Page 1

het geheel is meer dan de som der delen werkplan 2016-2017


Inhoud

“Mijn ervaring is, dat samenwerken met EMI betekent dat er een hele grote deur voor je opengaat naar Rotterdam Zuid.� J. Verweij, docent IvG

EMI | Werkplan 2016-2017


p3

Inleiding H1 Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8

Omgevingsanalyse Visie Hogeschool Rotterdam en EMI Missie Strategie Programmapijlers Doelstellingen Meerwaarde Werkwijze

4 7 8 15 16 16 17 18 18 19

H2 Programma’s

23

2.1 2.2

24 26

Lerend innoveren op Zuid Programmaschema

H3 Onderwijs | Children’s zone

29

3.1 3.2

Mentoren op Zuid Ouders op Zuid 3.2.1 Verbeteren samenwerking met ouders 3.2.2 Versterken pvoedkracht ouders 3.2.3 Professionalisering

30 32 32 36 39

H4 Werken | Loopbaanoriëntatie

43

4.1

44 45 45 47 51

4.2 4.3

Techniek op Zuid 4.1.1 Aanbod basisschool 4.1.2 Scholing leerkrachten basisschool Social Return Bridge

H5 Maatschappelijke ondersteuning & Zorginnovatie

55

5.1 5.2

56 58 59 60 62

5.3

Nieuw in 010 Gezond op Zuid 5.2.1 Aanbod basisschool 5.2.2 Scholing leerkrachten basisschool Frontlijnaanpak

H6 Wonen | City Life

65

6.1 6.2

66 69

Sense of the City Urban Innovation

H7 Communicatie en Marketing

71

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7

72 73 74 75 76 76 77

Imago vs identiteit Doelstelling Doelgroepen Aanpak Middelen Vooruitblik – evenementen en netwerkbijeenkomsten Netwerken

H8 Organisatie en governance

79

8.1 8.2 8.3

80 81 82

Bestuurlijke organisatie Uitvoerende organisatie Organigram

Bijlagen

84

1 2 3 4

84 85 86 87

Stuurgroep en Programmaraad Medewerkers EMI Samenwerkingspartners Lijst afkortingen HR

Inhoud


p4

het geheel is meer dan de som der delen Met de oprichting van de expertisecentra stelt Hogeschool Rotterdam zich in staat om zich, naast de focus op excellent bacheloronderwijs, krachtig te profileren als innovatiepartner voor haven en stad Rotterdam. Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie (EMI) is partner in het oplossen van complexe vraagstukken op Rotterdam Zuid. De titel van ons laatste en vierde werkplan over de periode 2014–2017 luidt ‘het geheel is meer dan de som der delen’, een uitspraak van Aristoteles, een belangrijke filosoof uit de Oudheid, die uitgaat van een holistische kijk op het leven. Het centrale begrip is synergie, een woord dat wordt gebruikt voor een situatie waarin het effect van een samenwerking groter is dan elk van de samenwerkende partijen afzonderlijk zou kunnen bereiken. Als we het vertalen naar EMI zie we dat er samenhang en synergie ontstaat tussen de verschillende programma’s, die niet of moeilijker zou worden bereikt als die programma’s afzonderlijk van elkaar zouden zijn uitgevoerd in verschillende delen van de stad. Dat is dan ook de meerwaarde van centres of expertise die deze synergie mogelijk maken door de wijze waarop gewerkt wordt aan complexe vraagstukken in communities of practice die een multidisciplinair karakter hebben. We zien bij EMI dat er steeds meer samenhang tussen de programmapijlers onderwijs, werk, wonen, welzijn & gezondheid ontstaat. Zowel binnen de pijlers zelf, als in de dwarsverbanden met de andere pijlers. Een prachtig voorbeeld hiervan is het programma BRIDGE, Building the Right Investments for Delivering a Growing Economy, gefinancierd door het Europese fonds Urban Innovative Actions. Tijdens het opstellen van het werkplan vernamen we tot onze vreugde dat de Europese subsidie is toegekend. EMI participeert hierin met verschillende programmaonderdelen waar we al volop mee bezig waren en die nu in samenhang met elkaar en met de activiteiten van de partners verder opgebouwd kunnen gaan worden in een periode van drie jaar. In BRIDGE komen alle onderwijspartners samen met werkgevers, NPRZ en de gemeente tot een gezamenlijke aanpak om kinderen vanaf de basisschool via het voortgezet onderwijs zo toe te rusten dat zij aan het einde van hun school via carrière startgaranties van werkgevers en aangesloten bedrijven naar passend werk toegeleid kunnen worden. Aandacht voor de talenten van kinderen staat centraal bij deze aanpak. Het programma gaat in 2017 van start en richt zich zowel op de professionals in werk en onderwijs, als op de leerlingen en hun ouders. Het biedt ook mogelijkheden (technologisch) gereedschap te ontwikkelen. De synergie moet juist daar ontstaan waar zich breuklijnen voordoen van po naar vo, van school naar werk, van ouders naar school, van werk naar ouders enz. Met het BRIDGE programma gaan we hier een collectieve en samenhangende aanpak op loslaten vanuit de werkgroep Loopbaanoriëntatie van de Onderwijstafel van NPRZ.

EMI | Werkplan 2016-2017


p5

We zien ook synergie ontstaan tussen gezondheid en de inrichting van de openbare ruimte, tussen het programma Mentoren op Zuid en loopbaanoriÍntatie. Tussen kwetsbare en veerkrachtige bewoners. Tussen het programma Nieuw in 010 gericht op zwangeren, Mama’s Garden, een programma voor moeders met jonge kinderen, en het programma Ouders op Zuid. Tussen technologische en maatschappelijke innovaties. We verbinden de kennis en kunde van de partners op Zuid met het onderwijs en onderzoek van de hogeschool en andersom. De kenniscentra spelen een belangrijke rol in het aandragen van praktijkgericht onderzoek. Van deze onderzoeksgegevens kunnen we via EMI en in nauw overleg met de opleidingen beroepsproducten en eigentijds onderwijs van maken. We zullen in 2017 terug te blikken op de opbrengsten van vier jaar EMI op Zuid en ons voorbereiden op een nieuwe periode van vier jaar. Hierbij zullen we aansluiting zoeken bij NPRZ en de toekomstverkenningen van de stad: het masterplan onderwijs, de toekomstverkenning van de sociale sector en het internationale netwerk Resilient Cities, waar Rotterdam Vitale Stad deel van uitmaakt. Ook zullen we EMI met de aanpak van gebiedsgebonden maatschappelijke innovatie, presenteren in het netwerk Next Education van de Deltametropool Rotterdam – Den Haag. Daar waar gewenst en mogelijk kunnen we vanuit dit netwerk regionale verbindingen maken. Naar landelijke trends en ontwikkelingen hebben we eveneens gekeken. De samenvatting van de publicatie van het Sociaal Cultureel Plan Bureau, de sociale staat van Nederland 2015 hebben we opgenomen in het algemene deel van het werkplan. We zullen, ten slotte, weer veel aandacht besteden aan de prominente rol van docenten en studenten in het EMI programma door goed te luisteren naar de kennis en kunde van docenten, uitnodigend te zijn naar mogelijkheden te participeren en deel te nemen aan masterclasses en andere vormen van deskundigheidsbevordering. We hebben een van de docenten waar we mee samenwerken gevraagd een inleiding bij ons programma te schrijven over de rol van docenten. Een ander aandachtspunt is een sterke samenwerking op te zetten met het centre of expertise RDMhaven en meer gezamenlijk op te trekken in de profilering van de centra in en om de hogeschool, de regio, landelijk en internationaal. Wat EMI betreft geldt ook voor de hogeschool dat het geheel meer is dan de som der delen. We zijn er trots op ons via het onderwijs en de kenniscentra te verbinden met de hogeschool en via EMI de hogeschool te verbinden met stedelijke, landelijke en internationale ontwikkelingen op het gebied van maatschappelijke innovatie. We kijken uit naar 2017! Carolien Dieleman, 21 oktober 2016

Centre of Expertise Social Innovation Rotterdam Zuid

Inleiding


Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie

H1


p8

H1

Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie Vanuit de analyse van landelijke ontwikkelingen, in de samenleving ĂŠn de Rotterdamse regio, en de ambitie van Hogeschool Rotterdam, formuleren we de visie, de missie en de doelen van Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie op Rotterdam Zuid.

1.1

Omgevingsanalyse Rotterdam is een stad waarvan de bevolkingssamenstelling in enkele decennia sterk is veranderd. Daarnaast staat een groot deel van de bevolking op sociale en economische achterstand ten opzichte van de rest van Nederland en de andere grote steden. In Rotterdam Zuid is dat het meest zichtbaar. Daar stapelen de problemen zich op sociaal, economisch en fysiek gebied op. De hardnekkigheid van de problematiek, bevestigd in De sociale staat van Nederland 2015 van het SCP, is reden voor rijk, gemeente en partners uit onderwijs en bedrijfsleven om gedurende twintig jaar (2011-2031) samen te werken in Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ). Het bestaansrecht voor een expertisecentrum maatschappelijke innovatie in Rotterdam Zuid komt voort uit drie lagen van verandering. Op de eerste plaats ontwikkelingen in de samenleving, daarnaast de specifieke kenmerken van Rotterdam Zuid en tot slot de ontwikkelingen binnen Hogeschool Rotterdam. Maatschappelijke veranderingen: de sociale staat van Nederland 2015 Relevant voor ons expertisecentrum is om de samenhang te zoeken tussen maatschappelijke trends en vraagstukken op Zuid. Daarom geven we hier de samenvatting van de tweejaarlijkse publicatie De sociale staat van Nederland 2015 (SSN) van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Geen verdere achteruitgang in de kwaliteit van leven voor de meeste Nederlanders In 2012 verslechterde de leefsituatie in Nederland, de eerste verslechtering in dertig jaar. Uit de meest recente gegevens blijkt dat de verslechtering daarna niet heeft doorgezet: in 2014 is de leefsituatie voor de meeste Nederlanders gelijk aan die in 2012. De economische crisis lijkt daarmee geen verdergaande verslechtering tot gevolg te hebben. Middengroep is niet simpel te omschrijven als de groep die de zwaarste klappen opving In deze SSN is speciaal aandacht geschonken aan de kwaliteit van leven van ‘de middengroep’, hier omschreven als de mensen met een middelbare opleiding. Er is geen eenduidig algemeen beeld te geven van de middengroep: soms zijn ze minder goed af dan andere groepen, soms niet. Het inkomen van de middengroep ging er na de crisis iets meer op achteruit dan dat van andere groepen en ook was er iets hogere werkloosheid. Op andere terreinen is het beeld divers. De achteruitgang in inkomen lijkt geen gevolgen te hebben voor hun gezondheid, vrijetijdsbesteding, huisvesting of tevredenheid met het leven.

EMI | Werkplan 2016-2017


p9

‘De’ middengroep bestaat niet De middengroep is echter niet homogeen en bestaat uit meer en minder kwetsbare mensen; er zijn grote verschillen in leefsituatie tussen mensen met verschillende maar relatief dicht bij elkaar liggende onderwijsniveaus. De leefsituatie van mensen met een opleiding op mbo-2/3-niveau is minder goed en bovendien verslechterd tussen 2008 en 2014 in vergelijking met die van mensen op mbo-4- of havo-niveau. Feitelijk blijkt dat er geen zuivere discussie te voeren is met het begrip ‘middengroep’. De grenzen waarmee bepaald kan worden wie er wel en wie er niet toe behoren, zijn vaag en kneedbaar; daarmee is de omvang van de groep dat ook, evenals de diversiteit aan mogelijkheden, en gerealiseerde kwaliteit van leven. De in het maatschappelijke debat vaak gehoorde ferme uitspraken over de klappen die deze groep aldoor zou krijgen, behoeven daarom nuancering. Aantal kwetsbare burgers na jarenlange stijging nu stabiel op een vijfde van de bevolking Sinds het begin van de crisis is het aandeel kwetsbare burgers in Nederland gestegen, van 22% in 2008 tot 27% in 2013. In 2014 is het aandeel niet verder gestegen. Personen zijn kwetsbaar als zij deel uitmaken van een huishouden met weinig inkomen, laag opgeleid zijn, geen werk hebben of in slechte gezondheid verkeren. Kwetsbaarheid is niet willekeurig verdeeld over de bevolking. Groepen die te maken hebben met een grotere kans op een kwetsbare positie en een stapeling van kwetsbare posities zijn eenoudergezinnen (43%), niet-westerse migranten (42%) en huishoudens woonachtig in een achterstandswijk (41%). De tevredenheid van de Nederlanders is nauwelijks achteruit gegaan sinds de crisis; we maken ons wel zorgen over de toekomst De tevredenheid met het leven in het algemeen is groot: gemiddeld geven Nederlanders er het rapportcijfer 7,8 aan. De afgelopen tien jaar zijn we iets gelukkiger geworden. Sinds het begin van de crisis in 2008 zijn we echter iets minder gelukkig geworden. De crisis heeft dus wel enig effect op het geluksgevoel in Nederland, maar dat effect is klein. Nederland is in Europees perspectief zeker geen ontevreden natie. Nederlanders zijn relatief positief over hoe het gaat met het land, opvallend positief over de nationale politiek en meer dan gemiddeld ‘voor Europa’. Opvallend is de relatief grote zorg in Nederland over de toekomst. De verwachting is dat de volgende generatie het eerder moeilijker dan makkelijker krijgt. Nederlanders verkeren in meerderheid in goede gezondheid. Levensverwachting stijgt nog steeds De gezondheid van de meeste Nederlanders is goed. De levensverwachting bij de geboorte stijgt nog steeds en is nu 83,3 jaar voor vrouwen en 79,9 jaar voor mannen. In de periode 2003-2013 is de levensverwachting voor vrouwen met 2,1 jaar gestegen en voor mannen met 3,2 jaar. De levensverwachting voor 80-jarigen laat over de jaren 2003-2011 een vrij snelle stijging zien. In Nederland waren de babysterfte en de perinatale sterfte in 2004 erg hoog in vergelijking met omringende landen. Inmiddels is perinatale sterfte tussen 2004 en 2010 gedaald naar het Europese gemiddelde. Gezondheid en ziekte zijn niet evenredig verdeeld in de bevolking. Voor de levensverwachting bij de geboorte bestaat een verschil van ruim 6 jaar tussen laag- en hoogopgeleiden, en het verschil in de levensverwachting in goede gezondheid is zelfs bijna 20 jaar. Dit is een hardnekkig verschil. De koopkracht van veel groepen Nederlanders nog niet geheel terug op het niveau van voor de crisis Qua koopkrachtontwikkeling gingen in de periode 2004-2007 alle bevolkingsgroepen er nog op vooruit. Daarna werden de effecten van de economische crisis voelbaar. Veel groepen hebben zich hiervan nog niet helemaal hersteld. Dat geldt met name voor de winstinkomens (-5%), de eenverdienershuishoudens (-4%), de WW-uitkeringsgerechtigden (-4%), degenen met een prepensioen (-3%) en de alleenstaanden die jonger zijn dan 65 jaar (-3%). Deze groepen genoten in 2013 een lagere welvaart

H1 Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie


p 10

dan in 2004. Tot de categorieĂŤn die er in vergelijking met 2004 op vooruit zijn gegaan, moeten vooral de tweeverdieners (+6%) worden gerekend, evenals de eenoudergezinnen, de niet-westerse migranten (beiden +4%) en de gepensioneerden (+3%). Opleidingsniveau van de bevolking stijgt gestaag; vooral vrouwen doen het goed Al jaren stijgt het opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking. Het aandeel van de bevolking dat maximaal basisonderwijs of een vmbo-opleiding heeft gevolgd, is ook in het afgelopen decennium verder afgenomen en het aandeel met een afgeronde hbo- of academische opleiding is verder toegenomen (van 28% in 2004 tot ruim 35% in 2014). Vrouwen doen het beter dan mannen en die voorsprong loopt almaar verder op. In het afgelopen decennium is het opleidingsniveau van mensen met een niet-westerse gemiddeld gestegen, vooral door de onderwijsdeelname van de hier geboren tweede generatie. Echter, ook het niveau van de autochtone bevolking steeg, waardoor de mensen met een niet-westerse achtergrond hun achterstand op de autochtone Nederlandse bevolking nog niet hebben ingehaald. Arbeidsmarkt op vele fronten in beweging: sterke groei tijdelijk werk, arbeidsparticipatie ouderen stijgt gestaag De arbeidsmarkt herstelt zich langzaam van de crisis: het aantal vacatures neemt toe, terwijl het aantal banen stabiliseert. Ook het percentage werklozen stabiliseert rond 7%. De hoogte van de werkloosheid onder jongeren en vooral onder niet-westerse migranten is echter 1,5 tot 2 keer zo hoog als het gemiddelde. Dit is een hardnekkig verschil. Opvallend is dat de werkloosheid onder 55-64-jarigen stijgt en (historisch) hoog is, terwijl die in andere leeftijdsgroepen over het hoogtepunt heen lijkt te zijn. In vergelijking met de rest van Europa groeit het tijdelijk werk voor alle opleidingsniveaus in Nederland sterk. Onder laagopgeleiden groeide tijdelijk werk in Nederland sinds 2004 van 17% tot 24%. Onder hoogopgeleiden was de stijging van 10% tot ruim 14%. Van de onderzochte landen is Nederland het enige land waar de groei van tijdelijk werk voor alle opleidingsniveaus meer dan 20% was. De overheid wil de arbeidsparticipatie van ouderen vergroten, om zo de gevolgen van de vergrijzing op te vangen. Het afbouwen van de mogelijkheden om vervroegd met pensioen te gaan, heeft al langere tijd effect: de netto participatie in de leeftijdsgroep 55-64 jaar was in 2014 60%, tegenover 43% in 2004. De groep werkenden van 65-69 jaar nam het afgelopen decennium toe van 7,8% tot ruim 13% medio 2015. Maatschappelijke betrokkenheid verandert van karakter De frequentie waarmee de Nederlanders sociale contacten onderhouden veranderde nauwelijks tussen 2004 en 2014; tussen 2006 en 2011 is er wel een daling waargenomen in de tijd die besteed wordt aan sociale contacten. Op de langere termijn (sinds 2004) laten de cijfers van het aandeel Nederlanders dat zich als vrijwilliger inzet nauwelijks veranderingen zien. Kijken we echter naar een kortere termijn (2012-2015), dan is het aantal vrijwilligers eerder iets af- dan toegenomen. Wel blijkt dat mensen die vrijwilligerswerk doen, daar de laatste jaren meer tijd aan besteden. Er zijn indicaties dat Nederlanders zich op lokaal niveau vaker inzetten, bijvoorbeeld in kleine informele verbanden, coĂśperaties of burgerinitiatieven. Ook de politieke participatie is aan het veranderen: Nederlanders demonstreren minder snel, schakelen minder snel een politieke partij in, gaan ook minder vaak naar een inspraak- of discussiebijeenkomst en nemen minder vaak contact op met een politicus of ambtenaar. Deze vormen van politieke participatie zijn afgenomen. Daarentegen zijn tegenwoordig meer Nederlanders via het internet politiek actief en is eveneens het boycotten van producten toegenomen (bijvoorbeeld omdat ze milieuonvriendelijk zijn of door kinderen gemaakt zijn). Internationaal gezien is het politieke vertrouwen in Nederland overigens hoog.

