Page 1

ANS DWAALT Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Jaargang 34 / Nummer 2 / Oktober 2019


Tekst: Redactie Commentaar/ Deze ANS P. 2

DEZE

COMMENTAAR

ANS

De dagen worden korter en de nachten langer. De korte naveltruitjes van de zomer worden ingewisseld door vrolijke gele regenjassen, die vanuit het niets overal vandaan komen en het sombere weer kleuren. Om tijdens deze donkere dagen niet volledig aan je huis gekluisterd te raken, besluit je een ommetje te maken door park Brakkenstein. Al wandelend mijmer je over de belangrijke dingen in je jonge leven. Je moet namelijk nog maar ĂŠĂŠn jaar studeren en wat dan? Ga je direct werken of doe je toch nog een tweede master? En waar ga je wonen? Bij de SSH& zul je er namelijk snel uitgegooid worden als je niet meer studeert, maar geld voor een huis heb je natuurlijk nog niet. Net zoals een vaste relatie eigenlijk. Verzonken in gedachten merk je dat je bent doorgelopen naar de botanische tuin, grenzend aan park Brakkenstein. Het is een groot contrast met de kale universiteitsgrond. Hier in dit gedeelte van het park staan namelijk vele verschillende bomen en planten. Ook is het niet zo strak geplant zoals op de campus. De blijheid die je voelt bij het zien van al het groen wringt: lag het gebied maar niet zo verstopt en zag de hele campus er maar zo fleurig uit. Het wordt steeds kouder en je voelt blosjes op je wangen verschijnen. Zachtjes streel je je gladgeschoren kin. Een echte baard laten groeien kun je niet dus is dit beter. Je denkt aan de baard van de Koning die laatst op de voorpagina van de Gelderlander stond. Ergens voel je iets van jaloezie, maar dan denk je aan mannenemancipator Jens van Tricht. Tegenwoordig hoef je gelukkig niet meer zo mannelijk te zijn. De hoofdredactie

04 04 Opinie Voorbereid op biodiversiteit? Stenen gebouwen, papieren beleidsplannen en kaatsrechte toegangswegen: hoe gaat de RU eigenlijk om met de natuur om haar heen? Qua biodiversiteit lijkt de RU al een tijdje lang een een diepe winterslaap te verkeren. Wat opschudding kan dus geen kwaad.

08 08 Reportage Buiten de lijntjes en achter de teksten Journalisten houden van wat meta-journalistiek. Wat gebeurt er zoal in het grote hoofdkantoor van de Gelderlander aan de Waalkade? Redactievergaderingen eindigen snel, korte lijntjes zijn snel geraadpleegd en teksten vlug in elkaar geflanst. De regionale krant gaf een kijkje achter het papieren verhaal.


Tekst: Redactie Deze ANS/ Deze ANS niet P. 3

DEZE ANS 12 12 Interview Vermens je! Emancipatie is een begrip dat zelfs bekend is in de diepe krochten van ons land. Mannenemancipator Jens van Tricht stelt echter dat we nog lang niet klaar zijn met het verbeteren van de verhouding tussen mannen en vrouwen en stelt dat mannen hier nog voor moeten emanciperen. In een interview licht hij zijn bijzondere stelling toe.

26 26 Tijdsgeest Veilig van bil met de anticonceptiepil Tegenwoordig draagt iedereen vroom een condoom of zetten ze hun vruchtbaarheid voor korte tijd stil met de anticonceptiepil. Of de vromelingen van vroeger echter ook al fan waren van een anticonceptipil en of die in de toekomst ook nog zo populair zal zijn, valt te betwisten. 05 De Loftrompet 07 Het Laatste Oordeel 11 ANS-online 16 Middenpagina 18 Uitgesteld of achtergesteld 21 De Graadmeter 22 Politieke praatjes 23 UB-servaties 28 Kamervragen 30 HANS als 31 Crypto 32 Van de Baan

NIET

De geheime kamer der medici Een heuse Tantalus-kwelling: voor het Laatste Oordeel in deze ANS stond het bijwonen van een college Geneeskunde op de planning. Dat bleek echter lastiger dan gedacht. Allereerst is de Geneeskundefaculteit beter beveiligd dat Area 51. De roosters zijn niet toegankelijk voor het plebs en waar een doodgewone student week in week uit hetzelfde college volgt, veranderen deze bij Geneeskunde constant. Daardoor wordt het haast onmogelijk gemaakt om als simpele ziel je te verdiepen in de mysteries van de medici. Werkende studenten Voor de rubriek Van de Baan was het deze editie bijzonder moeilijk om een werkende student te vinden. Ze zijn in het ziekenhuis beland, hebben ontslag genomen of waren vergeten dat hun studietijd al een tijdje voorbij is. Zijn studenten toch de echte uitkeringstrekkers die op hun luie gat zitten of is de studielast te hoog? Wat het antwoord ook is, werkende studenten blijken met uitsterven bedreigd te zijn. Daarom lanceert ANS een hulplijn: stuur een mailtje naar redactie@ans-online.nl en steun de werkende student! Voordat ze verdwenen zijn. RU: vogelmoordenaar Een ecologiestudent vertelde op een borrel gepassioneerd aan een ANS-redacteur dat hij zich bezighoudt met het shockerende gegeven dat er veel vogels doodvliegen tegen het Huygensgebouw. Hij houdt zelfs een opgezet exemplaar in zijn kamer. De RU zou volop aan schijnbiodiversiteit doen: exotische planten, de insectenberm en de steenbreekdag. Na het vurig betoog te hebben herhaald op het ANS-kantoor besloot de redactie dat het eens hoog tijd werd om de status van biodiversiteit op de campus inderdaad eens te onderzoeken voor het openingsartikel.


Voorbereid op biodiversiteitsbeleid? Tekst: Julia Meilink/ Illustratie: Frederieke Taheij P. 4P. 4

Opinie

VOORBEREID OP BIODIVERSITEIT? Goed functionerende ecosystemen zijn belangrijk voor al het leven op de aarde: biodiversiteit zorgt voor een gezonde wereld waarin organismes in balans leven. In het beleid van de Radboud Universiteit (RU) wordt de natuur als een vanzelfsprekendheid gezien, waar dus te weinig over na wordt gedacht. Om dit te veranderen, moet de RU een actievere houding aannemen ten opzichte van biodiversiteit. De RU is druk bezig met het opkrikken van haar duurzaamheidsimago. Zo staat er op elke hoek wel een afvalscheidingsbak en is er actief nagedacht over hoe het nieuwe Maria Montessorigebouw het meest duurzame gebouw op de campus kan worden. Duurzaamheid is echter niet de enige manier waarop de RU een steentje zou kunnen bijdragen aan een klimaatbewuste wereld. Ook op het gebied van biodiversiteit kunnen nog grote stappen worden gemaakt. Biodiversiteit draait om de verhouding tussen alle organismes in een gebied. Aangezien de campus in een stedelijke omgeving ligt, is er sprake van een verminderd ecosysteem: planten en dieren worden door wegen en gebouwen gedwarsboomd bij het vinden van voedsel, water, paringsmaatjes en al het andere waarvoor zij zich moeten verplaatsen. Zulke problemen doen zich in elk stedelijk gebied voor, maar dat hoeft lang niet te betekenen dat de RU het daarbij moet laten. De universiteit moet daarom een actievere houding aannemen ten opzichte van biodiversiteit. Zwermen van termen Dat de RU zich als groene universiteit wil profileren, is wel duidelijk: op de website en in haar strategieën wordt vaak gesteld dat er wordt gestreefd naar een ‘groene’ of ‘duurzame’ universiteit. ‘Die termen zeggen echter niet zo veel’, vertelt Wim Bosschaart, PhD-student bij Science in Society, die onderzoek doet naar biodiversiteit en communicatie. ‘Duurzame en groene initiatieven kunnen over allerlei dingen gaan: van energiegebruik tot natuur.’ Biodiversiteit gaat echter nog over veel meer dan ‘groen’ zijn, het gaat erover dat een heel ecosysteem in balans is. Om dat te bewerkstelligen is het niet alleen belangrijk om wat bomen neer te zetten, maar ook om ervan bewust te zijn wat die bepaalde soort boom precies doet met andere organismes in de leefomgeving. Er moet daarom goed worden nagedacht wanneer zowel organismes als niet-levende schakels, zoals water of beschutting, in een ecosysteem worden toegevoegd of verwijderd. Op dit moment besteed de RU hier onvoldoende aandacht aan. Nu schemert het al gauw door dat bij het bedenken en opstellen van bestemmingsplannen vooral wordt nagedacht over

wat mooi staat op de campus. In die plannen wordt gesproken over het neerzetten van bomen of het creëren van een ‘campus à la Harvard’, wat een parkachtig landschap en uitdunning van bosbouw zou betekenen. Een campus naar het voorbeeld van de Amerikaanse universiteit duidt eerder op een nagestreefd prestige qua uiterlijk, dan dat deze nou zo bekend staat om zijn grootse biodiversiteit. Zodoende lijkt het wel alsof de universiteit bezig is met een ‘groen’ beleid, maar van échte biodiversiteit is geen sprake. Dat is een gemiste kans. Actie-reactie Dat de RU de plank wel vaker misslaat, blijkt uit het feit dat er wel degelijk door ecologen onderzoek naar biodiversiteit op de Radboudcampus is gedaan, maar dat hier nauwelijks maatregelen uit voort zijn gekomen. Zo bleek uit het onderzoek dat er te weinig oppervlaktewater aanwezig is op de campus. ‘Maar, wij gaan hier geen gekke dingen doen: wij gaan hier bijvoorbeeld geen vijvers aanleggen’, vertelt Guido van Gemert, adviseur duurzaamheid en milieu van de RU en het Radboudumc, die het onderzoek initieerde. Hoewel het goed is dat er dus onderzoek is gedaan, houdt de RU grootse plannen dus duidelijk af.

‘De RU kan vissen in een enorme vijver vol kennis.’ Kennisvijver Het bedenken van oplossingen voor onder andere het watertekort, wordt dus maar met mate gedaan. Dat terwijl de RU kan vissen in een enorme vijver vol kennis: het onderzoek groeit letterlijk in de achtertuin van de universiteit. ‘We hebben hier zoveel meer kennis over hoe je een biodiverse campus zou kunnen realiseren’, vertelt Bosschaart enthousiast. ‘Laten we die kennis en kunde dan ook gebruiken.’ Dat wil niet zeggen dat onafhankelijk onderzoek vermengd moet raken met beleidsplannen, maar dat onderzoekers simpelweg hun


Column Roel van Koeverden P. 5

expertise gebruiken om beleidsmakers te adviseren. Bovendien is in de praktijk al gebleken dat het profijt kan hebben wanneer experts hun advies geven, stelt Ingrid Visseren-Hamakers, hoogleraar Environmental Politics and Government: ‘Er zijn tal van steden die aan nature-based solutions doen’. Dat duidt erop dat juist het gebruiken van natuur om een probleem op te lossen, heel effectief kan zijn. Denk alleen al aan het verruilen van stenen voor planten, waardoor regenwater gemakkelijker wegloopt. Hoe voer je dit dan daadwerkelijk uit? Bosschaart stelt een aanpak, een zogeheten ‘integraal’ of allesomvattend plan voor, waarbij allerlei vakgebieden samen komen: ‘Er moet creatief worden nagedacht, dat wil zeggen dat er ook vanuit verschillende perspectieven naar biodiversiteit op de campus wordt gekeken.’ Als je bijvoorbeeld het waterprobleem daadwerkelijk wil aanpakken, vraagt dat om een integrale aanpak. Bosschaart vertelt: ‘Als je echt iets wil bewerkstelligen, heb je meer expertise nodig: dan moet je ook problemen bekijken die op eerste gezicht onmogelijk lijken.’ Daarvoor moet de RU experts betrekken bij het opstellen van beleidsplannen en bij het uitvoeren daarvan. Bovendien zou het de RU sieren als zij een aanspreekpunt puur voor biodiversiteit zouden aanstellen waar studenten met een goed idee omtrent biodiversiteit terecht kunnen. Zo’n service ontbreekt nu volledig. Pluk de dag In de duurzaamheidsvisie van de universiteit staat: ‘Onze universiteit wil bijdragen aan een gezonde, vrije wereld met gelijke kansen voor iedereen en zowel regionaal als internationaal van betekenis zijn.’ Dat geldt ook op het gebied van biodiversiteit. Laat als universiteit zien wat er allemaal mogelijk is en vervul zo een maatschappelijke voorbeeldfunctie. Maai vooral niet langer de bermen rondom de campus leeg, maar pluk daarentegen de kennis die erop groeit. ANS

DE LOFTROMPET Waar de pessimistische student slechts een ononderbroken modderstroom van alledaagse misère ziet, ziet columnist Roel van Koeverden juist ook goudklompjes voorbij drijven die het dagelijks leven van een student weer een stukje mooier maken. Iedere ANS vist hij zo’n pareltje op en schrijft hij er een column over. Een slechte nachtrust, een te lange dag, het plotselinge overlijden van je cavia, de realisatie dat je vergeten bent je fiets op slot te zetten of een kater: allemaal redenen waarom je even geen zin hebt om in de rij voor de kassa te staan. Gelukkig is de file voor het betaalloket sinds de introductie van de zelfscankassa geen noodzakelijk kwaad meer, maar een keuze. Helaas zijn ze nog niet in alle supermarkten te vinden, maar de toko’s die zelfscankassa’s hebben geïnstalleerd hebben studenten hiermee een groot plezier gedaan. De lijst van voordelen die de zelfscankassa heeft ten opzichte van zijn menselijk gestuurde voorganger is lang. Over de volgorde kan worden gediscussieerd, maar over nummer één kan daarentegen niet worden getwist. Tijdbesparing is sowieso het beste dat deze uitvinding het winkelpubliek gebracht heeft. Het oudje dat bij de kassa haar muntgeld tot op de cent nauwkeurig uittelt en terloops over haar kleinkinderen begint te vertellen zal dit niet kunnen beamen, maar de student die zijn ontbijt is vergeten, absoluut wel. Als student doe je nou eenmaal veel boodschappen en vaak vlug tussen de bedrijven door. Met sport, colleges, commissies, UB-sessies en het nodige zuipen valt het niet te doen om twee uur per week in een AH-filiaal door te brengen. Zelfscankassa’s bieden gelukkig soelaas. Daarnaast zijn er zat momenten waarop een mens qua sociale skills en wil tijdelijk afzakt naar het niveau van een zak kruimelaardappelen. Het laatste wat je dan kan gebruiken is vijf minuten in een rij staan tussen een zwetende dikzak die slechts een sixpack pils en een pak mergpijpen op de loopband heeft liggen en een druk telefonerende huisvrouw met een kort, pittig kapsel. Vooral aan het einde van een lange dag kan het fijn zijn om in alle rust zelf je producten te bliepen terwijl je naar de ruis in je hoofd luistert. Al met al verdient de zelfscankassa een plaats in het roemrijke rijtje van uitvindingen die het dagelijks leven weer een stukje makkelijker hebben gemaakt. Wellicht heb je überhaupt nog nooit zo lang stilgestaan bij het bestaan van deze uitvinding totdat je deze column voor je neus kreeg. Misschien heb je zelfs nog nooit een zelfscankassa gebruikt. In dat geval zeg ik je: je leven wordt een stukje beter na het lezen van deze pak ‘m beet vierhonderd woorden.


Veel studenten kennen het wel: je ziet een joint of een pilletje rondgaan op een feest en er wordt gevraagd of je ook wilt proberen. De meeste studenten kunnen verantwoord omgaan met drugs, maar soms loopt het uit de hand. Dit is wat bij Daan Schippers gebeurde. Tijdens zijn eerste jaar van de studie Psychologie raakte hij verslaafd aan cocaïne. Inmiddels is Schippers afgekickt en volgt hij een master Psychologie aan de Universiteit van Tilburg. Hij heeft zelfs zijn masterscriptie over verslaving geschreven. ‘Ik wil dat mensen meer nadenken over het hebben van een verslaving’, vertelt hij. Door het schrijven van zijn scriptie en open over zijn verslavingsverleden te praten, probeert Schippers het onderwerp uit de taboesfeer te halen.’

tot mijn achttiende speelde ik dagelijks wel zeven uur World of Warcraft.’ Op het moment dat hij ging studeren, sloeg deze gameverslaving om in het gebruiken van drugs. ‘In de periode dat ik World of Warcraft speelde, had ik eigenlijk geen hechte vriendschappen’, legt hij uit. Toen hij begon aan zijn studie Psychologie was hij hierdoor vrij ongemakkelijk in de omgang en had hij moeite met vrienden maken. Schippers probeerde de moeizame omgang met mensen gemakkelijker te maken door drugs te gebruiken. ‘Het ging NU!Medezeggenschap dan niet Universitaire Studentenraad (USR) Nijmegen over wiet, Wil jij op de hoogte blijven van de bezigheden maar over van de USR? Like ons op Facebook, volg ons op XTC of Twitter en neem eens een kijkje op onze website. coke.’ Door Heb je tips of opmerkingen? Loop gerust even het gebruik langs bij de USR-kamer (TvA 1.034) of stuur een van cocamail naar usr@ru.nl. ïne had Schippers Website: www.numedezeggenschap.nl minder Twitter: @NUMedezeggsch moeite met Facebook: www.facebook.com/NUmedezeggensociaal schap contact E-mail: usr@ru.nl en voelde

Universitaire Studentenraad

Sociale ongemakken Schippers is zeker niet de enige student die weleens verdovende middelen heeft gebruikt. Toch kreeg hij, in tegenstelling tot de meeste gebruikers, een verslaving. Volgens psychologen raakt iemand verslaafd door een combinatie van vatbaarheid voor verslaving en een bepaalde trigger die de verslaving opwekt. Dit komt beide naar voren in het verhaal van Schippers. ‘Ik was eigenlijk al verslaafd, maar dan aan gamen’, vertelt hij. ‘Van mijn twaalfde

Beste ANS-lezer, Het nieuwe collegejaar is weer van start gegaan en dat betekent natuurlijk ook weer een nieuwe medezeggenschap. Zo is de Universitaire Studentenraad (USR) weer vernieuwd. Met veertien enthousiaste studenten van verschillende studies en partijen zullen we er het komende jaar voor zorgen dat het bestuur van de universiteit genoeg rekening houdt met studenten en zetten we initiatieven op om het onderwijs te verbeteren en het Nijmeegse studentenleven te verbeteren. Ondanks dat de raad in deze samenstelling pas in september begon, is het misschien goed om even terug te kijken naar wat er aan het eind van het afgelopen collegejaar in de raad heeft gespeeld. In juni waren alle studenten aan zet: verkiezingen. De uitslag bij de USR verschilde niet veel ten opzichte van vorig jaar. Partijen asap en AKKUraatd behaalden elk weer 4 zetels. De overgebleven 6 zetels zijn zoals elk jaar voor vertegenwoordigers van verschillende koepelverenigingen.

In juli hadden voorgangers nog een formele vergadering met het College van Bestuur van de universiteit. In deze vergadering is de nieuwe strategie van de Radboud Universiteit, genaamd ‘A significant impact’, besproken. Ondanks dat enkelen de kritiek hadden dat de doelen niet concreet genoeg zijn, heeft de medezeggenschap de strategie goedgekeurd. De komende periode is een spannende tijd voor de universiteit en de medezeggenschap. Vanuit de overheid zijn bezuinigingen op het onderwijs aangekondigd. Verder wordt geld van alfa-, gamma- en medische wetenschappen verschoven naar de bèta- en techniekstudies, wat voor de RU als geheel nadelig uitpakt. De USR zal met het College van Bestuur in gesprek gaan over de gevolgen van deze bezuinigingen. Ook zullen wij erop toezien dat het geld dat de universiteit krijgt door afschaffing van de basisbeurs goed geïnvesteerd gaat worden in de kwaliteit van het onderwijs. Groeten, De XXIIIe Universitaire studentenraad

(Advertentie)


Tekst: Rindert Oost/ Foto: Floor Toebes Het Laatste Oordeel P. 7

HET LAATSTE OORDEEL Duffe opsommingen of ultiem entertainment? ANS verschanst zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU. STUDIE: Geneeskunde COLLEGE: Nature & Nurture, maandag 30 sep-

EINDCIJFER:

tember, 08:30 - 09:15, Hippocrateszaal DOCENT: Prof. ir. D.R.H. De Bruijn UITSTRALING: Hobbygeneticus PUBLIEK: Niet genetisch bepaald INHOUD: My family

Op een regenachtige maandagochtend strompelen aanstaande dokters naar een plek waar geen andere student van de Radboud Universiteit (RU) zich waagt: de geneeskundefaculteit. Eenmaal daar aangekomen nemen ze plaats in een ruimte die doet denken aan een wachtkamer van de huisarts. Het lijkt alsof de RU nu al wil dat de jonge heelmeesters zich verplaatsen in hun aankomende patiënten. ‘Shit’, roept plots één van de studenten, ‘we moeten beneden zijn!’ Vlak voordat het college begint, haasten de laatste studenten zich naar de Hippocrateszaal waar prof. ir. Diederik de Bruijn hen al opwacht. Klokslag half negen zwaait hij de deur dicht, klaar om te beginnen met Operatie Kennisoverdracht. Nadat De Bruijn tussen neus en lippen door meldt dat hij eigenlijk het college niet zou geven – de andere lector moest achterblijven in het ziekenhuis – begint hij met het college over nature en nurture. Om de studenten wakker te schudden, stelt hij ze vragen over hoeveel genomen, basenparen en DNA-verbindingen we in ons lichaam hebben. Breed glimlachend loopt hij door de zaal als een veilingmeester op zoek naar de hoogste bieder. De jonge medici moeten op deze maandagochtend echter nog uit hun coma ontwaken en kijken de geneticus slaperig aan. Dat genetica in zijn DNA zit, bewijst De Bruijn als hij enthousiast het verschil tussen erfelijkheid en levensstijl uit probeert te leggen aan de jonge geneesheren. ‘Erfelijkheid bepaalt vooral of je een verhoogd risico of kans hebt op een aandoening maar dat wil niet zeggen dat je deze ook krijgt. Dat hangt af van je levensstijl, of nurture, legt hij uit. ‘Ik heb zelf al drie keer een bot gebroken, maar dat wil niet zeggen dat ik een botaandoening heb.’ Om de variatie tussen en binnen soorten aan te duiden, projecteert de geneticus een plaatje van Jan-Peter Balkende en vraagt hoeveel overeenkomst de voormalige premier heeft met een muis, een

chimpansee en tenslotte Harry Potter. Of de illustratie juist is, valt te betwisten, maar hij krijgt wel de lachers op zijn hand. Zelfs aan het einde van het college weet De Bruijn zijn studenten goed bij de les te houden, door ze een paar korte stamboomcasussen voor te leggen. Als hij een stamboom tevoorschijn haalt waar twee lijntjes tussen familieleden staan, vraagt hij wat er hier aan de hand is. ‘Consanguïniteit’, schreeuwt iemand en iedereen begint hardop te lachen. ‘Of incest, maar dat woord mogen we eigenlijk niet gebruiken’, zegt De Bruijn schuldbewust. Om ook de laatste studenten die volledig zijn weggezakt in de comfortabele stoelen bij de les te houden, laat De Bruijn zijn eigen stamboom even zien. ‘Gelukkig heeft mijn familie voor zover ik weet geen erfelijke aandoening, maar mijn zus heeft wel twee kinderen met rood haar’, vertelt de medicus. Verontschuldigend vervolgt hij snel: ‘Laat wel duidelijk zijn dat rood haar geen aandoening is.’ Met die opmerking heeft De Bruijn volledig zijn hart kunnen luchten.

Het Laatste Oordeel der Studenten Hoewel de studenten nog nooit eerder college van De Bruijn hebben gehad, zijn ze erg te spreken over zijn stijl van lesgeven. Zijn college is gemakkelijk te volgen en hij legt duidelijk en enthousiast uit. Toch zien de meeste artsen in spé er aangeslagen uit. Na een kleine rondvraag blijkt het college niet de reden dat ze zo groen en geel zien: de hoeveelheid huiswerk die nog op hen ligt te wachten is een grotere last op hun schouders. Blijkbaar valt een studie Geneeskunde zwaar op de maag. ANS


Reportage

BUITEN DE LIJNTJES EN ACHTER DE TEKSTEN Scoops, headlines en grote verhalen: elke dag speurt De Gelderlander naar het laatste nieuws. Het hoofdkwartier van deze regionale krant is gelegen aan de Waalkade. ANS bezocht het kantoor en liep een dag mee met de Nijmeegse stadsredactie en zag hoe de krant van morgen in elkaar wordt gezet.


Tekst: Noah Kleijne en Julia Meilink/ Foto’s: Ted van Aanholt Buiten de lijntjes en achter de teksten P. 9

Op de bureaus liggen grote vellen papier met onleesbare handschriften. De prullenbakken zitten nog vol met kranten van de voorgaande weken en de computerschermen staan op zwart. Het is negen uur ’s ochtends wanneer de eerste journalisten binnen komen druppelen op de redactievloer. Een enkeling wrijft de slaap uit zijn ogen en pakt een kop koffie om vervolgens een flexwerkplek uit te kiezen. Harm Graat, chef redactie Nijmegen, is zo’n vroege vogel. Hij vergaart al het nieuws en bepaalt welke artikelen uiteindelijk een plaats krijgen in de krant. Graat is deze ochtend al diep in gesprek met een aantal collega’s: iedereen wil meer weten van de chef, die gisteren ter plaatse was bij het laatste nieuws. Het stereotype van de ultra-flexibele journalist blijkt gelijk waar: Graat, eigenlijk niet meer werkzaam als verslaggever, was gisteren toch betrokken bij een artikel over een groot kermisongeluk in Wijchen. ‘Normaal gesproken was ik niet ter plaatse gegaan, maar omdat ik in de buurt woon werd ik gevraagd om een kijkje te nemen.’ Terwijl hij met twee collega’s praat over de drukke dag van gisteren loopt het kantoor langzaam vol. Graat kijkt om zich heen en beseft dat het tijd is om in actie te komen. Met twee woorden krijgt hij de hele redactie op de voeten. ‘Redactie, vergaderen!’

‘We merken dat mensen ons nog steeds zien als een waakhond.’ Waakhond van de regio Tijdens de redactievergadering wordt al snel duidelijk dat de regio centraal staat bij De Gelderlander. Iedereen is diep geschokt door het kermisongeluk in Wijchen, maar ook andere regionale verhalen krijgen de aandacht. Zo heeft een van de redactieleden contact gehad met een oude vrouw die onder erbarmelijke omstandigheden leeft. Noodgedwongen rijdt ze dagelijks met haar rollator door de hondendrollen die het pad naar haar appartement versperren. De Gelderlander besluit ook juist dit soort verhalen, die in het nationale nieuws vaak geen kans krijgen, een plek te geven. ‘We merken heel nadrukkelijk dat mensen ons nog steeds zien als een soort vertrouwenspersoon of waakhond, die ze bellen als dingen echt misgaan’, vertelt Graat. Ook online wil De Gelderlander die inspraak van de samenleving koesteren. Op veel media kun je niet reageren, die hebben de reactieknop bij online artikelen al lang geleden uitgezet vanwege ongewenste reacties. De Gelderlander besloot bewust om de

reactieknop te behouden ‘Wij hebben de knop wel gehouden omdat die leidt tot interactie en communicatie met ons publiek.’ Inmiddels zitten de journalisten schouder aan schouder in de vergaderkamer. Ieder van hen levert een nieuwsidee aan: samen besluiten ze wat die dag nog verder onderzocht moet worden. Met een paar snelle uitspraken zijn de onderwerpen verdeeld en na een kort telefoontje loopt ook leidinggevende Graat abrupt weg uit het gesprek. De journalisten kijken er niet van op of om. Ze blijven nog tien minuten praten over het laatste nieuws en beginnen ook hun prioriteiten te stellen. ‘Ik heb zo een gesprek met een tipgever, dus ik heb niet lang meer.’ Een voor een verlaten de journalisten de ruimte. Friedrichs: Wierd Duk Politiek verslaggever Stephen Friedrichs blijft alleen achter in de vergaderruimte en kijkt wat beduusd om zich heen. ‘Ik heb nu wel een artikel waarmee ik bezig kan, maar ik weet nog niet of ik daarmee ga eindigen.’ vertelt hij terwijl hij terugwandelt naar zijn werkplek. Friedrichs heeft gisteren een persbericht binnen gekregen met een bijzondere strekking: een tamelijk kansloos ogende poging van politieke partij VoorNijmegen.nu om de subsidie van Doornroosje in te trekken. ‘Ik ben een beetje de Wierd Duk van de krant, in de zin dat ik binnen een linkse stad het contact houd met de kleinere rechtse partijen en de VVD’, vertelt Friedrichs terwijl hij het persbericht op zijn telefoon laat zien. ‘De vraag is echter of ik het verhaal wel wil uitbrengen, je weet nu al dat het onwaarschijnlijk is dat de subsidie daadwerkelijk wordt stopgezet.’ Bij gebrek aan beter gaat Friedrichs toch maar wat andere politieke partijen bellen. Na een halfuur aan het stuk te hebben gewerkt, is de komkommertijd voor Friedrichs voorbij. Met een snelvaart vertelt de verslaggever dat hij via een collega een tip heeft binnengekregen. ‘Burgemeester Bruls heeft weer een café in Nijmegen gesloten.’ Aanvankelijk zou Friedrichs over een uur naar de wekelijkse persvoorlichting van de gemeente gaan, maar dit plan is al vrij snel van de baan wanneer de uitbaatster van het café bereid blijkt om met Friedrichs in gesprek te gaan. Dat Friedrichs zijn aanvankelijk geplande stuk zo gemakkelijk wegschuift voor een ander, is volgens Graat doodnormaal. ‘Hij heeft denk ik elke dag ongeveer zes onderwerpen onder zijn hoede. Sommige stukken staan gelijk in de krant van morgen, sommige lukken pas drie dagen later en andere zullen de krant nooit halen.’


Buiten de lijntjes en achter de teksten P. 10 P. 10

Een boze beller Na de uitbaatster gesproken te hebben is Friedrichs verrassend snel klaar met het artikel. ‘Kijk, ik heb het artikel zojuist online gezet’ zegt hij terwijl hij tevreden achterover leunt. Rondom hem zitten de andere verslaggevers gespannen achter hun computers. Om vijf uur willen ze naar huis, maar het is inmiddels al vier uur en de meeste stukken zijn nog niet af. Bij Friedrichs lijkt er geen vuiltje aan de lucht, totdat hij een lastig telefoontje krijgt. De uitbaatster is ontevreden over het stuk dat hij een uur geleden op de site van De Gelderlander plaatste. In de inleiding van het artikel verwijst hij naar harddrugs die volgens een onderzoeksrapport massaal zouden worden gebruikt in het café. De uitbaatster is kritisch op deze tekst, maar Friedrichs reageert kalm op de beller: ‘Als ik kijk naar hoe het online staat, dan is er niets mis mee.’ Na een lang relaas over de telefoon begint Friedrichs’ geduld nu toch enigszins op te raken: ‘Nee, maar dat is wel letterlijk wat er in het onderzoek staat. Het is een citaat.’ Wanneer Friedrichs zijn standpunt verder wil toelichten verliest hij de verbinding. ‘Dit is al de tweede keer dat ze wegvalt. Als mensen hun verhaal op papier terug zien, komt het op een of andere manier harder binnen en zeggen ze “doe toch maar niet”.’ De telefoon rinkelt een laatste keer. Nog één keer probeert Friedrichs de gepikeerde beller te bedaren. Helaas, zonder resultaat: ‘Bedankt voor niets!’, klinkt er uit de telefoon. De uitbaatster heeft het telefoongesprek abrupt afgesloten. Friedrichs slaakt een zucht: ‘En het gesprek begon nog zo amicaal!’ Ondanks de kritiek van de bron is Friedrichs tevreden. Het artikel bevat hoor en wederhoor en geeft een goed beeld van de onrust rond de sluiting van het café in Nijmegen. Als het vijf uur is, laat hij de journalistiek voor wat het is. Morgen richt hij zich weer op het nieuws van de dag. Nu is hij klaar en is het aan de eindredactie om te bepalen of Stephens artikel een plaats op in de papieren krant krijgt. De puntjes op de i en de streepjes door de t Op het computerscherm van eindredacteur Ronald Wiegerinck is een wirwar aan tekens en letters te zien. Traag maar gestaag verplaatst hij met zijn cursor stukken tekst van links naar rechts waarna hij de artikelen nauwkeurig uitlijnt binnen de lay-out van de krant. Wiegerinck is het eindstation van het geschreven stuk. Eerst ligt een stuk bij de journalist zelf, dan gaat het naar een ‘tegenlezer’: iemand die er nog een keertje naar kijkt. Vervolgens komt het terecht bij chef Graat. Pas als Graat goedkeuring heeft gegeven, gaat het stuk naar Wiegerinck of een van de andere eindredacteuren. Er gaan dus behoorlijk wat stappen aan het oordeel van de eindredacteur vooraf. Toch komt Wiegerinck nog behoorlijk wat foutjes tegen. ‘Soms houden mensen zich wel aan het aantal tekens, maar leveren ze geen aaneengesloten verhaal aan en zijn het alleen kleine blokjes met interviews. Nou, dat iets heel anders dan een aaneengesloten artikel’, zegt hij belerend. Terwijl de slome computer doorgaat, tikt Wiegerinck lettercodes in en zoekt hij naar de juiste sjablonen. Ondertussen krijgt hij ook nog eens te horen dat een artikel van een collega een latertje wordt. ‘Dat wordt dus lastig’, roept de journalist richting Wiegerinck. Wiegerinck gromt, maar hij is al heel wat gewend. ‘You love the job or you hate it. Je moet heel snel denken, werken, schakelen en dan heb je ook nog deadlines. Zo kan ik nog wel even doorgaan.’ Hij blijkt inderdaad nog niet klaar


Tekst: redactie ANS-online P. 11

met zijn opsomming: ‘Soms moet je mensen opbellen en zeggen dat je het artikel nu wil hebben of dat de foto niet goed is.’ Hij is zich er dan ook van bewust dat hij niet altijd geliefd is onder de schrijvers. ‘Het kan zijn dat de auteur het terugkrijgt omdat het niet goed genoeg is’, vertelt hij nonchalant. ‘Ik ben niet te beroerd om iemand om half 12 ‘s nachts nog uit bed te bellen om te vragen hoe iets zit.’ Wiegerinck vervolgt: ‘We zijn wel baasjes, en mensen zijn soms niet blij met mij, maar ja: dat is dan jammer!’ Wiegerinck hervat zijn bezigheden en terwijl hij zijn stoel draait vallen er allerhande stapels papieren op de grond. ‘Als je er echt een puinhoop van maakt, dan kun je wel een bromtoon krijgen’, zegt hij, verwijzend naar de artikelen van de andere schrijvers, niet naar zijn eigen rommel. Voorpaginanieuws? Om half zes ‘s avonds besluit de eindredactie over de globale opmaak van de krant. Dat neem niet weg dat nieuws nog veel later de voorpagina kan halen. ‘De deadline voor het laatste nieuws dat in de krant kan, ligt rond half één ‘s nachts’, vertelt Graat. Desalniettemin moeten er nu al moeilijke keuzes worden gemaakt. Het is tenslotte Prinsjesdag, een dag waarop de nationale kranten zich richten op de opmerkelijke baard van Willem en het minidecolleté van Maxima. Ook de redactie is het erover eens dat deze zaken niet onopgemerkt mogen blijven, maar het is onzeker of zij de voorpagina moeten halen ten koste van de renovatie van de Arnhemse snelweg. In de woorden van eindredactrice Jacqueline Bekker: ‘Wij zijn niet voor niets een regionale krant, daarvoor sluiten mensen een abonnement bij ons af.’ Het is dan ook uiteindelijk de Arnhemse snelweg, het regionale nieuws, dat de voorkant haalt. ANS

ANS

ONLINE ANS-Online is het digitale zusje van het papieren blad met dagelijks studentennieuws en eigen rubrieken. Hieronder lees je over de hoogtepunten van de afgelopen tijd en de onderwerpen om de komende periode naar uit te kijken. Doof zijn: een verrijking? PhD-student Tashi uit Florida werkt op de Radboud Universiteit aan haar proefschrift over gebarentaal. Ze is zelf doof en heeft vooral contact met mensen uit de dovengemeenschap. Om meer te weten over haar dove leven op de universiteit interviewde ANS haar. Aangezien Tashi liplezen maar niks vindt - ‘Het is gokken wat iemand zegt’ – en er geen Amerikaanse gebarentaal tolk voorhanden was, vond het interview al typend plaats. Met wat intuïtieve gebaren en lichaamstaal kwam ANS erachter dat Tashi doof zijn niet als een handicap, maar als een verrijking van haar leven beschouwt. Nijmegen viert de vrijheid Afgelopen maand stond Nijmegen in het teken van 75 jaar vrijheid. ANS was daarom niet alleen bij de officiële opening waarbij de oversteek van de Waal werd nagespeeld, en liep ook met de speciale editie van de Sunset March mee. De fotoreportage op de site laat de route zien die de stoet van 7500 mensen die avond liepen: over de brug, langs de sierlijke operazangeres te water en verder naar het herdenkingsmonument aan de Oosterhoutsedijk. Nederlands Kampioenschap Stratego Je kunt het zo gek niet bedenken of er bestaan toernooien van: Monopoly, legpuzzellen en alles ertussenin. Zo bestaat er ook een NK Stratego wat jaarlijks in november plaats vindt. ANS gaat op pad om een kijkje te nemen bij het evenement waar onder andere meerdere (oud) wereldkampioenen de hele dag potjes spelen om niet alleen de vlag, maar ook te titel Nederlands Kampioen Stratego te veroveren. Op de hoogte blijven van al het studentennieuws? Check dan www.ans-online.nl of volg ANS op Facebook, Instagram en Twitter.


