ANS-krant editie 3

Page 1

Algemeen Nijmeegs Studentenblad ans.online ANS_online Editie 3 - 20 januari 2021

3

Column Een avond gevuld met ASMR en La La Land

6

Nieuws Radboudstudenten krijgen het langzaamaan steeds moeilijker in de crisis

4

Column Aan-Age Dijkstra dacht dat hij zijn hele leven een pak zou moeten dragen. Dat bleek niet waar.

8

Graadmeter Wat zijn eigenlijk de mogelijkheden om te tuinieren als je geen tuin hebt?

Achtergrond

DOOR DIK EN DUN Pagina 4 Op de basisschool wordt je al geleerd dat het belangrijk is om te eten volgens de schijf van vijf zodat je een gezond gewicht houdt. Anderzijds zijn er steeds meer plus size rolmodellen die stereotypering van dikke mensen aankaart en en pleiten voor fat acceptance en body positivity. Met het oog op zowel medische als sociale aspecten van dik zijn: hoe positief is het ontstaan van die beweging eigenlijk?

Pagina 2 De stroomversnelling van de roep om mentale hulp

Pagina 6 Het kijken naar de komische en hartverwarmende serie The Durrells is een uitstekende manier om een royale portie digitale vitamine D op te doen nu de zon in lockdowntijd een vage herinnering is. Email redactie@ans-online.nl Adres Heyendaalseweg 141 6525AJ Nijmegen Tel. 0636458763


2

2017 Uit een enquête blijkt dat een op de vijf studenten aan de Radboud Universiteit eenzaam is

2018 Studenten die onderzoek doen voor een Honoursproject stellen dat de universiteit haar hulp zichtbaarder moeten maken

2019 Het Interstedelijk StudentenOverleg roept universiteiten op om de zorg voor hun studenten te dragen

2020 Met het begin van de coronacrisis groeit de vraag naar hulpverlening voor studenten enorm

D

e huidige crisis stelt de mentale gesteldheid van studenten op de proef. Sinds het uitbreken van het coronavirus is het welzijnsniveau van studenten stabiel, maar neemt het licht af, zo blijkt uit interfacultair onderzoek onder Radboudstudenten en medewerkers. De studie, geleid door hoogleraar Empirische en praktische Religiewetenschap Hans Schilderman, laat zien dat studenten zich slechter voelen dan voor de crisis. Ze scoren wat betreft welzijn namelijk gemiddeld een vier op een zes-puntenschaal, waarbij een zes goed is en een één slecht. Ook blijkt uit het onderzoek dat zo’n 70% motivatie- of concentratieproblemen heeft door het thuisonderwijs. Daarnaast zijn de mogelijkheden tot ontspannen maar gering door de beperkte vorm van het sociale leven. Kortom: er zijn genoeg signalen om in te grijpen. Dit is allemaal niet nieuw, het studentenwelzijn laat al langer te wensen over. Uit een enquête in 2017 bleek dat een op de vijf studenten aan de RU eenzaam is. Bovendien kwam uit deze vragenlijst naar voren dat de druk van het studeren het levensgeluk van 43% van de ondervraagden negatief beïnvloedt. Die tekens worden ook op landelijk niveau gegeven. Het Interstedelijk Studenten Overleg meldde dit in 2019 ook en riep universiteiten op om zorg te dragen. Aangezien de universiteit de druk legt, is het ook de universiteit die de verantwoordelijkheid heeft om studenten hierin te begeleiden en zorg te bieden. Daarbij zorgt zij voor het onderwijs, dus ook voor de juiste omstandigheden om dat te volgen. Een goede

mentale toestand is hiervoor vereist. De RU biedt faciliteiten, maar de vraag is op welke manier dat gebeurt en of dat genoeg is. Stormloop bij Student Support Als het niet goed gaat met studenten, kunnen ze bij de RU aankloppen bij Student Support. Dit is het centrale orgaan voor studentenwelzijn. Hier kunnen ze terecht bij een van de studiekeuzeloopbaanadviseurs, studietrainers of studentenpsychologen. Alex Roomer, hoofd van Student Support, vertelt dat voor de crisis al veel studenten met mentale problemen aanklopten. ‘Voor maart meldden ongeveer vijf à tien studenten zich per dag aan’, vertelt hij. ‘Mede daarom zagen we ons, net voordat de crisis begon, genoodzaakt om meer psychologen aan te nemen.’

‘Studenten laten weten dat zij niet wisten bij wie ze terecht kunnen. ‘ Naast Student Support leveren faculteiten ook hun bijdrage. Zo heeft iedere afdeling een studieadviseur en zijn er een paar faculteiten waar wordt gewerkt met een buddysysteem voor onder andere masterstudenten en promovendi. Ook is er samenwerking tussen de faculteiten en Student Support op met name het gebied van studentenbegeleiding, waar-

mee beide de zorg optimaal willen bieden. Desondanks blijkt het te weinig te zijn. Dit bleek uit de hoeveelheid studenten die zich aanmelden en de capaciteitsuitbreiding van de studentenpsychologen die daardoor nodig was. Rick Spierings, vicevoorzitter van de Universitaire Studentenraad (USR), stelt dat er voor de coronacrisis nog te weinig faciliteiten waren voor studenten met psychische klachten. ‘Voor de crisis moest de hulp voor studentenwelzijn ook al worden uitgebreid en verbeterd’, vertelt hij. Bovendien is de hulp niet zo makkelijk te vinden. Studenten die bij de organisatie hebben aangeklopt, laten weten dat zij niet wisten bij wie zij terechtkonden. ‘Ik heb me maar aangemeld bij de studentpsycholoog omdat ik absoluut niet wist waar ik moest zijn’, aldus een anonieme student. Nooit genoeg Inmiddels is de hulp van Student Support door de coronacrisis niet aan te slepen. ‘Er is een constante doorloop van studenten die zich met een breed scala aan klachten melden’, vertelt Roomer. Dat zijn bijvoorbeeld studiegerelateerde problemen zoals stress en perfectionisme, maar ook angst en piekeren komen veel voor. Afhankelijk van de persoon stelt de organisatie online cursussen beschikbaar die hierbij kunnen helpen of wordt hij of zij doorverwezen naar de studentpsycholoog, studietrainer of een externe hulpinstantie De extra psychologen die voor de crisis al waren aangenomen, zijn niets te veel voor de aanvragen die in hoog tempo blijven komen. Volgens Roomer is de vraag naar mentale

