Introans2015

Page 1

ANS GENIET Algemeen Nijmeegs Studentenblad / jaargang 30, nummer 1

“Ik bied iedere student die Nijmegen denkt te kennen een rondleiding aan door de stad.”

Burgemeester Hubert Bruls • Nijmegen in acht wijken • Het verhaal van ANS • Cabaretier Pieter Derks


Vooraf Tekst: Redactie P. 2

commentaar De studententijd is de gelukkigste tijd van je leven, zo luidt het cliché: Je ouders hebben niks meer over je te zeggen. Onbeschaamd, onbezorgd en onbezonnen deel je met talloze vrienden in kleine studentenkamertjes grote hoeveelheden drank, drugs, liefde, lust en onzinnige gesprekken. Oudere familieleden vertrouwen je dan ook toe: ‘Geniet van het studentenleven, zolang het kan!’ Zolang het kan. Je moet het maximale uit deze hedonistische tijd halen, anders krijg je daar later spijt van. Je staat nu op eigen benen. Van alle kanten worden mogelijkheden aangeboden om maximaal te genieten en ‘jouw’ geluk te vinden. Welke middelen ga je gebruiken om dit te bereiken? De gezelligste studentenverenigingen, de spannendste feesten, de meest exotische reizen en de lekkerste gerechten beloven je allemaal een fix van genot, de universele drug van het leven. Als je de verhalen van vrienden, de Facebook tijdlijn en filmclichés moet geloven, ligt het genot en het geluk binnen handbereik. De Radboud Universiteit heeft er tegenwoordig zelfs een aparte week voor. Wie is de schuldige als je dan nog niet gelukkig bent? Tentamens daargelaten, is genieten het grootste gebod van de studententijd. Het genot is het geloof en de geboden zijn: doen wat je wil. De straf is de teleurstelling. Maar wat wil je nu eigenlijk? Kun je wel willen wat je zelf wil? Je geniet in ieder geval niet als het een verplichting is, opgelegd door anderen. Laat de grote schreeuwerige gebaren van anderen dus achter je en bepaal het zelf, in kleine stapjes. We eindigen daarom ook met een cliché: geniet van de kleine dingen in het leven. Van lokale Nijmeegse specialiteiten, van een flauwe grap of simpelweg van een waterijsje.

ans

Online Aangenaam Even voorstellen. ANS-Online, aangenaam. ANSOnline is ook dit jaar de bron van elke student voor het belangrijke studentennieuws. Welke onderwijsplannen heeft Bussemaker voor ons in petto? Wat voor rare fratsen zullen het College van Bestuur en de USR uithalen? Wat is er in Nijmegen te beleven? Voor het nieuws dat voor jou belangrijk is, interviews en de nodige ongein, staat ANS-Online heel het jaar tot je dienst. Onze website heeft een volledige make-over ondergaan. Naast een compleet nieuwe, frisse en overzichtelijke lay-out is de site nu ook gemakkelijk te bezoeken via je mobiel of tablet. Like ons op Facebook om niets te missen. Oma’s en muzikanten Natuurlijk ken je ANS al van vaste rubrieken als ANS luistert, Gaatjesvullers en ANS bezocht. Dit jaar hebben we een hoop nieuwe dingen op het programma staan. Oma’s geven studenten raad, onbekende Nijmeegse muzikanten en filmmakers laten hun kunsten zien en elke maand wordt een actueel probleem diepgravend onderzocht. De historische achtergrond van bekende Nijmeegse gebouwen, de oorsprong van studentikoze woorden, filosofische weerspiegelingen op studentenproblemen en beschouwingen over kunstwerken en tentoonstellingen in Nijmegen; het komt allemaal aan bod. Intro-ssant en ANS-thousiast Als je tijd vindt tussen het bivakkeren in de Molenstraat en het ontdekken van de campus, moet je eens op ANS-Online kijken. De site geeft overzicht van de leukste introactiviteiten en -nieuwtjes. Wat is immers een betere manier om kennis te maken met de RU en Nijmegen dan door middel van het aloude, alomtegenwoordige ANS? Bovendien is het dan weer tijd voor onze vaste introrubrieken, waarin we bijvoorbeeld introvoer en slaapplekken testen. ANS

Maar laat je door ons vooral niet de les lezen, De hoofdredactie

Op de hoogte blijven van al het studentennieuws? Check dan www.ans-online.nl, volg ons op Twitter (twitter.com/ANS_Online) of like de ANS-pagina op Facebook (facebook.com/ANSnijmegen).


deze ANS

Tekst: Redactie Deze ANS P. 3

08 Nijmegen in acht wijken In Nijmegen is elke wijk anders. Sommige zijn ideaal voor studenten, andere kun je beter ontwijken. ANS dook de acht meest kenmerkende wijken in en sprak buurtbewoners. ‘Het is jammer dat er in een half jaar twee fietsen van me zijn gejat.’

08

13 ‘Ik ben de ideale schoonzoon’ De in Nijmegen woonachtige cabaretier Pieter Derks houdt het nieuws nauwlettend in de gaten en neemt in zijn shows de actualiteit op de hak. ‘Meestal vergroot ik de realiteit een beetje en maak die absurder, zonder te absurdistisch te worden.’

18 Het verhaal van ANS

13

ANS bestaat dit jaar dertig jaar. In een doorloopverhaal vertelt telkens een andere schrijver op geheel eigen wijze de veelzijdige geschiedenis van ANS. Deze keer: hoe het allemaal begon. ‘Het begon op een gang. Het is een gang met tl-licht, er klinken echo’s en het is er kaal.’

22 Burgervader Bruls Hubert Bruls is al drie jaar burgemeester van Nijmegen en kent de stad als geen ander. Volgens hem is de burgemeester de verbindende factor tussen de mensen. ‘De rol van burgervader is minstens zo belangrijk als besluiten nemen.’

18

22

04

Het app-appeal

05

Kroegtheoloog

07

Het Laatste Oordeel

16

Middenpagina

21

De Graadmeter

25

De Marsman

26

ANS geeft raad

28

Stamgasten

30

Colofon

31

Deze ANS niet / Kamertje verhuren

32 Gevonden Voorwerp


Het app-appeal Tekst: Bas van Woerkum / Illustratie: Carmen Groenefelt P. 4

HET APP-APPEAL

Geen gehannes meer met het opzoeken van informatie via verschillende onoverzichtelijke websites, maar alles vinden in een overzichtelijke app. De Radboud Universiteit kan met minimale moeite en kosten het studentenleven een stuk makkelijker maken. Waar blijft de RU-app?

De website van de Radboud Universiteit (RU) is onoverzichtelijk en bevat een enorme hoeveelheid informatie waarvan een groot deel irrelevant en moeilijk te vinden is. Zelfs nadat de site vorig jaar op de schop werd genomen, is de juiste pagina vinden een tijdrovende en frustrerende bezigheid. Studenten gebruiken daarnaast geen computer meer om snel iets op te zoeken, daarvoor hebben ze een smartphone. Uit cijfers van het CBS uit 2014 blijkt dat ruim 90 procent van de 18tot 25-jarigen onderweg op het web surft, in plaats van thuis. Uit een onderzoek van SURFnet uit 2013 blijkt dat 54 procent van de Nederlandse WO-studenten minimaal één studiegerelateerde app heeft gedownload. Blackboard is daarbij de belangrijkste. De RU speelt hier echter niet op in: op een smartphone is de RUsite zowaar nog onhandiger dan op een vaste computer. Deze problemen kunnen makkelijk worden opgelost door een RU-app te maken. Alle functies overzichtelijk in een enkel menu en bereikbaar met een klik. De kosten van zo’n applicatie zijn een schijntje als je kijkt naar hoeveel je er voor terugkrijgt. De RU-app kan ervoor zorgen dat essentiële informatie snel toegankelijk is. Zes universiteiten in Nederland zagen al in wat een app kan toevoegen, waarom blijft de RU achter? Het gebrek van de portal Het belangrijkste voordeel van een app is natuurlijk dat alle essentiële diensten – het rooster, Blackboard en Osiris – in een centraal menu te vinden zijn. Volgens Caspar Safarlou, fractievoorzitter van de studentenpartij De Vrije Student en Funs Elbersen, fractievoorzitter van de studentenpartij AKKUraatd, bestaat daar de webportal al voor. ‘Door te investeren in het mobiel toegankelijk maken van diensten als Osiris en Blackboard, bereik je voor minder geld hetzelfde’, licht Elbersen toe. De directeur van het ICT-servicecentrum, Richard Rhemrev, deelt deze mening. Hij kondigde aan dat de portal op 10 juli ‘responsive’ zou worden, wat inhoudt dat de portal zich aanpast aan de gebruikte mobiele apparatuur. Tijdens de vorige USR-verkiezingen bouwde studentenpartij asap voor 150 euro de asapp, om te laten zien dat de RU wel een app nodig heeft. ‘Wij hebben tijdens de campagne veel mensen gesproken en daaruit blijkt dat studenten een app willen’, vertelt Twan van Erp, fractievoorzitter van asap. Een mobiele portal schiet in elk geval tekort. Ten eerste biedt een app een snellere ervaring voor de ‘portal-diensten’, omdat je niet telkens het internet hoeft op te starten, het webadres in te typen en je gebruikersnaam en wachtwoord in te vullen op het kleine schermpje van je telefoon. Even snel je rooster of mail checken is er nu niet bij. Daar komt nog bij dat een app sowieso

vele malen sneller werkt, omdat alle grafische elementen al zijn gedownload. Veel functies van een app, zoals het rooster, kunnen bovendien offline worden gebruikt, waardoor je niet afhankelijk bent van de Wi-Fi-verbinding op de campus of een traag mobiel netwerk. De informatie en diensten die studenten en medewerkers nu al gebruiken, worden door een app dus sneller, overzichtelijker en eenvoudiger bereikbaar. Alle diensten binnen handbereik Een app kan naast de toegankelijkheid van de portaldiensten nog meer functies bieden. Denk aan een map van de campus, beschikbare computerwerkplekken, evaluaties van cursussen, de bibliotheekcatalogus en roosterwijzigingen. Deze informatie is op dit moment vreselijk moeilijk te vinden op een smartphone. Alle belangrijke informatie zou makkelijk bereikbaar moeten zijn in een centraal menu en niet onoverzichtelijk verspreid over tientallen webpagina’s. Bij een app kun je simpelweg in één menu alles zien en aanklikken wat je nodig hebt. Dit is veel overzichtelijker en makkelijker voor onderweg. Meer functies zouden snel zijn te raadplegen op een app. Twijfel je over wat je gaat eten? Dan zou je het reftermenu op de app kunnen bekijken. Als je wilt gaan sporten, kun je gebruikmaken van het sportschema van het Radboud Sport Centrum. Als je ’s middags of ’s avonds nog niets te doen hebt, kun je het overzicht van Radboud Reflects activiteiten bekijken. Dit kan bovendien bijdragen aan meer leven op de campus dat de RU graag zo graag wil zien. Een app is een manier om de studenten meer bij de universiteit te betrekken.


Column Joanne Vrijhof P. 5

Natuurlijk heeft een mobiele site ook voordelen, wat de reden kan zijn dat een app uitblijft: je hoeft niet voor Android, Apple en overige operating systems een aparte toepassing te bouwen. Ook wat betreft onderhoud hoef je dus slechts één site bij te houden. Hoewel de kosten hierdoor lager zijn, is een mobiele site slechts half werk omdat het de overzichtelijkheid mist die een app nuttig maakt. Naast bovenstaande functies, biedt een app ook veel uitgebreidere functionaliteiten doordat deze een op zichzelf staand systeem is en daardoor niet afhankelijk is van de functies van het internet. Bij een plotselinge roosterwijziging krijg je een notificatie. Als er over een uur een activiteit op de campus begint, kun je daar bericht van krijgen. Door middel van pushberichten – een kort bericht dat op het scherm van de smartphone verschijnt – kan de universiteit de studenten ook op de hoogte houden van belangrijk nieuws en mededelingen. De communicatie tussen de universiteit en de studenten wordt op die manier veel beter. Ook de GPS-functie van telefoons zou kunnen worden gebruikt voor bijvoorbeeld een campusmap. Makkelijk en goedkoop Tegen het bouwen van een app worden vaak de kosten als argument aangevoerd. Zo vertelt Safarlou dat zijn partij sceptisch is ten opzichte van een app vanwege de opstartkosten: ‘Als wij moeten kiezen tussen een app en kwalitatief goed onderwijs, gaan wij voor het onderwijs.’ Dit klinkt aannemelijk, maar in vergelijking met de miljoenen euro’s die RU binnenkrijgt aan collegegeld is het bedrag miniem. Op de Universiteit Leiden (UL) zijn ze voor jaarlijks 50 duizend euro klaar, vertelt Eric van Hooff, medewerker Functioneel Beheer aan de UL. ‘Wij maken gebruik van een ‘kant-en-klare paraplu-app’ van de firma Blackboard, ‘In de app kun je alles wat je wilt onderbrengen en zelf de indeling maken. De firma zorgt daarnaast voor de technische support, waardoor er geen extra tijd of geld gemoeid is met onderhoud. De Universiteit van Tilburg (UvT) zette twee jaar geleden ook een app op, nadat daar vraag naar was vanuit de studentenoverlegorganen. Corno Vromans, IT-manager van de UvT, legt uit hoe zij dit hebben gedaan: ‘Wij integreren geen volledige systemen in de app, maar halen informatie uit een soort verzamelbak van data. Die data gebruiken we voor diverse toepassingen.’ Door deze methode hoef je geen extra geld te betalen voor licenties van de geïntegreerde systemen. ‘De initiële kosten waren ongeveer 60 duizend euro. Het onderhoud is afhankelijk van de wijzigingen die je wilt doen aan de app, maar beslaat gemiddeld een of twee dagen per week.’ Zo moeilijk en duur hoeft het dus niet te zijn. De RU zou deze genoemde applicaties als voorbeeld of uitgangspunt kunnen nemen. Belangrijke informatie voor studenten, zoals roosterwijzigingen, e-mail, cijfers en overige functies wordt met een app toegankelijk en overzichtelijk gemaakt. Deze kan studenten sneller en beter de hoogte stellen van activiteiten en faciliteiten op de RU. Studenten en medewerkers maken de hele dag gebruik van allerlei diensten van de RU en met een app kunnen zij deze veel makkelijker raadplegen. De kosten zijn absoluut verwaarloosbaar als je kijkt naar wat de app op lange termijn oplevert. ANS

KROEGTHEOLOOG ‘Als je alleen maar de regels volgt en niet geniet, doe je het geschenk van het leven geen eer aan.’ Theologiestudent Joanne denkt na over de balans tussen geloven en plezier maken en beschrijft het studentenleven met een zakbijbel in haar hand. Het enige meisje met een kort rokje, de enige roker, de enige met een tattoo en bovendien een gescheiden vrouw. Tijdens mijn introductieweek aan de Vrije Universiteit voelde ik me er totaal buiten vallen. Allemaal beschaafde, nette mensen – voornamelijk mannen met baarden en geruite overhemden – die een vlekkeloze levenswandel leken te hebben. Op dag twee deelde ik dit met een medestudent, die aangaf dat hij me er niet op aankeek. ‘Dat heeft te maken met de vergeving van je zonden, maar daar hebben we het nog wel over.’ Ik was diep geschokt. Hoe durfde deze smurf van achttien mij te vertellen dat ik zonden had begaan? Wat wist hij nou van het leven? Ik had mijn oordeel al klaar: deze baard met zijn ‘roeping’ mocht ik niet. Een jaar ging voorbij en ik besloot in Nijmegen mijn studie te vervolgen. Juist bovenstaande baard vond dat jammer, omdat we volgens hem vanaf het begin al een klik hadden. Pas toen drong het tot me door: hij probeerde me tijdens de introductieweek niet te vertellen dat ik zondig was, maar juist dat zonden je altijd vergeven worden. Hij wees me niet terecht, maar stelde me gerust. Heel lang associeerde ik ‘de zondige mens’ met het pessimistische idee dat de mens ten diepste slecht is. Wat je ook doet, het is niet goed genoeg. Je blijft slecht. Dus moet je branden in de hel, niets aan te doen. Leef je echter je leven als een heilige, dan maak je een mini-kansje om vergeven te worden en toch naar de hemel te mogen. Een leven als een heilige is dan als een extreem dieet: nooit wat lekkers, nooit een misstap en het liefst sterven aan deze ongein, anders is het te makkelijk. Klinkt als een dreigement en daar hou ik niet van. Maar blijkbaar bedoelen de meeste christenen dit helemaal niet. ‘Ik ben zondig’ is eerder iets als ‘Ik ben ook maar een mens’. Daarbij geldt ook nog de geruststelling dat het vergeven wordt. Je bent niet perfect, maar dat is ook niet erg. Vergelijk het met de manier waarop we iets ‘zonde’ van onze tijd vinden. Hierbij hebben we doorgaans ook geen associaties met hel en verdoemenis. We bedoelen: ‘beter niet’, of ‘liever anders’. Zo kan ik me ook betere dingen bedenken dan je een jaar lang opvreten over meningen van geruite overhemden. Gelukkig wordt me dat vergeven.


Adverteren? Kijk op ANS-Online.nl P. 6

ansjes Een Ansje mag maximaal 35 woorden bevatten en kost 5 euro voor studenten en 10 euro voor externen. De waarde van de aangeboden goederen mag de 900 euro niet te boven gaan. Mail naar: stichtingmultimedia@gmail.com Gitaarles. Ook vooropleiding conservatorium. 1e graads gitaardocent. Studenten 50% korting. 06 2919 7554


Tekst en foto: Marit Willemsen Laatstemet Oordeel Leef, woon, werk, feest... ANS P.P.77

het laatste oordeel Duffe opsommingen of ultiem entertainment? ANS verschanst zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU. Studie: Communicatiewetenschap

Eindcijfer:

College: Theorieën over de effecten van media, 3 juni, 12.45-15.30, TvA 2.00.13 Docent: Dr. J. Bosman Uitstraling: Toe aan vakantie Publiek: Praat liever buiten Inhoud: Moeilijk te verstaan

De airconditioning staat op deze zomerse dag gelukkig op tien, want wanneer Jan Bosman binnen komt, blijkt al snel dat het college van vandaag wel eens lang kan gaan duren. ‘Heeft iemand enig idee hoe het scherm aan moet?’, vraagt de docent zachtjes. Nadat een student medelijden krijgt en helpt, kan Bosman van wal steken over het onderwerp van vandaag: merkentrouw. De voornamelijk vrouwelijke communicatiewetenschappers in spé blijven hun vak echter stug uitoefenen en praten gewoon door, totdat een geïrriteerde sisser uit het publiek de rest enigszins stil weet te krijgen. Pas na een tijdje kondigt Bosman de structuur van het college aan: ‘Straks gaan we het over effecten van reclame hebben, maar nu over mythes in de marketing’. De communicatiewetenschapper geeft een heldere uitleg, maar blijft soms te lang bij een onderwerp hangen. Geagiteerd ijsbeert hij door de ruimte en af en toe staat hij stil bij kleine dingen als een bosje sleutels op zijn bureau, wat afleidend werkt. Vlak voor de pauze legt Bosman het principe van duplicatiepatronen uit, een rekensom waarmee je kunt voorspellen hoeveel aanhangers van een bepaald merk ook wel eens een ander merk inslaan. Rekenen past duidelijk niet in het straatje van de communicatiestudenten en de paniek slaat toe – ‘ik snap er geen kut van’ – waarna de docent wordt bestookt met vragen. Na een kwartiertje pauze beantwoordt Bosman keurig alle vraagstukken. ‘Het is ingewikkeld geloof ik? Eigenlijk is het niet zo moeilijk hoor’, moedigt de communicatiewetenschapper de toehoorders aan. De groep bakvissen ziet helaas weer aanleiding om opnieuw te beginnen over de laatste roddels en zelfs de sisser kan hier niet tegenop, waardoor Bosmans verklaringen geen groot gehoor vinden. Dit kan echter ook

te wijten zijn aan de timide toon van de docent. ‘Denk er nog maar eens goed over na thuis. Even kijken waar ik gebleven ben’, vervolgt hij. Bosman rommelt wat verward door zijn papieren, waarna hij verder wel soepel uitweidt over de effecten van reclame. Hij betrekt de stof op zichzelf als hij doorgaat over het model van attitude en gedragsverandering, maar levendig wordt het er niet van: ‘Ik gebruik meestal een paar weken achter elkaar hetzelfde broodbeleg, dan ben ik het weer zat en wil ik wat anders. Een reclame op tv kan mij herinneren aan het bestaan van pindakaas, zodat ik dat ga kopen.’ Ondanks het feit dat de docent er een tweede pauze ingooit, lijkt de aandachtsspanne van de studenten nauwelijks te verbeteren. Als Bosman zijn laatste blaadje neerlegt, kan iedereen de zon in om te studeren voor het aankomende tentamen.

Het Laatste Oordeel der Studenten ‘Een beetje warrig, maar prima’, vertelt een student over Bosman. Als het om de docent gaat, lijkt vrijwel iedereen het met deze quote eens. De communicatiewetenschapper komt volgens de toehoorders nogal rommelig over, waardoor het moeilijk is bij de les te blijven. Bosman wordt getypeerd als ‘verstrooid’ en ‘bijzonder’. De aangeboden stof is relevant, maar de studenten zouden graag meer interactie zien en wat minder herhaling. Niet iedereen is overigens bereid om zijn mening over Bosman te geven: ‘Ik hoorde dat hij zo met pensioen gaat, dus dat vind ik zielig.’ ANS


Tekst: Noor de Kort en Annemarie Segeren/ Illustraties: Rens van Vliet Nijmegen in acht wijken P. 8

NIJMEGEN IN Nijmegen is verdeeld in negen stadsdelen met 44 wijken, met elk een eigen karakter. Waar de een bekend staat als crimineel centrum, is er bij de ander geen mens zonder rollator of kunstgebit te vinden. ANS toont Nijmegen in acht wijken. De vele wijken die Nijmegen rijk is, variëren van villawijken met gerenoveerde herenhuizen tot pauperbuurten waar je ‘s nachts niet alleen over straat wil. De sfeer werd geproefd, voorzieningen werden beoordeeld en bewoners gaven hun ongezouten mening. Brakkenstein Nijmegen eindigt niet bij de campus, nog zuidelijker ligt namelijk de wijk Brakkenstein. Deze naam zou zijn afgeleid van het woord ‘bracken’, een stenen onderkomen voor jachthonden. Tegenwoordig is Brakkenstein voornamelijk bekend door het gelijknamige park waar evenementen zoals Music Meeting plaatsvinden. Naast het park ligt Landgoed Brakkestein verscholen, een oud landhuis waar tegenwoordig een luxe restaurant is gevestigd. Vele studenten aan de Radboud Universiteit weten de Aldi en Huisartsenpraktijk Brakkenstein te vinden en de atletiekliefhebber kan zijn hart ophalen bij de atletiekvereniging. Wanneer je meer spanning en sensatie in het leven zoekt, kun je deze wijk beter overslaan. In Brakkenstein wonen veel senioren en gezinnen met meer dan gemiddeld te besteden. Van asociale families en hangjongeren die de buurt terroriseren is hier geen sprake. Alles in Brakkenstein is kalm en vredig. De buurt is schoon en groen en ‘je kunt altijd bij de buren aankloppen als er iets is’, vertelt mevrouw Van der Pol (75). Deze brave woonomgeving herbergt alleen maar nette mensen, waar het goed toeven is om van je oude dag te genieten. Tot die tijd kun je beter niet in Brakkenstein wonen. Hatert In het voormalige dorp Hatert heb je als student weinig te zoeken, tenzij je roeit bij Phocas of in het SSHN-complex Vossenveld woont. Deze grijze blokkendoos herbergt mensenschuwe studenten die een eigen douche prefereren boven een stekkie dichtbij de kroeg en Erasmusstudenten die tegen wil en dank aan de rand van Nijmegen zijn gedropt. Nancy (20) woont in Vossenveld, maar voelt zich ondanks de hoge criminaliteitscijfers niet onveilig. ‘Ik ben misschien ook niet snel bang. Het is wel


ANS-online.nl P. 9

ACHT WIJKEN jammer dat er in een half jaar twee fietsen van me zijn gejat.’ In 2007 werd Hatert door toenmalig minister van Wonen, Wijken en Integratie Ella Vogelaar tot ‘Vogelaarwijk’ gebombardeerd: een wijk met veel criminaliteit, jongerenoverlast en werkeloosheid. Vogelaarwijken worden ook wel ‘krachtwijk’ of ‘prachtwijk’ genoemd, maar laat dat ‘pracht’ maar weg. Flatgebouwen met schotelantennes en laagbouwwoningen met platte daken en beton in de voortuin zijn slechte sfeermakers. In winkelcentrum Hatert is op dit tijdstip weinig te merken van jongerenoverlast, aangezien de meeste bezoekers achter de rollator sjokken. Op een bankje voor de Emté zit Sydny (52) rustig zijn bosbessensmoothie te drinken. Hij vertelt over de volgens hem typische volkswijk Hatert: ‘Ook als je niemand kent, kun je altijd een praatje maken.’ Na onophoudelijk gekakel, vraagt hij: ‘Mag ik op de foto? Ik wil in de krant!’. Lent Als je de Waal oversteekt, komen de stofwolken je tegemoet. Nijmegen breidt uit naar het noorden en Lent is inmiddels een grote bouwput. Overal waar je kijkt, zie je graafmachines, hekken en oranje hesjes. Het voorheen vredige dorpje Lent wordt opgeslokt door complete nieuwbouwwijken, die worden bevolkt door vaders en moeders met Pampers en snoetenpoetsers. Om in de kern van het dorp te komen, is een tunnel onder de hoofdweg door gegraven. Eenmaal onder de weg door, komt het dorpse karakter toch weer naar voren met een bakker en een kerk. De soosmiddag met kaartspellen in buurtcentrum De Spil is voor de hoogbejaarde dames van Lent het hoogtepunt van de week, zeker nu hun geliefde supermarkt Jan Linders is verhuisd. ‘Kind, het is hier fijn wonen, maar ik mis soms wel het sociale contact’, moppert mevrouw Van Laanen (83), een pittige, gerimpelde dame. Voor een babbeltje met een gratis bakkie koffie van de super moeten de omaatjes tegenwoordig eerst een stuk met de bus. Studenten houden zich niet bezig met poepluiers en Amerikaans jokeren en wagen de oversteek over de Waal doorgaans niet. Nu veel Erasmusstudenten zijn vertrokken naar het SSHN-complex Talia, ligt het tijdelijke SSHNcomplex Griftdijk er verloren bij. Aan de zuidelijke kant van de Waal blijven, is dus aan te raden. Altrade De wijk Altrade beslaat een groot deel van Nijmegen-Oost. In deze wijk wonen studenten tussen Nijmegenaren met dikke portemonnees. Verroeste fietsen zonder kettingkast staan tussen dikke Volvo’s en in de straten met veel groen bestaat de bebouwing uit grote villa’s en sfeervolle oude huizen. De Albert Heijn aan de Daalseweg is dé ontmoetingsplek van de wijk. Als je hier anoniem je brood kan kopen, moet je je zorgen gaan maken. Aan de andere kant van de Daalseweg zijn terras-


Nijmegen in acht wijken P. 10 Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 10

sen met robuuste houten banken en loungekussens te vinden. De serveerster bij Café Jos, in 2009 tot ‘Beste Café van Nederland’ verkozen, vertelt: ‘Het is een echte volkswijk, maar de bevolking is gemengd. Hier wonen veel jonge gezinnen, maar ook studenten.’ Ze beaamt dat het hier niet goedkoop wonen is. ‘Als je hier wil komen wonen, moet je wel geld meebrengen.’ Wijzend naar een eenvoudige arbeiderswoning uit de jaren 1920 vervolgt ze: ‘Daarvoor betaal je al drie ton.’ Een inwoner die zijn hond aan het uitlaten is, zegt dat er weinig overlast in de wijk is, maar dat dit wel per gedeelte verschilt: ‘Vooraan in de wijk is het goed wonen, maar meer naar het zuiden is het een zooitje, daar ligt Turkije.’ Biezen Biezen is onderdeel van Nijmegen Oud-West en kenmerkt zich door karakteristieke buurten zoals het Waterkwartier, waar veel Romeinse resten zijn gevonden. De wijk is afgelopen jaren flink op de schop gegaan. Zo is er een nieuw flatgebouw opgetrokken waar ook twee supermarkten en een Trekpleister zijn gehuisvest. De voorzieningen zijn dus prima, maar in de buurtcafés waaronder ‘t Woaterkwartiertje heb je als student weinig te zoeken. Tonny (70) woont al zijn hele leven in Oud-West. ‘Ik heb een hoop zien veranderen in de wijk’, vertelt hij. ‘Vroeger stonden hier overal fabrieken. De meeste zijn gesloopt. Dat is wel zonde, maar je moet toch met de tijd meegaan.’ Op de plek waar vroeger een fabriek stond waar Tonny heeft gewerkt, is in 2012 SSHN-complex Orion verrezen. Anneloes (23) vindt het een fijn complex om in te wonen. Over de buurt is ze minder te spreken: ‘Inbraken en fietsdiefstallen komen vaak voor.’ Het is dus niet voor niets dat Gemeente Nijmegen deze wijk nog steeds als aandachtsgebied beschouwt. Goffert De grote wijk Goffert wordt voornamelijk ingenomen door het Goffertpark en een bedrijventerrein. Daarnaast vind je er natuurlijk het NEC-stadion. Nu deze wijk een eigen station heeft, ben je hier zo. In het park worden grote festivals en concerten georganiseerd zoals Fortarock en Kings of Hardstyle. Als je in deze wijk woont, hoef je niet eens een kaartje te hebben. Meegenieten van de muziek doe je vanaf je eigen balkon. Ook chillen met je vrienden in de zon kan snel worden geregeld wanneer je dicht bij het park woont. Buiten het park om is er echter niet veel te doen. Wanneer de zon niet schijnt, is het immense grasveld met bomen eigenlijk maar een saaie bedoening. In plaats van rockende metalliefhebbers tref je er zwetende hardlopers en huisvrouwen die naast zichzelf, ook de hond uitlaten. De meeste studenten wonen in SSHN-complexen zoals Heidepark, Jonkerbosch en Boeckstaetehof. Manuela (28) woont in Heidepark en vindt de doodse stilte van het park uitermate geschikt voor een wandeling om het studeren even te onderbreken. In deze wijk zijn


ANS-Online.nl P. 11 Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 11

weinig cafés, maar voor vermaak hoeft ze niet de deur uit. ‘Het is in de flat tegenover de mijne soms net een soap. Zo heb ik een keer een vrouw met een stofzuiger achter haar man aan zien rennen, “lafaard” schreeuwend.’ Bottendaal Joints, knikkers en studieboeken gaan perfect samen in het populaire Bottendaal. ‘In deze buurt vind je een merkwaardige mix van junkies, jonge gezinnen, studenten en oudjes’, vertelt oud-student Jan (27). Hij is in het Thiemepark zijn tent aan het uitproberen. ‘Vroeger woonde tegenover mij een heroïnedealer, maar die is nu dood’, voegt hij toe. Drugsliefhebbers zullen het nu dus met de vele legale coffeeshops van Bottendaal moeten doen. Klanten van een van de shops zitten hier en daar verspreid in het park. Een groep leerlingen van het ROC draait rustig een joint. Dat zij niet op het grasveld bij het ROC zitten maar hier, is eenvoudigweg vanwege de shops. Een groep jonge moeders die met hun kroost pannenkoeken in het grasveld zit te eten, zegt geen last van de hangjongeren of coffeeshops te hebben. ‘De vele langsrijdende auto’s zijn wel vervelend’, vertelt een moeder. ‘Maar we hebben eerder last van de te volle glasbakken’, lacht ze. Een andere mama vindt dat Bottendaal net een dorp in de grote stad is. ‘Je hebt hier alles’, zegt ze. ‘Kroegen, eetcafés en veel gezelligheid.’ Vooral in de Burghardt van Den Berghstraat vind je naast cafés als Maxim en De Kluizenaar ook een Coop en Turkse kruidenierszaakjes. Niet voor niets is deze wijk een trekpleister voor studenten. Zwanenveld Zwanenveld is onderdeel van het beruchte stadsdeel Dukenburg. Dit deel van Nijmegen wordt door het kanaal gescheiden van het meer beschaafde deel van de stad. Zodra je de brug bent overgestoken, wordt je omringd door grijze kantoorgebouwen en schreeuwerige reclameposters. Zwanenveld heeft veel voorzieningen. Voor de student die zijn kamer niet wil inrichten met oude meuk of IKEA-meubelen, biedt de woonboulevard uitkomst. Uitgaan kon je tot vorig collegejaar doen bij nachtclub Monte Carlo, waar ooit de Matrixx gevestigd was. Tussen de pornoblonde huppelkutjes en opgeschoren testosteronbommen wil je echter niet dood worden gevonden. In de wijk Zwanenveld ligt het overdekte Winkelcentrum Dukenburg. In het troosteloze winkelwalhalla zijn onder andere een Albert Heijn XL, supermarkt Amazing Oriental en een Aziatische nagelstudio gevestigd. Chroeup (43) bezoekt het winkelcentrum en vat de criminaliteit in de wijk goed samen: ‘Zodra de lantaarnpalen aanspringen, moeten mijn kinderen naar binnen.’ ANS


Interview Roy Santiago Tekst: Tijs Sikma/ Foto’s: Simone Both P. 12

Universitaire Studentenraad Wat heeft de USR 2014-2015 het afgelopen collegejaar gedaan? De Universitaire Studentenraad, die zich dus bezighoudt met alle zaken op de universiteit op centraal niveau, heeft het afgelopen collegejaar veel overlegd met andere medezeggenschapsraden, zoals de faculteitsraden en de ondernemingsraad. Daarnaast is er elke maand een aantal keer overleg geweest met het College van Bestuur, dat de universiteit bestuurt. Concreet zijn onder andere de volgende zaken gerealiseerd:

Wat doet de studentenmedezeggenschap voor jou? Welkom op de Radboud Universiteit! Vol energie ga je binnenkort aan de slag met je studie. Om dit mogelijk te maken, worden er veel zaken geregeld op de universiteit. De USR en andere medezeggenschapsorganen behartigen de belangen van de student op de Radboud Universiteit en hebben als doel dat alle zaken rondom studeren goed geregeld zijn. De medezeggenschap houdt zich onder andere bezig met onderwerpen als langere openingstijden van de campus, het niveau van Engels dat gesproken wordt door docenten, een goede werking van ICT en studeren met een functiebeperking.

• Het creëren van extra groepswerkplekken op de campus • Toekenningsmaatregelen en uniformering van de judicia cum laude en summa cum laude • Een toezegging voor een cultuurcentrum op de campus in het gebouw Gymnasion • Verbeteringen geadviseerd op gebied van digitalisering • Ingezet voor actieve studenten, zoals bestuurders en medezeggenschappers • Studenten geïnformeerd over de nieuwe plannen van de overheid met het onderwijs

Er zijn verschillende niveaus in de medezeggenschap. Voor de opleidingen is er een Opleidingscommissie. Jouw medestudenten in deze commissie evalueren cursussen en brengen advies voor verbetering van de opleiding. Er zijn ook studenten die zich bezig houden met allerlei problemen en verbeteringen op jouw faculteit, bijvoorbeeld de temperatuur in onderwijsruimtes. Zij zijn lid van de Facultaire Studentenraad. Ook zijn er studenten die centraal meedenken in de Universitaire Studentenraad. Hierbij kan je denken aan computervoorzieningen, een fijn verblijf op de campus door geschikte horeca en veilig verkeer, stimulans van het actieve studentenleven en vele andere campusbrede zaken.

Weet jij nu al wat er verbeterd moet worden op de universiteit? Denk mee en laat je horen dit jaar! Mail naar usr@student. ru.nl of laat een berichtje achter op www. numedezeggenschap.nl.

Heb je vragen of wil je input geven? Kijk eens op www.numedezeggenschap.nl! Ook kun je ons vinden op Facebook en Twitter onder de naam Nijmeegse

Website: www.numedezeggenschap.nl Twitter: @NUMedezeggensch Facebook: www.facebook.com/NUmedezeggenschap E-mail: usr@student.ru.nl.

Universitaire Medezeggenschap.

(Advertentie)

(Advertentie)


‘IK BEN DE IDEALE SCHOONZOON’ Voor cabaretier Pieter Derks is het belangrijkste podium de theaterzaal. Hij vult zijn voorstellingen met relativerende humor. ‘Ik ben altijd wel op zoek naar een andere manier om de actualiteit op de hak te nemen.’


Interview Pieter Derks Tekst: Auke van der Veen / Foto’s: Alix van Lanen P. 14

Pieter Derks kent de weg in Nijmegen. Op de fiets komt hij aan bij het café in Oost waar hij geregeld een bakje koffie drinkt. De barman merkt pas later op dat de cabaretier onopvallend naar binnen is geslopen. ‘Ik heb soms stiekem mijn afspraakjes’, verkondigt de in Wijchen geboren grappenmaker met een speelse lach. Direct na de middelbare school volgde Derks de cabaretopleiding aan de Koningstheateracademie in Den Bosch, een studie die in 2004 haar vruchten afwierp met een overwinning op het Amsterdams Studenten Cabaret Festival. Daarna raakte zijn carrière in een stroomversnelling. Allerlei deelnames aan televisieprogramma’s volgden, waaronder een aflevering bij Wie is de Mol? dit jaar. In de tussentijd voerde de drukke cabaretier een aantal theatershows op en hij hield in 2013 een oudejaarsconference. De meeste Nederlanders kennen Derks van zijn rol als huiscabaretier bij De Wereld Draait Door. De Nijmegenaar verzorgde voor dit programma de weekafsluiting. Toch hield hij het bij Matthijs van Nieuwkerk in september vorig jaar weer voor gezien. ‘Mensen weten nu wie ik ben en wat ik doe. Ik heb niet meer het gevoel dat ik me daar elke week voor moet bewijzen.’ ANS ondervroeg de cabaretier over zijn visie op cabaret en zijn eigen invulling van het vak. Klassiek op het toneel Op de vraag waarom Peter Pannekoek het stokje precies heeft overgenomen bij De Wereld Draait Door, ziet de komiek zijn kans schoon voor een grap: ‘Op een gegeven moment stond Peter met een stroomstootwapen in mijn slaapkamer en toen...’ Na deze opening volgt er een serieus antwoord. ‘Door de wekelijkse vijf minuten op de buis had ik genoeg bekendheid gekregen om mensen naar de zaal te trekken. Ik was bezig met een nieuwe voorstelling maar gaf telkens elke vrijdag mijn beste grappen weg. Dan kun je ze natuurlijk later op het podium niet herhalen.’

‘In mijn shows komen geen kabouters of marsmannetjes voor.’ Voor Derks is theater altijd zijn grote droom geweest. Terwijl hij rustig zijn koffie wegdrinkt, legt de cabaretier met ingetogen gedrevenheid uit waarom. ‘Op school speelde ik al volop in toneelstukjes en de keuze voor de theateracademie was snel gemaakt. In een zaal staan is exclusief, omdat het optreden maar op één plek en op één moment plaatsvindt. Ook houd ik van theater omdat het publiek zich dan puur op mij richt, in tegenstelling tot bij televisie.’ Dit laaste medium is volgens Derks een totaal andere discipline. ‘Televisie is speciaal omdat er dankzij alle rijen camera’s en de tijdsdruk ontzettend veel spanning op je staat. Op de buis maak je een heel ander soort grappen dan in een theaterzaal. Ironie kan ik op televisie nauwelijks overbrengen, omdat mensen daar niet aanvoelen wat je wel en niet meent. Het kostte me dan ook een aantal maanden om een goede vorm voor De Wereld

Draait Door te vinden. Ik stond daar op een kleine verhoging, met daarachter een tafel waar Matthijs en zijn gasten aan zitten en daar weer achter het publiek. Het is dan moeilijk voor de mensen thuis op de bank om al mijn ironische grappen te snappen.’

‘Toen ik hoorde van het protocol over aangespoelde walvissen, wist ik meteen dat dit deel van mijn show zou worden.’ De cabaretier hanteert voor zichzelf een duidelijke definitie van zijn vak. ‘Cabaret betekent voor mij een voorstelling in het theater, met een verhaal en maatschappijkritiek.’ Hij deelt dan ook glunderend mee dat het juist is om hem als klassiek cabaretier te typeren. ‘De vorm van mijn shows is heel old school. Ik gebruik verhalen als een rode draad door mijn shows en maak liedjes. Ik doe geen gekke acrobatische dingen. Alles is redelijk simpel, precies zoals het vijftig jaar geleden ook werd gedaan.’ Derks onderscheidt zich hierin van andere cabaretiers. ‘Niet al mijn vakgenoten streven dit ideaal na. Veel grappenmakers bevinden zich tegenwoordig niet in het theater, maar alleen op televisie, YouTube, of Twitter. Afgelopen jaar waren er bij het WK voetbal bijvoorbeeld meerdere lolbroeken die zichzelf ‘cabaretier’ noemen, terwijl ze zich alleen maar bezig hielden met grapjes online gooien. Mensen die geen grappen voor geld maken, proberen ook steeds vaker lollig te zijn. Geert Wilders twittert bijvoorbeeld de hele tijd cartoons en cynische PvdA-grappen.’ Derks meent dat het vak op die manier wordt uitgehold, maar blijft er tegelijkertijd nuchter onder. ‘Niet alles wat lollig is, is natuurlijk cabaret.’ Goedaardig jochie Hoewel Derks dertig is, komt de cabaretier jongensachtig en onschuldig over. ‘Ik ben natuurlijk de ideale schoonzoon. Altijd weer komen vrouwen van middelbare leeftijd na de voorstelling naar me toe en vertellen ze dolenthousiast een zoon te hebben van mijn leeftijd, waaraan ik ze doe denken. Hier maak ik met plezier gebruik van. De meest verschrikkelijke dingen komen in mijn voorstellingen voorbij, zoals ISIS en onthoofdingen. Als je weet hoe je overkomt op een publiek, kun je dat benutten.’ Derks is niet bezig zijn imago in stand te houden, maar weet niet of dit ooit gaat veranderen. ‘Misschien krijg ik in de toekomst nog baardgroei.’ Derks richt zich in zowel zijn shows als op televisie vooral op het nieuws. De cabaretier informeert opgewekt dat hij ook nog elke week radiocolumns voor BNN maakt waarin hij recente gebeurtenissen behandelt. ‘Mijn grappen hebben altijd iets te maken met actualiteit. Ik probeer met een ander perspectief naar gebeurtenissen te kijken, op een vaak beschouwende en relativerende manier. De studie geschie-


ANS-Online.nl Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 15 P. 15

denis die ik na de theateracademie deels heb gedaan, heeft daar ontzettend bij geholpen. Dankzij deze opleiding aan de Universiteit van Amsterdam kan ik veel beter alles relativeren, want alle historici doen dit. Ik ben ook niet van heel stellige meningen en de keiharde grappen. Meestal vergroot ik de realiteit een beetje en maak die absurder, zonder te absurdistisch te worden. In mijn shows komen geen marsmannetjes en kabouters aan bod.’ Komieken die hun voorstellingen harder aanpakken, zijn volgens Derks niet per se slecht. ‘Theo Maassen vind ik bijvoorbeeld fantastisch, maar het is niet mijn vorm. Hij maakt op een andere manier theater dan ik.’ Om inspiratie op te doen, houdt Derks nauwgezet dagbladen, televisie en internet in de gaten. ‘Je voelt meteen of iets materiaal is. Het is een instinct en door heel veel jaren oefenen kan ik nu als ik de krant lees direct vinden wat ik kan gebruiken. Toen ik bijvoorbeeld hoorde dat er een protocol zou komen voor aangespoelde walvissen, wist ik gelijk dat dit deel uit zou gaan maken van mijn show.’ Uitstapjes Het komt niet als een verrassing dat Derks aangeeft zich in de toekomst voornamelijk met het theater bezig te willen houden, omdat dat altijd al zijn droom was. Toch wil hij zich niet volledig vastleggen. ‘De mix van toneel en af en toe een uitstapje naar een ander medium is heel fijn. Improvisatie op televisie vind ik bijvoorbeeld leuk, maar komische programma’s blijven altijd maar een paar seizoenen bestaan. Tussen al dit soort wisselende bezigheden bieden de columns op de radio een lekkere houvast.

