Page 1


ER HET BESTE VAN MAKEN… Wat is het BNA Beste Gebouw van 2020? Hoe waarderen we architectuur nu ‘alles anders is’, zoals Koning Willem Alexander het in zijn Troonrede verwoordde; door het Coronavirus.’ De jury onder leiding van oudpolitica Neelie Kroes ziet hoe groot de ruimtelijke impact van het virus is, en erkent dat deze een nieuw licht werpt op de vraag die de Branchevereniging voor Nederlandse Architectenbureaus (BNA) zichzelf jaarlijks stelt: welk gebouw heeft de meeste maatschappelijke meerwaarde? Thuis was nog nooit zo belangrijk; ineens beseffen we hoe fijn een goede woning is. Veel zaken blijken prima digitaal te kunnen worden geregeld, maar bij velen groeit het verlangen naar de rust van het kantoor, de sociale contacten op de campus. We missen de energie die fysiek samenzijn in een theater of museum brengt.

­¬ Thuis en uit liggen er uitdagingen voor architecten

Nieuwe blik Dit alles heeft ook zijn weerslag op de BNA Beste Gebouw van het Jaarverkiezing: de tour langs projecten werd uitgesteld, de bus waarmee de jury uiteindelijk op pad ging coronaproof ingericht. De ingezonden projecten zijn weliswaar voor de coronacrisis tot stand gekomen, maar steden en gebouwen functioneren nu niet zoals bedacht. Door de anderhalvemeterregels zijn ruimtes niet meer te gebruiken zoals voorheen. Waarschijnlijk is dat tijdelijk, maar zaken als ventilatie (met deels hergebruikte lucht) of ontsluiting via liften laten ook een bepaalde kwetsbaarheid zien in de organisatie van gebouwen. Zaken die we wellicht zouden moeten herzien of heroverwegen. In het verlengde hiervan is het verleidelijk om meer thuiswerken te stimuleren, maar dan moet je wel een fijne werkplek hebben. En het betekent niet dat het kantoor ineens verdwijnt, eerder dat het een andere functie krijgt, als plek voor samenkomst en inspiratie. Thuis en uit liggen er dus uitdagingen voor architecten.


huis van de groningers

BNA BESTE GEBOUW VAN HET JAAR Forum Groningen, Groningen Architect NL Architects Opdrachtgever Gemeente Groningen

Het idee om midden in Groningen een spectaculair cultuurcomplex te bouwen, begon in 2001 als ‘oplossing’ voor een ruimtelijk probleem; achter de Grote Markt stond een verloederde parkeergarage die eraan bijdroeg dat mensen het centrum links lieten liggen. Op zoek naar functies die een breed publiek zouden trekken, bedacht de gemeente om de openbare bibliotheek te combineren met expositieruimtes, museum voor strip, animatie en games Storyworld, het filmhuis en horeca. Onder de naam Forum Groningen opereren zij voortaan onder een dak, als een organisatie. Het ontwerp waarmee NL Architects in 2007 de prijsvraag won, ondersteunt dat idee; de ontwerpers smeedden de twee torens die de gemeente in gedachten had voor deze plek tot een gebouw uit een stuk: een reusachtige ‘rots’. De natuurstenen gevels zijn schuin ‘geslepen’ om zo veel mogelijk daglicht op straat toe te laten. In het midden is de rots opengewerkt tot een metershoog atrium waar roltrappen kriskras omhoog leiden langs een reeks binnenpleinen, die toegang geven tot de verschillende functies. Kroon op het Forum is het dakterras met panorama over de stad, dat dubbelt als buitenbioscoop. De jury is ‘zwaar onder de indruk’, allereerst van de stedenbouwkundige inpassing. Knap hoe de architecten deze kolos op de krappe locatie hebben laten landen, waarbij de beschikbare ruimte maximaal is benut. Ten tweede van het gebouw, dat sterk contrasteert met de omgeving, maar ook past in Groningen met zijn moderne architectuur. Maar bovenal van de bruisende binnenwereld, waar studenten boven hun boeken hangen, kinderen spelen en gezinnen een dagje uit beleven. Een gebouw met een enorme aantrekkingskracht en verblijfskwaliteit, dat in alle opzichten een verrijking is voor Groningen, als icoon, cultuurwarenhuis, stadshuiskamer; Forum Groningen is het Beste Gebouw van het Jaar.


Klimaat Of de coronacrisis tot blijvende veranderingen leidt, is nu nog moeilijk te zeggen. Bouwen is een kwestie van lange adem, het draait om het creëren van toekomstbestendigheid. De grote opgave waar we voor staan, en die achter de coronacrisis schuilt, is klimaatverandering en biodiversiteit. De noodzakelijke verduurzaming zal moeten worden doorgezet. De jury viel op dat gebouwen nu vooral mechanisch worden verduurzaamd. In plaats van gebouwen beter te isoleren en materialen te gebruiken die warmte absorberen, worden koelinstallaties toegepast die juist warmte produceren. Het getuigt van een beperkte visie op de problematiek. Houtbouw Hout wordt steeds meer gebruikt als primair bouwmateriaal. Het Huis met Staart in Soesterberg en Tiny Holiday Home in Vinkeveen zijn daarvan sprekende voorbeelden. Het hoofdkantoor van Triodos Bank in Zeist, ontworpen door RAU, is het eerste utiliteitsgebouw in Nederland met een volledig houten draagconstructie. RAU werkte ook met Ro&Ad architecten aan vogelobservatorium Tij. Beide gebouwen zijn ontworpen als ‘bouwpakketten’ die op locatie in elkaar zijn gezet. Het zijn voorbeelden van hoe je kunt bouwen met een minimum aan staal en beton door te werken met hout- of schroefverbindingen en te experimenteren met nieuwe productiemethoden.

