Page 1

Brabant C

FANZINE ISSUE 02 ---- 2019 1


Ondernemen en innoveren hand in hand met internationale topcultuur. Uniek in Nederland en herkenbaar in de wereld.

DIT IS BRABANT 2


Frans van Dooremalen

4

bert van der els

6

mothership

8

Piet hein eek en John Blankendaal

10

business development

16

bas timmer

20

anish kapoor

22

op safari met brabant c

24

van gogh & asml

26

doloris

30

top in cultuurniches

33

internationalisering

36

alle projecten

38

Š Karmanoia

INHOUD

3


EEN INTERVIEW MET FRANS VAN DOOREMALEN, DIRECTEUR VAN BRABANT C Brabant C bestaat inmiddels vier jaar. Een periode die kort lijkt, maar waarin ontzaglijk veel is gebeurd. Directeur Frans van Dooremalen blikt terug, maar vooral vooruit. Want de komende jaren worden zo mogelijk nog boeiender.

ALS JE NU TERUGKIJKT OP DIE EERSTE 4 JAAR BRABANT C, HOE OMSCHRIJF JE DIE DAN? Frans denkt even na en zegt dan: “Ik zie twee kanten. Op inhoud een mooi oeuvre van hoogwaardige Brabantse cultuurprojecten en in de aanpak vooral voortschrijdend inzicht. Dat is hoe we hebben gewerkt. Je leert al gaandeweg, omdat dingen in de praktijk toch vaak anders lopen dan je ze van tevoren met z’n allen bedacht hebt. Ieder jaar doe je het anders, je raakt steeds verder toegespitst op de juiste formule.” Op de vraag wat dan anders was dan gedacht, geeft Frans als voorbeeld het grotere accent dat is komen liggen op de ondernemende, de zakelijke kant van de projecten. De focus van cultuurmakers ligt op cultuur. “Hartstikke legitiem natuurlijk. Maar onze opdracht is duurzame ontwikkeling van de cultuursector en dan moet de bedrijfsmatige kant ook echt kloppen.

MAAR WAAR MOET EEN CULTUURMAKER ANDERS MEE BEZIG ZIJN DAN MET CULTUUR? “Met blijvende impact. Met toekomst. Met maatschappelijke vraagstukken,” klinkt het als vanzelfsprekend. “Kijk, er wordt vaak alleen in termen van het afdekken van kosten gedacht in plaats van ook in opbrengsten. Je moet de waarde die je creëert ook zien te verzilveren in opbrengsten. Als je een project ondernemend en planmatig aanpakt, kan dat ook een enorme impuls aan het creatieve resultaat geven. Daarom hebben we meteen in ons eerste jaar een businessdeveloper aangetrokken. Aanvragers konden met die support een businessplan maken. In de eerste jaren

4


merkten we dat de meeste aanvragers vooral voor de subsidie gingen in plaats van voor de lening, garantstelling of participatie. Logisch ook, want waarom zou je het jezelf moeilijk maken als je een gift kunt krijgen? Maar willen we echt iets opbouwen, dan moeten we zorgen dat én zo’n project steeds meer op eigen benen kan staan én dat ons fonds zichzelf deels in stand kan houden. Want de stroom geld van de provincie, blijft niet vanzelfsprekend. Als je vooruit wilt in cultuur, moeten we andere bronnen aanboren.”

WAAR MAAKT BRABANT C HET VERSCHIL, VERGELEKEN MET ANDEREN? “Wij maken de combinatie tussen cultuur op hoog niveau en ondernemerschap. Waarschijnlijk zijn er maar weinig fondsen die een scout en een businessdeveloper in dienst hebben. Brabant C is een investeringsfonds in plaats van een subsidieloket. We zorgen voor duurzaamheid: ons doel is Brabantse cultuur die zich voor onbepaalde tijd blijft ontwikkelen, zo divers mogelijk.” Dus als jullie er niet waren geweest de afgelopen jaren… “Dan hadden allerlei projecten misschien wel het daglicht gezien, maar langzamer en moeizamer. En hadden ze de stap van nationaal naar internationaal niet gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan het internationaliseren van de Dutch Design Week, November Music, Theaterfestival Boulevard, Breda Photo. Met Brabant C kan je je ambities sneller realiseren.”

IS ER EEN ROOD-WITTE BRABANTSE DRAAD TE ONTDEKKEN? “Jazeker,” zegt Frans. “Brabantse kunst en cultuur is niet anders dan Brabant zélf. Innovatief, superslim en tegelijk ook ‘doe maar gewoon’, gemoedelijk en open. En vooral samen. Niet alleen met andere cultuurmakers, maar ook met bedrijven, publiek, overheid. Het is allemaal eigen en tegelijkertijd open. De handen ineen slaan en met elkaar de klus klaren. Die dan vervolgens ook nog eens behoorlijk succesvol is. Dat is het Brabantse DNA. Dat vanzelfsprekende verbinden, elkaar zoeken, dat zien we terug in de aanvragen. Als je daarin investeert, komt daar vanzelf lijn in. WOO HAH!, Manifestations, The Rugggeds, Panama Pictures XL... innovatief maar niet elitair. We zoeken bewust vaak de niches op.” Hij denkt even na. “Brabantse projecten zijn onaf, rauw. Je komt bij de kunstenaar binnen – achterom.”

WAT GAAT ER GEBEUREN IN 2019-2022 VOOR BRABANT EN BRABANT C? “We zijn ons nóg meer aan het richten op het realiseren van cultuur met het bedrijfsleven,” zo licht Frans een tip van de sluier op. “Per slot van rekening financieren wij maar een deel van het budget bij een aanvraag. De rest moet ook ingevuld worden. Er is een aantal grote bedrijven in Brabant waarvan wij denken dat die belang hebben bij hoogwaardige kunst en cultuur. Die willen alleen niet meer ouderwets sponsoren, maar eigenaarschap. Er moet iets van henzelf in zitten. Onze missie is die behoefte in kaart brengen en via Brabant C helpen dat in te vullen. Daar hoort ook een andere vorm van financieren bij, bij zo’n publiek-private samenwerking. Ik vind het mooi om dat uit te kristalliseren en er mee aan de slag te gaan. En wat voor projecten dat zijn? We denken aan iconische cultuurprojecten. Waar artistieke vrijheid gecombineerd wordt met opgaven waarvoor bedrijven zich gesteld zien. Waar het DNA van een bedrijf vermengd raakt met het DNA van Brabantse cultuur. Hoe en wat, dat ziet Brabant straks.”

WAT LEVERT DAT BRABANT ZELF OP? DE CULTUURMAKERS, DE OVERHEID, DE INWONER? “Trots. Geluk. Investering in de regio. Een wow!gevoel.” Hij benadrukt: “Kijk, we zijn de tweede sterkste economische regio van het land, daar hoort ook bij dat je een van de sterkste culturele regio’s bent.” Brood en spelen dus? “Ja. Voor bedrijven, werknemers en burgers is de vrijetijdseconomie ontzettend belangrijk. Het is essentieel om gelijke tred te houden met onze booming economie om nóg leefbaarder en aantrekkelijker te worden. Niet alleen voor inwoners en bezoekers, maar ook voor de grote(re) spelers in de provincie. Zodat Brabant voor hen en voor hun medewerkers en familie de eerste keus wordt in plaats van de randstad. Met Brabant C vullen we die behoefte in door een impuls te geven aan topcultuur. Met een Brabants oeuvre.”

EN DAN LICHT BRABANT STEEDS MEER OP, OP DIE INTERNATIONALE CULTUURKAART? Frans knikt. “Daar ben ik van overtuigd.”

5


DE WERELD KENT BRABANT AL EEN GESPREK MET BERT VAN DER ELS, LID VAN BRABANT C’S RAAD VAN TOEZICHT Een herfstachtige ochtend op Brabantse bodem. Bert van der Els is een man met een flinke staat van dienst in het internationale bedrijfsleven als CEO. Maar terwijl hij de hele wereld heeft overgevlogen, blijft de liefde voor dit stipje op de kaart - de provincie Brabant - het sterkst. Net als de liefde voor kunst. En die twee gaan bij hem vaak samen, zo blijkt.

HET LIJKT EEN COMBINATIE VAN UITERSTEN, VAN ALFA EN BÈTA… HOE KOMT EEN TU’ER AAN EEN PASSIE VOOR KUNST? Bert lacht en zegt: “Tja, die is er gewoon altijd al geweest. In de ruimste zin van het woord eigenlijk. Ik hou van fotografie, architectuur, muziek, sculpturen, design... noem maar op. Beginnende kunstenaars en ontwerpers of oude rotten in het vak: zodra iemand een snaar bij me raakt, blijf ik geboeid. Van Kiki van Eijk en Joost Bleijswijk tot Aart Strootman, Bertus Borgers en David Hockney.” Hij denkt even na. “Kunst is voor mij simpelweg genieten. Lammie [Berts vrouw, red.] bleek dat precies zo te voelen en dat maakt het extra waardevol, samen een passie

6

delen. Een paar keer per jaar vragen we een kunstenaar om bij ons thuis wat over zijn of haar leven, keuzes of kijk te vertellen. Niet te lang hoor, en gewoon in een gezellige ambiance, met mensen erbij waarvan we denken dat het hun raakt en interesseert. Dat zijn mooie momenten!”

HOE BEN JE BIJ BRABANT C TERECHTGEKOMEN? “Ik ben al een tijd actief in zulke rollen voor de Verkadefabriek in Den Bosch, de Kazerne in Eindhoven en Van Gogh Brabant. Ik denk dat dat de reden is dat een paar jaar terug de provincie bij mij terecht kwam,” vertelt Bert. “Ze gaven aan dat ze met een deel van de gelden die opzij waren gelegd in de race om Culturele Hoofdstad van Europa te worden, een cultuurfonds wilden starten. En toen kwam de vraag of ik belangstelling had om te solliciteren naar het voorzitterschap, Brabant C op te zetten en een raad van toezicht te vormen.”

EN WAT DOE JE INMIDDELS, ALS LID VAN DE RAAD VAN TOEZICHT? “Kijk, cultuur komt op de eerste plaats bij Brabant C. Maar het fonds moet revolverend zijn: wat eruit gaat, moet voor een deel terugkomen. Daarmee kunnen we weer andere projecten helpen (door)ontwikkelen. Het is dus meer een investeringsfonds dan een stimuleringsfonds.


© Willeke Machiels

In het bedrijfsleven is dat aan de orde van de dag. Die kennis en ervaring neem ik mee naar Brabant C,” legt Bert uit. “En die raad van toezicht doet wat je uit de naam al kunt opmaken: toezicht houden op wat er in het fonds gebeurt. We toetsen de missie, strategie en doelen.” Bij de vraag of dat heel anders is dan in het bedrijfsleven, veert Bert op. “In de uitvoering wel: er is een ontzettend interessante constructie. We werken met een directeur en een adviescommissie. Daarin zitten een stuk of 30 specialisten. Denk aan mensen die hun sporen hebben verdiend in architectuur, kleinkunst, theater, muziek, dans, festivals, financiën en noem maar op. Daarmee hebben we een enorme berg kennis en ervaring in huis. Dat zorgt ervoor dat we projecten inmiddels ook op een flink hoger niveau kunnen brengen. We willen Brabant groter op de kaart zetten en focussen op (inter)nationalisering en doorontwikkeling. We ondersteunen een project gemiddeld zo’n 3 jaar. Dat is de tijd die het nodig heeft om van start tot impact te komen.”

