De Ingenieur januari 2023

Page 1

TECHNIEK MAAKT JE TOEKOMST

DE INGENIEUR NR. 1 JAARGANG 135 JANUARI 2023

TECHNIEKTALENT 2023

PROJECT MARCH

Startup Energie winnen uit papierslib

|

LEGOLISERING

|

ASM

|

I N S TA P P E R

Ben Bronsema: Nieuwsgierigheid is altijd mijn drijfveer geweest

|

LANGETERMIJNDENKEN

Fietsinnovatie Nieuw systeem houdt stuur stabiel


Zoek je hoogopgeleide technici?

Plaats je vacature op het grootste ingenieursplatform van Nederland! Direct een vacature plaatsen? Ga naar deingenieur.nl/vacatures of neem voor vragen en advies contact op met KIVI via sales@kivi.nl.


Vooraf

Pancras Dijk is hoofdredacteur van De Ingenieur.

Nieuwste van het nieuwste

Behalve een inventief zijn we ook een ondernemend land

Wat zijn er toch veel jonge topingenieurs! Dat is de onvermijdelijke conclusie uit onze inmiddels traditionele rondgang langs tientallen ingenieursbureaus, andere bedrijven, onderwijs- en onderzoeksinstellingen. Ons verzoek om hun grootste techniektalenten met ons te delen, leverde een enorme stroom aan jonge, getalenteerde mannen en vrouwen op die elk op eigen wijze hun technische inzichten en vaardigheden inzetten voor een betere wereld. In het omslagverhaal van deze maand zetten we de vijftien grootste talenten voor u op een rij. Volgens ons is het een inspirerende verzameling geworden. Maar wat zegt leeftijd eigenlijk? Niet zo veel, dacht ik toen ik het stuk las dat onze redacteur Jim Heirbaut maakte voor de vernieuwde interviewrubriek DRIVE. ‘Mijn vader had een smederij vol elektrische machines, destijds het nieuwste van het nieuwste’, zegt raadgevend ingenieur Ben Bronsema daarin. Ooit wil hij wel met pensioen, vertelt hij, maar pas als hij het gevoel heeft dat hij heeft bereikt wat hij wil. Doet het er toe dat Bronsema al ver in de tachtig is? Nieuw dit jaar – alweer de 135ste jaargang van dit blad – is de reeks Startup. Want behalve een inventief zijn we ook een ondernemend land, vol ambitieuze startups die de maatschappelijke opgaven met technologie te lijf gaan. In de nieuwe rubriek zullen we deze jonge bedrijfjes en de bezielende krachten die er werken beter leren kennen. Mocht u nog interessante startups kennen, dan horen we dat natuurlijk graag. Bijvoorbeeld op de Nieuwjaarsborrel op 16 januari in het KIVI-gebouw in Den Haag. Ik kijk ernaar uit daar niet alleen goede wensen, maar ook inspirerende ideeën uit te wisselen.

Op de cover

Wie zijn de grootste techniektalenten van dit moment? BEELD : EVA OOMS

PORTRET : ROBERT LAGENDIJK

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

1


Redactie Pancras Dijk (hoofdredacteur) Astrid van de Graaf (eindredacteur) Jim Heirbaut Marlies ter Voorde Redactieadres Prinsessegracht 23 2514 AP Den Haag Postbus 30424 2500 GK Den Haag TEL. 070 391 9885 E-MAIL redactie@ingenieur.nl WEBSITE deingenieur.nl

Vormgeving Eva Ooms Sales Pascal van der Molen E-MAIL sales@kivi.nl Druk Drukkerij Wilco, Amersfoort

De Ingenieur verschijnt twaalf maal per jaar. © Copyright 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, via internet of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Niet in alle gevallen is na te gaan of er op de illustraties in dit nummer nog copyright rust. Waar er nog verplichtingen zijn tot het betalen van auteursrecht is de uitgever bereid daaraan alsnog te voldoen.

RUBRIEKEN 37 | Zien & Doen M.C. Escher 40 | Eureka Minimalistische auto en andere productontwerpen van morgen

ISSN 0020-1146

4 | NIEUWS

Abonnementen 2023 Leden van het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI) ontvangen De Ingenieur uit hoofde van hun lidmaatschap. Abonnement voor niet-leden (inclusief btw): printmagazine: € 150,- per jaar digitaal: € 99,- per jaar losse nummers: € 17,50 (inclusief verzending) Abonnementen worden tot wederopzegging aangegaan en ten minste voor de vermelde periode. Het abonnement kan na deze periode per maand worden opgezegd. U kunt uw opzegging het beste doorgeven via onze website: deingenieur.nl/lezersservice. Abonneeservice Ga voor (cadeau)abonnementen, adreswijzigingen en het laten nazenden van niet ontvangen nummers naar het webformulier op de site, te vinden onder het kopje ‘Abonnement en service’. WEBSITE deingenieur.nl ADRES Postbus 30424, 2500 GK Den Haag E-MAIL abonneeservice@ingenieur.nl TEL. 070 39 19 850 (bereikbaar op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 9 tot 14 uur)

De Ingenieur als pdf Abonnees en leden die De Ingenieur willen downloaden als pdf-bestand, kunnen daarvoor terecht op de website: deingenieur.nl/pdf Lidmaatschap Koninklijk Instituut van Ingenieurs Het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI) is de beroepsvereniging voor hoger opgeleide technici in Nederland. Iedereen die hoger technisch onderwijs volgt, heeft gevolgd of een sterke affiniteit heeft met techniek, kan lid worden van KIVI. Leden ontvangen vanuit het lidmaatschap maandelijks het technologietijdschrift De Ingenieur. Kijk voor meer lidmaatschapsvoordeel op kivi.nl. Contributie 2023 Regulier lidmaatschap: € 165,30 jaar of jonger: € 45,-* Studentlidmaatschap: € 22,50* Seniorlidmaatschap: € 130,De contributie voor leden in het buitenland is gelijk aan die voor leden woonachtig in Nederland. Een lidmaatschapsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. Bij lidmaatschappen die in de loop van het jaar ingaan, wordt de contributie naar rato berekend. Aanmelden voor het lidmaatschap kan via kivi.nl/lidworden. * De Ingenieur digitaal Opzeggen lidmaatschap Het lidmaatschap wordt jaarlijks automatisch verlengd. Beëindiging van het lidmaatschap kan per het einde van het kalenderjaar. Er geldt een opzegtermijn van ten minste één maand; een schriftelijke opzegging per brief of e-mail dient uiterlijk 1 december in ons bezit te zijn. Na ontvangst van de opzegging en eventueel verschuldigde contributie verstuurt de ledenadministratie een bevestiging. Correspondentieadres Koninklijk Instituut Van Ingenieurs t.a.v. Ledenadministratie Postbus 30424 2500 GK Den Haag TEL. 070 391 98 80 E-MAIL ledenadministratie@kivi.nl Volg ons ook op

ChatGPT Kernfusie Nieuwe dubbeldekker Grootste radiotelescoop ter wereld 51 | Inbox Reacties van lezers 55 | Uit de vereniging Nieuwjaarsborrel 60 | Voorwaarts Arthur del Prado 62 | Startup DBG Bio Energy wint energie uit papierslib

56 | M E D I A Door de bomen het huis

PERSOONLIJK

Mijnbouw in Europa Rotterdam in stripvorm

46 | DRIVE Raadgevend ingenieur Ben Bronsema 59 | Q&A Jaffe Vink schrijft over uitvindingen 64 | Vragenvuur Tv-maker Klaas van Kruistum

Historische Wateratlas NL

COLUMNS 11 | Punt Eppo Bruins en Chris Eveleens (AWTI) over kennisveiligheid 27 | Podium Vanessa Evers 32 | Enith Superintelligent AI-systeem 33 | Möring De prijs voor vooruitgang 39 | Jims verwondering Terug naar de werkplek 45 | Rolf zag iets nieuws Meester Luuk


NR. 1 JAARGANG 135

12

JANUARI 2023

foto : street art racing / bram machiels

Topingenieurs voor de toekomst Wie zijn de grote techniekbeloften van dit moment? De Ingenieur maakte een rondgang langs bedrijven, onderwijsinstellingen en onderzoeksinstituten en selecteerde vijftien bijzondere talenten.

24 | Waar is onze langetermijnvisie?

28 | Project March

48 | Lego langs de snelweg

We richten ons steeds op acute problemen, maar juist in tijden van crisis is langetermijndenken cruciaal, betoogt Rudy van Belkom, directeur van de Stichting Toekomstbeeld der Techniek.

Veel studenten besteden in teamverband een jaar van hun studietijd aan het ontwerpen en bouwen van iets nuttigs. Fotograaf Charles Borsboom volgde het Delftse studententeam Project March.

Een circulair geluidsscherm uit identieke bouwblokken dat met licht elektrisch materieel kan worden opgezet: dat is de droom van ingenieur Jan Dirk van Duijvenbode.

34 | Toekomstdenken:

De Instapper

In de centra van grote en middelgrote steden wordt de auto steeds meer een ongewenste gast. Is de Instapper een oplossing voor de last mile?

beeld : shutterstock

52 | Wie innoveert het snelst? Een land dat impact wil maken, heeft mensen nodig die zich vol op hun bedrijf storten. Dat zegt Tjark Tjin-a-Tsoi, ceo van onderzoeksorganisatie TNO. ‘De snelheid moet omhoog. Het is een race.’

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

3


xxxx p.22

xxxx p.23

xxxx p. 26

ONDER REDACTIE VAN JIM HEIRBAUT

xxxxx p.18

REDACTIE@INGENIEUR.NL

AI-chatprogramma levert tekst in een handomdraai Computers kunnen heel aardige teksten schrijven. Dat laat het bedrijf OpenAI zien met de invoering van ChatGPT. De software, gebaseerd op kunstmatige intelligentie (AI), schrijft artikelen, blogposts, verhalen en zelfs stukken computercode. Tekst: Jim Heirbaut

Sinds OpenAI eind november de software ChatGPT lanceerde, ging het los op sociale media en in kranten. Informatici en andere in technologie geïnteresseerden sloegen driftig aan het experimenteren met de software. Columnisten onderzochten of ze hun column door de computer konden laten schrijven en op Twitter circuleerden al de meest inspirerende en grappige voorbeelden van door de computer gegenereerde teksten.

Voor wie het heeft gemist: ChatGPT staat voor chat generative pre-trained transformer. Het is software waarmee een menselijk aandoend chatgesprek is te voeren. Ook kan de software uit de voeten met zorgvuldig geformuleerde vragen als ‘Schrijf een gedicht in de stijl van Shakespeare over kernfusie’. Wie een vraag intypt en op ‘enter’ drukt, ziet binnen een paar seconden het resultaat verschijnen op het scherm: een vlot leesbaar en nagenoeg foutloos stuk tekst.

Taalmodellen ChatGPT is een AI-gereedschap dat is getraind met een enorme dataset, namelijk een aanzienlijk deel van de webpagina’s van het internet. Daaruit is een gigantisch taalmodel samengesteld dat, zodra iemand het programma een vraag stelt, in zijn geheugen graaft en de woorden achter elkaar zet

die met de grootst mogelijke waarschijnlijkheid een antwoord geven op die vraag. Met echt taalgevoel heeft dit niets te maken, benadrukt computational linguist Tejaswini Deoskar van de Universiteit Utrecht. ‘Kinderen leren de regels van een taal in een paar jaar. Dat doen ze met veel minder data-input, dus veel efficiënter dan de software het doet. Het lijkt me duidelijk dat deze enorme taalmodellen nog iets missen. Ik denk dat de makers van dit soort modellen zich in de toekomst zullen laten inspireren door de menselijke manier van een taal leren.’ De introductie van ChatGPT bij het brede publiek zal zeker grote gevolgen hebben, denkt ook Deoskar. ‘Vanuit de wetenschap zagen we dit al wel een tijdje aankomen, maar dat nu iedereen er mee aan de slag kan, is wel een big deal.’ De toepassingen van de software lijken eindeloos. Iedereen die met teksten werkt, kan ervan profiteren. ChatGPT levert in een handomdraai een eerste opzet voor een verhaal of maakt een reclametekst voor een advertentie. In de toekomst valt ChatGPT ook te gebruiken als verbeterde zoekmachine, die in nette volzinnen antwoordt. Op dit moment is de software, anders dan Google, niet live met internet verbonden. ChatGPT is getraind met informatiebronnen tot en met 2021. Tot de nieuwste informatie heeft het model nog geen toegang.

Betrouwbare bronnen Behalve alle loftuitingen zijn er ook kritische kanttekeningen te plaatsen bij ChatGPT. Zo creëert de software zelf geen nieuwe inzichten, maar brouwt hij teksten van bestaande informatie. Of die bronnen allemaal even betrouwbaar zijn, daar heeft de software geen idee van. ‘Zoek ik informatie, dan beslis ik zelf wat wel of niet te vertrouwen is. Dat geef ik niet graag op’, 4

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

foto ' s : shutterstock


Muggen als patiënt Onderzoekers van de Universiteit Twente komen in het tijdschrift ACS Infectious Diseases met een nieuwe manier om malaria te bestrijden. Hierbij richten ze zich op de malariaparasiet in de mug in plaats van in de mens. De parasieten zijn in die fase kleine, beweeglijke wormpjes. De onderzoekers maakten nanodeeltjes om deze parasieten mee aan te vallen. Dit zijn bolletjes van polymeerketens, waaraan een medicijn of gif kan worden gekoppeld. Volgende stap is een geschikte stof vinden om de parasiet te doden. (MtV)

zegt Deoskar. ‘Het probleem is ook dat ChatGPT teksten stellig formuleert. Die stelligheid is vaak onterecht. En af en toe lijkt de software te hallucineren.’ Dan komt er onzin uit. Het gebruik van krachtige software gebaseerd op een gigantisch taalmodel komt ook met een prijs: het forse energieverbruik van de servers waarop het draait. Ceo Sam Altman van OpenAI gaf op Twitter toe dat elk antwoord van ChatGPT gemiddeld een paar cent aan stroom kost. ‘Uiteindelijk zal het bedrijf geld moeten verdienen om de torenhoge kosten van de computerberekeningen te kunnen dekken.’ En dat niet alleen. Het trainen van een groot taalmodel kost ook veel energie. Deoskar verwijst naar onderzoek dat laat zien dat het trainen van een fors GPT-3-taalmodel met miljarden parameters evenveel CO2-uitstoot veroorzaakt als een retourvlucht van San Francisco naar New York.

Banenverlies? Een ander bezwaar dat bij kunstmatige intelligentie steevast wordt aangevoerd, is dat computers het werk van mensen afpakken. Moeten we al vrezen voor onze banen? Dat valt mee, denken experts. Voorlopig kan ChatGPT in veel beroepen een nuttig gereedschap zijn. Voor journalisten (‘Zoek achtergrondinformatie op over …’), voor advocaten (‘Doorzoek alle rechterlijke uitspraken over …’) en zelfs voor computerprogrammeurs. Die zijn een groot deel van hun tijd bezig met bedenken hoe ze ook alweer in een bepaalde programmeertaal een functie formuleren. Daarbij kan een softwaretool helpen. De programmeur hoeft dan alleen aan ChatGPT een opdracht

te geven als ‘schrijf een functie die deze taken uitvoert’. Dit levert nu al uren tijdwinst op, vertelden programmeurs op Twitter. Op langere termijn kan software gebaseerd op AI wel degelijk invloed hebben op de banenmarkt. Want waarom is er straks een bemenste afdeling klantenservice nodig als software alle informatie gericht kan doorzoeken en ook met de meest uiteenlopende menselijke vragen en problemen uit de voeten kan? Een ander risico van de doorbraak van software met een uitmuntende taalbeheersing is dat ook criminelen er toegang toe hebben. Voor het schrijven van phishing-e-mails zijn dan geen mensen meer nodig, evenmin als voor het opstellen van appjes die proberen iemand geld over te laten maken of op een linkje te laten klikken. Deze computer-gegenereerde teksten zijn al snel niet meer van echt te onderscheiden.

Testversie Momenteel is ChatGPT nog gratis te gebruiken – als de website tenminste niet overbelast is – omdat de ontwikkelaars feedback willen hebben van de eerste gebruikers. Op termijn ligt het voor de hand dat OpenAI geld voor de dienst gaat vragen. In de tussentijd wordt het model verder getraind door professionele AI-trainers die in bepaalde onderwerpen zijn gespecialiseerd. Deze menselijke trainers voeren gesprekken waarin zij beide kanten spelen – de gebruiker en de AI-assistent. Zo wordt ChatGPT steeds beter in het voeren van menselijk aandoende gesprekken. Sla zelf aan het experimenteren met ChatGPT op chat.openai.com. •

Snorharen als sensor Snorharen van een zeehond zijn niet cilindervormig, maar variëren in dikte in een golvend patroon. Dit maakt ze tot supergevoelige sensoren voor verstoringen in de waterstroom, bijvoorbeeld veroorzaakt door vissen. Dat concludeert Xingwen Zheng van de Rijksuniversiteit Groningen in een proefschrift waarop hij afgelopen maand is gepromoveerd. Hetzelfde principe is toe te passen op kunstmatige sensoren voor onderzoek naar waterdieren of onderzeeërs. Ook kunnen robotvissen er gebruik van maken om elkaar te lokaliseren en in elkaars kielzog te gaan zwemmen om energie te besparen. (MtV)

Lees het laatste technieknieuws op deingenieur.nl

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

5


NIEUWS

Bouw grootste radiotelescoop ter wereld van start

Na dertig jaar voorbereiding ging in december de bouw van de grootste radiotelescoop ter wereld van start: de Square Kilometre Array (SKA). Deze bestaat uit twee delen: de SKA-Low in het westen van Australië voor lage frequenties en bestaande uit dipoolantennes en de SKA-Mid in Zuid-Afrika voor hogere frequenties en bestaande uit schotelantennes. Uit de gecombineerde signalen worden ongekend scherpe beelden van objecten in het heelal gemaakt. Dat zal niet alleen inzicht geven in de geboorte van de eerste sterrenstelsels na de oerknal, maar ook in kosmisch magnetisme en zwaartekracht. De locaties zijn gekozen omdat ze tot de stilste plekken op aarde behoren, wat een optimale ontvangst moet garanderen.

Locaties

De SKA-antennes worden op het zuidelijk halfrond gebouwd, waar het zicht op de Melkweg het best en de radiostoring het minst is. Square Kilometre Array Observatory (SKAO)*

SKA-Mid

SKA-Low

Zuid-Afrika - hoge frequenties - schotelantennes

Australië - lage frequenties - dipoolantennes

*SKAO coördineert de SKA-activiteiten op het gebied van wetenschap, technologie, site evaluatie, de dagelijkse gang van zaken en publieksvoorlichting.

1,80 m

SKA-Low

In Australië komen 131.072 antennes verdeeld over 512 stations. Totale oppervlakte: 400.000 m2 Maximale afstand tussen stations: 65 kilometer

1,80 m

Frequentiebereik: 50 megahertz - 350 megahertz

SKA-Mid

In Zuid-Afrika komen 197 schotels, waarvan 64 de reeds bestaande ‘Karoo Array’ Telescope of MeerKAT. Totale oppervlakte: 33.000 m2 Maximale afstand tussen schotels: 150 kilometer

6

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

Frequentiebereik: 350 megahertz - 15,4 gigahertz Data output: 2 terabytes per seconde 62 exabytes per jaar

Data output: 157 terabytes per seconde 4,9 zettabytes per jaar tera = 1012

exa = 1018

zetta = 1021

Ymke Pas/De Ingenieur/Bron: SKAtelescope.org


Kernfusie levert voor het eerst meer energie op dan erin gaat In de Verenigde Staten is het gelukt om bij kernfusie meer energie op te wekken dan het opstarten van de reactie kost. Een wetenschappelijke doorbraak, maar voor de transitie naar schone energie is nog veel meer nodig. Tekst: Marlies ter Voorde

Wetenschappers van het Amerikaanse onderzoeksinstituut Lawrence Livermore National Laboratory (LLNL) zijn er als eersten in geslaagd om energie op te wekken uit kernfusie. Dat wil zeggen: om meer energie uit de fusie te winnen dan het kost om deze reactie te laten verlopen. Voor energieopwekking op grote schaal is deze techniek echter niet geschikt, zeggen experts. Dat is jammer, want kernfusie is een energiebron die net als kernsplijting niet gepaard gaat met uitstoot van CO2. Bovendien is kernfusie veiliger omdat die niet door een kettingreactie uit de hand kan lopen en levert ze geen langdurig radioactief afval op. Bij kernfusie wordt energie opgewekt door waterstofatoomkernen te laten samensmelten, net als in de zon gebeurt. Het gaat daarbij om deuterium- en tritiumkernen, twee verschijningsvormen van waterstof. Hiervoor moeten de kernen beeld : llnl

dicht bij elkaar worden gebracht. Dat is lastig, want door hun positieve lading stoten ze elkaar af. Daarom kost het veel energie een kernfusiereactie op gang te brengen. In het Amerikaanse experiment werd aan een capsule met deuterium en tritium 2,05 megajoule energie toegevoegd door deze met 192 laserstralen te belagen. De kernfusiereacties die hierdoor optraden, leverden vervolgens 3,15 megajoule op, dus ruim anderhalf keer zoveel. ‘Maar dat was alleen in de reactor zelf ’, zei Mark Herrman, programmadirecteur weapon physics and design van het LLNL op een persconferentie. ‘We hebben in totaal driehonderd megajoule aan het elektriciteitsnet onttrokken om de laserstralen af te vuren. De laser was ook niet ontworpen om efficiënt te zijn, maar om krachtige stralen te produceren.’ Dankzij de laserstralen kunnen temperaturen en drukken worden bereikt vergelijkbaar met die in het binnenste van sterren of exploderende kernwapens, zegt het LLNL. Wetenschappelijk gezien is dit experiment een grote doorbraak, zegt Egbert Westerhof, leider van de afdeling fusieenergie van energieonderzoeksinstituut DIFFER. ‘Bij andere fusie-experimenten zoals de Tokamak Fusion Test Reactor en de Joint European Torus (JET) worden deuterium-tritiummengsels in

een afgesloten ruimte verhit met stroom, elektromagnetische straling, en beschietingen met atoombundels. Daarbij was de energieopbrengst tot nu toe nooit meer dan 60 procent van de energie die nodig was voor het experiment.’ Een gamechanger voor de energievoorziening is deze nieuwe techniek niet, zegt Westerhof. ‘De weg van experiment naar een elektriciteit producerende fusiereactor is lang. Dat was dan ook niet de belangrijkste doelstelling van dit onderzoek.’ Volgens de website van het LLNL doet men daar

De weg van geslaagd experiment naar fusiereactor is lang fundamenteel onderzoek ‘om nucleaire wapens beter te begrijpen’, al wordt ook de zoektocht naar schone energie genoemd. Ook elders is de zoektocht naar een manier om energie uit kernfusie te halen nog in volle gang. In het megaproject ITER werken 35 landen samen aan een kernfusiereactor. Daarbij moet uiteindelijk tien keer meer energie uit de reactor komen dan erin gaat. • JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

7


NIEUWS

Trein van de toekomst Tekst: Pancras Dijk

We moeten er nog even op wachten, maar op z’n vroegst vanaf 2028 rijden ze door heel Nederland. NS heeft afgelopen maand bekendgemaakt voor een bedrag van zeshonderd miljoen euro aan nieuwe treinen te bestellen: dertig met vier rijtuigen en nog eens dertig met zes rijtuigen. Deze treinen komen grotendeels in de plaats van een vroege generatie dubbeldekkers, waarvan sommige al dertig jaar oud zijn. Daarnaast breidt NS ermee zijn vloot verder uit. Fabrikant van de trein is CAF uit Spaans Baskenland, ook de bouwer van de jongste generatie Sprintertreinen die sinds 2018 op het spoor rondrijden. Bijzonder aan de nieuwe trein is dat die enkel- en dubbeldeksrijtuigen combineert. Zo wordt optimale toegankelijkheid gekoppeld aan een grote capaciteit, meldt NS. ‘Deze trein kan met een topsnelheid van 160 kilometer per uur sneller dan de huidige dubbeldekkers’, zegt Roel Okhuijsen, directeur nieuw materieel van NS. ‘Belangrijk voor het realiseren van een kortere reistijd.’ Hoe het spoorwegbedrijf die belofte gaat waarmaken, is evenwel nog onduidelijk. Verreweg de meeste trajecten in ons land zijn niet geschikt voor snelheden boven de 140 kilometer per uur. Voor nieuw materieel op het spoor hoeven treinliefhebbers en forensen overigens niet tot 2028 te wachten. Dit jaar wordt de Intercity Nieuwe Generatie (‘de Wesp’) in gebruik genomen. Deze enkeldekstrein, van de Franse fabrikant Alstom, krijgt een topsnelheid van tweehonderd kilometer per uur en is daarmee geschikt voor het hogesnelheidsnet dat ooit is aangelegd voor de Fyra. Die hogesnelheidstrein werd deze maand precies tien jaar geleden al na enkele weken van het spoor gehaald vanwege aanhoudende technische problemen. Hoe de nieuwe, Spaanse trein er precies uit gaat zien, is nog ongewis – de afbeelding rechts is een impressie. Nu het contract is getekend, start de ontwerpfase met de fabrikant, laat NS weten in een persbericht. illustratie : ns

8

DE INGENIEUR • JANUARI 2023


DECEMBER 2022 • DE INGENIEUR

9


NIEUWS

Virusverspreiding op wijkniveau meetbaar in rioolwater

GIESEN

Het regelmatig nemen van watermonsters in het riool is een handige manier om de verspreiding van een virus onder de bevolking te volgen, zelfs tot op wijkniveau. Dat blijkt uit grootschalig onderzoek in Rotterdam-Rijnmond naar SARS-CoV-2 door onder meer de lokale GGD en KWR Water Research Institute. Ze schrijven erover in het vakblad Water Matters van december. Sinds najaar 2020 nemen alle 318 rioolwaterzuiveringen in Nederland regelmatig monsters om de verspreiding van het coronavirus te volgen. Lang niet alle mensen die zijn besmet, laten zich testen, maar ze gaan wel allemaal naar de wc en geven zo virusdeeltjes af aan het riool. De onderzoekers in Rotterdam gingen een stap verder en keken op wijkniveau. Ze combineerden per wijk metingen aan rioolwater met gegevens van de GGD en van huisartsen. Zelfs in een wijk waar niemand zich laat testen, is op die manier toch iets bekend over de verspreiding van het virus. De methode is breder inzetbaar; recent hebben de onderzoekers positieve ervaringen opgedaan met het meten van het apenpokkenvirus. (JH) •

GEKNIPT

‘Ondergronds bouwen en waterbeheersing [zijn] in Nederland bekend terrein, maar zelden in zo’n oude kerk waar niets mee mocht gebeuren.’ Architect Gijsbert van Hoogevest mocht de grafkelder van de Oranjes in Delft uitbreiden (NRC).

