Artsen met een ‘beperking’
‘Niet iedereen past nu eenmaal in een protocol’

1.500 dokters over passende zorg
‘De zorg is geen supermarkt’
Aan de start
'Je brengt geregeld slecht nieuws, en dat blijft zwaar'
![]()
Artsen met een ‘beperking’
‘Niet iedereen past nu eenmaal in een protocol’

1.500 dokters over passende zorg
‘De zorg is geen supermarkt’
Aan de start
'Je brengt geregeld slecht nieuws, en dat blijft zwaar'
december 2025
Federatievoorzitter en chirurg Karel Hulsewé:
‘Het is meer dan logisch om van 40-urige werkweken uit te gaan’
De werkweek van de medisch specialist is intensief en vaak langer dan in veel andere beroepen. Terwijl de druk op de zorg toeneemt, groeit de behoefte aan een gezonde werk-privébalans en duurzame inzetbaarheid.
TEKST VANESSA CRUZ
45
uur is de fulltime werkweek van een medisch specialist volgens de AMS; met diensten kan dit oplopen tot 52 uur. In de Cao UMC is een fulltime werkweek 40-48 uur, met diensten tot 55 uur. In de Cao GGZ is dit 36 uur met de mogelijkheid tot 45 uur, exclusief diensten.
79%
van de medisch specialisten die onder de AMS vallen, werkt parttime. De fte-factor van vrijgevestigd medisch specialisten is van 0,89 (2019) gedaald naar 0,80 (2023).
70%
van de aios en medisch specialisten werkt ongeacht een fulltime of parttime contract meer dan 40 uur per week, bijna de helft meer dan 46 uur. Een gemiddelde werkweek duurt 44,3 uur voor medisch specialisten, 46,3 uur voor aios.
38%
van de medisch specialisten zou liever tussen de 36 en 40 uur per week willen werken, inclusief diensten.
86%
van alle medisch specialisten draait diensten, de helft is niet tevreden over het dienstenrooster.

35%
wil eerder met pensioen, vooral vanwege mentale of fysieke gezondheid en de werkdruk.
30%
is ontevreden over de werkdruk. 74% zegt dat regeldruk en administratieve lasten daarbij een grote rol spelen, 69% noemt de hoeveelheid taken en het aantal te behandelen patiënten als reden.
41%
is tevreden over de werk-privébalans.
36
uur is de werkweek van ziekenhuispersoneel zoals verpleegkundigen, laboranten en managers volgens de Cao Ziekenhuizen en de Cao UMC. Volgens de Cao Huisartsen in loondienst is de werkweek van een huisarts 40 uur exclusief diensten.

NR.4 december 2025
Transplantatiechirurg Ian Alwayn ‘Binnen tien jaar hoop ik de eerste xenotransplantatie te doen’
Pleidooi van Marlies Schijven
‘Maak niet de fout technologie als doel te zien’

EN VERDER
4 Column Concentratie kan niet zonder randvoorwaarden.
5 Highlights van de Federatie Dit kwartaal voor medisch specialisten bereikt.
10 Portretten Drie medisch specialisten delen hun ervaringen met hun ‘beperking’.
14 Nachtuilen De dienst van radioloog Irene van der Schaaf.

16 Woordzoeker Puzzel mee en win een mooie prijs.
21 Tien jaar later Kinderarts Tahira Hussain zet een poli voor gelijke kansen op.
22 1.500 dokters
Wat is er nodig om passende zorg verder te brengen?
24 Aan de start Volgens klinisch geneticus Philip Jansen verveelt genetica nooit.
32 & nu verder Met zwaailichten door het ziekenhuis.

OP DE COVER
Wat drijft Federatievoorzitter
Karel Hulsewé?
Pagina 17
Op papier klinkt het overzichtelijk. Spreiding en concentratie: bundel complexe zorg waar de expertise zit, en verdeel de rest zo dat iedereen in Nederland toegang houdt tot goede zorg dichtbij. De afgelopen maanden sprak ik talloze collega’s die daar intensief mee bezig zijn. Als patiënten verwezen worden naar andere instellingen, dan moet dat veilig zijn en dan moeten de zorgpaden ook naadloos op elkaar worden aangesloten. Dat is een enorme klus, nog los van de vraag wat het betekent voor de samenhang met de andere zorg die ook geleverd wordt. Die betrokkenheid om dit tot een goed einde te brengen zie je overal. En die verdient erkenning.
De bedoeling van spreiding en concentratie staat niet ter discussie: ondanks de veranderende omstandigheden kwaliteit behouden, toegankelijkheid borgen en doelmatigheid versterken. Maar als essentiële randvoorwaarden achterblijven, dan wringt het. En dat is precies wat we nu in veel regio’s zien gebeuren. Al meer dan twee jaar werken collega’s in landelijke en regionale overleggen aan dit complexe proces: normen opstellen, de impact ervan bepalen, regioscenario’s uitdenken en concrete afspraken maken. Het is intensief werk, met grote gevolgen voor ziekenhuizen, vakgroepen én patiënten. Want het veelgehoorde ‘patiënten moeten soms wat verder reizen’ doet geen recht aan wat spreiding en concentratie in de praktijk betekent. Voor patiënten gaat het niet alleen om kilometers, maar om vertrouwen en continuïteit van zorg. Kwetsbare, veelal oudere patiënten hebben vaak meerdere aandoeningen waarvoor ze in hun vertrouwde ziekenhuis worden behandeld. Daar kennen ze de dokters en de weg, en het doet wat als je naar een andere instelling moet voor een behandeling.
Wat ik door het hele land hoor, zijn de zorgen die mijn collega’s hebben over het gebrek aan voortgang op de beschikbaarheid van patiëntgegevens. De zorg verplaatst zich, maar de informatie reist niet automatisch mee. Beelden, labuitslagen, medicatieoverzichten - te vaak worden ze nog handmatig verzameld en overgezet in het epd. Dat maakt zorg niet alleen inefficiënt, maar vooral kwetsbaar. Dit leidt tot extra administratieve lasten en vergroot het risico op fouten die regelmatig
worden opgemerkt. Dit zijn geen incidenten meer, maar serieuze alarmsignalen. Het frustrerende voor de zorgprofessionals is dat er wel degelijk oplossingen zijn. We kunnen ervoor zorgen dat de meest essentiële medische gegevens - zoals beelden, informatie over allergieën en actuele medicatie - automatisch beschikbaar zijn in het epd waar de patiënt naartoe gaat. Maar dat vraagt regie, tempo en soms ook ingrijpen. De huidige ict-markt faciliteert die snelheid niet vanzelf.
De ander breed gedeelde zorg betreft het feit dat in veel regio’s de gesprekken over spreiding nog amper op gang zijn gekomen, terwijl de voorbereiding voor concentratie al wel in volle vaart doorgaat. Dat is niet in balans. Concentratie kan alleen verantwoord plaatsvinden als spreiding én gegevensuitwisseling in hetzelfde tempo meelopen. Anders is verdere concentratie medisch-inhoudelijk onverantwoord. Dat hebben we de minister van VWS dan ook nadrukkelijk meegegeven.
Voor alle duidelijkheid, ik pleit niet voor stilstand. Integendeel. Er is ongelooflijk veel werk verzet - door dokters, verpleegkundigen, bestuurders en andere medewerkers van de ziekenhuizen - met grote professionaliteit en bevlogenheid. Die inzet zie ik, waardeer ik en wil ik hardop uitspreken. En die bevlogenheid delen we met anderen: patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars, overheid en andere betrokken partijen. Net als wij willen zij het beste voor de patiënt. Maar als specialisten hebben we ook de verantwoordelijkheid om de veiligheid en kwaliteit van zorg voor de individuele patiënt te borgen. Daar past bij dat we elkaar vast moeten blijven houden, juist als het schuurt. Om in regio’s, ziekenhuizen en aan overlegtafels te blijven zoeken naar wat ons bindt: goede, veilige en toegankelijke zorg voor alle inwoners in onze regio’s. Als we die koers blijven volgen - met regie waar nodig en met oog voor wat mensen echt nodig hebben - ben ik ervan overtuigd dat spreiding en concentratie kunnen bijdragen aan precies datgene waar we het voor doen: menselijkere, betere en toekomstbestendige zorg.
Karel Hulsewé Voorzitter Federatie Medisch Specialisten
Meedenkadviezen
Het meedenkadvies wordt per 1 januari 2026 een landelijke zorgprestatie. De handreiking
Meedenkadviezen biedt praktische handvatten voor het gebruik van deze zorgprestatie, onder meer voor het implementeren, registreren en declareren. Zie: demedischspecialist.nl/ meedenkadvies
Leidraad Organisatie van intensive care
Deze herziene leidraad geeft een overzicht van de nieuwste inzichten over hoe de intensive care het beste georganiseerd kan worden. Nieuw is een stroomschema met de criteria voor ic-opname.
Download: demedischspecialist.nl/leidraadic
Richtlijnen
Dit kwartaal zijn er 26 nieuwe of geactualiseerde richtlijnen gepubliceerd, onder meer over duizeligheid en valpreventie bij ouderen, antitrombotisch beleid en melanoom.
Ga naar richtlijnendatabase.nl
Project Ruimte voor opleiden
Bekijk het complete overzicht van wat we voor jou hebben bereikt op demedischspecialist.nl/ highlights

Hoe vergroten we het werkplezier in de zorg? Het is een van de vragen die Federatievoorzitter Karel Hulsewé beantwoordt in de podcast van Medisch Contact. Maar hij vertelt ook welke ambities hij heeft en welke impact hij wil maken. Beluister: demedischspecialist.nl/podcastmc
Wet kwaliteitsregistraties
aangenomen
De Eerste Kamer heeft de Wet kwaliteitsregistraties zorg aangenomen. De wet is een belangrijke stap richting het verbeteren van de zorgkwaliteit en het verminderen van administratieve lasten. De Federatie heeft het belang van de wet meermaals onder de aandacht gebracht bij de politiek. Lees: demedischspecialist.nl/ wetkwaliteitsregistraties
In het project Ruimte voor opleiden werkt de Federatie met wetenschappelijke verenigingen aan een nieuwe inrichting van medischspecialistische vervolgopleidingen. Doel is het opleiden van artsen die zowel breed inzetbaar zijn als specialistische expertise bezitten. De komende vier jaar richt het project zich op gemeenschappelijke leer-
De Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS) heeft inmiddels ruim 1.000 kwaliteitsprojecten gefinancierd. In het nieuwe online projectenoverzicht kun je opzoeken welke projecten momenteel lopen, en welke zijn afgerond. Met het overzicht willen we onderlinge samenwerking stimuleren. Zie: demedischspecialist.nl/ overzichtskms
doelen, brede inzetbaarheid met behoud van specialistische kennis, praktijkervaring in netwerkzorg door interdisciplinaire samenwerking en ruimte voor persoonlijke ambities van aios. Dit gebeurt via een vernieuwde opleidingenstructuur, gezamenlijk onderwijs in vakoverstijgende thema's en netwerkvaardigheden, plus een aanbod voor opleidersprofessionalisering. Meer informatie: demedischspecialist.nl/rvo

Kennis en vaardigheden in 2035
Een van de zeven thema’s van de visie Medisch Specialist 2035 is Kennis en vaardigheden. In 2035 willen we breed inzetbaar zijn, ons flexibel aanpassen, en samen werken over de grenzen van specialismen en domeinen heen. Blijf daarom investeren in levenslang leren en onderhoud een brede basis aan kennis en vaardigheden.
Lees de volledige visie en meer aanbevelingen op medischspecialist2035.nl


TRANSPLANTATIECHIRURG IAN ALWAYN
ZIET DE KWALITEIT VAN DONORORGANEN AFNEMEN
Donatie bij leven is niet zonder risico, er zijn nog altijd te weinig donororganen en de donorpool vergrijst. Genetisch gemanipuleerde varkens kunnen uitkomst bieden, en bovendien nieuwe patiëntgroepen helpen. Transplantatiechirurg Ian Alwayn ziet xenotransplantaties – transplantatie van de ene diersoort naar de andere – in Nederland steeds dichterbij komen.
Hoe staat het met het tekort aan donororganen?
‘Ondanks de nieuwe donorwet gaan nog steeds mensen dood terwijl ze wachten op een donororgaan. Dat geldt voor nieren, levers, harten en longen. Juli dit jaar stonden er 1.495 mensen op de actuele wachtlijst van de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS), onder wie 1.143 nierpatiënten. We blijven daarom altijd op zoek naar mogelijkheden om patiënten te helpen. Als we merken dat dit met reguliere donororganen niet lukt en mogelijkerwijs met xenotransplantatie wel, dan wil ik die optie ook in Nederland introduceren.’
Dat klinkt voorzichtig. Je zegt niet: ‘Kom maar op!’
‘Momenteel is het in Nederland niet verboden om genetisch gemanipuleerde varkens te fokken, maar wél om dierlijke organen naar mensen te transplanteren. Maar als het kan en als het veilig is, en als de publieke opinie er niet recht tegenover staat, zou het in theorie een heel mooie oplossing kunnen zijn voor het donortekort. In 2023 is er in de Tweede Kamer een motie aangenomen om onderzoek naar nieuwe vormen van xenotranspantatie mogelijk te maken. En uit onderzoek van het Rathenau Instituut in de periode 2020-2021 blijkt dat de publieke opinie inmiddels minder negatief is over xenotransplantatie dan begin deze eeuw.’
Hoe kijk je vanuit ethisch perspectief naar het genetisch modificeren en vervolgens doden van varkens om mensenlevens te redden?
‘De bio-industrie doodt alleen al in Nederland op jaarbasis miljoenen varkens. Bij xenotransplantatie zou het gaan om een paar duizend dieren, die je bovendien in een diervriendelijke omgeving kunt fokken. Ze hebben – ziektekiemvrije – modder, speeltjes en elkaars gezelschap. Mijn professionele doel in het leven is mensen met orgaanfalen helpen. Als we dat met xenotransplantatie kunnen doen, ben ik daar vóór. Ook al zie ik het liefst andere alternatieven.’
Kun je een voorbeeld noemen van zo’n alternatief?
‘Onze maatschappij vergrijst. Daardoor zien we veel vaker diabetes, obesitas en hart- en vaatziekten dan vroeger. Ook onze donorpool is ouder en zieker, dus de kwaliteit van organen verslechtert. Toen we begonnen met transplanteren, waren de meeste donoren jonge mensen met hersentrauma door een
‘Met meer donororganen zouden we onze indicaties voor orgaantransplantatie kunnen verruimen’
auto- of motorongeluk. Nu gaan heel veel donoren dood aan een ischemisch cva, een herseninfarct met verkalkte bloedvaten. Daardoor hebben we wel veel donororganen, maar zijn ze lang niet allemaal geschikt om te transplanteren. Vroeger keurden we zo’n orgaan af, maar nu zetten we het op een machine en warmen we het op met zuurstof en nutriënten. Zo bootsen we de normale fysiologie na, en kijken we hoe dat orgaan het doet. Hoe langer zo’n orgaan op de machine kan staan – dat is nu maximaal 24 uur – des te meer interventies we kunnen toepassen. Als bijvoorbeeld een lever te vet is, kun je met medicijnen het vetmetabolisme versterken, waardoor je een lever in theorie kunt ontvetten. Dat lukt niet in een paar uur, maar misschien wel in een paar dagen. Dat onderzoeken we nu.’
Hoeveel gaat dat schelen in het aantal bruikbare donororganen?
‘Misschien kunnen we dat op deze manier verdubbelen.’
Toch zal de vraag altijd groter blijven dan het aanbod, wordt gezegd. Klopt dat?
‘Met meer donororganen zouden we onze indicaties voor orgaantransplantatie kunnen verruimen. Heel veel mensen komen daarvoor nu niet in aanmerking, omdat er schaarste is. Mensen met kanker bijvoorbeeld zouden door orgaantransplantatie een aantal jaren langer kunnen leven.’
Er zijn ook levende mensen die doneren. Levert dat veel organen op?
‘Jazeker. De helft van onze niertransplantaties komt van levende donoren. Het is eigenlijk tegen onze eed in om kerngezonde mensen bewust ziek te maken. Levende donoren moeten een operatie ondergaan waar zijzelf geen fysiek belang bij hebben. Als gevolg daarvan hebben ze pijn en kans op complicaties zoals een bloeding of een infectie. De kans op overlijden is klein, maar tot 5 procent kan chronische pijnklachten bij het litteken hebben. Daar moeten we ook iets aan doen. En de duur tot volledig herstel kan oplopen tot een aantal maanden.
Het liefst zou ik die operatie bij gezonde mensen helemaal niet uitvoeren. En dan komt xenotransplantatie weer om de hoek kijken.’
Zijn er nog andere manieren waarop mensen met orgaanfalen geholpen kunnen worden?
‘Er zijn steunharten die de pompfunctie van het hart deels overnemen en die worden geïmplanteerd bij mensen met hartfalen. Vroeger werden ze gebruikt als tussenoplossing op weg naar transplantatie, maar nu lopen sommige mensen er al jarenlang mee rond.
Daarnaast transplanteren we eilandjes van Langerhans vanuit de alvleesklier van een donor naar de lever van een ontvanger. Die eilandjes bevatten bètacellen die insuline aanmaken. In de lever groeien die vervolgens verder, waardoor mensen met moeilijk in te stellen diabetes veel minder insuline nodig hebben of zelfs insuline-onafhankelijk worden. Op dit gebied zijn er allerlei ontwikkelingen. Er worden nu ook met succes menselijke stamcellen veranderd in insuline-producerende bètacellen die