BRABANT C ZOEKT DE SAMENWERKING MET GROTE BRABANTSE BEDRIJVEN. ALS TOPMAN IN HET BEDRIJFSLEVEN, WAT MAAKT INVESTEREN IN KUNST EN CULTUUR DE MOEITE WAARD? EN WAT LEVERT DAT BRABANT ZELF OP? Bert antwoordt prompt: “Met zo’n snelgroeiende

NU WIJ NOG economie is de grootste uitdaging voor een bedrijf het vinden en behouden van medewerkers. Die medewerker komt niet alleen om te werken. Die wil ook genieten van zijn vrije tijd en van een interessante omgeving. Vrijetijdseconomie is dus belangrijk. En daarin zoeken we als Brabant C dus die samenwerking. We hebben een gezamenlijk belang. Maar ook een stuk erfgoed achterlaten als bedrijf is een sterke factor. Dat kan op allerlei manieren, een voetbalclub, een iconisch kunstwerk… kijk maar om je heen. De komende tijd gaan we daarmee aan de slag, met die verbinding.”

BRABANT C WIL INVESTEREN IN TOPCULTUUR VAN EN OP BRABANTSE BODEM. IS DAT MOGELIJK, ZO’N BRABANTS OEUVRE? Er volgt een volmondig ‘ja’. “Weet je, we moeten ons als Brabanders niet te bescheiden opstellen, maar kijken wat er gebeurt in de rest van wereld. Onze eigen Brabantse kunstenaars zijn wereldwijd bekend – behalve in Brabant. Ik vind dat we als Brabanders trotser moeten zijn op onze topcultuur. Dát is wat mij betreft de missie voor Brabant C. En die bereiken we door ons publiek-privaatfonds. Door samen te werken met overheid en bedrijfsleven. Als je eenmaal je oog laat vallen op Brabantse kunst en cultuur, dan zie je dat er hier ontzettend veel gebeurt. De wereld weet dat al. Nu wij nog.”

7


© Paul Arps

zorgverzekeraar in 1993, in een tijdperk dat er nog niet veel culturele instellingen, de musea en de wil om de stad mooi t bezoekers waren niet echt onder de indruk van wat Rotterda de smakeloze jaren 70 nieuwbouw was de stad niet erg aant Rotterdam is een stad geworden waar mensen graag wonen hoog op een Nederlands ‘must see’-lijstje staat. Kortom; wa

© Vincent van Dordrecht

MMOTHERSHIP

‘Wat doet een Brabander in Rotterdam?’, was de


e leus van een reclamecampagne van een l te beleven viel in de stad. Natuurlijk waren er de te maken. Maar zowel de eigen bewoners als de am te bieden had. Door de naoorlogse wederopbouw en trekkelijk. Maar de afgelopen jaren is er veel veranderd; n en werken, een stad die voor (inter)nationale toeristen aar de Rotterdammer echt trots is.

Waar de Rotterdammer in het verleden naar het zuiden moest om een bourgondische leefstijl te ontmoeten, is er nu in de stad voldoende te beleven. Hand in hand met de culturele ontwikkelingen is ook de horeca gegroeid tot een (inter)nationaal hoog niveau. En wat doet 25 jaar later na de Brabantse campagne een Rotterdammer in Brabant? Veel, want er gebeurt heel veel in Brabant. Misschien is het wel een zegen geweest dat Brabant niet de Europese Culturele Hoofdstad van 2018 is geworden. Daarmee is de provincie bespaard gebleven wat we vaak in andere steden zien gebeuren: een groeispurt van één jaar en daarna stilstand. Veel van de in dat jaar ontwikkelde activiteiten krijgen geen vervolg. Zo is de kans op structurele groei van kunst en cultuur verkeken, terwijl juist die zo belangrijk is voor economische vooruitgang. Wij hebben vanuit Rotterdam de afgelopen jaren met veel belangstelling gekeken naar de ontwikkeling van Brabant C en de functie die de organisatie vervult in het Brabantse land. Met een wel heel bijzondere uitdaging, want de provincie herbergt veel verschillende culturen en belangen. Bij stadsontwikkeling wordt doorgaans een aantal belangrijke plekken en instanties aangewezen om tot een integrale benadering te komen. Hier, in Brabant, praten we over een dergelijk grote diversiteit dat het haast ondoenlijk is om algemene doelen te stellen. Maar we kunnen wel doelstellingen benoemen die lokaal heel realistisch en haalbaar zijn. Worden kunst en cultuur dan als een instrument ingezet, als vliegwiel om ontwikkelingen op gang te brengen? Ja, en waarom niet? Wereldwijd blijkt immers steeds opnieuw dat de stimulans van onderaf, vanuit de creatieve industrie, altijd een belangrijke en effectieve factor is in stads- en gebiedsontwikkeling. En daar mogen (en moeten) creatievelingen, kunstenaars en wereldveranderaars zeker (financieel) in ondersteund worden. Waren het niet de creatieven die onder andere

de wijk Wynwood in Miami weer teruggaven aan de bewoners nadat de criminaliteit de overhand had genomen in de jaren tachtig van de vorige eeuw? Was het niet door de samenwerking van overheid, bedrijfsleven en Anish Kapoor dat Chicago na decennia van stilstand en achteruitgang weer smoel kreeg? Een nieuw kloppend hart waardoor de stad voor miljoenen Amerikanen op jaarbasis op de bezoeklijstjes staat? Niet alleen het toerisme wordt op deze manier gestimuleerd, maar in de slipstream van deze ontwikkelingen ontstaat er ook ruimte voor groei op andere terreinen zoals horeca, retail en inrichting van openbare ruimte. Zo profiteren niet alleen de bezoekers, maar wordt de stad ook weer aantrekkelijk voor gezinnen, studenten en werkenden. Hoe zou Parijs er dezer dagen hebben uitgezien als er na 1889 besloten was dat de Eiffeltoren weer afgebroken zou worden, wat aanvankelijk de bedoeling was? En wat als deze toren er helemaal niet was gekomen? Indertijd was er heel veel weerstand, vooral vanuit de kunstwereld. Niet dat Parijs verder niets te bieden heeft, maar het icoon is 130 jaar later nog steeds de grote economische stimulator van deze romantische stad. En Brabant? Het initiatief van de provincie om een instituut als Brabant C in het leven te roepen beschouwen wij met onze Rotterdams blik als een geweldige impuls om allerlei ontwikkelingen mogelijk te maken. Lokaal en in samenhang, als rode draad door diverse steden heen. Er is voldoende voedingsbodem om ieder stadsbestuur op zijn eigen niveau ondersteuning te geven voor de ontwikkeling van kunst en cultuur, ook als krachtig communicatiemiddel. Kijk naar wat er in de spoorzones gebeurt in Breda, Tilburg, Eindhoven, Den Bosch en Helmond. De gemeenschappelijke deler is hier talent, en gevestigde instituten krijgen samen de mogelijkheid om de stadscentra aantrekkelijker te maken. Partners als ProRail zijn bijzonder geïnteresseerd om ook de stations verder te ontwikkelen en te moderniseren. De hele ovbeleving krijgt op deze manier een extra dimensie. En vanuit Rotterdam zijn we in no time op allerlei interessante locaties in Brabant. De mogelijkheden zijn legio. Verenig en participeer, en Brabant zal ook na 2020 voldoende aandacht op zich vestigen. Voormalig gedeputeerde Henri Swinkels vroeg eens in een bijeenkomst: “Breng ons de Chinese muur van Brabant”. Die kan gebouwd worden! Jeroen Everaert en Vincent van Zon Mothership BV, Rotterdam

9


Š Willeke Machiels

10


ONTMOETING TUSSEN TOPONDERNEMER EN TOPDESIGNER

11


TWEE BOEGB VERSU

PIET HEIN EEK

© Willeke Machiels

Ze komen allebei uit Noord-Holland, voelen zich inmiddels vooral Brabander en hebben beiden een creatieve ondernemersgeest. Nog een overeenkomst: hun torenhoge ambitie en niet te stuiten passie. De een als topondernemer, de ander als topdesigner. High tech versus high touch. En dat zorgt ook voor de nodige verschillen. Een gesprek met twee Brabantse boegbeelden: John Blankendaal en Piet Hein Eek. Over de maakindustrie, boereneenvoud en de flinterdunne scheiding tussen creativiteit en zakelijkheid. Ze kenden elkaar nog niet, alleen van naam. Een korte introductie is dus wel op z’n plaats. John Blankendaal, directeur van Brainport Industries, is géén techneut, benadrukt hij zelf. Van oorsprong is hij bibliothecarisdocumentalist, later kwam hij nog in de marketing terecht. Toen hij vijftien jaar geleden bij de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM) aan de slag ging, was het zijn ondernemende geest die hem onderscheidde. Bij alles wat hij aanpakte, liep als een rode draad de vraag: hoe ga je strategisch om met informatie? Inmiddels is hij aardig vergroeid met de maakindustrie en wil hij met ‘zijn’ Brainport Industries Coöperatie tot het best georganiseerde toelevernetwerk van de wereld behoren. Zijn bijnaam, Mister Bainport Industries, bevalt hem uitstekend, zegt hij. Lachend: “Ik word ook wel eens de paus van de maakindustrie genoemd. Dat gaat me wat ver, maar ik heb wel een rotsvast geloof in deze industrie. Dan ga je toch als een soort missionaris dat geloof verkondigen.”

12

Mensen denken dat je als vormgever vooral gericht bent op hoe iets eruit ziet. Maar eigenlijk vind ik processen veel leuker.

DUTCH DESIGNER Piet Hein Eek komt uit een heel andere wereld, die van het design. Als industrieel ontwerper maakte hij begin jaren negentig naam met zijn sloophouten meubels. Hij groeide uit tot een van de succesvolste ontwerpers van Nederland en verkoopt zijn producten tot in Japan en Amerika. Sterker nog: niet Frankrijk of Duitsland, maar Japan was het eerste ‘buitenland’ waar hij als Dutch designer doorbrak. Sinds 2010 is zijn bedrijf gevestigd op Strijp R in Eindhoven, in het RK-complex, ooit de keramische werkplaats van Philips. De 10.000 vierkante meter biedt ruimte aan een werkplaats, ateliers, winkel, evenementenruimte, galerie en restaurant. Het is het pand van Eeks dromen, een pand met een verhaal. “Ik hou van verhalen”, zegt hij. “Ik ben niet zo visueel ingesteld.” Opvallend voor een designer, beaamt hij. “Ik denk dat daarin ook wel het verschil zit tussen mij en andere designers. Mensen denken dat je als vormgever vooral gericht bent op hoe iets eruit ziet. Maar eigenlijk vind ik processen veel leuker, verhalen dus. Mijn ontwerpen hebben altijd een verhaal. Bij alles wat ik maak, kan ik uitleggen waarom het is ontstaan, op welk moment en op welke machine. Er zitten dus altijd anekdotes aan vast. Zo werken mijn hersenen gewoon.”