‘Er hangt vaak een prijs aan deze initiatieven, maar die is wellicht beduidend lager dan de economische schade wanneer er straks geen windturbines of elektrische auto’s meer gemaakt kunnen worden door batterij- of chiptekort.’

‘Met dit project willen we de weg vrijmaken voor meer duurzame en biobased materialen in de watersector.’

Het creatief delven van zeldzame aardmetalen, bijvoorbeeld uit zeewater of industrieel afval, kan wellicht toch uit, denkt de Leidse industrieel ecoloog René Kleijn (Chemie Magazine).

Hanneke van de Ven, sectordirecteur distributie bij Brabant Water, is trots op de aanleg van een waterleiding die is gemaakt van oud frituurvet, houtpulp en suikerrietresten (Waterforum).

‘Slimme technologie moet mensen tot elkaar brengen, niet uit elkaar drijven.’ Gabriele Jacobs, hoogleraar organisational behaviour and culture van Erasmus University Rotterdam, vindt dat burgers moeten meepraten over de inzet van technologie voor openbare veiligheid. (eur.nl).

10

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

‘Alle bomen, grassen, vissen, bacteria en andere levensvormen samen wegen minder dan wat er aan gefabriceerde dingen bestaat’. Techniek is inmiddels zwaarder dan al het leven op aarde, concludeert econoom Dirk Bezemer uit recent onderzoek (Groene).

‘Denk je echt dat mensen honderd jaar geleden minder stress hadden dan nu? Ik denk het niet. We kijken naar het verleden met een bijziende bril, als een vlucht uit het heden.’ Dat de snelheid waarmee technologische ontwikkelingen over elkaar heen buitelen tot stress leidt, wil er bij psychiater Christiaan Vinkers niet in (FD).

illustratie : matthias giesen


Punt

Een scherpe mening over een actueel onderwerp. Deze maand: Eppo Bruins (l) en Chris Eveleens.

Kies voor radicale nuance We gooien onze kennis en technologie te grabbel, Maar valt er dan niets te doen? Zeker wel. Ondanks zo lijkt het. Veiligheidsdiensten als NCTV, AIVD en de complexiteit van het onderwerp, zijn er goede MIVD zien dat ‘statelijke actoren’ zich hoogwaardige mogelijkheden om stappen te (blijven) zetten. Wat en ook technologische kennis uit Nederland toe-ei- deze zijn, heeft de Adviesraad voor Wetenschap, genen. Journalisten van Follow the Money lieten af- Technologie en Innovatie (AWTI) onlangs uitgelegd gelopen jaar zien dat Europese universiteiten samen- in het adviesrapport Kennis in conflict – veiligheid en werken met Chinese counterparts op onderwerpen vrijheid in balans. De belangrijkste boodschap is dat die potentieel militair relevant zijn. Het Leiden Asia er behoefte is aan een lerende aanpak, met blijvende Centre signaleerde heimelijke beïnvloeding vanuit aandacht voor nuance en meer bewustwording. Een het buitenland in het onderwijs aan Nederlandse lastige boodschap om te ontvangen, zeker voor de politiek waar men met steeds strakkere regelgeving kennisinstellingen. Steeds luider klinkt de roep om onze wetenschap soms lijkt te denken dat ieder risico kan worden uiten innovaties beter te beschermen. ‘Stop de instroom gebannen. Er zijn volgens de AWTI nu snel drie parallelle acvan internationale studenten!’, ‘Stop de samenwerking met twijfelachtige landen!’, ‘Blokkeer buitenlandse in- ties nodig. Er moet ten eerste een beter begrip van vesteringen!’ Het zou een fijne, scherpe boodschap kennisveiligheid komen. Over welke risico’s en kankunnen zijn voor een rubriek als deze. Maar dergelij- sen hebben we het precies, en hoe verschillen deze per vakgebied of samenwerke eenzijdige oproepen gaan voorbij kingspartner? Ten tweede aan de complexiteit die internationale hebben we in Nederland een samenwerking kenmerkt. Kennisveiligheid model nodig dat zowel duiNationale veiligheid is een belangrijke waarde, maar zeker niet de eniis een urgent thema delijkheid verschaft als differentiatie mogelijk maakt. ge. Vrijheid, openheid en vooruitgang dat meer en meer Een model dat differentieert zijn dat ook. Dit vraagt om zorgvuldige afwegingen. Bovendien zijn er niet aandacht zal vragen naar type onderzoek, gebruikte data en sociale conalleen negatieve effecten. Internatiotext draagt bij aan professionale samenwerking levert ook veel op. nalisering van de sector. Ten De balans van de kansen en risico’s hangt af van vakgebied, toepassingsgerichtheid van derde moeten bewustwording en capaciteit rondom de kennis, samenwerkingspartners, gebruikte data, kennisveiligheid bij kennisinstellingen omhoog. Kennisveiligheid is een urgent thema dat bij alle et cetera. Dit maakt een one-size-fits-all-aanpak niet effectief, omdat deze altijd ofwel overmatig restrictief kennisinstellingen, maar ook in het bedrijfsleven, meer en meer aandacht zal vragen. Met een lerende ofwel naïef is, en dus tot schijnveiligheid leidt. In Nederland krijgt het denken en doen rondom aanpak kan Nederland nu en in de toekomst beter de risico’s van internationale samenwerking steeds omgaan met de complexe uitdagingen van internaverder vorm onder de noemer ‘kennisveiligheid’. tionale samenwerking bij kennisontwikkeling. Het Kennisveiligheid is een term die wordt gebruikt om gevaar is dat wanneer deze lerende aanpak zich ononwenselijke kennisoverdracht, heimelijke beïnvloe- voldoende ontwikkelt, de druk op de overheid toeding en ethische vraagstukken rondom internationale neemt om minder genuanceerd en meer restrictief samenwerkingen aan kennisinstellingen te beschrij- op te treden. Daarom doen wij in deze rubriek een puntige oproep tot radicale nuance. ven. De overheid en kennisinstellingen hebben belangrijke stappen gezet, maar met alle negatieve publici- Eppo Bruins is voorzitter van de adviesraad AWTI; teit in het afgelopen jaar staat de nuance onder druk. Chris Eveleens is raadsmedewerker van de AWTI Dit komt de effectiviteit van de aanpak niet ten goede. en projectleider Kennis in conflict.

portretten awti

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

11


T E C H N I E K TA L E N T E N T E K S T: P A N C R A S D I J K , J I M H E I R B A U T E N M A R L I E S T E R V O O R D E

Topingenieurs voor de toekomst

Of het nu gaat om verduurzaming, digitalisering, verstedelijking of noem maar op: het sleutelwoord van de komende decennia is transitie. De ingenieurs die daaraan vorm gaan geven, zijn de jonge techniektalenten van nu. De Ingenieur vroeg bedrijven, onderwijsinstellingen en onderzoeksinstituten naar hun grootste ingenieurstalenten en selecteerde de vijftien grootste beloften van dit moment. Met elkaar geven ze een goed en hoopvol beeld van de moderne ingenieur anno 2023.

Naam: Nienke Bakx Leeftijd: 26 Opleiding: qualified medical engineer, TU Eindhoven Functie: projectleider expertisecentrum AI en onderzoeker, Catharina Ziekenhuis Eindhoven

AI geeft de arts meer tijd voor behandeling Nienke Bakx ontwikkelde een algoritme dat assisteert bij het opstellen van behandelplannen voor borstkankerpatiënten. Dat maakt het werk een stuk efficiënter.

Als het aan medisch ingenieur Nienke Bakx ligt, is de opmars van kunstmatige intelligentie in het ziekenhuis nog maar net begonnen. Longvlekjes herkennen op CT-scans, voorspellen wanneer een patiënt de intensive

12

care af kan, inschatten hoeveel bedden er vrijkomen: zowel in de zorg als in de processen er omheen kan veel meer worden geautomatiseerd dan nu gebeurt. Ruim twee jaar werkt Bakx nu in het Catharina Ziekenhuis

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

in Eindhoven, waarvan de laatste vier maanden behalve als onderzoeker ook als projectleider van het Expertisecentrum AI. De afgelopen jaren deed ze onderzoek naar het gebruik van kunstmatige intelligentie om stralingsbehandelingen voor borstkankerpatiënten te bepalen. Bakx: ‘Dat luistert nauw. Het tumorweefsel moet zoveel mogelijk straling ontvangen, maar de organen er omheen juist zo weinig mogelijk.’ Om een behandelplan te maken, worden die organen voor elke patiënt ingetekend. Zowel het intekenen als het bepalen van de stralingsdosis gebeurt dankzij Bakx’ onderzoek nu automatisch. Dat scheelt tijd, vooral voor het intekenen van de organen en klieren: in plaats van ongeveer een uur kost dat nu nog maar een half uur. Na haar masteropleiding imaging and image analysis aan de TU Eindhoven deed Bakx een zogeheten Eng D. ‘Dat is enigszins vergelijkbaar met een promotietraject voor weten-

schappers’, legt ze uit, ‘alleen is het einddoel geen proefschrift maar een technisch toepasbaar product, en krijg je er geen vier, maar twee jaar de tijd voor.’ Ze slaagde cum laude. Inmiddels is het algoritme in gebruik. ‘Toch verandert

de arts vaak nog wel wat aan het behandelplan’, zegt Bakx. ‘Dat is niet onverwacht. Bij de pilots merkten we al dat artsen het onderling niet altijd helemaal eens zijn, op details die er klinisch niet meer toe doen.’

Er is altijd iemand die het plan controleert; het model beslist niets, benadrukt Bakx. Maar is er straks dan nog wel werk voor het personeel? Bakx: ‘Ja hoor. Het werk wordt efficienter omdat AI de professional tijdrovende standaardklussen uit handen neemt. Daardoor heeft die meer tijd voor echte expertwerk, zoals het beoordelen van ingewikkelde gevallen en het nemen van beslissingen. En ook het aansturen van het model is uiteindelijk mensenwerk.’ (MtV)

foto : jarno verhoef , catharina ziekenhuis


Naam: Paul Klop Leeftijd: 22 Opleiding: elektrotechniek, Hogeschool Windesheim Functie: onderzoeker industriële automatisering en robotica, Hogeschool Windesheim

De jongste onderzoeker van het lectoraat Tussen de studenten valt hij als staflid niet meteen op. Paul Klop, de jongste onderzoeker van Hogeschool Windesheim, werkt aan autonome mobiele robots.

Of het niet tot rare situaties leidt, dat de studenten die Paul Klop begeleidt vaak ouder zijn dan hij zelf? Niet echt, zegt Klop. ‘Je doet het onderzoek samen, je staat naast elkaar. Maar inderdaad, het overgrote deel van de studenten is ouder dan ik.’ Klop is dan ook de jongste onderzoeker van Hogeschool Windesheim. Bij de onderzoeks­ lijn industriële automatisering & robotica (lectoraat digital business & society) houdt hij zich bezig met haalbaarheidsstudies naar onder andere de inzet van coöperatieve robots. Hoe laat je foto : erik karst

zulke cobots door een ruimte bewegen? Welke handelingen kunnen ze uitvoeren? En hoe regel je de aanvoer van produc­ ten zo dat een robot weet waar de spullen zich bevinden die hij moet oppakken? ‘De laatste tijd ben ik veel bezig geweest met AMR’s, autonome mobiele robots’, zegt Klop. ‘Die hebben camera’s en sensoren waarmee ze door de ruimte kunnen navigeren. Als je ze van A naar B stuurt, zoeken ze hun eigen weg en stoppen bijvoorbeeld als er opeens iemand voor ze langsloopt. Als je daar een cobot

op zet, kan deze op verschillende plekken taken uitvoeren.’ Aan alle onderzoeksvragen van Windesheim worden studentenprojecten vastgeplakt. Zo deed Klop zelf anderhalf jaar geleden nog een afstudeerstage over het flexibel automatiseren van productieprocessen. Het leidde tot zijn eerste publicatie. ‘Het is leuk werk’, zegt Klop. ‘De ene keer ben je bezig met camera’s, dan weer met robots. Geen dag is hetzelfde.’

De liefde voor elektrotechniek zat er al vroeg in en werd aangewakkerd door technisch Lego en Arduino – een com­ puterbord waarmee hobby­ isten zelfgebouwde apparaten

aansturen. Hiermee bouwde Klop werkende replica’s van landbouwwerktuigen, zoals een veldspuit (sproeimachine) en de mestuitrijder Vredo VT4556. ‘Ik ben daar zelfs nog mee bij de Vredo­fabrikant langs gegaan, die vond dat hartstikke leuk.’ Zijn grootste huidige privéproject is het ombouwen van een Volks­ wagenbusje tot camper. ‘Ik heb er kastjes, een keukenblok, accu en lichtjes ingezet. Het is nog niet af, maar ik ben er al mee naar Noor­ wegen en Frankrijk geweest met een paar vrienden.’ Genoeg te doen dus momen­ teel. En in de toekomst? ‘Goede vraag’, zegt Klop. ‘Ik heb eigenlijk geen idee. Ik wacht af wat er op mijn pad komt.’ (MtV)

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

13


T E C H N I E K TA L E N T E N

Naam: Eefje Hendriks Leeftijd: 35 Opleiding: architectuur en bouwtechniek, TU Eindhoven Functie: universitair docent besluitvorming voor rampbestendige wederopbouw, Universiteit Twente

Slimmer bouwen in kwetsbare gebieden Na haar opleiding kon ze mooie gebouwen maken, maar Eefje Hendriks gaat liever naar gebieden waar haar kennis van cruciaal belang is. Nu is ze expert rampbestendig bouwen.

Eefje Hendriks was voor haar afstudeerproject aan de TU Eindhoven net begonnen aan de architectuur van badhuizen in Boedapest, toen ze besloot het roer om te gooien. Ze ging stage lopen in de sloppenwijken van Argentinië, om vervolgens af te studeren op de weerbaarheid tegen natuurrampen in Haïti. ‘Ik begon mijn opleidingen architectuur en bouwtechniek om uiteindelijk mooie gebouwen te kunnen maken’, zegt ze. ‘En

Nu houdt Hendriks zich aan de Universiteit Twente bezig met de vraag hoe mensen na een ramp hun huis veiliger kunnen terugbouwen. Dat hangt af van de omstandigheden en het soort rampen dat er voorkomt: overstromingen, aardbevingen of orkanen. Hendriks werkt

vaak samen met humanitaire organisaties en overheden in landen als Nepal, Senegal, Nicaragua, Haïti, Argentinië of de Filipijnen. Haar doel: de hulp effectiever maken, door te kijken wat werkt en wat niet en getroffenen te ondersteunen bij de wederopbouw.

dat heb ik na mijn afstude­ ren ook wel gedaan, tot een spa­resort in de Zwitserse bergen aan toe.’ Maar als je écht impact wil maken, moet je naar kwetsbare locaties gaan, vindt Hen­ driks. ‘We zijn in Nederland zo

bevoorrecht met alle kennis die we hebben. Daarmee kunnen we in landen die het nodig hebben veel betekenen.’

Nóg meer impact maakt Hendriks met haar onderwijs. Ze koppelt graag humanitaire vraagstukken aan studenten, uitmondend in praktische, vaak complexe projecten. Aan de Universiteit Twente doceert ze niet alleen, maar werkt ze ook aan een nieuw masterprogramma humanitarian engineering. Eerder ontwikkelde ze bij Avans Hogeschool het minorprogramma disruptive events, waarin studenten van verschillende studierichtingen aan de slag gaan met onderzoeksvragen van humanitaire organisaties. ‘Die studenten gaan ook een week naar een vluchtelingenlocatie, om zich bewust te worden van de impact van rampen, conflict en migratie op mensen’, zegt Hendriks, ‘bijvoorbeeld naar Lesbos, Calais, Palermo of Athene.’ Daar zijn de studenten geen toeschouwers, maar werken ze samen met de vluchtelingen en de organisaties. ‘Het is voor de studenten levensveranderend.’ Dit minorprogramma leverde Hendriks in 2020 de onderscheiding ‘meest duurzame HBO-docent van het jaar’ op. (MtV)

Naam: Matty Driessen Leeftijd: 26 Opleiding: automotive engineering, Fontys Hogeschool Functie: race & data engineer, IMERO Analytics & Engineering

De hele pitcrew in één persoon Als kind deed hij al pitsstops in de achtertuin. Nu is Matty Driessen een gewilde trackside engineer, bij­ voorbeeld voor klantenteams van Aston Martin Racing.

Het is even zoeken naar een goed moment voor een gesprek. ‘Ik zit in Zuid-Afrika’, appt trackside engineer Matty Driessen. ‘Ik moet mijn racewagen runnen, dat geeft een hoop kabaal.’ Het betrof een van zijn eerste opdrachten volgend uit een aanbeveling van Aston 14

Martin Racing, vertelt hij als hij weer terug is in Nederland. ‘Een mooie stap in mijn carrière.’ Driessen analyseert data die raceauto’s verzamelen op een circuit en gebruikt die om verbeteringen door te voeren aan de instellingen van de voertuigen. Wat het beste werkt

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

is afhankelijk van de baan, de coureur en de wagen zelf. ‘Bij Formule 1-races zie je altijd mensen met een koptelefoon in een hokje op de pitmuur. Ik doe hetzelfde werk als zij, maar dan voor GT3- en GT4-wagens en Le Mans-prototypen. De hele engineering crew, die bij de Formule 1 uit tientallen personen met elk een eigen rol bestaat, is daar maar één persoon. Dat ben ik.’

Als kind was Driessen al fan van de autosport. ‘Ik kartte, deed race-games, en keek vrijwel elke Formule 1-race, met mijn vader op de bank.’ Ook de fascinatie voor de techniek zat er al vroeg in. Op zijn vierde deed hij zelf al pitsstops in de achtertuin. Toen Driessen na de middelbare school besloot de techniek in te gaan, wist hij dan ook zeker dat het automotive engineering moest worden. Vervolgens

foto ’ s : annabel jeuring ( boven ) ; robert lagendijk ( rechts ) ; streetartracing / bram machiels


Naam: Linard Pronk Leeftijd: 30 Opleiding: mechanical engineering, TU Delft Functie: adviseur installaties en duurzaamheid, Merosch

Duurzaamheid als rode draad Zijn onderzoek leidde ertoe dat de gemeente Amsterdam het Berlage Lyceum als eerste rijksmonument van het gas af gaat halen. Hij is ‘rete-intelligent’, zeggen zijn collega’s. Zelf hoopt Linard Pronk vooral een steentje bij te dragen aan een duurzamere wereld.

Het profielwerkstuk dat Linard Pronk op de middelbare school maakte, ging over energie en biomassa. Hij wilde weten hoe de energietransitie kon worden aangepakt. Sindsdien loopt duurzaamheid als een rode draad door zijn leven en werk. ‘Ook tijdens mijn studie werktuigbouwkunde koos ik bij elke vrije opdracht iets dat met duurzaamheid te maken had’, zegt Pronk. ‘De wereld zit met een grote opgave, ik wil daar een steentje aan bijdragen.’ Inmiddels maakt Pronk dagelijks duurzaamheidsplannen bij adviesbureau Merosch. Zoals het ontwerp voor de renovatie van het vroegere hoofdkantoor van ING, alias ‘het zandkasteel’. Gemeente Amsterdam kocht drie torens van dit gebouw om daarvan een vestiging van de Amsterdam International Community School te maken. ‘Gewoonlijk zou de binnenkant dan worden gestript en vervol-

gens opnieuw opgebouwd’, zegt Pronk. Nu was zijn taak om het circulair aan te pakken. ‘Er was veel dat nog goed was. De luchtbehandelingsinstallatie bijvoorbeeld. Daarvan konden we de hoofdschachten en luchtbehandelingskasten een tweede leven geven.’ Ander bouwmateriaal, zoals roosters, zijn gedemonteerd en schoongemaakt om straks op een andere plek in het gebouw opnieuw te gebruiken, en de tl-armaturen (lamphouders) zijn door een externe partij omgebouwd tot led-armaturen. Pronk: ‘Uitein-

ciënter. En als je dat ter plekke doet, scheelt het ook nog eens transportbewegingen.’ Een ander project waaraan Pronk meewerkte, was het plan voor het aardgasvrij maken van het Berlage Lyceum in Amsterdam. Dit is het eerste rijksmonument van de gemeente Amsterdam dat zijn warmte binnenkort met een warmtepomp uit de bodem haalt. ’Dat de gemeente hiermee heeft

ingestemd, is te danken aan Linards gedegen technische en financiële onderzoek’, mailen zijn collega’s – die hem verder typeren als ‘zeer kundig’ en ‘rete-intelligent’. En hoe duurzaam hij thuis is? Pronk: ‘Ik leef zo duurzaam mogelijk, heb bijvoorbeeld geen auto. Een gasloos huis is een van mijn dromen. Ik geloof in het motto van onze directeur: Practice what you preach!’ (MtV)

baseerde hij elke opdracht waar mogelijk op autosport en volgde hij extra mastervakken zoals voertuigdynamica en data-analyse.

iemand. “Je moet bij ons komen werken!” Daarna is het balletje gaan rollen.’

delijk hebben we de hele renovatie zo ontworpen dat alle herbruikbare componenten inderdaad opnieuw worden gebruikt.’

Dat scheelt kosten en energie, zegt Pronk. ‘De sloper brengt het metaal uiteindelijk ook wel naar de recycling, maar éénop-één hergebruik is veel effi-

‘Uiteindelijk werd ik gescout in Engeland’, vertelt hij. ‘Ik stond met mijn laptopje in Excel data bij te houden van een Citybug Cup-race met geüpgrade personenauto’s. “Dat hebben wij niet eens voor de GT3 en GT4”, zei toen

Nu werkt Driessen onder meer voor Street Art Racing en Into Africa Racing (klantenteams van Aston Martin Racing) en voor 360 Racing. Het is bepaald geen negentot-vijfbaan, vertelt hij. ‘In Zuid-Afrika heb ik de laatste drie nachten steeds maar één uur geslapen. Maar een droombaan is het wel!’ (MtV)

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

15


T E C H N I E K TA L E N T E N

Naam: Enrico Dammers Leeftijd: 34 Opleiding: applied physics, TU Eindhoven; PhD, VU Functie: specialist remote sensing, TNO

Ammoniakemissies wereldwijd in kaart Enrico Dammers werkt bij TNO aan de emissies van ammoniak en stikstofoxiden. Een complex probleem, waar hij zijn hand niet voor om draait.

Een snelle prater en een snelle denker, dat typeert Enrico Dammers van TNO. Bij deze onderzoeksorganisatie werkt hij aan een onderwerp waar de kranten vol van staan: de uitstoot van ammoniak. Maar ook aan andere emissies, zoals methaan en stikstofdioxide. Dammers is dé specialist remote sensing, het meten van gasconcentraties in de atmosfeer met satellieten, gecom16

bineerd met metingen op de grond. ‘Dit is onmisbare technologie bij het bouwen aan een gezonder milieu.’ Toch is dat laatste niet Dammers’ grootste motivatie. ‘Ik leer vooral graag nieuwe dingen. Elke dag weer meer kennis opdoen en nieuwe dingen voor elkaar krijgen, dat is pas gaaf. Als kind bouwde ik al van alles, modellen van autootjes, vliegtuigen, etc.’ Dammers is makkelijk in de omgang, een echte verbinder die ook snel samenwerkingen opzet, bijvoorbeeld tijdens een congres in het buitenland. ‘Ik doe nu onderzoek samen met iemand uit de Verenigde Staten en we schrijven samen een publicatie.’

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

Die stevige eigen ambitie kan soms ook een valkuil zijn, weet Dammers. ‘Ik weet dat ik

meer geduld moet opbrengen voor anderen wanneer zij minder ambitieus zijn dan ik.’ Zijn eigen balans

bewaart hij door te sporten. Hij liep al eens een hele marathon en is alweer in training voor een halve. ‘Van de zomer had ik mijn kuitspier gescheurd, dat was wel een aanslag op mijn geduld.’ Hij heeft laten zien een veelzijdig onderzoeker te zijn. Verder wil hij nog werken aan zijn leiderschapskwaliteiten. ‘Ik wil principal scientist worden bij TNO. Dan geef je wetenschappelijk leiding aan een hele afdeling.’

Dammers is nu bezig een emissiekaart voor ammoniak van de hele wereld te maken, met alle emissies per locatie. ‘Je kunt als het ware naast een koe gaan staan en wachten tot zij een scheet laat. Die metingen vinden ook plaats, maar wij draaien het om. Met satellieten meten we de concentratie van ammoniak in de atmosfeer op een bepaalde plek op de wereld. Vervolgens voegen we de windrichtingen toe en is het terugrekenen tot duidelijk is welke uitstoot uit welke bron kwam. Dat is behoorlijk ingewikkeld, maar het oplossen van heel complexe problemen vind ik het allermooiste. Dat geeft veel voldoening.’ (JH) foto : robert lagendijk


Naam: Jesse van Dongen Leeftijd: 34 Opleiding: werktuigbouwkunde, TU Delft Functie: promovendus, Nikhef

Er gaat niets boven techniek De liefde voor ouderwetse mechanische techniek is Jesse van Dongen niet vreemd. Die zet hij nu in voor de bouw van een trillingsvrije detector van zwaartekrachtgolven.

