Page 1

Brabant C

FANZINE ISSUE 03 ------ 2020


INHOUD VEERKRACHT IN TIJDEN VAN C 04 TOEKENNINGEN

06

WIL VAN PINXTEREN

08

MAG DIT WEL GEZIEN WORDEN? 10 DUTCH INVERTUALS

16

Dutch Design Week

18

PLAYGROUNDS 22

Een provincie bomvol creatieve gangmakers. Voorlopers in internationale topcultuur. Uniek in Nederland en herkenbaar in de wereld.

PI LAB

26

(IM)POSSIBLE BODIES

29

ZODIAC DE MUSICAL

32

NOVEMBER MUSIC

34

Dick verdult

36

Afzender boulevard

42

013 poppodium

26

Lucas van Gassel

50

GLOW 53

© Impossible Bodies

DIT IS BRABANT 3


VEERKRACHT IN TIJDEN VAN C. 2020 is een jaar waarin onze realiteit ineens volledig veranderde. In maart kwam alles abrupt tot stilstand. Normaal gesproken hadden we daar misschien best van kunnen genieten, maar opgelegd en met grote onzekerheid voelde het bijna als een surrealistische boze droom.

In het kader van never waste a good crisis zijn veel nieuwe kansen, soms met zelfs een nieuw verdienmodel, ontstaan. Zoals Dutch Invertuals Academy. De online edities van Playgrounds bleken een groot succes, en misschien wel passender voor hun internationale doelgroep dan de fysieke editie. Eén ding is zeker: de experimenten en de lessons learned zullen blijvend het culturele landschap veranderen en verrijken. Natuurlijk, er zijn ook uitdagingen waar we nog geen antwoorden op hebben. Hoe laat je publiek betalen voor een online evenement? Hoe kan je een kostendekkende voorstelling maken en tonen voor maar 30 bezoekers? Blijven bedrijven en maatschappelijke partners de projecten financieel steunen in deze onzekere tijd? Uiteindelijk zullen nieuwe vormen van samenwerking, partnerschap en hopelijk ook verdienkansen gaan ontstaan. Waar mogelijk denken wij hierover met onze partners mee. Brabant C kon natuurlijk in het afgelopen jaar niet met lede ogen toekijken. Om nieuwe projecten en experimenten mogelijk te maken, konden initiatiefnemers versneld financiering aanvragen voor zogenaamde corona-projecten. Activiteiten die op verrassende wijze inspeelden op de RIVM-maatregelen en die als voorbeeld dienden voor anderen. Zoals lichtkunstfestival GLOW, dat de gehele hemel boven Eindhoven in een troostrijk diepblauw licht kleurde - zonder dat het publiek hiervoor massaal bijeen hoefde te komen, want overal in de stad was het spektakel zichtbaar. Dit fanzine is geheel gewijd aan de culturele activiteiten van onze partners die getuigen van een overweldigende veerkracht, waardoor alle Brabanders - en iedereen van ver daarbuiten - van kunst konden blijven genieten. Een eerbetoon aan al die prachtige initiatieven die het Brabantse cultuursysteem overeind hielden, ook in nieuwe en onzekere tijden. Een gevoel van trots, ontroering en bewondering kwam bij ons naar boven bij het lezen van deze mooie verhalen. Wij wensen iedereen met dit fanzine veel leesplezier en inspiratie. En speciaal voor onze partners, alle makers, instellingen, zakelijk en artistiek leiders: houd moed, blijf veerkrachtig en ga door!

Het raakte ons diep in het hart om te zien hoe het werk van onze projectpartners, die met zoveel liefde en aandacht bouwen aan een beter en mooier Brabant, in scherven viel. Maar ondanks dat de lockdown en andere maatregelen enorme invloed hadden op de sector, ontstonden er tal van creatieve initiatieven om kunst en cultuur toch bij het publiek te brengen. Musea, festivals en podia openden binnen no-time hun digitale deuren en in de fysieke ruimte werd er op inventieve wijze ingespeeld op de beperkingen, zodat het publiek veilig van kunst kon blijven genieten. Roadburn, één van de eerste festivals die werd gecanceld, ging mede dankzij zo’n 2000 rouwende fans wereldwijd viraal middels de ludieke Facebookgroep ‘A group where everyone is pretending to be at Roadburn 2020’. STRP Festival 2020, dat begin april van start zou gaan, is heel snel aangepast naar een doorlopend online festival. Met onder andere een prachtige serie STRP Scenario’s met relevante thema’s die je van STRP mag verwachten. Manifestations hield tijdens DDW 2020 monsterlijke online secondlife parties. In de futuristische tentoonstelling (IM)POSSIBLE BODIES, konden bezoekers in virtuele tunnels kunstwerken ontdekken en digitaal socializen. En Theaterfestival Boulevard bedacht een alternatieve editie, Afzender Boulevard, waarin ‘de vergeten kunst van de nabijheid’ centraal stond. Het afgelopen jaar bleek voor velen een katalysator voor ontwikkeling en creativiteit.

Linda Dekkers

Scout-adviseur projectaanvragen Brabant C

Mirjam Hament

Adviseur Business Development Brabant C

Fantastisch om te zien dat makers niet bij de pakken neer zijn gaan zitten, maar vol moed en experimenteerdrift doorgingen. Ook in deze complexe tijden toonden zij hun onmisbare kwaliteiten; verwonderen, verbinden en vernieuwen. De Brabantse kunsten cultuursector liet een enorme dosis veerkracht zien, er was nieuwe energie, instellingen werkten samen en zochten connecties met nieuw publiek, bedrijven en maatschappelijke partners. © Willeke Machiels

4

5


A Afslag Eindhoven: Groot Wild Ambiance Tracks/Strijbos & van Rijswijk: Muzikalisering van de Ruimtelijke Beleving Art & Technology: Manifestations

B Baltan: Economia Basecamp Games: Culture Escape Beeldenstorm: The Secret Life Of Materials Bosch Parade: diverse edities BredaPhoto: BredaPhoto Pictures The Future, BredaPhoto International Brand

C Cappella Pratensis: Missa Unitatis CMM/Erwin Steijlen: Totally Tuned

D De Conceptenbouwers: Gesamtwerk De Mengfabriek De Productie/Dick Verdult: Als Uw Gat Maar Lacht De Pont/Anish Kapoor: Sky Mirror De Stilte: 3e, 4e en 5e Internationaal Stiltefestival (later genaamd BRIK), Muziek en Dans De Wintertuin: Platform Ouderen en Verhalen Design Museum Den Bosch: Design van het Derde Rijk DIT Festival Doc.Eye Film/Joost Verheij: Allen Tegen Allen Doloris Doxy/Ramon Gieling: Poor Boy Dutch Design Foundation: Internationalisering Dutch Design Week, Designing for the 1.5 meter DDW Dutch Invertuals: Dutch invertuals x WantedDesign NYC, True Matter Exhibition

6

© Ronald Smits

TOE KEN NING EN

E

L

S

Eindhoven Maker Faire: diverse edities EKWC Emoves

LEF: Tanzen Auf Dem Malerwanderweg LeineRoebana: Light

Scarabee Films / Hetty Naaijkens-Retel Helmrich: Klanken van Oorsprong Sigma Pictures/André van Duren: De Helleveeg So What’s Next diverse edities Social Label STRP: ACT Award & Conference for the Curious Studio Nova/Rudi Brekelmans: Sex Sells Studio Ruba/Dwight Fagbimila: FEMI (voorheen Ibinu) Symphonic Cinema: diverse producties

F Fabriek Magnifique Falcon Grove Productions/David Grover: Blindfold Vision Festival Circolo Festival Incubate Festival Mundial Fundament: Luster, Lustwarande Futurebites: diverse edities Night Of The Nerds

G Global Storytellers & Cup of Stories Glow: Festival Glow, Connecting The Dots Graphic Design Festival: Graphic Matter 2019

H Het Kader/Frank van Osch: The Mother Of Beauty

M Matzer In Bedrijf Museum Helmond: Yinka Shonibare, Lucas Gassel van Helmond

N New Dutch Wave: Counterwave, NDW x SXSW2019 New Order Of Fashion: Modebelofte Niet Normaal INT; Robot Love, (IM)POSSIBLE BODIES Nieuwe Helden/Lucas de Man: Wolk, Growing Pavilion Noordbrabants Museum: Van Goghs Intimi November Music diverse edities

O Organisation In design: Ventura New York – the Dutch edition

T The Ruggeds: Between Us Theater Artemis: Hoe De Grote Mensen Weggingen En Wat Er Daarna Gebeurde, Internationaliseringsproject Theaterfestival Boulevard: diverse edities Theaters Tilburg: Nederlandse Musical Dagen

U United Cowboys: Concept For New Development

P

V Van Gogh Heritage Centres Van Gogh Huis Zundert: Wrijving van Gedachten VPRO Medialab

Jazz In Duketown Jameszoo

Panama Pictures Parktheater Eindhoven: Best Of The Fest Dance Paul van Kemenade Playgrounds: Playgrounds Platform Borderless Podium Circulair: In Our Nature Popcentrum 013: WOO HAH!, Roadburn PopMonument Prins Claus Fonds voor Cultuur en Ontwikkeling: First Aid to Cultural Heritage in Times of Crisis

K

R

I IJswater Films/Mike Weerts & Frank Lammers: Of Ik Gek Ben

J

Kovacs Kunst in de Heilige Driehoek KunstLab: Pi Lab Kunststichting Sint-Oedenrode: Het Duizendjarig Woud

ROC Summa College: Summa Festival, Crafted

W Willem Twee Muziek en Beeldende Kunst: Willem Twee Studio’s

Z Zodiac de Musical

2015 - 2020 7


EEN STEUN IN DE RUG DOOR WIL VAN PINXTEREN

TOPCULTUUR IN OPTIMA FORMA, DIE VEERKRACHT TOONT IN EEN PERIODE WAARIN DAT MEER DAN OOIT NODIG IS. Dat zagen we bijvoorbeeld bij het Bossche Theaterfestival Boulevard, waar een kortdurend festival op een beperkte ruimte werd omgezet in een Bossche Zomer met overal voorstellingen, de hele zomer lang door de hele stad heen. Op gepaste afstand, en in

im Roefs ©W

overeenstemming met de coronarichtlijnen. Zodat gezelschappen hun voorstellingen konden brengen, de horeca omzet kon draaien en bezoekers uit Brabant - en bezoekers die hiervoor speciaal naar Brabant kwamen konden genieten van cultuur. Anders, maar niet minder mooi. En ongelooflijk creatief en ondernemend. Topcultuur in optima forma, die veerkracht toont in een periode waarin dat meer dan ooit nodig is.

“Als we ooit hebben gezien hoeveel toegevoegde waarde cultuur heeft, is het wel in deze coronacrisis.” ― Wil van Pinxteren Brabant C is ooit opgericht om juist de ondernemendheid van de culturele sector te versterken, om de veerkracht te vergroten. In deze tijden komt het er dus op aan daar alert op te zijn, samen de mogelijkheden te zoeken en creatieve manieren te vinden om toch cultuur te versterken. Dat doen we samen. Als provincie investeren we daarom ook de komende jaren fors in cultuur, als onderdeel van het nieuw te vormen integraal beleidskader Cultuur, Vrije Tijd en Sport. Daarbinnen streven we naar synergie. We investeren in topcultuur, met de net toegekende subsidies in de provinciale culturele basisinfrastructuur (BIS), maar evenzeer in amateurkunsten. Het uitgangspunt is dat iedereen mee moet kunnen doen en mee moet kunnen beleven. En met zoiets als de coronasteun die we samen met de vijf grote Brabantse steden hebben ingezet, maar bijvoorbeeld ook met onze impulsgeldenregeling hopen we de veerkracht te kunnen versterken. Als we ooit hebben gezien hoeveel toegevoegde waarde cultuur heeft, is het wel in deze coronacrisis. Ik ben blij dat we dit met de Brabantse overheden gezamenlijk oppakken.

Het cultuurfonds Brabant C is een van de organisaties die daaraan meewerkt. Het fonds, mogelijk gemaakt door de provincie in 2014, is een vernieuwend cultuurfonds dat zich met een focus op het realiseren van cultuur van tenminste nationaal niveau in Brabant, tevens inzet voor het vernieuwen van financiering van kunst en cultuur. In de huidige tijd is hun opdracht belangrijker dan ooit want er wordt een groot beroep gedaan op de veerkracht van de culturele sector. We leven in een bijzondere tijd. Al sinds eind februari wordt onze samenleving gedomineerd door de coronacrisis en de gevolgen daarvan. Die zijn hard, heel hard, en de cultuursector wordt in het hart geraakt. Evenementen worden afgelast, theaters en andere podia moesten maandenlang de deuren gesloten houden. En dat is nu weer het geval.

© Joeri Sannen

De gevolgen van de coronacrisis zijn op dit moment nog niet volledig te overzien. We weten nog niet wat er nodig is om hiervan te bekomen en welke bijdrage de provincie daarbij het beste kan leveren. Het moet ook nog duidelijk worden welke stappen het Rijk en andere overheden hiervoor allemaal nemen, en waar we elkaar bij kunnen helpen.

8

re te inx Wil van P

Deze crisis te lijf gaan is de komende periode het belangrijkste wat we doen, en het vraagt veel van onze aandacht. Samen met alle Brabanders durven we die uitdaging aan. Maar we realiseren ons ook, dat we met ― Wil van Pinxteren al onze inspanningen maar een klein deel van de door corona aangerichte schade kunnen ondervangen. En we realiseren ons, dat het einde waarschijnlijk nog niet in zicht is. Als ik deze column schrijf, is net bekend geworden dat de beperkte lockdown verder is aangescherpt en nog tot in december gaat duren. Dat betekent dat er flinke klappen gaan vallen. Om de schade te beperken is niet alleen de overheid aan zet, maar ook de sector zelf. In een branche waarin creativiteit het hoogste goed is, is juist die creativiteit meer dan ooit nodig. En natuurlijk realiseer ik me dat je niet alles op kunt lossen met creativiteit, en dat de situatie niet te lang meer moet duren, maar toch… mét creativiteit kom je verder dan zonder.

n

CULTUUR INSPIREERT, PRIKKELT, ZORGT DAT JE ANDERS NAAR ZAKEN GAAT KIJKEN. EN DAAR HEB JE OP ALLE GEBIEDEN IN HET LEVEN PLEZIER VAN. HET IS BELANGRIJK DAAR AL VAN JONGS AF AAN MEE IN CONTACT TE KOMEN. EN DAAROM MOET JE JE HELE LEVEN LANG MENSEN OM JE HEEN HEBBEN DIE DAT HERKENNEN, STIMULEREN, MEE VORM GEVEN. IEDEREEN MOET KUNNEN ONTDEKKEN WAAR HIJ OF ZIJ GOED IN IS, EN DAT TALENT KUNNEN ONTWIKKELEN.

“Samen met alle Brabanders durven we de uitdaging aan.”

Wil van Pinxteren ― Gedeputeerde provincie Noord-Brabant voor Vrije Tijd, Cultuur en Sport, Bestuur en Veiligheid December 2020

9


IN gesprek Erik kessels en timo de rijk

MAG DIT WEL GEZIEN WORDEN?

Najaar en winter 2019/2020: het Design Museum in Den Bosch, onder leiding van directeur Timo de Rijk, presenteert de eerste grote overzichtstentoonstelling Design van het Derde Rijk. Een expositie over hoe vormgeving een van de hoofdrollen speelt in de verspreiding en ontwikkeling van de kwaadaardige nazi-ideologie in en rond de Tweede Wereldoorlog.

© Erik Kessels

Najaar 2020: BredaPhoto toont op de vloer van een skatehal het werk Destroy my face van kunstenaar Erik Kessels. 60 fictieve portretten, via een algoritme ontstaan uit portretten van mannen en vrouwen die op het internet te vinden zijn en allemaal een vorm van plastische chirurgie ondergaan hebben. Het kunstwerk werd na vijf dagen verwijderd.