­¬ De echte grote uitdaging: klimaatverandering en biodiversiteit Woningbouw Een opgave die ongewijzigd groot blijft, is de woningbouw. De woningnood is hoog, de bouw kan de beoogde productie-aantallen nauwelijks bijbenen. Het Rijk wil nu het ministerie van VROM terugbrengen en zo de regie, die nu bij gemeentes ligt, terugpakken. De aandacht lijkt daarbij vooral gericht op het behalen van kwantitatieve doelen, en te weinig op kwaliteit. Hoe kunnen we ruimtes maken waar het prettig wonen is, met de juiste prijs-kwaliteit verhouding? Hier ligt een rol voor de architect, ziet de jury, maar ook als het gaat over het bedenken van passende woningtypologieën. In de grote steden groeit het aantal eenpersoonshuishoudens snel; de vraag is of systeembouw van eengezinsrijtjeswoningen het juiste antwoord biedt op deze ontwikkeling.


gebiedsimpuls van jewelste

LEEFBAARHEID & SOCIALE COHESIE CATEGORIEWINNAAR Fenix 1, Rotterdam Architect Mei architects and planners Opdrachtgever Heijmans Vastgoed

In het voormalige havengebied Katendrecht, in Rotterdam, staat een gigantische overslagloods die na zware beschadigingen tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gered van de sloop en uit zijn as herrees; vandaar de naam Fenix. Nu is hij door ontwikkelaar Heijmans getransformeerd tot een multifunctioneel gebouw met 214 appartementen, een parkeergarage, maatschappelijke functies en horeca. Mei architecten brak de loods open om daglicht binnen te halen en prikte er een gigantische staalconstructie doorheen, die het getrapte glazen volume met de woningen draagt. De appartementen worden ontsloten via een galerij rond een binnentuin, en beschikken elk over een balkon voorzien van een ‘mijmerbeugel’ waarop je kunt leunen om te genieten van het uitzicht over de stad en het water. Wauw, is het eerste woord dat bij de jury opkomt, onder de indruk van de ruige betonconstructie en de gedurfde moderne ingreep. De afgeschuinde vorm van het nieuwe volume, waardoor het gebouw minder kolossaal oogt richting de wijk, is een ‘slimme vondst’, net als de publieke doorsteek naar de kade die nu weer voor Katendrechters bereikbaar is. Door de appartementen casco en per unit aan te bieden, kunnen bewoners deze koppelen of splitsen, wat een variatie aan woningen oplevert en het gebouw toekomstbestendig maakt. Het idee om de galerijen te ‘activeren’ als ontmoetingsruimte, met balkonnetjes en ingebouwde plantenbakken voelt wat geforceerd. De ‘mijmerbalkons’ verrijken de buitengevel en geven een menselijke maat aan het grote gebouw. Een gebouw waar iedereen elkaar begroet, met een dansschool, werkruimtes en foodhallen die intensief worden gebruikt, een omgeving die er puik bij staat. Fenix 1 geeft een impuls van jewelste aan een opkomende wijk, en wint in deze categorie.


How will we live together? Boven dit alles hangt de vraag: How will we live together?, zoals de titel luidt van de – naar 2021 uitgestelde – architectuurbiënnale in Venetië. De samenwerking tussen landen staat door de coronacrisis onder druk. Grenzen zijn gesloten en door het virus zijn we gedwongen om letterlijk afstand te houden van elkaar. Hoe voorkomen we dat mensen zich in hun eigen (sociale) bubbel terugtrekken? Fysieke ruimte voor ontmoeting en gesprek is nu des te belangrijker. Gebouwen en plekken die vrij toegankelijk zijn, en waar iedereen zich welkom voelt. De opkomst van het ‘Huis van de Stad’ past in deze ontwikkeling; (semi-) publieke gebouwen die een cultureel programma combineren met horeca en commerciële functies. Voorbeelden zijn Forum Groningen, DOMUSDELA, Fenix I en het publieke interieur van museum Naturalis. Met de juiste (over)maat en het juiste ontwerp kunnen deze gebouwen ook goed functioneren in de anderhalvemetersamenleving.

Rijke oogst Dit jaar werden 103 projecten ingezonden. De inzendingen zijn - net als in voorgaande jaren - ondergebracht in vier categorieën: Identiteit & Icoonwaarde, Particuliere Woonbeleving, Stimulerende Omgevingen en Leefbaarheid & Sociale Cohesie. Ze zijn op drie onderdelen beoordeeld: 1. de score binnen de categorie; 2. architectonische criteria (stedenbouwkundige inpassing, conceptuele kracht, consistente uitwerking, materialisatie en detaillering) en 3. de samenwerking tussen architect en opdrachtgever in relatie tot de opgave (proces, planning, omgang met budget, communicatie). Op basis van het ingezonden materiaal is een eerste selectie gemaakt, waarna de jury een longlist heeft samengesteld. Via Zoomsessies besprak de jury deze longlist en selecteerde achttien gebouwen voor een bezoek. Het Triodos-hoofdkantoor viel uiteindelijk alsnog af omdat een bezoek en een gesprek met de opdrachtgever en gebruiker niet mogelijk was vanwege de coronavoorschriften. Per categorie kon de jury maximaal drie projecten nomineren, waarvan één categoriewinnaar. Daarnaast bestond de mogelijkheid om maximaal drie projecten een Eervolle Vermelding toe te kennen. Uit de genomineerde inzendingen is uiteindelijk het Beste Gebouw van het Jaar gekozen: het gebouw met de meeste meerwaarde voor mens en maatschappij.


