__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

COACH

15E JAARGANG - NUMMER 2c - JUNI 2020

VAN COACHES - VOOR COACHES - DOOR COACHES

n CHARLES VAN COMMENÉE ZWAAIT AF ALS BESTUURSLID, MAAR IS NOG NIET KLAAR MET HET COACHVAK n JOOP ALBERDA ROEPT COACHES OP MEE TE WERKEN AAN EEN VITAAL EN WEERBAAR LAND n TOPSPORT TOPICS OVER HET TRAINEN MET MONDKAPJES. IS DAT NODIG? n ROGIER UMMELS: “FLEXIBELE ATLETEN KUNNEN JUIST IN DEZE TIJD VOORSPRONG NEMEN” n SPORTPSYCHOLOOG IVO SPANJERSBERG GEEFT PRAKTISCHE TIPS OVER HOE TE VISUALISEREN

e-zine De coach in het coronatijdperk

ERIK SCHERDER

“Coaches bepalen mede de levenskwaliteit van hele generaties”


“Je kunt de intrinsieke motivatie van iemand verhogen. Jazeker. Zo werkt het in het brein” De aansluiting van een masker bepaalt in zeer grote mate de effectiviteit

Geoefende sporters kunnen een misser een keer overdoen in hun hoofd, met dit keer wel een perfecte uitvoer en afloop, en het vervolgens loslaten

“Er blijft altijd behoefte aan betere coaches. Op alle niveaus. Betere coaches betekent betere sport” “Het is gewoon zaak dat je ook hier rustig bij blijft en je afvraagt hoe je hier nu weer mee moet dealen” Alleen als je je sporters kent, lukt het om stressgedrag te herkennen


3

VOORWOORD

COACHES ZIJN BELANGRIJK BINNEN HET ‘MINISTERIE VAN RIJKSVITALITEIT’

n JOOP ALBERDA

@joopalberda

Via een paginagrote advertentie in de krant hebben we met een aantal bekende mensen alle Nederlanders opgeroepen de handschoen op te pakken om samen te werken aan een vitaal en weerbaar land. Dat heeft al een groot aantal positieve reacties opgeleverd en er is inmiddels met de regering en NOC*NSF gesproken. Mijn vraag aan jou als coach is: Doe je mee? Ik beschouw onze sporttrainers en -coaches als de erfdragers van deze beweging. Zij begrijpen als geen ander wat we willen en hebben de passie, het enthousiasme, de kennis en de ervaring om hier een belangrijke rol in te spelen. Cruciaal is dan ook dat de Nederlandse coaches het plan steunen en communiceren. Ik was op 31 december voor het laatst bij de kapper en toen ik laatst weer wilde gaan, was hij gedwongen gesloten. Dat gaf me het opstandige gevoel dat we in de jaren zeventig regelmatig hadden. Toen kreeg ik de gedachte dat ik echt iets moest doen en ik prijs me gelukkig dat Louis van Gaal, Bas van de Goor, Guus Hiddink, Sarina Wiegman, Epke Zonderland en professor Erik Scherder er ook zo over denken en met me mee willen doen. Zoals het Ministerie van Verkeer en Waterstaat dijken verzwaart om het land bestand te laten zijn tegen het opkomende water, willen wij met ons ‘Ministerie van Rijksvitaliteit’ dijken opwerpen om Nederland te beschermen tegen de bedreigende invloeden van welvaarts- en ouderdomsziekten. De afgelopen periode maakte duidelijk dat sport en bewegen het schilderij van onze samenleving is. We hebben het gemist, toen het er niet meer was. De impact die het coronavirus en de genomen maatregelen op onze fysieke, mentale, sociale en financiële gezondheid heeft, zijn gigantisch. Het laat tevens zien hoe groot het belang van een weerbaar en vitaal Nederland is. We hebben momenteel niet met één pandemie te maken, covid-19, maar ook met een pandemie van lichamelijke inactiviteit die het immuunsysteem sterk verzwakt. In beide gevallen gaat het om dezelfde mensen die het meest kwetsbaar zijn. Ik vind het schrijnend dat niemand het over die andere pandemie heeft, die toch al sinds 2012 officieel heerst. De afgelopen acht jaar is het gewoon niet gelukt om in Nederland een actieve leefstijl te implementeren. Het is dus de hoogste tijd om daar iets aan te doen. We kunnen dit alleen met elkaar bereiken. Politiek, overheid en samenleving moeten hier samen in optrekken en tot een toekomstgericht project komen. Dat klinkt als een enorm plan, maar veel bouwstenen zijn al aanwezig. Er is de afgelopen weken ook al het nodige in gang gezet. Wij van de sport realiseren ons dat we niet in ons eentje de oplossing van het steeds groter wordende vitaliteitsprobleem in Nederland kunnen aandragen, maar we zijn wel de natuurlijke ‘eigenaar’ van een heel belangrijke bouwsteen in het proces. De sportsector is er klaar voor om zijn bijdrage te leveren en de coaches zijn daarin natuurlijk heel belangrijk. De aan jou gestelde vraag om mee te doen, is eigenlijk ook geen vraag. Ik ga ervan uit dát je meedoet.


NLCOACH is een uitgave van NLcoach en Arko Sports Media in samenwerking met NOC*NSF.

15e jaargang, nummer 2c juni 2020 AAN DIT NUMMER WERKTEN MEE Laura Jonker Hans Klippus Inge van Schouwenburg Ivo Spanjersberg Gijs Visser REDACTIEADRES Arko Sports Media NLCOACH Wiersedreef 7 3433 ZX Nieuwegein T. 030 - 707 30 00 Voor verhaalsuggesties of reacties mail naar: edwardswiermedia@gmail.com UITGEVER Michel van Troost E. michel.van.troost@sportsmedia.nl MARKETING Daniëlle de Jong E. info@sportsmedia.nl LEZERSSERVICE Abonnementen/adreswijzigingen Arko Sports Media Wiersedreef 7 3433 ZX Nieuwegein T. 030 - 707 30 00 E. info@sportsmedia.nl

LIDMAATSCHAP NLCOACH Leden van NLcoach ontvangen automatisch het blad NLCOACH. Meer informatie over het lidmaatschap is verkrijgbaar bij NLcoach. T. 030 - 707 30 06 E. info@nlcoach.nl W. www.nlcoach.nl ABONNEMENTEN Regulier abonnement 37,50 euro per jaar (incl. 9% btw). Studentenabonnement 29 euro per jaar (incl. 9% btw). Abonnementen die verzonden worden naar een adres buiten Nederland, maar binnen Europa, kosten 47,50 euro per jaar (incl. 9% btw). Abonnementen die naar een adres buiten Europa verzonden worden, kosten 62,50 euro per jaar (incl. 9% btw). Opzeggingen van het abonnement – uitsluitend schriftelijk – dienen uiterlijk zes weken voor afloop van de abonnementsperiode in het bezit te zijn van Arko Sports Media BV. OPMAAK www.ikgraphicdesign.com COVERFOTO ANP Photo/Patrick Harderwijk

Ivo Spanjersberg spoort aan om in deze tijd te visualiseren. “Je kunt wedstrijd ook gewoon in je hoofd spelen”

20 FOTO: ORANGEPICTURES

HOOFDREDACTIE Joop Alberda & Edward Swier

17

Charles van Commenée ziet toekomst voor vakgenoten. “Coaching zal altijd mensenwerk blijven”

REPRORECHT

24

Het verlenen van toestemming tot publicaties in dit tijdschrift houdt in dat de uitsluiting van ieder ander onherroepelijk door de auteur is gemachtigd de door derden verschuldigde vergoedingen voor kopiëren, als bedoeld in artikel 17 lid 2 van de Auteurswet 1912 en in het Koninklijk Besluit van 20 juni 1974 (Stb. 35) ex art. 16b van de Auteurswet 1912 te innen en/of daartoe in en buiten rechte treden.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, in fotokopie of anderszins gereproduceerd door middel van boekdruk, foto-offset, fotokopie, microfilm of welke andere methode dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.

FOTO: BART HOOGVELD

©2020 NLCOACH/ARKO SPORTS MEDIA, NIEUWEGEIN

Rogier Ummels laat atleten hun weg zoeken in de coronacrisis. “Het gaat er vooral om dat je flexibel bent”


DERDE E-ZINE

FOTO: ANP PHOTO/PATRICK HARDERWIJK

Dit is de derde NLCOACH die louter online te lezen is. In april kwamen we met het eerste nummer van NLcoach dat digitaal verspreid is. Die service werd goed ontvangen. We haalden er zelfs de landelijke media mee, als eerste magazine dat volledig in het teken van de coronacrisis stond. Eind maart, toen de impact van het coronavirus op de sportwereld pas echt duidelijk werd, besloten we als bestuur en redactie voor deze opzet. Ook nu, in juni, wordt NLCOACH dus via deze wijze verspreid onder leden, abonnees en andere belangstellenden én belanghebbenden. Het volgende nummer zal, in september, weer in gedrukte vorm verschijnen. Meer informatie over de belangenvereniging voor sportcoaches is te vinden op www.nlcoach.nl. Daar vind je ook het aanbod aan cursussen en webinars, zoals die ook op pagina 32 van dit e-zine worden aangekondigd.

6

ERIK SCHERDER

“DE VRAAG IS: HOE WORDEN DE KINDEREN VAN NU STRAKS OUD?”

En verder… 3. Voorwoord Joop Alberda 12. Topsport Topics over de vraag of het dragen van een mondkapje in de training zin heeft 29. Stress herkennen en reguleren in tijden van corona 32. Webinars en cursussen van NLcoach


6

INTERVIEW ERIK SCHERDER

Erik Scherder pleit al jaren voor meer beweging en heeft het gevoel dat de boodschap nu overkomt

“ER IS MOED VOOR NODIG OM DINGEN TE VERANDEREN” ■ 

DOOR: EDWARD SWIER

Niet dat hij graag een bekende Nederlander wilde worden, maar nu velen zijn gezicht kennen, benut Erik Scherder elke gelegenheid om zijn boodschap uit te dragen. En dus prijkt zijn naam in het rijtje illustere (sport)namen – met onder anderen Epke Zonderland, Bas van de Goor en Louis van Gaal – dat Nederland én de politiek in mei aanspoorde om toch vooral te bewegen. “Mijn eerdere oproepen hebben vaak geen echt goede follow-up gekregen. Maar ik heb het idee dat we er nu dichterbij zijn dan ooit. We zitten met de minister aan tafel. De boodschap moet toch éens begrepen worden.” Covermodel voor een tijdschrift voor sportcoaches? Hoogleraar klinische neuropsychologie prof. dr. Erik Scherder kijkt er niet meer van op. Sinds hij een veelgevraagd gast werd in De Wereld Draait Door en in veelbekeken tv-colleges wist te boeien met toch zeer moeilijke materie als het brein, is hij wel wat gewend. Dit is juist, zo vertelde hij eerder al, wat hij wil. “Hoogleraren moeten naar de mensen toe. Moeilijke rapporten, in het Engels, voor je collega’s, die zijn doorgaans maar matig succesvol voor het brede Nederlandse publiek. Niemand die dat leest.”

Liever spreekt de aan de VU verbonden Scherder dan ook de doelgroep toe. Liever houdt hij – als het straks weer kan – voordrachten in verpleeghuizen, is hij keynote-speaker op congressen over bewegen. Of geeft hij interviews. Met, ondanks zijn kennis van zoveel complexe zaken, vaak heldere teksten. Zoals ook nu, voor sportcoaches. “Zij bepalen mede de levenskwaliteit van hele generaties, kunnen met hun adviezen en inspiratie daaraan helpen meebouwen. De vraag is of ze zich daar wel bewust van zijn.”