WAT BEIDE GEMEEN HEBBEN? WERELDWIJDE OPHEF. Wat was jullie drijfveer? Erik: “Kunst, en in dit geval een festival, moet iets losmaken - in wat voor opzicht dan ook. Vandaag de dag is jezelf verbeteren door plastische chirurgie volkomen normaal. Je kunt er alleen ook in doorschieten en de vraag is of dat niet al gebeurt. Het verschil tussen hoe mensen zichzelf laten zien en hoe ze echt zijn wordt steeds groter. Insta-perfect kan de norm worden in plaats van de uitzondering, we kunnen ons beeld binnen enkele seconden manipuleren. Mijn bedoeling was om met de installatie het natuurlijk verval te laten

10

ontstaan. De skaters zouden de beelden langzaam ‘verouderen’ door er keer op keer overheen te glijden. Stof tot nadenken en - hoopte ik - voor een dialoog over zelfacceptatie.” Timo: “Juist. Dat is wat mij betreft een van de rollen van kunst. Wat wij met de tentoonstelling wilden bereiken is ten eerste een lacune in de geschiedenis ongedaan maken. Als je kijkt naar de designhistorie van de twintigste eeuw, dan is alles keurig vertegenwoordigd: van art deco en Bauhaus tot Scandinavisch design en

postmodernisme. Maar rondom de jaren ’33 tot ’45 is het oorverdovend stil. Terwijl het enorm impactvolle jaren waren. Ze laten de donkere kant van design zien. Het was onze bedoeling om in beeld te brengen hoe dit weloverwogen een sleutelrol speelde in de beïnvloeding van massa’s mensen. Dat kwade denken, dat een fysieke vorm kreeg via design, dát wilden we laten zien.”

Dat maakte nogal wat los. Vertel eens? Timo: “Ik moet je zeggen, toen ik zag wat er bij jou [bij Kessels, red.] gebeurde was ik echt met stomheid geslagen. Op Facebook zag ik de petitie voorbijkomen van de actiegroep We are not a playground om verwijdering van jouw werk te eisen. En als ik dan zag wie zich daarmee solidair verklaarden…” Erik: “Het kwam voor mij ook totaal onverwacht. In de maandenlange voorbereiding was dít een scenario dat we beslist niet bedacht hadden. Mijn werk zou gewelddadig zijn en van het skatepark een onveilige plek maken, clichés versterken en keuzes van mensen over hun lichaam degraderen.” Timo: “En het werd daarna ook daadwerkelijk verwijderd. Ongelofelijk.”

worden, al kun je dat misschien niet volledig afdekken. Door die partijen er vanaf het allereerste stadium bij te betrekken, hebben we begrip gekweekt en konden we ervoor zorgen dat we niemand voor het hoofd zouden stoten. Maar ja, dat neemt niet weg dat zodra de media hoorde over de tentoonstelling, dit natuurlijk een enorme inkopper was, soms ook niet bepaald gehinderd door enige nuance. En dan pakken mensen het soms alsnog verkeerd op. Ik heb toen wel geleerd dat je op je woorden moet letten en niet alles kunt zeggen. Sommigen gingen er echt met gestrekt been in. Hakenkruizen mogen niet gevierd worden, zo werd verkondigd. Dat is overigens ook ónze mening.”

“Het lijkt wel of we in een cancelcultuur zijn beland.”

Begrijpen jullie de ophef rondom elkaars en jullie eigen expositie?

― Erik Kessels

Timo: “Zoals ik al zei: ons thema ligt natuurlijk nog altijd gevoelig. Als je er op zo’n schaal en op deze manier aandacht aan besteedt, dan kun je bijna wachten op media-aandacht en - in eerste instantie - bezorgdheid en zelfs onbegrip. Daarom hebben we dat ook zo zorgvuldig voorbereid; we hadden de meeste antwoorden klaarliggen.” Erik: “Met Destroy my face doelde ik beslist niet op het aanmoedigen van geweld tegen vrouwen. Stel je voor. Ik heb er ook niemand mee willen beledigen. © Erik Kessels

Erik: “Tja, het lijkt wel of we in een cancelcultuur zijn beland. Wat ik vooral bijzonder vond, was dat de [anonieme, red.] actiegroep het gesprek met mij en BredaPhoto niet wilde aangaan. En doordat ze met hun actie in korte tijd wereldwijd de aandacht trokken, wilden ook sponsoren van de skatehal hier hun vingers niet aan branden. De skatehal kwam zo met de rug tegen de muur en kon niet anders meer dan de foto’s laten afkrabben. Maar goed, jullie tentoonstelling kreeg ook een lawine van kritiek over zich heen. Hoe zijn jullie daarmee omgegaan?” Timo: “We hadden van tevoren al ingeschat dat het een ontzettend gevoelig onderwerp zou zijn, ondanks dat de insteek niet de verheerlijking van het Derde Rijk was. Dus daarop hebben we vanaf het begin geanticipeerd. We zijn in gesprek gegaan met iedereen die erdoor geraakt zou kunnen

11


Dat is helemaal niet eens in me opgekomen. Ik sta nog steeds achter mijn werk, voor mij blijft overeind dat het de functie van kunst is om in de samenleving te stimuleren dat we met elkaar in gesprek gaan. En daar blijf ik in geloven.” Timo: “Erik, zou dit ook gebeurd zijn als het werk in een museum stond? Een museum is immers toch een vrijplaats.” Erik: “Nee, beslist niet.” Timo: “Precies. Want dan is de volgende stap, boekverbranding? Of moet je nog meer op je woorden letten, als je net als jij niet in eerste instantie als kunstenaar te boek staat?” Erik: “Weet je, de kunstwereld op zich is ook een stereotype en een cliché. Ik ben autonoom, bouw zaken zelf op. Ik ben nog nooit door een galerie gebeld, maar heb wel in het MOMA, Victoria & Albert Museum en op honderden andere plekken geëxposeerd. Ik vind dat een kunstenaar áltijd de luxe heeft om in vrijheid zijn werk te laten zien. En zo hoort het ook.” Timo: “Klopt. Kijk bijvoorbeeld naar design. Dat ligt letterlijk gewoon op straat, je vindt het overal.”

Erik: “Wat ik jammer vind is dat het nooit inhoudelijk over mijn werk is gegaan. Er is nooit een gesprek geweest.” Timo: “Uiteindelijk is er voorbijgegaan aan de bedoeling van de kunstenaar en is alles gebaseerd op de eigen interpretatie. Zelfprojectie dus.” Erik: “Er ontstond een volledige polarisatie. Dat was absoluut het laatste wat ik verwacht en bedoeld had met mijn werk. Ik werd zelfs subtiel gevraagd me tijdelijk terug te trekken uit een Engelse vakjury waar ik al jaren deel van uitmaak.”

Timo: “Ja, toch wel. Dat komt vooral ook doordat we met alle betrokkenen gezamenlijk optrokken.” © Erik Kessels

Erik: “Nee, ik niet.” Timo: “Dat kan ik me voorstellen, maar tegelijkertijd schrik ik ervan. Niemand die de strijd voor je aanging?” Erik: “Nee, eigenlijk niet. BredaPhoto heeft weliswaar aangegeven achter mij te staan maar ook dat ze verder weinig kunnen doen. Dat heeft natuurlijk alles te maken met die publieke ruimte, er is begrip voor de skatehal want die had het voortbestaan op het spel staan. Ook is er nog een tegenpetitie opgestart. Allemaal erg sympathiek maar vooral symbolisch, het verandert niets aan het feit dat het werk verwijderd moest worden. Wat me wel veel goed deed was bijvoorbeeld een column van Micha Wertheim, die met een goeie dosis ironie het bizarre van het voorval blootlegde.”

Erik: “Wat ik al zei, kunst heeft volgens mij een functie. Een cabaretier bijvoorbeeld neemt in zijn voorstelling mensen de maat. Als je dat gaat verbieden, kom je in heel troebel water.” © Ben Nienhuis

b a t s i t dá , t r o f om c l e e v “Te

Voelden jullie je gesteund?

Zijn het dan daadwerkelijk taboes? En moet je die met rust laten? Zijn er eigenlijk überhaupt taboes waar je beter van af kunt blijven?

12

” . n e r u sch t e o m t s n u K . oe

els k Kess i r E ―

Timo: “In een museum krijg je net als in de publieke ruimte altijd te maken met verwachtingen. Maar het is wel een verwachting van vrijheid. Nu zijn er legio musea die bij beelden waar wat bloot te zien is, bij de ingang een bordje hangen met: ‘Waarschuwing: de beelden die u te zien krijgt kunnen als schokkend worden ervaren.’ Dat wil ik niet accepteren!” Erik: “Dat heeft veel te maken met de steeds grotere rol van sociale media. Het zijn de emperors van deze tijd.” Timo: “Wij denken aan een overzichtstentoonstelling over Engel Verkerke, de Nederlandse postergigant die werkte van eind jaren ’50 tot eind jaren ’80. Zijn oeuvre bestond uit kunstreproducties, dieren en popartiesten, maar ook pin-ups en naakte vrouwen. Dat moeten we toch goed bespreken en voorzichtig benaderen. Zo’n expositie als For your eyes only van Wim de Jong in de Kunsthal werd bijvoorbeeld eerder al voor subsidie afgewezen. Om maar de gevoeligheid van thema’s aan te geven. In de loop van de tijd worden we gevoeliger in plaats van meer open-minded.” Erik: “Je moet als kunstenaar en als museum je nek durven uitsteken.”

Timo: “Precies. Je moet iets geven om over na te denken. Het moet geen feest van herkenning zijn. Gerrit Komrij [Nederlands dichter, 19442012, red.] stelde dat kunst altijd iets moet bijbrengen. Bij de tentoonstelling Verboden boeken zei hij dat literatuur niet alleen ‘De negerhut van oom Tom’ is, maar ook het werk van Markies de Sade. Weet je, te veel comfort, dát is taboe. Kunst moet schuren.” Erik knikt instemmend.

Jullie spraakmakende exposities waren in Brabant. Kan er méér in Brabant? Erik: “Nou, er kan inderdaad wel heel veel in Brabant. Het klimaat is erg oké. Ik heb in Limburg gewoond en woon nu in Amsterdam, maar ik kan je zeggen: er gebeurt meer in Brabant dan daar. Je vóélt er de energie. Ik vind het goed te vergelijken met NoordrijnWestfalen. Daar gebeurt veel in de steden. In Brabant tref je ook types aan als Jan van Toorn, oud-postsorteerder met een ongelofelijke collectie grammofoonplaten met experimentele muziek en geluid gemaakt door kunstenaars. Die kennen ze over de hele wereld.”

“Ik kan je zeggen: er gebeurt meer in Brabant dan in Amsterdam.” ― Erik Kessels

13


Erik: “Precies, en dat is jammer. Want het niveau in Nederland is erg hoog. Maar

Tot slot: met welk taboe zouden jullie nog weleens aan de slag willen gaan? Timo: “Ondanks de gevoeligheid denk ik toch aan die overzichtstentoonstelling van Engel Verkerke. Dat is toch de moeite waard om gezien te worden?” Erik: “Ik heb het gevoel dat ik vaak met niets anders bezig ben. Een mooi voorbeeld is wel het luxe fotoboek met een unieke collectie zeldzame foto’s van Duitse soldaten tijdens WWII die hun behoefte doen: Shit. Een expositie compleet met geurbeleving zou een prachtige toevoeging zijn.”

ERIK KESSELS s Ke Erik

se ls ―

Timo de Rijk ―

sh Nene

h

TIMO DE RIJK M

©

14

© No

Erik Kessels (1966) is kunstenaar, fotograaf en creatief directeur van het Amsterdamse communicatiebureau KesselsKramer. Hij verzamelt fotografie, publiceerde verschillende fotoboeken en maakte tentoonstellingen die te zien waren in gerenommeerde musea als het SFMOMA in San Francisco en het Victoria & Albert in Londen. Ook geeft hij regelmatig lezingen en workshops in binnenen buitenland en schrijft hij columns en bijdragen voor verschillende publicaties.

ar

l jo v oo an de Peppel-K

Timo de Rijk (1963) is gespecialiseerd in ontwerpcultuur. Voordat hij directeur werd van Design Museum (voorheen Stedelijk Museum) Den Bosch was hij hoogleraar designgeschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam, de TU Delft en de Universiteit Leiden. Daarnaast was hij onder andere voorzitter van de Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers (BNO).

© Mary Sibande

Fleur van Muiswinkel, kunsthistoricus en directeur BredaPhoto: “Voor de 9e editie van BredaPhoto moesten we op de valreep het festival ombouwen naar een hybride vorm. Uiteindelijk konden 55.000 bezoekers (lokaal, nationaal en internationaal) het beleven. Een resultaat waar we op voorhand niet op hadden durven hopen gezien de COVID-pandemie. Maar naast the best of times hebben we ook the worst of times ervaren. Voor het eerst in ons bestaan stonden we voor de beslissing om een werk weg te halen. Werk waarin standpunten worden ingenomen over kwesties die spelen in onze samenleving, sociaal-maatschappelijk engagement, is waar we om bekend staan. Reacties zijn van alle tijden. Maar deze keer was het anders. Publieke ruimte is inmiddels niet alleen meer fysiek, maar voor een groot deel ook online. In dit geval namen online reacties op het werk van Erik Kessels in sneltreinvaart toe. Het ging al snel niet meer over de

inhoud van het werk maar vooral over de vorm en de titel van het werk. De grote vraag waarmee we geconfronteerd worden is dan ook: op welke manier kunnen we Fl eu ― r va el het gesprek over een werk op een n Muiswink goede manier faciliteren? Ik heb er na zeven weken festival nog geen eenduidig antwoord op. Het is een sectorbreed vraagstuk, ook voor musea en andere kunstinstellingen. Er worden op dit moment zelfs tentoonstellingen uitgesteld, zoals bijvoorbeeld de Phillip Guston tentoonstelling van het Tate Modern in Londen en de National Gallery of Art in Washington.

Stet

Timo: “Daarmee zit je altijd in een spagaat. Want eigenlijk denk ik bij mezelf: waar bemóéí je je mee? Het is inmiddels een doel op zichzelf geworden om met diversiteit en vernieuwing bezig te zijn, maar zo wordt het erg eenzijdig. Kijk bijvoorbeeld naar de subsidiestop voor Ton Koopmans’ Amsterdam Baroque Orchestra, omdat het niet aan diversiteitseisen voldeed. Dat werkt verarmend. En je tast de autonomie en creativiteit van de kunstenaar aan.”

Timo: “Absoluut. We zijn hier te veel naar binnen gericht.”

Tim

Hoe kijken jullie aan tegen het kunstbeleid in Nederland?

wel vaak erg naar binnen gekeerd. Het is belangrijk om internationaler te denken en te kijken. Binnen dat kunstbeleid moet je ook een exportbeleid hebben. Je hebt een internationaal podium nodig om dat hoge niveau de aandacht te geven die het verdient.”

©

Timo: “Eens. Er is in Brabant ook meer geld voor cultuur. En weet je, er is meer ambitie. Geen idee hoe vaak ik de vraag krijg waarom ik het hoogleraarschap in Delft en Leiden heb ingeruild voor het bestieren van het Design Museum. Maar dat extra budget en die grotere ambitie: dat kan hier nog. En het Brabantse zelfbewustzijn groeit. Dat zorgt voor flink wat energie en vruchtbare grond.”

Voor BredaPhoto blijven de autonomie van de kunstenaar, het werk en de vrijheid van meningsuiting van de bezoeker belangrijk. De gebeurtenissen rondom Destroy my face geven dit vraagstuk meer urgentie - het staat hoog op de agenda bij BredaPhoto in aanloop naar onze jubileum editie.”

Meer weten? MediaLogica (omroep Human) heeft een uitzending gemaakt over de kwestie Destroy my face, waarin alle partijen aan het woord komen. Onderzocht wordt hoe de ophef ontstond en welke gevolgen deze heeft.

15


‘‘De culturele verscheidenheid onder de deelnemers leverde boeiende discussies op.” ― Wendy Plomp

16

Vrouwenprotesten

Plomp: “De coronacrisis liet een paar belangrijke vragen opkomen. Wat wordt de toekomst van designbeurzen? En, hoe komt internationale samenwerking tot stand? Ik wist meteen dat ik deze tijd wilde benutten om iets nieuws te proberen. Een online lesprogramma past daar perfect bij.” Ook zag Plomp het als een waardevolle manier om de kennis en het netwerk dat Dutch Invertuals heeft opgebouwd te delen met de rest van de wereld. Jonge professionals die afgestudeerd zijn maar nog geen vastomlijnde praktijk hebben, vormden de doelgroep.

