Page 1

• juli 2014 • Een uitgave van Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch • € 4,95

jaargang 1 • nummer

2

Architectuurwandeling

Een rondleiding langs onze vestingwerken

Neanderthalers

In het Groot Tuighuis in de Oude Sint-Jacobskerk

Vraog en Antwoord

Moers Taal


In dit nummer Nieuws

Taal

80 Bericht van het Stadsarchief

32 Vraog en Antwoord

81 Bericht van de BAM

56 Jheronimus Bosch: boeken en nog eens boeken…

Berichten

Historie

52 Muzikale Binnendiezeklanken

19 Eerlicke conditien, Capitulatievoorwaarden 1629

54 Het Bossche Stuk van het Jaar!

Kunst en cultuur

82 Beleg van ’s-Hertogenbosch 1629

10 Architectuurvisite Koudijs/De Heus

Stad

21 Zomertentoonstelling JBAC

5

22 Achter de Vergulde Ploeg, De Blauwe Sluier en Magazijn de Bij

40 Hier staoi ik dan 16 (slot)

Het Theater aan de Parade

42 Bosch Parade 1

30 Architectuurwandeling vestingwerken

43 Kringwandeling 4 revisited

36 Neanderthalers in ’s-Hertogenbosch

58 De stadskraan op de Vismarkt

48 Bossche klokken 13: Zonnewijzers

64 Monumentale bomen binnen de vesting

69 In woord en tijd: Bossche chronogrammen 2

84 ’s-Hertogenbosch verandert

73 Beeld van Christus Koning

5

10

30

43

48

50

BOSSCHE KRINGEN

2

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Mensen

Bossche Kringen is het minimaal zes maal per jaar verschijnend tijdschrift van Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch.

12 Grote gezinnen en Noord-Brabant 34 Broeders van Maastricht te ´s-Hertogenbosch 4

Redactie Nik de Vries (voorzitter), Alies Baan , Jan Buiks , Ronald Glaudemans , Michele van den Heuvel, Ed Hupkens, Jan Korsten, Eva Repkes , Gerard ter Steege, Pascal Viskil (hoofdredacteur), Ellie de Vries (fotografie) en Johan Strang (bestuur).

38 Bootgesprekken 10: de mannen van de Stadsput

50 Een nadere kennismaking 12

74 Willem Jacob ’s Gravesande (1688-1742)

Werkgroepen

Bossche Kringen is voortgekomen uit de redacties van KringNieuws en Bossche Bladen. Auteurs van voormalig Bossche Bladen zijn hieronder gekenmerkt met een .

17 Bericht van de werkgroep Culturele Activiteiten 53 Naambordje De Plein

Aan dit nummer schreven mee: Jac. Biemans 54, Joop Boelens 22, Sjef Brummer 40, Geert Donkers 73, Ad van Drunen 58, Rolf Hage 19, Michele van den Heuvel 30, Rob Hoogeboom 29, Ed Hupkens 5 10 36 38 69 82, Nort Lammers 53, Stefan Molenaar 81, Guus Ong 32, Ad van Pinxteren 12, Redactie 50, Gerard ter Steege 52, Johan Strang 5, Jos Swanenberg 32, Wim van der Ven 64 , Ton Vogel 34, Nik de Vries 4 5 38 43 51 56, Werkgroep Culturele Activiteiten 17, Werkgroep Kerken en Kloosters 17 48, Theo van den Wijngaart 74

Redactie

4 Voorwoord

21 Opbergcassette Bossche Kringen

29 Korte berichten

51 Ladderwedstrijd 9

72 Bosch Parade 2 83 Korte berichten

Ontwerp en Vormgeving Studio Van Elten ’s-Hertogenbosch

36

40

56

64

BOSSCHE KRINGEN

3

Redactie-adres Secretariaat Bossche Kringen Postbus 1162, 5200 BE ’s‑Hertogenbosch E-mail: redactie@kringvrienden.nl Oplage 2.400 stuks Niets uit een editie mag worden gekopieerd of elders gepubliceerd zonder uitdrukkelijke toestemming van Kring Vrienden en de redactie; dit geldt ook voor het in enige vorm elektronisch beschikbaar stellen. De redactie heeft getracht alle rechthebbenden van het illustratie­ materiaal te achterhalen. Personen of instanties die desondanks van mening zijn aan deze uitgave aanspraken te kunnen ontlenen wordt verzocht om contact op te nemen met de redactie.

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Nik de Vries

Ten geleide

Bossche Kringen is een uitgave van:

Voorwoord Het vorige nummer van Bossche Kringen was – zoals we toen al aangaven – een werk in uitvoering. Nu kunnen we u vol trots en met een zekere spanning het eerste echte nummer in een compleet nieuw jasje aanbieden. We hebben er met zijn allen keihard aan gewerkt. In dit nummer vindt u een aantal inmiddels bekende rubrieken. Hier staoi ik dan beleeft zijn slotakkoord: na bijna drie jaar is Sjef Brummer rond met zijn tocht door ’s-Hertogenbosch. We danken hem voor alle bijdragen. De serie Beeld van … kan nog even voort. Geert Donkers heeft een aantal ‘nieuwe’ beelden ontdekt om onder de loep te nemen. Ook treft u in dit nummer een aantal langere artikelen aan. Mede daar‑ door – we konden het niet over ons hart verkrijgen iets te laten liggen of in twee delen te kappen – is dit een dik blad geworden.

Kringhuis en Kringbalie Parade 12 Telefoon 073 - 613 50 98 Telefax 073 - 614 60 21 Voor openingstijden zie onze website www.kringvrienden.nl www.DagjeDenBosch.com Secretariaat Postbus 1162 5200 BE ’s‑Hertogenbosch E-mail: algemeen@kringvrienden.nl Internet: www.kringvrienden.nl Betalingen: IBAN: NL98INGB0003119716 Jaarlijkse bijdrage minimaal € 17,50

Er staat heel wat te gebeuren in de stad. Het gebied rond De Heus gaat ontwikkeld worden, maar wat de Kring Vrienden betreft is dat gebied ook zeer geschikt voor het nieuwe theater. Over beide zaken berichten we. Het plan voor een nieuwe Stadsput en een Mariakapelletje op de Markt heeft inmiddels vaste vorm gekregen. We spraken met enkele initiatiefnemers. En dan blijven de Neanderthalers ons bezig houden; inderdaad: er is iets nieuws te melden… Verder nadert 2016 met rasse schreden. We volgen de initiatieven van JB500 op de voet en laten u via enkele foto’s meegenieten van de vijfde Bosch Parade, ditmaal op de Dommel. Wie deze bonte stoet niet gezien heeft, heeft iets gemist. Volgend jaar dus allemaal gaan kijken, zou ik zeggen. Diepgravender zijn onder andere artikelen over de kraan bij de Haven en over de natuurkundige ’s Gravesande. Het artikel over Achter de Vergulde Ploeg geeft een mooi beeld van dat gebiedje in de Bossche binnenstad. Twee excursies staan op stapel: zie pagina 17. Wilt u reageren of zelf een bijdrage leveren: dat kan via het mailadres van de redactie. We hebben uw bijdrage graag uiterlijk 15 augustus. Tot slot wens ik u weer veel kijk- en leesplezier.

Voorpagina Op 21 juni maakte een select gezelschap kennis met de zonne­ wendewijzer van het Stadhuis (zie het artikel van de Klokkengroep elders in dit nummer). Bij die gelegenheid mochten we bij hoge uitzondering het dak op, waar we verrast werden door de twee Hemony-klokken van de Sint-Jan, die de overgang van lente naar zomer verklankten. Het uitzicht was zo bijzonder, dat we er graag onze voorpagina van maakten. Ellie de Vries maakte de foto.

BOSSCHE KRINGEN

4

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Tekst: Johan Strang, Ed Hupkens en Nik de Vries Illustraties: Ellie de Vries (foto’s), gemeente (visualisaties) en particuliere verzameling

Ge vat ut of nie!

Het Theater aan de Parade Bossche Kringen besteedt in dit nummer aandacht aan het Theater aan de Parade, voor veel Bosschenaren beter bekend als het Casino. Dit doen we vanwege de grote belangstelling en aandacht die er is voor de nieuwbouwplannen van het theater. Eerst geven we een overzicht van de historie van het theater, daarna gaan we in op de nieuwbouwplannen. We proberen zo goed mogelijk een beeld te geven van die plannen en van de voors en tegens.

Historie Vóór 1828 – het jaar van het ontstaan van het Casino – waren er in de stad twee sociëteiten voor de hogere stand: het Muziekcollege in de Orthen‑ straat en de zomersociëteit aan de Papenhulst. De uitbater van het mu‑ ziekcollege kocht in 1828 het pand in de Papenhulst nabij de Binnendieze waar de zomersociëteit was gevestigd. De meeste leden van het muziek‑ college stapten over naar de zomersociëteit. In dat jaar besloten de leden om daar een nieuwe sociëteit op te richten, feitelijk een fusie tussen deze beide sociëteiten. Een jaar later gaven de leden aan hun nieuwe socië‑ teit de naam Casino. Deze naam werd in vroeger tijden ook wel gebruikt als aanduiding voor een sociëteit, maar betekende ook speelhuis. In een speelhuis was niet alleen ruimte voor allerlei gezelschapsspelen, maar ook voor toneel. Lid worden van de sociëteit Casino was alleen mogelijk voor de hogere standen. Een van de belangrijkste plannen van de nieuwe sociëteit was om een nieuwe concertzaal te bouwen, waar muziek– en toneelvoorstellingen konden worden gegeven. Daarmee werd vaart gemaakt, want al medio 1829 werd de bouw van een nieuwe zaal op het terrein aan de Papenhulst aanbesteed, hoewel de financiën daarvoor nog lang niet rond waren. Met enige kunstgrepen werd het benodigde geld bijeen gebracht. Vanaf 1850 worden plannen gemaakt om het houten tentgebouw uit 1829 te vervangen door een moderner exemplaar. In 1853 was het zover, op 1 december van dat jaar werd de nieuwe schouwburgzaal officieel in gebruik genomen. De sociëteit liep voorspoedig. Dat bleek wel uit het feit dat de sociëteit in 1867 de voormalige blekerij en vuilstortplaats huurde van de gemeente. Naderhand heeft de sociëteit het terrein van de gemeente gekocht. In 1870 werd dit terrein omgezet tot een mooie tuin met een muziekkiosk. De le‑ den van de sociëteit en hun families konden nu – door struiken en bomen aan de randen – ongezien voor het gewone volk van de tuin genieten! Zo is de huidige Casinotuin ontstaan, de meeste grote bomen in deze tuin danken we hieraan.

BOSSCHE KRINGEN

5

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


ëteit maar ook voor andere Bosschenaren. De socië‑ teitsruimten waren alleen voorbehouden aan de leden. Het theater bestond uit een grote zaal voor circa 1.000 personen, een kleine zaal voor ongeveer 700 personen, een restaurant annex foyer en een sociëteitsruimte. Vrijwel meteen na de opening kwam het Casino in gro‑ te financiële moeilijkheden als gevolg van een gebrek aan leden, tegenvallend bezoek en problemen met de afwikkeling van de nieuwbouw. Na een forse reorga‑ nisatie waarbij de besloten sociëteit werd omgevormd tot een vereniging kon men verder. Voor de uit 1853 daterende schouwburgzaal zijn aan het einde van de 19de eeuw plannen voor uitbreiding en renovatie gemaakt. Uiteindelijk is in 1893 de zaal enigszins uitgebreid en gerenoveerd. Vanaf het einde van de Eerste Wereldoorlog werden plannen gemaakt voor de bouw van een geheel nieu‑ we schouwburg. Bij de viering van het honderdjarig bestaan van de sociëteit Casino in 1928 werd vastge‑ steld dat het bestaande gebouw niet meer voldeed, dat er veel plannen waren maar dat er geen enkel vooruitzicht was. Na vele debatten in de ledenvergade‑ ringen en in gemeenteraad werd in 1931 een grondruil gesloten tussen de sociëteit Casino en de gemeente: de Casinotuin, eigendom van de sociëteit, kwam in handen van de gemeente, de sociëteit verkreeg van de gemeente het terrein aan de Parade waar de stallen van de cavalerie stonden om daar een geheel nieuw theater te bouwen. De sociëteit verkocht later de grond en de gebouwen aan de Papenhulst aan de Zusters van de Choorstraat die daarmee hun klooster konden uitbreiden. Pas in 1935 bracht de sociëteit Casino de nieuwbouw aan de Parade tot stand; het betrof een theater dat niet alleen meer toegankelijk was voor leden van de soci‑

BOSSCHE KRINGEN

In mei 1940 vorderden de Duitse bezetters het gebouw en gebruikten het tot aan het einde van de oorlog. Het gebouw dat zwaar te lijden had gehad van het militaire gebruik en van beschietingen, werd pas op 1 juni 1945 vrijgegeven voor herstel dat in 1947 werd voltooid.

Van vereniging naar gemeente Bij het bestuur van de Vereniging Sociëteit Casino begon vanaf 1950 het inzicht te groeien dat een parti‑ culiere exploitatie van een schouwburg zonder steun van de gemeente niet goed meer mogelijk was. Er was sprake van een teruglopend schouwburgbezoek, de zalen voldeden niet meer aan de eisen, de Vereni‑ ging Sociëteit Casino kon zeer moeilijk investeren, maar koesterde ondanks alles haar zelfstandigheid en onafhankelijkheid. Tenslotte – niet onbelangrijk –: zij stond niet in een goed blaadje bij de plaatselijke politieke elite. Na lang overleg verkreeg het Casino in 1962 voor de eerste keer een gemeentelijke subsidie. Dit hielp echter onvoldoende. De verhoudingen tussen de vereniging en de gemeente werden er ook niet beter op. Partijen vonden elkaar tenslotte in november 1965. De gemeente kocht het gebouw en de grond van de Vereniging Sociëteit Casino, waarmee de gemeente

6

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


voortaan de culturele exploitant van het gebouw werd, de vereniging kreeg het recht elk jaar 23 voorstellin‑ gen te verzorgen voor haar leden maar moest ook een structuurwijziging doorvoeren die moest leiden tot een transparanter en democratischer gehalte van de Vereniging. De gemeente en de stadsschouwburg Casino moesten op zoek naar een directeur. Die vond men in de per‑ soon van de vorig jaar overleden Luc van Gent. Hem komt de eer toe de schouwburg op de kaart te hebben gezet. In 1973 besloot het gemeentebestuur tot nieuw‑ bouw en uitbreiding van de schouwburg, die als gevolg daarvan ruim twee jaar gesloten bleef. Deze plannen leidden tot een forse ruzie met de Vereniging Sociëteit Casino. De gemeente verloor de juridische procedu‑ res hierover. Hoewel de politiek zich slecht bij deze uitkomst kon neerleggen, werd (veel later) een nieu‑ we overeenkomst met de Vereniging Sociëteit Casino gesloten. Aan de officiële opening door de Commissaris van de Koningin van het nieuwe Casino in 1976 was in de ge‑ meenteraad nog een bewogen discussie vooraf gegaan over de bouwkosten die uitkwamen op een bedrag van bijna ƒ 16.332.000,-, terwijl een maximaal bedrag van ƒ 12.800.000,- was bepaald. L’histoire se repète! Sinds een verbouwing in 1994 heet het Casino Theater aan de Parade en tegenwoordig is Harry Vermeulen – als opvolger van Ton Odems – er directeur.

Parade, nee.

KPN-gebouw, nee.

Nieuwbouwplannen Het politieke debat over een nieuw Bosch theater begint op 5 maart 2009. Toenmalig wethouder cultuur Rodney Weterings en directeur Harry Vermeulen van het Theater aan de Parade presenteren het plan van het college van B & W om een nieuw theater te bou‑ wen aan de Parade. Het huidige theatergebouw is te verouderd, luidt het argument. De gemeenteraad is het niet eens met het plan, een meerderheid wil een beter onderbouwd plan zien. GZG-terrein, nee.

Kop van ‘t Zand, ja.

Paleiskwartier, ja.

BOSSCHE KRINGEN

7

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


In 2011 komt de Nota Podiumkunsten uit. Hierin gaat het college uit van een theater met een grote zaal en een middenzaal. In juli 2011 gaat een ruime meerder‑ heid van de gemeenteraad akkoord met het voorstel een nieuw theater te bouwen. Bosch Belang en de SP stemmen tegen. Wáár de nieuwe toneelzaal moet komen, is op dat moment nog niet duidelijk. Later in 2011 worden acht locaties onderzocht: Para‑ de, Paleiskwartier (twee plekken), Zuidwalkwartier (twee plaatsen), GZG-terrein (twee locaties) en de Kop van ’t Zand. In de coalitie ontstaat grote verdeeld‑ heid over de keuze van de beste plek voor een nieuwe schouwburg. VVD en Rosmalens Belang zijn voor het GZG-terrein. Het CDA is voor het KPN-gebouw (Zuid‑ walkwartier). PvdA en GroenLinks (die dan nog deel uitmaakt van de coalitie) kiezen voor het Paleiskwar‑ tier. Ondanks vele debatten en discussies komen de partijen er niet uit. De strijdende coalitiepartijen geraken niet uit de impasse, in mei 2012 komt het besluit te stoppen met de discussie. Zij komen tot het besluit om het huidige theater dan maar op te knappen. Na forse kritiek van‑ uit de Bossche bevolking (van onder meer vijf monu‑ mentenorganisaties, het kerkbestuur van de Sint-Jan en de Brabants-Zeeuwse Werkgeversvereniging) gaan ze toch weer overleggen.

Luc van Gent Een nieuw theater ging Luc van Gent, voormalig direc‑ teur van het Casino, zeer aan het hart. Hij betoogde dat niet opnieuw de fout gemaakt mocht worden van een compromis, dat een theater zou opleveren dat vlees noch vis is. Voor hem viel de optie nieuw theater aan de Parade af. In een uitgebreide ingezonden brief zegt hij: “Het beschermd stadsgezicht verdraagt geen moloch van een mega stadstheater.” Mede daardoor valt voor hem ook de optie van het GZG-terrein af. Luc schrijft daarover, dat plannenma‑ kers hopen op evenveel bezoekers als het Groot Zieken Gasthuis ooit trok. “Maar overdag is een theater dicht en straalt niets uit. Binnen wordt gewerkt (…). Buiten lopen de mensen gewoon voorbij. Pas ’s avonds komt het theater tot leven (…). De economische trekpleister is slechts een wensdroom.” Hij pleit voor het Paleiskwartier als juiste locatie. Daar is ruimte genoeg – onder andere voor een toneeltoren van 35 meter hoog -, de grote vrachtwagens kunnen er makkelijk lossen en laden, de toegangswegen zijn royaal en er kan meteen gebouwd worden.

BOSSCHE KRINGEN

8

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Gebruikers

Wat dacht je van een naar het water van de Dieze aflo‑ pend terras? Maar een goede tweede voor de Kring is het Paleiskwartier, in wezen met dezelfde argumenten als Luc van Gent aanhaalde.

“Het bereikte compromis rammelt aan alle kanten,” zo betoogde Luc in een vraaggesprek dat we een week voor zijn overlijden met hem hadden, “in vier jaar heb ik alle mogelijkheden en onmogelijkheden van alle locaties bekeken. Belangrijk is de vraag wie de gebrui‑ kers zijn. Voorop staan de technische theatermede‑ werkers en de spelers. Je hebt ruimte nodig: denk aan een podium van 16 tot 18 meter. Het publiek? Dat komt wel: mensen gaan naar een voorstelling, niet naar een gebouw. Die voorstelling moet optimaal kunnen functi‑ oneren. Mede daardoor blijft alleen het Paleiskwartier over: er is ruimte, een nieuw theater detoneert niet in de omgeving, de toevoerwegen zijn beter en het is veel goedkoper.”

Laten we hopen dat de Bossche politici alsnog gevoelig zijn voor de aangedragen bezwaren en argumenten voor een andere locatie dan de Parade. Dan kunnen we de fout van de jaren ’70 alsnog herstellen.

Procesvoorstel Via een procesvoorstel heeft het college van B & W vijf architecten geselecteerd: Architectenstudio HH uit Amsterdam, MVRDV in combinatie met Diamond Schmitt Architects uit Rotterdam, Ector Hoogstad Architecten uit Rotterdam, UN Studio uit Amsterdam en De Zwarte Hond uit Rotterdam. Hierna krijgt de Bossche bevolking twee ontwerpen voorgelegd via een Digipanel en een Klankbordgroep. In het tweede kwartaal van 2015 beslist de gemeenteraad over een tijdelijk theater. Eind 2015 krijgt de raad na dit pro‑ ces een voorstel voor het definitieve ontwerp en het krediet. Als alles volgens planning verloopt, volgt begin 2016 de gunning aan een aannemer.

Parade Wat te doen met het huidige theater? Volgens Luc kan de toneeltoren afgebroken worden. Zo houd je een schoenendoos over, waarin 30 keer per jaar symfonische muziek ten gehore kan wor‑ den gebracht. Voor de rest van de tijd is het een ideale bioscoop. Publiek en orkest kunnen samen in één ruimte, zoals in het Concertge‑ bouw in Amsterdam. Daarnaast kun je een huiskamer creëren. Daar kunnen bijvoorbeeld voorstellingen voor kinderen plaatsvinden overdag, daar is ruimte voor carnaval en daar kunnen kleed- en repetitieruimtes gemaakt worden. “Door de buitenmaten aan te passen, past zo’n schoenendoos mooi in de omgeving,”stelt Luc.

Gemeenteraadsverkiezingen Naar verwachting gaat het nieuwe theater een item worden voor de op 11 november 2014 te houden ge‑ meenteraadsverkiezingen. Pas na de verkiezingen zul‑ len écht knopen worden doorgehakt over een nieuwe schouwburg. Gelet op de uitslag van de eerder gehou‑ den verkiezingen van 19 maart, is het niet ondenkbaar dat er na de Bossche verkiezingen rekening gehouden moet worden met veranderde politieke verhoudin‑ gen. Het is dan maar de vraag, of er nog steeds een meerderheid te vinden is voor het theaterplan aan de Parade, waar in de stad veel weerstand tegen bestaat. Pas na de verkiezingen op 19 november moet blijken waar een meerderheid voor te vinden is. Dan zal het échte besluit vallen waar het nieuwe theater zal komen te staan.

De Kring De Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch heeft zich eveneens uitgesproken tegen een nieuw theater aan de Parade. De voornaamste bezwaren zijn geformuleerd in een brief van Stichting ’s‑Hertogenbossche Monu‑ mentenzorg, Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch, Heemkundekring Rosmalen en Bond Heemschut: “Onaanvaardbare vergroting van de bouwmassa, schrikbarende verhoging van de gevels (met name toneeltoren), vervallen huidige plastiek van de gevel aan de Parade, belemmering zicht op zuiderportaal Sint-Jan, verdere verstoring stadssilhouet, aantasting stadsgezicht en bedreiging ensemble monumentale panden aan de Parade.” De voorkeur van de Kring Vrienden gaat uit naar de Kop van ’t Zand, het gebied van De Heus, waar nu al de Verkadefabriek en de Willem II zetelen. Zo kun je een cultuurcluster realiseren. Bovendien biedt het gebied architecten de mogelijkheid iets fraais neer te zetten.

BOSSCHE KRINGEN

In het kader van dit artikel zijn we met heel grote stappen door de historie van het Theater gegaan. Wie meer – en zeker de finesses – wil weten, verwijzen we naar het voortreffelijke boek Theater in drie eeuwen, Geschiedenis van de Vereniging Sociëteit Casino ’s-Hertogenbosch 1828-2003 van Jacques Luyckx, uitgegeven bij het 175-jarig bestaan van de Vereniging Sociëteit Casino in 2003.

9

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Tekst en foto’s: Ed Hupkens

Architectuur

Architectuurvisite Koudijs/De Heus Vrijdag 23 mei 2014 organiseerde het Bosch Architectuur Initiatief (BAI) een architectuurvisite op het fabriekscomplex van De Heus. Veertig belangstellenden konden het rijksmonument langs de Dieze bezoeken. De gemeente ’s-Hertogenbosch wil van het gebied een cultureel trefpunt maken. Het BAI heeft een ontwerpwedstrijd uitgeschreven voor het fabrieksterrein. Voor geïnteresseerde bezoekers was dit een laatste kans om het gehele complex te bezichtigen.

Een groot deel van de Kop van ‘t Zand bestaat uit het terrein van de fabriek van De Heus. De voormalige meelfabriek is tussen 1900 en 1909 gebouwd in traditioneel-ambachtelijke stijl. Uitermate gunstig gelegen aan water en spoorwegen. Opdrachtgever was H. Bruyelle, het ontwerp van de architect F.C. de Beer. De meelfabriek van Bruyelle bevindt zich in de noordelijke uithoek van de wijk Het Zand. In 1933 werd de fabriek verkocht aan Me‑ neba, een van oorsprong coöperatieve organisatie van bakkers. De naam Meneba is de afkorting van Meelfabrieken der Nederlandsche Bakkerij. In 1948 ruilde de meelfabriek van plek met de mengvoederfabriek Koudijs uit Rotterdam. Vanaf 1983 kwam de fabriek in bezit van De Heus Voeders. De oude kern van de fabriek wordt gevormd door een in grondplan U-vor‑ mig gebouw met een trappenhuis en een watertoren, met ronde vensters en tentdak. Langs het trappenhuis loopt een takelschacht, met luiken in elke vloer. In de ruimte onder het waterreservoir is een bijbehorende, houten lier geplaatst. De enige ornamentiek vormen de lisenen (uit‑ springende verticale kolommen in het metselwerk), de geblokte tandlijst onder de goot en gemetselde bogen boven de ramen. De ramen in het oudste vierkante deel zijn sobere zesruiters. In latere tijd is de ruimte tussen de poten van de U volgebouwd, er kwamen steeds meer aan- en uitbouwsels bij. Daardoor kreeg het gebouw een vierkante plattegrond. De oostelijke en zuidelijke gevels hebben houten vloeren, gedragen door ijzeren onderslagbalken, ondersteund door ronde, gietijzeren kolommen. De kapconstructie is van hout, rustend op eveneens houten standvinken (afgeschoorde kolommen). De eenvoud van het pand steekt af tegen de fabriek van Grasso die De Beer enkele jaren later aan de andere kant van het spoor bouwde. Grasso heeft een statige, monumentale uitstraling die de meelfabriek mist. De insteekhaven langs de Dieze werd reeds jaren geleden gedempt. De maalderij en magazijnen werden herbestemd voor opslag en de wasserij voor kantoorruimte. De zeven omvangrijke graansi‑ lo’s zijn buiten werking gesteld.

Laat het vonken

Op een plukje koerende duiven na ligt de voormalige meelfabriek er tij‑ dens de rondleiding verlaten en stil bij. De stank en de overlast zijn goed‑ deels verdwenen. Sinds 1 april 2014 zwijgen de machines voorgoed en zijn de silo’s leeg. Het hele complex is in 2008 door de gemeente ’s-Hertogen‑ bosch voor een bedrag van 30 miljoen euro aangekocht. In 2010 startte een initiatief van inventieve Bosschenaren om op het terrein een creatief en industrieel stadspark te ontwikkelen. Samen met het Rotterdamse bureau ZUS ontstond het plan Tuin United. Door verslechterende econo‑ mische omstandigheden en het uitblijven van draagvlak bij overheid en

BOSSCHE KRINGEN

10

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


bedrijfsleven, werd het project in 2013 stopgezet. De gemeente beoogt echter nog steeds van de Kop van ’t Zand een culturele hotspot te maken. In het gebied zal een nieuwe, dynamische samenleving ontstaan: een sociaal, cultureel en economisch trefpunt met een internationale uitstraling. Daarom heeft het BAI 2014 uitgekozen voor zijn jaarlijkse Ontwerpprijsvraag: Laat De Heus Vonken. Om De Heus tot zo’n middelpunt te laten uitgroeien, is er volgens het BAI een vonk nodig die de plek kan doen ontbranden. Een eerste aanzet tot het teruggeven van deze toplocatie aan de stad

en haar inwoners. Een impuls die de komende jaren moet leiden tot tal van activiteiten die ‘s-Hertogen‑ bosch van nieuwe culturele zuurstof gaat voorzien. De ideeënprijsvraag – in samenwerking met de gemeente en ‘Coöperatie in opbouw’ - vroeg belangstellenden een ontwerp te maken voor een ‘bouwsel’ (tijdelijk, maximaal 10 jaar). Met alle ingezonden ontwerpen wilde het BAI vorm geven aan een ‘ideeëncatalogus’. De ontwerper van het winnende plan zou bovendien uitgenodigd worden een presentatie te verzorgen om de belanghebbende partijen te inspireren. Projecti‑ deeën konden tot 6 juni 2014 ingeleverd worden. De prijsuitreiking was op 27 juni 2014 tijdens de BAI Night in de Verkadefabriek. Wie de uiteindelijke winnaar is geworden, was tijdens het schrijven van dit artikel, eind mei 2014, uiteraard nog niet bekend. Het zit in de planning om het fabriekscomplex van De Heus tijdens Open Monumentendag op zaterdag 13 september 2014 open te stellen. Bron: bai-s-hertogenbosch.nl bossche-encyclopedie.nl

BOSSCHE KRINGEN

11

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Ad van Pinxteren*

Expositie

Grote gezinnen en Noord-Brabant Een huis vol broers en zussen Iedere volwassen Nederlander, nou ja, in ieder geval elke volwassen Bosschenaar kent in zijn omgeving wel een groot gezin. Een gezin bestaande uit twee ouders en een groot aantal kinderen. Voor de voormalige RK Bond voor Groote Gezinnen (met dubbel o) was statutair bij vier kinderen al sprake van een groot gezin, maar er zijn genoeg voorbeelden van gezinnen met zeven, acht of nog (veel) meer kinderen. Velen associëren het fenomeen groot gezin met vroeger, met Noord-Brabant of in ieder geval met de zuidelijke provincies en met het katholicisme. Dit beeld komt niet helemaal overeen met de realiteit. Het aantal grote gezinnen neemt weliswaar al enkele decennia af, maar door heel Nederland wonen gezinnen met een hoog kindertal en die zijn er niet altijd gekomen vanwege het katholieke geloof. Maar toch is het imago van het grote gezin sterk Brabants bepaald.

De Engelbewaarder is vanaf het einde van de negentiende eeuw decennia lang hét tijdschrift voor leerlingen van rooms-katholieke lagere scholen. De inhoud kent een hoog katholiek gehalte. De verheerlijking van het grote gezin in Noord‑Brabant komt met name tot uitdrukking in foto’s van kinderrijke gezinnen uit een willekeurige Brabantse plaats, begeleid door hoogdravende gedichten. In een bundel die in 1919 bij gelegenheid van het huwelijk van Alphons Houtman met Maria Reijnders wordt samengesteld, komt de betrokkenheid van Houtman bij diverse maatschappelijke organisaties in karikaturale tekeningen tot uitdrukking. De tekeningen van de hand van Herman Moerkerk worden begeleid door vaak luchtige gedichten. Het konijn onder de tekening kan als een knipoog naar het grote gezin worden beschouwd. (Collectie: Stadsarchief)

BOSSCHE KRINGEN

12

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Het fenomeen groot gezin en de provincie Noord-Brabant komen samen in dit schilderij. Het gezin Bastiaans woonde in Mill en telde achttien kinderen, van wie er drie op zeer jeugdige leeftijd stierven. De slechte financiële situatie deed Kees Bastiaans in 1949 besluiten zijn gezin te schilderen op het laatste doek dat hij had. (Collectie: Het Noordbrabants Museum)

Opgeteld 1364 jaar Wat laat Noord-Brabant zien aan grote gezinnen? Ja, er waren er veel. En nog steeds. Bekende, maar ook minder bekende Brabanders maken of maakten deel uit van een groot gezin. In het Brabants Dagblad (25 augustus 2012) werd verhaald over de familie Van der Lee uit Vlijmen als het oudste gezin van Europa: bij elkaar opgeteld waren de dertien nog in leven zijnde broers en zussen 949 jaar. In de daaropvolgende weken werden zij echter ingehaald door twee andere Brabantse families. Op 3 juni 2014 waren de achttien nog in leven zijnde kinderen Bouwdewijns uit Sint-Oedenrode samen 1364 jaar. Stephanus Hanewinkel (1766-1856) was de predikant die in zijn reisverslagen kritische beschouwingen opnam over de overwegend katholieke bevolking in de Meierij van ’s-Hertogenbosch. Hij en zijn vrouw waren de ouders van veertien kinderen, van wie Hanewinkel er zes overleefde. De succesvolle Brabantse wielrenner Wim van Est (1923-2003) was een van vijftien kinderen en acteur Porgy Franssen heeft twaalf veelal muzikale broers en zussen. De voormalige bisschop van het bisdom ’s-Hertogenbosch J.W.M. Bluijssen (1923-2013) had acht broers en zussen, van wie er één vroeg overleed.

BOSSCHE KRINGEN

Geschiedenis van het grote gezin Gezinsgeschiedenis heeft vanaf het eind van de negen­ tiende eeuw veel (wetenschappelijke) aandacht gekregen. Aandacht voor het gezin is er feitelijk altijd geweest. Het gezin als hoeksteen mag dan een begrip uit de twintigste eeuw zijn, het belang van het gezin in de samenleving is al vroeg onderkend. In de zeventiende eeuw, toen er een serieuze burgercultuur ontstond in de steden, wezen beeldende kunst en literatuur de burger op zijn verantwoordelijkheid. In de cultuuruitingen van die tijd vormden het huwelijk en het gezin de basis voor een gezonde samenleving. In algemene zin was de man kostwinner en zorgde de vrouw voor het huishouden en de kinderen. Kuisheid was een groot goed. En zo dacht een groot deel van de samenleving erover.

