Page 1

Nieuws

110

Dijkversterkingen Limburg In het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) worden in de Noordelijke Maasvallei vijftien dijkversterkingsprojecten uitgevoerd: het programma Noordelijke Maasvallei, naast het aanpakken van nog eens achttien dijken vanuit het programma Maaswerken in Limburg. Er wordt honderd kilometer dijk versterkt, waarmee meer dan 60.000 mensen worden beschermd en dat alles moet in 2024 zijn afgerond. Een omvangrijke opdracht, waar Waterschap Limburg samen met ingenieursbureaus Arcadis en Witteveen+Bos (die samenwerken onder de naam Ingenieursbureau Maasvallei) in geheel geĂŻntegreerde projectteams aan werkt. Dat doen zij op een bijzondere manier: de omgeving wordt vanaf het begin intensief betrokken bij de verkenningen en plannen en heeft een belangrijke inbreng bij het bedenken en kiezen van de te nemen maatregelen.

Deze destijds tijdelijke maatregelen zijn later opgenomen in de Waterwet als primaire keringen, maar voldoen niet meer aan de normen. De waterafvoer waarmee rekening moet worden gehouden neemt met het veranderende klimaat alleen maar toe en de dijken mogen bij maatgevend hoogwater niet meer overstroombaar zijn, zoals ze nu nog wel zijn. Waterschap Limburg staat voor de forse taak de basisveiligheid van de bewoners aan de Maas voor 2024 langdurig te beschermen tegen het opkomende water. En dat kan ingrijpende gevolgen hebben voor diezelfde bewoners. vervolg op pagina 2

De recente uitspraak over het Programma Aanpak Stikstof (PAS) raakt veel initiatieven in Nederland. Eind mei oordeelde de Afdeling bestuursrechtsspraak van de Raad van State dat het PAS in strijd is met Europese regels. Hierdoor kan het PAS niet meer worden gebruikt als onderbouwing voor vergunningverlening. Alleen projecten met een onherroepelijke Wet natuurbescherming-vergunning kunnen nog gebruik maken van hun PAS-vergunning. Voor elke activiteit die uitgevoerd gaat worden, moet berekend worden of sprake is van stikstofdepositie en wat het effect daarvan is op beschermde natuurwaarden. Voor alle projecten zonder vergunning maar met stikstofdepositie, dient een ecologische onderbouwing te komen. Soms mag dat in de vorm van een aanvulling; vaak moet een aanvraag helemaal opnieuw ingediend worden.

De afgelopen jaren heeft Witteveen+Bos in verschillende projecten ervaring opgedaan met mogelijke oplossingsrichtingen, zoals het succesvol uitvoeren van ADC-toetsen en het extern salderen. In de praktijk zijn er diverse uitkomsten denkbaar: van het mitigeren van stikstofeffecten tot het ontwikkelen van heel andere oplossingen die geen of veel minder stikstof uitstoten. Voor het succesvol doorlopen van dit ingewikkelde proces, heeft Witteveen+Bos alle relevante disciplines en kennis in huis, zoals het berekenen van de stikstofdepositie, omgevingsrecht en vergunningen, ecologie en planstudies. We helpen daarom verschillende opdrachtgevers om dit vraagstuk integraal te benaderen en samen tot een plan van aanpak te komen, om huidige of nieuwe projecten binnen de stikstofnorm te realiseren. + alice.esmeijer@witteveenbos.com

Beeld: Rijkswaterstaat, Ruimte voor de Rivier / Ruben Smit

Waar de rest van Nederland al eeuwen in een bedijkte omgeving leeft, beginnen ze in Limburg net een beetje te wennen aan het idee van dijken. Dat heeft alles te maken met het unieke landschap; de Maas ligt van nature wat dieper dan de omgeving en is ingesneden in het landschap, waarmee er vanzelf Maasterrassen zijn ontstaan als een buffer tegen hoogwater. En af en toe moesten de bewoners de huisraad van beneden omhoog zetten om het droog te houden, men was niet anders gewend. De overstromingen van 1993 en 1995 kantelden dat beeld. De overlast was groot en de veiligheid kwam in het gedrang. Er werden in 1996 snel tijdelijke dijken aangelegd, pragmatisch daar waar het uitkwam, zonder dat daar een samenhangend plan voor was bedacht.

PAS-uitspraak Raad van State vraagt om integrale aanpak


DRUKKER-WSL-HWBP-2019-juni-v1.pdf 1 25-6-2019 16:54:00

Mook en Middelaar

Dijkversterkingen en dijkverleggingen Dijkversterkingenin en Limburg dijkverleggingen in Hoogwaterbeschermingsprogramma Limburg

Ottersum - Mookerplas*

Mook en Middelaar

13.845 meter

Bergen OttersumNieuw - Mookerplas* 1.830 meter 13.845 meter

Gennep

Nieuw Bergen 1.830 meter

Gennep

Hoogwaterbeschermingsprogramma

Well

5.665 meter

+ 5 11 dijkversterkingen + dijkverleggingen 5 11 dijkversterkingen

Well

Bergen

5.665 meter

Bergen

Arcen

5.105 meter

dijkverleggingen

Arcen

5.105 meter

Venlo - Velden 6.825 meter

Venlo - Velden

* Dit dijktraject valt onder het project Lob van Gennep; een samenwerking van Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten.

6.825 meter

Blerick - Groot Boller

Blerick - Bij de Oude Gieterij 240 meter (2017)

Venlo

Peel en Maas

Blerick - Bij de Oude Gieterij 240 meter (2017)

Venlo

Peel en Maas

Kessel

145 meter

Buggenum

1.230 meter

235 meter

Steyl – Maashoek

Weert

1.270 meter

Buggenum

Blerick - Groot Boller

Steyl – Maashoek

Beesel

Kessel

145 meter

1.230 meter

Leudal

Weert

1.270 meter

Willem Alexanderhaven Roermond

Maasgouw

1.200 meter 1.200 meter

Belfeld

965 meter

Belfeld

Roermond

965 meter

Thorn - Wessem

Baarlo - Hout-Blerick

Thorn - Wessem

Baarlo - Hout-Blerick

Infographic: Waterschap Limburg

Willem Alexanderhaven Roermond

LeudalRoermond Maasgouw

235 meter

Beesel

4.790 meter

5.285 meter

4.790 meter

5.285 meter

Heel

3.615 meter

Beesel

1.185 meter

Heel

3.615 meter

Beesel

1.185 meter

Sittard-Geleen

Voortgang

Sittard-Geleen Heerlen

Maastricht

Heerlen

Verkenningsfase Voortgang 7 projecten Verkenningsfase

7 projecten

7 projecten Planuitwerkingsfase 8 projecten

Planuitwerkingsfase

8 projecten

8 projecten Realisatiefase

Maastricht

0 projecten

Realisatiefase

0 projecten Gereed 1 project

vervolg pagina 1 huidige lengtes bestaande dijken Stand vanvan zaken juni 2019,

Gereed

1 project

* Dit dijktraject valt onder het project Lob van Gennep; een samenwerking Stand van zaken juni 2019, huidige lengtes bestaande dijken van Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten.

Dijkversterkingen Limburg: met de omgeving, voor de omgeving * Dit dijktraject valt onder het project Lob van Gennep; een samenwerking van Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten.

Bestuurder Jos Teeuwen, technisch manager Wout de Fijter, beiden van Waterschap Limburg, lichten samen met Witteveen+Bos’ers Patrick Mulder (contractmanager) en Joey Willemsen (projectleider van twee dijkversterkingstrajecten) het programma toe. Wat het programma onder meer complex maakt, is het landschap. Wout de Fijter: ‘We zitten hier in het Maasdal, we werken niet met een vlakke polder zoals in de rest van Nederland. Bestaande dijken sluiten aan op het achterliggende hoge land (zogeheten hoge grond) of vormen kleine verbindingen tussen hoger gelegen gebiedsdelen. Als dijkenbouwers zijn we gewend om bestaande dijken te versterken. Als we hier versterken, moeten we nieuwe aansluitingen maken op hoge grond en introduceren we nieuwe dijken in het landschap, die in totaal soms meer dan tweemaal de bestaande dijklengte zijn. We noemen het ook wel eens geen dijkversterking, maar dijkintroductie.’ Patrick Mulder: ‘We leggen hier feitelijk een nieuwe laag in het landschap aan. We kijken kritisch naar de ligging van bestaande dijken en leggen de dijken ook voor de verre toekomst zorgvuldig ingepast op de juiste plek. Naast het verbeteren van de waterveiligheid staat het versterken van de gebiedskwaliteit centraal. Met wat we hier nu doen, bepalen we het landschap voor de komende eeuwen. Dat is het grote verschil met de pragmatische aanleg van de tijdelijke dijken in 1996, die werden neergelegd omdat toen de nood aan de man was. Naast dijkversterking vanuit het Hoogwaterbeschermingsprogramma verkennen we in een viertal projecten, Baarlo - Hout-Blerick, Thorn - Wessem, Arcen en Well ook systeemmaatregelen in de vorm van dijkterugleggingen of retentiegebieden. Daarbij zoeken we naar een optimale combinatie van maatregelen, zodat we

Witteveen+Bos Nieuws september 2019

zeker weten dat wat we nu doen ook in de toekomst nog een duurzaam en kostenefficiënt plan is.’ Maatwerk Ook het feit dat de bebouwing soms wel heel dicht tegen de Maas ligt en het landschap sterk wisselt, maakt het ingewikkeld. Joey Willemsen: ‘Illustratief hiervoor is bijvoorbeeld Arcen, daar komen veel achtertuinen van mensen bijna uit op de Maas, er loopt nog net een wandelpad achter. Die mensen hebben een mooi uitzicht op de rivier, maar de plek voor de waterveiligheidsmaatregelen loopt midden door hun tuin. Daar bevindt zich nu al wel een muurtje, maar die zou veel hoger moeten worden. Dat idee is voor die mensen heel ingrijpend, alsof je een schutting van twee of drie meter voor hun deur zet. Dat dwingt ons om samen met bewoners te kijken naar innovatieve oplossingen, naar maatwerk.’ Wout: ‘Je ziet soms inderdaad dat om de 50 meter de oplossing anders is. Dat maakt het complex.’ Jos Teeuwen: ‘En je moet de gekozen oplossingen vooral ook goed kunnen uitleggen aan de mensen, met de juiste argumenten. Waarom is een bepaalde oplossing op die plek wel mogelijk, maar op een andere plek geen goed idee. We zijn daarin heel transparant, we werken tenslotte met gemeenschapsgeld.’ Het motto van het Waterschap, ‘met de omgeving, voor de omgeving’, wordt in dit programma waargemaakt. Jos: ‘Een in het oog springend voorbeeld hiervan is dat een kleine groep bewoners (11 woningen) langs de kleinste dijk van Nederland in Kessel (145 meter) unaniem en in overleg met de gemeente en Waterschap Limburg heeft besloten de waterkering ter plaatse niet te versterken. De bewoners, wier huizen al relatief hoog liggen, accepteren daarmee dat zij af en toe te maken hebben met wateroverlast. Het

programmateam bereidt nu voor dat het betreffende stuk waterkering uit de Waterwet wordt gehaald, na het doorlopen van een aantal formele stappen.’ Samenwerking Om de omgeving mee te krijgen in de projecten, worden bewoners, bedrijven en overheden daarom zoveel mogelijk betrokken bij de planvorming. De opgave is duidelijk, maar de uitwerking kan verschillen. Er is voor de betrokkenen daarom veel ruimte om mee te denken. Alleen al in het eerste half jaar van het programma zijn er ruim 800 contactmomenten geweest met de omgeving; dat zijn bijvoorbeeld inloopavonden, keukentafelgesprekken en ontwerpateliers. Jos: ‘Je kunt beter aan de voorkant meer tijd nemen om het goed te doen, dan repareren aan de achterkant. Dat is veel efficiënter.’ De samenwerkingsvorm die de ingenieursbureaus en het waterschap hebben gekozen wordt als bijzonder gekenschetst. Patrick: ‘Vergaande samenwerking is steeds meer in de mode, dat zie je in de vorm van bouwteams en


Onderzoek naar herontwikkeling Amsterdamse kolencentrale Energiebedrijf Vattenfall moet van het kabinet versneld, per 31 december 2019, haar kolencentrale aan de Hemweg in Amsterdam sluiten. Energiestad, een initiatief van de Amsterdamse ondernemer Finn Dudok van Heel, ondersteund door Witteveen+Bos en Heijmans, ziet potentie om de centrale te transformeren tot een warmtebatterij. Deze zou de nog te realiseren nieuwbouwwijk Haven-Stad kunnen bedienen, in combinatie met diverse publieksfuncties op het gebied van duurzame energie. Vlnr: Patrick Mulder, Jos Teeuwen, Joey Willemsen en Wout de Fijter

allianties, maar het gaat hier wel echt heel ver. Op een fijne manier. We werken hier met geïntegreerde teams, IPM-teams (integraal projectmanagementteams) met verschillende rollen die wisselend worden ingevuld door zowel mensen van het waterschap als van het ingenieursbureau, dat loopt door elkaar. Als je hier van buitenaf zou komen, zou je denk ik niet kunnen zien wie er nou van welke ‘bloedgroep’ komt. Het treedt op als één team met één doel.’ Handboek Joey: ‘Onze geïntegreerde projectteams zijn de kracht van dit programma. Je ziet dat iedereen harder voor elkaar wil rennen, ongeacht elkaars ‘bloedgroep’. En dat is essentieel voor een programma waarbij in relatief korte tijd vijftien verschillende dijkversterkingen, in samenspraak met de omgeving, de verkenningen, de planuitwerkingen en de voorbereiding van de realisatie doorlopen moeten worden. Wat we doen en hoe we dit doen, is eigenlijk nieuw, daar is nog geen handboek voor. Dit programma is in vele opzichten uniek in Nederland. We zijn zelf het handboek aan het schrijven en leggen daarmee de basis voor toekomstige projecten in Limburg en de rest van Nederland. Zowel in technisch opzicht, innovatie, als in de omgevings- en programma-aanpak en geïntegreerde samenwerking.’ Wout: ‘Drie jaar terug keken we als waterschap vooral naar de rest van Nederland. We zien nu langzaam een omwenteling, dat de andere waterschappen bij ons komen kijken hoe wij dit programma samen organiseren en aanpakken.’ + communicatie@witteveenbos.com

Deze Energiestad-partijen willen graag in samenwerking met Vattenfall onderzoek doen naar de duurzame transformatie van de centrale en het bijbehorende terrein. Zij hebben hiervoor een voorstel gedaan aan Vattenfall. Het uitgangspunt daarbij is de aanwezige gebouwen, constructies en infrastructuur te behouden, wat een duurzame en rendabele transformatie mogelijk

moet maken. De warmtebatterij bestaat uit enorme watertanks. Het water in de tanks kan worden verwarmd door teveel geproduceerde elektriciteit uit hernieuwbare bronnen als wind en zon. Omdat elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen afhankelijk is van weersomstandigheden, wordt de handhaving van de balans tussen vraag en aanbod steeds belangrijker. Een warmtebatterij is een maatregel om op efficiënte manier deze balans te handhaven. Aanleiding van het Energiestad-initiatief is de versnelde sluiting van de kolencentrale per 31 december, waartoe het kabinet onlangs heeft besloten. De intentie van het initiatief is om begin 2020 te starten met de haalbaarheidsfase, die ongeveer een jaar zal moeten duren. + elisabeth.ruijgrok@witteveenbos.com

Ontwerpteam voor dijkversterking Wolferen-Sprok Voor de dijkversterking Wolferen-Sprok heeft Witteveen+Bos in maart 2019 een ontwerpteamovereenkomst gesloten met Waterschap Rivierenland. De aannemerscombinatie bestaat uit Ploegam B.V., GMB Civiel B.V. en Dura Vermeer Infra Landelijke projecten B.V.. Deze partijen vormen samen met W+B het ontwerpteam De Betuwse Waard. Met deze nieuwe samenwerkingsvorm worden uitvoeringskennis, innovatieve oplossingen en expertise in de planfase beter benut. Dit moet resulteren in een slim, efficiënt en veilig uitvoerbaar ontwerp voor de dijkversterking. Ontwerpteam Het waterschap heeft in dit project voor een ontwerpteam gekozen. Deze samenwerkingsvorm is een nieuwe variant op het bouwteam in de planuitwerkingsfase. De uitvoeringskennis die de aannemerscombinatie in dit vroege stadium in het ontwerpteam inbrengt, zal resulteren in een slim en maakbaar ontwerp en een versnelling van het project ten opzichte van een traditionele aanpak. Witteveen+Bos is verantwoordelijk voor de planproducten en juridische procedures en borgt daarnaast de kennisoverdracht uit de verkenningsfase. Tevens kunnen in het ontwerpteam de meekoppelkansen beter benut worden. Deze kansen zijn in de vorige fase verkend en koppelen een hoogwaterveiligheidsmaatregel aan ruimtelijke kwaliteit en aan versterking van de leefbaarheid van een gebied. In de planfase wordt het vastgestelde voorkeursalternatief, het resultaat van de verkenningsfase, uitgewerkt tot een definitief ontwerp en

voorbereid voor het projectplan Waterwet. Na afronding volgt de realisatiefase. De ontwerp-teamovereenkomst is gesloten met de intentie om ook de realisatiefase aan dezelfde combinatie op te dragen. Dijkversterking Wolferen-Sprok De opgave van het project bestaat uit het versterken van afgekeurde dijkvakken op (een combinatie van) verschillende faalmechanismen (macrostabiliteit, hoogte en piping) over een tracélengte van ongeveer vijftien kilometer. De dijkversterking loopt van buurtschap Wolferen (Gemeente Overbetuwe) in het westen tot aan buurtschap Sprok (Gemeente Nijmegen) en wordt onderbroken door het dijkvak Lent waar een aantal jaren geleden al een rivierverruimend project is uitgevoerd. Het traject moet op 31 december 2022 weer veilig zijn voor de komende 50 jaar. Samenwerking bij bescherming Dijkversterking Wolferen-Sprok is onderdeel van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) een samenwerking tussen Rijkswaterstaat en de waterschappen. Omdat Nederland een ramp vóór wil zijn, hanteren we strenge veiligheidsnormen voor onze dijken. Hierdoor staat het Hoogwaterbeschermingsprogramma de komende jaren aan de lat voor de grootste dijkversterkingsoperatie ooit. Het Hoogwaterbeschermingsprogramma is onderdeel van het Deltaplan Waterveiligheid. + jacqueline.bulsink@witteveenbos.com

Witteveen+Bos Nieuws september 2019


RAAMOVEREENKOMST WATERKERINGEN

Systeemgerichte contractbeheersing voor aanleg Nieuwe Verbinding N69 Eind 2018 hebben provincie Noord-Brabant en Boskalis het contract getekend voor de aanleg van de Nieuwe Verbinding N69. Eind 2021 is de weg gereed. De aanleg van de nieuwe verbinding maakt onderdeel uit van de brede gebiedsopgave ‘Grenscorridor N69’. De nieuwe verbinding N69 moet helpen om een einde te maken aan de overlast van het vele verkeer over de huidige N69, in met name de dorpskernen van Waalre en Valkenswaard. De provincie Noord-Brabant verleende aan Witteveen+Bos de opdracht voor het project ‘SCB voor de aanleg van de Nieuwe Verbinding N69’. SCB staat voor systeemgerichte contractbeheersing. Onze opdracht behelst het verzorgen van de complete systeemgerichte contractbeheersing inclusief risicomanagement, passend bij het DBM-contract met Best Value aanpak, voor de aanleg van een nieuwe weg in Noord-Brabant. De provincie wil van de Nieuwe Verbinding N69 de ‘meest duurzame en groene weg van Brabant’ maken. De aanleg van deze nieuwe verbinding moet gepaard gaan met een zo beperkt mogelijke inbreuk op landschappelijke- en natuurwaarden. In lijn met het bestuursakkoord van de provincie Noord-Brabant ‘Veilig, Slim, Duurzaam’ is een aanvullende inspanning gewenst op het gebied van duurzaamheid. Dat wordt in dit project gedaan door: - de drie contractueel voorgeschreven voetgangersbruggen te verduurzamen en er gebiedsiconen van te maken - het toevoegen van elf gebiedsiconen aan het landschap, met een artistieke en verhalende boodschap, maar vooral ook met een recreatieve gebruikswaarde. Denk aan een uitkijkpunt, zitmeubel, ontmoetingsplek of iconische trappartijen en plateauinrichting. De iconen zijn gemaakt van biobased materialen en hergebruikt hout (de bomen die gekapt zijn voor de aanleg van de Nieuwe Verbinding N69) - de ontwikkeling van minimaal vijf innovaties op het gebied van circulaire economie - het verwerken van zonnepanelen in de infrastructuur. Hiermee wordt jaarlijks 30.000 kWh groene energie opgewekt. Die opbrengst is 5.260 kWh meer dan het verbruik van alle weggebonden installaties per jaar in dit project. Duurzaamste weg van Noord-Brabant De scope van het werk van de aannemer betreft het ontwerpen, uitvoeren en gedeeltelijk meerjarig onderhouden van een nieuwe gebiedsontsluitingsweg, specifiek tussen de Locht en de (bestaande) N69 Luikerweg. Op hoofdlijnen betekent dat de volgende werkzaamheden: - het opstellen van een integraal ontwerp (van VO tot en met UO)

- het aanleggen en op het bestaande wegennet aansluiten van een nieuwe 2x1 gebiedsontsluitingsweg (GOW) N69 met een lengte van circa 8,5 km - het aanpassen van de gebiedsontsluitingswegen N397 en Luikerweg - het reconstrueren van de N69 Zuid, het deel van de N69 vanaf de aansluiting van de GOW N69 tot aan de Rijksgrens met België (circa 7 km) - het aanpassen van en het over of onder de nieuwe GOW N69 leiden van de kruisende bestaande erftoegangswegen - het aanleggen van in totaal 13 kunstwerken, waaronder kruisende erftoegangswegen, de N397 en voor de aansluiting bij de Luikerweg en een halfverdiepte ligging van de GOW N69 bij de Broekhovense weg en de Molenstraat - het aanpassen van het waterhuishoudkundig systeem, waarbij onder andere rekening moet worden gehouden met een geohydrologische breuklijn.

Voor 2023 dienen alle waterkeringen beoordeeld te worden. De adviseurs van HKV, Witteveen+Bos en GreenRivers zullen het waterschap bijstaan bij de wettelijke veiligheidsbeoordeling van de Maasdijken van Gennep tot Eijsden. Dit voorjaar is een start gemaakt met de beoordeling van Maastricht en Roermond. Tevens worden alle waterkering gescreend waarbij wordt gekeken welke gegevens ontbreken, of er sprake is van een hoogteopgave en of er op eenvoudige wijze een oordeel te geven valt. + joost.lansink@witteveenbos.com

Best Value tijdens de uitvoeringsfase De opdrachtgever heeft voor het project aanleg Nieuwe Verbinding N69 een aanbestedingsprocedure uitgevoerd conform de Europese openbare procedure met de Best Value aanpak. De Best Value-aanpak draait om een maximale reductie van de risico’s en een maximale benutting van de kansen bij aanbesteding en uitvoering van de opdracht. De methode van Best Value wordt ook ingezet tijdens de uitvoeringsfase. Over aanbestedingen op basis van Best Value is inmiddels al veel bekend, in tegenstelling tot Best Value tijdens de uitvoeringsfase. Voor W+B een mooie kans om ervaring daarin op te doen en onze adviesdiensten mee uit te breiden. ProDocs W+B wil ook op het gebied van SCB innoveren. Voor dit project doen wij dat door middel van ProDocs. ProDocs is software waarin het belang van versiebeheer, het classificeren, het toegankelijk maken en het toetsen van documenten voorop staat. Bestanden worden automatisch doorzoekbaar en geclassificeerd opgeslagen. De documenten worden dagelijks gesynchroniseerd, zijn geografisch gekoppeld en realtime te ontsluiten. Witteveen+Bos verwacht voor dit project met collega’s uit tenminste veertien verschillende disciplines tot en met eind december 2021 werkzaam te zijn. Meer informatie over het project kan gevonden worden op de website www. grenscorridorn69.nl + rob.rijnen@witteveenbos.com

AANBESTEDINGEN OPENBARE VERLICHTING FRYSLÂN De Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A. (OVEF) zorgt voor het onderhoud en beheer van de openbare verlichting van twaalf gemeenten in de provincie Fryslân en de openbare verlichting van de provincie. Dit komt neer op ongeveer 90.000 lichtpunten. De huidige onderhoudscontracten hiervoor lopen ten einde, zodat OVEF het beheersysteem (software) en het fysieke onderhoud van de lichtpunten opnieuw heeft aanbesteed. Witteveen+Bos heeft voor de coöperatie beide aanbestedingen wederom begeleid. De looptijd van beide nieuwe contracten ging per 1 april 2019 in. + marco.westhuis@witteveenbos.com

Witteveen+Bos Nieuws september 2019

Naast het programma voor de dijkversterkingen in de Noordelijke Maasvallei, wordt er nog meer aan de Limburgse waterweg getimmerd. HKV, Witteveen+Bos en GreenRivers verwierven dit voorjaar een grote raamovereenkomst voor de beoordeling van alle primaire waterkeringen van Waterschap Limburg. Waterschap Limburg heeft circa 190 km primaire waterkeringen en meer dan 600 kleine en grote kunstwerken (onder andere sluizen, duikers en coupures) in beheer. De raamovereenkomst loopt tot uiterlijk maart 2023.

WEGONTWERPPROCES SUCCESVOL UITGEDRAGEN Het afgelopen half jaar hebben onze wegontwerpers derdejaars civiele studenten begeleid in het ontwerpen van wegen en het verantwoorden van bijbehorende keuzes. Studenten van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden en de Haagse Hogeschool kregen college over de verkeerskundige ontwerpaspecten, als onderdeel van de minor Infrastructuur. Aan de hand van praktijkvoorbeelden, ons eigen ontwerpproces en begeleiding via werkateliers hebben de studenten een vraagspecificatie uitgewerkt naar een 3D-wegontwerp met inpassing in een complexe omgeving. Hierbij hebben de studenten geleerd hoe ontwerpkeuzes en verificaties herleidbaar worden vastgelegd en hoe deze bijdragen aan de verantwoording richting de opdrachtgever. Het ontwerp is door alle studenten gepresenteerd, waarbij we positief verrast waren over de geleverde kwaliteit. Voor Witteveen+Bos een ideale manier om met toekomstige professionals in contact te komen en potentiële nieuwe medewerkers te leren kennen! + ernst-jan.van.dijk@witteveenbos.com


REKENMODEL AARDBEVINGEN GMM Sinds de aardbeving nabij Huizinge in Groningen (augustus 2012) is veel tijd en geld geïnvesteerd in berekeningsmodellen die de gevolgen van een maatgevende aardbeving kwantificeren. Het Ground Motion Model (GMM) vormt een belangrijk onderdeel van de modelketen die de mogelijke gevolgen van aardbevingen kwantificeert. Dit model maakt de vertaling van de mechanismen ter plaatse van het gasreservoir in de diepe ondergrond, naar de oppervlakte waar aardbevingen invloed uitoefenen op de bebouwde omgeving. Een te lage inschatting van de effecten van bevingen op het aardoppervlak leidt tot een te laag veiligheidsniveau, een te hoge tot economisch verlies. Het vergroten van het begrip en daarmee het verkleinen van de bandbreedte draagt bij aan het realiseren van het juiste veiligheidsniveau. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft als onderdeel van het Kennisprogramma Effecten Mijnbouw een aantal studies middels tenders in de markt gezet om (onderdelen van) het GMM nogmaals te laten beoordelen door onafhankelijke experts. Witteveen+Bos heeft als trekker van een consortium samen met experts van TU Delft en TNO de tender ‘Evaluation, Validation and Improvement of the Site Amplification Component of the Groningen GMM’ gewonnen. Deze opdracht heeft betrekking op het beoordelen van de effecten en onzekerheden die een rol spelen bij voortplanting van aardbevingsgolven vanuit de diepe ondergrond naar het aardoppervlak. Wetenschappelijk onderzoek moet aantonen of meetdata van de meest recente aardbevingen aanleiding geeft tot het herzien van het bestaande GMM. Het kwantificeren van onzekerheden vormt een belangrijk onderdeel van de opdracht. Tevens wordt het bestaande 1D-model voor golfvoortplanting in de ondiepe ondergrond uitgebreid tot een 2D-model. Hiermee kan ook de informatie die volgt uit de verticale bodembewegingen worden gebruikt, om een beter begrip te krijgen van de daadwerkelijk optredende golfvelden die ontstaan bij aardbevingen in Groningen. Het team van experts verwacht dat complexe effecten door seismische golven hiermee beter verklaard kunnen worden. Wij zijn sterk gemotiveerd om deze belangrijke taak gezamenlijk op een hoog niveau uit te voeren. Niet alleen vanwege de zeer interessante technisch-wetenschappelijke inhoud, maar zeker ook gezien het grote sociaal-maatschappelijke belang. + floris.besseling@witteveenbos.com

SAMENWERKING VERVANGINGSOPGAVE In opdracht van de Bouwagenda onderzoekt Witteveen+Bos een mogelijke samenwerking van provincie Noord-Holland, Overijssel en Rijkswaterstaat in het kader van de vervangingsopgave. Vanuit de Roadmap 1: Bruggen en Sluizen van de Bouwagenda volgt deze vraag om te beschouwen waar de overeenkomsten, kansen en risico’s in de vervangingsopgave in het brede areaal van de partijen te vinden zijn. Deze verkenning en inventarisatie zou uiteindelijk kunnen leiden tot een programma van te vervangen kunstwerken namens de drie opdrachtgevers. Innovatie en het behalen van duurzaamheidsdoelen werden gestimuleerd door in een reeks te werken en hiermee een ontwikkeltraject tot stand te brengen. + wouter.de.vries@witteveenbos.com

Mestvergister voor Twence Afvalverwerker Twence is van plan om een mestverwaardingsinstallatie en groengasinstallatie te realiseren nabij het Overijsselse Zenderen. Daarmee wil Twence bijdragen aan het oplossen van het mestoverschot en aan de verduurzaming van de energievoorziening. Naast groengas levert de installatie hoogwaardige meststoffen en wordt het water uit de mest gezuiverd tot schoon, loosbaar water. De installatie heeft een capaciteit van 250.000 ton mest per jaar. Voor het behoud van een goede kwaliteit van de leefomgeving wordt onder meer vergaande luchtbehandeling toegepast en is een kwaliteitsprogramma opgesteld met inpassings- en andere kwaliteitsmaatregelen. Dit kwaliteitsprogramma is tot stand gekomen na gesprekken met omgevingspartijen.

Om het plan van Twence mogelijk te maken, heeft Witteveen+Bos, in opdracht van Twence en in samenwerking met de provincie Overijssel, een provinciaal inpassingsplan (PIP) en milieueffectrapport (MER) opgesteld. Over het MER heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (Cmer) eind 2018 een positief toetsingsadvies uitgebracht. Dit nadat de Cmer vroeg om meer gedetailleerde informatie over onder meer de stoffen- en energiebalans en de wijze van monitoring. Het MER wijst uit dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden door het plan. Ook wijst het MER uit dat er geen alternatieven bestaan met belangrijke milieuvoordelen. Het PIP is begin 2019 door gedeputeerde staten en provinciale staten vastgesteld. De m.e.r- en PIP-procedure, inclusief het opstellen van MER en PIP, zijn binnen een jaar doorlopen. + pieter.anne.faber@witteveenbos.com

Duurzame energieopwekking Almelo De decentrale overheden werken op dit moment aan de Regionale Energiestrategie (RES). Op basis van de RES wordt elke Nederlandse regio geacht een ‘bod’ te doen aan de minister van Infrastructuur en Milieu, waarin is neergelegd hoeveel duurzame energieopwekking de regio kan leveren om bij te dragen aan het behalen van de doelen van het Klimaatakkoord.

De resultaten van de studie zijn opgeleverd in een GIS-webviewer. Daarmee beschikt de gemeente over een tool om zelfstandig analyses uit te voeren en een hulpmiddel om draagvlak te creëren. + ids.de.beer@witteveenbos.com

Witteveen+Bos heeft voor de gemeente Almelo een studie uitgevoerd naar de ruimtelijke kansen en belemmeringen voor de maximale opwek van duurzame energie. De studie voorziet de gemeente Almelo van beslisinformatie om goed beslagen het RES-proces in te stappen. Als eerste is de huidige energievraag geïnventariseerd. Deze nulmeting is uitgevoerd met het Energietransitiemodel van Quintel Intelligence en online beschikbaar gesteld, zodat er in de toekomst scenario-analyses uitgevoerd kunnen worden. Daarnaast kan de voortgang van de energietransitie gemonitord worden. Om de potentie van de opwekking van duurzame energie te inventariseren, is voor de verschillende duurzame energiebronnen een GIS-analyse uitgevoerd. Voor deze analyse zijn, naast het gebruik van openbare data, stakeholderssessies gehouden met gemeente, netbeheerders, woningcorporaties, waterschap en de energiecorporatie om lokale kennis te integreren. De analyses naar de opwekcapaciteit van zonne- en windenergie zijn in meer detail uitgevoerd, waarbij het gemeentelijk beleid, beperkingen vanwege de laagvliegroute en het risico op radarstoring bij vliegveld Twente zijn onderzocht. Witteveen+Bos heeft hiervoor onder andere haar GIS-Windtool ingezet, om op een snelle manier belemmeringen voor windturbines te inventariseren.

Witteveen+Bos Nieuws september 2019


TEC ondersteunt bij toekomstbestendig maken van tunnels in Amsterdam De gemeente Amsterdam wil toekomstbestendig beheer en onderhoud van het integrale wegtunnelsysteem garanderen en is daarom het programma Aanpak Wegtunnels Amsterdam gestart. Binnen dit programma worden drie tunnels en de verkeerscentrale aangepakt. De gemeente heeft Tunnel Engineering Consultants (TEC, een permanent samenwerkingsverband van Royal HaskoningDHV en Witteveen+Bos) geassisteerd door Covalent ITS BV, gevraagd de komende jaren hierin te ondersteunen. De Dienst Metro en Tram van de gemeente Amsterdam heeft de opdracht toegekend op basis van een inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding, waarbij TEC zich volgens de

beoordelaars positief onderscheidde van de overige inschrijvers. In april is de samenwerkingsovereenkomst voor de technische adviesdiensten voor het programma Aanpak Wegtunnels Amsterdam ondertekend. Binnen het programma zal TEC de gemeente ondersteunen en adviseren bij: - de renovatie van de Piet Heintunnel - het verbeteren van technische installaties in de Amsterdam Arenatunnel - het verbeteren van de brandbestendigheid van de Michiel de Ruijtertunnel - het vernieuwen van de Verkeerscentrale Amsterdam.

Berekening specifieke magneetveldzone Begin januari 2019 heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) de ‘Pluskwalificatie’ toegekend aan Witteveen+Bos. Hiermee zijn wij gekwalificeerd om berekeningen van de specifieke magneetveldzone uit te voeren voor iedere mogelijke configuratie met verschillende hoogspanningslijnen. De eerste opdracht is al uitgevoerd met deze kwalificatie, namelijk de berekening van de specifieke magneetveldzone voor een opdrachtgever in Haelen (Limburg).

De werkzaamheden betreffen verschillende disciplines zoals tunnelveiligheid, brandveiligheid, installaties en uiteraard de systemen voor de bediening, besturing en de bewaking (3B). We voeren deze uit tijdens de ontwerp-, uitvoeringsfase en de inbedrijfstelling. De totale opdracht loopt circa vier jaar. Na de eerder gegund gekregen samenwerkingsovereenkomst met Rijkswaterstaat voor de renovatie van de eerste Heinenoordtunnel, verwierf TEC hiermee opnieuw een omvangrijke renovatieopdracht in Nederland. Voor beide projecten werkt TEC samen met partner Covalent ITS BV op het gebied van industriële automatisering. + robin.gerrets@witteveenbos.com

Ondergrond en Omgevingswet

Witteveen+Bos was al enkele jaren in het bezit van de ‘Basiskwalificatie’ voor het berekenen van de magneetveldzone. Hierbij kan voor één hoogspanningslijn de breedte van de specifieke magneetveldzone worden berekend (officieel: standaardsituatie). Deze zone is indicatief voor het gebied waarbinnen het magneetveld negatieve gevolgen kan hebben voor de gezondheid van bewoners en is veelal een doorslaggevende factor in bouwprojecten nabij een hoogspanningslijn. Met de recent behaalde ‘Pluskwalificatie’ kunnen echter ook complexere situaties worden doorgerekend: het gaat hierbij met name om situaties waarbij meerdere hoogspanningslijnen dermate dicht bij elkaar liggen dat hun magneetvelden een wezenlijke invloed op elkaar hebben. Hiertoe werd een 3D-rekenmodel ontwikkeld in Matlab conform de rekenregels van het RIVM. In dit model wordt onder andere rekening gehouden met verschillende fases, stroomrichtingen en de doorhang van de geleiders. Het ontwikkelen van dit rekenmodel heeft geleid tot een verbeterd inzicht in magneetvelden en biedt tevens een universele basis voor het berekenen van magneetvelden in verdere situaties, zoals ondergrondse hoogspanningskabels en transformatorstations. + felix.kok@witteveenbos.com

Voor het Uitvoeringsprogramma Convenant Bodem en Ondergrond (UP) werkt Witteveen+Bos samen met Tauw en Royal HaskoningDHV aan het kennisproject ‘Samen de diepte in - bodem en ondergrond in de Omgevingswet’. In anderhalf jaar tijd doen wij ervaring op en delen we kennis over de plek die bodem en ondergrond inneemt in omgevingsvisies en bij het realiseren van ambities en maatschappelijke opgaven in de fysieke leefomgeving. Het doel van dit project is inzicht te krijgen in de opgaven van decentrale overheden en wat zij nodig hebben om deze opgaven te kunnen realiseren; uit te zoeken welke informatie en tools er al beschikbaar zijn; de opgedane inzichten aansprekend en praktisch toepasbaar maken en om alle opgedane kennis, inzichten, ervaringen, vervolgvragen en conclusies op landelijk niveau breed te delen. Het project start als proef in de regio’s Twente, Midden- en West-Brabant, Zaanstad, Drenthe, Gelderland en Zuid-Holland. Door de transformatie van het werkveld bodem van sectoraal (verontreiniging of archeologie) naar

Witteveen+Bos Nieuws september 2019

integraal (ondergrond als onderdeel van de fysieke leefomgeving) ontstaat een andere aanpak. Daarmee krijgen bestuurders, ambtenaren, burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties allemaal te maken. In de regioprojecten zoeken we nadrukkelijk de verbinding tussen de verschillende werkvelden, partijen en maatschappelijke opgaven. Concrete onderwerpen zijn ‘ondergrond en de omgevingsvisie’, ‘nieuwe rolverdeling van bodemtaken bij de overheden’ en ‘rol van de ondergrond bij klimaatadaptatie en energietransitie’. De lessen die we leren, delen we onder meer binnen onze adviesbureaus, bij overheden in de regio’s en in het onderwijs. De kennis en ervaringen gaan we ook landelijk delen met professionals van bedrijven en overheden. We organiseren bijeenkomsten, zetten een online leeromgeving op en hebben een LinkedIn-groep (www.linkedin.com/groups/8717217/) gemaakt voor discussies en aankondigingen van onze bijeenkomsten. + willem.hendriks@witteveenbos.com


INVENTARISATIE CULTUURHISTORIE

Klanteisenspecificatie voor A73-tunnels Roermond De start van een project begint vaak met het ophalen van de zogenaamde klantwensen, dat uiteindelijk leidt tot de Klanteisenspecificatie (KES). In dit proces worden de stakeholders benaderd, waarna via een formeel proces de klantwensen worden vastgelegd. Door de opdrachtgever (of Witteveen+Bos in opdracht van de opdrachtgever) worden dergelijke wensen vervolgens beoordeeld op bijvoorbeeld haalbaarheid, kosten en tegenstrijdigheid. Daarna worden deze klantwensen gehonoreerd of afgewezen. Gehonoreerde klantwensen worden daarbij omgezet tot klanteisen, die verder worden meegenomen in het project. In opdracht van RWS Zuid Nederland heeft Witteveen+Bos recentelijk een klanteisentraject begeleid voor het V&R-traject (vervanging en renovatie) van met name de installaties in de A73-tunnels bij Roermond. Dit proces was volledig ingericht in Relatics, om te komen tot een efficiënt en transparant proces. Relatics is een online samenwerkingstool voor het beheren en

structureren van informatie in projecten. Rijkswaterstaat kreeg hierbij ook toegang tot de Relatics-omgeving, om het proces te kunnen monitoren, en later ook de honoreringsbesluiten digitaal te kunnen invoeren. Het gehele proces digitaliseren middels een tool als Relatics zorgde hierbij voor een eenduidig proces, waarbij alle gegevens helder en op één locatie beschikbaar waren en gaf tevens de ruimte om informatie te bundelen. Zo konden onder meer alle wensen van een specifieke stakeholder worden getoond, maar ook alle wensen met bijvoorbeeld het thema ‘duurzaamheid’. Een ander voordeel was dat de gegevens direct beschikbaar gemaakt konden worden voor andere Relatics-omgevingen, zoals GRIP (omgeving binnen Rijkswaterstaat). Hiermee vormde de opgeleverde Klanteisenspecificatie direct een helder startpunt voor de vervolgstappen in een project. + joost.kerpels@witteveenbos.com

Nederland kent een lange geschiedenis van interactie met water en tal van cultuurhistorische objecten die daaraan gerelateerd zijn. Dit geldt ook voor het beheergebied van waterschap Noorderzijlvest in het noorden van Drenthe en Groningen. Omdat de waarde van veel van deze cultuurhistorische objecten onbekend is, hebben het waterschap Noorderzijlvest en Witteveen+Bos een uitgebreide inventarisatie en waardering van het waterschapserfgoed uitgevoerd. De afgelopen maanden zijn ruim 150 sluizen, gemalen, bruggen en kanalen geïnventariseerd en gewaardeerd. Hierbij is ook archeologisch en groen erfgoed geïnventariseerd en geïnspecteerd. Alle objecten zijn gewaardeerd in termen van hun inhoudelijke-, fysieke- en beleefde kwaliteit. De inhoudelijke kwaliteit van een object bepaalt in hoeverre het object in stand gehouden moet worden. De fysieke kwaliteit bepaalt de instandhoudingkosten en de beleefde kwaliteit vormt de basis voor de (belevings-)baten van instandhouding. Om de kennis van het erfgoed in bezit van het waterschap toepassingsgericht te kunnen gebruiken, heeft Witteveen+Bos de resultaten zowel in een rapportage als in een GIS-kaart geleverd. + arjan.conijn@witteveenbos.com

Risicomanagementsysteem voor nieuwe en opkomende stoffen De aandacht voor nieuwe en opkomende stoffen in ons milieu neemt toe. Overheden en bedrijven hebben veel vragen over wat ze moeten doen als men vermoedt dat een (voorheen) onbekende stof in het milieu aanwezig is. Daarom heeft het Uitvoeringsprogramma (UP) van het convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020 een project opgezet met als thema ‘Omgaan met nieuwe bedreigingen voor de bodem en ondergrond’. Het thema sluit volledig aan bij de transitie naar duurzaam en efficiënt gebruik van de bodem en ondergrond. In dit convenant hebben Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en het bedrijfsleven afspraken gemaakt over de invulling van de transitie en opgaven in de bodem en ondergrond. Een consortium van Arcadis, Bioclear earth, TTE Consultants en Witteveen+Bos heeft een voorstel uitgewerkt om te komen tot handelingskaders en tot een preventie- en signaleringssysteem. Dit wordt gedaan voor stoffen waarvan het sterke vermoeden bestaat dat deze een grote impact hebben op mens en milieu. Dit voorstel is in nauwe samenwerking met de kennisinstituten RIVM, WENR en

KWR opgesteld. Afgelopen maand heeft het UP deze opdracht aan ons consortium gegund. De kern van de opdracht is om na te gaan wat de risico’s zijn van deze nieuwe stoffen of van nieuwe inzichten over al langer bekende stoffen (zoals bijvoorbeeld lood in de bodem of het ontstaan van antibioticaresistentie) voor de bodem en de ondergrond. Daarnaast beschrijven we wat hiervoor praktische handelingskaders zijn en welke gegevens nodig zijn om tot actie over te kunnen gaan. Deze opdracht heeft een looptijd van twee jaar. Onze aanpak is mede tot stand gekomen door de input van deelnemende overheden en bedrijven. Deze deelnemers hebben toegezegd de te ontwikkelen producten in de praktijk te testen in pilots. Ook de inbreng van de kennisinstellingen is hiervoor belangrijk. Tussentijdse resultaten van pilots en de eindproducten van deze opdracht zullen worden gedeeld met alle partners van het convenant Bodem en Ondergrond. + martijn.van.houten@witteveenbos.com

HANDREIKING NIEUWBOUW EN SPOORTRILLINGEN De zorgen over trillingen als gevolg van het gebruik van spoor zijn groot, zowel bij omwonenden van het spoor als in de Tweede Kamer. Uit cijfers van ProRail blijkt dat het aantal klachten van omwonenden over trillingen de laatste jaren is toegenomen. In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, heeft Witteveen+Bos daarom (in samenwerking met Cohere Consultants) de ‘Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen’ opgesteld. Deze handreiking helpt gemeenten, projectinitiatiefnemers en andere stakeholders om bij nieuwbouw langs spoor tijdig en concreet rekening te houden met trillingen van het spoor als gevolg van treinverkeer. Daarbij is de handreiking gericht op het delen en

vergroten van kennis bij de verschillende stakeholders en biedt het houvast en handvatten om trillingshinder voor bewoners en gebruikers zoveel mogelijk te voorkomen. De handreiking biedt handelingsperspectief en is opgezet vanuit een structuur van stappen en fasen in een ontwikkeling. Door middel van praktijkvoorbeelden kunnen gemeenten, omgevingsdiensten, ingenieursbureaus en projectinitiatiefnemers in concrete situaties meteen aan de slag. De handreiking is onlangs gepubliceerd en te vinden op www.rijksoverheid.nl en www.infomil.nl. + daan.van.eijk@witteveenbos.com

Witteveen+Bos Nieuws september 2019


Beeld: Rijkswaterstaat / Harry van Reeken

Personalia Voorbereiding renovatie Krammersluizen Rijkswaterstaat heeft in juni 2019 laten weten de voorbereiding van de renovatie van de Zeeuwse Krammersluizen te gunnen aan ingenieursbureau Witteveen+Bos. Het Krammersluizencomplex bestaat uit vier sluizen, die de Oosterschelde en het Volkerak-Zoommeer voor de scheepvaart met elkaar verbinden, waarbij zout en zoet water van elkaar gescheiden worden gehouden. Het complex is, ruim dertig jaar na de aanleg, toe aan groot onderhoud. Witteveen+Bos geeft hierbij integraal advies op het gebied van werktuigbouwkunde, civiele techniek, elektrotechniek/industriële automatisering en duurzaamheid. Het doel is om de Krammersluizen aantoonbaar betrouwbaar, beschikbaar, veilig en onderhoudbaar te houden, waarbij wordt voldaan aan actuele wet- en regelgeving. Witteveen+Bos scoorde in de aanbesteding de beste prijs-kwaliteitsverhouding, met name op de onderdelen kennisborging, organiseren en informeren en integraliteit. Daarbij wordt gebruikgemaakt van opgaveposters, die visueel overzicht en inzicht bieden in het hele project en die gedurende de hele looptijd van het project actueel worden gehouden. Binnen dit project werkt Witteveen+Bos aan verschillende innovaties. Zo is het vervangen van het bestaande zoet-zoutscheidingssysteem in de duwvaartsluizen door een luchtbellenscherm onderdeel van de renovatie. Dit nieuwe zoetzoutscheidingssysteem moet leiden tot lagere onderhoudskosten, een lager energieverbruik en een snellere doorvaart. Daarnaast brengen we de werking (dynamisch gedrag) van de jachtensluizen in kaart en doen we voorstellen voor verbetering van de werking van de besturing. Ook werken we mogelijkheden uit voor het opwekken van getijdenenergie en zonne-energie op het sluizencomplex. + marcel.wauben@witteveenbos.com