Hij werkte aan megaprojecten voor CERN, zoals een detector die deeltjes moet volgen die ontstaan bij hoogenergetische botsingen, maar het zijn toch de ouderwetse werktuigbouwkundige concepten die hem het meest aanspreken: stangen, veren en hefbomen. ‘Het liefste zou ik een stoommachine bouwen waarin je alles ziet bewegen’, zegt Jesse van Dongen van Nikhef in Amsterdam, die

foto : robert lagendijk

graag sleutelt aan fietsen en brommers. Hij is nu bezig met zijn promotieonderzoek en werkt aan een cruciaal onderdeel van een toekomstige detector van zwaartekrachtsgolven: trillingsvrije spiegels. Laserbundels kaatsen heen en weer tussen deze spiegels in gangen van een paar kilometer lang. Komt er een gravitatiegolf langs, dan rekt de wereld iets uit en krimpt daarna weer in. Om dat te meten, is behalve mechanische topsport ook de meest fijnzinnige detector aller tijden nodig. ‘Neem de afstand van de aarde naar de zon en leg daarnaast een tiende van de diameter van een atoom. Dat is de relatieve rek die we

willen kunnen meten’, zegt Van Dongen. Omdat zelfs de beoogde detector deze gevoeligheid niet haalt, moet hij diep onder de grond komen, in bijvoorbeeld Zuid-Limburg, Italië of Duitsland. Daar dringen trillingen van buiten het minste door. Maar dan nog is een voorbijrijdende truck een probleem dat met trillingsisolatie moet worden opgelost. ‘Zelfs golven die honderd kilometer verderop op de kust slaan, vormen een probleem’, zegt Van Dongen. Het is nu aan hem om slimme mechanismen te verzinnen voor het zo trillingsarm ophangen van de meetspiegels. ‘Dit vind ik echt het leukste werk.’

Behalve slimmigheden ontwerpen draagt Van Dongen ook graag zijn kennis over aan jonge mensen. ‘In sommige

perioden had ik wel acht stagiaires per jaar. Ook vertel ik graag op beurzen wat ik met mensen hun belastinggeld heb gedaan.’ Jaren

terug startte hij een bedrijfje dat games ontwerpt. ‘Met een groepje pasten we al een tijdje de levels van een bestaande game aan. Daar kwam een eigen studio uit voort in computergaming in Cornwall, Engeland. Die bestaat nog steeds en heeft succes. Ik ben er weer uitgegaan, het was een leuke ervaring om daar een jaar te wonen en te werken, maar ik miste de techniek.’ (JH)

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

17


T E C H N I E K TA L E N T E N

Naam: Mark Raasveldt Leeftijd: 30 Opleiding: computing science, Universiteit Utrecht; PhD, Leiden Functie: chief technology officer, DuckDB

Gratis software voor dataverwerking Startup DuckDB groeit als kool. Als jouw software per maand twee miljoen keer wordt gedownload, dan doe je iets goed, vindt medeoprichter Mark Raasveldt.

Wie een beperkte hoeveelheid data wil verwerken, kan vaak nog prima toe met een flinke Excelsheet. Maar bij veel toepas­ singen loopt het al gauw uit de hand. Hang bijvoorbeeld wat

sensoren aan een windturbine en er stromen voortdurend bergen data binnen. Om met die lange rijen getallen overweg te kunnen, ontwikkelde Mark Raasveldt samen met partner

Hannes Mühleisen de software DuckDB, waarbij ‘DB’ verwijst naar het woord DataBase en ‘duck’ naar het huisdier van Mühleisen. Ze bouwden daarbij voort op kennis die aan het Centrum voor Wiskunde & Informatica in Amsterdam is ontwikkeld. Dat veel bedrijven daarop zitten te wachten, blijkt uit het feit dat de open source­software van de startup DuckDB nu per maand twee miljoen keer wordt gedownload. ‘Ons product is

heel positief ontvangen, ook buiten de wereld van het onderzoek’, zegt Raasveldt

die na het schrijven van zijn proefschrift in 2021 tijd had het bedrijf op te starten. ‘Ben ik er­ gens voor gemotiveerd, dan kan ik er langere tijd dag in dag uit aan werken. Die motivatie haal ik uit intellectuele uitdagingen én uit het feit dat mensen ons product in de praktijk gebrui­ ken en er veel aan hebben.’ DuckDB werd een succes en heeft inmiddels veertien men­ sen in dienst. Raasveldts rol, als chief technology officer en lei­

dinggevende, vraagt om andere vaardigheden dan toen hij nog puur in de wetenschap zat. ‘De omgang met klanten is nieuw en ik besteed een deel van mijn tijd aan management en zorgen voor mijn werknemers. Stel dat er een conflict is op de werkvloer, dan komt dat op mijn bordje. Ik ben uiteindelijk verantwoordelijk.’ Exponentieel doorgroeien, zoals de wetten van Silicon Valley het voorschrijven, is niet de bedoeling. ‘We willen graag doorgroeien naar een bedrijf met veertig, vijftig werknemers: een klein, hecht bedrijf dat samenwerkt met bedrijven die wel extreem snel groeien.’ Een voorbeeld daarvan is het bedrijf MotherDuck, dat on­ langs bijna vijftig miljoen euro aan investeringen ophaalde, ook bij gevestigde namen in Silicon Valley. DuckDB heeft een aandeel in MotherDuck. Maar wat er ook gebeurt, ‘ik ga proberen zo lang mogelijk ook zelf aan het programmeren te blijven, want dat vind ik veel te leuk.’ (JH)

Naam: Noor Abdoulhussain Leeftijd: 29 Opleiding: chemie, Universiteit van Amsterdam; PhD, UvA Functie: scientist chemistry, VSL

Chemie en vrouwen in de spotlights Noor Abdulhussain staat op de bres voor vrouwen in de weten­ schap en voor de chemie. Dat begon tijdens haar promotie als hobby, en gaat door nu ze werkt bij VSL.

Een witte man op leeftijd. Als scholieren steevast dat beeld te zien krijgen van een weten­ schapper, dan is het voor hen lastig zich voor te stellen dat zijzelf de wetenschap in zouden 18

kunnen, zeker voor scholieren die zelf geen man zijn en ook niet wit. Om dat stereotype te bestrijden, startte Noor Abdulhussain samen met mede­ scheikundigen Mimi den Uijl en Lotte Schreuders het Instagram­ account @SistersinScienceNL. ‘We posten elk een aantal keer per week en laten mensen kennismaken met wetenschap, het lab, de technieken en wat we ermee doen in ons onderzoek. Dit brengen we over in toegan­ kelijke taal. Tegelijk proberen

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

we ook een persoonlijk verhaal te vertellen over hoe wij in de wetenschap staan’, zegt Abdul­ hussain. Daarnaast promoot ze met het Insta­account de chemie. Geen overbodige luxe, meent ze. ‘De sector heeft een lastig imago. Het brede publiek denkt meestal meteen aan Breaking Bad.’ Dat is de bekende serie over een scheikundeleraar met terminale kanker die drugscrimineel werd om

zijn gezin ‘goed achter te laten’. ‘Chemie is belangrijk

voor onze samenleving, we hebben het overal voor nodig. Voor drinkwaterzuivering, de ontwikkeling van een covid­ test, en voor de beschermende coating op je mobiele telefoon. Dat willen we laten zien’, zegt Abdoulhussain. ‘Het is wel een beetje uit de hand gelopen, want het begon als een hobby, maar we hebben al met zijn drieën in het theater gestaan en zijn in tv­programma’s verschenen.’ foto : robert lagendijk


Naam: Manisha Devi Leeftijd: 32 Opleiding: software engineering, Birla Institute of Technology Science (India) Functie: release test architect (software engineer), ASML

Op naar de top Manisha Devi runt de laatste tests met machines van ASML. Maar niet alleen haar technische vaardig­ heden worden geprezen, ook haar soft skills.

Ze heeft goedbeschouwd best een spannende baan. Manisha Devi werkt bij ASML en voert bij een klant de laatste tests uit met een machine vlak voor ingebruikname. De lithografie­ machines van ASML hebben een belangrijke centrale plek in het productieproces van chips en kosten tientallen miljoenen euro’s. Nogal logisch dat de technici van bijvoorbeeld een groot Taiwanees bedrijf on­ geduldig over de schouder van Devi meekijken. Toch houdt ze in zo’n situatie het hoofd koel. ‘Dat komt denk ik doordat we dit proces in-house, dus bij ASML in Veldhoven, al zo vaak hebben doorlopen. Ik heb er alle ver­ trouwen in dat het goed komt. Ik raak ook niet gestrest als ik vijftig dingen op mijn bordje heb liggen. Van nature kan ik goed prioriteiten stellen.’

Devi is nog maar ruim een jaar in dienst bij ASML, maar ze wordt geprezen om zowel haar technische als haar soft skills. ‘Ik ben een echte chatterbox, een kletskous’, lacht ze. ‘Ik ben goed in het breken van het ijs in een nieuwe omgeving.’ Dat klinkt misschien niet zo relevant voor een ingenieur, maar de mensen van ASML komen overal ter we­ reld en moeten dus met culturele verschillen overweg kunnen. Haar vrolijke natuur kan ook een valkuil zijn, weet ze. ‘Ik hou ervan om grapjes te maken en veel te praten. Daarmee kan ik ook té direct zijn en dat wordt niet door iedereen gewaardeerd. Ik mag nog wat meer empathisch zijn.’

Elke dag is weer anders, precies waar Devi van houdt. ‘Bij ASML krijg ik veel vrijheid, er heerst een cultuur van geen bazen. Je moet zelf initiatief tonen – anders dan in Azië, waar ik eerst werkte – en dat wordt beloond. Zo kun je snel groeien.’ Waar ze over vijf jaar staat, weet ze niet precies. ‘Misschien dat ik dan bij ASML teamleader kan

foto ’ s : manisha devi ( boven ) ; robert lagendijk

zijn of directeur van een bedrijf. Wat ik wél zeker weet, is dat er te weinig jonge vrouwen op hoge posities bij bedrijven zitten.

Vrouwen maken het verschil, want ze kijken anders tegen din­ gen aan dan mannen. Ze maken een bedrijf beter.’ (JH)

Vorig jaar promoveerde Abdul­ hussain. Gedurende de vieren­ half jaar die haar promotie­ onderzoek duurde, leerde ze vooral geduld te hebben. ‘Als het even tegenzit, blijf ik het gewoon proberen. Tijdens een promotie zit je zo in je eigen bubbel dat je jezelf wel móet motiveren om door te gaan.’ Nu werkt Abdulhussain bij VSL, het Nationaal Metrologie Instituut in Delft, als specialist in gasanalyse. ‘Het is in veel verschillende sectoren van belang om nauwkeurig de

chemische samenstellingen van gassen te kunnen meten’, vertelt ze. Verder ontwikkelt ze nieuwe analysemethoden om toe te passen bij het afvangen en opslaan van CO2. ‘Het gas wordt afgevangen bij bepaalde bedrijven en dan gecompri­ meerd en onder de Noordzee opgeslagen.’ Abdulhussain leidt hierover een deelproject van een groot Europees project. En dat is best spannend. ‘De partners waar we mee samenwerken, hebben soms al tien, twintig jaar ervaring.’ (JH)

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

19


T E C H N I E K TA L E N T E N

Naam: Erik Bos Leeftijd: 26 Opleiding: mbo werktuigbouwkunde, Nova College Beverwijk; hbo mechanical engineering, Hogeschool van Amsterdam Functie: werktuigbouwkundige, Iv-Industrie

Hoe dingen in elkaar zitten Al van jongs af aan is Erik Bos in de ban van de techniek. ‘Een dagje sleutelen vindt natuurlijk iedereen leuk, maar ik wilde nét wat meer.’

Het zat er al vroeg in bij Erik Bos. Kwam de Miele-reparateur de vaatwasser nalopen, dan kwam kleine Erik helpen. ‘Nou ja, ik liep vooral in de weg natuurlijk’, zegt hij. ‘Als er iets te repareren viel, vond ik dat superinteressant. Ik wilde als jochie al weten hoe zo’n apparaat er aan de binnenkant uitziet en hoe het werkt.’ Die nieuwsgierigheid typeert Bos nog altijd. ‘Ik had naar de havo gekund, maar koos bewust voor het vmbo, om door te kunnen stromen naar het mbo. Er zijn zoveel vaardigheden die je niet uit boeken leert, maar gewoon door het in de praktijk te doen. Ik wilde leren lassen, ik wilde weten hoe lagers werken, hoe ik een freesbank moet gebruiken.’ Vervolgens ging hij aan de slag bij een technische dienst.

‘Een dagje sleutelen vindt iedereen wel leuk, maar ik wilde nét wat meer’, zegt

Bos. Het besef groeide dat sleutelen alleen voor hem niet genoeg bevrediging gaf om er tot aan zijn pensioen mee door te gaan. ‘Ik wil ook dingen uitdenken.

Daarom ben ik een hbo-opleiding gaan volgen.’ Verschillende detacheerders hadden al contact met hem gezocht voor hij zijn opleiding had afgerond. Bos hapte pas toe toen Iv-Industrie langskwam, een dochteronderneming van het ingenieursbureau Iv-Groep.

‘Met mensen uit andere disciplines samenwerken aan projecten: dat sprak me aan.’ Die projecten zijn divers, van kleine installaties tot hele fabrieken ontwerpen. Dat laatste doet hij nu in Rotterdam. ‘We werken daar met diverse disciplines binnen Iv-industrie aan een complete pilot plant voor het opslaan van CO2 door het versnellen van het natuurlijke mineralisatieproces. Wanneer procestechnologen bijvoorbeeld een specifiek vat nodig hebben met een bepaalde druk, temperatuur of van een specifiek materiaal, dan bekijk ik welke specificaties en designcodes voor zo’n vat zijn vereist en hoe het kan worden gemaakt.’ Daar komt een hoop creatieve denkkracht bij kijken, wat het werk extra interessant maakt. Bos geeft het zelf toe: hij ademt techniek. ‘Voor mij was de keuze voor deze sector makkelijk. De wereld van de techniek is zo divers. Voor iedereen die er ook maar een beetje van houdt, is hier wel wat te vinden.’ (PD)

Naam: Merel Rozier Leeftijd: 30 Opleiding: planologie, Hogeschool Utrecht Functie: projectleider mobiliteit, Sweco

Impact op de leefomgeving Als projectleider mobiliteit zette Merel Rozier een innovatief datasysteem op om drukte te voorspellen en te voorkomen.

Kwam Merel Rozier vroeger thuis na het buitenspelen, dan was ze vaak een kilogram zwaarder dan toen ze op pad ging. ‘Ik verzamelde altijd van alles, had altijd de zakken vol.’ Nog steeds is Rozier graag buiten, of het nu in de bergen is of in de stad. Halverwege de middelbare school zag ze zich in de toekomst in Delft landscape 20

and environment management studeren, uit zorg om de planeet. Het werd planologie in Utrecht. ‘Ik wil impact maken en had het gevoel dat ik dat als planoloog eerder zou bereiken.’ Dat werd haar al snel uit het hoofd gepraat: het veranderen van de leefomgeving is immers een proces van jaren. ‘Toen

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

ontdekte ik de snellere dynamiek van de mobiliteit. Daar gaan veranderingen veel sneller en zie ik eerder de impact van wat ik doe.’ Na een afstudeeronderzoek over de beïnvloeding van fietsersgedrag bij de provincie Utrecht belandde Rozier in Eindhoven, waar ze zich onder meer met het taxibeleid bezighield. Sinds 2018 werkt ze bij het ingenieurs- en adviesbureau Sweco, waar ze als projectleider

mobiliteit bij van alles betrokken wordt.

‘Ik beschouw mezelf als een generalist. Ik leer veel van specialisten, maar vind het ook leuk om domeinoverstijgend en strategisch bezig te zijn. Daarnaast zit ik niet erg graag achter een bureau, maar wil ik op pad, contacten leggen, processen organiseren, projecten leiden.’

Momenteel is Rozier met name bezig met de ontwikke-

foto : robert lagendijk


Naam: Marije te Kulve Leeftijd: 33 Opleiding: bouwfysica, TU/e; promotie humane biologie, Universiteit Maastricht Functie: projectleider/specialist binnenklimaat, BBA Binnenmilieu

De menselijke kant van techniek Marije te Kulve zet zich in voor het verbeteren van onze leefwereld binnen. Haar werkterrein stond ineens in het middelpunt van de belangstelling.

‘Iets met techniek’, wilde Marije te Kulve, maar niet te theoretisch. Daarom koos ze voor een studie bouwkunde. ‘Dan heeft mijn werk concrete invloed op de leefwereld.’ De rol van de mens ging gaandeweg een steeds grotere rol spelen in haar ambities. Daarom besloot ze voor promotieonderzoek naar de Universiteit Maastricht te gaan. Te Kulve koos voor humane biologie, ‘om de menselijke kant beter in het vizier te krijgen’. Maar toen ze daarmee klaar was, trok de fysieke wereld weer. ‘Ik wilde terug naar de bouw, om te onderzoeken hoe ik mijn kennis op ook het menselijke vlak daar kon inzetten.’ Inmiddels werkt ze vijf jaar bij BBA Binnenmilieu, een dochteronderneming van ingenieursadviesbureau DGMR en gespecialiseerd in het binnenmilieu en de effecten ervan op de mens. Volgens haar werkgever blinkt Te Kulve uit

Zo deed ze onderzoek naar veilig sporten in sportscholen tijdens de pandemie en gaf ze advies aan kerken en koren om de besmettingskans bij samenkomsten zo laag mogelijk te houden. Ze verrichtte daarvoor onder meer metingen naar ventilatie en CO2-concentratie. ‘Mijn werk begint altijd bij het goed luisteren naar de gebruikers van een ruimte of gebouw: wat hebben zij nodig op het gebied van verlichting, thermisch comfort en binnenklimaat?

ling van CROMAS, een crowd management-systeem. ‘We brengen alle beschikbare data samen in één multimodaal dynamisch dashboard’, legt Rozier uit. ‘Zo kun je drukte en beweging niet alleen live zien, maar door de bundeling van actuele en historische data en algoritmen kun je ze ook voorspellen.’ Op een dashboard kan een gemeente of wegbeheerder meekijken naar de ontwikkeling van die drukte en op basis daarvan bijvoorbeeld besluiten verkeers-

stromen een andere kant op te leiden of het publiek actief te ontmoedigen om nog naar een bepaalde plek te komen. Uiteindelijk komen mensen zo efficiënter op hun bestemming, is het idee, en de leefbaarheid en veiligheid zijn erbij gebaat. Het systeem is inmiddels al getest in Flevoland en Amsterdam; nu wordt het voorbereid op een verdere uitrol. Als het zover komt, heeft Rozier exact het soort impact op de leefomgeving waarnaar ze altijd al heeft gestreefd. (PD)

foto ’ s : dgmr ( boven ) ; sweco

in projecten die een duidelijke onderzoekscomponent hebben, altijd op het snijvlak van bouwen en gezondheid. Ze had het geluk dat de belangstelling voor het binnenmilieu de afgelopen jaren ineens sterk groeide, als gevolg van de coronapandemie.

‘Het belang van mijn specialisme was ineens overduidelijk. Wat ik deed, kreeg daardoor extra urgentie. Dat maakte het nog leuker.’

Vervolgens is het mijn taak te bedenken hoe we daar kunnen komen. Dat maakt het werk zo anders dan op de universiteit: nu gaat er het om praktische oplossingen te vinden voor een probleem.’ De energietransitie biedt weer nieuwe uitdagingen. Hoe valt ervoor te zorgen dat gezondheid en comfort niet het onderspit

delven bij de noodzaak om energie te besparen? Juist aan verwarming, verkoeling en ventilatie gaat immers veel energie op. ‘Ik vind het leuk en waardevol om voorop te blijven lopen en met de nieuwste dingen bezig te kunnen zijn’, zegt Te Kulve, ‘zeker als we daarmee als ingenieursbureau bijdragen aan een betere wereld.’ (PD)

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

21


T E C H N I E K TA L E N T E N

Naam: Merijn Stap Leeftijd: 31 Opleiding: civiele techniek, TU Delft Functie: constructeur, Royal HaskoningDHV

Automatiseren waar het kan Op het gebied van digitalisering is in de wereld van de constructeurs veel winst te behalen, bewijst Merijn Stap van Royal HaskoningDHV.

Knutselen, problemen oplossen, bouwwerken maken van karton, hout of lego. Een loopbaan als constructeur heeft er altijd ingezeten bij Merijn Stap van Royal HaskoningDHV. ‘Zodra er een uitdaging ligt en de puzzelstukjes op de juiste plek moeten worden gelegd, ben ik geïnteresseerd’, zegt ze. Hoewel haar studie civiele techniek in Delft behalve een theoretische ook een aanzien­ lijke praktische component ken­ de, vond Stap de overgang naar het werkende leven best groot. ‘De praktische invulling van de 22

theorie leer je pas als je aan het werk bent. Bij een bureau ben je voortdurend met concrete projecten bezig.’ Stap werkt bij de afdeling infrastructuur en is betrokken bij grote projecten, zoals de Rijnlandroute van Katwijk naar Zoeterwoude, de Oosterweel­ verbinding aan de noordkant van Antwerpen en de Groene Boog in de A16. ‘Vooral veel ondergronds’, zegt Stap. Haar taak als constructeur is om de dimensies van onderdelen te berekenen, te garanderen dat de constructie alle belastin­

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

gen aan kan en de capaciteit voldoende is. Uiteenlopende projecten, maar Stap viel op dat er ook overeenstemmingen zijn. ‘In de processtappen zit veel herhaling.’ Als autodidact op het gebied van automatisering, zag ze een kans en schreef een programmaatje. Inmiddels is daar ConstruQT uitgerold, een tool die een deel van de voor­ heen handmatige berekenin­ gen uitvoert. De constructeur maakt in het programma zelf de ontwerpkeuzen; op basis daar­ van bepaalt het programma of het ontwerp voldoet en maakt het een wapeningschets. Het programma doet in een halve dag wat voorheen twee tot drie weken duurde. De collega’s

werken er graag mee, zegt ze.

‘Dat is me erg meegevallen. Het is een voordeel dat de constructeurs hun werkwijze er niet voor hoeven aan te passen en het programma doet ook niets af aan hun deskundigheid en creativiteit.’ Automatiseren

waar het kan, met de construc­ teur in het hart van het proces, is het idee. Haar werkgever gaf Stap budget en een team om het verder uit te werken. ‘Ik zou het ontzettend mooi vinden als de werkwijze van mijn tool de komende jaren steeds breder wordt gedragen, ook elders in de sector. Om relevant te blij­ ven, is digitalisering de weg die we moeten gaan.’ (PD)

foto : robert lagendijk


Naam: Sanne de Groot Leeftijd: 33 Opleiding: milieu- en natuurwetenschappen, Universiteit Utrecht Functie: senior adviseur duurzame leefomgeving, TAUW

De lat moet hoger Met haar achtergrond als milieuwetenschapper heeft Sanne de Groot veel geleerd in de ingenieurswereld. ‘Maar mijn collega’s hebben ook van mij geleerd.’

Sanne de Groot werkte nog maar net voor advies- en ingenieursbureau TAUW toen een collega haar een civieltechnische tekening onder de neus schoof. Lees je maar in, was de boodschap. Schoorvoetend zocht ze even later de collega op. ‘Sorry’, zei ze. ‘Ik zie alleen een wirwar aan lijntjes. Kun je het me ook in jip-en-janneketaal uitleggen?’ De Groot merkte al op de middelbare school dat vooral de bètavakken haar trokken, maar toen het op een studiekeuze aankwam, wilde ze ook een brede diversiteit behouden.

specifieke kijk op met name duurzaamheidsaspecten, bracht een vernieuwende kijk op projecten.’ Het vergroten van de bewustwording op het gebied van duurzaamheid is nog altijd haar voornaamste taak. ‘Ik ben altijd bij verschillende projecten tegelijk betrokken, zowel inhoudelijk als procesmatig. Waar en hoe leggen we de lat op

duurzaamheidsgebied hoger? Hoe kunnen we het borgen voor de toekomst?’ Het gaat daarbij om grote projecten die werkelijk een verschil kunnen maken: van een dijkversterking en een weguitbreiding tot de ontwikkeling van een volledig nieuwe woonwijk. Binnen TAUW wordt de duurzaamheidsgedachte inmiddels breed omarmd, zegt

De Groot, maar dat betekent niet dat ze met de armen over elkaar kan gaan zitten. ‘De lat kan en moet echt nog hoger’, zegt ze. ‘Het is noodzakelijk dat we verdere stappen zetten om de klimaatdoelen te halen en ik voel een enorme potentie om de positieve impact te vergroten. Het kan, het moet en in de gehele sector is nog een wereld te winnen.’ (PD)

‘De natuur was een belangrijke factor in mijn motivatie. Daarom koos ik voor milieuwetenschappen, met later een master duurzame ontwikkeling op het gebied van ecologie, water en biodiversiteit.’