worden getransplanteerd. Daarnaast wordt onderzocht of zo’n transplantatie ook zou kunnen met eilandjes van Langerhans uit de alvleesklieren van genetisch gemodificeerde varkens.’
Hoe zit het met de langetermijnoverleving van een varkensorgaan in een mens?
‘Er lopen in China en de VS al ruim negen maanden twee mensen rond met een varkensnier. Eerst waren het er drie, maar bij een Amerikaanse patiënt functioneerde de nier na negen maanden onvoldoende en is die verwijderd. Die patiënt is weer afhankelijk van dialyse.
Inmiddels is in de VS besloten dat er een klinische trial opgezet mag worden. Als de uitkomsten daarvan succesvol zijn, verwacht ik dat xenotransplantatie ook in Europa mogelijk zal worden. We kijken op Europees niveau dan ook of er Europese richtlijnen moeten komen om ervoor te zorgen dat zo’n transplantatie veilig en goed gereguleerd plaatsvindt.’
Wordt er ook in Nederland al op geanticipeerd?
‘Er is een nationale werkgroep opgericht onder auspiciën van de Nederlandse Transplantatie Vereniging (NTV) en met ondersteuning van de NTS. Daaraan nemen allerlei disciplines deel: ethici, nefrologen, chirurgen, immunologen. We houden de ontwikkelingen in de gaten en kijken hoe we, mochten de resultaten van die trials positief blijven, ook hier aan de slag kunnen met xenotransplantatie. Er zijn inmiddels ook al gesprekken met het ministerie van VWS geweest over de voorwaarden om in Nederland een klinisch onderzoek met patiënten en xenotransplantatie op te zetten.’
Hoogleraar Transplantatiechirurgie Ian Alwayn (1968) studeerde geneeskunde aan de Universiteit Leiden en werd daarna opgeleid tot chirurg in het Erasmus MC en het Reinier de Graaf Gasthuis. Hij deed promotieonderzoek in de VS en promoveerde aan de Erasmus Universiteit op onderzoek naar xenotransplantatie van varken naar baviaan. Daarna was hij jarenlang werkzaam in de VS en Canada.
Sinds 2018 is Alwayn hoogleraar Transplantatiechirurgie in Leiden en lid van het managementteam van het LUMC Transplantatie Centrum. Hij is actief in verschillende landelijke en internationale commissies en werkgroepen. In 2015 was hij te zien in een Klokhuis-aflevering over transplantatie. Hij transplanteerde toen een nier van een grootmoeder naar een kleinkind.
Voor hoeveel andere medische specialismen is xenotransplantatie ook belangrijk?
‘Voor internisten (infectieziekten), maag-, darm- en leverartsen, cardiologen, longartsen, endocrinologen, sociaal geneeskundigen en huisartsen. Zij kunnen vragen krijgen van eigen patiënten met orgaanschade over de mogelijkheden van xenotransplantatie. Ook kan het voorkomen dat buitenlandse patiënten met een xenotransplantaat in Nederland verblijven en medische hulp nodig hebben.’
Wat kunnen medische specialisten doen om dit onderwerp hoger op de politieke en maatschappelijke agenda te krijgen?
‘Zij kunnen bij hun beroeps- en patiëntenverenigingen de huidige schaarste aan donororganen aankaarten en wijzen op xenotransplantatie als mogelijke oplossing. Via contacten in de lokale en nationale politiek kunnen ze het belang van xenotransplantatie bespreken.’
Praktisch punt: waar ga je de organen vandaan halen? In Nederland hebben we geen genetisch gemodificeerde varkens. ‘Begin oktober heb ik op een internationaal xenotransplantatie-congres vertegenwoordigers van Amerikaanse en Chinese bedrijven gesproken die genetisch gemodificeerde varkens maken. Ik heb gevraagd naar de mogelijkheden om donororganen in Nederland te krijgen, mocht het hier worden toegestaan. Een van de opties is om een grote faciliteit in Nederland neer te zetten om de varkens te fokken. Die kan een hub worden van waaruit de organen ook naar andere landen gaan.’
Het gaat er echt van komen? ‘Ja. Binnen nu en tien jaar hoop ik hier in het LUMC de eerste xenotransplantatie te doen.’
Een samenvatting van het onderzoek van Rathenau Instituut ‘Het dier als donor
Een maatschappelijke dialoog over het gebruiken van dieren voor orgaantransplantatie bij de mens’ vind je hier:

Een goede omschrijving voor een arts met een lichamelijke of mentale beperking is simpelweg ‘arts’, met de nadruk op diens medische expertise en rol, in plaats van op de beperking. Drie medisch specialisten die hiermee te maken hebben, denken er ook zo over. Al vergt hun lot wel extra moed en aanpassingsvermogen.

Jeroen Willems, internist-oncoloog
‘Je moet een Pippi Langkous-gevoel hebben, er gewoon voor gaan’
‘Bij het woord beperking gaan mijn haren recht overeind staan. Voor mij impliceert het dat je niet volwaardig kunt meedraaien in een team. In mijn maatschap valt het niet eens op dat ik mijn linker onderarm mis; als internist in opleiding voerde ik volop beenmergpuncties uit. In mijn dagelijks werk mérk ik geen beperking, heb dat idee ook nooit meegekregen. Mijn ouders hebben me als kind gestimuleerd om in oplossingen te denken – niet in onmogelijkheden en beperkingen. Ik sportte dan ook, en deed wat ik leuk vond. Pas in het derde jaar van mijn studie geneeskunde confronteerde mijn mentor gynaecologie me ermee, hij vroeg me goed na te denken of dokter worden wel echt iets voor mij was. Dat vond ik een verkeerde boodschap, een projectie en een tekortkoming van zijn kant. Het bracht mijn bewijsdrang alleen maar in een stroomversnelling. En ik gun dat anderen ook. Ik was nog maar net oncoloog toen ik voor de St. Maartenskliniek - waar ik al sinds mijn jeugd kwam voor controles - met een collega-arts een presentatie gaf voor pubers die zich oriënteerden op hun toekomst. Een meisje dat geneeskunde wilde gaan studeren, gaf aan daarin beperkt te worden door haar schooldecaan. Op die manier zou een toekomst al aan de poort stoppen. Ik ben niet emotioneel aangelegd, maar toen ik dat hoorde, deed het wel pijn. Iedereen verdient een kans. Tijdens mijn coschappen chirurgie kreeg ik die kans wel. De chirurgen wisten weliswaar niet goed wat ze met me aan moesten, maar zeiden toch: “Ga maar steriel staan, dan zien we wel waar het schip strandt.” Hun instelling was positief en in de operatiekamer heb ik gewoon kunnen hechten. En dat werkte; ik kreeg vertrouwen. Als opleider zou je iedereen die aan de studie geneeskunde begint zo moeten stimuleren. Studenten beginnen niet voor niets aan deze studie - ze denken dat ze wat kunnen en zijn gemotiveerd. Laat ze maar ontdekken en fouten maken. Wil je slagen - zo is mijn ervaring - dan heb je anderen nodig: hun openheid, creativiteit en vertrouwen. Maar zelf moet je ook een Pippi Langkous-gevoel hebben, er gewoon voor gaan.’

‘Mijn slechthorendheid heeft me geleerd de essentie te herkennen’ Jelle Stekelenburg, gynaecoloog
‘Mijn slechthorendheid is erfelijk. Twee van mijn vier kinderen zijn ook slechthorend. Zij gaan er anders mee om, zijn open erover. Als mijn oudste dochter, sinds kort basisarts, in nieuw gezelschap komt, vertelt zij daar expliciet over. Dat is heel goed en verstandig, ik probeer daarvan te leren. Maar ik praat liever over waar ik goed in ben. Het wél zeggen maakt het confronterend. Gelukkig werk ik al lang in hetzelfde ziekenhuis en houden mijn collega’s er - vaak stilzwijgend - rekening mee.
Pas tijdens mijn opleiding openbaarde mijn gehoorverlies zich duidelijk. Sindsdien heb ik gehoorapparaten. Maar behept met de generale karakterstructuur van menig dokter, zorgde ik niet altijd goed voor mezelf. Ik bezocht mijn kno-arts te weinig en ontwikkelde strategieën en trucs om mijn slechthorendheid te verdoezelen. Tijdens mijn carrière - die heel goed is verlopen - was ik bijvoorbeeld voorzitter van menig platform. Maar in vergaderingen verstond ik niet alles even goed. Dan vroeg ik de secretaris aan het eind of hij de discussie kort wilde samenvatten.
Vijf, zes jaar geleden vroegen mijn maten of het wel goed ging met mijn gehoor, of ik niet te veel miste. Dat was een stevig signaal om het anders te doen. Dat probeer ik nu. Om goed te kunnen associëren, kijk ik waar ik me in een ruimte bevind, waar mijn gesprekspartners zijn: ik kan liplezen – belangrijk is wel dat iemand duidelijk voor me gaat staan en me rechtstreeks aanspreekt. Zeker in rumoerige omstandigheden is het lastig goed te horen. Soms is dat ook een zegen, bijvoorbeeld als ik iets opzoek achter de balie in de verloskamers, waar het altijd druk is. Dan kan ik het lawaai langs me heen laten gaan en me focussen. Mijn slechthorendheid heeft me geleerd de essentie te herkennen en de randzaken te laten voor wat ze zijn. Daartegenover staat: je moet het zelf bespreekbaar maken om te zorgen voor goede samenwerking en inclusie. Wil je dat je omgeving rekening met je houdt, dan moet je eerst zelf de verantwoordelijkheid nemen en erover praten.’

Germine Mochel, neuroloog
‘Niet iedereen past nu eenmaal in een protocol’
‘Eigenlijk ervaar ik gebrek aan energie als de grootste beperking. Als ik daar onvoldoende rekening mee houd en in de valkuil stap om hetzelfde te willen doen als collega's, krijg ik daar last van. In het verleden leidde dit al eens tot overbelasting en gedeeltelijke uitval. Door een erfelijke polyneuropathie HMSN in combinatie met recidiverende depressies ervaar ik milde beperkingen. De motorische beperkingen worden deels opgevangen door orthopedische schoenen en collega’s springen in bij het prikken geven, want dat wordt gaandeweg lastiger. Desondanks kost alles mij fysiek en mentaal meer energie. Ik heb geen negatieve ervaringen, maar merk dat veel collega's onder druk staan en dat er een mentaliteit is van “gelijke mon-
niken, gelijke kappen”. Daar kan ik goed inkomen, en het heeft ook een praktische kant. Zie het dienstrooster anders maar eens rond te krijgen. Daarom maakte ik in de loop der jaren andere keuzes, ging ik geleidelijk minder uren werken. Inmiddels werk ik al geruime tijd bij een zbc, gespecialiseerd in hoofdpijn en pijn, zonder diensten. Ik sta inmiddels volledig achter deze keuze, maar mis het ziekenhuis wel. Met name in mijn opleiding moest ik meer mijn best doen om gelijk op te trekken met anderen. Mijn geschiedenis hielp me meer doorzettingsvermogen te ontwikkelen, en ongetwijfeld werd ik er milder en begripvoller van. Maar net als in de samenleving zie ik in de zorg de polarisatie juist toenemen. Wat mij betreft focussen
we ons meer op gemeenschappelijke doelen en benutten we elkaars kwaliteiten daarbij. Weg met de tegenstelling tussen zbc en ziekenhuis, tussen regulier en complementair, manager en dokter of waar ik mee te maken heb: specialist mét en zonder “beperking”. Niet iedereen past nu eenmaal in een protocol. Dat geldt voor patiënten en voor dokters. Als we wat meer buiten de lijntjes durven kleuren, zorgt dat wellicht ook voor minder uitval onder collega’s. De nadruk op tegenstellingen in de zorg is nergens goed voor. In Zuid-Afrika deed ik ooit vrijwilligerswerk in een weeshuis. Daar zongen de kinderen “thina simunye”: “we are one”. Dat is precies mijn wens voor de zorg: krachten bundelen door meer samen te werken.’


Terwijl de meeste mensen slapen, blijft het licht branden in de angiokamer. Interventieradioloog Irene van der Schaaf is als ze dienst heeft thuis stand-by — en hoopt dat de telefoon stil blijft. Want als hij gaat, betekent het dat ergens in het ziekenhuis iedere seconde telt. Een herseninfarct, een bloeding, een afgesloten vat: dan springt ze in de auto, in gedachten al bezig met de procedure. Maar deze middag in november volgen we haar overdag. Op het programma staan geplande ingrepen, maar spoed kan op elk moment tussendoor komen. Ze beweegt soepel door het ziekenhuis: van de eerste hulp naar de ct-scanners op de afdeling radiologie en verder naar de angiokamers - haar domein. Daar vinden de beeldgestuurde operaties plaats: het opereren zonder snijden. Hier worden bloedvaten geopend of juist afgesloten, met uiterste precisie en in opperste concentratie.
Op het programma staan verschillende patiënten. Eerst een jonge patiënt met de spierziekte SMA. Via een lumbaalpunctie dient Irene een kostbaar medicijn toe. Daarna dicht ze samen met collega-interventieradioloog Rob het bloedvat in het hoofd van een andere patiënt. Een zogeheten MMA-embolisatie: een behandeling waarbij een slagader van binnenuit wordt afgesloten om een chronische bloeding in het hoofd te laten slinken. Dat is nog maar net afgerond, of er komt een melding van de seh: mogelijk een IAT — een acute behandeling om een afgesloten hersenvat te openen. De scan wordt beoordeeld samen met de aios radiologie, de neuroloog, de laborant. Teamwork. Gelukkig knapt de patiënt op en is haar expertise niet nodig. Dan weer door. In de angiokamer wacht de volgende patiënt, zichtbaar gespannen. Irene neemt de tijd, legt rustig uit wat ze gaat doen, hoe de procedure verloopt. Om haar heen beweegt haar team van laboranten trefzeker en stil, iedereen weet precies wat te doen. Terwijl de avond valt, valt het ook op hoe bijzonder gewoon hun werk is. En hoe gewoon bijzonder.
U M J O D A B P I M M S C A A E S T E
ZOEK DEZE WOORDEN: 10-11-2025, 09:20
ACADEMIE
CAMPAGNES
COLUMNS ENQUETES
FACTSHEETS
HANDREIKINGEN
ISSUEMANAGEMENT JUBILEUM
JURIDISCHADVIES
KWALITEITSVISITATIES
LEEROMGEVING LOBBY
LUSTRUMCONGRES
MEDIAOPTREDENS
NETWERKBIJEENKOMSTEN NIEUWEVOORZITTER NIEUWSBRIEVEN
OPLEIDINGSPRIJS
PODCASTS
REGISTRATIEWIJZER
RUIMTEVOOROPLEIDEN STATEMENTS
SYMPOSIUM
ACADEMIE
CAMPAGNES COLUMNS ENQUETES
TOEKOMSTVISIE
OPLOSSING:
FACTSHEETS
HANDREIKINGEN
ISSUEMANAGEMENT
JUBILEUM
JURIDISCHADVIES
Mail de oplossing vóór 1 februari 2026 naar communicatie@demedischspecialist.nl onder vermelding van ‘Woordzoeker’. Onder de correcte inzendingen verloten we een cadeaubon ter waarde van € 50,
KWALITEITSVISITATIES
LEEROMGEVING
LOBBY LUSTRUMCONGRES
VERKIEZINGSAGENDA VISIEDOCUMENTEN WERKBEZOEKEN
ZORGAKKOORD ZORGPRESTATIES

Federatievoorzitter en chirurg Karel Hulsewé:
‘Het is meer dan logisch om van 40-urige werkweken uit te gaan’
Karel Hulsewé is sinds juli 2025
bestuursvoorzitter van de Federatie Medisch Specialisten. Hij luistert graag, ook naar zijn kinderen. Hij kiest voor het gesprek, niet voor de vuist op tafel. Wat drijft hem, en waarom vindt hij de 40-urige werkweek zo belangrijk?
TEKST FRED HERMSEN BEELD ARNOLD REYNEVELD
Je bent thorax en gastrointestinaal chirurg, heeft die professionele achtergrond invloed op de invulling van het voorzitterschap van de Federatie?
‘Collega’s noemen me vaak een atypische chirurg. Ze zeggen dat ik beschouwend van aard ben en opensta voor meerdere gezichtspunten. Dat klopt. Mijn bevlogenheid voor het lot van de medisch specialist komt daar misschien wel uit voort. Ik krijg veel energie van alle perspectieven en ervaringen die mijn aardige, slimme, gedreven en soms dwarse collega’s met me delen. De mooie gesprekken leveren een intellectuele uitdaging op waar ik echt van geniet. Maar als het spannend wordt, pak ik net zo makkelijk de verantwoordelijkheid als leider en kan ik snel besluiten nemen.’
Als ‘snijder’ los je wel direct iets op, terwijl je in jouw rol als voorzitter een lange adem moet hebben, met zoveel partijen, belangen en politiek.
‘We hebben de zaken die voor onze beroepsgroep van belang zijn niet voor niets in een visie gegoten die tot 2035 reikt. Veranderingen kosten tijd, zeker gedragsveranderingen. En het
‘De complexiteit van de medische zorg vergt zorgvuldige afwegingen, geen makkelijke oplossingen’
is een uitdaging om die vergezichten iedere dag weer te vertalen in concrete stappen. Best spannend ook, want ik heb daarvoor natuurlijk niet het eenduidige recept. Dat is een doorlopende zoektocht. Ik koester en stimuleer daarom ook de kleine stapjes, en hecht eraan dat de Federatie de vooruitgang zorgvuldig monitort en deelt. Het mooie is dat deze koepel van 32 wetenschappelijke verenigingen een geweldige basis biedt om aan die vooruitgang te werken, met deskundigen die een warm kloppend hart hebben voor de medische zorg in ons land en met enthousiaste collega’s uit alle delen van Nederland die zich inzetten in werkgroepen, commissies en bijeenkomsten.’
Toch hebben niet alle medisch specialisten de Federatie misschien scherp op het netvlies staan.
‘Dat begrijp ik. En het is een uitdaging om wat wij doen voor alle individuele specialisten helder te maken. Tegelijkertijd is de Federatie wel onze belangrijkste motor voor verandering in de goeie richting. Als opruimer van obstakels waar medisch specialisten tegenaanlopen in hun werk, als aanjager van innovatie en passende zorg, als facilitator met nieuwe richtlijnen en hulp bij juridische vraagstukken, als opleider, als belangenbehartiger richting politiek, als brug naar partners in de zorg. En als platform waar we ervaringen en ideeën kunnen delen. Ik merk gelukkig dat de waardering daarvoor breed leeft onder mijn collega’s. Er is echt cohesie ontstaan sinds de oprichting meer dan tien jaar geleden, de verenigingen werken heel collegiaal samen. Dus ja, soms zou ik best meer snelheid willen zien, en ik ben ook niet doof voor de kritiek die er soms natuurlijk ook klinkt op de keuzes die de Federatie maakt. Maar ik ben een doorzetter die donders goed beseft in welke context hij dingen voor elkaar moet zien te boksen voor zijn collega’s.’
Ben je positief over de toekomst van de medische zorg? ‘Zeker. Je zult ongetwijfeld de bekende lijst met bedreigingen aan me willen voorleggen. En daar ga ik graag op in. Maar ik zie altijd de professionaliteit, bevlogenheid en samenwerking waar medisch specialisten in uitblinken. Net als de gedrevenheid voor de zorg bij de partners waarmee we zakendoen overigens, van zorgaanbieders in de eerste lijn tot team overheid, van patiëntenkoepels tot verzekeraars en van het sociaal domein tot publieke gezondheidszorg. Kortom, samen maken we het verschil, dat zie ik iedere dag weer, hoe groot de obstakels ook zijn die we tegenkomen. Ik denk ook dat medisch specialisten zich meer bewust zijn geworden van hun gezamenlijke kracht in coronatijd, toen we daadwerkelijk lieten zien dat we ons samen snel konden aanpassen om de crisis het hoofd te bieden. Die geest is uit de fles. Mijn rol is die losgekomen energie te blijven aanboren en de lijnen aan elkaar te knopen. Je zult mij dan ook niet snel horen pleiten voor een staking om ons punt te maken en het gesprek stil te leggen; ik zal altijd inzetten op onze gezamenlijke kracht en het gesprek daarover.’
Dat gesprek zal hard nodig zijn, als we kijken naar het gebrek aan serieuze aandacht voor de medische zorg in de verkiezingscampagnes…
‘Politici bleven opvallend stil over de zorg inderdaad. In een aantal programma’s stond zelfs een pleidooi om het basispakket te bevriezen, misschien in de veronderstelling dat de medische zorg toch wel doordraait, hoe hard je ook bezuinigt. Maar toen journalisten daarover kritische vragen begonnen te stellen, leverde dat ongemakkelijke momenten op, want dat kan helemaal niet. Je kunt de geneeskunde niet stilzetten met alle uitdagingen die op ons afkomen. Voor de zomer hebben we, samen met de overheid, hard gewerkt aan de totstandkoming van het AZWA (Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord), met stevige afspraken over personeelstekorten, passende zorg, wachtlijsten, administratieve lasten, gegevensuitwisseling en kunstmatige intelligentie. De inzet van organisaties in het sociaal domein om de druk op de wachtlijsten te verminderen, is heel hoopgevend. Een eventuele aanpassing van de verlaging van het eigen risico zal echter direct effect hebben op de betaalbaarheid - en dus de haalbaarheid - van het AZWA. Ik wil maar zeggen: de complexiteit van de medische zorg vergt zorgvuldige afwegingen, geen makkelijke oplossingen. Ik denk dat dat hoog op de agenda moet staan als er wordt gewerkt aan een nieuw regeerakkoord.’
De visie Medisch Specialist 2035 beoogt medische zorg van hoge kwaliteit toegankelijk te houden. Onder meer door innovatie, vergroening, preventie en passende zorg. Jij spreekt je nog het meest nadrukkelijk uit over het thema werkplezier en de duurzame inzetbaarheid. Waar komt dat vandaan?
Karel Hulsewé
• Geboren in Velp in 1968
• Is getrouwd, heeft vier kinderen en woont in Schimmert
• Behaalt in 2007 zijn doctoraat op een proefschrift over glutamine metabolisme aan de Universiteit Maastricht, waar hij ook zijn studie geneeskunde heeft voltooid
• Rondt in 2017 een mba af aan het Imperial Business College in Londen
• Werkt sinds 2004 als thorax- en gastro-intestinaal chirurg bij Zuyderland
• Had daar rollen als voorzitter msb (20172022) en lid bestuursraad (2019-2022)
• Was bestuurslid van het Beroepsvereniging Medisch Specialisten (2017-2022)
• Vervult rollen als toezichthouder bij Zorg in Oktober (sinds 2022) en Zorggroep Vivantes (voorzitter sinds 2025)
• Is sinds 2022 bestuurslid van de Federatie Medisch Specialisten (onder meer met Organisatie & Financiering in zijn portefeuille) en is sinds juli 2025 algemeen voorzitter
‘De visie behelst belangrijke en voor iedereen herkenbare doelen die nauw met elkaar samenhangen. Maar werkplezier is wel de basis van ons werk dus ik voel die urgentie heel sterk. Het is verleidelijk om de bedreiging ervan toe te wijzen aan één enkele factor. Bijvoorbeeld de komst van een nieuwe generatie artsen die zich hard maakt voor een betere werk-privébalans, of aan de toegenomen werkdruk door personeelstekorten, meer zorgvraag en administratieve lasten. Maar het is een optelling van al die zaken. Het wordt gewoon te zwaar als we zo doorgaan, en de aantrekkingskracht van ons mooie vak komt onder druk te staan. Dat zien niet alleen jongeren. Dat gaat over alle generaties en regio’s heen, en geldt voor zowel vrijgevestigde artsen als medisch specialisten in loondienst. Gisteren nog sprak een collega op een bijeenkomst van maag-darmspecialisten. Hij zei: “Ik raad echt iedereen aan om minder uren te werken, ik heb meer ruimte voor andere belangrijke zaken en presteer prima met meer plezier.” Hij wond er geen doekjes om.’
Maar de cao gaat nog steeds uit van tot wel 48urige werkweken… ‘Ja, en met de diensten daarbij opgeteld kom je al snel aan de 55 uur. Dat is niet meer van deze tijd. Het merendeel van alle medisch specialisten werkt inmiddels parttime, wat in de praktijk betekent dat ze nog steeds veertigurige werkweken draaien, en daarbij inleveren op hun pensioen. Het is meer dan logisch om onze cao aan te passen aan de realiteit en gewoon van 40-urige werkweken uit te gaan. Daar maak ik me dus hard voor.’

Hoe kijk je dan aan tegen de medisch specialisten met eigen ondernemingen die zeggen: ‘Ik kies er bewust voor om meer uren te werken?’
‘Die keuze moet je natuurlijk respecteren, maar ik zie dat zelf dus anders en bewaak mijn werk-privébalans. En ik heb als voorzitter van een medisch-specialistisch bedrijf gemerkt dat maar een klein aantal mensen kiest voor structureel overwerk. Ik zie bij álle artsen een grote behoefte aan normale werkweken met beheersbare werkdruk, aan een gezonde werk-privébalans. Meer dan begrijpelijk, alle onderzoeken wijzen uit dat je daar gelukkiger van wordt en beter van presteert. En dan heb je ook jongeren die het idee hebben dat je jezelf als aankomend of beginnend arts het beste kunt onderscheiden door veel uren te draaien, maar daar kijk ik toch echt anders naar. Je onderscheidt jezelf door bevlogenheid en kwaliteit, niet door kwantiteit. Ook
‘Je onderscheidt jezelf door bevlogenheid en kwaliteit, niet door kwantiteit’
onder aios en arts-assistenten kom je trouwens steeds vaker parttime dienstverbanden tegen, dus het beeld kantelt door alle lagen heen.’
En wat wil je zeggen tegen medisch specialisten in sommige vakdisciplines bij wie het water aan de lippen staat, die zeggen: ‘We krijgen de roosters nu al niet gevuld’?
‘Ik moet eerlijk zijn, het is een complexe puzzel. Dit is een van de zaken die een lange adem vergt. Honderd procent ideaal zal het waarschijnlijk nooit worden, maar we moeten die uitdaging vol aangaan. Maar doorgaan in een patroon met te hoge werkdruk zal uiteindelijk leiden tot verlies van collega’s en is dus een uitzichtloze route.
Je hebt een gezin met vier kinderen waarvan er twee hebben gekozen voor geneeskunde. Zijn zij een goede spiegel voor je?
‘Gelukkig zijn de andere twee een hele andere richting opgegaan maar ook zij vinden er wat van. Het is waardevol om zo dichtbij kritische jonge stemmen te mogen horen. Mijn vrouw en ik – zij is internist-intensivist - hebben ze nooit actief aangespoord om voor dit vak te kiezen, maar misschien hebben we ze toch kunnen inspireren. Ik zie bij hen nu net zo’n liefde voor het vak en de patiënt als bij mij, alleen soms met andere oplossingen. En dat inspireert mij weer.’
Waar gaat het jou uiteindelijk om?
‘Ik werk nog steeds als chirurg in het Zuyderland, en elke keer is het ongelooflijk bijzonder dat patiënten tijdens hun meest kwetsbare momenten mij de zorg voor hen toevertrouwen. Dat is een onbeschrijflijke eer die je ook bescheiden maakt. Patiënten zorgen ervoor dat ik altijd weer het beste van mezelf wil geven, ook voor de Federatie.’
MEEPRATEN:
Een 40-urige werk week inclusief diensten, dat zou toch de max moeten zijn?
De normalisering van de werkweek raakt ons allemaal. We horen daarom graag hoe jij hier tegenaan kijkt. Heb je ideeën, suggesties of een kritische noot? Deel ze met ons – jouw input helpt het gesprek verder. Mail ons via voorzitter@demedischspecialist.nl.
10 jaar verder

‘Ik zie in elk umc en groot streekziekenhuis een poli voor gelijke kansen'
Tahira Hussain (35), kinderarts, fellow kinderlongziekten in het Amsterdam UMC.
‘In het Emma Kinderziekenhuis zien we veel kinderen met luchtwegproblemen. Ze worden goed behandeld, knappen op en gaan weer naar huis, maar sommigen keren steeds terug. Onze focus als artsen ligt op het ziektebeeld, terwijl rond die aandoeningen ook andere problemen bestaan - vochtige schimmelhuizen, slechte luchtkwaliteit, rokende buren - waaraan we nog onvoldoende aandacht besteden. Factoren zoals beperkte financiële middelen, taalbarrières en complexe zorgstructuren kunnen er daarnaast toe leiden dat gezinnen vastraken in het huidige gezondheidssysteem.
In het Amsterdam UMC zet ik voor deze kinderen momenteel een poli voor gelijke kansen op. Doel is kijken naar het ziektebeeld, maar ook naar de oorzaak achter de klacht en daar vervolgens op te handelen. Dit initiatief staat nog in de kinderschoenen, maar over tien jaar verwacht ik meer aandacht voor dit probleem. Dan hebben we een goedlopende poli neergezet waarin we nauw samenwerken met andere medisch specialisten, huisartsen, ggd’s, woningcorporaties, scholen en wijkteams. Dat gebeurt nu nog niet. Ik zie dan in elk umc en de grote streekziekenhuizen een dergelijke
poli, waarin niet alleen het kind, maar ook het hele gezin wordt meegenomen.
In mijn onderzoek naar de effecten van sociale determinanten (brede sociale en economische leefomstandigheden die samen de gezondheid van de bevolking beïnvloeden, red.) blijkt dat deze sterk medebepalend zijn voor de gezondheid. Over tien jaar wil ik bijdragen aan de opleiding van kinderartsen die het vanzelfsprekend vinden mee te werken aan gezondheid in brede zin. Idealiter maken sociale determinanten dan integraal deel uit van hun zorg. Nog steeds onderzoek ik dan die omstandigheden waarin mensen opgroeien, wonen, werken en leven en het effect daarvan op hun gezondheid. Meer informatie hierover kan tenslotte bijdragen aan minder (her)opnames, betere gezondheid van gezinnen en betere therapietrouw.
Mijn hoop is dat dit aandacht krijgt, bijvoorbeeld via de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) en het Longfonds. Hoe mooi zou het zijn als we een landelijk centrum kunnen oprichten? Ondertussen trek ik met een heel team graag de kar voor deze poli, creëren we hierover bewustzijn, denken we na over richtlijnen, educatie en inspireren we collega’s, zodat hierin over tien jaar niemand meer het wiel hoeft uit te vinden.’
Elske Kuipers
neuroloog Tiel
‘Passende zorg betekent voor mij: de juiste zorg, op de juiste plek. Bij mensen met multiple sclerose zetten we steeds vaker MS-verpleegkundigen thuis in, zodat patiënten minder vaak naar het ziekenhuis hoeven, maar we toch goed zicht houden op hun gezondheid. Ook werken we aan thuistoepassingen, zoals holters voor hartritmeregistratie. Maar passende zorg vraagt meer dan initiatief van artsen: de financiering moet meebewegen. Nu worden we soms financieel ‘gestraft’ voor minder of verplaatste zorg. Als verzekeraars en ziekenhuizen dit niet samen aanpakken, blijft passende zorg vooral een mooi ideaal op papier.’
Medisch specialisten spelen een sleutelrol in de beweging naar passende zorg, blijkt uit een peiling van de Federatie Medisch Specialisten. Ruim 1.500 respondenten deelden hoe zij dit in de praktijk vormgeven én wat er volgens hen nodig is om passende zorg verder te brengen. Op deze pagina lees je hun belangrijkste inzichten en cijfers.

Passende zorg ontstaat vanaf de werkvloer:
88%
erkent de urgentie van passende zorg.
84% levert vaak tot altijd passende zorg. 70% draagt actief bij aan de ontwikkeling van passende zorg.
Herman Helder
kno-arts Arnhem
‘Ik neem patiënten actief mee in keuzes: van simpele, betaalbare oplossingen tot complexere behandelingen. We bespreken samen wat echt nodig is — en soms juist wat níet. Passende zorg betekent voor mij zorgvuldig afwegen, uitleggen en luisteren, ook als tijd of taalbarrières dat lastig maken. Zo voorkom je overbehandeling en sluit de zorg beter aan bij de mens achter de klacht. Dat probeer ik ook mijn aios en collega’s mee te geven: passende zorg werkt alleen als je haar voorleeft. Niet-passende zorg is als te krappe schoenen: duur, zonde, en je loopt er slecht op.’
klinisch fysicus Dalfsen
‘Passende zorg betekent ook: technologie doelmatig inzetten. In de radiotherapie kijken we kritisch welke innovaties echt bijdragen aan kwaliteit én doelmatigheid. Zo onderzoeken we met AI bij de behandeling van hersenmetastasen of het gebruik niet alleen betere resultaten oplevert, maar ook doelmatiger is in tijd, kosten en werkplezier. Want niet elke vernieuwing is automatisch een verbetering. Passende zorg vraagt daarom afstemming binnen het team: wat voegen we toe, wat laten we? En hoe houden we het werk aantrekkelijk en uitvoerbaar? Alleen als technologie én mensen in balans zijn, is de zorg echt passend.’
Passende zorg ontstaat vanaf de werkvloer:
54%
individuele medisch specialisten.
39% vakgroep.
33% medische staf.
23% raad van bestuur.
Het voornaamste doel van het leveren van passende zorg:

49% hogere zorgkwaliteit.
60% zorg beter laten aansluiten bij de individuele patiënt.
46% toegankelijke, toekomstbestendige zorg.
46% doelmatigheid en kostenbeheersing.
chirurg Uden
‘Passende zorg betekent soms ook niet opereren, waar dat wel nodig lijkt, zoals bij een comminutieve botbreuk. Onlangs besprak ik met een 58-jarige patiënt met schizofrenie en ernstige nierproblemen dat een elleboogoperatie meer schade dan herstel zou brengen. Zes gesprekken verder besloten we samen af te zien van ingrijpen — een keuze die niet in het huidige financieringssysteem past. Want tijd voor het juiste gesprek wordt niet beloond, productie wel. Zolang zorgverzekeraars blijven rekenen in dbc's, remmen we vernieuwing af. De zorg is geen supermarkt waar je alles kunt krijgen. We moeten patiënten, politiek en financiers voorbereiden op dat besef — pas dan wordt zorg écht passend.’
oogarts Utrecht
‘Passende zorg betekent ook grenzen stellen. Niet elke behandeling is zinvol of haalbaar, hoe graag patiënt of arts dat soms ook wil. Bij staaroperaties kijken we ook naar de belastbaarheid van de patiënt en of de zorg echt bijdraagt aan kwaliteit van leven. Tegelijk groeit de druk: spreekuren zijn overvol, wachttijden lopen op en patiënten verwachten dat alles kan. Daarom zoeken we naar slimme oplossingen. Optometristen draaien zelfstandig spreekuren, we zetten e-consulten in en voeren BICAT uit: twee staaroperaties op één dag. Efficiënter werken helpt, maar echte verlichting vraagt ook realistische verwachtingen en steun vanuit beleid.’
Voor passende zorg is nodig:
52% passende bekostiging.
57% meer tijd voor de patiënt
34% budget voor initiatieven.
30% verbeterde databeschikbaarheid.
Passende zorg bereiken we door:
• Samen beslissen met de patiënt
• Meer doelmatige zorg en kostenbesparing
• Samen met andere zorgprofessionals zorg verlenen (taakherschikking)
• Inzet van e-health, digitalisering en telezorg
• Meer multidisciplinaire samenwerking
• Minder of geen behandeling
Thomas Boerlage
mdl-arts Gouda
‘Passende zorg vraagt tijd, luisteren en durven afzien van meer diagnostiek. In de praktijk is dat niet altijd eenvoudig: de logistiek schiet soms tekort en er is te weinig ruimte voor het echte gesprek. Toch haal ik veel voldoening uit consulten waarin we samen besluiten níet verder te onderzoeken, maar stil te staan bij wat de patiënt echt wil. Daarna is het belangrijk om ook aan advanced care planning te denken: wat gaan we doen als de gezondheid verder achteruitgaat? Zulke gesprekken geven richting én rust — dat is misschien wel de kern van passende zorg.’
LEES MEER INFORMATIE OP DEMEDISCHSPECIALIST.NL/ PASSENDEZORG

Klinisch geneticus Philip Jansen (36):
‘Je brengt geregeld slecht nieuws, en dat blijft zwaar’

Er zijn niet veel klinisch genetici in Nederland – waarom koos jij juist voor dit vak?
‘Psychiater worden was in eerste instantie mijn plan. Tijdens mijn promotieonderzoek naar genetische factoren bij psychiatrie ging ik genetica steeds leuker vinden. Toen realiseerde ik me dat er een heel klinisch vak is dat zich met genetica bezighoudt. Fascinerend!’
Wat trok je zo aan?
‘Vooral het inzicht in hoe een genetische afwijking op moleculair niveau tot een ziekte kan leiden. Je leert hoe een bepaald eiwit werkt en ziet vervolgens de directe impact op een patiënt. Die combinatie van biologie en het menselijk verhaal eromheen verveelt nooit.’
Hoe zorgen jullie dat het vak meer bekendheid krijgt?
‘Dat begint bij de opleiding geneeskunde. In ons ziekenhuis lopen veel coassistenten interne geneeskunde bijvoorbeeld een week mee op onze afdeling. Vaak hebben ze aan het begin geen beeld van wat we doen, maar aan het eind zijn ze enthousiast. Genetica komt tot leven als je het eenmaal van dichtbij ziet.’
Waarom is die zichtbaarheid zo belangrijk?
‘Er zijn zo’n zevenduizend genetische aandoeningen bekend, dus in veel verschillende specialismen kom je wel genetica tegen. Dan is het handig als je iets weet van overerving en een familieanamnese kunt afnemen, en ook hoe je de weg naar een klinisch geneticus vindt.’
Wat is de grootste verandering in jouw vakgebied?
‘De diagnostiek heeft zich ontwikkeld van het maken van een karyogram – een foto van de chromosomen – naar geavanceerd Whole Exome Sequencing-onderzoek (WES), waarbij in een keer zo’n 20.000 genen in kaart worden gebracht. Vroeger kon een diagnose jaren duren doordat genen één voor één onderzocht werden, nu hebben we soms binnen enkele weken al een uitslag.’
Als je één voorspelling mag doen over de rol van genetica in 2035, wat zou dat dan zijn?
‘Ik kan me voorstellen dat tegen die tijd steeds meer patiënten hun volledige genetische data beschikbaar hebben in een beveiligde zorgomgeving. Artsen kunnen dan snel iemands genetische gegevens raadplegen bij het stellen van een diagnose of bij het voorschrijven van de juiste medicijnen.’
Welke vraag van patiënten hoor je het vaakst?
‘Bij moeilijke keuzes, zoals het wel of niet willen weten van een erfelijke aanleg, vragen patiënten vaak “wat zou u zelf doen”. Maar er is vaak geen goed of fout, dus neutraal blijven is belangrijk. Ik geef informatie en schets de opties, zodat de patiënt zelf een weloverwogen keuze kan maken.’
Wat zijn de zwaarste momenten in jouw vak?
‘Wanneer je moet vertellen dat iemand een erfelijke aanleg heeft voor een onbehandelbare aandoening, zoals Huntington. Als het voorkomt in de familie, is de kans op aanleg vaak vijftig procent. Je brengt geregeld slecht nieuws, en dat blijft zwaar.’
Op welk moment dacht je: hier doe ik het voor?
‘Tijdens mijn opleiding begeleidde ik een zwangere vrouw. Bij haar ongeboren kind was een onduidelijke DNA-uitslag gevonden, met mogelijk een syndroom tot gevolg. We zochten veel uit over de DNA-variant, bekeken echo’s en voerden veel gesprekken. De ouders kozen ervoor met de zwangerschap door te gaan, en uiteindelijk bleek het inderdaad een onschuldige variant. Toen de moeder maanden later langskwam met haar gezonde baby, besefte ik hoe zinvol dit werk is.'
Welk onderzoek is hard nodig en zou je graag doen?
‘We weten nog te weinig over het DNA van mensen met een niet-Europese achtergrond. Dat heeft consequenties, want je vindt bij hen sneller iets onduidelijks – en weet niet of dat tot ziekte leidt of dat het typisch is voor die etniciteit. Zelf begeleid ik een promovendus die genetische data van Caribische populaties analyseert, zodat we DNA-diagnostiek in die groep in de toekomst kunnen verbeteren.’
• GEBOREN in 1989 in Utrecht
• STUDEERDE van 2007 tot 2014 geneeskunde aan het Erasmus MC
• RONDDE zijn promotieonderzoek over genetische factoren van psychiatrische ziektebeelden cum laude af
• VOLGDE van 2019 tot 2024 de opleiding tot klinisch geneticus
• IS getrouwd met een radiologe
• HEEFT een zoon van bijna drie en een dochter van anderhalf
• WOONT in Woerden
• SPEELT graag piano, soms ook saxofoon en bezoekt graag concerten
• IS een ‘oude ziel, want dol op Bach’, maar houdt ook van jazzmuziek
• WACHT op een plekje in de bigband van het Amsterdam UMC
• PODCASTS
Medisch Contact en Geschiedenis Inside – ‘leuk, die populair wetenschappelijke benadering’
‘Maak
Hoogleraar Digital Health Marlies Schijven onderzoekt hoe technologie en digitale innovaties ingezet kunnen worden in de zorg. Ze ziet dat er vaak te snel voorbij wordt gegaan aan de meest basale vraag:
waar zijn we écht mee
geholpen?
‘Op het gebied van technologie en digitalisering is er steeds meer mogelijk, maar als het om toepassingen in de zorg gaat, moet je voorzichtig zijn. Toen ChatGPT net in opkomst was, waren er mensen - vooral van buiten de zorg - die allerlei mogelijkheden zagen om het toe te passen in de zorg. Maar informatie over specifieke patiënten in openbare chatbots stoppen, botst met de privacywetgeving. Ook zitten we in de zorg niet op elke innovatie te wachten. Voor je het weet heb je toepassingen die je eerder méér werk opleveren dan minder.
We moeten niet de fout maken technologie als doel te zien. Vraag dus niet: wat is er allemaal mogelijk? Maar begin met de vraag wat je eigenlijk wilt oplossen en kijk dan pas óf en hoe technologie je kan helpen. Neem de grootste uitdaging in de zorg, het tekort aan mensen. Er is veel stress en uitval onder zorgpersoneel, terwijl jongeren wel twee keer nadenken voor ze een zorgopleiding gaan doen. Begin met zorgvuldig onderzoeken waar de pijnpunten liggen, en wat mensen zou helpen om met plezier te werken en het vol te houden. Dat zijn kernvragen waar vaak te snel aan voorbij wordt gegaan, terwijl ze het uitgangspunt zouden moeten zijn van elke vernieuwing. Dus: wat wil je oplossen en wat voor stukje technologie past daar dan bij?
Dat gaat lang niet altijd goed, omdat de werelden van technologie en zorg behoorlijk gescheiden zijn. Als hoogleraar Digital Health probeer ik ze juist te verbinden. Ik heb een jaar Design Academy gedaan, daarna gezondheidswetenschappen en toen pas geneeskunde. Ik voel me in de eerste plaats dokter, maar weet ook goed hoe de zorg is georganiseerd en hoe je in creatieve oplossingen denkt. Waar zorg, schaarste en technologie elkaar raken, daar is op dit moment veel te ontdekken en onderzoeken. Wil je er goed over nadenken, dan moet je van meerdere markten thuis zijn, of je moet een goed team hebben waarin deskundigen uit de technologie en deskundigen uit de zorg samenwerken. Binnenkort bezoek ik daarom MICCAI, het jaarlijkse congres over data science. Heel inspirerend, want daar zie je de voorhoede van een nieuwe beweging: samenwerking tussen
‘We
hebben allerlei regels voor als een dokter een fout maakt, maar voor AI-support modellen hebben we dat niet’


data scientists met een scherpe kijk op de zorg én hierin geïnteresseerde zorgverleners. Dat is echt een nieuw ecosysteem. Er is veel te verkennen. AI heeft de toekomst, maar we begrijpen deze nieuwe technologie nog niet goed genoeg. Ik zou zeggen, ga niet meteen breed generatieve AI-modellen toepassen, maar begin met goede en specifieke Large Language en Vision-Language Models. Dat zijn modellen waarbij met AI visuele en tekstuele data geïntegreerd worden in één raamwerk om uitkomsten te voorspellen. Zulke modellen kunnen allerlei patronen vaak al goed herkennen, maar maken nog belangrijke fouten. Ze kunnen bijvoorbeeld samenvattingen maken op basis van alle notities uit elektronische patiëntendossiers, maar herkennen daarin niet wat nou precies belangrijk is. Ze quoten vooral wat vaak herhaald wordt of wat eruit springt. Daarnaast moet je erop bedacht zijn dat AI kan gaan ‘hallucineren’; het gaat zelf informatie genereren die echt lijkt, maar dat niet is. Behalve onjuist is het gevaarlijk, omdat de uitkomst niet meer te herleiden is naar feiten, maar wél als waarheid gepresenteerd wordt.
Naast dat je heel goed moet weten wat er nodig is qua technologie, is vertrouwen belangrijk. Besef dat technologie - net zoals de mens - feilbaar is. Dat is in principe niet erg, maar je moet daarover wél goede afspraken maken. We hebben allerlei regels en procedures voor als een dokter of verpleegkundige een onbedoelde fout maakt. Voor AI-support modellen hebben we dat niet. Verwachtingsmanagement én verantwoordelijkheden rondom gebruik zijn nog niet goed bepaald. Waar technologie de zorg binnenkomt, valt dus nog heel veel te verkennen en te regelen. Daarvoor is nu echt het moment.’

is chirurg in het Amsterdam UMC en hoogleraar Digital Health aan de Universiteit van Amsterdam. Ze onderzoekt hoe technologie en digitale innovaties optimaal ingezet kunnen worden in de patiëntenzorg en in de opleiding van zorgprofessionals. Ze is bestuurslid van ZonMw, en lid van de raad van toezicht van het Meander Medisch Centrum.

WERK De jonge Gerben van der Bij, nu traumachirurg in het Spaarne Gasthuis, wilde kankeronderzoek doen. Hij studeerde biologie en promoveerde op celbiologie. Tot hij kennis maakte met traumachirurgie en alsnog geneeskunde deed. Wat een mooi, mechanisch beroep! Componeren met schroefjes en draadjes, totdat alles op de juiste plek zit. Pols of enkel doet het weer, geweldig! Daarnaast is hij manager en spreekbuis voor zijn vakgroep. Bijvangst: een leerzaam inkijkje in de complexe organisatie. Daar invloed op uitoefenen is leuk. Iedereen wil toch vooruit? Collega’s en patiënten zijn verrast (verbijsterd) als ze zijn muzikale kant ontdekken. Net als dochterlief (11) die onlangs Disavowed voor het eerst zag optreden. De zaal ging uit zijn dak. ‘Pap, die mensen vliegen!’

