Stad / Leven 25
MEI 2016
Patricia van Vuuren samen met haar twee Duitse herders en een kleine shih tzu
DE BAASJES VAN MANOJ, BANDHU EN BRUNO
Yontie Helders
Renzo Gerritsen
Allebei een eigen hond Elke morgen verzamelen zo’n vijftien hondenbezitters zich in het Zocherpark. Het is een hecht groepje waar je niet zomaar bij komt. Dat geldt voor de honden maar ook voor hun baasjes. In deze rubriek het verhaal van de baasjes.
P
atricia van Vuuren ontvangt mij hartelijk in haar ruime en lichte huis boven de slagerij in de Twijnstraat. Drie honden, twee Duitse herders en een kleine shih tzu, bekijken mij argwanend maar na even snuffelen en een aai over hun kop is alles goed en gaan ze braaf naar hun plaats. Patricia is alweer bijgekomen van de feestelijkheden rond hun vijfentwintigjarig huwelijksfeestje. “Het leukste cadeau was wel dat van onze drie dochters. Ze bedankten ons voor het feit dat altijd alles mocht, alles kon, alle vrienden en vriendinnen welkom waren en iedereen altijd aan kon schuiven aan tafel. Dat laatste is ook precies zoals het bij mij thuis was”, vertelt Patricia. Patricia is geboren in het oude centrum van Houten, toen dat nog een dorp was, omringd door boerderijen en kersenboomgaarden en er absoluut niets te beleven was. “Ik kom uit een warm maar streng nest, we hadden het niet echt breed maar toch kon iedereen altijd mee-eten. Het ergste vond mijn moeder als er gezegd werd: ‘we gaan aan tafel’, wat vaak ‘wegwezen’ betekende, maar wat
bij ons ‘eet je mee?’ inhield. Ik ben de jongste van vier dochters en als je dacht dat de oudere zussen de kastanjes voor mij uit het vuur hadden gehaald dan vergis je je. In het weekend om twaalf uur thuis was twaalf uur thuis! En geen minuut later, anders het volgende weekend huisarrest. Nu was er in Houten niet zo veel te beleven, we hadden Café De Roskam met een zaaltje waar wel eens een bandje speelde of een dj draaide, maar dat was altijd om half twaalf afgelopen. Uitgaan in Utrecht, daar was geen sprake van. Na de lagere school in Houten naar het Gregorius in Utrecht. Maar niet in de stad blijven hangen, meteen op de fiets naar huis.” Een Tervuerense herder voor mevrouw Van Vuuren Patricia volgde een opleiding aan de Detex en vond een baan bij De Rode Winkel op de Steenweg. In die tijd ging ze nog steeds naar De Roskam en kwam daar Frans van Vuuren tegen. Hij woonde in Utrecht en ging wel eens met vrienden naar De Roskam. Toen het wat serieuzer tussen Patricia en Frans werd zei
ze tegen hem: “Ik ga nooit in dat donkere huis van je ouders wonen en ik ga ook nooit in de slagerij van je ouders werken, als je daar maar rekening mee houdt.” Nu vijfentwintig jaar geleden, trouwden ze, trokken in het huis van Frans zijn ouders, verbouwden het huis, en Frans nam de slagerij over. De slagerij liep zo goed dat er personeel bij moest komen, maar dat was niet te vinden. Na maanden van zoeken en adverteren schoof Patricia nog een principe opzij en besloot Frans in de zaak te gaan helpen. “Als dank kocht Frans een hond voor mij: het werd een Tervuerense herder.” Hoe toepasselijk voor mevrouw van Vuuren. “Daarna kregen we een berner sennenhond, maar die had een zwakke gezondheid en om het leven voor hem een beetje op te fluffen namen we er een kleine shih tzu voor hem bij.” Inmiddels kregen ze drie dochters, de meisjes groeien op in de stad en raken vertrouwd met de soms wel ‘vreemde’ passanten in de Twijnstraat. “De meisjes zijn er wereldwijs en uitermate sociaal
van geworden”, vertelt Patricia. “Ze hebben dan ook alledrie voor een beroep in de verzorgende sector gekozen: orthopedagoog, HBOV verpleegkunde (na uitgeloot te zijn voor geneeskunde) en de jongste heeft net gehoord dat ze geplaatst is voor de opleiding fysiotherapie.” De slagerij liep nog steeds erg goed en Frans maakte lange dagen en kwam weinig buiten. “Wonen en werken in hetzelfde pand, ik vond dat niet goed. De berner sennenhond was overleden en we hadden alleen Bruno. Ik vond dat Frans een grote hond moest hebben waar hij mee moest wandelen. Dat werd Bandhu (vriend en bewaker in het Sanskriet), een Duitse herder. Het is echt Frans zijn hond. Hij traint met de hond want herders zijn werkers, zo doet Frans nu een opleiding tot speurhond met hem. Frans zijn hond en ik de mijne: Manoj (liefde in het Hindoestaans), nog een Duitse herder. Ik doe veel hersengymnastiek met de hond en heb al talloze workshops gevolgd, momenteel doen we ‘fysiek fit’. Een herder moet je goed onder appèl hebben want mensen vinden zo’n
hond vaak een beetje angstaanjagende verschijning.” En de slagerij, nog steeds zo druk? “Zeker, we maken al onze producten zelf en we hebben behalve ons pure rundvlees nu ook Livarvarken, scharrelhoen en Eco Fields kalfsvlees. Rustiger is het dus niet geworden en daarom gaat hij iedere avond met alle honden naar een losloopgebied, weer of geen weer.” En in de winter ook? “Dan gaat hij naar het Gagelbos, daar kan hij nog lopen bij het licht van de maan.”
“Ik ga nooit in dat donkere huis van je ouders wonen en ik ga ook nooit in de slagerij van je ouders werken”