De VU toen in het hart van Amsterdam. Een wandeling met Abraham Kuyper.

Page 1

De VU toen in het hart van Amsterdam

Waar de VU ooit begon 1870-1900 Een wandeling met Abraham Kuyper


Waar de VU ooit begon 1870-1900 Een wandeling met Abraham Kuyper

1

Aankomst in Amsterdam Keizersgracht 72

2

Dertig jaar later Keizersgracht 164

3

Een eigen plek Keizersgracht 162

4

Een vrije universiteit en kerk Nieuwe Kerk, Dam 12

5

Zaal voor de arbeiders Kloveniersburgwal 87

6

De eerste colleges Amstel 56

7

Een plek van samenkomst Keizersgracht 566


K lo ven ier sb ur g wa l

Ou de

Ke

iz

er

sg

ra

ch

t

7 Rus

Am stel

Heren

Keize

gr ach

rs gr a

t

c ht

rb

wa

al

rg

gw

bu

ur

or

l

Dam hte

is straat

Ac

Raadhu

ds

Vo

ht

zij

ds

ac

zij

gr

de

l ie

N

ie

uw

ez

bu

at

or

ra

Vo

st

s

ui

ijd

Sp

3

Ou

Rokin

Le

raat

2

V ijzel st

w

al

ng

t

gr

ch

r en

ra

el

He

r sg

Si

i ze

rg

Ke

ac

ht

1 Centaal Station

4

l and

5

6


Voorwoord

De strijd voor democratie Wat ben ik vereerd dat ik een voorwoord mag schrijven in deze gids over twee bijzondere wandelingen door het hart van Amsterdam. Bijzondere wandelingen omdat de ene u leidt langs de eerste ‘behuizing’ van de Vrije Universiteit in oprichting. En een tweede wandeling langs gebouwen en huizen die voor de VU in de Tweede Wereldoorlog zo’n belangrijke rol gespeeld hebben. Als huidige Rector magnificus van de VU ben ik ook bijzonder trots op en dank verschuldigd aan mijn voorgangers, die in de wandelingen besproken worden. De strijder voor democratie, oprichter van de VU en eerste rector Abraham Kuyper (18371920), Jacobus Oranje (1898-1946) - rector van 1943-1945 - en Jan Coops (1894-1969), rector van 1945-1946.


Abraham Kuyper ben ik dankbaar voor deze fantastisch mooie universiteit. Ik ben er trots op dat ik 140 jaar na de oprichting van de VU en honderd jaar na zijn dood in 1920, zijn opvolger ben als Rector magnificus. Ik heb bijzonder veel bewondering voor mijn voorgangers tijdens en vlak na de Duitse bezetting van 1940–‘45: hoogleraar rechtswetenschappen Ko Oranje en Jan Coops, hoogleraar scheikunde en zijn opvolger direct na de oorlog. Beiden verrichtten magnifieke verzets- en heldendaden om studenten, collega’s en vele anderen tijdens de oorlog illegaal te helpen. Het waren vreselijke tijden. Nadat Coops met belastend materiaal eind ’43 door de Duitsers gevangen was genomen, vreesde men aan de VU voor zijn leven. Vooroorlogs Rector magnificus Gerard Sizoo (1900-1994) zette zich in om Coops los te kopen, waardoor deze aan een terdoodveroordeling kon ontkomen. Dat lukte dankzij een enorme financiële steun van de Van Coeverden Adriani Stichting. Gevangenschap zou Coops echter niet ontlopen, ondanks pogingen van Ko Oranje om hem vrij te krijgen. Mijn voorgangers staan voor mij symbool voor de voortdurende strijd voor democratie, een strijd waar de huidige VU nog steeds aan bijdraagt. Belangrijke herinneringen om over na te denken tijdens deze wandelingen. Maar blijf goed opletten en sta stil bij de vrijheid in deze prachtige stad, waar de Vrije Universiteit Amsterdam zich al 140 jaar thuis voelt. Prof. dr. Vinod Subramaniam Rector magnificus Vrije Universiteit Amsterdam


Waar de VU ooit begon 1870-1900 Een wandeling met Abraham Kuyper

Beginpunt Keizersgracht 72

Eindpunt Keizersgracht 566

stopwatch Tijdsduur

Ongeveer 1,5 uur

hand-paper Stops 7

ruler-vertical Afstand

3 kilometer

Abraham Kuyper was een fervent wandelaar. Iedere dag wandelde hij precies één uur door de stad. Deze audiowandeling volgt in de voetsporen van Abraham Kuyper, langs de gebouwen waarop Kuyper zijn stempel drukte en langs de plekken in de Amsterdamse binnenstad waar de Vrije Universiteit ontstaan is. Langs de beginjaren van een universiteit waar niet alleen kinderen van hoogopgeleiden of goed verdienende ouders naartoe konden, maar ook de zoon van de slager of de bakker. Van de eerste gehuurde collegezaal op een kerkzolder tot het statige herenhuis in het hart van Amsterdam waar de VU zich tot de verhuizing naar de campus in Buitenveldert thuis voelde.

head-side-headphones

Uitleg audio Deze gids geeft extra informatie bij de twee audiowandelingen die verschijnen ter gelegenheid van het Kuyperjaar en het 140-jarige bestaan van de VU. De audiowandelingen zijn gratis te beluisteren via Spotify, Google Podcasts of iTunes. Zoek daarvoor in de betreffende app op de titel van de wandelingen: de VU toen in het hart van Amsterdam.


1

Aankomst in Amsterdam Keizersgracht 72

In augustus 1870 nam Abraham Kuyper zijn intrek in dit woonhuis, samen met zijn zwangere vrouw Jo, twee kinderen en een dienstmeisje. Op de gevel staat 1974, maar toen werd alleen een nieuwe gevel op het huis gezet. Voor iets meer dan 1000 gulden per jaar werd het pand voor hem gehuurd. Het was een woning op stand: het huis had gasverlichting en was aangesloten op de waterleiding. Kuyper, toen 32 jaar en predikant in Utrecht, had getwijfeld of hij naar Amsterdam moest komen. Meteen na zijn studie Theologie ging hij aan het werk in Beesd, in de Betuwe, waar hij bekeerd was tot het calvinisme. Maar de kerkenraadsleden van de Nederlandse Hervormde Kerk hadden overweldigend voor de jonge Een jonge Kuyper gestemd om predikant in de Abraham Kuyper hoofdstad te worden. als predikant in Utrecht.

Hij kreeg twee buurten onder zijn hoede: de Oostelijke Eilanden en de Jordaan, de nieuwe arbeiderswijk die vlak achter zijn huis verrees. Daar woonden de ‘kleine luyden’, zoals Kuyper ze noemde: het gewone volk. In het souterrain onder dit huis, bereikbaar vanaf de stoep, zaten elke vrijdagmiddag jongens en meisjes te luisteren naar de godsdienstlessen van Abraham Kuyper. ‘Nooit zal ik de catechisaties van Ds. Kuyper vergeten’, schreef een dochter van notaris G. Ruys daarover. ‘Ik zat dan van één tot vier uur, soms half vijf in die kleine kamer vol kinderen en soms o zoo warm en benauwd. Eerst overhoorde Ds. Kuyper de psalmen, en dan sprak hij ons toe, en dan moesten wij over ’t gesprokene de volgende week een opstel maken. Dat heeft ons menig zweetdruppeltje gekost; want het was niet makkelijk, wat wij Portret van de familie moesten verwerken. Maar wij allen Kuyper in 1886. dweepten met onzen Dominee.’


2

Dertig jaar later Keizersgracht 164, Laatste woonhuis

In de paar honderd meter van Keizersgracht 72 naar Keizersgracht 164, hebben we dertig jaar van Kuypers leven afgelegd. Van het eerste huis dat hij als predikant in deze stad bewoonde, zijn we hier aangekomen bij zijn laatste woning voordat hij Amsterdam definitief als woonplaats verliet. Het gebouw werd in 1899 gekocht voor 41.000 gulden. Dat geld was ingezameld door particulieren Willem Hovy, en geldschieters zoals Willem Hovy, de eigenaar van grootste bierbrouwer van Amsterdam. brouwerij De Gekroonde Valk, was één van de grote geldschieters van de Vrije Universiteit.

In de dertig jaar tussen zijn aankomst en definitieve vertrek uit Amsterdam, was Abraham Kuyper van hervormde predikant, journalist geworden en hoofdredacteur van de door hem opgerichte krant De Standaard. Kuyper was de eerste politieke partij van het land begonnen, de Anti-Revolutionaire Partij (ARP), waarvan hij partijleider en Kamerlid was. Hij had een kerkscheuring veroorzaakt en had zijn achterban naar een nieuwe kerk geleid. En hij had in 1880 de Vrije Universiteit opgericht, waar hij zelf rector en hoogleraar was. Om de universiteit binnen te stappen hoefde hij niet ver de deur uit. De universiteit zat namelijk in het pand hiernaast, op de Keizersgracht 162.

Abraham Kuyper in zijn werkkamer in Amsterdam

Kuyper woonde hier slechts een jaar: in 1901 vertrok hij naar Den Haag om minister-president te worden. Na Kuypers vertrek werd het woonhuis onderdeel van de universiteit, die gestaag groeide. Latere studenten grapten dat ze college kregen in de slaapkamer van de oude Abraham Kuyper. De universiteit kon dankzij donaties en schenkingen later ook de buurpanden op nummer 166 en 160 kopen. Met gangen en trappetjes werden de panden aan elkaar verbonden. Dit bleef het kloppende hart van de Vrije Universiteit Amsterdam, totdat de universiteit in 1966 naar de campus in Buitenveldert verhuisde.


3

Een eigen plek Keizersgracht 162, Universiteitsgebouw

In 1883 kon de Vrije Universiteit haar eerste eigen gebouw kopen. Het werd dit pand, aan de Keizersgracht 162. Het moest een universiteitsgebouw met allure worden, en dus werd de oorspronkelijke voorgevel vervangen door de façade die het pand vandaag de dag heeft. Boven de deur kwam het opschrift ‘Vrije Universiteit’. Na twee jaar was de verbouwing klaar en vanaf 1885 was het hier een komen en gaan van studenten. Boven de deur hing een houten schild dat Abraham Kuyper zelf had uitgekozen als universiteitszegel. Het was een beeltenis van een jonge vrouw in een tuin, dat in het begin van de 17e eeuw symbool stond voor Nederland, God en de vrijheid. Kuyper greep graag terug naar die tijd in zijn poging het oude calvinisme te laten herrijzen. De afbeelding van de maagd in de tuin staat nog altijd op diploma’s en certificaten van de VU. Ook het oorspronkelijke schild is nog te zien: het verhuisde mee naar Buitenveldert, waar het nu het spreekgestoelte in de aula siert. De Keizersgracht was weliswaar een statige plek; erg functioneel was het niet. Vanuit de collegezaal aan de voorkant van het gebouw lieten de studenten zich dikwijls afleiden door wat er op de gracht gebeurde. De hele dag ratelden karren en koetsen over de keien. De geluidsoverlast was zo groot dat de universiteit de gemeente Amsterdam verzocht of de keien vervangen konden worden door houten blokken, zodat de colleges niet zo verstoord werden.

Een groep studenten voor het kloppende hart van de Vrije Universiteit in de binnenstad van Amsterdam, anno 1917.

De studenten sliepen boven de collegezalen op zolder, in het zogeheten Hospitium. Zo bleven de studenten, die bijvoorbeeld uit Friesland of Drenthe kwamen, in de hoofdstad toch in een veilige, gereformeerde omgeving. In de eerste jaren was dat te overzien: in 1885 studeerden hier tien jongens. Met de langzame groei van de universiteit verhuisden de slaapzalen eerst naar het achterhuis, en later naar het hospitium dat in de tuin gebouwd werd.


4

Een vrije universiteit en kerk Nieuwe Kerk, Dam 12

Waar Kuyper kwam, was polemiek en theater. Misschien wel het meest hier in de Nieuwe Kerk. De kerk waar koningen en koninginnen gekroond werden, het centrum van de hervormde kerk. Kuyper had voor elkaar gekregen dat hij hier in 1880 de openingsrede voor zijn nieuwe universiteit kon uitspreken. Kuyper en zijn medestanders vonden dat er een nieuwe, ‘vrije’ universiteit moest komen omdat de wetenschap Een spotprent in zijn ogen te ver van het christelijover de paneelke geloof afdwaalde. Sinds de Hoger zagerij. Naar een illuOnderwijswet van 1876 waren theolostratie in ‘De gische faculteiten namelijk niet langer Nederlandsche de plek waar de Bijbel als woord van Spectator’, 1886 No. 2 God gezien werd, maar waar de Bijbel bestudeerd werd als een historische tekst. Daar was Kuyper het niet mee eens. Wetenschap en christendom moesten weer samengebracht worden. Een ‘vrije’ universiteit betekende dus vooral: vrij van de invloed van de staat. Op 20 oktober 1880 sprak hij hier zijn openingsrede ‘Soevereiniteit in eigen kring’ uit, over de positie van de universiteit in de maatschappij en de politiek. Iedere levenskring moest zich vrij ontwikkelen: de staat had bijvoorbeeld niets over de wetenschap te zeggen. Zes jaar later zorgde Kuyper hier nogmaals voor een spektakel: hij besloot de Nieuwe Kerk te kraken. Zijn conflict met de hervormde kerk was zo hoog opgelopen dat hij met tachtig medestanders uit de kerk was gezet. Op 6 januari 1886 drong hij met een groep medestanders de kerk binnen en gaf een timmerman opdracht de deur van de consistoriekamer open te zagen. In dat kleine kamertje meteen na de ingang, waar de kerkenraad vergadert, lagen de eigendomspapieren van de kerk. Zijn studenten bewaakten de deur naar het kamertje. Kuyper vond dat hij en zijn calvinistisch-gereformeerde aanhang recht hadden op de kerk: zij hielden immers vast aan het geloof, en niet het kerkbestuur. Door de kerk te bezetten, veranderde hij een theologische ruzie in een juridisch conflict. Zo hoopte Kuyper dat de rechter zijn gelijk zou bevestigen.


5

Zaal voor de arbeiders Maatschappij voor den Werkenden Stand, Kloveniersburgwal 87

Met het kraken van de Nieuwe Kerk in 1886 had Abraham Kuyper een kerkscheuring veroorzaakt: hij had gebroken met de in die tijd dominante kerk, de Nederlandse Hervormde Kerk. Veel orthodoxe aanhangers volgen hem. Zij werden de Dolerenden genoemd, naar het Latijn voor klagen. Zijn aanhangers betreurden de toestand van de Nederlandse Hervormde Kerk. De ‘Doleantie’ zou leiden tot de Gereformeerde Kerken in Nederland. Abraham Kuyper had veel gedaan om zijn aanhang, het calvinistisch-orthodoxe volksdeel, te mobiliseren, op te leiden en een stem te geven. Hij had een universiteit gesticht, een krant en een politieke partij opgericht. Maar vanaf zijn breuk met de Nederlandse Hervormde Kerk was hij iets belangrijks kwijt: een plaats om bijeen te komen met gelijkgestemden. Ze konden niet meer terecht in de Nieuwe Kerk, in de Oude Kerk, of in de Ooster- of Westerkerk. Ze konden nergens terecht. Vanaf januari 1886 moesten zijn aanhangers op zoek naar nieuwe plekken om samen te komen voor bijbellezingen. Overal in de stad werden zalen gezocht. Uiteindelijk konden ze bijeenkomen in het huidige Frascati aan de Nes en bij Odeon aan het Singel. Maar ze kwamen ook hier samen: in het gebouw van de Maatschappij voor den Werkenden Stand aan de Kloveniersburgwal 87. Het pand was drie jaar eerder speciaal voor de arbeiders gebouwd: voor de Maatschappij voor den Werkenden Stand, een vereniging van ‘bezorgde werklieden’ die de positie van arbeiders wilden verbeteren. Het was dan ook niet meer dan toepasselijk dat Abraham Kuyper hier in 1891 de openingstoespraak van het Eerste Christelijk Sociaal Congres hield. Kuyper organiseerde het congres om aandacht te vestigen op sociale onrechtvaardigheid voor de arbeidersklasse. Als predikant had hij de verpaupering in de arbeiderswijken in de Jordaan gezien. Hij wilde met zijn rede een christelijk antwoord Onbewoonbaar verklaarde huizen geven op de problemen die de moderin de Jordaan omstreeks 1900. ne industriële samenleving met zich Stadsarchief Amsterdam meebracht.


6

De eerste colleges Schotse Zendingskerk, Amstel 56

Wat nu het theater de Kleine Komedie is, was eind 19e eeuw nog een kerkgebouw: de Schotse Zendingskerk. Toen Kuyper in 1880 de Vrije Universiteit oprichtte, had hij nog geen universiteitsgebouw, zelfs geen collegezaal. Dus togen VU-directeur en bierbrouwer Willem Hovy met de hoogleraar Logica en Kuyper zelf naar de Schotse zendelingen met de vraag of zij hun eerste colleges in deze kerk mochten geven. Dat mocht: helemaal op zolder was plek.

De eerste VU studenten waren jongens voor wie het niet gebruikelijk was om te gaan studeren.

De VU was in die jaren klein. In 1880 bestond de universiteit uit één rector, vijf hoogleraren en acht studenten. Het waren allen jongens, de eerste vrouw zou pas in 1905 aan de VU studeren. De één was slagerszoon, de ander zoon van een zeekapitein, zeilmaker of winkelier: jongens voor wie het niet altijd gebruikelijk was om te gaan studeren.

Ze konden drie vakgebieden bestuderen: theologie, filosofie en letteren. Dat waren de drie goedkoopste faculteiten; er waren geen laboratoria of instrumenten voor nodig. Het betekende dat twee faculteiten ontbraken om als officiële universiteit erkend te worden: natuurkunde en geneeskunde. Die volgden pas in 1930 en 1950. Om toch een erkend diploma te krijgen, deden de studenten tweemaal examen: één keer aan de VU, en één keer aan een erkende universiteit zoals de gemeentelijke universiteit, nu de UvA. De VU gebruikte dit pand de eerste paar jaar van haar bestaan, totdat het pand te klein werd voor de dertig studenten die zich inmiddels aangemeld hadden en men het statige pand aan de Keizersgracht 162 kon kopen. Het vertrek uit de kerk kwam de VU niet ongelegen. De kerk was oorspronkelijk gesticht om zoveel mogelijk joodse mensen te bekeren. De leus die boven de gevel stond werd dan ook niet gewaardeerd door de joodse bewoners aan de overkant van de Amstel: ‘Predikt het evangelie aan alle creaturen’, stond in grote letters op de voorgevel van het pand.

Schotse Zendingskerk, nu theater de Kleine Komedie.


7

Een plek van samenkomst Keizersgrachtkerk, Keizersgracht 566

Na het kraken van de Nieuwe Kerk hadden Kuyper en zijn achterban het nijpende tekort aan kerkruimte tijdelijk opgelost door op verschillende plekken in de stad bij elkaar te komen. Toch werd steeds duidelijker dat ze niet zo snel terug zouden kunnen keren naar de Nieuwe Kerk als eerst gedacht. Vandaar dat ze in april 1887 Keizersgracht 566 kochten: een dubbel zeventiende eeuws herenhuis. Ze waren van plan om in de tuin tussen de Keizersgracht en de daarachter gelegen Kerkstraat een nieuwe kerk te bouwen. Maar omdat een verordening uit de zeventiende eeuw verbood om in de open tuinen te bouwen, besloten ze het grachtenpand te slopen en op die plek de kerk te bouwen. De doopsgezinde architecten vader en zoon Salm, die ook Paradiso en de wintertuin van het Krasnapolsky bouwden, maakten het ontwerp. Keizersgrachtkerk. Foto gemaakt tussen 1880 en 1920.

De Keizersgrachtkerk was een kostbaar gebouw op een statige locatie, maar toch was Kuyper niet onverdeeld enthousiast: hij vond nog altijd dat zijn calvinistisch-gereformeerde achterban eigenlijk in de Nieuwe Kerk thuis hoorde. Zijn studenten hadden de bezetting van de Nieuwe Kerk uiteindelijk een jaar volgehouden, totdat de Hoge Raad hen ongelijk gaf. Dat Kuyper vond dat ze eigenlijk in de Nieuwe Kerk hoorden, is nog altijd te zien aan de kerkenraadszaal van de Keizersgrachtkerk. De kerkenraadszaal van de Keizersgrachtkerk is namelijk een precieze kopie van die van de Nieuwe Kerk. Vanaf november 1888 maakten de Dolerenden gebruik van de Keizersgrachtkerk. Veel studenten en docenten van de VU waren hier dan ook op zondag te vinden. Het was de eerste van de vijf kerken die ze in Amsterdam bouwden en is de enige die vandaag de dag nog als kerk gebruikt wordt. walking Lees verder: Wapens bij de kerk


Lees verder: Wapens bij de kerk De Keizersgrachtkerk was in de Tweede Wereldoorlog een vaste vergaderplaats van het Amsterdamse verzet, waar verschillende studenten en hoogleraren van de VU bij betrokken waren. Op 8 september 1944 valt de Duitse politie de kerk binnen en vindt wapens in het kerkenraadsgebouw. Wie wist er vanaf? Die dag vormt het beginpunt van de tweede wandeling in deze gids. De route begint aan de achterkant van de kerk, op de Kerkstraat 109-111 en aan de achterkant van dit boekje.

Colofon Deze publicatie - die verschijnt ter gelegenheid van het Kuyperjaar 2020 bij de Vrije Universiteit Amsterdam - hoort bij de audiowandeling: De VU van toen in het hart van Amsterdam. Waar de VU ooit begon – 1870-1900: Een wandeling met Abraham Kuyper. De audiowandeling is gebaseerd op interviews met Peter Dillingh, Ab Flipse, Jeroen Koch. Tekst & audio: Nienke Zoetbrood Samengesteld met P.F. (Peter) Dillingh Mixage: Studio Joneski Projectleiding & eindredactie: Ronald van Gelder Vormgeving: Congres- en Mediacenter VU Drukkerij: Repro VU Foto-credit: Peter Valckx (foto: Vinod Subramaniam) Met dank aan: Jacob Bouwman en Auley Boermann voor ondersteuning. Het Historisch Documentatie Centrum voor het Nederlands Protestantisme (VU) wordt bedankt voor het beschikbaar stellen van de meeste in deze wandelgids afgebeelde foto’s. Voor nadere informatie: ronald.van.gelder@vu.nl © Vrije Universiteit Amsterdam, 2021. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


De VU toen in het hart van Amsterdam

In verzet vol vertrouwen De VU in de Tweede Wereldoorlog


Ke at

ng

ra

se

st

in

rk

Pr

ra ch t

1

6

Von

a at

st ra

t

2

se s

t raa

t

n st

raa

t

at

r iu s pl

res

t

3

at

at

e Va l

Lai

raa

t ra

n ei n

De

est

rl e s

t ra

laa

aa s

ma

Em

Em

4

Br e

B ae

5

Va n

Vondelpark Va n

j ke

st ra

7

Lu i

ma

Ja n

bb e

iu s

ud

er

sk

ra

ch

t

P ri n se

n

r ac

sg

e lg

ho

Ho

s Vos

ad

an

ieg

st r de l

ba

Sp

St

jn

ht

Ker

Li

ad

e

Rijks Museu


In verzet en vol vertrouwen De VU in de Tweede Wereldoorlog

rk st ra

ng rac

at

ht

um

1

Wapens bij de kerk Kerkstraat 109-111

2

Jacobus Oranje Jan Luijkenstraat 47

3

Naar het Oostfront Van Breestraat 14

4

Onderduik en verzet De Lairessestraat 176

5

Gezina van der Molen en de joodse kinderen Koningslaan 31

6

Wapens bij de kerk - het vervolg Vondelstraat 166

7

Achter de schermen Vossiusstraat 56


Voorwoord

In beweging Er begint een lange tocht, elke stap in de juiste richting is een overwinning. De koopmanshuizen en stadspaleizen, verbeelden een perfect evenwicht tussen behoudzucht en transformatie. Misschien is het allermooiste wel dat we samen al zo lang bestaan, nooit te groot zijn geworden, toch zijn uitgegroeid tot een klein koninkrijk. Er begint een lange tocht, langs kunsten, kennis en religie. Langs grachten, bruggen en sluizen, die ons herinneren aan het verleden.


We zijn allemaal onderweg. Zijn begonnen met de bouw van een grote tempel, maar zullen er nooit in slagen hem te voltooien. Als schilders van de wind, werken aan een oneindige expositie. Er begint een lange tocht, die eindigt achter de gevels, voldoende grond voor een wereld van onontdekte tuinen.

De stad is niet van steen maar een lichaam, draagt trauma’s uit het verleden. Er heeft wel eens iemand vastgezeten, er is wel eens iemand ondergedoken geweest. Er begint een lange tocht, een wandeling door een verzameling getuigenissen. Als onderdeel van een beweging, ten dienste van de gemeenschap en haar ontwikkeling. Je mag meelopen. Er is één opdracht: durven bestaan vanuit de noodzaak dat iedereen die hier komt iets probeert te geven waar je over na moet denken met elkaar. Gershwin Bonevacia Stadsdichter 2019-2021


In verzet en vol vertrouwen De VU in de Tweede Wereldoorlog

Beginpunt Kerkstraat 109-111 Eindpunt Vossiusstraat 56

stopwatch Tijdsduur

Ongeveer 1:45 uur

hand-paper

Stops 7

ruler-vertical Afstand

5 kilometer

In 2020 werd het Kuyperjaar gevierd: de honderdste sterfdag van VU-oprichter Abraham Kuyper. Dat jaar was het ook 75 jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog tot een einde kwam. In deze audiowandeling langs VU-gebouwen en verhalen van studenten en hoogleraren in oorlogstijd komen beide geschiedenissen samen. Studenten en hoogleraren aan de Vrije Universiteit bedreven sinds haar oprichting niet alleen wetenschap, maar wilden ook maatschappelijk betrokken zijn. Of ze nu actief waren in de kerk, de politiek of - zoals in de Tweede Wereldoorlog - het verzet.

head-side-headphones

Uitleg audio Deze gids geeft extra informatie bij de twee audiowandelingen die verschijnen ter gelegenheid van het Kuyperjaar en het 140-jarige bestaan van de VU. De audiowandelingen zijn gratis te beluisteren via Spotify, Google Podcasts of iTunes. Zoek daarvoor in de betreffende app op de titel van de wandelingen: De VU toen in het hart van Amsterdam. Selecteer en download de wandeling die u wilt volgen en beluister de audiowandeling op locatie met eigen oordopjes of koptelefoon. Pas op: blijf tijdens het volgen van de audiowandelingen altijd op het verkeer letten.


1

Wapens bij de kerk Kerkenraadsgebouw, Kerkstraat 109-111

5 september, 1944. Nederland leeft meer dan vier jaar onder Duitse bezetting. Begin september rukken de geallieerden in sneltreinvaart op: ze ontzetten Brussel en Antwerpen. Ieder moment kan ook Nederland bevrijd worden. In Amsterdam is het onrustig, drommen NSB’ers proberen via het Centraal Station naar Duitsland te vluchten. Op het Muntplein wordt de Nederlandse vlag gehesen: de bevrijding kan niet lang meer op zich laten wachten. Die avond komt een groep mensen samen in de Keizersgrachtkerk. Het zijn verzetsmensen, geheime medewerkers van de illegale krant Trouw. De Keizersgrachtkerk is één van de plekken waar de mensen uit het verzet vergaderen. De koster, Siebren van der Baan, zit ook in de ondergrondse. Volgens de overlevering hebben ze wapens bij zich, die ze door geallieerde droppings in handen hebben gekregen. Die zouden van pas komen om de orde te herstellen, als na het definitieve vertrek van de Duitsers chaos uit zou breken.

Duitse soldaten paraderen door de stad. Stadsarchief Amsterdam

De avond valt en ondanks dat veel Duitsers de stad uitvluchten, is er officieel nog een avondklok. Na acht uur mag niemand de deur uit. Ze besluiten in de kerk te overnachten, de volgende dag vertrekken ze vroeg. Drie dagen later vallen de Duitsers de kerk binnen en doorzoeken eerst de Keizersgrachtkerk. Daar vinden ze niets. Maar in het kerkenraadsgebouw aan de Kerkstraat 109-111 vinden ze wapens. Koster Van der Baan wordt opgepakt voor verhoor.


2

Jacobus Oranje Woonhuis, Jan Luijkenstraat 47

Hier, aan de Jan Luijkenstraat 47, woont in de oorlog Jacobus Oranje, hoogleraar rechtswetenschappen en rector van de VU. Op 6 februari 1943 valt de Sicherheitsdienst binnen bij alle gebouwen van de VU. Overal in het land worden mannelijke studenten opgepakt, als vergelding voor de succesvolle aanslag van een Amsterdamse verzetsgroep. In totaal worden 70 studenten van de VU opgepakt en 600 studenten in het hele land. Een maand later komen de jongens weer op vrije voeten, maar de poging tot intimidatie is geslaagd. Het departement van onderwijs wil namelijk dat alle studenten een loyaliteitsverklaring aan de Duitse bezetter tekenen. De senaat van de VU besluit de deuren van de VU te sluiten. Portret van Jacobus Oranje in 1945 of 1946

Dat betekent niet dat al het onderwijs stil komt te liggen. Veel hoogleraren geven thuis clandestien college en nemen tentamens af. Zo ook Oranje, die thuis tentamens afneemt. Het wordt voor mannelijke studenten steeds gevaarlijker om zich op straat te wagen en veel studenten duiken onder om de Arbeitseinsatz te ontlopen. Wie geen loyaliteitsverklaring ondertekent, loopt het risico om in Duitsland tewerkgesteld te worden. Daar laat Oranje het niet bij zitten. Hij reist meermaals naar Duitsland om de studenten te bezoeken die daar verplicht aan het werk moeten. Hij wil ze opbeuren en probeert ze te wijzen op manieren waarop ze kunnen ontsnappen. Oranje kan onder een dekmantel naar Duitsland reizen omdat hij toezichthouder is bij een ijzer- en metaalgieterij die samenwerkt met bedrijven in Duitsland. Oranje is ook lid van het College van Vertrouwensmannen, een geheim genootschap dat in 1944 door de Nederlandse regering in ballingschap wordt uitgekozen om verslag te doen van de situatie in Nederland. In september 1944 moet Oranje zijn huis verlaten: hij duikt onder nadat zijn naam op een lijst met ‘staatsgevaarlijke elementen’ verschijnt. Vanaf dat moment zwerft hij van adres naar adres. Hij overleeft de oorlog, maar overlijdt vlak na de bevrijding.


3

Naar het Oostfront Woonhuis, Van Breestraat 14

Net als overal in Nederland, zijn er ook aan de VU mensen die denken dat Hitler de oorlog zal winnen, mensen die zich afzijdig houden of meebewegen met het systeem. In dit huis woont tijdens de oorlog één van zulke mannen: theoloog Valentijn Hepp, die dogmatiek aan de VU doceert.

Hoogleraarsportret van Herman Huber Kuyper, 1925

Hoogleraarsportret van Valentijn Hepp, gemaakt na zijn overlijden.

Hij wordt vaak in één adem genoemd met Herman Huber Kuyper, de oudste zoon van oprichter Abraham Kuyper. Beiden zijn theoloog en hoogleraar aan de VU en allebei proberen ze problemen met de bezetter zoveel mogelijk te voorkomen. Allebei hebben ze een zoon die tijdens de oorlog naar het Oostfront vertrekt.

Hepps zoon Johannes werkt op de persafdeling van nazipoliticus Seyss-Inquart en in 1942, als hij 36 jaar is, meldt hij zich voor de Waffen-SS. Hij vecht aan het Oostfront en overleeft de oorlog. Dat geldt niet voor de zoon van H.H. Kuyper: hij vertrekt naar het Oostfront als oorlogsverslaggever bij het Duitse leger, waar hij in 1944 om het leven komt. Hepp ziet de Duitse bezetter als legitieme overheid die gehoorzaamd moet worden, Herman Huber Kuyper pleit voor berusting. Deze houding maakt hem in eigen kring tot omstreden man. Hij sterft op tachtigjarige leeftijd in een Gronings ziekenhuis, vlak voor het einde van de oorlog. In zijn jonge jaren was hij een vooraanstaand kerkhistoricus geweest. Om die reden krijgt zijn portret in 1947 toch een plek in de senaatskamer. Hepp, voor de oorlog al impopulair bij collega’s en studenten, blijft voor de VU werken tot zijn dood in 1950.


4

Onderduik en verzet Laboratorium en Valeriuskliniek, De Lairessestraat 176

Het natuur- en scheikundig laboratorium aan De Lairessestraat en de Valeriuskliniek, die hier om de hoek ligt, vormen een verzamelpunt van het verzet. In de zomer van 1942 begint hoogleraar Jan Coops samen met studenten met het vervalsen van voedselbonnen en persoonsbewijzen. In het scheikundig laboratorium ontwikkelt hij een manier om de letter J - voor joods - uit persoonsbewijzen te verwijderen. In 1943 wordt Coops opgepakt terwijl hij naar Engeland probeert te komen. Hij brengt de rest van de oorlog in gevangenschap door. Practicumzaal van het natuur- en scheikundig laboratorium.

Na de sluiting van de VU zitten hier verschillende studenten ondergedoken. Veel studenten rollen het verzet in, zoals Rie Brouwer en Trui Koning. Als vrouwen lopen ze op straat minder gevaar dan hun mannelijke collega’s: alleen de mannen worden naar Duitsland gestuurd. Dat voordeel buiten ze uit door onder hun kleren bonnen, persoonsbewijzen, eten of wapens te smokkelen. Zonder gevaar is het verzetswerk in het lab niet: terwijl Coops en zijn studenten op de tweede verdieping persoonsbewijzen vervalsen, nemen op de eerste verdieping Duitse soldaten hun intrek. In het lab leren de Duitse soldaten wat ze moeten doen bij een gasaanval. Een ondergrondse gang verbindt het laboratorium met de naastgelegen Valeriuskliniek, de in 2017 gesloopte psychiatrische inrichting. Vanaf het tweede oorlogsjaar worden in de kliniek joodse onderduikers ondergebracht. Ook het geheime College van Vertrouwensmannen vergadert hier. Een kliniek vallen de Duitsers immers niet snel binnen. Hier werkt ook de enige joodse medewerker aan de VU: Edith Jüdell. Voor de oorlog was het beleid om alleen gereformeerde medewerkers aan te nemen en slechts bij uitzondering krijgt hoogleraar Van der Horst het voor elkaar om de uit Duitsland gevluchte Jüdell als laborante aan te nemen. Ze is in 1941 dan ook de enige VU-medewerker die op last van de Duitsers ontslagen wordt. Ze sterft tijdens de oorlog in een interneringskamp in Barneveld.


5

Gezina van der Molen en de joodse kinderen Rijkscommissie Oorlogspleegkinderen, Koningslaan 31

Al voor het einde van de oorlog wordt gediscussieerd over de vraag wat er moet gebeuren met de joodse kinderen die ondergedoken hebben gezeten bij niet-joodse gezinnen. Vaak is onduidelijk of hun ouders de oorlog overleefd hebben. Moeten ze blijven in de, vaak christelijke, pleeggezinnen waar ze tijdens de oorlog zaten? Of moeten ze naar een andere, joodse, opvang? Hier, aan de Koningslaan 31, zit de Rijkscommissie Oorlogspleegkinderen (OPK). Meteen na de oorlog beslist deze commissie wat met de 4000 ondergedoken kinderen moet gebeuren, van wie zo’n 1370 wees zijn. Voorzitter is Gezina van der Molen, de eerste vrouw die aan de VU promoveert en er Groepsfoto ter gelegenheid van later hoogleraar volkenrecht wordt. de promotie van Gezina van der Tijdens de oorlog zit ze al vroeg in het Molen. Op de foto staat ook Gezina’s vriendin, Mies Nolte. verzet: ze is één van de oprichters van verzetskrant Trouw en helpt joodse kinderen ontsnappen uit de crèche tegenover de Hollandsche schouwburg. In de laatste jaren van de oorlog is ze zelfs één van de meest gezochte verzetsmensen. Als voorzitter van de Rijkscommissie vindt Van der Molen dat kinderen die hun beide ouders verloren hebben niet van hun pleeggezin gescheiden moeten worden. In veel rechtszaken wordt de voogdij over de kinderen inderdaad toegewezen aan het pleeggezin, tot grote onvrede van de overlevende joodse gemeenschap. Die is het ermee oneens dat kinderen van joodse afkomst zo een christelijke opvoeding krijgen, in plaats van een joodse. Ondanks haar verzetsdaden tijdens de oorlog blijft Van der Molen door haar rol in de OPK een omstreden figuur: in 2014 protesteren joodse organisaties tegen het voornemen om een straat in Bloemendaal naar haar te vernoemen.

Portret van Gezina van der Molen. Fotograaf Merkelbach, 1940.


6

Wapens bij de kerk - het vervolg Woonhuis, Vondelstraat 166

12 september, 1944. Het is een week na dolle dinsdag, waarop Nederlanders denken dat ze snel bevrijd zullen worden en Duitsers halsoverkop wegvluchten. Het blijkt een teleurstelling: Amsterdam staat nog lang niet op het punt bevrijd te worden. De Duitse bezetter heeft de macht nog altijd in handen. In het kerkenraadsgebouw achter de Keizersgrachtkerk heeft de Duitse politie na een inval wapens gevonden, achtergelaten door verzetsmensen rond het illegale dagblad Trouw. Koster Siebren van der Baan is opgepakt. Hij wordt ondervraagd maar laat niets los over de mensen die de wapens in de kerk achterlieten. De Grüne Polizei wil ook de predikant van de kerk oppakken, dominee Knoppers. Wanneer hij niet thuis is, rijden ze verder naar de Vondelstraat. Voor nummer 166 stoppen ze.

Het adressenboekje dat naar verluidt gebruikt werd om Taeke Ferwerda op te pakken.

Volgens onbevestigde verhalen hebben de Duitsers een boekje bij de hand: het Jaarboek Gereformeerde Kerken, met de adressen van alle Amsterdamse predikanten. Helemaal bovenaan staat de Vondelstraat 166: het huisadres van T. Ferwerda, geboren op 13 april 1876. Daar rijden ze naartoe.

Taeke Ferwerda, dan 68 jaar, is één van de curatoren van de VU. Hij heeft niets te maken met de wapenvondst bij de Keizersgrachtkerk, hij houdt zich afzijdig van het verzet. Toch wordt hij uit zijn huis gehaald en naar het Kerkenraadsgebouw aan de Kerkstraat 109-111 gebracht. Daar worden hij en koster Siebren van der Baan op straat achter de Keizersgrachtkerk doodgeschoten, als Taeke Ferwerda hield zich afzijdig represaille voor de wapenvondst. van het verzet.

In de Kerkstraat hangt nu een gedenksteen op de plaats waar Ferwerda en Van der Baan gefusilleerd zijn. Ook aan de voorkant van de Keizersgrachtkerk worden ze herdacht met een plaquette.


7

Achter de schermen Paedologisch Instituut, Vossiusstraat 56

In dit gebouw zit het Paedologisch Instituut, in gereformeerde kringen bekend onder de afkorting PI. Hier worden vanaf de jaren dertig kinderen met opvoedingsproblemen of leerstoornissen behandeld. Het instituut is nauw verbonden aan de VU. Temidden van de gereformeerde kinderen die hier ter observatie zitten, worden ook joodse kinderen opgevangen. Het instituut is één van de vaste adressen waar Gezina van der Molen geredde kinderen naartoe brengt. De kinderen worden hier tijdelijk geplaatst, vaak totdat een nieuw onderduikadres voor ze gevonden is.

Jan Waterink, ook wel Jan Wat genoemd.

Jan Waterink is de drijvende kracht achter het instituut. Hij is predikant, psycholoog, pedagoog en hoogleraar, maar staat bovenal bekend als aimabele regelaar. In plaats van openlijk verzet kiest hij in de Tweede Wereldoorlog voor acties achter de schermen. Waterink onderhoudt namelijk nauwe contacten met de Duitse bezetter. In het bijzonder met SS’er Hans Blumenthal, die de leiding had over de grote studentenrazzia van 1943.

Regelmatig is Jan Waterink te vinden op het gevreesde hoofdkwartier van de SD in de huidige Gerrit van der Veenstraat. Daar weet hij met mooie woorden studenten vrij te praten, ongetwijfeld geholpen door een zak smeergeld op zijn tijd. Schijnbaar zonder angst komt de hoogleraar op het bureau verhaal halen over de onrechtvaardige behandeling van ‘zijn’ gevangenen - van wie hij regelmatig weet dat het eigenlijk verzetsmensen zijn. Ook treedt hij op als getuige-deskundige in rechtszaken tegen opgepakte verzetsmensen. Hij probeert ze vrij te krijgen of voor strafvermindering te zorgen. In de laatste twee jaar van de oorlog neemt hij meer dan 350 van zulke rechtszaken op zich. Soms zijn het zijn eigen oud-studenten die hij vrij probeert te praten, maar lang niet altijd.

Een slaapzaal in het Paedologisch Instituut waar joodse kinderen ondergedoken zaten.


Colofon Deze publicatie - die verschijnt ter gelegenheid van het Kuyperjaar 2020 bij de Vrije Universiteit Amsterdam - hoort bij de audiowandeling: De VU van toen in het hart van Amsterdam. In verzet en vol vertrouwen: De VU in de Tweede Wereldoorlog. De audiowandeling is gebaseerd op interviews met Wim Berkelaar, Gjalt Zondergeld, Gert van Klinken. Tekst & audio: Nienke Zoetbrood Samengesteld met G.J. (Gert) van Klinken Mixage: Studio Joneski Projectleiding & eindredactie: Ronald van Gelder Vormgeving: Congres- en Mediacenter VU Drukkerij: Repro VU Met dank aan: Jacob Bouwman en Auley Boermann voor ondersteuning. Het Historisch Documentatie Centrum voor het Nederlands Protestantisme (VU) wordt bedankt voor het beschikbaar stellen van de meeste in deze wandelgids afgebeelde foto’s. Voor nadere informatie: ronald.van.gelder@vu.nl © Vrije Universiteit Amsterdam, 2021. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.