Deze dwingen me elke week het nieuws te volgen en daar grappen over te verzinnen, die in mijn voorstellingen weer voorbij komen.’ Van alle uitstapjes naar andere media is de kers op de taart misschien wel Derks’ aankomende debuut op het witte doek. De cabaretier laat weten dat hij een kleine rol heeft in een nieuwe actie-thriller van Dick Maas, opgenomen in Amsterdam. ‘De kans om dit te doen kwam toevallig voorbij en omdat het weer een totaal andere manier van werken is, dacht ik: “Waarom niet?”’ Of hij dit soort avonturen vaker wil ondernemen, weet Derks nog niet. ‘Ik ben geen acteur, zo voel ik me ook helemaal niet. Niet voor niets hebben ze voor mij een rol uitgekozen die dicht bij mezelf ligt.’ De cabaretier benadrukt dat hij niet te ver wil afwijken van zijn eigen vak. ‘Een filmrol is leuk, zolang ik niet heel anders hoef te zijn dan ik op het podium ben. Daarom wil ik dat in mijn carrière de nadruk blijft liggen op theater.’ Ondanks de vele uitstapjes, laat Derks stellig weten dat Nijmegen zijn thuisbasis is. ‘Ik hoef niet in een stad als Amsterdam te wonen, want ik toer met mijn shows toch het hele land door. Hier heb ik een een plek waar ik me op mijn gemak voel, waar ik alles ken.’ De cabaretier vertelt dat veel mensen niet begrijpen waarom hij in Nijmegen vertoeft. ‘Eerst wist ik niet goed wat ik moest zeggen. Nu laat ik in mijn voorstellingen een kaart van Nederland zien waarop de zeespiegel een aantal meter is gestegen en mijn stad precies aan zee ligt. In Nijmegen zitten we dus wel safe’, zegt Derks glimlachend. Hij vervolgt: ‘Wanneer je iets humoristisch brengt, is daar heel moeilijk iets tegen in te brengen.’ ANS


www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon P. 16


Illustratie: Jurgen Tesselaar Ans deze maand P. 17 P. 17


Het verhaal van ANS Tekst: Jelko Arts/ Illustratie: Sascha Wijnhoven P. 18

HET VERHAAL VAN ANS ANS bestaat dit jaar dertig jaar. In een doorloopverhaal vertelt telkens een andere schrijver op geheel eigen wijze de veelzijdige geschiedenis van ANS. Deze keer: hoe het allemaal begon. Luister. Er is nu misschien een tijdschrift, maar daarvoor was er alleen een blad. Een magazine op krantenpapier, in elkaar gezet door drie jongens met pennen en scharen. Als je het mij vraagt was ik erbij. Dit is het verhaal van hoe een blad ontstond. Althans – dit is alles wat ik er van denk te weten. Het begon op een gang. Het is een gang met tl-licht, er klinken echo’s en het is er kaal. Er worden wel eens posters opgehangen, maar die scheur ik zonder medelijden van de muur. Zonder uitzondering, flarden na flarden, want als pandbeheerder ben je neutraal. Ik heb ook gemerkt dat pandbeheerders tijdloos zijn. Dertig jaar geleden was ik baas van een gang, tegenwoordig ben ik baas van een gang. Het zijn andere gangen en andere sleutels, maar verder is alles hetzelfde. Op een morgen kwamen er drie redactieleden naar de balie. Ik weet niet meer in welk jaar of op welke dag, maar ik was ongeveer vijftig. Misschien hebben ze trouwens gewoon een brief gestuurd, maar ik stel het me graag zo voor: er kwamen drie redactieleden naar de balie. Maandagochtend 9.30u: ze kwamen een sleutel halen. Maandagmiddag 17.30u: ze kwamen een sleutel brengen. Ik vroeg die eerste dag of ze een goed weekend hadden gehad, zij antwoordden beleefd en vertrokken direct. Het werd binnen twee weken een vast ritueel: sleutel halen, sleutel brengen. Elke keer stelde ik een vraag, maakten we contact en na een paar weken zei de langste: ‘We werken aan een krant.’ Ik werkte toen nog niet zo lang in de gang. Een jaar misschien. Ik wist toen niet dat het er dertig zouden worden. Sterker nog, dat schiet me nu te binnen: het was helemaal niet in die specifieke gang. Het was niet in de gang die ik nu in mijn hoofd heb, niet in de gang met witte muren en stem-

men die echoën als uitgestrooide knikkers. Nee, in plaats daarvan was het op een afdeling, midden op de campus. Daar had ik toen nog dienst, tussen de collegezalen en daarom was ik ook zo verbaasd door die drie redactieleden. Maar het doet er niet toe waar het was: ik was erbij. Ik zweer het: ze kwamen dag in dag uit sleutels halen en ik stelde me voor hoe ze in hun gereserveerde lokaal zaten te schrijven. Er waren nog geen laptops, deze drie jongens kwamen binnen met papier en pen. Ze schreven, ze knipten en plakten en als ik een extra ronde langs hun lokaal deed hoorde ik ze op nietmachines slaan. Denk ik.


ANS-Online.nl P. 19

meegemaakt. ‘Dan krijgen jullie koffie van me’, zei ik meteen. ‘We zijn een team. De deadline, godnondeju, dat is nogal wat’ en ik zette het koffieapparaat aan. Vooral Bart glimlachte. Ik gaf ze de sleutel en zei dat ze maar meteen aan de slag moesten. ‘Ik kom de koffie zo wel naar jullie kamer brengen.’

Een tijd lang zag ik de drie studenten dagelijks. Het waren Michiel en Mike. Of Maikel en Mark, of misschien Marcel en Max. Ik weet alleen nog dat de langste Bart heette. Toen ik op een middag naar huis reed, vroeg ik me af of ze al op kamers woonden. Waren het eerstejaars? Tweedejaars? Mijn zoon heette ook Bart, hij was in die tijd net op zichzelf gaan wonen in Groningen. Ik had hem geholpen met verhuizen. ‘Heb je bij die kijkavond wel goed opgelet?’, vroeg ik, toen we in zijn nog lege kamer stonden. Ik veegde met mijn voet een paar achtergelaten punaises bij elkaar en haalde een rolmaat uit mijn zak. Bij het enige stopcontact ging ik door mijn knieën. ‘Sorry, pap’, zei hij. ‘Ik kijk daar nooit echt naar.’ ‘Altijd de stopcontacten tellen’, antwoordde ik. ‘Altijd doen.’ Hij verhuisde en ik was voor het eerst in jaren alleen in huis. De eerste maanden deed ik telkens teveel boodschappen. Als ik de boodschappenkrat op het aanrecht zette ontdekte ik steevast dat ik weer een zak van Barts favoriete borrelnoten had gekocht. Die legde ik iedere zaterdagmiddag in de kast, bij de andere onaangebroken zakken. Zo was het inderdaad, ik beheerde dag in dag uit die gang – nee, die afdeling – en mijn enige vaste gasten waren de drie hakkelende studenten en hun krantje. Op een ochtend kwamen ze binnen, veel stiller dan normaal. Ze waren nerveus, ze mompelden wat toen ik vroeg naar hun weekend. ‘Alles wel goed?’, vroeg ik ‘Jawel’, antwoordde Martin of Michael. ‘Vandaag is onze deadline.’ ‘Voor het blad?’, vroeg ik. ‘Ja, er hangt een kalender op onze kamer, waarmee we hebben afgeteld naar vandaag. We hebben gisteren het laatste kruisje gezet. ‘Dit is de dag’, vervolgde Bart. Meteen voelde ik een spanning die vanuit mijn voeten omhoog kroop naar mijn buik. Ik had de jongens nog niet zo stil

Ik sliep die nacht slecht en de volgende ochtend wachtte ik gespannen. Ze kwamen pas ’s middags. ‘Het eerste nummer is er’, zei Bart. Ze kwamen met z’n drieën door de klapdeuren, zwaaiend met een krantje. Ik zat achter de balie, had hun sleutel al in mijn hand en was verbaasd door zoveel enthousiasme. ‘Het eerste nummer,’ juichte Michael of Marcel. ‘Het allereerste nummer, man, het is er gewoon.’ Ik nam het aan en las de eerste pagina. ‘Het ei breekt open!’ stond er boven een artikel. De drie jongens trommelden met grote grijnzen op mijn balie en Mart of Max begon een lang monoloog over het blad. Hij was volgens mij blij dat er nu eindelijk een onafhankelijk orgaan was, hij zei dat hij er nu dingen aangekaart konden worden. Ik bladerde er doorheen en trok een goedkeurend gezicht. ‘Goed hoor,’ zei ik vaderlijk. ‘Ziet er strak uit.’ ‘Kijk die inhoudsopgave’, zei Michael of Michel. ‘Dat was een prutswerk om netjes te krijgen.’ ‘Dat zal wel, ik weet hoe het gaat’, zei ik. Dat wist ik niet. ‘En wat gaat er nu mee gebeuren?’ Ze keken me een seconde verbaasd aan. ‘Uitdelen natuurlijk!’, riepen de drie. ‘We gaan het over de hele campus verspreiden!’ ‘Oh natuurlijk’, lachte ik onhandig. Ik overhandigde hen de sleutel en keek hoe ze vrolijk en vol trots de gang in verdwenen. ‘Dit is het begin’, hoorde ik Mart of Max roepen. ‘Ik wil er een paar bewaren’, zei Bart. ‘Dan stuur ik er één naar mijn ouders.’ Zijn echo stuiterde de gang door, kaatste tegen de muren en kwam keihard tegen mijn balie tot stilstand. Ik stopte het blaadje in mijn tas en dacht aan borrelnoten. Tegen het einde van het collegejaar kwamen de jongens naar me toe. Het krantje was enorm goed aangeslagen, zeiden ze. Er waren duizenden exemplaren van verspreid, over de gehele campus. Er lagen exemplaren in de kantine, op de trappen en in de collegezalen die ik aan het eind van de middag naliep. De jongens stonden nu als mannen aan mijn balie. ‘Niet zo goed nieuws’, zei Bart. ‘We gaan hier weg.’ Ik keek hen niet begrijpend aan. ‘Er wordt deze zomer gewerkt aan een centrum voor studentenorganisaties. We krijgen een eigen kantoor’, zei Michel. ‘Naast de studentenvakbond. Dus we komen binnenkort niet meer’, en hij reikte me de sleutel. ‘Echt heel jammer.’ Nog dezelfde week belde ik het afdelingshoofd of ik kon worden overgeplaatst. Er stond iets te gebeuren. ANS



Tekst en foto’s: Auke van der Veen en Jasper Wildenborg / Illustraties: Joost Dekkers De Graadmeter P. 21

De graadmeter

In het studentenleven zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: Nijmeegse specialiteiten

Wat: Foute Wouter Waar: Café de Fiets Smaak: Nachtelijke napalm Prijs: 2,50 euro

Wat: Marikenbrood Waar: Bij de banketbakker Smaak: Opgepimpte kerststol Prijs: 6 euro

Wat: Friet waterfiets Waar: Elke snackbar Smaak: Cholesterol in een bakje Prijs: 4, 60 euro

Hoewel het Marikenbrood is vernoemd naar een Nijmeegs mirakelspel, slaat de middeleeuwse verwijzing eigenlijk nergens op. Het recept van krentenbrooddeeg, amandelspijs en mandarijnen is maar een paar jaar ouder dan de gemiddelde student. Desondanks gaat het gebak erin als zoete koek. Net als bij een goede verjaardagstaart, bijt je zonder moeite door het suikerachtige bakkerswaar heen. De vulling van room, samen met een flinke laag poedersuiker, maakt het geheel een grote delicatesse. Verder is het brood niet heel speciaal. Je kunt net zo goed een dozijn soesjes op een kerststol pleuren en het geheel oppeuzelen.

Afvallen zal je met dit sportief klinkende gerecht absoluut niet doen. Deze Nijmeegse variant op de friet super is een ware caloriebom. De waterfiets bestaat uit twee frikandellen onder een stapel patat. Daarbovenop ligt een liter mayonaise en curry, plus een grote schep uien. Het eten van het maal is in eerste instantie dan ook een uitdaging, die groter lijkt dan de Waal stroomopwaarts waterfietsen. Je ziet de berg voedsel en hebt geen idee hoe je deze gele smurrie ooit zal verorberen. Eenmaal een weg gebaand door de zoute patat, zit je al te vol om het vermalen restvlees nog naar binnen te werken. De eetervaring eindigt daarom in een vette anticlimax. Als je toch te lui bent om te koken, bestel dan gewoon friet met twee frikandellen. ANS

Het is vier uur ’s nachts, je bent in de kroeg en begint in te kakken. Koffie drink je niet meer na zonsondergang en drugs gebruiken gaat je te ver. Straalbezopen denk je in dit Nijmeegse mixdrankje van Goldstrike en tabasco de oplossing te hebben gevonden, maar je krijgt snel genoeg spijt van je keuze. De combinatie van een hoog percentage alcohol en de vlijmscherpe saus zet prompt je keel en ingewanden in de fik en verschroeit de slokdarm. Een Foute Wouter verdooft je smaakpapillen, waardoor je niets anders proeft dan branderige drank. Spontane kotsneigingen volgen en de tranen springen je in de ogen. Sla dit shotje dus over en ga gewoon lekker slapen.

Meer Nijmeegse specialiteiten zien? Kijk op ANS-Online.nl


BURGERVADER BRULS Met het nieuwe studiejaar breekt de introductietijd aan. Nijmegen wordt gevuld met introkinderen die de stad willen ontdekken. Hubert Bruls, sinds 2012 burgemeester, vertelt over studentenstad Nijmegen. ‘Ik bied aan iedere student die Nijmegen denkt te kennen een rondleiding door de stad aan.’


Tekst: Noor de Kort / Foto: Elise Talsma Interview Hubert Bruls P. 23

Terwijl op deze snikhete dag schouders verbranden en zonnebrillen in gezichten worden vereeuwigd, komt burgemeester Hubert Bruls volledig in pak de trappen van het stadhuis aan de Burchtstraat op. In zijn kamer gaat het jasje echter meteen uit. Eenmaal neergeploft in een stoel, scheurt hij met veel genoegen de verpakking van de meegebrachte raketijsjes open. In de ruime, lichte kamer staat een enorme ronde tafel. Aan het hoofd zitten is dus geen optie. ‘Hiërarchie past niet bij Nijmegen’, verklaart Bruls. Hubert Bruls is sinds drie jaar burgemeester van Nijmegen, maar kent de stad al veel langer. Hij studeerde in de jaren tachtig politicologie aan de Radboud Universiteit (RU), die toen nog Katholieke Universiteit Nijmegen heette. Vanaf 1998 was hij wethouder bij de gemeente Nijmegen, tot hij in 2002 voor het CDA naar de Tweede Kamer vertrok. Na werk als Tweede Kamerlid en een periode als burgemeester van Venlo, is hij sinds 2012 weer terug in Nijmegen. Terwijl het ijsje in zijn hand gestaag smelt, vertelt hij over zijn eigen studententijd, Nijmegen als studentenstad en de rol die een burgemeester volgens hem moet hebben. ‘De rol van burgervader is minstens zo belangrijk als besluiten nemen.’

Nijmegen. Veel is volgens hem de afgelopen decennia hetzelfde gebleven, maar op een aantal gebieden hebben grote ontwikkelingen plaatsgevonden. ‘Een van de meest sensationele veranderingen is de opkomst van de bètawetenschappen aan de RU. Dat is alleen al te zien aan de gebouwen aan de Heyendaalseweg, maar er zijn ook meer studenten uit de bètahoek naar Nijmegen gekomen. Door de groei van de bètafaculteit is de universiteit completer geworden’ vertelt hij al etend van zijn raketje. Daarnaast benadrukt Bruls dat de universiteit zich veel ondernemender opstelt dan vroeger. ‘Tegenwoordig zorgt de universiteit voor veel spin-offs en is zij een grote economische speler. Samen met het ziekenhuis is de universiteit de grootste werkgever van heel Gelderland en Overijssel.’ Praten en likken aan een ijsje gaat niet goed samen en Bruls voelt nattigheid. ‘Ik eet het ijsje even snel op, als jullie dat niet erg vinden.’

Gids Bruls Tijdens zijn studententijd was Bruls naast studeren graag bezig met andere zaken. Op twintigjarige leeftijd werd hij lid van het CDJA, de jongerenvereniging van de christendemocratische partij. Dit was voor hem een logische keuze. ‘Ik heb altijd al politiek-maatschappelijke interesse gehad en was van huis uit vooral op het CDA georiënteerd’, vertelt Bruls. Toch gingen er een aantal jaren studeren overheen voordat hij uiteindelijk lid werd. ‘Mijn vader heeft uiteindelijk de knoop doorgehakt. Hij heeft naar de partijafdeling in Arnhem gebeld en gezegd: ‘‘Die gozer moet lid worden.’’’ Bruls vond het lidmaatschap van het CDJA een verrijking van zijn studentenleven. ‘Ik zou iedere student adviseren om lid te worden van een vereniging, clubje of initiatief in de stad, want je leert de stad echt veel breder kennen.’ Volgens hem komen veel studenten niet verder dan het universiteitsterrein, het station en de kroegen. ‘Ik bied aan iedere student die Nijmegen wel denkt te kennen een persoonlijke rondleiding aan door de stad. In bepaalde delen komt een student nooit: het industriegebied, de Waalhavens en wijken in het westen van de stad’, vervolgt hij stellig.

Studentenstad Nijmegen ‘De stad wordt gekleurd door de universiteit, maar de universiteit kan omgekeerd ook niet zonder de Nijmeegse cultuur.’ Bruls typeert deze als zuidelijk met lossere verhoudingen dan in het noorden en zonder echte hiërarchie. Verwijzend naar de studentenprotesten van afgelopen jaar zegt hij: ‘Ik zie hierin wel verschil tussen Amsterdam en Nijmegen: de hardheid die in het westen heerst, heerst hier niet.’ Het aantrekkelijk houden van Nijmegen voor studenten wordt volgens Bruls vooral door de studenten zelf geregeld. ‘Zolang er studenten zijn, is er een bepaalde markt voor cultuur en kroegen. Als deze markt er is, blijven studenten komen. We kunnen er hooguit aan bijdragen dat er qua studentenhuisvesting voldoende mogelijkheden zijn.’ Dit laatste is volgens Bruls wel een punt van zorg. ‘De afgelopen jaren is er al ontzettend veel bijgebouwd, maar Nijmegen loopt door de groei van de studentenpopulatie altijd wat achter de feiten aan. Daarnaast moeten we ook rekening houden met het scenario dat het aantal studenten over tien, twintig jaar is afgenomen, omdat er minder jongeren zijn. Nu massaal kamers gaan bouwen, is bouwen voor de leegstand.’ De gemeente zoekt daarom naar alternatieve oplossingen voor het kamertekort van nu. ‘We proberen bestaande panden om te bouwen tot studenthuisvesting zoals bij het voormalige verzorgingstehuis Leeuwenstein is gebeurd. Dat is veel goedkoper dan het nieuw bouwen van een flat of complex.’ Onlangs bleek uit een onderzoek van de Landelijke Studentenvakbond dat studenten in Nijmegen gemiddeld 53 euro huur per maand teveel betalen. Bruls wil niet lang ingaan op dit

‘Ik zou iedere student adviseren lid te worden van een vereniging.’ Bètabroeinest Bruls heeft al een behoorlijke tijd doorgebracht in

‘Zolang er studenten zijn, is er een markt voor cultuur en kroegen.’


Interview Hubert Bruls P. 24

bedrag. ‘Oh, is dat zo? Ik heb geen idee of het getal klopt. Ik weet alleen dat we een populaire stad zijn voor veel studenten, dat de populatie groeit en dat er een kamertekort is. Door de marktwerking vind ik het dan ook voor de hand liggen dat je meer betaalt.’ Hoewel er in 2013 in Nijmegen veel discussie was rond het verlenen van vergunningen voor kamerbewoning, zorgen studenten volgens Bruls niet voor veel overlast. Toch erkent hij dat er de laatste jaren meer kamers worden aangeboden in wijken waar voorheen weinig studenten woonden. Dit levert soms klachten op. ‘Studenten hebben nu eenmaal een iets ander dagritme dan iemand die overdag werkt en ’s avonds rustig thuis wil zitten. Ik ben zelf ook student geweest. Wat ik van de Vierdaagse meekreeg, is dat ik op donderdagnacht naar huis liep en dat de eerste lopers me tegemoet kwamen.’ Lachend voegt hij toe: ‘Jullie begrijpen dat ik niet naar de stad was gegaan om alvast te gaan oefenen voor het lopen.’

‘De bekendste politicus uit de regio is de burgemeester. Dat is raar, want je kunt niet eens op hem stemmen.’ Kennisvlucht Bruls reageert scherp op de vraag of hij het jammer vindt dat studenten na de bachelor hun master of vervolgonderzoek vaak in een andere stad volgen. ‘In Nederland worden studenten geadviseerd een goede opleiding te volgen en zich ook op andere steden te oriënteren. Omgekeerd komen er ook studenten of wetenschappers van buiten naar Nijmegen. Tegen hen zeggen we toch ook niet: “Jij moet in Amsterdam of in Barcelona blijven.” Als je een Europese, internationale stad bent, moet je accepteren dat er mensen weggaan.’ Bruls maakt zich ook niet druk over het feit dat veel afgestudeerden voor banen naar het westen van het land trekken. Hij denkt bovendien dat de aantrekkingskracht van de Randstad minder sterk is geworden. ‘In Nijmegen is er veel gevarieerde werkgelegenheid bijgekomen, dus ik zou wel eens een vergelijking met het verleden willen zien.’ Volgens Bruls zou oriëntatie op Duitsland er wel voor zorgen dat meer afgestudeerden in Nijmegen blijven wonen. ‘Aan de oostkant van Nijmegen liggen grote steden met interessante werkgelegenheid. Düsseldorf is net zo groot als Amsterdam. De positie van grenssteden zoals Nijmegen en Arnhem zou door deze oriëntatie versterkt worden.’ Meer zeggenschap De afkeer voor het denken binnen stadsgrenzen is typerend voor Bruls burgemeesterschap. ‘Ik denk in stedelijke regio’s. Als ik de gemeentegrens oversteek

naar Malden zie ik heel veel Nijmegen, want daar wonen veel oud-Nijmegenaren’, vertelt hij. Hij streeft ernaar om zaken op het gebied van verkeer en vervoer, economie en bouw regionaal af te stemmen. Bruls zou in ieder geval graag zien dat gemeenten onafhankelijker van de nationale politiek mogen opereren. ‘Ik vind dat we in dit land bijna uitvoeringsloketten zijn geworden van de landelijke overheid. Als je alles wat provincies, gemeenten en waterschappen aan eigen belastingen mogen heffen optelt, is dat nog niet eens vijf procent van alle belastingen. Ik snap dan ook wel dat bij lokale verkiezingen minder mensen naar de stembus gaan dan bij landelijke verkiezingen. Voor een paar tientjes gaan mensen niet stemmen. Ik ben daarom voor minder Den Haag en meer Nijmegen, maar we doen het wel samen.’ Bruls is daarom positief over de plannen die op dit moment in de Tweede Kamer liggen om een deel van de landelijke belastingen door gemeenten te laten heffen. ‘Het is nog maar een begin, maar wel een beweging in de goede richting.’ Binnen de gemeenteraad is de burgemeester vooral een technisch voorzitter. Voorstellen doen of stemmen is er niet bij. Binnen het huidige bestel vindt hij dat deze rol bij het burgemeesterschap past. ‘Als je het verbindende element wil zijn, moet je boven de partijen uitsteken’ Toch zijn er volgens Bruls ontwikkelingen in de samenleving die zorgen dat de burgemeester eigenlijk meer bestuurlijke bevoegdheden zou moeten krijgen. ‘Uit onderzoeken blijkt dat de bekendste politicus uit de regio de burgemeester is. Dat is eigenlijk raar, want je kunt niet op hem stemmen en hij gaat eigenlijk nergens over, behalve op veiligheidsgebied.’ Bruls is voor een direct verkozen burgemeester met meer zeggenschap op inhoudelijk gebied. Dan moet de huidige constructie wel worden aangepast. ‘Je krijgt dan een sterke wetgevende macht, de gemeenteraad, en een sterke uitvoerende macht, de burgemeester met een eigen mandaat. De uitvoerende macht wordt dan gecontroleerd door een gekozen volksvertegenwoordiging.’

‘Ik ben voor minder Den Haag en meer Nijmegen.’ Bij de buren binnen kijken Het beleid uitstippelen is volgens Bruls echter niet de belangrijkste taak van een burgemeester. ‘Het is belangrijk dat je niet alleen met hoogopgeleiden kunt praten, maar ook met iemand die geen opleiding heeft gehad en bij wijze van spreken niet veel verder is gekomen dan de stad. Als je dat niet kunt, moet je goed nadenken of je wel burgemeester wil worden.’ Bruls heeft veel plezier in het onderhouden van contacten. De burgervader in hem komt weer boven en triomfantelijk besluit hij: ‘De burgemeester mag gewoon overal binnenkomen, dat is echt een privilege van mijn vak.’ ANS


Column Finn Roelofs P. 25

DE MARSMAN Hij werd geboren in het Nijmeegse Waterkwartier. Als eerste in zijn familie ging hij naar het stedelijk gymnasium. Terwijl hij op het Erasmusplein zijn broodjes eet, voelt hij zich zo nu en dan een Marsman. Het is de derde zondag van augustus en het park Brakkenstein stroomt vol met nieuwe studenten. De grond ligt vol met flyers van een scala aan clubjes dat klaar staat om nieuwe sjaars in te lijven. De fanatiekelingen van de grote gezelligheidsverenigingen draaien harde muziek en proberen gaafheid uit te stralen. Een groep meisjes moedigt een jongen op een roeiapparaat aan. Zijn armen zwellen op bij iedere keer dat hij er een ruk aan geeft. Het lichtblauwe shirtje dat de meisjes dragen, toont de stam waartoe ze deze week behoren. Een toekijkende jongen die eenzelfde krap shirt draagt, heft het woord tot een meisje in een poging haar aandacht te verschuiven. Weg van die uitslover. ‘Ik denk dat ik de eerste maanden nog af en toe op en neer ga naar huis, maar dat zal uiteindelijk wel minder worden. Ik heb net een kamer bij zo´n dispuutshuis. Dat lijkt me wel mooi.’ Het meisje knikt bemoedigend en vertelt hem dat ook zij zojuist een kamer heeft betrokken. Zijn gezicht dat zojuist nog groen zag van de jaloezie, trekt enigszins bij. De twee bevestigen elkaar in hun opluchting dat ze in ieder geval de eerste stappen goed hebben gezet. De jongen die zijn nek uitsteekt om het onwennige mentorgroepje te vermaken, staat op. Hij leest trots zijn roeiprestatie af van het schermpje. Een potige vent van de roeiclub klapt hem op zijn schouders en moedigt hem aan om langs te komen op het boothuis. ‘Ik ben derdejaars en heb al een eigen club nieuwen gecoacht. Ik denk dat jij echt binnen twee jaar bij Zwaar 1 zou kunnen zitten.’ Het meisje wendt zich af van de toekomstige dispuutsjongen. Ze worstelt zich behendig door de groep bewonderende meisjes naar de toekomstige roeier. ‘Denk je dat je er bij gaat?’, vraagt ze. De Marsman staat op en baant zich een weg tussen de promotielegers. Hij vraagt zich af wat er gebeurd zou zijn als hij in zijn tijd naar ze had geluisterd. Hoge stappen nemend door de bekers en ballonnen loopt hij terug naar de universiteit.


ANS geeft raad Tekst: Bas van Woerkum / Illustratie: Jeroen Wintraecken P. 26

ANS GEEFT RAAD In ‘ANS geeft raad’ bepalen studenten zelf de collegestof. ANS schakelt wetenschappers in voor praktisch advies over alledaagse kwesties en maakt hieruit de balans op. Deze keer geven een sociaal psycholoog, filosoof en biologisch psycholoog antwoord op de vraag: hoe maak ik iemand verliefd op me?

Tila Pronk, universitair docent Sociale Psychologie aan de Universiteit van Tilburg en schrijver van het boek Hartstocht: een psychologie van de liefde ‘Voor mannen is het belangrijk om eerst oogcontact te maken met een vrouw. De vrouw moet een non-verbaal signaal geven dat ze de man wel ziet zitten. Uit onderzoek weten we dat de meeste mannen veel makkelijker te versieren zijn dan vrouwen. Vrouwen kunnen beter gewoon op een man afstappen.’ ‘Benadruk tijdens een afspraakje vooral niet dat je het ergens mee oneens bent. Tegenpolen trekken elkaar, in tegenstelling tot het spreekwoord, absoluut niet aan. Wil je dat de ander op je valt, ga dan ‘spiegelen’. Als iemand heel enthousiast over sporten praat, zeg dat je ook twee keer per week hardloopt Als de ander met de handen door het haar gaat, moet je dat tien seconden later ook doen.’ ‘De Amerikaanse sociaal psycholoog Art Aron heeft ook een concrete methode ontwikkeld om de kans op intimiteit tussen twee mensen te vergroten. Intimiteit is de sleutel tot verliefdheid. Wanneer je twee willekeurige mensen een serie vragen aan elkaar laat stellen die steeds intiemer wordt, dan is de aantrekkingskracht al groter. Voorbeelden van zulke vragen zijn “Wat voor band heb je met je moeder?” en “Wanneer heb je voor het laatst gehuild in het bijzijn van iemand anders?”. Het kan dus een trucje zijn om te zeggen: “Ik ken een leuk onderzoekje over vragen beantwoorden. Wil je dat met me doen?”’ Gilles van Luijtelaar, hoogleraar Biologische Psychologie aan de Radboud Unversiteit ‘Als je verliefd bent, bevind je je vanuit fysiologisch oogpunt in een stresssituatie. Cortisol is een stresshormoon en de cortisolspiegel verhoogt aanzienlijk wanneer je verliefd bent. Bij mannen verlaagt daarnaast de hoeveelheid testosteron, het mannelijk geslachtshormoon. Dat zorgt ervoor dat jongens op straat met een grote bek ineens lieve jongens worden. Vrouwen hebben ook een beetje testosteron. Sommigen hebben weer iets te veel en dat zijn dan van die mediterrane types met een snor die je wel eens ziet lopen, maar daar gaat het nu niet om. Bij vrouwen stijgt de hoeveelheid testosteron juist. Daardoor worden zij juist agressiever om andere vrouwen weg te jagen.’ ‘Wat je moet doen om iemand verliefd op je te laten worden, is situaties creëren waarin het arousal-niveau hoog ligt. Dit niveau is de mate waarin iemand zich bewust is van wat er gebeurt. Dit stijgt bijvoorbeeld bij de ervaring van spannende dingen en zorgt er ook voor dat mensen sneller verliefd worden. Op de kermis gebeurt dit vaak. Dat is een ontmoetingsplaats die opwindend is, want je gaat in hoge en snelle attracties. Het arousal-niveau neemt daardoor toe. In een disco of een andere plaats waar jongens en meisjes naar elkaar toe gaan is dit niveau ook hoog en vergroot je de kans dat iemand verliefd op je wordt. Alcohol helpt daar een klein beetje bij en partydrugs zoals XTC natuurlijk ook. Niet dat iedereen dan meteen verliefd wordt, maar je houdt veel meer van andere mensen. Dat creëert wel de juiste sfeer.’


ANS-Online.nl P. 27

Jan Drost, docent filosofie aan de Hogeschool van Amsterdam, liefdesexpert en schrijver van het boek Het Romantisch Misverstand ‘Wat je kunt doen om iemand verliefd op je te laten worden, is een soort lijst maken bij wijze van zelfreflectie: wat vind ik echt belangrijk in een vrouw of man? Als iemand dezelfde dingen leuk vindt als jou, is de kans namelijk groter dat diegene jou ook leuk vindt. Je kunt als vrouw ook ontzettend schaars gekleed langs een man paraderen en waarschijnlijk krijg je zijn aandacht. Dat is prima, maar het is dan wel uitsluitend fysiek en die ander wordt niet meteen verliefd. Je moet je afvragen wat je wilt bereiken als je iemand benadert.’ ‘Daarnaast is op wie je verliefd wordt voor een groot deel bepaald door de ideeën die jij hebt over aantrekkelijkheid, geluk, liefde, enzovoorts. Het idee van de man van je dromen onwikkel je bijvoorbeeld door literatuur, opvoeding en films. Als jij romantische idealen hebt, dan heeft die ander dat natuurlijk ook. Een groot deel van die idealen is onrealistisch. Het is slecht als mensen verwachtingen hebben over hoe het “hoort te gaan”. Iemand kan het beeld hebben dat het begin heel makkelijk moet gaan omdat hij of zij verliefd is. Vervolgens haakt diegene af als het even tegenzit, terwijl die visie een misverstand is over het begin van een relatie.’

De balans van ANS De mythe is wetenschappelijk ontkracht: tegenpolen trekken elkaar niet aan, dus zet dat idee uit je hoofd. Wanneer je als vrouw iemand op het oog hebt, kun je het best die man gewoon belagen. Mannen moeten afwachten totdat de vrouw instemt. Beiden seksen kunnen daarna gebruik maken van de methode van Art Aron. Niet geschoten is altijd mis, dus probeer het eens. De methode bevat 36 vragen, waardoor het met een redelijk tempo binnen een uurtje moet lukken. Daarnaast is het belangrijk om zo spannend mogelijke situaties te creëren. Horrorfilms, pretparken of uitgaan zijn slechts enkele mogelijkheden. Elke situatie kan bovendien gepaard gaan met alcohol, maar dat is bij iedereen wel bekend. XTC in iemands drankje stoppen is een minder ethisch verantwoorde manier om iemands hart te veroveren en of het de beste methode is, valt te betwijfelen. Je kunt proberen een lijstje te maken om te zien welke eigenschappen je belangrijk vindt, maar dit lijkt niet de meest vruchtbare tip. Beter kun je de vastgeroeste, romantische idealen van de ander en van jezelf uit de weg ruimen. Door dit bij jezelf te doen word je standaard realistischer en daardoor vind je eerder iemand die bij je past. Heb je iemand specifiek op het oog, dan pak je het anders aan. Als de vrouw op wie je verliefd bent bijvoorbeeld het hardnekkige idee heeft dat mannen met een roos in hun mond op een wit paard voorbij moeten paraderen, moet je haar overtuigen dat dit nergens op slaat. Als een man dit denkt, geldt dat trouwens ook. Degene die je voor je wilt winnen zal je dan niet meteen verlaten als je een mens van vlees en bloed blijkt te zijn. ANS Heb jij ook een prangende vraag voor de wetenschap? Mail deze naar redactie@ans-online.nl


Stamgasten Tekst: Annemarie Segeren/ Foto’s: Simone Both / Illustratie: Josse Blase P. 28

Stamgasten

Lallende disputen, vage figuren aan de bar of uitbundige dansers, elke kroeg heeft zijn eigen publiek. ANS duikt de vaste stek van een groep studenten in, velt haar oordeel over het café en test de kennis van de trouwe gasten. Deze KEER: NIJMEEGS STUDENTEN RIJVERENIGING JOLLY JUMPER IN CAFÉ VAN OUDS ‘We hebben net Levend Cluedo gespeeld’, roept Samantha Maynard (20), tweedejaarsstudent Sociaal Pedagogische Hulpverlening. Sommige Jolly Jumpers hebben nog een hoop energie over na een intensief spel Cluedo en praten honderduit over wat zij die middag meegemaakt hebben. Naast spelletjes is er bij Jolly Jumper ook aandacht voor de paardensport zelf. De terughoudende Jitteke Aerts (20), tweedejaarsstudent pabo, is bijvoorbeeld afgelopen jaar verschillende keren in de prijzen gevallen. Toch is niet ieder lid serieus bezig met paardrijden, vertelt Myrthe Martinot (22), vierdejaars economiestudent. Héctor van den Boorn (23), masterstudent Kunstmatige Intelligentie en een van de weinige mannen in het paardengezelschap, wekt de indruk vooral lid te zijn voor het bier en de gezelligheid. Hij vermaakt zich prima tussen de meisjes, die geen dressuurtutjes willen worden genoemd. ‘Je wilt niet weten hoe de auto van een paardenmens eruit ziet’, zegt Samantha. Blauwe plekken zijn naast vieze luchtjes ook onderdeel van de paardensport. Van je paard vallen of er een trap van krijgen, komt regelmatig voor. ‘Paardrijden is echt niet moeilijk, je moet alleen blijven zitten’, lacht Mariëlle de Ruijsscher (23), vijfdejaars bestuurskundestudent. Toch maakt zij dit jaar grote kans op het winnen van de Valtrofee, die Jolly Jumper heeft bedacht voor de gelukkige met de mooiste smak. Naast paardrijden en bier drinken met de eigen vereniging, komen de Jolly Jumpers ook jaarlijks bijeen op Stedenontmoetingen voor studentenrijverenigingen. Hannah El Fassi (22), derdejaarsstudent Communicatie, vertelt over een Stedenontmoeting in Enschede. Hier trokken de dames van Jolly Jumper veel bekijks toen zij de groep jongens bij wie zij thuis logeerden, meenamen naar het themafeest. ‘Je had al die merries op het bal moeten zien kijken toen onze hengsten binnen kwamen. Sommigen wilden hen van ons afpakken, maar daar stak Mariëlle een stokje voor door dicht bij de jongens te blijven dansen.’ De amazones van Jolly Jumper weten hoe ze een hengst kunnen temmen. ANS


ANS-Online.nl P. 29

kroegpraat Deze kleine kroeg bestond afgelopen maart pas twee jaar. Toch hebben vele studentenverenigingen de weg naar Van Ouds al gevonden. Iedere stoel in het met donkerbruine houten lambrisering ingerichte café is deze donderdagavond bezet door

speciaalbier drinkende en worst etende studenten. Aan de muren hangen overal bordjes met welke bieren er te verkrijgen zijn. De barmedewerkers vertellen graag over hun favoriete smaak. Van Ouds is een bruin café zoals een bruin café is bedoeld.

De pubquiz Hoe is het mythologische paard Pegasus geboren? Héctor: ‘Ik heb ooit Grieks gehad, dit zou ik moeten weten.’ Myrthe: ‘Iets met water?’ Héctor: ‘Uit de wei.’ Samantha: ‘Nee, ons antwoord is: uit de wolken.’ Pegasus is niet, zoals in de Disneyfilm Hercules, uit de wolken geboren. Volgens de Griekse mythologie is het gevleugelde paard uit de hals van Medusa ontstaan, toen Perseus haar onthoofde. Waarom wordt een vrouwelijke ruiter ook wel een amazone genoemd? Samantha: ‘Dat is door de amazonezit!’ Héctor: ‘Amazones waren vrouwen die goed konden boogschieten doordat zij een afgesneden borst hadden.’ Samantha: ‘Dat is onzin, de Amazones zijn een stam die in het regenwoud woont.’ Myrthe: ‘Die benaming heeft niets met het oerwoud te maken. Paardrijden was vroeger iets voor mannen, maar in het volk van de Amazones heersten de vrouwen, waardoor paardrijden ook een activiteit voor vrouwen werd.’ Héctor: ‘En die hun borst hadden afgesneden.’ De hedendaagse amazone is afgeleid van de amazonezit, waarbij je met beide benen aan één kant zit. Dit was in de negentiende eeuw de enige manier waarop vrouwen,

gekleed in lange rokken, konden paardrijden. Deze benaming is afkomstig van het mythologische volk van de Amazones. Zij waren uitstekende paardrijdsters. Het eerste biertje is dus binnen. Wie zei ooit: ‘No hour of life is wasted that is spent in the saddle’? Samantha: ‘Een of andere horsemanship dude, ik denk Pat Parelli.’ Myrthe: ‘Ik heb hier echt nog nooit van gehoord.’ Héctor: ‘Het was vast George Washington?’ Het beste paard van de stal wordt overgeslagen. De woorden zijn niet afkomstig van een bekende paardentrainer, maar worden toegedicht aan Winston Churchill. Paardrijden was voor deze voormalig Britse premier de favoriete manier om te ontspannen. Noem vijf paarden van Anky van Grunsven. Samantha: ‘Oh dit weten we, sowieso Bonfire en Salinero.’ Myrthe: ‘Painted Black.’ Samantha: ‘Krack C.’ Myrthe: ‘Ze heeft ook nog een kleine witte pony.’ Hannah: ‘Is dat niet Cupido?’ Myrthe: ‘Jodocus toch ook?’ Hier hebben de Jolly Jumpers op het verkeerde paard gewed. Upido en Joker mogen zich tot de schare van Anky rekenen, Cupido en Jodocus niet. Hiermee scoort de groep geen biertje. Wat doet een paard wanneer het nageeflijk is? Samantha: ‘Hij recht z’n rug, met zijn neus op een verticale lijn.’ Jitteke: ‘Zijn rug is dan ontspannen.’ Myrthe: ‘Hij accepteert het bit, waardoor er een lichte verbinding tussen de paardenmond en ruiter ontstaat.’ Héctor: ‘Dat wil je hebben tijdens de dressuur.’ De makkelijkste vraag is blijkbaar voor het laatst bewaard, het tweede biertje is binnengehaald.

De Afrekening

Het beste paard struikelt ook weleens. Soms gebeurt dat vaker dan één keer, de Jolly Jumpers hebben namelijk maar twee vragen goed weten te beantwoorden. Met de gemoedelijke sfeer in hun stamkroeg weten ze nog een extra biertje te bemachtigen. De eindstand: drie biertjes.


Colofon P. 30

30e jaargang Hoofdredactie Tijs Sikma en Bas van Woerkum Redactie Noor de Kort, Tom Plaum, Annemarie Segeren, Auke van der Veen Medewerkers Jelko Arts, Anne van Veen, Jasper Wildenborg, Marit Willemsen Illustraties Josse Blase, Joost Dekkers, Carmen Groenefelt, Jurgen Tesselaar, Rens van Vliet, Sascha Wijnhoven, Jeroen Wintraecken Foto’s Kiki Kolman, Alix van Lanen, Elise Talsma Auke van der Veen, Jasper Wildenborg, Marit Willemsen Voorpagina Elise Talsma Columnisten Finn Roelofs en Joanne Vrijhof Eindredactie Evy van der Aa, Dennis van der Pligt, Mickey Steijaert, Saskia Verheijden, Annemarie Verschragen, Miriam Zeroug Puzzel Roel Bouman Ontwerp Marloes de Laat en Roel Vaessen Lay-out Bas van Woerkum Dagelijks bestuur Cecile Vermaas (voorzitter), Jules Hameleers (secretaris), Michiel van Lokven (penningmeester) Druk MediaCenter Rotterdam Uitgave, abonnementen en advertentieacquisitie Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel 06-36428931 Mail redactie@ans-online.nl

Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk blad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 7 keer per jaar in de maanden september t/m juni. De uitgave van ANS wordt mede mogelijk gemaakt door:


Tekst: Redactie/ Illustratie: Carmen Groenefelt niet AnsDeze dezeANS maand 31 P.P.31

DEZE ANS NIET Dr. Love Voor de nieuwe rubriek ‘ANS geeft raad’ vroegen we wetenschappers om advies in de liefde. Niet alle academici waren even gecharmeerd van onze studentikoze insteek. Neurobioloog Gert Jan ter Horst, op het internet beter bekend als ‘dr. Love’, vond dat hij als wetenschapper boven dergelijke vragen stond. De beste man adviseerde ons om met onze vraag bij Robert ten Brink of de damesbladen langs te gaan. Weinig liefde van dr. Love dus.

KAMERTJE VERHUREN Dit spel heet Kamertje Verhuren. Over de stippellijnen moeten lijnen getrokken worden die samen één aaneengesloten kring vormen. Deze kring mag nergens splitsen of zichzelf kruisen. De getallen in de vakjes geven aan hoeveel lijnstukken om het vakje heen moeten lopen, zo heeft een vak met het getal 3 in elk geval 3 lijnstukken om zich heen. Wanneer een vakje leeg is, weet je niet hoeveel lijnstukken eromheen liggen. Het is nuttig om te bedenken waar de lijnstukken in ieder geval niet kunnen lopen. Zo is het handig om dit te markeren. De puzzel heeft slechts 1 mogelijke oplossing, je zal nooit hoeven te gokken om achter de oplossing te kunnen komen. In deze editie geeft ANS een rondleiding en een bierproeverij voor twee personen van Stadsbrouwerij De Hemel weg. Deze bierbrouwerij met bijbehorend museum in het centrum van de stad herbergt de lekkerste bieren van Nijmegen. Wil je kans maken op deze prijs? Mail dan voor 30 september je oplossing naar redactie@ans-online.nl.

Doei, doei, stufi Dit jaar schuift de eerste lichting studenten zonder studiefinanciering aan bij de colleges. De tijd van zorgeloos studeren is definitief voorbij. Maak zo snel mogelijk je studie af en probeer vooral niet van de gebaande paden af te wijken. Financieel kun je je dat niet meer permitteren. Althans, de eerstejaars studenten dan. De meeste ANS-redacteuren krijgen gelukkig nog gewoon stufi binnen om deze schaamteloos aan allerhande drank te verspillen. Proost.


www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon P. 32

GEVONDEN VOORWERP Tekst: Anne van Veen/ Foto: Kiki Kolman

Wie: Toine (19), tweedejaarsstudent Biomedische Wetenschappen Voorwerp: Zweefvliegtuig

helemaal alleen het vliegtuig te besturen. Tijdens de start is een goede focus belangrijk en moet je snel handelen, maar het moment dat je naar beneden kunt kijken, is echt onbeschrijfelijk.’

Hoe krijg je hem zonder motor omhoog? ‘Opstijgen kan doordat het vliegtuig wordt vastgemaakt aan een kabel die aan de andere kant van de landingsbaan met een hoge snelheid wordt ingehaald. Het vliegtuig maakt dan vaart waardoor je 400 meter de lucht in wordt gestuurd. Vervolgens moet je proberen de warme luchtstromen op te zoeken, die vaak onder de wolken te vinden zijn. Hierna zweef je van de ene luchtstroom naar de andere, waardoor het vliegtuig verder stijgt en het mogelijk is om afstanden van 750 kilometer af te leggen.’

Hoe ben je deze hobby in gevlogen? ‘Ik woonde naast het bos tussen Nijmegen en Malden en zag de vliegtuigen altijd door de lucht zweven. Al sinds ik een klein jochie ben, is piloot worden mijn droom. Ik heb geprobeerd bij de KLM binnen te komen, maar ik ben toen net niet aangenomen vanwege gebrek aan ruimtelijk inzicht. Achteraf was dit niet erg, want ik was nog maar zeventien. Piloot worden is nog steeds mijn doel. Zweefvliegers worden door hun vliegervaring over het algemeen goede piloten en dat weten vliegscholen ook, dus ik heb goede hoop.’

Hoe voelt het om Nijmegen vanuit de lucht te bewonderen? ‘Een zweefvliegtuig gaat makkelijk 150 kilometer per uur op ongeveer 1,5 kilometer hoogte, dit geeft natuurlijk een enorme kick. Daarnaast leer je om puur op gevoel het vliegtuig te besturen en niet naar het paneel te kijken, waardoor om je heen kijken bijna een verplichting is. Vooral mijn eerste solovlucht zal ik nooit vergeten. Hier werkte ik toen al maanden naartoe en het voelde geweldig om

Sta je wel eens doodsangsten uit in de lucht? ‘Bang ben ik nooit geweest. Mijn ouders vonden de sport in het begin wel spannend, maar tegenwoordig weten ze gelukkig dat er niets mis kan gaan. Op dit moment heb ik mijn brevet nog niet en mag ik geen kunstjes doen of lange afstanden vliegen. Het lijkt me heel gaaf als ik uiteindelijk loopings mag maken.’ ANS