EMI | Werkplan 2016-2017


p 11

Veelvoorkomende criminaliteit neemt verder af volgens zowel burgers als de politie Met 337 delicten op 1000 personen rapporteerden Nederlanders in 2014 de minste criminaliteit sinds jaren. Niet al deze slachtofferervaringen komen onder de aandacht van de politie, die in 2014 ook een afname registreerde. Het aantal aangehouden verdachten is afgenomen van 238.000 in 2005 tot 176.000 in 2013. Vooral het aandeel minderjarigen (12-17 jaar) onder hen is vanaf 2007 sterk gedaald, van 13,5% naar 8% in 2014. De veiligheidsbeleving van de burgers is ook verbeterd. In 2014 gaf 36% van de Nederlanders aan zich weleens onveilig te voelen – een geleidelijke afname met 8% vanaf 2010. Slechts half zo veel mensen (18%) voelt zich weleens onveilig in de eigen woonbuurt, een aandeel dat nagenoeg onveranderd is sinds 2008. De ruimtelijke contrasten binnen Nederland nemen toe De ruimtelijke contrasten binnen Nederland nemen toe. Terwijl veel steden groeien en jongeren blijven aantrekken, doet zich in landelijke, perifere gebieden en een deel van de randgemeenten bevolkingsdaling en vergrijzing voor. Hoewel in steden zich enerzijds maatschappelijke problemen als armoede concentreren, kenmerken stedelijke gemeenten zich anderzijds ook door een hoog aandeel hoogopgeleiden, terwijl lager en middelbaar opgeleiden vaker in matig of niet-stedelijke gemeenten wonen. Er zijn in Nederland ingrijpende demografische veranderingen gaande met sociale gevolgen Demografische ontwikkelingen als vergrijzing en verkleuring van de bevolking en verdunning van huishoudens hebben – zelfs al binnen een korte termijn van 15-20 jaar – grote gevolgen voor de leefsituatie met betrekking tot gezondheid, participatie, werken, recreatie, mobiliteit en wonen. Het aantal alleenstaanden stijgt veel sterker dan het aantal meerpersoonshuishoudens. Van de ruim 7,6 miljoen huishoudens in Nederland is 37% nu een eenpersoonshuishouden, 29% een meerpersoonshuishouden zonder kinderen, 34% een huishouden met kind(eren) en 7% een eenoudergezin. De vergrijzing gaat verder: het aandeel 65-plussers was in 2002 nog 13,6%, nu is dat bijna 18%. Ook zien we een verder stijgend aantal echtscheidingen: inmiddels eindigt 38% van de huwelijken in een echtscheiding. De (gezondheids)zorg zal zich, nog meer dan nu al het geval is, moeten richten op hoogbejaarde ouderen. Doordat er minder volwassen kinderen zijn – en kinderen die er zijn, wonen vaak niet meer in de buurt –, zullen de mogelijkheden tot het bieden van mantelzorg beperkter worden. Nu al zal de vraag gesteld moeten worden wat dat betekent voor de mogelijkheden tot (zelf)redzaamheid van mensen, de grenzen van de inzetbaarheid van het sociale netwerk in geval van nood en de bereidheid en mogelijkheid tot het bieden van ondersteuning aan anderen via vrijwilligerswerk. Door de vergrijzing gaan ook consumptiepatronen veranderen; ouderen richten immers hun leven anders in en hebben andere behoeften dan gezinnen met kinderen of jonge tweeverdieners. Die veranderingen kunnen op vele terreinen zijn: eten en drinken, vrijetijdsbesteding en vakantie, vervoer, inrichting van de leefomgeving. Ook de multiculturaliteit van de Nederlandse samenleving doet op termijn nieuwe vragen opkomen, bijvoorbeeld hoe een goed antwoord te geven is op de woon- en zorgwensen van bejaarde burgers met uiteenlopende culturele en religieuze achtergronden. Door het stijgende percentage echtscheidingen zullen zich in meer gevallen pensioentekorten gaan voordoen, vooral bij vrouwen die niet economisch zelfstandig zijn. Bron: SCP publicatie 2015/34, De sociale staat van Nederland 2015 Sociale, culturele en emotionele afstanden tussen groepen In het rapport “Werelden van verschil” rapporteren de auteurs hoe migranten zich emotioneel, cultureel en sociaal tot traditionele Nederlanders en Nederland verhouden (Huijnk et al., 2015). De emotionele dimensie zegt iets over de verbondenheid met de Nederlandse samenleving of met de eigen groep. De

H1 Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie


p 12

culturele dimensie zegt iets over culturele aanpassing of cultureel behoud. En de sociale dimensie zegt iets over interactie tussen leden van de eigen groep en andere groepen. In hun onderzoek richten de auteurs zich op de grootste groepen mensen met een niet-traditioneel westerse achtergrond: mensen met Turkse, Marokkaanse Surinaamse, en Antilliaanse wortels. Op basis van de sociale, culturele en emotionele dimensies van de sociaal-culturele positie van deze groepen, onderscheiden de auteurs in hun analyses zeven sociaal-culturele categorieën: (1) segregatie, (2) etnisch geïsoleerd, (3) gematigde segregatie, (4) geïsoleerd en georiënteerd op Nederland, (5) dubbele bindingen, (6) nadruk op Nederland, en tenslotte (7) assimilatie. De onderzoekers definiëren de groepen die zijn gelabeld als ‘segregatie’ en ‘etnisch geïsoleerd’ als ‘groepen op afstand’. De groep ‘segregatie’ onderhoudt hechte banden met de herkomstgroep, en identificeert zich in beperkte mate met Nederland. In deze groep bevinden zich verhoudingsgewijs meer Turkse Nederlanders (20%) en Marokkaanse Nederlanders (15%). Voor deze groepen geldt dat de sociale, culturele en emotionele afstand groot is en dus dat er weinig bewegingsvrijheid tussen verschillende culturen is. Een relatief klein deel van de migranten hoort tot de groep ‘etnisch geïsoleerd’, de groep die buiten de eigen familiekring weinig contacten met anderen van de eigen herkomstgroep heeft, een grote afstand tot de Nederlandse samenleving kent en weinig contacten heeft met andere migrantengroepen en traditionele Nederlanders (Huijnk et al., 2015: 77, 78, 83). De groep ‘gematigde segregatie’ onderhoudt nauwe sociale en emotionele banden met de herkomstgroep. De groep ‘geïsoleerd en georiënteerd op Nederland’ heeft zowel met de herkomstgroep als met traditionele Nederlanders geen sterke sociale banden. De groep ‘dubbele bindingen’ onderhoudt juist wel hechte banden met de herkomstgroep EN met traditionele Nederlanders. In deze groep vinden we relatief veel Antilliaanse Nederlanders (32%). Bij mensen in de categorie ‘nadruk op Nederland’ is er een sterke emotionele band met Nederland en met de herkomstgroep. Mensen die passen in het label ‘assimilatie’ hebben hechte banden met traditionele Nederlanders en zien het land van herkomst nauwelijks als vaderland (Huijnk et al., 2015: 78, 79). In deze laatste groep vinden we vooral Antilliaanse Nederlanders (24%) en Surinaamse Nederlanders (19%). Kortom: er zijn verschillen in de sociaal, culturele en emotionele afstanden die Nederlanders met Turkse, Marokkaans, Surinaamse en Antilliaanse wortels hebben met traditionele Nederlanders. Bron: SCP onderzoek Werelden van verschil, Huijnk et al., 2015 Rotterdam Maatschappelijke Innovatie Bij maatschappelijke innovatie gaat het om zoeken naar nieuwe oplossingen voor maatschappelijke problemen en de productie van nieuwe of andere publieke diensten (Cels et al, 2012: 4). Niet instituten, programma’s en organisaties zijn leidend, maar de maatschappelijke realiteit. Daaromheen verbinden de relevante partijen zich in nieuwe constructen met elkaar. Maatschappelijke innovatie wil leiden tot een slimmere samenleving met meer publieke waarde. Het belang van maatschappelijke innovatie is niet alleen landelijk, maar ook Europees erkend. Social innovation is een leidend thema van de Horizon 2020-agenda, het Europese kaderprogramma voor onderzoek dat hogescholen en universiteiten wil uitdagen om in een netwerk van werkveld, onderwijs en onderzoek duurzame oplossingen te vinden voor complexe maatschappelijke vraagstukken. Kortom, maatschappelijke innovatie betekent: • vinden van oplossingen voor complexe vraagstukken • een proces van samen leren, geen lineaire zoektocht naar de waarheid • innovatie gebeurt door interactie en verbinding van meerdere partijen • innovatie en oplossingen komen uit meerdere invalshoeken en disciplines.

EMI | Werkplan 2016-2017


p 13

Rotterdam Zuid: een Nationaal Programma met een integrale aanpak

School

Opvoeding

Veiligheid en criminaliteit

en ld ve ef Le

Scholing

5 stabielere wijken

Bewoner met gezin / huishouden

Sociaal functioneren

Werk en inkomen

Werk

Stabielere thuissituatie

Wonen

Beter betaald werk

n Wo

Gezondheid en hulpverlening

en Meer welvaart met meer vraag naar betere woningen

Bron: NPRZ

Doelstelling van het NPRZ is dat Rotterdam Zuid binnen twintig jaar het gemiddelde van de vier grote steden (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht) bereikt waar het gaat om werk, inkomen, onderwijs en sociale veiligheid. Het NPRZ is niet alleen een investeringsprogramma. De opgave op Zuid is om, samen met de professionals Ên de bewoners te werken aan oplossingen voor ingewikkelde vraagstukken. Dat vergt investeringen voor alle groepen bewoners, met de nadruk op jongeren van 0 tot het moment dat zij aan het werk gaan. Het ideaal is dat alle jongeren deelnemen aan onderwijs en zich op een niveau dat bij hen past kwalificeren. Zij vinden banen, het liefst op Zuid, en blijven er wonen. Dat vraagt om een betere match naar de werkgelegenheid die er is op Zuid in de zorg en in de (technische) maakindustrie, maar ook om een gevarieerde woningvoorraad en een veilige, prettige openbare ruimte. Een oplossing vraagt bijna altijd om een netwerk van partijen, kennis en disciplines en van beroepsbeoefenaren die in staat zijn op hun eigen handelen te reecteren en bereid zijn hun handelen waar nodig aan te passen. Rotterdam Zuid vraagt dan ook om professionals die werken met kennis van het eigen vakgebied maar ook als integralist: met het vermogen om hun kennis te verbinden aan andere disciplines. In het uitvoeringsplan van NPRZ staan de bewoners van Rotterdam Zuid centraal, in het bijzonder de zeven focuswijken en de zogenoemde kantelwijken in IJsselmonde. Participatie in het NPRZ betekent naar school gaan, werken, of desnoods vrijwilligerswerk doen en thuis de basis op orde hebben. Dat vraagt om een actieve opstelling van bewoners. Niet zitten afwachten tot een ander het oplost, maar zelf de verantwoordelijkheid voor je eigen leven en dat van je gezin in handen nemen. De resultaten van het NPRZ worden zichtbaar als het goed gaat met bewoners. Denk aan hogere Cito-scores, aan het werk zijn in plaats van leven van een uitkering en minder schooluitval. Hoe het met Zuid gaat in vergelijking met Nederland, de vier grote steden en het gemiddelde in Rotterdam is onder meer te zien aan de cijfers op pagina 14.

H1 Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie


13%

9%

4%

18%

� 21.700

15%

11%

4%

20%

31,6%

� 23.600

14%

9%

26,4%

28,0%

� 23.100

13%

9%

Nederland 26,6%

17,3%

� 23.900

8%

5%

4%

11%

10%

7%

x

Aantal inwoners tot 23 jaar in % van totale bevolking (2014)

% één-ouder huishouden met tenminste 1 thuiswonend kind, jonger dan 18 jaar op alle huishoudens met tenminste 1 kind jonger dan 18 jaar (2013)

% huishoudens met een WWB-AO of WW-uitkering (2011)

% huishoudens met een WWB of WW-uitkering (2011)

% huishoudens met een AO-uitkering (2011)

% huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum loon

Kinderen tot 18 jaar in een huishouden met inkomens tot 110% van het sociaal minimum in % van alle kinderen tot 18 jaar in een huishouden

Werkzoekenden zonder baan in % van de potentiële beroepsbevolking 15-64 jaar (2014)

% opleiding middelbaar of hoger opgeleiden (als percentage van de bevolking 16 tot en met 85 jaar) (2010-2014)

*) landelijke bron

*) Lokale bron

*) Voorlopige cijfers

21%

Eerste en tweede generatie immigranten (2013)

47%

� 197.000³

� 211.000

Gemiddelde WOZ-waarde van woningen (2014)

21%

533,6

x

23,6%

4%

43%

x

11%

534,8

x

2,1%

3%

46%

74%

x

10%

19%

18%

x

% kwetsbare meergezinswoningen t.o.v. de woningsvoorraad (2013)

% kinderen op de basis school met laag opgeleide ouders (2013/2014)

CITO-eindtoets groep 8 (2014)

% jongeren met startkwalificatie, 18 tot en met 22 jaar (2013)

% voortijdig schoolverlaters

% leerlingen in het praktijkonderwijs (2013/2014)³

% leerlingen in 3 en 4 HAVO/VWO (2013)³

% opleiding middelbaar of hoger opgeleiden (als percentage van de bevolking 15-64 jaar) (2013)

Gemiddeld besteedbaar huishoudensinkomen,gestandaardiseerd (2011)

70%

� 23.200

31,6%

25,0%

Totaal G4 x

x

� 148.000

49%

x

� 231.000

51%

50%

� 188.000

20%

x

x

3,6%

4%

46%

69%

x

12%

25%

532,2

x

3,8%

5%

35%

67%

x

16%

20%

x

x

3,4%

4%

47%

78%

x

6%

21%

20%

18%

25,2%

26,6%

810.937

32%

� 233.000

x

15%

x

x

3,5%

3%

48%

84%

x

7%

11%

13%

4%

6%

10%

� 24.700

16,8%

29,1%

328.164

Utrecht

23%

26,9%

618.357

Amsterdam

2.266.398

49%

� 148.739

24%

25%

532,2

58%

3,7%

5%

37%

x

64%

16%

23%

20%

4%

11%

15%

� 21.700

32,6%

26.6%

618.109

Rotterdam²

5%

508.940

Rotterdam¹

16.829.289

59%

� 113.772

36%

32%

529,4

48%

4,2%

7%

27%

x

53%

53%

19%

29%

24%

4%

15%

� 21.700

32,6%

27,8%

195.157

Zuid

Stand bevolking 1 januari (2014)

74%

� 91.139

51%

39%

528,4

46%

4,7%

8%

25%

x

49%

21%

32%

28%

5%

17%

22%

� 17.500

31,6%

30,5%

76.678

7 Focuswijken

4%

Den Haag

Onderwerpen

p 14


p 15

1.2

Visie Hogeschool Rotterdam en EMI Rotterdam is de meest sociaal-dynamische stad van Nederland. Sociale en culturele pioniers met ondernemersgeest roemen de vrije ruimte in de stad om nieuwe dingen te doen. Met een sterk veranderde bevolkingssamenstelling en een enorme bouw- en ontwerpdrift is Rotterdam een stad die zichzelf steeds opnieuw uitvindt. De problematische kant hiervan is dat een deel van haar bewoners de veranderingen niet heeft kunnen bijbenen en grote sociale en economische achterstand heeft opgelopen. Vooral Rotterdam Zuid kenmerkt zich door een hardnekkige stapeling van complexe problemen op sociaal, economisch en fysiek gebied. Het oplossen hiervan vraagt niet alleen tijd, maar ook meer samenhang in deskundigheid; een andere inzet van middelen en goed op praktijkvragen gericht onderzoek. Hogeschool Rotterdam zoekt aansluiting bij de grote regionale vraagstukken door onderwijs en onderzoek te verbinden met de praktijk. Juist in die verbinding wordt nieuwe kennis verworven. Deze kennis komt ten goede aan de praktijk en geeft richting aan onderwijsvernieuwing in de opleidingen van toekomstige professionals. Kortom, expertisecentra stellen Hogeschool Rotterdam in staat om zich naast haar focus op excellent bachelor onderwijs ook krachtig te profileren als innovatiepartner voor haven en stad. In de onderwijsvisie van de hogeschool (augustus 2016) wordt dit ‘contextrijk onderwijs’ genoemd en als volgt gedefinieerd: De visie in dit document veronderstelt een ruimer blikveld dan de individuele opleiding of discipline. Om contextrijk onderwijs vorm te geven is het nodig over de grenzen van disciplines, opleidingen en kennisdomeinen heen te kijken. Vanuit dat perspectief biedt onze hogeschool, met haar variëteit aan sectoren en verbindingen met de grootstedelijke en internationale context van Rotterdam, maximale mogelijkheden voor onze docenten en studenten om dat ruimere blikveld te ontwikkelen. De manier waarop dit gebeurt wordt eveneens in de onderwijsvisie van de hogeschool weergegeven: ons onderwijs, de beroepspraktijk en praktijkgericht onderzoek zijn vervlochten in leerwerkomgevingen. Studenten, docenten, onderzoekers en professionals uit de praktijk werken en leren samen rondom vraagstukken in het werkveld en de samenleving die ertoe doen. Dit gebeurt niet alleen op school, ­maar ook daarbuiten: het onderwijs (inclusief de docent) verplaatst zich meer naar de authentieke werkomgeving. Het werkveld participeert volop in onderwijs, via casuïstiek, stages, praktijkgericht onderzoek, fieldlabs, living labs, etc. Zo spelen we snel in op ontwikkelingen in de praktijk en leren de studenten direct de dynamiek van het werkveld kennen. Kenniscentra en Centers of Expertise spelen een cruciale rol in het vergaren van kennis over nieuwe ontwikkelingen in de praktijk en het bijdragen aan het verbeteren en vernieuwen van de beroepspraktijk. Ook sluiten de activiteiten van EMI in samenwerking met de opleidingen aan bij de strategische agenda ‘Onze Agenda’ van de hogeschool, in het bijzonder bij de beschreven opgave identiteit en profiel: ‘De hogeschool bestaat uit meer dan honderd opleidingen, met ieder een eigen identiteit. We hebben de opgave om met elkaar te bepalen wat de verbindende elementen zijn. De komende tijd geven we ook concreet invulling aan dat wat ons de hogeschool van Rotterdam maakt. Op basis van de gesprekken met medewerkers en externe partners hebben we twee expliciete aandachtsgebieden geformuleerd. We gaan het concept ‘internationalisering’ verder uitwerken. En we richten ons, mede in relatie tot de profilering op ‘Haven’ en ‘Zuid’ op nieuwe bedrijvigheid in Rotterdam. Tegen deze achtergrond bouwt Hogeschool Rotterdam via EMI, samen met docenten, onderzoekers, aanstaande ontwerpers, planologen, projectontwikkelaars, corporaties, ondernemers, zorgverleners, leerkrachten, welzijnswerkers, technici, wetenschappers, gemeentebestuur en bewoners van Zuid aan gebiedsgebonden maatschappelijke innovatie op weg naar een veerkrachtig en toekomstbestendig ­Rotterdam Zuid.

H1 Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie


p 16

1.3

Missie EMI is een aan Rotterdam Zuid verbonden netwerkorganisatie die werkt aan het oplossen van complexe maatschappelijke vraagstukken op het gebied van onderwijs, werken, zorg & welzijn en wonen. Kenmerkend voor het werkproces is interactie, verbinding, vernieuwing, al doende leren en kennis delen. Dit levert nieuwe kennis en kunde op voor Zuid en duurzame onderwijsvernieuwing voor HR. Het biedt studenten een zelfbewuste entree op de arbeidsmarkt.

1.4

Strategie De strategie en doelstellingen van EMI zijn onderbouwd door een SWOT-analyse, waarmee we de sterktes en zwaktes, en de kansen en bedreigingen analyseren.

Sterktes Potentieel van 30.000 studenten

S

Studentenpopulatie is een afspiegeling van de Rotterdamse bevolking Ondersteund door vijf kenniscentra*

Sterke praktijkcomponent in curriculum

Zes jaar samenwerkingservaring op Zuid

Aantal betrokken docenten met kennis op Zuid Verbindingen binnen HR met docenten van verschillende opleidingen, de ondersteunende diensten en de kenniscentra Relatienetwerk op Zuid

Samenwerkingsovereenkomst met NPRZ

Zwaktes Grote, complexe organisatie, waarin interdisciplinair werken lastig is

W

Geaccrediteerde onderdelen curriculum lastig plooibaar

Onderwijs reageert traag op vernieuwing Docenten niet altijd bekend met problematiek op Zuid

Afstand onderwijs, onderzoek en praktijk

Student(en) vraagt/vragen om intensieve begeleiding van werkveld op Zuid

Neutrale positie hogeschool

Kansen Maatschappelijke innovatie vraagt om een ander type professional, aansluitend bij 21ste eeuwse vaardigheden

O

Naadloze aansluiting bij de onderwijsvisie en de strategische agenda van de hogeschool Continue behoefte aan innovatie

Behoefte aan faciliteren netwerken

Hoge verwachtingen van bijdrage hogeschool, in het bijzonder EMI Verbinding met meerdere disciplines

Organisaties waarderen inzet van studenten Verbinding Zuid met hoger opgeleiden

Alumni inzetten bij het EMI-programma en via hen een nog hechtere band met het onderwijs opbouwen

Bedreigingen Complex, onzeker werkveld

T

Armoede gerelateerde problematiek oa door niet werkende systemen Decentralisatie en reorganisatie van sectoren zorg en welzijn Verbinding meerdere disciplines is complex Versplintering invulling vrije ruimte binnen opleidingen HR

Onzekerheid over beschikbare budgetten

Gebiedsgebonden maatschappelijke innovatie is uniek in Nederland en Europa

*) De kenniscentra van Hogeschool Rotterdam zijn: Talentontwikkeling, Zorginnovatie, Duurzame HavenStad, Innovatief Ondernemerschap en Creating 010

EMI | Werkplan 2016-2017


p 17

Op basis van deze SWOT-analyse kiest EMl voor de volgende strategische uitgangspunten: 1. Voortbouwen, versterken en verbinden van lopende initiatieven 2. Versterken verbinding onderzoek, onderwijs en praktijk 3. Duurzame verbeteringen op de gebieden onderwijs, werken, zorg & welzijn en wonen realiseren door multidisciplinaire aanpak.

