Page 1

Wederopbouwerfgoed als ontwerpopgave Komende jaren zullen architecten steeds vaker te maken krijgen met het herontwikkelen van gebouwen uit de wederopbouw.

Strategisch personeelsbeleid verbetert resultaten Weinig kleinere architectenbureaus houden zich bezig met strategisch personeelsbeleid. Terwijl dit zorgt voor gemotiveerde medewerkers.

Dossier Wabo In 2010 treedt de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking. De Wabo bundelt alle bestaande vergunningen in ĂŠĂŠn omgevingsvergunning.

De kracht van een klein bureau Serie over ondernemerschap als opmaat naar succesvol vakmanschap. In deel twee vier architecten over de kracht van hun bureau.

BNABLAD#08/09

Wederopbouwerfgoed als ontwerpopgave


advertentie


inhoud 04 Uitvergroot

Leon Thier over Clubgebouw FC Hoensbroek van MoederscheimMoonen Architects.

07 Van Schooten

De waarheid van verdichting.

08 Kortom 10 Strategisch personeelsbeleid verbetert resultaten

Veel kleinere architectenbureaus houden zich amper bezig met strategisch personeelsbeleid. Terwijl dit zorgt voor gemotiveerde medewerkers.

12 Wederopbouwerfgoed als ontwerpopgave

Komende jaren zullen architecten steeds vaker te maken krijgen met het herontwikkelen van gebouwen uit de wederopbouw. Een ontwerpopgave waar tot op heden betrekkelijk weinig ervaring mee is opgedaan. Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen van wederopbouwerfgoed?

17 Het Detail

Iedereen schrijft over het rood van The Red Apple in Rotterdam van KCAP, maar het meest bijzonder is het interieur van de winkelpassage op de begane grond van het complex. Dit is rondom beschilderd met ‘dazzlepaint’-patronen.

goed in? In deel twee van deze serie over de noodzaak van professionalisering, en ondernemerschap als opmaat naar succesvol vakmanschap vertellen vier architecten over de kracht van hun bureau.

22 Dossier Wabo

In 2010 treedt de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking. De Wabo bundelt alle bestaande vergunningen in één omgevingsvergunning. Er komt één loket voor bouw-, milieu- en vele andere vergunningen. En in de meeste gevallen zal de aanvraagprocedure korter duren. In dit Dossier relevante informatie voor architecten.

25 Form follows function

Daadkrachtiger besturen op grond van door leden gedragen beleid. Dat is wat het BNAbestuur voor ogen heeft met de voorgestelde verandering in de verenigingsstructuur. De focus komt te liggen op strategie en resultaat.

28 Opinie

De geldkraan drupt maar mondjesmaat, projecten komen moeizaam van de grond. Wat verwachten de financiële kenners van de toekomst?

30 Bureauberichten 31 Nieuwe Oogst 32 BNA Academie

18 33 De kracht van een klein Het Bureau bureau Architektenburo J.J. van Vliet Je bent architect en goed in je vak. Maar ben je er daarmee? Is goed vakmanschap een garantie voor succes? En waar ben je als bureau eigenlijk

BNABLAD #08/09

8

03


Een slim en vitaal ontwerp dat monumentaal aandoet 04


Er valt aan alle kanten wat te beleven

05


Grote glazen puien bieden een venster op de sportende buitenwereld ‘

Beeld Luuk Kramer

06


COLUMN

■UITVERGROOT Een gevestigde naam uit de Nederlandse architectenwereld vertelt over het werk van een jonge architect

Clubhuis FC Hoensbroek Leon Thier (1953, Studio Leon Thier architecten) over het clubhuis van FC Hoensbroek, een ontwerp van Eric Moederscheim (1981) en Ruud Moonen (1980), MoederscheimMoonen Architects.

‘Architectuur is ontdekken. Iedere architect kent dat moment wel: je bent met een opgave bezig en moet kiezen welke weg je neemt. In dat proces van zoeken is er tegenwoordig naast je eigen referenties en boekenkast de ultieme snelheid van Google/afbeeldingen en Flickr. Niet om te kopiëren, maar om te inspireren, om je opdrachtgever duidelijk te maken wat je bedoelt. Plotsklaps staat er een beeld op je scherm dat precies is wat je zoekt. Een mengeling van ongeloof en jaloezie: heeft een andere architect al bedacht waar jij naar zocht? Jaloezie gaat over in respect. Die ander was je voor, maar heeft het prachtig gedaan. Concept en materialisering in evenwicht. Ruimte en licht perfect. Eenvoudig en toch nieuw. Zo’n gevoel had ik recent toen ik bezig was met het ontwerp van een sportcentrum en het werk ontdekte van het jonge architectenbureau MoederscheimMoonen. Prachtig, hoe een eenvoudig sportgebouw koninklijke allure krijgt door zijn setting. Clubhuizen zijn meestal lage, marginale gebouwtjes met weinig uitzicht op de omliggende velden. MoederscheimMoonen pakt dat anders aan. Dat zie je in het in aanbouw zijnde project in Rotterdam, maar ook in het opgeleverde clubhuis in Hoensbroek. Vanuit de verhoogde kantine bieden grote glazen puien een venster op de sportende buitenwereld, terwijl de kleedkamers in de kelder zijn ondergebracht. Het kloeke gebouwtje staat op een klassieke plint die doorloopt in het terras, zodat een prettige rand ontstaat om op te zitten. Een slim en vitaal ontwerp dat monumentaal aandoet. Hollandse soberheid zonder saai te zijn: er valt aan alle kanten wat te beleven. Ook hun andere werk dwingt respect af, hoe jong het bureau ook is. Ik hoop dat het ze lukt om vol te houden en een mooi oeuvre te kunnen neerzetten. Net als al die andere veelbelovende jonge architecten die nu buiten de boot dreigen te vallen door de crisis en de belachelijk hoge eisen in Europese aanbestedingen.’

BNABLAD #08/09

De waarheid van verdichting Wat is het toch heerlijk om met een ontwerp bezig te zijn. Even ontsnappen aan de dagelijkse beslommeringen en opgaan in een idee. Gestalte geven aan iets wat er nog niet is door de werkelijke, diepere vraag achter de opgave te zoeken. Onderzoeken hoe die opgave meer betekenis kan krijgen. Zo blijkt een eenvoudige opgave meer diepgang te kunnen krijgen dan op voorhand zou worden verondersteld. Of kan een op het eerste gezicht complexe opgave toch een eenvoudig ontwerp opleveren. Om achter het juiste antwoord op de gestelde vraag te komen, is concentratie en tijd nodig, en dat laatste is er in deze crisis in overvloed, voor velen van ons zelfs meer dan gewenst. Tijd geeft ook gelegenheid om na te denken, of wat we nu doen goed is en wat in de toekomst beter zou kunnen. Als ik bij mij thuis uit het raam kijk, kan ik de nieuwbouw langs de IJ-oever in Amsterdam-Noord overzien. Steeds vraag ik me af waarom het daar toch zo laag wordt. Kunnen de plannen hiervoor nog worden aangepast? Dit is de plek bij uitstek waar echt binnenstedelijk zou kunnen worden verdicht. In de laatste veertig jaar is het verstedelijkt gebied in Nederland met 75 procent toegenomen, ook al is de bevolking slechts met 25 procent gegroeid. Om dat proces van een steeds groter ruimtebeslag te stoppen, is het belangrijk om na te denken hoe serieus werk gemaakt kan worden van verdichting. De noodzaak daarvan is een waarheid waar niemand omheen kan. Binnenstadsbewoners hebben een kleinere ecologische voetafdruk. Ze hebben minder geveloppervlakte per persoon, gebruiken per persoon minder verlichting in de openbare ruimte, hoeven minder gebruik te maken van een eigen auto. In een buitenwijk moet je bijna wel een auto hebben, in de stad kun je bijna zonder. De overheid heeft aangegeven meer binnenstedelijk te willen bouwen, wat een mooi streven is. Nu we toch even geen geld hebben om door te bouwen zoals dat de afgelopen jaren gebeurde, is het verstandig om in elk geval projecten te gaan maken waarmee een werkelijke verdichting is te realiseren. Laten we daarbij niet schromen om huidige plannen te heroverwegen en waar dat mogelijk en gewenst is deze aan te passen. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Laten we de crisis benutten om voor dergelijke complexe vragen heldere oplossingen aan te dragen, we hebben er nu tijd voor. Jeroen van Schooten

07


kort nieuws

kortom Aankondiging Algemene Vergadering 2009

BNA Jonge Architectendag@NAi

Op 11 december 2009 komt de Algemene Vergadering van de BNA bijeen. Op de agenda staat een aantal voor de toekomst van de BNA belangrijke onderwerpen. Zo wordt het strategisch beleidsplan over 2010-2012 vastgesteld en komt een wijziging van de structuur van de BNA aan de orde. De veranderingen in de structuur moeten worden bekrachtigd door het goedkeuren van gewijzigde statuten en huishoudelijk reglement. Er vinden dit jaar vele benoemingen en herbenoemingen plaats. Allereerst van de zowel de voorzitter als de directeur. Voorts staan op het programma de benoeming van de vice-voorzitter, de herbenoeming van een aantal bestuursleden en een aantal (her)benoemingen in het College van Toezicht en de Raad van Beroep. Uiteraard staan ook de gebruikelijke punten op de agenda zoals het goedkeuren van het jaarverslag en de jaarrekening over 2008 en het vaststellen van het werkplan en de begroting voor 2010.

Op zaterdag 7 november organiseert de BNA in samenwerking met het NAi de tweede BNA Jonge Architectendag. Deze dag vindt plaats in het NAi te Rotterdam en heeft als thema ‘HET VIRTUELE’.

Nadere informatie over locatie, tijdstip en wijze van aanmelding wordt uiterlijk eind oktober gepubliceerd op de website van de BNA en in de digitale nieuwsbrief.

‘Het virtuele’ is niet meer weg te denken uit ons werkend bestaan en onze vrije tijd. Ontwerpers én gebruikers van gebouwen en de openbare ruimte komen er dagelijks mee in aanraking. De virtuele wereld loopt als een rode draad door de programmering van deze interactieve dag. In workshops komt een mix van onderwerpen aan de orde die een brug slaat tussen de ‘virtuele’ ontwerpwereld en de beroepspraktijk van de jonge architect. De workshops worden ingeleid met een plenaire sessie waarin de verschillende invalshoeken, toepassingen en implicaties van ‘het virtuele’ voor de jonge architect aan bod komen. In een afrondend debat wordt gereflecteerd op de dag. Het programma wordt afgesloten met een ontspannen, informele en flitsende speeddating waarin iedereen aan tafel kan met de sprekers, workshopleiders, medewerkers van de BNA en het NAi, om te netwerken en ervaringen uit te wisselen. Kijk op www.bna.nl voor het volledige programma en het inschrijfformulier. Kosten voor deelname: € 25 (studenten € 15) inclusief lunch en borrel. Alexander Klotz, beleidsmedewerker internationaal beleid & marktontwikkelingen

BNA

JONGE ARCHI TECTENDAG @ ZATERDAG 7 NOVEMBER 2009 10.00 – 2 0.00 UUR NEDERLANDS ARCHITECTUUR INSTITUUT ROTTERDAM

08

NAi

BNABLAD #08/09


kort nieuws

Het Strategisch Beleidsplan 2010-2012: stand van zaken In 2009 stelt de BNA een nieuw driejarig beleidsplan vast: het Strategisch beleidsplan 2010-2012. Voor het maken van dit beleidsplan zijn de verwachte ontwikkelingen op korte en lange termijn geanalyseerd, waarbij drie verschillende niveaus zijn onderscheiden: het niveau van de Nederlandse maatschappij en de internationale context, het niveau van de bouw en dat van de architectenbranche zelf. Om inzicht te verkrijgen in de verwachte ontwikkelingen zijn onder meer rondetafels georganiseerd met belangrijke partners, zoals opdrachtgevers en beleidsmakers, en leden. Tijdens deze bijeenkomsten is uitvoerig gediscussieerd over de toekomst van de architectenbranche en de rol van de BNA daarin. Een impressie van deze bijeenkomsten was te lezen in BNA Blad #06/09. Ook heeft de BNA al zijn leden meermaals via de website opgeroepen actief bij te dragen aan de inhoud van het beleidsplan door onderwerpen en standpunten aan te dragen. Vervolgens heeft de BNA op basis van deze analyses een concept beleidsplan opgesteld, met vier hoofdthema’s: het architectenbureau, de opdrachtgever, het ontwerp- en bouwproces en de bouwopgave. Per thema worden de verwachte ontwikkelingen uiteengezet en de te bereiken doelen geformuleerd. Daarnaast is een aantal doelen voor de vereniging opgenomen. In september hebben het bestuur en de Ledenadviesraad gediscussieerd over het concept Strategisch beleidsplan 20102012. Beide organen hebben prioriteiten aangegeven. In oktober zal het bestuur het beleidsplan definitief vaststellen. In december wordt het definitieve Beleidsplan 2010-2012 ter goedkeuring voorgelegd aan de Algemene Vergadering. Femke Rasenberg, manager beleid