De liefde voor de natuur sloeg tijdens de studie om naar zorg om het voortbestaan ervan. ‘De natuurlijke systemen staan onder steeds grotere druk. Gelukkig kan ik me in mijn werk nu dagelijks met die problematiek bezighouden.’ Als trainee draaide De Groot anderhalf jaar lang mee op verschillende afdelingen van Tauw en kon zich met meerdere projecten bemoeien. ‘Duurzaamheid toepassen in projecten was pionierswerk. Ik heb in die tijd veel geleerd over het ingenieursvak en inmiddels kan ik zo’n technische tekening wel lezen. Tegelijkertijd denk ik dat de collega’s ook van mij hebben kunnen leren. Mijn foto : tauw

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

23


E S S AY T E K S T: R U D Y V A N B E L K O M

Juist in tijden van crisis moeten we verder vooruitkijken

Waar is onze langetermijnvisie? Klimaatverandering, toenemende ongelijkheid en oplopende spanningen in de samenleving. Er staat veel op het spel voor onze toekomst. Maar juist in tijden van crisis is langetermijn­ denken cruciaal, betoogt Rudy van Belkom, directeur van Stichting Toekomstbeeld der Techniek (STT). woord visie is afgeleid van het Latijnse videre, wat ‘zien’ Voor de noodzaak van langetermijndenken verwijs ik of ‘kijken’ betekent. Visie is dus precies het tegenovergraag naar het boek De goede voorouder van filosoof gestelde van wat Rutte beweert. Ze biedt juist zicht en Roman Krznaric. De toekomst wordt volgens Krznaric helderheid. Het beschrijft een toekomstbeeld of droom. gezien als een soort stortplaats van ecologische schade Nu lijkt deze uitspraak van Rutte relatief onschuldig – hij en technologische risico’s, waarin economische belangen gaf in 2020 door aanhoudende kritiek aan spijt te hebben worden voorgetrokken. Volgens de filosoof moeten we van zijn woorden – maar hij staat symbool voor een groleren denken in termen van eeuwen in plaats van jaren. ter maatschappelijk probleem: we missen een Krznaric noemt hierbij het voorbeeld van visie waar we als collectief achter kunnen gaan de middeleeuwse kathedralen. De architecten staan. Een langetermijnvisie die hoop biedt en wisten van tevoren al dat ze de afronding van aanzet tot actie. de bouw nooit zouden meemaken. Dit is voor Een Nu worden problemen vaak fatalistisch bemensen van onze tijd bijna ondraaglijk. Wij droomloze naderd. ‘Het is vijf voor twaalf, we moeten nú willen onze succesverhalen het liefst zo snel ingrijpen’. Maar als je nog slechts vijf minuten mogelijk delen op LinkedIn. De consequensamen­ hebt, waarom zou je dan nog in actie komen? ties op de lange termijn worden steeds verder vooruitgeschoven, waardoor de problemen leving is een Dan is het eigenlijk toch al te laat. Een droomvoedings­ loze samenleving is zo een voedingsbodem zich ophopen. Dat is een cruciale denkfout. We moeten bodem voor voor passiviteit. We leven van crisis naar crisis en staan met onze rug naar de toekomst. daarom leren om een goede voorouder te zijn passiviteit Sterker nog, de hang naar het verleden is voor voor de generaties die na ons komen. Een inveel politieke partijen zelfs de essentie van hun spirerend voorbeeld is het ‘zevendegeneratiecampagne. Denk aan de slogan van de PVV: principe’ van de Irokezen, een inheemse stam ‘Nederland weer van ons’. Of die van Forum in Noord-Amerika. Bij het nemen van belangvoor Democratie: ‘Stem Nederland terug’. rijke beslissingen denken zij zeven generaties Deze partijen spelen hiermee bewust in op een gevoel vooruit. Dat komt neer op grofweg tweehonderd jaar. van angst en onzekerheid. Politieke kramp Blinde vlekken Langetermijndenken is voor de meesten van ons echter Langetermijndenken is daarbij ook helemaal niet zo helemaal niet zo vanzelfsprekend. De meeste mensen eenvoudig. Langetermijnverkenningen slaan de plank komen namelijk pas in actie als ze natte voeten krijgen. vaak mis doordat ze zich te veel focussen op technologiKijk bijvoorbeeld naar de politiek. Complexe problemen, sche ontwikkelingen. Zo werd de komst van de mobiele zoals klimaatverandering, vragen om een langetermijntelefoon al in de jaren vijftig voorspeld, maar konden visie en -aanpak. Na de verkiezingen schieten veel pomensen zich destijds gehuwde vrouwen op de werkvloer litici echter in een kramp en richten ze zich vooral op totaal niet voorstellen. Dit wordt ook wel de cultural uitdagingen die direct voor hen liggen. Ze hebben imblindspot genoemd. mers maar vier jaar de tijd om zichzelf te bewijzen. Veel Een mooi voorbeeld hiervan is de zelfrijdende auto. politici maken zich daarom meer zorgen om de indruk Autonome voertuigen werden al in de jaren vijftig gedie ze maken op de korte termijn dan om de invloed die visualiseerd. Op futuristische afbeeldingen staan autoze hebben op de lange termijn. nome voertuigen op de weg, waarin gezinnen met elkaar Exemplarisch hiervoor is de uitspraak van onze premier. een gezelschapsspel spelen. Geheel in lijn met het tijdsIn 2013 sprak Mark Rutte de woorden: ‘Visie is als de beeld. Wanneer we visualisaties van de zelfrijdende auto olifant die het uitzicht belemmert’. Ik heb geleerd dat het

’’

24

DE INGENIEUR • JANUARI 2023


Impressie van de werking van SuperGPS. Een centrale atoomklok geeft alle zendmasten dezelfde tijd. Auto’s en voetgangers kunnen hun positie bepalen met een onnauwkeurigheid van zo’n tien centimeter. illustratie : stephan timmers

Vier toekomstsoorten Het is daarom belangrijk om de gedachte dat we de toekomst kunnen voorspellen los te laten. Voorspellingen

zijn ook helemaal niet interessant. Onzekerheid is juist de charme van het leven. Die motiveert ons om plannen te maken en ambities te hebben. Veel interessanter is het om de toekomst te verkennen. Dit heeft niets met luchtfietsen te maken. Om geïnformeerde keuzen te kunnen maken voor de toekomst moeten we namelijk weten wat onze opties zijn. Het in kaart brengen van de toekomstige opties heeft dus een belangrijke functie in de tegenwoordige tijd. Dit betekent ook dat dé toekomst niet bestaat. Er zijn verschillende denkbeelden mogelijk. Volgens de cone of possibilities zijn er vier toekomsten denkbaar, die worden bepaald door een veranderende mate van onzekerheid. Zo zijn er probable futures, ofwel de meest voor de hand liggende toekomsten. Dit zijn toekomstbeelden die, gezien de huidige ontwikkelingen, zeer voorstelbaar zijn. Denk bijvoorbeeld aan de toekomst van het onderwijs. Het is zeer voorstelbaar dat de behoefte aan maatwerk wordt ingevuld door de verdere integratie van digitale tools in het klaslokaal. Deze toekomst is met leerlingvolgsystemen al deels ingezet, al lijkt dit meer te zijn geinspireerd door controle dan door maatwerk. Dan zijn er de plausible futures, de waarschijnlijke toekomsten. Hierbij wordt gekeken naar domeinoverstijgende ontwikkelingen die vervolgens worden geïntegreerd in de specifieke context. Zo bestaat er in verschillende domeinen de behoefte om te worden

t

anno nu bekijken, dan zien we kreten als work on wheels. Alles draait om snelheid en efficiëntie. Niet de technologie, maar de sociale context blijkt de bepalende factor. Deze blinde vlek is ook terug te zien in films en sciencefictionverhalen. Denk bijvoorbeeld aan de populaire cartoon uit de jaren zestig, The Jetsons. In een hoogtechnologische wereld zien we een gezin met z’n huishoudrobot in een ruimtevoertuig. Geheel volgens het stereotype is de huishoudrobot gehuld in vrouwelijke kledij en zit de man achter het stuur. Toen de film Back to the Future in 2015 dertig jaar bestond, was men vooral nieuwsgierig welke technologie correct was voorspeld. De vraag of de veranderende sociale context goed in beeld was gebracht kreeg geen aandacht. Dit principe zien we ook nog terug in moderne sciencefiction. Denk aan de Netflixserie Black Mirror. In een dystopische wereld zien we hoe technologie de samenleving in haar greep heeft. Ze nemen hierbij een technologie als uitgangspunt, spoelen de mogelijkheden hiervan dertig jaar vooruit en plaatsen deze in een samenleving zoals we die kennen. Dit maakt het eenvoudig voorstelbaar en heeft daardoor een enorm hoge entertainmentwaarde, maar voegt als toekomstvisie betrekkelijk weinig toe.

Om geïnformeerde keuzen te maken voor de toekomst, moeten we weten wat onze opties zijn, stelt directeur Rudy van Belkom van de Stichting Toekomstbeeld der Techniek. foto : shutterstock

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

25


E S S AY

De keuzen die we nu maken geven richting aan de toekomst

ondergedompeld in een ervaring; als verrijking (of vervaging) van de realiteit. Steeds vaker worden hierbij toepassingen van virtual reality (VR) ingezet. Denk bijvoorbeeld aan de makelaardij. Mensen die een nieuwbouwwoning kopen, kunnen zo hun nog te bouwen huis in 3D door een VR-bril bekijken. Het is niet onwaarschijnlijk dat deze ontwikkelingen ook in het onderwijs worden toegepast, zodat scholieren en studenten worden ondergedompeld in het lesmateriaal. Zo kunnen chirurgen in opleiding met VR een operatie uitvoeren zonder een menselijk lichaam aan te raken. Dan zijn er ook de possible futures, mogelijke toekomstbeelden die de beperkingen in het heden loslaten en nieuwe combinaties verkennen. Voorgaande toekomstbenaderingen zijn nog erg gericht op het klassieke klaslokaal en de campus. Maar wat als fysieke onderwijsinstellingen verdwijnen? En wat als beroepen voor theoretisch opgeleiden in de toekomst worden overgenomen door technologie? Wellicht kunnen studenten in de toekomst hun eigen pakketten samenstellen en trainingsmateriaal shoppen bij verschillende onderwijsaanbieders. En bij het ontwikkelen van vaardigheden worden ze misschien wel ondersteund door een virtuele assistent. Nu hoor ik u denken: hoe wenselijk zijn deze toekomstbeelden eigenlijk? Goede vraag! Daarom zijn er ook nog de preferred futures, ofwel de wenselijke toekomstbeelden. Want als er niet één toekomst bestaat, kunnen we onze opties dan niet (deels) zelf vormge-

ven? Naast een toekomst die ons overkomt, is er ook één die we zelf vormgeven. Keuzen die we nu maken geven mede richting aan de toekomst. Daarom moeten we niet de vraag stellen welke kennis en vaardigheden jongeren moeten hebben om in de toekomst aan een baan te kunnen komen, maar over welke kennis en vaardigheden ze zouden moeten beschikken om invulling te geven aan de banen die wij wenselijk achten. De wijze waarop jongeren in de toekomst in hun levensonderhoud gaan voorzien, bepaalt namelijk in grote mate in wat voor samenleving we gaan leven. Wanneer we als samenleving een stip op de horizon plaatsen (zie kader Stap voor stap), kunnen we hier als collectief achter gaan staan en daar gezamenlijk naartoe gaan werken. Uiteraard zijn er dan alsnog meerdere wegen die naar Rome leiden, maar hierdoor kunnen we in ieder geval een constructief gesprek met elkaar voeren over hoe we die gewenste toekomst gaan bereiken. Een gedeelde langetermijnvisie zet aan tot handelen. •

’’

Rudy van Belkom is sinds mei 2022 directeur van Stichting Toekomstbeeld der Techniek. In zijn recente boek Alive and Clicking betoogt hij dat er nog hoop is voor de democratie. FOTO : STEPHANIE ELMENSDORP

Stap voor stap We creëren de toekomst samen. Organisaties hebben geen glazen bol om de toekomst te kunnen verbeelden, maar wel beschikken we over onze menselijke verbeeldingskracht. De uitdaging is om deze op te rekken en constructief in te zetten. Een globaal stappenplan kan hierbij helpen. 1 Investeer in een toekomstbewuste organisatiecultuur

Voor veel mensen is langetermijndenken niet de eerste natuur. Hiervoor moet zowel een gevoel van urgentie als een gevoel van opwinding worden gecreëerd. Het helpt hierbij om best practices te delen. 2 Stel een gebalanceerd team samen

Langetermijnverkenningen hebben zowel shapers als builders nodig. ‘Vormgevers’ die de stip op de horizon kunnen bepalen en ‘bouwers’ die de urgente uitdagingen in kaart kunnen brengen. 26

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

3 Geef het team mandaat

Het moet geen hobbyclub zijn; langetermijnverkenningen moeten daadwerkelijk worden gebruikt in de organisatie en dus serieus worden genomen. Hiervoor is het van belang een duidelijk doel te formuleren.

5 Betrek de gehele organisatie

Communiceer de stip op de horizon en stel medewerkers in staat feedback te geven. Het is van belang dat een langetermijnvisie tot in de haarvaten van de organisatie doordringt en door iedereen wordt gedragen.

4 Kies de juiste methodiek(en)

6 Zorg voor opvolging

Verschillende vraagstukken vragen om verschillende methodieken. Denk aan trendanalyse, scenarioplanning en backcasting. Raadpleeg hiervoor experts en zorg dat deze al bij de onderzoeksopzet betrokken zijn.

Vertaal de langetermijnverkenning naar concrete keuzen die in het heden moeten worden gemaakt. Mensen willen immers weten wat de verlangde toekomst voor hun functie betekent om hier concreet mee aan de slag te kunnen gaan.


Podium

Vier experts delen hun inzichten in de technisch-maatschappelijke actualiteit. Deze maand: Vanessa Evers

Te veel bestuurders, te weinig leiders Na drie jaar Singapore zijn we terug in Neder- die we vervolgens bestuursmatig ‘aanvliegen’ in land. Natuurlijk, in de eerste plaats valt vooral processen en regels. de kou op, maar de gezellige kerstsfeer maakt Probleem is dat we het zo voor mensen met een hoop goed. Die vind je in Azië niet! werkelijke leiderschapskwaliteiten moeilijk maEen oud-collega had me echter gewaar- ken om op te staan en constructief en creatief schuwd. ‘Nederland is net een derdewereldland innovatieve oplossingen aan te dragen. geworden. Gezondheidszorg, spoor, jeugdzorg, Nederland is een land van governance gebouw, energienet, onderwijs: overal wordt een worden, waar in het buitenland juist leadership potje van gemaakt.’ En dat terwijl we kam- belangrijk wordt gevonden. Men vraagt me er pen met enorme opgaven op het gebied van zelfs expliciet naar, nu ik terug ben in Nedermigrantenopvang, economie, energie, corona, land. ‘Wat voor bestuurservaring heb je daar stikstof, huisvesting en (de moeder aller crises) opgedaan? Ben je nu een “doorgewinterde” klimaat. bestuurder?’ Ik hoop het Een van mijn laatste activiteiten niet. Doorgewinterde bein Singapore was het onderzoeken zijn namelijk Zonder leiderschap stuurders van de manier waarop universiteivaak oudere, witte manmist een organisatie nen die jarenlang ceo of ten wereldwijd reageerden op de coronapandemie en in welke mate zijn gerichting en motivatie topambtenaar die crisis de kwaliteit van onderweest. Hoewel het zeker voor succes zoek en onderwijs schaadde. Een niet is uitgesloten, zijn van de bevindingen was, wellicht dat niet per definitie deniet verrassend, dat universiteiten genen met verrassende, die recent hadden geïnvesteerd in hun techni- creatieve oplossingen en een inclusieve, motische infrastructuur, in het aanbieden van inno- verende, samenwerkende houding. vatieve onderwijsmethoden en in verduurzaIk durf daarom te stellen dat het tijd is om ming van de campus, over de meeste veerkracht in Nederland bewezen leiderschap voorrang te beschikken. Een bepalende, positieve factor geven boven bestuurservaring. bleek ook leiderschap. Universiteiten waar creMaar wat weet jij daarvan, Evers?, hoor ik u, atief, innovatief, empathisch en in samenspraak beste lezer, tegenwerpen. Ik heb daarom aan het met de nationale overheid werd ingegrepen om kunstmatig intelligente programma ChatGPT studenten te beschermen, de financiële situatie gevraagd of dat het met me eens is. van studenten en staf te ondersteunen en extra Hier het antwoord: ‘Leiderschap wordt vaak aandacht te besteden aan promoties en andere als belangrijker gezien dan governance, omdat blijken van waardering, hadden de pandemie be- leiderschap van een organisatie of groep de visie ter doorstaan dan universiteiten waar dergelijk en richting geeft die nodig zijn voor succes. Met leiderschap ontbrak. andere woorden, zonder sterk leiderschap kan Hoe zit dat eigenlijk in Nederland? Ons land, een organisatie of groep goed worden bestuurd, zo las ik laatst in een artikel, loopt bepaald niet maar mist die de richting en motivatie die nodig voorop als het gaat om voorbereid zijn op cri- zijn om de gestelde doelen te bereiken.’ Dus. ses en calamiteiten. We besturen ons vooral Nu is ChatGPT getraind om argumenten aan helemaal suf. Problemen bij de belastingdienst? te dragen die mijn stelling onderbouwen, maar We sturen er een ervaren bestuurder op af. daarover sparren we de volgende keer. De absoluut noodzakelijke overgang naar een CO2-neutrale samenleving? We delen die enor- Vanessa Evers is hoogleraar Computerwetenme opgave op in deelproblemen, zoals ‘stikstof ’, schappen aan de Universiteit Twente. JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

27


BEELDVERHAAL TEKST EN FOTO’S: CHARLES BORSBOOM

Fotograaf Charles Borsboom volgde studenten van Project March

Werk in uitvoering Alleen studeren is niet meer voldoende. Veel studenten besteden in teamverband een jaar van hun studietijd aan het ontwerpen en bouwen van iets nuttigs. Fotograaf Charles Borsboom volgde het Delftse studententeam Project March, lichting 2021/’22, en legde de belangrijkste momenten vast. In bijna alle studentensteden zijn er wel studententeams actief. In Delft behoort Project March tot de langstlopende teams. De deelnemende studenten wijden zich een jaar lang fulltime aan het bouwen en verder verbeteren van een exoskelet, een elektrisch aangedreven pak dat mensen met een verlamming moet ondersteunen. Het team wordt elk jaar ververst, alleen de bestuurder van het exoskelet, de ‘piloot’, blijft soms langer betrokken.

Fotograaf Charles Borsboom volgde Project March een jaar lang op de voet. Hij was aanwezig bij talloze activiteiten, variërend van borrels, teambuilding, overleggen, presentaties, wedstrijden tot het ontwikkelen en bouwen zelf. Zijn fotoverhaal, waaruit hier een selectie, geeft een fraaie indruk van het werk en de inspanning die de studenten, afkomstig van diverse studierichtingen, zich getroosten om mensen met een verlamming te helpen.

Snelle start In de eerste maanden van het project maakten de studenten gebruik van het exoskelet van het voorgaande jaar, versie VI. Zo konden ze hun software direct testen nog voordat de nieuwe hardware gereed was.

28

DE INGENIEUR • JANUARI 2023


Nieuwe schoenen De studenten hebben een nieuwe oplossing bedacht voor de schoenen. Zaten die vorig jaar nog vast aan het exoskelet, nu worden de schoenen op het exoskelet ‘geklikt’, waardoor de mobiliteit een stuk groter is. Ook zijn de nieuwe schoenen voorzien van drukopnemers zodat de software ‘weet’ op welke voet de gebruiker staat en met welke belasting.

Hersenaansturing Ook nieuw is dit jaar de mogelijkheid om het skelet aan te sturen met de hersenen. Door patronen in breinactiviteit te herkennen en te vertalen in software, kunnen de benen van het skelet worden aangestuurd. Een aantal studenten fungeerde als proefpersoon om patronen in de hersenactiviteit te ontdekken.

Blijven plannen

t

Vanwege uiteenlopende omstandigheden – corona, onderdelen vanuit China die vertraging opliepen, het afhaken van sponsoren – moest de planning telkens weer worden bijgesteld.

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

29


BEELDVERHAAL

Passen en meten Overleg bij het bedrijf ProReva in Apeldoorn, dat is gespecialiseerd in het aanmeten van hulpmiddelen. Hier werkt een aantal studenten aan de eerste fitting test van het compleet nieuwe exoskelet VII.

Piloot Koen Een medewerker van ProReva is bezig met het aanpassen van het nieuwe skelet bij ‘piloot’ Koen van Zeeland. Van Zeeland heeft een dwarslaesie; hij is voor het tweede jaar de testpersoon van het studententeam

30

DE INGENIEUR • JANUARI 2023


Buiten testen Veel van de tests vinden plaats in de laboratoria van de TU Delft, maar het spannendst is natuurlijk de outdoor test. Dit keer bij de Oostpoortbrug aan de rand van Delft, gewoon op de openbare weg met alle aanwezige oneffenheden.

Grote finale De grote finale op vrijdag 19 augustus 2022 in de Rotterdamse Maassilo. In het bijzijn van zo’n driehonderd geïnteresseerden presenteerde de voltallige groep studenten het exoskelet VII. Alle problemen die het team dit studiejaar teisterden, waren overwonnen en piloot Koen liep zelfstandig over het podium. De ontlading was enorm. Inmiddels hebben nieuwe studenten het stokje overgenomen.

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

31


Enith

Een maandelijkse column in stripvorm door wetenschapsjournalist Enith Vlooswijk.

32

DE INGENIEUR • JANUARI 2023


Möring

Marcel Möring is romanschrijver. Eind 2021 verscheen van zijn hand de openhartige vertelling Familiewandeling.

Storingen Iedereen moest zo snel mogelijk het hotel verlaten. ‘Eigen haard is goud waard’, zegt Harry, voor ik met ‘Rustig aan’, zei ik tegen mijn geliefde. ‘We hebben een duidelijke tegenzin afreis naar Keulen. Ik moet daar ‘optreden’, een groot woord voor honderd mensen die balkon en zitten op de eerste verdieping. Als de nood aan aandachtig luisteren naar een schrijver die voorleest uit de man is, springen we gewoon naar beneden.’ Toen we naar buiten waren gewandeld, troffen we zijn boek. Soms is er ook nog een interviewer die zich zo goed heeft voorbereid dat de schrijver het antwoord mensen aan met nat douchehaar, sommigen gekleed in niet weet op vragen over zijn eigen boek. Het is geen badmantel en met blote voeten in slippers. Het was een rock-’n-roll, maar het hoort erbij. Zoals mijn Duitse koude ochtend en er werd hartstochtelijk gehuiverd. In afwachting van de brandweer begon het hotelvertaalster zegt: ‘De mensen willen weten wie het boek heeft geschreven. Het is niet genoeg dat je naam op het personeel dekens uit te delen, waardoor er ondanks het uitblijven van rook en vlammen toch nog een gevoel van omslag staat.’ ‘Ik wil een avatar’, zeg ik tegen Harry. ‘Net als Michael noodsituatie ontstond. Een kwartier later kwam wat nog Jackson. Dan blijf ik thuis en mijn digitale ik doet het het meest leek op de vrijwillige brandweer, zes mannen met bierbuiken die er zin in hadden. werk.’ De klimaatinstallatie in de parkeergarage bleek te ‘In het zweet des aanschijns…’, zegt Harry, die blijkbaar smeulen. Gasten die op tijd ergens moesten zijn, mochwakker is geworden in spreekwoorden-modus. Ik heb niets tegen zweet des aanschijns, maar het is ten de auto niet ophalen en ondertussen stonden we niet efficiënt. Meer dan drie uur in de auto naar Keulen, gezellig in de ochtendkilte te wachten tot we weer naar omkleden, kopje koffie met de organisatie (Sind Sie oft in binnen konden. Ik moest denken aan die keer in Londen, toen ik om drie uur ’s nachts Deutschland?), optreden, daarna eten werd gewekt door het brandmet notabelen en interviewer. alarm. Daar stonden we twee Kort en onrustig slapen in een onHoeveel storing kun uur buiten terwijl drie enorbekend hotel (want laat dineren) en na je verdragen als prijs me brandweerwagens de een haastig ontbijt terug naar Nederstraat blokkeerden en een land, waar je de rest van de dag alleen voor technologische hele horde brandweermanmaar op de bank kunt liggen. Twee davooruitgang nen het hotel bestormde om gen gedoe voor een uur werk. Omdat de oorzaak te vinden. er kort na elkaar twee vertalingen zijn Er kwam koffie van een verschenen in Duitsland, heb ik daar nu meer optredens dan in Nederland. Het einde is, met tentje aan de overkant van de straat en de eerste gasten begonnen met de luchthaven te bellen omdat ze hun andere woorden, nog niet in zicht. ‘Een profeet wordt in eigen land niet geëerd’, zegt vlucht gingen missen. Toen de storing (en geen brand) eindelijk was gevonden, konden we direct door naar het Harry. ‘En als ik thuis nu goed sliep…’, besluit ik hem te ontbijt. ‘Er is vaak meer storing dan iets aan de hand’, zegt negeren. ‘Sinds de temperatuur is gedaald slaat de klimaatinstallatie van het restaurant beneden ons om zes Harry. ‘Het leven is storing’, zeg ik. ‘Zou er niet een wiskundiuur ’s ochtends aan en loeit dan de hele dag door. Alsof ge vergelijking zijn die berekent hoeveel storing je kunt er een vrachtwagen op het dak staat.’ We bekeken het appartement tijdens de lockdown, verdragen als de prijs voor technologische vooruitgang?’ Na enig nadenken dachten we dat die misschien betoen de restaurants gesloten bleven en nauwelijks werden verwarmd. Het was een stille winter. Nu moet de stond, maar niet veel zei. Vooruitgang is een elastisch installatie op het dak alle zeilen bijzetten om op tempe- begrip, net als storing. Waarschijnlijk lost de ene elasticiteit de andere op. ratuur te geraken. ‘Alles is relatief ’, zegt Harry, waarna ik mijn tandenTwee weken geleden, na een optreden in Kleef, werden we ’s ochtends vroeg gewekt door een automatische om- borstel inpakte en voor de zoveelste keer de oplader van roepinstallatie die drietalig meldde dat er een technisch de telefoon vergat. Maar daar zou ik pas drie uur later achter komen. alarm was. FOTO : HARRY COCK

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

33


TOEKOMSTDENKEN T E K S T: J I M H E I R B A U T

Kan een universeel vervoermiddel de auto de stad uitjagen?