“Omdat ontwerpers uit de hele wereld meedoen, maakt de Academy de specifieke lokale verschillen zichtbaar. Een ontwerp uit Thailand wordt immers door andere omstandigheden beïnvloed dan eentje uit Denemarken”, zegt Plomp. Zo maakte een deelnemer uit Mexico een touw van haar om vrouwelijke protesten, die er momenteel gaande zijn, te symboliseren. Een ontwerper uit Chili creëerde vaasjes van gemalen avocadopitten. “Hiermee wilde ze laten zien hoe belachelijk het is dat er grote hoeveelheden water gebruikt worden voor avocado’s die naar Europa getransporteerd worden, terwijl de mensen in Chili kampen met een enorm watertekort.”

Directe omgeving Na een strenge selectieprocedure ging afgelopen juli een groep van 22 ontwerpers uit onder meer Chili, Mexico, Denemarken en Guadeloupe van start. Gedurende zes weken werkten zij aan een eigen project rondom het thema True Matter. “Dit thema sluit aan bij de huidige tijd, waarin dingen snel veranderen”, vertelt Plomp. “Wat doet er nu écht toe, wat blijft er onveranderd?” Om deze vragen te beantwoorden, werden de deelnemers uitgenodigd om te spelen met de issues en materialen die te vinden zijn in hun directe omgeving en dit uiteindelijk te vertalen naar een eindobject. Ze werden hierbij begeleid door drie tutors: Studio Mieke Meijer, Raw Color en Xandra van der Eijk.

Discussies De culturele verscheidenheid onder de deelnemers leverde boeiende discussies op, vindt Plomp. “Een meisje uit Hong Kong wilde kleding ritueel verbranden.

p

©

n Wou ter Kooke

Vanuit onze westerse context doet dat denken aan massa afval, dat is echt not done. Maar vanuit haar perspectief staat iets verbranden voor zuiverheid, schoonheid.” Hun eindwerken stuurden de deelnemers op naar Eindhoven. Het oorspronkelijke idee was om een expo te organiseren tijdens de Dutch Design Week, maar door omstandigheden is gekozen voor een kleinschalige fysieke expo in de studio van Dutch Invertuals en een online tentoonstelling.

Dialoog Plomp kijkt enorm positief terug op de eerste editie van ‘haar’ Academy. “De feedback van de eerste groep is heel lovend. Omdat zelfonderzoek centraal stond, hebben de deelnemers zichzelf en hun praktijk veel beter leren kennen.” Volgens Plomp biedt de Nederlandse designvisie een meerwaarde voor ontwerpers wereldwijd. “Nederlandse designers hebben lef en vinden nieuwe materialen uit. Ook hebben we een erg conceptuele manier van werken, waarbij we iedere stap van het ontwerpproces goed kunnen analyseren.” Daarom start er in januari 2021 een nieuwe Academy. Verder wil ze experimenteren met andere formats: losse lezingen of workshops aanbieden bijvoorbeeld. “Zelfs in tijden van een pandemie kun je dankzij een dergelijk online lesprogramma de dialoog gaande houden en voelen wat er leeft in de rest van de wereld. Dat is belangrijk.”

Onderzoek, praktijk en theorie Plomp: “Deze tutors stonden in voor opdrachten en individuele coaching. Alle drie vertegenwoordigen ze verschillende aspecten van het designproces. De een heeft een praktische focus, de ander richt zich meer op de maatschappelijke context van design.” Op deze manier is het gelukt om onderzoek, praktijk en theorie in één lesprogramma onder te brengen. De eindwerken van de deelnemers waren volgens Plomp zeer verrassend én tonen de culturele diversiteit van de Academy.

© Ronald Smits

Spraakmakende designtentoonstellingen in binnen- en buitenland: daar staat Dutch Invertuals al tien jaar om bekend. Door de coronacrisis vielen dergelijke shows tijdens bijvoorbeeld de Dutch Design Week, Salone del Mobile en Wanted Design NYC in het water. Oprichter Wendy Plomp ging niet bij de pakken neerzitten en greep de situatie aan om een langgekoesterde ambitie vorm te geven: een eigen Academy.

Jonge professionals

m Plo

Afgelopen zomer volgden 22 jonge ontwerpers uit alle hoeken van de wereld het online Academy-programma van Dutch Invertuals. Met dit nieuwe initiatief wil het Eindhovense designplatform haar netwerk en kennis over grenzen heen tillen.

Wendy

DUTCH INVERTUALS LANCEERT LANGGEKOESTERDE ONLINE ACADEMY

17


© Dutch Design Week 2020

Smetvrees En dat deden ze. Konijn was zelf bijvoorbeeld verrast door het werk van Govert Flint, die zich heeft laten inspireren door de verkeerssituatie. “Een hoop mensen hebben door de coronacrisis smetvrees gekregen en willen liever niet meer op het knopje drukken van de stoplichten voor fietsers en voetgangers.” Flints antwoord hierop was het project Can’t Touch This: knoppen die je met je voet of elleboog moet indrukken. “Dit was een heel praktische en fysieke vertaling van het thema. Andere ontwerpers benaderden het meer vanuit een historisch oogpunt”, vertelt Konijn.

Blijf-van-mijn-lijf-huis

ONTWERPEN VOOR DE NIEUWE INTIMITEIT

18

esi gn Week

Plakbandjes op stoep

ch D

In 2020 waren we meer dan ooit aangewezen op onze intieme bubbel, maar bevonden we ons tegelijkertijd ver verwijderd van elkaar. Dutch Design Week, dit keer als digitaal festival, nodigde ontwerpers uit om zich te verhouden tot deze nieuwe vorm van intimiteit.

“Het was op zijn zachtst gezegd een domper”, vindt Jorn Konijn. Twee weken voor de opening van Dutch Design Week 2020 werden de maatregelen nog eens aangescherpt en werd duidelijk dat het toonaangevende designfestival in fysieke vorm niet door kon gaan. Konijn, hoofd programmering bij DDW, moest snel schakelen met zijn team. “We waren al voor 90% klaar met de opzet van alle exposities en projecten, maar gelukkig hadden we een alternatief plan liggen voor een volledig digitale vorm van DDW.”

Jorn

Konijn ―

©

t Du

Deze online variant van DDW bleek verrassend uitgebreid. Bezoekers konden talks volgen van experts aan onder andere de Design Academy en de Technische Universiteit Eindhoven, expo’s bezoeken van ontwerpers die een eigen virtuele kamer hadden ingericht en video’s bekijken van exposities die fysiek af waren. De rode lijn door het festival was het prikkelende thema New Intimacy. Konijn: “We hebben het afgelopen jaar veel geworsteld met de nieuwe coronarealiteit, die in zekere zin ook een ruimtelijke worsteling inhoudt. Dat uit zich natuurlijk in die anderhalve meter afstand die we voortdurend moeten hanteren, de schermen tussen mensen in en de mondkapjes. Misschien kunnen ontwerpers daar wel iets veel slimmers en efficiënters op verzinnen. Het is immers niet altijd even fraai, die plakbandjes op de stoep. We wilden de ontwerpers uitdagen om met alternatieven te komen.”

Ondanks de grote plek die intimiteit (of het gebrek eraan) nu in onze levens inneemt, bestuderen designers, ontwerpers en kunstenaars het concept al decennialang. “Denk bijvoorbeeld aan fysieke safe spaces, zoals Blijfvan-mijn-lijf-huizen. Dit soort plekken moeten geborgen en veilig voelen voor de bewoners. Design kan ook dat gevoel creëren door middel van ruimte, vorm en kleur.”

Discussie Ook al inspireerde het thema ontwerpers tot allerlei nieuwe ‘oplossingen’, toch vindt Konijn dat we ervoor moeten oppassen design als hét antwoord op de coronaproblematiek en de hierbij horende ruimtelijke issues te zien. “Ik ben meer geïnteresseerd in de discussies die designobjecten kunnen aanzwengelen. De creativiteit en innovatiedrift van ontwerpers kunnen zorgen voor nieuwe ideeën en invalshoeken. Dát is de meerwaarde van design.” Hij benadrukt het belang van DDW als een plek voor verbeelding waar experimenten getest kunnen worden.

Labyrint Eén werk dat past in de categorie ‘verbeelding’, komt van rijksbouwmeester Floris Alkemade. Konijn: “Hij heeft een essay geschreven: De kunst van richting te veranderen. Hierin zegt hij dat wij burgers, mensen, vooral niet te rechtlijnig moeten denken. In een onzekere situatie moeten we van richting kunnen veranderen. Dit idee heeft hij verbeeld in een enorm labyrint, heel indrukwekkend.” Helaas kon ook dit werk dit jaar niet bezocht worden, maar de organisatie van DDW hoopt het volgend jaar wel te kunnen tonen.

19


2. Mark van der net

“Met Found Festival hebben we augmented reality ingezet om meer verdieping te brengen in de online exposities.”

ONLINE EN WERKELIJKHEID Konijn kijkt graag vooruit, naar een DDW 2021 in fysieke vorm, want design moet je toch zien, voelen en ervaren, met z’n allen, als een gemeenschap van designliefhebbers. “Maar toch laten we het digitale aspect zeker niet helemaal los”, zegt Konijn. “Wat ik dit jaar nog meer heb geleerd, is dat het digitale geen kopie is van de werkelijkheid en vice versa. Online een festival brengen vraagt echt om een totaal andere benadering. Virtuele bezoekers zijn ongeduldiger, dus heb je een goede mix van objecten, interviewfilmpjes en achtergrondinfo nodig.” Ook is Konijn te spreken over het wereldwijde bereik van een digitale DDW. “Normaal zitten er 200 mensen in de zaal voor een talk, nu werden sommige van onze talks wel 4000 keer bekeken. Ook door mensen uit Nieuw-Zeeland. Te gek!”

1. Klasien van de Zandschulp en Tom Loois Klasien: “De Dutch Design Foundation vroeg ons om een audio-ervaring te creëren om de bezoekers van de online DDW welkom te heten. Zo’n online bezoek is namelijk wat onwennig voor veel mensen. We hebben daarom ‘Screen Therapy’ bedacht, een manier om je meer in contact te laten staan met je scherm. Er is veel kritiek op schermen en mensen zien het vooral als een barrière in de zoektocht naar contact. Wij willen het juist introduceren als een compagnon: jouw scherm bezoekt het festival samen met jou in plaats van dat het een middel is om er te komen. Dankzij een audioverhaal

Brabant C CreËERDE EXTRA MOGELIJKhEDEN voor financiering van corona-projecten. Dutch Design Week werd vanuit Brabant C ondersteund en daarmee konden deze drie ontwerpers aan de slag met het thema: New Intimacy.

― Mark van der Net “Het is een uitdaging om de energie en dynamiek van een fysiek festival enigszins te behouden op een digitaal platform. In augmented reality (AR) hebben we twee exposities gemaakt. Bij een van de expo’s konden bezoekers kunstwerken verzamelen uit een soort rondvliegende cloud, net zoals je ‘inspiratie verzamelt’ op een fysiek festival. Daarnaast richtten we de 1-minuut expositie op. Hierin werd gedurende één minuut een designer of kunstenaar in het zonnetje gezet. De ruimte waarin dit gebeurde, was steeds verschillend: soms in de vorm van een spiraal, dan weer als een paviljoen. De data achter de modellen werd constant doorgestuurd. Dus als je bij de eerste expo een werk ‘oppikte’, verdween dit ook voor de andere gebruikers uit beeld. AR heeft zeker nu een meerwaarde, omdat het een gemeenschappelijke ervaring biedt: alle gebruikers zien hetzelfde. Ik denk dat je AR bijvoorbeeld ook in de theaterwereld kan toepassen. Zoveel theatermakers zitten nu thuis; hoe mooi zou het zijn als je met AR toneelstukken zou kunnen brengen naar de woonkamers van mensen en iedereen het gevoel heeft deel te kunnen nemen aan het evenement vanuit zijn eigen huis.”

prikkelen we de verbeelding van de bezoeker. Zo wordt deze gevraagd om na te denken over wie er verder nog in de digitale ruimte is, zich bewust te worden van de andere digitale bezoekers. Om jouw je scherm meer te laten waarderen, word je gevraagd om deze aan te raken en er tegen te praten. Een soort relatietherapie, maar dus met je beeldscherm. De verhouding met onze schermen is namelijk intiemer dan ooit, we beleven tegenwoordig zoveel samen. Laten we dat meer waarderen.”

20

“Door programmeur Jorn werden wij gevraagd om een plek te ontwerpen waar mensen prettig konden samenkomen en waar toch rekening gehouden zou

“De Dutch Design Foundation vroeg ons om een audio-ervaring te creëren om de bezoekers van de online DDW welkom te heten.” ― Klasien van de Zandschulp en Tom Loois

© Thijs van Bijsterveldt

© Klasien van de Zandschulp en Tom Loois

3. Thijs van Bijsterveldt/ Shift Architects

© Mark van der Net

worden met de 1,5-meter-maatregel. Onze vraag was dus: hoe kun je - terwijl je afstand moet houden - een gevoel van inclusiviteit en collectiviteit ervaren? Ons bureau heeft tijdens de eerste coronagolf onderzoek gedaan naar een andere vertaling van markten. Er moest toch een andere vorm van ruimtelijke indeling mogelijk zijn dan het gedoe met hekken, pijlen en plakband, wat je ziet in supermarkten en waar je vooral heel agressief van wordt? Bij DWW kregen we de uitdaging om de kantine ‘coronaproof’ en toch aangenaam te maken. Ons concept ging uit van een centraal punt in de ruimte, waar mensen omheen kunnen zitten. Zo hebben mensen het gevoel dat ze gezamenlijk in de ruimte aanwezig zijn. In plaats van plakband, wordt de afstand die je moet houden van elkaar gesuggereerd door patronen in het vloertapijt. Helaas konden we door de maatregelen dit project niet uitvoeren. Het is van belang om als architecten en designers dit gesprek aan te gaan en elkaar te laten nadenken over zaken die wellicht pre-corona toch ook al niet goed zaten.”

“Het is van belang om als architecten en designers dit gesprek aan te gaan en elkaar te laten nadenken over zaken die wellicht pre-corona toch ook al niet goed zaten.” ― Thijs van Bijsterveldt/Shift Architects

21


DIGITALE SPEEL-PLAATS VOOR WERELDWIJDE CREATIEVE GEMEENSCHAP

Dit jaar experimenteerde Playgrounds succesvol met een online en hybride programmering. Het festival organiseert al meer dan tien jaar conferenties voor de internationale creatieve industrie, gericht op het maakproces van animatoren, illustratoren, game developers en digitale kunstenaars. In 2020 waren er drie edities: in april, in mei en in oktober. Elke editie van het festival werd steeds een stukje verder uitgebreid. Uiteindelijk bezochten vijfenzeventig- tot tachtigduizend unieke bezoekers van over de hele wereld de evenementen.

W

ille ke

Machiels

L eo

― n van Rooij

©

Een indrukwekkende controlroom - mensen achter schermen, wijzend van het ene naar het andere beeld, koptelefoon op. Kijken we hier naar beeld van een televisiestudio, of naar de ‘backstage area’ van een festival? Verrassend genoeg is het tweede waar. Op sommige foto’s van The Art Department 2020 - the hybrid version, de Playgrounds editie op 8 en 9 oktober in het Klokgebouw, waan je je inderdaad in een professionele opnamestudio. In de spotlights staan sprekers, regisseur Martin Koolhoven bijvoorbeeld, met een talk over storytelling. Of voormalig Playgrounds Next talent, conceptueel designer en kunstenaar Dion Soethoudt die als host namens het publiek vragen op de verschillende sprekers afvuurt.