PRIVÉ Is het herrie of muziek? Brutal death metal muziek - met bands als Suffocation, Napalm Death, Carcass, Cannibal Corpse - is niet voor iedereen, maar Gerben (47) gaat er goed op. An acquired taste, net als olijven, aldus Gerben. Sinds de brugklas is hij de – autodidactische - basgitarist en componist van metalband Disavowed. Het bandgevoel, de extase in de zaal, de opzwepende, rauwe muziek; hij krijgt er energie van. Via schoolkantine en dorpszaal belandde Disavowed in Gerbens studententijd en daarna op internationale podia in de USA, Canada en Azië met in hoogtijdagen 10.000 man publiek. Qua toeren gaat de band - want werk en gezin - een tandje lager, maar het speelplezier blijft.



AANSPREKEN
Een veilig werkklimaat is essentieel voor de sfeer, het welbevinden en werkplezier van a(n)ios en medisch specialisten. Daarvoor is het belangrijk dat men elkaar effectief kan aanspreken op onbewust gedrag. In de training Verbindend aanspreken verkennen we waarom aanspreken vaak lastig is en behandelen we do’s en don’ts. Deelnemers oefenen in kleine groepen met acteurs met het achteraf 1-op-1 aanspreken.
DUUR: 1 dag
LOCATIE: Omgeving Utrecht
KOSTEN: € 780
ACCREDITATIE: 6 punten
EFFECTIEF
SAMENWERKEN
De zorg is in beweging en vraagt om sterke samenwerking tussen teams, afdelingen en disciplines. Waar belangen of tempo’s verschillen, kan samenwerking onder druk staan. In de training Effectief samenwerken ontdek je hoe je vanuit zelfinzicht en medisch leiderschap beter samenwerkt, ook in lastige situaties. Je leert patronen herkennen, situaties omdenken en met meer invloed en balans bijdragen aan de kwaliteit van zorg.
DUUR: 3 dagen
LOCATIE: Den Dolder
KOSTEN: € 1.475
ACCREDITATIE: 18 punten
De Academie voor medisch specialisten is het opleidingsinstituut van de Federatie Medisch Specialisten. We bieden scholing en begeleiding aan medisch specialisten, ziekenhuisapothekers, klinisch fysici, klinisch chemici en a(n)ios op het gebied van vaardigheden, leiderschap, bestuur en management.
Heb je op de werkvloer weleens last van ongewenste opmerkingen en gedrag van anderen? Je hebt meer invloed dan je denkt. Ervaar tijdens de training Begrenzen van ongewenst gedrag hoe je dit op een vriendelijke, neutrale, heldere en kordate manier kunt begrenzen en een glijdende schaal kunt voorkomen. Tijdens de training is er veel ruimte voor interactie en oefen je met een acteur.
DUUR: 2 dagen
LOCATIE: Omgeving Utrecht
KOSTEN: € 780
ACCREDITATIE: 6 punten aangevraagd
WERK-
Je kunt invloed uitoefenen op power dynamics en het creëren van een veilig werk- en leerklimaat. Met deze training maak je kennis met power dynamics en deep democracy, en de rol en werking ervan. Je oefent met een acteur hoe je negatieve aspecten hoe je negatieve aspecten herkent en bespreekbaar maakt. De training is voor ervaren medisch specialisten, waaronder opleiders, supervisors, vakgroepvoorzitters, medisch managers en bestuurders.
DUUR: 1 dag
LOCATIE: Omgeving Utrecht
KOSTEN: € 850
ACCREDITATIE: 6 punten
COLOFON
Jaargang 11, december 2025
Uitgave
Medisch Specialist is een uitgave van de Federatie Medisch Specialisten en verschijnt vier keer per jaar in een oplage van 30 duizend exemplaren.
Medisch Specialist wordt kosteloos toegestuurd aan alle medisch specialisten in Nederland die aangesloten zijn bij de Federatie en aan artsen in opleiding die lid zijn van De Jonge Specialist.
Redactie
Hoofdredactie: Mirjam Siregar
Eindredactie: Vanessa Cruz
Concept en redactiecoördinatie: Fred Hermsen (Maters en Hermsen communicatie en journalistiek)
M.m.v. Sjef van der Lans, Cindy van Schendel, Sandra Schoonderwoerd, Femke Theunissen, Margriet Bakker, Carlijn van Trigt, Hanneke Bos, Judith Dekker,
Luuk Soolsma (Federatie Medisch Specialisten).
Redactieraad
Cassandra Zuketto (psychiater), Eke van der Ploeg (aios anesthesiologie, bestuurslid De Jonge Specialist), Johan Lange (chirurg), Nicole Naus (oogarts), Roderick Tummers - van Lind van Wijngaarden (internist), Rutger Hengeveld (klinisch chemicus) en Yee Lai Lam (dermatoloog).
Beeldredactie en vormgeving:
Kaisa Pohjola en Stephan van den Burg (Maters en Hermsen vormgeving) Fotografie cover: Frank Ruiter Lithografie: Studio Boon Druk: Puntgaaf drukwerk
Redactieadres: Federatie Medisch Specialisten, Cindy van Schendel, afdeling Communicatie, Postbus 20057 3502 LB Utrecht, 088 505 34 34, e-mail: communicatie@ demedischspecialist.nl
Abonnement
Vragen over je abonnement of een adreswijziging kun je sturen aan het secretariaat van jouw wetenschappelijke vereniging.
Via www.demedischspecialist.nl/ magazine kun je alle edities van Medisch Specialist online lezen en/of downloaden (pdf). © Medisch Specialist 2025 ISSN 2451-9952 e-ISSN 2666-9234
Heb je een tip voor een interessant verhaal voor medisch specialisten of voor verbetering van ons magazine? Stuur dan een e-mail naar communicatie@ demedischspecialist.nl, dan nemen we zo spoedig mogelijk contact met je op.
Volg ons ook op:
@federatiemedischspecialisten
Niets uit deze uitgave mag geheel of gedeeltelijk worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever en de makers van het werk. De Medisch Specialist is niet aansprakelijk voor eventuele onjuistheden in deze uitgave. De Medisch Specialist is niet verantwoordelijk voor handelingen van derden welke mogelijkerwijs voortvloeien uit het lezen van deze uitgave. De redactie is niet verantwoordelijk voor de inhoud van cartoons, columns en advertenties. De uitspraken van auteurs en geïnterviewden in artikelen in deze uitgave weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Federatie. De redactie behoudt zich het recht voor ingezonden materiaal zonder kennisgeving vooraf geheel of gedeeltelijk te publiceren. De redactie heeft gepoogd alle rechthebbenden op teksten en beeld te achterhalen. In gevallen waarin dit niet is gelukt, vragen wij je contact op te nemen via communicatie@demedischspecialist.nl.



Via je wetenschappelijke vereniging ben je aangesloten bij de Federatie Medisch Specialisten.
Wij staan voor 23 duizend toegewijde dokters in ziekenhuizen en instellingen. Wij verenigen alle 32 specialismen, ondersteunen bij de uitoefening van het vak en spreken met één krachtige stem in politiek en samenleving.
Want er gebeurt ontzettend veel in de zorg. De uitdagingen zijn groot. De technologische ontwikkelingen gaan razendsnel, de zorgvraag neemt toe, budgetten staan onder druk en we komen steeds vaker bedden en handen tekort.
Allerlei partijen beïnvloeden ons werk: verzekeraars, politiek, inspectie, farmaceuten, managers, patiëntenorganisaties. Er zijn grote belangen.
Daarom werken we samen in de Federatie Medisch Specialisten. Samen gaan we voorop in vernieuwing zodat 18 miljoen Nederlanders kunnen rekenen op de beste zorg ter wereld.
Bekijk alles wat wij voor jou doen:



Omstanders kijken nieuwsgierig op wanneer de brandweer van UMC Utrecht zich door de gangen spoedt. Drie man op de fiets en één met deze elektrische bolderkar: speciaal voor UMC Utrecht ontwikkeld door het eigen brandweercorps, mobiliteitsbedrijf Mobilitum en fabrikant Stuyf. Gemiddeld drie keer per dag rukt het corps uit om calamiteiten in de kiem te smoren of te verhelpen. Niet dat er zoveel vuurtjes te blussen zijn: veel vaker is het ‘brandgerucht’, blijft één van de 78 liften in het complex steken, is er een chemisch probleem of landt er een helikopter op het dak. Wie goed kijkt, ziet wellicht overeenkomsten met de cargobikes van PostNL. Bevelvoerder bedrijfsbrandweer
Erwin Hendriks laat weten dat de kar van alle benodigde hulpmiddelen en blusapparatuur is voorzien. De acht minder mobiele ‘aanvalskarren’, die voorheen strategisch in het complex waren opgesteld, zijn nu niet meer nodig. Het resultaat: een flinke besparing in aanschaf en onderhoud van spullen. En een bijdrage aan de milieudoelstellingen van het ziekenhuis. De eerste ervaringen van het corps in het dagelijks gebruik van de kar zijn goed. Ziekenhuizen die het idee willen volgen, moeten echter wel beschikken over brede gangen en omstanders die een handje toesteken om deuren te openen. Maar dat doen ze graag, leert de ervaring.

Retour: Federatie Medisch Specialisten
Postbus 20057, 3502 LB Utrecht