BNA Beste Gebouw van het Jaar juryrapport 2022

Page 1


BESTE GEBOUW VAN HET JAAR 2022 EN WINNAAR PUBLIEKSPRIJS Museum Singer Laren Ontwerp Bedaux de Brouwer Architecten Opdrachtgever Stichting Singer Laren

De opdracht was om een nieuwe vleugel te ontwerpen voor de nieuwe Nardinc-collectie van Museum Singer Laren, gevestigd in de – met een theater en museumzalen uitgebreide – villa van het echtpaar Singer uit 1911. Bedaux de Brouwer Architecten constateerde dat het museum met nog een uitbreiding verder zou verrommelen en stelde voor om het hele complex onderhanden te nemen. Door groter te denken won het bureau de besloten prijsvraag. Het plan voor de nieuwbouw is even eenvoudig als vernuftig: de museumvleugel is ten opzichte van de middenas in de tuin gespiegeld, waarbij de puien in de bestaande jaren vijftigaanbouw zijn ‘omgekeerd’ als muurdammen met smalle raamspleten. De bakstenen dakleien van de villa keren terug in een hedendaagse variant, de eikenhouten vloeren en plinten in de nieuwe zalen gaan naadloos over in het bestaande waarbij alle installatietechniek onzichtbaar is weggewerkt. Tegelijk is de oudbouw geïsoleerd en zijn zonnepanelen op het (platte) dak geplaatst. Singer Laren is een atypisch icoon: een gebouw dat niet zichzelf probeert te promoten, maar dienstbaar is aan de kunst en de bezoeker, en zich met een tijdloze architectuur voegt bij het bestaande ensemble. De identiteit en sfeer van het museum zijn gekoesterd, de nieuwe ramen doen mee als schilderijen die het uitzicht op de villa en tuin omlijsten. Kers op de taart is de nieuwe tuinkamer aan het eind van de museumroute. Een plan dat intelligent gebruik maakt van wat er is, met veel liefde uitgevoerd, en een weldadige plek om te verblijven. Singer Laren was al een begrip, en is met deze ingetogen uitbreiding naar het hoogste architectonische niveau getild. Vakmanschap puur sang, in aanpak, uitvoering, details.

tijdloze architectuur


ALGEMEEN Het spiegelglazen Depot bij Museum Boijmans Van Beuningen versus de subtiel ingepaste uitbreiding van Museum Singer Laren. De statige natuurstenen Rechtbank Amsterdam tegenover het houten techniekgebouw van het Willem I College in Den Bosch. De spectaculaire bostoren op Strijp S in Eindhoven naast de simpele blokkendoos-woningen op landgoed De Lage Lier. De BNA Beste Gebouw van het Jaar-verkiezing 2022 was een editie van contrasten. Wat is het Beste Gebouw van 2022, met de meeste meerwaarde voor mens en maatschappij? De jury onder voorzitterschap van Barbara Baarsma heeft al tijdens de eerste bijeenkomst een aantal kanttekeningen bij die vraag geplaatst. De 82 projecten die dit jaar werden ingezonden, zijn immers al veel eerder bedacht; een bouwproject duurt van ontwerp tot oplevering gemiddeld zeven jaar. Als het goed is, staat een gebouw er vervolgens dertig, vijftig – misschien wel honderd jaar. De betekenis van een project reikt veel verder dan 2022. Tegelijk beseft de jury dat de blik waarmee wij vandaag naar onze leefomgeving kijken, gekleurd wordt door recente ontwikkelingen en wat er nu speelt. De woningcrisis, de steeds nijpender klimaatcrisis, de stikstofcrisis en de oorlog in Oekraïne.

Uit en thuis 2022 is ook het jaar waarin de coronacrisis op zijn retour lijkt. Wat is de invloed van twee jaar thuisblijven? De bouw is tijdens de pandemie ‘gewoon’ doorgegaan, maar we hebben veel minder gebruik kunnen maken van gebouwen dan ons lief was. Kinderen en studenten konden de afgelopen twee jaar nauwelijks een normaal leven leiden door de sluiting van het onderwijs. Voor iedereen werd duidelijk dat kantoren en scholen meer zijn dan gebouwen om te werken en leren: plekken voor ontmoeting, inspiratie en rust – zeker voor wie niet ruim woont of het thuis moeilijk heeft. Hetzelfde geldt voor de cultuurgebouwen die we slechts beperkt konden gebruiken. Projecten als het Depot bij Museum Boijmans van Beuningen, met zijn (deels) publiek toegankelijk dakpark en Museum Singer Laren met zijn openbare binnentuin, onderstrepen het belang om kunst vrij toegankelijk te maken en houden.

­¬ BNA Beste Gebouw 2022: een editie van contrasten.


IDENTITEIT EN ICOONWAARDE CATEGORIEWINNAAR Rechtbank Amsterdam Ontwerp KAAN Architecten Opdrachtgever Rijksvastgoedbedrijf

De nieuwe rechtbank aan de Amsterdamse Zuidas, gebouwd ter vervanging van het naastgelegen jaren zeventigcomplex, moest een ‘gezaghebbend’ gebouw worden: monumentaal, transparant, goed beveiligd en publiek toegankelijk. KAAN Architecten heeft deze schijnbaar tegenstrijdige eisen verenigd in een even eenvoudig als vernuftig ontwerp: een enorme kubus van zwart staal en glas, waaruit een kwart is weggenomen om een voorplein te maken. Deze stedelijke ruimte, geplaveid met natuursteen, loopt via de glazen gevels door in een metershoge hal van waaruit je de rechtszalen betreedt. Ondergronds bevinden zich de parkeergarage, het cellencomplex en de kamers van de snelrechters, bovenin het gebouw de werkplekken van de officiers van justitie en rechters. De jury is onder de indruk van het krachtige beeld van de rechtbank, die van ver iets ongenaakbaars heeft, maar van dichtbij licht en open oogt, en waarvan de enorme schaal wordt verzacht door de sculptuur op het plein. De heldere ruimtelijke organisatie, met een zwart en wit bouwdeel en vrijstaande bodebalies bij de zalen, helpt bezoekers op hun gemak te stellen en eenvoudig hun weg te vinden. Nergens wordt zichtbaar hoe ingewikkeld het gebouw feitelijk in elkaar zit, met gescheiden routes voor rechters, advocaten en gedetineerden. Door glazen gebouwdelen van een steenprint te voorzien blijft het massieve beeld van natuurstenen blokken in stand, terwijl de rechters naar buiten kunnen kijken. Streng, rechtvaardig – menselijk. Dit gebouw plaatst de rechtspraak waar hij hoort, midden in de samenleving, en biedt houvast bij momenten waarop beslissingen over levens worden genomen.