Momentum

22

© Willeke Machiels

Meer nog dan The Art Department op 16 april en Playgrounds Blend op 16 mei, was Playgrounds op 8 en 9 oktober een hybride festival in optima forma. Online bezocht publiek van over de hele wereld het festival - alle zeven continenten waren vertegenwoordigd. Via Twitch, een streamingplatform dat vooral wordt gebruikt in de gamingindustrie, tunede festivalgangers in op verschillende kanalen. Napraten of samen een biertje drinken deden ze - zoals dat bij een festival hoort - in de (online) pub. Festivaldirecteur en curator Leon van Rooij: “Met onze online events creëren we een momentum. Iets waar je, net zoals bij fysieke bijeenkomsten, bij moet zijn geweest. Playgrounds blijft zo een ontmoetingsplek voor de community.” Dat hybride zat ‘m in veel meer dan alleen een combinatie tussen on- en offline, legt hij uit. Omdat de achterban van Playgrounds zich zo wijdverspreid over de wereld bevindt, worden er ook op andere manieren verbindingen gelegd. Van Rooij noemt als voorbeeld het intermezzo door de Amerikaanse rapper Harry Mack, die

online een freestyle rap in elkaar sleutelde, op basis van reacties van het publiek in de chat. “Dat is dus een heel letterlijk voorbeeld van verschillende werelden aan elkaar verbinden. Woorden van mensen uit China, de VS of Europa in één rap, gedeeld vanuit de VS met Eindhoven via Skype, en vervolgens gedeeld via Twitch met de rest van de wereld.”

Taart verdelen Er zijn vast wel een paar scheldwoorden gevallen, toen op 10 maart dit jaar bekend werd dat alle evenementen met meer dan duizend bezoekers tot nader order niet door konden gaan. Toch was het voor Playgrounds niet helemaal een schok. Van Rooij en zijn team voelden de bui al hangen. “We zeiden toen al redelijk snel tegen elkaar: we hebben fantastische content en daar gaan we hoe dan ook iets mee doen. Het is als een feestje waarvoor de taart al gebakken is. Ook als het feest niet door kan gaan, verdelen we de taart.” Razendsnel schakelde de organisatie naar een eerste gratis online editie van Playgrounds, die half april plaatsvond.

23


En dus koos Playgrounds al snel voor meerdere kanalen waarop haar programma gevolgd kon worden. Bij een festival valt er namelijk ook altijd iets te kiezen. Bovendien moesten alle programma-onderdelen ‘stabiel’ zijn, dus zonder sprekers die door een slechte verbinding hakkelend in pixels uit elkaar vallen of vastlopende software. “Geen rare fratsen, maar een laagdrempelig en veilig festival. Anders haken mensen alsnog af.”

Verschillende scenario’s Eigenlijk zocht Playgrounds al langer naar mogelijkheden om content deels online te ontsluiten. Dat is in een stroomversnelling geraakt, vertelt Van Rooij. “Ons programma blijft, door de uitingsvormen die we gaandeweg hebben gevonden, goed overeind. De interactie tussen sprekers, publiek en organisatie is er. We kunnen vertellen wat we te vertellen hebben. De rest is experiment.” De organisatie van het festival is het afgelopen jaar veranderd. Teamleden zijn nog beter op elkaar ingespeeld, waardoor ze nu in sneltreinvaart kunnen schakelen. “Een festivalproductie kent normaal een lange voorbereidingstijd. Door de steeds veranderende

omstandigheden van het afgelopen jaar zagen we dat het ook anders kan.” Dat er een evenement plaats zou vinden op een bepaalde datum stond vast, alleen de vorm was nog niet in beton gegoten. “Door te werken met verschillende scenario’s gaven we onszelf ruimte. We konden snel en relatief makkelijk switchen, als het nodig was.”

Ander dekkingsplan Vanaf de eerste online editie van Playgrounds in 2020 is het festival gratis voor alle bezoekers. Van Rooij: “We werken met een actief sponsormodel. Onze sponsors en partners betrekken we bij plannen en scenario’s die we maken.” Dat het festival nu tienduizenden bezoekers van over de hele wereld bereikt, zet de aantrekkelijkheid van sponsoring natuurlijk in een nieuw perspectief. Daarnaast werkt Playgrounds aan een on-demand-functie op het online platform, waarmee bezoekers content van voorgaande edities kunnen terugkijken. “En we hebben een goed verhaal naar onze sponsoren toe, dat helpt.” Waarom kiest Playgrounds niet voor een entreeprijs voor bezoekers? “In het begin was het nog onduidelijk wat we nu precies gingen doen. Het is dan lastig om daar een prijsetiket op te plakken. Wat is een e-ticket waard?” Daarnaast, vult Van Rooij aan, stond het contact met de community voor het festival met stip op één. Door zonder entreeprijs te werken, was de drempel voor mensen om bij het festival aanwezig te zijn een stuk lager. “Ons dekkingsplan is veranderd, inkomsten uit entree vervingen we voor sponsorgelden. Dat hebben we heel bewust gedaan. Omdat dit past bij wat we nu willen bereiken.”

QUOTES VAN BEZOEKERS “The online edition of The Art Department was overwhelming. I am a big fan of your event, but living in Pakistan makes it impossible for me to visit the event in Eindhoven. Thank you so much for this online event. It was actually the first time I felt visiting a festival with like minded people, being part of a community.”

24

― bezoeker van The Art Department online edition

“The success of the Playgrounds event showed that the current wave of the pandemic doesn’t have to necessarily be the end of creative events; nor does it have to mean sketchy live streams and a forced, airless sense of festivity.” ― Digital Arts Magazine

© Willeke Machiels

“Eén van de belangrijkste vragen die we onszelf stelden was: wat is de identiteit van Playgrounds? Wat vinden we belangrijk, wat zijn onze ambities en hoe houden we deze ook online in stand?” Daar volgden een aantal speerpunten uit: contact met de community, inspireren, kennis en skills uitwerken en makers een hart onder de riem steken. “En daar hoort dat unieke festivalgevoel bij. Het moest meer zijn dan alleen talks online streamen. Een gevoel van erbij zijn, en iets unieks meemaken met de community; dat stond bovenaan ons lijstje.”

Internationaal netwerk Van Rooij is optimistisch ondanks alle, soms ook lastige, veranderingen die het afgelopen jaar met zich meebracht. “De wereld verandert, en wij veranderen mee. Het festival werkt met zoveel getalenteerde mensen” legt hij uit. “Vaste medewerkers, maar ook freelancers, de mensen van het Klokgebouw, leveranciers en partners. Bij de organisatie van het festival probeerde Playgrounds iedereen zo goed mogelijk binnenboord te houden. We komen hier samen beter uit. Ook na corona zullen we elkaar weer hard nodig hebben.” Al met al is de festivalorganisatie dik tevreden met wat er het afgelopen jaar is bereikt. “Ons netwerk blijft zich uitbreiden. Sprekers die we nooit eerder konden strikken, staan nu ineens op ons programma. Het vliegtuig van Melbourne naar Eindhoven pak je niet even voor één talk. Maar nu we het op deze manier doen, zijn de mogelijkheden er wel.” Als er op een bepaald moment weer een ouderwets fysiek festival plaats kan vinden, zal dat waarschijnlijk met toevoeging van een volwaardige streamingtak zijn. Van Rooij: “Zo lang het waarde blijft toevoegen aan wat we verder doen.” Precies zoals Van Rooij en zijn team voor ogen hadden is het merk Playgrounds vanuit Brabant nog sterker internationaal gepositioneerd. “De festivaledities in Berlijn en Portland moesten we annuleren. Dat Playgrounds desondanks internationaal een bredere bekendheid heeft gekregen is erg mooi.”

“Bij het Klokgebouw programmeren we zo breed mogelijk. Van dance tot en met concerten, conferenties en kunstevenementen en alles ertussenin. Zo geven we het omliggende gebied hier - Strijp-S - smoel. Ook tijdens COVID konden we toffe dingen blijven doen. Playgrounds is daar één van de evenementen van. Sommige andere klanten zijn afgehaakt. Maar het team van Playgrounds heeft steeds gezegd: wij blijven met het Klokgebouw samenwerken, wat er ook gebeurt. Omdat ze vinden dat onze organisatie volgend jaar ook nog moet bestaan. Dat brengt ons dichter bij elkaar. Ondanks de omstandigheden moeten we het samen doen. ” ― Jan Buys, programmamanager het Klokgebouw

25


PI LAB BRENGT WETENSCHAP DESIGN & TECHNOLOGIE SAMEN an erm Roos Me

©

Filip

Studios

In dit onderzoek worden 3D-geprinte objecten met een glasblaastechniek opgeblazen waardoor ze toenemen in volume. Door het unieke opblaasproces kunnen de objecten weer worden teruggebracht naar hun oorspronkelijke vorm. Of, meer specifiek: door een 3D-geprinte PLA-ballon (PLA is een van de grondstoffen die als ‘inkt’ dient voor de 3D-printer) te verwarmen, wordt deze flexibel en kan deze worden opgeblazen. Koel je hem af, dan zet je de vorm vast. In tegenstelling tot glasblazen wordt de techniek vooraf bepaald en heb je dus controle over het eindresultaat. Als je het object weer verhit, krimpt de vorm weer tot de originele grootte.

IN OKTOBER LANCEERDE DESIGNSTUDIO FILIP STUDIO PI LAB: EEN ONDERZOEKSLABORATORIUM WAAR KUNSTENAARS, DESIGNERS, WETENSCHAPPERS EN INGENIEURS SAMENWERKEN AAN GRENSOVERSCHRIJDENDE PROJECTEN. OF: WAAR WISKUNDE KUNST WORDT EN KUNST EEN PRAKTISCHE TOEPASSING KRIJGT.

tbe Tom Kor

©

F il i p Studios

Roos Meerman en Tom Kortbeek, de ontwerpers achter Filip Studios, bezochten vorig jaar een expositie in het MIT (Massachusetts Institute of Technology) te Boston. Daar leerden ze het MIT Media Lab kennen, een experimentele plek waar kunst, wetenschap en technologie aan elkaar gekoppeld worden. “Tussen al die kennisgebieden wordt daar geen onderscheid gemaakt. Door het op zo’n vrije, artistieke manier aan te pakken, komen ze tot hele nieuwe dingen. Zoiets moest er ook in Nederland komen, vonden we”, vertelt Meerman. En dus werd Pi Lab uit de grond gestampt door het designerduo zelf.

VERWONDERDE KUNSTWERKEN Dat was een logische stap, de twee designers betrokken technologie en wetenschap al in allerlei projecten binnen Filip Studios. “Door er een lab van te maken konden we dit groter aanpakken, gedurende het hele jaar onderzoek doen.” Meerman en Kortbeek contacteerden TU Eindhoven, de reactie was meteen

26

© Filip Studios

ek

ALGORITME

positief. Kortbeek: “Op de TU/e is een zogenaamde Innovation Space gevestigd: een community van studenten met verschillende achtergronden, die samen aan multidisciplinaire projecten werken. Dit is een goede plek om Pi Lab in te laten plaatsvinden.’ Met Fontys Engineering als derde partij werd de ambitie definitief realiteit. Als Pi Lab willen de betrokkenen de komende jaren komen tot ‘verwonderende kunstwerken, diepere wetenschappelijke kennis en innovatieve toepassingen om onze wereld beter en fijner te maken.”

OPGEBLAZEN 3D-VORMEN De eerste onderzoeksgroep richtte zich op Aera Fabrica, naar een techniek die Meerman in 2014 ontwikkelde.

Dankzij deze techniek wordt het mogelijk om grote objecten te creëren met een kleine printer. Naast esthetische kwaliteit heeft deze techniek grote potentie voor de verpakkingsindustrie, medische wereld en de architectuur. “Met een 3D-printer van 1 bij 1 meter kun je bijvoorbeeld een vorm van een huis printen en dankzij deze techniek opblazen tot een huis van 20 vierkante meter”, aldus Meerman. Samen met de TU/e en een groep bedrijven bestaande uit onder andere Sioux Technologies, hopen de designers een beter begrip te krijgen van de techniek en het materiaal, zodat dit toegepast kan worden voor in verschillende nieuwe producten.

BEDRIJFSLEVEN “In Pi Lab wordt verbeelding onderbouwd met kennis of wordt kennis verbeeld. Op deze manier kunnen we bedrijven sneller en duidelijk uitleggen wat voor meerwaarde een techniek of product zou kunnen hebben voor de samenleving”, vertelt Kortbeek. “We willen het bedrijfsleven in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken, zodat onze onderzoeken ook echt leiden naar iets wat de markt op kan.” Om Aera Fabrica en PI Lab te introduceren bij een groter publiek, hadden Meerman en Kortbeek een plan voor een expositie tijdens Dutch Design Week: Fields of Pi. In de kapel van DOMUSDELA zouden 150 opgeblazen 3D-prints als geometrische installaties een wonderlijke ervaring creëren. Ook

© Filip Studios

wilden ze de techniek inzichtelijk maken door ter plekke vormen te printen en op te blazen met warmte en lucht. Doordat DWW dit jaar fysiek niet doorging, werd besloten Fields of Pi te verplaatsen naar volgend jaar.

UITREKKEN IN PLAATS VAN INKRIMPEN Maar Pi Lab laat zich zeker niet tegenhouden door de huidige omstandigheden, want inmiddels is er een tweede onderzoek van start gegaan. ‘Adaptable Auxetics’ wil de mogelijkheden van auxetische structuren in kaart brengen en verder verkennen. Dit zijn structuren (materialen) die, wanneer ze worden uitgerekt, niet dunner worden maar juist dikker. Samen met Prof. Cornelis Storm van TU/e en onderzoekers van de TU Delft wordt nu gekeken naar hoe een softwaremodel, dat ontwikkeld is door TU/e en complexe 2D digitale auxetische structuren genereert, tot nieuwe fysieke driedimensionale vormen kan leiden.

27


Meerman: “Ook hier kun je denken aan toepassingsmogelijkheden in architectuur of textiel. Je kunt een gevel van een gebouw groter of kleiner maken. Of een heel gebouw adaptief maken, dus in grootte verstelbaar. Maar dit onderzoek zou ook kunnen leiden naar nieuwe medische toepassingen” vult Kortbeek aan. “Denk aan protheses die meegroeien met kinderen, ballonnetjes die in je lichaam uitklappen en een medicijn loslaten of hulpmiddelen om bloedvaten of aders te verwijden. Mogelijkheden genoeg, dus.”

Zou Pi Lab ook als online platform kunnen functioneren, gezien de huidige coronarealiteit? Daar zijn de twee designers niet erg enthousiast over. Pi Lab moet in hun ogen echt een fysieke plek zijn, waar mensen door aanwezig te zijn en met elkaar te sparren, elkaar inspireren tot nieuwe ideeën. Kortbeek: “Ons project Aera Fabrica is ooit ook ontstaan doordat we in contact kwamen met een natuurkundige tijdens een symposium. We vertelden hem erover en hij zei meteen: ‘dit wil ik verbeeld zien in 3D!’ Juist door dat soort - vaak toevallige ontmoetingen kom je onverwacht tot nieuwe kansen. Die dynamiek is waar Pi Lab op gestoeld is.”

BLAUWDRUK Met onder meer financiering van Brabant C willen Meerman en Kortbeek de komende jaren Pi Lab verder uitbouwen, duurzaam maken en toewerken naar een groter netwerk. “Uiteindelijk willen we Pi Lab zien als een aparte onderzoekgroep binnen de Innovation Space”, zegt Meerman. “Ook is het onze ambitie om te dienen als blauwdruk voor andere onderzoeksgroepen die bestaan uit kunstenaars en wetenschappers. Want ja, hoe zet je zoiets nu eigenlijk op? Het zou fijn zijn als er meerdere van dit soort initiatieven zouden ontstaan, zodat de kracht van design en verbeelding een steeds grotere rol gaat spelen bij innovatie en onderzoek.” Binnen vijf jaar hoopt het duo een overtuigend businessmodel te hebben ontwikkeld, waarmee geld dat verdiend wordt met projecten van Pi Lab terug kan vloeien naar het laboratorium waarmee weer nieuwe onderzoeken kunnen worden opgezet.