1.5

Programmapijlers We zoeken naar duurzame oplossingen voor sectoren waar dat het hardst nodig is. Voor Rotterdam Zuid zijn dit: Onderwijs In veel gezinnen zijn de ouders laag opgeleid, is er taalachterstand en komt werkloosheid voor. Het gemiddeld besteedbaar inkomen is laag. Het probleem van taalachterstand – beginnend bij de voor- en vroegschoolse educatie (VVE), het basisonderwijs en doorlopend naar het voortgezet en beroepsonderwijs – blijft onverminderd groot. Daarnaast is er een hoog percentage vroegtijdige schooluitval in het vervolgonderwijs. Voor doorlopende leerwegen met perspectief op werk, in het bijzonder op het gebied van technisch onderwijs en in de zorg, is onvoldoende aandacht. Daarnaast zijn ouders zeer beperkt betrokken bij de school. School, thuis en straat zijn drie gescheiden werelden. Werken Het aantal arbeidsplaatsen op Zuid is relatief gering en er is weinig zichtbare economie in de wijken op Zuid. Verder zijn de mogelijkheden om vanaf Zuid per openbaar vervoer naar de economische kernge­ bieden rond Zuid te reizen onvoldoende ontwikkeld. Tel daarbij op het lage opleidingsniveau en de relatief hoge werkloosheid in de focuswijken op Zuid. Duidelijk wordt dat de match tussen beschikbare banen en het opleidingsniveau van werklozen problematisch is. Welzijn & Zorg Zorg- en welzijnsorganisaties zijn zoekende naar nieuwe manieren van werken en nieuwe samenwerkingsvormen. De wetgeving op de zorg aan kwetsbare groepen is veranderd, er is een decentralisatie van taken gaande van het rijk naar de gemeenten en deelgemeenten zijn opgeheven. De zoektocht naar hoe het anders en beter kan met minder geld is een moeilijke opgave. Wonen Op Zuid is sprake van een zeer omvangrijke, kwetsbare woningvoorraad en de omvang en/of de kwaliteit van de buitenruimte laat op veel plaatsen te wensen over. De focuswijken scoren laag op de veiligheidsindex. In verschillende wijken wonen gezinnen in (te) kleine en verouderde woningen met een gemiddelde oppervlakte van vaak minder dan 70m2. Op Zuid zijn er weinig mogelijkheden om wooncarrière te maken. Veel woningen kampen met (grootschalig) achterstallig onderhoud, voornamelijk in gebieden met weinig corporatiebezit. Particulieren zijn vaak nauwelijks financieel in staat en/of bereid om te investeren in onderhoud en renovatie. De WOZ*-waarde is laag. Waardecreatie van woningen is een belangrijke motor voor ontwikkeling van wijken en dat is op Zuid een probleem. *) Waardering Onroerende Zaken

“Situated learning: leren als doen, vastleggen en betekenisgeven.” Wenger 1998

H1 Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie


p 18

1.6

Doelstellingen EMI stelt zich ten doel om op de vier onderwerpen (onderwijs, werken, zorg & welzijn en wonen): • FOCUS aan te brengen door het maken van scherpe keuzes. • KWALITEIT te leveren door in samenspraak met praktijkpartners bij te dragen aan het bedenken, uitvoeren en testen van meerjarige programma’s die oplossingen bieden voor de maatschappelijke problematiek op Zuid. • MASSA te maken door een groeiend aantal ondernemende docenten, studenten en onderzoekers met verschillende specialismen in te zetten en structurele verbindingen te creëren tussen onderwijs, onderzoek en praktijk

MASSA

FOCUS

KWALITEIT

1.7

Meerwaarde EMI is gericht op meerwaarde, voor studenten, docenten, werkveld en bewoners op Zuid. In een breed netwerk biedt EMI ruimte voor multidisciplinaire teams die in communities of practice werken aan oplossingen voor hardnekkige maatschappelijke vraagstukken. De oplossingen dragen bij aan het verbeteren van de leefomstandigheden van de bewoners op Zuid, maar ook met andere wijken van Rotterdam en andere (Europese) steden zoekt EMI de verbinding.

EMI | Werkplan 2016-2017


p 19

1.8

Werkwijze Communities of practice: situated learning* • Praktijk: leren als doen • Domein: leren als ervaren • Community: leren als erbij horen • Identiteit: leren als worden wie je bent *) Coenders 1998

In Communities of Practice (CoP’s) staat niet de organisatie of het beleidsdomein centraal, maar de maatschappelijke opgave. Het gaat over praktische wijsheid: over disciplinaire grenzen en is reflectief: patronen doorbrekend. Resulterend in verbeterd handelingsperspectief. Samenwerken kan reflectief en lerend zijn. Niet vanuit een nieuwe structuur, project of programma, maar zoekenderwijs, uitproberend en experimenterend. Een CoP is de werkvorm die praktijken centraal stelt (in plaats van systemen en structuren). In de zogenaamde post normal science**, wordt kennis gebruikt én ontwikkeld in participatieve processen. Waarbij de overheid, burgers, maatschappelijke organisaties, professionals, en bedrijven, mee kennisproducent worden. Ook lokaal, verankerd in praktijken. Dat soort kennis kan de universele disciplinaire (normal science) kennis veranderen. Die praktische wijsheid is vaak ondergewaardeerd, maar zeker zo belangrijk. En dat is precies waar leren in CoP’s toe leidt: praktische wijsheid. *** **)

Nowotny en Felt - 2001

***) Dr. Tamara Metze, masterclass: Leren veranderen in communities of practice - 2016

“Het is het leerzaamste en meest zinvolle keuzevak dat ik tot nu toe heb gevolgd. Ik heb toch iemand ondersteund met school en daarnaast op sociaal vlak.” student HR over Mentoren op Zuid

H1 Beleid Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie


Focuswijken

Oud Charlois

Car


Feijenoord

Afrikaanderwijk

Tarwewijk

Carnisse

Bloemhof

Hillesluis


Programma’s

H2


p 24

H2

Programma’s

2.1

Lerend innoveren op Zuid De rol van docenten en studenten op Zuid De stad heeft, om ambities ten aanzien van sociale en economische uitdagingen te realiseren, professionals nodig die de ontwikkeling van een leefbaar, gezond en veerkrachtig Rotterdam Zuid mede vorm weten te geven. Professionals die uit de voeten kunnen met de complexe uitdagingen op Zuid omdat zij kritisch, nieuwsgierig en maatschappelijk bewust zijn. In samenwerking met partners op Zuid en opleidingen van de Hogeschool Rotterdam, biedt EMI een leeromgeving die studenten en docenten uitdaagt hun professionele kwaliteiten en ontwikkeling te verbinden aan complexe uitdagingen op Zuid. Actieve betrokkenheid van bewoners moet waarborgen dat geformuleerde oplossingen daadwerkelijk aansluiten bij de leefwereld van mensen op Zuid. Uitdaging hierbij is het tot stand brengen van de verbinding tussen de systeemwereld van de overheid en de leefwereld van de Rotterdammers. (sociale) Ondernemers en professionals spelen een andere rol in deze verbinding dan voorheen. De burger/bewoner en diens veerkracht en oplossend vermogen staan centraal, professioneel handelen is hieraan dienstbaar. Docenten van de verschillende opleidingen van de hogeschool spelen dan ook een centrale rol op Zuid. Zij staan voor de opgave om studenten een leeromgeving te bieden die hen stimuleert zich te ontwikkelen tot vakbekwame beroepsbeoefenaren die kunnen functioneren in een complexe samenleving en in staat zijn om veranderingen in deze samenleving mede vorm te geven. De Communities of Practice, die geleid worden door bij EMI gedetacheerde docenten, ondersteunen andere docenten bij deze opgave door hen ruimte te bieden om het onderwijs vorm te geven en uit te voeren in nauwe verbinding met de actuele en complexe praktijk op Zuid. Een groot en divers netwerk van praktijkpartners, actuele en voor de opleidingen relevante praktijkvragen en structurele betrokkenheid van alumni ondersteunen docenten bij hun opgave om studenten op te leiden voor de wereld van morgen. De community als innoverende en maatschappelijk relevante leeromgeving, biedt docenten bovendien een context voor hun eigen professionele ontwikkeling. Continue verbondenheid met de praktijk op Zuid houdt hun vakkennis actueel. Structurele samenwerking met jonge, gedreven alumni biedt docenten inspiratie om hun onderwijs te wortelen in de dynamiek van de 21ste eeuw. Voor studenten betekent deze aanpak dat het onderwijs letterlijk in de stad plaatsvindt: in Communities of Practice waar zij samen met bewoners, professionals, docenten en andere betrokkenen oplossingen (leren) formuleren voor actuele en complexe vraagstukken op Rotterdam Zuid. Deze context, waarin studenten hun eigen vakgebied verbinden aan maatschappelijke relevante praktijkvragen, moet hen stimuleren en ondersteunen zich te ontwikkelen tot professional die kan functioneren in complexe omgevingen, zoals die op Zuid. Studiesucces, loopbaanontwikkeling en maatschappelijke relevantie zijn in deze leeromgeving onlosmakelijk met elkaar verbonden. Studenten ontwikkelen hun vakbekwaamheid in een actuele context, worden door het complexe en weerbarstige karakter van deze context gestimuleerd om hun vermogen tot zelfsturend en interactief leren te ontwikkelen. Zo ervaren zij dat ze met hun oplossingen van betekenis kunnen zijn voor de stad. In dit proces wordt de kracht van diversiteit ingezet om de relevantie van oplossingen te vergroten en daarmee studenten voor te bereiden op een samenleving die wordt gekenmerkt door meerdere culturen en generaties.

EMI | Werkplan 2016-2017


p 25

Met een werkwijze gebaseerd op Communities of Practice wil EMI in samenwerking met haar partners binnen en buiten de hogeschool een structurele bijdrage leveren het oplossen van complexe maatschappelijke vraagstukken op Zuid. Binnen de hogeschool zijn deze communities voor zowel studenten als docenten een krachtige leeromgeving. Ze ondersteunen opleidingen bij hun opgave om toekomstgericht, inclusief en maatschappelijk relevant onderwijs te bieden en stimuleren studenten om zich te ontwikkelen tot vakbekwame professionals die het eigen vak op hoog niveau beheersen en actief kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van een leefbaar, gezond en veerkrachtig Rotterdam Zuid voor iedereen! Marlies van der Wee-Bedeker, docent IGO

H2 Programma’s


p 26

2.2

Programmaschema EMI heeft in samenspraak met NPRZ voor vier hoofdthema’s gekozen: onderwijs, werk, zorg & welzijn en wonen. Elk van deze thema’s kent meerdere programma’s waaraan gewerkt wordt in Communities of Practice. Er ontstaan ook dwarsverbanden tussen de verschillende thema’s. Per studiejaar worden de programma’s vastgesteld in samenspraak met praktijkpartners, de opleidingen en veelal met input van praktijkgericht onderzoek, uitgevoerd door lectoren en promovendi. Dit alles tegen het licht van actuele ontwikkelingen in de samenleving en de invloed die dat heeft op de wijze waarop professionals hun beroep uitvoeren. De stedelingen zelf, in dit geval de inwoners van Zuid, zijn een belangrijke bron van kennis en kunde en dragen bij aan oplossingen voor vraagstukken die hen bezig houden. Het programmaschema voor 2016-2017 ziet er als volgt uit:

Onderwijs

Werken

Children’s zone

Loopbaanoriëntatie

Onderwijs Onderzoek Praktijk

(CoP’s) Communities of Practice

Mentoren op Zuid Ouders op Zuid Verbeteren samenwerking met ouders Thuis in Taal Ouderbetrokkenheid bij LOB Impuls Ouderbetrokkenheid Versterken opvoedkracht ouders Oudernetwerken Digitale opvoedtool Professionalisering Gereedschapskist Themakring ouderbetrokkenheid

EMI | Werkplan 2016-2017

Techniek op Zuid Aanbod basisscholen Scholing leerkrachten basisschool

Van Social Return naar sociaal ondernemerschap BRIDGE* Wetenschap & technologie en LOB in po LOB in MoZ LOB en ouderbetrokkenheid

*Programma in opbouw in samenwerking met NPRZ, gemeente Rotterdam en partners op Zuid.


p 27

“Communities of practice: situated learning, oftewel de praktijk centraal, iteratief en lerend.” Dr. Tamara Metze, masterclass: leren veranderen in communities of practice 2016

Zorg en Welzijn

Wonen

Maatsch. ondersteuning Zorginnovatie

City Life

Nieuw in 010

Sense of the City

Gezond op Zuid

Urban Innovation

Gezonde leefstijl Gezonde leefomgeving

Frontlijnaanpak*

Resilient South Rotterdam Vitale Leefomgeving Particuliere Woningvoorraad

* Programma van ISO in samenwerking met Bureau Frontlijn

H2 Programma’s


Onderwijs | Children’s zone

H3


p 30

H3

Onderwijs | Children’s zone De leerprestaties op Zuid blijven achter. De Citoscore is gemiddeld zeer laag en bijna een kwart van de kinderen op Zuid verlaat de middelbare school zonder startkwalificatie. Vanuit de overtuiging dat de leerprestaties op Zuid structureel beter kunnen is het programma Children’s Zone gestart, een community-aanpak waarin partners uit de leefwerelden thuis, school, buurt intensief samenwerken. De partners van Children’s Zone werken volgens een gedeelde pedagogische en didactische visie waarbij het kind centraal staat en ouders een cruciale rol hebben in het verbeteren van de leerprestaties van hun kind. Doel: de best mogelijke toekomst voor alle kinderen op Zuid, verhoging van de citoscores en een voor iedere leerling passend het uitstroomniveau voortgezet en middelbaar onderwijs.

3.1

Mentoren op Zuid Programmaleider Nienke Fabries Programmateam Margriet Clement (methodiek), Gert-Jan van der Maas (bedrijfsvoering), Soesja Pijlman (assistent), Laura Bakker (stagiaire) Samenwerkingspartners Extern: Calvijn Maarten Luther, Calvijn Vreewijk, HBORotterdam: Thomas More, LMC Montfort, LMC Palmentuin, LMC Talingstraat, LMC Veenoord, LMC Zuiderpark, Panteia (extern onderzoeksbureau), Partners LOB en stagebegeleiding, PO-scholen, Rotterdams network mentoring, Rotterdams Vakcollege, STC Waalhaven, Stichting De Verre Bergen. Intern: EAS, IBK, IFM, ISO, IVG, IVL, OeO

Inleiding en doelstelling Zoveel mogelijk kinderen uit het primair en voortgezet onderwijs op Rotterdam Zuid krijgen extra eenop-een begeleiding om hen te helpen met school, beroepskeuze en hun algehele welzijn. Studenten van Hogeschool Rotterdam begeleiden deze kinderen op school, en leren hierdoor zo effectief mogelijk een kind te begeleiden in de grootstedelijke context van Zuid. Studenten werken in het netwerk van de school van de kinderen, en reflecteren op hun eigen ontwikkeling middels intervisie. Hierdoor ontwikkelen zij zich tot kritische professional. MoZ heeft drie speerpunten dit jaar: • Bestendiging programma, door goede borging in curricula en methodiekontwikkeling • Kwaliteitsverbetering; door gebruik van applicatie en samenwerkingsconvenanten met scholen en instituten • Verduurzaming; door kennisdeling, valorisatie, ontwikkeling instrumenten voor opschaling en doorstartstrategie. EMI | Werkplan 2016-2017


p 31

Opzet Programma Mentoren op Zuid is in het derde jaar van uitvoering. Het leergeld van de voorgaande jaren heeft zich uitbetaald in een groeiend aantal deelnemende scholen, enthousiaste leerlingen en een stijgende belangstelling van deelnemende studenten. In het komende schooljaar staat een aantal ontwikkelingen op stapel: • Ontwikkeling van een handboek methodiek met theoretisch kader mentoring • Ontwikkeling en implementatie van de Mentorapp, een applicatie waardoor het proces en de logistiek van Mentoren op Zuid wordt verbeterd • Opschaling van het programma door duurzame borging in het curriculum van ISO en IVL • Uitbreiding scholennetwerk op Zuid • Verbreding mentoractiviteiten naar loopbaanoriëntatie (daar waar relevant en effectief) • Opstart doorstartstrategie voor continuering programma. Planning OP 1: Ontwikkeling handboek Training Thomas More hogeschool voor Mentoren op Zuid—maar dan op Noord OP 2: Borging in curriculum nieuwe opleiding Social Work OP 3: Implementatie applicatie; ontwikkeling verbinding met loopbaanoriëntatie op Zuid; onderzoek naar mogelijkheden voor opschaling, ontwikkeling activity based toolkit voor mentees en kwaliteitsmanagement. OP 4: Start doorstartstrategie na 2019-2020 Targets doel Output Zuid inwoners*

doel Output HR

800

studenten

800

vo-scholen

8

docenten

30

po-scholen

12

hoofddocent

1

leraren

24

lectoren

1

stages

3

onderzoekers

3

coalities onderzoeken

2

* Mentees Resultaten • inwoners Zuid; 800 kinderen uit Zuid ontvangen extra begeleiding bij school, welzijn en keuze beroep/vervolgopleiding. • werkveld/partners; Partners zijn: Stichting De Verre Bergen, po- en vo-scholen uit Rotterdam Zuid, Rotterdamse mentorprogramma’s, partners in LOB en stagebegeleiding. • studenten HR; Programma is geborgd in curriculum van deel instituten, andere instituten nemen via keuzevaklijn deel aan programma Mentoren op Zuid. • opleidingen HR: Komend schooljaar: borging in jaar 1 nieuwe curriculum Social Work, uitbreiding binnen LERO, MoZ geborgd in curriculum IFM, IVG. Ambitie is uitbreiding binnen IBK, COM en RAC.

H3 Onderwijs


p 32

3.2 3.2.1

Ouders op Zuid Verbeteren samenwerking met ouders a. Thuis in Taal Programmaleider Martine van der Pluijm, Senem Tekin (programma-assistent) Lector Mariëtte Lusse, Amos van Gelderen Onderzoeker Martine van der Pluijm Samenwerkingspartners Extern: Kbs Agnesschool, Cbs Beatrix school, BS Cosmicus, CBS Willem van Oranje, Obs De Globe & De Klinker, De Globetrotter Afrikaanderplein, Obs De Kameleon, KBS Oscar Romeroschool, OBS Bloemhof, OBS de Kleine Wereld, OBS Nelson Mandela, Open Universiteit, PCBO, Peuter en Co, Stichting Aanzet, Voorleesexpres. Intern: IvL, ISO, KCTO

Inleiding Met name in de onderbouw van de basisschool is praten en lezen met kinderen van belang voor de taalontwikkeling. Hoe doe je dat als je als ouder zelf laaggeletterd bent? In dit onderzoek is de centrale vraag hoe scholen laaggeletterde ouders kunnen ondersteunen in hun rol bij de taalontwikkeling van hun kinderen. De scholen maken onder andere gebruik van de inloopmomenten om ouders mee te nemen in het leren van hun kind. Zij geven hen tips en handvatten om zelf thuis met taalondersteuning daarop aan te sluiten. Dit blijkt een effectieve aanpak. De scholen ontwikkelen de aanpak nu door tot en met de bovenbouw en betrekken de ouderkamer. Aanvullend op de ondersteuning op school en in de ouderkamer wordt er geëxperimenteerd met drie onderwerpen: • thuisondersteuning die ouders handvatten biedt om taalstimulering thuis te ondersteunen. • ondersteunen van ouders bij omgaan met meertaligheid • collega’s stimuleren om de ontwikkelde aanpak in te zetten (verdere implementatie). Opzet Een leerkring voor leerkrachten en medewerkers ouderbetrokkenheid waarin ervaringen uitgewisseld worden, wordt begeleid. Aanvullend worden experimenten in praktijk ondersteund door de begeleiders/ onderzoekers in samenwerking met studenten. Planning OP 1: Opstarten van de leerkring en verkenning van praktijkvragen. Studenten worden gekoppeld aan de scholen. Start leerkring. OP 2: Eerste experimenten met ondersteunen van collega’s om kennismakingsgesprekken en voortgangsgesprekken uit te voeren en inloopactiviteiten op te starten. Onderzoek naar omgaan met meertaligheid thuis. OP 3: Praktijkbezoeken en experimenten om de aanpak door collega’s verder te stimuleren, met specifieke aandacht in de bovenbouw, ouderkamer en het ondersteunen (omgaan met meertaligheid) in de thuissituatie. OP 4: Evaluatie van praktijkontwikkeling, experimenten, studentinzet en leerkring. Maken van vervolgplannen. EMI | Werkplan 2016-2017


p 33

Targets doel Output Zuid inwoners*

doel Output HR

800

vo-scholen

studenten

10

docenten

3

po-scholen

13

hoofddocent

leraren

40

lectoren

coalities onderzoeken

2

stages 2

onderzoekers

2

* Ouders en kinderen (paar) Resultaten • inwoners Zuid; Praktische tips en demonstraties (door leerkrachten) om de taalontwikkeling bij de kinderen te stimuleren. • werkveld/partners; Handreikingen om ouders te coachen op het stimuleren van de taalontwikkeling bij hun kinderen en om collega’s te ondersteunen bij de implementatie van de ontwikkelde aanpak. • studenten HR; Minor en afstudeeronderzoek doen in de praktijk (gericht op: taalstimulering thuis, doorgaande lijn naar de bovenbouw en begeleiding in de ouderkamer, omgaan met meertaligheid). • opleidingen HR; Actuele inzichten en instrumenten voor de beroepspraktijk.

b. Ouderbetrokkenheid bij LOB Programmaleider Monique Strijk Lectoren Mariëtte Lusse, Ellen Klatter Onderzoekers Monique Strijk, Luuk van Schie, Gamze Tazim (programma-assistent) Samenwerkingspartners Extern: LMC Zuiderpark, Ministerie SZW, Open Universiteit, ROC Albeda, opleiding verpleegkunde, RVC De Hef, Zadkine (Techniek + ICT). Intern: ISO, KCTO