DOMUSDELA, Eindhoven Architect diederendirrix en Architecten En|En Opdrachtgever Coöperatie DELA Ontwikkeling en projectmanagement Bureau Franken

prachtig hedendaags ceremoniehuis

De transformatie van het Klooster Mariënhage tot een hedendaags ‘ceremoniehuis’ is een prachtig voorbeeld van hoe je kunt omgaan met religieus erfgoed, waarvan steeds meer leeg komt te staan. In de geest van de Paters Augustijnen ontwikkelde uitvaartverzekeraar Dela een vernieuwend concept met ruimte om te rouwen, trouwen en feesten, gecombineerd met een hotel en restaurant. Architectenbureau diederendirrix en Architecten En|En werkten samen aan de restauratie van de rijksmonumenten en de nieuwbouw: een drietal eenvoudige witte volumes met de entrees. Op de plek waar de Paterskerk en het Augustinianum met de ruggen naar elkaar stonden, ontwierpen ze een stedelijk binnenplein dat toegang geeft tot alle functies. De kerk kreeg een nieuwe – verwarmde - vloer en is van religieuze elementen ontdaan; het hoogaltaar en de beelden hebben elders in het complex een plek gekregen. De biechtstoelen zijn als ramen hergebruikt en openen de ruimte richting de stad. De jury geniet van de details in de rijk gedecoreerde gangen, die in de oorspronkelijke kleuren zijn hersteld. Bijzonder is het gebruik van kunstlicht: minimaal in de trappenhuizen, waardoor het glas-in-lood tot z’n recht komt, uitbundig in de kerk waarvoor Studio Drift een lichtinstallatie maakte. ‘Uit alles blijkt met hoeveel aandacht en liefde de opdrachtgever, de gemeente en de ontwerpers bezig zijn geweest om deze transformatie voor elkaar te krijgen’ aldus de jury. Is het concept voor een ceremoniehuis duurzaam? Hoe het complex functioneert is nu moeilijk te bepalen. Het is zeker een gedurfd initiatief, dat prachtig is uitgewerkt.


PARTICULIERE WOONBELEVING In deze categorie trekt een aantal transformaties van agrarisch erfgoed de aandacht van de jury. Door bevolkingskrimp en schaalvergroting in landbouwgebieden komen immers steeds meer boerderijen en schuren leeg te staan. Hoe kun je die duurzaam herbestemmen? De jury staat onder meer stil bij een monumentale boerderij in Goutum, waar twee moderne gezinswoningen zijn gemaakt. In Oudemirdum is een bestaand boerenhuisje gerenoveerd als bijgebouw terwijl daarnaast een nieuwe schuur is gebouwd als vakantieverblijf; een slimme oplossing om erfgoed te behouden en invulling te geven aan de vraag naar buitenhuizen. Paleisjes In de stad is de cascoloft een opkomend woningtype, dat bewoners de mogelijkheid biedt om hun eigen paleis te creëren zonder de beslommeringen van een compleet (zelf)bouwproject. In appartementencomplex Fenix1 op Katendrecht bezoekt de jury een loft die is ingericht als een barok boutique-hotel in het CPO-project Go West in Amsterdam een ‘Japanse’ microwoning. De hoogwaardige kwaliteit van deze woning schuilt in het op maat ontworpen interieur. Mooie vondst: de technische ruimte die achter een fraaie garderobekast is verstopt. Dit huis past in een trend die de jury ziet, waarbij mensen kiezen voor minder

vierkante meters, maar meer ruimtelijke beleving door gebruik van licht en contact met de omgeving. Het is een benadering die navolging verdient; met vrij beschikbare ‘ingrediënten’ kun je zo kwaliteit toevoegen. Tweede woning Onder de inzendingen bevindt zich een aantal vakantiehuizen. Steeds meer mensen kopen een recreatiewoning, ook om hun spaargeld in te investeren. Wat betekent het hebben van twee woningen? Kunnen we dat in de traditie van de buitenhuizen van de adel aan de Vecht doen, met aandacht en kwaliteit? De regelgeving voor recreatieparken, dwingt vaak tot efficiënt grondgebruik; men is gebonden aan beperkte hoogtes en bouwvlakken, en moet dus compact ontwerpen. De jury ziet een aantal mooie oplossingen, zoals het Vinkeveense Tiny Holiday Home en de recreatiewoning in Haren. Opvallend zijn de vele ‘wilde’ tuinen, waarmee ontwerpers de ervaring van ‘in de natuur leven’ proberen te versterken.


PARTICULIERE WOONBELEVING CATEGORIEWINNAAR Tiny Holiday Home, Vinkeveen Architect i29 Architects Opdrachtgever particulier

‘Een fijn familiehuis’, met een keuken, woonkamer, een badkamer en drie slaap- annex studeerkamers, dat was de wens van een Amsterdamse gezin dat bij de Vinkeveense Plassen een kavel kocht om een recreatiewoning te bouwen. De uitdaging voor de architecten van i29 was om dit alles binnen de strikte eisen ten aanzien van hoogte en bouwoppervlak (60 m 2) te realiseren. Ze bedachten een schakeling van ‘doosjes’ rond een patio, die dubbelt als buitenkamer; de glazen puien aan de keuken en woonkamer kunnen volledig worden geopend. Om de ruimte optimaal te benutten, zijn de binnenmuren als bergkasten vormgegeven, waarin ook de bureaus zijn opgenomen. Het geheel is omkleed met ‘Japans’ gebrand zwart hout, het terrein werd omgetoverd in een wilde tuin.

huis met persoonlijkheid

In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister, ziet de jury. De beperkingen hebben de creativiteit aangewakkerd en dat heeft een ‘meesterlijk’ ontwerp opgeleverd dat ‘heel veel kwaliteit per vierkante meter biedt’. De geschakelde compositie past prachtig in de omgeving, en levert sfeervolle plekken op, in verbinding met de natuur. Het ontwerp is perfectionistisch tot in detail; zelfs de zwarte buitendouche is mee-ontworpen. Maar het doet nergens geforceerd aan. Een huis met persoonlijkheid, de ultieme plek om de stad te ontvluchten, een voorbeeld van hoe we kleiner kunnen wonen zonder in te leveren op kwaliteit; het Tiny Holiday Home is het allemaal en wint in deze categorie.


