk van werkveld, onderwijs en onderzoek duurzame oplossingen te vinden voor complexe maatschappelijke vraagstukken. Kortom, maatschappelijke innovatie betekent: • Vinden van oplossingen voor complexe vraagstukken • Een proces van samen leren, geen lineaire zoektocht naar de waarheid. Innovatie gebeurt door interactie en verbinding van meerdere partijen • Innovatie en oplossingen komen uit meerdere invalshoeken en disciplines.

EMI | Werkplan 2015-2016


p9

Rotterdam Zuid: een Nationaal Programma Doelstelling van het NPRZ is dat Rotterdam Zuid binnen twintig jaar het gemiddelde van de vier grote steden bereikt waar het gaat om werk, inkomen, onderwijs en sociale veiligheid. Het NPRZ is niet alleen een investeringsprogramma. De opgave op Zuid is om, samen met de mensen die in de praktijk van Rotterdam Zuid werken, oplossingen te ontwikkelen.

Integrale aanpak NPRZ

School e Le

Beter betaald werk

el

fv

Scholing

5 stabielere wijken

n

de

Opvoeding

Veiligheid en criminaliteit

Bewoner met gezin / huishouden

Sociaal functioneren

Werk en inkomen

Wonen

Werk

Stabielere thuissituatie

en

n Wo

Gezondheid en hulpverlening

Meer welvaart met meer vraag naar betere woningen

Bron: NPRZ

Dat vergt investeringen voor/van alle groepen bewoners, maar de nadruk ligt op jongeren van 0 tot het moment dat zij aan het werk gaan. Het ideaal is dat alle jongeren deelnemen aan onderwijs en zich op een zo hoog mogelijk niveau kwalificeren. Zij vinden banen, het liefst op Zuid, en blijven er wonen. Dat vraagt om een betere match naar de werkgelegenheid die er is op Zuid in de zorg en in de (technische) maakindustrie, maar ook om een gevarieerde woningvoorraad en een veilige, prettige openbare ruimte. Dit alles tegen de achtergrond van een zich terugtrekkende overheid, die minder financiële middelen tot haar beschikking heeft. Uitgangspunt is dat bewoners het zelf moeten zien te redden. Juist op Zuid lijkt dit een lastige opgave. Alertheid is geboden voor een te groot beleidsoptimisme over wat lokale overheden aankunnen en wat met zelfredzaamheid kan worden opgelost, schrijft het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) in De Sociale Staat van Nederland 2013, de tweejaarlijkse analyse van de leefsituatie van de Nederlandse bevolking. Het planbureau voorziet dat de overheveling van sociale taken naar gemeenten extra onzekerheid gaat creëren voor de toch al kwetsbare groepen die op Zuid oververtegenwoordigd zijn. Zo wijst het SCP op overbelasting onder mantelzorgers en op ‘structureel kwetsbare mensen’ die geen netwerk hebben om voor hen te zorgen.

H1 Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie


p 10

De almaar voortdurende problematiek op Zuid op alle bovengenoemde terreinen toont aan dat huidige interventies niet effectief genoeg zijn, soms om onduidelijke redenen niet worden voortgezet en weinig samenhang vertonen (projectencarrousel). Dit is ook de reden dat het NPRZ nadrukkelijk kiest voor focus en duurzaamheid van inzet op Zuid; de komende twintig jaar zal de inzet van mensen en middelen gericht zijn op Zuid, en zorgt het NPRZ voor verbinding van netwerken vanuit meerdere disciplines.

“De rol van EMI kun je zien als een scharnierpunt tussen het NPRZ en alle andere partijen in Rotterdam Zuid.” Marco Pastors, directeur NPRZ

Eén-op-één oplossingen voor de ingewikkelde maatschappelijke vraagstukken op Zuid bestaan natuurlijk niet. Een oplossing vraagt bijna altijd om een netwerk van partijen, kennis en disciplines en van beroepsbeoefenaren die in staat zijn op hun eigen handelen te reflecteren en bereid zijn hun handelen waar nodig aan te passen. Rotterdam Zuid vraagt dan ook om professionals die werken met kennis van het eigen vakgebied maar ook als integralist: met het vermogen om hun kennis te verbinden aan andere disciplines. Bij de uitvoering van het Nationaal Programma staan de bewoners van Rotterdam Zuid centraal. Participatie in het NPRZ betekent naar school gaan, werken, of desnoods vrijwilligerswerk doen en thuis de basis op orde hebben. Dat vraagt om een actieve opstelling van bewoners. Niet zitten afwachten tot een ander het oplost, maar zelf de verantwoordelijkheid voor je eigen leven en dat van je gezin in handen nemen. De resultaten van het NPRZ worden goed zichtbaar als het goed gaat met bewoners. Denk aan hogere Cito-scores, aan het werk zijn in plaats van leven van een uitkering en minder schooluitval. Hoe het met Zuid gaat in vergelijking met Nederland, de vier grote steden en het gemiddelde in Rotterdam is onder meer te zien aan de cijfers (zie overzicht pagina 11).

EMI | Werkplan 2015-2016


13%

9%

4%

18%

€ 21.700

15%

11%

4%

20%

31,6%

€ 23.600

14%

9%

26,4%

28,0%

€ 23.100

13%

9%

Nederland 26,6%

17,3%

€ 23.900

8%

5%

4%

11%

10%

7%

x

Aantal inwoners tot 23 jaar in % van totale bevolking (2014)

% één-ouder huishouden met tenminste 1 thuiswonend kind, jonger dan 18 jaar op alle huishoudens met tenminste 1 kind jonger dan 18 jaar (2013)

% huishoudens met een WWB-AO of WW-uitkering (2011)

% huishoudens met een WWB of WW-uitkering (2011)

% huishoudens met een AO-uitkering (2011)

% huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum loon

Kinderen tot 18 jaar in een huishouden met inkomens tot 110% van het sociaal minimum in % van alle kinderen tot 18 jaar in een huishouden

Werkzoekenden zonder baan in % van de potentiële beroepsbevolking 15-64 jaar (2014)

% opleiding middelbaar of hoger opgeleiden (als percentage van de bevolking 16 tot en met 85 jaar) (2010-2014)

*) landelijke bron

*) Lokale bron

*) Voorlopige cijfers

21%

Eerste en tweede generatie immigranten (2013)

47%

€ 197.000³

€ 211.000

Gemiddelde WOZ-waarde van woningen (2014)

21%

533,6

x

23,6%

4%

43%

x

11%

534,8

x

2,1%

3%

46%

74%

x

10%

19%

18%

x

% kwetsbare meergezinswoningen t.o.v. de woningsvoorraad (2013)

% kinderen op de basis school met laag opgeleide ouders (2013/2014)

CITO-eindtoets groep 8 (2014)

% jongeren met startkwalificatie, 18 tot en met 22 jaar (2013)

% voortijdig schoolverlaters

% leerlingen in het praktijkonderwijs (2013/2014)³

% leerlingen in 3 en 4 HAVO/VWO (2013)³

% opleiding middelbaar of hoger opgeleiden (als percentage van de bevolking 15-64 jaar) (2013)

Gemiddeld besteedbaar huishoudensinkomen,gestandaardiseerd (2011)

70%

€ 23.200

31,6%

25,0%

Totaal G4 x

x

€ 148.000

49%

x € 231.000

51%

50%

€ 188.000

20%

x

x

3,6%

4%

46%

69%

x

12%

25%

532,2

x

3,8%

5%

35%

67%

x

16%

20%

x

x

3,4%

4%

47%

78%

x

6%

21%

20%

18%

25,2%

26,6%

810.937

32%

€ 233.000

x

15%

x

x

3,5%

3%

48%

84%

x

7%

11%

13%

4%

6%

10%

€ 24.700

16,8%

29,1%

328.164

Utrecht

23%

26,9%

618.357

Amsterdam

2.266.398

49%

€ 148.739

24%

25%

532,2

58%

3,7%

5%

37%

x

64%

16%

23%

20%

4%

11%

15%

€ 21.700

32,6%

26.6%

618.109

Rotterdam²

5%

508.940

Rotterdam¹

16.829.289

59%

€ 113.772

36%

32%

529,4

48%

4,2%

7%

27%

x

53%

53%

19%

29%

24%

4%

15%

€ 21.700

32,6%

27,8%

195.157

Zuid

Stand bevolking 1 januari (2014)

74%

€ 91.139

51%

39%

528,4

46%

4,7%

8%

25%

x

49%

21%

32%

28%

5%

17%

22%

€ 17.500

31,6%

30,5%

76.678

7 Focuswijken

4%

Den Haag

Onderwerpen

p 11


p 13

1.2

Visie Rotterdam is de meest sociaal-dynamische stad van Nederland. Sociale en culturele pioniers met ondernemersgeest roemen de vrije ruimte in de stad om nieuwe dingen te doen. Met een sterk veranderde bevolkingssamenstelling en een enorme bouw- en ontwerpdrift is Rotterdam een stad die zichzelf steeds opnieuw uitvindt. De problematische kant hiervan is dat een deel van haar bewoners de veranderingen niet heeft kunnen bijbenen en grote sociale en economische achterstand heeft opgelopen. Vooral Rotterdam Zuid kenmerkt zich door een hardnekkige stapeling van complexe problemen op sociaal, economisch en fysiek gebied. Het oplossen hiervan vraagt niet alleen tijd, maar ook meer samenhang in deskundigheid; een andere inzet van middelen en goed op praktijkvragen gericht onderzoek. Hogeschool Rotterdam zoekt aansluiting bij de grote regionale vraagstukken door onderwijs en onderzoek te verbinden met de praktijk. Juist in die verbinding wordt nieuwe kennis verworven. Deze kennis komt ten goede aan de praktijk en geeft richting aan onderwijsvernieuwing in de opleidingen van toekomstige professionals. Kortom, expertisecentra stellen Hogeschool Rotterdam in staat om zich naast haar focus op excellent bacheloronderwijs ook krachtig te profileren als innovatiepartner voor haven en stad. Tegen deze achtergrond bouwt Hogeschool Rotterdam, samen met ontwerpers, ondernemers, bedrijfsleven, gemeente, zorg, onderwijs, welzijn, wetenschappers en studenten.

1.3

Missie EMI is een aan Rotterdam Zuid verbonden netwerkorganisatie die werkt aan het oplossen van complexe maatschappelijke vraagstukken op het gebied van onderwijs, werken, zorg & welzijn en wonen. Kenmerkend voor het werkproces is interactie, verbinding, vernieuwing, al doende leren en kennis delen. Dit levert nieuwe kennis en kunde op voor Zuid en duurzame onderwijsvernieuwing voor de HR. Studenten biedt het een zelfbewuste entree op de arbeidsmarkt.

“Al is het niet veel, als het effect voor bewoners positief is, is het de investering waard.� Student, Hogeschool Rotterdam

H1 Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie


p 14

1.4

Strategie De strategie en doelstellingen van EMI zijn onderbouwd door een SWOT-analyse, waarmee we de sterktes en zwaktes, en de kansen en bedreigingen analyseren. SWOT-analyse

Sterktes Potentieel van 30.000 Studenten Studentenpopulatie is een afspiegeling van de Rotterdamse bevolking

Zwaktes Grote, complexe organisatie Geaccrediteerde onderdelen curriculum lastig plooibaar

S W

Ondersteund door vijf kenniscentra *) Sterke praktijkcomponent in curriculum

Acht jaar samenwerkingservaring op Zuid

Aantal betrokken docenten met kennis op Zuid Relatienetwerk op Zuid

Samenwerkingsovereenkomst met NPRZ

Onderwijs reageert traag op vernieuwing Docenten niet altijd bekend met problematiek Zuid Afstand onderwijs, onderzoek en praktijk Student vraagt om begeleiding van werkveld Vroegtijdige uitval studenten met niet-westerse achtergrond (zeer belangrijk op Zuid

Neutrale positie hogeschool

Kansen

Bedreigingen

Maatschappelijke innovatie vraagt om ander type professional

Complex, onzeker werkveld

O T Continue behoefte aan innovatie

Behoefte aan faciliteren netwerken

Hoge verwachtingen van bijdrage hogeschool

Verbinding met meerdere disciplines Organisaties waarderen inzet van studenten Verbinding Zuid met hoger opgeleiden

Extra aandacht voor kwetsbare groepen van aankomend professionals

Armoede gerelateerde problematiek neemt toe Decentralisatie en reorganisatie van sectoren zorg en welzijn Groot netwerk van samenwerkingspartners Onzeker bestaan werkveld: leidt tot interne focus Verbinding meerdere disciplines is complex Versplintering invulling vrije ruimte binnen opleidingen HR

*) De kenniscentra van Hogeschool Rotterdam zijn: Talentontwikkeling, Zorginnovatie, RDM, Innovatief Ondernemerschap en Creating 010

Op basis van deze SWOT-analyse kiest EMl voor de volgende strategische uitgangspunten: 1. Voortbouwen, versterken en verbinden van lopende initiatieven 2. Versterken verbinding onderzoek, onderwijs en praktijk 3. Duurzame verbeteringen op de gebieden onderwijs, werken, zorg & welzijn en wonen realiseren door multidisciplinaire aanpak.


p 15

1.5

Programmapijlers We zoeken naar duurzame oplossingen voor sectoren waar dat het hardst nodig is. Voor Rotterdam Zuid zijn dit: Onderwijs In veel gezinnen zijn de ouders laag opgeleid, is er taalachterstand en komt werkloosheid voor. Het gemiddeld besteedbaar inkomen is laag. Het probleem van taalachterstand − beginnend bij de vroeg- en voorschoolse educatie (VVE), het basisonderwijs en doorlopend naar het voortgezet en beroepsonderwijs − blijft onverminderd groot. Daarnaast is er een hoog percentage vroegtijdige schooluitval in het vervolgonderwijs. Voor doorlopende leerwegen met perspectief op werk, in het bijzonder op het gebied van technisch onderwijs en in de zorg, is onvoldoende aandacht. Daarnaast zijn ouders zeer beperkt betrokken bij de school. School, thuis en straat zijn drie gescheiden werelden. Werken Het aantal arbeidsplaatsen op Zuid is relatief gering en er is weinig zichtbare economie in de wijken op Zuid. Verder zijn de mogelijkheden om vanaf Zuid per openbaar vervoer naar de economische kerngebieden rond Zuid te reizen onvoldoende ontwikkeld. Tel daarbij op het lage opleidingsniveau en de relatief hoge werkloosheid in de focuswijken op Zuid en duidelijk wordt dat de match tussen beschikbare banen en het opleidingsniveau van werklozen problematisch is. Welzijn & Zorg Zorgen welzijnsorganisaties zijn zoekende naar nieuwe manieren van werken en nieuwe samenwerkingsvormen. De wetgeving op de zorg aan kwetsbare groepen is veranderd, er is een decentralisatie van taken gaande van het rijk naar de gemeenten en deelgemeenten zijn opgeheven. De zoektocht naar hoe het anders en beter kan met minder geld is een moeilijke opgave. Wonen Op Zuid is sprake van een zeer omvangrijke, kwetsbare woningvoorraad en de omvang en/of de kwaliteit van de buitenruimte laat op veel plaatsen te wensen over. De focuswijken scoren laag op de veiligheidsindex. In verschillende wijken wonen gezinnen in (te) kleine en verouderde woningen met een gemiddelde oppervlakte van vaak minder dan 70m2. Op Zuid zijn er weinig mogelijkheden om wooncarrière te maken. Veel woningen kampen met (grootschalig) achterstallig onderhoud, voornamelijk in gebieden met weinig corporatiebezit. Particulieren zijn vaak nauwelijks financieel in staat en/of bereid om te investeren in onderhoud en renovatie. De WOZ-waarde is laag. Waardecreatie van woningen is een belangrijke motor voor ontwikkeling van wijken en dat is op Zuid een probleem.

“De wereld is ingewikkeld geworden. Er zijn problemen ontstaan die niet eendimensionaal op te lossen zijn, daarvoor moet je over disciplines heen kijken. Dat léren de studenten hier niet alleen, ze erváren het ook. Ze pakken de problemen gewoon aan, en tonen ons daarmee een glimpse of the future.” Ron Bormans, voorzitter van het College van Bestuur van HR

H1 Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie


p 17

1.6

1.6 Doelstellingen EMI stelt zich ten doel om op de vier onderwerpen (onderwijs, werken, zorg & welzijn en wonen): • FOCUS aan te brengen door het maken van scherpe keuzes. • KWALITEIT te leveren door in samenspraak met praktijkpartners bij te dragen aan het bedenken, uitvoeren en testen van meerjarige programma’s die oplossingen bieden voor de maatschappelijke problematiek op Zuid. • MASSA te maken door meer docenten, studenten en onderzoekers met verschillende specialismen in te zetten.