Aanleiding Scholen hebben loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) hoog op de agenda staan. Hoewel zij het betrekken van ouders hierbij van groot belang achten, hebben zij moeite om ouders bij de loopbaanprogramma’s te betrekken. Daarom hebben op de vier betrokken scholen afgelopen schooljaar leerkringen (of een focusgroep) van leraren, ouders en leerlingen met veel enthousiasme activiteiten uitgedacht waar-

H3 Onderwijs


p 34

mee de scholen ouders volgend studiejaar beter kunnen betrekken. Er staan mooie plannen op stapel! Zo gaat het Zuiderpark werken met huiswerkopdrachten voor kinderen en ouders, organiseren De Hef en Zadkine interactieve ouderbijeenkomsten en ontwikkelt Albeda een samenhangend programma voor de communicatie met de ouders van de eerstejaarsstudenten. Het project is gekoppeld aan een landelijk project (City Deal) vanuit het ministerie van SZW waarin nog eens 16 grootstedelijke vmbo-scholen in vijf steden interventies uitproberen om ouders bij LOB te betrekken. Ook deze activiteiten worden in Rotterdam en in het land gedeeld met alle scholen. Doel is te komen tot een pakket van onderbouwde interventies die scholen (kunnen) inzetten om de samenwerking met en het loopbaanondersteunend gedrag van ouders te vergroten. Opzet Het invoeren van de nieuwe activiteiten gaat vergezeld met onderzoek, zodat we straks weten in hoeverre deze activiteiten bijdragen aan loopbaanondersteunend gedrag van ouders en via die weg aan de loopbaancompetenties van leerlingen. Planning Dit schooljaar worden de activiteiten op de scholen uitgevoerd. Vooraf en achteraf wordt een meting gedaan. Achteraf worden groepsinterviews met ouders, leerlingen en docenten gedaan om de interventies te evalueren en de eindmeting van het explorerend onderzoek. Op basis van deze resultaten wordt een aantal onderbouwde en beproefde werkwijzen om ouders te betrekken bij LOB geformuleerd en verspreid via de gereedschapskist voor beter samenwerken met ouders. Dit project maakt deel uit van een promotieonderzoek. Targets doel Output Zuid inwoners* vo-scholen

Output HR 200

studenten

2+2

docenten

po-scholen leraren

* Ouders

EMI | Werkplan 2016-2017

6

hoofddocent 20

coalities onderzoeken

doel

lectoren

2

stages 2

onderzoekers

2


p 35

Resultaten • inwoners Zuid (ouders en leerlingen); Ouders op de vier deelnemende scholen worden in schooljaar 2016-2017 in de nieuwe activiteiten beter betrokken bij de loopbaanontwikkeling van hun kinderen. • leraren; De leraren gaan de nieuwe activiteiten uitvoeren. Het project levert een overzicht op van de interventies op Zuid waarmee scholen ouders betrekken bij LOB. Dit overzicht dient als inspiratie voor de scholen die deelnemen aan het onderzoek en voor scholen die in de toekomst ook aan de slag willen met ouders en LOB. • studenten HR; Net als vorig studiejaar, zullen ook in 2016-2017 afstudeerders van de sociale opleiding van HR meewerken aan het onderzoek. Zij verkennen elk een praktische vraag die in relatie staat met het betrekken van ouders bij LOB. • opleidingen HR; ISO.

c. Impuls Ouderbetrokkenheid Programmaleider Mariëtte Lusse (lector). Luuk van Schie Samenwerkingspartners Extern: NPRZ, CPS, Gemeente Rotterdam, Sezer voor Diversiteit, Ministerie van SZW, GBS het Kompas, SO Laurens Cupertino, Calvijn Maarten Luther, Cosmicus. Intern: ISO, KCTO

Inleiding Doel is bijdragen aan het verbeteren van de samenwerking tussen ouders en school en het versterken van onderwijsondersteunend gedrag van ouders. In het kader van het Nationaal Programma biedt het ministerie van Binnenlandse Zaken de vermelde scholen een combinatie aan van twee programma’s: • een verbetertraject waarin scholen, onder begeleiding van CPS onderwijsontwikkeling en -advies, samen met ouders werken aan het realiseren van een wederkerige samenwerking • een cursus van Sezer voor Diversiteit die ouders in de bovenbouw helpt hun onderwijsondersteunende gedrag te versterken. Het lectoraat Ouders in Rotterdam Zuid biedt de scholen in dit traject expertise aan en verzorgt een nulmeting en een herhalingsmeting. Opzet De voortgang van het project is sterk afhankelijk van de aanmelding en medewerking van scholen en de voortgang van de interventies door CPS en Sezer. Bij aanvang van het traject wordt in elke school een nulmeting afgenomen en na een jaar volgt een tweede meting. Voor deze scholen wordt een analyse met aanbevelingen geschreven die besproken worden met de regiegroep. In de loop van 2017 volgt een analyse van het totale project. Planning Gezien het voorgaande is er geen gedetailleerde planning. Wel lopen er voor januari hopelijk twee trajecten af op de basisscholen die nu nog geen herhaalmeting gehad hebben.

H3 Onderwijs


p 36

Targets doel Output Zuid inwoners*

doel Output HR

650

studenten

vo-scholen

1

docenten

po-scholen

3

hoofddocent

leraren

200

lectoren

coalities

stages

onderzoeken

onderzoekers

2

1

1

* Ouders, leerlingen Resultaten • inwoners Zuid; Ervaren dat de scholen van hun kinderen steeds beter met hen samenwerken. • werkveld/partners; De deelnemende scholen en organisaties in Rotterdam Zuid krijgen een analyse van de voortgang die zij maken in het verbeteren van de samenwerking met ouders. De regiegroepen in de scholen krijgen aanbevelingen voor vervolgstappen. • studenten HR; Studenten die deelnemen aan het keuzevak leren het gesprek met ouders aangaan en krijgen zicht op relevante thema’s in de samenwerking met ouders. • opleidingen HR; een nieuw keuzevak.

3.2.2

Versterken opvoedkracht ouders a. Oudernetwerken Programmaleider Mariëtte Lusse (lector) Onderzoeker Eline van Ossevoort Samenwerkingspartners Extern: Dock, Gemeente Rotterdam, CPS, Sezer voor Diversiteit. Intern: ISO

Inleiding Ouders kunnen veel voor elkaar betekenen in de opvoeding. Ouders met een groot en divers netwerk krijgen meer steun uit de omgeving, wat hen helpt sterker te staan in de opvoeding. Daarom is het van belang om te investeren in het vormen van netwerken waarin ouders met elkaar kunnen praten over opvoeden. Ouders in Rotterdam Zuid draagt dan ook bij aan (onderzoek naar en het nader vormgeven van) activiteiten die ouders met elkaar in contact brengen en die ouders ondersteunen om een brug naar andere ouders te slaan.

EMI | Werkplan 2016-2017


p 37

Opzet Dock is in Feijenoord gestart met de wijkacademie opvoeden. Vijf groepen ouders bespreken hier opvoedvragen met elkaar en betrekken de omgeving daarbij. Een bachelor- en een masterstudent van ISO (sociale opleidingen) onderzoeken op verzoek van Dock of en zo ja hoe de Wijkacademie bijdraagt aan het versterken van het netwerk en de opvoedkracht van ouders. Daarnaast is er een experiment in Noord in opdracht van de gemeente met het inzetten van contactouders (ouders in een brugfunctie naar andere ouders) in het vmbo. CPS, Sezer voor Diversiteit en Hogeschool Rotterdam geven dit project en de daarbij behorende training voor ouders samen met de school (Melanchthon Wilgenplanlaan) vorm. Als dit een succesvolle aanpak blijkt, wordt dit verspreid over de stad. Een onderzoeker van het lectoraat Ouders in Rotterdam Zuid volgt dit project. Planning Beide projecten lopen heel 2017 door. Targets doel Output Zuid inwoners*

doel Output HR studenten

2

vo-scholen

docenten

2

po-scholen

hoofddocent

leraren

lectoren

coalities

stages

onderzoeken

150

>4

onderzoekers

1

1

* Ouders Resultaat • professionals; het resultaat draagt bij aan het aanscherpen van de werkwijze van de Wijkacademie opvoeden en is een projectbeschrijving en een training voor het project ‘contactouders’.

H3 Onderwijs


p 38

b. Digitale opvoedtool Programmaleider Mariëtte Lusse (lector) Samenwerkingspartners Extern: Stichting Appvoeding (opdrachtgever). Intern: KCTO, ISO

Inleiding In drie rondes hebben studenten van HR de stichting appvoeding ondersteund bij het realiseren van een digitale opvoedtool. Eerst heeft een groep studenten de behoefte van ouders aan digitale hulp bij opvoeden onderzocht en de voorwaarden in kaart gebracht waaraan zo’n tool zou moeten voldoen. Vervolgens is een groep studenten bezig geweest met mogelijke uitwerkingsvormen en tot slot heeft een afstudeerder een spelvorm bedacht waarin ouder en kind met elkaar in gesprek komen. In elke ronde waren inwoners van Zuid betrokken. De studenten hebben daarmee de online tool steeds duidelijker vorm gegeven. In 2016-2017 gaat de uiteindelijke tool gerealiseerd worden. Het wordt een digitaal spel met zes opvoedthema’s uitgewerkt voor drie leeftijdsgroepen (0-4 jaar/4-10 jaar en 10-16 jaar). Het spel helpt ouders met elkaar en met hun kinderen in gesprek te gaan over opvoeden. Er zijn nog twee stappen te zetten voor het spel daadwerkelijk gespeeld kan worden door ouders in Rotterdam Zuid: • experts worden gevraagd de inhoudelijke invulling van het spel te beoordelen • oud-CMD-studenten zullen het spel vormgeven. Planning OP 1&2: De experts worden in het najaar van 2016 gevraagd de inhoudelijke invulling van het spel te helpen aanscherpen. OP 3&4: In het voorjaar en de zomer van 2017 zal het spel vormgegeven worden. Zodra het spel beschikbaar is zal het worden verspreid via de gereedschapskist. Targets doel Output Zuid inwoners*

doel Output HR

100

studenten**

vo-scholen

docenten

po-scholen

hoofddocent

leraren

lectoren

coalities

stages

onderzoeken

onderzoekers

* Ouders ** Nog geen zicht op aantallen

EMI | Werkplan 2016-2017


p 39

Resultaten • ouders; het resultaat is een digitale, laagdrempelige, niet belerende en niet-talige opvoedtool voor alledaagse opvoedvragen die beschikbaar is voor ouders op Zuid van kinderen van 0 tot 16 jaar. • professionals; sociale professionals kunnen deze tool gebruiken in hun werk met ouders.

3.2.3

Professionalisering a. Gereedschapskist Programmaleider Mariëtte Lusse (lector) Onderzoekers Martine van der Pluijm, Monique Strijk, Rosa Rodrigues, Peter Vanhoof, Leonie le Sage, Sanneke de la Rie, Luuk van Schie, Senem Tekin.

Sinds april 2016 geeft het lectoraat Ouders in Rotterdam Zuid een online gereedschapskist uit voor beter samenwerken met ouders. Maandelijks verschijnt hierin een onderbouwde activiteit die mede is ontwikkeld en is uitgeprobeerd op scholen en bij sociale organisaties in Rotterdam Zuid. Het materiaal is beschikbaar voor leraren en sociale professionals (ook als zij in opleiding zijn). Het gereedschap biedt inspiratie om de samenwerking met ouders tot een succes te maken, vooral ook waar de drempel tussen ouders en professionals hoog is. Planning • Elke derde donderdag van de maand (behalve in juli en augustus) verschijnt een nieuw stuk gereedschap. Leraren, sociale professionals en studenten die zich hiervoor hebben aangemeld, ontvangen een nieuwsbrief om hen te attenderen op de nieuwe editie. • In studiejaar 2016-2017 verschijnen tien afleveringen. Op de planning staan materialen voor het betrekken van laaggeletterde ouders, het adviesgesprek, een digitale opvoedtool, het betrekken van ouders bij LOB en ondersteunend filmmateriaal voor oudergesprekken. In de gereedschapskist is ook verdiepend materiaal en interessante producten van samenwerkingspartners in het land opgenomen. Targets doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners

studenten

vo-scholen

docenten

po-scholen

hoofddocent

1

lectoren

1

leraren*

400

coalities onderzoeken * Leraren en sociale professionals H3 Onderwijs

stages 8

onderzoekers

6


p 40

Resultaten • professionals; momenteel zijn er 279 abonnees. Dit jaar is het doel dit te verhogen tot 400 abonnees. • studenten; het materiaal van de gereedschapskist wordt gebruikt door alle Pabo-studenten en door studenten van de sociale opleidingen die afstuderen op het thema ouderbetrokkenheid.

b. Themakring ouderbetrokkenheid Programmaleider Mariëtte Lusse (lector) Onderzoekers Martine van der Pluijm, Monique Strijk, Peter Vanhoof, Luuk van Schie

Inleiding Het lectoraat Ouders in Rotterdam Zuid verzorgt samen met afstudeercoördinatoren van de sociale opleidingen van Hogeschool Rotterdam een themakring voor alle studenten die afstuderen op het thema ‘samenwerken met ouders’. De studenten verdiepen zich in vier bijeenkomsten extra in het thema ouders en helpen elkaar hun onderzoeken te verdiepen. Daarnaast krijgen zij een uitgebreide literatuurlijst aangeboden. Een deel van de studenten werkt mee in de onderzoeken ‘thuis in taal’, ‘ouders en LOB’, ‘vaders’ en ‘oudernetwerken’ van het lectoraat Ouders in Rotterdam Zuid. Andere studenten hebben een eigen opdracht verworven. In een afstudeersymposium presenten studenten, docenten en onderzoekers de resultaten. Planning OP 1&2: OP 3&4:

Opstarten van themakring met ISO-studenten en docenten om onderzoek ouderbetrokkenheid te introduceren. Bijeenkomsten gericht op versterking studentonderzoek ouderbetrokkenheid en afstudeersymposium.

Targets doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners

studenten

25

vo-scholen

docenten

10

po-scholen

hoofddocent

1

leraren*

lectoren

1

coalities

stages

onderzoeken

onderzoekers

4

Resultaat Studenten leveren bruikbare onderzoeken en inzichten op en zij presenteren hun onderzoeksresultaten op een afstudeersymposium in juni 2017. EMI | Werkplan 2016-2017


Werken | LoopbaanoriĂŤntatie

H4


p 44

H4

Werken | Loopbaanoriëntatie In de werkgroep Loopbaanoriëntatie van NPRZ ontwikkelden scholen (po, vo, mbo en hbo) samen een aanpak om de loopbaanoriëntatie. Speciale aandacht wordt besteed aan sectoren waar werk in te vinden is (zorg en techniek). De werkzaamheden monden uit in carrière startgaranties afgegeven door bedrijven. De aanpak zal zich o.a. in het po en vo richten op het trainen/opleiden van docenten, mentoren en decanen, het betrekken van ouders bij de keuzes voor een vervolgopleiding of studie en het opdoen van ervaringen door leerlingen met beroepen via bliksemstages, bedrijfsbezoeken e.d. In het middelbaar beroepsonderwijs richt de aanpak zich vooral op het trainen/opleiden van schoolloopbaanbegeleiders en praktijkbegeleiders uit het bedrijfsleven. Het programma krijgt een fikse ondersteuning vanaf 1-11-2016 tot 30-10-2019 via het Europese fonds Urban Innovative Actions. De titel van dit programma is Building the Right Investments for Delivering a Growing Economy, afgekort BRIDGE.

4.1

Techniek op Zuid Programmaleider Tamara van Heel, Ingrid van der Velden (programmamedewerker), Ellian van Strien (programmamedewerker BRIDGE) Samenwerkingspartners Extern: Alsare, BOOR (scholing leerkrachten), EIC, Ibn-I Sina, Inholland PABO, Maritiem Museum, OBS de Toermalijn (aanbod), PCBO, RVKO, STC, Thomas More PABO, VHTO, Werkgroep LOB NPRZ, Wetenschapsknooppunt ZH. Intern: IvL

Inleiding Sinds de start van het programma Techniek op Zuid is er met een aantal scholen een traject doorlopen om door middel van een jaar durende leerkrachttraining het vak techniek in te bedden in het curriculum van de school. De programmaleider heeft presentaties verzorgd bij directeuren overleggen en op conferenties georganiseerd door NPRZ, gemeente Rotterdam en diverse andere gelegenheden. Vanuit de doelstelling om Wetenschap en Technologie meer in het curriculum van de Pabo te krijgen zijn er voor het werkveld Masterclasses en studiemiddagen georganiseerd. Met studenten van de Pabo zijn op de meewerkende scholen lessen ontwikkeld en uitgevoerd en zijn leerlingen op buitenschoolse activiteiten begeleid. Tevens zijn er pilots gedaan om met ontwerpstudenten lesmateriaal te ontwikkelen. Al deze activiteiten hebben ertoe geleid dat op veel scholen op Zuid keuzes gemaakt zijn voor de implementatie van LOB en Techniek in het curriculum. HR-Pabo en EMI worden inmiddels gezien als logische partners voor het ontwikkelen van LOB/Techniek in het curriculum.

EMI | Werkplan 2016-2017


p 45

Digitaal lesmateriaal en Mobiele techniek werkplaats Deze projecten zijn voorlopig even on hold gezet, om de ontwikkelingen rondom het W&T-curriculum op de scholen af te wachten. De programmaleider houdt in de gaten of er vraag ontstaat naar dergelijke aanvullende lesmaterialen, zodat deze twee deelprojecten weer opgepakt kunnen worden. In het kader van het BRIDGE programma (p51) worden Digitaal lesmateriaal en Mobiel technieklab de komende jaren verder ontwikkeld en aangeboden aan vo scholen op Zuid.

4.1.1

Aanbod basisscholen Met de scholen die participeren in het project Beter Opleiden in Samenhang en Synergie (BOSS) wordt ingespeeld op ontwikkelingen die er spelen op het gebied van Wetenschap & Techniek (W&T). Daar waar mogelijk gaat de Pabo (met studenten) participeren in de ontwikkeling van dit domein op deze scholen. Op OBS De Toermalijn en DUO 2002 is het programma de Havenschool ontwikkeld. De programmaleider treedt op als klankbord voor de techniekcoördinator die de techniekpoot van het programma opzet en is direct betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van een leerlijn Haven & Techniek voor de leerlingen van groep 5 en 6. De programmaleider maakt onderdeel uit van de Raad van Advies van het programma Havenschool.

4.1.2

Scholing leerkrachten basisschool In dit jaar zullen BOOR-scholen starten met een professionaliseringtraject dat o.a. met subsidie van het Expertise Centrum Wetenschap en Technologie Zuid-Holland bekostigd wordt. Dit traject wordt aangevuld vanuit de middelen die de Pabo beschikbaar heeft voor het BOSS-programma. De training wordt gericht op de W&T-coördinatoren van alle scholen van BOOR. Daar waar het scholen op Zuid betreft ligt de verantwoordelijkheid bij de programmaleider Techniek op Zuid. Gedurende een driejarig traject is het de bedoeling dat alle scholen van BOOR deelgenomen hebben aan deze professionalisering. De training zal de vorm krijgen van het inrichten van leerkringen die onder leiding staan van een pabodocent W&T. De programmaleider Techniek op de basisschool zal vanuit EMI de trainer zijn voor de scholen in de (focus)wijken op Zuid. Het aanbod bestaat uit: • Vergroten van de vakdidactische kennis op het gebied van onderzoekend en ontwerpend leren. • De ontwikkeling van en delen van good practises op het gebied van W&T-curriculum. • Visie ontwikkelen over de plek van W&T en de relatie tot LOB in het curriculum, ook als onderdeel van BRIDGE. • Jaarlijks komen de leerkringen bij elkaar tijdens een gezamenlijke BOOR-class waarin verdieping en uitwisseling van kennis en opgedane ervaringen centraal staan.

H4 Werken


p 46

Diversen • Studiemiddag W&T; 26 oktober 2016 • Voor scholen uit het BOSS/ Samen Opleiden programma van de Pabo én alle Pabo-docenten wordt een studiemiddag Wetenschap en Technologie georganiseerd, in een aantal workshops wordt het onderwerp LOB in relatie tot Ouderparticipatie behandeld. • Werkgroep LOB NPRZ De programmaleider is als kartrekker aangesteld om breed in kaart brengen wat de stand van zaken is t.a.v. de invoering van techniek in het curriculum van de basisscholen op Zuid en oplossingen aan te dragen om een duidelijkere koppeling te maken met LOB en belemmerende factoren bij de invoering weg te nemen. Aan dit gesprek nemen contactpersonen deel van de grote schoolbesturen op Zuid (BOOR, PCBO, RVKO) en de bijbehorende Pabo’s (HR, Inholland, Thomas More). Planning Doorlopend: • Ondersteunen van het Programma Havenschool • Onderhouden W&T/LOB netwerk in de regio/landelijk OP 1: • Definitief maken afspraken en offerte BOOR professionaliseringstraject • Organisatie W&T studiemiddag 26-10-2016 • Afspraken maken met partners ten aanzien van Pabo-curriculumonderdelen van dit schooljaar • Start inventarisatie voor Werkgroep LOB NPRZ OP 2: • Opstart leerkringen BOOR • Terugkoppeling inventarisatie Werkgroep LOB NPRZ OP 3: • Organisatie BOOR class • Afronden eerste leerkring traject BOOR • Projecten opzetten/uitvoeren voor partners met studenten Vakprofilering Natuur & Techniek OP 4: • Afronden studentprojecten • Voorbereiding BOOR professionalisering 2017-2018 Targets doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners*

studenten

25

docenten

5

vo-scholen

1

po-scholen

ca. 8

leraren

ca. 60

hoofddocent lectoren

coalities

stages

onderzoeken

onderzoekers

*Leerlingen, aantal nog niet bekend.