IDENTITEIT & ICOONWAARDE We zoeken het buitengebied vaker op. Natuurorganisaties faciliteren dit met nieuwe bezoekerscentra die door hun opvallende architectuur in zichzelf een bestemming zijn. Het bezoekerscentrum in Kinderdijk moet door verkoop van kaartjes voor de museummolens geld opbrengen voor het onderhoud van het Werelderfgoed. Het Park Paviljoen moet het werk aan natuurpark de Hoge Veluwe deels bekostigen met inkomsten uit de horeca en winkel die het gebouw combineert. Vogelobservatorium Tij wil een breed publiek laten kennismaken met het nieuwe natuurgebied waar het staat, en zo draagvlak voor deze ontwikkeling creëren.

­¬ We zoeken het buitengebied vaker op

Dit is een lastige categorie omdat de jury heel verschillende projecten met elkaar moet vergelijken. De renovatie van een aantal winkelpanden aan de Rotterdamse Lijnbaan draait om een zorgvuldig ontworpen kozijndetail in een afgewogen nieuwe gevelcompositie die voortbouwt op het ontwerp uit de jaren vijftig. De jury is benieuwd of het project een architectonische strategie biedt om meer Lijnbaanpanden op te knappen. De herbestemming van de voormalige Citroën-garages The Garage en Move moet een impuls geven aan het Stadionplein in Amsterdam. Bouwinvest is belegger van vastgoed in dit gebied en nam de panden over van Citroën. Mooi dat het stedelijk ensemble zo behouden is, maar de jury denkt dat er kansen zijn blijven liggen. The Garage is een gewoon kantoor geworden in een bijzonder casco, de bijzondere karakteristiek van het gebouw is niet echt benut en het programma gaat nauwelijks verbinding aan met zijn omgeving.


Huis met staart, Soesterberg Architect Onix NL Opdrachtgever particulier

Het Huis met staart staat in de bossen bij Soesterberg, op de plek van een voormalig zorgcomplex dat tot een woonwijkje is getransformeerd. De landschapsarchitecten die aan het plan werkten, werden verliefd op de plek en besloten een van de vrije kavels te kopen om hun droomhuis te bouwen. Onix architecten ontwierp aan langgerekt schuurhuis, geplooid rond het hoogteverschil in het terrein, met de ‘kop’ naar de wijk en de ‘staart’ richting het achtergelegen bos. Vanuit de keuken en woonkamer loopt de vloer langzaam op richting de slaapvertrekken en de werkruimte aan de tuin. In het souterrain is nog een grote ruimte met een patio. Het hofje tussen het huis en de meeontworpen schuur markeert de overgang tussen de wilde tuin en de straat.

vervlochten met de natuur

Het idee om het huis te ‘vervlechten’ met het landschap vindt de jury krachtig, net als de compositie met de zwarte stalen kap en de onderbouw van hout en glas. Het gebruik van het hoogteverschil in terrein levert een langgerekt huis met geschakelde binnenruimtes en doorzichten op. De jury denkt dat de ervaring van wonen in het bos nog sterker was geweest als er meer te openen delen in de tuingevel waren gemaakt; het gemak om direct naar buiten te stappen ontbreekt. Daarbij komt dat de houten kozijnen vrij grof zijn, waardoor de glazen gevel minder transparant is. Niettemin is de jury onder de indruk van dit huis met zijn prachtige tuin, en de geslaagde herontwikkeling van dit wijkje.


LEEFBAARHEID & SOCIALE COHESIE Er is een aantal bijzondere publieke projecten opgeleverd van een forse stedelijke schaal. Drie projecten maken de jury direct nieuwsgierig: Forum Groningen, dat als een gigantische rots naast de Grote Markt is geland; DOMUSDELA, een contemplatief rouw-, trouw- en feestcentrum van begrafenisondernemer Dela in een verbouwd klooster in Eindhoven; en Fenix, de transformatie van een overslagloods in de Rotterdamse wijk Katendrecht waarop een volume met woningen is gebouwd rond een binnentuin, met culturele functies in de plint.

­¬ Er is een aantal bijzondere publieke projecten opgeleverd van een forse stedelijke schaal Daarnaast wordt de nieuwsgierigheid gewekt door Station Lansingerland, een knooppunt voor bus, trein, randstadrail, auto en fiets, vormgegeven als een enorme brug over de snelweg. De inrichting met bomen en decoratief hekwerk is geïnspireerd op de Haagse groene tramlanen. Het staat in the middle of nowhere en moet richting geven aan de verdere ontwikkeling van de omgeving. De jury twijfelt of het ontwerp sterk genoeg is om de rol van aanjager waar te maken. Wel is er waardering voor het initiatief om infrastructuur te realiseren in voorbereiding op de ontwikkelingen die gaan komen.


STIMULERENDE OMGEVINGEN CATEGORIEWINNAAR Uitbreiding Rietveldacademie en Sandberginstituut, Amsterdam Architect Fedlev o.l.v. Paulien Bremmer i.s.m. Hootsmans architectuurbureau Opdrachtgever Stichting Gerrit Rietveldacademie

De uitbreiding van de Rietveldacademie en het Sandberginstituut is een voorbeeld van een samenwerking tussen opdrachtgever, ontwerper en gebruiker die synergie geeft. Die ontstond toen de kunstopleidingen besloten om in eigen huis een prijsvraag uit te schrijven en zo de kennis van docenten en studenten te benutten. Team Fedlev won met een ontwerp voor een ‘zwevend’ blok dat het gat in de Fred Roeskestraat vult, en samen met het Rietveldgebouw uit 1967 en de eerdere uitbreiding (Benthem Crouwel, 2004) een carré vormt rond de binnentuin. De jury vindt het een sterke stedenbouwkundig ingreep die – in combinatie met de transparante begane grond – de ontbrekende verbinding legt tussen de kunstopleidingen en de stad. Het witte blok ‘prikkelt de fantasie’. Het is ontworpen als een ‘leerlandschap’ zonder gangen en met rondom entrees; zodoende is het is op meerdere manieren te benaderen en gebruiken. De ateliers kunnen met hefdeuren onderverdeeld worden in kleinere lesruimtes, de witte gordijngevels opengeschoven, het platte dak dubbelt als openluchtwerkplaats. Het zijn ‘out of the box’-oplossingen die passen bij de academie, net als de kunstopdrachten die aan alumni gegund zijn; een wand van keramiek, het gordijn in het auditorium. Ze verrijken de ruimtes en geven het gebouw persoonlijkheid.

leerlandschap vol uitgesproken keuzes

Dit project laat zien dat opdrachtgevers en architecten, ook als ze werken binnen de vele regels en beperkte budgetten van de scholenbouw, uitgesproken keuzes kunnen maken. Zoals voor natuurlijke ventilatie; dit project toont hoe te openen ramen bijdragen aan een aangenaam binnenklimaat. De jury: ‘Een heel fijn gebouw, met een mooie uitstraling, dat goed werkt’. De onbetwiste winnaar in deze categorie.


STIMULERENDE OMGEVINGEN De jury is aangenaam verrast door de breedte van de inzendingen in deze categorie. PlantXperience is een familiebedrijf dat zaden ontwikkelt en gelieerde bedrijven en publiek kennis wil laten maken met hun expertise. In het nieuwe gebouw, ontworpen als een gigantische kas, zijn de verschillende functies – kantoren, laboratoria, kantine – als een verzameling ‘doosjes’ onder een dak geplaatst. Een interessant plan, maar de jury vindt dat de positionering van de volumes de interactie tussen functies niet bevordert, en geen prettige ruimtelijke verhoudingen geeft. De renovatie van het Atlasgebouw op de Technische Universiteitscampus in Eindhoven toont waarom het de moeite waard is om monumentale – energie slurpende – gebouwen uit de jaren ‘60 te behouden, en hoe je deze weer functionerend krijgt voor het nieuwe onderwijs. De herbestemde Werkspoorfabriek in Utrecht is een gebouwtype dat de jury vaker heeft gezien. Maar dit project voegt ook iets toe aan het bestaande repertoire. Zo is het gebruikt om een pilot met een computergefreesd houten inbouwsysteem te realiseren.

De uitbreiding van het Sandberginstituut en de Rietveldacademie is aangegrepen om te experimenteren met plattegronden en materialen. Hiervoor werd een prijsvraag onder de eigen studenten en docenten uitgeschreven. Het viel de jury op dat onder de inzendingen en genomineerden een behoorlijk aantal gebouwen is ontworpen in nauwe samenwerking tussen jonge en gevestigde bureaus, of tussen een architectenbureau en een interieurof landschapsbureau. Soms zo gestuurd door opdrachtgevers, andere keren vanuit de eigen wens van de ontwerpers.

­¬ De jury is aangenaam verrast door de breedte van de inzendingen


Werkspoorfabriek, Utrecht Architect Zecc architecten Opdrachtgever Overvecht Vastgoed

stimuleert samenwerking De transformatie van de voormalige Werkspoorfabriek in Utrecht is onderdeel van de herontwikkeling van een bedrijfsgebied, in 2014 aangekocht door een familiebedrijf dat investeert in bijzondere plekken en gebouwen. Voortbouwend op de geschiedenis van de plek, herbestemmen ze de gebouwen voor de maakindustrie, creatieve ondernemers en startups; van een brouwerij tot een 3D-printbedrijf. Met betaalbare huren en openbare interieurs is het gebied toegankelijk gemaakt voor een brede doelgroep. Zecc architecten heeft de loods opgeknapt en voorzien van een nieuwe structuur met bedrijfsunits. Deze zijn gemaakt met robotgefreesde houten elementen, geproduceerd door Sustainerhome, dat hier ook zijn kantoor heeft. De elementen, die zonder schroeven in elkaar worden geklikt, kunnen bij veranderend gebruik gemakkelijk verwijderd worden, en hergebruikt. De jury is positief verrast door de transformatie van dit ruwe pand tot een best gelikt gebouw. De meerwaarde schuilt daarbij in de programmering: er is gekozen voor bedrijven die elkaar aanvullen. De gezamenlijke ‘woonkamers’ die in de brede gangen zijn ingericht, zijn aangename plekken met veel daglicht, en worden goed gebruikt. Zo is een levendige gemeenschap ontstaan, die samenwerking stimuleert. Een minpunt: door de doosin-doos organisatie kunnen er geen ramen open. Op de lange termijn is dat minder prettig, voor starters die doorschuiven naar een andere kantoorruimte wellicht geen onoverkomelijk probleem. Bijzonder is de aandacht voor bewegwijzering die in het hele pand is doorgezet. Deze draagt bij aan de samenhang, maar is ook illustratief voor de professionalisering die de bedrijven laten zien.


DISCUSSIE Tijdens de drie intensieve reisdagen kreeg de jury een indruk van hoe het Nederlandse landschap erbij ligt en werd ze bij de projecten rondgeleid door de gebruikers en opdrachtgevers. Dat leidde tot interessante gesprekken die uitmondden in een spannende einddiscussie: welke projecten waren de sterkste in hun categorie, en wat maakt uiteindelijk het beste gebouw?

­¬ De jury werd rondgeleid door gebruikers en opdrachtgevers in hun ‘beste’ gebouw

Tiny Holiday Home en het Huis met Staart, ingezonden in de categorie Particuliere Woonbeleving, zijn qua typologie en context verwant, maar verschillen in omvang. Dat maakt de kwaliteit van het Tiny House des te meer duidelijk; het is met minder middelen en kubieke meters gerealiseerd, terwijl de jury de ruimtelijke beleving sterker vindt. Een grondige analyse van de maximale bouwcontouren (die doorgaans resulteren in een standaard huis met kap) heeft geleid tot een slimme en creatieve oplossing: een aaneenschakeling van compacte, goed geproportioneerde ruimtes met verschillende hoogtes. Dit huisje is een heerlijke plek om te recreëren en een voorbeeld van hoe je vakantiehuizen mooi in het landschap kunt inpassen. Daarbij toont het project hoe we kleiner kunnen wonen door gebouw en interieur integraal te ontwerpen. Tiny Holiday Home wint in deze categorie.