BRABANTSE BEELDEN: HIGH TECH US HIGH TOUCH ONDERNEMEND SAMENWERKEN

FLINKE DOSIS CREATIVITEIT

We zitten in de Brainport Industries Campus (BIC) in Eindhoven, in oktober geopend door koning WillemAlexander. Het spiksplinternieuwe complex is hét gezicht van de Nederlandse hightech maakindustrie. De allereerste locatie waar hightech toeleveranciers samen innoveren en produceren. Hier werken kennisinstellingen en bedrijven samen om business cases te ontwikkelen. Hier wordt the next generation van de maakindustrie opgeleid in een state of the art werk- en leeromgeving. Blankendaal is de drijvende kracht achter de campus met internationale allure. Wat het verhaal is van zijn geesteskind? “Als je naar de industriële ontwikkeling kijkt, kun je wel zeggen dat de maakindustrie dateert uit de zeventiende eeuw, toen de eerste krukas werd uitgevonden waarmee we schepen konden bouwen. Daar begint het verhaal van de hightechindustrie in feite al. Met de eerste ideeën over de campus zijn we begonnen in 2004, toen heette het nog Dutch Manufacturing Institute. We hebben altijd de ambitie gehad om als maakindustrie wereldwijd iets te betekenen. Dat moet je dan wel met elkaar organiseren. Vanuit de overtuiging dat er een toekomst is voor die maakindustrie, heb ik me hard gemaakt voor deze campus. Want het kan niet waar zijn dat alle productie naar de lagelonenlanden gaat. Maar daarvoor moest er wel iets veranderen: de transitie van klassiek uitbesteden naar ondernemend samenwerken. Niet meer de hand ophouden van ‘u vraagt wij draaien’, maar veel meer de handshake creëren.”

Dat de hightech maakindustrie voor een groot deel draait op creativiteit, lijkt paradoxaal. “Het oplossen van technische problemen vraagt om creativiteit. En daar zijn we hier voortdurend mee bezig”, zegt Blankendaal. “De Nederlandse Brainport bedrijven, zoals ASML, Philips Healthcare en FEI, zijn sterk in high mix, low volume, high complexity. Specifiek maatwerk productieapparatuur voor de wereldwijde markt. Daar komt een flinke dosis creativiteit bij kijken.” Komt die creativiteit uit hetzelfde vat als waarmee Piet Hein Eek werkt? Eek gelooft van niet. “Ik denk dat het om een andere soort creativiteit gaat, binnen een ander bedrijfsmodel. Maar wat hier op deze campus gebeurt, draait zeker wel om creativiteit: het oplossen van problemen. Daar ben ik als ontwerper ook voortdurend mee bezig. Als ik niet ook als ondernemer creatief was geweest, was ik al honderd keer failliet gegaan. Creativiteit is dus echt niet alleen dat je kunt schilderen of beeldhouwen of meubels maken, dat is de pure vorm. Als je het bedrijfsmatig bekijkt, denk ik dat veel mensen in hoge posities veel creatiever zijn dan we denken. Je kunt niet een bedrijf leiden als je niet in staat bent anders te kijken. Creativiteit en zakelijkheid liggen dus eigenlijk heel dicht bij elkaar.”

We hebben altijd de ambitie gehad om als maakindustrie wereldwijd iets te betekenen. Dat moet je dan wel met elkaar organiseren.

MAAKMENTALITEIT John Blankendaal knikt. “Een ingenieur doet niet anders dan problemen oplossen met creatieve technieken.” Wat er volgens hem in de maakindustrie ook bij komt kijken, is samenwerken. Iets wat ons Brabanders in de genen zit, vinden beide heren. “Samen lachen, samen huilen en hooi in de ruif zijn de twee modellen die ik hanteer”, zegt Blankendaal. “Het eerste model is dat je er samen voor gaat, niet de een ten koste van de ander. En hooi in de ruif is dat je samen kansen ziet en dat je ervan overtuigd bent dat je die kansen samen gaat verzilveren. Op die manier houden die twee modellen elkaar in stand.”

13


Is die krachtenbundeling net zo belangrijk in de creatieve sector? Piet Hein Eek weet het wel zeker. “Van alle regio’s in Nederland is Brabant het sterkst in samenwerken. Toen ik in 1990 afstudeerde aan de Academie voor Industriële Vormgeving in Eindhoven, ben ik hier als een van de weinigen gebleven. Nu blijft iedereen. Vergeleken met de meeste andere ontwerpers – die willen vooral tekenen, discussiëren en royalties innen – ben ik een maker. Ik wilde dus dingen maken en hier was een maakindustrie. In die tijd trok Philips weg uit Eindhoven en kreeg ik bijna voor niks een hal in mijn schoot geworpen. Heel handig, want in Amsterdam krijg je niks voor niks. En er waren hier mensen die werkten. Ik had werkers nodig, die maakmentaliteit en -omgeving, en dat is ook zo gebleken. Nog steeds roep ik, liefst in Amsterdam, dat ze dáár geld verdienen met praten en hier in Brabant met werken. Dat samenwerken is voor mij de kern geworden.”

GEDACHTEGOED VAN PHILIPS Waar Piet Hein Eek het industrieel erfgoed van Philips koestert, doet John Blankendaal dat voor Brainport Industries met het gedachtegoed. “Niet door alles wat we doen in één organisatie te willen stoppen, maar door te kijken hoe de individuele onderdelen met elkaar kunnen samenwerken. We hebben hier onderwijs, doen aan innovatie en werken met productiebedrijven. Ons streven is die samenwerking optimaal te organiseren. Met elkaar. Eigenlijk koesteren we dus een soort Philips-DNA. Kijk, een bedrijf als ASML koopt voor 85 procent in de keten. Dat is mega. Zo’n partij vraagt dan ook terecht om een model waarin de toeleveranciers optimaal samenwerken en hun informatie en kennis delen.” Om niet afhankelijk te zijn van de grote uitbesteders in de regio, is verdere internationalisering van Brainport Industries essentieel, zegt Blankendaal. “Wij zien onze klanten internationaal sourcen. Dan kun je het ook omdraaien en gesourcet worden. Daarvoor moet je wel je kop boven het maaiveld uitsteken. Alleen lukt je dat niet, met elkaar wel. Dat betekent ook in het buitenland vestigingen opzetten. Niet alleen uit kostenoverweging, maar ook voor toegang van talent. Door het copy en paste van onze activiteiten naar Azië, Duitsland en de US, kunnen we als keten de regie in handen houden.”

“ 14

Dutch design is een marketingtool.

MATELOOS SEXY Met de Brainport Industries Campus en de Dutch Design Week staat Eindhoven internationaal bekend als hightechstad én designstad. Welke kwalificatie weegt zwaarder? Volgens Eek is het antwoord ‘hartstikke simpel’. “Hightech. Mijn vakgebied, design en vormgeving, is mateloos sexy, maar stelt in wezen niks voor. Dutch design is een marketingtool, maar is economisch gezien van weinig belang. De exposure die ik krijg als vormgever is totaal uit verhouding als je kijkt naar de impact. De chief designers van BMW en Renault zijn twee Nederlanders. Die bepalen veel meer het straatbeeld dan welke andere Nederlandse ontwerper dan ook, maar je hoort er weinig over. De vormgevers die het meest bekend zijn, zijn dus niet per definitie de vormgevers die de meeste invloed hebben. Aan de andere kant heb ik wel honderd man op de payroll staan en zitten we over de hele wereld, dus er wordt wel werk verschaft en er gebeurt wel wat.” Blankendaal: “Dan draagt Dutch design als merk toch wel bij aan je succes.” Eek: “Zeker wel. Dat Dutch design goed is gecommuniceerd, heeft absoluut in mijn voordeel gewerkt. Maar als economische factor is het niet heel belangwekkend. Dat is met de hele Brainportontwikkeling wel anders. Het is niet sexy en toch wordt er veel over gecommuniceerd. Dat is knap. Het is wat mij betreft ook de vraag of de aaibaarheidsfactor van hightech minder hoog is dan van design. Het is maar hoe je het vertelt. Het verhaal van onze regio is superinteressant, maar er is niemand die het echt goed over de bühne krijgt. Terwijl iedereen die ik spreek het wel echt leuk vindt hier, omdat er zoveel gebeurt en zoveel dynamiek is.”

RUIMTE OM TE MORRELEN Dat die dynamiek verschillende gedaantes heeft, blijkt alleen al uit de fysieke setting waarin Eek en Blankendaal opereren. De BIC is een vrij steriele, geordende werkomgeving. Saai, volgens Piet Hein Eek. “Bij mij is het een teringzooi, heerlijk vind ik dat. Ik hou van chaos, omdat er dan constant dingen gebeuren waarover je kunt nadenken. Als je wilt dat er niks misgaat, gaat er ook niks goed. Doe mij maar een omgeving waar gemorreld wordt aan van alles.” Of er op de Brainport Industries Campus ook ruimte is om te morrelen? “Absoluut”, zegt Blankendaal. “We hebben fieldlabs die zijn ingericht om te experimenteren. Hier hebben de studenten alle ruimte om aan te klooien,


hun creativiteit erop los te laten en resultaten te testen. Wat we leveren moet natuurlijk wel hufterproof zijn. Wat mij betreft mag het een grote chaos worden. Onzekere mensen brengen structuur aan, zeg ik altijd. Je moet een genie zijn om je weg weten te vinden in de chaos.”

In de vierde industriële revolutie, waar we nu middenin zitten, is sustainability een van de belangrijkste pijlers. In de hightech hebben we daar zeker nog een slag in te slaan.”

BOERENEENVOUD SOCIAL DESIGN En zo zijn we weer terug bij de creativiteit. Die wordt tegenwoordig veelvuldig aangewend om oplossingen te vinden voor de grote maatschappelijke uitdagingen. Eek: “Of ik er iets mee heb? Ja en nee. Veel jonge ontwerpers zijn bezig met social design. Op zich heel belangrijk, maar ik vind dat de academies studenten nu te veel pushen in die richting, te veel uniform opleiden. Daardoor wordt het aanbod te eenzijdig, terwijl je er als creatieve opleiding juist naar moet streven dat elke student zijn eigen weg kan volgen. Omdat het om creativiteit gaat en dat is heel individueel. In mijn tijd was het op de academie ook veel te veel van hetzelfde. Je moest eens weten hoeveel ruzie ik over mijn sloophouten kast heb gehad. De wereld was te klein.” In de hightech maakindustrie is de brug naar maatschappelijke relevantie soms moeilijk te slaan, constateert Blankendaal. “Daarom wordt het stimuleren van sleuteltechnologieën de komende jaren een belangrijk doel van het topsectoren- en innovatiebeleid van de overheid. Het gaat om technologische innovaties, zoals fotonica, nano en robotica; die bieden een sleutel naar oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen.

Piet Hein Eek is zijn hele leven al duurzaam bezig. Het liefst gooit hij niets weg en maakt hij producten van wat er voorhanden is. “Klinkt logisch, maar in de creatieve industrie wordt vaak het nieuwe als doel gesteld en vervolgens moet je maar kijken hoe je het realiseert. Terwijl dat per definitie belastend is”, zegt hij. “Dat wat er is, is voor mij het uitgangspunt voor wat er komt. Mijn ontwerpen maken we op onze eigen machines. Sommige zijn heel oud en draaien nog steeds. Simpeler en efficiënter kan het niet. Die boereneenvoud van efficiëntie, goed omgaan met je omgeving en mensen, dat is mijn ding. Onze samenleving is helemaal niet gericht op dit soort duurzaamheid. Ik denk echt dat daar een veel grotere winst te behalen valt dan waar we nu mee bezig zijn.” John Blankendaal herkent die boereneenvoud wel. “Ik heb niet voor niets als slogans ‘samen lachen, samen huilen’ en ‘hooi in de ruif’. Duurzaamheid zit wat mij betreft ook in samenwerking als een wederkerige afhankelijkheid. Daar geloof ik heilig in.”

