Page 1

ANS BLOEDT

RICHTLIJNEN RONDOM HERINVESTERING STUFI MOETEN CONCRETER

Eva Meijer en haar dierenfilosofie

LUCKY FONZ III WIL NIET DE DOMINEE UITHANGEN

STEWARDS HOUDEN PETER KNOOPE ORDE TIJDENS OVER HAAT TEGEN N.E.C. - ADO HET WESTEN

Meelopen bij bloedbank Sanquin

Maxim Februari over de gevaren van data

Algemeen Algemeen Nijmeegs Nijmeegs Studentenblad Studentenblad // jaargang jaargang 32, 31, nummer nummer 3 5


Vooraf Tekst: Redactie P. 2

commentaar Onze privacy is in het geding en niemand weet precies wat we daaraan kunnen doen. Online enquêtes vragen je de hemd van het lijf: wanneer heb je voor het laatst yoghurt gegeten? Hoeveel geef je uit aan kleding? Wat is eigenlijk je pincode? Grote bedrijven stemmen advertenties precies af op jouw voorkeuren en Rusland schijnt iets gedaan te hebben met de Amerikaanse verkiezingen. Google en Facebook verdienen miljoenen door je gegevens te verkopen aan grote bedrijven, maar van dat geld zie je zelf niets terug. Niet alleen je persoonsgegevens zijn gratis. Ook bloeddonaties vinden geheel vrijwillig plaats en niet tegen betaling. Het is onethisch geld te vangen voor lichaamsmateriaal, dus als doekje voor het bloeden krijg je na de donatie wat eten en drinken. Voor het geld hoef je het dus niet te doen, wel voor de karmapunten. Mocht je toch wat willen verdienen, dan kan je beter langsgaan bij het Max Planck Instituut. Daar ben je slechts de zoveelste anonieme proefpersoon die zijn lege portemonnee komt vullen. Kan je nu nergens ontsnappen aan de alomvattende wereld van data? Het antwoord lijkt haast onomstotelijk ‘nee’. Gelukkig is er een groep die makkelijk ontkomt aan de dagelijkse dreiging van Google en Facebook: dieren. Katten liggen lui in de zon, koeien grazen zorgeloos in de wei en van internet hebben ze nog nooit gehoord... een luizenleven waar je jaloers op kan zijn. Tenminste, als je de afgeknipte snavels, te kleine hokken en het slachten even vergeet. Dagelijks bloeden er in grote getale dieren dood en dat is niet oke, vindt Eva Meijer. Dieren moeten onrecht kunnen aankaarten en hebben net zoveel recht op een politieke stem als mensen. Ze moeten deel uitmaken van onze democratie. Je gekke buurvrouw die Facebook heeft aangemaakt voor haar kat, blijkt dus eigenlijk gewoon een heel vooruitstrevend persoon. De hoofdredactie

ans

Online ANS-Online is de digitale tegenhanger van het papieren blad. Hieronder is te lezen over de hoogtepunten van de afgelopen tijd en dingen om naar uit te kijken de komende periode. Als een lopend vuurtje Op dinsdag 17 oktober was het weer zover: brand op de campus. Nadat in februari de mensen in het Spinoza de dupe waren, was nu de beurt aan de rechtenstudenten. In alle vroegte moest het Grotiusgebouw worden ontruimd vanwege een brandje. Gelukkig was er meer rook dan vuur en bleef de schade beperkt tot een schakelkast in Het Gerecht. Desondanks had de brand een flinke nasleep: pas na drie weken was het hele Grotiusgebouw weer open voor het publiek. Daarnaast kijkt de RU naar mogelijkheden om de propedeuse als apart diploma af te schaffen, heeft de Refter tegenwoordig zelfscankassa’s en is de nieuwe Minister van Onderwijs aangetreden. ANS vertaalt Coming soon: Engelstalige content op de ANS-website. ANS gaat met haar tijd mee. Na 32 jaar exclusief in het Nederlands te zijn gepubliceerd, vind je op de site binnenkort ook artikelen in het Engels, speciaal voor internationale studenten. Om te voorkomen dat we eindigen als de opleiding Psychologie, zijn we op zoek naar mensen die de redactie kunnen helpen deze vertaalslag te maken. Mocht je interesse hebben om te vertalen voor ANS, stuur dan een mail naar redactie@ans-online.nl. Nieuw thuis voor bestuurders in opleiding Aan de ruimtelijke indeling van de campus gaat de komende jaren veel veranderen. Met de naderende sloop van de grijze betonkolossen aan de Thomas van Aquinostraat, komt ook de verhuizing van de Faculteit der Managementwetenschappen naar het Gymnasion steeds dichterbij. Om te zien waar de bedrijfskundigen en politicologen terecht gaan komen, mag ANS begin december al een exclusief kijkje nemen bij het nieuwe gebouw.

Op de hoogte blijven van al het studentennieuws? Check dan www.ans-online.nl, volg ons op Twitter (twitter.com/ANS_Online) of like de ANS-pagina op Facebook (facebook.com/ANSnijmegen).


deze ANS

Tekst: Redactie Deze ANS P. 3

04 Culturele kloof Het kabinet wil meer aandacht besteden aan de Nederlandse identiteit. Dit willen ze doen door middel van een cultuurpakket met verplichte uitjes naar de Tweede Kamer en het Rijksmuseum, maar dit vergroot de kloof tussen de middelbare school en de universiteit.

08 Bloedserieus bewerkt 04

In Nijmegen staat een van de twee locaties waar Sanquin al het gedoneerde bloed van Nederland ontvangt, bewerkt en weer uitgeeft. ANS liep mee bij de afdeling Bewerking en onderzocht wat er van donor tot patiënt met het bloed gebeurt.

13 Politiek met een staartje Filosoof Eva Meijer strijdt al jaren voor een betere positie van dieren in onze maatschappij. In haar nieuwste essay De soldaat was een dolfijn pleit ze voor een rol voor dieren in de politiek. ‘Met daden van verzet laten dieren ons zien dat we ze onrechtvaardig behandelen.’

22 Zoekrakend zeggenschap 08

13

22

Schrijver Maxim Februari wil de samenleving waarschuwen voor de gevaren van kapitalisme en technologie. Dit doet hij onder andere door middel van zijn nieuwe roman Klont. ‘We verzinnen steeds dingen die ons vooruit helpen, maar achteraf nadelen blijken te hebben.’

05

De Pipet

07

Het Laatste Oordeel

16

Middenpagina

18

Studenten in de stress

21

De Graadmeter

25

Side Salad

26

Het Issue

28

Kamervragen

30

Deze ANS niet/ GoedVoorEenConsumptie/ Colofon

31

Crypto

32 Van de Baan


Culturele kloof Tekst: Danique Janssen, Jean Querelle en Jules Schmeits/ Illustratie: Bibi Queisen P. 4

culturele kloof

Het cultuurpakket in het regeerakkoord verplicht scholieren om te leren over het Wilhelmus en om op excursie te gaan naar de Tweede Kamer en het Rijksmuseum. Leerlingen krijgen hierdoor een eenzijdig beeld van Nederlandse geschiedenis en cultuur. Pas op de universiteit leren ze om nuances te plaatsen bij deze denkbeelden. De kloof tussen de middelbare school en de universiteit wordt zo te groot.

Veel Nederlanders weten voor een wedstrijd van het Nederlands elftal het eerste couplet van ons volkslied mee te zingen. Waarom Willem ‘van Duitsen bloed’ is en hij ‘den Koning van Hispanje’ altijd heeft geëerd, zullen veel voetbalfanaten echter niet weten. Om hier verandering in te brengen, is in het regeerakkoord onder andere opgenomen dat kinderen op school moeten leren over het Wilhelmus en de achtergrond daarvan. Daarnaast stelt Alexander Pechtold, fractievoorzitter van D66, op de partijwebsite dat ‘dit kabinet wil dat ieder kind de kans krijgt het Rijksmuseum en de Tweede Kamer te bezoeken en zo leert over de geschiedenis van Nederland en onze democratie.’ De nationale canon, een door de regering opgestelde verzameling van vijftig belangrijke historische gebeurtenissen, is daarbij leidend. De coalitie neemt hierdoor het risico leerlingen van basisen middelbare scholen een vooringenomen visie op te leggen waardoor een eenzijdig beeld van de Nederlandse identiteit en historie ontstaat. Studenten op de universiteit leren juist dat er niet zoiets is als de Nederlandse cultuur, maar dat er meerdere visies mogelijk zijn op cultuur of geschiedenis. Daarom moet de overheid meer ruimte laten voor discussies binnen de klas over wat belangrijk is in de Nederlandse historie en cultuur. Geschiedenis van bovenaf De discussie over wat wel en niet belangrijk is in de Nederlandse historie en cultuur zou bijvoorbeeld bij het vak geschiedenis op de middelbare school kunnen plaatsvinden. Leerlingen kunnen aan de hand van verschillende teksten en gebeurtenissen discussiëren over uiteenlopende visies op het nationale verleden. De regering benadert cultuur in het regeerakkoord echter als een op zichzelf staand vak. Remco Ensel, universitair docent Cultuurgeschiedenis van de Nieuwste Tijd aan de Radboud Universiteit (RU), vindt dit zorgelijk. ‘Dit suggereert dat de regering mensen een nationale identiteit op wil leggen, door cultuur als middel voor cohesie te gebruiken. Dat is niet de juiste insteek om cultuur en geschiedenis mee te benaderen.’ Volgens hem schiet niemand er iets mee op als Den Haag van bovenaf

een culturele eenheid probeert op te leggen. ‘We moeten de rol die cultuurverschillen in het kader van een nationale identiteit spelen centraal stellen. Dat is interessanter dan suggereren dat er een nationale eenheid zou zijn, die er in werkelijkheid helemaal niet is.’ Nadenken en discussiëren over meerdere perspectieven is kenmerkend voor de universiteit. Het voortgezet onderwijs loopt het risico gedistantieerd te raken van het academische onderwijs als er te weinig aandacht is voor diversiteit in denken. (On)zinnige canon Lotte Jensen, hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis aan de RU, heeft ook haar bedenkingen bij de huidige plannen. Ze ziet wel kansen voor het primair onderwijs. ‘Zo’n bezoek aan de Tweede Kamer of het Rijksmuseum is voor basisscholieren best nuttig. Tegelijkertijd vraag ik me af waarom klassen niet naar een regionaal museum kunnen gaan. Dat lijkt mij minstens zo educatief, omdat daar ook veel wordt verteld over de Nederlandse geschiedenis.’ De canon biedt dus volgens haar een aantal goede handvatten om basisschoolkinderen geschiedenis bij te brengen. Het voortgezet onderwijs is een heel ander verhaal. ‘Voor middelbare scholieren kun je de historie niet reduceren tot die van Nederland. Naast een nationale geschiedenis bestaat er ook een wereldgeschiedenis waarvan leerlingen weet moeten hebben’, legt Jensen uit. In het regeerakkoord staat geschreven dat leerlingen op hun achttiende een boekje krijgen met daarin de nationale canon. Dat is volgens Jensen nutteloos. ‘Dat boekje belandt achterin de kast, daar doet niemand meer iets mee. Als de regering het Nederlandse verleden belangrijk vindt, moeten ze investeren in goed onderwijs over geschiedenis op alle niveaus.’ Homogenisering zorgt voor kloof De invoering van een verplicht cultuurpakket zorgt er weliswaar voor dat middelbare scholieren een bepaalde basiskennis krijgen van de Nederlandse geschiedenis en cultuur, maar werkt tegelijkertijd homogeniserend. Geschiedenis en cultuur zijn namelijk ontzettend brede


Column Maurits Vercammen/ Foto: Vincent Veerbeek P. 5

begrippen. Wetenschappers vliegen elkaar constant in de haren over onderzoeksresultaten en zijn het zelden snel met elkaar eens, omdat concepten als geschiedenis en cultuur niet bedoeld zijn om in een rechtlijnig verhaal te vatten. De regering probeert dat wel te doen door jonge generaties een nationale canon op te dringen. Als scholieren eenmaal naar de universiteit gaan, leren ze namelijk dat er verschillende visies op het verleden bestaan. Dit verschil in denkwijzen zorgt voor een gapend gat tussen de middelbare school en het wetenschappelijk onderwijs. De regering stelt de verkeerde prioriteiten als het gaat om het onderwijscurriculum. Het cultuurpakket bemoeilijkt de overgang tussen de middelbare school en de universiteit, maar kan deze kloof juist dichten als er meer ruimte komt voor discussie over Nederlandse geschiedenis en cultuur. Zolang de overheid haar geld beter investeert en scholieren kritisch laat zijn, is de overgang naar de universiteit voor hen geen brug te ver. ANS

de pipet De Pipet is het satirische nieuwsmedium voor (studerend) Nijmegen, dat als doel heeft lezers op een luchtige en humoristische manier te informeren over campusnieuws en het Nijmeegse studentenleven. De Pipet: geen speld tussen te krijgen! Zestiendejaars bachelorstudent tentoongesteld in Museum Het Valkhof Vanaf begin december zal in Museum Het Valkhof in Nijmegen een zestiendejaars bachelorstudent worden tentoongesteld. Biologiestudent Joost zou eigenlijk vorig jaar al te zien zijn, maar vanwege zijn uitstelgedrag duurde het een jaar langer. Hij heeft er hard voor moeten werken om te komen waar hij nu staat. ‘Zoveel deadlines niet halen is echt een uitdaging. Niemand haalt zo weinig ECTS als ik, ik ben gewoon een unieke student.’ De komende veertig jaar zal de student in het museum achter glas de kunst van het langstuderen beoefenen. Joost werd na een tip opgepikt uit een stoffige studentenkamer, waarna bleek dat enige restauratie nodig was. ‘We hebben hem onder de douche gegooid en nieuwe kleren aangetrokken. Hij is echter een rijksmonument, dus aan zijn uiterlijk mochten we helaas weinig veranderen’, aldus een woordvoerder van het museum. De student is een van de topstukken van de nieuwe expositie van Museum Het Valkhof, ”Nijmeegse kanspareltjes van weleer”. Het museum is dan ook in zijn nopjes met het aantrekken van Joost. ‘Deze historische student is voor veel studenten een voorbeeld van hoe het niet moet. We willen hem graag behouden worden voor de stad.’ Op de vraag of hij al bijna is afgestudeerd, is Joost duidelijk: ‘Ik heb al 8 jaar mijn bacheloropleiding bijna afgerond.’ Hij is hoe dan ook nog twee jaar te bewonderen in het museum. ‘Maar waarschijnlijk weet ik dat nog wel met een aantal jaar te rekken’, aldus Joost.


Adverteren? Kijk op ANS-Online.nl P. 6

ansjes Kleine tuinkamer 2x3m. Te huur voor rustige studente in rustige buurt. 300,- all in. Piano aanwezig. Frits 06-33625099

Altijd al een zomer vrijwilligerswerk willen doen in India? Kom dan naar de infoavond op 19 januari. Meer info en aanmelden: www.samen.org.

Een Ansje mag maximaal 35 woorden bevatten en kost 5 euro voor studenten en 10 euro voor externen. De waarde van de aangeboden goederen mag de 900 euro niet te boven gaan. Mail naar: stichtingmultimedia@gmail.com


Tekst: Jonathan Janssen Het Laatste Oordeel Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 7 P. 7

het laatste oordeel Duffe opsommingen of ultiem entertainment? ANS verschanst zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU. Studie: Culturele antropologie en ontwikkelings-

Eindcijfer:

sociologie College: Gender, macht en grenzen, 23 oktober, 10:45-12:30, TvA 4.00.05 Docent: Dr. T. Davids Uitstraling: Enthousiaste zonnestraal Publiek: Culturele avonturiers Inhoud: Sekse zonder drugs en rock-’n-roll De tentamenweek is net begonnen en daarom is de opkomst bij het college Gender, macht en grenzen matig deze maandagochtend. Desondanks begint dr. Tine Davids vol enthousiasme aan haar verhaal. Met duidelijke stem en een levendige uitstraling leidt ze haar college in met de #Metoodiscussie over seksueel grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik. Naar aanleiding hiervan vraagt ze naar de ervaringen van de aanwezige studenten met dergelijk gedrag in hun eigen omgeving. Het publiek begint onderling te discussiëren en na een korte denkpauze steken meerdere studenten hun hand op. Ze antwoorden dat ze zelf weinig in aanraking zijn gekomen met ongewenst seksueel gedrag maar dat ze het belang van de discussie wel begrijpen. ‘Het onderwerp is goed te relateren aan de thema’s van de cursus: gender en macht’, zegt Davids. ‘Bij #Metoo gaat het namelijk over personen die misbruik maken van hun machtspositie om slachtoffers seksueel te intimideren.’ Dan komt Davids tot de kern van dit college: gender mainstreaming. Met dezelfde passie als bij de start van het college, legt de docent uit wat de term betekent. Gender mainstreaming is het publieke beleid dat genderongelijkheid zou moeten terugdringen binnen grote organisaties en de internationale samenleving. Dit plan van de Verenigde Naties uit de jaren negentig heeft tot nu toe teleurstellende resultaten geboekt. Nog steeds zijn er minder vrouwen dan mannen werkzaam in de top van de meeste internationale organisaties. ‘Een van de oorzaken voor het falen was het idee dit probleem snel op te kunnen lossen.’ Daarnaast was volgens Davids de visie van degenen die dit moesten uitvoeren te beperkt. ‘Ze focusten zich enkel op de emancipatie en de empowerment van de vrouw, niet op die van transgenders, homoseksuelen of lesbiennes.’ Beleidsmakers zagen ook de rol van de man in dit emancipatieproces over het hoofd.

De toekomstige antropologen luisteren aandachtig naar het verhaal van Davids. Ze worden betrokken bij het thema van cultureel opgelegde genderrollen: ‘We handelen allemaal onder genderregimes. Ik zie hier bijvoorbeeld niemand die zich cross-gender kleedt. We zijn allemaal grijze muizen, inclusief ikzelf.’ Als de docent het idee bespreekt dat alleen vrouwen de huidige genderverschillen kunnen oplossen, roept ze: ‘Belachelijk! Vinden jullie dat niet belachelijk?’ Buiten wat zacht gegiechel blijft het stil in de grotendeels lege collegezaal. Naar aanleiding van een student die vraagt hoe het dan wel moet, noemt Davids haar oplossingen voor de kwestie. ‘We moeten af van het ideaal van een genderneutrale wereld waarin er geen culturele genderverschillen bestaan en aan de slag met het meer realistische slow change. Dat betekent stap voor stap genderongelijkheden terugdringen.’ Met deze boodschap verlaat de groep studenten de collegezaal, waarin de vrouwen ironisch genoeg meer dan evenredig vertegenwoordigd waren.

Het Laatste Oordeel der Studenten De studenten luisteren over het algemeen belangstellend naar Davids, buiten een enkeling die wat tegen zijn buurman fluistert. Velen waarderen de passie van de docent. Een van de studenten noemt haar zelfs een ‘enthousiaste zonnestraal’, en dat op de maandagochtend. Wel dwaalt ze in haar bevlogenheid soms af. Van sommige studenten mag ze meer voorbeelden geven, maar anderen vinden dat ze hier al goed gebruik van maakt. Al met al geven de antropologiestudenten haar een prima beoordeling. ANS


bloedserieus bewerkt Elke dag melden zich honderden donoren bij Sanquin in Nijmegen. Als ze voldoen aan enkele strenge eisen zijn ze welkom om een halve liter bloed af te staan. ANS ging langs bij Sanquin en zocht uit wat er met het gedoneerde bloed gebeurt.


Tekst: Aaricia Kayzer/ Foto’s: Kelley van Evert Bloedserieus bewerkt P. 9

Ben je recentelijk ziek geweest, heb je drugs gesnoven of gespoten of weeg je minder dan 50 kilogram? Dan mag je geen bloed doneren. Sanquin hanteert strenge eisen en donoren moeten voor hun donatie een formulier invullen in de ontvangsthal van de bloedbank. Na het invullen van de vragenlijst neemt een medewerker ter controle de antwoorden nogmaals door. Met een vingerprik wordt het ijzergehalte in het bloed getest. Als alle gegevens kloppen, is het tijd voor de donatie. De donor neemt plaats in een stoel, een medewerker kiest een goede ader uit en maakt de prik. De donatie moet binnen een kwartier gebeuren en er is een dikke naald nodig, zodat het bloed snel genoeg de zak indruppelt. De donor mag opstaan zodra hij zich goed genoeg voelt en zich volproppen met koffie en koekjes. Ondertussen worden enkele buisjes van het bloed direct naar Amsterdam gestuurd, zodat ze daar kunnen worden getest op overdraagbare ziektes zoals onder andere HIV, geslachtsziektes en hepatitis. De resterende halve liter blijft in Nijmegen en gaat naar de afdeling Bewerking. Hoe wordt het bloed daar klaargemaakt voor gebruik? Toen en nu Vanuit heel Nederland wordt het gedoneerde bloed naar twee locaties gestuurd, waarvan een in Nijmegen. Daar ontvangen de medewerkers van de afdeling Bewerking elke dag ongeveer duizend zakken met bloed, in

totaal vijfhonderd liter. Thea is inmiddels veertien jaar werkzaam bij de afdeling Bewerking van Sanquin. Op deze afdeling zijn zo’n 35 mensen actief. Ze werken in ploegdiensten en houden de afdeling op die manier 24 uur per dag draaiende. Dit is nodig omdat bloed een delicaat product is. Bloedplaatjes worden bijvoorbeeld al na zeven dagen afgebroken.

‘Als een donor vettig heeft gegeten, is dit terug te zien in het plasma.’ Bloed is niet altijd zo intensief bewerkt. Twintig jaar geleden werd het bloed nog opgevangen in glazen flessen. ‘Toen werd het bloed zoals het binnenkwam onbewerkt aan de patiënt gegeven, maar nu geven we het heel doelgericht. Als iemand te weinig zuurstof in zijn bloed heeft, krijgt diegene rode cellen. Iemand met stollingsproblemen krijgt bloedplaatjes.’ Nieuwe werkwijzen en technieken op de afdeling hebben dit mogelijk gemaakt. ‘Vroeger overleden er veel meer mensen aan een bloedtransfusie dan nu, bijvoorbeeld door overvulling van de bloedvaten, waardoor ze uitzetten’, vertelt Thea. Nu is het

Links: het bloed wordt binnen een kwartier afgenomen / Rechts: een zak bloed en een zak plasma.


Bloedserieus bewerkt Leef, woon, werk, feest... met ANS P. P. 10 10

sterfpercentage nihil. ‘We krijgen het altijd teruggekoppeld als er bijwerkingen optreden. Dat gebeurt niet vaak, omdat er ontzettend veel controle is.’ Deze controle begint al bij binnenkomst van de bloedzakken. Vanuit verschillende afnamelocaties in Nederland komen ze binnen bij de ontvangstruime in Nijmegen, allemaal voorzien van stickers en barcodes. De bloedzakken die binnenkomen gaan naar het laboratorium. Daar staan mensen bij zoemende apparaten, centrifuges en grote koelkasten. ‘Hier scheiden we het bloed dat binnenkomt’, zegt Thea. Ze wijst naar de centrifuges. ‘Door de centrifugaalkracht waarmee dit gebeurt, wordt het plasma naar binnen geduwd, de rode cellen naar buiten en blijven de bloedplaatjes uiteindelijk in het midden van de zak zitten.’ Dit proces duurt ongeveer twintig minuten. Na afloop moet er voorzichtig worden omgegaan met de bloedzak, want bij een iets te sterke beweging mengt het product zich weer. Het bloed is nu gescheiden in drie delen: rode bloedcellen, plasma en zogenoemde buffycoat, waar bloedplaatjes inzitten. Door middel van een machine die met precisie druk uitoefent op een deel van de zak, komt het plasma in een andere verpakking terecht. Dit alles gaat via een gesloten systeem: medewerkers hoeven het bloed niet aan te raken

en de zakken worden met een machine aan elkaar gehecht. De kleur van het plasma kan variëren van geel tot oranje of zelfs groen door medicijnen of het eten van veel boerenkool. Als een donor vettig heeft gegeten, is dit ook terug te zien in het plasma. Het is dan een beetje troebel. ‘Als het plasma te vet is, kunnen we het niet gebruiken. We moeten het dan afkeuren.’ Wie na het uitgaan te lang in de Febo is blijven plakken, kan dus beter niet de dag daarna naar Sanquin gaan. Eindproduct Nu het plasma uit de zak is gehaald, blijven de rode cellen en buffycoat over. Ook deze twee producten worden in aparte zakken gestopt en door een filter met bewaarvloeistof gehaald. ‘Daar voelen de cellen zich lekker bij’, lacht Thea. ‘De vloeistof zorgt ervoor dat de producten tot 35 dagen houdbaar kunnen blijven.’ Het filter is ook een controlemechanisme. Als er een klein stolsel achterblijft, wordt het bloed afgekeurd. Van de bloedplaatjes wordt trombocytenconcentraat gemaakt, dat vooral wordt gebruikt bij de behandeling van kankerpatiënten, mensen met een stollingsprobleem of hevige bloedingen. Die mensen komen bloedplaatjes tekort. Dit eindproduct is een mengeling van bloedplaat-

Links: het bloed wordt gescheiden met een machine / Rechts: het bloed wordt door een filter met bewaarvloeistof gehaald.


Bloedserieus bewerkt P. 11 Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 11

De bewerking van het bloed gaat via een gesloten systeem.

jes van vijf donoren en een beetje mannelijk plasma. ‘We gebruiken voor bloedplaatjesproducten alleen donaties van mannen’, licht Thea toe. ‘Vrouwen kunnen namelijk zwanger zijn geweest en daardoor antistoffen in hun bloed hebben.’ Om het zekere voor het onzekere te nemen, worden er nooit vrouwelijke donaties gebruikt. ‘We redden het qua distributie ook met donaties van mannen’, aldus Thea. Ook de zak met trombocytenconcentraat gaat in de centrifuge, omdat er nog steeds rode cellen in het product zitten. Door opnieuw gebruik te maken van centrifugaalkracht verdwijnen de laatste, overbodige rode cellen uit het product. Het draaien gaat met minder kracht dan eerst. ‘Als je met dezelfde kracht draait, houd je geen bloedplaatje meer over. Dan gaan ze allemaal kapot’, zegt Thea. Het product wordt wederom gescheiden door middel van een machine die plaatselijk druk uitoefent op de zak. Het trombocytenconcentraat wordt overgeheveld naar een andere zak en de resterende rode cellen worden weggegooid. ‘Daar kunnen we niets mee, die worden vernietigd.’ Het concentraat gaat nog een keer door het filter en daarna is het product af. In tegenstelling tot de rode zakken die binnenkwamen, is dit product net zo geel als plasma. Hiervan wordt een klein monster naar een ander lab gestuurd. Daar controleren ze het product op bacteriën. Ook wordt getest hoeveel bloedplaatjes er precies inzitten. Als er bacteriën in het bloed zitten, wordt alles afgekeurd. ‘Gelukkig komt dit weinig voor. Gisteren waren

twee zakken niet in orde, maar het kan net zo goed de hele week goed gaan’, zegt Thea. Uitgifte Als het bloed verwerkt is tot een eindproduct, ontfermt de afdeling Uitgifte zich over de zakken. ‘Aan het eind van de dag worden er ongeveer 120 zakken aan die afdeling geleverd, getest en wel. Zij krijgen bericht van ziekenhuizen, die voorraadbestellingen of spoedbestellingen doen’, vertelt Thea. Ziekenhuizen leggen flink wat geld neer voor bloedproducten: een zak plasma kost 130,79 euro, een zak trombocytenconcentraat 532,86 euro. Voor een donatie krijg je niet betaald. Betaalde donatie vergroot volgens Sanquin de kans op fraude. Al het bloed wordt getest, maar sommige ziektes zijn pas na lange tijd aantoonbaar in het bloed en het is daarom belangrijk dat mensen de vragenlijsten naar waarheid invullen. De veiligheid van het bloed kan anders in gevaar komen. In landen als de Verenigde Staten krijgen mensen wel betaald voor hun donatie. De inkomsten investeert Sanquin onder andere in onderzoek. Sommige producten kunnen worden ingevroren en zijn daarom lang houdbaar. De zakken plasma worden bewaard op een temperatuur van -70 graden, rode cellen tussen de 2 en 6 graden. ‘Tijdens het transport en de uitgifte moeten de producten koel blijven’, legt Thea uit. Binnen een uur kunnen de zakken vanuit de uitgifte worden gedistribueerd over heel Nederland. Zo komt het


Interview Roy Santiago Tekst: Tijs Sikma/ Foto’s: Simone Both P. 12

Universitaire Studentenraad NU!Medezeggenschap Wil jij op de hoogte blijven van de bezigheden van de USR? Houd dan NU!Medezeggenschap in de gaten! Like ons op Facebook, volg ons op Twitter en neem eens een kijkje op onze website. Heb je tips of opmerkingen? Loop gerust even langs bij de USR-kamer (TvA 3) of stuur een mail naar usr@ru.nl. Website: www.numedezeggenschap.nl Twitter: @NUMedezeggsch Facebook: www.facebook.com/NUmedezeggenschap E-mail: usr@ru.nl

Beste studenten van Nijmegen, Het eerste kwartaal van het jaar zit er alweer op. Het is je vast niet ontgaan dat de Universitaire Studentenraad (USR) zich alweer met een aantal zaken heeft beziggehouden. Je hebt kunnen lezen over de invulling van de nieuwe introductieweek, waar de USR input op heeft geleverd. Maar ook over de inspraak van de Studentenraad op de Radboud Honours Academy die op de schop wordt genomen. Toch is er al veel meer dan alleen dit ter tafel gekomen in onze werkgroepen. Werkgroepen De USR heeft dit jaar meer dan tien verschillende werkgroepen opgericht rondom thema’s die studenten belangrijk vinden en waar wij dit jaar écht iets mee willen doen. Een daarvan is de werkgroep Actieve student. Deze werkgroep zet zich in voor studenten die veel doen buiten hun studie zoals mantelzorgers of toptalenten in de sport. De werkgroep kijkt onder andere naar de pilot flexibel studeren en de bestuursminor die vorig jaar in het leven is geroepen. Een onderwerp waarover je deze editie van ANS kan lezen is de enquête over het welzijn van studenten die vorig jaar is afgenomen. De werkgroep Welzijn gaat zich bezighouden met de uitkomst van deze enquête. Introductie Zoals de meesten van jullie weten gaat de introductieweek aankomende zomer een grote verandering tegemoet. De bekende kleinschalige weekenden zullen deze editie plaatsmaken voor een grootschalig festival voor iedere introstudent. Een tof idee, maar hoe zorg je ervoor dat dit een gelegenheid is waar iedere

studentenorganisatie of vereniging zijn ei kwijt kan? Een interessante vraag waar de USR zich mee bezig heeft gehouden. Alle Nijmeegse studenten kunnen ideeën op sturen die ze graag willen realiseren. De programmaraad, bestaande uit onder andere de koepels, zal uiteindelijk beslissen over welke initiatieven een plaatsje krijgen op het festival. Op deze manier hopen wij dat er op het festival een mooie afspiegeling ontstaat van het Nijmeegse studentenleven. Radboud Honours Academy De begroting van het studievoorschot heeft aan het eind van het vorig academisch jaar voor de nodige opschudding gezorgd. Een groot gedeelte van het geld gaat namelijk naar de Radboud Honours Academy. Dit was een heikel punt, aangezien dit zou betekenen dat slechts een kleine groep studenten zou profiteren van een groot deel van het vrijgekomen geld. Daarom is besloten dat de USR mee mag praten over de nieuwe invulling van de Honours Academy. Het nieuwe plan is dat de Honours Academy breder toegankelijk wordt, doordat ook gemotiveerde studenten met minder hoge cijfers zich kunnen aanmelden. De ontwikkeling van dit nieuwe traject is iets waar de USR zich druk mee bezig houdt. Inloopuur Mocht je nou vragen of opmerkingen hebben dan kan je natuurlijk bij ons langskomen. Vanaf 15 november zal er om de week een inloopuur zijn. Ook is ons PR-Team druk bezig om de Facebookpagina up-to-date te houden. Dus als je geïnteresseerd bent is het zeker een aanrader om deze pagina in de gaten te houden!

(Advertentie)


politiek met een staartje

Dieren in de politiek: het lijkt misschien vreemd, maar voor filosoof Eva Meijer is het een realistisch toekomstbeeld. Volgens haar zijn dieren in staat tot politiek handelen, we moeten het alleen nog gaan inzien. ‘Dieren verzetten zich wel, maar mensen zijn sterker en maken daar misbruik van.’


Politiek met een staartje Tekst: Danique Janssen/ Foto: Kelley van Evert P. 14

Regelmatig komen er beelden in de media voorbij waarop te zien is dat dieren wereldwijd veel te verduren hebben. Kippen waarvan snavels worden afgeknipt, varkens die moeten leven op twee vierkante meter, hoorns van kalfjes die worden afgebrand: dat ze slecht behandeld worden, is geen geheim. Veel mensen uiten hun afschuw en verschillende organisaties, zoals het Wereld Natuur Fonds en de Partij voor de Dieren, komen op voor dierenrechten. Ook Eva Meijer draagt haar steentje bij. Al jaren zet ze zich actief in om meer bewustzijn te creëren over de onrechtvaardige manier waarop onze maatschappij met dieren omgaat. Dit doet ze op meerdere manieren. Ze is onder andere lijstduwer bij de Partij voor de Dieren, voorzitter van de werkgroep Dierethiek van de Nederlandse Onderzoeksschool Wijsbegeerte, en ze schrijft romans en essays. Recentelijk verscheen Meijers nieuwste essay De soldaat was een dolfijn. Dit is gebaseerd op haar proefschrift over dieren in de politiek, een terugkerend thema in haar werk. ANS was er als de kippen bij en sprak met Meijer over een politieke stem voor dieren.

‘We moeten kijken naar de mens als deel van een groter geheel.’ Welke rol is er volgens jou weggelegd voor dieren in de politiek? ‘Bij het nadenken over dieren en politiek moet je je afvragen wat politiek handelen eigenlijk betekent en op wat voor manieren dieren politiek kunnen handelen. Het betrekken van dieren bij de politiek is een vrij nieuw concept. Op veel vragen hebben we het antwoord dus nog niet. Naar mijn mening is verzet een van de belangrijkste politieke daden van dieren. Denk bijvoorbeeld aan circusdieren die weigeren te luisteren naar hun trainers. Met zulke daden laten ze ons zien dat we ze onrechtvaardig behandelen. Dit kan geïnterpreteerd worden als een politiek statement.’ Hoe zie je het in de praktijk voor je om dieren te betrekken bij de politiek? ‘Hoe meer groepen meepraten, hoe ingewikkelder een democratie wordt. In ieder geval zijn een aantal basisfactoren van belang. Je moet bijvoorbeeld overwegingen maken over de plek waar de politieke interacties tussen mens en dier gaan plaatsvinden. Je kunt dieren natuurlijk niet in de Tweede Kamer neerzetten. De communicatie kan wel gebeuren in de omgeving waar ze hun problemen ondervinden, als die een politieke aanpak vereisen. Een voorbeeld zijn de ganzen die in de ogen van mensen voor overlast zorgen nabij Schiphol. In dat geval kun je daar naartoe om met ze te communiceren. Het is hiervoor dus ook nodig om na te denken over hoe die interacties vorm moeten krijgen, want elk dier is anders. Hoe communiceren ganzen bijvoorbeeld, en hoe moeten wij daarop reageren? Besluitvormingsprocessen in de politiek, zoals stemmen, zijn nu

volledig gebaseerd op mensentaal. Om dat te veranderen, is nog veel onderzoek nodig.’ Je pleit dus voor een verandering in het politieke systeem. Denk je dat het huidige systeem niet houdbaar is? ‘Ons politieke systeem is in elkaar gezet voor mensen en zal ook met andere dieren rekening moeten gaan houden, omdat onze handelingen hun levens al zo beïnvloeden. Vaak worden ze niet gezien als wezens die hun eigen gemeenschappen vormen en familieverbanden hebben, terwijl dit wel het geval is. Al jaren komen er bijvoorbeeld twee duiven in mijn tuin, een stelletje. Door het zien van hun interactie begrijp je dat het niet gewoon vieze beesten zijn die de tuin uit moeten. Het zijn ook dieren die hun eigen leven leiden, net als wij mensen. Ik zou niet weten waarom wij meer recht zouden hebben op een plek om te leven dan andere dieren. Ik vind dat we moeten kijken naar de mens als deel van een


Politiek met een staartje Leef, woon, werk, feest... met ANS 15 P.P.15

groter geheel, we delen immers de planeet met andere soorten. Dan krijgen dieren mogelijk ook rechten en kunnen wij een manier voor ze creëren waarop ze hun wensen kunnen uiten.’ Waar komt jouw sterke motivatie vandaan om zoveel tijd in dierenrechten te steken? ‘Het is een reactie op het onrecht dat ik zie en waar ik iets aan wil doen. Ik vind het daarbij erg belangrijk om, als academicus, maatschappelijk betrokken te zijn. Verder is het met dieren natuurlijk zo dat ze een paar mensen nodig hebben die voor ze opkomen, omdat veel mensen zich niet bekommeren om hun lot en ze zelf hun positie niet kunnen veranderen. Dieren verzetten zich wel, maar mensen zijn sterker en maken daar misbruik van. Ik vind het niet alleen ontzettend leuk om me met dieren bezig te houden, maar ik zie het ook als mijn taak om voor ze in actie te komen. Het heeft geen zin om je door dierenleed te laten verlammen, daarmee los je niks op.’

‘Ik wil aankaarten dat er iets mis is met hoe we dieren behandelen.’ Wie hoop je te bereiken met je werk over dieren? ‘Ik moet zeggen dat ik persoonlijk niet echt voor een specifieke groep schrijf. Ik schrijf voor iedereen. Het ligt echter aan de vorm van mijn werk wie ik ermee bereik. Een proefschrift is bijvoorbeeld erg specifiek en richt zich vooral op mensen in de academische wereld, met uitzondering van een aantal diehards daarbuiten die geïnteresseerd zijn in dikke wetenschappelijke boeken. In de politieke filosofie wordt tegenwoordig steeds meer over dieren gedacht en ik wil daar mijn steentje aan bijdragen. Ik vind het daarbij belangrijk om die kennis ook over te brengen naar een groter publiek, zoals met mijn laatste essay. Veel mensen vinden dieren namelijk zielig, maar weten niet goed wat ze kunnen doen om te helpen. Ik wil ze niet voorschrijven hoe ze dieren moeten behandelen, maar ik kan ze wel stof tot nadenken geven. Met een roman bereik ik daarnaast ook mensen die van lezen houden maar niet per se dierenmensen zijn. Dat is dus een breder publiek.’ Heb je het idee dat er sprake is van een veranderde houding ten opzichte van dieren in de academische wereld? ‘Ik zie dat academici het idee steeds serieuzer nemen. Ik heb vier jaar promotieonderzoek gedaan aan de Universiteit van Amsterdam en ik heb gemerkt dat er in die tijd veel is veranderd. Nieuwe promovendi vinden het bijvoorbeeld normaal dat er onderzoek naar dieren en politiek wordt gedaan, terwijl de eerdere lichtingen dit vreemd vonden. Steeds meer academici houden zich met dierenrechten

bezig. Ik denk dat ze elkaar aansteken omdat inzichten uit het ene vakgebied vragen om reflectie uit het andere vakgebied. Desondanks merk ik wel dat het thema voor veel wetenschappers nog nieuw is en ze er soms wat lacherig over doen. Toch verwacht ik dat het vakgebied blijft groeien. De maatschappelijke verontwaardiging over hoe we met dieren omgaan groeit en daar moeten academici meer mee gaan doen.’ Verandert de visie van de maatschappij op hoe we met dieren moeten omgaan ook? ‘Het probleem leeft zeker. Veganistisch eten is bijvoorbeeld een hype tegenwoordig, wat heel goed is, en veel mensen maken zich druk om dierenleed. Ik denk alleen dat er ook een grote groep mensen is die zich er nauwelijks zorgen om maakt. Het is nu eenmaal ontzettend makkelijk en vanzelfsprekend voor veel mensen om een supermarkt in te lopen en dode dieren te kopen. Doordat er veel positieve dingen rondom dieren gebeuren, lijkt het beter te gaan, maar in werkelijkheid worden er steeds meer gedood. Ik ben bang dat verandering in de houding van de maatschappij tegenover dieren echt nog een tijd gaat duren. Dat is jammer, want ook voor de toekomst van de mens is verandering belangrijk, bijvoorbeeld omdat vleesconsumptie nauw verbonden met is klimaatverandering.’ Je zegt dat mensen dierenrechten niet altijd serieus nemen. Hoe ga je daarmee om? ‘Het gaat er voor mij niet om dat iedereen het met me eens is, maar dat er discussies worden gevoerd over dit onderwerp. Ik zie dat dan ook als mijn voornaamste taak in het publieke debat: ik wil aankaarten dat er iets mis is met hoe we dieren behandelen, zodat mensen daarover na kunnen denken. Natuurlijk is het irritant als mensen mijn werk afdoen met een flauwe opmerking, maar zo erg is het ook niet. Ik vind het al fijn dat er over dierenrechten wordt gepraat en ik ben altijd bereid om met mensen in gesprek te gaan. Die mogelijkheid mis je wel als mensen hun opmerkingen op het internet geven. Daardoor voegen die online meningen vaak ook niet zoveel toe aan de discussie.’ Heeft je onderzoek ertoe geleid dat je anders omgaat met je eigen huisdieren? ‘Mijn handelen en mijn houding zijn erdoor beïnvloed. Idealiter zou ik mijn honden meer vrijheid geven dan ze nu krijgen. Om praktische redenen gaat dat in Amsterdam echter niet, vanwege bijvoorbeeld het verkeer en het eten dat overal ligt. Mochten er dingen zijn waar mijn honden wel over kunnen meebeslissen, dan mogen ze dat ook doen. Over waar we heen wandelen, bijvoorbeeld, of wat ze willen eten. Hoe je met ze om moet gaan, hangt natuurlijk ook af van de persoonlijkheid van de dieren. Een van mijn honden heeft een slechte start van haar leven gehad en heeft het daardoor nog nodig dat ik beslissingen voor haar neem. Dit is onderdeel van de opvoeding, daarna kan ze het zelf. Eigenlijk werkt het net zo met kinderen. Die moet je ook sturen tot ze zelf weten wat ze moeten doen.’ ANS


www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon P. 16


Ans deze maand P. 17


Studenten in de stress Tekst: Danique Janssen en Bram Jodies/ Illustraties: Anne Rombouts P. 18

studenten in de stress Afgelopen mei verspreidde de Radboud Universiteit per mail een welzijnsenquête: een vragenlijst voor studenten om hun mentale welzijn in kaart te brengen, naar aanleiding van de toenemende druk die ze ervaren. Waar hebben Nijmeegse studenten zoal mee te kampen en wat kan de universiteit voor hen betekenen? Eind oktober meldde de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) dat een op de drie studenten een verhoogde kans heeft op een burn-out. Dit nieuws bleef niet onopgemerkt. Onder andere de Volkskrant, NOS en RTL Nieuws besteedden er recentelijk aandacht aan. Het zit studenten dan ook niet altijd mee: ze worden constant achtervolgd door naderende deadlines en ongelezen studieboeken. Die hoge werkdruk kan psychische problemen met zich meebrengen. Doordat er slechts 342 respondenten waren, was het onderzoek van de LSVb niet representatief genoeg. Toch is het niet de eerste keer dat er zorgwekkende cijfers zijn gevonden bij onderzoek naar psychische problemen onder studenten. Uit een ander onderzoeksrapport van de LSVb uit 2013 blijkt dat de helft van de ondervraagden wel eens last heeft van psychische klachten. Depressies, stress en vermoeidheid komen het meest voor. Naast de hoge studiedruk wordt de competitieve arbeidsmarkt en de toegenomen rendementsmentaliteit als mogelijke oorzaken van de klachten genoemd. Dit laatste houdt in dat universiteiten hun studenten aansporen om zo snel mogelijk af te studeren met zoveel mogelijk extra activiteiten ter opvulling van hun cv. Zo kunnen ze meteen de arbeidsmarkt op om geld op te leveren voor de economie. De studiedruk neemt dus toe en de mentale klachten daarmee ook. Genoeg redenen voor de Radboud Universiteit (RU) om uit te zoeken hoe het met het welzijn van de Nijmeegse studenten gesteld is. Welke resultaten kwamen zij tegen, en wat doet de RU eigenlijk voor studenten die in de put zitten? Welzijn onder de loep In eerste instantie lag het initiatief voor de welzijnsenquête niet bij de universiteit, maar bij de Universitaire Studentenraad (USR). ‘Vorig jaar is de USR begonnen met het opzetten van een werkgroep Welzijn, omdat wij om ons heen zagen dat veel studenten stress en eenzaamheid ervaren’, vertelt Anne Kurstjens, secretaris van de USR. Deze werkgroep heeft een enquête geïnitieerd en uitgevoerd in samenwerking met de RU. Een uniek initiatief binnen de universitaire kringen in Nederland,

aldus USR-lid Ricardo Stoffels. ‘Ik denk dat andere universiteiten het verspreiden van zo’n enquête niet goed aandurven. Zodra je de cijfers van een welzijnsonderzoek hebt, moet je ermee aan de slag. Ze zijn waarschijnlijk bang voor de problemen die ze gaan tegenkomen.’ Desondanks besloot de RU onderzoek te doen naar de mentale gezondheid van haar studenten. De nood bleek hoog: 57 procent van de studenten gaf in de welzijnsenquête aan ‘veel’ tot ‘zeer veel’ stressklachten te ervaren. Het merendeel van dit percentage is vrouw. Studenten van de Faculteit der Letteren en de Radboud Docenten Academie ervaren volgens de enquête meer druk dan gemiddeld, de studenten van de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica minder. Volgens Annemieke Godefrooy, studentenpsycholoog van de RU, zit de druk ingebakken in onze cultuur. ‘Je moet hard studeren in Nederland, anders haal je het niet. Deze competitieve sfeer is op elke faculteit aanwezig.’

De studiedruk neemt toe en de mentale klachten daarmee ook. Buitenlandse studenten op de RU geven aan minder lekker in hun vel te zitten dan Nederlandse. Dit komt onder andere doordat sommigen van hen weinig aansluiting vinden bij Nederlandse studenten. Hierdoor kunnen ze zich eenzaam voelen. ‘Buitenlanders raken soms overweldigd omdat ze niet goed weten hoe ons systeem werkt, hoe ze zich moeten gedragen of wat er van ze wordt gevraagd’, aldus Godefrooy. De hoge studiedruk heeft volgens de respondenten een negatieve invloed op hun studie en hun geluk. Sommige studenten uiten zich zelfs bijna uitsluitend negatief over hun welzijn: tussen de 10 en 20 procent is over het algemeen ontevreden over het leven dat ze leiden. Het is de vraag of dit uitsluitend door studiedruk wordt veroorzaakt, maar het blijft een zorgwekkend signaal.


Studenten in de stress P. 19

57 procent van de studenten gaf aan ‘veel’ tot ‘zeer veel’ stressklachten te ervaren.

Welzijn in de praktijk Voor degenen die zich herkennen in het geschetste beeld van de oververmoeide student, biedt de RU hulp. De universiteit heeft professioneel opgeleide gezondheidszorgpsychologen en therapeuten in dienst. Ze biedt daarnaast een scala aan cursussen en trainingen aan om het welzijn te vergroten, zoals mindfulnesstraining. Hoewel de RU ondersteuning biedt om psychische klachten van studenten op te lossen, vragen deze hulpmiddelen niet alleen om inzet vanuit de universiteit.

‘Veel studenten weten niet goed waar ze heen kunnen met hun problemen.’ Uiteindelijk komt het neer op de motivatie en medewerking van de student, vertelt Godefrooy. ‘Bij de trainingen krijg je tips om met problemen om te gaan, maar het is aan jezelf of je die ook gaat toepassen.’ Daarnaast legt ze uit dat psychologen de studenten alleen zo’n specifieke cursus aanraden als de klachten ermee verholpen kunnen worden. Gelukkig hebben de meeste studenten baat bij de geboden hulp. In sommige gevallen is een professionele behandeling met eventuele medicatie toch de beste oplossing, zoals

bij een depressie. De studentenpsychologen kunnen hier advies over geven, maar het blijft aan de student wat hij hiermee wil doen. Godefrooy bevestigt dat een flink aantal studenten last heeft van psychische klachten. Volgens haar krijgen de studentenpsychologen wel veertig aanmeldingen per week. Cecile Collin, masterstudent Letterkunde, heeft tweemaal het welzijnstraject doorlopen voor haar depressie. ‘Eerst kwam ik bij de studieadviseur, aan haar vertelde ik dat het niet zo goed met me ging. Vervolgens ben ik nog naar de studentendecaan geweest, maar dat leverde weinig op.’ Collin werd voor haar gevoel niet veel wijzer van de hulp die ze kreeg en had het idee dat haar problemen niet serieus genoeg waren voor een traject. Een half jaar later ging het slechter met haar en heeft ze de route opnieuw doorlopen, dit keer met een andere studieadviseur en decaan. Zij adviseerden haar uiteindelijk toch om buiten de universiteit hulp te zoeken en sindsdien zit ze in het algemene geestelijke gezondheidszorgtraject in Nijmegen. Volgens Collin valt of staat het traject van de RU met de begeleider die je hebt. ‘Toen ik bij een andere decaan kwam, verliep de hulp beter. De decaan en de studieadviseur zijn samen gaan zitten en hebben zelfs mijn ouders uitgenodigd. Dat was een fijne ervaring.’ De begeleiding was dit keer erg proactief en betrokken. ‘De decaan heeft later nog een keer naar mijn ouders gebeld met de vraag of zij er ook een beetje bovenop waren.’


Studenten in de stress P. 20

Voor Collin hebben de hulp en adviezen van de studentenbegeleiders geholpen, maar ze merkt dat de drempel om hulp te zoeken voor anderen hoog kan zijn. ‘Veel studenten weten niet goed waar ze heen kunnen met hun problemen, of dat je financiële ondersteuning van DUO kunt krijgen bij uitloop wegens omstandigheden.’ Volgens haar zou de RU beter haar best moeten doen om hierover duidelijke informatie te verstrekken. RU in actie De RU heeft volgens de USR met de welzijnsenquête een idee gekregen van de omvang van het probleem, maar nog niet van de kern. De RU is het hiermee eens. In het onderzoeksrapport van de welzijnsenquête zijn actiepunten beschreven. Dit zijn nog geen harde maatregelen, maar vooral manieren om specifieker in kaart te brengen wat het probleem is met de mentale gezondheid van studenten en hoe dit opgelost kan worden. Het belangrijkste actiepunt is dat de RU een focusgroep wil opzetten. Deze bestaat uit ongeveer duizend studenten die bij het invullen van de enquête hebben aangegeven dat zij graag meer informatie willen aanleveren. ‘Op basis van alleen cijfers kunnen we nog heel weinig. Samen met de focusgroep wordt daarom nu bekeken welke vervolgstappen nodig zijn. Dan pas wordt er actie ondernomen’, licht Stoffels toe. Van echte daadkracht is dus nog geen sprake, maar uit de enquête wordt duidelijk dat studenten in ieder geval opgelucht zijn dat het thema bespreekbaar is. ANS

De competitieve arbeidsmarkt en het rendementsdenken zijn mogelijke oorzaken van stressklachten bij studenten.


Tekst: Aaricia Kayzer en Loes Wolters/ Foto’s: Aaricia Kayzer, Jean Querelle en Loes Wolters /Illustraties: Joost Dekkers De Graadmeter P. 21

De graadmeter

In De Graadmeter zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: Geld verdienen zonder baantje

Wat: Proefkonijn bij taalonderzoek Moeite: Geen hazenslaapje doen Opbrengst: 12 euro Inschrijven bij het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek duurt een paar minuten en binnen no time word je overladen met uitnodigingen voor experimenten. Je gaat meteen voor het grote geld en reageert op een test waarbij je woorden van neptermen moet onderscheiden. Het kleine testhokje is benauwd en in de zachte stoel is het een uitdaging niet in slaap te vallen. Je dommelt in en komt in een limbo tussen droom en werkelijkheid terecht, waardoor de tijd onverwacht snel voorbij vliegt. Na een uurtje bevrijdt de onderzoeker je uit de geluiddichte gevangenis. Terwijl de woorden nog nabranden op je netvlies loop je suf het gebouw uit. Die 12 euro heb je in ieder geval binnen, dus deze methode slaat de planck niet mis.

Wat: Straatmuzikant spelen Moeite: Ritmisch klappertanden Opbrengst: 2 euro De gemeente Nijmegen is zo vriendelijk haar inwoners toe te staan hun gouden keeltjes op straat ten gehore te laten brengen. Langslopend winkelpubliek zal de ontroerende tonen van een muziekinstrument niet kunnen weerstaan en gul doneren. Tijd om je muzikale vrienden op te trommelen, je plankenkoorts te overwinnen en een plek te claimen in de drukste winkelstraat van Nijmegen. Helaas constateer je al snel dat het publiek niet geïnteresseerd is in je spel. Gelukkig zijn er krantenverkopers en moeders met kleine kinderen die het leed verzachten door een praatje te maken. Na de toegestane dertig minuten pak je met stramme vingers van de kou jezelf en je instrumenten warm in. De opbrengst bestaat uit slechts 2 euro, maar spelen in goed gezelschap is gelukkig veel meer waard.

Benieuwd naar meer mogelijkheden om geld te verdienen? Kijk op ANS-Online.nl.

Wat: Statiegeld ophalen Moeite: Betaalde work-out Opbrengst: 7,80 euro Dankzij wekelijkse borrels, drankspellen en indrinkavonden vliegen de pilsjes er snel doorheen, zeker als behulpzame huisgenoten besluiten op jouw voorraad mee te teren. Na verloop van tijd slingeren er meer lege flessen dan studieboeken in je kamer rond. Hoog tijd om jezelf van de bank af te slepen en de boel naar de supermarkt te brengen. Na een barre tocht over de heuvelige wegen van Nijmegen wankelen jij en je vracht de winkel binnen. Met een laatste krachtinspanning til je de kratten op de lopende band. Het gesjouw levert gelukkig iets op: in ruil voor een paar kratten mag je 7,80 in je portemonnee steken. Aangezien je toch in een supermarkt bent, kan je van dit geld meteen je boodschappen voor komende week betalen. ANS


zoekrakend zeggenschap


Tekst: Eva Vervoort/ Foto’s: Ted van Aanholt Zoekrakend zeggenschap P. 23

Dit jaar publiceerde filosoof Maxim Februari de psychologische roman Klont. Op een humoristische wijze levert hij commentaar op onze datasamenleving. ‘Technologie wordt toch wel ontwikkeld, maar je moet goed nadenken over de mogelijke gevolgen.’ Voor een snelle zoekopdracht lijkt het heel prettig dat Google weet waar je interesses liggen en om een nieuwe woonruimte te vinden, is het handig als iedereen je bericht op Facebook deelt. Schrijver, jurist en columnist Maxim Februari ziet in dit soort slimmigheden naast voordelen ook nadelen. De digitalisering van onze samenleving heeft namelijk ongekende gevolgen. Zo wordt bijna al onze data opgeslagen en te pas en te onpas verkocht door bedrijven als Facebook en Google. Weinig mensen maken zich daar druk om, want wat heb je als ‘normale burger’ te verbergen? Volgens Februari dreigt er door de dataficering een verlies van zeggenschap. Zijn laatste literaire werk Klont beschrijft deze dreiging van dataficering. In de roman weet niemand precies wat de klont is, behalve dat het een onheilspellende wolk aan data is. Het is net zo abstract als het gevaar van data in onze samenleving, waarvan niemand de consequenties lijkt te kennen. ANS sprak met de schrijver over zijn nieuwe roman, de gevaren van technologische vooruitgang en de gevolgen voor de literatuur. Een thema in uw roman Klont is het dataficeren van onze samenleving en het verlies van de individualiteit. Ziet u dit in de werkelijkheid gebeuren? ‘In het boek beschrijf ik een nieuwe wereld in onze tijd. Deze beschrijving is zoals ik het me daadwerkelijk voorstel. De dataficering vindt razendsnel plaats. Ik wil mensen waarschuwen, niet zozeer over de technologie, maar over de manier waarop we gebruikmaken van technische mogelijkheden.’ U bent filosoof, jurist, essayist en columnist. Waarom heeft u ervoor gekozen om de thema’s uit Klont in fictie te verpakken? ‘Ik beschouw mijzelf voornamelijk als schrijver van fictie en ben altijd aan het denken over een nieuwe roman. De thema’s die ik interessant vind, vormen zich vanzelf. Op dit moment is de datasamenleving iets dat mijn aandacht wekt. Zo ontstond uiteindelijk dit verhaal. Het is niet zo dat ik eerst een onderwerp heb en daarna denk, laat ik daar een boek over schrijven. Het gaat andersom. Ik ben altijd bezig een roman te schrijven en die gaat over wat mij bezighoudt.’ Klont gaat deels over de status van de roman. Gelooft u dat de roman een bepaalde kracht heeft? ‘Je kunt er de wereld en het bestaan op een bepaalde manier mee benaderen. In een roman beschrijf je het

leven en de complexiteit ervan op de meest serieuze manier. Het is een kunstvorm waarmee wij proberen het leven en de wereld om ons heen te begrijpen.’ Vindt u dan dat meer mensen romans moeten lezen? ‘Nee, het is een kunstvorm voor een kleine groep en voor hen is het leerzaam. Ik hoop dat zij de lessen die in romans staan meenemen in het beroepsleven en deze overbrengen. Het is van belang dat er in de maatschappij een kleine groep mensen is die zich serieus verdiept in de betekenis van samenleven en in wat het betekent om een individu in een gemeenschap te zijn. Dat zijn vragen die worden doordacht door middel van het lezen van romans. Daarom ben ik ook streng op politici die nooit proza lezen. Iedereen die zich bezighoudt met het besturen en het vormgeven van de maatschappij behoort dat namelijk te doen. Kennis hebben van parlementaire geschiedenis is niet genoeg.’

‘De dreiging dat je de zeggenschap over jezelf kwijtraakt, is nu erg groot.’ Denkt u dat lezers een les uit Klont kunnen trekken en technologie zullen zien als een serieus probleem voor onze samenleving? ‘Het probleem is niet zozeer de technologie, maar een mutatie van het kapitalisme. Maken mensen hun eigen keuzes, of zijn ze in dienst van het maken van winst? Ik ben niet tegen het kapitalisme, maar je moet je leven er niet door laten beheersen. Daarom zijn er altijd mensen die tegengas moeten geven. In de wereld zit een totalitaire kapitalistische dreiging vanuit overheden en bedrijven en het is nodig om als samenleving weerwoord te geven. Dan blijft de boel in een evenwicht. Klont is een middel waarmee ik dat tegengas geef. Je kunt zeggen dat dit verhaal overdreven is, maar als ik het niet vertel ben jij straks misschien je vrijheid kwijt.’ Denkt u dat mensen weet hebben van de dreiging van dataficering? ‘Nee, maar delen van de samenleving beginnen zich er wel langzaam bewust van te worden. Ik merk op dat heel veel mensen schrikken van dit boek, maar het besef is nog niet groot genoeg om in te zien dat het een


Zoekrakend zeggenschap P. 24

belangrijk thema is. Ze begrijpen niet wat de mogelijke gevolgen van dataficering kunnen zijn. Vooral mensen op belangrijke posities nemen niet de tijd om serieuze beslissingen te nemen over technologie.’ Zijn er genoeg mensen die zich druk maken om dit thema? ‘Vanuit alle kanten van de samenleving komt er weerstand tegen de dataficering op gang. Diverse kleinere bedrijven zijn bezig om technologie een vorm te geven waarbij de gebruiker zelf zeggenschap heeft en zijn vrijheid behoudt. Ik zeg ook tegen overheidsinstanties dat ze moeten kijken naar technologie van ondernemers die de burger in zijn waarde laat. Die ondernemers zijn er genoeg, maar zij hebben geen vertegenwoordigers met aktetassen die bij je langs komen om het aan te prijzen. Je moet ze zelf opzoeken.’ Wat zouden eventuele gevolgen zijn als de dataficering verder uit de hand loopt? ‘Dat er een totalitair regime beheerst door kapitalistische bedrijven ontstaat en je leven compleet wordt bestuurd door anderen. Die dreiging zit altijd in de wereld en de samenleving. Impulsen om alles een kant op te schuiven en de rest van de mensheid te laten zitten, zullen er altijd zijn. Dit kan zowel gebeuren door de macht van Hitler en Stalin als door het grootkapitaal. De

dreiging dat je de zeggenschap over jezelf volkomen kwijtraakt, dat beslissingen buiten jou om worden genomen, is nu heel erg groot.’ Is technologie daar een oorzaak van? ‘Het is niet zozeer een oorzaak, maar technologie biedt een infrastructuur voor een kapitalistisch totalitarisme. Een groep kan nu eenvoudiger mogelijkheden vinden om te heersen over de samenleving. Ik ben echter geen tegenstander van technologie. De mens is al sinds de prehistorie een technologisch wezen; toen maakten we een bijl om hout te hakken. De menselijke nieuwsgierigheid op het gebied van wetenschap is groot. Technologie wordt toch wel ontwikkeld, maar je moet goed nadenken over de mogelijke gevolgen. Wanneer het schade aanricht, moet je dit kunnen repareren.’ U schetst een redelijk zwart scenario. Ziet u de toekomst somber in? ‘Ik denk dat de toekomst net zo zal zijn als het heden, dat we altijd zoekende zijn. We verzinnen steeds dingen die ons vooruit helpen, maar achteraf nadelen blijken te hebben. Die problemen moeten we dan weer oplossen en dat gaat nooit helemaal goed, want sommige burgers willen wel helpen en andere niet. Dit conflict zit van nature in ons. We zijn het nooit met elkaar eens en dat is precies wat ik wil behouden.’ ANS


Column Thom Wijenberg P. 25

side salad Thom Wijenberg serveert in het ANS een vers en gezond bijgerecht op basis van studentikoze belevenissen en frustraties. Kan sporen van ironie, fictie en zelfverheerlijking bevatten. ‘Altijd een werkende fiets.’ Dat zijn de gevleugelde woorden van Swapfiets, de nieuwe fietsenmaker annex verhuurder on the block. Het bedrijf – niet bekend van tv, wel van de karakteristieke blauwe voorbanden – neemt stukje bij beetje de campus over met een revolutionair product: een fiets voor studenten die hun tere universiteitshandjes liever niet vies maken. Voor iets meer dan een tientje per maand leent Swapfiets je een stalen ros waar je nauwelijks naar hoeft om te kijken. Zij plakken je lekke band, leggen de ketting terug op zijn plaats en bij diefstal krijg je gewoon een nieuwe. Een maand geleden ben ook ik gezwicht voor deze ‘altijd werkende’ fiets. Mijn huidige exemplaar stond toen al geruime tijd voor de deur te roesten. Voor- en achterband waren lek, hij maakte vreemde geluiden en bovendien was de bagagedrager er stukje bij beetje afgevallen. Kortom, mijn trouwe tweewieler was morsdood en je weet wat ze zeggen: een man zonder fiets is een vis zonder, uh, laat maar. Ik vulde het formulier op de website van Swapfiets in en nog de volgende dag nam ik mijn spiksplinternieuwe fiets in ontvangst. De lichte teleurstelling over de kleur wist ik te verbergen. Sindsdien cruise ik als een Froome op mijn swagfiets door Nijmegen. Vooral onder mijn vrienden trekt mijn velo veel bekijks. Ze willen weten of hij lekker rijdt, wat dat grapje nou precies kost en vooral of ik hem gemakkelijk terug kan vinden tussen alle andere swapfietsen. Daar kan ik kort over zijn: nee. Er zijn dagen waarop ik drie identieke fietsen aantref op de plaats waar ik de mijne heb geparkeerd en ik met behulp van de sleutel moet uitvinden welke dat is. Behalve een eigen karakter mist de swapfiets ook de broodnodige versnellingen en zit de bagagedrager – snelbinders niet inbegrepen – aan de verkeerde kant van het voertuig. Dat is natuurlijk niks voor een kluns zoals ik en het duurde dan ook niet lang of ik liet er een heel bierkrat vanaf flikkeren. Om toch nog op een positieve noot te eindigen: de Swapfiets wordt geleverd met een ingebouwd vriendennetwerk. Wanneer ik een andere swapfietser passeer, voel ik dat er tussen ons een stilzwijgend verbond bestaat, een soort spirituele connectie. ‘Wij hebben het goed’, lijken we zonder woorden tegen elkaar te zeggen. Maar je moet het maar zeggen als ik nu van een eenwieler een tandem maak.


Het Issue Tekst: Edwin Jonkman en Julia Mars/ Illustratie: Bibi Queisen P. 26

HET ISSUE

In deze rubriek staat iedere editie een ander issue centraal dat de gemoederen flink bezighoudt. Deze editie: de genetische manipulatie van embryo’s.

Erfelijke ziektes voorkomen door embryo’s aan te passen: het klinkt misschien als toekomstmuziek, maar de wetenschap komt er steeds dichterbij. Een recent ontwikkelde techniek maakt kiembaanmodificatie, het bewerken van het DNA van een embryo, efficiënter en goedkoper. Om onderzoek naar de toepassing van deze techniek te bevorderen, is het kweken van embryo’s nodig. Hoe ethisch verantwoord het is om kweekembryo’s te maken, is onderwerp van discussie. In landen waar het is toegestaan, zoals China en de Verenigde Staten, zijn succesvolle proeven uitgevoerd met kiembaanmodificatie. Zo heeft een Amerikaans onderzoeksteam afgelopen zomer voor het eerst een erfelijke hartafwijking uit het DNA van een embryo weten te halen. In Nederland wordt wetenschappelijk onderzoek naar kiembaanmodificatie bemoeilijkt, omdat het kweken van embryo’s onder de huidige Embryowet verboden is. ANS zocht uit of de wetgeving in Nederland moet worden versoepeld. Is het legaliseren van kweekembryo’s gewenst of tasten we hiermee de menselijke waardigheid aan? Prof. dr. Sjoerd Repping, hoogleraar Humane voortplantingsbiologie aan de Universiteit van Amsterdam ‘Ik ben van mening dat de Embryowet moet worden aangepast. Nederland loopt deels door deze wet achter op het gebied van de voortplantingsgeneeskunde. Momenteel is onderzoek alleen toegestaan op embryo’s die overblijven uit vruchtbaarheidsbehandelingen, maar deze zijn vaak al een paar dagen oud en daarom niet meer bruikbaar. Voor onderzoek naar kiembaanmodificatie en andere proeven om voortplantingstechnieken te testen op veiligheid en effectiviteit, zijn restembryo’s dus nutteloos. Embryo’s die speciaal voor onderzoek worden gekweekt bieden een oplossing, maar dat houdt de wet nu tegen. ‘Het besluit om de wet aan te passen is niet wetenschappelijk, maar politiek. Embryo’s maken en vervolgens doden voor onderzoek is ethisch belast. Het is natuurlijk iemands goed recht om principes te hebben gebaseerd op persoonlijke geloofsovertuiging, maar over principes is geen enkele vorm van discussie mogelijk. Bovendien wordt vergeten dat de wetenschap genetische ziektes kan voorkomen. Dat is wat we eendimensionale ethiek noemen: potentiële genezing van erfelijke ziektes wordt mensen onthouden op basis van morele principes. ‘Bij kiembaanmodificatie gaat het om hoe efficiënt en veilig je de techniek kunt toepassen. Onder veiligheid verstaan we de precisie waarmee deze aanpassingen worden aangebracht en efficiëntie gaat over de slagingskans. Recente proeven zoals in de VS lijken geen bijeffecten te vertonen. Daarmee zijn grote stappen gezet op het gebied van zowel efficiëntie als veiligheid, waardoor de toepassing bij mensen dichterbij is dan ooit.’

Dr. Pieter Lemmens, techniekfilosoof en verbonden aan het Institute for Science in Society van de Radboud Universiteit ‘Voordat de wet wordt versoepeld, moeten we eerst kijken naar de ethische consequenties die hieraan zijn verbonden. Het brengt voordelen voor wetenschappers en voor innovatie, maar het heeft natuurlijk ook nadelen. Dat is precies het dilemma: we zitten met een techniek waar we enerzijds heel veel mee kunnen, anderzijds zijn we ook een soort tovenaarsleerlingen, want we weten nog niet wat we precies met deze techniek kunnen bereiken. Met kiembaanmodificatie willen we een bepaald effect bereiken, namelijk een genetische ziekte voorkomen door het aanbrengen van een mutatie in een embryo. We verwachten dat deze techniek ook het beoogde effect zal hebben, maar misschien zijn er wel allerlei bijwerkingen. ‘Het voorkomen van erfelijke ziektes is een nobel streven, maar als ethicus zal ik me altijd afvragen: wat is gezond? Genezing is een goed idee, maar als we een trapje hoger gaan komen we op het terrein van het verbeteren van een embryo. Waar ligt dan de grens? Sommige filosofen pleiten voor een recht op geboren worden: puur het resultaat zijn van de genetic lottery, zoals dit natuurlijke proces wordt genoemd. Hoe meer er echter wordt ingegrepen, des te meer we ingenieurscreaties zijn. Dat klinkt nu nog unheimlich, in de toekomst wordt het misschien heel normaal. De vraag is hoe we daarmee om moeten gaan. Het is heel belangrijk dat het vraagstuk rond de ethische verantwoording van kiembaanmodificatie op de politieke agenda komt en iedereen erover mee kan beslissen, want het gaat ons allemaal aan.’


Het Issue P. 27

Prof. dr. ir. Henk Jochemsen, bijzonder hoogleraar Christelijke filosofie aan Wageningen University ‘Ik vind niet dat de wet moet worden verruimd, omdat een embryo het onmiskenbare begin is van een menselijk individu. Het is ethisch problematisch om een mensenleven tot stand te brengen en vervolgens als proefmateriaal te gebruiken en weg te gooien. Veel onderzoek naar kiembaanmodificatie kan worden uitgevoerd met dierproeven of kunstmatige embryoïde lichamen. Dat zijn structuren gemaakt uit stamcellen die in veel opzichten lijken op embryo’s, maar het niet zijn. Ze kunnen namelijk niet zelfstandig uitgroeien tot een nieuw individu en dat is voor mij een voorwaarde. Wetenschappers die pleiten voor versoepeling van de wet beloven ziektes op te lossen. Ik sta sceptisch tegenover zulke claims die bedoeld zijn om meer geld voor onderzoek te verkrijgen. Omdat er ook andere manieren zijn om dit onderzoek te verrichten, ben ik niet bang dat Nederland achter komt te liggen. ‘Daarnaast wordt de verleiding om allerlei verbeteringen aan te brengen erg groot wanneer we kiembaanmodificatie gaan toepassen. Het is van belang dat we onszelf en anderen aanvaarden zoals we van nature zijn. Wanneer we onszelf gaan verbeteren, betekent dit dat we aan bepaalde eisen moeten voldoen om geaccepteerd te worden. Dan is er naar mijn overtuiging sprake van dehumanisering van de relatie van mens tot mens. Het kabinet heeft geen plannen om de wet te verruimen en ik hoop dat ze dat ook niet gaat doen. Liever zou ik zien dat de wetenschap zich richt op andere vormen van onderzoek die wel ethisch aanvaardbaar zijn.

Embryo’s: wat mag er in Nederland? Met de nieuw ontwikkelde techniek CRISPR-Cas is het mogelijk doelgerichte mutaties aan te brengen in het DNA van embryo’s. Onder de huidige Embryowet, die sinds 2002 van kracht is, is wetenschappelijk onderzoek op embryo’s alleen toegestaan wanneer deze zijn overgebleven na een vruchtbaarheidsbehandeling, zoals ivf. Deze embryo’s zijn echter van slechte kwaliteit, omdat die van goede kwaliteit worden gebruikt voor de vruchtbaarheidsbehandeling zelf. Het kweken van embryo’s biedt een oplossing, maar is bij wet verboden. De Gezondheidsraad adviseerde het kabinet in maart 2017 de wet te verruimen door het kweken van embryo’s mogelijk te maken. Hierdoor kunnen erfelijke ziektes uit het embryo worden gehaald. In het regeerakkoord staat dat het nieuwe kabinet de ‘discussie zal stimuleren’, maar geen concrete maatregelen neemt. In België, Zweden, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Japan is het kweken wel toegestaan. ANS


Kamervragen Tekst: Eva van Keeken, Vincent Veerbeek en Eva Vervoort/ Foto’s: Eva van Keeken en Vincent Veerbeek P. 28

kamervragen In Kamervragen gaan twee studenten op ontdekkingstocht in elkaars kamer en speculeren ze over de persoonlijkheid, activiteiten en vreemde trekjes van de bewoner. Kunnen ze uitvinden wat voor persoon er achter de kamer schuilgaat?

Marissa op bezoek bij Jochem ‘Tja’, is Marissa’s eerste reactie als ze de kamer van Jochem binnenloopt. Ze zoekt duidelijk naar woorden die de puinhoop het beste kunnen omschrijven. Verspreid over de ruimte liggen resten van joints, ongewassen handdoeken en bedorven etensresten. Om nog maar te zwijgen over de rode vlekken op het dekbed, waarvan Marissa denkt dat het wijn is. ‘Veel troep, het is een typische studentenkamer’, zegt ze voorzichtig. ‘Deze persoon moet echt een keer zijn lege flessen wegbrengen. De Coop is hier tegenover.’ Wanneer ze de koelkast opent, begint ze te lachen. ‘Alleen een pizza, dat is wel sad.’ Dan valt haar oog op een pet en mannendeodorant waaruit ze opmaakt dat het een jongenskamer is. Ze schat dat de bewoner iets ouder is dan zij, een jaar of 23. Uit zijn boeken maakt ze op dat hij ‘iets met marketing en communicatie’ studeert. Marissa verwacht dat de bewoner van de kamer

Jochem op bezoek bij Marissa Op zijn skateboard komt Jochem aan bij studentencomplex Galgenveld, waar Marissa woont. ‘Het is hier een stuk netter dan bij mij, dat is duidelijk’, is zijn eerste reactie als hij binnenkomt op haar kamer. De boeken staan recht in de kast, de kleren zijn keurig opgeborgen en de dekentjes op de bank liggen er perfect opgevouwen bij. Jochem denkt in een meisjeskamer te zijn beland: ‘Alles is opgeruimd en de kleuren roze en lichtgroen komen vaak terug in het meubilair.’ Dan valt zijn blik op de Engelse woordenboeken in de boekenkast. ‘Ze studeert vast Engels’, concludeert hij. ‘Ik verwacht dat ze haar studie serieus neemt en niet zoveel uitgaat. Ze doet weinig onverstandige dingen.’ De leeftijd van Marissa vindt hij moeilijker in te schatten. ‘De inrichting van de kamer oogt een beetje jeugdig door de lichte kleuren’. Hij gokt dat ze rond de 20 jaar is. Jochem vindt de kamer ook niet heel speciaal. De


Kamervragen P. 29

vragenuurtje Tijd voor de confrontatie: hadden de studenten het bij het juiste eind of sloegen ze de plank compleet mis?

Marissa

Jochem

regelmatig uitgaat, omdat hij in de Molenstraat woont. ‘Ik denk dat hij een chill persoon is, echt zo’n type dat veel gamet en blowt’, zegt ze. Op de vraag of hij aan sport doet, antwoordt ze ontkennend. Ze denkt niet dat hij een gezonde levensstijl heeft. Dan ziet ze een skateboard staan. ‘Misschien is het toch wel een sportief persoon. Ik kan me voorstellen dat hij iemand is die overal op zijn skateboard naartoe gaat.’ Marissa zou best met hem in een huis kunnen wonen. ‘Ik denk dat hij een gezellige huisgenoot is, bij wie je makkelijk binnenloopt om even te kletsen.’ Wel zou ze zich ergeren aan zijn troep. ‘Misschien is hij ook zo slordig in de keuken of in de badkamer.’ ‘Ik vind het lullig om te zeggen, maar ik zou niet in deze kamer kunnen wonen’, zegt Marissa stellig. ‘Ik vind het gewoon fijn om een georganiseerde en rustige kamer te hebben.’ Een positief punt is de locatie. Het idee midden in het centrum te wonen en zicht te hebben op de Molenstraat bevalt haar wel.

woorden ‘normaal’ en ‘standaard’ vallen vaak. Hij ziet een getekende poster en een rozenkunstwerk die op de muur zijn geplakt. ‘Misschien is ze wel een kunstzinnig type’, merkt hij op. Jochem zou best een huisgenoot van Marissa willen zijn. ‘Het is in ieder geval iemand die niet veel herrie maakt en van wie je weinig last hebt. Prima om een babbeltje mee te maken.’ Dan valt zijn oog op iets dat hem blij verrast: een Wii en een verzameling games. ‘Eindelijk een raakvlak’, zegt hij lachend. ‘Call of Duty is iets dat ik ook nog wel zou spelen. Een meisje dat gamet is sowieso wel bijzonder.’ Het is geen kamer waar Jochem zich thuis voelt. ‘Ik zou hier echt gek worden, vooral omdat het zo netjes is. Van de inrichting word ik niet heel gelukkig, het is veel te strak. Het zou snel een puinhoop worden als ik hier zou wonen.’ Omdat de woning is opgedeeld in twee kleine kamertjes, is het voor hem niet ruimtelijk genoeg. De locatie vindt hij daarentegen best prima.

Marissa is zichtbaar verbaasd over de jongen die achter de rommelige kamer schuilgaat. ‘Heel anders dan ik had verwacht’, is de eerste reactie van de 20-jarige studente Amerikanistiek, als ze Jochem ziet. ‘Je ziet er verzorgd uit’, zegt Marissa nadat ze zich aan elkaar hebben voorgesteld. ‘Jouw kamer past wel bij je nette uitstraling’, reageert Jochem, 19 jaar en student Small Business Retail Management. Marissa vraagt zich af of haar beeld van het alternatieve imago van Jochem klopt. ‘Zo zou ik mezelf niet noemen, maar ik skateboard wel’, zegt hij. ‘Doe je verder nog aan sport?’, vraagt Marissa. ‘Ja, ik fitness af en toe.’ Dan snijdt Marissa een onderwerp aan dat niet onbesproken kan blijven: de rode vlekken op het bed. ‘Is dat wijn?’ ‘Nee’, antwoordt Jochem. ‘Dat is van een bloedneus van mijn ex.’ Marissa wijst hem erop dat hij echt een keer zijn statiegeldflessen moet wegbrengen. Jochem lacht: ‘Luiheid is wel een probleem voor mij, juist omdat alles vanaf de Molenstraat zo dichtbij is.’ ‘Die gamecollectie van jou is wel dope’, merkt Jochem op. Ze spelen helaas niet dezelfde games. ‘Het enige dat ik speel is Mario Kart en af en toe Call of Duty’, zegt Marissa. ‘Ben je creatief?’, vraagt Jochem. Marissa ziet zichzelf niet als een heel creatief persoon. ‘Ik kleed wel graag mijn kamer leuk aan’, zegt ze. Tot slot merkt Jochem op dat Marissa niet zo verlegen is als hij dacht. ‘Dat heb ik verkeerd ingeschat’, zegt hij. ‘Oh, jij dacht zeker dat ik heel saai zou zijn?’, reageert Marissa. ‘Nee, saai ben ik niet. Ik vind het gewoon fijn als het opgeruimd is.’ ANS


Deze ANS niet/ GoedVoorEenConsumptie/ Colofon Tekst: Redactie P. 30

DEZE ANS NIET Sanquin (1) ‘Terwijl u mij ruimte geeft, kan uw bloed het leven redden van een verkeersslachtoffer’, aldus de inspirerende leus op de busjes van bloedbank Sanquin. Op de rotonde bij de Heyendaalseweg blijkt ruimte geven een breed begrip. Bloed is leven, maar wanneer zo’n busje bijna twee redactieleden schept, komt de dood aardig dichtbij. Het bloed zou nog nooit zo snel ter plekke zijn geweest, maar ANS kroop gelukkig door het oog van de naald. Sanquin (2) Het is makkelijker mee te lopen met een criminele organisatie dan met Sanquin. Niemand mocht herkenbaar op de foto, de medewerker Bewerking wilde niet met naam en toenaam genoemd worden en het commentaar op de inzage was

niet mis. Sanquin zag liever niet dat ANS de prijs van bloedzakken in het stuk verwerkte en gaf als suggestie een zinderende oneliner: ‘Sanquin investeert alle inkomsten uit bloed- en plasmaproducten in de ontwikkeling, veiligheid en kwaliteit van de Nederlandse Bloedvoorziening.’ Waar zou het topinkomen van 256.000 euro van de vice-voorzitter van de Raad van Bestuur onder vallen? Volgende keer Wel(y) Voor de eerste ANS van dit jaar vroeg de redactie hoofd afdeling studentenbegeleiding Carla van Wely om reactie op de welzijnsenquete. Ze kwam hier liever in de volgende editie op terug. Helaas bleef ze ons deze editie opnieuw het antwoord schuldig. Daarom wederom niet in deze ANS: Carla van Wely.

32e jaargang Hoofdredactie Aaricia Kayzer en Vincent Veerbeek Redactie Danique Janssen, Jean Querelle en Eva Vervoort Medewerkers Jonathan Janssen, Bram Jodies, Edwin Jonkman, Eva van Keeken, Julia Mars, Jules Schmeits, Elisa Ros Villarte en Loes Wolters Illustraties Jim Burgman, Joost Dekkers, Bibi Queisen en Anne Rombouts Foto’s Ted van Aanholt, Kelley van Evert, Steven Huls, Eva van Keeken, Jean Querelle, Vincent Veerbeek en Loes Wolters Voorpagina Kelley van Evert Columnisten Maurits Vercammen en Thom Wijenberg Eindredactie Noor de Kort, Chiel Nijhuis, Tom Plaum en Wout Zerner Crypto Janneke Elzinga Cartoon Dennis van der Pligt Ontwerp Marloes de Laat en Roel Vaessen Lay-out Aaricia Kayzer Dagelijks bestuur Stijn Verhagen (voorzitter), Aniek de Vries (secretaris), Roy van den Heuvel (penningmeester)

Druk MediaCenter Rotterdam Uitgave, abonnementen en advertentie-acquisitie Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel: 06-36428931 Mail: redactie@ans-online.nl

Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk blad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 7 keer per jaar in de maanden september t/m juni.


CRYPTO

Crypto Ans deze maand P. 31 P. 31

In de koude decembermaand lopen feestelijke periodes en tradities door elkaar. In dit cryptogram komen verschillende rituelen, lekkernijen en figuren van december aan bod. Of je nu religieus bent, helemaal niet, of enkel gelooft in Sinterklaas of de Kerstman: met deze puzzel kom je helemaal in de stemming.

1

2

3

4

5

De oplossingen van het cryptogram in de tweede ANS vind je op www.ans-online.nl. ANS mag dit keer de roman Klont van Maxim Februari weggeven.

6

Dekker v.d. Vegt is al sinds 1922 een gevestigde naam in Nijmegen. De boekhandel dreigde uit de stad te verdwijnen, maar mede dankzij de meest succesvolle crowdfundingsactie ooit in Nederland lukte het om in 2014 verder te gaan als zelfstandige boekhandel. De boekhandel met een breed assortiment, leescafé en deskundig personeel is nog steeds springlevend!

7 8 9

10

Wil jij kans maken op het boek? Stuur dan voor 18 cecember je oplossingen naar redactie@ ans-online.nl.

11 12

13

14

Horizontaal: 3. een hele. maar toch ook niet (meer) (4), 4. meestal een taak voor de brandweer (8), 7. gekke hulpjes (6), 9. de s van suiker en de c van cacao (16), 12. hoogtepunt van kerst (4), 13. dit snoepgoed is eens prima gestrooid! (9), 14. op dit schip krijgt ‘bakboord’ een hele andere betekenis (9). Verticaal: 1. wordt desondanks vaak afgebeeld als broer, ook van hem, haar en mij (5), 2. met een versie van glas, zou je het jaar wat verstandiger beginnen (7), 5. beesten met haast (9), 6. twijfelend twijgje: in verlegenheid gebracht? (7), 8. klinkt alsof er juist weinig smaak aan zit (9), 10. in deze periode slaat die kerel elke dag een drankje achterover (6), 11. een feestje voor in de boom (8).


VAN DE BAAN www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon P. 32

Tekst: Elisa Ros Villarte/ Foto: Steven Huls

Wie: Max Martens (24), eerstejaars masterstudent Nederland-Duitsland-studies Bijbaan: Servicemedewerker bij Holland Casino, ruim 15 euro per uur Wat houdt je baantje hier bij Holland Casino in? ‘Ik ben millennial host. Dat houdt in dat ik rondleidingen verzorg voor mensen tot en met 35 jaar. Ik vang ze op bij de receptie en vraag of ze interesse hebben in een tour door het gebouw als ze voor de eerste keer in het casino zijn. Daarnaast leg ik de spellen uit. Ik vertel ze hoe bepaalde machines werken en waar ze op moeten letten. Als er geen nieuwe gasten zijn, kan iedereen naar mij komen voor algemene vragen.’ Hoe ben je aan dit werk gekomen? ‘De buurman van mijn vader werkt ook in het casino. Hij vertelde mij dat er vacatures op de website staan. Ik begon aan de sollicitatieprocedure met dertien andere mensen, van wie er uiteindelijk twee aangenomen zouden worden. Tijdens de sollicitatie moest ik vertellen waarom ik geschikter was dan de rest, terwijl de andere kandidaten in dezelfde ruimte zaten. Dat vond ik best gênant. Daarna moest ik een Verklaring Omtrent het Gedrag inleveren. Toen ik uiteindelijk de baan kreeg, moest ik een geheimhoudingsverklaring onderteken. Dit wil zeggen dat gegevens over gasten of

bepaalde financiële zaken binnen de casinomuren blijven.’ Wat vind je leuk en minder leuk aan je werk? ‘Het leuke aan mijn werk is dat het geen normale werkomgeving is, maar een chique plek waar mensen naartoe gaan voor een leuke avond uit. Ik zie veel terugkerende gasten met wie ik een band heb opgebouwd. Het is ook tof om te zien hoe mensen reageren als ze een groot bedrag winnen, zeker als het mensen van mijn leeftijd zijn. Ik kan me namelijk goed voorstellen hoe ik het zou vinden om zo’n groot bedrag te winnen. Het is minder fijn dat ik altijd in de weekenden werk. Daar staat tegenover dat het goed betaalt, dus het is geen groot probleem.’ Ga je in je vrije tijd soms ook zelf voor het grote geld? ‘Nee, want ik mag zelf niet in een vestiging van Holland Casino spelen. Zelfs als ik ontslag neem, mag ik tot een half jaar nadat ik uit dienst ben niet in een Holland Casino komen. Als ik ontslagen word, is die tijd nog langer. Mijn werkgevers hebben hier nooit een specifieke reden voor genoemd, maar ik kan me voorstellen dat het raar zou zijn als een voormalig medewerker opeens een miljoen wint. Ik mag wel naar casino’s van een andere keten, maar die vind ik minder sfeervol. Laatst konden collega’s hun vakantie-uren inleveren om naar Las Vegas op reis te gaan en daar te gokken. Helaas had ik niet genoeg uren om mee te gaan.’ ANS

ANS bloedt  

Derde editie van de 32e jaargang van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

ANS bloedt  

Derde editie van de 32e jaargang van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Advertisement