hulp of andersoortige begeleiding nog verder toegenomen, waardoor Student Support die vraag niet altijd even goed aankan. ‘We doen daarbij ons best om de wachttijden enigszins acceptabel te houden, maar dat lukt lang niet altijd.’ Roomer vertelt dat studenten op een andere plek terechtkunnen voor hulp. Student Support hoopt middels doorverwijzen niet te verdrinken in grote aantallen aanmeldingen. ‘Ze kunnen ook hun studieadviseur benaderen of een afspraak maken bij hun huisarts’, stelt Roomer. De vicevoorzitter van de USR laat weten dat de RU sinds het begin van de crisis al van alles heeft opgezet om studenten en medewerkers te helpen. Er wordt bijvoorbeeld veel gemonitord via Radboudlife & Care, een universiteitsbreed platform waar men tips en


Achtergrond

DOES RADBOUD CARE? tekst Naomi Habashy illustratie Flórián Kiers

Studenten kampten al regelmatig met burn-outs, depressies of andere mentale uitdagingen. Nu komen daar de gevolgen van quarantaines en lockdowns bovenop. De roep om hulp is in een stroomversnelling terechtgekomen. Doet de Radboud Universiteit (RU) genoeg om de mentale gezondheid van haar studenten en medewerkers in deze tijd tegemoet te komen?

DE DWARSDOORSNEE In het normale leven is rechtenstudent Sjoerd Bakker vooral bezig met het schrijven en interpreteren van wetsartikelen en jurisprudentie. Buiten het recht om laat hij de strikte verwijzingen achterwege en komt de verbeeldingskracht tevoorschijn. In deze column beschrijft hij een gebeurtenis waarbij de lezer met selectieve context midden in het verhaal valt. 10:46

Ik word wakker. Het gevolg van een avond door- zakken: mijn lichaam voelt aan alsof ik een blok beton heb ingeslikt. Om me heen liggen ka- pot gedrukte blik ken halve liters op de vloer. Ik open mijn mobiel, YouTube staat nog open: ‘ASMR 200+ Trig gers to Help You Sleep’ Ik begin ernaar te luisteren en probeer mezelf bijeen te rapen

10:50 Waar ben ik? Ik lig in een bed dat ik niet herken. Ik ben bij iemand blijven slapen en herinner me Nijmegen in de sneeuw. Een nachtelijke fietstocht, witte herenhuizen en het gedempte licht van straatlantaarns. 10:52 We gingen La La Land bekijken in LUX en waren de enige bezoe kers. Daarna bij haar nog één drankje doen. Mijn katerige lichaam wijst erop dat dat niet helemaal gelukt is. Het zou een rustige avond worden omdat ik vandaag een tentamen heb. Oh god, ik heb vandaag een ten- tamen.

adviezen voor in deze tijd kan uitwisselen. Studenten hebben echter ook behoefte aan meer betrokkenheid vanuit de universiteit. ‘De RU kan veel actiever vragen hoe het met studenten gaat en hoe ze deze tijd ervaren’, zegt een student die mentale hulp heeft gehad. ‘Hierop zouden ze dan weer hun beleid kunnen aanpassen.’ Een ander stelt dat ook Student Support dit zou moeten doen bij studenten die gebruik hebben gemaakt van hun diensten. ‘Ze zouden moeten weten met wie het inmiddels beter gaat en met wie juist niet, zodat ze daar naar kunnen handelen.’ Verhuizing uit het verdomhoekje Met het oog op de hulp die nu wordt aangeboden, valt er dus nog veel te winnen. Spierings vermoedt daarbij dat het aantal studenten dat zich nu bij de faciliteiten van de RU meldt slechts het topje van de ijsberg is: ‘Sinds het uitbreken van de crisis is er slechts een lichte stijging van studenten die gebruikmaken van Student Support. Die stijging had naar onze verwachting veel groter moeten zijn gezien de situatie. Dat ligt waarschijnlijk aan het feit dat studenten de diensten niet goed weten te vinden.’ In het verleden heeft de universiteit weleens campagne gevoerd om de welzijnszorg bij studenten op de kaart te zetten, maar dat heeft volgens het USR-lid weinig opgeleverd. ‘We hebben toen via de grote schermen geprobeerd te communiceren naar studenten wat er allemaal is, maar daarmee bleken we

nog steeds niet veel mensen te hebben bereikt.’ Er liggen al mogelijke oplossingen klaar. Maaike Verhagen, universitair hoofddocent aan het Behavioural Science Institute, leidde in 2018 een Honoursproject waarin werd onderzocht hoe de universiteit de ondersteuning kon bieden die studenten nodig hebben. De oplossing lag met name in de zichtbaarheid van die ondersteuning. Onder andere op basis van de in 2017 gehouden enquête schreef zij samen met de honoursstudenten een rapport met als titel ‘Welzijn onder studenten: Radboud cares’. ‘Een van de adviezen uit dit project was dat het gebouw van Student Support op een centrale plek op de campus zou komen te staan, in plaats van aan de rand’, vertelt Verhagen. ‘Zo zou de universiteit ook een signaal van openheid uitzenden: mentale problematiek hoeft niet te worden weggestopt.’ Ook benadrukt de hoofddocent het belang van het gesprek over mentale gezondheid. Zo komt het uit de taboesfeer waardoor studenten die hulp nodig hebben, eerder de stap naar zorg durven te maken. De universiteit kan daarin het voortouw nemen. Verder noemt Spierings als suggestie dat medewerkers een grotere functie kunnen vervullen in het wegnemen van mentale klachten. ‘Docenten kunnen actief wijzen op de functie van de examencommissie of studieadviseur. Studenten zijn daar namelijk vaak niet goed van op de hoogte,’ De vicevoorzitter noemt als voorbeeld dat deze instanties