13

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


De kinderen Van de Water, rond 1920 gefotografeerd. De familie Van de Water had een tabakszaak annex groothandel in tabakswaren, gevestigd aan de Hinthamerstraat in ’s-Hertogenbosch. Deze droeg de veelzeggende naam Cuba. Van de vijftien kinderen zijn er in 2014 nog twee in leven.

In de kunsten werd de vrouw vaak als symbool van zuiverheid gebruikt. In de rol van moeder, zoals bij voorstellingen van de Heilige Familie of Maria met Kind worden andere kwaliteiten benadrukt, namelijk de liefde en zorgzaamheid. Aan een goede band binnen een gezin of familie, en daarmee aan het gezin als maatschappelijke eenheid, is altijd veel waarde toegekend. Het is lang – en zeker nog tot ver in de twintigste eeuw – heel gewoon geweest dat verschillende (meestal drie) generaties van een familie dicht bij elkaar woonachtig waren. In veel gevallen woonden ze in hetzelfde huis. Ouders en grootouders waren zo gezamenlijk, maar elk op een eigen wijze, betrokken bij de geboorte en opvoeding van – vaak veel – kinderen.

Nog tot ver in de negentiende eeuw is zuigelingen- en kindersterfte een significante factor in de ontwikkeling van de groei van een gezin. Vuil water en slechte hygiënische omstandigheden zijn bekende oorzaken voor een hoog aantal sterfgevallen in het eerste levensjaar. Dit werd ook veroorzaakt door de korte periode dat moeders borstvoeding gaven, terwijl gezonde alternatieven ontbraken. Regionaal zijn er mede hierdoor binnen Nederland opmerkelijke verschillen aan te wijzen. Er was over het algemeen wel sprake van een hoog kindertal per huwelijk (gemiddeld acht in 1870), maar velen stierven vroeg. In 1880 stierf in Noord-Brabant nog een op de vijf kinderen in het eerste levensjaar. Een gestorven kind werd in veel gevallen gecompenseerd door een nieuwe boreling. Vaak kreeg zo’n navolger de naam van het overleden kind. Dit ging nog zo tot een generatie geleden. Toen rond 1860 landelijk een verbetering optrad in de levensstandaard betekende dit dat mensen op jongere leeftijd gingen trouwen. Dit had op zijn beurt een hogere huwelijksvruchtbaarheid tot gevolg. Binnen een huwelijk werden dus meer kinderen geboren. Doordat aan het eind van de eeuw de zuigelingensterfte door een verbetering van de voedselsituatie ook nog eens achteruit ging, resulteerde dit al met al in gemiddeld

Demografie Onderzoek naar gezinsgeschiedenis en naar de geschiedenis van de gezinsgrootte gaat gepaard met cijfers, maar de getalsmatige onderbouwing van de ontwikkeling van (grote) gezinnen betekent vaak uiteenlopende interpretaties van onvolledig cijfermateriaal. Zo verschillen de cijfers in onderlinge publicaties, maar globaal tonen ze dezelfde tendensen.

BOSSCHE KRINGEN

14

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Zes religieuze dochters in één gezin. (Collectie: BHIC. Foto: Ton Cruijsen)

Twintigste eeuw

een hoger aantal personen per gezin. In 1900 stierf een op de acht kinderen voor de eerste verjaardag, rond 1940 was dat nog maar een op 25. Maar niet ieder gezin was een groot gezin. De gezinnen met een hoog kindertal zijn altijd een minderheid geweest, getuige de gemiddelde omvang van de gezinnen en de ontwikkeling hiervan. In 1879 telde ieder gezin gemiddeld 3,88 personen, in 1899: 3,98, in 1920 was men weer op het niveau van 1879: 3,88, terwijl het in 1971 was gedaald tot 3,07.

De eerste decennia van de twintigste eeuw laten katholieke en protestante delen van Nederland een andere ontwikkeling zien. Waar in katholieke regio’s pas na 1900 een voorzichtige achteruitgang van het geboorte­ cijfer te zien is, is in protestantse gebieden dan al enkele decennia sprake van daling. Vanaf het begin van de twintigste eeuw tot in de jaren ’70 staat het katholicisme behalve voor een geloof ook voor een bepaalde invulling van het sociale en culturele leven. De toenemende invloed van de overheid in de zedelijkheid maakt bemoeienis van de kerk met het reproductieniveau van haar achterban legitiem en opgelegde regels worden gehoorzaam gevolgd. Op groepsniveau komt de daling van de gezinsgrootte voort uit de gevolgen van industrialisatie, modernere landbouw, aanwezigheid van andere gezindten in de directe omgeving, grotere mobiliteit. Het individuele vruchtbaarheidsgedrag wordt twee tot drie generaties beïnvloed door het katholicisme. Gedrags­regels resulteren in ideeën over gezinsgrootte, geboorteplanning, anticonceptie. De publicatie uit 1987 van Marga Kerklaan ‘Zodoende was de vrouw maar een mens om kinderen te krijgen’, waarin driehonderd brieven en verslagen van moeders zijn verwerkt, toont op welke manier de kerk doctrines oplegde en beschrijft de sancties die op veronachtzaming stonden, hetgeen leidde tot respect voor gedragsregels. In de twintigste eeuw hebben veel publicaties over familie en gezin het licht gezien. Kwamen ze in de eerste helft van de eeuw met name uit de katholieke hoek, in de tweede helft droegen ze vooral een sociologische signatuur. In de literatuur is aandacht voor zeer uiteenlopende aspecten van grote gezinnen, mede bepaald door de bril van de auteur.

Verheerlijking van het grote gezin wordt via diverse kanalen gedaan. H.C.M. Wijffels is een vurig pleitbezorger en spreekt hierover op congressen. Op deze foto uit 1935 staat de hoofdredacteurdirecteur van Het Huisgezin met zijn eigen gezin. (Collectie: Stadsarchief)

BOSSCHE KRINGEN

15

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Praktijk van alledag

In katholieke gezinnen was het een gewone zaak als een of meer zoons of dochters een religieus leven gingen leiden. Dit werd door ouders behalve als een eer ook vaak als een verlichting gezien, want als die zoon eenmaal als priester actief was of die dochter was ingetreden in het klooster, betekende dat een (financiële) zorg minder. Als in protestantse gezinnen een van de kinderen bijvoorbeeld dominee wilde worden, werd dat eveneens als eervol ervaren.

Het is met name de praktijk van alledag die, wanneer je nu met mensen over grote gezinnen spreekt, tot herkenning, verbazing en verwondering leiden. Want hoe ging en gaat dat er nou aan toe in zo’n groot gezin? Hoe huisvest je bijvoorbeeld al die kinderen, vooral ook als het op slapen aankomt? Stapelbedden zijn een oplossing gebleken, maar tot ver na de Tweede Wereldoorlog was het gewoon om meer kinderen in één bed te slapen te leggen.

Gezinspolitiek heeft gedurende de hele twintigste eeuw een belangrijke rol gespeeld. Met gezinsondersteunende maatregelen heeft de overheid invloed uitgeoefend. Zo bepleitte de overheid bijvoorbeeld een tijdelijke verlaging van bepaalde gebruikstarieven voor grote gezinnen, waren er in 1943 extra brandstofbonnen voor gezinnen die meer dan zeven kinderen hadden en werd er met de ontwikkeling van speciale woningen wat gedaan aan de woningnood van grote gezinnen. Meer bekend en nog tot op de dag van vandaag vigerend zijn de kinderbijslag en de kinderopvangtoeslag.

De kleding was ook een voortdurend punt van aandacht. Je droeg vaak de kleren van de broer of zus boven je en als er iets sleets werd of stuk ging, werd het hersteld. Tweedehands kleding van de Vincentiusvereniging was ook de normaalste zaak, en als je daar dan vragen over kreeg, zo tekenen we op uit de mond van een ervaringsdeskundige, zei je dat je de kleren van een tante uit Amerika had gekregen. Zondagse schoenen voor alle leden van het gezin waren niet voorradig. Een oplossing hiervoor bestond eruit dat de kinderen in twee ploegen naar de kerk gingen en tussendoor hun nette en ‘doordeweekse’ schoenen verruilden. Natuurlijk moesten alle monden worden gevoed en moest er kritisch worden gekeken naar wat er ingekocht werd. Voor de broodmaaltijd waren er dagelijks twee tot drie broden en enkele liters melk nodig. Voor het avondeten moesten al snel ruim twintig aardappels worden geschild. Met z’n allen eten aan één grote (uitschuif)tafel was echter in lang niet alle huizen mogelijk. Kinderen uit grote gezinnen werden en worden al vroeg ingeschakeld bij het verrichten van huishoudelijke taken, zoals schoenen poetsen, aardappels schillen, groente schoonmaken, boodschappen doen, ramen lappen et cetera. Lijstjes maken en zo structuur aanbrengen zijn belangrijke hulpmiddelen van ouders van grote gezinnen.

De dagelijkse praktijk van het leven in een groot gezin: een bed waarin vier kinderen te ruste zijn gelegd. Het slapen met meer kinderen in één bed of op één kamer is gebruikelijk, maar niet algemeen. In ruimer behuisde gezinnen heeft ieder kind zijn eigen bed of zelfs een eigen kamer. (Collectie: BrabantCollectie, Universiteitsbibliotheek Tilburg. Foto: Jan Bijnen)

Veel van deze alledaagse zaken zal hen die bekend zijn met grote gezinnen bekend voorkomen. Maar bij anderen zal het verbazing en verwondering oproepen. En omdat het aantal ervaringsdeskundigen terugloopt, is het de moeite waard aandacht aan dit onderwerp te besteden. * Ad van Pinxteren is conservator historische collecties in Het Noordbrabants Museum.

De tentoonstelling Gezin XXL – Een huis vol broers en zussen is tot 21 september 2014 te zien in Het Noordbrabants Museum.

BOSSCHE KRINGEN

16

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Tekst: Werkgroep Culturele Activiteiten

Op stap!

Bericht van de werkgroep Culturele Activiteiten Zoals we in het meinummer van Bossche Kringen al aangaven, zijn we ‘lekker’ bezig met leuke, culturele, boeiende excursies voor u als leden van de Kring te organiseren. U hoeft dus geen vrijwilliger te zijn om hier aan mee te mogen doen! Als u lid bent van de Kring, bent u de facto uitgenodigd op onze activiteiten. Het is wel heel fijn als u tevoren aangeeft dat u mee wilt doen.

lunch/picknick koersen we naar Bokhoven. Daar wor‑ den we om half twee verwelkomd door Frans van der Smissen, een Bokhoven-kenner bij uitstek én vrijwil‑ liger van de Kring. Hij zal ons met zijn verhaal zeker weten te boeien...

Programma in het kort 10.00 uur

vertrek vanuit ’s-Hertogenbosch. We verzamelen per fiets voor de San Salvatorkerk in Orthen; u krijgt daar een plattegrond en route‑ beschrijving uitgereikt. We gaan in gezelschap van leden van de Werkgroep C.A. via de Treurenburg (richting oude weg naar Hedel) naar Empel. Bij LF-knooppunt 49 (vlak voor café Treurenburg) gaan we rechtsaf over de dijk naar Empel (dit is LF 12a). Vanaf Orthen is de afstand tot Oud-Empel 8.3 km. 11.00 - 12.00 uur bezoek Empel: we bezoeken het Mariakapelletje en zien de plek waar de Spanjaarden geïsoleerd op het eilandje zaten. Om 12.00 uur fietsen we een klein stukje terug tot LF-knooppunt 49 en volgen via sluis Crèvecoeur de LF 12b richting Bokhoven. Dit is een afstand van 6.1 km. Vóór Bokhoven is ook een leuke uitspanning, Het Veerhuis, waar je over het water uitkijkt. Je kunt dus ook besluiten pas hier wat te eten. 13.30 - 15.00 uur bezoek Bokhoven (startpunt bij de kerk Sint-Antonius Abt) waar Frans van der Smissen ons rondleidt.

Dat kan op verschillende manier: per e-mail, per tele‑ foon of aan de balie van het Kringhuis. Soms kan het zijn dat u een activiteit of excursie geschikt vindt om een introducé mee te brengen. Wie weet wil deze persoon daarna ook lid worden van de Kring: dan snijdt het mes van twee kanten! Wat hebben we de komende periode voor u in petto?

Donderdag 7 augustus 2014 gaan we met u fietsen naar Het Wonder van Empel

U weet wel als u naar de boeiende lezing van Harry van den Berselaar op 9 mei in het Kringhuis geweest bent, waar dit op slaat. Mocht u toen niet gekund hebben: we gaan kijken naar de plek waar de Spanjaarden in 1585 op wonderbaarlijke wijze door Maria aan de Maas bij Empel zijn gered. We fietsen naar het ‘Mariakapelle‑ ke’ aan de Empelsedijk. Onze gids Ietje Schiks weet u daar alles te vertellen over de Spaanse kanten van het verhaal. Het kapelletje wordt jaarlijks door afgevaardig‑ den van de Spaanse Infanterie bezocht. In 2007 kwamen voor de eerste keer 350 (!) ‘pelgrims’ uit Spanje naar Empel in gezelschap van hun kardinaal. De parochiekerk van Empel die al vanaf het jaar 800 op de plek stond waar nu de kapel zich bevindt, is vele ma‑ len verwoest. De laatste keer werd de Landolinuskerk in 1944 platgebombardeerd. Naast de kapel ziet u op het kerkhof nog een oorlogsgraf liggen. Na of tijdens een pauze die benut kan worden voor de

Deze excursie is gratis voor leden van Kring Vrienden!

BOSSCHE KRINGEN

17

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Enkele tips

Programma Oudenbosch – Breda

• zorg dat uw fiets in orde is • in uw bagage: voldoende leeftocht voor onderweg • Lachende Vis ( Empel) of Veerhuis (Bokhoven) of open veld zijn prima lunchplekken • bezorg de H. Clara een worst, en/of bid een noveen, ongetwijfeld zorgt zij voor mooi weer...! • regenkleding (afhankelijk van de weersvoorspellin‑ gen, zie ook hierboven…) • Opgave persoonlijk of telefonisch (073-6135098) aan de Kringbalie tot 1 augustus o.v.v. telefoonnum‑ mer/e-mail. Of per e-mail: algemeen@kringvrien‑ den.nl o.v.v. fietstocht Empel

09.00 uur 10.00 uur

10.30 uur 11.30 uur 13.30 uur 16.00 uur 17.00 uur 18.00 uur

Donderdag 18 september 2014 busexcursie naar Oudenbosch en Breda

Enkele tips

Zoals u ongetwijfeld weet, zetelt de paus naast Rome ook in zijn praktisch identieke kerk in Oudenbosch. De omgeving ‘toont’ wat anders, maar ach, dat is een kleinigheidje tegenover zulk een grandeur! Voor bin‑ nenkomst in Oudenbosch zal Frans van der Smissen wat over Oudenbosch vertellen; hij is daar geboren en getogen. In Oudenbosch gaan we eerst lekker aan de koffie/thee en het gebak, dan steken we over en zeilen zo de kerk in. Daar zijn twee gidsen die ons een uur rondleiden. Hierna gaan we met de bus naar Breda. Daar worden we in de buurt van de Grote Markt afgezet (u krijgt een plattegrond van het centrum van Breda bij het uit‑ stappen mee) en kunt u kiezen: zelf ergens uw boter‑ hammetje oppeuzelen of wat eten in een van de talloze cafeetjes op de markt. Om 13.30 uur verzamelen we bij de ingang van de Grote Kerk en wordt de groep in twee delen gesplitst: gidsen van het Gilde De Baronie zullen ons informeren en begeleiden. De precieze volgorde in Breda wordt in overleg met het Gilde opgezet. U krijgt een rondleiding door de kerk en door een gedeelte van Breda. Breda is een aantrekkelijke stad met een grootse Nassau/Oran‑ je-geschiedenis. We worden langs mooie gebouwen (onder andere de Koninklijke Militaire Academie) en door het Begijnhofje geleid. Om 16.00 uur verzamelen we weer voor de Grote Kerk en bepalen we, afhankelijk van het weer, of we nog een terrasje pikken of dat we meteen naar huis willen. Ui‑ terlijk om 17.00 uur vertrekt de bus naar ’s-Hertogen‑ bosch. Er kunnen max. 54 personen mee, dus schrijft u bijtijds in!

BOSSCHE KRINGEN

vertrek NS-station Oost met de bus. aankomst Oudenbosch, we gaan naar hotel Tivoli voor 2 x koffie-thee/1 x gebak. oversteken naar de basiliek; de groep splitst zich over twee gidsen. met de bus naar Breda, zo dicht mogelijk bij de Grote Markt. verzamelen voor de ingang van de Grote Kerk: groep splitst zich over twee gidsen. samenkomst vóór de ingang van de Grote Kerk. op afgesproken punt voor de bus. thuiskomst bij station Oost

• zorg dat u een annuleringsverzekering afsluit (het is voor ons ondoenlijk om een dergelijke reis te or‑ ganiseren als mensen plotseling kort tevoren toch niet mee kunnen; als u een verzekering hebt bent u ingedekt voor de kosten). • In uw bagage: voldoende leeftocht voor onderweg als u zelf uw lunch en drinken wilt verzorgen. • Fijne wandelschoenen i.v.m. de rondleiding. • Wederom (zie ook 7 augustus): bezorg de H. Clara een worst, en/of bidt een noveen, ongetwijfeld zorgt zij ook dan weer voor mooi weer...! • Regenkleding/paraplu (afhankelijk van de weers‑ voorspellingen, zie ook hierboven….). • De kosten bedragen € 25,-- per persoon. Hierin zit‑ ten de bus, koffie/thee met gebak en 2x een rondlei‑ ding door gidsen (Oudenbosch en Breda). • Opgave telefonisch (073-6135098) of persoonlijk aan de Kringbalie tot 11 september o.v.v. telefoonnum‑ mer/e-mail. Of per e-mail: algemeen@kringvrien‑ den.nl o.v.v. busexcursie Oudenbosch/Breda. • In september geven we u meer informatie over het Historisch Diner dat weer in november gehouden wordt op het Koning Willem I-college. • Ook krijgt u dan meer informatie over de lezing die we voor u in december organiseren.

18

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Rolf Hage*

Historie

Eerlicke conditien

Door digitalisering komen bronnen beschikbaar die anders verborgen zouden blijven. Zo is onlangs een dossier ontdekt dat zich in het archief van de familie Van Foreest in het Alkmaarse Archief bevindt. De inhoud ervan is onlangs gescand in het bezit van het Stadsarchief gekomen.

Capitulatievoorwaarden 1629 Nanning van Foreest (Alkmaar 1578 – Den Haag 1668) was onder meer vroedschap en secretaris van Alkmaar en raadsheer en rekenmeester van de Rekenkamer der Domeinen in Holland. In zijn archief trof ik, op aanwijzing van zijn nazaat Huib van Olden, onze wethouder van onder andere cultuurhistorie, het dossier aan.1 Het bevat 22 stukken uit augustus en september 1629, toen hij namens de Staten-Generaal de afloop van de belegering van de stad volgde. Hij maakte deel uit van een commissie van drie Hollandse stadsbestuurders, die voor hun werk een declaratie indienden van 1088 guldens. De stukken laten zien dat Nanning van Foreest zich met vele zaken bemoeide. Hij correspondeerde met de Edel Mogende Heren van de Raad van State en de Hoog Mogende Heren van de Staten-Generaal. In de conceptbrieven en aantekeningen spreekt hij over gevechtshandelingen, over benoemingen in het nieuwe stadsbestuur, maar ook over financiële zaken. Nu zou hij beschouwd kunnen worden als een controleur van de daden en uitgaven van stadhouder Frederik Hendrik, doch hij ziet te velde ook dat er kosten gemaakt moeten worden. Hij meldt op 12 september 1629 aan de Raad van State dat de recente zending van 39.000 gulden al is uitgegeven aan bestellingen die allang zijn geleverd en vraagt om meer geld. Hij wil niet ‘eenige blame’ treffen die hij op schouders van anderen ziet thuishoren. Soldaten die ziek zijn moeten met dat geld herstellen en weer in het leger ingezet worden.

Nanning van Foreest (1578-1668), portret door Adriaan Hanneman, 1662. Olieverf op doek. (Collectie: Stedelijk Museum Alkmaar (inv.nr. 27019), bruikleen Stichting Van Foreest en Van Egmond van de Nijenburg (gepubliceerd met toestemming van de Stichting))

Aan de onderhandeltafel Wat onze stadsgeschiedenis verrijkt is de aanwezigheid van twee instructies voor de onderhandelaars die namens de stad de overgave voorbereidden. Foreest maakte aantekeningen bij enkele voorgestelde artikelen. Een van deze instructies wordt genoemd in de literatuur maar niet in de complete vorm zoals nu aangetroffen.2 We wisten dus al wel iets van de inhoud. De andere instructie lijkt nog niet eerder te zijn beschreven. Aan de onderhandelingen ging een gebeurtenis vooraf die

BOSSCHE KRINGEN

19

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Foreest verwoordt maar die ook bij Bor en Heinsius terug te vinden is, weliswaar in andere bewoordingen.3 Op 10 september was de halve maan aan de Vughterpoort gemineerd. Ook de stad had er mijnen gelegd, maar na een kort gevecht was die halve maan nu in handen van de Staatsen gekomen. ’s Avonds na de schotenwisselingen had luitenant-kolonel Wits ‘eenige aensprake met den viant gehouden’.4 Hij zei hen dat de ‘Gouverneur (Grobbendonck) genoech getoond hadde dat hij was een eerlick soldaet ende dat Sijn Excellentie alle eerlicke soldaten beminde, ende die oock eerlick wilde tracteeren’. Hij verzocht hen na te denken over ‘eerlicke conditien’ die Zijne Excellentie hen niet zou willen weigeren. Heinsius voegt eraan toe dat verzwegen werd dat de partijen al heimelijk overleg voerden.5 Foreest laat zich hierover niet uit.

Aanhef eerste instructie: ‘Propositie ende versueck’.

Stevige eisen De concept-capitulatievoorwaarden zijn op 13 september door de stedelijke onderhandelaars aan de Prins overhandigd en Foreest heeft ze dus kennelijk meegenomen of laten kopiëren.6 Het is de ‘Propositie ende versueck van wegen der Stadt s’Hertogenbosch’ aan Frederik Hendrik en aan de Edele Hoog Mogende staten ‘der Geunieerde Nederlantsche provincien’. De inhoud behelst kort gezegd een complete handhaving van macht en jurisdictie van de stad over de stad, vrijdom en meierij, en parallel daaraan handhaving van alle rechten en bezittingen van de geestelijkheid. Zo eisen de drie leden van het stadsbestuur voor iedereen openbare en vrije uitoefening van de katholieke godsdienst, behoud van alle instellingen en hun goederen, waarin de nieuwe magistraat geen veranderingen mag aanbrengen. In de kerken moeten alle altaren en kunst-

BOSSCHE KRINGEN

werken in stand blijven. Alle geestelijke ambtsdragers, of ze nu gevlucht zijn of nog in de stad wonen, mogen hun bezittingen behouden, evenals alle privileges en rechten, en ze mogen de katholieke religie blijven uitoefenen. Gehandhaafd moet worden hun ‘habijt van haer respective processen, sonder bespot off begeckt, gereprehendeert off geiniurieert te mogen worden’, en volgens het stuk zullen alle dergelijke beschimpingen ‘op pene van lijffstraff worden geweert ende verboden’. Gereformeerde of een andere religie aanhangende personen dienen zich in kerkelijke gebouwen te gedragen conform de gebruiken en ceremoniën ‘off daeruijt blijven’. Niemand mag geestelijken of van hen afhankelijke personen in zaken van geloof beschimpen of irriteren. De geestelijkheid moet ‘in sunderlinge protectie ende Sauvegarde van sijne voors Princelijke Excellentie’ en de Staten Generaal komen. De stad moet katholieken in dienst kunnen nemen. De propositie bevat ook vele niet religieus getinte artikelen, bijvoorbeeld over het handhaven van rechten en over belastingzaken. En artikel 37 regelt ook alvast de staatkundige positie van de stad, de vrijdom en de meierij. Nu die onder de Geünieerde Provincies valt, zullen de Brabantse plaatsen ‘maecken ende presenteren een ende d’eerste provincie van Nederlandt, hebbende hen eijgen particuliere Staten die mede inde vergaderinge vande generaele Staten der voors Geünieerde provintien ende daer toe hebben eenen Souverainen rade oft Cancellerie van Brabant, Leenhoff, Rekencamer ende alle andere saecken als sij met de andere drie leden van Brabant tot noch toe gehadt hebben.’ De Raad van Brabant, nu residerende in Den Haag, moet worden vervangen ‘conformelijk d’oude privilegien ende hercomen desselfs lants van Brabant’. De stad houdt dus, ondanks maanden van gevechten en een dreigende inname, vast aan een bestaan en positie zoals voorheen, misschien in de hoop dat deze ‘eerlic-

Aanhef tweede instructie.

20

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


ke conditien’ gehonoreerd zouden worden. De onderhandelaars kregen nul op hun rekest, althans voor de artikelen die de geestelijkheid betroffen.

Opbergcassette Bossche Kringen

Water bij de wijn Foreest heeft een tweede instructie bewaard die op dezelfde dag als de eerste door de stadhouder is ontvangen. Deze is voor zover bekend nog niet eerder gepubliceerd. Uit de tekst blijkt dat er een nieuwe wind waaide: de eisen van de stad waren nu een stuk gematigder. Aan de hand van artikelen uit de eerste ‘Propositie ende versueck’ worden de gecommitteerden opnieuw geïnstrueerd. Zo moeten zij ‘insisteren’ dat in twee van de vier parochiekerken openlijk de katholieke godsdienst mag worden beleden en dat van alle vier de meubelen behouden mogen blijven. Een ander artikel betreft de eed die de katholieke burgers zouden moeten afleggen om in dienst van de stad te mogen treden. Over de verworpen katholieke eisen staat er niets meer in. Naar aanleiding van het 37e artikel vraagt de stad om ‘Staten van Brabant’ te mogen hebben die ‘neffens d’andere van de geunieerde, sullen compareren ende stemme geven’. Het was tevergeefs. Het eindresultaat is bekend. De tekst van het overgaveverdrag is onder andere bij Heinsius te vinden evenals de tekst van militaire overgave.7 Beide stukken heeft Foreest in zijn dossier opgenomen. We zullen de komende jaren ongetwijfeld steeds meer dergelijke bronnen uit de Bossche geschiedenis uit andere archieven digitaal kunnen raadplegen en zo weer nieuwe kennis verwerven.

Omdat we weten dat veel mensen tijdschriften graag bewaren, hebben we bedacht een cassette uit te brengen om dat bewaren ordelijk te laten verlopen. De cassette is nog niet op de markt. We willen graag van u weten of er voldoende belangstelling voor bestaat. Dus: wilt u een cassette om Bossche Kringen mooi te bewaren, stuur dan even een mailtje naar de redactie. Bij voldoende belangstelling gaan we de cassettes laten drukken.

Zomertentoonstelling JBAC Het Jheronimus Bosch Art Center (JBAC) organiseert elke zomer een bijzondere tentoonstelling. Centraal staat een kunstenaar die zich heeft laten inspireren door het werk van Jheronimus Bosch. Zo waren er in het verleden tentoonstellingen van een fotograaf, een graffitikunstenaar en een verzameling mail art. De bedoeling van de tentoonstellingen is te laten zien dat ook in onze tijd (vaak jonge) kunstenaars bezig zijn met werk dat refereert aan de grote Bossche schilder. Zondag 6 juli is de nieuwe zomertentoonstelling van start gegaan. Dit jaar is gekozen voor een kunstenares die werkt met keramiek: Lela Milosavljevic uit Servië.

RDe scans van de Foreeststukken worden als schaduwarchief opgenomen in de collecties van het Stadsarchief en zijn daar digitaal te raadplegen in de studiezaal. * Rolf Hage is stadsarchivaris van ’s-Hertogenbosch Noten 1 Regionaal archief Alkmaar, Archief Familie van Foreest 1422-1979, inv.nr 56: Stukken betreffende de door de Staten Generaal aan Nanning van Foreest opgedragen commissies naar Prins Hendrik in het leger voor ’s-Hertogenbosch 1629, naar de Staten van Friesland 1632 en naar de Staten van Gelderland 1635. 2 M.P. Christ, De Brabantsche Saecke. Het vergeefse streven naar een gewestelijke status voor Staats-Brabant 1585-1675 (Tilburg 1984), 117; hij citeert in noot 20 P. Bor, Gelegentheyt van ’s Hertogen-Bosch, Vierde Hooft-Stadt van Brabandt (’s-Gravenhage 1630), 344. 3 Bor, 340-341. 4 J. van Boxtel, Daniel Heinsius. Het beleg van ’s-Hertogenbosch en andere gebeurtenissen uit die tijd (’s-Hertogenbosch 2013), 191. Heinsius noemt hem ‘opperwachtmeester Jacob Wyts’; bij Bor, 340, is hij ‘Major Wijts’. 5 Heinsius, 191. 6 Christ, 117. 7 Heinsius, 209 ev.

BOSSCHE KRINGEN

21

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Tekst en illustraties: Joop Boelens

Architectuur

Achter de Vergulde Ploeg, De Blauwe Sluier en Magazijn de Bij

Mijn oudoom Christ Boelens (1889 - 1944) begon in 1929 een zaak op Hinthamerstraat 45. Het familiebedrijf met de naam Magazijn de Bij werd op dat adres voortgezet door zijn zonen Ben en Ad, later alleen door Ben Boelens (1911 - 1969). De familie Boelens kocht in 1953 ook het pand op nummer 43 erbij. Toen ik, samen met O.J. Nienhuis, de geschiedenis van onze familie vastlegde in de boeken Boelens, een RK-Groninger familie met een grote Bossche tak (zie: www.familieboelens.nl), heb ik onderzoek gedaan naar Hinthamerstraat 45, dat in opdracht van mijn oudoom helemaal gesloopt is en vervangen door nieuwbouw. Onlangs werden deze gegevens nog op een bijzondere manier uitgebreid. Een zoon van Ben Boelens, ook Ben geheten, vond in zijn archief een map met oude akten. Hij nam contact met mij op. De oudste akte dateert uit 1740 en de jongste uit 1953. Zij geven de eigendomsgeschiedenis van Hinthamerstraat 45 en deels van Achter de Vergulde Ploeg en nummer 43. Na aanvullend onderzoek mijnerzijds is dit artikel ontstaan. Het laat zien hoe de huidige enorme winkeloppervlakte gegroeid is uit deze verschillende kleinere particuliere eigendommen.1

Achter de Vergulde Ploeg Achter de Vergulde Ploeg zal slechts bij weinigen bekend zijn. Het is de naam voor een binnenplaats tussen Hinthamerstraat, Kerkstraat en Gasselstraat. Je kunt er komen door een poortje midden in de Gasselstraat (naast Wellens). Vanuit de Kerkstraat leidt het straatje Achter de Engelse Pispot er ook heen, maar dan moet achter in dat steegje ook het poortje open kunnen. Ik was verrast van die kant af de achterzijde van de panden aan de Hinthamerstraat te zien. Vroeger kon je er ook nog komen via een steegje links van Hinthamerstraat 47. Tegenwoordig kun je in die winkel (Specsavers) links nog altijd het steegje zien. Dit loopt echter dood op een plaatsje. Vroeger liep van daaruit nog een steegje naar achteren, maar door de verbouwing in opdracht van Boelens is dat straatje onderdeel van de winkel geworden. Deze steegjes heetten ook Achter de Vergulde Ploeg. Het binnenterrein moet vroeger ook bereikbaar zijn geweest via steegjes vanaf de Torenstraat. De naam is afkomstig van Hinthamerstraat 49, dat van oudsher De Ploeg heet. Tegenwoordig is het er maar een doodse bedoening, maar vroeger moet het er veel levendiger geweest zijn. Er stonden huisjes, er waren werkplaatsen, maar het belangrijkst was natuurlijk de aldaar aanwezige schuilkerk, gewijd aan de H. Anna.

BOSSCHE KRINGEN

Achter de Vergulde Ploeg, 1823; 1130 is Hinthamerstraat 45, 1131 is 43 en 1126 en 1127 zijn de huisjes Achter de Vergulde Ploeg.

