Page 1

Vrije Universiteit Brussel Pleinlaan 2 B-1050 Brussel

België - Belgique

Akademos

P.P. / P.B. B-06

JG.15 • NR.1 fe bru ari - maart 2012

Redelijk eigenzinnig informatiemagazine

vrije universiteit brussel

Zoektocht naar Academisch Erfgoed VUB-onderzoekers Vlaams Instituut voor Biotechnologie

Internationale erkenning voor wetenschappelijke doorbraken

ULB over VUB: “We laten verschillen voor wat ze zijn”

Studentenadministratiesysteem CALI in laatste rechte lijn

Afscheid van gewezen VUBvoorzitter Rik Van Aerschot


2

wist u dat

••• ••• VUB-wetenschappers meteorieten uit Antarctica naar België overbrachten? De voorbije twee jaar heeft een Belgisch-Japans onderzoeksteam in Antarctica meer dan 800 meteorieten verzameld. De meteorieten werden in bevroren toestand naar het Japanse Nationale Instituut voor Poolonderzoek (NIPR) gestuurd waar ze werden vacuüm ontdooid, gemeten, gefotografeerd, geclassificeerd en benoemd. Van 14 tot 18 november namen geoloog prof. dr. Philippe Claeys en geochemist dr. Steven Goderis van de VUB in Tokio deel aan het 34ste Internationaal Symposium over Antarctische Meteorieten. Ze maakten van de gelegenheid gebruik om 32 exemplaren van het Belgische deel van de verzamelde meteorieten mee naar Brussel te brengen. De rest volgt later. Elke nieuwe meteoriet levert bijkomende informatie over de 4,5 miljard jaar lange evolutie van het zonnestelsel en de planeten, inclusief de Aarde. Een volgende missie met vier Belgische en drie Japanse wetenschappers is gepland voor de winter van 2012-2013.

••• LinkedIn en Facebook reclame aan onze persoonlijke berichten plakken? Online advertenties worden steeds persoonlijker, waardoor een spanningsveld ontstaat met onze privacy. Gebruikers weten lang niet altijd dat ze voor reclame worden gebruikt en advertenties zijn soms zodanig vermomd dat ze digitale sluikreclame vormen. Het onderzoeksrapport ‘Personal Identifiable Information in Social Media’ brengt in beeld hoe sociale media worden gebruikt voor reclame. Het onderzoek werd verricht door doctoraatsstudent communicatiewetenschappen Rob Heyman van de Vrije Universiteit Brussel.

••• de crisis de populariteit van historisch voedsel stimuleert? Mensen grijpen terug naar eten uit het verleden in tijden van crisis. Uit historisch onderzoek van Anneke Geyzen aan de Vrije Universiteit Brussel blijkt een duidelijke relatie tussen crisis en de populariteit van nostalgisch voedsel. De VUB-historica analyseerde voor dit onderzoek culinaire artikels en receptenrubrieken uit drie vrouwenmagazines uit de periode 1945-2000. De moeilijke naoorlogse jaren, economische crises en verscheidene politieke impasses hadden veel invloed op artikels en recepten in de vrouwenmagazines. Tijdens economische crises voerde de overheid een landbouwpolitiek om de eigen productie te

promoten en import tegen te gaan. Tijdens de economische crisis van de jaren 1970 werd er in vrouwenmagazines dan ook campagne gevoerd voor ‘vertrouwde smaken’ en recepten ‘van bij ons’. De onzekerheden van de crisis zorgden ervoor dat werd gezocht naar houvast en die werd gevonden in recepten ‘op grootmoeders wijze’ en ‘op Vlaamse wijze’. Het aantal verwijzingen naar buitenlandse recepten nam in deze periode aanzienlijk af.


••• het cacaoboonfermentatieproces ontrafeld en voortaan ook stuurbaar is voor nog heerlijkere chocolade? De Onderzoeksgroep Industriële Microbiologie en Voedingsbiotechnologie van de Vrije Universiteit Brussel heeft, samen met chocoladeproducent Barry Callebaut, voor het eerst in de wereld een optimale functionele startercultuur ontwikkeld voor cacaofermentatie. Deze startercultuur maakt de productie van heerlijke chocolade met standaard smaakprofielen mogelijk, onaf-

hankelijk van de cacaoproducerende regio of fermentatiemethode. Deze ontwikkelde startercultuur is nu klaar om getest te worden voor commerciële exploitatie in cacaoboonfermentatie en chocoladeproductie.

••• Belgische kankerpatiënten minder vaak thuis sterven dan in Nederland? In België sterft ongeveer een op drie kankerpatiënten thuis, terwijl dit aantal in Nederland rond de 60% ligt. Belgen sterven vaker in het ziekenhuis dan Nederlanders. Andere opmerkelijke verschillen zijn de mate waarin gebruik gemaakt wordt van palliatieve zorg en de inhoud van de gesprekken tussen huisartsen en hun patiënten in de laatste levensfase. Deze bevindingen blijken uit een studie van onderzoekers Koen Meeussen en professor Luc Deliens van de onderzoeksgroep Zorg rond het Levenseinde van de VUB en de UGent, onlangs verschenen in het vaktijdschrift Journal of Clinical Oncology.

inhoud

Brussels University Alliance in hogere versnelling .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 VUB is pijler van Brussels Studies Institute . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 De invloed van licht in de winkel op de consument . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 Vlaams Instituut voor Biotechnologie: Internationale erkenning voor VUB-onderzoekers . . . . . . . . . . . 8 Kort nieuws .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 Zoektocht naar Academisch Erfgoed . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 CALI: Alle informatie over VUB in een muisklik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 Kom op Tegen Kanker: VUB rijdt mee in langste fietstocht van Vlaanderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16 Gewezen VUB-voorzitter Rik Van Aerschot overleden .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17 Erasmushogeschool Brussel: Website en conferentie maken jongeren warm voor klimaat

.. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

18

Personalia. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19

AKADEMOS - JG.15 • NR1 • FEBRUARI - MAART 2012

3


4

I NT E R V I E W

Brussels University Alliance Twee universiteiten, één toekomstvisie De Université Libre de Bruxelles en de Vrije Universiteit Brussel delen al vele jaren hun infrastructuur en gemeenschappelijke ruimten. Om nog maar te zwijgen over de maatschappelijke strijd die beide vrije universiteiten verenigt. Met de Brussels University Alliance schakelt de samenwerking op het vlak van onderzoek en onderwijs alvast nog een versnelling hoger. Reden genoeg voor een interview met ULB-rector Didier Viviers en ULB-voorzitter Alain Delchambre, door onze collega’s van het ULB-magazine Esprit libre. Esprit libre: Hoe zou u de relatie omschrijven die de ULB verenigt met de VUB? Didier Viviers: “Wij werken al zeer lang samen met onze zusteruniversiteit. De rectoren die mij zijn voorgegaan hebben altijd de wens gekoesterd deze banden in stand te houden en nog te versterken. Wij delen niet alleen gemeenschappelijke structuren, zoals de verwarmingsketel van de gebouwen van la Plaine, of ons Rekencentrum, er zijn uiteraard ook samenwerkingsverbanden die in de loop der jaren zijn aangeknoopt, zowel op het vlak van onderzoek als onderwijs. Maar ere wie ere toekomt: mijn tegenhanger, rector Paul De Knop heeft – sinds zijn aanstelling in 2008 – een doorslaggevende rol gespeeld in dit proces. Hij heeft onze uitwisselingen en onze gemeenschappelijke projecten versneld, ja, zelfs zoveel mogelijk concreet gestalte gegeven.” Alain Delchambre: “Voor mij persoonlijk vonden mijn eerste contacten met de VUB plaats als diensthoofd binnen de École Polytechnique de Bruxelles. Daar deed men aan onderzoek op het gebied van elektromechanica. In 2000 was de VUB begonnen met een hervorming van de cursussen voor de ingenieursopleiding. Op basis van deze ervaring hebben wij van onze kant de hervorming van onze programma’s verwezenlijkt door

in het Engels gedoceerd, zodat wij ons internationaal beter kunnen positioneren.” Esprit libre: Hoe ziet u vandaag de samenwerking met de VUB? Welke voordelen biedt ze? Didier Viviers: “Wat ons vandaag aan de VUB bindt en concreet vorm krijgt onder de vlag ‘Brussels University Alliance’, is een wil om te werken in overleg met de ‘natuurlijke’ partners, die geografisch, maar ook filosofisch dicht bij ons staan, en onze aantrekkingskracht op internationaal gebied te versterken. Het middel daartoe is een gezamenlijk cursusaanbod, deels of volledig in het Engels. Maar dit slaat evenzeer op de onthaalruimten, de leefruimten en de plaatsen waar onze studenten zich kunnen ontplooien. De kwaliteit van die plaatsen is een factor die steeds crucialer wordt om buitenlandse studenten aan te trekken. Wij delen ruimten die al in gebruik zijn, maar koesteren ook plannen voor nieuwe gemeenschappelijke ruimten. Ik denk hier aan het project van het universitaire complex in de Kazernes of aan de library for science and technology, die normaal het daglicht zal zien op de campus Oefenplein. Deze plaats zal een gespecialiseerde bibliotheek zijn waar onze studenten en onze vorsers, zowel Vlamingen als Franstaligen, monografieën en

Alain Delchambre: “Er werd een gezamenlijk team op poten gezet, om onze infrastructuur zo veel mogelijk te rationaliseren. Dit slaat effectief ook op de onderwijs- en onderzoeksinfrastructuur. Men moet bijvoorbeeld weten dat de onderwijslaboratoria vrij duur zijn. Wij spelen dus met het idee om onze onderzoekslabo’s gemeenschappelijk te gebruiken. Van de opsplitsing van structuren is geen sprake meer: er zal één enkel laboratorium van interne verbrandingsmotoren of vloeistofmechanica zijn voor de beide universiteiten enz. Wat de huisvesting van de studenten betreft ligt het iets ingewikkelder, omdat de Vlaamse Gemeenschap in Brussel haar eigen huisvestingsbeleid heeft uitgewerkt. De VUB heeft nu echter al voorgesteld dat onze vorsers-bezoekers gebruik kunnen maken van het toekomstige hotel van de universiteit, en daar zijn wij ook blij om.” Esprit libre: De samenwerking die in het kader van Bruface op het getouw is gezet is nu reeds een succes. Is dit een model voor vergelijkbare samenwerkingen bij andere opleidingen? Alain Delchambre: “Met Bruface, de Brussels Faculty of Engineering, kunnen de VUB en de ULB een uniek aanbod van gezamenlijke masters voorstellen, volledig of gedeeltelijk in het Engels. Daarmee willen ze buitenlandse studen-

“De universiteit opereert op een schaal die veel groter is dan die van ons kleine landje” met name ‘leren door projecten’ te integreren. Vervolgens werden er gezamenlijke cursusprogramma’s uitgewerkt voor onze ingenieurs-chemici. Vandaag zijn er van de negen masters die onze Faculté des Sciences Appliquées aanbiedt, vijf gemeenschappelijk met de VUB…. Die worden

wetenschappelijke tijdschriften kunnen raadplegen. Die hoeven dus maar één keer te worden aangekocht, wat ons een besparing oplevert. De bib zal echter tegelijkertijd dienst doen als ruimte waar onze studenten van beide campussen samen kunnen werken en studeren.”

ten aantrekken, maar ook studenten van bij ons, Nederlandstaligen en Franstaligen. Bruface is nu een jaar actief en mag gerust een succes worden genoemd: 150 inschrijvingsdossiers bij de aanvang, een veertigtal internationale inschrijvingen op het einde, afkomstig uit 33 verschillende lan-


foto Jean Jottard

Voorzitter Alain Delchambre en rector Didier Viviers van de Université Libre de Bruxelles

den... Wij merken trouwens dat de full English master op algemene bijval kan rekenen, zowel bij de buitenlandse studenten als bij de studenten van bij ons. Wij kunnen dus spreken van een model voor de andere faculteiten, die zich meteen zullen kunnen concentreren op de pedagogische aspecten en de cursussen. Een reeks administratieve en juridische moeilijkheden zal immers al geregeld zijn. Ook wat voortgezette opleidingen betreft, zijn er toenaderingen mogelijk en wenselijk.” Didier Viviers: “Dit is reeds het geval op bepaalde gebieden, met name in het kader van de Solvay Brussels School of Economics and Management, bijvoorbeeld. Andere projecten voor gezamenlijke masters, deels of volledig in het Engels, zijn in opbouw. Ik hoop dat wij er binnenkort zullen in slagen een master in Business Law op poten te zetten. Dit zijn allemaal toenaderingen die op vrij natuurlijke wijze tot stand komen tussen de faculteiten van de ULB en de VUB, maar wij kunnen en moeten ze begeleiden. Prof. Bernard Leduc, voormalig decaan van de École Polytechnique, die de afgelopen jaren aan de AUF heeft gewerkt, coördineert momenteel deze dynamiek en staat voltijds aan het roer van de Brussels University Alliance. Esprit libre: En inzake onderzoek? Didier Viviers: Er bestaan reeds gemeenschappelijke centra, met name het Rekencentrum en

het Interuniversitair Instituut voor Hoge Energie, waar de teams van de ULB en de VUB die werken rond de fysica van de elementaire deeltjes volledig geïntegreerd zijn, en dat binnenkort zijn veertigste verjaardag viert. Wij moeten ook denken aan de doctoraten en ervoor zorgen dat wij studenten aantrekken die zich willen toeleggen op onderzoek. Onze actie in overleg met de VUB zal positief zijn wat dat betreft. Om onze samenwerking op dit gebied te verbeteren zullen wij ongetwijfeld gezamenlijke onderzoekscentra oprichten.” Esprit libre: Tussen de VUB en de ULB kan men spreken van een concrete en heilzame toenadering, zelfs van een ‘vaste relatie’, op een moment dat de Belgische politiek eerder op een scheiding lijkt aan te sturen… Didier Viviers: “Dat is inderdaad een paradox. Maar het is net de taak van de universiteit om netelige vragen te stellen of waarden te verdedigen die mensen in de war brengen. De universiteit opereert ook op een schaal die veel groter is dan die van ons kleine landje. Nu de gemeenschappen zich op zichzelf lijken terug te plooien zijn wij er trots op dat wij blijk kunnen geven van een open geest, dat wij aan de slag gaan met de zaken die onze twee universiteiten gemeenschappelijk hebben, en dat wij onze verschillen laten voor wat ze zijn.”

Alain Delchambre: “Tijdens de crisis die ons land net achter de rug heeft, hebben wij getracht aan te tonen dat wij samen verder gaan, ook al evolueert de concrete organisatie van onze opleidingen soms in tegengestelde rrichting, bijvoorbeeld inzake deliberatiepraktijken. Dat verplicht ons ertoe creativiteit aan de dag te leggen, aan weerszijden. Het is bizar vast te stellen dat onze wetgevingen vaak zodanig ver van elkaar afwijken dat een samenwerking aangaan met Vlaamse universiteiten vaak ingewikkelder is dan met universiteiten aan de andere kant van de wereld! Maar ik moet benadrukken dat de praktische problemen die zijn opgedoken inzake gelijkwaardigheid of inschrijving in het kader van Bruface weliswaar nog niet allemaal opgelost zijn, maar wel op de goede weg zitten, en dat wij steun hebben gekregen van de twee taalgemeenschappen, met hetzelfde dynamisme.” [ad]

In het jongste nummer van het ULB-magazine Esprit libre verscheen een interview met VUBrector Paul De Knop en VUB-voorzitter Eddy Van Gelder over de samenwerking met de ULB.

AKADEMOS - JG.15 • NR1 • FEBRUARI - MAART 2012

5


6

OND E R Z O E K

Nieuw onderzoeksnetwerk verzamelt en stimuleert kennis en onderzoek over Brussel

VUB is pijler van Brussels Studies Institute

“Brussel is een complexe stad. Die complexiteit willen we vanuit diverse wetenschappelijke invalshoeken bestuderen.” Aan het woord is VUB-historicus Joost Vaesen, de directeur van het gloednieuwe Brussels Studies Institute. Het BSI is een samenwerkingsplatform van de drie hoofdstedelijke universiteiten Vrije Universiteit Brussel, Université Libre de Bruxelles en Facultés Universitaires Saint-Louis (FUSL). De Brusselse gewestregering kwam alvast met 160.000 euro startsubsidie over de brug. “Maar we staan niet alleen ten dienste van de overheid”, zegt sociaal en cultureel geograaf prof. Eric Corijn (VUB), een van de grote bezielers van het BSI. “We zijn er ook voor het middenveld en de burger.” Het idee om een onderzoeksnetwerk op te richten rijpte tijdens de Staten Generaal van Brussel in 2009. Toen maakte het middenveld de balans op van de situatie van het hoofdstedelijk gewest aan de hand van zestien grote thema’s. “Daar hebben we met 110 vorsers van de drie uniefs 16 nota’s voorbereid over onderwijs, ruimtelijke ordening, wonen, cultuur, enz. Nadien hebben we ook een academische balans opgemaakt. Prof. Serge Jaumain van de ULB en ik hebben toen gezegd: in de toekomst moeten we dit intercommunautair, interuniversitair en interfilosofisch onderzoek over Brussel absoluut voortzetten.” En zo geschiedde ook. De drie Brusselse universiteiten ULB, VUB en FUSL hebben dit academiejaar een samenwerkingsovereenkomst ondertekend om van het Brussels Studies Institute een permanente structuur te maken. De VUB heeft – net als de twee andere partners - drie leden in de Raad van Bestuur: Rudi Janssens, Stefan De Corte en Eric Corijn, die tevens ondervoorzitter is. Historicus Serge Jaumain van de ULB is voorzitter. Het BSI staat overigens ook open voor onderzoekers van andere universiteiten. Zo kunnen onderzoeksgroepen lid worden en individuele vorsers het statuut van fellow krijgen.

Een onderzoek dat op stapel staat gaat over de impact van universiteiten op de hoofdstad. “Town and gown, stad en toga”, zegt Eric Corijn. “We willen in kaart brengen wat de impact is van de Brusselse universiteiten op de stad, zowel op economisch en cultureel vlak als in tal van andere domeinen.”

Eric Corijn

Geen ivoren toren VUB-historicus Joost Vaesen maakte zijn doctoraat Joost Vaesen over de bestuurlijke verhoudingen in het Brussels Gewest van 1970 tot nu. Hij is als kersvers directeur van het BSI dus vertrouwd met het onderwerp ‘Brussel’. “Het is niet onze bedoeling om bestaande onderzoekscentra te vervangen, wel om ze samen te brengen en te stimuleren”, benadrukt Vaesen. Het BSI wil de muren van het onderzoek over Brussel neerhalen, de wetenschappelijke expertise over alle aspecten van Brussel up-to-date houden en tenslotte de dialoog bevorderen tussen al wie zich interesseert voor de ontwikkelingen in Brussel, o.m. door de kennis over Brussel ruim te verspreiden. “Ook bij niet-academici”, zegt Joost Vaesen. “We mogen niet in een ivoren toren zitten, maar moeten in interactie gaan met de maatschappij.”

Bevolkingsexplosie Maar de grootste uitdaging voor het Brussel Studies Institute wordt ongetwijfeld het onderzoek naar de demografische explosie die Brussel momenteel meemaakt en de gevolgen die de bevolkingsboom heeft. “Er komen 240.000 inwoners bij tegen 2020, vooral jonge mensen”, zegt prof. Corijn. “Op het vlak van huisvesting, onderwijs en tewerkstelling staat de Brusselse overheid voor gigantische problemen en moet het beleid belangrijke keuzes maken. Ons wetenschappelijk onderzoek moet al die problemen in kaart brengen en een antwoord helpen zoeken op tal van cruciale vragen. Moeten we de stad verdichten en voor hoogbouw opteren of net niet? Waar moeten we extra sociale woningen plannen?” Joost Vaesen voegt eraan toe: “Ook de vijfjaarlijkse taalbarometer van VUB-onderzoeker Rudi Janssens is een essentieel instrument voor de beleidsmakers.” Studiedagen en tijdschrift Het BSI wil een breed publiek bereiken met zijn expertise over Brussel. Zo vond in november een eerste studiedag plaats over ‘Veiligheid en levenskwaliteit in Brussel’. Academici, beleidsmakers en veiligheidsactoren gingen het debat aan over welk soort veiligheidsbeleid een stad als Brussel nodig heeft. Een tweede studiedag in het voorjaar zal gaan over het Gewestelijk Ontwikkelingsplan. Het BSI zal ook nauw samenwerken met het reeds bestaande elektronische tijdschrift Brussels Studies, dat wetenschappelijk onderzoek over de hoofdstad samenbrengt en voor een breed publiek toegankelijk maakt. [pvr] Meer info via joost.vaesen@vub.ac.be


7

L E E R STO E L

De Vrije Universiteit Brussel heeft de leerstoel Philips Lighting opgericht. De leerstoel wordt bekleed door professor marketing en consumentengedrag Malaika Brengman. Zij gaat de invloed van licht op het aankoopgedrag van consumenten onderzoeken. De leerstoel wordt financieel mogelijk gemaakt door het Nederlandse elektronicaconcern Philips.

Onderzoek naar de invloed van licht in de winkel op het gedrag van de consument De retailsector weet dat licht de klanten beïnvloedt en het aankoopgedrag kan stimuleren. Een recente studie toont een omzetstijging van maar liefst 5% aan in een supermarkt bij toepassing van een bepaalde lichtapplicatie met dynamisch licht. Het is momenteel echter nog niet helemaal duidelijk hoe dat nu precies werkt. Licht kan gekarakteriseerd worden aan de hand van verschillende eigenschappen, zoals de lichtintensiteit en de lichtkleur. Daarnaast is er ook gekleurd en dynamisch licht. Professor Malaika Brengman gaat met de leerstoel Philips Lighting systematisch onderzoeken wat de effecten van die verschillende lichteigenschappen zijn op de in de winkel beleefde emoties en het uiteindelijk aankoopgedrag.

Professor Malaika Brengman richt zich met haar onderzoek vooral op shopper gedrag, zowel in traditionele winkels als online, en hoe dit kan beïnvloed worden aan de hand van zintuiglijke prikkels. Zo heeft zij in het verleden reeds onderzoek gedaan naar de invloed van kleur in de winkel op het aankoopgedrag. Hierover publiceerde ze in 2011 het artikel “Wat doet kleur met het interieur? De impact van kleur in de winkelinrichting op de consument. Een stille verleider…” in het boek “Kleur in beeld”.

Dit wetenschappelijk onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van verschillende experimenten. In een eerste fase gaat het om digitale simulaties en fotomateriaal. Proefpersonen beoordelen afbeeldingen van winkelinterieurs met een verschillende belichting. Een tweede fase gaat een stap verder door testen uit te voeren in een gesimuleerde of nagebouwde winkelomgeving. In dit winkellaboratorium worden de reacties van proefpersonen in een reële setting geobserveerd. Het onderzoek wordt afgesloten met testen in echte winkels. De resultaten zullen uiteindelijk gebundeld en gepubliceerd worden. De retailsector is alvast erg geïnteresseerd in de resultaten van dit onderzoek. Het onderzoek wordt ondersteund door de lichtdivisie van het elektronicaconcern Philips. Philips Lighting beschikt al over een grondige kennis van de effecten van licht op gezondheid, slaap, werk en activiteiten op school. Uit onderzoek en ervaring heeft Philips aangetoond dat licht een bevorderende invloed kan hebben op de concentratie, creativiteit en prestaties. Met de ondersteuning van deze leerstoel willen ze hun kennis verder uitbreiden naar de effecten van licht in de winkelomgeving.

Professor marketing Malaika Brengman bekleedt de leerstoel Philips Lighting

Tweede PhD Day in Jette: onbegrensde wetenschap Na het succes van de eerste PhD Day op de medische campus Jette kon een vervolg niet uitblijven. Onder de naam ‘Research Unlimited’ worden alle doctoraatsstudenten van de Doctoral School of Life Sciences and Medicine (DSlsm) uitgenodigd om bijeen te komen op dinsdag 27 maart 2012. De organisatoren, een enthousiast gezelschap van doctorandi, zetten zich in om wetenschappelijke interacties tussen PhD studenten van verschillende onderzoeksgroepen en disciplines te stimuleren. Schrijf je dus snel in, als je de volgende editie van ‘Research Unlimited’ niet wil missen. Bovendien nodigen de organisatoren ook graag laboranten, technici, post-docs, professoren en andere geïnteresseerden uit om zich in te schrijven en mee te genieten van onbegrensde wetenschap tijdens deze dag. Inschrijven op http://researchunlimited.vub.ac.be/ of www.vub.ac.be/phd/doctoralschools/lsm/

AKADEMOS - JG.15 • NR1 • FEBRUARI - MAART 2012

7


8

Vlaams Instituut voor Biotechnologie

Internationale erkenni voor twee VUB-onder De Vrije Universiteit Brussel heeft onderzoekers van wereldniveau. Dat hebben twee VUB’ers van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) recent nog bewezen. De twee internationale wetenschappelijke toptijdschriften Nature en Science hebben het VIB-onderzoek van Jan Steyaert en Jeroen Raes opgenomen in hun jaaroverzichten van 2011. Science heeft het werk van Jeroen Raes naar de samenstelling van de darmflora uitgeroepen tot een van de wetenschappelijke ‘doorbraken van het jaar’. Samen met collega’s uit andere Europese onderzoeksinstellingen toonde Raes aan dat de honderdduizend miljard bacteriën in onze darmen verdeeld kunnen worden in drie types darmflora. De bacteriegemeenschappen beïnvloeden de omzetting van voedsel in energie en de aanmaak van vitaminen in de darmen. “De drie darmtypes zouden een verklaring kunnen vormen waarom de opname van medicijnen en voedsel verschilt tussen mensen,” zegt bioinformaticus Jeroen Raes, een van de twee hoofdonderzoekers in de studie en verbonden aan VIB en Vrije Universiteit Brussel. “Deze kennis kan de basis vormen van therapieën op maat. Behandeling en dosis zouden mee bepaald worden aan de hand van het darmtype van de patiënt.” De drie types darmflora heten: de Bacteroides, Prevotella en Ruminococcus. Ze zijn genoemd naar de bacteriën die de darmen van de respectievelijke groepen domineren. Het is voorlopig nog onduidelijk of mensen tijdens hun leven kunnen overgaan van de ene groep naar de andere.

wouden, toendra’s, tropische bossen, savannes of andere. Ecosystemen hebben de neiging om naar een stabiel evenwicht te evolueren, met bepaalde soorten die de bovenhand hebben en andere die in een niche leven. Ook voor onze darmen blijkt dat op te gaan. Relatie met BMI Het onderzoek toont een verband aan tussen menselijke eigenschappen en de darmflora. Zo werden er correlaties gevonden tussen de Body Mass Index (BMI) en de bacteriestammen in de darm. Hoe efficiënter de bacteriën energie kunnen onttrekken aan het voedsel, hoe groter de kans dat de persoon een hoge BMI heeft (en dus te kampen heeft met zwaarlijvigheid). De onderzoekers

vonden dat de aanwezigheid van bepaalde bacteriegenen konden dienen als diagnostische en/of voorspellende merkers voor zwaarlijvigheid. Deze bevinding wordt momenteel verder getest in een klinische studie in een groep van meer dan 100 individuen. Daarin wordt het DNA van de volledige darmflora onderzocht. Opmerkelijk is dat de vitamineproductie tussen de verschillende groepen sterk verschilt. Mensen die behoren tot de Bacteroides-groep hebben meer darmbacteriën die vitamine C, B2, B5 en H maken. De Prevotella-groep vertoonde hogere aantallen van B1 en foliumzuur-producerende flora. Ook hier kunnen dus misschien conclusies voor onze gezondheid getrokken worden. Cruciale rol van darmflora In onze darmen leven naar schatting 100.000 miljard individuele bacteriën. Zij vormen onze darmflora. Die bacteriën spelen een cruciale rol in de bescherming van de gezondheid. Ze helpen mee om voedsel om te zetten in energie en beschermen ons tegen aanvallen van ziekteverwekkers. In ruil voor deze nuttige diensten biedt ons lichaam de bacteriën een woonplaats en voedsel aan. “De studie heeft een hype veroorzaakt in wetenschappelijke kringen, omdat veel ziektes worden gelinkt aan een verstoord darmritme,” legt Raes uit. “Denk aan diabetes, obesitas en de ziekte van Crohn, maar bijvoorbeeld ook aan acne, eczeem en gedragsstoornissen als autisme.”

Hecht ecosysteem Een sluitende verklaring voor het bestaan van de types darmflora hebben de wetenschappers nog niet, maar alles wijst erop dat in onze darmen slechts een beperkt aantal stabiele levensgemeenschappen mogelijk is. Daarin gelijken ze op andere ecosystemen in de natuur, zoals

Jan Steyaert In ‘365 days: 2011 in review’ selecteerde het toptijdschrift Nature het Jeroen Raes

foto VIB


onderzoek waarin prof. Jan Steyaert (VIB–Vrije Universiteit Brussel) een cruciale rol speelde als een van de hoogtepunten van het jaar. Samen met wetenschappers van de Stanford University, publiceerde Steyaert de volledige driedimensionale atomaire structuur van een geactiveerde GPCR in actie: de beta-2-adrenergische receptor (beta-2AR) in complex met zijn G-eiwit. Dit was belangrijk om te begrijpen hoe de receptoren werken. En dat is op zijn beurt weer van belang voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. G-eiwit-gekoppelde receptoren (GPCR) zijn populaire doelwitten voor geneesmiddelen, goed voor ongeveer een derde van de goedgekeurde medicijnen en vele honderden medicijnen die momenteel in ontwikkeling zijn. Ze werken als moleculaire schakelaars die boodschappen doorgeven van buiten naar binnen in de cel. De verandering van hun vorm is cruciaal voor hun werking. GPCR’s zitten aan het oppervlak van de cellen in het lichaam. Ze pikken signalen van buiten het lichaam op - zoals geuren, smaken of licht - en signalen vanuit het lichaam, zoals neurotransmitters en hormonen. Zodra deze signalen worden doorgegeven naar de binnenkant van de cel, activeren ze intracellulaire G-eiwitten, die op hun beurt groot aantal biochemische cascades in gang zetten. Ondanks hun belang in de biologie en de geneeskunde was nog niet bekend hoe G-eiwit-gekoppelde receptoren de binding van het hormoon aan de buitenkant van de cel koppelen aan de activatie van het G-eiwit binnenin de cel - een belangrijk obstakel voor het begrijpen van hun werking. Medicijnen voor astma De beta-2AR receptor wordt geactiveerd door de hormonen adrenaline en noradrenaline. Binding van adrenaline op deze receptor ligt aan de basis van de vecht-of-vlucht-reactie van het lichaam, onder meer door het versnellen van de hartslag, het verhogen van de bloeddruk en het openzetten

foto VIB

ing rzoekers

Jan Steyaert

van de luchtwegen. Beta-2AR vormt dan ook een belangrijk doelwit voor medicijnen voor de behandeling van astma of hoge bloeddruk. Alhoewel de receptor beta-2AR al 20 jaar geleden ontdekt werd, bleef de precieze werking ervan onbekend. Nochtans is dat kennis die kan toegepast worden om de medicijnen die inwerken op deze receptor te verbeteren. Om de werking te verklaren, was het nodig om het signaalcomplex te bestuderen in volle actie, een dans in twee bedrijven met vier sterdansers: het hormoon (adrenaline of noradrenaline), de receptor en het G eiwit dat is samengesteld uit G-alfa-S en G-beta-gamma. Moleculaire camera Nu, 20 jaar later, hebben de onderzoekers van Stanford University, University of Wisconsin en VIB-Vrije Universiteit Brussel twee belangrijke freeze-frame foto’s van deze dans kunnen vastleggen. In januari 2011 produceerden ze de eerste beelden van een geactiveerde receptor, gekoppeld aan een molecule die werkt als het hormoon.

In een follow-up artikel in Nature leggen ze een sleutelmoment van het ballet vast: de vier partners die elkaar tijdelijk omarmen om het G protein vervolgens op te splitsen in zijn samenstellende delen G-alfa-S en G-beta-gamma. Het verkrijgen van een 3D-beeld van het hormoon GPCR: G-alfa-beta-gamma-complex bleek niet eenvoudig. Het grote complex is onstabiel, moeilijk te bereiden en de componenten zijn moeilijk tot expressie te brengen en te zuiveren. Jan Steyaert en Els Pardon aan de Vrije Universiteit Brussel leverden een Xaperone™, een Nanobody™ dat tegelijkertijd bindt aan G-alfa-S en G-betagamma en deze eiwitten samenhoudt in het complex. De structuur van dit gestabiliseerd complex werd bepaald met behulp van kristallografische X-straal-technieken. De synchrotron in Argonne (Chicago, VS), één van de meest krachtige bronnen van X-stralen wereldwijd, werd gebruikt als een moleculaire camera. [sw]

AKADEMOS - JG.15 • NR1 • FEBRUARI - MAART 2012

9


10

K O R T N I E U WS

UPV zet wereld op z’n kop Professoren op kot bij studenten Acht kotstudenten van de Vrije Universiteit Brussel kregen een uitzonderlijke deal voorgeschoteld: ze leverden hun wasmand met vuile was in en kregen daarvoor een wetenschapper op hun kot. Het project heet Wetenschapper @ Sofa, kortweg W@S. UPV (Uitstraling Permanente Vorming) organiseerde het hoogst originele evenement dit najaar voor de eerste keer. “Er komt zeker een twee editie”, zegt UPV-directeur Gert De Coorde. Het idee: een gezellige babbel met een echte wetenschapper op je eigen sofa in je eigen kot. Jean Paul Van Bendegem (filosoof, wiskundige), Bram Vanderborght (Probo - knuffelrobot), Angelo Vermeulen (bioloog, kunstenaar), Dries Essers (circus, Oosterse wijsheid en psychologie), David Dehenauw (meteoroloog, weerman VTM), Luc Huyghens en Said Hachimi Idrissi (Skillslab), Peter De Cupere (kunstenaar) en Bert Anciaux (politicus met de ambitie om te doctoreren) maakten er eind november een hele avond voor vrij. “Studenten durven al eens brossen”, zegt Gert De Coorde. “Wij dachten: als de student niet naar de prof gaat, dan moet de prof maar naar de student gaan.” Uit de inschrijvingen van de studenten werden acht gelukkigen gekozen. Zij mochten vrienden uitnodigen om te luisteren naar en te discussiëren met ‘hun’ wetenschapper. Er werd zelfs gezorgd voor een startpakket drank en versnaperingen om iedereen een ontspannende avond te bezorgen. Met het project Wetenschapper @ Sofa (W@S) kregen studenten de kans

om op een ongewone manier met wetenschap in aanraking te komen. “Het was verrijkend en leuk omdat de studenten vragen stelden die ze in de les nooit stellen, vragen over het leven en de carrière van de prof bijvoorbeeld.” Blikveld verruimen UPV wil wetenschap - van humane tot exacte wetenschappen, van theorie tot veldwerk - toegankelijk maken voor iedereen. “Met UPV organiseren we tal van lezingen door wetenschappers op de campus”, zegt Gert de Coorde. “We bereiken daar vooral een ouder publiek mee. Maar we streven net naar een intergenerationale mix en met Wetenschapper @ Sofa wilden we de studenten warm maken voor ons aanbod. Het is belangrijk dat studenten proeven van wat aan andere faculteiten gebeurt, dat ze hun blikveld verruimen.” In het najaar komt er een tweede editie van W@S. Voor meer informatie over de activiteiten van UPV – het zijn er liefst 400 per jaar – kan je voortaan ook terecht op de gloednieuwe website http://upv.vub.ac.be

VUB’er Jean Bourgain krijgt prestigieuze Crafoordprijs voor wiskunde Professor Jean Bourgain (57) heeft de prestigieuze Crafoordprijs voor wiskunde gewonnen, met een prijskaartje van 445.000 euro. Jean Bourgain won de prijs voor zijn baanbrekende werk rond nummertheorieën en differentiaalvergelijkingen. De Oostendenaar promoveerde in 1977 tot doctor in de wiskunde aan de Vrije Universiteit Brussel. In 1981 werd hij ook professor aan de VUB. Daarna trok hij naar de Verenigde Staten om er te doctoreren aan de universiteit van Illinois. Momenteel is Bourgain een van de acht vaste professoren van de hoog aangeschreven School of Mathematics van de Princeton University. De Crafoordprijs staat op dezelfde hoogte als de Nobelprijs (die voor wiskunde niet bestaat). Hij wordt sinds 1980 jaarlijks uitgereikt door de Zweedse ‘Royal Academy of Sciences’ aan de meest interessante wiskundige onderzoeken wereldwijd. Jean Bourgain ontving eerder ook al de prestigieuze Fields Medal.


Kunstenaar en ‘young global leader’ Marcel Pinas (Suriname) is artist in residence in KultuurKaffee Van 15 februari tot 29 maart is de Surinaamse kunstenaar Marcel Pinas als artist in residence te gast bij KultuurKaffee. Marcel Pinas is afstammeling van de Surinaamse N’dyuka, ook wel Aucaners genoemd. Zijn kunst gaat over ervaringen uit het verleden, het handelt over de vernietiging van de N’dyuka-cultuur. In zijn werk brengt hij die situatie tot uitdrukking, waardoor tevens aandacht wordt geschonken aan de bescherming van culturen in het algemeen: “Kibri a kulturu” of “behoud de cultuur”. Dit thema vormt de ziel van het oeuvre van Marcel Pinas (www.marcelpinas.com). Door middel van diverse kunstprojecten neemt hij het in zijn thuisland op voor de meest kwetsbaren. Inspanningen die ook internationaal niet onopgemerkt blijven. Zo werd Pinas door het Wereld Economisch Forum genomineerd als ‘Young Global Leader’, een unieke erkenning voor jongeren die zich op een bijzondere manier inspannen in de maatschappij. In KultuurKaffee werkt de kunstenaar gedurende 6 weken aan een tentoonstelling waarvan het resultaat te bezichtigen is tijdens de vernissage op donderdag 29 maart. Dezelfde dag gaat Pinas ook in gesprek met zijn Belgische collega Koen Vanmechelen over de maatschappelijke waarde van kunst en de avond wordt afgesloten met een speciale Suriname editie van ‘KK WORLD’. De residentie is opgevat als een ‘open studio’. Iedereen is van harte welkom om het atelier te bezoeken (KK Gallery’) en het gesprek aan te gaan met de kunstenaar. Gedurende het verblijf worden tal van randactiviteiten georganiseerd. Het volledige programma vindt u op www. kultuurkaffee.be.

Close the Gap lanceert E-Waste recyclagecentrum in Afrika Een decennium geleden ging Close the Gap van start als een eindejaarsproject van vier VUBstudenten Handelsingenieur. Olivier Vanden Eynde, VUB Solvay alumnus is als oprichter nog steeds de trekker van deze gewezen VUB-start up uit 2001. Intussen is Close the Gap uitgegroeid tot een invloedrijke NGO. Zo werd in het najaar het eerste E-Waste centrum voor Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparaten geopend in Kenia. Het centrum in de hoofdstad Nairobi is meteen het eerste in de hele Oost-Afrikaanse-Unie (EAC) dat volledig geautomatiseerd beeldbuishoudende monitors en televisietoestellen via een gespecialiseerde verwerkingsmachine van twaalf meter lang kan verwerken. Deze machine werd aangeschaft

Neelie Kroes bij de plechtige opening van het E-Waste Centrum in Nairobi

door Close the Gap en ter beschikking gesteld van haar lokale partners in Nairobi. De plechtige opening vond plaats in aanwezigheid van Neelie Kroes, vicevoorzitter van de Europese Commissie en verantwoordelijk voor de Digitale Agenda. Rector Paul De Knop, uitgenodigd voor het bijwonen van deze inauguratie, vroeg aan voormalig VUB-rector Ben Van Camp om de universiteit te vertegenwoordigen in Naïrobi. Olivier Vanden Eynde (Close the Gap) en prof. Van Camp

Tweede leven voor PC Close the Gap geeft al jaren afgeschreven computers een tweede leven door ze in te zetten voor ontwikkelingshulp in Afrika. Ruim 200.000 computers werden sinds de opstart door Close the Gap verwerkt en heringezet in hetzij duurzame ICTprojecten in het zuiden of voor milieuvriendelijke verwerking. Een succesverhaal dat veel weerklank heeft gekregen. Alleen: als de pc’s hun tweede leven voorbij is, vergroten ze de berg elektronisch afval in Afrika, inclusief alle toxische stoffen die in pc’s en beeldschermen aanwezig zijn. Met WorldPC, het E-Waste initiatief van Close the Gap, moet hier een einde aan komen door het opzetten van een netwerk van lokale, regionale en internationale partners die instaan voor inzameling en recyclage van electronisch afval. Op die manier wil Close the Gap met WorldPC het probleem van e-waste bestrijden. Het is een ambitieus project dat een voorbeeld moet worden

van hoe het wél kan en moet. Tegen 2015 verwacht Close the Gap het initiatief zelfbedruipend te krijgen. “Als we kunnen aantonen dat het concept werkt, is het onze bedoeling om de activiteiten uit te breiden naar de buurlanden van Kenia en op termijn hopen we dat het model overgenomen wordt door de lokale autoriteiten”, stellen ze bij Close the Gap. Naar aanleiding van de inauguratie met Neelie Kroes in Kenia, werd eveneens een strategisch partnership met Recupel vzw afgesloten. De CEO van Recupel Peter Sabbe heeft officieel financiële steun toegezegd aan WorldPC om voor een periode van 3 tot 5 jaar de groeiplannen van deze nieuwe spin-off mee te financieren. De NGO heeft vanaf de opstart ook altijd steun gekregen van de universiteit. Close the Gap heeft onderdak gevonden in het Karel Van Miert Gebouw van de VUB aan Pleinlaan 5.

AKADEMOS - JG.15 • NR1 • FEBRUARI - MAART 2012

11


12

O P R O E P A A N V U B - G E M E E NS C H A P

Zoektocht naar Academisch Erfgoed Wie aan onderzoek doet, heeft materiaal nodig. Sedert het ontstaan van de universiteiten ontwierpen, bouwden of kochten wetenschappers instrumenten om hun werk te kunnen doen. De Vlaamse universiteiten bezitten een schat aan wetenschappelijke objecten, instrumenten en toestellen die samen het ‘Vlaams academisch erfgoed’ vormen. Erfgoed dat na een actieve periode al te vaak een verborgen bestaan leidt. Daarom is er nu het ambitieuze plan om de erfgoedcollecties van de universiteiten van Leuven, Gent, Antwerpen en Brussel in kaart te brengen en digitaal te ontsluiten. Prof. dr. Frank Scheelings van het universiteitsarchief is de projectcoördinator aan de Vrije Universiteit Brussel. De titel van het project luidt: ‘Balans en perspectief. Verkenning en ontwikkeling van de erfgoedgemeenschap rond Academisch Erfgoed in Vlaanderen’. “Wetenschappelijke en didactische objecten die het voorwerp waren van onderzoek, zoals gesteenten, herbaria of prehistorische voorwerpen, eindigen, eens bestudeerd, vaak ergens in een donkere kast”, zegt Frank Scheelings. “Voorwerpen die gebruikt werden voor het onderzoek of onderwijs, zoals microscopen, didactische schaalmodellen, dierpreparaten, elektronische instrumenten, testmachines, computers... staan soms stilletjes weg te kwijnen in een lokaaltje apart. Ze hebben hun werk gedaan.” Behoud en beheer De objecten illustreren een wetenschappelijke doorbraak, een vorig paradigma, het vernuft van

een wetenschappelijk team of zijn soms gewoon te mooi en te goed om weg te gooien, maar tegelijk zijn ze niet altijd meer zo nuttig. Ze maken deel uit van het Academisch Erfgoed. Maar het behoud en beheer van deze stukken en collecties is niet vanzelfsprekend. In de loop der jaren zijn er bewust objecten afgestoten omdat ze bijvoorbeeld te groot waren. Bij verhuizingen en opruimingen zijn stukken verdwenen. “Vaak is er geen beheerder aangesteld en staat het stuk of de collectie er eigenlijk alleen nog maar bij toeval, omdat de één of de andere het vrijwillig bijhield.” Wereldwijde aandacht Het initiatief om via een samenwerkingsverband tussen vier universiteiten het academisch erfgoed in kaart te brengen is niet nieuw. In Nederland hebben acht universiteiten hun krachten gebun-

deld in de Stichting Academisch Erfgoed (SAE) om op uniforme wijze hun erfgoed te beheren, te conserveren en te ontsluiten. De zorg voor academische collecties komt wereldwijd steeds meer op de voorgrond. In 2000 werd een Europees Netwerk rond Academisch Erfgoed, genaamd Universeum opgericht en in 2001 zag UMAC (University Museums and Collections), een gespecialiseerd comité binnen de International Council of Museums (ICOM) het daglicht. Al deze organisaties willen het beheer, de conservatie, het onderzoek, de toegankelijkheid en de promotie van universiteitsmusea- en collecties bevorderen. Aan de slag Academisch Erfgoed veronderstelt een academische erfgoedgemeenschap: een groep van mensen (professoren, vaak versterkt door hun tech-


“Te mooi en te goed om weg te gooien.” nisch personeel en assistenten, alumni en studenten) die geïnteresseerd is in het erfgoed en het verbindt met de eigen geschiedenis. “Uit de diverse collecties die zich her en der op de universiteit bevinden, blijkt dat er ook op de VUB een dergelijk draagvlak aanwezig is”, stelt Frank Scheelings. “De komende maanden willen we de collecties van de VUB identificeren en lokaliseren aan de hand van enkele gerichte vragen. Zo peilen we naar de datering, de omvang en het materiaaltype, de geschiedenis, de oorspronkelijke en huidige functie, de materiële toestand, de bewaarplaats en de collectiebeheerder.” De registratie zorgt alvast voor een erkenning en herwaardering van de academische collecties. Zodra de collecties geïdentificeerd zijn, kunnen acties volgen om deze objecten optimaal te bewaren en te beheren. “Voor stukken of collecties die geen officiële beheerder hebben, kan bijvoorbeeld een beheerder gezocht worden. Veel collecties bezitten overigens nog didactisch of onderzoekspotentieel voor studenten en onderzoekers. Een ruimere ontsluiting zou alleen al daarom nuttig zijn. Daarnaast geeft de inventarisatie van het erfgoed ook aanleiding tot een afstotingsbeleid. “Indien voorwerpen of collecties weinig of geen wetenschappelijke, didactische, sociaal-collectieve of artistieke waarde meer hebben voor de universitaire gemeenschap, moeten we afstoting van het erfgoed overwegen”, aldus Frank Scheelings. Oproep Er bestaat momenteel geen overzicht van onderzoeks- en onderwijsgebonden objecten en collecties die de VUB in de loop van de jaren vergaard heeft. “Om dit erfgoed op te sporen doen we een beroep op de hele academische gemeenschap van de VUB. Veelal weten slechts enkele specialisten waar bepaalde objecten staan en zijn alleen zij in staat om ze te identificeren, in de juiste context te plaatsen en naar waarde te schatten.” Frank Scheelings doet dan ook een warme oproep aan de VUB-gemeenschap om hem te helpen in zijn zoektocht naar waardevol wetenschappelijk erfgoed.

Opsporing verzocht Microscopen, telescopen, werktuigen, elektronische toestellen en instrumenten,... waar op de campus van de VUB worden ze bewaard? Verzamelt u collectiestukken aan de VUB? Hebt u zo’n collectie onder uw hoede? Geef ons erfgoed een toekomst en contacteer Frank Scheelings (Frank. Scheelings@vub.ac.be) of Nathalie Poot (Nathalie.Poot@vub.ac.be).

AKADEMOS - JG.15 • NR1 • FEBRUARI - MAART 2012 13


14

campu s lifec y cle

Studentenadministratiesysteem CALI

VUB in een muisklik

Campus Lifecycle

CALI – voluit Campus Lifecycle – is méér dan een IT-systeem. Het moet studenten en personeel het leven makkelijker maken en de universiteit de slagkracht geven om haar strategische doelstellingen te realiseren. Maar CALI is ook een verhaal over samenwerken over de grenzen van diensten en faculteiten heen: “Betrokkenheid van de gehele VUB-gemeenschap is wat dit project zal doen slagen”, aldus Chris Beirens en Luc Deschouwer.

Luc Deschouwer en Chris Beirens: “CALI is een project van de hele VUB-gemeenschap”

Hoe ontstaat de idee om een studentenadministratiesysteem van 0 te herdenken? Beirens (projectleider CALI): “In één woord: de “flexibilisering” van het hoger onderwijs. Die heeft een hele dynamiek van nieuwe regelgeving gecreëerd, van rapportagevereisten aan de overheid ook. En dat vraagt om een heel krachtig systeem.” Deschouwer (diensthoofd Studenten Administratie Centrum of SAC): “Het huidige OMA/OPA-systeem heeft jarenlang gedaan wat moest. Het is bewonderenswaardig hoe de mensen van het AIV alle evoluties hebben kunnen

opvangen. Maar op een bepaald ogenblik werd het een lappendeken. En door de intrede van de BaMa-structuur en het flexibiliseringdecreet botste OMA/OPA echt wel op zijn grenzen. Het werd voor de onderwijs- en studentenadministratie een kleine nachtmerrie.” Beirens: “Het CALI-project is geboren uit noodzaak. Maar van meet af aan zijn we er resoluut voor gegaan om er een deugd van te maken. CALI is daarom niet enkel een kwestie van IT, maar van nadenken over werkprocessen binnen deze organisatie, en hoe je die kan verbeteren. Daarom sluit

het ook aan bij het Algemeen Strategisch Plan van rector Paul De Knop.” Achter het CALI-project gaat heel wat ambitie schuil. Het wordt een ingrijpende verandering voor de hele VUB-gemeenschap. Hoe pak je zoiets aan? Beirens: “Wel, net omdat het een omwenteling is voor iedereen aan deze universiteit, staat of valt het project met alle betrokkenen. CALI is niet iets wat door één dienst wordt ontwikkeld en vervolgens instellingsbreed wordt opgelegd. Dat zou dom zijn en het zou ook mislukken. Van bij de start


van het project hebben we een structuur opgezet waarbij personen uit alle entiteiten betrokken werden. Bij aanvang – het analyseren van hoe de administratie nu werkt – ging het bijvoorbeeld om afdelingshoofden en een delegatie van faculteitssecretarissen. Zij volgden alle voorstellen op de voet. Toen we daadwerkelijk oplossingen gingen ontwikkelen hebben we een kernteam opgericht. Dat team moet je bekijken als een doorsnede van kennispersonen uit de studenten- en onderwijsadministratie. Deze collega’s helpen ook om de op til zijnde veranderingen in hun werkomgeving toe te lichten. Wij gaan hen daarin ondersteunen.” Deschouwer: “Natuurlijk gaan we ook rechtstreeks communiceren, dienst per dienst. Dat zal binnenkort gebeuren, want nu is alles heel concreet, heel tastbaar. We kunnen nu echt tonen hoe het systeem er uitziet en wat het kan doen. Om diezelfde reden hebben we ook onze opleidingsmomenten dit voorjaar ingepland.” Beirens: “Je zou eigenlijk kunnen stellen dat het CALI-team de voorbije maanden echt 100 personen sterk is geworden. Studietrajectbegeleiders, de collega’s op de faculteitssecretariaten, op de dienst inschrijvingen en zo meer: allemaal zijn ze nu aan de slag om CALI op de sporen te zetten. Zonder hen stonden we niet waar we nu staan.” CALI betekent een stap vooruit. Wat moet ik me daar dan als student bij voorstellen? Beirens: “De student zal om te beginnen veel meer zelfstandigheid krijgen. Anders gezegd: hij of zij zal zich minder afhankelijk voelen van een onzichtbare administratiemachinerie. Het curriculum, al de vakken die zijn afgelegd of die nog moeten gevolgd worden: het kan allemaal worden geraadpleegd met een muisklik, en dat binnen een omgeving waar jongeren van deze generatie vertrouwd mee zijn. En de dienstverlening wordt vlotter, beter.” Deschouwer: “De student zal niet meer het gevoel hebben van het kastje naar de muur gestuurd te worden. Alle informatie die in het systeem gevalideerd wordt, is beschikbaar voor elke dienst. Alle overige dossierinformatie kan hij of zij zelf (mee) beheren. Door de automatisering zal hij of zij ook niet meer in een wachtrij hoeven te staan.” Beirens: “Inderdaad, de communicatie tussen de administratie en de student zal helemaal anders verlopen. Die zal beantwoorden aan wat men daar in de 21ste eeuw terecht van verwacht. En bovendien is CALI zo opgezet dat het helemaal past binnen het individuele traject van de student. De student staat nu centraler dan ooit.

En laat dat net één van de sterkste troeven van de VUB zijn!” Deschouwer: “Dat is logisch ook. Net door de flexibilisering zijn er meer individuele leertrajecten dan ooit. Dit systeem beantwoordt perfect aan die noden. En, niet te vergeten, het past inderdaad ook binnen de filosofie van de VUB: een persoonlijke aanpak voor elke student. Die moet er dus niet voor vrezen herleid te worden tot een nummer. De individuele en persoonlijke aanpak blijft

“De student staat centraler dan ooit” bestaan, alleen wordt deze ondersteund door een nieuw krachtig IT-platform. Ik denk nu bijvoorbeeld aan het feit dat iedereen nu op zijn scherm zal kunnen zien hoe zijn of haar individueel uurrooster er zal uitzien.” En voor het administratief personeel en de docenten? Zit daar ook heel wat winst? Deschouwer: “Op korte termijn is er al winst: een medewerker op een faculteit zal geen manuele registraties van studenten meer moeten uitvoeren. De student heeft dat namelijk zelf in de hand. Tegelijkertijd zal vooral de betrouwbaarheid van de gegevens enorm toenemen. Nu is dat echt een probleem: de kwaliteit van de data laat te wensen over. Ook hier is dat geen kritiek op OPA/OMA: dat systeem ving op wat moest, opnieuw tot de invoering van de BaMa-structuur.” Beirens: “Docenten krijgen net als studenten een eigen omgeving. Ze kunnen meteen punten invoeren, en zullen ook punten die ze toekennen voor verschillende delen van de vakken die ze doceren beter kunnen beheren.” In welke fase bevindt het project zich nu? Wat staat er nog allemaal te gebeuren vooraleer het systeem in gebruik genomen wordt? Beirens: “We zitten nu in de laatste rechte lijn. Dat wil zeggen dat het systeem bijna af is en aangepast aan de specifieke noden van onze instelling. En tegelijkertijd moet het ook zijn plekje vinden binnen een evoluerende IT-omgeving. Alles moet met elkaar leren communiceren. Een beetje zoals je fundamenten van een huis aanbrengt. Daarna start een lange testperiode. Het testteam is van gestart gegaan met de voorbereidingen via o.a. het opstellen van testscenario’s. Eerst gaan we testen of alle deeltjes doen wat ze moeten doen,

aansluitend testen we het geheel. Daarna laten we de gebruikers erop los, zodat ze kunnen aangeven of alles aanwezig is wat ze in de voorbije fases zelf hebben bijgestuurd.” CALI zal ook het organogram van de studentenadministratie hertekenen. Wat wordt net de taak van het nieuwe Studenten Administratie Centrum (SAC)? Deschouwer: “Dat de dienst inschrijvingen hier een essentieel onderdeel van zal uitmaken staat buiten kijf. Een ander belangrijk punt is dat ook een centralisatie van de roostering - ondergebracht bij het SAC - doorgevoerd zal worden. Het is net daardoor dat we de student kunnen voorzien van informatie op maat over zijn of haar individueel uurrooster. Cruciaal is ook dat er een kenniscentrum wordt opgericht. Daar zullen niet alleen nieuwe gebruikers van het studenteninformatiesysteem worden opgeleid; alle vergaarde kennis wordt er blijvend geactualiseerd. Het CALI-project is extreem goed gedocumenteerd, zodat we alle opgebouwde kennis binnen de organisatie kunnen inzetten en verder ontwikkelen.” Beirens: “Zoals gezegd biedt CALI ook een antwoord op de steeds grotere rapporteringseisen die de overheid stelt. Daarom is voor het eerst een rapporteringsstrategie uitgedokterd. Alle informatie die binnen de organisatie wordt gecreëerd kan nu worden geconsolideerd en in kaart gebracht. De meerwaarde hiervan is echt onschatbaar. Voorheen moest het administratief personeel steeds opnieuw op zoek naar de informatie die ze nodig hadden om dit of dat rapport op te stellen. Vaak moesten ze ook nog eens de betrouwbaarheid van die gegevens nagaan, en bewerkingen uitvoeren. Verder worden met CALI werkinstructies en procedures uitgeschreven die alle processen in kaart brengen en beschrijven. Op termijn profiteert onze organisatie daarvan en zal het de integratie van nieuwe en huidige collega’s vereenvoudigen. Eigenlijk begint het CALI-verhaal nu pas, als je het zo bekijkt.” Deschouwer: “We weten trouwens dat er een vervolg komt op dit verhaal. Nu al zijn we bezig met het academiejaar 2013-2014, want dan komt een nieuwe uitdaging op ons af: de inkanteling van een zevental te academiseren opleidingen uit de Erasmushogeschool. Ook dit moeten we in goede banen leiden.” [ac]

Meer weten over CALI? Bezoek dan www.vub.ac.be/CALI/

AKADEMOS - JG.15 • NR1 • FEBRUARI - MAART 2012 15


16

K o m o p Tege n K a n ker

VUB rijdt mee in langste fietstocht van Vlaanderen De Vrije Universiteit Brussel neemt tijdens het Hemelvaartweekend in mei opnieuw deel aan de langste fietstocht van Vlaanderen: de 1000km van Kom op Tegen Kanker. Acht sportievelingen verdeeld over twee teams moeten daarvoor niet alleen veel trainen maar ook in totaal 10.000 euro startgeld ten voordele van Kom op Tegen Kanker verzamelen. Toch is dit voor de acht fietsers meer dan zomaar een sportieve bezigheid. Maatschappelijk engagement is immers een van de kernwaarden van de VUB en de 1000km is een ideale manier om dat ook in daden om te zetten. Het VUB-team draagt haar deelname dit jaar speciaal op aan Hilde, echtgenote van team-lid Marc Van den Bossche. Hilde overleed vorig jaar in juli aan kanker. Het was rector Paul De Knop die al in oktober het initiatief nam voor een derde deelname. “Als sportman is dit voor mij natuurlijk een mooie uitdaging. Het verplicht me om de komende weken volop te trainen en om me mentaal en fysiek voor te bereiden. Maar het sportieve is voor mij eigenlijk bijzaak. Ik vind het veel belangrijker om met onze deelname de strijd tegen kanker een duw in de rug te geven. Wetenschappers, onder wie ook onze eigen VUB-onderzoekers, zoeken onafgebroken naar behandelingen tegen deze vreselijke ziekte. Het onder de aandacht brengen van hun strijd tegen kanker verdient alle steun.” Lieven Annemans, professor gezondheidseconomie, treedt de rector bij. “Naast het enorme individuele leed is deze ziekte ook nefast voor onze maatschappij en een smet op onze samenleving. De behandeling ervan is weliswaar de jong-

ste decennia heel wat verbeterd maar ze is ook zeer duur geworden. Er moet daarom veel meer aandacht gaan naar preventie via een gezonde levensstijl en een gezond milieu.“ Voor de eerste keer rijdt ook een vrouwelijke collega met het team mee. Marleen De Pauw werkt op de personeelsdienst van de Vrije Universiteit Brussel. “Door mijn deelname wil ik zowel fysisch als psychisch mijn steun betuigen aan alle vorsers die nu en in de toekomst mensen proberen te redden,” zegt ze. Help ze starten Het doel van de 1000km blijft onveranderd: bedrijven, verenigingen, groepen,… moeten als team in vier etappes samen 1000 km fietsen. Om te mogen starten verzamelt elk team 5.000 euro. Dat geld gaat integraal naar Kom op Tegen

Kanker die er het kankeronderzoek mee steunt. Dit jaar is het geld voor onderzoek naar nieuwe ‘biomerkers’. Dit zijn biochemische indicatoren die snel aangeven of een behandeling effectief is of niet. De VUB wil het volledige bedrag van 10.000 euro (d.w.z. 5.000 euro per team) volledig via giften, acties en sponsoring verzamelen. Zo komt er onder studenten en personeel een actie met collectebussen met als slogan “10.000 studenten x 1 euro = 10.000 euro tegen kanker”. Als elke student en elk personeelslid één euro aan de actie geeft, dan komt de VUB sowieso aan het vereiste bedrag. De volgende weken en maanden komen er collectebussen op druk bezochte plaatsen op de campus, zoals de bibliotheek en het restaurant. Er staan ook enkele in het oog springende acties op stapel en in de maand mei zal er een speciale ‘wielermaaltijd’ geserveerd worden in het VUB-restaurant waarvan de opbrengst eveneens naar Kom op Tegen Kanker gaat. Bovendien kan de VUB rekenen op de steun van enkele grotere sponsors zoals CBR Cementeries, Molenbergnatie en Kabelwerk Eupen. Nuttig om weten is dat de 1000km dit jaar ook door Brussel passeert. Tijdens de eerste dagrit op 17 mei is er een middagstop voorzien in het Vlaams Parlement.

Wie meer wil weten over de fietsers, de verschillende acties of de mogelijkheden om het VUB-team te sponsoren kan terecht op www.vub.ac.be/1000km.


I n M E m o riam

foto Universiteitsarchief VUB

17

Gewezen VUB-voorzitter Rik Van Aerschot (1928-2012) overleden De Vrije Universiteit Brussel heeft afscheid genomen van haar gewezen en invloedrijke voorzitter Rik Van Aerschot. Hij overleed op 15 januari 2012. Prof. dr. Rik Van Aerschot leidde de Raad van Bestuur van de universiteit van 1 januari 1990 tot eind 2002. In die dertien jaar heeft hij zich ingezet voor de verdere uitbouw van de Vrije Universiteit Brussel als belangrijke onderwijs- en onderzoeksinstelling in Vlaanderen en Brussel. Rik Van Aerschot was doctor in de Rechten en doceerde ook enkele cursussen aan de universiteit. Professioneel was hij actief in de verzekeringssector en later bij AIBVinçotte, waar hij gedelegeerd bestuurder was. Rik Van Aerschot bekleedde ook tal van mandaten, onder meer bij de Nationale Bank van België, het Humanistisch Verbond, de Stichting Auschwitz en het Koninklijk Instituut voor het Duurzame Beheer van de Natuurlijke Rijkdommen en de Bevordering van Schone Technologie (KINT). Rik Van Aerschot is gewezen grootmeester van de Grootloge van België. Bevlogen en gedreven Tijdens de afscheidsplechtigheid op 23 januari stelde VUB-rector Paul De Knop dat Rik Van Aerschot in de periode 1990-2002 onze universiteit door en door heeft leren kennen, maar dat dit vooral ook omgekeerd geldt: de hele VUB-gemeenschap heeft Rik Van Aerschot leren kennen. “Hij was nu eenmaal het soort man waar niemand omheen kon. Een sterke persoonlijkheid in alle opzichten. Bevlogen, zin voor humor, gedreven én eigenzinnig in

de meest positieve betekenis van het woord. Rik Van Aerschot had vaak uitgesproken meningen die hij met veel bravoure verdedigde, maar toch was hij er niet op uit dat iedereen het met hem eens zou zijn. Integendeel, hij had een hekel aan ja-knikkers en onderkruipers. Hij hield van het debat. En hij is altijd jong van geest gebleven. Rik Van Aerschot was zelf professor in onze rechtenfaculteit, maar toch zei hij altijd weer: de universiteit is er niet voor de proffen. De universiteit is er voor de studenten. (…) De periode van 1990 tot 2002 was er voor de Vrije Universiteit Brussel één van grote beproevingen. In de eerste helft van de jaren ’90 werd vanuit de politieke wereld en vanuit de overheid het principe van de volledige universiteit in vraag gesteld en daardoor dreigde voor de VUB regelrechte afbouw. Samen met rector Els Witte heeft Rik Van Aerschot ontzaglijke inspanningen geleverd om de zware aanvallen op de volledige universiteit af te slaan. (…) Dankzij mensen als Rik Van Aerschot bestaat de VUB vandaag nog als een volwaardige universiteit met acht faculteiten en 12.000 studenten, een eigenzinnige universiteit ook die het verschil maakt en waaraan Vlaanderen wetenschappelijk, intellectueel én maatschappelijk veel te danken heeft.”

AKADEMOS - JG.15 • NR1 • FEBRUARI - MAART 2012 17


18

E ra s mu s h o ge s c h o o l B ru s s el

Website en conferentie maken jongeren warm voor klimaat

300 leerlingen van het vijfde en het zesde jaar secundair onderwijs nemen deel aan de Climate Challenge Conference 2050, die een simulatie is van een VN-top. In groepjes van zes vertegenwoordigen de jongeren elk een land, waarbij ze als experts een standpunt innemen over transport, voedsel en klimaatvluchtelingen. “De jongeren moeten zich vooraf informeren over ‘hun’ land, zodat ze een visie kunnen ontwikkelen op de drie thema’s. Zo vragen we hen bijvoorbeeld wat ze vinden van duurdere vliegtuigtickets, een verplichte donderdag-veggiedag of de toekomstige opvang van klimaatvluchtelingen. Hierbij moeten ze telkens de voor- en nadelen voor ‘hun’ land afwegen, zonder het algemeen belang uit het oog te verliezen”, zegt Bart Verheecke, adviseur Wetenschapscommunicatie aan de EhB. Aan het eind van de dag volgt een plenaire vergadering waarbij de landen, gegroepeerd in machtsblokken, hun stem uitbrengen voor drie resoluties, die samenhangen met de thema’s. Kritisch De klimaatconferentie is gegroeid uit de website www.climatechallenge.be. Climate Challenge is een samenwerking tussen vier partners (Studio Globo, WWF, VUB en EhB) met de steun van de dienst Klimaatverandering van de Federale Overheidsdienst Leefmilieu. De website brengt interactief de klimaatproblemen in kaart en richt zich daarbij zowel op leerlingen als op leerkrachten van de tweede en de derde graad van het secundair onderwijs. Zo kunnen ze er terecht voor lessen, achtergrondinformatie, cijfers en doeactiviteiten, maar de site biedt ook talrijke interviews aan met wetenschappers, politici, bedrijfsleiders en mensen uit het Zuiden. ,,We willen dat jongeren zich bewust worden van de klimaatproblematiek en zich kritisch leren opstellen; dat ze de problemen begrijpen en inzien dat oplossingen dringend nodig zijn, zowel op maatschappelijk als op individueel vlak’’, vertelt Bart Verheecke. “We

foto Bart Deseyn (Bonsai Publicatiebureau)

Zijn onze 14- tot 18-jarigen er zich van bewust dat hun huidige ecologische voetafdruk hun toekomst zal bepalen? Studio Globo, WWF, de Vrije Universiteit Brussel en de Erasmushogeschool Brussel (EhB) sloegen de handen in elkaar en ontwikkelden de website www.climatechallenge.be die jongeren wil aanzetten om mee te zoeken naar oplossingen voor de klimaatproblematiek. Op vrijdag 23 maart wordt de site voorgesteld met een unieke jongeren-klimaatconferentie in het Europees parlement, met de steun van Research in Brussels van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Sara De Winter (WWF-Belgium), Bart Verheecke (EhB) en Truus Roose (Studio Globo)

doen dit niet door uitsluitend negatieve verhalen te brengen over slachtoffers en rampscenario’s. Het moet een positief verhaal worden voor de jongeren. Een verhaal waar ze bovendien een eigen wending kunnen aan geven. Stel dat we met z’n allen één dag per week vegetarisch zouden eten, dan sparen we evenveel broeikasgassen uit als met 500.000 wagens van de weg te halen. Dat is een heel hypothetisch voorbeeld, maar het stelt wel heel concreet onze levensstijl in vraag.’’ Windenergie EhB en VUB nemen twee facetten van Climate Challenge voor hun rekening. “We focussen enerzijds op het onderzoek naar klimaatverandering”, zegt Bart Verheecke. “Hoe zit het klimaat in elkaar en hoe kunnen we aan de hand van

klimaatreconstructies en –modellen projecties maken van de toekomst? Anderzijds stellen we het onderzoek voor dat aan de universiteit en de hogeschool wordt gevoerd rond onder meer windenergie en elektrische voertuigen. We hopen zo enkele jongeren warm te kunnen maken voor een wetenschappelijke of technische studie. Maar dat is uiteraard niet de kern van onze boodschap. We hebben dan ook heel bewust gekozen voor een multidisciplinaire aanpak die aansluit bij zowel de technische als de maatschappelijke vakken. De klimaatverandering kan je namelijk niet vanuit één invalshoek bekijken: het zal een combinatie vergen van technologische innovatie, energie-efficiëntie, individuele gedragsverandering en een transitie naar een duurzamere maatschappij.” [vds]

Bezoek de website op www.climatechallenge.be. Alle materiaal is binnenkort ook te downloaden als interactief e-book voor de tabletcomputer. Leerkrachten kunnen alle teksten, video’s en lesmateriaal verkrijgen op dvd.


19

P er s o n alia

Prof. dr Freya Blekman heeft een prestigieuze FWO Odysseus premie ontvangen. Blekman, werkend als onderzoeksprofessor elementaire deeltjesfysica aan de VUB in het Interuniversity Institute for High Energies (IIHE), gaat deze middelen gebruiken om de botsingen van de deeltjesversneller in Genève bestuderen, op zoek naar nieuwe deeltjes die de huidige theorie van de deeltjesfysica, het Standaardmodel, ook doen kloppen bij hogere energieën. Voor haar aanstelling bij de VUB werkte Blekman op CERN, voor Cornell University in de Verenigde Staten en voor Imperial College London in Groot-Brittannië. Tijdens het succesvolle congres georganiseerd aan de VUB in verband met de deeltjesversneller te CERN, heeft onze eigen doctorandus Michael Maes van het Inter-universitaire Instituut voor Hoge Energieën (IIHE) de prijs gewonnen voor de beste poster. Van de 350 internationale deelnemers hebben een 40-tal doctorandi een poster gepresenteerd over hun eigen onderzoek van de deeltjesbotsingen. Prof. Michaël Dooms heeft de vierde editie van de ‘Palgrave Macmillan Prize in Maritime Economics and Logistics (MEL)’ gewonnen. Deze prijs bekroont wereldwijd de beste doctoraten die in de discipline werden ingediend. Het doctoraat van prof. Michaël Dooms heeft als titel ‘Crafting the integrative value proposition for large scale transport infrastructure hubs: a stakeholder management approach’. Samen met Carole Bernard (University of Waterloo) heeft Steven Vanduffel, prof. Risk Management aan onze universiteit, de ‘SCOR-EGRIE Young Economist Best Paper Award’ gewonnen. Dit is een prijs voor ‘the best paper presented by a young economist at the annual seminar of the European Group of Risk and Insurance Economists (EGRIE)’. Voor de paper “Optimal capital allocation principles” kreeg Steven Vanduffel (samen met enkele collega’s) eerder ook al de Lloyds Science of Risk Prize in de categorie “Insurance operations and markets.” Prof. Michel Defrise heeft de prestigieuze ‘Edward Hoffman Medical Imaging Scientist Award’ ontvangen. Michel Defrise doceert aan de VUB en is een internationaal erkend en gewaardeerd specialist in de medische beeldreconstructie. Samen met David Townsend en Rolf Clackdoyle ontwikkelde hij de eerste algoritmen voor driedimensionale beeldreconstructie in multi-ring PET scanners. Recent heeft hij zijn aandacht verlegd naar beeldreconstructie voor pinhole micro-SPECT systemen, en naar de beeldreconstructie algoritmen voor ‘Time of Flight PET’. De leden van de onderzoeksgroep Web & Information Systems Engineering Elien Paret, William Van Woensel, Beat Signer en Olga De Troyer hebben samen met Sven Casteleyn van de Polytechnische Universiteit van Valencia (Spanje) de best paper award gewonnen op the 8th International Conference on Mobile Web Information Systems (MobiWIS) in Canada met hun artikel ‘Efficient Querying of Distributed RDF Sources in Mobile Settings based on a Source Index Model’. Prof. Thierry VandenDriessche en prof. Marinee Chuah (Departement Gentherapie & Regeneratieve Geneeskunde, Faculteit Geneeskunde & Farmacie) hebben voor hun onderzoek naar de ziekte van Steinert (myotone dystrofie type 1) de Prijs Walter Pyleman van de Koning Boudewijn Stichting ontvangen. De ziekte van Steinert is een erfelijke aandoening die resulteert in een geleidelijke aftakeling van de functie van de skeletspieren en het hart. An Van Nuffel en Heng Jiang krijgen beiden van de Vlaamse Liga tegen Kanker (VLK) een beurs Emmanuel van

der Schueren voor hun onderzoek. Heng Jiang doet onderzoek naar de verbetering van het effect van bestraling bij darmkankerpatiënten. An Van Nuffel onderzoekt de verbetering van de behandeling van melanoom door stimulering van het immuunsysteem van de patiënt. Dr. Lendert Gelens van de onderzoeksgroep Applied Physics heeft de FWO Wetenschappelijke Prijs Alcatel-Lucent Bell ontvangen voor zijn doctoraatswerk over ‘Nonlinear Dynamics in Photonic Systems: generic models for semiconductor ring lasers & dissipative solitons’. Prof. Wim Vandenbussche, hoofddocent Nederlandse taalkunde aan de VUB, werd op 28 oktober als buitenlands lid ad vitam opgenomen in de Agder Academy of Sciences and Letters. De Noorse academie bekroont daarmee de jarenlange samenwerking tussen de VUB en de Universiteit van Agder in het domein van de historische sociolinguïstiek. Anne Winter van de vakgroep Geschiedenis heeft de Prijs van de Vlaamse Wetenschappelijke Stichting 2011 in ontvangst genomen. De prijs wordt elk jaar toegekend door de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten - beurtelings in de domeinen Humane, Exacte en Biomedische Wetenschappen - aan jonge onderzoekers (max. 40 jaar) die zich door hun wetenschappelijke bijdrage onderscheiden hebben. Doctoraatsstudente Sarah Dury (faculteit PE, vakgroep Educatiewetenschappen) heeft een Emerging Scholar Award gekregen tijdens het ARNOVA-congres (Association for Research on Nonprofits and Voluntary Action) dat van 17 tot 19 november 2011 plaatsvond in Toronto in Canada. Sarah Dury doctoreert binnen het onderzoeksproject ‘Belgian Ageing Studies’ over het onderwerp ‘ouderen en vrijwilligerswerk’. VUB-studente Wiebke Peeters kreeg de prijs ‘De Beste Marketingthesis van Vlaanderen’ (uitgereikt door Partners

In Marketing) voor haar thesis ‘Onderzoek naar het gebruik van social media als marketingkanaal door ondernemingen in Vlaanderen’ (promotor prof. dr. E. Vandijck). De “ie-prijzen” bekronen de beste eindwerken van afstuderende ingenieurs. Van de negen prijzen die door de juryleden werden toegekend, gingen er vier naar VUB’ers, verdeeld over drie categorieën. Het gaat om Robin Forrez, Eva Tyteca, Tom Verschooten, Joost Geeroms, Dirk Lefeber & Pierre Cherelle. Bert De Bock (VUB) heeft een tweede plaats behaald bij de Thesisprijs van de Vlaamse Regulator voor de Media, dit met zijn eindwerk “De ‘gewone’ Vlaming als protagonist in hedendaagse human interest televisieprogramma’s”. Prof. Jean Paul Van Bendegem heeft een sterke prestatie neergezet tijdens het jongste Groot Dictee der Nederlandse taal. Hij schreef slechts zes fouten in de gelegenheidstekst van auteur Arnon Grunberg. Het Groot Dictee werd gewonnen door VRT-journalist Freek Braeckman en de Nederlandse organisatieadviseur Marret Kramer, die elk vier fouten maakten. De gemiddelde deelnemer schreef 13 fouten. Werkstudente master Onderwijskunde Sihame El Kaouakibi is verkozen tot Antwerpenaar van het jaar 2011. El Kaouakibi richtte ‘Let’s Go Urban’ op, een dansschool in Antwerpen die werk maakt van integratie en positieve zingeving voor jongeren. Sihame El Kaouakibi haalde het van negen andere kandidaten, onder wie Matthias Schoenaerts, Alex Agnew en Bart Peeters. VUB-alumna Martine Tempels, senior vice president Telenet for Business, mag zich ‘ICT Woman of the Year’ noemen, een award uitgereikt door het IT-vakblad Data News. En ook de allereerste ‘Young ICT Lady of the Year’ is een VUB-alumna (Solvay). Karlien Vanden Eynde is business development manager voor de hosting business bij Microsoft.

C O L O F ON Redactie: Sicco Wittermans, Aubry Cornelis, Peter Van Rompaey Eindredactie: Peter Van Rompaey Medewerkers: Valéry De Smet, Veerle Magits, Frank Scheelings, Alain Dauchot, Jeroen De Samblancx Foto’s: Universiteitsarchief VUB, redactie Opmaak: Gekko Publiciteit Druk: Albe De Coker Gedrukt met plantaardige inkten op milieuvriendelijk papier Redactiesecretariaat: Ingrid Knaepen Dienst Marketing, Communicatie en Evenementen Pleinlaan 2 - B-1050 Brussel [T] +32 (0)2 629 21 34 - [F] +32 (0)2 629 12 10 [E] marcom@vub.ac.be - [W] www.vub.ac.be Wenst u Akademos thuis te ontvangen, laat ons iets weten. Verantwoordelijke uitgever: Prof. dr. Paul De Knop Rector Vrije Universiteit Brussel Pleinlaan 2 - B-1050 Brussel

Sponsor De Toekomst Giften, legaten, schenkingen, sponsoring +32 (0)2 629 12 46 of fundraising@vub.ac.be

Meer info:

www.vub.ac.be/infoover/fundraising Vanaf 40 euro fiscaal aftrekbaar

Het minimale bedrag om giften voor goede doelen fiscaal aftrekbaar te maken, bedraagt intussen 40 euro in plaats van 30 euro.

AKADEMOS - JG.15 • NR1 • FEBRUARI - MAART 2012 19


Kom naar de infodag: zaterdag 24 maart 2012 10u00 – 16u00 Campus Etterbeek Campus Jette www.vub.ac.be/infodag

Akademos januari 2012  

Zoektocht naar academisch erfgoed VUB-onderzoekers Vlaamse instituut voor biotechnologie Internationale erkenning voor wetenschappelijke d...

Akademos januari 2012  

Zoektocht naar academisch erfgoed VUB-onderzoekers Vlaamse instituut voor biotechnologie Internationale erkenning voor wetenschappelijke d...