FOTO: ANP PHOTO/PATRICK HARDERWIJK

7

Erik Scherder: “Als je elke dag hetzelfde doet, telkens dezelfde training, zie je uiteindelijk dat er gebieden in je brein deactiveren.”


8

INTERVIEW ERIK SCHERDER

Voor de gelegenheid spreken we online af, via Teams. Dat levert uniek beeldmateriaal op. Bijvoorbeeld als Scherder met een ‘extern’ brein aan Joop Alberda laat zien waar hij het over heeft als hij over de grote en kleine hersenen, de prefrontale cortex en witte stof doceert. Maar wees niet bang, Scherder maakt het zijn gehoor nooit te lastig. Hij beseft maar al te goed dat slechts weinigen iets begrijpen van de echte werking van de hersenen. Scherder heeft al lang geleden geleerd het simpel te houden. Hoewel de tijd anders is, houden we de routine erin. Joop Alberda stelt de vragen. Hij krijgt, meer dan anders, tegenvragen. Scherder en Alberda sparren tegelijk, ze ‘houden ideeën tegen elkaar aan’. Beiden hebben een missie. Ze willen van bewegen het nieuwe normaal maken. Want, zegt, Scherder: bewegen is goed voor ons brein. Lichaamsbeweging zorgt ervoor dat behalve ons lijf ook de hersenen in conditie blijven. Hij bepleit zijn zaak al meer dan 25 jaar. Eerst had de hoogleraar het vooral over ouderen. Mensen met een chronische ziekte of beginnende Alzheimer hebben er baat bij om te sporten of te wandelen. Maar nu zet Scherder in op de hele maatschappij. “Als je als kind cognitieve reserve opbouwt, ben je later vier, vijf jaar langer beschermd tegen ouderdomsziektes.”

“Als je als kind cognitieve reserve opbouwt, ben je later vier, vijf jaar langer beschermd tegen ouderdomsziektes” De coronacrisis was aanleiding voor Joop Alberda om zijn reeds lang sluimerende ideeën over bewegingsonderwijs, over sport als preventiemiddel tegen ziektes, over vitaliteit, naar buiten te brengen. “Omdat juist nú duidelijk wordt hoe kwetsbaar we zijn. We moeten, letterlijk én figuurlijk, in beweging komen.” Hij pleit, zoals in zijn voorwoord al omschreven, voor een Ministerie van Rijksvitaliteit. Scherder haakte aan. Ook hij pleit voor meer beweging, om ons aller immuunsysteem te versterken. Omdat hij alles weet van die andere ramp: “In 2012 was er al een pandemie. Die heette fysieke inactiviteit. Doordat we niet bewogen, veel te veel zaten, gingen in 2012 wereldwijd 5,3 miljoen mensen dood. En dat is sindsdien niet veranderd.”


9 Heb je goede hoop dat er nu eindelijk verandering gaat komen, dat onze mening dat we meer moeten gaan bewegen nu breed zal worden gedragen?

Welke adviezen zou je geven aan de duizenden coaches die dit lezen? Wat moeten zij gaan doen, want wat doet bewegen voor het brein?

“Ik moet eerlijk zeggen dat de spin-off van mijn eerdere missies met betrekking tot bewegen altijd maar matig was. Soms praat ik voor een zaal van 1.500 man over bewegen. Dan is iedereen enthousiast. Maar gaat na dat uurtje iedereen weer verder met waar hij of zij mee bezig was. Ook voor de groep die het nieuwe curriculum (curriculum.nu) voor het onderwijs moest maken, heb ik mijn verhaal gedaan. Heb ik bepleit dat muziek- en bewegingsonderwijs een vast onderdeel moest worden, omdat die vakken zorgen voor de verrijking die je niet met taal en rekenen voor elkaar krijgt, omdat je er voor de rest van je leven cognitieve reserve mee opbouwt. Tevergeefs.” “Ik denk vooral dat er veel politieke onwil was. Ik zit al een paar jaar in de Sportraad. Niet eens zolang geleden zijn we, Michael van Praag en ik, bij de Tweede Kamercommissie geweest. We hebben slides laten zien, gesproken over het brein, over het onderwijs en het gebrek aan bewegen. Er waren zes Kamerleden bij. Die waren al lang om, ze waren echt heel enthousiast. Maar, je zit dan nog met de rest van de Kamer. En ook minister Slob wilde er gewoon niet aan, die wilde niet meer dan een advies geven aan scholen. En dat terwijl er zoveel evidentie is. De studies die ik inbreng, die zijn niet bedacht. Die bestaan. Die studies ook tonen aan dat bewegen belangrijk is om immuniteit voor een virus op te bouwen.” “Toch geloof ik dat we ons doel kunnen bereiken. We zitten nu bij de minister. Dat is al een wonder op zich. Echt, ik geloof dat er juist nú een kans ligt om de gezondheid van de Nederlandse bevolking te stimuleren, om meer te gaan bewegen. Zodat we meer weerstand hebben, een betere gezondheid, minder obesitas, minder diabetes, minder harten vaatziekten.”

“Ik zou tegen jeugdcoaches willen zeggen: ben je bewust dat je meebouwt aan de cognitieve reserve van kinderen. Door de jeugd, en dan heb ik het over personen tot dertig jaar, uit te dagen, nieuwe stappen te laten maken, door ze moeite te laten doen, door die complexiteit in de neurale netwerken te brengen, bouwt ze cognitieve reserve op. De jeugd van nu gaat oud worden, dat weten we al zeker. Maar de vraag is: Hoe worden die kinderen van nu straks oud? Als kinderen van nu cognitieve reserve opbouwen, zijn ze langer beschermd tegen ouderdomsziektes. Hoe meer cognitieve reserve je opbouwt in de eerste dertig jaar, maar zelfs ook nog daarna, hoe beter je vooruitzichten zijn. Het lijkt me geweldig als coach om te beseffen dat je daaraan meewerkt. Velen zullen zich daar niet van bewust van zijn, dat ze helpen aan de ontwikkeling van het centraal zenuwstelsel van hele generaties. Maar dat is wel iets waar we allemaal enorm veel profijt van kunnen hebben.”

“Studies tonen aan dat bewegen belangrijk is om immuniteit voor een virus op te bouwen”

Je hebt het over uitdagen, over moeite laten doen. Bedoel je dan bijvoorbeeld dat het goed is om een sport op verschillende ondergronden te spelen? “De actuele opvatting is: hoe meer variatie, hoe beter. Dus verschillende ondergronden, inderdaad. Maar ook andere sporten. Bij Ajax zijn ze ook aan het atletieken hè. En als het aan mij ligt gaan ze er ook schaken. Bij Chelsea wordt geschaakt. Waarom? Omdat schaken zorgt voor ontwikkeling in de neurale, cognitieve netwerken. Het zorgt ervoor dat je leert inhiberen, dat je je responsen leert te remmen. Dat is precies wat je op het voetbalveld ook nodig hebt. Het is er een variatie op en zorgt dan ook dat het rijkdom aan je brein geeft.”

De sportwereld worstelt met vroegspecialisatie. Terwijl de gymnastiekleraar op school verschillende taken van sport, zeg gymnastiek, turnen en atletiek, met elkaar wist te verweven, ga je bij je club juist helemaal op in één specifieke sport. Wat doet vroegspecialisatie met je brein? “Op zich is het een relevante vraag, maar naar ik weet zijn zulke studies er niet. Over het algemeen kun je wel zeggen dat een neuron, een zenuwcel, het liefst steeds net iets anders wordt aangestuurd. Dan worden de synaps sterker. Dus wat je wilt is dat er variatie is. Als je elke dag hetzelfde doet, telkens dezelfde training, zie je uiteindelijk dat er gebieden in je brein deactiveren. Die denken: ik weet het wel. Als je daarentegen elke dag variatie aanbrengt, zie je hoge activiteit van de neuronen, worden de synaps sterker.” “Voor ik te technisch dreig te worden: het betekent dat je de norm van tienduizend uur pianospelen, zoals we die


10

INTERVIEW ERIK SCHERDER

– op weg naar het concertpodium – vaak aanhouden, kunt loslaten. Je kunt beter achtduizend uur pianospelen en tweeduizend uur op de atletiekbaan doorbrengen. Dan doe je het op het concertpodium beter dan wanneer je die andere tweeduizend uur ook achter de piano zou hebben gezeten.”

Natuurlijk is er wel de norm die zegt dat het goed is om, ook al zit de sport zelf vol variatie, sommige zaken tot in den treure te herhalen. Zoals de service, het schieten van een driepunter, vrije worp of een opslag. “Ik heb daar onlangs nog een studie over gelezen, over blocktraining versus randomtraining. Op de lange termijn is het leervermogen het sterkst bij randomtraining. Blocktraining, in de vorm van herhaling van bijvoorbeeld de opslag, is natuurlijk tot op zekere hoogte ook noodzakelijk. Maar randomtraining is, op weg naar excelleren, beter.” “In totaal wordt ongeveer 25 procent van je energie gebruikt door je hersenen. Die 25 procent kun je maar op één manier ‘uitgeven’. Echter, als je een aantal dingen aanleert als een automatisme, kosten ze minder energie. Topmusici hebben bijvoorbeeld een aantal zaken zó vaak geoefend, dat het basiskennis is geworden. Zodoende houden ze energie over. Die overgebleven energie activeren ze in de netwerken, waardoor ze juist de bijzondere dingen kunnen doen. Dat ze die ruimte hebben, maakt dat ze topmusicus worden.” “In de sport werkt dat ook zo. Ik werk geregeld met Hans Böhm. Hij kan, net als andere topschakers, ongeveer dertig partijen blind onthouden. Die kan hij op de automatische piloot naspelen, tot het punt dat hij weet waar hij de partij alsnog denkt te kunnen winnen. Dan begint hij weer energie te gebruiken, komt het aan op virtuositeit, op inzicht.”

“De mens is altijd relatief conservatief als het gaat om verandering. Vanwege het comfort is het oude altijd aantrekkelijker dan het nieuwe”

Het gevaar is wel dat wanneer variatie de norm wordt, standaardiseren en automatiseren dan als old school wordt weggezet en als not done. “Dat is misschien inderdaad wel een belangrijk signaal. Dat zowel variatie als automatisering beide noodzakelijk zijn. Maar weet dat randomtraining tot de langste retentie leidt.”

Wat me als coach ook interesseert, als we het hebben over jouw werkterrein, is hoe het met feedback zit. Wat zou je daarover kunnen zeggen? Wat doet het brein daarmee? “Tsja, hoe geef je als coach goed feedback? Ik denk dat je bij de beantwoording sowieso wel rekening moet houden met de leeftijd van de sporter. Als je met jonge sporters bezig bent, moet je beseffen dat zij zich nog ontwikkelen. Ze leren dan nog zelf in te zien welke fouten ze maken. Zelfreflectie ontwikkelt zich nog.” “Neuropsycholoog Lot Verburgh heeft onderzoek gedaan bij het eerste elftal van Ajax. Zij zag dat topsporters excelleren in respons-inhibitie. Topvoetballers hebben een veel groter inhiberend vermogen, kunnen beter afremmen, dan kinderen die bijvoorbeeld bij een amateurvereniging voetballen.” “Er zijn dus feitelijk twee antwoorden op deze vraag. Het is belangrijk als coach te realiseren dat een brein nog doorgroeit en dat je – door sporters uit te dagen – daaraan meewerkt. Maar het is ook belangrijk om te beseffen dat sommige zaken nog, als vanzelf, moeten rijpen. En dat er ook sprake is van een soort van excellentie. Die is mogelijk erfelijk bepaald en zit ’m dus met name in het afremmen van je responsen.”

