Page 1


Ontkomen

Ontkomen.indd 1

14-03-19 13:36


Eerder verscheen bij Uitgeverij Mozaïek: Valerie Riedesel: Nevelkinderen. Hoe Anna en haar broers en zusjes Himmlers wraak overleefden Carry Ulreich: ’s Nachts droom ik van vrede. Oorlogsdagboek 1941-1945

Ontkomen.indd 2

14-03-19 13:36


Ontkomen Het vluchtverhaal van Albert en Ella Andriesse-van den Bergh 1940-1941

Bart Wallet

Uitgeverij MozaĂŻek, Utrecht

Ontkomen.indd 3

14-03-19 13:36


ISBN 978 90 239 5409 5 (boek) ISBN 978 90 239 5410 1 (e-book) NUR 402 Ontwerp omslag: Studio Ron van Roon Omslagfoto: Verlovingsfoto Albert Andriesse en Ella van den Bergh (1907, fotograaf onbekend) Inleiding, achtergronden en tekstbezorging: Bart Wallet Lay-out en dtp: Gerard de Groot © 2019 Uitgeverij Mozaïek, Utrecht © Memoires en foto’s: erven Albert en Ella Andriesse-van den Bergh © Inleiding en achtergronden: Bart Wallet Alle rechten voorbehouden www.uitgeverijmozaiek.nl

Ontkomen.indd 4

14-03-19 13:36


Inhoudsopgave

Inleiding: Een uitzonderlijk verhaal HiĂŤrarchie van lijden Een bron van betekenis De hoofdrolspelers Dit boek

7 8 9 11 12

Albert Andriesse: Uitverkorenen 15 De Duitse invasie 15 Vlucht naar IJmuiden 18 Begin van de bezetting 20 Joodse angsten 23 Collaboratie en verzet 26 De ontjoodsing van het bedrijfsleven 30 De stemming in Nederland 35 Emigratiekansen 37 Dagelijks leven in bezettingstijd 41 Voorbereidingen 43 Reis naar de vrijheid 46 Ella Andriesse-van den Bergh: Ontkomen aan de oorlogs­psychose

55

Achtergronden: Joodse hogere burgerij en legale emigratie uit bezet gebied De families Andriesse en Van den Bergh Het gezin Andriesse-van den Bergh De bankier Maatschappelijk engagement Joods engagement

61 62 67 69 73 75

Ontkomen.indd 5

14-03-19 13:36


Duits-joodse vluchtelingen 78 Legale emigratie 80 De emigratie van de familie Andriesse 83 Lotgenoten 91 De boottocht 92 Leven in de Verenigde Staten 94 Aantekeningen

100

Bronnen

134

Namenregister

138

Ontkomen.indd 6

14-03-19 13:36


7

Inleiding Een uitzonderlijk verhaal

Toen op 15 mei 1940 Nederland capituleerde voor naziDuitsland, kwam het proces van uitsluiting, concentratie en deportatie van joden al snel op gang. In de vijf oorlogsjaren die op de capitulatie volgden, zouden uiteindelijk ruim 100.000 van de in totaal 140.000 Nederlandse joden vermoord worden. Een relatief klein deel wist de kampen te overleven, onder te duiken of naar het vrije buitenland te ontkomen. Dit boek vertelt een in alle opzichten uitzonderlijk verhaal. Hoe een joodse familie, terwijl de vervolgingsmaatregelen ontrold worden en de angst toeneemt, een bijzondere uitweg vindt en verlof krijgt om geheel legaal het bezette gebied te verlaten. Daarop volgt een bizarre tocht van Nederland via het eveneens bezette België en Frankrijk naar het neutrale Spanje, onder begeleiding van een tweetal SS’ers. Die reizen niet mee om deze joden naar een van de kampen te transporteren, maar om hen nota bene te beschermen tegen mogelijke andere nazi’s die de vijf Nederlandse joden alsnog zouden willen oppakken. In Hendaye, aan de FransSpaanse grens, dragen de SS’ers de Andriesses over aan de Spaanse autoriteiten. Vanaf dat moment is de familie op zichzelf aangewezen. Dit verhaal is uitzonderlijk, omdat slechts een heel gering aantal joden de gelegenheid kreeg tot een dergelijke ontsnapping aan een zekere dood. Degenen die op deze manier de oorlog overleefden, spraken daar nadien vrijwel niet meer

Ontkomen.indd 7

14-03-19 13:36


8

ONTKOMEN

over. Tijdens de oorlog waren de achtergronden van deze operatie al grotendeels onbekend, na 1945 leek de vergetelheid alleen maar groter te worden. Pas recent groeit de aandacht en de belangstelling voor het verhaal van de legale emigratie van joden uit bezet gebied. Hiërarchie van lijden

Dat hier pas nu aandacht voor komt, hoeft geen verbazing te wekken. De focus van onze herinnering aan de Tweede Wereldoorlog is namelijk in hoge mate gestuurd door wat wel de ‘hiërarchie van het lijden’ wordt genoemd. Hoewel hij de term nog niet gebruikte, omschreef de arts Elie Cohen in 1951 al haarscherp wat dit inhield.1 Hij signaleerde hoe de uit Nederland afkomstige joodse overlevenden van de oorlog uiteenvielen in een drietal groepen: degenen die de kampen hadden overleefd (zo’n 5500 overlevenden), degenen die in de onderduik hadden gezeten (circa 16.000 personen) en degenen die naar het buitenland ontkomen waren (rond de 3000 personen). Elk van deze groepen had heel eigen oorlogsherinneringen en hoewel ze allemaal treurden om het verlies van talloze dierbaren, was het vaak moeilijk om elkaar te begrijpen. Iedereen was het erover eens dat de kampoverlevenden het zwaarst te lijden hadden gehad. Daarom werd bij herdenkingen vooral naar hun getuigenissen geluisterd en richtte de meeste aandacht zich op de kampen, de slachtoffers en de overlevenden. De beide andere groepen hielden zich in de eerste decennia na de oorlog grotendeels stil. Zij hadden soms het gevoel de oorlog niet écht meegemaakt te hebben, omdat zij ‘maar’ in de onderduik of in het buitenland hadden gezeten. Vanaf het einde van de jaren 1970 kwam ruimte voor de ervaringen van de onderduikers. Zij gingen zich organiseren in lotgenotengroepen, er kwamen congressen over hun erva1 Elie Cohen, ‘Splijting in eigen kring’, De Joodse Wachter 42/14, 15 juni 1951, 8-9.

Ontkomen.indd 8

14-03-19 13:36


Inleiding

9

ringen en een stroom publicaties kwam op gang. Gaandeweg was duidelijk geworden hoezeer de angst en onzekerheid van de onderduik het leven van de overlevenden had gestempeld. Sommigen hadden hun ‘onderduik’ na de oorlog voortgezet en durfden pas in de loop van de jaren 1980 weer voor hun joodse identiteit uit te komen. De groep onderduikoverlevenden, in omvang veel groter dan die van de kampoverlevenden, kwam bij herdenkingen steeds duidelijker op de voorgrond. Dat ook een groep Nederlandse joden de oorlog wist te overleven door naar het buitenland te vluchten, was wel bekend, maar kreeg relatief weinig aandacht. Hier en daar werden vluchtverhalen gedeeld, over zee naar Groot-Brittannië, via België en Frankrijk naar Zwitserland of via Spanje en Portugal naar Noord- en Zuid-Amerika. Dat echter in deze groep ook een klein aantal ‘legale emigranten’ is opgenomen, is voor het grote publiek een goed bewaard geheim. Maar nu, bijna 75 jaar na de bevrijding, is het moment gekomen dat na de verhalen van de kamp- en onderduikoverlevenden, ook de vluchtverhalen verteld gaan worden – inclusief dat van de uitzonderlijke route van de familie Andriesse-van den Bergh. Door de drie perspectieven naast elkaar te plaatsen, krijgen we een steeds beter zicht op de heel uiteenlopende manieren waarop joden hebben geprobeerd de oorlog te overleven. De maatregelen van de nazi’s maakten hen tot één groep, maar zij hadden allemaal hun persoonlijke geschiedenissen, netwerken en achtergronden. Joden waren geen willoze slachtoffers, maar spanden zich op tal van manieren in om ondanks de vervolging de oorlog te overleven. Het is deze multiperspectiviteit die maakt dat het ontsnappingsverhaal van de familie Andriesse een belangrijk element is, dat niet gemist mag worden bij de studie van en de herinnering aan de Sjoa. Een bron van betekenis

Het unieke ontsnappingsverslag dat hier gepresenteerd wordt, werd jarenlang in de Verenigde Staten bewaard in de kring

Ontkomen.indd 9

14-03-19 13:36


10

ONTKOMEN

van de nazaten van het echtpaar Andriesse-van den Bergh. Nu wordt het voor het eerst ter beschikking gesteld van het brede publiek. Daarvoor zijn ten minste vier redenen aan te wijzen. Ten eerste, dit verhaal van ‘legale emigratie’ van joden tijdens de Tweede Wereldoorlog is zowel uitzonderlijk als onbekend. Slechts in een beperkt aantal gevallen was deze route mogelijk, maar ook dit hoort bij de geschiedenis van én de herinnering aan de oorlogsjaren. Het tekent de verwarring, de angst, de manier ook waarop verschillende Duitse diensten langs en soms tegen elkaar in werkten. Zeker aan het begin van de bezetting ontstonden daardoor soms onverwachte en vaak slechts zeer tijdelijke en op individuele gevallen toegesneden ontsnappingsroutes. Ten tweede, dit verslag is heet van de naald geschreven. Het zijn niet, zoals een groot deel van de oorlogsmemoires die tegenwoordig worden gepubliceerd, herinneringen aan een vervlogen tijd en reconstructies achteraf. Hier hebben we een tijdsdocument in handen waarin we de gebeurtenissen op de voet volgen. Het is geschreven in een aantal dagen tijd vanaf 22 mei 1941 aan boord van het Spaanse schip Ciudad de Sevilla, toen het tussen Las Palmas en Cuba voer, op weg naar New York. Het verslag kent bovendien een hoge mate van feitelijkheid en betrouwbaarheid. De auteurs zijn bijzonder goed geïnformeerd, hebben uitstekende contacten en weten op basis daarvan soms meer dan anderen. Ten derde, een bijzonder element in dit oorlogsverslag is de aandacht die er is voor de houding van het Nederlandse volk. Het is bekend dat uiteindelijk slechts zo’n vijf procent van de bevolking actief in het verzet ging, terwijl eveneens vijf procent collaboreerde en zich verbond met de bezetters. Over hoe de houding van de andere negentig procent Nederlanders ingeschat moet worden, is nog altijd veel debat. Zijn het toeschouwers, die door hun inactiviteit eigenlijk medeschuldig zijn, omdat zij het isoleren en wegvoeren van hun joodse medeburgers hebben laten gebeuren? Waren het ‘grijze’ Neder-

Ontkomen.indd 10

14-03-19 13:36


Inleiding

11

landers, die zelf zo goed en zo kwaad als het ging de oorlog probeerden door te komen en zich inspanden om niet in de problemen te komen? Dit verslag geeft verschillende keren duidelijke observaties van de manier waarop de ‘gemiddelde Nederlander’ zich tegen de bezetter en richting de joden opstelde. Ten slotte, de familie Andriesse was geen gewone Nederlandse en geen gewone joodse familie. Zij behoorde tot de zogenaamde haute bourgeoisie en tot de smalle joodse elite. Naar het omvangrijke joodse proletariaat, de straatarme joden in met name de grote steden, is de afgelopen decennia heel wat onderzoek verricht. De kleine joodse elite, zeer goed geïntegreerd in de Nederlandse maatschappij, maar vaak ook met een verantwoordelijkheidsbesef voor de eigen gemeenschap, is daardoor grotendeels buiten beeld gebleven. Dit oorlogsverslag geeft ons een onverwacht inkijkje in de wereld van de joodse haute bourgeoisie: hun netwerken in de samenleving, hun internationale oriëntatie, hun leescultuur en hun sociale leven. Uit het verslag rijst het beeld op van twee geëngageerde burgers, echte familiemensen, die sociaal stevig ingebed zijn in de Amsterdamse society. De hoofdrolspelers

Om wie gaat het precies? Het eerste – en langste – deel van het verslag is geschreven door Abraham Albert Andriesse (1880-1965), een Amsterdamse bankier die partner is bij de prestigieuze firma Pierson & Co. Hij is gezien in de Amsterdamse financiële wereld en mede daarom bestuurslid van de Vereeniging voor den Effectenhandel. Andriesse heeft een groot internationaal netwerk over heel Europa en in de Verenigde Staten – iets wat hem zeer van pas komt bij het vinden van een ontsnappingsroute uit bezet gebied. Zijn vrouw, Elisabeth Gabriëlla (Ella) Andriesse-van den Bergh (1888-1955), heeft het tweede, kortere deel van het verslag geschreven. Zij is een dochter van Sam en Betsy van

Ontkomen.indd 11

14-03-19 13:36


12

ONTKOMEN

den Bergh en daarmee een telg van een oorspronkelijk uit Oss afkomstige familie van industriĂŤlen. Haar vader leidde het familiebedrijf in margarine en wist door fusies met binnen- en buitenlandse concurrenten de multinational Unilever op te bouwen. De leden van de familie Van den Bergh waren zeer betrokken bij elkaar en Ella maakte voluit deel van die grote, warme en actieve familie. Geheel in lijn van de familietradities zette zij zich als vrouw in voor liefdadigheid en cultuur. Het echtpaar Andriesse had drie kinderen. Bij het uitbreken van de oorlog diende zoon Benno, als reserveofficier gemobiliseerd, in het Nederlandse leger. Hij was toen nog vrijgezel. Dochter Els, getrouwd met de Oostenrijkse, deels joodse aristocraat Hans von Halban, bevond zich met man en baby in Frankrijk. Dochter Rita, getrouwd met Frits Markus, was in Nederland en stond haar ouders bij in het zoeken naar een uitweg uit bezet gebied. Dit boek

Andriesses maatschappelijke profiel weerspiegelt zich in zijn proza: het verslag is heel precies en zakelijk geschreven, hier en daar zelfs voor de jaren 1940 vrij archaĂŻsch. Zijn vrouw kiest een heel ander taalregister en laat veel meer haar emoties zien. De zakelijke toon van Albert en de emotionele van Ella zorgen voor een mooi, gelaagd beeld. Dit boek geeft het hele verslag van beide echtelieden weer. Wel zijn er vanwege de leesbaarheid titels en kopjes toegevoegd en is gekozen voor de hedendaagse spelling. In een enkel geval noteerde Andriesse ook een persoonsnaam niet helemaal correct, ook dat is ten dienste van de hedendaagse lezer gecorrigeerd. Wie ondertussen het verslag in de destijds gebruikelijke spelling wil raadplegen, zij verwezen naar het Joods Historisch Museum. Daar wordt overigens ook het familiearchief-Van den Bergh ondergebracht, waar dit stuk onderdeel van is. Deze uitgave is rijkelijk voorzien van aantekeningen. Veel

Ontkomen.indd 12

14-03-19 13:36


Inleiding

13

van de personen die de Andriesses noemen waren destijds wijd en zijd bekend, maar zijn inmiddels weggegleden uit ons collectieve geheugen. Ook de namen van familieleden, plaatsnamen en specifieke gebeurtenissen in oorlogstijd zijn toegelicht. Dat biedt tevens de mogelijkheid om dit verslag te verbinden met andere oorlogsmemoires en studies, waarin soms dezelfde personen voorkomen, maar vanuit een heel ander perspectief. Extra achtergronden worden, ten slotte, nog geboden in een slothoofdstuk. Daarin wordt verdieping aangebracht en het belang van dit oorlogsdocument breder gepositioneerd. Want hoe representatief is nu eigenlijk wat de Andriesses meemaakten? Hoe was het eigenlijk mogelijk om zo’n uitzonderlijke reis onder SS-begeleiding te maken dwars door bezet gebied naar de vrije wereld? Op dergelijke vragen geeft het slothoofdstuk een antwoord. Het berust op archiefonderzoek, de huidige stand van de historische literatuur en familiegegevens. Die bronnen zijn allemaal opgenomen in het bronnenoverzicht achter in het boek. Dit boek is tot stand gekomen dankzij het vertrouwen van de nazaten van de familie Andriesse, in de Verenigde Staten en in Nederland, waarvoor ik hen hartelijk dank. Met name Ella Andriesse – vernoemd naar haar grootmoeder – was een drijvende en stimulerende kracht, wist belangrijke details toe te voegen en diepte uit het familiearchief relevant materiaal op. Ook dank aan Ilan Kisch die het eerste contact tussen ons beiden legde. Bij uitgeverij Mozaïek waren het achtereenvolgens Beppie de Rooy en Arie Kok die voor deskundige begeleiding zorgden en zich inzetten om van een egodocument uit familiebezit een mooie publicatie te maken. Eventuele onvolkomenheden in deze uitgave komen uiteraard alleen voor mijn rekening. Bart Wallet 30 januari 2019

Ontkomen.indd 13

14-03-19 13:36


14

Ontkomen.indd 14

ONTKOMEN

14-03-19 13:36


15

Uitverkorenen Albert Andriesse

Op 15 mei 1941 zijn Ella en ik, Benno, en Rita met haar man Frits Markus, te Lissabon scheepgegaan met bestemming voor New York. Nu wij door de bootreis weer enigszins tot rust zijn gekomen, wil ik ertoe overgaan in het kort aan te tekenen wat er met ons is gebeurd sedert de noodlottige 10 mei 1940, waarbij ik uitsluitend afga op mijn geheugen. De Duitse invasie

De avond van de 9e mei was er een grote receptie in het Rijksmuseum, aangeboden door de *Minister van Kunsten en Wetenschappen ter gelegenheid van de opening van de *tentoonstelling van hedendaagse Belgische schilderkunst. Ella was die avond in het *Hotel des Pays-Bas gebleven, waar wij sedert plusminus een maand logeerden. Eerst te ongeveer 9 uur waren de *Rรถntgens, die bij ons hadden gegeten, naar Bilthoven teruggekeerd, en ik ging alleen naar het Rijksmuseum. De receptie bood het gewone feestelijke beeld, met honderden genodigden, waaronder de militaire autoriteiten van Amsterdam. Sedert de *inval van de Duitsers in Denemarken en Noorwegen was er een nog grotere mate van onbehaaglijkheid dan na de *novemberdagen het geval was geweest. Doch van de bewustheid van een zeer acuut gevaar was er die dag toch geen sprake. Ter receptie sprak ik onder anderen *Dr. Van Blankenstein. Ofschoon deze in stijgende mate geneigd was, in zijn artikelen in het Utrechtsch Nieuwsblad en de Haagsche Post zijn lezers wel wat te eenzijdig en te optimistisch pro-geallieerd, in

Ontkomen.indd 15

14-03-19 13:36


16

ONTKOMEN

te lichten (dit had hem zeer onlangs zijn contract met de Haagsche Post gekost, hoewel dit waarschijnlijk slechts een voorwendsel was bij de uitvoering van een politieke zwenking bij de leiding van dat weekblad), was hij nog steeds mijn politieke vraagbaak, en ik hechtte aan zijn oordeel waarde, omdat hij over veel bronnen van informatie beschikte. Hij achtte die avond geen direct gevaar aanwezig daar, naar hij zei, de Generale Staf geen verontrustende berichten had. Tegen 11 uur wandelde ik naar het Hotel terug en sprak daar een kwartiertje met de *Britse Consul-Generaal, Mr. Shepherd, die zich omtrent de loop van de oorlog ernstig bezorgd maakte. Het *terugtrekken van de Britse troepen uit Noorwegen had hem zeer ontmoedigd, evenals de inertie der Fransen. Om halftwaalf werd ik plotseling aan de telefoon geroepen. Benno schelde mij op uit Scherpenzeel, waar hij als Res[erve] Eerste-Luitenant der Artillerie sedert de mobilisatie had gelegen. Hij zei: “Vader, het is mis. Wij moeten hier vannacht vandaan”. Ik schrok daar heftig van, doch gedachtig aan de valse alarmen van november en april, vertelde ik deze ernstige tijding maar niet aan Ella. Diezelfde nacht werden wij wakker door het afweergeschut en motorgeronk en werd het ons duidelijk, dat de ramp een voldongen feit was. Rita schelde ons op en maakte ons attent op de radio-uitzendingen omtrent het overal neerkomen van parachutisten. Het is merkwaardig dat, terwijl Benno, een luitenantje, ’s avonds om 11½ uur zojuist was ingelicht, de hoogste militaire autoriteiten te Amsterdam, de *Overste Boswijk en *Luitenant Kolonel Rost van Tonningen van niets wisten. Beiden waren in het Rijksmuseum. Eerstgenoemde had met vrienden van ons tot bij tweeën een glaasje wijn gedronken. Ook in andere steden, naar verluidde, dezelfde onwetendheid, hoewel toch uit *Minister Van Kleffens’ boek blijkt, dat de regering was ingelicht. Om 6 uur ’s ochtends ging ik naar kantoor, om te trachten

Ontkomen.indd 16

14-03-19 13:36


Uitverkorenen

17

nog enige *cables naar New York weg te krijgen, doch de dienst was gestaakt. Ik ging terug naar Pays-Bas, waar Ella en ik besloten *ons huis in het Dijsselhofplantsoen weer te betrekken, waar *Hendrik en zijn vrouw als huisbewaarders woonden en *Julia, als enig dienstmeisje. Ella arrangeerde alles voor de terugkeer, en ik ging naar kantoor. Ik was daar als enige chef, want alle associés, *Wijnhoff in Den Haag, *Allard Pierson, *Jaffé, *Greidanus en *Bob in het Gooi, waren van de hoofdstad afgesneden. Dit bleef zo gedurende de vijf oorlogsdagen, en legde op mij een grote verantwoordelijkheid, daar ook ’t telefonische verkeer geheel stilstond. Er waren niet veel besluiten te nemen, behalve betreffende disposities van cliënten, waarbij ik besloot alles uit te betalen, wat werd verlangd. In de loop van de ochtend werd een vergadering van de *Bankiersvereniging bijeengeroepen op het kantoor van *Lippmann, Rosenthal & Co., waar de houding werd vastgesteld, omtrent beperkte uitbetaling van saldi. Zulks op verzoek van de Nederlandsche Bank in verband met het af te kondigen moratorium. Sindsdien werden disposities slechts voor matige bedragen betaald. *Paul May, voorzitter, opende de vergadering met een waardige speech. Het was de laatste maal, dat wij hem zouden zien. Op de dag van de capitulatie maakten hij en zijn vrouw een eind aan hun leven. De eerste dagen van de oorlog waren geenszins de ergste. De wetenschap dat Nederland zich verdedigde, vertrouwen in onze waterlinie en hoop op hulp uit Engeland, en vooral uit Frankrijk, gaven iedereen moed. Helaas werden wij weldra verontrust over het verloop van de strijd. *Sidney van den Bergh was, als kapitein van de ravitaillering, naar Amsterdam gezonden en had met *zijn vrouw zijn intrek bij ons genomen. Hij kwam steeds meer gedeprimeerd van zijn werk thuis. De communiqués van het Hoofdkwartier, aanvankelijk zeer bemoedigend omtrent het bedwingen van het parachutistengevaar, werden reeds de tweede dag nietszeggend, en bleven weldra geheel uit, en het gretig naar de radio luisterend pu-

Ontkomen.indd 17

14-03-19 13:36


18

ONTKOMEN

bliek werd onthaald op de gewone banale muziek, kreeg enige wenken, maar geen oorlogsnieuws. De verschrikkelijke berichten omtrent verraad op grote schaal, hadden een demoraliserende invloed. Ofschoon er overdag en ’s nachts vaak luchtalarm was, vormde dit toch niet een grote verstoring. Op de ochtend van de 14e mei kwam het bericht, dat de Duitsers de Moerdijkbrug in handen hadden, en dit werd geïnterpreteerd als een volledige omtrekking van de waterlinie en een onmiddellijke bedreiging van Holland en Amsterdam. Vlucht naar IJmuiden

*George kwam vroeg, om te overwegen, of wij allen naar IJmuiden zouden gaan, om te trachten een trawler te huren en naar Engeland te komen. Sidney kon niet, daar hij in dienst was, en ik voelde er toen niets voor, ook omdat ik nog de enige firmant was die op kantoor aanwezig was. Ik had met Allard [Pierson] een uiterst gebrekkig contact door boodschappers en wilde de zaak niet in de steek laten. Later in de ochtend kwam het ontstellende bericht van *het vertrek van Hare Majesteit – de indruk was aanvankelijk vernietigend. Weldra bleek, dat een angstpsychose zich van vele Joden in Nederland had meester gemaakt. De vrees onder een Hitlerregime te komen, deed vele duizenden besluiten liever have en goed in de steek te laten en te pogen Engeland te bereiken. Tegen één uur werd ik opgebeld door mijn vriend, *McGonigal, viceconsul van de U.[nited] S.[tates of America] te Amsterdam. Hij zei dat een *Engels schip onder een kapitein Goodenough uit IJmuiden zou vertrekken, en dat ik mij eventueel te *Velseroord, een buitenplaats bij IJmuiden, moest melden, bij een geïmproviseerd Brits consulaat aldaar. Toen werden ook wij aangegrepen door de allesbeheersende wens “het vege lijf te redden”. Inmiddels was er een dusdanige exodus van Joden naar IJmuiden, dat de burgemeester aldaar Amsterdam had verzocht, om de mensen te waarschuwen, dat ze niet te IJmuiden zouden worden doorgelaten. Wij beslo-

Ontkomen.indd 18

14-03-19 13:36


Uitverkorenen

19

ten, met *Rita en Frits, diens moeder, zuster en zwager (*Mary en Dagobert Muller) en de oude Heer Muller, een poging te wagen. Wij kregen doorlaatbewijzen van de *burgemeester van Amsterdam, en togen met weinig koffertjes naar Velseroord in twee auto’s, bestuurd door *Frits Neidhöfer en Muller. Wij werden door vele militaire posten aangehouden, doch bereikten [om] ongeveer 5 uur Velseroord. Daar sommigen de Duitsers reeds die avond te Amsterdam verwachtten, bood *Mevrouw De Vlugt ons aan, de nacht bij haar te Aerdenhout door te brengen, wij wilden daar echter geen gebruik van maken. Te Velseroord stonden talrijke auto’s. De fraaie buitenplaats was stampvol van Joodse vluchtelingen, die daar reeds uren tevergeefs trachtten een boot naar Engeland te krijgen. Ik drong door tot het Engelse Consulaat, doch ontving op mijn vraag naar Kap. Goodenough geen bevredigend antwoord. Eerst zei de man, dat hij in de haven was, daarna dat hij was vertrokken. Daarna bleek ons dat, als wij Ella’s advies hadden gevolgd en naar de haven waren gegaan, wij waarschijnlijk toch op die boot van Kap. Goodenough zouden zijn weggekomen. Een groot aantal Joden uit Amsterdam zijn op die wijze naar Engeland gekomen. Het *vluchtelingencomité had hen in autobussen naar IJmuiden doen vervoeren en had daarbij verscheidenen gewaarschuwd. Daar de telefoon niet werkte was dat niet gemakkelijk. *Truus Wijsmuller had bij het weghelpen van de mensen een kranige rol gespeeld. Weldra bleek, dat geen schepen meer zouden vertrekken. Om 8 uur moest Velseroord worden ontruimd. Geleidelijk dropen de mensen af. Wij besloten te Duin en Daal te overnachten en het de volgende ochtend nog eens te proberen. Hoewel *Hotel Duin-en-Daal vol was, maakte de directeur reeds de nodige aanstalten, om ons toch nachtverblijf te bezorgen, toen plotseling het officiële bericht kwam per radio, dat de *bevelhebber besloten had tot capitulatie, na het ontzettende *bombardement van Rotterdam, dat die middag had

Ontkomen.indd 19

14-03-19 13:36


20

ONTKOMEN

plaats gevonden. De Duitse legerleiding had alle andere grote steden met hetzelfde lot bedreigd. Door de volledige vernietiging van onze luchtvloot en [de] onmacht van Engeland om vliegtuigen te zenden, waren wij tot de overgave gedwongen geweest. Van de verslagenheid, de ontzetting, de vernietigende indruk van die berichten kan men zich geen voorstelling maken. De radio stond buiten voor de ingang van het hotel en de mensen stonden te snikken en waren verpletterd. Wij besloten de pogingen tot vluchten op te geven en keerden terug naar Amsterdam, waar wij tegen negen uur aankwamen. Begin van de bezetting

Ook George had, naar wij hadden vernomen, een poging gewaagd te IJmuiden met *Nel en zijn zes kinderen. Toen hij ’s avonds niet te Amsterdam was teruggekeerd, hoopten wij, dat het hem gelukt was, maar de volgende dag kwamen ook zij onverrichterzake naar huis. George had gehoord, dat er een boot te IJmuiden was, die regeringsambtenaren naar Engeland zou brengen, en dat hij mee zou kunnen, maar hij heeft geen boot aangetroffen, had de nacht bij een hem volkomen onbekende eenvoudige man te Bloemendaal doorgebracht, die voor het onderdak en de voeding van de acht personen alle vergoeding weigerde. Die avond van de 14e mei te Amsterdam werd ons door twee leden van de *luchtwacht op het hart gedrukt onze wijnvoorraad te vernietigen, om excessen door de spoedig verwachte Duitse soldaten te voorkomen. Daar eenzelfde verzoek reeds door de radio was verspreid, hebben wij aan dat verzoek voldaan. Met Mien en Frits NeidhÜfer hebben wij emmers vol van de beste wijnen weggespoeld. Dat bleek naderhand volkomen overbodig te zijn geweest. Het *grote kanaal, dat door Amsterdam Zuid loopt, was vol van anti-Hitler literatuur, die uit alle huizen werd verwijderd.

Ontkomen.indd 20

14-03-19 13:36


Uitverkorenen

21

In de vroege ochtend van 15 mei zijn Ella (Frits en Rita wilden niet mee) en ik nog even met Frits Neidhöfer naar IJmuiden gereden, om te zien, of er nog mogelijkheid tot overtocht naar Engeland bestond. Bij aankomst in de haven bleek dat daar geen sprake van was. De haven was versperd door vele gezonken schepen, waaronder de *Jan Pietersz. Coen, die door ons en de Engelsen waren tot zinken gebracht. Er vlogen Engelse vliegtuigen, die op pakhuizen en petroleumtanks bommen lieten vallen. De tanks stonden in lichtelaaie, en het geheel bood een schouwspel van verschrikking en vernietiging. Wij keerden weldra terug. Alle petroleumvoorraden aan de overkant van het IJ brandden reeds sedert de vorige ochtend en er hing een onheilspellende geweldige rookwolk over het gehele westen van Amsterdam. Te 8 uur ’s ochtends waren wij weer thuis. Ik was in een wanhopige stemming, omdat ik mij zelfverwijten maakte. Sedert jaren immers was ik overtuigd van het uitbreken van een oorlog en begreep dat ditmaal ons land niet gespaard zou blijven. Menigmaal had men op kantoor over mijn pessimisme gelachen, doch men had op bijzonder coulante wijze reeds in 1938 met mij een arrangement gemaakt, waarbij ik voor mijn privérekening een zeker bedrag aan dollars kon kopen, en het recht verkreeg mij uit de firma terug te trekken voor de afloop van ons contract, zodra er reden was te vrezen, dat in Nederland Joden bij Christenen zouden worden achtergesteld. Bovendien had ik reeds geruime tijd een aantrekkelijk aanbod van een Franse cliënt, die mij het bekende *Château Latour, nabij Bordeaux, gemeubeld met bediening ter beschikking stelde. In 1939 waren *Bob Pierson en ik naar New York geweest, om te bestuderen, of er voor onze firma gelegenheid bestond, belang te nemen bij een Amerikaanse firma, ten einde een deel van ons dollarbezit te beleggen en zodanig vast te leggen, dat het safe was voor inbeslagname van een eventuele Duitse bezetter. De toestand in Wall Street was echter dermate ongunstig, dat wij van dat

Ontkomen.indd 21

14-03-19 13:36


22

ONTKOMEN

plan afzagen, terwijl het ons meer dan ooit duidelijk was geworden, dat de enige manier, om zijn geld veilig te stellen was, met het geld mede te gaan. Mede dankzij *Loe van Nierop, had ik op 9 februari 1940 een visum voor Frankrijk, dat daarmee zeer moeilijk was, gekregen. Het was drie maanden geldig. Dat gaf ons een veilig gevoel. In april 1940, Duitsland was toen reeds Denemarken en Noorwegen binnengevallen, begaf ik mij naar *Oma en Opa in Nice, waarheen Ella reeds was vertrokken. Circa 30 april keerden wij volgens de plannen naar Amsterdam terug. Te Parijs herhaalde mijn bovenbedoelde vriend het verleidelijk aanbod van zijn chateau. Van bevriende zijde hadden Allard en ik een waarschuwing ontvangen, te zorgen weg te zijn als de Duitsers naar Nederland zouden komen. Onder deze omstandigheden is het duidelijk, hoe het mij te moede was, niettegenstaande al die voorzorgen en kansen, in de muizenval te zitten. Waarschijnlijk was het toe te schrijven aan overdreven plichtsgevoel tegenover de firma, en aan tegenzin, uit Nederland te vluchten. Ook had het zeer weinig bekoring voor mij als emigrant naar de U.S.A. te trekken. Wat ik dan ook bovenal betreurde was, dat ik verzuimd had, het aanbod van mijn Franse vriend te aanvaarden, want ik meende toen nog, dat men in de buurt van Bordeaux, dankzij de *Maginot Linie zeer veilig zou zijn. Een samenloop van omstandigheden was, dat mijn Frans visum op 9 mei verlopen was. Nog op 10 mei ontving ik van *Consul Flandin een nieuw driemaands visum, doch wij hadden er niets meer aan, dachten toen ook nog niet aan vertrek – dat zou pas 14 mei komen. Het ziet er thans naar uit, dat, wat ik in die weken zo zeer betreurde, een blessing in disguise zou blijken te zijn. Want, ware ik naar Frankrijk uitgeweken, dan zou ik waarschijnlijk in de maalstroom der Franse refugiés zijn terecht gekomen, mijn vermogen zou als vijandelijk vermogen zijn beschouwd, mijn firma zou onder een *“Verwalter” zijn gesteld, zoals bij

Ontkomen.indd 22

14-03-19 13:36


Uitverkorenen

23

Lippman Rosenthal, en mijn positie tegenover Nederland zou hebben geleden, terwijl de steun voor velen, waartoe ik thans in staat ben geweest, had moeten uitblijven. Keren wij nu even terug naar de eerste dagen na de capitulatie. Het aantal *zelfmoorden onder de Joden was aanzienlijk. In Amsterdam alleen noemde men tweehonderd gevallen en pogingen. Een geval was buitengewoon tragisch, waarbij de ouders herstelden, doch hun dochtertje stierf. Op 15 mei kwam de heer *Mandersloot, medebestuurslid van de Vereeniging voor den Effectenhandel, mij bezoeken en mij de belofte afnemen, niets van dien aard te doen. Later op de ochtend kwam de voorzitter, *Van Ogtrop, met hetzelfde doel. Het was ontroerend. Op kantoor ondervond ik eveneens zeer veel sympathie. Het eerste goede nieuws was die dag een telefoontje van Benno, uit Oudenrijn bij Utrecht. Hij was Goddank *ongedeerd. De zaterdag daarop gingen Ella en ik hem per trein bezoeken, via Utrecht. Wij vonden hem als krijgsgevangene gekampeerd nabij de villa van de heer *Van Basten Batenburg, in wiens woning wij met Benno konden samenzijn, onder het genot van een glaasje Rijnwijn. Het was de eerste maal, dat wij genoten van het prachtige lenteweer. Gedurende de oorlogsdagen was dat schitterende weer een schrijnende tegenstelling geweest met de stemming. Het vertrek van de Koningin had een verpletterende indruk gemaakt; gedurende de eerste dagen hoorde men daarop allerwege kritiek, doch hoe gauw zou dat verkeren. Joodse angsten

Het vreselijk lot van Rotterdam was inmiddels in zijn volle omvang bekend geworden. Wij leenden onze Buick uit aan het *Korps vrouwelijke vrijwilligers en offerden voor het steunwerk kleren en levensmiddelen. Het verkeer in Amsterdam was gedurende de eerste dagen na de wapenstilstand moeilijk, daar er trams noch taxi’s in het

Ontkomen.indd 23

14-03-19 13:36


24

ONTKOMEN

Centrum liepen. Auto’s mochten slechts met speciale vergunning worden gebruikt. Wij kochten dus, met duizenden anderen, fietsen, die lang goede diensten zouden bewijzen, al was het tramverkeer spoedig normaal. Onze huisknecht, Hendrik Velthuizen, had op de ochtend van 14 mei zijn ontslag genomen. Of hij bang was voor de Duitsers, of zijn kop kwijt was door de luchtbombardementen, weten wij niet. Zijn ontslag was ons onder de gewijzigde omstandigheden zeer aangenaam. Frits en Mien Neidhöfer trokken bij ons in en dienden ons uitstekend in ons grote huis, met de onvolprezen Julia. De stemming was, vooral voor de Joden, uiterst onbehagelijk. De militaire bezetting van de stad verliep zeer rustig en het was hinderlijk, het correcte optreden van de Duitse troepen veel te horen roemen. Het leek een symptoom van komende snelle berusting, doch deze vrees bleek gelukkig geheel ongegrond. De houding van de pers was teleurstellend. Vooral de Telegraaf had reeds op 15 mei een misselijk leading article waarin volledig met het verleden werd gebroken, alsof de schuld van de verkrachting van ons vaderland bij ons had gelegen. Het Handelsblad was toen, en bleef, veel waardiger. De controle van de pers werd onmiddellijk door de bezetters ter hand genomen, en daar werden ook zeer spoedig alle Joden verwijderd. Het *A.N.P. was van de eerste dag af onder Duitse controle. De Joden gevoelden zeer wel, dat de betrekkelijke inactiviteit der Duitsers op hun gebied generlei waarborg was, niettegenstaande de eerste geruststellende berichten omtrent de plannen. De positie van de *Duitse vluchtelingen baarde grote zorg. Door ondoordachte toezeggingen door de heren *Asscher en Prof. Cohen, waarbij de Joden alle kosten van de indertijd toegelaten vluchtelingen uit Duitsland op zich hadden genomen, en een zeer weinig coulante houding van de Nederlandse regering anderzijds, was een noodtoestand reeds in januari 1940 ontstaan. Het jaarlijkse budget was plusminus 2½ mil-

Ontkomen.indd 24

14-03-19 13:36


Uitverkorenen

25

joen [gulden], en de inkomsten werden op slechts 1½ miljoen geraamd. Een subsidieaanvraag werd, zeer tegen mijn advies, uitgesteld tot begin april. De Minister *Van Boeyen, stond daar persoonlijk niet afwijzend tegenover, doch de zaak was nog niet in de Ministerraad behandeld, toen de oorlog uitbrak. Na de capitulatie kwam van de regering niet de minste toezegging van steun. Integendeel, aan ons *comité werd, bij een audiëntie bij de heer *Tenkink, Secr.[etaris-]Generaal van Justitie, te verstaan gegeven, dat het in het eigenbelang van de Nederlandse Joden raadzaam was dat de kosten door hen volledig zouden worden opgebracht. Zij stonden dus voor de zware taak, een bedrag van plus minus 2½ miljoen bijeen te brengen om, voorlopig gedurende een jaar, de steun te kunnen voortzetten, en zulks, nadat talrijke kapitaalkrachtige Joden het land hadden verlaten en de zaken geheel stillagen, en velerlei geldmiddelen, uit voorzorgsmaatregel, vastzaten in Amerika. Er werd een vergadering gehouden in [het gebouw van] de *hoofdsynagoge, en daar werden groepjes gevormd, die elk in hun kring geld zouden vragen op de basis van plusminus 2% van hun kapitaal en plusminus 2% van de inkomsten, dus, een vrijwillige belasting. Men maakte daarmee goede vorderingen, want er werd het enige middel in gezien de Joodse vluchtelingen van de straat te houden en aldus te vermijden, dat een Jodenvraagstuk de Duitsers zou worden opgedrongen. Later zou helaas blijken, dat het Jodenvraagstuk in Nederland scherper zou worden gesteld dan in enig ander bezet land. Daar het recht van vergadering was opgeheven, moest bij alle besprekingen voorzichtigheid worden betracht. Reeds weinige weken na de [Duitse] militairen, kwamen ook de civiele autoriteiten, in de vorm van de gevreesde *Gestapo. Wij kregen twee “Inspektors” *ingekwartierd, alleen logies. Zij sliepen in de kamers van Els en Rita, gedroegen zich voorbeeldig, en wij hadden met hen enige korte gesprekken; de zoon

Ontkomen.indd 25

14-03-19 13:36


26

ONTKOMEN

van één van hen vocht in Frankrijk. Toen zij later wegens onze verhuizing een ander kwartier moesten zoeken, telefoneerden zij speciaal naar Aerdenhout, om afscheid te nemen. Collaboratie en verzet

Eind mei – begin juni lag ik met griep te bed en volgde met ontzetting in de radio de *desastreuze campagne tegen Frankrijk. Het huis was ongezellig en somber, wegens de verduisteringsmaatregelen. De olieverkoop was reeds stopgezet en het was ons duidelijk, dat wij in dit huis de winter niet konden ingaan. Wij bestudeerden met de architect plannen om een deel van het huis als flat te bewonen. Doch dat zou een halve oplossing zijn, kosten van een nieuwe centrale verwarming met zich brengen, en een ongezellig ten dele bewoond huis betekenen. Frits Markus deed ons de knoop doorhakken en wij besloten naar buiten te trekken. Reeds de ochtend na dat besluit trok Ella naar Aerdenhout, nadat zij telefonisch had vastgesteld, dat *Bep de Vlugts broer, *Leendert, er een aardige halve *villa had leegstaan. Ella schelde mij op, dat het huis precies was, wat wij zochten. Wij huurden het en binnen een week waren wij dankzij Ella’s activiteit en energie keurig verhuisd en ingericht. Wij hadden de grootst mogelijke spoed betracht, omdat *De Gruyter tot 30 juni benzinevergunning had en niet wist, of die zou worden verlengd. Doordat wij precies hadden uitgemeten welke meubels wij in de nieuwe woning konden plaatsen, was die smaakvol en gezellig geworden; de kinderen kwamen er meestal de weekends doorbrengen, en in de dagen van opwinding te Amsterdam was het een prettig pied-à-terre. Julia diende ons er voorbeeldig, zodat wij voortdurend voortreffelijk eten hadden, waarbij [de] voorziening bleek in Aerdenhout, vooral wat vlees betreft, beter te zijn, dan te Amsterdam. Vis en gevogelte waren te koop, hoewel zeer duur. Vlees, boter, eieren en kaas werden spontaan door leveranciers buiten de distributie om gebracht. Van *Els en Hans hadden wij sedert april niets gehoord.

Ontkomen.indd 26

14-03-19 13:36


Uitverkorenen

27

Groot was onze opluchting toen wij begin juli van *Hunter uit New York vernamen, per cable, dat “*Mauldely in excellent condition stop staying with her parents with *Dorrit” dus in Engeland. Eerst 14 dagen geleden vernamen wij van *Lisa Sainsbury te Estoril hoe en onder welke *omstandigheden Els en Hans Frankrijk hadden verlaten. Mijn vrees voor het concentratiekamp, die kort na de bezetting groot was geweest, begon langzamerhand te luwen. Vooral een zeer onvoorzichtige uitlating in een via Duitsland lopend internationaal telefoongesprek ten tijde van *München, maakte mij ongerust, daaraan had ik indertijd ook de waarschuwing toegeschreven, te zorgen weg te zijn. Gezien het enorme aantal slachtoffers ben ik innig dankbaar, dat mij dat lot bespaard is gebleven, en zulks niettegenstaande de geëxponeerde positie. Veel tijd werd er de eerste weken op kantoor besteed aan het verwijderen van compromitterende brieven, zowel ontvangen, als gezonden, uit de correspondentie, waarbij juffrouw *Wall uitstekende diensten verrichtte. Het was een reuzenwerk, strekte zich uit tot 1931. Veel afleiding bezorgde mij het werk bij de Vereeniging voor den Effectenhandel, waar de vaststelling van de beursvoorschriften en de voorbereiding van de heropening van de beurs vele besprekingen met zich brachten. Ook een commissie tot herziening van de beurshandel vergaderde vaak. Het was echter duidelijk, dat bij alles wat er geschiedde, het bewustzijn voorzat, dat men niet meer baas in eigen huis was. Zonder goedkeuring van de *heren Wohlthat en Fischböck kon niets van belang worden besloten. De verachtelijke NSB, steunend op de vijand, stak ook hier en daar het hoofd op, onder andere door dreigbrieven aan bestuursleden in verband met vroeger gevelde vonnissen bij de commissie voor de geschillen, een beschuldiging nota bene, van antiDuitsheid door een NSB-beurslid in *Volk en Vaderland, geuit tegenover bestuurslid *Schrikker. De positie op politiek gebied was hoogst onbevredigend. Een eigen regering hadden wij niet meer. De secretarissen-ge-

Ontkomen.indd 27

14-03-19 13:36


28

ONTKOMEN

neraal van de ministers, [de] hoofden van hun departementen, hadden geen benijdenswaardige ambten. Zij waren in alle discussies van enig principieel belang volledig afhankelijk van de Duitse machthebbers, waarvan dr. Fischbรถck de belangrijkste was. Veel vaderlandsliefde hunnerzijds was nodig om die ambten verder waar te nemen. Zij hebben vooral in de aanvangsmaanden der bezetting waarschijnlijk veel maatregelen kunnen verzachten, zo niet verhinderen. Anderzijds is het onbegrijpelijk, dat sommige Nederlandse ambtenaren zich aan hun ambt vastklampten, toen maatregelen waren gedicteerd, die tegen de Nederlandsche traditie ten enenmale indruisten. De *Reichskommissar had na enige tijd door een verordening het recht gekregen ambtenaren te ontslaan en te benoemen, ook rechters, inclusief de leden van de Hoge Raad. De in zijn eerste grote rede door de heer Seyss-Inquart toegezegde vrijheid van bestemming van eigen binnenlandse politiek bleek een valse belofte te zijn. Op den duur was het aan de Nederlandse pers verboden aan die rede te refereren. De NSB werd door het Nederlandse volk zo veracht en gehaat, dat aanvankelijk de Duitse autoriteiten aarzelden aan de NSB enige vrijheid van actie toe te staan. De *Unie ontleende haar aanhang aan haar aanvankelijke afkeer van de NSB, aan haar programma van trouw aan het Koninklijk Huis, vrijheid van godsdienst, waarbij eenmaal zwakjes, doch waarschijnlijk zo krachtig als politiek mogelijk was, ook rassenvervolging werd gelaakt. Doch op dit punt miste men in het *weekblad elke verdere steun. In wezen hingen zij, die tot de Unie toetraden, het Huis van Oranje en de oude orde aan. Doch dat alles mocht niet worden vermeld. Het oorspronkelijk programma van de Unie, dat door persoonlijke bezoeken bekend was geworden, behelsde de genoemde punten; zij mochten echter niet worden gepubliceerd. Doch de bevolking wist, welke bedoeling bij de leiders omtrent Koninklijk Huis en de Vrijheid voorzat. Toch werd de Unie door velen niet ten volle vertrouwd. *Colijn, zelf aan-

Ontkomen.indd 28

14-03-19 13:36


Uitverkorenen

29

vankelijk, blijkens zijn artikelen, teleurstellend zwak, onthield haar elke steun. Angst, dat de NSB zich met hulp van de bezetters van de leiding zou meester maken, verleidde de Unie tot pogingen, toenadering te zoeken tot de groep *Arnold Meijer, fascistisch en antisemitisch, doch minder fel dan de NSB, terwijl mijns inziens zelfs met de NSB werd gekoketteerd. Dat werd door Unie-mensen ontkend, doch het bleef een slap program­ maatje, dat ook geen of weinig effect sorteerde, want niettegenstaande de Unie twintig keer meer leden had dan de NSB werd zij door de Duitsers genegeerd, haar werd zelfs niet de eer van een verbod aangedaan. In de laatste maanden maakte de Reichskommissar in snel stijgende mate gebruik van zijn macht van ontslag van leidende ambtenaren en verving ze door NSB’ers. Commissarissen der procureurs, burgemeesters, commissarissen van politie, procureurs-generaal, secretarissen-generaal en de president van de Nederlandsche Bank. Een NSB-putsch dus door de Duitsers, dit alles in flagrante strijd met het oorlogsrecht. Op grote schaal waren openbare gebouwen, scholen en huizen door de bezettende macht gerekwireerd. De huizen van hen die gevlucht waren werden, voor zover niet vaststond, dat ze zich op 23 mei1940 niet in aan Duitsland vijandig gebied bevonden, zonder enige vergoeding opgeëist. Begin juli kreeg ik bericht van de Nederlandse gemeenteambtenaar *Kromberg, dat de Duitse generaal *Siburg zijn oog op mijn huis had laten vallen. De Gemeente [Amsterdam] moest als tussenschakel dienen en de Gemeente moest ook zorgen voor de complete meubilering. Een groot deel van mijn meubels waren opgeslagen bij De Gruyter of naar de veilingen van *Mak van Waay en de minder mooie stukken naar *“De Zon” gezonden. Die veilingen hadden nog niet plaatsgehad. Mijn aanbod, ze in het huis te doen terugbrengen, was niet uitvoerbaar, wegens dubbele personele belasting. Wij kwamen overeen, dat de Gemeente die meubels tot taxatieprijzen onder-

Ontkomen.indd 29

14-03-19 13:36


30

ONTKOMEN

hands zou kopen. Aldus geschiedde ook; een groot Perzisch kleed en twee kronen uit eetkamer en salon werden aldus tot redelijke prijzen verkocht. Zodoende zijn eetkamer- en slaapkamerameublementen precies als vroeger, zonder dat de meubels aan mij toebehoren. De gemeente betaalt mij fl.361 per maand huur, zodat ik meer dan mijn erfpacht eruit krijg. Er staat nu slechts één schildwacht voor het huis, vroeger twee. De ontjoodsing van het bedrijfsleven

Op kantoor was helaas niet veel te doen. Niettegenstaande het feit, dat Jaffé en ik [als Joden] leden van de firma waren, werd Pierson & Co. benoemd tot deviezenbank. Allard Pierson werd opvolger van Paul May als commissaris van de Nederlandsche Bank, Greidanus werd benoemd in enige belangrijke economische commissies voor het bankwezen. Qua standing was de lijn dus nog stijgend. De stemming was natuurlijk zeer gedrukt onder de politieke, zich steeds verder toespitsende omstandigheden. Paul Jaffé kon dat alles moeilijk verdragen, hij kreeg een ernstige aanval van het hart en moest al spoedig na de bezetting streng huisarrest houden. Krachtens de *verordening op Joodse ondernemingen, moesten alle firma’s, naamloze vennootschappen, verenigingen en stichtingen op 30 november 1940 een volledige opgave doen per 9 mei 1940 van alle vennoten en directeuren, resp. bestuursleden en commissarissen, onder mededeling van hun al of niet ariërdom. Naar aanleiding daarvan herhaalde ik mijn aanbod ontslag te nemen als lid van de firma ten einde hun moeilijkheden te besparen, doch de associés wilden er niets van weten. In de formulieren die voor die verordening moesten worden ingevuld was ook een rubriek voor de wijzigingen, die sedert mei 1940 waren aangebracht. Op circa 10 november bezocht mij de heer *Reinisch, die mij vertrouwelijk het volgende kwam melden. Een vriend van hem, Dr. *Fenthol te Berlijn, die beweerde mij te kennen, een ariër met een Joods meisje getrouwd, en die goed stond met

Ontkomen.indd 30

14-03-19 13:36


Uitverkorenen

31

de Duitsers, had vernomen, dat men zich beklaagde, dat in Nederland op bankgebied zo weinig te ariseren viel. Slechts de firma Pierson & Co. zou wellicht een aantrekkelijk object vormen. (De zuiver Joodse firma Lippmann Rosenthal was reeds in juli onder Duits beheer gesteld.) Op de mededeling, die ik aan Allard Pierson overbracht, vroeg ik, of het niet wenselijk zou zijn onder de omstandigheden uit elkaar te gaan. Hij weigerde pertinent, zeggende, dat hij dat slechts zou doen als wij ertoe verplicht werden door een wet. Op 26 november kwam Allard ontsteld van een vergadering thuis; op mijn vraag, wat er aan de hand was, zei hij, dat een Nederlandse medecommissaris hem de vraag had gesteld, wat wij met onze firma deden. Toen hij in dezelfde geest antwoordde, zei de vriend, dat hem dat bedenkelijk voorkwam, dat er geen wet zou komen, doch dat de kans zeer groot was, dat wij terstond een Duitse Verwalter in de zaak zouden krijgen. Daarmee werd men onmondig en had men in zijn eigen zaak niets meer te vertellen. Wij besloten toen onmiddellijk in ons aller belang, dat Jaffé en ik zouden uittreden. Jaffé, die nog steeds wegens zijn hart thuis was, kon in die zaak nauwelijks worden geraadpleegd. Hij had mij juist zeer onlangs geschreven over de kwestie van eventueel uittreden en vroeg mij om mijn standpunt. Ik was dus overtuigd van zijn instemming maar het zo snelle fait accompli pakte hem toch sterk aan. De rechtskundige adviseur van de firma, *Mr. Van Regteren Altena, tevens een goed persoonlijk vriend van mij, maakte zich op 27 november geheel vrij, om ons scheidingscontract op te maken. De treurstemming op kantoor was enorm, maar ik had gelukkig de kracht, de zaak als een onderdeel te beschouwen van de algemene ramp, die over de wereld was gekomen, en de nodige kalmte te bewaren. De associés waren mij daarvoor zeer dankbaar. Financieel zou, althans gedurende de oorlogstijd, de voortijdige ontbinding van het firmacontract waarschijnlijk voordelig zijn. Mijn en Lards [Allards] aandeel in winst en verlies was belangrijk groter dan ons aan-

Ontkomen.indd 31

14-03-19 13:36


32

ONTKOMEN

deel in het kapitaal van de firma en daar bij stilstand van de internationale zaken de inkomsten gering zouden zijn, zouden de verwachte verliezen ons kapitaal bedenkelijk aantasten. Op 27 november kondigde ook de heer *Hendriks van de Unilever een bezoek aan. Ook aan de Unilever had ik in de afgelopen jaren reeds enige malen mijn mandaat als commissaris ter beschikking gesteld, doch ook zij hadden mijn aanblijven gewenst. Ik begreep dus, waarom het bezoek zou gaan en prepareerde mijn ontslagbrieven, die ik hem overhandigde. Hij zei, dat ook zij waren gewaarschuwd, dat een Verwalter dreigde. Ik begaf mij diezelfde middag naar het dagelijks bestuur van de Vereeniging voor den Effectenhandel. Als voorzitter was de heer Van Ogtrop plusminus in augustus vervangen door *Mr. Adriaan van Hall. Spoedig bemerkte ik, hoezeer mijn uittreden uit de firma, waar ik 43 jaar had gewerkt, opzien verwekte. Het was, na eenzelfde besluit, ongeveer een maand tevoren door *Van der Beugel genomen, een bewijs, hoever het in Nederland ook op beursgebied was gekomen. Ik ontving een zeer groot aantal brieven met sympathiebetuigingen, waaronder velen van zeer bijzondere inhoud. Van het bestuur van de Vereeniging voor den Effectenhandel ontving ik een zo warm afscheidsschrijven, ondertekend door alle bestuursleden en secretarissen, dat ik er diep door geroerd werd. Mijn andere commissariaten en bestuurslidmaatschappen, ook [het] voorzitterschap [van het] *Nederlands Toneel, zegde ik alle op. Het personeel op kantoor toonde mij een treffende aanhankelijkheid. Merkwaardig was het, dat men zich door sympathie en vriendschap van de zijde van de Christenbevolking omringd gevoelde, die het niet onder stoelen en banken stak, dat men de Jodenvervolging verafschuwde. Dat verzachtte zeer veel van de vernederende behandeling van de Joden door de bezetters aangedaan. Trouwens, de houding van het gehele Nederlandse volk met uitzondering van de NSB was bewonderens-

Ontkomen.indd 32

14-03-19 13:36


Uitverkorenen

33

‘Van het bestuur van de Vereeniging voor den Effectenhandel ontving ik een zo warm afscheidsschrijven, ondertekend door alle bestuursleden en secretarissen, dat ik er diep door geroerd werd.’

Ontkomen.indd 33

14-03-19 13:36


Profile for Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep

Ontkomen - Bart Wallet. ISBN 9789023954095  

Deze authentieke documenten- decennialang alleen in familiekring bekend - geven een uniek inkijkje in het leven van de Nederlands-joodse eli...

Ontkomen - Bart Wallet. ISBN 9789023954095  

Deze authentieke documenten- decennialang alleen in familiekring bekend - geven een uniek inkijkje in het leven van de Nederlands-joodse eli...

Profile for vbku