Wankele werkelijkheid Tekst: Floor Toebes / Foto’s: Jetske Adams


Tekst: Floor Toebes/ Foto’s : Jetske Adams Vermens je! P. 13

Interview

VERMENS JE! Anno 2019 is de emancipatie van vrouwen geen onbekend begrip meer: dat mannen en vrouwen gelijk zouden moeten worden behandeld, is een mening die het grote publiek inmiddels deelt. Mannenemancipator Jens van Tricht zet zich in voor gendergelijkheid maar richt zich daarbij specifiek op mannen. ‘De kern van het probleem is dat mannen denken dat emancipatie en feminisme niets met hen te maken heeft en zelfs tegen hen is.’ Mannen en vrouwen worden op steeds meer gebieden gelijker behandeld. Zo is afgelopen jaar een uitbreiding van het vaderschapsverlof ingevoerd en kijkt niemand meer vreemd op als een vrouw de politiek in gaat. Emancipatie, het streven naar gelijke rechten tussen verschillende bevolkingsgroepen, lijkt tussen mannen en vrouwen de goede kant op te gaan. Toch zijn er ook stemmen die dit ontkennen. Zij vinden dat emancipatie zich in het publieke debat te veel richt op vrouwen. Daardoor zouden mannen helemaal vergeten zijn in dit verhaal en misschien zelfs worden benadeeld. Zo stelt de Amerikaanse psycholoog Jordan Peterson dat feminisme te ver gaat en promootte campagnebureau SIRE in 2017 dat jongens meer jongen moeten kunnen zijn. In een hip koffietentje in Amsterdam spreekt ANS de mannenemancipator Jens van Tricht. Hij zet zich in voor de gelijke behandeling van mannen en vrouwen, maar anders dan het hiervoor genoemde geluid, vindt hij dat mannen zich juist niet zo ‘mannelijk’ moeten gedragen. Volgens hem is het nu zo dat je alleen op de maatschappelijke ladder kunt klimmen wanneer je je gedraagt als een ‘echte’ man: dominant en sterk. In de huidige samenleving word je langs de mannelijke meetlat gelegd ongeacht of je je identificeert als man, vrouw of een ander gender. ‘We zitten in een systeem waar vrouwen zo mogen worden als mannen’, legt de activist vurig uit. Cynisch gaat hij verder: ‘Vrouwen moeten zich maar aanpassen aan de mannelijke standaard en als dat niet lukt, is dat hun eigen probleem.’ Volgens Van Tricht is dit een groot probleem. Op deze manier kunnen vrouwen niet emanciperen omdat er geen plek wordt gemaakt voor zogenaamd ‘vrouwelijke’ eigenschappen. Daarom moeten mannen ook emanciperen, wat betekent dat ze ook open moeten staan voor eigenschappen die met vrouwelijkheid worden geassocieerd.

Van Tricht denkt dat ‘een zwijgende meerderheid van de mannen ook openstaat voor vrouwelijke eigenschappen en het normaal vindt dat mannen en vrouwen gelijk worden behandeld’. Hij bedoelt hiermee dat mannen bijvoorbeeld zorgzaam zouden willen zijn zonder dat ze ‘vrouwelijk’ worden genoemd. ‘Maar zij weten niet hoe ze dit kunnen doen en waar ze bij horen. Want als je geen vrouw, homo of een gekleurd iemand bent, waar hoor je dan bij?’, legt Van Tricht uit. Voor deze mannen zet de activist zich dagelijks in met zijn organisatie ‘Emancipator’. Hij probeert gendergelijkheid teweeg te brengen door zich specifiek te richten op mannen en met hen in gesprek te gaan of zich uit te spreken over de rol van mannen in de maatschappij. Zo hoopt hij mannen de gelegenheid te geven om ‘niet alleen mannelijk te zijn, maar ook vrouwelijk en vooral mens te zijn’.

‘We moeten altijd maar voldoen aan dat nauwe beeld van mannelijkheid.’ Verman je! Als je de term ‘mannenemancipatie’ hoort, zou je bijna denken dat mannen het slecht hebben, terwijl zij vaker leiding hebben over anderen en daarnaast nog steeds beter worden betaald dan vrouwen. ‘Mannen hebben het economisch gezien ook beter dan vrouwen’, beaamt Van Tricht. ‘Maar dat wordt ook van mannen verwacht’, vertelt de activist. ‘Van mannen wordt verwacht dat ze voor brood op de plank zorgen, dat ze dominant en sterk zijn terwijl ze dit misschien wel helemaal niet willen.’ Om nog wat kracht achter zijn stelling te zetten, zegt hij met grootse handgebaren: ‘we moeten altijd maar voldoen aan dat nauwe beeld van mannelijkheid.’


Vermens je! P. 14

Hoeveel mannen zich echt oncomfortabel voelen bij het typische beeld van mannelijkheid, kun je betwisten. Al zouden het er maar weinig zijn, toch blijft het probleem volgens Van Tricht bestaan: mannelijke eigenschappen krijgen in de huidige maatschappij nog steeds een hogere waardering dan vrouwelijke eigenschappen. ‘Ongeacht je gender, moet je mannelijk eigenschappen hebben om op de maatschappelijke ladder te kunnen klimmen.’

‘Jongens die doen zoals meisjes? Daar worden we ongemakkelijk van.’

dergelijkheid. Als je dat niet doet, dan denken ze dat het niet over hen gaat’, verzucht hij. Zonder een actieve bijdrage van mannen is emancipatie moeilijk haalbaar. Want echte gendergelijkheid bereik je enkel en alleen met vrouwen én mannen. Dit merkte hij al in zijn jonge jaren toen hij als onderdeel van de Amsterdamse krakersbeweging van de jaren 90 in aanraking kwam met emancipatie. ‘We hielden discussies over de rol van mannen in de maatschappij en de verhoudingen tussen mannen en vrouwen’, vertelt de mannenemancipator.

Om deze situatie enigszins te verbeteren is het cruciaal om eigenschappen die als vrouwelijk worden gezien, zoals zorgzaamheid, meer te waarderen. Anders kan er geen gendergelijkheid bestaan, aldus Van Tricht. ‘Het mechanisme dat die ongelijkheid creëert pakken we nog niet aan.’ Duidelijk geërgerd zegt hij: ‘Deze maatschappij haalt zijn neus op voor vrouwelijkheid, voor zorg. Kijk naar hoe beroepen in de zorg en het onderwijs betaald worden, hoe deze gewaardeerd worden. En dat terwijl zorg de kern van onze samenleving is!’ Even valt hij stil, neemt nog een slok koffie en vervolgt. ‘Jongens die doen zoals meisjes? Daar worden we ongemakkelijk van. Dat moet echt veranderen.’ Dus we moeten volgens de mannenemancipator niet alleen vrouwen motiveren om zich te interesseren in ‘mannenberoepen’, zoals Defensie en technische beroepen, maar ook mannen motiveren om zich te interesseren in ‘vrouwenberoepen’, zoals een baan in de zorg of het onderwijs.

‘Als je het niet expliciet maakt, denken mannen dat het niet over hen gaat.’ Notenkrakers Zo klinkt Van Tricht eerder als een strijder voor gendergelijkheid terwijl hij een organisatie voor mannenemancipatie heeft opgericht. ‘Emancipator heb ik ook opgericht voor gendergelijkheid, maar we richten ons specifiek op jongens en mannen’, vertelt de activist. Waarom heeft Van Tricht voor zo’n misleidende term gekozen? ‘Wat ik in de afgelopen jaren heb gemerkt, is dat je iets expliciet moet maken als je wil dat het aandacht krijgt’, licht hij toe. Binnen de emancipatiebeweging wordt de positie van mannen volgens hem namelijk vaak vergeten. ‘Daarom richten wij ons specifiek op het betrekken van jongens en mannen bij gen-

Binnen de krakersbeweging werd geprobeerd om de traditionele man-vrouwrolverdeling te verbreken. Dat ging niet altijd van een leien dakje, vertelt hij. ‘Het is onmogelijk om het in één keer goed te doen. Ik merkte toen hoe hardnekkig patronen kunnen zijn’, even is hij stil en kiest zijn woorden zorgvuldig: ‘met willen dat het anders gaat, is het nog niet anders.’ Met die gedachte pakte Van Tricht het daarna groot aan met de oprichting van Emancipator.


P. 15

Emanciperen in de praktijk Zoals Van Tricht al beschreef, is het in de praktijk nog niet zo makkelijk om gendergelijkheid te bewerkstelligen. Het probleem is volgens de activist dat emancipatie vaak niet op de juiste manier wordt aangepakt waardoor er daadwerkelijk iets verandert. ‘Om iets te veranderen moet je niet kiezen tussen het persoonlijke en het politieke, maar je moet die samenpakken’, vertelt hij. ‘Je moet én in je persoonlijke leven patronen verbreken, én in de politiek hetzelfde doen.’

Toekomstbeeld Het is een interessante vraag: hoe gaat mannenemancipatie de situatie verbeteren? Is het streven van Van Tricht niet te idealistisch? Ondanks dat hij zijn visie baseert op wetenschappelijke cijfers, kun je je afvragen hoeveel mannen zich kunnen vinden in zijn plannen. ‘Het is relatief makkelijk om een zaal vol vrouwen te krijgen die het belangrijk vinden dat mannen gaan veranderen’, moet hij toegeven. Dit betekent echter niet dat zijn ideeën onsuccesvol zijn. Zo krijgt Emancipator een stem in de documentaire Man Made van Sunny Bergman en heeft de organisatie sterk bijgedragen aan de lobbyvoering voor de uitbreiding van het vaderschapsverlof.

‘De roep om de sterke man is zo groot. En sterke mannen leiden vaak tot geweld.’ En Emancipator heeft nog genoeg plannen voor de toekomst. ‘Je kunt bijvoorbeeld bekijken wat er nodig is in onderwijsvernieuwing zonder dat op te hangen aan een roze-blauwverschil tussen jongens en meisjes’, vertelt Van Tricht. ‘De samenleving wil graag problemen in het algemeen oplossen door kinderen de ‘juiste’ manier te leren. Maar degenen die met kinderen aan de slag gaan, zijn deel van het probleem. Dus ook volwassenen moeten zich anders gaan gedragen’, gaat hij verder. Daarin is bewustwording heel belangrijk en moet je het gesprek aangaan en experimenteren.

Om die reden verzorgt Emancipator zowel mannencursussen, waarin mannen nadenken over genderrollen, als de ontwikkeling van toolkits in het onderwijs, om daar kinderen zo goed mogelijk te onderwijzen zonder de traditionele genderrollen. Zijn werk is echter niet altijd groots en meeslepend: ‘Uiteindelijk komt het in heel veel situaties erop neer dat we onze hand opsteken en zeggen “goh, maar op welke manier spelen jongens, mannen en mannelijkheid nou een rol bij dit probleem? En hoe gaan we die deel maken van de oplossing?”