even eenvoudig als vernuftig


Versnellen Als er gesproken wordt over de 1 miljoen huizen die er tot 2030 bijgebouwd moeten worden, wordt in de politiek al snel gedacht aan industrieel bouwen, aan kant en klare fabriekswoningen. De jury ziet dat er een enorme lobby is om huizen in de polder te bouwen, terwijl er tegelijk al veel eenpersoonshuishoudens in gezinswoningen zijn die geen mogelijkheden zien om naar een kleinere woning te verhuizen. De fabriekswoningen zijn geen oplossing voor deze vraag. Juist rond bestaande OV-knooppunten met veel voorzieningen kunnen woningen voor deze doelgroepen en starters gebouwd worden, kan een stap gezet in de mobiliteitstransitie, en geld bespaard worden op infrastructuur. Het probleem is dat doorgaans wordt gedacht en gerekend met aparte ‘potjes’ voor gebouwen en infrastructuur. De kernvraag is: hoe kunnen we sneller modulair, aantrekkelijk en duurzaam - bouwen in de oververhitte grootstedelijke woningmarkten, en daarmee bijdragen aan betere steden? Hoe kunnen we daar een lange ketting van projecten realiseren in plaats van losse parels in de wei?

Attitude De vraag wat het Beste Gebouw van het Jaar is, gaat voor deze jury aldus verder dan het jaar 2022 en verder dan het gebouw. Het gaat ook om de visie en de attitude waarmee vorm is gegeven aan het ontwerp. De opgave waar we nu voor staan betreft meer dan 1 miljoen huizen bouwen; de klimaatcrisis stelt ons voor een hele reeks enorme uitdagingen. We mogen meer bescheiden bouwen.

­¬ Hoe kunnen we sneller - modulair, aantrekkelijk en duurzaam bouwen?


LEEFBAARHEID EN SOCIALE COHESIE CATEGORIEWINNAAR Little C, Rotterdam Ontwerp CULD INBO vof Opdrachtgever ERA Contour & J.P. van Eesteren/TBI

Hoe kun je steden verdichten en tegelijk extra ruimtelijke kwaliteit en groen realiseren? Dat toont Little C, een complex van zo’n 400 (midden)huur- en koopwoningen met een ondergrondse parkeergarage rond een groen pleintje dat zich opent richting de Coolhaven. Geïnspireerd door de architectuur van Greenwich village in New York ontwierp een team van architecten en landschapsontwerpers een ensemble van elf bakstenen torentjes die onderling verbonden zijn door stalen loopbruggen. Door deze schakeling worden per twee of drie gebouwen het trappenhuis, lift en gezamenlijk dakterras gedeeld. Zo heeft het complex - in beeld en gebruik een behapbare maat gekregen, en werd de bouw van de torentjes financieel haalbaar. Tussen de torentjes is openbare ruimte met bomen en geveltuintjes gecreëerd, met rondom horeca, een galerie en commerciële ruimtes. Er komt nog een loopbrug naar het Erasmus Medisch Centrum, waar veel bewoners werken. De jury is onder de indruk van de manier waarop een middle of nowhere is getransformeerd tot een bruisende plek. De referentie aan Greenwich Village hebben de ontwerpers een Rotterdamse draai gegeven, door met een donkere baksteen aan te haken bij de historische architectuur aan de overkant van het. De gevels zien er verzorgd uit, de loopbruggen en – ruime - balkons geven allure en sfeer aan het complex, het pleintje overtuigt als ontmoetingsplek. Little C vervult met verve zijn brugfunctie tussen de binnenstad en Coolhaven, tussen het Erasmus MC en een nieuw woongebied, tussen de bestaande en nieuwe stad. Zo veel ruimtelijke kwaliteit bij zo’n hoge dichtheid realiseren, dat is razend knap, en daarom wint Little C in deze categorie.

brugfunctie tussen de bestaande en nieuwe stad


Beoordelingscriteria Het aantal inzendingen is lager dan vorig jaar (108), hoewel er meer gebouwen werden opgeleverd. Wel valt de jury op dat de kwaliteit van de projecten hoog is, en het aantal inzendingen min of meer gelijk verdeeld is over de categorieën. De inzendingen zijn net als in voorgaande jaren - ondergebracht in vier categorieën: Identiteit en Icoonwaarde, Particuliere Woonbeleving, Stimulerende Omgevingen en Leefbaarheid en Sociale Cohesie. De jury had de mogelijkheid om inzendingen in een andere categorie te plaatsen, als zij die passender vond. De projecten zijn op drie onderdelen beoordeeld: de score binnen de categorie; architectonische criteria (stedenbouwkundige inpassing, conceptuele kracht, consistente uitwerking, materialisatie en detaillering) en de samenwerking tussen architect en opdrachtgever in relatie tot de opgave (proces, planning, omgang met budget, communicatie). Op basis van het ingezonden materiaal is een eerste selectie gemaakt, die de jury in de eerste vergadering besprak. Daaruit zijn 20 gebouwen geselecteerd voor een bezoek. Per categorie kon de jury maximaal drie projecten nomineren, waarvan één categoriewinnaar. Daarnaast bestond de mogelijkheid om maximaal drie projecten een Eervolle Vermelding toe te kennen.