Net op zee Ten noorden van de Waddeneilanden Witteveen+Bos verzorgt in opdracht van netbeheerder TenneT de milieueffectrapportage (MER) en de vergunningaanvragen voor een ondergrondse hoogspanningsverbinding van de Noordzee naar land. De opdracht, die in maart werd toegekend, bestaat uit het opstellen van het MER en vergunningaanvragen, met bijbehorende onderzoeken, voor de aansluiting van een toekomstig windpark op de Noordzee naar het elektriciteitsnet van TenneT op het vasteland. Het gaat om een windpark uit de ‘Routekaart windenergie op zee 2030’. Het windpark krijgt een verwacht vermogen van circa 700 MW. Dit komt neer op ongeveer 70 tot 100 windmolens. Mogelijke aansluitlocaties zijn de bestaande hoogspanningsstations in Eemshaven, Vierverlaten of Burgum. Het project bestaat onder meer uit het opstellen van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau, het MER, de Passende Beoordeling en de vergunningaanvragen. Het gaat hierbij met name om de route van de kabels op zee en de route naar een hoogspanningsstation op het vasteland. Het faciliteren van het omgevingsmanagement en het raadplegen van bevoegde bestuursorganen rond het opstellen van het MER zijn ook onderdeel van de opdracht. Voor deze opdracht werkt Witteveen+Bos samen met Sweco, Altenburg & Wymenga, Wageningen Marine Research en MARIN. De doorlooptijd van het opstellen van het MER en de vergunningaanvragen bedraagt in totaal ongeveer twee jaar. De betrokkenheid van belanghebbenden, zoals omwonenden, organisaties en bedrijven, is van groot belang bij het bepalen van varianten voor het kabeltracé, voor de keuze van het voorkeursalternatief en voor de uitwerking van het definitieve tracé. Het project wordt uitgevoerd volgens de nieuwe Omgevingswet (in werking per 2021). Omgevingspartijen kunnen op diverse manieren hun belangen, wensen en ideeën voor het project kenbaar maken, zodat deze in de afwegingen meegenomen worden om zo tot zorgvuldige keuzes te komen. + rianne.albers@witteveenbos.com

THEO SALET NIEUWE DECAAN BOUWKUNDE TU/E Per 1 augustus 2019 is prof.dr.ir. Theo Salet uit dienst getreden bij Witteveen+Bos, om verder te gaan als decaan van de faculteit Bouwkunde aan de Technische Universiteit Eindhoven. Hij combineert deze functie met zijn werk als hoogleraar: sinds 2011 is Theo hoogleraar Betonconstructies aan dezelfde faculteit. Hij deed dit in deeltijd, naast zijn werk bij Witteveen+Bos. Sinds enige jaren leidt Theo Salet vanuit de TU/e het onderzoek naar mogelijkheden en toepassingen van 3D-betonprinten.

HENK NIEBOER MAAKT VOLLEDIGE OVERSTAP NAAR ECOSHAPE Op 1 juli 2019 nam Henk Nieboer afscheid van Witteveen+Bos. Henk kwam in 1987 bij Witteveen+Bos in dienst en speelde een prominente rol bij onze ontwikkeling tot een toonaangevend ingenieursbureau. Van 2006 tot 2017 liet hij als directeur Witteveen+Bos een betekenisvolle stap zetten op het gebied van internationalisering en deltatechnologie. Sinds enkele jaren vervulde Henk naast zijn werk bij Witteveen+Bos ook de functie van directeur bij de Stichting EcoShape, boegbeeld op het gebied van innovatie rond duurzame waterbouw, waterveiligheid en havenaanleg. Henk blijft zich bij EcoShape inzetten voor internationale, vernieuwende klimaatadaptatie in delta’s, kusten en rivieren.

PETER TIENHOOVEN NIEUWE LEIDER PMC ITA De PMC International Technical Assistance (ITA) coördineert al onze internationale activiteiten met betrekking tot internationale financieringsinstituten (IFI’s), zoals de Wereldbank, EuropeAid, African Development Bank en anderen. Projecten voor IFI’s vragen om specifieke kennis over aanbestedingsprocedures en vereisen strikte risicobeheersing op het gebied van governance, compliance en budget. Peter Tienhooven heeft met ingang van juli 2019 de leiding van deze PMC op zich genomen. Peter heeft veel ervaring op het gebied van internationale IFIgefinancierde projecten en hij heeft daarnaast een uitgebreide ervaring hands-on projectbetrokkenheid in de meeste van onze internationale regio’s.

PARAMETRISCH ONTWERPEN MET ANT Een van de spin-offs uit het interne innovatieprogramma van Witteveen+Bos is ANT: een interactief online platform met een database, dat dient als ondersteuning binnen projecten. Vanuit de online omgeving worden met de bestaande ontwerpsoftware bewerkingen gedaan op de projectdata. ANT is een manier om huidige en toekomstige software slim te koppelen. Alle disciplines maken een koppeling met de data binnen ANT. Hierdoor ontstaat er één waarheid. Voor het ontwerp van een tunnel bijvoorbeeld komt de input onder meer uit grondgegevens, (klant) eisen, inschattingen en het alignement. Met deze gegevens als basis wordt door middel van een eerste dataset een 3D-model met ANT gegenereerd. Deze 3D-geometrie is vervolgens weer input voor de geotechnische en constructieve berekeningen. Vanuit de berekeningen komen resultaten die mogelijk aanleiding geven tot het aanpassen van de geometrie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan lengtes van palen, betonwanddiktes, damwandtypes et cetera. Deze resultaten worden weer gebruikt om het 3D-model te herzien. De structurering van ANT maakt het mogelijk om planning en kosten snel inzichtelijk te maken. + gert.karrenbelt@witteveenbos.com

DIGITALE NIEUWSBRIEF ONTVANGEN? Het Witteveen+Bos Nieuws is ook digitaal beschikbaar. U kunt zich hiervoor aanmelden via onze website www.witteveenbos.nl/nieuwsbrief. Wilt u uw abonnement op deze papieren editie opzeggen? Stuur dan een e-mail met uw naam en adres naar communicatie@witteveenbos.com.

Redactieadres Witteveen+Bos Nieuws

Postbus 233, 7400 AE Deventer, telefoon 0570 69 79 11

communicatie@witteveenbos.com, www.witteveenbos.com

Het Witteveen+Bos Nieuws verschijnt een paar keer per jaar. Jaargang 27, september 2019.

Wij hebben ons best gedaan om alle rechthebbenden van het

beeldmateriaal in deze uitgave te achterhalen. Laat het ons weten als u denkt dat uw materiaal zonder voorafgaande toestemming is gebruikt.

Profile for Witteveen+Bos

Witteveen+Bos nieuws 110  

Witteveen+Bos nieuws 110