© Willeke Machiels

MAAKT TECHNOLOGIE VAN MENSEN HEERSERS OF SLAVEN?

oom ern i k

TOEVALLIGE ONTMOETINGEN

ijn D

PROTHESES

rl Me Ine © Gevers ―

Een muziekprogramma, praatprogramma, fysieke tentoonstelling en een multidimensionale online ervaring - en dat tien dagen lang tijdens de Den Bosch Data Week: zo moest (Im)possible Bodies 2020 worden. Maar door beperkende maatregelen werd de planning gewijzigd en kon alleen de digitale ontdekkingsreis doorgaan. Maar ook in aangepaste vorm bleef de boodschap van het grensoverschrijdende festival fier overeind: mens en machine smelten steeds meer samen en onze wereld zal hierdoor onherroepelijk veranderen. 28

29


“Als mensen aan cyborgs denken, zien ze vaak een sciencefiction idee van een cyborg voor zich; een ver-van-mijn-bed-show. Dat is onterecht.”

Ver-van-mijn-bed-show Initiatiefneemster Ine Gevers - van Niet Normaal INT - bouwt met (IM)POSSIBLE BODIES voort op het succesvolle Robot Love - eveneens een ‘expo experience’ - die in 2018 te zien was in Eindhoven. “Robot Love ging over de ontwikkelingen van artificiële intelligentie en robotica en hoe we daar als mensen nog inpassen. Dit jaar richten we ons op cyborgs. Als mensen aan cyborgs denken, zien ze vaak een sciencefiction idee van een cyborg voor zich; een ver-van-mijn-bed-show. Dat is onterecht.” Cyborgs zijn we namelijk al lang.

― Ine Gevers

Slimme gehoorapparaten “Wat denk je van mensen met protheses of een gehoorapparaat? Tegenwoordig zijn er slimme gehoorapparaten die ook kunnen vertalen of stemherkenning hebben. Maar denk ook eens aan hoe wij aan onze smartphone vastgekleefd zitten. De versmelting tussen mens en machine is een feit en maar weinig mensen zijn zich daarvan bewust.” Wat Gevers betreft brengt deze versmelting veel mogelijkheden met zich mee, maar evenveel kwetsbaarheden. Door onze gehechtheid aan allerlei apparaten zijn we bijvoorbeeld in de macht van grote techbedrijven. De vraag of technologie van mensen heersers maakt of juist slaven, en de ethische aspecten die bij dit onderwerp om de hoek komen kijken levert een spannende mix op voor een prikkelende expo.” volgens Gevers.

65 dollar voor een lichaam Meer dan 30 kunstenaars uit binnen- en buitenland, elk in een virtuele ruimte, komen samen om te onderzoeken wat het betekent om ‘technologie te worden’. Dat doen ze aan de hand van drie vragen, tevens de routes waarlangs bezoekers de online expo kunnen ontdekken. Het eerste luik gaat in op de vraag ‘wat zijn cyborgs nu eigenlijk?’. Gevers: “Hierin is bijvoorbeeld een bewegende installatie van de Koreaanse kunstenares Geumhyung Jeong te zien, waarbij ze letterlijk een cyborg heeft gemaakt.” Ook theatermaker Simon Senn behandelt dit thema in zijn werk Be Arielle F: “Hij kocht op internet voor 65 dollar een lichaam van een vrouw [een digitale replica van een bestaand vrouwenlichaam, red.] waar hij via virtual reality in is gestapt. Bizar, natuurlijk, want wat betekent dit voor de vrouw in kwestie?”

MENSELIJKE WAARDEN Het tweede luik, ‘We zijn al cyborgs’, toont onder meer het prijswinnend werk nerd_funk van het duo Ali

Eslami en Mamali Shafahi. De kunstenaars creëren een virtuele identiteit waarmee ze de nieuwe realiteit, die is voortgekomen uit sociale media, verkennen. Het resultaat is een duizelingwekkende virtual reality film die is bekroond met een Gouden Kalf. Daarnaast kunnen bezoekers getuige zijn van een duet tussen mens en machine. Second self is een doorlopend kunst- en wetenschapsproject geregisseerd door zanger Harry Yeff aka Reeps100. De beatboxende artiest verkent de menselijke stem tot buiten de grenzen van wat we voor mogelijk houden. Een kunstmatige intelligentie weerspiegelt elke toon en trilling van zijn stem, alsof een hogere entiteit terug praat. De voorstelling voelt haast als een religieuze ervaring die tastbaar wordt. En de derde route laat bezoekers stilstaan bij de toekomst door te vragen: ‘Wat voor cyborgs willen we worden?’ VR-installaties en speculatieve ontwerpen tekenen hier scenario’s uit voor wat ons mogelijk te wachten staan. Laten we ons door algoritmes tegen elkaar uitspelen of kiezen we ervoor technologie in te zetten om menselijke waarden te herontdekken?

“Mensen met fysieke beperkingen worden niet alleen geholpen door technologie, maar gaan soms zelfs verder dan mensen zonder beperking. Dit biedt kansen en is heel empowering.” ― Ine Gevers

De toekomst Ondanks de enigszins alarmerende ondertoon van de expo, is Gevers niet bang voor de toekomst. “Ik vind het vooral fascinerend en smullen! We moeten ook beseffen dat technologie veel kan doen voor diversiteit en inclusie. Mensen met fysieke beperkingen worden niet alleen geholpen door technologie, maar gaan soms zelfs verder dan mensen zonder beperking. Dit biedt kansen en is heel empowering.”

© Willeke Machiels

30

31


Dierenriem op het toneel

32

©

Als we met Peet n Pe Nieuwenhuijsen spreken, ijse et Ni euwenhu producent van Stichting Zodiac, zit hij midden in de audities voor zijn geesteskind Zodiac de Musical. “Er zijn honderden reacties op gekomen. Theaters en acteurs zijn hard geraakt door de coronacrisis. Dus de wil om te spelen en iets moois op te zetten, is groot.” En de musical belooft, hoe onze samenleving er in maart 2021 ook uitziet, een groot spektakel te worden. Ook de boodschap die de voorstelling brengt is groots: onze planeet verkeert in zorgelijke omstandigheden en wordt in haar voorbestaan bedreigd.

In het voorjaar van 2021 wordt de koepelgevangenis in Breda het decor van een nieuw spraakmakend spektakel. ZODIAC de Musical combineert technologie, choreografie en muziek om een verhaal te brengen over de toekomst van onze planeet.

Ren e Schotanus

ZODIAC DE MUSICAL: EEN EPISCH SPEKTAKEL MET DUURZAME BOODSCHAP

Nieuwenhuijsen, al jaren werkzaam in de theaterwereld, speelde al lange tijd met het idee om ‘iets te doen met astrologie’ op het toneel. “De dierenriem laat zich theatraal geweldig uitwerken: er zijn verschillende sterrenbeelden en je hebt het heelal als decor. Maar vreemd genoeg is het nog nooit gebruikt in musicalland.” Samen met een creatief team besloot hij om dit thema uit te werken en actueel te maken. “Iedere astronaut die ooit in de ruimte is geweest en van bovenaf naar de aarde heeft gekeken, maakt zich bij terugkomst erg druk over de toekomst van de aarde. In ons verhaal zijn het de sterrenbeelden die van boven naar beneden kijken en zich zorgen maken.”

Vliegende objecten Schrijver Dick van den Heuvel stond in voor het script, waarin een van de sterrenbeelden naar aarde wordt gestuurd om orde op zaken te stellen. Maar de musical gaat ook over liefde in al haar vormen: van jonge ontluikende liefde tot nieuw hervonden liefde. Om dit verhaal optimaal tot zijn recht te laten komen wordt er gebruik gemaakt van dans en muziek, maar ook de nieuwste technologieën. Nieuwenhuijsen: “We werken met projecties en vliegende objecten zoals drones om een meeslepende ervaring te creëren. Zowel jongeren als volwassenen zullen onder de indruk zijn.”

Gigantisch planetarium Vorig jaar werd Zodiac als demonstratievoorstelling in het ARTIS-Planetarium in Amsterdam opgevoerd. De ontvangst was dusdanig succesvol dat nieuwe investeerders besloten in te stappen en Nieuwenhuijsen op zoek kon gaan naar een definitieve locatie voor zijn voorstelling. De keuze viel op de koepelgevangenis van Breda. “Dit is een ongelooflijk inspirerende plek, door de ronde vorm én de grootte. Wij zien de koepelgevangenis als een gigantisch planetarium waar we straks mensen het gevoel geven dat ze zich echt in het heelal begeven.” Nieuwenhuijsen practices what he preaches, want duurzaamheid speelt niet alleen vóór maar ook áchter de schermen een grote rol. “We geven

de koepelgevangenis een nieuwe functie, hergebruiken deze als het ware. Ook gaan we geen grote decors bouwen. In plaats van dat we iets nieuws in elkaar knutselen, projecteren we liever.”

Aantrekkelijk rendement Inmiddels heeft Zodiac nog meer investeerders kunnen aantrekken, mede door het unieke financieringsplan van Nieuwenhuijsen. “Personen of organisaties die achter de duurzaamheidsboodschap staan, krijgen de kans om financieel te participeren via crowdfunding. Mensen die geld inleggen krijgen - als het goed gaat het bedrag terug met een stukje rente. En als het niet goed gaat, krijgen ze het ook grotendeels terug vanuit een garantstelling van Brabant C.” Nieuwenhuijsen hoopt zo bijna een half miljoen euro op te halen, maar participeren kan al vanaf honderd euro. Hij ziet het als een innovatieve vorm van cultuurfinanciering, één die broodnodig is - corona of niet.

Flexibel En over corona gesproken, zal dat nog een rol spelen bij de opvoering van de musical vanaf het voorjaar van 2021? Nieuwenhuijsen houdt rekening met alle scenario’s, maar is optimistisch. “De koepel is zo groot dat we heel goed op de 1,5 meter-regel kunnen inspelen. Er komen vier tribunes, met elk een eigen ingang. We werken samen met ticketpartij Eventim die een ‘social distance tool’ heeft ontwikkeld waarmee ze de zaal optimaal kan inrichten op basis van de nieuwste maatregelen. Andere theaters moeten het qua ruimte doen met wat ze hebben, dus daarin hebben we geluk.” Hij ziet trouwens parallellen tussen de inhoud van Zodiac en de pandemie. “Zowel de huidige situatie als de klimaatcrisis vragen aan mensen dat ze op alle niveaus goed met elkaar samenwerken. Met de voorstelling maken we ze hiervan bewust, niet met een opgeheven vingertje, maar met een flinke dosis fantasie en entertainment.”

Stichting Zodiac de Musical is een productie van Stichting Zodiac, een stichting met de culturele ANBI-status. Stichting Zodiac wil met eigentijdse theaterproducties mensen en organisaties inspireren tot een bewuster leven. Nieuwenhuijsen: “Als onderdeel van onze ambities willen we ook graag Breda en Brabant op de kaart zetten als coöperatief, ondernemend en creatief theaterlandschap. Zodiac de Musical is hiervan het eerste grote voorbeeld.”

33


ZINGEVING

VROUWELIJKE COMPONISTEN EN NEDERLANDSE MUSICI IN HET SPOTLICHT Bert Pal

i nc

kx

©

Jas

per Loeffen

NOVEMBER MUSIC IS DÉ BAKERMAT VAN ACTUELE MUZIEK. HET BOSSCHE MUZIEKFESTIVAL STAAT BEKEND OM DE GROTE INTERNATIONALE AANWAS, MAAR RICHT ZICH NET ZO GOED OP NEDERLANDSE ACTS. ONDANKS DAT HET FESTIVAL AL MEER DAN 20 JAAR EEN VASTE WAARDE IS IN HET NEDERLANDSE MUZIEKLANDSCHAP IS HET VERRE VAN VASTGEROEST, DE ORGANISATIE KIJKT VOORUIT EN VERBREEDT HAAR HORIZON.

Hedendaags gecomponeerde jazz, new world music, muziektheater, visual music, electronics, soundscapes en geluidinstallaties. November Music gaat dwars door genres heen. Het festival werd in 1993 opgericht, sinds 1999 is Bert Palinckx artistiek directeur. “Toen we begonnen, waren we blij met 40 mensen in de zaal.” Inmiddels is November Music uitgegroeid tot een jaarlijks terugkerend tiendaags festival dat geroemd wordt om zijn brede blik, spraakmakende acts uit de hele wereld én is opgenomen in de landelijke culturele basisinfrastructuur (BIS).”

34

© Maarit Kytöharju

Voor de editie in 2020 waren de ambities hoog. Zo waren er plannen voor zes concerten met Amerikaanse musici waaronder componist en minimal music legende Terry Riley (85) die met zijn zoon, gitarist Gyan Riley - zou optreden in de Verkadefabriek - de Koreaans-Nederlandse componiste Seung-Won Oh zou een uitvoering brengen van de traditionele Bosch Requiem en Nederlandse musici zouden meer dan ooit de ruimte krijgen om hun talent te etaleren. Maar helaas: door de aangescherpte maatregelen kon het festival dit jaar niet doorgaan. Enorm jammer, vindt Palinckx: “Juist in dit moeilijke jaar hebben mensen behoefte aan zingeving en dat is wat kunst geeft.”

“Het plan was: óf livemuziek óf afblazen, want concerten via live-stream zijn niet aan November Music besteed.”

Amerika of Duitsland anders klinken. Toch zegt nationaliteit zeker niet alles, inmiddels zijn de meeste muzikanten wereldburgers geworden.”

MEER VROUWEN Diversiteit is een sleutelwoord voor November Music. En niet alleen op cultureel vlak; het festival wil meer vrouwelijke componisten en musici in het spotlicht zetten. Zo zou de wereldberoemde Finse componiste Kaija Saariaho dit jaar festivalcomponist zijn. Palinckx: “Wij streven ernaar dat minstens de helft van de uitvoerders en makers vrouw is. Nog niet zo lang geleden was 80% van het publiek tijdens November Music mannelijk en wit. En het was een wonder als er in ensembles één vrouw te vinden was. Inmiddels is de ratio man-vrouw in zowel de zaal als op het podium gelijk.”

MACHO Want klinkt dat eigenlijk anders, muziek gemaakt en gespeeld door vrouwen? Panlinckx vindt zelf van wel: “Jazz is bijvoorbeeld vaak mannenmuziek. Het gaat over techniek, imponeren, beetje stoer doen. Vrij macho. Bij vrouwen staat de interne beleving centraal. Er zit een verhaal achter. Als ze spelen, zie je echt hun eigen persoon op het podium. Mannen verschuilen zich toch wat meer, durven minder kwetsbaar te zijn.” Maar, zo zegt hij met klem: een wetenschapper is hij niet, dus mensen moeten vooral zelf luisteren en bepalen of ze een verschil horen.

― Bert Palinckx

MEER KLEUR DIRECT CONTACT Het plan was: óf livemuziek óf afblazen, want concerten via live-stream zijn niet aan November Music besteed. Palinckx: “November Music is nooit bedoeld geweest als online festival. Muziek, en zeker het spectrum genres dat wij presenteren, is afhankelijk van het directe contact met publiek. Ik zet zelf ook bijna nooit thuis een cd’tje op. De dynamiek van de muziek en de beleving komen zo niet over. Alleen in liveuitvoeringen komt dergelijke muziek pas écht tot zijn recht.”

WERELDBURGERS November Music staat bekend om zijn sterke internationale focus, maar het festival geeft ook aandacht aan topkwaliteit van eigen bodem. “Doorgaans is 60 tot 70 procent van onze acts Nederlands”, zegt Palinckx. “Maar als festival laten we ook graag internationale musici horen. Niet omdat zij beter zijn, maar omdat musici uit

Natuurlijk is de kwestie diversiteit met een evenredige manvrouwverhouding niet klaar, benadrukt Palinckx. In de komende jaren gaat November Music zich dan ook hard maken voor een jonger publiek en meer verscheidenheid in kleur. “Hierbij kun je denken aan enkele Iraanse componisten die tevens in Nederland wonen. Dat is de volgende stap.” Zodra er meer diversiteit is, worden er hopelijk ook meer mensen met verschillende culturele achtergronden gestimuleerd om muzikant te worden. Educatie en participatie zijn belangrijke punten van aandacht binnen het programma van November Music, met onder andere workshops en presentaties wil het scholieren enthousiast maken voor nieuwe muziek.