EMI | Werkplan 2016-2017


p 47

Resultaten • inwoners Zuid; Alle leerlingen van de deelnemende scholen maken gedurende de looptijd van de nascholing/projecten kennis met Techniek. Voor de leerlingen in groep 7 en 8 wordt er duidelijke koppeling gemaakt tussen het techniekcurriculum en LOB. • werkveld/partners: Met de partners wordt een netwerk onderhouden, waarbij samenwerking moet leiden tot het versterken van het techniekcurriculum van de deelnemende basisscholen, door buitenschools leren (aanbieders techniek/LOB-lessen) te koppelen aan binnenschools leren (het techniekcurriculum dat in samenwerking met de HR is opgezet). • studenten HR; IVL-Paboprojecten stagestudenten ontwikkelen curriculumonderdelen voor de deelnemende scholen (keuze/plaatsing nog onbekend). • opleidingen HR: IVL/Pabo kan toekomstig curriculum op het gebied van LOB/Techniek in co-creatie met het werkveld ontwikkelen. Participerende docenten krijgen meer kijk op de onderwijspraktijk (op Zuid).

4.2

Van Social Return naar sociaal ondernemerschap Programmaleider Gert-Jan van der Maas Lectoren Guy Bauwen en Maaike Lycklama A Nijeholt Onderzoeker Desiree Meurs Samenwerkingspartners Extern: EY, Gemeente Rotterdam, House of Hope, Oud leden bedrijvennetwerk ‘Ik Zit op Zuid, Rabobank, Social Impact Finance, Veldacademie en Werkplaats Rotterdam. Intern: IBK, IFM, COM

Inleiding Werkgevers worden steeds vaker door opdrachtgevers gevraagd om banen, leerplekken en stageplekken te creëren voor mensen met een groter(e) afstand tot de arbeidsmarkt. Het gaat hier om mensen in een uitkeringssituatie die een lage opleiding of weinig werkervaring hebben. Door het opnemen van sociale voorwaarden in de aanbestedingen worden bedrijven verplicht om banen te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Deze krijgen hierdoor een nieuwe kans om aan het werk te komen. Het opnemen van voorwaarden in een aanbesteding wordt aangeduid als Social Return (SR). De werkloosheid in Rotterdam Zuid is een groot vraagstuk, oftewel een zogenaamd wicked problem. De doelstelling van NPRZ is om jaarlijks tussen de 300-400 bewoners uit Zuid te laten uitstromen naar werk (Uitvoeringsprogramma NPRZ, 2015-2018). Dit vraagt van alle betrokkenen een extra inspanning en maatschappelijke innovatie Aanleiding voor het Kenniscentrum Innovatief Ondernemerschap en EMI om naar dit wicked problem onderzoek te doen. Samen met het bedrijvennetwerk ‘IkZitopZuid’ is de volgende onderzoeksvraag opgesteld: Hoe is Social Return binnen organisaties op Zuid georganiseerd en wat zien organisaties als kansen en blokkades om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt uit Zuid baanperspectief te bieden? In 2015-2016 zijn onderzoeksgegevens zijn verzameld in 32 interviews met verschillende organisaties uit het netwerk en buiten het netwerk – actief in de bouw, installatietechniek, zorg, transport – en met de

H4 Werken


p 48

overheid, arbeidsbureaus, woningbouwcorporaties, gezondheidszorg en welzijns- en vrijwilligersorganisaties. Organisaties zijn bevraagd om de kansen en blokkades te benoemen ten aanzien van invulling en plaatsing van Social Return. De conclusies 1. De verplichtingen die ondernemers opgelegd krijgen lijken een beklemmend effect te hebben. Niet alleen bij de ondernemers die principieel tegen verplichtingen zijn, maar ook bij organisaties die het belangrijk vinden om een maatschappelijke bijdrage te leveren. Reden hiervoor kan zijn dat de ondernemingen niet aangesproken worden op de kern van hun bestaan, hun ondernemerschap. De mogelijkheden om de verplichtingen te vervullen zijn of lijken vooralsnog erg beperkt. Geef de ondernemer en zijn organisatie meer ruimte om sociaal te ondernemen vanuit de (intrinsieke) wens om een sociale bijdrage te leveren. Zowel binnen als buiten de bedrijfsvoering. Er ligt voornamelijk een opgave in de samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven om te komen tot een voor alle partijen goede oplossing: het hoogst haalbare rendement in de vorm van maatschappelijke betrokkenheid van alle partijen en hopelijk het hoogste rendement voor hen met een afstand tot de arbeidsmarkt. 2. Het blijkt lastig om uitkeringsgerechtigden uit Rotterdam Zuid te matchen aan vacatures. Bewoners uit Zuid vinden het soms te riskant om uit de veiligheid en zekerheid van een uitkering te stappen of worden door bureaucratie gehinderd. Dit belemmert de doorstroming naar werk. Lokale netwerken, wijkinitiatieven en vrijwilligersorganisaties kennen de doelgroep en daarmee potentiele werkzoekende. Deze netwerken en wijkinitiatieven kunnen uitgroeien tot sociale ondernemingen, een plaats waar bewoners werkritme kunnen opdoen door vrijwilligerswerk te verrichten of ander soorten werk. Bedrijven zouden kunnen worden gestimuleerd om zich te verbinden aan deze lokale initiatieven door producten of diensten af te nemen. Dit bevordert de cohesie binnen de samenleving en de scheidlijnen worden verkleind. 3. Er zijn contacten tussen bedrijven en scholen op Zuid. Een aantal organisaties biedt stageplekken aan. Het gaat vaak om beginnende samenwerkingsverbanden, waarbij de effectiviteit en tevredenheid nog getoetst moeten worden. Verschillende organisaties zijn kritisch over de aansluiting tussen scholen op Zuid en het bedrijfsleven. Vervolg onderzoeksvragen: Hoe kunnen de oud-leden van het bedrijvennetwerk van ‘IkZitopZuid’ meer werk creĂŤren voor bewoners uit Zuid, met perspectief op een echte baan? Hoe kan de cohesie tussen sociale ondernemers (o.a.) wijkinitiatieven en directeuren van grote bedrijven worden bevorderd? Op welke manier spelen instituties een rol in de samenwerking tussen sociale ondernemers en grote bedrijven? Hoe kan de impact worden gemeten van wijkinitiatieven? Welke lessen zijn te trekken uit de praktijk van welzijns- en vrijwilligersorganisaties met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt voor het gemeentelijke beleid? Hoe kunnen welzijnsmedewerkers worden geholpen om bewoners naar werk te begeleiden? Leidt het informeren van welzijnsmedewerkers over werktrajecten/werkkansen voor bewoners op Zuid tot een hogere/kwalitatievere arbeidsparticipatie van bewoners op Zuid? Hoe kan het onderwijs en het bedrijfsleven op Zuid beter met elkaar samenwerken als het gaat om kwalitatief goed onderwijs aan mboleerlingen? Studenten, docenten en lectoren zijn nodig om op bovenstaande vragen antwoorden te zoeken. Middels handelingsonderzoeken (actiegericht onderzoek) komen steeds nieuwe vragen boven drijven waar weer andere studenten, docenten en lectoren onderzoek naar kunnen verrichten. Studenten worden uitgedaagd om na te denken over maatschappelijke innovaties voor de stad waarin zij studeren of werken. Door studenten en docenten met bedrijven, welzijnsorganisaties en gemeente samen te laten werken ontstaat awareness bij alle betrokkenen om bewoners te helpen uitstromen naar werk. Studenten worden door toedoen van dit programma maatschappelijk bewuste professionals. Zij leren dat het succes van de samenleving belangrijk is voor de welzijn en welvaart van Rotterdam. Daarbij leren zij na te denken welke rol zij maatschappelijk kunnen bijdragen na voltooiing van hun studie. EMI | Werkplan 2016-2017


p 49

Het komende studiejaar worden de volgende activiteiten uitgevoerd: 1.

2. 3.

4.

5.

6.

Verkennen van een mogelijke samenwerking met Werkplaats Rotterdam om studenten van de opleidingen Commerciële Economie en Human Resource Management in te zetten om meer bedrijven te verbinden aan de Werkplaats Rotterdam en in de begeleiding van bewoners actief in een werkleertraject van de Werkplaats Rotterdam. Studenten inzetten om leerlingen betere studiekeuzes te laten maken en aanleren van werknemersvaardigheden door de inzet van studentmentoren van het programma Mentoren op Zuid. Uit onderzoek blijkt dat oudere bewoners niet meer voor een werktraject in aanmerking kunnen komen. Studenten worden gevraagd om onderzoek te doen naar de mogelijkheid om oudere bewoners producten te laten produceren met een 3D printer. De producten kunnen worden verkocht en de opbrengsten vloeien naar de bewoners. Het geven van gastcolleges bij het economische domein om studenten de context van Rotterdam Zuid mee te geven. Waarbij studenten nadenken over de complexiteit van werkgelegenheidsvraagstukken. Vervolgens worden studenten aan de slag gezet om na te denken wat zij kunnen betekenen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, of worden studenten uitgedaagd om een business case van een Social Impact Bond te onderzoeken. In een Community of Practise (CoP) wordt empirisch onderzoek verricht naar de omvang en kwaliteit van onbenutte talenten onder inwoners uit Rotterdam (Zuid) die lid zijn van een internationale religieuze gemeenschap. Een nieuwe onderzoeksplan wordt opgesteld. Onderzoek van studenten en lectoren wordt gedeeld en besproken binnen de CoP. Social Impact Bonds (SIB’s) zijn interessant om innovatieve programma’s mee te financieren die zowel een maatschappelijk en een financieel rendement opleveren. Het economische domein heeft onderzoek naar SIB’s op de kennisagenda gezet. Op ons initiatief is een gesprek met EY gevoerd. Bij dit gesprek was de directeur en de onderwijsmanager van IFM aanwezig. EY heeft wereldwijd ervaring opgedaan met Social Impact Bonds constructies. Een samenwerking met hen kan nieuwe kennis opleveren voor het onderwijs. Een concrete invulling laat nog op zich wachten. De gemeente is ook bereid om mee te denken aan een invulling van deze samenwerking tussen EY en HR. SIB’s kunnen leiden tot nieuwe innovaties in het sociale domein en daarom zeer relevant voor Rotterdam Zuid. Inmiddels is een groep studenten van de minor Risicomanagement van start gegaan met het onderzoeken van een SIB in Engeland die interessant kan zijn voor de Rotterdamse context.

Planning Op basis van de huidige informatie, vertalen de voorgaande onderzoeksobjecten zich naar onderstaand stappenplan: • Middels minor- en afstudeeropdrachten worden wijkinitiatieven van sociaal ondernemen in kaart gebracht. • Een samenwerking tussen de opleidingen Commerciële Economie en Human Resource Management en de Werkplaats Rotterdam realiseren. • Studenten van het economische domein de haalbaarheid laten onderzoeken van een sociale onderneming waarbij oudere bewoners uit Zuid worden ingeschakeld om producten te produceren met een 3D printer. • De CoP presenteert een onderzoeksplan om onbenutte talenten en arbeidstoetreding barrières verder in kaart te brengen. • Studenten van de minor Risicomanagement voeren onderzoek uit naar een SIB in Engeland. Deze SIB financiert een grootschalig programma waarbij jongeren van rond de 14 jaar sociale en werknemersvaardigheden worden aangeleerd. Studenten onderzoeken welke aspecten van deze SIB kunnen worden gebruikt in de Rotterdamse context. • Het gehele collegejaar door worden gastcolleges gegeven en studenten begeleid bij het doen van onderzoek naar sociaal ondernemerschap op Zuid.

H4 Werken


p 50

Targets doel Output Zuid inwoners

doel Output HR studenten

8-12

vo-scholen

docenten

6

po-scholen

hoofddocent

leraren

lectoren

2

coalities

onderzoekers

1

onderzoeken

30

2

Resultaten • inwoners Zuid; Welke belemmeringen zorgen ervoor dat bewoners uit Zuid niet aan het werk komen? Cases van bewoners worden verzameld. • werkveld/partners; Het ontbreken van vertrouwen tussen publiek en private partijen leidt er toe dat samenwerking tussen deze twee verschillende werelden tot stilstand komt. Studenten kunnen juist door hun enthousiasme en onbevangenheid publiek en privaat bij elkaar brengen. • ondersteuning bieden op versterking van sociaal ondernemerschap door aan de slag te gaan met vraagstukken die zij aandragen (b.v. Afrikaanderwijkcooperatie). • studenten HR; Zij komen in aanraking met maatschappelijke uitdagingen en leren nieuwe oplossingen te bedenken voor maatschappelijke vraagstukken. Ook leren studenten hun eigen rol/plaats kennen in de maatschappij. • opleidingen HR; Gastcolleges over maatschappelijk verantwoord ondernemen, ethiek, maken van een businesscase. Studenten kunnen afstuderen en minor-opdrachten uitvoeren door aan de slag te gaan met de vragen uit de praktijk.

EMI | Werkplan 2016-2017


p 51

4.3

Bridge Building the Right Investments for Delivering a Growing Economy, afgekort BRIDGE is een driejarig programma dat wordt ondersteund door het Europese fonds Urban Innovative Actions. Met dit geld worden alle kinderen van Rotterdam Zuid, vanaf groep 6, jaarlijks zo’n 1800 leerlingen, tot en met het moment dat ze een opleiding hebben afgerond, geholpen om hun positie op de arbeidsmarkt te versterken. In Rotterdam Zuid is sprake van een mismatch tussen onderwijs en de vraag op de arbeidsmarkt. Nog teveel leerlingen kiezen na het vmbo voor financiële, administratieve en juridische opleidingen, terwijl de banen in deze sectoren afnemen. Binnen het NPRZ worden leerlingen daarom al op jonge leeftijd gestimuleerd om te kiezen voor kansrijke sectoren als haven, zorg en techniek. Nieuw aan de aanpak is dat er ook carrière startgaranties beschikbaar gaan komen op mbo niveau 2. Daarnaast wordt het met de bijdrage van de Europese Commissie mogelijk om ouders meer te betrekken bij de studiekeuze. Jongeren worden geholpen bij het ontwikkelen van werknemersvaardigheden en er wordt gezorgd voor begeleiding via mentoren en wijkteams. Met de bijdrage uit Europa wordt tevens een onderzoek gedaan naar toekomstige banen en vaardigheden die je daarvoor nodig hebt om in de nieuwe economie mee te doen. Om studiekeuzes meer in lijn te brengen met de vraag op de arbeidsmarkt zet het NPRZ carrière startgaranties in. Met een carrière startgarantie garanderen werkgevers dat leerlingen na het behalen van hun diploma aan de slag kunnen. Werkgevers stellen hiervoor jaarlijks 380 carrière startgaranties beschikbaar voor opleidingen in haven, zorg en techniek. De komende jaren moet dit aantal groeien naar jaarlijks 600 carrière startgaranties. Doel van het NPRZ is dat de helft van alle leerlingen in het vmbo kiezen voor een mbo-opleiding in een van deze sectoren. EMI ontwikkelt drie programma’s binnen BRIDGE: • Wetenschap & technologie en Loopbaanorientatie (LOB) in po Het programma Techniek op Zuid (p44) heeft zich ten doel gesteld dat Wetenschap & techniek een vaste plek krijgt bij po scholen op Zuid. Leerkrachten van po scholen op Zuid worden getraind op Wetenschap & techniek en LOB. Tevens wordt er een digitaal LOB programma met en voor po scholen op Zuid ontwikkeld. Daarnaast komt er een ‘mobiel technieklab’ voor po scholen op Zuid • LOB in MoZ Leerlingen op Zuid krijgen een-op-een mentoring van een student van Hogeschool Rotterdam. Het doel is om studenten te trainen en matchen om leerlingen op Zuid te begeleiden bij hun ontwikkeling en onderwijs- en loopbaankeuze. Hiervoor worden de resultaten van de toekomstprognose van de arbeidsmarkt geïntegreerd in het mentoren programma. Binnen het programma Mentoren op Zuid (p30) wordt capaciteitsuitbreiding specifiek gericht op LOB gerealiseerd. Studentmentoren worden daarin getraind voor de begeleiding van leerlingen op Zuid op LOB. • LOB en ouderbetrokkenheid Het programma Ouders op Zuid (p32) ontwikkelt samen met de praktijk een trainingsprogramma Ouderbetrokkenheid & LOB voor leerkrachten po/vo op Zuid. Deze training, in de vorm van leerkringen, biedt leerkrachten handvatten om de rol van ouders bij het begeleiden van de studieloopbaankeuze van hun kinderen te versterken.


p 52

Programma coördinatie Jos Heinerman Betrokken EMI Programma’s Mentoren op Zuid, Ouders op Zuid, Techniek op Zuid Samenwerkingspartners NPRZ, Gemeente Rotterdam, Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie van Hogeschool Rotterdam, Erasmus Universiteit/EURAC, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en Ernst & Young

Targets 2019* doel Output Zuid

doel Output HR

inwoners**

3000

studenten

3000

vo-scholen

4

docenten

5

po-scholen

20

hoofddocent

leraren

60

lectoren

coalities

stages

onderzoeken

onderzoekers

*Programma loopt tot november 2019. Per jaar worden tussentijdse deliverables bepaald. **Leerlingen

“This financial support from Europe is a fantastic acknowledgement for innovative career guidance developed by mentors, deans, teachers and employers for the pupils on in Rotterdam South. This is a huge impulse enabling us to do even more for the young people in Rotterdam South.” Ahmed Aboutaleb, Mayor of Rotterdam and chairman of the National Urgency Programme South Rotterdam

1


Maatschappelijke ondersteuning & Zorginnovatie

H5


p 56

H5

Maatschappelijke ondersteuning & Zorginnovatie Soms hebben ouders hulp nodig. En soms hebben kinderen hulp nodig. Voor kinderen die extra aandacht nodig hebben moet er dan ook een goede zorgstructuur komen die de school ontlast en die gericht is op het versterken van het gezin, de thuisbasis van het kind. Zorg en begeleiding dichtbij huis gericht op preventie waar mogelijk en op hulp waar nodig. Zorg en begeleiding, die plaatsvindt tegen de achtergrond van grote veranderingen en bezuinigingen in het landschap van welzijn en zorg. Maar ook is er sprake van interessante nieuwe concepten en sociaal ondernemerschap.