Uit de genomineerde inzendingen is tot slot het BNA Beste Gebouw van het Jaar 2022 gekozen. Groene draad In de categorie Particuliere Woonbeleving springen de grootschalige woningbouwprojecten er meer uit dan de privéwoonhuizen en villa’s, die veelal in het buitengebied zijn gerealiseerd. Een jurylid vraagt zich af of we überhaupt moeten bouwen in het buitengebied; de natuur staat al sterk onder druk. Maar een project als het nieuwe landgoed Lage Lier kan wellicht laten zien hoe bouwen en natuurontwikkeling goed samen kunnen gaan. De jury besluit daarom om daar te gaan kijken. De combinatie van bouwen en natuurontwikkeling zie je ook terug bij andere inzendingen. De particuliere woning Polyphemos in Maastricht is op ingenieuze wijze ontworpen om een monumentale gingkoboom te behouden. De Eindhovense Trudo Toren en de projecten Stories en Voortuinen in Amsterdam hebben balkons met bomen en struiken. Het levert bijzondere gebouwen, met mooie buitenruimtes. Wel rijst bij de jury de vraag of de ontwikkeling van groene gevels op grote schaal duurzaam is als daarvoor extra constructiemateriaal (staal, beton) en veel onderhoud nodig is. Zouden we niet allereerst meer ruimte moeten maken voor beplanting op straatniveau?


Spaarndammerhart, Amsterdam Ontwerp Korth Tielens architecten/ Marcel Lok_architect i.s.m. DS Landschapsarchitecten en Martijn Sandberg Opdrachtgever Heijmans Vastgoed BV

Het woningproject Spaarndammerhart omvat een mix van koop-, vrije huur- en sociale huurwoningen boven een parkeergarage, en is tegelijk een stuk stadsherstel. Op de plek waar in de jaren zeventig met de bouw van een school een gat in het stedelijk weefsel werd geslagen, hebben architecten Korth Tielens en Marcel Lok de oorspronkelijke straatwand met poort teruggebracht, en daarachter een groene hof gecreëerd. Geïnspireerd door de omringende architectuur van de Amsterdamse School, hebben ze het project als een Gesamtkunstwerk vormgegeven, samen met DS landschapsarchitecten en kunstenaar Martijn Sandberg. Van de nestkasten die in de gevels zijn verwerkt tot de typografie voor de huisnummers; aan elk detail is gedacht. Zo vanzelfsrepekend als Spaarndammerhart op zijn plek staat, ziet de jury dat hier stedenbouwkundig een prestatie van formaat is geleverd. Het project is - tot en met de entrée van de parkeergarage prachtig ingepast, waarbij een hedendaagse draai is gegeven aan de baksteenarchitectuur van de Amsterdamse School. Met name de geglazuurde groene baksteen waarmee het hof is gemetseld, verrast de jury aangenaam. Alle woningen hebben privé-terrassen, die overgaan in collectieve tuinen, zonder schuttingen. Bestaande bomen zijn behouden en waar nodig verplant. Het is jammer dat de poort naar een aanpalend binnenterrein door de bewoners is afgesloten. Spaarndammerhart is een rijk project dat op alle fronten consistent en goed is aangepakt, en toont hoe je een stuk stad kunt bouwen met betaalbare en duurdere woningen, dat toegankelijk is voor iedereen.

een prestatie van formaat


Nieuwe typologieën Voortuinen is ook interessant vanwege de nieuwe ontsluitingstypologie die de architect ontwikkelde, waarbij de liften en trappen niet in een kern, maar aan de buitenzijde zijn geplaatst, waarbij je vanaf de balkons binnenkomt. Knap hoe een schijnbaar onmogelijk diep kantoorgebouw op deze manier is herbestemd, al is de jury niet onverdeeld enthousiast over de ruimtelijke kwaliteit van de gemeenschappelijke entreehallen. Een andere nieuwe typologie is Depot Boijmans van Beuningen, ‘s werelds eerste publiek toegankelijke kunstdepot, gebouwd met het idee om een breed publiek met de kunstcollectie – publiek bezit - in contact te brengen. De jury is verrast door, en enthousiast over de levendige, bruisende binnenwereld van het Depot, en merkt op dat daar – in vergelijking met de spektaculaire gevel – weinig over gesproken wordt. De jury heeft dit project, ingezonden onder de noemer Identiteit en Icoonwaarde, naar aanleiding van het bezoek verplaatst naar de categorie Stimulerende Omgevingen.

­¬ Er is een Deltaplan voor de scholenbouw nodig.

Stimulerende Omgevingen De jury bezocht onder meer de kantoorgebouwen van woningcorporatie Lieven de Key in Amsterdam en stichting Biopartner in Leiden, die met hun bedrijfsrestaurant op de begane grond en gemeenschappelijke voorzieningen ook een ontmoetingsplek willen zijn voor de omgeving. Daarnaast staat de jury na bezoeken aan het koning Willem I College en basisschool De Wildschut stil bij de betekenis van architectuur voor het onderwijs, waar de budgetten beperkt zijn terwijl de eisen ten aanzien van klimaat (ventilatie, energieprestatie, veiligheidsvoorzieningen) almaar hoger worden, en aldus een steeds groter deel van het budget naar installaties gaat. Hoe kunnen slimme, integrale ontwerpen niet alleen voorzien in duurzame oplossingen en een gezond binnenklimaat maar óók aan ruimtelijke kwaliteit? Inspirerende huisvesting draagt immers bij aan het leerplezier en welzijn van kinderen, en speelt een preventieve rol als het gaat om de toenemende vraag naar (jeugd)zorg. Eigenlijk is een Deltaplan voor de scholenbouw nodig, stelt de jury.