22

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Zoals bekend, mocht na het Beleg van ’s-Hertogenbosch in 1629 het katholieke geloof niet meer openbaar beleden worden. ‘s-Hertogenbosch, ‘het Rome van het noorden’, raakte snel haar kloosters kwijt en de kerken waren gereserveerd voor de gereformeerde religie. De katholieken namen hun toevlucht tot bedehuizen, ook wel schuilkerken genoemd, die op onopvallende plaatsen her en der in de binnenstad verschenen. In de oude akten, die mijn achterneef Ben Boelens in bruikleen gaf, wordt over het pand aan de Hinthamerstraat vermeld dat het zich uitstrekt “voor van de gemeene straat tot agter aan de Roomse Catholijke Kerk”. In de 17de eeuw was het kerkje gevestigd in twee achterhuizen.2 Als men vanaf de Gasselstraat de binnenplaats inliep, liep men er recht op.3 Priesters droegen er clandestien de H. Mis op, kinderen werden gedoopt, rooms-katholieke huwelijken werden er voltrokken, begrafenismissen werden opgedragen. In 1775, toen de overheid milder werd ten opzichte van de katholieken, kreeg de toenmalige priester toestemming het kerkje uit te breiden. Tussen 1629 en 1814 was het in gebruik. Eigenlijk gaf Napoleon in 1811 al opdracht het te sluiten, maar de laatste priester, Joannes van Cuyk, ging nog door tot 1814; daarna was hij werkzaam in de Sint-Jan. Uit een inventaris van 1811 blijkt dat er onder andere vier beelden, vijf schilderijen, luchters, paramenten, vaatwerk, preekstoel, orgel, tabernakel en een communiebank aanwezig waren.4 In 1821 is het in bezit van dr. Johannes Wilhelmus Goyarts, heel- en vroedmeester.5 Nog ongeveer 150 jaar is het blijven staan. Langzamerhand raakte het in verval. In de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw gebruikte Boelens een vervallen gebouwtje, dat ook nog een trap naar een verdieping had, als opslag voor matrasvulling en stof. Er werden matrasjes voor kinderbedjes gemaakt, die met zeegras gevuld werden. Vermoedelijk was dit de voormalige schuilkerk. Deze paragraaf gaat nu verder over een deel van het binnenterrein dat meer achter Hinthamerstraat 47 ligt. In 1821 overlijdt in de Hinthamerstraat Johanna Clara Corstens, ongehuwd, een rentenierster. Ze woont in bij haar nicht en erfgename Maria Elisabeth Antonia van Londen, die getrouwd is met Johannes Hyancinthus van den Braak. Deze nicht, inmiddels weduwe van Van den Braak, verkoopt vijf jaar later “twee huisjes of woningen onder een dak in een straatje in de Hinthamerstraat C 381 en 382 ‘met voorplaatsje en waterput”. Het straatje is “bevorens geweest het gangetje naar de aldaar geweest zijnde Roomsch Katholieke kerk”.

BOSSCHE KRINGEN

Koper voor f 400 wordt schoenmaker Jan Hopman.6 Eigenlijk heette hij Joannes van den Hoven, hij was een onwettige zoon van Mechtildis van den Hove. Jan noemde zich Johannes van den Hoven, meergenaamd Hopman. In 1807 had hij al zijn schoenmakerij en woonhuis aan de Hinthamerstraat, nu nummer 47. Door deze aankoop werd hij dus ook eigenaar van de achter zijn pand liggende huisjes. Zijn derde vrouw, Joanna Voets, en zijn zoon Johannes Antonius Hubertus van den Hoven, ‘meer bekend onder de naam Hopman’, verkopen in januari 1865 deze twee woningen Achter de Ploeg. Ze worden verhuurd voor f 2.10 per week. Nieuwe eigenaar voor f 915 wordt de koopman Petrus Antonius Scheefhals.7 Een maand later koopt Scheefhals van Antonius Scheffers, fabrikant en koopman, een erf “ter plaatse genaamd Achter de Vergulde Ploeg”. Er mag alleen een bergloods op gebouwd worden, die minstens een meter van de aangelegen woningen verwijderd moet zijn en niet hoger dan drie meter mag zijn. De bewoners van de naburige huisjes moeten het ongehinderd gebruik van de pomp kunnen houden.8 De familie Scheefhals had tapijtfabrieken aan de Kerkstraat en aan de Hooge Steenweg.9 Petrus Antonius Scheefhals laat van de twee woningen één gebouw maken. Als weduwnaar verkoopt hij mede namens zijn kinderen in 1883 een gebouw en erf in “het Kerkstraatje” (= Achter de Vergulde Ploeg) aan Johannes Mathias Mulder, fabrikant van kunstbloemen. Mulder betaalt f 3000.10 Deze Johannes Mathias Mulder had zijn zaak en woonde in het pand De Blauwe Sluier, thans Hinthamerstraat 45, dat hij in 1877 gekocht had (zie hierna). Met de aankoop in 1883 kocht hij dus een gebouw met erf, achter het pand van zijn buurman gelegen. In het vervolg zou het eigendomsrecht van De Blauwe Sluier altijd verbonden blijven met dat van dat gebouw achter het buurpand. Toen mijn oudoom in 1937 Hinthamerstraat 45 kocht, was deze situatie nog onveranderd. De akten betreffende het pand De Blauwe Sluier in de map van mijn achterneef gingen veel verder terug in de tijd dan die van Achter de Vergulde Ploeg.

De Blauwe Sluier (Hinthamerstraat 45) In 1740 is beslag gelegd op het onroerend goed van Johannes Mirande. De belastingontvanger van de stad laat vervolgens veilen: “een huijsinge met sijn ap en dependentien (aan- en bijbouw) van dien, van ouds genaamd het Morinneken en naderhand Den Blauwen Sluijer, met nog twee klijne huisjes agter aan het zelve

23

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


De Blauwe Sluier, jaren ‘30 van de 20ste eeuw.

staande”. Koper voor 1505 gulden wordt de secretaris Johan van Straeten.11 Zijn weduwe, Henrietta Mathourne, laat in 1752 in de herberg Den Paushoed veilen “een hegte, sterke en weldoortimmerde ter neeringh staande huijsinge”, aan de ene zijde de huijsinge Den Engel (thans nummer 43), aan de andere zijde de huijsinge De Maagt van Trigt (nummer 47). “Strekkende voor van de straat tot agter aan de Roomsche Catholijke Kerk aldaar, voorsien van voorhuis met een comptoirtje daar in, voorkeuken met een staande en liggende plaat, een kamer, open plaats met een regenbak, privaat, volière en duijvenhock, agterkeuken, één boven voor en twee agterkamers, daar boven een solder en een vliering. Backerij, daar boven mede een solder en een fliering en een open plaats op seijde met een grote notenboom en put daarop staande, twee grote kelders in de genoemde voorkeuken, een kast en een bedstee.” In de huisjes die in 1740 nog aan de achterzijde stonden, is dus de bakkerij gekomen. De winkel zal aan de straatzijde geweest zijn. Gerardus van Luinen koopt het geheel voor 1900 gulden.12 Hij trouwt met Elisabeth Schouw. Meer dan 50 jaar drijven zij er hun bakkerij.

BOSSCHE KRINGEN

Na de dood van Elisabeth verkopen de erfgenamen in 1807 het pand “zijnde in deze huizinge sedert vele jaren met succes de suikerbakkerij geëxerceerd”. Aan de binnenplaats onder andere de “suikerbakkerij, voorzien van twee ijzeren ovens en werkbank”. Voor f 1305 wordt Casparus Barbie de nieuwe eigenaar.13 Het beroep van Barbie was stadsdeurwaarder. In 1819 verkopen zijn erfgenamen het pand voor f 2050 aan de koopman Martinus Rulo uit Eindhoven. Deze kocht het voor zijn dochter Johanna Christina Rulo, die in 1811 in Eindhoven trouwde met Daniel Thomas Strijbosch, “hoedenfabrijkeur”. Zij vestigen zich in ’s-Hertogenbosch. Martinus Rulo zal het pand aan hen verhuurd hebben. “Zijnde gemelde huizinge voorzien van een voorhuis, kantoortje, binnenkamer, achterkamer, binnenplaats waarop regenpomp, volière en privaat, achterkeuken, klein vertrekje, daarachter twee turfzolders, drie bovenkamers, hangkamer en zolder.”14 Johanna Christina overlijdt in 1821 en schoonzoon Strijbosch koopt dan het pand. De Blauwe Sluyer is “strekkende voor van de straat, achterwaards tot tegen het erf van de heer Goyarts, bevorens de Roomsch catholijke Kerk”. Strijbosch betaalt f 2400.15 Het vroegere achterhuis, voorheen bakkerij, zal omgebouwd zijn tot hoeden- en pettenfabriekje. Als men het goed deed, was dit een zeer lucratieve handel in de 19de eeuw, want er waren nauwelijks mannen die zonder hoed of pet over straat liepen. Ook veel dames droegen hoeden. Daniel Strijbosch hertrouwt met Catharina Francisca de Cart.

J. Mulder-Herzet Rond 1862 begint Strijbosch het pand te verhuren aan Johannes Mathias Mulder en zijn vrouw Pauline Elisabeth Josephine Herzet. Zij trouwden in 1854 in ‘s-Hertogenbosch. Mulder is beeldhouwer en is geboren te Antwerpen. Zijn vrouw is bloemenmaakster en is geboren te Baelen in de provincie Luik. Haar ouders wonen in ‘s-Hertogenbosch, ook haar moeder is bloemenmaakster. Mulder is ook ornamentsnijder. In 1877 koopt het echtpaar Mulder-Herzet voor f 12.000 het pand de Blauwe Sluier met alles wat daarbij hoort.16 De verkoper is Adriaan Cornelis Drossaerts, schoonzoon van de vorige eigenaar, weduwnaar van Francisca Maria Louise Strijbosch, die het pand sinds 1862 in zijn bezit had. In de vorige paragraaf zagen we dat Mulder in 1883 zijn bedrijfsruimte nog vergrootte door de aankoop van het gebouw achter zijn buurman, dat bereikbaar was via het straatje Achter de Vergulde Ploeg. Dit was noodzakelijk, want J. Mulder-Herzet was aan het uitgroeien tot een zeer bloeiende onderneming. Het echtpaar begon in de Kolperstraat, woonde en werkte

24

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


J. Mulder (rechts), kerkmeester Sint-Jan. (Stadsarchief)

Advertentie Mulder-Herzet, De Tijd 1 mei 1871.

vanaf 1858 op de Schapenmarkt, waarna zij rond 1862 verhuisden naar de Hinthamerstraat. Ruim 65 jaar heeft deze zaak bestaan. Het was een handel in religieuze artikelen in zeer brede zin en kunstbloemen. De boeketten kunstbloemen onder glazen stolpen waren een rage. Men maakte altaarboeketten, bronzen struiken, alle soorten werken uit zilveren en gouden kunstbloemen op bestelling. Verder: kruisbeelden, wijwatervaten, beelden van heiligen, kruisbeelden en kleine voorwerpen van devotie. Een belangrijke bestelling kreeg men al korte tijd na de vestiging in de Hinthamerstraat. Op een zondag in maart 1865 werden tijdens een plechtigheid in de kerk van de H. Jozef van de paters redemptoristen in de St. Josephstraat twee grote kandelaars aangeboden aan de rector van deze kloostergemeenschap. De broederschap der H. Familie bood ze aan. Ze waren gemaakt van een bijzondere kwaliteit eikenhout en “in gothieken stijl met spitsbogen en ornamenten zeer uitvoerig bewerkt en fraai vervaardigd door den beeldhouwer J. Mulder-Herzet”; de voetstukken van de kandelaren werden tijdens de met de plechtige aanbieding van het kunstwerk gepaard gaande processie ieder door zes prefecten van de H. Familie gedragen.17 In 1869 krijgt het atelier Mulder-Herzet de opdracht tot het beeldhouwen van 14 staties voor de kruisweg van de kerk in De Rijp (NH). De krant schrijft enthousiast over de schoonheid van het beeldhouwwerk. De schilder met wie Mulder samenwerkte, was J. Donders. De jour-

BOSSCHE KRINGEN

nalist had in het atelier ook met genoegen “een uiterst schoon en welgelijkend borstbeeld van onzen beminden Heiligen Vader, Paus Pius IX” gezien.18 Mulder was ook agent voor een firma die handelde in imitaties van gebrandschilderde ramen.19 Men had eveneens een kleine drukkerij. Op veel oude prentjes van O.L. Vrouw van Den Bosch en andere devote plaatjes treft men op de achterzijde de vermelding J. Mulder-Herzet aan. Hij nam zitting in enkele besturen van katholieke organisaties, bijvoorbeeld van het Liefdewerk ter ondersteuning van de Nederlandse katholieke missionarissen.20 Paulina E.J. Herzet overleed in 1898 en haar man Johannes Mathias Mulder in 1906. Zeven kinderen moesten de nalatenschap verdelen. Zoon Adolph J.M. Mulder was rijksarchitect in Den Haag en een andere zoon, Guillaume Mulder, was beeldhouwer en schilder te Gent. Twee ongehuwde dochters, Maria Josephina Johanna en Elisa Maria Mulder zetten het werk van hun ouders voort. Het “huis met fabriek en erven” werd geschat op f 15.000. De dames kochten hun broers en zusters uit.21 Maria Josephina Johanna overleed in 1922. Elisa Maria zette de zaak alleen voort. Op woensdag 5 januari 1927 brak een felle brand uit in één van de twee magazijnen op het achterterrein, vermoedelijk in het gebouw recht achter Hinthamerstraat 45. Een hond had een petroleumlamp omver gelopen. Het beeldenpakhuis, waar ook veel verpakkingsmateriaal lag opgeslagen, brandde geheel uit. De omliggende panden hadden veel te lijden van de overwaaiende vonken, maar bleven gespaard. Brandweerlieden stonden met 12 spuiten te blussen.22 In 1929 hield de zaak op te bestaan en het pand werd verhuurd aan Christ Boelens.

Magazijn De Bij23 Christ Boelens (1889 - 1944) kwam uit een textielfamilie. Zijn grootvader, naar wie hij vernoemd was, had een hoeden- en pettenzaak op de Markt. Zijn ouders hadden een textielhandel en combineerden markthandel en winkelbedrijf. Hun laatste zaak in textiel en bont was gevestigd op Markt 25 en heette De Bijenkorf. Deze zaak was in 1926 overgenomen door hun dochter Marie, die getrouwd was met Frits van der Ven. Zoon Christ Boelens was ook zeer ondernemend. Hij had jaren een zaak in het bekende huis De Put in het Tweede Korenstraatje, waar voorheen zijn ouders woonden. Vervolgens verhuisde hij naar Vught waar hij ook een textielzaak dreef. Daarnaast had hij een confectiefabriek in de Uilenburg. Met zijn vrouw Anna van der Gelt en hun zes kinderen, onder wie een dat jaar geboren tweeling, vestigde Christ zich in november 1929 op Hinthamerstraat 45. Hij huur-

25

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


de het pand van juffrouw Mulder en vanaf 1930 had hij een huurcontract ‘met recht van eerste koop’. In het achterdeel (achter nummer 47 met toegang via het straatje) vestigde hij een textielgroothandel en had hij partijen textiel opgeslagen. Aan de straat op nummer 45 was de winkel. Maar ook aan de overkant, op Hinthamerstraat 30, huurde hij een pand en begon er een textielzaak. Dit pand zou ook in latere jaren altijd onderdeel van de zaak blijven. Christ was de bij die uitgevlogen was uit De Bijenkorf. Dat zal de basis geweest zijn voor de naam Magazijn de Bij die hij aan de winkels gaf. Het aanbod varieerde van huishoudtextiel tot ondergoed, van broeken, hemden en sokken tot nachtkleding. Daarnaast stoffen aan de rol. Het pand Hinthamerstraat 45 verkeerde in slechte staat. Na een paar jaar verhuisde het gezin weer naar Vught, de zaak bleef wel in de Blauwe Sluier gevestigd. In 1935/1936 moest hij tijdelijk ook Hinthamerstraat 47 gehuurd hebben. In 1935 opende hij een filiaal in de Vughterstraat. Zonen Ben en Ad Boelens waren ook in de zaken van vader actief. Op 20 mei 1937 overleed Elisa Maria Mulder, de eigenaresse van het pand, die inmiddels verhuisd was naar de Vughterstraat. Haar erfgenamen verkochten op 25 oktober aan Christ Boelens een winkelhuis, Hinthamerstraat

45, met tuin, overdekte binnenplaats en een magazijn met een afzonderlijke uitgang naar de Hinthamerstraat. Boelens betaalde f 17.200.24 In december van datzelfde jaar kreeg Christ Boelens vergunning van de gemeente tot het “ter plaatse van een grotendeels gesloopt winkelpand” laten bouwen van een winkel met afzonderlijke bovenwoning en uitbreiden van een magazijn. De oude Blauwe Sluier werd gesloopt en Christ Boelens bouwde een groot winkelpand waarbij ook de tuin en de overdekte binnenplaats bebouwd werden. Eigenlijk was het plan om het achterdeel 6 meter hoog te bouwen, maar de gemeente gaf slechts toestemming voor een hoogte van 2.75 meter om ervoor te zorgen dat de aangrenzende woning, werk- en bergplaatsen voldoende licht en lucht kregen. Het pand kreeg aan de straat een erker op de eerste etage, voor mij nog altijd een ijkpunt om het pand te herkennen als ik door de Hinthamerstraat loop. Aan de achterzij-

Advertentie Magazijn De Bij, jubileumkrant 750-jarig bestaan ‘s-Hertogenbosch 1935.

Magazijn De Bij, 1949, heropening. (Stadsarchief)

BOSSCHE KRINGEN

26

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Christ Boelens (1889 - 1944).

Ben Boelens (1911 - 1969).

de werd voor de bewoners op de eerste etage op het nieuwe gedeelte een fraai gelegen terras gecreëerd. De portiek op de begane grond aan de straatkant werd een open betegelde ruimte met vrij van het plafond staande etalagekasten met teakhouten belijstingen en bronzen lijsten. De architect was een achterneef van Christ Boelens, namelijk Leo Jansen, een zoon van de oprichter van de bekende herenmodezaken van A.F. Jansen herenmodes. Leo Jansen zou later ook de architect zijn van de grootscheepse verbouwing van A.F. Jansen op Markt 59, “’t Vergulde Duifke, 1945”.25 De totale bouwkosten werden begroot op f 10.500. Het straatje naast nummer 47, Achter de Vergulde Ploeg, leidde, zoals gezien, naar een open plaatsje. Aan de achterzijde van dat plaatsje was de ingang van de groothandel en het magazijn van Christ Boelens. Rechts daarvan, tussen dat gebouw en het ernaast gelegen perceel van Hinthamerstraat 45, liep ook een steegje dat

in de richting van het nog resterende deel van de binnenplaats liep, naar de plek waar vroeger de schuilkerk stond. Christ Boelens kocht dit straatje voor f 64 van de gemeente op 12 mei 1938.26 De oppervlakte was 16 m2. Het werd wel eens het Kerkstraatje genoemd, maar heette officieel ook Achter de Vergulde Ploeg, net als het steegje dat aan de straatkant begint en dat eigendom van de gemeente bleef. Het aangekochte straatje werd onderdeel van het magazijngebouw, waarlangs het liep. Een deur achter in Hinthamerstraat 45 vormde de verbinding met dit pand achter nummer 47. De officiële heropening van de nieuwbouw was in 1941. De groothandel in het achterpand verkocht veel aan marktkooplieden. Een trap leidde daar naar een verdieping die als magazijnruimte in gebruik was. Het was een drukke zaak, er werden grote partijen textiel verhandeld. Deze moesten in balen naar buiten gebracht worden om op karren en in auto’s geladen te worden.

BOSSCHE KRINGEN

27

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Mien Boelens-Hanegraaf op platdak Hinthamerstraat 45, 1955 met op achtergrond de huisjes waar vermoedelijk de schuilkerk was.

Dit hoefde niet via de winkel. Men gebruikte daarvoor de toegangen via Achter de Vergulde Ploeg of de Gasselstraat. Door Hinthamerstraat en Gasselstraat reed gewoon verkeer. Tijdens de oorlog liet Christ onder het pand een grote schuilkelder bouwen. Christ Boelens overleed in 1944. Zijn weduwe bleef achter met vier minderjarige kinderen. De oudste zonen Ben en Ad Boelens waren toen 33 en 30 jaar oud. De zaken gingen door. Zoon Ben Boelens (1911 - 1969) en zijn vrouw Mien Hanegraaf vestigden zich met hun kinderen rond 1946 in het bovenhuis op Hinthamerstraat 45. De gebroeders Boelens namen in 1948 weer architect Leo Jansen in de arm voor een grootscheepse verbouwing. Er werd nog een stuk van het gemeentelijke open plaatsje achter nummer 47 bijgekocht en men ging een veel bredere verbinding maken tussen de winkel op nummer 45 en het achter nummer 47 gelegen gebouw dat altijd dienst had gedaan als groothandel/ magazijn. Heel deze ruimte werd nu één grote winkel. De groothandel verhuisde naar de Uilenburg. De vennoten Ben en Ad Boelens breidden hun zaken uit door de aankoop op 1 september 1953 van het ernaast gelegen Hinthamerstraat 41-43. Het ging om een winkel-woonhuis met atelier en bovenwoning, met open plaats, waarvoor zij f 28.600 betaalden. De verkoper, een zekere Franciscus P.C. Schuurmans, boekhouder te Waalwijk, had het pand in juli op een veiling gekocht uit de nalatenschap van de fotograaf Eugène Desiderius de Jong, die op nummer 41-43 woonde en werkte. Een deel van het bovenhuis en de winkel was toen nog verhuurd aan Johannes Cornelis Franciscus de Jong, fotograaf en koopman. Afgesproken werd dat hij binnen drie jaar het pand zou verlaten.27

BOSSCHE KRINGEN

De fotozaak van De Jong was zeker al vanaf 1910 gevestigd aan Hinthamerstraat 43. Eugène de Jong, fotograaf en sigarenhandelaar, huurde eerst en kocht het pand in 1917 van Gerardus Hermanus Hubertus Moerkerk, koopman, en zijn vrouw Maria Petronella Huberdina van den Bogaert. Zij waren de ouders van de beroemde tekenaar en illustrator Herman Moerkerk. Het had aan Maria’s ouders toebehoord. Haar vader, Lambert van den Bogaert, was daar koopman in loodtin- en ijzerwaren en handelaar in petroleum.28 Voor f 18.000 kocht De Jong in 1917 dit winkelhuis met erf aan de Hinthamerstraat en pakhuis met woningen met ingang in de Gasselstraat.29 In 1930 verkocht De Jong laatstgenoemd pakhuis aan Glaudemans, die een natuursteenbedrijf had aan Kerkstraat 34.30 Hij behield de Hinthamerstraat. Na de aankoop van het pand van De Jong door Boelens in 1953 splitsten de broers Ben en Ad Boelens in 1959 hun belangen. Ben ging door als winkelier in de Hinthamerstraat. Hij breidde het assortiment nog uit: men handelde ook in bedden, baby-uitzetten en kinderwagens. De laatste jaren was Ben Boelens niet meer actief in de zaak. In die tijd runde een echtpaar de winkel. Toen Ben Boelens in 1969 overleed, bleef zijn vrouw Mien Boelens-Hanegraaf alleen achter. De vijf kinderen uit het gezin waren geëmigreerd naar Canada. Het onroerend goed aan de Hinthamerstraat behelsde een winkel, atelier, erf en bovenwoning, Hinthamerstraat 4143, een bergplaats en steeg, Gasselstraat, en een winkel-woonhuis en magazijnen, Hinthamerstraat 45 en 45a. Totale oppervlakte: 663 m2.31 In 1970 emigreerde ook Mien naar Canada en ze verhuurde de panden aan de firma Diepenveen, een damesconfectiezaak. Op dat moment kwam er een eind aan het eeuwenlange gebruik van de panden door de families die er woonden. Ze werden onderdeel van een landelijk grootwinkelbedrijf. Diepenveen kreeg van Mien Boelens-Hanegraaf toestemming tot een grootscheepse verbouwing. Achter Hinthamerstraat 43 lag een diepe tuin, die langs de uitbouw van het andere pand liep. Diepenveen liet daar ook uitbouw maken, die één geheel werd met de uitbouw achter nummer 45. Aan de straatkant werd de scheidingsmuur tussen de twee panden gesloopt, zodat één grote diepe winkelruimte ontstond. Nog altijd is links achterin een schuin muurvlak dat nog herinnert aan de verbinding met wat vroeger de huisjes in Achter de Vergulde Ploeg waren. De winkeloppervlakte van de huidige (2014) in het pand gevestigde zaak, America Today, is ontstaan door deze verbouwing. In 1983 verkocht Mien Boelens-Hanegraaf de panden aan de firma Diepenveen.

28

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Een van de vijf kinderen, jongste zoon Ben Boelens en zijn vrouw Ria Boelens-Van Liempd keerden in 1978 terug naar Nederland. Van zijn moeder kreeg Ben een map met oude akten mee, die 36 jaar later dit artikel veroorzaakt hebben.

Hinthamerstraat nu: 41-43 midden, 45 links, 47 uiterst links, toegang tot Achter de Vergulde Ploeg.

Noten 1 Grote dank ben ik verschuldigd aan Ben Boelens te ’s-Hertogenbosch voor het ter beschikking stellen van deze akten en het verstrekken van vele aanvullende details. 2 Stadsarchief: collectie Roelands, Hinthamerstraat/Achter de Vergulde Ploeg 3 Idem, kaartje van de situatie in 1959 waar de plaats van de voormalige schuilkerk is aangegeven, inderdaad recht achter Hinthamerstraat 45 4 Bron: Ton Vogel: Schuilkerken en hun bedienaren te ’s-Hertogenbosch 1629-1811 (uitgave: Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch, zie www.bossche-encyclopedie.nl) 5 Akte notaris Leendert van de Ven, 6-10-1821 6 Akte notaris Leendert van de Ven, 21-10-1826 7 Akten notaris A.P. Bolsius jr. 10 en 24-1-1865 8 Akte notaris Johannes Gerardus Losgert 2-3-1865 9 Bron: Henk Bruggeman: 200 Jaar aanbod van interieurartikelen te ’s-Hertogenbosch, www.henkbruggeman.nl 10 Akte notaris Bolsius jr. 5-7-1883 11 Akte 13-4-1740; Bosch protocol, 14-4-1740: het pand ernaast wordt ook verkocht (naast het straatje). Het is van dezelfde eigenaar. 12 Akten 25-3-1752 en 8-4-1752 13 Akte notaris P.H. van Fenema, 13-4-1807 14 Stadsarchief, notarissen vóór 1842, inv. nr. 3774, notaris Leendert Van de Ven, 5-4-1819 en 19-4-1819 15 Akte notaris Leendert van de Ven, 6-10-1821 16 Akte notaris Losgert 26-4-1877 17 De Noord-Brabander, Staat- en Letterkundig dagblad, 22-3-1865 18 De Noord-Brabander, Staat- en Letterkundig dagblad, 4-10-1869 19 De Tijd, 10-6-1884 20 De Tijd, 25-12-1897 21 Akte notaris Rits 12-9-1906 22 Diverse krantenartikelen 6 en 7 jan. 1927: www.delpher.nl 23 Bron, zie: Boelens, een RK-Groninger familie met een grote Bossche tak, door drs J.M.B. Boelens en O.J. Nienhuis, Uitg. Profiel, Bedum, 2006; www.familieboelens.nl; bronnen: kadaster, dossiers afdeling bouwen van de gemeente, bevolkingsregister 24 Akte notaris Rits, 25-10-1937 25 Bron: Kledinghandel in Transitie, een eeuw detailverkoop te ’s-Hertogenbosch. Oorsprong en ontwikkeling van het familiebedrijf A.F. Jansen 1889-1987, proefschrift door dr F.L. Jansen 26 Akte notaris Van Meerwijk 12 mei 1938 27 Akte notaris Van Hellenberg Hubar 1-9-1953 28 Bron: Frans van Gaal en Vincent Verstappen: Op zoek naar erkennning, Leven en werk van Herman Moerkerk, Uitg. Boekhandel Heinen, 2003 29 Akte notaris Van de Mortel 19-7-1917 30 Stadsarchief Collectie Roelands, Hinthamerstraat/Achter de Vergulde Ploeg: samenvattingen van enkele notariële akten van onroerend goed van Glaudemans 31 Boedelinventaris Mien Boelens-Hanegraaf 1970

Korte berichten Herstel

Herstel 2

Van de heer Ed Hoffman ontvingen we een tweetal kritische opmerkingen naar aanleiding van het arti‑ kel in Bossche Kringen van mei 2014.

Op verzoek van Henk Mees herstel ik een vergissing mijnerzijds in mijn verhaal 25 jaar lid van de Kring. Ik schreef: “Dat dit niet altijd van een leien dakje ging weten we uit een persbericht uit 1994 geschre‑ ven (ja, toen ook al) door Henk Mees.” Dat moet zijn: “Dat dit niet altijd van een leien dakje ging weten we uit een persbericht uit augustus1993 uit het Brabants Dagblad geschreven door een verslaggever.” Met excuses aan Henk Mees.

Natuurlijk zijn er heffingen en cijnzen betaald op het pand Markt 29 (de Kleine Winst), maar nooit door Jheronimus! En daar gaat het om. Dat kan een belangrijke rol spelen bij de vraag waar zijn atelier gezocht moet worden: in Markt 29 (de Kleine Winst) of in Markt 61 (Invito). Daarnaast iets minder belangrijk: Barbara Beijs trouwde met de zoon van de broer (Goessen) van Jheronimus: dus met Jan de Beeldsnijder!

Rob Hoogeboom

Redactie

BOSSCHE KRINGEN

29

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Tekst: Michele van den Heuvel Foto’s: Ellie de Vries

Architectuur

Architectuurwandeling vestingwerken Vrijdag 30 mei 2014 organiseerde het Bosch Architectuur Initiatief (BAI) een interessant programma met een rondleiding langs onze vestingwerken. Spreker en rondleider is Martien van Osch. Hij is oprichter en eigenaar van Bureau OSLO (Ontwerp Stedelijk en Landschappelijke Omgeving). Als landschapsarchitect is hij al ruim vijftien jaar bij de restauratie van de verschillende vestingprojecten in de stad betrokken. Vol enthousiasme doet hij zijn verhaal. De middag begint met een inleiding in het informatie‑ centrum bij de Wilhelminabrug. In 1999 wordt met het plan Versterkt Den Bosch een nieuwe betekenis ge‑ geven aan de 7 km vestingwerken rondom de stad. Zij hebben hun functie als militaire verdediging verloren, maar voor de verdediging tegen het water rondom de stad zijn ze zeer waardevol. Met visie wordt er inhoud gegeven aan de verschillende projecten. Zo wil men de historische gelaagdheid laten zien: wat er zit laat je zit‑ ten, de rest bouw je op met een duidelijke herkenbaar‑ heid van oud en nieuw. Dit laatste wordt gedaan door een andere steensoort, verspringingen of cortenstaal. Daarnaast is het spannend om dingen van deze tijd toe te voegen die net even anders zijn.

Projecten toen Martin vindt het leuk mensen op een ander been te zetten. Zo vertelt hij levendig over het pontje bij de Vughterpoort en hoe dat dan weer tot contact tussen mensen leidt. De stad moet echter geen museum wor‑ den, zij moet vooral ook functioneel zijn in het leven van nu. Hij vertelt over projecten die al zijn gerealiseerd zoals Bastionder: de opgetilde taartpunt met het onder‑ gronds informatiecentrum en met behoud van het bastion en de oude stadsmuur. Op die plek stond al een oude lindeboom, het gebouw is er rondom heen gevouwen, wat het geheel speciaal maakt. Ook het Ma‑ riabastion met de boompjes. Hier heeft men een soort dak gemaakt van 70 m lang en 7 m breed dat verlaagd is met gras en natuursteen als een ‘niet’ pad. Er is 1 meter grond bovenop het regenwateropvang reservoir geplaatst om de bomen terug te laten komen. Van de

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


groene functioneel aangelegde verblijfsplekken wordt gretig gebruik gemaakt door veel mensen, precies zoals de bedoeling was.

Projecten nu We kijken naar de projecten waar men nu mee bezig is. Het Bolwerk Sint-Jan met de oude stadsmuur en het middeleeuws plaveisel zal een behoorlijk massief gebouw worden met achter de muur een zeer smal‑ le gang en aan de voorzijde een mooi terras aan het water. Bovenop komt een dakplein dat deels verhard is en waar ook weer bomen op komen te groeien. Het is een heel gedoe geweest wat de bouwtechniek betreft, vooral ook om het geheel waterdicht te krijgen. Dan het plangebied Zuiderpark-stadswalzone, Vonk en Vlam, direct gelegen aan de oude middeleeuwse kern. Hier wordt vorm gegeven aan de entree van de stad, de historische stadswal, parkeren en sport. Over de gereconstrueerde muren, de bestaande oude poeren en spaarbogen wordt een stalen bak gemaakt waar‑ door mensen in de toekomst over de oude muren heen lopen. Ook hier weer die functionaliteit. De kruitkelder blijft gehandhaafd speciaal voor de vleermuizen. Voet‑ gangers kunnen straks vanuit de parkeergarage onder de ranke palen van de wegconstructie naar de Casino‑ tuin die met glooiend gras wordt aangelegd.

BOSSCHE KRINGEN

Projecten straks Tot slot de toekomstige projecten zoals de al lang ter discussie staande sortiebrug bij de Citadel die er toch gaat komen. Hij krijgt de vorm van een tandenstoker die langzaam versmalt wat hem spannender maakt. Ook moeten mensen over een rooster lopen met houten leuning wat de nodige spanning bij velen zal oproepen, maar dat we bewust erin gebracht hebben. Ook zal de Buitenhaven veranderd worden door meer ruimte voor de voetgangers te creëren. Het oude Heet‑ manplein ligt er momenteel kaal bij, er is nog geen invulling aan gegeven. Komt er een molen, worden de vestingmuren teruggebracht of komt er een nieuwe Pieckenpoort? Het geld en de toekomst zullen het gaan bepalen. Martin zelf had ook een nieuw ontwerp van deze tijd gemaakt; een soort uit losse elementen bestaande open welkomspoort. Maar er zijn ook mooie ideeën ontwikkeld naar aanleiding van een prijsvraag. ‘s-Hertogenbosch is één van de weinige steden waar deze vesting in deze omvang van 7 km nog vrijwel geheel aanwezig is. Dat is dan ook de reden waarom het geheel is aangemerkt is als gemeentelijk archeologisch monu‑ ment. De laatste vijftien jaar is er met behulp van diverse subsidies al veel hersteld. We mogen dan ook trots zijn op deze Bossche stadsrand met een aaneenschakeling van bijzondere openbare ruimtes rondom het centrum. Daar zijn we het als toehoorder volledig mee eens.