Maar, dat is voor mij niet voldoende. Hoe zit het dan met de feedback zelf? Moet die vooral positief zijn of juist kritisch? Zijn daar studies over? “Ik ken studies die laten zien dat als iemand die iets probeert wat hij of zij maar net kan en het lukt niet, diegene de volgende keer een supergrote motivatie heeft. Als je de stap te groot maakt, is de motivatie de volgende keer juist superlaag.” “Het rewardsysteem is bij kinderen nog volop in ontwikkeling. Als je kan appelleren aan gebieden in dat systeem die ervoor zorgen dat kinderen steeds naar nieuwe informatie, naar meer, verlangen, is dat mooi. Dan zou je zó kunnen trainen dat het kind elke keer die beloning voelt. Dat geldt trouwens ongeacht de leeftijd, maar een volwassene snapt dat van nature al wat beter. De beloning speelt dus een grote rol, de stap moet dan ook niet te groot zijn.”

En wat dan als er op een te grote stap geen beloning volgt, maar de melding van de coach dat je het nog een keer en daarna nog eens, moet proberen? Mijn beeld is dat mensen veel beter reageren


11 “Je kunt de intrinsieke motivatie van iemand verhogen. Jazeker. Zo werkt het in het brein”

op positieve response. Wie is nou niet gevoelig voor een compliment? “Dat is logisch ja. Het heeft ook te maken met de intrinsieke motivatie van de sporter. Als de coach je voortdurend laat zien wat de goede kanten van de stappen zijn die je neemt, wordt je rewardsysteem aangesproken. Daarmee train je dan automatisch de intrinsieke motivatie van iemand. Uiteindelijk wil die persoon het zelf.”

Zeg je daarmee dat intrinsieke motivatie trainbaar is? Want dat zou niet onbelangrijk zijn.

FOTO: SHUTTERSTOCK

“Jazeker. Zo werkt het in het brein. Je kunt de intrinsieke motivatie van iemand verhogen. Iedereen denkt: Kan ik de volgende stap maken? Dat geldt dus voor mij persoonlijk ook. Ik heb, op mijn vakgebied, steeds kleine stapjes gemaakt. En telkens kwam de beloning. Waarna ik weer de volgende stap wilde maken. Uiteindelijk had ik geen enkele externe factor meer nodig, maar was ik zo intrinsiek gemotiveerd geraakt door de beloningen dat ik maar doorging. Wat ik toen nog niet besefte maar nu vanuit mijn vakgebied weet, is dat in het brein hier precies dezelfde gebieden voor worden aangesproken.”

“Stel dat Ajax zijn wedstrijden straks in lege stadions moet afwerken, dan komt het dus echt op de intrinsieke motivatie aan. De een heeft die meer dan de ander. Maar je zou dat als club dus wel kunnen trainen.”

Coaches doen dit probleem vaak af met de mededeling dat iemand ‘niet intrinsiek gemotiveerd’ is. Maar jij zegt dus: maak ze intrinsiek gemotiveerd. “Jazeker, dat kan. Het is trainbaar. Al is er een categorie, die van de talentjes, die het van nature meer hebben. Marije Elferink-Gemser heeft met een studie laten zien dat de kinderen die op de voetbaltraining vooraan staan, toch vooral de talentjes zijn. Er zit iets in die kids, zij halen altijd de bal op, hebben de volle aandacht. Maar het is dus ook bij anderen trainbaar.”

Nog even terug naar ons project, het Ministerie van Rijksvitaliteit. Hebben we nog geduld? “Eigenlijk niet. Er moet wat gebeuren en dit is het moment. In de periode die voor ons ligt, met de verkiezingen van volgend jaar aanstaande, moet er nu écht actie komen.”

Is het vanuit het brein te verklaren dat dat nog niet gebeurd is? “Jazeker. De mens is altijd relatief conservatief als het gaat om verandering. Vanwege het comfort is het oude altijd aantrekkelijker dan het nieuwe. Hoe meer je doet van wat je al weet en kent, hoe minder energie het kost. De mens is liever lui dan moe. Liever geen verandering, want dat kost anders maar meer energie. Dan moet je er tegenaan. En dus kiezen mensen liever meer van hetzelfde. Er is moed voor nodig om dingen te veranderen.” ■


12

TOPSPORT TOPICS IN DE CORONACRISIS

Topsport Topics beantwoordt vraag van bondscoach Jeroen Otter

TRAINEN MET MONDKAPJES, IS DAT NODIG? ■  DOOR: INGE VAN SCHOUWENBURG   ■  BEELD: SHUTTERSTOCK

Topsport Topics beantwoordt, onder meer, vragen vanuit de topsport. Deze worden gewoonlijk vertrouwelijk behandeld en niet publiekelijk gedeeld. Maar soms is een vraag erg actueel, leeft deze ook buiten het topsportkader en is er ook belang bij het Kenniscentrum Sport & Bewegen om het antwoord breder te delen. Bondscoach shorttrack Jeroen Otter verleende toestemming om zijn vraag – Kan het trainen met mondkapjes het risico op verspreiding van het coronavirus verminderen? – publiek te maken en die ook hier te beantwoorden. Kan het trainen met mondkapjes het risico op verspreiding van het coronavirus verminderen? Er is weinig bewijs dat niet-medische mondkapjes goed werken tegen de verspreiding van het SARS-CoV-2-virus, in de volksmond ook wel Covid-19 of ‘corona’ genoemd. Dat betekent niet per se dat ze niet werken, maar het is nog niet voldoende onderzocht. Wel zijn er studies bekend over de bescherming door niet-medische mondkapjes tegen virussen in het algemeen. Hiervan zijn de resultaten niet overtuigend. Het coronavirus verspreidt zich

voornamelijk via de lucht, door speekseldruppeltjes die ontstaan bij uitademen, hoesten en niezen. Maar het virus verspreidt zich mogelijk ook via veel kleinere delen, de zogeheten aerosolen.13 Druppeltjes dalen gewoonlijk snel neer, maar aerosolen kunnen soms langere tijd en op enkele meters van de verspreider in de lucht blijven hangen.13 Uit een computersimulatie blijkt bovendien dat bij sporters niet alleen de aerosolen, maar mogelijk ook de druppeltjes in de lucht blijven hangen. Dit komt doordat voorwaarts bewegende sporters de

lucht achter zich in beweging brengen. Deze bewegende lucht voorkomt dat de druppeltjes neerdalen. In het geval van wielrenners, die met een hoge snelheid voorwaarts bewegen, blijven de uitgeademde speekseldruppeltjes zo mogelijk tot wel twintig meter achter de wielrenners in de lucht hangen. Gezien de hoge snelheid die shorttrackers behalen, zou dit ook voor hen kunnen gelden. Trainen met maskers zou hier in theorie een uitkomst in kunnen bieden, maar zoals gezegd heerst over de effectiviteit hiervan helaas veel onzekerheid.


13

Verschillende soorten mondkapjes Er zijn veel verschillende soorten mondkapjes. In de zorg worden mondkapjes gebruikt met een officieel keurmerk, zoals de NP95-, FFP2- en FFP3-mondkapjes. Deze mondkapjes zijn uitgebreid getest op hun filterend vermogen en houden speekseldruppels en zeer kleine aerosolen grotendeels tegen. Deze mondkapjes zijn op dit moment alleen voor bepaalde groepen beschikbaar. De chirurgische mondkapjes, zoals we bijvoorbeeld kennen van de tandarts, kunnen wel door

iedereen aangeschaft en gedragen worden. Hetzelfde geldt voor stoffen mondkapjes. Aangezien alleen deze laatste twee typen mondkapjes door sporters ingezet kunnen worden, gaat het antwoord alleen hierop verder in.

De effectiviteit van mondkapjes bij corona Er is slechts ĂŠĂŠn zeer kleine studie bekend waarbij de effectiviteit van mondkapjes met betrekking tot het SARS-CoV-2-virus getest is.1 Hierbij werd onderzocht in hoeverre een mondkapje gedragen door een

Over de effectiviteit van het trainen met maskers heerst veel onzekerheid


14

TOPSPORT TOPICS IN DE CORONACRISIS

besmette patiënt, de verspreiding van het virus naar de omgeving vermindert, de zogeheten uitwaartse transmissie. Aan het onderzoek deden slechts vier besmette personen mee. Hen werd gevraagd vijf keer te hoesten richting een petrischaaltje dat de uitgehoeste druppeltjes en aerosolen opving op een afstand van twintig centimeter. Dit deden de proefpersonen in drie condities: zonder een masker te dragen, met een chirurgisch mondkapje en met een dubbel gelaagd katoenen mondkapje. In alle gevallen kwam er virus op het petrischaaltje terecht. Of de hoeveelheid in de drie condities ook verschilde is vanwege de kleine doelgroep niet statistisch hard te maken. Naast de kleine doelgroep zijn er nog wat haken en ogen aan deze studie. Zo werd er meer virus aangetroffen aan de buitenkant van de maskers dan aan de binnenkant. De onderzoekers konden dit niet verklaren. Daarnaast zegt dit onderzoek niks over de verspreiding van het

De aansluiting van een masker bepaalt in zeer grote mate de effectiviteit

virus over een grotere afstand dan twintig centimeter. Ook zegt het niks over de effectiviteit van mondkapjes bij asymptomatische of niet-hoestende patiënten. Tot slot blijft onbekend of een mondkapje een gezond persoon ook bescherming biedt tegen virusdeeltjes uit de omgeving, de zogeheten inwaartse transmissie. Uitgebreider onderzoek naar het nut van mondkapjes bij het coronavirus is op dit moment wel gaande, dus wellicht is er binnenkort meer bekend.

De effectiviteit van mondkapjes in het algemeen De beschermende werking van mondkapjes tegen verschillende virussen is onderzocht, met name tegen het griepvirus. De onderzoeksresultaten wijzen hierbij niet allemaal dezelfde kant uit en zijn daarnaast niet zomaar te vertalen naar het huidige coronavirus. In hoeverre een masker een virus tegenhoudt, is namelijk voor een groot deel afhankelijk van de grootte van de besmette deeltjes. In het geval van het huidige coronavirus is die grootte nog onbekend. Er zijn ook studies gedaan naar de filterende werking van mondkapjes in het algemeen: Hoeveel deeltjes van welke grootte worden doorgelaten? Hiermee kan de werking van verschillende mondkapjes worden vergeleken.

Chirurgische mondkapjes Uit een uitgebreide overzichtsstudie naar mondkapjes in de zorg blijkt het filterend vermogen van chirurgische mondkapjes erg wisselend. Zowel inwaarts als uitwaarts bleek de hoeveelheid doorgelaten aerosolen erg te variëren.5 Een andere overzichtsstudie keek naar de effectiviteit van chirurgische mondkapjes in de preventie van verschillende virussen, waaronder het griepvirus.9 Hieruit bleek dat chirurgische mondkapjes net zo goed werken als de voor gebruik in het ziekenhuis goedgekeurde N95-maskers. In een thuissituatie blijken mondkapjes er echter niet voor te zorgen dat minder gezinsleden besmet raken met het griepvirus.2-4 Alleen als de mondkapjes door alle gezinsleden gedragen worden binnen 36 uur na uiting van de eerste symptomen van een gezinslid is er mogelijk een effect, maar studieresultaten spreken elkaar hierin tegen.3,4 Mocht dit effect daadwerkelijk gelden, dan is nog maar de vraag of dit ook geldt voor het SARS-CoV-2-virus. De verspreiding van het griepvirus vindt namelijk voornamelijk plaats via virusdeeltjes groter dan 10 µm.12 Hoewel de mondkapjes deze deeltjes mogelijk tegenhouden, blijken ze veel kleinere deeltjes niet tegen te houden.8,10 Deeltjes zo klein als 0,04 µm


15 kunnen chirurgische mondkapjes nog passeren.8 Hoe groot de deeltjes van het SARS-CoV-2-virus zijn, is zoals gezegd onbekend, maar de deeltjes van het SARS-CoV-1-virus zijn 0.08 tot 0.14 μm.7 Bovendien blijkt een masker meer deeltjes door te laten wanneer iemand krachtiger ademt. Chirurgische mondkapjes laten twintig procent meer aerosolen door bij een luchtbeweging met een kracht zoals de ademhaling bij een matige inspanning, dan bij rustademhaling.6 Voor zware inspanning ligt dit mogelijk nog hoger.

Stoffen mondkapjes Er bestaan ook stoffen mondmaskers. Deze zijn te koop of kunnen zelf worden gemaakt. Uit onderzoek naar verschillende materialen blijkt dat stoffen maskers, afhankelijk van de samenstelling, heel kleine deeltjes grotendeels tegen kunnen houden.6 Zo presteerden mondkapjes met twee lagen dicht geweven katoen (zeshonderd draadjes per inch) erg goed. Deze hielden gemiddeld 82 procent van de deeltjes met een grootte van 0,01 tot 0,3 μm tegen, en 99,5 procent van de grotere deeltjes (0,3 tot 6 μm). Dit gold bij een luchtbeweging die te vergelijken is met een rustademhaling. Twee lagen lichtgeweven katoen (tachtig draadjes per inch), zoals vaak gebruikt bij zelfgemaakte maskers, hielden een stuk minder tegen; minder dan vijftig procent van de deeltjes. Bij deze bevindingen moet een aantal kanttekeningen geplaatst worden.

NLCOACH EN TOPSPORT TOPICS WERKEN SAMEN De doelstellingen van Topsport Topics sluiten perfect aan bij de doelstellingen van NLcoach, dat het gehele sportkader wil voorzien van betrouwbare kennis. Beiden trekken sinds 2019 samen op. Topsport Topics, dat onderdeel is van Kenniscentrum Sport & Bewegen, heeft als doel om het kennisniveau van het topsportkader te verhogen. Dit gebeurt onder meer door maandelijks 120 sportwetenschappelijke tijdschriften te screenen op praktisch relevante en goed uitgevoerde studies. Van deze studies schrijft Topsport Topics begrijpelijke Nederlandstalige artikelen met een advies voor de sportpraktijk. Daarnaast kunnen professionals uit het topsportkader vragen over hun sportprogramma’s aan de leden van Topsport Topics stellen. Deze vragen worden beantwoord aan de hand van de nieuwste wetenschappelijke inzichten in de context van de topsportpraktijk. Tot slot zijn er al meer dan dertig factsheets geschreven die als naslag kunnen dienen voor de trainer/coach. Topsport Topics zal interessante artikelen via de nieuwsbrief van NLcoach delen en meewerken bij de organisatie van symposia en workshops als het onderwerp zowel de wetenschap als de sportpraktijk raakt. Artikelen en factsheets zijn hier na te lezen.

Allereerst zijn deze testen in het lab uitgevoerd, met een perfecte aansluiting van het masker. De aansluiting van een masker bepaalt in zeer grote mate de effectiviteit.6 Wanneer een niet-perfecte aansluiting werd nagebootst door een klein gaatje te maken ter grootte van één procent van het oppervlak van het mondkapje, werd de filterende werking van de mondkapjes meer dan vijftig procent minder effectief.6 Of dit een goede weerspiegeling geeft van een praktijksituatie waarbij een masker niet goed aansluit is onbekend. Een tweede kanttekening is dat in deze studie twee ademsnelheden zijn nagebootst, namelijk bij rust en bij matige inspanning. Bovengenoemde getallen

laten de effectiviteit zien bij een (nagebootste) rustademhaling. Wanneer de ademhaling van een matige inspanning werd nagebootst, daalde de effectiviteit aanzienlijk. Voor intensieve inspanning, zoals bij shorttrack, zal die naar verwachting nog lager zijn. Daarnaast wordt het bij zware inspanning ook onaangenamer om door een mondkapje te ademen. In deze studie bleek de weerstand bij rust laag, en kon er dus goed door het mondkapje geademd worden, maar bij de (nagebootste) matige inspanning liep deze, zoals verwacht, op. Ten derde werd er in deze studie alleen naar de inwaartse transmissie gekeken, dus vanuit de omgeving naar de drager. Voor mondkapjes met twee lagen van


16

TOPSPORT TOPICS IN DE CORONACRISIS

Referenties

hetzelfde materiaal, zoals het eerder besproken katoen, zal de uitwaartse transmissie vermoedelijk hetzelfde zijn als de inwaartse. Tot slot is belangrijk om in acht te nemen dat stoffen maskers niet waterdicht zijn. Ze kunnen grotere speekseldruppeltjes dus juist vasthouden en zo besmet raken en een bron van infectie worden.14

In de (sport)praktijk Hoewel het nut van niet-medische mondkapjes tegen de verspreiding van het SARS-CoV-2-virus dus helemaal niet duidelijk is, en de sportsituatie de effectiviteit niet ten goede lijkt te komen, kunnen sporters er toch voor kiezen mondkapjes te gebruiken. Ze houden speekseldruppeltjes en aerosolen namelijk wel gedeeltelijk tegen, dus wellicht verkleint dit het risico op verspreiding enigszins. Daarnaast lijkt het dragen van een mondkapje geen kwaad te kunnen, behalve het ongemak van een moeizamere ademhaling.

Een masker blijkt meer deeltjes door te laten wanneer iemand krachtiger ademt

Als een sporter een mondkapje wil gebruiken is het essentieel dit goed te doen. Belangrijk is dat het mondkapje goed aansluit6 en dat de mondkapjes na de training niet blijven rondslingeren, omdat ze een bron van infectie kunnen zijn door eventuele besmette speekseldruppeltjes.14 Daarnaast is het belangrijk dat sporters de handen wassen met water en zeep voor en na het opzetten van het mondkapje, en dat ze het mondkapje enkel bij de elastieken aanraken. Ook aanraken van het gezicht moet vermeden worden. Een chirurgisch mondkapje dient na gebruik weggegooid te worden. Een stoffen mondkapje dient na elk gebruik op zestig graden op een volledig wasprogramma gewassen te worden, met wasmiddel, maar zonder wasverzachter. Meer informatie over goed gebruik van mondkapjes is te lezen op de site van de rijksoverheid.11 Tot slot betekent het gebruik van een mondkapje niet dat andere maatregelen versoepeld kunnen worden. Zo blijft het bijvoorbeeld belangrijk dat shorttrackers voldoende afstand houden en niet komen trainen wanneer ze verkoudheidsklachten of keelpijn hebben, of wanneer ze niezen of hoesten. ■ Inge van Schouwenburg is specialist topsport bij Kenniscentrum Sport & Bewegen en lid van team Topsport Topics.

1. Bae, S., Kim, M.C., Kim, J.Y., Cha H.H., Lim, J.S., Jung, J., Kim, M.J., Oh, D.K., Lee, M.K., Choi, S.H., Sung, M., Hong, S.B., Chung, J.W. & Kim, S.H. (2020). ‘Effectiveness of surgical and cotton masks in blocking SARS-CoV-2: a controlled comparison in 4 patients’, in: Ann. Intern. Med., epub ahead of print, doi: 10.7326/ M20-1342. 2. Canini, L., Andréoletti, L., Ferrari, P., D’Angelo, R., Blanchon, T., Lemaitre, M., Filleul, L., Ferry, J.P., Desmaizieres, M., Smadja, S., Valleron, AJ & Carrat, F. (2010). ‘Surgical mask to prevent influenza transmission in households: a cluster randomized trial’, in: PLoS One, 5:e13998. 3. Cowling, B.J., Chan, K.H., Fang, V.J., Cheng, C.K., Fung, R.O., Wai, W., Sin, J., Seto, W.H., Yung, R., Chu, D.W., Chiu, B.C., Lee, P.W., Chiu, M.C., Lee, H.C., Uyeki, T.M., Houck, P.M., Peiris, J.S. & Leung, G.M. (2009). ‘Facemasks and hand hygiene to prevent influenza transmission in households: a cluster randomized trial’, in: Ann. Intern. Med., 151:437-446. 4. Cowling, B.J., Fung, R.O., Cheng, C.K., Fang, V.J., Chan, K.H., Seto, W.H., Yung, R., Chiu, B., Lee, P., Uyeki, T.M., Houck, P.M., Peiris, J.S. & Leung, G.M. (2008). ‘Preliminary findings of a randomized trial of non-pharmaceutical interventions to prevent influenza transmission in households’, in: PLoS One, 3:e2101. 5. Ippolito, M., Vitale, F., Accurso, G., Iozzo, P., Gregoretti, C., Giarratano, A. & Cortegiani, A. (2020). ‘Medical masks and respirators for the protection of healthcare workers from SARS-CoV-2 and other viruses’, in: Pulmonology., epub ahead of print, doi: 10.1016/j.pulmoe.2020.04.009. 6. Konda, A., Prakash, A., Moss, G.A., Schmoldt, M., Grant, G.D. & Guha, S. (2020). ‘Aerosol filtration efficiency of common fabrics used in respiratory cloth masks’, in: ACS Nano, epub ahead of print, doi: 10.1021/acsnano.0c03252. 7. Ksiazek, T.G., Erdman, D., Goldsmith, C.S., Zaki, S.R., Peret, T., Emery, S., Tong, S., Urbani, C., Comer, J.A., Lim, W., Rollin, P.E., Dowell, S.F., Ling, A.E., Humphrey, C.D., Shieh, W.J., Guarner, J., Paddock, C.D., Rota, P., Fields, B., DeRisi, J., Yang, J.Y., Cox, N., Hughes, J.M., LeDuc, J.W., Bellini, W.J. & Anderson, L.J.; SARS Working Group (2003). ‘A novel coronavirus associated with severe acute respiratory syndrome’, in: N. Engl. J. Med., 348:1953-1966. 8. Lee, S.A., Grinshpun, S.A. & Reponen, T. (2008). ‘Respiratory performance offered by N95 respirators and surgical masks: human subject evaluation with NaCl aerosol representing bacterial and viral particle size range’, in: Ann. Occup. Hyg., 52:177-185. 9. Long, Y., Hu, T., Liu, L, Chen, R., Guo, Q., Yang, L., Cheng, Y., Huang, J. & Du, L. (2020). ‘Effectiveness of N95 respirators versus surgical masks against influenza: a systematic review and meta-analysis’, in: J. Evid. Based. Med., epub ahead of print, doi: 10.1111/jebm.12381. 10. Oberg, T. & Brosseau, L.M. (2008). ‘Surgical mask filter and fit performance’, in: Am. J. Infect. Control., 36:276-282. 11. Rijksoverheid (2020, 13-05), Veelgestelde vragen over het gebruik van mondkapjes. https:// www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/openbaar-en-dagelijks-leven/ mondkapjes. 12. RIVM (2020, 13-05) Influenzarichtlijn. https://lci. rivm.nl/richtlijnen/influenza. 13. Doremalen, N. van, Bushmaker, T., Morris, D.H., Holbrook, M.G., Gamble, A., Williamson, B.N., Tamin, A, Harcourt, J.L., Thornburg, N.J., Gerber, S.I., Lloyd-Smith, J.O., Wit, E. de & Munster, V.J. (2020). ‘Aerosol and surface stability of SARS-CoV-2 as compared with SARS-CoV-1’, in: N. Engl. J. Med., 382:1564-1567. 14. WHO (2020, 13-05). Rational use of personal protective equipment for coronavirus disease (COVID-19) and considerations during severe shortages. https://apps.who.int/iris/bitstream/ handle/10665/331695/WHO-2019-nCovIPC_PPE_use-2020.3-eng.pdf.


