Page 1

Special

Integraal ontwerpen

Beter, sneller en goedkoper Als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen worden de projecten waaraan wij werken steeds groter en complexer. Dit vereist een transitie van een traditionele, lineaire en monofunctionele ontwerpaanpak naar een integrale, cyclische en multifunctionele ontwerpaanpak. Deze transitie is ingrijpend en volop gaande. In deze special gaan we hier nader op in. Bij integraal ontwerpen staat samenwerking tussen verschillende vakspecialisten, opdrachtgever(s), bestuurders en omgevingspartijen centraal. Dit gaat niet vanzelf: het stelt eisen aan de mensen, aan de projectorganisatie en aan het ontwerpinstrumentarium. Elk van deze aspecten is volop in ontwikkeling. Learning by doing Om ons optimaal te bekwamen zijn we in 2013 een jaarlijkse training integraal ontwerpen gestart: groepen Witteveen+Bosmedewerkers werken aan integrale ontwerpopgaven, daarbij begeleid door diverse vakspecialisten en opdrachtgevers. Daarnaast geldt dat elk project dat we uitvoeren een leerervaring is die we gebruiken om ons ontwerpproces verder te verbeteren: learning by doing.

Ontwerpproces, samenwerking en kennisdeling Deze special start met een uiteenzetting over de betekenis van integraal ontwerpen en wat de verschillen zijn met het traditionele ontwerpproces. Ieder ontwerpproces verloopt iteratief. Wij maken dat expliciet door met integrale ontwerploops te werken. Ons ontwerpproces is multifunctioneel en beslaat de gehele levensduur tot en met sloop of hergebruik. Aan de hand van projectvoorbeelden en interviews worden diverse aspecten nader belicht. In de interviews worden drie thema’s uitgediept: ontwerpproces, samenwerking en kennisdeling. In de beschrijvingen van onze projecten gaan we nader in op de praktijk. Projectvoorbeelden In het artikel over de Afsluitdijk wordt de werkwijze met een projectspecifiek afwegingskader toegelicht. Het artikel over de Beatrixsluis benadrukt het belang van stakeholders, het vroeg zichtbaar maken van risico’s en duidelijke projectdoelstellingen. GreenInfra4Beira is een goed voorbeeld van het integreren van duurzaamheid door middel van natuurinclusief ontwerpen. Bij de sanering van meren in Azerbeidzjan blijkt dat hogere investering in de ontwerptijd leidt tot een kortere uitvoeringsfase, kostenefficiënte gebruiksfase en minder faalkosten.

Eenduidige communicatie Het cyclisch ontwerpen met ontwerploops komt aan bod in de beschrijving van het project verdieping A9 bij Amstelveen. In dit artikel is ook de rode draad voor de gehele special terug te vinden: communicatie. Deze moet expliciet en eenduidig zijn. Dat blijkt ook bij het complexe project hoogwatergeul VeessenWapenveld. BIM is een belangrijk middel voor optimale communicatie. Deze tool zorgt ervoor dat alle partijen op ieder moment overzicht hebben op alle onderdelen van het project. Voordelen De voordelen van integraal ontwerpen zijn groot. De gehele levenscyclus wordt duurzaam en multifunctioneel beschouwd. Kennisdeling verhoogt de kans op vernieuwing. De uitvoeringsfase verloopt sneller. De kans op faalkosten neemt aanzienlijk af. De kosten worden geminimaliseerd en de baten gemaximaliseerd. Risico’s worden expliciet behandeld en besluitvormingsprocedures worden in samenhang gepland. Kortom voor Witteveen+Bos voldoende redenen om, samen met opdrachtgevers, partners en kennisinstellingen, volop energie te blijven steken in een succesvolle transitie van traditioneel naar integraal en duurzaam ontwerpen.


integratie van abstracties

functie

domein integraal ontwerpen

structuur

vorm

traditioneel domein

ontwerpen

maken

gebruiken

afdanken integratie van functies

techniek informatietechnologie integratie van disciplines

Integraal ontwerpen

DRIE ONTWERPLOOPS

De benadering van Witteveen+Bos Een traditioneel ontwerpproces verloopt doorgaans lineair, waarbij ontwerp en effectenstudie achter elkaar en door verschillende specialisten worden uitgevoerd. Het gevolg hiervan is dat pas in een laat stadium van het project negatieve effecten, zoals te hoge kosten of te grote omgevingseffecten, zichtbaar worden. Als er dan op basis van de resultaten van de effectenstudie nog aanpassingen aan het ontwerp moeten worden gedaan, ontstaan er budgetoverschrijding, uitloop van de planning en suboptimale ontwerpoplossingen. Omdat onze opdrachten steeds groter en complexer worden, zijn de financiële risico’s die hiermee gepaard gaan ook groter. Door schade en schande wijs geworden, hebben wij een nieuwe ontwerpmethode ontwikkeld die wij meer en meer toepassen in onze projecten. In dit artikel schetsen wij de belangrijkste contouren van onze methodiek van integraal ontwerpen. Nevenstaande figuren illustreren de theoretische basis van onze ontwerpmethodiek. In de eerste figuur staan in het assenkruis het traditionele ontwerpdomein en het domein van integraal ontwerpen aangegeven. Waar traditioneel ontwerpen zich vooral richtte op vorm en structuur, de bouwfase en de techniek, richt integraal ontwerpen zich ook op functievervulling en op de totale levensduur van een object, inclusief hergebruik en sloop. Bij integraal ontwerpen worden alle disciplines meegenomen, niet alleen technisch, maar ook juridisch, bestuurlijk, sociaal, planologisch, financieel, en in interactie met de projectomgeving. In onze benadering gaan we niet meer uit van een lineair ontwerpproces, maar van een iteratief, cyclisch ontwerpproces. In het plan van aanpak van een ontwerpopdracht definiëren en plannen wij expliciet meerdere ontwerploops binnen de gegeven looptijd van de opdracht.

Zoals in de tweede figuur is aangegeven, onderscheiden wij in een ontwerploop vijf werkstappen: 1. probleemanalyse, 2. systeemanalyse, 3. functioneel ontwerp, 4. technisch ontwerp, 5. effectenstudie en afweging. De resultaten van iedere ontwerploop worden vastgelegd in een tussenrapportage, ook wel baseline genoemd, bestaande uit een ontwerpnota met tekeningen en toelichting en een effectenrapport met inschatting van de kosten en omgevingseffecten. Deze baselinerapporten gebruiken wij om de opdrachtgever belangrijke keuzen voor te leggen en om een dialoog met omgevingspartijen aan te gaan. Het resultaat van deze dialoog gebruiken wij weer als input voor de volgende ontwerploop. Het is onze ervaring dat voor de meeste van onze ontwerpopdrachten drie formele ontwerploops volstaan. In welke mate integraal ontwerpen kan worden toegepast is afhankelijk van de opdracht die wij binnen het totale project van de opdrachtgever krijgen en de fase waarin het project zich bevindt. Zo zullen de projecten waarin we alle aspecten van integraal ontwerpen mogen toepassen nog zeldzaam zijn. Echter, in ieder project zijn er altijd wel een paar onderdelen die toegepast kunnen worden. Ieder project is maatwerk, dat geldt voor het implementeren van het gedachtegoed van integraal ontwerpen, de samenstelling van het projectteam en de planning van het ontwerpproces.

BIM volop in ontwikkeling

Alle ontwerpaspecten zichtbaar voor alle betrokkenen BIM staat voor Building Information Model. Alle relevante informatie van een project wordt in dit 3D-model geïntegreerd. De voordelen van BIM sluiten naadloos aan bij de doelstellingen van het integraal ontwerpen. Door BIM verloopt dit proces efficiënter, is heldere communicatie met alle stakeholders mogelijk en hebben alle partijen op ieder moment overzicht op alle onderdelen van het project. Dit komt ten goede aan aspecten als tijd, kosten, nauwkeurigheid en efficiëntie. BIM-specialist Maarten Veerman: ‘Wij zijn in staat met een hoge mate van automatisering bouwinformatie te analyseren, data te combineren en te valideren. We gebruiken BIM echter niet alleen voor 3D-ontwerpen, maar gaan verder dan wat met de bestaande software mogelijk is. Het is een uitdaging om zo de kwaliteit van onze projecten op een hoger niveau te brengen. Zo hebben we viewers ontwikkeld om 3D-data heel makkelijk te visualiseren en te updaten en daardoor conflicterende aspecten veel eerder boven tafel en daarmee bespreekbaar te krijgen.’ Volgens Veerman bestaat circa dertig procent van de project-input uit geometrische data, de overige informatie komt bijvoorbeeld uit Word- en pdf-bestanden. ‘Deze gegevens zijn ongelofelijk belangrijk voor de datakwaliteit van onze projecten. Daarom koppelen we deze

Witteveen+Bos Special januari 2016

bedrijfskunde

informatie steeds meer aan de modellen. Dit lukt al voor een groot deel, zeker op het gebied van planning en kosten. Ook wordt er steeds meer gebruikgemaakt van parametrische modellen, die met name in de initiatieffase enorme meerwaarde hebben en tijdwinst opleveren. Voor de Afsluitdijk hebben we een groot aantal varianten van dijkdoorsnedes doorgerekend. Als je dat parametriseert kun je dat in een aantal dagen in plaats van een aantal weken doen.’ Witteveen+Bos wil de BIM-beleving ook dichterbij de eindgebruikers brengen. Om de gebruikerservaring te peilen hebben we de rijsimulator ontwikkeld, een koppeling tussen rekensoftware en verkeerssituaties. Hiermee krijgen we een beter beeld van de veiligheid en gebruiksvriendelijkheid van wegen. Dit soort simulaties die met een 3D-bril bijna werkelijkheid worden, zijn ook mogelijk voor gebouwen en andere objecten. Door in de huid van de gebruiker te kruipen, komen onvolkomenheden veel eerder aan het licht. BIM: een vakgebied volop in ontwikkeling, dat blijkt uit de doelen die Witteveen+Bos zich op dit gebied heeft gesteld. Met de optimalisatie van Concurrent Design Automation en Document Management, het visualiseren van Relatics en de uitrol van BimXtra wordt integraal ontwerpen steeds mooier, efficiënter, gebruiksvriendelijker en zichtbaar voor alle betrokkenen.

• • •

Loop 1 richt zich op het identificeren van de grote dilemma’s en risico’s in de ontwerpopgave. In deze loop beantwoorden wij de vraag: doen we het goede? Loop 2 richt zich op het uitwerken van de ontwerpdilemma’s en het uitwerken van de rapportages tot het gewenste detailniveau. In deze ontwerploop beantwoorden wij de vraag: Doen we het goed? Loop 3 richt zich op het uitwerken van de details en het definitief maken van de op te leveren producten: puntjes op de i zetten.

loops

5. afweging

grof 1

1. probleemanalyse

2 3 fijn 2. systeemanalyse

4. technisch ontwerp

3. functioneel ontwerp

BELANGRIJKE KENMERKEN INTEGRAAL ONTWERPEN • • • • • • •

Alle disciplines worden vanaf ontwerploop 1 betrokken. Zo worden de kosten in ontwerploop 1 geraamd en in de volgende ontwerploops verder aangescherpt. Wij passen daarbij Value Engineering toe voor kostenminimalisatie en batenmaximalisatie. Ook maken wij op basis van expert judgement in de eerste ontwerploop al inschattingen van de omgevingseffecten, zodat wij in volgende ontwerploops het ontwerp kunnen aanpassen. Het ontwerpproces verloopt van grof in de eerste ontwerp- loop naar fijn in de laatste ontwerploop en is systematisch, met gebruikmaking van de methoden en technieken van Systems Engineering, zoals de Klanteisenspecificatie (KES) en Systeemeisenspecificatie (SES) vastgelegd in een Relatics database. Integraal ontwerpen behandelt de risico’s expliciet, bijvoorbeeld met de RISMAN-methode. Het werken in meerdere ontwerploops helpt om de risico’s te beheersen. Al vroeg in het project in ontwerploop 1 hebben wij de grote risico’s en ontwerpdilemma’s in beeld, zodat er nog tijd genoeg is om bij te sturen, het ontwerp aan te passen en aanvullende risicobeheersingsmaatregelen te nemen. Een ontwerpproces leidt tot een ontwerp waarover een formeel besluit genomen moet worden door de opdrachtgever en het bevoegd gezag. Wij maken een integrale besluitenplanning, waarin inhoud, omgevingsproces en besluitvormingsprocedure in samenhang worden gepland. Omdat meerdere disciplines aan het ontwerp werken is goede vastlegging en versiebeheer van het ontwerp in een informatiesysteem, zoals BIM en GIS, essentieel. Duurzaamheid is onderdeel van integraal ontwerpen. Wij geven inhoud aan duurzaamheid door de toepassing van de methoden en technieken van DuurzaamGWW en de toepassing van zes duurzame ontwerpprincipes die wij binnen Witteveen+Bos hebben ontwikkeld. Een integraal ontwerpproces ontstaat niet vanzelf. Integraliteit moet je organiseren en is voor iedere opdracht maatwerk.


Ruimte en duidelijkheid in het proces Procesinnovatie met afgebakende ontwerpcycli en gedegen risicomanagement

De Prinses Beatrixsluis in het Lekkanaal bij Nieuwegein is de grootste monumentale binnenvaartsluis van Nederland. Jaarlijks passeren ongeveer 50.000 schepen. De sluis met twee kolken is een knelpunt door de toename van het vaarverkeer en de schaalvergroting in de binnenvaart. Om de doorstroming te verbeteren wordt het Lekkanaal verbreed en komt er een derde sluiskolk. Een belangrijke bottleneck in de vaarweg Amsterdam-Rotterdam-Antwerpen wordt hiermee weggenomen. In 2012 was de aanbesteding van de planstudie voor de derde kolk. Voor Rijkswaterstaat een pilotproject Best Value Procurement (BVP). Witteveen+Bos won de aanbesteding. Als vervolg op de planstudie is het Tracébesluit in 2014 vastgesteld. Rijkswaterstaat heeft onlangs de voorlopige gunning bekendgemaakt. De bouw begint eind 2016 en in 2019 wordt de oplevering verwacht. In het kader van BVP en integraal ontwerpen kijken Leon Wijnker, Technisch manager van Rijkswaterstaat en Robert de Heij, Technisch manager van Witteveen+Bos terug op de samenwerking. Drive en betrokkenheid Leon Wijnker: ‘Bij Best Value-projecten is de opdrachtnemer ‘in the lead’. Aanbieders krijgen zo de kans om hun expertise maximaal te laten zien. In dit project betekende het dat Witteveen+Bos-adviseurs hun eigen aanpak konden kiezen. Uiteraard wel binnen de heldere doelstellingen van de aanbesteding. Dat betekent een andere soort van samenwerking. Mede door de drive en betrokkenheid van beide teams is dat bijzonder goed gegaan. We hebben duidelijk gecommuniceerd, kritisch meegekeken en zorgpunten tijdig gedeeld. En ja, soms dachten we: gaat dit goed? Zo heeft het werken met drie ontwerpcycli mij verrast. Ik verwachtte een ontwerptraject volgens het V-model van systems engineering. Ook zag ik risico’s in de ontwerpmethode van Witteveen+Bos, maar het tegenovergestelde bleek. Omdat het drie duidelijk afgebakende ontwerploops waren hadden we alles veel strakker in de hand. Dat kwam ten goede aan de snelheid van het planproces.’

Procesinnovatie ‘Met deze eerste BVP in de natte infrastructuur kunnen we spreken van procesinnovatie’, aldus De Heij. ‘Door de specifieke projectaanpak werden risico’s vroeg zichtbaar en konden we tegemoetkomen aan de verschillende informatiebehoeftes voor het opstellen van het Tracébesluit en de benodigde diepgang voor de op te stellen documenten voor de overige doelstellingen. Zo waren we in staat om alle projectdoelstellingen te halen binnen de gestelde tijd. Deze procesinnovatie hebben we vervolgens ook in andere projecten succesvol toegepast.’ Ontwerpruimte ‘Een belangrijk kenmerk van integraal ontwerpen is het verder kijken dan de fase waarin je je bevindt. Goed integraal ontwerpen heeft er onder meer toe geleid dat het Tracébesluit voldoende ruimte biedt voor de nadere uitwerking in de volgende fase, de realisatie’, vervolgt Wijnker. ‘Vaak blijft er door een dichtgetimmerde planstudie weinig ontwerpruimte over. Dat is funest voor het proces daarna. Met integraal ontwerpen ondervangen we dit. Dat is een groot voordeel in de realisatiefase.’ Klanteisenspecificatie Robert de Heij: ‘Integraal ontwerpen kenmerkt zich ook door zoveel mogelijk stakeholders te betrekken bij de startfase. Dat kost op dat moment misschien meer tijd, maar dat kan terugverdiend worden in de realisatiefase. De kans op faalkosten neemt af evenals de kans op vertraging door onvoorziene omstandigheden. Belangrijk daarbij is het omgevingsmanagement dat we niet hebben benaderd als risicomanagement, maar als een proces om draagvlak te maximaliseren. Rijkswaterstaat had hier al goed voorwerk in gedaan met strategisch omgevingsmanagement. Ik zie het als zoeken naar een goede balans tussen de projectdoelstellingen van RWS en doelstellingen van stakeholders.’ Leon Wijnker: ‘Het proces van klanteisenspecificatie (KES) speelde een cruciale rol. De interactie met alle stakeholders was een intensief en tijdrovend proces. Er was eerst zorg over de aansluiting bij het cyclisch ontwerpproces. Achteraf bleek dat we voldoende tools hadden en het team van

Witteveen+Bos is goed in dit proces. Dat blijkt ook uit het relatief kleine aantal van tweeëntwintig zienswijzen en slechts één beroep. KES is geen kant-en-klaar pakket dat je aftikt met een strik erom en ook geen eenrichtingsverkeer, maar betekent begrip voor elkaars inzichten en regelmatige communicatie. Dan zie je dat het KES-proces heel goed past in strategisch omgevingsmanagement met de focus op de relatie met en de belangen van de stakeholders. Tijdens het planstudieproces en daarna werd nog veel informatie en daarmee voortschrijdend inzicht opgehaald, zodat we nog veel verdiepingsslagen konden maken. Dat betaalt zich terug in de contractvoorbereiding en realisatie.’

Vruchten plukken Gevraagd naar een definitie van integraal ontwerpen antwoordt Leon Wijnker: ‘De term integraal ontwerpen is een lastige. Volgens mij zijn we nog niet bij het punt van het optimale proces, het hangt met ontzettend veel factoren samen en ook met het soort project. Ieder project heeft zijn eigen dynamiek. Belangrijk is een optimum te vinden tussen duidelijke projectdoelstellingen en voldoende ruimte voor de opdrachtnemer. Zowel ruimte voor de inrichting van het proces, als ruimte voor de inhoudelijke invulling. Dat is de uitdaging. Het continu in gesprek blijven met je omgeving is daarbij in ieder geval een voorwaarde. Als je alleen maar stuurt op de opdracht om een Tracébesluit erdoor te krijgen, als dat je succes bepaalt, krijg je in latere fases grote problemen. Dat is in dit project niet gebeurd en daar plukken we nu de vruchten van. Verder valt en staat alles bij de juiste mensen, die elkaar begrijpen en vertrouwen en op een goede manier communiceren. Dat klinkt als een redelijk ongrijpbaar iets, maar is uitermate belangrijk. Ook hier het optimum in vinden, is voor veel ingenieurs een mooie uitdaging.’

Witteveen+Bos Special januari 2016


Afsluitdijk: icoonproject integrale ontwerpopgave Ontwerpraakvlakken, consistentie en projectspecifiek afwegingskader Een goed voorbeeld van een bijzondere integrale ontwerpopgave is het project Planstudie Afsluitdijk. Witteveen+Bos werkte samen met Rijkswaterstaat vanaf eind 2012 tot medio 2015 aan deze studie. In mei 2015 werd het Ontwerp-Rijksinpassingsplan (RIP) ondertekend. Een mijlpaal na onze jarenlange inzet op het gebied van ontwerp, effectenstudie, omgevingsmanagement en contractvoorbereiding. Waterveiligheid en waterafvoer vormen de uitgangspunten voor de aanpassingen aan de Afsluitdijk. De spui- en schutsluizen worden versterkt en de dijk wordt over de gehele lengte overslagbestendig. Verder komen er pompen in de spuisluizen, waardoor de afvoercapaciteit aanzienlijk wordt vergroot. Bij de totstandkoming van de planstudie stonden naast veiligheid en waterbeheer ook energie, economie en natuur centraal. Het uitgangspunt was een optimaal integraal ontwerp, waarbij het belangrijk is om onderscheid te maken tussen raakvlakken en

de integrale ontwerpafweging. De definitie wil per discipline nog wel eens verschillen. Raakvlakken dienen op verschillende abstractieniveaus te worden afgestemd en beheerst. Voor de diverse ontwerpdisciplines en voor het contract is het van belang dat de fysieke raakvlakken goed op elkaar aansluiten. Dat geldt voor de interne raakvlakken: de weg moet aansluiten op de brug en voor de externe raakvlakken: de constructie moet aansluiten op de omgeving. De besluitvormingsproducten zoals MER, RIP en omgevingsvergunning inclusief milieuonderzoek - dienen op elkaar en op het ontwerp afgestemd te zijn. Dit betekent dat diverse werkpakketten op elkaar moeten aansluiten en consistent met elkaar moeten zijn. ‘Door bij de start van het project de ontwerpraakvlakken en de consistentie te benoemen en vast te leggen in werkpakketformulieren konden we deze werkwijze beheersen’, verduidelijkt Witteveen+Bos’er Eric Holtrop. ‘Zo waren de projectmedewerkers zich vooraf bewust van de context waarin ze werkten

en van de impact van wijzigingen op andere disciplines. De afstemming en bewaking vond plaats tijdens het weekly-standoverleg met alle disciplines. Het meest uitdagend waren de integrale ontwerpafwegingen, het inzichtelijk maken van alle relevante aspecten zodat gefundeerde besluitvorming kan plaatsvinden. Hierbij gebruikten we een projectspecifiek afwegingskader, waarbij elementen zoals uitvoerbaarheid, draagvlak en levenscycluskosten aan bod komen. Dit is onder meer gedaan voor de besluitvorming rond de versterking van de schutsluis bij Kornwerderzand met drie opties: de bestaande sluis versterken, een keersluis maken voor de bestaande sluis of de bouw van een keersluis aan de Waddenzeekant. Een ander voorbeeld is het dijkprofiel. Hier is bij de afweging succesvol gewerkt in een workshop met relevante disciplines en waren aspecten als waterveiligheid, vormgeving, juridisch kader en Natura 2000-gebied belangrijk bij de effectieve afweging en besluitvorming.’

SLUISKILTUNNEL VEILIG, OP TIJD EN BINNEN BUDGET Op 19 mei 2015 is de Sluiskiltunnel onder het kanaal Gent-Terneuzen officieel geopend. Een ontwikkelingsperiode van veertien jaar werd daarmee met succes afgerond. Eindelijk kwam er een einde aan een ernstig verkeersknelpunt in Zeeland. De brug over het kanaal stond gemiddeld 23 keer oftewel 5 uur per dag open. Lange wachttijden en ongewenst sluipverkeer waren het gevolg. Ook voor Witteveen+Bos betekende de opening van deze 1.300 meter lange, geboorde tunnel het einde van een bijzondere periode. Gedurende lange tijd zijn wij als adviseur van BV Kanaalkruising Sluiskil bij het tunnelproject betrokken geweest. Onze inschakeling kwam voort uit onze expertise op het gebied van onder meer boortunnels, geotechniek, systems engineering en (verkeers)technische installaties. De integrale ontwerpmethode leidde tot slimme oplossingen en optimalisaties.

Kust op Kracht

Begin 2010 heeft Witteveen+Bos de vraagspecificatie opgeleverd. Tijdens de aanbestedingsfase beoordeelden wij de verschillende ontwerpen en beantwoordden de vragen van aannemers in de dialoogronde. Vanwege de complexiteit van het project bleven wij de opdrachtgever ook na de aanbesteding adviseren en ondersteunen, zowel op het technische vlak en bij de uitvoeringsbegeleiding als op het gebied van projectmanagement. Na vier jaar bouwen en ruim vijf weken eerder dan gepland, is de tunnel binnen het vastgestelde budget opgeleverd. Dit prima resultaat is mede te danken aan de goede samenwerking tussen alle betrokken partijen en met name de opdrachtgever BV KSS en de aannemer BAM-TBI. Zo konden de ondergrondse Zeeuwse verrassingen tijdens de aanleg van de toeritten en het boren van de tunnel veilig en tijdig worden overwonnen.

Optimaal ontwerp door succesvolle samenwerking

Een belangrijk onderdeel van het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma is de versterking van tien zwakke schakels langs de Nederlandse kust. Een van de laatste zwakke schakels was de Hondsbossche en Pettemer zeewering bij Camperduin. Eind 2013 werd het contract getekend voor de uitvoering van de versterking. Sindsdien is door de combinatie Van Oord-Boskalis hard gewerkt aan de vooroever en de aanleg van duinen en strand. Het project werd in maart 2015 afgerond. Ruim 35 miljoen m3 zand is door sleephopperzuigers aangevoerd. Kust op Kracht, de naam van dit project, levert een nieuw stuk Nederland op met een breed strand en een glooiende duinenrij. Witteveen+Bos heeft Van Oord-Boskalis ondersteund tijdens de intensieve aanbiedingsfase. Hierbij speelde - naast de verbetering van de veiligheid - versterking van de ruimtelijke kwaliteit een minstens zo belangrijke rol.

Witteveen+Bos Special januari 2016

Tijdens het ontwerpproces is daarom - naast de techniek - ook veel aandacht besteed aan aspecten als recreatie en ecologie. Samenwerking tussen experts van verschillende disciplines was daarvoor essentieel. Witteveen+Bos heeft kennis ingebracht op het gebied van systems engineering, kustveiligheid, geotechniek, geohydrologie, vergunningen en natuur. Samen met de experts van Van Oord en Boskalis, Altenburg & Wymenga, ARK Natuurontwikkeling, Svašek Hydraulics, West 8, Shore Monitoring & Research en Deltares is een robuust en uniek ontwerp ontwikkeld met veel aandacht voor de natuur en de wensen van recreanten en overige belanghebbenden. Dit project is een voorbeeld van succesvolle samenwerking tussen meerdere disciplines met als doel een optimaal ontwerp op het gebied van prijs, kwaliteit en uitvoerbaarheid. Dat dit doel is bereikt, blijkt uit het feit dat een mooi stuk nieuwe kust binnen budget en een half jaar eerder dan gepland is opgeleverd.


Open houding, communicatie en klikfactor Blijf niet in de klassieke rolverdeling zitten, maar zoek eerder het randje op van proven technology

Maarten Veerman van Witteveen+Bos sprak met Reinald Top en Bas Symons van Zwarts & Jansma Architecten (ZJA) over hun ervaringen met en ideeën over integraal ontwerpen. Of, zoals zij zelf zeggen integraal samenwerken: ‘Want het gaat niet alleen om de ontwerpkracht maar ook om de proceskracht’. ZJA, gespecialiseerd in architectuur van infrastructuur en sport- en leisureprojecten, werkt regelmatig samen met Witteveen+Bos. Voorbeelden zijn de herinrichting van het Catharina Amalia Park in Apeldoorn met bijbehorende ondergrondse parkeergarage en de verbouw en nieuwbouw van de lijnwerkplaats GVB in Diemen. De bureaus werk(t)en ook samen bij het Jaarbeursplein in Utrecht, de Verlengde Waalbrug bij Nijmegen en de Oosterweelverbinding in Antwerpen. Ook verder over de grenzen wordt gekeken hoe samenwerking tot meerwaarde kan leiden. In Singapore en Dubai, waar Witteveen+Bos onlangs nieuwe kantoren opende, onderzoeken de bureaus de mogelijkheden om samen op te trekken. Terugdringen faalkosten Volgens Symons en Top speelt er een aantal ontwikkelingen waardoor integraal ontwerpen steeds meer wordt toegepast. ‘Met name bij infrastructuurprojecten is de samenwerking al vergevorderd. Je ziet nu vooral een verdiepingsslag bij utiliteitsbouw. Dat heeft mede te maken met de contractvormen en opdrachtformulering. Maar een belangrijke factor is ook het terugdringen van de faalkosten. Je merkt dat in de bouwwereld het besef komt dat je dat met integraal samenwerken kunt bereiken. Er valt nog veel te winnen als je weet dat er nu standaard rekening wordt gehouden met tien procent faalkosten.’ Minder bouwfouten in de uitvoeringsfase Integraal ontwerpen kenmerkt zich onder meer door een optimale afstemming en wisselwerking tussen alle betrokken partijen in met name de beginfase van een project. Door integratie van disciplines en ontschotten van functies wordt het doel van een geïntegreerd ontwerp haalbaar.

Dit proces vraagt in de ontwerpfase veel tijd en energie, veel creativiteit en communicatieve vaardigheden, maar als het goed is, betaalt dat zich terug in een soepelere uitvoeringsfase met minder bouwfouten en een kostenefficiëntere gebruiks- en onderhoudsfase. Leren van oplossingen Maarten Veerman: ‘Integraal ontwerpen is een speerpunt voor ons bureau. Dat vullen we onder meer in met interne cursussen, een community of practice, het inzetten van tools en kennisdeling. Het blijft een feit dat er nog veel te leren valt over de toepassing in de praktijk en de verbetering van de wisselwerking tussen disciplines’. Top: ‘Voor architecten is het veel meer een vanzelfsprekend proces. Wij kunnen heel makkelijk abstract denken, heel snel iets versimpelen zonder alle complexe bijzaken erbij te willen laten zien. Ingenieurs willen over het algemeen zo concreet mogelijk alles weten. Dat contrast komen we vaak tegen, maar is niet generaliserend bedoeld. Het is ook erg persoonsafhankelijk. Over het algemeen vinden wij dat Witteveen+Bos zeker geen behoudende partij is, maar een die innovatief is ingesteld en oplossingen ziet als leermiddel om met z’n allen verder te komen.’ Rode draad is communicatieklik ‘Een goed voorbeeld is de GVB te Diemen, waar architectuur en techniek optimaal zijn verwerkt. We hebben daar samen met Witteveen+Bos mooie oplossingen gevonden, waarbij alle installatieruimtes achter de lichtstraat zijn verwerkt’, aldus Bas Symons. ‘Wij willen op het randje van proven technology zitten, en soms erover, en werken graag samen met partijen die daar ook voor kiezen. Dan moet je een open houding hebben, wijzer worden van elkaar en elkaar verrassen. Met sommige mensen kun je die stappen veel sneller maken. Dat is de rode draad, de communicatie en de klik tussen mensen.’ Irritatie en onbegrip Door het prioriteren van het gemeenschappelijk belang zoeken opdrachtgevers steeds meer de alliantievorming op. Volgens Reinald Top is in dat proces nog een belangrijke stap te zetten. Het komt volgens hem nog vaak voor dat opdrachtgever en opdrachtnemer elkaars tegenpolen zijn. ‘Dat kost veel procestijd, vaak met irritaties en onbegrip, meer- en minderwerk. Soms zie je dat de opdrachtgever deel uitmaakt van het bouwteam, maar dan toch nog in de ouderwetse, controlerende rol vervalt, terwijl het zo moet zijn dat alle teampartners in een projectalliantie zitten waar alle neuzen in dezelfde richting wijzen.’

BIM, Revit, Box Symons: ‘Het helpt wel om tools te gebruiken die het samenwerkingsproces versterken, zoals BIM, 3D-modellering en filesharing programma’s. Met deze tools wordt het proces transparanter en toegankelijker, is er een platform voor open communicatie en kunnen partners veel makkelijker een bijdrage leveren’. Top: ‘Bij ontwerptracébesluiten zetten we de tekeningen vaak even in een 3D-ontwerp. Zo ontstaat meer ruimtelijk inzicht, waardoor betere oplossingen eerder naar boven komen. Het is ook een goed middel in de communicatie naar de stakeholders. Met een model zijn alle aspecten veel makkelijker uit te leggen en worden de voordelen van samenwerking in een vroeg stadium duidelijk zichtbaar.’ Duurzame relatie Symons, Top en Veerman zijn het er over eens: een beter ontwerp door integrale samenwerking komt ten goede aan functionaliteit, flexibiliteit, vernieuwing en (kosten)efficiency. Daarbij is de samenstelling van het team van essentieel belang: als de klikfactor ontbreekt wordt het een lange weg. Eenmaal een succesvol team, zullen de leden elkaar ook in de toekomst eerder opzoeken om aan nieuwe projecten te werken. Daarbij hanteren ZJA en Witteveen+Bos niet het credo ‘hit and run’ maar richten zij zich op duurzame relaties die naar de belangen op lange termijn kijken.

Witteveen+Bos Special januari 2016


BAANBREKERS IN DE BOUW In Nederland zijn er circa 350 Baanbrekers. Zij hebben de leergang Baanbrekers in de Bouw gevolgd en zijn werkzaam bij alle aan de bouwketen gerelateerde bedrijven en instanties. Otto Schepers van Witteveen+Bos is een enthousiaste Baanbreker: ‘De leergang sluit goed aan bij het innovatieve proces van integraal ontwerpen’.

GreenInfra4Beira

Goed integraal proces met duurzaam ontwerpen Een deel van de stad Beira in Mozambique staat door de lage ligging meerdere maanden per jaar onder water. Om wateroverlast op een toekomstgerichte wijze aan te pakken is met GreenInfra4Beira een totaalpakket van groene maatregelen samengesteld. Witteveen+Bos heeft dit integrale project samen met lokale partners en de Nederlandse bureaus Deltares, Alterra en Wissing uitgevoerd. GreenInfra4Beira is een vervolg op het Masterplan voor de ontwikkeling van Beira en richt zich op de circa 700 hectare grote wijk Chota. Dit gebied bestond oorspronkelijk uit laaggelegen landbouwgrond. De afgelopen jaren is een sterke verstedelijking opgetreden. Door de lage ligging is er veel wateroverlast. Het ontwerpproces kenmerkte zich door een intensieve samenwerking tussen bewoners, gemeente, diverse specialisten en andere belanghebbenden. Om een goed integraal proces en ontwerp te realiseren, zijn er op diverse momenten workshops gehouden. De eerste, de probleemverkenning, vond plaats

tijdens een bezoek aan het gebied en gesprekken met de gemeente en bewoners. Daarna zijn de begrippen GreenInfra en Ecosystem Services geïntroduceerd. Kern is het gebruikmaken van natuurlijke processen, zoals het vasthouden van water, maar ook breder: groen levert schaduw, zorgt voor een betere leefomgeving en voorziet in voedsel. Een volgende stap was het gezamenlijk inventariseren van mogelijke maatregelen en deze verwerken in een integraal ontwerp. Daarbij is gebruikgemaakt van tools zoals de Climate Adaptation app en de Adaptation support tool. Als laatste is een business case opgesteld. Deze bevat een verkenning van de mogelijkheden om maatregelen te implementeren. Met de betrokkenen zijn op hoofdlijnen plannen opgesteld voor onderhoud en fasering. Ook is geïnventariseerd welke maatregelen kunnen worden gecombineerd met lopende ontwikkelingen in het gebied. Met de realisatie van het plan GreenInfra4Beira ontstaat een stedelijk gebied waarbij de wateroverlast tot een minimum wordt beperkt.

Baanbrekers in de Bouw is in 2007 opgericht. Samen met het PostAcademisch Onderwijs ontwikkelden Serena Scholte (Adviesbureau Uturnity) en Jaap de Koning (Witteveen+Bos) een nieuw onderwijstraject. De meerdaagse leergang leert deelnemers invloed uit te oefenen op de veranderingen in hun professionele omgeving. Baanbrekers zijn professionals met een hart voor vernieuwing en een gezamenlijk doel: mooie projecten maken in een positieve en constructieve samenwerking. Volgens Otto Schepers kunnen Baanbrekers zich als geen ander verplaatsen in de gedachten en belangen van andere partijen: ‘Baanbrekers hebben geleerd niet als vanzelfsprekend volgens de gebaande paden te werken, maar met een andere mindset, waarbij je ook de bril van de ander op kunt zetten. Dan leer je als ingenieur denken als aannemer of opdrachtgever. Dat principe gebruiken we bij Witteveen+Bos ook steeds meer, de wegenbouwer die bijvoorbeeld de bril van de ecoloog opzet.’

Sanering meren Azerbeidzjan

Multifunctionele aanpak door combinatie van disciplines

In Azerbeidzjan wordt veel olie gewonnen. In het verleden was er weinig aandacht voor de manier waarop dat gebeurde. Dit leidde tot ernstige vervuiling van de meren rond de hoofdstad Bakoe. Ter stimulering van de economische en duurzame ontwikkeling wordt gewerkt aan de sanering van de meren. Gestart is met het Boyuk Shor meer, een groot zoutmeer ten noorden van Bakoe.

In 2013 heeft Witteveen+Bos voor de Azerbeidzjaanse overheid een haalbaarheidsstudie uitgevoerd voor de sanering en het herstel van negen meren. Een integrale aanpak was vereist. Ecologen, hydrologen en bodemdeskundigen zijn ingezet om de milieusituatie en economisch haalbare saneringsopties te analyseren. Als vervolg hierop kregen we opdracht om samen met lokale partners een ontwerp op te stellen voor de eerste fase: sanering en verfraaiing van het meer Boyuk Shor. Witteveen+Bos werkt in dit project samen met lokale en internationale partijen in een integrale en multidisciplinaire projectaanpak, waarbij ecologische en milieudoelstellingen gecombineerd zijn met landschapsontwerp en leidend zijn voor de waterhuishoudkundige en civieltechnische constructies. Het team was verantwoordelijk voor de totale projectvoorbereiding en heeft de supervisie op de uitvoering. De sterk vervuilde waterbodem is gebaggerd, er is een tijdelijke opslag van vervuilde baggerspecie en er zijn dammen om het gebied te isoleren. De analyseresultaten laten een bemoedigend resultaat zien: de hoeveelheid olieverontreiniging is met circa 95 % gereduceerd. Eén dam zal in de toekomst een achtbaansnelweg faciliteren. Daarnaast is de omgeving grondig aangepakt door de aanleg van een boulevard met geïntegreerd interceptiesysteem voor grondwater en de aanleg van een park.

Witteveen+Bos Special januari 2016

Tijdens de leergang heeft Otto Schepers met zijn groep verwonderpanels ingeschakeld bij projecten die in een impasse waren beland. Schepers: ‘De panels bestonden uit tien mensen van diverse pluimage. Met basisinformatie en een bezoek aan de locatie vond aansluitend overleg plaats, waar in korte tijd de problemen en mogelijke oplossingen op tafel kwamen. Dat is bijvoorbeeld gebeurd bij een haventerrein, waar een projectteam is geholpen met de invulling van een stukje bedrijventerrein en in een ander project waar de locatie van een nieuwe weg tot een impasse leidde.’ ‘Het was echt fantastisch om te zien hoe mensen die geen belang hadden bij het project met een vrij ongecompliceerde benadering tot een analyse en oplossing kwamen. Dit soort ervaringen geeft aan dat het zoveel toegevoegde waarde heeft om vanuit een ander perspectief te denken. Dat is vergelijkbaar met hoe we omgaan met de klanteneisenspecificaties van opdrachtgevers en stakeholders: alle invalshoeken komen aan de orde. En dan liefst zo vroeg mogelijk in het proces. Dan zijn we op de goede weg met integraal ontwerpen’, aldus Otto Schepers.


Kennis delen en verankeren in de organisatie Scope-targets-tijd versus integrale ontwerpopgave Witteveen+Bos’ers Hans van Daelen en Marcel Klinge spraken met prof. dr. ir. Marcel Hertogh over de ontwikkelingen op het gebied van integraal ontwerpen. Marcel Hertogh is hoogleraar aan de TU Delft met als leerstoel ‘Infrastructure Design and Management’ en managing partner van de kennis- en netwerkorganisatie Triple Bridge. Verder is Hertogh topadviseur bij Rijkswaterstaat en mede-oprichter van NETLIPSE, de Europese netwerkorganisatie op het gebied van grote infrastructurele projecten. Zowel voor de TU Delft als voor Witteveen+Bos is integraal ontwerpen een speerpunt. Belangrijke marktontwikkeling is de toename van de gemiddelde omvang en het multidisciplinaire karakter van projecten. Daarnaast is maatschappelijke winst een belangrijk uitgangspunt. Marcel Klinge: ‘We willen gewoon zorgen dat we een topadviseur worden op het gebied van integraal ontwerpen. Dat kunnen we niet alleen. Kennisdeling is een belangrijke factor. Niet alleen met opleidingsinstituten, maar ook met opdrachtgevers en partners.’ Afhankelijk van toeval Volgens Marcel Hertogh staan we aan het begin van een lang proces: ‘In de kern is ons ontwerpproces nog geënt op hoe we het vroeger deden, waarbij er her en der wel nieuwe aspecten overheen worden gepositioneerd. Er zijn al wel goede voorbeelden van resultaten met integraal ontwerpen, zoals de Oosterscheldedam die stormvloedkering werd. Ook bij Maasvlakte 2 zijn er op onderdelen mooie dingen gebeurd. Maar over het algemeen is het nog te onvoorspelbaar en afhankelijk van toeval.’ Morsen met ervaringen ‘Ervaringen zijn versnipperd en worden te weinig bij elkaar gelegd. We morsen met onze kennis en verankeren deze niet genoeg in de organisatie. Het benoemen tot speerpunt en het bij elkaar brengen van disciplines in trainingen zoals Witteveen+Bos dat doet, maakt mij enthousiast. Maar we moeten niet allemaal afzonderlijk het wiel uitvinden. Vanuit de TU kunnen we daar ook aan bijdragen, niet alleen in de opleidingen, maar ook als het gaat om analyseren en diepgang geven.’

Project-process-people Volgens Hertogh bewijst deze ervaring dat er niet altijd ‘one best way’ is. Het heeft ook te maken met de relatie projectprocess-people. ‘Ook bij ons blijkt het belang van de menselijke factor. Interessant is dat als de hardere factoren op orde zijn, zeg maar het projectmanagement, dat dit een positieve invloed heeft op de zachte kant. Aan samenwerking en zachte factoren besteden we veel aandacht in onze projectvakken. Al in het eerste jaar doen studenten daarvoor een teamrollentest. Ik zou graag meer samenwerken met het bedrijfsleven: met een aantal partijen een meerjarig traject starten om integraal ontwerpen naar een hoger niveau te tillen. Afstudeerders en promovendi kunnen daaraan een belangrijke bijdrage leveren.’ Enkelvoudige opgave of waardecreatie Hertogh: ‘De kern is of je uitgaat van een enkelvoudige opgave of dat je zoveel mogelijk waarde wilt creëren. Dat geldt ook voor de grote vervangingsopgave waarvoor we staan. Gaan we bruggen en sluizen één op één vervangen of sta je open voor nieuwe ambities, zoals bij de Afsluitdijk gebeurt met energie en vismigratie. Van Daelen: ‘Hetzelfde geldt voor het Deltaprogramma, dat extra aandacht vraagt voor integrale gebiedsont-

beeld: Rijkswaterstaat

Aparte eilandjes Volgens Hertogh zijn er internationaal ook interessante ontwikkelingen. Zo maken in Finland opdrachtgevers al in een zeer vroege fase gebruik van de kennis van de markt. ‘In China zijn de banden tussen universiteiten en bedrijfsleven veel inniger dan in Europa. We kunnen leren van die ervaringen. Verder zie je dat positieve ontwikkelingen nog te weinig worden opgevolgd. Zo worden allianties positief beoordeeld, maar vinden helaas nog weinig opvolging. Samen met RWS doet de TU onderzoek naar barrières en hoe die te slechten. Om te leren, is het belangrijk ervaringen te delen en dit is afhankelijk van het aantal projecten. Zo ook bij DBFM: hoeveel grote projecten komen er langs? Dat zijn er niet zoveel en hou je dan de ervaringen vast, of zijn het steeds aparte eilandjes.’

Instrumentele en menselijke kant De Witteveen+Bos-trainingen laten ook een ander opvallend aspect zien. Opdrachtgevers legden ontwerpopgaves met exact dezelfde informatie aan groepjes deelnemers voor. Klinge: ‘De oplossingen waren totaal verschillend. En dan vragen wij ons af: hoe kan dat? Moeten we veel meer nadenken over de samenstelling van een team of zijn er gewoon drie oplossingen mogelijk die alle drie goed zijn. Wij worstelen daar mee. De instrumentele kant, de menselijke kant en de samenwerking met de opdrachtgever. Dat is meteen een grote uitdaging: hoe gaan we dat in kaart brengen en wordt toepassing in de praktijk meer vanzelfsprekend.’

wikkeling. De praktijk blijkt daar vaak nog niet aan toe te zijn door beperkingen in budget en tijd, maar ook door een beperkte scope van toekomstige projectleiders.’ Dezelfde taal spreken Scope, targets en tijd conflicteren dus nog vaak met de duurzaamheids- en integrale opgave. Maar integraal ontwerpen geeft op lange termijn winst: het is een oplossing met maximale toegevoegde waarde voor de gehele levensduur. Dat vereist extra investering in het begin van het proces door alle betrokken partijen. De klikfactor is daarbij van groot belang: dezelfde taal spreken en bereid zijn een extra stap te zetten. In een latere fase is dat bepalend voor het succes van een project. Hertogh, Van Daelen en Klinge onderschrijven deze conclusie met de kanttekening dat er nog een lange weg is te gaan. Bewustwording, kennisdeling en samenwerking zijn daarbij essentiële factoren.

Witteveen+Bos Special januari 2016


Ontwerploops en balans

Gedragen ontwerp verdiepte aanleg A9 Amstelveen Onderdeel van het programma Schiphol-Amsterdam-Almere is de verbreding van de A9 ter hoogte van Amstelveen. In het oorspronkelijke tracébesluit was hier een tunnel voorzien. Door de financiële crisis en de veranderende vastgoedmarkt was de bijdrage van de gemeente Amstelveen aan de tunnel niet langer verantwoord. Daarom is in 2012 gekozen voor een oplossing waarbij de A9 verdiept wordt aangelegd. Witteveen+Bos heeft deze variant uitgewerkt en het wijzigingsbesluit voorbereid.

INTEGRALITEIT ORGANISEREN Witteveen+Bos werkt voor de Combinatie IJsselweide, de aannemerscombinatie van Boskalis en Van Hattum en Blankevoort aan de realisatie van het Ruimte voor de Rivierproject Veessen-Wapenveld. Het integrale ontwerp vereist samenwerking van vele disciplines, niet alleen tijdens de ontwerp- maar ook tijdens de uitvoeringsfase. Natuurlijk helpen computerprogramma’s, zoals Vise en het 3D-tekenmodel MX, om een en ander te stroomlijnen. Maar volgens Marinus Aalberts, projectleider van Witteveen+Bos, is er maar één oplossing voor niet-onderkende raakvlakken: ‘Regelmatig overleg, even bij iemand binnenlopen en vragen naar de aanpak van zijn of haar discipline. Dat voorkomt de zwakke plek ‘dat je niet weet wat je niet weet’’. Bij het Gelderse Veessen wordt naast de IJssel een acht kilometer lange hoogwatergeul aangelegd. De inlaatconstructie wordt bij extreem hoogwater opengezet om een deel van het IJsselwater af te voeren. De geul ligt binnen twee nieuwe dijken middenin een landbouwgebied. Naast hoogwaterveiligheid wordt ook gewerkt aan een landschapszone met flora en fauna en een hogere functionaliteit van het gebied door ruilverkaveling, betere waterhuishouding en ontsluiting. ‘Het project bestaat uit zes clusters’, aldus Aalberts. ‘Zo worden ontwerp, realisatie, verificatie en acceptatie door de klant in werkbare stukken verdeeld. Stel je voor wat er komt kijken bij bijvoorbeeld de aanleg van de hoogwaterbrug. Waterkering, waterafvoer, inpassing van het landschap, ecologie, kabels en leidingen, weginpassing, beheer en onderhoud en nog veel meer. Dat vereist samenwerking. Samenwerking van en belangstelling voor vele disciplines. Natuurlijk is er in de ontwerpfase al zoveel mogelijk gewerkt volgens het principe van integraal ontwerpen, maar ook nu tijdens de uitvoering hangt het succes van zo’n groot multidisciplinair project grotendeels af van de discipline om de samenwerking tussen alle betrokkenen goed te organiseren’.

Voor het opstellen van het nieuwe ontwerp en het (ontwerp)tracébesluit werkten we in ontwerploops. In de eerste ontwerploop zijn de risicovolle onderdelen opgepakt en de onderwerpen waarvoor Rijkswaterstaat bij de uitvraag had aangegeven nog een besluit te moeten nemen. Door de specialisten van Rijkswaterstaat, de gemeente Amstelveen en Witteveen+Bos is in zes ontwerpateliers samengewerkt aan de invulling van de vragen. Tweewekelijks werden op één dag de onderwerpen constructies, hoofdwegennet en onderliggend wegennet/-inpassing aansluitend op elkaar uitgewerkt. De specialisten in de groep veranderden per onderwerp. Om de continuïteit te borgen waren de technisch manager en ontwerpleider bij alle onderwerpen aanwezig. Bij het tweede, vierde en zesde atelier zijn ook de specialisten op het gebied van effectbepaling aangeschoven. Hierdoor was het mogelijk om al in de eerste ontwerploop de effecten te minimaliseren. Op deze manier werden mitigerende maatregelen zo veel mogelijk voorkomen. Vanuit de ontwerpateliers zijn door Witteveen+Bos documenten opgesteld waarin de feiten en de verschillende afwegingen werden gepresenteerd. Deze stelden Rijkswaterstaat in staat om expliciet besluiten te nemen over de openstaande ontwerpissues. Op deze manier hebben we in een relatief vroeg stadium weten te bereiken dat op basis van een aantal belangrijke ontwerpissues een stabiele ontwerpbasis kon worden vastgesteld.

zijn voortdurend expliciet met elkaar afgestemd in LEAN-planningsessies, VE-sessies, raakvlakbijeenkomsten en door goed baselinebeheer waarbij de ontwerpproducten door de ontwerpleiders onderling uitgewisseld zijn. In dit werkproces is continu gezocht naar een balans tussen het verkrijgen van inzicht door verdere uitwerking van ontwerpkeuzes en het opnieuw maken van keuzes door het integraal beschouwen van de effecten van de keuzes. Een van de meest leerzame onderdelen in dit proces was dat we scherp moesten zijn in onze communicatie tussen de disciplines. Iedere deskundige moest expliciet en eenduidig zijn vakmanschap inbrengen in het proces. Het vakmanschap werd voor de klant zichtbaar in heldere afwegingskaders ter ondersteuning van de besluitvorming. Voor de A9 Amstelveen leverde dit een gedragen ontwerp op voor zowel de rijksweg als het inpassen van de rijksweg in het stedelijk weefsel van Amstelveen.

Op basis van het risicogestuurde ontwerp en de besluiten uit de eerste ontwerploop is gestart met de tweede ontwerploop. Bij aanvang zijn alle specialisten van zowel Witteveen+Bos als Rijkswaterstaat geïnformeerd over het voorliggende ontwerp. Tijdens deze ontwerploop is parallel gewerkt aan het bepalen van de effecten en het nader detailleren van het ontwerp. Dit was mogelijk omdat alle betrokkenen op de hoogte waren van de marges waarbinnen dit moest gebeuren. Deze marges en de raakvlakken tussen effecten en ontwerp

Meer informatie

Redactie Witteveen+Bos Nieuws

Postbus 233, 7400 AE Deventer, telefoon 0570 69 79 11

communicatie@witteveenbos.com, www.witteveenbos.com

Witteveen+Bos Special januari 2016

W+B Special Integraal ontwerpen  
W+B Special Integraal ontwerpen