Page 1

www.renda.nl

#1 Kennisnetwerk voor professionals in de sociale woningbouw

Ouderen schakelen moeilijker over op nieuwe dingen WIEBO DE VISSER

DE MISMATCH TUSSEN BEWONERS EN TECHNIEK

2018


Inhoud 8

34

ARTIKELEN

INTERVIEW

14 Selecteren op meerwaarde Noorderberg & partners 24 Zet de ambitie voorop Inspiratie uit de nieuwbouw 50 Smaken van energieneutraal Deel 1: energielevering 58 Samenwerken op basis van vertrouwen Woonmeij (voormalig Huis & Erf) 74 Mismatch Tussen techniek en eindgebruiker 78 De Vitale Corporatie Deel 1

8 De verbinding tussen wonen & zorg Een interview met Hassan Najja 44 Biomimicry Een interview met Lydia Fraaije 68 Experimenten in circulariteit Een interview met Simone de Waart

PROJECT 34 Vooruit in Kanalen­ eiland Zuid Bettina van Santen

EN VERDER

Beeld cover Miriam van Dun

4 Hoofdredactioneel Erna van Holland 6 Agenda Evenementen

#1 2018

42

22 Fouten maken mag Leerling & Leermeester 42 Een godsgeschenk Hoe woon jij? 66 NOM: het blijft maatwerk Column Marèn van Duuren

RENDA NETWERK 84 Vers bloed Nieuwe partners 85 Build me once Blog Michiel Wauben 86 Het geluk ervaren Workshop Anke van Hal 90 Renda in 2018 Renda Denktank 92 De Gezonde Woning Kennisatelier Niels Götz 96 Renda partners Partneroverzicht

#1 2018

3


NIEUW LOGO, NIEUW BLAD, MEER INHOUD Het is misschien wat onverwacht, de nieuwe Renda. We hadden het ook niet aangekondigd. Zelfs het logo is veranderd. Misschien dat je het niet eens direct had herkend, maar dat is niet erg. Nu heb ik normaal gesproken een hekel aan “vernieuwd’ als het in de reclame wordt gebruikt, omdat je je meestal afvraagt wat er dan eigenlijk zo nieuw is. En ook hier is de vraag gerechtvaardigd: is het alleen de buitenkant of het aanzien? Ik kan je geruststellen. Dat is het niet. Een nieuw formaat, voor de kenners van Ruimte + Wonen al langer bekend, levert nieuwe mogelijkheden. Laten we beginnen met de ‘look and feel’ zoals dit zo mooi heet. Het voelt nu niet meer aan als een tijdschrift maar als een klein boekje. Iets dat

Deze inhoud leveren kunnen we niet alleen, daar hebben we jullie voor nodig. 4  #1 2018

makkelijk in de tas past. Eerder iets dat je langer zou willen bewaren. Het is onze intentie dat de uitstraling professioneler is en meer nieuwsgierig maakt. We hebben meer bladzijden tot onze beschikking en willen dus ook meer inhoud leveren. Er is meer ruimte voor artikelen, artikelen zijn wat langer en bevatten veel illustraties of foto’s. Deze inhoud leveren kunnen we niet alleen, daar hebben we jullie voor nodig. Dus ideeën voor artikelen zijn welkom! Op onze Renda Denktank op 11 januari in Utrecht hebben we van onze partners – er waren er ruim 50 – al veel input voor het komende jaar aangeleverd gekregen. Aan vijf verschillende thema-tafels zijn de onderwerpen in twee ronden opgehaald. Het is goed om de thema’s even de revue te laten passeren.


HOOFDREDACTIONEEL

Ketensamenwerking blijft een belangrijk onderwerp. Het was spijtig dat Jack van der Veen door ziekte niet aanwezig kon zijn, maar hij komt nog in een herkansing. Hoe gaat ketensamenwerking zich ontwikkelen in een aantrekkende markt en wat betekent de aanbestedingsregelgeving nu echt? Bij het onderwerp Circulariteit bleek het goed eerst met elkaar de definitie uit te wisselen. De mensen aan de tafel hebben vervolgens in beeld gebracht wat zij zouden kunnen bieden en wat men graag zou willen halen. Er blijkt een behoefte te zijn aan een circulaire marktplaats, ondersteuning bij de uitvraag en het eeuwige dilemma van betaalbaarheid. We organiseren op 31 mei de Dag van de Circulariteit, waarbij deze onderwerpen ook aan bod komen. Reserveer deze datum dus alvast maar in de agenda. De Gezonde Woning was als onderwerp zeer dankbaar voor Niels Götz die de

input direct kon gebruiken bij het Kennisatelier op 1 februari jl. Het onderwerp Bewoners mocht natuurlijk niet ontbreken. Met nieuw teamlid Wikke Peters en nieuw redactielid Inge van Duijnhoven werd duidelijk dat het bij de Renda partners vooral gaat om hoe de techniek en de mens bij elkaar kunnen komen. Daar zullen we dit jaar vaker op terug gaan komen. Aanvankelijk keek men wat vreemd op bij het thema Netwerk, een onderwerp waar we als Renda zelf mee zijn gekomen. Dit bood ons de gelegenheid om met onze partners te bespreken hoe we met z’n allen meer uit het netwerk kunnen halen. Dat geldt enerzijds tussen Renda en haar partners maar niet op de laatste plaats ook tussen de Renda partners onderling. We willen dit jaar op zoek gaan naar manieren om de meerwaarde van het netwerk te vergroten.

Er staan wederom een groot aantal bijeenkomsten op de rol. Daarnaast gaan we werkgroepen faciliteren voor mensen die over een bepaald onderwerp in een kleiner gezelschap willen doorpraten. De Gezonde Woning werkgroep is hier het eerste voorbeeld van. Mocht je hiervoor belangstelling hebben, meld het dan. En we blijven samen met jullie artikelen schrijven die wij altijd online plaatsen en nu met grotere kans in ons nieuwe blad een plek kunnen geven. Erna van Holland Hoofdredacteur Renda

ARTIKEL SCHRIJVEN?

Heb je een idee voor een artikel en past dit binnen de thema’s van Renda? Stuur dan een mail naar renda@aeneas.nl

#1 2018  5


RENDA MENUKAART 2018

renda.nl

Heb jij verstand van renoveren? Renda stelt professionals in staat hun werk beter te doen door betrouwbare vakkennis te delen. Is jouw bedrijf deskundig op het gebied van renovatie of een aspect daarvan? En wil je die kennis delen met woningcorporaties, renovatiebedrijven of toeleveranciers? Word dan partner van Renda. Eenpitters en start-ups Adviesbureaus, kleine bedrijven en corporaties Bedrijven

€ 950 € 1599 € 2599

Wat krijg je daarvoor? Redactioneel

Netwerk

Commercieel

• Welkomstinterview • Deel je nieuws met het netwerk • Een plek in ons blogpanel • Schrijf een artikel in Renda Magazine • Deelname aan Renda-rubrieken: - Hoe woon jij? - Passie voor vakmanschap - Leerling & Leermeester

• Bepaal de koers van Renda • Toegang tot minimaal 6 events voor tenminste 2 personen • Toegang tot de online community voor het hele bedrijf • Korting op betaalde events • Partnerlidmaatschap voor medewerkers • Renda Magazine (max 20) • Renda Banenruil

• Logo in nieuwsbrief, op website en Renda Magazine • 25% korting op advertentietarieven • Plaatsing in Innovatiedatabase • Plaatsing in Vacaturebank

Wil je nog meer zichtbaarheid? Redactioneel

Netwerk

• Een artikel geschreven door een Renda-journalist • Andere journalistieke uitingen mogelijk in overleg

• Zeepkistmoment • Sponsor Renda Kennisatelier • Organiseer een Renda Event • Renda Themadag: - Host - Deelsessie - Inspiratielunch

€ 500

n.o.t.k.

Commercieel* €

500

€ 1500 € 4500 € 2500 € 1500 € 1500

• Advertentie in Renda • Innovatie op homepage • Innovatie in nieuwbrief • Vacature op homepage • Banner in nieuwsbrief • Banner op website

* Tarieven i.c.m. partnerschap. Meer weten: vraag de tariefkaart aan via s.verdonk@aeneas.nl.

€ 1495 € 280 € 225 € 225 € 375 € 565


AGENDA • 12 april

Renda on Tour Aan de Soendalaan in Vlaardingen renoveert Waterweg Wonen 12 portiekwoningen tot Nul-op-de-meter, met behulp van het 2nd Skin® concept van BIK bouw. Tijdens de Renda on Tour nemen we een kijkje in de modelwoning en krijgen we uitleg over het financieringsmodel, de communicatie met bewoners, de gevels (Sto Isoned) en technische installaties (Itho Daalderop).

• 23 mei

Renovatiebeurs Op de beursvloer staan tijdens een Rendakaffee bewonerscommunicatie en vraaggestuurd renoveren centraal. Aan de hand van stellingen deelt onder andere Woonbedrijf, de do’s en don’ts op dit gebied.

• 31 mei

Dag van de Circulariteit Circulariteit is een breed begrip en we pretenderen niet het hele spectrum binnen een dag te kunnen behandelen. De volgende

drie thema’s komen deze dag in ieder geval aan bod: materialen, de nieuwste technische mogelijkheden en bewustwording bij medewerkers en bewoners.

welke taken liggen bij andere partners? En wat betekent de toename van incidenten voor het dagelijks werk van corporatiemedewerkers?

• 14 juni

• 27 september

Anke van Hal van HomeMates doet onderzoek naar de geluksfactor van bewoners. Waar worden ze nu écht gelukkig van? In dit kennisatelier deelt Anke van Hal haar nieuwe onderzoeksresultaten.

De bouw staat voor de grote uitdaging om zichzelf collectief naar een toekomstbestendige en duurzame sector te ontwikkelen. Daarvoor is ketensamenwerking nodig. Partijen spreken echter verschillende talen, vertrouwen elkaar niet helemaal en maken andere afwegingen. Cultuurverschillen zorgen te vaak voor ruis op de lijn en kunnen een optimale samenwerking tussen leveranciers, corporaties, bouwbedrijven en andere ketenpartners dwarsbomen.

Kennisatelier Anke van Hal

• 5 juli

Kwetsbare wijken Het systeem van passend toewijzen zorgt samen met de toenemende extramuralisering voor een grote druk op toch al kwetsbare wijken. Niet alleen woningcorporaties, maar ook bijvoorbeeld renovatiebedrijven treffen steeds vaker ernstige situaties achter de voordeur aan. Hoe kunnen corporaties op een goede manier deze kwetsbaren huisvesten? Welke verantwoordelijkheden hebben corporaties, en

Cultuuromslag in de sector

Bekijk onze evenementen online op renda.nl/events

#1 2018

7


BEELD PAUL TUINTE

  INTERVIEW VERBINDING TUSSEN WONEN & ZORG

8  #1 2018


De verbinding tussen wonen & zorg “Betekenis geven, daar draait het om. Aan jezelf, aan anderen, aan het leven. Voelen dat je er mag zijn, als mens. Ik ben ervan overtuigd dat elk individu kan bijdragen aan het geven van betekenis. Dat begint volgens mij met goed naar elkaar luisteren. Betekenis geven en echt naar anderen willen luisteren, daar zet ik me iedere dag voor in.” Een interview met Hassan Najja, directeur van SOR. Tekst Wikke Peters

HASSAN NAJJA

Hassan Najja is sinds oktober 2015 directeur van SOR, Stichting Oude­ renhuisvesting Rotterdam. Op achtjarige leeftijd kwam Hassan vanuit Marokko naar Nederland. Al van jongs af aan voelt hij zich betrokken met de minderbedeelden in de samenleving.

I

k ben niet van steen. Kijk eens naar me. Kijk eens echt. Het zijn de eerste regels van het manifest dat SOR rondstuurt naar hun stakeholders en de lokale politiek. De SOR is één van de drie categorale corporaties in Nederland, en richt zich op het huisvesten van vijftigplussers die kwetsbaar zijn vanwege inkomen of gezondheid, of allebei. De woorden uit het manifest zijn tekenend voor de koers van de corporatie: gericht op mensen, samenwerken, participatie en maatwerk. Ze zijn ook tekenend voor Najja zelf. Als achtjarig jongetje kwam hij met zijn moeder vanuit Marokko naar Nederland, en belandde in het Noord-Limburgse Horst. Daar voegden ze zich bij hun vader, die jaren eerder als gastarbeider naar Nederland ging. “Mijn vader sprak de taal niet en wist niets van de Nederlandse cultuur. Toch vond hij allerlei baantjes, hield #1 2018  9


INTERVIEW VERBINDING TUSSEN WONEN & ZORG zich staande en onderhield ondertussen ook zijn gezin in Marokko. Een gezin met zeven kinderen, waarvoor mijn moeder in haar eentje de dagelijkse zorg droeg. Ik heb ontzettend veel respect voor mijn ouders, en hun enorme doorzettingsvermogen.”

Identiteit

Van Marokko naar Horst, een hele overgang. Najja was het enige allochtone kind in de klas, hun gezin het enige in het dorp. “Dat doet iets met je identiteit. Ik werd vaak beledigd, voelde me soms eenzaam, en worstelde een tijdje met de vraag: wat is mijn plek in deze samenleving?” Zijn ouders gaven daarin het voorbeeld dat Najja nog steeds koestert: altijd voor een ander klaar staan. “Wat we hadden was niet altijd veel, maar we deelden het met anderen. Elke vrijdagmiddag stond bij ons de deur open voor mensen die het nog moeilijker hadden: daklozen, zwervers. Ze kregen dan een warme maaltijd van mijn moeder, ik herinner me dat er overal borden met couscous stonden.” De betrokkenheid van zijn ouders met de minderbedeelden in de samenleving, werkte aanstekelijk. “Ik ben al heel jong vrijwilligerswerk gaan doen. Op mijn vijftiende fietste ik al twee keer per week een uur heen en weer om in het nabijgelegen AZC te gaan werken. Die betrokkenheid, de zorg voor anderen, zonder je overigens meer te voelen dan een ander, is altijd belangrijk gebleven in mijn leven.”

Het verschil maken

Sinds Najja in de corporatiewereld belandde, na gewerkt te hebben voor onder andere een Amerikaanse multinational en als PvdA wethouder in Venray, voelt hij dat alle puzzelstukjes op hun plek zijn gevallen. “De corporatiesector is zo’n mooie sector. Wij zitten in een positie dat we het verschil kunnen maken voor mensen. Als wij ons werk goed doen, kunnen we enorm bijdragen aan een kwaliteit van leven.” Dat gezegd hebbende: leiding geven aan de SOR is geen geringe opgave. De organisatie staat namelijk sinds een tijdje onder verscherpt toezicht. “Dat is een uitdaging, ik kan niet alles doen wat ik zou willen. Het betekent keuzes maken: een levensloopbestendig bezit gaat boven een focus op energetische duurzaamheid.” Het opnieuw financieel gezond maken van zijn organisatie, ziet Najja als een onderdeel van zijn missie. “Daarnaast zoek ik sterk naar de verbinding tussen wonen en zorg. Er is op dit moment een gap tussen corporaties en zorg- en welzijnsinstellingen. Dat komt mede door de overheid: die deelt de samenleving op in silo’s. Eentje voor wonen, eentje voor zorg, eentje voor welzijn. Maar zo werkt het niet: mensen functioneren niet in kokers. Corporaties en zorg- en welzijnspartijen zouden veel meer moeten samenwerken. Hier in Rotterdam hebben we nog amper allemaal bij elkaar aan tafel gezeten. Dat wil ik veranderen, ik ben op zoek naar synergie tussen deze partijen.” Waarbij ieder zijn eigen taak heeft, al is het maar omdat de nieuwe woningwet de corporaties dwingt bij hun core business te blijven: het verhuren van woningen. Najja: “Wat volgens de wet precies wel of niet mag, is eigenlijk helemaal niet zo interessant. Het gaat om je eigen handelingsmacht: ben je in staat die samenwerking te organiseren en ben je in staat te agenderen? Dat is de rol die je als corporatie zou moeten nemen.” Mensen die eerst in een verzorgingstehuis werden ondergebracht, zijn door de extramuralisering corporatieklant geworden. En nu is het nog te vaak zo dat we 10  #1 2018


INTERVIEW VERBINDING TUSSEN WONEN & ZORG

Elke dag een glimlach kan al het verschil maken.

HASSAN NAJJA #1 2018  11


kwetsbare ouderen een dak boven hun hoofd verschaffen, maar dat ze vervolgens binnen zitten te verpieteren in hun eentje. Daarvoor is maatwerk nodig, en dat kunnen we niet alleen. We hebben nog een tekort aan innovatieve ideeën en nieuwe vormen van samenwerken.” Een voorbeeld van een geslaagde samenwerking? Het Pietje Bell huis en De Zorgbutler. “Wij verbouwden een van onze voormalige intramurale locaties tot een appartementencomplex waarin we ontmoeting faciliteren. De Zorgbutler biedt zorg op maat aan binnen dat complex; huurders kunnen precies die zorg inkopen waaraan ze behoefte hebben.”

Achter de voordeur

Langer thuis wonen, zelf de regie voeren over je leven, eigen keuzes maken: Najja is er een voorstander van. Maar tegelijk voelt de corporatiebestuurder ambivalentie jegens de participatiewet. “Het is een mooi idee, maar ook een idee dat je niet zomaar kunt afdwingen met wetgeving. Zeker niet omdat het idee van een zorgzame overheid diep geworteld zit in de Nederlandse cultuur. Ineens moeten we van dat

Huurders kunnen precies die zorg inkopen waaraan ze behoefte hebben. idee afstappen, en dat is geen knop die je zomaar omzet. En laten we wel wezen: uiteindelijk is de participatiewet op de eerste plaats natuurlijk gewoon een keiharde financiële maatregel. Daar wringt het ook: er ligt geen intrinsieke overtuiging ten grondslag aan de participatiewet. Eigen regie, autonomie en keuzes werken alleen als je achter die voordeur ook alles goed op orde hebt.”

Ongemakkelijk

Er is ook wederkerigheid en gelijkwaardigheid nodig als het gaat om invloed van huurders en het in kaart brengen van hun behoeftes. “Bij de corporaties is veel aan het veranderen. Van vastgoed georiënteerde organisaties maken we nu de transitie naar mensgerichte organisaties. Dat is een hele omwenteling. Je moet je bewust worden voor wie je werkt, wie je klanten zijn. Met hen aan tafel gaan als gelijkwaardige gesprekspartners, je afvragen hoe je oprecht meer aan elkaar kunt hebben. Een voorbeeld: voorheen zaten we hooguit eens per jaar aan tafel met ons huurdersplatform. Nu meerdere keren per maand: we zitten middenin een actief samenwerkingstraject om te bepalen hoe we onze diensten kunnen verbeteren.”

12  #1 2018


INTERVIEW VERBINDING TUSSEN WONEN & ZORG En ook daar, constateert Najja, gaat het om luisteren. Écht luisteren. “Vaak is die lekkende kraan of die piepende deur helemaal niet het echte probleem, maar veel meer: word ik gehoord, word ik serieus genomen?” De klant centraal stellen is dan ook een uitspraak die niet klopt, volgens Najja. “Dat zegt nog steeds iets over hoe jij je als organisatie positioneert. Waar het om gaat is zonder oordeel luisteren naar behoeftes. Dat is soms moeilijk en uit je comfortzone. Maar waar wrijving is, ontstaat glans. Dat wat eerst ongemakkelijk en moeizaam voelt, blijkt later juist erg duurzaam.”

Andere wereld

Inclusiviteit is nog zo’n thema dat volgens Najja hoog op de maatschappelijke agenda zou moeten staan. “Hoe kan het dat wij, in nota bene een multiculturele stad als Rotterdam, nog zo weinig allochtone huurders hebben? Ik maak ‘s avonds vaak een wandelingetje, door de wijken van Rotterdam waar we huurcomplexen hebben staan. Vooral ook om een praatje te maken met de mensen die ik dan tegenkom. Laatst nog in Rotterdam Zuid. Verbazingwekkend hoe je daar in een compleet andere wereld terecht komt. Zoveel groepen mensen leven langs elkaar heen. We moeten echt op inclusiviteit gaan investeren. Want ik snap wel dat je je als jonge, zelfbewuste moslima met een hoofddoek, niet geaccepteerd en gewaardeerd voelt in de Nederlandse samenleving. Ja, het onderwerp inclusiviteit raakt mij inderdaad persoonlijk. Ik zou me er makkelijk voor af kunnen sluiten: ik heb een goede baan, een fijn huis, een auto, een gezin met vier opgroeiende, prachtige kinderen en een geweldige vrouw. Ik zou kunnen denken: dit is niet mijn probleem. Maar ik kan mijn hart er niet voor afsluiten, ik voel een intrinsieke verantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren.” Is de inclusieve samenleving een utopie? Najja denkt van niet. “Je kunt er al mee beginnen door je niet af te sluiten voor een ander. Elke dag een glimlach kan al iets betekenen.”

Stille helden

Wie Najja's helden zijn? Daarover hoeft hij niet lang na te denken. “Natuurlijk mijn ouders. Maar bijvoorbeeld ook Rosa Parks. De donkere vrouw die in de jaren zestig in Amerika weigerde op te staan in een bus, omdat zij daartoe verplicht was vanwege haar huidskleur. Een stille held, die niet voor een groot, zichtbaar gebaar ging. Ze was geen held omdat ze een held wilde zijn, maar ze ging tegen de stroom in omdat ze als mens gezien wilde worden. En niet als huidskleur. Onze maatschappij heeft meer stille helden nodig.” Ineens verschijnt er een grote glimlach op Najja's gezicht. “Je zou kunnen denken dat wat ik nu ga zeggen mijn verhaal hiervoor compleet relativeert. Maar toch, wij hebben het helemaal niet slecht voor elkaar in Nederland. Dat zou je soms wel eens kunnen vergeten, als je bijvoorbeeld kijkt naar het opkomend populisme. We zijn welvarend, hebben keuzevrijheid, kunnen ons leven vormgeven zoals wij dat willen. We hebben echt niet zoveel te klagen.” #1 2018  13


Selecteren op meer­ waarde Noorderberg & Partners ontwikkelde een innovatieve selectiemethode voor woningcorporaties om bouw­ partners te selecteren door ze aan tafel te halen en hun propositie daar uit te werken. ‘Selecteren op meerwaarde’ werd onder andere toegepast bij Mitros en ‘Thuis. Tekst Ruben Vrijhoef, Dirk Zuiderveld en Jetske Thielen

M

itros paste deze methode toe voor de selectie van een partner met een concept voor de grootschalige renovatie van alle Intervamflats in Utrecht Overvecht met in totaal 1800 woningen. Het leidde tot een intensiever, maar ook efficiënter voortraject en legde de basis voor een hecht partnerschap, gericht op het grootschalig uitrollen van een herhaalbaar concept voor de schil en woningen.

Andere aanpak

Mitros staat, net als vele andere woningcorporaties, voor grote en vaak complexe opgaven die gepaard gaan met grote investeringen. Grote delen van de voorraad moeten 14  #1 2018

kwalitatief en energetisch sterk verbeterd worden. Ook is er vraag naar ‘circulaire’, aardgasloze en CO2-neutrale oplossingen voor het vastgoed en oplossingen voor een leefbare en aantrekkelijke omgeving. Procesmatig zijn er verschillende ambities, zoals meer individuele vraagsturing voor bewoners, meer betrokkenheid van bewoners, en verhoogde efficiëntie in de realisatie. De grotere opgave biedt aanbiedende partijen kansen voor hogere efficiëntie en betere terugverdienmogelijkheden. De vernieuwende vraag stelt ze in staat meer innovatie te laten zien en nieuwe concepten te ontwikkelen. Hiermee krijgen aanbieders ook meer verantwoordelijkheden bij de doorvertaling van het corporatiebeleid naar bewoners,


SELECTEREN OP MEER­WAARDE

De intervamflats van Mitros in Utrecht Overvecht  HEMUBO

gemeente en andere belanghebbers in de wijk. Het is dus steeds meer van belang om de juiste partner te selecteren die meerwaarde biedt op alle aspecten en ambities en met een oplossing komt die de gestelde opgave beantwoordt en zo mogelijk overtreft.

Grootschalige renovatie

In 2016 begon Mitros met het goed omschrijven van de probleemstelling voor de Intervamflats in Overvecht. “Hierbij werden de laatste 20 jaar meegenomen, waarin veel verschillende scenario’s zijn onderzocht”, vertelt Gebert van Moorst, senior projectmanager bij Mitros. “Nadat de opgave goed geformuleerd was, beseften we dat er voor deze 1800 woningen een grote kans lag in

herhaling en rees daarbij de vraag; is dit de unieke kans voor innovatie? Vanwege de schaal, kansen voor ontwikkeling van het concept en noodzaak voor optimale balans tussen tijd, budget en kwaliteit is de vraag bewust omgedraaid: we hebben een opgave en hoe kan de markt hier antwoord op geven?” Het standaard bouwsysteem en de repeteerbaarheid van de Intervamflats maakte de grootschalige renovatie extra interessant. “Nederland staat vol met dit type flats, dit biedt aanbiedende partijen de kans hun concept verder te vermarkten.” Het project was echter te groot om ineens in de markt te zetten. Mitros koos er dan ook voor om de realisatie van de 1800 woningen te faseren in #1 2018  15


SELECTEREN OP MEER­WAARDE 5-6 jaar en hierbij een samenwerking aan te gaan voor de totale ontwikkeling. “Vanwege de schaal konden we ons meer richten op innovatie, sturen op resultaat en daarmee de technische invulling overlaten aan de markt”, aldus van Moorst.

Basis van selecteren op meerwaarde

Mitros zocht een partner om de risico’s en kansen van deze grote opgave mee te delen. Er werd een intensief selectieproces gestart, waarin de beoogde partner moest aantonen hoe zij omgaat met innoveren, leren en verbeteren en het renderen van financiële efficiëntie. Om dit te bereiken werd de methode van ‘selecteren op meerwaarde’ ingezet, waarbij inschrijvers in de lead waren. Waar inschrijvers in het verleden konden leunen op een voorschrijvende en leidende opdrachtgever was dat nu niet zo. Mitros wilde echt de eigen oplossing van inschrijvers zien en kijken hoe zij aan tafel werkten en omgingen met het oplossen van vraagstukken. Voordeel was dat inschrijvers hun eigen optimale oplossing konden vormgeven en zelf het tempo konden bepalen. Ze konden echt

laten zien wat ze waard zijn. Van Moorst: het selectieproces op meerwaarde is een andere aanpak met kansen voor innovatie. Voor dit project ontstonden kansen voor vernieuwing in de bouwmethodiek, aanpak, logistiek denken, proces innovatie bij badkamer-, keuken- en toiletrenovatie. Om dat in goede banen te leiden en innovatie te stimuleren bij marktpartijen is een ‘ideeënmotor’ nodig. Daarvoor kwam Ruben Vrijhoef, senior adviseur bij Noorderberg & partners, aan tafel. Potentiele partners die kenbaar maakten mee te willen doen kregen een compleet projectdossier ter beschikking met alle mogelijke informatie over de grootschalige renovatie. Uit ervaring bij eerdere experimenten, onder andere bij de selectie voor NOM-woningen, heeft Mitros in het dossier voor Overvecht een aantal dingen weggelaten en andere zaken toegevoegd. Met dit dossier gingen partijen in enkele weken aan de slag en maakten een eigen visie en een eigen plan hoe zij zelf de renovatie zouden aanpakken. Onder begeleiding van Noorderberg & partners werden de partijen meege-

Artist impression van de intervamflats in Overvecht  DOOR ARCHITECTEN

16  #1 2018


SELECTEREN OP MEER­WAARDE

Als je overstijgend werkt, kun je een grote opgave met een compacte aanpak en binnen budget realiseren.

GEBERT VAN MOORST #1 2018  17


SELECTEREN OP MEER­WAARDE nomen in de nieuwe werkmethodiek, door middel van inspiratie, kennis en interactie. Dit met het doel een partnerschap te laten ontstaan vanuit toegevoegde waarde, werkend naar gezamenlijk doel.

Ambitie en doel voorop

Daarnaast werd, onder begeleiding van Dirk Zuiderveld, managing partner van Noorderberg & partners, ook gekeken naar het kostenplaatje van aanbieders en onderaannemers en financiële benchmark gegevens op basis van Activity Based Costing (ABC). Hierbij was vooral de kostenstructuur belangrijk, zoals de ‘opslagen op opslagen’, die niet ten gunste komen van het project en de bewoners. Er waren dan ook een aantal ‘fail/save’ criteria waardoor partijen konden afvallen. Bijvoorbeeld als er een te grote afwijking was tussen het kostenniveau van een partij ten opzichte van de anderen en te veel werd afgeweken van het gestelde budget. In de plannen van de inschrijvers zag

Vanwege de schaal konden we ons meer richten op innovatie. Mitros daadwerkelijk innovatie terug. Maar de crux zat hem in het financieel kader. “Mooie plannen kosten ook meer budget. Er waren twee opties, de plannen wijzigen en passend maken aan het budget of de ambitie en het doel vooropstellen. Gezien de 18  #1 2018

geschiedenis van 22 jaar ontwikkeling in Overvecht hebben we bewust gekozen om de ambitie en het doel voorop te stellen en binnen het nieuwe kader met de partijen te werken aan de mogelijkheden”, vertelt Van Moorst. Uiteindelijk koos een brede selectiecommissie van Mitros drie partijen die het beste scoorden op alle gestelde criteria, variërend van bewonersaanpak tot architectuur, van energetica tot wijkaanpak. Door de preselectie stonden de drie partijen goed voorbereid aan de startlijn van de aansluitende selectiefase.

Pressure cooker

In de selectiefase werden in een periode van acht keer twee weken ‘pressure cooker’ sessies in een ‘mini-bouwteam’ gehouden. Hierin werkten de drie kandidaten hun visie en plan van aanpak uit in een presentabel concept inclusief architectuur en stedenbouw, nieuwe portiektoegangen en betere toegankelijkheid, technische oplossingen voor de gevel, nieuwe indeling en inrichting van woningen, keuzeopties voor bewoners, bewonersproces, logistiek proces etc. Op energetisch vlak moest een oplossing ontwikkeld worden die ‘NOM-ready’ is en anticipeert op aardgasloze woningen, dat wil zeggen elektrisch koken en stadsverwarming die op termijn volledig duurzaam opgewekt gaat worden. De kandidaten gingen hiervoor het gesprek aan met de energiemaatschappij. Afhankelijk van het thema werden per keer experts van de corporatie uitgenodigd om te komen meedenken en vragen te beantwoorden. Ook konden de kandidaten ideeën en oplossingen toetsen. Zo ontstond een heldere indruk over en weer hoe men samen zou kunnen gaan werken.

Intensief traject

Gedurende de sessies konden de kandidaten hun eerdere indiening technisch, inhoudelijk, sociaal en financieel aanscherpen. Ook de presentaties en manieren van inter-


SELECTEREN OP MEER­WAARDE

De binnenplaats van de intervamflats in Overvecht  HEMUBO

actie kregen vorm. Het bleek dat een intensievere selectie in twee fases waarde had om de propositie van partijen en antwoorden op vragen echt helder te krijgen. De meerwaarde van partijen kwam beter en direct zichtbaar in beeld. Van Moorst: “het was een intensief traject dat veel tijd in beslag nam. Het gaf echter ook veel voldoening, die voortkwam uit het gevoel dat je door interactie naar een gezamenlijke doel werkt, en onderweg tussenresultaten haalt.” Ook bezoeken aan de partijen, een innovatieve leverancier, een bouwplaats en interviews met medewerkers waren onderdeel van het selectieproces en completeerden het beeld. Er werd afgesloten met een presentatie aan de brede selectiecommissie van Mitros. Hierbij was er consultatie met bewoners, zodat een gebalanceerde afweging en keuze gemaakt kon worden.

SCoop, een samenwerking tussen Hemubo, Kleinschalige Culturele Producties, Over Morgen, en DOOR architecten kwam als winnaar uit de bus. “Wij vonden het een mooie uitdaging om de Intervamflats NOMready te maken”, vertelt Davy Wagenmakers, directeur bij Hemubo. “Vanuit SCoop vonden we het ook interessant dat het niet een eenmalig project betrof, maar een traject bestaande uit verschillende fases. Dit gaf kans om te werken vanuit herhaling, het product te optimaliseren en daardoor slimmer en beter te werken. We hebben gezocht naar innovatieve oplossingen in zowel het proces als materialisering. Een herhaalbaar en schaalbaar concept, waarbij ruimte moet zijn om de complexen een eigen uitstraling te geven. Ons concept is daarom vormgegeven op basis van de auto-industrie. Hierbij blijft de basis (chassis) hetzelfde en herhaalbaar, terwijl de buiten#1 2018  19


deze teams, wordt er zorg gedragen voor het optimale ontwerp.” Noorderberg & partners leverde een waardevolle bijdrage in de optimalisering van de samenwerking tussen de verschillende deelnemers in het ontwikkelteam. “Vanuit de kwalitatieve planontwikkeling heeft Noorderberg & partners een solide basis gelegd voor de kwantitatieve onderbouwing”, vertelt Wagenmakers.

De wijk betrekken Gebert van Moorst, senior projectmanager bij Mitros

zijde (carrosserie) kan worden aangepast”, aldus Wagenmakers.

Interactieve engineering

Met SCoop is verdere technische invulling gegeven aan de architectuur en stedenbouw en is met gemeente en welstand overlegd om het concept voor alle complexen in de wijk geldig te verklaren. Van Moorst: Om vertraging te voorkomen door het vergunningentraject en welstand is de kans benut om samen met de gemeente een beeldkwaliteitsplan te maken. Dat had als groot voordeel dat het beeldkwaliteitsplan nu aangepast is op het repeteerbare concept dat we willen toepassen op alle flats, in plaats van andersom. Met alle voordelen van dien in het vergunningaanvraag en welstandsproces. Samen met de netbeheerder en energieleverancier werd gezocht naar energieneutrale en aardgasloze oplossingen. Met leveranciers van gevels is gekeken naar een uitgebalanceerd gevelsysteem en zijn diverse technische systemen beproefd. Hetzelfde geldt voor het ontwerp van de portieken, de lift en de interieurs van de woningen; die zijn uitgebreid onderzocht en getoetst met bewoners. Wagenmakers: “door de inzet van verschillende teams en de interactie tussen 20  #1 2018

Naast de technische opgave is ook samen met de gemeente gekeken naar de mogelijkheden om maatschappelijke waarden toe te voegen. “Zo zijn tijdens het uitvoeringstraject kansarmen en langdurig werklozen in de wijk betrokken bij de werkzaamheden. Tevens is het ROC aangehaakt om stageplekken voor haar leerlingen te bieden en zo verbinding te leggen tussen opleiding en praktijk. Hiervoor zijn de eerste aanmeldingen inmiddels binnen. Een groot aantal stage-/leerplekken zullen bij Hemubo een plek vinden, maar de ambitie is ook bij onze onderaannemers plekken te creëren”, aldus Wagenmakers. Ook op sociaal vlak is het meest passende proces ontwikkeld om bewoners te betrekken en keuzevrijheid te geven. Door deze interactieve aanpak is bij alle beno-

Davy Wagenmakers, directeur bij Hemubo


SELECTEREN OP MEER­WAARDE digde partijen draagvlak gecreëerd waardoor het vervolgproces alsmaar soepeler en efficiënter verliep.

Leren en continu verbeteren

Al snel ontstond de projectnaam MitroScoop. “Het proces maakte dat de traditionele verhouding tussen opdrachtnemer en –gever verandert naar een gelijkwaardig team. Alle partijen streven naar een gezamenlijk doel: Overvecht toekomstbestendig maken en de bewoners een prettigere leefomgeving bieden. Doordat het MitroScoop team dezelfde doelen nastreven en een ieder daar zijn taak in heeft kunnen er sneller beslissingen gemaakt worden”, vertelt Wagenmakers. De contractvorm en de manier van meten van prestaties tijdens de langdurige samenwerking is ingericht op het behalen en borgen van de beoogde efficiëntie in het proces en de samenwerking. De verdeling van de risico’s en voordelen, opbouw van de begroting en de inkoop zijn volledig transparant opgebouwd. Zo worden efficiëntievoordelen helder en werken deze in wederzijdse portemonnees door, waardoor de noodzaak tot continu verbeteren ook op langere termijn gevoeld wordt. Hiervoor is een lange termijn partnerovereenkomst opgesteld, en een design-en-build renovatieovereenkomst die specifiek passend wordt gemaakt voor elk opvolgend complex dat aan de beurt is.

Hierdoor worden beoogde effecten van schaalgrootte, herhaling en continu verbeteren expliciet gemaakt, en ook berekenbaar en afrekenbaar. De samenwerking wordt zo gericht op continu leren en verbeteren, en elkaar daarin scherp houden, zodat efficiëntie en innovatie daadwerkelijk zullen lonen.

Echte samenwerking

Zowel Van Moorst als Wagenmakers zijn erg blij met de nieuwe methode van Noorderberg & partners. Wagenmakers: “selecteren op meerwaarde zorgt voor een proces waarbij echte samenwerking het resultaat is. Vanuit een gezamenlijk doel werken creëert een gevoel van collegialiteit en teamsucces.” Uiteraard horen daar ook strubbelingen bij. De marktomstandigheden hebben hierbij een grotere invloed dan gedacht. “De doelstelling is om de komende jaren intensief te blijven samenwerken. Maar in een tijd van hoogconjunctuur blijkt het toch moeilijk om de langere termijn in beeld te houden. Dan is het oppassen dat we niet vervallen in traditionele machtsverhoudingen”, aldus Van Moorst. “Echter is er door de methode van Noorderberg & partners ook het inzicht ontstaan dat als je als keten in staat bent overstijgend te denken en werken, je een grote opgave ook met een compacte aanpak en binnen budget kunt realiseren. Ik adviseer corporaties bij grote opgaven en complexe projecten dit altijd te doen!”

Vanuit een gezamenlijk doel werken, creëert een gevoel van collegialiteit en teamsucces. #1 2018  21


FOUTEN MAKEN MAG Eén leermeester, twee leerlingen. Meer wil leermees­ ter Erik Blommert (36) er ook niet bij zich hebben. “Dit is voor mij het maximale. Als je het goed wilt doen, kost het best veel tijd en het eigen werk gaat natuurlijk ook gewoon door.” Gelukkig heeft hij met Robin (20) en Nick (22) twee jongens die hij wel met een boodschap kan sturen. Tekst en beeld Hélène van Pinxteren

Robin is, na een stageperiode van 10 weken, sinds de bouwvakantie bij elk® in dienst. Nick loopt al wat langer mee. Drie jaar geleden kwam hij als stagiair binnen. Na een kort uitstapje werkt hij sinds de zomer weer met zijn leermeester.

afwisseling in het werk. Nick: “Ik heb tussendoor een jaar in de nieuwbouw gewerkt. Daar moest alles vooral snel en deed ik de hele dag hetzelfde. Ik heb dat jaar zeker 9.000 profielen gesteld. Daar leer je uiteindelijk weinig van.”

9.000 profielen

Zwarte kit

Op de vraag waarom de twee ervoor hebben gekozen om timmerman te worden, komt een duidelijk antwoord. Robin: “Vroeger heb ik als kind met mijn vader ons huis verbouwd, toen ben ik van het vak gaan houden.” Ook Nick vindt het het mooiste vak wat er is. “Ik werk het liefst met mijn handen, super om te zien wat je allemaal kunt maken.” Vooral het vak van onderhoudstimmerman vinden de jongens mooi. Door het contact met de bewoners en de

Over leren hebben de twee bij Erik niet te klagen. De jongens noemen hem ‘recht voor zijn raap’. Robin: “Als iets niet goed is dan laat hij het direct weten.” Erik vult meteen aan: “Maar fouten maken mag. Ik laat ze eerst meelopen, daarna gaan ze kleine dingen alleen doen. Door het zelf te doen leer je uiteindelijk het best, óók door het af en toe fout te doen. Die fout zal je dan niet snel nog eens maken.” Nick kan zich één fout nog heel goed herinneren: “Ik

22  #1 2018

mocht van Erik een dorpel afkitten. Had ik nog nooit gedaan en juist omdat ik het extra goed wilde doen, ging het helemaal mis.” Alles zat onder de zwarte kit, van de vloerbedekking tot de gordijnen.” Erik: “Net bij een hele aardige oudere bewoonster, die zelfs stamppot voor ons had gemaakt. Toen was ik niet blij. Maar we hebben alles netjes opgelost en Nick heeft ervan geleerd.”

Meedenken Hoewel de jongens nog leerling zijn voelen ze zich volwaardig lid van hun team. Robin: “We hebben het echt gezellig met elkaar, elke dag maken we veel lol in de keet.” Nick: “En de directie luistert serieus naar ons. Zo hadden we begin februari een teammiddag met workshops waarbij we mochten meedenken. Dat maakt het werk extra mooi!”

Leermeester Erik Blommert Leerlingen Robin Otten en Nick Bijkerke Opleiding Timmeropleiding Summa College en SBRH Leerbedrijf elk®


LEERLING & LEERMEESTER

Nick Bijkerke, Erik Blommert en Robin Otten.

#1 2018  23


ZET DE AMBITIE VOOROP

INSPIRATIE UIT DE NIEUWBOUW

ZET DE AMBITIE VOOROP 24  #1 2018


ZET DE AMBITIE VOOROP

Wiebo de Visser voor zijn woning #1 2018  25


ZET DE AMBITIE VOOROP

Woningcorporatie Elkien opende afgelopen zomer een waterzuinige buurt. In 2012 won de Friese corporatie al de Waterinnovatieprijs met het WaterSchoonproject. Met het winnen van energie uit gebruikt water zet Elkien op een originele manier een stap richting de verduurzaming. Tekst Tony Jacobs  Beeld Miriam van Dun

H

et is moeilijk voor te stellen, vertelt Wiebo de Visser (78) over zijn wijk Noorderhoek I in Sneek, maar vroeger waren dit toch echt weilanden. “Hier zocht ik als kleine jongen in het voorjaar naar kievietseieren”, zegt hij breed lachend. De Visser is een Noorderhoeker in hart en nieren: als peuter verhuisde hij samen met zijn ouders naar het eerste deel van de wijk, dat halverwege de jaren ‘20 en ‘30 gebouwd werd. Het tweede deel werd gebouwd na de oorlog in, voor een groot deel, typische wederopbouwstijl. Later kwam De Visser er samen met zijn vrouw te wonen. In het begin was er een hechte gemeenschap, herinnert De Visser zich, maar dat veranderde in de loop der jaren: “Successievelijk kwamen er nieuwe bewoners die het leven een beetje minder nauw namen dan de anderen. Je zag al gauw rotzooi voor de deur, politie in de straat. Dan zie je zo’n wijk verpauperen.” Op stedenbouwkundig niveau werden ook grote verschillen zichtbaar, vertelt Henk Heikema van der Kloet, portefeuillemanager bij de Friese woningcorporatie Elkien. “De Noorderhoek is een wijk met twee gezichten. Het vooroorlogse deel heeft een hoge stedenbouwkundige, architectonische kwaliteit. Bij het andere deel was er een enorme versobering in architectuur en stedenbouw.”

26  #1 2018

Daarnaast raakte de verdeling koop- en huurwoningen uit balans. “In het oudere deel stond voornamelijk koop, in het nieuwere deel huur. Er was binnen de wijk een scherp onderscheid ontstaan tussen oud (de betere woningen) en nieuw (de slechtere woningen).” Het opknappen van de bestaande bouw was volgens Van der Kloet geen optie. Daar was de kwaliteit te slecht voor. De woningen waren na de eeuwwisseling echt op: een herstructurering was meer op z’n plaats.

WaterSchoon

Rond diezelfde tijd had de Wageningen Universiteit een nieuw sanitatiesysteem bedacht, WaterSchoon, waarbij het afvalwater in de woning wordt gescheiden en decentraal wordt verwerkt. De universiteit zocht alleen nog een gemeente die bereid was het experiment met hen uit te voeren. Na verschillende afwijzingen in andere plaatsen, klopte de universiteit aan in Sneek. Daar werd het project wel met enthousiasme ontvangen. “In andere gemeenten dachten ze al snel in problemen en risico’s”, vertelt Van der Kloet, maar in Sneek gebeurde iets anders: “Hier zochten we niet naar problemen om daar vervolgens oplossingen voor te vinden. We hadden de ambitie vooropstaan. We maakten aan de achterkant wel afspraken voor als het mis zou gaan, maar die stonden niet op de voorgrond. Dat noem ik ook als


ZET DE AMBITIE VOOROP

Als we op de traditionele manier bouwen, schuiven we de vernieuwings­ slag vooruit.

HENK HEIKEMA VAN DER KLOET #1 2018  27


ZET DE AMBITIE VOOROP een van de succesfactoren van dit project: we hebben het proces gekanteld.”

Samenwerking

Het was een spannende uitdaging, die de corporatie Elkien wel wilde aangaan. Daar waren meerdere redenen voor: “Innovatie is nodig om tot verduurzaming en die energietransitie te komen”, zegt Van der Kloet. “Daarnaast willen we de woonlasten van de huurders laag houden, door de energiecomponent in de klauwen te houden. Een derde belangrijk element is investeren in ons vastgoed. Als we op de traditionele manier bouwen, schuiven we de vernieuwingsslag vooruit en we willen voorkomen dat die hausse aan vernieuwingen zich concentreert rond 2050. Wij willen dat wat uit elkaar trekken en een voorsprong creëren. En er is een maatschappelijk element: hoe zorgen we ervoor dat duurzame innovaties voet aan wal krijgen? Daar nemen we onze verantwoordelijkheid in.”

Als actieve wijkbewoner was De Visser voorzitter van de huurdersvereniging Houkewier en van de commissie die zich zou bemoeien met die herstructurering. Zodoende heeft hij het hele traject op de voet kunnen volgen: 282 woningen werden gesloopt, en het recht-toe-recht-aan-stratenpatroon maakte plaats voor een logischere en sfeervollere indeling en architectuur, zoals die van een jarendertigwijk. Geen gemakkelijke opgave: “Dat was een heel traject”, vertelt De Visser. “Dat heeft jaren gekost. Echt ongelooflijk wat je tegenkomt.” De Visser herinnert zich een onderzoek naar de vogels. In het gebied bleek de gierzwaluw te vliegen, een beschermde vogelsoort. En in een van de flats was ook nog eens een vleermuis genesteld. “Dat moest allemaal veranderen, voordat er gebouwd kon worden.” Ook op bestuurlijk niveau moesten er volgens Van der Kloet obstakels worden overwonnen. “Om een bedrijf mee te krijgen was relatief simpel. Zij hebben vooral een eendimensionaal verlangen: zit er marktpotentie in? Ook bij de corporatie was het niet ingewikkeld, als je eenmaal die ambitie gesteld hebt. Maar bij een bestuurlijk apparaat zoals het waterschap of de gemeente, lag dat ingewikkelder. Daar was een belangrijke succesfactor dat er een enthousiaste wethouder zat die in die verduurzaming stappen wilde zetten. Het kwam goed uit dat wij door andere projecten al zeer regelmatig met de gemeente aan tafel zaten”, vertelt hij. “Dat was een tweede succesfactor: intensief contact tussen alle belanghebbenden.”

Het project werd eerst op een veel kleinere schaal (ongeveer een twintigtal woningen) uitgevoerd ergens anders in Sneek: “Maar na de proefperiode kwam al snel de ambitie om het uit te rollen in een grotere wijk. Toen zijn we gaan kijken welke wijk zich daarvoor zou lenen. De Noorderhoek was eigenlijk de enige kandidaat, omdat daar de herstructurering zou starten.”

En die belanghebbenden, dat zijn er nogal wat: de Universiteit Wageningen, het bedrijf Landustrie, het wetterskip Fryslân, de gemeente, de corporatie. Vijf partijen met ieder hun eigen belangen en ambities. Van der Kloet: “Je moet onderkennen dat die belangen er zijn en aan die belangen ruimte durven geven. Zoals bijvoorbeeld de commerciële belangen van het bedrijf. Het is

Bij het WaterSchoonproject worden in de woning twee waterstromen gescheiden: grijswater (douche, vaatwasser, wasmachine, keukenkraan) en zwartwater (toilet, voedselrestenvermaler). Deze twee stromen komen uit op een waterzuiveringssysteem dat midden in de wijk is ondergebracht. Uit het grijswater, dat zo ongeveer een temperatuur van 30 graden Celsius heeft, wordt warmte teruggewonnen. Uit het zwartwater, dat via een speciaal vacuümriool loopt, wordt met behulp van micro-organisme biogas geproduceerd wat weer gebruikt wordt voor de energievoorziening in de wijk.

28  #1 2018


ZET DE AMBITIE VOOROP

De duurzame huizen in Noorderhoek

goed om te weten waar deze liggen, en wat de grenzen en mogelijkheden zijn. Van daaruit moet je gaan werken: hoe kun je die belangen een verantwoorde plek geven?” De universiteit en het bedrijf zetten samen een onderneming op (DeSaH BV) en werden daarmee sturend op de inhoud van het concept. De corporatie overzag het proces en de voortgang. Van der Kloet: “Wij moesten ervoor zorgen dat er beweging in bleef zitten.” En dat ging met ups en downs: financiële tegenvallers, onzekere subsidies, kosten die hoger uitkwamen dan beraamd. “Dan is het de uitdaging om de partijen bij hun ambities te houden en op een redelijke manier de kosten en risico’s te verdelen. Je moet voorkomen dat de ene partij roofbouw pleegt op de andere.” Daarnaast heeft het ook gehol-

pen dat het project al veel aandacht kreeg van buitenaf. “Een beetje gemeen maar als je een uniek project neerzet met veel exposure, maakt dat het ook moeilijker voor een partij om eruit te stappen.”

Trots

Voor de bewoners was het waterproject niet de eerste zorg. Niet iedereen was in het begin blij met de grote plannen, weet De Visser. Er werden meer woningen gesloopt dan dat er terugkwamen. Wijkbewoners moesten gedwongen verhuizen, en sommigen konden niet meer terugkeren. “Er waren een aantal mensen die tegen de sloop waren”, herinnert De Visser zich. “De SP ging zich ermee bemoeien, plakte biljetten. Maar het kon niet anders: de woningen waren echt op.” #1 2018  29


ZET DE AMBITIE VOOROP

Waterzuinige buurt Noorderhoek I in Sneek

30  #1 2018


ZET DE AMBITIE VOOROP Bij een herstructurering is het moeilijk te doorgronden wat de buurt er echt van vindt, zegt Van der Kloet. “Zo’n wijk valt uit elkaar. Maar op het moment dat er gebouwd werd en het project van de grond kwam, groeide ook het enthousiasme. Dat werd vooral gevoed door het idee dat we bezig waren met iets unieks. Daardoor ontstond een gevoel van trots. Als je draagvlak hebt, is het essentieel om dat vast te houden. Dat zag je ook bij de opening.” Niemand minder dan koning Willem-Alexander, toen nog de kroonprins, opende in 2011 de eerste fase van het project. Hij bekeek de zuiveringsinstallatie en bezocht de eerste bewoners. Dat laat wel zien hoe speciaal dit project is, vindt De Visser. “Ik heb hem toen ook mogen toespreken”, zegt hij trots. “Dat was een hele belevenis.” Dat de bewoners er zo bij betrokken werden, was een bewuste keuze. Volgens Van der Kloet een belangrijke factor: je moet de eindgebruiker heel snel en heel serieus erbij betrekken. Laat haar niet een figurant zijn, maar zet haar op een podium. “Bij het eerdere proefproject merkten we dat er veel belangstelling was van bestuurders. Toen hadden we al bewust gezegd: we laten deze mensen niet door bobo’s ontvangen, maar ze komen bij de huurders thuis en gaan met hen in gesprek. Dat versterkt het gevoel van trots en betrokkenheid bij de bewoners.”

Leerpunten

Toch bleef er een kleine groep bewoners ontevreden, merkte Van der Kloet. Volgens hem had dat niets te maken met het WaterSchoonproject, maar vooral met de kinderziektes die in het verwarmingssysteem zaten. “Dat is een lage temperatuurverwarming”, vertelt hij. “Daar moet je anders mee omgaan dan met een traditionele verwarming. Het heeft geen zin de verwarming laag te zetten als je weggaat, en hoog als je weer thuiskomt. Het verwarmen gaat heel langzaam.” Dat kan De Visser beamen: “Het is erg traag.

Maar het was hier ook niet goed geïsoleerd, dus het eerste jaar was het erg koud.” Dat is ook gelijk een van de leerpunten, erkent Van der Kloet. “Je moet rekening houden met de systemen waaraan mensen gewend zijn geraakt, en goed bedenken hoe je dat ‘omzet’ naar een nieuw systeem. Deze mensen zijn bijvoorbeeld vanuit traditie gewend zuiniger te zijn met energie, en ’s nachts de kachel uit te zetten. Maar dat kon hier niet, en daardoor kregen ze het gevoel energie te verspillen. Dat is een deel beeldvorming, en leren omgaan met de nieuwe techniek. Maar het is ook het bieden van een simpele interface, zonder al te veel techniek.”

Werk vanuit de vraag: hoe kun je de belangen een plek geven? Dat de doelgroep niet goed aansluit op de nieuwe techniek snapt De Visser wel. “Ouderen schakelen moeilijker over op nieuwe dingen.” Maar er is volgens Van der Kloet nog een andere reden waarom de doelgroep verkeerd is. “De wijk heeft vooral oudere bewoners. Mensen op hoge leeftijd wonen vaak alleen of met z’n tweeën en produceren minder ontlasting en meer urine dan jongere bewoners. De consequentie daarvan is dat je weinig capaciteit hebt om te vergisten. Die balans was heel anders dan van tevoren bedacht. Daardoor wordt er minder biogas geproduceerd, en is er meer energie nodig uit andere bronnen.” #1 2018  31


ZET DE AMBITIE VOOROP

't Praethúske, vroeger het PEBhuisje, is getransformeerd in een nieuwe ontmoetingsplek voor de wijk.

=Ook moesten huurders in het begin nogal wennen aan het speciale toilet, aangesloten op het vacuümriool. “De enige klacht was het geluid dat de wc produceert bij het doortrekken”, zegt Van der Kloet. “Je hoort wel even die vacuümknal. Eén bewoner kon daar zo slecht tegen, dat hij is verhuisd. Een leerpunt zou zijn dat je in de toekomst kritisch kijkt naar de isolatie van de toiletten en leidingen.” De Visser wil ons wel een demonstratie geven van het toilet. “Moet je op de badkamerdeur letten”, tipt hij. Als hij doortrekt wordt het water met een klap weggezogen. Het geluid is te vergelijken met dat van een vliegtuigtoilet. De badkamerdeur die op een kier stond, trekt door de vacuümkracht een 32  #1 2018

beetje dicht. Het is nogal een verschil met een normaal toilet, maar dat deert De Visser niet. “Ideaal”, noemt hij het glunderend. “Ik zie het vooral praktisch. Bij de voorbereidingen zeiden ze dat een normaal toilet zeven liter water verbruikt per spoelbeurt. Dit toilet maar een liter. Dit zou dus enorm besparen.” Sceptisch als hij was, is hij zijn waterverbruik in zijn oude woning gaan bijhouden. Na een paar jaar kwam hij uit op een gemiddelde van 75 m3 per jaar. Nu ligt zijn jaarlijks verbruik rond de 45 m3. Een verschil van ongeveer een klein zwembad per jaar. Dat verschil is logischerwijs niet alleen te verklaren door de nieuwe wc, aldus Van der Kloet. Het wonen in deze waterbesparende woningen heeft de huurders ook bewust


ZET DE AMBITIE VOOROP gemaakt van hun verbruik. Dat ligt aan de woning maar ook zeker aan een stukje sturing vooraf, zegt Heikema. “Tijdens een bijeenkomst met de bewoners lieten we in spaflessen zien hoeveel water een wc doortrekken, douchen en bijvoorbeeld een was draaien kost. Dat heeft indruk gemaakt.”

Voor andere corporaties die ook stappen willen zetten richting verduurzaming, heeft Van der Kloet wel een tip: “Kijk goed waarvoor je het doet. Is het experimenteel? Steek er dan zoveel mogelijk ambitie in en kijk zo

Toekomst

“We zitten nu in een consolidatiefase”, zegt Van der Kloet. Dat betekent dat de partijen nu om de tafel zitten om te kijken hoe ze het project in stand gaan houden en welke modificaties er nodig zijn. Een nieuwe fase, waar ook weer nieuwe belangen bij spelen. Het is volgens hem daarom ook niet verkeerd om in het begin al goed na te denken over deze fase: “En afspraken maakt die ook later houdbaar zijn”. Veel kan hij daar nog niet over zeggen, omdat de partijen daar nog middenin staan. Wel zegt hij over de toekomst dat er goed gekeken moet worden naar de optimalisering van het systeem, en dan niet alleen het optimaal produceren van biogas maar ook andere bijproducten: “Bij het zuiveren van grijswater komt veel fosfaat vrij. Dit wordt meestal gewonnen door instabiele landen, en bij dat proces komt uranium vrij. Een onzekere productie, en slecht voor het milieu. Het zou mooi zijn als je dat uit het grijswater kan terugwinnen. Dan zou je het ook kunnen vermarkten. Zo zijn er veel bijproducten die ineens duidelijk worden.” Ook de warmtewinning uit het riool kan geoptimaliseerd worden. “Het water dat daar terechtkomt, is van een relatief hoge temperatuur”, legt Van der Kloet uit. “Wat zou je daar bijvoorbeeld nog meer mee kunnen doen? Dat zijn innovaties die door zo’n project als dit een nieuwe impuls krijgen.” Toch staan nieuwe vergelijkbare projecten niet op de planning van de corporatie. “Wel zijn we nu bezig met een project waarin we de energievraag kunnen reduceren, zodat we de lasten van de huurder zo laag mogelijk houden.”

Is het experimenteel? Steek er dan zoveel mogelijk ambitie in. min mogelijk naar de beren op de weg. Als je doel techniek toepassen is, kies dan voor een ander systeem dat al langer functioneert en waarbij je minder afhankelijk bent van andere partijen. Houd je perspectief in de gaten waarvoor je het doet, en kies daarbij de juiste aanpak.” Voor Wiebo de Visser en zijn vrouw hebben de veranderingen zeker goed uitgepakt, al was het begin lastig. “Bij de verhuizing zei ik nog tegen mijn vrouw over ons oude huis: wat hebben we hier potverdikkeme toch veertig jaar lang mooi gewoond! Maar toen we hier in het nieuwe huis zaten, zei ik: sjonge, dat hadden we veel eerder moeten doen. We wonen hier prachtig.”

#1 2018  33


VOORUIT IN KANALENEILAND ZUID

In 2010 stelde de Utrechtse gemeente­raad de Aanpak Kanalen­ eiland Zuid 2010-2020 vast, een gezamenlijk plan van de woning­ bouwcorporaties Bo-Ex, Mitros en Portaal en de gemeente. Daarin werd afgesproken dat bij de grootschalige aanpak van dit deel van Kanalen­ eiland het oorspronkelijke steden­ bouw­kundige ontwerp én de architec­tuur het uitgangspunt zouden vormen. Wat deze zoge­ noemde ‘restauratieve aanpak’ betekende voor de renovatie van een groot aantal Intervamflats, is nu al goed te zien in de wijk. De drie corpo­ raties blijken hier toch ieder op hun eigen wijze mee te zijn omgegaan. Hoe kijken zij zelf terug op deze aanpak en wat krijgen ze te horen van de bewoners? Tekst Bettina van Santen

34  #1 2018


#1 2018  35

EVAMARIJE SMIT

PROJECT KANALENEILAND ZUID


PROJECT KANALENEILAND ZUID

Intervamflats

Kanaleneiland was in 1958 de eerste wijk in Utrecht die volgens de principes van de moderne stedenbouw werd ontworpen. Kenmerkend was de orthogonale opzet en de herhaling van de bebouwingseenheden, de zogenaamde stempels. Het basispatroon van de stempel was een blok van twee stroken etagewoningen met op de kop stroken eengezinswoningen. Bij de bouw werd gebruik gemaakt van het Iboco-systeem van de Verenigde Aannemers Maatschappij (VAM), waarbij de betonnen wanden, vloeren en galerijplaten in de fabriek werden gemaakt om vervolgens op de bouwplaats met behulp van looppadkranen tot woningen werden gemonteerd. De Intervamfabriek zou niet alleen in Kanaleneiland Zuid, maar ook in de volgende nieuwe wijk Overvecht grootleverancier van de hoogbouw worden.

Van sloop naar renovatie

In de loop van de jaren negentig kwam Kanaleneiland hoog op de landelijke lijstjes van probleemwijken te staan. Zoals in

vergelijkbare naoorlogse wijken in Nederland werd de eenzijdige woningvoorraad als één van de belangrijkste oorzaken beschouwd. Sloop en nieuwbouw en daardoor meer differentiatie in de woningen was doorgaans het middel dat werd ingezet. Dat gebeurde aanvankelijk ook in Kanaleneiland, met name in het centrumgebied, maar rond 2008 wijzigde de aanpak naar minder sloop en meer renovatie. Voor Kanaleneiland Zuid was sloop niet (meer) aan de orde. Wat meespeelde was het besef dat de flats vanwege hun betaalbaarheid een belangrijk deel vormden van de woningvoorraad. Ze waren technisch redelijk op orde en ze werden volgens Bo-Ex ook gewaardeerd door de bewoners vanwege de goede plattegronden. Maar ook het besef dat Kanaleneiland in zijn oorspronkelijke opzet kwaliteiten had meegekregen die beter benut konden worden, begon een rol te spelen.

Bakermat van de stijgende lijn

Op een bijeenkomst van de drie corporaties en de gemeente in 2009 klonk een column

Onthulling maquette Kanaleneiland in 1957. HET UTRECHTS ARCHIEF

36  #1 2018


PROJECT KANALENEILAND ZUID

Het dreunen van heimachines is de soundtrack van mijn jeugd en de vooruitgang.

MARTIN BRIL #1 2018  37


PROJECT KANALENEILAND ZUID

Een gerenoveerde flat van Mitros, met grijze borstweringspanelen en schotelantennes. BETTINA VAN SANTEN

van de in Kanaleneiland opgegroeide Martin Bril. Deze raakte de kern van de aanpak. Bril: “Ik ben in een buitenwijk geboren, het Kanaleneiland in Utrecht, en het dreunen van heimachines is de soundtrack van mijn jeugd en de vooruitgang.” Bril schreef over het optimisme van die tijd: “de buitenwijk was het startpunt van dromen, het was de bakermat van de stijgende lijn.” Het was die perspectiefrijkheid die de wijk weer zou moeten gaan uitstralen en bewoners met eenzelfde opwaartse sociale mobiliteit moeten aantrekken én vasthouden. Daarom de titel: Vooruit in Kanaleneiland Zuid. Die uitstraling van optimisme en toekomstperspectief zou bewerkstelligd moeten worden door het vernieuwen van de voorzieningen en het opknappen van de sleetse openbare ruimte, maar met respect voor de oorspronkelijke 38  #1 2018

stedenbouwkundige opzet. Net zo belangrijk was het in ere herstellen van de oorspronkelijke uitstraling van de flats. Een uitstraling die was verdwenen door voorgaande renovaties. Men noemde het ‘de restauratieve aanpak’. De Intervamflats waren de eerste flats die op deze wijze zouden worden opgeknapt. Bo-Ex bezat vijftien Intervamflats in Kanaleneiland Zuid, Mitros vijf en Portaal elf.

Restauratieve aanpak

Bij deze aanpak zou zoveel mogelijk worden uitgegaan van het oorspronkelijk gevelontwerp, maar wel in combinatie met de hedendaagse behoeftes in gebruik, beheer en uiteraard ook een duurzaamheidsambitie. Alle drie de woningcorporaties verbeterden het wooncomfort flink door het vernieuwen van de keuken, badkamer, toilet, de


PROJECT KANALENEILAND ZUID

verwarming en betere isolatie en ventilatie. Ook werden overal de portiekentrees aangepakt. Over de verbeteringen van de woonkwaliteit was geen discussie, wel over de aanpak van de gevels. Onderzoek wees uit dat de gewenste verduurzaming alleen haalbaar was door de buitengevelisolatie aan te pakken. Maar hoe respecteer je het oorspronkelijke gevelbeeld terwijl er tegelijkertijd een sprong gemaakt moet worden in energieprestatie? Een serie uitgangspunten over de karakteristiek van de gevels was redelijk snel geformuleerd. Er zijn de duidelijk zichtbare betonnen kaders, inclusief de betonnen dakrand. Kenmerkend in het gevelbeeld zijn ook de verticale balkontraveeĂŤn met een open spijlenhekwerk en de gesloten travee van het trappenhuis bekleed met betonplaten. Onderdeel van de oorspronkelijke architectuur waren ook de gevelpuien met een specifieke indeling en houten borstwering. Deze puien waren veelal in de jaren tachtig vervangen door vlakke kunststof exemplaren. De zijgevels tenslotte zijn uitgevoerd in zachtgeel of rood metselwerk. Op basis van de karakteristieken werden uitgangspunten vastgelegd, die ook in de Commissie Welstand & Monumenten als toetsingskader gebruikt zouden worden.

Keurslijf

Woningcorporatie Mitros ging als eerste aan de slag. Zij hadden al een plan in de maak terwijl de discussie over de uitgangspunten nog gaande was en dat verklaart wellicht ook de wat stroeve start. Bij navraag blijkt dat Mitros destijds de restauratieve aanpak toch wel als dwingend heeft ervaren. Men vond dat er weinig ruimte was voor andere oplossingen, zoals bijvoorbeeld ten aanzien van de balkons. Mitros wilde de balkons vernieuwen met glazen panelen in plaats van het spijlenhekwerk waar bewoners vaak een eigen afscherming doorheen vlochten. Maar de hekwerken waren als karakteristiek voor het gevelbeeld benoemd, juist vanwege de

neutrale uitstraling. Uiteindelijk hebben zowel Mitros als Portaal toch gekozen voor een balkon met glazen panelen. Bo-Ex daarentegen had geen moeite met het uitgangspunt van een spijlenhekwerk, maar koos wel voor een hekwerk met een vrij dichte structuur, zodat het aanbrengen van eigen afscheidingen niet meer mogelijk was. Was de restauratieve aanpak dwingend? Er verscheen in elk geval een aanvullende notitie van de corporaties waarin stond dat er ook ruimte moest zijn voor nieuwe oplossingen, mits de kwaliteit van de oorspronkelijke opzet gerespecteerd werd. Dit zou vooral zichtbaar worden in de keuze van Portaal voor het aanbrengen van liften.

Voor- en achterkant

Op basis van demografische ontwikkelingen in Kanaleneiland voorzag Portaal een groeiende behoefte aan woningen voor ouderen. Zodoende kozen zij ervoor om bij vier van de elf flats liften te plaatsen ter hoogte van de trappenhuizen en vrijstaand van de gevel.

Er was weinig ruimte voor nieuwe oplossingen. Voor de nieuwe ontsluitingsstructuur van de woningen aan deze zijde was het nodig om de bestaande trappen (met bordessen) te vervangen door rechte steektrappen. Tegelijkertijd werden bestaande balkons aan deze zijde bij de woning getrokken en een nieuw balkon toegevoegd. Er ontstond wel een #1 2018  39


PROJECT KANALENEILAND ZUID

Een gerenoveerde flat van Portaal met liften, gericht op de groeiende behoefte aan woningen voor ouderen. BETTINA VAN SANTEN

niveauverschil tussen de nieuwe ontsluiting en de woning, die werd opgelost door de vloer van de woning te verhogen. Dit gebeurde echter niet bij zittende bewoners, maar telkens bij de komst van een nieuwe bewoner. Rondom de liftschachten werden de oorspronkelijke privétuinen als gemeenschappelijke tuin per portiek ingericht. Al met al was er sprake van een ingrijpende wijziging van het oorspronkelijk beeld. Met de toevoeging van de liften ontstond er een verschil tussen de ‘voorgevel’ en een ‘achtergevel’ en dat bij een architectuur die in feite geen voor- en achterkanten kende. De wens tot het bijplaatsen van liften heeft echter niet ter discussie gestaan. De andere corporaties hebben het plaatsen van liften niet overwogen vanwege de hoge kosten.

Kleurrijke uitstraling

Van alle drie de woningcorporaties is Bo-Ex het dichtst bij de uitgangspunten gebleven. De flats hebben een uitstraling gekregen die duidelijk gebaseerd is op de oorspronkelijke architectuur en die tegelijkertijd fris en modern oogt. De kleur en het terugbrengen van de horizontale belijning van de gevels 40  #1 2018

door middel van de houtkleurige borstweringen speelt hierbij een belangrijke rol. Ook Portaal heeft voor vergelijkbare borstweringspanelen gekozen. Het verschil met de kleurkeuze van Mitros, die vooral met grijstinten werkte, valt dan ook op. Deze keuze is destijds in de Commissie Welstand & Monumenten zeer positief beoordeeld, maar achteraf klinken er bij Mitros geluiden dat de grijze kleur wat flets overkomt en dat de uitstraling van de flats van Bo-Ex ‘warmer’ is. Een ander zichtbaar verschil is de afwezigheid van schotelantennes. Bo-Ex en Portaal verplichtten hun bewoners over te gaan op een centraal antennesysteem. Mitros vond het lastiger om zittende bewoners daartoe te verplichten, maar staat wel het willekeurig aanbrengen van de schotels niet meer toe. Er is een vaste plek aan de gevel aangewezen, waar de schotel met een standaard beugel moet worden bevestigd.

Wat vinden de bewoners ervan?

Bewoners zijn over het algemeen zeer positief over de verbeteringen van de woningen, zo geven alle drie de corporaties aan. Ze beoordelen het verbeterde wooncomfort ook


PROJECT KANALENEILAND ZUID

Een flat van Bo-Ex, links voor renovatie en rechts na renovatie. BETTINA VAN SANTEN

in relatie tot wat ze ervoor moet betalen. Of zij zich ook bewust zijn van ‘de restauratieve aanpak’ en de referentie aan de oorspronkelijke architectuur, is de vraag. Toch geeft Bo-Ex aan dat zij wel degelijk waardering voor deze aanpak krijgt van haar bewoners. Het feit dat er aandacht wordt gegeven aan de uitstraling van de flats, betekent dat ook zij – in Kanaleneiland – er blijkbaar toe doen. Dat bewoners een betere uitstraling wel degelijk oppakken, beaamt ook Portaal, al is het maar omdat nu zichtbaar is dat ze hun balkon beter gebruiken en netter houden.

Toekomst

De visie Vooruit in Kanaleneiland Zuid van de drie corporaties en de gemeente schetst voor 2020 Kanaleneiland als ‘een gewilde buurt met een goede naam. Een buurt waar bewoners net als in de beginperiode trots op zijn. Een buurt waar iedereen wil wonen die vooruit wil komen, omdat er moderne woningen staan in een groen en duurzaam vernieuwde woonomgeving’. Het optimisme van de visie is zeker nog niet tot volle wasdom gekomen, maar het opknappen van de flats

lijkt wel degelijk nieuw elan aan de buurt gegeven te hebben. Dat neemt niet weg dat Kanaleneiland anno 2018 nog steeds de kwalificatie ‘probleemwijk’ heeft. De weg omhoog lijkt ingezet, maar gaat met kleine stapjes. Het zou wel eens de enorme druk op de woningmarkt kunnen zijn die een extra impuls gaat geven. Met zijn ruime, lichte woningen tegen een redelijke prijs én gunstige ligging ten opzichte van het centrum kan Kanaleneiland zich dan eindelijk ontwikkelen tot die gewilde woonwijk. Tegelijkertijd zien de corporaties wel een andere uitdaging nu de duurzaamheidsambitie nog veel hoger komt te liggen. Kan er ook dan nog sprake zijn van een restauratieve aanpak of gaat de discussie over sloop en nieuwbouw opnieuw een belangrijke rol spelen?

De citaten zijn afkomstig uit: Vooruit in Kanaleneiland Zuid. Aanpak Kanaleneiland Zuid 2010-2020. Gemeente Utrecht, Bo-Ex, Portaal en Mitros. April 2010. #1 2018  41


EEN GODSGESCHENK Toen zijn vorige woning werd gesloopt, moest Jimmy Wingelaar (26) binnen een maand een nieuw onder­ komen zoeken. “Deze flexwoning kwam als een gods­ geschenk”, zegt hij, terwijl hij samen met zijn vriendin een peukje rookt aan de keukentafel in zijn studio aan de Europalaan in Eindhoven. Tekst en beeld Mieke Naus

Woningcorporatie Woonbedrijf renoveerde haar voormalige kantoorpand tot 48 zelfstandige studio’s en appartementen voor de zogenoemde ‘spoedzoekers’. Mensen die te weinig wachttijd hebben voor een sociale huurwoning, en niet in aanmerking komen voor vrije sectorwoningen. Het kan gaan om jongeren, statushouders, maar ook om mensen die van ver komen en in Eindhoven werk hebben gevonden. Jimmy: “Ik wilde niet bij mijn moeder intrekken, en hoorde via de

zus van een vriendin van deze woningen. Ik heb meteen gereageerd en mijn motivatie gegeven.” Zijn verhaal was heel passend, zegt Willem Willemse, sociaal beheerder bij Woonbedrijf. Willemse bepaalt wie de huurders zijn in het complex, en zorgt voor een goede mix en een sociale multiplier. Wingelaar was zeer verrast met de studio die hij toegewezen kreeg. “Een hele mooie ruimte, met een stoer uiterlijk. De vloer die erin lag is top en het hoge plafond is ook fijn. Ik

Er heerst hier een soort gemeenschap zoals je die vroeger had. 42  #1 2018

blijf hier denk ik wel vijf jaar wonen. Daarna heb ik 7,5 jaar wachttijd voor een sociale huurwoning en hoop ik via dat aanbod een woning te bemachtigen.” De huurprijs van de studio van 63 vierkante meter bedraagt 560 euro kaal. Met huursubsidie is dat voor Wingelaar, die als begeleider van zwaar autistische mensen werkt, goed te betalen. “Het centrum van Eindhoven ligt op een steenworp afstand. Bovendien is mijn sociale kring hier uitgebreid. De jongen die op nummer 21 woont is echt een maatje geworden. Er heerst hier een soort gemeenschap zoals je die vroeger had met iedereen die in dezelfde straat woonde. We gaan nu gezamenlijk iets organiseren op het dak. Daar is ruimte voor een mooi groen terras.”


HOE WOON JIJ?

HOE WOON JIJ?

#1 2018  43


INTERVIEW BIOMIMICRY

Een termietenheuvel heeft een uitstekend ventilatiesysteem Het Eastgate Centre in Harare is gebouw op de principes van een termietenheuvel

44  #1 2018


De natuur als inspiratie voor de bouw Bij ieder bouw- of renovatieproject proberen we verbete­ ringen aan te brengen en het liefst vernieuwingen door te voeren. Maar kunnen we ook kennis en ervaring toepassen die al miljarden jaren oud is? Voor ingenieuze bouwvormen of waterbesparende systemen heeft de natuur prachtige oplossingen bedacht. Het kan voor meer dan alleen verduurzaming zorgen. Een interview met Lydia Fraaije. Tekst Renée Römgens

Waar moeten we aan denken als je het hebt over biomimicry in de bouw?

LYDIA FRAAIJE

Lydia Fraaije is architect en gespecialiseerd in biomimicry. Ze onderzoekt op welke manieren systemen van de natuur toepasbaar zijn voor (renovatie in) de bouw en adviseert opdrachtgevers hierover. Daarnaast is ze gastdocent en geeft ze workshops en lezingen.

“Termietenheuvels zijn een mooi voorbeeld van biomimicry. Deze heuvels komen in zeer warme gebieden voor. Net even onder de grond is het meestal wel iets koeler dan daarboven. De termieten hebben een innovatief systeem bedacht om de temperatuur in het hele bouwsel op een constant niveau te houden. Ze maken kanalen en door die kanalen wordt koelere lucht naar binnen gezogen. Daarnaast bestaat de termietenheuvel uit een verzameling van schoorsteentjes, die onafhankelijk van elkaar worden open gezet. Daardoor kan heel nauw­ keurig een constante temperatuur worden gerealiseerd in het centrum van een termietenheuvel. Architecten hebben dit systeem bestudeerd en reeds toegepast. In Zimbabwe is het Eastgate Centre in de plaats Harare volgens deze principes gebouwd. Ook in Nederland blij#1 2018  45


INTERVIEW BIOMIMICRY ven we niet achter. Op dit moment wordt er een hotel in Amsterdam ontwikkeld met de ideeën van een termietenheuvel.”

Goed om te horen dat biomimicry al wordt toegepast. Zijn er nog andere voorbeelden uit de natuur die we kunnen toepassen? “De nanostructuur van de huid van een haai leert ons hoe we van bacteriën af kunnen komen, zonder ze te doden met schoonmaakmiddelen. De huid van een haai is antibacterieel omdat de bacteriën zich niet kunnen hechten. Het bedrijf Sharklet Technologies in het Amerikaanse Denver heeft de nanostructuur van de haaienhuid nagebootst. De folie die ze ontwikkelen is uitermate geschikt om toe te passen in openbare ruimtes. Op vliegvelden of in ziekenhuizen is besmettingsgevaar door bacteriën het grootst. Door de nanocoatings aan te brengen op leuningen van roltrappen of liftknopjes, wordt het besmettingsrisico een stuk verlaagd.” “De voeten van een gekko leveren ook leuke inzichten op. Door de structuur van fijne haartjes heeft deze hagedis een enorme kleefkracht met zijn poten, waardoor hij verticaal omhoog kan klimmen, zelfs tegen glas. Interface, producent van tapijttegels in Scherpenzeel, gebruikt deze techniek om daarmee een alternatief te bieden voor het verwerken met lijm. Hierdoor zijn de tapijttegels makkelijker te hergebruiken en is de toepassing gezonder dan het verwerken met lijm. Dit is een van de innovaties die zij toepassen als onderdeel van hun duurzaamheidsreis die zij zijn aangegaan in samenwerking met The Natural Step. Zij maken gebruik van biologen tijdens hun research en development-projecten.” “De Namibische woestijnkever heeft een goed systeem bedacht om vers water op te vangen. Deze kever leeft in de woestijn en heeft geen toegang tot water. ‘s Nachts is het zo koud, dat de waterdamp in de lucht condenseert tot mistbanken. Deze woestijnkever wacht in de mist tot er genoeg water op zijn lichaam is gecondenseerd. Het schild van de kever is bezaaid met minuscule heuveltjes en minuscule dalletjes die water afstoten. De minuscule druppeltjes verzamelen zich in één grote druppel die naar de mond van de kever rolt. Datzelfde principe is gebruikt in het Las Palmas Theatre op Gran Canaria. Ook BIOMIMICRY daar vangen ze waterdamp op, wat voor veel zoet water voor de stad zorgt.” De betekenis van Biomimicry is afgeleid uit het Grieks. Bio is uit het woord Bios te herleiden en dat betekent ‘leven’. Mimicry betekent ‘navolgen’ en daarmee wordt bedoeld het ‘bewust leren van’. Door te leren van de ervaring van de natuur en het omzetten van deze kennis en ervaring in ontwer­ pen, strategieën, systemen en structuren die zorgen dat we in balans gaan zijn met het eco­ systeem.

46  #1 2018

Nu hebben we het over grote bouwprojecten gehad, maar hoe kunnen bewoners biomimicry toepassen? “Dat kunnen ze doen door niet meer te gebruiken dan dat ze nodig hebben. In ‘s-Hertogenbosch is een bijzonder project ‘Boschgaard’ gestart in de Graafsewijk. Een krakersgroep die de onzekerheid van hun bestaan zat is, wil als een community bij elkaar gaan


INTERVIEW BIOMIMICRY

Bij renovatie is het vooral belangrijk dat we alle materialen blijven zien als grondstoffen.

LYDIA FRAAIJE #1 2018  47


INTERVIEW BIOMIMICRY

De Namibische woestijnkever vangt vocht op met zijn schild.

wonen. Samen met woningcorporatie Zayaz zijn ze zelfstandig een wooncomplex gaan ontwikkelen. Deze community streeft ernaar zo duurzaam mogelijk te leven. Ze delen bijvoorbeeld samen één auto, de keuken of de badkamer. Op een groot stuk grond verbouwen ze voedsel, dat ook met de rest van de wijk wordt gedeeld.” “Deze bewoners betalen minder huur aan Zayaz, maar ze dragen meer verantwoordelijkheid voor het onderhoud van hun woningen. Voor de woningcorporatie heeft deze samenwerking het voordeel dat er toch inkomsten worden gegeneerd. De bewoners hebben meer zeggenschap over hoe iets gebouwd of gerenoveerd wordt en zijn ook initiatiefrijker door deze constructie.”

Biomimicry doet denken aan verduurzaming. Is er een verschil? “Als we aan duurzaamheid denken binnen de bouw gaat het alleen maar over besparen van energie. De Nul Op de Meter woning, het passief huis en allerlei soorten innovatieve installaties moeten ervoor zorgen dat onze energie rekening laag blijft. Heel goed, maar dat is slechts een deel van het verhaal. We kunnen nog een stap verder zetten. Biomimicry gaat uit van het ecosysteem. Als je naar het ecosysteem kijkt waar je in wilt bouwen dan is het belangrijk dat je optimaal gebruik maakt van de natuurlijke factoren in je omgeving; zon, regen, wind en bodem. Dat geldt op het niveau van de stedenbouwkundige ontwikkelingen, maar ook op het niveau van het ontwerp van de individuele ruimte.”

48  #1 2018


INTERVIEW BIOMIMICRY “Daarnaast werkt biomimicry met Ecological Performance Standards. Daarmee brengen we in kaart wat de stand van zaken is wat betreft de eigenschappen van het ecosysteem waar we in bouwen. Hoeveel CO2 wordt er opgenomen? Welk percentage van het regenwater infiltreert in de bodem en hoeveel verdampt er? In welke mate kan het verdampen van het water invloed uitoefenen op de temperatuur van het gebied? Welke dieren en planten leven er nu? Hoe staat het met de biodiversiteit? Als we dit in kaart hebben gebracht kunnen we een gebouw of een gebied gaan ontwerpen waarbij we zoveel mogelijk streven om de oorspronkelijke balans die hoort bij het ecosysteem aan te houden.” “Bij renovatie is het vooral belangrijk dat als we iets slopen we alle materialen blijven zien als grondstoffen. De huidige stand van het gebouw wordt opgenomen en daar wordt een database van gemaakt. Er is al behoorlijk wat ervaring met het hergebruik van puin als toeslag materiaal voor nieuw beton. Ook kijken we op welke manier we het sloophout en de bestaande kozijnen kunnen hergebruiken. We beginnen met de meest toegankelijke manieren van hergebruik van materiaal. Met het doel dit uiteindelijk in de toekomst uit te gaan breiden door het opdoen van ervaring en het ontdekken van nieuwe mogelijkheden.”

Maak optimaal gebruik van de natuurlijke factoren in je omgeving; zon, regen, wind en bodem. “Biomimicry streeft naar grote idealen, maar dat wil niet zeggen dat het niet praktisch is. Al zijn we nog lang niet in staat om te doen wat de natuur allemaal kan. Voor mij persoonlijk kan het niet snel genoeg gaan, maar laten we eerst maar eens heel goed onderzoeken wat er op dit moment allemaal al haalbaar is. Wat kunnen we op korte termijn realiseren met zo min mogelijk energie en grondstoffen en met zo veel mogelijk impact? Hoe kunnen we mensen ervan bewust maken dat ze zelf natuur zijn en dat we de natuur nodig hebben om te overleven? En wat zou er gebeuren als we in ecosystemen gaan denken? Ik hoop in elk geval dat ik met dit interview een zaadje voor nieuwe ideeën heb gepland.”

#1 2018  49


Smaken van energieneutraal DEEL 1: ENERGIELEVERING

De discussie over duurzaamheid is de laatste tijd weer losgebarsten. Eindelijk hebben we een nieuw kabinet en volgens eigen zeggen het groenste kabinet tot nu toe. Met zelfs een heuse minister voor klimaat. Al combineert die zijn functie wel met economie. Er zijn ambities uitgesproken maar die gaan lang niet ver genoeg om de doelen die we hebben afgesproken in Parijs ook ĂŠcht te halen. Bovendien worden de pijlen vooral gericht op CO2-opvang of -opslag. En of we daar nu echt beter van worden? Maar desondanks moeten we verduurzamen in de bouw. Tekst: Haico van Nunen

50  #1 2018


SMAKEN VAN ENERGIE­NEUTRAAL

#1 2018  51


SMAKEN VAN ENERGIE­NEUTRAAL

O

ngeacht het overheidsbeleid hebben we als land een verduurzamingsslag te slaan. Een verduurzamingsslag die voor ons begint bij woningverbetering. Maar welke oplossingsrichtingen zijn er nu? En wat betekenen ze? In een serie artikelen worden de verschillende smaken op een rij gezet. In dit artikel ligt de focus op energielevering. Volgende artikelen zullen verder ingaan op de gevolgen voor woningen en over de manier waarop de verduurzaming wordt uitgerold. Als we de landelijke elektraopwekking buiten beschouwing laten is ons distributienet een belangrijke kwestie bij verduurzaming. Nederland heeft overwegend een gasnet voor verwarmen en warm tapwater en 85% van de woningen heeft een gasaansluiting (Energietrends, 2016). Bovendien zijn alle woningen aangesloten op het elektranet. Het

52  #1 2018

elektranet dat er ligt is vooral afgestemd op het verbruik van huishoudelijke apparatuur en in mindere mate op apparaten met een hoge capaciteit.

Alternatief aardgas

Maar het aardgas raakt op. Wat wordt het alternatief? Biogas is een mogelijkheid, waarbij de huidige infrastructuur behouden kan blijven. Echter heeft biogas een kostbare en inefficiënte productie, waardoor de kosten hoog zijn. Daardoor is de beschikbaarheid van biogas beperkt. Ook warmtenetten vormen een optie. In sommige gebieden is een (hoog temperatuur) warmtenet aanwezig. Het handhaven of uitbreiden van warmtenetten is een mogelijkheid, maar vanuit energie-efficiëntie zouden dit wel lage temperatuur (LT) warmtenetten moeten zijn. Lage temperatuurwarmte stelt weer randvoorwaarden aan de woning. Een slecht geïsoleerde woning, aangesloten op een


SMAKEN VAN ENERGIE­NEUTRAAL LT-verwarmingssysteem heeft wellicht een te lage capaciteit om de woning volledig te verwarmen. We kunnen woningen all-electric maken, met bijvoorbeeld een warmtepomp of een andere vorm van elektrische verwarming. Dit is voor een beperkt aantal woningen wel haalbaar, maar als hele straten, of zelfs buurten of wijken op all-electric overgaan, dan is de huidige capaciteit van het netwerk niet toereikend. Hoe je het dus wendt of keert, er zijn ingrepen aan het distributienetwerk nodig als we naar opschaling van verduurzaming willen. Waar kies je dan voor en hoe ga je dat aanbrengen? In één keer de gasleiding afsluiten zal voor veel huishoudens een niet welkome verrassing zijn. Twee of drie verschillende systemen naast elkaar exploiteren is ook niet wenselijk. Deze vraag speelt momenteel bij wijken waar vervanging van de huidige infrastructuur aan de orde is, maar zal snel op meer plekken rijzen. Immers is de keuze van de toekomstige distributiemogelijkheden in hoge mate bepalend voor de bouwkundige ingrepen die mogelijk of noodzakelijk zijn. Een mogelijk oplossing ligt op het vlak van mini (smart)grids. Kleine delen van een stad die overgaan op nieuwe vormen van energie maar daarbij wel aansluiten bij grotere netwerken, of zelfs eigen bronnen, geothermie of collectieve warmtepompen hebben. Op die manier hoeft op gemeenteniveau niet voor één oplossing gekozen te worden. Dit neemt niet weg dat de keuze van de infrastructuur de oplossing voor de woning beïnvloedt. Zeker als CO2 de maatstaf is. Een woning met een aansluiting op een ‘duurzaam’ warmtenet heeft een lage CO2-uitstoot. Immers ligt de CO2-uitstoot voor het opwekken van warmte hier lager. Alleen zijn nog lang niet alle warmtenetten duurzaam. Bij woningen op een dergelijk warmtenet zou theoretisch een lager isolatiewaarde voldoende zijn om toch te voldoen aan de CO2-ambities. De eisen die dan aan

een woning gesteld worden, zijn een isolatiegraad die het mogelijk maakt om met midden temperatuur of lage temperatuur de woning te verwarmen. Dat kan al vanaf isolatiewaarden van 2,5 m²K/W. Zeker in de hoogbouw met collectieve installaties op een warmtenet kun je met een schil isoleren een heel eind komen. Maar niet alleen de CO2-consequenties zijn van belang, ook de benodigde installaties en de ruimte die daarvoor nodig is binnen de woning spelen een rol. Denk maar aan het plaatsen van een warmtepomp met boilervat, in plaats van de bekende cv-ketel.

Smaken

In de meeste gevallen is de eigenaar van de woning niet de eigenaar van het distributienet. Daarmee ligt de beslissing over het net niet bij hem. In het geval van grote bezitters, zoals woningcorporaties, zal er wel afstemming plaatsvinden. Maar hoe gaat dat bij de particulier, met meer dan 5 miljoen woningen toch een dominante doelgroep voor verduurzaming? Daar zijn de machtigste stakeholders de netbeheerder, de opwekker en de gemeente. De keuze voor het soort net geeft echter wel richting aan de mogelijke oplossingen van de woning, en heeft daarmee vergaande consequenties voor de eigenaar. Zolang er geen duidelijkheid is over de koers die de netbeheerder en gemeente willen nemen, wordt het voor de eigenaar lastig om tot een besluit te komen over de best passende oplossing voor de woning. Welke mogelijkheden zijn er dan?

Groen gas

Het handhaven van aardgas is geen optie. Overschakelen op biogas is een kans. Aangezien de productiecapaciteit op dit moment beperkt is, is het aan te raden om vraagreductie te realiseren bij woningen, ofwel isoleren. De ‘biogasketel’ kan zowel op een hoge temperatuur werken als op een lage temperatuur. Voor de werking van het systeem is verregaande energiereductie niet #1 2018  53


SMAKEN VAN ENERGIE­NEUTRAAL nodig. Hier kan een hybride warmtepomp ingezet worden om het (bio)gasverbruik terug te dringen. Dit scenario stelt beperkte eisen aan de woningen en ook het gasnet kan blijven liggen. Ook de CO2-uitstoot zal drastisch afnemen. Voor wat betreft aanpassingen is deze optie de meest makkelijk toepasbare, en waarschijnlijk de goedkoopste. Maar de capaciteit ontbreekt om heel Nederland op deze manier uit te rusten. Dit zou een goede mogelijkheid zijn voor de nieuwbouwwijken vanaf 1992, waar een gasnet ligt wat meer dan 25 jaar meegaat, en waar de woningen al redelijk geïsoleerd zijn. Een andere toepassingsmogelijkheid zijn oudere, monumentale panden waar geen plek is voor warmtepompen, buitenunits of zonnepanelen.

Warmtenet

Daarnaast is er de optie van het warmtenet. Er zijn energiecentrales die warmte leveren, zowel gestookt op fossiele brandstoffen als bijvoorbeeld afvalverbranding. Er wordt echter ook gebruik gemaakt van de restwarmte

van de industrie. Tenslotte is het mogelijk om warmte te leveren op basis van meer duurzame bronnen zoals geothermie of warmtekoudeopslag. Een warmtenet op zich is dus niet duurzaam, de bron die de warmte levert is bepalend voor de duurzaamheid. Kolen- of gascentrales die warmte opwekken zijn niet duurzaam. En de vraag is in hoeverre afvalverbranding installaties dat wel zijn. Hetzelfde geldt voor biomassa. In principe kán biomassa een duurzame bron zijn. Maar als we die duurzame bron invoeren over zee, en op een niet verantwoorde manier verbouwen, of verbouwen op grond waar ook voedsel verbouwd had kunnen worden, dan is de biomassa in één keer niet meer duurzaam. Het gebruik van restwarmte is niet zonder discussie. Voor een bedrijf is restwarmte een ‘afvalproduct’. Maar door het te verkopen krijgt het waarde. Het leveren van warmte wordt dan een product op zich en er ontstaan nieuwe bedrijven. Het is dan zaak om de warmtenetten die er zijn (bijgekomen) op een duurzame manier te voeden.

De aanleg van leidingen om mijnwaterenergie te kunnen leveren in Heerlen.  MIJNWATER B.V. (COPYRIGHT)

54  #1 2018


SMAKEN VAN ENERGIE­NEUTRAAL

Onwetendheid is geen smoes om niets te doen.

HAICO VAN NUNEN #1 2018  55


SMAKEN VAN ENERGIE­NEUTRAAL Dan is er de vraag wat het warmtenet levert? Is dat een hoge temperatuur (HT) of een lage temperatuur (LT)? Een hoge temperatuur warmtenet stelt nauwelijks eisen aan de woning. Elke bestaande woning kan hierop worden aangesloten en verwarmd worden. Een HT-warmtenet heeft wel een relatief hoger warmteverlies tijdens het transport. Verder hebben niet alle bronnen de capaciteit om een HT-warmtenet te voeden. Dit kan wel bij een LT-warmtenet. Een LT-warmtenet stelt echter weer voorwaarden aan de woningen. Omdat de aanvoertemperatuur lager ligt, kan een beperkte hoeveelheid warmte geleverd worden. De woningen moeten dus een lage warmtevraag hebben, en bij voorkeur een lagetemperatuurverwarmingafgiftesysteem hebben, zoals vloerwandverwarming of convectoren. Bij de uitrol van een warmtenet kan hiermee rekening gehouden worden. Bijvoorbeeld door oudere wijken op een HT-warmtenet aan te sluiten en de retour van die wijk te gebruiken als toevoer van een LT-warmtenet voor een jongere, beter geïsoleerde wijk. Om de warmte van een warmtenet de woning in te krijgen is een warmtewisselaar nodig. Dit kan beperkt van omvang zijn, maar er dient wel nagedacht te worden over de plek waar deze wordt geplaatst en de manier waarop warm tapwater wordt opgewekt. Bij een HT kan dit eventueel via het warmtenet

Biogas is een makkelijk toepasbare en goedkope optie. 56  #1 2018

(en een warmtewisselaar) gedaan worden. Vanuit comfort en beschikbaarheid wordt hier vaak een boilervat aan toegevoegd, al dan niet voorzien van een zonnecollector. Dit heeft wel weer een groter ruimtebeslag. Bij een LT systeem is vaak een additioneel systeem nodig dat het water naar de vereiste temperatuur brengt. Er kan gekozen worden voor een alternatieve manier om voldoende warm tapwater te maken, bijvoorbeeld een warmtepompboiler. Op papier is een warmtenet een optie met een groot potentieel aan CO2-reductie, maar de uitrol ervan is nogal complex.

All-electric

Tot slot is er de all-electric variant. Dit is momenteel de meest gekozen optie om een woning nul-op-de-meter te krijgen. Je bent namelijk in mindere mate afhankelijk van de infrastructuur van anderen. Je gebruikt de elektra-infrastructuur die er al ligt, hooguit met een aansluiting op een zwaardere capaciteit. En daar zit direct het aandachtspunt. Zolang er maar één woning in de straat all-electric wordt, is er niets aan de hand. Maar als de hele straat all-electric is en een warmtepomp voorziet in de verwarming, kan dit wel tot capaciteitsproblemen leiden, zeker in de winter. En wat te denken als alle NOM-woningen op een zonnige dag de opgewekte energie van hun twintigtal zonnepanelen tegelijkertijd terug het net insturen? Het overgaan op all-electric lijkt dan wel de meest eenvoudige oplossing, maar een grootschalige transitie naar all-electric vraagt om aanpassingen aan het net. Daar komt bij dat all-electric woningen zeer goed geïsoleerd moeten zijn en een lage warmtevraag moeten hebben, zodat de warmtepomp efficiënt kan worden. Dit leidt ertoe dat sommige woningtypen makkelijker van een warmtepomp te voorzien zijn dan anderen.

Transitie

Uit voorgaande typeringen blijkt wel dat er voor- en tegenargumenten zijn voor elke situatie en distributiewijze. Het is niet duide-


SMAKEN VAN ENERGIE­NEUTRAAL

lijk welke keuze gemaakt gaat worden. Het zal uiteraard wel een pragmatische keuze zijn en ik denk dat het een mix aan keuzes zal zijn. De aanwezige warmtenetten worden in ieder geval gebruikt waar kan en eventueel uitgebreid. De keuzes in het warmte niveau (HT of LT) zijn echter nog niet gemaakt. Andere opties zijn niet aangewezen. Grootschalige zonne- of windenergie (en daarmee opwekking van elektra), of uitbreiding van bestaande warmtenetten staan allemaal ter discussie. Er is echter wel aangekondigd dat kolencentrales gaan sluiten. Er moet dus wel iets gaan gebeuren. Voor eigenaren van woningen (zowel eigenaar/bewoners, corporaties als beleggers) is dit een lastige en onzekere situatie. Welke infrastructuur komt er uiteindelijk en wat betekent dat voor de woning? Bovendien is de grote vraag HOE het uitgerold gaat worden. Krijgen we straks te horen dat bijvoorbeeld vanaf 2028 de gaskraan in straat ‘x’ dichtgaat en we maar over moeten gaan. Komt er dan een tweede distributienet te liggen naast het huidige (gas)

net? Verdwijnt het gasnet dan helemaal, of blijft het toch liggen en hoe lang dan? Wanneer we verplicht worden om over te gaan op een andere vorm van energie, wat zijn daarvan dan de kosten? En kan iedereen die kosten wel zelf betalen? In de jaren zestig moesten alle gasfornuizen aangepast worden aan het nieuwe aardgas, en waren daar regelingen voor. Het is natuurlijk een gat in de markt voor de apparatenindustrie om zich daar nu op voor te bereiden. Maar ook de bouw moet zich gaan voorbereiden op de toekomstige transitie. De keuze voor de infrastructuur is niet genomen, maar de smaken zijn al wel bekend. We kunnen dus al op zoek naar de best passende oplossing. We moeten niet onnodig blijven afwachten. Wanneer het dak vervangen dient te worden, doe dat dan. En doe dat op een hoogwaardig niveau, zekere als het om een vervanging gaat. Als we moeten wachten op besluitvorming over de distributie dan halen we de ambities van 2050 nooit. Niet afwachten, maar doen. #1 2018  57


Samenwerken OP BASIS VAN VERTROUWEN Een klein jaar geleden gooide Peter Kleijnen, manager Vastgoed van toen nog woningcorporatie Huis & Erf, sinds 1 januari 2018 met Wovesto gefuseerd tot Woonmeij, het roer om. Tekst Natascha Kleyn Beeld Danielle Fassbender

A

anbestedingen voor de laagste prijs en uitgebreide offertes ontvangen van partners met wie je als organisatie al zo lang samenwerkt, had niet langer zijn voorkeur. Hij was op zoek naar vernieuwing, het bundelen van krachten, innoveren en leren van en met elkaar. Hij riep de vaste samenwerkingspartners bij elkaar voor een eerste brainstormsessie over ketensamenwerking. Een jaar later is hij is blij met het resultaat. “Er ligt een gedegen basis waarmee we verder kunnen. Een basis die gebaseerd is op vertrouwen”, aldus een tevreden Peter Kleijnen.

Betrouwbare partijen

Kleijnen kent de vastgoedwereld inmiddels op zijn duimpje, maar hij is ook bekend met de nodige dieptepunten die zowel de bouw als de corporatiewereld troffen. “Het idee 58  #1 2018

voor samenwerken op basis van vertrouwen werd in die tijd geboren”, vertelt de goedlachse manager. De belangrijkste kerntaak van een corporatie is om ervoor te zorgen dat de primaire doelgroep kan wonen in een goed onderhouden woning. “Ik moet erop kunnen vertrouwen dat de werkzaamheden in de woning van de huurder goed, degelijk en volgens onze normen en waarden gebeuren. Vandaar dat Woonmeij kiest voor betrouwbare partijen.” De woningcorporatie maakt met haar ketenpartners goede afspraken over acceptabele prijzen, de kwaliteit van de uitvoering en de communicatie met bewoners. Zij vraagt de partners ook mee te denken over kostenreductie. “Samen met hen kijken we bijvoorbeeld naar de verlenging van de onderhoudscyclus.” Woonmeij neemt het maatschappelijk ondernemen erg serieus en verbindt zich daarom graag aan regionale partijen. De woningcor-


SAMENWERKEN OP BASIS VAN VERTROUWEN

De ketenpartners van Woonmeij tijdens een maandelijkse vergadering. 

poratie besteedt het werk bij voorkeur uit aan bedrijven in de directe omgeving, zodat de corporatie indirect ook een lokale werkverschaffer is. “Onze huurders zijn wellicht werknemers bij onze samenwerkingspartners, op die manier is het cirkeltje rond.” De ketenpartners van Woonmeij ondervinden de nodige voordelen van deze manier van werken. Zo delen zij zelf de onderhoudswerkzaamheden voor een jaar in, wat zorgt voor continuïteit in de planning. Daarnaast hoeven ze geen uitgebreide aanbestedingen te schrijven, waardoor ze tijd overhouden voor de werkzaamheden bij de huurder thuis.

Transparantie gevraagd

Kleijnen zette het ketenpartnerschap op samen met zijn collega Gijs van Roosmalen,

projectleider Vastgoedonderhoud bij Woonmeij. “Al in een heel vroeg stadium spraken we regelmatig over de voordelen van samenwerken in een keten”, vertelt van Roosmalen. “Onze ideeën begonnen steeds vastere vormen aan te nemen en we kregen er meer en meer vertrouwen in dat dit de manier van werken is die bij onze corporatie past.” Het uitgangspunt van de samenwerking is gebaseerd op vertrouwen. Maar het vraagt ook de nodige transparantie van de samenwerkingspartners. Waar zij voorheen nog met elkaar om de tafel zaten voor een aanbestedingstraject, zitten zij nu met elkaar aan tafel om te brainstormen over de samenwerking. “We hebben al veel met elkaar bereikt het afgelopen jaar”, vervolgt hij. Zo stelden #1 2018  59


SAMENWERKEN OP BASIS VAN VERTROUWEN bijzonder in onze wereld”, vertelt hij tevreden. Brouwers is een actieve meedenker binnen de groep. Hij haalt graag voorbeelden aan uit de praktijk. Moonen Onderhoud & Renovatie werkt namelijk met meerdere corporaties in ketenverband samen. Op deze manier wordt de kracht van samenwerking bevestigd. Elke partner heeft zo zijn eigen ervaringen en brengt deze in bij de groep. “We werken met elkaar naar eenduidige werktechnieken en communicatie. Iedereen krijgt de mogelijkheid zijn idee of ervaring te delen. Op deze manier versterken we elkaar en leren we van elkaar.” Binnen de groep is er ook volop aandacht voor de duurzaamheidsopgave die er voor corporaties ligt vanuit de overheid. “Er is nog genoeg te doen”, lacht Brouwers. Maar hij ziet dit als een mooie ambitie voor zowel corporaties als onderhoudsbedrijven.

de ketenpartners met elkaar KPI’s vast waarin vastgelegd is hoe de kwaliteit op het gebied van het onderhoud en de communicatie wordt gewaarborgd, maakten ze afspraken over de planning en de verdeling van de onderhoudswerkzaamheden en tuigden ze een uitgebreid communicatieplan richting de bewoners op. “Ik ben trots op onze samenwerkingspartners en op wat we tot nu toe hebben bereikt. Ik zie deze manier van samenwerken als toekomstperspectief voor elke corporatie en onderhoudsbedrijf”, concludeert Van Roosmalen.

Leren van elkaar

Frans Brouwers van Moonen Onderhoud en Renovatie, was al jaren een vaste samenwerkingspartner van Huis & Erf. Ook bij Woonmeij behoort hij tot de ketenpartners. Brouwers is erg te spreken over de manier waarop het samenwerkingsproces wordt ingericht. “Ik ben heel blij dat wij tot de vaste partners horen. Het is een samenwerking die gestoeld is op vertrouwen in plaats van wantrouwen. We geven elkaar binnen de groep de ruimte om fouten te maken, dat is heel

Win-winsituatie

Ook John van Balkum van Gebroeders van der Plas is zeer te spreken over de samenwerking. “Natuurlijk zijn er meer corporaties die het werken in de keten hebben ontdekt”,

KETENPARTNERS

Op 1 januari 2018 fuseerden de corporaties Huis & Erf en Wovesto tot Woonmeij. Woon­ meij bezit 5000 sociale huurwoningen in de regio Schijndel, Sint-Michielsgestel, Den Dungen, Gemonde, Vught, Sint-Oedenrode en Nijnsel. Wie zijn de ketenpartners van Woonmeij? Voor het planmatig onderhoud aan de bui­ tenschil van de woning (inclusief de com­ municatie richting bewoners) zijn dat: Orly & Endevoets Groep Moonen Onderhoud & Renovatie Gebroeders van der Plas Wits Zuid EveAdvies Natascha Kleyn Communicatie & Advies

•• •• •• •• •• ••

60  #1 2018

Voor overige onderhoudswerkzaamheden zijn dat: Hendriks Coppelmans Flip van Dijk Van Thiel optimaal

•• •• ••

In 2017 werd er gestart met het inrichten van de processen samen met de ketenpart­ ners voor de buitenschil. In 2018 wordt dit­ zelfde traject opgezet met de overige drie partners. Woonmeij heeft een eigen onderhouds­ dienst. Klachten- en mutatieonderhoud worden grotendeels verzorgt door deze onderhoudsdienst.


SAMENWERKEN OP BASIS VAN VERTROUWEN

Vertrouwen is de rode draad voor ons succes.

PETER KLEIJNEN #1 2018  61


SAMENWERKEN OP BASIS VAN VERTROUWEN weet hij. “Maar deze aanpak is uniek te noemen. Deze is namelijk gebaseerd op vertrouwen, dat is wat deze manier van werken zo uniek maakt. Of zoals we in de bouw zeggen: een man een man, een woord een woord.” Van Balkum ziet de samenwerking vooral als win-win voor alle partijen. Hij doelt daarbij op de driehoek tussen de corporatie, de aannemende partij en de bewoner. De corporatie geeft veel werk uit handen aan de bedrijven, die er op hun beurt continuïteit voor terugkrijgen. En de bewoner heeft er profijt van als de werkprocessen van de werklieden eenduidig en efficiënt zijn. Wanneer we vragen naar de grootste uitdaging binnen het vak is Van Balkum duidelijk. Volgens hem kampen alle onderhoudsbedrijven op dit moment met hetzelfde probleem: het aantrekken van voldoende, vakbekwame medewerkers. “Op dit moment is dat nog niet aan de orde geweest. Maar ik ben ervan overtuigd dat wanneer een partner binnen de groep hierdoor in de problemen komt met het realiseren van de klus, dat wij als partners bereid zijn in te springen.”

Wat hij ook niet onbenoemd wil laten is dat de ketenpartners met elkaar zoeken naar de beste oplossingen binnen de werkprocessen. Het ’laaghangend fruit’ wordt snel geconstateerd en opgepakt binnen de groep. Vaak betekent dit een kostenbesparing voor de corporatie. Welke vervolgens weer gebruikt wordt ten goede van de primaire doelgroep, de bewoners. “Ik ben voorstander van het weghalen van dubbelingen. Hier kun je veel kosten mee besparen.

Van samenwerken naar samendoen

Ga je met twee partners de wijk in voor een klus? Zorg er dan voor dat er gezamenlijke bewonerscommunicatie richting de bewoner gaat. Plaats één bouwkeet in plaats van twee afzonderlijke keten van elk bedrijf. En plaatst de ene partij toch al een steiger? Laat hem dan staan voor de ander en deel de kosten. Het zijn allemaal voor de hand liggende oplossingen. Onze taak ligt in het ontzorgen van de corporatie. Zodat Woonmeij zich vol trots een regie-corporatie kan noemen.”

Berrie Endevoets van Orly & Endevoets is het helemaal eens met Van Balkum. “Onze bedrijfsvisie is ‘samenwerken werkt’. Wij zijn altijd op zoek naar het delen van kennis en het ontwikkelen van nieuwe ideeën.” Wat Endevoets betreft zou de slogan voor de samenwerkende ketenpartners mogen zijn: ‘Van samenwerken naar samendoen, zo doen we dat’. Orly & Endevoets voert voor Woonmeij specialistische werkzaamheden uit als het gaat om duurzame gevelrenovatie. “Doordat we binnen deze samenwerking zelf de spreiding van de opdrachten mogen bepalen is de continuïteit gewaarborgd. We zetten op deze manier naar eigen inzicht mankracht en materieel in. Uiteraard met de daarbij behorende budgetten”, legt Endevoets uit. 62  #1 2018

We geven elkaar de ruimte om fouten te maken.

Blik op de toekomst

Paul van Schaaijk, van Wits Zuid voegt daar nog een belangrijke factor aan toe. “In het laatste kwartaal van 2017 blikten we samen met de corporatie alvast vooruit op 2018 en zelfs op 2019. Dat zorgt voor enorm veel rust in de planning.” Van Schaaijk zit al jaren


SAMENWERKEN OP BASIS VAN VERTROUWEN

Peter Kleijnen (links), manager Vastgoed en Gijs van Roosmalen, projectleider Vastgoedonderhoud. 

in het schildersvak en kwam al geruime tijd bij Huis & Erf over de vloer. Hij ziet deze manier van samenwerken als een bekroning op de afgelopen jaren. “We moderniseren de bestaande relatie. Aanbesteding op prijs is niet meer van deze tijd. Een van de pijlers in het ondernemingsplan van Woonmeij is ‘Hart voor een Duurzame toekomst’. Deze manier van samen­werking is een mooi voorbeeld van verduurzaming van de relatie met de partners.” Wat Van Schaaijk ook graag wil benoemen is de goede sfeer onderling. “We bijten elkaar niet.” Integendeel. Alle partijen zitten elke vier weken bij elkaar. Elke keer is een andere partner gastheer. “We hebben zelfs elke keer iets lekkers bij de koffie”, lacht hij. Volgens Van Schaaijk zijn er nog ambities genoeg binnen de groep. Zo streven ze

ernaar om in de toekomst een hoop zaken gezamenlijk geautomatiseerd te hebben. Ook zijn ze continue op zoek naar het verder uitdiepen en perfectioneren van de projecten. “We hebben een goede basis gelegd voor de toekomst”, concludeert hij tevreden. “Daarmee hebben we een voorbeeldfunctie richting anderen.”

Innovatie is het benutten van elkaars kennis

Ben van Eerd mag zich ook scharen tot de groep ketenpartners. Zijn adviesbureau, EveAdvies, richt zich met name op het adviseren van onderhoudsbedrijven en vastgoedeigenaren. Na jarenlang met Huis & Erf te hebben samengewerkt in een andere hoedanigheid werd hij januari 2017 benaderd voor structureel advies en inspecties #1 2018  63


SAMENWERKEN OP BASIS VAN VERTROUWEN

v.l.n.r. Frans Brouwers, Jackey Oele, Gijs van Roosmalen, Natascha Kleyn, Ben van Eerd, Berrie Endevoets, Hubert Klerks, Koen van Schaaijk, Jeroen van Kempen, John van Balkum en Brandon Pittens.

op de werkvloer. Van Eerd is de schakel tussen de ketenpartners en Woonmeij. Ook hij is blij dat hij onderdeel mag uitmaken van deze groep. Woonmeij streeft ernaar dat de onderhoudspartners zelf de verantwoording nemen voor de complexen. Dit betekent dat Van Eerd de projectcontroles uitvoert en projecten oplevert voor de woningcorporatie. Toch ziet hij zichzelf niet als inspecteur, maar meer als sparringpartner voor alle partijen. “Natuurlijk voer ik mijn controlerondes uit op de werkvloer. Maar veel belangrijker nog, ik ga met de werklieden in gesprek over de techniek. Ik adviseer hen vanuit mijn betrokkenheid voor het vak.” 64  #1 2018

Volgens de adviseur ontstaat er innovatie door het benutten van elkaars kennis. Natuurlijk constateert hij verschillen in de werkprocessen. “Maar door deze processen naast elkaar te zetten, leren we van elkaar en zorgen we ervoor dat de processen steeds efficiënter worden”, aldus Van Eerd. Hij noemt als voorbeeld de inrichting van de communicatie in Docufiller. Dit is een online opmaakprogramma waarmee je zelf eenduidige communicatiemiddelen maakt. “Samen met Natascha Kleyn Communicatie & Advies en de overige partners ontwikkelden we een eigen inspectieformulier en opleveringsformulier. Helemaal op maat


starten. Onder haar leiding zetten de ketenpartners een uitgebreide communicatieaanpak richting bewoners op. “Denken vanuit de bewoner is niet altijd vanzelfsprekend, maar wel heel hard nodig. We zijn immers bij de bewoner thuis aan het werk. Een bewoner wil weten wat de impact van de werkzaamheden is.” Elk onderhoudsproject valt of staat met goed geïnformeerde bewoners. Iedere bewoner communiceert anders en

We communiceren niet over, maar met de bewoner.

gemaakt naar onze eigen wensen en eisen.” Van Eerd is trots op de resultaten van de groep. En waardeert Woonmeij om haar lef om op deze manier het roer om te gooien.

Aandacht voor de bewoner

Natascha Kleyn is als enige vrouw binnen de groep een waardevolle aanvulling in deze mannenwereld. “Vanuit mijn vak probeer ik de mannen uit de denkwereld van de techniek te halen. Ik neem hen mee naar de beleving van de bewoner.” Kleyn werkte zestien jaar als communicatieadviseur bij Huis & Erf. Twee jaar geleden maakte zij de keuze om haar eigen communicatieadviesbureau op te

heeft andere behoeftes. Daarom was het streven van Woonmeij om samen met de ketenpartners een eenduidig communicatieproces op te zetten, zodat er voor de bewoners een herkenbare, duidelijke communicatielijn ontstaat. En dat is gelukt! Hierbij gebruiken de partners het eerdergenoemde programma Docufiller. “In dit online opmaakprogramma ontwikkelden we bijvoorbeeld een brochure, een aankondigingsbrief of afsprakenkaartje”, somt Kleyn op. Zodat elke ketenpartner op dezelfde manier communiceert met de bewoners. Het belangrijkste aandachtspunt: zet de bewoner centraal. “Kortom, we communiceren niet over de bewoner maar met de bewoner”, aldus Kleyn.

#1 2018  65


NUL OP DE METER: HET BLIJFT MAATWERK Precies een jaar geleden hoorde ik het voor het eerst de term ‘Nul Op De Meter’. Ik liet me sindsdien meene­ men in de wereld van verduurzaming van bestaande bouw. Het wekte direct mijn aandacht en riep de vraag in mij op: ‘Hoe kun je nu in hemels­naam 0 op je meter realiseren?’ Dat zou toch mooi zijn! Ik moet eer­ lijk toegeven; in het begin was ik wat sceptisch. Na mee te hebben gelopen met enkele NOM-projecten stond ik versteld hoe ‘nieuw’ het eigenlijk allemaal is, terwijl men in Nederland al een paar jaar met het NOM concept bezig is. Je zou verwachten dat iedere aannemer vooraan staat met een waterdicht concept.

NOM blijft zich ontwikkelen NOM heeft weliswaar een hele ontwikkeling doorgemaakt en er is veel geleerd over de zogenaamde

Installaties kunnen tegenwoordig zelfs in de gevel verwerkt worden. 66  #1 2018

‘bijkomstigheden’ ervan. De installaties kunnen tegenwoordig zelfs in de gevel verwerkt worden. Dat is toch geniaal! Het blijkt echter in de praktijk nog altijd lastig om alle kinderziektes te tackelen. Het zijn in sommige gevallen dure leertrajecten geweest voor alle betrokkenen en nog steeds hebben we geen ‘perfect concept’. Ieder project is anders en ook iedere woning is weer anders. Het blijft maatwerk en maatwerk is kostbaar. Maatwerk binnen een gestroomlijnd proces is het ideaalbeeld waar we met zijn allen naar streven.


COLUMN

Een goede voorbereiding ... We kunnen onze kop niet in het zand steken; uiteindelijk moeten we vóór 2050 van het gas af. En waarom niet gelijk de woning aanpakken als de woning aan onderhoud toe is? Is NOM echter wel zo aantrekkelijk voor een aannemer of corporatie? Het is namelijk een behoorlijke investering. En voor de aannemer vallen de marges soms tegen door werkzaamheden die onvoorzien zijn. Wij werken met veel verschillende aannemers en corporaties die vol enthousiasme aan het NOM traject beginnen. Gaandeweg het proces blijkt iedere keer dat een goede voorbereiding erg waardevol is. Wat in beginsel misschien een nutteloos onderzoekje lijkt, kan in de uitvoering heel veel kosten en moeite besparen. Een goed, gedegen onderzoek voor een maatwerk plan.

Het is zoeken naar een balans tussen techniek en aandacht voor bewoners. Verschillende concepten De Loods werkt actief mee aan concepten om dit doel te halen. Voor ons is Nul Op De Meter niet het doel op zich. We kijken breder naar hoe je woningen CO²-neutraal kunt maken met behulp van technieken. Wel werken we volgens een geolied proces waarin we op zoek gaan naar het beste antwoord, belicht vanuit diverse invalshoeken. Het is zoeken naar een balans tussen techniek en aandacht voor bewoners. In diezelfde woningen leven namelijk mensen, die op de eerste plaats fijn willen wonen in een prettige woonomgeving. In lijn met onze visie betrekken we,

waar mogelijk, bewoners in het (voor)traject, zodat zij weten waaraan ze toe zijn.

Dus… vergeet de bewoners niet! Maak een plan waar ook gedacht wordt aan de bewoners; zij moeten namelijk wel aan boord stappen en van A tot Z mee worden genomen in het proces, zonder moeilijke termen en poespas. Daarnaast heeft iedere bewoner ook zijn of haar persoonlijke belangen. Kortom; zonder bewoner geen plan! Maren van Duuren Projectleider bewoners bij De Loods architecten en adviseurs

#1 2018  67


INTERVIEW EXPERIMENTEN IN CIRCULARITEIT

Simone de Waart in de studio van Material Sense.  FRANCOIS EYCK

68  #1 2018


Experimenten in circulariteit Gevelbekleding gemaakt van auberginevezels, plaatmateriaal van plantenresten, kledingafval als isolatiemateriaal: de ontwikkeling van nieuwe materialen en hun duurzame toepassingen gaan razendsnel. Een interview met ontwerper en materialenexpert Simone de Waart. Tekst Wikke Peters

D

e ontwikkeling in de biotechnologie faciliteert op grote schaal innovatie, maar vorm en toepassing moeten ook kloppen. Simpel gezegd: het oog wil ook wat. De Waart zette zich al in voor duurzaamheid toen het nog allesbehalve een sexy onderwerp was: “toen ik begon, moest ik mensen echt overtuigen van het thema. Dat is nu gelukkig wel anders.”

SIMONE DE WAART

Simone de Waart stu­ deerde af als materiaal­ ontwerper aan de Design Academy in Eindhoven. Ze faciliteert met haar onafhankelijk advies­ bureau Material Sense de samenwerking tussen ontwerpers, onderzoekers en industrie. Ook is ze docent aan de Technische Universiteit Eindhoven.

Uit de Renda Denktank kwam naar voren dat het opzetten van een materialen­bank een onderwerp is dat leeft. Krijg jij die vraag ook? “Jazeker, maar een materialenbank is in mijn ogen nog te beperkt, het is geen toverwoord waarmee circulair bouwen ineens een feit wordt. Natuurlijk: je kunt oude kranen en expansievaten hergebruiken. Maar dat zijn producten die al áf zijn, die je meteen kunt inzetten. Het wordt veel interessanter als we kijken naar materialen die nog niet af zijn en waarvan we tonnen afvalstromen hebben: hoe kunnen die nieuwe waarde krijgen? Materiaal cascadeert, dat wil zeggen dat hoe vaker je hergebruikt, hoe minder materiaal je overhoudt om mee te werken. Het is net als een steeds kleiner rokje uit je #1 2018  69


INTERVIEW EXPERIMENTEN IN CIRCULARITEIT oorspronkelijke kledingstuk knippen, dat is een uitdaging. Het is natuurlijk veel makkelijker om kant-en-klaar nieuw materiaal op maat in te kopen.” “Voor nieuwe toepassingen van bestaand materiaal zijn creatieve geesten nodig, mensen die anders denken en mogelijkheden zien die anderen niet zien. Voor een woningcorporatie onderzocht ik B-hout uit sloophuizen. Dat kun je hergebruiken als plaatmateriaal voor akoestische panelen, als meubelpanelen, kastenwanden en tafelbladen. A-hout uit bijvoorbeeld dakspanten is makkelijker te hergebruiken, maar ook daar is een bewerking nodig: er zitten spijkers en verbindingsmaterialen in. Ook parket is een voorbeeld van heel moeilijk te verwerken materiaal met op dit moment een niet te onderschatten afvalstroom. Dat is echt een creatieve uitdaging. Ik zou dan ook eerder pleiten voor een materialenbibliotheek in plaats van een materialenbank. Geen statisch archief, maar een plek om kennis te delen die voortdurend in ontwikkeling is. Hier kan dan ook informatie over nieuwe, goede materialen die voldoen aan de duurzaamheidseisen worden toegevoegd. Er zijn inmiddels talloze goede materialen, maar ze staan nog lang niet allemaal op de radar bij corporaties en aannemers.”

Heb je daar voorbeelden van? “Op dit moment wordt er in de bouw veel OSB-plaat gebruikt. Dat is praktisch en betaalbaar. Maar er is een goed alternatief: ecoboard. Dat wordt gemaakt van plantenresten, en verlijmd op een duurzamere biologische manier. Een ander voorbeeld is het isoleren met kledingafval en textielresten in plaats van steenwol. En natuurlijk zijn er toepassingen van hennep en vlas, dat inmiddels al behoorlijk uitontwikkeld is. Met als leuke bijkomstigheid dat het deels een Nederlands product is.”

Hoe komt het dat dergelijke materialen nog maar zo weinig op grote schaal worden ingezet? “Feit is dat deze innovatieve materialen vaak ontwikkeld worden door kleine en beginnende fabrikanten. Die doen relatief grote investeringen en moeten een enorm uithoudingsvermogen hebben om een voet aan de grond te krijgen. Zo was er een start-up die gevelbekleding maakte van vezels van aubergines, een geweldig materiaal. Toch heeft die start-up het niet gered. Er waren een paar architecten die hun nek durfden uit te steken om het materiaal te gebruiken, maar dat was niet genoeg. Wat we bij Material Sense overigens dan wel belangrijk vinden, is het behoud van de kennis van dit materiaal. Daar dragen wij zorg voor in onze eigen materialenbibliotheek en internationaal reizende tentoonstellingen.” “Prijs is natuurlijk ook een ding. Ik weet dat de inkoop altijd leidend is. Maar dat is een beetje het kip en het ei verhaal: goede en betrouwbare afnemers voor de kleine en innovatieve producenten, betekent op langere termijn dat de prijs omlaag kan. Als corporaties daarin samen optrekken, is de slagkracht veel groter. Dan kunnen de kleine producenten opschalen, en dan kunnen we echt een verschil gaan maken. Daarvoor is wel openheid, onderling vertrouwen en transparantie nodig, en dat is wellicht onwennig of zelfs eng. Hetzelfde geldt voor die kleine fabrikanten. Flexibiliteit en maatwerk is juist hun kracht. Maak daar gebruik van door met hen rond de tafel te gaan zitten en samen na te denken over geschikte toepassingen en praktische aspecten zoals bijvoorbeeld maatvoering. Het is ook heel belangrijk om vooral de 70  #1 2018


INTERVIEW EXPERIMENTEN IN CIRCULARITEIT

Help elkaar alsjeblieft met de nek uitsteken.

SIMONE DE WAART #1 2018  71


INTERVIEW EXPERIMENTEN IN CIRCULARITEIT mensen die het in de praktijk moeten gaan toepassen mee te laten denken. Met letterlijk aandacht voor de vraag: hoe monteer je dit materiaal? Zij hebben straks het fysieke materiaal in handen en moeten er mee gaan werken. Als zij het zien zitten, heb je al een hoop terrein gewonnen. Circulariteit is voor alle partijen een leerproces, en daar kom je alleen maar sterker uit als je dat samen doet. En fouten maken mag, dat is onderdeel van samen leren.”

Wat adviseer je corporaties die niet weten waar te beginnen? “Start klein. Je hoeft niet meteen met een enorm plan te komen om circulariteit op de agenda te zetten. Het gaat in de eerste plaats om bewustwording van mensen, een andere manier van kijken naar materiaalgebruik. Die bewustwording kun je wel faciliteren en organiseren in de ketensamenwerking.” “Bewustwording is de reden dat we met Material Sense veel werken met tentoonstellingen. Misschien klinkt dat raar in de traditionele bouwwereld, maar voor ons is het een goede manier om mensen kennis te laten maken met een grote diversiteit aan materialen die aan de duurzaamheidseisen voldoen. We maken rondreizende exposities en bij Yksi, op Strijp-S in Eindhoven, staat een permanente materiaalexpositie die elke drie maanden verandert: Bio-Boost! van Material Sense LAB. Dat is een zusje van Material Sense, gericht op circulair materiaalgebruik. Een plek voor experiment, een proeftuin. Niet alleen voor onderzoek naar nieuw materiaal, maar ook voor onderzoek naar nieuwe samenwerkingen. Jonge talenten, materiaalontwerpers, nieuwe ontwikkelingen van onderzoekers, startups en grote fabrikanten: alles komt er samen. We zoeken naar de goede combinatie van experiment en opschaling. In de expositie kun je al het materiaal letterlijk komen ‘beleven’: niet alleen de technologie erachter, maar ook hoe het eruit ziet, voelt en ruikt.”

Hoe belangrijk is de eindgebruiker? Er wordt veel duurzaam materiaal geproduceerd, maar ik zie nog wel een gat tussen de techniek en de eindgebruiker. Niet alleen de functionaliteit en toepasbaarheid is van belang, maar ook die eerder genoemde zintuigelijke waarneming. Hoe voelt het, hoe ruikt het, welke beelden roept het op? Daar doen wij voortdurend onderzoek naar. Classificeren mensen een materiaal als betrouwbaar, solide, of juist armoedig? Dat laatste wil je niet. Gerecycled materiaal heeft nogal eens de neiging om eruit te zien als een gemalen grindtegel. Wat je wil is duurzaamheid en betaalbaarheid, maar wel met een luxe uitstraling. Zo bouwden we voor Trekkershutten NL ooit een trekkershut van super duurzaam materiaal. In de hut lagen onder andere gerecyclede rubberen tegels. Helaas bleken deze erg te stinken. En dat kan echt niet, zeker niet op een plek waar de natuurbeleving zo’n grote positie inneemt. Bij natuurlijke verven uit Zweden gaat dat beter. Die verf wordt gemaakt op basis van lijnzaadolie. Dit ruikt lekker, heeft een mooie matte finish en, ook niet onbelangrijk, vormt geen enkel gevaar voor de gezondheid. Schilders kunnen fluitend zonder mondkapje hun werk doen. De verwerking van die verf is dan wel weer anders. Het trekt dieper in het hout. Schilders moeten bij de verwerking daarom vooral rekening houden met het gelijkmatig inwrijven, in plaats van met het voorkomen van druppels. Het eerdergenoemde ecoboard ruikt naar hooiberg, maar dat heeft weer een andere 72  #1 2018


tekening dan OSB, ook dat is een kwestie van wennen. Dit zijn allemaal dingen die we meenemen in de eigen materialenbibliotheek van Material Sense: toepasbaarheid, functionaliteit en belevingswaarde.” Hoeveel materialen daar inmiddels in zitten? “Zo’n 1500. Niet allemaal duurzaam, hoor. Dat kan nog niet.”

Duurzaamheid en circulariteit staan meer dan ooit op de agenda. Ben je positief over de toekomst?

Ontwerp Studio for Form and Energy,

project mycelium bouwdelen.  SIMONE DE WAART “Tja, ik zou graag willen dat het allemaal sneller gaat. Al gaan we de goede kant op: er is steeds meer aandacht voor het onderwerp duurzaamheid. Maar onze systemen zijn er niet op ingericht. We moeten bewegen van een lineair naar een circulair systeem, en dat vraagt onder andere een ongekend vertrouwen in bijvoorbeeld de ketensamenwerking. Mijn pleidooi is dan ook: help elkaar alsjeblieft met je nek uitsteken. Overigens gebeuren er al veel goede dingen. De duurzame Bribus keuken bijvoorbeeld, helemaal gemaakt van alternatieve materialen; heel goed dat sommige corporaties deze keuken inmiddels als standaard keuze aan hun huurders aanbieden. Daarnaast is er de hergebruikte lijn van Mosa. Knap dat ze dat lukt, want keramiek is een moeilijk te recyclen materiaal, vanwege het grote gewicht en de grote hoeveelheden puin. En de lijn van Mosa ziet er ook nog eens aantrekkelijk uit.”

Tot slot: wat is jouw eigen favoriete materiaal? “Poeh, dat is moeilijk kiezen. Ik heb een passie voor zoveel materialen. Omdat ik de belofte van materiaal zo mooi vind: het is nog niet echt iets, maar het kan nog van alles worden. Dat inspireert mij. Maar als ik dan moet kiezen: als ontwerper vind ik mycelium erg interessant. Dat is het wortelsysteem, zeg maar de fijne bedrading of het netwerk, van paddenstoelen. Het deel dat onder de grond zit. Het is mooi en je kunt het in alle gewenste vormen laten groeien. Mycelium is een organisch materiaal, dat wil zeggen dat het door blijft groeien, tenzij je een ingreep doet om het te stoppen. Op dit moment wordt het bijvoorbeeld toegepast in verpakkingen en stoelen. Mycelium vergaat na een tijdje vanzelf. Dat vind ik juist zo’n mooie gedachte: het dient zijn doel, en vergaat dan weer. Een ultieme vorm van circulariteit, zoals ook de natuur die toepast.”

DAG VAN DE CIRCULARITEIT

Ook tijdens de Dag van de Circulariteit op 31 mei staan de onderwerpen materiaal en materialenbanken op de agenda.

Lees meer op www.materialsense.com. #1 2018  73


MISMATCH TUSSEN TECHNIEK EN EINDGEBRUIKER “De beheerder van de corporatie zegt dat de schimmel in de woonkamer komt omdat ik niet ventileer. Maar als ik niet ventileer, houd ik de warmte binnen en hoef ik minder te stoken.” “Er brandt een rood lampje, de pomp zal wel kapot zijn. Kan de corporatie dit komen maken?” Tekst en beeld Wikke Peters

D

e installateur komt kijken en vertelt dat de pomp juist correct werkt als het rode lampje brandt.

Zomaar twee voorbeelden van verkeerd gedrag en een gering begrip bij huurders, als het gaat om energetische veranderingen en techniek in huis. Er blijkt een discrepantie te zijn tussen de bestaande technologie en de bereidheid én kennis van huurders om deze op een goede manier in te zetten. Dat kwam overtuigend naar voren tijdens de Renda Denktank op 11 januari in Utrecht, binnen het onderwerp ‘Bewoners’. Zowel corporaties, aannemers als leveranciers herkennen het probleem. “Brieven en instructieboekjes werken niet”, aldus een van de deelnemers. “Mensen nemen niet de tijd, of hebben geen zin zich in de techniek te verdiepen.” Een individuele aanpak op maat werkt beter. “We werken met een energiecoach, die persoonlijk en laagdrempelig uitleg komt geven”,

74  #1 2018

vertelt een aannemer. “Dat geeft betere resultaten. Maar zelfs dan schrik je soms nog van hoe selectief mensen informatie onthouden of hoe ze deze informatie interpreteren. Zo hadden we ooit een bewoner die het huis bloedheet gestookt had. We zouden immers langskomen voor een warme opname. Het illustreert dat je er nooit blindelings vanuit moet gaan dat informatie wel begrepen wordt.”

Meer dan een bouwbesluit

Angelique Bellemakers, districtsmanager bij Woonbedrijf in Eindhoven en net als veel corporaties bezig met de verduurzaming van het woningbezit, herkent de zorgen. Ook zij ziet een mismatch tussen techniek en eindgebruiker. “We zetten technologie in voor complexe maatschappelijke vraagstukken, maar vergeten daarbij naar de mens te kijken. Het is net als in de zorg: met technologie kun je van alles doen om het leven te verbeteren, maar je hebt ook de patiënt én de handen aan het bed nodig om het te laten werken.” Een pasklare oplossing heeft Belle-


#1 2018  75


MISMATCH TUSSEN TECHNIEK EN EINDGEBRUIKER

Bewoners uit Rapenland in Eindhoven leggen samen een moestuintje aan.

makers niet direct. “Ik zie wel dat bewoners maar beperkt betrokken worden bij de ontwikkeling van technologie. Het is de vraag of dat meteen vanaf het begin moet, want we worden immers ook niet op grote schaal betrokken bij de ontwikkeling van smartphones, terwijl het ons ook lukt die te gebruiken. Maar in een eerder stadium, of op zijn minst direct bij de start van het gebruik van nieuwe apparaten in de woning, zou wel helpen.” Daarnaast constateert Bellemakers dat lang niet alle huurders overtuigd zijn van de urgentie van een duurzame leefstijl. “We vragen van huurders om op een voor hen vaak abstracte manier te denken als het gaat om duurzaamheid. En soms is dat moeilijk. Een deel van onze huurders is namelijk dag in, dag uit bezig met overleven. Dan heb je wel wat anders aan je hoofd.” Daarom, vindt Bellemakers, moet verduurzaming meer zijn dan alleen het volgen van een bouwbesluit. “We zouden zicht moeten hebben op hoe men76  #1 2018

sen denken, wat ze beweegt, welke afwegingen ze maken om iets wel of niet te gaan gebruiken. En dat bewustwordingsproces moet je vanaf 0 opbouwen. Daar hebben we nu te weinig aandacht voor.” Bewustwording en daarna gedragsverandering, is een moeilijk en ingewikkeld proces

Als je bezig bent met overleven, heb je wel wat anders aan je hoofd dan duurzaamheid.


MISMATCH TUSSEN TECHNIEK EN EINDGEBRUIKER

dat tijd kost, vinden ook de Denktank deelnemers. “Mensen moeten een zekere urgentie voelen om hun gedrag te veranderen. Soms is de portemonnee een drijfveer, maar lang niet altijd.” De grote vraag lijkt dan ook: hoe spelen we in op intrinsieke motivatie als het gaat om duurzame gedragsverandering?

Emoties

Sociale wetenschappers constateren dat communicatie gericht op gedragsverandering, vaak leunt op het vergroten van kennis over een onderwerp. Uitgebreid onderzoek toont echter aan, dat meer kennis lang niet altijd de doorslaggevende factor is als het gaat om gedragsverandering. Mensen blijken namelijk behoorlijk irrationeel: ze laten zich vaker leiden door emoties, gewoonten en anderen in hun omgeving, dan door een puur rationele afweging van kosten en baten. Het beknopt advies uit de communicatiewetenschap: houd het simpel en concreet, speel in op emoties, gebruik het sociale netwerk van je doelgroep, geef zelf het goede voorbeeld, communiceer daar waar het gedrag plaatsvindt, herhaal en beloon. Het positieve effect van belonen wordt namelijk enorm onderschat, zegt gedragswetenschapper Marius Rietdijk van de Vrije Universiteit van Amsterdam in zijn proefschrift. “Gedrag wordt voor tachtig procent bepaald door beloningen. En dat hoeft echt niet altijd een materiële beloning te zijn. Eén van de redenen waarom belonen wellicht zo goed werkt, is de verantwoordelijkheid die je mensen er mee geeft”, aldus Rietdijk. “Het helpt als je mensen vraagt om zelf mee te denken en doelen te stellen. De dwang is dan weg, ze worden trots op hun prestaties. Dat is het verschil tussen willen en moeten: je krijgt echt een intrinsieke motivatie.”

Angelique Bellemakers, districtsmanager bij Woonbedrijf.

“En verplaats je ook eens in de huurders door naar jezelf te kijken”, vindt Bellemakers. “Ik rij zelf elektrisch, maar een maatschappelijk bewustzijn is daarbij niet de eerste leidraad. Ik wil gewoon dat mijn auto mij van A naar B brengt. Zonder ingewikkeld gedoe.” Zo’n beetje het hele werkveld constateert dus het gat tussen techniek, de doelstellingen en de uiteindelijke eindgebruiker. Hoe kan het dat we er nog niet op grote schaal in geslaagd zijn dat gat te dichten? Is het een kwestie van geld, capaciteit, of een gebrek aan de juiste informatie over wat huurders motiveert? Pasklare antwoorden lijken er nog niet te zijn, wel inspirerende voorbeelden, goede vragen, discussie en kennisoverdracht. Geïnteresseerd? Bij Renda zetten we dit thema het hele jaar op de kaart. Bijvoorbeeld op de Dag van de Bewoner, op 11 oktober.

Bronnen •• Adformatie •• Frankwatching •• Aubrey Daniels Research Institute for Behavior Analysis (ADRIBA) aan de Vrije Universiteit in Amsterdam #1 2018  77


DE VITALE CORPORATIE

De Vitale Corporatie

78  #1 2018

DEEL 1


DE VITALE CORPORATIE

Corporaties kennen in de 21e eeuw een turbulent bestaan. De verhuurdersheffing, de forse regulering van het takenpakket van corporaties en de turbulente woningmarkt zorgden voor jaren van onduidelijkheid en onzekerheid. Inmiddels is er voor corporaties een nieuwe werkelijkheid ontstaan. Tekst Carlo Muller, i.s.m. Levien de Jager en Marion Muller-van der Flier

Na jaren van onduidelijkheid is er voor woningcorporaties een nieuw speelveld ontstaan.  WILMAR DIK

#1 2018  79


DE VITALE CORPORATIE

D

e nieuwe realiteit is onder andere vastgelegd in de nieuwe Woningwet en Veegwet en betekent een forse wijziging in het speelveld en de (on)mogelijkheden van woningcorporaties anno nu en in de nabije toekomst.

Speerpunten in dit nieuwe speelveld zijn betaalbaar huurbeleid met aandacht voor woonlasten, verduurzaming, CO2-neutraal en gasloos. Dat betekent terug naar de corebusiness met de klant en de huurder centraal. Verder hebben corporaties te maken met factoren als marktwaardering en toegenomen aandacht voor efficiency van de organisaties en effectiviteit van de inzet van middelen. Dit vraagt veel van woningcorporaties en hun medewerkers. Er wordt van ze verwacht (pro-)actief, innovatief en interactief te handelen. Telkens dient betaalbaarheid, beschikbaarheid, duurzaamheid en kwaliteit centraal te staan. Dit is ingewikkeld in een turbulente tijd waarin wet- en regelgeving het lastig maakt om herkenbaar en flexibel beleid te maken.

Volkshuisvestelijke opgave

Daar komt dan nog bij dat de woningmarkt ook voor huurwoningen op dit moment fors oververhit raakt. Niet alleen in de Randstad, maar ook in veel andere delen van Nederland, enkele krimpgebieden daargelaten, is de vraag naar betaalbare koop- en huurwoningen groot. Woningcorporaties dienen

De Vitale Corporatie is een methode die is opgezet en ontwikkeld door FM Consultants - vastgoedprofessionals, VISA - Vaart in Samenwerken en TREIV - waardecreators. In de volgende edities verschijnen nog drie artikelen, over vitaal vast­ goedbeleid, vitale organisatie en vitale processen en financién.

daarbij het sociale huursegment te bedienen vanuit hun volkshuisvestelijke opgave. En dan moeten ze ook nog eens passend verhuren. De grote vraag voor woningcorporaties nu is: Hoe worden we vitaal en toekomstbestendig? Dat kan alleen door gestructureerd te ‘werken aan de gezondheid’ van zowel de vastgoedportefeuille, de processen, de financiën als de medewerkers. Dat begint met een soort ‘vitaliteitsscan’, een onderzoek naar dat wat goed is en goed gaat. Waar is groei mogelijk is en waar ligt de kracht van de organisatie? En wat is het echte toekomstperspectief?

Het Vitaalprogramma

Je zou daarbij kunnen denken in vitaalprogramma’s vanuit de gedachte: ‘wat je aandacht geeft, groeit’. En dus vertrekken vanuit dát wat goed is en goed gaat, bijvoorbeeld: •• Werken aan ‘fysieke gezondheid’: Daarmee werk je aan toekomstbestendig vast-

Woningcorporaties hebben te maken met een nieuwe realiteit. 80  #1 2018


DE VITALE CORPORATIE

goed met aandacht voor duurzaamheid en betaalbaarheid via het portefeuille- en assetmanagement. •• Werken aan ‘emotionele gezondheid’: Daarmee werk je aan een toekomstbestendig woonbeleid met aandacht voor scheefwonen, overlast en resultaatgericht onderhoud. •• Werken aan ‘mentale gezondheid’: Daarmee werk je aan toekomstbestendige teams en duurzame inzetbaarheid van medewerkers en organisatie met aandacht voor leiderschap, samenwerking en teambuilding. •• Werken aan ‘gezonde voeding’: Daarmee versterk je de financiële gezondheid van je corporatie met aandacht voor systemen, financiën, rendement en processen. Het Vitaalprogramma is geen afvinklijst of standaard verandertraject. Het is een aanpak met vijf resultaatgerichte en flexibele programma’s, afgestemd op ieders kracht en groeimogelijkheden. Dit alles onder begeleiding en met monitoring om te kijken of de stappen die gezet worden resultaat op­­ leveren.

Het lonkend perspectief is helder: toekomstbestendigheid, vitaliteit, wendbaarheid, succes en betrokken mensen. Dat is het uitgangspunt voor alle processen, adviezen en acties die worden betrokken in het vitaalprogramma. Dit gebeurt naast de dagelijkse gang van zaken en met respect voor de tijd en energie die de volkshuisvestelijke taak vereisen.

Een vitale corporatie is een toekomst­bestendige corporatie

Het past in de huidige gezondheidstrend. We willen allemaal fit en vitaal zijn en blijven. Ook corporaties willen graag onderscheidend zijn en wendbaarheid maximaliseren. Teams, processen, systemen en strategieën versterken door samenwerking en verbinding. De kracht zit in continue ontwikkeling van de corporatie om toekomstbestendiger te worden op alle terreinen. Het leidt tot een wendbare en vitale corporatie.

#1 2018  81


Ook de aandacht trekken van corporaties, bouwers en architecten? Kijk op www.renda.nl/adverteren voor de mogelijkheden of bel 073 250 10 14


NETWERK 84 Vers bloed Nieuwe partners

86 Het geluk ervaren Workshop Anke van Hal

92 De Gezonde Woning Kennisatelier Niels GĂśtz

85 Build me once Blog Michiel Wauben

90 Renda in 2018 Renda Denktank

96 Renda partners Partneroverzicht

#1 2018  83


VERS BLOED In deze eerste editie van 2018 verwelkomen we een aantal nieuwe partners. Wie zijn ze en waarom zijn ze aangehaakt bij Renda?

Hassan Najja SOR

Toon van Doormalen Vaillant

Rene Doornekamp RC Panels

Jan Baarends SW Vastgoed­ verbetering

Een thuisgevoel voor iedereen, dat is onze missie. Maar dat doel is veel te groot voor ons alleen. Daarom gaan we graag de samenwerking aan. Met jullie. Nu is een platform als Renda – als we eerlijk zijn – niet nieuw voor ons. Toch haken we bewust aan, omdat Renda zo divers is; niet alleen corporaties, maar allerlei instanties. Echt vernieuwende inzichten komen vaak als verschillende kennisgebieden die altijd gescheiden bleven, elkaar raken.

Als fabrikant zien wij het als onze taak om zoveel mogelijk kennis te delen en partners zo goed mogelijk te ondersteunen. Wij zijn bovendien overtuigd van het feit dat duurzaamheid en comfort prima samengaan. CO2-uitstoot verminderen en kosten besparen op de energierekening zijn belangrijke doelen, maar prettig wonen is evengoed van belang. Binnen het Renda netwerk kunnen we deze doelen kenbaar maken en versterken.

Via Renda komen we graag in contact met corporaties, om samen te kijken naar de beste totaaloplossing bij renovatie. De gevels en daken die wij maken kun je als een schil om de woning plaatsen. Het maken van deze producten is een volledig geautomatiseerd proces, waardoor thema’s als techniek en betaalbaarheid erg belangrijk zijn. Ook houden we ons bezig met duurzaamheid, zo hebben we onlangs de eerste circulaire woning gebouwd.

Onze kracht ligt in het vinden van verbinding met diverse partijen. Binnen Renda willen we bewust de samenwerking opzoeken om een einde te maken aan de eilandjescultuur die er soms heerst in de bouwsector. Ketensamen­ werking, met gelijkwaardige deelname van alle partners, vinden we dan ook een inspirerend thema. Niet alleen om processen en dienstverlening te optimaliseren, maar ook om elkaar te inspireren.

84  #1 2018


RENDA NETWERK BLOG

BUILD ME ONCE

Op de radio vertelde laatst iemand over de website ‘buy me once’, gericht op duurzame pro­ ducten die je maar één keer in je leven hoeft te kopen. Degelijke artike­ len die aanzetten tot consuminderen, als tegenbeweging tegen ons consumeerderen. Zoals bij veel goede ideeën roept ook deze website bij mij de vraag op: zit de oplossing van het probleem van consumeerderen aan de vraagkant of de aanbodkant? Wat willen wij? Een snelle kortdurende fix, of een lange termijn duurzame high? Het voordeel van dat laatste is dat je er een leven lang profijt van hebt.

Duurzaam, ook thuis? Als ik bij mijn moeder in de keuken sta en het zoveelste

40-jaar oude Tupperware bakje of oranje groenteraspmolentje herken, hoor ik haar al zeggen “werkt nog prima, waarom zou ik dat weggooien?”. En gelijk heeft ze. Vervelend om dan aan jezelf te moeten toegeven dat thuis de zolder vol staat met afgedankte sapcentrifuges en Japanse bakplaten, terwijl je op je werk de mond vol hebt van duurzaamheid. Ook denk ik aan een discussie die ik met iemand had over het weigeren van oldtimers uit binnensteden. Als antwoord op de vraag of ik me wel bewust was van hoe vervuilend die oude bakken zijn, antwoordde ik met slechts één zin: “die oldtimer is wel maar 1 keer gemaakt.”

SUPERLOCAL In mijn werk als teamleider Vastgoed bij HEEMwonen gebruik ik voor bovenstaande filosofie de toegepaste vorm ‘Build me once’. De volgende écht duurzame stap in de bouwwereld moet circulair zijn. Binnen HEEMwonen ben ik bedenker en initiator van het project SUPERLOCAL. Het idee is geboren uit

wroeging over de roekeloze sloop in het krimpende Parkstad Limburg. Door sloop worden enorm veel waarden weggegooid, vaak zonder enige kennis over hoe groot deze waarden zijn en wat ze voor een nieuwe ontwikkeling zouden kunnen betekenen. Het idee voor 100% hergebruik van alle aanwezige waarden was geboren. We willen hiermee bijdragen aan nieuwe ideeën voor duurzame circulaire gebiedsontwikkeling en bouw. Hopelijk krijgen de nieuwe bewoners, waarbij we er overigens naar streven om zoveel mogelijk voormalige bewoners aan te trekken, in 2021 hetzelfde gevoel bij de woningen als ik heb bij het groenteraspmolentje van mijn moeder. Build me once! Michiel Wauben Teamleider Vastgoed bij HEEMwonen

Lees meer op www.superlocal.eu

#1 2018  85


Het geluk ervaren LESSEN UIT ECO-WIJKEN VAN DE JAREN 90

Birgit Dulski en Anke van Hal vroegen bewoners uit eco-wijken wat ze nu ĂŠcht waarderen in de woning en de wijk. Het doel: leren waar zij gelukkig van worden. Want, alleen als bewoners geluk ervaren zijn ze bereid de vaak minder aantrekkelijke energetische maatregelen voor lief te nemen. Tijdens de Renda workshop op 7 december deelden Dulski en Van Hal hun lessen en ervaringen. Tekst Dionne Verstegen

D

e eerste eco-wijken ontstonden in de jaren 90. Birgit Dulski onderzocht onder andere de volgende zes wijken: Ecolonia in Alphen aan de Rijn, Ecodus in Delft, Morrapark in Drachten, Drielanden in Groningen, GWL-terrein in Amsterdam en EVA-Lanxmeer in Culemborg. Toen de wijken gebouwd werden hadden ze allemaal een andere focus, van betaalbaarheid tot architectonische kwaliteit van duurzaam bouwen. Inmiddels is er echter ook een gemeenschappelijke deler te vinden in deze zes eco-wijken: de sociale cohesie is er erg groot. De wijk is een ontmoetingsplaats, waar zowel de eerste lichting ecologische pioniers als nieuwe bewo-

86  #1 2018

ners werken in gemeenschappelijke tuinen en buurtfeesten organiseren.

Fusie van belangen

Dulski en Van Hal deden onderzoek op basis van het Fusie van belangen-perspectief: je krijgt niets voor elkaar als je niet doet wat mensen echt willen. Waar mensen echt gelukkig van worden. Om dit te bereiken is het essentieel om eerst een inventarisatie te maken van wat mensen echt bezig houdt. Vervolgens kunnen organisaties hier met duurzaamheidsmaatregelen op inhaken. Uit het onderzoek naar de eco-wijken uit de jaren 90 komen een aantal plus- en minpun-


RENDA NETWERK ANKE VAN HAL

ten naar voren. Eén van de minpunten is de hinder die bewoners ervaren, zoals oncomfortabele temperaturen, vocht of schimmel en geluidshinder. Ook de badkamer is te klein. Dit werd toentertijd bewust gedaan vanuit duurzaamheidsoogpunt, omdat er in een kleine badkamer geen ligbad paste. Dulski noemt dit achteraf een achterhaalde en veel te betuttelende maatregel. Een ander voorbeeld van zo’n maatregel is de keuken, die in verband met de ventilatie bewust werd afgesloten van de eet- en woonkamer. Naast de sociale cohesie is ruimtelijke kwaliteit een ander pluspunt. De wijk is een combinatie van veel groen, een lage gebouw-

dichtheid en open ruimtes zonder auto’s waar kinderen kunnen spelen. Ook is er een goede balans tussen privacy en uitzicht en zijn bewoners blij met de persoonlijke invloed die ze hebben op hun wijk.

Toen en nu

Hebben we geleerd van de eco-wijken uit de jaren 90? Niet altijd, zo blijkt uit het onderzoek van Dulski. In de Ecodus wijk in Delft werden de gevels bekleed met rossig cederhout met de belofte dat dit niet geschilderd hoefde te worden omdat het vanzelf zilvergrijs zou kleuren. In de praktijk bleek dit echter niet het geval te zijn, waardoor mensen het hout alsnog zelf gingen schilderen. Ook

#1 2018  87


tegenwoordig worden niet alle gemaakte beloftes nagekomen. Zo werd recentelijk bij een NOM-project ondanks belofte op schrift de zorgvuldig gekweekte bonsaiboom van een bewoner omgezaagd. Inmiddels dragen de duurzaamheidsmaatregelen soms wel bij aan kwaliteiten die algemeen worden gewaardeerd. Waar vroeger in sommige woningen zogenaamde afvalkasten waren, waarvan vrijwel niemand wist wat het idee was, werd onlangs in een Amsterdams project de komst van een nieuwe ketel gecombineerd met een schoenenkast. Dit werd erg gewaardeerd door bewoners. Vroeger was de schaal en definitie van duurzaamheid veel groter. Dulski vindt het

jammer dat we nu vooral op woningniveau acteren. Haar conclusie is dat onze blik breder moet: van woning naar wijk. Ook op het gebied van tijd is het goed om te kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat afspraken ook op de lange termijn goed gaan.