Emancipator lijkt de goede kant op te gaan, betekent dit ook dat emancipatie de goede kant op gaat? De mannenemancipator zoekt even naar de juiste woorden. ‘Op dit moment zijn er duidelijk twee bewegingen te onderscheiden in de samenleving en kan het dus ook twee kanten opgaan met emancipatie. Aan de ene kant denk ik soms dat het ontzettend mis gaat. De roep om de sterke man is zo groot. En sterke mannen leiden vaak tot geweld en ellende.’ Weer denkt de activist na voordat hij verder gaat: ‘aan de andere kant denk ik dat dit de laatste stuiptrekkingen zijn van een systeem dat niet langer houdbaar is.’ Het pad naar geslaagde emancipatie, naar eerlijke gendergelijkheid is niet makkelijk en lang, maar met nieuwe perspectieven komen we een heel eind. Misschien wordt het eerst slechter voordat het beter gaat. Er is in ieder geval een nieuw geluid in de discussie over emancipatie waardoor mensen wellicht vaker openstaan voor conversatie. ANS


Illustratie: Quy Tran/ Tekst: Pepijn de Lange

NAGEDACHTENIS Toen ze hem vonden sloten ze hem op. Hoe hij ook schreeuwde, hoe hij ook met zijn vuisten bleef bonzen op de plek waar hij een deur had gezien, niemand gaf antwoord

De stenen wanden wenden op den duur terwijl binnen in zijn hoofd zijn gebons weerklonk als gebonk en van muur tot muur kaatste als de stem van zijn geweten


Hij bleef geloven in en zoeken naar een uitweg, maar pas toen hij alle hoop op het einde toch had opgegeven liet hij uitgeput zijn gedachten vrij.

Toen hij zijn eigen ontsnapping verzon, de muren wegdacht en buiten lijkbleek om zich heen keek leek iedere waarheid hem mogelijk en mogelijk niet waar.


Uitgesteld of achtergesteld? Tekst: Jetske Lieber en Floor Toebes/ Illustratie: Joëlla Verschoor P. 18

Achtergrond

UITGESTELD OF ACHTERGESTELD? Jongeren doen langer over hun studiekeuze, gaan minder snel op kamers en betreden later de arbeidsmarkt. Dit soort mijlpalen worden steeds later behaald waardoor deze generatie ‘uitgesteld’ wordt genoemd. Hoe komt het dat de generatie jongvolwassenen met de term ‘uitgesteld’ wordt bestempeld en is het terecht dat deze ontwikkeling als iets negatiefs wordt gezien? Ze slapen in tienerkamers, blijven achteloos swipen op Tinder voor het nodige fysieke contact en betreden later de arbeidsmarkt: de jeugd van tegenwoordig lijkt steeds later volwassen te worden. In de media worden ze ook wel de ‘uitgestelde generatie’ genoemd. Hoewel deze stelling generaliseert, is het wel feit dat keuzes later worden gemaakt. Verscheidende instanties luiden daarom de noodklok: het uitstellen van keuzes zou zeer problematisch zijn. Zo schreef de jongerenafdeling van de Sociaal-Economische Raad (SER) een alarmerend rapport en haalt het onderwerp wekelijks, zo niet dagelijks het nieuws. Je kunt je echter afvragen waarom deze generatie ‘uitgesteld’ wordt genoemd en of alle commotie terecht is. Is deze ontwikkeling echt vooral negatief of valt het misschien toch mee? Huisje boompje beestje? Volwassenen kijken negatief naar de ‘uitgestelde’ generatie omdat zij iets anders gewend zijn. Toon Cillessen, hoogleraar Ontwikkelingspsychologie aan de Radboud Universiteit (RU), stelt zelfs dat de discussie over de ‘uitgestelde’ generatie van alle tijden is en dat je die best met een korreltje zout kan nemen. ‘Mensen denken vanuit hun eigen kader, vanuit wat zij gewend zijn. Per generatie verandert het kader. Dus dat er nu negatief wordt gekeken naar de huidige generatie, is niet gek.’ De huidige generatie jongeren wijkt namelijk sterk af van de norm van de generaties voor hen omdat de jeugd van tegenwoordig het standaard patroon van ‘studie-relatie-baan-trouwen-kinderen’

niet per se meer volgt. Sociologe Lonneke van den Berg, verbonden aan de RU, vertelt dat er zelfs tussen individuen meer diversiteit ontstaat in levensloop: ‘Vroeger lag meer vast welke stappen je zou zetten en in welke volgorde. Nu zie je daar veel meer verschillen in komen. Levens worden daardoor niet alleen uitgesteld, maar ook meer divers.’ Zo gaan veel jongeren na de middelbare school niet meteen studeren maar nemen ze eerst een tussenjaar en zijn jongeren langer single voordat ze aan een vaste relatie beginnen. Jongvolwassenen stellen dus vooral uit vergeleken met de generaties voor hen, maar niet als je hun gedrag in lijn met de norm bekijkt. Aan de andere kant verschilt de huidige generatie niet op alle fronten met generaties voor hen, want volgens Van den Berg is er vanaf de jaren 60 een stijgende lijn in de welvaart waardoor jongvolwassenen al decennialang steeds later belangrijke keuzes maken.

‘Uitstelgedrag is niets nieuws.’ ‘De toenemende welvaart heeft ervoor gezorgd dat jongeren steeds meer keuzes hebben en er meer waarde wordt gehecht aan de wil van het individu’, vertelt ze. Dit zorgt ervoor dat jongeren de tijd willen nemen om de juiste keuze te maken. Het uitstelgedrag is dus niets nieuws. De omstandigheden waarin ze de


Uitgesteld of achtergesteld? P. 19

keuzes uitstellen wel. ‘Dit is de eerste generatie die het slechter heeft dan de generaties voor hen’, vertelt Ton Wilthagen, hoogleraar Arbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg. Eerst was er nog een soort ‘vangnet’ waardoor jongeren een slechte keuze konden maken. Denk bijvoorbeeld aan de basisbeurs: studenten konden het zich vaak permitteren om één of zelfs twee keer van studie te switchen.

‘Voor je zelfontplooiing is het cruciaal om eerst te ontdekken wat het leven je te bieden heeft.’ Vanwege de economische crisis van 2008 is dit niet langer meer het geval: de basisbeurs is afgeschaft en de studieschuld groeit elke maand meer en meer. Dit klinkt vooral negatief, maar is uitstellen an sich hierdoor ook negatief? Laatbloeien is uitbloeien ‘Nee’, vindt Cillessen. Door langer de tijd te nemen voor belangrijke beslissingen, kunnen jongeren zich beter ontwikkelen tot volwassenen, legt hij uit. ‘Voor je zelfontplooiing is het cruciaal om eerst te ontdekken wat het leven je te bieden heeft.’ Jongeren moeten de tijd hebben om te kijken welke keuzes er mogelijk zijn en wat de beste keuze is. ‘Als je een keuze maakt zonder dat je weet wat er te bieden is, word je ongelukkig’, redeneert hij. De hoeveelheid aan keuzes leidt wel tot keuzestress. ‘Als je naar een supermarkt gaat en er zijn twee soorten pindakaas of er zijn vijftig soorten, dan maakt dat wel een verschil’, legt Cillessen uit. Daarom is het zo belangrijk om de tijd te nemen om een keuze te maken.

Door de huidige economische omstandigheden wordt uitstellen nog problematischer. Dit zou je door de huidige economische omstandigheden echter kunnen betwisten. Sinds de economische crisis van 2008 neemt de welvaart van jongvolwassenen namelijk af: zo is de basisbeurs afgeschaft en een woning huren of kopen is steeds duurder geworden. Hierdoor moeten jongeren wel keuzes uitstellen. Ze kunnen zich een verkeerde keuze simpelweg niet meer permitteren. Deze kunnen ze niet meer terugdraaien. ‘Als mensen minder zeker zijn over een economische situatie, worden bepaalde transities uitgesteld’, beaamt Van den Berg. ‘Er is minder geld beschikbaar, dus dan gaan jongvolwassenen ook nog niet samenwonen of een huis kopen.’ Jongeren hebben dit dondersgoed door en worden volgens Wilthagen ook op deze toekomst voorbereid: ‘Ze beseffen dat een groot en breed cv hard nodig is en daarom stellen ze het betreden van de arbeidsmarkt vaak uit.’ Wilthagen stelt daarom dat uitstellen het probleem niet is. ‘Het probleem is dat jongvolwassenen heel erg moeten leunen op hun ouders. Wanneer dit niet kan, val je tussen wal en schip en is het maar de vraag of je je hoofd boven water kunt houden.’ Ook Van den Berg noemt dit en is bang voor een groeiende ongelijkheid tussen verschillende sociale klassen.

‘Als je geen vangnet hebt, kun je je een verkeerde keuze niet permiteren.’ Generatietoets Hoewel uitstellen iets van alle tijden is, is het maar de vraag of het goed of slecht is voor jongeren. Enerzijds ontwikkelen jongeren zich beter tot volwassenen door het uitstellen van keuzes. Anderzijds moeten zij dit in een zeer nadelige situatie doen. Als je zelf geen vangnet hebt, kun je je een verkeerde keuze niet permitteren waardoor er nog meer druk op je komt te staan om de juiste keuze te maken. Daarom zou iets als een generatietoets een verbetering van de zaak zijn. De SER heeft de invoering geadviseerd. De generatietoets houdt in dat wetten voordat ze worden aangenomen, getoetst worden op basis van de verwachte gevolgen voor verschillende generaties. Als de generatietoets er bijvoorbeeld was voordat het leenstelsel werd ingevoerd, zou er wellicht meer zijn nagedacht over de gevolgen van het leenstelsel voor de huidige generatie studenten. Dit had er dus voor kunnen zorgen dat zij in een voordeligere situatie waren beland waar uitstellen minder noodzakelijk en meer een eigen keuze zou zijn. De uitgestelde generatie is op die manier in ieder geval niet achtergesteld. ANS


Adverteren? Kijk op ANS-Online.nl P. 20

Ben jij creatief, enthousiast en betrokken? Met andere woorden: kun jij koffie zetten?

ANS ZOEKT: Interesse? Stuur een mail naar - Schrijvers redactie@ans-online.nl of - Fotografen kom langs op ons kantoor onder het Elinor Ostromge- Sitebouwer bouw. - Vertalers - Mensen die mooie advertenties kunnen maken (Advertentie)


Tekst: Jackie de Bree en Celis Tittse/ Foto’s: Samet Yigit/ Illustratie: Joost Dekkers De Graadmeter P. 21

DE GRAADMETER

In De Graadmeter zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: Snelle droogtechnieken voor kleding.

Wat: Sonic Moeite: Klamme tweede huid Resultaat: Warme spieren, natte kleding

Wat: Hippe föhntechnieken Moeite: Lamme arm Resultaat: Natte ballon

Wat: Ovenschotel Moeite: Stank voor dank Resultaat: Droge kleding met brandplekken

Tijdens de werkgroep heb je met je onhandige geklungel koffie over je witte blouse gegooid. Wat schaapachtig observeer je de vlek. De priemende opmerkingen van je medestudenten schieten al door je hoofd, waardoor je in paniek naar de wc stuift. Eenmaal daar spoel je de vlek uit de blouse terwijl je met een verhit hoofd radeloos in de spiegel staart. Beschaamd sluit je jezelf op in de wc. Beweging maakt warm, wat al bleek uit je vlucht naar het kleinste kamertje . Je begint als een bezetene pirouetjes te maken om zo de thermische diffusie op je te laten inwerken. Na een verhit kwartier weegt de duizeligheid niet langer op tegen de toekomstige sociale vernedering. Terneergeslagen treed je de wereld met een zweetgeur en een nog doorzichtig blouseje tegemoet.

Na een scrub-beurt verlaat je de douche. Met nog een kwartier op de klok voor je vertrek pak je de föhn om je anarchistische kapsel te beteugelen. Het uitverkoren tuniekje van vandaag hangt echter nog vochtig aan de lijn. Ook deze ontkomt niet aan de kracht van de föhn. Je knoopt de mouwen dicht en propt de föhnkop in de onderkant van het shirt. Langzaam ontvouwt het shirt zich tot een volwaardige heteluchtballon. Het beste is natuurlijk om twee vliegen in één klap te drogen: zowel het haar als de kleding. Dit doe je door de hals van het natte shirt als een haarband om je hoofd te binden en het voorheen genoemde trucje te herhalen. Helaas resulteert het avontuur naast droge haren ook in een klam uitgeblazen hemd en een lamme arm.

Met een fikse kater ontwaak je een half uur voor college in het huis van je eennachtslief. Stommelend naar het koffiezetapparaat, gooi je enkele croissantjes in de oven. De vrijdagse loomheid deed je de natgeregende kleding van afgelopen nacht en de inmiddels zwartgeblakerde croissantjes vergeten. Wegens gebrek aan betere ideeën op deze dode ochtend, gooi je de kleding in de nabroeiende oven, zo: ajeto! Het beeld van kleding in de oven, op de plaats van je favoriete Big Americans, oogt halfgaar. Het gepiep van de kookwekker alarmeert je bonkende hoofd en meldt dat de ovenschotel klaar is. Met hoge verwachtingen open je de oven. Helaas: uit de dampende wolk komen de eerste verschroeide plekken in je opgedroogde kleding tevoorschijn. ANS

Benieuwd naar meer snelle droogtechnieken? Check dan www.ans-online.nl!


Politieke praatjes Tekst: Myrte Nowee en Jitske de Vries/ Foto: Max Severijns/ Illustratie: Aïsha Dembe P. 22

Interview

POLITIEKE PRAATJES

De laatste jaren is de podcast enorm in populariteit gestegen. Om meer over dit medium te weten te komen interviewde ANS oud-Radboudstudenten Auke en Max. Zij zijn de stemmen van de succesvolle podcast Met ‘n Korreltje Zuid. In de wereld van de podcasts zijn alle gespreksonderwerpen geoorloofd: boeiende moordzaken, achtergrondfeitjes bij het wereldnieuws of slap gelul als ontspanning en vermaak. De verscheidenheid aan onderwerpen waarover in een podcast gesproken kan worden, is enorm. De afleveringen hebben iets weg van een radio-uitzending, met het grote voordeel dat deze on demand te beluisteren zijn. Ook is het, anders dan op populaire radiozenders, voor een podcastmaker mogelijk om zich tot een specifieke niche te richten zonder het risico te lopen hier op afgerekend te worden. Politicologiestudenten Auke Roos en Max Severijns begonnen tijdens hun studententijd hun eigen podcastavontuur: Met ‘n Korreltje Zuid. Met hun ongezouten mening geven ze onserieus commentaar op serieuze onderwerpen. Zo komen bijvoorbeeld politieke en wetenschappelijke discussies aan de orde, maar ook hun kijk op de invloed van nepnieuws op het dagelijks leven. De jongens zitten momenteel in Milaan voor hun master Internationale Betrekkingen. Een reisje naar het Zuiden zat er helaas niet in voor ANS maar de haperende skypeverbinding was gelukkig toereikend om wegwijs te worden in de wereld van de podcasts. Jullie bespreken onderwerpen van over de hele wereld in jullie afleveringen. Hoe ontstond het idee om een podcast te maken over zo’n breed scala aan onderwerpen? Auke: ‘We kennen elkaar nu iets meer dan een jaar en sinds onze ontmoeting hebben we het regelma-

tig samen over de politiek. Op een bepaald moment dachten we: onze gesprekken zijn zo geniaal, dit moeten we online zetten! Naast dat het vaak grappige gesprekken zijn, hebben we er wel degelijk serieuze intenties mee. Door de achtergrondkennis die wij tijdens onze studie hebben vergaard, samen met onze interesse in het nieuws, kunnen we vrij inhoudelijk op de gekozen onderwerpen ingaan. Als dit niet het geval was geweest, hadden we onze gedachten zeer waarschijnlijk voor onszelf gehouden.’ Max: ‘We doen vaak onderzoek voor we beginnen met een onderwerp. Dit was bijvoorbeeld het geval toen we over de ijzeren haken en glazen ogen van piraten spraken. We schrijven nooit een script maar maken aan de hand van onze voorkennis van tevoren wel een plan waar we het over gaan hebben.’ Auke: ‘Los van dat we het zelf natuurlijk leuk vinden om onze kennis te delen, hopen we ook dat onze luisteraars op deze manier een leuk feitje uit hun mouw kunnen schudden wanneer ze op een zaterdagavond naar een feestje gaan.’ Er zijn naast podcast talloze andere manieren om jullie gedachtes met een groter publiek te delen. Waarom hebben jullie juist voor dit medium gekozen? Max: ‘Het mooie aan een podcast is dat het een kwestie is van een microfoon aanschaffen, ergens gaan zitten en je ding doen. Het is heel laagdrempelig: we zetten een pot koffie, de microfoon gaat aan en dan kunnen we beginnen. Aan het eind van de dag knippen we nog een beetje in de geluidsopnames om ne versprekingen eruit te halen, en dan is je aflevering


Column Naomi Habasby P. 23

klaar. Dat zou er heel anders aan toe gaan wanneer je bijvoorbeeld vlogs maakt voor op YouTube. Dan heb je echt verstand nodig van video, geluid en editing. Een beeld erbij hebben is natuurlijk geinig, maar voor ons doel voegt het eigenlijk niets toe. Het gaat ons namelijk om het creëren van een leuk gesprek.’ Auke: ‘Daarbij vinden we het gewoon een tof medium, dus dachten we: dit willen wij ook gaan doen. Ook bestaat een podcast zoals wij die hebben ingevuld verder niet, althans niet in Nederland. Ergens lijkt het wel op De Rudi en Freddie Show, waar ik zelf ook graag naar luister. Daar lullen twee jongens van De Correspondent net zoals wij een beetje over politiek en economie. Zij gaan er echter wel wat dieper op in dan wij. Wij houden het liever wat luchtiger.’ Jullie zijn duidelijk bekend met andere, professionelere podcasts. De eerste aflevering van jullie eigen podcast kwam echter ook zeer professioneel over. Waren jullie er bewust mee bezig om dat te bereiken? Auke: ‘Ik moet zeggen dat we echt met vallen en opstaan tot die eerste podcast zijn gekomen. Vorig jaar in april zijn we ermee begonnen en hebben we een aantal opzetjes gemaakt. Die hebben we vervolgens bij wijze van experiment naar wat vrienden gestuurd. Daar kwam echter direct heel harde feedback op, zoals: “Jongens, dit is echt slecht!”’ Max: ‘Of: “Dit is gewoon kut.”’ Auke: ‘Wat we hadden gemaakt bleek achteraf een oninteressant studentengesprek te zijn zonder goede structuur. We zijn na die feedback meer podcasts gaan maken om wat te oefenen. Toen we wat meer ervaring hadden, zijn we uiteindelijk half juli online gegaan.’ De thema’s die jullie bespreken zijn vrij divers.

‘Onze gesprekken zijn zo geniaal, dit moeten we online zetten.’ Hoe komen jullie aan jullie gespreksonderwerpen? Max: ‘Fingerspitzengefühl! We zijn nieuwsjunkies en zijn dus veel bezig met de actualiteit. Iedere dag komen er wel dingen in de media voorbij die we interessant vinden. Omdat we elkaar daarnaast eigenlijk de hele dag spreken komen de ideeën dus vanzelf.’ Auke: ‘We hebben altijd een hele waslijst met potentiële

UB-SERVATIES Naomi Habashy woont zowat in de UB. Een treurig feit, maar ze is lang niet de enige. Vanaf haar plekje in de leeszaal observeert ze de mensen om haar heen, die net als zij met andere dingen bezig zijn dan studeren. In deze column rapporteert ze haar bevindingen. Of het nu een regenachtige donderdag in november, een stille avond in januari of een vroege ochtend in april is, sommigen zijn er altijd. Het maakt ook niet uit op welk moment van de dag en voor hoe lang je er zelf bent, zij zullen er zijn; net alsof ze er wonen. Je zou je bijna gaan afvragen waar ze hun tandenborstel laten. En die volstrekt willekeurig geplaatste deuren in de verdieping, bewaren ze daarachter hun kleren? Rollen ze ’s ochtends hun matje tussen de theologieboeken op en slenteren ze daarna, met toilettas onder de arm, naar de wc’s? Je zou bijna denken dat ze hun dag écht zo beginnen. Boven nemen ze een kopje koffie uit de automaat voor een goed begin van de dag, en langzaamaan zien ze de eerste mensen door de automatische deuren naar binnen stromen. Onder hen bevindt zich altijd wel iemand die eerst nog de krant gaat zitten lezen aan de tafels bij de trap. Net als deze bewoner weer terug wil gaan naar zijn plek komt hij een bekende tegen. Oh, hey hallo! Hij ook hier? Ze had niet verwacht dat hij er al zou zijn. Die reactie is op zijn zachtst gezegd opmerkelijk; ze groeten elkaar iedere ochtend om deze tijd bij de automaat. Ja natuurlijk is hij er al. Hij heeft net ontbeten en z’n krant al uit. Hij moest maar weer eens terug naar de verdieping. Wat goed van hem; vroeg beginnen betekent vroeg klaar zijn. Daar heeft ze zeker een punt, hij heeft ook nog veel te doen. De bewoner lijkt zijn dag te beginnen zoals ieder ander, alleen weet niemand wanneer hij op zijn plek is neergestreken. Het enige wat je weet is dat hij er eerder was dan wie dan ook en dat je zijn vertrek waarschijnlijk niet zult meemaken. De meesten haken eerder af, maar hij gaat onverstoorbaar door. Hij besluit zelfs tot het einde te blijven en pakt pas zijn spullen bij elkaar wanneer het sluiten van de bieb wordt aangekondigd. Hij loopt nog een laatste rondje langs de stellingen, daarna lijkt hij te verdwijnen. Om kwart over twaalf wordt er in een hoekje van de verdieping een nachtlampje zelfgenoegzaam uitgeknipt. Morgen is er weer een dag.


Politieke praatjes P. 24

Auke: ‘We hebben altijd een hele waslijst met potentiële onderwerpen klaarliggen. Niet alle ideeën zijn even goed. Soms staan er slechte ideeën op, maar met een beetje brainstormen weten we altijd wel tot iets leuks te komen.’ Wat voor publiek luistert daar dan naar? Auke: ‘We maken onze podcast in principe voor mensen zoals wijzelf. Laten we zeggen: mensen tussen de achttien en vijfendertig die geïnteresseerd zijn in nieuws, politiek, geografie en internationale feitjes. Kennelijk zijn dat er best wat, want we zien het aantal luisteraars continu oplopen. Op dit moment luisteren er zo’n duizend mensen per aflevering.’ Max: ‘Dat grote aantal komt ook omdat de gesprekken worden gehouden als een soort interview. Daardoor is het vrij luchtig en voelt het luisteren van onze afleveringen niet alsof je zes boeken van Kant leest, maar is het wat meer behapbaar – en hopelijk leuk- om naar te luisteren.’

‘We hebben zeker plannen om na onze studie hiermee door te gaan.’ Dat is een mooi aantal luisteraars, hebben jullie ook plannen voor een professionelere aanpak of blijft het bij een hobby? Auke: ‘We hebben zeker plannen om dit na onze studie voort te zetten. Het liefst zouden we het zo groots aanpakken dat het ons werk zou kunnen worden. De eerste stappen worden daar nu al voor gezet. Zo hebben we laatst onze productie opgevoerd van één aflevering in de twee weken naar één per week. Daarnaast hebben we een Instagramaccount waarop we dagelijks feitjes posten die te maken hebben met de thema’s van onze afleveringen. Ook zijn we bezig met het opzetten van een website. Het plan is dat we daar artikelen posten met wat meer achtergrondinformatie over de onderwerpen die wij bespreken.’ Max: ‘Op die manier wordt het echt één geheel.’ Auke: ‘We zouden dus graag door willen als zelfstandigen zodat we met zijn tweeën kunnen blijven beslissen waar we het iedere aflevering over gaan hebben. Op den duur zullen we echter wel wat hulp van buitenaf nodig hebben voor het organisatorische gedeelte.’

Dat klinkt alsof jullie hier veel tijd in steken. Verdienen jullie hier nu ook al wat mee? Auke: ‘Nog niet echt. De streamingsdiensten waar we op te vinden zijn, werken voor podcasts namelijk niet zoals bij muzikanten. Die krijgen een bedrag voor iedere stream, al is dat maar ongeveer 1 eurocent of zelfs minder. Toch kunnen zij daar redelijk aan verdienen. Bij podcasts werkt dat helaas anders, al moet je me niet vragen waarom.’ Max: ‘Dat komt natuurlijk ook omdat het aantal luisteraars per liedje veel groter is dan bij een podcastaflevering. Goed verdienen via bijvoorbeeld Spotify is dus een uitdaging.’

‘Vertel je verhaal en flikker het op internet!’ Auke: ‘Er zijn wel verdienmodellen waarbij gebruik wordt gemaakt van advertenties en gesponsorde afleveringen. Wij zijn daar op dit moment ook voor in gesprek met meerdere partijen.’ Stel dat iemand nu denkt: ‘ik wil ook een podcast maken.’ Wat willen jullie diegene dan meegeven? Auke: ‘Kies vooral onderwerpen uit die je zelf interessant vindt. Je moet niet over iets gaan praten simpelweg omdat het een veelbesproken onderwerp is.’ Max: ‘Mensen horen het inderdaad direct wanneer een onderwerp jou eigenlijk niet zo veel boeit. Wees daarom vooral jezelf. Daarnaast moet je het als je twijfelt gewoon doen. We horen vaker dat iemand wel eens een podcast zou willen maken. Ik denk dan, doe het gewoon! Koop een microfoon, vertel je verhaal en flikker het op het internet!’ ANS


Ben jij creatief, enthousiast en betrokken? Met andere woorden: kun jij koffie zetten?

bijna weekend?

ANS ZOEKT: - Schrijvers - Fotografen - Illustratoren - Vertalers - Mensen die mooie advertenties kunnen maken

Vier het bij BUUR! Elke donderdag tussen 15:00 en 18:00 drink je bij ons een biertje met korting. Deze maand: Berta van brouwerij Brouwtoren!

Interesse? Stuur een mail naar redactie@ans-online.nl of kom langs op ons kantoor onder het Elinor Ostromgebouw.

BUUR is de plek in Brakkenstein waar je kan borrelen, lunchen, dineren of flexwerken. Je vindt ons direct achter de campus. BUUR, Deken Hensburchstraat 2, 6525 VJ Nijmegen. Ingang tegenover speeltuin Brakkefort | www.buurbrakkenstein.nl

Vóór 21:30 besteld, morgen in huis

% 30 KORTING

extra spannend assortiment

Boven €20,gratis verzonden

verschillende varianten en maten

Discreet verpakt

vegan

op condooms van The Crazy Monkey, Sico of Mein Kondom! WWW.DEONLINEDROGIST.NL *Korting is geldig t/m 21-11-2019.


Veilig van bil met de anticonceptiepil Tekst: Simone Bregonje en Katarina Laken/ Illustratie: Gigi van Grevenbroek P. 26

Tijdsgeest

VEILIG VAN BIL MET DE ANTICONCEPTIEPIL In Tijdsgeest wordt iedere editie het verleden, heden en de toekomst van een fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: De kijk op anticonceptie.

In 1962 kwam er een nieuw hormonaal anticonceptiemiddel op de markt: de pil. Het middel werd al snel hét teken van emancipatie. Vrouwen hadden vanaf dat moment namelijk de mogelijkheid om zelf te kiezen of zij zwanger wilden worden of niet. Tegenwoordig is het middel echter onderwerp van discussie. Hoe is onze kijk op de pil door de tijd heen veranderd en wat staat ons nog te wachten?

Verleden: Een zondige zaak Tot halverwege de vorige eeuw was de openlijke verkoop van alle anticonceptiemiddelen verboden in Nederland. Bij gebrek aan beter probeerden mensen allerlei andere manieren om niet zwanger te worden. Een van deze methodes was de surprise. ‘Dat betekent eigenlijk gewoon dat je als man je vrouw moest bespringen om daarna snel weg te rennen. Door het voorspel over te slaan zou zij niet zwanger kunnen worden’, vertelt Jasper Smit, een cabaretier met een passie voor boeken over seksuele voorlichting. ‘Die boeken laten een patroon zien. Voor de jaren vijftig werd er nauwelijks over anticonceptie geschreven, maar vanaf de jaren zestig werd het gangbaarder.’ Deze ontwikkeling hangt samen met de introductie van de anticonceptiepil in 1962. Marloes Hülsken, hoofddocent aan de lerarenopleiding Geschiedenis aan de HAN, heeft onderzoek gedaan naar de wijze waarop vrouwenbladen in de jaren zestig schreven over de pil. Zij vertelt dat dit nieuwe middel vrij snel aan populariteit won, maar deze vorm van anticonceptie was niet onomstreden. De katholieke kerk beschouwde anticonceptie namelijk als zondig. Sommige katholieke artsen weigerden de pil voor te schrijven. ‘Het is daarom ironisch dat de pil oorspronkelijk op de markt werd gebracht door Organon, een bedrijf in het katholieke Oss. Dat kon, omdat het in eerste instantie op de markt kwam als middel om de cyclus te reguleren’, vertelt Hülsken. ‘Pas later werd het primair gezien als anticonceptiemiddel.’ De katholieke weerstand tegen de pil nam enigszins af in 1963, toen bisschop Bekkers op tv vertelde dat de keuze om meer kinderen te krijgen een persoonlijke zaak was. Hoewel hij het waarschijnlijk niet zo bedoelde, werd dit door veel katholieken opgevat als toestemming om de pil te gebruiken. ‘Het opvallende is wel dat er destijds, ondanks de populariteit van het middel, nauwelijks over gesproken werd. Pas zeven jaar na de introductie van de pil in Nederland schreef het eerste damesblad erover’, vertelt Marloes Hülsken. In datzelfde jaar, 1969, werd de openlijke verkoop van anticonceptiemiddelen gelegaliseerd.

Heden: Pilpaniek Tegenwoordig heeft de kerk bijna geen invloed meer op de keuze voor de pil. Gian Ackermans, docent Geschiedenis van kerk en theologie aan de Radboud Universiteit, vertelt dat priesters zich nauwelijks nog bemoeien met het anticonceptiegebruik van de kerkgangers. Daarnaast speelt het proces van secularisatie een grote rol. Angstgevoelens in de samenleving over de bijwerkingen van de pil lijken tegenwoordig van groter belang dan de mening van de kerk. In 2017 slikte ongeveer 30% van de Nederlandse vrouwen de pil, in 2002 was dat percentage nog 41%. Die afname is deels te verklaren door de neveneffecten van het middel. Hormonale anticonceptie, zoals de pil, is niet zonder risico’s en kan onder andere leiden tot hoofdpijn of gewichtstoename. ‘Bij ongeveer 10% van de vrouwen leidt her zelfs tot somberheid of tot een klinische depressie, maar die risico’s staan tegenover de kans op een ongewenste zwangerschap, wat ook niet zonder gevolgen is’, vertelt Estrella Montoya, docent aan de Universiteit van Utrecht, die onderzoek doet naar de invloed van hormonen op sociaal gedrag. Dit is geen nieuwe ontwikkeling: ‘Er zijn altijd al golven van ‘pilpaniek’ geweest’, vertelt Hülsken. Wel past de huidige ontwikkeling volgens Montoya binnen de algehele trend van bewust consumeren. ‘Mensen zijn tegenwoordig heel kritisch op wat ze binnenkrijgen en zijn bezig met een gezond leven. Daarom denken ze meer na over de medicijnen die ze in hun lichaam stoppen.’ Niet alleen de bijwerkingen, maar ook het tekort aan de pil in 2018 leidde tot een afname in het gebruik. De onzekerheid over de beschikbaarheid zorgde ervoor dat veel mensen de pil links lieten liggen en kozen voor een ander middel. ‘Het was mooi om te zien dat dat een nieuwe vorm van solidariteit onder vrouwen teweegbracht.’ Die solidariteit uitte zich met name op social media, waar vrouwen massaal hun overgebleven strips aanboden aan anderen. .


Veilig van bil met de anticonceptiepil P. 27

Toekomst: Pil voor jou, pil voor mij, pil voor ons allebei De verwachting is dat technologische ontwikkelingen ook hun weerslag zullen hebben op anticonceptie. Zo is er een chip-pil in ontwikkeling. Hierbij wordt er een chipje geïmplanteerd dat

1962: Introductie van de pil in Nederland

elke dag de juiste dosis hormonen afscheidt. Hoewel het een groot voordeel is dat je niet meer kunt vergeten de pil te slikken, is het maar de vraag of dit middel het vertrouwen van het grote publiek zal winnen. Een chip is immers altijd te hacken, dus de veiligheid van een dergelijke pil is moeilijk te garanderen, zeker nu angst voor cyberoorlogen steeds reëler lijkt. Naast dit hypermoderne snufje wordt er al sinds het begin van deze eeuw gewerkt aan een zogenaamde mannenpil. ‘Er

1963: Toespraak bisschop Bekkers

bestaat in principe al een effectief middel voor mannen’, vertelt Montoya, ‘maar tegelijkertijd is er ook een studie stopgezet vanwege de bijwerkingen van het middel. Ironisch genoeg waren dat dezelfde bijwerkingen als bij de vrouwenpil.’ Voor veel vrouwen voelt het oneerlijk dat zij deze bijwerkingen wel moeten dragen. Dit roept de vraag op of anticonceptie wel alleen de verantwoordelijkheid van de vrouw is. ‘De urgentie van anticonceptie is voor mannen waarschijnlijk minder groot

1969: Opheffing verbod openbare verkoop van anticonceptie

dan voor de vrouw’, redeneert Hülsken. Een vrouw draagt immers minstens negen maanden de consequenties als een man zijn anticonceptie vergeet. De man staat daar verder vanaf. Voor een vrouw is het belang van anticonceptie dus concreter. Toch klinkt de roep om gedeelde verantwoordelijkheid steeds luider. Het zou goed kunnen dat deze in de toekomst gaat verschuiven. Concreet kan dat bijvoorbeeld betekenen dat de man meebetaalt aan de pil van de vrouw. Onder invloed van onder andere de MeToo-beweging groeit het bewustzijn dat de gevolgen van seks iets zijn waar beide partijen zorg voor moeten dragen. ANS

2018: Piltekort leidt tot solidariteit


Kamervragen Tekst: Madelon Thevis/ Foto’s: Myrte Nowee P. 28

KAMERVRAGEN

In Kamervragen gaan twee studenten op ontdekkingstocht in elkaars kamer en speculeren ze over de persoonlijkheid, activiteiten en vreemde trekjes van de bewoner. Kunnen ze uitvinden wat voor persoon er achter de kamer schuilgaat? Deze editie: Bas en Thom. Bas op bezoek bij Thom Na een korte wandeling door de gangen van SSH&-pand de Gouverneur, die beter bij een gevangenis dan bij een studentenpand passen, loopt Bas het appartement van Thom binnen. ‘Shit, wat een luxe!’, klinkt Bas’ eerste reactie. In de zithoek staan onder andere een leren fauteuil en een groot aquaBas rium. Al snel loopt Bas door naar de slaapkamer, waar hij grondig de gehele gamecollectie en boekenkast uitpluist. ‘Kijk, twee boeken over koolhydraatarm eten en diabetes. Dit ziet eruit alsof hij diabetes heeft’, zegt Bas zachtjes, alsof hij geheime informatie heeft ontdekt. Hij gaat door naar de kledingkast en stelt op basis van de hoeveelheid overhemden vast dat de bewoner een man moet zijn. Ook vindt hij een setje witte handschoentjes. ‘Of hij gaat veel naar gala’s, of hij heeft een nagelbijtprobleem’, luidt zijn creatieve

conclusie. ‘Wauw, die van mij is nog nooit zo groot geworden!’ Bas kijkt met grote ogen naar de pannenkoekenplant. Als hij richting de keuken loopt, valt zijn oog op de verzameling whisky en andere sterke drank. ‘Nog iemand met een alcoholprobleem’, lacht hij. Na een korte zoektocht vindt Bas een hele collectie aan studieboeken over onder andere de fysiologie van de mens. Vanwege het ontbreken van anatomische atlassen voorspelt Bas dat de bewoner geen geneeskunde, maar medische biologie studeert. Wanneer Bas zelfs de hoekjes achter de bank checkt, tovert hij een schitterend paar knalrode FEBO-slippers tevoorschijn. Terwijl hij even later een LP van Boston door de kamer laat galmen, ontdekt Bas met veel enthousiasme de netste schoenenkast die hij ooit heeft gezien. Over de leeftijd van de bewoner moet hij nog eventjes nadenken, maar terwijl hij naar het bed wijst geeft hij aan dat ouder dan twintig niet mogelijk is. ‘Hij heeft immers nog een knuffel.’ De algemene conclusie van Bas: ‘Hier woont een beschaafde levensgenieter en hij studeert nominaal. Hij houdt van gitaar spelen, planten en hij heeft diabetes.’

Thom op bezoek bij Bas ‘Zo, ik laat even alles op me inwerken hoor’, brengt Thom verbluft uit als hij de gymzaal van het anti-kraakpand binnen komt. De oppervlakte van de kamer is gigantisch en er hangen een beamer en scherm, functionerend als bioscoop, in de zithoek. ‘Kijk, we spreken dezelfde taal’, lacht hij wijThom zend naar de drankcollectie. Wederom wordt er een pannenkoekenplant gespot, maar dan een slagje kleiner dan in zijn eigen huis. ‘Als hij wil mag hij nog een stekje hebben.’ Hij loopt door naar de boekenkast, waar vooral boeken over religies te vinden zijn. Bovenop de kast staat een opmerkelijk schilderij van de paus. ‘Misschien studeert hij iets van religiewetenschappen, hoewel filosofie of Nederlands ook zou kunnen’, stelt Thom op basis van de boeken in de kast. Over de vrijetijdsbesteding van Bas kan Thom makkelijk een oordeel vellen: ‘Lavalamp, wierrook, games en een platen-

speler. Ik denk dat dit een nonchalante surferboy is: hij ziet wel hoe de dag komt. En hij leest volgens mij graag de krant.’ Hij wijst naar drie stapels Volkskranten die nog nét niet boven de bank uitkomen. ‘Of hij heeft een krantenwijk gehad en vertikt het om die dingen rond te brengen.’ Op zoek naar iets dat kan duiden op Bas’ leeftijd loopt Thom op de koelkast af. ‘Vol met bier betekent bachelor-student’, stelt hij. Op een fles limonade en twee opmerkelijke wekpotten met drijvende stukken komkommer na, is er weinig te vinden in de koelkast. Geen bachelor-student dus. De wekpotten zijn niet de enige opmerkelijke ontdekking op Bas’ kamer. Ook vindt Thom een klein houten bakje met daarin, naast alle benodigdheden voor het draaien van een lekker jointje, een klein lappenpoppetje en een vervaagde foto van een meisje. Erg mysterieus. Uiteindelijk is het slaapgedeelte van de enorme kamer aan de beurt. ‘Ik ken mensen die graag koffie lusten, maar als je het apparaat op je nachtkastje hebt staan is het wel heel intens.’ Tegenover het bed bevindt zich Bas’ kledingkast en een blauw Albert Heijn-mandje van dat tot de rand is volgepropt met schoenen. ‘Hij heeft TUC, ik heb FEBO’, lacht Thom, wijzend naar een set gele sloffen met het Tuc-logo erop.


Kamervragen P. 29

VRAGENUURTJE Tijd voor de confrontatie: hadden de studenten het bij het juiste eind of sloegen ze de plank compleet mis?

‘Ik was echt fan van je schoenenrek, zo bizar opgeruimd!’ roept Bas enthousiast. Het is gezellig rumoerig in café Buur en onder het genot van een koud biertje vragen de mannen elkaar het hemd van het lijf. ‘Ja, ik was ook zeker fan van jouw blauwe schoenenrek’, grapt Thom. Bas lacht en neemt een slok van zijn bier. Zijn theorie over het nagelbijten blijkt incorrect: de witte handschoentjes waren voor in Thoms bokshandschoenen. ‘Heb je m’n drugs nog gevonden?’, begint Bas over het mysterieuze bakje. Deze bleek zelfgemaakt te zijn door zijn ex-vriendin: het meisje op de vervaagde foto. ‘Ja, ik vond het zonde om dat bakje weg te doen.’ ‘Trouwens, heb jij diabetes?’ vraagt Bas voorzichtig. ‘Nee’, reageert Thom uiterst verbaasd. ‘Ja, je had boeken over diabetes en koolhydraatarm eten op je kast liggen’, legt Bas uit. Thom lacht: ‘Dat gebruik ik gewoon als inspiratie voor koolhydraatarme recepten’. Na een paar minuten komen de drankcollecties ter sprake en besluiten de jongens om gezamenlijk een glas whisky te bestellen. Het verbaast Bas dat Thom al vijfentwintig is, ondanks zijn knuffel. ‘En wat studeer je?’, vraagt hij verder. ‘Medische biologie’, antwoordt Thom. ‘Yes, dat dacht ik al.’ Dat Thom nominaal zou studeren was iets te optimistisch: hij zit momenteel in zijn achtste studiejaar. Thoms gok dat Bas religiewetenschappen studeert, was ook niet bij het juiste eind. ‘Ik studeer Nederlandse taal en cultuur’, vertelt Bas. ‘Maar vanwaar dan het schilderij van de paus?’, vraagt Thom verbaasd. ‘Die heb ik een keer van een vriend gekregen. Eerst stond hij op de wc, maar mijn huisgenoten vonden dat hij iets te veel domineerde. Toen heb ik hem maar op mijn kast gezet.’ ‘Hoe zit het eigenlijk met dat koffiezetapparaat naast je bed?’ vraag Thom nieuwsgierig. ‘Dat is toch chill! Hij zit op een tijdschakelaar, waardoor hij gekoppeld is aan mijn wekker. In plaats van een nare pieptoon, word ik gewekt door het geluid van pruttelende koffie’, vertelt Bas trots. ‘Als je nog tijd over hebt mag je bij mij ook wel zo’n ding komen installeren’, reageert Thom. ‘Echt geweldig!’ ANS


HANS als/ Colofon P. 30

34e jaargang

ANS ZOEKT MEDEWERKERS! Vind jij het leuk om te schrijven, illustreren, vertalen of fotograferen? Kom dan langs op ons kantoor (onder het Gymnasion) of stuur een mail naar redactie@ans-online.nl.

Voorpagina Ted van Aanholt

Druk

Hoofdredactie Myrte Nowee en

Middenpagina Quy Tran en

MediaCenter Rotterdam

Floor Toebes

Pepijn de Lange

Redactie Julia Meilink en Inge

Columnisten Naomi Habashy en

Spoelstra

Roel van Koeverden

Medewerkers Jackie de Bree,

Eindredactie Joep Dorna, Wietse

Simone Bregonje, Noah Kleijne, Ka-

Dwars, Pieter Hengst, Aaricia

tarina Laken, Jetske Lieber, Rindert

Kayzer, Julia Mars, Jean Querelle,

Oost, Coen Stikkelbroek, Madelon

Jochem Snijders, Jeyna Sow, Vin-

Thevis, Celis Tittse, Jitske de Vries

cent Veerbeek

en Irene Wilde

Crypto Pelle Hoek en Jelle Siemes

Illustraties Joost Dekkers, Aïsha

Cartoon Noah Kleijne

Dembe, Gigi van Grevenbroek,

Ontwerp Marloes de Laat en Roel

Inge Spoelstra, Frederieke Taheij

Vaessen

en Joëlla Verschoor

Lay-out Floor Toebes

Foto’s Ted van Aanholt, Jetske

Dagelijks bestuur Rik van de

Adams, Myrte Nowee, Max Seve-

Kolk (voorzitter), Agnes Hermans

rijns, Floor Toebes, Samet Yigit en

(secretaris) en Umut Sahin (pen-

Irene Wilde.

ningmeester)

Uitgave, abonnementen en advertentie-acquisitie Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel: 06-36458763 Mail: redactie@ans-online.nl

Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk blad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 7 keer per jaar in de maanden september t/m juni.


CRYPTO DE REDACTIE VAN DIT CRYPTOGRAM IS EEN TIJDJE ONDER DE GROND GEWEEST. ALHOEWEL HET SOMS EEN BEETJE ONPRAKTISCH LEVEN IS DAAR, ZIJN ER WEL FASCINERENDE DINGEN TE ZIEN. HIERONDER HEBBEN WE ER EEN PAAR VOOR JULLIE OMSCHREVEN

Crypto P. 31 P. 31

1 2

3

4 5 6

7

8 9

10 11

De oplossingen van het cryptogram in de zevende ANS vind je op ans-online.nl

12

Als prijs voor het eerste cryptogram van dit jaar mag ANS een leerzaam boek over duurzaamheid weggeven. Voor het artikel ‘Voorbereid op biodiversiteit’ heeft ANS gesproken met meerdere onderzoekers aan de Radboud Universiteit (RU). Tijdens deze speurtocht stuitte de redactie op het boek ‘Wat doen die mensen toch duurzaam’. Het geeft een kritische blik op Nijmegen als Europese Groene Hoofdstad.

Kans maken? Stuur dan voor 8 november de oplossing naar redactie@ans-online.nl.

13

14

15 16

17

18

HORIZONTAAL: 2. GEEN PLEK OM TE STAAN. (11) 6. CAPE MET KARAKTER. (10) 7. DIT IS NIET JOUW VERTICALE VERBINDING MET HET OPPERVLAK (11) 8. ROEMT ZICHZELF IN VERWARRING. (5) 9. DIT FORT HEEFT FORMELE KLEDINGSTUKKEN. (12) 10. DOORGANG VOOR KLEINE DEELTJES (6) 12. -DOM ALS JE HET OP VUUR GOOIT (4) 13. GESCHEIDEN MODDER? (10) 15. EEN PUZZEL ZONDER MASSA (VOOR DEZE MOET JE MISSCHIEN EVEN EEN E/O-WISSELING TOEPASSEN) (6) 17. EEN DIEP DAL DAT OUDERS SCHEIDT VAN HUN KINDEREN (6) 18. EEN HOOP VERRADERLIJKE GRAVERS (6) VERTICAAL: 1. WERKTUIG VAN ADEL. (12) 3. IS HET MOEDER TOEGESTAAN VLOEIBAAR STEEN TE ZIJN? (5) 4. PLEK OM VEILIG, VEEL EN SNEL TE ETEN (6) 5. MANAGEMENT VAN EEN BRANDSTOF (10) 11. KONDEN OORSPRONKELIJK WORDEN GETROKKEN (7) 14. KROEG DIE NIET KLINKT (7) 16. ‘GA SNEL OMLAAG!’ (6)


VAN DE BAAN

Tekst: Coen Stikkelbroek en Irene Wilde/ Foto: Irene Wilde

Wie: Folkert Woudstra (21), vijfdejaars Politicologie Bijbaan: Nachtportier bij congrescentrum Soeterbeeck, 11 euro per uur Dus jij bent nachtportier! Loop je ’s nachts met een knuppel te zwaaien? ‘Ik snap dat het zo klinkt, maar ik werk in een vrij afgelegen klooster in Ravenstein dus veel gespuis loopt daar niet rond. Mijn taak bestaat ook niet zozeer uit het bewaken van het congrescentrum, ik ben vooral gastheer. Overdag en ’s avonds worden congressen en seminars van universiteiten of bedrijven gehouden in Soeterbeeck. Ik ontvang dan de gasten en help bij het uitserveren van eten en het inschenken van drankjes. ’s Nachts blijven sommige gasten overnachten in het bijbehorende hotel. Als die naar bed zijn, sluit ik de boel af en ga ik ook lekker slapen. Ik moet dan wel bereikbaar zijn voor het geval er iets gebeurt.’ Vind je het niet eng om ’s avonds in je eentje in zo’n oud klooster rond te dwalen? ‘Nee, eigenlijk niet. Ik vind het vooral een mooie plek om te mogen werken. Soeterbeeck was in de achttiende eeuw een klooster van een vrouwelijke orde van de Augustijnen, en dit is overal terug te zien. Er hangen schilderijen en foto’s uit die tijd, de muren zijn versierd met beschilderingen

en er is nog een ruimte die vroeger werd gebruikt als kapel. Er is zelfs een bibliotheek met een verzameling oude boeken. Het is net een museum.’ In een soort museum werken klinkt niet verkeerd, maar wat maakt het werk zelf leuk? ‘Door mijn werkzaamheden als gastheer leer ik veel over de etiquette. Bijvoorbeeld hoe je een tafel goed dekt door het serviesgoed en de glazen op de juiste plaats te zetten. Dat zijn grappige dingen om te weten wanneer je bijvoorbeeld een kerstdiner geeft. Daarnaast vind ik het aspect van gastvrijheid erg leuk. Ik loop tijdens mijn werk een hoop bijzondere mensen van bedrijven of universiteiten tegen het lijf. Met hen probeer ik ook altijd een praatje te maken om ze te leren kennen en ervoor te zorgen dat ze zich welkom voelen.’ Valt het avondwerk wel te combineren met je studie, of begint het overdag al te spoken in je hoofd? ‘Gelukkig gaat het goed samen. Mijn werk als gastheer is vaak tussen twaalf en één uur ’s nachts al afgelopen en dan kan ik in de zogenaamde ‘nachtwachtkamer’ in het klooster slapen. Hoewel de vloer soms nogal kraakt, slaap ik hier net zo lekker als thuis. ’s Ochtends hoef ik verder niets meer te doen, dus dan kan ik weer met de trein terug naar Nijmegen. Rond een uur of tien zit ik dan weer fris en fruitig in de collegebanken.’ ANS

Profile for Algemeen Nijmeegs Studentenblad (ANS)

ANS Dwaalt  

Tweede editie van de 34e jaargang van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad, 2019-2020

ANS Dwaalt  

Tweede editie van de 34e jaargang van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad, 2019-2020

Advertisement