Grenzen verleggen Dutch Design Fashion Architecture (DutchDFA) is een vierjarenprogramma dat de positie van de drie creatieve sectoren mode, design en architectuur internationaal duurzaam wil versterken. In de drie focuslanden China, India en Duitsland neemt DutchDFA tot 2012 deel aan verschillende grote evenementen. De BNA heeft ervoor gekozen om aan dit programma deel te nemen om zijn leden een laagdrempelig platform te bieden om zich internationaal te presenteren en contacten te leggen met potentiële lokale partners. Met name China is een interessante markt voor Nederlandse architecten, omdat hier nog volop gebouwd wordt en grote vraag is naar Nederlandse ontwerpkwaliteiten. Van 15 tot en met 21 oktober zal tijdens de ‘Shanghai International Creative Industry Week’ de tentoonstelling ‘Architectuur en openbare ruimte’ gepresenteerd worden. Daar omheen worden netwerkbijeenkomsten, matchmaking-gesprekken, lezingen en een conferentie georganiseerd. In december zal de architectuurbiënnale in Hong Kong en Shenzen het kader vormen voor de presentatie van Nederlands ontwerp. Momenteel wordt druk gewerkt aan de voorbereidingen voor DutchDFA-activiteiten rondom de WorldExpo in Shanghai en tijdens Ruhr 2010 - Culturele Hoofdstad van Europa. Op www.dutchdfa.nl is uitgebreide informatie te vinden over mogelijkheden tot deelname aan de verschillende evenementen. Alexander Klotz, beleidsmedewerker internationaal beleid & marktontwikkelingen

Dag van de Wabo 2009 Het Stadswerk Platform Omgevingsrecht organiseert op 12 november 2009 voor de derde keer de Dag van de Wabo. De invoeringsdatum van de Wabo, 1 januari 2010, komt snel naderbij en daarom is het thema van deze dag ‘Aan de slag met de Wabo’. De Dag van de Wabo geeft de laatste informatie die noodzakelijk is voor een vloeiende overgang naar een nieuwe manier van vergunningen aanvragen. Er zijn drie workshoprondes waarin diverse onderwerpen nog eens verder worden uitgediept. Hierbij wordt speciaal aandacht besteed aan de rol die architecten bij het aanvragen van een vergunning spelen en welke kennis zij hiervoor in huis moeten hebben. De BNA is betrokken bij de invulling van het programma en de workshops. Daarnaast is er een informatiemarkt. De Dag van de Wabo wordt gehouden in Hart van Holland in Nijkerk. U kunt zich nu al aanmelden via de website van Stadswerk: www.stadswerk.nl. Verderop in dit blad is in het Dossier nog veel meer te vinden over de Wabo. Alexander Pastoors, beleidsmedewerker ontwerpproces en techniek

BNABLAD #08/09

09


ARTIKEL

Strategisch personeelsbeleid verbetert resultaten

10

BNABLAD #08/09


ARTIKEL

Veel kleinere architectenbureaus houden zich amper bezig met strategisch personeelsbeleid. Terwijl dit zorgt voor gemotiveerde medewerkers. ––

Tekst Miloe van Beek Beeld René de Wit

‘Alles is duidelijker. Waar we als organisatie naar toe willen en hoe dat doelgericht te bereiken. De medewerkers zijn meer betrokken, mondiger en de onderlinge communicatie is sterk verbeterd.’ Jan Griffioen, directeur van Griffioen architecten, is vol lof over de veranderingen die zijn bedrijf de afgelopen anderhalf jaar heeft doorgemaakt. Na een oproep in het BNA Blad deed hij ruim een jaar geleden mee aan een onderzoek van Syntens en de BNA naar strategisch personeelsbeleid. Syntens is onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken en stimuleert innovatie in het Midden- en Kleinbedrijf. ‘Ik wilde graag weten waar we als bedrijf over tien jaar zouden staan en het leek me goed als we eens zouden worden doorgelicht door een externe partij.’ Van tevoren dacht de directie van Griffioen dat de medewerkers goed op de hoogte waren van de strategie van de organisatie. ‘Maar dit bleek totaal niet het geval’, zegt Jan Griffioen. Uit het onderzoek, waar zo’n zestig architectenbureaus aan mee deden, bleek dat dit misverstand bij veel meer architectenbureaus speelde. ‘Dat is zonde. Als een werknemer op de hoogte is van de strategie, weet hij waarom hij bepaalde dingen doet. Dit maakt hem of haar veel gemotiveerder,’ zegt Elly van Wattingen, innovatieadviseur bij Syntens.

Ondergeschoven kindje Uit het onderzoek bleek verder dat directies de interne kwaliteit willen verhogen: werknemers zouden zelfstandiger moeten werken, minder fouten maken en meer moeten communiceren met elkaar, de opdrachtgevers en adviseurs. Medewerkers van architectenbureaus gaven op hun beurt aan dat ze hun eigen ontwikkeling belangrijk vinden. ‘Tijdens een functioneringsgesprek en het opstellen van een Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP) kun je deze visies samenbrengen en de doelen van de medewerkers matchen met die van het bedrijf,’ verklaart Elly van Wattingen. Twee keer per jaar zou zo’n functioneringsgesprek gehouden moeten worden. Belangrijk is dat de baas dan niet alleen vertelt wat hij van het functioneren van de werknemer vindt, de werknemer moet zelf ook zijn wensen aangeven. Dan kan er worden gekeken of de ambitie van het bedrijf dezelfde is als die van de werknemer. Bij veel architectenbureaus is het personeelsbeleid nu nog een ondergeschoven kindje en wordt er voor de vorm een weinig gestructureerd functioneringsgesprek gevoerd. ‘Veel bureaus hebben niet de middelen om een personeelsadviseur aan te nemen, dus moeten ze het zelf doen. Wat vervolgens niet gebeurt omdat ze zich liever bezig houden met ontwerpen,’ zegt Van Wattingen.

Gemotiveerde werknemers Bij Griffioen Architecten besloten ze naar aanleiding van het onderzoek verder te gaan met Syntens. Ze werden onder andere geholpen bij het opnieuw vormgeven van de

BNABLAD #08/09

functioneringsgesprekken. ‘Een van de mensen binnen het bedrijf had interesse in HRM en pakte het op. Sinds we hiermee aan de slag zijn gegaan, is er een enorme drang tot studeren bij de medewerkers. Veel mensen willen iets leren zodat ze iets kunnen toevoegen aan het bedrijf. Onze werknemers zijn veel gemotiveerder, iets wat we uiteraard toejuichen,’ vertelt Jan Griffioen. Om de kennisomgeving beter in te richten, verwees Syntens hen door naar een adviesbureau. Jan Griffioen: ‘Zij hebben geholpen om de kennis die in de organisatie leeft beter met elkaar te delen.’ Tenslotte kreeg het architectenbureau hulp bij het maken van een businessplan. In de dertig jaar dat ze bestaan, was dat er nooit gekomen. ‘In al die jaren ging het hier eigenlijk heel goed, dus zagen we nooit de noodzaak. Maar nu hadden we behoefte om te focussen, om duidelijk te maken waar we heen willen en wat onze strategie is. Daar hoort een businessplan bij.’ Het veranderproces bij Griffioen is nog in volle gang, pas halverwege 2010 verwacht Jan Griffioen dat alle processen zijn afgerond. ‘Ik weet zeker dat we hier op de lange termijn veel profijt van gaan hebben.’

Praktische training Syntens helpt meerdere architectenbureaus bij het vormgeven van hun personeelsbeleid. Daarnaast gaan ze dit najaar samen met de BNA Academie een aantal workshops geven. Deze zijn gedeeltelijk toegespitst op de huidige economische crisis en laten op een praktische manier zien hoe de kwaliteit van een bureau verhoogd kan worden. In oktober wordt een tweedaagse training gehouden over hoe bureaus omzet kunnen vergroten en kosten verminderen. Van Wattingen: ‘Met behulp van cases wordt een actieplan gemaakt dat op korte termijn tot verbeterslagen moet leiden. Na de training ga je met een praktisch plan naar huis.’ De tweede training duurt vier dagen (een dag per maand) en gaat onder andere over bedrijfsvoering en het werken met BIM: het Bouw Informatie Model. Met behulp van deze tool kan integraal worden gebouwd, het zorgt voor een digitale samenwerking met alle betrokken partijen. Op het programma van de BNA Academie staan dit najaar twee cursussen die Syntens organiseert. De workshop ‘In praktische stappen uw bureau verbeteren’ bestaat uit twee sessies. In de eerste sessie komen voorbeelden van bedrijven die lagere kosten en nieuwe omzet hebben gegenereerd in een veranderende of verslechterde markt aan bod. Vervolgens maken deelnemers in sessie twee een actieplan voor vernieuwing/verbetering van hun eigen bureau. In de training ‘Ontwerp de toekomst van uw bureau’ maken deelnemers in vier dagdelen een strategisch plan voor de toekomst en komen onderwerpen als marketing, personeelsmanagement en BIM aan de orde. Meer informatie: www.bna-academie.nl.

11


ARTIKEL

Wederopbouwerfgoed als ontwerpopgave

Beeld Voormalig schoenenmagazijn Huf, herontwikkeld kantoor- en winkelpand, Rotterdam. Ontwerp: Wessel de Jonge Architecten. Foto: Jannes Linders

12


ARTIKEL

Komende jaren zullen architecten steeds vaker te maken krijgen met het herontwikkelen van gebouwen uit de wederopbouw. Een ontwerpopgave waar tot op heden betrekkelijk weinig ervaring mee is opgedaan. Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen van wederopbouwerfgoed? ––

Tekst Egbert Koster

In de eerste twee decennia na de oorlog zijn in Nederland grofweg evenveel gebouwen gerealiseerd als de voorafgaande twee millennia. Niettemin betreft slechts een fractie van de 60.000 rijksmonumenten die ons land telt bouwwerken uit de wederopbouwperiode. In 2007 resulteerde een inventarisatie van potentiële monumenten uit de periode 1940-1958 door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (voorheen RDMZ) in de zogenaamde ‘top honderd’ van de wederopbouw. Voordien had een handvol onbetwiste hoogtepunten, waaronder bijvoorbeeld het Groothandelsgebouw, al de status van rijksmonument gekregen. Onlangs is een begin gemaakt met het inventariseren van potentiële monumenten uit de periode 1958-1965. Maar ook deze laatste episode van de wederopbouw zal geen rijke oogst aan nieuwe monumenten

BNABLAD #08/09

13


ARTIKEL

Beeld Voormalige Renaultgarage, herontwikkeld als kantoorpand en restaurant, Amsterdam. Ontwerp: Van Moort & Partners architecten

opleveren. Volgens het huidige aanwijzingsbeleid van minister Plasterk mag uit de periode na 1940 uitsluitend een beperkt aantal ‘toppers’ als rijksmonument worden aangewezen. Architectonisch erfgoed uit de wederopbouw zonder officiële (rijks-)monumentstatus is er echter in een overstelpende hoeveelheid. Erfgoed waar, ruim vijftig jaar na oplevering, vaak nodig iets mee moet gebeuren, omdat de uiterste houdbaarheidsdatum ruimschoots is overschreden. Letterlijk unieke gebouwen die indertijd als een maatpak op hun specifieke functies en programma’s werden toegesneden, zoals autoshowrooms, warenhuizen, zwembaden, ziekenhuizen, kerken, villa’s en fabrieken. En grote volumes seriematig geproduceerde woningbouw en min of meer gestandaardiseerde kantoren. De belangrijkste voorwaarde voor een succesvolle herontwikkeling van wederopbouwerfgoed is - zoals altijd en overal - een aantrekkelijke locatie. Voor een gunstig gelegen gebouw is altijd wel een nieuwe passende functie te vinden. Dit speelt vooral de ‘maatpak’-gebouwen in de kaart die indertijd, als voorbodes van de nieuwe welvaart, aan de randen van de bestaande steden verrezen. Zeker als ze nu over meer parkeerplaatsen beschikken dan bij vervangende nieuwbouw toegestaan zou worden. Zoals de in 2005 door Van Moort & Partners architecten herontwikkelde Renaultgarage naast het Amstelstation waarin nu de redacteuren van Het Financieele Dagblad hun auto’s vrijwel op de redactievloer kunnen parkeren.