Renoveren in Toronto Towers

Anke van Hal houdt zich bezig met wat ze zelf ‘de derde succesfactor’ van woningrenovaties met hoge energieambities noemt: de emotionele en sociale aspecten die met deze opgave gepaard gaan. Net als Dulski pleit ook Van Hal voor de belangen van de bewoners als uitgangspunt, om deze vervolgens samen te brengen met de energieopgave. Van Hal deed de afgelopen twee jaar in Toronto onderzoek naar deze derde succesfactor en keek hoe je gedragsprocessen in de transitie naar energieneutrale gebouwde omgeving kunt versnellen. De hoofdconclusie: de bewoners centraal zetten. Onder andere door ze vroeg te betrekken en hun belangen serieus te nemen. Dat klinkt logisch, maar dat is het volgens Van Hal niet. “Neem de opgave die centraal staat in ons regeerakkoord: woningen energiezuinig maken en zorgen dat ze van het gasnet af kunnen. In de praktijk betekent dit bij een aanpak van seriematige ontwikkelde woningbouw dat vrijstaande en grote huizen als eerste van het gasnet af zullen gaan. De woningen die het langst op het gas blijven, vaak huishoudens met een kleine portemonnee, draaien op voor alle kosten. Neem je echter de belangen van bewoners als uitgangspunt dan begin je bij de mensen voor wie de energierekening lastig te betalen is.”

Birgit Dulski vertelt over ecowijken uit de jaren 90. DIONNE VERSTEGEN

88  #1 2018

In Toronto zag Van Hal een andere aanpak voor energieneutraal wonen: hier werd de


RENDA NETWERK ANKE VAN HAL

Je krijgt niets voor elkaar als je niet doet wat mensen écht willen. slechte staat van het gasnet als uitgangspunt genomen. Hierbij werd begonnen bij de zogenaamde Towers, of te wel de meest moeilijke wijken. Bij diverse projecten in Toronto werkten technische specialisten en deskundigen op sociale gebieden zoals de geestelijke gezondheidszorg vanaf het allereerste moment nauw samen. Ze namen de sociale problemen als uitgangspunt om de technische doelen te halen. Uiteraard werden de bewoners centraal gesteld. Een groot succes, zo bleek.

Dromen

Een mooi voorbeeld zijn de projecten Black Creek en San Romanoway Towers. Hier konden bewoners hun dromen op papier zetten. Ze bleken heel anders over hun wijk te denken dan veel professionals op voorhand dachten. In plaats dat bewoners weg wilden in verband met de hoge criminaliteit, bleek de sociale component zo groot dat ze graag in de wijk bleven wonen. Een van de belangrijkste dromen bleek het krijgen van betaalbare verse groente. Dit werd onder andere aangepakt door het introduceren zogenaamde eetbare balkons. Bewoners kregen op hun balkon een moestuin waarin ze hun eigen groenten konden kweken; een stuk zuiniger dan importeren. In Black Creek werden bewoners opgeleid om te oogsten en snoeien. Tevens leerden ze oude fietsen opknappen. Dit heeft enerzijds

Anke van Hal vertelt over de derde succesfactor.  ROBERT DINGEMANS

de werkgelegenheid en de bereikbaarheid van de wijk bevorderd en anderzijds de CO2-uitstoot verminderd, omdat bewoners minder vaak de auto gebruikten. Door al deze maatregelen liep de criminaliteit in deze wijken zichtbaar terug. Een ander belangrijk voordeel is dat bewoners vertrouwen kregen in de positieve neveneffecten van ingrijpende duurzaamheidsmaatregelen en zodoende bereid waren aan de realisatie van deze maatregelen mee te werken. Wat kunnen we hier in Nederland mee? Wat zijn de Nederlandse eetbare balkons? Om dat uit te zoeken zijn Platform 31 en Nyenrode samen een experimentenprogramma gestart. Grote kans dat de resultaten van dat experiment gedeeld worden in de workshop van Anke van Hal op 14 juni.

#1 2018  89


Renda in 2018 RENDA DENKTANK

Waar gaan we het in 2018 bij Renda over hebben? Deze vraag stond centraal tijdens de Renda Denktank op 11 januari. Samen met onze partners bespraken we de thema’s ketensamen­ werking, circulariteit, bewoners en gezonde woning. Wat is belangrijk binnen deze thema’s? Waar zoeken we verdieping en waar juist verbreding? Daarnaast werd er gebrainstormd over hoe Renda als netwerk beter kan functioneren. Tekst Dionne Verstegen Beeld Erna van Holland

Gezonde woning

Voor 95% van de woningen in Nederland geldt dat de lucht buiten de woning gezonder is dan in de woning. Voor een gezond en prettig binnenklimaat spelen er verschillende dingen mee, zoals de temperatuur, voldoende daglicht en een goede luchtkwaliteit. En natuurlijk is voldoende ventilatie belangrijk voor de luchtkwaliteit. Het moet daarom niet alleen gaan over de gezonde woning, maar ook over gezond woongedrag. Het is belangrijk om het bewustzijn van bewoners te vergroten. Maatregelen om de gezondheid van een woning te verbeteren hebben vaak ook een directe link met energieverbruik en duurzaamheid. Tijdens het Kennisatelier De Gezonde Woning op 1 februari ging Niels Götz hier verder op in.

90  #1 2018

Circulariteit

Circulariteit is een breed begrip. Bij Renda brengen we in 2018 drie thema’s onder de aandacht. Het eerste is materialen. Wat zijn de juiste materialen? En wat doe je als organisatie met je afvalstroom, waar en hoe begin je? We kijken naar de mogelijkheden voor een materialenbank. Het tweede onderwerp gaat over wat de nieuwste technische mogelijkheden en wat deze ons brengen (de voor- en nadelen). Het derde thema is bewustwording. De meerderheid van de bewoners heeft totaal geen interesse in duurzaamheid c.q. circulariteit. Hoe ga je hier als organisatie mee om en maak je circulariteit niet alleen inzichtelijk, maar ook begrijpelijk voor bewoners? Op 31 mei organiseren we de Dag van de


RENDA NETWERK DENKTANK

Circulariteit, waarbij we met aansprekende voorbeelden ingaan op deze drie thema’s.

Bewoners

Energetische veranderingen vragen om goed gebruik. Echter gaan bewoners en techniek lang niet altijd samen. Bewoners weten vaak niet wat voor apparatuur ze in huis hebben en hoe deze te gebruiken. Met een persoonlijke aanpak kunnen organisaties het bewustzijn van bewoners vergroten en gedragsverandering in gang zetten. Een ander ‘hot topic’ is de sociale problematiek achter de voordeur. Corporaties kunnen op dit vlak steeds minder, dus ook leveranciers en aannemers krijgen hiermee te maken. Hoe gaan we hiermee om? Hier gaan we graag verder op in tijdens het event op 5 juli ‘Kwetsbare wijken’. Tot slot willen we in 2018 ook aandacht besteden aan hoe je bewoners vanaf het begin mee kunt nemen in het renovatieproces en hoe je hun verwachtingen kunt managen. Deze onderwerpen komen aan bod op ons evenement van 11 oktober, de Dag van de Bewoner.

Ketensamenwerking

Ketensamenwerking tussen verschillende partijen heeft als doel projectoverschrijdende samenwerking, gebruikmakend van de leerervaringen van voorgaande projecten. We spreken hierbij niet meer van hoofdaannemer en onderaannemers, want het zijn gelijkwaardige partijen, indien allen bereid zijn te investeren in de samenwerking. Dit geldt ook voor toeleveranciers van bouwproducten. Voor goede kennisdeling en een snelle besluitvorming is het wenselijk als woningcorporaties ook onderdeel zijn van de keten. In 2018 gaan we kijken naar ketensamenwerking en de aanbestedingsregeling.

Ook besteden we aandacht aan ketensamenwerking in combinatie met marktconformiteit en de aantrekkende markt. En wat gebeurt er in andere branches op het gebied van ketensamenwerking? Op 6 december organiseren we de Dag van de Ketensa­ menwerking en brengen we goede voorbeelden naar voren, waarbij er ook voldoende aandacht is voor de learnings.

Netwerk

Het Renda-netwerk heeft partners het afgelopen jaren veel opgeleverd. Zo hebben zij hun eigen contacten binnen de branche kunnen uitbreiden, iets wat samenwerking bevordert en het renovatieproces makkelijker maakt. In 2018 gaan we kijken hoe we nog meer verdieping aan kunnen brengen in onze thema’s. Tegelijkertijd waken we ervoor dat events verzanden in bedrijfspresentaties en willen we in kleinere groepjes werken aan specifieker aanbod. Er komen meer projectbezoeken, waarbij we laten zien wat er wel én niet goed ging.

#1 2018  91


De gezonde woning EN GEZOND WOONGEDRAG

Woningen zijn tegenwoordig zo goed geïsoleerd dat we sneller te maken krijgen met droge lucht en te weinig zuurstof. Onderzoek door onder andere TNO toont aan dat de luchtkwaliteit ín woningen soms tweemaal zo ongezond is als de buitenlucht. Tekst Dionne Verstegen

V

oor een gezond en prettig binnenklimaat spelen er verschillende dingen mee, zoals de temperatuur, voldoende daglicht en een goede luchtkwaliteit. En natuurlijk is voldoende ventilatie belangrijk voor de luchtkwaliteit. Het Kennisatelier op 1 februari ging daarom niet alleen over de gezonde woning, maar ook over gezond woongedrag.

zoals veilig wonen, gezond wonen en langer thuis wonen, spreekt een veel grotere groep aan, aldus marketingpsycholoog Niels Götz. Zaak is dus om de koppeling te leggen tussen deze aspecten en duurzaamheid. Twee voorbeelden: Het kost minder energie om koude lucht, die je invoert door te ventileren, te verwarmen. En door van het gas af te gaan komt er geen fijnstof meer vrij.

De overheid probeert al 30 jaar met verschillende campagnes bewoners te verleiden tot energiebesparing. Helaas zijn de effecten onvoldoende. Slechts 15% van de bevolking is bereid om offers te brengen voor duurzaamheid. Andere aspecten van wonen,

Reptielenbrein

92  #1 2018

Götz gaat allereerst in op het gezond woongedrag. Om invloed uit te oefenen op het gedrag is het goed om eerst te kijken naar het menselijk brein. De mens heeft namelijk drie verschillende soorten hersenstructuur.


RENDA NETWERK DE GEZONDE WONING

Bewoners krijgen uitleg over de apparatuur in huis.  WOONBEDRIJF

Allereerst is er het reptielenbrein, dat zich bezighoudt met veiligheid, voedsel en voortplanting; het hier en nu. Daarnaast hebben we een zoogdierenbrein dat een korte termijn van ongeveer een week kent. Hier zitten emoties, motivatie en sociaal gedrag. Tot slot is er het mensenbrein, dat zich richt op de lange termijn. Pas als er voldoende energie is, en er geen zorgen zijn over voedsel en veiligheid, wordt het denkvermogen ingeschakeld. Het kost namelijk fysiek ontzettend veel energie om na te denken. Denken is dan ook een luxe goed. In het mensenbrein zit de taal, communicatie en logica. De accu bepaalt welk brein ‘aan gaat’. Als het suikerniveau te laag is richt men zich op de korte

termijn en gaat het reptielenbrein of zoogdierenbrein aan. Pas als het suikerniveau goed is gaat men zich richten op de lange termijn. We hebben het meeste energie aan het begin van de dag, het begin van de week en net nadat we terug zijn van vakantie. Daarnaast is de levensfase waar bewoners zich in bevinden van grote invloed. Zo worden jonge ouders, de zogenaamde ‘luierjaren fase’, geleefd, waardoor ze weinig energie hebben. 55-plussers nemen daarentegen een stuk beter informatie tot zich. Uit onderzoek blijkt dat als mensen in schaarste zitten wat betreft tijd of geld en dus vooral het reptielenbrein gebruiken het IQ 15 punten omlaag gaat. Götz benadrukt

#1 2018  93


zijn dat de woningen niet alleen mooier, maar ook aangenamer worden. Echter kan de laatste vijf jaar vóór renovatie de relatie aanzienlijk verslechteren omdat de huurder in een woning zit die al oud is en ongemakken zoals tocht en schimmel vertoont. Het advies van Götz is dan ook om meer geld en aandacht te besteden in de laatste fase voor renovatie om zo de relatie met de bewoner goed te houden.

Deelnemers in gesprek tijdens de Trusted Dialogue. EVAMARIJE SMIT

hierbij dat ook deze mensen behoren tot de doelgroep van woningcorporaties, onderhoudsbedrijven en leveranciers. Heel anders mee communiceren en schakelen. De opgave is dus om te weten waar mensen nu mee bezig zijn.

Emotie

Een belangrijk onderdeel van de relatie met bewoners is emotie. Het ophangen van foto’s van de wijk bij een bewonersavond zorgt er bijvoorbeeld voor dat mensen zich trots voelen. Uit onderzoek blijkt dat bewoners vooral positieve emoties ervaren bij de uitstraling van de woning, de oppervlakte, het energieverbruik en het wooncomfort. Bij zaken als onderhoud en isolatie ervaren ze vooral frustratie. Corporaties renoveren om de 25 jaar en verwachten dat huurders blij

94  #1 2018

Volgens Götz beslist vaak de vrouw des huizes over wat er in de woning gebeurd. Echter richten bedrijven zich vaak op de technische kant van wonen, en niet op de emotionele kant. Sommige bedrijven voeren inmiddels alleen gesprekken met de vrouw erbij. Een ander belangrijk aspect om mensen richting duurzaamheid te krijgen zijn de externe bedreigingen. In plaats van ‘de aarde moet gered worden’, is ‘van het gas af’, mede door de aardbevingen in Groningen, veel grijpbaarder en krachtiger. Het gaat dus om de persoonlijke relevantie.

Maatregelen

In 95% van de gevallen is de lucht buiten de woning gezonder dan binnen. Zo heeft het uurgemiddelde van vuurwerk tijdens de jaarwisseling een minder hoge piekbelasting dan het uurgemiddelde van het koken van een spekpannekoek. Aangezien we meer dan 90% van onze tijd binnen verblijven

De opgave is om te weten waar mensen nu mee bezig zijn.


RENDA NETWERK DE GEZONDE WONING

moet er dus echt iets gebeuren. Hierbij kunnen we kijken naar China, waar er een omgekeerde situatie is: de lucht buiten is

TRUSTED DIALOGUE

In een interactieve sessie, de zoge­ naamde trusted dialogue, werden de deelnemers in groepen van 5 verdeeld. In elke groep was een woningcorpora­ tie, onderhoudsbedrijf en leverancier aanwezig. Één voor één mochten de deelnemers hun vraag of probleem op tafel gooien, dit terwijl de anderen luisterden. Vervolgens konden de andere deelnemers om de beurt reageren. Deze opzet werd erg gewaar­ deerd, vooral omdat het deelnemers dwong te luisteren. Niet om te reage­ ren, maar om de ander te begrijpen. ‘Zo kom je verder’, was de conclusie. Er kwamen goede ideeën uit de ver­ schillende groepen, zoals het betrek­ ken van bewoners bij de planontwikke­ ling. Ook was er een voorstel voor het koppelen van de ventilatie aan sfeer, bijvoorbeeld via lichtknoppen. Een ander idee was om huurders elkaar te laten informeren. Tevens zouden organisaties een ander thema kunnen kiezen om huurders bij elkaar te krijgen en vervolgens de gezondheid van de woning aan te stippen. Ten slotte kwam het idee naar voren om de verantwoordelijkheid over de veilig­ heid en gezondheid van de woning neer te leggen bij de corporatie. Door vervolgens de gezondheid te meten kan de corporatie de huurder een statusupdate geven en aan de bel trekken zodra de woning ongezond is.

veel ongezonder dan binnen. Hier willen bewoners hun woning graag gezond houden en gebruiken zodoende meters die inzicht geven in de binnenluchtkwaliteit. Als mogelijke maatregelen in Nederland noemt Götz de gevel doormeting, het gebruik van Duco roosters of MV box afzuigsysteem. Maar zelfs met vijf minuten de ramen open doen per dag maak je het binnenklimaat aanzienlijk gezonder. Daarnaast bestaan er ook voldoende luchtzuiverende planten, die bovendien het geluk van bewoners verhoogt omdat ze voor iets levends zorgen, aldus Götz. Minder bekende maatregelen zijn vochtregulerende verf, infrarood panelen en stofhoudend tapijt.

Mismatch mens & techniek

Na renovatie zijn er veel nieuwe apparaten aanwezig in de woning. Bij ‘oplevering’ van de woning wordt er meteen een instructie meegegeven voor het gebruik van deze apparaten. Echter beweert de helft van de bewoners bij navraag geen instructie gehad te hebben. Dit is wel het geval, maar bewoners krijgen zoveel informatie dat het niet aankomt. Er is dus duidelijk een mismatch tussen techniek en mens. De producten zijn te technisch, in combinatie met een ontoereikende handleiding. Tegelijkertijd is er een laag bewustzijn over de gezondheid van de woning. De luchtkwaliteit is namelijk onzichtbaar en reukloos. Ook komt dit onderwerp niet vaak in het nieuws en bestaan er een aantal misvattingen. Zo denken bewoners vaak dat de lucht buiten ongezonder is en willen ze deze zodoende buiten laten. Tevens hebben ze het idee dat koude lucht ten koste gaat van de energiezuinigheid. Nog genoeg werk aan de winkel om ervoor te zorgen dat het bewustzijn van bewoners en gezondheid van de woning aan te pakken!

#1 2018  95


PARTNERS Renda wordt mede mogelijk gemaakt door de volgende partners:

Founding partners

Partners

96  #1 2018


RENDA NETWERK PARTNERS

#1 2018  97


COLOFON

#1 2018

Vakredactie Erna van Holland (hoofdredacteur) Ad Straub Haico van Nunen Inge van Duijnhoven Jetske Thielen

Dit magazine is onderdeel van Renda, het kennisnetwerk voor professionals in de sociale woningbouwsector. Het magazine verschijnt 4x per jaar. Meer informatie op www.renda.nl. Uitgave Aeneas Media bv Veemarktkade 8, ingang F, ruimte 4121 5222 AE ’s-Hertogenbosch T 073 205 10 10 www.aeneas.nl, mail@aeneas.nl Uitgever æbele Kluwer; ae.kluwer@aeneas.nl T 073 205 10 10 Renda Team Evamarije Smit (concept manager) Robert Dingemans (community manager) Dionne Verstegen (community manager) Wikke Peters (vakredacteur) Elleke van de Westeringh (eventmarketeer)

98  #1 2018

Aan deze editie werkten verder mee Tony Jacobs, Natascha Kleyn, Hélène van Pinxteren, Bettina van der Santen, Ruben Vrijhoef en Dirk Zuiderveld. Advertentieverkoop Aeneas Media Nancy Verschuren; n.verschuren@aeneas.nl T 073 205 10 23 Lezersservice lezersservice@aeneas.nl T 073 205 10 25 Lidmaatschap 2018 Kennismaking – 119 euro Light – 119 euro Standaard – 264 euro Meer weten over het lidmaatschap? Bel of mail met Evamarije Smit; 06 1619 2662, e.smit@ aeneas.nl. Alle prijzen zijn exclusief BTW. Buiten Nederland geldt een toeslag voor extra porto. Lidmaatschappen lopen voor één jaar en kunnen elk gewenst moment ingaan. Opzeggen kan tot twee maanden voor verval­ datum telefonisch via de Lezersservice, 073 205 10 25

Ontwerp/vormgeving Twin Media bv, Rimke Bartels, Culemborg Voorwaarden renda wordt tevens elektronisch opgeslagen en geëxploiteerd. Alle auteurs van tekstbijdragen in de vorm van artikelen of ingezonden brieven en/of makers van beeldmateriaal worden geacht daarvan op de hoogte te zijn en daarmee in te stemmen, e.e.a. overeenkomstig de publicatie- en/of inkoopvoorwaarden. Deze liggen bij de redactie ter inzage en zijn op te vragen. Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder toestemming van de uitgever. Hoewel de grootst mogelijke zorg wordt besteed aan de inhoud van het blad, zijn de redactie en uitgever van Renda niet aansprakelijk voor de gevolgen, van welke aard ook, van handelingen en/of beslissingen gebaseerd op de informatie in deze uitgave. Niet altijd kunnen rechthebbenden van gebruikt beeldmateriaal worden achterhaald. Belanghebbenden kunnen contact opnemen met de uitgever.

ISSN 2211-5358


Noorderberg & Partners ondersteunt bewoners, opdrachtgevers, bouwbedrijven en andere kernspelers bij gezamenlijk duurzaam succesvoller worden. Dat doen we door te sturen op synergie en samenwerking bij (complexe) renovaties, onderhoud- en bouwprojecten. Samen denken we anders en werken we slimmer. Maak kennis met onze opleidingen en trainingen. Hieronder vindt u een greep uit het aanbod.

Blunderen met Lean, voor managers

Voor managers en (senior) projectleiders die zich richten op lean management en veelgemaakte blunders willen voorkomen. • 24-uurs masterclass • Inclusief overnachting • 17 en 18 mei • € 1.295,- (all-in) Met Rudy Gort (auteur van ‘beste lean-boek’ van Nederlandse bodem) en Feike Oosterhof (Black Belt Lean Six Sigma)

Housing voor de Bouw

Voor directieleden die zich op strategisch vlak willen oriënteren op (fundamentele) veranderingen in het beleidsveld volkshuisvesting. • 24-uurs masterclass • Inclusief overnachting • 24 en 25 mei • € 1.395,- (all-in) Met prof. dr. ir. Marja Elsinga (TU Delft), Gerard Erents RA (crisismanager Vestia/ Rochdale) en Paul Terwisscha (directeur Vastgoed Woonbedrijf)

Coachen met Charlie

Voor elk projectteam dat energiecoaching echt centraal durft te stellen bij verduurzamingsprojecten en dat zo effectief mogelijk wil doen. • (telefonische) intake • 4 x 4 dagdelen (basisprogramma) • In-company • Maatwerk Met Charlie Kock (voorheen Energie Ambassadeur ‘Huren met Energie’) opleidingen projecten

Meer weten? www.noorderberg.nl of (087) 87 81 28

advies

Renda 1801  
Renda 1801  
Advertisement