Bewegende halte Een autonoom voertuig voor één passagier dat mensen van de rand van de stad – ov-knooppunt of parkeergarage – naar hun bestemming brengt. Is dat de oplossing om auto’s uit de stad te weren? Deel 2 uit een serie over innovatieve vervoersideeën: de Instapper. achterzijde twee zwenkwielen voor optimale stabiliteit. In de centra van grote en middelgrote steden wordt de Stroom wekt het voertuig zelf op met een dak vol zonneauto een ongewenste gast. Steeds meer steden weren de cellen, of er wordt een windturbine ingebouwd. Een groauto zelfs helemaal uit hun binnenstad. Om zich te vertere versie kan op bestaande tramrails rijden. Elke drie plaatsen, kunnen bezoekers en bewoners, naast lopen en minuten komt er een nieuwe Instapper voorrijden. fietsen, gebruikmaken van bussen en – in grotere steden Wat zijn de grootste hindernissen voor invoering van – trams. ‘Bussen zie ik echter vaak bijna leeg rondrijden’, de Instapper? De belangen van de taxisector? zegt ontwerper Erik Terlouw, ‘en trams lijken Het feit dat het bestaande ov eigenlijk wel volme binnenkort een achterhaald vervoersdoet? Of toch de technische problemen met concept voor passagiers. Ze zijn zwaar en autonome voertuigen? Experts en lezers van traag en maken veel lawaai.’ Het blijkt De Ingenieur reageerden weer en gaven hun Voor die last mile, van de rand van de stad toch lastig reactie op het tweede vervoersconcept van naar de eindbestemming, bedacht Terlouw voertuigen Terlouw. Hier een selectie. de Instapper. Het is een cilindervormig, autonoom voertuig met plaats voor één persoon. volledig ‘Wie er eentje nodig heeft, roept hem op met 1 Is de autonome, kleine Instapper autonoom een app’, vertelt Terlouw. ‘Met je ov-chipkaart technisch haalbaar? door stads- Het bouwen zal geen probleem zijn, maar er maak je hem open.’ De compacte Instapper mag alleen rijden in zijn wel twijfels over de stabiliteit. ‘Waarom verkeer te 30-kilometergebied. ‘Let wel, het voertuig lijkt een veel te hoog en amper korter nieuw rijin niets op een auto. De Instapper heeft na- laten rijden dend object introduceren wanneer er al micromelijk geen voor- of achterkant meer nodig.’ autootjes bestaan?’, vraagt een lezer zich af op Het idee is dat bewoners in de toekomst zoonze website. ‘Die bestaande kleine autootjes als Terlouw die voor zich ziet, hun auto aan de lijken ook nog eens veel veiliger bij ongelukrand van de woonwijk parkeren, in een parkeergarage ken. Minder kantelgevaar, meer kreukelzone.’ Hij krijgt of naast een metro- of busstation. Van hieruit gaat de bijval van Erik Jongenotter, adviseur verkeer en vervoer bewoner per Instapper de wijk in. Concurrentie voor de bij ingenieursbureau Witteveen+Bos. ‘Als je met twintig deelfiets of -step? ‘Die kunnen prima naast elkaar bekilometer per uur een noodstop maakt, of een oneffenstaan’, zegt Terlouw. ‘Voordeel van de Instapper is dat je heid op de weg of een trottoirband raakt, valt het voerdroog blijft. Weer of geen weer, je stapt zo uit de metro of tuig dan niet om?’ auto in een Instapper en zit volstrekt comfortabel.’ Ook het zelfrijdende karakter lijkt op zijn zachtst geDe ontwerper gaf zijn Instapper twee grote, door zegd nogal een uitdaging. De Instapper zou autonoom elektromotoren aangedreven wielen, met aan de voor- en over straat rijden, via sensoren afstand kunnen houden van andere verkeersdeelnemers en op tijd remmen. Maar daarvoor lijkt de stand van de techniek nog niet ver genoeg. Zo waren een paar jaar terug alle grote technologiebedrijven nog optimistisch over hun tests De Witkar met autonome auto’s, maar tegenwoordig klinken er van de gemeente. Er werden andere geluiden. Het blijkt toch lastig om voertuigen volRevolutionaire ideeën redden niet meer dan enkele tientallen ledig autonoom door stadsverkeer te laten rijden. het vaak niet. Ooit bedacht

’’

Luud Schimmelpennink de Witkar, een elektrisch voertuig dat voor een klein bedrag te leen was in Amsterdam. Het werd geen succes, volgens de bedenker door tegenwerking

34

Witkarren geproduceerd. Anno 2022 zijn kleine elektrische deelauto’s wel een bekend verschijnsel in de stad, met diensten als Car2go, SnappCar en MyWheels.

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

2 Waar moet de omgeving aan voldoen, zodat de Instapper volledig autonoom over straat kan rijden? De omgeving zal moeten accepteren dat een autonoom voertuig een zekere status heeft, zegt Jongenotter. ‘Net


Impressie van de werking van SuperGPS. Een centrale atoomklok geeft alle zendmasten dezelfde tijd. Auto’s en voetgangers kunnen hun positie bepalen met een onnauwkeurigheid van zo’n tien centimeter. illustratie : stephan timmers

Een grotere Instapper loopt op geleiderails van de trambaan. Rechts zoeft de kleine Instapper voorbij. foto : erik terlouw

3 Haalt het systeem van Instappers de gewenste capaciteit, ofwel vervoert het genoeg mensen? Dat is nog maar de vraag, denkt civiel ingenieur en wetenschapsjournalist Leonie Walta. ‘Deze individuele vorm van vervoer, die direct naar de plaats van bestemming rijdt, is positief voor de reistijd van de individuele reiziger. Maar met de capaciteit valt het denk ik tegen. Ik kom regelmatig plaatjes tegen die vergelijken hoeveel ruimte mensen innemen in een auto, op de fiets, lopend

of in de bus. Collectief vervoer zoals de bus scoort – met voldoende passagiers – goed op ruimtegebruik.’ Ook Jongenotter vraagt zich af of er altijd voldoende capaciteit kan worden geleverd. ‘Fluctuaties in de vraag zullen altijd relatief groot zijn. Wil je ruimte maken voor een incidenteel grotere vraag door met vooraanmeldingen te werken? Dan moet je ook bereid zijn om voertuigen te verplaatsen van de ene hub naar de andere.’ 4 Welk gebied of wijk in Nederland is geschikt voor een proefproject? Als de eerste tests van de Instapper in druk, stedelijk gebied plaatsvinden, vraagt dat veel van zowel de omgeving als van het voertuig zelf, zegt Jongenotter. ‘Er is een groot aantal faalfactoren, dus een rustiger gebied is dan beter, maar ook lastiger. Als het een wijk is waarin de route voor voetgangers veel korter is dan voor auto’s, dan is het nog maar de vraag of een autonoom voertuig dat over een rijbaan rijdt een interessante optie is.’ 5 Waaraan moet een Instapper-systeem voldoen zodat burgers ervan gebruik gaan maken? De beperking van één persoon lijkt verschillende lezers onhandig. ‘Twee personen zou een beter gemiddelde zijn’, zegt een lezer. Jongenotter vindt dat ook. ‘Stepjes en deelfietsen zijn flexibeler dan dit voertuig en je kunt dan zelf sturen. Nu zijn er genoeg mensen die niet

t

zoals je een persoon niet in de weg gaat staan, ga je ook een autonoom voertuig niet blokkeren. Als iedereen die houding heeft, kan het. Maar voor voetgangers en fietsers is het natuurlijk wel verleidelijk om voorrang op te eisen. Je hebt snel door met welke beweging je het autonome voertuig kunt stoppen.’ Wat het iets eenvoudiger zou maken voor de Instapper, is het weren van auto’s. ‘Als de wijk totaal autoloos is dan is autonoom verplaatsen iets eenvoudiger en veiliger’, reageert een lezer online. ‘Maar wat te doen met plaatsen waar het volstroomt met deze pods nadat ze worden achtergelaten? Hoe hou je ze over de wijk verdeeld en snel beschikbaar?’ Jongenotter vindt de positie in het verkeer ook van belang. ‘Rijdt het voertuig alleen op de rijbaan? Of mag het ook op voeten fietspaden rijden? En waar kun je in- en uitstappen? Is dat op aangewezen halteposities of mag dat op willekeurige plekken?’

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

35


TOEKOMSTDENKEN

Stroom wekt de Instapper zelf op met een dak vol zonnecellen of met een ingebouwde windturbine. illustratie : erik terlouw

op een deelfiets of -step durven te rijden en juist deze doelgroep (ouderen of ouder met kind) reist vaak niet alleen, maar met iemand samen. Als je de voordelen van de Instapper ook gunt aan deze mensen, dan is een eenpersoonsvoertuig inderdaad geen handige keuze.’ Aan de andere kant heeft het eenpersoons karakter van de Instapper ook voordelen. Het voelt sociaal veiliger omdat je niet bij vreemden hoeft in te stappen, zegt Jongenotter. ‘Maar je zit wel goed zichtbaar in een glazen kast op wieltjes. Iedereen kan jouw voertuig op elk moment tot stilstand brengen, zonder dat jij daar ook maar iets aan kunt doen. Als je één keer een bedreigen-

Reactie van Erik Terlouw: ‘Wat onvoldoende over het voetlicht blijkt te komen, is dat het er mij met de Instapper om gaat een vervoermiddel te introduceren dat juist in niets op een auto lijkt. Denk aan een tramhalte: in plaats van daar op de tram te staan wachten, zou je ook meteen aan boord van een Instapper kunnen gaan en al rijdend je weg vervolgen. De Instapper zou je niet moeten vergelijken met steps en fietsen, want het is een gesloten, bewegende ruimte die be­ schermt tegen weer en wind, in hoge mate hufterproof en oproep­ baar. De bezwaren [van de experts] lijken nog niet echt in te gaan op deze revolutionair andere manier van last mile­vervoer. Instappen in een Instapper zal een nieuwe manier van bewegen betekenen. We zijn op weg de auto uit de stad te verjagen. Dit kan mijns inziens alleen door een universeel vervoermiddel, niet door een zoveelste alternatieve elektrische auto.’ 36

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

de situatie hebt meegemaakt, ga je nooit meer met dit voertuig rijden.’ Meerdere lezers wijzen op het feit dat mindervaliden weinig zullen hebben aan de Instapper. ‘In de huidige vorm is hij ongeschikt voor iedereen die minder goed ter been is’, schrijft lezer Daniel van der Lek. ‘Er is een flinke opstap; voor rolstoelers is-ie zelfs onbruikbaar.’ 6 Kan het zonnedak voldoende stroom opwekken? En het windwiel? Op deze vraag reageerde geen enkele lezer of expert. Maar na een schatting op een bierviltje is wel te zeggen dat het antwoord ‘nee’ is. Het Nederlandse bedrijf Lightyear levert dit jaar de eerste auto’s uit met de karakteristieke zonnecellen op motorkap en dak. Die wekken wel een beetje stroom op, maar de Lightyear 0 moet nog bijna net zo vaak aan de stekker als elke andere elektrische auto. Met andere woorden: een voertuig kan nog lang niet toe met enkel zonnecellen op zijn dak. En het windwiel waarschijnlijk ook niet, aangezien windturbines op gebouwen het al niet halen bij zonnepanelen. En bij windenergie geldt: kleiner is minder efficiënt. • In de rubriek Toekomstdenken vragen we de lezer mee te denken over innovatieve concepten met maatschappelijke relevantie. Volgende maand deel 3: Block Building, snelle systeembouw in een grid. Lees meer op deingenieur.nl/dossiers/toekomstdenken en stuur uw reactie naar redactie@ingenieur.nl.


WAAR

KUN N EN

W E

N A A RT O E?

DE

IN GEN IEU R

T IP T

T E K S T: M A R L I E S T E R V O O R D E

VR-ervaring in de bios

Illusies en metamorfosen In 2023 is het 125 jaar geleden dat de Nederlandse kunstenaar Maurits Cornelis Escher (1898-1972) werd geboren. Hij werd bekend om zijn houtsneden, houtgravuren en lithografieën waarin hij speelt met wiskunde en perspectief. Den Haag viert het Escherjaar met speciale tentoonstellingen. De eerste daarvan is tot 12 februari 2023 in museum Escher in Het Paleis. Escher: Eeuwigheid en oneindigheid toont de ontwikkeling van de kunstenaar: van vroege houtsneden van personen en landschappen tot revolutionaire

vlakvullingen, metamorfosen, onmogelijke gebouwen en optische illusies. De thema’s eeuwigheid en oneindigheid keren hierbij telkens terug. Vanaf 18 februari is in Kunstmuseum Den Haag de tentoonstelling Escher – Andere wereld te zien. Hier worden Eschers prenten gecombineerd met ruimtelijke installaties van het Belgische kunstenaarsduo Gijs Van Vaerenbergh. De wisselwerking tussen deze kunstvormen versterkt de beleving. Meer info: escherinhetpaleis.nl/2023-denhaag-stad-van-escher

Sta op de top van de Mount Everest, ontdek de diepzee of kom oog in oog te staan met een dinosaurus. Niet door met een zak popcorn naar het filmdoek te staren, maar door zelf je reis per console ter hand te nemen. De filmtheaters LantarenVenster in Rotterdam, LUX in Nijmegen en De Schuur in Haarlem bieden sinds december virtual reality-voorstellingen aan. De eerste editie, Journeys Beyond Belief, draait tot 22 maart. Meer info: nureality.eu/over

Oekraïense jassen

Architectonische iconen op koninklijke gordijnen Paleis Huis ten Bosch, waar koning Willem-Alexander en koningin Máxima wonen, krijgt nieuwe gordijnen in de Chinese Zaal. De huidige gordijnen, met daarop een Chinese rivier, maken dan plaats voor gordijnen met de Nederlandse rivierdelta. Verder bevat het geborduurde landschap een aantal Nederlandse architectonische hoogstandjes, zoals de Sint Servaasbrug in Maastricht, het Teylers Museum in Haarlem, de Kiosk van Berlage (links afgebeeld) in Den Haag en de Stadsbrug in Kampen. Het doek is ontworpen door Liesbeth Stinissen en tot en met 29 mei 2023 te zien in het Tilburgse Textielmuseum. Meer info: textielmuseum.nl/tentoonstellingen/koninklijk-borduren/ beeld : kunstmuseum den haag ( boven ) ; tommy de lange / textielmuseum ( onder ) ; alex blanco

De traditionele wollen Oekraiense jas werd oorspronkelijk gedragen door herders in de Karpaten. Deze gunya biedt bescherming tegen zwaar weer en dieren. In de loop der jaren heeft de herdersjas tevens een symbolische betekenis gekregen als familie-embleem. Iedere familie heeft een andere techniek om de jas te maken. In de tentoonstelling Growing Gunya vertellen kunstenaars Roeslana Gontsjaroek, Marjo van Schaik en Dasja Tsapenko via deze jassen verhalen over lokale materialen, natuurlijke componenten en levende organismen. Meer info: mediamatic.net/nl/ page/386686/growing-gunya

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

37


TECHNIEK

TECHNIEK


Jims verwondering ‘Voorsprong door techniek.’ Echt waar?, vraagt redacteur Jim Heirbaut zich af.

Weg met thuiswerken Hou toch op met dat thuiswerken. Ik wil gewoon dat mijn mensen naar kantoor komen, dat is beter voor hen en beter voor het bedrijf. Het zijn niet mijn woorden, maar die van Eric Rondolat, de hoogste baas van Signify, het voormalige Philips Lighting. Onlangs sprak hij op de Eindhovense High Tech Campus. Rondolat is een energieke vijftiger en prettig om naar te luisteren. Hij verstaat de kunst de aandacht vast te houden zonder ingewikkelde presentatie. Deze dag had hij geen powerpoint meegenomen, iets dat mensen vaker mogen doen. De Fransman sprak uit het hoofd en sprong met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van Signify. Niet oninteressant, hoewel ik het meeste al eens had gehoord. Take away message: de invoering van de led heeft verlichting tientallen malen energiezuiniger gemaakt. Goed nieuws voor de wereld en het milieu, maar het begon inmiddels te klinken een promopraatje over zijn bedrijf. Ik had het praatje waarschijnlijk niet onthouden als hij niet iets opvallends had gezegd. Op een vraag uit de zaal kwam de lockdownperiode ter sprake en thuiswerken. ‘Bij Signify zijn we tegen thuiswerken want dat is slecht voor het bedrijf ’, zei Rondolat. Het werken aan ingewikkelde technische producten is teamwork en dat doe je op kantoor, samen met je collega’s. Om elkaar te helpen en te inspireren. Daarnaast, zo zei Rondolat, kun je mij niet wijsmaken dat er íemand is die het

WAA R

KUNNEN

W E

DEZ E

MAAND

een goede invulling van zijn leven vindt om ’s ochtends uit bed te stappen, de computer aan te zetten en te beginnen met werken. Verschrikkelijk. Mensen moeten werk en privéleven niet zo vermengen, meent Rondolat, dat is ongezond. Je hebt je werk en als dat klaar is, dan ga je naar huis. Daar laad je je op met sport of andere hobby’s en dan kom je een dag later weer energized op je werk. Daar heeft een bedrijf veel meer aan en het is gezonder voor het individu. In de zaal keken mensen verrast. Maar ik vond het wel een verfrissend standpunt. Tot nu toe hoorde ik vooral van bedrijven dat ze het thuiswerken omarmen of in ieder geval toestaan. Minder filerijden voor het personeel en misschien een hogere productiviteit. Zelf werk ik twee van de vier dagen thuis. Ik heb een rustige werkplek, maar ik merk dat ik de gezelligheid van de collega’s mis, net als de goede ideeën en de grapjes bij de koffie. Stimulerend is hij niet bepaald, die thuiswerkplek. Hoe zit het bij u? Werkt u nog (deels) thuis? En bevalt dat? Wat zijn uw ervaringen? Ik hoor het graag van u. Ik beloof dat ik uw antwoorden niet zal verwerken in een powerpoint, maar een volgende column met best practices zou wel eens heel nuttig kunnen zijn: voor uzelf, uw werkgever en voor mij. Mail uw reactie naar jim@ingenieur.nl.

NAARTOE ?

DE

INGE NIE UR

TIP T

De geschiedenis van housemuziek Dance, house, techno. Het zijn allemaal nét andere genres, maar wie meer wil weten over elektronische dansmuziek moet naar Amsterdam. Daar is sinds begin 2022 het museum Our House geopend dat helemaal is gewijd aan de historie van deze muziekstroming. Dompel je onder in beats en festivals. Bekijk de fotocollectie van ’s werelds bekendste clubs of verlekker je aan de apparatuur van bekende muzikanten en dj’s. Zelf aan de slag? Leer mixen in een handomdraai of ga zelf los op ’s werelds grootste analoge sequencer, een belangrijk ‘instrument’ in deze muziek. En wie lang genoeg blijft hangen, eindigt in de club. Want de dansvloer die deel uitmaakt van het Our House museum, gaat ’s avonds open als club. Meer informatie: our-house.com/articles/exhibitsandexperiences FOTO ’ S : ROBERT LAGENDIJK ( PORTRET ) ; OUR HOUSE

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

39


Productontwerpen van morgen

21ste-eeuwse eend La Bagnole is een minimalistische, elektrische auto voor korte afstanden en op open terrein. Het voertuig kan twee personen met bagage vervoeren en weegt slechts 357 kilogram. De auto onder de merknaam Kilow van de Franse fabrikant KG Auto doet denken aan een prototype van de Citroën 2CV, het lelijke eendje. De ontwerp­ opdracht daarvoor luidde in 1936 dat de auto een mand ver­ se eieren over een omgeploeg­ de akker moest kunnen rijden zonder een ei te breken en daarnaast eenvoudig te bedie­ nen was. Aan beide eisen lijkt La Bagnole tegemoet te komen met de grote bodemvrijheid, de sterke vering en een uiterst minimalistisch dashboard. La Bagnole is slechts 2,8 meter lang en krap anderhal­ ve meter breed. Het volledig 40

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

stalen chassis staat op vier smalle achttien inch wielen. Aan het chassis is een half­ open carrosserie bevestigd met een open laadbak, die op allerlei manieren kan worden gepersonaliseerd, bijvoorbeeld met deuren, want die zijn niet standaard. Binnenin zijn alleen twee stoelen, een stuur, twee pedalen en een houten dash­ board met kilometerteller en vier schakelaars. La Bagnole is leverbaar in twee uitvoeringen: als brommobiel met een geli­ miteerde maximumsnelheid van 45 kilometer per uur of als standaarduitvoering met

een maximumsnelheid van tachtig kilometer per uur. Het standaardaccupakket levert een bereik van zeventig kilometer. Dit kan naar wens worden verdubbeld. Kilow wil de auto begin 2023 op de markt brengen voor een prijs vanaf 9990 euro. Het be­ drijf voorziet vooral een recre­ atieve markt. Het voertuig zou echter ook interessant kunnen zijn voor kleine ondernemers op het Franse platteland, zoals biologische boeren, om hun waren naar de lokale markt te brengen. Precies zoals Citroën dat ruim 85 jaar geleden ook voor ogen had. (PS)

foto : kg auto


T E K S T: P A U L S C H I L P E R O O R D E N S I J A V A N D E N B E U K E L

Haaienafschrikker Terwijl veel haaiensoorten al met uitsterven worden bedreigd, sneuvelen ze ook nog eens massaal als bijvangst. SharkGuard is een simpel hulpmiddel dat voorkomt dat haaien aan vislijnen blijven haken.

Signaallamp bij overlijden Het gebeurt veel te vaak dat mensen pas weken na hun dood in hun huis worden gevonden. Een nieuw systeem detecteert overlijden en informeert de omwonenden met een lichtsignaal. Jaarlijks worden er in Amster­ dam gemiddeld 34 doden gevonden die pas na veertien dagen in hun huis worden ontdekt. In Berlijn worden er tweeduizend doden per jaar in huis gevonden. De aantallen nemen de afgelopen jaren toe. Om sterfgevallen sneller te ontdekken, ontwierp Ony Yan, bachelorstudent industrieel ont­ werpen aan de Hochschule für Technik und Wirtschaft Berlin, het prototype In Memoriam dat een signaal uitzendt wanneer iemand overlijdt. De sensor pikt vluchtige organische stoffen op, zoals stikstof­ en zwavelverbindin­ gen, die vrijkomen bij de ont­ binding van stoffelijke resten. Yan: ‘Een stoffelijk overschot ruikt blijkbaar het meest naar bedorven kip.’ Welke verbindin­ gen specifiek zijn voor de mens en verschillen van dieren, is nog onderwerp van onderzoek. Met die kennis wil de student zijn foto ’ s : ony yan ; fishtek marine

sensor de komende jaren nog specifieker maken. De In Memoriam bestaat uit verschillende geursensoren die zich elk in een ander kamer van het huis bevinden. De senso­ ren communiceren draadloos met een signaallamp die goed zichtbaar voor de ingang van het huis hangt. Yan dacht lang na over welk signaal de In Memoriam moet geven om een overlijden aan te kondigen. ‘Een alarm of automatische oproep bij de politie voelde niet juist, omdat de overledene niet als last moet worden gezien maar als onderdeel van een gemeen­ schap. Licht zie je over de hele wereld bij rouwverwerking. Daarom leek een lichtsignaal me passend.’ Wanneer de signaallamp oplicht, beweegt het lichtpunt omhoog, als symbool voor de opgaande ziel. De gemeen­ schap kan dan samenkomen en de volgende stap nemen, zoals hulp inschakelen of nabestaan­ den informeren. ‘Het is ontwor­ pen om de saamhorigheid en de verantwoordelijkheid onder buurtbewoners te vergroten, als een constante reminder om vaker naar elkaar om te kijken.’ (SB)

Volgens het Wereld Natuur Fonds worden per jaar wereldwijd honderd miljoen haaien gedood voor hun vlees en vinnen. Daar­ naast sterven er nog eens vijftig miljoen als bijvangst. Veel van die haaien, met als voornaamste soort de grote blauwe haai, komen terecht aan vislijnen van de com­ merciële visserij op tonijn en zwaardvis. Om dat te voorkomen, richt het Engelse bedrijf FishTek Marine zich met Shark­ Guard op hun zwakke plek. Haaien hebben zintuigporiën op de snuit waarmee ze minieme elektrische stroompjes kunnen waarnemen die worden veroorzaakt door de spiersamentrekkingen van prooidieren. Bij een sterker elektrisch veld, raken de uiterst gevoelige zintuig­ poriën makkelijk overprikkeld. Dat doet de SharkGuard. Het is een apparaatje dat iets boven de vishaak aan de lijn wordt beves­ tigd en rondom een pulserend elektrisch veld genereert. Dit is sterk genoeg om haaien in de buurt van de vislijnen af te schrikken. De meest recente test met SharkGuard vond plaats op een commerciële vissersboot die op blauwvintonijn vist in de Middellandse Zee. Daar­ bij werd de bijvangst van grote blauwe haaien verminderd met 91 procent. Daarnaast was er ook 71 procent minder bijvangst van de violette pijlstaartrog, terwijl de vangst van blauwvintonijn niet significant afnam. Belangrijk is ook dat de SharkGuard goed door vissers wordt ontvangen, aangezien die hun werk verder niet belemmert. Volgens FishTek Marine is een appa­ raatje als de SharkGuard, naast een breder verbod op langelijnvisserij, de enige manier om massale bijvangst te verminderen. De makers hopen dat het systeem bijdraagt aan het tegengaan van de dra­ matische afname van haaienpopulaties. De SharkGuard kan volgens het bedrijf op grote schaal worden geproduceerd tegen geringe kosten. (PS)

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

41


EUREKA

Poppenkoor Het Zweedse elektronicabedrijf Teenage Engineering ontwierp een koor van houten poppen. Het koor zingt bestaand repertoire of dient als instrument om composities mee te maken via een synthesizer. Het poppenkoor is een vervolg op het allereerste project van het Zweedse bedrijf Teenage Engineering. In 2007 maakte het een kunstinstallatie van 22 houten, zingende poppen die volgens de makers staan voor ‘culturen en karakters van over de hele wereld’. Dit keer bestaat het koor uit slechts acht leden van gepolijst beukenhout. Een koor zingt met nasale, computerachtige stemmen nummers van barok tot volksmuziek. Elke pop heeft zijn unieke geluid. Zo zijn er de Italiaan-

42

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

se bariton Carlo, mezzosopraan Hatsheput uit Egypte en de Russische contra-alt Olga. De draadloze poppen zijn via Bluetooth met elkaar verbonden. Met een lichte aanraking start of pauzeert het koor. Door een pop naar links of rechts te kantelen neemt het volume af of toe. Daarnaast vormt het koor een accessoire voor de synthesizer OP-1. Hiermee kan de gebruiker met het koor eigen composities maken. OP-1 is een draagbare en toegankelijke synthesizer en

het hoofdproduct van Teenage Engineering. Het eerste model van de synthesizer kwam in 2011 op de markt en won al verschillende prijzen. Sommigen zullen het instrument kennen van de clip One (Your name) van Swedish House Mafia, een wereldberoemde groep van dj’s een muziekproducenten. De koorleden kosten 235 euro per stuk. Voor 1880 euro is het koor compleet. De prijs hield fans niet tegen: begin december waren alle houten poppen al uitverkocht. (SB)

foto : teenage engineering


Slimme container Containers gaan als de doos met Schrödingers kat de zee op: pas bij openen na aankomst valt de conditie van de lading te bepalen. De Unit One biedt daarentegen near-realtime monitoring.

