Page 1

RICHTLIJNEN RONDOM LUCKY FONZ III WIL STEWARDS HOUDEN PETER KNOOPE BESTUREN WORDT NOG THIEME IS DEORDE UNIVERSITEIT HANS TIJDENS IN TV-RECENSENT HERINVESTERING STUFI MARIANNE NIET DE DOMINEE OVER HAAT TEGEN LEUKER, MET DE BRENGT KLEUR IN DE DE HERFST VAN HAAR BEEREKAMP BLIJFT N.E.C. - ADO MOETEN CONCRETER UITHANGEN HET WESTEN BESTUURSMINOR KAMER CARRIÈRE? MAAR KIJKEN

ANS ZWEEFT

ANS ZWEEFT Algemeen Algemeen Nijmeegs Nijmeegs Studentenblad Studentenblad // jaargang jaargang 31, 31, nummer nummer 5 5


Vooraf Tekst: Redactie P. 2

commentaar De tijd van de Grote Politieke Keuze is aangebroken en dus ook de tijd van Grote Stress. Je mag slechts eens in de vier jaar een vakje van een Tweede Kamerlid rood kleuren. Het maken van een goede keuze is daarom van levensbelang. Het zweet breekt je al uit wanneer de eerste posters op houten borden verschijnen. Lachende gezichten met strijdkrachtige leuzen eronder tuimelen over elkaar in je hoofd, tot je geen verschil meer ziet: alle partijen blijken grijstinten van D66. Je blijft de keuze voor je uitschuiven. Op straat wend je het hoofd dan ook stug af wanneer er weer een politiek kopstuk opdoemt. Ontwijken van politiek wordt echter steeds lastiger; ook op televisie duiken de lijsttrekkers steeds vaker op. Je zapt maar snel verder. De brievenbus kleppert. Post! Je krijgt nooit post! Je snelt naar de deurmat, maar verstijft wanneer je blik valt op het logo van Gemeente Nijmegen. De ongeopende envelop schreeuwt je toe: ‘Kies iets!’ Dan is het de Grote Dag. Het stembiljet in je rugzak voelt aan als een stapel bakstenen. Met klotsoksels sluit je aan in de rij bij de zijzaal van De Refter. Iedereen lijkt er zin in te hebben; wat is het toch een voorrecht om een keuze te mogen maken! Jij was liever thuis gebleven; jij zweeft nog. Het gordijn valt achter je dicht, je bezwete vingers omklemmen het rode potlood en brengen het gevaarte richting het stembiljet. Het potlood blijft hangen boven het papier. In slow motion beweegt je hand langs de nog witte vakjes. Ga je voor nog vier jaar de aanstekelijke lach van Mark? Wil je een partij met een eigen natuurgebied? Of zie je het licht in Klaver, onze Verlosser? Of zal je toch…

De hoofdredactie

ans

Online Een goed begin... De eerste weken van 2017 zorgden voor genoeg belevenissen op de universiteit. In januari maakte de USR in een notitie bekend dat de raad het College van Bestuur wilde overtuigen om deel te nemen aan de pilot Flexstuderen. In de Gezamenlijke Vergadering van de medezeggenschap en het College maakte rector magnificus Han van Krieken duidelijk dat hij niets in die landelijke pilot zag, maar wel in een eigen opgezette pilot. Het is nog wel even afwachten hoe dit plan wordt vormgegeven. Na dit nieuws leek het campusleven voort te kabbelen, totdat het Spinozagebouw spontaan vlam vatte. Een grote rookwolk boven de campus was het gevolg, waardoor studenten niet naar het MiddenOosten hoeven te reizen om de ramptoerist uit te hangen. Wat te doen in het stemhokje? In de laatste dagen voor de Tweede Kamerverkiezingen word je in de media doodgegooid met debatten, verschuivende peilingen en stemadviezen. Daarmee proberen de media de kiezer op het juiste spoor te zetten. ANS kan natuurlijk niet achterblijven bij deze landelijke trend. Daags voordat op 15 maart de stembussen worden geopend zal ANS een overzicht bieden welke maatregelen de politieke partijen willen nemen om het universiteitsleven naar een hoger niveau te tillen. Korte, maar krachtige filmpjes In de begindagen van april krijgt de korte film extra veel aandacht in de Nijmeegse binnenstad, als in LUX het internationale korte film festival Go Short wordt georganiseerd. Van 5 tot en met 9 april zullen er in de filmzalen van het arthouse allerlei rolprenten worden geprojecteerd op het witte doek. ANS zal zich op één van de dagen voordoen als filmkenner en de sfeer proeven op het festival.

Op de hoogte blijven van al het studentennieuws? Check dan www.ans-online.nl, volg ons op Twitter (twitter.com/ANS_Online) of like de ANS-pagina op Facebook (facebook.com/ANSnijmegen).


deze ANS

Tekst: Redactie Deze ANS P. 3

04 Besturen voor dummy’s Omdat studentbestuurders vaak voor makkelijke, maar nutteloze studiepunten kiezen, werken de USR en Dienst Studentenzaken aan een bestuursminor. Als het plan slaagt, hebben studentbestuurders iets aan hun leerwerk, en kunnen ze ook nog hun bestuurswerk beter uitvoeren. Kansrijk plan, of gedoemd te mislukken?

13 Tussen de grijze muizen 04

Marianne Thieme verzet zich in de Tweede Kamer tegen het mens-centrale denken dat volgens haar bij de meeste partijen hoogtij viert. De lijsttrekker van de Partij voor de Dieren vindt dat haar partij verder kijkt dan hun eigen belang. ‘Ander politieke partijen zijn de echte one-issuepartijen.’

18 Universitaire uitdagingen In zijn huidige vorm haalt de universiteit 2040 waarschijnlijk niet. Verschillende uitdagingen zoals de financiering van het onderwijs en selectie aan poort moeten worden aangepakt om dit toch te verwezenlijken. Door het voeren van een debat over de toekomst kan de universiteit zijn relevantie behouden.

13

18

22

22 Aan de buis gekluisterd Televisierecensent Hans Beerekamp zit tien tot twaalf uur per dag aan de buis gekluisterd. In zijn rubriek in het NRC Handelsblad neemt hij zijn lezers mee door het tv-landschap. ‘Een lezer vertelde mij, dat ze zo blij is dat ik correspondent ben in een land dat ze niet meer bezoekt.’ 05

Verward

07

Het Laatste Oordeel

09

Daar in dat kleine café

16

Middenpagina

21

De Graadmeter

26

Het Issue

27

CC’tje

28

Stamgasten

30

Deze ANS niet/ Kutkunst/ Colofon

31

Crypto

32 Gevonden Voorwerp


Besturen voor dummy’s Tekst: Rein Wieringa/ Illustratie: Rens van Vliet P. 4

BESTUREN VOOR DUMMY’S In een poging de vakken van studentbestuurders van enige betekenis te laten zijn voor hun bestuursjaar, ontwikkelen de Universitaire Studentenraad en Dienst Studentenzaken een bestuursminor aan de Radboud Universiteit. Zo’n minor kan erg nuttig zijn, maar er zijn ook valkuilen. ANS zoekt uit hoe de bestuursminor er wel en niet uit moet komen te zien. Aan het hoofd van talloze verenigingen in Nijmegen staan studenten die het grootste deel van hun tijd in het bestuur steken. Veel van deze studentbestuurders moeten tijdens hun bestuursjaar toch nog een aantal studiepunten halen. ‘Veel actieve studenten kunnen door hun bestuurswerk niet hun normale studie volgen’, vertelt Maarten Dietz, lid van de Universitaire Studentenraad (USR). ‘Om toch aan studiepunten te komen, volgen ze vaak vakken die totaal niet van belang zijn voor hun studie.’ Om deze reden ontwikkelen de USR en Dienst Studentenzaken (DSZ) samen een bestuursminor. Ze streven ernaar deze minor komend collegejaar van start te laten gaan. Ger Boonen, directeur van DSZ, legt uit: ‘We willen de verplichte studiepunten voor bestuurders op een goede manier mogelijk maken. Tegelijkertijd moeten studentbestuurders die de minor volgen hun taak nog beter kunnen uitvoeren dan ze al doen.’ Volgens Boonen zal de minor daarom handvatten bieden voor praktische problemen van het bestuurswerk, maar ook wetenschappelijke inhoud bevatten. De USR heeft zich laten inspireren door de Hogeschool Utrecht (HU) en de Universiteit Twente (UT), waar dergelijke programma’s voor studentbestuurders al bestaan. De minor is op dit moment nog in een vroeg ontwikkelingsstadium – een goed moment om in Utrecht en Enschede op zoek te gaan naar de sterke en zwakke punten. Utrechtse praktijken In de Utrechtse ‘Minor Leiderschap’ reflecteren studenten op hun bestuurswerk door er met elkaar over te praten en logboeken bij te houden. Daarnaast lezen ze boeken over effectief besturen. Isabelle Beelen, ex-bestuurslid van de VIDIUS Studentenunie uit Utrecht, vond de minor erg waardevol. ‘Ik heb het echt nodig gehad’, geeft ze aan. ‘Het was een moment van bezinning aan het eind van de week, waarmee je je bestuurswerk kon afsluiten.’ Lukas Heijdt, eveneens oud-bestuurder van de Studentenunie,

is ook positief: ‘Ik vond het sterk dat de minor aan de HU zich vooral op praktische aspecten als persoonlijke ontwikkeling en zelfreflectie richt. Hierdoor is deze erg toepasbaar op je bestuursjaar. We hebben bijvoorbeeld coach- en gesprekstechnieken geleerd, waarmee we anderen in de minor moesten begeleiden. Dat was enorm leerzaam.’ Beelen sluit zich daarbij aan: ‘Vooral de trainingen waren waardevol voor de persoonlijke ontwikkeling; ook zonder boeken kan je mensen aan het denken zetten.’


Column Lex Crijns P. 5

Gratis studiepunten De Enschedese, universitaire variant van de bestuursminor besteedt naast praktijk meer aandacht aan theorie. Herman Oosterwijk, coördinator van de bestuursminor in Enschede, legt uit: ‘Ik laat de studenten een aantal werkstukken maken en ze schrijven aan de hand van literatuur over internationalisering. Daarnaast krijgen ze een collegereeks over beleid, waar ze een tentamen over maken.’ In de minor krijgen studenten ook de mogelijkheid hun eigen problemen te bespreken. ‘Timemanagement is een standaardprobleem, maar ook vragen als “Hoe verander ik de sfeer in een bestuur?”, of “Hoe zorg ik dat mijn commissies gaan draaien?” komen aan bod’, aldus Oosterwijk. Op dit moment volgt Roderik Stoffels, Commissaris Externe Betrekkingen bij studievereniging Paradoks (Biomedische Technologie en Technische Geneeskunde), de bestuursminor van de UT. ‘Soms worden er leuke verhalen gedeeld, zoals dat twee bestuurders met elkaar het bed hebben gedeeld’, vertelt Stoffels. De zelfreflectie kan volgens hem nuttig zijn voor studentbestuurders, maar de colleges en de beleidswetenschappen vindt hij minder bruikbaar. ‘Daar ga ik nooit meer iets mee doen’, verwacht hij. Bestuurders vinden de praktische kant van de bestuursminor dus het nuttigst, zowel in Utrecht als in Enschede. Een volledig praktische minor kan echter niet academisch zijn, terwijl dat een voorwaarde is om aan de Radboud Universiteit studiepunten te kunnen accrediteren. Tegelijkertijd zal de USR in het geval van een praktijkgerichte minor tegen het probleem van studielast aanlopen. Oosterwijk constateert over de minor aan de UT: ‘Het is een module van 15 EC. De tijd die je eraan kwijt bent staat dus gelijk aan 15 maal 28 uur.’ Stoffels komt bij lange na niet aan deze 420 uur. ‘De meest efficiënte manier om aan 15 EC te komen is wel de bestuursminor’, vindt hij. ‘Bij normale vakken moet je daar veel meer voor doen. Dat is het leuke aan een bestuursminor: het zijn gratis EC’s.’ Wal of schip Zelfs met theoretische inhoud waar studentbestuurders niet op zitten te wachten, kost een bestuursminor al minder tijd dan de bedoeling is. Zonder deze inhoud kan de bestuursminor nauwelijks meer een minor worden genoemd. De praktische inhoud die dan overblijft, is voor bestuurders weliswaar het meest toepasbaar, maar zeker niet academisch. Ook op het gebied van studielast zal zo’n minor tekortschieten. Bij de bestuursminor bestaat dus een afweging tussen geschiktheid voor bestuurders enerzijds, en diepgang en studielast anderzijds. Studentbestuurders willen een praktisch toepasbare minor die weinig tijd kost, terwijl een volwaardige academische minor theoretische diepgang heeft en zijn EC’s in studielast waarmaakt. De USR en DSZ willen een minor op touw zetten die studenten helpt bij hun bestuursjaar en ook nog eens studiepunten oplevert. Een lastige combinatie, gezien de bovengenoemde afweging. Om te voorkomen dat ze gratis studiepunten aanbieden, moeten de ontwikkelaars niet bang zijn een flinke lading theorie aan de minor toe te voegen. Als er vervolgens geen studentbestuurders op komen dagen, dan is dat een goede reden om aan te nemen dat de bestuursminor niet voor universiteiten is weggelegd. Beter geen studiepunten dan gratis studiepunten. ANS