BRABANTS AT HEART Het is nu nog te vroeg om vooruit te kijken, maar uiteraard hoopt Palinckx in 2021 te kunnen uitpakken met een editie van November Music als vanouds. Meerdere concerten van internationale musici van dit jaar zijn verplaatst naar volgend jaar. “Het is altijd enorm leuk om buitenlandse gasten te kunnen ontvangen in Den Bosch”, zegt Palinckx. “Iedereen zegt altijd hoe fijn ze de sfeer hier vinden. We zijn in Brabant niet zo hard en zakelijk, maar juist warm en menselijk. Het is leuk om die gemoedelijkheid te kunnen delen met de musici.” Ondanks de internationale erkenning die November Music toekomt, blijft het een Brabants festival at heart: iets waar Palinckx maar wat trots op is.

35


Hij werkt als vrij mens, maar heeft ook opdrachten gedaan voor bijvoorbeeld de VPRO, de Boeddhistische Omroep Stichting en Joop van den Ende. Dick heeft een sterke voorliefde voor Zuid-Amerika, wat tot uiting komt in zijn films maar ook in zijn muziek. Zo ontwikkelde hij een eigen muziekgenre: cumbias lunáticas - een variatie op een complexe ritmische muziekvorm uit Colombia - welke hem in een klap bekend en geliefd maakte aan de andere kant van de wereld. Op dit moment werkt Dick aan de speelfilm Als uw gat maar lacht, een zwarte komedie over het rijkdomsfenomeen en de excessen daarin. Dick Verdult in woorden vatten is eigenlijk onbegonnen werk. Dick is El Demasiado. Te Veel. Als een confettiregen. Je moet hem ondergaan, lezen, voelen, horen, zien.

36

“Luuk Bouwman, musicus en filmer uit Oss, heeft een docu over mij gemaakt: Het is waar maar niet hier. Hij doet ook de camera voor mijn speelfilm en heeft zojuist een fantastische documentaire over het opkomend fascisme tussen de wereldoorlogen gemaakt: Allen tegen allen. Voor die laatste documentaire heeft hij ondersteuning gehad van Brabant C, en zodoende informeerde hij me.”

Voor sommige plannen - zeker als het om een speelfilm gaat - heb je financiële middelen nodig van buitenaf. Daar zijn fondsen voor. Met vaak ook voorwaarden. Verkoop je je ziel dan niet aan de duivel? Of zie je dat anders?

© Willeke Machiels

DICK VERDULT DICK VERDULT (1954) IS EEN ONAFHANKELIJK FILMMAKER, BEELDEND KUNSTENAAR, RADIOMAKER EN MUSICUS.

Voor jouw film Als uw gat maar lacht heb je een beroep gedaan op een bijdrage van Brabant C. Hoe ben je daar terechtgekomen? Is het een bron die rondzingt in jouw netwerk of ben je er toevallig op gestuit?

“Zeventien jaar in een friettent werken of bij Shell kan je ook je ziel kosten. In de kunsten is dat per gelegenheid verschillend. Ik weet dat we toen we met het IBW [het door Dick Verdult opgerichte Instituut voor Betaalbare Waanzin, red.] rond 2000 bij verschillende instanties ondersteuning aanvroegen, de voorwaarden inmiddels erg sturend waren. Men wilde de kunstactiviteiten naar de periferie sturen, en dat was ook geen slecht idee - alleen de voorwaarden die regeltechnici daarvoor definieerden waren totaal verlammend en dat heeft een hoop geforceerde aanvragen met zich meegebracht. Daar zitten we nu nog mee in Nederland. Voor ons IBW was dat toentertijd ook de reden om dat niet meer te doen. Je wil geen brandweerman worden die brandjes van foutief beleid cosmetisch moet blussen. Ik zie nu in de subsidievoorzieningen en de proza die daarbij hoort vooral schraalheid, gecamoufleerde bezuinigingen en veel name branding van de instituten zelf. Ook het vertalen naar woorden als ‘tof’ en ‘you can do it’ voor het om geld vragen bij vrienden - crowdfunding - is zo’n ‘ineigen-voet-schietenadvies’.”

Je wordt gezien als laatste echte dadaïst. Hoe kijk jij daar zelf tegenaan? “Dadaïsme is een kunststroming die zich plaatst in een bepaalde tijdsperiode en die verklaard wordt door die situatie. Om nu, in 2020, dadaïst te zijn zou zoiets zijn als: ‘Ik heb de laatste 100 jaar niet meegekregen hoor’. Dadaïsme na de bom op Hiroshima is toch wel een heel ander soort iets. Omdat ik nogal moeilijk in kaart te brengen ben, verzint men dus ook dat ik niet op de kaart loop! Ik ben gewoon mezelf en dat is een persoon die oneindig van context verandert en dat bewust en onbewust doet.”

JE WIL GEEN BRANDWEERMAN WORDEN DIE BRANDJES VAN FOUTIEF BELEID COSMETISCH MOET BLUSSEN. DE MENS VECHT WEINIG, HIJ IS PLATGEBABYSIT. IK DENK DAT BRABANT HET VOORDEEL HEEFT DAT WE HET LEVEN NIET ALS EEN STRAF ZIEN. 37


“De mens vecht weinig; hij is dusdanig platgebabysit dat hij niet meer weet waarom hij zich als vlam zou moeten aansteken, de centrale verwarming is er al. Kunstenaars als één blok bestempelen is een beetje erg over de top, er zijn kunstenaars over de hele wereld die beslist vechten of althans niet over het sociale bolletje aaien. Ik denk aan kunstenaars in bijvoorbeeld Colombia en Mexico die ik persoonlijk ken. In Nederland is de situatie heel anders. We zitten in Nederland in de schizofrenie dat de afbraak van bibliotheken, omroepen, de verkwanseling van intellectuele platformen, kortom de verdamping van een rijk panorama aan kennis, tóch nog gebeurt in een land dat heet rijk te zijn, en dat we dus niet mogen klagen. Dat is geen makkelijke positie. Ik denk dat we in de verkeerde wereld zitten zolang op televisie en radio reclame expres harder wordt uitgestraald dan het nieuws.”

Heeft kunst volgens jou überhaupt een functie? En zo ja, brengt die verantwoordelijkheid mee voor een kunstenaar? “Elke kunstenaar moet dat voor zichzelf definiëren, dat is nou juist goed. Ook als-ie dat niet wil doen, dan is dat óók mooi. In die zin vind ik kunst mooi, haha. Zelfs als de kunstenaar niet weet dat hij dat niet doet, dan is dat goed. Maar toch, het moet gezegd worden: er is een oorlog aan de gang. We moeten weten waar we staan en daarnaar handelen, ook al is het resultaat dan nog maar het schrale begin van een aquarel.”

Kunst- en cultuurbeleid is tegenwoordig heel gebruikelijk: een overheid die een rol speelt in kunst en cultuur. Gaat dit niet ten koste van vernieuwing en creativiteit? Of is het juist goed dat er zo meer aandacht en vaak ook een financieel vangnet is? “Als het volgens de procedures gaat, dan is kunst- en cultuurbeleid een reflectie van hoe een maatschappij is of wil zijn: autoritair, vrijzinnig, krampachtig, koloniserend, zakelijk, geweldig of gewelddadig. Nederland spartelt

38

IK HEB DE SCHURFT AAN CATEGORISEREN. DAT IS HETZELFDE ALS DE VOORWAARDEN IN CREMATIEPOLISSEN. DOOD. nu, zoals veel landen, en heeft een mes met twee lemmeten: politiek correct zijn of vrijheid geven. Bijknippen of loslaten. Nederland is een land van consensus: ’wat vind jij ervan, want ik vind dit’. In al die heen-en-weerprocessen om de boel te polderen raak je de pieken kwijt, en dat is bij cultuur een gevaar. Muziek zonder pieken is gewoon een lange toon.”

Bestaat er volgens jou iets als Brabantse kunst? Herken je een bepaald gemeenschappelijk DNA in kunst die in Brabant en door Brabanders wordt gemaakt? “Zeker, en pijnlijk genoeg zou ik het eerder ‘Ontspoorde Katholieke Kunst’ noemen. Ik denk dat Brabant het voordeel heeft dat we het leven niet als een straf zien, en dat impliceert een hoop speelsheid. Lust, veel, lekker, gekleurd, vet, onpeilbaar, alles wat het leven mooi maakt is typisch Brabants. Eigenlijk ben ik er van overtuigd dat God met een zachte G de hele dag lekker op ons staat te vloeken.”

Geboren in Nederland, opgegroeid in Latijns-Amerika en Europa, aan het maken waar de wind je ook maar brengt: ben jij een nomade of voel je je ergens toch geworteld? Wat heb je nodig om je ergens thuis te voelen of om ergens te kunnen creëren? “Ik ben gewend aan verhuizen, de helft van mijn spullen heb ik gesorteerd en de andere helft zit altijd in kisten die ik op het laatste moment vul.

© Willeke Machiels

Om jou te omschrijven haalde een Argentijnse radiomaker John William Cooke (Argentijns advocaat, politicus en denker) aan die zei: “Met verzet alleen ben je er niet, je moet ook aanvallen.” Doen wij dat te weinig? En is dat volgens jou een belangrijke functie van kunst?

IK LOOP EEN KILOMETER EN STRUIKEL OVER DE GEWELDIGSTE DINGEN. 39


DICK IS EL

DAMASIO.

TE VEEL ALS EEN

CONFETTIREGEN. 40

In die zin ben ik ongedisciplineerd nomadisch. Maar ik kan niet ontkennen dat ik wortels heb: in Irakese en Guatemalteekse muziek, in Argentijns vlees en de delta van de Río de La Plata, in de weerspannige grillen en groteske fouten van het zuiden, de kleurigheid van Colombia, de bombast van Mexico. Daarbij hebben Parijs en de xenofobe Parijzenaren me ook beïnvloed toen ik er in de jaren ’60 twee jaar leefde. “Oh ja, het Zuid-Afrika van het jaar 1972 heeft me een flink geestelijk pak slaag gegeven, dat ook. Het was een vreselijk jaar voor mij, en voor anderen nog vreselijker, mag ik zeggen. Het was 1972 en 100% apartheid. Blank zijn betekende vergiftigde voordelen hebben. Ik geef een voorbeeld: we waren in ons huurhuis aan het intrekken, de eerste dag, en de afvoer in de keuken raakte verstopt met wat koud spaghettiwater. Mijn moeder vroeg in gebrekkig Engels aan de tuinier - die verplicht meegehuurd moest worden met het huis, hij was vijftien jaar en, onnodig te zeggen, zwart - om zo’n rubberen ontstopper. Hij keek ons even aan, we wisten niet wat die blik betekende, deed zijn baret af en stak zijn hoofd in het spaghettiwater om het met zijn mond open te zuigen. Dat was de eerste maand dat we er waren. Ik geloof dat ik tot mijn spoedig vertrek, negen maanden later, geestelijk onafgebroken heb overgegeven”

De kunstenaar Dick Verdult doorgronden is lastig, categoriseren is vrijwel niet te doen. Wat drijft jou en heb je er controle over? “Als je me vannacht wakker schudt en zegt: ‘hé, kijk eens, een compressor.’, dan doe ik er morgen iets mee. Ik bedoel, sommigen kunnen 100 kilometer lopen en niks zien, maar ik loop een kilometer en struikel over de geweldigste dingen. Dat is altijd zo geweest, van kinds af aan. Door mijn eigen toedoen of omdat het mij overkomt.” “Ik was zo’n twee jaar oud en zat alleen in de voortuin in ons huis in Guatemala en keek door het gaas naar buiten. Een kar met een ezel stopte en een indiaan keek me aan. Ik bleef hem aanstaren. Hij bewoog zijn arm naar achteren en pakte een stuk fruit - een sinaasappel, ananas, ik weet het niet meer - gooide het over het hek en ging weer verder. Als je de deur open laat tocht het lekker door. Overigens, een van mijn Argentijnse bandleden zei toen ik hem dat voorval vertelde: “Met dat gebaar zeiden we, je bent er een van ons.” Verder moet ik zeggen, ja, dat ik de schurft heb aan categoriseren en dat dat voor mij hetzelfde is als de voorwaarden in crematiepolissen. Dood.”

Vernieuwing en authenticiteit in kunst is zeldzaam. Jij bent iemand die bijna niet anders beschreven kan worden. Kun je dat aanleren? Wat zou je beginnende kunstenaars op het hart willen drukken? “Dat is een moeilijke. Niet per se voor mij, omdat ik niet echt weet of ik vernieuw als ik mezelf beoordeel. Mijn zogenaamde signatuur is een confettiregen, maar als ik mijn werkterreinen zie en met welke strategie ik ze benader, dan vind ik die wel vaak nieuw ja. Of dat nou het werken is aan interactieve fictie in de jaren ’70 en ’80, de volledig van de pot gerukte periferische kunst van ons IBW, of mijn vervorming van de cumbia die nu de halve wereld heeft besmet. Dat is allemaal makkelijk gegaan en zeker te weten vol passie en inzet. Ik heb vrij vroeg leren researchen, oneindig in de diepte neuzen. Toen ik de film Rijnode voor de VPRO maakte, ging ik ad hoc onderzoek doen naar de Rijn. Zo kwam ik tot de ontdekking dat je research kunt beschouwen als een enorme spiegeltuin waarin diametraal tegenovergestelde waarheden schuilen. Als je al die research zonder beleid tot je neemt, ja, dan krijg je wel een grot van Ali Baba. Zo rijk is die grot dat je af en toe roept: ‘Sesam, sluit U’.” “Adviezen voor beginnende kunstenaars? Ik zou zeggen: begin met op internet steeds pagina twee van een digitaal dagblad van een ver land te lezen, zoals Madagascar of Ecuador. Hou dat steeds twee maanden vol. Dus niet de voorpagina, want die gaat altijd over Trump en de ‘zeven pussies’, maar daar waar het lokaal wordt. Dan de volgende oefening: neem je oma op en vraag haar een uur lang over haar vroegste geweldige herinneringen en leer die opname van buiten. Niet alleen de woorden, maar ook de muzieklijn die daarin schuilt. En tot slot de derde oefening: toets een woord in waar je je druk om maakt in een zoekprogramma en typ daar ‘Ali Baba’ achteraan, die site vol Chinese rotzooi. Als je die drie oefeningen goed doet, kun je niet meer terug. Dan ben je uit je bedding, en dat is de bedoeling.”

Dick, tot slot: is kunst maken in tijden van corona anders? “Ik zou het niet willen zeggen, maar ik lijd er wel onder. COVID-19 is vooral een obstakel voor ons allen om de rest aan te pakken. Je maakt kunst omdat het een belofte kan inhouden. Ik zou niet weten welke fruitautomaat nog aantrekkelijke beloftes aanbiedt. De enige belofte waar we nu op geconcentreerd zouden moeten zijn is: we gaan de problemen oplossen, en niks anders. Maar ja, een kunstenaar laat zich nou eenmaal gaan. Hij is als een bobslee die de passagiers die op hem zaten heeft gelost en nu buiten de baan nog lekker doorglijdt.”

41


bezoeker en maker in. “Voor deze editie van Boulevard, die we niet voor niets omdoopten tot Afzender Boulevard, werkten we met een driehoek van kunstenaar, publiek en festival, waarin alle drie even belangrijk waren.”