Luister de podcast met het volledige gesprek op www.brabantc.nl

JOHN BLANKENDAAL © Willeke Machiels

15


VERBINDEN VAN CREATIVITEIT EN ZAKELIJKHEID LOONT ‘OM IMPACT TE HEBBEN IS ONDERNEMERSCHAP NODIG’ Business development krijgt in de culturele sector steeds meer voet aan de grond. Het leidt tot nieuwe kansen en nieuwe partnerships, zeker ook internationaal. En dat is goed voor de internationale positionering van de creatieve industrie van Brabant. “Een goed kunstproject gaat niet alleen over goede ideeën; om impact te hebben is ondernemerschap nodig”, aldus Mirjam Hament, adviseur business development bij Brabant C over het verbinden van creativiteit en zakelijkheid. “Het gaat erom andere keuzes te maken, waarmee je vernieuwing tot stand brengt.” Voor Mirjam Hament – afgestudeerd registeraccountant én beeldend kunstenaar – is het woord ‘ondernemend’ in de kunstsector zeker niet vies. Met één been in de kunst en één in het bedrijfsleven weet ze als business developer de brug te slaan tussen beide werelden. Waar het volgens haar om draait, is het verbinden van het artistieke aan het maatschappelijke en economische belang. “We kunnen als sector onze impact flink vergroten als we kunst- en cultuurprojecten in verbinding met andere partners en sectoren realiseren. Nadenken over stakeholders, over gemeenschappelijke belangen, over waarde die je creëert, over het bereiken van je publiek, over vernieuwing en innovatie zijn termen die bij ondernemerschap en dus bij business development horen. Van alle Nederlandse cultuurfondsen lopen we hierin voorop.”

16

Als aanjager van toekomstige ontwikkelingen en oplossingen speelt de designsector een steeds grotere rol.

DUIDELIJKE VISIE Volgens Mirjam wordt het belang van kunst en cultuur in Brabant onvoldoende gezien. “Veel innovatie en denkkracht voor maatschappelijke vraagstukken komt uit de kunst- en cultuurhoek. Als aanjager van toekomstige ontwikkelingen en oplossingen speelt de designsector een steeds grotere rol. Dus ook ter versterking van de positie van Brabant als top kennis- en innovatieregio. Als de impact van creatieven niet meer wordt overruled door de economische criteria die nu gelden, krijgt de kunstsector een heel andere rol van betekenis. Dat zie je nu al met social design. Neem de Sheltersuit van Bas Timmer. Met zijn jas annex slaapzak voor daklozen gooit hij internationaal hoge ogen.” Wat ervoor nodig is om goede initiatieven op te schalen? “Business development met een duidelijke visie”, klinkt het stellig. “Als creatief moet je nadenken over je onderliggende doel en motieven. Daarbij is het de kunst om een verbinding te leggen met partijen die hetzelfde willen bereiken als jij, waar je een belang mee deelt. Jonge makers doen dit al veel meer; zij nemen vaak al partners mee bij een financieringsaanvraag, ook om hun eigen impact te vergroten.”


© KozieMe

JONGE MAKERS Product designer Roos Meerman en podiumkunstenaar Tom Kortbeek zijn twee van die jonge makers. Samen ontwikkelden zij Kozie, muzikale gezondheidsproducten voor mensen met dementie en Alzheimer. Het idee voor het KozieMe-muziekkussen komt voort uit hun kunstproject Tactile Orchesta, een interactief wandobject dat met smart textile technologie reageert op aanraking. Bij elke aanraking klinkt een instrument en als meerdere mensen het wandobject aaien, klinkt een heel strijkorkest.

South by Southwest in Austin, Texas, is een van de weinige festivals waar zakelijkheid en creativiteit samenkomen

Met het afgeleide KozieMe-kussen stond het duo in maart 2019 – onder de vlag van Brabant C en Dutch Design Foundation – op South by Southwest (SXSW). Een jaarlijks evenement in Austin, Texas, op het gebied van muziek,

film, digital storytelling en digitale cultuur, en een van de weinige festivals waar zakelijkheid en creativiteit samenkomen. Wat de presentaties van Meerman en Kortbeek hen hebben opgeleverd? “Het vertrouwen dat wat we doen veel potentie heeft, ook internationaal”, zegt Kortbeek. “Op z’n Amerikaans werd er heel bewonderend gereageerd en direct in mogelijkheden gedacht. Iedereen daar staat wagenwijd open voor contact. We hebben bijvoorbeeld met iemand van het Google-project Magenta koffie gedronken en contacten gelegd met universiteiten. De uitdaging is nu om het momentum vast te houden en de contacten lauwwarm. Eerst willen we Kozie neerzetten in Nederland en omringende landen. Met de benodigde investeringen voor certificering van medische hulpmiddelen hopen we dan de stap naar Amerika te kunnen zetten.”

OP EEN HOGER NIVEAU Mirjam is ervan overtuigd dat ook andere inkomsten dan subsidies de Brabantse kunstsector op een hoger

17


niveau kunnen brengen. “Dat betekent niet dat je ook meteen heel commercieel moet zijn en de focus op geld moet hebben. Artistieke en intrinsieke waarde blijft het uitgangspunt, maar tegelijkertijd kun je ook andere partijen laten aanhaken op je idee. Dit kunnen bedrijven zijn, maar ook maatschappelijke instellingen, gemeenten en misschien zelfs vermogende particulieren.” Zo kwam filmmaker Lucas van Woerkum in Texas in contact met een topman van Sony. Die was direct geïnteresseerd in zijn Symphonic Cinema, een combinatie van film en concert waarbij hij het filmscherm ter plekke aanstuurt op de maten van de muziek. Een uniek format, waarin beeld en geluid op innovatieve wijze samensmelten tot een nieuw genre. Hament: “Hiermee voegt Lucas van Woerkum iets nieuws toe aan een mooie, klassieke traditie, waarmee hij het publiek weet te verjongen én zijn concept aan meerdere orkesten weet te verkopen.”

Uiteindelijk gaat het er om dat je met de juiste mensen in contact komt.

INTERNATIONALE CONTACTEN Symphonic Cinema trekt inmiddels wereldwijd volle zalen; van Beijing tot Taiwan, van Praag tot Londen. Het bezoek aan SXSW was voor Van Woerkum een introductie in de Amerikaanse film- en muziekwereld

en leverde hem nog meer internationale contacten op. “Amerika is voor ons een interessante markt en we waren al langer bezig om daar binnen te komen. We zijn nu met achttien orkesten in gesprek. En we hebben dus gesproken met een topman van Sony die werkt aan nieuwe projectiemogelijkheden. Omdat we elkaar kunnen versterken, blijkt ons gesprek voor zo’n man net zo waardevol als voor ons.” Nog een wapenfeit: voor zijn vijfde filmproductie (première februari 2020, red.) gaat Van Woerkum werken met internationale topacteurs. “Ongetwijfeld ook een gevolg van SXSW”, zegt hij. “Dat je geprogrammeerd staat op zo’n gerenommeerd festival doet dus echt wel iets. Uiteindelijk gaat het er toch om dat je met de juiste mensen in contact komt.”

ONDERNEMENDE BLIK Om de cultuursector verder te versterken, kijkt Brabant C met een ondernemende blik naar ingediende plannen. “Ons instapcriterium blijft altijd artistieke kwaliteit. Maar een stukje zakelijkheid maakt de sector uiteindelijk ook duurzaam sterker”, betoogt Hament. “Dat zie je al bij de kunstacademies; die nemen ondernemerschap tegenwoordig mee in het pakket. Wat je ook steeds vaker ziet bij gezelschappen is een zakelijk leider naast een creatief leider. Een goede ontwikkeling, omdat daarmee ook het zakelijke aspect standaard wordt meegenomen in de planontwikkeling. Een gezonde financieringsmix biedt creatieven meer vrijheid en ruimte om met minder risico te opereren.” © Symphonic Cinema

18


SXSW: TOM KORTBEEK EN ROOS MEERMAN 19


© Michiel Kole

DE WERELDWIJDE IMPACT VAN BAS TIMMER’S SHELTERSUIT

EEN WATERAFS WINDDICHTE JA KAN WORDEN T

20

Bas Timmer ontwierp zijn Sheltersuit 4 jaar geleden om daklozen letterlijk bescherming te bieden. Inmiddels spreidt het succes van Sheltersuit zich als een olievlek over de planeet en woont Timmer (deels) in de VS. Hij heeft zijn huurhuis in Nederland opgezegd en zijn auto verkocht: Bas Timmer wil een wereldwijde impact maken met zijn sociale designs en waar vandaan kun dat beter beginnen doen dan uit Amerika? Toch begint zijn verhaal kleiner, in Enschede, waar in 2014 de dakloze vader van zijn beste vriend op straat overlijdt door onderkoeling. Timmer, net afgestudeerd als modeontwerper, werkte op dat moment aan zijn eigen collectie winterkleding. Het leek plots onacceptabel dat er op pakweg een paar honderd meter van zijn atelier iemand overleed door gebrek aan warmte, zegt Timmer in een eerder interview. Die realisatie leidt uiteindelijk tot het ontwerp van een jas, slaapzak en opbergtas in één: de Sheltersuit, bedoeld om mensen in nood warm te houden. Bij het ingenieuze ontwerp is aan alles gedacht: het is water- en winddicht, volledig vervaardigd uit restmaterialen, voorzien van een opening aan de onderkant voor het geval dat de gebruiker snel moet bewegen én is gemaakt door voormalige vluchtelingen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

ZONNEPANELEN Timmer reikte het eerste prototype uit aan een dakloze in Amsterdam – alleen al in Nederland verdubbelde het aantal dakloze mensen in de afgelopen 10 jaar van 18.000 in 2019 tot 40.000 op dit moment. Deze deelde zijn Sheltersuit met twee dakloze immigranten uit Afrika. Al snel volgden ook andere landen: Timmer reisde met een team van vrijwilligers en medewerkers naar plekken als Sarajevo en Lesbos, om meer dan 6000 Sheltersuits uit te delen in vluchtelingenkampen.


STOTENDE EN AS DIE GETRANSFORMEERD TOT SLAAPZAK Anno 2019, experimenteert Timmer met technologie om het ontwerp van de jas nóg beter te maken. Zo bevat de high-tech versie zonnepanelen waarmee een mobiele telefoon opgeladen kan worden, zodat de drager op elk moment gecontacteerd kan worden. Ook heeft ‘Sheltersuit 4.0’ ingebouwde sensoren om onderkoeling te voorkomen: een alarm gaat af zodra een te laag lichaamstemperatuur wordt gemeten. Momenteel werkt de ‘humanitaire ontwerper’ aan een Sheltersuit met een matras en ook een exemplaar voor warmere klimaten.

HOGE OGEN IN AUSTIN In maart reisde Timmer, op uitnodiging van Brabant C en de Dutch Design Foundation, naar South by Southwest (SXSW). Deze jaarlijkse conferentie in Austin, Texas, toont de crème de la crème op het gebied van muziek, film, digital storytelling en digitale cultuur. Brabant was dit jaar voor het eerst vertegenwoordigd, met als doel de hoge social-design gehalte van Nederlandse ontwerpers te presenteren – waar Timmer’s Sheltersuit een lichtend voorbeeld van is. Timmer gooide er dan ook hoge ogen. Niet alleen kreeg hij van de SXSW-organisatie festivalbanners, die hij met behulp van een lokaal naaiatelier tot Sheltersuits maakte; ook lukte het hem om via spontane crowdfunding 5000 dollar op te halen. Tot slot deelde hij zo’n 100 Sheltersuits aan daklozen, die in het centrum van Austin in grote getale aanwezig zijn. Dat de Amerikaanse samenleving social design enorm goed kan gebruiken, moge duidelijk zijn. Of, zoals Timmer het zei: ‘Toen ik de Amerikaanse daklozen zag, wist ik onmiddellijk dat ik naar dat land toe moest. De regering doet niks voor ze, terwijl er veel geld is om ze te helpen.’