IDENTITEIT & ICOONWAARDE CATEGORIEWINNAAR Parkpaviljoen, Otterlo

hedendaags landhuis

Architect De Zwarte Hond & Monadnock Opdrachtgever Stichting Het Nationale Park de Hoge Veluwe

Het Park Paviljoen staat midden in Nationaal Park de Hoge Veluwe en is onderdeel van de visie die de Stichting NPHV in 2007 ontwikkelde om het park ‘toekomstbestendig’ te maken. Er wordt geïnvesteerd in natuur, wegen en gebouwen. De opdrachtgever wilde een ‘mooi, praktisch en duurzaam gebouw’ en vroeg zeven bureaus om hun visie. Architectenbureaus Monadnock en de Zwarte Hond wonnen met het plan voor een hedendaags landhuis, geïnspireerd op Berlage’s Jachthuis. Ze ontwierpen een gebouw met een dubbele kap en een gewelfd plafond waaraan moderne kroonluchters hangen. Vanaf de parkeerplaats begeleidt de lange gekromde voorgevel bezoekers naar binnen, waar ze aanschuiven bij de open haard. De jury vindt dit een prachtig gebouw, allereerst door de bijzondere gevel van baksteen en goudkleurig aluminium, die hard is, en tegelijk verfijnd. Ruimtelijk zit het gebouw knap in elkaar. De gebogen hoofdvorm met de entrée in het midden, verdeelt het als vanzelf in een restaurant en een winkeldeel. Door de glazen voorgevel te ‘vouwen’ oogt deze transparanter, terwijl fijne zitnissen zijn ontstaan die met grote deuren te openen zijn naar het terras. De inrichting van het terrein heeft nog aandacht nodig. Achter de gelambriseerde wand van het restaurant, bevinden zich een goed functionerende keuken en vergaderzalen. Het oog voor detail is bijzonder: zonnepanelen zijn onzichtbaar weggewerkt in het dak, de deur naar de bergruimte voor houtblokken is achter de open haard verstopt. Verlichting, meubels, belettering: aan alles is gedacht. ‘Op een ansichtkaart met het Kröller Müllermuseum en Jachthuis Hubertus, kan dit gebouw er zo bij’, aldus de jury.


Bij de Stimulerende Omgevingen wordt gesproken over de Werkspoorfabriek, het Atlasgebouw en de uitbreiding van de Rietveldacademie. Het Atlasgebouw ervaart de jury niet als een omgeving die studenten en docenten uitdaagt tot nieuwe manieren van leren. Het project wordt daarom niet genomineerd. Wel vindt de jury dat het gebouw uitblinkt door de manier waarop experiment met bouw- en installatietechnieken en het monitoren en onderzoeken van deze technieken in de gebruiksfase een plek heeft gekregen in het proces. Het gebouw wordt zo als proeftuin gebruikt door de Technische Universiteit en verdient daarvoor een Eervolle Vermelding.

De Werkspoorfabriek bete-kent met zijn (semi) publieke functies en betaalbare bedrijfsruimtes voor beginnende ondernemers veel voor Utrecht, maar legt het af tegen de ruimtelijke rijkdom van de Rietveldacademie. Met dit gebouw is het voorheen gesloten onderwijscomplex opengebroken, en met zijn transparante plint nodigt het uit tot interactie met de straat. Gebruikers worden door het gangloze interieur uitgedaagd om over de grenzen van hun vakgebied heen te kijken. De efficiÍnte en speelse opzet, de integratie van kunst, de aandacht voor natuurlijke ventilatie, de nauwe samenwerking tussen architect en gebruiker: het zijn volgens de jury thema’s die aandacht verdienen en die hier samenkomen in een fantastisch en vernieuwend onderwijsgebouw: de categoriewinnaar.


Naturalis, Leiden Architect Neutelings Riedijk Architecten Opdrachtgever Naturalis Biodiversity Center

Naturalis barstte uit zijn voegen. Laboratoria, kantoren, expositiezalen en depots; door het samenvoegen van een aantal locaties en collecties had het rijksinstituut voor alles extra ruimte nodig. Met de renovatie en uitbreiding door Neutelings Riedijk architecten heeft de opdrachtgever meer gekregen: een Natuurhistorisch Museum van wereldformaat, dat toont wat het is. De expositiezalen, omkleed met Iraans travertijn, zijn gestapeld als geologische aardlagen en gedecoreerd met betonnen banden, door ontwerper Iris van Herpen voorzien van ‘zandribbel-reliëf’. Uit de ‘rots’ is een bergpad gehouwen dat omhoog meandert langs de zalen waarin verschillende werelden gemaakt zijn, die thema’s en perioden belichten. Een metershoog atrium met een gevel als een botstructuur, verbindt de oudbouw met het nieuwe museum.

museum van wereldformaat

De jury is overweldigd door de kathedrale hal, de glinsterende rotswand, de overdaad aan materiaal en vorm. Bij binnenkomst voel je je nietig, toch heeft het gebouw een menselijke schaal en hoewel het gebouw dominant is, gaat in de zalen alle aandacht naar de objecten. Met het plan voor een complete ruimtelijke reorganisatie - het bestaande gebouw is verbouwd tot depot, het nieuwe museum is daarnaast gebouwd – wist de architect de opdrachtgever te verrassen. De jury begrijpt de keuze voor deze ingreep, maar vindt het jammer dat de bestaande en nieuwe bouwvolumes elkaar niet versterken. Binnen en buiten is over elk detail nagedacht; zo zijn de kunstverlichting en akoestische voorzieningen in de eikenhouten omkleding van de prefab-atriumgevel opgenomen. Dit is een buitengewoon geslaagd gebouw.


Bij Identiteit en Icoonwaarde gaat het tussen Tij, Naturalis en het Park Paviljoen. In de icoonwaarde van Tij schuilt iets paradoxaals: omdat bezoekers de vogels niet mogen verstoren, worden zij onzichtbaar via een tunnel het observatorium binnen geleid, en zien zij het bouw-werk niet van buiten. De jury vindt dat Tij de identiteit van het natuurgebied versterkt maar vraagt zich af of het de ambitie kan waarmaken om een breed publiek te trekken.

­¬ De jury vindt dat Tij de identiteit van het natuurgebied versterkt maar vraagt zich af of het de ambitie kan waarmaken om een breed publiek te trekken

Naturalis is sterk als het gaat om het uitdragen van de identiteit van het Nationaal Historisch Museum, maar de jury vindt dat het Park Paviljoen meer waarde toevoegt aan zijn omgeving. Het gebouw is een krachtig object, tot in detail doorontworpen, en met een gevel die een prachtig licht- en schaduwspel geeft. Het eigentijdse interieur met open haard is uitnodigend en bezoekers voelen zich er thuis. De plint met zijn zigzag-glazen gevel maakt een mooie overgang tussen binnen en buiten en creëert plekken voor etalages en zitjes. De oude pannenkoekenboerderij is naar een nieuw niveau gebracht, zich voegend bij de iconische gebouwen op de Hoge Veluwe. Mooi, tijdloos, duurzaam; de jury is het unaniem eens over de winnaar in deze categorie.


Tij, Stellendam

fascinerend bouwwerkje

Architect RO&AD Architecten en RAU Opdrachtgever Vogelbescherming Nederland

Vogelobservatorium Tij vindt zijn oorsprong in het zogenoemde Kierbesluit dat het kabinet in 2013 nam, wat inhoudt dat de sluizen in de Haringvlietdam geregeld op een kier worden gezet. Doordat deze dam, gebouwd in de jaren zeventig, de zee scheidde van de delta, stierven veel planten en dieren. Door het zeewater binnen te laten, kan het brakke ecosysteem herstellen. Met het opvallende bouwwerk wil Natuurmonumenten een breed publiek kennis laten maken met het nieuwe natuurgebied waar het staat, en zo draagvlak voor deze (kostbare) ontwikkeling creëren. De vorm is geïnspireerd op het ei van de grote stern die hier leeft, de constructie door het houten bouwsysteem dat Friedrich Zollinger honderd jaar geleden ontwikkelde. Met een 3D-computermodel is het ontwerp file to file factory geproduceerd met computergestuurde freesmachine; de houten delen zijn op locatie als een puzzel in elkaar gezet. Het riet voor de gevel is lokaal gekapt. Knap hoe deze houten ‘puzzel’ constructief is uitgedokterd, en waardering voor de zoektocht naar de juiste engineer – een houtconstructeur van een Finse universiteit – waarmee de realisatie mogelijk werd. Het beeld zou nog sterker zijn als de bouten – enkel nodig voor de stabiliteit bij het assembleren – nadien uit de houten delen waren verwijderd. De jury vindt dit een ‘fascinerend bouwwerkje’, bijzonder door zijn vorm en ruimtelijkheid. Het is simpel en puur, dwingt tot stil zijn en laat je naar de vogels kijken – precies waarvoor het is bedoeld.


De discussie over de winnaar van de – sterk vertegenwoordigde – categorie Leefbaarheid & Sociale Cohesie loopt parallel aan de eindafweging. DOMUSDELA verrast door de architectonische aanpak van het gebouw en het vernieuwende programma. Een functie die normaal gesproken naar de rand van de stad ‘verbannen’ wordt, is in het hart van de stad geplaatst, gecombineerd met sociale functies en ruimtes om te vieren. Met zijn specifieke, contemplatieve sfeer overtuigt het gebouw als centrum om ‘momenten van markering’ in het leven te vieren. Maar hoe werkt het op dagelijkse basis? Kan de voormalige kerk, nu het hoogaltaar eruit is, een ‘dorpspomp’ worden?

Fenix1 maakt indruk door de manier waarop een ruwe omgeving zodanig ‘gepolijst’ is dat mensen er nu willen wonen en de wijk nog veel meer in beweging is gezet dan men vooraf voor mogelijk had gehouden. Het gebouw is een stad op zich, met horeca, cultuur en wonen. De functies brengen reuring in de omgeving, de doorbraak in het gebouw en de plint dragen bij aan de levendigheid rond het water. Maar de grote kwaliteit van dit project is de flexibiliteit van de woon- en werkruimtes; daarmee is een gebouw gecreëerd dat voortdurend nieuw leven in dit stuk stad kan genereren.

Forum Groningen is dat al. In de eerste drie maanden na de opening kwamen er 1,1 miljoen bezoekers om koffie te drinken, te lezen en leren en uit te kijken over de stad. Het is de jury bijgebleven als de plek met de hoogste intensiteit van energie. Dit gebouw heeft het gebied en de stad ‘ongelooflijk veranderd’, ontwikkelingen aangejaagd en ruimtelijk verrijkt.