Slimme pleister Bij chronische wonden wordt het verband vaker verwisseld dan nodig. Het verband van startup SmartHeal monitort het genezingsproces. Mensen van boven de zeventig lopen een vergroot risico om chronische wonden te ontwikkelen. Een van de meest voorkomende fouten bij chronische wonden is het te vaak verwisselen van het verband. Verwisseling verstoort de groei van nieuw weefsel en verhoogt de kans op ziekteverwekkers. De promovendi Tomasz Raczyński, Dominik Baraniecki en Piotr Walter van de Technische Universiteit van Warschau, ontwierpen een slim verband dat communiceert over de genezing van de wond. Daarvoor brachten ze een elektrochemische pH-sensor aan in het verband. De pHwaarde is namelijk een maat voor de fase van genezing van de wond. De groei van bacteriën leidt bijvoorbeeld tot een meer basische pH-waarde. ‘De pH-waarde kan de verzorgers vertellen of het echt nodig is om het verband te verwijderen of antibiotica aan te brengen’, schrijft de woordvoerder van SmartHeal Filip Budny. De pH-sensor heeft geen batterijen of stroomvoorziening nodig om te functioneren, maar communiceert via radio frequency identification (RFID) met een app op een smartphone. RFID maakt gebruik van radiogolven om gegevens over te dragen. Zowel medici als de patiënt kunnen de pH-waarde op hun smartphone aflezen. De promovendi wonnen met SmartHeal de hoofdprijs van de James Dyson Awards van 2022. Met de bijna 35.000 euro aan prijzengeld kunnen de makers de testfase van SmartHeal afronden en de klinische proeven starten. Tegen 2025 hopen ze de pleister op de markt te hebben. De sensor gaat ongeveer elf eurocent per stuk kosten. (SB)

De Unit One is een geavanceerde container die is ontwikkeld door het Zwitserse bedrijf Aeler, een spinoff van de École polytechnique fédérale de Lausanne. Opvallend zijn de vlakke zijkanten van de Unit One, in tegenstelling tot de gegolfde staalplaat wanden van een standaardcontainer. De Unit One is volgens Aeler sterker en lichter dankzij de constructie van sandwichpanelen, gemaakt van met glasgevel versterkt composietmateriaal, met daartussenin isolatiemateriaal. Dankzij het lagere gewicht kan de Unit One volgens Aeler 11 procent meer vracht vervoeren of 17 procent meer vloeistof in een flexitank. Het isolatiemateriaal houdt de lading koeler bij warmte en voorkomt te sterke afkoeling ’s nachts, in de winter en op open zee. Daardoor hoeft de koelings- of verwarmingsinstallatie van de container minder te draaien. Bovendien voorkomt de isolatielaag condensvorming aan de binnenkant, wat de lading kan aantasten. Gebruikers kunnen de status van hun lading altijd monitoren via een online portal waarvan de meetdata om de vijf tot tien minuten wordt ververst. De data komt van een aantal sensoren in de container voor onder meer temperatuur, luchtdruk, luchtvochtigheid, lichtintensiteit en aanwezige vluchtige organische stoffen. Ook worden zaken als impact op de container, het openen van de deur en de gps-coördinaten gedeeld. Een ingebouwd zonnepaneel levert stroom voor de IoT-sensoren. Aeler biedt al tientallen Unit Ones voor verhuur aan als container-as-a-service. Volgens het bedrijf kan de Unit One de CO2-uitstoot van containertransport met gemiddeld 20 procent verlagen dankzij het grotere laadgewicht en de beter gestroomlijnde zijkanten. Dit laatste is vooral interessant bij het laden van containers op vrachtwagens en treinen. (PS)

foto ’ s : smartheal ; aeler

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

43


EUREKA

Luchtfiets Britse studenten hebben een vliegtuig gebouwd dat door een piloot op een ligfiets wordt aangedreven. Deze zomer hopen ze er anderhalve minuut lang mee in de lucht te blijven. De eerste luchtfiets ooit werd in 1961 gebouwd door alumni van de Southampton Univer­ sity. Op zijn langste vlucht bleef het voertuig liefst 594 meter in de lucht. Na veertig vluchten verdween de luchtfiets in een museum. Heel erg praktisch bleek het vervoersmiddel namelijk niet. Studenten uit Southampton hebben de draad nu weer opgepakt. Ze verenigden zich in de Southampton University Human Powered Aircraft Soci­ ety (SUHPA). Voorzitter Charles Dhenin: ‘We zien de luchtfiets als een goed middel om de luchtvaartindustrie met nieuwe, lichtere en sterkere materialen vooruit te helpen en we zouden

44

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

het leuk vinden als luchtfietsen in meer landen een populaire sport wordt.’ De studenten experimen­ teerden eerst met een gewo­ ne racefiets in plaats van de ligfiets die gangbaar is voor luchtfietsen. Dat model, de Lazarus, maakte in juni 2021 een eerste vlucht van een halve minuut lang. Daarvoor moest de piloot een constante vijfhon­ derd watt trappen. Dat is voor de gemiddelde wielrenner een aardige sprint en dat was dan ook de voornaamste reden dat de vlucht niet langer duurde. De langste vlucht van een luchtfiets ooit gemaakt duurde bijna vier uur en werd uitge­ voerd met de Daedalus, een

toestel van de lucht­ en ruim­ tevaartafdeling van MIT in de Verenigde Staten. ‘Die prestatie is niet te vergelijken met die van ons studententeam’, zegt Dhenin. ‘Ons project is veel kleiner en heeft veel minder sponsoring, mankracht en ervaring.’ Inmiddels is er al een nieuw, lichter model, de Super Lazar­ us, waarbij de piloot nog 350 watt moet leveren. De racefiets is vervangen door een ligfiets. De ligfiets is lichter, comforta­ beler en maakt de besturing van het vliegtuig makkelij­ ker. Dhenin: ‘Ons doel is om hiermee komende zomer een kilometer te vliegen in ander­ halve minuut.’ (SB)

foto : suhpa


Rolf zag een ding

Sommige dingen stralen misschien geen hoogwaardig ingenieurswerk uit, maar getuigen wel van denken als een ingenieur.

Luuks reuzenrad

Stuurstabilisator Een mountainbike stabiel houden vergt redelijk wat inspanning op ruig terrein. Een nieuw systeem biedt de helpende hand, of beter twee helpende veren, die het stuur rechthouden. Het stuurhulpsysteem Keep it stable (K.I.S.) is ontwikkeld door het Duitse bedrijf Syntace. Het moet voorkomen dat een mountainbiker de controle over de fiets verliest als een steen of boomwortel het voorwiel hard opzij duwt. De Duitse fietsfabrikant Canyon biedt het K.I.S.-systeem nu voor het eerst aan op het fietsmodel Spectral CF 8 CLLCTV, ingebouwd in de bovenste framebuis. K.I.S. werkt met twee voorgespannen trekveren die naast elkaar in de framebuis liggen. Beide veren zijn via een flexibele band verbonden aan weerszijden van een nok op de stuurstang. Als het voorwiel een klap krijgt en opzij draait, dan wordt de ene band in elkaar geduwd om de veer te ontzien, terwijl de andere juist uitrekt en met de veer het wiel weer rechttrekt. Door de vorm van de nok neemt de veerspanning het snelste toe bij een kleine wieluitslag, om onbedoelde beweging van de stuurstang te compenseren. Het sturen moet echter niet te zwaar gaan. Daardoor neemt de veerspanning veel minder hard toe bij een grotere wieluitslag van tussen de vijftien en vijftig graden. Het systeem voorkomt bovendien dat het voorwiel helemaal opzij klapt, waardoor de fietser over de kop zou kunnen slaan. Bovendien maakt het fietsen efficiënter en minder vermoeiend. Via een schuifknop met boutvergrendeling, bovenop de framebuis, is de veerspanning aan te passen aan het gewicht van de fietser, de rijstijl en het soort terrein. Het systeem weegt slechts 110 gram en is onderhoudsvrij. (PS)

FOTO ’ S : CANYON BICYCLES GMBH ; ROBERT LAGENDIJK ( PORTRET )

‘Dit keer doen we een reuzenrad met lichtversiering!’ Onze zoon Luuk (10) weet het wel: die wil later leerkracht worden. Een ambitie die ik alleen maar kan aanmoedigen. Luuk en ik geven één keer per jaar samen een gastles in zijn klas. Met samen bedoel ik vooral dat Luuk les geeft en ik hem als technisch onderwijsassistent ondersteun. Vorig jaar had Luuk met de klas discoversiering gemaakt voor het schoolfeest, maar dit jaar moet het dus een draaiend reuzenrad worden. Ik bijt op mijn tong om niet direct te roepen dat het onhaalbaar is. We hebben het over groep 7: slimme, leuke kinderen, maar een heus reuzenrad is te veel van het goede voor één lesje. De situatie is trouwens niet heel anders dan op de TU Delft: ook daar komen mijn studenten vaak met plannen waarvan ik denk: ‘Nee, kan niet.’ Wat ik daar in jaren maakonderwijs heb geleerd, moet ik nu hier toepassen: zelf laten uitvinden waarom het niet kan. Dus ik zeg geen nee, maar: ‘Oké, leuk. Hoe gaan we dat doen?’ ‘Nou, jij neemt een reuzenrad mee en groepjes in de klas maken elk een eigen bakje met een lampje erin.’ Hm, dat kan misschien wel. Geen idee waar ik een groot wiel vandaan tover, maar bakjes met een lichtje kunnen kinderen van tien wel maken. Laatste vraag, voor de zekerheid: ‘En wat leren ze dan in de klas?’ ‘Ik ga ze vertellen over de stroomkring, hoe die werkt met een batterij en een lampje, en dan moeten ze het zelf namaken in een bakje dat ze mogen versieren.’ De maakonderwijs-appel is niet ver van de boom gevallen. Heerlijk project: technisch haalbaar en goed om de klasgenoten hun eigen bakje te laten versieren, zodat het ook echt van hun is. Als ik mijn eerste reactie had uitgesproken, had ik het enthousiasme de grond in geboord en had deze les nooit plaatsgevonden. Doorvragen over dingen waarvan je denkt dat het niet kan, kan helpen om jezelf of de ander te laten inzien waarom iets niet kan, of je komt erachter dat het misschien wel kan. Het werd een heerlijke les. ‘Meester Luuk’ legde uit hoe een stroomkring werkt, hoe je met kopertape, knoopcel en ledjes licht aan je bakje toevoegt. Via ‘gekkefietsenbouwer’ Christian regelden we een fietswiel-reuzenrad waar alle bakjes in konden en het resultaat was geweldig! Omdat ik heb geleerd om ‘nee’ in te slikken. Rolf Hut is universitair hoofddocent aan de TU Delft, maker, spreker en schrijver.

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

45



Wat drijft de hedendaagse ingenieur?

Ben Bronsema is raadgevend ingenieur klimaatinstallaties in gebouwen en gastonderzoeker bij de faculteit Bouwkunde van de TU Delft.

‘Ik heb altijd vanuit pure nieuwsgierigheid gewerkt’ Tekst: Jim Heirbaut • Foto: Bianca Sistermans

‘De liefde voor techniek heb ik niet van een vreemde. Mijn vader had in Assen een eigen smederij, vol met elektrische machines, destijds het nieuwste van het nieuwste. Na de hts en militaire dienst wilde ik eigenlijk instrumentmaker worden. In het leger was ik bezig geweest met nacht- en prismakijkers en dergelijke en dat vond ik machtig interessant. Ik wist al precies in welk bedrijf ik wilde werken, maar toen ik er aanklopte, hadden ze net geen vacature. Daarom ging ik tijdelijk aan de slag bij een bedrijf in verwarmingsinstallaties in Amsterdam. Dat werk vond ik zó leuk dat ik er ben gebleven, net als in de sector. Het mooie van klimaattechniek is dat het alle mensen raakt en iedereen er een mening over heeft.’ Harde klik ‘Toen ik bij een klein Delfts adviesbureau werkte, publiceerde ik voor het eerst artikelen in vakbladen. Zo kreeg ik enige naamsbekendheid en werd ik op basis daarvan uitgenodigd voor projecten. Met ons kleine bedrijf deden we grote projecten, zoals een nieuwe terminal voor Schiphol en nieuwbouw voor het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Terwijl ik voor mijn werk de grootste kantoorgebouwen van ventilatie en airco voorzag, leerde ik de grootste les bij een privéproject. Mijn vrouw en ik lieten in 1975 een eigen huis helemaal naar onze wensen ontwerpen. Qua duurzaamheid liep het voorop, met een extra brede, isolerende spouw, vloer- en luchtverwarming en warmteterugwinning. Alle installaties werden digitaal en automatisch aangestuurd. Het werkte geruisloos en ik was apetrots! Maar tot mijn verrassing vond mijn vrouw het niks. Die was gewend aan een thermostaat die met een harde klik aansloeg en een ketel die begon te loeien. De harde les was: je kunt iets nog zo goed ontwerpen, toch verwachten veel mensen een duidelijke terugkoppeling van het systeem, een geluidssignaal of iets visueels. Daaraan heb ik later in commerciële projecten nog veel gehad.’

Aarde, wind en vuur ‘Mijn carrière nam de leukste wending toen ik in de jaren negentig werd gevraagd gastdocent te worden aan de TU Delft. Ik ben zelf geen academicus en keek op tegen de universiteit, maar het bleek leuk om studenten architectuur alles over klimaatsystemen bij te brengen. Vanuit de combinatie architectuur en klimaattechniek kwam ik op Earth, Wind & Fire, een energiezuinige manier om hoge gebouwen te koelen en te ventileren met krachten uit de natuur: we benutten zonnestralen, wind die langs een gebouw waait en vallend water. Na jaren van ontwikkelen, gingen we rond 2008 de afzonderlijke onderdelen van Earth Wind & Fire testen en modelleren, en ze bleken nog beter te werken dan we hoopten. In 2018 werd het eerste gebouw opgeleverd met deze toch wel baanbrekende principes voor klimaatregeling erin: een hotel in Amsterdam. Daarvan hebben we veel geleerd en afgelopen november opende de Erasmus Universiteit in Rotterdam een groot onderwijsgebouw met een verbeterde versie van Earth, Wind & Fire erin. Hoewel ik de principes zelf heb verzonnen, ben ik nog steeds verbaasd dat het werkt!’ Binnenmilieu ‘Dat gebouwen veel duurzamer worden dankzij door mij bedachte techniek, is geweldig, maar dat was niet mijn eerste drijfveer. Ik heb altijd gewerkt vanuit pure nieuwsgierigheid. Waarom doen mensen het zo? Kan het niet anders, beter? Alles draait om people, planet, profit, in die volgorde. Voorop staat dat de mensen in een gebouw zich prettig moeten voelen door het binnenklimaat. Daarvoor moet de expert installatietechniek vanaf het begin om de tafel met de architect. Jonge architecten moeten zich realiseren dat een goed gebouw niet alleen draait om schoonheid en functie, maar dat binnenmilieu en comfort minstens zo belangrijk zijn. Ik hoop dat mijn ontwerpprincipes mainstream worden. Als dat in 2030 zover is, dan ga ik met pensioen hoor!’ • JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

47


SYSTEEMBOUW T E K S T: P A N C R A S D I J K

Kleine standaardblokken maken de bouw flexibeler en duurzamer

Legowand langs de snelweg Een circulair geluidsscherm uit identieke bouwblokken dat met licht, elektrisch materieel kan worden opgezet: dat is de droom van ingenieur Jan Dirk van Duijvenbode. Als de bouwsector een hoenderhok is, dan was het de Delftse hoogleraar integraal ontwerpen Hennes de Ridder die er halverwege de jaren negentig een knuppel in gooide. Laten we niet bij elk project weer opnieuw proberen het wiel uit te vinden, maar voortaan uitgaan van industrieel flexibel maatwerk, luidde zijn pleidooi. Zoals ook niet elke auto meer afzonderlijk wordt ont­ worpen, zo is het voor de bouw net zo min houdbaar om elk bouwwerk compleet from scratch te ontwikkelen. Met vaste blokken als uitgangspunt wordt de bouw flexibeler, goedkoper en duurzamer. Het pleidooi liet zich samen­ vatten in één woord: legolisering. De praktijk bleek weerbarstig. Sindsdien is het gebruik van geprefabriceerde onderdelen in de bouw weliswaar gestegen, maar deze industrieel vervaardigde grote bouw­ elementen staan juist haaks op de kleine bouwstenen die De Ridder voor ogen had en die voor talloze toepassingen geschikt zijn. Toch is de droom nooit verdwenen. ‘Voor mij blijft legolisering een aantrekkelijk perspectief ’, zegt civiel ingenieur Jan Dirk van Duijvenbode, werkzaam als senior adviseur innovatie en markt bij Rijkswaterstaat. ‘Grote kunstwerken zoals bruggen of sluishoofden maken van blokken die je als Lego op elkaar kunt stapelen en die je weer los kunt klikken wanneer je ze niet meer nodig hebt: het klinkt nog steeds nastrevenswaardig.’

Primeur op beurs Van 17-20 januari toont Zeus Beton op InfraTech 2023 in Rotterdam een mal en de allereerste BenBenBlocs. Intussen zoekt Rijkswaterstaat een proeflocatie en passend budget voor een eerste geluidsscherm van de herbruikbare blokken. beeld : jan dirk van duijvenbode

48

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

Het ideale blok Van Duijvenbode zag met lede ogen hoe de markt naliet de legolisering op te pakken. Hij besloot daarop zelf het ideale bouwblok te gaan ontwerpen. Het resultaat is een standaard bouwelement van veertig centimeter breed en tachtig centimeter lang. ‘De blokken kunnen op diverse manieren worden geschakeld, waarbij een standaard ring en eventueel stalen buizen de losse elementen met elkaar verbinden.’ Van Duijvenbode heeft als materiaal voor beton gekozen, maar in principe zijn andere materialen ook geschikt. ‘Een gemeente vroeg me al of de blokken van hergebruikt kunststof kunnen worden gemaakt. Dat kan zeker, al worden ze dan wel een stuk duurder.’ Zonder concrete toepassingsideeën wordt het nooit wat met dat blokje, dacht Van Duijvenbode. Als ervaren Rijkswaterstaat­ingenieur kwam hij al gauw op geluids­ schermen. Want hoewel de stillere elektrische auto in sneltreinvaart de Nederlandse wegen verovert, blijft ver­ keerslawaai een bron van ergernis. Langs de snelwegen staat inmiddels zo’n tweeduizend kilometer aan geluids­ scherm opgesteld en met de grootschalige woningbouw­ opgave wordt dat alleen maar meer. De aanleg van geluidsschermen volgens de traditio­ nele methode kost veel materiaal, dat na het einde van


De slangenmuur van Slot Zuylen inspireerde civiel ingenieur Jan Dirk van Duijvenbode bij het ontwerpen van een geluidsscherm. foto : shutterstock

de levensduur als afval wordt afgedankt. Het plaatsen ervan is arbeidsintensief. De funderingspalen moeten in de regel diep de grond in worden geheid en blijven achter als het scherm wordt afgedankt. Ook voor de versterking van de biodiversiteit zijn er betere schermen denkbaar. ‘Het had net zo goed een vangrail kunnen zijn of een bankje, maar ik koos voor een geluidswerende wand, een rechtopstaande kering van betonelementen die met een plaatfundering in de grond wordt verankerd’, zegt Van Duijvenbode. ‘Ik kan wel dromen dat ik met mijn blokken meteen een sluis ga bouwen, maar laten we veilig beginnen. Iets simpelers dan een geluidsscherm is bijna niet te bedenken.’ Stabiele slingervorm Tegelijkertijd stoorde Van Duijvenbode zich aan de hui­ dige geluidsschermen. Ze zitten vaak vol graffiti, pogin­ gen om ze te laten begroeien blijken niet altijd te lukken en de achterkant is ook echt de achterkant. Doen Van Duijvenbodes blokken het beter? Hij denkt van wel. Een voornaam verschil is dat de blokken op zo’n manier in elkaar passen, dat er een slingervorm ontstaat. ‘Bij Slot Zuylen staat een eeuwenoude, kronkelende slangen­ muur. Die vorm streef ik ook na. Voor­ en achterzijde zijn gelijk en er ontstaan kleine biotopen voor groen.’ Van Duijvenbode is ervan overtuigd dat alleen al die slingervorm grote stabiliteit garandeert en de noodzaak wegneemt om diepe funderingspalen te slaan. ‘Een be­ tonnen strip in de grond volstaat. Daarop kunnen de blokken worden verankerd.’ Dat kan allemaal elektrisch gebeuren, met relatief licht materieel.

De eerste modelberekeningen geven hem gelijk. Ontwerpbureau BPO in Delft verrichtte simulaties aan een blokkenscherm van tien meter hoog: 25 lagen boven de grond, twee lagen erin, virtueel vastgemaakt aan de funderingsplaat. Zelfs bij maximale windbelasting faalt de muur niet, concludeerden de onderzoekers. De stalen buizen die de blokken als het ware aaneenrijgen, veren licht mee in de wind, maar van blijvende vervorming is geen sprake en hetzelfde geldt voor de ringen. De blok­ ken zelf, stellen de onderzoekers, kunnen een hoop aan, maar bij de windproef werd wel een kritische grens be­ reikt aan de randen. Een ruimere slingervorm zou hier uitkomst kunnen bieden. Voor Van Duijvenbode is dat laatste geen probleem. ’Elk idee voor verbetering is welkom.’ Zelf vermoedt hij dat het twee keer zo hoog maken van de blokken al zal schelen. Het plan om blokken te ontwerpen waar de zon doorheen kan schijnen, liet hij varen na ontnuchterend onderzoek door TNO. ‘Met het licht drong ook het ge­ luid er weer doorheen’, zegt hij. Over een jaar of zeven, hoopt Van Duijvenbode, is die al jaren geleden gepropageerde legolisering van de bouw eindelijk een feit en daaraan zullen zijn blokken een bijdrage leveren. ‘Er liggen nog een hoop vragen, maar ik kan me niet voorstellen dat de Nederlandse ingenieurs die niet kunnen oplossen.’ Een patent op zijn bouwstenen, die hij BenBenBlocs heeft genoemd, hoeft Van Duijvenbode niet. Lego vroeg patent aan op zijn steentjes in Van Duijvenbodes geboortejaar – en hij bouwt daar alleen maar op voort, waarbij hij iedereen uitnodigt mee te denken. • JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

49


Maak kans op dé innovatieprijs van de ingenieursbranche:

De Vernufteling Onze branche is onmisbaar in de grote opgaven. Innovaties dragen bij aan de nodige versnelling. Deel jouw meest vernuftige project vóór 3 februari 2023 en wij zetten het in de schijnwerpers! NLingenieurs.nl/devernufteling

met medewerking van De Ingenieur

‘22


L EZERS

Zinloosheid In De Ingenieur van november kom ik eerst langs de column van Marcel Möring, die het al dan niet bestaande verschil tussen een linker- en een rechtersok aangrijpt voor een beschouwing over de aantrekkingskracht van zinloze producten. Verderop in het blad, in de rubriek Eureka, volgt een mooi voorbeeld van die zinloosheid: de douchekop met een sensor die ‘voelt’ of er iemand onder staat. Al zevenduizend jaar voor Christus is er iets slims uitgevonden voor het probleem van water dat maar blijft doorlopen. Het heet een kraan, is erg simpel in de bediening en ik maak er dagelijks gebruik van. Er hoeft geen stroom naartoe om te functioneren, wat bij een sensor wel nodig is, en de waterstraal is naar believen traploos te reduceren. Als ons dan elders in het blad ook nog een column over techniek en ethiek wordt voorgeschoteld, is de cirkel rond. We moeten ons afvragen wat de gevolgen van een technische oplossing kunnen zijn. Het is een risico om volledig op de techniek te vertrouwen als het om de simpelste dingen gaat, zoals bij de douchekop. Want laat de techniek ons in de steek, dan zul je zien dat we zelfs die simpele handelingen blijken te zijn vergeten. Hilbert Nijzink, IJsselstein

REA GEREN

gezicht zijn vanaf de dijk en een symbool van de wapenspreuk luctor et emergo (ik worstel en kom boven). Om extra op te vallen, zouden de turbinebladen voorafgaand aan de plaatsing in een bepaald patroon kunnen worden geverfd. Ik pleit voor Mondriaankleuren, maar hierin zouden TNO en andere kunstenaars ook een inbreng kunnen hebben. Het idee is in ieder geval goed, nu komt het aan op de uitwerking K.J. van der Waal, Noordwijkerhout (ZH)