SMART CITIES-MISSIE IN NEW YORK Na het succes in Austin, kreeg Timmer de uitnodiging van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) om deel te nemen aan de Smart Cities-missie in New York. Deze missie promoot Nederlandse initiatieven en helpt deze te integreren in Amerikaanse steden. In mei trok Timmer dan ook met een grote tourbus door verschillende delen van New York, om de daklozenproblematiek aan te kaarten. Meer dan 60.000 inwoners hebben er geen dak boven hun hoofd, opvangcentra en andere shelters barsten uit hun voegen. Een schril contrast met de multimiljonairs en wolkenkrabbers waar The Big Apple ook om bekend staat. Om de daklozen een stukje bescherming, geborgenheid en waardigheid te kunnen bieden, deelde Timmer ook hier honderd Sheltersuits uit. Het was duidelijk dat de hoofdstad van Amerika een schrijnende nood heeft aan Timmer’s ontwerp.

DE WERELD WARMHOUDEN Overtuigd van wat hij nog zou kunnen betekenen in Amerika, pakte Timmer eenmaal terug in Nederland wederom zijn spullen om voor langere tijd naar New York te vertrekken. Daar gaat hij van meeting naar meeting, ontmoet bekendheden en zit om de tafel met invloedrijke CEOs. Wat Timmer betreft, is zijn Amerikaanse avontuur nog maar het begin van zijn ultieme doel om de hele wereld warm te houden. Zo trekt hij binnenkort naar Kaapstad, om zijn Sheltersuit van de grond te krijgen in Afrika. Hij blijft echter – als oer-Hollandse designer – de nuchterheid zelve: ‘Het gaat ons niet om het geld. We zijn gewoon een groep mensen die anderen willen helpen die niet zoveel geluk hebben als wij in dit leven’.

21


Het werk was een gift van een aantal partijen, waaronder Interpolis, voor het 25-jarige jubileum van het museum. Interpolisdirecteur Chantal Vergouw reflecteert op de samenwerking én wat het kunstwerk Tilburg heeft gegeven.

‘Sky Mirror’ is net een bewegend schilderij: de ‘hemelspiegel’ verandert met de hemel boven Tilburg en beweegt zachtjes in de wind. Op een zonnige dag kleurt het zes meter grote spiegelende oppervlak helderblauw; een andere keer reflecteert het de oer-Hollandse wolkenluchten. Zelfs na twee jaar – de sculptuur werd in de herfst van 2017 onthuld op het voorplein van Museum De Pont – raakt Chantal Vergouw er niet op uitgekeken. ‘Je oog wordt er automatisch naar toe getrokken’, zegt de directeur van Interpolis. ‘Afhankelijk van het weer krijg je iedere keer een ander perspectief en ander soort schoonheid te zien.’

SKY MIRROR

Alweer twee jaar pronkt ‘Sky Mirror’ van Anish Kapoor in de voortuin van Museum De Pont.

PRIMEUR Dat Tilburg de eerste Nederlandse stad is met een monumentale sculptuur van Kapoor in de openbare ruimte, is deels te danken aan Interpolis. Naar aanleiding van het 25-jarige bestaan van Museum De Pont, staken meerdere partijen de koppen bijeen om het beeld te kunnen bekostigen. De kunstenaar zelf – nauw verbonden met De Pont en dan vooral met directeur Hendrik Driessen - ging akkoord met een ‘vriendenprijsje’, waarna het museum, de gemeente, particulieren, Brabant C en de bedrijven Van Spaendonck, Rabobank, VolkerWessels, Jacques de Leeuw én Interpolis het bedrag bijeenkregen.

GROOT WERK EN AANSPREKEND MUSEUM Dat de verzekeraar zich sterk zou maken voor dit gezamenlijke initiatief, was snel besloten, vertelt Vergouw. ‘Anish Kapoor is een kunstenaar van wereldfaam. Anderzijds staat De Pont bekend om zijn eigenzinnig koers en aansprekende collectie. Het

22

museum is tegelijk nauw verbonden met Tilburg, het is immers ontstaan om iets aan de stad te geven in tijden van verdwijnende textielindustrie. Dat past heel erg bij de verbondenheid die Interpolis voelt met onze thuisbasis Tilburg. Als zo’n grote kunstenaar en zo’n aansprekend museum elkaar vinden in onze stad, dan draagt Interpolis daar graag aan bij.’

DE GRENZEN VOORBIJ Vergouw is maar wat trots op ‘Sky Mirror’, dat ze een kunstwerk ‘met internationale allure’ en noemt en een ‘aanwinst voor Tilburg’. Wat haar betreft zorgt de sculptuur ervoor dat de uitstraling van De Pont ver voorbij de grenzen van Tilburg en zelfs Noord-Brabant reikt. ‘Het voegt een prachtig cultureel ingrediënt toe aan een stad die hard aan de weg timmert om een aansprekende locatie in deze tijd te worden. Dankzij de kwaliteit van het kunstwerk, wordt het aantrekkelijker voor mensen buiten Tilburg om deze mooie stad te bezoeken.’


DIVERSITEIT Maar óók de Tilburgse inwoners zelf profiteren uiteraard zelf van culturele ‘boosts’ zoals ‘Sky Mirror’. Vergouw: ‘Tilburg is een diverse stad, waarin veel groepen samenleven. Cultuur is een manier om al deze verschillende groepen een vorm van herkenning en erkenning te geven, maar ook om de vragen van deze en de komende tijd onder de aandacht te brengen van al die mensen. Of je nu student, gepensioneerde, vrouw, man, iemand met een niet-westerse achtergrond bent, iedereen kan op zijn en haar manier worden geïnspireerd. Kunst biedt die inspiratie.’

WAARDE GEVEN Vergouw kijkt met veel plezier terug op de samenwerking met de andere partijen. ‘Het verliep zoals op alle andere terreinen waarop we met elkaar samenwerken: constructief en vanuit de wil om het beste te doen voor de stad en de provincie. Het is altijd mooi en fijn als partijen zich vinden in een gezamenlijke ambitie om echte waarde toe te voegen aan een stad en, in dit geval, ook aan De Pont.’ Die ‘waarde’, dat is volgens haar bepalend voor een vruchtbare samenwerking tussen cultuur enerzijds

en de bedrijfswereld anderzijds. ‘Wie wil ik bedienen? Wie zitten er op te wachten? Welke ‘problemen’ kaart ik ermee aan of los ik ermee op? Wat is de bijdrage aan de samenleving? Als je al die zaken meeneemt, maak je de grootste kans op bereik onder mensen, kun je er ook wat aan overhouden en voeg je waarde toe aan het leven van mensen.’

WERELD ONDERSTEBOVEN Of Interpolis in de toekomst nóg eens zou investeren in een dergelijk project? Vergouw knikt bedachtzaam. ‘We bekijken alle voorstellen op zijn merites, zoals we dat ook in het geval van ‘Sky Mirror’ deden. Het mag duidelijk zijn dat we kunst en cultuur in Tilburg een zeer warm hart toedragen. We staan dus altijd open voor suggesties.’ Tot die tijd geniet Vergouw met volle teugen van het aanzicht van Kapoor’s landmark – en dan met name dat het kunstwerk de wereld ondersteboven toont. ‘Een prachtige uitnodiging om de zaken eens anders te bekijken. ‘Sky Mirror’ brengt beelden in het straatbeeld op een manier die je anders nooit zo ziet, heel vervreemdend soms en mooi’, aldus Vergouw.

© De Pont Museum

‘SKY MIRROR’: HET BIJZONDERE RESULTAAT VAN EEN GEZAMENLIJK INITIATIEF

23


ONDERNEMERS OP SAFARI LANGS DESIGN, KUNST & TECHNOLOGIE, DE TOEKOMST EN MEER… Speciaal voor ondernemers organiseert Brabant C Safari’s langs bijzondere projecten op festivals. De krachtige ontmoetingen met designers, kunstenaars en organisatoren van de festivals staan centraal. Altijd interactieve tours met veel indrukken, netwerkgelegenheid en de verbinding van cultuur met andere sectoren. In 2019 trokken de deelnemers in april over het STRP festival en in oktober werd een trip naar Dutch Design Week georganiseerd. Een aantal deelnemers aan het woord.

Het was met recht een safari naar de toekomst! Hoe ziet Strijp S eruit in de toekomst door AR? Wat is de toekomst van kleding, hoe doet iedereen mee? Mooi om het brede spectrum van projecten te zien die Brabant C ondersteunt, in een gezelschap van cultuurmakers en ondernemers. Lambert de Pater Relatiemanager Kunst en Cultuur Triodos Bank

WIL JE IN 2020 EEN KEER MEE OP SAFARI?

24

Stuur Anke van den Broeck een email voor meer informatie over de geplande tours: avandenbroeck@brabantc.nl

© Boudewijn Bollmann

Ook al kwamen we geen wilde dieren tegen tijdens deze safari, toch hoefden we ons geen moment te vervelen. Op zo ongeveer elke hoek van de straat werden we verrast met wat de toekomst ons te bieden heeft. Hoe ziet de stad van de toekomst eruit, in welke kleren lopen we rond en op welke manier brand het licht in de toekomst? Of het precies zo wordt weten we nog niet. Dat er over nagedacht wordt wel... Thom Blankers Wethouder Werk & Economie Gemeente Heusden

Voor mij biedt de verbinding met Brabant C sinds de afgelopen twee safari’s duidelijk meerwaarde. Hierdoor heb ik meer en beter zicht op en in de Brabantse designcultuur gekregen. Ik zie veel beter welke crossovers er met de combinatie van design & tech en business mogelijk zijn. Bij de ontwikkeling die menig designer op dit vlak nog kan maken, help ik graag mee. Vanuit internationaal en business perspectief blijf ik met Brainport Eindhoven dan ook graag onderdeel uitmaken van dit initiatief en sta ik open voor andere samenwerkingsvormen. Johann Beelen Areamanager USA / Business Development Manager Brainport Eindhoven


© Boudewijn Bollmann

25


26

© ASML

VAN GOGH & ASML


H

HET BEDRIJFS LEVEN GAAT IN DE KUNST: HOE ASML EN VAN GOGH BRABANT ELKAAR VONDEN IN EEN VERHAAL OVER LICHT EN TECHNOLOGIE In juli kondigden ASML en Van Gogh Brabant een samenwerking aan. De Veldhovense chipmaker gaat geld investeren in het culturele erfgoed van Vincent van Gogh. Een opmerkelijke move? Dat valt wel mee, vinden beide partijen. ‘Van Gogh was een Brabander, een rebel en een vernieuwer. Hier kan ASML zich enorm in vinden.’ ‘Fantastisch’, zo noemt Frank van den Eijnden, directeur van Van Gogh Brabant, de partnership met chipmachinemaker ASML. De komende vijf jaar werken de twee partijen samen, waarbij, zo werd begin juli gecommuniceerd, state-of-the-art technologie en Van Goghs zoektocht naar kleur en licht centraal staan. ‘We zochten mede-investeerders om de komende jaren Van Gogh-monumenten in de provincie te kunnen verwerven’, vertelt Van den Eijnden desgevraagd naar de oorsprong van de samenwerking. ‘Hiermee zouden we het culturele aanbod kunnen vergroten, evenals de internationale uitstraling van Brabant verbeteren – interessant voor kenniswerkers die zich in deze regio zouden willen vestigen. ASML contacteerde ons: ze hadden de afgelopen tijd al samengewerkt met het Van Gogh Museum in Amsterdam, maar wilden ook de verantwoordelijkheid nemen in de eigen regio.’