Troostrijk

©K

arin Jonkers

Een bijzondere plek was weggelegd voor ‘Lijn 73’, het door makers mét en in de stad gemaakte festival-programma. Eén van de makers die voor deze programmalijn werd uitgenodigd, is theatermaker en regisseur Alexandra Broeder. Zij bezocht de Bossche GGZ-instelling Reinier van Arkel en sprak daar met cliënten over wat de periode van lockdown voor hen betekende. Bracht het extra spanningen met zich mee, of werkte het juist louterend? Haar ervaringen daar verwerkte ze in een theatrale vertaling: een soort container - aan de binnenkant bekleed met schapenwol - die werd geplaatst op een doorgangsweg tussen de Bossche binnenstad en het buitengebied. In een schriftje was een verhaal te lezen, gebaseerd op uitspraken van cliënten van Reinier van Arkel, en bezoekers mochten daar hun eigen ervaringen aan toevoegen. Van Hulst bezocht de container zelf ook. “Het was enorm troostrijk om in die ruimte te zijn, en om de ervaringen van anderen te lezen. Het liet voor mij zien dat iedereen donkere periodes kent. Dit werk bracht de emotie van de ander heel dichtbij, terwijl je toch echt alleen in die ruimte was.”

st ―

AFZENDER BOULEVARD BIEDT TROOST EN NABIJHEID

© Karin Jonkers

NA 35 JAAR IS THEATERFESTIVAL BOULEVARD ul nH Viktorien va NIET MEER WEG TE DENKEN UIT DEN BOSCH ÉN UIT DE NATIONALE EN INTERNATIONALE WERELD VAN DE PODIUMKUNSTEN. SINDS HET AANTREDEN VAN DIRECTEUR VIKTORIEN VAN HULST, NU ZO’N ZES JAAR GELEDEN, ZOEKT HET FESTIVAL STEEDS VAKER DE VERBINDING MET HAAR DIRECTE OMGEVING OP. HET THEMA VAN DE EDITIE VAN DIT JAAR - NADER DE ANDER - PAST PERFECT IN DIE INGEZETTE TRADITIE ÉN IN DEZE TIJD. Het snijdt, jeukt, prikt. Het doet pijn, het brengt verdriet. Hoe graag wilden we dit jaar niet dichtbij onze vrienden, familie en geliefden zijn, terwijl dat alleen maar op gepaste afstand kon? Voor Boulevard was dit reden om juist nabijheid als kernthema voor haar festival in aangepaste vorm te kiezen. Onder de noemer Afzender Boulevard ging de festivalorganisatie deze zomer op zoek naar wat nog wél kon. Met een bijzonder programma liet Afzender Boulevard haar bezoekers deze zomer cultuur zien, horen en zelfs aanraken. Door concerten, performances en installaties, in theaters en op straat, maar ook in wijken en weilanden. Op uitnodiging van Boulevard zorgden theatermakers en kunstenaars voor werk, speciaal op maat gemaakt voor deze editie.

ROER OM Dat Boulevard dit voor elkaar kreeg kun je bewonderenswaardig noemen. In de aanloopperiode

42

naar het festival toe bleef lang onduidelijk of er überhaupt evenementen plaats konden vinden. En zo ja: onder welke voorwaarden? Toch is festivaldirecteur Viktorien van Hulst graag bescheiden: “Het vroeg iets van onze organisatie, natuurlijk, en ik ben enorm trots op wat we hebben gepresteerd. Aan de andere kant hebben we ook gewoon geluk gehad. Het begin van de lockdown lag dermate ver van onze festivalperiode af, dat we ook nog wendbaar kónden zijn.” Vanaf maart zijn alle normale activiteiten van voorbereiding door de festivalorganisatie stopgezet. Dat zorgde voor ruimte, vertelt Van Hulst, omdat er geen verplichtingen meer aan Boulevard kleefden. “Al voordat er sprake was van afgelasting, zijn we al op een alternatieve manier gaan denken. We besloten om niet te denken vanuit wat we al hadden, maar echt vanuit een nieuw standpunt.”

Internationale community

Centraal stonden daarbij de kernwaarden en ambities van Boulevard, waar de organisatie de afgelopen jaren al hard aan werkte. Daar kon nu op verder worden gebouwd. “Voor elke editie nodigen we groepen en organisaties in de stad uit om ons festival te bezoeken”, legt Van Hulst uit. “Toen duidelijk werd dat we het met veel kleinere bezoekersaantallen moesten doen, besloten we deze mensen op een andere manier te benaderen. Door makers naar hen toe te sturen, in plaats van hen naar de makers te laten komen.” Dat vroeg om een andere basisgedachte. Normaal staat een festival als Boulevard als een soort ‘intermediair’ tussen

Naast de verbinding met stad en regio, staat het podiumkunstenfestival juist bekend om haar goede band met de internationale community. Omdat gezelschappen van buiten Nederland dit jaar niet naar Boulevard konden komen, lag de nadruk elders. “Internationaal werken is zoveel meer dan het uitwisselen van voorstellingen alleen”, zegt Van Hulst daarover. “Het draait ook om kennisdeling en solidariteit met internationale partners.” Samen met het Noord-Italiaanse theaterfestival Bassano del Grappa organiseerde Boulevard in augustus een aantal webinars met internationale sprekers, voor podiumkunstenaars van over de hele wereld. Ook is Boulevard samen met twintig partners betrokken bij twee grote Europese samenwerkingsprojecten, die dit jaar van start gaan.

43


“Theaterfestival Boulevard ging het afgelopen jaar het onderzoek met ons aan. In plaats van alleen maar onze productie in te kopen, waren ze voor ons co-creator. Het biedt een goede voedingsbodem om op zo’n manier met een festival samen te werken. Zo creëren we duurzame relaties in een stad als Den Bosch. Niet alleen met het festival zelf, maar ook met andere partners zoals Brabants Landschap en MTD Landschapsarchitecten, waardoor ook weer nieuwe haakjes voor projecten ontstaan.” ― Rob van Rijswijk Het componistenduo Strijbos & Van Rijswijk zoekt steeds naar nieuwe manieren om de (bebouwde) omgeving te beleven, met en door middel van muziek. Daarbij spelen ze in op de lokale aspecten en kwaliteiten van een plek. In plaats van dat het duo één voorstelling aanbiedt aan meerdere festivals, maken ze nu steeds unieke producties. Voor Afzender Boulevard was dat Your Trembling Mile, in samenwerking met het Bossche MTD Landschapsarchitecten.

Terugblikkend noemt Van Hulst het afgelopen jaar voor Boulevard een ‘katalysator voor ontwikkeling’. “Dat we werkten vanuit die gelijkwaardige driehoek: bezoeker, maker en festival, houden we er absoluut in.” Ook de andere, flexibele manier van organiseren van het team en de digitale dagkrant zijn blijvertjes. “Op een bepaald moment hebben we al onze verwachtingen losgelaten. Dat geeft vrijheid. Dat we daarvoor de ruimte kregen van onze financiers, waaronder ook Brabant C, hielp daar natuurlijk enorm bij.” Toch is er iets dat de directeur miste. Een plek voor ontmoeting, voor napraten. Dat gebeurde normaal in het festivalhart op de Parade. “Voor een volgende editie houden we daar rekening mee. Zo’n plek is gewoon onmisbaar voor een festival als Boulevard. Kunst is een manier om ontmoeting en gesprek te faciliteren.” Tijdens het organiseren van Afzender Boulevard ervoer haar organisatie nog sterker wat van belang is, vertelt ze. “Het zorgde voor veel nieuwe inspiratie. We kunnen echt door op de nieuwe basis die we dit jaar hebben neergezet, met allerlei nieuwe mogelijkheden in ons achterhoofd.” Van Hulst is ontzettend trots op wat er is bereikt. “De afgelopen jaren hebben we heel hard gewerkt aan onze waarde voor de samenleving en voor de kunstpraktijk. Dat vraagt een denkwijze die start vanuit wat je wilt bewerkstelligen, in plaats vanuit het product dat je brengt.” Die missie van Boulevard is inmiddels zó helder, merkt Van Hulst, dat het eigenlijk niet zoveel uitmaakt wat er gebeurt. “Vanuit daar kunnen we ons relatief makkelijk aanpassen aan de omstandigheden die zich voordoen. De vorm is ondergeschikt aan wat we daarmee willen bereiken.”

44

© Jean Philipse

Trots

“Dit is één van de meest impactvolle projecten die ik heb gemaakt. Ons hele team - dat van cameraman tot en met choreografie-assistent uit dansers bestond - was vanaf dag één belachelijk hecht. Er was zo’n sterke binding en goede klik, ook met Jeffrey en Arjuna - en dat maakt het heel bijzonder. Zeker in een tijd als deze.” ― Shailesh Bahoran Choreograaf, hiphopdanser en theatermaker Shailesh Bahoran maakte speciaal voor Afzender Boulevard een voorstelling op maat. Dat deed hij op basis van een zeer grondig onderzoek naar de wortels van de Bossche dansers Arjuna Vermeulen en Jeffrey Hoofs. Hun gezamenlijke onderzoek resulteerde in een twintig minuten durende docu en in dansvoorstelling Traces, die tijdens Afzender Boulevard werd opgevoerd.

45


Met grote, toonaangevende festivals als Roadburn (heavy music) en WOO HAH! (hiphop) speelt Poppodium 013 zich al jaren internationaal in de kijker. De grootste popzaal van Nederland, inmiddels ruim twintig jaar prominent aanwezig in de Tilburgse binnenstad, experimenteerde dit jaar met nieuwe manieren van programmeren.

Frens Frijns

40 KEER GUUS MEEUWIS, EEN NET-ALSOF ROADBURN EN EEN HYBRIDE WOO HAH!

“Als je merkt dat de community pal achter je festival blijft staan, dan geeft dat energie.” ― Frens Frijns

46

© Lotte Schrander

Connectie Roadburn, het festival dat jaarlijks razendsnel uitverkoopt en de heavy music community van over de hele wereld in april in Tilburg samenbrengt, ging dit jaar niet door. Tot op het laatste moment hielden fans van over de hele wereld hun adem in: zou het toch nog kunnen? Toen duidelijk werd dat er dit jaar echt geen Roadburn kwam, werd door de community binnen no-time een Facebookgroep opgericht. In A group where everyone is pretending to be at Roadburn 2020 deelden de ruim anderhalf duizend leden hun herinneringen, foto’s en ‘alsof-ervaringen’ van het festival (zoals: ‘Holy shit! Secret Ultha/Sun Worship/ Morast & more gig at Skatepark!’ en ‘Kungens Män killed it! What a closer! So, where’s that afterparty?’). De organisatie voegde daar al snel haar eigen content aan toe met onder andere livestream-optredens en interviews met internationale artiesten. Frens Frijns, directeur van Poppodium 013 en zakelijk directeur van Roadburn: “De spontaniteit waarmee deze groep ontstond laat de kracht van de internationale Roadburn-gemeenschap zien. In bijna 22 jaar tijd is die erg hecht geworden. Fans van het festival en wij als organisatie bleven op deze manier verbonden.”

Erkenning Op het moment van afgelasting van het festival stond alles al klaar. “Vanuit ons vak gezien was het een fantastisch geslaagd festival. Het programma was uitstekend, de internationale pers was lyrisch en we waren stijf uitverkocht. Het enige ‘minpuntje’ in dat opzicht was dat het niet door kon gaan”, vindt Frijns. En natuurlijk, er is flink gevloekt in die periode, maar de organisatie bouwde door. “Als je merkt dat de community pal achter je festival blijft staan, dan geeft dat energie. Dit is waar we het voor doen. En wat we zullen blijven doen”, licht de directeur toe. Het afgelopen jaar kreeg Roadburn bovendien de nodige erkenning. Zowel de provincie Noord-Brabant als het Fonds Podiumkunsten kenden het festival een meerjarige subsidie toe. De eerdere investering vanuit Brabant C speelde daar een belangrijke rol in, vertelt Frijns: “Mede dankzij deze impuls konden we onze organisatie verder professionaliseren en zijn we echt voor het next level gegaan. Dat alles betaalt zich nu terug, en daar zijn we enorm trots op.”

47


Keep your head up Het podium zelf maakte het afgelopen jaar natuurlijk ook pas op de plaats. Poppodium 013 ging een periode helemaal dicht. Niet alleen voor bezoekers, maar ook voor personeel. Frijns: “We hebben nu eenmaal een duur gebouw. Toen we doorkregen dat dit allemaal langer ging duren, konden we niet anders dan de deuren sluiten.” Ondertussen organiseerde de popzaal publieksacties, zo kwam er een postercampagne met opbeurende songteksten die in Tilburg te zien waren (bijvoorbeeld ‘Keep your head up’ of ‘We zullen doorgaan’) en vrijwilligers en personeel maakten mondkapjes van oude merchandise. “We wilden ondanks alles met elkaar en met de stad aan de slag blijven, een teken van leven laten zien. Samen leuke dingen blijven doen. Ook in deze tijd.” Het poppodium is voor een groot deel van de werkzaamheden afhankelijk van haar ruim tweehonderd vrijwilligers. Door maandelijks online medewerkersvergaderingen te organiseren, inclusief een ludieke quiz, bleven zij aangehaakt. Ook toen er geen concerten plaatsvonden. “Op het moment dat we weer opengingen in augustus, zagen we dat vrijwilligers zich meteen weer inschreven voor diensten. In plaats van af te haken bleven ze zich inzetten. Ze waren superblij dat het allemaal weer kon. En dat is hard nodig, want door alle protocollen hadden we op een avond nog meer mensen nodig dan voorheen.”

“We wilden ondanks alles met elkaar en met de stad aan de slag blijven, een teken van leven laten zien. Samen leuke dingen blijven doen. Ook in deze tijd.” ― Frens Frijns

Motor laten draaien Hiphopliefhebbers en volgers van WOO HAH! weten dat het festival dit jaar op 10, 11 en 12 juli in hybride vorm plaatsvond. Offline waren er optredens voor een zeer beperkt publiek in de grote zaal van 013 en in de Red Bull Music Studios in Amsterdam, al live-streamend keken in totaal zo’n elfduizend fans mee. “WOO HAH! All Day hebben we in elf dagen uit de grond gestampt. Dat was fijn om te doen. Weer even de motor van onze organisatie op de hoogste stand laten draaien. Om alles binnen de toen geldende protocollen voor elkaar te krijgen - dat gaf reuring, stress, maar wel op een positieve manier.”

48

© Lotte Schrander

© Willem van Breugel

Ondertussen ontving Frijns een appje van Guus Meeuwis - of hij in het poppodium zijn eigen Club Zoveel kon opzetten. Zijn nieuwe album kwam uit en hij wilde dit aan zoveel mogelijk mensen laten horen. Vier tot vijf keer per week spelen, net zo lang tot alle fans geweest waren. “Guus wilde blijven zingen, en zijn crew aan het werk houden. Dat was voor ons team natuurlijk ook zo. Dus we besloten het te doen.” Normaal gesproken is 013 een machine, vervolgt Frijns, die zich in hoog tempo voorbereidt op dagelijks een andere productie. Met elke dag Guus was dat ineens anders. “Het was heel leuk om eens elke dag met dezelfde artiesten op te trekken. En dit gaf ons een fantastische kans om onze werkwijze tijdens corona te perfectioneren. Zodat we iedereen geheel veilig konden ontvangen, binnen een optimale sfeer”, blikt hij terug. “En ondertussen hadden we ook de ruimte om na te denken over nieuwe mogelijkheden, nieuwe evenementen. Bijvoorbeeld over hoe we onze kleine zaal zouden gaan inrichten voor de winter met een passend cultureel programma. Er kwam ruimte voor nieuwe creativiteit.”

Lichtpuntjes Het poppodium is opgeruimd, staat vers in de verf, kreeg een nieuwe keuken, alle verplichte keuringen zijn uitgevoerd en er is ruimte om met het team aan nieuwe plannen te werken. Er is geëxperimenteerd met nieuwe programmering, en voor een aanzienlijk aantal mensen dat nog niet eerder in 013 kwam, zoals veel fans van Guus Meeuwis, is de drempel naar het poppodium verlaagd. Ook werkt de organisatie aan plannen voor Roadburn en WOO HAH! in 2021. Want ondanks alles blijft het belangrijk om lichtpuntjes te bieden aan de internationale muziekscene rondom beide festivals. Zo kregen zes Roadburn artiesten uit België, Nederland en Duitsland een compositie-opdracht. “Dat is een winwin situatie. Die muzikanten kunnen iets moois maken - voor veel van hen is het werk ver opgedroogd - en voor het publiek zorgt het straks voor mooie content. Zodat we iets kunnen delen waar mensen blij van worden, iets dat hoop geeft.” Natuurlijk was 2020 een jaar als nooit tevoren, blikt Frijns terug. Er moest worden gereorganiseerd, en het geld ‘spoot’ aan alle kanten de popzaal uit. Toch blijft de directeur positief. “Het afgelopen jaar bewaarden we een soort verstandige rust, ook wanneer we moeilijke keuzes moesten maken. Meer dan ooit laat dit zien dat we een gezonde, stabiele organisatie zijn. Alleen al dat zorgde ervoor dat we ondanks alles door konden gaan.”