31

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Tekst: Jos Swanenberg Illustratie: Guus Ong

Moers Taal

Vraog en Antwoord Wat weten Bosschenaren nog van hun dialect? Het dialect verandert, veel Bossche dialectwoorden zijn al vergeten, maar toch, er wordt ook nog veel Bosch gesproken. Hoe klinkt dat hedendaagse Bossche dialect dan? Er wordt op dit moment grootschalig dialectonderzoek gedaan, zodat we deze vragen deels, op basis van de eerste gegevens, kunnen beantwoorden. Via de website www.hetverhaalvanhetbrabants.nl werd in de maanden maart en april een vragenlijst Vraog en Antwoord aangeboden die door bijna 1200 Brabanders werd ingevuld. Het ging in deze eerste vragenlijst om zinnetjes waarvan werd gevraagd ze in het dialect te vertalen, en om woorden waarvan werd gevraagd de verkleinvorm te geven. Er zijn 22 invullingen voor het dialect van de stad ’s-Hertogenbosch. De oudste Bossche invuller werd geboren in 1927, de jongste in 1990. De groep bestaat uit elf vrouwen en elf mannen.

Verschraling of versterking? Als we deze 22 invullingen gaan vergelijken zien we een aantal opvallende verschillen. Neem bijvoorbeeld de verbuiging bij woorden die bij een zelfstandig naamwoord horen, zoals lidwoorden, bijvoeglijke naamwoorden of voornaamwoorden: in het Bosch hebben we een verbuiging, dus vormen met een uitgang, als het zelfstandig naamwoord mannelijk is: unnen bèkker, unne grôôten hond, dieje vent, in tegenstelling tot ’n bèkkersvrouw, ’n klèin kat, die meid. Het Algemeen Nederlands kent dit verschil niet meer. Als de invullingen laten zien dat het Bosch ook niet langer die verbuigingen in de mannelijke vorm heeft, verandert het in de richting van het Algemeen Nederlands (het dialect verschraalt). Als het Bosch juist verbuigingen heeft bij woorden die normaliter als vrouwelijk te boek staan, ontwikkelt het zich van het Algemeen Nederlands af (het dialect wordt sterker).

D’n herfst De invullingen laten zien dat het woord ‘tekening’ door vijf van de 22 invullers met verbuiging wordt gegeven: unne tekening. De andere invullers gaven ’n tekening. Het woord is vrouwelijk; je zou hier geen verbuiging

BOSSCHE KRINGEN

verwachten, maar toch wordt die door vijf invullers gegeven. Het vijftal bestaat uit oudere en jongere Bossche dames en heren. Bij het woord ‘herfst’ dat mannelijk is, verwacht je een bepaald lidwoord dat verbogen is: d’n herfst. Slechts drie van de 22 hebben dat geschreven, de anderen vulden de herfst (en een keer ’t najaor) in. Die drie zijn de op twee na jongste invullers, geboren in de jaren ’70. Als derde voorbeeld geef ik ‘brief’, een mannelijk woord volgens de meeste Nederlandse woordenboeken. In het grootste, het Woordenboek der Nederlandsche Taal, staat echter dat het woord vrouwelijk is. Wat vindt de Bosschenaar? We bekijken de vertalingen van de zin ‘De postbode heeft mij een brief gebracht’. Zeven invullers gaven unnen brief, dertien gaven ’n brief, een sloeg deze zin over en een invuller schreef die brief. Er waren dus zeven invullers die het woord vergezeld lieten gaan van een verbogen lidwoord, en die groep bestaat uit oudere en jongere Bossche dames en heren.

Het of heet? Op naar een ander dialectkenmerk: bijzondere werkwoordsvormen. Zegt men in het Bosch in de zin ‘die vrouw heeft haar haar laten knippen’ voor de persoonsvorm ‘heeft’ het of heet? De eerste, korte vorm wijkt meer af van de Nederlandse tegenhanger dan de tweede, omdat die een lange klinker gemeen heeft met het Nederlandse ‘heeft’. Acht maal schreef men het, elf maal heet, een maal heeft en twee invullers vertaalden de zin vrijer (…is naar de kapper gewist). Leeftijd speelt een rol: hoe jonger de invuller, hoe meer het. En zegt men in Den Bosch in ‘Zij bracht ons vroeger alle dagen de krant’ de werkwoordsvorm met een o-klank (brocht, braocht) of een a-klank (bracht, braacht)? De eerste vorm wijkt meer af van de Nederlandse tegenhanger. Er waren zeven invullers met de a-variant en dertien met de o-variant (een persoon heeft deze zin overgeslagen). Leeftijd speelt weer een rol: hoe jonger de invuller, hoe meer bracht, braacht.

32

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Anders spellen

Taalvariaties

In een aantal Brabantse dialecten worden lettergrepen die in het Nederlands met sch beginnen uitgesproken met sk. Ook vlakbij Den Bosch is dat het geval, bijvoorbeeld in Rosmalen, Berlicum en Den Dungen. Maar in het Bossche dialect zelf spreekt men volgens de Bossche woordenboeken en grammatica’s die lettergrepen met sch uit: schuppe, beschiete. Toch vinden we in de invullingen maar liefst vijftien keer een woord met sk: skon, skitterend, skol, skoen (respectievelijk schoon in de zin van mooi, schitterend, school en schoen). De invullers spellen hun dialectuitspraak dus zodanig, dat deze minder op het Nederlands lijkt.

Opvallend aan deze invullingen is, dat er veel variatie in voorkomt. Op basis van deze gegevens kun je niet een uniforme vorm van het Bossche dialect beschrijven. Dat kan een aanwijzing zijn dat het dialect aan het veranderen is: taalvariatie in het heden is een momentopname van taalverandering door de tijd. Gewoonlijk wordt gezegd dat dialectverandering gelijk is aan dialectverlies: de dialecten verliezen hun bijzondere kenmerken en gaan steeds meer op het Nederlands lijken. Maar de variatie in deze invullingen laat ook een ander beeld zien: de jongere invullers geven ook een groot aantal vormen die juist meer van het Nederlands afwijken. Er lijken dus tegenstrijdige tendensen aan het werk te zijn.

Verkleinen met umlaut In de vorige aflevering waren Bossche verkleinwoorden het onderwerp van Moers Taal. Verkleinwoorden kunnen in bepaalde gevallen umlaut oftewel klinkerverandering krijgen: man-mènneke bijvoorbeeld. In de vragenlijst werd gevraagd om de verkleinvorm van ‘ton’: twaalf keer werd tunneke gegeven en negen keer tonneke, onder andere door de vijf jongste invullers (een keer niets). De vorm met umlaut staat verder van het Nederlands af. De vorm zonder umlaut werd vooral door de jongere invullers gegeven.

BOSSCHE KRINGEN

Doe ook mee met Vraog en Antwoord Deze gegevens zijn een afspiegeling van dialectkennis (passieve dialectbeheersing). Mogelijk stemmen ze niet overeen met het dialectgebruik (actieve dialectbeheersing). Bovendien zijn er nu nog te weinig gegevens om te kunnen generaliseren. We zijn benieuwd wat de volgende vragenlijsten zullen opleveren. U kunt ook meedoen aan dit onderzoek Vraog en Antwoord. Ga naar de website www.hetverhaalvanhetbrabants.nl en vul de vragenlijst in.

33

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Tekst en illustraties: Ton Vogel

Bossche gelovigen

Broeders van Maastricht te ´s-Hertogenbosch 4 De eerste wezen in het Rooms-Katholiek Weeshuis in de Keizerstraat, het voormalige Hof van Zevenbergen, kwamen in 1783. De jongens werden bevoogd door de zogenaamde binnenvader. Het bestuur bestond uit vooraanstaande Bosschenaren, de Regenten. Het Stadsarchief in onze stad heeft 13 meter aan documenten over de geschiedenis van dit Weeshuis. Vooral de Notulen van de vergaderingen van de Regenten geven veel informatie. Op 31 oktober 1845 worden enige broeders van Maastricht en zusters van de Choorstraat vermeld: “Christelijke broeders ten getal van drie, en zusters ten getal van vier, worden in de vergadering geroepen, wordt aan dezelve in het kort onderrigting hunnen plichten en bedieningen gegeven en vervolgens aan de kinderen voorgesteld.” Het takenpakket was voor de drie broeders zo veelomvattend, dat er na enkele decennia onenigheid ontstond met de Regenten van het Armenweeshuis, en wel in 1869, waarna de broedercongregatie een onherroepelijk besluit nam.

Broeder Servatius Voss.

BOSSCHE KRINGEN

In de Annalen van de broedercongregatie over 1869 staat: “Menigmaal was opgeworpen geworden, dat om duurzaam te werken en den vrede te bewaren, het volstrekt nodig was, dat het getal broeders en de werkzaamheden zodanig moeten kunnen verdeeld worden, dat men geregeld de oefeningen kan verrichten en men elkander kan afwisselen. De broeders, ofschoon religieus, blijven toch mens en het is den mens nodig, zich van tijd tot tijd al eens te ontspannen; de boog kan niet altijd gespannen blijven. Twee dergelijke gestichten waren reeds door de broeders verlaten en een derde was aan de beurt.”

Middelerwijl viel er iets voor, dat onenigheid ten gevolge had “Reeds jarenlang had men [dat wil zeggen: de broeders, T.V.] geklaagd over het weeshuis te ´s Bosch. Dit gesticht werd door drie onzer broeders bediend; het was onmogelijk aldaar geregeld te leven, meermalen had men pogingen aangewend om het getal der broeders te vermeerderen door er een parochiale school mee te verenigen; doch dit bleef zonder gevolg, een bijzondere omstandigheid veranderde de zaak. De broeder overste die er reeds jarenlang werkzaam was geweest en tot dusverre van de heren regenten bemind was geweest, viel niet meer in de smaak van enige heren regenten; er was geen vooruitgang onder de wezen; men werkte zijdelings om zijne verplaatsing.” (Annalen 1869, p. 349‑350) Het betreft hier de heer H. Voss, dat is broeder Servatius, binnenvader, die na een verzoek zijnerzijds, volgens een beschikking van de minister van Binnenlandse Zaken van 25 mei 1859, lager onderwijs aan de wezen mag geven; hij behaalde de hoofdakte in 1862. Hij was te Cuyk geboren op 30 april 1821 en was overste in het weeshuis van september 1850 tot eind januari 1861 en

34

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


De afscheidsbrief van de algemeen overste aan de regenten van het weeshuis van 9 oktober 1869.

van september 1862 tot 1 mei 1870. Hij was van 1847 tot 1850 algemeen overste. “Middelerwijl viel er iets voor, dat onenigheid ten gevolge had. Men zou een plaats inrichten voor kapel, doch deze moest dienen voor jongens en meisjes, voor Zusters en Broeders. Men scheen daarmede vooralsnog genoegen genomen te hebben, doch de Alg. Overste of het Bestuur der Congregatie berustte daarin niet: men wilde zo goed mogelijk alle gemeenschap vermijden, gegrond op ondervinding. Dit gaf aanleiding tot groot verschil en men besloot het gesticht te verlaten, weliswaar om vele redenen niet aangenaam, doch er was bezwaarlijk iets goeds van te maken. 24 Jaren hadden de broeders het weeshuis bediend en nog al vele opofferingen moeten doen.” (Annalen 1869, p. 349-350) “Middelerwijl naderde de tijd dat de broeders het weeshuis te ´s Bosch zouden verlaten. Men was overeengekomen met mei 1870 te verhuizen; nu verlangde men de

BOSSCHE KRINGEN

broeders te hebben in de parochie St. Catharina voor scholen en wilde men ook gezamenlijk werken met de parochie St. Pieter, alwaar vroeger broeders geweest waren. Het aanbod was voor de broeders zeker vleiend en gaarne hadden zij het aangenomen, doch twee bezwaren stonden in den weg, gebrek aan personeel en de broeders van de congregatie van O.L. Vrouw,

35

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Tekst en foto’s: Ed Hupkens

moeder van Barmhartigheid [de zogenaamde Fraters van Tilburg, T.V.] die al een school in de stad hadden. Ofschoon vooral de Z.E. Heer Kuppen, pastoor van de St. Catharina bleef aanhouden en al het mogelijke wilde doen, de congregatie durfde het voorstel niet aannemen.” (Annalen 1870, p. 352) Hiermee kwam een eind aan de aanwezigheid van de Broeders van Maastricht in ´s-Hertogenbosch. De Regenten noteerden in hun verslag van de gebeurtenissen nogal geagiteerd: “de houding die broeder overste tegenover de Regenten heeft believen aan te nemen ….” En: “we kunnen niet anders dan berusten en zo spoedig mogelijk de nodige stappen doen om in de bestaande behoefte te voorzien.” Dat hebben ze gedaan: op 4 juli 1870 wordt een overeenkomst getekend tussen de Regenten van het Roomsch Armenweeshuis en het bestuur van het Instituut Des bonnes oeuvres te Ronse/Renaix in België. Er zullen vier broeders van Ronse komen, van de congregatie van O.L.V. van Lourdes, ook wel bekend als de Broeders van Dongen, waar ze zich ook gevestigd hadden. De vier broeders zijn inmiddels op 1 mei 1870 reeds met hun werkzaamheden in het weeshuis begonnen. In de zes artikelen van de overeenkomst wordt onder andere gesproken over een behoorlijke voeding, verwarming, bewassing en een geschikte bidplaats. Het bestuur van het weeshuis zal per jaar 300 gulden betalen aan het Instituut. (zie: Stadsarchief, Weeshuis, inv. nr. 101)

Prehistorie

Neanderthalers in ’s-Hertogenbosch Op 10 en 11 mei 2014 hield het Groot Tuighuis in de Oude Sint-Jacobskerk aan de Bethaniestraat een open weekend. Bewoners van ’s-Hertogenbosch en omliggende gemeenten konden kennismaken met de bijzondere vondsten van een Neanderthalerkamp: waar nu op het Vonk en Vlamterrein een parkeergarage wordt gebouwd, lag ooit zo’n kampement. De belangstelling ervoor overtrof alle verwachtingen.

Bij de bouw van de grote, onder‑ grondse parkeerplaats op het Vonk en Vlamterrein aan de Hekellaan is bij toeval een Neanderthalerkamp gevonden. Er is een groot aantal vuurstenen werktuigen en dierlijke botresten gevonden, deze waren uitzonderlijk goed geconserveerd. Volgens voorlopige conclusies is het kamp minimaal 40.000 tot 70.000 jaar oud, ze stammen uit de paleolithische periode, de oude steentijd. In die tijd leefden er Neanderthalers in deze regio. Deze mensachtigen leefden zo’n 150.000 tot 30.000 jaar geleden, verspreid over Europa en het Midden-Oosten. De Neanderthalers vormden een aparte mensensoort, maar onze directe voorouders zijn het niet. Homo sapiens, de soort waartoe

Neanderthalers aan het werk.

Bronnen: Br. drs. Winifred Ubachs (red.) 1840-1965 Broeders van Maastricht 125 jaar Annalen van de Congregatie uit de jaren 1840-1870, met dank aan br. Frans Turkenburg, archivaris Stadsarchief ´s-Hertogenbosch, Rooms Weeshuis, inv. nrs. 55, 57, 101, 102 Dr. J.J.M. Franssen, De Bossche arbeider in zijn werk- en leefmilieu in de tweede helft van de negentiende eeuw, Tilburg 1976, p. 386-397

BOSSCHE KRINGEN

36

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Jong geleerd.

de moderne mens behoort, en de Neanderthalers leefden 10.000 jaar naast elkaar. Neanderthalers waren jagers-verzamelaars, die in kleine groepen rondtrokken achter prooidieren aan en ook voor korte tijd een kamp opsloegen. De Neanderthaler was ongeveer 1.50 tot 1.60 meter lang, maar zwaarder gebouwd en sterker.

Unieke vondsten Voorafgaand aan de bouw van de ondergrondse parkeerplaats zijn de bovenste lagen archeologisch on‑ derzocht. Daarbij zijn grote stukken van de 14de-eeuwse stadsmuur blootgelegd. Onverwacht werd ook op Bastion Baselaar een mas‑ sagraf van Franse soldaten uit eind 1794 aangetroffen. De bouwput van

de aan te leggen parkeerplaats is ongeveer 13 meter diep en wordt met een soort onderwaterstof‑ zuiger aangelegd. De opgezogen grond wordt over een zeef gespo‑ ten, waarop alles wat groter dan 2 cm is, achterblijft. Bij toeval ont‑ dekten archeologen van de afdeling Bouwhistorie, Archeologie en Mo‑ numenten (BAM) botten van mam‑ moeten en wolharige neushoorns op de zeef. Begin september 2013 werden voor het eerst vuurstenen werktuigen ontdekt, die gemaakt zijn door Neanderthalers. Daarna werden nog bijna tweehonderd stukken vuursteen en werktuigen en honderden botresten gevonden. Botten van onder meer reuzen‑ hert, rendier, mammoet, wolharige neushoorn en wisent komen voor.

De vondst van een kaak van een babymammoet wordt uniek genoemd

Bewerken van vuursteen.

BOSSCHE KRINGEN

37

Deskundige uitleg archeoloog Ronald van Genabeek.

De vondst van een kaak van een babymammoet wordt uniek ge‑ noemd. Botten van Neanderthalers zijn echter niet aangetroffen. Vol‑ gens de archeologen van de BAM is dat ook niet zo verwonderlijk. De Neanderthalers verplaatsten zich erg snel bij hun jacht op hun prooidieren, zij bleven nooit lang op één plek. Vindplaatsen van Nean‑ derthalerkampen zijn zeldzaam. Tot nu toe is in Nederland slechts één keer eerder een bot van een Neanderthaler gevonden: in 2001 werd een stukje schedeldak bij de Noordzee gevonden. De Bossche vondst van vuurstenen werktui‑ gen en dierlijke botresten uit een Neanderthalerkamp, die zo goed bewaard zijn gebleven, is daarom uitzonderlijk in West-Europa. De komende tijd onderzoeken archeo‑ logen van de Leidse universiteit de vondsten verder. De Leidse speci‑ alisten hopen hiermee de kennis over de leefwijzen en leefomgeving van de Neanderthalers nader te vergroten.

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Tekst: Ed Hupkens en Nik de Vries Foto’s: Ellie de Vries

Architectuur

Bootgesprekken 10: de mannen van de Stadsput

Op een mooie voorzomeravond, 2 juni 2014, varen we met schipper Gerard over de Binnendieze. Aan boord hebben we Kees van den Oord, Guus Paanakker en Wies van Leeuwen van de Stichting 1522. Deze stichting beijvert zich voor de realisering van een ‘nieuwe’ Stadsput en Onze-LieveVrouwehuisje op de Bossche Markt. 1522 is het jaar waarin in de stadsrekeningen voor het eerst uitgebreid sprake is van beide bouwwerken.

De zaak Stadsput gaat spelen in 1977. Tijdens een uitgebreid archeologisch onderzoek van de Markt ontdekt stadsarcheoloog Hans Janssen de fundering van de middeleeuwse stadsput. De 15de-eeuwse, zeshoekige put‑ schacht verkeert in een nog per‑ fecte staat. “De wens komt op om die put te herbouwen,” vertelt Kees van den Oord, historicus en lid van de stichting, “maar het hoefde allemaal niet zo historisch verant‑ woord te zijn.” Er komt een puthuis, gebouwd door studenten. Geeste‑ lijk vader ervan, Cees van Aalst is er best wel blij om, zo blijkt uit het boek Van Bos tot Stad. Achteraf stelt Hans Janssen dat het zo niet had gemoeten.

Perikelen vanaf 2005 In de zomer van 2005 wenste het college van B & W de open put te slopen en vervangen door een andere moderne markering. Dat werd een glazen plaat die over de laatmiddeleeuwse fundamenten werd gelegd. Reconstructie van het Onze-Lieve-Vrouwehuisje vond het college niet wenselijk. De glazen plaat wordt al snel doel‑ wit van vandalen die deze onherstel‑ baar beschadigen. Er komen ‘tijde‑ lijk’ houten platen over het glas. Het wordt tijd voor iets nieuws. Op initiatief van de Stichting ’s-Herto‑ genbossche Monumentenzorg en de Kring Vrienden van ’s-Hertogen‑ bosch wordt de Stichting 1522 op‑ gericht. Een van de bestuursleden is Guus Paanakker, oud-wethouder van de stad en lid van Monumen‑ tenzorg. Hij verbaast zich nog steeds over de ontstane commotie

Een nieuw gebouwde put voegt iets toe aan 2016, wanneer we de 500ste sterfdag van Bosch herdenken


schrift over de middeleeuwse stad (’s-Hertogenbosch van straet tot stroom).” Op dat schilderij zijn ook de stadsput en het huisje te zien. Op basis daarvan is door architect Jan Weyts uit Bergen op Zoom een reconstructie gemaakt. Willem van Ham, dé expert op het gebied van heraldieke wapens, heeft de drie wapenschilden gecontroleerd, die op de Stadsput komen: van ’s-Her‑ togenbosch, van het hertogdom Brabant en van het Habsburgse Rijk. Guus vult aan: “Een gedegen rapport van de afdeling Bouwhis‑ torie, Archeologie en Monumenten (BAM) heeft als basis gediend voor het raadsbesluit.” Hij zegt ook: “We hebben wel ge‑ stoeid met de maten. Het origineel was ruim 12 meter hoog, wij moes‑ ten onder de 10 meter blijven.” En daarop vertelt Kees: “Veel mensen zijn bang dat het allemaal te groot wordt, maar alles is binnen propor‑ ties gebleven.”

Belang voor de stad

Detail De Lakenmarkt met put en kapel.

bij delen van de Bossche politiek en bevolking. “Bij de bouw van het eerste puthuis, na 1977, was er niemand die opstond om te protes‑ teren. Nu bemoeien zich nogal wat mensen met de nieuwe plannen.” Toch gaat de politiek akkoord met de nieuwe plannen. Stadsput en Onze-Lieve-Vrouwehuisje gaan € 400.000 kosten; de gemeente be‑ taalt de helft, de andere helft moet komen van de stichting.

Bron: schilderij De Lakenmarkt Rond 1530 wordt een schilderij vervaardigd, dat bekend wordt als De Lakenmarkt. Het hangt mo‑ menteel, prachtig gerestaureerd, in het Noordbrabants Museum. Het schilderij geeft een beeld van de Markt in die tijd. Wies van Leeu‑ wen zegt daarover: “Het schilde‑ rij klopt wat panden, kleuren en details betreft. Dat heeft Ad van Drunen aangetoond in zijn proef‑

In 1522 wordt een beschrijving gemaakt van de op dat moment ge‑ heel vernieuwde put. De oorspron‑ kelijk waterput dateert vermoede‑ lijk uit 1480. Jheronimus Bosch is dan 30 jaar oud. “De schilder heeft de put dus gekend,” geeft Kees aan, “een nieuw gebouwde put voegt iets toe aan 2016, wanneer we de 500ste sterfdag van Bosch herden‑ ken. De put en het huisje vormen een versterking van de huiskamer van de stad.” En over de opmerking over histori‑ serend bouwen zegt Wies: “Te‑ rugkijken naar het verleden is ook bouwen in het heden.”

Eind oktober 2014 verschijnt het boek Terug op de Bossche Markt: de Stadsput en het Onze-LieveVrouwehuisje. Naast elf artikelen bevat het tal van illustraties. Tot 15 september kan men intekenen voor € 15,22. Daarna kost het boek € 19,50. Iedereen die een bijdrage levert, krijgt een vermelding in het boek. De opbrengst komt ten goede aan de bouw van de put en het huisje.

BOSSCHE KRINGEN

39

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Tekst: Sjef Brummer Foto’s: Ellie de Vries

Ter afronding van de bouw ziet de stichting graag bankjes rond de put, maar daar wil de gemeente (nog) niet aan. “Misschien is men wel bang voor nog meer hangoude‑ ren,” grapt Guus.

Architectuur

Hier staoi ik dan 16 (slot) Nog volop nagenietend van de serene rust van de Sint Annaplaats, vervolgen we de route terug in een mêlee van de winkelende en voorbijrazende goegemeente in de Hinthamerstraat.

V.l.n.r. Kees van den Oord, Wies van Leeuwen en Guus Paanakker.

Boek Een van de initiatieven om geld te genereren is de uitgave van een boek. Hierin staan elf artikelen. Deskundigen hebben zich gebogen over verschillende aspecten die te maken hebben met de stadsput en het huisje. Zo kunnen we straks lezen over de middeleeuwse stad, over de Mariaverering, over drink‑ watervoorziening in de stad. “Het laatste artikel in het boek vind ik persoonlijk het interessantst,” geeft historicus Kees aan, “want dat gaat om een wandeling rond de Markt. Achter de gevels zitten vaak middeleeuwse en latere originele interieurdelen. Daaruit blijkt dat ’s-Hertogenbosch nog steeds een middeleeuwse stad is.”

Net zoals in de Vughterstraat en Orthenstraat zien we ook hier in het plaveisel de zwarte klin‑ kers, voorstellende de contouren van één van de stadspoorten. De Leu‑ vense Poort (Gevan‑ genpoort) was hier gesitueerd en het is opvallend dat een deel van de toren hiervan gerestaureerd in schoenenwinkel Van Arendonk is terug te vinden. We gaan de Korte Waterstraat in en stuiten daar op het einde op een opvallend perceel met doorgang, waarin onder andere Stichting de Knillispoort is gehuisvest. De corridor verleent toegang tot het Herman Moerkerkplein waar een in het oog springende beeldenformatie ons begroet. Het

We danken de heren voor het ge‑ sprek en sluiten af met een pilsje en een wijntje.

BOSSCHE KRINGEN

40

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Minnepaar en de Nar worden bijgestaan door de in de fontein urinerende Dieske; daardoor wordt dit ‘plas‑ tiek’ ook wel het Bossche Manneken Pis genoemd. De legende vertelt een heel ander verhaal en dat is een Bosch gedicht waard. Dieske

Hier staoi ik dan, bij m’nnen held deur z’n optreje mee hôge nôôd veurkwam Dieske Gelders geweld daormee ellende, verderf en dôôd Terug op het Herman Moerkerkplein, genoemd naar de bekende Bossche illustrator en kunstschilder, zien we hier ook nog de ronding van één van de torens van de waterpoort. Rechts daarvan een schouwspel van prachtige historische daken en een foeilelijke moderne zijmuur. Een schrijnender contrast van mooi oud en modern lelijk is nauwelijks denkbaar. Aan alles komt een einde als we verderop voorbij het hotel en de parkeergarage linksaf de Markstraat in de richting van de Markt hebben ingeslagen. Het was voor het Stadhuis op de Markt waar bijna 3 jaar geleden mijn Hier staoi ik dan-route begon. Het rondje is gemaakt en ik dank u als lezer voor de aan‑ dacht en de vele reacties die ik heb mogen ontvangen. Natuurlijk zijn er nog tal van wetenswaardigheden die ik niet heb besproken: ze kwamen helaas in dit rondje ’s-Hertogenbosch niet op mijn pad. Het Kruithuis en de Citadel zijn daar voorbeelden van, gelegen in de omgeving van de Citadellaan.

Hij zag bij ’t plasse, helme deur ’t riet ’t waore de soldaote uit Gelderland waorop Dieske snel z’n plèkske verliet naor de Poort; d’r waar wè aon de hand De Poortwachter trok subiet aon d’n bel De Bosschenaore kwame net op tijd ’t waar bloedstollend, as ’t waore ‘nnen hel mar de Gelderse verlore de strijd Zô behoedde Dieske de innaome van de Stad z’n optreje bleek van vergimmes grôte klasse hij heet daorveur dan ok ‘n standbeeld gehad z’n bodschap; kèk altijd om oe hene bij ’t plasse Gelukkig hebben wij geen hoge nood. We kijken vanaf de vlonder aan de Binnendieze even rondom ons heen om verderop rechts een mooie toog en de Gasthuis‑ poort te aanschouwen.

Het is mede daarom dat ik mijn columns en gedichten aan mijn opa opdraag

BOSSCHE KRINGEN

41

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Foto’s: Ellie de Vries

Decennia lang woonde daar mijn opa Sjef, hij had er zelfs de bijnaam ‘Bur‑ gemeester van de Citadellaan’. Met veel aandacht luisterde ik altijd naar zijn Bossche verhalen en anekdotes, ik haalde er mijn inspiraties van‑ daan. Het is mede daarom dat ik mijn columns en gedichten aan mijn opa opdraag, en ga afsluiten met een speciaal voor hem geschreven Bosch gedicht.

Bosch Parade 1

Burgemister van de Citadellaon

Hier staoi ik dan, en denk ik trug aon jou Dan denk ik aon jouw strùtje, waor ik zoveul van houw Daor zie’k dan nog m’n Opa, veur z’n muurke staon Daor zie’k dan nog m’n Opa, d’n Burgemister van de Citadellaon Ielkendeen kende’m daor; van of naor de Diezebrug Ielkendeen zwèèide naor ’m, en m’n Opa zwèèide trug Mee duzende zage ze bij ’t veurbijgaon, ‘m daor dan staon Ze zage m’n Opa, d’n Burgemister van de Citadellaon Op de Mèrt, waor die elke zaoterdag te veinde waar Struinde die wir wè slaoi veur z’n veugelkes bij mekaar De mèrtlui begosse dan te lache, liete ‘m mee ‘nne volle tas wir gaon De helft waar dan veur m’n Opa, d’n Burgemister van de Citadellaon Tege de raom van de Hema, daor zette m’n Opa altijd z’nne fiets Ok al moch dè nie van de plisie, ‘t dee m’n Opa niets “Al meer dan 65 jaor, zet ik m’nne fiets tege dees raom aon!” “’t is de fiets van jouw Opa, d’n Burgemister van de Citadellaon” Opa vertelde veul verhaole, hij waar ‘n levend boek ’t grappige waar, in elke zin zat wel ‘nne vloek Ik moes ‘r altijd wel om lache, docht: “laot ‘m mar gaon!” Dan gong ’t goed mee Opa’s, d’n Burgemister van de Citadellaon Op z’n 94e begossie wè te sukkele, hij waar nie meer zô kwiek Nie meer op de fiets naor de Mèrt, gin gevloek. Opa waar èch ziek Ge zag ‘m dan ok nie meer veur z’n eigeste muurke staon ’t waar daor mar stillekes zonder Opa’s, d’n Burgemister van de Citadellaon Opa overleed in de Mariamaond, Onze Lieve Zute Moeder trouw De Citadellaon zal nooit meer ’t zelfde zijn, zô zonder jou ’t Muurke as monument, ’n symbôôl, ’k zal er nog veul naor toegaon Want ik ben èrreg trots op m’n Opa, d’n Burgemister van de Citadellaon.

BOSSCHE KRINGEN

42

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Tekst: Nik de Vries Foto’s: Ellie de Vries (nieuw) en wandelboekje (oud)

KringWandeling

Kringwandeling 4 revisited In het Monumentenjaar 1975 bracht de Kring Vrienden het vierde wandelboekje uit, Langs Bossche Monumenten. We liepen de wandeling na en keken wat er in bijna 40 jaar veranderd is. Als u ook wilt wandelen: volg de beschrijving hieronder.

We starten dit keer met een rondje om de Sint-Jan. Als we het hebben over monumenten in ’s-Hertogenbosch, is deze kathedraal natuurlijk monument nummer 1. Ten tijde van de oorspronkelijke wandeling is een grote restauratie aan de gang. Deze is voltooid in 1985, toen de stad haar 800-jarig bestaan vierde. Inmiddels zijn er opnieuw verschillende (deel)restauraties nodig gebleken. Nu is het de beurt aan de Mariakapel. Uniek blijven de luchtboogbeeldjes: geen andere middeleeuwse kathedraal heeft deze. Het laat zien dat ’s-Hertogenbosch in de tijd van de bouw zich uitermate belangrijk vond en het geld had om deze bijzondere ornamenten aan te brengen. Rondom de Sint-Jan staan de nodige monumentale gebouwen. Ik noem het H. Geesthuis, waar nog steeds de bibliotheek gevestigd is, het gebouw van de Muzerije (ooit woonhuis van bisschop Masius, later ambtswoning van de militaire commandant, kazerne, Hof van Justitie en van 1922 tot 1963 ”is het lyceum er gevestigd geweest”), het Zwanenbroedershuis en het huidige bisschoppelijke paleis op de Parade.

BOSSCHE KRINGEN

43

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Begijnhof Op die Parade is vanaf de 13de eeuw een begijnhof geweest. Pas in 1318 komt dit, samen met de SintJan, binnen de nieuwe stadsmuren te liggen. “Bij de grote stadsbrand van 1419 werd ook het begijnhof getroffen: de kerk [gewijd aan Sint-Nicolaas, ndv] brandde af en alle kerkornamenten en boeken gingen verloren. Door de meesteressen van het begijnhof en hun pastoor werd een bedelbrief opgesteld waarmee bodes het gehele land doorgingen.” Zo weet het boekje te melden. Na 1629 mochten er geen nieuwe begijntjes meer worden aangenomen,

zodat in de loop van de 17de eeuw het begijnhof langzaamaan leeg kwam te staan. De huisjes werden afgebroken en het plein werd een paradeplaats voor militairen: de Parade was geboren.

