__MAIN_TEXT__

Page 1

Tech Med Centre

Universiteit Twente


Technohal wordt TechMed Centre Locatie en geschiedenis Een nieuw leven Visie voor herontwikkeling Organisatie van het programma Toekomstbestendigheid en flexibiliteit Een nieuwe huid Zichtbare techniek Robuuste materialen Zien en gezien worden Plattegronden Facts & figures


Universiteit Twente TechMed Centre Voorwoord De Universiteit Twente campus is dĂŠ plek om te ontmoeten, te experimenteren en om partnerships aan te gaan. Onze open innovatiecentra stimuleren dit. Het nieuwe TechMed Centre, gehuisvest in de getransformeerde Technohal, is daar een prachtig voorbeeld van. Medische technologie is een inhoudelijk speerpunt van de UT, van het Kennispark en van de innovatieregio OostNederland. Het is daarom cruciaal om op dit gebied een open onderwijs-, onderzoeks- en innovatiefaciliteit te hebben. Het TechMed Centre maakt dit waar. Het Designlab, het Nanolab, het Tech4People Lab en de High Tech Factory bewezen eerder al dat ons open innovatieconcept werkt. Ontmoeting stimuleren we overigens ook met evenementen zoals Create Tomorrow, de Batavierenrace, of muziekfestivals voor de inwoners van Twente. De kans op toevallige en georganiseerde ontmoetingen op de campus is groot vanwege het multifunctionele karakter van onze faciliteiten voor medewerkers ĂŠn studenten. We willen een campus die laat zien dat de UT een technologische, ondernemende universiteit is met ruimte voor spin-offs en student-ondernemers. Kortom, we zijn trots op onze campus. De Technohal vormt een geweldige locatie om al ons health-gerelateerde onderwijs en onderzoek samen onder te brengen. We gebruiken dit prachtige en uitnodigende gebouw graag samen met u, onze huidige en toekomstige partners. Mirjam Bult, vice voorzitter College van Bestuur


3 Technohal wordt TechMed Centre De renovatie van de Technohal kwam voor alle gezondheidszorg gerelateerde UT activiteiten op het ideale moment. De opleidingen Technische Geneeskunde, Biomedische Technologie en Gezondheidswetenschappen maken deze jaren een sterke groei door en ook het aandeel biomedisch technologisch onderzoek stijgt UT breed aanzienlijk. Hiervoor was extra huisvesting noodzakelijk. Tegelijkertijd biedt dit nieuwe gebouw bij uitstek de gelegenheid om de sterke focus van de UT op de gezondheidszorg sterker te profileren en positioneren: de Technohal wordt het kloppend hart van het eerste Technisch Medisch Centrum. Vanuit het nieuwe TechMed Centre zet de UT vol in op innovatie van de gezondheidszorg door middel van gepersonaliseerde technologie. Hiertoe wordt naast de bestaande Bachelor en Masteropleidingen ook geĂŻnvesteerd in Life Long Learning, de onderzoeksagenda en in innovatie en samenwerking met talloze partners. Het nieuwe TechMed Centre is hierbij de centrale ontmoetingsplaats van studenten, onderzoekers, ondernemers en zorgprofessionals en daarmee uniek in de wereld! Remke Burie, Managing Director Technical Medical Centre


5 Locatie en geschiedenis Het TechMed Centre ligt op de campus van de Universiteit Twente in de bossen van Drienerlo. Het gebouw – tot de transformatie bekend als Technohal – is in de jaren ’70 van de vorige eeuw ontworpen en gebouwd als Procestechnologiehal, als annex aan het ernaast gelegen faculteitsgebouw van Chemische Technologie (inmiddels the Gallery) door OD205, voorloper van Defesche Van den Putte. De functie van de Technohal als ruimte voor grootschalige chemische proefopstellingen is in de loop der jaren vervallen en de techniek is vervangen door een modernere en sterk gedigitaliseerde versie. De laatste jaren was het gebouw tijdelijk in gebruik gegeven aan de AKI, maar na het vertrek van deze kunstacademie kwam de ‘glazen kathedraal’ – de bijnaam heeft ongetwijfeld te maken met de basiliekachtige doorsnede van de hal en de ruimtelijkheid die het oplevert – weer beschikbaar voor de UT zelf. De prominente locatie aan het Onderzoeks- en Onderwijs plein vormde daarbij een uitstekend uitgangspunt voor de herontwikkeling van het gebouw.


7 Een nieuw leven De architectonische en culturele waarde van het gebouw, samen met de functionele en technische mogelijkheden, waren aanleiding om de Technohal (ca. 12.000 m2 bvo) een nieuwe bestemming te geven. In een vooronderzoek is vastgesteld welke architectonische eigenschappen van het gebouw – typologische kenmerken, bijzondere materiaaltoepassingen en detailleringen – bij hergebruik (in feite een derde leven) richtinggevend zouden moeten zijn. Naast de zoektocht naar het inpassen van het programma – een in eerste instantie zo generiek mogelijk onderzoeksen onderwijsprogramma – is het technisch en duurzaam opwaarderen van dit sterk verouderde gebouw met respect voor de kenmerkende eigenschappen dé opgave waarop een passend antwoord moest worden gezocht. Visie voor herontwikkeling Het ontwerpteam was vanaf de start van het proces onder de indruk van de tijdloze, modulaire constructiewijze van het gebouw: een verfijnd samenspel van staalkolommen, liggers, betonnen cassettevloeren en glazen puien. Het opschonen van het gebouw en het zichtbaar laten van deze constructie werd voor de rest van het proces als uitgangspunt gehanteerd, zowel voor de gevel als in het interieur. Daarnaast is het grote centrale atrium als key-feature omarmd: een kwaliteit die bij nieuwbouw in de huidige tijd ondenkbaar zou zijn, maar zich nu aandient als ruimtelijke drager van het plan. De ruimte die oorspronkelijk bedoeld was voor grote technische opstellingen kan nu het levendige hart van het gebouw worden. Ook hier is eerst opgeruimd: de centrale scheiding halverwege het gebouw en latere niet originele inbouwelementen zijn verwijderd, en met een aantal precieze ingrepen is de ruimtelijkheid hersteld en het atrium geactiveerd.


Organisatie van het programma Het TechMed Centre wil een ‘leading Innovation Hub’ zijn door uitmuntende onderzoeks-, innovatie- en onderwijsprogramma’s te bieden. De transformatie van de Technohal tot een eigenzinnig, toegankelijk, open en modern gebouw op deze zeer prominente plaats aan het O&O-plein sluit naadloos aan op deze ambitie. Het centrale atrium vormt het hart van deze nieuwe onderwijs- en onderzoeksomgeving. Om een evidente en intuïtieve routing voor de ca. 1600 studenten te realiseren is een nieuw trap- en tribune-element toegevoegd dat een extra verbinding maakt tussen de rondgangen op de verdiepingen. Alle collegezalen en onderwijsruimten zijn direct aan deze rondgangen gelegen: duidelijk en zichtbaar. Het grote restaurant op de begane grond, ca. 250 studieplekken, exposities in de open hal, lezingen en voordrachten vanaf de grote tribune en symposia die gebruik maken van de grote centrale collegezaal en het auditorium: alles is gericht op een intensief ruimtegebruik van deze centrale plek en het ontstaan van een dynamische en wervende ruimte waarin studenten en externe betrokken partijen elkaar kunnen ontmoeten.

• • • •

9 Toekomstbestendigheid en flexibiliteit Het staalskelet laat een vrije indeling van ruimten toe en is de basis voor een flexibele indeling. Vanaf de start van het project is het generieke karakter en de indelingsvrijheid een uitgangspunt geweest voor het ontwerp: het gebouw moest zowel tijdens het ontwerpproces (verandering van programma tijdens het ontwerpproces!) als in de toekomst eenvoudig aanpasbaar zijn aan programmatische wisselingen. Het atrium dient als ruime centrale verkeersruimte; de zijbeuken kunnen naar gelang het gewenste gebruik vrij worden ingericht met kantoorruimten (waarbij een secundaire gang is toegevoegd), onderwijsruimten of onderzoeks- cq. lab-ruimten. Om deze flexibiliteit mogelijk te maken is een aantal ontwerpkeuzes gemaakt: de maatvoering van het inbouwpakket is volledig afgestemd op de moduulmaten van gevel en plafond; alle wanden tussen de kernen worden flexibel uitgevoerd; de gehele installatie is flexibel/modulair uitgevoerd; alle specifieke onderdelen uit het programma zijn geconcentreerd op de begane grond, zodat zij de generieke indeling niet in de weg zitten.


11 Een nieuwe huid Een van de grote uitdagingen van dit project was het bouwkundig en installatietechnisch opwaarderen van dit sterk verouderde gebouw, met respect voor de kenmerkende eigenschappen. Het gebouw is gestript tot op het casco (vloeren en kolommen). Overblijfselen in de gevel van ooit in gebruik zijnde verbindingsbruggen zijn verwijderd. De oorspronkelijke stalen gevels zijn vervangen door nieuwe geïsoleerde exemplaren (ook staal) waarmee het kenmerkende ranke karakter kon worden gehandhaafd en tevens een slag in duurzaamheid en comfort is gemaakt. De zichtbare en kenmerkende staalconstructie in de gevel met zijn evidente koudebruggen was daarbij een uitdaging. Na veel rekenwerk van bureau Peutz is een oplossing gevonden waarbij én het karakteristieke gevelbeeld kon worden gehandhaafd én condensvorming kon worden voorkomen. De gevelindeling van de zijbeuken is vrijwel onveranderd gebleven, alleen de borstweringen konden in de nieuwe situatie transparanter worden door het vervallen van radiatoren. Aan de zuidzijde is een nieuw vluchtbordes aangebracht op de bestaande uitkragen staalprofielen. De kopgevels van het atrium zijn wel aangepast. Hier is teruggegrepen op het oorspronkelijke maar nooit gerealiseerde ontwerp: een open gevel met een verticale structuur en horizontale glazenwas balkons. Ergens gedurende de bouw in de jaren ’70 heeft deze opzet plaatsgemaakt voor een gesloten gevel met golfplaten, weer later vervangen door een weliswaar open maar niet passende gevel voor de AKI. De vijfde gevel – het dak – heeft ook een verandering ondergaan: de glaskap van het atrium is vervangen, er zijn PVpanelen aangebracht en hoogste dak doet dienst als reclame voor de UT: levensgrote letters die de aandacht trekken op satellietbeelden.


15 Zichtbare techniek Het ontwerp voor de nieuwe installatietechniek van het gebouw kende een aantal aanzienlijke uitdagingen; in eerste instantie het verzorgen van een comfortabel klimaat voor de aanzienlijke hoeveelheden studenten en medewerkers, niet alleen in de gebruiksruimten maar ook in het grote atrium. De volgende uitdaging was het ontwerpen van een installatie ‘in het zicht’, zodat de constructie van het gebouw zichtbaar kon blijven; essentieel voor het slagen van het concept. En ten slotte het ontwerpen van een duurzame en flexibele installatie in een in essentie glazen gebouw. De nieuwe klimaatinstallatie is ontworpen als laag temperatuursysteem, met een combinatie van vloerverwarming/koeling en klimaatplafonds aangesloten op de koudecirkel van de UT. De klimaatplafonds bestaan daarbij uit custom-made cassettes, passend in de uitsparingen van het bestaande betonnen plafond. Het vraag gestuurde ventilatiesysteem is ontworpen als een ring, een aorta per verdieping, aangestuurd door de vier symmetrisch geplaatste installatieruimten. De imposante ronde kanalen zijn afgewerkt met akoestisch materiaal en spelen een belangrijke rol in het architectonische beeld van het atrium: een expressie van techniek. Het dak van het gebouw is voorzien van ruim 600 PVpanelen. Ten slotte bieden een regelmatig patroon van LEDverlichting en een sprinklerinstallatie de vrijheid en flexibiliteit om indelingen aan te passen aan het gewenste gebruik.


Robuste materialen De Technohal heeft een kenmerkend bestaand palet van staal, glas en beton. In het ontwerp is dit omarmd waarbij de staalconstructie en de betonnen cassette plafonds in het zicht zijn gelaten. De basis voor de nieuwe invulling is een grijze gietvloer, aangevuld met eiken parket bij het nieuwe trap- en tribune-element, en vloerbedekking in de kantoorruimtes. De aansluiting tussen de gangboorden in het atrium en de zijbeuken is met een glazen vloer uitgevoerd: een verwijzing naar de roosterzone waar ooit buizen en installaties van de proefopstellingen omhoog kwamen. De systeemwanden zijn zo veel mogelijk van glas, en altijd voorzien van glazen bovenlichten zodat de ruimtelijkheid van de doorgaande plafonds intact blijft. De bestaande stalen balustraden zijn i.v.m. veiligheid opgewaardeerd met roestvrijstalen netten; nieuwe balustraden zijn van stripstaal gevuld met glas. Ten slotte nemen de installaties in het gekozen concept een prominente plaats in: de toegepaste grijstinten en metaalkleuren zorgen voor een technische uitstraling en een rustig beeld.

17 Zien en gezien worden In het nieuwe Techmed Centre draait het om zien en gezien worden. De tribune, trappen, bruggen, gangboorden en de ruimte van het atrium zelf bieden een afwisselende blik op de medestudent. Het interieurontwerp speelt hierop in en geeft invulling aan de grote ruimte van het atrium: het definieert het gebruik, markeert de routes, en laat daarbij ruimte voor flexibiliteit. Met het zorgvuldig ontworpen meubilair voor de studiewerkplekken in het atrium, de hoofdbalie bij de entree en de pantry’s en social corner’s op de kantoorafdelingen krijgt het gebouw de menselijke maat. Voor de materiaalkeuze is aansluiting gezocht bij het bouwkundige palet: een lattenstructuur van fijn bezaagd eiken, aangevuld met diverse materialen en kleurtinten om verschillende plekken een eigen karakter te geven. Bij het losse (kantoor)meubilair is gekozen voor een circulair concept waarbij gebruikte bureau’s van elders op de campus zijn opgeknapt en omgebouwd om een tweede leven in het Techmed Centre te kunnen krijgen.


1

11

10

2

9

3

11

6

9

8

11

7 S504

4

5

6

11

Laag 1

Laag 1 1 entree 2 studiewerkplekken 3 centrale atrium met tribune 4 studieverenigingen 5 horeca 6 collegezaal 7 MRI/CT scanner 8 OK en IC ruimten 9 labruimte 10 auditorium 11 technische ruimte

Laag 2 1 tribune- en trapelement 2 studiewerkplekken 3 collegezaal 4 labruimte 5 kantoorruimte 6 social corner 7 onderwijsruimte 8 vide

Laag 3 1 trapelement 2 studiewerkplekken 3 collegezaal 4 onderwijsruimte 5 kantoorruimte 6 social corner 7 vide

S603s


5

5

6

2

5

4

8

2

7

7

8

1

2

3

7

5

6

5

5

Laag 2 Laag 3

5

3

3

5

6

2

4

7

2

7

1

7

4

5

2

7

6

3

3

5


TechMed Centre circa 12.000 m2 bruto gebouwoppervlak 1600 studenten/130 kantoorwerkplekken onderwijsruimten, collegezalen, congresfaciliteiten, labruimten, MRI, OK, IC, flexibele kantoorruimten, studiewerkplekken, vergaderruimten, horeca en techniekruimten Tijdspad ontwerp mei 2015–april 2017 uitvoering juli 2017–mei 2019 Projectteam • University of Twente, Campus & Facility Management Ray Klumpert Henk van de Wetering Dorien van der Aa Roy Ramakers Nico Reurink Rob Nengerman • University of Twente Gert Banis Wim Leppink Remke Burie Sebastiaan Waanders Marc Hulshof Roy Juninck Een groot aantal studenten, waaronder Ruben Vos • Witteveen&Bos Sander Scheltens • Arcadis Jaap Bosselaar • Bo2.rotterdam Dirk van de Pol • dvdp architectuur en stedenbouw Jef van den Putte

Opdrachtgever University of Twente Supervisor campus Peter Vermeulen Architect Team T, bestaande uit: • Defesche Van den Putte architectuur en stedenbouw, Amsterdam Peter Defesche Davey van Giesen Jef van den Putte • Bo.2 rotterdam, Rotterdam Dirk van de Pol Interieurontwerper Buro Bogaarts, Arnhem Jos Bogaarts Installatieadviseur Arcadis, Rotterdam Jaap Bosselaar Guus Kooijman Constructeur • Aronsohn, Rotterdam Krikor Cekem • Schreuders Bouwtechniek Leander Roelofs Adviseur bouwfysica Peutz, Zoetermeer Basjan Snoeij Projectmanagement/directievoering University of Twente, Campus & Facility Management Rob Nengerman

Toezicht • Centraal Bureau Bouwtoezicht (installaties) • BBC Bouwmanagement (bouwkundig) Aannemer Dura Vermeer Bouw, Hengelo Installateur W-techniek HOMIJ Technische Installaties bv, Groningen Installateur E-techniek BAM Bouw en Techniek – Regio Oost, Apeldoorn Uitvoering vast meubilair Intrema Interieurbouw, Enschede Los meubilair Rohde & Grahl, Amersfoort


Uitgave, tekst, tekeningen en bouwfoto’s: Defesche Van den Putte, Amsterdam Fotografie: Roos Aldershoff, Amsterdam Vormgeving: Karen Polder, Den Haag Druk: Zwaan Printmedia, Wormerveer


Profile for University of Twente

TechMed Centre | Architecture: defesche van der putte  

TechMed Centre | Architecture: defesche van der putte  

Profile for utwente