Page 1

Nieuws

107

Dijken gecontroleerd laten bezwijken Binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma zijn Projectoverstijgende Verkenningen (POV’s) opgenomen om te voorzien in aandacht voor innovaties en kennisontwikkeling. Binnen de POV Macrostabiliteit (POV-M) wordt al vanaf 2016 gewerkt aan projectoverstijgende verkenningen op het gebied van macrostabiliteit van dijken. Witteveen+Bos neemt hier actief aan deel in zowel het cluster rekenen als het cluster innovatieve technieken. Hoe passen we de nieuwe normering vanuit de Waterwet toe in ontwerp en uitvoering van nieuwe dijkversterkingen? Dat is de grote uitdaging. Een solide dijk bouw je van zand en klei. Moet de dijk hoger, om te voldoen aan verwachte grotere waterafvoer, dan wordt de dijk automatisch ook breder. Als er bebouwing langszij staat kan dat niet altijd. Vandaar dat steeds vaker dijken worden uitgerust met damwanden. Een mooi voorbeeld hiervan is het dijkversterkingsproject Den Oever waar Witteveen+Bos het ontwerp voor heeft gemaakt. Bij dijken gaat het al snel over vele kilometers damwand en dat wordt bij toekomstige dijkversterkingen alleen maar meer. Vandaar dat binnen de POV-M besloten is om een full-scale proef (Eemdijkproef) te doen om dijkversterking beter, sneller en goedkoper te maken. De Eemdijkproef bestaat uit drie afzonderlijke testen. In januari startte een full scale proef (FSP) met een ‘groene’ dijk – dat wil zeggen: een dijk zonder damwand. In februari vond een ‘push over test’ (POT) plaats, gericht op de sterkte van onderdelen van de damwandplanken. En in maart volgde de derde proef, een FSP met een ‘blauwe’ dijk, ofwel een dijk met damwand. In feite is de groene dijk vooral ‘ter controle’ tot bezwijken gebracht. Op de proeflocatie in Eemdijk is door Deltares en Witteveen+Bos een cirkelvormige proefdijk ontworpen van 60 meter lang en 5 meter hoog. Aan de ene kant zijn damwanden aangebracht en aan de andere kant niet. De dijken worden één voor één belast, met verschillende stappen: onder andere door water tegen de dijk aan te zetten, water te infiltreren en containers met belasting erop te zetten. Daarna wordt gekeken hoe en wanneer de groene dijk en de blauwe dijk ‘bezwijken’. Dat wordt uitgebreid gemonitord, zodat uiteindelijk precies bekend is hoe en op welk punt de dijken en de damwanden bezwijken. Op social media werd van de proef nauwkeurig (foto)verslag gedaan. Kijk eens op Instagram (@eemdijk_damwandproef) of Twitter (@ POVM_) voor foto’s en updates van de proeven. + arny.lengkeek@witteveenbos.com

Backoffice Techniek Ring Utrecht De Ring Utrecht is de draaischijf van het Nederlandse snelwegennetwerk en is belangrijk voor de bereikbaarheid van de regio. De aanpak van de A27/A12 heeft een dubbele doelstelling: de doorstroming en verkeersveiligheid rondom Utrecht en de kwaliteit van de leefomgeving waar mogelijk verbeteren. Witteveen+Bos helpt Rijkswaterstaat bij de technische vraagstukken voor het project A27/A12 Ring Utrecht. Begin maart zetten beide organisaties de handtekening voor de samenwerking vanuit de opdracht Backoffice Techniek. Het gaat om ondersteuning bij het opstellen, aanbesteden en uitvoeren van de realisatiecontracten, gedurende de bouw tot en met de oplevering van het project in 2026. De aanpassing A27/A12 Ring Utrecht kost circa 1,2 miljard euro en omvat een aantal grote infrastructurele aanpassingen om de Ring Utrecht te verbeteren. Martin van Grootveld, Technisch Manager van Rijkswaterstaat: ‘Wij zijn blij dat wij Witteveen+Bos aan ons hebben kunnen binden voor de Backoffice. Het Plan van Aanpak en de uitwerking van de case waren van hoge kwaliteit. Dit geeft ons vertrouwen dat we een deskundig ingenieursbureau aan boord hebben. Het is bovendien een mooie bijkomstigheid dat Witteveen+Bos tijdens de planstudiefase ook al betrokken was bij het project, zodat ze nu snel kunnen schakelen.’ Witteveen+Bos start onder andere met de vraagspecificaties en technische adviezen voor de contractvoorbereiding. Tijdens de aanbesteding

ondersteunt Witteveen+Bos de dialoog met de aannemers en zorgt voor actualisatie van de vraagspecificaties. Na gunning toetst het ingenieursbureau de uitvoeringskwaliteit. ‘De aanpak van de Ring Utrecht is cruciaal voor de mobiliteit van Nederland. De technische complexiteit en maatschappelijke relevantie van dit project spreken ons enorm aan, omdat wij hierdoor echt onze meerwaarde kunnen bewijzen’, zegt projectmanager Jeroen de Leeuw van Witteveen+Bos. Een van de technisch meest complexe uitdagingen is het verbreden van de A27 in de verdiepte ligging ten oosten van Utrecht. De rijksweg ligt er ca. 5 meter onder het grondwaterniveau in achtereenvolgens een betonnen bak (bij landgoed Amelisweerd) en een folieconstructie. Het grondwater wordt nu tegengehouden door een combinatie van een pakket grond en een waterdicht folie. Bij het verbreden van de weg moet grond worden afgegraven binnen de folieconstructie. Hierbij zijn technische maatregelen nodig om te voorkomen dat de folie opbarst. Witteveen+Bos heeft in een eerder stadium een aantal oplossingen uitgewerkt. Eén daarvan is het bemalen van het grondwater buiten de folie. Momenteel vindt een pompproef plaats die inzicht moet geven in de bodemgesteldheid en de toepassing van bemalen en retourbemalen als straks eventueel grondwaterbemaling plaats zal vinden. + jeroen.de.leeuw@witteveenbos.com


Kademuren geautomatiseerd ontwerpen Voor sommige opdrachtgevers is het van groot belang om in een zo vroeg mogelijk stadium een vrij nauwkeurige inzage in de bouwkosten te hebben. De Automated Quay wall Design (AQD) stelt de gebruiker in staat om in een vroeg stadium meerdere kademuurvarianten ‘met een druk op de knop’ te ramen, tekenen en berekenen op basis van vooraf gedefinieerde parameters. Het idee voor een applicatie waarmee kademuren geautomatiseerd worden ontworpen, leefde al een tijdje bij de ingenieurs van Witteveen+Bos. Binnen de disciplines geotechniek, ontwerp en kostencalculatie hielden zij zich al langere tijd individueel bezig met het automatiseren van het ontwerpproces. Het Witteveen+Bos Plus+ Innovatieprogramma van 2017 bood

de kans deze ideeën in samenhang verder te ontwikkelen. Dat resulteerde in de middels programmeertaal Python Scripting ontworpen tool Automated Quay wall Design (AQD). Maken ingenieurs zichzelf daarmee overbodig? Dat blijkt mee te vallen. Doordat er vele varianten worden doorgerekend, is het mogelijk om de gevoeligheden in het ontwerp beter te bepalen. Dat leidt tot een optimaler ontwerp, waarbij menselijke fouten beperkt worden. Automatiseren stelt ons in staat om een optimaler ontwerp neer te zetten en de opdrachtgevers meer inzicht te geven in de gevoeligheden en mogelijkheden van zijn ontwerp. Binnen het huidige ontwerpproces wordt op basis van engineering judgment bepaald wat waarschijnlijk de

maatgevende condities of sneden zullen zijn, met AQD worden alle mogelijke sneden doorgerekend en wordt zekerheid verkregen. Door de vele berekeningen is veel data beschikbaar en kunnen eenvoudig de quick wins in het ontwerp worden aangewezen, zoals mogelijkheden om de CO2-belasting van het ontwerp te reduceren, of meer circulaire ontwerpprincipes in te passen. Als een verlenging van de buispalen bijvoorbeeld 0,5 % extra kost, maar deze investering een eventuele toekomstige bodemverlaging wel opvangt, dan kan dat een waardevolle investering zijn. Ook bij wijzigingen in de uitgangspunten kan snel worden bepaald wat de invloed daarvan zal zijn. + elmo.slump@witteveenbos.com

Eerste digitale NRD voor dijkversterking Wolferen-Sprok Om het voor betrokkenen zo makkelijk mogelijk te maken om mee te denken en bij te dragen aan de plannen rondom de dijkversterking Wolferen-Sprok en dijkteruglegging Oosterhout, heeft Witteveen+Bos de eerste fase van de procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.), de notitie reikwijdte en detailniveau (NRD), digitaal openbaar beschikbaar gemaakt. Een m.e.r.-procedure is nodig om het milieubelang bij een project goed af te wegen in de besluitvorming. De NRD beschrijft welke alternatieven er zijn en welke milieueffecten er worden onderzocht. Het geeft belanghebbenden als bewoners, bedrijven en overheden de mogelijkheid informatie over en inzicht in het project en de procedure te krijgen en hun zienswijze te bepalen. Omgevingsparticipatie is een van de eisen die de overheid via het

Witteveen+Bos Nieuws november 2017

Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) stelt aan plannen op het gebied van waterveiligheid. De NRD is gemaakt in opdracht van Waterschap Rivierenland als voorbereiding op de eerste stap van de m.e.r.-procedure. Witteveen+Bos wil vroegtijdig aanhaken bij de bredere ontwikkeling van het digitaal rapporteren en heeft daarom een website ontwikkeld waarmee de nota ook digitaal wordt gepubliceerd. In de digitale NRD kan bijvoorbeeld op verschillende manieren genavigeerd en gezocht worden om de informatie te ontsluiten. Op de ingesloten kaarten van de omgeving, waarop bijna tot op pandniveau ingezoomd kan worden, kunnen verschillende informatielagen in- en uit worden geschakeld. De verwachting is dat het door deze interactiviteit voor stakeholders laagdrempeliger wordt om zich in het project

te verdiepen en hun mening of ideeën te leveren, waarmee de participatiegraad van de omgeving toeneemt. Dit moet uiteindelijk leiden tot een groter draagvlak voor het proces. De digitale NRD komt mede voort uit het Witteveen+Bos Plus+ Innovatieprogramma, waarin een van de ideeën die de finale haalden het digitale milieueffectrapport was. Met de digitale NRD, waarvan nu een basisvariant is opgezet, kunnen we verkennen wat er allemaal mogelijk is met digitaal rapporteren. Het digitale rapport is zo opgezet dat het eenvoudig voor een ander project kan worden ingezet en dat extra functionaliteiten kunnen worden toegevoegd. + stefan.arts@witteveenbos.com


Links: Ewald Roordink, rechts: Bert van Guldener

Nieuwe schaapskooi voor Bargerveen Al vele jaren werken Drentse overheden samen om de toekomst van het hoogveengebied Bargerveen veilig te stellen en beter toegankelijk te maken voor bezoekers. Kers op de taart tot nu toe is de Schaapskooi Bargerveen, de grootste van Europa en mede ontworpen door Witteveen+Bos. Projectleider Bargerveen-Schoonebeek Bert van Guldener is in dienst van Prolander, de gezamenlijke uitvoeringsorganisatie voor het landelijk gebied van de provincies Groningen en Drenthe. Hij werkt al jaren aan een grote herstelopgave van het Bargerveen, helemaal in de zuidoostelijke hoek van Drenthe. Via de zogenaamde icoongelden uit het Rijk kreeg hij de beschikking over miljoenen euro’s voor de verwerving van gronden en de realisatie van maatregelen. Daarmee kon hij gronden overnemen van verveningsmaatschappij Griendtsveen, die van de negentiende eeuw tot in de jaren negentig van de vorige eeuw turf won in het gebied. Dit maakte de weg vrij voor twee gedroomde projecten. De bufferzone bij Schoonebeek, die ervoor moet zorgen dat de belangrijke hoge grondwaterstand in het Bargerveen intact blijft. En de schaapskooi, even ten noorden van Weiteveen. Voor Van Guldener en zijn contractmanager Ewald Roordink startte toen een intensief omgevingstraject. De schaapskooi moest 1.000 dieren op een natuurlijke manier kunnen herbergen en beschikken over een dienstwoning en horeca. De locatie aan de noordrand van Weiteveen had de voorkeur.

Van Guldener en Roordink beseften dat ze de inwoners van het Bargerveen moesten zien te winnen voor hun plannen, die door hun schaal en omvang ingrijpend zijn en veel nieuwe bezoekers naar het gebied kunnen brengen. ‘Dus hebben we een bestuurlijk proces, een ambtelijk proces en vooral een communicatieproces opgetuigd’, vertelt Van Guldener. De laatste was het belangrijkst. ‘Zeker in kleine gemeenschappen is het essentieel om met mensen in gesprek te zijn over plannen in een gebied. Wij hebben de kaders neergezet: er komt een bufferzone en een schaapskooi. Daarna moet je moet het proces uit het politieke gedoe houden, en zorgen dat het een project van de gemeenschap wordt. En wat zien we nu: Weiteveen is apetrots. Tijdens de ingebruikname vlak voor de kerst, op 22 december 2017, liep het hele dorp uit.’ Ewald Roordink is ook trots op de samenwerking, vooral tijdens de bouw van de schaapskooi. Roordink: ‘Een jaar geleden zaten we nog met een planningsprobleem. We beschikten alleen nog maar over een voorontwerp, maar onze schaapsherder wilde voor kerst 2017 de schapen in de schaapskooi onderbrengen. Ook Drentse bestuurders hadden zich op deze datum vastgepind, dus we konden niet terug.’ Tot zijn opluchting zag Roordink met Witteveen+Bos en DAAD Architecten uit Beilen een team opereren dat een marsroute voor ogen had. Rinus Pelgrum, projectleider namens Witteveen+Bos: ‘Onze grootste uitdaging was

planning. Wij werden uitgedaagd om binnen zes maanden het ontwerp uit te werken tot een vergunningswaardig ontwerp, de vergunningsaanvraag te verzorgen, het bestek op de markt te zetten en een aannemer te selecteren middels een Europese niet-openbare procedure. Normaliter zou ik zeggen: onhaalbare missie.’ Pelgrum wist die missie toch haalbaar te maken door als projectleider te sturen op risico’s. ‘Na het uitvoeren van een gezamenlijke risico-inventarisatie ontstond bij ons, Prolander en andere betrokkenen het inzicht dat een aantal gemaakte ontwerpkeuzes tot vertraging van de uitvoeringsfase konden leiden. Op die risico’s ben ik gaan sturen.’ Zo bedacht Pelgrum met zijn collega’s van contracten en aanbesteding een strategie om voor de meest cruciale bouwelementen met een lange levertijd, zoals de gelamineerde houten hoofddraagconstructie, de productie al te starten alvorens de aannemer was aanbesteed. ‘Dit bespaarde de aannemer een intensief inkooptraject en engineeringstijd. Zo kon de aannemer al bij start van de bouw direct over de juiste materialen beschikken.’ Bert van Guldener is blij dat partijen met elkaar hun nek hebben durven uitsteken. ‘Witteveen+Bos was daarin niet de enige. Ook DAAD Architecten, de gemeente Emmen en aannemer Brands Bouw uit Emmen hebben elkaar versterkt. Zo konden ze laten zien dat het onmogelijke toch mogelijk kan zijn.’ + maurits.schilt@witteveenbos.com

Witteveen+Bos Nieuws maart 2018


TRILLINGSONDERZOEK METRO SINGAPORE Witteveen+Bos voert in opdracht van de Land Transport Authority Singapore een onderzoek uit naar trillingen als gevolg van de toekomstige Cross Island Line. Deze metrolijn maakt deel uit van het Mass Rapid Transport (MRT) netwerk van Singapore. Het onderzoek heeft als doel om hinder als gevolg van trillingen na ingebruikname van de lijn te voorkomen. Voorbeelden van hinder zijn dat trillingen als gevolg van passerende metro’s gevoeld worden of dat de passages gehoord worden als een soort gerommel, het zogenaamde laagfrequent geluid. De eerste fase van het onderzoek is onlangs afgerond. Daarin werd een algemene analyse van trillings- en laagfrequentgeluidniveau gemaakt voor de gehele lijn, ongeveer 35 kilometer. Hiervoor is een rekenmodel opgesteld met behulp van arcGIS, tweedimensionale eindige elementenmodellen en meetdata. Uit het model volgt een bovengrensbenadering van te verwachten trillings- en laagfrequentgeluidniveaus. De bovengrensbenadering geeft inzicht in waar knellocaties optreden die nader onderzocht moeten worden. Aan deze nadere onderzoeken wordt op dit moment gewerkt in de detailed assessment fase. + eliam.vlijm@witteveenbos.com

Beeld: BAM

Vervanging Geinbrug Aanpassing kruispunt Weesp

In opdracht van de Provincie Noord-Holland is Witteveen+Bos sinds 2011 betrokken geweest bij de engineering, contractvoorbereiding en uitvoering van het groot onderhoud van de provinciale weg N236 tussen Loosdrechtdreef en Weesp. De vervanging van de Geinbrug bij het dorp Driemond maakte hier onderdeel van uit. De oude duikerbrug over het Gein was aan het einde van zijn levensduur en moest op korte termijn worden vervangen. Met het vervangen van de duikerbrug ontstond de mogelijkheid om het oude kruispunt volledig te vervangen. Daarom kwam de provincie met de aanvullende vraag om een nieuw ontwerp te maken voor dit drukke, met verkeerslichten geregelde, 5-taks kruispunt. Daarbij werd beoogd de snelheid van het doorgaande verkeer te reduceren en de doorstroming op de provinciale weg en aansluitende wegen te verbeteren. Na beoordeling van verschillende ontwerpen en mogelijkheden, kwam Witteveen+Bos met de variant van een LARGAS-voorrangspleintje (LAngzaam Rijden GAat Sneller). Op een dergelijk voorrangsplein heeft het

doorgaande verkeer voorrang op de aansluitende wegen, maar wordt het door keerlussen, drempels en slingers genoodzaakt om langzaam te rijden. Hierdoor verbetert de veiligheid en de doorstroming van het kruispunt. De omwonenden en weggebruikers waren aanvankelijk niet erg te spreken over deze oplossing, getuige de reacties tijdens informatiebijeenkomsten begin 2017. Het project vond echter doorgang en op 1 december 2017 werden de brug en het erboven gelegen verkeersplein officieel geopend. Volgens metingen van BAM is de doorstroming op zowel de provinciale weg als de aansluitende wegen na openstelling aanzienlijk verbeterd. De mooiste reactie kwam van het direct naast het kruispunt wonende echtpaar: ‘Het is hier nu zo rustig, dat we er helemaal Zen van worden.’ De reactie was des te mooier, omdat het echtpaar voor aanleg nog fel tegen de aanpassingen was.

Samen met stakeholders onderzoekt Witteveen+Bos welke nationale en Europese ontwikkelingen invloed hebben op de ontwikkeling van DuboCalc. Dit resulteert in concrete aanpassingsadviezen voor DuboCalc en langetermijnadviezen voor de aanpassing van de achterliggende LCA-systematiek.

Door de hoge stikstofdepositie in Nederland komen de doelstellingen voor het in stand houden van veel beschermde plantensoorten en leefgebieden in gevaar. Daarom geldt strenge regelgeving voor ontwikkelingen waarbij stikstof vrijkomt. Als er bij een project emissies vrijkomen (in de gebruiks- of aanlegfase) of als er een Natura2000-gebied in de wijde omgeving ligt, kan er sprake zijn van stikstofproblematiek. Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) is opgezet om de stikstofdepositieproblematiek in Nederland op te lossen en tegelijkertijd ruimte te bieden aan nieuwe economische ontwikkelingen. Bij tweederde van de projecten waarbij stikstofemissies plaatsvinden, zijn er nadelige gevolgen voor het project: aanvullende onderzoekskosten, vertraging en in het ergste geval een no-go. Opdrachtgevers zijn zich vaak niet goed bewust van deze risico’s. Het is daarom goed om in een vroeg stadium te kijken naar de mogelijke depositiebijdrage van een ontwikkeling. In een quickscan kan snel worden beoordeeld of het een mogelijk knelpunt in de doorgang van een project vormt. Zo kan vroegtijdig worden geanticipeerd door de benodigde procedures op te starten (vergunningaanvragen), afstemming met bevoegd gezag, of bijvoorbeeld bronmaatregelen te treffen.

+ maarten.schaffner@witteveenbos.com

+ robbert.cremers@witteveenbos.com

+ leonie.koops@witteveenbos.com

DuboCalc en Circulaire Economie DuboCalc is een online aanbestedingsinstrument om snel en eenvoudig de duurzaamheid en milieukosten van ontwerpvarianten van GWW-werken te berekenen. Rijkswaterstaat beheert het instrument en past het toe bij aanbestedingen in projecten. Daarbij kan de aannemer met het meest milieuvriendelijke ontwerp een gunningvoordeel krijgen. Het instrument is gevuld met levenscyclusinformatie van materialen, waarmee het ontwerp online kan worden gesimuleerd. DuboCalc maakt voor de berekeningen gebruik van de Nationale Milieudatabase. Witteveen+Bos werkt in veel grote projecten met DuboCalc en voert momenteel voor Rijkswaterstaat, in samenwerking met kennisinstituut NIBE, een onderzoek uit op welke wijze

Witteveen+Bos Nieuws maart 2018

STIKSTOF QUICKSCAN

het instrument optimaal ingezet kan worden bij het realiseren van de doelen ten aanzien van circulaire economie. De huidige levenscyclus systematiek (LCA) is gebaseerd op de cradleto-grave benadering, waarbij materialen uiteindelijk tot afval leiden. In een circulaire economie gaan we uit van volledig waardebehoud, waarbij materialen hoogwaardig hergebruikt kunnen worden.


SAMENWERKING MET IRIAS Binnen Witteveen+Bos wordt veel gewerkt aan software- en datadiensten. Om de kennis, ervaring en toepassingsdomeinen verder uit te breiden en daarmee de slagkracht te vergroten, is een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met Irias Informatiemanagement. Deze intentieverklaring werd op 5 januari 2018 getekend. Irias is opgericht door twee oudWitteveen+Bos’ers die de keuze hebben gemaakt om zich te richten op softwareontwikkeling. Zij hebben de kennis en ervaring in huis om dit op een kwalitatief hoog niveau te doen. De sterke en complementaire punten in deze samenwerking zijn het grote marktbereik en de goede reputatie van Witteveen+Bos enerzijds en de capaciteit, ontwikkelkennis en beschikbare tooling en technieken van Irias anderzijds. Op deze wijze is Witteveen+Bos beter in staat om haar klanten een totaal IT-oplossing te bieden, van ideevorming en ontwerp tot en met realisatie en beheer. + jaap.de.rue@witteveenbos.com

Waterplan Antwerpen De openbare aanbesteding voor het Waterplan Antwerpen is gewonnen door het team van De Urbanisten, Witteveen+Bos en Common Ground. Met het Waterplan moet water terugkeren in het stadsbeeld en worden verschillende waterproblemen aangepakt. Door de klimaatverandering zal extreme regenval in de toekomst meer voorkomen dan vroeger. Daarnaast zal het aantal dagen met extreme hitte toenemen, met als gevolg langere periodes van droogte en verlaging van grondwaterstanden. In steden wereldwijd, zo ook in Antwerpen, zal dit voelbaar zijn. Niet alleen de klimaatverandering, ook de toenemende bevolkingsdichtheid en verstedelijking zetten de bestaande waterinfrastructuur steeds meer onder druk.

Het gekozen team ontwikkelt het komende anderhalf jaar een plan dat aangeeft hoe Antwerpen in de toekomst nog meer kan inzetten op water in alle stadsontwikkelingsprojecten. Het waterplan mikt op de integratie en zichtbaarheid van water in het stadsbeeld, waardoor de kwaliteit en leefbaarheid voor inwoners en bezoekers van de stad verbetert. Parallel aan dit ruimere schaalniveau zal het waterplan ook heel concrete ontwerp- en beheertools uitwerken, die eenvoudig te gebruiken zijn in het openbaar domein. Denk daarbij aan infiltratiezones in plantvakken en onder parkeerplaatsen. Zowel inwoners van Antwerpen, mensen die er werken als bezoekers zullen bij de planvorming betrokken worden. + sofie.depauw@witteveenbos.com

VALLEI EN VELUWE EN WETTERSKIP CIRCULAIR Witteveen+Bos en Metabolic werken samen voor het ondersteunen van de waterschappen Vallei en Veluwe en Wetterskip bij de ontwikkeling van een circulaire en klimaatneutrale strategie. De waterschappen Vallei en Veluwe en Wetterskip zijn ambitieus in hun streven circulair en klimaatneutraal te zijn. Om dit te bereiken willen zij inzicht krijgen in waar zij op dit moment staan en weten welke kansen er zijn voor (verdere) kringloopsluiting. Aan Witteveen+Bos en Metabolic is gevraagd om voor beide waterschappen de belangrijkste (grond)stoffen-, water- en energiestromen in beeld te brengen middels een stofstromenanalyse (MFA). Voor Vallei en Veluwe wordt deze analyse vertaald naar een strategie voor kringloopsluiting en circulaire bedrijfsvoering. Ook wordt een monitoringsprogramma uitgewerkt om de ontwikkeling richting een circulair en klimaatneutraal waterschap te volgen en waar nodig bij te sturen. In deze opdrachten wordt voortgebouwd op ervaringen bij Hoogheemraadschap van Delfland, waarvoor vorig jaar ook een circulaire strategie is opgesteld.

GREENBAR DOOR NAAR DE PILOT FASE In samenwerking met Knipscheer Infrastructuur en Haner Infra Innovatie heeft Witteveen+Bos de Greenbar van idee naar prototype ontwikkeld. De Greenbar is een functionele barrière ter vervanging van de traditionele bouwhekken rondom bouwterreinen. Om de functionaliteiten van de barrière te vergroten is door de gemeentes Amsterdam en Rotterdam en Rijkswaterstaat een prijsvraag in de markt gezet. Greenbar is een van de prijswinnaars, zo werd begin februari bekendgemaakt. Witteveen+Bos heeft het idee ontwikkeld en de werking van het concept aangetoond door de fases 1 (haalbaarheidsonderzoek) en 2 (ontwikkelen van een prototype) van het innovatiestimuleringsprogramma SBIR (Small Business Innovation Research) van de overheid te doorlopen. Witteveen+Bos heeft hiervoor de benodigde kennis op het gebied van lucht, flora, fauna, omgeving, techniek, materialen en circulariteit gecombineerd. Het resultaat is dat de Greenbar door is naar de pilot fase. Er wordt door de opdrachtgevers een geschikte locatie beschikbaar gesteld voor een testopstelling. Daar testen en meten we de reductie in geluid, fijnstofafvang en bijdrage aan de verbetering van de leefbaarheid die we eerder hebben berekend. + laurens.kalwij@witteveenbos.com

+ rob.dijcker@witteveenbos.com

Zero-emissie busvervoer Overijssel Witteveen+Bos heeft in samenwerking met provincie Overijssel en provincie Gelderland een onderzoekstraject uitgevoerd dat moet leiden tot een versnelde, betrouwbare, voordelige en duurzame implementatie van zero-emissie busvervoer door middel van elektrische bussen in de concessiegebieden. Bij het elektrisch rijden hoort het duurzaam opwekken van energie. Daarom is in dit onderzoek ook de koppeling met de energietransitie meegenomen. Opslag van duurzame energie is daarbij een belangrijke factor, mede ter ontlasting van het elektriciteitsnet. Door het rijden met elektrische bussen ontstaat een geheel nieuwe waardeketen, waar in de praktijk nog weinig ervaring mee is opgedaan. Nationale en internationale ervaringen spitsen zich toe op delen van deze waardeketen, maar niet op het geheel. De waardeketen bestaat uit energielevering (regulier grid of andere duurzame bronnen zoals bijvoorbeeld remenergie van treinen), energie-opslag en -distributie, laadinfrastructuur, elektrische bussen en de vervoersdienst. Deze waardeketen bestaat uit diverse technische elementen waarvoor verschillende expertises nodig zijn. Deze expertises zijn weer verdeeld over verschillende partijen in de markt. Daarom is in dit onderzoek intensief gesproken met uiteenlopende marktpartijen om een goed beeld te krijgen van de gehele keten.

Het onderzoek toont op basis van twee situaties (stad en streek) aan dat een positieve business case mogelijk is. De mogelijke financiële winst ten opzichte van dieselbusvervoer is aanzienlijk. De business case voor de opslag van elektrische duurzame energie, om vraag (levering) en aanbod (beschikbaarheid) beter op elkaar af te kunnen stemmen, is met de huidige technologie neutraal, maar wordt in de toekomst steeds gunstiger. Elektrisch busvervoer heeft daarnaast een grote maatschappelijke meerwaarde. Als vervolg op het onderzoek is Witteveen+Bos samen met provincie Overijssel en de gemeente Zwolle bezig om het nieuwe busstation van de Spoorzone Zwolle volledig voor te bereiden op elektrificatie van het busvervoer van de stadsdiensten. + erik.jansen@witteveenbos.com

Witteveen+Bos Nieuws maart 2018


UITBREIDING ALMEERDERSTRAND

Watersysteemanalyses Singapore Er is een groot verschil tussen maatregelen en (kosten-) effectieve maatregelen. Public Utility Board (PUB), de waterbeheerder van Singapore, past uiteenlopende maatregelen toe om de kwaliteit van oppervlaktewateren te verbeteren. Ondanks de inzet van verschillende (model) benaderingen slaagt PUB er niet in om de waterkwaliteit duurzaam in alle wateren te verbeteren met de getroffen maatregelen. De geselecteerde maatregelen blijken dus niet allemaal even effectief. In het Nederlandse waterbeheer zijn de laatste jaren grote sprongen gemaakt in de ontwikkeling van methoden om (kosten-) effectieve maatregelen af te leiden. In een onderzoeksproject hebben PUB en Witteveen+Bos de waterbeheerder van Singapore, en Witteveen+Bos de inzetbaarheid van deze methoden in Singapore verkend. Binnen dit project heeft Witteveen+Bos een training watersysteemanalyse gegeven aan een team van waterkwaliteitsspecialisten van PUB. Parallel aan het

trainingstraject is een systeemanalyse uitgevoerd voor een van de probleemwateren in Singapore. Beide projectonderdelen hebben laten zien dat de watersysteemanalyse het verschil maakt tussen het van de schap pakken van een maatregel, waarvan wordt gedacht dat die effectief zal zijn, en een onderbouwde en bewuste keuze voor een maatregel waarvan je weet wat deze je gaat opleveren. De uitdaging bleek er in te liggen om zo lang mogelijk weg te blijven van het technische modelinstrumentarium en eerst een gedegen analyse te maken van de processen die bepalend zijn in het onderzochte watersysteem. Pas daarna worden ecologische modellen als PCLake ingezet om de effectiviteit te duiden van maatregelen die de dominante processen adresseren.

Gemeente Almere is van plan de uitbreiding van het Almeerderstrand, alsmede een binnendijkse zandleverantie, aan te besteden. Met de uitbreiding van het strand is onder andere meer ruimte als evenemententerrein beschikbaar. Onder meer de Libelle Zomerweek van 2019 staat gepland voor deze locatie. Het bestek schrijft hiervoor een stabiel strand per april 2019 voor. De totale zandleverantie ligt tussen de 500.000 en 550.000 m3. Het aanbrengen van circa 6.500 ton stortsteen is ook onderdeel van het werk. Een integraal projectteam, bestaande uit de disciplines vergunningen, waterbouw, hydrodynamica en morfologie, ontwerp en bestek en begroten, heeft bijgedragen aan de aanbestedingsbegeleiding en het opstellen van het bestek met het bijbehorende ontwerp. + hilko.timmer@witteveenbos.com

Het succes van de training bleek toen, eenmaal aangeland bij de selectie van maatregelen voor de case study, enkele maatregelen op basis van de nieuwe inzichten direct als ‘niet effectief’ terzijde werden geschoven, terwijl inzet van deze maatregelen al lange tijd was voorzien. + guus.kruitwagen@witteveenbos.com

INHIBITOREN IN GEOTHERMIEBRONNEN

Eén van de onlangs uitgewerkte ideeën maakt slim gebruik van het op verschillende drukniveaus produceren van stoom. Door het invoegen van drie simpele vaten binnen het huidige stoomsysteem wordt stoom en condensaat efficiënter gebruikt. Daarmee zal jaarlijks meer dan een miljoen kubieke meter gas bespaard worden; dat staat gelijk aan het gemiddeld verbruik van 600 gezinnen. Het schone water dat jaarlijks bespaard gaat worden is voldoende om ongeveer tien zwembaden mee te vullen. Binnen dit soort trajecten volgen we onze duurzame ontwerpprincipes, gebaseerd op de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Realisatie van dit soort besparingsprojecten helpt ons duurzaamheid daadwerkelijk vorm te geven, en levert onze opdrachtgevers zowel financiële als maatschappelijke baten op.

In de geothermiepraktijk worden inhibitoren (stoffen die een chemische reactie afremmen) in lage dosering gebruikt om corrosie, afzetting van (metaal)zouten en biologische vervuiling tegen te gaan. Daarmee wordt de integriteit en levensduur van de installatie en de capaciteit van de bron op peil gehouden. In opdracht van Kennisagenda Aardwarmte voert Witteveen+Bos een onderzoek uit naar deze inhibitoren, waarbij DAGO (Dutch Association Geothermal Operators) praktijkdata en ervaringen levert. Het onderzoek is tweeledig: meer kennis vergaren over de werking van de inhibitoren en daarnaast onderzoeken wat de milieu-impact van de gebruikte inhibitoren kan zijn. Daartoe wordt een inventarisatie gemaakt van de gebruikte inhibitoren, het werkingsmechanisme en manieren van toepassing. Ook wordt bepaald waar en met welke maximale hoeveelheid de inhibitoren in het milieu terecht kunnen komen en wat de mogelijke impact op het milieu is. Aanvullend wordt gekeken of er meer milieuvriendelijke alternatieven zijn om de levensduur van de installatie te waarborgen en de capaciteit van de bron op peil te houden. Het onderzoek moet resulteren in aanbevelingen voor selectie, toepassing en monitoring van inhibitoren in de geothermiepraktijk.

+ hans.smit@witteveenbos.com

+ fenna.van.de.watering@witteveenbos.com

Forse energiereductie bij DuPont In het kader van de Meerjarenafspraak Energie-efficiëntie (MEE) is DuPont volop bezig besparingen te realiseren binnen de productielocatie in Dordrecht. Witteveen+Bos denkt mee, komt met ideeën, rekent deze door en toetst ze op haalbaarheid en aan de criteria die gesteld worden vanuit de MEE.

Witteveen+Bos Nieuws maart 2018


JAAP VAN DER GRAAFPRIJS UITGEREIKT Op vrijdag 12 januari 2018 is tijdens de 70e Vakantiecursus van de afdeling Watermanagement van de TU Delft de Jaap van der Graaf-prijs uitgereikt aan Alexander Hendriks. De prijs wordt door een onafhankelijke jury toegekend aan een student of onderzoeker die in het voorgaande jaar het beste Engelstalige artikel over de stedelijke watercyclus schreef. Van de 28 inzendingen schreef Hendriks het winnende artikel, dat werd gepubliceerd in het blad Biotechnology Advances en is getiteld ‘Growth media in anaerobic fermentative processes: The underestimated potential of thermophilic fermentation and anaerobic digestion’. Beeld: TenneT

+ communicatie@witteveenbos.com

Grote vervangingsopgave op hoogspanningsstations TenneT INGENIEURSTEAM VOOR MEANDERENDE MAAS De dijk tussen Ravenstein en Lith wordt versterkt, de Maas krijgt meer ruimte en het gebied wordt ontwikkeld. Het project Meanderende Maas richt zich op beide zijden van de Maas, dus zowel in Brabant als Gelderland, tussen de A50 bij Ravenstein en de sluis bij Lith. Een combinatie van de ingenieursbureaus Witteveen+Bos, Tauw, Land-id en Bureau Drift onder de naam ‘Ingenieursteam Meanderende Maas’ is door het projectteam Meanderende Maas geselecteerd voor de ingenieursdiensten. Van 1 december 2017 tot eind 2019 verricht het ingenieursteam onderzoeken, reken- en tekenwerk voor het dijkversterkings-, rivierverruimings- en gebiedsontwikkelingsproject Meanderende Maas, verkenning Ravenstein-Lith. Het ingenieursteam verwerkt daarin ook ideeën en suggesties van bewoners, ondernemers, recreanten en andere betrokkenen. Dit kunnen suggesties zijn die bijdragen aan het versterken van de dijk tussen Ravenstein en Lith, of initiatieven die het gebied aantrekkelijker maken. Met de versterking van de 25 kilometer lange dijk tussen Ravenstein en Lith, in combinatie met verruiming van de Maas, worden in de toekomst zo’n 270.000 mensen beschermd tegen overstromingen. + berto.meeuwissen@witteveenbos.com

Een combinatie van Witteveen+Bos, Bilfinger Tebodin en Petersburg Consultants ondersteunt TenneT, verantwoordelijk voor de landelijke distributie van elektriciteit, bij een grote vervangingsopgave van assets op hoogspanningsstations. De combinatie kreeg de raamovereenkomst daartoe in maart 2018 gegund. Elektriciteitsnetwerken (grids) in West-Europa moeten worden vervangen. Decentrale opwekking als onderdeel van de energietransitie vraagt om andere, zwaardere netwerkconfiguraties voor hoogspanning. TenneT investeert de komende tien jaar ruim vijf miljard euro in deze vervanging. Voor een van de drie regio’s in Nederland, de regio Zuid, heeft TenneT gekozen voor de combinatie van de drie bureaus om dit te realiseren vanwege de hoge kwaliteit en ambities ten aanzien van veiligheid. De combinatie gaat bijdragen aan de standaardisatie en uniformering van processen en diverse risicobeoordelingen binnen TenneT. Het raamcontract voor de advies- en engineeringwerkzaamheden voor ‘Maintenance en Preservation’ is afgesloten voor een periode van twee jaar, met een optie van verlenging tot acht jaar.

TenneT is de Nederlandse Transmission System Operator (TSO) en beheerder van het landelijk hoogspanningsnet met een spanningsniveau vanaf 110 kV. Deze netten verbinden alle Nederlandse regionale netten en het Europese net met elkaar. Daarnaast bewaakt TenneT de betrouwbaarheid en continuïteit van de Nederlandse elektriciteitsvoorziening. Deze continuïteit moet gegarandeerd worden, terwijl de energietransitie veranderingen van het net vraagt, bijvoorbeeld door decentrale opwekking. Voor de regio Zuid gaat de combinatie van de drie bureaus engineeringspakketten uitwerken voor de preventieve en correctieve vervangingen van de verschillende assets op de hoogspanningsstations. Binnen deze engineeringspakketten voert de combinatie inspecties uit naar de huidige conditie, verricht ontwerpwerkzaamheden en schrijft bestekken, zodat de vervanging van de geselecteerde componenten veilig en goed kan worden uitgevoerd door een aannemer. De assets die vervangen worden betreffen primaire (transformatoren tot vermogensschakelaars), secundaire (aansturing tot telecommunicatiesystemen) en tertiaire componenten van een station. + egbert.teunissen@witteveenbos.com

Aanbesteding verbreding A9 Badhoevedorp - Holendrecht gestart Op 31 januari 2018 is de aanbesteding voor de verbreding van de A9 tussen Badhoevedorp en Holendrecht gestart. Dit project maakt deel uit van het weguitbreidingsprogramma Schiphol-Amsterdam-Almere, ter verbetering van de bereikbaarheid en leefbaarheid van de noordelijke Randstad. Medio 2019 wordt naar verwachting het contract gegund, uiterlijk in 2026 maken de eerste auto’s gebruik van de vernieuwde A9.

+ gerrit.bekkernens@witteveenbos.com

Beeld: Rijkswaterstaat

De A9 krijgt tussen de knooppunten Badhoevedorp en Holendrecht vier in plaats van drie rijstroken. Er worden op veel plaatsen nieuwe geluidschermen geplaatst en de weg krijgt stil asfalt. Ook wordt de A9 in Amstelveen over een lengte van 1,3 kilometer verdiept aangelegd, met drie overkappingen. De verdiepte ligging zorgt voor minder geluidoverlast en de overkappingen verbinden het noorden en zuiden van Amstelveen met elkaar.

overleggen met Rijkswaterstaat over onder meer de slimste technische aanpak, het beperken van verkeershinder tijdens de uitvoering, de belangrijkste risico’s en de kansen in het project. Alle aannemerscombinaties maken vervolgens een plan van aanpak over hoe zij denken de belangrijkste risico’s het beste te kunnen beheersen en projectspecifieke kansen te benutten. Witteveen+Bos geeft samen met Oxand invulling aan het Team Techniek van Rijkswaterstaat, voor alle technische ondersteuning tijdens de aanbesteding en de dialoogfase.

Het project wordt middels een DBFM-contract gerealiseerd, waarbij de aannemerscombinatie verantwoordelijk wordt voor zowel het ontwerp, de bouw, de financiering en het veertien jaar onderhouden van het tracé. De aanbesteding vindt plaats door middel van een concurrentiegerichte dialoog. Dit houdt in dat aannemers gedurende ongeveer een jaar intensief

Witteveen+Bos Nieuws maart 2017


Personalia WOUTER BIJMAN HOOFD SECTOR INFRASTRUCTUUR EN MOBILITEIT

Bestemmingsplan Oosterhorn vastgesteld Al sinds de jaren ‘80 werkt de gemeente Delfzijl aan een nieuw bestemmingsplan voor het industrieterrein Oosterhorn. Op 30 november 2017 werd het plan vastgesteld door de gemeenteraad. Witteveen+Bos heeft vanaf 2014 in dit traject een belangrijke rol gespeeld. Eerst als opsteller van het milieueffectrapport, waarbij het benodigde onderzoek samen met drie andere adviesbureaus is uitgevoerd, daarna voor het ondersteunen van de projectleiding, de milieueffectrapportage en het bestemmingsplan. Het plangebied van het bestemmingsplan is meer dan 1.000 hectare groot en biedt meer dan 400 hectare ruimte voor de nieuwvestiging van zware industrie, waaronder chemische industrie en achttien grote windturbines. Onder meer de combinatie van zware industrie met windturbines en de ligging van het industrieterrein dichtbij het Natura 2000-gebied Waddenzee, maken het plan zeer complex, zelfs controversieel. Om zeker te stellen dat de ontwikkelingen op Oosterhorn passen in het provinciale en regionale beleid, is nauw samengewerkt met de provincie Groningen. Hierbij is toegewerkt naar een goede balans tussen de economische belangen enerzijds en ecologische belangen en leefbaarheid anderzijds. In het bestemmingsplan zijn specifieke milieuregels opgenomen voor het voorkomen of beperken van onder meer geluidhinder, geurhinder en lichthinder. Daarmee kan het worden beschouwd als een voorloper van het toekomstige Omgevingsplan onder de nieuwe Omgevingswet. + peter.van.weelden@witteveenbos.com

Per 1 januari 2018 is Wouter Bijman hoofd van de sector Infrastructuur en mobiliteit (IM) binnen Witteveen+Bos. Wouter (TU Delft, Civiele Techniek) is in 2004 in dienst getreden bij Witteveen+Bos. Hij heeft gewerkt op ons kantoor in Belgrado (Servië), daarna in Atyrau (Kazachstan), was projectmanager voor de aanleg van de APMTcontainerterminal in Rotterdam en heeft sinds 2014 ons kantoor in Dubai opgezet en uitgebouwd. Met deze stap neemt Wouter het stokje over van René de Boer. René zal zich richten op strategische en operationele rollen in grote infraprojecten, waaronder het contractmanagement van de Scheldetunnel, onderdeel van de Oosterweelverbinding, een miljardenproject dat de komende jaren een sterk en geïntegreerd managementteam nodig heeft.

FRED DE BRUIJN PMC-LEIDER ITA De PMC International Technical Assistance (ITA) coördineert al onze internationale activiteiten waar International Financing Institutes (IFI’s) bij betrokken zijn, zoals de World Bank, Asian Development Bank, EuropeAid en African Development Bank. Projecten voor IFI’s vragen om specifieke kennis van aanbestedingsprocedures en vereisen een strikte risicobeheersing op het gebied van governance, compliance en budget. Vanaf 1 januari 2018 volgt Fred de Bruijn Rob van den Boomen op als PMC-leider van ITA. Fred heeft veel ervaring op het gebied van internationale projecten. Hij zal het management van de PMC ITA combineren met zijn huidige positie als PMC-leider Drinkwater, een PMC met aanzienlijke betrokkenheid bij projecten die door IFI’s gefinancierd worden. Rob van den Boomen zal vanaf begin 2018 werken op het Witteveen+Bos-kantoor in Jakarta.

Promotie op onderzoek naar publiek-private projecten Leonie Koops, PMC-leider Construction Management bij Witteveen+Bos, promoveerde onlangs aan de TU Delft op het onderzoek dat zij uitvoerde naar samenwerking in publiekprivate projecten.

Witte stranden en fris water voor Losari Beach KSO Ciputra Yasmin ontwikkelt in het Indonesische Makassar een landaanwinningsgebied van 150 hectare. Witteveen+Bos is sinds het voorlopig ontwerp bij het project betrokken en houdt momenteel toezicht op de bouwwerkzaamheden. De opdrachtgever wil aan de oostzijde van het reclamatiegebied een wit strandgebied realiseren. Doordat er lage stroomsnelheden en weinig golfslag op die plek zijn, is de verwachting dat veel fijn materiaal op Losari Beach zal sedimenteren. Daarnaast kan het sediment vanuit het Jongaya-kanaal leiden tot verdere vertroebeling, waardoor de waterkwaliteit en de kwaliteit van het strand afnemen. Om de waterkwaliteit in de baai te verbeteren, is een verhoging van de verversingspercentages (wateruitwisseling) en vermindering van de instroom van het vervuilde water uit het Jongaya-kanaal wenselijk. Het baggeren van een extra kanaal van 50 meter breed aan de zuidzijde van de landaanwinning en het omleiden van water van het Jongaya-kanaal naar het westelijke deel van het eiland worden voorgesteld als maatregel om de lokale waterkwaliteit te verbeteren. Met het Delft3D-model wordt de effectiviteit van de voorgestelde maatregelen geanalyseerd.

Het onderzoek is beschreven in het proefschrift ‘Creating public value. Optimizing cooperation between public and private partners in infrastructure projects’, en draagt bij aan betere samenwerking en effectievere inzet van partners in projecten. Het onderzoek richtte zich op de organisatorische kant van de samenwerking tussen publieke en private projectpartners. Op basis van de resultaten formuleerde Leonie de publieke waardeketen met specifieke primaire en ondersteunende activiteiten en negen aanbevelingen voor het organiseren van zowel de projectorganisatie als de moederorganisatie. In een expertsessie bevestigden zowel publieke als private projectdirecteuren de bruikbaarheid van deze uitkomsten voor de verbetering van projectprestaties. + leonie.koops@witteveenbos.com

DIGITALE NIEUWSBRIEF ONTVANGEN? Het Witteveen+Bos Nieuws is ook digitaal beschikbaar. U kunt zich hiervoor aanmelden via onze website www.witteveenbos.nl/nieuwsbrief. Wilt u uw abonnement op deze papieren editie opzeggen? Stuur dan een e-mail met uw naam en adres naar communicatie@witteveenbos.com.

Redactieadres Witteveen+Bos Nieuws

Postbus 233, 7400 AE Deventer, telefoon 0570 69 79 11

communicatie@witteveenbos.com, www.witteveenbos.com

De analyse laat zien dat het baggeren van een extra kanaal gunstig is voor de waterkwaliteit in Losari Beach Bay, omdat dit zal leiden tot een toename van de wateruitwisseling tussen de baai en de zee met 60 tot 80 %. De combinatie met rivierafleiding verhoogt de conditie aanzienlijk.

Het Witteveen+Bos Nieuws verschijnt drie keer per jaar.

+ dedi.waryono@witteveenbos.com

denkt dat uw materiaal zonder voorafgaande toestemming is gebruikt.

Jaargang 26, maart 2018

Wij hebben ons best gedaan om alle rechthebbenden van het

beeldmateriaal in deze uitgave te achterhalen. Laat het ons weten als u

Witteveen+Bos nieuws 107  
Witteveen+Bos nieuws 107