Naar de Markt Via de Kerkstraat lopen we naar de Markt. Het mooie postkantoor op de hoek met de Korte Putstraat is al in 1968 afgebroken, vervangen door een foeilelijk nieuw kantoor, dat inmiddels heeft plaatsgemaakt voor een beter aangepast geheel. In 1968 wist de krant nog te melden:

BOSSCHE KRINGEN

44

“niemand van de Bossche postambtenaren zal er ook maar één traan om laten”. Wat verderop staat de Grote Kerk, in de jaren 1820 – 1821 in waterschapsstijl gebouwd naar een ontwerp van J. de Greef. De kerk werd gebouwd als compensatie voor de protestanten na teruggave van de Sint-Jan aan de katholieken. Er heeft een mooi parkje voor gelegen, omsloten door een hek. Op de Markt wordt gewezen op het beeld van Jheronimus Bosch, inmiddels aan zijn derde stek toe, nu met de rug naar het huis waar hij ooit gewoond (en misschien ook gewerkt) heeft. In 1953 werd de Markt herbestraat. Toen is een ‘laatste steen’ gelegd. Het boekje meldt: “En op die steen (meestal verstopt onder geparkeerde auto’s) staat de tekst: ‘Van vele honderden lei Gerritje mij als leste, tot voetveeg van den eersten boer den

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


beste, 14-11-1953’.” De auto’s zijn gelukkig weg, er ligt opnieuw een nieuw wegdek (en wat voor een…) en dus ligt er ook een nieuwe laatste steen (zie foto). Rond de Markt kunnen we heel veel monumentale gebouwen zien: het Stadhuis en de Moriaan vallen misschien het meest op, maar kijk ook eens naar die andere mooie panden. En als je dan bedenkt dat er achter die gevels vaak nog restanten van middeleeuwse bouw verborgen zitten…

Moriaan Over de Moriaan staat heel wat vertelt het boekje onder andere het volgende. “In de vergadering van

de gemeenteraad van 30 oktober 1956 werd besloten tot afbraak van De Moriaan. Het gevolg van dit raadsbesluit was een grootscheepse Aktie tot behoud van dit pand. Er werden brieven naar de minister geschreven, ingezonden stukken verschenen in de plaatselijke pers en ook landelijk kreeg het aandacht. Gewezen werd op het vele schone dat reeds eerder gesloopt was (Rodenburg, stadspoorten, Lakenhal, Keizershof, het oxaal).” Gevolg was dat de minister weigerde het pand van de voorlopige lijst van monumenten af te voeren. De Moriaan was van sloop gered. In februari 1959 werd het pand aangekocht door de gemeente en

tussen 1961 en 1966 vond de restauratie plaats. Tegenover de Moriaan stond in 1975 nog het beeldje van Janus en Bet. Het is al jaren geleden verplaatst naar de Vismarkt. Het houdt de gedachtenis levend aan Henk Teulings, die iedere week in Bosch dialect een artikeltje schreef, waarin “Janus en Bet aan het ouwebetten waren, en zo het Bossche leven vanuit hun standpunt bekeken”.

BOSSCHE KRINGEN

45

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Naar het Kruithuis We lopen via de Hoogesteenweg naar de Ruische Poort (tegenover de Visstraat), we gaan hierdoor naar de plaats waar in 1975 nog de Sint-Pie-

ter stond. Langs de voormalige pastorie, waar onlangs een nieuw beeldje van pastoor De Kroon is onthuld, lopen we naar de Geertruisluis. Vandaar uit slaan we rechtsaf

de Jan Heinsstraat in, waar in 1975 nog het Carolus ziekenhuis stond. Duitse zusters van de H. Carolus Borromeus kwamen in 1876 naar ’s-Hertogenbosch en vestigden zich aan De Plein, waar ze een hospitaal stichtten. De kosten voor voeding, verpleging en medicijnen bedroegen een gulden per dag. Als je geld had, kon je ook een kamer krijgen voor ƒ 1,50, ƒ 2,00 of zelfs ƒ 2,50 per dag. We steken de Zuidwillemsvaart over en zien rechts het Kruithuis, gebouwd door Jan van der Weghen. “De buitenkanten van het bouwwerk zijn één meter dik en waren volledig afgesloten. In de zijde het meest van de stad afgelegen was de toegangspoort. Dat was gebeurd omdat bij een mogelijke ontploffing de kracht van de explosie zich in ieder geval niet in de richting van de stad zou richten.” Momenteel zit Stok erin, maar als u het beleidsplan van de Kring Vrienden hebt gelezen, weet u dat daar een mooi plan in staat om er een historisch museum in te vestigen.

BOSSCHE KRINGEN

46

Haven en Uilenburg We lopen terug, rechtsaf naar de Boombrug. Hiervandaan hebben we een mooi uitzicht over de haven en als u geluk hebt, ligt deze vol schepen. We lopen verder over de Breede Haven. Het boekje weet te melden: “Het gedeelte tussen het Waaigat en de Boombrug wordt gerestaureerd. Op het gedeelte tussen Waaigat en de Dommelflat zal nieuwbouw komen, aangepast aan de kleinschaligheid en gevarieerdheid van een oude binnenstad.” Nog iets uit het boekje: “Reeds in 1530 was het verboden om in de Binnendieze ‘dreck, slijck, ingewant

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


restaureerd worden. De gemeente is voorgegaan door herstel van de Binnendieze met haar kademuren en het aanleggen van riolering. Nu zullen de huizen zelf aan de beurt moeten komen.” Inmiddels lopen we door een van de aantrekkelijkste wijken van ’s-Hertogenbosch. Via de Sint Jansstraat en de Sint Janssingel, waar nu hard gewerkt wordt aan het nieuwe bezoekerscentrum, lopen we door de Walpoort opnieuw de Uilenburg in. We gaan over een

van beesten, vuylnisse, steen, calck, gruys oft andere dyergelijcke onreynicheyt’ te gooien, op boete van drie karolusgulden. Het dagloon van een timmerman bedroeg 2½ stuiver, een metselaar verdiende 2 stuivers.” We steken de Visstraat over – we kijken even naar Janus en Bet – en belanden via de Lepelstraat in de Uilenburg: “De Uilenburg zal ge-

bruggetje over de Binnendieze. Waar nu het nieuwe huis van Antoine Jacobs staat, stond ooit het geboortehuis van mijn opa! Door het Uilenburgstraatje bereiken we de Postelstraat, we gaan linksaf en meteen rechts de Snellestraat in. Eerste plein (Minderbroedersplein) links, naar de Markt, het eindpunt van deze wandeling.

BOSSCHE KRINGEN

47

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Tekst: Werkgroep Kerken en Kloosters (Klokkengroep) Foto’s: Frans van der Smissen

Klokken

Bossche klokken 13: Zonnewijzers Wie op vakantie gaat, maakt plannen: wat willen we gaan doen, meemaken, zien? Zo startten wij 14 jaar geleden ook onze klokken-inventarisatieronde. Waar hangen de luid- en slagklokken, hoe zien ze eruit enzovoort? Oranje Nassaulaa

Lambertuskerk.

Tijdens die zoektocht vonden we waar we naar zochten en we legden dat vast in beschrijvingen en met foto’s. Maar precies als op vakantie, het was voor ons ook liefhebberij, werden we verrast door wat we bijvangst zijn gaan noemen. Zaken waar we vooraf niet bij stil stonden, maar die op de een of andere manier wel te maken hadden met waar we naar zochten. Klokken hebben vaak van doen met tijdsmelding. Uur‑ werken en speeldozen ook. Het een kan niet zonder het ander. Bij onze update-ronde een jaar of wat geleden besloten we dat die items ook aandacht verdienden. Deze hadden immers ook met tijdmeting van doen. Vanaf toen werden ook daarover de nodige gegevens vastgelegd. Op het verhaal over de uurwerken en speeldozen ko‑ men we graag in een van de volgende artikelen terug.

Willemsplein.

BOSSCHE KRINGEN

48

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Zonnewendewijzer

n.

Bij onze bezoeken aan het Stadhuis hadden we aardig onze handen vol aan de carillonklokken. Op weg naar boven passeerden we de Oranjegalerij, een zaal vol met Oranje-schilderijen. We zagen daar, deels onder een prachtig vloerkleed verborgen, een veertien-meter-lange koperen strip. Bij navraag bleek die strip deel uit te maken van een zonnewendewijzer. Een muntgrote ringopening in een gebrandschilderd raam laat op 21 juni een zonnestraal op die strip schijnen. Daarmee wordt de overgang van lente naar zomer gemarkeerd. Het is een gebeurtenis die grofweg een minuut of drie duurt. Die zonnewijzer, want dat bleek het te zijn, rekent uiteraard met zonne‑ tijd. Om Bossche zonnetijd 12.00 uur, ofwel om 13.39 uur onze huidige tijd, beschijnt die ene zonnestraal de koperen strip: nu begint echt de zonne-zomer. De meeste zonnewijzers tonen met een schaduwlijn het moment van de dag. De zonnewijzer in het Stadhuis doet dat met een zonnestraal. Dat is uniek in Neder‑ land, voor zover ons bekend. In ’s-Hertogenbosch vonden we verder maar drie andere zonnewijzers. Twee, vertikaal gesteld, op de gevel van een gebouw. De Lambertuskerk in Rosmalen draagt hem op zijgevel. De andere staat op de boven‑ zijde van de achtergevel van het pand op de hoek van Stationsplein en Oranje Nassaulaan. Wie vanaf het Willemsplein de stad inrijdt, komt hem vlak voor de Drakenfonteintunnel tegen, links boven.

Oranje Nassaulaan.

Bij navraag bleek die strip deel uit te maken van een zonnewendewijzer Zonnewijzer en klokken

Maar in tegenstelling tot het klokkengelui moest je wel in de buurt zijn. Klokken en zonnewijzers verwezen lang nog gebroederlijk naar de actuele tijd. De een per heel of half uur, de andere verfijnder per vijf minuten. De zichtbare tijdwijzers verdienen het nog steeds om in het zonnetje te worden gezet.

Het kan verder bijna niemand ontgaan zijn, dat na de re‑ constructie van het Heetmanplein/ Willemsplein de voor velen bekende klassieke zonnewijzer terugkeerde. Deze zonnewijzer dateert uit 1935 en is toen geschonken door oud-Bosschenaren bij gelegenheid van het 705-jarig bestaan van ‘s-Hertogenbosch. Over de keuze van de huidige plaatsing is de discussie nog niet geluwd. In de 10de eeuw kwam het gebruik van zonnewijzers op gang. De ons bekende wijzerplaat was nog niet in zwang. De zonnewijzer was een welkome aanvulling op het klokkengelui. Bovendien beantwoordde hij meer aan de volkswijsheid: eerst zien en dan voluit geloven.

BOSSCHE KRINGEN

Klokken hebben dat niet nodig. Zonnewijzers, daar moet je naar toe, als je echt wilt zien hoe laat het is. Klokken, en natuurlijk vooral hun gelui, komen naar jou toe, altijd en ook, met een bronzen discipline, on‑ gevraagd. Kan handig zijn, toch? Daarom zijn ringtones ook zo gewild.

49

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Tekst: Redactie Foto: Ellie de Vries

Wie is Wie?

Een nadere kennismaking 12 Een van de gevolgen van de fusie van de Kring Vrienden met De Boschboom is het samengaan van twee alom bekende bladen te weten KringNieuws en Bossche Bladen. Een samengaan dat heeft geresulteerd in een nieuw blad dat vorm krijgt in Bossche Kringen. Twee redacties blijven afzonderlijk van elkaar ieder voor zich een deel van het blad vullen. Afzonderlijk maar wel in een bepaalde samenwerkingsvorm, die wordt aangestuurd door de hoofdredacteur van Bossche Kringen: Nik de Vries. Reden om Nik nader voor te stellen en zijn visie over Bossche Kringen te vernemen. hoofdredacteur (of, zoals dat heet in de Kring Vrienden: voorzitter van de redactie). Na het afronden van Boschlogie I en II hoop ik de cursus stadsgids te gaan volgen. Verder verleen ik op sommige mo‑ menten hand- en spandiensten.

Een blad maak je met een team en ik weet dat er een prima team

Hoe heb je het samengaan van de beide bladen ervaren?

naast me staat Wie is Nik de Vries? Nik de Vries is geboren in de Vrijdom van ’s-Hertogenbosch, mag zich dus poorter van de stad noemen… Ik ben afgestudeerd aan de Universiteit van Nijmegen (18de-eeuwse letterkunde). Daarna heb ik onder andere les gegeven. Sinds anderhalf jaar ben ik ‘vrij’, zodat ik me nog meer op ’s-Her‑ togenbosch kan storten. Veel doe ik samen met mijn vrouw Ellie, die prachtige foto’s maakt. We hebben twee kinderen en twee kleinkinde‑ ren. Ik houd van film (ben samen met Ellie programmeur van het Filmhuis in Veghel) en boeken, heb ook enkele leesgroepen onder mijn hoede en heb de nodige schrijvers geïnterviewd. Ik schreef en schrijf. Daarnaast ben ik een van de vrij‑ willigers van de Bossche Encyclo‑ pedie.

Wat heb je met ’s-Hertogenbosch? Heel veel: als klein jochie nam mijn opa me al mee door de stad. Hij liet me veel verborgen plekjes zien en wist daar wonderlijke verhalen over te vertellen. Zo ben ik geïnteres‑ seerd geraakt in ’s-Hertogenbosch en zijn geschiedenis en mensen. Ik verzamel al vele jaren alles wat los en vast zit uit en over de stad. Vooral ansichtkaarten, en daarbinnen spe‑ ciaal kaarten van de firma Loretz. We wandelen veel en vaak door de stad om deze nog beter te leren kennen. Graag schrijf ik ook over ’s-Hertogenbosch, maar dat hebt u als lezer vast wel gemerkt…

Wat doe je bij de Kring? Sinds de late jaren ’90 zit ik in de redactie van KringNieuws en na de dood van Gerdie de Zeeuw ben ik

BOSSCHE KRINGEN

50

In eerste instantie was ik erg enthousiast. Dat ben ik nog steeds, maar ik merk dat de culturele ver‑ schillen tussen beide redacties en achterbannen niet een-twee-drie zijn te overbruggen. Daar moeten we dus hard aan werken. Overigens wil ik benadrukken dat van beide kanten de nodige goede wil aanwe‑ zig is om er een mooi blad van te maken. Er zijn geen wrijvingen!

Wat is je verwachtingspatroon van Bossche Kringen? Voorlopig gaan de twee redacties redelijk zelfstandig te werk. Op termijn, en wat mij betreft is die termijn heel kort, zullen we echt samengaan. Het blad zal steeds meer smoel krijgen als hét blad van ’s-Hertogenbosch. Mede dankzij onze ontwerper Jack van Elten is er een prachtige vorm‑ geving ontstaan. Tot slot: een blad maak je met een team en ik weet dat er een prima team naast me staat.

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Tekst: Nik de Vries Foto’s: Ellie de Vries

Kleine kunst

Ladderwedstrijd 9 We zijn toe aan deel 9 van de ladderwedstrijd. Zoals u weet: Ellie de Vries maakt een detailfoto en het is aan u te zoeken waar dat detail thuis hoort. Hoewel we dachten, dat de vorige opgave niet zo moeilijk was, heeft het toch nogal wat mensen de nodige hoofdbrekens gekost. De oplossing van vorige keer was: de klok aan het pand Verwersstraat 100. Als winnaar is uit de bus gekomen: de heer Hans van Bavel. Voor hem ligt een leuke prijs klaar in het Kringhuis aan de Parade. begin 14de eeuw vestigen zich hier steeds meer lakenververs. Laken – een geweven wollen stof - is dan in toenemende mate een belangrijk exportproduct voor ’s-Hertogenbosch. Naar deze ververs wordt de straat hernoemd. Ook andere straten in de omgeving hebben namen die herinneren aan de lakenproductie. Op 12 juni 1463 vergeet een lakenverver de kachel af te dekken, waardoor een grote brand uitbreekt. Doordat de meeste huizen van hout gebouwd zijn en gedekt met riet en stro, breidt de brand zich snel uit. Mede dankzij enkele inzenders, die Ruim 4000 woningen worden in de hun oplossing vergezeld deden gaan as gelegd, vele mensenlevens zijn van enkele opmerkingen, en de onte betreuren. De brand, die ook de volprezen Bossche Encyclopedie kan Bossche Markt bereikte, is onder ik u het volgende vertellen. anderen door Jheronimus Bosch geTot begin 14de eeuw heet de straat zien en mogelijk op een aantal van Lange Kolfertstraat, genoemd naar zijn schilderijen verwerkt. een bakkerij De Kolfert. Eind 13de en In 1822 en 1832 is het pand be-

woond door Barend Jan Westerveld, eerst genoemd gepensioneerd cannonnier, daarna gepensioneerd commies. In 1865 drijft T. van Wamel er een winkel; in 1881 heet hij koopman in glas en aardewerk. In 1908 en 1910 heeft C. Keukens er een sigarenmagazijn. Vanaf 1928 tot in de jaren ’70 woont en werkt er de kleermaker H.P. van den Bosch. In 1980 vestigt zich Peter Mesu in het pand: hij maakt en repareert er klokken. Hij is een goede klokkenmaker. Bij de laatste restauratie van het planetarium van Franeker heeft hij ervoor gezorgd dat dit weer goed werkt. De klok aan de gevel is gemaakt door Peter Mesu en illustrator John Rabou. Deze laatste tekent voor het ontwerp: hij maakt de letters en zaagt deze uit in metaal. Peter Mesu laat deze vergulden en monteert ze op de wijzerplaat.

En dan de volgende opgave. Ellie de Vries heeft opnieuw een foto gemaakt in de Bossche binnenstad. Aan u de taak te zoeken waar zich dit ‘beeld’ bevindt en dat ons te melden. Mocht u nog een aardige anekdote erbij hebben, graag! U kunt uw oplossing uiterlijk 15 augustus 2014 sturen naar de redactie van Bossche Kringen. Veel succes.

BOSSCHE KRINGEN

51

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Tekst: Gerard ter Steege

Muziek

Muzikale Binnendiezeklanken

‘Vaar mee en beleef het Bossche zomeravondgevoel’ Beleef een unieke combinatie van een feeërieke boottocht aangevuld met de heerlijke klanken van verschillende muzieksoorten. Het is de Stichting Havenconcert ook dit jaar weer gelukt om een zestal verrassende concerten te presenteren op de Binnendieze. Deze combinatie staat garant voor een heerlijk avondje vaar- en muziekplezier.

Informatie Alle informatie over het Bossche zomeravondgevoel is te vinden op de websites: www.muziekopdebinnendieze.nl www.kringvrienden.nl De kaarten (€ 15,00 p.p.) zijn te koop bij: de balies van de Kring Vrienden aan de Parade en in de Molenstraat en via de website van de Kring.

BOSSCHE KRINGEN

Vanuit de Molenstraat over de historische Bossche stadrivier brengen de boten de deelnemers naar een podiumpje in het Voldersgat. Onderweg kan men genieten van de schilderachtige waterlopen en de imposante, gerestaureerde vestingmuren. In het Vol‑ dersgat aangekomen worden de boten verwelkomd door de muzikanten met diverse muzikale klanken. De Stichting Havenconcert organiseert dit jaar voor de 18de keer het kleinschalige muziekevenement Muziek op de Binnendieze. Sinds 1999 worden de concerten uitsluitend verzorgd door professionele musici. Musici die garant staan voor een gevarieerd programma. Een programma met klassiek, wereld‑ muziek en Franse chansons. Een aansprekend muzikaal concept, mede dankzij sponsoren en schippers van de Binnendieze. Als u dit leest, is het eerste concert al achter de rug. Blijven over:

26 juli - Lisa Jacobs & The String Soloists The Four Seasons. Tijdens dit spetterende program‑ ma hoort u de wereldberoemde Vier Jaargetijden van Vivaldi en de zwoele seizoenen van Astor Piaz‑ zolla uitgevoerd door topvioliste Lisa Jacobs en het

52

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


internationale strijkensemble the String Soloists. Een weergaloos virtuoos, licht en overweldigend zomers concert!

2 augustus - ‘Sax Hybride’ Saxofoon kwartet ‘Sax Hybride’ is een gelegenheid saxofoon kwartet met toppers uit de klassieke en lichte muziek dat alle facet‑ ten van de saxofoonmuziek laat horen. Het kwartet bestaat uit de internationaal gelauwerde Arno Born‑ kamp, Niels Bijl, Tini Thomsen en Werner Janssen. Met deze samenstelling komt een gevarieerd kleuren‑ palet tot leven dat de luisteraar meevoert met een voor saxofoonkwartet geschreven stuk naar Amerika en van daaruit naar de amusementsmuziek, jazz, pop en hedendaagse muziek.

Naambordje De Plein

23 augustus - Camadou Carole Marie Doucet (zang), Dasha Beltiukova (fluit) en Hans van Gelderen (gitaar) Met professionele musici weet de van oorsprong Cana‑ dese Carole Marie Doucet met haar chansons gevoe‑ lige snaren te raken. Chansons van de jaren dertig tot heden passeren de revue, weemoed, ironie en humor wisselen elkaar af. De liederen worden afgewisseld met instrumentale intermezzi in de traditionele stijl van de bal musette en de Java dansmuziek, bekend uit de Parijse cafés.

30 augustus - Toeac Renée Bekkers en Pieternel Berkers - accordeon Zij vormen samen het accordeonduo TOEAC. Een duo dat vele prijzen behaalde op de verschillende accorde‑ onconcoursen. Renée en Pieternel waren te horen en te zien in verschillende (internationale) tv- en radiopro‑ gramma’s waaronder ‘De Wereld Draait Door’ en ‘Vrije Geluiden’. TOEAC geeft met grote regelmaat concerten in binnen en buitenland.

6 september - Haytham Safia Qu4rtet Haytham Safia (ud), Osama Mileegi (percussie), Hanne‑ ke Ramselaar (hobo) en Eva van de Poll (cello) De muziek van Haytham Safia heeft zijn wortels in Haytham’s Palestijnse achtergrond. Met het karak‑ teristieke geluid van de Ud (Arabische luit) gaat hij behoorlijk onorthodox aan de slag. De typische struc‑ tuur van Arabische muziek vloeit samen met klassieke muziek, jazz, Oosterse en Afrikaanse klanken. Een geheel dat voortdurend boeit en meevoert naar een climax. Haytham Safia laat genereus verschillende muziekstijlen in zijn ‘wereldmuziek’ toe.

BOSSCHE KRINGEN

53

De werkgroep Het Kleine Monument is al enige jaren bezig om het straatnaambordje “De Plein” een plekje te geven bij het Jeroen Bosch Ziekenhuis, liefst op het grote voorplein, voor alle bezoekers goed in het zicht. Het Kleine Monument werkt nauw samen met enkele enthousiaste mensen van het JBZ, zonder wie een herplaatsing nooit mogelijk zou kunnen zijn. Het bordje is afkomstig van het voormalige Carolus ziekenhuis aan de Jan Heinsstraat. Daar heeft het volgens onze informatie aan een van de paden gestaan van de tuin die bij het ziekenhuis hoorde. De naam De Plein is afkomstig van het terrein waar het Carolus ziekenhuis was gevestigd: het zogenaamde schootsveld dat werd aangelegd kort na 1629 na de verovering van ‘s-Hertogenbosch door Frederik Hendrik, ten behoeve van de Papenbril, de dwangburcht die de katholieken in de stad in bedwang moest houden, de huidige Citadel. Met de verhuizing van het Carolus ziekenhuis naar de Herven kreeg het bordje daar een nieuwe plek. Vervolgens is het Jeroen Bosch Ziekenhuis ontstaan waar het Carolus voortaan deel van uitmaakte. Het bordje heeft cultuurhistorische waarde: een traditie wordt voortgezet en een stukje geschiedenis blijft levendig. De bedoeling is om bij het straatnaambordje een informatieplaquette te plaatsen. Overigens: Het straatnaambordje is in ons bezit en in goeie conditie. Kan iemand van de lezers van Bossche Kringen ons iets meer vertellen over het straatnaambordje De Plein? Wie heeft in het verleden initiatief genomen tot plaatsing en wanneer, waar stond het precies, wie heeft zich bemoeid met de verhuizing van het bordje? Waar heeft het toen gestaan? Heeft iemand nog andere relevante informatie? U kunt uw informatie kwijt via het redactieadres van Bossche Kringen: redactie@kringvrienden.nl. Nort Lammers

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Jac. Biemans*

Favorieten

1

Het Bossche Stuk van het Jaar! Wat is uw keuze? De verkiezing van het Stuk van het Jaar geeft een idee welke interessante, vreemde, mooie, spannende en bijzondere archief­stukken zich in de Nederlandse archiefinstellingen bevinden. Dit jaar is de tweede editie. Het Bossche Stadsarchief sluit aan bij het thema van de Maand van de Geschiedenis: Vriend & Vijand. Doe mee en stuur uw keuze voor ’s-Hertogenbosch in!

2

Vuur – Aantekening in de schepenlijst van 1584 over de brand in de SintJan in juli van dat jaar. De hoge middentoren brandde toen af. Later werd de brand door protestantse geschiedschrijvers toegeschreven aan het Te Deum dat de dag van de brand in de Sint-Jan gezongen zou zijn als dank voor de moord op Willem van Oranje (Straf van God). Hoogstwaarschijnlijk heeft zo’n dankzegging hier echter nooit plaats gevonden. (OSA 966)

Kies uw favoriet Dit najaar is de landelijke verkiezing. Het Stadsarchief ’s-Hertogenbosch houdt daaraan voorafgaand een voorverkiezing. Hier presenteren wij de vier stukken die door de medewerkers van het Stadsarchief zijn gekozen. Het thema Vriend & Vijand is daarbij ruim opgevat: niet alleen oorlog, maar ook water, vuur en liefde vallen immers binnen dit thema. Aan u de vraag om uw favoriet als Stuk van het Jaar voor ’s-Hertogenbosch te kiezen. Tot 15 augustus kunt u, met vermelding van uw naam en adresgegevens, uw keuze voor één Bosch stuk kenbaar maken via stadsarchief@s-hertogenbosch.nl.

Liefde – Briefje waarin een moeder uit Bree (huidige België) haar dochter in ’s-Hertogenbosch toestemming geeft om met de man van haar dromen in het huwelijk te treden en waarin zij haar dochter het allerbeste toewenst, 1747. (DTB 313)

* Jac. Biemans is medewerker Educatie en PR van het Stadsarchief

BOSSCHE KRINGEN

54

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


3

Water – Dat water behalve een vriend ook een vijand kan zijn, heeft ’s-Hertogenbosch eeuwenlang ondervonden. Op deze foto is de wateroverlast op de Parade na de overstroming van 1876 te zien. (HTA, R 0000501)

4

Vriendschap, liefde en hartelijkheid – In 1977 stond een kleine maar intrigerende advertentie in het Brabants Dagblad: Pam is jarig. Zij wordt 30. Gelegenheid tot feliciteren op zaterdag 15 oktober tussen 4 en 6 uur op het bankje voor V en D Den Bosch. Honderden mensen met cadeaus, waaronder de directie van V&D en De Kikvorschen, zouden die dag voor Pamela Brooks en ’s-Hertogenbosch tot een onvergetelijke happening maken. (Album Pamela Brooks)

BOSSCHE KRINGEN

55

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Tekst: Nik de Vries Foto’s: Ellie de Vries

Bibliotheek

Jheronimus Bosch: boeken en nog eens boeken… Waar ter wereld vind je een bibliotheek, helemaal gewijd aan de Bossche schilder Jheronimus Bosch? Juist, in zijn geboortestad ’s-Hertogenbosch. Om preciezer te zijn: het Jheronimus Bosch Art Center (JBAC) beschikt over een geweldige bibliotheek vol boeken, tijdschriften en losse artikelen over de schilder, zijn tijd en zijn omgeving.

Op een rustige ochtend brengen we een bezoek aan die bibliotheek We praten er met Jo Timmermans, een van de grondleggers van het JBAC, Hans Grootmeijer, Corrie van Dijk en Cocky en Ad van den Berg, allen vrijwilligers van het JBAC. Naast enthousiaste verhalen onthalen ze ons op bijzondere uitgaven, die moeiteloos tevoorschijn worden gehaald.

Opzet Toen het JBAC op papier steeds meer gestalte kreeg, werd meteen duidelijk dat er een bibliotheek bij moest komen. Het moest een literaire onderzoeksbibliotheek worden. Bij de totstandkoming hiervan waren ook prof. Jos Koldeweij en dr. Jan van Oudheusden nauw betrokken. Het plan was de bibliotheek langzaam op te bouwen. “Welke collecties moet je hebben?” was volgens Jo Timmermans een van de basisvragen. Als eerste werd de collectie van boekhandel Jheronimus gekocht door Jo en zijn partner Gerdie. Daarna werd het Bosch-archief van pater Gerlach in langdurige bruikleen toegevoegd. Diens kunstboekencollectie bevindt zich in de Brabantcollectie van de Universiteit Tilburg. Tot slot worden voortdurend boeken en artikelen aangekocht van over de hele wereld. Gerdie is hiervoor de verantwoordelijke persoon. “Er is continu een lijst van boeken die we nog missen. Gelukkig wordt deze steeds korter, maar daardoor wordt het ook steeds moeilijker iets nieuws tegen te komen,” weten Cocky en Ad te vertellen. Nog steeds gaan de vrijwilligers tijdens hun vakantie boekhandels af. “Het is verbazingwekkend, maar overal komen we Bosch tegen: in Singapore, in Auckland (Nieuw Zeeland), in China, in Japan,” voegt Hans toe.

Wetenschap

De bibliotheek van het Jheronimus Bosch Art Center is op afspraak te bezoeken. Dat kan op dinsdag en woensdag van 10 tot 13 uur. Een afspraak maakt u via bibliotheek@jheronimusbosch-artcenter.nl.

BOSSCHE KRINGEN

Al bij de oprichting van het JBAC is ook een wetenschappelijke raad van start gegaan. Hierin zitten J. Koldeweij (Radboud Universiteit Nijmegen), R. Hage (Stadsarchief ’s-Hertogenbosch), J. van Oudheusden (Universiteit Tilburg), A. van Bijsterveld (Universiteit Tilburg) en E. de Bruyn (kunsthistoricus en Boschdeskundige uit België). De leden van de raad toetsen geregeld de kwaliteit, ook van de bibliotheek. Ze bekijken in welke breedte en in welke diepte het JBAC moet gaan. Daarnaast is enkele jaren geleden het Bosch Research and Conservation Project (BRCP) van start gegaan. Het hoofddoel hiervan is het onderzoeken van alle werken van Jheronimus Bosch. Naast onderzoek ter plaatse is er bijvoorbeeld in juni in het JBAC een internationaal

56

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Een van de oudste boeken in de bibliotheek dateert uit 1631 congres geweest. Centrale vraag tijdens dit congres was: hoe gaan we om met het digitaal opslaan van de resultaten van dit soort projecten, bijvoorbeeld rond Jan van Eijck, Rembrandt en nu Jheronimus Bosch. Wetenschappers van over de hele wereld bogen zich over deze vraag. Congressen zijn ook belangrijk voor de bibliotheek, want tijdens zo’n congres komt er een wetenschappelijk netwerk binnen. Deze wetenschappers publiceren boeken en artikelen en dankzij dat netwerk komen deze publicaties ook in ’s-Hertogenbosch terecht. In 2012 is het meest recente congres geweest rond Bosch; het congresboek wordt momenteel geredigeerd en is begin oktober klaar. Het wordt gepresenteerd bij de lezing door prof. Ron Spronck, hoogleraar Jheronimus Bosch. Een wens van de bibliotheekmensen is het verwerken van beeld en geluid. “Het zou handig zijn als we daar een stagiair, thuis in de wereld van Bosch, voor konden vinden,” zegt Corrie.

Collectie Het oudste wetenschappelijke artikel dat in de bibliotheek te vinden is, dateert uit 1889 en is van de hand van Carl Justi. Het onderzoek naar Bosch staat dan nog in de kinderschoenen. Uit 1904 dateert het eerste boek over Bosch, geschreven door Paul Lafond. Het forse boek bevat vele zwart-wit illustraties van het werk van Bosch. In de bibliotheek van het JBAC bevinden zich nu 4830 titels van boeken of delen van boeken. Daarnaast vind je er 1460 tijdschriftartikelen en ruim 1700 krantenknipsels. Een van de oudste boeken in de bibliotheek dateert uit 1631. Het is een convoluut (een verzameling teksten in één band), waarin onder andere een Historia Rerum Silvaeducis van de hand van Heymanno Voicht is ingebonden, een zeldzaam geschiedenisboek over ’s-Hertogenbosch. Een andere opmerkelijke titel is Des Coninx Summe, een middeleeuws geschrift, dat mogelijk een

BOSSCHE KRINGEN

V.l.n.r. Hans Grootmeijer, Corrie van Dijk, Nik de Vries, Ad en Cocky van den Berg.

inspiratiebron is geweest voor Bosch bij het schilderen van de Zeven hoofdzonden op een tafelblad (het schilderij hangt in het Prado in Madrid). De heldere indeling van de bibliotheek gaat van Algemene boeken via Monografieën, Publicaties over een enkel werk van Bosch, Catalogi naar Kunstgeschiedenis, Tijdgenoten en navolgers van Bosch, Iconografie. Ook de Middeleeuwen vinden er een plaats, alsmede ’s-Hertogenbosch, Religie en Kinderboeken. Alle boeken et cetera zijn in de bibliotheek, die als leeszaal fungeert, voor studie ter inzage. Er worden geen boeken uitgeleend. De bibliotheekmedewerkers zijn bereid, om u bij het zoeken te adviseren. Gedigitaliseerde pagina’s kunnen op een meegebrachte stick worden meegegeven of - binnen de mogelijkheden van een bestandsgrootte - aan het opgegeven mailadres worden toegezonden.

