Special Leiden European City of Science 2022 (NL)

Page 1

EEN UITGAVE VAN JANUARI 2022 | NEWSCIENTIST.NL

European City of Science Leiden2022


YOUR EVENT IN THE CITY OF SCIENCE Ever since the first university of the Netherlands was founded in Leiden, the quest for knowledge has been engrained in the soul of the city for centuries to come. In its long history of being a city where science has been celebrated, Leiden today truly has become a city of science. This makes Leiden the perfect destination for your scientific conference or event.

The dedicated team at the Leiden Convention Bureau can help you with any request you have, to make sure your conference, event or meeting will be a great success. The Leiden Convention Bureau works together with all partners in the city to ensure the best outcome for your event. Discover the opportunities of our region. We are ready to support you! leidenconventionbureau.nl


vooraf

COLOFON Deze special is gemaakt door de redactie van New Scientist in opdracht van de stichting Leiden European City of Science 2022. Leiden European City of Science 2022 Meta Knol (directeur), Lucien Geelhoed (hoofdredacteur), Danielle Vreeburg (mana­ ging director), Ellen Simons (financieel manager), Eva van Ekdom (communica­tie­­ manager), Ferry Breedveld en Corinne Hofman (ESOF champions), Marjo Buijs (coördinator EUCYS), R ­ oosmarijn van de Velde (frontrunner New European Bauhaus), Wendy Frigge (coördinator ESOF), Chris Jaeger (projectmanager Kennis door de Wijken), Maja Henwood (projectmedewerker Kennis door de Wijken), Chel Bastiaans (redacteur), Bahador Fatemi (multimedia­ redacteur), Yanti Danoekoesoemo en Hanne Riekerk (wetenschaps­communi­catoren), Sahra Almahmood (officemanager) Uitgever Veen Media B.V. Hoofdredactie Jim Jansen Eindredactie Jean-Paul Keulen Aan dit nummer werkten mee Pepijn Barnard, Bram Belloni, Bob Bronshoff, Martijn van Calmthout, Mirna van Dijk, Ype Driessen, Marleen Hoebe, Peter de Jong, Katinka Polderman, Maaike Putman, Dorine Schenk, Wouter Schreuder, Ionica Smeets, Pascal Tieman, Sebastiaan van de Water Basisontwerp Sanna Terpstra (Twin Media bv) Vormgeving Donna van Kessel (Twin Media bv) CONTACT NEW SCIENTIST Mail redactie@newscientist.nl (voor ­pers­berichten), info@newscientist.nl ­(uitsluitend voor vragen aan redactie), klantenservice@newscientist.nl Tel +31-(0)85-6202600 Adres (post en bezoek) Oostenburgervoorstraat 166, 1018 MR Amsterdam Brandmanager Thijs van der Post (thijs@newscientist.nl) Marketing en sales Alex Sieval (alex@newscientist.nl) Druk Habo DaCosta bv ISSN 2214-7403 De uitgever is niet aansprakelijk voor schade als gevolg van druk- en zetfouten. COPYRIGHT Niets uit deze uitgave mag op enigerlei wijze worden overgenomen of in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgenomen zonder schriftelijke toestemming van de uitgever. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten van de illustraties volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Zij die menen nog zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich wenden tot de uitgever.

Van Einstein tot Eveline Crone Ik krijg weleens het verwijt dat ik zelden buiten Amsterdam kom of zelfs dat ik de Watergraafs­ meer, mijn stadsdeel, zo min mogelijk verlaat. Daar zit een kern van waarheid in. Het ziekenhuis waar ik geboren ben, mijn ouderlijk huis en de plek waar ik nu woon, liggen hemelsbreed niet meer dan 2 kilometer uit elkaar. Wijsheid komt met de jaren, al doende leert men, of kies een ander spreekwoord, maar ik verlaat steeds vaker mijn postcodegebied en in veel gevallen neem ik dan de trein naar Leiden. Als het over topwetenschap en dito onderzoek gaat, kom je daar al gauw terecht, dus het is niet heel vreemd dat juist deze stad is verkozen tot Euro­ pean City of Science. Van Einstein tot Eveline Crone, wie heeft er níét in het Leidse rondgelo­ pen, denk ik weleens. In 2022 wordt de wetenschap gevierd in de ­Sleutelstad; elke dag vinden er activiteiten plaats.

Interviews 06 ‘Kennisstad sinds 1575’

Meta Knol en Lucien Geelhoed over Leiden2022.

14 ‘Ik was altijd al visueel ingesteld’

Natuurkundige Robbert Dijkgraaf over wetenschap en kunst.

16 ‘Geen deeltje zonder inter­ acties’ Theoreticus Carlo Rovelli presen­teert zijn kijk op de quantum­wereld.

EEN UITGAVE VAN

Jim Jansen

Hoofdredacteur New Scientist jim@newscientist.nl @jimfjansen (Twitter)

In beeld 20 ‘Kennis is macht én verwonde­ ring’ Hoogleraren José van Dijck, Tamara Witschge en Peter-Paul Verbeek over het willen weten.

26 ‘Ik blufte me er een beetje in’ ‘Puberweten-

schapper’ Eveline Crone blikt terug op haar carrière tot nu toe.

28 ‘Nog 50 jaar geduld’ Volgens

sterrenkundige Ewine van Dishoeck weten we deze eeuw nog of we alleen zijn.

JANUARI 2022 | NEWSCIENTIST.NL

32 ‘We moeten af van eeuwige groei’ Econoom

European City of Science Leiden2022

Om u alvast warm te laten lopen, zijn we in gesprek gegaan met de ­allerbeste wetenschap­ pers. We ­hebben hen grote vragen voorgelegd waar zij en hun collega’s een beetje licht op kun­ nen schijnen. Ik wens u veel ­leesplezier met dit magazine en nog meer hoop ik u ergens in 2022 te treffen; niet in de Watergraafs­meer, maar wel in Leiden.

Kate Raworth legt uit wat ze bedoelt met haar donut­ economie en hoe die moet gaan werken.

04 Epicentrum

Een jaar lang zijn er activiteiten in het kader van Leiden­2022. Met deze muur houden de organisatoren het overzicht.

09 Beslisboom Weet u wel wat u niet weet? Cabaratière Katinka Polderman leidt u naar het antwoord op die vraag.

24 Gezonde gewoontes Eigenlijk zou iedereen een eigen leefstijlcoach moeten hebben, zegt gezondheidspsycholoog Andrea Evers.

En verder 10 Vijf talenten Vijf

Nederlandse toppers uit verschillende vakgebieden beantwoorden vijf grote vragen.

18 De 22 van 22

Deze eindeloos nieuwsgierig­ makende vragen staan centraal tijdens Leiden2022.

30 Fotostrip Ype

Driessen en Ionica Smeets maken een wiskundige wandeling door Leiden.

34 Drijvende krachten Vijf van de talloze mensen die zich achter de schermen inzetten voor Leiden2022 in het zonnetje gezet.

COVERONTWERP: PASCAL TIEMAN

Leiden2022 | New Scientist | 3


BRAM BELLONI

Epicentrum Dit atelier is het epicentrum van Leiden European City of Science 2022. Voor het eerst wordt in een Europese stad een wetenschapsfestival van 365 dagen gepresenteerd, boordevol wetenschap, kennis, kunst en kunde. Het programma is bedoeld voor iedereen met een nieuwsgierige geest. Met hulp van vele wetenschappers, burgers en vertegenwoordigers van maatschappelijke en culturele organisaties heeft elke dag een eigen onderwerp gekregen. Al die dagen hebben een QR-code waarmee je kunt zien welke evenementen er dan plaatsvinden. Daar is ook een scheurkalender van gemaakt. De co-creatie van 365 laagdrempelige, nieuwsgierigmakende onderwerpen

staat aan de basis van Leiden European City of Science 2022. Zo worden wetenschap en samenleving met elkaar verbonden. Doel van deze insteek is om mensen die normaal niet in aanraking komen met wetenschap daar op een laagdrempelige manier mee in contact te brengen. De ­organisatoren denken dat er bij heel veel mensen wel een intrinsieke interesse voor wetenschap bestaat, maar dat die bij velen nooit wordt aangewakkerd. Door ook kunst in het ­programma te betrekken, willen ze op een speelse, onverwachte manier die nieuwsgierigheid verder aanwakkeren. Door het brede palet aan thema’s en activiteiten zit er voor iedereen wel iets interes-

sants tussen. De evene­menten variëren van wetenschappelijke congressen tot gezellige festivals. Ook ­verschilt de doelgroep van de evenementen van heel lokaal tot wereldwijd. De ­evenementen met een internationale ­doelgroep vinden plaats tijdens European hot zones die de Europese dimensie vertegenwoordigen. Het is inmiddels de tiende keer dat een stad de titel European City of Science draagt en het bijbehorende EuroScience Open Forum organiseert, maar het is voor het eerst dat daar een vol jaar aan ­activiteiten aan is gekoppeld. Leiden legt de lat dus hoog voor haar opvolgers. Tekst: Wouter Schreuder



interview

‘ Leiden wordt het platform voor iedere nieuwsgierige Einstein’


Dit jaar staat Europa 365 dagen lang in het teken van nieuwsgierigheid. Leiden European City of ­ Science 2022 staat garant voor een programma met i­ nternationale ­allure, waarin wetenschap en samenleving worden verbonden. Meta Knol en ­ Lucien ­Geelhoed, respectievelijk de directeur en de ­hoofd­redacteur van het jaarprogramma, kunnen niet wachten tot het programma van start gaat. Interview: Marleen Hoebe en Jim Jansen Fotografie: Bob Bronshoff

‘P

hantasie ist wichtiger als Wissen, denn Wissen ist begrenzt’ is een van de memorabele uitspraken van natuurkundige Albert Einstein. In het Neder­ lands vertaald: ‘Verbeelding is belang­ rijker dan kennis, want kennis is beperkt.’ Volgens Meta Knol en Lucien Geelhoed omvat dit citaat heel goed wat Leiden als Europese wetenschapsstad wil uitdragen: nieuws­gierigheid, verwondering en ­verbeeldingskracht. In 2022 zal Who Knows het hoofdthema zijn van Leiden European City of Science. Dit thema haakt in op het tijdsbeeld van post-truth, fake news en filterbubbels. Daarin spelen verschillende vragen een rol, zoals: wie heeft het patent op kennis? Wie heeft de autoriteit om te beoordelen wat waar is en wat niet? En wie weet hoe de toekomst eruit gaat zien? Het thema Who Knows gaat ook over het belang van het stellen van vragen. Daarom hangen boven het programma 22 grote, actuele en toch ook tijdloze vragen, zoals: ‘Wat maakt ons mens?’ Die 22 vragen kunnen het hele jaar op allerlei manieren terugkomen in het pro­ gramma. Ze staan model voor het belang van de wetenschap en voor die weten­ schappers die bezig zijn om de wereld waar­ in we leven beter te begrijpen, zegt Meta Knol, directeur van de stichting Leiden European City of Science 2022. Ze hoopt dat andere mensen ook met de vragen aan de

slag gaan, bijvoorbeeld in het onderwijs, door er zelf workshops over te organiseren. Lucien Geelhoed, hoofdredacteur van ­Leiden European City of Science 2022: ‘We willen in Leiden een ­platform zijn voor iedereen die een nieuwsgierige Einstein in zich draagt.’

CV

META KNOL studeerde kunstgeschiedenis aan de ­Universiteit Utrecht. Daarna was ze onder andere conservator moderne en hedendaagse kunst in het Centraal Museum. Van 2009 tot 2020 was ze ­directeur van Museum De ­Lakenhal. Sinds 2020 is ze ­directeur van de stichting ­Leiden European City of Science 2022.

Waarom is Leiden geschikt als ­European City of Science? Meta Knol: ‘Leiden heeft de oudste univer­

siteit van Nederland. Vanaf het allereerste begin, in 1575, heeft die een internationale oriëntatie. Zo heeft de Leidse universiteit al meer dan vierhonderd jaar een hoogleraar Arabisch. De stad heeft het potentieel – in navolging van de universiteit – om nog inter­ nationaler te worden. Verder heeft Leiden veel mooie locaties waar we activiteiten kun­ nen organiseren. Het is echt een festivalstad.’ Lucien Geelhoed: ‘Leidenaren maken bovendien altijd slimme keuzes. Volgens een anekdote gaf de prins van Oranje twee opties aan de stad na het einde van het Spaanse beleg in 1574: een jaar lang geen belasting betalen of een universiteit. De vraag is of dit waar is, maar er kwam in elk geval een universiteit. Leiden ambieerde toen al een echte kennisstad te worden. Wat mij betreft is dat het antwoord op de vraag waarom Leiden geschikt is als Europese wetenschapsstad.’ Wat kunnen mensen in 2022 ­verwachten? Geelhoed: ‘Leiden European City of ­Science

is één grote ode aan de wetenschap. We organiseren talloze activiteiten, van tentoon­ stellingen en symposia tot internationale congressen en prijsuitreikingen. Het jaar

bestaat daarnaast uit drie grote onderdelen. We hebben 365 dagonderwerpen waarmee we mensen in de 101 buurten in en rondom Leiden gaan opzoeken. Zo laten we aan Europa zien hoe je kennis kunt delen tot in de haarvaten van de samenleving. Het ­tweede onderdeel is het EuroScience Open Forum, het grootste multidisciplinaire wetenschappelijke congres van Europa. En dan hebben we als derde nog de European Union Contest for Young Scientists. In deze van oorsprong Nederlandse wedstrijd komen topwetenschappers van 14 tot 24 jaar, afkomstig uit wel veertig verschillende landen, samen in een grote finale. Het zijn de Einsteins van de toekomst, die in septem­ ber 2022 allemaal naar Leiden komen.’ Kunnen jullie een voorbeeld geven van een van die 365 dagonderwerpen? Geelhoed: ‘Een van de dagonderwerpen is de

vleermuis. Daar zijn naar ons idee veel vra­ gen over; denk bijvoorbeeld aan de pande­ mie waar we nu in zitten. We willen een dag inrichten met mensen die veel over de vleer­ muis weten en daar vragen over k­ unnen Leiden2022 | New Scientist | 7


interview

beantwoorden. De bedoeling is om naar de buurt te gaan waar burgerwetenschappers de meeste vleermuissoorten ­hebben geteld. Zulke activiteiten maken het jaarprogramma hyperlokaal.’ Knol: ‘Je kunt het ook gewoon lokaal noe­ men, maar we zeggen hyperlokaal om het belang van gelijkheid en betrokkenheid te laten zien. Dat lokale fundament is voor ons erg belangrijk. Iedereen kan meedoen.’ Bezoekers aan Leiden en omstreken zullen dus niet te maken krijgen met wetenschappers die op een podium een lezing geven? Knol: ‘Nee, voor wetenschappers die mee­

doen aan ons lokale project hebben we twee regels: kom uit jullie instituut en geef geen lezing. Het liefst zien we ze op de fiets de stad in gaan om deel te nemen aan een gesprek over het belang van hun vak.’ Geelhoed: ‘Doordat wetenschappers ­ moeten nadenken over andere vormen van communicatie, zien we andere samen­ werkingen ontstaan. Archeologen van het ­Rijksmuseum van Oudheden onderzoeken nu bijvoorbeeld een graf waarin pollen zijn gevonden in een honingpot die nog open was toen het graf werd afgesloten. De palynologische kring, experts op het gebied van pollen, zijn daar helemaal enthousiast

over en willen meedoen aan het onderzoek. Hierdoor wordt zo’n onderwerp interessant voor een heel breed publiek.’ Welk publiek willen jullie bereiken? Knol: ‘We richten ons op iedereen met een

nieuwsgierige geest en willen mensen zoveel mogelijk aanspreken op hun interesse. Als je gek bent op sterrenkijken, dan maakt het voor ons niet uit of je kind bent of Nobel­ prijswinnaar. We richten ons op de inhoud en op de kwaliteit van de ontmoeting, niet op de kwantiteit. Ik heb liever dat drie men­ sen na een bijeenkomst naar huis gaan en denken ‘zo had ik er nog nooit naar gekeken, wat tof’, dan dat er driehonderd mensen in een zaal zitten die de volgende dag alweer zijn vergeten dat ze daar zijn geweest.’ Geelhoed: ‘Ik denk dat ons jaar vooral in het teken staat van context geven aan verwon­ dering, zodat iedereen de ruimte heeft om vragen te stellen. Daar komt ons thema Who Knows om de hoek kijken.’

CV

LUCIEN GEELHOED is als strateeg geruime tijd verbonden aan de Leidse kennisregio en sinds 2016 betrokken bij dit project. In 2020 ­begon hij als intendant bij de stichting ­Leiden European City of ­Science 2022, waar hij nu hoofdredacteur van is. Hij is ook gamedesigner.

Wat willen jullie met dit thema ­bereiken? Knol: ‘Ons doel is om wetenschap en de

maatschappij nog sterker met elkaar te ­verbinden. Daarom breiden we wetenschap in ons programma-aanbod bijvoorbeeld ook uit naar kennis, kunst en ambacht.’

Geelhoed: ‘Maar ook wetenschappers past

bescheidenheid.’ Waarom moet wetenschap bescheiden blijven? Geelhoed: ‘We weten maar een fractie van

alles. Van 95 procent van de oceanen weten we bijvoorbeeld niet wat er onder water gebeurt, want daar zijn we nog nooit geweest.’ Knol: ‘En onze aannames over het heelal baseren we op maar 4 procent daarvan. Er is nog veel te doen.’ We moeten dus vooral erg nieuws­ gierig blijven? Geelhoed: ‘Ja, het is belangrijk dat we ons

blijven verwonderen en dat we ruimte laten voor toeval. Toeval is het fundament van de wetenschap. Iemand als de Leidse bioloog Lex van der Eb, die bekend onbekend is, heeft de basis gelegd voor de huidige coronavaccins. Hij kwam rond 1990 bij ­toeval iets op het spoor terwijl hij met iets anders bezig was. Dat toeval is de pot met goud aan de voet van de wetenschappelijke regenboog.’ 8 | New Scientist | Leiden2022


katinka polderman

Leiden2022 | New Scientist | 9


VIJF VRAGEN

voor een betere ­wereld Vijf talenten uit Nederland, ieder afkomstig uit een ­ander ­vakgebied, beantwoorden vijf vragen die terugkomen ­tijdens Leiden European City of Science 2022. Vragen die ­belangrijk zijn voor wetenschappers en alle andere ­nieuwsgierige ­mensen. En die ons helpen om na te denken over een betere wereld, iets waar deze talenten zelf ook aan willen bijdragen. Tekst: Marleen Hoebe Fotografie: Bram Belloni

WAAROM

1

WILLEN WE

ZO GRAAG

WETEN

WAT WE NOG NIET WETEN? Noel de Miranda

Hoofdonderzoeker kanker­immunogenetica, Leids Universitair Medisch Centrum ‘Het zit in onze natuur om meer te willen weten. Niet alleen om onszelf en onze omgeving beter te begrijpen, maar ook om oplossingen te vinden voor hedendaagse ­problemen. Onderzoek kan leiden tot ­nieuwe doorbraken en tege­lijkertijd tot nieuwe vragen die we willen beantwoor­ den. Daardoor ontstaat vooruitgang; we ontwikkelen bijvoorbeeld ­vaccinaties die helpen om ­sterfte terug te dringen. 10 | New Scientist | Leiden2022


2 ‘Ik probeer mijn ­weten­­schappelijke artikelen ­toegankelijker op te schrijven’

Dagelijks houden miljoenen mensen zich bezig met een oneindige puzzel. Allemaal proberen die een klein stukje op te lossen. Ik ook, als wetenschapper binnen het kanker­onderzoek. Nog niet zo lang geleden was er in mijn vakgebied een grote doorbraak. Weten­ schappers hadden achterhaald welke tools we kunnen gebruiken zodat het immuun­ systeem kankercellen kan herkennen en ver­ nietigen. Daar profiteren patiënten nu van. Helaas werken die tools niet voor elke patiënt. Ik probeer met collega’s uit te ­zoeken hoe we die patiënten op een andere manier kunnen helpen. We denken veel na over welke immuuncellen een rol zouden kunnen spelen. Dat is heel complex, doordat we nog niet goed weten hoe we met immuuntherapie verschillende immuuncel­ len kunnen aansturen. Elke ontdekking heeft echter de potentie om een therapie voor een patiënt te worden. Het is voor mij dan ook een eer om dit onderzoek te mogen doen.’

HOE OPEN IS EN KAN

WETEN-

SCHAP

ZIJN?

Sarah Schrader

Universitair docent osteoarcheologie, Universiteit Leiden ‘Wetenschap is tegenwoordig veel opener dan tien jaar geleden. Toen publiceerden wetenschappers haast niet open access, in tijdschriften die gratis online toegankelijk zijn. Ik kon het me acht jaar geleden ook niet veroorloven om te publiceren in ­zulke tijdschriften. Daar was geen geld voor. Sommige onderzoeksvelden vinden dat open-­access-tijdschriften ­minder prestige hebben. ­Binnen mijn werkveld

moedigen we wetenschappers nu juist aan om te publiceren in deze tijdschrif­ ten. Bij de ­Universiteit Leiden hebben we die mogelijkheid doordat de universiteit overeenkomsten heeft afgesloten met ­verschillende uitgeverijen. Steeds meer universiteiten doen dat, maar dit is nog niet genoeg. Er zijn meer financiële ­investeringen nodig om wetenschap ­toegankelijker te maken. Als wetenschapper kun je ook zelf iets doen. Ik probeer onder andere mijn ­artikelen toegankelijker op te schrijven. Die artikelen gaan over onderzoek naar mensenbotten. Door botten te onderzoe­ ken, kan ik meer te weten komen over het leven van mensen uit het ­verleden, zoals wat ze aten, of ze een ziekte hadden en of ze immigrant waren. Ik kan zelfs achterhalen of iemand een hoge of lage ­sociaaleconomische status had. Een van mijn onder­zoeken naar vierduizend jaar oude botten laat zien dat die status toen ook al impact had op de gezondheid van mensen. M ­ ensen met een lage sociaal­economische status konden bijvoorbeeld niet naar de d ­ okter en aten minder gezond. Ik wil bekijken hoe die kennis vandaag de dag kan ­helpen om ongelijkheid in gezondheid tegen te gaan.’ Leiden2022 | New Scientist | 11


vijf vragen

3

WAT MAAKT

ONS MENS?

Meike Kombrink

Promovendus aan het Nederlands Forensisch Instituut ‘Vooral ons brein maakt ons menselijk, denk ik. Dat dit zo goed werkt, onder­ scheidt ons van dieren en kunst­matige intelligentie (KI). Ons brein is klein én efficiënt. KI probeert ook goed en ­efficiënt te werken, maar kan dat niet zonder extreem veel computers. Wij mensen hebben niet zoveel ruimte nodig voor onze hersenen; toch zijn we heel goed in redeneren. Zo ver is KI nog niet. Maar KI kunnen we wel heel goed

KUNNEN MENSEN,

DIER EN NATUUR

IN BALANS MET

ELKAAR BESTAAN?

Aoife Fleming

Jongerenvertegenwoordiger ­duur­zame ­ontwikkeling, Verenigde Naties ‘Het is zeker mogelijk dat mensen, dieren en natuur met elkaar in balans leven, maar ik heb het idee dat dit al heel lang niet meer het geval is in Nederland. In sommige andere landen zie je die balans wel. Er zijn bijvoorbeeld inheemse volken die bossen beschermen en beheren. Daar kunnen we van leren. In Nederland denken we dat we voor­ al moeten blijven groeien en ontwikke­ len. Maar er moet echt iets veranderen. Ik denk dat we op verschillende manie­ ren duurzamer ­kunnen leven. Jongeren ­kunnen daarin een rol spelen. Samen 12 | New Scientist | Leiden2022

4


gebruiken voor andere dingen. Ik ben nu in mijn onderzoek aan het bekijken of we met KI steganografie kunnen onderscheppen. ­Steganografie is het verbergen van boodschappen in bij­ voorbeeld een foto of video. Die bood­ schappen kunnen we niet zomaar zien. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een heel kleine kleurwijziging die alleen zichtbaar is als we de bits van een afbeelding gaan onderzoeken. En dat kunnen we niet zelf; een computer moet die infor­matie ­uitlezen. Het interessante is dat we eigenlijk nog niet weten hoe vaak steganografie voorkomt. Dat komt doordat we moe­ ten zoeken naar iets dat verborgen zit. Ik hoop uiteindelijk steganografische berichten te kunnen onderscheppen en een methode te ontwikkelen waarmee het mogelijk wordt om bruikbaar bewijsmateriaal te verzamelen voor rechtszaken.’

met andere jongeren­vertegen­woor­ digers heb ik onderzocht wat jongeren uit verschillende ­landen zien als obsta­ kels op de weg naar ­klimaatactie. ­Daaruit kwam naar voren dat nog niet genoeg ­kennis over duurzaamheid beschikbaar is. Landen zouden dit ­kunnen oplossen door meer ­studies over duurzaamheid aan te bieden. ­Verder bleek uit de vragenlijsten dat ­jongeren vaak lastig geld ­kunnen ­krijgen als ze duur­zame ­initiatieven willen ­beginnen, doordat dit geld meestal naar bedrijven gaat. Ik ben nu met collega-­vertegenwoor­ digers bezig om het Internationaal Gerechtshof zover te krijgen dat landen een advies krijgen over wat ze moeten doen om toekomstige generaties te beschermen tegen klimaat­verandering. Zo’n advies helpt om meer ambitie te vinden en actie te onder­nemen. Ik hoop dat we uiteindelijk in 2030 met een goed gevoel kunnen terugblikken en ­kunnen zeggen dat we op koers liggen voor een klimaatneutrale wereld.’

5 IS IEDEREEN

GELIJK?

Angelo Accardo

Universitair docent precision and microsystems engineering, TU Delft ‘De TU Delft doet goed haar best om ­gelijke kansen voor mannen en vrouwen te bevorderen. Het aantal mannelijke onder­ zoekers is hoog – dat is vaker het geval bij technische universiteiten – maar er komen steeds meer vrouwen bij. Dat komt onder andere door de Delft Technology Fel­ lowship, een initiatief van de universiteit dat aanstellingen biedt voor excellente vrouwelijke ­wetenschappers. Verder kan elke wetenschapper in ­aanmerking komen voor een Nederlandse of Europese subsidie om zijn of haar ­carrière als onderzoeker te starten of te versterken. Steeds meer buitenlandse

wetenschappers zoals ik maken daar gebruik van en sluiten zich aan bij een Nederlandse universiteit zoals de TU Delft. Dat is goed om te zien. Zelf heb ik recentelijk twee Nederlandse subsidies gekregen voor mijn onderzoek. Ik maak gebruik van een 3D-print­ methode met licht om kleine, ­plastic 3D-omgevingen te maken. In deze struc­ turen is het onder andere mogelijk om ­cellen buiten het menselijk lichaam te kweken en te ­bestuderen. Dit helpt mijn collega’s en mij om het gedrag van ­cellen beter te begrijpen. Ook onderzoeken we ­verschillende ­therapieën in die micro-omgevingen, zodat we kunnen beoordelen wat de ­werkzaamheid is van heel recente kankerbehandel­methodes zoals protonen­ therapie in de hersenen. Op deze manier kunnen we bepalen welke dosis protonen nodig is om kankercellen te vernietigen. Ons doel is om met deze 3D-modellen het aantal d ­ ierproeven te verminderen dat nu nog noodzakelijk is voor de behandeling van menselijke patiënten.’ Leiden2022 | New Scientist | 13


‘Pas als iets op papier staat, wordt het echt’ Wie dacht dat bèta’s zich alleen met formules bezighouden, heeft het mis. Hoogleraar natuurkunde Robbert Dijkgraaf is ­altijd al visueel ingesteld geweest, vertelt hij in het Allard ­Pierson Museum in Amsterdam. ‘Aan de kunstacademie heb ik geleerd wat onderzoek doen écht is.’ Tekst: Jim Jansen Beeld: Bram Belloni

‘I

k heb een speciale band met het Allard Pierson Museum. Dit is het museum van de Universiteit van Amsterdam, op de mooiste plek in de stad. Een aantal jaar geleden was hier een pop-upmuseum en als gastcurator mocht ik een wonder­ kamer inrichten vol wetenschappelijke 14 | New Scientist | Leiden2022

­ bjecten die de fantasie prikkelen. Dat was o een jongensdroom die in vervulling ging voor iemand als ik, die zo van kunst houdt. Mijn hele leven ben ik al visueel ingesteld. Onlangs vond ik weer mijn schooltekenin­ gen terug. Het leken wel geschriften van een naturalist uit de zestiende eeuw, met dat keurige handschrift en die precieze ­tekeningen. Ik maakte bijvoorbeeld ­portretten van alle katachtigen. Elk lijntje en kleurtje leek te kloppen. Het maakte me

niet uit dat ik niet alles snapte. Ik vond het vooral heel erg mooi. Dat gevoel voor schoonheid is gebleven. Als ik nu nadenk over wetenschappelijke begrippen, zie ik die altijd heel beeldend voor me. Bij abstracte begrippen zie ik driedimensionale figuren en prachtige kleuren, en daar krijg ik dan een esthetisch gevoel bij. Als ik iets probeer te begrijpen, dan is het voor mij belangrijk om de bere­ keningen zelf uit te schrijven. Pas op het


WAT IS DE

ROL VAN

KUNST?

‘Het grote geschenk van mijn tijd aan de ­Rietveld Academie was dat ik ontdekte dat ik vooral een onderzoeker was en wilde zijn’ moment dat iets op papier staat, wordt het echt. Het is onderdeel van de realiteit ge­ worden in plaats van een kronkel in mijn hoofd. Voor mij is het een manier om mijn intellectuele avonturen een anker te geven. Zo lopend door dit prachtige museum moet ik denken aan Jacobus van ’t Hoff, de

eerste Nobelprijswinnaar voor de Schei­ kunde. Hij hield zijn oratie als hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam over de rol van verbeelding in de wetenschap. Hij benaderde die vraag heel wetenschappe­ lijk. Hij verdeelde de tweehonderd belang­ rijkste wetenschappers uit zijn tijd in drie

Natuurkundige Robbert Dijkgraaf is universiteitsleraar aan de Universiteit van Amsterdam en directeur van het Institute for Advanced Study in het Amerikaanse Princeton. In 2019 ontving hij een eredoctoraat van de Universiteit Leiden.

categorieën. Degenen die geen interesse in kunst hadden, zij die dat wel hadden en dan de groep die in zijn woorden een ‘per­ verse’ verbeelding hadden – die aan alche­ mie en astrologie deden. Op die derde lijst staan grote namen als natuurkundige Isaac Newton, wiskundige Gottfried Leibnitz en filosoof René Descartes. Van ’t Hoff maakte het punt dat nieuws­ gierigheid, fantasie en verbeelding enorm belangrijk zijn in de wetenschap. Onder­ zoek gaat over wat we nog niet weten; het onbekende. De kunst begint ook met een leeg vel papier. Je beweegt je potlood en gaat een oceaan van mogelijkheden in. Ik heb een jaar op de Gerrit Rietveld ­Academie gezeten en daar heb ik pas ­geleerd wat onderzoek doen is. Bij de ­kunstopleiding wordt heel veel aandacht besteed aan het verkennen van de moge­ lijk­­heden. De nadruk ligt op het proces in plaats van op de uitkomst. Het gaat er uit­ eindelijk om hoe succesvol je bent om ­jezelf in andere richtingen te duwen en nieuwe dingen te verkennen. Dat is niet hoe ons wetenschappelijk onderwijs is ­ingericht en daar zou wel meer aandacht voor mogen zijn. Dankzij de Rietveld Academie ben ik ­zeker een ander type wetenschapper ­geworden. Voordat ik naar de kunstacade­ mie ging, benaderde ik kennis vooral op een passieve manier. Ik wilde gewoon een tien voor een tentamen halen. Dat deed ik vervolgens ook, maar daardoor verloor ik wel mijn enthousiasme. Het grote ge­ schenk van mijn Rietveldtijd was dat ik ontdekte dat ik vooral een onderzoeker was en wilde zijn. Ik weet nog heel goed dat ik als Rietveldstudent de academische boekwinkel in Utrecht binnenliep en dacht: ik kan gewoon naar de afdeling ­natuurkunde lopen, alles bekijken en iets uitkiezen waar ik nu zin in heb. Zonder dat iemand iets van mij verwacht. Het vuurtje had ik zelf laten smeulen en daar ont­ brandde het weer. Wetenschap is vooral iets dat je actief moet doen.’ Leiden2022 | New Scientist | 15


‘DE DEELTJESWERELD IS GEEN TOTAAL ANDERE WERKELIJKHEID’ De quantummechanica leidt tot deeltjes die niet meer op één plek zijn of die van elkaar lijken te ­weten in welke toestand ze verkeren. Onbegrijpelijk? Niet als je accepteert dat zulke ­deeltjes volledig worden gedefinieerd door hun interacties, stelt de Italiaanse natuurkundige Carlo Rovelli.

Tekst: Martijn van Calmthout Illustratie: Pepijn Barnard

I

n zijn jongste boek Helgoland neemt de Italiaanse natuurkundige Carlo Rovelli de lezer meer terug naar de gelijknamige geboortegrond van de quantum­fysica: een boomloos Duitse Noordzee-­eiland waar de jonge natuurkundestudent Werner Heisenberg in 1925 schuilde voor hooi­ koorts. Hij kwam terug met een theorie van het atoom waar we nog steeds plezier van hebben. Maar dat plezier heeft een prijs, zegt ­Rovelli vanuit zijn werkkamer in het ­Canadese Toronto. ‘De quantumfysica heeft ons niet alleen micro-elektronica, computers, moleculaire biologie, nano­ chemie en nog veel meer gebracht. Ze bracht ook het ­besef dat onze intuïtie totaal niet werkt in de wereld van het allerkleinste. De quantumrealiteit is ­onbegrijpelijk. In mijn boek probeer ik te laten zien dat we beginnen te snap­ pen waarom.’ Carlo Rovelli. Italiaan van geboorte. ­Theoretisch natuurkundige. Een vriende­ lijke zestiger met pretogen en krullen. Een jaar of vijf geleden werd hij wereld­ beroemd met zijn bestseller Zeven korte

16 | New Scientist | Leiden2022

­beschou­wingen over natuurkunde. Een ­geruststellend dun, ietwat filosofisch ­werkje over wat we weten van de ­fundamenten van de werkelijkheid. Helgoland is dikker. Nog filosofischer. Maar opnieuw geruststellend bedoeld, zegt Rovelli. ‘De kernboodschap is: de deeltjeswereld is niet gekker dan de alle­ daagse w ­ ereld en daar kunnen we als volwassen mensen mee omgaan. Het is net zoiets als het moderne zonnestelsel. We zien de zon elke dag aan de hemel bewegen, opkomen en ondergaan. Toch weten we: niet de zon beweegt, maar wij. En er is niemand die daar nog van ­overstuur raakt.’ Wat maakt de quantumfysica zo ­ongrijpbaar?

‘Dat we klassiek denken over de wereld van de deeltjes en atomen. Dat kan niet en dat reikt terug naar Heisenberg op Helgoland. Hij probeerde orde te vinden in de ener­ giesprongen van elektronen in atomen, die we zien door het lijntjesspectrum in hun licht. Hoe konden elektronen alleen die stapjes maken? Heisenberg vond de for­ mules die dat proces precies beschrijven. Mits, en daar begint het onbegrijpelijke, mits getallen worden vervangen door ­matrices; door roosters van getallen.’

Wat veranderde dat inzicht?

‘Alles. Grootheden liggen niet meer vast, zoals bij Newton; er zijn alleen overgan­ gen tussen toestanden en kansen. Dat leidt ­wiskundig tot deeltjes die niet meer op één plek zijn, maar overal. Tot ver­ strengelde deeltjes die van elkaar lijken te weten in welke toestand ze verkeren. Tot een kat in een doos die zowel wakker is als slaapt – ik houd er niet van om Schrö­ dingers kat dood te maken. Kortom, de beroemde quantummagie. En heel an­ ders dan wat objecten in de alledaagse werkelijkheid doen.’ Deeltjes die ook golven zijn.

‘Zo wordt het vaak gezegd, ja. Maar een elektron ís niet of het een of het ander. Het manifestéért zich als het een of als het ­ander, afhankelijk van het perspectief. In de interactie met de onderzoeker.’

HOEVEEL

DIMENSIES

ZIJN ER?


IS ER EEN THEORIE

VAN ALLES?

­ eeltjes. Maar als je probeert te begrijpen d waarom de deeltjeswereld voor ons zo vreemd is, is het een nuttig idee.’ Het helpt natuurkundigen?

‘Zeker. De interpretatie die je gebruikt, is niet zomaar een filosofie; ze geeft nieuwe vorm van intuïtie. Ik onderzoek het quantum­karakter van de zwaarte­ kracht, een van de grote vraagstukken van de natuurkunde. Van de hele weten­ schap, zou ik zelfs zeggen. Daarbij helpt een goed perspectief om de juiste ­vragen te stellen.’ Gaan gewone mensen ooit wennen aan dit idee?

‘IN DE WERELD VAN ALLEDAG IS HET HELEMAAL NIET ZO GEK DAT DINGEN WORDEN ­GEDEFINIEERD DOOR HUN INTERACTIES’ Er zijn in de natuurkunde ­behoorlijk veel interpretaties om de gekte van de quantum­wereld te bedwingen. De meeste vindt u niets. Waarom?

In Helgoland breekt u een lans voor wat de relationele interpretatie van de quantummechanica heet. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

‘Neem de populaire veelwereldeninter­ pretatie, waarin de realiteit voortdurend opsplitst wanneer een deeltje naar een ­bepaalde toestand springt. In een paral­ lelle ­realiteit, is dan het idee, eindigt het in een andere toestand. Maar het idee van ­oneindig veel realiteiten is natuurlijk minstens zo gek als de onbepaaldheid van toestanden. Eigenlijk probeer je angstvallig je ­klassieke idee over deeltjes met eigenschappen vast te houden. Ten koste van alles.’

‘De hoofdzaak is dat objecten zoals deel­ tjes helemaal gedefinieerd zijn door hun interacties, in hun relaties met andere ­objecten. Een deeltje zonder interacties is onzichtbaar en onvindbaar. Het is er niet.’ Dat is een behoorlijk radicaal ­standpunt. Bedoelt u dat objecten op zich niet bestaan?

‘Natuurlijk bestaan er wel objecten. Ik ben een natuurkundige, een realist; ik onder­ zoek de materiele wereld, stenen, sterren,

‘Quantumeffecten spelen in het alledaagse leven zelden een rol. Maar er is wel iets ­anders. In de wereld van alledag is het he­ lemaal niet zo gek dat entiteiten worden gedefinieerd door hun interacties. Dat geldt voor mensen en hun relaties, voor organismen in ecosystemen, voor sociale structuren en zelfs in de politiek. Ik vind het wel een mooi idee dat de deeltjes­ wereld in feite net zo in elkaar steekt. Het is geen totaal andere werkelijkheid. We kennen haar zelfs heel goed.’ Mits je het juiste perspectief vindt.

‘Je kunt je best afvragen waarom je je als natuurkundige met filosofie zou bezighou­ den. Behalve dat het me als leergierig mens erg boeit, is het altijd zo geweest dat be­ langrijke natuurwetenschappers diep na­ dachten over hun uitgangspunten. Einstein kwam tot zijn relativiteit toen hij zich reali­ seerde dat tijd en afstand principieel af­ hankelijk zijn van de beweging van de waarnemer. Inzicht verandert alles; zo is het altijd gegaan.’ Leiden2022 | New Scientist | 17


European City of Science Leiden2022

De 22 grote vragen van 2022

Leiden2022 presenteert een publieksprogramma van 365 dagen boordevol wetenschap, kennis, kunst en kunde, voor iedereen met een nieuwsgierige geest. Het gehele jaar staan 22 actuele, altijd urgente, universele doch onoplosbare, eindeloos fascinerende wetenschappelijke vragen centraal. Ook nieuwsgierig? Scan de QR-code!

WELKE VRAAG

HOE LANG

HOUDT JOU

ZIJN WE NOG

WAAROM

IS ER EEN THEORIE

BEZIG?

WILLEN WE

WETEN?

WAT WAS ER

VOOR HET

ALLEEN? VAN ALLES?

WAT KUNNEN

BEGIN?

WE NOG NIET BEREKENEN?

DIMENSIES

DAT DE AARDE

HOEVEEL

ZIJN ER? KUNNEN

WE OOIT

TIJDREIZEN? 18 | New Scientist | Leiden2022

WAT MAAKT

DRAAIT?

KUNNEN MENSEN,

DIER EN NATUUR

IN BALANS MET

ELKAAR BESTAAN?


European City of Science Leiden2022

WAT IS EEN

VRAAG?

WAAROM IS

WETENSCHAP

ZO BELANGRIJK? HOE HOUDEN WE

WETENSCHAP

GEZOND?

HOE OPEN IS EN KAN

WETENSCHAP

ZIJN? WAT IS DE

ROL VAN

KUNST?

HOE OUD

KUNNEN WE

WORDEN?

HOE WERKT ONS BREIN?

WYSIWYG?

WAT MAAKT

ONS MENS?

IS IEDEREEN

GELIJK?

HOE GEVEN WE

WELKE VRAAG

VORM?

NIEMAND

DE TOEKOMST

IS NOG DOOR

GEFORMULEERD? Leiden2022 | New Scientist | 19


‘Kennis is macht,

maar ook ­ verwondering’ Soms is vragen stellen en die samen vanuit verschillende ­perspectieven onderzoeken belangrijker dan antwoorden vinden. Daarover zijn hoogleraren José van Dijck, Peter-Paul Verbeek en Tamara Witschge het eens. Aan de hand van vier vragen ­spreken we met hen over waarom we dingen ­willen weten en de rol van ­wetenschap daarin.

Tekst: Dorine Schenk Fotografie: Bob Bronshoff

WELKE VRAAG

HOUDT JOU

BEZIG?

‘De centrale vraag van mijn onderzoeks­ team is: hoe kunnen we via media de socia­ le verandering stimuleren die verschillende mensen en organisaties in de samenleving proberen te bewerkstelligen?’ Aan het woord is Tamara Witschge, hoogleraar aan de afdeling media en journalistiek van de Rijksuniversiteit Groningen en lector creative media for social change aan de Hogeschool van Amsterdam. ‘Dat gaat bij­ voorbeeld over het versnellen van de duur­ zaamheidstransitie of een meer inclusieve 20 | New Scientist | Leiden2022

samenleving. Niet iedereen ervaart daarbij evenveel betrokkenheid of eigenaarschap. Wij onderzoeken hoe je via media eige­ naarschap kunt stimuleren en kunt achter­ halen wat de behoeften en wensen zijn van diverse gemeenschappen om te kijken hoe we de benodigde sociale verandering geza­ menlijk kunnen vormgeven. Daarbij loop ik aan tegen de rol van onzekerheid in de maatschappij. Voor gezamenlijke verande­ ring moeten we omgaan met onzekerheid, want er is veel onzeker. Maar er is maat­ schappelijke druk op duidelijke antwoor­ den – ook van de wetenschap. Wij kijken hoe we in onze verhalen onzekerheid meer ruimte kunnen geven.’ Waar mijn onderzoeksgroep aan werkt, is samen te vatten met de vraag: ‘Hoe stu­ ren we de digitale samenleving?’’ zegt José van Dijck, hoogleraar media en digitale samenleving aan de Universiteit Utrecht. ‘Specifieker kijken we naar de vraag: hoe richten we de digitale samenleving in op

een verantwoorde manier, waarbij we altijd recht doen aan publieke waarden zoals pri­ vacy, maar ook veiligheid, transparantie, democratische controle, gelijkheid en autonomie? We onderzoeken wat dit bete­ kent voor de huidige digitale infrastructuur en de publieke sectoren waarin we die publieke waarden willen verankeren.’ ‘De overkoepelende vraag van mijn onderzoek is: ‘Hoe vormt technologie de mens en de maatschappij?’, zegt Peter-Paul Verbeek, hoogleraar filosofie van mens en techniek aan de Universiteit Twente en wetenschappelijk co-directeur van het DesignLab van diezelfde universiteit. ‘Die vraag gaat over de invloed die techniek heeft op hoe we de wereld begrijpen, hoe we ethisch oordelen en hoe we ons leven inrichten. Ik werk nu aan een boek over hoe techniek ons helpt om op een nieuwe manier de vragen te beantwoorden van de achttiende-eeuwse filosoof Kant: ‘Wat kan ik weten?’, ‘wat moet ik doen?’, ‘wat mag ik


José van Dijck

hopen?’. Dat gaat over hoe technische instrumenten invloed hebben op de weten­ schap. Verder kun je techniek ethisch beoordelen, maar andersom beïnvloedt techniek ook onze moraal. De tegenstelling tussen techniek en religie is dunner dan we denken; techniek is een soort noodlot, ook al denken wij er controle over te hebben.’

WAAROM

WILLEN WE

ZO GRAAG

‘Vragen stellen is iets heel ­individueels, terwijl het ­tegelijk iets heel ­universeels is’

WETEN

WAT WE NOG NIET WETEN? Van Dijck: ‘In deze vraag staat een brede,

algemene ‘we’, maar het is erg belangrijk wíé iets wil weten. Als een kind iets vraagt, is dat anders dan als de vragensteller een wetenschapper is. Vragen stellen is iets individueels, terwijl het tegelijkertijd heel

universeel is. Dat is het mooie van nieuws­ gierigheid. Die kan individueel en door empathie of kennishonger gedreven zijn. Maar ze kan ook gedreven zijn door een specifiek belang.’ Verbeek: ‘Waarom we dingen willen weten, heeft altijd een existentiële achter­ grond; waarom jíj iets wilt weten. Maar het heeft vaak ook een politieke achtergrond; waarom is het belangrijk om dat te weten? Ik denk dat dit komt door verwondering aan de ene kant – je snapt de wereld niet en wilt hem kunnen snappen – en aan de andere kant verontrusting – dankzij kennis kun je beter omgaan met dingen die je dwarszitten. Kennis is macht, maar ook verwondering. Dat zie je ook in citizen ­science oftewel burgerwetenschap. Burgers gaan wetenschap doen, vaak met een poli­ tieke motivatie. Je wilt weten hoe het zit met de afvalwaterkwaliteit of geluidsover­ last door vliegtuigen. Met kennis kun je die onderwerpen beter op de agenda zetten Leiden2022 | New Scientist | 21


waarom willen we weten?

Peter-Paul Verbeek

WAAROM IS

WETENSCHAP

ZO BELANGRIJK?

dan met een mening. Intrinsieke nieuws­ gierigheid is ook een drijfveer. Mijn schoonvader, een natuurkundige, vertelde hoe ontroerd hij was als promovendus toen een meting precies klopte met zijn voorspelling. Dat is prachtig! De werkelijk­ heid is veel groter dan wij snappen en daar een beetje dichterbij komen is de existenti­ ële drijfveer die ook veel wetenschappers motiveert.’ Witschge: ‘Het is belangrijk dat citizen-­ scienceprojecten aansluiten bij dat waar mensen iets of meer over wíllen weten en ze niet opdringen wat ze móéten willen 22 | New Scientist | Leiden2022

weten. Het is namelijk ook vaak zo dat we niet willen weten wat we nog niet weten. Ik heb artikelen geschreven over het belang van nieuwsgierigheid en empathie in de wetenschap, maar als persoon vind ik dat soms supermoeilijk. Mijn moeder zei in maart bijvoorbeeld dat ze zich écht niet ging laten vaccineren. Toen ging ik alle­ maal vragen stellen: ‘Waarom dan niet? Welke informatie heb je?’ Maar ik wilde de antwoorden helemaal niet weten. Ik stelde wel vragen, maar dat ‘­ willen weten wat ik nog niet weet’, die interesse, was helemaal weg.’

Verbeek: ‘Omdat wetenschap emanci­ peert en verbindt. Een kritische houding maakt dat je niet alles voor zoete koek aanneemt; dat je veronderstellingen en wat je altijd vanzelfsprekend vond bevraagt en je je realiseert dat het ook anders kan. Tegelijkertijd verbindt ­streven naar kennis en waarheid, want die waarheid kan er alleen zijn als je haar deelt met anderen. Daarom is weten­ schap zo ongelofelijk belangrijk in onze maatschappij en mogen we die niet een privilege van de wetenschappers laten zijn. Iedereen heeft recht op deelname aan die gemeenschap.’ Van Dijck: ‘Zoals de Amerikaanse politi­ cus Daniel Patrick Moynihan zei: ‘Ieder­ een heeft recht op zijn – of haar – eigen mening, maar niet op zijn eigen feiten.’’ Witschge: ‘En iedereen heeft recht op­ ­vragen. Dat is niet vanzelfsprekend. Jaren geleden deed ik onderzoek naar het onli­ ne debat over migratie in Nederland. Daar zie je hoe vragen worden afgedaan met ‘dat weten we al’ of ‘dat is niet rele­ vant’. Laten we kijken hoe we mensen in staat kunnen stellen vragen te blijven ­stellen en gezamenlijk vragen te onder­ zoeken, zonder dat je alle meningen als feiten gaat bestempelen. Het gaat daarbij niet om het vinden van een antwoord, maar om de gezamenlijke zoektocht waarbij verbinding ontstaat. Wetenschap kan daaraan bijdragen. Niet met antwoor­ den, maar door burgers en organisaties te helpen om de juiste vraagstellingen te formuleren.’ Van Dijck: ‘Dat zit mooi in de Engelse term common sense; het samen eens wor­ den over dat wat zinnig is. Wetenschap is een gemeenschappelijk en ontzettend sociaal gebeuren. Het is mensenwerk, ook voor wetenschappers. We doen samen


aan kennisontwikkeling. Tot common sense komen, is ook een van de leukste dingen om te doen. Daarbij hoort het zoeken naar een balans tussen nieuws­ gierigheid – waar een zekere onmatigheid in zit, zeker bij kinderen die alles willen weten – en onderzoekbaarheid – wat kun je eigenlijk onderzoeken. Daarnaast is er een stukje urgentie. Als wetenschaps­ gemeenschap zoeken we de juiste balans tussen die drie.’ Tamara Witschge

WELKE VRAAG

IS NOG DOOR

NIEMAND

GEFORMULEERD?

Verbeek: ‘De meeste vragen zijn al

gesteld, maar we stellen ze telkens op een nieuwe manier. Als ik nu vraag ‘wie is de mens?’, dan doe ik dat vanuit een technolo­ gische context. Kant deed dat op een heel andere manier.’

Van Dijck: ‘Je kunt vragen inderdaad steeds opnieuw stellen. Dat moet je ook doen, want een probleem is vaak – zeker tegenwoordig – zo complex dat je niet kunt uitgaan van één expertise. Neem bijvoorbeeld vragen over energieopwek­ king of de klimaatdiscussie. Daar moeten we met verschillende brillen naar kijken, met filosofen, psychologen, economen en fysici. Juist die rijkdom aan perspec­ tieven kan bijdragen aan oplossingen. Daarbij is wederzijds respect van per­ spectieven en expertises belangrijk, net als verbinding.’ Witschge: ‘Ik ben niet zo geïnteres­ seerd in welke vraag nog niet gesteld is, maar wel in welke nieuwe manieren we nog niet hebben uitgeprobeerd om te kijken naar bestaande vragen. Daar lig­ gen sleutels naar nieuwe kennis. Daar moeten we dan verschillende soorten kennis bij betrekken. En dan heb ik het niet alleen over verschillende vakgebie­ den, maar ook over vakmanschap van­ uit de samenleving, ervaringskennis, enzovoorts.’ Verbeek: ‘Daar ben ik het mee eens. Dat zie ik bijvoorbeeld in medisch onderzoek waar patiënten actief mee­ doen, niet alleen om ideeën van hoog­ leraren uit te voeren, maar omdat zij een eerstepersoonservaring hebben van hun ziekte en daarmee beschik­ ken over een unieke kennisbron voor het onderzoek. Zij zullen niet preten­ deren de kennis te hebben van een arts, maar samen vormen ze een ­kennisgemeenschap.’ Van Dijck: ‘Misschien is een betere vraag: welke terugkerende vraag is nog nooit goed beantwoord? Dat komt gedeeltelijk overeen met wat Tamara net zei. Een vraag kan steeds opnieuw gesteld worden en steeds opnieuw ­relevant zijn, zoals Peter-Paul aangaf. Een vraag die je tien jaar geleden al stel­ de, kan nu weer relevant en origineel zijn, vanuit een nieuw perspectief.’ Witschge: ‘Of: welke vraag is het waard om telkens opnieuw te stellen?’ Leiden2022 | New Scientist | 23


HOE OUD

KUNNEN WE

WORDEN?

MAAIKE PUTMAN

Iedereen een eigen coach? ‘We worden ouder dan ooit, maar het probleem is dat we daardoor ook veel langer chronisch ziek zijn’, zegt Andrea Evers, hoogleraar gezondheidspsychologie aan de ­Universiteit Leiden. ‘En dat is vooral het geval bij mensen uit kwetsbare groepen, bijvoorbeeld laagopgeleide mensen. Gemiddeld leven die negentien jaar minder in goede gezondheid. Dat komt bijvoorbeeld doordat ze minder toegang hebben tot gezond voedsel en een groene omgeving, die hen stimuleert om naar buiten te gaan en te bewegen. De grote toename aan chronische ziektes zoals diabetes of hart- en vaatziektes is in westerse landen vooral toe te schrijven aan een specifieke leefstijl. Sommige mensen ­denken dat het makkelijk is om een leefstijl te veranderen, maar dat is juist heel ingewikkeld. Evolutionair gezien ­hebben we de neiging om alles in onze mond te stoppen wat vet en zoet is. Vooral bij stress schiet onze wilskracht tekort en doen we toch onze koelkast open. Als die alleen gezond voedsel bevat, kunnen we natuurlijk niet iets ­ongezonds pakken. Maar mensen die veel stress onder­ vinden – misschien wel omdat ze in de schulden zitten of ziek zijn – hebben vaak wel wat beters te doen dan de inhoud van hun koelkast te veranderen. Daarnaast zal het de ene dag beter lukken om een bepaalde leefstijl aan te houden dan de andere. Veel mensen laten zich daardoor uit het veld slaan en zijn dan geneigd te ­stoppen met het aanpassen van hun leefstijl. Daarom ­moeten we gedragsverandering op een positieve manier aanpakken. Beloningen kunnen helpen; denk aan een ­gratis sportabonnement voor iemand die het volhoudt om gezond te eten. Maar de een is gevoeliger voor zulke ­beloningen dan de ander. Met mijn onderzoeksgroep heb ik een online leefstijl­ programma ontwikkeld voor mensen met hart- en vaat­ ziektes. Dat kan helpen om mensen op een makkelijke manier thuis te stimuleren om hun gedrag te veranderen. Een digitale aanpak is echter niet geschikt voor iedereen. Kwetsbare groepen reageren vaak beter op een lokale ­aanpak, zoals een buurtcoach om mee te wandelen. Eigenlijk zou iedereen zo’n persoonlijke coach moeten ­hebben. Die kan helpen om uit te zoeken welke aanpak voor iemand beter werkt, onder andere door te bekijken of iemand eerder specifieke gezonde gewoontes had. Oude gezonde gewoontes weer invoeren is namelijk een stuk makkelijker dan iemand iets aanleren wat ie nog nooit gedaan heeft.’ Tekst: Marleen Hoebe



HOE WERKT ONS BREIN?

‘Af en toe moet ik hindernissen op mijn eigen pad leggen’ Tot drie keer toe waren er tijdens de carrière van ­‘puberspecialist’ Eveline Crone parallellen tussen haar ­onderzoek en haar eigen leven. ‘De vraag is dan natuurlijk: houdt iets me erg bezig en ga ik het ­ daarom onderzoeken? Of beweeg ik mee met mijn eigen onderzoek?’

Tekst: Mirna van Dijk Foto’s: Bram Belloni

Wetenschap ‘Ik wist niet echt wat ik wilde na de middel­ bare school en ik kwam min of meer toe­ vallig bij psychologie terecht. Dat was een schot in de roos; ik vond het fantastisch, vanaf dag een. Ik wilde álles weten wat er in die boeken stond. Ik was en ben er vol­ komen door gegrepen. We zullen de com­ plexe relatie tussen hersenen en gedrag nooit helemaal kunnen doorgronden, maar ik ben blij met elk stapje, elk stukje van de puzzel.’

MRI ‘Toen ik begon als jonge onderzoeker, net gepromoveerd, hoorde ik dat er weten­ schappers waren in de Verenigde Staten die foto’s maakten van de hersenen terwijl iemand een bepaalde taak uitvoerde. Dat vond ik zó fascinerend! Ik dacht: ‘Wauw, 26 | New Scientist | Leiden2022

dan kun je echt in de hersenen kijken! Daar moet ik heen, ik wil dat ook leren.’ Dus zonder te denken ‘heb ik daar wel de juiste vaardigheden voor?’ – ik heb helemaal geen natuurkundeachtergrond – blufte ik me er een beetje in.’

Risicogedrag ‘Ik was in die periode erg nieuwsgierig naar risicogedrag van jongeren – en mijn eigen loopbaan kenmerkte zich dus ook nogal door risicogedrag. Ze zeggen niet voor niets ‘research is me-search’, haha. Vanaf het jaar 2000 heb ik me in de VS in het breinonderzoek gestort en gekeken naar hoe de hersenen reageren op het krij­ gen van beloning. We ontdekten dat er een gebied is, heel diep in de hersenen, hele­ maal onder de cortex gebogen – we noe­ men het wel het reptielenbrein omdat het ook bij primaire dieren aanwezig is – dat bij pubers actiever is dan bij volwassenen. Dat verklaart onder meer waarom ze ge­ makkelijker risico’s nemen.’

CV

EVELINE CRONE is ­hoog­leraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Leiden en hoogleraar ontwikkelingsneurowetenschap in de maatschappij aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Als hoofd van het door haar opgerichte Brain & Development Lab in ­Leiden en het recent opgerichte Society, Youth & Neuroscience Connected Lab in Rotterdam doet ze met haar team innovatief onderzoek naar hersen­processen van pubers met ­behulp van MRI-scans. Als een van de eersten ter wereld volgt Crone ­jongeren, hun levens, hun denkbeelden en de neurologische processen in hun hersenen door de jaren heen. Haar persoonlijke missie is het creëren van sociale kansen voor jongeren die aansluiten bij hun ­behoeften. Crone is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en de European ­Research Council, schreef de bestseller Het puberende brein (2008) en won ­talloze prestigieuze academische prijzen, waaronder in 2017 de ­Spinozapremie. Ze woont met haar gezin in ­Oegstgeest.


Zelfbeeld ‘In eerste instantie was ik nog vooral bezig met gedrag van jongeren, maar ik ging me steeds meer bezighouden met hoe ze over zichzelf nadenken. En wat een heel grappig toeval is: in die tijd was ik zélf ook heel erg bezig met wat mijn rol is, mijn identiteit als wetenschapper. Ik had me immers verdiept in een nieuw vakgebied, de neuroweten­ schappen, maar ik was opgeleid tot psy­ choloog. Dat leidde wel eens tot frictie, want mensen vroegen: ‘Ben je nou psycho­ loog of neurowetenschapper?’ Het lijkt als­ of je altijd moet kiezen. En ik raakte ook nog geïnteresseerd in het schrijven van po­ pulairwetenschappelijke boeken. Nou, dan kun je al helemáál geen goede weten­ schapper zijn.’

Sociaal gedrag ‘Langzamerhand breidde ik de focus van mijn onderzoek uit naar pro-sociaal ge­ drag. Want ook al nemen pubers veel risi­ co, maar een klein percentage komt daar­ door echt in de problemen. De meeste jongeren ontwikkelen zich tot mensen die iets bijdragen aan de maatschappij; die graag iets goeds doen voor anderen. Als

wetenschapper raakte ik ook in een vaar­ water waar ik me niet meer zo’n zorgen maakte over wat anderen over me dachten. Ik dacht juist: dit heb ik bereikt, wat kan ik nu betekenen voor andere wetenschap­ pers? Hoe kan ik jonge mensen inspireren? Hoe kan ik netwerken aanleggen tussen wetenschappers waar iedereen ervan pro­ fiteert? Dus dat was de derde keer dat er parallellen waren tussen mijn onderzoek en mijn eigen leven. De vraag is natuurlijk: houdt iets me erg bezig en ga ik het daar­ om onderzoeken? Of heeft iets doordat ik het onderzoek zo’n effect op mezelf? Het kan goed zijn dat je meebeweegt met je ei­ gen onderzoek. Het is in elk geval goed om je te blijven ontwikkelen. Ik wil mezelf ­uitdagen; af en toe moet ik hindernissen op mijn eigen pad leggen.’

Corona ‘Jongeren zijn door de pandemie beperkt geraakt in drie van hun fundamentele be­ hoeften: de wereld ontdekken door risico’s te nemen en te exploreren, het vormen van warme sociale connecties met vrienden, en de behoefte om gezien en gehoord te worden en respect te krijgen. Dan is de

‘WAT CORONA VOOR JONGEREN BETEKEND HEEFT, MOETEN WE NIET RELATIVEREN’ vraag: wat maakt jongeren veerkrachtig ge­ noeg om met die beperkingen om te gaan? Dat hebben we onderzocht. Als jongeren iets konden doen om hun vrienden of fa­ milie te helpen, zoals boodschappen rond­ brengen, of iets wat ertoe deed in de maat­ schappij, zoals helpen bij de teststraten, dan gaf dat ze een gevoel van kracht. Dat bleek echt een belangrijke veerkrachtfac­ tor. Onze jongeren moeten we koesteren, want ze vernieuwen de maatschappij en er brandt een vuurtje in ze: ze willen de we­ reld beter maken. Wat corona voor jonge­ ren betekend heeft en nog steeds betekent, moeten we niet relativeren met ‘er zijn ­ergere dingen’, want deze tijd krijgen ze niet meer terug. Het is een heel belangrijke en mooie periode.’ Leiden2022 | New Scientist | 27


‘Nog dertig tot vijftig jaar, dan weten we het’ Zijn wij de enigen in het heelal? Blijft het daarom zo akelig stil in ons stukje Melkweg? Of voelen vreemde schepsels, lichtjaren hier vandaan, net als wij de warmte van een ster? De gelauwerde ­hoogleraar astrochemie Ewine van Dishoeck verwacht dat alle ­speculaties hierover nog deze eeuw ten einde zullen komen. Tekst: Sebastiaan van de Water Foto’s: Bram Belloni

WAT WAS ER

VOOR HET

BEGIN?

28 | New Scientist | Leiden2022

G

een zestenige voetafdruk op de maan, zelfs geen krakend signaal vanuit de donkere leegte. Geen greintje bewijs hebben astronauten en astronomen de afgelopen zeventig jaar kunnen vinden voor het bestaan van ­buitenaards leven. Het enige stemgeluid dat de stilte rond onze thuisplaneet soms doorbreekt, is de echo van onze eigen ­onbeantwoorde vraag: ‘Hallo, is daar ­iemand?’

Toch is de Leidse sterrenkundige Ewine van Dishoeck niet teleurgesteld. ‘Ik ben voorzichtig ingesteld. Als student dacht ik: voordat we die grote vraag kunnen beant­ woorden, zijn we vele eeuwen verder.’ Sindsdien tuurde ze door imposante ­telescopen, gebouwd op bergtoppen. Ze ontdekte hoe en waar nieuwe planeten ­geboren worden. Ze organiseerde sympo­ sia over de atmosferische vingerafdrukken die levensvormen achterlaten in het uni­


KUNNEN WE OOIT

TIJDREIZEN?

versum. En precies zoals ze had voorspeld, kunnen zij en haar collega’s nog altijd niet zeggen of niet-aards leven nu bestaat of niet; laat staan of het zweeft, zwemt of kruipt; of het meercellig is, eencellig of geencellig. Maar haar oorspronkelijke prognose heeft ze inmiddels wel bijgesteld. We ­hoeven geen eeuwen meer te wachten. ‘Wij hebben echt geluk. We zijn de eerste generatie met de kennis en de technologie om deze vraag wetenschappelijk te beant­ woorden. Nog dertig tot vijftig jaar, dan ­weten we het.’

Kosmisch narcisme Twee krachtige instrumenten staan op het punt de menselijke blik op de ruimte ­voorgoed te veranderen. In de kurkdroge Atacamawoestijn van Chili wordt momen­ teel de Extremely Large Telescope (ELT) gebouwd, voorzien van een 39 meter ­brede spiegel. En de James Webb-ruimte­­ telescoop is de ­opvolger van de legendari­ sche Hubble. Bovendien ligt er een ­vol­gende grote ruimtetelescoop op de ­tekentafel, speciaal ontworpen voor de zoektocht naar buitenaards leven, met een lanceerdatum rond 2050. ‘Deze nieuwe kijkers kunnen we richten op de exoplaneten die de voorbije jaren zijn ontdekt’, vertelt Van Dishoeck. ‘Zoals de aarde-achtige planeet die draait om Proxima Centauri, onze buurster.’ Iets ­verder weg, maar minstens zo interessant zijn drie planeten die draaien om de ster 2MASS J23062928-0502285, ook wel ­bekend als TRAPPIST-1. Wat maakt deze planeten zo uitzonder­ lijk? Dat is nou juist de crux: ze zijn niet uitzonderlijk. Zoals de aarde dat ook niet is. De oude opvatting dat onze thuis­ planeet met zijn zeven zeeën een uniek

HOE LANG

ZIJN WE NOG

ALLEEN?

soort ­hemellichaam betreft, blijkt kos­ misch ­narcisme van de hoogste plank. ‘Water is het meest voorkomende mole­ cuul in de ruimte’, zegt Van Dishoeck. ‘Wij hebben r­ ecent ontdekt dat in een ruimte­ regio waar nieuwe planeten worden gebo­ ren voldoende water rondzweeft voor zes­ duizend ­Atlantische Oceanen.’ Mogelijk bevat de Melkweg dus talloze planeten die volledig bedekt zijn met hetzelfde goedje dat bij ons in druppels uit de lucht valt.

Buitenaardse broers Dat is goed nieuws, want water is de best denkbare broedplaats voor mole­ culen om al klotsend en botsend het ­ongeluk genaamd leven te beginnen. Dat betekent niet dat er daadwerkelijk wordt ­gezwommen op elke waterrijke planeet. Dat hoeft ook niet. ‘Alleen al in de Melkweg fonkelen een paar honderd miljard sterren. We ­weten nu dat die ­gemiddeld allemaal m ­ instens één pla­ neet bezitten. Zelfs als rondom slechts 1 procent van die sterren een aardse planeet met vloeibaar water ­cirkelt, geeft dat ons ruim een miljard ­potentiële broedplekken.’ Welke planeten de gelukkigen zijn, ­kunnen we zien aan hun atmosferen. ­Levende wezens zijn per definitie bio­ chemische fabriekjes. Ze halen stoffen uit hun omgeving en scheiden weer andere stoffen uit. Ze laten dus een scheikundige vingerafdruk achter. ‘Er woeden felle ­discussies over hoe die vingerafdrukken eruit kunnen zien’, zegt Van Dishoeck. ‘Maar laat ik het zo zeggen: als buiten­ aardse wezens vanaf een van de TRAP­ PIST-1-planeten naar de aarde zouden ­kijken met telescopen zoals wij die de ­komende decennia zullen bouwen, dan zullen ze onmiskenbaar tot de conclusie komen dat ze niet alleen zijn.’ Het is mogelijk dat de ontdekking van buitenaards leven een schokgolf teweeg­ brengt in onze maatschappij. Het komt daarom goed uit dat Van Dishoeck in de zomer van 2021 is toegetreden tot de ­Pauselijke Academie voor Wetenschap­ pen. Zij mag dus straks aan Franciscus en

CV

EWINE VAN DISHOECK is hoogleraar moleculaire astro­ fysica aan de Universiteit ­Leiden en wetenschappelijk directeur van de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie. Van 2018 tot 2021 was ze president van de Internationale Astronomische Unie, in 2021 werd ze lid van de Pauselijke Academie van Wetenschappen. Ze kreeg vele onderscheidingen, waaronder een Spinozapremie in 2000 en de Kavliprijs voor Astrofysica in 2018.

WAT MAAKT

DAT DE AARDE

DRAAIT?

zijn kardinalen uitleggen wat de naderen­ de ontdekkingen mogelijk te betekenen ­hebben. ‘Ik hoop binnenkort de paus te ontmoeten. Ik denk dat hij best openstaat voor de mogelijkheid van buitenaards ­leven. Hij is afgestudeerd chemicus, wist je dat?’ vertelt Van Dishoeck. In diens nieuw­ ste encycliek Fratelli tutti (Allen broeders) schreef de kerkvorst alvast dat in dit tijd­ vak waarin we verre planeten ontdekken, we niet de behoeften van onze naaste bu­ ren mogen vergeten. ‘Daar ben ik het roe­ rend mee eens’, stelt Van Dishoeck. ‘Maar ik heb toen wel even in de Pauselijke Aca­ demie gezegd: naaste buren is een relatief begrip. Want ook op verre planeten vinden we misschien onze fratelli.’ Leiden2022 | New Scientist | 29


ype & ionica WAT KUNNEN

DAVID PARRY/PA (KWEEKVLEES)

De wiskundige wandeling

30 | New Scientist | Leiden2022

WE NOG NIET BEREKENEN?


IONICA’S RONDLEIDING IS GEBASEERD OP DE LEIDSE WISKUNDEWANDELING DIE HAAR STUDENTEN FRANCIEN BOSSEMA, SUZANNE KAPPETEIN EN CHARLOTTE ZWETSLOOT BEDACHTEN.

Leiden2022 | New Scientist | 31


‘DE BOODSCHAP VAN

DEZE EEUW MOET HEEL ANDERS ZIJN DAN DIE VAN DE VORIGE’ We moeten af van het idee dat we alsmaar voor groei moeten zorgen, zegt econoom Kate Raworth. ­‘Vooruitgang ontstaat door een dynamische balans tussen het milieu en wat wij nodig hebben.’ 32 | New Scientist | Leiden2022


HOE GEVEN WE

DE TOEKOMST

VORM?

Tekst: Marleen Hoebe Fotografie: Roman Krznaric

‘A

ls we de toekomst op een ­betere manier willen vormgeven, ­moeten we ons eerst ­realiseren dat we de wereldwijde economie moeten veranderen. Hoe complex dat ook is. Onze economie is nu nog gericht op groei en dat is al zo sinds halverwege de vorige eeuw. Dat heeft mede te maken met het concept bruto ­binnenlands ­product – het bbp – dat de Amerikaanse econoom Simon Kuznets ontwikkelde. Het idee daarachter is dat stijging van deze waarde gelijk staat aan economische groei. En dat zou dan ­moeten betekenen dat er sprake is van welvaart. Het bbp is een heel krachtig middel om het nationa­ le inkomen tussen landen te vergelijken. Maar het zegt weinig over de welvaart. Daar heb je meer cijfers voor nodig. De boodschap van de twintigste eeuw was om alsmaar voor groei te zorgen. Voor de eenentwintigste eeuw moet die boodschap anders zijn. Groei is namelijk heel destructief voor de aarde. Vooruit­ gang o ­ ntstaat juist door een dynamische balans tussen het milieu en wat wij nodig hebben. We moeten dus een transforma­ tie doormaken. Daar kan het donutmodel bij helpen. Dit diagram, een cirkel met een gat in het midden, geeft weer of we voldoen aan de basisbehoeften van mensen en of we daarbij planetaire grenzen overschrijden, zoals biodiversiteitsverlies, zoetwater­ onttrekking en klimaatverandering. Ik heb dit visuele model gecreëerd omdat ik denk dat beelden helpen om anders te denken. Ze tonen namelijk ook zaken die we in ­eerste instantie niet opmerken. Dat blijkt uit de reacties van mensen. Ik ben verrast

We moeten naar minder eigendommen, zodat er weer ruimte komt in de straten om te fietsen, te spelen en verbindingen tussen mensen te creëren dat zoveel mensen zich aangetrokken ­voelen tot dit model. Zelf zie ik het donutmodel als een kom­ pas om de economie te veranderen. Het helpt ons om vast te leggen hoe we plane­ taire grenzen beïnvloeden wanneer we onze behoeften realiseren. Dit inzicht zal ervoor zorgen dat we niet gaan focussen op groei. We hebben nog niet eerder zo’n ­model toegepast. Ik heb daarom met colle­ ga’s het Doughnut Action Lab opgezet, ­zodat we het donutmodel in de praktijk kunnen brengen, bijvoorbeeld in een ­gemeenschap of een klaslokaal. We werken veel samen met steden, ook met Amsterdam. Amsterdam gebruikt het donutmodel om circulair te worden. Dat houdt in dat er geen afval overblijft; alle materialen, denk bijvoorbeeld aan textiel of plastic, worden hergebruikt. Dat is een ambitieus streven, maar steden moeten nu wel die kant op gaan. Onze ecologische voetafdruk moet kleiner worden. Amsterdam heeft de ambitie om in 2050 compleet circulair te zijn. In 2030 wil de stad 50 procent circulariteit bereiken. En in 2022 moet 10 procent van de aankopen die de stad doet circulair zijn. Dit voornemen is niet alleen goed voor het milieu, het ­creëert ook nieuwe initiatieven. Amster­ dam is al heel erg gericht op fietsers en ­toegankelijk openbaar vervoer, met haar trams en metro’s, maar er komen ook ­nieuwe dingen bij. Een voorbeeld is het delen van auto’s. Soms denken mensen dat het al voldoende is om fossiele brandstoffen te ­vervangen door elektriciteit, maar dat is niet de ­oplossing. Dan is er nog steeds ruimte­ gebrek en verbruiken we nog steeds veel

CV

KATE RAWORTH is ­econoom aan de Universiteit van Oxford en professor of ­practice aan de Hogeschool van Amsterdam. In 2017 ­verscheen van haar hand het boek Donuteconomie: In ­zeven stappen naar een ­economie voor de 21e eeuw.

energie, omdat veel mensen een eigen auto hebben. We moeten naar minder ­eigendommen, zodat er weer ruimte komt in de straten, onder andere om te fietsen, te spelen en verbindingen tussen mensen te creëren. Daarom is het delen van auto’s ­beter. Ik doe dat nu ook met mijn gezin en dat gaat prima. Dit soort initiatieven werken in het donutmodel beide kanten op: ze zijn beter voor onze sociale behoeftes en voor onze planeet. Als we de toekomst willen vorm­ geven, moeten we dus ons oude gedrag veranderen en er ook in geloven dat we dat kunnen.’ Leiden2022 | New Scientist | 33


Corinne Hofman

Hanne Riekerk Ferry Breedveld

Vijf drijvende

KRACHTEN

Talloze mensen werken keihard om de vele ­activiteiten rond Leiden als European City of Science van 2022 te realiseren. Waaronder dit vijftal. Tekst: Peter de Jong Fotografie: Bram Belloni

Ferry Breedveld (71), hoogleraar inter­ ne geneeskunde, specialisatie reumatolo­ gie, leidt samen met Corinne Hofman dé blikvanger van Leiden2022: het Euro­ Science Open Forum (ESOF). Met een ­verwachte 1500 fysieke deelnemers en nog eens 3500 online is dit het grootste inter­ disciplinaire congres van Europa. ‘De 34 | New Scientist | Leiden2022

g­ ekozen onderwerpen zijn het best samen te vatten als de grootste uitdagingen van deze tijd: migratie, klimaat, energietransi­ tie, medicijnontwikkeling, identiteit en ­wetenschap voor beleid’, vertelt Breedveld enthousiast. ‘Ik hoop op een feest van ­ontmoeting tussen alle soorten weten­ schappers en de burgerij. Met in het cen­ trum de magistrale Pieterskerk, die door rode lopers is verbonden met de nabije ­gehoorzalen. Ik ga vooral genieten van de mooie voordrachten, maar zeker ook van alle contacten en de cafés.’

Corinne Hofman (62), is hoogleraar ­archeologie en senior-onderzoeker aan het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde. Samen met Ferry Breedveld staat ze aan het roer van ESOF. Hofman wil vooral een brug slaan ­tussen wetenschap en maatschappij. ‘Samenwerking tussen die twee is nu meer aan de orde dan ooit. Denk maar eens aan de klimaatverandering. ­Wetenschappers en politici kunnen van al­ les bedenken, maar het zijn de burgers die het uiteindelijk voor elkaar moeten krijgen dat de wereld leefbaar blijft. Het is belang­ rijk dat zij zich ­betrokken voelen bij het pro­ bleem. Dus laten we als wetenschap vooral luisteren naar de maatschappij. De mensen zelf hebben ook allerlei ideeën en oplossin­ gen in huis. Als het gaat over aardbevingen, maak dan gebruik van de kennis van de mensen in een geteisterd land als Haïti. Welke ­materialen gebruiken zij om hun hui­


Chris Jaeger

Sahra Almahmood

zen aardbevingsbestendig te maken? Zij kennen de lokale situatie het beste. Hopelijk kunnen we op het congres ook de westerse en niet-westerse kennis bij elkaar brengen, zodat we van elkaar kunnen leren. Dat zou ik heel tof vinden.’ Hanne Riekerk (25) is met haar neus in de boter gevallen. Afgelopen zomer rond­ de ze haar studie biomedische weten­ schappen af, een week later trad ze al in dienst van Leiden2022 als wetenschaps­ communicator. Haar favoriete evenement is de E ­ uropean Union Contest for Young Scientists (EUCYS), een wedstrijd waarin mensen tussen de 14 en 24 uit heel Euro­ pa een kans krijgen om hun onderzoek met de wereld te delen. Riekerk: ‘We zijn bij de laatste editie van EUCYS geweest in het Spaanse Salamanca. Alles kwam voor­ bij: technologie om deep fakes op te spo­ ren, een onderzoek naar het sterven van stamcellen, en iemand die algen had ge­ kweekt in petflessen. Indrukwekkend wat die jonge mensen lieten zien. De wed­

strijd krijgt in Leiden2022 een nieuw jasje. Wij maken ruimte voor de ‘zachte’ kant van de wetenschap, zoals filosofie, taal en sociologie. En ook de kunsten krijgen een plaats. Kunst prikkelt de nieuwsgierigheid en laat je op een andere manier naar de werkelijkheid kijken. Misschien ontdek­ ken we wel een nieuwe Rembrandt!’

Het is mooi om andere trotse bewoners te ontmoeten en samen iets neer te zetten.’ Ziet ze er tegenop, 365 dagen lang de 101 buur­ ten van Leiden en omstreken in? ‘Nee, ik kijk er juist naar uit! Het zal hard werken wor­ den, maar we hebben een leuk team en ik haal veel energie uit al het enthousiasme en de initiatieven uit de buurten.’

Chris Jaeger (33) is projectmanager ­Kennis door de Wijken. Ze spreekt talloze bewoners om te kijken hoe zij kunnen deel­ nemen aan het jaar. Een goed voorbeeld is de wijk Tuinstad-Staalwijk. ‘Deze wijk wil graag aandacht geven aan de architectuur. Die varieert daar van Dudok (Nederlands architect, 1884-1974 – red.) tot sociale wo­ ningbouw. We maken samen een wandeling langs de verschillende bouwstijlen waar de kennis van de stadshistoricus samenkomt met die van bewoners die er van kinds af aan wonen.’ Kennis door de Wijken is iets wat nog nooit eerder is gedaan en waar Chris heel trots op is. ‘Ik ben geboren in Oegst­ geest en woon nu al twaalf jaar in Leiden.

Sahra Almahmood (29) is het onmisbare ‘oliemannetje’ in de organisatie van Lei­ den2022. Als officemanager zorgt ze ervoor dat alles gesmeerd loopt op het gebied van secretariële en organisatorische werkzaam­ heden. Tijdens het gesprek wordt ze maar liefst drie keer gebeld voor dringende bood­ schappen, maar ze laat zich niet van de wijs brengen. Almahmood, afgestudeerd in communicatiemanagement, vertelt: ‘Ik kijk uit naar de verschillende manieren waarop we wetenschap, kennis, kunst en kunde gaan verbinden. Kunst komt veel terug in de ArtScienceWeek, wetenschap bij het Euro­ Science Open Forum, en zo vullen we het hele jaar. Zelf heb ik het meeste zin in de outreach-activiteiten, waarin we mensen die gewoonlijk niet in aanraking komen met de wetenschap ertoe kunnen verleiden dat nu wel te doen. Kijken of we écht samen­ leving met wetenschap kunnen verbinden. Ik ben nu al benieuwd wat er in de Nacht van Ontdekkingen gaat gebeuren.’

‘Het zal hard werken worden, maar we ­hebben een leuk team en ik haal veel energie uit al het enthousiasme uit de buurten’

Leiden2022 | New Scientist | 35



Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.