“We hebben het maar wel mooi geflikt.”

― Marianne Splint

“Een project met smoel”, zo noemt Marianne Splint de allereerste overzichtstentoonstelling ter wereld over Lucas Gassel. Heel bekend is hij niet, zelfs niet in Helmond waar hij opgroeide. Splint: “Hij is inderdaad niet een grote naam zoals bijvoorbeeld Van Gogh, maar hij verdient de aandacht zeker wel. Zijn schilderijen zijn fantastisch en in zijn eigen tijd werd hij erg gewaardeerd. Gassel was ook één van de eerste kunstenaars die zijn werken ging signeren. Dat was het begin van het zelfstandig kunstenaarschap; kunstenaars gingen creëren vanuit intrinsieke motivatie, wat een interessante ontwikkeling was. De basis om Gassels werken terug te halen was uit liefde voor de kunstenaar. En er was ook nog geen museum dat zijn eigenaarschap claimde. Wereldwijd hangen in allerlei musea hooguit twee schilderijen. Met deze tentoonstelling is het ons gelukt om dat eigenaarschap te claimen.”

Al sinds de opening in 1982 speelt Museum Helmond met het idee om de zestiende-eeuwse schilder Lucas Gassel terug naar Helmond te halen. Die langgekoesterde wens ging dit jaar in vervulling. De grootste, duurste en meest internationaal georganiseerde tentoonstelling van het museum opende in maart de deuren, om ze een week later alweer te moeten sluiten door de maatregelen. “Een ontzettend bittere pil”, zegt directeur Marianne Splint. Toch kijkt ze ook met trots terug op de afgelopen periode. “Het is nog steeds een prachtig project geweest, dat we maar wel mooi hebben geflikt.”

“Dan ben je ineens dat ene museum dat sneu, sneuer, sneust is.”

© Josanne vd Heijden Marian

― Marianne Splint

ne

Lamgeslagen

li Sp

nt

Uitdaging

©v an Hal

Daarmee ging een droom van Museum Helmond in vervulling: de landschapsschilder terug naar huis halen, naar de plek waar hij rond 1488 werd geboren en een groot deel van zijn jeugd doorbracht. Door de jaren heen bleek zo’n project steeds te duur, te omvangrijk, te complex. Waarom het museum deze uitdaging nu wel aanging? “Er leefde veel enthousiasme in de stad en de gemeente stelde een startbudget van twee ton beschikbaar”, vertelt Splint. “Met die financiële zekerheid konden we de boer op richting grote fondsen en sponsors.” Met de financiële bijdrage was Brabant C een van de meest cruciale partners van de tentoonstelling Lucas Gassel – Meester van het

50

Landschap. Het was de tweede keer dat het Helmondse museum een provinciale bijdrage ontving voor een groot project. Dat het nieuwe provinciebestuur van VVD, Forum voor Democratie, CDA en Lokaal Brabant dit voorjaar kenbaar maakte minder prominent in te zetten op cultuur, baart Splint zorgen. “Voor ons levensonderhoud zijn wij voor een groot deel afhankelijk van de gemeente, niet van de provincie. Wel kunnen we als museum met provinciale steun voor grootschalige projecten als deze tentoonstelling echt een ambitieslag maken. Als we op internationaal topniveau willen presenteren in de regio, dan heb je dit type steun hard nodig. Dat in die steun gesneden dreigt te worden, is een zorgelijke ontwikkeling voor ons en de hele culturele sector.”

Met de coronacrisis er bovenop is de sector nu in behoorlijk zwaar weer beland. Ook de tentoonstelling over Lucas Gassel dreigde met de gedwongen sluiting van het museum volledig in het water te vallen. “Sinds 2016 waren we er met ons team vol voor gegaan”, vertelt Splint. “Het momentum was perfect; we hadden veel aandacht in de media, de rijen stonden de eerste dagen voor de deur, en dan moet je noodgedwongen dicht. We waren echt even compleet lamgeslagen. Gelukkig wisten we dit snel om te zetten, ook door de bevestiging die we tijdens de opening hadden gekregen. Alle positieve reacties sterkten ons in het geloof dat we Lucas Gassel nog steeds aan de man moesten brengen, maar nu op een andere manier.”

Verlenging De focus werd direct op verlenging van de expositie gezet. Daarvoor moesten de bruikleengevers van de ruim tachtig kunstwerken – gesigneerd werk, tekeningen, gravures van zijn hand en werk van leerlingen en bepalende tijdgenoten – worden benaderd. Dankzij de inzet van conservator Annemieke Hogervorst konden nagenoeg alle werken drie maanden langer blijven hangen. Er werden virtuele rondleidingen op touw gezet, video’s, vlogs en podcasts geproduceerd en verspreid via social media. De Volkskrant maakte een toer langs musea die dicht waren, waarbij ook Helmond werd aangedaan. En Marianne Splint werd meerdere keren benaderd voor een interview voor de camera’s.

51


Ook de afgelaste activiteiten in de stad rondom Gassel konden in de zomer alsnog plaatsvinden. Door de (openlucht)exposities, stadswandelingen en walking dinners is de zomer van 2020 volgens de museumdirecteur de zomer van Lucas Gassel geworden. “Als museum hebben we 8.000 van de verwachte 25.000 bezoekers getrokken. Maar als je meetelt hoeveel mensen we dankzij de exposure uiteindelijk hebben bereikt, komen we daar wel bovenuit.”

“Ja, we zijn als cultuursector veerkrachtig, maar er zitten grenzen aan.” ― Marianne Splint Spraakmakend Ondertussen kijkt Marianne Splint alweer vooruit naar het volgende grote project in 2023. Veel wil ze er nog niet over kwijt. Wel dat het een spraakmakende tentoonstelling wordt rondom het thema automotive. “Ik zie onze Kunsthal, de parkeergarage, de stad en het kanaal als één grote expositieruimte, waarin het draait om auto’s en kunst. Een project om naar uit te kijken.”

Drie avonden en nachten lang strekte het immense lichtkunstwerk Connecting the dots zich uit over Eindhoven: meer dan 1.500 ledlampen, 1.000 grote rode lichtpunten in de lucht en meer dan 20.000 rode lichtkunstwerkjes voor de ramen. Op de twee markante schoorstenen van het voormalige Philipsterrein Strijp-T visualiseerde kunstenaar Hugo Vrijdag met een lichtkunstwerk het verhaal van Connecting the Dots. Eindhoven hulde zich bovendien in een enorme mantel van blauw licht. Die blauwe hemel boven Eindhoven, ontworpen door de Finse lichtkunstenaar Kari Kola, creëerde iedere dag een ander effect. Een spectaculair natuurfenomeen dat door regen, wolken en mist werd beïnvloed. De rode ballonnen (dots) van kunstenaar Ivo Schoofs dansten in de wind

- een overweldigend gezicht. Ook deed GLOW dit jaar een oproep aan iedereen om zelf een rode dot te maken en te voorzien van een Ra ld boodschap aan de Rona wereld. Over de hele wereld verschenen meer dan 20.000 zelfgemaakte rode dots voor de ramen. Het kunstwerk was niet alleen in Eindhoven vanuit thuis te zien, maar werd ook via een tijdelijke livestream wereldwijd uitgezonden. De jubileumeditie werd een baken van licht. Tot ver over stads- én landsgrenzen. Directeur Ronald Ramakers blikt terug.

Ben je alweer geland, na deze wel heel bijzondere editie? [Schiet in de lach] “Ja, dat gaat altijd razendsnel.”

© Josanne vd Heijden

De afgelopen periode heeft Museum Helmond nog iets opgeleverd: inzicht in een andere manier van verhalen overbrengen en het betrekken van mensen. Splint: “Het is niet vanzelfsprekend dat mensen naar je website gaan en een kaartje kopen. Het digitaal rondleiden, prikkelen via de socials en werken met beelden heeft absoluut een toegevoegde waarde. We gaan nu met een aantal partijen bekijken op welke andere manieren we

De Helmondse museumdirecteur is trots op de veerkracht en ondernemersgeest die ‘haar’ museum dit jaar heeft getoond. Hoe het zit met de veerkracht van de Brabantse cultuursector in het algemeen? “Als ik kijk naar de regio Eindhoven, Helmond en Brainport zit die veerkracht vooral in innovatie en creativiteit. Maar alleen daarmee kom je er niet; je hebt ook commitment nodig van partners. Dus ik ben wat terughoudend als je vraagt of we als sector veerkrachtig zijn. Want je kunt die veerkracht niet blijven uitputten, er zitten grenzen aan.”

HET EINDHOVENSE LICHTKUNSTFESTIVAL GLOW IS EEN BEGRIP. JAARLIJKS TREKT HET EEN WEEK LANG ELKE DAG ZO’N 100.000 BEZOEKERS. HET FESTIVAL DIT JAAR ORGANISEREN, IN CORONATIJD, MET NET ZO VEEL IMPACT LEEK ONMOGELIJK. MAAR NIETS BLEEK MINDER WAAR.

ak ers

Veerkracht

onze collectie en verhalen naar buiten kunnen brengen. Nu was dat uit nood geboren, maar we gaan er zeker mee door.”

m

Lachend: “Dan ben je ineens dat ene museum dat sneu, sneuer, sneust is. Niet bepaald de beeldvorming waar we voor gingen, maar we konden hiermee wel het verhaal over Lucas Gassel vertellen. Ook de campagneruimtes die we al hadden ingekocht hebben we hiervoor gebruikt. Door steeds maar weer het verhaal voor het voetlicht te brengen hebben we veel mensen betrokken weten te houden. Dat zagen we ook terug toen we weer opengingen. Het momentum was dan wel voorbij, maar er stonden wel weer rijen voor de deur.”

52

© Willeke Machiels

53


© Willeke Machiels

Hoe anders dan anders was GLOW dit jaar? “Weet je, in kunst heb je altijd de ‘making of’; wanneer start je met een kunstwerk? Als het om GLOW gaat, dan is dat in maart dit jaar geweest. We starten altijd met een ensemble van kunstenaars om te brainstormen. En we wisten al meteen dat de opzet met grote stromen bezoekers ‘m niet zou worden. Dat was een hele uitdaging, en daarin zijn partners – nog meer dan anders – belangrijk. Want tussen droom en daad... je kent het wel. Je moet bijvoorbeeld rekening houden met protocollen voor veiligheid en je budgettering is anders. Maar alle partijen reageerden snel en flexibel. We hebben veel gehad aan de gemeente, Brabant C en alle anderen.” “En tja, over de constructie. Toen Ivo de rode ballonnen schetste, dansend in de wind, voelde dat meteen als het verhaal dat we wilden delen: een verhaal van licht in een tijd waarin de natuur ons leven voor een groot deel bepaalt. Het spel met blauw licht van Kari, dat met het weer meeverandert, paste daar perfect bij. Hugo kwam ten slotte met de dots en het co-makerschap van basisschoolkinderen, de zachte component: de stad maakt GLOW. Dat maakte de cirkel rond.”

Kwam het verhaal aan bij het publiek? “Het verhaal van Connecting the dots is: licht is leven. Ik denk niet dat dit deel van de triptiek van Gerard Philips ooit een betere timing had. Het beschrijft niet alleen wat GLOW ís, maar ook de diepere inhoud van het verhaal: verbinden en delen.” “We hoopten natuurlijk dat ons verhaal voelbaar zou zijn. Maar dat het zó erg zou binnenkomen, dat hadden

RAAD VAN TOEZICHT

DE STAD MAAKT GLOW.

Bert van der Els (voorzitter) Marleen Hartjes Verily Klaassen Saskia Langbroek-Coppus

ADVIESCOMMISSIE Bert Dirrix       voorzitter Jorn Konijn     plaatsvervangend voorzitter

LEDEN ADVIESCOMMISSIE Peter van der Aalst Peter Brouwers Jan Couwenberg Katja Diallo Jacki Dodemontova Ruth Giebels Arend Hardorff Petra Heck Edwin Jacobs Charles Jeurgens Antoinette Klawer

zelfs wij niet kunnen bedenken. Vanaf even na vijven op 12 november stroomden de reacties binnen, en die waren hartverwarmend. Mensen waren tot in hun ziel geraakt en dat heeft alles met onze wereld van nu te maken. We moeten in en om huis blijven en sociale contacten zoveel mogelijk beperken, dat heeft een enorme impact. Drie avonden lang beleefden mensen in Eindhoven en omstreken - en via de livestreams - een soort oud & nieuw. Bovendien pikten veel nieuwsprogramma’s het op, waaronder NOS, Nieuwsuur en EditieNL.”

Marjo Schlaman Paul Slangen Remco van Soest Leo Spreksel Robbert van der Stelt Ankie Til Jeroen Veldkamp Bart van Velzen Arne van Vliet Jeroen Willems

TEAM BRABANT C Frans van Dooremalen Mirjam Hament Joy Arpots

“Wat bijzonder is, is dat nu ook de internationale reacties op gang komen. Een soort rimpeleffect van dat steentje dat je in het water gooit. Het is ook precies wat Kari al voorspelde: ‘This work has a lot of impact. It’s just started.’”

Linda Dekkers Anne ErkelensSchuurmans Geert Lenders

Michel van de Ree Margareth Louwers Milou Vogels

De volgende personen en partijen hebben bijgedragen aan dit fanzine: Vormgeving en redactie: Toffey Hoofdredactie: Milou Vogels

Volgend jaar weer? “Los van de COVID-19-situatie kijken we voor GLOW sowieso altijd hoe het anders en beter kan. Die grote stromen bezoekers zijn geweldig, maar zorgen ook dat de verhalen die we willen vertellen soms doodbloeden. Dit jaar laat zien dat een compleet andere manier toch fantastisch kan werken. Dat betekent niet dat we het volgend jaar weer zo gaan doen. We ‘resetten’ GLOW elk jaar en kijken hoe we opnieuw impact kunnen hebben, samen met ons ensemble. Innovatie en creatie floreren als je openstaat voor elkaar.” “Wat ik wél weet, is dat GLOW in zijn flexibiliteit heeft bewezen dat het van de stad en van Brabant is, en dat kunst belangrijk is. Júíst ook in deze tijd. Het beweegt de geest.” © Willeke Machiels

54

Marcel Kranendonk Otto van der Meulen Martijn Mulder Lydia van Oosten Jan Post Charlotte van Rappard Eduard van Regteren Altena Tet Reuver Line Rousseau

Teksten: Grete Simkuté Silvia de Caluwé Brigitte de Swart

Iris van den Boezem Wil van Pinxteren Linda Dekkers

Mirjam Hament

Fotografie: Willeke Machiels Merlijn Doomernik Ronald Smits Nosh Neneh Ben Nienhuis Erik Kessels Timo de Rijt Mary Sibande Wouter Kooken

Filip Studios Karin Jonkers Jean Philipse Willem van Breugel Lotte Schrander Joeri Sannen Josanne vd Heijden FutureDome Events Wim Roefs

Marjo van de Peppel-Kool Rene Schotanus Maarit Kytöharju Jasper Loeffen Van Hal Tim Stet

Met dank aan: Ine Gevers Erik Kessels Timo de Rijk Fleur van Muiswinkel Wendy Plomp Jorn Konijn Klasien van de Zandschulp

Tom Loois Mark van der Net Thijs van Bijsterveldt Leon van Rooij Roos Meerman Tom Kortbeek Ronald Ramakers Bert Palinckx

Dick Verdult Viktorien van Hulst Frens Frijns Wil van Pinxteren Marianne Split Peet Nieuwenhuijsen


© December 2020 Een uitgave van Brabant C

EEN PROVINCIE BOMVOL CREATIEVE GANGMAKERS. VOORLOPERS IN INTERNATIONALE TOPCULTUUR. UNIEK IN BRABANT EN HERKENBAAR IN DE WERELD. DIT IS BRABANT.

Profile for Brabant C

Fanzine #3 - Brabant = Veerkracht  

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded