Page 1

Achter glas &

geur passie

de nieuwe anosmievereniging




inleiding

inhoud


inleiding/inhoud

Beste lezer, Achter Glas – geur & passie is het tweede magazine dat onze vereniging uitbrengt. Het is een vervolg op Achter Glas – leven zonder reuk of smaak dat in 2016 verscheen. In deze nieuwe editie zoomen we in op professionals uit heel verschillende branches maar met één gemene deler: een passie voor geur. Voor een aantal van hen is hun reukzintuig zelfs onmisbaar voor het uitoefenen van hun vak. De titel van dit magazine, ‘Achter Glas’, is een metafoor. Een beeldspraak die het gevoel weergeeft dat veel mensen met een reukstoornis soms ervaren. Ze worden dagelijks geconfronteerd met een leven zonder geuren. De wereld om je heen niet op dezelfde manier kunnen beleven als je omgeving, geeft soms het gevoel achter glas te leven. Het bouquet van een mooie wijn, een zweem van het parfum van je geliefde, of de heerlijke geuren van je favoriete gerecht, ze gaan stil aan je voorbij. In deze bundeling van portretten bekijken we het zintuig reuk vanuit allerlei invalshoeken. We bespreken geur in onder andere kunst, gastronomie, taal en wetenschap. Maar ook de impact van aangeboren anosmie of van het verlies van het reukzintuig door een ongeval komt in verschillende verhalen aan bod. Hoe beïnvloedde reukverlies het leven van twee bevlogen koks? En heeft Liesbeth List - één van de iconen van het Nederlandse chanson - het gemis van geuren een plaats kunnen geven? Met deze interviewserie willen we laten zien dat dit bijzondere zintuig, bewust of onbewust, een heel belangrijke rol speelt in het dagelijks leven. Van eigenlijk iedereen. Kirsten Jaarsma, voorzitter Reuksmaakstoornis.nl

02

inleiding/inhoud

04

Kim Kraakman

07

Professor Thomas Hummel

10

PhD-student Ilja Croijmans

13

Liesbeth List

16

Letselschade-expert Ard Korevaar

19

Inge Klootwijk

22

Rob Verweij

25

Sommelier Nadine Mögling

28

Creative manager Bernardo Fleming

31

Olfactory artist Peter De Cupere

34

colofon

03


Kim Kraakman

’De koksopleiding voelde


Kim Kraakman

als een logische keuze’ Kim Kraakman (18) woont met haar ouders en broer in Medemblik. Ondanks haar aangeboren anosmie is ze vorig jaar begonnen aan de koksopleiding aan het ROC Horizon College in Heerhugowaard. ‘Laatst vroeg een klasgenoot me om de mayonaise die we leerden te maken even te proeven. Dat soort situaties vind ik best spannend, omdat ik weet dat ik anders proef. Ik zei haar toch dat er nog wat mosterd bij mocht. De mayonaise werd er inderdaad lekkerder door. Op zulke momenten ben ik trots op mezelf. Zie je wel, het lukt me wel! Blauwe snoepjes Ik heb me heel lang geschaamd, omdat ik niets kon ruiken. Ik draaide er maar wat omheen als iemand me vroeg of een parfum lekker rook en begreep als kind nooit waarom de meiden uit mijn voetbalteam het liefst de blauwe snoepjes wilden: de andere kleurtjes smaakten toch precies hetzelfde? Ook tegen mijn ouders vond ik het moeilijk om te zeggen. Toen ik twee jaar geleden voor iets anders bij de huisarts was, vroeg ik haar ook of het zou kunnen dat ik niets ruik. Zij had er nooit van gehoord, maar gaf me een verwijsbrief om een MRI-scan te laten maken in het ziekenhuis in Hoorn. Met die verwijsbrief in mijn handen, heb ik toen mijn ouders uitgelegd dat ik niets ruik. Zij waren heel verbaasd, ze hadden nooit iets aan me gemerkt. Uit de MRI-scan bleek dat mijn reukzenuw niet is aangelegd; de verbinding tussen mijn neus en mijn hersenen ontbreekt. Al die jaren had ik er dus niets aan kunnen doen dat ik niets ruik! Het was fijn om eindelijk de bevestiging te krijgen dat het niet aan mij lag en ik het een naam kon geven. Maar het was ook een klap, want er is niets aan te doen. Voor mensen die doof of blind zijn is er soms nog een behandeling, maar ik moet me erbij neerleggen dat het waarschijnlijk nooit anders wordt. Spinazie à la crème Toch voelde de koksopleiding als een logische keuze. Ik heb altijd graag gekookt. Lekker bezig zijn in de keuken en nieuwe dingen uitproberen. Ik hou van experimenteren, al ben ik zelf ook behoorlijk kieskeurig als het op eten aankomt. Vooral de structuur is enorm belangrijk voor me. Spinazie vind ik rauw of uit de pan helemaal niet lekker, maar à la crème of door een lekkere pasta vind ik het juist heerlijk! In de gerechten die ik zelf maak, let ik ook erg op structuur. Misschien wel meer dan mijn klasgenoten. Ik combineer verschillende structuren en substanties ook graag in één gerecht. Zo maakte ik een keer een toetje met ijs, granité en een mousse. Dat pakte heel goed uit. Op de opmaak doe ik ook altijd mijn best, die moet strak en kleurig zijn. Voor ik aan mijn koksopleiding kon beginnen, werd ik uitgenodigd voor een intake-gesprek. Daar heb ik direct verteld dat ik niet kan ruiken en mijn smaakbeleving dus ook anders is. Ik wilde zeker weten dat de docenten er ook geen probleem mee zouden hebben. Intern hebben ze toen overlegd of ze de

05


Kim Kraakman

opleiding wel bij me vonden passen. Gelukkig kwamen ze tot de conclusie dat ze het juist een leuke uitdaging vonden. Dat voelde ik net zo! Kwestie van kennis? In het begin heb ik het wel geheim gehouden voor klasgenoten. Omdat ik eerst een jaar een opleiding in de zorg heb gevolgd, ben ik een jaar ouder dan de meeste anderen. Op mijn leeftijd scheelt dat best veel en ik was bang dat ze flauwe grapjes zouden maken, omdat ik niet kan ruiken. Toen ik de groep beter leerde kennen, heb ik het ze toch maar verteld. Gelukkig hebben ze heel goed gereageerd, al vergeten ze het soms ook. Zo lang het maar niet expres gebeurt, vind ik dat echt niet erg.

Misschien is het een kwestie van kennis en lukt het me beter als ik er meer over leer. Als ik terugkijk op mijn eerste jaar heb ik niet het idee dat mijn gebrek aan reuk me in de weg staat om kok te worden. Ik behoor zelfs tot de groep die volgens de docenten het verst gevorderd is in de opmaak en het op smaak brengen van gerechten. Dat is natuurlijk ontzettend leuk om te horen! Zo benieuwd Wanneer ik me probeer voor te stellen hoe het is om te kunnen ruiken, denk ik bij lekkere geuren aan vrolijke, felle kleuren en zoete smaken. Bij vieze geuren denk ik meteen aan het ergste

‘ Mijn ouders hadden nooit iets aan mij gemerkt’ Docenten laten me gelukkig ook mijn gang gaan, ik krijg geen extra begeleiding en doe gewoon mee met de rest van de klas. Er is dit jaar maar één moment geweest waarop ik me even terugtrok. Dat was tijdens een theoriedag kruiden ruiken. Dat was te confronterend. Gelukkig was daar veel begrip voor. Hoeveel minder ik proef, vind ik lastig te zeggen. Ik weet niet beter, dus ik heb geen idee wat ik mis. Soms oefen ik samen met een docent, laatst testten we nog of ik het verschil tussen vanillesuiker en gewone suiker kon proeven. Daar dacht ik wel een verschil in te proeven. Tijdens een wijnproeverij lukte het me niet om de smaken te omschrijven, ik zei maar wat om toch mee te doen. Toch denk ik erover om in het derde jaar vinologie te kiezen als keuzevak.

van het ergste. Dan zie ik al snel een grote vuilnisbelt voor me. Het nieuwsgierigst ben ik eigenlijk naar de geuren van de mensen om me heen. Hoe ruikt mijn familie, en mijn vrienden? Soms hoop ik dat er nog een uitvinding wordt gedaan, waardoor ik het toch ooit nog kan meemaken. Misschien pas over vijftig jaar, of misschien maar voor één dag. Dat zou me allemaal niet uitmaken, ik ben gewoon zo benieuwd hoe het is.’

KIM KRAAKMAN Reuk- en/of smaakstoornis – aangeboren anosmie Geur en gerecht – pastagerechten Geboren – 15 juli 1999 Woont in – Medemblik Opleiding – mbo Zelfstandig Werkend Kok (niveau 3) Eerste baan – bediende bij lunchroom De Boulevard Sport – fitness Boek – Echte mannen eten geen kaas Maria Mosterd Film – Kidnap (2017) Muziek – Beyoncé Onmisbaar – vriendinnen

06


‘Het is geen sexy specialisme’

Professor Thomas Hummel

‘Het is een grote ontdekkingstocht’


Professor Thomas Hummel

Professor Thomas Hummel is van origine farmacoloog, maar staat tegenwoordig bekend als één van de meest vooruitstrevende wetenschappers op het gebied van de behandeling en het onderzoek naar reuk- en smaakstoornissen. De methode voor reuktraining die hij heeft ontwikkeld, wordt over de hele wereld gebruikt. ‘Eigenlijk ben ik per ongeluk in de wereld van reukstoornissen beland. Als farmacoloog deed ik onderzoek naar pijnbestrijding en in een van die onderzoeken maakten we gebruik van geur. Zo kwam van het één het ander’, legt hij uit. Halverwege de jaren negentig behaalde hij zijn post-doctoraal aan de universiteit van Iowa en werkte hij als assistent-onderzoeker in Philadelphia. In 1998 maakte hij de overstap naar de universiteit van Dresden. Sindsdien doet hij daar onderzoek naar reuk- en smaakstoornissen en leidt hij de Reuken smaakkliniek. ‘Het zou goed kunnen dat het één van de eerste reuk-smaakcentra ter wereld is. Maar toen ik in Dresden kwam, werd er nog maar weinig onderzoek naar reuk en smaak gedaan. Ik ben er in feite mee begonnen.’ In Nederland zijn reuk- en smaakstoornissen vaak een ondergeschoven kindje in de medische wetenschap. Professor Hummel ervaart dat in Duitsland en Amerika net zo. ‘Lang niet alle kno-artsen zijn gespecialiseerd op het gebied van reuk- en smaakstoornissen. Het is geen sexy specialisme in de medische wereld. Er is weinig geld beschikbaar voor onderzoek naar reuk en smaak en daardoor is het voor bijna niemand aantrekkelijk om zich erin te verdiepen. De overheid stelt over het algemeen meer subsidies beschikbaar voor onderzoek naar doof- of blindheid, omdat die zintuigen belangrijker zijn om te kunnen functioneren in de maatschappij.’ Wel valt het hem op dat alleen in Nederland en het Verenigd Koninkrijk patiëntenbelangenverenigingen zijn voor reuk- en smaakstoornissen. ‘Ik vind het heel bijzonder wat Reuksmaakstoornis.nl en Fifth Sense voor hun leden doen. Ik ken in Oostenrijk ook een patiëntenvereniging, maar dat is een veel losser verband.’ Koffie verkeerd? Volgens professor Hummel komt het gebrek aan geld, en dus onderzoek, dan ook voort uit de onderschatte waarde van reukzin in de westerse maatschappij. ‘Mensen zijn zich over het algemeen helemaal niet bewust van wat ze ruiken. We vergeten geuren snel. Wie kan zich ’s middags nog herinneren hoe zijn douchegel ’s morgens rook? En wanneer koffie gewoon naar koffie ruikt, merken we dat meestal niet eens op. Wanneer iets vreemd of anders dan anders ruikt, staan we er vaak wel bij stil.’ Toch is hij ook blij met de vooruitgang die in de afgelopen 20 jaar is geboekt. ‘Tegenwoordig zijn er gestandaardiseerde reuk- en smaaktesten, in het Reuken smaakcentrum in Ede maken ze daar ook gebruik van. Daarnaast wordt er steeds meer onderzoek gedaan. Hoewel het in verhouding tot het onderzoek naar andere zintuigen nog steeds beduidend minder is, weten we veel meer over reuk – en smaakstoornissen en hoe deze worden veroorzaakt. Maar er is ook veel wat we nog niet weten, dus we hebben nog genoeg te doen.’ Niet uit het keukenkastje Eén van zijn belangrijkste ontdekkingen is zonder twijfel de reuktraining die vandaag de dag door mensen over de hele wereld steeds meer wordt gebruikt.


Betaalde hobby De Reuk- en smaakkliniek is onderdeel van de universiteit van Dresden. Twee dagen per week ziet professor Hummel patiënten op consult, de andere drie dagen houdt hij zich bezig met onderzoek. Elke week ontvangt Hummel zo’n 20 patiënten. Vanwege zijn achtergrond als farmacoloog voert hij operaties niet zelf uit, dat laat hij aan zijn collega-specialisten over.

met een interdisciplinair team dat bestaat uit onder anderen knoartsen, onderzoekers, neurologen, psychologen en radiologen. Het zijn allemaal enorm enthousiaste en bevlogen collega’s. Soms lijkt het alsof alle mensen in het werkveld rondom reuk- en smaakstoornissen extra vriendelijk zijn. Ik heb daar geen verklaring voor, maar misschien komt het omdat geuren zo met emoties verbonden zijn.’ Voor Hummel is de combinatie van onderzoek doen en het zien van patiënten ideaal: ‘Ik houd van het sociale aspect, de omgang met mensen. Maar onderzoek is ook erg dankbaar werk, want of er nu wel of niet iets uitkomt; je leert er altijd van. Ik word dus eigenlijk betaald voor iets dat ik hoe dan ook zou doen. Mijn werk is voor mij als een hobby. Dat kan haast niet beter, toch?’ Bovendien is ruiken ook een geliefde bezigheid van de professor: ‘Ik houd van ruiken. Geuren zijn emotie. Ik heb geen favoriete geur, maar ik vind er ook niet één echt vies. Juist slechte geuren waarschuwen je vaak en zijn daardoor heel belangrijk. Ruiken is voor mij altijd een geluksmoment.’

Professor Thomas Hummel

Uit de onderzoeksresultaten die hij in juni 2017 op de Human Olfaction Conference in Nijmegen presenteerde bleek dat patiënten die de geurtraining 14 maanden volhielden, gemiddeld zo’n 25% beter konden ruiken. ‘De basisgeuren citrus, roos, kruidnagel en pepermunt die bij de reuktraining worden voorgeschreven, heb ik overgenomen van een Duitse fysioloog. Maar het gebruik van deze vier geuren is in feite een concept; diep in mijn hart denk ik eigenlijk dat het niet zoveel uitmaakt met welke geuren je traint. Het is het belangrijkst dat je er zelf in gelooft en er consequent twee à drie keer per dag mee bezig bent. Wel zou ik er altijd een geur bij doen die de nervus trigeminus (de trigeminale zenuw) prikkelt, zoals eucalyptus of pepermunt. Dan pik je in ieder geval iets op en dat motiveert.’ Toch meent hij dat je beter niet het keukenkastje kunt plunderen: ‘Spullen uit de keuken vergeet je snel. Door speciaal voor de reuktrainingen etherische oliën of Sniffin’ Sticks aan te schaffen ben je er al een stuk bewuster mee bezig. Het moeten wel sterke geuren zijn. ik denk dat je ze het best op je slaapkamer of in de badkamer kunt bewaren, zodat je voor het slapen gaan en bij het opstaan kunt trainen.’

THOMAS HUMMEL Geur – heb ik niet echt, misschien groene tomaten Gerecht – een perfecte steak of salade met radijsjes Geboren – Saltendorf, Duitsland, 1959 Burgerlijke staat – getrouwd Woont in – Dresden Opleiding – PhD in Farmacologie en

Uit zijn onderzoeksdata blijkt dat tot 5% van de populatie niet kan ruiken, bij 15% procent is het reukvermogen (sterk) verminderd. ‘We onderzoeken onze patiënten niet alleen, maar praten ook met ze. In de gesprekken tijdens de reuk- en smaaktesten wordt vaak duidelijk wat hen het meest dwars zit. Daarom werken we

Toxicologie, professor in Keel- neus en oorheelkunde Eerste baan – eigenaar van een restaurant Sport – hm... Boek – Der Geruch - E. von Skramlik Film – La Vita è Bella Muziek – Brahms Onmisbaar – mijn vrouw

09


PhD-student Ilja Croijmans


PhD-student Ilja Croijmans

Waar de gemiddelde Nederlander niet zo bedreven is in het beschrijven van geuren, strooien sommeliers met poëtische metaforen wanneer zij de aroma’s van wijn bespreken. Waarom kunnen zij dat wel? PhD-student Ilja Croijmans van de Radboud Universiteit Nijmegen onderzocht de manier waarop we over geuren en smaken praten. ‘Sommige sommeliers zijn erg creatief, een review is dan al snel een leuke bron van vermaak. Neem nou Harold Hamersma die een keer in het NRC Handelsblad schreef over “De milde dwang van een gespierde wijn die overigens nergens Badr Hari is”.’ Een grappige en beeldende vergelijking waar de gemiddelde Nederlander niet zomaar op zou komen. ‘De meeste Nederlanders vinden iets lekker of vies. We maken wel gebruik van smaakwoorden zoals zoet en zuur die we dan op geuren toepassen, maar andersom kunnen we dat niet.’ Een verdere omschrijving wordt over het algemeen dan ook als heel moeilijk ervaren. ‘Dat komt ook door onze taal, zo is muf het enige Nederlandse woord dat specifiek op geur slaat.’

‘Ervaring maakt het verschil’ Door het gebrek aan woorden voor geuren zijn we het niet gewend om ze te benoemen en leren we het ook onze kinderen niet aan. ‘We oefenen met een kind wel: “De koe zegt... boe!” Maar nooit: “De koe ruikt naar...?” Onze maatschappij is erg gericht op wat je hoort en ziet, misschien hebben we er niet genoeg aandacht voor. In sommige andere culturen is er een veel breder geurvocabulaire. De Jahai, een volk uit Maleisië, hebben wel twaalf woorden voor geuren en de Maniq uit Thailand kennen zelfs werkwoorden om geuren te beschrijven. In hun culturen speelt geur een veel grotere rol.’

Rijke traditie In zijn eerste PhD-onderzoek hield Croijmans een experiment. Hij vergeleek wijnexperts, koffie-experts en ‘gemiddelde Nederlanders’ in hun beschrijvingen van de geur en smaak van verschillende koffie’s, wijnen en alledaagse geuren zoals kaneel en zeep. Voor de experts speelt geur ook een veel grotere rol dan voor de gemiddelde Nederlander. Hiermee wilde hij in kaart brengen of de experts daadwerkelijk beter zijn in het beschrijven van geuren of enkel een voorsprong hebben in hun eigen vakgebied. ‘De wijnkenners bleken alleen beter in het beschrijven van wijn. Ze waren consistenter in hun taalgebruik. Wanneer je twee sommeliers een wijn laat beschrijven zijn ze het vaker eens dan de deelnemers uit de andere twee groepen.’ De koffie-experts waren niet consistenter dan de gemiddelde proevers, maar maakten wel meer dan de anderen gebruik van brontermen. ‘Dat zijn omschrijvingen die verwijzen naar andere dingen. Iets ruikt bijvoorbeeld houtachtig of smaakt naar rood fruit.’ De wijnkenners hadden vaak een rijker vocabulaire waarbij ze meer gebruik maken van metaforen. ‘Wijnbeschrijvingen kennen een heel grote traditie. Wijnexperts zijn er vaak de hele dag door mee bezig: wanneer ze wijn verkopen in winkels en restaurants, of wanneer ze erover schrijven in reviews

11


PhD-student Ilja Croijmans

of bijvoorbeeld op die kaartjes met toelichtingen in het wijnschap van supermarkten.’ Ze doen zo een stuk meer taal-ervaring op dan de meeste koffieexperts. ‘Over koffie wordt veel minder gepraat, de wijnexperts krijgen meer oefening waardoor ze ook een breder vocabulaire opbouwen. Het lijkt er dus op dat die ervaring het verschil maakt. Je hebt oefening nodig om de link te kunnen leggen tussen wat je ruikt en taal.’ Aan de slag Oefening baart kunst dus, maar hoe pak je dat aan? Veel mensen met een reuk- of smaakstoornis vinden het fijn wanneer hun omgeving geuren en smaken beschrijft, maar dat gaat dus niet altijd even gemakkelijk. Croijmans raadt aan om veel te oefenen: ‘Leer jezelf aan om woorden te gebruiken die niet per se horen bij dat wat je beschrijft. Brontermen bijvoorbeeld, waar doet het je aan denken? Hoe intens is de geur of smaak? En denk eens in structuur: is dit een zachte smaak of een scherpe geur?

‘Geuren beschrijven kun je leren’ Herkennen en benoemen Om geuren in koffie of wijn te onderscheiden moet je ze herkennen. Een goed geheugen voor geuren is voor de experts dus van groot belang. In zijn tweede onderzoek houdt Croijmans dan ook een experiment dat het geurgeheugen test. Wederom werkt hij met wijnexperts en een gemiddelde groep (de ‘leken’). In de eerste ronde ruiken de deelnemers aan verschillende wijnen en alledaagse geuren, zonder dat ze die kunnen zien. In de tweede ronde worden hen dubbel zoveel geuren gepresenteerd; welke hebben ze al eerder geroken? De deelnemers herkenden met name de alledaagse geuren correct, gemiddeld zo’n acht van de tien. ‘Het is een stuk moeilijker om de geur van verschillende wijnen te onderscheiden, wijn lijkt complexer dan een enkele geur.’ Maar de experts waren wel beter in het herkennen van de wijnen dan Ilja Croijmans de leken. Geur en gerecht – citrus en sandalwood. Ik vind eigenlijk alles wat met zorg en aandacht is bereid lekker. Geboren – Apeldoorn, 1988 Burgerlijke staat – samenwonend Woont in – Arnhem Opleiding – gymnasium, studie Psychologie en Neuropsychologie Eerste baan – verkoopmedewerker Karwei Sport – fitness en squash Boek – 1984 - George Orwell Film – 12 Angry Men Muziek – Miles Davis, Pink Floyd en ATCQ Onmisbaar – mijn vriendin Irene en mijn

Puzzel op zijn plaats Ook naast zijn onderzoeken is Croijmans veel met reuk en smaak bezig. ‘Ik ben gek op koken en vind het leuk om zelf bier te brouwen en whisky te proeven. Na mijn master Neuropsychologie wist ik nog niet zo goed wat mijn volgende stap zou zijn. Hoewel ik tijdens die master meer heb geleerd over het zintuig zicht, heeft geur altijd mijn interesse gehad. Toen ik de PhD-vacature aan het Max Planck Instituut* van de Radboud Universiteit tegenkwam, viel alles op zijn plek.’

kat Jane

12

* Het onderzoek van Croijmans vindt plaats aan het Centre for Language Studies (CLS) en wordt gefinancieerd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)


Liesbeth List

‘ Ik hield juist zo van geurtjes’


Liesbeth List

Liesbeth List (75)* staat bij grote publiek bekend als de grande dame van het Nederlandse chanson. Minder bekend is echter dat zij al meer dan vijftig jaar niet kan ruiken. Op 22-jarige leeftijd verloor ze haar reukzin bij een ongeval. ‘Ik zat met vrienden in de auto, we reden door Amsterdam en waren onderweg naar huis. Een van de anderen zat achter het stuur. Plotseling kwamen we in botsing met een tegenligger. Ik werd door de voorruit van de auto geslingerd en liep niet alleen een groot aantal botbreuken, maar ook een zware hersenschudding op. Vervolgens lag ik wekenlang in het ziekenhuis. Laconieke dokter Na een week of zes merkte ik pas dat ik niet meer kon ruiken. In het ziekenhuis kreeg ik van een vriendin een flesje eau de cologne toen ze bij me op ziekenbezoek kwam. Ik snuffelde eraan, maar rook helemaal niets. Paniek! Toen ik mijn dokter vroeg of het kon kloppen dat ik niets meer rook, deed hij vrij laconiek: “Oh, dat gaat vanzelf weer over. Over een maandje is uw reukvermogen wel weer terug.” Dat stelde me toen gerust. Zeker in die tijd vertrouwde je nog blind op een arts. Weken, maanden en zelfs een jaar ging voorbij. Nog steeds rook ik niets. Bij een controle kaartte ik mijn reukverlies daarom nogmaals aan. Toen werden er wat testjes afgenomen. Uiteindelijk kwam het hoge woord eruit: “We hebben slecht nieuws, u zult nooit meer kunnen ruiken”, vertelde de arts me. Ik was compleet in de war, wat vond ik het erg! Maar ik ben altijd positief ingesteld en besefte ook dat het natuurlijk veel erger had kunnen zijn. Ik moest niet zeuren en gewoon de draad weer oppakken.

14

Extreem schoon Natuurlijk vind ik het toch wel een beetje jammer dat mijn gehele reukvermogen weg is. Ik ruik helemaal niets meer, terwijl ik juist zo van geurtjes hield. Vooral frisse geuren, de zee en schoon wasgoed, vond ik heerlijk. Toch zie ik ook de voordelen. De vieze geur van zweet of bedorven etenswaren ruik ik gelukkig ook nooit meer. En toen ik net moeder was, stond ik fluitend de luiers van mijn baby te verwisselen. Omdat ik niets rook, controleerde ik extra vaak of de luiers verschoond moesten worden. Hondenpoep onder een schoen weghalen is voor mij ook geen probleem. Sinds ik mijn reukzin verloren heb, ben ik wel extreem schoon en hygiënisch geworden. Ik ben niet alleen bijzonder schoon op mezelf, maar was ook mijn kleren vaak. Etenswaren gooi ik nooit in de pedaalemmer in huis… Stel je voor dat het stinkt en ik ruik het niet! Het blijft een feestje Soms vraag ik mijzelf af hoe bepaalde wijnen of nieuwe gerechten en specerijen zouden ruiken. Toen het ongeluk plaatsvond was ik nog zo jong, van die dingen had ik destijds nog maar weinig kennis. Sommige dingen waren er nog niet eens, zoals de exotische vruchten die je de laatste jaren in de winkels ziet. Ik heb geen idee welke geur daarbij hoort. Ik ben ervan overtuigd dat andere zintuigen zich vaak beter ontwikkelen, wanneer er één uitvalt. Het reukorgaan en de smaak zitten in het hoofd vlak bij elkaar. Ik heb geluk gehad dat mijn smaak niet beschadigd is geraakt. Deze is nu zelfs bijzonder sterk ontwikkeld! Omdat ik niet kon ruiken, ging ik alle smaken beter proeven. Ik hou wel van scherp en pittig eten, zoals de Thaise en Indonesische keuken. Ik weet niet of dat er iets mee te maken heeft, maar ik proef eigenlijk alles goed. De opmaak van een bord is natuurlijk ook belangrijk. Eten blijft een soort feestje. Ik heb het


Liesbeth List

geluk gehad dat ik in mijn leven mensen om mij heen heb gehad die op culinair gebied bijzonder getalenteerd waren. Mijn man, Robert Braaksma, was kok en heeft enkele restaurants in Amsterdam gehad. Ook mijn dochter en haar man zijn ontzettend goed in de keuken. Zelf kook ik nooit. Dat zou voor mij ook moeilijker worden zonder geur, denk ik. Ik zou het niet doorhebben als de aardappelen te hard gaan of het vlees zou aanbranden. Doordat ik niets ruik, blijf ik ook heel alert op mijn omgeving. Ik houd scherp in de gaten of alles veilig is, door goed te luisteren en rond te kijken. Daar ben ik met de jaren erg geoefend in geworden. Geen rol Gelukkig heb ik mijn reukvermogen in mijn werk nooit nodig gehad. Maar als artiest wil je natuurlijk wel lekker ruiken. Mijn dochter weet precies welke geur het best bij me past: Muguet Porcelaine. Het is van Hermès en komt uit de Hermessence collectie.

‘Ik herinner me maar weinig geuren echt’ Echte herinneringen aan geuren heb ik na al die jaren maar weinig. Ik weet nog wel hoe vers fruit ongeveer rook, bloemen kan ik me nog herinneren, en de geur van een pot vers gezette koffie. Van Vlieland, het eiland waar ik opgroeide, weet ik nog hoe de dennenbomen roken en het gras als het net gemaaid was. Ik kan me na meer dan vijftig jaar nauLIESBETH LIST welijks meer voorstellen hoe het is om te kunnen ruiken. Ik weet haast niet beter Reuk- en/of smaakstoornis – totaal geen reukvermogen meer en heb ermee leren leven. Het speelt in Oorzaak – auto-ongeluk mijn dagelijks leven eigenlijk geen rol Geboren – Bandoeng (Indonesië), 1941 meer. Ik geniet volop van alles wat er geBurgerlijke staat – weduwe beurt, ook zonder reukvermogen. Ik zou Geur – bos, zee, bloemen, fruit er trouwens niet aan moeten denken om Gerecht – Indonesische en Thaise keuken een ander zintuig te verliezen: je zicht, Opleiding – hbs in Harlingen je gehoor of je smaak... Verschrikkelijk Eerste baan – secretaresse lijkt mij dat. Dan is een reukloos leven Woont in – Amsterdam volgens mij zo erg nog niet!’ Sport – geen, vroeger yoga Boek – biografieën Film – Sophie’s Choice met Meryl Streep Muziek – Ascenseur pour l’échafaud - Miles Davis Onmisbaar – liefde en vriendschap

* Dit interview is afgenomen voor Liesbeth List in augustus 2017 besloot haar carrière af te sluiten.

15


‘ Samen komen

Letselschade-expert Ard Korevaar


‘Het is niet gemakkelijk om zo een, twee, drie te zeggen hoe hoog de compensatie is voor reukverlies. Er zijn allerlei factoren die daar een rol in spelen. Wat zijn de omstandigheden waarin het slachtoffer verkeert en welke gevolgen heeft het letsel? Elke situatie is anders en we kijken echt naar de persoon’, vertelt Ard Korevaar bevlogen. Korevaar is al 27 jaar werkzaam als letselschade-expert. Om tot een juiste afwikkeling te komen, maakt hij al jarenlang gebruik van een overzichtelijk vierstappen-plan.

Letselschade-expert Ard Korevaar

Reukstoornissen zoals anosmie of parosmie worden in 20 tot 25% van de gevallen veroorzaakt door een hoofdtrauma. Wanneer je door schuld van een ander zulk letsel oploopt, heb je recht op een compensatie. Letselschade-expert Ard Korevaar maakt zich graag sterk voor slachtoffers van bijvoorbeeld een ongeval en denkt mee over de juiste afwikkeling van hun letselschade.

Vier stappen naar vergoeding ‘Het is in de eerste plaats belangrijk om te bepalen wie er aansprakelijk is. Dat is een juridische vraag die vaak snel is beantwoord. In de meeste gevallen is het wel duidelijk of de opgelopen schade je eigen schuld of die van een ander was.’ Stap twee ligt al iets gecompliceerder: ‘Daar kijken we naar de medische gevolgen. We rekenen dan niet alleen de medische beperkingen direct na het ongeval mee, maar ook die op de langere termijn. Bij wijze van spreken van het moment op de eerste hulp tot aan het bereikte punt na jarenlange revalidatie: de medische eindsituatie.’ In het geval van reukverlies heeft het letsel niet alleen medische gevolgen, maar ook invloed op je dagelijks leven. ‘Daar kijken we naar in stap drie. Wat is het effect van het letsel op je werk of je opleiding? Hoe zit het met je zelfwerkzaamheid, kun je het huishouden nog doen? En lijden je hobby’s onder de schade die je hebt opgelopen?’

we er zo snel mogelijk uit’ Tot slot volgt er een berekening van de hoogte van de compensatie van het letsel. ‘Die delen we op in twee soorten vergoedingen: smartengeld en schade in de portemonnee. Veel slachtoffers leggen de nadruk op smartengeld, waarbij wordt gekeken naar de immateriële schade en de kwaliteit van leven van het slachtoffer. Dat is heel persoonlijk. Zo kan ik me voorstellen dat de derving van levensvreugde groot is bij een fanatieke hobbykok die plotseling zijn reukzin verliest. Dat kan heel goed van invloed zijn op de hoogte van het smartengeld. Maar ook de impact op je gevoelsleven is van belang. Het verlies van een zintuig kan bijvoorbeeld een depressie teweeg brengen.’ De maximale uitkering voor smartengeld is in Nederland 175 duizend euro. ‘Toch zeg ik mijn cliënten vaak dat ik hoop dat het smartengeld zo laag mogelijk blijft; des te beter gaat het dus met hen.’ Daarnaast bekijkt Korevaar welke kosten de slachtoffers door de schade hebben gemaakt en welke inkomsten ze zijn misgelopen: ‘Wanneer jij je werk niet meer kunt uitoefenen, scheelt dat natuurlijk enorm in jouw inkomsten. Daarnaast maak je in het medische traject vaak kosten aan bijvoorbeeld ziekenhuisbezoeken of nabehandeling bij een fysiotherapeut. Al die kosten samen vormen de schade in je portemonnee.’

17


Letselschade-expert Ard Korevaar

Kosteloos op de bres Om zich in te lezen, beroept Korevaar zich ook geregeld op het Smartengeldboek van de ANWB. Het is een dik naslagwerk vol voorbeelden van rechtspraak in soortgelijke situaties. ‘Hoewel er maar weinig geprocedeerd is in zaken waar sprake is van reukverlies, heeft het toch een eigen subcategorie in het boek gekregen.’ De meeste uitspraken van rechters over reukverlies dateren uit de late jaren negentig. ‘Vaak is het in combinatie met ander letsel, zoals hersenschade of een gebroken kaak. Dat maakt het moeilijk om zaken met elkaar te vergelijken.’ Dat er zo weinig geprocedeerd wordt, komt volgens Korevaar omdat 99% van de gevallen onderhands wordt opgelost.

‘We kijken echt naar de persoon’ Toch raadt hij het sterk af om letselschade zelf met de verzekeraar af te wikkelen. ‘Bijna niemand weet dat je als slachtoffer wettelijk recht hebt op een belangenbehartiger. Dat kan een letselschade-expert zijn of een advocaat; beiden kunnen je goed bijstaan. Een advocaat gaat vaak harder te werk en zoekt het conflict op. Letselschade-experts zijn er over het algemeen om oplossingen te zoeken.’ Een belangenbehartiger is altijd kosteloos voor het slachtoffer wanneer de tegenpartij schuldig is. ‘Je kunt ook een second opinion aanvragen wanneer je het met de afwikkeling niet eens bent of eraan twijfelt. Het gaat wel over je toekomst!’ Samen lukt het De AMA (American Medical Association) geeft in hun handleiding Guides to the Evaluation of Permanent Impairment richtlijnen om de impact van letsel op de kwaliteit van leven in te schatten. Hier wordt door deskundigen van over de hele wereld gebruik van gemaakt. In de handleiding wordt het verlies van het reukzintuig ingeschat op 1 tot 5% verlies in de kwaliteit van leven. Een ander zintuig, zoals zicht, wordt op 85% geschat.

ard korevaar Geur – koeienstallen Gerecht – spinazie met een gehaktbal Geboren – 27 januari 1962 Burgerlijke staat – gehuwd Woont in – Bergambacht Opleiding – havo, hbo Eerste baan – politieman Sport – wielrennen, golfen en zeilen Boek – De dag van de Jakhals - Frederick Foresyth Film – De Marathon Muziek – gevarieerd Onmisbaar – mijn gezin

18

Korevaar is van mening dat reukverlies wordt onderschat: ‘Zeker ook in de verzekeringswereld. Het is niet op zijn plaats om het minder ingrijpend in te schatten dan bijvoorbeeld het verliezen van een vinger. Dat is appels met peren vergelijken. Ik zou me daar in het werkveld best hard voor willen maken.’ Naast zijn werk als expert geeft hij ook les aan advocaten en verzekeraars in de leergangen Zwaar Letsel en Middelzwaar Letsel. ‘Ik vind het geweldig om mijn kennis over te dragen en mijn visie te delen. Dit werk gaat over mensen helpen, je moet er empatisch in staan. Ik strooi in mijn lessen dan ook vaak met tegeltjeswijsheden, zoals “behandel een ander zoals je zelf behandeld wil worden”. Ik zou mijn cliënten soms het liefst zeggen: “Kom, pak mijn hand maar, ik loods je wel door dit enge bos. Samen komen we er zo snel mogelijk uit”.’


‘ Ik heb het roer omgegooid

Inge Klootwijk

n de horeca e vaarwel gezegd’


Inge Klootwijk

Inge Klootwijk-Knoop is 31 jaar oud en woont samen met haar man en hun dochter in Wageningen. In het dagelijks leven werkt ze als tandartsassistente. ‘Het was december 2005 toen ik in de kerstvakantie naar de schaatsbaan ging om een groepje jongeren te begeleiden. Ik was negentien en zat op de middelbare hotelschool in Wageningen. Na de vakantie zou ik stage gaan lopen bij sterrenrestaurant De Librije, daar keek ik erg naar uit! Geschud Hoe ik precies gevallen ben weet ik niet meer. Ik stond stil en ben waarschijnlijk mijn evenwicht verloren. Ik kwam met mijn achterhoofd op het ijs terecht. IJs geeft niet bepaald mee, dus het was een behoorlijk harde klap. Mijn hersenen voelde ik letterlijk schudden toen ik neerkwam. Ik werd direct naar de EHBO gebracht en belandde in het ziekenhuis. Daar werd een zware hersenschudding geconstateerd en een CT-scan van mijn hoofd gemaakt. Aan de hand daarvan werd geconstateerd dat mijn reukzenuw beschadigd was. Na vier dagen ziekenhuis mocht ik naar huis. Toen werd mij verteld dat ik niet meer zou kunnen ruiken. Gelukkig woonde ik in die tijd nog bij mijn ouders, want ik voelde me nog heel ziek. Dat ik mijn reukzin verloren had, drong nog helemaal niet tot me door. Ik kreeg toen überhaupt maar weinig mee van wat er om me heen gebeurde. Daarna liep ik ’s ochtends als ik beneden kwam eerst naar de koelkast om te testen of ik ondertussen al kon ruiken. Maar ik rook natuurlijk niets. Sinds mijn 13e wist ik al dat ik kok wilde worden. Ik was gek op koken en hielp in die tijd al vaak mee in het restaurant van mijn oom. Koken is altijd belangrijk geweest in mijn familie, zelfs mijn oma kookte op haar 87e nog graag! Ik had geen idee wat ik naast koken anders nog zou kunnen, maar besefte ook dat zo’n zware hersenschudding ook heel anders had kunnen uitpakken. Ik kon het verdriet daardoor vrij snel achter me laten. Grotere ambities Na mijn herstel begon ik toch bij De Librije. In de keuken van chefkok Jonnie Boer heb ik enorm veel geleerd, met name op het gebied van patisserie. Het was hard werken op hoog niveau. Omdat ze heel tevreden over me waren, mocht ik na mijn stage zelfs blijven. Van het begin af aan heb ik verteld dat ik niets meer kon ruiken en smaken anders beleef. Nieuwe kruiden zoals daslook en moerasspirea had ik nooit eerder geproefd en ik wist dus niet hoe dat smaakte. Om die reden kookte ik alleen volgens recept. Ik miste daardoor de smaken en de bijzondere combinaties waar De Librije juist bekend om staat. Ik besefte dat ik door mijn reukverlies altijd andermans recepten zou bereiden en eigenlijk nooit meer dan een hulpje zou worden. Dat vooruitzicht maakte me heel verdrietig, daar was ik veel te ambitieus voor. Na een jaar besloot ik dan ook te stoppen bij De Librije en me op iets anders te richten. Ik rolde van de keuken de bediening in en heb daar verschillende functies bekleed, van

20


Dat zorgde drie jaar geleden voor een flinke terugslag. Na er jarenlang vrij nuchter over te hebben gedacht, kwam nu het verdriet naar boven. Al die tijd had ik anderen en mezelf verteld dat het echt niet zo erg was en er veel ergere dingen waren. Een sociaal medewerker die ik in die tijd bezocht heeft me erg geholpen. Zij legde me uit dat er inderdaad ergere dingen zijn, maar dit wel het ergste is dat ík heb meegemaakt. En dat ik best mag zeggen dat ik het daar moeilijk mee heb. Het is er nu eenmaal en waarschijnlijk komen er nog wel meer momenten in mijn leven waarbij ik geur zal missen. Ik weet nu dat ik daar beter over kan praten. Voortaan voor de lol Koken is nog steeds mijn ding, al vind ik het soms lastig om te verzinnen wat we gaan eten. We zijn op vakantie geweest in Marokko en daar hebben we nieuwe inspiratie opgedaan. Maar thuis houd ik me nooit aan recepten, want ik weet uit ervaring welke smaken goed bij elkaar passen. Bovendien is mijn man een fantastische kok, daar doe ik ook graag mijn voordeel mee. Een half jaar nadat ik mijn reuk had verloren gingen we samen voor het eerst uit eten. Na afloop besloot ik dat ik voortaan de bob zou zijn en uit eten gaan zonde van het geld was. Ik proefde

inge klootwijk Reuk- en/of smaakstoornis – anosmie Oorzaak – hoofdtrauma Geur en gerecht – voorjaar en oesters Geboren – 1 augustus 1986 Burgerlijke staat – gehuwd Woont in – Wageningen Opleiding – middelbare hotelschool en mbo Tandartsassistente Eerste baan – kok Sport – hockey en skiën Boek – kookboeken Film – The Green Mile

toch niets meer van de wijn en het diner. Gelukkig ben ik daar snel van teruggekomen; we genieten samen ontzettend van lekker eten en goede wijn. Ik drink graag een vettige chardonnay, ik hou erg van die structuur. In mijn eten let ik daar niet zo op, misschien onbewust. Wel vind ik een salade veel lekkerder als er ook iets knapperigs in zit.

Inge Klootwijk

medewerker tot restaurantmanager. Zowel met gasten als collega’s praatte ik veel over geuren en smaken. Ik kon er goed over vertellen, maar had eigenlijk geen idee waar ik het over had.

Uiteindelijk heb ik het roer omgegooid en de horeca vaarwel gezegd. Niet alleen omdat ik niets ruik, maar ook omdat er maar weinig vaste contracten zijn in die branche. Ik word nu intern opgeleid tot tandartsassistente en volg een thuisstudie die ik binnenkort afrond. Ik had nooit verwacht dat de gezondheidszorg iets voor mij zou zijn, maar ik vind het zo waanzinnig gaaf. En misschien komt mijn niet-werkende neus me daar zelfs een beetje van pas: ik vind het niet erg dat ik al die ontstekingen niet ruik! Zoektocht Ik heb lang gehoopt dat mijn reuk terug zou komen. Na de CT-scan heb ik ook een MRI-scan laten maken, in een ander ziekenhuis. Daar vertelden ze me dat als mijn reuk binnen twee jaar niet terug zou keren, ik waarschijnlijk nooit meer zou kunnen ruiken. In de jaren daarna ben ik op zoek gegaan naar alternatieve behandelingen. Ik ben bij een natuurgeneeskundige en een osteopaat geweest en heb ook acupunctuur geprobeerd. In het Reuk- en smaakcentrum was ik de honderdste patiënt, al is ook daar niet veel uit gekomen. Op een nieuwe MRI-scan zagen de artsen dat mijn reukzenuwen niet zijn afgescheurd, maar wel beschadigd. Hoewel het elf jaar geleden is, raadden ze mij reuktraining aan. Dat wil ik wel proberen, maar je moet dat heel consequent doen. Mijn dochter is nu nog erg klein. Als we alles op de rit hebben ga ik ermee aan de slag!’

Muziek – Coldplay, Mumford & Sons en Guus Meeuwis Onmisbaar – mijn man en dochter

21


Rob Verweij

Rob Verweij (38) woont samen met zijn vriendin en zijn zoontje in Rotterdam. Twintig jaar lang werkte hij als kok in verschillende restaurants. ‘Ik reed op mijn scooter langs de uitgang van een parkeergarage. Op het moment dat ik daar voorbij reed, kwam een auto de parkeergarage uit. De bestuurder zag mij te laat aankomen en trapte waarschijnlijk van schrik niet op de rem, maar op het gaspedaal. Ik kan me niet herinneren wat er toen gebeurde. Achteraf heb ik gehoord dat ik tegen de auto ben geklapt en met scooter en al werd gelanceerd. Zo’n vijf à zes meter verderop raakte mijn hoofd als eerste de straat en kwam mijn scooter boven op me terecht. De rechterkant van mijn lijf zat van onder tot boven onder de schaafwonden en ik had een gat in mijn hoofd. Nadat ik met de ambulance was opgehaald zijn er in het ziekenhuis foto’s gemaakt. In mijn schedel zat een groot gat en een scheur die van rechts boven naar beneden liep tot vlak achter mijn oor. Dagenlang lag ik in kritieke toestand in het ziekenhuis. Op de tiende dag na het ongeluk ben ik voor mijn gevoel pas wakker geworden. Een paar dagen later mocht ik vanuit het ziekenhuis naar het revalidatiecentrum. Daar heb ik heel lang gelegen totdat ik poliklinisch verder kon revalideren. Eindelijk mocht ik dan naar huis, maar niks was meer hetzelfde. En ook al zijn we nu twee jaar verder, door het hersenletsel dat ik heb opgelopen ben ik nooit meer de oude geworden.

‘Ik wil niets anders en ik kan niets anders’ 22

Jongensdroom Toen ik werd aangereden, was ik souschef bij restaurant 1Nul8 in Rotterdam, maar in de twintig jaar daarvoor heb ik als

kok heb bij allerlei restaurants gewerkt. Ik wilde op zoveel mogelijk plekken ervaring opdoen en nieuwe dingen leren. Al van jongs af aan ben ik gek geweest op koken. Meestal stond ik op zondag samen met mijn vader urenlang in de keuken. In de week ervoor bespraken we onze plannen en stelden we een boodschappenlijstje op. Soms werd op zaterdag al het een en ander in de marinade gezet. Zo wist ik op mijn zesde al zeker dat ik later kok wilde worden. Toen ik op de middelbare school kookles kreeg, haalde dat het beste in mij naar boven. Ik vond het geweldig! Voor ik aan de koksschool begon, hielp ik in de zomervakantie bij mijn vader in het verpleeghuis in de keuken. Mijn snijtechnieken kreeg ik er razendsnel onder de knie en daar heb ik veel profijt van gehad. Geurenblind In de maanden na mijn ongeluk volgde ik een intensief revalidatietraject. Na een tijdje mocht ik in de weekenden naar huis. Mijn vriendin en mijn zoontje waren altijd dol op mijn risotto. Jarenlang kon ik het met mijn ogen dicht maken. Maar sinds mijn ongeluk stond ik onwennig in de keuken. Ik had al wel gehoord dat ik waarschijnlijk het een en ander niet meer hetzelfde of helemaal niet meer zou kunnen, maar op dat moment besefte ik pas wat dat in de praktijk betekende. Tussendoor even proeven om het op smaak te brengen ging niet meer. Daar werd ik heel onzeker van. Op een keukentrapje kwam mijn vriendin bij me zitten om steeds voor mij te proeven. Door mijn hersenletsel proef ik alleen nog maar de eerste smaakprikkel, daarna verwerkt mijn brein het niet meer en smaakt alles hetzelfde. Mijn vriendin heeft me enorm geholpen. “Je moet je smaak nieuw leven inblazen”, zei ze, ”zie het maar alsof je kleurenblind bent geworden en alle grijstinten opnieuw moet ontdekken”. Dat lukte: samen kookten we veel en gingen we zoveel mogelijk uit eten. Ook ben ik enorm geholpen door Gert Blom, de eigenaar van restaurant Amarone in Rotterdam. Samen met hem en de rest van zijn team mocht ik ‘veilig’ in zijn keuken weer leren proeven en ruiken. Het ging niet als vanouds maar ik leerde mezelf nieuwe tactieken. Zoals bijvoorbeeld de smaak van de eerste hap onthouden, zodat ik


Rob Verweij


Rob Verweij

de rest van het gerecht ook met smaak eet. Nu vind ik het weer fijn om tijdens het eten te sparren over de gerechten en wat je allemaal proeft. Ook werkt het goed voor mij om voor ik begin alle structuren in het gerecht te ontleden, zodat ik weet waar de gel, mousse of het krokantje vandaan komt. Mijn favoriete gerecht is nooit veranderd: krokant gebakken kalfszwezerik. Niets anders Ik was heel bang dat ik in de keuken van een restaurant niet meer interessant zou zijn. Ongeveer drie maanden na mijn ongeluk voorspelde een arboarts mij dat ik de rest van mijn leven alleen nog maar broodjes zou kunnen smeren. Daar moest ik niet aan denken en dus besloot ik direct zijn ongelijk te bewijzen in mijn re-integratietraject. Ik wilde mij zo graag bewijzen dat ik achteraf misschien wel te veel van mezelf gevraagd heb.

‘Zie het maar alsof je kleurenblind bent’ Vanwege het probleem met proeven, kookte ik alleen nog op recept. Door het hersenletsel ben ik heel gevoelig voor prikkels en door de prikkels raak ik ook snel vermoeid. Na dertig minuten werken moest ik officieel steeds een kwartier pauzeren. Maar zelfs op die manier was ik na een ochtend werken thuis niets meer waard en moest ik ’s middags slapen. Ik kon het niet aan, maar dat wilde ik echt niet onder ogen zien. Het re-integratietraject is dan ook niet gelukt en uit een arbeidsassessment is gebleken dat ik door mijn hersenletsel niet meer interessant ben voor rob verweij werkgevers. Dat vind ik heel erg. Koken is alles voor mij. Ik wil niets anders en ik kan niets anders. Het traject loopt nog, maar Reuk- en/of smaakstoornis – anosmie ik denk ondertussen wel na over de toekomst. Misschien start Oorzaak – hoofdtrauma ik wel mijn eigen cateringbedrijf. Dan ben ik alleen in de keuGeur – steranijs en vanille ken en heb ik geen last van herrie en drukte van collega’s. Dat Gerecht – krokant gebakken kalfszwezerik lijkt me wel wat, al is door het hersenletsel mijn sociaal funcGeboren – 25 mei 1979 tioneren ook veranderd. Ik kan om kleine dingen heel boos Burgerlijke staat – samenwonend worden. Wat als een klant op het laatste moment zijn bestelWoont in – Rotterdam ling wijzigt? Ik denk dat ik daar helemaal op vast zou lopen, Opleiding – vmbo Culinair, kmbo Koken, omdat ik alleen met duidelijke afspraken kan werken. Eigenlijk leerlingstelsel Koken Eerste baan – afwasser een droom die voorlopig nog zeker niet haalbaar is dus. Sport – golfen Boek – Food. De wereld van levensmiddelen

Vol verwachting Langzaam maar zeker probeer ik mijn smaak- en reukverlies Film – Burnt en The Fast and the Furious steeds meer te aanvaarden. Het is belangrijk om positief te 1 t/m 8 blijven want anders hou je niets meer over. De geur van mijn Muziek – Kings of Leon en Kensington zoontje en van mijn vriendin mis ik het meest wanneer ik ze Onmisbaar – mijn gezin knuffel. Het is een stukje intimiteit dat ontbreekt, maar ik ben heel dankbaar voor mijn liefdevolle gezin. Eind oktober heb ik een afspraak bij het Reuk- en smaakcentrum in Ede. Ik heb vijftien maanden op de wachtlijst gestaan en eindelijk is het moment daar. Ik ben vol verwachting, maar ook erg zenuwachtig. Ik wil graag weten wat ik wel en wat ik niet meer kan op dit gebied. Waar liggen mijn grenzen? Het lijkt me fijn om eindelijk die bevestiging te krijgen, zodat ik weet waar ik aan toe ben.’ - Christian Teubner

24


‘Mijn neus

staat constant op scherp’

Sommelier Nadine Mögling


Sommelier Nadine Mögling

Meestergastvrouw Nadine Mögling is sommelier en werd in 2011 door GaultMillau verkozen tot de eerste vrouwelijke Wijn-Spijsspecialist van het Jaar. In haar zoektocht naar de ideale combinatie tussen wijn en spijs is haar reukzin onmisbaar. ‘Geur is een heel belangrijk deel van mijn leven. Niet alleen in de gastronomie, maar ook thuis in de alledaagse dingen.’ Mögling runt samen met haar partner en chefkok Jef Schuur hun restaurant en hotel Bij Jef op Waddeneiland Texel. Sinds 2009 zijn ze in het bezit van een Michelin-ster. ‘We zijn allebei heel ambitieus. Wijn had altijd al mijn interesse en door me daarin te verdiepen wilde ik me verder ontwikkelen.’ Omdat de smaak van wijn voor een groot deel bepaald wordt door aroma’s en dus de geur, is het niet gemakkelijk om wijnadvies te geven op basis van enkel tongsmaken en mondgevoel: ‘Je proeft natuurlijk nog wel basissmaken zoals zoet, zuur en bitter. Voor het mondgevoel denk ik aan een prikkeltje, zoals in een frisse Silvaner. Of een volle wijn die een filmend gevoel in je mond geeft.’ Spannend spel Ze is steeds op zoek naar de beste wijnen bij de gerechten van haar chef-kok: ‘Het is een samenspel. Net als bij voetbal geeft hij een eerste voorzet. Dan laat hij me proeven zodat ik weet welke kant het uitgaat. Van daaruit ga ik aan de slag: in welke categorie zit deze smaak? Ga ik voor harmonie of zoek ik juist het contrast op? We staan erom bekend om juist niet voor standaardcombinaties te gaan.’ Ook wanneer je niet kunt ruiken, kun je volgens Mögling op zoek gaan naar spannende een-tweetjes tussen glas en bord. ‘Je kunt inspelen op het mondgevoel door juist bij een romig gerecht, een droge wijn met iets meer zuur te serveren. Daar trekt je mond van samen’, legt ze uit. Ook structuur is een belangrijke factor: ‘Waarschijnlijk ken je het wel in gerechten: een softijsje is veel lekkerder als het hoorntje krokant is. Die wisselwerking kun je ook in wijn en gerechten zoeken.’ Door na te gaan hoe de wijn is gemaakt, vindt ze vaak ook een passende keuze: ‘We hadden eens een gerechtje met krab en karnemelk op het menu staan. Daar serveerde ik een bijzondere wijn bij; de smaak was fris en een beetje zilt, maar juist door de langere schilweking van de druiven kreeg de wijn een subtiele, rondere structuur die perfect combineerde bij het licht filmende van de karnemelk.’ Naast de combinaties let ze ook op temperatuur en het glaswerk waarin de wijnen geschonken worden: ‘Ik proef veel en het maakt echt verschil in welk glas je wijn schenkt. Door de vorm versterk je soms de geur, maar kun je ook het accent leggen op de zuren, het zoet, zout of bitter. Daarnaast kan het invloed hebben op de manier waarop de tannines zich ontwikkelen. Nu ik er zo over nadenk, zou ik het eigenlijk heel interessant vinden om uit te zoeken of de vorm van de wijnglazen ook invloed heeft wanneer je niet kunt ruiken.’


Sommelier Nadine Mögling

Net als taal Als sommelier is Mögling ook heel bedreven in het omschrijven van geuren en smaken voor haar gasten. Ook voor mensen zonder reukzin geeft zo’n beschrijving soms een extra stukje beleving. ‘Ik weet dat veel mensen dat heel moeilijk vinden, maar eigenlijk is het juist heel simpel. Je hoeft alleen maar terug te gaan naar je eigen referenties. Waar doet het je aan denken? Wanneer je je bewuster wordt van de geuren om je heen, breng je ze ook gemakkelijker met elkaar in verband. Sta er eens bij stil hoe die onrijpe banaan op de fruitschaal ruikt. In ons beroep is het heel belangrijk om een uitgebreide geurbibliotheek op te bouwen. Je moet de geuren in je hoofd hebben, zoals je woorden nodig hebt om een taal te leren spreken.’ Een volgende stap naar een treffende beschrijving is categoriseren: ‘Maak onderscheid in fris en rijp. Zo ruikt citrus fris en een paddenstoel rijp. Benoem ook het smaakvolume en de structuur. Is het mondgevoel strak of filmend?

‘Als een voetballer zonder benen’ Universele liefde In al haar jaren bij Bij Jef, heeft ze pas twee keer een gast ontmoet die niets kon ruiken. ‘Ik was geschokt toen ik daar voor het eerst over hoorde. Voor mijn gevoel houdt alles op wanneer je je geur verliest. Ik weet wel dat dat echt niet zo zou zijn, maar ik ben constant met geur bezig en mijn neus staat altijd op scherp. Het is een groot deel van de beleving van de wereld om me heen. Vers gemaaid gras, de ochtendlucht, de lente en het strand: dat zijn allemaal geuren waar je blij van wordt. Geur is emotie.’ Die emotie vindt Mögling ook in eten en drinken: ‘Liefde gaat niet voor niets door de maag; eten en drinken verbindt. Dat is iets universeels. Ik merk het ook heel sterk wanneer ik een wijn presenteer. Als ik dan vertel uit welke streek die komt, brengt Nadine Mögling dat bij onze gasten vaak de mooiste herinneringen naar boven. Verhalen over vakanties, Geur – is emotie over hoe ze daar hebben gefietst en wat ze toen Gerecht – ik vind alles lekker, als het maar beleefden...’ met liefde is klaargemaakt

Dynamisch voetbal Ze denkt niet dat ze zonder haar reukzin haar beroep zou kunnen uitoefenen: ‘Ik hoop dat het me nooit overkomt, want ik zou niet weten hoe ik dan nog als sommelier zou kunnen werken. Op korte termijn zou het me misschien nog lukken, door al mijn ervaring en herinneringen aan geuren en smaken, maar het wijnvak is heel dynamisch en constant in ontwikkeling. Zonder reukzin kun je dat niet bijbenen. Ik denk niet dat we het restaurant zouden moeten sluiten, maar het zou wel heel ingrijpend zijn. Een sommelier zonder reukzin, dat is als een voetballer zonder benen.’

Geboren – Neuss, Duitsland Burgerlijke staat – geregistreerd partnerschap Woont in – Den Hoorn (Texel) Opleiding – Academie voor Gastronomie (van Peter Klosse), Wijnacademie, cursus Wijnproefkunde Eerste baan – afwasser Sport – twee keer per week fitness Boek – laatste boek was Waar is ze? - Alex Marwood, verder weinig tijd Film – ik kijk niet vaak films, ik geniet liever van een mooie fles wijn met Jef Muziek – verschillend Onmisbaar – mijn zoon Sam

27


Creative manager Bernardo Fleming

‘Ik denk


Creative manager Bernardo Fleming

Bernardo Fleming is creative manager van de parfumdesigners van IFF (International Flavors & Fragrances); een van de grootste producenten van geur- en smaakstoffen ter wereld. Dagelijks vertalen zij de trends op het gebied van mode en cosmetica naar geuren die passen bij de huidige tijdsgeest. ‘Het mooie aan dit werk is dat ik me zowel met creativiteit en inspiratie, als met wetenschap en marketing bezighoud. Die combinatie van tegenpolen maakt het zo spannend.’ Tien jaar geleden vertrok Fleming vanuit Argentinië naar

en droom in geuren’ Nederland om voor IFF te werken. ‘Ik werk met parfumeurs en probeer steeds teams samen te stellen die elkaar aanvullen in talenten en vaardigheden.’ Bij het sturen van zo’n team maakt hij graag gebruik van kleurige moodboards. ‘Dit vertaalt zich naar fruitige akkoorden en lichte nuances’, wijst hij naar de heldere kleuren geel, groen, blauw en oranje. Fleming wil de teams out of the box laten denken. ‘Soms valt een van de basisnoten weg, omdat de grondstof niet milieuvriendelijk is of vervangen kan worden door een milieuvriendelijke variant. Het is dan mijn taak om een heel nieuwe geurcomponent aan te dragen. Dat is enorm wennen voor de parfumeurs die vaak al jaren met deze geur werken. Ik daag ze dan uit om te experimenteren en de parfums te creëren waarvoor ze eerst dat oude ingrediënt nodig hadden, door nieuwe combinaties te maken. Dat is alsof je een kunstenaar vraagt een bos te schilderen, zonder de kleur groen. Je geeft hem er wel een nieuwe kleur voor in de plaats waarvan hij alle mogelijkheden nog moet ontdekken’, legt hij uit. Liefde op het eerste gezicht Het ontwerpen van een parfum vereist echter niet alleen een creatieve geest, maar ook kennis van de pH-waardes van de huid en de werking van moleculen. Elk parfum is dan ook als een piramide opgebouwd: ‘Als eerste ruik je de topnoten. Dat is de eerste indruk die je krijgt, zoals wanneer je iemand voor het eerst ziet.’ Die topnoten blijven soms een paar minuten tot hooguit een half uur hangen. Dan evolueert de geur en neem je hartnoten waar: ‘Dat is het hart van de geur. Je leert haar kennen en wordt verliefd op haar karakter...’, vervolgt hij. Tot slot zijn alleen de basisnoten nog niet vervlogen: ‘Dat is de geur die je de volgende ochtend in haar kleren en kussen nog ruikt.’ In zijn zoektocht naar nieuwe geuren en parfums wordt hij ondersteund door researchers die onderzoek doen naar de voorkeuren van de consument. Zij leveren de data waarmee IFF een inschatting kan doen of een geur in de smaak zal vallen bij een breed publiek. Dat is echter moeilijk te voorspellen: ‘Sommige geuren zijn heel breed geaccepteerd; bijna iedereen vindt ze lekker. Dat komt ook doordat de meeste mensen er positieve associaties bij hebben. Zo geeft citrusgeur vaak een associatie met schoon, mensen willen graag schoon en fris ruiken. Iedereen vindt citrusgeur lekker, maar niet iedereen houdt ervan. De geur van Zwitsal is hier in Nederland dé geur die hoort bij baby’s en veel mensen vinden het een lekkere geur. In Argentinië, waar ik opgroeide, wordt een cologne die naar citrus ruikt

29


Creative manager Bernardo Fleming

juist het meest voor baby’s gebruikt.’ Wat ook een grote rol speelt in de beleving van geuren, zijn persoonlijke herinneringen: ‘Kruidnagel is geen geliefde geur. Het doet de meeste mensen denken aan de tandarts en daar komt bijna niemand graag. Maar ik ben dol op kruidnagel. Mijn moeder was tandarts en daardoor doet deze geur me aan haar denken. Vaak zijn het de geuren van de dierbaren om je heen die jij wel lekker vindt, maar anderen waarschijnlijk niet. Zoals de ochtendadem van je eigen kind.’ Moeders en mode Daarnaast spelen cultuur en bevolkingssamenstelling een rol. In sommige delen van de wereld, zoals bijvoorbeeld Afrika, draagt men graag een sterk parfum. De geuren in Europa zijn over het algemeen iets subtieler. IFF ontwikkelt niet alleen de geuren voor parfums, maar bijvoorbeeld ook voor toiletblokken, schoonmaakmiddelen en wasmiddelen. ‘Toen

naar nieuwe parfums te vertalen. Geuren zijn fantastisch en ik vind het jammer dat de meeste mensen ze zomaar voor lief nemen. Ik zou het geweldig vinden als iedereen zich veel bewuster zou zijn van de geuren om ons heen. Dat we dan bijvoorbeeld verkeersborden zouden vervangen door geuren en je dan bij de geur van brood linksaf gaat.’ Daarnaast gelooft hij dat we geur ook in therapie goed zouden kunnen inzetten. ‘Door geuren te gebruiken kom je veel sneller bij emoties en herinneringen. Het zou mensen enorm kunnen helpen.’ ‘Ik kan me haast niet voorstellen hoe het zou zijn om mijn reukzin te verliezen, maar ik sta heel sterk in contact met al mijn zintuigen. Ik denk dat ik mijn focus zou verleggen naar een ander zintuig. Misschien zou ik dan wel in beelden denken en me richten op fotografie. Als een zender geblokkeerd is, zap je toch ook naar de volgende?’

‘ De geur van wasmiddel is een stukje moederliefde’ ik in Afrika was, leerde ik de emotionele waarde van de geur van wasmiddel kennen. Het is een stukje moederliefde; moeders zijn trots als de kleren van hun kinderen schoon zijn en fris ruiken.’ De laatste tijd worden geuren ook steeds meer ‘genderneutraal’, wat past bij onze huidige samenleving. ‘Vrouwen kiezen vaker voor kruidige en houtachtige geuren, die voorheen echt bij mannen hoorden. Bloemige componenten kunnen tegenwoordig ook worden gebruikt in een mannenparfum.’ Daarnaast komen, net als met kleding, ook geuren van vroeger weer terug in de mode. ‘Jarenlang werden verschillende bloemen als een boeket van geuren in parfums verwerkt. Nu is enkel rozengeur heel populair.’ Zintuigen zappen Zelf is Fleming al zijn leven lang gefascineerd door geuren: ‘Ik denk in geuren en droom zelfs in geuren. Die dromen probeer ik dan weer

Bernardo Fleming Geur en gerecht – vers gebakken brood, vooral de geur hiervan kan ik niet weerstaan, op welke plaats of moment van de dag dan ook Geboren – Buenos Aires, Argentinië, 1976 Burgerlijke staat – gehuwd Woont in – Amsterdam Opleiding – master in Business Eerste baan – vuurwerk verkopen Sport – rugby Boek – El Túnel - Ernesto Sábato Film – The Godfather Muziek – Kind of Blue - Miles Davis Onmisbaar – creativiteit

30


‘Het gaat om wat je ziet

Olfactory artist Peter De Cupere


en tegelijkertijd ruikt’ Geur is al twintig jaar het belangrijkste thema in het werk van de Belgische kunstenaar Peter De Cupere. Hij maakte onder andere Mariabeelden van desinfecterende urinoirblokjes, een pepermuntboom die je aan het huilen maakt en een muur die naar Fruittella ruikt. Toch wil hij geen geurkunstenaar genoemd worden. ‘Ik vind de Engelse term olfactory artist veel juister klinken: ik ben een kunstenaar die met geuren werkt. Daar komt ook kennis, gevoel en emotie bij kijken. Helaas is olfactorisch zo’n lelijk woord in het Nederlands...’, mijmert hij. De Cupere zet geur graag in om zijn werk van context te voorzien. Om mensen aan het denken te zetten, schuwt hij niet om contrasten op te zoeken. ‘Ik kreeg veel reacties op mijn Mariabeeld dat was opgebouwd uit toiletblokjes. De beeltenis van een heilige gemaakt van iets wat je normaal in een urinoir hangt...’ Tranen en troost Zijn geurige kunst roept niet alleen een mentale, maar vaak ook een fysieke reactie op. ‘Ik exposeerde eens een boom die boven op een grote witte bol stond. De bol verspreidde een sterk pepermuntaroma waar je direct tranen van in je ogen kreeg door een toegevoegde stof.’ Deze leek namelijk op het stofje dat je in uien vindt. ‘Het huilen van de bezoekers werd zo onderdeel van mijn kunst’, legt hij uit. ‘In een andere installatie maakten we gebruik van feromonen. We lieten dan in een ruimte waar veel mannelijke feromonen waren een groepje met meer vrouwen dan mannen binnengaan. Aan de lichaamstaal van de dames was duidelijk te zien dat de mannen dan veel aantrekkelijker gevonden werden.’ Tijdens een van zijn tentoonstellingen vroeg hij de bezoekers ook aan elkaar te ruiken: ‘Mensen werden direct veel opener naar elkaar.’ Ook in een universiteitsbibliotheek hield hij een geur-experiment. ‘We verspreidden verschillende geuren zonder dat de studenten het wisten. Rozemarijn werkte het best, ze bleven langer studeren, omdat ze zich beter konden concentreren.’ Dat geur ook gerust kan stellen, blijkt uit zijn kunstwerk voor het kinderziekenhuis in Jette (Brussel). Neusje, neusje, neusje is een witte muur vol bronzen neuzen waarop clownneusjes werden gezet die verwijzen naar de Cliniclowns. Voor ze naar binnen gaan, lopen de kinderen langs een sluis die de geur van Fruittella verspreidt. ‘Zo hebben ze niet meer het gevoel in een enge kliniek te zitten.’ In een woongroep voor dementerenden hielp De Cupere de bewoners de weg naar hun eigen afdeling terug te vinden door middel van geur. ‘Elke gang kreeg een eigen, herkenbare geur. Via kunstbloemen die de geuren verspreidden, werden de mensen naar hun kamer geleid.’

32


grasparfum voor Vluchtelingenwerk Vlaanderen. De grasgeur ging de boeken in als het duurst verkochte parfum ooit, de opbrengst ging naar het vluchtelingenwerk: ‘De geur van gras staat symbool voor vrijheid, en weidsheid. Daarom paste het zo goed bij het doel.’ Geurgeheugen De Cupere is ervan overtuigd dat ook wanneer hij zelf zijn reukzin zou verliezen, hij zijn

Olfactory artist Peter De Cupere

Kijkend ruiken In 2016 verscheen zijn boek Scent in context, een bloemlezing van de kunstwerken die hij de afgelopen 20 jaar gemaakt heeft. Het dikke boek is een kunstwerk op zich en zoals het De Cupere betaamt is het niet alleen een lust voor het oog, maar ook voor de neus. ‘In 22 afbeeldingen zijn 11 geuren verstopt. Als je over die foto’s wrijft komt de geur van onder andere babypoeder, pepermunt, paardenstal en bos vrij.’

‘ In mijn hoofd bevindt zich een enorme geurenbibliotheek’ Het gaat in zijn werk om de combinatie van reuk en beeld: ‘Ik wil niet alleen een mooi beeld vormen, maar mensen ook bewust laten nadenken over wat een geur zegt en betekent. Het gaat om wat je ziet en tegelijkertijd ruikt; wat doet dat met je? Het is een soort synesthesie van geuren en kleuren.’ Goud waard Reuk en zicht zijn al zijn hele leven belangrijk voor De Cupere: ‘Ik zie heel graag. Esthetiek en schoonheid hebben altijd een grote rol gespeeld. Maar juist daarom was ik ook zo bang om het te verliezen.’ Hij besloot zich toen op iets anders te richten voor het geval hij niet meer zou kunnen zien en ontdekte geuren. ‘Ik heb een heel klassieke opvoeding gehad en zette me daartegen af. Terwijl mijn oudste zus en broer aan ballet deden en mijn jongste zus piano speelde, smeerde ik aardbeien op mijn trommeltje omdat ik de geur lekkerder vond dan de smaak. En ik maakte ook parfums, bijvoorbeeld van gras. Die deed ik cadeau aan de mensen om mij heen of ik druppelde het in mijn eigen hals.’ De jonge parfumeur genoot van het effect van geur op zijn omgeving: ‘Wanneer we ’s morgens heel vroeg op de bus stonden te wachten zag ik hoe mensen vrolijk werden. Ze lachten en praatten opgewekter. Ik dacht echt dat ik een gat in de markt gevonden had met mijn zelfgemaakt grasparfum.’ Ironisch genoeg ontwikkelde hij jaren later een

geurkunst zou blijven maken. ‘Ik heb er schrik van, het lijkt me echt afschuwelijk om niet meer te kunnen ruiken. Maar ik weet dat het iedereen kan overkomen. Ik heb mezelf daarom een tijdje getraind. In mijn hoofd bevindt zich een enorme geurenbibliotheek. Ik kan me 50 of zelfs meer geuren voor de geest halen zoals gas, babypoeder, vervuiling, aardbei, rozen en angstgeur. Die geuren link ik dan weer aan alle andere geuren die ik ken. Zo zou ik mijn kunst nog steeds kunnen maken. Het bepalen van de intensiteit zou wel lastig zijn. Je moet onder andere rekening houden met de luchtvochtigheid en de temperatuur in een gebouw. Maar met 20 jaar ervaring kom ik vast een heel eind.’

Peter De Cupere Geur – elke geur is interessant naar gelang de context waarin het gebruikt wordt Geboren – 21 november 1970 Woont in – ik ben een wereldburger Opleiding – master en laureaat in de beeldende kunsten Eerste baan – marketingmanager van een speelgoedketen Sport – kunst (kan ook gezien worden als sport), hakko-ryu jiujitsu en wandelend de natuur ruiken Boek – Le miasme et la jonquille: L’odorat et l’imaginaire social, XVIIIe et XIXe siècles Alain Corbin Film – Scent of Mystery Muziek – ik luister naar alle soorten muziek, maar mijn eerste muziekliefde was Still Loving You van de Scorpions. Onmisbaar – verse en zuivere lucht

33


colofon


colofon

Achter glas is een uitgave van Reuksmaakstoornis.nl Interviews – Susanne de Bruin Eindredactie – Esther Bos Fotografie – Geerke Vermeulen Vormgeving – André van Dijk Drukwerk – DRDV Media Services

De makers Susanne de Bruin studeerde in juni 2015 af aan de Fontys Hogeschool voor Journalistiek en startte haar eigen bedrijf (www.journovelle.nl), gevestigd in Oosterhout. Ze werkt als freelance journalist en tekstschrijver voor o.a. BN DeStem, Dronemagazine en Safon. Daarnaast is Susanne redacteur van het Nieuwsbericht van Reuksmaakstoornis.nl en schrijft ze regelmatig over activiteiten van de vereniging. Voor de productie Achter glas verzorgde Susanne de interviews.

Esther Bos werkt met tekst in de breedste zin van het woord. Ze ondersteunt marketing- en communicatieafdelingen met teksten voor websites, blogs en het bepalen van de juiste tone of voice. Ook schrijft ze artikelen voor vtwonen.nl en recenseert ze literatuur voor een cultureel webmagazine. Als eindredacteur zet ze de puntjes op de i voor uitgaven van verschillende media. Esther heeft de eindredactie van Achter glas op zich genomen.

Geerke Vermeulen is fotograaf en heeft een eigen fotostudio in Bunnik (www.geerkevermeulen.nl). Onder haar opdrachtgevers bevinden zich onder meer SSH Student Housing, gemeente Bunnik en de Brothers Horeca Groep. Ze zoekt het liefst verrassende plekjes en de bedrijvigheid van de grote stad op voor de foto’s in haar vrije werk. Door haar eigen reukverlies kwam ze in contact met Reuksmaakstoornis.nl. Geerke heeft de fotografie voor Achter glas verzorgd.

André van Dijk is grafisch ontwerper in een zelfstandige studio in Rotterdam (www.apuntdesign.nl). Hij werkt met name als ontwerper van boekprojecten en corporate identity in alle mogelijke vormen. Opdrachtgevers zijn uiteenlopende bedrijven en instellingen, waaronder Reuksmaakstoornis.nl. Daarnaast is André actief als recensent literatuur en beeldende kunst voor een aantal culturele webmagazines. André deed de vormgeving van Achter glas.

Kirsten Jaarsma heeft gewerkt als sales- en marketing professional bij een multinational in agrarische grondstoffen, is politiek actief als raadslid en fractievoorzitter in haar woonplaats en organiseert in haar vrije tijd kunstreizen. Ze volgt momenteel een HBO-studie bestuurskunde en is sinds 2013 voorzitter van Reuksmaakstoornis.nl. Kirsten heeft sinds 2012 anosmie.

35


Reuksmaakstoornis.nl (de nieuwe Anosmievereniging) werd in het jaar 2000 opgericht met het doel mensen met een reuk- en/of smaakstoornis zo deskundig en breed mogelijk te informeren en ontmoetingen met lotgenoten te faciliteren en organiseren. Dankzij onze contacten in de medische wereld en onderzoekswereld zijn we in staat onze leden en andere belanghebbenden op de hoogte te houden van de laatste ontwikkelingen in binnen- en buitenland op het gebied van reuk- en/of smaakstoornissen. Daarnaast bespreken we ook de niet-medische aspecten met betrekking tot gezondheid, voeding, sociale veiligheid en relaties. We zoeken naar compensatie voor het reuk- en/of smaakverlies en willen de beperkte smaakbeleving samen met onze leden herontdekken en opnieuw vormgeven. Bovendien delen we ervaringen van mensen die hetzelfde meemaken en voelen, zodat zij zich wellicht in elkaars verhalen kunnen herkennen. Reuksmaakstoornis.nl wil hierin de verbindende factor zijn. Al is genezing niet altijd een optie, helpen kunnen we in ieder geval.

de nieuwe anosmievereniging



Achter glas