verward Lex Crijns snapt er af en toe helemaal niets van en probeert zijn verwarring in vierhonderd woorden voor u samen te vatten. Als u het niet begrijpt, vindt hij dat niet erg; dan is hij tenminste niet de enige. Vandaag moet ik bier drinken, dacht ik op een avond. Ik keek in mijn agenda en concludeerde dat het meer dan een week geleden was dat ik dat voor het laatst gedaan had. Schandalig. Een student moet bier drinken. Het studentenbestaan is betekenisloos zonder bier. Ik liep dus naar beneden en inspecteerde de koelkast: bier genoeg. Dat zou geen probleem vormen. De volgende stap was een drinkmaatje vinden. Ik klopte op de deuren van al mijn huisgenoten, maar die waren allemaal weg of druk bezig met studeren. Toen pakte ik mijn telefoon en belde ik mijn vijf beste vrienden. Daarna belde ik vijf willekeurige contactpersonen uit mijn lijst. Niemand wilde met me drinken. Ik besloot het maar alleen te doen. Ik laadde een halve krat vol flesjes uit de koelkast en zette die op de salontafel. Ik zette de tv op SBS 6 en begon te zuipen. Het was kwart over elf toen ik me realiseerde dat ik iets was vergeten. Er miste nog iets aan mijn studentikoze avond. Wat doen studenten ook alweer nog meer, naast bier drinken? Oh ja, studeren, natuurlijk! Geen betere manier om mijn avond compleet te maken. Ik keek in mijn agenda en zag dat ik voor middernacht een essay moest inleveren over het proza van Louis Couperus. Ideaal! Ik zette mijn laptop boven op het kratje en ging aan de slag. Ik herinner me niet wat er daarna gebeurde, maar toen ik wakker werd zag ik dat ik om 23:59 een document op Blackboard had geüpload. Dat kwam goed uit. Ik haastte me naar de universiteit en klopte (zeven minuten te laat) met bonzende hoofdpijn op de deur van de collegezaal. Nadat ik was gaan zitten, begon de docent onze beoordeelde opdrachten uit te delen. ‘De jouwe vond ik erg goed gevonden’, zei hij toen hij bij mij was aangekomen. ‘Echt? Oh, nou, bedankt’, stamelde ik en verbaasd keek ik naar het velletje papier in mijn handen. Er stond niet bijster veel op. Ik bracht het blaadje naar mijn gezicht om te zien waar ik mijn docent zo mee had verrast. Daar stonden de volgende woorden getypt: ‘Louislis coprus is een goeib knaap. chill vaker met hem. zijm boeken vind ik nie zo top. challas x.’


Adverteren? Kijk op ANS-Online.nl P. 6

ansjes Een Ansje mag maximaal 35 woorden bevatten en kost 5 euro voor studenten en 10 euro voor externen. De waarde van de aangeboden goederen mag de 900 euro niet te boven gaan. Mail naar: stichtingmultimedia@gmail.com Voor stage of vrijwilligerswerk naar een project voor straatkinderen in Afrika, Latijns-Amerika of AziĂŤ? Kom naar ons informatie- en trainingsweekend van 7 t/m 9 april. Meer info en aanmelden: www. samen.org.


Tekst: Bram Jodies/ Foto: Caspar Safarlou Het Laatste Oordeel Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 7 P. 7

het laatste oordeel Duffe opsommingen of ultiem entertainment? ANS verschanst zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU. Studie: Rechtsgeleerdheid

Eindcijfer:

College: Privaatrecht, 1 februari, 8.45-10.30, GR0.100 Docent: Prof. mr. J.B. Spath Uitstraling: Recht toe recht aan Publiek: ‘De Rechtenstudentjes’ Inhoud: Zaaksvorming en sudoku’s

Behoedzaam plaatst mevrouw Spath een stel zware wetboeken op de lessenaar van de goedgevulde Grotiuszaal. De eerstejaars zijn opvallend netjes gekleed; menig jurist in spe heeft de moeite genomen om de haartjes te bevetten, het gezicht te plamuren en chokers om te doen. Precies op tijd begint mevrouw Spath enthousiast aan haar verhaal over zaaksvorming: wie is de eigenaar van een bal als de ene partij het leer levert, een ander de ventielen en weer een ander de assemblage? Met veel handgebaren houdt ze de onverdeelde aandacht van haar studenten vast, en het enige geluid tijdens de monoloog zijn de braaf ingedrukte laptoptoetsen. Na een tijdje wordt duidelijk dat het dictaat wel wat droogjes is en dat veel van wat Spath uitlegt op hetzelfde neerkomt. Ze zet uiteen dat een zaak pas in eigendom kan worden overgedragen als de zaak voor overdracht vatbaar is, de vervreemder over de zaak mag beschikken, de titel die aan de overdracht ten grondslag ligt geldig is en er een geldige leveringshandeling heeft plaatsgevonden. Ingewikkelde juridische terminologie, maar gelukkig verduidelijkt Spath de vereisten met alledaagse voorbeelden. Als de aandacht verslapt, verschijnt er een grote sudoku op het scherm. Direct verandert het verveelde gefluister in enthousiast geroezemoes. ‘Als het om overdracht gaat, moet je denken aan een sudoku’, stelt Spath. ‘Pas als aan alle voorwaarden is voldaan, klopt het antwoord. Zo rechtlijnig moet u denken.’ Na de pauze, die op de minuut af op tijd is begonnen en geëindigd, vertelt Spath fanatiek verder over de overdraagbaarheid van een aantal ‘uitzonderingszaken’ waaronder een pistool, een ‘ketting die te bling is’ en een oude nep-iPod. Vooral met het verhaal over het pistool

heeft ze de aandacht van de hele zaal, zeker wanneer ze vertelt dat ze vroeger zelf ook een kluis vol wapens op zolder had. Deze waren oorspronkelijk van haar vader, maar konden niet worden overgedragen. ‘Als aan één van de voorwaarden niet is voldaan, gaat het niet door, net als bij een sudoku!’, glundert ze. Dan vraagt ze aan de zaal of iedereen met zijn telefoon wil stemmen over de vraag of zij de Eiffeltoren of Het meisje met de Parel van Vermeer mag verkopen. De studenten pakken hun mobieltjes er gretig bij. Ongeduldig wacht Spath tot de laatste stemmen binnendruppelen en onthult ze dat tweederde van de pupillen niet in de instinker is getrapt. Verkopen van de kunstobjecten mag grappig genoeg wel, alleen de eigendom ervan kan niet worden overgedragen. Mevrouw Spath weet in elk geval wel hoe ze kennis moet overdragen, en het college eindigt, precies op tijd, in applaus.

Het Laatste Oordeel der Studenten De studenten vinden mevrouw Spath het schoolvoorbeeld van een goede docent; ‘enthousiast’, ‘boeiend’ en ‘humorvol’ zijn veruit de populairste termen om de jurist te omschrijven. Een student bestempelt haar zelfs als ‘episch’. Sommigen dwalen tijdens het college af naar de politieke actualiteit (‘Mr Trump’) of de huishoudelijke klusjes. Desondanks zijn de enige verbeterpuntjes meer grapjes maken en iets langzamer uitleggen. Al met al zijn de studenten blij met een docent die boeiend kan praten over iets dat niet heel boeiend is. ANS


Tekst: Noor de Kort en Dennis van der Pligt/ Foto’s: Flip Franssen, Regionaal Archief Nijmegen Daar in dat kleine café P. 9

daar in dat kleine café De kroegen waar jij borrelt met vrienden of danst op de bar maken al jaar en dag deel uit van het Nijmeegse straatbeeld. Op sommige plekken wordt zelfs al eeuwenlang bier geschonken. ANS ging op stap en dook in de geschiedenis van twee bekende Nijmeegse cafés. Kroegen vervullen als sociale ontmoetingsplek een centrale rol in de sfeer van de stad. Vandaag de dag zetten studenten de toon in Nijmegen, die na een avond op het terras dansend een nacht doorhalen. Studentencafés, terrassen en lange openingstijden: zaken die nu heel normaal lijken, maar pas in de jaren zeventig opkwamen. Ton Lenting, voormalig eigenaar van onder meer Café de Stoof, tegenwoordig Café Sjors en Sjimmie, vertelt met trots dat hij de eerste was met een terras op het Koningsplein: ‘Ik weet nog dat de toenmalig wethouder van Economische Zaken mij aanvankelijk geen vergunning wilde geven om daar een terras te openen, want wie gaat er nu midden op een kaal plein zitten? Tegenwoordig is het hele Koningsplein net een kroeg.’ Gert de Graaf, eigenaar van Café In de Blaauwe Hand, herinnert zich dat stamgasten langzaam plaats maakten voor een breder publiek. Naast mannen bezocht ook het vrouwelijk schoon steeds vaker cafés. ‘Eerst was er alleen een urinoir aan de overkant van het café.’ Blijven hangen tot zonsopkomst is ook iets van de laatste decennia. ‘Als een kroeg een keer een uurtje later wilde sluiten, moest de eigenaar een sticker op het raam plakken’, vertelt Lenting. ‘Agenten in witte Golfjes kwamen dit controleren.’ Horecabedrijven zijn in een relatief korte periode behoorlijk veranderd. Daarmee vormden ze door de jaren heen het karakter van Nijmegen. Sommige cafés kennen een bijzonder verhaal. ANS ging op kroegentocht langs Café De Plak en Café In de Blaauwe Hand en dook in hun kleurrijke geschiedenis. Strijd om een kroeg De recent gebouwde parkeergarage onder Plein 1944 is misschien het grootste officieuze monument dat doet denken aan de Piersonrellen: de volksopstand in 1981 die de hoogtepunt was van de Zeigelhofaffaire. Al vanaf het einde van de jaren 60 waren er plannen voor een

garage in het centrum van de stad. De bouw daarvan zou de sloop van onder meer een aantal gekraakte woningen betekenen. Wegens een tekort aan betaalbare huurhuizen schoot dit project echter in het verkeerde keelgat bij woningzoekenden, hun sympathisanten, krakers van de Piersonstraat en bewoners van de Karrengas en het Zeigelhof. Tijdens deze onrustige periode werd in 1976 Café De Plak opgericht door twee zwagers. Het was de ‘eerste homobar van Nijmegen, waar homo’s mochten dansen met de gordijnen open’, aldus Ruben van den Hurk, lid van


Daar dat kleine café Leef, in woon, werk, feest... met ANS P. P. 10 10

het collectief dat het café runt. ‘Bij De Plak willen we sociale structuren doorbreken die mensen onvrij maken’, vervolgt hij. De stamgasten van de ‘asotent’ die eerder op de plek van De Plak zat, voelden zich niet meer thuis in het nieuwe café. ‘Vlak na de oprichting sloegen ze de boel hier kort en klein onder het mom van “wat doen al die homo’s in onze kroeg?”.’ Van den Hurk vervolgt dat De Plak deze vandalen daarna buiten probeerde te houden. ‘Dit gebeurde op een pacifistische manier, bijvoorbeeld door Édith Piaf te draaien.’ Vanwege de ligging aan de Bloemerstraat kwam het café terecht in de Piersonrellen en daardoor ook in politiek vaarwater. De Plak bleef open tijdens de rellen, want de eigenzinnige medewerkers negeerden het gebod van de autoriteiten dat ze dicht moesten. Voordat de Mobiele Eenheid (ME) en Marechaussee kwamen om de opstandelingen te verdrijven, koos De Plak geen kant, of eerder ieders kant. ‘De Plak gaf soep aan demonstranten, en agenten die in de kou stonden kregen een beker chocomel.’ Neutraal blijven werd moeilijk toen de ME en militairen met tankdozers ook tegen geweldloos verzet hard optraden. ‘De Plak kwam toen aan de kant van de demonstranten te staan en het personeel behandelde bijvoorbeeld de wonden van de krakers.’ De gekraakte woningen werden uiteindelijk toch gesloopt, maar de komst van een parkeergarage liet nog

lang op zich wachten. ‘De bevolking zou hem steen voor steen afbreken’, sprak een raadslid toentertijd. ‘Door de rellen was De Plak zich bewust geworden van zijn linkse, politieke kleur’, meent Van den Hurk. Het collectief, dat de ene eigenaar uitkocht en de andere opnam in zijn gelederen, begon zich naast homoseksuelen in te zetten voor andere minderheden. Arbeidsmigranten waren welkom in De Plak, vluchtelingen kregen te eten en zelfs pedofielen konden in het café over hun probleem praten.

Vanwege de ligging aan de Bloemerstraat kwam het café terecht in de Piersonrellen. Nog steeds zet De Plak zich in voor minderheden. Toen in Nijmegen de noodopvanglocatie Heumensoord was gevestigd, mochten bijvoorbeeld elke zondag dertig vluchtelingen gratis komen eten. Het café organiseerde daarnaast een feest voor alle LHBT-vluchtelingen uit Nederland. De deur staat dus voor iedereen open, stelt Van den Hurk. ‘Laatst zei een zoontje tegen zijn vader: “Papa, kijk dan, je mag hier gewoon jezelf zijn.”’


infeest... dat kleine Leef, woon,Daar werk, met café ANS P.P.11 11

Met blaauwe handen aan het bier Weggestopt achter de Waagh ligt Café In de Blaauwe Hand, dat met trots claimt het oudste café van Nijmegen te zijn. Bezoekers zijn vaak in de veronderstelling dat het café er al eeuwen zo uitziet, vertelt eigenaar Gert de Graaf. ‘Dat is natuurlijk niet zo. Door de eeuwen heen zijn er veel verbouwingen geweest.’ De Graaf nam in 1994 het café over, dat volgens historische bronnen al sinds 1542 bestaat. Het gebouw waarin de kroeg zich bevindt, is zelfs nog veel ouder. Omstreeks 1320 werd op de plek van het café namelijk een grote lakenhal gebouwd. De pilaren in de muur stammen ook uit die periode. De Graaf legt uit dat alle cafés en winkels tot aan de Stikke Hezelstraat samen deze hal vormden. De weverij zat op de eerste etage van het lange, smalle gebouw, net als de ververij. Als de stoffen eenmaal waren gewoven en geverfd, werden ze op de begane grond verkocht. De plek waar nu de bar met tap staat, was in die tijd dan ook een verhandelplaats: een open ruimte met arcades. Door de afname van de vraag naar laken, verloor de verhandelplaats zijn functie. De begane grond werd daarom rond 1542 dichtgemaakt en opgedeeld in werkplaatsjes en winkeltjes. De Graaf vertelt dat dit jaar als het beginjaar van het café wordt aangehouden. Op de plek waar de kroeg zich nu bevindt, werd voor de lakenververs toen namelijk een kantine ingericht. De naam ‘In de Blaauwe Hand’ vindt hier zijn oorsprong, aldus De Graaf. ‘De lakenververs kon je herkennen aan

hun blauwe handen, want er werd meestal met indigo geverfd. Deze kleur was makkelijk te verkrijgen en bovendien gewild: blauw gold als kleur van de adel. Ondertussen was de eerste etage van de lakenhal nog steeds één ruimte, waar naast het weven en verven regelmatig feesten werden georganiseerd. ‘In het weekend werd de boel blijkbaar aan de kant geschoven’, lacht De Graaf. Hij vervolgt dat op 9 februari 1546 bijvoorbeeld een groot feest werd gehouden ter ere van het bezoek van keizer Karel V aan Nijmegen. ‘In de gewelfkelders hieronder werden toen enorme hoeveelheden bier en eten verzameld.’ De ruimte is sindsdien waarschijnlijk altijd een café gebleven. Dit is echter niet met volledige zekerheid te zeggen, legt De Graaf uit. ‘In 1944 is een groot deel van het Nijmeegs archief afgebrand. De 18e- en 19e-eeuwse geschiedenis van dit pand is daardoor bijna helemaal verdwenen.’ Wel is duidelijk dat de huidige naam van het café lange tijd slechts een bijnaam was. De organisatiedrift tijdens de Franse overheersing leidde er echter toe dat elk pand een nummer of een naam kreeg, zo ook het gebouw van Café In de Blaauwe Hand. ‘In 1797 werd hier een naamsteen in de gevel gezet, met ‘De Blaauwe Hand’, vertelt de eigenaar. Het café zelf kreeg uiteindelijk pas in 1953 officieel de naam ‘In de Blaauwe Hand’. Hoewel de zaak al lang niet meer in originele staat verkeert, is en blijft het ‘het oudste café van Nijmegen’. Het oude imago moet volgens De Graaf in stand worden gehouden, maar de kroeg wil ook met een aantal zaken vooroplopen, zoals het bieraanbod. ‘We proberen op een moderne manier het klassiek imago erin te houden.’ Natuurlijk wordt het onderscheidende kenmerk van het café ook uitgebuit. ‘Andere kroegen kunnen ons wat dat betreft niet inhalen’, grapt De Graaf. ANS


Interview Roy Santiago Tekst: Tijs Sikma/ Foto’s: Simone Both P. 12

Universitaire Studentenraad NU!Medezeggenschap Wil jij op de hoogte blijven van de bezigheden van de USR? Houd dan NU!Medezeggenschap in de gaten! Like ons op Facebook, volg ons op Twitter en neem eens een kijkje op onze website. Heb je tips of opmerkingen? Loop gerust even langs bij de USR kamer (TvA 3) of stuur een mail naar usr@ru.nl. Website: www.numedezeggenschap.nl Twitter: @NUMedezeggsch Facebook: www.facebook.com/NUmedezeggenschap E-mail: usr@ru.nl

Hoi studerend Nijmegen,

De dagen worden steeds langer en de temperatuur neemt langzaamaan toe. Voor ons is dit ook fijn want dan hoeven we, na onze vergaderingen, niet in het donker en door de kou naar huis. Aangezien wij niks te zeggen hebben over het weer, zijn hier alvast wat vorderingen vanuit ons waar we wel wat mee konden doen. In de eerste cyclus van 2017 hebben wij het College van Bestuur proberen te overtuigen van de voordelen en de noodzaak van de mogelijkheid tot flexibel studeren. Met succes, want komende periode mag de USR met de rector om tafel over de invulling van een Radboud flexibel studeren pilot. Het doel is om studenten die nevenactiviteiten hebben zoals topsport, mantelzorg, ondernemen of studentbesturen flexibel kunnen studeren. Ook zet de USR komende cyclus in op een pilotenopleiding; het is immers vreemd dat de Radboud zo’n fan is van pilots, maar deze opleiding niet aanbiedt.

De avond van donderdag 2 en de nacht van vrijdag 3 maart vindt de Campusnacht 2017 plaats op de Radboud Universiteit! Deze nacht wordt jaarlijks georganiseerd op initiatief van de Universitaire Studentenraad in samenwerking met een grote verscheidenheid studentenorganisaties om de veelzijdigheid van het Nijmeegse verenigingsleven te benadrukken en om het campusgevoel op onze universiteit te verstevigen. Qua activiteiten staat nu al op het programma: een Disney marathon, weerwolven in de Sky Lounge, karaoke in het Cultuurcafé, marshmallows roosteren op het Pieter Bondamplein en een paaldanscursus in De Refter. Bijzijn = meemaken! Van 8 tot en met 15 maart vindt de goede doelenweek RAGweek plaats. Niet alleen staat de USR dit jaar te shinen op de jaarlijkse ‘sexy met stijl’ RAGweekkalender, maar ook zullen we dit jaar op donderdag 9 maart langs alle verenigingskamers gaan om lang verloren borden van De Refter, de vaste leverancier van studentenservies, te verzamelen. Dus

(Advertentie)

help ons een klein beetje en stapel het servies alvast op. Kijk vooral op ook de website van de RAGweek Nijmegen wat voor schittermagische activiteiten er door de verschillende verenigingen georganiseerd worden. Het belooft een mooie week te worden! Daarnaast hebben wij onze website http://www.numedezeggenschap.nl/ stevig onder handen genomen. Neem dus vooral een kijkje, want naast Facebook, gaan wij deze website voortaan intensief gebruiken voor het naar buiten brengen van informatie over wat er speelt, wat wij doen en wat wij organiseren! Dit was het weer voor deze keer. Zoals eerder benoemd, begint het buiten steeds warmer te worden, desondanks kun je voor een warm onthaal natuurlijk nog altijd bij ons binnen stappen. Zeker als er zaken spelen waarvan wij moeten weten! De komende maanden zitten wij nog gewoon op onze vaste plek in TvA 3 en mailtjes naar usr@ru.nl checken wij ook nog steeds iedere dag.


tussen de grijze muizen Lijsttrekker van Partij voor de Dieren Marianne Thieme probeert zich al tien jaar te onderscheiden in de Tweede Kamer. Door vast te houden aan haar idealen wil ze een ander geluid laten horen. ‘Alle andere politieke partijen zijn grijstinten van D66.’


Tussen de grijze muizen Tekst: Wout Zerner/ Foto’s: Ted van Aanholt P. 14

De Partij voor de Dieren (PvdD) heeft zich ontwikkeld tot een luis in de pels van de grote partijen. ‘In de Kamer is veel haantjesgedrag: je ziet al die mannetjes van de andere partijen over elkaar heen vallen om hetzelfde te zeggen.’ Door authentiek te blijven probeert Marianne Thieme, lijsttrekker van de PvdD, zich te onderscheiden van de andere lijsttrekkers. ‘De Kamer is door het gedrag van die mannetjes soms net een apenrots, al kunnen we daar als PvdD natuurlijk niets op tegen hebben’, voegt Thieme lachend toe. In 2002 richtte Thieme, samen met andere dierenbeschermers, de Partij voor de Dieren op. Vier jaar na de oprichting, bemachtigde de PvdD voor het eerst zetels in de Tweede Kamer. Sindsdien is de partij uitgegroeid tot een stabiele factor in het parlement. Door de eigen manier van profileren probeert de PvdD haar eigen idealen te verwezenlijken. Thiemes vaste slagzin aan het eind van iedere redevoering is hier een typisch voorbeeld van: ‘Voorts ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.’ Aan de vooravond van de Tweede Kamerverkiezingen sprak ANS met Thieme over de standpunten de PvdD en hun rol in het parlement. ‘Als kleine partij zijn wij vaak de smaakmaker.’ Wat is er veranderd aan de standpunten van de partij ten opzichte van vier jaar geleden? ‘Aan onze standpunten is niets veranderd, maar aan onze insteek wel. Door de verschillende crises, zoals de economische crisis en de klimaatcrisis, hebben we meer kans gekregen om onze visie te geven op de samenleving. In eerste instantie denk je bij de Partij voor de Dieren aan groene onderwerpen. Dat dieren worden uitgebuit en de natuur verdwijnt zijn echter

gevolgen van de manier waarop wij de samenleving hebben georganiseerd.’ Is de PvdD een one-issuepartij? ‘Wanneer je niet verder kijkt dan de naam van de partij lang is, zou je kunnen concluderen dat de PvdD een one-issuepartij is. Andere politieke partijen zijn echter de echte one-issuepartijen. Zij denken alleen aan de kortetermijnbelangen van een bepaalde groep mensen. Zo zijn er partijen voor de rijken, de armen en de ouderen. De andere partijen vertegenwoordigen allemaal deelbelangen van mensen. Dit mens-centrale denken is het one-issuedenken waartegen wij ageren.’ Mogen mensen dan niet voor hun eigen belangen opkomen? ‘Jawel, maar je moet problemen integraal bekijken. De planeet moet centraal worden gesteld, zodat er op een andere manier naar de eigen belangen wordt gekeken. Deze manier van kijken zorgt ervoor dat de beslissingen die je maakt niet schadelijk zijn voor anderen. Je eigen deelbelang kan dan ondergeschikt zijn aan de belangen van de maatschappij. Een voorbeeld van het mens-centrale kortetermijndenken zijn de gepensioneerden die zich verzetten tegen het verlagen van hun pensioen, terwijl de nieuwe generatie misschien helemaal geen pensioen meer krijgt. Wij proberen tegenwicht te bieden tegen dit beperkte denken.’ Denkt u dat de naam van de partij mensen afschrikt, ondanks de achterliggende boodschap? ‘Bij de oprichting van de partij dacht iedereen dat wij nooit in


Tussen de grijze muizen P. 15 Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 15

de Tweede Kamer zouden komen. Als het ons toch zou lukken, ging iedereen ervan uit dat we ook zo weer weg zouden zijn. Toch hebben wij het voor elkaar gekregen dat steeds meer mensen zich aangetrokken voelen tot de Partij voor de Dieren. Mensen kijken dus verder dan de naam van de partij, net zoals mensen niet meer denken dat de Partij van de Arbeid alleen maar over arbeid gaat. Ik denk dat er ook maar weinig mensen zijn die iets hebben met het getal 66. Geen enkele partij heeft het hele programma in zijn naam staan, maar ik ben mij ervan bewust dat de voordeur smal is.’ U ziet die smalle voordeur niet als een probleem? ‘Nee, ik ben er juist van overtuigd dat het een succesfactor is geweest waardoor wij in de Kamer zijn gekomen. Alle andere politieke partijen zijn grijstinten van D66. Mensen zien helemaal geen verschillen. Wat is het verschil tussen D66 en de SGP als ze allebei een gedoogpartner van dezelfde regering kunnen zijn? Door de eenheid van de partijen is onze samenleving vastgelopen. Het specifieke profiel en de naam van onze partij zorgen ervoor dat wij veel emoties oproepen; mensen vinden een partij voor dieren ‘idioot’ of juist ‘geweldig’. Deze sentimenten zijn nodig om die vastgelopen samenleving weer op gang te krijgen. Onze naam heeft dus ook een opvoedkundige functie.’ Is het kleine aantal zetels een nadeel? ‘Het is ouderwets om te denken dat invloed of macht afhangt van het aantal zetels. In de huidige politiek zie je dat alle middenpartijen op elkaar lijken. Ze denken op dezelfde manier. Daarbij vormen ze ook vaak coalities die zijn gestoeld op compromissen. Hun idealen worden hierdoor echter niet verwezenlijkt. Als kleine partij zijn wij vaak de smaakmaker. Ondanks het beperkte aantal zetels hebben we buitenproportioneel veel invloed. We kunnen net de doorslaggevende stem zijn. Door vast te houden aan onze idealen en ervoor te zorgen dat de coalitiepartijen ons nodig hebben voor een meerderheid, hebben we veel macht.’ Zou u zelf dan niet in de coalitie willen? ‘Jawel, maar het is niet reëel dat wij dit zullen initiëren. Wij zullen niet de allergrootste worden. De andere partijen zullen naar ons toe komen, als ze er eerst met elkaar niet uit zijn gekomen. Dan hebben wij nog wel wat idealen te verwezenlijken, zeker als het gaat om dierenwelzijn, natuur, en milieu. Deze onderwerpen zijn voor veel partijen ondergeschoven kindjes, dus daar valt veel te winnen.’ Op wat voor manier brengen jullie de groene onderwerpen toch onder de aandacht? ‘Door onze expressieve manier van politiek bedrijven stellen wij misstanden op een niet-traditionele manier aan de kaak. Wij zijn compromisloos in het debat en gaan er hard in. Andere partijen gaan altijd op zoek naar een compromis. Onze aanpak zorgt ervoor dat de partijen langzaam onze richting opschuiven. Toen wij in de Tweede Kamer spraken over de vleestaks was de Kamer te klein. Het idee zorgde voor veel emoties. Een paar maanden later zie je dat andere partijen er

ook over beginnen. Wij brengen onderwerpen die taboe zijn op de politieke agenda. Daarom stuiten wij op zoveel weerstand als wij het voorstel indienen. Het duurt vaak even voordat het besef ook bij de andere partijen is doorgedrongen. Is de Partij voor de Dieren daarin uniek in de Kamer? ‘Ja, wij maken veel gebruik van buitenparlementaire instrumenten. Voorbeelden daarvan zijn onze documentaires over de effecten van vleesconsumptie op het klimaat. Dit soort middelen gebruikt geen enkele andere partij. Toen de staatssecretaris in het kader van bezuinigen veel natuurgebieden wilde verkopen, hebben wij een crowdfundingactie opgezet om veel van die natuurgebieden te kopen. Veel mensen schaarden zich als verzetsdaad achter de Partij voor de Dieren. Hierdoor stopte de staatssecretaris de uitverkoop van natuur. We zijn daardoor overigens de enige politieke partij in de wereld met een eigen natuurgebied.’

‘Het is ouderwets te denken dat invloed of macht afhangt van het aantal zetels.’ Hoe komt het dat jullie de enige zijn met deze aanpak? ‘Ik denk dat het bij veel partijen vooral aan verbeeldingskracht ontbreekt. Ze denken niet in mogelijkheden, maar vooral in beperkingen. Het idee heerst dat we door moeten gaan met de marktwerking, grootschaligheid en groei. Als er meer wordt geconsumeerd en geproduceerd, komt volgens hen alles goed. Het geloof dat alles toch wel goedkomt is ook de reden dat de andere partijen zo saai zijn en weinig aan de wereld veranderen. Een kleine partij kan heel groot worden met creativiteit, maar dat gebeurt op dit moment niet.’ Het CDA stelt een kiesdrempel van 2 procent van de stemmen voor, waardoor de opkomst van nieuwe, kleine partijen onder druk komt te staan. Hoe kijkt u aan tegen dit voorstel van het CDA? ‘Het voorstel om een kiesdrempel in te voeren laat zien hoe wanhopig de traditionele partijen zijn. Ze verdedigen vooral hun eigen belangen, terwijl ze zelf ook diep in hun hart weten dat ze steeds minder legitimiteit hebben. Deze partijen hebben nog maar driehonderdduizend leden, een kwart van wat het ooit is geweest. Hiervan is maar een klein aantal actief binnen de partijen en zij verdelen onderling de baantjes. Deze elite zorgt ervoor dat er een kloof ontstaat tussen het publiek en de politici. Het invoeren van een kiesdrempel is een uitholling van de democratie. Het overhevelen van zoveel mogelijke zaken naar Europa is hier ook een voorbeeld van. De burger mag het beleid niet meer bepalen. De nieuwe politieke partijen zouden de stabiliteit van het land in gevaar brengen, maar dat doen juist de traditionele partijen. In de peiling staan wij trouwens op zes zetels, dus ik maak mij er geen zorgen over.’ ANS


www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon P. 16


Illustratie: Dennis van der Pligt Ans deze maand P. 17


Universitaire uitdagingen Tekst: Vince Decates en Wout Zerner/ Illustraties: Anne Rombouts P. 18

Universitaire uitdagingen De universiteit als instituut staat onder druk. Het is niet zeker of de universiteit 2040 haalt in haar huidige vorm. Om ook in de toekomst relevant te blijven moeten er veranderingen worden doorgevoerd. Voor welke uitdagingen staat de universiteit? Het voortbestaan van de universiteit is voor veel studenten een vanzelfsprekendheid. Al honderden jaren is zij tekenend voor het onderwijsklimaat in Nederland. Binnen de top van de universiteiten in Nederland is echter niet iedereen van dit voortbestaan overtuigd. Bert van der Zwaan, rector magnificus van Universiteit Utrecht (UU), publiceerde onlangs het boek Haalt de universiteit 2040: Een Europees perspectief op wereldwijde kansen en bedreigingen. In het boek stelt Van der Zwaan belangrijke vragen over de toekomst van de universiteit. Hij vreest dat zij een deel van haar relevantie gaat verliezen als er geen veranderingen worden doorgevoerd. Door deze publicatie is de discussie over de toekomst van de universiteit tot in de Tweede Kamer opgelaaid. Het debat spitst zich onder andere toe op de thema’s: financiering van het onderwijs, het toelaten van een beperkt aantal studenten, het curriculum van de toekomst en de digitalisering. ANS keek in de glazen bol en vroeg enkele kopstukken uit de universitaire wereld om hun kijk op deze vier vraagstukken te geven. It’s all about the money Van der Zwaan waarschuwt in zijn boek dat er steeds minder geld vanuit de overheid naar de universiteiten stroomt, waardoor private investeringen in het onderwijs toenemen. De overheid trekt zich steeds meer terug. Bovendien neemt het aantal studenten toe, waardoor de overheid per student een kleiner budget beschikbaar stelt dan voorheen. Een risico van een particulier systeem is volgens Van der Zwaan dat studeren steeds meer iets voor de rijken kan worden, omdat het collegegeld significant omhoog gaat. Een ander gevaar van particuliere investeringen is dat de onafhankelijkheid van het instituut in het geding komt. Han van Krieken, rector magnificus van de Radboud Universiteit, onderschrijft dit: ‘Wanneer een universiteit afhankelijk is van private investeringen, bestaat de kans dat een deel van de invulling van het programma aan geldschieters wordt overgelaten. Dat zou een slechte gang van zaken zijn. De overheid moet blijven investeren in onderwijs en onder-

zoek en daarmee in de toekomst van ons land.’ Niet iedereen ondersteunt de visie van de twee rectores magnifici. Dat de private investeringen toenemen staat vast. Over teruglopende overheidssubsidies heeft Barend van der Meulen, hoofd onderzoek aan het Rathenau Instituut, dat politieke en publieke meningsvorming over wetenschap stimuleert, echter zijn bedenkingen. ‘Het geld dat de overheid overhoudt door het leenstelsel komt nog steeds bij de universiteiten terecht. De overheid investeert dus nog steeds veel in het hoger onderwijs.’