5.1

Nieuw in 010 Programmaleider Wietske Willemse, Samira Kossir (programma-assistent) Lector Hanneke Torij Onderzoeker Jantine van Rijckevorsel Samenwerkingspartners Extern: Verloskundigen op Zuid, Maatschappelijke organisaties: CJG, Dona Daria, Home-Start, Wijkteam Feijenoord. Intern: IvG, ISO, WdKA, KCZI, Steunpunt Studerende Moeders

Inleiding Dit studiejaar start Nieuw in 010 voor het derde jaar met het buddyprogramma waarbij 18 tweedejaarsstudenten Verloskunde en Maatschappelijk Werk als duo een kwetsbare zwangere ondersteunen. Het hoofddoel is de studenten op te leiden met de juiste bagage voor de Rotterdamse beroepspraktijk: coachingsvaardigheden opdoen, kennismaken met grootstedelijke vraagstukken, delen van kennis en opdoen van kennis van andere beroepsgroep en het geven van voorlichting. Verder is het doel dat zij leren uit de rol van professional te stappen in een rol als buddy. Voor de zwangeren betekent het een uitbreiding van het netwerk en het versterken van het gevoel van capabel ouderschap. Tevens wordt binnen dit programma het netwerk en de zelfredzaamheid van de kwetsbare zwangeren vergroot. Dit programma zal door de lector Hanneke Torij en onderzoekster Jantine van Rijckevorsel in samenwerking met studenten worden geĂŤvalueerd. Er zal weer een nulmeting worden uitgevoerd, een tussentijdse meting en dit wordt weer meegenomen in de doorontwikkeling. EMI | Werkplan 2016-2017


p 57

Afgelopen jaar is gestart met Mama’s Garden, een initiatief voortgekomen uit een minoropdracht (Minor Gamification) vanuit de Willem de Kooning Academie. Mama’s Garden is een ontmoetingsplaats voor moeders op Rotterdam Zuid. In de periode februari-juni 2016 heeft deze bijeenkomst maandelijks plaatsgevonden op de EMI-werkplaats. Dit studiejaar zal dit vanaf februari 2017 worden uitgebreid naar vier locaties op Rotterdam Zuid met eerstejaarsstudenten Social Work (elke week 1 Mama’s Garden). Doelstelling van Mama’s Garden is een leerwerkplaats voor onze studenten: hoe maak je contact met moeders, hoe leer je luisteren en hoe kun je doorverwijzen? Voor moeders en kind is het een middag om ontspannen te kunnen spelen en andere moeders te ontmoeten en elkaar versterken. Kortom het vergroten van het sociale netwerk van de moeders en het gevoel van capabel ouderschap. Planning OP 1 en 2: • minor Jeugd en Kind, presentatie tijdens EMI-event • maandelijkse Mama’s Garden in de EMI-werkplaats • subsidie aanvragen en onderzoeken • start Nieuw in 010 (november 2016) • uitvoeren programma Nieuw in 010 met max. 20 studenten, max. 10 zwangeren, alle verloskundigen praktijken (5), ROC’s en diverse maatschappelijke organisaties op Rotterdam Zuid OP 3 en 4: • afstudeerder, onderzoek student Pedagogiek naar hoe betrek je vaders en wat kun je voor/met hen organiseren • wekelijkse Mama’s Garden vanaf vier diverse locaties op Zuid, i.s.m. eerstejaars Social Work studenten vertaling maken naar curricula, wat ontbreekt er binnen curricula, bijdragen aan onderwijsontwikkeling • aansluiten leerwerkgemeenschap ISO • verbinden en informeren van externe partners over ontwikkelingen • actief betrokken houden bij diverse minoren en onderzoeken, kennis delen Targets doel Output Zuid inwoners*

doel Output HR

115

studenten

60

vo-scholen- ROC Zadkine

docenten

2

po-scholen

hoofddocent

5

leraren

lectoren

1

coalities

stages

onderzoeken

onderzoekers

* Via buddyprogramma en/of Mama’s Garden: moeders en kinderen

H5 Zorg en Welzijn

1


p 58

Resultaten • inwoners Zuid; Het netwerk van de zwangeren wordt vergroot, verder het gevoel van capabel ouderschap en het welbevinden van de zwangere. Diverse ontmoetingsplaatsen voor moeders en kinderen. • werkveld/partners; Erasmus MC, Bureau Frontlijn, Voorlichters Gezondheid, Jonge Moeders netwerk, Gemeente Rotterdam/GGD, Home Start, verloskundigen, CJG, Twinkeltje, Gezondheidscentrum Randweg, Bibliotheek Randweg. Vergroten inzicht van werkveld/partners in verschillende doelgroepen en leefomgeving. Verder levert het een bijdrage aan het verbinden van diverse disciplines. Onderzoeksresultaten van minoren worden gedeeld. Samen delen en werken m.b.t. de zorg rondom jonge (aanstaande) moeders. • studenten HR; De studenten krijgen een beeld van de grootstedelijke vraagstukken die spelen op Rotterdam Zuid. Verder nemen zij een kijkje in de keuken van de studenten van de andere opleidingen. Zij vergroten hun coachingsvaardigheden en verdiepen hun kennis omtrent deze doelgroep. Zij maken kennis met het weerbarstige werkveld dat in verbinding staat met (kwetsbare) zwangeren/ jonge moeders. Zij leren contact maken, luisteren en er zijn. • opleidingen HR: IvG, ISO, WdKA, Kenniscentrum Zorginnovatie, Steunpunt Studerende Moeders. De kennis wordt gedeeld binnen de Community van EMI en de CoP blijft zich uitbreiden. Het inzicht van docenten in verschillende doelgroepen en leefomgeving wordt vergroot. Het draagt bij tot het verbinden van docenten met andere disciplines. Het draagt bij aan onderwijsontwikkeling. Onderzoek naar verwachtingen van studenten worden verwerkt in programma.

5.2

Gezond op Zuid Programmaleider Joke Mulder Lectoren Anne Nigten, Marleen Goumans, Linda Wauben, Pepijn Roelofs Samenwerkingspartners Extern: MOB, MIJ, Gemeente Rotterdam, Zorgbelang Zuid-Holland, Patching Zone, ROC Zadkine, Lijn 2, ik laat je niet alleen, Care XL, Laurens zorg, Laurens wonen, Gezondheidscentrum Randweg, Samen een op Feijenoord. Intern: CMD, CMD, IVG, ISO, CMD, IVG, Creating 010, KCZI

Inleiding In de afgelopen jaren zijn aan de thema’s eenzaamheid bij ouderen en gezonde leefstijl verschillende onderwijsopdrachten gekoppeld die interessante conclusies en concepten hebben opgeleverd. Verrassend corresponderen de doelstellingen van Gezond op Zuid ook met die van de toekomstige doelstellingen van de nieuwe Nota Publieke Gezondheid 2016-2020. Naast het ontwikkelen van onderwijsprogramma’s is de programmaleider EMI gevraagd mee te denken over de nieuwe nota publieke gezondheid 20162020 van de Gemeente Rotterdam; Rotterdam Vitale Stad. Resultaat is dat men de komende jaren sterker zal inzetten op gezondheid in eigen hand. Doelstelling is dat meer Rotterdammers gezonde keuzes (leefstijl) maken en dat zij over voldoende vaardigheden beschikken op het gebied van gezond en actief leven; dus niet roken, meer bewegen, zelfregie, sociale inclusie, taal en actief participeren. Daarnaast moet de Rotterdamse buitenomgeving meer uitnodigen tot spelen, sporten, bewegen en ontmoeten (leefomgeving). De programmaleider participeert in verschillende overlegvormen zowel stedelijk als op Zuid.

EMI | Werkplan 2016-2017


p 59

5.2.1

Gezonde Leefstijl Vanuit Samen één in Feijenoord, een netwerk van bijna 35 organisaties vanuit zorg, wonen, welzijn onderwijs en participatie er de afgelopen drie jaar sterk ingezet op het bevorderen van de gezonde leefstijl in Expeditie Duurzame Zorg Feijenoord. In 2017 is de werkgroep Gezonde Leefstijl opgericht waar het EMI programma Gezond op Zuid nauw bij betrokken is. De werkgroep wil de succesvolle activiteiten uit Expeditie Duurzame Zorg Feijenoord borgen en inzetten door het verbinden van organisaties op het gebied van gezonde leefstijl. Gezonde leefstijl gaat over voeding, bewegen, mentaal welzijn, verslaving, overgewicht, seksueel gedrag etc. De programmaleider heeft ook zitting in de stuurgroep “Samen één in Feijenoord’. Gezond op Zuid zal in nauwe samenwerking met IVG het komende semester de mogelijkheden en al bestaande initiatieven over gezonde leefstijl onderzoeken. Het EMI programma Gezond op Zuid wil nl. het liefst i.s.m. met IVG een poli “Gezonde Leefstijl” op Rotterdam Zuid opzetten om een contextrijke leer- en praktijkomgeving creëren waar studenten, docenten, onderzoekers en professionals uit de praktijk samen werken aan en leren van maatschappelijke gezondheidsvraagstukken. Door het opzetten van een poli “Gezonde Leefstijl” komen onderwijs en praktijk, studenten, docenten, onderzoekers en professionals samen in een authentieke werkomgeving waar bewoners en patiënten door studenten en professionals ondersteund kunnen worden in het aanmeten van een gezonde leefstijl. Voor de buurt(bewoners) moet de poli “Gezonde Leefstijl” een laagdrempelige locatie worden waar men zonder stigma terecht kan met vragen, maar ook voor (praktisch) advies, voorlichting en stimulans t.a.v. een gezonde leefstijl. Belangrijke aandachtspunten zijn • Het in beeld brengen en houden van aanbod, netwerk en routes • Verbinding van zorg met sport, bewegen en voeding • Doorstroom binnen het beweegaanbod (sportemancipatie) • Aandacht voor jonge kinderen met overgewicht en hun ouders • Inspelen op de vraag vanuit bewoners in de wijk rondom leefstijl Met de poli Gezonde Leefstijl wilt EMI Gezond op Zuid aansluiten bij het landelijke programma; ‘Alles is Gezondheid’, het gemeentelijke programma ´Werf gezond 010´ (hierin staat o.a. nudging centraal, én de samenwerking met private partijen) en het onderzoeksprogramma Center for Health Promotion Rotterdam, waar onderzoek naar human behaviours wordt gedaan zodat met partners(waaronder EMI) gezondheidsprogramma’s ontwikkeld kunnen worden om mensen een duwtje in de goede richting van een gezonde leefstijl te kunnen geven. Uit de eerdere onderzoeken komt naar voren dat de doelgroepen zich bewust zijn dat gezonde voeding en bewegen van belang is, dat men ondersteuning zoekt, maar dat er ook rekening gehouden dient te worden met culturele achtergronden en sociale status. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat de invloed van de fysieke omgeving een hele grote rol speelt binnen Gezonde leefstijl.

H5 Zorg en Welzijn


p 60

5.2.2

Gezonde Leefomgeving De gemeentelijke nota Publiek Gezondheid, waar de programmaleider van EMI bij betrokken was, pleit voor het creëren van een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving die burgers en bewoners stimuleert en aanzet tot gezond gedrag. Dit programma staat daarom nauw in verbinding met het Gemeentelijke Resilience programma (zie p69) en het programma Urban Innovation en zal aansluiten bij de actualiteit. Vanaf september zijn studenten aan de slag gegaan binnen de Community of Practice Samen & Anders, een vernieuwend woonconcept voor het leegkomend verzorgingshuis Simeon & Anna. Samen & Anders beoogd een coöperatieve samenleving te ontwikkelen, gebaseerd op wederkerigheid, waar sociaal-maatschappelijk en/of financieel, fysiek kwetsbare mensen met niet kwetsbare mensen in één gebouw samenwonen. Door wederkerigheid als alternatief betaalmiddel in te zetten kunnen er betaalbare huurwoningen aangeboden worden en de community band tussen kwetsbare en niet kwetsbare huurders versterkt worden. Vanuit het programma Gezond op Zuid ligt binnen het concept S&A de focus op de kwetsbare doelgroep en de verbinding tussen de verticale wijk (de locatie) en de horizontale wijk( de omgeving). Om deze doelstelling te bereiken zijn 4e jaars CMD studenten afgelopen september begonnen met bovengenoemde opdracht. Vanaf februari gaan 2e jaars CMD studenten aan de slag, met de werktitel ‘happines in the lived space’ met een onderzoek in de wijk en welke verbindingen daar met S&A gelegd kunnen worden. Daarnaast zal het programma Gezonde Leefomgeving soms geïncorporeerd zijn- en overlap hebben- binnen het programma Gezonde Leefstijl en vice versa. Targets doel Output Zuid inwoners*

doel Output HR

260

studenten

38

vo-scholen

docenten

5

po-scholen

hoofddocent

2

leraren

lectoren

1

coalities

stages

2

onderzoeken

onderzoekers

1

Resultaten Gezonde leefomgeving • Een recruitment tool voor S&A waar huurders, naast zorgprofessionals, betrokken worden in de selectie voor nieuwe aspirant huurders. • Advies en aanbeveling over community vorming en wederkerigheid van huurders binnen S&A concept. • Een verkenning en realisatie binnen S&A naar een gemeenschappelijke ontmoetingsplaats, een ruimte die uitnodigt en uitdaagt tot interactie.

EMI | Werkplan 2016-2017


p 61

• Inzichten in de beleving van welbevinden die huurders/bewoners van S&A hebben t.a.v. van hun eigen leefruimte als de gemeenschappelijke ruimte. • Concept ingreep en/of interventie in ruimte(s) binnen S&A om welbevinden bewoners te bevorderen. Resultaten Gezonde Leefstijl • Het onderzoeken en verkennen van al bestaande programma’s die op gezonde leefstijl gebaseerd zij • Met HBO en WO studenten contextueel onderzoek naar Behavioural Insights w.b.t. gezondheid; hoe kan je door het inzetten van nudges mensen helpen tot het maken van bewustere keuzes t.a.v. een gezonde leefstijl. • Het ontwikkelen en ontwerpen van (interactieve en technologische) concepten gebaseerd op Nudging. • Kennisuitwisseling en samenwerking met bestaande gezondheidsinitiatieven die tot nieuwe (innovatieve) en preventieve concepten voor een gezonde leefstijl kunnen leiden; concept Poli Gezonde Leefstijl i.s.m. IVG , Gezondheidscentra (Lijn 2) CHPR • Een interactieve toepassing om tweede generatie migranten te stimuleren te fietsen. Continuïteit Gezonde leefomgeving • Aangaan van een samenwerkingsconvenant met Laurens Samen & Anders, • Uitkomsten en concepten vertalen naar het nieuwe curriculum. • Aansluiting zoeken bij Rotterdam Resilience programma. • Koppeling maken van gezonde leefomgeving en gezonde leefstijl binnen NPRZ. • Gezamenlijk met EMI Gezond op Zuid en EMI Urban Innovation vanuit verschillende disciplines aan één opdracht werken. • Koppeling en cross-overs maken met gezondheidsvraagstukkken vanuit verschillende programma’s; thema “bewegen om depressie tegen te gaan” vanuit nota Publieke Gezondheid i.s.m. Center for Health Promotion binnen S&A uitzetten en aansluiting zoeken bij b.v. Fietsen op Zuid. Continuïteit Gezonde Leefstijl • Vanuit eerder PMG onderzoek (2015-2016) is door studenten geconcludeerd, en de aanbeveling gedaan, dat inzetten op leefstijl programma’s voor (migranten) vrouwen gewenst is. • Interventies moeten plaats vinden vanuit eigen netwerk (bottum-up), dus niet alleen vanuit zorgprofessional. • *inzetten, uitbreiden en verbinden van verschillende programma’s met praktijk en onderwijs, IVG & Lijn 2. • samen met Erasmus University College aan een duurzaam programma werken door het effect van nudges te onderzoeken en door te ontwikkelen, die uit concepten vanuit EMI, Gezond op Zuid zijn voort gekomen, waarbij focussen op co-creatie en behavioural insights essentieel is.

H5 Zorg en Welzijn


p 62

5.3

Frontlijnaanpak Op Zuid heeft het Instituut voor Sociale Opleidingen, met een nieuw curriculum in opbouw onder de noemer Social Work, een stevige traditie in het strategisch partnerschap met innovatieve praktijkpartners om gezinnen te ondersteunen. Met Bureau Frontlijn is een hechte samenwerking. Met het werken in leerwerkgemeenschappen wordt deze samenwerking verduurzaamd. Zo ontstaan lerende netwerken waarin onderwijs en praktijk meer met elkaar verbonden worden en toegesneden zijn op de actualiteit van de Rotterdamse samenleving.

EMI | Werkplan 2016-2017


Wonen | City Life

H6


p 66

H6

Wonen | City Life Door het creëren van aantrekkelijke woonmilieus zijn mensen die het sociaal en economisch beter krijgen voor Zuid te behouden. Hiervoor zijn forse investeringen nodig in de woningvoorraad en in de randvoorwaarden die de aantrekkelijkheid van het wonen bepalen. Tegelijkertijd leren burgers omgaan met de belangrijkste veranderingen in het publieke domein van de moderne stedelijke omgeving: de toegenomen culturele diversiteit en de vervaging van de harde grens tussen de persoonlijke identiteit en de stedelijke ruimte. EMI onderzoekt het komend jaar hoe bij te dragen aan de doelstellingen van het netwerk resilient cities, waar Rotterdam deel van uitmaakt. Veerkracht wordt in steden versterkt door voortdurend te werken aan zeven belangrijke kwaliteiten in mensen, gemeenschappen, organisaties, gebieden, projecten en systemen. Deze kwaliteiten zijn reflectievermogen, vindingrijkheid, robuustheid, reservecapaciteit, flexibiliteit, inclusiviteit en integraliteit. Onderzocht wordt hoe gebiedsgebonden maatschappelijke innovatie bijdraagt aan de veerkracht en toekomstbestendigheid van Zuid.

6.1

Sense of the City Programmaleider dr. Marina Meeuwisse Medewerkers Renee van der Laar (tot 5-12-2016), Jos Heinerman, Roel de Kok (stagiair) Samenwerkingspartners Extern: Essalam Moskee, Gerser media, Museum Rotterdam, Seastarters. Intern: CcS, CMI, CMV, FIT, IGO, ISO, WdKA

Inleiding Bij herhaling blijkt dat de opzet van de programmalijn ‘Sense of the City’ zich bij uitstek leent om in een vroeg stadium vraagstukken uit de stedelijke praktijk te signaleren en het programma is geschikt om ‘mee te bewegen’ met die vraagstukken uit de praktijk. Dat vraagt om het balanceren tussen lenigheid én een strakke regie en bewaking van de programmalijn. Voor het werkveld/de partners hebben leden van de gebiedscommissie IJsselmonde het belang ingezien van Visueel Veldonderzoek in een wijk: Aanbevelingen van studenten die hieruit voortkwamen waren verrassend en kunnen direct worden ingezet. Alle studenten die het programma hebben doorlopen zijn geconfronteerd met onverwachte vraagstukken waarvan het onmogelijk is om die binnen de muren van een schoolgebouw te ontdekken. Dit geeft inzicht in de relatie tussen stedelijke inrichting en het welbevinden van mensen. Dit geldt voor alle studenten van de verschillende opleidingen die meededen aan het onderzoek.

EMI | Werkplan 2016-2017


p 67

Vooroordelen zijn weggehaald, er ontstaat een toenemend zelfvertrouwen en lef om door situaties heen te kijken en passende aanbevelingen te formuleren. Opzet Studenten en docenten: De implementatie van de methode ‘Sense of the City’ (straatcolleges) in het curriculum van de creatieve opleidingen. Studenten, bewoners en stadscollega’s: Vraagstukken uit de praktijk vinden we door de straten op te gaan, door op grond van zintuiglijke ervaringen te ontdekken waar de leefwereld en de systeemwereld elkaar mislopen. Daarbij registeren we alle ervaringen met de camera en audio-opnames, waardoor we bij wijze van een menselijke zoekmachine, onze eigen, authentieke data verzamelen. Op grond hiervan formuleren we vraagstukken die we onderzoeken en aan de praktijk presenteren. WdKA-studenten en docenten: Een praktijkgerichte onderzoeksaanpak, waarbij de kunstenaar onderzoeker is en niet in de valkuil trapt dat onderzoek zich beperkt tot traditioneel wetenschappelijk onderzoek. Er is een onderzoeksprogramma voor de kunstenaar-onderzoeker geschreven dat door de WdKA voor hun afstudeerlijn ‘Beyond Social’ geadopteerd is. Studenten, docenten, stadscollega’s: Filmisch onderzoek naar de ‘integratieparadox’: op welke manier gaan studenten om met transnationaliteit, de en-en-logica van verschillende leefwerelden, met mensen die hen een identiteit opdringen en de discrepantie tussen het pedagogisch klimaat thuis en op school? Presentatie tijdens IFFR (International Film Festival Rotterdam) gepland. Jos Heinerman onderzoekt de aansluiting bij bestaande programma’s van Hogeschool Rotterdam, o.a. bij programma’s Inclusief onderwijs. Vluchtelingen, ondernemers, beleidsmedewerkers, expats, studenten: Het centrale thema is gewoon meedoen. Want daar gaat het uiteindelijk om, een samenleving waarin iedereen gewoon kan meedoen. Sommige groepen, zoals vluchtelingen, kunnen hierbij een duwtje in de rug gebruiken. Het merendeel van de huidige vluchtelingeninstroom komt uit Syrië (42%, COA). Uit de praktijk blijkt dat onder Syriërs veel ondernemende mensen zijn die graag snel aan de slag willen. Ook is bekend dat social media, WhatsApp-groepen en apps populair zijn onder vluchtelingen. Beredenerend vanuit de leefwereld, is het een enorme kans om hierop aan te haken en met concepten te komen zodat technologie en de ‘echte wereld’ verbonden worden, met als doel: snel en zo gewoon mogelijk meedoen. Nieuwkomers die snel de weg leren kennen in hun nieuwe woonplaats en spoedig wonen, werken, recreeren en actief zijn in de buurt. Hoe versnellen we dit proces met behulp van technologie en design? Bewoners, ondernemers, studenten, politici en bestuurders: Kunstzinnige producties, die dienen als pièce de résistance voor een cultureel instituut op Zuid over het onderwerp migratie, die de transities in de samenleving voelbaar inzichtelijk maken. Planning OP 1: • CMI – “a billion people at home, in Rotterdam”; sensitiviteit voor andere culturen, zodat het design aansluit op gebruikers uit andere culturen. • WdKA – “Beyond social”; sensitiviteit bevorderen voor het sociale domein en het politiek bestuurlijke domein, zodat studenten minder in hun eigen echo verblijven en niet alleen iets maken omdat ‘zij zelf dat mooi vinden’. Plus: theoretisch kader ontwerpen waardoor kunstenaars-onderzoekers als kunstenaar onderzoek kunnen doen. H6 Wonen


p 68

• IGO – Vraagstukken over veerkracht en duurzaamheid liggen ‘op straat’, hoe vind je die en hoe zorg je voor aansluiting bij bestaande structuren? OP 2: • CMI – “a billion people at home, in Rotterdam”; sensitiviteit voor andere culturen, zodat het design aansluit op gebruikers uit andere culturen. OP 3 en 4: • Praktijkgericht (fotografisch, filmisch) onderzoek, focus op migratie. Targets doel

doel

Output Zuid

Output HR

inwoners

studenten

150+

vo-scholen

docenten

5+

po-scholen

hoofddocent

leraren

lectoren

coalities

stages

onderzoeken

4

1

onderzoekers

Resultaten • inwoners en ondernemers op Zuid; Aandacht voor vraagstukken uit hun leefwereld (opbrengst). • werkveld/partners; Inzicht in actuele vraagstukken uit de leefwereld (opbrengst). • studenten HR; Inzien hoe er soms een mismatch is tussen leefwereld en systeemwereld (opbrengst). • Opleidingen HR: Praktijkgericht onderzoek implementeren (resultaat) gebruikmakend van de op te stellen handleiding Sense of the City. • Een onderzoeksprogramma voor de kunstenaar-onderzoeker geschreven, dat door de WdKA voor hun afstudeerlijn ‘Beyond Social’ geadopteerd is (resultaat). • Een documentaire waarin 30 studenten vertellen op welke manier zij omgaan met transnationaliteit. Zij leggen uit hoe zij omgaan met de en-en-logica van verschillende leefwerelden, en met mensen die hen een identiteit opdringen. Ten slotte vertellen zij hoe zij omgaan met de discrepantie tussen het pedagogisch klimaat thuis en op school (resultaat). • Technologische voorstellen die bevorderen dat vluchtelingen zo snel mogelijk gewoon mee kunnen doen in de samenleving. • Een ontwerp-atelier over het actief en passief beleven van culturele diversiteit in Rotterdam, de zich nieuwe ontwikkelende identiteit nu en in de geschiedenis. Met als resultaat een kunstzinnige productie i.s.m. bewoners, ondernemers en studenten. • Voor de lange termijn: de samenwerking met Museum Rotterdam kan uitmonden in een podium waar we met regelmaat kunnen laten zien wat de uitkomsten van onderzoek zijn (straatcolleges, installaties, filmisch onderzoek). Het geeft Hogeschool Rotterdam de mogelijkheid om te laten zien wat eigenzinnig praktijkgericht onderzoek kan opleveren en bewerkstelligen.