Slot Wie komen er zoal in de bibliotheek. “Eerst en vooral zijn dat Bosch-deskundigen, studenten kunstgeschiedenis en specifiek geïnteresseerden,” zegt Cocky, “maar we hebben ook wel eens een moeder op bezoek gehad die materiaal zocht voor de spreekbeurt van haar zoontje. En vooral tijdens congressen krijgen we wetenschappers binnen.” We danken de mensen van het JBAC hartelijk voor de vriendelijke ontvangst en de openhartige antwoorden.

57

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Ad van Drunen*

Reconstructie

De stadskraan op de Vismarkt Reconstructie van de kraan uit 1826 De ijzeren loskraan aan de Handelskade was onderwerp van een artikel in Bossche Bladen 2013 nr. 1. Hoewel deze in 1864 opgerichte kraan in die tijd zeer modern was, heeft hij nog geen eeuw dienst gedaan. De houten voorgangers van deze kraan, op de hoek van de Smalle Haven en de Vismarkt, hielden soms nog korter stand. Op deze plek alleen al volgden in de negentiende eeuw drie loskranen elkaar in kort tijdsbestek op. Archiefonderzoek leert dat er meerdere ongelukken hebben plaatsgevonden. De technische rapporten hierover leveren een verrassend beeld op van de oude stadskranen aan de Vismarkt en leiden tot een reconstructie.

De kraan in de stad Goederentransport over de weg was tot in de negentiende eeuw door de zeer slechte of meestal geheel ontbrekende bestrating, uitermate moeizaam en tijdrovend. Zware goederen zoals bouwmaterialen en dranken, zoals wijn en bier werden daarom bijna altijd per schip vervoerd. Ook aan bederf onderhevige consumptiegoederen als vis moesten snel over water getransporteerd worden. Een goed functionerende stadskraan, nood­ zakelijk om de schepen te lossen, was dan ook van een niet te onderschatten belang voor de handel in de stad. In de directe omgeving van de stadskraan vestigden zich vis- en wijnhandelaren, kuipers, sjouwers en kruiers. Ook het personeel van de stadskraan, de kraanmeester en de zogenaamde ‘kraankinderen’, had er een onderkomen. Rondom de kraan was het een drukte van jewelste. Er moest ruimte zijn om te laden en te lossen en voor transport. De eerste stadshaven was gesitueerd bij de tolbrug over de Marktstroom, net binnen de eerste stadsmuur. Gezien de breedte en diepgang van het vaarwater was de plek slechts bereikbaar voor kleine schepen, zodat de vrachten beperkt van gewicht zullen zijn geweest. Een grote loskraan was daar niet nodig, hooguit een zogenaamde wipkraan, een in de grond gegraven paal waarop aan de bovenzijde een dwarsbalk draaibaar was bevestigd. Door aan de walkant de balk eenvoudig omlaag te trekken konden lasten gehesen worden.

BOSSCHE KRINGEN

De stadsmuur aan de westzijde van de stad is in de eerste helft van de veertiende eeuw gefaseerd uitgelegd, mogelijk in twee fasen.1 Buiten de poort in de eerste stadsmuur, ter plaatse van de huidige Visstraat, was in de oude stadsgracht al een geschikte plek voor een nieuwe haven ontstaan. Deze haven kwam bij de stadsuitbreiding binnen de beschermende nieuwe stadsmuur te liggen. Het is niet duidelijk of er toen al direct een loskraan is gebouwd, maar aangezien er veel grotere schepen met zwaardere lasten konden aanmeren, ligt het wel voor de Plattegrond van de Vismarkt, mogelijk uit 1634. ‘De craen’ staat als een rond element (twee tredraderen?) en een hijsbalk weergegeven op dezelfde plaats waar in 1826 de kraan uit dit artikel is gebouwd. Detail van ingekleurde pentekening. (Collectie: Stadsarchief)

58

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


De Vismarkt in 1827. Op de tekening is de stenen stadskraan te zien te midden van de viskramen. De kraan is minder hoog getekend dan hij in werkelijkheid geweest moet zijn. De diameter van de tredraderen bepaalde de hoogte van de kraan. De dakrand is voorzien van een kroonlijst met goot. Op de spits van het dak staat een fraaie piron. Detail van een tekening van de Kruisstraat door J. Jelgerhuis. (Collectie: Brabant-Collectie, Tilburg University)

hand. In 1435 is er sprake van een ‘ordonnantie van de craen binnen deser stad’ en Van Oudenhoven beweert dat er in 1442 een nieuwe kraan is opgericht. Deze vermeldingen zouden erop wijzen dat er al ver voor 1435 een stadskraan bestond en dit moet wel de kraan bij de Vismarkt zijn geweest.2 In het cijnsboek van 1520 wordt de ‘craen’ vermeld en in het cijnsboek van 1573 wordt deze nader aangeduid als ‘de craen aende Vischmerckt’. In laatstgenoemde cijnsboek is ook sprake van het nabij gelegen huis ‘Inden Craen’.3 Niet duidelijk is of dit het gildehuis van de kraankinderen was.

Een eeuwenoud model Hoe de middeleeuwse Bossche kraan er heeft uitgezien weten we niet. Er zijn geen afbeeldingen van bekend. Van oude stadskranen elders in het land zijn wel afbeel-

Plan van de Haven van ’s-Hertogenbosch in 1767 (detail) getekend door Hendrik Verhees. De kraan staat hier nog in zijn oude vorm met twee tredraderen waartussen het hijshuis. Het geheel is draaibaar om een verticale middenas. Opvallend zijn de grote raderen. De maat komt overeen met de raderen die in 1783 nieuw zijn gemaakt. (RU Leiden, collectie Bodel-Nijenhuis nr. P 6 N 23)

BOSSCHE KRINGEN

dingen bewaard.4 Het zijn grote houten constructies, bestaande uit een draaibaar middengedeelte met een hoog boven het straatpeil uitstekende lastarm en aan weerszijden een groot rad. In deze zogenaamde tredraderen liepen meerdere personen, de al genoemde kraankinderen, zodat het rad ging draaien en via een dik touw, de ‘reep’, een as in beweging gebracht werd waardoor een last kon worden gehesen.5 Dit hijssysteem is al door Vitruvius beschreven en kwam in de tweede helft van de dertiende eeuw voor het eerst in onze steden voor.6 Een dergelijke stadskraan is ook weergeven op een zestiende-eeuws schilderij uit Breda.7 Dit ’middeleeuwse’ type stadskraan bleef eeuwenlang in gebruik. Naast tredraderen werden ook wel grote met de hand bediende raderen toegepast. De in 1696 vernieuwde kraan van Breda bezat dergelijke raderen.8 In de loop van de achttiende eeuw zijn in meerdere steden de oude kranen vervangen. De draaibare houten kranen waren nogal instabiel en erg aan slijtage onderhevig. Zo is de kraan van Middelburg in 1744 vervangen door een vaste kraan met nog wel de traditionele tredraderen, maar met een vernuftig binnenhijswerk naar voorbeeld van de kranen in Dordrecht en Antwerpen.9 De tredraderen werden nu binnen een vast, niet draaibaar middengedeelte ondergebracht. Zo waren Kadastrale kaart van Den Bosch uit 1823 (detail). De kraan (een voorganger) staat hier als een cirkel weergegeven. De afstand tot de kademuur is iets kleiner dan bij de latere kraan. (Collectie: Stadsarchief)

59

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


meestertimmerman H. Fr. Hebben gesloopt, waaruit kan worden afgeleid dat het een houten kraan betrof. In een gespecificeerde rekening wordt Hebben ‘mr. molenmaker’ genoemd.16 Een belangrijke reden om voor het slopen een specialist te vragen, is dat de stad de houten onderdelen van de kraan opnieuw wilde gebruiken zodat een zorgvuldige demontage nodig was. De houten raderen en spaken van de kraan waren immers nog geen 40 jaar oud. Bij het ongeval in 1825 zijn ook drie natuurstenen ‘slagstijlen’ in het water gevallen, die eveneens door de noodkraan van meester Hebben zijn geborgen. Niet duidelijk is of deze natuurstenen tot de kraan behoorden of dat het de (te zware) last behelst.

ze beter beschermd tegen weer en wind, evenals het personeel op de kraan. Meerdere steden kregen in die tijd een nieuwe kraan met een vaste onderbouw en een draaibaar bovengedeelte, zeg maar een bovenkruier, vergelijkbaar met windmolens.

De kraan op oude kaarten De oudst bekende plattegrond van de Bossche kraan staat op een kaart van de Vismarkt, vermoedelijk uit 1634.10 De kraan is als een cirkel weergegeven met daar omheen een driehoek. De driehoek zou de kraanarm en de staartbalk kunnen zijn, de cirkel de onderbouw. De staartbalk wijst op een draaibare kraan. De cirkelvormige onderbouw komt niet voor op de kaart van de Haven uit 1767.11 De maker, landmeter Hendrik Verhees, geeft de kraan weer als een rechthoekig hijsgedeelte met aan weerszijden een tredrad. C. Martini schetste in 1772 op zijn ‘caert figuratief’ de kraan met een halfrond gebogen zijde en een vlakke zijde met twee tred­ raderen. Op de stadsplattegrond van J. Camp uit 1789 staat alleen een tredrad met een hefarm aangegeven. Uit deze stadsplattegronden kunnen we ons maar een beperkt beeld vormen van de opbouw van de kraan. Het was in ieder geval een kraan met aan weerszijden een tredrad en waarschijnlijk een laag draaipunt. Het lijkt dus nog het middeleeuwse type loskraan.

Een nieuwe kraan in 1826

Een ongevallenestafette Ongevallen in 1783 en 1786 waren aanleiding tot discussie over het vernieuwen van de kraan en/of het plaatsen van een wipkraan. In 1787 werd uiteindelijk op voorstel van de stadsarchitect Verhellouw een put onder de ‘gebroken’ kraan gemetseld die bedekt werd met eiken planken. Ook maakte molenmaker Van Lith twee nieuwe raderen.12 De oude kraan bleef zo gehandhaafd.13 A.J. van der Aa schrijft in zijn Aardrijkskundig Woordenboek dat deze kraan ‘van een gemakkelijk en bijzonder zamenstel was’.14 In 1831 zou deze echter na een verzakking van de kademuur zijn afgebroken. Vijf jaar eerder, op 23 maart 1825, vond er ook al een dergelijk ongeval plaats. Op die bewuste dag in 1825 verzakte en scheurde de kademuur waarbij de kraan geheel werd vernield. Er werd geen melding gemaakt van persoonlijk letsel, maar door het ‘vallen der kraan’ werd wel het aangemeerde schip van G. Damen beschadigd, waarvoor later een schadevergoeding werd toegekend.15 Zijn kennelijk gezonken vaartuig moest met een ter plaatse opgebouwde hulpkraan met touwen, blokken en een kaapstaander uit het water gehaald worden. De restanten van de kraan werden onmiddellijk na de ramp door

BOSSCHE KRINGEN

De oorzaak van het ongeluk moet echter niet gezocht worden bij de kraan, maar in het verzakken van de kade­muur ‘tussen de treetrappen van de Vismarkt’. Zowel de kraan als de kademuren moesten worden vernieuwd, zo besloot de stedelijke raad op 2 augustus 1825.17 Er was een plan met tekeningen gemaakt, en ook nog een bestek met voorwaarden. Het plan en de tekeningen zijn nog niet teruggevonden in het Stadsarchief. Uit de notulen van genoemde raadsvergadering blijkt dat in het ‘bestek en conditiën van aanbesteding’ sprake was van een gemetselde kraan. De raad wil namelijk wel een degelijke nieuwe kraan, want zo wordt vermeld: ‘dat voor de voorgedrage bouwing derzelve zoodanig zal worden zaamgesteld dat soortgelijke ongevallen als met de oude kraan heeft plaatsgehad voor het vervolg niet te duchten is’. De begroting van de bouwkosten is als bijlage bij de raadsstukken van 2 augustus 1825 gevoegd.18 Hieruit blijkt dat de twee tredraderen uit de oude kraan hergebruikt worden. Ze moeten wel gerepareerd worden. Er is sprake van een flinke hoeveelheid eikenhout (totaal ruim 15 m3), die niet alleen voor het herstel van de raderen nodig zal zijn geweest, maar ook voor het constructieve geraamte van de hijsinstallatie. De vloer wordt van dennenhout gemaakt evenals het dak, dat wordt gedekt met leien en afgewerkt met lood. Er komt een houten kroonlijst onder met goten. De begroting vermeldt verder acht schuifraampjes en een deur, inclusief kozijnen. De post voor ijzerwerk is aanzienlijk: gietijzer voor de spil, rollen en kragen en twee pond metaal voor twee ‘noten en een schijf’. Het ijzerwerk zal bestemd zijn voor de draaiende delen. Het was een ingewikkelde bouwopgave waaraan meerdere specialisten een bijdrage geleverd moeten hebben. Toch is het werk opgedragen aan meestermetselaar J.P. Zimmerman.19 Hij had in Den Bosch samen met J. Ekels een aannemers- annex trasmortelbedrijf.

60

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Technische tekening van de hijsinstallatie. Deze zeldzame tekening is teruggevonden in het archief van Rijkswaterstaat in het BHIC (toegangsnummer 262, inv.nr. 1149). Een bijbehorende tweede tekening ontbreekt helaas. Toch kon met behulp van de tekening en de bewaard gebleven begroting een reconstructie gemaakt worden van de stadskraan. De houten tredraderen zijn traditioneel. Ze zijn in 1783 vervaardigd en hergebruikt in de kraan van 1826. Het mechanisme om de hijsbalk te kruien is deels van ijzer gemaakt. De hijsbalk loopt taps toe en bezit in het midden en aan het eind een draaischijf. Er zijn geen contragewichten en een staartbalk weergegeven. Extra contragewichten waren nodig indien er zware lasten moesten worden gehesen. (Collectie: BHIC)

bij de viskramen een rond bouwwerk te zien. Dit moet de stadskraan zijn die, naar we uit de notulen en de begroting weten, van baksteen was. Het ronde bouwwerk heeft een verdieping met ramen, wat de vermelde acht schuiframen uit de begroting zullen zijn. Ook de beschreven kroonlijst van 80 gulden zien we op de tekening, net als het puntdak met op de punt een sierlijke piron met naar het lijkt een windwijzer. Uit het dak steekt een hefarm die voorzien is van een afdekking zodat het hijstouw, de ‘reep’, beschermd werd. Kort nadat Jelgershuis zijn tekening van de Haven maakte, vond er weer een ernstig ongeluk plaats. Zelfs in de Middelburgsche Courant wordt melding gemaakt van de ‘openrijting van den kaaimuur’ op 31 oktober van 1831. Men zal genoodzaakt zijn de nieuw gemetselde kraan af te breken, zo wordt aan het bericht toegevoegd.21 In het gemeenteverslag van dat jaar is onder het hoofdstuk Rampen en Onheilen in de marge het ongeluk ingevoegd. Het gemeentebestuur vroeg onmid-

Zij zullen de opdracht gekregen hebben, aangezien er veel metselwerk voor het herstel van de kademuren voorzien was. Het metselen van de bakstenen onderbouw van de kraan was bij hen in goede handen. Voor het timmerwerk, het loodgieters- en dakbedekkerswerk en het specialistische constructiewerk van de hijskraan zullen specialisten zijn ingeschakeld, zoals molenbouwer Hebben. We komen zijn naam en die van anderen echter niet meer tegen. Alle ramen, lijsten, deur en de raderen worden tot slot geschilderd. De totale bouwsom was begroot op f. 6450,90. In 1826 vond de (te late) oplevering plaats, maar aannemer Zimmerman hoefde de boete voor de overschrijding niet te betalen.20

De kraan uit 1826 gereconstrueerd Uit de begroting van de bouwkosten kunnen we ons maar moeilijk een voorstelling maken van de nieuwe kraan. Er is één tekening van de Vismarkt bekend, vermoedelijk door J. Jelgershuis in 1827 getekend vanuit de Kruisstraat. Op de wat vage achtergrond is

BOSSCHE KRINGEN

61

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


dellijk een inspectie aan bij Waterstaat. Nog dezelfde dag bezocht een delegatie deskundigen de plek van de ramp en zij rapporteerde per omgaande.22 Uit een onderzoeksrapport uit 1833 van Waterstaat blijkt dat niet de kraan, maar de grond achter de kademuur de oorzaak was.23 Waterstaat adviseerde om de muur af te breken en deze op de oude of een geheel nieuwe fundering te herbouwen. Daarbij zou het ‘wellicht noodzakelijk zijn om dit gedeelte kaaimuur in verband te brengen met een eventueel nieuw op te rigten kraan’. In het rapport is een ongedateerde constructietekening van de Bossche loskraan opgenomen. Mogelijk is dit de tekening waarvan in de raadsvergadering van 2 augustus 1825 sprake is en die bij de stukken van die vergadering ontbreekt. De afzonderlijke details en doorsneden hebben op de tekening een eigen nummer gekregen. Een aantal nummers ontbreekt echter, zodat we moeten concluderen dat er nog een tweede tekening moet zijn geweest. In een afwijkend handschrift staat Buitenaanzicht van de 3D-reconstructietekening van de stadskraan uit 1826. De vaste ronde stenen onderbouw draagt een draaibare ronde kap met hijsbalk. De hijsbalk is voorzien van een afdak ter bescherming van het hijstouw, de ‘reep’. In het bovengedeelte van de romp zijn acht schuiframen aangebracht. Waarschijnlijk was hier het kantoor van de kraanmeester. Het bedienend personeel, het gilde van de ‘kraankinderen’ had een eigen gildehuis aan de Smalle Haven. Daar was ook de paardenstal. (Computertekening door Jan Viguurs, BAM)

BOSSCHE KRINGEN

er op vermeld: Tekening van het werktuigelijke van de kraan aan de haven te ’s Bosch, later vervallen door het inzakken van de kademuur. Het is niet bekend of deze tekst in 1825 of in 1833 onder de tekening is gezet. Hoe dan ook, het lijkt er op dat de kraan zo’n vijf jaar na de bouw weer moest worden afgebroken, precies zoals Van der Aa in zijn Aardrijkskundig woordenboek vermeldt. Het is niet duidelijk of de kraan is herbouwd of dat er een geheel nieuwe kraan is gebouwd, want in de archieven zijn geen gegevens aangetroffen over herstel of nieuwbouw in 1831-32.24 Aangezien Waterstaat in het proces-verbaal uit 1831 slechts spreekt van zakking en beschadiging van de kraan en vermeldt dat ‘De bouwing der kraan in geen [geval] als oorzaak…’ gezien moet worden, mogen we aannemen dat de kraan kon worden opgelapt. Doorzichtige 3D-reconstructietekening van de stadskraan uit 1826. De bakstenen romp en het dak zijn doorzichtig weergegeven. Binnenin is de houten hijsinstallatie zichtbaar met de hergebruikte tredraderen. Het dak met de hijsbalk kon op de vaste stenen romp draaien. Deze ongebruikelijke constructie is afkomstig uit de molenbouw: een zogenaamde ‘bovenkruier’. De kraan is door de molenbouwer Hebben gebouwd. De oudere, achttiende-eeuwse tredraderen zijn eveneens door een molenbouwer, Van Lith uit het Maasland, gemaakt. De constructie is niet echt geschikt voor het hijsen van lasten. Door aan een touw te trekken dat aan de last bevestigd was, kon het bovenste gedeelte van de kraan gedraaid worden. Daarbij kon gebruik gemaakt worden van een trekpaard. (Computertekening door Jan Viguurs, BAM)

62

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


De constructietekening die in het archief van Waterstaat is aangetroffen helpt ons wel bij de reconstructie van de noodlottige, slechts vijf jaar oude kraan. De draaibare onderdelen worden zeer gedetailleerd weergegeven. De twee tredraderen, die afkomstig zijn van de voorganger, zijn een beetje scheef gemonteerd in een ronde bakstenen romp. Een zware houten constructie waarin de beide tredraderen zijn opgehangen zal op de begane grond zijn geplaatst. Bovenop de stenen onderbouw is een houten draaischijf waaraan de hefarm gemonteerd is. Tot in de kleinste details zijn de draaiwielen en draaipunten getekend. Diverse onderdelen die in de begroting worden beschreven, zijn op de tekening weergegeven en met deze gegevens is een driedimensionale reconstructie gemaakt.25

Het einde van de loskraan aan de Vismarkt In 1839 zijn de problemen met de kademuren nog steeds niet naar behoren opgelost en Waterstaat stelt wederom een rapport op. In de inleiding staat dat er geen melding zal worden gemaakt van de ontzette muur aan de oostzijde van de haven ter plaatse aldaar de kraan heeft gestaan…. In het Stadsarchief zijn zoals gezegd geen gegevens over herstel of nieuwbouw in de jaren tussen 1831 en 1839 aangetroffen. We kunnen hieruit afleiden dat de kraan uit 1826 kort na 1831 is opgelapt en verplaatst naar een veiliger deel van de kade, hoewel daar geen rekeningen van zijn teruggevonden.26 In 1841 neemt de gemeenteraad de beslissing om de kademuren te herstellen. Eerst komt de westzijde (Brede Haven) aan de beurt en het jaar daarop de oostzijde, waar ook de kraan staat. Voor het jaar 1841 is men voornemens een nieuwe kraan te bouwen en kennelijk voldoet de (verplaatste?) loskraan niet meer.27 In de volgende jaren wordt echter niets meer vernomen over de nieuwbouwplannen. Als er in 1850 weer de nodige reparaties aan de kraan moeten worden uitgevoerd is dit aanleiding voor het ontwikkelen van een plan voor een geheel nieuwe ijzeren loskraan. De Kamer van Koophandel stuurde een ‘missive nopens de bekwaamheid der daar te stellen loskraan en aangaande de plaatsing derzelve’ aan het stadsbestuur.28 Een kraan van 3000 kilogram zou volstaan, maar niet op de plaats waar de huidige kraan staat. Een betere plaats zou de Vismarkt zijn, alwaar de vroegere kraan stond. Hiermee wordt bevestigd dat de kraan uit 1826 niet precies op de plaats van de oudere (middeleeuwse) kraan was gebouwd. De Kamer van Koophandel geeft in de brief ook ter overweging om de kraan meer noordwaarts bij de Boombrug op te stellen,

BOSSCHE KRINGEN

dit met het oog op een eventuele demping van een deel van de haven. Deze discussie zou nog enige tijd duren, totdat er in 1851 werd besloten tot de vervanging van de stenen kraan door een ijzeren kraan aan de Vismarkt.29 Op een litho uit 1860 staat deze nieuwe ijzeren kraan afgebeeld.30 Waarschijnlijk is het dezelfde lichte constructie met windwerk en giek die op foto´s uit omstreeks 1900 staat afgebeeld. Ook met deze kraan ging er van alles mis. In 1855 vond er weer een ongeluk plaats en in 1864 brak de ketting.31 De komst van de zware gebogen ijzeren Fairbairnkraan aan de Handelskade bood vanaf dat jaar gelukkig uitkomst. De stadskraan aan de Vismarkt rekte zijn leven tot het einde van de negentiende eeuw. Door de vestiging en snelle uitbreiding van de fabriek van De Gruyter aan de Smalle Haven werd de stedelijke losplaats echter praktisch onbereikbaar voor schepen en kort na 1900 verdween de stadskraan dan ook voorgoed van de Vismarkt. * Ad van Drunen is oud-bouwhistoricus van de gemeente ’s-Hertogenbosch Noten 1 E. Nijhof, ‘Nieuws van de BAM’, in: Bossche Bladen, jrg. 4 (2008) 152-154. 2 In 1435 wordt het tarief voor het ‘kraangeld’ vastgesteld in de ‘ordinancie van de craen bynnen deser stat’: N.H.L. van den Heuvel, De Ambachtsgilden van ’s-Hertogenbosch voor 1629, Rechtsbronnen (Utrecht 1946) nr. 49. Zie ook: Pieter van Os, Geschiedenis van ’s-Hertogenbosch en Brabant van Adam tot 1532 fol. 178v (uitgave Den Haag 1997). Van Oudenhoven bericht dat de kraan in 1442 is opgericht. Zie: J. van Oudenhoven (1649) 17. 3 A. van Drunen, ’s-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle/Zeist 2006) 460 en 475. 4 Op de kaarten uit de atlas van De Wit (uitgave 1698, facsimile 2012) zien we dat bijna alle grote steden die aan bevaarbaar water lagen een houten hijskraan bezaten. Enkele steden hadden een kraan op een vaste stenen onderbouw. Het draaipunt zat hier bovenin de kraan. Kleinere steden hadden slechts een of twee wipkranen. 5 In het Middelnederlandsch handwoordenboek van J. Verdam (’s-Gravenhage 1932) wordt ‘craenkint’ omschreven als: ‘werkman of sjouwerman...’. 6 Vitruvius, De Architectura X, cap. II.5. G. Binding, Baubetrieb im Mittelalter (Darmstad 1993) 407. 7 Atlas van de Nederlandse marktsteden (Amsterdam, Utrecht/Antwerpen 1985)180–181. 8 Van deze kraan zijn enkele afbeeldingen en een beschrijving bewaard gebleven. De kraan zelf is in 1864 gesloopt en niet meer vervangen. Zie: F.F.X. Cerutti e.a., Geschiedenis van Breda, deel 1 (Tilburg 1952). 9 De kraan werd ontworpen door stadsarchitect Jan de Munck. Zie Sanderse (1995), 117-119 en 129. 10 Stadsarchief ’s-Hertogenbosch (SAH), Hist. Top. Atlas rec.nr. 54620, vermoedelijk behorende bij Charterverzameling Sassen, inv. nr. 989. 11 Collectie Bodel Nijenhuis, Universiteitsbibliotheek Leiden nr. P 6 N 23. 12 SAH, OSA inv.nr. 4406, Commissie van Beleiden, Notulen 1783 t/m 1787. In 1783 zakt op 25 april een deel van de straat naast de kraan in door het instorten van kelders. Er ontstaat in dat jaar een discussie over de kwaliteit van de raderen van de kraan. Molenmaker Van Lith adviseert om een geheel nieuw rad te maken, temeer daar de reserve vellingstukken al jaren in het magazijn lagen en daardoor te hard geworden waren om te bewerken. Hij krijgt opdracht twee nieuwe raderen te maken. Niet duidelijk is of deze in de kraan zijn gemonteerd of in reserve bleven. 13 Op 25 april 1786 breekt de kraan van zijn onderbouw en valt op een schip. Voorgesteld wordt om nu toch een nieuwe kraan te maken, en ook een wipkraan, maar het is niet duidelijk of deze kleine kraan wel geplaatst is aangezien hier geen verdere archiefstukken van zijn teruggevonden. In 1828 wordt een wipkraan, die de nieuwe stadskraan hinderde, verwijderd. SAH, Nieuw Stadsarchief (NSA) inv.nr. 9, Notulen van de raad 4 maart 1828. 14 A.J. van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden (Gorinchem 1844), deel 5, 481. 15 SAH, NSA, inv.nr. 2858, Bijlagen stadsrekening 28-4-1825. 16 SAH, NSA, inv.nr. 2859, 10-10-1825 en 11-10-1825. 17 SAH, NSA, inv.nr. 8, Notulen van de stedelijke raad 2-8-1825. 18 SAH, NSA, inv.nr. 592, Ingekomen stukken. 19 SAH, NSA inv.nr. 8, Notulen van de stedelijke raad 29-8-1825. 20 SAH, NSA, inv.nr. 8, Notulen van de stedelijke raad 28-1-1826 en 3-3-1826. 21 Middelburgsche Courant 3 november 1831. Er wordt bij vermeld dat dit het derde ongeluk is in ongeveer veertig jaar. 22 SAH, NSA inv.nr. 309, Gemeenteverslag 1831, Bijlagen bij de raadsverslagen 28-10-1831. 23 BHIC, toegangsnummer 262, inv.nr. 1149, Correspondentie Rijkswaterstaat. Met dank aan de heer B. Geerts, die mij op deze bron attendeerde. 24 In de jaren erna komt de kraan wel steeds in de notulen van de raad en de gemeenteverslagen voor in verband met het kraangeld en de kraanmeester. 25 De 3d-reconstructie is gemaakt door Jan Viguurs (BAM). 26 In de verslagen van de gemeenteraad d.d. 10-9-1832 is sprake van provisorische maatregelen aan de kademuren. Mogelijk is hierin ook de kraan opgenomen. 27 SAH, NSA inv.nrs. 317 (1839) en 318 (1840), Gemeenteverslagen. 28 SAH, NSA inv.nr. 19, Notulen stedelijke raad 17-4-1851 met verwijzing naar brief van 6-2-1851. 29 SAH, NSA inv.nr. 19, Notulen van de stedelijke raad 25-8-1851 (f217v) en 18-9-1851 (f232). 30 Litho G.A. Bos 1860. 31 SAH, NSA inv.nr. 22, Notulen van de stedelijke raad 4-12-1855. De kraanmeester wordt geschorst.

63

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Tekst: Wim van der Ven Foto’s: Ellie de Vries

Groen

Monumentale bomen binnen de vesting

Helaas, het bos van de hertog is er niet meer. De geschiedenis van ’s-Hertogenbosch is echter historisch verbonden met het bos. U vindt deze historie ook terug in het wapen van de stad. Er wordt veraondersteld dat hier twee lindebomen zijn afgebeeld. Dit zou zeker kunnen gezien de bladvorm. En zo maken we snel de sprong naar een beschouwing over bomen in het algemeen en speciaal over de bomen binnen en op de vesting. Met soms een klein uitstapje erbuiten. Waarom zijn bomen zo belangrijk in de stad? Ze dragen in hoge mate bij aan de zuurstofproductie in de stadsomgeving, geven schaduw en sfeer, het zijn bakens van herken‑ ning (bijvoorbeeld de zilver es‑ doorns langs de Zuid Willemsvaart). In de stad zijn het groene elementen die rust geven en de uitstraling van kale en koude stenen doorbreken (bijvoorbeeld de geelbloeiende paardenkastanje bij de Grote Kerk in de Kerkstraat). Uit verschillende on‑ derzoeken is gebleken dat mensen zich gelukkiger voelen en zich socia‑ ler gedragen in een groene omge‑ ving. We voelen ons ook veiliger bij bomen. In een groene omgeving is het onroerend goed meer waard.

Paardenkastanje Bastion Sint-Anthonie.

Oude bomen In de historie zijn vele sagen en my‑ then ontstaan en hebben mensen hier concreet mee geleefd. De eik werd als een god vereerd, de beuk werd in verband gebracht met het nieuwe licht, het nieuwe leven en is ook gewijd aan de Germaanse oppergod Wodan. De oude bomen zijn als monumenten die - als ze konden praten - span‑ nende verhalen konden vertellen

Rode beuk Museumtuin.

BOSSCHE KRINGEN

64

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


over wat ze gezien, gehoord en meegemaakt hebben. Denk aan de bomen die het oorlogsgeweld gezien hebben op Bastion Sint-Anthonie, maar dezelfde bomen zullen ook vrolijke en romantische verhalen kunnen vertellen. Oude bomen zijn indrukwekkend. Kijk naar hun stammen (bij acacia’s op Bastion Oranje en in de Bere‑ wouthof), raak ze aan en voel, ga er naast staan en kijk omhoog. Kijk naar hun takken als machtige armen en kandelaren aan de stam ( bij paardenkastanjes en platanen). Voordat ik tot een meer specifieke beschrijving overga, wil ik u eerst wat vragen voorleggen om ‘er in’ te komen. De antwoorden vindt u onderaan het artikel. 1. Wat is de oudste boom van ’s-Hertogenbosch? 2. Wat is de oudste boom binnen de vesting? 3. Wat is de hoogste boom binnen de vesting? 4. Welke soort boom stond er vroeger op de Parklaan, de Spin‑ huiswal en de Zuidwal? 5. Waar staat de grootste linde binnen de vesting? Welke soort linde? Ik vervolg met een beschrijving van plaatsen binnen de vesting waar markante bomen staan, zonder ge‑ heel volledig te kunnen zijn. Ik noem zoveel mogelijk de geschatte leeftijd van de bomen. Helaas ontbreekt het vaak aan gegevens wanneer deze bo‑ men exact aangeplant zijn. En als we het over de historie hebben, schrijven we vooral over de recente historie. De oudste bomen zijn immers zo’n 150 jaar oud.

Weichselboom Parklaan.

BOSSCHE KRINGEN

65

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Deze eenling op de Muntelwal heeft alles overleefd en moet minstens 100 jaar oud zijn.

Stadsparkje en tuin Mariënburg

Esdoorn Bastion Oranje.

Museumtuin

Jeroen Boschtuin

De grote blikvanger hier is de rode of bruine beuk (Fagus sylvatica ‘Atropunicea’). Misschien is dit wel de oudste boom in de binnenstad met een geschatte leeftijd van 150 à 175 jaar oud. Een machtige boom met een machtig brede stamvoet. Verder staan hier een tulpenboom (Liriodendron tulipiferum), een zomereik (Quercus robur), een groenbladige beuk (Fagus sylvatica) en nog wat esdoorns en essen.