‘We moeten niet bang zijn om te praten over beperking van de toegang.’ Selectie aan de poort Het huidige onderwijsstelsel gaat gebukt onder een te hoog aantal universitaire studenten, stelt Van der Zwaan vast. Sommige universiteiten hanteren daarom een selectiesysteem om zich hiertegen te wapenen. Vooral bij studies als Geneeskunde en Psychologie is hiervan sprake. Volgens Van der Zwaan is deze selectie niet direct een probleem. ‘We moeten niet bang zijn om te praten over beperking van de toegang. Als je overgaat op selectie, krijgt talent voorrang.’ Karl Dittrich, voorzitter van de Vereniging van Universiteiten, schaart zich achter de rector magnificus van de UU. ‘Het publieke stelsel moet toegankelijk blijven voor iedereen, maar het is zinvol om te debatteren over de vraag of elke student ook op alle onderwijsinstellingen moet worden toegelaten.’ Hij vervolgt dat selectie een positief effect kan hebben. ‘Door te selecteren krijg je een gedifferentieerd aanbod van onderwijsinstellingen, wat de kwaliteit van het onderwijs ten goede komt.’ Van Krieken is tegen selectie omdat bestaande selectie-instrumenten niet noodzakelij-


Universitaire uitdagingen P. 19

sche basisvaardigheden worden aangeleerd. Bedrijven zijn bij afgestudeerde studenten vooral op zoek naar die basisvaardigheden. De specifieke werkzaamheden van een bedrijf worden later aangeleerd. Een universiteit moet echter niet aan bedrijven vragen over welke vaardigheden studenten moeten beschikken. Ik denk dat wij dat als universiteit zelf beter weten.’ Dittrich sluit zich bij Van Krieken aan. ‘De universiteiten moeten goed naar de arbeidsmarkt kijken, maar de invloed daarvan mag niet doorslaggevend zijn. De instellingen zijn verantwoordelijk voor hun eigen curriculum.’ De focus op de arbeidsmarkt verschilt op dit moment sterk per opleiding. Zeker de opleidingen met een duidelijk beroepsperspectief, zoals Geneeskunde, besteden meer aandacht aan de carrière na het studeren. Andere studies die recent zijn gegroeid in studentenaantal worstelen hier volgens Van der Meulen nog mee. ‘Aan de universiteit zullen altijd studierichtingen zijn die meer studenten in een gebied opleiden dan de maatschappij strikt nodig heeft. Deze opleidingen moeten zich afvragen of ze de studenten wel de juiste competenties en vaardigheden aanleren om op de arbeidsmarkt ook buiten de kaders van de opleiding uit de voeten te kunnen.’ Een grotere focus op de arbeidsmarkt is een belangrijke manier om deze studenten toch een reële baankans te garanderen. kerwijs de juiste studenten selecteren. Toch ziet ook hij in dat het noodzakelijk kan zijn om in sommige gevallen te selecteren. ‘We moeten vanuit het arbeidsmarktperspectief bijvoorbeeld goed nadenken of er wel zoveel psychologen nodig zijn in de maatschappij. Daarnaast zijn bij medische studies dure apparaten nodig waardoor er maar een beperkt aantal studenten kan worden opgeleid.’ Curriculum van de toekomst Alle studenten moeten over de juiste academische competenties beschikken, schrijft Van der Zwaan in zijn boek. De universiteit van morgen moet nadenken over hoe deze terugkomen in haar onderwijsprogramma. De universiteit onderscheidt zich door academische vaardigheden van het hbo. De vaardigheden zijn daarmee onderdeel van haar bestaansrecht. Volgens de rector magnificus van de UU is er momenteel nog niet genoeg aandacht voor dergelijke vaardigheden. ‘Het curriculum is te veel gericht op het verwerven van vakkennis. Ik pleit daarom ook voor een verbreding van het eerste jaar van de bachelor, waarin meer academische vaardigheden worden aangeleerd.’ Van der Zwaan vindt daarnaast dat er aandacht moet zijn voor arbeidsmarktoriëntatie. ‘Wij moeten studenten voorbereiden op de flexibiliteit die de arbeidsmarkt van ze vraagt. Een samenwerking met bedrijven kan zeker interessant zijn, maar de studenten hoeven niet worden opgeleid voor een specifiek beroep.’ Het debat over het curriculum richt zich op de vraag welke accenten er binnen de opleiding moeten worden gelegd. Moet het accent op de academische vaardigheden liggen of juist op de arbeidsmarktoriëntatie? Volgens Van Krieken moet de rol voor de arbeidsmarktoriëntatie een stuk kleiner zijn. ‘In de bachelor moeten academi-

Interactie als basis Naast de invulling van het curriculum is ook de manier van studeren aan verandering onderhevig. De digitalisering van de universiteit heeft een snelle opmars gemaakt, schetst Van der Zwaan in zijn boek. Steeds meer colleges worden opgenomen en komen online beschikbaar, zodat studenten hun tijd flexibeler kunnen indelen. Achter de toenemende digitalisering schuilt echter ook een groot gevaar. ‘Het contact tussen studenten en docenten vormt de kern van ons onderwijs en moet daarom behouden blijven’, stelt Dittrich. Van Krieken signaleert hetzelfde. ‘Leren begint uiteindelijk toch bij interactie tussen mensen. Formeel leren, dus onder begeleiding van een docent, is voor het overgrote deel van de studenten de beste methode om zich de stof eigen te maken. Ik denk dat deze methode nog lang blijft bestaan en dat digitalisering vooral als ondersteuning voor het onderwijs aan de campus zal dienen.’ Van der Zwaan eindigt zijn boek met de hoopvolle conclusie dat de universiteit 2040 wel degelijk gaat halen. Dit kan echter niet in haar huidige vorm, dus zullen er veranderingen moeten worden doorgevoerd. Voordat deze in werking kunnen treden moet er debat zijn over de universiteit en haar toekomst. Op de vraag hoe de uitdagingen moeten worden aangepakt, valt geen eenduidig antwoord te geven. De universiteiten moeten nadenken over de kwesties rondom financiering, selectie, curriculum en digitalisering. Anders wordt Van der Zwaans waarschuwing werkelijkheid en zal de universiteit in 2040 niet meer zo vanzelfsprekend zijn als zij nu is. ANS


Tekst en foto’s: Chiel Nijhuis/ Illustraties: Joost Dekkers De Graadmeter P. 21

De graadmeter In De Graadmeter zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: Schaften na college

Waar: Het Gerecht Wat: Kipfilet met met kerriesaus (5,-) Voldoening: Gerecht blijft in gebreke Als je de marmeren balzaal van het Grotiusgebouw binnenstapt verwacht je dat in Het Gerecht niets minder dan chateaubriand met bearnaisesaus op het menu staat. Helaas moet de fine fleur van de Nijmeegse studenten het stellen met opgebakken kipfilet, geserveerd in een flinke plas stroperige kerriesaus. Dat de aardappelen in de oven zijn klaargemaakt, zoals op het menu monter wordt verkondigd, is een kille leugen: De piepers druipen van het vet. Deze maaltijd had je ook zelf kunnen bereiden, maar dan stukken beter. De kipfilet is daarentegen een pluspuntje. Eenmaal ontdaan van de weeïge kerriesaus is de opgebakken kip goed naar binnen te werken. Deze hap is het geld zeker niet waard. I’LL SEE YOU IN COURT!

Waar: De Subway Wat: Sandwich met beef (3,85) Voldoening: Geen Zin in een snelle hap? Dan zou je bij de Subway aan het juiste adres moeten zijn. Helaas is het pluis dat je ’s ochtends uit je navel haalt voedzamer. Aan het halfwarme broodje met slappe sla en uitgedroogd vlees zit nauwelijks smaak. Het hondenvoer dat bij de Subway voor beef doorgaat, is amper geschikt voor menselijke consumptie. Een flinke hoeveelheid saus is dus noodzakelijk om dit gedrocht enigszins door je strot te krijgen. Gelukkig is het broodje na drie happen weg. Dat je bij de Subway nul waar voor je geld krijgt, is even slikken, maar het was te verwachten dat een restaurant in een tankstation niet veel voorstelt. Deze schrale maaltijd voldoet in zijn geheel niet; midden in de nacht sta je weer een omelet te bakken.

Benieuwd naar meer opties om te schaften na college? Kijk op ANS-Online.nl

Waar: Restaurant RadboudUMC Wat: Andijviestamppot met worst (3,80) Voldoening: Zeker niet misselijk De naam van het restaurant in gebouw A van het UMC blinkt niet uit in creativiteit, maar dat is snel vergeven als je ziet waar de koks toe in staat zijn. Op de kwak stamppot die ze hier voor een scherpe prijs aanbieden, valt namelijk weinig aan te merken. Tja, in de stamppot zit meer aardappel dan andijvie, maar gezien de prijs kun je dit het restaurant niet aanrekenen. Het geheel is ook wat flauw van smaak, maar dat in een ziekenhuis natriumarm wordt gekookt ligt voor de hand. Gelukkig kun je de maaltijd zelf op smaak brengen met wat tafelzout. Mocht de Hollandse kost je toch tegenvallen, dan maakt de rookworst veel goed; deze is sappig en verrassend vol van smaak. Zelfs als deze stamppot rectaal bij je wordt ingebracht, is het genieten. ANS


aan de buis gekluisterd De rubriek ZAP van televisierecensent Hans Beerekamp is een van de best gelezen stukken in het NRC Handelsblad. Dagelijks is hij voor zijn lezers een gids, in een landschap dat voor velen van hen steeds vreemder wordt. ‘Lezers hoeven het niet altijd met je eens te zijn, maar ze moeten je oordeel wel kunnen vertrouwen.’


Tekst: Chiel Nijhuis/ Foto’s: Tom Plaum Aan de buis gekluisterd P. 23

In de enigszins rommelige Amsterdamse bovenwoning nemen een comfortabele fauteuil en een televisie van een jaloersmakend formaat een centrale plaats in. Dat is geen overbodige luxe, want als televisierecensent voor het NRC Handelsblad kijkt Hans Beerekamp dagelijks tussen de tien en twaalf uur televisie. ‘Daar heb ik op een gegeven moment toch maar in geïnvesteerd’, lacht hij, ‘anders is dit werk niet vol te houden.’ Een wandbrede stellage gevuld met DVD’s van de meest uiteenlopende genres herinnert aan het begin van Beerekamps carrière toen hij nog films recenseerde. Eerst werkte hij bij dagblad De Waarheid, van de Communistische Partij Nederland, daarna bij het NRC. Na bijna twintig jaar films te hebben gerecenseerd, stapte Beerekamp op verzoek van de hoofdredactie van het NRC in 2003 over op televisie. ‘De moord op Pim Fortuyn zorgde ervoor dat de beeldvorming op tv veranderde. Dat vond ik interessant, dus ben ik ingegaan op het verzoek van de hoofdredactie, onder de voorwaarde dat ik na anderhalf jaar weer over films mocht schrijven.’ Hij kan er nu om lachen, maar veertien jaar later uit Beerekamp nog steeds zijn mening over tv in zijn rubriek ZAP. ‘Tijdens mijn eerste jaar als televisierecensent kwam er bij het NRC een nieuwe hoofdredactie en deze had geen boodschap aan de afspraken die met de oude redactie waren gemaakt.’ Met de passie van een liefhebber vertelt hij wat hem het afgelopen decennium heeft beziggehouden. De beeldvorming op tv, de kwaliteit van televisieseries en de invloed van het internet op de televisie: Beerekamp zapt er met genoegen langs. Kroniek over beeldvorming In zijn dagelijkse recensies let Beerekamp vooral op de manier waarop de actualiteit in beeld wordt gebracht. ‘Een van de redenen dat ik over televisie ben gaan schrijven, is dat de relatie tussen beeld, politiek en macht mij altijd heeft geïnteresseerd. Het leek mij een leuke uitdaging om dagelijks een soort kroniek te kunnen schrijven over de ontwikkeling van beeldvorming op de televisie.’ Beerekamp gebruikt het ‘Trumpisme’ als een voorbeeld voor de invloed van de politiek op de beeldvorming op tv. ‘Trump trekt het bestaan van een objectieve werkelijkheid in twijfel. Dit wordt ook wel post truth genoemd. Deze politieke draai aan de werkelijkheid heeft ook invloed op de media. Laatst hoorde ik Martin Gelauff, hoofdredacteur van de NOS, zeggen dat ze in hun verslaggeving meerdere realiteiten naast elkaar willen zetten.’ Wat men zegt is slechts één onderdeel van beeldvorming. De vraag wie wat zegt is bijna even belangrijk. In dat kader voert Beerekamp kleine onderzoekjes uit om te kijken wie of wat beeldbepalend is. ‘Nu de verkiezingen er aankomen, turf ik bijvoorbeeld welke politici bij talkshows mogen aanschuiven. Zo kun je inzichtelijk maken welke politieke partij het meest in beeld is.’ Dat is niet het enige waar Beerekamp bij het kijken van talkshows op let. Gedurende drie maanden heeft hij bijvoorbeeld bijgehouden hoeveel vrouwen bij de praatprogramma’s het woord mogen voeren. Wat blijkt: minder dan 20 procent van de talkshowgasten is een vrouw.

Volgens Beerekamp is de verdeling tussen man en vrouw tegenwoordig niet de enige tegenstelling die van belang is. De Nederlandse Publieke Omroep (NPO) wil namelijk ook meer mensen met een lage opleiding in beeld brengen. ‘De omroepen zitten daardoor met de handen in het haar, want laagopgeleide talkshowgasten moeten natuurlijk wel iets te vertellen hebben.’ Drama op televisie De praatprogramma’s die een groot deel van Beerekamps dag beheersen, trekken soms een zware wissel op zijn humeur. ‘Wat mij vreselijk ergert aan deze programma’s is dat talkshowgasten zelden een betoog kunnen houden zonder in de rede te worden gevallen door een nieuwe vraag of een filmpje dat tussendoor komt.’ Langzaam komt hier echter verandering in. Eva Jinek doet het in het nieuwe televisieseizoen volgens Beerekamp zelfs zo goed dat zij door hem is uitgeroepen tot de koningin van de latenight. ‘Jinek was in de eerste twee seizoenen vrij rampzalig, maar je merkt dat ze heeft bijgeleerd. In haar programma begint men nu een beetje normaler te praten en zijn de gesprekken redelijker.’ Jinek staat dit seizoen qua kijkcijfers dan ook consequent boven RTL Latenight. ‘De formule van Humberto Tan lijkt te zijn uitgewerkt; mensen zijn blijkbaar steeds minder geïnteresseerd in popzangers en enge ziektes.’ Over de gehele bandbreedte is er volgens Beerekamp nog ontzettend veel rotzooi op tv. Toch vindt hij dat een onzinprogramma goed in elkaar kan steken. ‘De realityshow over Peter Jan Rens, Doen ze ‘t of doen ze ‘t niet?, is een voorbeeld van pure tinnef, maar wel erg knap gemaakte tinnef.’

‘Jinek was in de eerste seizoenen vrij rampzalig, maar ze heeft bijgeleerd.’ Over de kwaliteit van Nederlandse dramaseries, die vaak door de NPO worden uitgezonden, is Beerekamp positief. Volgens hem kunnen series als Penoza en Klem concurreren met Scandinavische series, hoewel die wereldwijd meer erkenning krijgen. ‘Naar mijn smaak vallen series uit Zweden of Denemarken vaak in herhaling. De plots zijn zo voorspelbaar dat ik ze van tevoren kan uittekenen. Het verhaal gaat altijd over een vrouwelijke politie-inspecteur met psychische klachten die zich daardoor volledig op de misdaadbestrijding stort. Wat dat betreft hebben Nederlandse series een hoger niveau.’ De verhaallijnen van series van eigen bodem snijden volgens Beerekamp thema’s aan die maatschappelijk relevant zijn. Tegenwoordig gaat Nederlands drama vaak over de vervlechting van de onderwereld met de legale bovenwereld. Klem gaat bijvoorbeeld over een belastinginspecteur die in contact komt met een beroepscrimineel en zich niet meer aan zijn invloed kan onttrekken. In oudere series, uit de jaren 60 en 70, lag de


Aan de buis gekluisterd P. 24

maatschappelijke betrokkenheid er veel dikker bovenop. ‘Vaak gingen de series uit die tijd over een fictieve middelgrote gemeente en was het thema van de ene aflevering het milieu en van de volgende aflevering werkloosheid. Gelukkig doen Nederlandse dramaseries het tegenwoordig beter.’ Toekomst van de beeldbuis Hoewel de rubriek van Beerekamp nu nog goed gelezen wordt, is het maar de vraag of dit zo blijft. Mensen kijken immers steeds minder naar lineaire televisie - televisieprogramma’s die op een vast tijdstip worden uitgezonden - en steeds vaker naar series via internet. Hoewel de kijkcijfers van lineaire televisie de laatste jaren erg teruglopen, denkt Beerekamp dat er altijd een behoefte zal blijven aan het gelijktijdig bekijken van uitzendingen. ‘Lineaire televisie is een bindmiddel voor de samenleving, doordat mensen uitzendingen tegelijkertijd bekijken. De Wereld Draait Door, Jinek of Wie is de Mol zijn daardoor nog steeds onderwerp van gesprek. Dat is ook de keerzijde van televisie kijken via internet: enerzijds hebben wij hierdoor veel meer vrijheid, anderzijds heeft er een enorme versplintering plaatsgevonden omdat mensen zich steeds meer in hun eigen bubbel terugtrekken.’ De veranderingen in de manier waarop men televisie kijkt, hebben ook gevolgen voor het werk van een recensent. De rubriek van Beerekamp wordt vaak gelezen door mensen die amper nog televisie kijken, maar soms toch een goede documentaire willen zien. Beerekamp glundert als hij vertelt over de reacties die hij soms van zijn lezers krijgt. ‘Een lezer vertelde mij eens dat ze zo blij is dat ik correspondent ben in een land dat zij niet meer bezoekt.’ Tegenwoor-

dig hoeft de tv-recensent de lezer niet meer voor te kauwen welke programma’s hij mag kijken. Vroeger gebeurde dat wel, zoals in de oude tv-rubriek Ten Geleide van de Volkskrant, die toen nog katholiek was. Een recensent moet ergens voor staan volgens Beerekamp. ‘Het is belangrijk dat je persoonlijk bent. Je moet herkenbaar zijn voor je lezers. Ze hoeven het niet altijd met je eens te zijn, maar ze moeten je oordeel wel kunnen vertrouwen.’ De komst van het internet heeft niet alleen het kijkgedrag veranderd, het heeft ook geleid tot een groter aanbod van programma’s. Het werk van de televisierecensent is er dus niet makkelijker op geworden, waardoor steeds minder mensen het werk aankunnen. ‘Mijn collega bij de Volkskrant, Jean Pierre Geelen, is er een tijd geleden mee gestopt. Hetzelfde speelt bij De Telegraaf; waar ze na het vertrek van Marcel Peereboom niemand meer kunnen vinden die bereid is zo’n breed scala aan programma’s te kijken.’ Zelf stopt Beerekamp over anderhalf jaar met recenseren. ‘Tegen die tijd ben ik 66 en ontvang ik mijn eerste AOWpremie. Dan stop ik ook met mijn dagelijkse rubriek. Samen met het NRC ben ik al hard op zoek naar een manier om ZAP voort te zetten. We weten niet hoe de lineaire televisie zich zal ontwikkelen, dus misschien moeten we een andere vorm voor de recensie verzinnen. Ik denk wel dat het vak blijft bestaan, zolang er behoefte is aan een gesprek over televisie.’ Beerekamp overweegt om zijn pensioen in te vullen met het schrijven van een wekelijkse column en het geven van trainingen aan jonge redacteuren. Daarnaast is hij in gesprek met een uitgever over twee boeken. ‘Journalisten die met pensioen gaan, hebben de neiging in een gat te vallen en binnen een half jaar te overlijden. Dat wil ik voorkomen.’ ANS


ANS ZOEKT MEDEWERKERS EN FOTOGRAFEN Vind jij het leuk om te schrijven of te fotograferen? Kom dan langs op ons kantoor (onder het Gymnasion) of stuur een mail naar redactie@ansonline.nl.


Het Issue Tekst: Noor de Kort/ Illustratie: Carmen Groenefelt P. 26

HET ISSUE

In deze rubriek staat iedere editie een ander issue centraal dat de gemoederen flink bezighoudt. Deze editie: het minimumjeugdloon. In april vorig jaar stemde de Tweede Kamer unaniem in met het afschaffen van het minimumjeugdloon vanaf 21 jaar. Op 26 januari van dit jaar gingen ook alle Eerste Kamerleden akkoord met deze herziening van de Wet minimumloon (Wml). De actiegroep Young & United, die veel demonstraties organiseerde om een afschaffing te bewerkstelligen, behaalde hiermee een groot succes. Volgens de actiegroep is het niet eerlijk dat alle volwassenen dezelfde kosten hebben, maar niet allemaal een volwassen loon krijgen. Tegenstanders vrezen echter dat de werkeloosheid onder jongeren door de nieuwe wet flink zal oplopen. De afschaffing zal stapsgewijs worden ingevoerd. Per 1 juli 2017 hebben 22-jarigen recht op een volwassen minimumloon en in 2019 geldt dit vanaf 21 jaar. De nieuwe wetgeving is voor sommige partijen, waaronder de SP, niet voldoende. De partij pleit voor een afschaffing van het minimumjeugdloon vanaf 18 jaar. ANS vraagt zich daarom dit keer af: moet het volwassen minimumloon al vanaf 18 jaar gelden?

Pieter Verhoog, directeur Sociale Zaken bij Detailhandel Nederland ‘Toen het Wetsvoorstel herziening Wml bij de Tweede Kamer lag, heeft Detailhandel Nederland hierover gesproken in de Kamer. Wat ons betreft moet de overheid niet afstappen van het minimumjeugdloon. Wij snappen de wens van jongeren om meer te verdienen, maar oplossingen moeten met name worden gezocht in de contractvorm. Jongeren hebben nu een punt als ze zeggen: ‘Het is heel vervelend; we krijgen drie contracten, werken niet meer dan twaalf uur en als het rustig is, worden we naar huis gestuurd.’ Dat is een slechte zaak en ik denk dat jongeren vooral moeten streven naar meer contractzekerheid. Op die manier kunnen jongeren langer werken en krijgen ze meer baanzekerheid. ‘De overheid moet zich bovendien niet met de kwestie bemoeien. Het beeld dat alle jongeren in het minimumjeugdloon worden gestopt, klopt namelijk niet. Als iemand bijvoorbeeld kiest voor een baan in de detailhandel, kan hij heel jong bedrijfsleider zijn. Hij verdient dan echt meer dan het minimumloon. Wij willen de kwestie aan de branches overlaten; die kunnen inschatten wat haalbaar is. De supermarkten hebben bijvoorbeeld zelf besloten om het volwassen minimumloon, voordat de wet er was, eerder in te laten gaan. De overheid moet het loon niet algemeen verhogen. Dat leidt tot extra kosten voor werkgevers en wij zijn bang dat de jeugdwerkeloosheid daardoor toeneemt. Voor de stabiliteit in het land zou het ook niet goed zijn om het beleid terug te draaien. Stop na de afschaffing van het minimumjeugdloon vanaf 22 jaar en houd het dan eerst eens een jaar of tien zo.’

Marjelle Boorsma, Algemeen Bestuurslid bij FNV Jong ‘Wij willen het liefst dat iedereen vanaf 18 jaar een volwassen minimumloon krijgt. In de huidige situatie zien wij een vorm van leeftijdsdiscriminatie. Vanaf 18 jaar ben je volwassen en moet je alles zelf betalen: ziektekosten, huur en misschien ook wel je studie. Wij vinden het niet kunnen dat iemand puur en alleen vanwege zijn leeftijd minder betaald krijgt. In Nederland wil men dat iedereen gelijke kansen heeft. Dan is het oneerlijk dat je tot 21 jaar een jeugdloon krijgt, terwijl je net zo capabel bent als iemand die ouder is. ‘Bovendien is studeren al duur genoeg, en met het leenstelsel wordt het alleen maar duurder. Nu hebben jongeren soms twee baantjes naast hun studie om rond te komen. Als ze meer betaald zouden krijgen voor één baan zou die andere baan vrijkomen voor iemand anders. Hierdoor ontstaat dus weer werkgelegenheid voor andere jongeren. ‘Concurrentie op leeftijd onder jongeren moet ook worden voorkomen. Ik ben ervan overtuigd dat je een beter verdeelde arbeidsmarkt krijgt op het moment dat de lonen relatief gelijk zijn tot 18 jaar en iedereen vanaf 18 jaar het minimumloon krijgt. Hiervan zouden niet alleen jongeren, maar ook ouderen profiteren. Heel veel ouderen zijn werkeloos en kunnen niet aan de slag, omdat ze te duur zijn. Dat in de supermarkt bijvoorbeeld alleen jongeren met een bijbaantje werken, is eigenlijk heel gek.’


Column Cecile Collin P. 27

CC’tje Wanneer Cecile Collin haar gedachten aan het papier schenkt, zet ze jou in de CC. Zo kan jij meelezen met de studentikoze ongemakken van deze student Nederlands. Rebelsheid wordt vaak geassocieerd met studenten. Nu heb ik nog niemand zichzelf zien vastketenen aan het Erasmusgebouw, toch is de gemiddelde student niet vies van een beetje activisme. Of je een universiteitsgebouw bezet, een vlammend betoog tegen TTIP schrijft, kookt met een vluchteling of meeloopt in een Women’s March, studenten laten nog steeds graag zien dat ze vasthouden aan hun idealen. Maar dat geldt niet voor alle studenten.

Agnes Akkerman, Hoogleraar Arbeidsmarkt Instituties en Arbeidsrelaties aan de Radboud Universiteit (RU) ‘Iedereen vanaf 18 jaar heeft wel dezelfde plichten, maar niet dezelfde rechten. Dat is eigenaardig. Je bent dan volwassen en moet bijvoorbeeld zelf je ziektekostenverzekering betalen. Waarom krijg je dan nog wel een ander loon dan de meeste volwassenen? Oorspronkelijk is het idee altijd geweest: mensen die nieuw zijn op de arbeidsmarkt zijn minder productief, omdat ze nog veel moeten leren. Dat is vervolgens gekoppeld aan leeftijd, want als je jong bent, kun je nog niet veel werkervaring hebben. Op zich zit daar wel iets in, maar het is de vraag of leeftijd altijd correleert met arbeidsproductiviteit. Je kunt je afvragen hoe lang iemand minder productief blijft en of iemand op zijn verjaardag opeens productiever wordt. Dat het minimumjeugdloon nu is afgeschaft vanaf 21 jaar vind ik dus passend; het verschil tussen iemand van 21 en 23 is naar mijn idee niet meer te beredeneren. ‘Wanneer het minimumjeugdloon vanaf 18 jaar zal worden afgeschaft, sluit ik een werkgelegenheidseffect niet uit. Hoe dit uit gaat pakken, valt heel moeilijk in te schatten. Je moet dan bijvoorbeeld weten voor hoeveel 18- tot en met 20-jarigen dit een verhoging betekent. Bovendien is het onzeker wat werkgevers gaan doen. Als zij 17-jarigen in plaats van 18jarigen gaan aannemen, neemt de totale werkgelegenheid niet af. Daarnaast is het mogelijk dat werkgevers kiezen voor 23-jarigen, omdat deze dan ongeveer even duur zijn als jongeren van 18. Dan neemt de werkgelegenheid van de groep 23-jarigen natuurlijk weer toe. Verschuivingen zullen hoe dan ook plaatsvinden.’ ANS

Terwijl ik op Facebook al deze uitingen van studentikoos activisme voorbij scroll, tag ik mijn vrienden in filmpjes van rondhuppelende babygeitjes en kijk ik gefascineerd naar een Turkse kok die sensueel zout op een stuk vlees weet te strooien. Ben ik zo onverschillig? Heb ik dan echt geen idealen, of een mening? Neen – als ik mijn collega-columnist van ANS mag geloven, kan je met het schrijven van een spitsvondige ‘kolom’ de onverschilligheid ook bestrijden. Maar eerlijk is eerlijk, iedereen kan een pen pakken en als een roepende in de woestijn ongevraagd zijn mening spuien op het internet. Een beetje studentikoos wereldverbeteraar voegt daden bij die woorden. Je zal mij niet vastgeketend aan het Erasmusgebouw aantreffen en ik ga ook niet mijn eigen Facebookpagina opleuken met activistische selfies met kekke spandoeken. Ik scheid mijn afval, betaalde laatst – geëmancipeerd als ik ben - voor het eerst de complete rekening tijdens een eerste afspraakje, heb een bestuursfunctie, eet geen vlees meer, laat de auto vaak staan (maar dat is vooral een gunst van mij om de nationale wegen veilig te houden) en blijf consequent vasthouden aan mijn zachte g. Als deze pogingen om het patriarchaat te slopen, het milieu te redden en de emancipatie van de Limburgers te bevorderen niet blijken te werken kan ik mezelf alsnog vastketenen aan de trappen in De Refter. Maak je geen zorgen als je niet naar het Malieveld kan afreizen. Het scheiden van afval kan ook een zeer bevredigende vorm van miniactivisme zijn. Daden bij jouw idealistische woorden voegen: je moet het maar kunnen.


Stamgasten Tekst: Vera Crienen en Eva Vervoort/ Foto’s: Steven Huls/ Illustratie: Josse Blase P. 28

Stamgasten Lallende disputen, vage figuren aan de bar of uitbundige dansers; elke kroeg heeft zijn eigen publiek. ANS duikt de vaste stek van een groep studenten in, velt haar oordeel over het café en test de kennis van de trouwe gasten. deze keer: heeren roei dispuut Elias in café daen.

Kasper, Gideon, Koen en Ties

V.l.n.r: Koen, Kasper, Gideon, Rogier, Stan, Ties

Ties, Stan en Rogier

Om half tien ‘s avonds is er nog weinig leven in de brouwerij in Café Daen: vijf Phocanen zitten eenzaam aan de bar. ‘Meestal zijn er twaalf tot achttien man aanwezig bij onze wekelijkse borrel, maar vandaag zijn veel mensen druk met andere dingen’, verdedigt Kasper (24), vierdejaarsstudent Natuurkunde, de schamele opkomst. ‘Wij zijn niet zo strikt’, zegt Rogier (24), zesdejaarsstudent Bedrijfskunde, die om kwart over tien pas binnen komt lopen. ‘Bij andere disputen moet je altijd stipt om half negen present zijn en mag je pas om half elf weg.’ De heren beginnen te lachen; vrijwel niemand was vandaag om half negen aanwezig. Stan (23), vijfdejaarsstudent Biologie, sluit zelfs pas anderhalf uur later aan. De losse sfeer is tekenend voor Elias. Het dispuut is een vriendengroep zonder serieuze hiërarchie. ‘Binnen het dispuut bestaat daarnaast een aantal hobbyclubjes, zoals een fietsclubje, een voetbalclubje en de Raad van Ontplooiing. Zij gaan onder andere samen naar musea’, vertelt Rogier. Dit jaar viert Elias trots zijn eerste lustrum. Gideon (27), afgestudeerd in Sociologie en medeoprichter van Elias, vertelt dat hij en een aantal andere Phocanen vijf jaar geleden besloten dat er een nieuw mannendispuut moest komen. ‘Phocas had toen twee disputen, een voor brulapen en een voor autisten. Daar voelden we ons niet zo welkom.’ Volgens Gideon was het nog best lastig om een naam bedenken. ‘Deze moest catchy zijn en iets met Nijmegen te maken hebben.’ Kasper legt uit dat Elias volgens een Nijmeegse legende een zwanenridder is die een prinses uit een brandende toren redt. De mannen besluiten om van de bar naar een tafel in de hoek te verhuizen. Dat is eigenlijk de vaste plek van damesdispuut Skarabee, maar de dames zijn er vandaag niet. ‘Tot een paar jaar geleden zaten we elke week bij Tio Pepe, maar die kroeg was echt karig’, vertelt Gideon. ‘We hebben toen Café Daen als nieuwe stamkroeg gekozen. De leden van Skarabee waren daar niet zo blij mee.’ Hierover heerst algemene verontwaardiging onder de heren van Elias. ‘Wij zijn echt superleuk tegen hen, dus waarom vinden ze ons niet aardig?’, vraagt Rogier zich af. Naast de wekelijkse borrel en tussentijdse activiteiten, zoals het jaarlijkse blacklightfeest, gaat het dispuut twee keer per jaar een weekend weg. ‘We hebben tijdens zo’n weekend wel eens bijna een aanvaring gehad met een motorclub’, begint Koen (24), zesdejaarsstudent Tandheelkunde. ‘We kwamen terecht bij een tent vol met bebaarde bikers in leren jasjes. Wij droegen onze overhemden en werden daarom raar aangekeken’, vervolgt Kasper. Ties (22), tweedejaarsstudent Fysiotherapie aan de HAN, herinnert zich dat een dispuutsgenoot voor de grap provocerende bewegingen met een stokbrood maakte richting de 10-jarige dochters van de bikers. ‘We dachten echt dat we in elkaar geslagen zouden worden als hij die meisjes zou aanraken.’ Gelukkig begon een van de leden met de baas van de bikerclub te kletsen over motoren. Volgens Ties was dat hun redding. ‘Die bikers zeiden namelijk dat ze normaal gesproken zouden vechten als ze een groep lange gasten als wij zien. Dat had dus heel anders af kunnen lopen.’ ANS


Stamgasten P. 29

kroegpraat Café Daen is een kleine, maar knusse kroeg in een van de oudste panden van Nijmegen. Hoewel het niet altijd botert tussen de disputen in het café aan de Grote Markt, is de sfeer er gemoedelijk. Een groep jongens speelt een kaartspel aan een tafeltje en bij de bar hangt een stelletje. Barman Timo is de vaste kracht op woensdagavond en draagt bij aan de gezelligheid. Met zijn verjaardag kregen de heren hem zelfs dansend op de bar.

Kasper: ‘De Vogalonga! Daar gaan ook roeiers van Phocas heen.’ Gideon: ‘Misschien was het iets met motorisering?’ Koen: ‘Ik denk dat ze tegen vervuiling van de kanalen zijn.’ Rogier: ‘Misschien protesteren ze tegen overstromingen.’ Koen: ‘Het wordt tegen de vervuiling van gemotoriseerde scheepvaart.’ Hoewel Rogier met zijn gok tegen de stroom inroeit, stuurt Koen de roeiers van Elias uiteindelijk richting het goede antwoord en daarmee naar hun tweede biertje. Wat betekent het gezegde: hij is lid van de roeivereniging? Gideon: ‘Dat hij een brulaap is.’ Koen: ‘Ja precies, zo’n omhooggevallen kerel, een arrogante lul.’ Kasper: ‘Ik denk dat iemand dan een corpsbal is. Vroeger had je het corps en de roeivereniging. Daar komt het sowieso vandaan.’ Ties: ‘Geef jij anders het goede antwoord even Koen.’ Koen: ‘Ik denk dat het betekent dat hij een studentikoze lul is.’

De pubquiz Een van de keizers van het Byzantijnse Rijk heette Phocas. Wanneer regeerde hij? Jullie mogen er een eeuw naast zitten. Kasper: ‘Aan het einde van het Romeinse Rijk? Ik dacht trouwens dat hij een beschermheilige van de scheepsvaart was.’ Stan: ‘Rond 600 denk ik.’ Kasper: ‘Ik denk dat we allemaal een jaartal moeten gokken en dan het gemiddelde daarvan nemen.’ Rogier: ‘Ik zeg tussen 500 en 1400.’ Kasper: ‘Final answer: 850.’ Op tijd komen lukte Stan niet, maar als het gaat om verleden tijd is hij wel erg stipt. Jammer dat zijn dispuutsmaatjes niet naar hem luisterden. Keizer Phocas heerste van 602 tot 610 en zelfs met een eeuw speling gaat het eerste biertje de heren aan de neus voorbij. Wie wordt in Suske en Wiske en De briesende bruid verliefd op de zwanenridder? Kasper: ‘Ik denk Suske of Wiske, maar ik weet niet wie Suske en wie Wiske is.’ Koen: ‘Nee, het is vast die tante.’ Ties: ‘Hoe heet die tante ook alweer?’ Koen: ‘Tante Sidonia.’ Koen kan niet alleen goed roeien, hij kent ook zijn klassiekers. De mannen verdienen zonder veel omhaal het eerste biertje. In Venetië wordt elke Pinksterzondag als protest een roeiwedstrijd gehouden over de Canal Grande. Waar protesteren deze roeiers tegen?

Zelfkennis of zelfspot? Het antwoord van de mannen is fout, maar het is nu wel duidelijk hoe ze over zichzelf denken. Lid zijn van de roeivereniging betekent volgens het gezegde dat iemand een dief is. Wie vermomde zich als zwaan in het verhaal ‘Leda en de Zwaan’ uit de Griekse mythologie? Kasper: ‘Mag ik misschien iets heel doms zeggen? Achelous is ook zo’n man uit de Griekse mythologie die zichzelf in een vis veranderde. Misschien heeft hij zich ook wel in een zwaan veranderd.’ Koen: ‘Dat zou wel heel toevallig zijn. Ik denk eerder Zeus of Apollo.’ Gideon: ‘Zeus stak wel overal zijn lul in.’ Ties: ‘Doe maar Apollo.’ Hoewel Koen wederom het goede antwoord heeft genoemd, drijven de mannen af. De roeiers komen samen niet tot de juiste beslissing. Dat is lullig, want het was inderdaad Zeus.

De Afrekening

De fysieke kracht van de roeiers van Elias wordt helaas niet geëvenaard door hun intellect. De mannen slepen slechts twee biertjes in de wacht. Geschiedenis en mythologie hebben blijkbaar net zo’n lage prioriteit als op tijd komen. Gelukkig hangt er een uitstekende sfeer in het mooie monumentale pand van Café Daen. Dit levert de heren een bonusbiertje op, waardoor de eindscore op drie biertjes komt.


Deze ANS niet/ Kutkunst/ Colofon Tekst: Redactie P. 30

DEZE ANS NIET De spin van Thieme Hoewel het volgens Marianne Thieme ouderwets is om te denken dat invloed van het aantal zetels afhangt, probeert ook zij vlak voor de verkiezingen nog wat zieltjes te winnen. Bij inzage van het artikel was de persvoorlichter er als de kippen bij om een aantal pakkende verkiezingsleuzen in het interview te proppen. Met ‘idealisme is het nieuwe realisme’ zouden er vast meer hokjes van Marianne rood gaan kleuren. Leuk geprobeerd, maar ANS trapte niet in deze politieke koeienvlaai.

Niemand leest Vox Vol trots kondigde de USR in hun advertentie in de Vox aan dat ze bezig zijn een bestuursminor op poten te zetten. Per 1 september 2017 zouden studentbestuurders deze minor kunnen volgen om een paar studiepunten binnen te harken. Uit gesprekken met de USR blijkt echter dat ze deze deadline niet gaan halen. Daar zitten ze echter niet mee. Een zeker USR-lid merkte in de wandelgangen op: ‘Ach, wie leest nou de Vox?’

31e jaargang

Druk

Hoofdredactie Noor de Kort en Tom Plaum Redactie Chiel Nijhuis, Jean Querelle, Rein Wieringa en Wout Zerner Medewerkers Vera Crienen, Vince Decates, Bram Jodies, Dennis van der Pligt, Eva Vervoort Illustraties Josse Blase, Joost Dekkers, Carmen Groenefelt, Dennis van der Pligt, Anne Rombouts, Rens van Vliet Foto’s Ted van Aanholt, Flip Franssen, Steven Huls, Chiel Nijhuis, Tom Plaum, Caspar Safarlou, Regionaal Archief Nijmegen Voorpagina Ted van Aanholt Columnisten Cecile Collin en Lex Crijns Eindredactie Evy van der Aa, Ted van Aanholt, Roy Arnts, Mae Boevink, Pim ten Broeke, Hanan Noij, Tom Oomen, Tijs Sikma, Auke van der Veen, Felix Wagner, Bas van Woerkum Crypto Bas Dikmans Cartoon Anne van der Heijden Ontwerp Marloes de Laat en Roel Vaessen Lay-out Noor de Kort Dagelijks bestuur Manon Abbo (voorzitter), Liselotte Noordhuizen (secretaris), Pia Rademacher (penningmeester)

MediaCenter Rotterdam

Uitgave, abonnementen en advertentie-acquisitie Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel: 06-36428931 Mail: redactie@ans-online.nl

Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk blad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 7 keer per jaar in de maanden september t/m juni. De uitgave van ANS wordt mede mogelijk gemaakt door:


CRYPTO

Crypto Ans deze maand P. 31 P. 31

Wie regelmatig het nieuws volgt, zal gaan geloven dat we tegenwoordig in donkere tijden leven. Wellicht zijn er parallellen te treken met de dark ages van weleer: de Middeleeuwen. Maak deze cryptogram over de periode van troubadours en hoofse liefde en ontdek het zelf!

1

De winnaar van de crypto in vierde editie van ANS is Pelle Hoek. De oplossingen vind je op www.ans-online.nl. ANS mag dit keer een rondleiding voor twee personen in Kasteel Doornenburg weggeven. In de uiterste uithoek van de Over Betuwe splitsen de Rijn en de Waal zich. Juist op deze plek staat De Doornenburg. Dit robuuste middeleeuwse kasteel bestaat uit een hoofd- en voorburcht die met elkaar verbonden zijn door een houten brug. www.kasteeldoornenburg.nl Wil je kans maken op deze rondleiding voor twee personen? Stuur dan voor 28 maart je oplossingen naar redactie@ans-online.nl.

2

3

4

8

7

6

5

9

10

11

12

13

15

14

16

17

Horizontaal: 2. Waardigheid als wapen van linkse politiek (5), 3. Straf verdienen voor het hebben van een stijve? (10), 8. Voertuigcriminaliteit in de riddertijd? (7), 9. Wanneer het Europees Kampioenschap wordt gehouden in Den Haag Holland Spoor, dan kan dat alleen maar het resultaat zijn van magische taferelen (4), 10. Etterende kwaal? (4), 12. Geen extra aanhaling voor deze middeleeuwse vakman (9), 14. Middeleeuws vervoer verwekt Duitse zender (5), 15. De Duitse tafel gaat er in Engeland in stijl voor (7), 16. De ambachtelijke roep is niet meer (5), 17. Er zit duidelijk orde in het gebouw (8). Verticaal: 1. De afloop van water? (10), 4. Vliegt verward door Dakar? (5), 5. Gewichtige artiest mist haar achterwerk (4), 6. Boete maakt corpus sterk (8), 7. Dit toestel, daar gaat anders mijn penis wel in! (10), 9. Boer die luistert (6), 11. Ambachtelijke zelfkweller kan zich hiermee ten allen tijden kenbaar maken (4), 13. Nalatige thee kan bespeeld worden (4).


GEVONDEN VOORWERP www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon P. 32

Tekst: Rein Wieringa/ Foto: Ted van Aanholt

Wie: Beau de Korte (21), derdejaarsstudent Geneeskunde Voorwerp: Beer in behandeling Wat is er met deze beer aan de hand? ‘Eerst had hij buikpijn, waarvoor hij een prikje heeft gekregen. Daarna hebben we röntgenfoto’s gemaakt om te kijken wat er nog meer met de beer aan de hand was. Toen bleek dat hij een gebroken been had. We waren verband aan het aanleggen, toen het meisje dat deze beer behandelde helaas mee naar de arts moest. Ze had op de foto’s ook nog een gebroken arm bij de beer gezien, dus daar gaan we straks mee verder.’

Wat is het doel van de berendokters? ‘Kinderen zijn vaak bang voor de artsen in witte jassen. Ik wil niet zeggen dat we dat probleem helemaal oplossen, maar we verkleinen die angst wel. Als kinderen merken dat het ook leuk kan zijn om spuitjes te geven, dan weten ze dat een behandeling niet alleen maar eng en pijnlijk is. In ieder geval helpt het dat wij ook grote mensen in witte jassen zijn. Zelf wilde ik graag iets naast mijn studie doen en ik vond de berendokters een goed doel. Ik heb hier in mijn eerste studiejaar voor gesolliciteerd en inmiddels ben ik drie jaar berendokter.’

Wat is jouw rol als berendokter? ‘Ik ga met een “zieke” knuffelbeer naar kinderen toe om te vragen of ze hem beter willen maken. De kinderen mogen zelf zeggen waar de beer pijn heeft en hoe dat komt. Vervolgens kunnen ze zelf pleisters plakken, verband omdoen en met de stethoscoop luisteren. Het kind is dus de dokter. Sommige kinderen vinden het zo leuk om spuitjes te geven, dat ze bezig blijven. Op een gegeven moment heeft de beer elke aandoening gehad en is hij helemaal volgeplakt met pleisters.’

Doen de kinderen altijd mee? ‘Meestal doen de kinderen wel mee, maar sommige begrijpen het nog niet of vinden het eng. Het hangt dan van de reactie van hun ouders af of ze wel of niet meedoen. Kinderen in de wachtruimte vervelen zich vaak, en als je naar ze toe gaat met de vraag of ze de beer beter willen maken, zijn ze blij iets te doen te hebben. Ze balen vervolgens wanneer ze door de arts worden weggeroepen. Het meisje dat deze beer behandelde, wilde ook nog niet weg.’ ANS

ANS zweeft