VISUALISEREN

Ivo Spanjersberg geeft praktische tips over visualiseren

IN CORONATIJD KUN JE WEDSTRIJD OOK GEWOON IN JE HOOFD SPELEN ■ 

DOOR: IVO SPANJERSBERG

In coronatijd liggen de competities stil. Fysiek kunnen sporters thuis nog wel aan de slag met schema’s en gewichten, maar hoe kun je gefocust blijven zonder het spelen van wedstrijden? Hoe kun je er als coach voor zorgen dat je sporters hun

FOTO: SHUTTERSTOCK

wedstrijdscherpte niet al te veel verliezen?

17


18

VISUALISEREN

Levendigheid Hoe levendiger het beeld is dat je kunt oproepen, des te sterker is de werking ervan. Het brein gelooft dan nog meer dat de voorstelling ‘echt’ is. Het is zaak om meerdere zintuiglijke waarnemingen in de visualisatie te integreren. Dus bij het maken van een voorstelling van een wedstrijd, kun je niet alleen ‘beeld’ gebruiken (de spelers, de omgeving), maar dus ook andere zintuigen toevoegen, zoals ‘geluid’ (het publiek, geschreeuw), ‘gevoel’ (het raken van de bal, het contact met de tegenstander) en misschien soms zelfs ‘geur’ (de geur van zweet, de kleedkamer). Perspectief Als sporters zich een voorstelling maken van zichzelf in een sportsituatie, blijkt dat een deel zich als het ware gefilmd ziet van buiten (extern perspectief), een ander deel ziet het beeld van binnenuit (intern perspectief), alsof het gefilmd wordt vanuit de eigen ogen. Beide perspectieven hebben zo hun eigen specifieke werking, maar intuïtief voelen veel mensen aan dat het interne perspectief sterker werkt op de subjectieve ervaring van de voorstelling. Dus wil je weer voelen hoe het is een wedstrijd te hebben, de strijd aan te gaan of een goal te scoren in een vol stadion, dan is dit perspectief het handigst. Controle De werking van de visualisatie is het effectiefst als de voorsteller controle heeft over de beelden. Bij een ongeoefende sporter kunnen beelden soms hun eigen leven gaan leiden. Zo was er eens een spits die in zijn hoofd steeds de bal op de paal schoot. Door oefening krijg je steeds meer controle over de beelden en kun je de uitkomst van een actie, het cameraperspectief of het verloop van de wedstrijd helemaal zelf bepalen.

FOTO: PRIVÉFOTO

De vaardigheid van het visualiseren kan hierbij zeer nuttig zijn. Uit onderzoek bij sporters blijkt namelijk dat het brein nauwelijks het verschil opmerkt tussen een voorstelling in het hoofd en een echte gebeurtenis. Als we een levendige voorstelling maken van een sportprestatie, worden specifieke motorprogramma’s (opgeslagen ‘bewegingsherinneringen’) geactiveerd die in de werkelijkheid ook actief worden. Bovendien worden er hormonen vrijgegeven die het lichaam prepareren voor het leveren van die prestatie. Hoe werkt dit precies, waar kun je het voor gebruiken en hoe kun je hier als coach je sporters mee laten werken? Eerst een korte uitleg van de vaardigheid van het visualiseren en vervolgens enkele toepassingen voor de coach. Het visualiseren is het je voorstellen van een bepaalde gebeurtenis. Dat kan een herinnering zijn (bijvoorbeeld een wedstrijd van vorig jaar), maar ook een toekomstige, gefantaseerde gebeurtenis (zoals een wedstrijd in het komend seizoen). De kracht van de visualisaties wordt bepaald door drie elementen: levendigheid, perspectief en controle.

Ivo Spanjersberg: “Vraag je sporters zich voor te bereiden op 1,5 meter-toernooien, inclusief het gehannes met mondkapjes en ontsmettingsmiddel.”

Uit onderzoek bij sporters blijkt dat het brein nauwelijks het verschil opmerkt tussen een voorstelling in het hoofd en een echte gebeurtenis Toepassingen Je kunt als sporter op vele manieren gebruikmaken van visualisatie. Het kan bijvoorbeeld helpen om bewegingen in te slijpen. Het is aan te raden na een training thuis op bed vooral díe perfect uitgevoerde actie een aantal keer te herhalen in je hoofd. Dus herhalen hoe het voelde, wat je precies deed. Niet alleen is dit fijn voor je zelfvertrouwen, de


19

goede uitvoer wordt zo ook ingeslepen in je neurale netwerk, zodat de herhaling ervan straks makkelijker wordt. Helaas zijn sporters vaak juist bezig met het herhalen van de missers en blunders. Met het omgekeerde en ongewenste effect! Ook dit is een kwestie van controle. Geoefende sporters kunnen de misser een keer overdoen in hun hoofd, met dit keer wel een perfecte uitvoer en afloop, en het vervolgens loslaten. Ook kunnen sporters met hun voorstellingen oefenen met diverse scenario’s. Zo kunnen ze zich voorstellen welke tactische oplossingen ze zullen kiezen tegen bepaalde tegenstanders. Of hoe ze gaan reageren als de zaken totaal anders lopen dan gepland (bijvoorbeeld: de eigen energie managen, focussen op datgene waar je invloed op hebt). Zo kun je de psychologische flexibiliteit dus gewoon thuis trainen. Als coach is het handig als je sporters in staat zijn gericht te werken met visualisaties. Iedereen visualiseert namelijk, bewust en onbewust. Alleen heeft niet iedereen de benodigde controle over de beelden, inzicht in de werking en de discipline om hiermee te trainen. Het is als coach zaak om sporters hiervoor te stimuleren en hierbij te begeleiden. Mocht dit lastig zijn, dan is het aan te raden een expert zoals een sportpsycholoog in te schakelen, die jou of je sporters hierbij kan helpen.

Ivo Spanjersberg is sportpsycholoog en trainer. Hij werkt als expert prestatiegedrag voor TeamNL op Papendal en begeleidde diverse olympische en paralympische sporters. Hij schrijft artikelen over de mentale kant van sport en is medeauteur van Slagen. Tips voor tennisouders en Hoe je profvoetballer wordt. Meer informatie over hem vind je hier. Onder de hashtag #FitMetTeamNL verschenen de afgelopen maanden enkele tientallen video’s op YouTube. In één ervan legt Jutta Hulshof, lid van het Expertteam Prestatiegedrag van TeamNL, in het kort uit hoe visualiseren werkt. ■

FOTO: SHUTTERSTOCK

Geoefende sporters kunnen een misser een keer overdoen in hun hoofd, met dit keer wel een perfecte uitvoer en afloop, en het vervolgens loslaten

Het liefst laat je sporters hiermee beginnen als ze jong zijn, zodat het een tweede natuur wordt. Laat het visualiseren spelenderwijs terugkomen in de trainingen, waarbij ze na een uitvoer even een gevoel of een actie van zichzelf moeten terughalen. In deze coronatijd kun je sporters prima laten experimenteren en trainen met visualisaties. Maak het leuk, dus vraag naar de goede momenten. Laat sporters hun eigen best offdvd maken, met hierop de topmomenten van afgelopen seizoen. Ook kun je ze vragen om wedstijden en trainingen van afgelopen seizoen opnieuw te ‘bekijken’. Wellicht gekoppeld aan een observatieopdracht (bijvoorbeeld het in details beschrijven van situaties of acties die goed gingen of juist beter kunnen). Als je dit soort oefeningen door sporters laat bespreken in tweetallen (online of straks op het veld), versterk je de werking hiervan. Voor de motivatie kan het helpen om alweer aan de slag te gaan met toekomstige wedstrijden. Voor sommigen kan het helpen om er echt in te komen door te visualiseren in het wedstrijdpak of met bijvoorbeeld het racket in de hand. Als opdracht kun je je sporters vragen zich voor te bereiden op ‘1,5 meter-toernooien’, inclusief het gehannes met mondkapjes en ontsmettingsmiddel. Als ze dit al vaker hebben meegemaakt, zal het brein dit straks herkennen en hiervan niet uit evenwicht raken. En al komen niet alle visualisaties over de toekomst uit, het is het voor het zelfvertrouwen natuurlijk lekker als je dat toernooi ook in je hoofd alvast weet te winnen!


20

AFSCHEID CHARLES VAN COMMENÉE

Afgezwaaid als bestuurslid, maar nog lang niet klaar met het coachvak

“COACHING ZAL ALTIJD MENSENWERK BLIJVEN” ■ 

DOOR: EDWARD SWIER

Hoe inventief zijn collega’s de afgelopen maanden waren; Charles van Commenée kon er van genieten. “Ik heb voorbeelden gezien van coaches die na het afkondigen van de coronamaatregelen binnen drie dagen een heel doortimmerd plan hadden, die aan de slag gingen op een andere locatie, met andere trainingsvormen, met een andere manier van communiceren ook.” Het zijn de momenten waarop Van Commenée trots is. Trots op zijn vakgenoten, trots op zijn vak. “Ik denk ook, hoezeer we tegenwoordig ook bezig zijn met technologie, met cijfertjes, coaching uiteindelijk toch echt mensenwerk blijft.” Hij is de man van voorbeelden. “Wat doe je als coach in de laatste vier minuten voor de olympische finale? Begin je dan nog een technisch verhaal over de afzethoek, over contacttijden? Nee, want daar gaat het niet om. Niet op dat moment. Weet je waarmee je als coach het verschil maakt? Het gaat om de woorden die je zegt, om de woorden die je niet zegt. Hoe je ze zegt. En wanneer je ze zegt. Maar ook wanneer je zwijgt. Dat zal altijd essentieel blijven.” Gevraagd naar de toekomst van het coachvak, laat Van Commenée – en dat is voor hem vrij ongewoon – eerst een stilte vallen. Dan: “Ik ben niet zo van de toekomstbeelden. Niet dat ik geen targets stel. In 2012 ben ik daar als hoofdcoach van de Britse olympische atletiekploeg zelfs over gestruikeld. Omdat we, hoewel het heel succesvolle Spelen waren, niet de aantallen medailles haalden die we als doelstelling hadden. Maar, ik ben niet zo van het filosoferen. Zou ik nu moeten weten hoe het sportlandschap er over tien

“Ik heb geen kristallen bol maar kan me niet voorstellen dat de 1,5 meter-maatschappij in 2022 nog bestaat”

jaar uitziet? Het is voor de hand liggend om te roepen dat technologie een nog veel grotere rol gaat spelen. En allicht is het zo dat enkele sporten over tien jaar niet meer bestaan. Maar weet ik dat zeker? Nee.” Lachend: “Ik ben meer van gisteren dan van morgen.”


FOTO: ANP PHOTO

21


22

AFSCHEID CHARLES VAN COMMENÉE

Bevechten

“Er blijft altijd behoefte aan betere coaches. Op alle niveaus. Betere coaches betekent betere sport” “Of de coronacrisis de vooruitzichten minder positief, troebeler maakt? Inderdaad hebben veel clubs het lastig, maar ik geloof dat de Nederlandse samenleving een heel grote mate van elasticiteit kent. Er kan nu even een terugslag zijn, maar de mensheid heeft altijd weer oplossingen gevonden. Ik heb geen kristallen bol, maar kan me niet voorstellen dat de 1,5 meter-maatschappij in 2022 nog bestaat. Over een aantal maanden maken we ons weer druk over de problemen die we een paar maanden geleden nog gewoon hadden.”