SAMENHANGENDE VISIE Het hoofdkantoor van het hightechbedrijf bevindt zich in Veldhoven. ‘Nuenen, de plaats waar museum Vincentre te vinden is en waar Van Gogh De aardappeleters in 1885

maakte, ligt op een steenworp afstand’, zegt Lucas van Grinsven, hoofd communicatie bij ASML. ‘Er is niet zo veel cultureel erfgoed van aanzien aan Brabant; er zijn geen rijksmusea onder de grote rivieren. Dus met wat er is, mag je heel zorgvuldig omgaan.’ ASML ondersteunt al jaren culturele instellingen in en rond Eindhoven door middel van sponsoring, maar zag in de samenwerking met Van Gogh Brabant een mogelijkheid tot het uitwerken van een écht samenhangende visie over hoe het bedrijf zich wil inspannen voor de regio, zegt Van Grinsven.

ZOEKTOCHT NAAR LICHT Die ‘samenhangende visie’ was snel gevonden. Van Goghs kunstwerken zijn de resultaten van een intensieve zoektocht naar perspectief en licht – en laat licht nu juist een specialisme zijn van ASML. Het bedrijf maakte grote chipmachines, die werken met (ultraviolet) licht. Het bedrijf gaat het museum in Nuenen dan ook ondersteunen bij de komst van een heuse Lightlab, waar bezoekers zelf kunnen experimenteren met licht. Deze ervaringsruimte, die over twee jaar open moet zijn, toont hoe de kunstenaar met licht werkt én hoe licht tot op de dag van vandaag van invloed is op kunst. ‘Natuurlijk willen we met de samenwerking jong talent aantrekken door de regio aantrekkelijk te maken, maar we willen óók dat de samenleving ervan profiteert’, zegt Van Grinsven. ‘Het Lightlab is bedoeld voor iedereen: jongere kinderen, scholieren, volwassenen, mensen met verschillende opleidingsniveaus… We willen hierbij niet alleen de link maken tussen kunst en techniek, maar ook laten zien dat hier kansen liggen voor kinderen om hun creativiteit in kwijt te kunnen.’ Educatie, gericht op de jongere generatie, is dus een belangrijke pijler van de samenwerking. ASML zal dit verder faciliteren door bussen in te zetten om scholieren uit zwakkere wijken naar het museum te brengen, aldus Van Grinsven.

METEN IS WETEN Naast de ontwikkeling van het Lightlab, waarbij de werking van licht in kunstwerken op een toegankelijke manier wordt uitgelegd, richt ASML zich ook op de conservatie van de bestaande werken. ‘Schilderijen hangen in een ruimte waar licht is; dat licht heeft invloed op het schilderij’, zegt Van Grinsven. ‘Kleuren kunnen hierdoor vervagen of soms juist donkerder worden. Het is belangrijk om te onderzoeken in welke mate dit gebeurt en wat je ertegen kunt doen.’ De specialisten van ASML hebben, zo gezegd, veel kennis over de (chemische) effecten van licht en hoe deze te meten. Het bedrijf zal

27


dan ook een team van onderzoekers beschikbaar stellen om het museum in Amsterdam te ondersteunen bij de conservatie. Ook zal er een PhD-onderzoeksplaats en/ of universitaire leerstoel komen. Dit alles om óók toekomstige generaties te bereiken en te inspireren door het leven en werk van Vincent van Gogh en zijn tijdgenoten.

VAN GOGH CLAIMEN ALS BRABANDER Door de steun aan het museum in Amsterdam, waarmee het erfgoed van Van Gogh wordt veiliggesteld, wordt de positie van Vincentre in Nuenen extra versterkt, vindt Van Grinsven. ‘Wij willen Van Gogh claimen als Brabander en dat is precies van Van Gogh Brabant ook wil. Hij is een icoon in deze regio. Door dat gegeven uit te dragen, trekken we weer nieuwe iconen aan: mensen die net als

Van Gogh dwarsdenkers, vernieuwers en doorzetters zijn.’ Naast het aantrekken van technologisch toptalent, hopen de twee partijen door de samenwerking ook toerisme vanuit het buitenland te stimuleren. Van den Eijnden: ‘Dankzij de financiering kunnen we het aanbod in Vincentre uitbreiden: de schaalvergroting betekent ook een groter aantal bezoekers. We kunnen wereldwijd breder uitdragen dat Van Gogh een Brabander is en dat je om hem te leren begrijpen, naar Brabant moet komen. Dan leer je dat deze regio heel vooruitstrevend en innovatief is.’

MENTALITEITSSHIFT Een belangrijk uitgangspunt van de samenwerking, was wat Van Grinsven betreft dus om waarde te creëren voor zoveel mogelijk groepen: de samenleving, buitenlandse

DWARSDENKERS, VERNIEUWERS EN DOORZETTERS

28


kunstliefhebbers, de regio, toekomstige generaties en potentiële technologietalenten. ‘Maar we wilden natuurlijk ook onze eigen medewerkers niet vergeten’, zegt hij. ‘De samenwerking maakt het mogelijk om Vincentre en andere Van Gogh-gerelateerde heritage sites te bezoeken.’ Daarnaast merkt hij nu al een shift in de mentaliteit in het bedrijf. ‘Onze mensen doen ontzettend goed werk binnen ASML, maar dankzij deze collaboratie, doen ze ook een deel van de tijd goed werk voor iedereen. Het opent echt je wereld en verrijkt de werkinhoud. Als je komt solliciteren bij ASML, verwacht je de link met kunst waarschijnlijk niet. Dat maakt het juist zo leuk.’

INHOUDELIJKE MATCH Het bedrijfsleven en kunst: een ‘match made in heaven’? Jazeker, vinden beide heren, mits er goed over wordt nagedacht. ‘Elk bedrijf heeft zijn core business, maar je moet ook tijd reserveren om een deel van te inspanningen ten goede te laten komen aan de hele samenleving’, vindt Van Grinsven. ‘Als je in gesprek bent met een mogelijke partner, is de belangrijke vraag: hoe kun je niet alleen je geld, maar de echte krachten van je bedrijf inzetten bij

© ASML

de samenwerking?’ Volgens hem kan er een ongelooflijk vruchtbare synergie ontstaan als een bedrijf daar écht goed over nadenkt. ‘Wij hebben met Van Gogh Brabant ook een jaar om de tafel gezeten om tot de best mogelijk visie te komen, dat is niet over één nacht ijs gegaan.’

VOORBIJ REGIONALE BELANGEN Dat ASLM inhoudelijk zo diep wilde gaan, verraste Van den Eijnden op een positieve manier. ‘Als kunstorganisatie denk je aanvankelijk dat het een bedrijf vooral om de internationalisering van de regio te doen is en het verbeteren van het vestigingsklimaat. Maar tegenwoordig willen bedrijven juist een stap verder gaan en relevante thema’s aansnijden, zoals in dit geval de link leggen tussen creativiteit en technologie bij jongeren.’ Zijn boodschap aan culturele instellingen die een partnership willen aangaan, is dan ook: ‘Leef je echt in de noden en doelstellingen van het bedrijf in voor je in gesprek gaat. Dan pas kun je samen echt iets van waarde afleveren – zoals ASML en Van Gogh Brabant nu trachten te doen.’

Brabant C investeert met een combinatie van een lening en subsidie in drie belangrijke ‘Van Gogh-locaties’ (Zundert, Etten-Leur en Nuenen) waar een Van Gogh Heritage Centre wordt ontwikkeld. In deze Heritage Centres worden vaste, dynamische exposities gerealiseerd die het erfgoed van en rond Vincent van Gogh uitlichten en zo het wordingsverhaal van de unieke Brabantse kunstenaar vertellen aan een groot publiek.

29


DOLORIS © Merel van Dooren Photography

30


HET SUCCESVERHAAL VAN DRIE ENTHOUSIASTE ONDERNEMERS

Na vier jaar ontwikkelen opende Doloris afgelopen mei haar deuren. Het surrealistische kunstdoolhof en immense rooftopbar hebben zich sindsdien ontpopt tot één van de absolute hotspots van de stad. Hoe kijken Joep van Gorp, Jaap van Ham en Gijs van der Velden – de drie ondernemers achter het complex – terug op de samenwerking en het proces?

één van ons tweeën de rooftopbar voor zijn rekening wilde nemen, maar toen we met zijn drieën om de tafel zaten, bleek de dynamiek wel erg goed te kloppen’, zegt Van der Velden. Een nieuw ondernemerstrio was geboren.

ÉÉN GEHEEL, TOCH ZELFSTANDIG

‘Het gaat heel goed met Doloris’, zegt cultuurondernemer Joep van Gorp opgelucht, gevraagd naar het eerste halfjaar dat ‘zijn’ surrealistische doolhof nu achter zich heeft liggen. ‘We hebben al heel veel bezoekers gehad, de horeca loopt ook top. Als ik erop terugkijk, kan ik met zekerheid zeggen dat we het maximale neer gezet hebben wat we kunnen.’ ‘We’, dat zijn met name Joep van Gorp zelf en de twee ondernemers achter de rooftopbar: horeca-uitbater Jaap van Ham en catering-expert Gijs van der Velden. Het verhaal van de drie mannen begint in 2015, wanneer Van Gorp partners zoekt voor een eigenzinnig kunstcomplex dat hij jaren geleden in Berlijn bezocht. Een ‘climb-through’ art experience met tientallen kamers vol surrealistische kunst die je zintuigen op scherp zetten: dat moest ook in Nederland komen, en dan het liefst in Tilburg – de stad van experiment, creatie en innovatie.

Tijdens veel (en lange) gesprekken kwamen de drie mannen tot een invulling van het overkoepelende concept. ‘Doloris is de personificatie van de doolhof en de bar, de bezoekers komen haar stem en woorden overal tegen.’ De bezoeker mee willen nemen op reis – of dat nu in de doolhof of de rooftopbar is – stond vooraan in de visie. Van der Velden: ‘We zijn in de rooftopbar gaan werken vanuit de vrouwelijkheid van Doloris. Je ziet veel roze en paars, zachte stoffen, goede cocktails, kleine streetfoodgerechten om te delen… Het geheel is erg modern en echt iets wat Tilburg nog niet had.’ Ondanks dat de rooftopbar en de doolhof vanuit één integraal concept zijn ontwikkeld, opereren ze wel degelijk zelfstandig. Hierin lag wat Van Gorp betreft het grootste spanningsveld. ‘Als ondernemer wil je je eigen bedrijf beschermen. We wisten van elkaar dat we alle drie het beste wilden voor het complex, maar tegelijk wil je ook het maximale halen uit je eigen deel. Die gesprekken waren het moeilijkst.’