MASSA

FOCUS

KWALITEIT

1.7

Meerwaarde EMI is gericht op meerwaarde, voor onze studenten, docenten, werkveld en bewoners op Zuid. In een breed netwerk biedt EMI ruimte voor multidisciplinaire teams die werken aan oplossingen voor hardnekkige maatschappelijke vraagstukken. De oplossingen dragen bij aan het verbeteren van de leefomstandigheden van de bewoners op Zuid, maar ook andere wijken van Rotterdam en andere (Europese) steden hebben er baat bij.

H1 Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie


Programma’s

H2


p 20

H2

Programma’s EMI heeft in samenspraak met het NPRZ vier hoofdthema’s gekozen: onderwijs, werken, zorg & welzijn en wonen. Elk van deze thema’s kent een programmapijler, elk programma bestaat uit een aantal Communities of Practice (CoP’s), samenwerkingsverbanden van onderwijs, onderzoek en praktijk. Binnen de hogeschool wordt samengewerkt met (hoofd) docenten, onderwijsmanagers, lectoren en studenten van diverse opleidingen en kenniscentra. De programma’s kunnen wisselend zijn, de hoofdthema’s blijven hetzelfde. Per studiejaar worden de programma’s, samen met HRdocenten en de partners op Zuid, geëvalueerd en geactualiseerd en wordt ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen in de samenleving, in het bijzonder op Zuid. Het programmaschema voor 2015-2016 ziet er als volgt uit:

Onderwijs Children’s zone

Werken Loopbaanoriëntatie

Onderwijs Onderzoek Praktijk

(CoP’s) Communities of Practice

Mentoren op Zuid Excellent onderwijs

Stem van de leerling

Techniek op de basisschool

CV op Zuid

Digitaal lesmateriaal

Mobiele techniek werkplaats

Ouders op Zuid Impuls Ouderbetrokkenheid

Opvoedkracht ouders

Professionalisering professionals en studenten

EMI | Werkplan 2015-2016

Onderzoekend & ontwerpend leren

Social Return


p 21

Zorg en Welzijn

Wonen

Maatsch. ondersteuning Zorginnovatie

City Life

Nieuw in 010

Sense of the City

Gezond op Zuid

Urban Innovation

Healthy Environment

New Systems

Culturele diversiteit

New Spaces

New Stones

H2 Programma’s


Onderwijs | Children’s zone

H3


p 24

H3 Onderwijs | Children’s zone De leerprestaties op Zuid blijven achter. De citoscore is gemiddeld zeer laag, en bijna een kwart van de kinderen op Zuid verlaat de middelbare school zonder startkwalificatie. Vanuit de overtuiging dat de leerprestaties op Zuid structureel beter kunnen is het programma Children’s Zone gestart, een community-aanpak waarin partners uit de leefwerelden thuisschoolbuurt intensief samenwerken. De partners van Children’s Zone werken volgens een gedeelde pedagogische en didactische visie waarbij het kind centraal staat en ouders een cruciale rol hebben in het verbeteren van de leerprestaties van hun kind. Doel: de best mogelijke toekomst voor alle kinderen op Zuid, verhoging van de citoscores en verhoging van het uitstroomniveau voortgezet en middelbaar onderwijs.

3.1

Mentoren op Zuid Programmaleider Nienke Fabries Programmateam: Margriet Clement (methodiek), Gert-Jan van der Maas (bedrijfsvoering), Soesja Pijlman (assistent) Samenwerkingspartners Stichting de Verre Bergen, Mentornetwerk Rotterdam, Oranjefonds, Rabobank, Scholen: Rotterdams Vakcollege De Hef, LMC Zuiderpark, LMC Veenoord, LMC Talingstraat, Calvijn Vreewijk, Calvijn Maarten Luther. Intern: ISO, IvL, CEB, IvG, IFM, EAS

Inleiding en doelstelling De meeste kinderen en jongeren op Zuid kunnen extra één-op-één aandacht gebruiken bij het huiswerk, bij het kiezen van een vervolgstudie of bij het ontdekken van hun talent en hun algehele welzijn. Studenten kunnen voor zoveel mogelijk kinderen en jongeren uit het primair en voortgezet onderwijs op Rotterdam Zuid een goede mentor en coach zijn omdat ze niet zo ver van hen afstaan. Via het programma Mentoren op Zuid (MoZ) willen we zo veel mogelijk studenten op een zo effectief mogelijke wijze inzetten als peercoach/mentor voor kinderen. Studenten leren in de praktijk hoe het is om iemand te coachen en ervaren de dynamische en grootstedelijke context van Rotterdam Zuid. Waar mogelijk gebruiken ze daar de voor hen relevante vakkennis om hun begeleiding optimaal in te zetten. Studenten werken in het netwerk van de school van de kinderen, en reflecteren op hun eigen ontwikkeling door wekelijkse intervisie. Hierdoor ontwikkelen zij zich tot kritische professional.

EMI | Werkplan 2015-2016


p 25

Opzet Programmabureau MoZ ontwikkelt methodiek, traint de docenten, maakt afspraken met de deelnemende scholen en de instituten. Na het opbouwjaar in 2014-2015 wordt het komende jaar gebruikt voor verbetering van de methodiek, ontwikkelen van de applicatie en borging in het curriculum en het werven en trainen van gekwalificeerde docenten. De samenwerking met de scholen wordt op meer gestructureerde wijze geregeld. Voor innovatie, inzicht in methodiek en proces van opschaling, en voor het ontwikkelen van een gedragen visie van stakeholders (scholen, programmateam, docenten en opleidingen van HR) wordt in de herfst van 2015 een studiereis naar de VS georganiseerd, aangezien daar mentoring en tutoring een meer gedegen borging en proces van opschaling kennen. Hierbij zal ondermeer het internationale center for evidence based mentoring worden bezocht. Planning OP 1: Training nieuwe docenten, plan van aanpak-methodiek, uitvoering opschaling, zoeken samenwerkingspartner voor uitbreiding naar andere hogescholen. OP 2: Uitbreiding scholennetwerk met PO. OP 3: Verbetering methodiek, ontwikkeling kwaliteitshandboek. OP 4: Borging in curriculum ISO en IvL. Het programma Mentoren op Zuid loopt door tot studiejaar 2018-2019. Het programma moet worden uitgebouwd zodat op termijn jaarlijks 2000 studenten van de hogeschool ingezet kunnen worden als mentor op Zuid. Targets doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners* 500

studenten** 500

vo-scholen 7

docenten 19

po-scholen 2

hoofddocent 1

leraren 16

lectoren 1

coalities 3

stages 4

onderzoeken 2

onderzoekers

* mentees, ** Prognose per instituut: IvL: 100 | IvG: 100 | IFM: 70 | ISO: 140 | EAS: 20 | Pabo: 16 | Keuzevak: 100

Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid; 500 kinderen uit Zuid ontvangen extra begeleiding bij school, welzijn en keuze beroep/vervolgopleiding. 2. werkveld/partners; Partners: scholen ontvangen extra begeleidingstijd voor hun leerlingen, kunnen hun leerlingen ondersteunen bij huiswerk, welzijn en beroepskeuze door inzet studenten. Een bijvangst is dat scholen op Zuid zo ook kennis maken met mogelijk geschikte stagiaires (indien studenten uit de lerarenopleiding deelnemen). Andere mentorprogramma’s profiteren van kennisuitwisseling en versterking positie van mentoring in Rotterdam.

H3 Onderwijs | Children’s zone


p 26

3. studenten HR; via de studentgerichte (keuzevak/SLC) en de praktijkgerichte lijn kunnen studenten deelnemen aan Mentoren op Zuid. Studenten ontvangen studiepunten en certificaat. MoZ versterkt hun competenties op het gebied van coaching en advisering en geeft hen ervaring in grootstedelijke context. 4. opleidingen HR: keuzevak toegankelijk voor alle opleidingen; met ISO, IVL en IvG aparte afspraken over inbedding van MoZ in het curriculum. Ambitie is om hierbij heldere samenwerkingsovereenkomsten te sluiten waarin input en output voor zowel de opleiding als het programma zijn vastgelegd. Door verbinding met MoZ versterkt de opleiding de praktijklijn, verbetert het de contacten met het scholenveld. De opleiding krijgt een onderwijsmodule die gebruik maakt van evidence based inzicht en training op het gebied van coaching en vraagstukken als opgroeien in de stad en superdiversiteit. Voor een aantal opleidingen draagt MoZ bij aan andere professionele competenties.

“Ik heb de jongeren van Hogeschool Rotterdam hard nodig, dat maakt dit zo’n fantastisch project” Ruben Bolsius, teamleider RVC De Hef

3.2

Excellent onderwijs De betreffende programmaleider stopt met haar werkzaamheden bij EMI. Er zal op korte termijn bekeken worden, zowel met de partners op Zuid, als met opleidingen van de hogeschool welke van onderstaande programmaonderdelen zullen worden voortgezet en wie deze gaat uitvoeren. Inleiding en doelstelling De pedagogische relatie is voor docenten van po tot en met hbo een belangrijk bindmiddel voor zowel docent en student/leerling, maar ook in de studieloopbaan van de leerling/student.

‘Het goede doen op het juiste moment, óók in de ogen van de leerling’ (Borg & Stevens 2013).

Vanuit die pedagogische relatie is er aandacht voor een aantal onderwerpen: • Leerlingparticipatie (Stem van de leerling) of zoals Luc Stevens het noemt ‘de gedeelde verantwoordelijkheid voor onderwijs tussen docent en leerling’. De echte leerkracht geeft ruimte aan zichzelf, maar ook aan zijn leerlingen • Pedagogische sensitiviteit Binnen de CoP Excellent onderwijs worden verschillende subCoP’s gevormd, hierin staat het leren van leerlingen centraal. Om dit leren voortdurend te kunnen verbeteren, onderzoek schoolleiding en docenten het eigen handelen in de dagelijkse praktijk. De subCoP’s binnen Excellent onderwijs zijn: • Stem van de leerling • CV op Zuid (pedagogische sensitiviteit)

EMI | Werkplan 2015-2016


p 27

3.2.1

Stem van de leerling Programmaleider Vacant Samenwerkingspartners LMC PRO Talingstraat, Intern: Minor+ Talent 2.0 Inleiding en doelstelling Leerlingen werken binnen dit programma aan hun participatievaardigheden binnen de context van schoolontwikkeling. Zij worden met andere woorden uitgedaagd een bijdrage te leveren aan de continue ontwikkeling van de kwaliteit van de school als leer- en leefomgeving. Nadruk hierbij ligt op verkenning, afstemming en integratie van de verschillende perspectieven die betrokkenen hebben op de school; in het bijzonder de perspectieven van de leerlingen. Docenten en schoolleiding gaan hierbij de samenwerking aan met leerlingen en krijgen tevens de mogelijkheid zich te bekwamen in de begeleiding hiervan. • Leerlingen: werken aan eigen ontwikkeling; participatievaardigheden; zelfvertrouwen; zelfexpressie; zelredzaamheid. Resultaat: door programmaleiding geschreven aanvulling/aantekening op het diploma, waarin gedetailleerd omschreven staat aan welke vaardigheden de leerling heeft gewerkt en met welk resultaat. • Docent: leren participatie-activiteiten begeleiden en dit binnen de school met collega’s te initiëren en delen. Zij werken zodoende ook aan eigen professionele ontwikkeling en ontwikkeling pedagogische relatie met leerlingen. • School: school als leer- en leefomgeving wordt verbeterd door kwalitatief hoogwaardige inbreng van leerlingen. Management wordt gevraagd actief te participeren en leerlingen en docenten te voorzien van relevante input en vraagstukken. Planning OP 1: theorie/activiteiten op school op Zuid/onderzoek OP 2: theorie/activiteiten op school op Zuid/onderzoek Targets doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners*

studenten** 4

vo-scholen 1

docenten 2

po-scholen

hoofddocent

leraren 1

lectoren

coalities

stages

onderzoeken

onderzoekers

* leerlingen

H3 Onderwijs | Children’s zone


p 28

Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid; kinderen, beter onderwijs. 2. werkveld/partners; professionalisering en kennisdeling. 3. studenten HR; professionalisering en kennisdeling. 4. opleidingen HR professionalisering en kennisdeling.

3.2.2

CV op Zuid Programmaleider vacant Samenwerkingspartners Passie op Zuid. Intern: IVL

Inleiding en doelstelling Op Zuid zijn mensen nodig met passie. Mensen die het verschil kunnen maken. Die leerlingen en collega’s kunnen inspireren en motiveren. Die naast vakmanschap meesterschap voorop stellen, die weten wat kinderen nodig hebben, die betrokken en bevlogen zijn, die verbinding krijgen met leerlingen, die binding hebben met Zuid, die contacten hebben met onze omgeving, die ruimte zoeken voor initiatief en die resultaten weten te boeken. Voor het voortgezet onderwijs wordt in deze CoP samengewerkt met Passie op Zuid. Deze samenwerking heeft als doel om studenten en docenten van lerarenopleidingen en docenten van vo-scholen op Zuid te verbinden om van elkaar te leren en om leerlingen te motiveren nog betere resultaten te behalen. Opzet Projectleiders Passie op Zuid inventariseren belangstelling en mogelijkheden bij vo-scholen op Zuid: • Hoeveel belangstelling is er bij de scholen voor ‘CV op Zuid’? • In welke mate zijn scholen bereid te investeren? • Welke infrastructuur ligt er al? In hoeverre zijn er al BOSS’en en vakcoaches op de scholen? • Voor welke vakken zijn er mogelijkheden op de scholen? • Welke studenten lopen momenteel al stage op de vo-scholen op Zuid? Vanaf het derde kwartaal lopen de studenten al hun stages uitsluitend op Zuid: doen werkervaring op zodat zowel student als Zuid profiteren: stagegarantie en kans op een baan en Zuid ziet goed opgeleide stagiaires/docenten tegemoet. Planning OP 1: projectleiders PoZ inventariseren belangstelling en mogelijkheden bij vo-scholen op Zuid. OP 2: Peter la Fleur en Monique inventariseren bij belangstellende scholen infrastructuur: hoeveel plek, begeleiding vs aantal studenten. OP 3 en 4: Start stages.

EMI | Werkplan 2015-2016


p 29

Targets doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners*

studenten 20

vo-scholen 8

docenten 8

po-scholen

hoofddocent

leraren

min. 8

lectoren

coalities

stages

onderzoeken

onderzoekers

Opbrengsten, resultaten, producten voor 1. inwoners Zuid; kinderen, beter onderwijs. 2. werkveld/partners; professionalisering en goed opgeleide stagiaires/docenten. 3. studenten HR; professionalisering, stagegarantie en kans op baan. 4. opleidingen HR afname goed begeleide stagiaires.

H3 Onderwijs | Children’s zone


p 30

3.3

Ouders op Zuid Dit programma, voorheen onder de naam ‘ouderbetrokkenheid’, is inmiddels gegroeid naar zes subprogramma’s. Het is een programma in opbouw. Bij enkele onderdelen ligt de leiding bij een promovendus, bij enkele andere onderdelen (waar de bemensing vooral met studenten gerealiseerd wordt) ligt de leiding bij de programmaleider zelf. De belangstelling en waardering voor dit onderdeel groeit merkbaar. Zo is de lector onlangs genomineerd voor een prijs voor onderzoek op het terrein van onderwijs.

3.3.1

Impuls ouderbetrokkenheid Programmaleider Leendert Meijers Lector: Mariëtte Lusse Samenwerkingspartners NPRZ, Ministerie van BZK, CPS, Sezer voor Diversiteit, Gemeente Rotterdam, Ministerie van SZW, Cosmicus, OBS Nelson Mandela, GBS het Kompas, SO Laurens Cupertino, Calvijn Maarten Luther, OBS Bloemhof, OBS Pantarijn, OBS de Akkers. Intern: KCTO, ISO.

Inleiding en doelstelling In het kader van het Nationale Programma biedt het ministerie van Binnenlandse Zaken de vermelde scholen een combinatie aan van twee programma’s: • een verbetertraject waarin scholen, onder begeleiding van CPS onderwijsontwikkeling en -advies, samen met ouders werken aan het realiseren een wederkerige samenwerking • een cursus van Sezer voor diversiteit die ouders in de bovenbouw helpt hun onderwijsondersteunende gedrag te versterken. Het lectoraat Ouders in Rotterdam Zuid biedt de scholen in dit traject expertise aan en verzorgt een 0-meting en een herhalingsmeting. Doelstelling is de wederkerige samenwerking tussen ouders en school en bovendien het versterken van onderwijsondersteunend gedrag van ouders. Opzet De voortgang van het project is sterk afhankelijk van de aanmelding en medewerking van scholen en de voortgang van de interventies door CPS en Sezer. Op 7 scholen zijn nulmetingen uitgevoerd. Dit studiejaar staat op 1 school een nulmeting gepland, op 2 scholen worden herhaalmetingen uitgevoerd en op 3 scholen staan herhalingsmetingen gepland. Planning Gezien het voorgaande is er geen gedetailleerde planning.