“Studenten leren ontzettend veel van dit soort vraagstukken. Het zijn echte vraagstukken met echte consequenties waar ze mee te maken hebben.” M.J. van ‘t Oever – docent WdKA

EMI | Werkplan 2016-2017


p 69

6.2

Urban Innovation Rotterdam bouwt aan een resilience strategie, die is voorbereid op het overgrote deel van de kansen en uitdagingen die de toekomst met zich mee zal brengen. De strategie richt zich op een toekomstbestendige veerkrachtige stad met een daadkrachtige samenleving in balans. Dit wordt geoperationaliseerd in Rotterdam aan de hand van 7 thema’s: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Rotterdam: Samenleving in balans Wereldhavenstad op schone en betrouwbare energie Rotterdam Cyberhavenstad Klimaatbestendig Rotterdam naar een nieuw niveau Infrastructuur klaar voor de 21e eeuw Rotterdam Netwerkstad: onze stad Verankeren van resilience denken in de stad

Een voorbeeld hiervan is het laatste thema (Verankeren van Resilience) wat via het EMI programma Urban Innovation verbonden is met het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) op de maatschappelijk-stedelijke domeinen werk, zorg, wonen en onderwijs in de kwetsbare wijken van Rotterdam Zuid. Een ander voorbeeld is het BRIDGE programma (p51) van EMI. Resilience is een staat van het stedelijke systeem. Om deze staat beter te kunnen definiëren en operationeren zijn er zeven kwaliteiten van resilience benoemd door de gemeente Rotterdam: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Reflecterend Robuust Redundantie of reservecapaciteit Flexibel Vindingrijk Inclusiviteit Integratie

Studenten worden ingezet om praktijk opgaves en problemen op te lossen middels onderzoek en ontwerp opgaves. Deze kennis wordt vervolgens wereldwijd gedeeld om resilience beter en globaal te kunnen definiëren en verankeren. Urban Innovation programma heeft ook samen met het honors programma een nieuw Ilab ontwikkeld, namelijk een ilab dat een heel studiejaar gaat lopen…. Programmalijnen van EMI en RDM betreffende Resilience zijn ondermeer Urban Innovation (gericht op maatschappelijke resilience) en Urban Adaptive Developent (gericht op fysieke resilience) Beide programma’s hebben een doorkijk naar de Architectuur Biennales van 2018 (Societal Resiliance) en 2020 (Physical Resilience) Deze programma’s staan nauw in verbinding met het BRIDGE programma en het programma Gezonde leefomgeving & Gezonde leefstijl (pagina 58). Het laatste richt zich op het ontwikkelen van een gezonde leefomgeving die een stimulans is voor ontmoeting, deelname en beleving van Rotterdam Zuid waar mensen geactiveerd worden tot bewuste keuzes ten aanzien van voeding, beweging en mentaal welzijn. Dit landt bijvoorbeeld in de CoP Samen en Anders (S&A) wat een community vormt voor kwetsbare en niet kwetsbare bewoners van een “verticale wijk” (voormalig verzorgingstehuis voor ouderen in Rotterdam Zuid) waar wederkerigheid centraal staat. H6 Wonen


Communicatie en Marketing

H7


p 72

H7

Communicatie en Marketing Afgelopen drie jaar is hard gewerkt de programma’s (CoP’s) vorm te geven, de HR-instituten en kenniscentra te betrekken, partners te vinden en programmaleiders aan te stellen. Groei kenmerkt het afgelopen jaar: in aantallen bereikte studenten, docenten én inwoners op Zuid. Een van de conclusies is dat het zwaartepunt ligt bij onderwijs en praktijk binnen EMI, de onderzoekscomponent wordt voornamelijk door en in samenwerking met de kenniscentra ingevuld. Rechtstreekse communicatie met studenten die bij EMI afstuderen of algemene vragen hebben over maatschappelijke innovatie, vindt veel vaker plaats dan drie jaar geleden voorzien. Studenten participeren en presenteren tijdens evenementen, worden betrokken bij workshops en worden benaderd voor (afstudeer)onderzoeken. EMI wordt steeds zichtbaarder bij studenten die op zoek zijn naar maatschappelijke innovatieve (praktijk)opdrachten en zij benaderen EMI steeds vaker rechtstreeks. De samenwerking met studenten en hun docenten is deels verankerd in het curriculum bij enkele opleidingen en krijgt verder veelal vorm in stages, praktijkopdrachten voor tweedejaarsstudenten (PI-projecten), afstudeeropdrachten en minoren. EMI stelt zich ten doel om kennis van de afstuderende studenten te verankeren door hen, waar mogelijk, tijdelijk na het afstuderen in dienst te nemen als ondersteunend medewerker bij de programma’s. Dit is een mooie werkervaring op de CV van alumni en verduurzaming van kennis, door de studenten opgedaan in de praktijk, in de opleidingen van HR. De programma’s, de presentatie van resultaten in evenementen, en presentaties bij vakbijeenkomsten (inter)nationaal, gaven EMI afgelopen tijd een toenemende bekendheid. De communicatie, digitaal en in print, heeft een herkenbare signatuur en oogst lof zowel binnen de hogeschool als bij de praktijkpartners op Zuid en overige geïnteresseerden. Samenwerkingspartners zijn positief over de samenwerking met studenten en docenten, maar geven wel aan de programmaleiders van EMI nodig te hebben in het bouwen aan een duurzame verbinding tussen onderwijs en praktijk. In de bekrachtigingsfase waar we met EMI staan, met een verlenging van vier jaar bevestigd, is het doel stevige positionering en zichtbaarheid van de unieke toegevoegde waarde die EMI kan leveren voor partners, stakeholders en binnen HR. Daarbij hecht EMI, naast inhoudelijke innovatie, veel waarde aan innovatieve manieren van het presenteren van de resultaten. Goede inhoud kan niet zonder een goede vorm.

7.1

Imago vs identiteit EMI beoogt een netwerkorganisatie te zijn gericht op meerwaarde voor studenten, docenten, onderzoekers, werkveld en bewoners op Zuid. Belangrijk is dat deze meerwaarde en de mogelijkheden gedeeld en gedragen worden door opleidingen, kenniscentra en partners. Een van de succescriteria is hoe steviger het kennisnetwerk verankerd is in CoP’s, des te hoger de mate van gedeeld eigenaarschap. Praktijkpartners en docenten zijn enthousiast over samenwerking met studenten van de verschillende opleidingen.

EMI | Werkplan 2016-2017


p 73

Het vatten van complexe vraagstukken uit de praktijk heeft geresulteerd in acht hoofdprogramma’s en daarbinnen achttien specifieke deelonderwerpen waar studenten, docenten, onderzoekers en praktijkpartners mee aan de slag gaan. Deze programma’s worden geleid door programmaleiders in nauwe samenspraak met lectoren. De twee expertisecentra, waaronder dus ook EMI, waren bij aanvang in de wereld van de hogeschool en Zuid een vreemde eend in de bijt en werden zo nu en dan met argwaan bekeken. We zien hierin een verschuiving plaatsvinden waarbij de rol van EMI (ook ten opzichte van kenniscentra) weliswaar duidelijker is, maar waar de positieve bijdrage voor opleidingen nog verstevigd kan worden. De nieuwe strategische agenda en onderwijsvisie van HR spreekt van contextrijk, praktijkgericht onderwijs en de profilering op haven en Zuid bieden kansen. Meer autonomie van de opleidingen betekent echter ook dat het com­ municatieoffensief over de mogelijkheden en meerwaarde van samenwerking met EMI nog steviger moet worden ingezet op de opleidingen en de docenten rechtstreeks. Onze ambitie: zorgen dat EMI minder als concurrent en meer als betrouwbare partner en onderwijs faciliterende netwerkorganisatie wordt gezien. Naast eigen communicatiestrategie slaan de twee experticecentra de handen ineen waar het gaat om positionering binnen HR. Wat is de rol van de expertisecentra? What’s in it for you? De opleidingen hebben de komende jaren de opdracht effectief en nauwer samen te werken met werkveld, kennis verder te ontwikkelen binnen de beroepscontext en studenten te laten werken aan vraagstukken in het werkveld en de samenleving die er toe doen. Hierbij spelen de experticecentra (en kenniscentra) een cruciale rol.

7.2

Doelstelling De opdracht is om de programma’s zo goed mogelijk in te bedden bij de verschillende opleidingen. Dat doet EMI met behulp van docenten die via interne procedures zijn aangesteld als programmaleider. Zij zitten ook deels in het onderwijs en bespreken met collega-docenten en met hun onderwijsmanager wat in het onderwijs kan worden opgenomen en hoe. De doelstelling van de communicatieafdeling van EMI is de netwerken die gevormd worden tussen onderwijs, onderzoek en praktijk in de CoP’s zo goed mogelijk te faciliteren én voor het voetlicht te brengen. Het is belangrijk aan te sluiten bij de kennis en kunde van opleidingen en hun praktijkpartners en de toegevoegde waarde van EMI te laten zien. De programma’s zijn in verschillende stadia van ontwikkeling en kennen hun eigen dynamiek. Persoonlijk contact en maatwerk in communicatieve ondersteuning is daarom essentieel. Studenten, docenten, onderwijsmanagers en directies met wie EMI al samenwerkt zijn belangrijke schakels in de communicatie met de achterban in de opleidingen. Zij zijn dé ambassadeurs van onze aanpak, zien Zuid als interessant leerwerkgebied en zien mogelijkheden voor samenwerking. Dit willen we ­komende jaren verder benutten door hen hierin zo goed mogelijk te faciliteren en in overleg met hen na te gaan waaraan hun collega’s behoefte hebben.

“De creativiteit bij EMI, de zichtbaarheid die zij weten te geven aan het werk van studenten en ook de schakel zijn tussen buiten - Rotterdam Zuid - en wat er op school gebeurt, is een verbindende factor.” A. Kooiman, docent ISO

H7 Communicatie en Marketing


p 74

7.3

Doelgroepen EMI kent verschillende doelgroepen waar de communicatie zich op richt. Tevens wordt bij iedere doelgroep het onderscheid gemaakt in drie niveaus: uitvoerend, operationeel en strategisch.

beroepspraktijk Uitvoerend: professionals van partnerorganisaties Operationeel: leidinggevende professionals van partnerorganisaties, team NPRZ Strategisch: directies en bestuurders van partnerorganisaties, directeur NPRZ, Partners NPRZ

EMI Uitvoerend: medewerkers Operationeel: programmaleiders Strategisch: programmaraad en stuurgroep

onderwijs Uitvoerend: docenten, studenten Operationeel: onderwijsmanagers en managers externe betrekkingen ondersteunende diensten Strategisch: instituutsdirecties, CvB

onderzoek Uitvoerend: (hoofd)docenten, promovendi, studenten Operationeel en strategisch: lectoren en programmadirecteuren kenniscentra

Implementatie in het onderwijs en in de praktijk van Zuid is uitdagend en dynamisch maar ook ingewikkeld en bewerkelijk. Inbedding in curriculum verloopt soms nog stroef, omdat programma’s zich ook moeten bewijzen in de vaak weerbarstige praktijk van Zuid. De veilige weg is dan soms om in eerste instantie ruimte in het keuzevak onderwijs te zoeken. Naast een goede werkplanning en inhoudelijke kennis en kunde helpt een communicatieplanning om een structurele bijdrage te leveren aan een goede afstemming tussen de interne dynamiek binnen de HR en de externe in het werkveld op Zuid. Enerzijds om de zichtbaarheid te vergroten en de focus te richten op de highlights in het programma, maar anderzijds ook om op de juiste momenten en op het juiste niveau bij de interne en externe partners aan tafel te zitten. Communicatie met de opleidingen op verschillende niveaus is nodig en nuttig, zo ook met de kenniscentra, de ondersteunende diensten van de hogeschool en het College van Bestuur (CvB). Van belang voor draagvlak is een goed samenspel van afwisselend top-down en bottom-up communicatie.

EMI | Werkplan 2016-2017


p 75

De inzichten van de studenten spelen een grotere rechtstreekse rol dan aanvankelijk bedacht. Zij verrassen EMI vaak met hun onbevangen en creatieve inzichten. Ze nemen in toenemende mate eigen initiatief om EMI te benaderen voor opdrachten en afstuderen. Studenten als rechtstreekse communicatiedoelgroep blijkt relevanter dan gedacht. Naast informatiepunt en netwerkorganisatie voor Rotterdam Zuid is EMI ook opdrachtgever voor verschillende minoren (+), stages en afstudeerders. Resultaten van deze inzet worden gepresenteerd op twee momenten: in januari als slotevenement van minoren op Zuid en aan het einde van het studiejaar. Hierin wordt nu ook meer samenwerking gezocht met RDM CoE. EMI wil kennis en resultaten zo veel mogelijk delen en doorgeven. Een vierdejaarsstudent en afstudeerder van WdKA heeft onderzocht op welke manieren EMI haar merkwaarde kan optimaliseren. Behalve het tweejaarlijks moment waarop studenten zich gezamenlijk presenteren zal ook een reizende expo worden ontwikkeld die de verschillende locaties van HR zal aandoen. Een laagdrempelige en aansprekende manier om studenten en docenten te attenderen en informeren. Een vierdejaarsstudent en afstudeerder van CMI heeft onderzocht op welke manieren studentprojecten en onderzoeken een vervolg kunnen krijgen na afronding, oftewel een zogenaamde estafette in gang te zetten. Onze ambitie is om de ‘estafette’ van interessante onderzoeken, prototypes en concepten, in samenwerking met praktijkpartners, te stimuleren. Hierdoor komen interessante ideeën niet in de la te liggen, maar kunnen worden doorontwikkeld, in het beste geval tot een daadwerkelijk product of plan van aanpak. Op de vernieuwde website van EMI zullen afgeronde afstudeer- en minorprojecten vindbaar zijn, op een speciale portfolio pagina, met speciaal op studenten en docenten gerichte zoekfunctie om gericht interessante projecten te vinden om op, of beter gezegd over, te pakken. Inzet wat betreft de marketing/communicatie ligt op het neerzetten van EMI als netwerkorganisatie binnen HR en daarbuiten. De meer lange termijn vraag waar EMI ook mee aan de slag moet is hoe we van expertisecentrum uit kunnen groeien tot een deels zichzelf bedruipend sterk expertisenetwerk op het gebied van maatschappelijke innovatie. Daarbij moeten we rekening houden met het feit dat het NPRZprogramma op twintig jaar is gezet, we zullen moeten onderzoeken hoe het expertisecentrum, in beginsel voor een nieuwe periode vier jaar, daarin meebeweegt.

7.4

Aanpak Verbinden. We willen het draagvlak en inbedding binnen de opleidingen verder uitbouwen. EMI wil het onderwijs faciliteren en nieuwe input geven. De relatie met onderwijs wil EMI verstevigen door het creëren van eigenaarschap en verdere vergroting van draagvlak. Belangrijk daarbij is het benadrukken en inzichtelijk maken van de win-win voor studenten, praktijkpartners én het onderwijs en de noodzaak van een goede relatie met het onderwijs en EMI. Luisteren. Waar zitten de connecties met het onderwijs en nieuwe opdrachten voortkomend uit de onderwijsvisie? Wat zijn de vernieuwingswensen van de opleidingen op het gebied van praktijkgericht onderwijs en kunnen we die koppelen aan Zuid? Delen. Kennisuitwisseling is als verbindende netwerkorganisatie een essentieel onderdeel. Dit geldt voor zowel de CoP-leiders, onderwijs, onderzoekers en studenten. Het gaat hierbij niet alleen om het eindproduct, zoals rapporten en verslagen, maar ook interactie en uitwisseling van informatie gedurende projecten en onderzoekprocessen. We brengen en we halen kennis, dat is onze ambitie. Programmaleiders zijn aanwezig op de meest uiteenlopende (inter)nationale bijeenkomsten rondom onderwijs en het vakgebied. Daarbij sluiten ze aan bij andere innovatieve workshops en presentaties en delen hun eigen ervaringen. H7 Communicatie en Marketing


p 76

7.5

Middelen Huidige reguliere communicatiemiddelen: nieuwsbrief intern (digitaal), nieuwsbrief extern (digitaal), website (NL/ENG), Twitter, Yammer, publicaties, rondleidingen, bijeenkomsten, (film)verslagen van bijeenkomsten. Naast eigen middelen zijn ook middelen van de HR essentieel in het bereiken van onderwijs, lectoraten en studenten. Kennisbank Komend jaar willen we ook inzetten op de uitvoering en het monitoren van de programma’s en een systeem opzetten voor kennisdeling. Hoe kunnen zo optimaal mogelijk informatie en resultaten worden uitgewisseld tussen het expertisecentrum, onderwijs, kenniscentra en partners waarbij voor betrokkenen en geïnteresseerden de informatie beschikbaar en vindbaar is. De eerste stappen zijn gezet in samenwerking met partners op Zuid voor de ontwikkeling van een kennisbank: een online kennisplatform voor kennisdeling rond de ontwikkeling van Rotterdam Zuid. In deze kennisbank zit een archieffunctie en interface die aan de vraag van het expertisecentrum voldoet. Hiermee wordt gekeken hoe de vergaarde kennis, informatie en overige data over Zuid zowel beheerd als getoond kunnen worden. EMI expo De EMI-website wordt vernieuwd en krijgt een overzichtelijke homepage waarin de programma’s centraal staan. Meer beeld en praktijkvoorbeelden staan centraal. Er komt een speciale portfolio pagina waarop de studentenprojecten op Zuid vindbaar zijn. Aandachtspunt is ook de HR website waar de CoE’s niet ideaal staan ondergebracht. Onderzoek en onderwijs, daarmee ook de positie van de CoE’s, op de website heeft eveneens de aandacht binnen de communicatieafdeling van HR. Masterclass Samen met Stichting Lokaal organiseerde EMI reeds masterclasses rondom democratische vernieuwing. De masterclasses zijn gratis toegankelijk en inspirerend voor zowel onszelf als de bezoekers: een mix van docenten, partners en relaties van EMI en Lokaal. Voor dit studiejaar staan er nog minimaal drie masterclasses op de agenda. EMI expertmeetings Met steeds een CoP-thema als uitgangspunt worden door het jaar heen lezingen georganiseerd – al dan niet in samenwerking met kenniscentra en/of instituten – met inspirerende sprekers uit het veld (direct of indirect verbonden aan het onderwerp of CoP). Deze zijn bij te wonen door geïnteresseerden, studenten, stakeholders in- en extern.

7.6

Vooruitblik – evenementen en netwerkbijeenkomsten Verschillende initiatieven zoals Zuid Inspireert, lezingen, rondleidingen, ontvangst van binnen- en buitenlandse delegaties krijgen ook dit studiejaar een vervolg.