JUISTE DYNAMIEK

ANDERS LEREN DENKEN

Naast de ‘meta maze’ zelf, zo was Van Gorp’s visie, moest er ook een horeca-concept komen, waar bezoekers van het doolhof op adem konden komen en hun ervaringen konden delen met vrienden – onder het genot van een hapje en een drankje. In het oude postkantoor aan de Spoorlaan – met een dakterras van 750 vierkante meter moest die droom werkelijkheid worden. Van Gorp dook in zijn adresboekje; twee namen sprongen eruit: Jaap van Ham is als eigenaar van Het Ketelhuis, Polly Maggoo en Café Bakker een bekend gezicht in de Tilburgse horeca; evenals Gijs van der Velden, die met Cookaholics instaat voor creatieve cateringprojecten. ‘De vraag was eigenlijk of

De verschillende achtergronden (cultuur, catering, horeca), leeftijden (Van Gorp is 27, Van Ham 42 en Van der Velden zit er tussenin) en ervaring van de mannen, maakten de samenwerking, naar eigen zeggen, enerverend. ‘De horeca is een markt waarin er veel concurrentie is: je bent heel gecalculeerd bezig om zaken voor elkaar te krijgen’, licht Van der Velden toe. ‘Terwijl Joep een droom aan het bouwen was; veel keuzes waren nog niet genomen voordat hij begon. Jaap en ik weten vooraf juist heel goed waar we aan beginnen en hoe we het gaan doen, we werken heel afgekaderd. Bij een kunstproject kan dat niet.’ Waar de twee horeca-mannen Van Gorp adviseerden over

31


© Doloris

commercie, leerden zijzelf andersom om een beslissing niet enkel vanuit de ratio te nemen en het soms iets meer tijd te geven. ‘Kunstwerken ontstaan vaak organisch, vanuit een gevoel. Die houding is soms ook best welkom als ondernemer-zijnde: niet ‘snel-snel-snel’ beslissen, maar soms iets meer geduld hebben. Dan krijg je vaak juist goede inzichten en ontstaan er toffe ideeën’, aldus Van der Velden.

AANSTEKELIJKE ENERGIE Ook Van Ham – naar eigen zeggen ‘de opa van het stel’ – is te spreken over de vruchtbare synergie tussen de partijen. ‘Joep en zijn jonge compagnons hadden zó’n grote visie en energie, daar werd je gewoon in meegezogen. Ik ben zelf ook vrij positief ingesteld, maar zij waren unstoppable: gaat het niet linksom, dan maar rechtsom. Die enthousiaste houding werkte heel aanstekelijk en kon ik dan weer overbrengen op de merken waar we nu mee samenwerken in de bar. Iedereen is er vol gas in meegegaan.’ Van Gorp op zijn beurt is blij dat hij terecht kon bij experts. ‘Ik ben goed in het bepalen van een visie en de juiste mensen bijeenhalen. Maar van de horeca, zoals van zoveel andere dingen die bij een totaalproject als Doloris kwamen kijken, heb ik geen kaas gegeten. Als ondernemer moet je dus veel dingen uit handen kunnen geven. Het geeft een

fijn en rustig gevoel als je weet dat je bepaalde taken kunt neerleggen bij mensen die jarenlang ervaring hebben.’

EMOTIONELE ROLLERCOASTER Terugkijkend op de afgelopen jaren, noemt Van Gorp het ontstaansproces van Doloris een ‘emotionele rollercoaster’. Hij legt uit: ‘Het bedrijf is inmiddels zelfredzaam en een groot succes, dat brengt een bepaalde status met zich mee. Deuren gaan makkelijker open. Maar tegelijk heb ik ook hele onzekere momenten gekend; het was zo’n groots en spannend project. Ik had veel werk op mijn bordje. Als ik in de toekomst weer een soortgelijk project zou lanceren, zou ik nog meer handson experts om me heen verzamelen en misschien iets minder adviseurs.’ Toch zegt Van Gorp desgevraagd het niet anders gedaan willen hebben dan nu: alle (beginners) foutjes hebben immers geleid tot Doloris zoals het er nu staat – en daar is hij maar wat trots op. Van der Velden weet echter wel een verbeterpuntje te noemen – en geeft hiermee gelijk een tip voor andere (beginnende) ondernemers: ‘Wij hebben in het begin heel lang gepraat over details in plaats van de hoofdzaken. Maar het iedere dag hebben over kleine zaken komt de efficiëntie niet ten goede. Ga dus gelijk naar de hoofdlijnen en maak dingen concreet, de details komen erna wel. Of, anders gezegd: meer vergaderen en minder kletsen.’ (lacht)

Brabant C investeert in de ontwikkeling van Doloris met een combinatie van lening, garantstelling en subsidie. Een bijzondere leisure attractie met een vernieuwend concept waarin een hoog artistiek niveau wordt gekoppeld aan een buisnessmodel dat straks op zichzelf kan bestaan.

32


© Jostijn Ligtvoet

TOP IN CULTUURNICHES

33


DE OPLEVING VAN CULTUURNICHES Van een circus dat tegelijk ook een theaterfestival is (Circolo) tot een doolhof waarin allerlei soorten kunstuitingen bijeenkomen (Doloris): ‘niche’ cross-over projecten zijn hot in Tilburg. Wat betekenen dergelijke eigenzinnige cultuurinitiatieven voor de stad? Marc Meeuwis van Citymarketing vertelt. De laatste vijf jaar schieten ze – met soms wat hulp van Brabant C - uit de grond als paddenstoelen: culturele projecten die niet in één hokje lijken te passen. Zo toont festival Circolo een unieke mix van voorstellingen en experimenten op het snijvlak van acrobatiek, theater, dans, muziek en performance art. En in het doolhof van Doloris worden al je zintuigen aangesproken door de meest uiteenlopende kunstvormen. Tegelijk zijn er steeds meer initiatieven die zich juist wél heel duidelijk richten op één specifieke cultuurvorm. Woo Hah! is inmiddels één van de grootste hiphopfestivals van Europa. En Roadburn bedient al jaren liefhebbers van avant-garde heavy metal. Ook op musicalvlak bruist en borrelt het, dankzij de tweejaarlijkse musicaldagen van Theaters Tilburg. Wat al deze projecten met elkaar verbindt? Het zijn culturele niches die toch een grote groep mensen aanspreken. Marc Meeuwis van Citymarketing legt uit: ‘Volgens mij zit de doelgroep van deze projecten tussen de early adopters – een enkeling die iets als eerste weet te waarderen - en de grote massa in. Het is best bijzonder om die ‘schakelgroep’ aan te spreken. En over een paar jaar volgt de grote massa: ook fantastisch, natuurlijk.’

DE EIFFELTOREN VAN TILBURG Meeuwis is ontzettend te spreken over dergelijke cultuurniches, niet in de laatste plaats omdat ze de aantrekkingskracht van Tilburg internationaler maken.

34

‘Het beeld van Anish Kapoor, bijvoorbeeld (‘Sky Mirror’ in Museum De Point, red.), heeft een enorme impuls gegeven aan de stad. Ik noem dat kunstwerk de Eiffeltoren van Tilburg. Er zijn van Kapoor vijf openbare kunstwerken: in Londen, Chicago, New York, Versailles en dus Tilburg! Het is echt een uniek object in de stad en trekt zeker een publiek van over de grens aan.’ Datzelfde stimulerende effect op toerisme heeft volgens Meeuwis ook Doloris. ‘Het idee voor het surrealistische doolhof is uit Berlijn gehaald. De kunstenaar die het daar heeft gemaakt, werkte ook mee aan Doloris. In Berlijn is het opgedoekt, maar je merkt dat de mensen die het daar bezocht hebben, nu ook in Tilburg komen kijken.’

Het beeld van Anish Kapoor, bijvoorbeeld (‘Sky Mirror’ in Museum De Point, red.), heeft een enorme impuls gegeven aan de stad. Ik noem dat kunstwerk de Eiffeltoren van Tilburg.

NANTES ALS VOORBEELD Kaapstad (een weekend vol ‘kunst take-overs’ in de binnenstad), LocHal, Spoorzone: of het nu gaat om ‘cultuurniches’ of grotere cultuurprojecten, het is wat Meeuwis betreft duidelijk dat Tilburg van een grijze muis naar een hippe stad aan het transformeren is. Cultuur is vanuit het perspectief van citymarketing onontbeerlijk in het modern en aantrekkelijk houden (of maken) van een stad, zegt hij. ‘Vorige maand zijn we met een grote groep citymarketeers in Nantes geweest; die stad heeft 30 jaar geleden heel duidelijk voor cultuur gekozen. Het maakte toen een vergelijkbaar proces mee als Tilburg: de


© Jesse Koch

TILBURG TRANSFORMEERT VAN EEN GRIJZE MUIS NAAR EEN HIPPE STAD.

industrie en de scheepvaart vertrokken. De burgemeester – dezelfde die er nu nog zit – koos toen voor smart industries en cultuur, met name kunst in de openbare ruimte. En zie daar: er komen nu 4,5 miljoen toeristen naar Nantes. Cultuur geeft echt een identiteit aan een stad, mits het past bij het DNA ervan’, aldus Meeuwis.

recente culturele initiatieven in Tilburg wel degelijk bij het DNA van de stad: ‘Van Doloris tot Kaapstad: innovatie, het experiment, het samenwerken tussen de verschillende industrieën zijn enkele sleutelwoorden die dergelijke projecten gemeen hebben. Dit valt dus helemaal samen met wat Tilburg tot Tilburg maakt.’

CREATIE ALS BASIS

GOEDE FLOW

En het DNA van Tilburg? Dat valt in drie woorden te omschrijven. ‘Wij citymarketeers hebben een formule ontwikkeld voor Tilburg, die gaat als volgt: sociaal x experimenteel = creatie’, vertelt Meeuwis. Volgens hem wordt de stad ten eerste gekenmerkt door een zeer betrokken houding, die heeft geleid tot vele sociale initiatieven die in heel Nederland bekend zijn – maar wel degelijk in Tilburg hun oorsprong hebben. Daarnaast wordt er veel geëxperimenteerd met onder andere techniek en kunst, wat dan weer leidt tot creatie: de basis van de stad. Dit imago wordt versterkt en geconsolideerd door de vele Tilburgse opleidingen die zich richten op de maakindustrie, aldus Meeuwis. Zo bezien passen de

Het moge duidelijk zijn: citymarketeers zijn het erover eens dat Tilburg de afgelopen pakweg vijf jaar de goede weg is ingeslagen. De stad lééft en Tilburgers lijken trotser te zijn dan ooit. ‘Culturele projecten voeden elkaar ontzettend’, zegt Meeuwis. ‘Ik was laatst bijvoorbeeld bij DockZuid, een nieuw initiatief van muzikanten, die samen muziek maken en optredens plannen. En zo zijn er tig nieuwe projecten. Er is volop inspiratie én daadkracht, Tilburg zit echt in een goede flow.’ Wat Meeuwis betreft dragen de investeringen van Brabant C hier zeker aan bij: ‘De fonds weet precies wanneer het in welke projecten moet investeren. Timing en waarde gaan steeds hand-inhand – en Tilburg als stad profiteert daar enorm van.’

35


INTER NATIO NALI SERING

WAT HEEFT BRABANT NOU IN DE WERELD TE ZOEKEN?