Stenendijk Uw artikel over de stille renovatie van de Stenendijk bij Hasselt (De Ingenieur, november 2022) brengt mij terug naar de tijd dat ik zelf regelmatig over deze dijk fietste. Mooi dat ook dit waterbouwkundige monument kan worden gerestaureerd. Dat hiervoor een ‘stille’ methode wordt toegepast, is voor zowel de bewoners als voor het metselwerk fijn. Het stoort mij wel dat deze methode ‘emissieloos’ wordt genoemd. De emissie op de bouwplaats mag dan wel nihil zijn, maar De Ingenieur weet toch wel waar die elektriciteit wordt opgewekt? Het is geweldig dat er gestaag meer zwaar, elektrisch materieel beschikbaar is, maar ik vrees dat werkelijk emissieloos pas over enkele decennia kan worden bereikt. Cors van Vliet, Ruinen

Ingenieurskunst

Leesbaarheid

In de rubriek Inbox (De Ingenieur, november 2022) oppert een medelezer onder de kop ‘Turbinebladen voor de kunst’ een gedurfd plan om het ingenieurswerk op de kaart te zetten, middels een kunstwerk van afgedankte turbinebladen. Ik zou hem aanraden contact op te nemen met het windenergie-instituut van de TU Delft of met de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA). Misschien kunnen zij hem verder helpen bij de realisatie van zijn plan. Als locatie lijkt me de kop van Noord-Holland een uitstekende plek, bij voorkeur nabij de zeewering van Huisduinen. Als we het kunstwerk op een fundatie onder zeeniveau zetten, steken de turbinebladen schuin omhoog uit het water. Dat zou een prachtig

Al ruim veertig jaar ben ik lid van KIVI en ik lees De Ingenieur met veel plezier. Echter: heeft u ooit overwogen om gerecycled papier te gebruiken? Dat is niet alleen beter voor ‘mens, milieu en portemonnee’, maar bevordert ook de leesbaarheid. Het huidige papier heeft een glanslaag die reflecteert, waardoor je steeds van positie moet veranderen om een artikel te kunnen lezen. Guus Westgeest, Lochem

Energiebesparing In het artikel over energiebesparing (De Ingenieur, december 2022) ontbreekt naar mijn mening nog de optie om de vraag naar elektriciteit aan te passen aan het aanbod door het dynamisch beprijzen van elektrici-

teit. Als er veel duurzame stroom van zon en wind beschikbaar is, kan prima de elektrische auto worden opgeladen, de boiler worden verwarmd of de vaatwasser worden aangezet. Robbertjan Bart, Gouda

Zeesluis Terecht zet De Ingenieur de nieuwe zeesluis van Terneuzen in de schijnwerpers (november 2022). Een schitterend stukje waterbouw. Het artikel schrijft echter achteloos over de ‘teruggave aan de natuur van de Prosper- en Hedwigepolder’. De natuurbeweging heeft haar werk kennelijk goed gedaan. Deze polders waren natuur en zijn juist tegen de natuur in afgegraven. Daarbij heeft delfstoffenwinning voor Vlaanderen plaatsgevonden (klei). In de Hedwigepolder bevond zich een zogenaamd beschermd natuurgebied. Deze polder kende de grootste populatiedichtheid aan patrijzen – nu een rodelijstsoort. Er zijn zesduizend bomen gekapt, zonder compensatie. Er leefden ook beschermde vleermuissoorten. Men wist er van, deed in de Milieueffectrapportage in ieder geval alsof, maar deed niets. Ter nagedachtenis staat er nu een vleermuizentoren. Beide polders behoorden tot het polderlandschap van het Land van Saeftinghe, dat in 1584 in overleg met Marnix van SintAldegonde om militaire redenen onder water werd gezet. Het gebied is nooit Westerschelde geweest, maar door menselijk ingrijpen in geheel andere omstandigheden ruim twee eeuwen kombergingsgebied geweest. Het framen dat de mens de Westerschelde heeft ingesnoerd is lariekoek. We hebben steeds meer land verspeeld dan teruggewonnen. Alle platen in de Westerschelde zijn oud land. Deze grotere diepere zeesluis in Terneuzen met de verdieping en verbreding van het Kanaal Gent-Terneuzen leidt tot toename van de verzilting van de (onder)grond van het aangrenzende land. Ik had hier eerder statements over verwacht dan over de Hedwigepolder. Verder blij met het artikel, maar dit moest me even van het hart. Wil Lases, Tiel

Wilt u reageren op een artikel in De Ingenieur? U kunt uw brief, bij voorkeur niet langer dan driehonderd woorden, mailen naar redactie@ingenieur.nl of sturen naar De Ingenieur, Postbus 30424, 2500 GK Den Haag. De redactie behoudt zich het recht voor brieven in te korten en te redigeren of te weigeren.

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

51


De Ingenieur in gesprek

Tjark Tjin-a-Tsoi wil meer aandacht voor de concurrentiepositie van Nederland

‘Vraag is niet wie innoveert, maar wie de eerste is’ Work-life-balance is belangrijk, maar een land dat impact wil maken heeft ook mensen nodig die zich voluit op hun bedrijf storten. Dat zegt Tjark Tjin-a-Tsoi, sinds een half jaar ceo van onderzoeksorganisatie TNO. ‘De snelheid moet omhoog. Het is een race.’ Tekst: Marlies ter Voorde

Sinds 1 juni 2022 is Tjark Tjin-a-Tsoi ceo en voorzitter van de Raad van Bestuur van onderzoeksorganisatie TNO. Dat is nu een goed half jaar. Reden voor een gesprek op het hoofdkantoor in Den Haag. U werkt nu een half jaar bij TNO. Wat is uw indruk tot nu toe?

‘TNO is een geweldig instituut met enorm veel kennis in huis, waar bevlogen mensen met hart voor de zaak voortreffelijk onderzoek doen. Wat betreft infrastructuur, zoals laboratoria, behoren we tot de top van Europa. Maar ik denk dat we ons meer dan nu moeten richten op de impact die we kunnen maken en de behoeften van de markten waarvoor we de innovaties bedenken. Een technische uitvinding is nog geen innovatie. Daar bestaat een schaal voor: de TRL ofwel technology readiness level. Aan het begin daarvan is er een principe bedacht, aan het eind staat er een systeem dat daadwerkelijk wordt gebruikt in de samenleving. Wij hebben de neiging om in dat proces te vroeg op te houden en te denken dat bedrijven het stokje dan overnemen. Maar ik zie het ook als onze verantwoordelijk dat die innovaties gaan renderen in Nederland.’ Hoe valt dat te bereiken?

‘Door meer vanuit het resultaat te denken: wat willen we bereiken en hoe komen we daar? En door echt door te pakken. De snelheid moet omhoog. Er wordt wereldwijd gigantisch in innovatie geïnvesteerd, ook in landen als China, Japan en India. De vraag is niet meer wie het lukt 52

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

om iets tot stand te brengen, maar wie de eerste zal zijn. Die kan vervolgens profiteren van de werkgelegenheid, de winsten en alle bedrijvigheid die een nieuwe ontwikkeling met zich mee brengt. Wie te laat is, wordt afnemer en betaalt. Het is een race.’ Maar de wet van de remmende voorsprong zegt juist dat even afwachten soms beter is. Dan kun je leren van andermans fouten en voorkomen dat je technologie al snel is verouderd.

‘Dat klopt, en daarvan moeten we ons bewust zijn. Maar daar tegenover staat het first mover advantage, het voordeel dat je behaalt door als eerste klanten aan je te binden die niet snel meer gaan overstappen. Daartussen moeten we een evenwicht zoeken. Dat verschilt per sector.’ Kan Nederland zo’n race winnen?

‘In Nederland zijn we heel goed in startups, het aantal rijst de pan uit. Dat is mooi, want alle grote bedrijven zijn als startup begonnen. Microsoft begon met twee mannen die in een schuur zaten te knutselen, Google idem dito. Maar het probleem zit bij ons in de scale-ups. Hoeveel van die kleine bedrijfjes worden wereldspelers die economische waarde creëeren? Om dat te bereiken zijn mensen nodig die hun leven in het teken willen stellen van hun bedrijf, die volharden als de banken en leveranciers afhaken of de klanten wegblijven, die hun privéleven op willen offeren. Denk aan iemand als Elon Musk. Die heeft de elektrische auto niet verzonnen, maar wel voor


1993: promotie theoretische natuurkunde, Universiteit Amsterdam 1993-1996: onderzoeker Universität München en Shell 1996-2014: diverse beleids- en bestuursfuncties 2014-2020: directeur-generaal Centraal Bureau voor de Statistiek 2020-2022: ceo en voorzitter Raad van Bestuur Sanquin 2022-heden: ceo en voorzitter Raad van Bestuur TNO

foto : tno

De missie van TNO is, naast het versterken van de concurrentiekracht van bedrijven, toch ook het bijdragen aan het welzijn van de samenleving?

‘Dat klopt inderdaad. Wij ondersteunen de overheid met kennis en informatie, zodat die evidence based policy kan bedrijven. En we bedenken innovaties waardoor de uitvoering van het beleid effectiever en efficiënter wordt. Beide taken die we hebben zijn van groot belang. Maar wel wil ik nogmaals benadrukken dat het welzijn van de samenleving afhangt van de welvaart en dat die welvaart weer afhankelijk is van onze geopolitieke plek en wereldwijde concurrentiepositie. Als we het klimaat- en stikstofprobleem willen aanpakken, moeten we een sterke economie hebben. Die dingen hangen dus samen.’

t

elkaar gekregen dat zijn Tesla’s wereldwijd rondrijden en de bijbehorende laadpalen overal te vinden zijn. Door hem zijn andere autofabrikanten uiteindelijk ook sneller elektrische auto’s gaan ontwikkelen. In de Nederlandse cultuur vinden we de balans tussen werk en privéleven belangrijk. Daar is niets mis mee, maar dan komen de scale-ups en de doorgroei naar grote bedrijven niet van de grond. Op de lange duur tast dat onze positie aan, zowel economisch als geopolitiek. Dat moeten we ons in Europa realiseren. Een bedrijf als ASML in Eindhoven, dat onder meer machines maakt voor het produceren van chips, is een prachtige uitzondering. Daar moeten we trots op zijn. Er cirkelen steeds meer andere bedrijven omheen en zo ontstaat er een heel ecosysteem. Voor andere voorbeelden moeten we ver terug in de tijd, tot we terechtkomen bij Heineken, Shell en Philips.’

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

53


QUOTE

We moeten ervoor zorgen dat we wendbaar en veerkrachtig zijn

Wat zijn volgens u de technologische game changers van dit moment?

‘Sommige ontwikkelingen zijn game changers terwijl we dat nog niet weten. Maar een belangrijke technologie die nu al impact heeft, is biotechnologie. Denk aan de onvoorstelbare snelheid waarmee we na de opkomst van covid-19 een hele reeks vaccins hadden, ook nog eens gebaseerd op verschillende technieken! We gaan een opmars zien van de preventiegeneeskunde, waarmee we in een vroeg stadium ontluikende ziekteverschijnselen kunnen herkennen, om daaraan met leefstijlaanpassingen of medicijnen eerder iets te kunen doen. Een andere belangrijke ontwikkeling is quantum computing. Daarmee gaan de snelheid en veiligheid van dataverwerking gigantisch omhoog, met invloed op die andere ingrijpende technologie: kunstmatige intelligentie. Het gaat impact hebben op hoe we beslissingen nemen en wat voor banen we hebben. Daar moeten we heel diep over nadenken. Dan is er human-computerinteraction, waarbij een computer is aangesloten op een brein. Prachtige technologie die mensen kan helpen kunstledematen of spraakcomputers aan te sturen. Maar ook daarbij moeten we alert blijven, elke technologie kan voor goede en slechte doeleinden worden gebruikt. En tenslotte natuurlijk de technologie die te maken heeft met circulariteit, dus het produceren van afbreekbare of recyclebare materialen en schone energie. Daarin gaan honderden miljarden euro’s om, dat wordt een enorme revolutie.’ U bent gepromoveerd in de theoretische natuurkunde. Mist u de wetenschap niet?

‘Ik heb tot mijn negenentwintigste in het onderzoek 54

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

gezeten. Ik ben gepromoveerd op elementaire deeltjes, Robbert Dijkgraaf (de huidige minister van onderwijs, red.) zat in mijn promotiecommissie. Maar je moet keuzen maken en ik heb gekozen voor de verbreding. Uiteindelijk kwam ik in verantwoordelijke posities terecht. Dat voelde voor mij heel natuurlijk, ik bleek het dragen van de eindverantwoordelijkheid als enorm rustgevend te ervaren. Leiderschap geeft de mogelijkheid tot zelfexpressie, op verschillende fronten. En tot contact en verbinding, want als het goed is, is de leider de plek in de organisatie bij wie alles samenkomt. Maar ik vind het ook echt leuk dat ik nu, zij het op een heel andere manier dan daarvoor, weer met mijn neus op de wetenschap zit.’ Hoe ziet de wereld er over 25 jaar uit?

‘Ik heb geen flauw idee, en dat zeg ik niet om er vanaf te zijn en nu maar achterover te leunen. Het is onvoorspelbaar, juist dáárop moeten we acteren. Het gaat namelijk niet alleen om technologische ontwikkelingen, maar ook om geopolitiek. Kijk naar de afgelopen twintig jaar. We hadden de val van de Lehman Brothers, de aanslag van 9/11, oorlogen in Irak en Afghanistan, de coronapandemie, de Oekraïne-oorlog... Er gebeurden voortdurend dingen die niemand had zien aankomen, met invloed op zaken als de huizenmarkt, de energievoorziening en de toegang tot materialen. Iedereen heeft het er nu over dat we vooruit moeten kijken naar 2050. Dat kan helemaal niet! Wat wel kan, is ervoor zorgen dat we wendbaar en veerkrachtig zijn. China heeft dat feilloos door, dat land is altijd bezig met zelfredzaamheid. Europa was de laatste decennia vooral gefocust op globalisering. Dat heeft economisch goede dingen gebracht, maar ons ook erg afhankelijk gemaakt.’ •


UIT DE VERENIGING Een greep uit het nieuws en het aanbod van activiteiten van het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI).

Gezonde militairen

Proost! KIVI nodigt u van harte uit voor de traditionele nieuwjaarsbijeenkomst. Samen kijken we terug op 2022 en toosten we op 2023, met een nieuwjaarstoespraak van president Jacolien Eijer. Nieuwjaarsbijeenkomst KIVI, KIVI-gebouw Den Haag, 16 januari, 16.30-18.30 uur, kivi.nl/activiteiten

Duurzaam leven Saman Groep Zierikzee begon in 1921 als Zeeuws familiebedrijf. Inmiddels heeft deze installateur voor duurzame energieoplossingen driehonderd medewerkers in Zierikzee, Breda en Oud-Beijerland. Het bedrijf helpt klanten bij de energietransitie met zonnepanelen, warmtepompen, elektrische laadstations, zonneboilers, waterontharders, airco’s en thuisbatterijen. Zo heeft Saman Groep de afgelopen jaren veertigduizend woningen voorzien van zonnepanelen. Wilt u uw kennis over duurzame energietechnieken aanvullen of juist delen, schrijft u dan voor 24 januari in voor een bezoek aan dit bedrijf. Bedrijfsbezoek Saman Groep Zierikzee, 26 januari, 15.30-19.00 uur, kivi.nl/afdelingen/bedrijfskunde/activiteiten

Twee jaar geleden won de PicoMonitor van het bedrijf Embedded Acoustics de Defensie Innovatie Competitie. Het systeem, bestaande uit een oortje en een polsband, verzamelt data over de gezondheid van militairen. Deze gegevens ondersteunen de commandant bij het selecteren van de juiste mensen voor een missie, de medische staf bij het stellen van een diagnose en militairen bij het monitoren van hun gezondheid. Het bedrijf kreeg van Defensie twee jaar en tweehonderdduizend euro om het idee uit te werken. Directeur Sander van Wijngaarden vertelt in deze webinar wat dat heeft opgeleverd. Webinar: PicoMonitor-innovatietraject DIC 2020, 18 januari, 20.0021.00 uur, kivi.nl/afdelingen/defensie-en-veiligheid/activiteiten

Geheime codes Wie het woord ‘crypto’ hoort, denkt al snel aan een digitale munt. Crypto betekent echter ‘geheim’ of ‘verborgen’ en kan dus ook over geheimtaal gaan. Paul Reuver en Marc Simons, beheerders van het cryptomuseum, en Maarten Oberman, expert cryptogeschiedenis, geven op deze bijeenkomst demonstraties met oude codeermaBEELD : DEPOSITPHOTOS ; SAMAN GROEP ZIERIKZEE ; SIMON CLAESSEN / CC BY - SA 2

chines en vertellen hoe markante gebeurtenissen op het gebied van encryptie de loop van de geschiedenis hebben bepaald. Lezingen en demonstraties: Hoe de crypto de loop van de geschiedenis door de jaren heen heeft bepaald, TU Eindhoven of online, 7 februari, 16.30-21.00 uur, kivi.nl/ afdelingen/telecommunicatie/activiteiten JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

55


Hout als sprankje hoop We moeten bouwen, maar ook het klimaatprobleem aanpakken. De oplossing, schrijft Marjan Slob, groeit in het bos. Tekst: Pancras Dijk

56

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

We somberen wat af met z’n allen. Het is tegenwoordig lastig een besmettelijker aandoening te vinden dan doemdenken. Wie in een vliegtuig stapt, voelt schaamte, uit milieuoverwegingen eten we minder vlees en wie eens lekker wil ontspannen in een warm bad, moet zich daar bijkans voor verantwoorden. Het leven lijkt zo van lieverlede te krimpen, schrijft filosoof Marjan Slob in het fascinerende Door de bomen het huis. Juist daarom zijn de meeste mensen toe aan ideeën die weer ruimte geven en vrolijk stemmen. Slob zelf vond die op een onverwachte plek: de houtbouw. In de woorden van Slob: ‘Eindelijk, eindelijk een weg die optimisme uitstraalt zonder onnozel te zijn!’ Marjan Slob is filosoof en essayist. Naast onderzoek naar onderwerpen die haarzelf bijzonder aan het hart gaan – houtbouw is er een voorbeeld van – verrichtte ze denken schrijfwerk voor de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid en de Deltacommissie. Daarnaast schreef ze columns voor de Volkskrant. In bouw- en milieukundig opzicht kan Slob louter voordelen van houtbouw bedenken. Dat er moet worden gebouwd is onmiskenbaar, maar doen we dat op de traditionele manier, dan vergroten we ermee het klimaatprobleem. Hout biedt een uitweg uit dit dilemma. Gaan we bouwen met hout, dan is de enige manier om ons van voldoende bouwmaterialen te voorzien het planten van méér bossen – en daarmee verkleinen we het milieuprobleem. ‘Bouw met hout en je kunt het woningprobleem oplossen terwijl de CO2-uitstootteller terugloopt’, schrijft Slob. Hoe groter de schaal waarop we dit toepassen, des te beter het uitpakt. Slob deelt haar betoog op in vier perspectieven: dat van de bouwer, van de bomenliefhebber, van de bosbeheerder en van het landschap. Dat blijkt uitermate verrijkend te werken. Waar de bouwers het gebruik van hout zien als een rationale manier om de sector te verduurzamen, daar zien bomenliefhebbers als ze oog in oog met een oude eik staan immers geen kansrijk bouwmateriaal staan, maar juist een majestueus wezen dat respect verdient.

Vanuit de andere perspectieven zijn bomen een essentieel element in het landschap of vormen ze juist de cruciale eenheden waaruit een bos bestaat. Elk van de vier hoofdstukken op zich is geschreven als een beschouwende reportage. Slob laat de juiste experts aan het woord en slaagt erin hun woorden de nodige diepte te geven – daarin kenmerkt zich de filosofische achtergrond van de auteur. Het boek graaft daardoor veel dieper dan het verhaal van die ene bouwkundig ingenieur die zo handig is met hout of die ene actievoerder die zich aan een boom vastketent uit protest tegen een voorgenomen kap. Elk van de zienswijzen krijgt evenveel aandacht; de auteur kiest daarbij geen partij. Een oordeel, schrijft ze ergens, ‘kan ik niet geven en vooral: dat wil ik niet geven’. En dat lijkt juist. Want herkennen we die vier perspectieven niet allemaal bij onszelf? Het ene moment staan we vol bewondering te kijken naar een nieuw flatgebouw van hout, terwijl we even later in het bos kunnen genieten van de schitterende, oeroude bomenpracht. Het mooie is: Slob herkent datzelfde bij elk van haar gesprekspartners. De bomenknuffelaar ziet in dat houtbouw een doorbraak kan betekenen naar de ook door hem of haar zo verlangde circulaire economie. Daarmee is het een hoopvol boek geworden. Het is lastig niet te worden aangestoken door het enorme enthousiasme van de auteur. Is houtbouw de ideale remedie tegen dat doemdenken en ons steeds kleiner wordende leven? Ja, schrijft Slob vol overtuiging. Bouwen met hout vraagt immers juist niet om beteugeling en beheersing met het oog op de natuur. ‘Omarm houtbouw en je kunt juist weer groot denken: bewandel dit pad en mensen kunnen voluit ondernemen en exploreren, nieuwsgierig en inventief zijn, esthetische, ethische en bouwkundige talenten combineren – kortom, doen wat mensen uitzonderlijk maakt.’ Een verademing om te lezen. Door de bomen het huis. Bouwen met hout Marjan Slob | 144 Blz. | € 17,99


Meer mijnbouw in Europa We ontkomen er niet langer aan: om te voldoen aan de enorme vraag naar elektrische auto’s, moet Europa in de nabije toekomst weer nieu­ we mijnen openen. Deze korte documentaire beweert dat dit tegenwoordig redelijk milieu­ vriendelijk kan.

Rotterdam uitgetekend In een prachtig vormgegeven beeld­ roman leert de lezer meer over de geschiedenis van de stad Rotterdam. Tekst: Jim Heirbaut

Don’t judge a book by its cover, ook niet letterlijk. Het onlangs verschenen boek METRO 010 heeft een stevige kaft van ietwat overdreven fel, bijna fluorescerend, groen. Een ongewone kleurkeuze, maar daaronder huist een prachtig naslagwerk over de tweede stad van het land. Om de geschiedenis van de havenstad te vertellen kozen de makers voor een verrassende vorm: een graphic novel, het literaire broertje van het stripverhaal. Egon de Regt tekende heel mooi het verhaal dat de rode draad vormt van het boek. Hoofdpersonen Franny en Joey gaan op een date anno 2022, maar wanneer ze met de metro op huis aan gaan, komen ze in een tijdmachine terecht. Die brengt ze naar het allereerste begin van Rotterdam, dat in de dertiende eeuw een kleine nederzetting was, ontstaan na afdamming van het riviertje de Rotte. Franny en Joey reizen door de tijd en zijn zo getuige van een aantal sleutelmomenten in de historie van de stad. Het einde van de Middeleeuwen, de tijden van de walvisvaart, de aanleg van de Nieuwe Waterweg en natuurlijk het bombardement in 1940, dat grote delen van de stad wegvaagde. Ook de wederopbouw van de stad komt aan bod, net als de golf van vernieuwing in de laatste paar decennia. Het hoofdverhaal wordt afgewisseld met korte verhalen, tekeningen en gedichten. Het laatste hoofdstuk is ingeruimd voor een blik in de toekomst. De makers van METRO 010 laten vijf jonge Rotterdammers vertellen hoe zij denken dat de stad in 2050 zal zijn. METRO 010 is een heerlijk boek om doorheen te bladeren of om van begin tot eind te lezen. Over het veelkleurige en dynamische Rotterdam, economische motor van het land, valt veel te vertellen en dat doet het boek op een originele manier en met een prachtige vormgeving.

