Issuu on Google+

Verschijnt 5 maal per jaar Afgiftekantoor Antwerpen X P409339

Vrije Universiteit Brussel Pleinlaan 2 B - 1050 Brussel

BelgiĂŤ - Belgique P.B. Gent X BC 9467

agazin2e009 m e i t a m r -juli info g i n - juni n i 3 z . n R N eige l JG.12 e Redelijk s s u r siteit B r e v i n Vrije U

De wereld begint in Brussel Studentenleven wordt steeds internationaler

Alumnus Hedwig Van Lishout bouwt in hele wereld bruggen, eilanden en tunnels

VUB-primussen naar Amerikaanse topuniversiteiten


wist u dat ... … onze stedelijke planning de toekomstige waterreserves bedreigt? De onophoudelijke uitbreiding van de stedelijke gebieden betekent een gevaar voor de toekomst van onze waterreserves, natuurgebieden en laagwaterafvoeren. Dat zeggen onderzoekers van de vakgroep Hydrologie en waterbouwkunde van de Vrije Universiteit Brussel. We moeten dan ook dringend meer aandacht hebben voor de invloed van ons landgebruik op de hydrologie. De voorbije decennia heeft ons land een aanzienlijke verstedelijking gekend. Dat kan een nefast effect hebben op de grondwatervoorraden, waarschuwen de onderzoekers Jef Dams en prof. dr. Okke Batelaan. Want stedelijke gebieden zijn grote, quasi ondoorlaatbare oppervlakken die een plaatselijke infiltratie van het regenwater in de bodem belemmeren. Het regenwater wordt te snel afgevoerd via riolen en rivieren, wat niet alleen voor overstromingen zorgt op piekmomenten, maar ook nefast is voor de voeding van watervoerende lagen. Daardoor dreigen heel wat natuurgebieden in de buurt van stedelijke gebieden te verdrogen, zal drinkwaterproduc-

… heel wat medicatieproblemen na een ziekenhuisverblijf vermeden kunnen worden? Naar schatting ervaren ieder jaar zowat 750.000 Belgen problemen met hun medicatie-inname na een verblijf in het ziekenhuis. Uit een studie van de onderzoeksgroep Transmurale Zorg van de Vrije Universiteit Brussel blijkt dat een goed ingevuld medicatieschema essentieel is voor een vlotte overgang van tweede- naar eerstelijnszorg, maar dat dit in de praktijk vaak nog niet correct wordt gebruikt. Zo blijkt dat in drie kwart van de gevallen niet de patiënt zelf, maar een familielid de medicatie komt afhalen, wat niet altijd bevorderlijk is voor een correcte informatieoverdracht. En hoewel zeven op de tien

tie uit grondwater steeds meer in de verdrukking komen en gaan rivieren in de zomer te weinig water hebben. In het ergste scenario bedraagt de daling van de grondwaterreserves zelfs 0,45 meter. Men moet dan ook bij iedere wijziging in landgebruik rekening houden met de impact op de hydrologie en voorzichtiger omspringen met verstedelijking. Dit kan door ruimte te laten voor water en door meer te investeren in het gebruik van materialen die een infiltratie van het regenwater in de bodem toelaten.

patiënten uit het ziekenhuis een medicatieschema meekreeg, bracht meer dan de helft hiervan dit niet mee naar de apotheker. Nochtans bevatten dergelijke schema’s heel wat noodzakelijke informatie over de juiste inname van de geneesmiddelen. Een op vijf meegebrachte schema’s bleken bovendien geneesmiddelen te bevatten waarvoor men vanuit het ziekenhuis een voorschrift was vergeten mee te geven. In een derde van de gevallen was het schema onduidelijk voor de apotheker, of bevatte het zelfs fouten in de voorgeschreven dosering. Bij 32% van de patiënten ten slotte werden meerdere interacties of contra-indicaties vastgesteld. Acht daarvan werden als zeer ernstig aanzien. Tot slot ondervonden sommige apothekers problemen om de artsen in het ziekenhuis te bereiken voor meer uitleg. De onderzoekers benadrukken dat een goed ingevuld medicatieschema heel wat van deze problemen kan voorkomen en in sommige gevallen zelfs een heropname in het ziekenhuis kan vermijden.

… de hoge arseenconcentraties in onze voeding niet per definitie schadelijk zijn? Hoewel de Belgen gemiddeld veel hogere arseenconcentraties opnemen via hun voeding dan de rest van de wereldbevolking, betekent dit niet automatisch dat hun gezondheid ook meer gevaar loopt. Slechts een klein percentage van dit arseen is immers toxisch, stelt chemicus Willy Baeyens van de Vrije Universiteit Brussel. De mens wordt voortdurend blootgesteld aan bronnen van arseen, zoals water, de bodem en de lucht, maar zijn voeding is veruit de belangrijkste bron. Vooral vis en andere dieren uit de zee zijn belangrijke bronnen van arseen, en dan vooral die uit de Noordzee, die een van de sterkst vervuilde kustzeeën is met beduidend hogere arseenwaarden dan gemiddeld. Belgen zijn notoire liefhebbers van deze vis en schaaldieren, waardoor ze gemiddeld veel hogere arseenconcentraties binnenkrijgen dan gemiddeld. Gelukkig is slechts een zeer klein percentage van dit arseen toxisch en liggen we wat dat betreft wel meer in lijn met de rest van de wereld, ver onder de toegelaten maximumnorm van de Voedsel- en Landbouworganisatie en de Wereldgezondheidsorganisatie.

2

Akademos

JG.12 - NR.3 - 06.2009


… kankeruitzaaiingen sneller opgespoord kunnen worden met nieuwe PET-scantechniek? Positron Emissie Tomografie is een techniek die onder meer gebruikt wordt om kankercellen in het lichaam op te sporen. Met de huidige technologie zijn de beelden een beetje wazig, maar fysicus Cedric Lemaître van het departement Natuurkunde van de Vrije Universiteit Brussel heeft nu een manier ontwikkeld om dit probleem weg te werken. Door de fotodetectoren te combineren in grotere blokken kan de locatie van een object een stuk preciezer bepaald worden. Bovendien geeft de spreiding van het licht over de detectoren dan ook informatie over de afstand tot het object. En doordat men niet meer met aparte blokjes moet werken, wordt het beeld veel scherper. Dankzij de nieuwe technologie zullen in de toekomst bijvoorbeeld kankeruitzaaiingen veel sneller en doeltreffender kunnen opgespoord worden, wat de behandeling ten goede komt. Bovendien zal de ‘grijze zone’ van onduidelijke beelden een heel stuk kleiner worden. Heel lang zal het allemaal niet meer duren, want de eerste stappen op weg naar commercialisering zijn reeds gezet.

Inhoud

… knuffelrobot Probo voor het eerst is voorgesteld aan het grote publiek? Onder massale persbelangstelling heeft knuffelrobot Probo zijn eerste publieke verschijning gemaakt. Het prototype werd ontwikkeld door ingenieurs van de vakgroep Toegepaste Mechanica van de Vrije Universiteit Brussel, naar een idee van Ivan Hermans. Dankzij de nieuwste technologieën kan het groene knuffeldier niet alleen emoties tonen, maar ook zijn omgeving waarnemen en erop inspelen. Op termijn zal de robot ingezet worden in ziekenhuizen om het leed van langdurig gehospitaliseerde kinderen te verzachten. Probo is een van de eerste robotplatforms ter wereld die zich specifiek toespitsen op interactiestudies met emotionele communicatie tussen kinderen en robots. Uniek is ook het hoge knuffelgehalte van de robot dankzij zijn zachte pels en veerkrachtige lichaamsbouw. De verdere ontwikkeling van het prototype wordt een interdisciplinair verhaal: zo zullen de ingenieurs verder sleutelen aan de robot en de autonomie verhogen met visie, spraak en kunstmatige intelligentie, terwijl de medische sector de zogeheten Robot Geassisteerde Therapie ontwikkelt. In samenwerking met sociologen en psychologen zal tot slot de interactie tussen robot en mens verfijnd worden. Het grote publiek kreeg de robot voor het eerst te zien tijdens de robotwedstrijd RoboCup Junior op 16 mei in Technopolis.

Onze toekomst is internationaal: studenten over hun Erasmuservaring  ....  

4

Centrum voor Volwassenonderwijs stimuleert meertaligheid op campus  ......  

7

Handelsingenieurs in spe veroveren Chinese markt  . .................................................  

8 Kort nieuws  ...................................................  10 Ticket naar de top: VUB-primussen naar States  ..................  

12

Prof. Johan Swinnen voor fotografieonderzoek naar Bangladesh  ..................  

15

Alumnus Hedwig Van Lishout, ingenieur en bruggenbouwer  ...............  

16

Koninklijk Conservarium Brussel trekt internationale registers open  ................  

18 Personalia  ......................................................   19 3


Onze toekomst is internationaal Twintig procent in het jaar twintig. Tegen eind 2020 moet een student op de vijf een deel van zijn of haar studies in het buitenland volbrengen. Zo staat het in de Verklaring van Leuven die de Europese ministers van Onderwijs eind april hebben goedgekeurd. “Het is goed dat meer studenten naar het buitenland trekken om te studeren”, zegt Filip Callewaert, hoofd van de centrale VUB-dienst Internationale Relaties en Mobiliteit (IRMO). “Maar in de toekomst zouden we Erasmusuitwisselingen vooral als een middel moeten zien en niet als een doel op zich.” “Erasmus wordt in sommige gevallen nog te veel gezien als een soort toeristische uitstap. Dat culturele aspect is natuurlijk zinvol, maar op Erasmus gaan is meer dan louter dezelfde vakken volgen in het buitenland. We zouden bijvoorbeeld bepaalde opleidingen specifiek kunnen afstemmen op het aanbod in buitenlandse universiteiten. Daar zou je dan bepaalde vakken kunnen volgen waarvoor we zelf geen specialisten in huis hebben en omgekeerd. Zo kunnen we de capaciteit voor een aantal van onze opleidingen vergroten en creëren we meteen een heel aantrekkelijk portfolio.” Momenteel zijn er meer Erasmusstudenten die naar de Vrije Universiteit Brussel komen dan er naar het buitenland vertrekken. “In Leuven en Gent is dat ook het geval”, zegt Filip Callewaert. “Elk jaar ontvangen we zowat 150 Erasmusstudenten en sturen we er een honderdtal uit.” Bij de Erasmusstudenten die uit het buitenland komen, vormen Spanjaarden de grootste groep, gevolgd door Italianen en Polen. Een aantal ontvangen Erasmusstudenten komt overigens niet uit het buitenland, maar uit het Franstalig gedeelte van België, via Erasmus Belgica. De populairste bestemmingen van VUB-studenten zijn Spanje, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk.

4

Akademos JG.12 - NR.3 - 06.2009

Internationalisation at home Erasmusstudenten hebben de neiging om met elkaar op te trekken, onder meer via het Erasmus Student Network. Op de VUBcampus is dat niet anders. “We moeten streven naar een grotere mix”, zegt Filip Callewaert, “want er blijft een kloof tussen de

Erasmusstudenten en de Belgen. Dat komt onder meer doordat niet alle Erasmusstudenten Nederlands leren. Ze volgen hier voornamelijk vakken in het Engels. Het zou niet slecht zijn om meer Engelstalige vakken in de gewone opleidingen te voorzien, vakken die VUBstudenten dan samen volgen met

Filip Callewaert

Nieuwe stek voor IRMO De centrale dienst Internationale Relaties en Mobiliteit / International Relations and Mobility Office (IRMO) is onlangs verhuisd van het rectoraatsgebouw naar het Huis van het Hout aan de Vrijwilligerslaan, op een steenworp van campus Etterbeek. De verhuizing was noodzakelijk, want in het rectoraatsgebouw barstte de dienst zowat uit haar voegen. IRMO is aan de Vrije Universiteit Brussel de draaischijf voor alles wat met internationalisering te maken heeft. In dezelfde ruimte werken ook mensen van de dienst internationalisering van Erasmushogeschool Brussel, waarmee de Vrije Universiteit Brussel een associatie vormt. IRMO ondersteunt internationale uitwisselings- en ontwikkelingsprojecten en zorgt voor de opvang van buitenlandse studenten. Dat gaat van studenten uit ontwikkelingslanden tot Europese Erasmusstudenten. Daarnaast is IRMO er ook voor alle VUB-studenten die in het buitenland willen studeren. In het Huis van het Hout komt ook de administratie van het Vesalius College. Het Vesalius College biedt al jaren Engelstalige bacheloropleidingen aan en heeft een hechte band met de Vrije Universiteit Brussel. Het Vesalius College en IRMO zullen samenwerken bij de uitbouw van de University of Brussels. Dat is een ambitieus internationaal project waarin alle Engelstalige opleidingen zullen ondergebracht worden en waarmee de Vrije Universiteit Brussel (in samenwerking met de Université Libre de Bruxelles) meer buitenlandse studenten en onderzoekers wil aantrekken. IRMO, Huis van het Hout, Vrijwilligerslaan 2 in 1040 Brussel


Erasmusuitwisseling

Erasmusstudenten. Dat zal de onderlinge contacten bevorderen en de internationalisation at home vooruit helpen.” Overigens draait de internationalisering van het studentenleven niet alleen rond Erasmusstudenten. Een nog grotere groep van de zowat 1100 buitenlandse studenten komt hier terecht via ontwikkelingssamenwerking en via programma’s als Erasmus Mundus (uitwisseling met Israël en Palestina, en met Centraal Azië). Daarnaast heb je ook de reguliere studenten uit het buitenland, onder wie veel Nederlanders. IRMO gaat nu ook actief Duitse studenten rekruteren. Door een hervorming van het onderwijs in Duitsland is er plots een dubbele uitstroom in het secundair onderwijs. Het hoger onderwijs in Duitsland kampt daardoor met acuut plaatsgebrek. De Duitsers kunnen alvast bij ons terecht. Voor Duitsers is een opleiding in het Nederlands volgen niet onoverkomelijk. [pvr]

“Eerste dag was rotdag, daarna ging alles beter” De Poolse Aga Marczynska heeft de universiteit van Krakow het voorbije semester ingeruild voor de Vrije Universiteit Brussel, in de derde bachelor Economie. Het stond al een tijdje als een paal boven water dat ze naar het buitenland zou gaan studeren, vertelt ze. “Bij ons is het Erasmusprogramma erg populair en iedereen die terugkomt is zo enthousiast dat ik altijd al heb willen vertrekken. Ik hou van reizen en dit is een heel andere manier om een land te verkennen dan wanneer je er gewoon even op vakantie bent. Ik wilde nieuwe mensen ontmoeten en andere culturen ontdekken. Het is een hele uitdaging, want het is niet altijd even makkelijk om je in een wildvreemd land aan te passen, helemaal op je eentje. Je bent totaal hulpeloos: zo was ik bijvoorbeeld helemaal in de war omdat ik niet begreep hoe je in deze stad een tramdeur moet openen (lacht). Toch vielen de verschillen al bij al nog wel mee. Alleen mijn eerste dag in Brussel was een echte rotdag. Mijn appartement in de stad bleek een krot te zijn, zodat ik nog op zoek moest naar iets anders, en mijn gsm was meteen al gestolen. Maar na die dag is alles beter gegaan en ik voel me hier nu zo goed dat ik al moet huilen bij het idee dat ik binnenkort terug moet keren. Ik hou van de sfeer, die hier erg open is, zodat je je nooit eenzaam voelt. Ik ben blij dat ik in Brussel ben beland: eigenlijk had ik aanvankelijk voor Praag gekozen, maar daar was geen plaats meer voor mij. Brussel was mijn tweede keuze, omdat het het kloppend hart van Europa is en omdat het een grote stad is. Ik denk dat het makkelijker is om je aan te passen in een stad waar al heel veel nationaliteiten samenwonen.”

“Ik hou van Grote Markt en bier” De Spaanse Maria De Riva heeft het voorbije academiejaar doorgebracht aan de Vrije Universiteit Brussel, in het eerste masterjaar Biologie. Een heel nieuwe ervaring, want haar eigen universiteit van Alcalá de Henares op 35 kilometer van Madrid voert het bachelor-mastersysteem pas volgend academiejaar in. En er zijn nog wel een paar verschillen, merkte ze al snel op: “Hier aan de VUB moesten we veel meer zelfstandig werken en presentaties voorbereiden, terwijl we in Spanje meer uren in de les doorbrengen”, vertelt ze. “En ook de spreiding van de lessen is heel anders: hier krijg je vaak lessen in grote blokken, zodat je sommige dagen veel les hebt en andere dagen bijna niets. In Spanje zijn de lessen meer gespreid, en krijgen we van elk vak een uurtje, verschillende dagen per week.” Toch is Maria erg enthousiast over haar avontuur: “Ik wilde een jaartje naar het buitenland om nieuwe mensen en culturen te leren kennen, en waar kan dat beter dan in de hoofdstad van Europa, waar alle nationaliteiten samenwonen?”, vertelt ze. “Iedereen had me gewaarschuwd dat Brussel erg saai zou zijn, maar dat is helemaal niet zo. Het heeft even geduurd omdat ik nogal verlegen ben van aard, maar nu heb ik een heleboel nieuwe vrienden gemaakt en er valt iedere dag wel iets te beleven in de stad. Ik hou ook ontzettend van de Grote Markt en van het lekkere bier dat je hier kan vinden. Het leuke is ook dat je vanuit Brussel door zijn centrale ligging heel makkelijk kunt rondreizen in Europa. Alleen het slechte weer, daar kan ik maar niet aan wennen (lacht).”

5


“Ik kende geen woord Spaans toen ik vertrok” Sanne Haex is laatstejaarsstudente Rechten. Ze bracht het eerste semester van het academiejaar door in Barcelona, aan de Universitat Autònoma de Barcelona. “Het was super”, zegt Sanne. Ze volgde vakken als Eupopees gemeenschapsrecht en internationaal privaatrecht in het Spaans. “Ik kende geen woord Spaans toen ik vertrok”, zegt Sanne. “Toch ben ik erin geslaagd om op het einde van het semester mijn examens in het Spaans af te leggen. Ik was wel wat vroeger naar Barcelona vertokken om begin september een intensieve snelcursus Spaans te volgen. Maar de eerste weken, zeg maar de eerste maanden, waren de colleges ongelooflijk vermoeiend. Het was frustrerend om zo weinig te begrijpen. Maar op het einde begreep ik al een stuk beter wat de prof vertelde.” Wat zijn nu de grootste verschillen? “De leerstof is beperkter dan bij ons”, zegt Sanne. “Ze werken er niet met handboeken. Je moet alleen kennen wat in de les is verteld. De nota’s hebben we van Spaanse studenten gekregen. Er wordt ook gewerkt in kleine groepjes, waarbij de participatie van de studenten erg belangrijk is.” Sanne Haex wilde graag naar Spanje omdat ze een nieuwe taal wilde leren. “Ik had het gevoel dat het er later niet meer van zou komen, dat het nu echt het moment was. Ook het weer en de sfeer van Barcelona trokken me aan. Er is altijd wel iets te doen, zowel overdag als ‘s nachts. Al moet ik als negatief punt wel de Catalaanse keuken vermelden: daar was ik niet wild van.” Het leven in Barcelona is wel duurder dan in Brussel. “Ik had een kot gevonden op de privémarkt en betaalde daar zo’n 430 euro per maand voor. Maar restaurants zijn dan weer goedkoper dan bij ons.” In Barcelona had Sanne vooral contact met andere Erasmusstudenten. “Ze hadden me op voorhand gewaarschuwd dat ik geen Spaanse studenten zou leren kennen. Dit bleek ook het geval. Je blijft in Erasmus-kringen hangen. Het is moeilijker om met Spaanse studenten contact te leggen omdat ze hun eigen leven hebben.“ De Erasmusuitwisseling is voor Sanne in elk geval een ingrijpende ervaring geweest. “Als ik later terugdenk aan mijn studententijd, dan zal Erasmus de mooiste herinnering zijn. Het heeft mijn zelfstandigheid enorm bevorderd. Als ik ooit het voorstel krijg om in het buitenland te werken, dan zal ik die stap makkelijker durven zetten omdat ik meer zelfvertrouwen heb. En ik heb nu in heel Europa adressen om op vakantie te gaan.”

“De tofste tijd van je leven” David Lecoque is masterstudent Rechten en heeft het eerste semester van het academiejaar aan de University of Malta doorgebracht. “Het was een geweldige ervaring”, vertelt hij. “Het klinkt als een cliché, maar ik heb er veel van opgestoken. Je krijgt niet alleen les in een andere taal, maar ook vanuit een andere invalshoek. Malta is een oude Britse kolonie en die Angelsaksische benadering van het recht is er nog aanwezig.” Waarom Malta als Erasmusbestemming? “De taal heeft een rol gespeeld. In Malta krijg je les in het Engels. Het is misschien niet de meest ambitieuze keuze, maar voor mij is het beslist een goede voorbereiding, omdat ik nog een Engelstalige master-na-master wil doen.” Ook het klimaat van Malta heeft de keuze mee bepaald. “Ik ben een mens die zon nodig heeft. Mijn eerste keuze was Finland, maar in het eerste semester is het daar voortdurend donker. Dat zag ik niet zitten.” David had in Malta het gezelschap van twee VUB-studenten en nog enkele andere Belgen. “Maar ik trok wel zoveel mogelijk op met studenten van andere nationaliteiten. De Erasmusstudenten in Malta verbleven samen in een grote residentie met meer dan 200 mensen. Zo leer je elkaar natuurlijk goed kennen. En je praat over andere dingen dan hier. Je wisselt levenservaringen uit, ontdekt andere visies op het leven. Die hechte band maakt het afscheid ook zo moeilijk. Er vloeien dan wel eens tranen. Het zou beter zijn om een volledig jaar op Erasmus te gaan in plaats van een semester. Samen uit, samen thuis. Nu vertok een deel van de groep, terwijl de anderen bleven.” → vervolg p.7

6

Akademos JG.12 - NR.3 - 06.2009


Maar bij een Erasmusuitwisseling moet er uiteraard ook gestudeerd worden. “Ik volgde vakken als Europees vennootschapsrecht en vluchtelingenrecht, gedoceerd door Maltese professoren. Het niveau hangt sterk af van de prof, zoals hier ook trouwens. Een groot verschil is wel dat ze geen syllabi hebben. Bij drie van de zeven vakken die ik volgde werden de examens in de vorm van een taak afgelegd. Je hebt een meer praktische benadering van de studies, bij ons is het meer theoretisch. In Malta moet je minder uit het hoofd leren en meer zelf toepassen.”

David raadt iedereen aan om via een Erasmusuitwisseling een tijdje in het buitenland te studeren. “Het is ook een bijzonder vriendelijke context. Je zit daar allemaal samen om de tofste tijd van je leven te hebben. Zeker voor introverte mensen is Erasmus een aanrader: ze bloeien helemaal open.” Na zijn studies wil David in een internationale of Europese omgeving aan de slag gaan.

Meertaligheid is motor van succes “In 1970 zijn we begonnen met enkele tientallen cursisten die Frans en Duits volgden. Vandaag zitten we aan 6.000 cursisten per semester.” Jeanine Billens is directrice van het Centrum voor Volwassenenonderwijs van de Kamer voor Handel en Nijverheid van Brussel. Het CVO-KHNB heeft al jaren zijn vaste stek op de campus van de Vrije Universiteit Brussel. Studenten, personeel en externen kunnen er terecht om een nieuwe taal te leren of om hun talenkennis bij te spijkeren. “Onder onze cursisten tref je maar liefst 138 verschillende nationaliteiten aan”, zegt Jeanine Billens. Ze volgen Frans, Duits, Engels, Spaans, Italiaans en Nederlands. “Het succes van ons taalonderricht toont aan dat steeds meer mensen het belang van meertaligheid inzien. Dat is beslist het geval in het Brusselse, waar de meerderheid van onze cursisten woont. De internationalisering van de hoofdstad kan je bij ons echt aan den lijve ondervinden. De enige taal die cursisten vaak gemeenschappelijk hebben, is de taal die ze aan het leren zijn.”

bijvoorbeeld heel wat studenten Handelsingenieur die Duits of Engels komen volgen. Ze willen zo beter voorbereid zijn op een internationale carrière. Veel studenten volgen ook Frans, omdat ze voelen dat ze de taal niet genoeg onder de knie hebben. Vooral de actieve taalkennis is erop achteruitgegaan. Wij spelen daar op in door de nadruk te leggen op praktische taalvaardigheden. Je kan bij ons terecht voor bijvoorbeeld zakelijke cursussen of voor specifieke schrijf- en spreekklassen. Het CVO draagt ook z’n steentje bij tot de Erasmusuitwisseling. Zowel VUB-

studenten die naar het buitenland vertrekken als Europese Erasmusstudenten komen er geregeld een taalcursus volgen. Bovendien kan je er ook een internationaal erkend certificaat behalen.” Het CVO hanteert een soepele manier van taalonderwijs. “Een van onze troeven is dat de cursisten eigen accenten kunnen leggen naargelang van hun persoonlijke behoefte. Als mensen weinig tijd hebben, kunnen ze bijvoorbeeld kiezen voor gecombineerd onderwijs: ze komen minder naar de les en maken meer gebruik van ons digitaal leerplatform. En dat alle-

Jeanine Billens van CVO-KHNB

maal voor de prijs van een euro per lesuur! Als je privélessen neemt, betaal je een veelvoud, maar heb je wellicht niet de kwaliteit die wij al 40 jaar lang opgebouwd hebben.” www.cvo-khnb.be

Het CVO krijgt iedereen over de vloer, van bedrijfsleiders tot werkzoekenden. “We voelen dat het crisis is, want we schrijven meer werklozen in dan gewoonlijk. Ze maken van de gelegenheid gebruik om een taal bij te leren en hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. En dat klopt ook, want hoe meer talen je kent, hoe sterker je staat. ‘Geef je carrière vleugels’ is een van onze slogans”, zegt Jeanine Billens. “Dat geldt ook voor studenten. We hebben

7


Handelsingenieurs in spe veroveren China Dertien laatstejaarsstudenten Handelsingenieur van de Solvay Business School trokken dit voorjaar naar China, waar ze gedurende drie weken een missie vervulden in opdracht van enkele Belgische bedrijven. De buitenlandse handelsmissie is in de loop der jaren uitgegroeid tot een vaste waarde in de opleiding en biedt de studenten een unieke kans om op korte tijd heel wat praktijkervaring op te doen, vlak voor ze zelf in de professionele ondernemerswereld terecht komen. Sinds de vroege jaren negentig krijgen de laatstejaarsstudenten van de Solvay Business School ieder jaar de kans om naar het buitenland te trekken voor een missie. De organisatie ligt in handen van de studenten zelf, verenigd in de Initiatiefgroep Solvay (kortweg Inisol). Een hele kluif voor de studenten, maar totnogtoe mocht de missie ieder jaar gerust een succes genoemd worden. Zo ook dit jaar, ondanks de weinig evidente bestemming: China. “We kiezen ieder jaar voor een ander land, rekening houdend met een drietal criteria”, legt assistent en begeleider Michaël Dooms uit. “Om te beginnen moet het om een land gaan dat nog geen volledig geïndustrialiseerde, westerse eco-

“We moesten zelfzeker overkomen” nomie heeft en dus over voldoende groeipotentieel beschikt. Ten tweede kiezen we landen met een heel andere taal, cultuur of context, kwestie van het niet te gemakkelijk te maken (lacht). Tot slot moet het ook gaan om ontwikkelende consumentenmarkten die ook beschikken over een industrieel apparaat.” De keuze voor China met zijn spectaculair groeiende economie lag dan ook voor de hand, werd vergemakkelijkt door de ondersteuning

8

Akademos

JG.12 - NR.3 - 06.2009

vanwege het Brussels Institute of Contemporary China Studies (BICCS) én van de viceconsul in Shanghai, zelf een VUB-alumna. “Zij heeft de groep een extra zetje gegeven door een speciaal event te organiseren voor expats en bedrijven, waaraan de studenten heel wat nuttige contacten hebben overgehouden”, vertelt Dooms. Vertrouwen Voor de studenten die het keuzevak ‘Buitenlandse handelsmissie’ kozen, is de missie een uitgelezen kans om op korte tijd heel wat praktijkervaring in het buitenland op te doen, die ook door toekomstige werkgevers als erg waardevol wordt beschouwd. Dat verklaart meteen waarom ieder jaar opnieuw studenten bereid worden gevonden om buitensporig veel werk te steken in iets wat niet eens zoveel studiepunten oplevert. Niet alleen de reis zelf is zwaar, maar ook het maandenlange voorbereidende werk. De studenten moeten zelf voldoende Belgische (of Europese) bedrijven warm maken voor de missie. Dat lukt uiteindelijk ieder jaar, omdat de bedrijven zelf er ook baat bij hebben: in plaats van een duurbetaalde consultant op pad te sturen, kost deze missie hen slechts een deel van de prijs van de vliegreis en de verblijfskosten van ‘hun’ student – een besparing van gemiddeld vijftig- tot honderd-

duizend euro. Toch worden de studenten vaak belast met een heel serieuze en zelfs delicate opdracht. Zo moest Steven De Schepper voor een Antwerps hightechbedrijf een audit uitvoeren om na te gaan of hun agent in Hongkong wel goed functioneerde. “Het probleem in China is dat je niemand kan vertrouwen”, vertelt De Schepper. “Nieuwe technologische producten lopen een groot risico om gekopieerd te worden. Het concept

intellectuele eigendom is daar nog onderontwikkeld en ik moest voor mijn bedrijf de risico’s van de markt onderzoeken. De man was mogelijk betrokken bij het kopiëren van ontwerpen, zo bleek uit zijn onsamenhangende verkoopcijfers en de afwezigheid van enige klantenlijst. Ik heb mijn bedrijf dan ook aangeraden om snel een patent te nemen op hun naam. Want zolang je dat niet hebt, kan iedereen onder jouw naam producten van slechte

Sofie Van Mulders, Michaël Dooms, Steven De Schepper, Axel Guzman en Sara Smets


kwaliteit produceren, met als gevolg dat je reputatie nadien om zeep is. Op het product zelf nemen veel bedrijven liever geen patent, omdat ze daarmee meteen al hun geheimen prijsgeven, waardoor ze hun voorsprong op de concurrentie kunnen verliezen. Coca-Cola is bijvoorbeeld ook niet gepatenteerd.” Prospectie Sophie Van Mulders werd voor de kar gespannen van een bedrijf dat lasmachines verkoopt aan producenten van stalen vaten voor olie of chemische producten. “Ik moest de belangrijkste producenten van stalen vaten in China opzoeken en een prospectie doen van de plaatselijke markt”, vertelt ze. “Dat heeft mijn bedrijf een aantal interessante nieuwe contacten opgeleverd.” Maar niet alle geslaagde missies leiden per definitie ook tot een internationale samenwerking: ook wanneer tijdens een missie blijkt dat de markt niet rijp is, is dat erg nuttige informatie voor een bedrijf. Dat was bijvoorbeeld het geval van Sara Smets, die voor een verkoper van tweedehands glasmachines op prospectie ging, maar vaststelde dat de Chinese bedrijven nog niet klaar zijn om dergelijke machines te importeren. Ook Axel Guzman moest de Chinese markt aftasten voor een Belgisch bedrijf, dat zich specialiseert in het produceren, bewerken en vullen van drankblikjes en flesjes. Het probleem is dat heel wat Chinese producenten van goedkope importonderdelen voor lopende bandmachines zichzelf wel als geschikte handelspartners bestempelden, maar eigenlijk weinig betrouwbaar bleken. “Ik heb ter plaatse een aantal schimmige bedrijfjes geschrapt, en enkele goede producenten overgehouden, waarmee mijn bedrijf zelf mee zal gaan praten”, vertelt hij. Zakencultuur Dat de zakencultuur in China heel anders is dan die in het Westen, ondervonden de studenten al heel

snel. “Het is er bijvoorbeeld erg onbeleefd om een visistekaartje met één hand aan te nemen en meteen weg te stoppen”, vertelt Van Mulders. “Je moet het eerst heel aandachtig en met respect bekijken. En we moesten ook heel luid en zelfzeker overkomen, zoals de Chinezen dat gewoon zijn.” “Wat ons ook meteen opviel, is dat er een enorm wantrouwen heerst tegenover westerse zakenlui, en dat je er pas iets kan verkopen nadat je de ander eerst hebt geholpen of gesponsord”, voegt De Schepper eraan toe. Guzman bevestigt dit: “En er moet ook telkens een persoonlijke incentive zijn. Een deel van de deal verdwijnt steevast in de zakken van de zakenpartners. De ene doet wat

“We ondervonden dat de zakencultuur in China heel anders is dan bij ons”

van de prijs af, de ander dikt het wat aan en het verschil verdwijnt op mysterieuze wijze (lacht).” Zelf hebben de studenten er helaas geen extra zakcentje aan overgehouden, maar wel een kof-

fer vol ervaring die hen ongetwijfeld goed van pas zal komen wanneer ze binnenkort op zoek gaan naar hun eerste baan. [km] Meer info: www.inisol.com

BICCS viert derde verjaardag in het Egmontpaleis Het Brussels Institute of Contemporary China Studies (BICCS) is drie jaar. Om dat te vieren werd in het Egmontpaleis een conferentie georganiseerd met de Chinese Ambassadeur bij de EU en de directeur voor Azië bij de Europese Commissie (zie foto). Meer dan 250 deelnemers, onder wie experts en diplomaten uit 46 landen, woonden de conferentie bij. In drie jaar tijd is BICCS uitgegroeid tot een van de toonaangevende China-instituten in Europa. Haar drie postgraduaten trokken dit academiejaar meer dan zestig studenten van over de hele wereld aan. In deze programma’s wordt een doorgedreven academische vorming gecombineerd met uitgebreide praktijkervaring en netwerking. BICCS maakte ook een begin van een ambitieus onderzoeksprogramma dat sectoren bestrijkt zoals het Chinese buitenlandse beleid, de relaties tussen China en Europa, de Chinese Afrika-politiek, de Chinese economische transitie en het Chinees recht. Met de Asia Papers en Asia Briefings wil BICCS zijn kennis verspreiden bij een ruim publiek van beleidsmakers en opinieleiders. Daarnaast bouwt het zijn aanwezigheid op in internationale academische tijdschriften. Dat BICCS ernstig genomen wordt, blijkt uit de talrijke samenwerkingen met bedrijven en overheidsinstellingen zoals de Europese Commissie, het Europees Parlement, tal van lidstaten, de Chinese overheid, tot het Amerikaanse Congres en het Pentagon toe.   BICCS wil met beide voeten in de universitaire gemeenschap staan. Via tal van hoogstaande conferenties biedt het studenten de mogelijkheid om kennis op te doen en contacten met beleidsmakers aan te gaan. Vanaf volgend academiejaar krijgen vier junior fellows de kans om mee te werken aan onderzoeksprojecten. Ook zal BICCS  binnen de opleiding Politieke Wetenschappen een hoogstaand college aanbieden over het buitenlandse beleid van China. Ondanks de jonge leeftijd is BICCS zonder twijfel één van de meest zichtbare internationale uithangborden van de Vrije Universiteit Brussel. www.vub.ac.be/biccs

9


Tweede doctoraat in de kunsten Na het doctoraat van Barthold Kuijken in 2007 werd zopas opnieuw een doctoraat in de kunsten behaald. Componist Peter Swinnen verdedigde een oorspronkelijk doctoraal proefschrift getiteld: “La Chute de la maison Usher – music for the silent movie by Jean Epstein (1928) for full Orchestra”. Het project heeft in de eerste plaats geleid tot de compositie van een partituur die de projectie van de stille film tegelijk bevraagt en begeleidt. Daaraan gekoppeld werd een bundeling van toelichtingen en inzichten toegevoegd aan de partituur. Peter Swinnen is naast componist ook departementshoofd van het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Het Conservatorium maakt deel uit van de Erasmushogeschool Brussel, waarmee de Vrije Universiteit Brussel de Universitaire Associatie Brussel vormt. Het doctoraat van Peter Swinnen is het tweede doctoraat in de kunsten binnen het Platform, doctoraat in de kunsten, ook gekend als het Brussels model. Het kunstenplatform is door de Universitaire Associatie Brussel in het leven geroepen om het doctoraat in de kunsten te begeleiden en te ondersteunen. Het kunstenplatform wil kunstenaars bewegen tot het behalen van een academisch doctoraat in de kunsten door tegemoet te komen aan hun verwachtingen als kunstenaar en niet door ze te willen “academiseren” als wetenschapper. Peter Swinnen

www.hetplatform.be

Verdedig VUB-kleuren in Brussels Marathon Sportfanaten houden best nu al zondag 4 oktober vrij. Dan vindt de jaarlijkse Brussels Marathon plaats en deze keer zal de Vrije Universiteit Brussel zichtbaar aanwezig zijn. De alumniwerking maakt er immers een heus event van voor VUB-afgestudeerden, maar ook werknemers en studenten van de Vrije Universiteit Brussel kunnen zich inschrijven via www.vub.ac.be/alumni en dat zowel voor de volledige als voor de halve marathon. Je kan je natuurlijk ook rechtstreeks inschrijven, maar dan mis je de kans op het unieke VUB-loopshirt dat speciaal voor deze marathon werd ontworpen. Bij inschrijving via de alumniwerking krijg je dit shirt er gratis bovenop.

Het Kultuurkaffee wordt ecocafé Tien jaar na zijn laatste facelift wordt het Kultuurkaffee op de campus van de Vrije Universiteit Brussel omgetoverd tot een heus ecologisch café. Het moet

een voorbeeld worden van hoe men ecologische producten en materialen kan gebruiken, en hoe men het energie- en waterverbruik zo beperkt mogelijk kan houden. Alle mogelijke facetten worden onder handen genomen: van de verlichting en de verwarming tot het spoelwater van kranen en toiletten. Ook wat betreft geluid en omgevingsfactoren komen er verbeteringen waar mogelijk. Zo zal het vernieuwde Kultuurkaffee in de toekomst nog uitsluitend gebruik maken van biologisch afbreekbare drinkrietjes, glazen flessen en herbruikbare bekers. Op de kaart zullen verschillende biologische drankjes aangeboden worden en in de mate van de beschikbaarheid zullen bovendien ook biologische broodjes aan democratische prijzen aan de man gebracht worden. Wyns Drinks Service en InBev Belgium zorgen voor de financiering. De werken zullen ongeveer twee weken in beslag nemen en deze zomer uitgevoerd worden, zodat de nieuwe generatie studenten aan het academiejaar 2009-2010 kan beginnen met een ‘proper’ café.’ De heropening vindt plaats op zaterdag 5 september. De dienst Cultuur doet een oproep aan alle studenten en alumni om foto’s van het Kultuurkaffee binnen te brengen. De dienst Cultuur wil die foto’s graag tentoonstellen ter gelegenheid van de heropening.

www.vub.ac.be/cultuur

10

Akademos JG.12 - NR.3 - 06.2009


Kort nieuws

Sportprikkels schot in roos Eind april vond op de Vrije Universiteit Brussel een nieuwe editie van Sportprikkels plaats, een groots evenement waarbij leerlingen uit de derde graad van het secundair onderwijs een hele dag lang allerlei sporten kunnen ontdekken op de campus. Dit is erg belangrijk omdat zich precies op deze leeftijd een verhoogde drop-out in de sport manifesteert. Dit jaar kwamen 650 leerlingen uit acht scholen uit de Brusselse rand en omgeving naar de sportdag, allemaal via het openbaar vervoer. Ze mochten elk vier sporten kiezen uit het gigantische aanbod van klassieke en minder klassieke sporten. Bijzonder is dat het hele evenement wordt georganiseerd door studenten derde bachelor Lichamelijke Opvoeding, in het kader van het vak Project & Eventmanagement. Ze doen dat in samenwerking met BLOSO en de Stichting Vlaamse Schoolsport.

De organisatoren van Sportprikkels

Groot alumni-event op 5 september Op zaterdag 5 september pakt de Vrije Universiteit Brussel voor de eerste keer uit met een groot alumni-event op de campus in Etterbeek. De universiteit vindt het immers belangrijk om de contacten met haar afgestudeerden te onderhouden. Alumni zijn de beste ambassadeurs van onze universiteit. De alumni zelf zullen op 5 september beslist veel oudmedestudenten terugzien. Deelnemen aan het alumni-event kost 10 euro, ‘Kieken’ en Geuze inbegrepen. Er is alvast een geanimeerd programma, met als thema ‘Passie voor Wetenschap, Passie voor Brussel’. Lezingen ‘Passie voor wetenschap’ 13u30: ontvangst en verwelkoming door de rector 14u30: keuze uit vier lezingen 15u: koffiepauze 15u30: keuze uit vier lezingen Networking activiteit ‘Passie voor Brussel’ 16u30: Lounge moment met mogelijkheid tot rondleiding op de campus in het Brussels 18u: Optreden van de Belpop Bastards (met Luckas Vanderthaelen, Bea Van der Maat,…) 19u: After party Partners en kinderen zijn welkom. Vooraf inschrijven is wel nodig en kan via www.vub.ac.be/alumni.

50 jaar faculteit Wetenschappen Op 5 oktober 1959 begonnen een tiental studenten hun studies wiskunde in het Nederlands aan de Université Libre de Bruxelles (ULB), waarvan de Vrije Universiteit Brussel zich tien jaar later afsplitse. Dit betekent dus dat het departement Wiskunde en ruimer de faculteit Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel vijftig jaar geleden ontstond. Een verjaardag die beslist niet ongemerkt mag voorbijgaan. Daarom roept de vakgroep Wiskunde haar alumni op om massaal aanwezig te zijn op het alumni-event van zaterdag 5 september. Tevens zal er op 5 oktober een gastles wiskunde gegeven worden door prof. Franz Bingen, één van de oprichters van de faculteit Wetenschappen. Meer info vind je op www.vub.ac.be/alumni

Prof. dr. Franz Bingen

11


Primussen Vrije Universiteit Brussel kunnen met BAEF-beurs naar de States

Ticket naar de top Harvard, Princeton, UCLA, Columbia. De namen van Amerikaanse topuniversiteiten ronken luider dan de gemiddelde Harley Davidson. Studeren aan een van deze academische iconen is voor de meeste studenten een onbereikbare droom. Want je moet niet alleen uitmuntende studieresultaten kunnen voorleggen, aan een topopleiding hangt ook een niet onaardig prijskaartje. Maar voor dat laatste kunnen studenten aankloppen bij de Belgian American Educational Foundation (BAEF). Elk jaar stappen dankzij de beurzen van de BAEF tientallen Belgische studenten op het vliegtuig richting States om er aan een academisch Amerikaans avontuur te beginnen. Daaronder ook telkens een handvol VUB-primussen. Akademos ging polsen hoe de weg naar die academische walhalla’s is verlopen en wat ze ervan verwachten. Jurist Werner de Saeger vertrekt in augustus naar Harvard om er een Master of Theological Studies in ‘Relgion, Ethics and Law’ te volgen. Wiskundigen Jacques Benatar en Bregje Pauwels mogen zich opmaken voor een doctoraat aan de Universiteit van Californië in Los Angeles (UCLA), neurologe Sarah Gheuens heeft er al enkele maanden in Harvard opzitten en is klaar voor het vervolg.

Werner De Saeger: recht en religie Werner de Saeger begon vijf jaar geleden als werkstudent aan zijn rechtenstudie aan de Vrije Universiteit Brussel. Nu zit hij in zijn vijfde en laatste jaar en is hij klaar om in Harvard een vervolg aan zijn academische carrière te breien. Hij wil er zich verder specialiseren in de wisselwerking tussen recht en religie. “Hoe moeten we omgaan met religieuze symbolen zoals de hoofddoek bij moslims of de kirpan bij de sikhs of wat moeten we doen met het debat over het creationisme? Eigenlijk komt het allemaal neer op de verhouding tussen kerk en staat met het recht en de overheid aan de ene zijde en de religieuze fenomenen en de geloofsgemeenschappen aan de andere. Dat samenspel is zeer delicaat. Ik bestudeer hoe we daar als overheid mee om moeten gaan.”

12

Akademos Akademos JG.12 - NR.3 - 06.2009

Dat Werner zijn blik daarvoor ook buiten de VUB-campus zou richten, was snel duidelijk. “Vorig jaar heb ik tegelijkertijd met mijn rechtenopleiding aan de VUB een Master in Recht en Religie aan de KULeuven gevolgd én heb ik een semester doorgebracht aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. Dit jaar doe ik er ook nog een Master in de Rechtsfilosofie aan de universiteit van Leiden in Nederland bij”, vertelt Werner. Zijn verblijf in Israël was een bijzonder leerrijke ervaring. “Gezien mijn onderzoeksdomein vind ik het belangrijk om aan universiteiten met verschillende ideologische achtergronden te studeren. Enerzijds de VUB met haar vrij onderzoek, anderzijds de KULeuven, die een eerder conservatieve en katholieke visie op recht heeft en daarnaast de universiteit van Jeruzalem waar ik in een joodse context studeerde. Dat was erg interessant en ook uniek.”

Expertise Vooraleer hij aan een doctoraat begint, wil Werner nog verder over de landsgrenzen kijken. Hij moet wel. “In België is er niemand die voltijds met recht en religie bezig

is. Toen ik in Israël studeerde, werd me gezegd dat ik naar de VS moest gaan. Daar zijn er veel meer experts op dit vlak, de expertise is er gigantisch groot.” Werner nam het vliegtuig en


ging aankloppen bij een aantal universiteiten. “Eerst en vooral in New York, omdat ik daar familie heb wonen. Daarna in Boston, omdat Harvard me natuurlijk werd aangeraden. Daar wordt een tweejarige master aangeboden met een bijzonder flexibel curriculum. Daarom heb ik uiteindelijk beslist om alleen in Harvard een aanvraag te doen. Een gok, want ze zijn er bijzonder selectief. Het onderwijs heeft er niet hetzelfde democratisch karakter als in België. Je kan je niet zomaar gaan inschrijven. Het was dus een risico om alleen daar te proberen. Maar ik had me heel degelijk voorbereid. Ik had me goed geïnformeerd, had de universiteit bezocht en was er gaan praten met proffen. En uiteindelijk is alles heel vlot verlopen. In maart hebben ze mij het goede nieuws gemeld.” “Ik hoop dat ik er een andere kijk op mijn vakdomein krijg. Zowel in Brussel en Leuven als in Leiden en Jeruzalem heb ik het onderwerp vanuit een juridische invalshoek bekeken. In de VS wil ik het duaal karakter van recht en religie belichten via een godsdienstwetenschappelijke benadering. Ik zal er dus in eerste instantie verbonden zijn aan de faculteit godsdienstwetenschappen, maar zal uiteraard ook lessen volgen aan de faculteiten rechten en bestuurswetenschappen. Sowieso is de rol van religie in de VS veel groter. Bovendien is de werkethiek er anders. Ze zijn er nog dynamischer, ambitieuzer en gemotiveerder dan hier. Ook het feit dat ik in contact zal komen met wereldexperts in het domein is echt fantastisch. Maar het uiteindelijke doel is een bijdrage te kunnen leveren aan de rechtswetenschap.” “Het is niet de bedoeling om absoluut in de VS te blijven. Ofwel keer ik terug naar België ofwel trek ik nadien naar Israël, het Verenigd Koninkrijk, of Nederland om er aan een doctoraat te werken”, besluit Werner.

Bregje Pauwels & Jacques Benatar: passie voor wiskunde Niet de liefde voor muziek, reizen of sport bracht Jacques Benatar en Bregje Pauwels samen, maar wel hun gedeelde passie voor wiskunde. Allebei ronden ze dit jaar hun masteropleiding in de wiskunde af en allebei stapelden ze op de weg naar hun diploma de grootste onderscheidingen op. Meteen hadden ze voldoende adelbrieven op zak om van een Amerikaans avontuur te beginnen dromen. In augustus vertrekken ze richting The Golden State, Californië, om er in Los Angeles aan de UCLA te doctoreren. Bij de meeste scholieren staat wiskunde niet meteen bovenaan hun lijstje met favoriete vakken. Bij Jacques en Bregje was dat net wel het geval. Bregje: “Wiskunde was mijn lievelingsvak in het middelbaar. Fysica ook wel, maar wat ik er leuk aan vond, was net het wiskundige deel ervan. Ik hou heel erg van pure wiskunde, niet zozeer van de toepassingen. Daarom was de keuze voor een wiskundige opleiding heel evident. Voor mij is wiskunde gewoon het mooiste vak.” Ook Jacques had van jongs af al een grote liefde voor getallen. “Toch was ik eerst van plan om geneeskunde te studeren, maar in het vijfde middelbaar dacht ik dat wiskunde wel iets voor mij was.” Acht uur wiskunde in het secundair onderwijs, een opleiding wiskunde aan de Vrije Universiteit Brussel, maar wat daarna? “Ik wil me specialiseren in getaltheorie”, vertelt Jacques. “Ik ben vooral geïnteresseerd in de natuurlijke getallen en dan specifiek in priemgetallen, een heel populair onderdeel van die getaltheorie. Maar hier in België zijn daar niet zoveel mensen mee bezig. Er zijn in Europa wel een aantal mogelijkheden - ik heb bijvoorbeeld ook in Engeland gezocht - maar het is veel minder evident

om daar een beurs voor te krijgen. Dus ben ik op zoek gegaan naar Amerikaanse universiteiten waar ze intensief met die getaltheorie bezig zijn en heb daar een aanvraag ingediend. Uiteindelijk is het de UCLA geworden.” Toch is de stap om in VS te gaan studeren er eerder toevallig gekomen. Jacques en Bregje hebben nooit een ‘American Dream’ nagestreefd. “Ik heb altijd gewoon de wiskunde willen studeren die ik interessant vind. En als ik daarvoor naar het buitenland moet dan is dat zo. Ik denk wel dat het heel interessant zal zijn om te veranderen van omgeving. Ik vertrek dus met plezier”, aldus Jacques. Bregje: “Ik zit heel graag in Brussel en wou hier graag blijven, maar dat lag moeilijk aangezien het onderwerp waarnaar ik onderzoek wil doen - complexanalyse in getaltheorie - niet aan de Vrije

Universiteit Brussel gedoceerd wordt. Ook elders in Vlaanderen is men er niet echt mee bezig. Dus ben ik beginnen zoeken naar andere mogelijkheden.” En daarbij kreeg Bregje familiale hulp. “Mijn oma is destijds ook naar de VS gegaan, ook met een beurs van de BAEF.” Op Erasmus naar Glasgow Voor Bregje en Jacques is het niet de eerste keer dat ze samen ‘de wiskunde gaan bedrijven’ in het buitenland. “We zijn een jaar op Erasmus naar Glasgow geweest. Ja samen, want een jaar is toch wel lang”, lacht Bregje. En ook in de Schotland gooide het wiskundige koppel meteen hoge ogen. Ze wonnen er elk een ‘best dissertation award’ voor hun jaarproject. Nu volgt dus LA. Al hebben ze wel geluk gehad dat de universiteit hen allebei heeft toegelaten. Een plan B was er immers niet. “We

13


waren er ons van bewust dat de kans vrij klein was. Het was dus heel spannend”, zegt Bregje. “Maar daar hebben we met opzet niet te veel over nagedacht”, vult Jacques aan. En wat na Amerika? Jacques: “Ik heb hier altijd heel graag gestudeerd. Ik zou met plezier hier gebleven zijn, dus zal ik ook met plezier terugkomen als ik de kans krijg om hier te werken. Maar het is sowieso al moeilijk om een positie te vinden en zeker in ons onderzoeksdomein.” “Ik hou ook echt heel erg van Brussel en zou dus heel graag terugkomen. Maar er zijn al niet veel plaatsen en als we dan nog met twee terugkomen… maar als het lukt, keer ik zeker terug naar de Vrije Universiteit Brussel”, zegt Bregje. Tot slot, is het voor een wiskundeknobbel een vereiste dat je partner ook into cijfertjes is? “Het is een pluspunt, maar zeker geen noodzaak”, lacht Bregje.

Sarah Gheunens: neurologie bij hiv-patiënten Voor arts Sarah Gheuens is haar Amerikaanse droom al in vervulling gegaan. Sinds augustus vorig jaar werkt ze in het Beth Israël Deaconess Medical Centre, een aan Harvard verbonden ziekenhuis. Het tweede jaar financiert ze met een BAEF-beurs. “Ik doe onderzoek naar neurologie bij hiv-patiënten. Meer bepaald naar progressieve multifocale leuko-encefalopathie, een ziekte die heel wat hiv-positieve mensen kunnen krijgen als hun immuunsysteem erg zwak is. Het labo in Harvard waar ik nu aan verbonden ben, is daar in gespecialiseerd. Ik ben nu bezig met een deel onderzoek en een deel patiënten zien.” Maar waarom naar de VS? “Mijn echtgenoot had de mogelijkheid om een postdoctoraal onderzoek

14

Akademos

JG.12 - NR.3 - 06.2009

te doen in Boston. Ik ben dan op zoek gegaan naar iets wat ik kon doen in mijn interessesfeer. En zo ben ik bij die hiv-neurologie terechtgekomen. Maar we waren sowieso van plan om te proberen onze carrière in de VS verder uit te bouwen. De mogelijkheden die je hier krijgt op vlak van onderzoek in combinatie met het werk in de kliniek zijn veel uitgebreider dan bij ons. Wat ik nu doe, kon ik in België niet doen. De enige optie was dus naar hier komen.” “In maart 2008 ben ik bij mijn huidige baas op sollicitatiegesprek gekomen. Voor hem was het interessant om iemand met een klinische achtergrond in zijn labo te hebben. Iemand die samen met hem patiënten kon behandelen en die hij kon opleiden tot hivneuroloog. Maar ik had nog een groot voordeel ten opzichte van andere buitenlandse kandidaten. Ik had namelijk al mijn Amerikaanse examens al. Mijn familie woont al langer in de VS. Op mijn achttiende ben ik hier een jaar naar de universiteit gegaan, maar toen lieten mijn visumpapieren me enkel toe vier jaar college te

volgen. Ik wilde echter geneeskunde studeren en had geen zin om daar pas na vier jaar in België aan te beginnen. Daarom ben ik vroeger teruggekeerd om aan de Vrije Universiteit Brussel geneeskunde te studeren. Maar ik heb toen wel beslist om meteen ook al de Amerikaanse examens mee te doen, zodat mijn Belgisch diploma ook in de VS erkend werd.” Hiërarchisch Hoe anders is werken in een Harvard-kliniek? “Het gaat er hier veel hiërarchischer aan toen. Een patiënt wordt onderzocht door verschillende dokters. Telkens iemand met een hogere graad, die het onderzoek van de vorige arts controleert. In België kon ik veel zelfstandiger werken en leer je sneller op eigen benen te staan. Maar door de strenge supervisie hier leer je wel heel veel bij. En omdat mijn ziekenhuis gespecialiseerd is in wat ik doe, krijg ik hier veel ‘speciale gevallen’ te zien. Daar steek je heel wat van op.” Wat brengt de toekomst? “De bedoeling is dat we na twee jaar terug naar België komen. In België

zal ik dan wel een eenzaat zijn in mijn onderzoeksdomein, maar er zijn ook genoeg hiv-patiënten in België.” Blijven plakken in de VS zit er dus niet in? “Zeg nooit nooit, maar ik heb geen glazen bol. We zien wel wat de toekomst brengt. Dat is net hetgeen wat de mensen die met een BAEF-beurs weggaan speciaal maakt: ze zijn flexibel.” [tm]

Wat is de BAEF? De Belgian American Educational Foundation (BAEF) ondersteunt al sinds het einde van WO I Belgisch-Amerikaanse uitwisselingen. De prestigieuze beurzen van de BAEF staan gelijk met een toegangsticket tot een van de topuniversiteiten in de VS. De beurzen zijn er zowel voor masteropleidingen als voor docotoraatsonderzoek en kunnen oplopen tot 40.000 dollar. Daarbovenop voorziet de BAEF ook in intrestvrije leningen tot 100.000 dollar. www.baef.be


De wereldgeschiedenis voor de lens Fotografie is zijn onderzoeksgebied, de wereld is zijn werkterrein. Prof. Johan Swinnen heeft een nieuwe dimensie gegeven aan het fotografie-onderzoek. Hij ontwikkelde een methode om ontwikkelingslanden te helpen een fotografisch collectief geheugen op te bouwen. Swinnen was de voorbije jaren actief in Palestina, Suriname, Nepal en Bangladesh. “Wie onderzoek doet naar fotografie, moet een nomade zijn”, zegt hij. “Tenminste toch als je mee wil schrijven aan een nieuwe geschiedenis van de wereldfotografie gericht op de Noord-Zuidverhoudingen.” Bij Johan Swinnen draait alles rond Majority World Photography of wereldfotografie. “De geschiedenis van fotografie en ook van film is altijd geschreven vanuit een Europees of Amerikaans perspectief”, stelt Swinnen. “Ik zeg altijd aan mijn studenten: een Hindoe-regisseur heeft een andere opvatting over tijd en ruimte dan Martin Scorsese.”

Prof. Johan Swinnen

Johan Swinnen (Communicatiewetenschappen) is altijd al een reizende prof geweest. Hij geeft onder meer les aan de Université de la Sorbonne Nouvelle – Paris III. Ook zijn studenten moedigt hij aan om naar Parijs te gaan. “Maar internationaliseren doe je niet alleen aan een tafel in de Bibliothèque Nationale. Je moet ook minder vertrouwde oorden opzoeken, zoals Bangladesh.”

Een gelijkaardig discours hield Johan Swinnen enkele jaren geleden tijdens een lezing in Dublin. In de zaal zat iemand uit Bangladesh. Hij sprak Swinnen aan: “Je zegt dat nu wel allemaal, maar straks ga je naar huis en daarmee is de kous af.” De man bleek in Bangladesh actief te zijn in een fotocollectief, een soort Magnum. Johan Swinnen besefte dat de man gelijk had. Hij besloot zelf naar Bangladesh te trekken om er op grote schaal foto’s te helpen archiveren. Hij vond de nodige middelen via een VLIR-UOS-project rond universitaire ontwikkelingssamenwerking. Swinnen heeft een methodologie

One-minute-photography in Bangladesh

ontwikkeld om foto’s te verzamelen op een wetenschappelijke en kunsthistorisch verantwoorde manier die het journalistieke overstijgt, de zogeheten PAL-method (Photo- Anthology-Learning). Johan Swinnen ging in de hoofdstad Dhaka aan de slag met fotografen en onderzoekers van de universiteit en het South Asian Institute of Photography om foto’s te verzamelen, te inventariseren en getuigenissen van fotografen en fotobezitters met de recorder op te nemen. De geïnventariseerde foto’s zijn afkomstig van bekende fotografen tot one-minute-photographers. Die bieden op straat hun diensten aan als instant-fotograaf. De one-minute-photography heeft een schat aan foto’s opgeleverd die de geschiedenis van Bangladesh treffend weerspiegelen. Er is overigens ook een oproep tot de bevolking geweest om de onderzoekers zoveel mogelijk foto’s te bezorgen. Daar is massaal op gereageerd. De foto’s worden niet alleen geïnventariseerd, ze worden ook getoond. Ze zullen onder meer deel uitmaken van een nieuw museum over de geschiedenis van Bangladesh. Met foto’s kan je niet alleen de geschiedenis vertellen,

maar ze ook verwerken. Een bijzonder bewogen geschiedenis, met de bloedige onafhankelijkheidsoorlog tegen Pakistan in 1971 en ontelbare natuurrampen. Duurzaam “De mensen in Bangladesh hameren er steeds op dat het een duurzaam project moet zijn”, zegt Johan Swinnen. “Dit maakt duidelijk dat ze er zelf enorm veel belang aan hechten. Het zal de mensen misschien geen eten geven, maar wel respect doen krijgen. Dat is de kracht van de fotografie.” Ook studenten kunnen een beurs krijgen om stage te lopen in Bangladesh of op andere plaatsen waar prof. Swinnen actief is. “Ik ben blij met de reacties van mijn studenten. Eerst dachten ze: wat doet professor Swinnen nu? Maar nu staan ze klaar om bij te springen.” Het fotoproject in Bangladesh kreeg ondertussen ook de steun van Unesco Heritage. Johan Swinnen kreeg de opdracht om het verder uit te werken voor erkenning als een Unesco-proefproject. [pvr]

15


Ik studeerde aan de Vrije Universiteit Brussel

Bouwkundig ingenieur

Hedwig Van Lishout Al dertig jaar reist Hedwig Van Lishout van de ene kant van de aardbol naar de andere om onder meer bruggen, eilanden en tunnels te bouwen. Maar speciaal voor Akademos reserveerde hij een dagje van zijn jaarlijks weekje verlof in eigen land voor een bezoek aan zijn alma mater. Pas in mijn derde jaar ben ik naar de Vrije Universiteit Brussel gekomen. De eerste twee kandidatuursjaren had ik gestudeerd aan de Koninklijke Militaire School. Ik ben een van de eersten die het gewaagd heeft daar te gaan lopen; het jaar nadien waren de regels al een stuk strenger. De meesten die er weg wilden, lieten zich gewoon buizen, maar ik heb het anders aangepakt door te weigeren trouw aan de koning te zweren (lacht). Mijn studententijd was de mooiste tijd van mijn leven. Ik heb me geweldig geamuseerd, zowel in de les als daarbuiten. Samen met twee vrienden had ik een discobar, Hot Stuff. We waren erg populair en draaiden op zowat alle feestjes in de BSG-zaal, op St-V in een parkeergarage voor tienduizend man en op de eindejaars-TD’s die toen nog op de Esplanade plaatsvonden. Bij mooi weer werd de brandslang er zelfs bijgehaald. Er was in die tijd nog een andere discobar, maar die draaide echte discomuziek. Wij waren eerder alternatief en draaiden rock en punk. Met onze camionette gingen we op verplaatsing draaien. Dankzij die discobar heb ik mijn studies kunnen betalen. Muziek speelt nog steeds een belangrijke rol in mijn bestaan. Hoewel ik zelf toondoof ben en geen noot kan spelen of zingen, luister ik erg graag naar muziek, zowel die uit mijn jonge tijd als de laatste nieuwe dingen die ik op Studio Brussel hoor als ik in het land ben. Onze discobar bestaat overigens nog steeds en heeft nu ook een internationaal luik (lacht). In de Emiraten draai ik graag zelf plaatjes wanneer ik bijvoorbeeld en feestje geef voor mijn medewerkers. Stressbestendigheid en zelfdiscipline zijn de belangrijkste karaktereigenschappen die ik aan de Vrije Universiteit Brussel heb ontwikkeld. Veel examens op een korte tijd. Wat ik ook erg goed vond in mijn studentenperiode, is dat het gros van de proffen rechtstreeks uit de praktijk van de industrie kwam, omdat de VUB nog maar net bestond. Het is heel belangrijk dat de studenten een zo breed mogelijke kijk krijgen op het vak en veel voeling hebben met de praktijk. Het is de beste garantie om jongeren warm te maken voor ons vak. Al begrijp ik niet goed waarom dat laatste tegenwoordig zo’n probleem is: als kind hebben we ons toch allemaal rot geamuseerd met blokjes?

16

Akademos JG.12 - NR.3 - 06.2009

Na mijn studies wilde ik zo snel mogelijk naar het buitenland. Deels om mijn legerdienst te omzeilen, maar vooral omdat ik het gevoel had dat er in het buitenland veel meer te beleven viel voor een ingenieur. Op de VUB-contactdagen ontmoette ik de juiste mensen en nog geen maand later trok ik naar de Verenigde Arabische Emiraten voor het bedrijf dat nu Besix heet. Ik heb zeventien jaar voor hen gewerkt, in de Emiraten, Algerije, Botswana en Egypte. Sindsdien werk ik voor Dredging, Environmental & Marine Engineering (DEME). Mijn job is enorm boeiend en gevarieerd. Zo heb ik bijvoorbeeld ooit vier irrigatietunnels gebouwd onder het Suezkanaal en een draaibrug er overheen voor de spoorweg. Tegenwoordig doen we veel design & build – ik volg de berekeningen van de ingenieurs op de voet, zoek de nodige materialen en machines bijeen en de juiste mensen om het project uit te voeren. Dat laatste is vaak de grootste uitdaging, want op zo’n werf werken al snel drie- tot vierduizend mensen van meer dan dertig verschillende nationaliteiten. Nu beginnen we echter stilaan de gevolgen van de crisis te voelen: de helft van de projecten wordt geschrapt of verminderd in omvang. En ik vrees dat we nog maar aan het begin van de crisis zitten. Gemiddeld verhuis ik om de vier jaar naar een ander land. Na een introductiejaar en twee of drie productieve jaren, heb ik het meestal wel gezien. Ik heb nog nooit de behoefte gevoeld om ergens te settelen. Volgende week vertrek ik naar Australië en nadien zien we wel weer verder. Gelukkig heb ik een fantastische echtgenote die er geen probleem van maakt om telkens weer haar koffers te moeten pakken. Mijn kinderen zijn in het buitenland opgegroeid, maar zijn in België komen studeren. Zolang ik het niet beu word, blijf ik voortdoen. Maar mijn oude dag zie ik me uiteindelijk wel in België slijten. [km]

Hedwig van Lishout (52) Afgestudeerd: 1979 Diploma: burgerlijk bouwkundig ingenieur Eerste job: assistent aan de Vrije Universiteit Brussel Huidige job: project manager Dredging International


foto Bernadette Mergaerts

17


Erasmushogeschool Brussel

Koninklijk Conservatorium Brussel trekt internationale registers open Met bijna de helft buitenlandse studenten is het Koninklijk Conservatorium Brussel het meest internationaal getinte departement van de Erasmushogeschool Brussel (EhB). Het aantal buitenlandse docenten en Erasmusuitwisselingen maakt deze aantallen nog indrukwekkender. Internationalisering in het kwadraat dus, met muziek als lingua franca.

te komen geven. Uiteraard kiezen niet alle studenten voor het KCB op basis van een docent. Ook de naam van het Conservatorium en het studieprogramma spelen een rol. Het is zeker een pluspunt dat onze opleidingen al zijn afgestemd op de bama-structuur, zodat buitenlandse studenten weten dat hun diploma Europees erkend is. Dat is vaak een doorslaggevende factor.’’

Jan D’Haene

521 studenten telt het Koninklijk Conservatorium Brussel (KCB), waarvan er 252 van buiten België komen. Een immens aantal in vergelijking met de andere departementen van de EhB, maar een musicus hanteert bij z’n keuze voor een hogeschool of universiteit heel specifieke criteria. “Musici kiezen hun conservatorium op basis van een of meerdere docenten’’, zegt Jan D’Haene, coördinator internationalisering aan het Conservatorium. “Landsgrenzen spelen daarbij vaak geen rol, ook voor onze docenten niet trouwens. Zo reist onze docente harp Jana Bouskova telkens tussen Praag en Brussel om hier les

18

Akademos

JG.12 - NR.3 - 06.2009

Masterclasses Naast de 252 buitenlandse studenten die zich inschreven aan het KCB, telt het departement dit academiejaar ook 33 inkomende uitwisselingsstudenten via het Life Long Learning Programme. Dit is het Europese programma waar de Erasmusuitwisselingen deel van uitmaken. “Deze musici lopen een semester of een academiejaar les bij ons, maar blijven ingeschreven aan het conservatorium waar we een bilateraal akkoord mee hebben’’, vertelt Jan D’Haene. “Doordat we aan het KCB doceren met one-to-one tuition (individueel onderwijs, red.), is het aantal plaatsen voor Erasmusstudenten wel beperkt. Net als de andere conservatoria selecteren we de studenten daarom op basis van een demo. De musici met het meest geschikte profiel kunnen op Erasmusuitwisseling komen.’’ Het Erasmusproject financiert ook de uitwisseling van docenten. Zo mocht het KCB dit academiejaar

13 docenten ontvangen, die elk een masterclass verzorgden. “De Erasmus Masterclasses bieden ons de kans om kosteloos een topmusicus in huis te halen’’, zegt de coördinator. “Dit academiejaar mochten we bijvoorbeeld Jorge Rotter van de befaamde Universität Mozarteum Salzburg ontvangen. Deze masterclasses zijn bijzonder verrijkend, zowel op educatief als op artistiek vlak. Aan het eind van de masterclass geeft de gastdocent bovendien vaak een afsluitend concert.’’ Beethoven Dat de Europese Conservatoria een hecht netwerk vormen, is mede een verdienste van de Association Européenne des Conservatoires (AEC), een vereniging van 269 Europese conservatoria. AEC wil de onderlinge samenwerking tussen de partners versterken en organiseert congressen en seminaries en ze brengt publicaties uit over Europese projecten en uitwisselingsprogramma’s. “Het AEC is een belangrijk orgaan, omdat het een platform biedt aan de andere Europese conservatoria om elkaar beter te leren kennen. Dit kan deuren openen voor uitwisselingen of het gezamenlijk uitwerken van projecten, die op Europese steun kunnen rekenen’’, vertelt Jan D’Haene. “Neem nu het Harmosproject, dat het KCB en negen andere partners de kans bood om elk 70 uur lesmateriaal

op video op te nemen. De lessen van enkele grootmeesters konden zo voorgoed worden vastgelegd. Vandaag zeggen we wel vaker ‘hadden we maar de lessen gezien van Beethoven’. Wel, de generaties na ons zullen een aantal lessen van bijvoorbeeld de topviolist Igor Oistrakh kunnen herbekijken. De opnames zijn bovendien beschikbaar op de website van het Variazioniproject, nog een ander project, dat wil uitgroeien tot dé digitale Europese databank voor conservatoria. Iedereen kan de data online raadplegen en mits toestemming aanvullen. Een fantastisch instrument voor musici, onderzoekers en liefhebbers.’’ Culturele rol Uiteraard legt het KCB zich naast onderwijs, onderzoek en projectwerk ook toe op artistieke mobiliteit. De jaarlijkse deelname aan het Harmosfestival in Porto, een tournee door Spanje met het Conservatoriumorkest en een optreden in de Academia Belgica Rome zijn hiervan enkele voorbeelden. “Het is wel duidelijk dat het Conservatorium zijn rol van onderwijsverstrekker sterk overstijgt’’, zegt Jan D’Haene. “We spelen ook een culturele rol, zowel op nationaal als internationaal vlak.’’ [vds]

www.kcb.be


Personalia

Prof. em. André Van Steirteghem van het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde heeft van de Universiteit van Valencia een eredoctoraat gekregen. Prof. Van Steirteghem verwierf o.a. wereldfaam met de ontwikkeling van zijn ICSI-techniek (intracytoplasmatische spermainjectie) waarbij één zaadcel in de eicel wordt geïnjecteerd. Stijn Bannier, lid van de VUB-onderzoeksgroep Studies on Media, Information and Telecommunication (SMIT) van het IBBT, heeft met zijn afstudeerscriptie ‘De gamer als hybride performer’ (studie Nieuwe Media en Digitale Cultuur, Universiteit Utrecht) de Muziekscriptie Prijs 2008 gewonnen. Volgens het juryrapport beschrijft Bannier ‘de wereld van de gamer van binnenuit’, vol ‘vaart en souplesse.’ De Muziek Scriptie Prijs wordt jaarlijks uitgereikt door Muziek Centrum Nederland aan de auteur van de beste afstudeerscriptie over muziek in de breedste zin van het woord. Dr. Raf Brouns, werkzaam op de dienst Neurologie van het Universitair Ziekenhuis Brussel heeft voor zijn onderzoek naar de rol van procarboxypeptidase U (proCPU) bij acute beroerte, de Eli-Lilly prijs Neurologie van de Vereniging van Vlaamse Neurologen (VVN) ontvangen. Activatie van proCPU remt de fibrinolyse (het gunstig effect van thrombolyse). Bram Vanderborgt, van de onderzoeksgroep Robotics and Multibody Mechanics Research Group (R&MM) was met zijn doctoraatswerk ‘Dynamic stabilisation of the biped Lucy powered by actuators with controllable stiffness’ een van de finalisten van de 8ste EURON George Giralt PhD award. European Robotics Research Network (EURON) brengt binnen Europa de beste onderzoeksgroepen, opleidingen en industrie met betrekking tot robotica samen.

Dirk Verellen van de Medische Beeldvorming van de Faculteit Geneeskunde en Farmacie heeft als buitenlandse gastdocent de ‘Spinoza Leerstoel’ aan de Faculteit Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam, in samenwerking met het Academisch Medisch Centrum van Amsterdam (AMC) bekleed. Hij trad ook op als spreker tijdens de Regionale Refereeavond, een tweemaandelijkse samenkomst voor alle Amsterdamse radiotherapiecentra in een multidisciplinaire opzet (radiotherapeuten, medisch oncologen, chirurgen, en fysici) om nieuwe en oude behandelingstechnieken te bespreken en samenwerking te bevorderen. Op de TRACE Conference 2009 heeft Elisabeth Robert van de onderzoeksgroep Algemene Plantkunde en Natuurbeheer (Biologie) de ‘ATR-award Best Presentation’ gewonnen met haar presentatie ‘Successive cambia in three dimensions: the mangrove Avicennia inside’. De prijs wordt jaarlijks uitgereikt op het TRACE-congres aan de student met de beste mondelinge voordracht. Dr. ir. Wim De Malsche van de vakgroep Chemische Ingenieurstechniek van de Faculteit Ingenieurswetenschappen (CHIS-IR) werd geselecteerd als een van de negen finalisten voor de prestigieuze DSM Science & Technology Awards 2009, op basis van zijn werk rond microfluidics en chromatografie-op-een-chip. De laureaten werden gekozen over de regio’s Noord Duitsland, België en Nederland. Anne Winter van de vakgroep Geschiedenis publiceerde onlangs haar boek ‘Migrants and Urban Change: Newcomers to Antwerp, 1760-1860’ in de serie ‘Perspectives in Economic and Social History’ van de Londense uitgever Pickering & Chatto. Dit boek is een herwerkte versie van het doctoraatsproefschrift dat zij in 2007 verdedigde bij de vakgroep Geschiedenis.

Op de Maastricht Medical Student Research Conference heeft Violette Coppens de prijs ontvangen van beste orale presentatie met ‘Human endothelial cells improve the outcome of the experimental islet transplantation’. Sander Van Lint kaapte de publieksprijs voor de beste poster presentatie weg met ‘Development of a multiplex PCR for occurence of uniparental disomy in all chromosomes of human embryonic stem cell lines’. Beiden zijn studenten tweede master Biomedische Wetenschappen. Silke De Bouw, Nils Dero en Ine Vanden Eede, studenten 3de bachelor Communicatiewetenschappen behaalden de tweede plaats in de Belgische nationale finale van de l’Oréal Brandstorm wedstrijd 2009. Dat is een internationale marketingwedstrijd waar universiteiten vanuit de hele wereld aan deelnemen. Pieter Verhees, topsportstudent Lichamelijke Opvoeding aan de Vrije Universiteit Brussel, werd tijdens de 21ste Volleyproms gehuldigd als ‘Beste Jongere of Rookie’ van het seizoen 2008-2009. Verhees maakt ook deel uit van de nationale selectie, die begint met de voorbereiding van de WK-kwalificatiecampagne en de European League. Silke Van Hoof, topsportstudente 1ste bachelor Lichamelijke Opvoeding, van de Geelse zwemclub heeft voor een Belgisch record gezorgd op de 50 meter rugslag tijdens het BK te Antwerpen. Tijdens de finale werd ze tweede achter de Wit-Russische Khokhlova. Silke streeft naar een selectie voor het komende WK 2009 te Rome. Tom Van Geneugden, topsportstudent Kunstwetenschappen & Archeologie, heeft zijn Belgisch record op de 800 meter vrije slag verbeterd. Tom had na zijn deelname aan de Olympische Spelen te Beijing zijn selectie voor het komende WK te Rome al verworven.

COLOFON Redactie: Karolien Merchiers, Bernadette Mergaerts, Chantal Verelst, Andrea Luyckx, Peter Van Rompaey Eindredactie: Peter Van Rompaey Verleenden verder hun medewerking: Thomas Mels, Veerle Magits, Valéry De Smet Foto’s: Bernadette Mergaerts Opmaak: Kunstmaan Druk: erasmus-euroset Gedrukt met plantaardige inkten op milieuvriendelijk papier

Redactiesecretariaat: Myriam De Pelseneer, Ingrid Knaepen Dienst Interne en Externe Communicatie Pleinlaan 2 – B–1050 Brussel [T] +32 (0)2 629 21 34 [F] +32 (0)2 629 12 10 [E] ieco@vub.ac.be [W] www.vub.ac.be

Wilt u Akademos thuis ontvangen, laat ons iets weten. Verantwoordelijke Uitgever: Prof. dr. Paul De Knop Rector Vrije Universiteit Brussel Pleinlaan 2 – B-1050 Brussel

Sponsor de toekomst Giften, legaten, schenkingen, sponsoring +32(0)2 629 12 46 of fundraising@vub.ac.be Meer info: www.vub.ac.be/infoover/fundraising


De wagen van het Brussels StudentenGenootschap (BSG) op de Sint-Verhaegenstoet in 1955. (Foto: Universiteitsarchief VUB)

Alumni-event zaterdag 5 september Een dag voor alle VUB-alumni 13u30 Passie voor wetenschap Vooraanstaande wetenschappers vertellen over hun passie voor wetenschap, met o.a. Henri Eisendrath, Els Enhus, Willem Elias, Geert Debersaques, Piet Van De Craen, Gert Desmet, Rosette S’Jegers, Joël Branson, Patrick Stouthuysen, Paul Devroey en Erik Cattrysse. 16u

Passie voor Brussel Networking event met Brusselse stempel (met optreden van de Belpop Bastards). ‘Kieken’ en Geuze op het menu. Meer info en voorinschrijvingen via www.vub.ac.be/alumni of via 02 629 20 10

In samenwerking met UPV en Dienst Cultuur


Akademosjuni2009