met een oplossing kunnen komen en de druk weg kunnen nemen wanneer studenten stress hebben om hun studie. Hulp voor de hulpdiensten Hoewel de RU haar best doet om ervoor te zorgen dat het goed gaat met studenten, mist nog wel het een en ander. Studenten moeten weten dat er überhaupt een organisatie is die bestaat om hen te helpen en moeten weten wat die dan specifiek doet. Dit vraagt om een campagne die zowel op sociale media als op de campus wordt uitgedragen en die niet eenmalig is, maar altijd in het zicht blijft. Tegelijkertijd zou de zorg moeten worden uitgebreid. Dat Student Support nu al zo druk wordt bezocht, laat namelijk niet alleen zien hoe het studenten vergaat. Het toont ook dat de organisatie de vraag niet aan zal kunnen zodra ze bij het grote publiek bekend raakt. Wie ook zichtbaar moeten worden, zijn studenten. De universiteit zou in een tijd als deze haar medewerkers, of deze nu lesgeven of werken bij Student Support, moeten stimuleren om studenten in het oog te houden. Ze zouden vaker persoonlijk moeten worden benaderd voor een gesprek of activiteit. Hier is creativiteit en inspanning bij geboden, omdat het buiten de collegetijden moet gebeuren en de coronamaatregelen in acht moeten worden genomen. Het zou het wel meer dan waard zijn en misschien zijn er dan ook minder psychologen nodig. ANS

10:58 First things first: opfrissen. Hardop vraag ik me af waar een handdoek ligt. Waar de fuck kan ik hier eigenlijk douchen? - ‘Derde deur links’ Een zachte, hese stem probeert me te helpen. Ik loop naar de douche. 11:22

De douche was verfrissend. Ik stap eruit en graai tevergeefs naar een handdoek. Met een natte onderbroek en nadruppelend van het water loop ik terug de kamer in.

11:27 Terwijl ik mijn gedachten wil rich ten op het tentamen, dwalen ze steeds af naar de film van gister avond. La La Land verheerlijkt de romantiek die aanwezig is in het najagen van een grootse droom. Ik besef dat de film aanspreekt op een diep verlangen dat ik heb: het koesteren van iets kost baars en standvastigs. 11: 29 Tot nu toe bezat ik alleen de droom om mijn tentamen te halen. Ik besluit om op zoek te gaan naar een droom die raakt aan de romantiek uit La La Land. tekst Sjoerd Bakker illustratie Inge Spoelstra

3


4

Achtergrond

DOOR DIK EN DUN tekst Julia Meilink illustratie Flรณriรกn Kiers

Op de basisschool wordt je al geleerd dat het belangrijk is om te eten volgens de schijf van vijf zodat je een gezond gewicht houdt. Anderzijds zijn er steeds meer plus size rolmodellen die stereotypering van dikke mensen aankaarten en pleiten voor fat acceptance en body positivity. Met het oog op zowel medische als sociale aspecten van dik zijn: hoe positief is het ontstaan van die beweging eigenlijk?


5

I

n de populaire televisieserie Friends komen geregeld flashbacks voorbij over Fat Monica, de jongere variant van een van de hoofdpersonages. Zij kan geen vriendje krijgen en heeft een rotleven vanwege haar gewicht. Later in de serie is ze een heleboel kilo’s lichter, komen er voldoende romantische partners voorbij en leidt ze een fabuleus leven. Ook in modernere series als New Girl en Insatiable komt het beeld van de onzekere en sukkelige dikzak voorbij. Net als in Hollywood, is dit ook in de echte wereld de manier waarop we naar dikke mensen kijken. ‘Dikke mensen worden in de westerse wereld gediscrimineerd’, vertelt Dide van Eck, promovendus bij Gender- en Diversiteitswetenschappen aan de Radboud Universiteit. Ze onderzocht hoe dikke mensen worden behandeld op de werkvloer en vertelt dat er veel stereotyperingen op hen liggen: ‘Ze krijgen beduidend minder snel een baan of promotie, worden bij de dokter niet serieus genomen en zouden niet voldoen aan schoonheidsnormen of aan wat een “professioneel” uiterlijk is.’ Onder andere deze vormen van discriminatie hebben ertoe geleid dat activisten de body positivity-beweging begonnen, die zichzelf positief noemt omdat zij dik zijn claimt als neutraal lichaamskenmerk. Een befaamd voorvechter van de beweging is zangeres Lizzo. Zij staat bijvoorbeeld zonder enige gêne poedeltjenaakt en in elegante houding op de albumhoes van haar plaat Cuz I love you uit 2019. Een vraag die daarbij kan worden gesteld, is of dit dikke mensen niet aanmoedigt om dik te blijven in plaats van er iets aan te doen. Hoe positief is het bestaan van de body positivity-beweging eigenlijk? Het gewicht van geschiedenis De normatieve kijk op dik zijn ontstond pas in de negentiende eeuw. Vanwege uitvindingen als de weegschaal en de calorie kwam er destijds een medisch onderbouwd beeld van wat een normaal gewicht was, vertelt Willemijn Ruberg, universitair hoofddocent Cul-

tuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Het beoordelingsproces van dikke mensen die niet aan de norm voldeden, intensiveerde toen er aan het begin van de twintigste eeuw steeds meer welvaart kwam. ‘De consumptiemaatschappij kwam op’, vertelt Ruberg. ‘Met de vergrote toegang tot eten werd er steeds meer verwacht dat mensen zelfdiscipline hadden en niet al te veel toegaven aan die vrijheden.’ Daarbij ontstonden destijds ook steeds meer associaties met dikke mensen die niet direct gerelateerd zijn aan gewicht. ‘Voor de opkomst van de moderne maatschappij rond 1900, beoordeelde je iemand op zijn innerlijke goedheid’, vertelt de historica. ‘Tegenwoordig kijken we daarnaast heel erg naar het uiterlijk van mensen.’ Ze legt uit hoe dit in zijn werk ging: ‘Van met name vrouwen, die net zoals mannen konden gaan werken, werd verwacht dat zij een slank lichaam hadden.’De reden daarvoor was tweeledig: ‘Enerzijds moesten ze laten zien dat hoewel ze nu ook werkten, ze nog altijd niet te veel losbandig omgingen met hun nieuw verwoven vrijheden in de consumptiemaatschappij. Anderzijds moesten ze er “professioneel” en “mooi” uitzien op de werkvloer. Een slank lichaam was daarbij de standaard en een dik lichaam onwenselijk.’ Heden ten dage worden er naast medische oordelen nog steeds allerlei subjectieve en esthetische stereotypen aan dik zijn gekoppeld. Die vooroordelen worden al van jongs af aan aangeleerd, vertelt Van Eck. Zij spreekt van een fat hating culture in de westerse wereld, waar de body positivty-beweging vanzelfsprekend van af wil. Waarom we dikke mensen zo haten? Ruberg haalt een theorie aan van de filosoof Suzan Bordo: ‘Zij stelt dat onze maatschappij tegenwoordig ontzettend straffe schoonheidsidealen heeft, waar we allemaal zoveel mogelijk aan proberen te voldoen door middel van diëten, sporten en andere vormen van zelfdiscipline.’ Bordo stelt dat we bij het zien van een dikke persoon het idee krijgen dat deze lak aan onze normen heeft. Dat maakt ons ontzettend boos, juist omdat wij zo erg ons best doen om daar wel aan te voldoen.

Gezond te dik? Deze ergernis uit zich vooral in het dikke mensen aanspreken op hun ongezonde gewicht. Moon Waldén doet als masterstudent aan de Universiteit Maastricht (UM) onderzoek naar Cognitieve en klinische neurowetenschap en keek onder andere naar het lichaamsbeeld van dikke mensen. Zij stelt dat omstanders zich onvoldoende verdiepen in wat dikke mensen eigenlijk allemaal kunnen met hun lichaam. ‘Ze kunnen net zo gemakkelijk sporten, een wandeling maken of seks hebben als dunne mensen’, stelt ze. Ook op social media proberen body positivity-influencers dit te laten zien door bijvoorbeeld filmpjes op te nemen waarin zij aan het sporten zijn. Waldén vervolgt: ‘In de onderzoekswereld is hier veel controverse over, maar mijn kijk hierop is dat je niet ongezond bent simpelweg omdat je dik bent.’

‘Je bent niet per se ongezond omdat je dik bent.’ Marleen van Baak, emeritus hoogleraar Gezondheidswetenschappen aan de UM, reageert daar op: ‘Natuurlijk kan iemand die te dik is nog gewoon sporten.’ Volgens haar is het vooral belangrijk om naar de gezondheidsrisico’s te kijken die dik zijn op de lange termijn veroorzaken: ‘Onderzoek wijst uit dat je een verhoogd risico loopt op - respectievelijk van kleiner naar grotere kans - diabetes, hart- en vaatziekten bepaalde vormen van kanker.’ Ze legt uit dat er wel degelijk een onderscheid kan worden gemaakt tussen dunne en dikke mensen: ‘Als je dik bent, kunnen je vetcellen energie niet meer opslaan omdat ze helemaal vol zitten. Het gevolg daarvan is dat het elders in het lichaam wordt opgeslagen, bijvoorbeeld in spieren of bij de lever. Daar hoort het echter niet en dat leidt tot die gezondheidsrisico’s.’ Van Baak noemt dat het van

belang is dat dikke mensen daarom blijven sporten: ‘Als obesen gezond eten en actief zijn, kunnen ze de gezondheidsrisico’s relatief verminderen.’ Eigen schuld, dikke bult Naast verhoogde risico’s op verschillende ziektes kampen dikke mensen vanwege de medische scrupules en esthetische oordelen ook nog eens met een gestigmatiseerd zelfbeeld. Ze doen hun best om dat beeld van henzelf voor zichzelf en voor anderen te veranderen. ‘De mensen die ik voor mijn onderzoek heb gesproken, gaan overcompenseren in hun werk vanwege het stigma dat op ze ligt’, vertelt diversiteitspromovenda Van Eck. ‘Ze checken meerdere keren of er fouten in rapporten staan, nemen werk over van collega’s en durven geen komma op de verkeerde plek te zetten.’ Ze vertelt dat dikke mensen ook vaak proberen om af te vallen, alleen maar om binnen de norm te passen: ‘Veel van mijn participanten zijn na het diëten echter alleen maar meer aangekomen’, stelt ze daarop. Gezondheidswetenschapper Van Baak legt uit dat het idee dat je wel even afvalt inderdaad onterecht is: ‘Als je gemotiveerd bent, lukt het om af te vallen. Het is echter ontzettend lastig om op gewicht te blijven wanneer je bent afgevallen. Waarom dat precies is, weten we niet.’ De angst blijft er, maar het afvallen lukt dus niet. Van Eck is van mening dat de continue druk om af te vallen geenszins gezond is: ‘Als dik persoon hoor je van jongs af aan dat je iets aan je gewicht moet doen en veel mensen zetten hun leven on hold totdat ze zijn afgevallen.’ Er wordt bijvoorbeeld op ze neergekeken als ze een stuk taart nemen bij een verjaardag en er wordt verwacht dat ze te allen tijde aan het diëten zijn. Dat is iets wat juist meer stress oplevert en een averechts effect heeft, vertelt Van Eck: ‘Ze krijgen dan een verstoorde relatie met hun lichaam en kunnen juist dikker worden.’ Dik zijn is volgens gezondheidswetenschapper Van Baak dus ongezond, maar het massaal afkeuren van dikke mensen is dat ook. ‘Je krijgt er sowieso meer ongelukkige mensen van en zeker geen dunnere mensen’,


6 concludeert Van Eck. Het brengt gezondheidswetenschappers als Van Baak in een lastig parket: ‘Waar ga je de nadruk op leggen? Op het geestelijk welbevinden van de persoon of op de lichamelijke gezondheid?’ Van Baak benadrukt individuele vrijheid: ‘Zodra dikke mensen de gezondheidsrisico’s kennen, kunnen ze voor zichzelf de keuze maken of ze willen afvallen of niet.’ Dik tevreden? Toch hebben huisartsen de neiging om dikke mensen weg te sturen wanneer zij daar met een heel andere reden aankloppen. ‘Ze moeten eerst maar afvallen’, vertelt Waldén. ‘Dit terwijl er ook een heel andere medische conditie aan een klacht ten grondslag kan gaan en afvallen het probleem helemaal niet kan oplossen.’ Dat kan tot gevolg hebben dat dikke mensen niet worden behandeld voor, in sommige gevallen, ernstige ziektes. Ook Van Eck benadrukt dat deze achterstelling niet door de beugel kan en dat zij het recht horen te hebben op een goede behandeling van dokters. Zowel Waldén als Van Eck noemen dat het tegengaan van stigmatiserende beelden een uitweg zou kunnen bieden tegen discriminatie van dikke mensen. Waldén kan op basis van haar onderzoek beamen hoe belangrijk het is dat er minder negatieve en dus positievere beelden

van dikke mensen gaan circuleren. Het blijkt namelijk dat proefpersonen mensen met een zwaar gewicht vaker als vriend en überhaupt als mens gaan zien als ze op een neutralere wijze worden afgebeeld. Beeldvorming zou niet alleen in de experimenten van Waldén moeten veranderen, maar ook in de bredere maatschappij, zo beargumenteert Van Eck. Volgens haar zou het goed zijn als dikke mensen niet langer als zoutzakken, met een hamburger of zittend op een bankje worden afgebeeld bij nieuwsartikelen. Zij kunnen ook in een flatteuze houding en als gelukkig persoon bij een stuk worden geplaatst. Dat is precies wat de body positivity-beweging ook ambieert te bereiken: dat er neutraal tegen dikke mensen aan wordt gekeken zodat zij beter in hun vel gaan zitten en niet langer zware lasten hoeven te dragen. Van Eck noemt dat het dus juist goed is om Lizzo in concert te zien, niet omdat het dik zijn stimuleert, maar omdat het laat zien dat dikke mensen ook het recht hebben om in een sexy outfit te shinen op televisie. Ze sluit af met een quote van vetwetenschapper Cat Pausé: ‘Fat activism isn’t about making people feel better about themselves, it’s about your civil rights and not dying because a doctor misdiagnoses you.’ ANS

ANS KIJKT

The Durrels, Steve Barron en Roger Goldby (****) Tekst Jip Meijers Het kijken naar de komische en hartverwarmende serie The Durrells is een uitstekende manier om een royale portie digitale vitamine D op te doen, nu de zon in deze druilerige lockdownperiode slechts een vage herinnering lijkt. In deze serie worden de avonturen van een Engelse familie in Griekenland gevolgd. Het is 1935 wanneer de Engelse Louisa Durrell na het overlijden van haar echtgenoot en de bijbehorende financiële problemen haar koffers pakt. Samen met haar vier kinderen vertrekt ze naar het Griekse eiland Korfoe. Ze spreken geen woord Grieks en hebben geen drachme op zak, maar met een gezonde dosis optimisme proberen ze er het beste van te maken. Hun nieuwe

huis is ronduit primitief en ook zijn niet alle eilandbewoners even enthousiast over deze nieuwe bewoners. Deze lichte xenofobie wordt nog eens versterkt door de vreemde trekjes van de familie. Zo schrijft de oudste zoon Larry erotische romans, houdt tweede zoon Leslie verontrustend veel van dingen neerschieten en eet Louisa gerechten met de twijfelachtige naam ‘spotted dick’. Gelukkig worden ze wel hartelijk verwelkomd door de charmante Spiros. Als een van de weinige Engelssprekenden op het eiland werpt hij zich op als persoonlijke taxichauffeur en klusjesman van de Durrells. Ook wetenschapper Theo ontvangt de familie met open armen. Net als de jongste zoon Gerry houdt hij enorm van dieren en samen onderzoeken ze ieder kevertje dat ze maar kunnen vinden. Ondanks dat de rol van Gerry in de serie bescheiden is, hebben we The

Radboudstudenten krijgen het moeilijker tekst Jochem Bodewes

De aanhoudende coronacrisis vergt op mentaal vlak veel van studenten aan de Radboud Universiteit (RU) en dat is problematisch. Dat blijkt uit een intern onderzoek naar de gevolgen van de crisis voor studenten en medewerkers. Volgens de betrokken onderzoekers is het belangrijk om met elkaar over de situatie te blijven spreken en ervaringen uit te wisselen.

U

it het onderzoek van november, dat na eerdere metingen van de gevolgen de vierde editie van het project was, blijkt dat studenten het langzaamaan steeds moeilijker krijgen. In september stelde bijvoorbeeld 59% van de ondervraagde studenten het onderwijs slechter te vinden. Dat is nu gestegen tot 66%. Ook zeggen meer studenten het moeilijk te vinden om gemotiveerd en geconcentreerd te blijven. Waar in september 70% van de studenten meer moeite had met motivatie, is dat nu 78%. Qua concentratie ervaarde in september 73% meer problemen, bij de laatste meting was dat 79%. Ook het welzijn nam iets af: van 3,9 op een zes-puntenschaal in september tot 3,7 nu. Deze verlaging komt vooral door de afname in sociaal welzijn – de andere twee

factoren, emotioneel en psychologisch welzijn, blijven relatief constant. Dit hangt volgens de onderzoekers samen met het isolement vanwege de verschillende coronagolven en de bijbehorende lockdowns. Langdurige situatie ‘Het zijn weliswaar geen schokkende verergeringen’, zegt Hans Schilderman, hoogleraar Empirische en praktische Religiewetenschap en onderzoeksleider. ‘Wat echter wel zo is, is dat we nu al heel lang in deze situatie zitten.’ Volgens Schilderman kan deze duur van het sociaal isolement, waar studenten nu bijna een jaar in zitten, wel schadelijke gevolgen hebben voor de gemoedstoestand van studenten. Uit het onderzoek blijkt dan ook dat 10% van de studenten zich voor corona-gerelateerde problemen beroept op de

hulp van de universiteit – studieadviseurs, Studentenkerk en studentenpsychologen.

78% van de studenten kampt met motivatieproblemen Bellen en briefschrijven Schilderman en José Sanders, als hoogleraar Communicatie betrokken bij het onderzoek, benadrukken dat het nodig is dat zowel studenten als docenten vaker naar elkaar omkijken en elkaar helpen. ‘Als een student bij een hulpverlener komt, is het al vrij laat’, aldus Schilderman. Uit het onder-

zoek blijkt dat de ervaren steun naarmate de crisis vordert namelijk afneemt: zowel bij de meting in september als in november ontving circa 30% van de studenten extra persoonlijke steun bij docenten en bijna de helft van de studenten bij medestudenten. In het begin van de crisis, bij de eerste meting in april, ontving nog bijna de helft steun van docenten en 60% van medestudenten. ‘Bel elkaar op, schrijf elkaar een brief’, stelt Schilderman. Ook Sanders benadrukt het belang van communicatie: ‘Deze crisis is een ervaring die iedereen deelt. Iedereen heeft echter zijn of haar eigen verhaal. We kunnen en zouden het er dan ook allemaal met elkaar over moeten hebben; dan kunnen mensen herkenning en steun vinden in elkaars verhalen.’ Een mogelijke manier die Sanders voor


Durrells aan hem te danken. Over de belevenissen van zijn familie op Korfoe schreef hij namelijk My Family and Other Animals: hierop is de serie losjes gebaseerd. Karikaturale karakters en kluchtige belevenissen In het boek heeft Gerry de karakters van zijn familie wat uitvergroot en overdreven. Daarom kan de familie Durrell soms wat karikaturaal overkomen. Zo is het personage van de oudste zoon Larry bijvoorbeeld een lichtelijk overdreven weergave van een miskend literair genie. Hij neemt zijn rol als schrijver zeer serieus en spendeert zijn dagen daarom voornamelijk door met een gekwelde blik achter zijn typemachine te zitten. Tussendoor doet Larry graag zelf inspiratie op voor de expliciete seksscènes waarmee hij zijn verhalen vult. Deze wat overdreven personages zouden irritant kunnen overkomen, maar dat is niet het geval. Ze passen goed bij de aard van de serie: The Durrells is nu eenmaal geen zwaar Bildungsdrama, maar het heeft een luchtige en komische toon. De licht karikaturale karakters dragen hieraan bij en zijn vermakelijk voor de kijker. Daarnaast staan de karakters niet stil. Er zit een duidelijke ontwikkeling in de Durrellkinderen, waardoor ze – door de seizoenen heen – niet alleen ouder, maar ook volwassener worden. Zoals dochter Margo zegt: ‘Ik vind het wel leuk als mensen me niet serieus

nemen. Maar als je ouder wordt, kan dat niet meer.’ Dit draagt eraan bij dat de personages toch menselijk blijven, maar het zorgt er vooral voor dat de kijker nieuwsgierig blijft naar hoe het verder gaat met de Durrells. Hetzelfde geldt voor de gebeurtenissen in de serie. Die zijn namelijk ook wat uitvergroot, waardoor de serie regelmatig aan een klucht doet denken. Een voorbeeld is de scène waarin Margo zonder enige ervaring een beautysalon begint. Op de vraag van haar klant hoe ze een permanentje zet, antwoordt ze zonder blikken of blozen: ‘Met chemicaliën en veel lef.’ Zo’n kapper hoopt niemand in het echt tegen te komen, maar in een serie is het erg vermakelijk. Omdat dit soort belevenissen van de Durrells niet te overdreven of vergezocht zijn, blijft de serie toch herkenbaar en leeft de kijker met hen mee. Een hartverwarmende serie The Durrells bestaat uit vier seizoenen en daar zal het ook bij blijven. Dat is een goede beslissing. Waar het nu leuk blijft om vier seizoenen lang te kijken naar de ontluikende liefde tussen Louisa en Spiros of de beesten die Gerry stiekem mee naar huis neemt, kan dit in potentie wel saai worden. Omdat de serie nu precies lang genoeg is, blijft het iedere aflevering weer de moeite waard om te kijken. Daarnaast eindigt de serie nu in 1939, het jaar waarin Europa op het randje van oorlog balanceert. Deze dreiging past niet

bij het zonnige en vrolijke karakter van The Durrells en het is daarom een verstandige beslissing om op dit punt te stoppen. De grootste kracht ontleent de serie aan de heerlijke Britse humor, die – in tegenstelling tot veel Britse komedie – aan de toegankelijke kant van het humorspectrum zit. Zoals al eerder benoemd, hebben de personages en gebeurtenissen soms een wat kluchtig en komisch karakter: voor de gemiddelde kijker zijn dit grapjes waarover niet al te diep nagedacht hoeft te worden. De komische aard komt echter niet alleen naar voren in personages en gebeurtenissen, maar ook in de leuke opmerkingen tussendoor. Wanneer Louisa bijvoorbeeld hoort dat haar zoon Leslie Spiros een Cockney-accent probeert bij te brengen, zegt ze: ‘Waarom leer je Spiros anders niet om zijn vrouw te verlaten?’ Als Gerry voor het eerst liefdesverdriet heeft, beschrijft Louisa hem ‘als een regenachtige dag in Portsmouth’. Dit soort opmerkingen maken de kijker regelmatig aan het lachen. Al met al is The Durrells een hartverwarmende serie, die dankzij een goede balans tussen komische gebeurtenissen, leuke opmerkingen en humoristische personages ieders lachspieren aan het werk zet. Gecombineerd met het duidelijke plezier van de acteurs en de prachtige beelden van het zonnige Korfoe laat iedere aflevering de kijker achter met een brede glimlach op het gezicht. ANS

‘We willen in workshops met studenten en medewerkers bespreken hoe ze de impact ervaren en wat ze hebben geleerd.’

zich ziet is een digitaal platform vanuit de universiteit, waar studenten hun ervaringen kunnen uitwisselen.

66% van de studenten vindt het onderwijs verslechterd Dat die er behoefte aan hebben hun ervaringen te delen, zien Schilderman en Sanders terug in de grote interesse voor deelname aan de vier enquêtes en de daarop volgende interviews met medewerkers en studenten, die deels nog moeten worden gehouden.

Vooral voor eerstejaarsstudenten is het delen van ervaringen lastig want zij hebben een minder groot netwerk waarin zij steun kunnen vinden. Interviews Door de interviews moet een beter beeld ontstaan waarom de ene student deze crisis beter doorkomt dan de andere. ‘Sommige studenten komen deze crisis relatief makkelijk door, andere studenten hebben er veel moeite mee. Door in gesprek te gaan en kwalitatief onderzoek te doen naar veranderingen in communicatie, welzijn en zingeving willen we de verschillen verklaren’, stelt Sanders. Hoewel de algemene metingen onder studenten en medewerkers nu zijn

afgerond, willen Schilderman en Sanders aan het einde van de coronacrisis nog wel de balans opmaken. ‘We willen dan in workshops met studenten en medewerkers bespreken hoe ze de impact ervaren en wat ze hebben geleerd’, vertelt Schilderman. Sanders stelt dat het nu namelijk nog onmogelijk is om te zeggen wat de gevolgen van deze tijd op lange termijn zullen zijn. ‘We weten niet of de uitkomsten die we nu zien, ook voor de toekomst gevolgen zullen hebben.’ ANS

7

IN TRANSITIE Voor je het weet, sta je met een diploma in je handen, begin je aan een grotemensenbaan en is je studententijd voorbij. Columnist en ex-student Aan-Age Dijkstra deelt hier zijn inzichten over zijn overgang van het vrije studentenleven naar een degelijk burgerbestaan. Afgelopen september zat ik, gehuld in een trainingsbroek en een net uit de wasmand geplukt T-shirt, aan de keukentafel in een videovergadering. Aan mijn voeten had ik sportsokken en badslippers. Tijdens een betoog van de manager, die een hoodie droeg, staarde ik enigszins verveeld naar buiten. Aan de andere kant van het raam fietsten twee jongemannen in pak voorbij. Beiden hadden ze hun haar in een keurige scheiding gekamd en droegen ze een stropdas met hetzelfde patroon. Het waren studenten, vermoedde ik, onderweg naar een constitutieborrel of dispuutsavond. Blijkbaar ging dat ook in coronatijd door. Het tafereel deed me terugdenken aan mijn eigen studententijd, toen ik er ook regelmatig zo bij liep. Om een of andere reden dacht ik toen dat de maatschappij van mij verwachtte dat ik bij formele gelegenheden in pak gekleed ging. Zo herinner ik me de talloze keren dat ik jasje-dasje op een plakkerige cafévloer stond te zuipen tijdens een constitutieborrel, hoe ik als eerstejaars in een pak nerveus mijn entree maakte op een symposium van de studievereniging en hoe ik op studiereis in Moskou onberispelijk in pak gekleed van mijn koffie zat te nippen tijdens een werkbezoek aan de Nederlandse ambassade. Bovendien, zo dacht ik toen, was het een goede oefening voor later omdat ik tijdens het werkende leven ook regelmatig een pak zou moeten dragen. Op een gegeven moment had ik zelfs speciaal voor dit soort gelegenheden een nieuw pak aangeschaft. Het had me een paar honderd euro gekost – toentertijd de prijs van tweehonderd koffie in de UB – maar was het geld waard. Ik zou daarin serieuzer worden genomen dan in een te wijd confectiepak. Bovendien was het een investering in de toekomst: als ik na mijn studie aan het werk zou gaan, had ik alvast een geschikt pak dat ik kon dragen. Toch voelde ik, ondanks dat ik als student regelmatig een pak droeg, me er verre van prettig in. De pantalon was altijd te koud, het colbert te warm en de stropdas knelde mijn luchtwegen af. Bovenal begreep ik niet waarom je in een veredelde pyjamabroek en een jasje met schoudervulling serieuzer zou worden genomen dan wanneer je kleren draagt waarin je je comfortabel voelt. Je gaat er immers niet beter je werk van doen. De gedachte om in de toekomst dagelijks een oncomfortabel en onzinnig pak te moeten dragen, benauwde me dan ook, de vele oefeningen tijdens mijn studentenleven ten spijt. Terwijl ik vanaf mijn thuiswerkplek een poging deed om te luisteren naar wat er in de videovergadering werd besproken, realiseerde ik me dat de angst om een pak te moeten dragen op werk ongegrond was. Voordat het coronavirus tot verplicht thuiswerken dwong, flaneerde ik in mijn spijkerbroek door de kantoortuin. Het liet mijn baas en collega’s koud of ik in een Hugo Boss-pak of een Zeeman-shirt kwam aanzetten: het ging ze vooral om hoe ik mijn werk deed. Misschien kwam het omdat mijn werkgever hierin vrijer was dan andere, maar misschien beseffen werkgevers simpelweg ook dat hun personeel zich prettiger voelt bij een vrije kledingkeus. In mijn trainingsbroek deed ik mijn werk er in ieder geval niet minder door en zat zelfs lekkerder aan mijn bureau. Ik vroeg me af of de studenten die zonet langsfietsten zich met plezier in hun pak hadden gehesen. Of zaten ze met een ongemakkelijk gevoel op de fiets en maakten ze zichzelf wijs dat het een oefening voor later is? Mijn pak hing in ieder geval al twee jaar onaangeroerd in de kast. Waarvan ik als student dacht dat het mijn werkoutfit zou zijn, bleek in werkelijkheid vooral symbool te staan voor een zelfgecreëerde mythe waarin ik en vele andere studenten geloofden.

tekst Aan-Age Dijkstra illustratie Inge Spoelstra


CRYPTO

1

2

3

TRADITIES . ZE WORDEN OVERAL EN NERGENS AFGEBROKEN EN DAAR IS NIETS MIS MEE. MAAR ÉÉN TRADITIE ZETTEN WE VOORT: VOOR HET EERSTE CRYPTOGRAM VAN HET JAAR BLIKKEN WE TERUG OP ALLES WAT HET VOORAFGAANDE JAAR ONS HEEFT GEBRACHT (OF IS ONTNOMEN). NOU JA, BIJNA ALLES. WE HEBBEN NAMELIJK GEPROBEERD OM DE ZAKEN RONDOM HET C-WOORD TE NEGEREN. DUS, PUZZEL EROP LOS IN DEZE CORONAVRIJE EDITIE! LET OP: DE ‘IJ’ TELT ALS TWEE LETTERS.

4 5

6

7

8 9 10 11

12

13

14

De oplossingen van het cryptogram in de tweede ANS vind je op ans-online.nl.

15

16

Heb jij schijt aan de fatshaminghaters en ben je niet bang voor een traditioneel koekje uit een onbekend land? Aan de winnaar van deze cryptogram (Nieuwsbrief 3) geven wij traditionele koekjes weg uit een land dat in het wereldnieuws was. Kans maken? Stuur dan voor 19 februari de oplossing naar redactie@ans-online.nl.

