Issuu on Google+

DE ONTVEDERDE VOGEL

Katrina van Grouw is een voormalig conservator van de ornithologische collectie van het londense national History Museum, een preparateur en een ervaren vogelringer en een succesvol beeldend kunstenaar die afgestudeerd is aan het Royal College of Art. Zij is de auteur van Birds, een historisch overzicht van vogelkunst, dat is gepubliceerd onder haar meisjesnaam Katrina Cook. de totstandkoming van De Ontvederde Vogel is de vervulling van een levenslange ambitie.

Katrina van Grouw

W

at gaat er schuil onder het vederdek van een vogel? Alle vogelsoorten stammen af van dezelfde voorouder, maar dat betekent niet dat ze allemaal structureel hetzelfde zijn. Met 385 tekeningen van 200 soorten is De Ontvederde Vogel een rijk ge誰llustreerd boek over vogelanatomie, dat een verfrissend origineel inzicht biedt in wat er schuil gaat onder het gevederde oppervlak. De vogels worden afgebeeld in levensechte houdingen, terwijl ze zich bezighouden met gedrag dat typerend is voor de soort: een onderwaterafbeelding van het skelet van een jagende duiker, het spierstelsel van een zwemmende pingu誰n en een ontvederde sperwer die zijn prooi plukt. Waarom zijn pingu誰ns groter dan alken? En wat is het verschil tussen vleugelklauwen en vleugelsporen? Door de relatie te leggen tussen de anatomie van vogels en hun levensstijl en evolutie, worden deze en vele andere vragen op simpele en heldere wijze beantwoordt. De Ontvederde Vogel is een mijlpaal in de populaire vogelliteratuur en een must voor iedereen die van vogels of vogelkunst houdt!

DE

ONTVEDERDE VOGEL

ISBN 978-90-5210-939-8 In samenwerking met

Katrina van Grouw

www.tirion.nl

van Grouwtest-PPB-NL-II.indd 1

22-01-14 14:42


de ontvederde vogel

van Grouwtest1-NL.indd 1

21-01-14 14:04


de ontvederde vogel Katrina van Grouw Tirion natuur

van Grouwtest1-NL.indd 2

21-01-14 14:04


Grote Albatros Diomedea exulans Skelet.

van Grouwtest1-NL.indd 3

21-01-14 14:04


Dit boek is gepubliceerd door Tirion Uitgevers Postbus 13288 3507 LG Utrecht www.tirion.nl © 2013 Tekst en illustraties: Katrina van Grouw Vertaling en productie Nederlandse editie: Ger Meesters Redactie: Hein van Grouw ISBN 978 90 5210 939 8 NUR 435 Voor het eerst gepubliceerd in de Verenigde Staten in 2013 door Princeton University Press, 41 William Street, Princeton, New Jersey 08540 Oorspronkelijke titel: The Unfeathered Bird © 2013 Princeton University Press, New Jersey © 2014 voor de Nederlandse taal: Tirion Uitgevers, Utrecht Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, photocopy, microfilm or any other means without prior written permission from the publisher.

Kleine Smaragdbreedbek Calyptomena viridis Schedel.

van Grouwtest1-NL.indd 4

21-01-14 14:04


~ Inhoud ~ viii

136 Pelikanen 139 Genten 144 Aalscholvers en slangenhalsvogels 150 Meeuwen, sterns, schaarbekken en jagers 154 Alken

Dankwoord

x

Over de namen

xii

Inleiding

Deel een: generiek 2 8 14 19

162 IV Grallae 164 Flamingo’s 167 Reigers 173 Schoenbekooievaar 174 Ooievaars, ibissen en lepelaars 181 Kraanvogels 185 Rallen 190 Kagoe 192 Steltlopers

De romp De kop en hals De poten De vleugels en staart

Deel twee: specifiek 30

I Accipitres 32 Gieren 35 Roofvogels 44 Uilen

52 II Picae 54 Papegaaien 58 Toerako’s en andere 62 IJsvogels 65 Neushoornvogels en aanverwanten 70 Toekans en baardvogels 74 Spechten 80 Kolibries 84 III Anseres 86 E  endachtigen / Gedomesticeerde eendachtigen 104 Pinguïns 114 Duikers 119 Futen 124 Albatrossen, stormvogels en stormvogeltjes 132 Keerkringvogels en fregatvogels

202 V Gallinae 205 Hoenders / Gedomesticeerd pluimvee 220 Hoenderkoeten 223 Hoatzin 226 Struisvogel, kiwi’s en andere loopvogels 237 Tinamoes 239 Trappen 242 Zandhoenders 244 Dodo en Rodriguessolitaire 248 VI Passeres 250 Duiven / Gedomesticeerde duiven 258 Nachtzwaluwen 263 Gierzwaluwen 266 Zangvogels 284 Register

fff

van Grouwtest1-NL.indd 7

21-01-14 14:04


~ Dankwoord ~

D

it boek begon 25 jaar geleden. Opgedeeld bestaan die jaren ruwweg uit: vijf jaar onschuldig onderzoek, niet wetende waar dit toe zou leiden; één moment van inspiratie; vijftien jaar hopen iemand anders ervan te overtuigen dat het een goed idee is, en nog enkele jaren van héél hard werken. Uitgevers zijn als bussen – eerst komt er in eeuwigheden niet één en vervolgens komen er twee snel na elkaar. Zo ging het ook in dit geval. Dus gaat mijn dank als eerste uit naar Ian Langford van Langford Press, omdat hij de eerste uitgever was die geloofde in De ontvederde vogel, hoewel deze relatie het uiteindelijk niet werd. En natuurlijk mijn hartelijke dank aan Robert Kirk van Princeton University Press, omdat hij de tweede was. De dag van onze toevallige ontmoeting was voor mij inderdaad een gezegende dag. Het zou hier onpraktisch zijn om iedereen bij Princeton die me heeft geholpen en gesteund te bedanken, maar redacteur Jennifer Backer, ontwerper Lorraine Betz Doneker en productiebegeleider Mark Bellis verdienen een speciale vermelding. In dit stadium moet ik de lezers ervan verzekeren dat er tijdens het maken van dit boek geen enkele vogel schade werd berokkend. Ik vertrouwde geheel op de welwillendheid van vogels om op natuurlijke wijze te sterven op plaatsen waar ze konden worden gevonden en op de welwillendheid van een groot aantal mensen die ze voor mij wilden oprapen, en ook op mensen die mijn onsmakelijke activiteiten tolereerden. Kenneth James Ferguson, mijn eerste langetermijnpartner, zat opgescheept met stinkende dampen en een flat vol zeevogels, en ik vrees dat hij nooit is hersteld van het incident met de zwaan op de huiskamervloer. Dave Butterfield maakte het de missie van zijn leven om elke vogel die in de Schotse Hooglanden stierf te verzamelen – en hij verborg ze allemaal in de vrieskist, gelabeld als taarten die van de buren waren. Brian Etheridge van de RSPB Highland Region schonk me de vogels die Dave Butterfield had gemist. Mark Dugdale toonde zijn inzet door tot aan zijn middel in een stinkend Afrikaans moeras te waden om me een rottende pelikaan te leveren. En David Norman en Ian Wallis deden al het papierwerk, zodat ik hem legaal kon importeren in het Verenigd Koninkrijk. Andere vogels die dood werden aangetroffen, werden aan me doorgegeven door David Bolton, Keith Grant, Peter Potts, Jill Ford en Sue Rowe. Van de aardige Lucy Garrett kreeg ik een al lang dode keerkringvogel als een souvenir van een aantal verafgelegen eilanden in de Indische Oceaan. En Adrian Skerrett probeerde dapper een dode fregatvogel voor me te vinden op de Seychellen. Norman McCanch, wijlen de grote Don Sharp, Barry Williams, James Dickinson en met name Bas Perdijk – allen professionele preparateurs – gaven veel exemplaren aan mij door uit hun eigen ingevroren voorraad. Bas heeft me op talloze andere manieren geholpen, met het verstrekken van hulpmiddelen en materialen, en leende me, samen met Johan Bink, een krat vogelschedels. Ik leende ook schedels van Richard Smith, John Gale en George Beccaloni. Barry’s zoon, Luke Williams, stelde vrijwillig zijn keverkolonies ter beschikking om de kleinste vogelsoorten schoon te maken. En natuurlijk is er de Nieuw-Zeelandse preparateur Noel Hyde, die toevallig een verse kiwi had op het moment dat ik er een nodig had. Dan zijn er de vogelhouders, duivenmelkers, pluimveehouders en andere hoeders van inheemse en exotische vogels: Hans Bulte, Craig Stanbury, Taco Westerhuis, Colin Ronald, Kees Verkolf, Theo Jeukens, Hans Ringnalda en Campbell Murn van de Hawk Conservancy Trust. Al Dawes en David Waters van de Great Bustard Group ruilden een druipende zak vol rottende trappensoep voor een prachtig schoongemaakt en weer in elkaar gezet skelet voor hun educatieve tentoonstelling; mijn man ik en werden ondertussen behandeld alsof het de koninklijke familie was die op bezoek kwam. En ik kan Scott Dyason niet vergeten, de struisvogelboer die geen spier vertrok toen ik hem om reservelichaamsdelen vroeg. Ik mag natuurlijk mijn moeder niet vergeten, die al die jaren veel van deze vogels in haar vrieskist heeft bewaard en ze zelfs onderbracht bij de buren toen haar eigen vrieskist kapotging. Mam paste ook op mijn hond Feather tijdens mijn ontelbare museumbezoeken. Ik kreeg ook veel hulp in een meer gebruikelijke vorm. Martin Spink en Jonathan Eames, de eigenaren

viii

van Grouwtest1-NL.indd 8

21-01-14 14:04


van twee van mijn tekeningen, waren zo vriendelijk om ze uit hun lijsten te halen, zodat ze konden worden gescand. David Miller – onderwaterschilder – gaf mij meer onderwaterfoto’s van alken dan ik me kon voorstellen. En elke keer dat mijn stapel tekeningen zijn opbergdoos ontgroeide, stuurde Lisa, de vrouw van David, me meer dozen per aangetekende post. Dank ook aan Sophie Wilcox, de bibliothecaris van het Edward Grey Institute in Oxford, en Alison Harding in Tring. En een hele reeks collega’s en vrienden die me tot aan de streep hebben aangemoedigd. Al mijn tekeningen zijn gemaakt naar werkelijke exemplaren. Foto’s heb ik soms gebruikt als extra referentie, maar nooit in de plaats van de echte vogel. Waar mogelijk tekende ik naar skeletten die thuis speciaal voor het boek waren geprepareerd. Op die manier kon ik zeker weten dat er geen botten ontbraken en dat de vogel de juiste houding kreeg. Maar het was onvermijdelijk dat ik soms niet anders kon dan museumexemplaren gebruiken. Speciale dank gaat dan ook uit naar Malgosia Nowak-Kemp en Matt Lowe die me toestemming gaven om de wetenschappelijke collecties van de universiteitsmusea van respectievelijk Oxford en Cambridge herhaaldelijk te bezoeken en me daar zo welkom deden voelen; Georges Lenglet in Brussel, Christine Lefèvre in Parijs en Jo Cooper en mijn echtgenoot Hein bij de ornithologische collecties van het Natural History Museum in Tring en in zijn voorgaande baan als collectiebeheerder van vogels en zoogdieren in Leiden. Dank ook aan David Willard van het Field Museum in Chicago voor het uitlenen en verzenden van verschillende exemplaren naar het Verenigd Koninkrijk. Die hulp wordt zeer gewaardeerd. En Tom Trombone, Paul Sweet, Peter Capainolo en Matt Shanley voor het verstrekken van foto’s van exemplaren uit het American Museum of Natural History in New York. Last but not least, dank aan Kaitlin Evans van het Bishop Museum op Hawaï – het spijt me dat je honingeters op het laatst nog vervangen werden door vanga’s. Echtgenoten en partners zijn de steunpilaren achter elk boek. Zij zijn het die de huishoudelijke taken overnemen, steun aanbieden, de tranen opdweilen, eindeloos de resultaten bespreken en advies geven, stromen door stress opgeroepen beledigingen moeten doorstaan en hun eigen leven moeten pauzeren alsof dat minder belangrijk zou zijn. Mijn eigen man, Hein van Grouw, heeft dat allemaal gedaan en nog veel meer. Zoveel meer. Als dit wordt aangekondigd als een groots boek in plaats van een goed boek, is dat vanwege Hein. Hij heeft het verschil gemaakt. Hein nam al het prepareren voor zijn rekening, zodat ik mijn tijd kon gebruiken om te schrijven en te tekenen. Hij kookte en reinigde de botten en hij zeefde de trappensoep. Hij zette die bijna vijftig skeletten in mooie, levendige en accurate houdingen in elkaar. Hij plukte en vilde de vogels en zette ze op Audubon-draden, zodat ik ze kon tekenen. Hein stelde ook voor om gedomesticeerde vogels op te nemen en schakelde veel van zijn eigen contacten en collega’s in om aan voorbeelden van zeldzame rassen te komen waarvan de skeletanatomie vrijwel onbekend is. Steeds weer deelden we in de opwinding bij het voor onszelf ontdekken van een aantal weinig bekende anatomische kenmerken. Met Hein aan mijn zijde werd mijn taak een avontuur en ik legde mijn lat hoger en hoger. Als een boek kan worden omschreven als een werk van liefde, dan is dit het – mijn 25 jaar liefde voor mijn idee, onze wederzijdse liefde voor vogels en de liefde van mijn man voor mij. .

ix

van Grouwtest1-NL.indd 9

21-01-14 14:04


~ Over de namen ~

H

ier en daar in De ontvederde vogel verwijs ik naar vogelgroepen (taxa genoemd) met hun wetenschappelijke namen. Hoewel ik heb geprobeerd dit waar mogelijk toe te lichten in de tekst, vond ik het toch nuttig hier een paar woorden te besteden aan de verschillende groepen en hoe deze te herkennen. Niet alle onderverdelingen worden in het boek gebruikt, maar ik heb ze hier toch maar opgesomd. RIJK—­Animalia: alle dieren. STAM—­Vertebrata: dieren met een ruggengraat (zoogdieren, vogels, reptielen, enz.). KLASSE—­Aves: alle vogels. ORDE—eindigend op –­iformes: bijv. de Anseriformes (eendachtigen en hoenderkoeten). FAMILIE—eindigend op –­idae: bijv. de Anatidae (eendachtigen = ganzen, zwanen en eenden). ONDERFAMILIE—eindigend op –­inae. Alleen grote en diverse families zijn onderverdeeld in onderfamilies en tribes: bijv. Anatinae (de eenden). TRIBUS—eindigend op –­ini; bijv. Anatini (de grondeleenden). GESLACHT—begint altijd met een hoofdletter. Ook wel genus genoemd, meervoud – g­ enera: bijv. Anas (een groep van sterk op elkaar lijkende grondeleenden). SOORT—begint altijd met een kleine letter. Wordt altijd voorafgegaan door de geslachtsnaam of de tot een letter afgekorte geslachtsnaam (wanneer dit niet tot onduidelijkheid leidt). Zie de geslachtsnaam en de soortnaam als de achter- en voornaam: bijv. Anas platyrhynchos of A. platyrhynchos (de wilde eend). ONDERSOORT of RAS—­een geografisch te onderscheiden populatie van een bepaalde soort. Deze wordt geschreven als de derde naam en begint ook met een kleine letter: bijv. A. p. platyrhynchos. Deze populatie leeft in het grootste deel van de Palearctische en Nearctische regio’s. Dit was de ondersoort die in 1758 door Linnaeus werd beschreven en omdat het de eerste was die werd beschreven draagt hij dezelfde naam als de soort en wordt daarom ook wel de nominaat genoemd. Linnaeus was de eerste die een systeem gebruikte om organismen een geslachts- en soortnaam te geven (de binomiale nomenclatuur = twee namen). Tot dan waren dieren en planten alleen bekend onder beschrijvende namen die van gebied tot gebied varieerden, zodat het onmogelijk was te weten of je het over dezelfde soort had. Het was een geniaal idee. Latijn werd gekozen als een taal die universeel kan worden begrepen (hoewel de meeste vogels gelatiniseerde versies van Griekse namen hebben). Het systeem is nog steeds in gebruik en levert een degelijke, uniforme, eenduidige identiteit voor alle levende dingen. Althans, dat is de Heilige Graal waarnaar alle taxonomen streven. In de praktijk gaat het iets anders. Wetenschappelijke namen zijn in een constante staat van onduidelijkheid, steeds veranderend, volgens de meest recente taxonomische theorieën en methoden. En totdat we ondubbelzinnig de verwantschap van elke soort of populatie kennen, zal de wetenschappelijke nomenclatuur blijven evolueren. Soms is de trend om groepen samen te voegen, waardoor er minder soorten zijn met meer ondersoorten, soms om ze te splitsen in een groter aantal soorten. Dus zelfs met wetenschappelijke namen is het belangrijk om te weten welke school van denken wordt gevolgd. Hoewel ik altijd een strikt vrijblijvende houding ten aanzien van taxonomie ingenomen heb, is de nomenclatuur die in De ontvederde vogel wordt gevolgd die van de derde editie van de Howard & Moore Complete Checklist of the Birds of the World, bewerkt door Edward C. Dickinson (2003).

x

van Grouwtest1-NL.indd 10

21-01-14 14:04


Kraanvogels

D

e gelijkenis tussen kraanvogels en de andere vogels met lange poten en een lange hals – de ooievaars en reigers – is niet meer dan oppervlakkig. Kraanvogels behoren van oudsher niet tot de orde Ciconiiformes, maar tot de Gruiformes, die ze delen met de veel kleinere rallen en andere op de grond foeragerende vogelfamilies. Sommige van de leden zijn sterk aan water gebonden, andere zijn vogels van dorre graslanden en zelfs woestijnen. De kraanvogels zelf hebben eveneens uiteenlopende habitatvoorkeuren. Degene die gewoonlijk in het water waden zijn vaak wat groter, en hebben een langere nek, snavel, poten en tenen, terwijl de Jufferkraanvogel, de kleinste en op de steppe levende soort, korte tenen heeft om snel te lopen en een kortere snavel voor het foerageren op zaden en insecten. Bij bijna alle kraanvogels is de achterteen klein en boven de grond verheven. Bij de beide soorten kroonkranen is hij echter langer, zodat ze in bomen kunnen roesten. Kroonkranen vertegenwoordigen de meest primitieve tak van de familie. Ze zijn beperkt tot Afrika en zijn, in tegenstelling tot andere kraanvogels, van nature niet bestand tegen koude klimaten. Kraanvogels zijn lang en een ondersoort van de Saruskraanvogel is zelfs de langste van alle vliegende vogels. Ze hebben verhoudingsgewijs langere poten en een kortere snavel dan ooievaars en hebben een forser lichaam en een rechtere nek dan reigers, zonder de onderscheidende Z-vormige knik. Zoals ooievaars en flamingo’s vliegen kraanvogels met hun nek gestrekt. Sommige soorten ondernemen lange trektochten, maar ze maken in mindere mate gebruik van thermiek dan ooievaars en vertrouwen meer op de actieve vlucht of op lange glijperioden, althans nadat ze voldoende hoogte hebben gewonnen. De vleugels, die zeker lang en breed zijn, hebben dus niet dezelfde afmetingen als die van ooievaars, hun onderarm is slechts iets langer dan de bovenarm en het oppervlak van de vleugelpennen is iets kleiner. De binnenste armpennen van kraanvogels zijn niettemin verlengd – maar alleen voor sierdoeleinden. Bij de staande vogel zijn ze ofwel gebogen, waarmee ze lijken op de tournure van een ouderwetse jurk, of ze hangen naar beneden, en dan lijken ze op een lange, puntige staart. De echte staart is echter vrij klein en gaat meestal volledig verborgen onder de extravagante veren van de vleugels. De kop van de kraanvogels is ook sterk geornamenteerd, hetzij met gespecialiseerde veren, lellen of opblaasbare zakken, of met kale plekken rode huid. Deze plekken kunnen worden gevuld met bloed om de kleurintensiteit te verhogen, of samengetrokken worden door onderliggende spieren. Kraanvogels leven buiten het broedseizoen in groepen en zijn sterk afhankelijk van visuele sociale signalen. Van al hun complexe, geritualiseerde handelingen en houdingen is niets zo betoverend om te zien als hun gewoonte om te ‘dansen’. Kraanvogels ‘dansen’ na de geringste aanleiding. Alle soorten doen het, en hoewel het gedrag niet exclusief voor kraanvogels is, doet geen enkele andere vogel het met zoveel inzet. Zelfs van kleine kuikens is waargenomen dat ze buigen, springen, onstuimig rondrennen en kleine voorwerpen in de lucht gooien. Ze hebben ook een uitgebreid repertoire aan vocale communicatie. Elke roep heeft een precieze betekenis, gemeenschappelijk voor alle kraanvogelsoorten, hoewel de daadwerkelijke geluiden specifiek voor elke soort zijn. Het trompetterende geluid van een groep kraanvogels is een van de meest aansprekende geluiden in de hele natuur en is op grote afstand hoorbaar. De vergelijking met het geluid van een trompet is geen toeval. De roepen van kraanvogels dragen bijzonder ver en worden geproduceerd met hun eigen blaasinstrument – een verlengde luchtpijp –, met windingen op dezelfde manier als bij door de mens gemaakte muziekinstrumenten. Het is echter de vraag of het op dezelfde manier werkt als een blaasinstrument of door resonantie binnen het borstbeen, zoals de klankkast van een snaarinstrument. Ongeveer zestig vogelsoorten uit een grote verscheidenheid aan ordes hebben een verlengde luchtpijp, ver-

181

van Grouwtest5-NL.indd 9

20-01-14 13:21


Jufferkraan Anthropoides virgo Borstbeen met opgerolde luchtpijp langs de voorrand.