EMI | Werkplan 2016-2017


p 77

7.7

Netwerken Samenwerking CoE RDM en EMI We willen als CoE RDM en EMI zowel in de hogeschool als daarbuiten meer gezamenlijk activiteiten ondernemen. De positionering van CoE’s binnen HR is een speerpunt waarop we gezamenlijk een aanpak gaan formulieren. Werkgroep Children’s Zone In de Rotterdam Children’s Zone werken scholen, overheid, consultatiebureaus, kinderopvang, woningcorporaties, bedrijven en andere partners nauw samen. Het doel van de Rotterdam Children’s Zone is dat de leerlingen in de zeven wijken in Rotterdam Zuid in 2020 minstens zo goed presteren als in de rest van de stad. In 2030 gaan zij het zelfs net zo goed doen als leerlingen in de vier grote steden van Nederland. Dat geldt voor zowel hun leerprestaties als hun sociaal-emotionele ontwikkeling. We kijken dan onder andere naar hun gezondheid, sociale vaardigheden, keuze van vervolgopleidingen en kansen op de arbeidsmarkt. Werkgroep Loopbaanoriëntatie EMI maakt als partner deel uit van de Werkgroep Loopbaanoriëntatie van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid die scholen op Rotterdam Zuid ondersteunt bij loopbaanoriëntatie voor leerlingen in primair en voortgezet onderwijs. Onderwijstafel EMI zit als partner aan de Onderwijstafel, waarin alle schoolbesturen van Rotterdam Zuid, van basisonderwijs tot en met universiteit, zijn vertegenwoordigd. Partneroverleg NPRZ Met het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) werken Rijk, gemeente, onderwijs, zorginstellingen, woningcorporaties en bedrijfsleven aan een nieuw perspectief voor Rotterdam Zuid. Het NPRZ richt zich op het wegwerken van de achterstanden van de bewoners en op het verbeteren van het leven op Zuid. Samen zetten ze hun schouders onder de verbetering van Zuid. Dit moet er toe leiden dat Rotterdam Zuid het over twintig jaar net zo goed doet als de andere drie grote steden in ons land. Werkgroep Next Economy en Next education EMI is partner, samen met andere expertisecentra in de regio en centra voor innovatief vakmanschap (MBO) in het beschrijven van de rol van onderwijs in de werkgroep Next Education, aansluitend bij de ontwikkelingen met betrekking tot de Deltametropool Rotterdam – Den Haag. Onderwijs-CityLab010 EMI zit in de jury van Onderwijs-CityLab010, dat deel uitmaakt van CityLab010, een programma met een half miljoen euro voor onderwijsvernieuwing in onze stad. Innovatieve plannen die aansluiten bij de gemeentelijke notitie Leren Loont Rotterdam worden beoordeeld en al dan niet toegekend. CityLab010 gelooft in de kracht van goed onderwijs, voor kinderen, voor jongeren en voor de stad zelf. Samen één in Feijenoord Samen één in Feijenoord staat voor het verbinden en creëren van een sluitend netwerk tussen organisaties uit uiteenlopende sectoren. Het delen van kennis en vaardigheden staan hierin centraal. Door verschillende diensten te verbinden en een sluitend netwerk te creëren, versterken we elkaar in het verlengde van onze eigen doelstellingen. Een netwerk van instellingen voor gezondheidszorg in Feijenoord.

H7 Communicatie en Marketing


p 78

Stedelijk platform vrijwilligerswerk Een platform dat opgericht is om adviezen te formuleren aan de gemeente over beleid betreffende het vrijwilligerswerk in Rotterdam. Beoordelingscommissie Right to Challenge Definitie right to challenge: Een buurt of wijk krijgt het recht om lokale voorzieningen en taken van de gemeente te ‘challengen’, wanneer zij denken het zelf anders en beter te kunnen organiseren. Right to Challenge is voor Rotterdammers die zien dat in de eigen buurt of wijk een voorziening beter en efficiënter opgepakt kan worden voor hetzelfde geld; de eigen talenten willen inzetten voor het verbeteren van de leefbaarheid in de eigen wijk of buurt; geloven dat het samenbrengen van de kennis en expertise van bewoners met de ervaring en kennis van de gemeente betere resultaten oplevert; deel willen uitmaken van de vernieuwing en het spannend vinden om te experimenten! EMI nam zitting in de beoordelingscommissie waarin als experiment drie initiatieven besproken werden die pasten in de criteria die de overheid opstelde. EMI zal ook als ambassadeur optreden van één van de drie initiatieven. (Inter)nationaal We zijn met EMI ook specifiek op zoek naar organisaties in Europa die zich bezighouden met gebiedsgebonden maatschappelijke innovatie. Met Hogescholen Brussel en Antwerpen bespreken we de vraagstukken rond diversiteit. Met Hogeschool van Gent is contact over kwetsbare zwangeren. Social Innovation network met Antwerpen en Tilburg. Jaarlijks bezoekt een delegatie ambtenaren van de Gemeente Kopenhagen Rotterdam Zuid waar zij een presentatie en rondleiding krijgen van EMI en partners. BAR Overleg met hogescholen Brussel en Antwerpen met betrekking tot gebiedsgebonden maatschappelijke innovatie, de aanpak van Mentoren op Zuid en studiesucces. EMI is ook in gesprek met o.a.: Aafje, AIR, Benefits for Kids, Bewonersadviesraad, Big Brothers en Big Sisters, BOOT Oost, Bureau Frontlijn, Buro Ja, CJG, Creatief Beheer, Crimson, CSG Calvijn, CSG Calvijn Vreewijk, Cultuurscouts Rotterdam, De Katrol, De Nieuwe Kans, de Passie, De Zuiderling, Deltalinqs, Deltametropool, Drift, Erasmus Universiteit Rotterdam, ECHO, Enactus, Fietsersbond, Gemeente Rotterdam, Gezondheidscentrum Lijn2, GGD, Havensteder, Hogeschool Inholland, Hogeschool van Amsterdam, Horizon Jeugdzorg, JOZ, Kamer van Koophandel, Laurens Borgsate, Lelie zorggroep, LMC Slinge, LMC Zuiderpark, Maasstad Ziekenhuis, Magnoliahuis, Marcada Projecten, Ministerie OC&W, Ministerie van BZK, Mob, van der Most Bedrijven, Naima Azough Producties, Nationaal Programma Rotterdam Zuid, Nieuw Zuid, NIVOZ, Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam, Panteia, Passie op Zuid, PCBO, Peutercollege, Platform 31, Platform Betatechniek, Port of Rotterdam, Powerboat, Praktijk Mozaïek, Rabo Rotterdam Zuid, Rotterdam Vakmanstad, RVC De Hef, RVKO, Scheepvaart en transport College, Sezer voor diversiteit, Starters Academie, Sterk Team, stichting BOOR, Stichting De Verre Bergen, Stichting Formaat, Stichting IkZitopZuid, Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam, Stichting Kunst Accommodatie Rotterdam, Stichting Lokaal, Stichting Mano, Stichting Peer Assisted Learning, Stichting Schreuders groep, Stipo, The Patching zone, ROC Albeda, ROC Zadkine, Theater Zuidplein, Thuis op Straat, Veldacademie, Vereniging Zorgboulevard, Vestia Groep, Vitaal Pendrecht, Vitbuck Architecten, Stichting Rotterdam Kookt, Woonbron, Woonstad, Yes we care, Zadkine, Zaken Expert, Zorgvrijstaat Rotterdam West.

EMI | Werkplan 2016-2017


Organisatie en governance

H8


p 80

H8

Organisatie en governance EMI is een netwerkorganisatie die met HR opleidingen en kenniscentra, samen met praktijkpartners bouwt aan gebiedsgebonden maatschappelijk innovatie. Om recht te doen aan die missie kiezen we voor een organisatiestructuur die fluïde en robuust is, waarin ruimte is voor langdurige focus, nieuwe netwerkpartners en bestendiging van uitkomsten in praktijk en onderwijs.

8.1

Bestuurlijke organisatie De organisatie bestaat uit een stuurgroep en een programmaraad waarin gezaghebbende en toonaangevende experts op het gebied van maatschappelijke innovatie zitting hebben. De stuurgroep is verantwoordelijk en schept de kaders voor de (door)ontwikkeling van EMI, zowel inhoudelijk en financieel als bestuurlijk/juridisch. De stuurgroep bestaat uit twee leden die HR onderwijs en onderzoek vertegenwoordigen: 1. Vertegenwoordiger College van Bestuur Hogeschool Rotterdam 2. Directeur NPRZ. De taak van de programmaraad is advisering van de directeur vanuit een groter en breder perspectief van maatschappelijke trends. De programmaraad zorgt voor het leggen van verbindingen binnen en buiten de regio, signaleert kansen en ontwikkelingen en treedt op als promotor en ambassadeur van EMI. De programmaraad bestaat uit zes gezaghebbende leden met expertise op de thema’s: • stedelijke ontwikkeling en architectuurgeschiedenis • gezondheidszorg • culturele diversiteit/sensitiviteit • journalistiek en media • politiek • (stads)sociologie • sociale psychologie • jeugdstudies. De raad wordt voorgezeten door de directeur van Kenniscentrum Talentontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam. Voor het programma Mentoren op Zuid is een aparte stichting opgericht onder de naam Studentmentoren Rotterdam. In het bestuur van deze stichting hebben zitting: een lid van het College van Bestuur van de hogeschool, de directeur EMI, een lid van het college van bestuur van de STC groep (tevens voorzitter), de directeur en de programmamanager van Stichting De Verre Bergen.

EMI | Werkplan 2016-2017


p 81

8.2

Uitvoerende organisatie De directeur draagt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de activiteiten van EMI en zorgt dat dit gebeurt door middel van de in de stuurgroep vastgestelde jaarwerkplannen. De programmadirecteur is verantwoordelijk voor de inhoudelijke en financiële verantwoordingscyclus en treedt op als secretaris van de stuurgroep en programmaraad. De directeur geeft leiding aan een team dat de verdere ontwikkeling van EMI inhoudelijk vorm geeft. Dit team bestaat uit programmaleiders van CoP’s (Communities of Practice) die samen met de partners, docenten, studenten en onderzoekers programma’s uitvoeren die verbonden zijn aan de vier aandachtsgebieden: onderwijs, werk, zorg & welzijn en wonen. De programmaleiders zijn inhoudelijke experts met skills op het gebied van het leiden van complexe programma’s. Zij hebben zowel inhoudelijke kennis over het maatschappelijk vraagstuk als kennis van onderwijs en onderzoek van Hogeschool Rotterdam. Zij weten via hun stedelijke netwerk partners te vinden die mee zouden kunnen werken aan de oplossingen in Communities of Practice (CoP’s). Het backoffice wordt verzorgd door het OKC (= Ondersteuningsbureau Kennis- en expertisecentra). Het ondersteuningsbureau van EMI bestaat uit een financiële, een personele, een secretariële/ beleidsassistent en communicatie- en marketingmedewerkers. Werken in Communities of Practice kent een aantal functies en kenmerken. Het is een werkvorm die uitgaat van learning by doing. Functies van CoP’s 1. Communicatie en netwerkvorming (zowel online als on-site) • Verbeteren vakmanschap • Samenwerken en samen leren • Delen van kennis • Etaleren van resultaten • Contacten leggen • Contacten onderhouden 2. Kennisvorming (zowel online als on-site) • Kennis opdoen • Kennis bewaren (archiveren) • Kennis vindbaar maken, beschikbaar stellen, toegankelijk maken • Kennis verrijken • Kennis etaleren (delen) en verkopen Kenmerken van CoP’s • De CoP richt zich op complexe vraagstukken met een onzekere context en meerdere oplossings­ mogelijkheden. Inzet van kennis van verschillende disciplines kan leiden tot innovatieve oplossingen. • Elke CoP bestaat uit een klein, multidisciplinair netwerk van praktijk, onderwijs en mogelijk onderzoek en gaat uit van een horizontale structuur: ieder lid brengt specifieke kennis in. • De vraagstelling komt altijd vanuit de praktijk. • Wisselende groepen studenten werken mee in CoP’s. • De CoP werkt aan een vraagstuk dat niet alleen relevant is voor de problematiek de haven en bewoners op Zuid, maar ook voor het onderwijs en de beroepspraktijk. • Elke CoP staat in verbinding met de andere CoP’s. • Opbrengst en resultaten van CoP’s worden regelmatig digitaal en in expertmeetings gepresenteerd. • De uitkomsten van de CoP zijn om te zetten in de praktijk en in nieuw toekomstbestendig onderwijs. • Iedere CoP wordt gecoördineerd door een vaste medewerker, tussentijds kunnen de rollen ook wisselen.

H8 Organisatie en governance


p 82

8.3

Organigram

Stichting De Verre Bergen Bestuur Alliantie Mentoren op Zuid Scholen Rotterdam Zuid

Programma manager Mentoren op Zuid

Ouders op Zuid Verbeteren samenwerking met ouders Thuis in Taal

Aanbod basisscholen Scholing leerkrachten basisschool

Ouderbetrokkenheid bij LOB

Van Social Return naar sociaal ondernemerschap

Impuls Ouderbetrokkenheid

BRIDGE*

Versterken opvoedkracht ouders Oudernetwerken

Mentoren op Zuid

Techniek op Zuid

Digitale opvoedtool Professionalisering

Wetenschap & technologie en LOB in po LOB in MoZ LOB en ouderbetrokkenheid

Gereedschapskist Themakring ouderbetrokkenheid

EMI | Werkplan 2016-2017

*Programma in opbouw in samenwerking met NPRZ, gemeente Rotterdam en partners op Zuid.


p 83

HR en NPRZ (raamovereenkomst )

Stuurgroep EMI

Programmaraad EMI

Directeur EMI

Nieuw in 010

Sense of the City

Gezond op Zuid

Urban Innovation

Gezonde leefstijl

Resilient South Rotterdam

Gezonde leefomgeving

Vitale Leefomgeving

Frontlijnaanpak*

Particuliere Woningvoorraad

* Programma van ISO in samenwerking met Bureau Frontlijn

H8 Organisatie en governance


p 84

Bijlagen 1.

Stuurgroep Angelien Sanderman

lid stuurgroep

Marco Pastors

lid stuurgroep

Programmaraad Frans Spierings

lector Opgroeien in de Stad Hogeschool Rotterdam en programmadirecteur Kenniscentrum Talentontwikkeling

Naïma Azough

voormalig Kamerlid, opgegroeid in Rotterdam-Zuid, journaliste en documentaire maker

Simone Rots

partner Crimson (stedenbouw en architectuur) en architectuurhistoricus

Atabey Şenyürek

medicus, bedrijfskundige en bestuurslid Kring Rotterdam

Marco Florijn

lid partijbestuur van de PvdA en lid curatorium Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA

Iliass El Hadioui

promovendus Sociologie Erasmusuniversiteit op stadssociologie, sociale psychologie, jeugdstudies

“De mensen die bij EMI werken zijn professioneel, goed georganiseerd en enthousiast, en de vormgeving is ook leuk, en dat maakt samenwerken heel prettig met deze vakmensen.” M. Kerman, docent WdKA

EMI | Werkplan 2016-2017


p 85

2.

Medewerkers EMI Carolien Dieleman Directeur j.c.f.h.dieleman@hr.nl Sabine Maertens Hoofd marketing & communicatie s.maertens@hr.nl Anouk Sluis Medewerker communicatie a.m.sluis@hr.nl Emma van Hattem Medewerker communicatie e.s.van.hattem@hr.nl Angèle Diesfeldt Redacteur online media a.g.m.diesfeldt@hr.nl Marjon Schrama Beleidsondersteunend medewerker m.j.c.schrama@hr.nl Nienke Fabries Margriet Clement Soesja Pijlman Mariëtte Lusse Martine van der Pluijm Monique Strijk Senem Tekin

Programmamanager Mentoren op Zuid n.m.fabries@hr.nl Programmamedewerker Mentoren op Zuid m.h.m.clement@hr.nl Programma-assistent Mentoren op Zuid s.m.pijlman@hr.nl Lector Ouders op Zuid m.e.a.lusse@hr.nl Onderzoeker Thuis in Taal m.s.van.der.pluijm@hr.nl Onderzoeker Ouders en Loopbaanoriëntatie m.b.strijk@hr.nl Programma-assistent Ouders op Zuid s.tekin@hr.nl

Gert-Jan van der Maas Programmaleider Social Return en medewerker Mentoren op Zuid g.j.j.maas@hr.nl Tamara van Heel Programmaleider Techniek op Zuid t.i.van.heel@hr.nl Jos Heinerman Programmaleider BRIDGE j.s.heinerman-leijdekker@hr.nl Ingrid van der Velden Programmamedewerker Techniek op Zuid i.van.der.velden@hr.nl Wietske Willemse Programmaleider Nieuw in 010 w.k.m.willemse@hr.nl Samira Kossir Programma-assistent Nieuw in 010 s.kossir@hr.nl Joke Mulder Programmaleider Gezond op Zuid j.w.mulder@hr.nl Marina Meeuwisse Programmaleider Sense of the City: leefwereldonderzoek m.meeuwisse@hr.nl Arjen van Susteren Programmaleider Urban Innovation a.w.c.susteren@hr.nl Mark Wissing Programmamedewerker Urban Innovation m.wissing@hr.nl Vincent Schipper Programma-assistent Urban Innovation v.j.schipper@hr.nl Bijlagen


p 86

3.

Samenwerkingspartners Agnesschool AIR Airbus Alsare Beatrix school BOOR (scholing leerkrachten) BS Cosmicus Calvijn Maarten Luther Calvijn Vreewijk Care XL CBS Willem van Oranje Charlois aan het Water/Vitibucks architects Cosmicus CPS De Globe & De Klinker De Globetrotter Afrikaanderplein De Kameleon Dock Dona Daria DRIFT EIC Erasmus Universiteit Essalam Moskee EY FAVAS /RVDB Fietsersbond GBS het Kompas Gemeente Rotterdam Gerser media Thomas More Home-Start House of Hope Ibn-I Sina ik laat je niet alleen Inholland PABO KBS Oscar Romeroschool Lijn 2 LMC Montfort LMC Palmentuin LMC Talingstraat LMC Veenoord LMC Zuiderpark CJG Maritiem Museum MIJ Ministerie SZW MOB Museum Rotterdam NPRZ OBS Bloemhof EMI | Werkplan 2016-2017

OBS de Kleine Wereld OBS de Toermalijn (aanbod) OBS Nelson Mandela Open Universiteit Oud leden bedrijvennetwerk IkZitopZuid Panteia (extern onderzoeksbureau) Partners LOB en stagebegeleiding Patching Zone PCBO Peuter en Co Politie Rotterdam PO-scholen Rabobank RDM/ExpertiseCentrum Haven Rijksvastgoedbedrijf ROC Albeda ROC Zadkine Rotterdam Reslience Strategy Rotterdams network mentoring Rotterdams Vakcollege RVC De Hef RVKO Schreuderstichting Seastarters Sezer voor Diversiteit SO Laurens Cupertino Social Impact Finance Spin Ontwikkelaars STC groep STC Waalhaven Stichting Aanzet Stichting Appvoeding Stichting De Verre Bergen Thomas More PABO TNO TUDelft Veldacademie Verloskundigen op Zuid VHTO Vitaal Pendrecht VVE010 Werkgroep LOB NPRZ Werkplaats Rotterdam Wetenschapsknooppunt ZH Wijkteam Feijenoord Woonstad Woonstad/ditisonsrotterdam.nl Zadkine (Techniek + ICT) Zorgbelang Zuid-Holland


4.

Lijst afkortingen HR CEB

Communicatie Externe Betrekkingen

CMD

Communication and Multimedia Design (opleiding van CMI)

CMI

Instituut voor Communicatie, Media en Informatietechnologie

CMV

Culturele Maatschappelijke Vorming (opleiding van ISO)

Creating 010

Kenniscentrum Creating 010

EAS

Instituut voor Engineering en Applied Science

IBK

Instituut voor Bedrijfskunde

IFM

Instituut voor Financieel Management

IGO

Instituut voor Gebouwde Omgeving

IPO

Instituut voor Industrieel Product Ontwerpen

ISO

Instituut voor Sociale Opleidingen

IVG

Instituut voor Gezondheidszorg

IVL

Instituut voor Lerarenopleiding

KC RDM

Kenniscentrum RDM

KCIO

Kenniscentrum Innovatief Ondernemerschap

KCTO

Kenniscentrum Talentontwikkeling

KCZI

Kenniscentrum Zorginnovatie

Lero

Lerarenopleidingen, gericht op voortgezet onderwijs (opleidingen van IvL)

Pabo

Opleiding tot leraar Basisonderwijs (opleiding van IvL)

RDM CoE

RDM Centre of Expertise

ROP

Ruimtelijke Ordenings Planologie

TID

Transitie in de Delta

V&M

Vastgoed en Makelaardij

WdKA

Willem de Kooning Academie

OP

Staat voor onderwijsperiode, een lesperiode van 10 studieweken. In studiejaar 2016-2017 zijn deze als volgt: OP 1: aug-nov, OP 2: nov-feb, OP 3: feb-apr, OP 4: mei-juli

Colofon Eindredactie Vormgeving FotograďŹ e

Bijlagen

Sabine Maertens, Marjon Schrama, Anouk Sluis stof rotterdam Marina Meeuwisse, RenĂŠe van Laar, Rene Castelijn, Will van Ent, Kees Joosten


Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie Centre of Expertise Social Innovation EMIopzuid@hr.nl 010 794 5946 Postbus 25035 3001 HA Rotterdam

www.emiopzuid.nl

Centre of Expertise Social Innovation Rotterdam Zuid

Emi werkplan 16 - 17  

Het vierde werkplan van Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie. Graag niet printen. Mocht u het werkplan graag in hardcopy willen ont...

Advertisement