Selectief slopen De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, adviesorganisatie voor ruimtelijke kwaliteit Het Oversticht en erfgoedvereniging Heemschut zijn eensgezind van mening dat de omgang met wederopbouw-erfgoed geen wezenlijk andere aanpak vergt dan de omgang met waardevolle gebouwen van voor de oorlog. Belangrijk is dat eerst wordt geanalyseerd welke architectonische, bouwtechnische, stedenbouwkundige en architectuurhistorische kenmerken en kwaliteiten

14

een bouwwerk heeft. En dat pas daarna wordt gekeken wat de mogelijkheden zijn voor herontwikkeling. Dat wil zeggen, welke ingrepen denkbaar zijn die niet of nauwelijks afbreuk doen aan de eerder benoemde kwaliteiten. Toch bestaan er ook verschillen tussen voor- en naoorlogse architectuur waar rekening mee dient te worden gehouden. Bij wederopbouwerfgoed gaat het volgens architectuurhistoricus Dirk Baalman, adjunct-directeur van Het Oversticht, al heel snel ook over de stedenbouwkundige betekenis en de landschappelijke setting. ‘Dat is bijna onvermijdelijk omdat er in de wederopbouw veel meer grote ensembles zijn ontworpen dan in voorgaande tijdperken. Elk stedenbouwkundig plan van na de oorlog heeft stedenbouwkundige accenten op de knooppunten van zichtassen die dienen als oriëntatiepunt en herkenningsteken. In uitbreidingswijken zijn dat heel vaak kerken. Als zo’n kerk gesloopt wordt gaat er meer kapot

Herontwikkeling begint voor ontwikkelaars mainstream te worden dan de kerk alleen. Dan gaat een stuk van de stedenbouwkundige structuur verloren. Dus iets wat je daarvoor in de plaats zet moet een vergelijkbare landmarkfunctie hebben. Dat wordt heel vaak over het hoofd gezien.’ Het grote voordeel van het veelal grootschalige karakter van wederopbouw gebouwen en ensembles is, aldus Baalman, dat architecten het zich kunnen permitteren om er iets ruiger mee om te gaan dan met traditioneel erfgoed. ‘Uit de wederopbouwperiode is er van alles veel. Niet alleen veel gebouwen maar ook veel repeterende identieke onderdelen per project. Daardoor kan soms, weloverwogen, een deel gesloopt worden zonder dat de meest wezenlijke kwaliteiten van het ontwerp worden aangetast. Een mooi voorbeeld hiervan is de wijze waarop Neutelings Riedijk de

BNABLAD #08/09


ARTIKEL

voormalige Simplex fietsenfabriek in Amsterdam heeft verbouwd tot kantoorruimte door pakweg 25% van de fabriekshal te slopen. Dankzij de hierdoor ontstane patio’s heeft de gehandhaafde 75% op een heel bijzondere manier een nieuw leven gekregen. Een prachtig voorbeeld hoe je de bijzondere kwaliteiten van zo’n fabriek juist door het wegnemen van een aantal van de elementen kunt benadrukken en er iets nieuws mee kunt maken. Of kijk naar de transformatie van het voormalige St. Jozefklooster in Deventer tot gezondheidscentrum door Matthijs Bouw. Van dit rijksmonument uit de wederopbouw zijn plaatselijk een aantal bouwdelen gesloopt zonder de meest wezenlijke kenmerken van het ontwerp aan te tasten. Dat heeft Bouw ontzettend knap gedaan door eerst grondig de onderlinge relatie van de verschillende bouwdelen te analyseren en daar vervolgens conclusies aan te verbinden.’ Ook volgens Karel Loeff, directeur erfgoedvereniging

Uit de wederopbouw is er van alles veel Heemschut, geldt in het algemeen dat hoe groter een gebouw is, hoe groter het type ingreep dat verantwoord is en hoe meer mogelijkheden er zijn voor herontwikkeling. ‘Er zijn heel veel gebouwen uit de wederopbouw die heel bijzonder zijn maar waar je bij herontwikkeling pragmatisch mee om moet kunnen gaan. Niettemin heeft elk gebouw een maximum aan ingrepen dat het kan verdragen. Bij een topmonument is dat maximum snel bereikt, bij een complex als de NDSM-werf is heel veel mogelijk. Maar een pand volledig strippen en verdergaan met het casco is nooit de juiste manier om om te gaan met architectonisch erfgoed.’

Beeld Voormalige Renaultgarage, herontwikkeld als kantoorpand met restaurant, Amsterdam. Ontwerp: Van Moort & Partners architecten

Beeld Voormalig schoenenmagazijn Huf, herontwikkeld kantoor- en winkelpand, Rotterdam. Ontwerp: Wessel de Jonge Architecten. Foto: Jannes Linders

Blinde vlek Marieke Kuipers, senioronderzoeker bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en hoogleraar Cultureel Erfgoed aan de TU Delft constateert dat architecten een andere houding hebben ten opzichte van erfgoed uit de wederopbouw dan ten opzichte van traditionele monumenten. ‘Het probleem met wederopbouw-architectuur is dat daar moeilijk de historische dimensie van wordt gevoeld’, meent Kuipers. ‘Bij traditioneel gebouwde monumenten heeft iedereen veel eerder het besef dat het oud is. Daarvan wordt makkelijker geaccepteerd dat er meerdere periodes uit de bouwgeschiedenis zichtbaar zijn. Maar als het gaat om een gebouw dat men zelf nog heeft zien bouwen ligt dat anders. Dan vindt men - zwartwit gesteld - ofwel dat het oorspronkelijke beeld zo getrouw mogelijk gereconstrueerd moet worden ofwel dat er juist veel vrijer mee omgegaan kan worden. Juist omdat de historische afstand tot de wederopbouw zo gering is, is het moeilijk om je te realiseren dat we nu in een heel andere tijd leven dan toen deze gebouwen werden ontworpen! Naarmate de geschiedenis dichterbij komt wordt het lastiger om je bewust te zijn van de historische afstand. Innovaties uit de wederopbouw op het gebied van bouwtechniek, constructies, materialen en technische installaties worden nu nog nauwelijks als zodanig herkend. Veel architecten hebben

BNABLAD #08/09

15


ARTIKEL

Beeld A Factorij, voormalige Simplex fietsenfabriek herontwikkeld als kantoorpand, Amstelveen. Ontwerp: Neutelings Riedijk Architecten. Foto: Jeroen Musch

een blinde vlek voor de zeldzaamheidswaarde van innovaties van vijftig jaar geleden en vinden bouwkundige details en technische installaties al snel gedateerd en sloopwaardig, want er zijn immers veel betere hedendaagse alternatieven. Ik kan me nog herinneren dat ik het Hilton Hotel in Amsterdam heb zien bouwen en dat de daar door Maaskant toegepaste perspex dakkoepels toen een noviteit waren. Maar bij een ontwerpstudio voor studenten over herontwikkeling van het Hilton in Rotterdam, waar ik onlangs bij was betrokken, keken de studenten meewarig naar soortgelijke koepels en constateerden opgewekt dat we dat nu toch echt wel beter kunnen!’

Trouw blijven aan logica Architect Wessel de Jonge heeft veel praktijkervaring met het herontwikkelen van wederopbouwerfgoed. Recent voltooide hij de herontwikkeling van schoenenmagazijn Huf in Rotterdam van Van den Broek en Bakema. Momenteel is hij ondermeer betrokken bij de herontwikkeling van het voormalige GAK-gebouw van Merkelbach en Elling in Amsterdam, de Shell-toren van Arthur Staal op het Overhoeks-terrein in Amsterdam-Noord en de sterk door Le Corbusier geïnspireerde voormalige LTS van architect Ingwersen aan de Wibautstraat. ‘Omdat het naoorlogse erfgoed zo talrijk is zie je dat de herontwikkeling ervan in de mainstream van projectontwikkeling begint te komen’, aldus De Jonge. ‘Het gaat vaak om grote, markante gebouwen die niet altijd even prachtig maar wel beeldbepalend zijn. Dit maakt ze heel geschikt om een gebiedsontwikkeling op de kaart te zetten en identiteit te verlenen. Bovendien kunnen ontwikkelaars er vaak op korte termijn resultaat mee boeken.’ Als ervaren restauratiearchitect (Van Nellefabriek, Zonnestraal) heeft De Jonge een scherp oog voor de specifieke mogelijkheden en beperkingen van wederopbouwerfgoed. Ook op het gebied van technische installaties. ‘Als je dichtbij de logica van de oorspronkelijke

16

klimatisering van een gebouw blijft hoef je minder drastisch in te grijpen en minder kosten te maken. Het is een heel verschil of je gebruik maakt van warme en koude ventilatielucht of van stralingswarmte. Wij kijken altijd of we het oorspronkelijke klimaatprincipe kunnen overnemen. Als je dat trouw blijft kan je vaak ook het gevelbeeld veel beter handhaven. Door eindeloos te peuteren aan de samenstelling van het glas en de capaciteit van de technische installaties weten wij het vaak nog goed te redden met de klimatisering.’ Bij Huf ontdekte De Jonge dat Van den Broek en Bakema

Veel architecten hebben een blinde vlek voor innovaties van 50 jaar geleden het gebouw oorspronkelijk hadden ontworpen met buitenzonwering. ‘Die was om onduidelijke redenen nooit uitgevoerd waardoor het binnenklimaat rampzalig was. Terwijl de bevestigingspunten al in de gevel zaten. Met toestemming van monumentenzorg hebben we die zonwering alsnog aangebracht.’ Ook bij de herontwikkeling van het op het Leverhouse van S.O.M. geïnspireerde GAK-gebouw tot een verzamelgebouw voor de creatieve sector wil De Jonge zo dicht mogelijk bij het oorspronkelijke, zeer innovatieve klimaatconcept blijven. ‘Merkelbach en Elling hebben het pand in 1958 niet alleen volledig airconditioned uitgevoerd maar ook voorzien van ondergrondse warmte- en koudeopslag. Die functioneert nog steeds. Het hele ontwerp zit vreselijk slim in elkaar. De ontsluiting vindt plaats door middel van roltrappen over alle verdiepingen die afhankelijk van het tijdstip van de dag omhoog of omlaag draaien. We gaan kijken of we althans een deel daarvan kunnen handhaven.’

BNABLAD #08/09


RUBRIEK

■HEt DETAIL

Waarom ziet een gebouw eruit zoals het eruitziet? De architect van het gebouw bespreekt een in het oog springend detail.

Tekst Kirsten Hannema Beeld Rob ‘t Hart

Dazzlepaint

‘Iedereen schrijft over het rood, maar er is ook nog een binnenkant; dat is ook een cadeautje’, zegt Han van den Born, architect en partner van KCAP over The Red Apple, Rotterdams jongste wolkenkrabber. Het meest bijzonder is het interieur van de winkelpassage op de begane grond van het complex. Het is rondom beschilderd met ‘dazzlepaint’-patronen. Het patroon van vlakken in verschillende tinten blauw heeft volgens de architect behalve een decoratieve waarde ook een functionele kant. ‘Het is een ingewikkelde ruimte, met een knik en grote openingen en glasvlakken. Het moest niet uit elkaar vallen. Door de dazzlepaint op zowel de wanden als het plafond door te laten lopen, is een verbindende omhulling ontstaan.’ Daarnaast is het geschilderde vlakkenpatroon, een principe dat oorspronkelijk werd toegepast als camouflagetechniek op koopvaardijschepen, gebruikt als verwijzing naar het maritieme verleden van de locatie,

BNABLAD #08/09

het Wijnhaveneiland. Han van den Born: ‘Dat moet je natuurlijk niet te letterlijk nemen, we hebben het overdreven. Vandaar dat we niet alleen verwijzen naar schepen, maar ook hebben gekozen voor blauw, de kleur van het water. En in de wanden hebben we ronde gaten gemaakt, waar je patrijspoorten of luchtbellen in zou kunnen zien.’ Voor de uitwerking van het dazzlepaint-idee is een vertaalslag gemaakt van schip naar gebouw. Om het effect van een patroon in de passage te ervaren was een schaalverkleining nodig. KCAP maakte een reeks proeven op wanduitslagen en maquettes voordat het uiteindelijke patroon getekend werd. Een schilder heeft de vlakken vervolgens met behulp van overgangsprofielen erop gezet. Han van den Born is er heel tevreden over. ‘Het mooie is dat dit concept aansluit bij wat de winkelpassage is, een ruimte met enige overmaat en een afwijkende hoogte en vorm. De dazzlepaint probeert er niet iets anders van te maken, maar versterkt dat karakter.’

The Red Apple, Rotterdam Architect KCAP Architects&Planners Projectarchitect Han van den Born Opdrachtgever PWS Rotterdam Locatie Wijnhaveneiland, Rotterdam

17


SERIE BUREAUPROFIELEN Beeld Danzigerkade 23, Amsterdam. Ontwerp en beeld: Emma Architecten

De kracht van een klein bureau Je bent architect en goed in je vak. Maar ben je er daarmee? Is goed vakmanschap een garantie voor succes? En waar ben je als bureau eigenlijk goed in? Deze serie gaat over de noodzaak van professionalisering, over ondernemerschap als opmaat naar succesvol vakmanschap. In dit deel vertellen vier architecten over de kracht van hun bureau. ––

Tekst Jacqueline van Reijsen

18

BNABLAD #08/09


SERIE BUREAUPROFIELEN Beeld Bezoekerscentrum fort bij Diemerdam, Diemen. Ontwerp en beeld: Emma Architecten

Na veertig jaar in het vak heeft Frits Dansen, eigenaar van FD Architecten in Midden-Brabant, nog steeds klanten van het eerste uur. Zijn adagium ‘de klant gaat boven alles’ zegt dan ook alles over de servicegraad van zijn bureau. FD Architecten is volgens eigen zeggen ‘breedwerkend’. Een bewuste keuze, legt Dansen uit. Hij wil zo min mogelijk hoeven uitbesteden, want alleen zo kan hij kwaliteit garanderen: ‘Door alles in eigen huis te hebben, neem je in feite de opdrachtgever werk uit handen.’ Ook service is voor Dansen kwaliteit. Hij bedient zijn klanten snel en denkt mee over het optimaal gebruik van een gebouw. Deze servicegerichte houding werkt door in het ontwerp. ‘Een mooi gebouw dat slecht functioneert is een slecht gebouw,’ aldus Dansen. ‘Hoogwaardige architectuur is voor ons belangrijk,’ benadrukt hij, ‘maar de functie staat voorop.’

Realistisch Om de klant nog beter te bedienen werkt Dansen sinds anderhalf jaar naast andere aanbestedingsvormen ook met een vast bouwteam. ‘Door de langdurige samenwerking met dezelfde aannemer, constructeur en installateur weet je dat je elkaar kunt vertrouwen. Je ziet problemen eerder aankomen waardoor je snel kunt schakelen. En je komt samen tot andere en betere oplossingen,’ legt Dansen uit. De crisis noodzaakte Dansen tot inkrimpen van twaalf tot zes medewerkers. Voor de nabije toekomst verwacht hij weer groei en hopen ze op de oude sterkte terug te komen; een omvang die noodzakelijk is omdat het vak steeds complexer wordt. De

BNABLAD #08/09

keuze van Dansen voor een signatuur van full service en klantgericht werken, is zoals vaak bij kleinere bureaus sterk persoongebonden. ‘Het is de aard van het beestje,’ aldus Dansen, ‘met beide voeten op de grond staan.’ Jongsma|Dijkhuis Architectenbureau BNA uit Delfzijl is met zes medewerkers een klein bureau, snel, servicegericht en met alle competenties in huis, aldus architect en mededirecteur Dries Jongsma. Zijn partner is technisch directeur en daarmee heeft het bureau een sterke troef in handen; behalve met goede ontwerpen profileert Jongsma|Dijkhuis zich dan ook als degelijk en doordacht in de uitvoering. Deze kwaliteiten gecombineerd met een platte organisatie en dus korte lijnen, geeft hun opdrachtgevers veel vertrouwen, legt Jongsma uit. Jongsma en Dijkhuis hebben het bureau dat al 50 jaar bestaat in 1988 overgenomen en voeren het sinds 1998 onder hun eigen naam. Ook hier werken beide eigenaren vanuit hun persoonlijke drijfveren. ‘Onze ambitie is tevreden opdrachtgevers en de ruimte krijgen om een mooi ontwerp te maken.’ Behalve een aansprekend beeld moet een ontwerp voor Jongsma functioneel zijn. Jongsma: ‘Wij kunnen alles goed

De gekozen marktpositie is bepalend voor de identiteit 19


SERIE BUREAUPROFIELEN

ontwerpen. Voorwaarde is wel dat de opdrachtgever goed weet wat hij wil.’ Hoewel het bureau niet één bepaald specialisme heeft, vormt het onderwijs met 20% wel het grootste aandeel in de omzet. En dat is geen toeval; Jongsma heeft voorheen zelf in het onderwijs gewerkt, weet wat er speelt en kent daar de weg.

Hecht

Beeld Kantoor Rabobank, Delfzijl. Ontwerp en foto: Jongsma|Dijkhuis Architectenbureau

Voorlopig willen Jongsma en Dijkhuis klein blijven. Ze hebben voor de keuze gestaan om groter te groeien door een overname van een ander bureau. Omdat de organisatie zodanig zou groeien dat Jongsma meer manager dan ontwerper zou zijn, besloten ze daarvan af te zien. Ook stonden ze eind 2008 op het punt driedimensionaal tekenen en BIM (Bouw Informatie Modellen red.) te introduceren, totdat enkele grote projecten on hold werden gezet. Zodra de gevolgen van de crisis te overzien zijn, maken ze deze automatiseringsslag alsnog. Jongsma is blij dat ze niet groter zijn gegroeid: ‘Het wordt spannend of we de crisis goed doorkomen. We hebben gelukkig nog niemand hoeven ontslaan. Een klein hecht team heeft dan als voordeel dat we allemaal weten hoe we ervoor staan en welk gezamenlijk belang we hebben. We gaan er met zijn allen echt voor!’ Waar FD Architecten en Jongsma|Dijkhuis Architectenbureau zich profileren als full servicebureaus met een hoge servicegraad, hebben de Amsterdamse bureaus Emma Architecten en Sponge Architects voor een andere invalshoek gekozen. Marten de Jong, partner-directeur van Emma Architecten omschrijft zijn ambitie als het maken van expressionistische architectuur; mooie, duurzame ontwerpen, die esthetisch oud worden, met zorg gemaakt en passend in hun omgeving. Hoewel schoonheid doorgaans een kwestie van smaak is, bedoelt de Jong architectuur die iedereen aanspreekt. De Jong: ‘Wij proberen een gevoel tot uiting te brengen, een gebouw expressie te geven. Zoals iedereen een boom mooi vindt, willen wij gebouwen maken met een vanzelfsprekende schoonheid.’

Beeld Kantoor FD Architecten, De Moer. Ontwerp en foto: FD Architecten

Signatuur van kleinere bureaus is vaak sterk persoonsgebonden Bevlogen

Beeld Bedrijfshal Eltra, Tilburg. Ontwerp en foto: FD Architecten

20

Voorheen pakten De Jong en zijn partner alles aan, maar eind 2008 besloten zij hun werkterrein af te bakenen. Sindsdien zoeken zij opdrachtgevers die dezelfde ambities delen en de lat net zo hoog leggen. Een ware droomopdracht voor De Jong is het ontwerpen van een restaurant in Fort Diemerdam. Behalve dat het op de lijst van Unesco World Heritage staat, heb je te maken met een landelijk natuurgebied, een rijksmonument en met partijen als Defensie. ‘Hier spelen zoveel belangen; met zo een klus voelen we ons als

BNABLAD #08/09


SERIE BUREAUPROFIELEN

een vis in het water.’ Ook een specialistische opdracht als het bouwen van een restaurant in de duinen van Zeeland tot een volledig autarkische huishouding inspireert De Jong.

Creativiteit en zakelijkheid verenigd in een persoon is opmerkelijk Om dit soort werk te kunnen doen, heeft Emma Architecten in de toekomst meer specialisten nodig. ‘Maar groter groeien is geen doel op zich,’ benadrukt De Jong, ‘het gaat ons om wat we aan mankracht nodig hebben om mooie projecten te kunnen doen.’ Hun voorkeur voor complexe maar mooie projecten komt voort uit persoonlijke interesses, maar is wel degelijk gerelateerd aan de markt, verduidelijkt De Jong. ‘Door goed te begrijpen wat er speelt en wat klanten willen, komen we verder. Een project wordt pas echt goed als een architect en klant beiden vinden dat ze met iets fantastisch bezig zijn. Bevlogenheid, daar gaat het ons om,’ aldus De Jong. Ook architect Björn van Rheenen van Sponge architects is ambitieus en heeft er veel voor over om zijn doelen te bereiken. ‘Ik kijk verder dan de vraag die er ligt. Dat doe ik niet alleen in opdracht voor mijn klant, maar vaak ook op eigen initiatief.’ En daarmee heeft Van Rheenen meteen de kern van zijn kracht te pakken: een opvallende combinatie van het zakelijke met het creatieve; een ondernemer, manager en kunstenaar verenigd in een persoon. Deze competenties zet Van Rheenen het liefst in voor een maatschappelijk vraagstuk. Zo lopen er momenteel onderhandelingen met de gemeente Almere over het ontwikkelen van een generatiecampus, een idee waarmee Van Rheenen iets wil betekenen voor de steeds groter wordende groep eenzame ouderen, de woningzoekende starters en overbelaste jonge gezinnen en tweeverdieners.

Vertrouwen Opmerkelijk is dat het in 2003 opgerichte bureau tijdens de recessie is gegroeid. Deze groei was een bewuste strategische keuze. Het door de crisis on hold zetten van een aantal opdrachten was voor Van Rheenen juist een stimulans om de ideeën die hij al had versneld en versterkt in gang te zetten. Dat resulteerde anderhalf jaar geleden in een eigen ontwikkelbedrijf, Scope & Sponge. Van Rheenen: ‘Ik wilde actiever de markt opgaan en zelf initiatieven nemen. De extra capaciteit die ik daarvoor nodig heb zie ik als een investering in de toekomst.’ Een stap die getuigt van lef en vertrouwen. Van Rheenen wil graag nog groter groeien. Hij werkt nu veel in samenwerkingsverbanden, maar zou graag meer kennis en capaciteit binnen Sponge willen. Omdat hij zelf de regie wil houden, verwacht Van Rheenen met tien tot twaalf medewerkers het werk te kunnen doen dat hij graag wil doen. ‘Zo kun je de markt breed bedienen en toch betrokken blijven bij wat er speelt.’

BNABLAD #08/09

Beeld Villa Urban Dream, Almere. Ontwerp en beeld: Sponge, architects

Beeld Generatiecampus, Almere. Ontwerp: Sponge, architects i.s.m. Rotteveel M4. Beeld: Sponge, architects

Deze vier bureaus hebben elk een eigen verhaal. Hoewel ze alle vier klein zijn, profileren ze zich verschillend in de markt. Waar bij de één vergaande service en dienstverlening de boventoon voeren, onderscheidt de ander zich door hoge ambities in esthetiek, maatschappelijke relevantie en innovatie. De gekozen marktpositie – bewust dan wel onbewust – is daarmee bepalend voor de omvang en identiteit van de bureaus. Gemeenschappelijk bij alle vier is hun vakmanschap en het werken vanuit eigen kracht. Een kracht die primair lijkt voort te komen uit de persoonlijke drijfveren en competenties van de eigenaren. Ofwel, doen waar ze goed in zijn.

21


DOSSIER

■dossier WABO

Onderwerpen uit de dagelijkse praktijk van de architect worden in een uitgebreid dossier van alle kanten belicht.

Achter het loket De nieuwe wet maakt het voor de aanvragers (burgers en bedrijven) vooral makkelijker, maar de Wabo stelt overheden ook voor een uitdaging. De extra inspanning die de wet van de vergunningverlener vergt, beginnen al bij het loket dat zich bij gemeenten bevindt. Daar kunnen straks verschillende aanvragen worden ingediend. Gemeentelijke organisaties moeten daarop zijn voorbereid. Hoe ze dat doen, mogen zij zelf bepalen. Een mogelijkheid is het aanstellen van een ‘super omgevingsexpert’ die alle 26 onder de Wabo vallende vergunningenstelsels door en door kent. Een andere mogelijkheid is het aanstellen van een algemene Wabo-ambtenaar die de aanvragen naar de juiste gemeentelijke afdelingen of andere overheden doorstuurt en de afhandeling coördineert. Het succes van de Wabo valt of staat met de communicatie tussen deze betrokken afdelingen en het betrokken bevoegd gezag. Minister Cramer streeft naar professionalisering van de (digitale) dienstverlening van gemeenten bij het verlenen van omgevingsvergunningen door het instellen van regionale Omgevingsdiensten. Dit zou met name een uitkomst zijn kleinere gemeenten die niet altijd voldoende expertise in huis hebben om complexere aanvragen van omgevingsvergunningen te behandelen. In 2012, zo is de verwachting, zal Nederland ongeveer 25 regionale omgevingsdiensten tellen die belast zullen zijn met vergunningsverlening, handhaving en toezicht. Gemeenten zullen vooral hun complexe milieutaken hierbij onderbrengen.

Invoeringsdatum Wabo in zicht In 2010 treedt de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking. De Wabo bundelt 26 bestaande vergunningen in één omgevingsvergunning. Er komt één loket voor bouw-, milieu- en vele andere vergunningen. In de meeste gevallen zal de aanvraagprocedure korter duren.

–– Tekst Alexander Pastoors, beleidsmedewerker ontwerpproces en techniek

Met enige vertraging wordt op 1 januari 2010 de Wabo ingevoerd. Vergunningen op het gebied van bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu vallen straks onder één geïntegreerde omgevingsvergunning, waarvoor aanvragers terecht kunnen bij één loket. Dit leidt, als overheden, burgers en bedrijven optimaal van de mogelijkheden van de wet gebruik maken, tot minder administratieve lasten, betere dienstverlening, kortere procedures en een einde aan tegenstrijdige voorschriften.

Drie vormen De omgevingsvergunning kent drie verschijningsvormen. De eerste vorm bestaat uit één omgevingsvergunning, al dan niet voor meerdere activiteiten. Activiteiten zijn die zaken waarvoor een vergunning voor moet worden aangevraagd, zoals het aanleggen van een uitrit op de openbare weg, het slopen van een gebouw, et cetera. Bij de tweede vorm gaat het om één vergunning, maar de aanvrager kan aangeven welke activiteiten hij in een eerste fase alvast beoordeeld wil hebben, en welke in een tweede. Uiteindelijk moeten alle activiteiten voor beide fasen in orde te zijn voordat tot uitvoering mag worden overgegaan; pas dan is er sprake van een omgevingsvergunning. Bij de derde vorm wordt de omgevingsvergunning gesplitst in deelvergunningen. Wie bijvoorbeeld op een perceel een huis wil bouwen en bomen wil kappen die de bouw van het huis in principe niet in de weg staan, kan daar afzonderlijke vergunningen voor krijgen die ook afzonderlijk uitvoerbaar zijn. De Wabo zorgt er zo voor dat deze, reeds bestaande, handelswijze mogelijk blijft

Digitale aanvraag Om het burgers en bedrijven gemakkelijker te maken, kunnen aanvragen digitaal worden ingediend. Voor bedrijven wordt dit op termijn zelfs verplicht. Het Ministerie van VROM ontwikkelde hiervoor het Omgevingsloket online, waarop alle gemeenten zijn aangesloten. Het omgevingsloket is een centraal internetportaal en digitaal doorgeefluik en bewaart de informatie die aanvrager van een omgevingsvergunning indient op een centrale plek, zodat de bevoegde instantie (‘het bevoegd gezag’) deze informatie kan inzien en downloaden.

Bevoegd gezag Het loket zal zich bevinden bij de gemeente waar de locatie, waar de vergunningsaanvraag betrekking op heeft, zich in hoofdzaak bevindt. Als de gemeente niet het bevoegde gezag is – wat slechts voor een klein deel van de gevallen opgaat – stuurt deze de aanvraag door naar het overheidslichaam dat de bevoegdheid wel heeft.

Wettelijk traject De Wabo is inmiddels goedgekeurd door de Eerste Kamer. Na de eigenlijke wet volgden afgelopen voorjaar de uitwerking van de onder de Wabo vallende Algemene Maatregelen van Bestuur: het Besluit Omgevingsrecht (Bor) en de Ministeriele regeling Omgevingsrecht (Mor). Het Bor regelt bijvoorbeeld in welke uitzonderingsgevallen burgers en bedrijven geen omgevingsvergunning hoeven aan te vragen. In de Mor is onder meer geregeld welke bescheiden (en in welk digitaal formaat) bij de aanvraag moeten worden meegestuurd.

22

BNABLAD #08/09


DOSSIER

dossier■ WABO

Vijf dingen die elke architect moet weten over de Wabo

1

26 in 1

3

De Wabo omvat 26 van de huidige vergunningstelsels. Dit zijn de belangrijkste vergunningen die vanaf 1 januari 2010 binnen die ene, geïntegreerde omgevingsvergunning vallen: bouwvergunning, aanlegvergunning, sloopvergunning, monumentenvergunning, milieuvergunning, huisvestingsvergunning, gebruiksvergunning, kapvergunning, steigervergunning, in- of uitritvergunning, vergunning Kernenergiewet, vergunning ggo’s (voor bedrijven die genetisch gemodificeerde organismen willen toepassen) en afvalbeschikkingen. Een totaaloverzicht van de vergunningen die onder de omgevingsvergunning gaan vallen, is te vinden in de bijlage van de memorie van toelichting bij het conceptwetsvoorstel voor de omgevingsvergunning.

2

Digitaal indienen

4

Het Omgevingsloket online bestaat uit een digitale aanvraagmodule en een dossiermodule. Overheden hebben onafhankelijk van tijd en plaats de beschikking over de gegevens die nodig zijn voor de beoordeling ervan waardoor zij hun dienstverlening kunnen verbeteren. Alle betrokken partijen blijven via het Kennisplein (www.omgevingsvergunning.vrom.nl) op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en hulpmiddelen. Aanvragers, zoals architecten, hebben geen speciale software nodig. Computerbestanden kunnen worden aangeleverd in PDF-formaat, maar ook rechtstreeks worden geüpload vanuit het CAD-systeem. Als vervanging van een handtekening is voor de digitale aanvraag een (bedrijfs)DigiD noodzakelijk. Binnen het bureau kunnen meerdere mensen worden gemachtigd om een aanvraag digitaal in te dienen met behulp van een DigiD voor bureaumedewerkers die onder de bedrijfsDigiD hangt. Via de website van de Kamer van Koophandel zijn deze codes snel en gemakkelijk aan te vragen.

De gefaseerde omgevingsvergunning Het is mogelijk om een omgevingsvergunning gefaseerd aan te vragen. De aanvrager bepaalt zelf welke activiteit in welke fase wordt beoordeeld. Dit kan bijvoorbeeld nuttig zijn bij de bouw van een stal voor een varkenshouderij. Dit vereist in de huidige situatie een bouwvergunning en een milieuvergunning. Doordat deze activiteiten fysiek niet te scheiden zijn, moet er volgens het nieuwe stelsel één omgevingsvergunning worden aangevraagd. Met de gefaseerde omgevingsvergunning kan de aanvrager eerst vragen om een beoordeling van de activiteit bouw en aansluitend om een beoordeling van het aspect milieu. Dat bespaart werk.

De gesplitste omgevingsvergunning Als bepaalde onderdelen van een project fysiek te scheiden zijn, kan het handig zijn dit te splitsen in deelprojecten. Voor elk deelproject kan een afzonderlijke vergunning worden aangevraagd. Dit kan bijvoorbeeld bij de bouw van een huis op een perceel waarop ook bomen staan die gekapt moeten worden. Door aparte vergunningen aan te vragen, kan het één onafhankelijk van het ander worden uitgevoerd zonder dat het één op het ander hoeft te wachten.

5

BNABLAD #08/09

Voor architecten ... ... zal het even wennen zijn aan de (digitale) aanvraag en aan de kortere procedure. Verder moeten zij bij het aanvragen van een bouwvergunning beoordelen of er niet tegelijkertijd meerdere, aanverwante vergunningen moeten worden aangevraagd. Architecten moeten ook stil staan bij de vraag of het verstandig is om gefaseerd en/of gesplitst aan te vragen. Deze keuzes bieden architecten ook bepaalde kansen (zie elders in het dossier).

Beter en sneller De overheid wil klantgerichter worden. De Wabo vormt in dat streven een substantieel instrument, vooral door de één-loket-structuur. Aanvragers kunnen daar straks terecht voor al hun vergunningen, ook al ligt de behandeling van de inhoudelijke afgifte ervan bij een ander bevoegd gezag. Ook lopen zij niet langer het risico dat de gemeente hen naar het waterschap doorstuurt of dat de provincie doorverwijst naar de brandweer en vice versa. Veel spreekwoordelijke ambtelijke kastjes en muren behoren daarmee tot het verleden. Met ingang van de Wabo loopt er nog slechts één procedure. Het volgen van vele procedures, waarbij de ene op de andere moet wachten en waarbij tegen elke procedure een juridisch beroep mogelijk is, is dus straks verleden tijd. De Wabo levert in dit opzicht dus zeker praktisch gemak op. Ook positief: de behandeling van de vergunningsaanvraag krijgt in een aantal gevallen een kortere termijn. Voor de behandeling van een aanvraag van een reguliere bouwvergunning die niet afwijkt van een bestemmingsplan, staat nu een termijn van twaalf weken. Onder de Wabo bedraagt deze termijn acht weken. Ook in de Wabo blijft deze termijn fataal. Als hij verloopt zonder beschikking, wordt deze geacht in positieve zin te zijn afgegeven.

23


DOSSIER

■dossier WABO

Onderwerpen uit de dagelijkse praktijk van de architect worden in een uitgebreid dossier van alle kanten belicht.

Vóór het loket: Valkuil of kans? Het antwoord luidt: beide. Voor de meeste architecten zal het vaker niet dan wel voorkomen, maar toch zullen enkelen in de situatie komen waarin ze een meervoudige vergunning moeten aanvragen. Dit geldt ook voor de architect die als gevolmachtigde optreedt. Behalve een bouwvergunning, moet hij andere vergunningen aanvragen die tezamen de omgevingsvergunning moeten opleveren. In zo’n geval moet hij dus kennis hebben van milieu, ruimte, natuur en/of monumenten en de bijbehorende toetsingskaders. Voor een goed integraal vergunningverleningsproces moet namelijk niet alleen het bevoegd gezag zijn zaken op orde hebben, ook de vergunningaanvrager zal moeten investeren in een gecoördineerde aanvraag. Daarnaast moet hij beoordelen of het in het betreffende geval nuttig is een gefaseerde of een gesplitste vergunning aan te vragen. Omdat de aanvrager zelf bepaalt hoe hij de aanvraag indient, bepaalt hij daarmee zelf in grote mate het behandelingsproces en de uiteindelijke doorlooptijd. Tot zover de valkuilen. Want uiteraard genieten ook architecten de voordelen van de Wabo: eenvoudigere, betere en snellere procedures. Daarnaast biedt de Wabo kansen, vooral voor architecten die een regierol ambiëren. Zij kunnen zich met meer aspecten bemoeien dan sec het bouwen. Uiteraard vergt dit de nodige kennis en afstemming. Wie optimaal wil profiteren van de voordelen van de nieuwe wet, moet goed beslagen ten ijs komen. Dit vereist voorbereiding, tijdig en adequaat vooroverleg met het bevoegd gezag en goede samenwerking met de overige bij het bouwproces betrokken partijen. Dit samenwerkingsaspect zal ruimschoots aan de orde komen bij regionale voorlichtingsbijeenkomsten die de BNA samen met Bouwend Nederland, Aedes en het ministerie van VROM dit najaar en deze winter op touw heeft gezet. De organisatie is in handen van SBR en Stadswerk. De bijeenkomsten worden aangekondigd via de BNA-website en zijn ook te vinden via het kennisplein bij VROM.

24

Proeven van de Wabo Op verzoek van VROM lopen er diverse ‘proefprojecten Omgevingsvergunningen’. Bestaande aanvragen worden op de bestaande en op de Wabo-manier behandeld. Zo ontstaat een beeld van de knelpunten en van het optimale gebruik van de nieuwe wet.

–– Tekst Alexander Pastoors, beleidsmedewerker ontwerpproces en techniek

De ervaringen van de proefprojecten laten tot nu toe een wisselend beeld zien. Vast staat dat een goede communicatie tussen de betreffende overheden en hun afdelingen cruciaal is. Vooral bij grote gemeenten zullen de diverse afdelingen die gewend waren min of meer geïsoleerd ‘hun eigen ding’ te doen, moeten investeren in nauwere samenwerking met hun collega’s.

Van 9 naar 2 Voor aanvragers lijkt de Wabo vooral voordelen te hebben. Een proefproject in Den Haag geeft daar een aardig beeld van. Het Medisch Centrum Haaglanden (MCH) wil in de Haagse binnenstad een privékliniek openen. Het lukt om een locatie te vinden waar het is toegestaan medische activiteiten te ontplooien. Desalniettemin zijn er heel wat vergunningen nodig om het pand geschikt te maken voor het gewenste gebruik. Negen, om precies te zijn. Het gaat onder meer om een bouwvergunning, een sloopvergunning op grond van de Monumentenwet, een vrijstelling parkeernorm en een verhoging van de grenswaarde op grond van de Wet Geluidhinder. Met ondersteuning van een adviesbureau slaagde het MCH erin de negen benodigde vergunningen – grotendeels conform het Wabotraject – te bundelen in twee aanvragen. Op beide werd positief beschikt.

Klantgericht Het voorbeeld toont aan dat met de nieuwe Wabo grote winst kan worden behaald. De ondersteuning die het MCH van de (door VROM betaalde) adviseur kreeg, krijgt de aanvrager straks bij het Waboloket: via een standaard aanvraagformulier, maar ook van het betreffende bevoegde gezag. Dat speelde in de geschetste casus ook intern de rol die de wet het gezag toedicht: het bevoegde gezag zorgde voor afstemming van de verschillende voorschriften van de verschillende omgevingsaspecten. De aanvrager heeft recht op die afstemming en mag er dus in principe op rekenen. In feite verplaatst met de Wabo een aanzienlijk deel van het werk van de vergunningsaanvrager naar de vergunningverlener. Een stap op weg naar een klantgerichter overheid.

Specifieke vragen over (invoering van) de Wabo kunnen gesteld worden aan de helpdesk van Antwoord® voor bedrijven, een service van de centrale overheid. De helpdesk is te bereiken op werkdagen van 9.00 tot 12.00 uur en 14.00 tot 17. 00 uur (op maandagen vanaf 10.00 uur) op T 0900 608 09 00 (10 c/m).

BNABLAD #08/09


ARTIKEL

Form follows function Daadkrachtiger besturen op grond van door leden gedragen beleid. Dat is wat het bestuur voor ogen heeft met de voorgestelde verandering in de verenigingsstructuur. De focus komt te liggen op strategie en resultaat. ––

Tekst Ellen Meijer Beeld Stockxpert

Verenigingen heb je in alle soorten en maten. Van de plaatselijke tennisclub die draait op vrijwilligers tot grootschalige organisaties als de ANWB met een professioneel bureau. De BNA staat op de één na hoogste sport van de ladder wat omvang en organisatiegraad betreft. De laatste jaren schaffen veel professionele verenigingen hun Algemene Ledenvergadering (ALV) af. Als hoogste toezichthoudende orgaan stellen ze een Ledenraad in die namens de leden meebeslist over beleid.

Hamerstukken Een ALV lijkt de meest democratische manier om een vereniging te besturen. In de praktijk verschijnt echter slechts een klein deel van de leden. ‘Een hele dag uittrekken om te stemmen over hamerstukken is achterhaald’, stelt Wilma Jansen. Zij heeft als manager brancheontwikkeling en marketing bij BNA verenigingszaken in haar portefeuille. De ALV is volgens haar onvoldoende toegerust voor zijn toezichthoudende rol. De BNA heeft weliswaar ook een Ledenadviesraad (LAR), maar die geeft alleen advies. In het voorstel maken de ALV en LAR plaats voor een Ledenraad (zie kader). Deze stelt het meerjarenplan van het bestuur vast en evalueert of doelen zijn gehaald. De raad beoordeelt verder de plannen en begroting voor het volgende jaar. Het idee achter de Ledenraad is dat de afgevaardigden

BNABLAD #08/09

nauw betrokken zijn bij de strategische beleidsvorming waardoor ze beter toezicht kunnen houden op het bestuur. Ledenbijeenkomsten blijven bestaan om de leden te polsen en te informeren. Ieder voorjaar kunnen zij input leveren voor het strategisch plan. Jansen: ‘Dat wordt voor individuele leden hét moment om het beleid van de BNA te beïnvloeden.’

Toezicht en controle krijgen een volwaardige plek Professionalisering Marianne Loof, partner bij Loof & van Stigt Architecten in Amsterdam, is pas een paar jaar lid van de BNA: ‘Een bewuste keuze, we voelden ons niet verbonden met de vereniging.’ Dat ze zich uiteindelijk toch aansloot, heeft vooral te maken met de recente ontwikkelingen binnen de BNA: ‘De voorgestelde verandering toont de professionalisering van de organisatie. De cyclus van bestuur en controle krijgt hierin een volwaardige plek. Met een ALV loop je het risico dat de mensen die er toevallig zijn beslissingen nemen voor een grote groep. Het mobiliseert niet de doorsnee leden, maar een

25


ARTIKEL

26

BNABLAD #08/09


ARTIKEL

kleinere groep met een uitgesproken mening. Dat is niet per se goed voor de vereniging.’ De LAR, waar ze zelf lid van is, heeft volgens Loof vooral een opiniërende rol: ‘Zeker nuttig, maar vrijblijvend. Bovendien is de LAR grotendeels samengesteld uit andere besturen. Dan wordt het al snel een gesloten club die niet direct vernieuwing voorstaat.’ Ook volgens Anoul Bouwman, partner bij Architectenbureau Visser en Bouwman, heeft de huidige verenigingsstructuur geen toekomst: ‘De ALV werkt niet omdat te veel mensen het recht hebben aanwezig te zijn en er te weinig komen.’ Bouwman is zeven jaar kringvoorzitter in Den Bosch. Hij vindt het kringbestuur een hoop geregel: ‘In de vergaderingen komt zelden een interessant onderwerp voorbij.’

Netwerken In het voorstel krijgen de regio’s een bestuur in plaats van de kringen, zoals nu het geval is. Het aantal besturen daalt dan van 21 naar zes waardoor de slagkracht van de BNA verbetert. In feite gaat het om aanpassing van de regels aan de praktijk, ofwel form follows function, meent Jansen: ‘De kringen hebben een netwerkfunctie gekregen. Leden willen wel contact houden met collega’s in hun omgeving, maar er zijn ook andere netwerken ontstaan met een soortgelijke meerwaarde. Door de bestuurlijke laag uit de kringen te halen, maken we alle netwerken gelijkwaardig. De structuur van de BNA wordt zo evenwichtiger.’ De helft van de kringen in Brabant en Limburg functioneert volgens Bouwman goed. Zij hebben in de regel langzittende besturen. Een kring waar de klad in komt, blijkt moeilijk weer op gang te krijgen: ‘Daarvoor is een groep van honderd leden te klein. Naar een lezing komt gemiddeld tien procent van de mensen, hooguit een handjevol. Daarom doen we steeds meer op regioniveau.’ Een kringenstructuur past volgens Loof slecht in het huidige tijdbeeld. Veel bureaus werken landelijk en/of vakoverstijgend. Ook de bouwopgaven zijn geïntegreerd: ‘Een gebouw is niet meer óf een school óf een

Alle lagen binnen de vereniging een heldere status ziekenhuis, het gaat vaak om een combinatie van functies.’ Ze voelt zich niet alleen verbonden met Amsterdam. Wat in het oosten van het land gebeurt, vindt ze net zo interessant. Verder wil Loof kennis centraal aangedragen krijgen: ‘Op welke locatie doet er minder toe. Als kringen netwerken worden, krijgen ze een duidelijke status. Dan is het niet langer een soort vertakking van de vereniging.’

BNABLAD #08/09

Heldere keuzes De BNA krijgt wel eens de kritiek onzichtbaar te zijn. ‘We hebben de neiging alles te willen doen’, aldus Jansen. ‘Straks moeten leden merken dat het bestuur zich op strategische hoofdlijnen concentreert en daarin heldere keuzes maakt.’ In de reacties op het voorstel tot nu toe overheerst de zorg over de binding tussen de leden en de vereniging. Jansen: ‘Het laatste wat we willen is die binding verliezen. Je kunt straks nog steeds als lid je invloed laten gelden. Bijvoorbeeld door je verkiesbaar te stellen voor de Ledenraad of een regiobestuur, of door je aan te sluiten bij een netwerk, klankbordgroep, beleidsadviescommissie of werkgroep. Als het gaat werken zoals we voor ogen hebben, wordt het beleid van de BNA straks veel meer gedragen door een grotere groep leden.’ Bouwman heeft alle vertrouwen in de regio. Hij vraagt zich wel af of zwakkere kringen overeind blijven: ‘Als ze omvallen, verlies je contact op lokaal niveau. We moeten scherp zijn op wat we dan mogelijk kwijt raken.’

Verkiezingen Tijdens de ALV in december komt het voorstel ter stemming. Gaan de leden akkoord, dan volgen zo snel mogelijk in 2010 verkiezingen voor de Ledenraad. Jansen verwacht veel belangstelling: ‘Over de animo om iets voor de BNA te doen, hebben we geen klagen. Maar mensen willen bezig zijn met de inhoud, daar moet het in de BNA dan ook vooral over gaan.’ Loof verwacht van de vereniging professionele ondersteuning in de bedrijfsvoering en versterking van de positie van de architect. Met de voorgestelde wijzigingen koerst de BNA naar haar idee in die richting. Ervaringen uitwisselen met collega’s vormt volgens Bouwman het fundament onder de BNA: ‘In de nieuwe structuur kunnen leden elkaar makkelijker ontmoeten om over specifieke onderwerpen te praten. Op bestuurlijke ballast zit niemand te wachten.’

De Ledenraad In het voorstel bestaat de Ledenraad uit vertegenwoordigers van negen segmenten binnen drie verschillende categorieën in de BNA: - regio: uit NWC, uit Delta en Zuid elk 2, uit Noord en Oost elk 1 - bureaugrootte: 4 van grote bureaus, 4 van middelgrote en 2 van kleine - leeftijd: 2 leden vertegenwoordigen de jonge architecten De leden van elk segment kiezen hun eigen vertegenwoordigers. De Ledenraad kan bestuursleden benoemen, schorsen of ontslaan. De deelnemers worden voor drie jaar benoemd en kunnen één keer worden herbenoemd.

27


rubriek

■opinie

Zoveel mensen, zoveel meningen. In deze rubriek komen verschillende mensen aan het woord over een speciaal onderwerp.

Wie gaat dat betalen? De geldkraan drupt maar mondjesmaat, projecten komen moeizaam van de grond. Wat verwachten de financiële kenners van de toekomst? Is het een kwestie van over laten waaien en de draad weer oppakken of zal de financiering van bouwprojecten vanaf nu anders worden aangepakt?

–– Tekst Willemijn de Jonge

‘Die crisis is maar een tijdelijke bliep’ Piet Eichholtz, hoogleraar Real Estate Finance aan de Universiteit Maastricht en partner bij Finance Ideas ‘De Nederlandse banken hebben een heerlijk leven op dit moment. De concurrenten uit het buitenland hebben zich teruggetrokken en de vraag naar krediet is groot. Terwijl de tarieven die banken elkaar berekenen al gedaald zijn, houden ze de tarieven voor klanten vooralsnog hoog. De toezichthouder staat daarachter, want zo krijgen ze weer wat vet op de botten. Voordat de kapitaalmarkt weer zijn normale gang krijgt, zijn we zo twee of drie jaar verder. De vraag is of we in de tussentijd nieuwe financieringsstructuren moeten gaan hanteren. Er werd voor de crisis al geëxperimenteerd met fondsvorming, waarbij beleggers helemaal aan het begin instappen. TCN heeft dat veel gedaan met particuliere beleggers. Dit is een structuur die de toekomst heeft en crisisbestendig is. In de woningbouw zie je dat het corporatievermogen nu

28

steeds belangrijker wordt. Zolang de markt moeilijk blijft, zijn corporaties veel gezochte partners die projecten kunnen overnemen. Ik zie die crisis overigens maar als een tijdelijke bliep op de langetermijnontwikkeling. Die wordt voor de vastgoedmarkt veel meer bepaald door demografische ontwikkelingen. Met een krimpende bevolking is het onvermijdelijk dat we steeds meer zullen overgaan op renovatie in plaats van nieuwbouw. Het wordt een vervangingsmarkt. Met name op het gebied van commercieel vastgoed, maar het gaat ook spelen in de woningbouw. Alleen bouwen voor de zorg zal toenemen. Voor architecten en bouwers gaat het dus meer over de behoefte aan gebouwen dan over de aanwezigheid van geld. Dat geld komt wel weer terug, maar de vraag naar nieuwe kantoorgebouwen niet. Daar zou je als architect nu al op kunnen inspelen

‘Er is geen goochelgeld’

Friso de Zeeuw, praktijkhoogleraar gebiedsontwikkeling aan de TU Delft en directeur Nieuwe Markten bij Bouwfonds Ontwikkeling ‘Enerzijds is er sprake van vraaguitval, anderzijds zitten we met de financieringskwestie. Investeerders moeten meer eigen vermogen meebrengen om geld los te krijgen bij de bank. Ik verwacht dat dit laatste zo zal blijven, ook na de crisis. Particulieren en bedrijven met veel eigen vermogen zullen straks toetreden tot de markt, terwijl minder draagkrachtige partijen verdwijnen. En er is geen goochelgeld. Je kunt wel slimme financieringsconstructies bedenken, maar het resultaat daarvan is marginaal, dat blijft een soort figuurzagen. Ik verwacht ook geen grote investeringen van de overheid, die moet immers bezuinigen. En de politiek vindt wat wíj allemaal zo belangrijk vinden – de gebouwde omgeving – helemaal niet zo belangrijk. Pas als het raakt aan politieke thema’s als werkloosheidsbestrijding of brede scholen, begint de overheid het interessant te vinden. Ik denk dat de emotiegedreven aspecten zich wel weer zullen herstellen. Consumentenvertrouwen is wat dat betreft belangrijker dan de beurs. Sowieso voor de woningbouw. En in mijn rijtje factoren staat de hypotheekrente op de tweede plaats. De architect zal zich moeten neerleggen bij het feit dat projecten moeilijker van de grond komen, maar wat hij wel kan doen, is beter inspelen op de vraag. De consument is de afgelopen jaren steeds kritischer geworden. De architect die zich beter in de wensen van de mogelijke koper verdiept, zal hem beter weten te verleiden tot een flinke investering. Deze tijd van destructieve

BNABLAD #08/09


rubriek

vernieuwing kun je het beste gebruiken om kritisch naar jezelf te kijken en te onderzoeken wat je kunt verbeteren. Dat betekent dat je als ontwerper wat minder arrogantie ten toon zult moeten spreiden.’

‘We zitten in een dubbele squeeze’ Dirk-Jan van der Zeep, Chief Financial Officer bij ING Real Estate Development Nederland ‘Ik denk dat het lang gaat duren voor er weer veel geld beschikbaar is. De internationale financiers trekken zich terug; wij zijn momenteel afhankelijk van de Nederlandse grootbanken die er zijn. Met minder aanbieders en minder geld bij die aanbieders zitten we in een dubbele squeeze. Ik verwacht dat de tijd van grote leningen tegen voor de klant aantrekkelijke voorwaarden voorgoed voorbij is. Een mogelijke nieuwe financieringsstructuur is dat je met de belegger afspreekt dat hij al geld in een project steekt vóór en tijdens de bouw. Dat zou nog wel eens een win-win situatie kunnen zijn. De kopende partij – een particulier of belegger – kan makkelijker aan geld komen tegen een beter tarief dan de ontwikkelaar. De ontwikkelaar zou de koper een geldstroom kunnen garanderen in de vorm van huur, totdat alles daadwerkelijk verhuurd is en beiden hun geld terugverdienen. Deze constructie is niet

BNABLAD #08/09

geheel ongebruikelijk, wij hebben dit ook al zo gedaan voordat de crisis zich aandiende. Het is een redelijk eenvoudige oplossing die heel opportuun kan zijn. Een andere optie is om de kopende partij te laten participeren in de ontwikkeling van een pand. De belegger draagt dan risico maar deelt ook mee in het rendement. Consequentie is dat deze partij ook zeggenschap krijgt over het ontwerp van het pand. De grootste uitdaging in dit alles voor de architect is mooie panden te ontwerpen die minder kosten. Er is eigenlijk gewoon geen geld meer voor kostbare ontwerpen en materialen, de nadruk zal steeds meer op functionaliteit komen te liggen. En dat is jammer voor iedereen, want het gaat wel om het aangezicht van Nederland. Een tweede uitdaging voor zowel architecten, ontwikkelaars, beleggers en gemeente is op een economisch verantwoorde manier om te gaan met de bestaande vastgoedvoorraad. Bij leegstand is niemand gebaat.’

leggers op dit moment een afwachtende houding hebben. Iedereen zit op elkaar te wachten. Als een pand bijvoorbeeld wel al verhuurd is, maar de financiering van de voorbereidingskosten nog niet rond zijn, zou je er als architect over na kunnen denken om bij te dragen aan de financiering van die kosten. In ruil daarvoor kun je dan een deel van de winst bedingen. Welk deel, is een interessante vraag. In de woningbouw zijn ontwikkelaars en masse gestopt met het ontwikkelen van woningen. De machine is knarsend en piepend tot stilstand gekomen. Hier zouden architectenbureaus kunnen beginnen met haalbaarheidsstudies. Heb je een goed idee, dan zoek je er een ontwikkelaar bij. Daarmee werk je aan je werkvoorraad voor over een paar jaar. Het lastige is dat architectenbureaus maar een beperkt eigen vermogen hebben en het risico van zo’n investering groot is. Het is ook de moeite waard uit te zoeken wat de overheid als opdrachtgever kan betekenen. Mijn advies aan architecten is: zoek partijen om samen projecten mee op te pakken, smeed nieuwe allianties en investeer daarin met een afgeperkt risico. De architect moet meer initiatief gaan nemen. Ga niet op de stoel van de ontwikkelaar zitten, maar verdiep je in wat de ontwikkelaar drijft en wat de gebruiker wil. Ga meer denken vanuit de opdrachtgever. En realiseer je dat je niet altijd het onderste uit de kan kunt halen. De architect die met open ogen in de koplampen van een aanstormende auto kijkt, moet zijn ogen dichtdoen en iets anders gaan doen.’

‘Je kunt niet altijd het onderste uit de kan halen’ Peter Ruigrok, CEO van allround ontwikkelaar Burgfonds ‘Tot anderhalf à twee jaar geleden was de bank bereid de voorbereidingskosten van commerciële vastgoedprojecten te financieren zonder zelfs maar te vragen of je het al verkocht had. Nu moet je al beleggers hebben gevonden voordat de bank over de brug komt, terwijl die be-

29


rubriek

Bureau berichten aten vormen volgens de instituties de volgende generatie architecten en ontwerpers die een grote impact zullen hebben op de toekomstige Europese woon-, werk- en leefomgeving.

Beeld Gemeentehuis, Lichtenvoorde. Ontwerp en beeld : Atelier PRO architekten

Atelier PRO architekten heeft voor drie verschillende architectenselecties de opdracht gekregen: het bureau is na een Europese aanbesteding geselecteerd voor de nieuwbouw van het gemeentehuis in Lichtenvoorde, heeft het winnende ontwerp voor het Cultuurhuis in Winschoten getekend en is na een voorselectie met visiepresentatie als winnend bureau uit de bus gekomen voor 90 woningen in de herstructureringswijk Malburgen in Arnhem. SVP Architectuur en Stedenbouw viert dit jaar zijn 25-jarig jubileum. Het Amersfoortse bureau, in 1984 voortgekomen uit het bureau van Daan Zuiderhoek, is in die periode uitgegroeid tot een ontwerpbureau met ongeveer 35 medewerkers en met opdrachten door het hele land.

Beeld Omslag van DP6. Tien jaar architectuur

In september verscheen DP6. Tien jaar architectuur, dat een beschrijving geeft van het werk van het Delftse bureau DP6 architectuurstudio. Naast een uitgebreide documentatie van de projecten geeft het boek inzicht in de manier waarop DP6 opgaven tegemoet treedt. Het boek is uitgegeven door 010 Publishers.

30

Correcties en aanvullingen

Beeld Fietsbank Bikes & Chill. Ontwerp: AAArchitecten en Uq Design

AAARCHITECTEN en productontwerpbureau Uq Design hebben met Bikes & Chill (een combinatie van een fietsenstalling en zitbank) de eerste prijs behaald in de ontwerpwedstrijd ‘Constructief en creatief met composieten’ van Poly Products. De jury prees de ontwerpers vanwege de multifunctionele waarde van het product. Het kunststof omhulsel herbergt een halfverdiepte fietsenstalling, terwijl de buitenzijde is vormgegeven als een bank.

Beeld ‘Wonen tussen Rug en Rijn’. Ontwerp: Rijnboutt i.s.m. BD Architectuur en Van Zwieten Architecten

De prijsvraag ‘Wonen tussen Rug en Rijn’, die de gemeente Rhenen eind 2008 uitschreef, is gewonnen door Rijnboutt. Het ontwerp is gemaakt in samenwerking met BD Architectuur en Van Zwieten Architecten. De locatie is het sluitstuk van de ontwikkeling van het dorp Elst en zal diverse andere delen van het dorp met elkaar verbinden.

In het hoorfdartikel ‘Architect wordt bij CPO weer bouwmeester’ in BNA Blad #07/09 is bij de foto op pagina 15 de verkeerde architect genoemd. De afgebeelde woningen in ecologische wijk De Buitenkans in Almere zijn ontworpen door Architectenburo Jaap van der Laan BNA.

Overleden leden

Beeld ‘Op tijd voorsorteren’. Ontwerp: MAS architectuur

Met het concept ‘Op tijd voorsorteren‘ voor flats in Palenstein (Zoetermeer) heeft MAS architectuur de publieksprijs voor de aanpak van een CO²-neutrale flatrenovatie gewonnen. Dit concept is erop gebaseerd dat de flat voor een langere periode kan worden geëxploiteerd in combinatie met een esthetische kwaliteitsimpuls. De prijs is uitgereikt door het Ministerie van Economische Zaken. Ronald Schleurholts, partner van het Delftse bureau cepezed, is in september door het European Centre for Architecture, Art, Design and Urban Studies en het Chicago Atheneum, Museum of Architecture and Design uitgeroepen tot één van de veertig belangrijkste opkomende Europese architecten en ontwerpers jonger dan veertig jaar. De laure-

Op 9 juli 2009 is op 82-jarige leeftijd architect B.A. Bakker overleden. Op 24 juli 2009 is op 61-jarige leeftijd architect R. Lim overleden. Op 4 augustus 2009 is op 56- jarige leeftijd architect J.N. Varekamp overleden. Op 8 augustus 2009 is op 67jarige leeftijd architect W.G.A. van den Heuvel overleden. Op 19 augustus 2009 is op 65-jarige leeftijd architect A.B. Tuijtelaars overleden. Op 23 augustus 2009 is op 46-jarige leeftijd architect E.J. Dikken overleden.

Bureaubericht? E-mail naar redactie@bna.nl

BNABLAD #08/09


rubriek

Nieuwe oogst Rufus Beckers (32,TU Delft 2004) is sinds 2006 in dienst van Schippers Architecten BNA in Den Haag. Jeroen van Bekkum (38, TU/e 1998) werkt sinds 1997 bij 01-10 Architecten in Rotterdam.

Architectuur. Naast haar studie werkt zij bij Bronsvoort Blaak Architecten bna. Peter van Vliet (46) is derdejaarsstudent aan de AvB Rotterdam, studierichting Architectuur. Naast zijn studie werkt hij als freelancer voor Transformers.

Heidy Bos (31, TU Delft 2004) werkte van 2006 tot augustus 2009 voor Architectenbureau Alberts & Van Huut in Amsterdam en is nu bezig met voorbereidingen voor het opzetten van een zelfstandig architectenbureau. Anton Bosschaert (30, TU Delft 2005) werkt sinds 1999 als zelfstandig architect bij Except in Rotterdam. Max Hoffer (31, TU Delft 2004) werkt sinds 2005 als architect in dienstverband bij Van der Haar & partners bv in Leiden.

Tom Bosschaert

Max Hoffer

Vesna Loncar

Erik Moederscheim

Max Rijnders

Harm Tigchelaar

Peter van Vliet

Tycho Vos

Jeroen Ligthart (33, TU Delft 2003) werkt sinds 2005 als ontwerper/architect bij Roelofs & Haase Projectontwikkeling in Rijssen.

COLOFON BNA Blad #08, derde jaargang, oktober 2009 Uitgever Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten BNA, Postbus 19606, 1000 GP Amsterdam, T 020 555 36 66, E redactie@bna.nl, I www.bna.nl. BNA Blad verschijnt tien keer per jaar (oplage 4.500) Advertenties Springer Uitgeverij, Postbus 246, 3990 AG Houten, T 030 638 37 32. E frank.vanderwalt@springeruitgeverij.nl. Adreswijzigingen administratie@bna.nl Druk Drukkerij Ten Brink Redactie Carla Roos, Inge Pit, Femke Rasenberg, Wilma Jansen Redactiecommissie Michiel Cohen, Maarten Engelman, Sander Mirck Basisontwerp Thonik, Amsterdam Vormgeving Formalism, Amsterdam Beeld omslag Voormalig schoenenmagazijn Huf, herontwikkeld tot kantoor- en winkelpand, Rotterdam. Ontwerp: Wessel de Jonge Architecten. Foto: Jannes Linders Tekst Uitvergroot Willemijn de Jonge Foto column Ineke Oostveen ISSN 1874-2696

Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van de BNA geheel of gedeeltelijk worden overgenomen. Aan de totstandkoming van deze uitgave is de uiterste zorg besteed. Voor informatie die onjuist of onvolledig is opgenomen, aanvaarden wij geen aansprakelijkheid.

Vesna Loncar (53, TU Belgrado 1988) is op dit moment bezig een eigen bureau te starten. Erik Moederscheim (28, TU/e 2008) werkt sinds 2005 als zelfstandig architect bij MoederscheimMoonen architects in Rotterdam. Max Rijnders (60, SBA 1993) is sinds 2009 zelfstandig architect bij Max-Architecten in Amersfoort. Voorheen is hij werkzaam geweest bij Martini te Amersfoort. Harm Tigchelaar (32, AvB Groningen 2008) is sinds 2009 in dienst van Wind Architecten Adviseurs in Drachten. Tijdens zijn studie werkte hij als ontwerper/architect bij Van den Bijl & Wijffels architecten b.v. in Heerenveen. Rik Tjonck (52, TU Delft) is sinds 1997 in dienst van Blom Architects B.V. in Breda. Tycho Vos (31, TU Delft 2006) werkt sinds 2006 bij Van de Haar & partners architecten en adviseurs in Oegstgeest. Student-leden Johan Drenth (31) is vierdejaarsstudent aan de AvB Arnhem, studierichting Architectuur. Naast zijn studie werkt hij bij Van de Looi en Jacobs Architecten te Huissen. Hertine Kars (26) is vierdejaarsstudent aan de AvB Arnhem, studierichting

BNABLAD #08/09

Hertine Kars

31


rubriek

Schrijf nu in voor het aanbod van de komende maanden

Het Plastische Getal Zie het in de juiste verhoudingen In zes middagen leert u het fenomeen proportie kennen door aansprekende instrumenten en oefeningen. Een nieuwe aanschouwelijke manier om met het Plastische Getal om te gaan, maakt deel uit van de cursus. Wanneer en waar 28 oktober, 4, 11, 18, 25 november en 2 december 2009, Amsterdam Tijdstip 13.30 – 16.30 uur Kosten BNA-leden en hun medewerkers: € 795. Anderen: € 995

Kosten BNA-leden en hun medewerkers: € 1.275. Anderen: € 1.495

ne daken aan bod. Ook is er aandacht voor innovatieve voorbeeldprojecten.

Onderhandelen voor architecten Haal eruit wat erin zit

Wanneer en waar 30 november 2009 in Gorinchem Tijdstip 14.00 – 20.00 uur Kosten BNA-leden en hun medewerkers: € 335. Anderen: € 395

In deze training leert u de principes van onderhandelen naar de werkpraktijk te vertalen. U krijgt inzicht in de belangen, motieven en gevoelens van alle betrokken partijen en er is aandacht voor een goede voorbereiding en uitvoering van het onderhandelen.

Financieel beleid voor architectenbureaus De cockpit van het architectenbureau

Wanneer en waar 4 november en 3 december 2009 in het midden van het land Tijdstip 9.30 – 17.00 uur Kosten BNA-leden en hun medewerkers: € 725. Anderen: € 825

Krijg helder inzicht in de geldstromen in uw bureau, leer de belangrijkste financiële kenmerken kennen en interpreteren en weet hoe u op basis daarvan het financieel beleid stuurt.

Managementvaardigheden voor projectleiders Ontwikkel en benut uw competenties

Wanneer en waar 27 oktober en 3 november 2009, Amersfoort Tijdstip 14.00 – 20.00 uur Kosten BNA-leden en hun medewerkers: € 595. Anderen: € 895

**NIEUW** In praktische stappen uw bureau verbeteren Met inspiratiecases en de Syntens-innovatiescan Met praktische voorbeelden werkt u in twee sessies samen met andere architecten aan de verbetering van uw bureau. Wanneer en waar Op 19 en 26 oktober 2009 in Den Haag en op 22 en 29 oktober 2009 in Amsterdam. Tijdstip 16.00 – 20.00 uur Kosten BNA-leden en hun medewerkers: € 100. Anderen: € 200

Hoe ontwerp ik mijn mooiste honorarium? Plug and play Tweedaagse praktijkcursus voor iedereen die honorariumberekeningen moet maken en meer grip wil krijgen op het managen van een creatief proces. Wanneer en waar 3 en 4 november 2009 in regio Rotterdam/Den Haag Tijdstip 9.30 – 17.00 uur

32

In de driedaagse cursus komen zowel managementvaardigheden (processturing, teambuilding en omgaan met fricties) aan bod als strategie en communicatie. Wanneer en waar 11, 18 en 25 november 2009, Amersfoort Tijdstip 10.00 – 17.00 uur Kosten BNA-leden en hun medewerkers: € 750. Anderen: € 995

Praktijktoepassing Bouwbesluit Ook voor projectleiders en tekenaars Tweedaagse cursus over werken met het Bouwbesluit met praktische informatie over de structuur van het Bouwbesluit, aansturingstabellen, verschil tussen nieuwbouw en verbouwing, bezettingsgraad etc. En extra aandacht voor brandveiligheid.

**NIEUW** Ontwerp de toekomst van uw bureau Strategisch plannen In vier sessies gaat u aan de slag met het strategisch toekomstplan voor uw bureau. Onderwerpen als marketing, personeelsmanagement en BIM komen aan bod. Wanneer en waar Op 2, 30 november 2009 en twee nog vast te stellen dagen in 2010 in Amsterdam. Op 9 november, 7 december 2009 en twee nog vast te stellen dagen in 2010 in Den Haag. Tijdstip 16.00 – 20.00 uur Kosten BNA-leden en hun medewerkers: € 250. Anderen: € 450

Met beleid naar creativiteit Realiseer uw architectonische ambities In de tweedaagse workshop werkt u aan het verhogen van de creativiteit in uw bureau en daarmee aan de kwaliteit van uw architectuur. Wanneer en waar 8 en 9 december 2009, Utrecht Tijdstip 14.00 – 21.00 uur Kosten BNA-leden en hun medewerkers: € 595. Anderen: € 895

Wanneer en waar 18 en 25 november 2009, Baarn Tijdstip 9.00 – 16.30 uur Kosten BNA-leden en hun medewerkers: € 730. Anderen: € 885

Het ontwerpen van duurzame groene daken Voor architecten, projectleiders en tekenaars In deze eendaagse cursus komen alle aspecten van het ontwerpen en technisch uitwerken van groe-

De vermelde prijzen zijn exclusief btw. Voor inschrijven en meer informatie over alle cursussen, zie www.bna-academie.nl. Met vragen kunt u terecht op 020 555 36 31.

BNABLAD #08/09


rubriek

■Het Bureau

Architectenbureaus die zijn gevestigd op een bijzondere locatie.

Tekst Carla Roos Beeld Architektenburo J.J. van Vliet

Architektenburo J.J. van Vliet b.v. Locatie Voormalig kaaspakhuis, een Rijksmonument uit 1902 in Leidschendam Zit daar sinds 2000 Projecten o.m. nieuwbouw villa in Bergen, restauratie monumentaal appartementencomplex met winkels in Den Haag en een hotel in Den Haag

In 1918 legde de grootvader van Jan van Vliet de basis van het huidige Architektenburo J.J. van Vliet, met een kantoor aan huis. Toen Jan van Vliet als derde generatie het roer van het bureau overnam, wilde hij daar met een bijzondere huisvesting zijn stempel op drukken. Hij deed een bod op een voormalig kaaspakhuis in Leidschendam, dat na jaren leegstand in verval was geraakt. Van Vliet: ‘Er waren plannen om het pand weg te saneren en op die plek een appartementengebouw te plaatsen, maar deze stuitten op grote weerstand vanuit monumentenorganisaties. De plannen bleven op de plank liggen en in die periode werd er geen onderhoud gepleegd aan het pakhuis. Ik trof het aan met grote gaten in het dak.’ Het jonge monument is een van de weinige voorbeelden van pakhuizen zoals die begin twintigste eeuw werden gebruikt in de tussenhandel tussen boeren en kleine kaashandelaren. ‘Voor de restauratie hadden we aanvankelijk wilde plannen, waaronder verplaatsing van het centrale trapgat,’ vertelt Van Vliet, ‘maar uiteindelijk bleek de oorspronkelijke

BNABLAD #08/09

inrichting van het pakhuis architectonisch te kloppen. Het trapgat is groter gemaakt en er omheen zijn de werkplekken gevestigd. Mooi is de vide-werking hiervan en het zicht door het gehele gebouw.’ Verder plaatste hij glazen puien in de oorspronkelijke deuren en ramen bij de hoofdentree en een daklicht en glazen tussenvloer in het voormalige koetshuis. Van bestaande elementen maakte Van Vliet handig gebruik: ‘De kaasstellingen zijn nu onze kantoorkasten. In de voormalige koelcel bevinden zich de pantry en toiletten. De vorm van het gebouw is intact gelaten, waardoor het karakter van het kaaspakhuis nog altijd doorschemert in onze huisvesting.’ Als favoriete plek noemt Van Vliet de nok. ‘Dat is de plek waar ik het verst weg ben in het gebouw, waar ik voor me uit kan staren, plannen kan maken. Als je opgefokt bent, kom je niet tot de beste resultaten. Daar kom ik tot rust.’ Een bijzondere bureaulocatie? E-mail naar redactie@bna.nl

33


advertentie


advertentie


advertentie

BNA Blad #08/09  
BNA Blad #08/09  

Het vakblad voor BNA-architecten

Advertisement