Page 1

ANS

PROTESTEERT Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Froukje: ‘Ik vind het niet Is vergrimmiging van In de frontlinie met de heel kut dat mensen me het racismedebat nodig fanatiekelingen van klimaatactivist noemen’ voor verandering? Extinction Rebellion jaargang3535/ nummer / nummer2 2/ november / oktober 2020 jaargang 2020


Tekst: Redactie Commentaar/ Deze ANS P. 2

DEZE

COMMENTAAR

ANS

‘De hoofdredactie van het ANS zegt gewoon te roken in het Gymnasion (VOX 2, 18 september), ook al is daar een rookverbod. Ik ben het daar volledig mee eens en rook speciaal voor de gelegenheid een sigaartje mee.’ Dat schreef Bert Brussen, ANS-redacteur van 2002 tot 2006. Op de ANS-redactie van nu was al een jaar geen roker meer te vinden, totdat roken tijdens onze afgelopen medewerkersvergadering weer helemaal hip bleek te zijn. Zelfs de helft van onze hoofdredactie moet eraan geloven. We steken ze trouwens lekker op waar we willen, dus aan een rookvrije campus heeft ANS ook tegenwoordig een broertje dood. Los daarvan houden wij ons tenminste nog een beetje aan regels. Dat valt van sommige hoogleraren aan sommige faculteiten niet meer te zeggen. Zij komen er echter veelal mee weg met een halfjaar op sabbatical of een ‘indringend gesprek’. Ho maar dat studenten er iets over te zeggen krijgen. Dat terwijl ANS door een kleine fout wel onnodig hard werd afgestraft. Een fout in een document en daar ging bijna de helft van onze bestuursmaanden. ‘Er stond maar weinig uitleg bij jullie activiteiten. Dus zoveel bestuursmaanden lijkt me wat aan de grote kant’, was de strekking. De ANS-redactie, die vrijwel fulltime werkt aan blad dat vaker uitkomt dan universiteitsblaadje VOX - waar mensen met een wettelijk vastgelegd salaris werken - moest er maar een baantje bijnemen. Dat wist Rob Vaessen hoofd van Student Life (en lid van de redactieraad VOX) te verkondigen in een skypegesprek met de oude hoofdredactie. Had Student Life even gebeld of daadwerkelijk onderzoek gedaan, dan hadden ze wel beter geweten. Stel je toch eens voor dat ze een daadwerkelijk actieve houding aan zouden nemen - want daar weten ze zoveel van af - en de ANS een keer open zouden slaan. Dan zouden ze nog eens wat leren. Maar goed: het universiteitssysteem is onwrikbaar en dus zijn de ANS’ers overgestapt op shaggies. We vragen ons alleen af waarom wij er niet met louter een tik op de vingers vanaf kwamen. Sommige dingen veranderen nooit. Brussen rondde zijn bericht immers als volgt af: ‘Benieuwd hoe onevenredig hard ik nu weer gesanctioneerd ga worden…’ De hoofdredactie

06 06 Interview Meer dan dansbaar klimaatactivisme Met haar nummer over klimaatverandering brak muzikant Froukje uit het niets door – en dat in coronatijd. Sterker nog, de coronatijd komt de conservatoriumstudente op sommige manieren wel goed uit. ‘Er is door het wegblijven van internationale artiesten juist plek voor debuterende artiesten.’ ANS sprak Froukje verder over hoe ze als activistische klimaatlied wordt geprofileerd en wat ze de komende tijd nog meer van zich gaat laten horen.

11 11 Interview Ken u zelve Bij de Nijmeegse Vrijmetselarijloge wordt niet naar de waarheid gezocht: de leden accepteren elkaars visies van de werkelijkheid en vergelijken die met elkaar. ‘Op sociale media worden mensen tegenwoordig snel aangevallen op het hebben van een mening. Hier proberen we juist te begrijpen waar de ander vandaan komt’, vertelt een van de leden. Dit doen de vrijmetselaars om zichzelf moreel en geestelijk te verheffen. Twee leden leggen uit hoe de loge ondanks haar eeuwenoude gebruiken ook in de eenentwintigste eeuw relevant is.


Tekst: Redactie Deze ANS/ Deze ANS niet P. 3

DEZE ANS 20 18

NIET

In Deze ANS niet lees je alles wat wel is gebeurd maar om verschillende redenen niet in deze editie van ANS kon worden

20 Reportage Op straat voor het klimaat

geplaatst.

Door de coronacrisis is veel stil komen te liggen, waaronder het activisme van Extinction Rebellion (XR). Vanaf september klimmen ze echter weer op de barricades om te strijden voor een rechtvaardig klimaatbeleid. ANS ging mee naar de Zuidas om met eigen ogen te zien hoe XR moed houdt in deze uitzonderlijke tijden.

Astrologie-indoctrinatie Toen het ANS informatie aan het inwinnen was voor het artikel over astrologie, vond er onverhoopt een gesprek met een astroloog plaats. Na uitgebreid te hebben verteld over de astrodagen, de astrocongressen en de bijbehorende astrovereniging, was het duidelijk. Het verhaal van de dame was niet heel bruikbaar voor het artikel over de kijk op astrologie. Zij was er echter heilig van overtuigd dat ANS het juiste medium was om reclame te maken voor de astro-activiteiten voor studenten. Vergaderen op het ANS-kantoor De sticker op de deur van het ANS-kantoor windt er geen doekjes om: er mogen maar drie mensen naar binnen. Aangezien de redactie nog altijd een lid te veel telt om er te mogen opereren, zit er niets anders op dan uit te wijken naar andere locaties. Zo is er vergaderd op het vloerkleed van de hoofdredacteur, de bank van

24 24 Achtergrond Oog om oog Afgelopen jaar trok men naar aanleiding van de dood van George Floyd massaal de straat op om het ongenoegen te uiten over geïnstitutionaliseerd racisme. Hoewel de demonstraties veelal rustig verliepen, mondde een klein deel uit in chaos. De vraag die dan opkomt, is of dat misschien een noodzakelijk kwaad is.

de hoofdredacteur, de keuken van de hoofdredacteur en voor de voordeur van de hoofdredacteur. Van Elferen en de Vrijmetselarij Er gingen heel wat telefoongesprekken aan vooraf voordat ANS op bezoek kon gaan bij de heren van de Vrijmetselarij Nijmegen. Eerst bleek het een probleem dat een van de schrijvers een vrouw was en kon er daardoor niet worden meegelopen, daarna kwam er het excuus dat de onderwerpen die werden besproken te gevoelig waren. Toen kwam er ook nog het probleem dat een

04 De kracht van het collectief 05 De dwarsdoorsnee 10 Het schaamrood 15 De graadmeter 16 Middenpagina 18 Tijdgeest 26 ANS-online 27 Het laatste oordeel 28 Kamervragen 30 Colofon 31 Crypto 32 Van het lijf

van de mannen die zou worden geïnterviewd het erg druk zou hebben. Hoe kan een mens nou te druk zijn om door ANS te worden geïnterviewd, vroeg de redactie zich af. ‘We kunnen tussen vier en zes uur een afspraak maken?’, zo bood Sam Henke van de organisatie eindelijk aan. ‘Oke, dan schrijf ik die gehele twee uur op’, antwoorde de hoofdredacteur. Het interview eindelijk te hebben gehouden, ging langs een eindredacteur die op prominente wijze commente: ‘Van Elferen, hoe hebben jullie die weten te regelen!? ANS dook LinkedIn in en kwam erachter dat de Vrijmetselaars toch niet geheel ongegrond lastig hadden gedaan over de datum en het lange interview: de Vrijmetselaar bleek fractievoorzitter van D66 Nijmegen en vader van drie of vier kinderen.


De kracht van het collectief Tekst: Julia Meilink/ Illustratie: Vera Joosten P. 4P. 4

Opinie

DE KRACHT VAN HET COLLECTIEF

Als student is het belangrijk om voor je rechten op te komen. Dit kan preventief of als een probleem al is ontstaan, zoals in het geval van de coronacrisis en haar gevolgen. Voor betere vertegenwoordiging van hun belangen, zouden studenten lid moeten worden van een studentenvakbond. Wie het oneens is met het leenstelsel, de verhoging van de huur of de manier waarop de universiteit omgaat met de coronacrisis, bespreekt dit in eerste instantie met vrienden. Studenten zijn goed op de hoogte van elkaars problematiek en leven met elkaar mee, vertelt Agnes Akkerman, hoogleraar Arbeidsverhoudingen aan de Radboud Universiteit. ‘Onder hen is veel sociale cohesie’, stelt ze. Toch is er een probleem want het blijft vooralsnog bij onderling meningen uitwisselen en discussiëren, waar het ontzettend waardevol zou zijn als zij ook actie zouden ondernemen. Akkerman noemt dat vakbonden steeds minder in het zicht zijn geraakt van mensen. Ook Menno Uphoff, voorzitter van Studentenvakbond AKKU in Nijmegen, stelt dat mensen steeds minder het idee hebben iets te kunnen veranderen aan hun problemen. Dat is echter een doodzonde, want juist vakbonden kunnen bij studenten informeren naar problemen die spelen en hen mobiliseren om daar ook iets aan te doen. Het zou dus juist van belang zijn als studenten hun meningen, na deze te hebben besproken in de kroeg, ook zouden delen met de mensen die daarvoor opkomen. Hierom zouden zij lid moeten worden van de studentenvakbond. Protesten en gesprekken Dat georganiseerde actievoering van studentenvakbonden resultaat kan heb-

ben, heeft de geschiedenis al bewezen. Eind jaren zestig bezetten Nijmeegse studenten de aula van de universiteit en pleitten met tienduizend man voor de afzetting van de rector magnificus - met succes.

Studenten mogen wel wat meer van zich laten horen. Hoewel protesten die in de jaren zestig en zeventig plaatsvonden wel erg ingrijpend zijn, mogen studenten wel eens weer wat meer van zich laten horen. Zo meent ook Evert Verhulp, hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en oud-jurist voor vakbond FNV. ‘Er is een reden dat mijn generatie de dingen nog zo goed voor zichzelf heeft geregeld’, vertelt hij stellig. ‘Dat is omdat wij nog wisten hoe je moest protesteren.’ Ook AKKU te Nijmegen gaat de straat op namens studenten. Dit terwijl maar een fractie van de studenten daadwerkelijk bij hen is aangesloten, ze hebben namelijk iets minder dan tweehonderd leden. Het zou dus ook verstandig zijn als meer studenten zich bij hen aansluiten zodat ze mee kunnen praten over de onderwerpen waarover wordt geprotesteerd en daar ook van op de hoogte blijven. Studenten hebben zelf immers een groot belang bij de onderwerpen die worden besproken. De studentenvakbond


Column Sjoerd Bakker P. 5

organiseert namelijk niet alleen protesten: deze voorziet studenten van juridische hulpverlening en praat met de gemeente mee over zaken die studenten aangaan, zoals betaalbare huisvesting. De organisatie belt bovendien haar leden en ondertekenaars van de ‘#nietmijnschuld’-campagne op tijdens de coronacrisis om op de hoogte te blijven van hun gesteldheid.

‘Hoe meer mensen lid zijn, hoe beter we weten wat er speelt.’ De collegezaal uit en de straat op Studenten staan sterker als zij samen problemen aanpakken, zo meent Verhulp: ‘Iets wat mensen zich nog steeds niet voldoende realiseren, is dat je in je eentje soms dingen niet kunt bewerkstelligen die met een grote groep wel mogelijk zijn.’ Huisbazen, universiteitsbestuurders of de overheid hebben een onevenredige hoeveelheid macht ten opzichte van de individuele student. De meest effectieve manier om dit op te lossen is dat studenten zich bij een centraal punt verenigen, bijvoorbeeld bij de studentenvakbond. Hoe meer mensen hun meningen namelijk laten horen, hoe zwaarder deze zullen meewegen in toekomstige beslissingen. Het is bijvoorbeeld niet voor niets dat filosofiestudenten naar aanleiding van de Paul Bakkerzaak een petitie zijn gestart. Zij kregen van hun faculteit amper informatie over de gebeurtenissen omtrent het ‘ongepast handelen’ van hun hoogleraar en besloten dat het wellicht slimmer is om in groten getale te laten horen dat ze het daar niet mee eens zijn. Hun machtsvertoon zou zelfs nog groter worden als zij massaal niet aanwezig in college zouden zijn wanneer Bakker in februari toch weer zou gaan doceren. Voorkomen is beter dan genezen Hoewel het Bakkerverhaal een erg concrete aanleiding heeft, is het ook belangrijk om vanuit preventieve overwegingen bij een vakbond te gaan. Als individuen hebben studenten namelijk alleen informatie over hun eigen situatie. Uphoff bevestigt dat het ook voor de vakbond belangrijk is om soms een ander geluid te horen dan dat ze al kennen: ‘Hoe meer mensen lid worden van onze beweging, hoe beter we dan ook weten wat er daadwerkelijk speelt onder studenten.’ Zodoende kan de vakbond goed geïnformeerde gesprekken voeren met beleidsmakers en de belangen van studenten beter vertegenwoordigen. Meer zielen leiden bovendien tot meer creatieve ideeën en studenten kunnen dan samen nadenken over mogelijke oplossingen van problemen. Als het gros van de studenten zich dus zou aansluiten bij de plaatselijke studentenvakbond, zouden deze daardoor veel eerder, effectiever en vooral beter kunnen optreden wanneer studenten meldingen van misstanden maken. Samenwerking helpt, onderschrijven ook Verhulp en Akkerman. Er zal echter wel een organiserende partij bij moeten zijn, waarbij de vakbond de uitgelezen organisatie is. Als lid van de vakbond praat je niet alleen over het probleem, maar help je ook mee bij het vinden van de oplossing. Die oplossing klinkt met een groter aantal aangemelde studenten bovendien ook nog eens luider. ANS

DE DWARSDOORSNEE In het normale leven is rechtenstudent Sjoerd Bakker vooral bezig met het schrijven en interpreteren van wetsartikelen en jurisprudentie. Buiten het recht om laat hij de strikte verwijzingen achterwege en komt de verbeeldingskracht tevoorschijn. In deze column beschrijft hij een gebeurtenis waarbij de lezer met selectieve context midden in het verhaal valt. ‘Het is goed om een rondje te wandelen nadat je de hele dag binnen hebt gezeten.’ Als iedere student dit veel gegeven advies zou opvolgen, zouden we nu met files kampen op de voetpaden in en rondom Nijmegen. De paden zijn bedroevend leeg en ook voor mij helpt dit advies niet. Het wandelen brengt mij vooral ongewenste gevoelens van verveling en eenzaamheid. Waar komt die goede raad dan eigenlijk vandaan? Vaak valt te horen dat mensen tot rust komen tijdens het wandelen. In het nooit voltooide boekje Overpeinzingen van een eenzame wandelaar legt Jean-Jacques Rousseau zijn ervaringen vast. Deze filosoof uit de achttiende eeuw schrijft dat tijdens het wandelen zijn geest helder wordt en hij zijn gedachten en gevoelens kan ordenen. Hij had last van waanbeelden, hij was een soort Lange Frans avant la lettre, wat in zijn tijd tot gevolg had dat hij sterk vereenzaamde. Zijn eenzaamheid beperkte zich niet tot het wandelen. De levensomstandigheden van Rousseau verbeterden niet, wel kon hij zijn gedachten op een rijtje krijgen door het wandelen. Bij mij is dit anders. Mijn gevoelens en gedachtes van ongemak openbaren zich tijdens het wandelen. Waar Rousseau een eenzame wandelaar was, word ik eenzaam tijdens het wandelen: Het heeft veel te maken met een angst die zich bij mij al vroeg openbaarde. Als kind dacht ik nooit last te hebben van nachtmerries, tot ik erachter kwam dat bijna al mijn dromen nachtmerries waren. Ik droomde bijvoorbeeld dat ik rondliep door de school en mijn klas niet kon vinden. Vaak was ik bang om alleen achtergelaten te worden. Ik denk terug aan de lege voetpaden in en rondom Nijmegen en vermoed hiermee een verklaring te hebben gevonden. Het kan voor niemand fijn zijn om beduusd in een veel te grote wereld rond te lopen. Voor mij openbaarde zich dit al in mijn nachtmerries. Zou het kunnen dat die voortkwamen uit een gevoel dat meer mensen herkennen? Hebben we daarom geen files op de voetpaden?


Froukje: groen in quarantainseizoen Tekst: Floor Toebes en Lauren Tomasouw/ Foto’s: Jetske Adams P. 6

Interview

FROUKJE: GROEN IN QUARANTAINESEIZOEN

Froukje Veenstra (19) ging afgelopen januari viral met haar single Groter dan ik. Inmiddels toert ze door het land als hoofdact van muziekfestival Popronde en brengt ze dit najaar een nieuwe EP uit. Ze is een rising star, en dat in coronatijd. ‘Dit was mijn moment en alles leek in te storten.’


Froukje: groen in quarantaineseizoen P. 7

Vlak voordat de pandemie de popzalen van hun publiek beroofde en ziekenhuizen volstopte met zieken, brak een nieuwe ster door in de Nederlandse muziekwereld: Froukje Veenstra. Met haar single Groter dan ik bereikte de conservatoriumstudent in een klap duizenden luisteraars. Haar boodschap over klimaatverandering schalde door speakers in het hele land: ‘De wereld staat in de fik, en ik zou het willen blussen, maar het vuur is groter dan ik.’ In een mum van tijd stond haar agenda volgepland: te

uit en als de coronamaatregelen het toelaten, zal ze ook optreden. Afgelopen jaar zijn veel artiesten financieel genekt door afgelaste concerten. Froukje heeft gelukkig minder geleden onder het wegvallen van optredens: ‘Ik ben als artiest niet anders gewend dan coronatijd en studeer nog. Daarnaast ben ik financieel niet afhankelijk van optredens’, legt de zangeres uit. De huidige crisis stemt haar niet weemoedig, integendeel. Ze lijkt zelfs de wind mee te hebben. Zo verklapt ze ons glunderend dat er dit jaar een nieuwe EP wordt uitgebracht en dat ze een nummer heeft geschreven samen met Pepijn Lanen, bekend als Faberyayo van de Jeugd van Tegenwoordig. Hoe komt het dat Froukje juist bekend is geworden te midden van een wereldwijde crisis? In de gure wind op een terras vlakbij Rotterdam Centraal sprak ANS de muzikant. Op anderhalve meter afstand vertelt Froukje over haar nieuwe muziek en het artiestenbestaan in tijden van quarantaines en mondkapjes.

Alles leek goed te gaan totdat corona roet in het eten gooide. Doorbraak tijdens uitbraak Een droom kwam uit toen de jonge zangeres in januari doorbrak met haar single. ‘Ik wilde van jongs af aan al artiest worden’, vertelt ze terwijl ze haar handen warmt aan een cappuccino. ‘Mijn ouders zijn beiden muzikant en voor elke gelegenheid werd een lied gemaakt.’ Zo werd musiceren er met de paplepel ingegoten. Het is dan ook niet gek dat ze besloot om haar dromen na te jagen bij het Rotterdamse conservatorium Codarts. Afgelopen jaar schreef ze Groter dan ik als opdracht voor haar opleiding. ‘We moesten een nieuwjaarslied maken’, zegt de muzikant opgewekt. ‘Meestal krijgen we technische opdrachten, dit was meer voor de leuk.’ Froukje produceerde het nummer in haar studentenkamertje: ‘Het was allemaal nogal do it yourself: ik heb de demo zelf ingezongen en de muziek is duidelijk niet van hele goede kwaliteit.’ Haar beste vriend en producer Jens vond het nummer beter dan ‘voor de leuk’ en spoorde haar aan om het nummer écht uit te brengen. ‘Groter dan ik heeft zowel clubtunes om op te dansen als betekenisvolle lyrics. Die combinatie maakt dat het nummer mensen zou kunnen prikkelen’, legt de zangeres uit. ‘Daarnaast was ik er simpelweg trots op en had ik niets te verliezen.’ In één ‘powerdag’ hebben ze de demo samen in de studio getransformeerd naar een professionele song.

gast bij talkshow M van Margriet van der Linden, interviews van verschillende kranten en spelen op NPO 3FM. ‘Ik dacht dat ik nooit meer tijd zou hebben om een boek te kunnen lezen, maar dat is gelukkig goed gekomen’, grinnikt Froukje. De jonge muzikant brengt binnenkort een nieuwe single

‘Die linkse chick’ ‘In het begin heb ik klimaatinstanties zoals Greenpeace en het Wereld Natuur Fonds gemaild om het lied te verspreiden omdat ik dacht dat mijn songtekst iets bij zou kunnen dragen aan een debat’, legt Froukje uit. ‘Blijkbaar droeg het inderdaad iets bij want opeens luisterden veel mensen naar de single en deelden ze het met elkaar.’ Alles leek goed te gaan, totdat corona roet in het eten


gooide. Evenementen waar nieuwe artiesten zich gewoonlijk introduceren, zoals optredens of muziekfestivals, gingen niet door. ‘Dit was mijn moment, maar alles leek in te storten’, vertelt ze. ‘Gelukkig viel dat achteraf reuze mee.’ De artiest kreeg er namelijk alleen maar meer luisteraars bij. ‘Tijdens de quarantainetijd zaten mensen natuurlijk veel thuis achter een beeldscherm. Misschien hebben ze me daardoor vaker voorbij zien komen.’ Momenteel toert Froukje rond voor het muzikale festival Popronde en treedt ze in het echt op. ‘Nu mag ik door corona juist in de grote popzalen, zoals het Nijmeegse Doornroosje spelen, in plaats van zingen in kleine kroegjes’, vertelt ze vrolijk. ‘Internationale artiesten komen door de restricties minder snel naar Nederland en daardoor is er meer plek voor debuterende muzikanten zoals ik.’ Hoewel ze op de planken van Nederlands grote podia staat, herkent men haar op straat nog niet. ‘Maar ik heb weleens op datingsapps gehad dat iemand me herkende’, giechelt ze.

‘Ik vind het niet heel kut dat iedereen me ziet als klimaatactivist.’ Inmiddels is Froukje door verschillende media geïnterviewd en gaan de meeste interviews over haar mening omtrent het klimaat, die duidelijk te herkennen is in Groter dan ik. Omdat media vooral dit onderwerp aansnijden, gaat het niet vaak over Froukjes muzikale kunsten. Wat vindt ze daar eigenlijk zelf van? ‘Ik vind het niet heel kut dat iedereen me ziet als klimaatactivist, maar ik ben boven alles vooral artiest’, antwoordt ze stellig. ‘Ik sta nog steeds achter de boodschap van mijn eerste single hoor’, nuanceert ze vervolgens. ‘Maar nu word ik gezien als “die linkse chick” die zich vooral bezighoudt met klimaatactivisme, terwijl ik meer in mijn mars heb.’ Om dit beeld recht te zetten, slaat ze interviews over het klimaat momenteel over en gaat haar tweede single dan ook niet over een opwarmende aarde maar over iets heel anders, namelijk: het omgaan met ongelukkig zijn. ‘In Ik wil dansen zing ik dat je door de anonimiteit van het uitgaansleven even je problemen kan vergeten’, vertelt Froukje. Deze tekstuele inhoud ligt er volgens de artiest niet heel dik bovenop en in eerste instantie hoor je vooral het bouncy housegeluid om jawel, op te dansen. Dansbare tunes met diepe teksten Volgens de zangeres is haar muziek te herkennen aan precies dat dansbare geluid. Verder zingt ze alleen in het Nederlands: ‘Daar voel ik me vertrouwd bij en ik kan daarnaast ook niet zo goed schrijven in het Engels.’ Haar nummers in een genre passen, vindt ze lastiger: ‘Ik denk dat mijn muziek bestaat uit een mix van house- en hiphopinvloeden maar dat je het ook electropop kan noemen.’ Qua onderwerpen kunnen haar nummers overal over gaan. ‘Soms houdt iets me zo erg bezig dat ik nergens anders over kan schrijven, maar meestal verzin ik liedjes over dingen die ik zelf meemaak of voel.’ Zo gaat haar aankomende single bijvoorbeeld over ongelukkig zijn binnen een relatie en heeft ze een ander lied op



Froukje: groen in quarantainseizoen/ Column Jackie de Bree

haar nieuwe EP geschreven in een moment van frustratie. ‘Dat nummer gaat over mensen die alleen maar om geld geven’, vertelt ze. Een veelzijdig repertoire aan onderwerpen dus, maar waar haalt Froukje haar ideeën vandaan? ‘Uit allerlei verschillende dingen’, antwoordt ze enthousiast. ‘Boeken, films, muziek, inspirerende personen uit mijn omgeving: ik kan overal wel een idee uit halen!’ Alle toffe dingen die ze tegenkomt, stuurt ze naar zichzelf in een groepsapp om ze niet te vergeten. ‘Als ik een specifiek iemand moet noemen die me inspireert, is het Stromae’, voegt ze toe. ‘Zijn diepe teksten en goede beats vind ik heel tof en herken ik ergens wel in mijn eigen muziek.’ Op de vraag met welke muzikanten ze graag samen wil werken, antwoordt ze bescheiden: ‘Typhoon vind ik heel cool, maar joh, ik weet niet of zulke grote namen me kennen.’ Desalniettemin heeft ze al een grote naam aan de haak geslagen. ‘Ik heb samen met Pepijn Lanen een nummer geschreven voor mijn aankomende EP’, vertelt Froukje met glimmende ogen. Een leuke samenwerking, maar het zal niet bijdragen aan haar bekendheid. Dat was ook niet haar bedoeling: ‘Zijn naam is in kleine lettertjes te lezen in de credits, want ik wil niet interessant doen omdat ik met een grote naam heb samengewerkt’. Waar het nummer over gaat, wil ze nog niet kwijt. ‘Ik wil wel meer vertellen over mijn nieuwe EP hoor’, vertelt Froukje glunderend. Op deze plaat zal ze verschillende kanten van zichzelf laten zien. Komt er misschien een coronalied aan? ‘Nee’, antwoordt ze stellig. ‘Ik kan het woord “corona” niet meer horen en ik kan het denk ik ook niet uit mijn mond krijgen als ik het moet zingen!’ ANS

HET SCHAAMROOD Tweedejaarsstudent Jackie de Bree observeert zo nu en dan confronterende situaties. Doorgaans blijkt daaruit dat gevoelens van schaamte vaker op de loer liggen. Zowel voor haar als haar omgeving. In deze column beschrijft zij met licht ironische toon zo’n geval. Op een van de laatste zonnige dagen zat ik met een vriend op straat toen een van de welbekende stadszwervers ons benaderde. Al graaiend naar wat muntjes hoorde ik hoe mijn vriend de zwerver afwimpelde: ‘Kleingeld heb ik niet, maar een baan wel.’ Vervolgens keerde hij de man zijn rug toe. Ik keek vuil op naar mijn vriend en schudde verontschuldigend mijn hoofd richting de dakloze. Het leek hem allemaal koud te laten. Zijn gezichtsuitdrukking vertrok pas toen ik hem de tachtig cent gaf. Even later vroeg mijn vriend verontwaardigd waarom ik het geld had gegeven. Het sociale vangnet in Nederland is immers stevig genoeg en de meeste zwervers besteden hun bedelverdiensten bovendien aan drugs, stelde hij. Ik koos een gevoeliger argument: ‘Wat moet iemand wel niet overkomen om in zo’n vernederende positie te belanden dat hij gedwongen is te bedelen?’ ‘Allemaal projectie en plaatsvervangende schaamte!’ zei mijn vriend. ‘Jij kunt toch niet weten hoe het leven van die zwerver er echt uitziet?’ Volgens hem gaf ik de man geen geld uit medelijden om zijn toestand, maar uit projectie van mijn eigen situatie. Ik zou namelijk veronderstellen dat de zwerver bij het bedelen gebukt gaat onder een grote dosis schaamte en vernedering en mijn medeleven hiervoor drukte ik dan uit in een bijdrage. Juist omdat de levens van mij en de dakloze zoveel verschillen, zullen onze percepties vast ook afwijken. Want om lang en effectief te kunnen bedelen, moet je je als zwerver over je grootste gevoelens van schaamte heen zetten. ‘Te veel schaamte belemmert je erin een groot aantal mensen te benaderen’, legde mijn vriend uit. Daar had hij een punt. Hoewel ik meende slechts oog te hebben voor zijn situatie, gaf ik de zwerver het geld alleen maar omdat ik dacht vanuit mijn eigen wereldje. Hoe oprecht is mijn liefdadigheid nog als ik daarbij meer stilsta bij mijzelf dan bij de ander? Ik staarde wat beduusd voor me uit. Mijn bijdrage leek slechts een gift aan mijzelf te zijn. De plaatsvervangende schaamte maakte ruimte voor persoonlijke schaamte. Als ik niet buiten mijn eigen perceptie weet te stappen, heeft het weinig morele zin een zekere schijn hoog te houden. Toch valt het nog te bezien hoe gemakkelijk het weigeren van een bedelende hand me af gaat.


Tekst: Niek van Ansem en Julia Meilink/ Illustratie: Roos in ‘t Velt/ Foto’s: Syl Bogers Ken u zelve P. 11

Interview

KEN U ZELVE

Mindfulness, yoga en stapels zelfhulpboeken: in 2020 zijn er talloze welbekende en hippe methodes – zeker in coronatijden – om als mens even terug te keren naar de kern van het zijn. Dat is ook de basis van de Vrijmetselarij, een gemeenschap die streeft naar individuele persoonlijke ontwikkeling. ‘Wij zijn het enige collectief dat al sinds de Verlichting een plek biedt voor individueel zoekenden.’

BUBBLE


Ken u zelve P. 12

Wie de boeken van Dan Brown heeft gelezen, associeert de Vrijmetselarij mogelijk met geheime genootschappen en dramatische orgelmuziek. Het gebouw van de mannelijke Vrijmetselaarsloge Sint Lodewijk in Nijmegen-Oost straalt echter iets heel anders uit: het lijkt eerder op een doorsnee buurthuis met kantine en al. In de deuropening staat Tobias van Elferen, al acht jaar vrijmetselaar en bestuurslid van de vereniging: ‘Kom binnen!’ Hij wordt vergezeld door Sam Henke, die sinds drie jaar vrijmetselaar is. Samen lopen ze naar binnen bij de ingang van de loge, waarboven de spreuk ‘Ken u zelve’ te lezen is. Volgens Van Elferen wijst deze op hoe de vrijmetselaars proberen zichzelf en de wereld om zich heen te leren kennen. Dat doen ze door met elkaar in gesprek te gaan over onderwerpen die hen bezighouden. ‘Dat kan gaan van chaos tot aan de Zauberflöte tot aan de bitcoin’, verheldert Henke. Dergelijke uiteenlopende onderwerpen passeren de revue tijdens de wekelijkse bijeenkomsten.

se bodem werd opgericht in 1734. In 1752 volgde de Nijmeegse loge Sint Lodewijk. ‘We zijn daarmee een van de oudste nog-bestaande verenigingen’, vertelt Van Elferen trots. De gebruiken van toen worden door de vrijmetselaarsloge tot op de dag van vandaag in ere gehouden. Wekelijks houden de Nijmeegse vrijmetselaars zogeheten comparitieavonden en ritualen. ‘Ritualen zijn in feite vraag-antwoordspellen tussen de voorzitter en de broeders waarbij eeuwenoude teksten uit

‘Als je hier liever geen moslims tegenkomt, dan gaat het niet werken.’ Normaliter vinden die bijeenkomsten fysiek plaats. ‘Omdat veel van onze 52 leden boven de veertig zijn is het nu echter niet verstandig om onze bijeenkomsten hier te houden. We houden ze met veel gedoe online’, vertelt Henke, die net als Van Elferen tot de jongere leden van de loge behoort. Voor de gelegenheid staan er in de hoofdzaal alsnog kandelaars opgesteld, alsof er ieder moment een ceremonie kan beginnen. De aankleding van de zaal roept de vraag op of je als vrijmetselaar religieus moet zijn, maar de twee leden benadrukken dat dat niet het geval is. ‘Het belangrijkste is dat je vrij bent in je denken’, stelt Van Elferen. ‘Als je hier binnenkomt met het idee dat je liever geen moslims tegenkomt, dan gaat het niet werken. Je moet in staat zijn om vrij van overtuigingen met elkaar van gedachten te wisselen.’ Om het vrije denken te trainen worden eeuwenoude methodes gebruikt, maar de onderwerpen waarop deze werkwijzen worden toegepast, passen volgens de twee vrijmetselaars geheel in deze tijd. ANS spreekt de Nijmeegse vrijmetselaars over hoe zij traditie en moderniteit verenigen. Een eeuwenoud recept voor persoonlijke ontwikkeling Toen vrijdenkers zich tijdens de Verlichting verenigden in zogeheten vrijmetselaarsloges, was de Vrijmetselarij een geheel eigentijds fenomeen. Het was namelijk de tijd waarin dogma’s moesten wijken voor de vooruitgang. ‘Wanneer mensen vanuit allerlei religies en politieke richtingen samenkwamen en niet over onderlinge verschillen spraken, maar juist over wat hen verbond, kwamen ze tot allerlei inzichten’, legt Van Elferen uit. De eerste vrijmetselaarsloge op Nederland-

Links: Tobias van Elferen en rechts: Sam Henke

de Vrijmetselarij centraal staan’, legt Van Elferen uit. De ritualen hebben een vaste vorm, waarbij steeds dezelfde teksten terugkeren. ‘Dat klinkt misschien saai, maar daardoor is het juist een mooie graadmeter voor hoe je als mens verandert’, vult Henke aan. ‘Doordat je je als mens blijft ontwikkelen, word je steeds door andere elementen geraakt.’ Een voorbeeld van een rituaal dat zijn ogen opende, was een bijeenkomst over de kans op mislukking bij het ondernemen van nieuwe dingen. ‘Bij dat rituaal kwam een parabel voorbij over een zaaier die niet alles zal oogsten wat hij zaait’, licht Henke toe. ‘Dat haalde een deel faalangst bij me weg. Ik zal niet in alles wat ik doe de beste worden, maar dat betekent niet dat ik geen ruimte heb om ergens voor te gaan.’


Ken u zelve P. 13

Dergelijke inzichten kunnen gespreksstof vormen voor de comparitieavonden. De vorm is tijdens die avonden veel losser. ‘Leden houden dan een soort lezing over een thema dat hen bezighoudt’, vertelt Van Elferen. Vervolgens krijgen de andere leden de ruimte om hun meningen over dat thema te delen en deze met elkaar te vergelijken. ‘Het idee is daarbij niet om elkaar te overtuigen, maar puur om opvattingen naast elkaar te leggen en na te denken over hoe iemand anders ergens naar kijkt.’ Van Elferen erkent dat dit niet altijd even makkelijk is: ‘Je moet soms je eerste reactie op een levensbeschouwing even inslikken.’ Henke voegt daaraan toe dat hij dat wel vaker zou willen zien in de maatschappij: ‘op sociale media worden mensen vaak aangevallen op het hebben van een andere mening. Hier proberen we juist te begrijpen waar de ander vandaan komt.’

omgekeerde van een sekte. Het is vrij moeilijk om hier lid te worden, maar als je eenmaal lid bent en weg wilt, stap je gewoon op!’ De toelatingsprocedure van de loge is zorgvuldig en duurt bijna een jaar. In dat jaar moet de kandidaat een levensbeschrijving op papier zetten. Aan de hand daarvan vinden er vervolgens gesprekken met de kandidaat plaats, om er zodoende achter te komen of iemand met de juiste verwachtingen bij de Vrijmetselarij aanklopt. Volgens Van Elferen komt het daarbij zelden voor dat een enthousiaste kandidaat wordt geweigerd: ‘Uiteindelijk is het vooral aan de kandidaat zelf om te bepalen of het vrijmetselaarschap bij hem past.’ Oudere generaties en overlijdensadvertenties Voor Henke was het al snel duidelijk dat dit het geval was. Als scholier keek hij vanuit het wiskundelokaal uit op de oude Vrijmetselaarsloge aan de Waldeck van Pyrmontsingel. Hoewel er op het schoolbord voldoende cijfers en figuren moeten hebben gestaan, interesseerde de symbolen die aan het gebouw buiten hingen hem meer. ‘Daarna kwam ik de Vrijmetselarij overal tegen: in boeken, overlijdensadvertenties en films. Toen ik tweeëntwintig was, was ik op de Filippijnen en merkte ik dat ik er zelfs daar weer aan dacht.’ Hij besloot ter plekke een mail naar de loge in Nijmegen te sturen. ‘Wat me vooral aansprak, was de mogelijkheid om in deze digitale tijd een vast moment te hebben om stil te staan bij mijn leven.’ Ook het contact met andere generaties vindt Henke erg belangrijk, aangezien hij in het dagelijks leven vooral met mensen van zijn eigen leeftijd optrekt. ‘Voor mij is leren van mensen die veel levenservaring hebben heel belangrijk. Ik sta daardoor op de schouders van reuzen.’

‘Vrouwelijke geïnteresseerden worden doorverwezen naar Arnhem of Den Bosch.’

De omgekeerde sekte Omdat er soms gevoelige en persoonlijke onderwerpen worden besproken, mogen er alleen leden bij de bijeenkomsten zijn. ‘De reden daarvoor is dat we veiligheid, geborgenheid en intimiteit proberen te creëren en chaos buiten deze muren proberen te houden’, legt Van Elferen uit. Zulke formuleringen doen al gauw denken aan sekteachtige situaties, maar Van Elferen wuift dit lachend weg: ‘We zijn eerder het

Old boys network Dit zijn echter wel uitsluitend de schouders van mannelijke reuzen. Het lidmaatschap van Sint-Lodewijk wordt immers al eeuwenlang alleen aan mannen vergeven. Verder zijn er in Nijmegen vooralsnog geen loges waar vrouwen terecht kunnen. Vrouwelijke geïnteresseerden die bij de mannenloge aankloppen, worden doorverwezen naar Arnhem en Den Bosch. ‘Wij zouden graag zien dat er ook vrouwenloges of gemengde loges worden opgezet in Nijmegen, maar daar is nu te weinig animo voor’, zegt Van Elferen, verwijzend naar een onderzoek dat de vrouwenloge uit Den Bosch een jaar geleden uitvoerde. Het initiatief om in Nijmegen een andere loge op te zetten, lijkt daarmee vooralsnog uit de buursteden te moeten komen. Henke is wat dat betreft optimistisch: ‘Ik denk als


Ken u zelve P. 14

soms een kwetsbaarheid vrijkomen die ik niet zo snel zie wanneer mannen en vrouwen onder elkaar zijn.’ Promotie voor een persoonlijke zoektocht Niet alleen meer types loges, maar ook meer leden zou fijn zijn. Het blijkt een uitdaging om jongeren aan te trekken. Promotie is daarbij een heikele kwestie, benoemt Van Elferen: ‘Onze handen jeuken: we vinden dat mensen ons zelf moeten vinden maar als niemand ons kent, wordt dat wel een aflopende hobby.’ Hij verwijst naar de figuurlijke zoektocht die Vrijmetselaars ondernemen wanneer zij bij de club komen en vertelt dat deze begint bij een letterlijke zoektocht naar de loge van de Vrijmetselaars. Op de vraag of het ze niet tegenwerkt dat de de vereniging qua gebruiken misschien wat ouderwets is, pareren ze dat het vrijmetselaarsprincipe dit geheel niet is. ‘Ik merk juist dat mensen nu zoeken naar verbinding in het invullen van hun persoonlijke zoektocht’, stelt Van Elferen. Om deze reden ziet hij een belangrijke plek weggelegd voor de Vrijmetselarij in de huidige tijd: ‘Er is maar één stroming al sinds het begin van de Verlichting bezig met het bieden van een collectief voor individueel zoekenden.’ Hij verzucht ter afsluiting: ‘Wij zijn op zoek naar verbinding en ik denk dat de wereld dat wel zou kunnen gebruiken.’ ANS

Boven: de zaal waar de Vrijmetselaars wekelijks samenkomen en rechts: de passer en winkelhaak zijn belangrijke symbolen voor de Vrijmetselarij.

er hier in een keer tien vrouwen aankloppen binnen een jaar, dat ze in Arnhem wel gaan denken: “Wacht eens, nu is er wel animo.”’

‘We vinden dat mensen ons zelf moeten vinden.’ Toch blijft de vraag hoeveel vrouwen daadwerkelijk de drempel overstappen om bij de Nijmeegse Vrijmetselarij aan te kloppen. Op de website van de loge staat immers dat ‘iedere vrije man van goede naam’ zich kan aanmelden. Dat de Nijmeegse loge ook vrouwen toe gaat laten, zien Henke en Van Elferen niet snel gebeuren: ‘Dat kan wel, maar dan zou onze ALV ervoor moeten kiezen om naar een koepelorganisatie te gaan die gemengde loges wel erkent.’ Als voorbeeld noemt Van Elferen de Franse vrijmetselaarsorganisatie Le Droit Humain, die ook in Nederland actief is. Leden zullen hier volgens Van Elferen waarschijnlijk niet voor stemmen omdat ze het te waardevol vinden om met mannen alleen te zijn: ‘Ik zie bij onze bijeenkomsten


Tekst en foto’s: Sietske Dijkstra en Thomas Langevoort/ Illustratie: Joost Dekkers De Graadmeter P. 15

DE GRAADMETER

In De Graadmeter zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: Spontaan sociaal contact

Wat: Congres op de NS Moeite: Treinchagrijn Resultaat: Stiltecoupé

Wat: Friend(cal)zone Moeite: Ik vind ansjovies Resultaat: Thuis, bezorgd

Wat: Rinkelende roulette Moeite: Buurten met de buur Resultaat: Buurman, wat doet u nu?

Wanneer je de trein binnenstapt om je ouders eens te bezoeken, krijg je de onbedwingbare drang om met een medereiziger te praten. De enige levende zielen die je deze week gezien hebt zijn tenslotte je virtuele studiegenoten. Daarom heb je besloten om een praatje in deze wagon te wagen, maar de reiziger tegenover je kijkt je aan alsof je de vleesgeworden variant van het coronavirus bent. Voorzichtig vraag je wat hij vindt van het weer en de nieuwe maatregelen, maar je krijgt enkel een frons terug. Verslagen doe je nog een laatste poging: ‘Gaat u over Leiden?’ De man, die gelooft dat deze vraag zijn lot betreft, zucht diep en mompelt: ‘Liever vroeg dan laat.’ Voor de rest van de rit ben je het spoor bijster.

Zogenaamd uit ‘coronavrees’, maar eigenlijk omdat je gewoon te lui bent om naar de supermarkt te lopen, besluit je je vreetneigingen bij Thuisbezorgd te stillen. Je hebt niet zoveel trek, maar hengelt toch een extra calzone ansjovis in je mandje. Je voelt je gewoon erg eenzaam en hoopt dat de bezorger mee-eet. Dan staat hij daar aan de deur, je redder in hongersnood. Heel vriendelijk vraag je hem binnen te komen en te genieten van de prachtige pizza. Vreemd genoeg wil hij liever doorgaan met geld verdienen en zegt hij bovendien niet van ansjovis te houden. Na een ongemakkelijke glimlach loopt hij weer naar zijn scootertje toe. Toch is dit een geluk bij een ongeluk, want jij hebt nu voor twee dagen eten in huis!

Je moet in quarantaine en mag helaas niet meer fysiek aankloppen bij je echte buren voor een praatje. Gelukkig is er ook zoiets als een telefoonbuur, de eigenaar van het telefoonnummer plus één cijfer opgeteld bij jouw nummer. Om het gemeenschapsgevoel in de buurt een impuls te geven bel je je eerste telefoonbuur. Onmiddellijk word je teleurgesteld met een ‘dit nummer is niet in gebruik.’ Pas bij het vijfde nummer in je telefoonstraat neemt een oudere man op. Uitgebreid probeer je hem jullie onderlinge band uit te leggen en een gesprek aan te knopen. Helaas ziet hij de waarde van jullie relatie niet in en hangt uiteindelijk op. De inhoud van het gesprek was verder te zoeken dan het nummer, maar het was beter dan helemaal geen contact. ANS

Wil jij meer lezen over spontane sociale acties die ongemakkelijk zijn? Lees over alle vijf pogingen op ans-online.nl!


DE POORTEN DER ZIEL Als de mondkapjes in beeld zijn, dan stroomt de verbeelding. De ogen zijn de spiegels van de gemoedstoestand. Zie jij jezelf terug in een van de afbeeldingen? Foto’s: Jetske Adams



Ranking the stars Tekst: Sofie Bongers/ Illustratie: Flórián Kiers P. 18

Tijdgeest

RANKING THE STARS

In Tijdgeest wordt iedere editie het verleden, heden en de toekomst van de kijk op een fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: Astrologie Op sociale media taggen vrienden elkaar in sterrenbeeldmemes en datingapp Bumble kent tegenwoordig de mogelijkheid om op sterrenbeelden te filteren: men kent astrologie niet alleen meer van het zweverige Astro TV en de horoscopen in blaadjes waar nog weleens lacherig over wordt gedaan. Voor velen is het een manier van leven en keuzes maken, zoals men dus ziet bij het zoeken naar een match via online daten. Aanhangers van de alternatieve geloofswijze spreken over de posities van hemellichamen en de invloed die deze hebben op het aardse leven. Hoewel astrologie in de Middeleeuwen nog veel aanzien had, daalde dat in de vorige twee eeuwen. Tegenwoordig is er een groeiende interesse voor sterrenwichelarij. Hoe kan het dat astrologie terug is van weggeweest? Verleden: Leidend licht Astrologie vormde van oorsprong samen met astronomie één wetenschap die al duizend jaar voor Christus werd beoefend. Frank Verbunt, gepensioneerd hoogleraar Sterrenkunde aan de Radboud Universiteit (RU), legt uit dat sommige astronomen vrij snel afstand namen van astrologie. Na 1700 deden alle astronomen dat. ‘Het werkte niet omdat er geen regelmaat zat in wat astrologie inhield. Dat komt omdat astrologen kijken naar de stand van planeten, wat men met slecht weer niet kon zien. Astronomie richtte zich op fysische processen in het heelal.’ Desondanks hadden astrologen tot en met de Middeleeuwen een leidende functie in westerse koningshuizen. ‘Zij keken naar de sterren voor gunstige momenten om politieke taken uit te voeren’, aldus Arjan Sterken, universitair docent en onderzoeker binnen de Religiewetenschappen aan de RU. ‘Het verhaal van de drie wijzen die hun tocht afleggen naar de pasgeboren Jezus Christus is een van de bekendste verhalen over mensen die zich laten leiden door de sterren.’ De drie wijzen kwamen uit de bovenste laag van de bevolking, wat gold voor alle astrologen. ‘Zij hadden dan ook de tijd en middelen om die wetenschap te beoefenen.’ Hoewel dit voor lange tijd het geval bleef, genoot astrologie steeds minder aanzien sinds het begin van de twintigste eeuw, legt Sterken uit. Dit kwam door twee ontwikkelingen binnen de wetenschap. Ten eerste werd het door de rationele wetenschap bestempeld als een ‘zweverige’ stroming, later werd astrologie door natuurwetenschappers gefalsifieerd: ‘Uit onderzoeken bleek dat voorspellingskracht niet groter was dan gokken dat iets ging plaatsvinden. Vanaf dat moment werd astrologie bestempeld als een pseudowetenschap’, aldus Sterken.

Heden: Identiteit ligt in de sterren Al werd astrologie niet meer gezien als wetenschappelijke discipline, na de Tweede Wereldoorlog werd het wel voortgezet als middel om duiding aan het leven te geven. Simon Gusman, docent Visuele cultuur en Filosofische antropologie aan de RU, legt uit: ‘In Europa hebben we sinds het naoorlogse-tijdperk gevochten voor onze individuele identiteit. Een makkelijke manier om jezelf te duiden, zijn sterrenbeelden aangezien deze worden gekoppeld aan eigenschappen van mensen.’ Hij voegt daaraan toe dat astrologie ook aansluit bij de behoefte die toen opkwam om een gemeenschap te vinden die aansloot bij je identiteit. Met de komst van het internet konden astrologieliefhebbers elkaar steeds gemakkelijker vinden en was er een plek waar je als gemeenschap naartoe kon gaan. Vanuit de Verenigde Staten waaide het via ditzelfde medium naar Nederland en de rest van Europa. Waar de traditionele astrologie over het voorspellen van de toekomst gaat, draait de hedendaagse astrologie om het verklaren van het heden. ‘De opmars van astrologie zoals we die nu kennen is een beweging van de laatste jaren’, vertelt Gusman. Hij ziet in zijn colleges dat met name vrouwen het met elkaar over astrologie hebben. ‘Ik denk dat zij het zien als een vorm van verzet tegen de technologische maatschappij die wordt gedomineerd door mannen’, speculeert hij. Sterken sluit zich hierbij aan: ‘Het lijkt ook een tegengeluid te zijn voor de mannelijke, academische wereld. De groep die zich hier niet mee bezighoudt, zal astrologie niet zo serieus nemen: iedereen die zich er nu mee bezighoudt, zijn ook de mensen die het waarderen.’


Ranking the stars P. 19

Toekomst: In de sterren geschreven? Is de toekomst van astrologie te voorspellen? Sterken meent dat astrologie te allen tijde een veranderende rol heeft gekend, maar wel altijd aanwezig is geweest. Hij verwacht dat dit ook in de toekomst zo zal zijn: ‘Het is een stevig onderdeel van de westerse cultuur.’ Gusman is daar iets sceptischer over: ‘Er is een groot aanbod aan gemeenschappen voor het vinden van sociale zekerheid en identiteit. Soms verliest een van de gemeenschappen daardoor zijn waarde, wat ook het geval kan worden bij astrologie.’ De onderzoeker legt uit dat er namelijk iets vrijblijvends zit aan al die verschillende gemeenschappen: je kan astrologie zo opgeven en je ergens anders bij aansluiten. Mocht astrologie daadwerkelijk minder populair worden, dan bewijst dat volgens de universitair docent wel iets: ‘Het gemak waarmee mensen astrologie opgeven laat zien dat ze hierin niet per se geloofden maar het, net zoals bij veel andere alternatieve gemeenschappen, zagen als invulling van hun identiteit.’ De geesteswetenschappen bieden perspectief voor meer bespreking van astrologie in de maatschappij. ‘Astrologie kent nog geen grote rol binnen colleges, maar krijgt wel steeds meer ruimte in onderzoek. De vraag die speelt, is waarom mensen hierin geloven en waarom zij denken dat die methode betrouwbaar is’, legt Gusman uit. Daar tegenover staan de natuurwetenschappen. ‘Astrologie kent geen ruimte binnen de wetenschap, tenzij de empirische wetenschap onwetenschappelijk zou worden’, zegt Verbunt. ‘Het gebruik van astrologie verandert met de mode mee. Als het nu iets is om over op te scheppen op feestjes, dan blijft dat voor mij ook zo.’ ANS

Jaren 1000 voor Christus tot Late Middeleeuwen: Astrologie heeft een leidende functie

1700: astronomen nemen afstand van astrologen

Twintigste eeuw: falsificatie van astrologie

Na WOII: drang identiteitsvorming

Jaren tachtig: opkomst internet


Op straat voor het klimaat Tekst: Bavo Oost en Vincent Veerbeek/ Foto’s: Vincent Veerbeek P. 20

Het is een frisse ochtend in september wanneer Jacqueline* voor station Nijmegen in het zonnetje staat. In haar handen heeft ze een groene vlag met daarop een zandloper, het symbool van Extinction Rebellion (XR), dat ook op haar trui en broek prijkt. Zoals het logo doet vermoeden, waarschuwt XR ervoor dat de tijd om klimaatverandering in te perken bijna voorbij is. De klimaatbeweging ontstond in Engeland in het najaar van 2018 en is inmiddels overgewaaid naar meer dan zestig landen, waaronder Nederland. Binnen ons land is de beweging onderverdeeld in lokale takken, zoals die van Arnhem-Nijmegen. Hier sloot Jacqueline zich bij aan tijdens haar studie aan de Radboud Universiteit. ‘Ik maak me veel zorgen over de toekomst van de planeet’, verklaart Jacqueline. ‘Ik bereik ook mensen door veganistisch te eten, maar dat voelt niet als genoeg. Bij XR kan ik een geluid laten horen dat daadwerkelijk mensen bereikt en effect kan hebben. Dat is een kans die ik niet laat liggen.’

‘Normaal gesproken word ik raar aangekeken als ik zeg dat ik me zorgen maak om het klimaat.’ Jacqueline reist vandaag samen met medestudent Nadine* naar Amsterdam, waar XR demonstreert tegen de invloed die grote bedrijven op de Zuidas hebben op het klimaatbeleid. Met een legale demonstratie en een illegale blokkade van een doorgaande weg probeert de beweging niet alleen die bedrijven en de politiek, maar ook het publiek aan te spreken. De organisatie eist namelijk dat de overheid eerlijk is over de omvang van het klimaatprobleem, zo snel mogelijk de uitstoot van broeikasgassen tegengaat en burgers inspraak geeft in het klimaatbeleid. Bij de activiteiten van XR draait het niet alleen om die boodschap, maar ook om het gevoel dat sympathisanten van de beweging er niet alleen voor staan in de strijd voor een beter klimaatbeleid. Jacqueline en Nadine vertellen in de trein dat ze zich vandaag niet laten arresteren, maar vooral de saamhorigheid bij de acties willen ervaren. Vanwege de pandemie heeft XR zich sinds maart grotendeels moeten beperken tot online activiteiten, maar nu mengen ze zich ook weer fysiek in het publieke debat. Jacqueline is benieuwd hoe de strijd ervoor staat. ‘Voor mij was het activisme best wel verwaterd tijdens de coronaperiode, dus dit is een kickstart om de draad weer op te pakken.’ Legaal zonder kabaal Vanuit station Amsterdam-Zuid lopen Jacqueline en Nadine het door wolkenkrabbers omringde Gustav Mahlerplein op. Gitaargetokkel vult de lucht en de aanwezigen keuvelen wat voordat de legale demonstratie hier om klokslag tien uur begint. Jacqueline en Nadine zoeken elk een plek op, aangeduid met anderhalvemeterstippen op de grond. ‘Dit gaat er wel iets rustiger aan toe dan vorig jaar’, grinnikt Jacqueline. Vanaf het podium introduceert de eerste spreker het programma en herinnert het volle plein aan de coronamaatregelen. De aanwezige aanhang van XR varieert van

Reportage

OP STRAAT VOOR HET KLIMAAT Klimaatbeweging Extinction Rebellion strijdt al bijna twee jaar met eigenzinnige acties voor een stevigere aanpak van het klimaatprobleem. Ontregelende protesten, zoals een blokkade van de Stadhouderskade in Amsterdam vorig jaar, zijn daarbij slechts het topje van de ijsberg. ANS ging mee de barricades op om te zien hoe de beweging moed houdt in tijden van corona.

kleine kinderen die de hand van hun ouders vasthouden tot doorgewinterde demonstranten. De politie ziet erop toe dat dit bonte gezelschap zich aan de regels houdt. ‘Ik vind het moeilijk dat ik niet mag schreeuwen of zingen vanwege corona’, vertelt Jacqueline terwijl ze het plein rondkijkt. ‘Normaal gesproken voel ik me daardoor verbonden met de mensen om me heen.’

‘Deze weg loopt dood’ en ‘stop ecocide’ Dat Jacqueline en haar medestanders vandaag ondanks de beperkingen zijn samengekomen heeft alles te maken met de boodschap van XR, zo vertelt ze. ‘Normaal gesproken word ik raar aangekeken als ik zeg dat ik me zorgen maak om het klimaat, maar iedereen die hier staat, is net zo boos als ik.’ Op spandoeken en kartonnen bordjes zijn teksten te lezen als ‘Deze weg loopt dood’ en ‘Stop ecocide.’ De verschillende sprekers op het podium slaan dezelfde alar-


Op straat voor het klimaat P. 21

merende toon aan. Ondanks de vele verwijzingen naar een apocalyptische toekomst geeft deze boodschap de demonstranten van XR juist moed. ‘Het kan je moedeloos maken om te horen dat het bijna te laat is om de aarde te redden, maar het is ook een drijfveer om in actie te komen’, legt een woordvoerder van XR aan de rand van het plein uit. ‘We moeten nu in actie komen en het is fijn om met andere mensen te zijn die dat op dezelfde manier ervaren.’ Een voor allen, allen voor een Jacqueline heeft inmiddels haar vlag uitgevouwen, die opgaat in een zee van kleurrijke zandlopervlaggen. Het merendeel daarvan is gemaakt door de arts circle van XR, een van de vele clubs binnen de beweging. ‘Je hoeft geen rasactivist te zijn om erbij te horen’, vertelt Jacqueline gepassioneerd. ‘Mensen die zich niet willen laten arresteren, kunnen ook op een andere manier iets bijdragen.’ Zo wil de beweging de drempel laag houden voor haar aanhangers. Deze houding is kenmerkend voor de aandacht die XR besteedt aan welzijn en gemeenschapsgevoel binnen de eigen

gelederen. ‘Bij andere organisaties, zoals Occupy, voelde ik veel minder verbondenheid’, zegt Jacqueline terwijl ze met haar vlag wappert. Voor haar is XR meer dan de blokkades waar veel mensen de beweging van kennen. ‘Dit is echt een familie, we zorgen voor elkaar en doen naast de burgelijke ongehoorzaamheid leuke dingen, zoals samen eten.’ Dit gemeenschapsgevoel zorgt er ook voor dat de aanhangers weten wat ze aan elkaar hebben, wat Jacqueline, Nadine en veel andere volgelingen van de beweging motiveert om zich juist voor XR in te zetten. Dat gevoel blijkt ook in tijden van social distancing niet te zijn weggeëbd. Bewust ongehoorzaam Rond elf uur ‘s ochtends is de legale demonstratie voorbij en worden de spandoeken weer opgerold. Voor Jacqueline en de anderen op het Mahlerplein is het even zoeken welk kruispunt hun medestanders intussen hebben bezet. Gelukkig voor hen draagt het rumoer van de blokkade ver tussen de glazen torens van de Zuidas. Eenmaal gearriveerd kijkt Jacqueline vol trots naar haar mededemonstranten, die met


Op straat voor het klimaat P. 22

hun lichamen en spandoeken een barricade vormen buiten het hoofdkantoor van ABN AMRO, al dan niet vastgelijmd aan het asfalt. ‘Dit geeft een duidelijk signaal: er is energie, er is muziek, je hoort mensen schreeuwen’, zegt Jacqueline. Die energie heeft echter wel een prijs, want de blokkeerders nemen het minder nauw met de coronamaatregelen. Mensen zitten dichter bij elkaar en van achter de mondkapjes worden leuzen gejoeld. Jacqueline erkent dat het moeilijk is om de regels na te leven, maar heeft wel het idee dat iedereen hun best doet om verantwoord te blokkeren. ‘Met dit soort acties laten we echt horen dat de tijd van petities tekenen en over straat lopen met een bordje voorbij is’, roept ze boven de kakafonie van het protest uit.

Jacqueline weet uit eigen ervaring hoe heftig een arrestatie kan zijn. De blokkade wordt al snel omringd door een vloot politiebusjes en agenten te paard. ‘Ik denk dat de politie mensen even stoom af laat blazen’, legt Jacqueline vanaf een veilige afstand uit. Met gestreken gezichten kijken agenten toe terwijl demonstranten rookbommen afsteken en lantaarnpalen bestickeren. Ondanks de strijdlustige houding van XR de afgelopen jaren verandert het klimaat echter nog altijd sneller dan het beleid. Toch lijken ze vandaag wel mensen aan het denken te hebben gezet. Nieuwsgierige werknemers van de Zuidas, die naast de blokkade hun bammetje naar binnen werken,

reageren bijvoorbeeld overwegend sympathiek op de actie. ‘Ze hebben een punt, maar ik weet niet of dit de manier is.’ Sommige media schetsen daarentegen een minder sympathiek beeld en spreken zelfs van ‘klimaatgekkies’ of ‘klimaatdrammers’ die niets beters te doen hebben met hun leven. ‘Dat vind ik zo’n slecht beeld’, verzucht Jacqueline. ‘Iedereen die bij XR zit, is juist student, leraar, wetenschapper, dokter. Bovendien is het niet alsof je niet mag worden gehoord als je geen baan hebt.’ XR laat zich door de negatieve media-aandacht dan ook niet ontmoedigen. ‘We gaan gewoon door met het verkondigen van onze boodschap’, zegt de woordvoerder strijdlustig. Nu of nooit Na een klein uur maakt de politie aanstalten om de blokkade te beëindigen. De demonstranten krijgen ruim de tijd om het kruispunt te verlaten, want het meeste verkeer was al op tijd omgeleid. Eerst wordt een paar keer omgeroepen dat het kruispunt moet worden ontruimd. ‘Zo zorgt de politie dat iedereen die blijft zitten, weet dat wat ze doen niet mag en dat ze hen gaan arresteren’, legt Jacqueline uit. Dat schrikt de demonstranten op het kruispunt echter niet af. Integendeel: ze willen gearresteerd worden. Daarmee hoopt XR haar boodschap in de publiciteit te brengen. Ook al zit ze vandaag zelf niet in de blokkade, Jacqueline weet uit eigen ervaring hoe heftig een arrestatie kan zijn. ‘Door dit bewust te doen, laat je zien dat je zelfs dat voor het klimaat over hebt, want eigenlijk


Op straat voor het klimaat P. 23

word je door de maatschappij bestempeld als crimineel.’ De sfeer bij de blokkade wordt serieuzer wanneer de Mobiele Eenheid eenmaal aankomt om de demonstranten af te voeren. Sommigen lopen met de agenten mee, anderen laten zich tillen. Vanaf de stoep klinkt luid applaus en gejoel van demonstranten. Het ziet er op het eerste gezicht uit als een arrestatie, maar vandaag wordt bijna iedereen bestuurlijk verplaatst. In plaats van een cel is de bestemming een onbekende locatie aan de andere kant van Amsterdam, waar ze worden afgezet. Degenen die wel worden gearresteerd mogen maximaal negen uur worden vastgehouden en kunnen een boete krijgen van 380 euro, maar dit is niet altijd hoe het in de praktijk gaat. Jacqueline zat zelf na de actie van vorig jaar bijvoorbeeld tien uur vast. Dat was heftig, maar ze zou het zo weer doen. ‘Ik ben bereid om een strafblad te krijgen en tijdelijk mijn vrijheid op te geven. Dat is hoe belangrijk dit voor me is.’

Stukje bij beetje komt er een einde aan de blokkade. Omstanders beëindigen hun lunchpauze en gaan weer aan het werk. Deze actie is voorbij, maar dit was pas het startschot van een week vol activiteiten en de beweging heeft voor de komende maanden nog genoeg plannen. Hoe Jacqueline en Nadine daar de komende tijd aan gaan bijdragen, weten ze nog niet. Ze hebben beiden een druk leven en het coronavirus maakt demonstreren lastiger. Toch lonken de barricades, zeker nu ze hebben gezien dat er nog steeds zoveel gelijkgestemden zijn. ‘Dit is een cruciaal moment waarin je nog het verschil kan maken. Ik wil niet over twintig jaar terugkijken en zeggen dat ik niet genoeg heb gedaan.’ ANS *Jacqueline en Nadine zijn gefingeerde namen. De echte namen zijn bij de redactie bekend.


Oog om oog Tekst: Naomi Habashy/ Illustratie: Inge Spoelstra P. 24

Achtergrond

OOG OM OOG

De antiracismedemonstraties die het afgelopen jaar in Amerika plaatsvonden, zullen de geschiedenisboeken in gaan. De ongekende omvang en de duur van de protesten zorgden voor meer aandacht voor het racismedebat. Er ontstonden echter ook rellen die met name in de media veel kritiek kregen. Is het grimmiger worden van die demonstraties wellicht noodzakelijk om structurele problemen in de Verenigde Staten op de agenda te zetten?


Oog om oog P. 25

Dit jaar is het duidelijk geworden dat zelfs een pandemie mensen er niet van weerhoudt om op te staan tegen onrecht. De dood van George Floyd, de zoveelste zwarte Amerikaan die om het leven kwam door politiegeweld, was voor velen de druppel. In groten getale ging men in verschillende Amerikaanse steden de straat op tegen geïnstitutionaliseerd racisme en het daaruit voortkomende politiegeweld. Hoewel veruit de meeste demonstraties vreedzaam begonnen als een mars voor rechtvaardigheid, kwamen er bij sommige geweld, plundering en vernieling kijken. Cultureel tijdschrift The Atlantic publiceerde onlangs nog een artikel waarin werd vermeld dat het niet de initiële demonstranten zijn die rellen schoppen, maar mensen die parallel aan het protest hun eigen gewelddadige acties voeren. Dit deel van de demonstranten haalde het nieuws met winkelruiten ingooien en politieagenten bekogelen. Toch noemde president Trump alle demonstranten ‘tuig’. Hij stelde daarbij zelfs dat de Amerikaanse bevolking tegen hen moest worden beschermd. Sommigen veroordeelden de demonstraties daarom, maar deze zorgden ook voor een toename in de wereldwijde aandacht voor de strijd tegen racisme. Bovendien worden de betrokken agenten nu aangeklaagd. Toch blijft het de vraag of de rellen eigenlijk wel hebben geholpen en of ze ook op lange termijn nuttig zullen zijn. Komt er concreet beleid dat institutioneel racisme gaat aanpakken en is het grimmiger worden van de Amerikaanse antiracismedemonstraties hierin noodzakelijk?

‘Ze hebben niet het idee dat het reguliere politieke systeem hen gaat helpen.’ Voordat de bom barst Volksbetogingen zoals de antiracismedemonstraties vinden hun oorsprong niet in één concrete aanleiding. De oorzaak zit in diepgewortelde ongelijkheidsproblemen waar minderheden, met name de Afro-Amerikanen, nooit een oplossing voor ontvangen. ‘Politici beloven deze mensen al jaren fatsoenlijke huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs, maar komen die beloftes niet na’, zegt Jelte Olthof. Hij is universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en gespecialiseerd in de geschiedenis van de Verenigde Staten (VS) en de Amerikaanse grondwet en politiek. ‘Het grootste deel van de demonstranten heeft niet het idee dat het reguliere politieke systeem hen ooit gaat helpen. Het is dus logisch dat ze boos worden en een wrok koesteren. In hun ogen zit er dan vaak niets anders op dan de straat op trekken om hun ongenoegen kenbaar te maken’, aldus de Amerikanist. Daarnaast vormt de coronacrisis en de economische crisis die daarmee gepaard gaat een sterke voedingsbodem voor ontevredenheid. Thijmen Jeroense, promovendus aan de Radboud Universiteit (RU) en gespecialiseerd in polarisatie in politieke processen, legt uit: ‘Afro-Amerikanen worden onevenredig hard geraakt door de coronacrisis. Dat komt omdat ze vaak in de lagere inkomensklassen zitten. Dit maakt het verschil tussen hen en de rijke, witte Amerikanen groter.’ Ook de aanloop naar de komende presidentsverkiezingen, die uitzonderlijk gepolariseerd zijn, dragen bij aan het gevoel van ontevredenheid onder minderheden, stelt Jeroense. Olthof vertelt dat de spanningen ook hoog oplopen door het type

agenten dat bij demonstraties wordt ingezet. Op veel plekken in de VS zijn dit witte agenten die van het platteland naar de steden zijn getrokken voor werk. ‘Sommigen van hen hebben een beeld van hun donkere medemens, dat uit de tijd vlak na de afschaffing van de slavernij komt.’ In die tijd was er veel argwaan over het feit dat zwarte mensen zich vrij en onafhankelijk zouden kunnen bewegen en dat sentiment heerst bij sommige agenten nog steeds, vertelt Olthof. ‘Zo’n beeld zorgt ervoor dat agenten sneller en agressiever optreden bij een demonstratie waar dat eigenlijk niet hoeft. Daar komt nog bij dat politieagenten in veel staten heel zwaar bewapend zijn, wat de machtsverhoudingen tussen demonstranten en politie nog schever maakt.’ Voor vooruitgang of tegen schenen? In een bepaald opzicht dient het grimmiger worden van de protesten een nuttig doel. ‘Een voordeel van de rellen bij deze demonstraties is dat het veel aandacht heeft opgeleverd, ook internationaal gezien’, zegt Maarten Zwiers, universitair docent Geschiedenis en American Studies aan de RUG. In veel meer landen dan anders zijn er protesten georganiseerd, waardoor de belangstelling voor het thema racisme toenam. Ook in Nederland en zelfs in Nijmegen werden naar aanleiding van de demonstraties in de VS grootschalige bijeenkomsten opgezet. Volgens Jeroense is er door die protesten een hernieuwde opleving in de Zwarte Pietendiscussie gekomen en daarmee ook in het racismedebat. Hoewel deze ontwikkelingen heel gunstig waren voor het racismedebat in Nederland, is dat in de VS anders. Volgens Zwiers is het weliswaar een begrijpelijke reactie dat een klein deel van de demonstranten agressief wordt, maar het leidt niet altijd tot het gewenste resultaat. ‘Door de uitgebroken rellen, krimpt het draagvlak onder de bevolking’, zegt Zwiers. Vanwege een paar rellen verliezen ook vreedzame demonstranten namelijk steun van de rest van de bevolking. Daarom is het volgens Zwiers effectiever om de moral high ground te nemen. ‘We hebben in het verleden ook gezien dat het vaak beter werkt om op een vreedzame manier te proberen op te staan voor je rechten.’ De universitair docent noemt Martin Luther King en de burgerrechtenbeweging van de jaren zestig als voorbeeld voor succesvol zijn zonder geweld. ‘King nam de moral high ground in zijn acties. Hij was niet agressief en koos voor geweldloos verzet, waardoor het draagvlak voor zijn idealen groot werd. Dat leidde er allemaal toe dat de Civil Rights Act van 1964 werd aangenomen.’ Dat brede draagvlak is essentieel om de reguliere politiek te bereiken en dat lukt niet als de bevolking zich distantieert van wat er op straat gebeurt. Dit kan een reden zijn dat demonstreren zelfs averechts werkt. Olthof licht toe: ‘Trump gebruikt de rellen als middel om de bevolking te laten realiseren in wat voor chaos het land verkeert. Hiermee wil hij laten zien dat alleen een sterke president als hij ervoor kan zorgen dat de rust wederkeert.’ Daar voegt de Amerikanist aan toe dat de rellen ook tegen demonstranten kunnen worden gebruikt. ‘Hij pakt de protesten en de bijkomende rellen met beide handen aan om de witte middenklasse bang te maken en hen tegen de demonstranten in het harnas te jagen.’ Jeroense stelt dat er een balans moet zijn tussen onrust veroorzaken en het nemen van de moral high ground. ‘Je wil als demonstrant politieke invloed creëren en op de agenda komen. Dat gaat natuurlijk niet als je door de media wordt weggezet als iemand die terreur zaait. Op het moment dat je dat echter niet doet en


Oog om oog/ Ans-online P. 26

netjes blijft, is de kans dat je wordt gehoord ook aanzienlijk kleiner’, aldus de promovendus.

Voor Defund the police is weinig animo. Make Defund the police great Hoewel de agenten die betrokken zijn bij de dood van George Floyd nu worden aangeklaagd, is het nog niet te zeggen of de demonstraties en de bijkomende rellen van dit jaar ook nieuwe wetgeving gaan opleveren. Daar is het immers nog te vroeg voor, aldus Olthof. Hoewel de wetgeving er nog niet is, zijn er wel speculaties over mogelijke voorstellen. Een idee dat bijvoorbeeld uit de demonstraties is voortgekomen, is Defund the police. Dit houdt volgens Olthof in dat de grote som federaal geld die nu naar de politiekorpsen gaat, wordt herverdeeld en wordt uitgegeven aan burgers. ‘Het gaat momenteel voornamelijk naar de wapens die de politie bij zich draagt en dus naar repressie. Het idee van Defund the police is dat dat geld naar de preventiekant wordt overgeheveld, zoals het onderwijs.’ Op de onafhankelijke onderwijsnieuwssite Educationweek.org valt te lezen dat er een directe link is tussen goed onderwijs en lagere misdaadcijfers. ‘Door geld te investeren in onderwijs zullen minderheden dus niet keer op keer in aanraking komen met de politie’, onderschrijft Olthof. De Amerikaanse politiek is volgens de universitair docent nog niet zo happig over het idee van Defund the police: ‘Slechts enkele politici zijn hier enthousiast over. De meesten, onder wie de democratische presidentskandidaat Joe Biden, hebben zich van defund the police gedistantieerd.’ Hoewel er in sommige staten wordt gewerkt aan concreet beleid om geïnstitutionaliseerd racisme tegen te gaan, is er voor Defund the police weinig animo. Aangezien we dus nog niet kunnen zeggen of de protesten iets hebben opgeleverd, stelt Zwiers nog dat demonstranten wellicht nauwer zouden moeten samenwerken om ervoor te zorgen dat structurele veranderingen worden bewerkstelligd. De verschillende Black Lives Matter-acties worden nu niet centraal georganiseerd en zijn allerlei kleine, lokale initiatieven die los van elkaar staan. Door deze bij elkaar te brengen, zouden ze samen veel sterker staan. ‘Dit soort samenwerkingen zagen we ook in de jaren zestig in Mississippi. Verschillende burgerrechtenbewegingen hebben zich toen daar verenigd onder de Council of Federated Organizations. Dat was effectief tijdens de Freedom Summer van 1964.’ Vanuit zo’n gecentraliseerde beweging zou het ook weer makkelijker worden om grootschalige demonstraties te organiseren. Demonstreren helpt namelijk wel degelijk. De geschiedenis heeft uitgewezen dat vreedzaam actievoeren verschillende keren heeft gewerkt. Daar tegenover staat echter wel het relschoppen. Dat heeft misschien wel gezorgd voor meer publiciteit, maar of dat het juiste soort belangstelling is, valt te bezien. Het lijkt het zwaktebod van opstaan tegen onrecht: een kleine groep geeft toe aan agressie en het collectief is de dupe. Hoe dit zich verder zal ontwikkelen is nog onzeker. Wat in ieder geval met zekerheid kan worden gezegd, is dat er nog een lange weg te gaan is. De weg die het meest effectief lijkt, is die van de moral high ground, die de meeste demonstranten hebben begaan. Hopelijk leidt het uiteindelijk tot verandering. ANS

ANS

ONLINE

ANS-Online is het digitale zusje van het papieren blad met dagelijks studentennieuws en eigen rubrieken. Hieronder lees je over de hoogtepunten van de afgelopen tijd en de onderwerpen om de komende periode naar uit te kijken. ‘Ongepast handelen’ in het Erasmusgebouw Medio september maakte de Radboud Universiteit bekend dat Paul Bakker, hoogleraar Geschiedenis van de Filosofie, voor een halfjaar wegblijft van de universiteit wegens ‘ongepast handelen’. Deze maatregel kwam voort uit een onderzoek naar sociale veiligheid binnen de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen (FTR). De cryptische omschrijving van de onderzoeksuitkomst – ‘ongepast handelen’- leidde tot veel vraagtekens onder FTR-studenten. ANS sprak hen over hoe ze deze onzekere situatie ervaren en publiceerde een open brief van twee filosofiestudenten, die het universiteitsbestuur opriepen de zaak niet in de doofpot te stoppen. Studieverenigingen zwoegen door Geen fysieke introductie-activiteiten, amper offline colleges en een erg beperkte borrelcapaciteit: voor studieverenigingen zijn er dit jaar heel wat hobbels op de weg. Toch maken ze er het beste van en proberen ze vooral de eerstejaars extra te betrekken. De kansen die er liggen tot sociaal contact, grijpen die nieuwe studenten dan ook met beide handen aan. Bestuursleden van vier verschillende studieverenigingen vertelden aan ANS hoe zij, ondanks alle restricties, activiteiten organiseren en hun leden wat sociale houvast te bieden in het nieuwe normaal. In de overgang en zelfreflectie ‘Help, mijn feminisme is vrouwonvriendelijk!’ en ‘Afstudeerangst’ waren de eerste columns van sitecolumnisten Mara Burgstede en Aan-Age Dijkstra. In haar serie Metamedia werpt Burgstede haar kritische blik op de media: wat voor boodschap brengen zij precies over en wat voor invloed heeft dat? In haar eerste editie over feminisme neemt zij niet alleen de pers, maar ook haar eigen mening onder de loep. Ze concludeert dat ze eigenlijk meer lijkt op de media dan ze in eerste instantie dacht. oud-student Dijkstra vertelt in zijn reeks ‘In Transitie’ over zijn overgang van vrije student tot brave burger. Hij legt uit hoe toekomstverwachtingen soms misplaatst blijken te zijn en hoe het niet-studentenleven ook mooie kanten heeft. Zijn eerste column gaat over studenten die maar niet willen afstuderen, en hoe hij zichzelf tot hen verhoudt. Had hij misschien de arbeidsmarkt iets langer links moeten laten liggen? Op de hoogte blijven van al het studentennieuws? Check dan ans-online.nl of volg ANS op Facebook, Instagram en Twitter.


Tekst: Rik Sinnige en Romi Vos/ Foto: Radboud Universiteit Het Laatste Oordeel P. 27

HET LAATSTE OORDEEL Duffe opsommingen of ultiem entertainment? ANS verschanst zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU. STUDIE: Rechten COLLEGE: Inleiding tot de rechtswetenschap,

EINDCIJFER:

maandag 14 september, 10.30-12.15 uur, De Stadsschouwburg DOCENT: Prof. mr. R.J.B. Schutgens UITSTRALING: Charismatische VVD’er PUBLIEK: Typende toga’s INHOUD: De schoonheid van de Zwitserse democratie en het legaliteitsbeginsel Op het podium van de Stadsschouwburg Nijmegen staat hoogleraar Roel Schutgens. Terwijl hij uitleg geeft over de Nederlandse democratie en rechtsstaat, wandelt hij in driedelig pak rustig en zelfverzekerd heen en weer. In het publiek zitten eerstejaarsstudenten rechtsgeleerdheid klaar voor het college Inleiding tot Rechtswetenschap. Zij typen al gauw ijverig mee wanneer Schutgens zijn college op een maatschappijleerachtige manier begint over de basisprincipes van democratie. Hij spreekt uitgebreid en vol enthousiasme over zijn bewondering voor het unieke Zwitserland waar het volk de democratie in praktijk brengt door op een plein te discussiëren en stemmen. Na dit uitvoerige verhaal gaat hij dieper in op de steeds ingewikkelder wordende collegestof. Door zijn passie voor directe democratie in Zwitserland hiermee te verweven, creëert hij een levendig college. Met zijn vragen aan de aanwezigen en publiekelijke een-op-eengesprekken zorgt hij daarnaast ook voor interactie. Tweemaal ontvangt hij hierdoor een heus tweestemmig antwoord. Hij reageert verbaasd: ‘Wow, meneer praat met twee stemmen. Dat probeer ik al jaren!’ De hoogleraar geeft toe een trotse Nederlander te zijn vanwege het legaliteitsbeginsel dat waakt voor rechtszekerheid - je bent alleen strafbaar als huidige wetten dit kunnen bevestigen. Hij vertelt hoe ontroerend het legaliteitsbeginsel is en beweert dit ook in het publiek te zien. Hij dramatiseert: ‘Zie ik daar iemand een traantje wegpinken?’ Vervolgens geeft hij aan deze ontroering te begrijpen. Wie het hiermee oneens zou zijn, nodigt hij uit voor een fieldtrip Noord-Korea. Er klinkt vanuit het publiek een ingetogen gelach ter waardering van deze dramavoorstelling à la Schutgens. Ondanks alle gewaardeerde theatrale acts nemen de studenten een steeds minder actieve houding aan. Om

ze bij de les te houden, vertelt de hoogleraar een waargebeurd verhaal over een gehandicapt meisje genaamd Ansje. Volgens elke morele waarde was Ansje slachtoffer van seksueel misbruik, maar destijds was er helaas geen enkele wet die dit kon bevestigen. Hierdoor ging de dader vrijuit. Gedurende zijn verhaal hangen de studenten ademloos aan zijn lippen. Wanneer hij ten slotte vraagt wie het onrechtvaardig vindt, steekt iedereen dan ook zijn hand op. Hij reageert: ‘Goed, houd dat vast, dan kunt u nadenken over wat u hieraan kunt doen.’ Richting het einde van het college raken de studenten enigszins vermoeid. ‘Goedemorgen. Ik zie alles, ik ben geen televisie’, reageert Schutgens op een opzichtig gapende student. Hij bedankt deze vervolgens wel voor het duidelijke signaal dat hij het college moet afronden.

Het Laatste Oordeel der Studenten De studenten zijn tevreden over hoogleraar Schutgens en zijn colleges. Sommigen beweren zelfs het gehele anderhalve uur hun concentratie erbij te kunnen houden! Ze vinden de humor en interactie in de colleges prettig en omschrijven de hoogleraar als ‘een spontane docent met kennis’. De enige verbetering die ze aandragen is dat de hoogleraar zijn PowerPointdia’s aantrekkelijker kan maken. De dia’s bestaan namelijk slechts uit een witte achtergrond met daarop hooguit twee kernwoorden of -zinnen. Desondanks waarderen de studenten de hoogleraar vanwege zijn ‘leuke opmerkingen tussendoor’ en ‘zijn kleurrijke taalgebruik’. ANS


Kamervragen Tekst en foto’s: Sonja Kwakkel P. 28 P. 28

KAMERVRAGEN

In Kamervragen gaan twee studenten op ontdekkingstocht in elkaars kamer en speculeren ze over de persoonlijkheid, activiteiten en vreemde trekjes van de bewoner. Kunnen ze uitvinden wat voor persoon er achter de kamer schuilgaat? Deze editie:Yannick en Jeske Yannick op bezoek bij Jeske ‘Schattig en heel opgeruimd’, zijn de eerste woorden van Yannick wanneer hij de kamer binnenloopt. De ruimte staat vol met planten en overal hangen foto’s. Yannick inspecteert de vele polaroids die op feestjes zijn gemaakt. Hij hoopt de mogelijke bewoner te vinden tussen de kiekjes en ziet vooral veel dames. ‘Ik denk dat het een Yannick meisje is’, zegt Yannick. Dan ziet hij de kledingkast vol met jurkjes: ‘Of het is een jongen die graag meisjeskleren draagt, dat kan natuurlijk ook.’ Yannick concludeert vrij snel dat deze kamer meer meubels heeft dan hij ooit in zijn leven heeft gehad. ‘In tegenstelling tot mijn kamer heeft zij wel ruimte om ergens te zitten’, zegt hij wijzend naar het hoekje waar de bank staat. Verder staat er ook een grote elektrische piano. Op de standaard staat echter alleen een mapje met gitaarakkoorden, wat Yannick vreemd vindt. ‘Ze speelt sowieso gitaar en doet

net alsof ze piano speelt, dat is het. Ik heb het gewoon door’, zegt hij bloedserieus. Yannick zoekt verder naar een gitaar in de kamer, maar tevergeefs. Hij loopt naar de kast bij het raam waar studieboeken in staan en zijn oog valt op enkele medische termen. ‘Ze zal wel iets van Geneeskunde studeren’, zegt hij. Naast de studieboeken staan er ook boeken over koken en lifestyle, waaronder een receptendagboek. ‘Ik denk wel dat ze van koken houdt’, zegt Yannick. Hij vervolgt zijn route en klimt de ladder naar de vide op. Hier ziet hij het bed, bestaande uit enkel een matras op de vloer. ‘Dit herken ik, ik heb zelf ook alleen een matras’, zegt hij. Wanneer hij weer beneden staat, wijst hij naar een bordje aan de muur met een logo erop: ‘Ze zit wel bij een vereniging denk ik. Ik heb dit ding nu al twee keer gezien. Het zal wel de Geneeskundevereniging zijn.’ Omdat hij het logo nu twee keer heeft gezien, denkt hij dat de bewoner een jaar in het bestuur van de studievereniging heeft gezeten. ‘Zij is zo iemand die nooit tijd heeft en altijd druk is’, concludeert Yannick op basis van haar verenigingsleven en de foto’s van feestjes.

Jeske op bezoek bij Yannick Na een lange zoektocht op het terrein van het Albertinumklooster vindt Jeske dan eindelijk de deur van Yannicks kamer. Bij het openen van de deur kijkt ze haar ogen uit vanwege alles wat aan de muren hangt in de kamer: theezakjes, pinpassen en politieke posters. Eenmaal binnen ziet ze als eerste twee Jeske matrassen die een groot deel van de vloer bedekken. Daarnaast ligt een grote stapel van allerlei soorten boeken. ‘Ik zou het zelf wel chill vinden om iets meer in m’n kamer rond te kunnen lopen’, grinnikt ze. Dan valt haar op dat er een hoop cd’s naast de wastafel ligt, hierdoor denkt ze dat de bewoner een muziekliefhebber is. Dan ziet ze hoe de wastafel er uit ziet. ‘Volgens mij is die al even niet meer schoongemaakt’, lacht ze. Naast de inbouwkast staat een stoel die vol ligt met broeken en shirts.

Jeske vraagt zich af of deze persoon ergens anders misschien nog kleren heeft liggen. In de enige kast treft ze veel dingen aan, maar geen kleding. ‘Misschien is dit het gewoon’, zegt ze wijzend naar de stoel. Jeske loopt door. Achterop het volgestapelde bureau dat bij het raam staat, vindt ze een keyboard. ‘Dit is een overeenkomst met mijn kamer, ik heb daar ook een piano staan’, zegt ze enthousiast. Ze wijst naar iets anders op het bureau, namelijk een grote stapel blikken met bonen. ‘Ik heb het idee dat het zo’n typische student is die veel uit blik eet en niet te moeilijk doet met schoonmaken.’ Op het bureau staat ook een beeldje van een heilige koe op een altaar van boeken. Vlak daarnaast hangt een schilderij van Jezus aan de muur. ‘Misschien studeert hij iets van Theologie’, zegt Jeske. ‘Toch is er iets vreemds aan deze kamer’, zegt ze terwijl ze wijst naar de flyers van Ovum Novum die boven het matras aan de muur hangen. ‘Het lijkt me meer een persoon die een culturele toevoeging zoekt naast zijn studie, niet zozeer iemand die bij een gezelligheidsvereniging zou gaan,’ zegt ze lachend. Een beetje verward over de persoonlijkheid van de bewoner verlaat Jeske de kamer.


Kamervragen P. 29

VRAGENUURTJE Tijd voor de confrontatie: hadden de studenten het bij het juiste eind of sloegen ze de plank compleet mis?

Yannick (21, eerstejaars Islamstudies) zit al buiten wanneer Jeske (22, vijfdejaars Tandheelkunde) vanuit haar kamer de tuin in loopt. De situatie is in het begin lichtelijk ongemakkelijk omdat ze beiden niet echt weten wat ze moeten zeggen. Dan breekt Jeske gelukkig het ijs: ‘Mijn kamer is echt precies het tegenovergestelde van jouw kamer.’ Yannick reageert: ‘Ja, jij hebt tenminste wel meubels.’ Daar moeten ze allebei om lachen. Nu de sfeer wat losser is, komt eerst de studie ter sprake. Jeske dacht dat Yannick Theologie studeerde, maar hij vertelt dat hij drie jaar Nederlands heeft gestudeerd en nu Islamstudies doet. Met Geneeskunde zat Yannick dichtbij. ‘Ik studeer Tandheelkunde’, vertelt Jeske. Wat Yannick opviel in de kamer van Jeske was het logo van de studievereniging. Yannicks vermoeden over haar bestuursfunctie klopt dan ook: ze heeft in het bestuur van de studievereniging van Tandheelkunde gezeten. Jeske wil graag weten of Yannick ook echt bij Ovum Novum zit, maar hij legt uit: ‘Mensen hangen altijd dingen aan mijn muur, ik weet ook niet waarom ze dat doen.’ Door de nuchtere antwoorden van Yannick verandert Jeskes indruk van Yannick: ‘Door al die spullen aan je muur over politiek, muziek en literatuur dacht ik dat je een heel uitgesproken mening zou hebben, maar dat valt wel mee’, vertelt Jeske. Dan vraagt Jeske zich af waarom al die blikken bonen op Yannicks kamer stonden. ‘Ja, ik eet elke dag bonen met rijst’, verklaart Yannick. Het typische-student-imago wordt nog meer bevestigd wanneer hij uitlegt dat zijn kleren met name in plastic zakken zitten en daarom niet in de inbouwkast liggen: ‘Ik heb geen wasmachine, dus dan kan ik de was altijd zo meenemen naar huis.’ Hij zit zelf ook nog met een onopgelost raadsel: speelt Jeske nou piano of toch stiekem gitaar? ‘Door het akkoordenboekje dacht ik namelijk dat je gewoon gitaar speelt, maar de piano daar hebt neergezet zodat het lijkt alsof je piano speelt’, legt hij uit. Jeske moet lachen en verklaart: ‘Ik zing terwijl ik piano speel en dan zijn gitaarakkoorden wat handiger, daarbij kan ik niet zo goed noten lezen.’ Daarmee is Yannicks mooie theorie helaas weerlegd. ANS


Hans als/ Colofon P. 30 P. 30

35e jaargang

ANS ZOEKT MEDEWERKERS! Vind jij het leuk om te schrijven, illustreren, vertalen of fotograferen? Kom dan langs op ons kantoor (onder het Gymnasion) of stuur een mail naar redactie@ans-online.nl. De koffie staat klaar!

Hoofdredactie Jochem Bodewes en Julia Meilink Redactie Sofie Bongers en Naomi Habashy Medewerkers Niek van Ansem, Sanne Breedveld, Sietske Dijkstra, Annika Eskes, Sonja Kwakkel, Thomas Langevoort, Bavo Oost, Rick Sinnige, Floor Toebes, Lauren Tomasouw, Vincent Veerbeek en Romi Vos Illustraties Joost Dekkers, Vera Joosten, Flórián Kiers, Inge Spoelstra en Roos in ‘t Velt Foto’s Jetske Adams, Syl Bogers, Sonja Kwakkel en Vincent Veerbeek

Voorpagina Vincent Veerbeek Middenpagina Jetske Adams Columnisten Sjoerd Bakker en Jackie de Bree Eindredactie Sjoerd Bakker, Jackie de Bree, Simone Bregonje, Mara Burgstede, Delphine Broasca, Pim Dankloff, Noah Kleijne, Julia Mars, Myrte Nowee, Leah van Ooschot, Inge Spoelstra, Celis Tittse en Irene Wilde Crypto Pelle Hoek en Jelle Siemes Ontwerp Marloes de Laat en Roel Vaessen Lay-out Julia Meilink Dagelijks bestuur Shiba Shohra Fahim (penningmees-

ter), Seber Faraj (secretaris) en Sumaya Jimale (voorzitter) Druk MediaCenter Rotterdam Uitgave, abonnementen en advertentie-acquisitie Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel: 06-36458763 Mail: redactie@ans-online.nl

Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk blad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 7 keer per jaar in de maanden september t/m juni.


CRYPTO

Crypto P. 31

De oplossingen van het cryptogram in de eerste ANS vind je op ansonline.nl.

Kun je niet meer op de campus werken, maar wil je wel Radboudrelaxen? Aan de winnaar van deze cryptogram (ANS 2) geven wij een officieel universiteitsdekentje weg. Shout out naar de Universiteitsbibliotheek! Kans maken? Stuur dan voor 29 november de oplossing naar redactie@ans-online.nl, zodat je nog voor de decembermaand onder de dekens kunt kruipen.

1

5

4

2 3 6

7 8

10

9

11 13

12

14

15 16

17

OOK DE MAKERS VAN DEZE CRYPTO HEBBEN DE AFGELOPEN MAANDEN MEER TIJD

18

THUIS DOORGEBRACHT DAN ZE LIEF WAS. NIET ALTIJD EVEN SPANNEND, MAAR HIERDOOR HEBBEN ZE WEL FLINK WAT ERVARING OPGEDAAN IN DE WONDERE WERELD VAN HET BANKHANGEN. ZE DELEN HUN BEVINDINGEN GRAAG MET JULLIE IN ONDERSTAANDE PUZZEL. LET OP: DE ‘IJ’ WORDT GETELD ALS TWEE LETTERS.

HORIZONTAAL: 6. BEHOEFTE AAN NACHTRUST DOOR KRUISING TUSSEN BLADGROENTE EN HERFSTFRUIT. (8) 10. WEGVALLEN IN EEN BRABANTSE RIVIER VAN BEWUSTELOOSHEID EN BIER. (8) 11. VOOR HET IMAGO VAN MAÏS. (7) 12. LATRELATIE MET JE OBER? (17) 14. KLINKT ALS HET ARNHEM CENTRAAL VOOR TOILETTEN. (11) 16. VERWARD LAXEREN IS ONTSPANNEN. (7) 17. DUNNE LAAG VERMAAK. (4) 18. ENGELSE PERIODE VAN DE MOBIELE EENHEID (2,4) VERTICAAL: 1. NIET GEBONDEN AAN DE KLOK. (4,3) 2. STILTE OP DE UNI! (4) 3. STOUTE BANK DIE EEN NIEUWE HUID KRIJGT. (9) 4. WATERNIVEAU P? IN JE DROMEN! (8) 5. DEZE BESCHRIJVING IS ABSENT DOOR EEN GEBREK AAN INSPIRATIE. (12) 7. GESCHAKELD TEGEN DE TREK. (5) 8. DUITSLAND WEET WIE JE BENT. (8) 9. SCHRIJFMATERIAAL VOOR EEN ANDER KANAAL? (6) 13. EINDE VAN EEN GEBED DAT ZIJN GRAM HEEFT GEHAALD. (5) 15. KRAP AAN 9 ROMEINSE GULDENS. (7)


VAN HET LIJF Tekst: Sanne Breedveld en Annika Eskes Foto: Vincent Veerbeek

Wie: Matthijs Timmermans (21), tweedejaars Bestuurskunde Stijl: Eric Forman met lang haar Is de kleding die je nu draagt typische skatekleding? ‘Wat ik nu aanheb niet per se. Deze broek bijvoorbeeld is van Tommy Hilfiger, skaters dragen meestal andere merken. Mijn trui is typisch Eric Forman van That ‘70s show. Hoewel ik hiernaast ook inspiratie uit de skatecultuur haal, zou je bij het zien van deze outfit niet meteen zeggen “wow hij skate”. Alleen mijn schoenveter verraadt me. Alle skaters dragen schoenveters in plaats van riemen omdat het veel pijn doet als je op de gesp valt. Toch moet je dat niet zien als een accessoire, het is net als mijn skateboard: ik zie het niet als onderdeel van mijn stijl, dat is gewoon een necessity.’ Je zegt dat That ‘70s show een inspiratiebron voor je vormt, is dat altijd al zo geweest? ‘Ja, die show vormt eigenlijk mijn grootste inspiratiebron. Veel van wat ik daar zie vind ik supervet. Twee jaar geleden was ik eigenlijk totaal niet met kleding bezig. Ik heb destijds ook vaak genoeg een fashionblunder begaan, zoals het dragen van geel met rood waardoor ik op Ronald

McDonald leek. Nu zijn mijn huisgenootjes, met wie ik ook samen skate, een grote inspiratiebron voor mij. Zij dagen mij uit om nieuwe dingen te proberen. Ik heb dan ook veel van mijn outfits van hen gekopieerd. Maarten, Diede, Arnout: dank jullie wel! Naast dat ik outfits van ze kopieer, kan ik altijd bij ze terecht om iets te lenen en zij ook bij mij. Aangezien een van hen dezelfde schoenmaat heeft als ik, switchen we soms onze Vans. Dan hebben we allebei een zwarte en een rode schoen aan, dat vind ik wel grappig.’ Je bent dus niet bang om vreemde combinaties te maken. Denk je dat je je later ook nog zo zult kleden? ‘Ik denk dat ik me wat netter moet gaan kleden omdat ik in de toekomst wil werken bij een provincie of gemeente. Aan de ene kant vind ik dat jammer want iedereen zou moeten kunnen dragen wat hij of zij wil. Aan de andere kant vind ik dat je er wel representatief uit moet zien in zo’n voorbeeldrol. Luister, je kunt toch ook niet als advocaat in je lompe hippie-outfit binnenkomen? Dan word je niet serieus genomen. In mijn vrije tijd zal ik me wel blijven kleden zoals nu. Dat zal echt niet veranderen als ik ambtenaar word.’ Ben je benieuwd naar meer kleding van Matthijs? Duik dieper in de kast op ans-online.nl


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.