DOOR JOY ARPOTS SCOUT BRABANT C In 2011 werd Eindhoven uitgeroepen tot ‘smartest city in the world’. Dat was opmerkelijk, want eerder ging die titel naar steden als Singapore, Seoul, Taipei en New York. Eindhoven stond, samen met de Brainport-regio in een klap op de internationale kaart. Die status als top kennisen innovatieregio werd destijds ook vertaald in de ambitie om met de provincie Brabant en met Eindhoven in de lead in 2018 Culturele Hoofdstad van Europa te worden. Teleurstellend was het jurybesluit om Leeuwarden deze titel te gunnen. Maar het goede nieuws was dat de door de provincie gereserveerde 40 miljoen beschikbaar bleef om de Brabantse cultuur op de internationale kaart te zetten. Vanuit deze erfenis zag Brabant C het daglicht. Brabant C kreeg voor de eerste vier jaar een bedrag van 25 miljoen, gaandeweg zou het investeringsfonds geëvalueerd worden en zou de politiek kunnen besluiten ook het resterende bedrag toe te kennen. Die externe evaluatie was zo positief dat Provinciale Staten oordeelde dat Brabant C een nieuwe termijn moest krijgen. Bij dat besluit werden twee aanbevelingen gedaan. Brabant C moest meer revolverend worden (tot dan toe had het fonds vooral subsidies verstrekt, vanaf januari 2019 zou er vaker geld geleend moeten worden). En de opdracht van Brabant C moest internationaler: in de eerste vier jaar is het fonds er goed in geslaagd van een regionale naar een nationale uitstraling te komen, in het vervolg zou de impact meer internationaal moeten zijn. Oftewel, Brabant C speelt

36

inmiddels in de top van de eredivisie, de vervolgstap is nu de Champions League. Als scout van Brabant C opereer ik sindsdien ook internationaler. De scout zet in op projecten die een internationale ambitie hebben, die internationale samenwerkingsverbanden hebben, die ook financiële bijdragen van de EU genereren, die de internationale pers halen, die internationale nominaties en prijzen verwerven. Soms betekent dit, dat de internationale top naar Brabant komt: zo haalt WOO HAH ’s werelds beste rappers, zo staat er een eyecatcher van Anish Kapoor bij De Pont, zo presenteert BredaPhoto internationale toppers, zo programmeert November Music de belangrijkste levende componisten en zo komen de beste designgraduates vanuit alle windstreken naar de Dutch Design Week. Soms gaat het beste wat Brabant te bieden heeft naar het buitenland. Brabant C investeerde in een presentatie van zes projecten tijdens het festival South by South West (SXSW) in Austin, mondiaal gezien het nummer-1-platform voor innovatie. Dat leidde tot veel media-aandacht, nieuwe vormen van samenwerking, nieuwe presentaties elders in de VS of elders in de wereld. Ook financierde Brabant C een presentatie van designers tijdens NYCxDESIGN, de grote designbeurs in New York. Daar werd ook nog eens de belangrijkste award van het festival gewonnen. De scout is in deze gevallen letterlijk een scout, een verkenner van kansen en mogelijkheden. Aan de SXSWmissie en de New York-presentatie gingen een jaar eerder


© Bart van Overbeeke

verkennende bezoeken vooraf. In nauwe afstemming met het Nederlandse consulaat, met organisaties als New Dutch Wave en Creative Holland, met stakeholders hier maar ook daar. Die verkenning reikt tot de ministeries van Buitenlandse Zaken en van OCW. Beetje bij beetje leiden deze inspanningen ertoe dat de cultuur van Brabant op die internationale kaart komt te staan. Niemand kan er meer om heen dat Eindhoven de bakermat is van Dutch Design, het internationale netwerk van Bosschenaar Jameszoo trekt electro-pioniers van naam en faam naar de WillemTwee-studios, Doloris trekt niet alleen buitenlandse bezoekers naar Tilburg maar creëert ook belangstelling van andere Europese steden die eveneens zo’n kunstlabyrint willen. En Playgrounds zette vanuit Breda eerst edities op in Amsterdam en Eindhoven, maar gaat inmiddels ook naar Berlijn. De scout merkt dat ook achter de schermen. Op uitnodiging van het Nederlands consulaat ging ik naar München. Kennismakend en verkennend werden er verbindingen gelegd tussen de Munich Creative Businnes Week en de Dutch Design Week. In het Stadsmuseum München is een permanente expositie over de Nazi-tijd, voor de tentoonstelling Design van het Derde Rijk werkte het Design Museum Den Bosch met hen samen. Er is een Europees project gestart tussen het Eindhovense gezelschap United Cowboys en partnerinstellingen in Londen, Boedapest, Graz, Berlijn en München. Het bezoek van de scout aan de designexpo Index in Dubai was eveneens op uitnodiging van het Nederlands

© Willeke Machiels

consulaat aldaar. Met het oog op de Wereldtentoonstelling die daar over een jaar plaatsvindt. In samenspraak met het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt thans geïnventariseerd welke Brabantse projecten dan op het gebied van Water, Food en Energy gepresenteerd kunnen worden. Tenslotte werd ik uitgenodigd om mee te gaan met een handelsmissie van de provincie in het kader van de 25-jarige relatie met de zusterprovincie Jiangsu. In het gevolg van de Commisaris van de Koning, twee gedeputeerden, zeven burgemeesters, bestuurders, onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven. Voor de scout was door de Chinese ambassade en het Chinees Cultureel Centrum in Den Haag een persoonlijk, meerdaags bezoekprogramma aan culturele instellingen en creatieven in de stad Nanjing samengesteld. Daar zat ook een bezoek bij aan het atelier van de meest gerenommeerde lantarenkunstenaar van China. Heel indrukwekkend om kennis te maken met een traditie die 1700 jaar oud is. En wat blijkt? Gu Yeliang is door Hugo Vrijdag van de Ontdekfabriek uitgenodigd om, geïnspireerd op Vincent van Gogh, 76 grote zonnebloemen voor GLOW te maken. Die ontmoeting krijgt een week later een vervolg in het Philipsstadion bij de opening van GLOW. Gu Yeliang is ook van de partij en uiteraard moet ik weer op de foto met deze goedlachse Chinees. Zijn Zonnebloemen zijn uitgegroeid tot het meest instagrammable GLOW-project. En onze ontmoeting tot een heuse vriendschap.

37


TOEKENNINGEN A

Allen Tegen Allen Anish Kapoor: Sky Mirror

B

Best of the Fest Bosch Parade BredaPhoto* BRIK

C

Counterwave Culture Escape

D

De Helleveeg De Mengfabriek De Stilte Design van het Derde Rijk DIT Doloris Duizendjarig Woud Dutch Design Week Dutch Invertuals

E

Economia Eindhoven Maker Faire EKWC Emoves

F

Fabriek Magnifique Festival Circolo Festival Mundial First Aid To Cultural Heritage

G

Global Storytellers & Cup of Stories GLOW Graphic Matters Groot Wild

*van deze projecten is het businessplan nog in ontwikkeling

I

R

(im)possible bodies* In Our Nature Incubate

Roadburn Robot Love

S

J

So What’s Next? Social Label STRP Strijbos & Van Rijswijk Summa Festival Symphonic Cinema

Jameszoo Jazz In Duketown

K

Kazerne Klanken van Oorsprong Kovacs

T

Tanzen auf dem Malerwanderweg The Growing Pavilion The Mother of Beauty The Ruggeds The Secret life of materials Theater Artemis Theaterfestival Boulevard Totally Tuned

L

LeineRoebana Lucas Gassel Helmond* Lustwarande

M

Manifestations MATZER in bedrijf Missa Unitatis

U

United Cowboys

N

NDW x SXSW 2019 Nederlandse Musical Dagen New Order of Fashion Night of the Nerds November Music

O

Van Gogh Heritage Centres Van Gogh’s Intimi Ventura New York – the Dutch edition VPRO Medialab

W

Of Ik Gek Ben

P

V

Panama Pictures XL Paul van Kemenade Platform ouderen en verhalen Playgrounds* Poor Boy Popmonument

Willem Twee Studio’s WOLK WOO HAH! Wrijving van Gedachten

Y

Yinka Shonibare

2015 - 2019


MEER WETEN OVER BRABANT C?

Deze ambassadeurs zijn in 2019 nauw betrokken bij Brabant C:

Kijk op www.brabantc.nl of neem contact op:

RAAD VAN TOEZICHT

BEN JE DIRECTEUR/BESTUURDER EN GEÏNTERESSEERD IN EEN SAMENWERKING MET BRABANT C? Neem contact op met Frans van Dooremalen, de directeur-bestuurder van het fonds. fvandooremalen@brabantc.nl

MEER WETEN OVER DE VERNIEUWING VAN FINANCIERING EN ONDERNEMERSCHAP IN DE CULTURELE SECTOR? Mirjam Hament neemt je graag mee in haar wereld van business development. mhament@brabantc.nl

SAMEN MET BRABANT C EEN NETWERKEVENT ORGANISEREN? OF GA JE MEE NAAR BIJZONDER CULTUREEL EVENT? Bekijk samen met netwerk coördinator Anke van den Broeck wat bij jouw wensen past. avandenbroeck@brabantc.nl

Bert van der Els (voorzitter) Saskia Langbroek – Coppus Ton Wagemakers

ADVIESCOMMISSIE Bert Dirrix (voorzitter) Jorn Konijn (plaatsvervangend voorzitter)

LEDEN ADVIESCOMMISSIE Ankie Til, Antoinette Klawer, Arend Hardoff, Bart van Velzen, Charles Jeurgens, Charlotte van Rappard, Eduard van Regteren Altena, Frens Frijns, Geert Overdam, Jacki Dodemontova, Jan Couwenberg, Jan Post, Jeroen Junte, Jeroen Willems, Jeroen Veldkamp, Katja Diallo, Leo Spreksel, Linda Janssen, Line Rousseau, Lydia van Oosten, Marcel Kranendonk, Marjo Schlaman, Martijn Mulder, Otto van der Meulen, Peter Brouwers, Peter van der Aalst, Petra Heck, Remco van Soest, Robbert van der Stelt, Ruth Giebels, Tet Reuver

HEB JE EEN IDEE VOOR EEN CULTUREEL PROJECT WAARVOOR JE FINANCIERING WILT AANVRAGEN?

De volgende personen en partijen hebben bijgedragen aan dit fanzine:

Scout en aanjager Joy Arpots vertelt je over de mogelijkheden bij Brabant C. jarpots@brabantc.nl

Vormgeving: Toffey Hoofdredactie: Anke van den Broeck

HEB JE VRAGEN OVER DE AANVRAAGPROCEDURE OF HET AANVRAAGSYSTEEM? Neem contact op met Geert Lenders (secretaris) of Anne Erkelens (fondsmedewerker). secretaris@brabantc.nl Voor alle overige vragen kun je bij Margareth Louwers (office manager) terecht.

Teksten: Brigitte de Swart Grete Simkuté Silvia de Caluwé Jeroen Everaert Vincent van Zon Joy Arpots Fotografie: Willeke Machiels Paul Arps Boudewijn Bollmann Merel van Dooren Jostijn Ligtvoet Bart van Overbeeke Vincent van Dordrecht Michiel Kole Jesse Koch

Met dank aan: Frans van Dooremalen Bert van der Els Kiki van Eijk Joost van Bleyswijk Piet Hein Eek John Blankendaal Mirjam Hament Roos Meerman Tom Kortbeek Lucas van Woerkum Bas Timmer Chantal Vergouw Frank van den Eijnden Lucas van Grinsven Joep van Gorp Jaap van Ham Gijs van der Velden Marc Meeuwis


DIT IS BRABANT.

40

© 2019 Een uitgave van Brabant C

ONDERNEMEN EN INNOVEREN HAND IN HAND MET INTERNATIONALE TOPCULTUUR. UNIEK IN NEDERLAND EN HERKENBAAR IN DE WERELD.

Profile for Brabant C

Fanzine #2 Brabant C, investeringsfonds voor cultuur  

Advertisement