Hier staat een oude notenboom (Juglans regia) van 90 tot 100 jaar oud. Overige monumentale bomen: een esdoorn (Acer Pseudoplata‑ nus) een oude eik (Quercus robur), paardenkastanjes en een Holland‑ se linde (Tilia europaea).

De Diezetuin van het Stadskantoor Hier staat een oude paardenkas‑ tanje (Aesculus hippocastanum). De boom is naar schatting 80 tot 100 jaar oud. In de vesting staan talrijke monumentale paarden‑ kastanjes. Ze werden aangeplant vanwege de sierwaarde, ze bloeien immers mooi en ze hebben prima groeieigenschappen in een stedelij‑ ke omgeving. Soms kunnen ze hon‑ derden jaren oud worden. Bijzonder jammer is dat zo’n tien jaar geleden een dodelijke ziekte de soort heeft aangetast. Het is de bloedingsziek‑ te, die roestbruine vochtige plekken op de stam veroorzaakt die gaan bloeden. Bijna altijd is de ziekte dodelijk.

Op de heuvel van de Citadel Hier staat de bekende Wilhelmi‑ naboom, een linde (Tilia europaea ‘Koningslinde”!). Van deze boom is wel exact bekend wanneer deze is geplant: 1898, intussen dus 116 jaar oud. Het is een markant punt. Op het bastion heb je een mooi uitzicht over de directe omgeving. Linde‑ bomen werden en worden meestal gebruikt als herdenkingsboom. Het zijn duurzame bomen die lang kunnen leven.

Muntelwal Hier staat een oude iep, die hoog boven de rest van de rij bomen uittorent. Een machtige boom. De gemeente noemt deze boom in haar overzicht van monumentale bo‑ men van ’geen cultuurhistorische waarde’. Daar ben ik het zeer mee oneens. In de vesting stonden vroe‑ ger veel iepen. Het was een sterke overlever, tot de iepziekte uitbrak.

BOSSCHE KRINGEN

66

Hier staat de bekende mammoet‑ boom (Sequoiadendron giganteum), die hier zo’n 80 jaar oud is. In Ne‑ derland een vrij zeldzaam soort, die hier heel langzaam groeit. Bijzon‑ der in dit parkje zijn ook: de treures (Fraxinus excelsior ‘Pendula’), de prieeliep (De Ulmus glabra ‘Pendu‑ la’) en de oude venijnboom (Taxus baccata). In de gesloten tuin vinden we een heel mooie berceau van peren‑ bomen. En verder staat hier de waarschijnlijkst dikste boom van de vesting, een plataan. De boom torent boven alles uit. Ook als je in de stad loopt, is hij zichtbaar en zeer opvallend. Hoewel nergens beschreven moet deze boom toch zo’n 150 jaar oud zijn. Ook staat hier heel bijzonder een oude duivels‑ wandelstok als boomstruik (de Aralea elata).

Casinotuin Als ik dit schrijf, kunnen we niet in de tuin. Treurig om te zien wat er overhoop gehaald wordt. Blijven de bomen wel goed? Oude markante bomen zijn hier: de rode beuk of bruine beuk, de wat smalle maar hoge paardenkastanje, de groene treurbeuk, de verschillende eiken en de diverse esdoorns.

Bastion Vught De oude bomen zijn hier de plataan (Planus hispanica), de linde (Tilia europaea) en de Acer saccharinum (zilveresdoorn). Fraaie grote bomen die als wachters op het bastion staan. De laatste soort komen we op verschillende plaatsen tegen in en net buiten de vesting. Het zijn de bomen die de westzijde van de Van

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


der Does de Willeboissingel mar‑ keren en ook de bomen die de Zuid Willemsvaart begeleiden. Machtige rijen die met hun voeten zich breed maken.

De Parklaan Deze boom moet beslist genoemd worden. Het is een van de meest bekende bomen van de vesting. Het is een weichselboom(Prunus ma‑ haleb). Geheel schuin gegroeid over de muur van de wal. Een bijzonder exemplaar omdat het eigenlijk geen boomvorm is, maar van nature een struikvorm. Ook zijn leeftijd is uniek voor de soort, geschat wordt zeker 100 jaar. Op oud fotomateri‑ aal is de boom al te zien. De boom is voorheen weggedrukt door be‑ staande bomenrijen en is naar het licht toe gegroeid.

Bastion Oranje Hier staan vooral oude esdoorns, waarvan centraal één hele oude en forse, die meer dan 100 jaar oud is. Verder platanen, acacia’s, een linde en een eik. Let op de stam van de acacia, diep gegroefd en daarom alleen al een plaatje.

Hekellaan Bij het voormalig monument Henry Bakker steekt de plataan boven alles uit ook omdat deze al hoog staat natuurlijk. Gelukkig kon de boom ondanks de werkzaamheden voor de nieuwe parkeergarage gehandhaafd blijven. In het Baselaarpark/Bastion Ba‑ selaar zien we een paar bijzondere soorten. We zien hier een honing‑ boom (Sophora japonica). Het is een geveerd bladige boom met wit‑ te bloemen van zo’n 100 jaar oud. Verder een Kolchische esdoorn (Acer Cappadocicum) van zo‘n 90 jaar oud, heel bijzonder! Sequoia tuin Mariënburg.

BOSSCHE KRINGEN

67

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Zilverlinde bij Sint-Jan.

Op Bastion Sint-Anthonie zien we nogal wat paarden‑ kastanjes. Boven het rugbyveld vinden we een oude bontbladige esdoorn en wat verderop een oude zil‑ verlinde. Op het bastion een flinke oude jongen: een groene beuk, met een machtig brede voet. Let ook op de oude plataan die wat verder staat. Het is sowieso opvallend dat de zuidzijde van de vesting gemarkeerd wordt door platanen. Naar de reden kunnen we slechts gissen. Zeker is dat ze hier meer beschut staan tegen sterke noordenwinden.

Boom

Slot

Mijn vingertoppen raken haar gebied, gaan langs haar naam, het half verweerde hart. Ik maak me van je los, zo vreemd verward, zoveel nog hier, alleen wij samen niet.

Ik heb mijn handen om jouw schors gelegd en zacht bevoeld, zoals een blinde tast. De diepe barsten in jouw bast betast, het braille dat op stam is ingelegd. Een oud verhaal dat hier geschreven staat, hiërogliefen uit een verre tijd. Zo zorg’loos ooit de liefdesgod gewijd; van altijd zomer spreekt dit stil dictaat.

Met wat bomen op het Sint-Janskerkhof en bij de SintJan wil ik afsluiten. De zilverlinde aan de Hinthamerstraatzijde. Het is een Tilia tomentosa. De Nederlandse naam is een verwij‑ zing naar de zilverachtige kleur van de onderzijde van het blad. Ik schat de boom op zo ‘n 90-100 jaar. Verder staat hier een groene treurbeuk, een geheel vervormde esdoorn, een zilveresdoorn en net bui‑ ten het hek een opvallend laag vertakte grote, brede plataan, waarvan sommige zeggen dat deze boom 150 jaar oud is. En in de Clarastraat tegen het hof aan, staat een paardenkastanje die vruchten draagt.

Bronnen: De Grote Groengids Het Bomenboek Bomen en mensen cubra.nl denbosch-cultuurstad.com brabantbekijken.nl wereldboom.nl brabantsdagblad.nl monumentalebomen.nl bastionoranje.nl s-hertogenbosch.nl/monumentale bomen Antwoorden: 1.Deze staat in de wijk Overlaet in Rosmalen. De boom is zo’n 250 jaar oud. 2.Zeer waarschijnlijk de rode beuk in de Museumtuin, die naar schatting 150-175 jaar oud is. 3.Volgens mij is dat de plataan in de besloten tuin van de Mariënburg. Ik schat deze op zo’n 30 meter. 4.De iep. 5.De zilverlinde bij de Sint-Jan.

Helemaal tot slot wil ik met een ode aan ‘de boom’ afronden, een gedicht van Atze van Wieren. Het is bekroond met de Poëzieprijs 2000 en met de Publieksprijs 100 jaar Sonsbeek.

BOSSCHE KRINGEN

68

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Tekst en foto’s: Ed Hupkens

Kleine kunst

Een chronogram is een tekst, die behalve een historisch feit, gedenkwaardige gebeurtenis of een bepaalde gedachte, tevens een jaartal verbergt. Dat jaartal kan men ontdekken door de getalwaarden van de in de tekst voorkomende Romeinse cijferletters gewoon op te tellen. In het meinummer van Bossche Kringen staat het eerste, algemene deel over het chronogram. In dit tweede deel komt een aantal Bossche chronogrammen aan bod.

In woord en tijd: Bossche 2 chronogrammen Stichtingsjaar ’s-Hertogenbosch Het antwoord op de vraag wanneer en door wie de stad ’s-Hertogenbosch is gesticht, leidde in de jaren tachtig van de 19de eeuw tot felle discussies. Onder meer de rechtsgeleerden Van Uytven en Camps en de Bossche archivaris Jan Hezenmans voerden een felle pennenstrijd over de vraag of het eeuwfeest in 1884, 1885 of 1894 moest plaatsvinden. Centraal in het discours stond het 16de-eeuwse chronogram godefrIdVs dVX e sILVa feCIt oppIdVM, Nederlandse tekst: ‘hertog Godfried heeft van het bos een stad gemaakt’. Als je in het chronogram de rode kapitalen optelt kom je op het getal 1184, dat naar het stichtingsjaar zou verwijzen. Historisch bewijs ontlenen aan dit chronogram lijkt riskant, omdat we hier te maken hebben met een retrospectief chronogram. We weten niet echt of Godfried III, graaf van Leuven, of zijn zoon Hendrik I, de eerste hertog van Brabant, ’s-Hertogenbosch de eerste stadsrechten heeft verleend. Het precieze stichtingsjaar is evenmin bekend, waarschijnlijk is dat tussen 1184 en 1195 geweest. De gemeente ’s-Hertogenbosch houdt als officieel stichtingsjaar 1185 aan. Dit Bossche chronogram komt voor in de Oorkondenboeken van Noord-Brabant tot 1312. Het chronogram is ook opgenomen in de Antiquitates Belgicae van J.B. Grammaye uit 1708. Deze Vlaamse geschiedschrijver vermeldt, dat het chronogram vroeger op de gevel van het stadhuis van ‘s-Hertogenbosch heeft gestaan.

Stadsbrand van 1463

Het chronogram naast het Vondelingenhuis in de Clarastraat.

BOSSCHE KRINGEN

69

Op 13 juni 1463 breekt in het huis De Grote Ketel aan de Verwersstraat 39 een brand uit. Het vuur verspreidt zich razendsnel en legt grote delen van de stad in de as. Onder de honderden huizen die door de vlammen verteerd worden, zijn een deel van het stadhuis (stadsarchieven) en het klooster van de minderbroeders. Tengevolge van deze stadsbrand verbiedt het stadsbestuur de bouw van huizen met daken van stro of riet. Van de overige huizen moeten binnen tien jaar het riet of stro vervangen zijn door lei of te-

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


gels. De gebeurtenis zelf is door een onbekende tijdgenoot vereeuwigd via het volgende jaarvers: tInCtor aCCendIt LUMen In bUsco, in het Nederlands: ‘de verwer stak het vuur in Den Bosch aan’. Opgeteld komen de rode hoofdletters uit op het getal 1463, het jaar van de grote stadsbrand.

Chronogram CLeMentIs ChrIstI sVbsIDIo met stichtingsjaar 1760.

Bouwjaar Kruithuis De vestingbouwer Jan van der Weeghen (ca. 1560 – 1642) is tijdens en vlak na het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) op veel manieren actief geweest om de vesting ‘s-Hertogenbosch te verbeteren en te verstevigen. Hij is vooral bekend geworden door zijn ontwerp van het Kruithuis, dat gebouwd is tussen 1618 en 1621. Op een stuk grond van het voormalige Geertruiklooster is het Kruithuis opgericht. Het grondplan van het complex, ontworpen om buskruit veilig te bewaren, is een gelijkmatige zeshoek. Het geheel was omgeven door een gracht met een valbrug, waarover men door een poort in het Kruithuis kwam. Beneden die toegangspoort bevond zich aan de zijde van de gracht een blauwe steen, waarin het volgende chronogram was gehouwen: DorMI Vt eXergIs CarIs, in het Nederlands: ‘Slaap om te ontwaken’. De kapitalen vormen opgeteld het getal 1618, het jaar waarin met de bouw werd gestart. In 1769 werd de gracht gedempt en de brug afgebroken. De steen met chronogram is daarna zoekgeraakt.

lijkstatie. In de stoet bevonden zich praalwagens met mythologische figuren, inheemse en uitheemse dieren zoals paarden, een hert, kameel, olifant, adelaar en neushoorn. Op plakkaten en borden werd een groot aantal spreuken en leuzen meegevoerd, waaronder enkele jaarverzen. Elk van die chronogrammen vermeldde, naast een tekst die iets te maken had met de dood van Albrecht van Oostenrijk, steeds het getal 1621, het jaar van overlijden. Een kameel droeg de volgende tekst: regItVr fatIs MortaLe genVs / et stabILe sIbI sponDere neqVIt, in het Nederlands: ‘het menselijk geslacht wordt door het noodlot bestierd / en kan zich niets standvastigs beloven’. Een op een wagen geplaatst tabernakel was rondom met de volgende tekst gesierd: seVera nobIs fata rapVerVnt DVCeM, in het Nederlands: ‘de harde

Op plakkaten en borden werd een groot aantal spreuken en leuzen meegevoerd, waaronder enkele jaarverzen Plechtige uitvaart Albrecht van Oostenrijk, hertog van Brabant, stierf op 13 juli 1621. In die tijd was het de gewoonte, dat in de vier hoofdsteden van het hertogdom een plechtige rouwdienst gehouden werd. De uitvaartplechtigheid in ’s-Hertogenbosch vond op 12 september 1621 plaats. Kroniekschrijver Johan van Heurn geeft in zijn vierdelige Historie der stad en Meyerye van ’s-Hertogenbosch (1776) een uitgebreide beschrijving van de lange

BOSSCHE KRINGEN

noodlotten hebben ons de hertog ontrukt’. Achter op diezelfde wagen was deze tekst: gaVDebIt VIta MeLIorI aLbertVs In astrIs, in het Nederlands: ‘Albrecht zal een beter leven in de hemel hebben’. Dit is een voorbeeld van een excellent chronogram, in elk woord zit minimaal één Romeinse cijferletter. Een olifant droeg een marmeren graftombe. Bovenuit de tombe vloog een dubbele adelaar met de aartshertogelijke wapenen om de hals en het volgende chronogram: non MortaLe

70

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Chronogram haeC CoLonIensIs bVrsa DathonoreM VrbI, stichtingsjaar 1763.

Thoorenstraet, over den Roostel, neffens die trouwdeure, buyten om de kercke inde schoole”. De plechtige uitvaart werd door de stad bekostigd: 3083 gulden, twee stuivers en vier penningen. De chronogrammen en andere verzen werden door de jezuïeten gecomponeerd, waarvoor ze 100 gulden kregen.

Concordaat van 1827

petIt DIgnVs IoVI faLIt sangVIs, vertaald: ‘het bloed dat Jupiter waardig is, zoekt geenszins het sterfelijke, maar haast zich naar boven’. Op een praalwagen was de berg Parnassus (toegewijd aan de god Apollo en de muzen) afgebeeld, die getooid was met drie chronogrammen. Het eerste: DVCIs, heVs! fVnebre fatVM, of: ‘Helaas! De noodlottige lijkstatie van de hertog’. De tweede tekst: fata o feVera! fertIs heV, nostrVM DeCVs, in het Nederlands: ‘ O droevige noodlotten draagt gij haast ons sieraad weg’. Het derde chronogram: tVne ergo DUX Magene IaCes, vertaald: ‘grote hertog ligt gij dan ter neder’. In de Sint-Jan waren het hoogkoor en het oksaal met zwarte doeken behangen. Tegen het oksaal hing het wapenschild van hertog Albrecht, met dit chronogram: sILVa tIbI atras aLberte has apparat aras / non poterat MerItIs aeq Daptare tVIs, in het Nederlands: ‘Den Bosch maakt u Albrecht deze nadere altaren / zij kon volgens uwe verdiensten geen betere bereiden’. Ook in het hoogkoor was zijn wapenschild geplaatst, met dit chronogram: aLberto aVstrIaCo patrI patrIae / DICat ConseCrat sILVa DVCIs, of: ‘aan Albrecht van Oostenrijk, Vader des Vaderlands / heeft ’s-Hertogenbosch dit toegewijd’. De gevel van het Bossche stadhuis was met zwart laken bekleed, daartegen was het wapenschild van de hertog bevestigd met het volgend chronogram: sILVa tIbI trIstes aLberto InstaVrat honores / hos tIbI te DIgnI pIgnora MortIs habe, vertaald: ‘Den Bosch doet u Albrecht deze droevige eer aan / ontvang deze panden des doods die u waardig zijn. De route van de uitvaart: “Deur de Kerckstraat, Crullenstraet, neffens het gulden Harnas, voerby het stadthuys, achter tgewanthuys, deur de gevangen poort, deur de

BOSSCHE KRINGEN

Een concordaat is een verdrag tussen de rooms-katholieke kerk (het Vaticaan) en een bepaalde staat. Daarin worden wederzijdse betrekkingen inzake voor beide partijen belangrijke zaken geregeld. Voor Nederland zijn er in de geschiedenis twee concordaten gesloten. Een in 1801 tussen paus Pius VII en Napoleon Bonaparte, in een periode dat Nederland door Frankrijk was ingelijfd. In het concordaat werd een reorganisatie van bisdommen in de Zuidelijke Nederlanden geregeld. Het concordaat van 1801 bleef tot 1905 van kracht. Het tweede verdrag was op 18 juni 1827, met paus Leo XII en koning Willem I der Nederlanden, waarin ook voor Noord-Nederland regelingen werden getroffen. Ter gelegenheid van de plechtige afkondiging van de tekst in de Sint-Jan op 9 december 1827, waren er in de stad gedurende enkele dagen allerlei feestelijkheden. Honderden huizen waren met guirlandes, lampions en kaarsen versierd, die in de avonduren werden aangestoken. Verlichte sierbogen waren opgericht, huizen en kerken waren opgetuigd met chronogrammen. Het voert hier te ver om alle tientallen chronogrammen op te sommen, vandaar een selectie. Aan de Sint-Catharinakerk was het volgende chronogram bevestigd: reX et pontIfeX nobIs ConCorDatUM feCere, in het Nederlands: ‘koning en paus hebben voor ons een concordaat gemaakt’. Bij dezelfde kerk stond een erepoort met de tekst: JUCUnDae sUnt haeC et faUstae MUnera paCIs, vertaald: ‘deze zijn geschenken van een aangename en gunstige vrede’. Aan de Schapenmarkt had A. van Pelt het volgende jaarvers aan zijn woning gehangen: pontIfICI LeonI et regI gUILIeLMo LaUs honorqUe DantUr, of: ‘aan paus Leo en koning Willem worden lof en eer gegeven’. Apotheker A.J. Arnould had aan zijn pand aan de Vughterstraat het volgende chronogram bevestigd: VIgeat ConCorDatUM LUX regnI et honor paLaestrae, in het Nederlands: ‘moge het concordaat krachtig zijn als een licht voor het koninkrijk en eer voor de kunst’. Eveneens aan

71

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


de Vughterstraat had F. van Gulick van den Bichelaar (‘garenfabrikeur’) twee teksten: papa et reX gUILIeLMUs ConCorDaVere, of: ‘de paus en koning Willem hebben een concordaat gesloten’. En ook: LaUDate ILLos In tUba, psaLterIo, Choro, atqUe tyMpanIs bene sonantIbus, of: ‘prijst hen met de trompet, citer, reidans en goed klinkende tamboerijnen’. Sociëteit De Unie aan het Kardinaal van Rossumplein had een tweeregelig chronogram geplaatst: UnItas CorDa regUM JungIt / sIC reLIgIo qUIete fLoret, in het Nederlands: ‘eenheid verbindt de harten van de koningen / zo bloeit de godsdienst door rust’. Een mooi voorbeeld van een Nederlandstalig chronogram hing aan de Sint-Jacobskerk: zIJ! zIJ VerLIChte steeDs paUs Leo en konIng WILLeM. Pastoor Molenmakers aan het Hinthamereinde had ook een Nederlandstalig chronogram: LeVe! Lang LeVe Leo en Vorst WILLeM! In eenDragt. Het is een beetje wrang te constateren dat al die feestelijkheden in tal van Brabantse steden en dorpen eigenlijk voor niets zijn geweest: door de Belgische Opstand van 1830, de afscheiding van België in 1839 en het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853, is het concordaat van 1827 nooit geëffectueerd.

Luidklok Sint-Jacobskerk De tussen 1905 en 1907 gebouwde Sint-Jacobskerk (architecten Jos Cuypers en Jan Stuyt), waar nu het Jheronimus Bosch Art Center gevestigd is, kreeg in 1925 een nieuwe luidklok. De klok was in dat jaar voor het eerst te horen. Het volgende historische chronogram was erin gegraveerd: ad JUbILa aUra prIMo VoCosonItU CaroLo prInsen paroCho, in het Nederlands: ‘ik weer­ klink voor het eerst bij het gouden jubileum van pastoor

Karel Prinsen’. De rode kapitalen vormen opgeteld het getal 1925, het jaar waarin de luidklok was gegoten. In datzelfde jaar vierde monseigneur Prinsen zijn 40-jarige jubileum als priester. Helaas werd de klok op 5 januari 1943 door de Duitse bezetters gevorderd en omgesmolten tot oorlogstuig.

Vondelingenhuis Op de hoek Clarastraat en Choorstraat bevindt zich het voormalige Vondelingenhuis. Boven de poort van een afgesloten, naamloos zijsteegje – naast het Vondelingenhuis – staat in het Middelnederlands het volgende vierregelige chronogram: hetgene dat iCk gaff ten dIenste Van godt / Wiert Mijn Int eyndt het beste Loth / maer dat iCk hIeLL tot mijn profijt / dat Wiert iCk Int eynDe qVyth. Het vers stamt uit 1570, de in het rood geschilderde kapitalen vormen opgeteld het getal 1985, het jaar waarin het Vondelingenhuis werd gerestaureerd.

Prentenkabinet Het Bossche Prentenkabinet was tussen 2001 en 2012 aan de Verwersstraat 17-19 gevestigd. Op de gevel stond het volgende chronogram: nascitur doMicilii aMor cognItione, of: ‘de liefde voor je woonplaats wordt geboren door kennis’. M + M + I = 2001, het jaar waarin het Prentenkabinet een onderkomen in het pand kreeg. Bronnen: B. Grothues, Anna sust susannA, Maasbree 1979 Bernard Grothues, reMbranDt Is VersChenen, Kampen 1992 Johan Hendrik van Heurn, Historie der Stad en Meyerye van ’s-Hertogenbosch, Tweede Deel, Utrecht 1776 http://www.heerlen-in-beeld.nl/Chronogram.htm Magister Heymanno Voicht, Historia Rerum Silvaeducis, ’s-Hertogenbosch 1631 N. N., Beschrijving van de plegtigheden der Illuminatien, plaats gehad hebbende te ’s-Hertogenbosch, op den 9den December 1827, bij gelegenheid van het afkondigen des Concordaats, ’s-Hertogenbosch 1827

Bosch Parade 2

Foto’s : Ellie de Vries

BOSSCHE KRINGEN

72

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Tekst: Geert Donkers Foto: Ellie de Vries

Heiligenbeelden

Beeld van Christus Koning Op het kerkplein naast de H. Annakerk in Hintham staat een rood terracotta beeld. Het is een beeld van Christus Koning. Voor de inwoners van Hintham is het een tastbare herinnering aan het laatste oorlogsjaar 1944. Het beeld werd namelijk in 1949 opgericht als eerbetoon aan de slachtoffers die omkwamen bij de bevrijding van Hintham. Het beeld stelt Christus voor met een hart midden op de borst. De rechterhand wijst naar het hart en in de linkerhand draagt hij een scepter. Om de schouders hangt een mantel en op het hoofd draagt hij een kroon. Hij is uitgebeeld als een koning. Het feest van Christus Koning werd in 1925 door paus Pius XI ingesteld. De gedachte kwam voort uit het geloof dat alle wereldlijke leiders ondergeschikt dienden te zijn aan Christus en aan zijn kerk. Het was een protest tegen de opkomende seculiere ideologieën. In de kunst sloot het motief aan bij de al be‑ staande H. Hartbeelden. Het beeld in Hintham werd ver‑ vaardigd door Charles Grips (1907 - 1955). Deze kunstenaar was opgeleid bij August Falise in ’s-Hertogenbosch en werkte vooral in Vught. Hij maakte religieuze

voorstellingen, maar hij vervaar‑ digde bijvoorbeeld ook de beelden voor het Vughtse gemeentehuis. Het beeld van Christus Koning werd gemaakt van gebakken klei. Slechts weinig kunstenaars be‑ schikten over een oven om zul‑ ke grote beelden te bakken. Ze maakten daarom vaak gebruik van de ovens van steen- of dakpannen‑ fabrieken. In Noord-Limburg bood een aantal fabrieken deze faciliteit. Sommigen openden zelfs een ate‑ lier waar, voornamelijk, religieuze kunst gemaakt werd. Charles Grips had contacten met de steenfabriek en het Keramisch Ate‑ lier van St. Joris in Beesel. Mogelijk werd het beeld hier gebakken. De onthulling van het beeld op 7 augustus 1949 werd in een verslag vastgelegd. Nadat in de ochtend twee missen, één voor de gealli‑ eerden en één voor de Duitsers,

BOSSCHE KRINGEN

73

waren opgedragen, volgde in de middag een plechtig lof. Op het plein bij de kerk verzamelden zich daarna geestelijken, koor, harmo‑ nie, familie van de slachtoffers, de kunstenaar en zijn vrouw en nog vele anderen. Na de overdracht aan het kerkbestuur, de zegening van het beeld en de bloemenhulde van alle verenigingen, werd het samen‑ zijn besloten met een feestrede over Christus Koning. De plaquette aan de sokkel van het beeld toont wel dat dit ook een oorlogsmonument is. De tekst “Hintham blijft hen gedenken. 19401945” en de namen van de twaalf slachtoffers maken dit duidelijk. Op verschillende plaatsen in de stad worden de mensen herdacht die het leven lieten in de oorlog. Vaak in kleine monumenten. Bronnen: H. de Werd, Rosmalen vroeger J. van Laarhoven, De beeldtaal van de christelijke kunst

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Theo van den Wijngaart*

Wetenschapper

Willem Jacob ’s Gravesande (1688-1742)

Een vergeten Bossche telg De Bosschenaar Willem Jacob ’s Gravesande (1688-1742) was in zijn eigen tijd een toonaangevend fysicus, wiskundige en filosoof. In zijn boek Physices Elementa Mathematica maakte hij het toen nog nauwelijks bekende gedachtegoed van de Britse geleerde Isaac Newton voor heel Europa toegankelijk en inzichtelijk. Verrassend genoeg is deze Bossche telg die aan de universiteit van Leiden werd benoemd tot hoogleraar in de ‘wiskunde en astronomie’, en later tevens tot hoogleraar in de filosofie in de vergetelheid geraakt. Hoog tijd om daar verandering in te brengen.

Hoe kan iemand die eigenhandig het wetenschappelijk denken in Europa op z’n kop zet uit het zicht raken in zijn geboortestad, maar ook daarbuiten? Een plausibele verklaring is dat ’s Gravesande zelf geen spectaculaire ontdekking heeft gedaan, noch enige vernieuwende theorie heeft ontwikkeld. Wel bezat hij het talent het wetenschappelijk denkwerk van anderen grondig te analyseren en in begrijpelijke taal te gieten. Dit in combinatie met zijn eigen experimentele inzicht en didac­tische vaardigheden maakte hem uniek. Zijn grootste – althans meest tastbare – verdienste is dan ook geweest dat hij het baan­ brekende werk van Newton, aangevuld met dat van Christiaan Huygens, wist te vangen en vast te leggen in een begrijpelijk en degelijk natuurkundeleerboek. Dat heeft gezorgd voor de verspreiding en vlotte ontsluiting van het werk van die twee briljante geleerden. De basis van dat leerboek Physices Elementa Mathematica1 uit 1720 is nog steeds de internationale standaard voor het huidige natuurkundeonderwijs.

Omslag van het boek waarin ’s Gravesande het nauwelijks bekende gedachtegoed van Newton inzichtelijk maakte. De basis is nog altijd de internationale standaard voor het huidige natuurkunde onderwijs. (Collectie: Koninklijke Bibliotheek)

BOSSCHE KRINGEN

74

Willem Jacob ’s Gravesande raakte ondanks zijn internationale reputatie als briljant wetenschapper in vergetelheid. (Collectie: Rijksmuseum)

Twee karakteristieke voorbeelden daaruit zijn ‘De bol en ring van ’s Gravesande’ en ‘Het emmertje van ’s Gravesande’, allebei simpele, maar didactisch sterke demonstratieproefjes waarmee een natuurkundig principe onmiddellijk en glashelder experimenteel kan worden aangetoond. Het is een typisch staaltje van ’s Gravensandiaanse didactiek: theorie en praktijk naadloos in één jasje. In Museum Boerhaave in Leiden zijn nog altijd de bijbehorende originele practicummaterialen te

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Linksboven: De bol en ring van ’s Gravesande: hiermee demonstreerde hij de uitzetting van verhit metaal. Na verhitting is het metalen bolletje te groot voor de ring, pas na afkoeling past de bol er weer door. Links: Met deze balans – het emmertje van ’s Gravesande – wist ’s Gravesande de wet van Archimedes te demonstreren: onder water weegt een voorwerp minder dan erboven, het verschil is gelijk aan het gewicht van de verplaatste hoeveelheid water. (Collectie: Museon) Bekijk op internet een korte demonstratie: http://bit.ly/1lYtKcl Boven: In Museum Boerhaave is een zaal gewijd aan ’s Gravesande en instrumentenmaker Musschenbroek. (Bron: Wikimedia Commons. Foto: Rob Koopman)

bezichtigen. Die zijn op aanwijzingen van ’s Gravesande vervaardigd door zijn vaste instrumentenmaker en vriend Jan van Musschenbroek.2 Hoe ’s Gravesande in Leiden is terechtgekomen en hoe hij van een slimme jonge Bosschenaar heeft kunnen uitgroeien tot zo’n internationaal gewaardeerde geleerde komen we te weten als we zijn levensloop nagaan.

Zijn Bossche jeugdjaren Willem Jacob ’s Gravesande werd op 27 september 1688 in Den Bosch geboren. Zijn familie zowel van vaders als van moeders kant was invloedrijk in Den Bosch. Zijn beide grootvaders liggen begraven in de Sint-Jan.3 De tak van vaders kant was een oud patriciërgeslacht uit Delft met de naam Storm van ’s Gravesande. Sommige leden van de familie

BOSSCHE KRINGEN

75

noemden zich kortweg Storm, anderen voerden de naam ’s Gravesande. Grootvader Laurens was na de inname van Den Bosch in 1629 door prins Frederik Hendrik aangesteld als ‘controleur der convooien en licenten’ en schepen van Den Bosch. Vader Dirk – soms aangeduid met Theodorus – vervulde als president-schepen4 een belangrijke functie in het Bossche stadsbestuur. Zijn moeder Anna Josina Blom kwam uit een bekende Bossche familie die vooral op bouwkundig gebied haar stempel op de stad heeft gedrukt. Haar oom Frans Blom (de ‘stadstimmerman’) had in 1641 samen met koopman en stadsbestuurder Johan Gans een verbazingwekkende hoeveelheid onroerend goed weten te kopen, voornamelijk kloostercomplexen die na de inname in 1629 door de Haagse overheid waren geconfisqueerd.5

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Achterzijde van het pand op Orthenstraat 25, het geboortehuis van Willem Jacob ’s Gravesande. (Foto: auteur)

Sasse van Ysselt schrijft dat vader Dirk al vóór zijn huwelijk in 1681 met Anna Josina Blom (‘uit de Nieuwstraat’), in de Orthenstraat ‘op nr.25’ woonde. Dat is dus het geboortehuis van Willem Jacob ’s Gravesande. Willem Jacob was de vijfde in een rij van tien kinderen, van wie er velen (zeer) vroeg zijn gestorven. Volgens het kerkelijk geboorteregister zijn alle kinderen tussen 1682 en 1697 geboren. Behalve hijzelf passeerde alleen zijn op een na oudste broer Ewout Hendrik de vijftig. Hoe ’s Gravesande als kind van de president-schepen van ’s-Hertogenbosch zich in een paapse omgeving heeft bewogen, bijvoorbeeld in de buurt van zijn ouderlijk huis in de Orthenstraat en op weg van/naar de (gereformeerde) Latijnse School6 in de Schilderstraat, is niet bekend. Wel weten we iets meer over zijn latere schooltijd op de Illustre School7,

die was gevestigd in de Mariakapel (tegenwoordig Sacramentskapel) van de Sint-Jan omdat die niet meer voor religieuze doeleinden gebruikt mocht worden. Een van zijn leermeesters daar was een zekere Isaac Tourton. Die heeft bij hem de interesse voor wiskunde gewekt en aangewakkerd, maar die moet ook zijn handen vol hebben gehad aan de ontluikende wetenschapper. Zo schreven in 1785 de biografen A. van der Kroe en J. Yntema over hem: ‘Onder de leermeesters, (…), was een zekere Tourton, wiens hoofdliefhebbery de Wiskunde welhaast tot zynen kweekeling Willem Jacob overging, en zo zeer de overhand nam, dat hy als leermeester zich verpligt vond om nagt en dag te werken, ten einde de spoedige vorderingen zyns Leerlings hem niet voorby streefden’.8 Tijdens de jeugdjaren van ’s Gravesande raakte in zijn nabije omgeving het wetenschappelijke denken in zwang. Zo brachten vader Dirk en oom Jeremias Blom al in 1686 – dus twee jaar vóór de geboorte van Willem Jacob – een bezoek aan Christiaan Huygens (1629-1695), bekend als de uitvinder van de slingerklok. Dit bezoek blijkt uit een brief van Christiaan aan zijn broer Constantijn junior, waarin hij refereert aan dit bezoek van Dirk ’s Gravesande en zijn zwager in Den Haag.9 De twee heren hadden een aantal stukken geslepen glas bij zich om door Huygens te laten onderzoeken of die wellicht bruikbaar waren als lens voor diens telescoop. Het glas zal hoogstwaarschijnlijk afkomstig zijn geweest van de vermaarde Bossche glasblazerij Van Bree, die schuin tegenover het huis van de ’s Gravesandes aan de Orthenstraat was gevestigd, op de plaats waar zo’n twee eeuwen later de fabriek van De Gruyter zou verrijzen.10

BOSSCHE KRINGEN

76

Omslag van de eerste natuurwetenschappelijke publicatie van ’s Gravesande. (Collectie: Koninklijke Bibliotheek)

Naar Leiden Op 16-jarige leeftijd werd Willem Jacob in 1704 samen met zijn broers Cornelis Christiaan en Ewout Hendrik door zijn vader naar Leiden gestuurd om rechten te gaan studeren, destijds de geëigende opstap naar een degelijke carrière. Maar zelfs onder de colleges ‘Regsgeleerdheid’ was ’s Gravesande volgens P.L. Rijke ‘tijdens het dicteeren’11 al bezig met wat pas veel later, in 1711, zijn eerste natuurwetenschappelijke publicatie zou worden: Essai de perspective. Na drie jaar rechtenstudie promoveerde hij in 1707 en begon samen met zijn twee broers een advocatenkantoor in Den Haag12. Daar kwam hij in het literaire wereldje terecht en raakte in mei 1713 betrokken bij de oprichting van het Franstalige tijdschrift Journal littéraire de la Haye.13 Het blad bood hem

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


de mogelijkheid de nieuwe wetenschappelijke denkbeelden van Newton te promoten.