EMI | Werkplan 2015-2016


p 31

Targets doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners* 100

studenten 6

vo-scholen 1

docenten

po-scholen 5

hoofddocent

leraren 6

lectoren 1

coalities

stages

onderzoeken

onderzoekers 1

Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid (leerlingen en ouders); krijgen inzicht in wat de interventies op groepsniveau en op persoonlijk niveau opleveren. 2. werkveld/partners; krijgen inzicht in de veranderde perceptie van ouders en leraren m.b.t. tot de samenwerking tussen school en thuis. 3. studenten HR; treden in contact met ouders in Rotterdam Zuid en doen ervaring op in het participeren in onderzoek. 4. opleidingen HR; kunnen de opbrengsten van het onderzoek verwerken in het curriculum.

3.3.2

Opvoedkracht ouders a. Oudernetwerken Programmaleider Leendert Meijers Lector: MariĂŤtte Lusse Samenwerkingspartners Rotterdams Kenniscentrum Diversiteit, Stichting Al-moustaqbal, Stichting Vader & Zoon Feijenoord, Essalam Moskee, Kracht van de vrouw, Stichting voor vernieuwing en participatie, Gemeente Rotterdam, DOCK. Intern: KCTO, ISO

Inleiding en doelstelling Sociale relaties van een gezin zijn belangrijk voor een sterke stimulerende opvoedomgeving. Niet alle ouders beschikken echter over voldoende contacten. Vooral ouders met een migratieachtergrond geven vaak aan dat het hen daaraan ontbreekt. Tegelijk hebben zij te maken met een grotere uitdaging in de opvoeding. Dit komt onder meer omdat de eigen opvoeding minder als referentiekader kan dienen, zij de taal beperkt machtig zijn en zij bovendien nog hun weg moeten vinden in de Nederlandse samenleving. We richten ons op het ondersteunen en aanvullen van bestaande netwerken onder ouders zonder het initiatief (volledig) over te nemen. We werken in de gebieden Feijenoord (2 wijken) en Carlois waar mogelijk samen met professionals.

H3 Onderwijs | Children’s zone


p 32

Doelstelling: • ontwikkelen van individuele deelnemers (ouders met een migratie-achtergrond) met (participatie in) een aanbod aan activiteiten • ontwikkeling van zelforganisaties en bewoners in de wijk • ontwikkeling van een aanpak waarmee ouders zelf een programma voor ouders ontwikkelen. Opzet In overleg met gebiedsnetwerkers uit de genoemde gebieden in contact treden met zelforganisaties en participeren in de ontwikkeling van een programma. Hierbij wordt samenwerking gezocht met welzijnsorganisaties. Planning Tot 1 januari volgen we en proberen we uitgenodigd te worden. Vervolgens sluiten we als gast aan bij bestaande netwerken, we volgen daar het gesprek en sluiten we aan op de geformuleerde behoeften. Vanaf januari verwachten we ook te gaan toevoegen. Het blijkt dat de opkomst van dergelijke overleggen sterk wisselt en de besluitvorming traag verloopt. De ervaring leert dat heel snel (onterecht) de indruk ontstaat dat wij het initiatief overnemen. Targets doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners* 100

studenten 4

vo-scholen

docenten 3

po-scholen

hoofddocent

leraren

lectoren 1

coalities 2

stages

onderzoeken

onderzoekers

* Ouders/gezinnen

Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid; ouders doen in aangeboden activiteiten nieuwe inzichten op, vergroten hun netwerk en in dit netwerk ondersteunen zij elkaar in het toepassen van de inzichten. Daarnaast richten wij ons op het verbinden van netwerken. 2. werkveld/partners; leren nieuwe werkvormen aan om met ouders over opvoedthema’s te praten en hen in netwerken te activeren. Leren extra mogelijkheden om de netwerken van ouders te verbinden, om de wereld van ouders te helpen vergroten. 3. studenten HR; zie werkveld/partners. 4. opleidingen HR; krijgen input van studenten over de leerervaringen hierbij.

EMI | Werkplan 2015-2016


p 33

b. Taalstimulering thuis Programmaleider Leendert Meijers Lector: MariĂŤtte Lusse. Onderzoeker: Martine van der Pluijm Samenwerkingspartners DOCK. Intern: ISO, KCTO

Inleiding en doelstelling Naast het al lopende onderzoek Thuis in Taal op acht tot vijftien basisscholen, wordt onderzocht of en hoe een handreiking voor sociaal werkers ontwikkeld kan worden bij de ondersteuning van (laaggeletterde) ouders bij taalstimulering thuis. Gestart wordt met het ophalen van ervaringen bij de Voorlees-express, De Katrol, en Spel aan Huis en met de methodiek TOLK. Van de succesvolle bestanddelen wordt via toetsen en onderzoek naar een optimale mix gezocht. Verwacht wordt dat de begeleiding tijdens inloop in de klas, de begeleiding in de ouderkamer en de begeleiding thuis qua effect elkaar versterken. De uitkomsten van het vooronderzoek worden beschreven en de eerste ontwerpen voor thuisactiviteiten (beroepsproduct). Opzet Uitgangspunt vormt het materiaal uit Thuis in Taal, TOLK en Spel aan Huis. Bovendien zal het netwerk van ouders uit Thuis in Taal ingezet worden. Planning De planning van dit onderdeel volgt de planning van het onderwijsprogramma. Targets doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners* 25

studenten 7

vo-scholen

docenten 2

po-scholen 3

hoofddocent

leraren 8

lectoren 1

coalities

stages

onderzoeken

onderzoekers 1

* Ouders

H3 Onderwijs | Children’s zone


p 34

Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid; persoonlijke begeleiding voor ouders bij de stimulering van de taalontwikkeling van hun kind. 2. werkveld/partners; een (concept)beroepsproduct. 3. studenten HR; een mogelijkheid om minor en afstudeeronderzoek te doen met een vraagstuk dat direct toegepast wordt in de praktijk. 4. opleidingen HR; het is nog te vroeg om hier uitspraken over te doen.

c. Digitale opvoedtool Programmaleider Leendert Meijers Lector: Mariëtte Lusse Samenwerkingspartners Stichting Appvoeding (opdrachtgever). Intern: KCTO, ISO

Inleiding en doelstelling Ouders hebben regelmatig te maken met Opvoedverlegenheid: zij zijn onzeker over wat te doen in alledaagse opvoedsituaties. Dit is van alle tijden en speelt bij alle ouders. Ouders lopen niet graag te koop met de vragen die zij hebben. Stichting Appvoeding denkt dat digitaal opvoedadvies ouders kan helpen de schroom te overwinnen en wil een opvoedtool ontwikkelen die die drempel voor ouders bij het stellen van vragen verlaagt. De vraag is hoe een dergelijke opvoedtool (app, game, website) er uit moet zien om ouders concrete antwoorden te bieden op hun vragen en om ouders te verleiden daarvan ook gebruik te maken. Hogeschool Rotterdam werkt in een aantal fasen aan dit product. Het is de bedoeling dat op eerdere fases voortgebouwd wordt. Doel is om opvoedadvies toegankelijk en laagdrempelig maken. De beoogde tool is in eerste instantie bestemd voor ouders in Rotterdam Zuid. De te ontwikkelen tool voegt iets toe aan het bestaande (zoals bijvoorbeeld www.opvoeden.nl (CJG), Kunst van het opvoeden – APP (Horizon Jeugdzorg) en www. mijnkindonline.nl (Kennisnet)). Opzet Het vraagstuk bestaat uit meerdere deelprojecten waarin de studenten elkaars kennis en vaardigheden nodig zullen hebben om de vraag te kunnen realiseren. Het gaat daarbij onder andere om kennis over: • didactiek en pedagogiek die gebruikt wordt voor de vertaling naar een laagdrempelige, direct toepasbare, tool • vormgeving: de tool moet aantrekkelijk, beeldend en niet te ‘talig’ zijn • techniek voor de vertaling naar de werking van een tool in gadgets die aansluiten bij en toegankelijk zijn voor de doelgroep • marketing en PR voor het bedenken van een strategie om de tool uit te kunnen zetten onder opvoeders in Rotterdam Zuid • financiën voor het zoeken naar de financiële mogelijkheden na prototype en lancering. Planning De planning van dit onderdeel volgt de planning van de minor+ (het onderwijsprogramma).

EMI | Werkplan 2015-2016


p 35

Targets doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners*

studenten 9

vo-scholen

docenten 2

po-scholen

hoofddocent

leraren

lectoren 1

coalities

stages

onderzoeken

onderzoekers

Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid; op termijn een laagdrempelige, interactieve, beeldende digitale tool waardoor informatie eenvoudiger en sneller beschikbaar is. 2. werkveld/partners; op termijn een groter bereik van ouders met minder inspanning en/of kosten. 3. studenten HR; ervaring opdoen met communicatie, productontwikkeling en samenwerken. 4. opleidingen HR; Dit is momenteel nog niet nader aan te duiden.

H3 Onderwijs | Children’s zone


p 36

3.3.3

Professionalisering professionals en studenten a. Thuis in taal Programmaleider Leendert Meijers Lector: MariĂŤtte Lusse, Onderzoeker: Martine van der Pluijm Samenwerkingspartners OBS Bloemhof, CBS Willem van Oranje, Oscar Romeroschool, De Globetrotter Afrikaanderplein, OBS Nelson Mandela, De Kameleon, Beatrix school, De Kleine Wereld (noord), Cosmicus, Prinses Christinaschool (Vlaardingen), De Klinker/De Globe, De Agnesschool. Intern: ISO, KCTO

Inleiding en doelstelling Met name in de onderbouw van de basisschool is praten, spelen en lezen met je kind van belang voor de taalontwikkeling. Hoe doe je dat als je als ouder zelf laaggeletterd bent? In dit onderzoek is de centrale vraag hoe scholen laaggeletterde ouders kunnen ondersteunen in hun rol bij de taalontwikkeling van hun kinderen. De scholen maken onder andere gebruik van de inloopmomenten om ouders mee te nemen in het leren van hun kind. Zij geven hen tips en handvatten om zelf thuis met taalondersteuning daarop aan te sluiten. Basisschool Bloemhof ontwikkelt de aanpak door tot en met de bovenbouw. Opzet Een leerkring voor leerkrachten waarin ervaringen uitgewisseld worden, wordt begeleid. In deze leerkring is aandacht voor het consolideren van de aanpak in de onderbouw, voor het uitbreiden van de aanpak naar de bovenbouw en voor het verbinden van de aanpak in de klas en in de ouderkamer. Planning Er is momenteel geen gedetailleerde planning. Targets doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners* 300

studenten 9

vo-scholen nvt

docenten 2

po-scholen 13

hoofddocent

leraren 13

lectoren 1

coalities

stages

onderzoekers

onderzoekers 2

* ouders

EMI | Werkplan 2015-2016


p 37

Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid; ouders krijgen handreikingen en demonstraties (door leerkrachten) om de taalontwikkeling bij de kinderen te stimuleren. 2. werkveld/partners; handreikingen voor leerkrachten om ouders te coachen op het stimuleren van de taalontwikkeling bij hun kinderen.13 basisscholen en 1 organisatie voor peuteropvang nemen deel aan het onderzoek. 18 leerkrachten en 9 ouderconsulenten van 13 scholen nemen deel aan de leerkring waarin gewerkt wordt aan professionalisering van leerkrachten en ouderconsulenten. 3. studenten HR; minor en afstudeeronderzoek doen in de praktijk. 4. opleidingen HR; actuele inzichten in en instrumenten voor de beroepspraktijk.

b. Loopbaancompetenties Programmaleider Leendert Meijers Lectoren: Mariëtte Lusse, Ellen Klatter. Onderzoekers: Monique Strijk, Luuk van Schie Samenwerkingspartners ROC Albeda, opleiding verpleegkunde, LMC Zuiderpark, RVC De Hef, Zadkine (Techniek + ICT), NPRZ Intern: ISO, KCTO

Inleiding en doelstelling Reflectie op de loopbaan helpt kinderen en jongeren meer zicht te krijgen op hun kwaliteiten en motieven. Het idee is dat als ouders hun kinderen helpen te verkennen wat bij hen past, een klankbord vormen voor hun kind, wat kinderen helpt hun loopbaancompetenties te ontwikkelen. In leerkringen van mentoren, ouders en leerlingen wordt in de bovenbouw van LMC Zuiderpark en RVC De Hef onderzocht op welke wijze vmbo’s het loopbaanondersteunend gedrag van ouders zodanig kunnen stimuleren dat de loopbaancompetenties van de leerlingen toenemen. Daarnaast wordt op de opleiding ICT van het Zadkine een leerkring gestart en op het Albeda College een projectgroep om de samenwerking tussen school en ouders in het proces naar de aanmelding en in de eerste twee leerjaren te verbeteren. Het doel hierbij is om de thuisomgeving een effectievere rol te laten spelen in de schoolloopbaankeuzes en (mede hierdoor) de motivatie van de studenten te vergroten. De procesbegeleiding van de leerkringen en de projectgroep wordt gefinancierd door NPRZ. Opzet Concrete interventies geven docenten gerichte handvatten om ouders bij LOB te betrekken. Door deze aandacht voor de oudercomponent bij LOB kunnen de docenten de gehele loopbaanbegeleiding die vanuit school aan de leerling geboden wordt beter vormgeven en kwalitatief verdiepen. Van de interventies op Zuid wordt een overzicht gemaakt waarmee scholen ouders betrekken bij LOB. Dit overzicht dient als inspiratie voor de scholen die deelnemen aan het onderzoek. Andersom worden de andere scholen op Zuid geïnformeerd over de ervaringen van het onderzoek. Planning Fase 1: Explorerend onderzoek (juli 2014-september 2015). Fase 2: Het (her- of door-)ontwikkelen van interventies in leerkringen bestaande uit leerlingen, docenten, ouders en management (oktober 2015-maart 2016). Fase 3: Testen interventies (april 2016-augustus 2016). Fase 4: Breed invoeren van interventies & evaluatieonderzoek in 2016-2017.

H3 Onderwijs | Children’s zone


p 38

Targets doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners* 500-Âą1000

studenten 4

vmbo + mbo-scholen

docenten 3

4

po-scholen

hoofddocent

leraren 20

lectoren 2

coalities

stages

onderzoekers

onderzoekers 2

* leerlingen + ouders

Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid (ouders en leerlingen); als ouders beter in staat zijn de thuisbetrokkenheid vorm te geven en er een verbeterde samenwerking tussen school en ouders plaatsvindt zijn leerlingen beter in staat hun loopbaancompetenties te ontwikkelen waardoor zij betere schoolkeuzes kunnen maken. 2. werkveld/partners; door het project krijgen docenten beter inzicht in de processen die spelen rondom LOB en ouders. Hierdoor zijn ze beter in staat de samenwerking met ouders met betrekking tot LOB vorm te geven. 3. studenten HR; vier afstudeerstudenten uit het 4de jaar van de opleiding MWD voeren een deelonderzoek uit binnen het project ‘Ouders in Zuid’. 4. opleidingen HR; op dit moment is vooral MWD betrokken. De afstudeerders nemen deel aan de afstudeerkring ouderbetrokkenheid van KCTO. De opbrengsten zijn op termijn relevant voor de sociale en lerarenopleidingen.

EMI | Werkplan 2015-2016


Werken | LoopbaanoriĂŤntatie

H4


p 42

H4 Werken | Loopbaanoriëntatie In de werkgroep Loopbaanoriëntatie van het NPRZ ontwikkelden scholen (po, vo, mbo en hbo) samen een aanpak om de loopbaanoriëntatie, met daarin speciale aandacht voor sectoren waar werk in te vinden is (zorg en techniek) op Zuid te verbeteren. De aanpak zal zich o.a. in het po en vo richten op het trainen/ opleiden van docenten, mentoren en decanen, het betrekken van ouders bij de keuzes voor een vervolgopleiding of studie en het opdoen van ervaringen door leerlingen met beroepen via bliksemstages, bedrijfsbezoeken e.d. In het middelbaar beroepsonderwijs richt de aanpak zich vooral op het trainen/opleiden van schoolloopbaanbegeleiders en praktijkbegeleiders uit het bedrijfsleven.

4.1

Onderzoekend & ontwerpend leren Jongeren op Zuid kiezen te weinig voor techniek en zorg. Terwijl daar de kansen op de arbeidsmarkt het grootst zijn. Daarnaast kiezen jongeren op Zuid vaak een studie die niet bij ze past of die ze niet volhouden. Dit probleem speelt niet alleen op Zuid, maar in heel Rotterdam en zelfs landelijk. Vanuit landelijke organisaties en de gemeente zijn diverse initiatieven gestart om de keuze voor techniek en zorg te bevorderen en schooluitval te verminderen. Om de situatie op Zuid te verbeteren wordt aangesloten bij de landelijke en stedelijke initiatieven, maar ook gekeken naar programma’s die concreet bijdragen aan de doelen van het NPRZ. In de werkgroep Loopbaanoriëntatie van het NPRZ ontwikkelden scholen (po, vo, mbo en hbo) samen een aanpak om de loopbaanoriëntatie op Zuid te verbeteren. Programmaleider Tamara van Heel

Targets doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners 400

studenten 10-15

vo-scholen

docenten 3

po-scholen 5

hoofddocent

leraren 90

lectoren 1

coalities

stages

onderzoeken * leerlingen

EMI | Werkplan 2015-2016

min. 2

onderzoekers


p 43

4.1.1

Techniek op de basisschool a. Aanbod basisscholen op Zuid Samenwerkingspartners Expertise Centrum Wetenschap en Technologie Zuid-Holland, Maritiem Museum, Educatief Informatie Centrum Mainport Rotterdam, Wetenschapsknooppunt ZH, Stadslab, RDM Makerspace, Vakmanstad, RVC De Hef, Technolab, JINC, OBS De Toermalijn en Duo 2002. Intern: IvL

Opzet Met de scholen die participeren in het BOSS project wordt nagegaan welke ontwikkelingen er spelen op het gebied van W&T. Daar waar mogelijk gaat de Pabo (met studenten) participeren in de ontwikkeling van dit domein op deze scholen. Scholing van leerkrachten kan een onderdeel van het aanbod uitmaken. Daar waar het scholen op Zuid betreft ligt de verantwoordelijkheid bij de programmaleider Techniek op Zuid (ToZ). Op OBS De Toermalijn en DUO 2002 is het concept de Havenschool ontwikkeld. Hierin wordt met de programmaleider, het Maritiem Museum, het Wetenschapsknooppunt Delft en Pabo studenten gewerkt aan een van de Haven doordrenkt curriculum en twee Havendagen, waaraan alle leerlingen op de scholen deel zullen nemen. Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid; alle leerlingen van de deelnemende scholen maken gedurende de looptijd van de nascholing/projecten kennis met Techniek. Voor de leerlingen in groep 7 en 8 wordt er duidelijke koppeling gemaakt tussen het techniekcurriculum en LOB. 2. werkveld/partners: met de partners wordt een netwerk onderhouden, waarbij samenwerking moet leiden tot het versterken van het techniekcurriculum van de deelnemende basisscholen, door buitenschools leren (aanbieders techniek/LOB lessen) te koppelen aan binnenschools leren (het techniekcurriculum dat in samenwerking met de HR is opgezet). 3. studenten HR; IVL-Pabo projecten stagestudenten ontwikkelen curriculum onderdelen voor de deelnemende scholen (keuze/plaatsing nog onbekend). 4. opleidingen HR; IPO; Bij deze instituten zijn we vorig jaar gestart als opdrachtgever voor het ontwikkelen van (digitaal) lesmateriaal en het doen van onderzoek naar LOB in Rotterdam Zuid. Voor het opzetten van een mobiel technieklab zal in eerste instantie OBS De Toermalijn voor de ontwikkeling als casus genomen worden, dit concept kan later uitgerold worden naar andere geĂŻnteresseerde scholen.

b. HRM Havenproject Opzet De programmaleider zal fungeren als opdrachtgever voor een groep (3-4) HRM-studenten. Zij gaan een onderzoek verrichten naar de vraag die in het basisonderwijs ontstaat naar speciaal geschoolde leerkrachten die het domein Wetenschap en Technologie op hun school gestalte kunnen geven. Hoe ziet een profiel van een dergelijke leerkracht eruit? Hoe kan de Pabo in haar curriculum de studenten voor dit profiel goed voorbereiden en hoe kunnen we ervoor zorgen dat meer studenten deze specialisatie willen kiezen?

H4 Werken | LoopbaanoriĂŤntatie


p 44

Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid; - 2. werkveld/partners; directeuren basisscholen krijgen inzicht in het leerkrachtprofiel dat nodig is voor het goed implementeren van Techniek in het curriculum. Hier kunnen zij rekening mee houden bij professionalisering van eigen personeel of bij de werving van nieuwe leerkrachten. 3. studenten HR; studenten van de Pabo kunnen zien hoe zij zich al tijdens hun studie kunnen bekwamen in de richting van W&T-leerkracht en kunnen dit op hun CV zetten. 4. opleidingen HR; Als civiel effect zou hiermee ook de keuze voor W&T-onderdelen in het curriculum gestimuleerd kunnen worden.

c. Scholing basisschool leerkrachten Opzet In dit jaar zullen BOOR scholen een nascholingsaanbod gedaan worden door EMI-HR/IVL die vanuit de NPRZ LOB gelden, het gemeentelijk budget Leren Loont (onderdeel Kiezen voor Techniek) en/of de subsidie van het Expertise Centrum Wetenschap en Technologie Zuid-Holland bekostigd kunnen worden. De training wordt gericht op de W&T-coördinator en de volledige teams. Daar waar het scholen op Zuid betreft ligt de verantwoordelijkheid bij de programmaleider Techniek op Zuid. Het doel van de training is: • De ontwikkeling van een W&T curriculum op deze scholen. • Het stimuleren van leerlingen van groep 7 en 8 om een loopbaan in de technieksector te (gaan) ambiëren. Tevens is de vraag uitgezet bij alle scholen binnen het BOSS project of een intensieve samenwerking met de Pabo in het kader van W&T gewenst is (hierin participeren ook scholen buiten het bestuur van BOOR). Studenten zullen actief benaderd worden om te participeren in de ontwikkelingen op hun stageschool. Als vervolg op Techniek op Zuid tranche 1 t/m 3 is afgesproken is om een aantal keer per jaar contact te hebben met techniekcoördinatoren en directeuren van de scholen (IBN-I Sina, SBO Laurens Cupertino, OBS de Piramide en OBS de Zonnehoek) die afgelopen twee schooljaren de nascholing Techniek op Zuid hebben gevolgd. Dit om de implementatiefase te volgen en de scholen van verder advies te kunnen voorzien. Indien nodig worden nieuwe interventies afgesproken met de desbetreffende directeuren. Concreet ligt er al een verzoek van het Wetenschapsknooppunt Delft om een toolkit voor ontwerpend onderwijs te ontwikkelen samen met wetenschappers, studenten, docenten en geïnteresseerde scholen. Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid; indirect worden de ouders van de kinderen bereikt via de scholen binnen de samenwerking, dit is niet kwantificeerbaar. 2. werkveld/partners; In samenwerking met de projectleider W&T van de stichting BOOR zal gekeken worden welke scholen gebruik willen maken van een professionaliseringsaanbod in combinatie met hun te ontwikkelen W&T curriculum. Hierin wordt nauw samengewerkt met Frank Schutte (Projectleider NPRZ-LOB) en Desiree van Dijk (Projectleider Gemeente Rotterdam programma Leren LoontKiezen voor Techniek). 3. studenten HR; stagestudenten op de scholen binnen Techniek op Zuid hebben leren toepassen in de praktijk. 4. opleidingen HR; vakdocenten zetten hun expertise in in de praktijk.

EMI | Werkplan 2015-2016


p 45

d. Diversen Om de boodschap van EMI-HR en Pabo uit te dragen zullen bijdragen geleverd worden aan onderwijscongressen. Hiermee worden steeds meer instanties, bedrijven en scholen doordrongen van het feit dat de HR een goede partner is om W&T in de basisschool te stimuleren. 1) W&T academie 30 september, Bereik: 500 Pabo studenten, > 100 leerkrachten uit de regio 2) Onderwijsparade en congres Gemeente Rotterdam 7 oktober, Bereik; alle scholen Rotterdam Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid; op de Onderwijsparade zullen ouders deelnemen aan een workshop over Techniek in de basisschool deelnemer aantal nog onbekend. 2. werkveld/partners; alle scholen van Rotterdam (en omstreken) en alle partners die in bovenstaande onderdelen al genoemd zijn. 3. studenten HR; op de W&T Academie leren 1e en 2e jaars hoe nieuwe W&T-technieken toegepast kunnen worden. 4. opleidingen HR: toepassingsmogelijkheden W&T in curriculum.

4.1.2

Digitaal lesmateriaal Samenwerkingspartners Basisscholen focuswijken Zuid, CGI, VHTO. Intern: IvL, CMI, IPO en CMI

Opzet Afgelopen schooljaar is de app Walky door studenten CMI/CMD/ICT ontwikkeld. Het bedrijf CGI (beroepenveld commissie bovengenoemde opleidingen) heeft interesse getoond voor dit product en gaat in overleg met de opleiding verkennen of dit product doorontwikkeld kan worden en in de markt gezet kan worden. De vakdidactische component zal door studenten/alumni of docenten van de Pabo ontwikkeld moeten worden. Als dit project levensvatbaar wordt geacht door betrokken partijen dan zal bij dit project CGI, VHTO, docenten en studenten CMI/CMD/ICT en Pabo geĂŻmplementeerd worden. Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid; leerlingen participeren in test. 2. werkveld/partners; getest product om W&T toe te passen op de scholen. 3. studenten HR; leren samen en voor de doelgroep (kinderen) nieuwe lesvormen te ontwikkelen voor toepassingen W&T. 4. opleidingen HR; toepassingen W&T.

H4 Werken | LoopbaanoriĂŤntatie


p 46

4.1.3

Mobiele techniek werkplaats Samenwerkingspartners Basisscholen focuswijken Zuid, ROC Albeda (mogelijkheden onderzoeken). Intern: EAS (IPO)

Opzet In het kader van de minor Industrieel ProductOntwerpen (IPO) zullen 3 studenten het in 2014 ontwikkelde concept Mobiel Technieklab doorontwikkelen tot een Flexibel Fablab concept. Hun rol zal vooral worden het selecteren of ontwikkelen van lesmaterialen die het startpunt kunnen vormen om met het Mobiel Technieklab aan de slag te gaan. OBS De Toermalijn is inmiddels bereid gevonden om aan dit project mee te werken in de onderzoeks- en testfase. In overleg met de docent van IPO is gekozen voor een zo specifiek mogelijke doelgroep bij één opdrachtgever. Voor de productie van een prototype is contact gelegd met docenten uit het MBO. Na de testfase kan gekeken worden of dit concept onveranderd ook bij andere scholen op Zuid uitgerold kan worden. Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid; leerlingen groep 6, 7 en 8 van OBS De Toermalijn. 2. werkveld/partners; OBS De Toermalijn, Maritiem Museum, EIC, Wetenschapsknooppunt Delft. 3. studenten HR; leren concepten om te zetten in een product. 4. opleidingen HR: toepassingen voor W&T.

4.2

Social Return Programmaleider Gert-Jan van der Maas Lector: Guy Bauwen, Maake Lycklama A Nijeholt. Onderzoekers: Desiree Meurs, Tasmeen Sadiq, Annemieke Kreeft Samenwerkingspartners IkZitopZuid, Partners IkZitopZuid, Gemeente Rotterdam, House of Hope, Veldacademie. Intern: IBK, KCI, IFM

Inleiding en doelstelling Werkgevers worden steeds vaker door opdrachtgevers gevraagd om banen, leerplekken en stageplekken te creëren voor mensen met een groter(e) afstand tot de arbeidsmarkt. Het gaat hier om mensen in een uitkeringssituatie die een lage opleiding of weinig werkervaring hebben of werkzaam zijn in een sociale werkplaats. Door het opnemen van sociale voorwaarde in de aanbestedingen worden bedrijven verplicht om banen te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het opnemen van voorwaarden in een aanbesteding wordt aangeduid als Social Return. Social Return (SR) biedt grote kansen, niet alleen voor overheden om de overheidsuitgaven terug te dringen en haar maatschappelijke plicht te vervullen, maar ook voor werkgevers en bewoners. Wanneer SR namelijk goed ingevuld is kan dit leiden tot een aanvaardbare businesscase, kan een organisatie zich profileren als maatschappelijk verantwoord en kunnen problemen rondom vergrijzing teruggebracht worden. Daarnaast krijgen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kans om niet alleen bij te dragen aan de samenleving, maar kunnen deze zich ook op persoonlijk en professioneel vlak ontwikkelen. EMI | Werkplan 2015-2016


p 47

Doelstelling en doelgroep: • Adoptie en valorisatie van SR vergroten bij partners van het netwerk ‘IkZitopZuid’. • Het in kaart brengen van werktoeleidingtrajecten voor jongeren op Zuid met aandacht vwoor de wijze van financiering, samenwerkingen, werving & selectie van de jongeren, werkwijze, resultaten en effecten van de toeleidingstrajecten, in opdracht van de gemeente Rotterdam en Nationaal Programma Rotterdam Zuid. Opzet De samenwerking tussen Hogeschool, IZOZ is gestoeld om kennis te ontwikkelen over SR en deze kennis te delen met de partners. Het doel is om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt uit Zuid duurzaam te plaatsen of aan het werk te helpen. Het onderzoek naar Social Return is uitgevoerd bij partners van het bedrijvennetwerk ‘IkZitopZuid’, de gemeente Rotterdam, integratiebureaus en woningbouwcorporaties. De partners zijn geïnterviewd en hebben hun mening gegeven over hoe zij tegen Social Return aankijken en op welke wijze zij Social Return hebben ingepast in hun organisatie. De bevindingen van dit onderzoek worden in een rapport beschreven. Het tweede gedeelte van het onderzoek richt zich op de uitvoering van het SR-beleid bij de leden van het netwerk. Er worden interviews afgenomen met SR-deelnemers en hun begeleiders/leidinggevende. Deze interviews worden verwerkt in een magazine. In het magazine zullen positieve verhalen over SR staan beschreven. Dit heeft als doel om werkgevers te enthousiasmeren om werk te bieden aan bewoners van Zuid. De aanpak bestaat uit drie stappen: 1. Kwalitatieve bevraging: stakeholders Een eerste, complementair design bestaat uit een kwalitatieve survey die wordt gehouden bij de Gemeente Rotterdam, werkgevers, fondsen, projectverantwoordelijke, re-integratietrajecten & projecten en overige stakeholders. Dit is functioneel voor het beantwoorden van de vraag naar het profiel van de toeleidingstrajecten, de organisatiestructuur & financiering van de toeleidingsprojecten, opgezette toeleidingswerkwijzen, de samenwerkingen met werkgevers en de beoogde effecten zoals duurzaam aan het werk. Daarnaast worden ook schriftelijke bronnen opgevraagd bij de diverse stakeholders, zoals subsidiebrieven, evaluaties en publicaties. 2. Kwalitatieve bevraging: toeleidingsbegeleiders. Een tweede, aanvullende methode richt zich op het bevragen van betrokken begeleiders van de geselecteerde toeleidingsprojecten waaronder: activeringsbegeleiders, jeugdcoaches en welzijnswerkers uit het ruimer geïdentificeerde toeleidingsnetwerk zoals wijkteams en welzijnsorganisaties. 3. Kwalitatieve analyse van de deelnemers. Een derde methode heeft tot doel het profiel van de deelnemers in kaart te brengen. Er wordt inzicht verschaft in de motieven van de deelnemers, hun ervaringen en perspectief op werken. Tot slot worden de bevindingen samengebracht in een rapport. Planning Op basis van de huidige informatie, vertalen de voorgaande onderzoeksobjecten zich naar onderstaand stappenplan: • Onderzoeksrapport SR (oktober 2015) • Poster (oktober 2015) • Uitvoeren van interviews bij partners van netwerk (september 2015–december 2015) • Studenten en minoren matchen aan onderzoeken +/15 studenten (oktober 2015–juni 2016) • Oplevering magazine (februari 2016) • Symposium terugkoppeling van resultaten en lessons learned delen samen ‘IkZitopZuid’ (februari 2016)

H4 Werken | Loopbaanoriëntatie


p 48

Targets doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners 50

studenten 10

vo-scholen

docenten

po-scholen

hoofddocent 5

leraren

lectoren 2

coalities

stages 10

onderzoeken 2

onderzoekers 3

Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid; inzicht in: welke keuzes worden gemaakt door de verschillende groepen van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt ten aanzien van een arbeidsplaats? Welke werving strategieĂŤn zijn het meest succesvol om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt aan duurzame arbeidsplaatsen te begeleiden? 2. werkveld/partners; organisaties zijn welwillend om Social Return (SR) toe te passen, ze weten alleen niet hoe. Het is van groot belang dat organisaties inzicht krijgen hoe zij SR succesvol kunnen toepassen. Alleen dan kan grootschalige adoptie plaatsvinden. 3. studenten HR; komen in aanraking met maatschappelijke uitdagingen en leren nieuwe oplossingen te bedenken voor maatschappelijke vraagstukken. Ook leren studenten hun eigen rol/plaats kennen in de maatschappij. 4. opleidingen HR gastcolleges over maatschappelijk verantwoord ondernemen, ethiek, maken van een businesscase. Studenten kunnen afstuderen en minor-opdrachten uitvoeren op verschillende deelvragen.

EMI | Werkplan 2015-2016


p 49


Maatschappelijke ondersteuning & Zorginnovatie

H5


p 52

Maatschappelijke ondersteuning & Zorginnovatie Soms hebben ouders hulp nodig. En soms hebben kinderen hulp nodig. Voor kinderen die extra aandacht nodig hebben moet er dan ook een goede zorgstructuur komen die de school ontlast en die gericht is op het versterken van het gezin, de thuisbasis van het kind. Zorg en begeleiding dichtbij huis gericht op preventie waar mogelijk en op hulp waar nodig. Zorg en begeleiding, die plaatsvinden tegen de achtergrond van grote veranderingen en bezuinigingen in het landschap van welzijn en zorg. Op Zuid heeft het Instituut voor Sociale Opleidingen, met een nieuw curriculum in opbouw onder de noemer Social Work, een stevige traditie in het strategisch partnerschap met innovatieve praktijkpartners om gezinnen te ondersteunen. Met Bureau Frontlijn is een hechte samenwerking. Met het werken in leerwerkgemeenschappen wordt deze samenwerking verduurzaamd. Zo ontstaan lerende netwerken waarin onderwijs en praktijk meer met elkaar verbonden worden en toegesneden zijn op de actualiteit van de Rotterdamse samenleving.

5.1

Nieuw in 010 Programmaleider Wietske Willemse Lector: Hanneke Torij, Onderzoekers: Jantine van Rijckevorsel, Ivanka van Delft Samenwerkingspartners Verloskundigen aan de Maas, Verloskundige Praktijk Charlois, Verloskundige praktijk Maashaven, Verloskundige praktijk Zuidwijk, Verloskundige praktijk Randweg, Gastsprekers. Erasmus MC, Bureau Frontlijn, Voorlichters Gezondheid, Jonge Moeders netwerk, Gemeente Rotterdam/GGD, Home Start Intern: IVG, ISO, WdKA, KCZI, Steunpunt Studerende Moeders

Binnen het programma Nieuw in 010 bieden studenten Verloskunde en studenten Maatschappelijk Werk en Dienstverlening lichte ondersteuning aan zwangeren op Rotterdam Zuid. Bij lichte ondersteuning kun je denken aan het ondersteunen van de zwangere met vragen over goedkope baby spullen, het meegaan naar plekken waar ze andere moeders kunnen ontmoeten, het toeleiden naar bestaande programma’s die helpen in opvoedondersteuning, wegwijs maken in de wijk etc. Deze ondersteuning draagt bij aan het vergroten van het gevoel van capabel ouderschap en het netwerk van de zwangere. De studenten leren over de grenzen van hun eigen beroepsgroep kijken en hierin samenwerken. Verder leren zij meer over de presentie theorie en hoe anders het is om als buddy aan de slag te gaan t.o.v. de rol van professional. Opzet Het programma is afgeleid van het buddyproject in Gent, waar de diverse beroepsgroepen aan elkaar gekoppeld zijn en leren van elkaar en helpen het netwerk te vergroten van deze kwetsbare groep. Afgelopen studiejaar is er een pilot geweest van het programma.

EMI | Werkplan 2015-2016


p 53

Aan de hand van de pilot is er een aantal wijzigingen doorgevoerd. 1. De studenten maken een portfolio gedurende het programma waarin een aantal opdrachten (sociale kaart, voorlichtingsplan, reflectie op eigen leerdoelen, logboek…) verwerkt worden. Hiermee kunnen zij ook de verwerving van Honours competenties aantonen. 2. De werving van de zwangeren gebeurt niet alleen via de verloskundigen op Zuid, maar ook via de maatschappelijke organisaties, het Ikazia, kerkelijke organisaties en ROC’s. De verloskundige blijft wel de verantwoordelijke zorgprofessional. 3. Er wordt nauw samengewerkt met andere buddyprogramma’s zoals Home Start en het nieuw op te zetten buddyprogramma van de gemeente. 4. De criteria voor de zwangeren worden losgelaten en het programma wordt toegankelijk voor alle zwangeren op Zuid Dit programma zal door de lector Hanneke Torij en onderzoekster Jantine van Rijckevorsel (Ivanka van Delft) in samenwerking met studenten worden geëvalueerd. Er wordt een nulmeting uitgevoerd, een tussentijdse meting en dit wordt weer meegenomen in de door ontwikkeling. De Gastlessen zijn door de studenten als zeer positief beoordeeld en deze worden voortgezet. Planning OP 1: · onderzoek van studenten binnen 4 minoren: Minor Jeugd en Kind, Minor Psychiatrie, Minor Begeleidingskunde, Minor Gamification · voortgang afstudeer onderzoek student MWD naar netwerk rondom kwetsbare zwangeren. OP 1 en 2: · afstudeerders, nog niet geworven, mogelijke opdrachten nog vaststellen. OP 2, 3 en 4: · uitvoeren programma met maximaal 20-30 studenten, maximaal 15 zwangeren, alle verloskundigen praktijken op Rotterdam Zuid (5), ROC’s en diverse maatschappelijke organisaties op Rotterdam Zuid · voorlichtingsbijeenkomsten voor zwangeren in combinatie met feestelijke afsluiting programma Moeders/Zwangeren en studenten. Targets doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners*

studenten

- via buddy 10-20

- programma 10-15

- via voorlichting 20

- onderzoek 30

vo-scholen

docenten 2

po-scholen

hoofddocent 5

leraren

lectoren 1

coalities

stages

onderzoeken

onderzoekers 2

* zwangere vrouwen

H5 Maatschappelijke ondersteuning & Zorginnovatie


p 54

Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid; het netwerk van de zwangeren wordt vergroot, verder het gevoel van capabel ouderschap en het welbevinden van de zwangere. 2. werkveld/partners; vergroten inzicht van werkveld/partners in verschillende doelgroepen en leefomgeving doelgroepen. Verder levert het een bijdrage aan het verbinden van diverse disciplines. Onderzoeksresultaten van minoren worden gedeeld. 3. studenten HR; de studenten krijgen een beeld van de grootstedelijke vraagstukken die spelen op Rotterdam Zuid. Verder nemen zij een kijkje in de keuken van de studenten van de andere opleidingen. Zij vergroten hun coachingsvaardigheden en verdiepen hun kennis omtrent deze doelgroep. Zij maken kennis met het weerbarstige werkveld dat in verbinding staat met (kwetsbare) zwangeren. 4. opleidingen HR: de kennis wordt gedeeld binnen de Community van EMI en de COP blijft zich uitbreiden. Het inzicht van docenten in verschillende doelgroepen en leefomgeving doelgroepen wordt vergroot. Het draagt bij tot het verbinden van docenten met andere disciplines. Het draagt bij aan onderwijsontwikkeling. Onderzoek naar verwachtingen van studenten worden verwerkt in het programma.

5.2

Gezond op Zuid Programmaleider Joke Mulder Lectoren: Anne Nigten, Marleen Goumans, Linda Wauben. Onderzoeker: wordt nog gezocht Samenwerkingspartners MOB, MIJ, Gemeente Rotterdam, Zorgbelang Zuid-Holland, Patching Zone, ROC Zadkine, Lijn 2, ik laat je niet alleen, Care XL. Intern: CMD, CMD, IVG, ISO, CMD, IVG, Creating 010, KCZI

Inleiding en doelstelling Rotterdam Zuid kent een verscheidenheid aan wijken met een laag sociaal-economische status. Het zijn buurten met een hoge bevolkingsdichtheid, laagopgeleide bewoners, veel schoolverlaters, veel werkeloosheid waardoor men weinig te besteden heeft. Waar de sociaal economische status het laagst liggen zijn de gezondheidsproblemen vaak het hoogst en het meest complex. Het begrip gezondheid moet men binnen het programma Gezond op Zuid meer vanuit sociaal/fysiek perspectief van de patiĂŤnt/burger zien. Zeker met de veranderingen in de zorg per 1 januari 2015, waar de nadruk veel meer op eigen regie en verantwoordelijkheid van de burger is komen te liggen, gebruikt EMI de volgende definitie van Machteld Huber wat onder het begrip gezondheid wordt verstaan: ‘Gezondheid is het vermogen van mensen zich aan te passen en eigen regie te voeren in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het levenâ€?. Met andere woorden; gezondheid gaat erom hoe weerbaar mensen in het leven zijn, en het vermogen om zelf de regie te voeren. Opzet Bewoners, (zorg)professionals en onderwijs vormen samen een Community of Practice waarin men zich buigt over de gegeven problematiek. Actieve participatie van alle partijen binnen de CoP is gewenst omdat dat eigenaarschap stimuleert. Een van de methodes is door met alle stakeholders binnen het fysieke gebied de problemen te gaan verkennen en deze in kaart te brengen (Living Lab). Inzicht in de problematiek verkrijgt men door o.a. met elkaar deel te nemen aan creatieve sessies om op deze manier persoonlijke inzicht en motivatie te verkrijgen. Vandaaruit is het makkelijker om gezamenlijk tot oplossingen te komen (Participatory Design).

EMI | Werkplan 2015-2016


p 55

Voor het komend schooljaar 2015-2016 is voor de volgende twee thema’s gekozen: • Gezonde leefomgeving • Sociale en Culturele sensitiviteit in de gezondheidszorg Binnen deze twee thema’s zal aansluiting gevonden worden binnen het curriculum van 2015-2016 Hogeschoolbreed. Vooralsnog zal het thema Gezonde Leefomgeving binnen het HR curriculum ingezet worden. Planning OP 1 en 2: • onderzoek van studenten binnen 3 minoren: minor Urban Interaction Design, minor Interaction Design & User Experience en minor Public Relation, Creating Story’s. • afstudeeronderzoek naar het opzetten van een buddysysteem om de eenzaamheid onder ouderen in Hillesluis te verminderen. OP 2 en 3: • HP programma/Emerging Media: (interactieve) interventie in de openbare ruimte die sociale en fysieke gezondheid positief beïnvloed • PMG projecten, Overgewicht en Obesitas bij basisschoolleerlingen. • 21-24 maart- Internationale week • afstudeeropdrachten • Emerging Media. Targets doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners*

12 studenten CMD

vo-scholen- ROC Zadkine

docenten 2

po-scholen

hoofddocent

leraren 4

lectoren 2

coalities - MOB/MIJ/Gemeente R’dam 3

stages - nog niet bekend 3

onderzoeken

onderzoekers 1

*bewoners, kinderen en ouders

H5 Maatschappelijke ondersteuning & Zorginnovatie


p 56

5.2.1

Gezonde leefomgeving Doelstelling van het programma Gezonde Leefomgeving is om met studenten, stakeholders en bewoners aan te sluiten bij twee actuele thema’s; eenzaamheid bij ouderen verkleinen en Obesitas en overgewicht op de basisschool. Vanaf september werken studenten aan de opdracht ‘Eenzaamheid en Ouderen’. Doelgroep bij deze opdracht zijn 75+ ouderen in de wijk Hillesluis, waarmee Gezond op Zuid aansluit bij het Gemeente programma ‘Ik Laat Je Niet Alleen’. Vanaf februari starten studenten aan een onderwijsproject met het thema Overgewicht en Obesitas OBS Bloemhof. Vanuit een Buddy opdracht, een Zorgtechnologie opdracht en vanuit een Gedragsverandering (Nudging) opdracht zullen gezondheidszorgstudenten op zoek gaan naar innovatieve oplossingen. Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid; maken kennis met technologische en/of sociale interventies die hen helpen om een gezonde leefomgeving te realiseren. 2. werkveld/partners; door de participerende onderzoeken en methodes krijgen het werkveld en de partners beter inzicht van de leefomgeving van de doelgroep. Deze inzichten zijn waardevol voor sociale en/of technologische interventies. 3. studenten HR; studenten maken kennis met grootstedelijke ontwerpvraagstukken rond gezondheidszorg. Een ontwerpvraagstuk heeft alleen maar kans van slagen als kennis van content en context aanwezig is. En dit gebeurt door het leren van cross-overs te maken tussen verschillende disciplines door met studenten van andere instituten samen te werken. Hierdoor ontwikkelen de studenten de volgende competenties, contextueel werken en kenniscreatie. 4. opleidingen HR; de HR zoekt aansluiting bij grote regionale gezondheidsvraagstukken door onderwijs en onderzoek te verbinden met de praktijk. Juist in die verbinding kan nieuwe kennis worden verworven. Deze kennis wordt gedeeld binnen de CoP op Zuid en komt ten goede aan de praktijk en geeft richting aan onderwijsvernieuwing in de opleiding van toekomstige professionals. De thema’s en casussen waar aan gewerkt wordt leveren input voor curricula en voor het ontwikkelen van nieuw onderwijsmateriaal.

EMI | Werkplan 2015-2016


p 57

5.2.2

Sociale en Culturele sensitiviteit in de gezondheidszorg Gewoontes, normen en waarden zijn door onze opvoeding en omgeving cultureel bepaald. In een multiculturele wijk, zoals Rotterdam Zuid, waar verschillende culturen met verschillende belevingen met elkaar samen leven, kunnen voor de een zo vanzelfsprekende gewoontes, normen en waardes wel eens met elkaar botsen en tot misverstanden of problemen leiden. Het programma Sociale en Culturele Sensitiviteit in de gezondheidszorg wil zich op deze problematiek richten. De Gemeente Rotterdam zet in op een sterke Civil Society, wijken waar bewoners langer thuis kunnen wonen doordat er een netwerk aanwezig is. Dit vraagt om een participerende houding van alle partijen. Maar dan is het van groot belang dat er ook onderling begrip is voor de diversiteit aan belevingen. Want iedere cliënt komt bij de (aankomende) zorgprofessional als uniek individu binnen met zijn eigen persoonlijke omstandigheden en ervaringen. Kan de (aankomende)zorgprofessional Cliënt Centered Care handelen, of speelt cliënt typering een (onbewuste) rol wat de relatie en het proces tussen cliënt en zorgprofessional beïnvloed? Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid; competenties verwerven die binnen een multi-culturele samenleving op individuele benadering en behoeften gebaseerd is, maar binnen een netwerk verstevigd kunnen worden. 2. werkveld/partners; door de participerende onderzoeken en methodes krijgen het werkveld en de partners beter inzicht van de leefomgeving van de doelgroep. Deze inzichten zijn waardevol voor sociale en/of technologische interventies. 3. studenten HR; studenten maken kennis met grootstedelijke ontwerpvraagstukken rond gezondheidszorg. Een ontwerpvraagstuk heeft alleen maar kans van slagen als kennis van content en context aanwezig is. En dit gebeurt door het leren van cross-overs te maken tussen verschillende disciplines door met studenten van andere instituten samen te werken. Hierdoor ontwikkelen de studenten de volgende competenties, contextueel werken en kenniscreatie. 4. opleidingen HR; de HR zoekt aansluiting bij grote regionale gezondheidsvraagstukken door onderwijs en onderzoek te verbinden met de praktijk. Juist in die verbinding kan nieuwe kennis worden verworven. Deze kennis wordt gedeeld binnen de CoP op Zuid en komt ten goede aan de praktijk en geeft richting aan onderwijsvernieuwing in de opleiding van toekomstige professionals. De thema’s en casussen waar aan gewerkt wordt leveren input voor curricula en voor het ontwikkelen van nieuw onderwijsmateriaal.

H5 Maatschappelijke ondersteuning & Zorginnovatie


Wonen | City Life

H6


p 60

H6 Wonen | City Life Door het creëren van aantrekkelijke woonmilieus zijn mensen die het sociaal en economisch beter krijgen voor Zuid te behouden. Hiervoor zijn forse investeringen nodig in de woningvoorraad en in de randvoorwaarden die de aantrekkelijkheid van het wonen bepalen. Tegelijkertijd leren burgers omgaan met de belangrijkste veranderingen in het publieke domein van de moderne stedelijke omgeving: de toegenomen culturele diversiteit en de vervaging van de harde grens tussen de persoonlijke identiteit en de stedelijke ruimte.

6.1

Sense of the City Programmaleider Dr. Marina Meeuwisse i.s.m. Renée van Laar Samenwerkingspartners Woonbron, Havensteder. Intern: CMI, ISO (CMV), IGO, WdKA

Inleiding en doestelling Studenten leren de stad ‘lezen’ en praktijkgericht onderzoek te doen naar actuele vraagstukken in wijken en buurten. Op die manier maken zij kennis met vraagstukken die niet in bronnen, die zij normaliter raadplegen (Google, literatuur en wetenschappelijke artikelen), te vinden zijn. En, doordat studenten ervaren dat de weerbarstige actualiteit in de praktijk niet altijd aansluit op bestaande kennis, leren zij met onzekerheid om te gaan: 21st century skills. Professionals (docenten van Hogeschool Rotterdam en stadscollega’s) leren met welke methode kennis uit de praktijk is te sonderen en op welke manier deze kennis geanalyseerd en getoetst kan worden. De onderzoeksresultaten presenteren we in presentaties, colleges en artikelen. Doelstelling, Het onderwijs bestaat uit een combinatie van colleges in de collegebanken en straatcolleges, daardoor leren studenten hypotetisch en begrijpend kijken naar de praktijk en verbindingen te leggen met theoretische inzichten. In de ontmoeting tijdens straatcolleges met de weerbasrstige praktijk leren studenten hun eigen normativiteit even tussen haakjes te zetten. Zij leren dan in de context van de werkelijkheid van de straat te reflecteren op hun handelen waardoor hun handelingsbekwaamheid zich ontwikkelt naar een betekenisvolle handeling in de professionele context. Door het maken van fouten te stimuleren en toe te lichten wat er niet goed gaat en waardoor dat komt, leren studenten dat onzekerheid en onvoorspelbaarheid tot de comfort zone van toekomstig professionals behoren. We geven een inkijk in de wereld op Zuid door een fotografische bijdrage leveren aan de site http://www.emiopzuid.nl.

EMI | Werkplan 2015-2016


p 61

Opzet Conform methode “Sense of the City” waar de focus ligt op praktijkonderzoek, dat studenten kan helpen om hun eigen professionaliteit te versterken. De ontwerpen van de gebouwde stad bepalen de kaders waarbinnen bewoners en ondernemers handelen en denken, dat is hun leefwereld. In die leefwereld, het publieke domein van de stedelijke ruimte, leren burgers omgaan met de belangrijkste veranderingen in de moderne stad: de toegenomen culturele diversiteit en de vervaging van de harde grens tussen de persoonlijke identiteit en de stedelijke ruimte. En, omdat de media de leefwerelden in een stad op een bepaalde manier weerspiegelen, dragen ook zij bij aan de betekenis die mensen aan bepaalde stadsdelen toekennen. Grote aantallen studenten, van verschillende opleidingen, hebben deelgenomen aan de straatcolleges om via deze onderzoeksmethode meer inzicht te krijgen in de stedelijke problematiek en de wijken op Zuid beter te leren ‘lezen’. Dit programma wordt verder verfijnd en ingebed in het curriculum van de opleidingen. Planning Onderwijs OP 1: • Aangepaste extra light versie Sense of the City voor 75 (?) studenten Vastgoed en Makelaardij, op grond van evaluatie afgelopen jaar. We geven 1 hoorcollege en gaan met 16 groepen van 5 studenten de wijken in. OP 1 en 2: • Voor CMI: volwaardige module aan internationale minor ontwikkelen en straatcolleges verzorgen (30 studenten). Uitbreiden medium-versie Sense of the city voor minor-studenten CMI. • Bijdrage aan de minor Citybranding van de WdKA, daar is het boek “Psychologie van de stad” voorgeschreven literatuur. OP 1, 2, 3 en 4: • Keuzevak Sense of the City ontwikkelen en verzorgen (aantal studenten?). • Faalcolleges: wat gaat er niet goed, en hoe komt dat? Resultaat: leren van fouten. • Een bijdrage leveren aan de Bildung (impliciete kennis kraken) van studenten, door de ontmoeting met de weerbarstige praktijk van een veranderende samenleving tijdens openbare lessen op straat. Praktijkgericht onderzoek OP 1, 2, 3 en 4: • In het academiejaar 2015-2016 organiseren van minimaal 4 “trading places / hacker spaces”: plekken waar mensen (studenten, bewoners, docenten en stadscollega’s) gezamenlijk aan vraagstukken werken. Vraagstukken die gesignaleerd zijn in de stad en/of in de collegebanken. • Coolhunting: in de praktijk sporen van vernieuwing/verandering ontdekken, tijdens straatcolleges. • Implementeren van de methode ‘Sense of the City’ in het curriculum van ISO. De methode is In de stedelijke praktijk positief ontvangen en ingezet door de politie, stadswachten en gemeenteambtenaren. • Ruimte voor serendipiteit; het ‘toevallige mogelijk te maken’. Ruimte voor een intelligent soort niks doen, actief present zijn. Resultaat: kenniscirculatie, publicaties van gesprekken in de stad over specifieke onderwerpen. • Publicaties.

H6 Wonen | City Life


p 62

Targets doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners* >15

studenten 150-190

vo-scholen

docenten 1-5

po-scholen

hoofddocent ?

leraren

lectoren ?

coalities ?

stages ?

onderzoeken 4

onderzoekers ?

* bewoners

Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid; weten in welke kennis we wel/niet moeten investeren. 2. werkveld/partners; kenniscirculatie, publicaties van gesprekken in de stad over specifieke onderwerpen, weten in welke kennis we wel/niet moeten investeren. 3. studenten HR; studenten en betrokken docenten leren hypothetisch en begrijpend kijken en krijgen een inkijk in de wereld op Zuid. 4. opleidingen HR; implementatie Sense of the city in het curriculum, implementeren praktijkgericht onderzoek dat past bij het hbo.

6.2

Urban Innovation In proeftuin Zuid, één van de proeftuinen van IGO, gaat het om gebiedsgebonden onderwijsprogramma’s. Deze richten zich op een combinatie van maatschappelijke, ruimtelijke en economische vraagstukken opgediept uit Zuid. De opgaven worden samen met praktijkpartners opgesteld en begeleid. De ambitie is om tot tastbare verbeteringen en nieuwe inzichten te komen. Dat vraagt om gedegen onderzoek van studenten, mogelijkheden tot testen en daadwerkelijk tot uitvoer brengen van opdrachten. Dit is alleen mogelijk bij een meerjarig commitment van zowel de praktijkpartners als docenten. De proeftuin als werkvorm geeft daar de mogelijkheid toe. Meerdere groepen studenten werken in communities of practice na elkaar aan één opdracht die telkens verder verbeterd wordt en gefaseerd kan worden uitgevoerd. De continuïteit wordt gewaarborgd via de programmaleider van EMI samen met de docenten en praktijkpartners.

EMI | Werkplan 2015-2016


p 63

6.2.1

New Systems (science & the city) Programmaleider Arjen van Susteren Onderzoekers: Drs Niels Kropman Samenwerkingspartners NPRZ, Ministerie BZK, Rijksontwikkelingsbedrijf, Veldacademie, Gemeente Rotterdam, BPD Bouwfonds, Vitaal Pendrecht, Spin Ontwikkelaars, INTI, AIR, Schreuderstichting, Erasmus Universiteit, Fietsersbond, ANWB, FAVAS/RVDB, DRIFT, Havensteder, Woonstad. Intern: IGO

Inhoud en doelstelling Deze programmalijn is opgebouwd uit (fundamenteel) toegepast onderzoek met betrekking tot ‘wat er gebeurt’ op Zuid in de breedste zin van het woord. Welke inzichten verkrijgen we door het slim combineren van data? Hoe kunnen we ogenschijnlijk tegenstrijdige of op het oog juist voor de hand liggende (misleidende) opgaven en vraagstukken toch beteugelen aan de hand van data? Oftewel van Research by Design naar Data Driven Research. Hierbij moet benadrukt worden dat het dus niet simpelweg om data verzamelen gaat maar juist om correlaties en verbanden tussen de verschillende data bloot te leggen. Een voorbeeld hiervan is dat gebleken is dat de schoolprestaties op Zuid van kinderen achterblijft als gevolg van de vastgoed en huisvestingsproblematiek. Deze correlatie kwam bovendrijven als gevolg van onderzoek baar gemiddelde huishoudgrootte, woninggrootte, het percentage alleenstaanden en huiswerkproblematiek. Een ander voorbeeld betreft het op basis van kwantitatief onderzoek blootleggen van een informele economie op Zuid welke is getoetst en bevestigd aan de hand van veldonderzoek en interviews waarna dit heeft geleid tot nieuwe inzichten en aanpak. Doelstelling is om op slimme innovatieve wijze bij te dragen aan de doelstellingen van NPRZ en de Gemeente Rotterdam in combinatie met de behoefte van bewoners en betrokken partners door middel van gericht onderzoek binnen het onderwijs van de HR en IGO in het bijzonder. Opzet 1. 2e jaars project Gebiedsontwikkeling – ‘16 op Zuid” In OP 1 gaan de studenten aan de slag met het opstellen van een beleidsalternatief voor een wijk in Rotterdam Zuid op basis van onderzoek in het sociale, fysieke en economische domein waarbij de onderlinge verbanden tussen de domeinen centraal staan. Er wordt Deskresearch gedaan naar de statistiek (SPSS database analyse), demografie, beleid, ruimtelijke en fysieke gebiedskenmerken en de stakeholders. Het veldonderzoek bestaat uit 13 interviews met stakeholders per wijk, minimaal 60 enquêtes en een wijkschouw. De wijkschouw vindt plaats in de wijken: Hillesluis, Lombardijen, Bloemhof, Oud IJsselmonde, Afrikaanderwijk, Vreewijk, Kop van Zuid, Groot IJsselmonde, Beverwaard, Pendrecht, Katendrecht, Tarwewijk, Carnisse Zuidplein, Feijenoord, Wielewaal, Zuidwijk. Het opgestelde beleidsalternatief is herleidbaar naar de onderzoeksresultaten en dient vervolgens worden vertaald naar een herontwikkelingsstrategie van een leegstaand vastgoedobject in de betreffende wijk waarbij er een planvoorstel ontwikkeld wordt wat ruimtelijk (bouwkundig), juridisch en financieel is onderzocht op de haalbaarheid. De resultaten zullen worden op verschillende momenten worden gepresenteerd, oa. bij het NPRZ, Ministerie van Binnenlandse Zaken en het minor eindevent. 2. Afstudeeratelier Rotterdam Zuid (Studio Southbank) Met EMI-partners op Zuid wordt de inhoud van dit afstudeeratelier bepaald. Het betreft het bundelen en verenigen van afstudeeropgaven van Vastgoed en Makelaardij die gericht zijn op de opgaven op Zuid.

H6 Wonen | City Life


p 64

3. Praktijk Integratie Projecten – New Systems De opgave van deze PI-projecten richten zich in OP 3 en 4 op: Rotterdamse Stadsatlas (w.o. Atlas van Zuid), Atlas van Vreewijk (2 projecten i.k.v. 100 jaar Vreewijk), Stand van Pendrecht/Veerkrachtig Pendrecht, Fietsplan en -onderzoek Zuid, Knooppunt Varkenoordse viaduct, Klein Belgie, Herbestemming huidige Kuip, in en om het stadion. Een keuze uit deze onderwerpen moet nog gemaakt worden en kan doorlopen naar volgend studiejaar. De opdrachtgevers zijn oa.: NPRZ, Gemeente Rotterdam en Woonstad. Planning OP 1: 2e jaars project Gebiedsontwikkeling – ‘16 op Zuid’. OP 1 en 2: Afstudeeratelier Rotterdam Zuid (Studio Southbank). OP 3 en 4: Praktijk Integratie Projecten – New Systems. Targets doel Output Zuid inwoners*

doel Output HR

min. 200

studenten

ong. 110

vo-scholen

docenten 7

po-scholen

hoofddocent 1

leraren

lectoren

coalities

stages

onderzoeken 20

onderzoekers 1

* bewoners

Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid; betrokken bij Stand van Zaken Wijk (Inspraak, Inbreng en op termijn verbetering in de breedste zin), inzicht en perspectief van hun Wijk (Atlas). 2. werkveld/partners; nieuwe actuele kennis en inzichten en geborgde onderzoeksresultaten betreffende hun specifieke weerbarstige vraagstukken, besparing onderzoekskosten, scherpe op academische vrijheid en kwaliteit geborgde inzichten en onderzoeksresultaten. 3. studenten HR; werken aan vraagstukken in de opleiding die er daadwerkelijk toe doen, vergroten praktijkervaring, vergroten netwerk, meer leren dan bij ‘normaal het vak leren’. 4. opleidingen HR; studenten studeren harder en beter, profilering binnen en buiten de stad Rotterdam. bijdragen aan kennisontwikkeling en innovatie enerzijds en bijdragen aan het verbeteren van de sociale-maatschappelijke ruimtelijke kwaliteit en economie in Rotterdam Zuid anderzijds, integratie van verschillende disciplines op basis van multidisciplinaire opgaven uit de praktijk, koppeling tussen onderzoeksprogramma’s HR/IGO en de toegepaste praktijk, legitimering onderzoeksprogramma’s, (wetenschappelijke) publicaties, media & profilering HR.

EMI | Werkplan 2015-2016


p 65

6.2.2

New Spaces (space value) Programmaleider Arjen van Susteren. Onderzoekers: Drs Niels Kropman Samenwerkingspartners NPRZ, Ministerie BZK, Rijksontwikkelingsbedrijf, Gemeente Rotterdam, Vitaal Pendrecht, Spin Ontwikkelaars, INTI, AIR. Intern: IGO

Inhoud en doelstelling Deze programmalijn is gericht op het ontrafelen van de relatie tussen ruimtelijke kwaliteit en daar aan gerelateerde effecten zoals gezondheid, vastgoedwaarde en de gescheiden kringlopen zoals deze nu zijn georganiseerd. Met andere woorden. Hoe kunnen we de investeringen in de openbare ruimte laten terugvloeien naar maatschappelijke opbrengsten zoals gezondere mensen en een hogere waardering van het vastgoed ‘rondom’ die openbare ruimte? Dit is tevens onderdeel van het IGO onderzoeksprogramma ‘Circulaire Economie”. Door het vergroten van de verblijfs- en gebruikskwaliteit in het openbare domein kunnen er veel maatschappelijke baten worden verzilverd. Kern van het probleem is dat de Gemeente Rotterdam voor een groot deel verantwoordelijk is voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte terwijl wanneer de kwaliteit van deze ruimte middels investeringen wordt vergroot de daaruit voortvloeiende (met name financiële maatschappelijke) baten niet direct terugvloeien naar de Gemeente Rotterdam waarbij de vraag rijst hoe dit op een slimme nieuwe manier te organiseren. De doelstelling is om op slimme innovatie wijze bij te dragen aan de doelstellingen van het NPRZ en de Gemeente Rotterdam in combinatie met de behoefte van bewoners en betrokken partners door middel van gericht onderzoek binnen het onderwijs en onderzoek van de HR en IGO in het bijzonder. Opzet 1. 2e jaars project Gebiedsontwikkeling – ‘16 op Zuid” Nadat in OP 1 een beleidsalternatief voor een van de genoemde wijken in Rotterdam Zuid is opgeteld, wordt in OP 2 met de studenten nadrukkelijk naar de betreffende wijk gekeken met Marina Meeuwisse en Renée van Laar met de methodiek zoals beschreven in het werk van Meeuwisse (Psychologie van de Stad) om zo de relatie tussen ruimtelijke kwaliteit en een ontwikkelingsvoorstel m.b.t. de wijk en een aangewezen vastgoed object met de nadruk op de relatie daartussen in termen van waardecreatie en inrichting en ontwikkeling. 2. Praktijk Integratie Projecten – New Spaces De opgave van deze PI-projecten richt zich in OP 3 en 4 op: Speelstad/AVR, Brienenoordeiland, Kwaliteitsslag Openbare Ruimte Maashaven, Bolletproof South. Opdrachtgevers zijn Hennie van der Most en Gemeente Rotterdam. 3. Afstudeeratelier Rotterdam Zuid (Studio Southbank) Het betreft het bundelen en verenigen van afstudeeropgaven van Vastgoed en Makelaardij die gericht zijn op de opgaven op Zuid. Met EMI-partners wordt de opgave nader bepaald. De ambitie van het afstudeeratelier Zuid (Studio Southbank) is deze voor meerdere jaren op te zetten met later ook andere opleidingen (voor dit jaar als pilot alleen tussen V&M en ROP). 4. Minor MRMR – Managing the Rotterdam Metropolitan Region Over invulling op Zuid wordt nagedacht.

H6 Wonen | City Life


p 66

Planning OP 1 & 2: 1. 2e jaars project Gebiedsontwikkeling – ‘16 op Zuid’. OP 3 & 4: 2. Praktijk Integratie Projecten – New spaces. 3. Afstudeeratelier Rotterdam Zuid (Studio Southbank). 4. Minor MRMR – Managing the Rotterdam Metropolitan Region. Targets doel Output Zuid inwoners*

doel Output HR

min. 180

studenten

ong. 140

vo-scholen

docenten 12

po-scholen

hoofddocent 2

leraren

lectoren

coalities

stages

onderzoeken 28

onderzoekers 4

* bewoners

Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid; betrokken bij Stand van Zaken Wijk (Inspraak, Inbreng en op termijn verbetering in de breedste zin) en inzicht en perspectief van hun Wijk (Atlas). 2. werkveld/partners; nieuwe actuele kennis en inzichten en geborgde onderzoeksresultaten betreffende hun specifieke weerbarstige vraagstukken, besparing onderzoekskosten, en scherpe op academische vrijheid en kwaliteit geborgde inzichten en onderzoeksresultaten. 3. studenten HR; werken aan vraagstukken in de opleiding die er daadwerkelijk toe doen, bergroten praktijkervaring, vergroten netwerk, meer leren dan bij ‘normaal het vak leren’. 4. opleidingen HR; ‘Cutting Edge’ inzichten, onderzoeken en projecten in de praktijk, profilering binnen en buiten de stad Rotterdam, bijdragen aan kennisontwikkeling en innovatie enerzijds en bijdragen aan het verbeteren van de sociale-maatschappelijke ruimtelijke kwaliteit en economie in Rotterdam Zuid anderzijds, integratie van verschillende disciplines op basis van multidisciplinaire opgaven uit de praktijk, koppeling tussen onderzoeksprogramma’s HR/IGO en de toegepaste praktijk, legitimering onderzoeksprogramma’s, (wetenschappelijke) publicaties, en media & profilering HR. Het koppelen van weerbarstige gebiedsgebonden maatschappelijke ruimtelijke economische vraagstukken aan in het curriculum van IGO vastgestelde onderwijsprogramma’s en praktijkpartners met bijbehorende relevante opdrachtgevers met het oog op daadwerkelijk tastbare verbeteringen en nieuwe inzichten.

EMI | Werkplan 2015-2016


p 67

6.2.3

New Stones (air space) Programmaleider Arjen van Susteren. Onderzoekers: Ir. Marjolijn van Eijsden (WAM) Samenwerkingspartners DEBS (Dutch EPS Building Solutions), Woonstad, Vitaal Pendrecht, Spin Ontwikkelaars, ­Beladon. Intern: IGO, CoE RDM

Inhoud en doelstelling Deze programmalijn betreft Innovatie gericht op nieuwe technieken en materialen om te bouwen. Praktisch betreft dit bouwen met ‘andere stenen’ oftewel innovatie in de ‘harde’ bouwtechnologie. Gangbare technieken zoals het stapelen van stenen, gieten van beton worden langzaam ingehaald door innovatieve bouwmethodieken zoals bouwen met composieten, 3D-Printen en het ‘Bouwen met Lucht’. Binnen deze programmalijn wordt met name gefocust op het laatste door het bouwen met (zelfdragend) EPS (Geëxtrudeerd Polystyreen oftewel ‘piepschuim’) EPS is onder meer voor meer dan 90% recyclebaar, bestaat voor 98% uit lucht en kan op snelle en eenvoudige wijze worden gebruikt in de bouw wat tot aanzienlijke kostenbesparing leidt bij zowel nieuwbouw als renovatie (ongeveer 30%). Daarnaast zorgt het EPS voor een hoge isolatiewaarde (EPC 0 is de standaard aan het worden) wat weer tot kostenbesparing (voor de eindgebruiker) m.b.t. verwarming en koeling van een gebouw leidt. Motto: “Huizen bouwen als auto’s, vermarkten als mobiele telefoons en te recyclen als PET-flessen” Gegeven de bovengenoemde kansen onderzoeken we met studenten en praktijkpartners naar oplossingen om de huisvestings- en remnovatieproblematiek in Rotterdam Zuid te beteugelen. Doelstelling is woningbouwcorporaties, bewoners van woningen die gerenoveerd moeten worden en sloop- nieuwbouwprojecten alsmede studenten van de Hogeschool. Opzet 1. Praktijk Integratie Projecten – New stones Nieuwbouw woningen EPS, Renovatie huidige voorraad EPS, EPS Faculty Club HR, EPS Concept House/Living Lab. Hierbij zijn de onderzoekslocaties: Pendrecht, Bloemhof, Heijplaat en “Geheel Zuid”. De opdrachtgevers zijn: Woonstad en de bewoners. 2. Afstudeeratelier Rotterdam Zuid (Studio Southbank) Het betreft het bundelen en verenigen van afstudeeropgaven van Vastgoed en Makelaardij die gericht zijn op de opgaven op Zuid. Met EMI-partners wordt de opgave nader bepaald. Planning Op 3 en 4: 1. Praktijk Integratie Projecten – New stones. 2. Afstudeeratelier Rotterdam Zuid (Studio Southbank).

H6 Wonen | City Life


p 68

Targets doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners* n.t.b.

studenten

ong. 80

vo-scholen

docenten

3 (+)

po-scholen

hoofddocent

leraren

lectoren

coalities

stages

onderzoeken 8

onderzoekers 1

* bewoners

Opbrengsten, resultaten, producten voor: 1. inwoners Zuid; betere (klimaatneutrale) woningen, kostenneutrale renovatie, lagere stookkosten. 2. werkveld/partners; kostenneutraal en klimaatneutraal ontwikkelen en renoveren van vastgoed, pioniersrol, draagvlak bij bewoners mb.t. renovatie en nieuwbouw, exposure mb.t. innovatie en klimaatneutraal bouwen. 3. studenten HR; werken ogenschijnlijke onmogelijke opgaven, vergroten praktijkervaring, vergroten netwerk, meer leren dan bij ‘normaal het vak leren�, ervaring in de meest recente bouw- en ontwikkeltechnieken. 4. opleidingen HR; pionier in praktijkgerichte Innovatie, voorbeeldfunctie, exposure en onderscheidend vermogen, tastbare Innovatie.

EMI | Werkplan 2015-2016


p 69

H6 Wonen | City Life


Communicatie en Marketing

H7


p 72

H7 Communicatie en Marketing Ontwikkelingen in de stad worden beïnvloed door technologische veranderingen, die op hun beurt veranderingen in de samenleving bewerkstelligen. In het publieke domein van de stedelijke ruimte leren burgers omgaan met de belangrijkste veranderingen in de moderne stedelijke omgeving: de toegenomen culturele diversiteit en de vervaging van de harde grens tussen de persoonlijke identiteit en de stedelijke ruimte. Afgelopen twee jaar is hard gewerkt de programma’s (CoP’s) vorm te geven, de HR-instituten en Kenniscentra te betrekken, partners te vinden en programmaleiders aan te stellen. De programma’s (CoP’s) zijn gedefinieerd, programmaleiders zijn aangesteld en (potentiële) partners geïdentificeerd. Op het gebied van marketing/communicatie is ten behoeve van positionering het afgelopen jaar een huisstijl ontwikkeld, met bijbehorende middelen als een website, nieuwsbrief e.d. De huisstijl van EMI vormt de visuele identiteit en representeert de kernwaarden (interactie, verbinden, vernieuwing en al doende leren en kennis delen) van het expertisecentrum. In de bekrachtigingsfase waar we EMI staan is het doel een duidelijke positionering en zichtbaarheid van de unieke toegevoegde waarde die EMI kan leveren voor partners, stakeholders en binnen HR. Daarbij hecht EMI, naast inhoudelijke innovatie, veel waarde aan innovatieve manieren van het presenteren van de resultaten. Goede inhoud kan niet zonder een goede vorm.

7.1

Imago vs identiteit EMI beoogt een netwerkorganisatie te zijn gericht op meerwaarde voor studenten, docenten, onderzoekers, werkveld en bewoners op Zuid. Belangrijk is dat deze meerwaarde en de mogelijkheden gedeeld en gedragen worden door opleidingen, kenniscentra en partners. Een van de succescriteria is hoe steviger het kennisnetwerk verankerd is in CoP’s des te hoger de mate van gedeeld eigenaarschap. Over het afgelopen jaar zijn partners enthousiast over samenwerking met studenten van de verschillende opleidingen. Het vatten van complexe vraagstukken uit de praktijk heeft geresulteerd in acht hoofdprogramma’s en daarbinnen achttien specifieke deelonderwerpen waar studenten, docenten, onderzoekers en praktijkpartners mee aan de slag gaan. Deze programma’s worden geleid door programmaleiders in nauwe samenspraak met lectoren. EMI was bij aanvang in de wereld van de hogeschool en Zuid een vreemde eend in de bijt en werd zo nu en dan met argwaan bekeken. We zien hierin een verschuiving plaatsvinden waarbij de rol van het experticecentrum (ook ten opzichte van kenniscentra) duidelijker is en EMI minder als concurrent en meer als betrouwbare partner en netwerkorganisatie met meerwaarde wordt gezien.

EMI | Werkplan 2015-2016


p 73

7.2

Doelstelling De opdracht is om de programma’s zo goed mogelijk in te bedden in de curricula van de verschillende opleidingen. Dat doet EMI met behulp van docenten die via interne procedures zijn aangesteld als programmaleider. Zij zitten ook deels in het onderwijs en bespreken in hun teams en met hun onderwijsmanager wat in het onderwijs kan worden opgenomen. De doelstelling van de communicatieafdeling van EMI is de netwerken die gevormd worden tussen onderwijs, onderzoek en praktijkpartners de CoP’s zo goed mogelijk te faciliteren. Het is belangrijk goed aan te sluiten bij de opleidingen en hun praktijkpartners en de toegevoegde waarde van EMI duidelijk te maken. De programma’s zijn in verschillende stadia van ontwikkeling en kennen hun eigen dynamiek. Maatwerk in communicatieve ondersteuning is daarom noodzakelijk. Intern (hogeschool) en extern (praktijkpartners Zuid) evenwicht in draagvlak is essentieel om de verduurzaming van de CoP’s te realiseren.

7.3

Doelgroepen EMI kent verschillende doelgroepen waar de communicatie zich op richt. Tevens wordt bij iedere doelgroep het onderscheid gemaakt in drie niveaus: uitvoerend, operationeel en strategisch.

beroepspraktijk Uitvoerend: professionals van partnerorganisaties Operationeel: leidinggevende professionals van partnerorganisaties, team NPRZ Strategisch: directies en bestuurders van partnerorganisaties, directeur NPRZ, Partners NPRZ

EMI Uitvoerend: medewerkers Operationeel: programmaleiders Strategisch: programmaraad en stuurgroep

onderwijs Uitvoerend: docenten, studenten Operationeel: onderwijsmanagers en managers externe betrekkingen ondersteunende diensten Strategisch: instituutsdirecties, CvB

H7 Communicatie en Marketing

onderzoek Uitvoerend: (hoofd)docenten, promovendi, studenten Operationeel en strategisch: lectoren en programmadirecteuren kenniscentra


p 74

Implementatie in het onderwijs en in de praktijk van Zuid is uitdagend en dynamisch maar ook ingewikkeld en bewerkelijk. Inbedding in curriculum verloopt soms nog stroef, omdat programma’s zich ook moeten bewijzen in de vaak weerbarstige praktijk van Zuid. De veilige weg is dan soms om in eerste instantie ruimte in het keuzevak onderwijs te zoeken. Naast een goede werkplanning en inhoudelijke kennis en kunde helpt communicatieplanning om een structurele bijdrage te leveren aan een goede afstemming tussen de interne dynamiek binnen de HR en de externe in het werkveld op Zuid. Enerzijds om de zichtbaarheid te vergroten en de focus te richten op de highlights in het programma, maar anderzijds ook om op de juiste momenten en op het juiste niveau bij de interne en externe partners aan tafel te zitten. Communicatie met de opleidingen op verschillende niveaus is nodig en nuttig, zo ook met de kenniscentra, de ondersteunende diensten van de hogeschool en het college van bestuur. Van belang voor draagvlak is een goed samenspel van afwisselend top down en bottom up communicatie. De inzichten van de studenten spelen een grotere rechtstreekse rol dan aanvankelijk bedacht. Zij verrassen EMI vaak met hun onbevangen en creatieve inzichten. Ze nemen in toenemende mate eigen initiatief om EMI te benaderen voor opdrachten en afstuderen. Studenten als rechtstreekse communicatiedoelgroep blijkt dan ook meer relevant dan gedacht. Naast informatiepunt en netwerkorganisatie voor Rotterdam Zuid is EMI ook opdrachtgever voor verschillende minoren (+), stages en afstudeerders. Resultaten van deze inzet worden gepresenteerd op twee momenten: in januari als slot evenement van minoren op Zuid en aan het einde van het studiejaar. EMI wil kennis en resultaten zo veel mogelijk delen en doorgeven en daarnaast in de komende jaren meer zichtbaarheid creëren bij verschillende partijen om inzet op Rotterdam Zuid te vergroten. Een vierdejaars student en afstudeerder van WDKA onderzoekt op welke manieren EMI haar merkwaarde kan optimaliseren. Inzet wat betreft de marketing/communicatie ligt op het neerzetten van EMI als netwerkorganisatie binnen HR en daarbuiten. De meer lange termijn vraag waar we ook mee aan de slag moeten is hoe we van expertisecentrum uit kunnen groeien tot een zichzelf bedruipend sterk expertisenetwerk op het gebied van maatschappelijke innovatie. Daarbij moeten we rekening houden met het feit dat het NPRZ-programma op twintig jaar is gezet, we zullen moeten onderzoeken hoe het expertisecentrum, in beginsel voor vier jaar, daarin meebeweegt.

7.4

Aanpak Verbinden. We willen het draagvlak en inbedding in curricula verder uitbouwen. EMI wil het onderwijs faciliteren en nieuwe input geven middels strategische overleggen met de kennisinstituten met de programmaleiders die de CoP’s draaiend houden. De relatie met onderwijs willen we verbeteren door het creëren van eigenaarschap en vergroting van draagvlak. Belangrijk daarbij is het benadrukken en inzichtelijk maken van de win-win voor studenten, praktijkpartners én het onderwijs en de noodzaak van een goede relatie met het onderwijs en EMI. Hamvraag: What’s in it for you? Luisteren. Waar zitten de connecties met het onderwijs? Wat zijn de vernieuwingswensen van de opleidingen op het gebied van toekomstgericht onderwijs en kunnen we die koppelen aan Zuid? Delen. Kennisuitwisseling is als verbindende netwerkorganisatie een essentieel onderdeel. Dit geldt voor zowel de CoP-leiders, onderwijs, onderzoekers en studenten. Het gaat hierbij niet alleen om het eindproduct, zoals rapporten en verslagen, maar ook interactie en uitwisseling van informatie gedurende projecten onderzoekprocessen. Hoe communiceren we resultaten CoP’s? Hoe laten we nieuw ontwikkelde methodieken zien? Delen van uitkomsten van expertmeetings. EMI | Werkplan 2015-2016


p 75

7.5

Middelen Huidige reguliere communicatiemiddelen: nieuwsbrief intern (digitaal), nieuwsbrief extern (digitaal), website (NL/ENG), Twitter, Yammer, publicaties, rondleidingen, bijeenkomsten, (film)verslagen van bijeenkomsten. Naast eigen middelen zijn ook middelen van HR essentieel in het bereiken van onderwijs, lectoraten en studenten. Kennisbank. Komend jaar willen we ook inzetten op de uitvoering en monitoren van de programma’s en een systeem opzetten voor kennisdeling. Hoe kunnen zo optimaal mogelijk informatie en resultaten worden uitgewisseld tussen het expertisecentrum, onderwijs, kenniscentra en partners waarbij voor betrokkenen en geïnteresseerden de informatie beschikbaar en vindbaar is. De eerste stappen zijn gezet in samenwerking met partners op Zuid voor de ontwikkeling van een kennisbank: een online kennisplatform voor kennisdeling rond de ontwikkeling van Rotterdam Zuid, met een archieffunctie en interface die aan de vraag van het expertisecentrum voldoet hoe vergaarde kennis, informatie en overige data over Zuid zowel beheerd als getoond kunnen worden. EMI lezingen en expertmeetings. Met steeds een CoP-thema als uitgangspunt worden door het jaar heen lezingen georganiseerd al dan niet in samenwerking met kenniscentra en/of instituten met inspirerende sprekers uit het veld (direct of indirect verbonden aan het onderwerp of CoP). Bij te wonen door geïnteresseerden, studenten, stakeholders in- en extern.

7.6

Vooruitblik – evenementen en netwerkbijeenkomsten Verschillende initiatieven zoals Zuid Inspireert, lezingen, rondleidingen, ontvangst van binnen- en buitenlandse delegaties krijgen ook dit studiejaar een vervolg.

7.7

Netwerken Samenwerking CoE RDM en EMI We onderzoeken of het meerwaarde heeft om als CoE RDM en EMI zowel in de hogeschool als daarbuiten gezamenlijk activiteiten te ondernemen. Werkgroep Children’s zone In de Rotterdam Children’s Zone werken scholen, overheid, consultatiebureaus, kinderopvang, woningcorporaties, bedrijven en andere partners nauw samen. Het doel van de Rotterdam Children’s Zone is dat de leerlingen in de zeven wijken in Rotterdam Zuid in 2020 minstens zo goed presteren als in de rest van de stad. In 2030 doen zij het zelfs net zo goed als leerlingen in de vier grote steden van Nederland. Dat geldt voor zowel hun leerprestaties als hun sociaal-emotionele ontwikkeling. We kijken dan onder andere naar hun gezondheid, sociale vaardigheden, keuze van vervolgopleidingen en kansen op de arbeidsmarkt. Binnen het thema Children’s Zone werkt EMI momenteel aan drie CoP’s met zeven deelprogramma’s.

H7 Communicatie en Marketing


p 76

Werkgroep Loopbaanoriëntatie EMI maakt als partner deel uit van de Werkgroep Loopbaanoriëntatie van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid die scholen op Rotterdam Zuid ondersteunt bij loopbaanoriëntatie voor leerlingen in primair en voortgezet onderwijs. Onderwijstafel EMI zit als partner aan de Onderwijstafel, waarin alle schoolbesturen van Rotterdam Zuid, van basisonderwijs tot en met universiteit, zijn vertegenwoordigd. Bedrijvennetwerk IkZitopZuid IkZitopZuid wil ondernemers, onderwijs en overheden verbinden rond gerichte business cases. Gelijktijdig werken we aan een regionaal economisch toekomstperspectief voor de Midtech Delta. IkZitopZuid is partner in het EMI programma Social Return. Partneroverleg NPRZ Met het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) werken Rijk, gemeente, onderwijs, zorginstellingen, woningcorporaties en bedrijfsleven aan een nieuw perspectief voor Rotterdam Zuid. Het NPRZ richt zich op het wegwerken van de achterstanden van de bewoners en op het verbeteren van het leven op Zuid. Samen zetten ze hun schouders onder de verbetering van Zuid. Dit moet er toe leiden dat Rotterdam Zuid het over twintig jaar net zo goed doet als de andere drie grote steden in ons land. Passie op Zuid In Rotterdam Zuid gebeuren veel mooie dingen. Passie op Zuid is een beweging van docenten die hun passie willen delen. Vier schoolbesturen op Zuid (STC, LMC, Calvijn en BOOR) hebben het initiatief genomen om innovatieve docenten met elkaar te verbinden. Ze willen docenten helpen om nieuwe ideeën te vinden en om te leren van elkaar. Alle vo-scholen op Zuid zijn aangesloten. (Inter)nationaal We zijn met EMI ook specifiek op zoek naar organisaties in Europa die zich bezighouden met gebiedsgebonden maatschappelijke innovatie. Hogescholen Brussel en Antwerpen en Gent. Social Innovation network met Antwerpen en Tilburg. EMI is ook in gesprek met: Aafje, AIR, Benefits for Kids, Bewonersadviesraad, Big Brothers en Big Sisters, BOOT Oost, Bureau Frontlijn, Buro Ja, CJG, Creatief Beheer, Crimson, CSG Calvijn, CSG Calvijn Vreewijk, Cultuurscouts Rotterdam, De Katrol, De Nieuwe Kans, de Passie, De Zuiderling, Deltalinqs, Deltametropool, Drift, Erasmus Universiteit Rotterdam, ECHO, Enactus, Fietsersbond, Gemeente Rotterdam, Gezondheidscentrum Lijn2, GGD, Havensteder, Hogeschool InHolland, Hogeschool van Amsterdam, Horizon Jeugdzorg, JOZ, Kamer van Koophandel, Laurens Borgsate, Lelie zorggroep, LMC Slinge, LMC Zuiderpark, Maasstad Ziekenhuis, Magnoliahuis, Marcada Projecten, Ministerie OC&W, Ministerie van BZK, Mob, van der Most Bedrijven, Naima Azough Producties, Nationaal Programma Rotterdam Zuid, Nieuw Zuid, NIVOZ, Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam, Panteia, Passie op Zuid, PCBO, Peutercollege, Platform 31, Platform Betatechniek, Port of Rotterdam, Powerboat, Praktijk Mozaiek, Rabo Rotterdam Zuid, Rotterdam Vakmanstad, RVC De Hef, RVKO, Scheepvaart en transport College, Sezer voor diversiteit, Starters Academie, Sterk Team, stichting BOOR, Stichting De Verre Bergen, Stichting Formaat, Stichting IkZitopZuid, Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam, Stichting Kunst Accommodatie Rotterdam, Stichting Lokaal, Stichting Mano, Stichting Peer Assisted Learning, Stichting Schreuders groep, Stichting Vrienden van Hope Flowers, Stipo, The Patching zone, ROC Albeda, ROC Zadkine, Theater Zuidplein, Thuis op Straat, Veldacademie, Vereniging Zorgboulevard, Vestia Groep, Vitaal Pendrecht, Vitbuck Architecten, Wijkkeuken, Woonbron, Woonstad, Yes we care, Zadkine, Zaken Expert, Zorgvrijstaat Rotterdam West.

EMI | Werkplan 2015-2016


p 77

H7 Communicatie en Marketing


Organisatie en governance

H8


p 80

H8 Organisatie en governance EMI is een netwerkorganisatie die met HR opleidingen en kenniscentra, samen met praktijkpartners bouwt aan gebiedsgebonden maatschappelijk innovatie. Om recht te doen aan die missie kiezen we voor een organisatiestructuur die fluĂŻde en robuust is, waarin ruimte is voor langdurige focus, nieuwe netwerkpartners en bestendiging van uitkomsten in praktijk en onderwijs.

8.1

Bestuurlijke organisatie De organisatie bestaat uit een stuurgroep en een programmaraad waarin gezaghebbende en toonaangevende experts op het gebied van maatschappelijke innovatie zitting hebben. De stuurgroep is verantwoordelijk en schept de kaders voor de (door)ontwikkeling van EMI, zowel inhoudelijk en financieel als bestuurlijk/juridisch. De stuurgroep bestaat uit twee leden die HR onderwijs en onderzoek vertegenwoordigen. 1. Vertegenwoordiger College van Bestuur Hogeschool Rotterdam 2. Directeur NPRZ. De stuurgroep kan uitgebreid worden naarmate EMI zich verder ontwikkelt. De taak van de programmaraad is advisering van de directeur vanuit een groter en breder perspectief van maatschappelijke trends. De programmaraad zorgt voor het leggen van verbindingen binnen en buiten de regio, signaleert kansen en ontwikkelingen en treedt op als promotor en ambassadeur van EMI. De programmaraad bestaat uit vijf gezaghebbende leden met expertise op de thema’s als integrale duurzame gebiedsontwikkeling, culturele diversiteit, journalistiek en mediawijsheid, sociaal ondernemerschap en social design. Voor het programma Mentoren op Zuid is een aparte stichting opgericht onder de naam Studentmentoren Rotterdam. In het bestuur van deze stichting hebben zitting lid van CvB HR, directeur EMI en vertegenwoordigers van scholen van Zuid en Stichting de Verre Bergen.

EMI | Werkplan 2015-2016


p 81

8.2

Uitvoerende organisatie De directeur draagt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de activiteiten van EMI en zorgt dat dit gebeurt door middel van de in de stuurgroep vastgestelde jaarwerkplannen. De programmadirecteur is verantwoordelijk voor de inhoudelijke en financiële verantwoordingscyclus en treedt op als secretaris van de stuurgroep en programmaraad. De directeur geeft leiding aan een team dat de verdere ontwikkeling van EMI inhoudelijk vorm geeft. Dit team bestaat uit programmaleiders van CoP’s die samen met de partners, docenten, studenten en onderzoekers programma’s uitvoeren die verbonden zijn aan de vier aandachtsgebieden: onderwijs, werk, zorg & welzijn en wonen. De programmaleiders zijn inhoudelijke experts met skills op het gebied van het leiden van complexe programma’s. Zij hebben zowel inhoudelijke kennis over het maatschappelijk vraagstuk als kennis van onderwijs en onderzoek van Hogeschool Rotterdam. Zij weten via hun stedelijke netwerk partners te vinden die mee zouden kunnen werken aan de oplossingen in Communities of Practice (CoP’s). Het backoffice wordt verzorgd door het OKC (= Ondersteuningsbureau Kennis- en expertisecentra). Ten slotte werken er bij EMI een beleidsmedewerker en communicatie- en marketingmedewerkers. Werken in Communities of Practice kent een aantal functies en kenmerken. Het is een werkvorm die uitgaat van learning by doing. Functies van CoP’s 1. Communicatie en netwerkvorming (zowel online als on site) • Verbeteren vakmanschap • Samenwerken en samen leren • Delen van kennis en informatie delen • Etaleren van resultaten • Contacten leggen • Contacten onderhouden 2. • • • • •

Kennisvorming (zowel online als on site) Kennis opdoen Kennis bewaren (archiveren) Kennis vindbaar maken, beschikbaar stellen, toegankelijk maken Kennis verrijken Kennis etaleren (delen) en verkopen

Kenmerken van CoP’s • De CoP richt zich op complexe vraagstukken met een onzekere context en meerdere oplossingsmogelijkheden. Inzet van kennis van verschillende disciplines kan leiden tot innovatieve oplossingen. • Elke CoP bestaat uit een klein, multidisciplinair netwerk van praktijk, onderwijs en mogelijk onderzoek. De vraagstelling komt altijd vanuit de praktijk. • Wisselende groepen studenten werken mee in CoP’s. • De CoP werkt aan een vraagstuk dat niet alleen relevant is voor de problematiek de haven en bewoners op Zuid, maar ook voor het onderwijs en de beroepspraktijk. • Elk CoP staat in verbinding met de andere CoP’s. • Opbrengst en resultaten van CoP’s worden regelmatig digitaal en in expertmeetings gepresenteerd. • De uitkomsten van de CoP zijn om te zetten in de praktijk en nieuw toekomstbestendig onderwijs. • Iedere CoP wordt gecoördineerd door een vaste medewerker, tussentijds kunnen rollen ook wisselen.

H8 Organisatie en governance


p 82

8.3 Organigram

Stichting De Verre Bergen Bestuur Alliantie Mentoren op Zuid Scholen Rotterdam Zuid

Programma manager Mentoren op Zuid

Excellent onderwijs Ouders op Zuid Impuls Ouderbetrokkenheid Opvoedkracht ouders Professionalisering professionals & studenten

Mentoren op Zuid

EMI | Werkplan 2015-2016

Onderzoekend & ontwerpend leren Techniek op de basisschool Digitaal lesmateriaal Mobiele techniek werkplaats

Social Return


p 83

HR en NPRZ (raamovereenkomst )

Stuurgroep EMI

Programmaraad EMI

Directeur EMI

Nieuw in 010

Sense of the City

Gezond op Zuid

Urban Innovation

Healthy Environment

New Systems

Culturele diversiteit

New Spaces New Stones

H8 Organisatie en governance


p 85

Bijlagen 1.

Medewerkers EMI Carolien Dieleman Directeur j.c.f.h.dieleman@hr.nl Sabine Maertens Hoofd marketing & communicatie s.maertens@hr.nl Anouk Sluis Medewerker communicatie a.m.sluis@hr.nl Marjon Schrama Beleidsondersteunend medewerker m.j.c.schrama@hr.nl Senem Tekin Programma-assistent s.tekin@hr.nl Nienke Fabries Margriet Clement Soesja Pijlman Monique van den Heuvel Leendert Meijers MariĂŤtte Lusse Martine van der Pluijm

Programmamanager Mentoren op Zuid n.m.fabries@hr.nl Programmamedewerker Mentoren op Zuid m.h.m.clement@hr.nl Programma-assistent Mentoren op Zuid s.m.pijlman@hr.nl Programmaleider Excellent onderwijs heuve@hr.nl Programmaleider Ouders op Zuid l.p.meijers@hr.nl Lector Ouders op Zuid m.e.a.lusse@hr.nl Onderzoeker Thuis in Taal m.s.van.der.pluijm@hr.nl

Gert-Jan van der Maas Tamara van Heel Ingrid van der Velden

Programmaleider Social Return en medewerker Mentoren op Zuid g.j.j.maas@hr.nl Programmaleider Onderzoekend en ontwerpend leren t.i.van.heel@hr.nl Programmamedewerker Onderzoekend en ontwerpend leren i.van.der.velden@hr.nl

Wietske Willemse Joke Mulder

Programmaleider Nieuw in 010 w.k.m.willemse@hr.nl Programmaleider Gezond op Zuid j.w.mulder@hr.nl

Marina Meeuwisse Programmaleider Sense of the City: leefwereldonderzoek m.meeuwisse@hr.nl RenĂŠe van Laar Programmamedewerker Sense of the City p.van.laar@hr.nl Arjen van Susteren Programmaleider Urban Innovation a.w.c.susteren@hr.nl Marlies Bedeker Docent watermanagement, onderzoeker KC RDM en promovendus m.l.e.bedeker@hr.nl Mark Wissing Docent ruimtelijke ordening en planologie (ROP) m.wissing@hr.nl Bijlagen


p 86

2.

Samenwerkingspartners AIR (Architectuur Instituut Rotterdam) ANWB Beatrix school Beladon BPD Bouwfonds Bureau Frontlijn Calvijn Maarten Luther Calvijn Vreewijk Care XL CBS Willem van Oranje CGI Cosmicus CPS De Agnesschool De Globetrotter Afrikaanderplein De Kameleon De Kleine Wereld (noord) De Klinker/De Globe DEBS (Dutch EPS Building Solutions) DOCK DRIFT Educatief Informatie Centrum Mainport Rotterdam Erasmus MC Erasmus Universiteit Essalam Moskee Expertise Centrum Wetenschap en Technologie Zuid-Holland FAVAS/RVDB Fietsersbond GBS het Kompas Gemeente Rotterdam Gemeente Rotterdam/GGD Havensteder Home Start House of Hope IkZitopZuid iklaatjenietalleen INTI JINC Jonge Moeders netwerk Kracht van de vrouw Lijn 2 LMC Talingstraat LMC Veenoord LMC Zuiderpark LMC Zuiderpark Maritiem Museum Mentornetwerk Rotterdam

EMI | Werkplan 2015-2016

MIJ Ministerie BZK Ministerie van SZW MOB (Maatschappelijke Ondersteuningsbureau) NPRZ OBS Bloemhof OBS de Akkers OBS De Toermalijn en Duo 2002 OBS Nelson Mandela OBS Pantarijn Oranjefonds Oscar Romeroschool Passie op Zuid Patching Zone Prinses Christinaschool (Vlaardingen) Rabobank RDM Makerspace Rijksontwikkelingsbedrijf ROC Albeda ROC Zadkine Rotterdams Kenniscentrum Diversiteit Rotterdams Vakcollege De Hef Schreuderstichting Sezer voor Diversiteit SO Laurens Cupertino Spin Ontwikkelaars Stadslab Stichting Al-moustaqbal Stichting Appvoeding (opdrachtgever) Stichting de Verre Bergen Stichting Vader & Zoon Feijenoord Stichting voor vernieuwing en participatie Technolab Vakmanstad Veldacademie Verloskundige praktijk aan de Maas Verloskundige Praktijk Charlois Verloskundige praktijk Maashaven Verloskundige praktijk Randweg Verloskundige praktijk Zuidwijk VHTO Vitaal Pendrecht Voorlichters Gezondheid Wetenschapsknooppunt ZH Woonbron Woonstad Zadkine (Techniek + ICT)


p 87

3.

Lijst afkortingen HR CEB

Communicatie Externe Betrekkingen

CMD

Communication and Multimedia Design (opleiding van CMI)

CMI

Instituut voor Communicatie, Media en Informatietechnologie

CMV

Culturele Maatschappelijke Vorming (oplediing van ISO)

CoE RDM

Centre of Expertise RDM

Creating 010

Kenniscentrum Creating 010

EAS

Instituut voor Engineering en Applied Science

IBK

Instituut voor Bedrijfskunde

IFM

Instituut voor Financieel Management

IGO

Instituut voor Gebouwde Omgeving

IPO

Instituut voor Industrieel Product Ontwerpen

ISO

Instituut voor Sociale Opleidingen

IVG

Instituut voor Gezondheidszorg

IVL

Instituut voor Lerarenopleiding

KCIO

Kenniscentrum Innovatief Ondernemerschap

KC RDM

Kenniscentrum RDM

KCTO

Kenniscentrum Talentontwikkelng

KCZI

Kenniscentrum Zorginnovatie

Pabo

Opleiding tot leraar Basisonderwijs (opleiding van IvL)

Lero

Lerarenopleidingen, gericht op voortgezet onderwijs (opleidingen van IvL)

WdKA

Willem de Kooning Academie

Bijlagen


Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie Centre of Expertise Social Innovation EMIopzuid@hr.nl 010 794 5946 Postbus 25035 3001 HA Rotterdam

www.emiopzuid.nl

Centre of Expertise Social Innovation Rotterdam Zuid

Profile for EMI op Zuid

EMI werkplan 2015-2016  

Het derde werkplan van Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie. Graag niet printen. Mocht u het werkplan graag in hardcopy willen ontvan...

EMI werkplan 2015-2016  

Het derde werkplan van Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie. Graag niet printen. Mocht u het werkplan graag in hardcopy willen ontvan...

Profile for emiopzuid
Advertisement