Page 1

Centre of Expertise Sociatal Innovation Rotterdam Zuid

EMI WERK plaats Voortbouwen op Zuid

werkplan 2017-2018


Inhoud

“Cijfermatige metingen zijn nodig om te weten of je de juiste koers vaart, maar voor betrokkenheid en beleving bij bewoners moet je zichtbaar zijn in de wijk.� Atabey Senyurek (huisarts Care XL)

EMI | Werkplan 2017-2018


p3

Inleiding H1 Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie

4 7

1.1 Ter introductie 8 1.2 Omgevingsanalyse 9 1.3 Bijdrage EMI aan de visie Hogeschool Rotterdam 16 1.4 Missie 18 1.5 Strategie 19 1.6 Programmapijlers 20 1.7 Doelstellingen 21 1.8 Meerwaarde 21 1.9 Werkwijze 22

H2 Programma’s

27

2.1 Studenten van IVG als mentor op Zuid 28 2.2 Programmaschema 30

H3 Onderwijs | Children’s zone

33

3.1 3.2

34 37 37 39 41

Mentoren op Zuid Ouders op Zuid 3.2.1 Thuis in taal 3.2.2 Ouderbetrokkenheid en LOB 3.2.3 Gereedschapskist

H4 Werken | Loopbaanoriëntatie

45

4.1 BRIDGE 46 4.1.1 Wetenschap & Technologie en loopbaanoriëntatie 48 4.1.2 Mentoren op Zuid en LOB 48 4.1.3 Ouderbetrokkenheid en LOB 48 4.2 Sociaal ondernemerschap 50

H5 Maatschappelijke ondersteuning & Zorginnovatie

57

5.1 Mama’s garden 5.2 Gezond op Zuid 5.3 Frontlijnaanpak

58 60 62

H6 Wonen | Urban Innovation

65

6.1 Sense of the City 6.2 Urban Innovation en Resilient City

66 68

H7 Communicatie

76

7.1 Profileren en positioneren 7.2 Doelstelling 7.3 Doelgroepen 7.4 Aanpak 7.5 Middelen 7.6 Vooruitblik – evenementen en netwerkbijeenkomsten 7.7 Netwerken

76 78 78 80 80 81 81

H8 Organisatie en governance

87

8.1 Bestuurlijke organisatie 8.2 Uitvoerende organisatie 8.3 Organigram

88 89 90

Bijlagen

92

1 Stuurgroep en Programmaraad 2 Medewerkers EMI 3 Samenwerkingspartners 4 Lijst afkortingen HR

92 93 94 95

Inhoud


p4

De EMI WERKplaats: Voortbouwen op Zuid Met de inzet van de expertisecentra profileert Hogeschool Rotterdam zich – naast de focus op excellent bacheloronderwijs – als innovatiepartner voor haven en stad. Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie (EMI) is partner in het aandragen van oplossingen voor complexe vraagstukken op Rotterdam Zuid. Terugkijkend op 4 jaar EMI zijn we trots op de resultaten die we hebben behaald, met de inzet van vele vakbewame docenten, onderzoekers, partners op Zuid en natuurlijk onze studenten. Van onze prille voornemens in 2014 is veel gerealiseerd, maar zoals dat past bij innovatie, hebben ook veel extra en anders gedaan. We hebben een kwalitatief sterk mentorprogramma, waarvoor we nationaal en internationaal veel lof ontvingen, volgens plan uitgevoerd. Er is een omvangrijk en veelzijdig programma rondom ouders op Zuid ontwikkeld en er is na een stevige tijd van pionieren een samenhangend programma rondom loopbaanoriëntatie gericht op leerlingen, ouders, leerkrachten en bedrijven van start gegaan. Niet van te voren bedacht, wel ter hand genomen, zijn activiteiten rondom werkgelegenheid waarbij onderzoek gedaan is naar social return on investment; een regeling om langdurig werklozen weer aan een baan te helpen. Social entrepreneurship is in de afgelopen jaren sterk opgekomen als nieuwe vorm van ondernemerschap, waarbij het doel van de onderneming gericht is op maatschappelijk rendement en niet zozeer op groei in kapitaal. EMI is volop betrokken bij deze vorm van ondernemerschap en participeert in een internationaal programma. Ten aanzien van gezondheid is de aandacht al onderzoekend gericht op activiteiten die bijdragen aan gedragsverandering in het hanteren van een gezonde leefstijl. Er zijn tools en creatieve concepten ontwikkeld door studenten en afgegeven aan praktijkpartners. Ook zijn bepaalde programma’s al doende lerend anders ingevuld dan we ons oorspronkelijk hadden voorgenomen. Zo is Nieuw in 010, een buddyprogramma voor zwangere vrouwen, samengevoegd met Mama’s Garden, een programma gericht op (aanstaande) moeders met kinderen tussen 0 en 4 jaar. De logica daarvan werd ingegeven door de wensen en mogelijkheden van de moeders zelf én door research van onze studenten. Voor Sense of the City is door de uitvinder ervan na een groot aantal straatcolleges een handzaam methodiekboekje gemaakt voor docenten dat gebruikt kan worden om studenten de stad te leren ‘lezen’ en begrijpen. In Urban innovation zijn verschillende bouwkundige, economische, planologische en vastgoed aspecten van de wijken op Zuid onderzocht en belicht. Ook een cadeau was het reisgidsje over Zuid, gemaakt door een student met als doel nieuwe studenten te interesseren voor Zuid. We hebben in de afgelopen jaren met gedreven docenten van een groot aantal opleidingen samengewerkt en nog steeds zien we nieuwe gezichten die nieuwe inzichten en kennis meenemen. Zonder deze krachtenbundeling met ons onderwijs zou EMI geen bestaansrecht hebben, tegelijkertijd zien we dat de meerwaarde van EMI hem juist zit in de continuïteit en de duurzaamheid van die krachtenbundeling. Programmaleiderschap en management door deskundige medewerkers van de hogeschool, met vrijstelling van onderwijs, maar nog wel deels uitvoering gevend aan taken in het onderwijs, vormen de spil van de programma’s. Zij zijn ook voor de stakeholders en samenwerkingspartners het gezicht van de hogeschool op de verschillende deelterreinen waar EMI zich op richt. Ook marketing en communicatie waarin het delen van opgedane kennis centraal staat is een essentieel onderdeel van het succesvol opereren in contextrijk onderwijs.

EMI | Werkplan 2017-2018


p5

De grote uitdaging van de komende vier jaren ligt enerzijds in het koers houden, bestendigen, inbedden en opschalen van de bestaande programma’s in lesmateriaal van de opleidingen en de praktijk van Zuid en anderzijds in het aanpakken van nieuwe actuele vraagstukken in een steeds maar veranderende samenleving. Beide aspecten zijn in gelijke mate aan de orde en vragen programmatisch maatwerk. Maatschappelijke innovatie is nooit af. We moeten scherp zijn in de keuzes die we maken in de aanpak van nieuwe vraagstukken in samenspraak met nieuwe partners, opleidingen en kenniscentra. Het kennisnemen en analyseren van de ontwikkelingen in de samenleving via onderzoek van met name het Sociaal Cultureel Planbureau, is een belangrijke inspiratiebron. Sturend in onze keuzes is de afstemming op de doelstellingen en fase van ontwikkeling van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ), onze strategische partner in gebiedsgebonden maatschappelijke innovatie. Een overigens uniek concept van lange termijn (20 jaar) integrale gebiedsontwikkeling waar steden in binnenen buitenland nieuwsgierig en soms met jaloerse blikken naar kijken. In 2018 wordt een tweede meerjarig uitvoeringsplan opgesteld, waar ook EMI als partner een bijdrage aan levert. Hogeschool Rotterdam zal met NPRZ een nieuwe vierjarige raamovereenkomst opstellen met EMI als uitvoeringsorganisatie. Het werkplan dat voor u ligt bestaat dus deels uit een aantal ‘gouwe ouwen’ die kwalitatief en soms ook kwantitatief versterkt en verbeterd worden en ook uit hele prille gloednieuwe ontwikkelingen waar we op inzetten. In die laatste categorie zien we samen met Codarts en de Willem de Kooning Academie grote kansen om kunst en cultuur op Zuid stevig te verbinden met de culturele organisaties en bewoners van Zuid. Daar staat nog niets over in ons programma, omdat de eerste zaadjes nog maar net geplant zijn, maar het enthousiasme is er. Ook geeft de gebiedsontwikkeling Stadionpark enorme mogelijkheden voor Zuid en zal Resilient Rotterdam voorzien worden van een Zuid-agenda. Met het Albeda College hebben we plannen om in het zetten op het programma Gezonde leefstijl, waarbij de studenten als ambassadeurs centraal staan. Vanuit de hogeschool stellen we ons samen met RDM CoE ten doel het begrip contextrijk onderwijs krachtig invulling te geven door in deze tweede fase de impact van de beide Centres of Expertise te meten. Het gaat daarbij om zowel het ontwikkelen van indicatoren, gevoed door praktijkgericht onderzoek van de kenniscentra om ide mpact te meten op onze opleidingen, als ook op de praktijkpartners, overheid en (groepen) bewoners. We participeren eveneens in de WERKplaatsen van de hogeschool. Bij deze hebben we daar een WERKplaats aan toegevoegd. Wees welkom in de EMI WERKplaats: voortbouwen op Zuid. Rotterdam, 10 januari 2018 Carolien Dieleman directeur Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie

Centre of Expertise Social Innovation Rotterdam Zuid

Inleiding


Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie

H1


p8

H1 Beleid

Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie 1.1

Ter introductie Maatschappelijke Innovatie Bij maatschappelijke innovatie gaat het om zoeken naar nieuwe oplossingen voor maatschappelijke problemen en de productie van nieuwe of andere publieke diensten (Cels et al, 2012:4). Niet instituten, programma’s en organisaties zijn leidend, maar de maatschappelijke realiteit. Daaromheen verbinden de relevante partijen zich in nieuwe constructen met elkaar. Maatschappelijke innovatie wil leiden tot een slimmere samenleving met meer publieke waarde. Het belang van maatschappelijke innovatie is niet alleen landelijk, maar ook Europees erkend. Social Innovation (inmiddels, gezien de brede maatschappelijke scope, steeds vaker Sociatal Innovation genoemd) is een leidend thema van de Horizon 2020-agenda, het Europese kaderprogramma voor onderzoek dat hogescholen en universiteiten wil uitdagen om in een netwerk van werkveld, onderwijs en onderzoek duurzame oplossingen te vinden voor complexe maatschappelijke vraagstukken. Kortom, maatschappelijke innovatie betekent: •• het vinden van oplossingen voor complexe vraagstukken •• een proces van samen leren; geen lineaire zoektocht naar de waarheid •• innovatie door interactie en verbinding van meerdere partijen •• innovatieve oplossingen die ontstaan uit meerdere invalshoeken en disciplines Vanuit de analyse van ontwikkelingen in de samenleving en de ambities van Hogeschool Rotterdam, formuleren we de visie, de missie en de doelen van Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie op Rotterdam Zuid.

“Innovatie ontstaat niet achter een bureau, maar in de praktijk. Met elkaar.” Liesbeth Levy (directeur LOKAAL)

EMI | Werkplan 2017-2018


p9

1.2

Omgevingsanalyse Het bestaansrecht voor een Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie in Rotterdam komt voort uit drie lagen van verandering. Ontwikkelingen in de samenleving, specifieke kenmerken in Rotterdam Zuid – het deel van de stad waar EMI zich op richt – en tot slot de ambities, de onderwijsvisie en de agenda van Hogeschool Rotterdam. Ontwikkelingen in de samenleving Relevant voor ons expertisecentrum is om de samenhang te zoeken tussen maatschappelijke trends en specifieke vraagstukken op Zuid. Daarom geven we hier de samenvatting van het rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) ‘de toekomst tegemoet’ uitgegeven in december 2016 met als subtitel ‘Leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren in het Nederland van later.’ Nederland doorlopend in beweging Nederland is de komende decennia doorlopend in beweging. Dit heeft gevolgen voor de manier waarop we leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren. In het Sociaal en Cultureel Rapport wordt voor ieder van deze domeinen nagegaan wat dit voor de burger zou kunnen betekenen. Wanneer, waar en hoe leren we in de toekomst? Verandert de aard van ons werk en zet de flexibilisering van de arbeidsmarkt door? Hoe zorgen we in de toekomst als samenleving voor elkaar? Hoe kleuren maatschappelijke veranderingen de sociale banden tussen individuen en bevolkingsgroepen? En: wat betekent de verduurzaming voor de consumptiepatronen van de toekomst? In de omgeving van de persoon komen vijf illustraties in beeld die de domeinen uit het onderzoek illustreren: leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren. Leren Voor het domein ‘leren’ signaleert het SCP een trend naar meer flexibiliteit en maatwerk. Leerroutes in de toekomst kennen minder standaardisering en stratificatie dan nu. Doordat de samenleving en arbeidsmarkt steeds sneller veranderen, neemt de noodzaak van een leven lang leren toe. De scheiding tussen initieel en post-initieel onderwijs zal vervagen, als perioden van leren en werken elkaar vaker afwisselen. En ook al nemen de mogelijkheden om minder tijd- en plaatsgebonden te leren toe, toch blijft er een belangrijke rol voor het leren op school. Het onderwijs zal zich ook meer gaan richten op niet-cognitieve vaardigheden, zoals leren samenwerken en leren samenleven. Niet iedereen zal even gemakkelijk zijn of haar ‘maatwerk-leerloopbaan’ kunnen samenstellen en vormgeven. Alleen daarom al blijft de rol van de docent belangrijk, al verandert die steeds meer in die van coach en begeleider. Werken In het domein ‘werken’ staat de werkende burger centraal. Het SCP verwacht dat werk – meer dan nu – verbonden zal zijn met technologie, vaker een hoge scholing vereist en minder plaats- en tijdgebonden is. Ook voorzien de onderzoekers dat de opkomst van de ‘op-afroepeconomie’ doorzet en een steeds groter deel van de werkenden relatief korte klussen voor wisselende opdrachtgevers zal doen. Het gevolg: weinig continuïteit in het werk en minder mogelijkheden om een loopbaan te plannen. De grenzen tussen werk en de andere domeinen zullen daarnaast waarschijnlijk vervagen, doordat werkenden in de toekomst ook meer moeten zorgen en leren. De combinatiedruk die nu al wordt ervaren, zal hierdoor in de toekomst hoger worden. Al deze ontwikkelingen betekenen meer onzekerheid en vragen om een groot adaptatie- en anticipatievermogen. Dit zal niet voor iedereen even gemakkelijk en haalbaar zijn, waardoor een groter deel van de bevolking buiten de boot kan vallen.

H1 Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie


p 10

Zorgen De centrale vraag voor het domein ‘zorgen’ luidt: hoe gaan we als samenleving voor elkaar zorgen in de toekomst? In de komende decennia ontstaat een grote zorgvraag dankzij de toename in aantal van de pluriforme groep ‘zorgbehoevende 75-plussers’. Daartegenover staat een kleiner wordende groep mantelzorgers, die zelf ouder en kwetsbaarder wordt, en een kleiner wordende groep professionals voor wie de loonkosten steeds hoger worden. Vooral in de krimpgebieden van het land worden de verhoudingen ongunstig. Oplossingen voor dit zorgtekort worden onder meer gezocht in de technologie, in een andere organisatie van de professionele zorg aan huis, in nieuwe woonzorgvormen, in burgerinitiatieven en in de flexibilisering van arbeid en zorgtaken. Al deze oplossingen stellen specifieke eisen aan de zorgvragers en niet alle zorgvragers zullen aan deze eisen kunnen voldoen. Met name ouderen met minder sociale en technische vaardigheden lopen in de toekomst een groter risico om geen of onvoldoende zorg te ontvangen, volgens het SCP. Samenleven Wat betreft ‘samenleven’ verwacht het SCP een voortzetting van de trend dat mensen steeds meer contacten hebben in steeds minder tijd. Geavanceerdere selectiemogelijkheden maken het ook steeds meer mogelijk gelijkgestemden te vinden buiten de eigen kring. Een consequentie van deze ontwikkelingen is dat veel contacten oppervlakkiger zijn, dat zelfpresentatie belangrijker wordt en intimiteit en authenticiteit minder. Maar ook dat de variëteit aan relaties zal toenemen, nieuwe soorten relaties ontstaan, waarbij soms meer kan worden gedeeld met onbekenden dan met mensen uit de directe omgeving. Ook ontstaan contacten met ‘virtuele anderen’, zoals robots. Een mogelijke schaduwzijde van de toenemende selectiemogelijkheden is, volgens de onderzoekers, dat overbrugging tussen verschillende bevolkingsgroepen zeldzamer wordt en spanningen toenemen. Consumeren Het domein ‘consumeren’ is bestudeerd vanuit de ambitie om de opwarming van de aarde te beperken en daarom de uitstoot van broeikasgassen in 2050 in vergelijking met 1990 met 80-95% terug te brengen. Dit dwingt tot een duurzamere manier van leven: energie-neutrale woningen, koolstofarme manieren van vervoer en minder vlees en zuivel van herkauwers op het menu. Deze benodigde transitie raakt niet alleen het consumeren, maar ook het leren, het werken en het samenleven. Het pad naar meer duurzaamheid stelt de samenleving voor een aantal lastige keuzes. Er zijn private en collectieve beslissingen en investeringen voor nodig en ingrepen in de fysieke omgeving. Denk hierbij aan het gasloos maken van hele wijken, meer windmolens en ondergrondse koolstofopslag. Complexer dagelijks leven In het dagelijkse leven van mensen in 2050 komen diverse veranderingen samen. Nederlanders combineren betaald werk met bij- en herscholing, terwijl ze drukker zijn met een groeiend aantal sociale contacten en een toenemende vraag om (mantel)zorg. Daarnaast moeten ze hun consumptiepatronen verduurzamen. Doordat de omgeving waarbinnen mensen keuzes maken zo veranderlijk is, ervaren mensen onzekerheid en stress. Richting 2050 houden mensen steeds meer ballen in de lucht. Dit maakt het dagelijks leven complexer. Zo zijn arbeid en zorg moeilijk op elkaar af te stemmen, als werkenden niet weten wanneer een volgende opdracht start. Ook is het lastig om afspraken over de werk-privébalans of bijscholing te maken als iemand continu van werkgever wisselt. Bij werkende mantelzorgers bestaat er nu al de zorg dat er steeds minder een beroep op betaalde zorg kan worden gedaan en dat er een spagaat ontstaat tussen de tijd die voor mantelzorg nodig is en andere activiteiten.

EMI | Werkplan 2017-2018


p 11

Een leven met meer dynamiek, meer maatwerk en meer eigen regie is tegelijkertijd ook een complexer leven. De omgeving waarbinnen keuzes tot stand komen, is onoverzichtelijk, veranderlijk en onzeker. De dynamische realiteit met telkens nieuwe mogelijkheden en eisen is ook ingewikkelder en drukker. Meer mensen kunnen daardoor stress gaan ervaren. Mensen zullen meer aan hun hoofd krijgen, terwijl een week ook in de toekomst niet meer dan 168 uur zal tellen. En in die week zijn er meer ‘verplicht vrijwillige’ activiteiten, zoals mantelzorg en leren. Dit alles maakt de organisatie van het dagelijks leven behoorlijk ingewikkeld. Mensen moeten werk en opleiding, gezin en huishouden, mantelzorg en vrijwilligerswerk, alsook sociale contacten en hobby’s combineren. De optelsom van bezigheden en onvoorspelbaarheden kan hierdoor aanzienlijk worden. Bovendien creëert nieuwe ICT-technologie een constante stroom aan informatie over werk, studie, familie en vrienden en zijn we altijd bereikbaar. Momenten voor rust en reflectie worden hierdoor waarschijnlijk steeds lastiger te vinden. Instituties op afstand In de toekomst komen Nederlanders verder op afstand te staan van de instituties waar zij leren, werken of zorg krijgen. Vaststaande kaders verdwijnen: er zijn minder standaardoplossingen en -trajecten. Meer dan nu moeten mensen zelf hun leerloopbaan vormgeven en hun eigen werk en zorg regelen. Ze zijn zelf aan zet. Mensen zullen vaker dan nu buiten het onderwijs en een school leren. Dit wordt mede mogelijk gemaakt door technologische ontwikkelingen. Mensen kunnen hierdoor leren, wanneer en waar ze willen. Het leren wordt daardoor meer van mensen zelf en minder van scholen en instituten. Ook werkenden zijn minder ingebed in arbeidsorganisaties, omdat zij vaker op afroep werken en de arbeidsverbanden korter zijn. Op een heel ander vlak moeten Nederlanders zelf beslissen welke meer duurzame alternatieven ze in hun consumptiepatroon opnemen. Een eigen route bepalen In een omgeving die continu verandert en met een groeiende variëteit aan mogelijkheden bepaalt de Nederlander anno 2050 meer dan ooit zijn eigen route. Daarnaast betekent de groeiende afstand tussen mensen en instituties dat ‘one size fits all’ in de toekomst tot het verleden behoort. In plaats van het standaard verpleeghuis komen er bijvoorbeeld steeds meer verschillende woon-zorg-vormen. Hulpbehoevende ouderen, mensen met psychiatrische problematiek of een verstandelijke beperking kunnen er bijvoorbeeld makkelijker voor kiezen om in een ‘gewone’ buurt te blijven wonen. Tegelijk stellen mensen hun individuele ‘leerloopbaan’ samen en volgen zij niet langer uitsluitend een standaard onderwijsaanbod. Ook in hun werk en sociale leven bepalen mensen meer een eigen koers. Vaststaande sociale verbanden – zoals schoolklassen, jaargroepen of afdelingen op het werk – worden immers minder vanzelfsprekend. De groei aan keuzemogelijkheden daagt Nederlanders daarnaast uit om te investeren in energie-neutrale woningen, koolstofarme manieren van vervoer te omarmen en minder vlees en zuivel te consumeren. Nieuwe keuzemogelijkheden In de toekomst creëren technologische ontwikkelingen eveneens nieuwe keuzemogelijkheden. Slimme woningen passen zich bijvoorbeeld aan de leefpatronen en behoeften van hun bewoners aan. Slimme technologie en e-devices helpen Nederlanders om individuele doelen te bereiken, zoals minder stress of meer bewegen. Tegelijk opent virtual reality deuren naar nieuwe vormen van leren, werken en het onderhouden van sociale contacten. In het onderwijs is het wellicht mogelijk om met simulaties te leren over locaties die onbereikbaar zijn voor de leerling (zoals het heelal) of die nog gebouwd moeten worden (zoals bij stedenontwerp van nut kan zijn). Als werk minder tijd- en plaatsonafhankelijk wordt, ontstaan er ook nieuwe baanmogelijkheden. Met een virtual realitybril kan een kraanmachinist in de toekomst mogelijk vanuit huis werken of is het makkelijker om samen te werken met mensen in het buitenland. Nieuwe ICT-toepassingen stellen mensen ook steeds beter in staat om anderen te vinden die aansluiten bij wat zij op een bepaald

H1 Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie


p 12

moment zoeken. Dit biedt nieuwe mogelijkheden, bijvoorbeeld bij het tegengaan van eenzaamheid en bij het organiseren van burgerinitiatieven. Deze nieuwe toepassingen bieden mogelijkheden voor maatwerk, maar brengen ook bedreigingen voor de privacy mee. Bedreigingen voor de privacy Digitalisering zal mensen in de toekomst niet alleen van dienst zijn, maar hen ook kwetsbaar maken doordat men bewust of onbewust persoonlijke gegevens aan digitale systemen toevertrouwt. Omdat mensen voordeel hebben bij de digitale toepassingen die ze gebruiken, gaat het in de toekomst om steeds grotere hoeveelheden gegevens, die steeds meer informatie bevatten over privélevens en die steeds automatischer zullen worden verworven en gekoppeld aan andere gegevens. De digitale sporen die mensen online achterlaten, zullen elk domein van het leven bestrijken. Het online delen van privégegevens, maakt mensen kwetsbaar tegenover instanties zoals overheden, werkgevers, detailhandel, verzekeringen en banken. Een realiteit van nu, die in de toekomst nog wijdverspreider zal zijn, is dat zulke instanties de gegevens gebruiken bij het nastreven van eigen doelen zoals winstbejag of risicobeperking. Dit kan onwenselijke gevolgen hebben: zo kan men door de combinatie van informatie tot een risicocategorie worden gerekend, om vervolgens sterker de nadelen ondervinden van bijvoorbeeld een slechte gezondheid of een incident uit het verleden. Ook kunnen privégegevens door fouten of criminaliteit ‘op straat komen te liggen’. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de grote gevolgen van identiteitsdiefstal en de macht die hackers over individuen en overheden kunnen uitoefenen. Niet iedereen profiteert Niet iedereen heeft voordeel van de nieuwe mogelijkheden in de toekomst. Slimme woningen en producten liggen niet binnen ieders bereik. Bijvoorbeeld omdat ze voor sommigen te duur zijn. Daarbij vraagt een wereld waarin mensen meer eigen regie hebben, om meer zelfredzaamheid. Voor sommigen is dat een te grote uitdaging. Terwijl de ene persoon een optimale leercarrière weet samen te stellen op de juiste momenten in de levensloop, loopt de ander kansen mis door een gebrek aan mogelijkheden, overzicht of inzicht. Soortgelijke verschillen kunnen ontstaan op de andere terreinen. Voor iemand met veel hulpbronnen biedt een complexe en dynamische arbeidsmarkt een breed scala aan opties en uitdagingen. Voor iemand die dat niet heeft, brengt iedere nieuwe werkdag nieuwe onzekerheden en onvoorspelbaarheid met zich mee. Wie sociaal vaardig is en zelf veel te bieden heeft, kan de vruchten plukken van een groot en divers netwerk. Voor wie minder sociaal vaardig is, of om een andere reden minder populair, kan het moeilijker worden om aansluiting te vinden bij sociale netwerken. Ook voor (mantel)zorg heeft dat effecten. Met name ouderen met minder sociale en technische vaardigheden lopen in de toekomst een groter risico om onvoldoende zorg te krijgen. Nieuwe scheidslijnen De geschetste veranderingen leiden de komende decennia mogelijk tot nieuwe scheidslijnen in de samenleving. Naarmate de samenleving veeleisender wordt, komt de lat van zelfredzaamheid steeds hoger te liggen. Dit heeft als risico dat die lat voor een groeiende groep mensen te hoog komt te liggen. Doordat mensen steeds meer zelf kiezen met wie zij omgaan, bestaat er daarnaast een risico dat bevolkingsgroepen elkaar minder ontmoeten en minder begrip voor elkaar krijgen. Hulpbronnen als een goede opleiding en voldoende geld op de bank, zullen het ook in de toekomst makkelijker maken om risico’s op te vangen en kansen te verzilveren. Andere hulpbronnen winnen aan belang. Mensen met minder sociale en digitale vaardigheden kunnen de eigen regie bijvoorbeeld minder makkelijk voeren en blijven daardoor achter. Proactieve ouderen kunnen zelf de regie over hun leven nemen, voor zorg betalen en mantelzorg organiseren. De zelfredzaamheid van ouderen met minder sociale en technische vaardigheden zal in de toekomst echter zeer beperkt zijn.

EMI | Werkplan 2017-2018


p 13

De nieuwe achterblijvers In een veeleisende samenleving waarin mensen zelf de regie over hun leven moeten voeren, zullen sommigen beter hun weg kunnen vinden dan anderen. Mensen met een goede fysieke gezondheid en psychische veerkracht, met steile individuele leercurves – alsook veel sociaal, cultureel en economisch kapitaal – zullen beter op de veranderende samenleving toegerust zijn. Wat voor de een meer ruimte voor zelfontplooiing betekent, kan voor een ander een gevecht zijn om bij te blijven. In een veeleisende samenleving ligt de lat van zelfredzaamheid hoog. Dit betekent dat er meer mensen op hun tenen moeten lopen om te kunnen blijven meedoen. Het risico bestaat dat die lat voor meer mensen te hoog komt te liggen, waardoor ze niet kunnen meekomen of slechts met veel stress en moeite. Daarnaast zullen processen van in- en uitsluiting de kwetsbaarheid van sommigen versterken. Een toename van selectiemomenten op de arbeidsmarkt en in het sociale verkeer kunnen het risico verhogen dat mensen die een minder positief zelfbeeld hebben, of die ‘anders’ of minder sociaal vaardig zijn, buiten de boot vallen. Doordat het zwaartepunt verschuift van de (financiële) hulpbronnen die mensen hebben naar de vaardigheden die mensen beheersen, zou je kunnen zeggen dat de huidige maatschappelijke scheidslijn tussen de ‘haves’ en de ‘havenots’, verandert in een scheidslijn tussen de ‘cans’ en ‘cannots’. Nieuwe vormen van solidariteit Nieuwe scheidslijnen vragen om nieuwe vormen van solidariteit. Nu al ontstaan er nieuwe vormen van solidariteit in zelfgekozen verbanden, zoals broodfondsen en zorgcoöperaties. Mogelijk heeft niet iedereen daar baat bij. Deze solidariteit strekt zich hoofdzakelijk uit tot mensen met overeenkomstige belangen en een gemeenschappelijke achtergrond. Ook zijn de initiatiefnemers vaak hoogopgeleid. Hierdoor is er een reële kans dat de nieuwe vormen van solidariteit de nieuwe scheidslijnen niet overbruggen. Kansrijken kunnen solidariteit in de eigen kring organiseren, maar kansarmen kunnen dat niet. In de toekomst zal hier dan ook een rol voor de overheid blijven liggen. Het zal niet alleen nodig zijn om de solidariteit anders te organiseren. Ook de vraag hoe Nederland de omslag naar een duurzame samenleving kan maken is belangrijk. In hoeverre is duurzaamheid op basis van eigen regie te realiseren en in hoeverre vergt dat collectieve arrangementen? Er ligt een essentiële rol voor overheid en politiek om dit vraagstuk blijvend te agenderen. Maatschappelijke uitdagingen Nederland is niet ‘af’, maar voortdurend in beweging en ontwikkeling. Dat zal ook altijd zo blijven. De uiteenlopende veranderingen nopen voortdurend tot aanpassing en koersbepaling. Een toekomst waarin mensen in een complexe omgeving steeds meer eigen regie over hun leven kunnen en moeten voeren, roept vragen op over de veranderende grondslag en vormgeving van solidariteit. Is er op basis van eigen regie een nieuwe vorm van solidariteit mogelijk of vergt dat toch collectieve arrangementen? Politiek en overheid kunnen een bemiddelende rol spelen in de samenleving in al haar diversiteit en tegenstrijdigheid, door de vragen voor de toekomst in samenspraak te agenderen. Dat vergt in de omgang met bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers veel van de inrichting van het proces en van de responsiviteit en zelfreflectie van de politiek en overheid. De zoektocht naar werkbare vormen van gezamenlijke besluitvorming en partnerschap vraagt om wederkerigheid tussen de overheid en andere geledingen in de samenleving, om goede informatie-uitwisseling, gevoelige overheidsantennes en duidelijke spelregels. De uitdagingen waar de samenleving voor staat, vergen durf om de blik te richten op het Nederland van de toekomst en de vraagstukken van solidariteit en duurzaamheid te agenderen. Bron: SCP onderzoek De toekomst tegemoet: leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren in het Nederland van later. Sociaal en Cultureel Rapport, 21 december 2016

H1 Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie


14%

10%

4%

€22.900

17%

13%

4%

30,7%

€25.300

14%

10%

26,0%

28,0%

€24.600

15%

10%

Nederland 26,0%

18,6%

€25.400

9%

6%

4%

Aantal inwoners tot 23 jaar in % van totale bevolking (2017)

% één-ouder-huishouden met tenminste 1 thuiswonend kind, jonger dan 18 jaar op alle huishoudens met tenminste 1 kind jonger dan 18 jaar (2016)

Gemiddeld besteedbaar huishoudensinkomen, gestandaardiseerd (2014)

% huishoudens met een WWB-AO of WW-uitkering (2014)

% huishoudens met een WWB of WW-uitkering (2014)

% huishoudens met een AO-uitkering (2014)

70%

45%

3%

1,7%

% middelbaar of hoger opgeleiden, als percentage van de bevolking 15-74 jaar (oktober 2015)

% leerlingen in 3 en 4 HAVO/VWO (2016/2017)³

% leerlingen in het praktijkonderwijs (2016/2017)³

% nieuwe voortijdig schoolverlaters (schooljaar 2015/2016)

x

x

14%

x

532,9

18%

x

14%

x

50%

53%

x

49%

�€216.000

23%

*) landelijke bron *) Lokale bron *) Voorlopige cijfers

% inwoners met een migratie achtergrond (cijfers 2017)

53%

€197.000

€153.000 €290.000

x

x

% kwetsbare meergezinswoningen t.o.v. de woningsvoorraad (2016)

Gemiddelde WOZ-waarde van woningen (2017)3

x

x x

15%

x

2,8%

3,1%

2,9%

2,8%

533,7

5%

5%

4%

4%

9%

534,8

47%

37%

67%

9%

19%

65%

17%

24%

50%

75%

6%

20%

20%

45%

72%

10%

20%

20%

% kinderen op de basis school met laag opgeleide ouders (2016/2017)

Cito-eindtoets groep 8 naar woongebied (2015)

x

7%

Werkzoekenden zonder baan in % van de potentiële beroepsbevolking 15-64 jaar (2017)

% jongeren met startkwalificatie, 18 t/m 22 jaar (2017)

11%

Kinderen tot 18 jaar in een huishouden met inkomens tot 110% van het sociaal minimum in % van alle kinderen tot 18 jaar in een huishouden (2014)

% huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum loon (2014) 19%

€24.300

32,4%

24,1%

Totaal G4 22%

25,8%

26,3%

844.947

34%

€235.000

x

12%

x

x

2,0%

3%

48%

78%

8%

12%

14%

4%

6%

10%

€26.300

17,1%

28,6%

343.038

Utrecht

12%

26,9%

634.660

Amsterdam

2.347.627

50%

€154.390

24%

18%

532,9

58%

3,1%

5%

38%

65%

17%

24%

22%

4%

13%

17%

€22.900

33,2%

26.3%

634.264

Rotterdam²

4%

524.882

Rotterdam¹

17.081.507

61%

€117.375

35%

23%

530,8

50%

x

7%

29%

56%

21%

31%

26%

5%

16%

21%

€20.100

39,1%

27,5%

200.739

Zuid

Stand bevolking 1 januari (2017)

Bron: NPRZ

75%

€92.648

51%

28%

529,6

51%

x

8%

25%

53%

24%

34%

31%

6%

19%

24%

€17.900

38,1%

29,8%

78.271

7 Focuswijken

4%

Den Haag

Onderwerpen

p 14


p 15

School Beter betaald werk

n

de

Opvoeding

el fv

Scholing

5 stabielere wijken

e Le

veiligheid - Ha nd ha vin g

Rotterdam Zuid: een Nationaal Programma met een integrale aanpak

Veiligheid en criminaliteit

Bewoner met gezin / huishouden

Sociaal functioneren

Werk en inkomen

Wonen

Werk

Stabielere thuissituatie

en

n Wo

Gezondheid en hulpverlening

Meer welvaart met meer vraag naar betere woningen Bron: NPRZ

Slechte weg afsluiten, goede weg bevorderen De doelstelling van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) is dat Rotterdam Zuid binnen twintig jaar het gemiddelde niveau van de vier grote steden (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht) bereikt waar het gaat om werk, inkomen, onderwijs en sociale veiligheid. Het NPRZ is niet alleen een investeringsprogramma. De opgave op Zuid is om, samen met de professionals Ên de bewoners te werken aan oplossingen voor ingewikkelde vraagstukken. Dat vergt investeringen voor alle groepen bewoners, met de nadruk op jongeren van 0 tot het moment dat zij aan het werk gaan. Het ideaal is dat alle jongeren deelnemen aan onderwijs en zich op een niveau dat bij hen past kwalificeren. Zij vinden banen, het liefst op Zuid, en blijven er wonen. Dat vraagt om een betere match naar de werkgelegenheid die er is op Zuid in de zorg en in de (technische) maakindustrie, maar ook om een gevarieerde woningvoorraad en een veilige, prettige openbare ruimte. Een oplossing vraagt bijna altijd om een netwerk van partijen, kennis en disciplines en van beroepsbeoefenaren die in staat zijn om hun eigen handelen te reflecteren en bereid zijn hun handelen waar nodig aan te passen. Rotterdam Zuid vraagt dan ook om professionals die werken met kennis van het eigen vakgebied, maar ook als integralist – met het vermogen om hun kennis en kunde te verbinden aan andere vakdisciplines. In het uitvoeringsplan van het NPRZ staan de bewoners van Rotterdam Zuid centraal, in het bijzonder de zeven focuswijken en de zogenoemde kantelwijken in IJsselmonde. Participatie in het NPRZ betekent naar school gaan, werken, of desnoods vrijwilligerswerk doen en thuis de basis op orde hebben. Dat vraagt om een actieve opstelling van bewoners. Maar ook al stellen bewoners zich actief op en doen zij hun stinkende best om vooruit te komen in het leven, dan zien we, zoals beschreven in het vorige hoofdstuk, dat groepen burgers, ook op Zuid, niet mee profiteren van de nieuwe (technologische) mogelijkheden die de samenleving biedt.

H1 Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie


p 16

Voor sommigen is het steeds meer eigen regie hebben over het leven en de complexe keuzes die dat met zich mee brengt teveel gevraagd of simpelweg te duur. Of er zijn te weinig hulpbronnen en sociale netwerken voorhanden om een baan te vinden op een dynamische steeds veranderende arbeidsmarkt. Voor een groeiende groep mensen zal de lat te hoog komen te liggen, waardoor zij niet of slechts met stress en veel moeite mee kunnen komen. Daarnaast zullen processen van in- en uitsluiting de kwetsbaarheid van sommigen versterken. Mensen met een minder positief zelfbeeld, mensen die ‘anders’ zijn of minder sociaal vaardig zullen buiten de boot vallen. Kansrijken zullen nieuwe vormen van solidariteit kunnen regelen in eigen kring, kansarmen kunnen dat niet. Hier blijft een rol voor de overheid liggen om samen met de burgers de omslag te maken naar een duurzame samenleving met zorg voor mensen die (tijdelijk) kwetsbaar zijn of in een kwetsbare omgeving opgroeien. Daarbij zullen burgers onderling ook nieuwe vormen van onderlinge solidariteit moeten kunnen bouwen waarin de overheid faciliteert. In Rotterdam zijn dergelijke bewegingen met Wij Noord en Wij Delfshaven, Zorgvrijstaat en andere initiatieven volop gaande. Op Zuid lijkt deze ontwikkeling minder of in elk geval op veel kleinere schaal plaats te vinden. Het NPRZ werkt nu aan een nieuw uitvoeringsplan, waar EMI als één van de partners in zal participeren. De resultaten van het NPRZ worden via te verzamelen data zichtbaar als het beter gaat met bewoners. Denk aan hogere cito-scores, aan het werk zijn in plaats van leven van een uitkering, aan minder schooluitval, een betere gezondheid en minder armoede. Hoe het met Zuid gaat in vergelijking met Nederland, de vier grote steden en het gemiddelde in Rotterdam is onder meer te zien aan de cijfers op pagina 14.

1.3

Bijdrage EMI aan de visie Hogeschool Rotterdam In het afgelopen studiejaar is de uitwerking ter hand genomen van de strategische agenda ‘Onze agenda, opleiden in Rotterdam voor de wereld van morgen’. Zeven werkgroepen hebben zich gebogen over de verschillende onderwerpen die uit de agenda zijn voortgekomen: professionaliteit, leiderschap, organisatie, regels, internationalisering, ICT, ondernemerschap & bedrijvigheid. Daarnaast hebben twee externe adviseurs, Winnie Sorgdrager en Farid Tabarki, aanvullende ideeën en opvattingen gegeven, verwoord in hun advies ‘Een adaptieve hogeschool’. We geven aan hoe we met EMI kunnen bijdragen aan ‘Ons Werkplan’, gelanceerd tijdens de jaaropening 2017, waarin de uitwerking van de strategische agenda beschreven is. Een bijdrage niet alleen aan het bereiken van de geformuleerde doelen en het in de praktijk brengen van een belangrijk uitgangspunt, maar ook een concrete bijdrage aan twee van de acht WERKplaatsen. Daarnaast voegt EMI met haar werkplan 2017-2018 een negende WERKplaats toe, de EMI-Werkplaats: een Sterke Stad. Doel: Inclusief onderwijs vormgeven Te veel studenten halen het diploma van de hogeschool niet. De uitval is groot. We beginnen grip te krijgen op factoren die bijdragen aan studiesucces, maar dat heeft zich nog niet vertaald in positieve resultaten. Studiesucces heeft daarom blijvende prioriteit. De studenten in de klas zijn heel divers: ze verschillen in vooropleiding, leerstijl, achtergrond, thuissituatie en levenservaring en in de ambitie die zij hebben. Vanuit het huidige onderwijsmodel, gericht op dat ‘standaard-studentprofiel’, is het omgaan met die diversiteit lastig. Het resulteert in uitval of in langstuderen. We moeten leren die diversiteit als rijkdom te beschouwen en in ons onderwijs steeds de verbinding te leggen met elke student en diens achtergrond, voorkeuren en uitdagingen. Met andere woorden: inclusief onderwijs geven. We realiseren meerwaarde met creativiteit, service en maatwerk. We ontwikkelen passende leerroutes met adequate pedagogiek en didactiek. Zo gaan we lang studeren tegen en bevorderen we studiesucces.

EMI | Werkplan 2017-2018


p 17

Bijdrage EMI: Voor EMI is diversiteit een gegeven dat rijkdom met zich meebrengt. De rijkdom van studenten, opgegroeid in een cultureel diverse omgeving, die hen heeft geleerd stand te houden in een ingewikkelde samenleving. Die hen soms kwetsbaar maakt, maar vaak ook streetwise met een voorsprong aan kennis en kunde. EMI leert van hen en zij kunnen leren van EMI, via docenten met veel ervaring, via innovatieve en eigenzinnige praktijkpartners, via slimme en toegewijde onderzoekers. Het EMI-netwerk voorkomt (te) lang studeren door actieve tussentijdse reviews en bevorderen studiesucces en vooral plezier met contextrijk onderwijs. Uitgangspunt: Het leerproces centraal Als moderne hogeschool vormt Hogeschool Rotterdam een afspiegeling van de samenleving. De opleiding biedt studenten een echt thuis en docenten creëren voor hen een veilige plek om te oefenen voor hun toekomstige rol in het werkveld en in de samenleving. Zij bieden onderwijs waarin studenten duurzame kennis en vaardigheden opdoen voor hun loopbaan. Dit betreft onderwijs waarin de gemeenschappelijke waarden van de hogeschool tot uitdrukking worden gebracht: professionaliteit, een kritische attitude, democratie en respect voor de ander. Studenten leren in dit onderwijs waarin wetenschappelijke kennis zich onderscheidt van opvattingen en meningen en ze oefenen met het voeren van debat en het omgaan met verschillen. We willen een hogeschool zijn die uitnodigt om te participeren. Een inclusieve hogeschoolgemeen-schap, waarin studenten en docenten mogen zijn wie ze zijn; waar studenten gekend worden en er aandacht is voor ieders leerproces en ieders specifieke context; waar de omgeving prettig en kleinschalig aanvoelt en de faciliteiten van goede kwaliteit zijn. EMI bijdrage: EMI werkt kleinschalig. Met docenten, studenten, praktijkpartners en onderzoekers wordt een zo goed mogelijke band opgebouwd. Dat gaat niet altijd van een leien dakje. Soms botsen meningen en inzichten, werelden van ervaring in het onderwijs of juist in de stedelijke praktijk van Zuid, in projectmatig en programmatisch werken of in het overbrengen van theoretische kennis. Dat vraagt positieve aandacht en tijd, af en toe even uit de waan van de dag stappen en voortdurend met elkaar de dialoog aan gaan. Met vallen en opstaan, al doende lerend. EMI brengt docenten en studenten graag naar locaties in de stad waar de faciliteiten misschien helemaal niet zo goed zijn, maar waar oneindig veel geploeterd, getinkerd en gepionierd kan worden. Zo leren we veerkrachtig en adaptief te zijn. En elkaar telkens weer een steuntje in de rug te geven als het leerpad wat al te hobbelig begint te worden. De WERKplaats Inclusieve pedagogiek en didaktiek Studiesucces beïnvloeden is een proces van lange adem. Inclusieve pedagogiek en didactiek is ‘een sleutel’ tot studiesucces. • In de WERKplaats inclusieve pedagogiek en didactiek wordt de kennis rondom inclusiviteit, pedagogiek en didactiek, binding, langstudeerders en taalbeheersing gebundeld, ontwikkeld en gedeeld. Op zo’n manier dat elke opleiding in staat wordt gesteld de pedagogische en didactische basis te versterken. • Kennis en ervaring verkregen uit onderzoeksresultaten, uit promotietrajecten, uit de ontwikkeling van pedagogiek en didactiek, vanuit de masteropleidingen Pedagogiek, Leren en Innoveren, en Begeleidingskunde, vanuit het Pedagogisch Pact, vanuit de practical learning community ‘Inclusive intercultural classroom’, uit beleidsonderzoek van de dienst Concernstaf, vanuit het programma Binding en van de dienst Onderwijs en Ontwikkeling (OeO) worden samengebracht in deze WERKplaats. EMI bijdrage: EMI brengt kennis, kunde en praktijkervaring – gebaseerd op vier jaar werken op po- en vo scholen in Rotterdam Zuid met cross-age peercoaching.

H1 Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie


p 18

WERKplaats Nieuwe bedrijvigheid De snelle veranderingen in het werkveld leiden tot het inkrimpen of verdwijnen van bekende sectoren en het ontstaan van nieuwe vormen van bedrijvigheid en ondernemerschap. In deze WERKplaats worden die nieuwe vormen verkend, de verbinding met programma’s als Rotterdam Next Economy gelegd en nieuwe onderwijsconcepten ontwikkeld die inspelen op die nieuwe bedrijvigheid en een ondernemende houding van studenten bevorderen. EMI bijdrage: EMI wil kennis en kunde en praktijkervaring brengen, gebaseerd op ervaring met social entrepreneurship als nieuwe vorm ondernemerschap in Rotterdam.

1.4

Missie EMI is een aan Rotterdam Zuid verbonden netwerkorganisatie, die werkt aan het oplossen van complexe maatschappelijke vraagstukken op het gebied van onderwijs, werken, zorg & welzijn en wonen. Kenmerkend voor het werkproces zijn: interactie, verbinding, vernieuwing, al doende leren en kennisdelen. Dit levert nieuwe kennis en kunde op voor Zuid en duurzame onderwijsvernieuwing voor HR. Het biedt studenten een zelfbewuste entree op de arbeidsmarkt.

“De achterstanden in het onderwijs zijn we aan het inlopen, maar het wegnemen van kansongelijkheid blijft een belangrijk punt om aan te pakken.” Marco Pastors (directeur NPRZ)

EMI | Werkplan 2017-2018


p 19

1.5

Strategie De strategie en doelstellingen van EMI zijn onderbouwd door een SWOT-analyse, waarmee we de sterktes en zwaktes, de kansen en bedreigingen analyseren.

Sterktes Potentieel van 30.000 studenten Studentenpopulatie is een afspiegeling van de Rotterdamse bevolking Ondersteund door vijf kenniscentra* Sterke praktijkcomponent in curriculum Zes jaar samenwerkingservaring op Zuid Aantal betrokken docenten met kennis op Zuid Verbindingen binnen HR met docenten van verschillende opleidingen, de ondersteunende diensten en de kenniscentra Relatienetwerk op Zuid Samenwerkingsovereenkomst met NPRZ Neutrale positie hogeschool Toenemend aantal betrokken docenten van verschillende opleidingen met kennis op Zuid

Zwaktes Grote, complexe organisatie, waarin interdisciplinair werken lastig is Geaccrediteerde onderdelen curriculum lastig plooibaar Onderwijs reageert traag op vernieuwing Docenten niet altijd bekend met problematiek op Zuid Afstand onderwijs, onderzoek en praktijk Student(en) vraagt/vragen om intensieve begeleiding van werkveld op Zuid Onvoldoende culturele sensitiviteit onder docenten Onvoldoende besef van culturele diversiteit stad en studentenpopulatie onder HR-medewerkers Versplintering invulling vrije ruimte binnen opleidingen HR

Naadloze aansluiting bij onderwijsvisie, strategische agenda en WERKplaatsen HR

Kansen Maatschappelijke innovatie vraagt om een ander type professional, aansluitend bij 21ste eeuwse vaardigheden

Bedreigingen Complex, onzeker werkveld

Continue behoefte aan innovatie

Decentralisatie en reorganisatie van de sectoren Zorg en Welzijn

Behoefte aan faciliteren netwerken

Verbinding van meerdere disciplines is complex

Hoge verwachtingen van bijdrage hogeschool, in het bijzonder EMI Verbinding met meerdere disciplines Organisaties waarderen inzet van studenten Verbinding Zuid met hoger opgeleiden

Onzekerheid over beschikbare budgetten Armoedeproblematiek moeilijk aan te pakken door slecht of niet werkende (overheids)systemen Meer externe ďŹ nancieringsbronnen doen een groter beroep op de basisinfratructuur van EMI

Alumni inzetten bij het EMI-programma en via hen een nog hechtere band met het onderwijs opbouwen Gebiedsgebonden maatschappelijke innovatie is uniek in Nederland en Europa Toenemende aansluiting bij internationale netwerken Meer experimenteerruimte mogelijk bij lokale overheid

* ) De kenniscentra van Hogeschool Rotterdam zijn: Talentontwikkeling, Zorginnovatie, Duurzame HavenStad, Businessinnovation en Creating010.

H1 Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie


p 20

1.6

Programmapijlers We zoeken naar duurzame oplossingen voor vraagstukken in sectoren waar dat het hardst nodig is. Voor Rotterdam Zuid zijn dit: Onderwijs In veel gezinnen zijn de ouders laag opgeleid, is er taalachterstand en komt werkloosheid voor. Het gemiddeld besteedbaar inkomen is laag. Het probleem van taalachterstand – beginnend bij de voor- en vroegschoolse educatie (VVE), het basisonderwijs en doorlopend naar het voortgezet en beroepsonderwijs – blijft onverminderd groot. Daarnaast is er een hoog percentage vroegtijdige schooluitval in het vervolgonderwijs. Voor doorlopende leerwegen met perspectief op werk, in het bijzonder op het gebied van technisch onderwijs en in de zorg, is onvoldoende aandacht. Daarnaast zijn ouders zeer beperkt betrokken bij de school. School, thuis en straat zijn drie gescheiden werelden. Werken Het aantal arbeidsplaatsen op Zuid is relatief gering en er is weinig zichtbare economie in de wijken op Zuid. Verder zijn de mogelijkheden om vanaf Zuid per openbaar vervoer naar de economische kerngebieden rond Zuid te reizen onvoldoende ontwikkeld. Tel daarbij het lage opleidingsniveau op en de relatief hoge werkloosheid in de focuswijken op Zuid. Duidelijk wordt dat de match tussen beschikbare banen en het opleidingsniveau van werklozen problematisch is. Daarnaast werken de gemeentelijke systemen niet naar behoren. Inwoners die werk zoeken komen niet op de juiste plekken terecht. Welzijn & Zorg Zorg- en welzijnsorganisaties zijn zoekende naar nieuwe manieren van werken en nieuwe samenwerkingsvormen. De wetgeving op de zorg aan kwetsbare groepen is veranderd, er is een decentralisatie van taken gaande van het rijk naar de gemeenten. De zoektocht naar hoe het anders en beter kan met minder geld is een moeilijke opgave. Daarnaast wordt van burgers in toenemende zelfredzaamheid gevraagd. Het bereiken daarvan vraagt toegewijde inspanningen van professionals die de zaak niet overnemen maar vooral een steun in de rug geven. In gezinnen waar het water aan de lippen staat, dient goed en snel hulp verleend te worden. De vraagwijzer en de wijknetwerken waar vanuit hulp verleend dient te worden, werken nog niet naar behoren. Wonen Op Zuid is sprake van een zeer omvangrijke, kwetsbare woningvoorraad en de omvang en/of de kwaliteit van de buitenruimte laat op veel plaatsen te wensen over. De focuswijken scoren laag op de veiligheidsindex. In verschillende wijken wonen gezinnen in (te) kleine en verouderde woningen met een gemiddelde oppervlakte van vaak minder dan 70m2. Op Zuid zijn er weinig mogelijkheden om wooncarrière te maken. Veel woningen kampen met (grootschalig) achterstallig onderhoud, voornamelijk in gebieden met weinig corporatiebezit. Particulieren zijn vaak nauwelijks financieel in staat en/of bereid om te investeren in onderhoud en renovatie. De WOZ*-waarde is laag. Waardecreatie van woningen is een belangrijke motor voor ontwikkeling van wijken en dat is op Zuid een probleem. Er zijn echter ook kansrijke ontwikkelingen in de aanpak van de particuliere woningvoorraad en de bouw van nieuwe woningen. *) Waardering Onroerende Zaken

EMI | Werkplan 2017-2018


p 21

1.7

Doelstellingen EMI stelt zich ten doel om op de vier invalshoeken (onderwijs, werken, zorg & welzijn en wonen): • FOCUS aan te brengen door het maken van scherpe keuzes. • KWALITEIT te leveren door in samenspraak met praktijkpartners bij te dragen aan het bedenken, uitvoeren en testen van meerjarige programma’s die oplossingen bieden voor de maatschappelijke vraagstukken op Zuid. • MASSA te maken door een groeiend aantal ondernemende docenten, studenten en onderzoekers met verschillende specialismen in te zetten en structurele verbindingen te creëren tussen onderwijs, onderzoek en praktijk.

MASSA

FOCUS

KWALITEIT

1.8

Meerwaarde EMI is gericht op meerwaarde; voor studenten, docenten, werkveld en bewoners op Zuid. In een breed netwerk biedt EMI ruimte voor multidisciplinaire teams die in Communities of Practice werken aan oplossingen voor complexe maatschappelijke vraagstukken. De oplossingen dragen bij aan het verbeteren van de leefomstandigheden van de bewoners op Zuid, maar ook met andere wijken van Rotterdam en andere (Europese) steden zoekt EMI de verbinding.

H1 Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie


p 22

1.9

Werkwijze Communities of Practice: situated learning* • Praktijk: leren als doen • Domein: leren als ervaren • Community: leren als erbij horen • Identiteit: leren als worden wie je bent *) Coenders 1998

In Communities of Practice (CoP’s) staat niet de organisatie of het beleidsdomein centraal, maar de maatschappelijke opgave. Het gaat over praktische wijsheid: over disciplinaire grenzen en is reflectief: patronen doorbrekend. Resulterend in verbeterd handelingsperspectief. Samenwerken kan reflectief en lerend zijn. Niet vanuit een nieuwe structuur, project of programma, maar zoekenderwijs, uitproberend en experimenterend. Een CoP is de werkvorm die praktijken centraal stelt (in plaats van systemen en structuren). In de zogenaamde post normal science**, wordt kennis gebruikt én ontwikkeld in participatieve processen. Hiermee worden de overheid, burgers, maatschappelijke organisaties, professionals, en bedrijven kennisproducent. Ook lokaal, verankerd in praktijken. Dat soort kennis kan de universele disciplinaire (normal science) kennis veranderen. Die praktische wijsheid is vaak ondergewaardeerd, maar zeker zo belangrijk. En dat is precies waar leren in CoP’s toe leidt: praktische wijsheid. *** **) Nowotny en Felt - 2001 ***) Dr. Tamara Metze, masterclass: Leren veranderen in communities of practice - 2016

“Hoe bereiden we studenten voor op die toekomst? Ons adagium is dat dat het beste kan door ze zo veel mogelijk te leren van het heden en het verleden en hen tegelijkertijd uit te nodigen in de dynamiek te kruipen die mogelijk het begin is van die ongekende toekomst. Om dat mogelijk te maken hebben we Centres of Expertise die studenten voortdurend koppelen aan die vraagstukken.” Ron Bormans

EMI | Werkplan 2017-2018


p 23

H1 Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie


Focuswijken

Oud Charlois

Car


Feijenoord

Afrikaanderwijk

Tarwewijk

Carnisse

Bloemhof

Hillesluis


Programma’s

H2


p 28

H2

Programma’s

2.1

Studenten van IVG als mentor op Zuid Sinds enkele jaren integreert het Instituut Voor Gezondheidszorg (IVG) het door EMI ontwikkelde en gecoördineerde programma Mentoren op Zuid (MoZ) in zijn Urban Health Project (UHP), waaraan alle tweedejaars IVG-studenten van de paramedische en verpleegkunde opleiding(en) deelnemen. De aandacht voor Urban Health komt voort uit het feit dat de wereldbevolking zich al decennia - meer en meer verplaatst van het platteland naar de grote stad. Door de WHO (2016) als volgt omschreven: ‘Less than a decade ago a majority of humankind still lived in the countryside, yet today a clear majority live in urban areas. In 2030, 60% of all people will reside in cities, proportionally twice that of 1950. For most of us from now on, life and death will be an urban affair… A healthy population is essential fora creating economically competitive and inclusive cities.’ De verplaatsing van de wereldbevolking naar de grote stad, veroorzaakt ‘grote stadsproblematiek’ op het gebied van zorg, welzijn, wonen, werk etcetera. Dit is ook in een stad als Rotterdam merkbaar. In dit kader besteedt IVG in zijn UHP-programma aandacht aan drie subthema’s, namelijk: •• geïntegreerde zorg in achterstandsgebieden •• thuiszorg en preventie voor oudere inwoners •• klantgerichte zorg bij het toepassen van zorgtechnologie. MoZ is een uniek voorbeeld van hoe aan deze ‘grote stadsproblematiek’ aandacht wordt besteed. Het programma is ondergebracht bij het eerste subthema en richt zich onder andere op talentontwikkeling bij basis- en middelbare scholieren in achterstandsgebieden zoals Rotterdam Zuid. Ogenschijnlijk ligt er niet direct een link tussen hetgeen MoZ in essentie beoogt en de gezondheidszorg. Toch heeft IVG gemeend een bijdrage te kunnen leveren door het inzetten van haar studenten vanuit diverse opleidingen. Drijfveer daarbij, is dat het ondersteunen van talentontwikkeling een beroep doet op het ontwikkelen van vaardigheden die elke hulpverlener binnen zijn of haar vakgebied nodig heeft. IVG wil professionals opleiden die bekend zijn mét en oog hebben vóor de problematiek die kenmerkend is voor een grootstedelijk gebied als Rotterdam en hun steentje bij kunnen dragen aan het zoeken naar oplossingen voor deze problematiek. Daarnaast is binnen alle paramedische en verpleegkundige opleiding(en) een aantal beroepscompetenties te benoemen waaraan gewerkt moet worden, zodat deze geschikt zijn in te zetten bij de talentontwikkeling die MoZ voor zijn mentees voor ogen heeft. Studenten werken tijdens hun deelname aan de IVG-variant van het MoZ. Zij ontwikkelen beroepscompetenties ‘coaching vaardigheden’, ‘reflectievaardigheden’, ‘gesprekstechnieken’ en ‘interprofessionele samenwerking’ verder uit. Tegelijkertijd leren ze de grootstedelijke problematiek van de stad Rotterdam kennen en ondervinden ze – soms aan den lijve – wat het betekent om op te groeien in een grootstedelijk gebied als Rotterdam Zuid. De IVG-variant van MoZ kent een extra opdracht, waarbij de studenten wordt gevraagd in interprofessionele groepen een voorlichtingsbijeenkomst te organiseren voor hun mentees. Deze opdracht vraagt van de student hun voorlichtingsactiviteiten af te stemmen op de doelgroep waaraan ze voorlichting geven en om hun activiteiten af te stemmen op de kennis en kunde van hun eigen beroepsopleiding en die van hun medestudenten. De onderwerpkeuze wordt afgestemd met de mentor(en) van de desbetreffende groep(en) of de middelbare school – en afgelopen jaar ook op een basisschool. Diverse onderwerpen zijn inmiddels de re-

EMI | Werkplan 2017-2018


p 29

vue gepasseerd: handhygiëne, gehoorbeschadiging, obesitas, helpen van mensen met een beperking en (op de basisschool) tandenpoetsen en gebruik van zonnebrandmiddelen. Dit laatste, naar aanleiding van een set monstertjes met zonnebrandmiddelen die de leerlingen op de basisschool van een sponsor hadden gekregen. Per studiejaar dragen studenten van IVG zorg voor de begeleiding van vijf mentorklassen op een middelbare school: twee klassen in het eerste semester en drie in het tweede. In het eerste semester worden studenten ad random aan deze groepen gekoppeld omdat de mentoractiviteiten direct na de zomervakantie beginnen en de samenstelling van de lesgroepen te laat bekend is om studenten in de gelegenheid te stellen om hun voorkeur voor dit programma door te geven. Voorafgaand aan het tweede semester kunnen de studenten wél in de gelegenheid worden gesteld om deze keuze te maken. Ongeveer de helft van de studenten die in het tweede semester deelnemen aan de IVG-variant van MoZ doen dit ook daadwerkelijk vanuit hun eigen voorkeur. De groepen worden ook in het tweede semester ad random aangevuld met studenten die deze voorkeur niet duidelijk aangeven. Vooral de groep studenten die ad random in de MoZgroepen zijn geplaatst, hebben in eerste instantie een ambivalente houding ten opzichte van deelname aan dit programma. Dit verdwijnt in de meeste gevallen al vrij snel na de start van het programma. Enthousiaste MoZ-begeleiders, enthousiaste verhalen van studenten die eerder aan dit programma hebben deelgenomen en de succeservaringen van hun mentees, staan zeker aan de basis van deze omslag. De evaluaties, gepland en ongepland, aan het eind van het semester zijn dan ook overwegend positief. Door de samenwerking met het team MoZ en EMI worden de studenten van IVG in staat gesteld om structureel een steentje bij te dragen aan de ontwikkeling van (verborgen) talenten bij scholieren in Rotterdam Zuid. Binnen IVG worden deze studenten begeleid door enthousiaste begeleiders die het keer op keer voor elkaar krijgen om bij studenten en hun mentees het beste naar boven te krijgen. Het helpt de studenten om zich te ontwikkelen tot professionals die oog hebben voor de problematiek in de omgeving waar zijn hun werkzaamheden uiteindelijk gaan verrichten en actief bij te dragen aan de ontwikkeling naar een talentvol Rotterdam Zuid voor alle jongeren die nog een hele toekomst voor zich hebben. Jos Verweij, coördinator UHP-programma IVG

“Het Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie (EMI) heeft mij gevormd tijdens mijn studie.” Bas Klein (oud-student)

“Van 2012 tot 2016 heb ik met veel passie en toewijding de lerarenopleiding Maatschappijleer gevolgd en een diploma met Honours Degree behaald. De opleiding wordt gekenmerkt door vakmanschap en meesterschap, maar daarnaast zijn er genoeg kansen waardoor je je kan ontwikkelen, die wellicht nóg waardevoller zijn dan wat er op je diploma komt te staan. Zoals meedoen aan het Mentor op Zuid programma, wat alleen mogelijk was dankzij het team bij EMI. Daarnaast heb ik bij EMI ook een honoursminor kunnen volgen, waarmee ik de Overtref Jezelf Beurs heb kunnen winnen. Al deze ervaringen hebben mij een visie op het onderwijs , een stage en een groot netwerk opgeleverd. En daar heb ik tot op de dag van vandaag veel aan te danken.”

H2 Programma’s


p 30

2.2

Programmaschema EMI heeft in samenspraak met NPRZ voor vier invalshoeken gekozen: onderwijs, werk, zorg & welzijn en wonen. Elk van deze invalshoeken kent meerdere programma’s waaraan gewerkt wordt in Communities of Practice. Er ontstaan gaandeweg steeds meer dwarsverbanden tussen de verschillende programma’s. We zijn aan het nadenken hoe we de organische samenhang van programma’s in beeld kunnen brengen. Per studiejaar worden de programma’s vastgesteld in samenspraak met praktijkpartners, de opleidingen en veelal met input van praktijkgericht onderzoek, uitgevoerd door lectoren en promovendi. Dit alles tegen het licht van actuele ontwikkelingen in de samenleving en de invloed die dat heeft op de wijze waarop professionals hun beroep uitvoeren. De stedelingen zelf, in dit geval de inwoners van Zuid, zijn een belangrijke bron van kennis en kunde en dragen bij aan oplossingen voor vraagstukken die hen bezig houden. Professionals, dus ook onze studenten, zullen moeten leren hoe ze hun methodes van werken hierop aan kunnen passen. Het programmaschema voor 2017-2018 ziet er als volgt uit:

Onderwijs

Werken

Children’s zone

Loopbaanoriëntatie

Onderwijs Onderzoek Praktijk

(CoP’s) Communities of Practice

Mentoren op Zuid Ouders op Zuid

Thuis in Taal Ouderbetrokkenheid en LOB Gereedschapskist

BRIDGE* Wetenschap & Technologie en LOB MoZ en LOB Ouderbetrokkenheid en LOB

Sociaal ondernemerschap Rotterdams onderzoek naar Onbenutte Talenten Maatschappelijke kosten en batenanalyse Sociaal ondernemerschap symposium Civic crowdfunding *Programma in opbouw in samenwerking met NPRZ, gemeente Rotterdam en partners op Zuid.

EMI | Werkplan 2017-2018


p 31

“De huidige samenleving vraagt om nieuwe bedrijvigheid en nieuwe ondernemers. HR staat voor de uitdaging om deze op te leiden, waarbij het belangrijk is dat ze niet vast blijven zitten in systemen. EMI probeert dat systeem los te maken, te verbinden met de praktijk door vernieuwing om zo vooruitgang te krijgen.” Angelien Sanderman

Zorg & Welzijn

Wonen

Maatschappelijke ondersteuning & Zorginnovatie

Urban Innovation

Mama’s Garden

Sense of the City

Gezond op Zuid

Urban Innovation & Resilience

Frontlijnaanpak*

Mapping & Monitoring Resilience Maashaven Dynamics Resilient Reyeroord Vastgoedtransformatie en Gebiedsontwikkeling

* Programma van ISO in samenwerking met Bureau Frontlijn

H2 Programma’s


Onderwijs | Children’s zone

H3


p 34

H3

Onderwijs | Children’s zone De leerprestaties op Zuid blijven achter. De Citoscore is gemiddeld zeer laag en bijna een kwart van de kinderen op Zuid verlaat de middelbare school zonder startkwalificatie. Vanuit de overtuiging dat de leerprestaties op Zuid structureel beter kunnen is het programma Children’s Zone gestart, een community-aanpak waarin partners uit de leefwerelden thuis, school, buurt intensief samenwerken. De partners van Children’s Zone werken volgens een gedeelde pedagogische en didactische visie waarbij het kind centraal staat en ouders een cruciale rol hebben in het verbeteren van de leerprestaties van hun kind. Doel: de best mogelijke toekomst voor alle kinderen op Zuid, verhoging van de Citoscores en een voor iedere leerling passend het uitstroomniveau voortgezet en middelbaar onderwijs.

3.1

Mentoren op Zuid Programmaleider Nienke Fabries Programmateam Margriet Clement (methodiekontwikkeling), Gert-Jan van der Maas (bedrijfsvoering), Soesja Pijlman (ondersteuning) Karlijn van Alten (relatiebeheer en docentcoaching), Femke Otto (stagiair) Samenwerkingspartners Het programma wordt bestuurd door Stichting De Verre Bergen, het onderwijsveld van Rotterdam Zuid, EMI en Hogeschool Rotterdam. Het programma werkt samen met de scholen: Avicenna College, Calvijn Business school, Vreewijk Lyceum, de Sleutel, Laurens Coupertino, LMC Huismanstraat, LMC Montfort, LMC Palmentuin, LMC Talingstraat, LMC Veenoord, LMC Zuiderpark, Nelson Mandela, OBS Charlois, OBS de Globe, Olympia College, RVC De Hef, Sonnevanck, STC Waalhaven, Het programma werkt samen met NPRZ en het programma BRIDGE. Overige partners zijn: Echo, European Center for Evidence Based Mentoring, Gelijke Kansen Aliantie OCW, Hogeschool Inholland, iMentor, International center for evidence based mentoring, Panteia (extern onderzoeksbureau), Rotterdams Mentoren netwerk, Thomas More, JINC, Champs on Stag Intern: EAS, IBK, IFM, ISO, IVG, IVL, RAC, RMU, OeO Korte inhoud Mentorprogramma waarbij studenten van de hogeschool kinderen en jongeren uit Rotterdam Zuid één-op-één begeleiden op het gebied van talentontwikkeling, schoolcarrière, zelfvertrouwen en loopbaanoriëntatie. Hierdoor krijgen de studentmentoren ervaring in coachen en begeleiden in een context van superdiversiteit.

EMI | Werkplan 2017-2018


p 35

Status Het programma Mentoren op Zuid is uitgegroeid tot een van de grootste mentorprogramma’s van Nederland. De gestage groei van de voorgaande jaren heeft geresulteerd in een beproefde methodiek, een groeiend aantal deelnemende scholen, draagvlak bij leerlingen en een groeiende populariteit onder studenten om zich in te zetten voor de leerlingen uit Zuid.

Inleiding en doelstelling De kansen van leerlingen uit Rotterdam Zuid vergroten door extra één-op-één begeleiding, dat blijft de missie van Mentoren op Zuid (MoZ). De één-op-één begeleiding krijgen ze van een studentmentor, die hen begeleidt in hun talentontwikkeling, schoolcarrière, zelfvertrouwen en loopbaanoriëntatie. Studentmentoren zijn rolmodellen die, door hun nabijheid enthousiasme en eenzelfde achtergrond als de leerlingen, hen op een effectieve en laagdrempelige wijze kunnen begeleiden. Studenten van de Hogeschool leren op hun beurt op een planmatige wijze coachen en krijgen hands-on ervaring in de dynamiek van superdiversiteit van Rotterdam Zuid. De studenten werken in het netwerk van de school van de kinderen en reflecteren op hun eigen ontwikkeling middels intervisie. Hierdoor ontwikkelen zij zich tot kritische professionals. Doel is 1200 studentmentoren inzetten om 1200 leerlingen uit het po en vo van Zuid te begeleiden naar een betere toekomst. MoZ heeft vier speerpunten dit jaar: • Operational excellence: de introductie van de applicatie (mentorapp) en onderzoek naar interne kwaliteitsverbetering. • Focus van het programma naar talentontwikkeling: koppeling aan de doelstelling van mentoring met loopbaanoriëntatie (programma BRIDGE). • Continuering: zoeken naar partners en middelen voor exit-strategie. • Kennisdeling: de samenwerking intern én extern uitbreiden. Opzet Het programma Mentoren op Zuid is in het vierde jaar van uitvoering. De stormachtige groei van vorig jaar maakt dat dit een jaar van consolidatie en kwaliteitsverbetering zal zijn in de uitvoering. Tegelijkertijd moet het programma zorgen voor een vitale toekomst door commitment aan te gaan met partners om de relevantie, maatschappelijke waarde en de unieke waarde van het programma voor leerlingen en studenten te continueren. In het komende schooljaar staat een aantal ontwikkelingen op stapel: • Ontwikkeling en uitbreiding van een evidence-based aanpak voor verbinding Mentoren op Zuid met loopbaanoriëntatie. Door de methodiek te verbeteren en innoveren en te verbinden met Communities of Practice rondom loopbaanoriëntatie. • Verbetering van de organisatie- en uitvoeringkwaliteit door de introductie van de applicatie en door intern onderzoek naar procesverbetering. • Realisatie van duurzame borging binnen IVL. • Continuering van de samenwerking met de scholen op Zuid. • Verspreiding van de methodiek binnen en buiten Rotterdam. Dit door verbinding met Rotterdamse en andere hogescholen en universiteiten en door verbinding met OCW (Gelijke Kansen Alliantie, Students for Students). • Ontwikkeling van de doorstartstrategie voor continuering van het programma Mentoren op Zuid.

H3 Onderwijs


p 36

Targets doel Output Zuid inwoners*

doel Output HR

1200

studenten

1200

vo-scholen

12

stagiaires

4

po-scholen

6

afstudeerders

1

leraren

35

docenten

35

coalities/partners

12

lectoren

2

* leerlingen

Resultaten • Inwoners Zuid: 1200 kinderen uit Zuid ontvangen extra begeleiding bij school, welzijn en keuze beroep/ vervolgopleiding. • Werkveld/partners: voor de scholen biedt dit programma extra begeleiding en aandacht en voor de andere partners zoals JINC en Champs on Stage levert het een versterking van hun interventies op. • Studenten HR: programma is geborgd in het curriculum van een deel van de instituten. Andere instituten nemen via de keuzevaklijn deel aan het programma MoZ. 1200 Studenten nemen deel aan MoZ. • Instituten HR: onderdeel van het curriculum Social Work, bestendiging binnen IVL. MoZ is geborgd in curriculum IFM, IVG. Ambitie is uitbreiding binnen IBK, WdKA, COM en RAC.

ECTS

OP1

OP2

OP3

OP4

Keuzevak

4

60

200

PI/praktijkproject

4

100

700

Minor Regulier curriculum Afstudeer/stage * NB: Mentoren op Zuid duurt altijd minimaal twee onderwijsperiodes

EMI | Werkplan 2017-2018


p 37

3.2

Ouders op Zuid

3.2.1

Thuis in taal Programmaleider Martine van der Pluijm Programmateam Catherine de Visser, Tara Sarhaddi en Sihem Zahuan Samenwerkingspartners 16 basisscholen: in Rotterdam: De Globetrotter, Bloemhof, Oscar Romero, Nelson Mandela, Kameleon, Willem van Oranje, Savornin Lohman, De Kleine Wereld, Beatrixschool, Cosmicus, De Triangel, Wilhelminaschool, Vreewijkschool en in Vlaardingen: De Klinker en de Globe. Stichting Peuter en Co met circa 70 peuterscholen, Gemeente Rotterdam, Stichting Lezen & Schrijven, Stichting Lezen, VoorleesExpres, Bibliotheek Rotterdam, Dock Feijenoord, Ministerie van OCW Intern: ISO, KCTO Korte inhoud Het opzetten en uitvoeren van leerkringen en coaching op (peuter)scholen ter versterking van de kennis van leerkrachten en pedagogisch medewerkers in het aangaan van samenwerkingsrelaties met laaggeletterde ouders en het ondersteunen van taalstimulering thuis. Status Verdere implementatie van de handreiking ‘Thuis in Taal in de klas’ op 16 basisscholen en 70 peuterscholen. Aanvullend wordt de aanpak met 8-10 scholen doorontwikkeld van de klas naar activiteiten in de ouderkamers.

Inleiding en doelstelling Leerkrachten en pedagogisch medewerkers hebben behoefte aan kennis over hoe zij ouders met een lage opleiding – vooral laaggeletterden – kunnen ondersteunen de taalstimulering thuis te versterken. De verwachting is, dat effectieve ondersteuning vanuit thuis kan bijdragen aan de schoolprestaties van de kinderen en het voorkomen van laaggeletterdheid op latere leeftijd. Op 16 basisscholen en op 70 peuterscholen komen tot verdere implementatie van de handreiking “Thuis in Taal in de klas”. Het op aanvraag verzorgen van vergelijkbare activiteiten in de ouderkamer van deze instellingen. Ontwikkeling van een handreiking voor aansluitende ondersteuning van laaggeletterde gezinnen tijdens huisbezoeken. Activiteitenplan • September-november: introductie van de handreiking op 3 nieuwe basisscholen en 20 peuterscholen. • November-februari: coaching van leerkrachten bij het implementeren van de handreiking. • Februari-april: introductie van de handreiking op 20 peuterscholen en coaching bij het implementeren. • Mei-juli: introductie van de handreiking op 30 peuterscholen en coaching bij het implementeren. • Voor de professionalisering worden in de vier onderwijsperiodes leerkringen georganiseerd voor managers en uitvoerders van het programma.

H3 Onderwijs


p 38

Opzet In het programma Thuis in Taal staat het leren van elkaar door praktijkervaringen uit te wisselen centraal. Op de basis- en de peuterscholen worden leerkringen en coaching ingezet om dit leren binnen teams en schooloverstijgend op te zetten. Targets doel Output Zuid inwoners*

Output HR 1800

vo-scholen po-scholen

16

peuterscholen

70

leraren

doel

114

coalities/partners

8

studenten stagiaires

3

afstudeerders

5

docenten

3

lectoren

2

* ouders

Resultaten • Inwoners Zuid: ouders van jonge kinderen zijn meer betrokken bij de taalontwikkeling van hun kind en versterken hun taalstimulering thuis. • Werkveld/partners: scholen en andere partners hebben nieuwe kennis en ervaringen om de samenwerking met laaggeletterde ouders te versterken en de taalomgeving thuis te versterken. • Studenten HR: beschikken over kennis en vaardigheden om de samenwerking met ouders en taalstimulering thuis te versterken en doen ervaringskennis op met het implementeren van nieuwe inzichten en handelingen in de onderwijspraktijk. • Instituten HR: beschikken over kennis die in het curriculum kan worden ingezet om de studenten beter voor te bereiden op het samenwerking met ouders en het uitvoeren van praktijkgericht onderzoek op (peuter)scholen. ECTS

OP1

OP2

VVE

X

X

30

5

5

OP3

OP4

5

5

Keuzevak PI/praktijkproject Minor Regulier curriculum Afstudeer/stage

EMI | Werkplan 2017-2018


p 39

3.2.2

Ouderbetrokkenheid en LOB Programmaleiding Jos Heinerman en Monique Strijk Programmateam Mariëtte Lusse (lector), Monique Strijk (promovenda), Sophie van Buren (docent) Samenwerkingspartners BOOR - Vakcollege De Hef, STC Waalhaven, LMC de Palmentuin, OBS Nelson Mandela, Het Loopbaan Collectief (Annette Diender), Regieversterkendhandelen, Elena van Loon, NPRZ, werkgroep Children’s Zone, BRIDGE, gemeente Rotterdam afdeling onderwijs Intern: ISO, KCTO Korte inhoud Het bieden van begeleiding aan schoolteams in het ontwerpen van een bij een school passende aanpak per leerjaar, waarbij zij de begeleiding van de loopbaanontwikkeling van leerlingen op school en thuis met elkaar verweven en de ouders handvatten bieden om hun kind thuis te ondersteunen in de loopbaanontwikkeling. Status Met drie teams van vmbo-scholen is/wordt per school een samenhangend pakket aan activiteiten ontwikkeld, dat schooljaar 17/18 uitgevoerd, geëvalueerd en bijgesteld wordt. Lopende dit schooljaar wordt een vergelijkbaar begeleidingstraject voorbereid voor basisscholen.

Inleiding en doelstelling Ouders spelen een belangrijke rol in de loopbaanontwikkeling en -keuzes van jongeren. Vanuit school samenwerken met ouders is dan ook van belang voor een zo optimaal mogelijke ondersteuning van de leerling.Ouders die lager zijn opgeleid ervaren echter een hoge drempel naar school en vinden het moeilijker om hun kind te begeleiden in de schoolloopbaan, omdat zij twijfelen aan hun rol en capaciteiten op dit vlak. De school kan ouders helpen om hun eigen rol in het proces van loopbaan oriëntatie te vinden en het maken van keuzes van hun kinderen te ondersteunen. Scholen vinden het echter lastig om ouders (van kwetsbare leerlingen) te betrekken bij de loopbaanontwikkeling en -keuzes van hun kind. Dat betekent dat scholen zelf ook ondersteuning kunnen gebruiken bij deze relatief nieuwe uitdaging. Per deelnemende school voor alle leerjaren* komen tot een bij de school passende aanpak om de samenwerking met ouders en het loopbaanondersteunend gedrag van ouders te vergroten. Het programma richt zich op professionalisering van (teams) docenten en leerkrachten. *) In het vmbo jaar 1 t/m 4 – in het basisonderwijs groep 6 t/m 8. Activiteitenplan Met de teams van drie vmbo-scholen wordt per school een samenhangend pakket aan activiteiten ontwikkeld, uitgevoerd, geëvalueerd en bijgesteld geïmplementeerd. Daarnaast wordt in samenwerking met enkele scholen voor basisonderwijs een vergelijkbaar begeleidingstraject voorbereid. Zodat dit optimaal aansluit bij de basisschoolpraktijk en voor het schooljaar 2018-2019 ingezet kan worden.

H3 Onderwijs


p 40

Opzet Voorafgaand aan het schooljaar wordt samen met een breed samengestelde (voortrekkers)groep een analyse gemaakt van de huidige praktijk. Deze stand van zaken wordt getoetst aan kennis en ervaring over dit onderwerp en de ambities en draagkracht van de school. Op basis hiervan wordt een samenhangend ontwerp voor alle leerjaren opgesteld en een keuze gemaakt wat het komende jaar concreet te verbeteren/vernieuwen en hoe hierbij het bredere team te betrekken. Vervolgens worden de activiteiten uitgeprobeerd en ingebed in de aanpak van de school. Waar nuttig en mogelijk wordt de opgedane kennis en ervaring gedeeld met collega onderwijsinstellingen. Het eigenaarschap en regie voor de ontwikkeling van de eigen praktijk ligt bij de scholen zelf. ‘Ouders en LOB’ is faciliterend in het ontwikkelproces en de kennisdeling. Targets doel Output Zuid inwoners* vo-scholen

Output HR 850

studenten

3

stagiaires

po-scholen leraren coalities/partners

doel

60 8

afstudeerders

5

docenten

3

lectoren

1

* leerlingen en ouders

Resultaten • Inwoners Zuid: door betrokkenheid van ouders van de deelnemende scholen op Zuid bij de interventies hebben zij handvatten gekregen voor de thuisondersteuning van hun kind bij LOB. • Werkveld/partners: scholen hebben hun plannen om ouders beter te betrekken bij loopbaanoriëntatie tot uitvoering gebracht. • Studenten HR: hebben hun professionele ontwikkeling versterkt, een afstudeeronderzoek kunnen realiseren, en kennis en ervaring opgedaan over en dat het veld LOB een actueel en beroepsthema’s. • Instituten HR: het actuele beroepsthema komt beter op het netvlies van Social Work.

ECTS

OP1

OP2

OP3

Keuzevak PI/praktijkproject Minor Regulier curriculum Afstudeer/stage/bachelorproef

EMI | Werkplan 2017-2018

150

5

voorbereiding

5

voorbereiding

OP4


p 41

3.2.3

Gereedschapskist Programmaleider Mariëtte Lusse (lector) Programmateam Onderzoekers: Martine van der Pluijm, Monique Strijk, Rosa Rodrigues, Leonie le Sage, Peter Vanhoof, Sanneke de la Rie, Clementine Degener. Samenwerkingspartners Scholen in po, vo en mbo, CPS voor onderwijsontwikkeling en advies, Sezer voor Diversiteit, De Loopbaangroep; Annette Diender, NPRZ; werkgroep Children’s Zone, Gemeente Rotterdam, afdeling onderwijs Intern: ISO, IVL, KCTO Korte inhoud Een kennistool voor leraren en sociale professionals met wetenschappelijk onderbouwde en in de praktijk beproefde ‘gereedschappen’ om de samenwerking met ouders tot een succes te maken. Via een maandelijkse nieuwsbrief en een webpagina van Hogeschool Rotterdam wordt nieuw ‘gereedschap’ gedeeld. Status De nieuwsbrief wordt naar ruim 800 abonnees gestuurd. Daarnaast wordt het film- en brochuremateriaal gebruikt door alle Pabo-studenten en door studenten van sociale opleidingen die willen afstuderen op het thema Ouderbetrokkenheid.

Inleiding en doelstelling Sinds april 2016 geeft het lectoraat Ouders in Rotterdam Zuid een online gereedschapskist uit voor beter samenwerken met ouders. Maandelijks verschijnt hierin een onderbouwde activiteit die mede is ontwikkeld en uitgeprobeerd op scholen en bij sociale organisaties in Rotterdam Zuid. Het materiaal is beschikbaar voor leraren en sociale professionals (ook als zij in opleiding zijn). Het gereedschap biedt inspiratie om de samenwerking met ouders tot een succes te maken, vooral daar waar de drempel tussen ouders en professionals hoog is. Activiteitenplan In studiejaar 2017-2018 verschijnen tien afleveringen. Op de planning staan onder andere materialen voor inloopactiviteiten, adviesgesprekken in het po, ouders en LOB.. De materialen kunnen de vorm hebben van handreikingen en/of filmpjes. Opzet Elke derde donderdag van de maand (behalve in juli en augustus) verschijnt een nieuw stuk gereedschap. Leraren, sociale professionals en studenten die zich hiervoor hebben aangemeld, ontvangen een nieuwsbrief om hen te attenderen op de nieuwe editie.

H3 Onderwijs


p 42

Targets doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners

studenten

vo-scholen

stagiaires

po-scholen

afstudeerders

leraren

550

coalities/partners onderzoeken

docenten lectoren

7

onderzoekers

7

Resultaten • Werkveld/partners: professionals, momenteel zijn er 527 abonnees. Dit jaar is het doel dit te verhogen tot 550. • Studenten: het materiaal van de gereedschapskist wordt gebruikt door alle Pabo-studenten en door studenten van de sociale opleidingen die afstuderen op het thema ouderbetrokkenheid.

“Ik heb hier geleerd om echt even tijd te nemen voor mijn kind. Om samen iets te doen. Ik wist niet wat dat was.” Ouder

EMI | Werkplan 2017-2018


Werken | LoopbaanoriĂŤntatie

H4


p 46

H4

Werken | Loopbaanoriëntatie In de werkgroep Loopbaanoriëntatie van NPRZ ontwikkelden scholen (po, vo, mbo en hbo) samen een aanpak voor loopbaanoriëntatie. Speciale aandacht wordt besteed aan sectoren waar werk in te vinden is (zorg en techniek). De werkzaamheden monden uit in carrière startgaranties afgegeven door bedrijven. De aanpak zal zich in het po en vo o.a. richten op het trainen/opleiden van docenten, mentoren en decanen, het betrekken van ouders bij de keuzes voor een vervolgopleiding of studie en het opdoen van ervaringen door leerlingen met beroepen via bliksemstages, bedrijfsbezoeken en dergelijke. In het middelbaar beroepsonderwijs richt de aanpak zich vooral op het trainen/opleiden van schoolloopbaanbegeleiders en praktijkbegeleiders uit het bedrijfsleven. Het programma krijgt sinds 1 november 2016 een fikse ondersteuning vanuit het Europese fonds Urban Innovative Actions. De titel van dit programma is Building the Right Investments for Delivering a Growing Economy, afgekort BRIDGE.

4.1

BRIDGE Programmaleider Jos Heinerman Programmateam Ouderbetrokkenheid bij LOB: Mariëtte Lusse, Monique Strijk, Sophie van Buren, Jos Heinerman Wetenschap & Technologie: Tamara van Heel, Ard van Pelt Mentoren op Zuid: Nienke Fabries, Margriet Clement, Karlijn van Alten Samenwerkingspartners Besturen en individuele basisscholen op Zuid, Besturen en individuele vmbo-scholen op Zuid, NPRZ programmabureau, NPRZ werkgroep Children’s Zone, NPRZ-werkgroep Loopbaanoriëntatie, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, SEOR – Erasmus School of Economics, De Rebel Groep, Gemeente Rotterdam, cluster MO, De loopbaangroep Marinka Kuipers, Het loopbaancollectief (Annette Diender) Intern: ISO, IVL, KCTO, IvG, IFM, IBK Korte inhoud Driejarig programma dat scholen op Rotterdam Zuid faciliteert met LOB-interventies die de scholen in kunnen zetten om teams te professionaliseren en/of de loopbaancompetenties van leerlingen te vergroten om hun positie op de arbeidsmarkt te versterken. Vanuit EMI worden hierbij drie bestaande interventies ingezet, te weten gericht op de leerlingen Mentoren op Zuid, en gericht op professionalisering teams: Wetenschap & Technologie en Ouders & LOB.

EMI | Werkplan 2017-2018


p 47

Status Mentoren op Zuid wordt in de methodiek verrijkt met loopbaanoriëntatiegerichte componenten, concreet terug te vinden in de training van docenten en mentoren en de toolkit. Ouders & LOB begeleidt dit leerjaar drie vmbo-scholen en ontwikkelt een traject voor po. Wetenschap & Technologie biedt dit schooljaar tien scholen een maatwerkbegeleidingstraject en levert digitale lesmaterialen voor alle deelnemende en belangstellende scholen.

Inleiding en doelstelling In Rotterdam Zuid is sprake van een mismatch tussen onderwijs en de vraag op de arbeidsmarkt. Verkeerde beroepskeuzes zorgen voor onnodige schooluitval, lek van onbenut talent en mismatch op de arbeidsmarkt. Leerlingen denken niet altijd goed genoeg na over welke opleiding hen goed zal passen en/of zicht geeft op bij hen passende en reële kans op werk en een kansrijke zelfstandige toekomst. In dat kader is er vanuit de NPRZ Onderwijstafel de werkgroep lob opgezet, waarbinnen EMI participeert. De activiteiten van BRIDGE zijn een nadere uitwerking van de doelen en interventies vanuit het ‘Gaan voor een Baan’ project zoals deze vanuit de NPRZ Onderwijstafel - werkgroep LOB opgezet is. EMI is vanuit drie van haar reeds beproefde programma’s betrokken bij BRIDGE. Deze interventies kunnen bijdragen aan de versterking van de praktijk – door het bieden van directe extra (LOB)ondersteuning aan leerlingen op Zuid en door professionalsering van onderwijsteams indirect bijdragen aan de kansen van leerlingen. En tegelijkertijd biedt het EMI en de hogeschool de kans om de programma’s verder te beproeven in de praktijk, te verfijnen en studenten en docenten te betrekken bij (en het leren in en van) deze actuele praktijk. De CoP BRIDGE van EMI investeert in het vaardiger worden van leerlingen, leerkrachten en/of ouders in het (ondersteunen van het) het oriënteren en leren maken van loopbaankeuzes van jongeren op Zuid, gericht op studiesucces en kansrijke studieloopbanen. Dit doet zij door drie van haar bestaande programma’s, te weten: Mentoren op Zuid; Ouderbetrokkenheid en LOB en Wetenschap & Technologie, specifiek in te kleuren met loopbaanoriëntatie gerichte componenten. Opzet Twee van de drie programma’s worden elders uitgebreid beschreven, te weten: Mentoren op Zuid, Ouderbetrokkenheid en LOB. De uitgebreide beschrijving van het derde programma – Wetenschap & Technologie en LOB – wordt hieronder toegelicht.

H4 Werken


p 48

4.1.1

Wetenschap & Technologie en loopbaanoriëntatie Programmaleider Jos Heinerman Programmateam Tamara van Heel, Ard van Pelt Samenwerkingspartners (kan ook zijn netwerk of CoP) BOOR, De Hef, Gemeente Rotterdam - WT Wijzer.org, Inholland, Maakotheek, Maritiem Museum, NPRZ, Werkgroep LOB, PCBO, Rotterdam Vakmanstad, RVKO, STC, Technieklokaal, Thomas Moore PABO, VHTO, Wetenschapsknooppunt Intern: IVL

Inleiding en doelstelling In Rotterdam Zuid is sprake van een mismatch tussen onderwijs en de vraag op de arbeidsmarkt. De vraag naar technisch geschoold en 20th Century Skilled-medewerkers is hoog en zal naar verwachting alleen maar hoger worden. De basis van motivatie en het gevoel van competent zijn voor technische richtingen en skills, wordt bij kinderen gelegd voor het tiende levensjaar. In het primair onderwijs is het kennismaken met dergelijke activiteiten en leerstrategieën in de praktijk wat op de achtergrond geraakt. Zowel vanuit landelijk beleid als gezamenlijke doelen van de (NPRZ) schoolbesturen is er een ambitie om door professionalisering de curricula en didactiek van de scholen op Zuid op dit terrein te versterken. Het programma is gericht op professionalisering van de leerkrachten en stelt zicht ten doel om basisscholen te ondersteunen om Wetenschap & Technologie en de didactiek van Onderzoekend en Ontwerpend Leren (OOL) te verankeren in het curriculum. Activiteitenplan Begin oktober was er een kick-off meeting waarin een gezamenlijke start gemaakt is met vertegenwoordigers van dertien participerende scholen. Hierna zijn er regelmatige werksessies met de gehele groep dan wel delen van de groep of een individuele school. In afstemming met de participerende scholen zal er een ‘ideaal’/‘bouwstenen’ model ontworpen worden voor W&T en LOB in de basisschool als kwaliteitsstandaard. Hiernaast wordt onderzocht wat de scholen nodig hebben aan faciliteiten om de activiteiten vorm te geven en de eventuele behoefte aan een ‘mobiel techniek lab’. Opzet Er worden in aansluiting op de specifieke behoefte van de scholen professionaliseringsbijeenkomsten voor leerkrachten georganiseerd. Op basis hiervan wordt materiaal uitgewerkt tot leermiddelen die online gedeeld gaan worden met alle scholen. Waar gewenst, zullen er samen en de leerkracht activiteiten uitgevoerd worden met een klas als ‘learning on the job’ voor de leerkracht en de student. Vast onderdeel van de trajecten is ook het onderzoeken welke W&T-activiteiten verbonden kunnen worden met het ontdekken van talenten en het vastleggen hiervan in het digitaal talentportfolio dat een school gebruikt. Tijdens het traject wordt ook onderzocht hoe de scholen duurzaam aan voldoende actuele W&T-leermiddelen en -materialen kunnen komen om de activiteiten mee vorm te geven.

EMI | Werkplan 2017-2018


p 49

Targets doel Output Zuid inwoners*

doel Output HR

300

vo-scholen

studenten

35

stagiaires

po-scholen

12

afstudeerders

leraren

24

docenten

coalities

15

lectoren

* leerlingen/kinderen

4.1.2

Mentoren op Zuid en LOB (zie ook pagina 34) De formatie van het programmateam van MoZ is vanuit de BRIDGE-middelen uitgebreid om aanstaand jaar de focus van het programma mee op talentontwikkeling te leggen en te komen tot verbinding van de doelstelling van mentoring met de loopbaanoriëntatie van BRIDGE. Hiertoe wordt ingezet op het ontwikkelen en uitbreiden van een evidence-based aanpak voor de verbinding van Mentoren op Zuid met loopbaanoriëntatie. Door de methodiek te verbeteren en innoveren en te verbinden met Communities of Practice rondom loopbaanoriëntatie. Hiernaast worden de logistieke processen en matching opgeschaald in relatie tot de beoogde aantallen van BRIDGE (aanstaand jaar: 1200).

4.1.3

Ouderbetrokkenheid en LOB (zie ook pagina 39) De invloed van ouders op de loopbaan(keuzes) van leerlingen is groot. Veel scholen in Rotterdam Zuid zijn daarom bezig met de vraag hoe zij ouders beter bij de loopbaan van leerlingen kunnen betrekken. Meerjarig onderzoek van het programma Ouders op Zuid levert op dit thema diverse bewezen bruikbare praktijkinzichten op. Met behulp van de BRIDGE-middelen kunnen deze breder verspreid worden onder de scholen op Zuid. Aanstaand schooljaar gaan drie vmbo-scholen samen met ouders, begeleiders vanuit EMI meer betrekken bij LOB. Hierbij wordt de LOB lijn van de school in verbinding gebracht met de ouderactiviteiten en worden keuzes gemaakt om dit het aanstaande schooljaar te verbeteren. De begeleiding tijdens de uitvoering is gericht op het ondersteunen van de inhoudelijke ontwikkeling van de concrete activiteiten en het betrekken van alle collega’s hierbij. Bij de uitvoering zullen studenten van de sociale opleidingen betrokken worden. Zij werken mee binnen de activiteiten met ouders en starten afstudeeronderzoeken op naar vragen die zich binnen de scholen voordoen. Ondertussen werken we samen met de praktijk aan de voorbereiding van een begeleidingstraject voor het po. Targets Tussentijdse worden deliverables bepaald. De aantallen en resultaten staan opgegeven bij de verschillende programmaonderdelen.

H4 Werken


p 50

Resultaten • Werkveld/partners: voor de deelnemende basisscholen zal er een eigen opzet voor versterking van W&T in het curriculum gemaakt zijn, didactische vaardigheden OOL versterkt en komen er voorbeelden van lessen (met koppeling naar LOB) digitaal beschikbaar. • Studenten HR: studenten van de Pabo kunnen binnen de deelnemende scholen ervaring op doen met de OOL-didactiek. Dit betreft studenten die daar stage lopen als ook studenten die vanuit de vak-profilering betrokken gaan worden. • Instituten HR: de Pabo kan haar netwerk en positie in het veld versterken door als deskundig partner te laten kennen. ECTS

OP1

OP2

OP3

X

X

OP4

Keuzevak PI/praktijkproject

3

Minor Regulier curriculum Afstudeer/stage

4.2

4

0,5 van 8 totaal

variabel

X

X

X

X

X

X

Sociaal ondernemerschap Programmaleider Gert-Jan van der Maas Programmateam Maaike Lycklama (lector) Samenwerkingspartners Gemeente Rotterdam, Afrikaanderwijk Coöperatie, SPARK Social Enterprise, ETF Leuven, Informele netwerken Rotterdam Zuid, Diverse werkgevers Intern: IBK, IFM, KCI Korte inhoud De hoge werkloosheid in Rotterdam Zuid betreft een wicked problem. Dit vraagt om sociaal ondernemerschap omdat maatschappelijke uitdagingen alleen domeinoverstijgend kunnen worden aangepakt en niet eendimensionaal. Sociaal ondernemingen zorgen voor samenwerkingen en verbindingen die anders niet zouden ontstaan bij de aanpak van maatschappelijke kwesties. Sociaal ondernemingen zijn veelkleurig en veelzijdig en hebben met elkaar gemeen dat zij mogelijkheden zien om maatschappelijke thema’s aan te pakken waarbij maatschappelijk rendement wordt gecreëerd. Studenten van het economische domein worden uitgedaagd om dit maatschappelijk rendement te benoemen en te berekenen.

EMI | Werkplan 2017-2018


p 51

Status Het programma Sociaal ondernemerschap bestaat uit de volgende vier programmaonderdelen: Rotterdams Onderzoek naar Onbenutte Talenten, Maatschappelijke kosten- en batenanalyse, Sociaal ondernemerschap symposium en Civic crowdfunding. Tussen de vierprogrammaonderdelen worden verbindingen gelegd.

Inleiding en doelstelling In Rotterdam Zuid zijn relatief veel werklozen. Toch is er in de praktijk een groep mensen die de Nederlandse taal spreekt, een opleiding heeft en gemotiveerd is om te werken, maar geen passende baan vindt. Dit komt deels door een eenzijdig netwerk of een gebrekkige beheersing van werknemersvaardigheden (soft skills). Sociaal ondernemers zorgen voor samenwerkingen en verbindingen die anders vaak niet zouden ontstaan bij de aanpak van arbeidsparticipatie van bewoners. Het gaat om ondernemers die maatschappelijke impact vooropstellen boven het maken van winst. Er wordt gesproken van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen 2.0. Het bedrijfsmodel is gericht op het behalen van maatschappelijk rendement en een gezonde bedrijfsvoering. Sociaal ondernemerschap kan bedrijven ertoe bewegen om maatschappelijk betrokken te worden. Hiermee komt geld vrij uit de markt en levert Social Return invullingskansen op. Sociaal ondernemerschap kan daarmee werkgelegenheidskansen bieden voor bewoners op Zuid. Studenten worden ingezet om sociaal ondernemers uit Zuid verder te helpen met de uitwerking of uitvoering van een nieuw initiatief of project. Studenten van het economisch domein worden gevraagd om voor een sociaal onderneming een maatschappelijke kosten- en batenanalyse op te stellen. Deze kan dienen als bewijsvoering van de maatschappelijke relevantie. Opzet Rotterdams Onderzoek naar Onbenutte Talenten ‘Rotterdams Onderzoek naar Onbenutte Talenten’ heeft de ambitie om informele netwerken (vrijwilligersorganisaties, religieuze instellingen etc.), te ondersteunen en te versterken bij vraagstukken rondom arbeidsparticipatie en integratie. Informele netwerken spelen namelijk een cruciale rol bij het verbinden van de formele overheid en bewoners. Door de inzet van partners kunnen kansen voor bewoners worden gecreëerd (met name een werkgeversnetwerk) waardoor bewoners gaan zien dat er concrete mogelijkheden zijn om hun toekomstperspectief te verbeteren. De samenwerking is uniek door de betrokkenheid van de onderzoeksafdeling van de gemeente Rotterdam, ETF Leuven, informele netwerken en enthousiaste en betrokken werkgevers. Studenten van Hogeschool Rotterdam worden betrokken bij de trainingen en helpen met data verzamelen. Maatschappelijke kosten- en batenanalyse Eén van de samenwerkingspartners is de Afrikaanderwijk Coöperatie. De coöperatie is met haar cooperatieve werkplaatsen en dienstverlening werkzaam op verschillende gebieden, zoals schoonmaak, catering, verhuur, mode en textiel. De Afrikaanderwijk Coöperatie maakt de kracht van Rotterdam Zuid zichtbaar door te investeren in betrokken bewoners en ondernemers. De coöperatie biedt een organisatiestructuur waarbij de opbrengsten direct aan de wijk/bewoners zelf toekomen. De wijkcoöperatie heeft behoefte aan een rendementsstudie, die kan dienen als bewijsvoering van maatschappelijke relevantie en levensvatbaarheid van de business case van de wijkcoöperatie. Studenten van het economisch domein zijn gevraagd om een rendementsstudie bij de wijkcoöperatie uit te voeren.

H4 Werken


p 52

Sociaal ondernemerschap symposium EMI is partner van SPARK Social Enterprise, een internationale samenwerking van partners uit BelgiĂŤ, Engeland en Nederland, ondersteund door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Het programma heeft als doel sociaal ondernemerschap in Europa te stimuleren en te bevorderen tot duurzame ondernemingen. Deelnemers van de netwerk bezoeken in maart 2018 Rotterdam voor de Social Entreprise Safari, die 15 en 16 maart georganiseerd wordt door het instituut COM en EMI. Een mooie gelegenheid voor studenten om kennis te maken met internationale sociaal ondernemers en voor Rotterdamse sociaal ondernemers biedt het kans om hun netwerk uit te breiden. Project Civic crowdfunding Civic crowdfunding is een nieuw en snel groeiend instrument om buurtinitiatieven te financieren. Er bestaan echter nog veel vragen bij gebiedsprofessionals op het gebied van civic crowdfunding. Om maatschappelijke projecten te laten bloeien, moeten ze snel kunnen beoordelen of een project succesvol kan worden en of de gemeente een rol kan nemen. Het consortium beoogt kennis van de succes- en faalfactoren voor civic crowdfunding te verwerven en handvatten voor gebiedsprofessionals te ontwikkelen. Het kennisnetwerk wordt gevormd door de Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool Rotterdam (Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie & kenniscentrum Business Innovation), deelnemende gemeenten en civic crowdfunding platforms. Het Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie wil samen met de Afrikaanderwijkscooperatie deze kennis gaan ontwikkelen. Deze partner werkt gebiedsgebonden en is een voorbeeld van een werkplaats sociaal ondernemerschap. De Afrikaanderwijkcooperatie is een plaats waar nieuwe bewonersinitiatieven ontstaan. Er wordt een verbinding gemaakt met het programmaonderdeel maatschappelijke kosten- en batenanalyse. Targets doel Output Zuid inwoners*

doel Output HR studenten

45

vo-scholen

stagiaires

9

po-scholen

afstudeerders

1

leraren

docenten

4

lectoren

1

coalities * werkzoekenden

EMI | Werkplan 2017-2018

25

6


p 53

Resultaten • Inwoners Zuid: empowerment training voor 25-30 bewoners. • Werkveld/partners: onderzoek naar onbenutte talenten en maatschappelijke kosten- en batenanalyses voor sociaal ondernemers. • Studenten HR: maatschappelijke inzet van studenten. • Instituten HR: nieuwe kennis over diversiteit, empowerment, sociaal ondernemerschap en rendementsstudies. ECTS

OP1

OP2

45

21

24

OP3

Keuzevak PI/praktijkproject Minor Regulier curriculum Afstudeer/stage

H4 Werken

20

10

OP4


p 54

EMI | Werkplan 2017-2018


Maatschappelijke ondersteuning & Zorginnovatie

H5


p 58

H5

Maatschappelijke ondersteuning & Zorginnovatie Soms hebben ouders hulp nodig. En soms hebben kinderen hulp nodig. Voor kinderen die extra aandacht nodig hebben moet er dan ook een goede zorgstructuur komen die de school ontlast en die gericht is op het versterken van het gezin, de thuisbasis van het kind. Zorg en begeleiding dichtbij huis gericht op preventie waar mogelijk en op hulp waar nodig. Zorg en begeleiding, die plaatsvindt tegen de achtergrond van grote veranderingen en bezuinigingen in het landschap van welzijn en zorg. Maar ook is er sprake van interessante nieuwe concepten en sociaal ondernemerschap.

5.1

Mama’s Garden Programmaleider Wietske Willemse Programmateam Samira Kossir (programma-assistent), Hanneke Torij (lector) Samenwerkingspartners CJG, Verloskundigen, Huisartsen, Netwerkorganisaties op Zuid, Huizen van de wijk, Bibliotheek, Gemeente Rotterdam, Hogeschool Utrecht, U create expertisecentrum Utrecht Intern: ISO, IVG, WdKA, KCZI, KZTO Korte inhoud Mama’s Garden is ontstaan vanuit het buddyprogramma voor zwangeren ‘Nieuw in 010’ als mobiele ontmoetingsplek voor moeders en kinderen in Rotterdam Zuid. Het is een programma dat is gericht op het vergroten van het gevoel van capabel ouderschap en het sociale netwerk van (aanstaande) moeders op Rotterdam Zuid. Status Mama’s Garden is inmiddels actief op 4 vaste locaties en een aantal flexibele, waaronder Stichting Nieuw Thuis Rotterdam, het Albeda en ROC Zadkine. Hiermee bereikt zij een brede doelgroep van moeders (w.o. Syrische vluchtelingen). Daarnaast is ook het aantal samenwerkingspartners en het netwerk uitgebreid en wordt gekeken naar nieuwe financieringsmogelijkheden.

EMI | Werkplan 2017-2018


p 59

Inleiding en doelstelling Het ontbreekt (aanstaande) moeders op Rotterdam Zuid vaak aan een goed sociaal netwerk. Moeders met een goed sociaal netwerk zijn beter in staat om om te gaan met problemen en onzekerheden. Daarnaast is het van belang het gevoel van capabel ouderschap te vergroten, zodat kinderen opgroeien in een stabiele, veilige omgeving. Hoe maak je als student contact met moeders, hoe leer je luisteren en hoe kun je doorverwijzen? Voor moeders zijn het vergroten van het sociale netwerk en het gevoel van capabel ouderschap de belangrijkste doelstellingen. Dit studiejaar willen wij doorgaan met uitbreiding van Mama’s Garden en kijken hoe we buddyschap kunnen integreren in dit programma. Opzet Op de bestaande locaties doorgaan, eventueel met nieuwe tijden die hopelijk beter aansluiten bij de doelgroep. Verder werken aan de uitbreiding van het aantal samenwerkingspartners en het netwerk (Stichting Nieuw Thuis Rotterdam, Kraamzorg Randstad en vele anderen). Daarnaast wordt ook gekeken naar nieuwe financieringsmogelijkheden en uitbreiding van locaties. Targets doel Output Zuid inwoners*

doel Output HR

120

studenten

45

vo-scholen

docenten

2

po-scholen

hoofddocent

3

leraren/zorgcoördinaten mbo

10

lectoren

10

coalities/partners

20

stages

2

* moeders Resultaten • Inwoners Zuid: een groter sociaal netwerk voor moeders, een buddy die hen komt bezoeken en wegwijs maakt in het wijknetwerk. Een veilige ontmoetingsplaats waar zij zich welkom en gehoord voelen en kunnen werken aan het vergroten van het gevoel voor capabel ouderschap. Verder kunnen zij werken aan hun eigen talent door dit in te zetten tijdens de bijeenkomsten. • Werkveld/partners: doorverwijsmogelijkheden naar Mama’s Garden. Snellere doorverwijzing vanuit Mama’s Garden. Waar kunnen zij met welke vragen terecht? (bijv. vragen over vaccinaties, taalcursussen.) Inzicht in de doelgroep (aanstaande) moeders. • Studenten HR: Mama’s Garden biedt een leerwerk en -onderzoeksplek. Eerste- en tweedejaarsstudenten helpen mee in de uitvoering en maken samen met de derde- en vierdejaarsstudenten onderdeel uit van de Community of Practise. Opbrengsten uit onderzoek worden gedeeld met de opleidingen vanuit het Kenniscentrum Zorginnovatie en met het netwerk. • Instituten HR: de opleidingen waarmee wordt samengewerkt zijn; Commerciële Economie, Verloskunde, Verpleegkunde, Social Work, Pedagodiek, SPH, MWD. De opbrengst voor de opleidingen is: het netwerk van het programma met directe toegang voor studenten, interessante leerwerk en onderzoekplekken, inzicht in de praktijk vraagstukken, vergroten inzicht van docenten in verschillende doelgroepen en leefomgeving doelgroepen. Verder levert het een bijdrage aan het verbinden van docenten met andere disciplines. Vertaling maken naar curriculum, wat ontbreekt er binnen curricula, bijdragen aan onderwijsontwikkeling. H5 Zorg en Welzijn


p 60

ECTS

OP1

Keuzevak

40

10

PI/praktijkproject

12

Minor

OP2

OP3

OP4

10 4 21

Regulier curriculum Stage Afstuderen

5.2

2 60

3

Gezond op Zuid Programmaleider Joke Mulder Programmateam Lectoren Wijkgerichte zorg en gedragsverandering Samenwerkingspartners Gezondheidscentrum Gezond op Zuid, Centrum voor Jeugd en Gezin, Samen één in Feijenoord, Gezondheidscentrum Lijn 2, Gezondheidscentrum Care XL, ROC Zadkine, Dock, Center for Health Promotion Rotterdam Intern: COM, IVG, IFM, KCZI, KCC Korte inhoud Gezondheid is deels leefstijl gerelateerd. Uit onderzoek is gebleken dat een laag sociaal-economische status (en met een niet-westerse migrantenachtergrond) gerelateerd is aan een minder gezonde leefstijl. De focus binnen dit programma ligt op interventies, die gebaseerd zijn op gedragsveranderingen die een gezonde leefstijl stimuleren; wat op langere termijn tot een betere gezondheid leidt. Status De studenten hebben onderzoek in de wijken gedaan. Hieruit blijkt dat bewoners een gezonde leefstijl graag aanmeten, maar niet goed weten hoe dit aan te gaan. Het programma helpt met het zoeken naar deze verbinding met professionals. Hieruit is het concept gekomen voor een poli gezonde leefstijl: een laagdrempelige fysieke locatie waar men informatie en hulp kan krijgen over een gezonde leefstijl. Daarnaast is er de invulling gegeven aan de rol van stakeholders en studenten.

Inleiding en doelstelling Vanuit het thema Gezonde Leefstijl, binnen het netwerk Samen één in Feijenoord, werken studenten aan integrale oplossingen rond gezondheidsvraagstukken, waarin zelfregie een belangrijk uitgangspunt is. De levensverwachting van Rotterdammers neemt toe en vier op de vijf Rotterdammers voelt zich gezond en is hier tevreden over. Deze cijfers zijn echter laag in vergelijking tot het gemiddelde van Nederland. Ook zijn er aanzienlijke gezondheidsverschillen tussen en binnen de gebieden en wijken in Rotterdam. Vooral

EMI | Werkplan 2017-2018


p 61

in gebieden met een lagere sociaal-economische status zijn de gezondheidsachterstanden groot. De gemeente Rotterdam zal de komende jaren sterk inzetten om Rotterdammers meer te stimuleren om vitaler te leven en meer verantwoordelijkheid te laten nemen voor hun eigen gezondheid. Maar dit betekent dat er een gedragsverandering zal moeten plaatsvinden; waar het vroeger vanzelfsprekend was zorg te consumeren, wordt er nu een beroep gedaan op het nemen van eigen verantwoordelijkheid en zelfregie over de gezondheid. De focus zal op het ontwikkelen van een gezonde leefstijl liggen. Verschillende partijen vanuit onderwijs, gezondheid werken samen met bewoners en jeugd aan het stimuleren en aanmeten van een gezonde leefstijl. De doelgroep wordt gevormd uit het behoefteonderzoek dat de studenten eerder uitvoerden. Wel zijn er al twee specifieke doelgroepen waar studenten zich op richten, namelijk de jongeren en ouderen in Rotterdam Zuid – met name rond het Afrikaanderplein. Opzet Studenten van diverse opleidingen gaan aan de slag met het overkoepelende thema Gezonde Leefstijl. Vanuit het netwerk Samen één in Feijenoord werkt de werkgroep Gezonde Leefstijl met verschillende partners aan dit thema. De opzet is om de verschillende initiatieven op wijkniveau over een gezonde leefstijl in kaart te brengen, te kijken waar cross-overs liggen en de verbinding met elkaar te zoeken om tot duurzame interventies en oplossingen te komen. •

Minor Gezond meedoen door sport en bewegen: studenten onderzoeken welke activiteiten in de openbare ruimte georganiseerd kunnen worden, die tot een gezonde leefstijl van de bewoners van Rotterdam Zuid kunnen leiden. Minor Wijkgerichte zorg: studenten houden zich bezig met het vraagstuk Wat is het effect van het promoten van een gezonde leefstijl en/of inzetten op leefstijlverandering vanuit een gezondheidscentrum voor patiënten en bewoners op hun kwaliteit van leven? Minor Risico Management & Gedrag: studenten onderzoeken binnen het thema Gezonde Leefstijl hoe gedragsveranderingstechnieken - zoals nudging – ingezet kunnen worden om bewoners van Afrikaanderplein tot een duurzame gedragsverandering van hun leefstijl te bewegen. Tweedejaarsstudenten Communicatie gaan aan de slag met het in kaart brengen van trends voor een gezonde leefstijl, die mogelijk relevant zijn voor de bewoners van Afrikaanderwijk.

Targets doel Output Zuid inwoners*

doel Output HR

124

studenten

163

vo-scholen

stagiaires

po-scholen

afstudeerders

1

leraren/zorgcoördinaten mbo

docenten

5

lectoren

2

coalities/partners * bewoners

H5 Zorg en Welzijn

8


p 62

Resultaten Inwoners Zuid: de behoeften en mogelijkheden verkennen voor het opzetten van een ‘poli Gezonde Leefstijl’, waar bewoners preventief voorlichting en begeleiding kunnen krijgen voor het ontwikkelen van een gezonde leefstijl. Het creëren van mogelijkheden om bewoners te stimuleren tot een gezonde leefstijl te komen en waar nodig ondersteuning te bieden. Het ontwikkelen van voorlichtingsprogramma’s om kinderen al op jonge leeftijd in aanraking te laten komen met Gezonde Leefstijl. • Werkveld/partners: interdisciplinaire samenwerking met verschillende partners die met het programma Gezonde Leefstijl bezig zijn. Gezamenlijk ontwikkelen van een preventief voorlichtingsprogramma. • Studenten HR: werken aan wicked problems en krijgen een contextrijke leeromgeving en dito ervaring. • Instituten HR: estafetteonderwijs, ontwikkelen van het curriculum, ontwerpend onderzoek. ECTS

OP1

OP2

OP3

OP4

Keuzevak PI/praktijkproject

310

150

Minor

3x30

8

Regulier curriculum Afstudeer/Stage

5.3

2 30

x

x 1

Frontlijnaanpak Op Zuid heeft het Instituut voor Sociale Opleidingen, onder de noemer Social Work, een stevige traditie in het strategisch partnerschap met innovatieve praktijkpartners om gezinnen te ondersteunen. Met Bureau Frontlijn is een hechte samenwerking. Met het werken in leerwerkgemeenschappen wordt deze samenwerking verduurzaamd. Zo ontstaan lerende netwerken waarin onderwijs en praktijk meer met elkaar verbonden worden en toegesneden zijn op de actualiteit van de Rotterdamse samenleving.

“Al met al denk ik dat dit een project is dat niet alleen iets kan toevoegen aan de opleiding van Verloskunde en Maatschappelijk Werk studenten, maar er zeker aan kan bijdragen dat een (kwetsbare) zwangere wat meer in haar kracht komt te staan”. Student Verloskunde

EMI | Werkplan 2017-2018


p 63

H5 Zorg en Welzijn


Wonen | Urban Innovation

H6


p 66

H6

Wonen | Urban Innovation Met het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) werken Rijk, gemeente, onderwijs, zorginstellingen, woningcorporaties en bedrijfsleven aan een nieuw perspectief voor Rotterdam Zuid. NPRZ richt zich op het wegwerken van de achterstanden van de bewoners en op het verbeteren van het leven op Zuid. Samen zetten ze hun schouders onder de verbetering van Zuid. Dit moet er toe leiden dat Rotterdam Zuid het over twintig jaar net zo goed doet als de andere drie grote steden in ons land. Daarnaast is Rotterdam een van de honderd steden in de wereld die bouwt aan een resilience strategie en zich voorbereid op het overgrote deel van de kansen en uitdagingen die de toekomst met zich mee zal brengen. De strategie richt zich op een toekomstbestendige veerkrachtige stad met een daadkrachtige samenleving in balans. Hogeschool Rotterdam en EMI werken samen, met partners in de stad aan resilience, ofwel een veerkrachtige toekomst van Rotterdam.

6.1

Sense of the City Programmaleider Dr. Marina Meeuwise Samenwerkingspartners Extern: Essalam Moskee, Museum Rotterdam, gemeente Rotterdam Intern: CMI Programma-omschrijving Tijdens straatcolleges kunnen deelnemers de weerbarstige praktijk toetsen aan hun eigen inzichten en theoretische kennis. Zij krijgen een idee van de context waarin mensen leven, wonen en werken, en kunnen het eigen referentiekader bijstellen. De belangrijkste topics zijn ruimtelijke inrichting van de harde stad, de sociale structuren van de zachte stad en de stad in ons hoofd. Status Methodiekboekje ‘De straat als collegezaal’ is ontwikkeld voor de training van docenten en deelnemers aan straatcolleges.

Inleiding Door het creëren van aantrekkelijke woonmilieus zijn mensen die het sociaal en economisch beter krijgen voor Zuid te behouden. Hiervoor zijn forse investeringen nodig in de woningvoorraad en in de randvoorwaarden die de aantrekkelijkheid van het wonen bepalen. Tegelijkertijd leren burgers omgaan met de belangrijkste veranderingen in het publieke domein van de moderne stedelijke omgeving: de toegenomen culturele diversiteit en de vervaging van de harde grens tussen de persoonlijke identiteit en de stedelijke ruimte.

EMI | Werkplan 2017-2018


p 67

Doelstelling Het in kaart brengen van sociaal-culturele, linguïstische en economische patroontalen, die zowel in de stad, op straat in de wijken, als in de sociale media en in de collegebanken laat zien op welke manier er een samenhang is tussen processen in culturele kaders die inclusiviteit bevorderen. Praktijkgericht onderzoek, gerelateerd aan de strategische koers van Hogeschool Rotterdam en de toekomstverkenning van het Sociaal en Cultureel Planbureau 2050: leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren. Opzet Onderwijsperiode 1, 2, 3 en 4: • Organiseren van minimaal 2 ‘trading places/hacker spaces’: plekken waar mensen (studenten, bewoners, docenten en stadscollega’s) gezamenlijk aan vraagstukken werken. Vraagstukken die gesignaleerd zijn in de stad en/of in de collegebanken. Resultaat: weten in welke kennis we wel/niet kunnen investeren. • Coolhunting: in de praktijk sporen van vernieuwing/verandering ontdekken tijdens straatcolleges. Resultaat: weten in welke kennis we wel/niet moeten investeren. Ruimte voor serendipiteit; het toevallige mogelijk maken. Ruimte voor een intelligent soort niks doen, actief present zijn. Resultaat: kenniscirculatie, publicaties van gesprekken in de stad over specifieke onderwerpen. • Publicaties. Resultaat: Kennis en inzicht in de ontwikkelingen, kennis en inzicht in maatschappelijke vraagstukken, het duiden van maatschappelijke vraagstukken in een theoretische, wetenschappelijke context die geschikt is voor hbo-studenten en het debat in de stad aanwakkert. Recent heeft zich een aantal vergezichten aangediend, die zich in een oriënterende fase bevinden. Het is nu nog te vroeg om daar concrete plannen op te ontwikkelen. Denk aan Next Economy, etnisch profileren en de talentenboulevard. De methode ‘Straatcollege’ is de basis voor het onderzoek naar patroontalen in de stad. Inhoudsanalyses worden gebruikt in een poging patroontalen uit de werkelijke wereld te verbinden met patroontalen uit de virtuele wereld. Targets (aantallen) doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners

studenten

31

vo-scholen

docenten

0

po-scholen

afstudeerders

2

leraren

docenten

3

lectoren

0

coalities/partners

5

Resultaten • Inwoners en ondernemers op Zuid: aandacht voor vraagstukken uit hun leefwereld (opbrengst). • Werkveld/partners: inzicht in actuele vraagstukken uit de leefwereld (opbrengst). • Studenten HR: inzien hoe er soms een mismatch is tussen leefwereld en systeemwereld (opbrengst). • Opleidingen HR: praktijkgericht onderzoek implementeren (resultaat).

H6 Wonen


p 68

OP1

OP2

OP3

OP4

Keuzevak PI/praktijkproject Minor

31

Regulier curriculum Afstudeer/Stage

6.2

2

2

Urban Innovation & Resilient City Programmaleider Arjen van Susteren Programmateam Mark Wissing (CoP regisseur), Vincent Schipper (trainee), Peter de Lange (adviseur), Nahuel Huisman (stagiair), Hans Pouwels (stagiair), Konstantina Vidou (stagair), Ferhat Dogan (Trainee) Onderzoekers: Jan Willem Dijkhuis (V&M), Niels Kropman (V&M), Tanja Zuijderwijk (FM) Betrokken Lectoren: Haico Nunen (KC Duurzame Havenstad) en Marnix Eijsink Smeets (Criminologie Inholland) Samenwerkingspartners Extern: NPRZ, Gemeente Rotterdam, Resilient Rotterdam (100RC), Rockefeller Foundation, Active Health Group, AIRBUS, ARCADIS, Feijenoord City, InHolland, Integral City Platform, Laurens Zorggroep, Meijer Realty Partners, MRDH, Museum Rotterdam, OM, Politie Landelijke Eenheid, Politie Rotterdam, Politieacademie, Rijksvastgoedbedrijf en Ministerie van Binnenlandse Zaken, Roadmap Next Economy, SGBO, Veerhuis Bouwsystemen, Veldacademie, Vestia, VVE010, WoonStad, VP Delta, Blackshore, Hackathon Factory Intern: RDM, CMI, IGO, ISO, WdKA, KCD, IFM Korte inhoud Het programma Urban Innovation kent twee werklijnen: Internationalisatie en Transitie op Zuid. Deze geven invulling aan de in de inleiding genoemde doelstelling te werken aan een toekomstbestendig veerkrachtig Rotterdam Zuid dat het binnen 20 jaar net zo goed doet als de andere drie grote steden in Nederland. Deze werklijnen zijn onderling verbonden door vier Communities of Practices (CoP’s) die binnen Urban Innovation zijn gevormd op basis van de praktijkopgaven die door studenten worden uitgewerkt aan de hand van stages, afstudeeronderzoeken, minoren en projecten die samen komen in Atelier Zuid - Resilient Rotterdam. Het betreft de CoP’s: Mapping & Monitoring Resilience; Maashaven Dynamics; Resilient Reyeroord; en Vastgoedtransformatie en –ontwikkeling.

EMI | Werkplan 2017-2018


p 69

Status In totaal werken dit jaar 371 studenten aan 32 opgaven onderverdeeld in de 4 CoP’s.richtinggevend voor het programma zijn de opgaven voortkomend uit het NPRZ en de vierjarige convenant die afgesloten is met het gemeentelijke programma resilience, waarbij we dit studiejaar het eerste jaar in gaan en het vorig studiejaar de voorbereidingen hebben getroffen.

CoP Mapping & Monitoring Resilience opgave

studenten

vorm

opleiding

convenant

100 RC Atlas

10

groepsproject

IGO

RC: internationaal

MRDH Resilience Scan

10

groepsproject

IGO

RC: regionaal

Resilient Rotterdam Atlas

10

groepsproject

IGO

RC: regionaal

Int. Vergelijking

1

stage

ROP

RC: internationaal

Leren en Innoveren

1

master

ISO

RC: regionaal

Creating Resilient Cities

20

groepsproject

IGO

RC: internationaal

totaal

52

De gemeente Rotterdam heeft in samenwerking met ‘The 100 Resilient Cities’ voor 2030 een Resilience Strategy opgesteld in het voorjaar van 2016. Resilient wordt hierin als volgt gedefinieerd: ‘De capaciteit van individuen, gemeenschappen, instellingen, bedrijven en systemen binnen een stad om te overleven, aan te passen en te groeien ongeacht wat voor soort chronische stress en acute schokken zij ervaren’. (Gemeente, Rotterdam, 2016) In de Resilient Strategy zijn zeven doelen opgenomen om Rotterdam te ontwikkelen als een Resilient City. Bij deze zeven doelen horen zeven kwaliteiten, naar welke gestreefd dient te worden om de Resilience Strategy te kunnen uitvoeren. Deze zijn: reflectiviteit, vindingrijkheid, robuust, reservecapaciteit, flexibiliteit, inclusiviteit en integraliteit. (Gemeente Rotterdam, 2016) Na het opstellen van deze strategie zijn bij Gemeente Rotterdam echter vragen naar voren gekomen. De voornaamste twee vragen zijn: hoe kunnen de zeven kwaliteiten meetbaar gemaakt worden en hoe worden deze kwaliteiten getoetst? Deze CoP behelst het ontwikkelen en testen van methoden en technieken om een Resilience Scan / tool / Dasboard te ontwikkelen en daarnaast het inventariseren van de hoe welke steden in het 100 RC netwerk met elkaar verbonden zijn en hoe zij van elkaar kunnen leren. Opdrachtgevers zijn Gemeente Rotterdam (Resilience) CoP Transitie Reyeroord opgave

studenten

vorm

opleiding

convenant

Inclusief Reyeroord

10

groepsproject

IGO

RC: case

Assetmanagement

10

groepsproject

IGO

RC: case

Energietransitie

10

groepsproject

IGO

RC: case

totaal

30

H6 Wonen


p 70

We maken van Reyeroord de voorbeeldwijk voor slim beheer. Meerwaarde in de toekomstbestendige buitenruimte, met de bewoner centraal. Een van de vier pijlers van slim beheer is slim gebruik van data. Duurzaam- en leefbaarheid en het bestaande Wijkactieplan zijn hierbij de uitgangspunten voor de volgende uitdagingen: 1. Hoe maken we Reyeroord de prettigst leefbare buurt van Rotterdam? (Sociale cohesie, inclusiviteit zijn andere thema’s die de studenten verder zullen uitwerken) 2. Hoe kan gemeente Rotterdam haar publieke assets optimaal managen? (We benadrukken het woordje ‘optimaal’ en noemen dit expliciet niet ‘slim’, omdat anders per definitie er vanuit gegaan wordt dat zaken slimmer gemaakt moeten worden zoals ‘slimme prullenbakken’. Wellicht zit de oplossing juist in iets anders) 3. Hoe kunnen we duurzaamheid met meer dan 50% verhogen in Reyeroord? (Duurzaamheid is hier de verzamelterm voor de thema’s circulair, klimaatadaptief en energiebesparing) CoP Maashaven Dynamics opgave

studenten

vorm

opleiding

convenant

Getijdepark

5

groepsproject

IGO

NPRZ + RC case

Waterspeelplaats

5

groepsproject

IGO

NPRZ + RC case

Educatieve Route

5

groepsproject

IGO

NPRZ + RC case

Onderwateruitkijkplaats

5

groepsproject

IGO

NPRZ + RC case

Watermuur

5

groepsproject

IGO

NPRZ + RC case

Herontwikkeling RWZI

5

groepsproject

IGO

NPRZ + RC case

totaal

30

De Maashaven is een van de havens op Zuid die in transitie is. Deze haven wordt momenteel gekenmerkt door industrieel gebouwen en het water wordt veelal gebruikt als ‘parkeerplaats’ voor schepen. De ambitie vanuit onder meer de Provincie het Waterschap en de gemeente is om de Maashaven te transformeren naar een gebied waar recreatie, water, educatie, spel en sport centraal staan. Het bevorderen van het bewustzijn van wat water in de stad doet en watereducatie zijn thema’s die op een speelse en recreatieve wijze in het gebied met de gebruikers gedeeld worden. De komst van het VN klimaatcentrum in de aangrenzende Rijnhaven speelt bij de ambitie in de Maashaven uiteraard een grote rol. Daarnaast is Rotterdam een van de 100 steden die verbonden zijn aan het 100 Resilient Cities Netwerk van de Rockefeller Foundation wat de context biedt voor de ontwikkeling van de Maashaven. Tot slot is het van groot belang dat er ook gekeken wordt naar de sociaal maatschappelijke problematiek in de aangrenzende wijken (Tarwewijk, Oud Charlois en de Afrikaanderwijk) en hoe de ontwikkeling in de Maashaven kan bijdragen aan de doelen van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid.

EMI | Werkplan 2017-2018


p 71

CoP Vastgoedtransformatie en Gebiedsontwikkeling opgave

studenten

vorm

opleiding

convenant

Middenklasse Tarwewijk

1

Afstudeerstage

VM

NPRZ

Woningvoorraad Feijenoord

1

Afstudeerstage

VM

NPRZ

Nieuwe Woonvormen Carnisse

1

Afstudeerstage

VM

NPRZ

Woningvoorraad Carnisse

1

Afstudeerstage

VM

NPRZ

Resilient Peperklip

1

Afstudeerstage

VM

NPRZ+RC case

Branding Feijenoord

1

Afstudeerstage

WdK

NPRZ

Stadionpark

1

Afstudeerstage

VM

NPRZ

Impact Stadionpark op Zuid

1

Afstudeerstage

VM

NPRZ

Gebiedsontwikkeling op Zuid

120

Groepsproject

VM

NPRZ

Woningtransformatie Focuswijken

120

Groepsproject

BK

NPRZ

Studiehuizen Persoonshaven

1

Werkveld

NPRZ+RC case

Studiehuizen Hefblock

1

Werkveld

NPRZ+RC case

Retailtransformatie

1

Afstudeerstage

VM

NPRZ

Ondermijning in kaart

1

Stage

ROP

NPRZ

SNA Plint

5

Groepsproject

ROP

SNA+RC case

Zorgvastgoed

1

Afstudeerstage

VM

NPRZ

Waterveiligheid Ziekenhuizen

1

Afstudeerstage

WAM

RC case

totaal

259

Op verzoek van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid, gemeente Rotterdam, Expertisecentrum Maatschappelijke Innovaties en de Rijksvastgoedbedrijf is Hogeschool Rotterdam gevraagd het project Gebiedsontwikkeling te ijken aan het huidige tijdgewricht. De betrokken partijen zijn zeer benieuwd naar de mening van de jonge vastgoedprofessionals over de geselecteerde wijken in Rotterdam Zuid. Hoe staan de wijken ervoor en wat kan er beter? Daarnaast betreffen Gebiedsontwikkeling en herbestemming anno nu meer dan het verbeteren van de fysieke en sociale structuur of het eenvoudigweg vinden van een nieuwe bestemming voor leegstaand vastgoed. In het recente verleden is gebleken dat enkel het vinden van een nieuwe bestemming niet de beoogde meerwaarde voor een gebied borgt en dat een herbestemming kan bijdragen aan de ontwikkeling en verbetering van een stedelijk gebied. Herbestemmen vraagt dus om een “intelligentere� benadering (Herbestemmen x.0) waarbij de wisselwerking tussen object en gebied centraal staat en er zo toegevoegde waarde voor het gehele gebied wordt gerealiseerd. Dit alles vindt plaatst binnen de context van sterke stedelijke ontwikkeling en groei van Rotterdam en de hiermee samenhangende beleidsdoelen zoals bijvoorbeeld de nieuwe woonvisie, de handelingsperspectieven van NPRZ en het Resilience Programma van de gemeente.

H6 Wonen


p 72

Aandachtspunten • Verder uitbouwen netwerk met als doel meer opgaven voor onderwijs en onderzoek t.b.v. bedienen doelstellingen programma’s partners. • Vormgeven aan samenwerking RDM CoE en EMI en externe partners rond thema Resilience en de bruikbaarheid hiervan voor de doelstellingen van NPRZ. • Capaciteit in termen van uren (tekort van 0,4 FTE senior) Daarnaast werven van Zilveren Gilde • Terugkoppeling resultaten. Het opbouwen van een kennisbank en deze vullen met de resultaten van de onderzoeken hierboven • Samenwerking Veldacademie • Participatie in events zoals Standsmakerscongres, IABR, InnovatieExpo en congressen Targets doel Output Zuid inwoners*

doel Output HR

1200+

studenten

371

vo-scholen

stages

po-scholen

afstudeerders

15

leraren

docenten

20

lectoren

2

coalities (CoP’s)

4

3

* Bewoners Resultaten • Inwoners Zuid: de resultaten voor Zuid zijn: aanpak en preventie Maatschappelijke Ondermijning, aantrekken middenklasse op Zuid, vergroten gezondheid en welzijn in de gebouwde omgeving en maatschappelijke kosten die daarmee gespaard worden terug te laten vloeien in Zuid, vergroten werkgelegenheid op Zuid (Bouw), verhogen opleidingsniveau Zuid. • Werkveld/partners: bijdragen leveren aan andere wijken in Rotterdam op basis van de lessen op Zuid. Denk hierbij aan Delfshaven en Hoboken, EMI als verbinding tussen verschillende onderwijsinstituten zoals Inholland en Politieacademie en de Haagse Hogeschool en HvA om de doelen integraler te bedienen, operationaliseren Resilient Rotterdam met oog op doelen Feijenoord City en NPRZ, realisatie van Studiehuizen op Zuid met oog op opleidingsniveau Zuid te verhogen en de stad aantrekkelijk te maken voor studenten om er te wonen tijdens studie (nu vrijwel onmogelijk, maar wel in beleid).

EMI | Werkplan 2017-2018


p 73

• Studenten HR: creëren werkgelegenheid na het afstuderen op basis van eigen werk student, aftercare / followup na afstuderen aan de hand van traineeships bij EMI of partners voor afgestudeerde studenten, creëren fysieke atelierruimte voor studenten, profileren en leren van het internationale netwerk van 100RC. • Instituten HR: vergroten studierendement Hogeschool Rotterdam, verhogen studieniveau en praktijkrelevatie van werk studenten, vergroten instroom studenten in de stad en de Hogeschool Rotterdam, bedienen agenda Hogeschool Rotterdam: Contextrijk Onderwijs, bedienen agenda IGO: interdisciplinair werken aan onderzoeksthema’s (waardecreatie en transformatie en proeftuinen (Proeftuin Zuid). ECTS

OP1

OP2

OP3

OP4

90

90

Keuzevak PI/praktijkproject Minor

12

22

Regulier curriculum

120

120

15+3

15+3

Afstudeer/Stage

H6 Wonen


Communicatie

H7


p 76

H7 Communicatie De afgelopen vier jaar is hard gewerkt aan het verdiepen en verbreden van de programma’s, het betrekken van docenten van de HR-instituten en onderzoekers van de kenniscentra en stabiele partners. Een van de conclusies is dat het zwaartepunt ligt bij onderwijs en praktijk binnen EMI. De praktijkgerichte onderzoekscomponent wordt voornamelijk ingevuld door en in samenwerking met de kenniscentra. Verder groeit het aantal partners en stakeholders nog steeds gestaag en is EMI vaker zichtbaar op nationale en internationale podia. Rechtstreekse communicatie met studenten die bij EMI afstuderen of algemene vragen hebben over maatschappelijke innovatie, vindt veel vaker plaats dan bij aanvang voorzien. Studenten participeren en presenteren tijdens evenementen, worden betrokken bij workshops en worden benaderd voor (afstudeer) onderzoeken. EMI wordt steeds zichtbaarder bij studenten die op zoek zijn naar maatschappelijke innovatieve (praktijk)opdrachten en zij benaderen EMI steeds vaker rechtstreeks. De samenwerking met studenten en hun docenten is deels verankerd in het curriculum bij enkele opleidingen en krijgt verder veelal vorm in stages, praktijkopdrachten voor tweedejaarsstudenten (PI-projecten), afstudeeropdrachten en minoren. EMI stelt zich ten doel om kennis van de afstuderende studenten te verankeren door hen, waar mogelijk, tijdelijk na het afstuderen in dienst te nemen als ondersteunend medewerker bij de programma’s. Dit is een goede werkervaring op het cv van alumni en zorgt voor verduurzaming van kennis – door de studenten opgedaan in de praktijk, in de opleidingen van HR. De programma’s, de presentatie van resultaten in evenementen, en presentaties bij vakbijeenkomsten (inter)nationaal, gaven EMI afgelopen tijd een toenemende bekendheid. De communicatie, digitaal en in print, heeft een herkenbare signatuur en oogst lof zowel binnen de hogeschool als bij de praktijkpartners op Zuid en overige geïnteresseerden. Samenwerkingspartners zijn positief over de samenwerking met studenten en docenten, maar geven wel aan de programmaleiders van EMI nodig te hebben in het bouwen aan een duurzame verbinding tussen onderwijs en praktijk. In de bekrachtigingsfase waar we met EMI staan, met een verlenging van vier jaar bevestigd, is het doel: een stevige positionering en zichtbaarheid van de unieke toegevoegde waarde die EMI kan leveren voor partners, stakeholders en binnen HR. Daarbij hecht EMI, naast inhoudelijke innovatie, veel waarde aan innovatieve manieren van het presenteren van de resultaten. Goede inhoud kan niet zonder een goede vorm.

7.1

Profileren en positioneren EMI beoogt een netwerkorganisatie te zijn, die meerwaarde biedt aan studenten, docenten, onderzoekers, werkveld en bewoners op Zuid. Belangrijk is dat deze meerwaarde en de mogelijkheden gedeeld en gedragen worden door opleidingen, kenniscentra en partners. Een van de succescriteria is hoe steviger het kennisnetwerk verankerd is in CoP’s, des te hoger de mate van gedeeld eigenaarschap. Dit studiejaar streven we naar een meer en sterkere vervlechting met de curricula van de opleidingen. Een hechte samenwerking met docenten van de verschillende opleidingen is daarbij voorwaardelijk. Het gaat dan om kunnen en gunnen. Kunnen samenwerken op onderwerpen die passen in de opleidingen en elkaar succes gunnen door op de juiste manier de opgedane kennis en kunde te delen.

EMI | Werkplan 2017-2018


p 77

Het komende studiejaar wordt sterk ingezet op onder meer: het vormen van gezamenlijke project- en programmateams, maar ook op intensiever contact met docenten over uit te voeren opdrachten op Zuid. Daarnaast zal de docent een grotere rol hebben in onze in onze communicatie-uitingen. EMI wil kennis en resultaten zo veel mogelijk delen en doorgeven. Een vierdejaarsstudent en afstudeerder van WdKA heeft onderzocht op welke manieren EMI haar merkwaarde kan optimaliseren. Het tweejaarlijks moment waarop studenten zich gezamenlijk presenteren is één manier. Daarnaast heeft deze student een reizende expo ontworpen, die de verschillende locaties van HR kan aandoen. Een laagdrempelige en aansprekende manier om studenten en docenten te attenderen en informeren. Een vierdejaarsstudent (en afstudeerder) van CMI heeft onderzocht op welke manieren studentprojecten en onderzoeken een vervolg kunnen krijgen na afronding en daarmee een zogenaamde estafette in gang te zetten. Onze ambitie is om in samenwerking met praktijkpartners de ‘estafette’ van interessante onderzoeken, prototypes en concepten te stimuleren. Hierdoor komen interessante ideeën niet in de la te liggen, maar kunnen worden doorontwikkeld, in het beste geval tot een daadwerkelijk product of plan van aanpak. Op een speciale portfoliopagina van de vernieuwde website van EMI zijn nu afgeronde afstudeer- en minorprojecten vindbaar. Het portfolio heeft een zoekfunctie die speciaal gericht is op interessante projecten voor studenten. En biedt voor docenten de mogelijkheid projecten op te pakken voor vervolgonderzoek. Inzet van marketing/communicatie ligt op het uitbouwen van EMI als netwerkorganisatie binnen HR en daarbuiten. De meer langetermijnvraag waar EMI ook mee aan de slag gaat, is hoe we van expertisecentrum uit kunnen groeien naar een deels zelfvoorzienend sterk expertisenetwerk op het gebied van maatschappelijke innovatie. Daarbij moeten we rekening houden met het feit dat het NPRZ-programma op twintig jaar is vastgezet. We gaan onderzoeken hoe het expertisecentrum daarin meebeweegt – in beginsel voor een nieuwe periode vier jaar. De twee expertisecentra waren bij aanvang in de wereld van de hogeschool en Zuid een vreemde eend in de bijt en werden zo nu en dan met argwaan bekeken. We zien hierin een verschuiving plaatsvinden waarbij de rol van EMI (ook ten opzichte van kenniscentra) weliswaar duidelijker is, maar waar een positieve en herkenbare bijdrage aan de hogeschool als geheel van belang is. Mogelijkheden hiervoor zien we in de uitwerking van de strategische agenda in de verschillende werkplaatsen; zoals de WERKplaats Inclusieve pedagogiek en didactiek en de WERKplaats Nieuwe bedrijvigheid. Onze ambitie: EMI minder als concurrent en meer als betrouwbare partner en onderwijs faciliterende netwerkorganisatie te laten zijn. Naast de eigen communicatiestrategie, slaan de twee experticecentra de handen ineen waar het gaat om positionering binnen HR. Wat is de rol van de expertisecentra? De opleidingen hebben de komende jaren de opdracht effectief en nauwer samen te werken met werkveld, kennis verder te ontwikkelen binnen de beroepscontext en studenten te laten werken aan vraagstukken in het werkveld en de samenleving die er toe doen. Hierbij spelen de experticecentra (en kenniscentra) een cruciale rol. Daarnaast wordt bij het programma Resilient Cities samengewerkt met de gemeente en is een hogeschoolbreed convenant afgesloten.

H7 Communicatie


p 78

7.2

Doelstelling De opdracht is om de programma’s zo goed mogelijk in te bedden bij de verschillende opleidingen. Dat doet EMI met behulp van docenten die via interne procedures zijn aangesteld als programmaleider/ -medewerker). Zij zijn betrokken bij het onderwijs en bespreken met collega-docenten en met hun onderwijsmanager wat in het onderwijs (curriculum) kan worden opgenomen en hoe. De doelstelling van de communicatie en marketing van EMI is om de netwerken die gevormd worden tussen onderwijs, onderzoek en praktijk in de CoP’s zo goed mogelijk te positioneren en te profileren. Het is belangrijk aan te sluiten bij de kennis en kunde van opleidingen en hun praktijkpartners en de toegevoegde waarde van EMI te laten zien. De programma’s zijn in verschillende stadia van ontwikkeling en kennen hun eigen dynamiek. Persoonlijk contact en maatwerk in communicatieve ondersteuning is daarom essentieel. Studenten, docenten, onderwijsmanagers en directies met wie EMI al samenwerkt zijn belangrijke schakels in de communicatie met de achterban in de opleidingen. Zij zijn dé ambassadeurs van onze aanpak, zien Zuid als interessant leerwerkgebied en zien mogelijkheden voor samenwerking. Dit willen we komende jaren verder benutten door hen hierin zo goed mogelijk te faciliteren en in overleg met hen na te gaan waaraan hun collega’s behoefte hebben. Implementatie in het onderwijs en in de praktijk van Zuid is uitdagend en dynamisch, maar ook ingewikkeld en bewerkelijk. Inbedding in curriculum verloopt soms nog stroef, omdat programma’s zich ook moeten bewijzen in de vaak weerbarstige praktijk van Zuid. De veilige weg is dan soms om in eerste instantie ruimte in het keuzevak onderwijs te zoeken. Naast een goede werkplanning en inhoudelijke kennis en kunde helpt een communicatieplanning om een structurele bijdrage te leveren aan een goede afstemming tussen de interne dynamiek binnen de HR en de externe in het werkveld op Zuid. Enerzijds om de zichtbaarheid te vergroten en de focus te richten op de highlights in het programma, maar anderzijds ook om op de juiste momenten en op het juiste niveau bij de interne en externe partners aan tafel te zitten.

7.3

Doelgroepen Voor de opdrachtformulering is het belangrijk de behoeften van de samenwerkingspartners en stakeholders – zowel professionals als bewoners – op te halen en te inventariseren. De afdeling marketing en communicatie draagt hieraan actief bij. Door acquisitie, het voeren van gesprekken en het voorleggen van strategische adviezen aan EMI. Communicatie met de opleidingen op verschillende niveaus is nodig en nuttig, zo ook met de kenniscentra, de ondersteunende diensten van de hogeschool en het College van Bestuur (CvB). Van belang voor draagvlak is een goed samenspel van afwisselend top-down en bottom-up communicatie. De inzichten van de studenten spelen een grotere rechtstreekse rol dan aanvankelijk bedacht. Zij verrassen EMI vaak met hun onbevangen en creatieve inzichten. Ze nemen in toenemende mate eigen initiatief om EMI te benaderen voor opdrachten en afstuderen. Studenten als rechtstreekse communicatiedoelgroep blijkt relevanter dan gedacht. Naast informatiepunt en netwerkorganisatie voor Rotterdam Zuid, is EMI ook opdrachtgever voor verschillende minoren (+), stages en afstudeerders. Resultaten van deze inzet worden gepresenteerd op twee momenten: in januari als slotevenement van minoren op Zuid en aan het einde van het studiejaar. Hierin wordt nu ook meer samenwerking gezocht met RDM CoE.

EMI | Werkplan 2017-2018


p 79

De communicatie richt zich op verschillende doelgroepen. Bij iedere doelgroep wordt het onderscheid gemaakt in drie niveaus: uitvoerend, operationeel en strategisch.

beroepspraktijk Uitvoerend: professionals van partnerorganisaties Operationeel: leidinggevende professionals van partnerorganisaties, team NPRZ Strategisch: directies en bestuurders van partnerorganisaties, directeur NPRZ, Partners NPRZ

EMI Uitvoerend: medewerkers Operationeel: programmaleiders Strategisch: programmaraad en stuurgroep

onderwijs Uitvoerend: docenten, studenten Operationeel: onderwijsmanagers en managers externe betrekkingen ondersteunende diensten Strategisch: instituutsdirecties, CvB

H7 Communicatie

onderzoek Uitvoerend: (hoofd)docenten, promovendi, studenten Operationeel en strategisch: lectoren en programmadirecteuren kenniscentra


p 80

7.4

Aanpak Verbinden. We willen het draagvlak en inbedding binnen de opleidingen verder uitbouwen. EMI wil het onderwijs faciliteren en nieuwe input geven. De relatie met het onderwijs wil EMI verstevigen door het creëren van eigenaarschap bij de opleiding en verdere vergroting van draagvlak. Belangrijk daarbij is het benadrukken en inzichtelijk maken van de win-win voor studenten, praktijkpartners én het onderwijs en het belang van een goede relatie met het onderwijs en EMI. Luisteren. Waar zitten de connecties met het onderwijs en nieuwe opdrachten voortkomend uit de onderwijsvisie? Wat zijn de vernieuwingswensen van de opleidingen op het gebied van praktijkgericht onderwijs en hoe kunnen we deze koppelen aan Zuid? Delen. Kennisuitwisseling is als verbindende netwerkorganisatie een essentieel onderdeel. Dit geldt voor de CoP-leiders, onderwijs, onderzoekers en studenten. Het gaat hierbij niet alleen om het eindproduct zoals rapporten en verslagen, maar ook om interactie en uitwisseling van informatie gedurende projecten en onderzoekprocessen. We brengen en we halen kennis, dat is onze ambitie. Programmaleiders zijn aanwezig op de meest uiteenlopende (inter)nationale bijeenkomsten rondom onderwijs en het vakgebied. Daarbij sluiten ze aan bij andere innovatieve workshops en presentaties en delen hun eigen ervaringen.

7.5

Middelen Huidige communicatiemiddelen zijn: de nieuwsbrief intern (digitaal), nieuwsbrief extern (digitaal), website (NL/ENG), Facebook, LinkedIn, Twitter, Yammer, publicaties, rondleidingen, bijeenkomsten, (fi lm) verslagen van bijeenkomsten. Naast eigen middelen zijn ook middelen en kanalen van de HR essentieel in het bereiken van onderwijs, lectoraten en studenten. Kennisbank Komend jaar willen we sterker inzetten op de uitvoering en het monitoren van de programma’s en een systeem opzetten voor kennisdeling. Hoe kunnen zo optimaal mogelijk informatie en resultaten worden uitgewisseld tussen het expertisecentrum, onderwijs, kenniscentra en partners waarbij voor betrokkenen en geïnteresseerden de informatie beschikbaar en vindbaar is. In samenwerking met de Veldacademie zijn de eerste stappen gezet voor de ontwikkeling van een kennisbank: een online kennisplatform voor kennisdeling rond de ontwikkeling van Rotterdam Zuid. Deze kennisbank heeft een archieffunctie en interface die aan de vraag van het expertisecentrum voldoet. Hiermee wordt gekeken hoe de vergaarde kennis, informatie en overige data over Zuid zowel beheerd als getoond kunnen worden. EMI expo De EMI-website is vernieuwd. Op de homepage staan de programma’s centraal en op een speciale portfoliopagina zijn de studentenprojecten op Zuid vindbaar. Website Hogeschool Rotterdam De plek van de CoE’s op de website is niet ideaal. EMI zal komend jaar dit signaal afgeven aan de communicatieafdeling van HR. Masterclass Samen met Stichting Lokaal organiseerde EMI reeds masterclasses rondom democratische vernieuwing. De masterclasses zijn gratis toegankelijk en inspirerend voor zowel onszelf als de bezoekers: een mix van docenten, partners en relaties van EMI en Lokaal. Voor dit studiejaar staan er masterclasses op de planning.

EMI | Werkplan 2017-2018


p 81

EMI expertmeetings Met steeds een CoP-thema als uitgangspunt worden door het jaar heen lezingen georganiseerd – al dan niet in samenwerking met kenniscentra en/of instituten – met inspirerende sprekers uit het veld (direct of indirect verbonden aan het onderwerp of CoP). Deze zijn bij te wonen door geïnteresseerden, studenten, stakeholders in- en extern.

7.6

Vooruitblik – evenementen en netwerkbijeenkomsten Verschillende initiatieven zoals Zuid Inspireert, lezingen, rondleidingen, gastcolleges, straatcolleges, masterclasses en werkbezoeken en ontvangst van binnen- en buitenlandse delegaties krijgen ook dit studiejaar een vervolg. In het afgelopen jaar hebben rond de tweehonderd bijeenkomsten plaatsgevonden. We verwachten dat we dit komend jaar zullen voortzetten.

7.7

Netwerken Zuid Werkgroep Children’s zone NPRZ In de Rotterdam Children’s Zone werken scholen, overheid, consultatiebureaus, kinderopvang, woningcorporaties, bedrijven en andere partners nauw samen. Het doel van de Rotterdam Children’s Zone is dat de leerlingen in de zeven wijken in Rotterdam Zuid in 2020 minstens zo goed presteren als in de rest van de stad. In 2030 gaan zij het zelfs net zo goed doen als leerlingen in de vier grote steden van Nederland. Dat geldt voor zowel hun leerprestaties als hun sociaal-emotionele ontwikkeling. We kijken dan onder andere naar hun gezondheid, sociale vaardigheden, keuze van vervolgopleidingen en kansen op de arbeidsmarkt. Werkgroep Loopbaanoriëntatie NPRZ De Werkgroep LOB NPRZ vertegenwoordigt alle Rotterdamse schoolbesturen. Deze Werkgroep geeft uitvoering aan Kiezen voor Vakmanschap in de Zorg en de Techniek, daarbij aangestuurd door de Onderwijstafel van het NPRZ. Ze werkt samen met diverse aanbieders en uitvoerders van activiteiten met de scholen in Rotterdam Zuid. Onderwijstafel EMI zit als partner aan de Onderwijstafel, waarin alle schoolbesturen van Rotterdam Zuid, van basisonderwijs tot en met universiteit, zijn vertegenwoordigd. Partneroverleg NPRZ Met het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) werken Rijk, gemeente, onderwijs, zorginstellingen, woningcorporaties en bedrijfsleven aan een nieuw perspectief voor Rotterdam Zuid. Het NPRZ richt zich op het wegwerken van de achterstanden van de bewoners en op het verbeteren van het leven op Zuid. Samen zetten ze hun schouders onder de verbetering van Zuid. Dit moet er toe leiden dat Rotterdam Zuid het over twintig jaar net zo goed doet als de andere drie grote steden in ons land.

