Page 1

BUSINESS EN ECONOMIE

CREATING IMPACT ONDERZOEKSSPECIAL

EEN LEVEN LANG LEREN

BETER VOORBEREID OP DE ARBEIDSMARKT MET HOUSE OF SKILLS

SPOOKSTAD OF PRETPARK?

DE WINKELSTRAAT VAN 2040 VOLGENS JESSE WELTEVREDEN

ONDERZOEK IN DE STAD

WIBAUTSTRAAT ALS KLOPPEND HART VAN PRAKTIJKONDERZOEK


inhoud

Voor de stad

10

D

e economie wordt wel de motor van de samenleving genoemd en de faculteit Business en Economie (FBE) van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) staat midden in onze maatschappij. Op de eerste plaats is dat de samenleving die u kent en waar u waarschijnlijk met regelmaat vertoeft. Onze gebouwen aan de Wibautstraat en de Fraijlemaborg zijn onderdeel van een grootstedelijk gebied en aldaar ontmoeten dagelijks duizenden studenten, docenten en onderzoekers elkaar om gezamenlijk aan het werk te gaan met uitdagingen in de stad. De A van HvA staat namelijk niet voor niets voor Amsterdam. Ons onderwijs en onderzoek is verankerd met deze stad. Meer dan ooit vertalen we Amsterdamse problemen naar onderzoeksvragen; vervolgens doen we het onderzoek en uiteindelijk geven we de opbrengst terug aan de stad. Daarnaast is er ook een samenleving voorbij de hoofdstedelijke grenzen, en onze studenten en onderzoekers vliegen uit om aan de slag te gaan en onderzoek te doen in steden als Berlijn en Barcelona. In deze special leest u alles over hun onderzoek en de resultaten daarvan. Dat kan gaan over eerlijke spijkerbroeken (pagina 10), de winkelstraat van 2040 (pagina 24) en succesvolle en duurzame ondernemingen die in de schoolbanken van de HvA zijn bedacht en gestart (pagina 30). De FBE is een bruisende faculteit en ik hoop de komende jaren op nog meer uitwisseling en samenwerking met de rest van de hogeschool en de stad Amsterdam. Zo ontstaan er ideeĂŤn die leiden tot kennis en uitmonden in actueel en hedendaags onderwijs. Dat hebben we als maatschappij nodig en daar zijn we als HvA trots op.

Geleyn Meijer Rector van de Hogeschool van Amsterdam

2 | HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial

26

Features 10 Samen sterk in duurzame denim  Lector Lori DiVito helpt bedrijven samen te werken in de denimhoofdstad van Europa: Amsterdam 20 Een leven lang leren House of Skills pakt de mismatch op de arbeidsmarkt aan 24 Spookstad of pretpark? De toekomst van de winkelstraat volgens lector Jesse Weltevreden

6

Interviews 06 Amsterdam: de plek waar alles samenkomt Decaan Willem Baumfalk over studeren en onderzoeken aan de HvA 12 Slim samenwerken in grote steden Stadseconoom en lector Willem van Winden over de dynamiek van grote steden 16 Duurzaam bankieren Luuk Prein richtte Omnifin op 22 House of Skills Lectoren Alex Straathof en Martha Meerman in gesprek over vaardigheden op de arbeidsmarkt


COLOFON Coördinatie Emmeke Bos en Jim Jansen Aan dit nummer werkten mee Jaap Augustinus (beeldredactie), Bram Belloni, Peter de Brock, Bob Bronshoff, Cees Heuvel, Marleen Hoebe, Peter de Jaeger, Peter de Jong, Monique Kitzen, Didi de Vries, Sebastiaan van de Water, Joost Zonneveld Vormgeving Miranda de Groot (Twin Media bv) en Pascal Tieman Druk Habo DaCosta bv COPYRIGHT Deze uitgave werd gemaakt door New Scientist in opdracht van de Hogeschool van Amsterdam (HvA).

BUSINESS EN ECONOMIE

CREATING IMPACT

EEN LEVEN LANG LEREN

BETER VOORBEREID OP DE ARBEIDSMARKT MET HOUSE OF SKILLS

22

SPOOKSTAD OF PRETPARK?

DE WINKELSTRAAT VAN 2040 VOLGENS JESSE WELTEVREDEN

ONDERZOEK IN DE STAD

WIBAUTSTRAAT ALS KLOPPEND HART VAN PRAKTIJKONDERZOEK

COVERFOTO: FLYING FOCUS EN LAVA DESIGN

En verder... 26 Promoveren doe je zo Luca Lopes de Leao Laguna combineert lesgeven met onderzoek

04 In control Lector Frank Jan de Graaf koppelt onderzoek aan praktijk 09 Elk publiek zijn eigen marketing

30 Startende studentondernemers Met het programma 10K stoomt de HvA studenten klaar voor het ondernemerschap

15 Digitale winkelschermen 18 Inzicht: Streetsmart

34 Studiesucces Lector Daniël van Middelkoop over de verhalen achter de cijfers

29 Het nachtleven in Zuidoost 32 Zes maal lezen over HvA onderzoek

24 HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial | 3


INGEZOOMD

Als lector Corporate Governance & Leadership (in finance and accounting) doet Frank Jan de Graaf onderzoek naar hoe bedrijven in de financiële sector zich organiseren en wat de rol van de menselijk factor daarbij is. ‘Wie betaalt, wie bepaalt en wie krijgt er betaald’, zegt De Graaf. ‘Dat zijn interessante vragen als je nadenkt over en onderzoek doet naar leiderschap en hoe beslissingen tot stand komen.’ Samen met Gert de Jong en René Tordoir en derdejaars BE-studenten en hun stagebedrijven, rolt De Graaf een bijzonder project uit. ‘De soft control-scan is helemaal up and coming. Voor mkb-bedrijven zijn er talloze scans om zaken als leiderschap en cultuur te meten, en door die grote hoeveelheid zien ze vaak door de bomen het bos niet meer. Met de soft control-scan wordt alles in één keer gemeten: ethiek, leiderschap, motivatie en cultuur. Dat is voor bedrijven prettig. Vervolgens komen onze studenten om de hoek kijken. Zij lopen vier dagen per week stage bij bedrijven en aan hen vragen we te kijken naar de organisational behaviour. Wat voor sociale processen zien ze, hoe gaat de baas met hen om en wat zijn ongeschreven bedrijfsregels waaraan zij zich moeten houden? De opbrengst van de studenten delen we vervolgens weer met de stagebegeleiders in het +FinanceLab (hva.nl/financelab) en zo is de cirkel rond. 'De praktijk komt naar de HvA en de hogeschool duikt de praktijk in.’  

TEKST: JIM JANSEN BEELD: MAAIKE PUTMAN

In control


Interview

‘Ze moeten weggaan met weemoed en trots’ ‘Dit is de plek waar het gebeurt. Amsterdam werkt als een magneet. Voor studenten, onderzoekers en bedrijven. En bij ons komt alles samen. Zeeland is mooi, maar Amsterdam is spannender’, aldus Willem Baumfalk, decaan van de faculteit Business en Economie. Door Jim Jansen Beeld: Bob Bronshoff

O

peens laat Willem Baumfalk een stilte vallen. Het is de laatste maandag van september en de decaan van de faculteit Business en Economie van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) heeft in het uur hier voorafgaand vol enthousiasme verteld over zijn economiefaculteit, de studenten, de groei van het praktijkgerichte onderzoek en de binding met de stad Amsterdam. We bevinden ons op de derde verdieping van het gebouw aan de Fraijlemaborg en af en toe staat hij op en ziet hij hoe ontelbaar veel studenten van en naar de faculteit lopen. Ondanks dat hij van huis uit geen econoom is – Baumfalk studeerde psychologie en was eerder decaan bij de faculteit Maatschappij en Recht – lepelt hij moeiteloos cijfers op en onderbouwt economische theorieën vaak met persoonlijke anekdotes. Maar op de vraag hoe hij wil dat de studenten de hogeschool verlaten, moet

6 | HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial

hij iets langer nadenken. ‘Ze moeten weggaan met weemoed en trots’, zegt hij. Om er onmiddellijk aan toe te voegen: ‘En natuurlijk moeten ze met de juiste vaardigheden klaar zijn voor hun nieuwe werkveld.’ Hoe onderscheidt deze faculteit zich van andere economische opleidingen?

‘Ooit was hier het motto dat we de beste businessschool in Nederland zouden moeten zijn. In een grootstedelijke setting met een dermate diverse studentenpopulatie als de onze is dat naïef. Wat mij betreft, en zo vertel ik het ook altijd, is het motto : ‘Gewoon goed onderwijs, ja!’. Een tweede motto dat daarbij aansluit luidt: ‘Be good and tell it’. Als je daadwerkelijk goed bent, mag je dit de buitenwereld ook laten weten.’   ‘Gewoon goed onderwijs’ klinkt bescheiden, bijna on-Amsterdams.

‘We willen een niet al te grote broek aantrekken, we willen gewoon goed onderwijs verzorgen en we willen dat studenten zich

hier thuis voelen en op hun plaats zijn. Dat mag jij bescheiden noemen. ‘Onze ambities gaan zeker wel verder dan wat ik net noemde. De basis moet op orde zijn, altijd. Onze diploma’s moeten waardevol zijn, altijd. We ontwikkelen door en hebben grote stappen gemaakt met het onderzoek bij de faculteit, met steeds meer docenten die de nieuwste inzichten uit de beroepspraktijk in hun lessen verwerken. Ons onderzoek haalt haar toegevoegde waarde uit het praktijkgerichte karakter ervan, is gebaseerd op wat nu gaande is in de maatschappij, en daarmee actueel en waardevol voor het onderwijs. In de kennisinstelling die de HvA wil zijn, is die verbinding tussen onderzoek en onderwijs, altijd in relatie tot de praktijk, cruciaal.’ De A van HvA staat toch niet voor niets voor Amsterdam? 

Terwijl hij opstaat om naar buiten te wijzen zegt hij semiverwonderd: ‘Dit is de plek waar het gebeurt. Amsterdam werkt als een magneet. Voor studenten, onderzoekers,


de financiële sector, het midden- en kleinbedrijf en andere (internationale) bedrijven. Bij ons komt alles samen. Zeeland is mooi, maar Amsterdam is spannend. En heel mooi. Ons onderzoek en ons onderwijs worden gekleurd door Amsterdam. Letterlijk en figuurlijk, door de grootstedelijke, urban setting.’ De stad is enerzijds belangrijk voor de faculteit, anderzijds zie ik hier ook veel internationale kenmerken.

‘Dat klopt. We hebben veel buitenlandse studenten en een grote internationale businessschool, AMSIB, de Amsterdam School of International Business. Maar ook bij onze Nederlandstalige opleidingen, zoals Commerciële Economie is sprake van een sterk internationale oriëntatie. Daarbij zijn er veel internationale samenwerkingen en uitwisselingen, zowel binnen als buiten Europa. ‘Vandaag bijvoorbeeld is de samenwerking van start gegaan met de Universiteit van Northumbria, in Newcastle. Vanaf deze week kunnen onze studenten twee internationale masters binnen de deuren van de Fraijlemaborg volgen. Het mooie is dat ook docenten en onderzoekers van de faculteit Business en Economie bij deze samenwerking worden betrokken.’ Onderzoekers nemen een steeds prominentere plaats in bij de hogeschool.

‘De HvA is van onderwijsinstelling naar kennisinstelling getransformeerd. We zoeken de verbinding tussen onderwijs en onderzoek in de relatie tot de beroepspraktijk. Onze studenten leren veel minder uit boeken en trekken de stad in om te kijken wat daar leeft. ‘Docenten zijn steeds meer onderzoeker en vanuit die onderzoekende houding stimuleren zij studenten om nieuwsgierig te zijn, en door onderzoekstages en opdrachten aan te bieden, zorgen zij ervoor dat de verbinding met de beroepspraktijk sterker wordt. Uiteindelijk moet de praktijk hiervan beter worden, maar ook de student leert er enorm veel van.’ HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial | 7


interview

Hoe dan?

‘Hun kennis wordt actueler en sluit beter aan bij wat op dit moment leeft in de samenleving. Neem bijvoorbeeld het thema ethiek in de relatie tot finance. Daar lees je in leerboeken nog weinig over terug, maar onze studenten halen hun voorbeelden en casuïstiek uit de beroepspraktijk. Ze leren over de vakbekwaamheid van de finance professional, echt nieuwe materie ingegeven door de financiële crisis.’ Sinds de aanstelling van de eerste lector, in 2003 hier aan de HvA, heeft het praktijkgerichte onderzoek een enorme vlucht genomen.

‘Dat klopt. Deels is het mogelijk gemaakt doordat de overheid middelen beschikbaar heeft gesteld. Daarnaast is de samenwerking met de beroepspraktijk gematerialiseerd. In gewoon Nederlands betekent het dat ze niet alleen meebetalen, maar ook meedenken en meedoen. De relatie is nu wederkerig en hechter. We zijn elkaar meer en meer als partners gaan zien, waardoor er synergie ontstaan is. Meer dan een kwart van onze samenwerkingen in het onderzoek wordt gefinancierd door kennispartners. Dat is keurig.’ Waarom is het onderzoek zo belangrijk?

‘Het onderwijs dat je verzorgt sluit veel scherper aan bij de markt waarvoor je opleidt. Studenten die nu stage lopen bij finance nemen bijvoorbeeld op hun stageplek een vragenlijst af om te kijken hoe het staat met de soft controls in de organisatie. Dat zijn vragen over thema’s als leiderschap en ethiek. De resultaten nemen ze mee terug naar de HvA en Gert de Jong (zie ook pagina 4) die onderzoek doet naar soft controls, analyseert die uitkomsten en publiceert daarover. Deze publicaties zijn weer lesmateriaal voor de studenten, en zo is de cirkel rond. Het is een interacterende dynamiek.’ Uw collega Jean Tillie zei een jaar geleden in Het Parool dat hij praktijkonderzoek 8 | HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial

ingewikkelder vindt dan fundamenteel onderzoek.

‘Daar kan ik mij in vinden. Bij praktijkonderzoek is de dynamiek complexer. Bij ons moet het onderzoek ten goede komen aan het onderwijs en aan de beroepspraktijk. Wat je vandaag onderzoekt, daarvan wordt morgen gemeten of het bruikbaar is. Bij ons wordt meer tempo gemaakt en is de impact dichterbij. Het ene is niet beter dan het andere onderzoek. Als je het ene type onderzoek kent, ga je steeds beter begrijpen wat het andere toevoegt.’ De sector waar u mee en voor werkt is vaak negatief in het nieuws. Ik denk aan topmannen met hemeltergend hoge salarissen.

‘Daar lopen we niet voor weg. Sterker nog, onze studenten moeten weten wat er speelt. In ons onderwijs en onderzoek zijn de praktijk én de actualiteit gelukkig nooit ver weg. Als het journaal opent met het salaris van de ING-topman kan het zijn dat dit kort daarna in een college besproken wordt. En ja, het ethisch handelen in de finance sector is onderdeel van het curriculum.’

Studenten moeten weggaan met weemoed en trots, zei u aan het begin van het interview. Wat moeten ze in die vier jaar geleerd hebben?

‘Weemoed staat voor het gevoel dat je iets achter je laat dat waardevol was, betekenisvol was en waar je graag onderdeel van wilde zijn. Ik hoop ook dat ze trots zijn. Daarnaast moeten ze kunnen nadenken en reflecteren. Ze moeten vragen durven te stellen en onderzoekend zijn. En daarmee zijn ze in die vier jaar volwassen geworden.’ Wat is het belangrijkste kenmerk van volwassen worden?

‘Bij de term volwassen denk ik aan het begin van wijsheid. Studenten komen binnen als een onbeschreven blad. Ze hebben een beperkt idee van wat de opleiding voor ze in petto heeft. Misschien hebben ze wat vage beelden over een lease-auto, een mantelpak, een eigen bedrijf of een baan als adviseur. Naast het opdoen van heel veel kennis moeten ze in die vier jaar ontdekken wat ze zelf belangrijk vinden en wat hun identiteit is. Als studenten na vier jaar weten wat bij hen past en hoe ze verder willen, ben ik een gelukkig man.’


onderzoek Door Emmeke Bos

Elk publiek zijn eigen marketing Ze zijn student, of ze waren student aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Welk onderzoek doen of deden ze en vooral ook: wat hebben ze ermee bereikt?

‘O

p mijn negentiende ben ik naar Neder­ land verhuisd. Ik kom uit Italië, waar het ook heel leuk is en wat warmer, maar ik wilde graag meer van de wereld zien. Als ik in Italië was gaan studeren, had ik alleen maar andere Italianen ontmoet. Ik wilde juist ande­ re culturen ontdekken, ik was nieuwsgierig naar ande­ re mensen. ‘De HvA was fantastisch. Ik heb zo veel mensen ontmoet en de leraren spraken alle­ maal Engels. Ook vind ik Nederlanders heel tof. En ik houd van Amsterdam, er is zo veel mogelijk. Hoewel ik be­ gin 2017 ben afgestudeerd, ga ik hier voorlopig nog niet weg. ‘Een van mijn passies is marketing. De eerste docent die mij daarin lesgaf, Simeona Petkova, was zó enthousiast, dat het bijna onmogelijk was om het niet leuk te vinden. Zij heeft uit­ eindelijk ook mijn scriptie be­ geleid, en mij gepushed om er het meeste uit te halen. ‘Voor mijn scriptie onder­ zocht ik de marketingstrate­ gieën van bedrijven op Instagram. Wat voor soort

advertenties ze maakten en wat voor effect dat had. Sommige bedrijven zetten bijvoorbeeld Kim Kardashian neer. Daar reageert een heel ander publiek op dan wan­ neer Nike een campagne maakt die vooral probeert te inspireren. De verschillen in publiek vond ik interessant. We vergeten het soms een beetje als markteers, maar uiteindelijk gaat het om mensen. Die psychologische kant boeit mij enorm. ‘Ik had zo veel data ver­ zameld, dat ik een model kon bouwen waarmee ik kon aanwijzen welke marketing je nodig hebt om welk pu­ bliek te bereiken. Dat model is helaas niet zo bekend ge­ worden als ik gehoopt had, maar ik gebruik het nog steeds. Ik werk nu zelf in de marketing, al maken wij vooral advertenties voor YouTube. Maar ook daar werkt mijn model. Zo heb ik eigenlijk mezelf geholpen.’ BRAM BELLONI

Daniele Manzione (26), International Business

‘Ik wilde juist andere culturen ontdekken, ik was nieuwsgierig’

MARTIN OUDSHOORN

HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial | 9


Samen sterk in duurzame denim Zijn bedrijven die met elkaar concurreren in dezelfde branche bereid om samen te werken als het gaat om maatschappelijke doelen, zoals duurzaamheid? Onderzoeker Lori DiVito deed er niet alleen onderzoek naar, ze gaf ook de aanzet tot een samen­ werkingsverband van bedrijven in de Europese hoofdstad van de denimindustrie: Amsterdam.

Door Joost Zonneveld

‘E

r zijn bedrijven die erg gericht zijn op duurzaamheid en er zijn bedrijven die daar nog naartoe moeten groeien’, zegt Lori DiVito, lector Collaborative Innovation and Entrepreneurship aan de Amsterdam School of International Business van de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Hoewel sommige bedrijven nog weleens beticht worden van greenwashing (misleidende claims over duurzaamheid, red.) of halfslachtige pogingen om te verduurzamen, is duurzaamheid volgens de Amerikaanse DiVito tegenwoordig voor elk bedrijf ‘een issue’. ‘Alle bedrijven moeten er iets mee. Maar dat gaat niet vanzelf. Er is de drang om op korte termijn de omzet te verhogen, er is de druk van aandeelhouders en het aanpassen van bedrijfsprocessen, terwijl het maar de vraag is wat dat oplevert. Het zijn barrières die meespelen in het tempo om duurzamer te produceren’, aldus DiVito. En laten we niet vergeten: wat doet de concurrentie? ‘Daarom is het interessant om te kijken wat nodig is om bedrijven in een hele sector op thema’s als duurzaamheid te laten samenwerken’, aldus DiVito.

10 | HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial

Gek van denim Het lijkt tegenstrijdig, concurrenten die samenwerken. Toch zijn daarvan op het vlak van duurzaamheid al meerdere internationale voorbeelden, zegt DiVito. En zij heeft zelf in Amsterdam het initiatief genomen voor Alliance for Responsible Denim (ARD). Amsterdam heeft met hoofdkantoren en designafdelingen van verschillende vooraanstaande BRAM BELLONI jeansmerken een naam hoog te houden binnen de branche. ‘Amsterdam is niet alleen een belangrijke denimstad in de wereld omdat hier enkele hoofdkantoren gevestigd zijn, de consument hier is ook denim minded. Er is in de afgelopen tien jaar veel moeite gedaan om de stad als zodanig te profileren.’ Dat kan iets zijn om trots op te zijn, maar de denimindustrie staat niet bepaald bekend

als duurzaam. Voor de productie van één spijkerbroek is acht- tot elfduizend liter water nodig. En er zijn de vele chemicaliën die in het productieproces gebruikt worden om de kwaliteit te krijgen die de consument vraagt. ‘Er is alle reden om de sector te verduurzamen’, aldus DiVito. Gelukkig ziet ze dat nu ook gebeuren. De Amsterdamse alliantie speelt daarin een rol. ‘De prikkel om te verduurzamen kan ook uit een sector zelf komen, maar het kan helpen als een derde, onafhankelijke partij alle bedrijven in de sector bij elkaar brengt.’

Even zoeken

Waartoe heeft de samenwerking tot nu toe geleid? Om te beginnen: nieuwe spijkerbroeken bestaan tegenwoordig voor 40 procent uit gerecyclede jeans. Verder wordt voor een deel gewerkt met duurzamer organisch katoen, wordt er geëxperimenteerd met alternatieven voor schadelijke chemicaliën en worden bedrijfsprocessen geoptimaliseerd. Hoewel de alliantie een belangrijke factor is in duurzamer denim, is het niet het enige middel. DiVito: ‘Bedrijven komen ook zelf met innovaties. Zoals de cradle-to-cradlejeans. Die zijn zo ontworpen dat het materiaal volledig hergebruikt kan worden.’


Hoewel de bedrijven nu samenwerken, was het in het begin wel even zoeken, zegt DiVito. ‘Maar gaandeweg begonnen de vertegenwoordigers van de bedrijven hun kennis met elkaar te delen. Vanuit de HvA hebben we vervolgens een aantal tools en templates gemaakt die helpen bij het verduurzamen van de productieprocessen. Vervolgens zijn de bedrijven intern gaan experimenteren. Daar ontstond een sfeer waarin verschillende partijen het gevoel kregen dat zij voor dezelfde uitdagingen stonden, en elkaar ook duidelijk wilden maken welke stappen zij hadden gemaakt.’ Uiteindelijk kan DiVito stellen dat het concurrentie-aspect minder zwaar bleek te wegen dan ze dacht. ‘Natuurlijk, bedrijfsgevoelige informatie wordt niet met elkaar gedeeld, maar wat snel duidelijk werd, was dat ieder merk een eigen doelgroep heeft. Bedrijven bestaan dus vooral naast elkaar, waarbij zij een breed publiek dienen.’ Maar bij de leveranciers, op een andere plek dus in de productieketen, bleek juist wel sprake te zijn van stevige concurrentie. ‘Bij de partijen die de grondstoffen leveren en het praktische werk uitvoeren, is de onderlinge economische strijd veel groter dan bij de denimbedrijven zelf. En dat was voor de merken, de bedrijven die de eindproducten op de markt brengen, een belangrijk inzicht. Het verduurzamen van een sector moet dus in de hele keten tot stand worden gebracht.’

Toch eens proberen

In de denimindustrie lijkt de weg naar een schonere productie inmiddels onomkeerbaar, denkt DiVito. ‘In een periode is de mindset van ‘het kan niet’ omgeslagen naar ‘laten we het toch eens proberen’. Er is een veel positiever beeld ontstaan over de mogelijkheden, de kosten en de opbrengsten van een meer duurzame productie van jeans.’ Wat daarbij de doorslag heeft gegeven, vindt DiVito moeilijk te beoordelen. Maar de onderlinge samenwerking tussen de bedrijven heeft daarbij wel een rol gespeeld. ‘Externe, maatschappelijke druk speelt mee, maar ook een derde, onafhankelijke partij die de bedrijven samenbrengt. De

Lori DiVito, initiatiefnemer van Alliance for Responsible Denim

BRAM BELLONI

Expositie Denim Democracy on tour De missie van het project Alliance for Responsible Denim is een schonere en slimmere industrie te creëren door iedereen, van denimmerken tot fabrieken tot de consument, hierbij te betrekken. De reizende expositie Denim Democracy laat bezoekers ontdekken hoe oude jeans worden hergebruikt en hoe bedrijven met behulp

van nieuwe technologie duurzamer kunnen produceren. De expositie toont aan de hand van het onderzoek van Lori DiVito het belang van samenwerking tussen concurrenten hierbij en hoe deze effectief in te zetten. Naast lezingen worden er verschillende workshops gegeven voor liefhebbers van jeans.

juiste mensen van de bedrijven aan tafel hebben, die zich committeren aan een resultaat, is essentieel.’ Hoewel het belang van duurzaamheid bij ieder bedrijf tegenwoordig op de agenda staat, blijft dat thema volgens DiVito voor veel bedrijven nog wel ‘een extra’.