FOTO: ORANGE PICTURES

Hij zag in dat verleden al veel verbeteren. “De sport hoeft niet elke stukje land nog te bevechten. Er lopen nu dagelijks honderden sporters op Papendal en andere CTO’s die onbewust zijn van die revolutie. Zij stappen in een geolied systeem, vinden het maar heel gewoon dat er elke dag een coach staat, dat de trainingsfaciliteiten goed zijn, dat er maaltijden klaar staan en dat je er kan slapen. Er is in de laatste decennia echt veel vooruitgang geboekt. Op alle niveaus. Hetgeen niet wegneemt dat het altijd nog beter kan.” Zeker wat beloning betreft. “De betaling houdt niet over onder de top, dat geef ik direct toe. De kurk waar de Nederlandse sportcultuur, ons unieke verenigingsleven, op drijft is de vrijwilliger. Daar wordt de coach ook vaak toe gerekend. Maar, om al die sporters van goede coaching te voorzien, zullen financiële middelen gevonden moeten worden, zeker met de toename van het aantal tweeverdieners en de algemeen afnemende bereidheid tot vrijwilligerswerk. Anders gaat de sport dood.”

Charles van Commenée met Melissa Boekelman in juli 2019.


23 Optelsom Van Commenée werd uitgedaagd om vooruit te kijken en terug te blikken omdat hij begin juni terugtrad uit het bestuur van NLcoach. Zes jaar was hij bestuurslid. Dat hij in 2014 toetrad noemt hij een logische optelsom. “Je zegt geen nee als je daarvoor gevraagd wordt. Zeker niet als dat gebeurt door Joop Alberda, de man die er zelf zo hard aan getrokken heeft om NLcoach te laten ontstaan. Bovendien voelde ik het als een morele verplichting om iets terug te doen voor de vereniging, voor het vak waar ik zoveel aan te danken heb. Dat is toch logisch.” Hij deed het met veel plezier. Ook al zaten er pittige jaren tussen. NLcoach kende flinke financiële malheur. “We zijn als vereniging een paar keer dicht langs de afgrond gegaan. Met name dankzij de inspanningen van George de Jong en Chris Vriens, en met de nieuwe bestuursleden Paul van Ass en Norbert Groenewegen, kunnen we nu weer ademhalen.” En is het tijd om zonder zorgen afscheid te nemen. Niet dat Van Commenée er per se mee wilde stoppen, maar zijn termijn liep af. “Bovendien is het een goed moment. Het is nu letterlijk tijd voor anderen. De afgelopen tijd is al een groot deel van het oude bestuur afgelost, om dezelfde reden. Ik was nog de enige met binding met het verleden, die soms vanuit historisch besef in een vergadering zei ‘ik zou dat maar niet doen, dat is toen al geprobeerd. Tuurlijk, dergelijke kennis kan waardevol zijn, maar soms ook remmend. Het is juist goed dat er nu, onder voorzitterschap van Paul van Ass, nieuwe mensen zitten, met veel nieuw elan.”

Ontwikkeling Er ligt voor zijn opvolgers nog voldoende werk. “Omdat er altijd behoefte blijft aan betere coaches. Op alle niveaus. Betere coaches betekent betere sport. Dat geldt op amateurniveau, waar een enthousiasmerende jonge vader het spelplezier van zijn zoon en diens vriendjes vergroot. En op topniveau, waar een coach de sporter kan helpen met het vinden van die ene millimeter of duizendste van een tel verbetering. Alle sporters, van elke niveau en in elke sport, zijn geholpen bij betere coaches. Er blijft altijd behoefte aan scholing, aan ontwikkeling.”

“Het gaat om de woorden die je zegt, om de woorden die je niet zegt. Hoe je ze zegt. En wanneer je ze zegt. Maar ook wanneer je zwijgt”

Dat er van dat enorme leger aan coaches en trainers nu slechts enkele duizenden lid zijn van een belangenvereniging als NLcoach, stoort Van Commenée, al is het maar een klein beetje. “Weet je, als je op een bootje zit dat je drijvende moet houden door continu te hozen, als je op koers moet blijven én zorgen dat de zeilen niet scheuren, dan kan je niet ook nog tegelijk gefrustreerd zijn dat je natte voeten hebt. Dan is er geen tijd om van zoiets te balen. Dat wil ik in dit geval ook niet.” “Aan het onderwerp commitment, over consumeren of meebouwen, zou je gerust een heel themanummer van dit blad kunnen wijden. Daar kan je zoveel over zeggen. Al denk ik wel dat we, met de nieuwe plannen, met NLcoach op de goede weg zijn. Met Arko Sports Media wordt nu een platform gecreëerd, een podium dat anno 2020 meer mogelijkheden biedt. Dat is een stap in de juiste richting.” Aan een nieuwe site en database voor NLcoach wordt gewerkt, het blad krijgt een upgrade. En ook aan het aanbod van bijscholingen, lezingen en (de in deze tijd erg populaire) webinars wordt gewerkt.

Samenwerking Vernieuwing, verjonging, Van Commenée ziet het geenszins als een bedreiging. Hij is al jaren de man die pleit voor samenwerking, tussen coaches uit diverse sporten, tussen atletiektrainers onderling. “Het is een abc’tje. Twee weten meer dan één. En tien meer dan negen. Waarom zou je geen gebruik maken van elkaars expertise? Of juist profijt trekken uit het feit dat de ander minder ervaren is. We hebben nu een dozijn coaches bij de Atletiekunie. Een aantal daarvan, waaronder ik, is al ouder, in de zestig. Maar er zijn recent ook wat nieuwe bijgekomen, bij wijze van spreken net van school. Bram Peters is er zo één, die is sinds vorig jaar talentcoach. Hij weet veel van meten, van het wegen van testgegevens. Dat is waardevol. Maar minstens zo waardevol is het dat hij ons steeds vraagt waarom we bepaalde dingen doen zoals we ze doen. Hij jaagt daar de boel mee aan, zorgt dat we al onze zintuigen open moeten zetten, dat we de dingen niet vanzelfsprekend maar blijven doen zoals we ze doen. Als je gelooft dat iedereen wat te melden heeft, gaan de luiken tenminste open.” Hij heeft een hekel aan de copy-paste-coaches, kan genieten van trainers die hun eigen inbreng hebben. En die zich telkens weer proberen te verbeteren, door bij te lezen, door zich bij te scholen. Elk jaar weer kijkt Van Commenée zijn ogen uit op het Nationaal Coach Congres op Papendal. Tijdens die dag, in december, komen zo’n vijfhonderd coaches bijeen. “Vogels van diverse pluimage, ja zo kan je het wel stellen. Jong en oud, ervaren en onervaren. Werkend aan de top, of juist bij de basis. En toch voel je dan altijd een enorm gemeenschappelijk belang en gevoel. Die vibe is die dag vaak letterlijk tastbaar. Het is mooi om te zien dat coaches die elkaar tot die dag nog nooit hebben gezien, die vaak uit heel andere sporten komen, dan ervaringen delen en aan het eind van de dag weer een stuk wijzer huiswaarts keren. Ook zij zijn, misschien wel elke dag, bezig met beter worden.” ■


24

VERANDEREND PERSPECTIEF

Rogier Ummels over het stellen van doelen, ervaring en het omgaan met teleurstellingen

FLEXIBELE ATLETEN KUNNEN JUIST IN DEZE BIJZONDERE TIJD VOORSPRONG NEMEN ■ 

DOOR: EDWARD SWIER

Er waren tot voor kort een aantal zekerheden in het leven. Eén daarvan was dat elke vier jaar de Olympische Zomerspelen werden gehouden. Door de uitbraak van het Covid-19-virus viel in 2020 opeens dat ‘zekerheidje’ weg. De hoop is nu op de zomer van 2021 gevestigd. Dat is voor de ene sporter – bijvoorbeeld nu nog geblesseerd of erg jong – een zegen, terwijl het voor anderen een beproeving wordt. Zij moeten, terwijl ze eind 2020 aan hun sportpensioen dachten te beginnen, nog een jaartje door. Hoe ga je als coach met dergelijke, veranderende perspectieven om? Voor Rogier Ummels is het een leerzame tijd. De atletiekbondscoach, werkzaam op Papendal met talenten van de Atletiekunie, ontdekte in de coronacrisis dat er soms, buiten de gebaande en tot dan als ideaal aangestipte, paden ook vooruitgang te boeken is. “Een bospaadje is ook goed voor je.” En onderkende ook dat de meest flexibele atleten er in deze tijd – ten opzichte van de concurrentie – misschien zelfs wel, zonder dat er meetbare momenten als wedstrijden zijn, op vooruit zijn gegaan. Voor met

name jong talent zou dat de deur naar olympische deelname in Tokio opeens een stukje verder kunnen openen. Terwijl sporters als Epke Zonderland en Ranomi Kromowidjojo nu toch echt een jaartje langer door ‘moeten’.

Mindset Eerst via de telefoon en Zoom, maar inmiddels weer aan een tafeltje, op gepaste afstand, praat Rogier Ummels dezer dagen veel met de talenten die hij begeleidt. Misschien wel meer dan

“Het is belangrijk om keuzes te durven maken”


25 “Momenteel zijn de doelen wat vager dan voorheen. Maar zelfs dan kun je doelen stellen”

een periode met indoorwedstrijden. Maar die is vrijwel altijd ondergeschikt aan het grote doel: het wedstrijdseizoen buiten. Dat begint grofweg in mei. “Atleten hebben dus de mindset dat ze vanaf oktober goed willen zijn, en vanaf mei nog beter. De bloedvorm moet dan later in de zomer volgen. Dat is de normale gang van zaken. Nu is het juni, maar volgens hun mindset zitten ze ergens in november. Daar moet je het met elkaar over hebben.

FOTO: BART HOOGVELD

anders. Waar een halfjaar geleden veel zaken vanzelfsprekend waren, is heden ten dage niets dat meer. Dat vraagt om veel overleg, om (telkens) nieuwe plannen, om doelen. Nieuwe doelen, telkens weer. “Atleten hebben, zoals zoveel sporters, een doel nodig om goed te worden. De een is beter in kortetermijndoelen, de ander kiest juist weer voor doelen op de langere termijn. Als je maar een punt hebt om naar toe te werken. Dat is belangrijk. Momenteel zijn die doelen natuurlijk toch wat vager dan voorheen. Maar zelfs dan kun je, in overleg met je coach, doelen stellen. En, ik moet zeggen, het valt me tot op heden niet tegen.” Het is allemaal, geeft Ummels toe, wel wat vreemd. Normaal gesproken zijn atleten in september, oktober bezig met hun opbouw, volgt er doorgaans

Rogier Ummels (centraal) tijdens het Nationaal Coach Congres.

Je moet helder hebben waar je voor je gevoel in de opbouw zit, als sporter én als coach.”

‘Prikkelmomenten’ En dan maar zien hoe dat straks in een eventueel wedstrijdprogramma past. “Misschien komt er nog wel een enkele Diamond League-wedstrijd. Maar zie jij atleten even naar de andere kant van de wereld vliegen? Ik niet. Zelfs over wedstrijden in Duitsland en België heb


26

VERANDEREND PERSPECTIEF

“Je wordt door corona nu gedwongen andere keuzes te maken, af en toe eens een stapje terug te zetten” Jaartje extra Vooral in de nationale estafetteteams – binnen de Atletiekunie een speerpunt met oog op olympisch perspectief – is het aantal jonge atleten opvallend. Je zou het uitstel van de Spelen voor deze

FOTO: SHUTTERSTOCK

ik nu nog mijn twijfels. Moet je dat willen? En, is het dan ook nog de vraag, voor welke atleet is het goed om het wel te doen? Kun je bijvoorbeeld niet beter doortrainen tot de start van het indoorseizoen?” Mocht de wedstrijdkalender helemaal leeg blijven, dan zullen Ummels en zijn collega’s toch enkele ‘prikkelmomenten’ gaan plannen. Dat zijn geen officiële wedstrijden, die zijn immers nog niet toegestaan. “Maar het is wel goed om de spanning met elkaar op te zoeken, om een meetmoment te plannen. Het uitvoeren van herhalingen in de trainingen verlopen vaak wel goed, maar het is zaak juist die aanpassing ook in een test vorm te geven.” Met name voor jonge talenten is het natuurlijk allemaal een nieuwe ervaring, al hebben ook de senioren natuurlijk niet vaker met dit bijltje gehakt. “Het gaat er vooral om dat je flexibel bent.”