H7 Communicatie


p 82

De Afrikaanderwijkcooperatie De Afrikaanderwijk Coöperatie brengt bestaande werkruimtes, ondernemers, producenten, sociale organisaties en de markt samen. We stimuleren duurzame lokale productie, kennisuitwisseling, culturele ontwikkeling en ondernemerschap op basis van een gedeelde verantwoordelijkheid en participatie. Het doel is om van Rotterdam Zuid, en dan specifiek de Afrikaanderwijk, een sterker en kapitaalkrachtiger gebied te maken met betrokken bewoners en ondernemers. Wijknetwerken Afrikaanderwijk, Bloemhof, Carnisse, Oud Charlois, Feijenoord, Hillesluis en Tarwewijk Het wijknetwerk bestaat uit vrijwilligers en professionals. De professionals komen uit allerlei organisaties en instellingen, waaronder scholen. Vrijwilligers kunnen actieve wijkbewoners zijn, of bijvoorbeeld leden van sportverenigingen en levensbeschouwelijke organisaties. Verder maken de medewerkers van VraagWijzer, van het Centrum voor Jeugd en Gezin, en van andere stedelijke loketten deel uit van het wijknetwerk. Het is belangrijk dat zij en de medewerkers in de zorg gebruik maken van de kracht van dit wijknetwerk, en andersom. Samen één in Feijenoord Samen één in Feijenoord staat voor het verbinden en creëren van een sluitend netwerk tussen organisaties uit uiteenlopende sectoren. Het delen van kennis en vaardigheden staan hierin centraal. Door verschillende diensten te verbinden en een sluitend netwerk te creëren, versterken we elkaar in het verlengde van onze eigen doelstellingen. Een netwerk van instellingen voor gezondheidszorg in Feijenoord. Projectgroep Feyenoord City Feyenoord werkt in samenwerking met de gemeente Rotterdam aan Feyenoord City. Het sluit aan op de wensen en de plannen die de gemeente heeft voor dit deel van Rotterdam-Zuid. Het plan voorziet in de herontwikkeling van het gebied rond het huidige stadion, met ruimte voor wonen, werken, sporten en recreëren. Stedelijk CityLab010 EMI zit in de jury van Onderwijs-CityLab010, dat deel uitmaakt van CityLab010, een programma met een half miljoen euro voor onderwijsvernieuwing in onze stad. Innovatieve plannen die aansluiten bij de gemeentelijke notitie Leren Loont Rotterdam worden beoordeeld en al dan niet toegekend. CityLab010 gelooft in de kracht van goed onderwijs, voor kinderen, voor jongeren en voor de stad zelf. Rotterdams Mentoren Netwerk Een Rotterdams netwerk waarin kennis uitgewisseld wordt tussen verschillende soorten mentorprogramma’s in Rotterdam. Resilience Rotterdam Steden die goed weten in te spelen op deze dynamiek zijn niet alleen in staat om te overleven, maar zullen zich juist ook verder ontwikkelen en groeien. Als er een crisis uitbreekt, dan kunnen ze de gevolgen goed opvangen, zich snel herstellen én weer sterker verder. Steden zijn dan ‘resilient’: weerbaar en veerkrachtig. Met steun van 100 Resilient Cities (100RC), pioneered by the Rockefeller Foundation, is onderzocht wat resilience voor Rotterdam zou kunnen betekenen en hoe we daarvoor een strategie zouden kunnen ontwikkelen. Een netwerk voortgekomen uit het netwerk van honderd steden

EMI | Werkplan 2017-2018


p 83

Samenwerking RDM CoE en EMI We zetten de gezamenlijke activiteiten met RDM CoE zowel in de hogeschool als daarbuiten voort daar waar dat nuttig is en voor het komend studiejaar verbonden met Resilient Rotterdam. Zorgvrijstaat Is een Rotterdams netwerk actief in de wijken het Oude Westen, Middelland en het Nieuwe Westen. Zorgvrijstaat werkt aan manieren waarop mensen meer met elkaar voor elkaar kunnen zorgen. Samen met bewoners en organisaties worden voorzieningen opgezet die aansluiten bij behoeften. Tegelijkertijd wordt onderzoek gedaan naar de maatschappelijke baten en kosten van zorg en welzijn in de wijken. Toegewerkt wordt naar een zorg coÜperatie in Rotterdam West waarin we met elkaar voorzieningen organiseren en een stem hebben in de inkoop van zorg en de (beleids)keuzes die op het gebied van zorg en welzijn moeten worden gemaakt. Open Rotterdam Het plan is om samen met Open Rotterdam een mediawerkplaats op te zetten waar we samen met studenten en bewoners verslag uitbrengen van verhalen op Zuid. Verder is Open Rotterdam een prettige mediapartner bij EMI events. Kenniswerkplaats leefbare wijken De werkplaats heeft een tweeledige doelstelling. Enerzijds beoogt de werkplaats een bijdrage te leveren aan kennisontwikkeling op het gebied van leefbare wijken in de gemeente Rotterdam. Anderzijds beoogt de werkplaats bij te dragen aan de uitwisseling en de toepassing van relevante kennis in het bestaande beleid in de gemeente Rotterdam op het gebied van leefbaarheid. Startpunt bij de activiteiten van de kenniswerkplaats zijn altijd in de praktijk levende kennisvragen. Nationaal Werkgroep Next Economy en Next education EMI is partner, samen met andere expertisecentra in de regio en centra voor innovatief vakmanschap (mbo) in het beschrijven van de rol van onderwijs in de werkgroep Next Education, aansluitend bij de ontwikkelingen met betrekking tot de Deltametropool Rotterdam – Den Haag. Via deze werkgroep worden voorstellen voor subsidie voorbereid gericht aan het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI) EMI trekt samen met het Albedacollege het onderwerp resilient cities.

H7 Communicatie


p 84

Internationaal European center for evidence based mentoring Dit is een netwerk dat uitvoerders, coördinatoren van mentorprogramma’s en onderzoekers ondersteunt om kennis en praktijkervaringen te delen met als doel de mentorpraktijken te verbeteren en versterken. Het netwerk is opgezet in samenwerking met het MENTOR / UMB Center for Evidence-Based Mentoring in Boston, VS. Spark Social Interprise – Interreg Spark Social Enterprise is een internationale samenwerking van partners uit België, Engeland, Frankrijk en Nederland en wordt gefinancierd door het kader van het Interreg 2 Zeeën 2014-2020 Programma, ondersteund door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Doel: het verbeteren van het innovatievermogen van sociale ondernemingen, zodat ze solide en duurzame ondernemingen kunnen worden. BRIDGE EMI participeert met drie programmaonderdelen in het programma BRIDGE (Building the Right Investments for Delivering a Growing Economy). BRIDGE is een loopbaanoriëntatieprogramma beginnend op de basisschool en uitmondend in carrierestartgaranties dat met financiering van het Europese fonds Urban Innovative Actions tot stand is gekomen. BAR Overleg met hogescholen Brussel en Antwerpen met betrekking tot gebiedsgebonden maatschappelijke innovatie, vraagstukken rond diversiteit, de aanpak van Mentoren op Zuid en studiesucces. Hogeschool van Gent Met Hogeschool van Gent is regelmatig overleg en uitwisseling van ervaringen over kwetsbare zwangeren.

“Ik vind de intensiteit en de hefboomwerking die in de programma’s zitten heel mooi. Aan de ene kant het NPRZ en aan de andere kant de groeiende groep studenten. Wat opvalt is het ‘jong geleerd, oud gedaan’ principe.” Marco Florijn

EMI | Werkplan 2017-2018


p 85


Organisatie en governance

H8


p 88

H8 Organisatie en governance EMI is een netwerkorganisatie die met HR opleidingen en kenniscentra, samen met praktijkpartners bouwt aan gebiedsgebonden maatschappelijk innovatie. Om recht te doen aan die missie kiezen we voor een organisatiestructuur die fluïde en robuust is, waarin ruimte is voor langdurige focus, nieuwe netwerkpartners en bestendiging van uitkomsten in praktijk en onderwijs.

8.1

Bestuurlijke organisatie De organisatie bestaat uit een stuurgroep en een programmaraad waarin gezaghebbende en toonaangevende experts op het gebied van maatschappelijke innovatie zitting hebben. De stuurgroep is verantwoordelijk en schept de kaders voor de (door)ontwikkeling van EMI, zowel inhoudelijk en financieel als bestuurlijk/juridisch. De stuurgroep bestaat uit twee leden die HR onderwijs en onderzoek vertegenwoordigen: 1. Vertegenwoordiger College van Bestuur Hogeschool Rotterdam 2. Directeur NPRZ. De taak van de programmaraad is advisering van de directeur vanuit een groter en breder perspectief van maatschappelijke trends. De programmaraad zorgt voor het leggen van verbindingen binnen en buiten de regio, signaleert kansen en ontwikkelingen en treedt op als promotor en ambassadeur van EMI. De programmaraad bestaat uit zes gezaghebbende leden met expertise op de thema’s: • stedelijke ontwikkeling en architectuurgeschiedenis • gezondheidszorg • culturele diversiteit/sensitiviteit • journalistiek en media • politiek • (stads)sociologie • sociale psychologie • jeugdstudies. De raad wordt voorgezeten door de directeur van Kenniscentrum Talentontwikkeling van Hogeschool Rotterdam. Voor het programma Mentoren op Zuid is een aparte stichting opgericht onder de naam Stichting Studentmentoren Rotterdam. In het bestuur van deze stichting hebben zitting: een lid van het College van Bestuur van de hogeschool, de directeur EMI, een lid van het college van bestuur van de STC-Groep (tevens voorzitter), de directeur en de programmamanager van Stichting De Verre Bergen. Voor de komende jaren is een nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen NPRZ – EMI in voorbereiding.

EMI | Werkplan 2017-2018


p 89

8.2

Uitvoerende organisatie De directeur draagt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de activiteiten van EMI en zorgt dat dit gebeurt door middel van de in de stuurgroep vastgestelde jaarwerkplannen. De programmadirecteur is verantwoordelijk voor de inhoudelijke en financiële verantwoordingscyclus en treedt op als secretaris van de stuurgroep en programmaraad. De directeur geeft leiding aan een team dat de verdere ontwikkeling van EMI inhoudelijk vorm geeft. Dit team bestaat uit programmaleiders van CoP’s (Communities of Practice) die samen met de partners, docenten, studenten en onderzoekers programma’s uitvoeren die verbonden zijn aan de vier aandachtsgebieden: onderwijs, werk, zorg & welzijn en wonen. De programmaleiders zijn inhoudelijke experts met skills op het gebied van het leiden van complexe programma’s. Zij hebben zowel inhoudelijke kennis over het maatschappelijk vraagstuk als kennis van onderwijs en onderzoek van Hogeschool Rotterdam. Zij weten via hun stedelijke netwerk partners te vinden die mee zouden kunnen werken aan de oplossingen in Communities of Practice (CoP’s). Met verschillende partners zijn meerjarige samenwerkingsconvenanten afgesloten. Het backoffice wordt verzorgd door het OKC (= Ondersteuningsbureau Kennis- en expertisecentra). Het ondersteuningsbureau van EMI bestaat uit een financiële, een personele, een secretariële/ beleidsassistent en communicatie- en marketingmedewerkers. Werken in Communities of Practice kent een aantal functies en kenmerken. Het is een werkvorm die uitgaat van learning by doing. Functies van CoP’s 1. Communicatie en netwerkvorming (zowel online als on-site) • Verbeteren vakmanschap • Samenwerken en samen leren • Delen van kennis • Etaleren van resultaten • Contacten leggen • Contacten onderhouden 2. Kennisvorming (zowel online als on-site) • Kennis opdoen • Kennis bewaren (archiveren) • Kennis vindbaar maken, beschikbaar stellen, toegankelijk maken • Kennis verrijken • Kennis etaleren (delen) en verkopen Kenmerken van CoP’s • De CoP richt zich op complexe vraagstukken met een onzekere context en meerdere oplossings­ mogelijkheden. Inzet van kennis van verschillende disciplines kan leiden tot innovatieve oplossingen. • Elke CoP bestaat uit een klein, multidisciplinair netwerk van praktijk, onderwijs en mogelijk onderzoek en gaat uit van een horizontale structuur: ieder lid brengt specifieke kennis in. • De vraagstelling komt altijd vanuit de praktijk. • Wisselende groepen studenten werken mee in CoP’s. • De CoP werkt aan een vraagstuk dat niet alleen relevant is voor de problematiek de haven en bewoners op Zuid, maar ook voor het onderwijs en de beroepspraktijk. • Elke CoP staat in verbinding met de andere CoP’s. • Opbrengst en resultaten van CoP’s worden regelmatig digitaal en in expertmeetings gepresenteerd. • De uitkomsten van de CoP zijn om te zetten in de praktijk en in nieuw toekomstbestendig onderwijs. • Iedere CoP wordt gecoördineerd door een vaste medewerker, tussentijds kunnen de rollen ook wisselen.

H8 Organisatie en governance


p 90

8.3

Organigram

Onderwijs

Werken

Children’s zone

Loopbaanoriëntatie

Onderwijs Onderzoek

(CoP’s) Communities of Practice

Praktijk

Mentoren op Zuid Ouders op Zuid

BRIDGE* Wetenschap & Technologie en LOB

Thuis in Taal

MoZ en LOB

Ouderbetrokkenheid en LOB

Ouderbetrokkenheid en LOB

Gereedschapskist

Sociaal ondernemerschap Rotterdams onderzoek naar Onbenutte Talenten Maatschappelijke kostenen batenanalyse Sociaal ondernemerschap symposium Civic crowdfunding * Programma in opbouw in samenwerking met NPRZ, gemeente Rotterdam en partners op Zuid.

EMI | Werkplan 2017-2018


p 91

Zorg & Welzijn

Wonen

Maatschappelijke ondersteuning & Zorginnovatie

Urban Innovation

Mama’s Garden

Sense of the City

Gezond op Zuid

Urban Innovation & Resilience

Frontlijnaanpak*

Mapping & Monitoring Resilience Maashaven Dynamics Resilient Reyeroord Vastgoedtransformatie en Gebiedsontwikkeling

* Programma van ISO in samenwerking met Bureau Frontlijn

H8 Organisatie en governance


p 92

Bijlagen 1.

Stuurgroep Angelien Sanderman

lid College van Bestuur Hogeschool Rotterdam

Marco Pastors

directeur NPRZ

Programmaraad Frans Spierings

lector Opgroeien in de Stad Hogeschool Rotterdam en programmadirecteur Kenniscentrum Talentontwikkeling

NaĂŻma Azough

voormalig Kamerlid, opgegroeid in Rotterdam Zuid, journaliste en documentaire maker

Simone Rots

partner Crimson (stedenbouw en architectuur) en architectuurhistoricus

Atabey EnyĂźrek

medicus, bedrijfskundige en bestuurslid Kring Rotterdam

Marco Florijn

lid partijbestuur van de PvdA en lid curatorium Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA

Iliass El Hadioui

promovendus Sociologie Erasmusuniversiteit op stadssociologie, sociale psychologie, jeugdstudies

EMI | Werkplan 2017-2018


p 93

2.

Medewerkers EMI Carolien Dieleman Directeur j.c.f.h.dieleman@hr.nl Sabine Maertens Hoofd marketing & communicatie s.maertens@hr.nl Angèle Diesfeldt Redacteur online media a.g.m.diesfeldt@hr.nl Marjon Schrama Beleidsondersteunend medewerker m.j.c.schrama@hr.nl Julia van Olffen Medewerker communicatie j.van.olffen@hr.nl Pauline Krebbers Adviseur Communicatie p.p.krebbers@hr.nl Nienke Fabries Programmamanager Mentoren op Zuid n.m.fabries@hr.nl Margriet Clement Programmamedewerker Mentoren op Zuid m.h.m.clement@hr.nl Soesja Pijlman Programma-assistent Mentoren op Zuid s.m.pijlman@hr.nl Mariëtte Lusse Lector Ouders op Zuid m.e.a.lusse@hr.nl Martine van der Pluijm Onderzoeker Thuis in Taal m.s.van.der.pluijm@hr.nl Monique Strijk Onderzoeker Ouders en Loopbaanoriëntatie m.b.strijk@hr.nl Karlijn van Alten Programmamedewerker Mentoren op Zuid s.k.van.alten@hr.nl Gert-Jan van der Maas Programmaleider Social Return en medewerker Mentoren op Zuid g.j.j.maas@hr.nl Tamara van Heel Programmaleider Techniek op Zuid t.i.van.heel@hr.nl Jos Heinerman Programmaleider BRIDGE j.s.heinerman-leijdekker@hr.nl Ingrid van der Velden Programmamedewerker Techniek op Zuid i.van.der.velden@hr.nl Ard van Pelt Programmamedewerker Techniek op Zuid g.van.pelt@hr.nl Wietske Willemse Programmaleider Nieuw in 010 w.k.m.willemse@hr.nl Samira Kossir Programma-assistent Nieuw in 010 s.kossir@hr.nl Joke Mulder Programmaleider Gezond op Zuid j.w.mulder@hr.nl Marina Meeuwisse Programmaleider Sense of the City: leefwereldonderzoek m.meeuwisse@hr.nl Arjen van Susteren Programmaleider Urban Innovation a.w.c.susteren@hr.nl Mark Wissing Programmamedewerker Urban Innovation m.wissing@hr.nl Vincent Schipper Programma-assistent Urban Innovation v.j.schipper@hr.nl

Bijlagen


p 94

3.

Samenwerkingspartners 100RC / Rockefeller Foundation Active Health Group Afrikaanderwijk Coöperatie Agnesschool AIR Airbus Alsare Arcadis Avicenna College Beatrixschool Benefits for Kids Bewonersadviesraad Bibliotheek Rotterdam Big Brothers en Big Sisters BOOT Oost BS Cosmicus Bureau Frontlijn Buro Ja Care XL Center for Health Promotion Rotterdam Centrum voor Jeugd en Gezin Champs on Stage Charlois aan het Water CJG Cosmicus CPS voor onderwijsontwikkeling en advies Creatief Beheer Crimson CSG Calvijn Cultuurscouts Rotterdam De Klinker De Globetrotter Afrikaanderplein De Kameleon De Katrol De Nieuwe Kans de Passie De Savornin Lohmanschool de Sleutel De Triangel Deltalinqs Deltametropool Dock Dona Daria DRIFT ECHO EIC Elena van Loon Enactus Erasmus Universiteit Rotterdam Ernst & Young Essalam Moskee ETF Leuven European Center for Evidence Based Mentoring FAVAS /RVDB Feyenoord City Fietsersbond GBS het Kompas Gelijke Kansen Aliantie OCW Gemeente Rotterdam Gerser media Gezondheidscentrum Care XL Gezondheidscentrum Gezond op Zuid Gezondheidscentrum Lijn2 GGD Hart van Zuid Havensteder Het loopbaancollectief Echo Hogeschool Inholland

EMI | Werkplan 2017-2018

Hogeschool Utrecht Hogeschool van Amsterdam Home-Start Horizon Jeugdzorg House of Hope Ibn-I Sina ik laat je niet alleen iMentor Integral City Platform International center for evidence based mentoring International Film Festival Rotterdam JINC JOZ Kameleon Kamer van Koophandel KBS Oscar Romeroschool Laurens Zorggroep Lelie zorggroep Lijn 2 LMC Huismanstraat LMC Montfort LMC Palmentuin LMC Slinge LMC Talingstraat LMC Veenoord LMC Zuiderpark Maakotheek Maasstad Ziekenhuis Magnoliahuis Marcada Projecten Maritiem Museum Meijer Realty Partners Metropoolregio Rotterdam Den Haag MIJ Ministerie OC&W Ministerie SZW Ministerie van BZK Ministerie van OCW MOB MRDH Museum Rotterdam Nationaal Programma Rotterdam Zuid Nelson Mandela Nieuw Zuid NIVOZ OBS Bloemhof OBS Charlois OBS de Globe OBS de Kleine Wereld OBS de Toermalijn OBS Nelson Mandela Olympia College OM Open Universiteit Panteia Passie op Zuid Patching Zone PCBO PCBS Willem van Oranje Peutercollege Platform 31 Politie Landelijke Eenheid Politie Rotterdam Politieacademie Port of Rotterdam Powerboat Praktijk Mozaïek Rabo Rotterdam Festivals Rabobank Rebel Groep

Regieversterkendhandelen Resilient Rotterdam Rijksvastgoedbedrijf Roadmap Next Economy ROC Albeda ROC Zadkine Rotterdam Reslience Strategy Rotterdam Vakmanstad Rotterdams network mentoring RVC De Hef RVKO Samen één in Feijenoord Schreuderstichting Seastarters SEOR – Erasmus School of Economics. Sezer voor Diversiteit SGBO SO Laurens Cupertino Social Impact Finance Sonnevanck SPARK Social Enterprise Spin Ontwikkelaars Starters Academie STC Group Sterk Team Stichting Aanzet Stichting Appvoeding Stichting BOOR Stichting De Verre Bergen Stichting Formaat Stichting IkZitopZuid Stichting Kunst Accommodatie Rotterdam Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam Stichting Lezen & Schrijven Stichting Lokaal Stichting Mano Stichting Peer Assisted Learning Stichting Peuter en Co Stichting Rotterdam Kookt Stipo Technieklokaal Theater Zuidplein Thomas More PABO Thuis op Straat TNO TUDelft U Create Expertisecentrum Utrecht Van der Most Bedrijven Veerhuis Bouwsystemen Veldacademie Vereniging Zorgboulevard Verhalenhuis Belvedère Verloskundigen op Zuid Vestia Groep VHTO Vitaal Pendrecht Vitbuck Architecten VoorleesExpres VP Delta Vreewijk Lyceum VVE010 Werkplaats Rotterdam Wetenschapsknooppunt ZH Wijkteam Feijenoord Wilhelminaschool Woonbron Woonstad Yes we care Zaken Expert Zorgbelang Zuid-Holland Zorgvrijstaat Rotterdam West


p 95

4.

Lijst afkortingen Hogeschool Rotterdam CMD

Communication and Multimedia Design (opleiding van CMI)

CMI

Instituut voor Communicatie, Media en Informatietechnologie

EAS

Instituut voor Engineering en Applied Science

IBK

Instituut voor Bedrijfskunde

IFM

Instituut voor Financieel Management

IGO

Instituut voor Gebouwde Omgeving

ISO

Instituut voor Sociale Opleidingen

IVG

Instituut voor Gezondheidszorg

IVL

Instituut voor Lerarenopleiding

KBI

Kenniscentrum Business Innovation

KCC

Kenniscentrum Creating 010

KCD

Kenniscentrum Duurzame HavenStad

KCTO

Kenniscentrum Talentontwikkeling

KCZI

Kenniscentrum Zorginnovatie

Lero

Lerarenopleidingen, gericht op voortgezet onderwijs (opleidingen van IvL)

Pabo

Opleiding tot leraar Basisonderwijs (opleiding van IvL)

RDM CoE

RDM Centre of Expertise

ROP

Ruimtelijke Ordenings Planologie (opleiding van IGO)

V&M

Vastgoed en Makelaardij (opleiding van IGO)

WdKA

Willem de Kooning Academie

OP

Staat voor onderwijsperiode, een lesperiode van 10 studieweken. In studiejaar 2017-2018 zijn deze als volgt: OP 1: sep-nov, OP 2: nov-feb, OP 3: feb-apr, OP 4: apr-juli

Colofon Eindredactie Vormgeving Fotografie

Bijlagen

Angèle Diesfeldt stof rotterdam Marina Meeuwisse


Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie Centre of Expertise Sociatal Innovation EMIopzuid@hr.nl 010 794 5946 Postbus 25035 3001 HA Rotterdam

www.emiopzuid.nl

Centre of Expertise Sociatal Innovation Rotterdam Zuid

EMI werkplan 1718  

Het vijfde werkplan van Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie. Graag niet printen. Mocht u het werkplan graag in hardcopy willen ontva...

EMI werkplan 1718  

Het vijfde werkplan van Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie. Graag niet printen. Mocht u het werkplan graag in hardcopy willen ontva...

Advertisement