Denim Democracy is eind oktober van start gegaan in Circl in Amsterdam en is in november te bezoeken in Lil’ Amsterdam op het Centraal Station. Daarna reist de expositie verder door Nederland.

‘Het wordt niet gezien als een kerntaak. Het moet bedrijven ook niet te veel kosten, of het moet ze heel duidelijk iets opleveren. Die opbrengst kan financieel zijn, maar dat hoeft niet per se. Kennis of een beter imago is voor bedrijven ook een belangrijke opbrengst.’ HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial | 11


Festival in Varadzin- akovec in Kroatie WIKIMEDIA COMMONS

Het winkelgebied van Vilnius in Litouwen GETTY IMAGES

Grootstedelijk I onderzoek In Amsterdam geen gebrek aan samenwerkende creatieve start-ups, onder­nemersverenigingen en bewonersinitiatieven. Hoe ga je daar als gemeentebestuur mee om? De Hogeschool van Amsterdam (HvA) leidt de komende vier jaar een groot Europees onderzoek naar hoe lokale overheden dergelijke initiatieven optimaal kunnen ondersteunen. Een gesprek met stadseconoom Willem van Winden. Door Peter de Brock

12 | HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial

n het Wibauthuis excuseert Willem van Winden zich als de gereserveerde ruimte in bezit blijkt genomen door hardwerkende studenten. In het gebouw van de HvA is het spitsuur, nergens is er een plek vrij voor een gesprek over het ABCitiEs-project, een vierjarig Europees onderzoek naar hoe stadsbesturen moeten omgaan met samenwerkende initiatieven van bewoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen en kennisinstituten. Buiten is nog wel plaats, op een bankje achter de faculteitsgebouwen. In de luwte van drukke verkeersaders als de Wibautstraat en de Mauritskade. Fietsbeheerders van de HvA houden het pleintje scooter- en fietsvrij, tot plezier van gebruikers en horecaondernemers. Een fraai voorbeeld van een buurtinitiatief van onderop, waar de gemeente geen rol in speelt. ‘Dit is een mooi voorbeeld van nieuwe partijen in een stad die samenwerking zoeken om de regie te kunnen nemen’, merkt Van Winden op. ‘Het klassieke voorbeeld van dergelijke samenwerking is de winkeliersvereniging in een winkelstraat, waar alle winkeliers meesparen voor de jaarlijkse kerstverlichting, omdat iedereen er belang bij heeft dat er meer klanten komen.’ Maar tegenwoordig zijn er meer partijen in de stad die samenwerking zoeken. En dat zijn niet alleen de bakkers, slagers en groenteboeren, maar ook nieuwe spelers als bewonersinitiatieven, start-ups en kennisinstellingen als de HvA. Betrokkenheid van bewoners en gebruikers met de stad valt toe te juichen. En


Eten in Athene

De Amstelcampus aan de Wibautstraat

SHUTTERSTOCK

BERT WISSE

zeker als samenwerking tussen verschillende partijen leidt tot een aangename leefen werkomgeving als het pleintje waar dit gesprek plaatsvindt. Van Winden: ‘We zien steeds meer partijen die zich met elkaar verbinden om de stad aantrekkelijker te maken. Vaak op wijk-, buurt- of straatniveau. Maar hoe ga je daar als gemeente mee om? Moet je allemaal op zijn beloop laten, of ga je de samenwerking juist stimuleren? De HvA en de gemeente Amsterdam vinden het tijd om internationaal te onderzoeken hoe beleid zo ingericht kan worden dat samenwerkende ondernemers en bewonerscollectieven in stedelijke gebieden optimaal ondersteund worden. De hogeschool krijgt voor het vierjarig onderzoek een subsidie van 1,5 miljoen euro van Interreg Europa, een door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling gefinancierde organisatie die interregionale samenwerking ondersteunt. Aan het ABCitiEs-project doen vijf steden en een stedelijke agglomeraties mee: Amsterdam, Athene, Manchester, Vilnius en Varadzin- akovec. Het is de eerste keer dat de HvA onderzoeksleider is van een door Interreg Europe gefinancierd onderzoek. Een gesprek met projectleider Van Winden, die als lector Urban Economic Innovation al jarenlang onderzoek doet op het gebied van stadseconomie en urban management. U werd in 2008 benoemd tot lector Amsterdamse Kenniseconomie aan de HvA. Nu bent u lector Urban Economic

Innovation. Waarom moest het lectoraat een nieuwe naam krijgen?

Waarom is onderzoek naar stedelijke hotspots zo belangrijk?

‘We zijn veel meer over de stadsgrens gaan kijken, internationaler ook. Het idee destijds was dat het lectoraat vooral onderzoek zou doen in de regio Amsterdam. Inmiddels zijn we tien jaar verder, de naamsverandering laat zien dat we niet meer alleen naar Amsterdam kijken. Maar eerlijk gezegd deed ik dat daarvoor ook al veel internationaal vergelijkend onderzoek. Het is volgens mij ook een vruchtbare manier om naar steden te kijken.’

‘We leven in een stedelijke wereld waar hoofdsteden als Londen, Berlijn of Amsterdam magneten zijn geworden voor internationaal talent en investeringen. Grote steden bieden ondernemers en bewoners meer kansen, hogere productiviteit en lonen. Zij bieden een breed cultuuraanbod, recreatieen consumptiemogelijkheden, zodat ze aantrekkelijker zijn voor talent. Kortom, grote steden lijken na de recessie van eind vorige eeuw de duidelijke winnaars in een geglobaliseerde wereld. ‘Niet ver van de plek waar we nu zitten, was ooit de Amstel Bierbrouwerij gevestigd, na de sloop verkrotte de buurt. En moet je nu eens kijken! Economische kansen zijn er genoeg. Maar om antwoord te geven op de vraag: hoe houd je de stad sociaal aantrekkelijk, duurzaam en open voor iedereen? Hoe zorg je dat burgers en ondernemers gezamenlijk die stad vorm kunnen geven? In die zoektocht is internationaal vergelijkend onderzoek essentieel.’

Hoe ziet de samenwerking eruit op de Knowledge Mile van Amsterdam, het stuk van de Wibautstraat waar we nu op een bankje zitten?

‘De Knowlegde Mile laat zien hoe hogeschool en stad samen kunnen optrekken. De hogeschool heeft het initiatief genomen om onze Amstelcampus te verbinden met de Wibautstraat en de Weesperstraat. Er wordt nu nauw samengewerkt met allerlei ondernemingen, kennisinstellingen en andere organisaties, om samen tot een betere en mooiere omgeving te komen en nieuwe concepten te bedenken. ‘De Knowledge Mile heeft zich bewezen als stadslaboratorium waar studenten allerlei innovatieve opdrachten kunnen doen. De Knowledge Mile past als case study heel mooi in ons project, en sluit ook perfect aan bij eerder onderzoek in mijn lectoraat naar de rol van campussen, scienceparken en co-workingspaces in een stedelijke kenniseconomie.’

En nu gaat u vanuit Amsterdam een internationaal onderzoek leiden naar vijf Europese steden.

‘Als initiatiefnemer is de HvA ook onderzoeksleider van het ABCitiEs-project. Met als doel kennis delen over de beste manieren om samenwerking te stimuleren. Ik leid het project, samen met de lectoren Stan Majoor van Coördinatie Grootstedelijke Vraagstukken en Jesse Weltevreden van Digital Commerce, en we hebben een HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial | 13


‘Grote steden zijn na de recessie van eind vorige eeuw de duidelijke winnaars in een geglobaliseerde wereld’ Piccadilly Gardens in Manchester GETTY IMAGES

sterk onderzoeksteam. Vanaf het begin hebben we de gemeente Amsterdam erbij betrokken. Omdat ook Amsterdam ziet dat er in de stad steeds meer collectieven opstaan die de stad mede vorm willen geven. En ook hier in Amsterdam worstelen ze met de vraag of je dergelijke initiatieven moet reguleren, stimuleren en misschien zelfs subsidiëren? Vragen die ook leven bij de andere aan het onderzoek deelnemende steden.’ Hoe is de selectie van de participerende steden tot stand gekomen?

‘In eerste instantie hebben we vanuit Amsterdam gekeken naar wat voor dit onderzoek interessante steden zouden kunnen zijn en partners waar we eerder mee hebben samengewerkt. Wij kwamen al snel op Berlijn, een stad volop in ontwikkeling. En een stad waarmee we goede ervaringen en relaties hebben. ‘Maar helaas paste het onderzoek niet in de Berlijnse planning. Het onderzoeksthema moet ook inhoudelijk op de politieke agenda staan van de deelnemende steden. De participatie is niet vrijblijvend: het vraagt een behoorlijke inspanning, ook financieel. Uiteindelijk zijn naast Amsterdam vier andere stedelijke partners betrokken: de steden Athene, Manchester en Vilnius en de Kroatische agglomeratie Varadzin- akovec.’ Maakt de deelname van Vilnius en de Kroatische regio Varadzin- akovec het onderzoek bijzonder?

‘Zeker. De mensen achter het voormalige 14 | HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial

IJzeren Gordijn moesten van de communistische leiders jarenlang samenwerken, bijvoorbeeld in landbouwcollectieven of wijkcomités. Na de instorting van de Sovjet-Unie en het Warschaupact werden het communisme en collectivisme ingeruild voor kapitalisme en individualisme. Zo zijn er bijvoorbeeld in bijna alle steden in het voormalige Oostblok ver buiten het centrum gigantische winkelcentra neergezet, naar Amerikaans voorbeeld. Nu ontdekken de bewoners het negatieve effect op de leefbaarheid in de stad. En zien ze dat als je steden goed wilt ontwikkelen, je baat hebt bij goede samenwerkingsverbanden. Dat zijn ze aan het herontdekken, een spannende ontwikkeling.’ En in een voormalige industriestad als Manchester is het een ander verhaal?

‘Ja. In Engeland is de situatie anders, omdat de centrale overheid daar traditioneel meer invloed heeft op de ontwikkeling van stedelijke gebieden. Lokale overheden hebben minder te vertellen op bepaalde beleidsterreinen en ze hebben ook minder budget ter beschikking. Dat maakt dat gemeenten alle initiatieven die van onderop komen enorm toejuichen. ‘Bijkomend fenomeen is dat de Conservatieven in de regering zitten en Labour van oudsher de dienst uitmaakt in de grote steden. Die spanning tussen de regering en steden is enorm. En totaal anders dan de situatie bij ons, waar steden als sinds de Middeleeuwen een grotere mate van autonomie hebben.’

Athene is door de economische crisis zwaar getroffen. Maakt dat de Grieken tot de meest interessante deelnemer?

‘Het is in elk geval de stad die ik het minst goed ken. Maar het is waar dat er in Athene door de crisis noodgedwongen een enorme samenwerking en solidariteit op gang is gekomen. Het is ook een interessante case op het gebied van de circulaire economie, zo zijn ondernemers en bewoners op grote schaal zonnecollectoren gaan aanleggen.’ Het project krijgt 1,5 miljoen euro subsidie. Volstaat dat voor vier jaar onderzoek?

‘Deze subsidie van Interreg Europe is voornamelijk voor de eerste twee jaar bedoeld, waar we daadwerkelijk onderzoek doen. In de laatste twee jaar gaan de steden de onderzoeksresultaten implementeren, en zo mogelijk het beleid aanpassen. Dan spelen wij als onderzoeksleider nog slechts een kleine rol op de achtergrond.’ Wat gaan de HvA-studenten merken van dit onderzoek?

‘De opgedane kennis gaan we natuurlijk overdragen aan onze studenten. Bijvoorbeeld in de master Urban Management. Maar de nieuwe vormen van samenwerken in de steden zijn ook interessant voor andere managementstudenten. Het is een onderzoek waar we ook wetenschappelijk over gaan publiceren. Steeds meer bedrijven nemen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid in de stad. En zien de stad, wijk of straat niet langer als een plek waar ze geld verdienen maar ook als huiskamer.’


onderzoek Door Emmeke Bos

Digitale winkelschermen Ze zijn student, of ze waren student aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Welk onderzoek doen of deden ze en vooral ook: wat hebben ze ermee bereikt?

‘V

an mijn scriptie leer­ de ik meer dan van de 3,5 jaar onderwijs daarvoor. Ik deed een onder­ zoekstage bij het Centre for Market Insights (www. cmihva.nl), naar digitale win­ kelschermen. Dat ging veel dieper dan ik gewend was. Ik had wel eens een enquête afgenomen, maar nu moest ik een heel model bouwen en een hypothese opstellen voor elke variabele. In het begin dacht dat het me nooit zo lukken. ‘Gelukkig had ik een enorm behulpzame begeleider, Tilbert Verhagen. Elke week zaten we bij elkaar. Stapje voor stapje liet hij zien hoe je zo’n onderzoek aanpakt. Toen ik ermee bezig was dacht ik wel af en toe ‘had ik maar iets makke­ lijks gekozen’, maar nu ben ik blij dat ik dit gedaan heb. Ik heb zoveel geleerd. En als ik hierna een master wil doen, weet ik dat ik dat kan. ‘Andere mensen van mijn opleiding liepen vaak stage bij een bedrijf en deden daar een eenvoudiger onderzoek. Daar moesten ze dan wel nog twee dagen bij werken. In praktijk werden dat vaak drie of vier dagen. Dat probleem had ik niet, ik kon mijn volle tijd in

het onderzoek stoppen. Al had ik zelf ook een tegen­ valler. Net op het moment dat ik mijn enquêtes wilde afnemen, ging het digitale scherm in de winkel stuk. Pech, want daardoor moest ik wachten tot ik kon begin­ nen met het onderzoek. Ik wilde het ook niet afraffelen, dus studeer ik nu pas in okto­ ber af. Gelukkig is dat niet zo erg, want ik wil toch nog niet doorgaan met studeren. Ik ga eerst een jaar of twee naar Amerika, om daar te werken als au pair. Daarna zien we wel verder.’

BRAM BELLONI

Renée Joon (22), Commerciële Economie

‘Stapje voor stapje liet hij zien hoe je zo’n onderzoek aanpakt’

MARTIN OUDSHOORN

HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial | 15


De Hogeschool van Amsterdam (HvA) denkt mee over een nieuwe manier van bankieren. De duurzame financiële dienstverlener Omnifin brengt spaarders en kleine mkb-onder­nemers bij elkaar. Een gat in de markt, meent medeinitiatiefnemer Luuk Prein.

Door Peter de Jaeger

Tijd voor een nieuwe bank BRAM BELLONI

Waarom een nieuwe insteek?

‘Het is in Nederland moeilijk voor kleine mkb-ondernemers om kredieten te krijgen tot 250.000 euro. We denken dat gat te kunnen vullen door particuliere spaarders en mkb-ers die geld willen lenen aan elkaar te verbinden. De spaarders en de leners krijgen een beter tarief dan ze elders in de markt zouden krijgen. ‘We richten ons uitsluitend op maatschappelijk verantwoord ondernemen en lenen alleen geld uit aan initiatieven met een duurzaam doel, zoals biologische tuinders of restaurants met streekproducten. De spaarders geven we de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op wat met hun geld gebeurt.’ Een coöperatieve bank?

‘Nee, dat nog niet. Klanten kunnen wel invloed uitoefenen op het beleid van de nieuwe bank. We zouden graag op termijn een vorm van gedeeld eigenaarschap willen creëren. Maar daarvoor moeten we nog wel wat juridische hobbels nemen. Als dat lukt, krijgen klanten een stem in het bedrijf.’


interview

Hoever staat het met realisatie van de nieuwe bank?

‘We zitten nog in de onderzoeksfase en zijn het businessplan aan het afronden. Vervolgens gaan we in gesprek met samenwerkingspartners en waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2019 met potentiële financiers. Als al die stappen slagen, gaan we in gesprek met toezichthouders. Die heb je in ons land nodig. We willen niet per se een bank zijn, maar hebben wel een bankvergunning nodig om spaarders te mogen aantrekken en leningen te mogen verstrekken.’ Hoe denken jullie die hogere rente te kunnen geven aan spaarders?

‘We maken geen onnodige kosten. In ons bedrijfsmodel hebben we bijvoorbeeld geen last van verouderde computer- en informatiesystemen met bijbehorende werkwijzen, processen en dure medewerkers. We gebruiken het nieuwste van het nieuwste op IT-gebied. Hierdoor kunnen we bijzonder efficiënt opereren en veel kosten besparen. Plus dat we een paar stappen in het proces

Kortom, je praat over bedrijven, met een duurzaam doel, tot vijftig werknemers.’

ontwikkeling van een ideaal kredietverleningsproces.’

Is jullie naam niet een beetje misleidend? ‘Omni’ betekent alles en jullie financieren slechts een beperkte doelgroep.

Gaat de samenwerking met de HvA verder?

‘Omnifin is puur een werktitel. We konden nog alle kanten op met de concrete invulling. Daarom kozen we voor een algemene naam in deze onderzoeksfase. Het zal nooit de uiteindelijke naam van de bank worden.’ Hoe sluit de HvA aan op Omnifin?

‘Bij de HvA hebben we een gewillig oor gevonden bij verschillende onderzoekers, zoals lector Frank Jan de Graaf en onderzoeker Kirsten Rauwerda. Onder meer door een student bij ons een afstudeeropdracht te laten uitvoeren.’ Wat heeft die student onderzocht?

‘Ze heeft gekeken naar het ideale kredietverleningsproces. Uit bestaand onderzoek en eigen onderzoek onder mkb-ondernemers kwam een aantal pijnpunten. Die hebben we geprobeerd glad te strijken. Zo

‘We richten ons op dat deel van de mkb-markt dat op zoek is naar financiering tot 250.000 euro’ samen doen met andere partijen, waardoor we goedkoper uit zullen zijn en we zowel de spaarder als de lener een beter tarief kunnen bieden. Zo willen we bedrijfsplannen laten screenen die uitmonden in een advies aan de mkb-onderneming.’ Voor welke ondernemers is de nieuwe financiële dienstverlening bedoeld?

‘We richten ons op dat deel van de mkbmarkt dat op zoek is naar financiering tot 250.000 euro. Een deel van de mkb-ondernemers in ons land heeft moeite met het krijgen van een lening. Dan heb je het vooral over microbedrijven en kleine bedrijven. Micro-ondernemers hebben twee tot negen werknemers in dienst, en kleine bedrijven bieden werk aan maximaal 49 mensen.

gaan er gemiddeld zeven weken voorbij vanaf de eerste oriëntatie voor het verstrekken van een lening tot het moment dat het geld op de rekening wordt gestort. Dat vinden ondernemers te lang, zij willen eerder duidelijkheid. Die zeven weken willen we terugbrengen naar het absolute minimum. ‘Los van die kortere termijn willen we meer communicatie naar de lener, zodat die weet waar precies in het proces zijn aanvraag zit. Vooral als er een lening niet wordt toegekend, stoort de ondernemer zich aan de beperkte communicatie hierover. Dat willen we verbeteren in onze dienstverlening door uitvoerig te praten over de redenen van afkeuring van de kredietaanvraag. Al deze aspecten, en nog veel meer, willen we meenemen bij

‘Jazeker, we mogen gebruikmaken van het +FinanceLab. Dat is een onderzoekslab binnen de faculteit Business en Economie. Daarin delen we onze ervaringen met een aantal onderzoekers en weten we beter waar we staan in ons onderzoek en in de markt. Dat geregeld overleg versterkt ons initiatief.’ U spreekt steeds over wij. Wie trekken er nog meer de kar?

‘Er zijn nu tien tot twaalf mensen betrokken bij dit initiatief. Ruim de helft komt uit de financiële sector, onder wie ikzelf. De rest is van buiten de sector aangetrokken om ook een ander geluid te laten horen. Bijvoorbeeld om meer vanuit de klanten te oriënteren en te weten wat zij belangrijk vinden.’ Aan welke partijen moet je dan denken?

‘We hebben iemand in het team die in het verleden verantwoordelijk was voor strategische trajecten bij een vakbond en een pensioenuitvoerder. En er zit iemand bij die actief is als marketingdirecteur bij een groot chemisch bedrijf. Weer een ander teamlid heeft ruime ervaring en affiniteit met duurzaamheid. Een gemêleerd gezelschap dus.’ Wat is jullie missie?

‘We streven niet naar een grote universele bank in Nederland, maar een bank van beperkte omvang die wel in staat is om invloed te hebben op de financiële sector. We willen de transitie naar maatschappelijk verantwoord ondernemen versnellen door kleine kredieten te verstrekken met een positieve impact en spaarders invloed te geven.’ Heeft deze aanpak toekomst?

‘Dat durf ik niet te zeggen. We zullen zien of er genoeg spaarders zijn die het belangrijk vinden om een positieve draai te geven aan hun spaargeld en of we genoeg mkb ondernemers op zoek naar kredieten tot € 250.000 voor een project met een positieve impact kunnen aanspreken met een zeer concurrerend bod. Alle tekenen staan wel op groen, maar je weet het nooit. Net als aan de andere kant bij het verstrekken van krediet durven we geen zekerheid te geven van slagen. Het heeft er wel alle schijn van, want die markt ziet er fantastisch uit. Maar ik kan succes niet garanderen.’ HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial | 17


inzicht

Streetsmart Hoe lok je mensen naar de winkelstraat? Waarom slaagt de ene ondernemer wel en redt de andere het niet? En wat vinden mensen in Nieuw-West zelf van hun participatie? Voor studenten en onderzoekers van de faculteit Business en Economie liggen de onderzoeksvragen op straat. Of dat nu is tussen de flats in Zuidoost of de kantoren van de Zuidas. Het kloppend hart van dit onderzoek is het Centre for Applied Research on Business and Economics (CAREM) aan de Wibautstraat. Vanuit hier verspreiden lectoren, onderzoekers en studenten zich naar alle hoeken en gaten van de stad. Vaak samen met bedrijven, de overheid en andere kennisinstellingen. Voor wie Amsterdam te klein is, kijkt CAREM over de grenzen van stad en land. Wat dat betreft is geen (Magere) brug te ver. De kennis komt weer terug bij de HvA-student. Die studeert zo niet alleen slim af, maar ook streetsmart.


BEELD: CEES HEUVEL TEKST: EMMEKE BOS


Een leven lang leren In de komende decennia zal de mismatch tussen wat mensen kunnen en wat op de arbeidsmarkt gevraagd wordt steeds groter worden. Wat is daar aan te doen? House of Skills onderzoekt het.

20 | HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial

Door Marleen Hoebe

S

tel, je bent al jaren werknemer bij een bank, maar je wordt ontslagen. De bank heeft geen plek meer voor je, omdat jouw taken geautomatiseerd zijn. Bij een andere bank kom je ook niet meer aan de bak. Wat moet je? In een andere sector gaan werken? Maar hoe? Je kunt niet zomaar de zorg in. Functies binnen bedrijven zullen in de toekomst door technologische ontwikkelingen komen te vervallen. De schatting is dat de komende twintig jaar 500.000 van de 780.000 banen in het lagere en middensegment van de Metropoolregio Amsterdam worden geraakt door digitalisering. Tegelijkertijd zullen er nieuwe vacatures bij komen, die maar niet opgevuld worden, omdat mensen niet over de juiste vaardig-


worden, kan hier via scholing aan gewerkt worden. Binnen matching worden instrumenten ontwikkeld waarmee mensen aan de hand van hun vaardigheden gelinkt kunnen worden aan een baan in een andere sector. Aan deze drie werkpakketten zijn weer verschillende deelprojecten verbonden. Docent-onderzoeker Wander Meulemans en onderzoeker Maarten Hogenstijn van lectoraat gedifferentieerd Human Resource Management (gHRM) voeren zo’n deelproject uit. Hun deelproject ‘Samen zorgen in de wijk’ valt onder

‘In ons project starten we vanuit de wijk, niet vanuit vergaderkamers’

PASCAL TIEMAN

heden beschikken. Er ontstaat een mismatch tussen wat mensen kunnen en wat wordt gevraagd in sectoren. Om die mismatch aan te pakken, is een jaar geleden in Amsterdam het project House of Skills gestart. Verschillende partijen doen hieraan mee, waaronder de faculteit Business en Economie van de Hogeschool van Amsterdam (HvA), de gemeente Amsterdam, Randstad en het ROC Nova College.

Drie werkpakketten Het hoofddoel van House of Skills is mensen helpen om weer aan het werk te komen. Het grote plaatje dat hierbij past is ‘je leven lang ontwikkelen’. Hiervoor zijn verschillende werkpakketten opgestart, onder meer assessment, scholing en matching. Bij het werkpakket assessment wordt gekeken over welke vaardigheden en ambities deelnemers beschikken. Als bepaalde vaardigheden nog missen of bijgeschaafd moeten

matching. ‘De overheid trekt zich steeds meer terug, onder andere in de zorg’, vertelt Meulemans. ‘We leven nu in een participatiesamenleving. Mensen moeten het zelf oppakken. Dit doen ze ook, zo goed en zo kwaad als het gaat. Ze zorgen vrijwillig voor hun naasten – naast hun drukke baan of nadat ze hun baan zijn kwijtgeraakt. Hierbij moeten ze soms handelingen verrichten waar ze niet voor opgeleid zijn. We willen deze mensen opsporen, met name in Amsterdam-Zuidoost, NieuwWest en Noord, zodat we inzicht krijgen in wat ze nodig hebben. House of Skills kan ze bijvoorbeeld met een opleiding helpen, waardoor ze de papieren voor verzorgende kunnen krijgen. Daarnaast kunnen we ze matchen aan een werkgever in de zorg. In de zorg staan ze nog altijd te springen om goede verzorgers.’

Wijken verkennen ‘Samen zorgen in de wijk’ moet uiteindelijk leiden tot een model dat in allerlei wijken opgezet kan worden. Eerst wordt dit experiment in Amsterdam Nieuw-West en Zuidoost opgezet. ‘Hiervoor hebben we de wijken verkend, samen met studenten van de faculteit Business en Economie en studenten van de faculteit Gezondheid’,

vertelt Meulemans. ‘Het is belangrijk dat onze studenten betrokken zijn en dat ze dit samen met een andere discipline doen. Onze studenten zijn economen, kijken snel procesmatig, wat ook belangrijk is, want zorg gaat ook over processen en cijfers, maar voornamelijk over mensen. Doordat onze studenten samen met de studenten Gezondheid aan de slag gaan, leren ze de taal van de zorg spreken.’

Vooral doen Het onderzoek dat Meulemans uitvoert is praktijkgericht. ‘Zo kunnen we tegelijkertijd bekijken of deze methode echt werkt en waar we nog tegenaan lopen. Binnen House of Skills gaat het niet alleen maar om vergaderen, maar vooral om doen. We proberen met de samenwerkende partijen in een andere werkgever-werknemer-relatie te denken. Projecten worden van onderaf opgezet; de wijk en haar potentiële arbeidsmarkt is leidend. In ons project starten we daarom vanuit de wijk, niet vanuit de vergaderkamers.’ De mensen die zorg in de wijk uitvoeren, worden nu nog niet altijd gezien. ‘Ze komen vaak uit een andere cultuur of hebben andere gewoontes’, legt Meulemans uit. ‘Er ligt potentie bij hen, daarom moeten we ze die kans geven tot opleiding. Die opleiding verzorgen we niet zelf. We zoeken steeds naar andere partners binnen House of Skills waarmee we kunnen samenwerken. In dit geval zijn dat Randstad en het Nova College. Zij hebben opleidingsprojecten die wij met ons programma willen combineren. Door deze samenwerkingen gaat het project ook over assessment en scholing.’ Dit is een belangrijk kenmerk van House of Skills: partners die normaal niet samenwerken, leren elkaar kennen en gaan samenwerken. Meulemans: ‘Normaal leidt het Nova College bijvoorbeeld alleen jongeren op, dus het is voor ons spannend om het op deze manier aan te pakken.’ Uiteindelijk kunnen deze samenwerkingen ervoor zorgen dat in de toekomst nog andere samenwerkingen worden aangegaan. De partijen kunnen elkaar dan makkelijker vinden.’ HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial | 21


interview

Gevraagd:

skills

Is het mogelijk om de regionale arbeidsmarkt anders in te richten? Alex Straathof (AS), lector Management en Cultuurverandering, en Martha Meerman (MM), lector Gedifferentieerd HRM, vinden het een razend interessante vraag, en dat bindt ze. Ze gingen in gesprek over House of Skills, een initiatief om de arbeidsmarkt te baseren op vaardigheden in plaats van opleiding.

Wat is jullie rol in House of Skills?

MM: ‘Ik vertegenwoordig de doelgroep van House of Skills. Dat zijn middelbaar opgeleiden, waarbij niet alleen de opleiding van belang is, maar ook de werkervaring daarna. Die doelgroep komt overeen met het precariaat, zoals Alex zegt. Het aantal flexwerkers is gestegen van 4 procent in 2000 naar 20 procent nu. Ze hoppen van baan naar werkloos naar baan, en krijgen geen toegang tot een carrière. Sterker nog, bij een flexibele arbeidsmarkt bestaat hogerop komen helemaal niet meer. Een werkgever vraagt naar skills en niet naar iemand die zich verder ontwikkelt.’ AS: ‘Mijn rol is bestuurskundig. Ik denk vanuit gemeengoed en houd me bezig met partijen zover krijgen dat ze iets van hun eigen belang weggeven in ruil voor een beter gemeengoed. In die rol ben ik het met Martha eens dat we het precariaat als groep moeten betrekken in House of Skills, want anders gaan ook deze veranderingen ten koste van hen.’ Wat gaat het precariaat helpen?

Door Didi de Vries

Vertegenwoordigt House of Skills een oplossing voor een lastig probleem?

AS: ‘Deels. We weten wat het probleem is, namelijk een arbeidsmarkt vol mismatches tussen vraag en aanbod. Maar we hebben geen voorbeeld van hoe je een arbeidsmarkt transformeert en er zijn heel veel partijen bij betrokken. De arbeidsmarkt in metropoolregio Amsterdam is het fundament 22 | HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial

voor bijna een kwart van de Nederlandse economie. Als je daarin iets verandert, heeft dat effect in andere gebieden. De primaire doelgroep van House of Skills is het precariaat, mensen die in onzekerheid leven omdat hen slechts tijdelijke contracten worden aangeboden, maar verandering heeft ook directe gevolgen voor mensen eromheen. Huismoeders bijvoorbeeld, statushouders en ook hoger opgeleiden. Een complex probleem dus en het gaat te ver om te zeggen: ik weet hoe we dit moeten doen.’

AS: ‘De kern van wat we willen, is uitwisseling tussen vaardigheden van werknemers en taken die werkgevers vervuld willen hebben. Die combinatie van skills en taken is eenvoudiger dan competenties, opleidingsdiploma’s en vacatures met functie-eisen. En vaardigheden worden gedurende je leven aangevuld. Een ouder die kinderen opvoedt, doet pedagogische vaardigheden op. We zoeken een manier dat te valideren, want nu worden thuiszittende ouders gekarakteriseerd als ‘onbenut arbeidspotentieel’. Dat doet geen recht aan wat ze in huis hebben.’


Martha Meerman is een van de sprekers tijdens de zesde editie van het Gala van de Wetenschap, dat dit jaar op 27 november plaatsvindt in de Stadsschouwburg Amsterdam. Naast Meerman zal ook HvA-lector Louise Elffers op het podium staan. Andere gasten zijn Eveline Crone, Robbert Dijkgraaf en Erik Scherder. Zie galavandewetenschap.nl voor het complete programma.

Wat maakt dat zo ingewikkeld?

MATS VAN SOOLINGEN

‘Het skillspaspoort is een dienst om je vaardigheden te vergelijken met wat werkgevers vragen’  MM: ‘Dat is makkelijk gezegd, maar een diploma is er niet voor niets. Een vakman beheerst een vak en is breed opgeleid. Dat terugbrengen naar vaardigheden en enkele taken die je verricht, is een inbreuk op de beroepsidentiteit.’ Wat vind je van die beroepstrots?

AS: ‘Dat brengt je in deze veranderlijke tijd niet verder. Een automonteur bezit kennis en vaardigheden die ook nodig zijn bij het installeren en repareren van warmtepompen. Maar omdat hij niet denkt in termen

van vaardigheden en taken zal hij niet solliciteren bij een installateur of energiemaatschappij. Dat is een gemiste kans.’ MM: ‘Er vallen steeds meer beroepen weg en het precariaat wordt steeds groter. Goed idee om vaardigheden te erkennen, maar een mens opdelen in enkele skills gaat me te ver.’ AS: ‘Dat is iets technisch, daar moeten we ons niet in verliezen. Je moet het zo zien: je kunt dingen en je wilt dingen. Het skillspaspoort is een dienst, een nieuwe taal om je vaardigheden te vergelijken met wat werkgevers vragen.’

AS: ‘In de arbeidsmarkt zijn er een hele hoop partijen die allemaal een stukje gezamenlijk midden uitsluiten van discussie. Ze willen samenwerken, maar als het over ‘hun’ stukje gaat, moet je wel doen wat ze zeggen. Een voorbeeld: FNV wil geen pensioenakkoord tekenen als de pensioenleeftijd niet wordt teruggebracht naar 66 jaar. Een snelle verhoging van pensioenleeftijd klopt niet met de actuele ontwikkeling van levensverwachting; mensen worden helemaal niet veel ouder. Een logisch standpunt van FNV, maar het ligt in het midden van het pensioenakkoord en ze sluiten daarmee een compromis uit.’ Martha, sluit je een gezamenlijk midden uit?

MM: ‘Ik noem het grenzen waar ik niet overheen kan om in het midden te komen. Zekerheid is heel belangrijk voor mensen. Daar zal mijn onderzoek altijd om draaien. Over flexibilisering van het precariaat maak ik me zorgen. Heb je een baan, dan ga je uit de bijstand en kijkt niemand meer naar je om. Als je baan ophoudt te bestaan, heeft een bedrijf niks meer met je te maken. En dan verlies je ook nog eens je beroepsidentiteit. Dat is te veel. Zekerheid kan een vaste baan zijn, maar we zoeken naar nieuwe manieren van zekerheid.’ Alex, kun je daar iets mee?

AS: ‘We moeten samen het gezamenlijke midden verbreden. In gesprek gaan en risico’s afdekken. De weg te gaan is niet overtuigen, maar het samen zien van nieuwe, mogelijkheden. De stellingen zijn allang ingenomen, dus puur overtuigen heeft geen zin.’ HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial | 23


Spookstad of pretpark? De toekomst van winkelcentra Kunnen winkels van steen en cement nog floreren in een tijdperk van tsaar Bol.com en koning Coolblue? Volgens Jesse Weltevreden, lector Digital Commerce aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA), hebben winkeliers nog een paar troefkaarten in handen. Maar die moeten ze wel snel uitspelen. ‘Het is veranderen of verdwijnen.’

Door Sebastiaan van de Water

D

e wenkbrauwen van Jesse Weltevreden stijgen hoog boven zijn brilmontuur uit. ‘Dit is een unicum’, zegt de lector. Zijn ogen zijn gericht op een stapel afwastobbes. Ernaast staat een bak plastic prullaria en een mand vol blauwe sokken. ‘Uitkiezen: tien voor vier euro’ prijkt er op een bordje. De lector grijpt niet direct naar zijn portemonnee. ‘Het is veelzeggend dat zo’n uitdragerij kan overleven in deze straat.’ Vanaf de overkant weerklinkt het geluid van een schoenmaker, die ritmisch een hamer op een zool laat neerdalen. Een vrouw tilt een paarse pruim de lucht in, speurend naar beurse plekjes. Vanuit Fred's Tabakshop stromen grootvaderlijke aroma’s de straat op. De twintigste eeuw is springlevend, in dit stukje Amsterdam-Oost. ‘Dit is een atypische winkelstraat, in een atypische stad’, oordeelt Weltevreden na een wandeling door de altijd drukke Javastraat. ‘Je ziet bijna geen grote winkelketens. De hele buurt doet hier nog traditioneel boodschappen, waardoor winkeliers de hete adem van e-commerce niet voelen.’ Hoe anders is de situatie elders in het land. Van Venlo tot Vlieland maken eenmanszaken plaats voor filialen van grote winkel24 | HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial

BRAM BELLONI

ketens, die op hun beurt vooral lucratief zijn voor curatoren en notarissen. Ter opfrissing: Free Record Shop, 2013. V&D, 2015. Halfords, 2014. Perry Sport, 2016. Kijkshop, 2018. Schoenenreus, 2015. Men at Work, 2018. Expo, 2012. Polare, 2014. DA, 2015. Scheer & Foppen, 2016. Het Nederlandse winkelcentrum van de jaren 90 is failliet. Knockout geslagen door Bol.com, Coolblue, Zalando en duizenden kleinere webwinkels.

Het is 2040. Je loopt door een oude winkelstraat in Hoofddorp. Links ontwaar je dichtgetimmerde deuren en ramen. Ratten proberen zich een weg naar binnen te knagen. Rechts zie je verroeste rolluiken. De wind laat lege bussen graffiti tegen elkaar kletteren. Verfresten op ruiten herinneren aan het feit dat hier ooit het poëtische OP=OP stond geschreven. Even vraag je je af: heb je misschien je augmented reality bril nog op de post-apocalyptische modus staan?

Nooit meer op=op

Betreft dit een waarschijnlijk scenario? Hangt er vanaf, stelt Weltevreden. ‘Retail op zich is geen aflopende zaak. Er is enorm veel dat winkels en winkelgebieden kunnen bieden waar online shops alleen maar jaloers op kunnen zijn. Aan de andere kant zijn er in Nederland nu te veel winkelcentra.’ In een snel veranderend, hypercompetitief landschap geldt de wet van Darwin: het is aanpassen, of uitsterven. Maar hóe moeten winkelgebieden veranderen?

Weltevreden was begin deze eeuw de eerste onderzoeker die de impact van online shoppen op onze binnensteden in kaart bracht. Destijds luidde zijn conclusie: het valt mee, voorlopig. Toen had twee derde van alle Nederlanders nog nooit op een bestelknop geklikt. Anno 2018 weet elke grootmoeder dat je voor de beste deals altijd eerst even online moet kijken. Evenzogoed weten haar kleinkinderen dat een winkelcentrum bezoeken in veel gevallen zonde van hun zakgeld is. Het gevolg? De leegstand in onze binnensteden stijgt en de omzetten dalen. Terwijl de economie al twaalf kwartalen op rij groeit. Winkeliers beleven dus gouden tijden, in vergelijking met wat hen te wachten staat. De eerstvolgende recessie zal velen de genadeklap brengen.

Blokker, Beans & Burgers Uitgerekend in de Javastraat zijn her en der de eerste tekenen te zien van wat heel Nederland te wachten staat. ‘Je ziet hier naast de traditionele aspecten ook veel innovatie. Dat maakt dit zo’n interessante straat’, aldus Weltevreden. ‘Kijk eens’, zegt hij, terwijl hij door een ruit tuurt. Binnen zitten


Werk samen

kinderen stil in stoelen, terwijl hun haren worden geknipt. Hun moeders inspecteren ondertussen rekken vol dure kinderkleding. ‘Slim bedacht,’ oordeelt de lector. De nabijgelegen Koffieboetiek is minder origineel, maar gezien de drukte wel succesvol. Ook de boekwinkel aan het eind van de straat weet te overleven dankzij het lapmiddel van koffie. Een klassieke viswinkel heeft zichzelf omgeturnd tot visrestaurant-en-winkel. Waar duidt dit op? Moet het falende Blokker ook kleding gaan verkopen, of zichzelf opnieuw uitvinden als Blokker, Beans & Burgers? Weltevreden lacht die suggestie weg. Hij denkt groter veel groter dan dat. ‘Het probleem is dit: op basis van prijs of assortiment ga je het onmogelijk winnen van online winkels. Je moet eerst zorgen dat mensen überhaupt hun stoel uitkomen. Bied ze een rijke, voortdurend nieuwe, sensorische experience. Dát is iets wat websites niet kunnen.’ Ook met extra slagroom smaken foto’s op websites nooit zo lekker.

Idealiter worden onze winkelcentra een soort openlucht pretparken, vol experimenten, evenementen, proeverijen, popup-art, zitplekjes en een breed scala aan eet- en drinkopties. Eenmaal in de buurt, kopen klanten misschien bij jou die schoenen die ze anders voor een paar euro minder bij Zalando hadden besteld. Dit klinkt een stuk aantrekkelijker dan dat tafereel met die ratten. Maar het vereist wel iets ingewikkelds, weet Weltevreden. ‘Nauwe samenwerking tussen concurrenten. Winkeliers moeten hun winkelgebied runnen als ware het één bedrijf, waarbij ze zich conformeren aan een gezamenlijk marketing en promotiebeleid.’ Uit onderzoek van de expertgroep Future Retail City Center, waar Weltevreden voorzitter van is, blijkt dat veel winkeliers juist op dit gebied in het duister tasten. ‘Ze hebben hun handen al zo vol aan hun eigen zaak, dat professioneel beleid moeilijk van de grond komt’, stelt hij. Zo blijft bijvoorbeeld de toepassing van moderne technologie ondermaats, concludeert het lectoraat Digital Commerce in zijn boek Technologie redt de winkel?! Veel verder dan een trage openbare wifiverbinding komen de meeste winkelgebieden niet. Het is 2040. Je loopt door de Javastraat en stapt een populaire modezaak binnen. In plaats van kledingstukken, zie je slechts metalen schuifdeuren. Het groene lampje boven deur #20 verraadt dat deze nog niet bezet is. Een 3D-scanner begint je lichaams-

omvang te analyseren. Binnen tien seconden zie je jezelf terug op een virtuele spiegel. Naar wens kun je nu kledingstukken kiezen om die hyperrealistisch op je lichaam te projecteren. Na drie nieuwe outfits bij elkaar te hebben gezocht, zeg je: ‘Bezorg deze bestelling thuis om 18:30 uur.’ Vanuit een magazijn begint een zelfrijdend elektrisch wagentje de kleding naar je huis te rijden. Of dit werkelijk in 2040 gaat gebeuren, daar waagt Weltevreden zich niet aan. Hij is geen man van speculaties ‘Ik blijf bij de harde feiten die we nu kunnen meten. Ons onderzoek laat zien dat winkeliers niet eens hoeven te wachten op technologische doorbraken. Ze kunnen nú al veel meer doen, mits ze slim gebruikmaken van de beschikbare kennis. Amsterdamse winkeliers zijn momenteel bezig een webshop op te zetten waar ze collectief hun producten kunnen verkopen. Dat klinkt als een goed plan, maar wij weten dat soortgelijke initiatieven elders zijn mislukt. Van die ervaringen, die wij in kaart hebben gebracht, wordt nu niet geleerd. Elk winkelgebied probeert met een blinddoek om het wiel opnieuw uit te vinden. Er moet een hoop veranderen, maar niet álles hoeft anders.’ Het is 2040. Je loopt door Javastraat. Je oog valt op een bak met gekromde voorwerpen. Geen twee zijn er identiek. Natuurlijk, het tijdperk van uniformiteit is voorbij. Je glijdt met je vingers langs de gladde buitenkant. Je zou nu met je smart-ring kunnen checken of dit een verrijking voor je lichaam is. Onnodig. Je knorrende maag heeft de vraag al beantwoord. Je betaalt met een swipe, scheurt de gele schil van het voorwerp en zet je tanden in het crèmewitte vruchtvlees. Kauwend staar je naar een wolk. ‘Niet alles hoeft anders’, zei Jesse Weltevreden al in 2018. HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial | 25


Docent en onderzoeker Luca Lopes de Leao Laguna is direct na haar studie aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA) gaan werken. Sinds 2014 werkt ze bovendien aan een promotieonderzoek over Human Resource Management. In hoeverre beĂŻnvloeden onderzoek, onderwijs en praktijk elkaar? En hoe past het promoveren daarbinnen?

Promoveren doe je zo 26 | HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial


Door Joost Zonneveld Beeld: Bram Belloni

Hoe bent u bij de HvA terechtgekomen?

‘Ik heb sociologie aan de Universiteit van Amsterdam gestudeerd en Human Resource Management aan de Hogeschool van Amsterdam. Na mijn afstuderen in 2007 ben ik hier eigenlijk blijven hangen, zou je kunnen zeggen. Ik kon meewerken aan een onderzoeksproject en ik kon mijn eerste lessen geven door ziekte van collega's. En in de jaren daarna ben ik steeds meer onderwijs gaan geven.’ Waar deed u onderzoek naar?

‘Ik deed onderzoek in een grote zorginstelling. In dat onderzoek keek ik niet alleen naar wat medewerkers deden, maar werkte ik heel direct samen met mensen op de werkvloer. Het doel was om het werk in de zorg plezieriger en effectiever te maken, dus om de dagelijkse praktijk niet alleen te analyseren, maar om die ook te verbeteren. Het doen van dat ‘actieonderzoek’ was voor mij van belang voor het lesgeven aan de hogeschool, want daarvoor is het nodig goed te weten wat in de praktijk gebeurt.’ Op een gegeven moment wilde u ook gaan promoveren. Waarom?

‘Nadat ik een jaar of vijf vooral lesgegeven had, begon het toch te kriebelen. Ik wilde mij graag weer inhoudelijk verdiepen. De HvA stimuleert het ook dat docenten gaan promoveren. Dat heeft met de verdere professionalisering van de hogeschool te maken. In 2014 heb ik een NWObeurs gekregen, waarmee ik twee dagen per week en vier jaar lang aan mijn promotieonderzoek kan werken. Van de HvA heb ik voor dezelfde periode een dag per week onderzoekstijd. Als het nodig is kan ik van NWO nog voor een extra jaar een toelage krijgen.’ Hoe heeft u zich voorbereid op uw promotieonderzoek?

‘Een jaar lang heb ik aan een onderzoeksvoorstel gewerkt, naast mijn baan. Dat was best pittig. Volgens mij is het nu beter geregeld en is het mogelijk een dag per week betaald aan een voorstel voor een promotieonderzoek te werken. Maar voor mij gold dat dus nog niet.’ Waar gaat uw promotieonderzoek over?

‘Het gaat over de rol van onderzoek in de hrm-praktijk. Dat vind ik interessant, omdat wij

studenten als onderdeel van de 21st century skills leren onderzoekend te zijn, een kritische houding aan te nemen, en ik wilde eens analyseren hoe dat in de praktijk werkt. Is er wel ruimte voor onderzoek in de hrm-praktijk? Hoe wordt er onderzoek gedaan? En wat gebeurt er met onderzoeksresultaten? Hoe zou dat beter kunnen?’ En? Is die ruimte er?

‘Nog niet heel erg, durf ik wel te zeggen. Er bestaat vaak een conflict tussen onderzoek en de praktijk. Er is veelal nauwelijks sprake van een onderzoekende cultuur op hrm-afdelingen van bedrijven of andere organisaties, als gevolg van ervaren tijdsdruk. Het wordt niet belangrijk gevonden. Maar in mijn actieonderzoek blijken hrm’ers wel enthousiast te worden als zij merken dat het hun wel iets oplevert.’ Hoe heeft u de rol van onderzoek in de hrm-praktijk onderzocht?

‘Ik heb een combinatie gedaan van kwalitatief en kwantitatief onderzoek én actieonderzoek. Zo heb ik in een kwalitatieve studie aan hrm’ers gevraagd hoe relevant en bruikbaar onderzoek is voor hun praktijk. Onderzoek speelt beperkt een rol in de praktijk. Het wordt vooral gebruikt om medewerkerstevredenheid te meten. En er is nu veel interesse in hr-analytics en dan vooral in de belofte dat met data van alles aan te tonen is.’ Hoe heeft u de mate en de kwaliteit van onderzoek in de hrm-praktijk beoordeeld?

‘Ik heb dat afgemeten aan wat er binnen de verpleegkunde en de onderwijskunde gebeurt. Daar bestaat een veel langere geschiedenis met onderzoek door praktijkbeoefenaars. Die cultuur ontbreekt binnen de hrm-wereld vaak. De kwaliteit is mager en met de uitkomsten wordt nauwelijks iets gedaan. Als er al onderzoek gedaan wordt, gebeurt dat meestal niet systematisch en is het vaak onduidelijk op welke vraag een antwoord gezocht wordt. En als het wel goed uitgevoerd wordt, dan wordt er vaak maar weinig mee gedaan. ‘In een grote organisatie is onderzoek gedaan naar discriminatie op basis van leeftijd, maar de conclusies zijn in een la verdwenen. Ook het evalueren van het eigen handelen, iets wat van belang is om te beoordelen of het gevoerde beleid ook daadwerkelijk werkt, gebeurt niet of nauwelijks. Er wordt meestal gewerkt op basis van een geloof dat iets wel of niet werkt.’


interview

CV Luca Lopes de Leao Laguna

Denkt u dat u die praktijk kunt veranderen?

‘Ja, ik hoop dat ik een bijdrage kan leveren aan het professionaliseren van Human Resource Management. Dat er kritischer gekeken wordt naar de eigen praktijk en het gevoerde hrm-beleid. ‘Daarnaast is de morele kant van hrm vaak onderbelicht. Zo hebben veel organisaties in hun missie staan dat de mens centraal staat, maar dat blijkt niet altijd in de praktijk. Iedere professional moet zich afvragen: waar is ons handelen op gebaseerd en matcht dat met de dagelijkse praktijk?’

2003 - 2007 bachelor Human Resource Management aan de HvA vanaf 2007 docent Human Resource Management aan de HvA 2007 - 2011 master Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam vanaf 2011 onderzoeker bij CAREM vanaf 2015 promovendus professionalisering hrm

Hoe denkt u die cultuuromslag te bewerkstelligen?

‘Het andere deel van mijn promotieonderzoek richt zich daarop. Dat is meer actieonderzoek en daarin probeer ik met hrm’ers samen te werken en aan hen te leren hoe zij onderzoek in hun eigen praktijk toe kunnen passen en wat daarvoor nodig is. De kunst is om dat zo te doen dat zij daar zelf de toegevoegde waarde van inzien en het niet als een extra belasting ervaren wordt in hun dagelijkse werk. Anders haken ze af. ‘Daar komt bij dat hrm’ers te maken hebben met een politieke omgeving. Als het management onderzoek niet belangrijk vindt, is het lastig om toch door te zetten. Voor onze studenten die in de praktijk werken of stage lopen is dat al helemaal lastig. Op meerdere niveaus is een andere houding nodig. Daarom probeer ik mijn bevindingen en aanbevelingen ook breed te delen.’

‘Nadat ik een jaar of vijf vooral lesgegeven had, begon het te kriebelen, ik wilde mij weer inhoudelijk verdiepen’ 

Hoe doet u dat?

‘Door er met mijn studenten over te praten, maar vanwege mijn promotie geef ik zelf nog maar beperkt les. Maar ik vertel mijn collega’s van alle hrm-opleidingen in het land over mijn bevindingen en ik wijs hen op het belang van mijn onderzoeksconclusies, zodat die hopelijk in de breedte worden opgepikt. En ik deel mijn bevindingen met hrm’ers via publicaties in vaktijdschriften, social media en praktijkcongressen.’ Wanneer denkt u klaar te zijn met uw promotieonderzoek?

‘Als het goed is ben ik in de zomer van volgend jaar inhoudelijk klaar en hoop ik begin 2020 te promoveren. Ik heb nu één artikel 28 | HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial

gepubliceerd en ik heb er één in de maak. Ik ben met de laatste kwantitatieve studie bezig en als ik nog twee artikelen heb ingediend bij internationale wetenschappelijke tijdschriften, kan ik mijn promotie afsluiten. ‘Dan ben ik er iets langer mee bezig geweest dan de tijd die ervoor staat, maar daarmee ben ik geen uitzondering, dat geldt voor bijna iedereen die promoveert. De combinatie met onderwijs geven is best een lastige omdat de dynamiek daarvan anders is en je niet kunt wachten met lesgeven of het nakijken van tentamens. Het onderzoek kan dan snel op de achtergrond raken. En dat kan helemaal gebeuren als je leven tijdens een promotietraject van vijf, zes jaar

verandert. Ik heb een kind gekregen, dat zet je leven op zijn kop.’ Heeft u tips voor wie een promotieonderzoek overweegt?

‘In elk geval gewoon beginnen en niet gaan bedenken of je bijvoorbeeld na je promotie pas aan kinderen wil beginnen. Het leven laat zich over een periode van meer dan vijf jaar niet plannen. Wel is het denk ik van belang na te denken wat je realistisch kan combineren met het promoveren. Wil je lesgeven of meer coördinerende of ontwikkeltaken? En het is van belang om fit te blijven, ook praktijkgericht onderzoek doen is vaak toch veel zitten, lezen en schrijven.’


onderzoek Door Emmeke Bos

Het nachtleven in Zuidoost Ze zijn student, of ze waren student aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Welk onderzoek doen of deden ze en vooral ook: wat hebben ze ermee bereikt?

‘I

k specialiseer mij nu in Amsterdam-Zuidoost, waar veel HvA-studen­ ten komen en wonen. Grap­ pig, want ik kom hier niet eens vandaan. Ik ben geboren in Oekraïne en kwam pas in 2013 naar Nederland, toen was ik al 26. Toch ben ik gaan studeren, want zonder papiertje kun je hier niet zo veel. ‘Ik doe nu International Business. Een logisch keuze voor mij, want ik voer graag bedrijven aan en ik ben internationaal georiënteerd. In Oekraïne had ik al een res­ taurant en nu ben ik bezig met het opzetten van een internationaal IT-bedrijf. ‘Maar mijn onderzoek is juist heel dichtbij: het nachtleven in Zuidoost. Ik vraag mij af of mensen daardoor posi­ tiever worden over die buurt. Ik denk het wel. Stel dat je ergens uitgaat en je hebt een fantastische tijd, dan heb je daarna toch allerlei leuke her­ inneringen aan die plek? ‘Die fascinatie voor Zuid­ oost kwam van mijn andere onderzoek, dat ik doe als stu­ dentassistent bij onderzoeker Núria Arbonés Aran. Zij is al jaren bezig met onderzoek in Zuid-Oost. Een van de dingen die ze uitzocht was wat de beste, leukste en

tofste plekken zijn. Die plek­ ken zijn lang niet altijd be­ kend bij iedereen en dat wil­ len we graag veranderen. Ik doe dat nu door er een kaart van te maken: eerst als schaalmodel, daarna hopelijk ook digitaal. Zo hoop ik dat de mensen die er wonen, ont­ dekken dat hun wijk eigenlijk heel tof is. ‘Met dit onderzoek kan ik invloed uitoefenen, dat vind ik gaaf. Ik hoop dat mensen hierna meer plezier gaan hebben in Zuidoost. Ik kwam door het project in ieder geval veel toffe dingen tegen, waarvan ik geen idee had dat ze bestonden. Denk aan brouwerij Kleiburg of het kunstproject OSCAM. ‘Eigenlijk doet Zuidoost mij een beetje denken aan Ber­ lijn, echt een stadse stad, heel anders dan het centrum. En net zo cool. Met mijn kaart kan iedereen straks zien hoe leuk deze buurt is. De mensen die er wonen, maar ook de mensen die Zuidoost nu nog links la­ ten liggen.’ BRAM BELLONI

Iegor Trieshchov (32), International Business

‘Met dit onderzoek kan ik invloed uitoefenen, dat vind ik gaaf’

MARTIN OUDSHOORN

HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial | 29


Interview

Met 10K leren ondernemen De Hogeschool van Amsterdam (HvA) biedt voor het derde achtereenvolgende semester het programma 10K aan. Studenten met een ondernemersidee worden daarin klaargestoomd om van dat idee een start-up te maken. Bart van Grevenhof, programmamanager Ondernemerschap aan de HvA, legt uit.

Door Peter de Jong

Waar staat de term 10K voor?

‘Dat slaat op de 10.000 uur die je aan iets moet besteden om het onder de knie te krijgen. Wij zien dat met een knipoog als de eerste 10.000 uur die de studenten gaan maken in het ondernemen. Als je dat in je eentje doet, ben je lang bezig, maar met een team kun je het in een jaar klaren. ‘10K is voor iedere student aan de HvA. Niet alleen voor de studenten bedrijfskunde bijvoorbeeld, maar ook voor studenten fysiotherapie, PABO of productdesign. We zijn dit programma begonnen omdat we zagen dat studenten wel kwamen met creatieve oplossingen, maar dat er nog een gat zat tussen een idee en het daadwerkelijk uitvoeren van dat idee. 10K helpt studenten met het zetten van stappen naar het ondernemen.’ Waarom is het een belangrijke taak van de Hogeschool om studenten te helpen met ondernemen?

‘Op de hele HvA ontwikkelen studenten 30 | HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial

innovatieve ideeën die de wereld een beetje mooier kunnen maken. Of die ideeën nu ontstaan in een minor als Energy Engineering, tijdens een stage in het ziekenhuis of geïnspireerd zijn door het studentenleven, dat maakt niet uit. De HvA wil haar studenten als professional vol vertrouwen de arbeidsmarkt op sturen, en zo wil 10K studenten met zo’n bedrijfsidee alle kansen bieden om te slagen als ondernemer. Bijvoorbeeld door studenten toegang te geven tot state-of-the-artkennis, belangrijke netwerken en hen lessen van ervaren ondernemers mee te geven.’   Waar bestaat het programma van 10K uit?

‘Bij de intake stellen we de studenten drie vragen. Wat is de toegevoegde waarde die je wilt leveren en voor wie is die belangrijk? Welke technologie stelt je in staat dat te genereren? En wat is je motivatie, waarom doe je dit? ‘We beginnen met een zeer intensieve week. Daarin laten we zien wat we van ze verwachten: werken aan het bedrijfsmodel, het team, de organisatie. En we

Bart van Grevenhof, programmamanager Ondernemerschap BRAM BELLONI

doen aan teambuilding. Dat is belangrijk, want ze moeten elkaar kunnen vertrouwen. ‘Daarna zien we de studenten gedurende een semester één keer per twee weken. In twintig weken tijd vullen ze hun rugzak met kennis die ze goed kunnen gebruiken. Experts van buiten komen masterclasses geven. Onder meer over financiën, free publicity, export en teambuilding. ‘We sluiten het programma af met een Dragons’ Den. De studenten mogen hun plannen dan over het voetlicht brengen voor een jury van vijf ondernemers, die hun sporen hebben verdiend. Die beoordelen of de studenten klaar zijn om te starten met een onderneming. De studenten worden ondervraagd hoe ze de onderneming willen financieren, wie hun klanten zijn en hoe ze die gaan bereiken. ‘Na de cursus kunnen de studenten gebruikmaken van het digitale netwerk Startup and Running. Dat is een platform waarin studenten kunnen matchen met ondernemers en professionals, die ze kunnen vragen om coaching bijvoorbeeld.’


van buitenaf. Het opbouwen van een netwerk van partners en ambassadeurs is veel belangrijker. Hoe meer financiering je hebt, des te meer verplichtingen. Dan houd je niet veel eigen zeggenschap over je product over.’ Noem eens een voorbeeld van een succesvol ondernemingsteam?

Hoe ziet de studentenpopulatie van 10K er momenteel uit?

‘Ze zijn tussen de 19 en 26 jaar en komen van allerlei opleidingen, zoals Mode, Productdesign, Aviation en Finance. We hebben acht teams, van gemiddeld twee tot vier personen. Maar ook twee individuele deelnemers. Het is een enorm gepassioneerde groep studenten.’ Hoe gaat het met de ondernemingen uit de vorige generaties?

‘Van de eerste groep zijn zes van de acht ondernemingen overgebleven. Twee daarvan hebben een financiering van 25.000 euro binnengehaald, één een financiering van 250.000 euro. En er is een team in een start-upprogramma van de gemeente Amsterdam terechtgekomen.’ Geven jullie ook subsidie aan de studenten?

‘Nee, we hebben geen pot met geld. Als ze klaar zijn met 10K hebben ze alles om succesvol te pitchen bij financiers of potentiële partners, en beschikken ze over vaardig-

heden en producten, zoals een pitchdeck. We stellen werkruimte ter beschikking, koffie en wifi. En vergeet het netwerk niet. Het wemelt hier op de HvA van andere studenten die veel weten over financiering, marketing of producten maken. Daar kunnen de studenten gebruik van maken. ‘Het is trouwens niet zo dat je aan het begin van je onderneming zo veel mogelijk investeerders moet hebben. Het is juist heel goed om de onderneming van de grond af aan op te bouwen met zo min mogelijk geld

‘In twintig weken tijd vullen ze hun rugzak met kennis’ 

‘Toupr, opgericht door HvA-studenten Justin Cobelens, Koen Franken en Otis Hermsen, is een bedrijf dat middelbareschoolleerlingen huiswerkbegeleiding biedt door studenten: co-studying. Dit kan voor scholieren het verschil betekenen tussen zittenblijven of overgaan. Voor studenten is het een mooie bijverdienste en voor ouders een oplossing die een stuk betaalbaarder is dan een huiswerkinstituut. De bevlogenheid van deze drie tech-professionals in opleiding zou zomaar eens de huiswerkbegeleidingsmarkt op z’n kop kunnen zetten.’   Moet men van het type hippe, snelle ondernemer zijn voor 10K?

‘Nee. Ook niet de slimste van de klas, of supercharismatisch. Er zijn introverte mensen die heel goede ondernemers zijn. Een andere mythe is dat ondernemers van risico houden. Onzin. Een goede ondernemer neemt gecalculeerd risico, wil van tevoren weten wat er aan de hand is. ‘Dus als je enorm gepassioneerd bent over het vak mode en je wilt een onderneming starten, wees niet bang dat je hier wordt omgebouwd tot een blitse verkoper. Veel dingen kun je uitbesteden, zodat jij je kunt bezighouden met de dingen waar jij goed in bent. Wij zoeken de studenten met een slim idee, die de schouders er onder willen zetten en de wereld om hen heen willen veranderen.’ HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial | 31


boeken

Zes maal HvA-onderzoek

Het verbonden winkelgebied

Meedoen in Nieuw-West

Jobs of the Future

Studiesucces in het hoger onderwijs

W

ebsites die niemand leest, facebookposts die maar weinig mensen leuk vinden en twee ongelukkige vrijwilligers die de hele socialemediakar zo’n beetje trekken. Digitale marketing en winkeliers zijn vaak geen succescombinatie. Speciaal voor hen is er nu het handboek Het verbonden winkelgebied. Onderzoeksteam Collectief Online stelde de bundel samen. Zij legden twee jaar lang klanten, winkeliers, ondernemers, webshops en meer onder de loep om te ontdekken wat wél werkt. Van gratis wifi tot een socialemediaplan, het boek bevat tal van adviezen om je digitale marketingstrategie een update te geven.

P

articipatie: een prachtwoord in overheidsvoorstellen. Iedereen mag, of moet, meedoen. Maar de praktijk is weerbarstiger. Neem Amsterdam Nieuw-West. Vlakbij economische hotspots zoals Schiphol en de Zuidas, en toch is de werkloosheid hoog en zijn de inkomens laag. Wat vinden de bewoners eigenlijk van hun participatie? En wat heeft iemand nodig om mee te kunnen doen? Met die vraag trokken onderzoekers van de Hogeschool van Amsterdam het veld in. In Meedoen in Nieuw-West komen de bewoners aan het woord: de werkenden, studerenden, werklozen. Zij hebben een heel ander perspectief op participatie dan beleidsmakers.

V

an Japanse robot-receptionisten tot aaibare mechanische gezelschapsdiertjes voor ouderen. Steeds meer werk kan gedaan worden door robots. En ook de rest van de wereld is continue in beweging: van globalisering tot economische crisis. Wat betekent dat voor onze toekomst? Welke werknemers heeft Amsterdam in 2025 nodig? Zijn die er dan wel? En wie vallen er overboord? Dat zijn vragen die de auteurs van Jobs of the Future proberen te beantwoorden. Zij vroegen werkgevers welke kennis, houding en vaardigheden hun ideale werknemer heeft. Op die manier hopen de onderzoekers Amsterdam beter te kunnen voorbereiden op de toekomst.

S

Auteurs: Collectief Online Uitgeverij: Collectief Online ISBN: 978463011785 Prijs: gratis te downloaden

Auteurs: Hafid Ballafkih, Joop

Auteurs: A. Ballafkih, e. a. Uitgever: CAREM ISBN: 9789463011877 Prijs: gratis te downloaden

Auteurs: Folke Glastra en Daniël

via hva.nl/carem/publicaties

Zinsmeister, Martha Meerman en Najat Bay Uitgever: CAREM ISBN: 9789463010337 Prijs: gratis te downloaden via hva.nl/carem/publicaties

32 | HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial

via hva.nl/carem/publicaties

uccesvol studeren, wat is dat eigenlijk? Beleidsmakers lijken zo hun ideeën te hebben: een korte studieduur, lage uitval en vooral een hoog studierendement. Dat die definitie veel kapot kan maken, bewijst de bundel Studiesucces in het hoger onderwijs. Hierin beschrijven veertien auteurs, vaak werkzaam aan een universiteit of hbo, wat studiesucces inhoudt én wat dat betekent in de praktijk. Van de kwaliteit van het onderwijs en de doorstroming vanaf het mbo tot studeren met een migratieachtergrond; zij vertellen de verhalen die achter de koude cijfers van het ‘studiesucces’ schuilgaan.

van Middelkoop (red.)

Uitgever: Eburon ISBN: 9789463011105 Prijs: € 22,-


Laboratorium Amsterdam: Werken, Leren, Reflecteren

Vakbekwaamheid en de professional in Finance & Accounting

A

msterdam als laboratorium. Niet gevuld met witte jassen en destillatieapparaten, maar met schulden, laaggeletterdheid en werkloosheid. Problemen die een student of onderzoeker zó van straat kan plukken, en die vaak knel zitten in ingewikkelde verhoudingen tussen overheid, bedrijven, bewoners en andere betrokken. In zogeheten fieldlabs wordt geprobeerd zo’n probleem te tackelen door iedereen aan tafel te krijgen en met het nodige geduw en getrek de juiste kant op te krijgen. Niet altijd eenvoudig, ondervonden onderzoekers van HvA-speerpunt Urban Management. In Laboratorium Amsterdam vertellen ze over hun ervaringen met fieldlabs, laten ze zien hoe fieldlabs in elkaar steken en welke wijze lessen ze zelf hebben opgestoken.

D

Auteur: Stan Majoor, Marie Morel,

Auteurs: Gert de Jong, Frank Jan de Graaf

Alex Straathof, Frank Suurenbroek & Willem van Winden Uitgever: Uitgeverij THOTH ISBN: 9789068687361 Prijs: € 19,95

Uitgeverij: CAREM ISBN: 9789463010566 Prijs: gratis te downloaden via

ikke boeken doorploeteren, tentamens afleggen en genoeg studiepunten sprokkelen. Wie studeert krijgt een boel theorie voor de kiezen. Maar uiteindelijk draait het in het werkende leven om méér dan een boekenwurm zijn. Je moet je ook professioneel kunnen gedragen. Maar wat betekent dat eigenlijk? Wat moet een afgestudeerde HvA’er in finance en accounting kunnen? Die vragen tackelen de drie auteurs van deze bundel. Judith Zielstra vraag zich af wat vakbekwaamheid eigenlijk is, Gert de Jong wijst op het nut van praktische wijsheid en reflectie en Frank Jan de Graaf laat zien hoe je wetenschappelijke theorie combineert met praktische kennis.

en Judith Zielstra

hva.nl/carem/publicaties

HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial | 33


kwaliteit

Hoe krijgen we de kwaliteit van het onderwijs omhoog?

BRAM BELLONI

‘Creëer genoeg tijd bij docenten om na te denken over de kwaliteit van het onderwijs’ Daniël van Middelkoop is lector Teamprofessionalisering aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en geeft les in onderzoeksvaardigheden aan de opleiding Bedrijfskunde. Hij bracht dit jaar, samen met anderen, een boek uit over studiesucces in het hoger onderwijs. Een gesprek over de kwaliteit van het onderwijs. Door Peter de Jong

Wanneer heeft het rendementsdenken in het onderwijs postgevat?

‘Dat denken is van alle tijden, maar is sterk toegenomen vanaf eind jaren 80. Toen was er een massale instroom van studenten en tegelijkertijd een economische crisis. Mede als reactie op die crisis is het new public management opgekomen. Sindsdien wordt studie-

succes in toenemende mate vertaald naar rendement. Er wordt gekeken naar het aantal geslaagde studenten, doorstroming en studie-uitval. Ik vind het alarmerend dat er zo sterk in percentages uitval wordt gedacht. Rendement is belangrijk, maar uiteindelijk een randvoorwaarde. Je moet je juist buigen over de kwaliteit van het onderwijs.’

34 | HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial

Wat zijn de oorzaken van de grote studie-uitval in het hbo?

‘Deels is het massaliteit. Er zijn veel meer studenten dan twintig jaar geleden. Dan moet je denken aan een verdubbeling. Veel studenten van niet-westerse komaf komen uit een omgeving die onbekend is met studeren. Die hebben het moeilijker. Dat geldt ook voor de mbo’ers. Die komen uit een schools systeem en worden hier ineens geacht zelfstandig te studeren. De groei van de financiering van het hoger onderwijs heeft daarnaast geen gelijke tred gehouden met het aantal studenten en dat beperkt de mogelijkheden om studenten de aandacht te geven die ze verdienen.’

‘Door onze studenten beter te begeleiden. Daar is nu te vaak tijd noch geld voor. Het is vaak een ren-je-rot-show voor docenten. Een race tegen de klok om alle taken af te krijgen. Er is te weinig tijd om na te denken over de kwaliteit. Dat is een ernstige zaak. ‘Ik zou zeggen, creëer genoeg tijd en denkruimte bij docenten om over de kwaliteit van het onderwijs na te denken. Wie zijn onze studenten, wat willen we precies van ze en hoe kunnen we ze daar zo goed mogelijk bij helpen? Laat docenten in hun teams nadenken over hun vak en manier van lesgeven. En laat ze het gesprek voeren met studenten. Wat verwachten we van hen? Dat gebeurt nu te weinig. Leiden we op voor het beroep, voor de samenleving, of voor de student als persoon zelf? Daarover moet de discussie gaan. En niet zozeer of er een slagingspercentage van 56 of 58 procent moet zijn van de studenten. ‘Maar, docenten mogen in het kwaliteitsvraagstuk ook zelf meer hun verantwoordelijkheid pakken. Die ruimte is er wel, of die kun je organiseren. Binnen het eigen klaslokaal is die er al en kan een docent op zijn of haar manier lesgeven. Maar op een iets hoger niveau - waar willen we heen met het vak, de opleiding - wordt het ingewikkelder. Wij docenten zouden dat onderlinge overleg over kwaliteit ook zelf kunnen organiseren, we mogen daar brutaler in zijn.’


Meer onderzoek online We gooien de rendement­scijfers overboord?

‘Ik ben helemaal niet tegen rendementscijfers, dat moet je vooral doen. Maar je moet dieper kijken. Welk verhaal zit daarachter? Studiesucces is voor mij niet alleen zo goed mogelijk mensen opleiden voor een beroep, maar ook om ze kritisch te leren nadenken over hun rol in de maatschappij. Daarnaast moeten we af van een perverse prikkel als de nationale studentenenquête, waar nu te veel aan opgehangen wordt. Als de uit-

ondersteuning van studenten praktijkgericht onderzoek naar het opzetten, managen en opschalen van smartcityprojectprojecten. Meer online via hva.nl/smartcityacademy

ces. Daar ben ik net zo trots op als iemand die het in vier jaar heeft gedaan.’ Ben je positief over de toekomst?

‘Gematigd. De Maagdenhuisbezetting was een wake-upcall. Sindsdien wordt er weer gediscussieerd over de kwaliteit van het onderwijs. Dat is goed. De aandacht voor docenten is toegenomen. Maar er is nog een wereld te winnen. Vergeet niet, door de automatisering gaat het werk van mensen de komende

State of cross border e-commerce Studie naar ruim tienduizend webwinkels in 31 Europese landen. Hoe het onderzoek verder gaat en het resultaat, waaronder een interactief dashboard, is te vinden via cmihva.link/crossborderecommerce

‘Het is vaak een ren-je-rot-show voor docenten’ Soft controls slag goed is voor jouw school, dan krijg je meer studenten. Ik vind het heel fijn dat studenten tevreden zijn hoor, maar ik probeer ze ook iets te leren. Dat kan botsen met de kortetermijntevredenheid van de student.’ Bij studenten lees je steeds meer over burn-outs. Wordt er te veel van ze gevraagd?

‘Toen ik studeerde was het fijn als ik op tijd klaar was met een opdracht. Als het niet lukte, deed niemand moeilijk. Nu is er de druk van het bindend studie-advies. Je moet het liefst in vier jaar klaar zijn, en de studiefinanciering is een lening geworden. De lat moet niet lager worden gelegd, maar als een van mijn studenten er iets langer over doet, is dat voor mij nog steeds studiesuc-

twintig jaar radicaal veranderen. Er zijn rapporten die zeggen dat 45 procent van onze banen niet meer bestaat over acht jaar. Dat heeft ook gevolgen voor het onderwijs. ‘Wij moeten andere professionals afleveren. Door de automatisering neemt het routinewerk zienderogen af. Een accountant moest vroeger de boeken kunnen controleren. Dat gebeurt straks automatisch. De nieuwe accountant moet goed door de cijfers heen kunnen kijken en krijgt een meer adviserende rol. Kritisch denken wordt steeds belangrijker. Wij als onderwijs moeten actief nadenken hoe we onze studenten in de toekomst afleveren in de samenleving. Juist ja, door goed na te denken over de kwaliteit van het onderwijs.’

Studenten onderzoeken de motivatie, cultuur, verandering, het ethisch handelen en andere gedragsmatige factoren (soft controls) bij hun stagebedrijf. Onder meer met behulp van de soft control-scan die, in samenwerking met de Hogeschool Rotterdam, voor het mkb is ontwikkeld. Meer online via hva.nl/softcontrols

Smart City Academy Smartcityoplossingen dragen bij aan de kwaliteit van leven in de stad. Een team van onderzoekers, docenten doet met

Toolkit project Fenix Bij Fenix draait het om leren van falen en succes aan de hand van verhalen van ondernemers. De toolkit hoort bij de onderwijsmodule van project Fenix, waarbij studenten onderzoeksvaardigheden leren en tegelijkertijd data aanleveren voor onderzoek naar failure and recovery van ondernemers. Meer online via hva.nl/toolkitfenix

Urban Management Bij Urban Management werken onderzoekers met verschillende inhoudelijke expertise samen aan projecten. House of Skills, bijvoorbeeld, voor aansluiting bij de arbeidsmarkt van de toekomst, of het internationale onderzoeksproject naar samenwerkende ondernemers ABCitiES. Meer online via hva.nl/urbanmanagement

HvA Business en Economie | Onderzoeksspecial | 35


Volg ons ook op hva.nl/carem @carem_hva HvA Kennis & Onderzoek

Hogeschool van Amsterdam Creating Impact - Onderzoeksspecial  
Hogeschool van Amsterdam Creating Impact - Onderzoeksspecial