STIMULERENDE OMGEVINGEN CATEGORIEWINNAAR Depotgebouw Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam Ontwerp MVRDV Opdrachtgever Gemeente Rotterdam

Het spiegelglazen Depotgebouw dat MVRDV in opdracht van Museum Boijmans van Beuningen in het Rotterdamse Museumpark liet landen, roept gemengde reacties op bij de jury. Moet je zo’n groot en opvallend gebouw midden in een park bouwen? Is het niet teveel een gimmick? Maar eenmaal binnen is de jury zwaar onder de indruk van de spectaculaire ruimte, en ontroerd door de kunst die voor een breed publiek wordt ontsloten. Het museum ontbeerde opslagruimte; de 151.000 kunstobjecten lagen voorheen in de kelderruimtes, die regelmatig overstroomden. In plaats van een opslagloods op een industrieterrein te bouwen, bedacht het museum om een gebouw te maken waar veel meer van de (publieke) collectie getoond kan worden; op zaal zie je slechts 8% van de collectie. De werken liggen opgeslagen in geklimatiseerde depots rond een 40 meter hoog atrium waardoor een trappartij kris-kras naar boven voert – langs restauratieateliers en galeries - tot aan het park op het dak. De opvang van regenwater, zonnepanelen en warmte/koudeopslag dragen bij aan de duuurzaamheid van het gebouw. Hoewel de jury twijfels houdt over de stedenbouwkundige inpassing, ziet ze dat het Depotgebouw met zijn – perfect afgewerkte - spiegelfacade wel in staat is om mensen als een magneet aan te trekken. De spectaculaire entrée en trappartij, beloopbare vitrines en etalage-achtige ruimtes prikkelen bezoekers om de kunstwerken op hun eigen manier en vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Op die manier geeft het ontwerp een nieuwe invulling aan de typologie van de opslagplaats, die andere musea kan inspireren. Dat is een enorme verdienste, en daarom wordt het Depotgebouw gekroond tot categoriewinnaar.

nieuwe invulling aan de typologie: opslagplaats


Leefbaarheid en Sociale Cohesie Als het gaat om Leefbaarheid en Sociale Cohesie in wijken, zijn naast goede woningbouw met voldoende buitenruimte ook voorzieningen in de wijk van belang. Het multifunctionele project DB55 in de nieuwe Amsterdamse wijk Houthavens, is een interessant voorbeeld. De voormalige houtloods is getransformeerd tot een flexibel te gebruiken gebouw met horeca, werkplekken, evenementenruimte en een overnachtingsplek. Verschillende gebruikers en evenementen moeten aanleiding geven tot nieuwe vormen van gebruik, met inbreng vanuit de buurt. De architecten zijn zelf in het pand gevestigd en verantwoordelijk voor de exploitatie en programmering. Een verbreding van de rol van de architect zie je ook bij het Floating Office Rotterdam, waarin het architectenbrueau en het ontwikkelbedrijf die het project realiseerden beiden op locatie zijn gevestigd.

­¬ Gebouwen die staan voor de opgaven van de toekomst.

Identiteit en Icoonwaarde Identiteit is volgens de jury een ‘vloeibaar’ gegeven, voortdurend in ontwikkeling, met momenten en mijlpalen waarin je het kunt aflezen. Een icoon kan zo ook juist de opvatting van een bepaalde tijdsperiode zichtbaar maken. Bij een icoon wordt vaak aan een opvallend gebouw gedacht, maar volgens de jury zou het binnen deze competitie moeten gaan over gebouwen die staan voor de opgaven van de toekomst: kimaatverandering, energietransitie, stedelijke verdichting, zorgvuldig hergebruik en de omgang met het verleden. Een iconisch gebouw zou moeten inspireren om deze thema’s verder te brengen. Zo ziet de jury in de monumentale hulpwarmtecentrale die energiebedrijf Vattenfall langs de A10 realiseerde, een nieuw type opgave om de energietransitie waarvoor we staan vorm te geven, met een nieuwe gebouwtypologie die evenveel aandacht vraagt als bijvoorbeeld vroeger de watertorens die in wijken werden gebouwd. Het Namenmonument dat in Amsterdam is verrezen, is een nieuw soort herdenkingsplek, die nauw verweven is met de omgeving – de voormalige Joodse buurt – en ruimte biedt om te reflecteren op het verleden. Het ontwerp van de nieuwe vleugel van Museum Singer Laren is erop gericht om de identiteit van het cultuurcomplex opnieuw uit te vinden en te versterken.


Vernieuwing Koning Willem I College, Den Bosch Ontwerp Nieuwe Architecten bna Opdrachtgever Koning Willem I College

Het Koning Willem I College in Den Bosch is een MBOopleiding met verschillende vestigingen, waaronder het vernieuwde gebouw met de techniekopleidingen, vlakbij het station. Vertrekpunt voor de renovatie en uitbreiding was de verduurzaming van het bestaande pand uit de jaren ’90 en het creëren van een ‘gezicht’ naar de stad. Aan het nieuw aangelegde voorplein ontwierp Nieuwe Architecten een glazen gebouw met een beeldbepalende houten draagconstructie, dat tegelijk dienst doet als lesmateriaal. De onafgewerkte constructie en ‘open’ plafonds maken de opbouw inzichtelijk, waarbij je letterlijk ziet hoe klimaatinstallaties, akoestische panelen en verlichting in de ruimtes zijn gehangen. Door de QR-codes bij verschillende onderdelen te scannen, krijg je extra informatie. De felblauwe stalen trappartijen - de ‘clubkleur’ – vormen een kleurig accent. De meubels zijn deels gemaakt door de studenten. De jury is enthousiast over dit ‘stoere’ gebouw dat hoge, lichte ruimtes biedt en een goede sfeer. De houten draagconstructie en de expressieve trappen overtuigen, de vorm van de glazen gevel vindt de jury daar niet zo goed bij passen. Het gebouw oogt uitnodigend, studenten voelen zich geïnspireerd, en kunnen door de heldere opzet hun weg makkelijk vinden. Door de verplaatsbare binnenwanden zijn de onderwijsruimtes flexibel in gebruik, wat bijdraagt aan de duurzaamheid van het gebouw. Al met al is dit een bijzonder sympathiek project. Zoals een jurylid het verwoordt: ‘Ik zou hier zelf wel op school willen zitten.’

een bijzonder sympathiek project


BEVINDINGEN Ketenaanpak Als er een ding duidelijk wordt tijdens de driedaagse rondrit langs de geselecteerde projecten, dan is het dat een gebouw niet los is te zien van zijn omgeving en de gebruikers. Neem studentencomplex The Cube in de Utrechtse wijk Overvecht, dat onderdeel is van een reeks nieuwbouwblokken tegenover het (te renoveren) winkelcentrum. De jury vindt het goed dat er geïnvesteerd wordt in deze buurt, maar heeft wel bedenkingen bij de manier waarop The Cube daaraan bijdraagt. Het gebouw heeft een markante vorm die opvalt, maar oogt van dichtbij minder verzorgd, en de entreehof is afgesloten met een groot hek. Het winkelcentrum met de parkeerplaats is niet bij de ontwikkeling betrokken. De jury vindt dat de gemeente daarmee een kans heeft laten liggen. Wil je de leefbaarheid van een buurt verbeteren, dan kun je niet vertrouwen op oplossingen van commerciele partijen, maar zul je stedenbouw, architectuur, interieur en programmering – de hele keten van ruimtegebruik moeten aanpakken.

Transformatie Voorbeelden waar het gelukt is om zo’n ‘1+1=3’ aanpak tot stand te brengen zijn de woningbouwprojecten Spaarndammerhart in Amsterdam en Little C in Rotterdam. Beide projecten zijn gerealiseerd door een team van architecten, landschapsarchitecten en kunstenaars, waarbij voortgebouwd is op de bestaande baksteenarchitectuur en hovenstructuur in de omgeving. De pleinen en hoven in deze projecten zijn openbaar toegankelijk, waardoor de complexen onderdeel worden van de stad. Omdat het merendeel van de bouwopgaven tegenwoordig binnenstedelijke transformaties betreft, wordt een zorgvuldige omgang met bestaande bebouwing, beplanting en bewoners steeds belangrijker. De nieuwe vleugel van Museum Singer Laren is een mooi voorbeeld van hoe je kunt voortbouwen op aanwezige kwaliteiten. Met een trefzekere ingreep is het verommelde complex tot een hernieuwde eenheid gesmeed.

­¬ De 1+1=3 aanpak.


Floating Office Rotterdam Ontwerp Powerhouse Company Opdrachtgever RED Company

grootste drijvende kantoor ter wereld Als grootste drijvende kantoor ter wereld, opgetrokken uit (duurzaam geproduceerd) hout, vormt Floating Office Rotterdam het visitekaartje van het Global Center on Adaption (GCA), een door de VN opgerichte organisatie om de aanpassing aan klimaatverandering te versnellen. Het project, onderdeel van de herontwikkeling van de Rijnhaven tot een nieuw stuk stad, is in elf maanden ontwikkeld door Red Company en ontworpen door Powerhouse Company; deze bedrijven zijn ook in het pand gevestigd. Het bestaat uit vijftien geschakelde betonnen drijfbakken waarop een houten prefab draagconstructie van liggers en kolommen in elkaar is geschroefd, voorzien van verdiepingshoge ramen. Het uitzicht over het water is prachtig, het gevelbeeld en het interieur worden niet als bijzonder ervaren. De balkons, die naar boven toe steeds iets verder uitkragen, zoals bij een pagode, dubbelen als zonwering. Op het zuidelijke dakdeel liggen zonnepanelen, op het noordelijke groeien plantjes. Er wordt gekoeld met behulp van warmte/koude-opslag, met water uit de haven; netto produceert het gebouw energie. De jury vindt dat de makers veel voor elkaar hebben gekregen in korte tijd, inclusief een BREAAM Outstanding certificering. Technisch zit het gebouw slim in elkaar; het is flexibel indeelbaar, demontabel, verplaatsbaar en vakkundig afgewerkt. Dat het project de noodzaak om ons aan te passen aan de stijgende zeespiegel aankaart is goed, maar de vorm van het gebouw ondersteunt die boodschap volgens de jury beperkt. Floating Office Rotterdam is zeer stimulerend in de beweging waar het voor staat, maar inspireert minder als kantooromgeving.


Duurzaamheid Alle inzendingen overziend had de jury meer nadruk op duurzaamheid verwacht. De ontwikkelingen op dit gebied gaan snel, de lat komt steeds hoger te liggen. Van het gas af is nu het mantra, maar de jury benadrukt dat duurzaamheid ook gaat om gedragsverandering, en de huidige focus op CO2-reductie te beperkt is. Het valt de jury op dat verschillende projecten met hout zijn geconstrueerd; het is goed om te zien dat daarin stappen worden gezet. Maar we moeten ook investeren in biodiversiteit, circulariteit, een gezonde leefomgeving, met schoon water en lucht, waar we meer bewegen. Feit blijft bovendien dat bouwen veel energie kost; het meest duurzaam is om zo min mogelijk te bouwen ofwel gebouwen te hergebruiken. Dat vraagt om ontwerpen die flexibel indeelbaar zijn en enige overmaat hebben. De bedrijfspanden van Lieven de Key en Biopartner zijn respectievelijk in een bestaand pand en met een hergebruikte staalcontructie gerealiseerd, en ingericht met tweedehands meubels. De interieurs zijn nu hip, maar hoe ervaren we ze over vijf jaar? Marktplaatsmaterialen lijken deels een symbool voor duurzaamheid, terwijl een goed ontwerp daar bovenuit stijgt. De jury stelt dat we toe zijn aan een nieuwe circulaire bouwgolf, waarbij hergebruik een vanzelfsprekend onderdeel van het ontwerp is, en

beoordeeld wordt op de langjarige kwaliteit van de architectuur. Kansen Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) Hoe voorkomen we dat onder druk van het mantra ‘bouwen, bouwen, bouwen’ straks overal dezelfde standaard huizen verrijzen? De CPO-projecten die de jury bezoekt overtuigen dat deze aanpak, waarbij groepen particulieren met hulp van een architect samen een woongebouw ontwikkelen, kansen biedt om voorbij de eenheidsworst te denken en tot meer kwaliteit te komen. Juist op lastige binnenstedelijke locaties of buitengebieden waar bouwen omstreden is, blijken dit soort maatwerkprojecten te werken. Ze bewijzen dat als je burgers verantwoordelijkheid geeft en hun kennis en creativiteit inzet, er ruimte ontstaat voor innovatieve oplossingen zoals houtbouw, andere woningtypes, het delen van (groen) voorzieningen of zelfs natuurontwikkeling. De jury wil gemeentes oproepen om dit soort samenwerkingen te blijven faciliteren, en daarbij ruimte te laten voor de architect als initiatiefnemer en conceptontwikkelaar.

­¬ Geef burgers verantwoordelijkheid en benut kennis en creativiteit.


PARTICULIERE WOONBELEVING CATEGORIEWINNAAR Stories, Amsterdam Ontwerp Olaf Gipser Architects Opdrachtgever Bouwgroep CPO Samenwerkers BSH20A

Stories is het verhaal van een groep betrokken particuliere opdrachtgevers die samen met architect Olaf Gipser hun krachten bundelden om een bijzonder woongebouw te realiseren in de nieuwe wijk Buiksloterham in Amsterdam Noord. Het gebouw omvat 27 appartementen en een grote gezamenlijke ruimte (momenteel in gebruik om een Oekraïens gezin op te vangen), met wintertuinen en balkons met ingebouwde plantenbakken. Bepalend voor de interieurs is de draagconstructie van kruislaminaathout rond een betonnen kern. Inspelend op de woonwensen en het budget van de bewoners, is elk appartement anders – klein, groot, open of met veel kamers, al dan niet met vide - terwijl het witte gebouw met zijn groene balkons juist eenheid uitstraalt. ‘Een prettig en mooi gebouw met een warme sfeer, en een sterk silhouet in de stad’, aldus de jury. Stories toont de potentie van collectief particulier opdrachtgeverschap, waarbij individuele vrijheid de ruimte krijgt en bijzondere woningen ontstaan, waarvoor de vrije markt nauwelijks ruimte biedt. Tegelijk laat de bewonersgroep zien dat individuele wensen heel goed samen kunnen gaan met de gezamenlijke inzet voor het grotere belang. Er is veel geïnvesteerd in de duurzame houten draagconstructie, zonnepanelen en het gevelbeeld met bomen die op de (privé) balkons zijn geplant. Zo is samenhang en algemene kwaliteit voor de buurt gecreërd. Daar waar grote bouwbedrijven risicomijdend opereren, hebben de bewoners zeven jaar lang vastgehouden aan hun hoge ambities, zonder concessies te doen aan het ontwerp. Stories ademt energie, en biedt een particuliere woonbeleving die - als de bewoners eenmaal gesettled zijn en de bomen volgroeid - nog hoger kan worden.

warme sfeer en een sterk silhouet


DISCUSSIE Onder de indruk van alles wat de jury tijdens de driedaagse tour zag en hoorde, en de levendige gesprekken in de bus, start de discussie over de te nomineren projecten en categoriewinnaars. Cultureel hart In de categorie Stimulerende Omgevingen gaat de strijd tussen Floating Office Rotterdam, het vernieuwde Koning Willem I College en het Depotgebouw. De jury is er snel over uit: Museum Boijmans van Beuningen wint, voor de gedurfde manier waarop conserveren, etaleren en educatie in een nieuw gebouwtype zijn gecombineerd. Het gebouw genereert een extreem groot publiekbereik, fungeert als ‘stapsteen’ naar een museumbezoek, en toont bezoekers hoe met liefde en passie kunst bewaard en hersteld wordt. De manier waarop de kunstwerken ‘vanuit de krochten van de kelder in een spiegelpaleis midden in de stad geplaatst zijn’, is volgens de jury voorbeeldstellend voor de plek die cultuur – schromelijk verwaarloosd in de coronajaren - nu verdient.

­¬ Vanuit de krochten naar een spiegelpaleis.

Vertrouwen in vakmanschap Met de Trudo Toren, CPO Stories en Landgoed De Lage Lier nomineert de jury drie sterke projecten in de categorie Particuliere Woonbeleving. Ze geven blijk van een lange termijnvisie, creëren meerwaarde voor hun omgeving en zijn alledrie dupliceerbaar. Landgoed de Lage Lier is een verrassende ontwikkeling in het buitengebied, Stories en Trudo Toren hebben een voorbeeldfunctie voor de binnenstedelijke bouwopgave. Woningcorporatie Trudo was al actief in Strijp S, de CPO-groep van Stories heeft op eigen kracht een plek veroverd en vormgeven in Amsterdam Noord. De jury vindt de architectuur van dit project het sterkst, van de ritmisch vormgegeven witte gevels tot de met glas afsluitbare wintertuinen en de houten draagconstructie; het is op elk niveau doordacht. Elk appartement is anders, ontworpen in samenspraak met de bewoners. De jury ziet dat dit een ingewikkeld proces was, terwijl het eindresultaat bedrieglijk simpel oogt; dat is razend knap. Het project laat zien hoe je met vertrouwen in vakmanschap samenwerkingen kunt versnellen. Daarom wint Stories in deze categorie.


Trudo Toren, Eindhoven Ontwerp Stefano Boeri Architette & Inbo Opdrachtgever Sint Trudo

In 2011 bouwde de Italiaanse architect Stefano Boeri in Milaan twee luxe ‘bostorens’ waarmee hij wereldberoemd werd. Woningcorporatie Trudo wilde een soortgelijk gebouw in de Eindhovense wijk Strijp S realiseren, maar dan in de sociale huursector; een uitdaging die de architect graag aannam. Samen met landschapsontwerper Laura Gatti tekende hij een toren met 125 (starters) woningen (3550m2) die elk over een balkon met boom beschikken en zo de hoogstedelijke buurt helpen vergroenen. De appartementen hebben een 3,5 meter hoog plafond, wat bewoners de mogelijkheid biedt om een entresol of hoogslaper in te bouwen. Daarnaast beschikken de bewoners over een grote gezamenlijke ruimte met keuken en terras, waar activiteiten georganiseerd worden, al dan niet met hulp van de door Trudo aangestelde communitybuilder en -app. De jury prijst allereerst het lef en de langetermijnvisie van de opdrachtgever, die dit concept voor elkaar heeft gekregen met honderd procent sociale huurwoningen, en een kwaliteit ‘aan de bovenkant van de sector’. De toren past goed in het gebied met zijn verscheidenheid aan architectuur. Er is veel geïnvesteerd in woonkwaliteit en belevingswaarde, waarbij passanten en omwonenden meegenieten van het groene gevelbeeld. In vergelijking met de verzorgde gevel ogen de onderkanten van de balkons en de betonnen verkeersruimten wat onafgewerkt. De combinatie van hoge architectonische ambities, verticale vergroening en de gemeenschappelijke leefruimte is indrukwekkend, en heeft een bijzondere plek opgeleverd.

lef en langetermijnvisie


Massa met kwaliteit In de categorie Leefbaarheid en Sociale Cohesie zijn Little C en Spaarndammerhart aan elkaar gewaagd. Spaarndammerhart is een uitzonderlijk project op alle schaalniveaus: stedenbouw, landschap, architectuur, kunst. De jury kiest uiteindelijk Little C als winnaar vanwege de manier waarop met een enorme hoeveelheid woningen hoogwaardige stedelijke kwaliteit is gerealiseerd. In veel steden wordt bij verdichting gedacht aan hoogbouw, wat vaak tot discussies en weerstand leidt. Dit project laat zien hoe bouwen in een hoge dichtheid samen kan gaan met een warme, informele sfeer en een menselijke maat. Het gemengde woningaanbod, de samenwerking met de gemeente, de groene buitenruimtes en de slimme verbindingen - tussen de gebouwen onderling en het complex met de buurt; dit project klopt op elk front. Dat de gemeente de grondopbrengsten investeert in een nieuw aan te leggen parkstrook aan het water naast de hoogbouw, is prijzenswaardig. Het project kan voorbeeldstellend zijn voor de grote woningbouwopgave waar we als maatschappij voor staan.

­¬ 3 projecten die eigenlijk onvergelijkbaar zijn.

Eindstrijd De einddiscussie spitst zich toe op de genomineerden in de categorie Identiteit en Icoonwaarde; drie projecten die eigenlijk onvergelijkbaar zijn, en die elk staan voor grote, belangrijke thema’s. Het Holocaust Namenmonument heeft de jury verrast door de manier waarop het onderdeel is geworden van de stad en je er doorheen kunt lopen. Het monument is van belang voor de identiteit van het gebied, creëert een plek bij het aangrenzende park, waar je tot rust komt, heeft een belangrijke educatieve waarde en is prachtig gemaakt. Het grootse van de Holocaust overstijgt dit alles, en maakt dat de jury het project niet naast andere projecten kan en wil plaatsen. Besloten wordt om het Namenmonument een eigen plek te geven met de Eervolle Vermelding, de enige dit jaar. De Rechtbank Amsterdam, die midden in een nieuw stuk stad als een gigantisch blok pal voor de rechtsorde staat - krachtig, transparant, direct – geeft volgens de jury uitdrukking aan het toenemende belang van rechtspraak; denk aan zaken rond klimaat, drugs, de toeslagenaffaire. Het is een gebouw dat tot de orde roept en de bezoeker tegelijk omarmt, met een prachtig natuurstenen voorplein waarover je op vanzelfsprekende wijze naar binnen wordt geleid. De jury is verrast door de warme sfeer en levendigheid die ontstaat als de zon op het natuursteen schijnt.


Landgoed De Lage Lier, Molenhoek Ontwerp Architectenbureau Vincenth Schreurs Opdrachtgever bestuursleden Landgoed De Lage Lier

Er waren plannen om een snelweg door het voormalig landbouwgebied bij Molenhoek aan te leggen, en een projectontwikkelaar wilde er een nieuwe woonwijk bouwen; plannen waartegen omwonenden zich fel verzetten. Met dank aan een collectief van 15 particuliere opdrachtgevers annex natuurliefhebbers is er uiteindelijk 14 hectare natuur gerealiseerd, die beheerd wordt door de bewoners en de boer die verderop woont. Het nieuwe landgoed De Lage Lier is tot stand gekomen via de rood-voor-groen regeling waarbij in ruil voor natuurontwikkeling (kleinschalige) bebouwing gerealiseerd mag worden. Architect Vincenth Schreurs ontwierp acht ingetogen woningen in het – publiek toegankelijke - groen. De architect begeleidde de bewoners in het hele proces; sprak met elk gezin, maakte vervolgens de basisschets voor de woningen en bepaalde de positie in het ensemble aan de hand van woonwensen en budget. De huizen, geconstrueerd met kruislaminaathout en voorzien van eenvoudige grijze gevels en groene danwel zonne-daken, hebben spectaculair uitzicht op de natuur. De jury vindt dit project voorbeeldstellend door de manier waarop wordt omgegaan met het landschap. Het groengebied is geconserveerd terwijl de biodiversiteit is verrijkt met nieuwe plantensoorten, gericht op het aantrekken van insecten en andere dieren. De woningen met hun grijze gevels en platte daken zijn tamelijk onopvallend in het groen geplaatst. De huizen openen zich naar de achtertuinen, die overgaan in het landschap, en hebben veel uizicht en zon. Aan de straatkant vindt de jury het ontwerp wat minder overtuigen, doordat de samenhang ontbreekt. Als de tuinen en het terrein over vijf jaar volgroeid zijn, biedt dit project een prachtige woon- én natuurbeleving.

voorbeeldstellend in omgang met natuur


‘Een mooi, ongenuanceerd, superconsistent ontwerp’, aldus de jury. De kwaliteit van het vernieuwde Museum Singer Laren schuilt in de vanzelfsprekendheid waarmee het ontwerp is ingepast op zijn plek. Het project laat zien dat je soms de beste kwaliteit krijgt door een bestaande situatie te verbeteren in plaats van iets nieuws te maken. Met de markante nieuwbouw van het theater uit 2017 was volgens de jury onbalans in het complex ontstaan, die met de nieuwbouw is hersteld, op een manier die het museum beter maakt dan het ooit was. De aanbouw is bescheiden, maar voegt een enorme kwaliteit toe aan het complex. De ruimte voor kunst is vergroot, de routing verhelderd, de oudbouw verduurzaamd. Mooiste detail: het messcherp gesneden dak, waarin de jury ‘een kruising ziet tussen bebop en Frank Lloyd Wright’s prairiehuizen’.

­¬ Geef nieuwe betekenis aan wat er al is.

Weloverwogen Een sterk architectonisch object in een nieuw stuk stad tegenover een nieuwbouwvleugel die eenheid en rust brengt binnen een bestaand ensemble, vanuit die afweging kiest de jury de Rechtbank Amsterdam tot winnaar in de de categorie Identiteit en Icoonwaarde. Als het gaat om de vraag wat het Beste Gebouw is, dan wijst de jury naar het vernieuwde Singer Laren, dat een houding representeert die we in deze tijd van quick response meer zouden moeten aannemen. De jury vindt het veelzeggend dat architect en opdrachtgever zelfs de gedwongen sluiting tijdens de lockdowns hebben benut om iets positiefs te bewerkstelligen; de bestaande zalen en de museumwinkel zijn in die periode gerenoveerd. Kalm blijven, heel goed kijken naar wat er is, en daar weloverwogen nieuwe betekenis aan geven. Met die boodschap roept de jury Museum Singer Laren uit tot het Beste Gebouw van het Jaar.


EERVOLLE VERMELDING Nationaal Holocaust Namenmonument, Amsterdam Ontwerp Studio Libeskind i.s.m. Rijnboutt Opdrachtgever Nederlands Auschwitz Comité

Het Nationaal Holocaust Namenmonument is gebouwd voor de Joden, Sinti en Roma die tijdens de Tweede Wereldoorlog gedeporteerd en vermoord zijn, en geen eigen graf hebben. Het bestaat uit 102.000 bakstenen waarin de namen, geboortedata en leeftijd bij overlijden zijn gegraveerd. De stenen vormen muren die vier Hebreeuwse karakters dragen - omkleed met spiegelend roestvrij staal, en iets opgetild en verdraaid ten opzichte van de muren - met de boodschap: ‘in herinnering aan’. De spiegels reflecteren de lucht, de bomen en de gebouwen in de omgeving, leggen een verbinding tussen het verleden en het heden, en geven een symbolische betekenis aan de opgave om ‘een toekomst proberen voor te stellen met de ervaring van dit trauma’. Op maaiveldniveau vormt het monument een labyrintachtige ruimte waar je vrij doorheen kunt lopen. Initiatiefnemer van het project is Jacques Grishaver, voorzitter van het Auschwitz Comité, die de Pools-Amerikaanse architect Daniel Libeskind benaderde om een ontwerp voor een monument in het Wertheimpark te maken. Toen bewoners dat plan afkeurden, werd gekozen voor deze locatie, in de voormalige Joodse Buurt. Ook hier ontstond weerstand; zo werd gevreesd dat het monument te groot zou zijn voor de plek. Zoals het honderd meter lange bouwwerk zich voegt tussen de Weesperstraat, de ingang naar de metro en de Hoftuin, ervaart de jury het eerder als bescheiden. Het monument is meer dan een gedenkplaats: een stedelijk rustpunt en een ruimte voor educatie, waar dagelijks schoolklassen worden ontvangen en rondgeleid. Beschrijvingen doen tekort aan de ervaring van de jury, die diep onder de indruk is van de betekenis die in dit ontwerp besloten ligt en de enorme betekenis voor de Joodse gemeenschap.

verbinding tussen verleden en heden


De Jury

Fotografen

Voorzitter Barbara Baarsma Directeur Rabo Carbon Bank

Depot Boijmans van Beuningen Ossip van Duivenbode Floating Office Rotterdam Sebastian van Damme Landgoed De Lage Lier Auke van der Weide Little C Ossip van Duivenbode Museum Singer Laren Karin Borghouts Rechtbank Amsterdam Fernando Guerra Stories Max Hart Nibbrig Spaarndammerhart Dennis de Smet Vernieuwing Koning Willem I College Stijn Poelstra Trudo Toren Igor Vermeer Nationaal Holocaust Namenmonument Kees Hummel

Annemarie van Doorn Directeur Dutch Green Building Council Gert Kwekkeboom Civic Architects Maartje Luisman SVP Architectuur en Stedenbouw Mohamed Baba Woningcorporatie Haag Wonen Ton Venhoeven VenhoevenCS architecture+urbanism Jurysecretaris Kirsten Hannema Zelfstandig journalist Hoofdsponsor

Colofon Co-sponsoren

Ontwerp thonik Drukwerk Aeroprint Eindredactie Liselore Zoeteweij (BNA) Uitgave BNA

Mediapartner