­¬ Forum is de jury bijgebleven als de plek met de hoogste intensiteit van energie


EERVOLLE VERMELDINGEN Lijnbaan, Rotterdam Architect Bureau Van Eig Opdrachtgever Manhave Vastgoed

Hoe een kozijndetail een heel blok en de aangrenzende stedelijke ruimte doet opleven, dat laat Bureau van Eig zien met deze gevelrenovatie van een zestal panden aan de Rotterdamse Lijnbaan. De winkelpanden zijn onderdeel van het Lumierecomplex, opgebouwd uit klassieke en moderne elementen. Van Eig maakte een zorgvuldige analyse en besloot de zware luifel te verwijderen en de verticale lijnen te versterken. De penanten zijn verlengd tot aan de grond, waar ze landen op metselwerk plinten. Voortbouwend op de wederopbouwarchitectuur, koos de architect voor kettingmetselverband en stalen kozijnen die de panden rank en licht maken. De reclame-uitingen van de winkels zijn opgenomen in het gevelontwerp.

ode aan analyse en detail

‘Een kleine opgave die evenwel bloedserieus is genomen en waarbij de architect tot het naadje is gegaan’, aldus de jury. Het idee om het moderne monument niet te reconstrueren pakt goed uit binnen dit – eerder al fors verbouwde – blok. Maar de jury ziet het weghalen van de luifels niet als de aanpak voor de rest van de Lijnbaan. De uitstraling die het ontwerp naar buiten toe heeft, wordt gemist aan de binnenzijde, met name op de verdiepingsvloer. Met deze Eervolle Vermelding wil de jury het belang van een grondige analyse en probleemstelling onderstrepen, en van het detail als bewijs van een goed concept.


Doorslaggevend in de einddiscussie is de ‘verbindende kwaliteit’ van Forum Groningen. ‘Dit is de Omgevingswet avant la lettre’, merkt een jurylid op. De bevolking is vanaf het begin betrokken bij het project, via een referendum. Naast de vakjury kreeg ook het publiek een stem; beide jury’s kozen voor het gewaagde ontwerp van NL Architects. Er volgden tegenslagen; de economische crisis, aardbevingen, waardoor de constructie aangepast moest worden. De jury is ervan overtuigd dat de keuze om programma en organisatie met elkaar te verbinden, onder een directeur en naam, de basis heeft gelegd voor het goede opdrachtgeverschap waarmee dit project uiteindelijk tot een fantastisch eind is gebracht. De architecten hebben dit gegeven vertaald naar een gebouw dat de verschillende functies op een ruimtelijke manier verbindt en uitnodigt tot ontdekken. Een gebouw dat mensen op vanzelfsprekende wijze bijeen brengt, maar waar je ook je eigen plekje kunt vinden; dat aanwezig is, ruimte inneemt, maar met zijn gestapelde binnenpleinen en dakterras ook een reeks geweldige publieke ruimtes ‘teruggeeft’ aan de stad.

­¬ Dit is de Omgevingswet avant la lettre Dit gezegd hebbend is de jury eruit: Fenix 1 wint als het gaat om het bewerkstelligen van Leefbaarheid & Sociale Cohesie. In Forum Groningen herkent de jury eveneens die kwaliteit, maar ze ziet ook een icoon, een stimulerende omgeving en een Huis voor alle Groningers. Ofwel: Forum Groningen is het Beste Gebouw van 2020.


Atlas, Eindhoven Architect Team V Opdrachtgever Universiteit Eindhoven

aansprekende experimenteerdrift

Het hoofdgebouw van de TU Eindhoven (1963, architect: Van Embden) was in slechte staat, de kwaliteiten van de monumentale betonnen constructie door allerhande ingrepen nauwelijks meer herkenbaar. Maar dankzij de renovatie door Team V straalt de ‘kathedraal’ weer en is het vergaand verduurzaamd; het functioneert gasloos en levert energie. De ingreep die meteen in het oog springt is de verticale ‘snede’ in het hart van gebouw, waardoor verticale rode trappartijen omhoog voeren. Gedurfd, vindt de jury, maar het levert iets bijzonders op: openheid, doorzicht en een hal met allure. De glazen elementgevel is op eigentijdse wijze teruggebracht, met een subtiel lijnenspel en verticale uitzetramen die windval voorkomen; op grote hoogte kan zo toch natuurlijk worden geventileerd. De jury vindt dat opdrachtgever en architect met de doorbraak en de nieuwe gevel de juiste keuzes hebben gemaakt om het gebouw een tweede leven te geven. Over de leeromgevingen is de jury minder enthousiast; het interieur ademt niet de sfeer van een bruisende campus. Het mooiste van dit project is de experimenteerdrift die eruit spreekt. Het uitzetraam is samen met onderzoekers van de faculteit ontwikkeld, evenals het lichtsysteem van Philips waarvan de intensiteit en kleur wordt gemeten en aangepast, om het werkklimaat te verbeteren en de toegepaste wetenschap verder te brengen. De jury vindt dat deze benadering – het gebouw als studieobject – navolging verdient, en daarom krijgt dit project een Eervolle Vermelding.


De Jury

Fotografen

Voorzitter Neelie Kroes Ondernemer

Forum Groningen Marcel van der Burg Tij Katja Effting DOMUSDELA Ossip van Duivenbode Tiny Holiday Home Ewout Huibers Fenix 1 Ossip van Duivenbode Werkspoorfabriek Utrecht Stijn Poelstra Huis met Staart Peter de Kan Naturalis Biodiversity Center Scagliola Brakkee Park Paviljoen Het Nationale Park De Hoge Veluwe Stijn Bollaert Uitbreiding Rietveldacademie en Sandberg Instituut Franziska Mueller Schmidt & Jeroen Verrecht

Ronald Schleurholts Cepezed Rob van Kalmthout Partner Rebel Group Saartje van der Made Benthem Crouwel Architects Jolijn Valk Urban Echoes Emile Spek Amsterdam UMC Jurysecretaris Kirsten Hannema Zelfstandig journalist Hoofdsponsor

Co-sponsoren

Colofon Ontwerp thonik Drukwerk Aeroprint Eindredactie Renson van Tilborg (BNA) Uitgave BNA


Juryrapport BNA Beste Gebouw van het Jaar 2020  

BNA Beste Gebouw van het Jaar is dé Nederlandse architectuurprijs voor architectenbureaus die opdrachtgevers en samenleving meerwaarde biedt...

Juryrapport BNA Beste Gebouw van het Jaar 2020  

BNA Beste Gebouw van het Jaar is dé Nederlandse architectuurprijs voor architectenbureaus die opdrachtgevers en samenleving meerwaarde biedt...

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded