Page 1

Leeftijd vanaf 10 jaar

NUR 283 ISBN 978 90 266 1031 8

www.uitgeverijcallenbach.nl

blauweplekken_nwemaatvoeringB.indd 1

blauwe plekken Piet van der waal

Lukas verhuist naar een klein Drents dorpje waar hij niemand kent. Aanpassen aan de nieuwe omgeving is lastig omdat een paar jongens hem uitkiezen als mikpunt van hun plagerijen. Op school valt hij buiten de groep. Bovendien houdt zijn moeder zich niet aan haar belofte om meer thuis te zijn. Het enige wat hij nog lijkt te hebben, is eten. Maar door zijn toenemende gewicht wordt het pesten nog erger. Er moet iets veranderen. De vraag is alleen: hoe?

een verhaal over pesten

blauwe plekken Piet van der waal

24-03-14 11:25


Blauwe plekken.indd 1

25-03-14 12:03


Blauwe plekken.indd 2

25-03-14 12:03


Blauwe plekken.indd 3

25-03-14 12:03


© Uitgeverij Callenbach – Utrecht, 2014 www.uitgeverijcallenbach.nl Omslag  Tamar de Klijn Layout/dtp Stampwerk ISBN  978 90 266 1031 8 NUR 283 Leeftijd vanaf 10 jaar Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Blauwe plekken.indd 4

25-03-14 12:03


Voor Roel, die weet wat blauwe plekken zijn

Blauwe plekken.indd 5

25-03-14 12:03


Blauwe plekken.indd 6

25-03-14 12:03


Hoofdstuk 1 Bijna gewonnen... ‘Allemaal klaar voor de start?’ Meester Geert staat op een wiebelige stellage van twee op elkaar gestapelde schooltafels. In zijn handen houdt hij een enorm waterpistool. ‘Doe je best, jongens en meisjes van groep 7 en 8. Hoe meer rondjes jullie lopen, des te meer geld we ophalen voor Unicef. En… kijk ook af en toe even opzij. Er staan een heleboel fotografen langs de kant. Misschien sta je dan morgen wel in de krant!’ Bijna tuimelt de meester naar beneden, maar hij kan zich nog net staande houden. ‘Nou, opgelet: drie… twee… een…’ Er schiet een dikke waterstraal de lucht in. Hij belandt op de voorste rij kinderen die zich verdringen bij de startplaats. ‘… Af!’ De meester probeert daarna zo veel mogelijk kinderen onder schot te nemen die voor hem langs rennen. Lukas krijgt een dikke waterstraal in zijn gezicht, maar rent net als de anderen gewoon door. Hij heeft zich voorgenomen om heel erg zijn best te doen. Hij wil vandaag de meeste rondjes lopen. Voor het goede doel, maar toch ook een beetje voor zichzelf. Na vijftien minuten rennen is meer dan de helft van de kinderen al gestopt. Ze zitten hijgend langs de kant of moedigen hun klasgenootjes aan. ‘Hup Huib, kom op Hanneke, zet hem op. Doorgaan, Joerie, je kunt het…’ Na twintig minuten lopen er nog maar tien kinderen op het parcours. Lukas hijgt en het zweet stroomt langs zijn gezicht. Hij begint moe te worden, maar hij geeft niet op. Na vijfentwintig minuten zijn er nog vier kinderen over. Drie jongens uit groep acht en Lukas uit groep zeven.

7

Blauwe plekken.indd 7

25-03-14 12:03


Iedereen staat te joelen en te roepen. ‘Hup Sjaak, hup Rachid, kom op, Mahir!’ Al zijn klasgenootjes staan hem aan te moedigen. ‘Lukas, Lukas, Lukas!’ Van bijna alle kinderen zijn ook de vader of moeder er om aan te moedigen. Af en toe kijkt Lukas schichtig opzij of hij misschien zijn eigen moeder ziet staan. Maar hij ziet haar niet. ‘Nog 1 minuut,’ roept meester Geert vanaf zijn griezelig gevaarlijke uitkijkpost. ‘Er zijn nog twee kinderen in de race: Rachid en Lukas, en ze hebben allebei al twintig rondes gelopen. Goed zo jongens! Jullie zijn kanjers.’ Als Lukas weer opzij kijkt ziet hij een vader en een moeder die een groot spandoek in hun handen houden. Ze lachen en roepen: ‘Hup, Rachid!’ Hun gezichten stralen van trots vanwege de prestaties van hun zoon. Waarom staat zijn moeder hier nou niet? denkt Lukas. Ze had het nog zo beloofd! Dan had ze kunnen zien dat hij net zo goed is als… als een jongen uit groep acht. Ze heeft vast geen tijd, zoals altijd. Het werk is weer eens belangrijker. Lukas loopt nog een paar meter verder en stopt dan abrupt met rennen. Het publiek kijkt hem verbaasd aan. ‘Wat is er, Lukas?’ hoort hij. ‘Kom op, man. Nog even doorzetten. Het ging zo goed!’ Het roepen en juichen van de mensen klinkt als een vreemde ruis in zijn oren. Alle vrolijkheid is er uit verdwenen. ‘Lukas! Lukas!’ scanderen zijn klasgenootjes. Lukas doet een stap naar links en duwt een paar kinderen uit groep vier die aan de kant staan ruw opzij. ‘Waar ga je heen? Hé, Lukas wat is er aan de hand?’ hoort hij een meisjesstem achter zich roepen. Maar hij heeft geen zin om daarnaar te luisteren. Zelfs niet naar haar. Hij begint toch weer te rennen. Maar niet in de richting van de finish. Hij rent naar de verlaten rijwielstalling.

8

Blauwe plekken.indd 8

25-03-14 12:03


Een minuut later fietst hij zo hard hij kan in de richting van het stadspark. Het zweet op zijn doorweekte T-shirt voelt ijskoud aan. Maar het kan hem geen barst schelen. Dat zijn schooltas nog in de klas staat zal hem een worst zijn. En ook dat Anne hem riep toen hij ervandoor ging… In het park smijt hij zijn fiets op de grond en gaat aan de rand van de eendenvijver zitten. Op het zwarte water doen vijf waterhoentjes een wedstrijd wie het hardst kan waterlopen. Er is niemand die ze aanmoedigt, maar ze schijnen er geen last van te hebben. Vanuit het riet schiet een wilde gans te voorschijn. Het dier zwemt als een bezetene, terwijl er toch geen andere dieren bij hem in de buurt zijn of hem achterna zitten. Dan houdt het dier plotseling halt en kijkt wat verdwaasd om zich heen. Het maakt een vreemd krakend geluid. Het klinkt akelig. Verdrietig. Eenzaam. De gans schuift wild fladderend en schuddend met zijn veren weer het riet in. Lukas schudt zijn hoofd en zucht zacht: ‘Voel jij je soms ook zo eenzaam, vriendje?’ Lukas blijft nog een uur zitten. Alleen. Dan staat hij op. Hij zucht. Zijn shirt is ondertussen weer droog. Even lijkt het of die vervelende huilbui vlak achter zijn branderige ogen toch tevoorschijn wil komen. Lukas schudt met zijn hoofd. Misschien is er nu wel iemand. Thuis.

9

Blauwe plekken.indd 9

25-03-14 12:03


Hoofdstuk 2 Beloftes in overvloed ‘Lukas? Lukas, ben je thuis?’ Er klinkt gestommel op de trap. Zijn slaapkamerdeur wordt opengedaan. ‘Lukas… ik…’ Lukas’ moeder staart naar het bed van haar zoon. Lukas heeft het dekbed ver over zich heengetrokken. ‘Lukas… ik… het spijt me zo. Ik was echt van plan om langs te komen bij de sponsorloop, maar er kwam opeens iets tussen en…’ Lukas blijft doodstil liggen. ‘Hoe is het gegaan? Heb je veel rondjes gelopen? Waar is je formulier, dan zal ik je meteen betalen. Twee euro per rondje had ik toch beloofd?’ Lukas’ moeder staat handenwrijvend naast het bed. ‘Nou, hoeveel rondjes waren het. Toch niet meer dan tien zeker? Dat zou me een kapitaal gaan kosten,’ probeert ze als grapje. ‘Toe nou Lukas, zeg nou wat. Ik heb toch gezegd dat het me spijt…’ ‘Dat zeg je altijd,’ klinkt het gesmoord van onder het dekbed vandaan. ‘Altijd zeg je dat er plotseling iets tussengekomen is.’ ‘Ja, dat doe ik… misschien wel… maar…’ ‘Je bent er nooit! Je bent altijd weg. Ook als er iets heel belangrijks is. Je hebt nooit tijd!’ Lukas smijt het dekbed van zich af en trapt wild met zijn benen. ‘Nooit heb je tijd voor me. En papa is er ook bijna nooit!’ ‘Als vrachtwagenchauffeur is papa nou eenmaal vaak weg. Je weet best dat hij meestal lange tochten naar het buitenland moet maken,’ reageert zijn moeder. ‘Ja, een lekker excuus. Maar jij hoeft toch niet naar het buitenland!’ ‘België is ook een beetje buitenland,’ probeert Lukas’ moeder. ‘Mijn bedrijf zit dan wel niet zo ver weg, maar het is toch bijna vijftien kilometer.’

10

Blauwe plekken.indd 10

25-03-14 12:03


Lukas draait zich met een kwaad gezicht om naar zijn moeder. ‘In groep vijf moest ik diploma zwemmen en wie kwam er niet kijken? Jij! Toen ik had overgegeven in groep zes moest ik de hele middag op zo’n stinkbank in het personeelskamertje op school blijven liggen. Omdat jij zo’n belangrijke vergadering had. En… en… hoe vaak kom ik niet uit school en zit ik soms uren in mijn eentje…’ Lukas voelt dat hij bijna gaat huilen en stopt met praten. Zijn moeder gaat op de rand van het bed zitten. Lukas draait zich kwaad de andere kant op. Zijn moeder aait hem over zijn rug en over zijn hoofd. ‘Wil je weten waar ik vanmiddag zo druk mee was?’ vraagt ze zacht. ‘Kan me niet schelen!’ ‘En toch ga ik het je vertellen, lieverd.’ ‘Kan me niet schelen, zeg ik toch. Je moet gewoon eens vaker thuis zijn. Je had er vanmiddag moeten zijn, toen ik…’ Opeens begint Lukas te huilen. Zijn moeder gaat naast hem liggen en pakt hem stevig vast. Ze zegt niets, tot Lukas eindelijk stopt met snikken. ‘Het spijt me toch zo, jongen. Wil je me alsjeblieft over vanmiddag vertellen?’ Uiteindelijk begint Lukas te vertellen over de sponsorloop. Dat hij als enige jongen uit groep zeven het zo lang had volgehouden. En dat hij vast en zeker de meeste rondjes had gelopen. En dat er fotografen waren en alle vaders en moeders. Maar ook dat hij niet verder wilde lopen in de laatste minuut, omdat zijn moeder er niet was. Geen echt publiek. Dat het zo niet leuk was. De moeder van Lukas heeft nu ook tranen in haar ogen. ‘Wat ben jij een kanjer, Lukas, en wat had ik je daar graag willen zien rennen. Het spijt me echt heel erg.’ Plotseling staat ze op. ‘Blijf hier lekker even liggen. Ik ben zo terug. Ik ga beneden iets halen.’ Vijf minuten later komt Lukas’ moeder de kamer weer binnen. Ze heeft een dienblad bij zich met twee glazen cola erop, twee zakjes chips en een bruine envelop.

11

Blauwe plekken.indd 11

25-03-14 12:03


‘Kom eens even rechtop zitten. Ik moet je iets laten zien. Toe nou.’ Ze duwt Lukas de cola en de chips in zijn handen en neemt zelf ook. Dan laat ze zich weer naast Lukas op het bed zakken. In haar handen houdt ze een envelop. Ze doet de klep open en schuift er een glanzende folder uit. ‘Wat vind je hiervan?’ ‘Een huis? Wat moet ik daarvan vinden?’ ‘Vind je het mooi?’ Lukas’ moeder wijst op een prachtig rietgedekte villa met een enorme tuin eromheen. ‘Zo ziet het er vanbinnen uit. Moet je kijken, een echt bubbelbad en een kleine sauna en dan hier, moet je dat uitzicht zien…’ ‘Wat moet ik daar nou mee?’ zegt Lukas kwaad. ‘Zou je in zo’n huis willen wonen?’ ‘Waarom niet?’ bromt Lukas. ‘Nee, ik bedoel het serieus. Zou je in zo’n huis willen wonen, vlak bij het bos en bij de hei.’ ‘Best wel,’ antwoordt Lukas voorzichtig. Zijn moeder bijt even op haar bovenlip alsof ze nog na moet ­denken. ‘Goed. Dan gaan we daar wonen.’ Lukas kijkt verbaasd. Zijn moeder geeft hem een knipoog. ‘Daar was ik dus vanmiddag mee bezig. Er is mij een nieuwe baan aangeboden op ons hoofdkantoor. Bij die nieuwe baan hoort ook een nieuw huis. Boffen toch? En… ik vond namelijk ook al lang dat ik veel te weinig thuis was. Te weinig bij jou.’ ‘Wat maakt een nieuwe baan dan uit. Het maakt toch geen verschil als je in een ander huis gaat wonen. Daardoor ben je toch niet…’ ‘Jawel, dat huis ligt namelijk vlak bij het hoofdkantoor.’ ‘In België? Nee toch?’ ‘Nee, niet in België, maar in Drenthe. En weet je, het huis heeft heel veel kamers. En een van die kamers wordt mijn werkkamer en mijn laboratorium. Dan ga ik gewoon thuis werken, tenminste zo veel mogelijk.’ ‘Dan ben je dus altijd thuis?’ lacht Lukas. ‘Bijna altijd.’

12

Blauwe plekken.indd 12

25-03-14 12:03


‘O mam!’ Lukas springt overeind. De cola klotst over zijn dekbed en maakt een kleverige bruine vlek. Lukas geeft zijn moeder een dikke zoen. ‘Ben je blij?’ vraagt zijn moeder. ‘Ja, echt wel. Cool, mam.’ ‘Weet je, het was vanmiddag eigenlijk alleen nog maar een plan, maar na… nou ja, na jouw verhaal… Ik doe het gewoon. Ik weet het nu helemaal zeker.’ ‘En papa dan, wat vindt hij ervan?’ ‘Eh… nou ja, die weet het nog niet, maar die vindt alles altijd goed. Als hij maar in zijn vrachtwagen kan blijven rijden. En dat kan toch ook vanuit Drenthe. Als hij daar maar niet verdwaalt.’ Ze schieten allebei in de lach. ‘Nou, vertel eens. Hoeveel geld moet ik je betalen voor de rondjes die je gelopen hebt?’ Lukas trekt zijn schouders op. ‘Twintig rondjes… bijna eenentwintig, dus dat is dan...’ ‘Eenentwintig? Maar dat is geweldig! Hoewel…’ ‘Hoewel?’ ‘Tja, als ik er nu goed over nadenk dan kost me dat tweeënveertig euro,’ zegt Lukas’ moeder met een knipoog. ‘Nee hoor, ik maak maar een grapje. Ik geef dat geld met heel, heel veel plezier aan die goede hardloper van mij. En de volgende keer als je weer je benen uit je lijf rent, nou dan ben ik er zeker bij.’ ‘Beloofd?’ ‘Beloofd.’ Lukas is al zijn boosheid vergeten.

13

Blauwe plekken.indd 13

25-03-14 12:03

Leesfragment Blauwe Plekken - Piet van der Waal  

Lukas verhuist naar een klein Drents dorpje waar hij niemand kent. Hij vindt het lastig om zich aan te passen aan zijn nieuwe omgeving en va...