Trompetkraanvogel Grus americana Borstbeen, gedeeltelijk geopend, om de opgerolde luchtpijp binnen het bot van de kiel te laten zien.

182

van Grouwtest5-NL.indd 10

20-01-14 13:21


Grijze kroonkraan Balearica regulorum Schedel.

183

van Grouwtest5-NL.indd 11

20-01-14 13:22


moedelijk in verband met de akoestische voordelen – de vogel lijkt zo immers groter –, hoewel de grote hoeveelheid ‘dode lucht’ binnen de luchtwegen een nadeel is. Natuurlijk moet een lange luchtpijp ergens ondergebracht worden in het lichaam en bij veel soorten vormt hij windingen of lussen in de nek of borstkas of direct onder de huid van de borst en buik. Bij kraanvogels is hij echter opgerold in het botweefsel van de kiel van het borstbeen, dat breed is en voor een grotere sterkte versmolten is met het vorkbeen. (Bij sommige zwanensoorten is hij op soortgelijke wijze ondergebracht in het borstbeen, maar hun vorkbeen is niet versmolten met de kiel.) Er is een directe correlatie tussen de lengte van de luchtpijp en de klank en het volume van de geproduceerde harmonieën. Aan het ene einde van de schaal staan de kraanvogels met de kortste luchtpijp, de Jufferkraan en de Paradijskraanvogel, die geluiden produceren met weinig resonantie; aan het andere einde staat de toepasselijk genaamde Trompetkraanvogel, die de langste luchtpijp en de meest indringende roep heeft. Hun luchtpijp vormt een dubbele lus over de gehele lengte van het borstbeen, terwijl die van de Jufferkraan alleen in een ondiep kuiltje aan de voorkant van de kiel zit. De primitievere kroonkranen missen al deze kenmerken. De luchtpijp is niet bijzonder verlengd en gaat rechtstreeks naar hun longen, en hun vorkbeen maakt derhalve ook geen contact met de kiel van het borstbeen. Kroonkranen zijn niettemin zeer luidruchtig en kunnen nog steeds uit de verte worden gehoord door de resonerende eigenschappen van opblaasbare keelzakken.

Jufferkraan Anthropoides virgo Schedel.

184

van Grouwtest5-NL.indd 12

20-01-14 13:22


Rallen

R

ietvelden en graslanden zijn dichtbegroeide plekken; de planten staan er dicht op elkaar. Om daartussen te leven en ongezien tussen de stengels door te sluipen, moet je zo dun zijn als een ral. Hoewel ze vanaf de zijkant gezien een hoog, kipachtig silhouet hebben, verdwijnen rallen vrijwel als je ze van voren bekijkt. Hun hele lichaam is zijdelings samengedrukt, alsof ze zijn gedroogd tussen de bladzijden van een boek. Naast de langsnavelige echte rallen, die in modder en ondiep water peuren, omvat de familie ook de kwartelkoningen, die hun kortere snavel gebruiken om insecten van vegetatie te pikken, en de meer op het water levende meerkoeten en waterhoentjes, die grotendeels herbivoor zijn. De grootste van deze, van het geslacht Porphyrio, gebruiken hun hoge en krachtige snavel om stengels af te knippen om te foerageren op de zachte, vlezige lagere delen. Ze kunnen deze zelfs met hun voeten grijpen, ze zien er dan uit als een grote paarse en niet zo behendige papegaai. De snavel van de rallen is nogal afgeplat aan de zijkanten, net als de vogel zelf, en helt vanaf de schedel in een hoek naar beneden. De meerkoeten en waterhoentjes dragen ook een opvallend rood of wit voorhoofdsschild op hun kop, dat ze gebruiken voor de balts en als communicatiemiddel. Dit is geen benig aanhangsel op de schedel, maar bestaat puur uit vetweefsel. De poten van rallen zijn lang en enorm sterk. De lange dijbenen plaatsen de knieën goed naar voren onder het lichaam om de vogel een horizontale houding tijdens het lopen te geven. De tenen zijn ook lang. Ze verspreiden het gewicht van de vogel tijdens het wandelen over modder of drijvende vegetatie, en de verhoogde achterteen helpt bij het balanceren. De meerkoeten zijn van alle rallen het meest aan water gebonden en zijn de enige leden van de familie die zwemmen en duiken in open water. Net als andere in zoet water duikende vogels stuwen ze zich onder water met de voeten voort, hoewel ze af en toe ook hun vleugels gebruiken. Hun voeten hebben geschubde lobben van huid tussen de teenkootjes aan elke zijde van de tenen: één paar op de achterteen, twee op de binnenste teen, drie op de middenteen en vier op de buitenste. Bij het zwemmen worden deze lobben achter de tenen gevouwen als de voeten naar voren worden gebracht, om de weerstand te verminderen, maar ze openen weer als de voeten in de arbeidsslag tegen het water naar achteren worden geduwd. Sommige soorten zijn voorzien van een kleine vleugelklauw op het puntje van hun ‘duim’. Hoewel dit eigenlijk alleen maar nuttig is voor kuikens om door vegetatie te klauteren, kan hij nog steeds aanwezig zijn bij adulte vogels. Met bijna 150 soorten is de rallenfamilie veruit de grootste in de orde Gruiformes en het is een van de meest kosmopolitische van alle vogelfamilies. Ze hebben een bijzonder brede verspreiding op afgelegen, oceanische eilanden; enigszins verwonderlijk als je bedenkt dat rallen zwakke vliegers zijn, met korte vleugels, nauwelijks een staart en nogal weinig aerodynamische proporties – niet geholpen door hun gewoonte om met bengelende poten te vliegen. Hun borstbeen is klein, met een ondiepe kiel, het vorkbeen is slank en natuurlijk is de schoudergordel als geheel verhoudingsgewijs kleiner dan bij de meeste vogels. Niettemin trekken verschillende soorten elk jaar over aanzienlijke afstanden en individuen duiken met een verrassende frequentie op als blijkbaar uit koers geraakte langeafstandsdwaalgasten. De Afrikaanse Purperkoet is bijvoorbeeld de enige tropische Afrikaanse vogel die regelmatig wordt waargenomen in Europa. Maar rallen kunnen ook zwemmen en ze zijn sterke lopers, en daarom hebben ze een goede kans om te overleven als ze onderweg ergens moeten landen. De meeste soorten zullen het vliegen waar mogelijk vermijden. De vogels die op roofdiervrije eilanden aankomen en die koloniseren, zullen daarom gemakkelijk overgaan op een niet-vliegend bestaan en zeer snel, althans in evolutionaire termen, hun vliegvermogen helemaal verliezen. Hun vleugels en vliegspieren dege-

185

van Grouwtest5-NL.indd 13

20-01-14 13:22


Purperkoet Porphyrio porphyrio Skelet.

186

van Grouwtest5-NL.indd 14

20-01-14 13:22


Trompetparadijskraai Phonygammus keraudrenii Vogel in baltshouding met huid verwijderd om de buitengewone windingen van de luchtpijp te tonen. 278

van Grouwtest7-NL.indd 26

21-01-14 14:47


Grote Beo Gracula religiosa Skelet.

279

van Grouwtest7-NL.indd 27

21-01-14 14:47


Register

Wilde Eend Anas platyrhynchos Skelet.

Aalscholver 145, 146–­147 Aasgier 34 Accipiter nisus 40, 41 Actophilornis africanus 198 Aegolius acadicus 49 Aethia psittacula 157 Afrikaanse Meeuw 251 Alca torda 158, 160 Alcedo atthis 62, 63 Alk 158, 160 Amazona amazonica 55 Amerikaanse Fregatvogel 132, 134–­135 Amerikaanse Schaarbek 153 Amerikaanse Zeearend 38 Anarhynchus frontalis 193 Anas clypeata 92 Anas platyrhynchos (gedomesticeerde variëteit) 87, 96, 99 Anas platyrhynchos 4–­5, 6–­7, 16–­17, 20–­21, 94, 95, 97, 284, 287 Andean Condor 31 Anhinga melanogaster 149 Anser anser (gedomesticeerde variëteit) 101 Anser anser 100 Anser anser x Anser cygnoides 103 Anser cygnoides (gedomesticeerde variëteit) 87, 101, 102 Anser cygnoides 100 Anthropoides virgo 182, 184 Apenarend 38 Appelvink 274 Aptenodytes forsteri 110–­111 Apteryx australis 234–­235 Apus apus 263, 264 Ara chloropterus 56 Ardea cinerea 168–­169, 171 Arenaria interpres 193 Artamella viridis 276 Auerhoen 206 Australische Uilnachtzwaluw 262 Balaeniceps rex 172 Balearica regulorum 183 Bergeend 91 Blauwe Pauw voor- en achterzijde omslag, 202–­203, 204 Blauwe Reiger 168–­169, 171 Blauwkeelbaardvogel 73 Boerenzwaluw 267 Bontbekplevier 193

284

van Grouwtest7-NL.indd 32

21-01-14 14:47


Bosuil 47, 48, 49 Boszangervink 275 Botaurus stellaris 170 Branta bernicla 89 Branta Canadensis 89 Brilduiker 91 Bruine Visuil 45, 46 Brune Muisvogel 61 Bucephala clangula 91 Buceros bicornis 66, 67, 68 Budgerigar 57 Buizerd 39 Burhinus oedicnemus 200 Buteo buteo 39 Cacatua moluccensis 53 Cactusgrondvink 275 Calyptomena viridis iv Camarhynchus crassirostris 275 Camarhynchus pallidus 275 Campephilus principalis 75 Canadese Gans 89 Caprimulgus europaeus 19, 258, 259, 260, 261 Carduelis carduelis 274 Carduelis chloris 274 Casuarius casuarius xi, 236 Cereopsis novaehollandiae 88 Certhidea olivacea 275 Ceyx fallax 64 Ceyx melanurus 64 Charadrius hiaticula 193 Chauna torquata 221, 222 Chinese Knobbelgans 87, 101, 102 Chionis albus 200 Ciconia ciconia 176–­177 Coccothraustes coccothraustes 274 Coeligena torquata 83 Colius striatus 61 Columba livia (domestic variety) 249, 251, 255, 256, 257 Columba livia 252–­253 Columba palumbus 9, 22–­23, 24–­25, 27 Coracias benghalensis 69 Coragyps atratus 33 Corvus corax 271 Corvus frugilegus 271, 272–­273 Corythaeola cristata 60 Cygnus columbianus 87 Cygnus olor 85

Dacelo novaeguineae 64 Demoiselle Crane 182, 184 Dendrocopos major 76, 77 Dikpootmoa xiii Diomedea exulans ii–­iii Dodo 245 Driepotige kip 212 Drieteendiksnavelmees 270 Drieteenspecht 75 Dubbelhoornige Neushoornvogel 66, 67, 68 Dubbeltandbaardvogel 73 Dwergpinguïn 105 Eider 90 Ekster 26, 268–­269 Engelse Kropper 256 Engelse Modena 255 Ensifera ensifera 82 Eos rubra 54 Erithacus rubecula 280, 281, 282 Eudyptula minor 105 Euryceros prevostii 276 Eutoxeres Aquila 82 Ezelspinguïn 106–­107, 108, 109 Falco peregrinus 38 Falculea palleata 276 Fazant 206, 208–­209 Filipijnse Dwergijsvogel 64 Fluitzwaan 87 Fratercula arctica 156, 157 Fregata magnificens 132, 134–­135 Fringilla coelebs 274 Fulica atra 187, 188–­189 Fuut 120–­121, 122–­123 Gallinago gallinago 199 Gallinula chloropus 3 Gallus gallus (gedomesticeerde variëteit) 212, 213, 214, 215, 216, 217, 218 Gallus gallus 210–­211 Gavia stellate 114, 115, 116–­117, 118 Gedomesticeerd Pluimvee (ongespecificeerde variëteit) 218 Gedomesticeerde ganzen - hybriden 103 Gekraagde Inkakolibrie 83 Geospiza conirostris 275 Geospiza fuliginosa 275 Geospiza magnirostris 275

Geospiza scandens 275 Gierzwaluw 263, 264 Goudvink 274 Gracula religiosa 279 Grauwe Franjepoot 198 Grauwe Gans 100 Griel 200 Grijze Kroonkraan 183 Groene Specht 75, 78 Groenling 274 Groenvleugelara 56 Grote Albatros ii–­iii Grote Baardvogel 73 Grote Beo 279 Grote Bonte Specht 76, 77 Grote Cactusvink 275 Grote Grondvink 275 Grote Jager 152 Grote Trap 240, 241 Grus Americana 182 Haaksnavelkolibrie 82 Haaksnavelvanga 276 Haematopus ostralegus 197, 198 Haliaeetus leucocephalus 38 Hamerhoen 217 Hamerkop 172 Helmhokko 217 Helmkasuarie xi, 236 Helmparelhoen 15, 217 Helmvanga 276 Hirundo rustica 267 Hoatzin 224, 225 Hoendergans 88 Hollands Kuifhoen 217 Hollandse Kuifeend 99 Hop 69 Houtduif 9, 22–­23, 24–­25, 27 Houtsnip 199 IJsvogel 62, 63 Indische Loopeend 87, 96 Indische Nimmerzat 175 Indische Scharrelaar 69 Indische Slangenhalsvogel 149 Ivoorsnavelspecht 75 Jan-van-gent 139, 140–­141, 142 Japanse Kriel 214

285

van Grouwtest7-NL.indd 33

21-01-14 14:47


Kaalkopkiekendief 37 Kagoe 191 Kalkoen 206 Keizerspinguïn 110–­111 Kerkuil 50, 51 Ketupa zeylonensis 45, 46 Kievit 196 Kleine Grondvink 275 Kleine Smaragdbreedbek iv Kluut 194–­195, 198 Knobbelzwaan 85 Kokmeeuw 151 Koningsgier 33 Krombekeend 99 Kruisbek 274 Kuifhoenderkoet 221, 222 Kwaker 99 Lagopus lagopus 207 Larus ridibundus 151 Laughing Kookaburra 64 Lelieloper 198 Lepelaar 180 Leptoptilos crumeniferus 176–­177 Leucochloris albicollis 81 Limosa fedoa 193 Loxia curvirostra 274 Lybius bidentatus 73 Macrocephalon maleo 217 Macronectes giganteus 125 Maleo 217 Malteser Kipduif 257 Maraboe 176–­177 Marmergrutto 193 Meerkoet 187, 188–­189 Megalaima asiatica 73 Megalaima virens 73 Melanitta nigra 90 Meleagris gallopavo 206 Melopsittacus undulates 57 Mergus serrator 90, 91 Middelste Zaagbek 90, 91 Milvus migrans 38 Moderne Engelse Vechtkriel 215 Moerassneeuwhoen 207 Molukkenkakatoe 53 Monniksgier 33 Morus bassanus 139, 140–­141, 142 Musophaga violacea 59

Mycteria leucocephala 175 Nachtzwaluw 19, 258, 259, 260, 261 Neophron percnopterus 34 Neurenberger Bagadet 251 Noordse Pijlstormvogel 128–­129 Numenius arquata 193 Numida meleagris 15, 217

Puffinus puffinus 128–­129 Purperkoet 186 Putter 274 Pygoscelis papua 106–­107, 108, 109 Pyrrhula pyrrhula 274

Oceanites oceanicus 131 Ooievaar 176–­177 Oorgier 34 Opisthocomus hoazin 224, 225 Oranjevleugelamazone 55 Oriolia bernieri 276 Otis tarda 240, 241

Raaf 271 Ramphastos toco 70–­71, 72 Raphus cucullatus 245 Recurvirostra avosetta 194–­195, 198 Reuzenalk 159 Reuzenstern 152 Reuzentoekan 70–­71, 72 Reuzentoerako 60 Rhynchotus rufescens 238 Rhynochetos jubatus 191 Rode Flamingo 163, 165, 166 Rode Lori 54 Rodriguessolitaire 246 Roek 271, 272–­273 Roerdomp 170 Rood Kamhoen 210–­211 Roodborst 280, 281, 282 Roodkeelduiker 114, 115, 116–­117, 118 Roodsnavelkeerkringvogel 133 Roodsnaveltok 69 Rosse Vanga 276 Rotgans 89 Rotsduif 252–­253 Roze Pelikaan 12–­13, 137, 138 Rynchops niger 153

Pachyornis elephantopus xiii Pampahoen 238 Pandion haliaetus 36 Papegaai-alk 157 Papegaaiduiker 156, 157 Paradoxornis paradoxus 270 Parus caeruleus 41 Pauwstaartduif 249 Pauxi pauxi 217 Pavo cristatus voor- en achterzijde omslag, 202–­203, 204 Pelecanus onocrotalus 12–­13, 137, 138 Pezophaps solitaria 246 Phaethon aethereus 133 Phaethon lepturus 134–­135 Phalacrocorax carbo 145, 146–­147 Phalaropus lobatus 198 Pharomachrus mocinno 61 Phasianus colchicus 206, 208–­209 Phoenicopterus ruber 163, 165, 166 Phonygammus keraudrenii 278 Pica pica 26, 268–­269 Picoides tridactylus 75 Picus viridis 75, 78 Pimpelmees 41 Pinguinus impennis 159 Pithecophaga jefferyi 38 Platalea leucorodia 180 Plegadis falcinellus 178–­179 Podargus strigoides 262 Podiceps cristatus 120–­121, 122–­123 Polyboroides typus 37 Porphyrio porphyria 186 Probosciger aterrimus 10

Quetzal 61

Sagittarius serpentarius 42 Sarcoramphus papa 33 Scheefsnavelplevier 193 Schetba rufa 276 Schoenbekooievaar 172 Scholekster 197, 198 Scolopax rusticola 199 Scopus umbretta 172 Secretarisvogel 42 Sikkelvanga 276 Slechtvalk 38 Slobeend 92 Somateria mollissima 90 Spechtvink 275 Sperwer 40, 41 Spheniscus demersus 112–­113

286

van Grouwtest7-NL.indd 34

21-01-14 14:47


Steenloper 193 Steppezandhoen 242, 243 Stercorarius skua 152 Sterna caspia 152 Streptopelia decaocto 40 Strix aluco 47, 48, 49 Struisvogel 227, 228–­229, 230, 232–­233 Struthio camelus 227, 228–­229, 230, 232–­ 233 Sulawesi-dwergijsvogel 64 Syrrhaptes paradoxus 242, 243 Tadorna tadorna 91 Tetrao urogallus 206 Thalassarche melanophrys 126, 127 Tockus erythrorhynchus 69 Torgos tracheliotus 34 Tringa tetanus 193 Trompetkraanvogel 182 Trompetparadijskraai 278 Tulagans 101 Tureluur 193 Turkse Tortel 40 Tyto alba 50, 51

Zeekoet 155, 160 Zijdehoen 216 Zuidelijke Reuzenstormvogel 125 Zuidereilandkiwi 234–­235 Zuidpoolkip 200 Zwaangans 100 Zwaardkolibrie 82 Zwarte Ibis 178–­179 Zwarte Kaketoe 10 Zwarte Vanga 276 Zwarte Wouw 38 Zwarte Zee-eend 90 Zwartvoetpinguïn 112–­113

Upupa epops 69 Uria aalge 155, 160 Vanellus vanellus 196 Vanga curvirostris 276 Vegetarische Vink 275 Vink 274 Violette Toerako 59 Visarend 36 Vleeskuiken 213 Vultur gryphus 31 Waterhoen 3 Watersnip 199 Weense Kortsnavel Tuimelaar 251 Wenkbrauwalbatros 126, 127 Wilde Eend 4–­5, 6–­7, 16–­17, 20–­21, 94, 95, 97, 284, 287 Wilsons Stormvogeltje 131 Witkeelkolibrie 81 Witkopvanga 276 Witstaartkeerkringvogel 134–­135 Wulp 193

Wilde Eend Anas platyrhynchos Skelet.

Zaaguil 49

287

van Grouwtest7-NL.indd 35

21-01-14 14:47


DE ONTVEDERDE VOGEL

Katrina van Grouw is een voormalig conservator van de ornithologische collectie van het londense national History Museum, een preparateur en een ervaren vogelringer en een succesvol beeldend kunstenaar die afgestudeerd is aan het Royal College of Art. Zij is de auteur van Birds, een historisch overzicht van vogelkunst, dat is gepubliceerd onder haar meisjesnaam Katrina Cook. de totstandkoming van De Ontvederde Vogel is de vervulling van een levenslange ambitie.

Katrina van Grouw

W

at gaat er schuil onder het vederdek van een vogel? Alle vogelsoorten stammen af van dezelfde voorouder, maar dat betekent niet dat ze allemaal structureel hetzelfde zijn. Met 385 tekeningen van 200 soorten is De Ontvederde Vogel een rijk ge誰llustreerd boek over vogelanatomie, dat een verfrissend origineel inzicht biedt in wat er schuil gaat onder het gevederde oppervlak. De vogels worden afgebeeld in levensechte houdingen, terwijl ze zich bezighouden met gedrag dat typerend is voor de soort: een onderwaterafbeelding van het skelet van een jagende duiker, het spierstelsel van een zwemmende pingu誰n en een ontvederde sperwer die zijn prooi plukt. Waarom zijn pingu誰ns groter dan alken? En wat is het verschil tussen vleugelklauwen en vleugelsporen? Door de relatie te leggen tussen de anatomie van vogels en hun levensstijl en evolutie, worden deze en vele andere vragen op simpele en heldere wijze beantwoordt. De Ontvederde Vogel is een mijlpaal in de populaire vogelliteratuur en een must voor iedereen die van vogels of vogelkunst houdt!

DE

ONTVEDERDE VOGEL

ISBN 978-90-5210-939-8 In samenwerking met

Katrina van Grouw

www.tirion.nl

van Grouwtest-PPB-NL-II.indd 1

22-01-14 14:42


Inkijkexemplaar De ontvederde vogel