De reis naar Engeland In 1715 werd het tijdschrift zo invloedrijk dat ’s Gravesande, samen met redactiegenoot Justus van Effen, werd uitgenodigd om als secretaris op te treden tijdens een officiële diplomatieke missie naar Engeland.14 Dit was voor ’s Gravesande een uitgelezen kans om persoonlijk in contact te komen met zijn grote inspirator: Isaac Newton. De ontmoeting tijdens deze reis werd allesbepalend voor de carrièreswitch die ’s Gravesande daarna zou gaan maken. Blijkbaar klikte het onmiddellijk tussen beide heren, of zoals C.A. van Sypesteyn het in 1869 formuleerde: ‘Die merkwaardige geleerde vatte terstond zeer groote vriendschap op voor den jongen vreemdeling, die spoedig dweepte met Newtons geheel nieuwe, geniale denkbeelden.’15 Toch lag deze vriendschap niet bepaald voor de hand: Newton was een wereldvreemde kluizenaar, de personificatie van het clichébeeld van de verstrooide professor in zijn ivoren toren. Zijn hooghartigheid maakte hem onsympathiek in de sociale omgang. ’s Gravesande daarentegen was een zeer sociaalvoelend mens, een gemakkelijk benaderbare bruggenbouwer16 die zich open opstelde voor kritiek van anderen – waarmee niet is gezegd

dat zo’n groot verschil in karakter een echte vriendschap in de weg moet hebben gestaan. Niet erg verrassend dus dat ’s Gravesande al gauw werd uitgenodigd toe te treden tot de Royal Society of London for the Improving of Natural Knowledge, een gezelschap waarvan Newton zelf de president was. Een jaar na terugkomst uit Engeland, op 19 mei 1717, werd ’s Gravesande benoemd tot hoogleraar in de wiskunde en de astronomie aan de Leidse universiteit (hoogstwaarschijnlijk op voorspraak van Newton!). Om iets te begrijpen van zijn rol daar als ‘natuurfilosoof’ moeten we ons nu even verdiepen in de wetenschappelijke theorievorming van die tijd.

De hand van God? In navolging van Galilei stelde Newton het wetenschappelijk experiment centraal in zijn denken over de natuurverschijnselen. Dit paste goed bij de tijd van De Verlichting, waarin steeds meer mensen hun bijgeloof en (niet zelden door de Kerk aangeprate) angsten begonnen te vervangen door vertrouwen in eigen denkkracht en intuïtie. Aan het begin van de achttiende eeuw was het geloof in een alles-sturende God nog groot. Het was de gewoonste zaak van de wereld de wildste, vaak ‘Goddelijke’, fantasieën los te laten op de natuurverschijnselen zonder die experi-

menteel te verifiëren. Zelfs Newton was er heilig van overtuigd dat God zich bezighield met alles wat beweegt, ondanks zijn lijfspreuk ‘Hypotheses non fingo’. Zo dichtte hij bijvoorbeeld aan een vallend voorwerp een van buitenaf opgelegde kracht toe (een ‘vis insita’) die door actief ingrijpen van God tijdens het vallen steeds groter wordt. Maar dit idee toetste hij wel aan concrete valproeven. ’s Gravesande volgde hem aanvankelijk hierin, maar kreeg daarmee de wind van voren van de meeste collega’s op het Europese vasteland. Zoals van Christiaan Huygens, de Franse denkers Descartes en Voltaire17, maar vooral vanuit Duitsland van Gottfried Leibniz. Evenals de andere aanhangers van Descartes zag Leibniz God als de Grote Horlogemaker die geen actieve rol meer hoefde te spelen na de vervolmaking van zijn schepping. Op vileine toon liet Leibniz Newton weten dat God dus een onvolmaakte schepping zou hebben afgeleverd als die continu moest worden bijgestuurd. Zelf stelden Leibniz en Huygens daartegenover dat de beweging van een voorwerp een innerlijke oorzaak had, een ‘vis viva’ – een levende kracht van binnenuit. De discussie mondde uit in een zaak van internationaal wetenschappelijk belang: ‘kracht als intrinsieke motor’ versus ‘kracht op afstand’. Een pikante kwestie vanwege het theologische tintje.

De voornaamste wetenschappers en denkers waarmee ’s Gravesande correspondeerde en sympathiseerde. Van links naar rechts: a) Isaac Newton b) Christiaan Huygens c) René Descartes d) Voltaire e) Gottfried Leibniz. (Bron: Wikimedia Commons)

BOSSCHE KRINGEN

77

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Het vonnis in deze zaak werd uiteindelijk in 1722 geveld door niemand minder dan ’s Gravesande. Als rasechte jurist had hij een meesterproef verzonnen, een fysisch experiment waarbij hij zelf drie rollen vervulde: als advocaat à charge, als advocaat à decharge en als rechter. De proef zelf was geniaal in al zijn eenvoud: van verschillende hoogten liet ’s Gravesande kogels van verschillende massa’s (maar met gelijk volume) in een bak zachte klei vallen. Het verschil in diepte tussen de inslagkraters in de klei bracht de oplossing van het conflict. Het resultaat was dat Leibniz c.s. in het gelijk moesten worden gesteld. ’s Gravesande schijnt toen letterlijk gezegd te hebben: ‘Wel, dan ben ik het die ongelijk heb’ en terstond liep hij over naar het kamp van Leibniz. Dat werd hem niet bepaald in dank afgenomen door de Newtoniaanse lobby, terwijl hij toch ook in dit

geval niets anders deed dan wat hij altijd al had gedaan: de experimenten de doorslag laten geven. Newton schijnt over zijn eigen werk ooit te hebben gezegd dat hij ‘op de schouders van reuzen’ heeft gestaan. Zo zou je van ’s Gravesande kunnen zeggen dat hij de sterkste schouders heeft uitgezocht om op te staan.

Een diplomatieke filosofie Vanaf 1727 bekleedde ’s Gravesande ook een leerstoel in de filosofie. En wat voor zijn natuurkundig werk opgaat, geldt precies zo voor zijn filosofisch werk: geen spectaculaire uitvindingen of oorspronkelijke concepten, maar wel een leidende en tegelijkertijd diplomatieke rol in de opbouw van de theorievorming. En beide internationaal hooggewaardeerd. Ondanks het feit dat de achttiende eeuw een scala van uiteenlopende filosofische stromingen kende, lukte het ’s Gravesande hun onverenig-

Met deze valproef liet ’s Gravesande zien dat de energie van een bewegend voorwerp samenhangt met het kwadraat van de snelheid. En dus niet evenredig is met die snelheid, zoals Newton nog stug volhield. (Foto: Museum Boerhaave)

BOSSCHE KRINGEN

78

baar geachte standpunten samen te smelten tot een coherent geheel. Het resultaat daarvan publiceerde hij in Introductio ad philosophiam, een helder leerboek filosofie dat op veel universiteiten in Europa zou gaan worden gebruikt.18 Evenals ’s Gravesandes natuurkundige leerboek is dit standaardleerboek uitgebracht in het Nederlands, Frans, Duits, Grieks en Italiaans.

Het Leidse leven ruw verstoord ’s Gravesande trok als professor in Leiden veel belangstelling. Zijn levendige natuurkundige experimenten in het Theatrum Physicum (en ook bij hem thuis) zullen zeker bijgedragen hebben aan zijn populariteit. Hij schijnt een zeer kundige leraar te zijn geweest, die zich niet verheven voelde boven zijn toehoorders.19 Twee maal sloeg ’s Gravesande zelfs een aanbod voor een leerstoel in het buitenland af: in Sint-Petersburg, op uitnodiging van tsaar Peter de Grote, en in Berlijn, op uitnodiging van Frederik de Grote van Pruisen. Het succes van zijn carrière werd echter van de ene op de andere dag overschaduwd door een drama in zijn gezinsleven. In 1720 WAS ’s Gravesande in Leiden getrouwd met Anna Secrelaire. Van haar is alleen bekend dat ze een dochter was van Jacob Secrelaire20, een arts die als gevluchte Hugenoot in de Haagse diplomatie was terechtgekomen. In de twee jaar na hun huwelijk werden hun kinderen Dirk en Jacob Willem geboren. Uiteindelijk sloeg het noodlot in 1739 ongenadig hard toe. De twee zonen, die allebei veelbelovend bezig waren met hun studie Neder­ landse letteren, werden op onverklaarbare wijze vlak na elkaar plotseling bevangen door hevige koortsaanvallen. In een paar dagen

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


2 Jan van Musschenbroek was de broer van Petrus (Pieter), die beroemd was om zijn uitvinding ‘De Leidse Fles’, de eerste condensator – een soort opslagplaats van elektriciteit. Hij was in Leiden collega, en later opvolger, van ’s Gravesande. Zie ook C. de Pater, Willem Jacob ’s Gravesande, Welzijn, wijsbegeerte en wetenschap, (Baarn 1988), pp. 23 & 24 en C. de Pater, ‘Petrus van Musschenbroek (1692-1761)’, in: Van Stevin tot Lorentz, Portretten van Nederlandse natuurwetenschappers, (Amsterdam 1980), p.86. 3 De grafzerk van Laurens ’s Gravesande († 1686) heeft in de publicatie en op de website over de zerken van de Sint-Jan het nummer 361, die van Nicolaas Blom († 1680) nummer 94. Zie http://www.grafzerkensintjan.nl/grafzerken/361/ laurens-van-s-gravesande-1686.aspx en - /grafzerken/94/nicolaes-blom-1680.aspx

4 Zie A.F.O. van Sasse van Ysselt, De voorname huizen en gebouwen van ‘s-Hertogenbosch, alsmede hunne eigenaars of bewoners in vroegere eeuwen, deel III (‘s-Hertogenbosch 1911-1914), p.29. 5 Zie http://www.grafzerkensintjan.nl/grafzerken/315/francois-blom-1647.aspx en: - /grafzerken/94/nicolaes-blom-1680. aspx

Titelpagina van de Franse vertaling uit 1737 van Introductio ad philosophiam van Willem Jacob ’s Gravesande. (Collectie: Koninklijke Bibliotheek)

tijd overleed de jongste, en nauwelijks een week later overkwam de oudste precies hetzelfde. Deze enorme schok is ’s Gravesande eigenlijk nooit meer helemaal te boven gekomen. Hoewel hij naar eigen zeggen bleef geloven in de in dit geval wel erg ondoorgrondelijke wegen van God, was er iets wezenlijks in hem geknakt. Drie jaar later overleed hij zelf na een jarenlang slepende ziekte op 28 februari 1742 in Leiden, nog geen 54 jaar oud.

Tot slot Met deze levensbeschrijving moge nu duidelijk zijn geworden wat voor iemand Willem Jacob ’s Gravesande was: een wijze en tegelijk sociaal

begaafde geleerde die in korte tijd internationaal vermaard werd. Hij zette zijn werk als onderzoeker, bemiddelaar en didacticus altijd op de voorgrond. Den Bosch heeft de eer gehad zo’n invloedrijke wetenschapper voort te brengen. Wellicht zou de stad hem wat meer eer kunnen teruggeven dan alleen via een straatnaam met onderschrift.21 * Theo van de Wijngaart is docent natuurkunde. Noten 1 Vertaling van de volledige titel (zie Afb.2): ‘Wiskundige beginselen der natuurkunde, door experimenten bevestigd, of Inleiding in de Newtoniaanse natuurwetenschap’ - nog eerder verschenen dan de interpretaties van Newtons werk door de Britten zelf. Als Newtoniaans leerboek gaven de Britten ook later nog de voorkeur aan de vertaling van ’s Gravesande (Desaguliers, 1747), die 5 herdrukken mocht beleven.

BOSSCHE KRINGEN

79

6 Sinds 1630 was er een nieuwe Latijnse School opgericht die bestuurd werd door een ‘College van Scholarchen’, bestaande uit twee leden van het stadsbestuur en twee predikanten. Zie: A. v.d. Sande/A. Vos, ’s-Hertogenbosch: de geschiedenis van een Brabantse stad, 1629-1990, (Zwolle 1997), p.133. 7 In 1737 werd een toegewijde leerling en vriend van ’s Gravesande, de predikant Elie de Joncourt, aan de Illustre School benoemd tot hoogleraar in de filosofie. Deze heeft ook het belangrijkste werk van ’s Gravesande in het Frans vertaald. Zie: C. de Pater, Willem Jacob ’s Gravesande, Welzijn, wijsbegeerte en wetenschap, (Baarn 1988), p.23 en Molhuysen, Blok & Kossman, Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, (Leiden 1924), p.627. 8 A. van der Kroe en J. Yntema, ‘Verslag van het leven en werk van W.J. ’s Gravesande’ in: Vaderlandsche Letteroefeningen, (Amsterdam 1785), p.203. 9 Zie: ‘Parels uit brieven 1685-87’, No 2441 in Oeuvres complètes de Christiaan Huygens IX. 10 Zie: Van Helden & van Gent: ‘The Lens Production’, (1999), pp.69-79. 11 Zie P.L. Rijke, Levensschets W.J. ’s Gravesande, (Leiden 1878) en C. de Pater, Willem Jacob ’s Gravesande, Welzijn, wijsbegeerte en wetenschap, (Baarn 1988), p.14. 12 Vreemd is overigens dat alleen Willem Jacob zelf, en niet zijn twee broers blijken voor te komen in het Eedboek der Advocaten bij het Hof van Holland.

13 Hij publiceert in dit blad zijn Essai de perspective, een wiskundige verhandeling over perspectieftekenen. 14 Hij kreeg de functie ‘eerste secretaris’ van een buitengewoon gezantschap, dat op pad werd gestuurd om, behalve koning George I geluk te wensen met zijn troonbestijging, ook te onderhandelen over de inzet van een rij Zuid-Vlaamse steden als barrière tegen de Fransen. Een jaar later ontving ’s Gravesande voor het door hem op schrift gestelde ‘barrière-tractaat’ een gouden medaille. Zie: C. de Pater, Willem Jacob ’s Gravesande, Welzijn, wijsbegeerte en wetenschap, (Baarn 1988), p.14. 15 Zie: C.A. van Sypesteyn, ‘’s Gravesande en Voltaire’, in: Vaderlandsche Letteroefeningen, (’s Gravenhage 1869), p.326. 16 ’s Gravesande trad bijvoorbeeld op als bemiddelaar in een hoog oplopend conflict tussen Voltaire en Rousseau, en in een conflict tussen Bernoulli en Newton (over een foutje in Newtons werk). Verder adviseerde hij in uiteenlopende zaken, zoals de bevaarbaarheid van de Merwede, het decoderen van Spaanse geschriften, de Googervijzelmolen in Leiden, het rad van Orphyrreus en de sidderalen in Brits Guyana. 17 Voltaire heeft in 1736 in Leiden een aantal colleges van ’s Gravesande over Newtons werk gevolgd onder het pseudoniem ‘de Révol’. Zie: C.A. van Sypesteyn, ‘’s Gravesande en Voltaire’, in: Vaderlandsche Letteroefeningen, (’s Gravenhage 1869), pp.327/328. 18 Vertaling van de volledige titel: ‘Inleiding tot de filosofie, inhoudende de metafysica en logica’. 19 Het ‘Theatrum Physicum’ aan het Rapenburg in Leiden was een soort laboratorium annex theaterzaal, een auditorium voor studenten waar natuurkundige demonstratieproeven werden uitgevoerd. Daarnaast had ’s Gravesande bij hem thuis, voor zijn privéonderwijs, een eigen collectie practicummateriaal die in kwaliteit en omvang daarvoor zeker niet onderdeed. Na zijn dood is die verzameling van 150 delen door de Leidse universiteit voor ƒ 4000,- aangekocht. Zie ook: C. de Pater, ‘Willem J. ‘s Gravesande 1688-1742’, in: Van Stevin tot Lorentz, Portretten van Nederlandse natuurwetenschappers, (Amsterdam 1980), pp. 72 & 75. 20 Na de dood van ’s Gravesande is hij als schoonvader in augustus 1742 naar Den Bosch gekomen om het erfdeel van zijn dochter, een gedeelte van het Bethaniëklooster, te verkopen aan de enige twee nog levende broers Ewout en Jeremias. Zie: A.F.O. van Sasse van Ysselt, De voorname huizen en gebouwen van ‘s-Hertogenbosch, alsmede hunne eigenaars of bewoners in vroegere eeuwen, deel III, (‘s-Hertogenbosch 1911-1914), p.31.

21 De betreffende straat bevindt zich in de wijk Boschveld (het gedeelte achter het station dat nu onder het Paleiskwartier valt). Het onderschrift luidt: ‘natuurkundige 1688-1742 geb. te ’s-Hertogenbosch’.

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Nieuws

Bericht van het Stadsarchief Aanwinsten

• Oorlogsdagboeken (met enige documentatie erbij) van Mia van Belkom, juli 1939-mei 1945, wonende te Eindhoven en vanaf juni 1942 Citadellaan in ’s-Her‑ togenbosch, 4 delen, in bruikleen ontvangen van mevr. Van Hulsentop-v.d. Linden te Nijmegen • Collectie Henk de Werd, hoofdzakelijk betreffende Rosmalen (documentatie, foto’s, bidprentjes, kran‑ ten e.d.), ca. 1930-heden, ca. 17 m, ontvangen van dhr. De Werd te Sint-Michielsgestel (in bewerking) • Divers materiaal betreffende FC Den Bosch (docu‑ mentatie, foto’s, videobanden), ca. 1980-2000, 0,6 m, ontvangen van dhr. C. Geerkens te Vught via dhr. F. v. Gaal (nog niet raadpleegbaar) • Kleurenkopie van een oorkonde voor Andries C. Westdorp uitgereikt bij zijn terugkeer in Den Bosch als oorlogsvrijwilliger, 1948, ontvangen van dhr. J. v.d. Heuvel • ‘Actueeltjes’, korte liedjes over het Bossche nieuws geschreven en gezongen door Ton de Coster, en uitgezonden op Boschtion aug. 2005-mrt. 2013, videobestanden (3 DVD’s, onvolledig) en tekstbe‑ standen, ontvangen van dhr. De Coster • Ca. 170 glasnegatieven van Spaarnestad betreffen‑ de ’s-Hertogenbosch, 1931-1940, aankoop (worden gedigitaliseerd) • Twee foto’s van H. Verhees van de viering van het 750-jarig bestaan van Den Bosch, 1935, ontvangen van mevr. S. v. Rijckevorsel te Haaren • Foto van pand Vughterstraat 55, ca. 1935, geleend ter scanning van mevr. Van Noorden-Meuwesen

Voorverkiezing Stuk van het Jaar

Het Stadsarchief ’s-Hertogenbosch neemt deel aan de landelijke verkiezing van het archiefstuk van het jaar. Tijdens de voorverkiezing kunt u tot 15 augustus uw favoriete Bossche stuk kiezen. Meer hierover vindt u elders in dit nummer.

BOSSCHE KRINGEN

Kent u iemand of een organisatie die voor monumentenzorg een onderscheiding verdient? De Stichting ’s-Hertogenbossche Monumentenzorg ontvangt graag uw suggestie! Uw hulp stellen we zeer op prijs. De jaarlijkse onderscheiding van de Stichting ’s-Hertogenbossche Monumentenzorg gaat naar een persoon of instelling die langere tijd actief en belan‑ geloos de monumentenzorg in onze gemeente, dus de binnenstad plus de kernen, wijken en dorpen bevor‑ dert. De criteria voor de aan te dragen kandidaat zijn te vinden op de website www.s-hertogenbosschemonumentenzorg.nl. Daar kunt u tot en met 16 augustus 2014 uw voorstel indienen. Het bestuur van de Stich‑ ting beslist vervolgens wie de onderscheiding krijgt. Op maandag 8 september 2014 wordt in De Gruyter Fabriek de onderscheiding, een prachtig keramisch labyrint, tijdens een feestelijke bijeenkomst uitgereikt. De prijs ging vorig jaar naar Peter Verhagen, bekend van onder andere de restauratie van de Binnendieze. Doe mee en geef uw kandidaat op!

Openstelling

Anders dan bij de meeste andere gemeentelijke afde‑ lingen is voor een bezoek aan het Stadsarchief geen voorafgaande afspraak noodzakelijk. Dit is echter wel aangeraden indien u een bepaalde medewerker van het Stadsarchief persoonlijk wilt spreken. Het Stadsarchief is dit najaar op de volgende zaterda‑ gen geopend: • 2 augustus • 6 september • 4 oktober • 1 november • 6 december Het Stadsarchief is gesloten op: • 9 september (vanwege personeelsreis)

80

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Open Monumentendag

concentreert zich op de stad, het programma van de zondag vooral op het gebied daarbuiten. Aansluitend is er het gehele weekend in en rondom het Jheronimus Bosch Art Center en het Groot Tuighuis (BAM) een manifestatie over de tijd van Jheronimus Bosch. Daar zijn ambachten, kinderspelen, eten en drinken, toneel en muziek uit die periode te beleven. Het betreft een opmaat naar een groots evenement dat in voorjaar 2016 uiteindelijk de gehele stad zal omvatten.

Op zaterdag 13 en zondag 14 september vindt de Open Monumentendag weer plaats. Thema is dit jaar: Op reis. Het Comité Open Monumentendag ’s-Hertogen‑ bosch heeft een programma in voorbereiding waar‑ bij allerlei aan dit thema gerelateerde gebouwen en routes centraal staan. Te denken valt aan: voetpaden, auto-, tram- en spoorwegen, tijdelijk vliegveld Henri Bakker, pelgrimswegen/processieroutes, handels‑ wegen, horeca en religie. Het zaterdagprogramma

Bericht van de BAM Beet!!

De verrassing was groot toen vorig jaar bij het uitgra‑ ven van de bouwkuip voor de parkeergarage van het Vonk en Vlamterrein een Neanderthaler-vindplaats werd aangetroffen. Het bleek zelfs om de best bewaar‑ de vindplaats van Nederland te gaan dankzij de combi‑ natie van bijzonder goed geconserveerde dierbotten en vuurstenen afslagen. De belangrijke vondsten dateren uit circa 50.000 voor Chr. en werden gedaan tijdens het zeven van de grond uit de diepste lagen van de bouw‑ kuip. Hoewel deze grond zorgvuldig is onderzocht, werd de stort toch nog apart opgeslagen om op een later tijdstip nog eens goed na te kijken op vondsten. In de afgelopen maanden werden inderdaad nog verschillen‑ de vuurstenen afslagen en botten van wolharige mam‑ moet en neushoorn gevonden. Uiteindelijk werd enkele weken geleden een wel heel bijzondere vondst gedaan. Tussen de klei- en veenbrokken werd een fragment van een harpoen gevonden. De harpoen is gesneden uit een stuk gewei en heeft duidelijk zichtbare weerha‑ ken. Het fragment is ongeveer 6 centimeter lang, maar dit type zal oorspronkelijk 10 tot 12 centimeter zijn geweest. Vermoedelijk werden de harpoenen aan het uiteinde van een houten steel of speer gebonden om vissen en gevogelte mee te vangen.

BOSSCHE KRINGEN

Fragment van een harpoen van gewei. De snijsporen voor het maken van de weerhaken zijn duidelijk zichtbaar.

Harpoenen zoals deze zijn vooral bekend uit het opge‑ spoten zand van de Maasvlakte bij Rotterdam en date‑ ren uit de periode tussen ruwweg 9.000 en 11.000 jaar geleden (de overgang van het Laat-Paleolithicum naar het Vroeg-Mesolithicum). Op het moment dat deze harpoen werd gebruikt om vissen uit de Dommel aan te spietsen, waren de Neanderthalers al zeker 40.000 jaar eerder vertrokken om nooit meer terug te komen. Zij stierven uit, maar hun opvolgers wisten de voed‑ selrijke oevers van de Dommel ook te vinden en zullen optimaal hebben geprofiteerd van de visrijke wateren. In een waterrijk gebied zoals Nederland altijd is ge‑ weest, zijn weliswaar vele honderdduizenden har‑ poenen gemaakt, maar ze worden maar heel zelden teruggevonden. De smalle spanen van gewei of been zijn kwetsbaar en vergaan snel in de grond of blijven onopgemerkt. Dankzij de bijzondere omstandigheden ter plaatse van het Vonk en Vlamterrein kunnen we opnieuw vaststellen dat het gebied aan de Hekellaan een lange en rijke geschiedenis kent.

Tekst: Stefan Molenaar Foto: Wim Hartman, BAM

81

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


Tekst: Ed Hupkens Foto: Ellie de Vries

Kunst

Beleg van ’s-Hertogenbosch 1629 Op 26 mei 2014 werd in de hal naast de trouwzaal van het Stadhuis het in 2013 aangekochte en daarna gerestaureerde schilderij Beleg van ’s-Hertogenbosch 1629 onthuld. De plechtige handeling werd verricht door wethouder Huib van Olden en archeoloog Stefan Molenaar van de afdeling Bouwhistorie, Archeologie en Monumenten (BAM). Het uit twee eikenhouten panelen bestaande, zeventiende-eeuwse schilderij hangt nu op een zichtbare plek in het Stadhuis waar elke bezoeker en stadsgids het kan vinden en bewonderen.

Stefan Molenaar komt de eer toe als ‘ontdekker’ van het schilderij de boeken in te gaan. Hij googelde met de zoekterm ‘1629’ en kwam uit bij een kunsthandelaar te Brugge, die iets vermeldde over een schilderij dat wel‑ licht ook ’s-Hertogenbosch kon voorstellen. Voorjaar 2013 werd het kunstwerk op een veiling in Duitsland aangeboden. Daar stond het nog bekend als Het Beleg van Antwerpen. Alle afgebeelde torens en ook het bruggetje bij het voormalige Bastion Oliemolen echter duiden erop dat het toch echt de stad ’s-Hertogen‑ bosch betreft. Nadat het Noordbrabants Museum van de koop had afgezien, werd het schilderij voor 10.700 euro door de gemeente aangeschaft. Ondanks dat het schilderij in redelijk goede staat verkeerde, werd besloten tot restauratie. Het schilderij is zo bijzonder, omdat het beleg van de stad vanuit het noorden (vanuit Orthen) wordt getoond. Andere schilderijen, tekenin‑ gen en etsen van de belegering van 1629 laten de stad altijd vanuit het zuiden zien, waar Frederik Hendrik in Kasteel Maurick zijn verblijf had. Daarnaast komen er op het schilderij scènes voor waarop er daadwerkelijk

BOSSCHE KRINGEN

wordt gevochten. Goed zijn de schanskorven en loop‑ graven te zien, die telkens opschuiven in de richting van de stadsmuur. De uiteindelijke inname vond ove‑ rigens aan de zuidkant van de stad plaats. De inname van ‘s-Hertogenbosch betekende de opmaat naar de Vrede van Munster in 1648, waarmee de beëindiging van de Tachtigjarige Oorlog een feit werd.

Terugkeer

In zijn welkomstwoord zinspeelde wethouder Van Ol‑ den erop, dat afbeeldingen van het Beleg van ’s-Herto‑ genbosch in 1629 als een ‘selfie’ van Frederik Hendrik te beschouwen zijn. Ook ging hij kort in op de discus‑ sievraag of de verovering van het katholieke ‘s-Herto‑ genbosch door het protestantse Staatse leger nu een ‘bevrijding’ of een ‘bezetting’ betekende. Na de onthulling van het schilderij volgden in de Oranjezaal nog twee lezingen. Restaurateur Michel van der Laar gaf een toelichting op een aantal tech‑ nische aspecten van het restauratieproces. De oude, vergeelde vernislaag en later aangebrachte retouches

82

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


zijn verwijderd. Daarbij kwamen de ondertekeningen tevoorschijn. Tijdens de restauratie is een belangwek‑ kende ontdekking gedaan. Onder de oude vernislagen was het schilderij van een signatuur van de schilder Hendrick de Meijer (1620 – 1689/1698) voorzien: H. M. fecit (= gemaakt door H. M.). Volgens Van der Laar “druipt het eraf, dat dit een Hendrick de Meijer is”. Het Rijksmuseum bezit drie werken van Hendrik de Meijer, met dezelfde signatuur. Kunsthistoricus Bernard Vermet ging meer in op achtergronden van de schilder en diens familie en de werken die hij heeft gemaakt. Hendrick de Meijer

heeft een aantal vergelijkbare historische stukken geschilderd. Onder meer bekend zijn de uittocht van de Spanjaarden uit Breda en de verovering van de steden Hulst en Sas van Gent op het Spaanse garnizoen. Aan de hand van een archiefstuk toonde Vermet aan dat de echtgenote van Hendrick de Meijer, Mara de Meijer, ooit een schilderij van Hendrick aan het Raadhuis van ’s-Hertogenbosch heeft verkocht. Vermet verbond daar de conclusie aan dat dit schilderij al in het Raadhuis moet hebben gehangen. Vandaar dat gesproken kan worden van een terugkeer van Het Beleg van ’s-Herto‑ genbosch 1629.

Korte berichten Tuinenwandeling zondag 22 juni

Op zondag 22 juni is voor de negende keer de Tuinen‑ wandeling georganiseerd. Dankzij het prachtige weer kende deze editie opnieuw veel deelnemers. Zij kon‑ den genieten van 20 tuinen, de meeste in volle bloei. In de tuinen kregen de gasten ook informatie over de bij de tuinen behorende panden. Door middel van een aantal mooie foto’s laten we iedereen die er niet bij was een beetje meegenieten. Volgend jaar is de jubileumwandeling: nu al zijn er spontaan enkele nieuwe tuinen aangemeld. Houd het in de gaten en wandel volgend jaar lekker mee. Tekst: Nik de Vries Foto’s Ellie de Vries

BOSSCHE KRINGEN

83

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014


’s-Hertogenbosch verandert Dit is het eerste beeld van een serie over hoe de stad ’s-Hertogenbosch in ruim 100 jaar veranderd is. Onze fotografe Ellie de Vries heeft dat op een speciale manier weergegeven. Het uitgangspunt is een ansichtkaart uit begin 20ste eeuw. Op exact dezelfde plaats heeft zij een foto gemaakt van hoe de situatie nu is. Beide beelden heeft ze vervolgens in elkaar verwerkt. Hier ziet u de Brede Haven en de Smalle Haven vanaf de Vismarkt. De mooie huisjes rechts hebben eerst plaatsgemaakt voor de fabriek van De Gruyter en die is inmiddels ook gesloopt. We zien een flatgebouw in de stijl van de Bossche School.

BOSSCHE KRINGEN

84

JAARGANG 1 • NUMMER 2 • JULI 2014

Bossche Kringen jaargang 1 nummer 2 juli 2014  

Verenigingsblad van Kring Vrienden van 's-Hertogenbosch, jaargang 1, nummer 2, juli 2014

Bossche Kringen jaargang 1 nummer 2 juli 2014  

Verenigingsblad van Kring Vrienden van 's-Hertogenbosch, jaargang 1, nummer 2, juli 2014

Advertisement