In tijden van corona verandert het perspectief op dingen. Iedere sporter gaat daar weer op zijn eigen manier mee om.

sporters als een voordeel kunnen zien. Ze hebben nu de tijd om verder te rijpen, om beter en sterker te worden, om te harden. Ummels gaat daar tot op zekere hoogte in mee, maar plaatst daar echter wel een belangrijke kanttekening bij. “Sommige jonge atleten kunnen een jaartje extra goed gebruiken. Of dat specifiek voor de atleten uit de estafetteteams geldt, laat ik in het midden. Ik wil daar neutraal in staan. Maar deze tijd moeten sporters sowieso benutten om fit te blijven, om te werken aan eigen verbeterpunten, om straks snel te zijn. Feit is wel dat jonge sporters er veel baat bij hebben als ze ervaring opdoen. Het is belangrijk om je skills te trainen, maar je moet het ook in een wedstrijd kunnen laten zien. Jonge sporters moeten wedstrijden lopen, ervaring opdoen. De beste setting om te leren is in een wedstrijd, die kans is er nu natuurlijk niet.”


27 Waar oudere, ervaren sporters terug kunnen vallen op ervaringen uit het verleden, ontberen jeugdige talenten dat. “Een van de belangrijkste aspecten van een goede wedstrijdatleet is dat hij of zij het vermogen heeft om een kruisje in de agenda te zetten en te zorgen dat je die dag ook echt op je best bent. Dat is niet iedereen gegeven, dat kan je niet van nature. Je moet die vaardigheid opbouwen. De wedstrijdsetting is dan ook ontzettend waardevol.”

Agenda Het neemt niet weg dat Ummels zijn jonge talenten ziet groeien. Een van de pareltjes in zijn groep is de 7 juni pas zeventien jaar geworden N’ketia Seedo. Deze winter won ze de nationale senioren indoortitel op de 60 meter. Waar zij tot voor kort niet aan deelname in Tokio dacht, werd dat perspectief dankzij het uitstel van de Olympische Spelen plots een stukje concreter. Ze is straks net weer iets ouder in 2021, dat scheelt op die leeftijd bijna lichtjaren. “Recent hebben we het er samen over gehad, hoe dat zou zijn: deelnemen aan de Olympische Spelen. En hoe zo’n evenement eruit zou zien als er in het ergste geval geen publiek op de tribune zit. Dat heeft hoe dan ook impact op een sporter. Ook hebben we besproken dat de kans bestaat dat de Spelen helemaal niet doorgaan. Of je daar de aandacht op moet vestigen. Je moet toch een agenda opstellen, hoe hypothetisch ook. Je moet een doel hebben om naartoe te werken.” Het is hoe dan ook een uitdagende tijd, voor sporters én coaches. “Het is een prachtig vak dat mijn collega’s en

ik uitvoeren. Een vak waarin je altijd al op verschillende omstandigheden moet inspelen. Welnu, dat zijn dit wel. Ik voel me daar niet ongemakkelijk bij. Het is gewoon zaak dat je ook hier rustig bij blijft en je afvraagt hoe je hier nu weer mee moet dealen. Dat geldt voor coaches, dat geldt voor atleten.”

Persoonsgebonden Waar de algemene veronderstelling is dat jonge atleten flexibeler zijn dan ervaren krachten, gaat Ummels daar niet in mee. “Dat hoeft natuurlijk niet. Het hangt heel erg van iemands persoonlijkheid af. Of een ervaren sporter, die eigenlijk dacht in Tokio afscheid te nemen, er grote moeite mee heeft om nog een jaar door te moeten, is ook heel persoonsgebonden. Misschien is dat voor de één een hele opgave en voor de ander juist totaal niet. Je kunt namelijk ook stellen dat juist die ervaren atleten in de loop der tijd gewend zijn geraakt zich aan te passen aan de omstandigheden. Die zien een blessure, of de verplaatsing van een evenement, even als een domper, maar maken vrijwel meteen daarna een nieuw plan. En zijn dat leed ook snel weer vergeten.” “Een ervaren atleet is in de loop der tijd natuurlijk al menigmaal blootgesteld aan tegenslagen, kan met de meeste zaken inmiddels wel dealen. Voor jongere atleten is dat anders. Een ervaren sporter kan bovendien vaak ook terugvallen op een bredere groep insiders, op begeleiders, op mensen die hem of haar kunnen helpen.”

Rendement Uiteindelijk zou voor iedere sporter het uitgangspunt gelijk moeten zijn. “We

“De beste setting om te leren is in een wedstrijd. Die kans is er nu natuurlijk niet”

proberen sporters zo op te leiden dat ze zich staande kunnen houden onder wisselende omstandigheden. Het liefst heb je als coach sporters die stabiel presteren, onder alle condities.” Er zijn, na bijna vier maanden vol corona-aanpassingen, Ummels twee lessen bijgebleven die hij op voorhand niet had bedacht. En die ook voor coaches van amateursporters van groot belang kunnen zijn. Waar veel coaches en trainers op zoek zijn naar de ideale omstandigheden voor hun pupillen, is het een terechte vraag of die bedachte omstandigheden ook daadwerkelijk wel de meest ideale zijn. Juist in de tijd dat het behelpen was – Ummels kon met twee van zijn sporters op een veldje in het park, met hele basale middelen, wat oefeningen doen – ontdekte hij vooruitgang bij zijn sporters. “Ik denk dat we, in deze relatief korte periode, op sommige fronten zelfs meer rendement hebben geboekt dan je op Papendal voor mogelijk had gehouden. Een voorbeeld? Nou ja, neem het lopen op een oneffen bosgrond. Die is goed voor het ontwikkelen van stabiliteit. Dat is geen rocket science hoor, het is een bekend verhaal. Maar je komt erachter dat je het in een ‘normale situatie’, met de mogelijkheid om te trainen op zo’n mooie baan als op Papendal, eigenlijk nooit doet.”

Andere keuzes “Je wordt door corona nu gewoon gedwongen andere keuzes te maken, af en toe eens een stapje terug te zetten. Ook als coach. Dat maakt dat je ook wat makkelijker de balans opmaakt, minder doorjaagt.” Ook ontdekte Ummels dat hij, doordat het simpelweg onmogelijk was om op alle aspecten van het sprinten een accent te leggen, door – in dit geval minder conventionele – keuzes letterlijk zag hoe atleten zich in positieve zin ontwikkelden. “Een voorbeeld? Ik heb een 400-meterloopster die veel meer geïnvesteerd heeft in submaximale duurtrainingen. Zij heeft deze coronaperiode gebruikt om te investeren in haar uithoudingsvermogen. Maar heeft


VERANDEREND PERSPECTIEF

FOTO: BART HOOGVELD

28

Rogier Ummels tijdens een voordracht op het Nationaal Coach Congres op Papendal.

in diezelfde periode niets aan snelheid verloren. Ik zag zelfs dat ze efficiënter is gaan bewegen, economischer is gaan lopen. Daar hadden we anders waarschijnlijk nooit aan gedacht om dat uit te proberen. Het is dus belangrijk om keuzes te durven maken.”

Ideeën “Wat amateurcoaches hiervan kunnen leren? Dat je, ook al kunnen de specifieke programma’s niet doorgaan, die programma’s wel blijft invullen. Met alternatieven, met creatieve uitstapjes. Zeker voor jonge sporters is het belangrijk bezig te blijven. Er zijn talloze manieren te bedenken om ze fysiek uit te blijven dagen. Voor onderhoud, maar dus ook ter verbetering.” Waar Ummels in de loop der jaren veel baat had bij kruisbestuiving met andere coaches – hij is een graag geziene gast op activiteiten van

NLcoach –, spoort de atletiektrainer ook anderen aan de verbinding te zoeken. Ook, of misschien wel juist, in deze tijd. Zelf doet hij dat op Papendal veelvuldig. “De BMX-coaches, volleybaltrainers, ik spreek ze als we elkaar tegen het lijf lopen stuk voor stuk aan. Ik zou dat anderen ook altijd adviseren: kijk ook eens om de hoek, zoek een netwerk. Misschien is het bij bijeen-

komsten van bijvoorbeeld NLcoach nog wel belangrijker om in de pauzes met collega-trainers, ook uit andere sporten, te kletsen, om ideeën tegen elkaar aan te houden, om te horen hoe een ander de dingen aanpakt. Verzamel kaartjes, telefoonnummers. Een belletje is zo gedaan, je kunt echt veel baat hebben bij een netwerk om je heen.” ■

“Het is gewoon zaak dat je ook hier rustig bij blijft en je afvraagt hoe je hier nu weer mee moet dealen”


29

STRESS EN COACHING

Handvatten voor coaches om stress te herkennen en te reguleren

OOK COVID-19 KAN TOT STRESS LEIDEN BIJ SPORTERS ■  DOOR: LAURA JONKER EN GIJS VISSER  ■  BEELD: SHUTTERSTOCK

Stress en druk. Het zijn termen die in het dagelijks leven door elkaar worden gebruikt. Zeker in de sport is het ervaren van druk heel normaal. Bijvoorbeeld voorafgaand aan een belangrijke wedstrijd. Druk is gezond. Het zorgt ervoor dat we gefocust zijn en klaar zijn om te presteren. Druk wordt een negatieve ervaring wanneer het omslaat in stress. Stress gaat gepaard met het gevoel dat we het niet (meer) aankunnen, met een stressreactie tot gevolg. In tegenstelling tot druk is langdurige stress ongezond. Hoe werkt stress? Een prikkel uit de omgeving zorgt ervoor dat we gestrest raken. Die prikkel kan van alles zijn. Bijvoorbeeld: het beslissende punt moeten maken. Wanneer een prikkel binnenkomt bij iemand vindt (onbewust) een evaluatie plaats (kunnen we het aan of niet?). De uitkomst van deze evaluatie bepaalt onze fysieke en emotionele reactie: niks aan de hand of stress. Niet iedereen evalueert dezelfde prikkel hetzelfde. Hoe we de prikkel evalueren, hangt samen met persoonlijke kenmerken en ervaringen uit het verleden.

Heeft iemand in jouw verleden bijvoorbeeld naar je geschreeuwd dat je beter je best moet doen, dan kan een schreeuwer tijdens wedstrijden voor jou zo’n prikkel zijn die ervoor zorgt dat je in een stressreactie schiet. Als je schreeuwen in het verleden hebt ervaren als positieve aanmoediging, evalueer je deze prikkel heel anders. Ook sporters hebben hun sleutelmomenten. Deze ken je als coach vaak niet en je zult af moeten gaan op het gedrag van je sporters. Een model om stressgedrag te herkennen, is de Window of Tolerance, van klinisch hoogleraar psychiatrie

Sleutelmomenten en stressreacties Ieder mens heeft een eigen ‘stressbuffer’. Dit is een bandbreedte waarbinnen we met druk om kunnen gaan. Bij de een is de buffer groter dan bij de ander. Ervaringen uit het verleden die belangrijk zijn geweest (sleutelmomenten) bepalen de omvang van de buffer. Ondanks dat positieve en negatieve sleutelmomenten in het verleden hebben plaatsgevonden, zijn zij van invloed op hoe een prikkel uit de omgeving in het heden geëvalueerd wordt.

Sleutelmomenten uit het verleden bepalen de omvang van de stressbuffer


30

STRESS EN COACHING

Daniël Siegel uit 1999. Functioneren we binnen onze buffer, dan hebben we voldoende manieren om met druk om te kunnen gaan. Schieten we erbuiten, dan raken we gestrest.

Stressreacties Hoe we reageren op stress verschilt tussen mensen. Grofweg kunnen zij echter ingedeeld worden in twee typen: sympatisch (hyper) en parasympatisch (hypo). Samen zorgen zij ervoor dat we vechten, vluchten of bevriezen. Reacties op stress uiten zich zowel fysiek (bijvoorbeeld hogere hartslag, zweten, vermoeid) als mentaal (bijvoorbeeld kribbig, onzeker). Gestreste sportcoaches die ‘vechten’ praten vaak sneller, harder en directer. Ze ijsberen langs de zijlijn, kijken constant op hun horloge en geven continu aanwijzingen. Er zijn ook gestreste coaches die ‘bevriezen’. Je herkent ze omdat ze diep verscholen in hun jas zitten. Rits tot onder de neus en de armen over elkaar. Gestreste coaches die ‘vluchten’ zijn geneigd om weg te kijken op spannende momenten.

Alleen als je je sporters kent, lukt het om stressgedrag te herkennen Ook sporters die gestrest zijn, laten dit zien in hun gedrag. Sporters die ‘vechten’ klieren, raken in paniek en/of zitten aan elkaar. Sporters die ‘bevriezen’ worden stil, trekken wit weg en komen ongeïnteresseerd over. Sporters die ‘vluchten’ zeggen dat ze naar het toilet moeten of maken een grapje van de oefening om actieve deelname te vermijden. Deze gedragingen zijn voorbeelden. Klierende pubers horen erbij. Vertonen sporters echter een combinatie van de voorbeelden en/of is dit gedrag anders dan dat je van jouw sporters gewend bent, dan kan het een teken zijn dat er iets aan de hand is.


31 Het is belangrijk om je sporters te leren kennen. Alleen dan lukt het om stressgedrag te herkennen Copingstrategieën Als je gestrest bent, is het fijn om stress te kunnen releasen via verschillende soorten copingstrategieën. Grofweg zijn er drie soorten: 1. probleemgerichte coping (oplossen van de situatie) is effectief wanneer je inschat dat een situatie onder controle te brengen is. Bijvoorbeeld wanneer sporters denken een bepaalde beweging niet te kunnen. Door sporters vanuit vertrouwen te begeleiden, laat je sporters zien dat het haalbaar is; 2. wanneer sporters in paniek raken, heeft probleemgerichte coping geen zin. Het is dan handiger om eerst de emoties onder controle te krijgen (emotiegerichte coping). Een oefening waarbij je sporters kalmeert, werkt dan beter; 3. ook coping door vermijden is effectief. Sporters zijn soms geneigd zich op de tegenstander te richten waardoor stress ontstaat. De focus verleggen op de taak vermijdt de tegenstander als veroorzaker van stress. Daarnaast is het belangrijk om je sporters te leren kennen. Alleen dan lukt het om stressgedrag te herkennen en kun je beter inschatten welke copingstrategie bij de situatie en de sporter past. Zo zitten we dit moment natuurlijk in de covid-19-pandemie. Er zijn verschillende onderzoeken die laten zien dat deze coronacrisis zorgt voor stress. Bijvoorbeeld doordat we de situatie niet kunnen controleren, het onzeker is hoelang het duurt, inkomen wegvalt, we angstig zijn om ziek te worden

Social support is een van onze belangrijkste stressbuffers

Boek over stressregulatie en coaching verschijnt in najaar In het najaar verschijnt het boek Stress. Over stressregulatie en coaching. Dit boek biedt (sport)coaches handvatten in hun begeleiding. Er wordt ingegaan op de rol die ervaringen uit het verleden spelen voor het ontwikkelen van stress en hoe je vanuit eigen ervaringen met druk en stress kunt omgaan. Stress. Over stressregulatie en coaching richt zich op het herkennen en reguleren van stress bij jezelf als coach en bij sporters. Het boek start met wat stress is, met jouw sleutelmomenten en hoe stress bij jou als coach werkt. In het tweede gedeelte wordt aandacht besteed aan hoe je stress kunt herkennen en reguleren bij jouw sporters. Het boek staat vol met feitjes en voorbeelden. Hoe zit het bijvoorbeeld met stress bij strafschoppenseries? Het boek geeft je tips en bevat oefeningen die je in kunt zetten om stress te reguleren. Binnenkort volgt meer info over waar en hoe het boek te bestellen is.

of dat anderen ziek worden of omdat we erge dingen hebben meegemaakt. Ook het isolement waar we in zitten is voor veel mensen een belangrijk gemis als het gaat om het releasen van stress. Social support is een van onze belangrijkste stressbuffers. Voor sportcoaches is het daarom belangrijk om bewust te zijn dat covid-19 tot stress kan leiden bij sporters. Zorg dat er ruimte is voor jouw sporters om key moments, angsten en andere ongemakken rondom corona te kunnen bespreken. Coping door vermijden kan natuurlijk ook. Het is best lekker om gewoon te kunnen sporten zonder het wéér over corona te hebben. Sluit aan bij de behoeften van jouw sporters (en die van jezelf). ■ Gijs Visser werkt dagelijks met (top)sporters en professionals op de werkvloer. Het leren omgaan met stress is een belangrijk onderdeel van zijn begeleiding. Om coaches inzicht te geven in het belang van stressregulatie en sleutelmomenten, ontwikkelde hij een opleiding op dit thema en schreef hij met Laura Jonker het boek Stress. Over stressregulatie en coaching, dat dit najaar verschijnt. Laura Jonker is auteur van de boeken Van aanleg naar intelligentie en #GOALS en bedenker van de XOET-scan, die inzage biedt in de psychologische behoeften van sporters. Het vergroten van het plezier en de prestaties door beter te (leren) begrijpen wat mensen psychologisch gezien nodig hebben, is wat Jonker drijft.


WEBINARS EN CURSUSSEN Als coach heb je alle kans om ook in deze tijd je kennis te verbreden en je voor te bereiden op het nieuwe seizoen. NLcoach organiseerde de afgelopen maanden al enkele succesvolle webinars. We kregen daar veel positieve reacties op. Ook in juli wordt een tweetal online events georganiseerd. Deze twee webinars kun je als NLcoach-lid met een interessante korting volgen.

DONDERDAG 9 JULI 2020, VAN 20.00 TOT 21.30 UUR

WOENSDAG 8 JULI 2020, VAN 20.00 TOT 21.30 UUR

#GOALS

VOEDINGSBEGELEIDING. OP WEG NAAR EEN WINNEND RECEPT

Creëer het optimale trainingsklimaat voor jouw sporters. Hoor alles over zelfregulatie en de rol die jij daarin als trainer/ coach hebt. In dit webinar vertelt expert Laura Jonker je op een eenvoudige en praktische manier hoe je het beste uit je sporters kunt halen. Er is namelijk niet één weg voor alle sporters, maar een individuele weg per sporter. De webinar is gebaseerd op het praktische handboek #GOALS, met oefeningen hoe je het optimale ontwikkelklimaat creëert. Je krijgt informatie over verschillende tools en kunt kijken wat voor jou en jouw sporters het beste werkt. Thema’s zijn zelfregulatie, doelen stellen, feedback en intrinsieke motivatie. #GOALS kent twee boekversies: één voor trainers en één voor sporters. In beide boeken wordt stap voor stap verteld wat zelfregulatie is, hoe je doelen kunt stellen en op welke wijze je het beste feedback kunt geven om de ontwikkeling en het plezier van jouw sporters te vergroten. De boeken staan vol feitjes, verhalen en dingen die je samen met jouw sporters kunt doen tijdens trainingen. Beide boeken kun je eenvoudig hier en hier bestellen. Leden van NLcoach krijgen een aantrekkelijke korting op de deelnameprijs. Lees meer en geef je hier op.

Op het gebied van sport en voeding is er nog veel te winnen. Ook voor trainers en coaches is het een belangrijk thema, omdat zij vaak door hun sporters om advies worden gevraagd. Is het voedingspatroon niet optimaal, dan kan dit belemmeringen opleveren in prestaties of zelfs tot lichamelijke klachten leiden. Weet jij als trainer-coach de weg in sport en voeding en kun je je sporters de beste begeleiding bieden op dit punt? Dit webinar bespreekt de diverse aspecten voor voedingsbegeleiding bij (top)sporters. Deskundigen Anja van Geel (sportdiëtist) en Jeroen Wouters (innovatiemanager Sport en Voeding) zijn werkzaam bij Sportcentrum Papendal en delen hun ervaringen en inzichten op dit onderwerp graag met jou. Het webinar is interactief met veel ruimte voor vragen. Je vragen kun je ook al vooraf stellen via de mail. Thema’s: inleiding tot voedingsbegeleiding van sporters, hulpvraaggestuurde aanpak, rol van de betrokken begeleiders, RED-S (Relative Energy Deficiency in Sports), nieuwe ontwikkelingen en innovaties, waaronder digitale tools. Leden van NLcoach krijgen een aantrekkelijke korting op de deelnameprijs. Lees meer en geef je hier op.

OOK IS HET NOG MOGELIJK IN TE SCHRIJVEN VOOR DE VOLGENDE CURSUSSEN, DIE WE EERDER AL AANKONDIGDEN EN DIE LATER DIT JAAR ‘LIVE’ ZULLEN PLAATSVINDEN. VANZELFSPREKEND ZIJN DEZE BIJEENKOMSTEN ‘CORONAPROOF’.

Vrijdag 2 oktober en vrijdag 9 oktober te Eindhoven KRACHTTRAINING OP BASIS VAN MOTORISCHE VOORKEUREN Meer informatie vind je hier. LAATSTE PLAATSEN!!!

Donderdag 17 en donderdag 24 september 2020 te Erp LEERGANG DIEPE MOTIVATIONELE DRIJFVEREN Meer informatie vind je hier.

Maandag 12 oktober te Amsterdam HERKENNEN EN COACHEN OP GEDRAGSPATRONEN Meer informatie vind je hier. LAATSTE PLAATSEN!!!

Aanmelden is mogelijk via de linkjes. Zo is ook meer informatie over de cursussen te vinden.


Ethiek is misschien niet een onderwerp waar je dagelijks bewust mee bezig bent, maar iedere coach heeft er mee te maken. Het geeft richting aan zijn dagelijkse handelen. Zijn eigen bewustzijn zal de coach helpen, daar waar de gestelde regels ophouden en niet dekkend zijn voor de problemen waarmee hij wordt geconfronteerd. Dit boek is bedoeld om de coach aan het denken te zetten en te helpen in zijn sportomgeving. Daarin zijn veel belangen, uitdagingen en verleidingen. Het is dan ook van belang dat een coach zijn eigen gedachten vormt over wat belangrijk en waardevol is. En dat hij daarnaast nadenkt over hoe die waarden beschermd en bespreekbaar gemaakt kunnen worden. Waar sta ik voor, wat vind ik acceptabel, wat vind ik goed en fout? Bestel nu voor

â‚Ź 22,95 incl. btw

Video tags in het boek! Scan ze met je smartphone en start de video.

www.sportsmedia.nl/topsport-ethiek 33


Nog geen lid of abonnee? Meld je hier aan!

Profile for Arko Sports Media

NLcoach e-zine juni 2020  

NLcoach e-zine juni 2020  

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded