Page 1

Herdenk WO I op 3, 4 en 5 oktober

ANTWERPEN BOUWT

BRUGGEN


Dit is een uitgave van het Vredescentrum van de Provincie en de Stad Antwerpen vzw, Lombardenvest 23, 2000 Antwerpen, tel. 03 292 36 56 – info@vredescentrum.be – www.antwerpen14-18.be

1914-2014. Antwerpen bouwt een brug ter herdenking van de ‘Groote Oorlog’ In 2014 herdenken we de ‘Groote Oorlog’. Het Vredescentrum van de Provincie en de Stad Antwerpen werkt samen met meer dan 50 partners in binnen- en buitenland aan een boeiend cultureel programma ter herdenking van WO I in onze stad. Het programma omvat tentoonstellingen in de belangrijkste Antwerpse musea, lezingen, wandelingen en een educatief traject voor kinderen. Klap op de vuurpijl vormt de reconstructie van een tijdelijke brug over de Schelde – van het Steen tot Linkeroever – door de Belgische en Nederlandse Genietroepen op 3 oktober 2014. Op diezelfde plaats legde het Belgische leger 100 jaar geleden, bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, een pontonbrug over de Schelde. Via deze brug kon de Versterkte Stelling Antwerpen voldoende worden bevoorraad en kon de stad ook snel worden ontruimd.

De aanleg van een hedendaagse ‘Vredesbrug’ is een technisch huzarenstukje en een sterk voorbeeld van Belgisch- Nederlandse militaire samenwerking. De realisatie van een brug over de Schelde in het stadscentrum vormt ook een mooi symbool van verbinding tussen heden, verleden en toekomst en zal ongetwijfeld aanzetten tot dromen. Maar bovenal biedt de brug een unieke belevenis voor de vele tienduizenden bezoekers die van 3 tot 5 oktober 2014 te voet over de Schelde zullen kunnen wandelen in het zog van het Belgische leger en de meer dan 100 000 vluchtelingen die in 1914 langs deze weg een brandende en gebombardeerde stad achter zich lieten, op zoek naar veiligere oorden. Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen gelooft in het succes van dit boeiende en ambitieuze project en werkt van harte mee aan de realisatie van de Vredesbrug in 2014. Tot op de brug! Marc Van Peel Havenschepen Stad Antwerpen

3


Dit is een uitgave van het Vredescentrum van de Provincie en de Stad Antwerpen vzw, Lombardenvest 23, 2000 Antwerpen, tel. 03 292 36 56 – info@vredescentrum.be – www.antwerpen14-18.be

1914-2014. Antwerpen bouwt een brug ter herdenking van de ‘Groote Oorlog’ In 2014 herdenken we de ‘Groote Oorlog’. Het Vredescentrum van de Provincie en de Stad Antwerpen werkt samen met meer dan 50 partners in binnen- en buitenland aan een boeiend cultureel programma ter herdenking van WO I in onze stad. Het programma omvat tentoonstellingen in de belangrijkste Antwerpse musea, lezingen, wandelingen en een educatief traject voor kinderen. Klap op de vuurpijl vormt de reconstructie van een tijdelijke brug over de Schelde – van het Steen tot Linkeroever – door de Belgische en Nederlandse Genietroepen op 3 oktober 2014. Op diezelfde plaats legde het Belgische leger 100 jaar geleden, bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, een pontonbrug over de Schelde. Via deze brug kon de Versterkte Stelling Antwerpen voldoende worden bevoorraad en kon de stad ook snel worden ontruimd.

De aanleg van een hedendaagse ‘Vredesbrug’ is een technisch huzarenstukje en een sterk voorbeeld van Belgisch- Nederlandse militaire samenwerking. De realisatie van een brug over de Schelde in het stadscentrum vormt ook een mooi symbool van verbinding tussen heden, verleden en toekomst en zal ongetwijfeld aanzetten tot dromen. Maar bovenal biedt de brug een unieke belevenis voor de vele tienduizenden bezoekers die van 3 tot 5 oktober 2014 te voet over de Schelde zullen kunnen wandelen in het zog van het Belgische leger en de meer dan 100 000 vluchtelingen die in 1914 langs deze weg een brandende en gebombardeerde stad achter zich lieten, op zoek naar veiligere oorden. Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen gelooft in het succes van dit boeiende en ambitieuze project en werkt van harte mee aan de realisatie van de Vredesbrug in 2014. Tot op de brug! Marc Van Peel Havenschepen Stad Antwerpen

3


De pontonbrug 1914 Zes bruggen, als onderdeel van een ruimer militair plan Al in 1859 werd Antwerpen aangeduid als Nationaal Réduit, de laatste verdedigingsgordel waar koning, regering en leger­leiding zich kunnen terugtrekken bij een belegering. In afwachting van steun van de bondgenoten is Antwerpen in principe gemakkelijk te verdedigen en te bevoorraden. Als Versterkte Stelling en levensader voor de stad en de forten moet Antwerpen • voldoende aanvoerlijnen hebben voor troepen en bevoorrading, • een mogelijke aanval via Nederland en de Schelde kunnen afweren, • indien nodig vlot en snel ontruimd kunnen worden. In 1914 ligt er enkel in Temse een vaste brug over de Schelde. In Antwerpen vertrekken van op de Suikerrui ook veerboten. Maar dat is niet voldoende voor een snelle ontruiming van de stad. Daarom worden er vier bruggen gebouwd over de Schelde: tussen het Steen en Sint-Anna, tussen Hoboken en Burcht, tussen Hemiksem en Bazel en in Rupelmonde. Er komen ook twee bruggen over de Rupel: aan het Tolhuis en aan het Hellegat. Al het materiaal is al voor de oorlog aan­ ge­ kocht en ligt opgeslagen in het Vlaams Hoofd: het metalen brugdek, de houten planken voor de vloeren en voor de hellingen tussen brug en kade.

De brug aan het Steen is in een week klaar De bouw van de brug start op 2 augustus 1914, twee dagen voor de Duitse inval. De eerste taak bestaat erin om al het opgeslagen materiaal van aan het Vlaams Hoofd naar de voet van de brug te vervoeren, ongeveer 400 meter verder. De pontonniers werken ononderbroken, van zes 4

uur ’s morgens tot zes uur ’s avonds. Er is enkel een pauze voor een tweede maaltijd en het schillen van de aard­ appelen. Meestal wordt er ook ’s avonds en ’s nachts verder gewerkt. “Soms duurde het werk zonder onder­ breking 15, 20, 24 [uur] en vaak nog langer, ongeacht de weersomstandigheden”, getuigt commandant Piérard.

De brug moet open kunnen voor de binnenscheepvaart op de Schelde. Aan het Vlaams Hoofd worden twee ‘portières’ of doorlaten van elk 42 meter breed gemaakt en telkens op twee boten gemonteerd. Om binnenschepen door te laten, worden die doorlaten tijdelijk weggevaren. Na zeven dagen is de brug klaar. Op 9 augustus komt een delegatie van militaire en burgerlijke hoogwaar­dig­heids­ bekleders de brug inspecteren, waaronder de burge­ meester, generaal Dufour, de gouverneur en enkele buitenlandse consuls. Volgens Gazet van Antwerpen werd “het prachtige werk der pontonniers door allen bewonderd. Ook werd commandant Piérard die aan het hoofd staat van dit uitgelezen korps, hartelijk door generaal Dufour gelukgewenscht.”

De brug drijft op 25 binnenschepen. De schepen worden verankerd zodat ze ter plaatse blijven en niet uit elkaar drijven door het tij of de stroming. Om het getijdeverschil op te vangen, worden de neuzen afwisse­lend stroomop- en stroomafwaarts gelegd. Op de schepen worden balken gemonteerd, en daarop het brugdek en de relingen. De hellingen tussen brug en kade overbruggen de tijverschillen.

Soldaat Odon Van Pevenage maakt deel uit van die troepen. Hij is erg onder de indruk. “Zo kwamen we aan de dijk waar wij het water over moesten. Nog nooit had ik zo’n breed water gezien. De brug waar we over moesten, was gemaakt van schepen met planken erop. Ze was gemaakt door de genie om het troepenverkeer te vergemakkelijken. Ik denk dat het water hier wel driehonderd meter breed was.”

De pontonbrug wordt permanent gebruikt

ugustus 1914

Donderdag 13 A Een schipbrug

bij Antwerpen.

brug over Anneken is een “Tegenover St. bestemd is ug br e n. Dez de Schelde gelege verzeket der troepen te om den overtoch kanonte oo munitie en gr ren, materiaal, rmd vo ge d er w oeren; zij nen te laten verv rv waa an handelsschepen, door middel van beschikig werden ter sommige vrijwill andere de d, krijgsoverhei king gesteld der opgevorderd.”

ober 1914.

Dinsdag 13 Oct

trokken uit was men wegge “In wilde haast edigers] elte [van de verd de hel. Een gede Schelde de pbrug over kon nog de schi t, een ee w en m , naar overtrekken (die stoken). in brand werd ge oogen­blik later nomen, ge erden gevangen Vele Belgen w zich or do ts en slech anderen ontkwam ren ee kl er rg bu in eden en haastig te verkle verder te gaan.”

Kroniekschrijver Jozef Muls beschrijft in 1914 van dag tot dag het leven in de belegerde stad. Hij ziet onder andere hoe de troepen vertrekken. “Van de vlotbrug, aan den voet van het oude grijze Steen, vertrok een houten brug-op-schuiten naar den vlaamschen oever. Wij hadden er, den 5den September, aanzienlijke afdeelingen ruiterij zien overtrekken met een sleep van kanonnen, om Dendermonde op de Duitschers te heroveren en de verbindingslijn tusschen Antwerpen en de kust vrij te houden.” (Jozef Muls) Het hoofdkwartier van de pontonniers is het fort Vlaams Hoofd op Linker­oever. Dat militair bolwerk was gelegen aan het huidige Frederik van Eedenplein. Rond dat fort vormde zich een levendige buurt met veel bedrijvigheid vooral in de vorm van horecazaken. Vanuit een eigen treinstation Vlaams Hoofd rijden al vanaf 1844 treinen naar Gent.

5


De pontonbrug 1914 Zes bruggen, als onderdeel van een ruimer militair plan Al in 1859 werd Antwerpen aangeduid als Nationaal Réduit, de laatste verdedigingsgordel waar koning, regering en leger­leiding zich kunnen terugtrekken bij een belegering. In afwachting van steun van de bondgenoten is Antwerpen in principe gemakkelijk te verdedigen en te bevoorraden. Als Versterkte Stelling en levensader voor de stad en de forten moet Antwerpen • voldoende aanvoerlijnen hebben voor troepen en bevoorrading, • een mogelijke aanval via Nederland en de Schelde kunnen afweren, • indien nodig vlot en snel ontruimd kunnen worden. In 1914 ligt er enkel in Temse een vaste brug over de Schelde. In Antwerpen vertrekken van op de Suikerrui ook veerboten. Maar dat is niet voldoende voor een snelle ontruiming van de stad. Daarom worden er vier bruggen gebouwd over de Schelde: tussen het Steen en Sint-Anna, tussen Hoboken en Burcht, tussen Hemiksem en Bazel en in Rupelmonde. Er komen ook twee bruggen over de Rupel: aan het Tolhuis en aan het Hellegat. Al het materiaal is al voor de oorlog aan­ ge­ kocht en ligt opgeslagen in het Vlaams Hoofd: het metalen brugdek, de houten planken voor de vloeren en voor de hellingen tussen brug en kade.

De brug aan het Steen is in een week klaar De bouw van de brug start op 2 augustus 1914, twee dagen voor de Duitse inval. De eerste taak bestaat erin om al het opgeslagen materiaal van aan het Vlaams Hoofd naar de voet van de brug te vervoeren, ongeveer 400 meter verder. De pontonniers werken ononderbroken, van zes 4

uur ’s morgens tot zes uur ’s avonds. Er is enkel een pauze voor een tweede maaltijd en het schillen van de aard­ appelen. Meestal wordt er ook ’s avonds en ’s nachts verder gewerkt. “Soms duurde het werk zonder onder­ breking 15, 20, 24 [uur] en vaak nog langer, ongeacht de weersomstandigheden”, getuigt commandant Piérard.

De brug moet open kunnen voor de binnenscheepvaart op de Schelde. Aan het Vlaams Hoofd worden twee ‘portières’ of doorlaten van elk 42 meter breed gemaakt en telkens op twee boten gemonteerd. Om binnenschepen door te laten, worden die doorlaten tijdelijk weggevaren. Na zeven dagen is de brug klaar. Op 9 augustus komt een delegatie van militaire en burgerlijke hoogwaar­dig­heids­ bekleders de brug inspecteren, waaronder de burge­ meester, generaal Dufour, de gouverneur en enkele buitenlandse consuls. Volgens Gazet van Antwerpen werd “het prachtige werk der pontonniers door allen bewonderd. Ook werd commandant Piérard die aan het hoofd staat van dit uitgelezen korps, hartelijk door generaal Dufour gelukgewenscht.”

De brug drijft op 25 binnenschepen. De schepen worden verankerd zodat ze ter plaatse blijven en niet uit elkaar drijven door het tij of de stroming. Om het getijdeverschil op te vangen, worden de neuzen afwisse­lend stroomop- en stroomafwaarts gelegd. Op de schepen worden balken gemonteerd, en daarop het brugdek en de relingen. De hellingen tussen brug en kade overbruggen de tijverschillen.

Soldaat Odon Van Pevenage maakt deel uit van die troepen. Hij is erg onder de indruk. “Zo kwamen we aan de dijk waar wij het water over moesten. Nog nooit had ik zo’n breed water gezien. De brug waar we over moesten, was gemaakt van schepen met planken erop. Ze was gemaakt door de genie om het troepenverkeer te vergemakkelijken. Ik denk dat het water hier wel driehonderd meter breed was.”

De pontonbrug wordt permanent gebruikt

ugustus 1914

Donderdag 13 A Een schipbrug

bij Antwerpen.

brug over Anneken is een “Tegenover St. bestemd is ug br e n. Dez de Schelde gelege verzeket der troepen te om den overtoch kanonte oo munitie en gr ren, materiaal, rmd vo ge d er w oeren; zij nen te laten verv rv waa an handelsschepen, door middel van beschikig werden ter sommige vrijwill andere de d, krijgsoverhei king gesteld der opgevorderd.”

ober 1914.

Dinsdag 13 Oct

trokken uit was men wegge “In wilde haast edigers] elte [van de verd de hel. Een gede Schelde de pbrug over kon nog de schi t, een ee w en m , naar overtrekken (die stoken). in brand werd ge oogen­blik later nomen, ge erden gevangen Vele Belgen w zich or do ts en slech anderen ontkwam ren ee kl er rg bu in eden en haastig te verkle verder te gaan.”

Kroniekschrijver Jozef Muls beschrijft in 1914 van dag tot dag het leven in de belegerde stad. Hij ziet onder andere hoe de troepen vertrekken. “Van de vlotbrug, aan den voet van het oude grijze Steen, vertrok een houten brug-op-schuiten naar den vlaamschen oever. Wij hadden er, den 5den September, aanzienlijke afdeelingen ruiterij zien overtrekken met een sleep van kanonnen, om Dendermonde op de Duitschers te heroveren en de verbindingslijn tusschen Antwerpen en de kust vrij te houden.” (Jozef Muls) Het hoofdkwartier van de pontonniers is het fort Vlaams Hoofd op Linker­oever. Dat militair bolwerk was gelegen aan het huidige Frederik van Eedenplein. Rond dat fort vormde zich een levendige buurt met veel bedrijvigheid vooral in de vorm van horecazaken. Vanuit een eigen treinstation Vlaams Hoofd rijden al vanaf 1844 treinen naar Gent.

5


De pontonbrug als

aanvoerlijn

De bruggen over de Schelde moeten vlotte troepenbewegingen mogelijk maken en het transport van materiaal en bevoorrading tussen de twee oevers. De bouw gebeurt door speciaal daartoe opgeleide pontonniers van het Belgische leger. Het zijn Genietroepen met een gevechts­ opleiding. Ze staan in voor de bouw van de bruggen, het onderhoud en de herstellingen, de bewaking, het openen en sluiten van de bruggen, het onderhoud van de spoorwegbrug in Temse en enkele schepen om de Schelde over te steken, de bewaking van de Schelde en de eventuele vernietiging van de bruggen.

De militaire controle van de brug en de Schelde De pontonbrug wordt scherp bewaakt. Het leger is op zijn hoede voor sabotage en wil ook controleren wie de stad in- en uitgaat. • De technische wacht (2 sergeants, 2 korporaals en 35 à 40 soldaten) zorgt voor het goed functioneren van de brug en voor het onderhoud. • De militaire wacht bewaakt de toegangen tot de brug en loopt wachtdiensten. De brug aan het Steen wordt bewaakt door eenheden van de infanterie, de andere bruggen door de pontonniers zelf. • De rivierwacht ligt stroomopwaarts- en afwaarts voor anker met twee boten. Overdag hijsen ze de vlag, ’s nachts lantaarns. Deze wacht houdt stroomopwaarts ook toezicht met een motorbootje en stroomafwaarts met een sleepboot. • Er wordt permanent patrouille gelopen langs de oevers. • Om te voorkomen dat de bruggen met drijvende mijnen worden opgeblazen door de Duitsers, inspecteren bewapende motorbootjes permanent de Schelde. Aan elke brug staan ook twee pompwagens van de brandweer om te kunnen blussen in geval van brand. 6

De brug is smal, de hellingen steil De smalle brug kan slechts in één richting gebruikt worden. De brug is drie meter breed, heeft een rijbaan van 1,80 meter, en daarnaast een pad voor voetgangers. Om te bepalen welke rijrichting open mag, hebben de brugwachters telefonisch contact met elkaar. De overtocht van de brug is onderworpen aan strenge regels. • Te zwaar geladen voertuigen moeten eerst worden afgeladen. De lading wordt dan verdeeld of moet op de kade achterblijven. • Sommige voertuigen zijn te breed en kunnen niet oversteken. • Soldaten te voet moeten uit cadans lopen om het dreunen van hun stappen te minderen. • Soldaten en officieren te paard moeten afstijgen en de brug twee aan twee oversteken. • Artilleriestukken moeten stapvoets worden gerold. • Auto’s moeten traag rijden en voldoende afstand houden. • Militairen krijgen voorrang, maar ook burgers kunnen de brug gebruiken.

De hellingsgraad van de op- en afrit van de brug hangt af van het tij en van het verkeer op de brug. Bij laagtij liggen de boten waar de brug op steunt lager, waardoor de brughellingen steiler worden. Bij druk verkeer ligt de brug door dat extra gewicht nog lager. Paarden hebben het dan moeilijk om de oever te bereiken. De hellingen lijden onder te zware voer­tuigen en moeten regelmatig hersteld worden. De brug wordt ’s nachts verlicht met elektrische lantaarns. De bekabeling gebeurt door een burgerbedrijf. Na de eerste zeppelin bombardementen moet de stad echter volledig verduisterd worden. Ook de lantaarns op de pontonbrug worden gedoofd of verduisterd. “Sedert dien zeppelin-aanslag leefden wij ’s nachts te Antwerpen in de volledigste duisternis. Om acht uur moest alles gesloten zijn en werd alle tramverkeer geschorst. Nergens mocht uit de vensters der huizes een spleetje licht meer komen of er werd gescheld door politie-agenten of patroeljeerende burgerwachten. De straten en pleinen waren niet meer te herkennen in de donkerte.” (Jozef Muls)

Antwerpen gebombardeerd door een zeppelin

7


De pontonbrug als

aanvoerlijn

De bruggen over de Schelde moeten vlotte troepenbewegingen mogelijk maken en het transport van materiaal en bevoorrading tussen de twee oevers. De bouw gebeurt door speciaal daartoe opgeleide pontonniers van het Belgische leger. Het zijn Genietroepen met een gevechts­ opleiding. Ze staan in voor de bouw van de bruggen, het onderhoud en de herstellingen, de bewaking, het openen en sluiten van de bruggen, het onderhoud van de spoorwegbrug in Temse en enkele schepen om de Schelde over te steken, de bewaking van de Schelde en de eventuele vernietiging van de bruggen.

De militaire controle van de brug en de Schelde De pontonbrug wordt scherp bewaakt. Het leger is op zijn hoede voor sabotage en wil ook controleren wie de stad in- en uitgaat. • De technische wacht (2 sergeants, 2 korporaals en 35 à 40 soldaten) zorgt voor het goed functioneren van de brug en voor het onderhoud. • De militaire wacht bewaakt de toegangen tot de brug en loopt wachtdiensten. De brug aan het Steen wordt bewaakt door eenheden van de infanterie, de andere bruggen door de pontonniers zelf. • De rivierwacht ligt stroomopwaarts- en afwaarts voor anker met twee boten. Overdag hijsen ze de vlag, ’s nachts lantaarns. Deze wacht houdt stroomopwaarts ook toezicht met een motorbootje en stroomafwaarts met een sleepboot. • Er wordt permanent patrouille gelopen langs de oevers. • Om te voorkomen dat de bruggen met drijvende mijnen worden opgeblazen door de Duitsers, inspecteren bewapende motorbootjes permanent de Schelde. Aan elke brug staan ook twee pompwagens van de brandweer om te kunnen blussen in geval van brand. 6

De brug is smal, de hellingen steil De smalle brug kan slechts in één richting gebruikt worden. De brug is drie meter breed, heeft een rijbaan van 1,80 meter, en daarnaast een pad voor voetgangers. Om te bepalen welke rijrichting open mag, hebben de brugwachters telefonisch contact met elkaar. De overtocht van de brug is onderworpen aan strenge regels. • Te zwaar geladen voertuigen moeten eerst worden afgeladen. De lading wordt dan verdeeld of moet op de kade achterblijven. • Sommige voertuigen zijn te breed en kunnen niet oversteken. • Soldaten te voet moeten uit cadans lopen om het dreunen van hun stappen te minderen. • Soldaten en officieren te paard moeten afstijgen en de brug twee aan twee oversteken. • Artilleriestukken moeten stapvoets worden gerold. • Auto’s moeten traag rijden en voldoende afstand houden. • Militairen krijgen voorrang, maar ook burgers kunnen de brug gebruiken.

De hellingsgraad van de op- en afrit van de brug hangt af van het tij en van het verkeer op de brug. Bij laagtij liggen de boten waar de brug op steunt lager, waardoor de brughellingen steiler worden. Bij druk verkeer ligt de brug door dat extra gewicht nog lager. Paarden hebben het dan moeilijk om de oever te bereiken. De hellingen lijden onder te zware voer­tuigen en moeten regelmatig hersteld worden. De brug wordt ’s nachts verlicht met elektrische lantaarns. De bekabeling gebeurt door een burgerbedrijf. Na de eerste zeppelin bombardementen moet de stad echter volledig verduisterd worden. Ook de lantaarns op de pontonbrug worden gedoofd of verduisterd. “Sedert dien zeppelin-aanslag leefden wij ’s nachts te Antwerpen in de volledigste duisternis. Om acht uur moest alles gesloten zijn en werd alle tramverkeer geschorst. Nergens mocht uit de vensters der huizes een spleetje licht meer komen of er werd gescheld door politie-agenten of patroeljeerende burgerwachten. De straten en pleinen waren niet meer te herkennen in de donkerte.” (Jozef Muls)

Antwerpen gebombardeerd door een zeppelin

7


De pontonbrug als vluchtroute

“Een oude dokwerker uit het schipperskwartier vertelde mij van de vlucht die hij gezien had langs de Schelde. Trekschuiten, mosselbakken, slepers, roeibooten, zeilschepen, al wat maar varen kon werd gebruikt, om de verschrikking der beschoten en brandende stad te ontkomen. De menschen sprongen van op de hooge kaaimuren in de tot-zinkens-toe volgeladen vaartuigen. Het was een wemeling van zwarte booten op de vlakte van den breeden stroom in den rooden gloed der petroleum-tanks die brandden in de richting van Hoboken.” (Jozef Muls)

De strategische terugtocht van het veldleger Op 6 oktober geeft koning Albert 1 het veldleger het bevel zich terug te trekken naar de andere kant van de Schelde. Dat gebeurt ’s nachts, om te vermijden dat de Duitsers de terugtrekking opmerken. Jozef Muls schrijft: “Toen kwam een ander groot lawaai aanstuwen uit den nacht. Ik bleef staan en luisterde aandachtig naar die vreemde gonzing van de lucht. Het werd ontzettend. Het was een benauwelijk gejoel als door doolhoven. Dan vernam ik duidelijk het gedreun van honderden en honderden paardenhoeven.” Muls ziet aan het Centraal Station een stoet van “donkere ruiters” die de stad intrekken en met “rammelende kanonnen en caissons door de dreunende straten reden.” Hij volgt de stoet richting Schelde en in het zwakke schijnsel van de maan ziet hij “de donkere, nare vlucht, kleintjes voortschuiven naar den Vlaamschen oever, over de lange houten brug waarvan de balken schokten.” Terug thuis hoort hij de hele nacht hoe de wegtrekkende kanonnen door de stad rollen. Op 7 oktober ziet hij hoe de auto van koning Albert de stad verlaat via de pontonbrug aan het Steen.

Ook de bevolking vlucht De dreiging van Duitse bombardementen hangt over de stad. De soldaten zijn verslagen, vermoeid en bang. Overal heerst angst en meer dan honderdduizend burgers proberen te vluchten. De massa vormt “een teugelloze menigte, die ter plaatse golfde, als een oogst in de storm, en haar gramschap uitschreeuwde, klaagde en verwensingen toestuurde.” De wegen naar de kaaien zitten volledig geblokkeerd, mensen moeten uren aanschuiven. De zee van mensen en rijtuigen belemmert het leger vaak de weg. 8

Toch probeert men de uittocht strak te organiseren. De burgers moeten wachten tot de soldaten de brug over zijn. Een Britse krant bericht hoe gendarmes, gewapend met bajonetten, de drummende menigte uren lang op afstand houdt om het leger de doorgang te verzekeren. Wanneer de brug echter overrompeld wordt door mensen in paniek, kunnen de bewakers de toestroom niet onder controle houden.

De aftocht verloopt chaotisch Vluchtende mensen zitten uren vast zonder voor of achteruit te kunnen. Ze hebben hun beste kleren aangetrokken – wie weet waar komen ze tijdens hun vlucht terecht? Inderhaast hebben ze wat spullen bij elkaar gezocht en sleuren die mee in kruiwagens, kinderwagens of karren vol huisraad die getrokken worden door ossen en ezels. Er is paniek, met geschreeuw van mensen, huilende baby’s, blaffende honden, koeien die loeien. Auto’s, ziekenwagens en bussen rijden zich vast in de massa. De veerdienst naar Sint-Anna kan om het kwartier 200 mensen overzetten.

‘De vluchtelingen’ Eugeen Van Mieghem -1914

De brandende petroleumtanks vormen een apocalyptisch schouwspel, met vlammen, “zeker honderd voet hoog.” De wachtenden op de kaaien klagen bijna te stikken “in de zware, met petroleum beladen lucht.” (Dirk Van Thuyne)

Aantal vluchtelingen Vele tienduizenden mensen ontvluchten de brandende stad langs de pontonbrug. De kranten berichten uiteenlopend over het exacte aantal vluchtelingen, dat in alle chaos moeilijk in te schatten is. The New York Times schrijft: “Besides the long exodus by the roads to Holland I saw a crowd estimated 15 000 blocking the ferry and pontoon (at Antwerp) on their way to get trains to St. Nicholas and Ghent.” De krant Le Bruxellois spreekt van 200 000 vluchte­ lingen, andere kranten zelfs van 500 000. Er vluchten alleszins meer dan honderdduizend burgers over de bruggen of met schepen naar de Linkeroever, richting Gent, Brugge, de kust en Zeeuws-Vlaanderen. Ze gaan meestal te voet. Het spoor aan het Vlaams Hoofd mag enkel voor militaire doeleinden worden gebruikt. Veel vluchtelingen gaan ook te voet of per trein naar Nederland. Soldaten die hun eenheid zijn kwijtgeraakt en naar het neutrale Nederland trekken, worden daar geïnterneerd, zoals het internationaal krijgsrecht voorschrijft.

Over de pontonbrug trekt een niet afhoudende mensenmassa en een colonne voertuigen naar Linkeroever. Het laagtij en het gewicht van de massa zorgen er op een bepaald moment voor dat hellingen aan de kade zo schuin liggen dat soldaten, burgers en zelfs een kinderwagen in de rivier belanden. Journalisten uit binnen- en buiten berichten over de chaos op en rond de brug. Een journalist van de New York Times schrijft: “The twenty-foot entrance to that pontoon bridge seemed to me like the mouth of a funnel through which poured the dense misery of an entire nation.”

menschenzee, een massa “Aan de Schelde is het één waelen, huifkarren, kermis van rijtuigen, automobi t pon om mpvol gaat de sto gens, ja wat niet al. Sta t… vas t har n de. Ik houd mij geregeld naar de overzij t valt.” naa gra n gee ar als daar ma 9


De pontonbrug als vluchtroute

“Een oude dokwerker uit het schipperskwartier vertelde mij van de vlucht die hij gezien had langs de Schelde. Trekschuiten, mosselbakken, slepers, roeibooten, zeilschepen, al wat maar varen kon werd gebruikt, om de verschrikking der beschoten en brandende stad te ontkomen. De menschen sprongen van op de hooge kaaimuren in de tot-zinkens-toe volgeladen vaartuigen. Het was een wemeling van zwarte booten op de vlakte van den breeden stroom in den rooden gloed der petroleum-tanks die brandden in de richting van Hoboken.” (Jozef Muls)

De strategische terugtocht van het veldleger Op 6 oktober geeft koning Albert 1 het veldleger het bevel zich terug te trekken naar de andere kant van de Schelde. Dat gebeurt ’s nachts, om te vermijden dat de Duitsers de terugtrekking opmerken. Jozef Muls schrijft: “Toen kwam een ander groot lawaai aanstuwen uit den nacht. Ik bleef staan en luisterde aandachtig naar die vreemde gonzing van de lucht. Het werd ontzettend. Het was een benauwelijk gejoel als door doolhoven. Dan vernam ik duidelijk het gedreun van honderden en honderden paardenhoeven.” Muls ziet aan het Centraal Station een stoet van “donkere ruiters” die de stad intrekken en met “rammelende kanonnen en caissons door de dreunende straten reden.” Hij volgt de stoet richting Schelde en in het zwakke schijnsel van de maan ziet hij “de donkere, nare vlucht, kleintjes voortschuiven naar den Vlaamschen oever, over de lange houten brug waarvan de balken schokten.” Terug thuis hoort hij de hele nacht hoe de wegtrekkende kanonnen door de stad rollen. Op 7 oktober ziet hij hoe de auto van koning Albert de stad verlaat via de pontonbrug aan het Steen.

Ook de bevolking vlucht De dreiging van Duitse bombardementen hangt over de stad. De soldaten zijn verslagen, vermoeid en bang. Overal heerst angst en meer dan honderdduizend burgers proberen te vluchten. De massa vormt “een teugelloze menigte, die ter plaatse golfde, als een oogst in de storm, en haar gramschap uitschreeuwde, klaagde en verwensingen toestuurde.” De wegen naar de kaaien zitten volledig geblokkeerd, mensen moeten uren aanschuiven. De zee van mensen en rijtuigen belemmert het leger vaak de weg. 8

Toch probeert men de uittocht strak te organiseren. De burgers moeten wachten tot de soldaten de brug over zijn. Een Britse krant bericht hoe gendarmes, gewapend met bajonetten, de drummende menigte uren lang op afstand houdt om het leger de doorgang te verzekeren. Wanneer de brug echter overrompeld wordt door mensen in paniek, kunnen de bewakers de toestroom niet onder controle houden.

De aftocht verloopt chaotisch Vluchtende mensen zitten uren vast zonder voor of achteruit te kunnen. Ze hebben hun beste kleren aangetrokken – wie weet waar komen ze tijdens hun vlucht terecht? Inderhaast hebben ze wat spullen bij elkaar gezocht en sleuren die mee in kruiwagens, kinderwagens of karren vol huisraad die getrokken worden door ossen en ezels. Er is paniek, met geschreeuw van mensen, huilende baby’s, blaffende honden, koeien die loeien. Auto’s, ziekenwagens en bussen rijden zich vast in de massa. De veerdienst naar Sint-Anna kan om het kwartier 200 mensen overzetten.

‘De vluchtelingen’ Eugeen Van Mieghem -1914

De brandende petroleumtanks vormen een apocalyptisch schouwspel, met vlammen, “zeker honderd voet hoog.” De wachtenden op de kaaien klagen bijna te stikken “in de zware, met petroleum beladen lucht.” (Dirk Van Thuyne)

Aantal vluchtelingen Vele tienduizenden mensen ontvluchten de brandende stad langs de pontonbrug. De kranten berichten uiteenlopend over het exacte aantal vluchtelingen, dat in alle chaos moeilijk in te schatten is. The New York Times schrijft: “Besides the long exodus by the roads to Holland I saw a crowd estimated 15 000 blocking the ferry and pontoon (at Antwerp) on their way to get trains to St. Nicholas and Ghent.” De krant Le Bruxellois spreekt van 200 000 vluchte­ lingen, andere kranten zelfs van 500 000. Er vluchten alleszins meer dan honderdduizend burgers over de bruggen of met schepen naar de Linkeroever, richting Gent, Brugge, de kust en Zeeuws-Vlaanderen. Ze gaan meestal te voet. Het spoor aan het Vlaams Hoofd mag enkel voor militaire doeleinden worden gebruikt. Veel vluchtelingen gaan ook te voet of per trein naar Nederland. Soldaten die hun eenheid zijn kwijtgeraakt en naar het neutrale Nederland trekken, worden daar geïnterneerd, zoals het internationaal krijgsrecht voorschrijft.

Over de pontonbrug trekt een niet afhoudende mensenmassa en een colonne voertuigen naar Linkeroever. Het laagtij en het gewicht van de massa zorgen er op een bepaald moment voor dat hellingen aan de kade zo schuin liggen dat soldaten, burgers en zelfs een kinderwagen in de rivier belanden. Journalisten uit binnen- en buiten berichten over de chaos op en rond de brug. Een journalist van de New York Times schrijft: “The twenty-foot entrance to that pontoon bridge seemed to me like the mouth of a funnel through which poured the dense misery of an entire nation.”

menschenzee, een massa “Aan de Schelde is het één waelen, huifkarren, kermis van rijtuigen, automobi t pon om mpvol gaat de sto gens, ja wat niet al. Sta t… vas t har n de. Ik houd mij geregeld naar de overzij t valt.” naa gra n gee ar als daar ma 9


Technische fiche Pontonbrug 1914 Eenheden die de brug bouwden

10

Pontonbrug 2014

Pontonniers Forteresse de la Position 11de Belgische Geniebataljon uit Burcht en 105de CompagFortifiée d’Anvers, 1ste Compagnie Ponnie Waterbouw uit ’s-Hertogenbosch dat een onderdeel is tonniers van het 1ste Bataljon van de Genie van het 101ste Nederlandse Geniebataljon uit Wezep

Bevelvoerend commandant

kapitein-commandant Virgile Piérard

Coördinatie: Militair Commandant van de Provincie Antwerpen Bevelvoering: Luitenant-kolonel Peter Philipsen, commandant van het 11de Geniebataljon, Luitenant-kolonel Ed Caelen, commandant van het 101ste Geniebataljon

Troepensterkte

ongeveer 310 manschappen, onder leiding van 7 officieren

+/- 150 bij de opbouw en opbreken, +/- 60 bij de exploitatie

Hoofdkwartier

Vlaams Hoofd, fort aan het huidige Van Eedenplein

Legering in: Burcht, Wezep en ’s-Hertogenbosch

Lengte van de brug

390 meter

370 meter

Breedte van de brug

3 meter

8,12 meter en 4,10 meter voor de rijweg

Type

Eiffel - Het constructieplan was reeds voor de oorlog uitgetekend en gebouwd

Faltswimmbrücke (FSB) pontonbrug, valreep, 20 voet Bailey brug

Materiaal

ijzer, hout, opgevorderde schepen

FSB: Aluminium Valreep en Bailey brug: staal en hout

Ligging

Suikerrui / Steen - Vlaams Hoofd

Tussen aanlegponton aan het Steen op Rechteroever en de aanlegsteiger van het loodswezen op Linkeroever.

Bouw

van 2 tot 9 augustus 1914

2 & 3 oktober 2014

Vernietiging

bevel: 8 oktober 1914 uitvoering: 9 oktober 1914, 6.30 - 8.30 uur

6 oktober 2014 (opbreken van de brug)

Doorgang voor de scheepvaart

De vernietiging

De pontonbrug heeft twee doorgangen voor binnenschepen. Die mogen enkel door mits een expliciete toestemming. Commandant Piérard vaardigt een bericht uit met onder andere volgende richtlijnen.

De avond van 8 oktober 1914 krijgt kapitein-commandant Piérard van luitenant-generaal Deguise het bevel om de bruggen bij Burcht en het Steen op te blazen. Zij mogen immers niet in handen van de vijand vallen. De ochtend van 9 oktober wordt de pontonbrug in Burcht om 5 uur ’s morgens opgeblazen, de pontonbrug aan het Steen om 8.30 uur. Aan de kant van de stad worden 25 schepen in brand gestoken door de pontonniers. The New York Times schrijft: “… there was a crash that shook the whole building, the sound of falling glass, and out in the river a geyser of water shot up, timbers and boards flew from the bridge, and there were dozens of smaller splashes as if from a shower of shot. It was the Belgians blowing up the bridge to cover their retreat.”

• •

Van af het Zuiduiteinde der Scheldekaaien tot aan de Royerssluis mag geen enkel vaartuig in de rivier verblijven zonder toelating vanwege den Bevelhebber van de Cie der Pontonniers. Diensvolgens moeten alle niet toegelaten schepen welke zich binnen deze grenzen bevinden oogenblikkelijk de dokken inhalen of in de toevluchtskrikken van den linkeroever. De schepen in de rivier geankerd of aan de kaai gemeerd zullen hunne ankers of meertouwen moeten versterken. De sluiting der brug is aangeduid door eenen zwarten bol, boven op een mast geplaatst; wanneer de brug open zijn zal, zullen de schepen alleen tegen stroom in en bij stilstaande water mogen doorvaren. De brug zal nooit na zonsondergang en voor zonsopgang geopend worden.

Op Linkeroever proberen torpedisten om zes schepen te laten ontploffen, maar dat lukt slechts gedeeltelijk. Een journalist schrijft: “The mines which were exploded beneath it did more damage to the buildings along the waterfront than to the bridge, however, only the middle spans of which were destroyed.” De torpedisten beschieten de andere schepen om ze tot zinken te brengen. De pontonniers brengen de drijvende doorgangen naar de oever. Ze vernietigen ook de hangars en het materieel van het fort Vlaams Hoofd. De vernietiging duurt zo’n twintig minuten. Op dat moment zijn er nog soldaten in de stad. Wanneer zij merken dat er voor hen geen vluchtweg meer is, geraken zij in paniek. Getuigen zien hoe zij nog proberen om in bootjes te geraken en om hulp roepen. Sommige achterblijvers schieten zelfs op de vluchtende bootjes, wanneer die niet terugkeren om hen op te pikken. Piérard en zijn pontonniers verlaten Antwerpen richting neutraal Nederland waar zij op 10 oktober geïnterneerd worden. Na een internering in Amersfoort en Den Haag wordt Piérard na de oorlog naar België gerepatrieerd.

Om hun aftocht te dekken vernielden de Belgische troepen de aanleg­steiger op Linkeroever. 11


Technische fiche Pontonbrug 1914 Eenheden die de brug bouwden

10

Pontonbrug 2014

Pontonniers Forteresse de la Position 11de Belgische Geniebataljon uit Burcht en 105de CompagFortifiée d’Anvers, 1ste Compagnie Ponnie Waterbouw uit ’s-Hertogenbosch dat een onderdeel is tonniers van het 1ste Bataljon van de Genie van het 101ste Nederlandse Geniebataljon uit Wezep

Bevelvoerend commandant

kapitein-commandant Virgile Piérard

Coördinatie: Militair Commandant van de Provincie Antwerpen Bevelvoering: Luitenant-kolonel Peter Philipsen, commandant van het 11de Geniebataljon, Luitenant-kolonel Ed Caelen, commandant van het 101ste Geniebataljon

Troepensterkte

ongeveer 310 manschappen, onder leiding van 7 officieren

+/- 150 bij de opbouw en opbreken, +/- 60 bij de exploitatie

Hoofdkwartier

Vlaams Hoofd, fort aan het huidige Van Eedenplein

Legering in: Burcht, Wezep en ’s-Hertogenbosch

Lengte van de brug

390 meter

370 meter

Breedte van de brug

3 meter

8,12 meter en 4,10 meter voor de rijweg

Type

Eiffel - Het constructieplan was reeds voor de oorlog uitgetekend en gebouwd

Faltswimmbrücke (FSB) pontonbrug, valreep, 20 voet Bailey brug

Materiaal

ijzer, hout, opgevorderde schepen

FSB: Aluminium Valreep en Bailey brug: staal en hout

Ligging

Suikerrui / Steen - Vlaams Hoofd

Tussen aanlegponton aan het Steen op Rechteroever en de aanlegsteiger van het loodswezen op Linkeroever.

Bouw

van 2 tot 9 augustus 1914

2 & 3 oktober 2014

Vernietiging

bevel: 8 oktober 1914 uitvoering: 9 oktober 1914, 6.30 - 8.30 uur

6 oktober 2014 (opbreken van de brug)

Doorgang voor de scheepvaart

De vernietiging

De pontonbrug heeft twee doorgangen voor binnenschepen. Die mogen enkel door mits een expliciete toestemming. Commandant Piérard vaardigt een bericht uit met onder andere volgende richtlijnen.

De avond van 8 oktober 1914 krijgt kapitein-commandant Piérard van luitenant-generaal Deguise het bevel om de bruggen bij Burcht en het Steen op te blazen. Zij mogen immers niet in handen van de vijand vallen. De ochtend van 9 oktober wordt de pontonbrug in Burcht om 5 uur ’s morgens opgeblazen, de pontonbrug aan het Steen om 8.30 uur. Aan de kant van de stad worden 25 schepen in brand gestoken door de pontonniers. The New York Times schrijft: “… there was a crash that shook the whole building, the sound of falling glass, and out in the river a geyser of water shot up, timbers and boards flew from the bridge, and there were dozens of smaller splashes as if from a shower of shot. It was the Belgians blowing up the bridge to cover their retreat.”

• •

Van af het Zuiduiteinde der Scheldekaaien tot aan de Royerssluis mag geen enkel vaartuig in de rivier verblijven zonder toelating vanwege den Bevelhebber van de Cie der Pontonniers. Diensvolgens moeten alle niet toegelaten schepen welke zich binnen deze grenzen bevinden oogenblikkelijk de dokken inhalen of in de toevluchtskrikken van den linkeroever. De schepen in de rivier geankerd of aan de kaai gemeerd zullen hunne ankers of meertouwen moeten versterken. De sluiting der brug is aangeduid door eenen zwarten bol, boven op een mast geplaatst; wanneer de brug open zijn zal, zullen de schepen alleen tegen stroom in en bij stilstaande water mogen doorvaren. De brug zal nooit na zonsondergang en voor zonsopgang geopend worden.

Op Linkeroever proberen torpedisten om zes schepen te laten ontploffen, maar dat lukt slechts gedeeltelijk. Een journalist schrijft: “The mines which were exploded beneath it did more damage to the buildings along the waterfront than to the bridge, however, only the middle spans of which were destroyed.” De torpedisten beschieten de andere schepen om ze tot zinken te brengen. De pontonniers brengen de drijvende doorgangen naar de oever. Ze vernietigen ook de hangars en het materieel van het fort Vlaams Hoofd. De vernietiging duurt zo’n twintig minuten. Op dat moment zijn er nog soldaten in de stad. Wanneer zij merken dat er voor hen geen vluchtweg meer is, geraken zij in paniek. Getuigen zien hoe zij nog proberen om in bootjes te geraken en om hulp roepen. Sommige achterblijvers schieten zelfs op de vluchtende bootjes, wanneer die niet terugkeren om hen op te pikken. Piérard en zijn pontonniers verlaten Antwerpen richting neutraal Nederland waar zij op 10 oktober geïnterneerd worden. Na een internering in Amersfoort en Den Haag wordt Piérard na de oorlog naar België gerepatrieerd.

Om hun aftocht te dekken vernielden de Belgische troepen de aanleg­steiger op Linkeroever. 11


De pontonbrug 100 jaar later Linkeroever

Stafbrevethouder Dirk Verhaegen, Militair Commandant van de Provincie Antwerpen is sinds april 2014 met pensioen. Hij speelde van bij de start van ons herdenkingsproject een belangrijke rol in de technische coördinatie en realisatie van de pontonbrug. Dirk Verhaegen maakte wat onmogelijk was mogelijk. Dhr. Verhaegen is opgevolgd door kolonel Paul Haccuria.

Rechteroever Verankerd aan de steiger van de zeevaartpolitie

Vouwbrug +/- 340 m Valreep 38 m verankerd op de oever

Het drijvende gedeelte is ongeveer 270 meter lang en bestaat uit 15 à 20 ponton­boten die elk ongeveer drie gekoppelde ponton­elementen zullen aandrijven. Het totale aluminium geraamte weegt ongeveer 200 ton – samen goed voor 40  vrachtwagens materieel. De montage en controle van de brug gebeurt door ongeveer 150 Geniesoldaten, voor de helft uit Nederland, de anderen uit België. Er worden ook duikers ingeschakeld. De drijvende pontons worden ter plaatse gehouden met behulp van de schroeven van de ponton­boten. Die moeten heel nauwkeurig gemonitord worden, 24 uur op 24 uur. Want tussen eb en vloed bijvoorbeeld is het ‘dood tij’ en staat het water nagenoeg stil, maar op zijn sterkst kan het water tot 9 kilometer per uur stromen. Dat is een enorme kracht. Bovendien moet de brug regelmatig open kunnen om de scheepvaart door te laten. Dat wordt al vanaf Vlissingen in het oog gehouden.

12

“De bouw van zo’n brug is echt niet evident, want de Schelde is in Antwerpen ongeveer 370 meter breed en de stroming is soms zeer sterk. De Genietroepen van het 11de Geniebataljon uit Burcht zorgen voor de aankomst op de oever en de organisatie. Het 101ste Geniebataljon uit Wezep in Nederland bouwt samen met hun 105de Brugcompagnie uit ’sHertogenbosch het drijvende gedeelte. Als voorbereiding voor het herdenkingsweekend op 3, 4 en 5 oktober legden de Belgische en Nederlandse Genietroepen op zaterdag 28 september een testbrug. Want simpel is het niet. Het is eigenlijk een grote meccano, met stukken die niet altijd juist in elkaar passen. De voorbereiding is niet alleen een enorme technische uitdaging. We maken ook een risicoanalyse, een preventie- en veiligheidsplan, er moeten afspraken gemaakt worden met de havenautoriteiten, met de burgerlijke en militaire overheden, enzovoort. Als we daarover vergaderen zijn we altijd met minstens dertig aanwezigen. Maar die samenwerking verloopt heel goed, iedereen is enthousiast. De bouw van deze brug is een schitterend voorbeeld van internationale defensie­samenwerking op Europees niveau, in dit geval tussen België en Nederland en volledig in lijn met het beleid van onze Ministers van Defensie. En het is prachtig om in 2014 over de Schelde in Antwerpen een Vredesbrug voor alle burgers te kunnen aanleggen!” 13


De pontonbrug 100 jaar later Linkeroever

Stafbrevethouder Dirk Verhaegen, Militair Commandant van de Provincie Antwerpen is sinds april 2014 met pensioen. Hij speelde van bij de start van ons herdenkingsproject een belangrijke rol in de technische coördinatie en realisatie van de pontonbrug. Dirk Verhaegen maakte wat onmogelijk was mogelijk. Dhr. Verhaegen is opgevolgd door kolonel Paul Haccuria.

Rechteroever Verankerd aan de steiger van de zeevaartpolitie

Vouwbrug +/- 340 m Valreep 38 m verankerd op de oever

Het drijvende gedeelte is ongeveer 270 meter lang en bestaat uit 15 à 20 ponton­boten die elk ongeveer drie gekoppelde ponton­elementen zullen aandrijven. Het totale aluminium geraamte weegt ongeveer 200 ton – samen goed voor 40  vrachtwagens materieel. De montage en controle van de brug gebeurt door ongeveer 150 Geniesoldaten, voor de helft uit Nederland, de anderen uit België. Er worden ook duikers ingeschakeld. De drijvende pontons worden ter plaatse gehouden met behulp van de schroeven van de ponton­boten. Die moeten heel nauwkeurig gemonitord worden, 24 uur op 24 uur. Want tussen eb en vloed bijvoorbeeld is het ‘dood tij’ en staat het water nagenoeg stil, maar op zijn sterkst kan het water tot 9 kilometer per uur stromen. Dat is een enorme kracht. Bovendien moet de brug regelmatig open kunnen om de scheepvaart door te laten. Dat wordt al vanaf Vlissingen in het oog gehouden.

12

“De bouw van zo’n brug is echt niet evident, want de Schelde is in Antwerpen ongeveer 370 meter breed en de stroming is soms zeer sterk. De Genietroepen van het 11de Geniebataljon uit Burcht zorgen voor de aankomst op de oever en de organisatie. Het 101ste Geniebataljon uit Wezep in Nederland bouwt samen met hun 105de Brugcompagnie uit ’sHertogenbosch het drijvende gedeelte. Als voorbereiding voor het herdenkingsweekend op 3, 4 en 5 oktober legden de Belgische en Nederlandse Genietroepen op zaterdag 28 september een testbrug. Want simpel is het niet. Het is eigenlijk een grote meccano, met stukken die niet altijd juist in elkaar passen. De voorbereiding is niet alleen een enorme technische uitdaging. We maken ook een risicoanalyse, een preventie- en veiligheidsplan, er moeten afspraken gemaakt worden met de havenautoriteiten, met de burgerlijke en militaire overheden, enzovoort. Als we daarover vergaderen zijn we altijd met minstens dertig aanwezigen. Maar die samenwerking verloopt heel goed, iedereen is enthousiast. De bouw van deze brug is een schitterend voorbeeld van internationale defensie­samenwerking op Europees niveau, in dit geval tussen België en Nederland en volledig in lijn met het beleid van onze Ministers van Defensie. En het is prachtig om in 2014 over de Schelde in Antwerpen een Vredesbrug voor alle burgers te kunnen aanleggen!” 13


Historische bruggen over de Schelde in Antwerpen 1584

Tijdens de Tachtig­ jarige Oorlog wordt Antwerpen in 1584 belegerd. Het Spaanse leger wil onder leiding van Alexander Farnese de stad omsingelen. Om de Schelde af te sluiten, bouwt hij een vlotbrug.

In 1795 wordt Antwerpen van de Oostenrijkers ‘bevrijd’ door Frankrijk. Om dat te herdenken, wordt in 1895 een vlotbrug over de Schelde gelegd.

1895

1914

De bruggen van 1584, 1914 en 1944 over de Schelde waren oorlogsbruggen. De nieuwe brug in 2014 wil een Vredesbrug zijn.

1565

14

Soms vormt ijs een ‘natuurlijke brug’ waar iedereen over kan. Er bestaan beelden van de bevroren Schelde in 1565, 1670, 1871 en 1891.

Tijdens de Twee­ de Wereldoorlog legt de Duitse bezetter opnieuw een pontonbrug aan over de Schelde. Bij de terugtrekking in september 1944 brengen ze die tot ontploffing.

1944

Een brug die mensen, jong en oud, binnen- en buitenlanders verbindt.

De pontonbrug in 1914 was een belangrijke aanvoerroute voor militair materieel en vluchtroute voor talloze burgers. Een paar uur na de vernietiging van de brug, trekken de Duitsers de stad binnen. Het Duitse leger wil zelf meteen een nieuwe pontonbrug aanleggen. Dat is niet zo eenvoudig, omdat de brug bij elk hoogtij door het water wordt meegesleurd. Deze brug wordt aangelegd in de Royerssluis, 2,6 kilometer stroomafwaarts van het Steen.

Een brug die bijdraagt aan het collectief geheugen van de stad. Een brug die aanzet tot dromen over de toekomst.

15


Historische bruggen over de Schelde in Antwerpen 1584

Tijdens de Tachtig­ jarige Oorlog wordt Antwerpen in 1584 belegerd. Het Spaanse leger wil onder leiding van Alexander Farnese de stad omsingelen. Om de Schelde af te sluiten, bouwt hij een vlotbrug.

In 1795 wordt Antwerpen van de Oostenrijkers ‘bevrijd’ door Frankrijk. Om dat te herdenken, wordt in 1895 een vlotbrug over de Schelde gelegd.

1895

1914

De bruggen van 1584, 1914 en 1944 over de Schelde waren oorlogsbruggen. De nieuwe brug in 2014 wil een Vredesbrug zijn.

1565

14

Soms vormt ijs een ‘natuurlijke brug’ waar iedereen over kan. Er bestaan beelden van de bevroren Schelde in 1565, 1670, 1871 en 1891.

Tijdens de Twee­ de Wereldoorlog legt de Duitse bezetter opnieuw een pontonbrug aan over de Schelde. Bij de terugtrekking in september 1944 brengen ze die tot ontploffing.

1944

Een brug die mensen, jong en oud, binnen- en buitenlanders verbindt.

De pontonbrug in 1914 was een belangrijke aanvoerroute voor militair materieel en vluchtroute voor talloze burgers. Een paar uur na de vernietiging van de brug, trekken de Duitsers de stad binnen. Het Duitse leger wil zelf meteen een nieuwe pontonbrug aanleggen. Dat is niet zo eenvoudig, omdat de brug bij elk hoogtij door het water wordt meegesleurd. Deze brug wordt aangelegd in de Royerssluis, 2,6 kilometer stroomafwaarts van het Steen.

Een brug die bijdraagt aan het collectief geheugen van de stad. Een brug die aanzet tot dromen over de toekomst.

15


Het project Antwerpen ’14-’18 wordt gerealiseerd in samenwerking met: • • • • • • •

Stad Antwerpen Provincie Antwerpen Toerisme Vlaanderen Impulsfonds 100 jaar Groote Oorlog Vlaamse Overheid Federale Overheid Wetenschappelijk Comité Antwerpen ’14-‘18 Met steun van onze sponsoren

De reconstructie van de brug in oktober 2014 wordt gerealiseerd in samenwerking met: Belgisch ministerie van Defensie Brandweer Antwerpen Hogere Zeevaartschool Antwerpen Eandis Ereburgemeester Antwerpen Bob Cools Federale overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer DG Maritiem Vervoer Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen Genietroepen Burcht Genietroepen Nederland- Den Bosch Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis Militair Provinciecommando Antwerpen Nederlands ministerie van Defensie Politie Antwerpen Scheepvaartpolitie Antwerpen Stad Antwerpen Vlaams Departement Mobiliteit en Openbare Werken – Afdeling Maritieme Toegang • Vlaams Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust Loodswezen • Waterwegen en Zeekanaal • Zanzibar • • • • • • • • • • • • • • • •

Het Wetenschappelijk Comité Antwerpen ’14 -’18 staat in voor de inhoudelijke kwaliteitscontrole van het project: • Marnix Beyen, hoofddocent Universiteit Antwerpen • Christophe Declercq, doctoraatsstudent University College Londen, 16

docent AP Hogeschool (Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen) • Piet Lombaerde, Simon Stevin Stichting en AP Hogeschool • Dirk Martin, Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse • • • • • • • • •

Maatschappij Koen Palinckx, voormalig directeur Vredescentrum en auteur ‘V-bommen op Antwerpen’ Eric Rombouts, gids Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis Inge Schoups, bestuurscoördinator en stadsarchivaris Felixarchief Antwerpen Maarten Van Alstein, onderzoeker Vlaams Vredesinstituut Luc Vandeweyer, archivaris Algemeen Rijksarchief Alex Vanneste, gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen Antoon Vrints, postdoctoraal onderzoeker Universiteit Gent Marleen Van Ouytsel, directeur Vredescentrum Antwerpen (in memoriam) Lotte Dodion, projectmanager Vredescentrum Antwerpen Margot De Deken, projectmanager Vredescentrum Antwerpen

Bronvermelding Algemeen • SOPHIE DE SCHAEPDRIJVER, De Groote Oorlog, Amsterdam/Antwerpen, Atlas, 1979. • ANTOON VRINTS, De Klippen Des Nationalismus, De eerste Wereldoorlog en de ondergang van de Duitse kolonie in Antwerpen, 2002. • SAM VAN CLEMEN, Den Oorlog Verklaard, De Grote Oorlog in de provincie Antwerpen, Antwerpen, Provinciebestuur, 2003. • GEHEUGEN COLLECTIEF, Onderzoeksrapport ‘De pontonbrug aan het Steen’, 2012. Afbeeldingen ‘Antwerpen in de Groote Oorlog’ • Beeldarchief Cegesoma (p.4) • Churchill Archives Centre (p.10) • Collectie Hugo Buyle (p.8, 9) • Collectie Alex Elaut,foto Peter Maes (p.13) • DANIEL JAMES, My First World War, Franklin Watts, London, 2009 (p.7) • Duits propagandaboekje, Hugo Resseler (p.7) • Fotoverzameling Stadsarchief Lier (p.8) • Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis (p.1, 11, 12, 17) • Phil Douglis,The Douglis Visual Workshops (p.6) • Stadsarchief Antwerpen (p.5, 8, 9, 10, 11) • The War Illustrated (p.12)

‘Antwerpen bouwt bruggen’ • BRABO archief (p.14) • Collectie Hugo Buyle (p.7) • Eugeen Van Mieghem Museum (p.8) • Het Virtuele Schaatsmuseum (p.14) • Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis (p.2, 6-7, 9) • Letterenhuis Antwerpen (p.17) • Privécollectie (p.5) • Stadsarchief Antwerpen (p.1, 11, 14, 15) • Technische tekening, 105de Waterbouwcompagnie NL (p.12-13) Citaten ‘Antwerpen in de Groote Oorlog’ • De Tijd, 9 oktober 1914, Genie Museum Jambes (p.12) • Het Volk, 9 oktober 1914, Genie Museum Jambes (p.13) • JOZEF MULS, De val van Antwerpen, Ons Vlaanderen, Gent, 1918 (p.13) ‘Antwerpen bouwt bruggen’ • ALEXANDER POWELL, Fighting in Flanders, London, Heinemann, 1914 (p.8, 11) • DIRK VAN THUYNE, 1914, De Duitsers komen: de moordende begindagen van de Eerste Wereldoorlog, Lannoo, Tielt, 2010 (p.8, 9) • Gazet van Antwerpen, 10 -11-12 augustus 1914 (p.5, 11) • HORACE GREEN, The Log of a Noncombatant, www.greatwardifferent.com (p.9) • IVAN ADRIAESSENS, Odon, dagboek van een IJzerfrontsoldaat, Lannoo, Tielt, 2009 (p.5) • JOZEF MULS, De val van Antwerpen, Ons Vlaanderen, Gent, 1918 (p.5, 7, 8, 9) • Rapport kapitein-commandant Piérard, Verzameling Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, Moskou, Compagnie de Pontonniers, rapport établi le 26 juin 1916, par le Cpt Cdt Piérard, emploi du temps, nature et importance des travaux executés (p.11) • Rotterdamsch Nieuwsblad, 13 augustus 1914, Genie Museum Jambes (p.4) • The New York Times, 11-12 oktober 1914, Genie Museum Jambes (p.8, 11) De uitgever heeft ernaar gestreefd de rechten van de gepubliceerde foto’s te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Colofon Samenstelling: Vredescentrum, Wetenschappelijk Comité Antwerpen ’14 -’18 Historisch vooronderzoek: Geheugen Collectief Auteur: Stefaan Vermeulen Eindredactie: Lotte Dodion en Ann Govaert Vormgeving en illustraties: Het Geel Punt bvba

Bij het uitbreken van de oorlog in augustus 1914, biedt de jonge advocaat Jozef Muls (°1882) zich aan bij de Antwerpse burgerwacht. Al na een week wordt hij vertaler Duits voor de militaire overheid en griffier bij de krijgsraad. Eind september wordt hij aangesteld ‘als burgerlijk advocaat van den krijgsgouverneur‘ om toezicht uit te oefenen op de Duitse handelshuizen waarvan de firmanten waren uitgedreven of in hechtenis genomen’. Jozef Muls volgt de gebeurtenissen in de stad op de voet. Zijn kroniek ‘De Val van Antwerpen’ schetst een levendig beeld van het leven in de belegerde stad. Op 7 oktober vlucht hij zelf de stad uit. Hij verblijft eerst in Londen, daarna in Parijs. Na de wapenstilstand keert hij terug naar Antwerpen, waar hij professor in de kunstgeschiedenis wordt. Auteur Thomas Maes neemt in zijn boek Antwerpen 1914 oude dagboekfragmenten op uit ‘De Val van Antwerpen’ door Jozef Muls. Het boek ‘Antwerpen 1914’ is tijdens de Cultuurmarkt 2013 gelanceerd in samenwerking met uitgeverij Linkeroever. 17


Het project Antwerpen ’14-’18 wordt gerealiseerd in samenwerking met: • • • • • • •

Stad Antwerpen Provincie Antwerpen Toerisme Vlaanderen Impulsfonds 100 jaar Groote Oorlog Vlaamse Overheid Federale Overheid Wetenschappelijk Comité Antwerpen ’14-‘18 Met steun van onze sponsoren

De reconstructie van de brug in oktober 2014 wordt gerealiseerd in samenwerking met: Belgisch ministerie van Defensie Brandweer Antwerpen Hogere Zeevaartschool Antwerpen Eandis Ereburgemeester Antwerpen Bob Cools Federale overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer DG Maritiem Vervoer Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen Genietroepen Burcht Genietroepen Nederland- Den Bosch Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis Militair Provinciecommando Antwerpen Nederlands ministerie van Defensie Politie Antwerpen Scheepvaartpolitie Antwerpen Stad Antwerpen Vlaams Departement Mobiliteit en Openbare Werken – Afdeling Maritieme Toegang • Vlaams Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust Loodswezen • Waterwegen en Zeekanaal • Zanzibar • • • • • • • • • • • • • • • •

Het Wetenschappelijk Comité Antwerpen ’14 -’18 staat in voor de inhoudelijke kwaliteitscontrole van het project: • Marnix Beyen, hoofddocent Universiteit Antwerpen • Christophe Declercq, doctoraatsstudent University College Londen, 16

docent AP Hogeschool (Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen) • Piet Lombaerde, Simon Stevin Stichting en AP Hogeschool • Dirk Martin, Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse • • • • • • • • •

Maatschappij Koen Palinckx, voormalig directeur Vredescentrum en auteur ‘V-bommen op Antwerpen’ Eric Rombouts, gids Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis Inge Schoups, bestuurscoördinator en stadsarchivaris Felixarchief Antwerpen Maarten Van Alstein, onderzoeker Vlaams Vredesinstituut Luc Vandeweyer, archivaris Algemeen Rijksarchief Alex Vanneste, gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen Antoon Vrints, postdoctoraal onderzoeker Universiteit Gent Marleen Van Ouytsel, directeur Vredescentrum Antwerpen (in memoriam) Lotte Dodion, projectmanager Vredescentrum Antwerpen Margot De Deken, projectmanager Vredescentrum Antwerpen

Bronvermelding Algemeen • SOPHIE DE SCHAEPDRIJVER, De Groote Oorlog, Amsterdam/Antwerpen, Atlas, 1979. • ANTOON VRINTS, De Klippen Des Nationalismus, De eerste Wereldoorlog en de ondergang van de Duitse kolonie in Antwerpen, 2002. • SAM VAN CLEMEN, Den Oorlog Verklaard, De Grote Oorlog in de provincie Antwerpen, Antwerpen, Provinciebestuur, 2003. • GEHEUGEN COLLECTIEF, Onderzoeksrapport ‘De pontonbrug aan het Steen’, 2012. Afbeeldingen ‘Antwerpen in de Groote Oorlog’ • Beeldarchief Cegesoma (p.4) • Churchill Archives Centre (p.10) • Collectie Hugo Buyle (p.8, 9) • Collectie Alex Elaut,foto Peter Maes (p.13) • DANIEL JAMES, My First World War, Franklin Watts, London, 2009 (p.7) • Duits propagandaboekje, Hugo Resseler (p.7) • Fotoverzameling Stadsarchief Lier (p.8) • Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis (p.1, 11, 12, 17) • Phil Douglis,The Douglis Visual Workshops (p.6) • Stadsarchief Antwerpen (p.5, 8, 9, 10, 11) • The War Illustrated (p.12)

‘Antwerpen bouwt bruggen’ • BRABO archief (p.14) • Collectie Hugo Buyle (p.7) • Eugeen Van Mieghem Museum (p.8) • Het Virtuele Schaatsmuseum (p.14) • Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis (p.2, 6-7, 9) • Letterenhuis Antwerpen (p.17) • Privécollectie (p.5) • Stadsarchief Antwerpen (p.1, 11, 14, 15) • Technische tekening, 105de Waterbouwcompagnie NL (p.12-13) Citaten ‘Antwerpen in de Groote Oorlog’ • De Tijd, 9 oktober 1914, Genie Museum Jambes (p.12) • Het Volk, 9 oktober 1914, Genie Museum Jambes (p.13) • JOZEF MULS, De val van Antwerpen, Ons Vlaanderen, Gent, 1918 (p.13) ‘Antwerpen bouwt bruggen’ • ALEXANDER POWELL, Fighting in Flanders, London, Heinemann, 1914 (p.8, 11) • DIRK VAN THUYNE, 1914, De Duitsers komen: de moordende begindagen van de Eerste Wereldoorlog, Lannoo, Tielt, 2010 (p.8, 9) • Gazet van Antwerpen, 10 -11-12 augustus 1914 (p.5, 11) • HORACE GREEN, The Log of a Noncombatant, www.greatwardifferent.com (p.9) • IVAN ADRIAESSENS, Odon, dagboek van een IJzerfrontsoldaat, Lannoo, Tielt, 2009 (p.5) • JOZEF MULS, De val van Antwerpen, Ons Vlaanderen, Gent, 1918 (p.5, 7, 8, 9) • Rapport kapitein-commandant Piérard, Verzameling Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, Moskou, Compagnie de Pontonniers, rapport établi le 26 juin 1916, par le Cpt Cdt Piérard, emploi du temps, nature et importance des travaux executés (p.11) • Rotterdamsch Nieuwsblad, 13 augustus 1914, Genie Museum Jambes (p.4) • The New York Times, 11-12 oktober 1914, Genie Museum Jambes (p.8, 11) De uitgever heeft ernaar gestreefd de rechten van de gepubliceerde foto’s te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Colofon Samenstelling: Vredescentrum, Wetenschappelijk Comité Antwerpen ’14 -’18 Historisch vooronderzoek: Geheugen Collectief Auteur: Stefaan Vermeulen Eindredactie: Lotte Dodion en Ann Govaert Vormgeving en illustraties: Het Geel Punt bvba

Bij het uitbreken van de oorlog in augustus 1914, biedt de jonge advocaat Jozef Muls (°1882) zich aan bij de Antwerpse burgerwacht. Al na een week wordt hij vertaler Duits voor de militaire overheid en griffier bij de krijgsraad. Eind september wordt hij aangesteld ‘als burgerlijk advocaat van den krijgsgouverneur‘ om toezicht uit te oefenen op de Duitse handelshuizen waarvan de firmanten waren uitgedreven of in hechtenis genomen’. Jozef Muls volgt de gebeurtenissen in de stad op de voet. Zijn kroniek ‘De Val van Antwerpen’ schetst een levendig beeld van het leven in de belegerde stad. Op 7 oktober vlucht hij zelf de stad uit. Hij verblijft eerst in Londen, daarna in Parijs. Na de wapenstilstand keert hij terug naar Antwerpen, waar hij professor in de kunstgeschiedenis wordt. Auteur Thomas Maes neemt in zijn boek Antwerpen 1914 oude dagboekfragmenten op uit ‘De Val van Antwerpen’ door Jozef Muls. Het boek ‘Antwerpen 1914’ is tijdens de Cultuurmarkt 2013 gelanceerd in samenwerking met uitgeverij Linkeroever. 17


eroev ht

er

Rec Link

ero ev

er 18

19


ANTWERPEN IN DE GROOTE OORLOG Historische achtergrond


Antwerpen herdenkt de ‘Groote Oorlog’

H

werkt aan projecten rond vredesopvoeding en herinnerings­

educatie, zowel voor jongeren als volwassenen. In 2013 en 2014 richt het Vredescentrum zijn werking op de herdenking van 100 jaar Groote Oorlog: als coördinator voor de herdenkingsinitiatieven in de Stad

2000 Antwerpen, tel. 03 292 36 56 – info@vredescentrum.be – www.antwerpen14-18.be

Dit is een uitgave van het Vredescentrum van de Provincie en de Stad Antwerpen vzw, Lombardenvest 23,

et Vredescentrum van de Provincie en de Stad Antwerpen vzw

Antwerpen staat het in samenwerking met de verschillende partners in voor het internationale herdenkingsproject Antwerpen ’14 -’18. Vredescentrum van de Provincie en de Stad Antwerpen vzw Telefoon 03 292 36 56 info@vredescentrum.be www.antwerpen14-18.be www.visitantwerp.be www.vredescentrum.be

2

Antwerpen als tijdelijke hoofdstad in 1914 Antwerpen heeft historisch goede redenen om in 2014 het begin van de Groote Oorlog te herdenken. Kort na de onafhankelijkheid van ons land, werd de Vesting Antwerpen uitgeroepen tot Nationaal Réduit van België: de laatste verschansing voor het leger bij een vijandige inval in afwachting van hulp door de bondgenoten. Toen de Duitse troepen begin augustus 1914 het neutrale België binnenvielen, werd algemeen aangenomen dat de Vesting Ant­ wer­pen, met zijn imposante dubbele fortengordel, onneembaar was. Antwerpen werd tijdelijke hoofdstad van België en zetel van de regering, het parlement, het leger, de koninklijke familie en de diplomatie. De ‘onneembare’ Vesting bleek echter niet opge­ wassen tegen de Duitse overmacht en op 9 oktober 1914 gaf Antwerpen zich over. Een nooit geziene vluchtelingenstroom kwam op gang, eerst naar Antwerpen en na de val van de stad voornamelijk naar Nederland, Frankrijk en Groot-Brittannië. 1 op de 5 Belgen vluchtte het land uit.

Antwerpen in de Europese Unie Vandaag kennen we in onze contreien al bijna zeven decennia vrede. De Europese Unie is ontstaan als een uniek vredesproject en verenigt intussen 28 landen, onder hen vele voormalige vijanden. Antwerpen, 100 jaar geleden een oord van vluchtende mensen, is vandaag zelf een onthaalstad geworden. Met één van de grootste Europese havens, een levendige diamanthandel, een internationaal geroemde kunst- en modescène en een sterk hoger onderwijs, blijft Antwerpen een aantrekkingspool voor binnen- en buitenlanders. De herdenking van WO I in onze stad is een uitge­lezen gelegenheid om bruggen te slaan tussen heden, verleden en toekomst. Het Vredescentrum werkt met de vele partners aan een ambitieus programma en hoopt u te mogen verwelkomen. Gilbert Verstraelen, Voorzitter Vredescentrum Marleen Van Ouytsel, Directeur Vredescentrum (in memoriam)

3


Antwerpen herdenkt de ‘Groote Oorlog’

H

werkt aan projecten rond vredesopvoeding en herinnerings­

educatie, zowel voor jongeren als volwassenen. In 2013 en 2014 richt het Vredescentrum zijn werking op de herdenking van 100 jaar Groote Oorlog: als coördinator voor de herdenkingsinitiatieven in de Stad

2000 Antwerpen, tel. 03 292 36 56 – info@vredescentrum.be – www.antwerpen14-18.be

Dit is een uitgave van het Vredescentrum van de Provincie en de Stad Antwerpen vzw, Lombardenvest 23,

et Vredescentrum van de Provincie en de Stad Antwerpen vzw

Antwerpen staat het in samenwerking met de verschillende partners in voor het internationale herdenkingsproject Antwerpen ’14 -’18. Vredescentrum van de Provincie en de Stad Antwerpen vzw Telefoon 03 292 36 56 info@vredescentrum.be www.antwerpen14-18.be www.visitantwerp.be www.vredescentrum.be

2

Antwerpen als tijdelijke hoofdstad in 1914 Antwerpen heeft historisch goede redenen om in 2014 het begin van de Groote Oorlog te herdenken. Kort na de onafhankelijkheid van ons land, werd de Vesting Antwerpen uitgeroepen tot Nationaal Réduit van België: de laatste verschansing voor het leger bij een vijandige inval in afwachting van hulp door de bondgenoten. Toen de Duitse troepen begin augustus 1914 het neutrale België binnenvielen, werd algemeen aangenomen dat de Vesting Ant­ wer­pen, met zijn imposante dubbele fortengordel, onneembaar was. Antwerpen werd tijdelijke hoofdstad van België en zetel van de regering, het parlement, het leger, de koninklijke familie en de diplomatie. De ‘onneembare’ Vesting bleek echter niet opge­ wassen tegen de Duitse overmacht en op 9 oktober 1914 gaf Antwerpen zich over. Een nooit geziene vluchtelingenstroom kwam op gang, eerst naar Antwerpen en na de val van de stad voornamelijk naar Nederland, Frankrijk en Groot-Brittannië. 1 op de 5 Belgen vluchtte het land uit.

Antwerpen in de Europese Unie Vandaag kennen we in onze contreien al bijna zeven decennia vrede. De Europese Unie is ontstaan als een uniek vredesproject en verenigt intussen 28 landen, onder hen vele voormalige vijanden. Antwerpen, 100 jaar geleden een oord van vluchtende mensen, is vandaag zelf een onthaalstad geworden. Met één van de grootste Europese havens, een levendige diamanthandel, een internationaal geroemde kunst- en modescène en een sterk hoger onderwijs, blijft Antwerpen een aantrekkingspool voor binnen- en buitenlanders. De herdenking van WO I in onze stad is een uitge­lezen gelegenheid om bruggen te slaan tussen heden, verleden en toekomst. Het Vredescentrum werkt met de vele partners aan een ambitieus programma en hoopt u te mogen verwelkomen. Gilbert Verstraelen, Voorzitter Vredescentrum Marleen Van Ouytsel, Directeur Vredescentrum (in memoriam)

3


België

voor de oorlog

De 19de eeuw is een tijd van grote veranderingen. De in­ dustriële revolutie en de exploitatie van grondstoffen uit de kolonies zorgen voor een spectaculaire groei van de wereldeconomie. In het begin van de 20ste eeuw leidt dat ook tot internationale spanningen tussen de grootmach­ ten en een toestand van ‘gewapende vrede’ in de wereld.

België is een economische wereldspeler • • • •

• •

België is het eerste geïndustrialiseerde land op het Europese continent. De eerste spoorlijn op het Europese vasteland verbindt Brussel met Mechelen. Na New York is Antwerpen de tweede grootste wereld­ haven. De Waalse mijnbouw, de staalindustrie en de bouw van spoorwegen, trams en zware machines, zijn de drie pijlers van de Belgische economie. België is de draaischijf van de Europese handel en de vierde handelsmacht ter wereld. Het Belgische koningshuis is sterk verweven met het Duitse en het Britse koningshuis.

In 1914 is België met 7,6 miljoen inwoners het dichtst be­ volkte land ter wereld. Het telde zelfs meer inwoners dan Nederland. Ondanks de sterke economische positie is de gemiddelde levensstandaard in België lager dan in de buurlanden en de rijkdom is erg ongelijk verdeeld. De meeste mensen leven in dorpen, kleine steden en ge­ meenten. Vlaanderen is arm en katholiek. Zowat een kwart van de bevolking is analfabeet. Honderdduizenden Vlaamse kinderen gaan enkel in de winter naar school, omdat ze tijdens de zomer op het land moeten werken. 4

Op zoek naar werk trekken boerenzonen en dagloners naar de indus­triële bekkens. Het leven in de fabrieken is ellendig. Dat leidt tot hevige sociale strijd tegen de armoe­ de en voor het algemeen stemrecht, alleen voor mannen. Het land vertoont enkele grote breuklijnen: het Franstalige, geïndustrialiseerde zuiden verschilt sterk van het agrari­ sche katholieke noorden waar men Nederlands spreekt.

Antwerpen is een kosmopolitische stad

De kosten voor de Brabofontein op de Grote Markt worden vooral betaald door Duitse kooplui.

Aan het begin van de 20ste eeuw is Antwerpen een levendige stad met een grote aantrekkingskracht. Van de meer dan 33 000 inwoners is bijna 13% van vreemde afkomst. De meeste immigranten komen uit Nederland, maar vooral de Duitse gemeenschap is erg goed georganiseerd en staat sociaaleconomisch heel sterk: een derde van de leden van de Kamer van Koophandel is van Duitse afkomst. Deze Duitse Antwerpenaars komen in een lastig parket bij het uitbreken van de oorlog: zijn ze nu Belgen of Duitsers?

De hotels Wagner en Weber naast de opera 5


België

voor de oorlog

De 19de eeuw is een tijd van grote veranderingen. De in­ dustriële revolutie en de exploitatie van grondstoffen uit de kolonies zorgen voor een spectaculaire groei van de wereldeconomie. In het begin van de 20ste eeuw leidt dat ook tot internationale spanningen tussen de grootmach­ ten en een toestand van ‘gewapende vrede’ in de wereld.

België is een economische wereldspeler • • • •

• •

België is het eerste geïndustrialiseerde land op het Europese continent. De eerste spoorlijn op het Europese vasteland verbindt Brussel met Mechelen. Na New York is Antwerpen de tweede grootste wereld­ haven. De Waalse mijnbouw, de staalindustrie en de bouw van spoorwegen, trams en zware machines, zijn de drie pijlers van de Belgische economie. België is de draaischijf van de Europese handel en de vierde handelsmacht ter wereld. Het Belgische koningshuis is sterk verweven met het Duitse en het Britse koningshuis.

In 1914 is België met 7,6 miljoen inwoners het dichtst be­ volkte land ter wereld. Het telde zelfs meer inwoners dan Nederland. Ondanks de sterke economische positie is de gemiddelde levensstandaard in België lager dan in de buurlanden en de rijkdom is erg ongelijk verdeeld. De meeste mensen leven in dorpen, kleine steden en ge­ meenten. Vlaanderen is arm en katholiek. Zowat een kwart van de bevolking is analfabeet. Honderdduizenden Vlaamse kinderen gaan enkel in de winter naar school, omdat ze tijdens de zomer op het land moeten werken. 4

Op zoek naar werk trekken boerenzonen en dagloners naar de indus­triële bekkens. Het leven in de fabrieken is ellendig. Dat leidt tot hevige sociale strijd tegen de armoe­ de en voor het algemeen stemrecht, alleen voor mannen. Het land vertoont enkele grote breuklijnen: het Franstalige, geïndustrialiseerde zuiden verschilt sterk van het agrari­ sche katholieke noorden waar men Nederlands spreekt.

Antwerpen is een kosmopolitische stad

De kosten voor de Brabofontein op de Grote Markt worden vooral betaald door Duitse kooplui.

Aan het begin van de 20ste eeuw is Antwerpen een levendige stad met een grote aantrekkingskracht. Van de meer dan 33 000 inwoners is bijna 13% van vreemde afkomst. De meeste immigranten komen uit Nederland, maar vooral de Duitse gemeenschap is erg goed georganiseerd en staat sociaaleconomisch heel sterk: een derde van de leden van de Kamer van Koophandel is van Duitse afkomst. Deze Duitse Antwerpenaars komen in een lastig parket bij het uitbreken van de oorlog: zijn ze nu Belgen of Duitsers?

De hotels Wagner en Weber naast de opera 5


6

De wereld staat in brand

De Eerste Wereldoorlog groeit uit tot een van de meest moordende conflicten in de geschiedenis.

Meer dan 50 landen zijn bij de oorlog betrokken. 1,5 miljard mensen – meer dan 80 procent van de wereldbevolking – zijn met elkaar in oorlog. Er worden 70 miljoen militairen gemobiliseerd, waarvan 60 miljoen Europeanen. Meer dan 9 miljoen soldaten sneuvelen. De oorlogskosten lopen op tot meer dan 2000 miljard dollar.

Het Belgische wapen dat WO I ontketende

1914

Brussel wordt ontruimd. De koning, de regering en de legertop verhuizen naar Antwerpen.

17 augustus

Het Duitse leger verovert Luik en voert voor het eerst in de geschiedenis een luchtbombardement op burgerdoelen uit.

7 augustus

Duitsland verklaart de oorlog aan België en valt met vele honderdduizenden soldaten het land binnen langs de hele DuitsBelgische grens. Duitsland wil enkel door België trekken om Frankrijk aan te vallen (plan von Schlieffen /von Moltke).

4 augustus

Duitsland wil Frankrijk aanvallen en met zijn leger door het neutrale België oprukken. België weigert de vrije doortocht.

2 augustus

Algemene mobilisatie van het Belgische leger.

31 juli

Antwerpen

De Groote Oorlog komt naar

Onder druk van de oorlogsdreiging wordt eind augustus 1913 de algemene dienst­ plicht ingevoerd voor één zoon per gezin. Bij het uitbreken van de oorlog wordt al snel duidelijk dat het kleine, ondermaats geoefende en te zwak bewapende Belgi­ sche leger niet is opgewassen tegen het machtige Duitsland.

Antwerpen is het ‘Nationaal Réduit’: beschermd door de dubbele forten­gor­ del rond de stad, wordt het beschouwd als het laatste veilige toevluchtsoord voor regering en krijgsmacht. Koning Albert I neemt zijn intrek in het Koninklijk Paleis op de Meir. De opera wordt ingericht als Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Vlaamse Schouw­burg als Senaat. De Generale Staf van het leger verblijft in het gou­ verneurspaleis aan de Schoenmarkt.

Oostenrijk-Hongarije verklaart Servië de oorlog.

28 juli

Van de ‘rechtvaardige wereldorde’ waarover de Amerikaanse president Wilson sprak, komt in de praktijk nog niet veel terecht.

Het Verdrag van Londen in 1839 erkende België als onafhankelijk land. Dat hield de verplichting van ‘gewapende neutraliteit’ in. Bij conflicten moest België afzijdig blijven. Het mocht wel zijn landsgrenzen verdedigen. In 1909 ondertekent Koning Leopold II de Wet op de dienstplicht. Het Belgische leger rekruteert zijn manschap­ pen aanvankelijk onder vrijwilligers en vóór 1909 via het lotelingensysteem.

De Eerste Wereldoorlog verandert het gezicht van de wereld. • De technologische vooruitgang in bewapening en vernietigingskracht is ongezien. • Nooit eerder worden zoveel burgers gemobi­ liseerd in de oorlogsindustrie. • Nooit eerder zijn er zoveel vluchtelingen, en miljoenen families worden uiteengerukt. • De oorlog leidt in heel de wereld tot grote politieke veranderingen en ingrijpende revoluties. • Na de oorlog ontwikkelen zich nieuwe demo­cra­ tieën, gebaseerd op het algemeen enkelvoudig stemrecht.

Moordaanslag op aartshertog Frans-Ferdinand van OostenrijkHongarije in Sarajevo.

De aanslag in Sarajevo op kroonprins Frans-Ferdinand van Oostenrijk-Hongarije – een moord gepleegd met een Belgisch FN-wapen – is de vonk die het kruitvat Europa doet ontbranden: 62 opeenvolgende oorlogsverklaringen zetten Europa in lichterlaaie. Ook het neutrale België wordt in de oorlog meegezogen. Op dat moment beseft nauwe­lijks iemand dat dit het begin is van een totale vernie­ti­gingsoorlog die de wereld vier jaar in zijn greep zal houden.

Niets is nog zeker

28 juni

In 1914 staan twee kampen tegenover elkaar: de ‘Entente’ met Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland en de ‘Cen­ tralen’ met Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië.

breekt uit

Europese grootmachten

De Groote Oorlog

De strijd tussen de

7


6

De wereld staat in brand

De Eerste Wereldoorlog groeit uit tot een van de meest moordende conflicten in de geschiedenis.

Meer dan 50 landen zijn bij de oorlog betrokken. 1,5 miljard mensen – meer dan 80 procent van de wereldbevolking – zijn met elkaar in oorlog. Er worden 70 miljoen militairen gemobiliseerd, waarvan 60 miljoen Europeanen. Meer dan 9 miljoen soldaten sneuvelen. De oorlogskosten lopen op tot meer dan 2000 miljard dollar.

Het Belgische wapen dat WO I ontketende

1914

Brussel wordt ontruimd. De koning, de regering en de legertop verhuizen naar Antwerpen.

17 augustus

Het Duitse leger verovert Luik en voert voor het eerst in de geschiedenis een luchtbombardement op burgerdoelen uit.

7 augustus

Duitsland verklaart de oorlog aan België en valt met vele honderdduizenden soldaten het land binnen langs de hele DuitsBelgische grens. Duitsland wil enkel door België trekken om Frankrijk aan te vallen (plan von Schlieffen /von Moltke).

4 augustus

Duitsland wil Frankrijk aanvallen en met zijn leger door het neutrale België oprukken. België weigert de vrije doortocht.

2 augustus

Algemene mobilisatie van het Belgische leger.

31 juli

Antwerpen

De Groote Oorlog komt naar

Onder druk van de oorlogsdreiging wordt eind augustus 1913 de algemene dienst­ plicht ingevoerd voor één zoon per gezin. Bij het uitbreken van de oorlog wordt al snel duidelijk dat het kleine, ondermaats geoefende en te zwak bewapende Belgi­ sche leger niet is opgewassen tegen het machtige Duitsland.

Antwerpen is het ‘Nationaal Réduit’: beschermd door de dubbele forten­gor­ del rond de stad, wordt het beschouwd als het laatste veilige toevluchtsoord voor regering en krijgsmacht. Koning Albert I neemt zijn intrek in het Koninklijk Paleis op de Meir. De opera wordt ingericht als Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Vlaamse Schouw­burg als Senaat. De Generale Staf van het leger verblijft in het gou­ verneurspaleis aan de Schoenmarkt.

Oostenrijk-Hongarije verklaart Servië de oorlog.

28 juli

Van de ‘rechtvaardige wereldorde’ waarover de Amerikaanse president Wilson sprak, komt in de praktijk nog niet veel terecht.

Het Verdrag van Londen in 1839 erkende België als onafhankelijk land. Dat hield de verplichting van ‘gewapende neutraliteit’ in. Bij conflicten moest België afzijdig blijven. Het mocht wel zijn landsgrenzen verdedigen. In 1909 ondertekent Koning Leopold II de Wet op de dienstplicht. Het Belgische leger rekruteert zijn manschap­ pen aanvankelijk onder vrijwilligers en vóór 1909 via het lotelingensysteem.

De Eerste Wereldoorlog verandert het gezicht van de wereld. • De technologische vooruitgang in bewapening en vernietigingskracht is ongezien. • Nooit eerder worden zoveel burgers gemobi­ liseerd in de oorlogsindustrie. • Nooit eerder zijn er zoveel vluchtelingen, en miljoenen families worden uiteengerukt. • De oorlog leidt in heel de wereld tot grote politieke veranderingen en ingrijpende revoluties. • Na de oorlog ontwikkelen zich nieuwe demo­cra­ tieën, gebaseerd op het algemeen enkelvoudig stemrecht.

Moordaanslag op aartshertog Frans-Ferdinand van OostenrijkHongarije in Sarajevo.

De aanslag in Sarajevo op kroonprins Frans-Ferdinand van Oostenrijk-Hongarije – een moord gepleegd met een Belgisch FN-wapen – is de vonk die het kruitvat Europa doet ontbranden: 62 opeenvolgende oorlogsverklaringen zetten Europa in lichterlaaie. Ook het neutrale België wordt in de oorlog meegezogen. Op dat moment beseft nauwe­lijks iemand dat dit het begin is van een totale vernie­ti­gingsoorlog die de wereld vier jaar in zijn greep zal houden.

Niets is nog zeker

28 juni

In 1914 staan twee kampen tegenover elkaar: de ‘Entente’ met Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland en de ‘Cen­ tralen’ met Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië.

breekt uit

Europese grootmachten

De Groote Oorlog

De strijd tussen de

7


1914 8

Antwerpen wor dt

Aan geen enkele vanuwe bur gers zal kwaad gedaan en uwegoederen zullen geëerbied igd worden,indien gij uw onthoudt van alle vijande-lijkheid. Iedere tegens tand zal ges traft wordenvolgens de wetten van den oorlog en kanals gev olg hebben de ver nieling van uwe sch one stad.

gebombardeerd do

or zeppelins

De zeppelinbombardementen op Antwerpen inspireren de bekende dichter Paul Van Ostaijen tot visuele poëzie.

Het Belgische leger hergroepeert zich achter de IJzer.

12 oktober

Honderdduizenden Belgen vluchten over de Nederlandse grens. Onder hen ook zo’n 33 000 Belgische, Duitse en Britse militairen. Deze militairen worden geïnterneerd in het neutrale Nederland.

10 oktober

• Het

Antwerpse vluchtelingen aan de Nederlandse grens

Den opperbelhebb er van het beleglege r

Antwerpen valt in handen van Duits leger. Belgische leger trekt zich terug. De pontonbruggen worden opgeblazen. De achterhoede van het leger beseft plots dat het niet meer weg kan. Wie weg wil uit De villa ‘Rest and be Thankful’ in Kontich Antwerpen, trekt naar Nederland. • Louis Franck en burgemeester De Vos ontmoeten de Duitse delegatie in Kontich. • Om 17.40 uur wordt het verdrag van Kontich ondertekend: Antwerpen geeft zich over. • Duitse troepen trekken ’s avonds de verlaten stad binnen. Ze verspreiden een bevelschrift Het duitsche leg er treedt uwe stad van de Duitse bevelhebber von Beseler. bin-nen alsover winnaar.

9 oktober

Bombardement op Antwerpen. Er vallen 36 uur lang elke minuut drie à vier Duitse granaten op de stad. De stad brandt en meer dan honderdduizend mensen slaan op de vlucht.

8 oktober

kondigt bombardementen aan als Antwerpen zich niet overgeeft. • Koning Albert verlaat om 13.30 uur per auto het paleis en vertrekt richting SintNiklaas. • Het veldleger trekt zich terug over de pontonbruggen aan het Steen en in Hoboken/Burcht. De Britse troepen volgen het Belgische leger. Ook een achterhoede van manschappen uit de forten trekt zich terug.

• Duitsland

7 oktober

troepen breken door de buitenste fortengordel. • Albert I en zijn generale staf nemen in overleg met Churchill het besluit om uit Antwerpen te vertrekken.

• Duitse

6 oktober

e fort van Lier

Het beschadigd

Duitse aanvalsgolf richting Antwerpen. • Winston Churchill komt aan in Antwerpen met een brigade van de Engelse Royal Navy Division. Hij wordt enthousiast onthaald door de menigte, die weer hoop koestert. Churchill verblijft op de Groenplaats in Hotel St. Antoine, op de plaats waar nu Albert Heijn zit. • Om de belangen van de bevolking te behartigen, richt de burgerlijke overheid op 4 oktober een ‘raadgevende commissie’ op, onder voorzitterschap van Louis Franck.

• Nieuwe

3 oktober

Het nieuws over de mogelijke overgave van Antwerpen bereikt Londen. De toen 40-jarige ‘First Lord of the Admiralty’ Winston Churchill komt naar Antwerpen om de Belgen aan te moedigen stand te houden.

2 oktober

Begin beschietingen van fortengordel en van Antwerpen. Al snel wordt duidelijk dat de fortengordel rond Antwerpen niet is opgewassen tegen het zware Duitse geschut. Het Belgische opperbevel van het leger verlaat Lier en komt naar Antwerpen.

28 september

Het Franse leger stuit de Duitse opmars aan de Marne. Duitsland herziet zijn aanvalsplannen en de Versterkte Stelling Antwerpen komt in het vizier.

9 september

Een zeppelin bombardeert Antwerpen. Dit is het tweede lucht­ bombardement op burgerdoelwitten.

25 augustus

1914

9


1914 8

Antwerpen wor dt

Aan geen enkele vanuwe bur gers zal kwaad gedaan en uwegoederen zullen geëerbied igd worden,indien gij uw onthoudt van alle vijande-lijkheid. Iedere tegens tand zal ges traft wordenvolgens de wetten van den oorlog en kanals gev olg hebben de ver nieling van uwe sch one stad.

gebombardeerd do

or zeppelins

De zeppelinbombardementen op Antwerpen inspireren de bekende dichter Paul Van Ostaijen tot visuele poëzie.

Het Belgische leger hergroepeert zich achter de IJzer.

12 oktober

Honderdduizenden Belgen vluchten over de Nederlandse grens. Onder hen ook zo’n 33 000 Belgische, Duitse en Britse militairen. Deze militairen worden geïnterneerd in het neutrale Nederland.

10 oktober

• Het

Antwerpse vluchtelingen aan de Nederlandse grens

Den opperbelhebb er van het beleglege r

Antwerpen valt in handen van Duits leger. Belgische leger trekt zich terug. De pontonbruggen worden opgeblazen. De achterhoede van het leger beseft plots dat het niet meer weg kan. Wie weg wil uit De villa ‘Rest and be Thankful’ in Kontich Antwerpen, trekt naar Nederland. • Louis Franck en burgemeester De Vos ontmoeten de Duitse delegatie in Kontich. • Om 17.40 uur wordt het verdrag van Kontich ondertekend: Antwerpen geeft zich over. • Duitse troepen trekken ’s avonds de verlaten stad binnen. Ze verspreiden een bevelschrift Het duitsche leg er treedt uwe stad van de Duitse bevelhebber von Beseler. bin-nen alsover winnaar.

9 oktober

Bombardement op Antwerpen. Er vallen 36 uur lang elke minuut drie à vier Duitse granaten op de stad. De stad brandt en meer dan honderdduizend mensen slaan op de vlucht.

8 oktober

kondigt bombardementen aan als Antwerpen zich niet overgeeft. • Koning Albert verlaat om 13.30 uur per auto het paleis en vertrekt richting SintNiklaas. • Het veldleger trekt zich terug over de pontonbruggen aan het Steen en in Hoboken/Burcht. De Britse troepen volgen het Belgische leger. Ook een achterhoede van manschappen uit de forten trekt zich terug.

• Duitsland

7 oktober

troepen breken door de buitenste fortengordel. • Albert I en zijn generale staf nemen in overleg met Churchill het besluit om uit Antwerpen te vertrekken.

• Duitse

6 oktober

e fort van Lier

Het beschadigd

Duitse aanvalsgolf richting Antwerpen. • Winston Churchill komt aan in Antwerpen met een brigade van de Engelse Royal Navy Division. Hij wordt enthousiast onthaald door de menigte, die weer hoop koestert. Churchill verblijft op de Groenplaats in Hotel St. Antoine, op de plaats waar nu Albert Heijn zit. • Om de belangen van de bevolking te behartigen, richt de burgerlijke overheid op 4 oktober een ‘raadgevende commissie’ op, onder voorzitterschap van Louis Franck.

• Nieuwe

3 oktober

Het nieuws over de mogelijke overgave van Antwerpen bereikt Londen. De toen 40-jarige ‘First Lord of the Admiralty’ Winston Churchill komt naar Antwerpen om de Belgen aan te moedigen stand te houden.

2 oktober

Begin beschietingen van fortengordel en van Antwerpen. Al snel wordt duidelijk dat de fortengordel rond Antwerpen niet is opgewassen tegen het zware Duitse geschut. Het Belgische opperbevel van het leger verlaat Lier en komt naar Antwerpen.

28 september

Het Franse leger stuit de Duitse opmars aan de Marne. Duitsland herziet zijn aanvalsplannen en de Versterkte Stelling Antwerpen komt in het vizier.

9 september

Een zeppelin bombardeert Antwerpen. Dit is het tweede lucht­ bombardement op burgerdoelwitten.

25 augustus

1914

9


1914

Hoofdrolspelers politiek Antwerpen

De opmars

van het Duitse richting Antwerpen

leger

De eerste verdedigingsgordel rond Antwerpen – de buitengordel – is 95 kilometer lang en bestaat uit 36 forten, met daartussen schansen en gebieden om onder water te zetten.

Koning Albert I

Kessel ’s Gravenwezel

Oelegem

Broechem

Koningshooikt Blank gezet gebied

St-Katelijne-Waver

Luitenant-generaal Victor Deguise

LIER Duits bevelhebber Hans von Beseler

Fort 1

Luchtaanval met zeppelin

De tweede fortengordel rond de stad – de binnengordel – is 29 kilometer lang met 29 forten, waaronder de Brialmontforten.

Fort 2 Fort 3

ANTWERPEN Blank gezet gebied

Fort 4 Fort 5

Fort 6

8 - 9 oktober: Binnenste fortengordel valt

First Lord of the Admiralty Winston Churchill

10

Fort 7

KONTICH 9 oktober: Het verdrag van Kontich wordt ondertekend

Bij het uitbreken van de oorlog zijn de forten­ gordels nog niet helemaal klaar. Toch gaat iedereen ervan uit dat Antwerpen een on­ neembare vesting is. De eerste fortengordel wordt al in enkele dagen doorbroken.

Burgemeester Jan De Vos Oud-minister Louis Franck

Na een belegering van slechts 13 dagen valt Antwerpen in Duit­se handen. Kapiteincommandant Virgile Piérard  

Fort 8

7 - 9 oktober: Terugtrekking Belgische leger Blank gezet gebied

Blank gezet gebied

Blank gezet gebied Kruibeke Zwijndrecht

11


1914

Hoofdrolspelers politiek Antwerpen

De opmars

van het Duitse richting Antwerpen

leger

De eerste verdedigingsgordel rond Antwerpen – de buitengordel – is 95 kilometer lang en bestaat uit 36 forten, met daartussen schansen en gebieden om onder water te zetten.

Koning Albert I

Kessel ’s Gravenwezel

Oelegem

Broechem

Koningshooikt Blank gezet gebied

St-Katelijne-Waver

Luitenant-generaal Victor Deguise

LIER Duits bevelhebber Hans von Beseler

Fort 1

Luchtaanval met zeppelin

De tweede fortengordel rond de stad – de binnengordel – is 29 kilometer lang met 29 forten, waaronder de Brialmontforten.

Fort 2 Fort 3

ANTWERPEN Blank gezet gebied

Fort 4 Fort 5

Fort 6

8 - 9 oktober: Binnenste fortengordel valt

First Lord of the Admiralty Winston Churchill

10

Fort 7

KONTICH 9 oktober: Het verdrag van Kontich wordt ondertekend

Bij het uitbreken van de oorlog zijn de forten­ gordels nog niet helemaal klaar. Toch gaat iedereen ervan uit dat Antwerpen een on­ neembare vesting is. De eerste fortengordel wordt al in enkele dagen doorbroken.

Burgemeester Jan De Vos Oud-minister Louis Franck

Na een belegering van slechts 13 dagen valt Antwerpen in Duit­se handen. Kapiteincommandant Virgile Piérard  

Fort 8

7 - 9 oktober: Terugtrekking Belgische leger Blank gezet gebied

Blank gezet gebied

Blank gezet gebied Kruibeke Zwijndrecht

11


Paniek in de stad

Bij de vlucht achtergelaten goederen op de Antwerpse kade

12

“Den ganschen nacht deed de stoo mpont dienst om de massa’s sidderende vluchtelingen naar den overkant der Schelde te brengen, en over de militaire schipbrug trokken niet eindigende treinen van auto’s, rijtuigen, munitiewagen s. Nadat de Duitsche bevelhebbe r Von Beseler ten tweeden male een parlementair tot den commandant der vesting had afgezonden, om de ove rgave der stad te eischen, en deze eisc h was

DE VLUCHT DER HONDERD-DUIZEND

afgewezen, werd het bombard ement met grenzenlooze woede hervat. In het zuidelijke deel ontploften munitievoorraden, welke in brand waren gesc hoten, en ook langs den havenkant en verder op in de richting van het Justitiepaleis veroorzaakten de barstende proj ectielen geweldige branden. Anwerpen zal verdedigd worden met een hardnek kigen moed, die nog tot grootsche, zij het dan ook tragische dingen in staat is.

“Ik liep den hof door, naar den straatweg toe en zag nu den onafgebroken stoet van vluchtelingen trekken, ellendig! Paarden en wagens, stootkarren en fietsen spoedden voorbij, als voortgezweept onder de dreiging van een ijselijk onweer; kudden van beurelende runders en kudden van angstige menschen; moeders die huilende kinders voortsleepten aan beide handen, zonen die een lammen of zieken vader op een kruiwagen vervoerden, luidjes die, met vereende krachten, trokken of stieten aan karretjes, volgestapeld met een paar stoelen, een tafel, een matras, een kacheltje, een vogel­ kooi, mannen met afgetrapte zolen en barvoets, vrouwen met krom-geloopen hooge hakken en een bebloemden en bepluimden zomerhoed die afhing op hare losgeraakte haren, absurd. Ik bleef staan kijken, als aan den grond genageld en de tranen braken uit mijn oogen. Het was mijn volk dat vluchtte en die duizenden joegen voort, als zinneloos en verloren, met rood-vlammende gezichten, zij ijlden als verjaagde dieren die de dood ontvluchten, alsof uhlanen met gevelde speer hun op de hielen zaten; zij gingen met starre blikken en gebogen hoofden alsof de zoldering van den hemel ging instorten bij ’t gedaver van de aarde. Terwijl, ginder ver, maar aldoor ging het doffe geblaf der zware duitsche kanonnen. Ik dacht aan de duizenden vluchtelingen die op dat zelfde oogenblik op weg moesten zijn door Vlaanderen, langs alle wegen, naar de zee. Een half millioen menschen zonder dak te midden der herrie van een aftrekkend leger van afgebeulde soldaten en moeizaam voortrollende oorlogswagens.” Uit het dagboek van Jozef Muls, 1914

‘Vluchtelingen’ H. Prat

of daar klinkt weder en hotels Place Verte, ees kaf alle s, kel win lle “A l achter me. Op de verlaten- een hevige kna waren gesloten. In groote voor de Vierwindenr, ik steek Meir, vlak heid lag de Keizerlei daa angs ook een bom, onl ar Oe-oe-oe… straat, wa r. ove ard lev bou den zeppelin geworpen ar… Op die uit een verschrikt kijk ik om. Da am, valt een projekd van me werd, neerkw nog geen 200 meter afstan rinkelen, luid gillend den op den tiel. Ruiten springt een granaat, mid en kinderen weg. uw Juist rennen vro en rt. voo ik l sne Nu . ard boulev nnen zijn gewond.” naar de Een paar ma zal ik den hoek omslaan 13


Paniek in de stad

Bij de vlucht achtergelaten goederen op de Antwerpse kade

12

“Den ganschen nacht deed de stoo mpont dienst om de massa’s sidderende vluchtelingen naar den overkant der Schelde te brengen, en over de militaire schipbrug trokken niet eindigende treinen van auto’s, rijtuigen, munitiewagen s. Nadat de Duitsche bevelhebbe r Von Beseler ten tweeden male een parlementair tot den commandant der vesting had afgezonden, om de ove rgave der stad te eischen, en deze eisc h was

DE VLUCHT DER HONDERD-DUIZEND

afgewezen, werd het bombard ement met grenzenlooze woede hervat. In het zuidelijke deel ontploften munitievoorraden, welke in brand waren gesc hoten, en ook langs den havenkant en verder op in de richting van het Justitiepaleis veroorzaakten de barstende proj ectielen geweldige branden. Anwerpen zal verdedigd worden met een hardnek kigen moed, die nog tot grootsche, zij het dan ook tragische dingen in staat is.

“Ik liep den hof door, naar den straatweg toe en zag nu den onafgebroken stoet van vluchtelingen trekken, ellendig! Paarden en wagens, stootkarren en fietsen spoedden voorbij, als voortgezweept onder de dreiging van een ijselijk onweer; kudden van beurelende runders en kudden van angstige menschen; moeders die huilende kinders voortsleepten aan beide handen, zonen die een lammen of zieken vader op een kruiwagen vervoerden, luidjes die, met vereende krachten, trokken of stieten aan karretjes, volgestapeld met een paar stoelen, een tafel, een matras, een kacheltje, een vogel­ kooi, mannen met afgetrapte zolen en barvoets, vrouwen met krom-geloopen hooge hakken en een bebloemden en bepluimden zomerhoed die afhing op hare losgeraakte haren, absurd. Ik bleef staan kijken, als aan den grond genageld en de tranen braken uit mijn oogen. Het was mijn volk dat vluchtte en die duizenden joegen voort, als zinneloos en verloren, met rood-vlammende gezichten, zij ijlden als verjaagde dieren die de dood ontvluchten, alsof uhlanen met gevelde speer hun op de hielen zaten; zij gingen met starre blikken en gebogen hoofden alsof de zoldering van den hemel ging instorten bij ’t gedaver van de aarde. Terwijl, ginder ver, maar aldoor ging het doffe geblaf der zware duitsche kanonnen. Ik dacht aan de duizenden vluchtelingen die op dat zelfde oogenblik op weg moesten zijn door Vlaanderen, langs alle wegen, naar de zee. Een half millioen menschen zonder dak te midden der herrie van een aftrekkend leger van afgebeulde soldaten en moeizaam voortrollende oorlogswagens.” Uit het dagboek van Jozef Muls, 1914

‘Vluchtelingen’ H. Prat

of daar klinkt weder en hotels Place Verte, ees kaf alle s, kel win lle “A l achter me. Op de verlaten- een hevige kna waren gesloten. In groote voor de Vierwindenr, ik steek Meir, vlak heid lag de Keizerlei daa angs ook een bom, onl ar Oe-oe-oe… straat, wa r. ove ard lev bou den zeppelin geworpen ar… Op die uit een verschrikt kijk ik om. Da am, valt een projekd van me werd, neerkw nog geen 200 meter afstan rinkelen, luid gillend den op den tiel. Ruiten springt een granaat, mid en kinderen weg. uw Juist rennen vro en rt. voo ik l sne Nu . ard boulev nnen zijn gewond.” naar de Een paar ma zal ik den hoek omslaan 13

Antwerpen bouwt bruggen  

Wie meer wil weten over Antwerpen in de ‘Groote Oorlog’ en over de pontonbrug, kan ons brugboekje kopen in het Infopunt aan het stadhuis (Gr...