17

HORIZONTAAL: 4. NAALDBOOM VALT NIET ALLEEN OP HET EIGEN GESLACHT (5) 6. JE ZIET HET NIET MEER DOOR DE VUURBOMEN, DIE ER DAN PLOTS NIET MEER ZIJN (10) 7. EEN WISSELING VAN DE WACHT VOOR JE MAALTANDEN? (12) 9. ORGANISCHE GIFTREGELS (8) 10. MATTHIJS VAN DE BUIS, MAAR DAAR TREKT DE AARDE ZICH NIETS VAN AAN (4) 11. OVERSPEL BIJ DE BELASTINGDIENST (16) 13. MET HARDE BLAUWE HAND UITGEVOERD (13) 14. GEBONDEN HAARTJES OP EEN WEG VAN ZAADPLANTEN (4,9) 16. TREK DE SCHEIKUNDE MAAR AF VAN DE STAD (5) 17. EEN HONDERDSTE POND VERBINDT ONS (3,1) VERTICAAL: 1. ALS AFSLUITER VAN HET JAAR, VERVOLGENS NEW YORK ZONDER ALOË (5,4) 2. JE AUTO-ACCU ANNO 2020 HEEFT EEN VERWARREND GEKKE STERKTE (12) 3. N.E.C’ER VAN EIJDEN SAMEN MET PRESENTATOR JOS OP DE PAAL (11) 4. NAAST DE DOOR DE EXPLOSIE VRIJGEKOMEN KOOLSTOF (7) 5. TOT EEN UUR OF 7 LOOPT JE AUTORIT HIERIN (7) 7. ROCKEN AMERIKAANS BESTELBUSJE OPPIKKEN (3,5) 8. ‘IS DE UNIVERSITAIR DOCENT DAAR DADELIJK?’, VROEG DE GALLIËR ZICH AF (6) 12. ALS JE MENEER DE UIL VOLGT OP SOCIALE MEDIA EN IN NIJMEEGS CAFÉ (13) 15. DE TIJD LOOPT VOOR PLAYBACKERS (6)

DE GRAADMETER

In De Graadmeter zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: Tuinieren zonder tuin tekst en foto’s Elze Bekkers en Cameron-May Bosch illustraties Joost Dekkers

Wat: Jungle aanplanten Moeite: Voortplanting Resultaat: Betachterkleinkinderen Je kamer ziet er wat bleekjes uit, dus je besluit hem op te fleuren. Bij het tuincentrum pluk je daarom een paar graslelies uit de schappen. Ze groeien meteen ontzettend hard en de lelies blijken zin te hebben om zich voort te planten. Je studentenkamer heeft een hoop onenightstands gezien, maar dit is een record. Ondertussen hebben je groene vingers je dan ook al 92 graslelies opgeleverd en al snel verandert de kamer in een urban jungle waar zelfs Tarzan u tegen zegt. Zonder machette kom je er misschien niet meer doorheen, maar deze inspanning benauwt je niet: de lucht in je kamer is nog nooit zo zuiver geweest. Jij kunt wel wennen aan je nieuwe cottagecore aesthetic.

Wat: Hark in het park Moeite: De weg vragen Resultaat: Insta-fotosynthese

Wat: Ongevraagde onkruidinterventie Moeite: Stiekem schoffelen Resultaat: Run, gardener, run

In de coronatijd heb je al honderdmaal schoon schip gemaakt in je studentenkamer, maar je opruimdrift heeft ondertussen ook de buitenwereld bereikt. Je besluit bladeren te harken op een plek waar meer verslaafden zich verzamelen: Het Kronenburgerpark. Daar loop je wel risico om gekke dingen zoals condooms of naalden tegen te komen tussen de blaadjes. Het herfstgevoel wordt hierdoor echter niet bedorven. Enthousiast begin je een eind weg te harken, maar al gauw zie je door de bladeren het park niet meer. Toch vind je het niet al te erg want iedereen is hier de weg kwijt. Snel maak je een foto voor sympathiepunten op je ‘nature nerd’-instagroep. Je besluit die wereld uit te gaan.

Toen je nog thuis woonde was het iedere zaterdag tuinwerkdag. Die traditie mis je wel een beetje nu je op kamers woont. Hoewel je buurman wel een tuin heeft, blijkt hij die traditie duidelijk niet te kennen. Je besluit er gelijk werk van te maken, kijkt nog even rond en klimt snel over het poortje. Toestemming vragen is voor jou maar een bijzaak waardoor het tuinieren meteen kan beginnen. Je werkt hard door, want iedereen weet: onkruid vergaat niet zomaar. Je begint je net te aarden wanneer je wordt betrapt door de buurman. Het lukt je niet om hem om de tuin te leiden en je zet het op een lopen voordat hij het gras voor je voeten kan wegmaaien. ANS

Wil jij meer lezen over creatieve manieren om te tuinieren zonder tuin? Lees over alle vijf pogingen op ans-online.nl!

35e jaargang Hoofdredactie Jochem Bodewes en Julia Meilink Redactie Sofie Bongers en Naomi Habashy Medewerkers Elze Bekkers, Cameron-May Bosch en Jip Meijers Illustraties Joost Dekkers, Flórián Kiers en Inge Spoelstra Foto’s Elze Bekkers en Cameron-May Bosch Columnisten Sjoerd Bakker en Aan-Age Dijkstra Eindredactie Niek van Ansem, Sjoerd Bakker, Elze Bekkers, Jackie de Bree, Sanne Breedveld, Simone Bregonje, Delphine Broasca, Mara Burgstede, Pim Dankloff, Aan-Age Dijkstra, Annika Eskes, Noah Kleijne, Thomas Langevoort, Julia Mars, Myrte Nowee, Bavo Oost, Gian Oerlemans, Rick Sinnige, Inge Spoelstra, Celis Tittse, Floor Toebes, Vincent Veerbeek, Romi Vos en Irene Wilde Crypto Jelle Siemes en Pelle Hoek Lay-out Julia Meilink Logodesign voorpagina Noah Kleijne Dagelijks bestuur Shiba Shohra Fahim (penningmeester), Seber Faraj (secretaris) en Sumaya Jimale (voorzitter) Druk Flevodruk Harlingen BV Uitgave, abonnementen en advertentie-acquisitie Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel: 06-36458763 Mail: redactie@ans-online.nl Digitale nieuwsbrief ontvangen? Ga naar ans-online.nl en klik rechts in het menu op ANS-nieuwsbrief om de krant in je e-mail te ontvangen.

ANS ZOEKT MEDEWERKERS! Vind jij het leuk om te schrijven, illustreren, vertalen of fotograferen? Stuur dan een mail naar redactie@ans-online.nl.


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.