__MAIN_TEXT__

Page 1

Reporter HONDURAS

Layla Aerts

VREDESEILANDEN NIEUWS | TIJDSCHRIFT VAN DE VZW VREDESEILANDEN | VERSCHIJNT IN JANUARI-APRIL-JUNI-AUGUSTUS-OKTOBER | EDITIE JUNI | JAARGANG 32 NR. 6 | AFGIFTEKANTOOR 8500 | KORTRIJK 1-2E AFD | P108038 | VERANTWOORDELIJKE UITGEVER: LUUK ZONNEVELD, BLIJDE INKOMSTSTRAAT 50, 3000 LEUVEN

nieuws VREDESEILANDEN


De kroniek van een staatsgreep

"De straffeloosheid overheerst. 98 procent van deze misdaden wordt nooit onderzocht, laat staan berecht" Misschien ken je Honduras voor zijn tropische stranden, of de impressionante Maya ruïnes van Copan. Misschien hoorde je reeds over Honduras toen laatst een dodelijke gevangenisbrand 361 gedetineerden het leven kostte. Of je herinnert je de militaire staatsgreep in 2009. In de nieuwste statistieken haalt Honduras ook trieste records. Het armste land van Centraal Amerika, het gewelddadigste land ter wereld dat niet in oorlog is en het voornaamste transitland voor cocaïne. Toen Columbus hier in 1502 voet aan wal zette noemde hij dit tropische land “Honduras”, afgeleid van “diepte” in het Spaans, verwijzend naar de diepe zee rond Honduras. Honduras was tot dan bewoond door verschillende volkeren. De machtigste onder hen waren de Maya, hun cultuur bloeide in het noorden van Honduras tot het begin van de 9de eeuw. De Lencas woonden in het centrale en westelijke deel van Honduras. Zij boden lang verzet tegen de Spaanse conquistadores die vanaf 1524 volop aan hun veroveringstocht begonnen.

>2

Honduras werd onafhankelijk in 1821, maar veranderde algauw in een bananenrepubliek. Buitenlandse belangen, vooral Noord-Amerikaanse banaanplantages, bepaalden de conservatieve politiek van de nieuwe republiek. Juan Barahona, een vakbondsmilitant, legt uit dat er nog niet zoveel veranderde. “Nog steeds hebben mijnbedrijven, banaan- en suikerrietbedrijven, maar vooral Noord-Amerikaanse multinationals een enorme macht in Honduras. Daarbij komt de alomtegenwoordigheid van een tiental steenrijke families.” In het armste land van Centraal Amerika waar volgens

de Verenigde Naties bijna zeventig procent van de inwoners in armoede leeft, controleert dit netwerk van oligarchische families, of ongeveer drie procent van de bevolking, veertig procent van de nationale productie. “Ze zijn de eigenaars van alles”, verduidelijkt Enrique Flores Lanza, een minister onder de vorige regering. “Ze bezitten de media, de industrie, de landbouw, de banken en de energieinstellingen. Ze controleren ook de instellingen van de staat zoals justitie, het parlement, de politie en het leger en de twee voornaamste politieke partijen, de Nationale Partij en de Liberale Partij.”

Ook José Manuel Zelaya Rosales, of gewoon “Mel” in de volksmond, vertegenwoordigde met zijn Liberale Partij de traditionele binnen- en buitenlandse belangen. In 2005 werd hij de zevende democratisch verkozen president nadat in 1982 een einde kwam aan de militaire dictaturen. Zijn beleid was controversieel en wordt door sommigen als populistisch omschreven. Enrique Flores Lanza weerlegt dit. " We voerden gewoon enkele veranderingen in die de privileges van binnen- en buitenlandse belangen inperkten. We verhoogden ook het mini-


Honduras Centraal-Amerika Vredeseilanden, in het Spaanstalige Midden-Amerika is dat voor het gemak VECO-Mesoamérica, heeft haar regionale hoofdzetel in Nicaragua waar ze al sinds de jaren '80 werken. In 2007 besloten ze uit te breiden naar Honduras. Ze steunen er zes organisaties in de voedselketens van groenten en cashewnoten. Oppervlakte 112,090 Km2 (België 30.528 km²) Buurlanden Guatemala, El Salvador, Nicaragua Bevolkingsaantal 8.14 miljoen Hoofdstad Tegucigalpa Taal Spaans en inheemse talen Religie 65% Rooms Katholiek en 35% Evangelisch. Etnische groepen 90% Mesties (van inheemse en Europese of andere afkomst). 9% inheemse volkeren en 1% andere

mumloon en bevoordeelden kleine boeren. Onze onafhankelijkere koers liep uit in de toetreding van Honduras tot ALBA.1 Voordien bepaalden de Verenigde Staten de Hondurese politiek. Toen Mel de verkiezingen won, ontving hij van de ambassade een lijst die de toekomstige ministers suggereerde.” Wanneer president Zelaya ook nog voorstelde een referendum te houden over het herschrijven van de grondwet, waarmee hij volgens zijn tegenstanders zijn ambtstermijn wou verlengen, schoten de traditionele belangen in actie. Op 28 juni 2009 bestormde het leger Zelaya's residentie. In zijn pyjama ontzet uit het presidentieel paleis en zijn presidentiële ambt werd hij op een vliegtuig richting Costa Rica gezet. De staatsgreep was een feit. Het de facto regime van Roberto Micheletti militariseerde de maatschappij, beperkte stevig de burgerrechten en werd beschuldigd van grove mensenrechtenschen-

dingen waaronder ruim 150 moorden. Massabetogingen eisten de terugkeer van Zelaya. De internationale gemeenschap erkende het de facto regime niet. Het regime van Micheletti plooide echter niet, maar liet wel de voor november 2009 geplande verkiezingen doorgaan. De oppositie oordeelde dat deze niet vrij en eerlijk verliepen gezien de terreur en de korte tijdspanne om zich te organiseren. Hoewel de verkozen president Profirio Lobo,of kortweg “Pepe” van de Nationale Partij stappen ondernam om de democratische geloofwaardigheid van zijn regering te verhogen, blijft het beschuldigingen regenen. Andrés Pavón is de directeur van de Hondurese mensenrechtenorganisatie CODEH.2 Hij somt een droevige lijst op. “Buitengerechtelijke en willekeurige executies, onrechtmatige detentie, foltering en vernederende behandeling, intimidatie, gewelddadig onderdrukken en criminaliseren van sociaal

en vreedzaam protest, excessief gebruik van geweld, beperking van de meningsuiting en persvrijheid. De voornaamste slachtoffers zijn oppositieleden, journalisten, vakbondsleden, advocaten, mensenrechtenverdedigers en kopstukken van boeren- en homobewegingen. De straffeloosheid overheerst. 98 procent van deze misdaden wordt nooit onderzocht, laat staan berecht.” Juan Barahona die in de jaren '80 vijf maanden vastgehouden en gefolterd werd is duidelijk. “De repressie is nu veel gewelddadiger en massiever dan toen.” “Deze repressie moet echter in de context geplaatst worden in de golf van geweld die Honduras overspoelt”, verklaart Pavón. Onlangs door Conadeh 3 gepubliceerde cijfers onthulden dat per dag gemiddeld 19 moorden gepleegd worden in een land met acht miljoen inwoners. Dit is het hoogste cijfer in de wereld voor een land “in vrede”. De politie is

een deel van het probleem. Een recent schandaal bracht onlangs aan het licht dat vele politieagenten betrokken zijn bij moorden, wapenhandel en andere grove misdaden. De georganiseerde misdaad infiltreerde het korps op alle niveaus. Het leger wordt nu niet alleen ingezet om protest te onderdrukken maar ook om politietaken uit te voeren. Een afgeleid leger, gecombineerd met het klimaat van straffeloosheid, geweld en corruptie maakt van Honduras vruchtbare grond voor de georganiseerde misdaad. Volgens de Hondurese minister van defensie wordt 87 procent van de cocaïne die in de Verenigde Staten terecht komt, versluisd via Honduras. Sinds de staatsgreep breekt Honduras vele trieste records. Hoewel de situatie hopeloos lijkt werken vele Hondurezen dapper aan een betere toekomst. Het siert Vredeseilanden dat het daarin blijft geloven en niet wegvlucht zoals vele andere internationale organisaties.

1. Bolivariaans Alternatief voor de Amerika's, een samenwerkingsverband tussen verschillende Latijns-Amerikaanse en Caribische landen, opgericht door de president van Venezuala Hugo Chavez 2. Comité para la Defensa de los Derechos Humanos en Honduras 3. Comisionado Nacional de los Derechos Humanos

3<


Het boerenleven in Honduras

â&#x20AC;&#x153;Geen land betekent geen voedsel.â&#x20AC;?

>4

Greet Pluymers

Vredeseilanden oordeelt dat kleinschalige boerenfamilies en ondernemingen de oplossing zijn voor de voedselcrisis. De Wereldbank, de wetenschappers, iedereen blijkt het daarmee eens. In Honduras blijft men echter de kaart trekken van megaplantages en grootgrondbezitters. Er is nog veel werk in dit armste land van Centraal-Amerika.


Met zijn bergen kan je het binnenland van Honduras moeilijk platteland noemen, “armoede-land” is een betere omschrijving. Ongeveer de helft van de bevolking leeft in het binnenland, de meesten zijn kleinschalige boeren, of campesinos zoals ze hier genoemd worden. Volgens de Verenigde Naties is 78,8 procent er arm, 61,7 procent zo arm dat ze hun basisbehoeften niet kunnen bekostigen, niet verwonderlijk dat 12 procent van de Hondurezen ondervoed is. De zeven inheemse volkeren die samen negen procent van de Hondurezen uitmaken zijn vaak de armsten onder de bevolking van het binnenland. Natuurrampen helpen niet om de voedselzekerheid veilig te stellen. Honduras ligt op het pad van vele orkanen en heeft in toenemende mate te maken met overstromingen of droogte. De grootste oorzaak van de honger en armoede wordt echter gecreëerd door mensen. De gedreven Annabella, een medewerkster van Vredeseilanden in Centraal-Amerika, nam me mee op pad en liet me kennismaken met zowel boeren, ontwikkelingseconomen, boerenleiders en staatsambtenaren. Steeds opnieuw hoor ik dat de voedselonzekerheid en armoede gecreëerd worden door een beleid dat kleine boeren aan hun lot overlaat en door een op export gericht economisch systeem dat grootgrondbezitters en hun monoculturen bevoordeelt.

LANDHERVORMINGEN EN STRUCTURELE HERVORMINGEN De ongelijke landverdeling was en is de oorzaak van vele sociale conflicten in Honduras. Buitenlandse belangen zoals Chiquita Banana, toen United Fruits Company, bezaten aan het begin van de 20ste eeuw een groot deel van Honduras. Na een lange strijd van de boerenbewegingen kwam daar in 1962 verandering in met de “Wet voor landhervorming”, die grootgrondbezit beperkte en braakliggend land herverdeelde, welbepaald 409.000 hectares onder 60.000 boerenfamilies. Toen echter overal ter wereld “economische herstructureringsplannen” in de mode waren ontkwam ook Honduras in 1992 niet aan haar “Wet voor Modernisatie en Ontwikkeling van de Landbouw”. De productie moest verhogen, efficiënter en winstgevender, en de landbouw zou exportgericht zijn. Het beleid moedigde grootgrondbezit aan en schafte herverdeling af. Kleinschalige boeren ontvingen ook geen overheidssteun meer voor opslagruimte, financiering, opleidingen of andere voorzieningen. Vele boerenfamilies vielen snel uit de boot en verkochten hun land. De grond werd, vaak op onrechtmatige wijze, terug eigendom van enkelen. Hun eindeloze plantages kleuren het landschap met bananenbomen, suikerriet, Afrikaanse palmbomen, meloenen, ananas, … allemaal voor de export. 1,6 procent van de “landbouwers” beschikken over 40 procent van het bewerkbare land, terwijl 72 procent boeren samen slechts 12 procent bezitten. Meer dan 200.000 boerenfamilies, gelijk aan 44 procent van de rurale bevolking, bezit geen, of te weinig, land. CEPAL1 baseerde zich voor deze cijfers op de laatste census van 1993. Aangezien de modernisatiewet toen nog maar net van kracht was verduidelijkt CEPAL dat deze contrasten in de landverdeling nu waarschijnlijk veel groter zijn. “De landloze boeren bevinden zich allen in een dramatische situatie van armoede en honger” legt Rafael Alegría uit, de voorzitter van de Hondurese afdeling van Vía Campesina. In een agrarische economie als die van Honduras betekent geen land geen voedsel, niet voor de familie maar ook niet voor de lokale en nationale markten.

VRIJHANDELSAKKOORDEN Indien de Hondurese wetgeving de kleinschalige landbouw niet steunt, is er dan meer hoop te verwachten van de internationale handelsverdragen? In 2010 sluiten Europa en Centraal-Amerika een vrijhandelsakkoord, dat wacht op ratificatie. CAFTA2, het vrijhandelsakkoord met de Verenigde Staten heeft een wrange smaak nagelaten in Honduras. Volgens Alegría veroorzaakte het corruptie en vernietigde het lokale en nationale markten waar de kleine boeren hun producten verkopen. “Importeren werd goedkoper dan produceren. Het akkoord verhoogde de voedselafhankelijkheid en de macht van de tussenpersonen.” Vele organisaties en academici waarschuwen dat door de ongelijke ontwikkelingsniveaus tussen Europa en Centraal Amerika het vrijhandelsakkoord riskeert bij te dragen tot armoede en onderontwikkeling. De Hondurese industriële landbouwsector loopt geen risico. Het zijn hun producten zoals bananen, suikerrietderivaten, biobrandstoffen en rijst, die met het vrijhandelsakkoord betere exportcondities naar Europa krijgen. “Door de hoge eisen van kwaliteit en hoeveelheden, en de permanentie van de voorziening kan de kleine tot middelgrote producent nooit meedingen in een vrijhandelsakkoord met een partner als Europa” beweert Rafael Alegría gezeten in een bureau gevuld met foto's van hem en Fidel Castro, Hugo Chavez en Evo Morales. 1. Comisión Economica Para América Latina y el Caribe 2. Central American Free Trade Agreement

5 5< <


GEEN UITWEG VOOR DE KLEINSCHALIGE BOER Raf Flores is een spraakwaterval en onderdirecteur van het economisch onderzoeksinstituut FOSDEH4. Hij schetst een somber beeld. Als de kleine boer zijn land of toegang tot markten verliest rest hem weinig anders dan zich omvormen tot loonarbeider op de grote plantages. “Een steeds grotere groep wordt een goedkope arbeidsreserve voor de grote industriële landbouw, die hen vaak niet eens het minimumloon betaalt.”

eerlijke prijs betaald worden voor hun producten. Kleinschalige boeren die meer produceren en verdienen leidt volgens Vredeseilanden ook tot meer voedselveiligheid, zowel voor de familie als op nationaal gebied. Er valt nog veel werk te verrichten in Honduras, maar de duurzame landbouwprogramma's van Vredeseilanden tonen dat het mogelijk is, dat kwalitatief voedsel kan geteeld én verhandeld worden met respect voor de natuur en loon naar werken voor de boeren.

De familiale landbouwer die ondanks alles toch verder boert zit meestal vast in een landbouwsysteem dat hem niet toelaat uit de armoede te ontsnappen. Hij verdient amper genoeg om te overleven, om elk jaar opnieuw te produceren op zijn verarmde grond met verouderd materiaal. Om rond te komen verkopen sommige boeren hun oogst, of een deel ervan, nog vóór die geoogst is aan een schandalig lage prijs. “Bij landbouwproducten blijft de tussenpersoon met bijna vijftig procent van wat de eindconsument betaalt”, legt Raf Flores uit. “Hoe verder de kleinschalige boeren van commerciële centra zoals grote steden wonen, hoe minder ze verdienen aan hun producten want er zijn meer tussenpersonen bij betrokken. Hoe verder van die steden, hoe duurder consumptieproducten kopen echter wordt.” Vaak koopt de arme boer dus op krediet, aan een hogere prijs. Van banken of officiële kredietinstellingen krijgen ze echter geen toegang tot krediet om bijvoorbeeld te investeren in beter materiaal, want ze worden als risicovol bestempeld. “Er is geen uitweg”, besluit Raf Flores.

LANDBEZETINGEN ALS UITWEG De Hondurese boeren die niet emigreren naar de plantages, de steden of naar de Verenigde Staten, zien dikwijls geen andere uitweg om te overleven en hun eisen te laten horen dan land in te nemen. Op 17 april 2012 bezetten meer dan 15.000 boeren ongeveer 12.000 hectares op verschillende plaatsen in het land. Zoals bij andere bezettingen beweren de grootgrondbezitters dat ze het land legaal verkregen van de Staat, terwijl het volgens de boeren publiek land is en ze het recht hebben er voedsel te verbouwen. “Soms leven de boeren al meer dan tien jaar in de meest precaire en onzekere omstandigheden.” Andres Pavón is een kalende vijftiger die als directeur van CODEH3 al decennia strijdt voor de naleving van de mensenrechten in zijn land. “De bezetters worden bedreigd, vervolgd, beschoten en gewelddadig ontzet waarbij hun weinige bezittingen, hutten en oogst vernietigd worden. De boeren bezetten later opnieuw het land, wederom volgt dan de ontruiming.” Vaak zijn er gewonden. Of doden. Sinds de staatsgreep van 2009 vielen in Bajo Aguán, een vruchtbare regio in het oosten van het land, 55 doden. De slachtoffers zijn voornamelijk de boerenleiders van de coöperatieven die een deel van de Afrikaanse palmboomplantages van de grootgrondbezitter Miguel Facussé bezetten. Zoals zelfs Facussé toegaf zijn de daders vooral de privémilities van de grootgrondbezitters die met zijn drieën zowat de hele regio bezitten.

EEN DUURZAME ECONOMIE ALS UITWEG Met de recente massale bezettingen willen de boerenbewegingen vooral duidelijk maken dat een hervorming van het landbezit en landbouwsysteem dringende noodzaak is. Raf Flores ziet het gebrek aan land als één van de voornaamste oorzaken van de voedselonzekerheid. “Daarbij komt nog het gebrek aan krediet, technische hulp en het gebrek aan een toegang tot de productiemiddelen. Er is ook geen beleid en lange termijnvisie bij politici.” Roy Murillo, de juridische adviseur van de minister voor landbouwhervormingen, beweert dat de huidige regering van goede wil is. “Tegenwoordig voorzien we de boerencoöperatieven niet alleen van land maar we helpen hen winstgevend te worden, te zoeken naar krediet en markten. Zo steunen we projecten waar coöperatieven zonnebloemen, sojabonen en Afrikaanse palmbomen op grote schaal verbouwen.” Vredeseilanden zweert bij een kleinschaligere aanpak. Dat is duurzamer, zowel voor mens als natuur. Hulp bij de zoektocht naar markten, krediet en de verbetering van het productieproces om kleinschalige boerenondernemingen productiever te maken klinkt Vredeseilanden wel vertrouwd in de oren. Via deze aanpak hoopt Vredeseilanden niet alleen de negatieve impact van vrijhandelsakkoorden te minimaliseren maar juist te benutten. Opdat boeren meer verdienen moet echter ook een

>6

3. Comité para la Defensa de los Derechos Humanos en Honduras 4. Social de Deuda Externa y Desarrollo de Honduras

"Als de kleine boer zijn land of toegang tot markten verliest rest hem weinig anders dan zich omvormen tot loonarbeider op de grote plantages."


Doña Tina vertelt

Van kindarbeidster tot voorzitster Elke dag stapt de 64-jarige Doña Tina in de broeierige hitte van Zuid-Honduras twee uur naar haar werk, en later twee uur terug naar huis. Ook in haar leven heeft Doña Tina een lange weg afgelegd: ze komt van ver. Als kind stond ze rond één uur 's nachts op want ze werkte om de school te kunnen bekostigen. Nu is ze voorzitster van een bloeiende cashewnotencoöperatieve. CREPAIMASUL, of de Coöperatieve van Cashewnotenboeren, is een landbouwcoöperatieve met 72 leden. Ze specialiseren zich in het verwerken en verkopen van cashewnoten. CREPAIMASUL bevindt zich in de zuidelijke regio Choluteca, tegen de grens met Nicaragua en El Salvador. We zijn op weg naar Doña Maria Cristina Palma, kortweg Mevrouw Tina. Onze jeep verandert de aardeweg in een grote stofwolk. Alles is hier dor en zandkleurig. Dit is de heetste en droogste regio van Honduras. Ik vraag me af waarvan de bewoners hier overleven. Ik zie suikerrietplantages, velden vol meloenen en weiden vol koeien. Die zijn echter van de grootgrondbezitters. De meeste inwoners werken op de plantages, of zwoegen onderbetaald in de garnaalkwekerijen. Dit is één van de armste regio's van Honduras. Het dorpje van Doña Tina telt een vijftigtal huizen en 220 inwoners. Je vindt er alleen kleine huisjes, de meeste opgetrokken in adobe, of aarde. We installeren ons in de voortuin onder het afdak dat tevens dienst doet voor het drogen van de maïs. De biggetjes, de puppy's, de kippen en de kuikens lopen vrij rond maar scharrelen liefst onder de kooi van de papegaai die vaak enkele kruimels laat vallen. Een immens grote zeug komt terug van haar wandel door het dorp. De haan laat geregeld van zich horen. Doña Tina is een openhartige vrouw, gewend om te spreken. Ze heeft veel te vertellen,

hoe haar dagelijkse leven eruitziet, en hoe het vroeger was, voordat ze betrokken was bij coöperatieven.

MIJN MOEDER MAAKTE ME WAKKER OM ÉÉN UUR ’S NACHTS. "Ik groeide op in een frissere regio waar de gewassen vlot groeiden. Op ons kleine stukje land van bijna 2,8 hectaren verbouwden we maïs en bonen. Alles wat we oogsten aten we zelf. We hielden enkele varkens en mijn ouders verkochten groenten en fruit op de markt in Choluteca, ze werkten erg hard. We hadden nooit honger maar we waren straatarm. " "Mijn ouders vonden het belangrijk dat hun 13 kinderen naar school gingen, de meesten werkten de basisschool af. Mijn moeder maakte ons om één uur 's nachts wakker. We hielpen met werken tot we te voet naar school vertrokken, twee kilometer verderop. Het was moeilijk in de les, ik was moe en had honger. Toen ik in het vijfde studiejaar zat, ging ik op de koffieplantages werken. Met dat inkomen kocht ik mijn schoolbenodigdheden en uniform. De middelbare school lag een heel eind verder. Dat zorgde voor problemen want zeker als jong meisje lieten mijn ouders me niet zo graag gaan. Ik werkte mijn eerste jaar middelbaar af en stopte met school."

Doña Tina

Doña Tina

"Ik was heel jong, 16 jaar, toen ik trouwde met de 21-jarige Martin

7<


Senteno. We hadden geen land en vonden nergens werk. In 1976 verhuisden we met ons eerste kindje hierheen. Ons huisje was een krot gemaakt uit bamboestokken en golfplaten. Vijftien jaar lang werkten en leefden we op het land van mijn schoonbroer, een meloenenkweker. Ik stond op rond 3 uur om de knapzak van mijn man klaar te maken. Hij werkte vaak tot acht uur 's avonds en ging dan meteen slapen. Mijn dag bestond uit kuisen, koken, een heel eind verder water halen, de beesten voederen. Kortom, het huishouden. Aangezien er nog geen elektriciteit was, maalden we de maïs met een pletsteen. Een heel karwei. Een ander zwaar karwei was zorgen voor onze acht kinderen, vier dochters en vier zonen. Allemaal gingen ze naar school, maar ze moesten ook meehelpen met de vele klussen. Vijf kinderen studeerden verder aan de beroepsschool, drie studeerden er af. Ons leven was hard werken van de ochtend vroeg tot ’s avonds laat. Mijn man verdiende amper genoeg om bonen, rijst, vet, melk en andere benodigdheden te kopen. Maar we hadden een klein maïsveldje, en kippen en varkens. Af en toe aten we vlees. Echte honger hebben we nooit geleden."

OP WEG NAAR EEN BETER LEVEN "In 1991 werden we lid van een coöperatieve die samen het land beheerde en bewerkte. We verbouwden maïs, watermeloenen en 14 hectare cashewbomen. We kregen dit huisje waar we nu zitten toebedeeld. We hebben nu een eetkamer, drie slaapkamers en een keuken. Vroeger was één slaapkamer de keuken, maar die werd te klein en de familie te groot. Sommigen moesten buiten onder het afdak slapen. We bouwden er dus een keuken en nog een kamer bij. " "De “modernisatie”-wet betekende de doodsteek voor vele coöperatieven. Ook de onze, de grond van onze coöperatieve werd verdeeld, elk een hectare. Het werd ieder voor zich. Omdat er te veel werk was en geen markt voor de producten verkochten vele kleine boeren hun stukje grond. Dankzij onze varkens, kippen en twee koetjes hadden we echter wat spaargeld. We kochten twee

>8

extra hectaren cashewbomen. Cashewnoten waren onze voornaamste bron van inkomen, maar we verkochten die spotgoedkoop. We accepteerden de prijs die de opkopers ons gaven, tussen €2 en €10 voor 46 kg."

IN 2011 WONNEN WE DE PRIJS ‘BESTE EXPORTEUR VAN HET JAAR "In 2006 moedigde de NGO Trocaire ons aan een coöperatieve van kleine cashewnotenboeren op te richten. Dat was het begin van CREPAIMASUL. Andere ngo's hielpen toen ze zagen dat we goed bezig waren maar wat hulp konden gebruiken. Zo startte in 2011 onze relatie met Vredeseilanden, hoewel we al vaak met hen samenwerkten omdat ze ook de koepelorganisatie van cashewnootproducenten sinds 2007 steunen. Vredeseilanden versterkt ons vooral met materiaal om de verwerking van de noten te verbeteren. Ze bezorgden ons bijvoorbeeld een betere en zuinigere oven. Het verwerkingsbedrijf werd in een productiever en hygiënischer jasje gestoken. Ze helpen ons met het goed verpakken en verzenden van ons product. Enorm waardevol voor ons zijn de vormingen over hoe de markt voor cashewnoten werkt, hoe te onderhandelen en met wie, hoe we onze interne structuur kunnen versterken. We kregen zelfs lessen in boekhouding en vrouwenrechten." "Hoewel we zeker onze tegenslagen kenden werd CREPAIMASUL een succes in korte tijd. Dit zou onmogelijk geweest zijn zonder de hulp van ngo's zoals Vredeseilanden. In 2011 wonnen we zelfs de prijs “Beste exporteur van het jaar”. De 72 leden van de coöperatieve, én onze families zijn enorm erkentelijk voor de nieuwe welvaart. We voorzien ook andere bewoners van inkomen omdat ze helpen bij de oogst en de verwerking, of omdat we hun cashewnoten opkopen. Minder gelukkig zijn de opkopers. Aangezien wij een vaste prijs van €16 per 46 kg betalen moesten ook zij hun prijs aanpassen om nog cashewnoten te kunnen kopen in de regio."

AAN HET HOOFD VAN DE COÖPERATIEVE

Doña Tina

"Ik heb veel geleerd. Soms zijn er slapeloze nachten door de grote verantwoordelijkheid op mijn schouders. Ik moet vergaderingen leiden, klanten ontvangen, cheques ondertekenen. Ik vrees soms onvoldoende geschoold te zijn." "Naar deze streek verhuizen was moeilijk maar we pasten ons aan en geraakten vooruit. Sinds kort leven we goed. We eten ook nog steeds de typische Hondurese boerenkost: rijst, bonen, tortilla's en eieren, én kaas en melk want we hebben nu twee koetjes. Ik wandel elke dag twee uur naar de verwerkingsplantage, maar sta nu pas op om zes uur. Tijdens de oogsttijd tussen februari en mei werkt de hele familie nog altijd hard. Vele taken van een vrouw veranderen bovendien niet. Ik mag echter niet klagen, mijn echtgenoot en twee overgebleven zonen helpen tegenwoordig mee in het huishouden. Soms krijg ik bij thuiskomst zelfs mijn koffie en maaltijd voorgeschoteld!"

DE VRUCHT VAN SOLIDARITEIT IN DE STRIJD TEGEN ARMOEDE Ons gesprek loopt ten einde. Terwijl ons eten op de typische met kalk bedekte houtstoof verder pruttelt wandelen we naar Doña Tina's vier hectaren grote veldje iets verderop. De cashewbomen zijn een welkome verkoeling van de hitte. Doña Tina toont me ook haar huisje. Het is nederig, geen overbodige luxe maar nu wel met een frigo en betonnen vloer. Ze hebben tegenwoordig ook elektriciteit en water in de achtertuin. Deze familie is nog steeds arm maar leeft duidelijk beter. Tina's verhaal over armoede is geen uitzondering in Honduras, zo overleven de meeste kleine boeren hier. Haar succesverhaal overtuigde haar dat je met samenwerken en solidariteit sterker staat.


De Lenca

"Zonder maïs leven we niet" De Lenca dragen geen exotische kleren en spreken geen eigen taal. Met meer dan 100.000 zijn ze het grootste inheemse volk in Honduras. “We verloren onze taal ten tijde van de Spaanse invasie. De uitbuiting en marginalisatie zijn blijven voortbestaan”, aldus Silvestre, lid van de Lenca organisatie MILH1. De Lenca leven in vier westelijke provincies van Honduras, w aa ro nde r I nti b uc a , een aangenaam frisse regio. De Spanjaarden besloten zich daarom in deze vruchtbare valleien te vestigen en verdreven vele Lenca naar de omliggende bergen. De kolonisatie van de Lenca was bijgevolg directer en permanenter dan deze van de andere inheemse volkeren in Honduras, waardoor ze ook meer 'verspaanst' zijn. Vele Lenca geven een verslagen indruk als men over hun cultuur spreekt, maar wanneer ik naar de gebruiken van hun grootouders vraag klaren de blikken op. “In mijn oma's tijd deed men aan ruilhandel, zo was er minder nood aan geld” herinnert Silvestre zich. “We hadden zaai- en oogstceremonies, festijnen boordevol eten en

want in deze wereld kan je niet meer zonder. Maar we verbouwen en eten nog steeds onze maïs en bonen. De boeren produceren voor de lokale groentemarkten maar zijn voor de verkoop afhankelijk van de tussenpersonen die hen een veel te lage prijs voor hun producten aanbieden, of van de banken die ons geen of veel te dure leningen geven.” Fermin Vásquez besluit: “De staat heeft ons altijd verwaarloosd, alsof we niet meer bestaan, alsof we er niet toe doen. Het is de marginalisatie, nood en armoede van de Lenca boeren die de aanzet waren voor dit project, een eigen organisatie die onze producten aan een eerlijke en vaste prijs koopt.” De marginalisatie en de armoede lag niet alleen aan de basis van ASOFAIL, ze gaven ook vorm aan haar basisprincipes. “Om lid te zijn van ASOFAIL moet je Lenca zijn en aan kleinschalige landbouw doen.”

drinken, om te vragen en te danken voor de voorspoed. Dit was het maïsfeest. Maïs is nog steeds van enorm cultureel belang voor ons. Zonder maïs leven we niet.” Maïs is soms het enige wat de Lenca eten. “Er is veel extreme armoede en kindersterfte. Ik kom bij vele families waar de ouders alleen maïstortilla's eten.” Jesús is de schuchtere collega van Silvestre. “Door de armoede verkopen velen het land van hun voorouders, of verliezen het als schuldbetaling bij de banken.” De Lenca doen van oudsher aan overlevingslandbouw. “We moesten ons echter aanpassen”, aldus Fermin Vásquez, de trotse voorzitter van ASOFAIL. 2 “Nu verbouwen we groenten om te verkopen, zo verdienen we een beetje geld

1. Movimiento Indigena Lenca de Honduras 2. Asociación de Familias Agropecuarias Artesanales Intibucanes Lenca

Een typische Lenca maaltijd.

9<


Een voedselketen boordevol verhalen

“Wij boeren zijn taai, we geraken er altijd terug bovenop.” Honduras is één van de armste Centraal-Amerikaanse landen. De boeren zijn de armsten in Honduras en de armsten onder de arme boeren vind je bij de inheemse bevolking. Deze feiten, net zoals de productiecapaciteit en marktmogelijkheden, overtuigde Vredeseilanden in 2007 naar Honduras uit te breiden en samen te werken met ASOFAIL1, opgericht in 2010 met 305 kleinschalige Lenca groentekwekers van de provincie Intibucá. Een partner als ASOFAIL lag voor de hand. Beide organisaties geloven dat de economische situatie van de boerenfamilies kan verbeteren door de productie te verhogen en verbeteren met nieuwe landbouwtechnieken die het milieu zo min mogelijk belasten. Beide geloven dat technische ondersteuning van de landbouwers en het ontwikkelen van de bedrijfscapaciteiten van de organisatie daarbij de sleutel is. Vredeseilanden ondersteunt bovendien het efficiënte verloop van CICOM2, de opslag- en verwerkingsruimte van ASOFAIL, en helpt ook bij het consolideren van de commerciële relaties met supermarktketen: Walmart en La Colonia.

EINDELIJK EEN VASTE MARKT EN EEN VASTE PRIJS Boer Jan, in Honduras is dat Juan, woont met zijn vrouw en vier tieners in een klein huisje, eigenlijk één grote kamer met een aangebouwde keuken. Hij voldoet aan de eisen van ASOFAIL, hij is een kleinschalige boer die amper enkele hectaren bewerkt. Boer Jan is bovendien een trotse Lenca, wat voor hem de verbondenheid met zijn land betekent. Hij verbouwt wel geen maïs meer zoals de meeste Lenca. “Het komt me voordeliger uit groenten te kweken en maïs te kopen” “Vroeger piekerde ik steeds over waar ik mijn product kon verkopen en hoeveel ik ervoor zou krijgen. Soms aten we alleen bonen en tortillas, nieuwe kleren voor mijn kinderen kon ik niet betalen. Ik werk hard voor hen maar ze helpen vaak mee. Mijn vrouw, twee kompanen en ik werken van 's morgens tot 's avonds, zonder machines. We moeten de aarde omploegen, de hier uitgekiemde zaadjes verplanten, irrigeren, bemesten, wieden. De plantjes mogen geen dag verwaarloosd worden. Na 3 maanden worden de groenten dan geoogst, geselecteerd, gekuist en naar CICOM gebracht.” “De technische adviseurs van ASOFAIL bekwaamden ons in een ander soort landbouw. We oogsten tegenwoordig soms het dubbele, en van betere kwaliteit. Mijn buren komen kijken hoe ik dit klaarspeel. Ik verbouw

> 10

1. Asociación de Familias Agropecuarias Artesanales Intibucanes Lencas 2. Centro de Información y Comercialización

zeven verschillende groenten voor ASOFAIL. Hoewel ik vroeger minder chemicaliën gebruikte, proberen we met ASOFAIL zo weinig mogelijk het milieu te schaden. Ik breng de mooie en grote groenten naar CICOM en ben verzekerd van een betere prijs. Het weinige dat niet voldoet aan de kwaliteitsstandaard verkoop ik in het dorp of aan een tussenpersoon. Die verdient dan in één uur waar ik drie maand voor werkte. ASOFAIL is een godsgeschenk, ik verdien tegenwoordig iets meer, mijn kinderen kunnen studeren. Natuurlijk houdt groenten telen nog steeds risico's in, wat je zaait oogst je niet altijd. Teveel regen, te droog, orkanen, ziektes, plagen... alles kan verloren gaan. In tegenstelling tot de banken is ASOFAIL gelukkig flexibeler met de terugbetaling. En wij boeren zijn taai, we geraken er altijd terug bovenop.”

BETER PRODUCEREN EN SELECIONEREN MET TECHNISCHE HULP Net zoals Boer Jan hoopt Wilson Zelaya dat ASOFAIL blijft groeien zodat ze meer boeren kunnen betrekken. Ik ontmoet de 31-jarige technisch adviseur in CICOM. De twaalf werknemers ronden er juist hun werkdag af. Elke maandag en woensdag worden de wortelen, tomaten, bloemkolen, broccoli, aardbeien, aardappelen of sla hier verzameld, geselecteerd, gekuist, gedroogd, verpakt en opgeslagen om de dag erna aan de supermarkten van Walmart of La Colonia te worden geleverd.


Wilson is een belangrijke schakel. Als technisch adviseur begeleidt hij samen met een collega zestig leden van ASOFAIL in hun productieproces. Hij bezoekt hun velden, geeft hen raad, toont hoe meer en betere groenten te produceren, en stelt samen met hen een plantschema op zodat de boeren gecoördineerd kunnen voldoen aan de permanente bevoorrading van de supermarkten. “Het kostte ons moeite om de landbouwer te doen aanpassen aan deze nieuwe methodes, maar vooral om producten te leren selecteren die voldoen aan de kwaliteitsnormen van de supermarkten. In tegenstelling tot de lokale markten betalen zij een betere prijs voor het product en garanderen een vaste markt.”

MACHTIGE PARTNERS, MACHTIGE BOERENORGANISATIES

iets beter hebben. Maar boer Jan stelt zich ook vragen bij dit economisch model. “Hoe overleven de vele mensen zonder land, werk of inkomen? Nu gaan onze beste producten naar de supermarkt waar mensen met geld ze kopen. Degene zonder geld eet de slechte producten.” Ook Misael van Red Comal vindt het belangrijk solidariteit boven de marktlogica te plaatsen waarbij men steeds meer moet produceren om beter te verdienen. Kan men in de winstlogica van moderne markten de boer ooit genoeg betalen voor het werk dat hij verricht? De manager van ASOFAIL, Nelson Márquez, beaamt: “noch het werk, noch de risico's worden weerspiegeld in de prijs van groenten. Nochtans is voedsel misschien wel de belangrijkste basisvoorziening van de mens.” De eerste stap naar een solidaire economie is alvast waarderen dat het werk van Boer Jan meer waard is dan goud.

Onderhandelen met multinationale supermarktketens zoals Wall Mart, een andere klant van ASOFAIL, ligt niet altijd voor de hand. Daarom is ASOFAIL lid van FEHPROH1, een federatie die in 2011 werd opgericht door tien organisaties van kleine groentekwekers om op een nationaal niveau hun belangen te behartigen en te coördineren. Vredeseilanden ondersteunt hen want een belangrijke pijler van hun werking behelst het versterken van organisaties die op politiek niveau ijveren voor een eerlijke toegang tot de markt. Domingo Domínguez, de financiële verantwoordelijke van FEHOPROH is enthousiast “Door de samenwerking kunnen we onze marktvoorziening en prijzen beter coördineren. We worden ook serieuzer genomen. We informeren de staat over knelpunten en lobbyen voor een aangepaste beleidsstrategie, bijvoorbeeld omtrent importbeperking. We kunnen ook eerlijkere prijzen en behandelingen eisen van de supermarkten.”

Greet Pluymers

La Colonia werkt graag samen met kleinschalige landbouwondernemingen. Miguel Arita en Justo Ávila, de groentenopkopers van de supermarktketen ontvangen mij in hun krappe en drukke bureau. Ze vullen elkaar aan: “voor de supermarkten gelden slechts twee gouden regels: permanente bevoorrading en kwaliteitsproducten. De industriële landbouw slaagt daar gemakkelijk in, met de nodige technische ondersteuning kan de kleinschalige landbouwer dit ook. Wanneer ze zich dan groeperen in organisaties zoals ASOFAIL kunnen we met hen onderhandelen.”

Doña Tina

VERANTWOORDELIJK CONSUMEREN, IN SUPERMARKTEN EN WERELDWINKELS Supermarkten betalen niet alleen beter dan lokale markten, ze consolideren ook een steeds groter deel van de consumptiemarkt. Ze zijn dus een belangrijke partner voor organisaties als ASOFAIL en FEHPROH. Voor Vredeseilanden bevestigt dit concrete voorbeeld hun overtuiging dat kleinschalige landbouw kan meedingen in moderne competitieve markten zolang ze stipt en permanent voldoende en kwaliteitsvolle producten afleveren. Aangezien de ervaringen met alternatieve marktmechanismen zoals gesubsidieerde volkswinkels, geen duurzame positieve veranderingen brachtenvoor de kleinschalige boeren, bevordert Vredeseilanden ook in de grote supermarkten de verkoop van gezonde producten aan een eerlijke prijs. Kopers zijn een belangrijk onderdeel van de voedselketen. Daarom steunt Vredeseilanden ook organisaties die zich tot hen richten, zoals Red Comal. Ik ontmoet hun gedreven directeur Misael Carcama in zijn sjieke bureau. “Verantwoordelijk consumeren betekent niet alleen gezond eten, maar ook een gezonde economie en een betere situatie voor de landbouwer. Het betekent respect voor mens en natuur, consumeren van lokale producten, naargelang de seizoenen. We proberen de consument daarvan te overtuigen via mediacampagnes, we geven vormingen, we gaan naar scholen en installeren eerlijke voedselmarkten in de wijken."

OP WEG NAAR EEN SOLIDAIRE ECONOMIE Voor ASOFAIL, boer Jan en vele consumenten betekent de moderne markt de meest praktische oplossing. Men kan niet ontkennen dat boer Jan en de vele kleinschalige Lenca boeren die lid zijn van ASOFAIL het eindelijk 3. Federación Hondureña de Productores de Hortalizas

Boer Jan & zijn familie

11 11 <<


Doña Maria Patricia Calles

Vrouwen in Honduras

"Ik heb geen minuut rust" Vrouwen hebben het niet gemakkelijk in Honduras. In plaats van vrouwenrechten te garanderen, beperkt de wet ze. Te vaak worden ze geconfronteerd met moord, verkrachting of huiselijk geweld. Vrouwen worden minder betaald voor hetzelfde werk als mannen en om de huishoudens draaiende te houden verrichten ze nagenoeg al het werk. Sommige mannen, zoals Boer Jan, waarderen het werk van hun vrouw. De man en zonen van Doña Tina helpen haar in het huishouden. Enkele vrouwen rekenen echter niet op de steun van mannen en gaan over tot radicale oplossingen, zoals landbezettingen. Tussen 2005 en 2011 werden in Honduras meer dan 2000 vrouwen op gruwelijke wijze vermoord, waarvan meer dan de helft na de staatsgreep in 2009. Analisten wijten het groeiende fenomeen aan de overheersende straffeloosheid en aan aan de toegenomen activiteiten van vrouwen in het publieke leven. “In de laatste 4 jaar werden 3 vrouwen van onze organisatie vermoord.” aldus Maria Patricia Calles. Deze moorden, verkrachtingen of mishandelingen worden bijna nooit onderzocht want 'die vrouw zal het wel zelf gezocht hebben', of 'ze was een bendelid of een hoer', of het was een 'passionele misdaad'. Daarom, en uit angst voor represailles dienen vrouwen amper nog klacht in. De moorden en verkrachtingen zijn de extreme uitingen van een ingebakken macho-cultuur waar de discriminatie, marginalisatie en vernedering van vrouwen een gewoonte is, of soms zelfs wetten zijn. Zo keurde men onlangs een wet goed waardoor je achter de tralies kan belanden voor het gebruik, of de verkoop van, de morning-afterpil. Dit is nog tragischer in een land waar verkrachtingen dagelijkse kost zijn. Bij echtscheidingen stelt de wet

> 12

1. Unión de Mujeres Campesinas de Honduras

dat de vrouw de meubels en kookgerei krijgt, de man krijgt in de praktijk vaak het huis. Eén derde van de arbeidsmarkt zijn vrouwen. Voor hetzelfde werk worden ze echter ook één derde minder betaald, want 'ze levert minder op'. Haar onbetaald werk rendeert alleszins wel, vrouwen vervullen 94% van alle taken thuis. Analisten stellen vast dat de discriminatie en armoede van vrouwen leidt tot een grotere armoede onder hen. Maria Patricia Calles is de algemene secretaris van UMCAH 1, een organisatie voor en van boerenvrouwen. Ze is onvermoeibaar in haar strijd voor een betere situatie van vrouwen. "Het geweld komt van alle kanten, thuis, op straat, van de staat en de grootgrondbezitters. Vrouwen worden geconfronteerd met armoede, een gebrek aan gezondheidszorg, onderwijs en leefbare woningen. De fysieke en psychologische mishandeling binnenshuis is enorm. Een boerenvrouw wordt steeds gecontroleerd, door haar echtgenoot, ouders, broer of zoon. Ze verwachten dat we slechts het huishouden doen en beperken onze vrijheid. Als vrouwen zich bij onze organisatie kunnen voegen, moeten ze


toestemming vragen aan mannen. En dan nog, zojuist werden drie vrouwen opgebeld dat ze terug naar huis moesten komen. Vrouwen hebben meerdere verantwoordelijkheden, ze kuist, maakt en dient het eten op, ze arbeidt mee op het land of werkt in de fabriek. Ze staat vaak als eerste rond vier uur 's ochtends op en gaat als laatste slapen. Haar man, en de maatschappij in het algemeen, heeft geen begrip voor het werk en de vermoeidheid van die vrouw." Dit schetst inderdaad het verhaal van vele Hondurese vrouwen. Niet alle mannen zijn daarom monsters. Velen hebben het beste voor met hun vrouw en hebben veel begrip voor de situatie van vrouwen in het algemeen.

Na zeven jaar strijden hebben we met vijftig alleenstaande moeders eindelijk een eigendomsrecht voor 150 hectares land verkregen. Boer Jan bijvoorbeeld, een inheemse Lenca boer. "Vele boerenvrouwen hebben een enorm zwaar leven. De armste families gaan allen samen werken, In de armste families gaat iedereen werken, maar op het eind van de oogst drinkt het familiehoofd alles op. De vrouw en kinderen blijven zonder eten, geld en kleren. Zo was mijn jeugd, iedereen hielp mee, en mijn vader dronk alles op. Bij mijn vrouw hetzelfde. In ons gezin werken we allemaal hard, maar mijn kinderen gaan wel

naar school en iedereen plukt de vruchten van ons werk. Overdag helpt mijn vrouw Maria op het veld maar 's avonds is er nog een hoop werk voor haar. Ze staat ook als eerste op om het ontbijt klaar te maken. Voor de goedlachse Maria betekent de nieuwe samenwerking van Boer Jan met ASOFAIL 2 , een organisatie gesteund door Vredeseilanden, niet alleen meer voorspoed maar ook meer werk. Ik heb geen minuut rust. Vroeger werkte ik vooral binnenshuis zoals de meeste vrouwen hier, maar nu help ik ook mee op het veld. Er is altijd en overal veel werk. Ik kuis, ik kook, was af, zorg voor de kinderen. Ik heb geen tijd om lid te zijn van de vrouwenorganisaties in de buurt." Meer werk buitenshuis betekent echter niet altijd een bijkomende belasting bovenop het traditionele 'vrouwenwerk'. Doña Tina, de voorzitster van CREPAIMASUL 3 , een andere organisatie gesteund door Vredeseilanden, vertelt een ander verhaal. "Wanneer de vijftien vrouwen van onze coöperatieve thuiskomen rest hen nog een hoop werk, de mannen komen thuis en hun tortillas worden geserveerd. Weinigen hebben mijn geluk, soms staat het eten reeds klaar voor mij. Ik ben een geval apart, of liever mijn echtgenoot, want hij werkt liever op ons veldje en laat me de ruimte om me op mijn carrière te focussen. Nu ben ik dus de voorzitster van de coöperatieve. Mijn zonen en echtgenoot waarderen mijn werk en hoewel ik nog steeds de meeste huishoudtaken verricht helpen ze waar ze kunnen. Vrouwen in organisaties zijn belangrijk, evenals een echtgenoot die deze mogelijkheid biedt. Zonder die steun zou het ons niet lukken." Sommige vrouwen beslissen het samen zonder steun van mannen te proberen. UMCAH is niet zomaar een organisatie. Ze ijvert voor een gelijke toegang tot de productiemiddelen, daarvan is toegang tot land één van de belangrijkste. Maria Patrica Calles en haar organisatie UMCAH verdedigen bijgevolg ook landbezettingen door alleen vrouwen, een unicum in Honduras. "Na zeven jaar strijden hebben we met vijftig alleenstaande moeders eindelijk een eigendomsrecht voor 150 hectaren land verkregen. Gedurende deze zeven jaar moesten we voornamelijk op onze hoede zijn voor de mannen die vroeger het land bezetten. Nu dat we de titels verkregen zeggen ze dat we geen land nodig hebben want dat we niet weten hoe we moeten werken. We bewezen echter al dat we goed kunnen produceren en bovendien beter in staat blijken het inkomen te delen met het hele huishouden waardoor de omstandigheden thuis verbeterden. Opdat de situatie voor vrouwen ook in Honduras, verandert moeten vrouwen land kunnen bezitten, posities hebben waar beslissingen genomen worden, maar vooral moeten er echte sociale veranderingen plaatsvinden." Doña Maria, Doña Tina en Doña Calles. Allen zijn ze erop vooruitgegaan. Doña Maria vooral materieel maar ten koste van meer werk, Doña Tina emancipeerde zichzelf en haar hele huishouden, Doña Calles leidt een vrouwenorganisatie die land bezet maar neemt met niet anders genoegen dan een grondige maatschappelijke verandering. Hopelijk gaat ook Honduras er ooit op vooruit en garandeert het de rechten en veiligheid van al haar vrouwen.

Doña Maria

Doña Tina

Ze staat vaak als eerste rond vier uur 's ochtends op en gaat als laatste slapen. Haar man, en de maatschappij in het algemeen, heeft geen begrip voor het werk en de vermoeidheid van die vrouw. 2. Asociación de Familias Agropecuarias Artesanales Intibucanes Lencas 3. La Cooperative Regional de Productores y Agro-industrializadores del Marañon del Sur, Limitada

13 <


De unieke cultuur en geschiedenis van de Garifuna.

"We zijn slechts de zwartjes die goed dansen en koken" Met zicht op de Caraïbische zee at ik zojuist de lekkerste vissoep ooit. Als digestief drink ik een scheutje pittige guifiti, een rum met lokale kruiden. Op het strand is een aarzelende hoofdknik genoeg om de drums boven te halen. De muziek, of misschien het verwachte geld, werkt aanstekelijk, in geen tijd maken een tiental kinderen, sommigen niet ouder dan drie, de meest onwaarschijnlijke heupbewegingen. Nu de avond gevallen is, barst het leven los in Corozal, het dorpje dat deze middag verlaten leek. Opnieuw wordt er gedanst, ditmaal niet voor geld of toeschouwers. Een twintigtal oudere vrouwen in traditionele klederdracht dansen en drinken in een cirkel rondom muzikanten, beurtelings tonen ze hun beste kunnen. De drums, de schelphoorns en rammelaars weerklinken tot ver in het dorp, enkele vrouwen zingen.

Niet veel mensen hoorden ooit over het Garifuna volk. Degenen die weten dat ze bestaan kennen waarschijnlijk vooral hun kook- en danskunsten. De Garifuna worden geroemd voor hun “punta” muziek en dans, onmiskenbaar erotisch getint. Een opzwepend ritme dat zelfs de stijfste plank doet bewegen. “Vroeger dienden de trommels ook in de oorlog of in rituelen. We maken de instrumenten uit lokaal materiaal, het is een ambacht die van vader op zoon wordt doorgegeven” legt Luis Enrique García uit in zijn workshop in Sambo Creek. Behalve muziek zijn de Garifuna ook meesters in de keuken met ingrediënten als yuca, kokosnoot, bakbananen en allerhande zeedieren. Maar de Garifuna zijn zoveel meer dan een volk van goed eten en dansen. Ze hebben een unieke cultuur en geschiedenis. De geschiedenis van de Garifuna begint bij een schikbreuk van twee slavenschepen nabij het Caraïbische eiland Saint-Vincent in 1635. De slaven uit Nigeria zwommen naar de kust waar het inheemse Calipona volk woonde. Algauw leerden de voormalige slaven de lokale taal en gebruiken en vermengden ze zich met de Calipona. Zo ontstond het nieuwe Garifuna volk, wat in Caliponan “mensen die yuca eten” betekent. Het Britse imperium had haar zinnen echter op Saint-Vincent gezet. Na

> 14

1. Organización de la Fraternal Negra de Honduras 2. United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization

een lange strijd met de Fransen aan hun zijde, werden de Garifuna in 1796 uiteindelijk overwonnen. De Britten vermoordden honderden Garifuna en deporteerden de resterende 4300 Garifuna naar een nabijgelegen onbewoond eiland. De helft stierf er aan gele koorts. De overlevenden werden nogmaals gedeporteerd naar het eiland Roatán, voor de Hondurese kust. Algauw emigreerden vele Garifuna naar het Hondurese vasteland. Je vindt de Garifuna tegenwoordig in de Caraïbische kuststreken van Honduras, Nicaragua, Guatemala, Belize en Mexico. Hun zoektocht naar werk leidde hen ook naar de Verenigde Staten. De Garifuna zijn met ongeveer 600.000, waarvan er 98.000 in Honduras wonen. Ze worden erkend als één van de vele inheemse volkeren in Centraal Amerika. Deze unieke geschiedenis van de Garifuna leidde ook tot een uitzonderlijke cultuur en taal. Naast Spaans of Engels spreken de meeste Garifuna Igñeri, een mengelmoes van Frans, het inheemse Arahuaco en het Afrikaanse Swahili en Bantoe. De landbouw, visvangst en jaagtechnieken vertonen een duidelijk inheemse invloed. Afrikaans getinte dans, muziek en religieuze ceremonies zijn de belangrijkste pijlers van deze cultuur, net zoals de mondelinge kennisoverdracht. Hun godsdienst is een mix van inheemse en Afrikaanse animistische religies met een vleugje katholicisme. In deze godsdienst waarin de shamaan of buyei centraal staat, nemen spiritualisme, voorouders en de doden een speciale plaats in. Door middel van dromen of hypnotiserende rituelen communiceren zij met hun geesten. Traditionele kennis wordt in deze matriarchale cultuur overgedragen door vrouwen, hun dansgroepen spelen daarbij een grote rol. Dans en muziek dienen ook om de gemeenschap en onderlinge hulp te versterken. De gemeenschap, gemeenschappelijk landbezit, gemeenschappelijke beslissingen zijn enorm belangrijk, net zoals in harmonie leven met de natuur. De dansers in Corozal doen me terugdenken aan mijn gesprek met de imposante Miriam Miranda van OFRANEH1, een organisatie die zich inzet voor de rechten van de Hondurese Garifuna. Miriam brieste “Eén ding is het verlagen van een cultuur tot folklore, en een ander ding is een wereldvisie, een culturele identiteit die bepaalt wat je bent, hoe je denkt, hoe de gemeenschap functioneert. De meeste Hondurezen “folkloriseren” ons, we


zijn slechts de zwartjes die goed dansen en koken. Dit simplistische beeld van het Garifunavolk maakt de rest van onze cultuur onzichtbaar, het negeert, heel tactisch, dat juist om deze cultuur niet te verliezen we ook ons territorium en onze specifieke identiteit moeten kunnen behouden.” En juist daar wringt het schoentje. Langs alle kanten knaagt men aan het land en de identiteit van de Garifuna. Op de Spaanstalige school wordt niet gesproken over het Garifuna verleden. De katholieke en evangelische kerken maken grote opgang en verdoemen de duivelse rituelen. Om werk te vinden verdring je best ook je identiteit en de televisie leert jongeren nog meer om zich te schamen voor wie ze zijn. “De staat wil zelfs het woord Garifuna vervangen door 'personen van Afrikaanse afkomst'. Zo verdwijnen we helemaal als Garifunavolk!”, raast Miriam verder. “We hebben een zwarte huid, maar inheemse roots. Voornamelijk na de staatsgreep is de grootste bedreiging voor het voortbestaan van de Garifuna echter de aanslag op ons territorium”. Aan de Caraïbische kust leven betekent in een toeristische zone leven. Buitenlandse, vooral Canadese investeerders, bouwen toeristische megacomplexen en cruisehavens die volledige gemeenschappen van hun land verdreven. Deze kust is ook de voornaamste transitzone van de extreem gewelddadige drugssmokkelaars. Ten derde besloot de regering op Garifuna gebied, zogezegd onbewoond, plaats te ruimen voor een 'model stad', het neoliberale en autoritaire experiment van enkele steenrijke Noord-Amerikanen die bedachten een 'stad-buiten-de staat' te creëren. De lijst van Miriam stopt niet. “Enorme plantages met monoculturen, vooral voor biodiesel, ontnemen ons steeds meer land. Binnenkort zal waarschijnlijk ook naar petroleum geboord worden op ons territorium.” De Unesco2 verklaarde in 1991 de Garifuna taal, dans en muziek tot algemeen erfgoed van de mensheid. Hopelijk kan die mensheid de Garifuna nog lang zien dansen, en vervoegen ze niet die lijst van mooie exotische maar uitgestorven culturen. De geschiedenis toont alvast dat de Garifuna als een feniks steeds uit hun as herrijzen.

vervangen door 'personen De staat wil zelfs het woord Garifuna van Afrikaanse afkomst

Om werk te vinden verdring je best ook je identiteit.

15 <


VREDESEILANDEN NIEUWS | TIJDSCHRIFT VAN DE VZW VREDESEILANDEN | VERSCHIJNT IN JANUARI-APRIL-JUNI-AUGUSTUS-OKTOBER | EDITIE JUNI | JAARGANG 32 NR. 6 | AFGIFTEKANTOOR 8500 KORTRIJK 1-2E AFD | P108038 | VERANTWOORDELIJKE UITGEVER: LUUK ZONNEVELD, BLIJDE INKOMSTSTRAAT 50, 3000 LEUVEN

HOOFDKANTOOR VREDESEILANDEN | Blijde Inkomststraat 50, 3000 Leuven | tel. ++32(0)16/31 65 80 | fax ++32(0)16/31 65 81 | E-MAIL EN WEBSITE: info@vredeseilanden.be | www.vredeseilanden.be | REKENINGNUMMER: 000-0000052-52 | VRIJWILLIGERSCOÖRDINATOREN: Nationaal Verantwoordelijke vrijwilligers: Hannelore Tyskens | Kaulillerweg 147, 3950 Bocholt | Tel 089/77.49.33 | 0496/27.79.17 | hannelore.tyskens@vredeseilanden.be | Vrijwilligerscoördinator Regio Antwerpen: Filip Cuypers | Elshage 10, 2850 Boom | tel: 03/844.97.32 | gsm: 0485/57.54.66 | filip.cuypers@vredeseilanden.be | Vrijwilligerscoördinator Regio Oost-Vlaanderen: Arianne De Caluwe | arianne.decaluwe@vredeseilanden.be | 0478/264212 | Vrijwilligerscoördinator Regio Vlaams-Brabant: Anne Verhaegen | anne.verhaegen@vredeseilanden.be | Leo Meulemansstraat 55, 30220 Herent | 0496/50.57.11 | Vrijwilligerscoördinator Regio Limburg: Wim Vandenbrouck | wim.vandenbrouck@vredeseilanden.be | 0494/26.87.65 | Vrijwilligerscoördinator Regio West-Vlaanderen: Dries Aelter | dries.aelter@vredeseilanden.be | kandelierlaan 7 8310 Sint-Kruis-Brugge | 0491/37.14.57 | Voor leerkrachten en scholen: Bert Wallyn | 016/31.65.80 | bert.wallyn@vredeseilanden.be | TEKSTEN EN FOTO’S: Frauke Decoodt | TEKSTCORRECTIE: Rita Van Goethem HOOFDREDACTIE: Frederieke Duchateau | LAY-OUT: theparkinglot.com | PAPIER: Dit magazine wordt gedrukt op gerecycleerd papier

BELGIE/BELGIQUE PB/PP BC 6712

Voor deze reporter van Vredeseilanden verdiepte Frauke Decoodt zich in Honduras, het hoe en waarom van de staatsgreep in 2009, desituatie van kleine boeren en vrouwen, de unieke geschiedenis van het inheemse Garifuna volk en ten slotte ging ze ook een kijkje nemen hoe het enkele personen van projecten gesteund door Vredeseilanden vergaat. Frauke Decoodt (°1982), is een beginnende freelance journaliste. Frauke werkte in Guatemala gedurende 2010 voor een internationale mensenrechtenorganisatie. Sinds september 2011 verblijft ze terug in Guatemala, ditmaal om te schrijven over de wantoestanden aldaar en de antwoorden van de lokale bevolking op deze situaties. Ze schreef artikels in het Nederlands, Spaans en Engels en deze werden gepubliceerd op tientallen websites. Met opleidingen zoals ontwikkelingsstudies en conflict antropologie aan een Engelse universteit en een naschoolse opleiding internationale onderzoeksjournalistiek, kiest Frauke voor sociaal geëngageerde journalistiek. Frauke grijpt vooral elke mogelijkheid om terug te keren naar, en te schrijven over, Latijns-Amerika en haar sociale bewegingen. www.fraukedecoodt.wordpress.com

> 16

191 landen ondertekenden een akkoord om tegen 2015 de armoede in de wereld te halveren. Voer samen met de Vlaamse Noord-Zuidbeweging actie om de politici aan hun belofte te herinneren én de lat hoger te leggen. www.detijdloopt.be Armoede moet de wereld uit!

Profile for Rikolto (Vredeseilanden)

Honduras Reporter  

Honduras Reporter juni 2012

Honduras Reporter  

Honduras Reporter juni 2012

Advertisement