Tekst: Jim Heirbaut

‘Mensen willen Tesla’s, maar de mijnen die de benodigde meta­ len produceren, willen ze niet in hun achtertuin. Dat is extreem hypocriet.’ Daarmee is de toon gezet. Aan het woord is Peter Tom Jones in de korte documentaire Responsible Mining in Europe, een informatieve film van de mijnbouwindustrie. Jones is onderzoeker aan de KU Leuven. De film bereidt ons voor op het onvermijdelijke. Er zullen ook in Europa weer nieuwe mijnen moeten komen, iets dat volgens de makers van de documentaire in de laatste tien jaar niet meer is voorgekomen. Mijnen waren juist in ons deel van de wereld productielocaties die dichtgingen en weer werden geopend in armere landen, met vaak laksere milieuregels. Maar die praktijk is niet langer houdbaar. Wereldwijd zullen er tientallen extra mijnen open moeten gaan: zo’n zestig voor nikkel, vijftig voor lithium en zeventien voor kobalt, zo heeft het Internationaal Energieagent­ schap becijferd. En recycling dan? Uit afgedankte elektronische apparaten zijn toch ook een hoop kostbare materialen terug te winnen? Zeker, zeggen experts in de film, maar dat is bij lange na niet genoeg. Om aan de exploderende vraag naar vooral batterijen en accu’s te kun­ nen voldoen, zullen we weer meer mijnbouw moeten plegen. De makers van de documentaire willen ons geruststellen: mijn­ bouw kan ook op een relatief schone manier. Hoofdpersoon Jones gaat op bezoek bij een kopermijn in Zweden, waar de eigenaren stappen zetten op het gebied van duurzaamheid. De enorme trucks die met rotspuin rijden zijn deels elektrisch en er wordt gewerkt met minder schadelijke chemicaliën om de metalen uit het erts te winnen. Zelfs uit het enorme bassin met afvalwater, eigenlijk het grootste milieuprobleem van mijnbouw, proberen chemici nog nuttige stoffen te halen. Goede en noodzakelijke stappen, maar dit neemt niet weg dat het ontwikkelen van elke nieuwe mijn behoorlijk ontwrichtend is voor de omgeving. Het blijft een gat in de aarde van een paar honderd meter diep en een afvalbassin vol vervuilende stoffen. Dus niet zo gek dat veel mensen dat niet in hun achtertuin willen. Responsible Mining in Europe YouTube | circa 21 minuten

METRO 010 Ellen Schindler e.a. | 273 Blz. | € 29,95 beeld uit de film

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

57


MEDIA

Land van water Wie meer wil weten over de allesbepalende, stuwende kracht in ‘het verhaal van Nederland’, kan niet heen om de recent verschenen Historische wateratlas NL. Tekst: Pancras Dijk

58

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

Al sinds mensenheugenis proberen we het land naar onze hand te zetten. Zonder het technische vernuft van de Nederlandse ingenieurs zou de grote rivierdelta waar we nu leven immers nooit bewoonbaar zijn geweest, betogen auteurs Martin Berendse en Paul Brood in de inleiding van hun Historische wateratlas NL. De strijd tegen het water is een van de pijlers van onze nationale identiteit, maar tegen wie vechten we eigenlijk? Tegen de natuur of tegen onszelf? Om daarin beter inzicht te krijgen, doken Berendse en Brood de archieven in, zoals ze dat ook al deden voor drie eerdere uitgaven in deze schitterende atlassenserie van uitgeverij WBooks. Waar ‘water’ in de vorige delen, over respectievelijk het ontstaan van ons land, steden en streken nog een bijrol speelde, daar klotst het nu over de pagina’s. De auteurs hebben de juiste toon gevonden: informatief en lichtvoetig tegelijk, nergens wordt het saai of duf. Uit de karrenvracht aan informatie die ze in talloze archieven moeten hebben gevon-

den, pikken ze er steeds net dat ene veelzeggende detail uit dat iets vertelt over het hele verhaal. In vijf hoofdstukken waarin alles bij elkaar 75 onderwerpen, plekken of gebeurtenissen worden behandeld, leggen ze zo de complete puzzel van Nederland waterland. In een historische atlas is vanzelfsprekend de geschiedenis leidend, maar dat maakt het boek niet minder actueel. Onlangs sprak het kabinet het voornemen uit het water weer leidend te maken bij de inrichting van het land. Het lijkt mij raadzaam dat waterbeheerders alvorens tot al te vergaande ingrepen te besluiten, eerst dit boek goed bestuderen. Dat is bepaald geen straf. De prachtige oude kaarten en het andere door de auteurs opgediepte beeldmateriaal maken van het lezen van deze prachtatlas een belevenis van jewelste. Historische wateratlas NL. De drijvende kracht van Nederland Martin Berendse en Paul Brood | 224 Blz. | € 39,95

HOOGHEEMRAADSCHAP RIJNLAND , LEIDEN


Q&A

Elke maand zijn er talloze nieuwe boeken, tentoonstellingen en video’s. De Ingenieur pikt de interessantste eruit en stelt de maker vijf vragen.

In De uitvinding van patatfriet beschrijft filosoof en publicist Jaffe Vink vijftig uitvindingen die ons leven hebben veranderd: van naaimachine tot zonnebril, van container tot koffiefilter, van chocola tot stortbeton. Tekst: Pancras Dijk

1 2 3 4 5

Waarom heeft u dit boek geschreven? ‘Ik wilde een lofzang schrijven op de techniek. Een verhaal over de vooruitgang, over de mogelijkheden van wetenschap, technologie, industrie en innovatie. De ingenieurs komen veel te weinig aan het woord, terwijl ze juist meer aandacht en waardering verdienen. Misschien zijn ze te bescheiden. Techniek kan soms ook ingewikkeld zijn. Er is een vertaalslag nodig.’ Voor wie is dit boek bedoeld? ‘Voor mannen én vrouwen. Voor meisjes én jongens. Voor alle ingenieurs. Voor de geschiedenisleraren. En voor de jonge innovatoren van onze technologische cultuur, die de toekomst gaan maken. Het moest een attractief boek zijn, rijk geïllustreerd. Zo begint het boek met de Wereldtentoonstelling in Londen in 1851 en een kleurenlitho van de toegang van het Crystal Palace, een fenomenale kas van gietijzer en glas.’ Wat fascineert u in het onderwerp? ‘Achter elke uitvinding zit een verhaal. Neem bijvoorbeeld de rits: twee rijen tanden die in elkaar passen door een hol en bol uiteinde – die samen tot een rits worden geregen door een wonderbaarlijke ritstrekker. Op de Wereldtentoonstelling van 1893 in Chicago presenteerde Whitcomb Judson een eerste versie. Van de 27 miljoen bezoekers, kochten er twintig een exemplaar. De uitvinder stierf in 1909, zonder te vermoeden dan miljarden mensen nu een jas, rok, gulp, toilettas of rolkoffer dichtritsen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.’

FOTO : WBOOKS

Van exclusieve delicatesse tot winkellokkertje: de banaan is inmiddels ’s werelds meest gegeten fruit. Maar voor hoe lang nog? De productieproblemen zijn legio, maar misschien kan de ‘Nederbanaan’ haar tropische zus nog van de ondergang redden. Daarover vertellen Nederlandse (bananen)experts in dit boek. DE BANAAN | 160 BLZ. | € 12,50

Bouwwerkzaamheden veroorzaken vaak een hoop geluidsoverlast, zeker als er ook wordt geheid. In Nieuwegein heeft men de oplossing gevonden: een unieke online tool die het geluid van dreunende heipalen mengt met zelfgekozen muziek. HET NIEUWE LEEFRITME | HETNIEUWELEEFRITME.NL

In de podcastreeks Eyeopeners voert Nina van den Dungen wekelijks gesprekken over technologie en innovatie. Recente afleveringen gaan over onder meer 5G en hyperlooptechnologie. EYEOPENERS | BNR | GRATIS ALLE

Waarom zouden ingenieurs het boek moeten lezen? ‘Als voorbeeld van vrolijke verhalen over techniek, al bevat het ook tragiek, zoals het verhaal over de balpen. Uitvindingen zijn er in alle soorten en maten. Neem de uitvinding van de luchtband door de broers Michelin. Het gaat niet alleen om de uitvinding en de productie, maar ook om de verkoop: hoe breng je die luchtband aan de man? Michelin is briljant in de tamtam.’

PODCASTPLATFORMS

Wat heeft u geleerd tijdens het schrijven? ‘Veel over techniek, van het schuif- en draaimechanisme in de lippenstift tot het maken van stortbeton bij de aanleg van het Panamakanaal, van de werking van de melkrobot tot de snijkopzuiger. Maar het mooiste is de verwondering over iets dat er nu is, maar er eerst niet was. De mens is vindingrijk.’

Data en algoritmen bepalen in toenemende mate onze wereld. Daarmee hebben ze ook invloed op ons menszijn, betoogt de Amerikaanse hoogleraar Mark Shepard. THERE ARE NO FACTS | 296 BLZ. | € 28,49

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

59


Voorwaarts

Voorspellen is lastig, zeker als het om technologische vooruitgang gaat. Fanta Voogd verdiept zich maandelijks in de geschiedenis van de toekomst.

De ‘straatjongen’ die Nederland de chipmachine gaf

Arthur del Prado Ruim 65 jaar geleden raakte de jonge ondernemer Arthur del Prado in Amerika betrokken bij de ontluikende halfgeleiderindustrie. Terug in Nederland richtte hij ASM, ASML en Besi op. Hij werd de vader van een nieuwe miljardensector. ‘Het begint allemaal met zand’, luidt de openingszin van het vuistdikke boek Fortunes of High Tech. ‘Of, om precies te zijn, met het belangrijkste bestanddeel van zand: silicium’, aldus auteur Jorijn van Duijn. Fortunes of High Tech is het proefschrift waarmee de historicus in 2019 aan de Universiteit Maastricht zijn doctorstitel behaalde. De onbetwistbare hoofdpersoon in zijn studie is Arthur Hendrik del Prado (1931-2016). De man die Silicon Valley naar Nederland bracht, zoals NRC hem bij zijn overlijden typeerde. Geluksvinder In 1956 vertrok Del Prado naar de Verenigde Staten om daar zijn zakelijke geluk te beproeven, later volgde zijn vrouw Hanni Jonge Poerink. Na wat omzwervingen belandde het echtpaar in het stedelijk gebied aan de zuidwestkant van de San Francisco Bay, het latere Silicon Valley. Daar liep de 26-jarige ondernemer per toeval de Joegoslavische ingenieur Dean KnaSiliciumkristal pic tegen het lijf. Knapic was dé specialist in het een methode om monowerd snel het Czochralski-proces, kristallijn silicium te produceren door een standaardmateriaal entkristal omhoog te trekken vanuit gesmolten silicium. In datzelfde jaar zette Knapic zijn eigen bij de productie bedrijf op: Knapic Electro-Physics. Dit bedrijf van halfgeleiders nam als eerste onafhankelijke leverancier de productie van dat monokristallijn silicium ter hand en stond daarmee commercieel in de frontlinie van de aanstaande siliciumrevolutie. Het klikte tussen de jonge Nederlander en de tien jaar oudere Joegoslaaf. In een bewaard gebleven, ongedateerde brief die Del Prado waarschijnlijk in de lente van 1958 verzond aan zijn zwager, is hij voorzichtig optimistisch over de mogelijkheid vertegenwoordiger van Knapic in Europa te worden. Stellig is Del Prado over de laatste ‘semiconductor ontwikkelingen’. Halfgeleiders staan, laat hij zijn zwager in Nederland weten, op de drempel ‘de vacuum-tubes in vele velden te vervangen’. 60

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

Een terloopse, maar rake inschatting die terugblikkend kan worden beschouwd als aankondiging van Del Prado’s latere succes. Na zijn terugkeer in Nederland veroverde Del Prado voor Knapic binnen een paar jaar een leidende positie op de Europese markt. Siliciumkristal groeide snel uit tot het standaardmateriaal bij de fabricage van halfgeleiders. De vraag naar halfgeleiders werd in die jaren opgejaagd door de escalerende Koude Oorlog en de ruimtewedloop. Het onverwachtse faillissement van Knapic Electro-Physics in 1964 was voor Del Prado het startsein in Bilthoven zijn eigen bedrijf te beginnen: Advanced Semiconductor Materials (ASM). Als eenmans-handelskantoor breidde hij zijn klantenkring uit in Europa, Azië en de Verenigde Staten. Een jaar later nam hij zijn eerste werknemer in dienst. Met de jonge, inventieve ingenieur Martin van Beest stortte ASM zich vanaf 1971 zelf op de fabricage van machines voor chemical vapor deposition, waarmee een uiterst dun laagje silicium op een ondergrond kan worden gedampt. Imperium In zijn proefschrift buigt historicus Van Duijn zich over het hoe en waarom van Del Prado’s visionaire ondernemerschap. Zijn karakter moet in hoge mate zijn gevormd door een uitzonderlijke jeugd. Als kind van een Joodse moeder en een Surinaamse vader, die als kapitein voer tussen de Nederlands-Indische eilanden, werd Arthur geboren in Batavia. Na de capitulatie belandde de jongen in een Japans interneringskamp. Op twaalfjarige leeftijd raakte hij zo van zijn ouders gescheiden. Del Prado typeerde zichzelf later als een katjong (straatjongen) die zich onder de zwaarste omstandigheden staande moest zien te houden. Een jeugd die hem bovendien had geleerd soepel om te gaan met mensen uit alle windstreken. Na de oorlog voltooide hij een opleiding als chemicus aan de Technische Hogeschool in Enschede. Del Prado combineerde zakelijk instinct met


1958 ‘Alhoewel ik nog geenszins weet of ik in deze electron industry zal blijven voorlopig, het is wel zo dat deze semiconductor ontwikkelingen op de drempel staat [sic] de vacuum-tubes in vele velden te vervangen. Op zichzelf maakt dit deze industrie dus een veel belovende om in te werken.’ Arthur del Prado, de latere oprichter van ASM, in een wat slordig geformuleerde brief aan zijn zwager (voorjaar 1958).

belangstelling voor de nieuwste inzichten op het gebied van organisatieleer. De invloedrijke Oostenrijks-Amerikaanse managementgoeroe Peter Drucker bijvoorbeeld inspireerde Del Prado zijn imperium gestaag op te bouwen uit gedecentraliseerde divisies. ASM International in Bilthoven was de kleine, wendbare moedermaatschappij met dochters als ASM Japan, America, Pacific Technologies en Besi (BE Semiconductor Industries). De bekendste dochtermaatschappij is zonder twijfel ASM Lithography (ASML). Het bedrijf werd in 1984 opgericht als een joint-venture van ASM International en Koninklijke Philips. De fabriek in Veldhoven legde zich toe op de productie van wafersteppers, machines waarmee via fotolithografie uiterst fijne patronen kunnen worden aangebracht op de wafer, de siliciumschijf

waaruit uiteindelijk de afzonderlijke chips worden gesneden. Maar al in 1988 – ASM verkeerde in zwaar weer – werd ASML afgestoten. Het verzelfstandigde bedrijf groeide uit tot wereldmarktleider in chipmachines, met een omzet van 18,6 miljard euro in 2021. ASM kende moeilijke tijden in de vroege jaren negentig en de jaren nul, maar krabbelde overeind. Het bedrijf speelt een voortrekkersrol in de nieuwe technologie voor atoomlaagdepositie, een techniek om materiaallagen van één atoom dik aan te brengen. Dat is een belangrijke stap in de voortgaande miniaturisering op nanoschaal. In 2008 gaf Del Prado de scepter over aan zijn zoon Chuck, waarna het bedrijf verhuisde van Bilthoven naar Almere. Sinds 2020 wordt ASM geleid door de uit Singapore afkomstige Benjamin Loh. In 2021 boekte het bedrijf een recordomzet van 1,7 miljard euro. •

Het bureau WeLLDesign in Utrecht bedacht het ontwerp van de ASM A412 Smartbatchmachine voor ASM. foto : welldesign

JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

61


Startup

Elk jaar starten er in Nederland vele ambitieuze startups om met technologie de wereld beter te maken. De Ingenieur gaat bij ze op bezoek.

Naam: DBG Bio Energy Doel: energie winnen uit afval Startjaar: 2019 Aantal medewerkers: 17 Locatie: Amsterdam

Energie winnen uit papierslib Startup DBG Bio Energy wil biogas, groene meststoffen en vloeibare kooldioxide maken uit afval dat vrijkomt bij de productie van papier. Op dit moment wordt dat papierslib nog gestort of verbrand. Tekst: Marlies ter Voorde

De ontvangstruimte van DBG Bio Energy in Amsterdam-West kijkt uit op de haven. Op tafel staat een potje met grijzige vlokken bovenop een brochure over een fabriek in Delfzijl. Een betere samenvatting van wat

Met slib uit papierfabrieken in Nederland, Duitsland en België test DBG Bio Energy de technologie. foto : laura d ’ haese , dbg bio energy 62

DE INGENIEUR • JANUARI 2023

de startup van plan is, is eigenlijk niet denkbaar. De vlokken zijn gedroogd papierslib, het afvalproduct dat overblijft na het maken van papier. De fabriek in Delfzijl – hij moet nog worden gebouwd – gaat dit papierslib omzetten in bioLNG, groene meststoffen en vloeibaar CO2. ‘In een papierfabriek wordt pulp van houtsnippers of van gerecycled oud papier geperst en gedroogd’, zegt milieuwetenschapper Lara Labotic die als duurzaamheidsexpert bij de startup werkzaam is. De vezels in de pulp hechten daarbij in elkaar. Labotic: ‘Behalve als de vezels daar te kort voor zijn, dan komen ze in het afvalwater terecht.’ Dit vormt uiteindelijk de basis voor het afvalslib bestaande uit cellulosevezels, water en restchemicaliën, zoals bleekmiddelen en inkt. Slib is afval voor de papierfabrikant. Het spul is onbruikbaar en wordt meestal gestort of bij hoge temperaturen verbrand. Daarin wil DBG Bio Energy verandering brengen. Patenten ‘Wij gebruiken een gepatenteerde technologie om het slib zodanig voor te bewerken dat het geschikt wordt voor anaerobe omzetting naar biogas’, vertelt Laura D’Haese, communicatiemedewerker van het bedrijf. ‘Die heeft onze oprichter en directeur Berkay Güres, meegebracht van zijn vorige bedrijf Episome Biotechnologies.’ Deze technologie, EpiCellulyse XT genoemd, bestaat uit een speciale mengmethode en het toevoegen van enzymen en enkele andere stoffen aan het papierslib. De enzymen knippen de celluloseketens in korte stukken zodat bacteriën in een biogasinstallatie ze kunnen verteren.

Papierslib zoals het uit de papierfabriek komt (rechts, donkergrijs) en na de voorbewerking (links, lichtgrijs). foto : dbg bio energy

De stoffen die bij de vergisting vrijkomen zijn biogas (methaan), CO2 en vaste onverteerbare resten (digestaat). Het CO2 wordt vloeibaar gemaakt en kan worden gebruikt in frisdranken of broeikassen of als grondstof dienen voor synthetische brandstoffen. ‘En de overige reststoffen zijn een prima biologische mest’, zegt Labotic. Om aan de gemiddelde standaard voor kunstmest te voldoen, moeten eraan nog wel nutriënten zoals stikstof, fosfor en kalium worden toegevoegd, maar in veel lagere hoeveelheden dan er in gewone kunstmest gaan. Labotic: ‘De meststoffen die wij maken geven de stoffen geleidelijker af, waardoor er minder van nodig is.’ ‘Technisch gesproken had onze startup een vliegende start’, zegt hoofd business development Toon Strijbosch van DBG Bio Energy. ‘Maar daarmee ben je er natuurlijk nog niet.’ Zijn werk bestaat onder meer uit het vinden en regelen van strategisch gelegen locaties voor fabrieken en het aantrekken van investeerders. Strijbosch: ‘Als begin-


Volgende maand in De Ingenieur Fossielvrij eiland Op Pampus, ooit aangelegd om Amsterdam te beschermen tegen aanvallen vanuit de Zuiderzee, is het altijd schipperen geweest met de beperkte aanwezige middelen. Het eiland. dat de status van werelderfgoed heeft, wordt nu volledig zelfvoorzienend en duurzaam.

Veiligheid op het spoor Voor veel geld zijn NS en ProRail bezig met het invoeren van het European Rail Traffic Management System (ERTMS), een Europees systeem voor treinbeveiliging. Dat kan beter en efficiënter, zeggen onderzoekers van de TU Delft.

Stikstofkraker? foto : de ingenieur

Het stikstofprobleem blijft een van de grootste hoofdbrekens van dit moment. Een innovatieve installatie waarin boeren hun mest kunnen verwerken zou een forse reductie van de stikstofuitstoot kunnen bewerkstelligen. Ligt daar een oplossing?

Berkay Güres is oprichter van DBG Bio Energy. foto : esther maas

Model van de papierslibverwerker in Delfzijl. In de ronde tanks wordt biogas geproduceerd. illustratie : dbg bio energy , enscape realtime rendering

nend bedrijf beland je al snel in de situatie dat iedereen op elkaar zit te wachten. De ene partij wil bijvoorbeeld pas investeren als er daadwerkelijk een locatie is geregeld en de andere partij wil die locatie pas beschikbaar stellen als er startkapitaal ligt...’ Verpakkingen Aan de vooruitzichten zal het niet liggen, zegt D’Haese. ‘Mensen denken soms dat papier binnenkort verleden tijd is omdat veel meer zaken digitaal gebeuren. Maar dan vergeten ze dat er steeds meer dozen voor verpakkingen nodig zijn omdat we allerlei spullen thuis laten bezorgen en dat papier

vaak een uitstekende vervanging is voor wegwerpplastic dat we niet meer mogen gebruiken.’ Gemiddeld gebruikt een Europeaan 147 kilogram papier per jaar, waarvan 81 kilogram aan verpakkingsmateriaal. Dat gaat gepaard met in totaal 23 kilogram aan papierslib. In theorie is in heel Europa dus 14 megaton aan papierslib op te halen. Dat is goed voor een miljard kuub biogas, zegt de folder van DBG Bio Energy – genoeg om twee steden zo groot als Amsterdam te voorzien. Daarnaast levert het 1785 megaton vloeibare CO2 en negen megaton meststoffen op.

Wat daar in de praktijk van terechtkomt, zal de toekomst uitwijzen. De eerste inzet van DBG Bio Energy is om een fabriek te bouwen die in totaal 270.000 ton papierslib per jaar kan verwerken. Vorig jaar heeft het bedrijf een locatie van tien hectare van Groningen Seaports geleased, nabij chemiepark Delfzijl. Daar hopen de ondernemers eind dit jaar met de bouw te starten. ‘Ons grote voordeel is dat papierfabrieken graag van hun papierslib af willen, omdat afvoeren of verbranden behoorlijk wat geld kost’, zegt Strijbosch. ‘Het gaat met gesloten beurzen: wij halen het kosteloos bij ze op en krijgen het dan gratis mee.’ Daarmee is de grondstof, ondanks de vervoerskosten, zo goedkoop dat het zelfs loont als het papierslib over een afstand van duizend kilometer moet worden verscheept. Als het aan DBG Bio Energy ligt, zal het dan ook zeker niet bij één fabriek blijven. • JANUARI 2023 • DE INGENIEUR

63


Vragenvuur

Zeven lastige vragen aan programmamaker en presentator Klaas van Kruistum. Afgelopen maanden presenteerde hij met astronaut André Kuipers het tv-programma Space Challenge – Expeditie Mars.

Tekst: Marlies ter Voorde

64

Wat is het laatste dat u zelf heeft gerepareerd?

‘Het sifonnetje van de wasbak. We zitten tijdelijk in een huurhuis uit de jaren vijftig, waaraan sinds die tijd weinig meer is gebeurd. De wasbak liep niet door en toen ik dat probeerde te verhelpen, brak er iets af. Toen ben ik een nieuwe sifon gaan halen bij de bouwmarkt en heb die erin gezet.’

Voor welk probleem zouden ze eindelijk eens iets slims moeten verzinnen?

‘Files. De zinloosheid! Je rijdt, je staat stil, je rijdt weer... Zelfrijdende auto’s zouden een oplossing zijn, maar die techniek is nog lang niet goed genoeg om op grote schaal uit te rollen. Ik denk eerder aan een soort verklikkerkastjes die alles meten en de ideale snelheid bepalen, zodat er iets uitkomt wat vergelijkbaar is met een groene golf bij stoplichten.’

Waarvan denkt u: ik wou dat ik dat had uitgevonden!

‘Een post-it of een paperclip. De genialiteit van de eenvoud! Het is toch insane hoeveel miljoenen mensen daarvan al gebruik hebben gemaakt? Het idee dat iemand bedenkt: ik heb hier een blaadje, daar maak ik een plakstripje op, maar dan zo dat het niet irritant is. Of: ik heb hier een stukje metaal, dat vouw ik zo dat je er papiertjes tussen kunt steken. Ik vind het briljant.’

Welke technologische ontwikkeling baart u zorgen?

‘Sinds kort is er ChatGPT. Dat is kunstmatige intelligentie op het web die je kunt gebruiken om scripts te maken en teksten te redigeren in een daarbij zelfgekozen stijl. Het is fantastisch, maar ook eng. We zitten aan de vooravond van een revolutie van de categorie internet of smartphones, en we hebben geen idee waar het eindigt. Alle wijsheid van de wereld zit straks in algoritmen. Wat als we die om een oplossing vragen voor de wereldproblematiek en wij mensen blijken het probleem te zijn?’

Bent u bang dat robots uw baan overnemen?

‘Dát ze banen overnemen is zeker. We gaan een verschuiving zien, net als toen er machines in de fabrieken kwamen. Zelf heb ik een creatief beroep, dat helpt. En ik houd ik er niet van om met angst de wereld in te kijken. Als we geen werk meer hebben, gaan we toch gewoon wat anders doen?’

Binnenkort beginnen de opnamen van het negende seizoen van Klaas Kan Alles. Kunt u ook wel eens iets niet?

‘Soms zou ik wel iets béter willen kunnen. In Engeland mocht ik een jetsuit proberen. Dat is een pak met jetmotoren op je rug en armen waarmee je jezelf omhoog kunt sturen. Dat was heel moeilijk en ik kreeg maar vier keer tien minuten om het te leren want de benzine is heel snel op. Dat was niet zo relaxed.’

Dilemma, u moet kiezen: naar Mars of naar Expeditie Robinson?

‘Naar Mars! Enkele reis, zeg je? Dan toch Expeditie Robinson. Ik zie het allebei als strafexpeditie. Het lijkt me niks, zonder eten op zo’n eiland. En nee, ik ga niet vertellen of ik er wel eens voor ben gevraagd.’

DE INGENIEUR • JANUARI 2023


De Ingenieur Storytelling In de huidige, oververhitte arbeidsmarkt wordt technisch talent overspoeld met opties. Hoe val je als werkgever op tussen al het aanbod aan banen? Storytelling kan je helpen om een aantrekkelijk en krachtig werkgeversmerk te bouwen. Jouw employer brand wordt verteld op jouw eigen pagina binnen De Ingenieur. Deze wordt gelinkt met het gehele platform van De Ingenieur, waar alle vacatures, artikelen en advertorials over jouw bedrijf samenkomen.

Bereik Engineering Works Magazine De Ingenieur: oplage 17.500 print en 4000 digitaal. Bezoekers deingenieur.nl: 84.0000 unieke bezoekers en 150.000 pageviews per maand Ontvangers wekelijkse nieuwsbrief De Ingenieur: 17.500 Bezoekers kivi.nl: 13.000 unieke bezoekers en 96.000 pageviews per maand Ontvangers tweewekelijkse KIVI-nieuwsbrief: 24.500

Nieuwsgierig? Benieuwd hoe andere bedrijven dat hebben gedaan? Neem hier dan vast hier een kijkje: deingenieur.nl/engineering-works


Dag van de Ingenieur Woensdag 15 maart 2023

De Prins Friso Ingenieursprijs Met de uitreiking van de Prins Friso Ingenieursprijs aan de Ingenieur van het Jaar wil het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI) excellente ingenieurs en hun werk voor het voetlicht brengen. Kijk voor meer informatie op: kivi.nl/dagvandeingenieur. De winnaar wordt op de Dag van de Ingenieur op 15 maart 2023 bekendgemaakt.

TECHNIEK MAAKT JE TOEKOMST

DE INGENIEUR


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.