Issuu on Google+

P508859

afgiftekantoor Gent X UROBEL

Kortrijksesteenweg 220 9830 Sint-Martens-Latem

MULTIDISCIPLINAIRE UITGAVE VOOR HET UROLOGISCHE ZORGGEBIED • VERSCHIJNT 4X PER JAAR

jaargang 2012 - nummer 28

EDITIE ARTSEN MAGAZINE INTERDISCIPLINAIRE DANS LE DOMAINE DES EDITION• PARAÎT MEDECINS SOINS UROLOGIQUES 4X PAR AN année 2012 - numéro 28

M A G A Z I N E

EDITIE VERPLEEGKUNDIGEN EDITION INFIRMIER(E)S

INHOUD / CONTENU 3 4-7 14 - 36 38 - 40 43 - 52 54 - 56 59 - 61 63 - 68 63 71 72 74

Editoriaal / Éditorial Column Dossier Incontinentie / Incontinence Uit de wetenschap / de la science Voor u gelezen / Lu pour vous Nieuws & Innovaties / Nouvelles & innovations Nieuws uit de vereniging / Les nouvelles de l’association Speciale dossiers Faits Divers ‘t Kleinste Kamertje / La petite chambre Agenda

DOSSIER

Assessment

Louise Kurczycki (p. 14-24) Er is meer onder de gordel dan we eerst dachten: een Australisch verkennend screeningproject ter evaluatie van blaas- en darmsymptomen en levenskwaliteit bij MS-patiënten Il y a plus sous la ceinture qu’on ne le pensait auparavant : un projet-pilote australien de dépistage vise à identifier les symptômes vésicaux et intestinaux et la qualité de vie chez les personnes atteintes de SEP Cha EK, Tirsar LA, Schwentner C, Hennenlotter J, Christos PJ, Stenzl A, Mian C, Martini T, Pycha A, Shariat SF, Schmitz-Dräger (p. 27) Hematurie en assessment Hématurie et évaluation Eugene K. Cha, Lenuta-Ancuta Tirsar, Christian Schwentner, Joerg Hennenlotter, Paul J. Christos, Arnulf Stenzl, Christine Mian, Thomas Martini, Armin Pycha, Shahrokh F. Shariat, Bernd J. Schmitz-Dräger (p. 28-29) Accurate risk assessment of patients with asymptomatic hematuria for the presence of bladder cancer Dr. Nathalie Neirynck, dr. Patrick Peeters (p. 30-36) Evaluatie van de nierfunctie: “enkel een creatinine”? Évaluation de la fonction rénale : “uniquement une créatinine” ?

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 1

17/12/12 16:54


Vrouwen zijn niet allemaal hetzelfde. LoFric® Sense™ is de sonde die medische en leefstijlvoordelen combineert om bij een breder scala van behoeften van vrouwen te passen. Ontdek alle voordelen van LoFric Sense. Veilig – volledige lediging, comfortabel en bewezen veilig voor langetermijn gebruik. Hygiënisch – voor, tijdens en na gebruik. Gemakkelijk – functioneel ontwerp van opbergen tot weggooien. Slim ontwerp en veilig katheteriseren.

Les femmes sont toutes différentes. LoFric® Sense™ est une sonde qui allie avantages médicaux et art de vivre pour s’adapter aux besoins du plus grand nombre de femmes. Découvrez tous les bénéfices de LoFric Sense. Sûre – confortable, une vidange complète et une sécurité à long terme prouvée. Hygiénique – avant, pendant et après utilisation. Pratique – Une finition fonctionnelle pour la ranger et s’en débarasser. Un concept intelligent, un sondage plus sûr. Du bon sens, tout simplement.

© 2012 Wellspect HealthCare, a DENTSPLY International Company. All rights reserved. 76794-NL-0912

e a c l n e e r v i é V diff

Wellspect HealthCare Postbus 656, 2700 AR Zoetermeer, Nederland. Tel. NL: +31 79 363 70 10. Fax NL: +31 79 362 37 48. Tel. BE: +32 3 232 06 15. Fax BE: +32 3 213 30 66. www.lofric.be

Naamloos-2 1 9646_Urobel2012_28_verpl.indd 2

6/09/12 11:17 17/12/12 16:49


EDITORIAAL - EDITORIAL

Het laatste tijdschrift van 2012. Alweer een jaartje voorbij. December wordt voor Urobel een maand om heel kort even terug te kijken, maar zeker ook om plannen voor 2013 te gaan maken. De urologische verpleging blijft onze kernactiviteit, en in 2013 willen we, meer vanuit samenwerking, werken aan een duidelijke erkenning voor de urologische verpleegkundige discipline. Door goed opgeleide verpleegkundigen kan goede patiëntenzorg geleverd worden. Als vereniging willen wij hen daarin blijven steunen. Maar we willen zeker nog duidelijker naar buiten komen met een toekomstvisie voor de urologische verpleging.

Dagelijks worden we geconfronteerd met onvoldoende kennis over de urologie bij verpleegkundigen, of met het niet beschikbaar zijn van verpleegkundigen met voldoende competentie in de urologische technische zorgen. Plaatsen van een blaaskatheter, opvolgen van continentieproblemen, opvolgen van retentie, … nog teveel patiënten verlaten ziekenhuis of andere zorginstelling waarbij de urologische problemen onvoldoende aandacht kregen. Daar verandering in brengen blijft onze drijfveer, zowel naar de opleiding toe, als naar de beleidsmakers, als naar onszelf. Hebt u een idee, een voorstel, een eigen visie, laat het ons zeker weten. Urobel is van en voor u. Ronny Pieters

Als voorzitter van UROBEL houd ik eraan, in naam van de redactie aan al onze lezers en hun

© 2012 Wellspect HealthCare, a DENTSPLY International Company. All rights reserved. 76794-NL-0912

familie een gelukkig, vredevol en vooral gezond 2013 toe te wensen.

12 11:17

d’association. Mais nous voulons encore plus clairement porter haut notre vision d’avenir pour les soins en urologie.

La dernière revue de 2012. Encore une année de passée ! Le mois de décembre est pour Urobel l’occasion de regarder brièvement en arrière, mais aussi de faire des projets pour 2013. Les soins en urologie restent notre activité-clé et, en 2013, nous souhaitons faire la part belle au travail d’équipe en œuvrant à une reconnaissance claire de la discipline de soins infirmiers en urologie. Une bonne formation des infi rmi ers se traduit par une bonne qualité des soins aux patients. Notre souhait est de continuer à vous y aider, en notre qualité

Tous les jours, nous sommes confrontés au manque de connaissances en urologie parmi le personnel infirmier, ou à l’indisponibilité d’infirmiers possédant des compétences suffisantes dans le domaine des soins techniques en urologie. Pose d’une sonde urinaire, suivi des problèmes de continence, suivi d’une rétention … trop de patients quittent encore l’hôpital ou tout autre établissement de soins sans avoir bénéficié de l’attention nécessaire à leurs problèmes urologiques. Notre moteur demeure l’envie de changer les choses, au niveau

tant de la formation que des décideurs politiques et de nous-mêmes. Si vous avez une idée, une proposition, une vision personnelle, faites-le-nous savoir. Urobel existe par vous et pour vous. Ronny Pieters

En tant que président d’UROBEL, et au nom de la rédaction, je tiens à souhaiter à tous nos lecteurs et à leur famille une année 2013 empreinte de bonheur, de paix et, surtout, de bonne santé.gezond 2013 toe te wensen.

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 3

3

17/12/12 16:49


COLUMN

Een bijdrage van Prof. Dr. W. Oosterlinck Urologie, UZ Gent

Belangrijk prostaatkankernieuws In november en december verschenen in European Urology, het meest toonaangevend vaktijdschrift in de urologie, 2 belangrijke studies die onze houding in diagnose en behandeling van prostaattumor moeten beïnvloeden. De eerste studie komt van de grote Europese studie over prostaatkanker screening (ERPSC studie). Na gemiddeld 12 jaar opvolging treedt in de met PSA gescreende groep 30 % minder gemetastaseerd prostaatkanker op dan in de niet gescreende groep. Eigenlijk is het 42 % als men de werkelijk gescreende met de werkelijk niet gescreende vergelijkt. Dat percentage stemt overeen met de winst in overleving. Dat is dus zeer goed nieuws voor alle mannen die na 55 jaar hun PSA laten meten. Toch voegen de auteurs van het artikel en

een editoriaal commentaar er onmiddellijk aan toe dat dit voordeel moet afgewogen worden tegen de kans op overdiagnose en overbehandeling. De US Preventive Services Task Force (USPSTF) en alle wetenschappelijke huisartsen verenigingen raden het screenen naar prostaatkanker met PSA af omwille van die reden. Ze gooien naar mijn gevoel het kind met het badwater weg , maar men moet ook toegeven dat de overdiagnose en behandeling een probleem vormen in alle landen waar de PSA veel gemeten wordt. In de reeks van radicale prostatectomie in de ERPSC stelde men vast dat 49% van de geöpereerde tumoren klinisch insignificant waren en dus eigenlijk nog geen onmiddelijke behandeling nodig hadden. Dat was de aanzet om een studie vervolg pagina 7

Contributiondu Prof. Dr. W. Oosterlinck Urologie, UZ Gent

En novembre et décembre sont parues dans European Urology, la revue professionnelle qui fait le plus autorité en matière d’urologie, deux études importantes qui doivent influencer notre attitude dans le diagnostic et le traitement des tumeurs prostatiques. La première émane de la grande étude européenne consacrée au dépistage du cancer de la prostate, l’étude ERPSC. Après un suivi moyen de 12 ans, il s’est produit dans le groupe dépisté par le PSA 30 % de cancers de la prostate métastasés en moins que dans le groupe non dépisté. En vérité, il s’agit de 42 %, si on compare le groupe réellement dépisté avec le groupe réellement non dépisté. Ce pourcentage concorde avec le gain de survie. C’est donc une bonne

Une nouvelle importante dans le cancer de la prostate nouvelle pour tous les hommes qui font mesurer leur PSA après l’âge de 55 ans. Les auteurs de l’article et d’un commentaire éditorial y ajoutent toutefois immédiatement que ce bénéfice doit être mis en balance avec le risque de surdiagnostic et de surtraitement. C’est la raison pour laquelle l’US Preventive Services Task Force (USPSTF) et toutes les sociétés scientifiques de médecins généralistes déconseillent le dépistage du cancer de la prostate par le PSA. À mon avis, ces organismes jettent le bébé avec l’eau du bain, mais on doit également ajouter que le surdiagnostic et le traitement constituent un problème dans tous les pays où on mesure beaucoup le PSA. Dans la série de prostatectomie radicale de l’ERPSC, on a constaté que 49 % des

tumeurs opérées étaient cliniquement non significatives et n’avaient donc en fait pas encore besoin d’un traitement immédiat. Cela a incité à mettre sur pied une étude du suivi actif d’hommes présentant des caractéristiques pronostiques favorables : score de Gleason de 3+3, PSA < 10, densité du PSA (PSA/ volume de la prostate) < 0,20 et, enfin, seulement 2 cylindres de biopsie envahis par la tumeur pour maximum 30 %. La seconde étude était une revue systématique de la littérature concernant le suivi actif de tumeurs prostatiques découvertes précocement. Les données des 7 principales études ont été analysées, portant sur un total de 3 692 patients. La mortalité par cancer de la prostate a été particulièrement faible (de suite page 7

4

Urobel Magazine | 27/3 28/4 | september/oktober november/december• •septembre/octobre novembre/décembre 2012 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 4

17/12/12 16:49


How to recognise a unique pharmaceutical Group? Ipsen is an innovation-driven international specialty pharmaceutical group with over 20 products on the market and a total worldwide staff of nearly 4,000. The company’s development strategy is based on a combination of products in targeted therapeutic areas (oncology, endocrinology and neuromuscular disorders) which are growth drivers, and primary care products which contribute significantly to its research financing. This strategy is also supported by an active policy of partnerships. The location of its four Research & Development centres (Paris, Boston, Barcelona, London) gives the Group a competitive edge in gaining access to leading university research teams and highly qualified personnel. In 2007, R&D expenditure was €184.7 million, in excess of 20% of consolidated sales, which amounted to €920.5 million while total revenues amounted to €993.8 million. More than 700 people in R&D are dedicated to the discovery and development of innovative drugs for patient care.

www.ipsen.com

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 5

17/12/12 16:49


SpeediCath® Compact Voor een comfortabele zelfsondage Het SpeediCath Compact gamma: handige en discrete katheters, die mannen en vrouwen meer vertrouwen geven. Vóór 2003, toen Coloplast SpeediCath Compact nog niet geïntroduceerd had, waren katheters moeilijk om te verbergen, onhandig om mee te nemen en niet eenvoudig te bewaren of weg te werpen. Het was tijd om katheters te ontwerpen rekening houdend met de behoeften van de gebruikers. Vandaag vergemakkelijken onze compacte, praktische katheters het leven van kathetergebruikers wereldwijd. Zo blijft er meer tijd over voor wat écht van belang is in het leven. Meer weten? www.nl.speedicathcompactmale.coloplast.be

www.coloplast.be

Coloplast Belgium NV/SA, De Gijzeleer Industrial Park, Guido Gezellestraat 121, B-1654 Beersel - Huizingen Het Coloplast logo is een geregistreerd handelsmerk van Coloplast A/S. © 2012-02. Alle rechten voorbehouden. V.U.: Gitte M. Hesselholt - Coloplast Belgium NV/SA, De Gijzeleer Industrial Park, Guido Gezellestraat 121, B-1654 Beersel - Huizingen

CPUCC_SpeediCath_Compact_Postlaunch_II_Range_HCP_Ad_A4_NL.indd 1 9646_Urobel2012_28_verpl.indd 6

03/02/2012 16:49:51 17/12/12 16:49


16:49:51

COLUMN

vervolg van pagina 4

op te zetten voor actieve opvolging voor mannen met gunstige prognostische kenmerken: Gleason score 3+3, PSA < 10, PSAdensiteit (PSA/volume prostaat) < 0,20 en tenslotte slechts 2 biopsiecylinders voor max 30 % ingenomen door tumor. De tweede studie was een systematische review van de literatuur over actieve opvolging van vroeg ontdekte prostaattumor. De data van de 7 belangrijkste studies werden geänalyseerd, in totaal over 3692 patiënten. De sterfte door prostaatkanker was bijzonder laag (0 tot 1 %) maar er dient gezegd dat de langste gemiddelde opvolgingstijd nog maar 6,8 jaar bedraagt. Ongeveer een derde van de patienten ondergaat een behandeling na 2,5 jaar opvolging. De meesten van hen voor een hogere Gleasonscore bij een tweede biopsie of een PSA verdubbelingstijd van minder dan 3 jaar. Ongeveer 10 % werd behandeld zonder enige verandering in de toestand, op vraag van de patiënt die niet kon leven met de onzekerheid. Zowat 70 % was nog steeds zonder behande-

ling en werden dus alle nadelen ervan bespaard. De 5 patiënten die stierven tengevolge van hun kanker hadden allen een snel oplopend PSA. Kortom bewijst deze studie dat actieve opvolging bij laag risico mannen met prostaatkanker een veilige procedure is en dat de uitgestelde behandeling vrijwel geen kansen op genezing ontneemt. Immers bij de onmiddelijk behandelde tumoren hervalt een klein percentage van de gevallen en sterft de patiënt ook door zijn tumor. Dit artikel zou verplichte literatuur moet uitmaken voor alle urologen. Ongeveer een derde van de door PSA ontdekte tumoren voldoet aan de criteria voor actieve opvolging. Als men dit zal gaan toepassen op systematische basis zal de aantal te behandelen tumoren om 1 patiënten leven te redden drastisch zakken en de USPSFT geen reden meer hebben om PSA screening af te raden. Ook het “wild“ screenen op om het even welke leeftijd, met onnodige frequentie door vele artsen( huisartsen , internisten, geriaters ...) die het probleem niet kennen

dient aan banden gelegd. Daarenboven moet patiënt goed geïnformeerd te worden over mogelijke neven- effecten van het screenen en de gevolgen van behandeling. De Belgische Vereniging voor Urologie had reeds vele jaren geleden een dergelijke goede informatie folder gemaakt, maar werd dit ook gebruikt? Recent werd in de besparingsrondes binnen RIZIV de terugbetaling van PSA bij niet prostaatkanker geschrapt. De diagnose mag dus slechts opgespoord worden met de rectale palpatie … Terug naar 1990 toen 60 % van de prostaattumoren ontdekt werd in gemetastaseerde toestand. Bij hen die de ziekte wel hebben is de terugbetaling gereduceerd tot 2 per jaar. Veel te weinig om een kanker in een gevorderd stadium op te volgen. Een kans om het wetenschappelijk verantwoord gebruik van PSA te stimuleren en de uitwassen te bestraffen werd onbenut gelaten. De welstellende en goed geïnformeerde burger zal de 4 € wel zelf betalen zonder morren maar de armere, onwetende bevolking is er weer wat slechter aan toe. 

suite de la page 4

0 à 1 %), mais il faut dire que le temps de suivi moyen le plus long n’a été que de 6,8 ans. Environ un tiers des patients subissent un traitement après 2,5 ans de suivi. La plupart d’entre eux, pour un score de Gleason plus élevé lors d’une seconde biopsie ou pour un temps de doublement du PSA de moins de 3 ans. Environ 10 % ont été traités sans aucune modifi cation de leur état, à la demande des patients qui ne pouvaient pas vivre avec l’incertitude. Environ 70 % étaient toujours sans traitement et ont donc été épargnés de tous les inconvénients d’un traitement. Les 5 patients qui sont décédés des suites de leur cancer avaient tous un PSA qui augmentait rapidement. En bref, cette étude prouve que chez les hommes atteints d’un cancer de la prostate à faible risque, un suivi actif représente une procédure sûre, et que le fait de différer le traitement n’enlève pratiquement aucune chance de guérison. En effet, pour les tumeurs

traitées immédiatement, un faible pourcentage des cas rechutent et le patient décède aussi du fait de sa tumeur. Cet article devrait constituer une lecture obligatoire pour tous les urologues. Environ un tiers des tumeurs détectées par le PSA répondent aux critères pour un suivi actif. Si on applique systématiquement ce principe, le nombre de tumeurs à traiter pour sauver la vie d’un patient diminuera de façon drastique et l’USPSFT n’aura plus de raison de déconseiller le dépistage par le PSA. Le dépistage «sauvage» à n’importe quel âge, à une fréquence inutile, réalisé par de nombreux médecins (médecins généralistes, internistes, gériatres …) qui ne connaissent pas le problème, doit être bridé. En outre, le patient doit être bien informé des effets indésirables possibles du dépistage et des conséquences du traitement. La Société Belge d’Urologie avait réalisé voici déjà de nombreuses

années un tel dépliant d’information de bonne qualité, mais a-t-il été utilisé ? Récemment, dans le cadre des mesures d’économie de l’INAMI, le remboursement du PSA en dehors du cancer de la prostate a été supprimé. Le diagnostic ne peut donc être découvert qu’avec la palpation rectale … On en revient à 1990, où 60 % des tumeurs prostatiques étaient découvertes au stade métastatique. Chez ceux qui ont bien la maladie, le remboursement est réduit à 2 fois par an. Beaucoup trop peu pour suivre un cancer à un stade avancé. Une chance de stimuler l’utilisation scientifiquement fondée du PSA et de sanctionner les excès a été laissée inexploitée. Le citoyen aisé et bien informé paiera les 4 € de sa poche sans protester, mais la population plus pauvre et ignorante sera à nouveau pénalisée. 

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 7

7

17/12/12 16:49


We ontvingen een “Recht op Wederwoord” van Dr Chris D’Hont.“Hierbij een reactie op het artikel van Prof Oosterlinck in de laatste editie van Urobel magazine ivm de HIFU behandeling.

Meten is Weten Patiënten, verpleegkundigen, artsen, paramedici hebben recht op correcte objectieve informatie over alle wetenschappelijk onderbouwde behandelopties, ook voor prostaatkanker. Die moet los staan van mediahypes en emotionele respons zonder veel kennis van zaken, individuele of commerciële belangen. We zijn nog niet aan de ideale behandeling die iedereen zonder comorbiditeit geneest, maar sommigen timmeren tenminste aan de weg in het belang van onze patiënten. Zij hebben recht op keuze en inspraak in behandeling en verwachtingen naar levenskwaliteit na de behandeling. Zij hebben recht op onze beste zorgen volgens de door hen gemaakte keuze en individuele behandeling en COLUMN opvolging. Onderstaande onderzoeksgegevens werden o.m. wereldkundig gemaakt op het BAU congres 2012.

Hifu behandeling voor prostaatkanker: What’s true, what’s false? Chris D’Hont Uroloog ZNA Middelheim Antwerpen Urologisch Centrum Antwerpen

Ik wens – als ECHTE HIFU-expert – enkele randbemerkingen te maken bij het artikel van Prof Oosterlinck in Urobel Magazine 26/2 juni/juli 2012. Het verhaal van de klok en de klepel … of nog de kaars, de bril en de uil … of nog het kind en het badwater … 1 Is het niet aan universiteitsprofessoren (en aan ons) om de evolutie van de wetenschap objectief en op de voet te volgen en de mensen niet ex cathedra met een donderpreek te verketteren wanneer zij op onderzoek uittrekken na een diagnose van prostaatkanker? Second opinion is geen blijk van wantrouwen maar een blijk van gezonde interesse en kritische analyse vanwege de patiënt, en bovendien een patiëntenrecht. 2 Is het niet aan universiteitsprofessoren (en aan ons) om wetenschappelijke informatie objectief te beoordelen en die correct en onpartijdig te vertalen naar de patiënten toe? 3 Is het niet aan universiteitsprofessoren (en aan ons) om correcte informatie te verspreiden, hun patiënten correct voor te lichten over ALLE actuele behandelopties en hen TIJDIG te informeren dat er nieuwe behandelingen zijn die hen alsnog een kans op genezing kunnen bieden wanneer hun prostaatkanker terugkomt of niet genezen blijkt na een klassieke behadeling (in plaats van hen definitief tot palliatie te veroordelen)?

8

4 Is het niet aan universiteitsprofessoren (en aan ons) om de grenzen van de “guidelines” (die eigenlijk de MINIALE standaardbehandelingen beschrijven zoals ze minstens aan onze patiënten moeten kunnen worden aangeboden anno 2012) te exploreren en te verleggen want anders blijven we stil staan bij wat 10 jaar geleden de “beste optie” was voor de patiënt, en iedereen weet: stilstaan in de wetenschap = achteruitgaan? Van deze basisopdrachten voor universiteiten vinden we de laatste decennia steeds minder terug in België: waren het niet wij in het ZNA Middelheim die de eerste niersteenvergruizer naar België brachten (werd toen in de media door een vooraanstaande professor beschreven als “schietkraam” maar is inmiddels standaard behandeling voor de meeste nierstenen!). Idem voor HIFU waar we inmiddels een wereldreputatie hebben opgebouwd met > 10 jaar ervaring en > 1000 prostaatkanker-behandelingen … (wereldwijd > 30.000 behandelingen!). En toch beschrijven de “vaste waarden” deze behandeling nog steeds als “experimenteel” – al scheelt dat van land tot land binnen de Europese Unie en elders – of zit daar ook een “commerciële” verborgen agenda achter? Een nieuwe piste benaderen wij steeds zeer kritisch en wetenschappelijk maar met open geest, we bestuderen die in de centra waar ze wordt toegepast, starten dan zelf met de behandeling indien ze interessant lijkt en meerwaarde kan

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 8

17/12/12 16:49


COLUMN

bieden aan onze patiënten, en na grondige analyse beslissen we of het een goede piste is – en we ermee doorgaan – of niet. Wij gaan niet over 1 nacht ijs maar zoeken steeds naar het beste voor onze patiënten zonder winstbejag (en zonder de financiële steun van een universiteitsprofessor of industrie), en proberen die dan aan de laagst mogelijke democratische prijs aan onze patiënten aan te bieden. HIFU is een dergelijke uitstekende piste in de verdere evolutie van individuelere behandeling van prostaatkanker. Onze permanent bijgehouden opvolgings- resultaten en hun onafhankelijke statistische analyse moeten helpen de vele terugbetalingsobstakels te omzeilen. En ook daar komen commerciële belangen van andere “prioriteiten” weer mee om de hoek kijken! De patiënt is een heel stuk mondiger geworden en heeft vrij toegang tot massamedia als internet zodat hij een donderpreek niet meer voor lief neemt en zelf op exploratie uittrekt. En terecht! Een goed geïnformeerd patiënt is er 10 waard! Waarom durven de grotere centra in België hun eigen resultaten met bv de

op vele plaatsen echt nog experimentele “robotchirurge” niet wereldkundig te maken en verwijzen ze enkel naar de beste resultaten in grote ervaren centra in de USA??? Waarom waarschuwt de website van sommige universiteiten wel tegen de – zeer geringe – risico’s op comorbiditeit na HIFU en niet tegen de standaard comorbiditeit van de klassieke behandelingen? Het FKC zou eens een studie moeten maken van de totale kostprijs van prostaatkanker levenslang volgens de risicocategorie van de patiënt en de gekozen primaire behandeling … Nu genoeg emotionele prietpraat. Prof. Oosterlinck heeft wel gelijk in zijn opmerkingen over het artikel in The Lancet dat via de Britse pers ook in België bekend geraakte. Ook ik werd onmiddellijk gecontacteerd door diverse media en heb die beperkte studie met focale HIFU behandeling onmiddellijk in het juiste daglicht gesteld op radio, TV, kranten en tijdschriftinterviews. Het is een interessante denkpiste die voor een beperkt aantal patiënten een optie kan zijn en het perfecte antwoord kan vormen op de huidige praktijk om

overbehandeling in te dijken nl “active surveilance”: geen enkele andere tumor laat men eerst verder uitbreiden om dan tenslotte een beter excuus te hebben om radicaal op te treden en de comorbiditeit van de behandeling te verantwoorden. Less is More: Less ablation is More quality of life for the Same quality of treatment. Deze piste willen – en kunnen we nu technisch – verder exploreren: behandeling op maat van de patiënt. De beeldvorming heeft hier evenwel nog een hele weg af te leggen om ons meer garantie te kunnen geven over “veilige” zones. Daar moet de druk dus worden opgedreven, aan de kant van de diagnosestelling. Gooi evenwel het kind niet weg met het badwater! HIFU (High Intensity Focused Ultrasound) heeft weldegelijk al lang zijn deugdelijkheid bewezen in de klassieke totale behandeling van prostaatkanker. Getuige de wereldwijde opmars van deze techniek, niet enkel voor prostaatkanker (borstkanker, baarmoederkanker, thyroidtumoren, hersentumoren, … )! HIFU kan voor prostaatkanker vergelijk-

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 9

9

17/12/12 16:49


COLUMN

bare resultaten neerzetten op gebied van kankercontrole als de klassieke behandelingen, maar biedt een aantal extra troeven: echt minimaal invasief, geen insnede (behalve voor de suprapubische veiligheidscatheter), geen aanprikken van het perineum of peritoneum, geen bestraling van omliggende structuren; zeer lage comorbiditeit (zie onze ervaring) met incontinentierisico < 2 % en geen zware incontinentie, zeer hoge kansen op potensiebehoud (2 uiterst belangrijke factoren op gebied van levenskwaliteit voor de patiënt na genezing!); zeer snel herstel en zelden pijn- of andere klachten na de behandeling. Bovendien kan HIFU veilig gerichter worden toegepast en kunnen veilige zones gemakkelijk gespaard worden want HIFU is op dit moment de enige behandeling die veilig kan herhaald worden mocht er ooit opnieuw tumor ontstaan in de prostaat (behandelde of niet behandelde zone): zenuwsparende HIFU zo er geen positieve biopsies zijn langsheen de laterale boord, en in de toekomst hemi-ablatie en focale behandeling voor sommige patiënten. Alles is afhankelijk van een zo perfect mogelijke patiëntenselectie en precies te weten waar de tumor en de positieve biopsies zich bevinden. Mapping biopsies zijn dan wel de standaard geworden, maar wat heeft dat voor zin als je ze dan in hetzelfde potje gooit en ze niet individueel benoemt zodat je achteraf precies weet waar de positieve biopsie vandaan komt en waar de tumor zich precies bevindt? Voor de klassieke behandelingen speelt dat natuurlijk geen rol want ze zijn per definitie radicaal (want niet herhaalbaar)… maar voor de nieuwe technologieën kan dat wel een verschil in levenskwaliteit voor de patiënt betekenen. De tijd dat borstkanker onvermijdelijk leidde tot ernstige verminking is definitief voorbij. Idem voor prostaatkanker! De diagnose dekt vele ladingen en onze patiënten hebben recht op een individuele benadering met maximale genezingskansen maar ook met maximaal respect voor hun wensen en levenskwaliteit. En dat geldt voor ieder stadium van de ziekte. Nog een bijkomend voordeel van HIFU is dat in geval van een lokaal recidief na een eerdere HIFU behandeling, de HIFU

10

behandeling niet enkel veilig kan worden herhaald, maar dat ook alle klassieke behandelingen best mogelijk blijven zonder verhoogd risico op comorbiditeit. De patiënt verliest dus niet zijn opties met zijn initiële keuze, wat bij de klassieke behandelingen meestal wel het geval is. HIFU is ook een veilige salvage behandeling die patiënten met een lokaal recidief na een andere primaire behandeling als bestraling of brachytherapie of andere, nog een bijkomende veilige kans biedt op genezing. Enige voorwaarde is dat er niet teveel fibrose is ontstaan thv de rectumwand tgv de bestraling (max dikte 9 mm ). En zoals voor alle salvage behandelingen: hoe vroeger die wordt toegepast na het vaststellen van het lokale recidief, hoe kleiner de kans op micrometastasen en hoe hoger de kans op genezing! Dit geldt uiteraard ook voor HIFU waar we de beste salvage resultaten zien bij PSA < 5 ng/ml. Specifieke software op de Ablatherm voor behandeling op maat. Ook in palliatieve setting kan een minimaal invasieve en veilige behandeling van de primaire tumor met HIFU zinvol zijn (vb beperkte kliermetastasen), en door vernietiging van de grootste primaire tumormassa de noodzaak tot opstarten van hormonale onderdrukking – met al zijn ongemakken – uitstellen + het verder verspreiden van tumorstamcellen vanuit de primaire tumor (die verantwoordelijk worden geacht voor laattijdige metastasen) beletten en voorkomen. Dit kan levenskwaliteit voor de patiënt ten goede komen, kan het optreden van castratieresistentie onder hormonale therapie uitstellen en zo een positieve invloed hebben op kwaliteitsvolle overleving. Alle Gleasonscores zijn gevoelig voor HIFU, er is geen hormonale bijbehandeling / camouflage nodig om het lokale effect te “verbeteren” (of te verdoezelen?) zoals bij bestraling. Geen enkele behandeling is “alleszaligmakend” en “iedereen genezend” en absoluut “nevenwerkingvrij” … reden te meer om de patiënt correct in te lichten over ALLE behandelopties en hem mee te betrekken in het beslissings- en keuzeproces.

Een betrokken patiënt maakt bewust de voor hem beste keuze en is een tevreden patiënt. Correcte en volledige diagnose en staging, volledige informatie aan de patiënt, de keuze van de patiënt respecteren en de behandeling secundum artem uitvoeren of laten uitvoeren door iemand met ervaring in de techniek = beste individuele benadering van de tumor en behandeling = beste garantie op succesvolle behandeling met minimale comorbiditeit en maximale kansen op genezing met maximaal behoud van levenskwaliteit en levenscomfort voor de patiënt = tevreden patiënt en lagere totale kost voor de maatschappij. Nu nog enkele cijfers uit onze eigen analyse van 1000 patiënten behandeld in ZNA Middelheim in Antwerpen om bovenstaande analyse te staven. Hieruit leren we: snelle daling van de PSA na HIFU, dan stabilisatie = genezing Genezingskansen bij 1 malige HIFU behandeling na 5 jaar liggen > 88 % bij laag risico tumoren, > 86 % bij intermediair risico tumoren en nog > 63 % bij de hoog risico en lokaal doorgegroeide tumoren T3a (vooral bij de hogere risicocategorieën is dat merkelijk beter dan de “klassieke” behandelingen. Bij lokaal recidief (9,3 % ) kan de behandeling veilig herhaald worden en blijven alle andere opties open. De meeste patiënten kiezen voor een 2° HIFU behandeling. Comorbiditeit is extreem laag, incontinentierisico < 2 % stress gr. I na 6 maanden, potensiebehoud > 50 % bij volledige behandeling en > 80 % bij unilateraal zenuwsparende behandeling zonder weerslag op genezingskansen. Besluit: HIFU is een veilige behandeling voor prostaatkanker (primair curatief, salvage curatief of in palliatieve setting) die haar plaats naast de klassieke radicale behandelingen meer dan verdient en ook op gelijke voet dient behandeld te worden (o.m. qua terugbetaling). Het is een bijkomende behandeloptie voor de patiënt met een aantal extra troeven en die maximaal respect toont voor levenskwaliteit voor de patiënt, en zijn

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 10

17/12/12 16:49


COLUMN

latere kansen igv recidief niet hypothekeert. Hoe fi jner onze initiële diagnose (o.m. verdere verbetering van de beeldvorming, betere opleiding van onze urologen in transrectale echografi e, …) hoe gerichter en individueler we prostaatkanker kunnen behandelen met alle voordelen vandien voor patiënt en maatschappij. Een goede kennis van transrectale echografie is uiteraard onontbeerlijk (en daar ontbreekt het vele urologen momenteel aan) voor zowel diagnose als deze HIFU behandeling. Een ervaren echografi ts heeft geen enkel probleem om een MRI beeld te vertalen in een 3D echobeeld en er bestaat software die beide beelden

precies kan doen matchen en overlappen. Er worden ook HIFU toepassingen onder MRI ontwikkeld (o.m. voor baarmoedertumoren), maar dat maakt de behandeling van prostaatkanker nodeloos omslachtig.

Opname: avond ervoor (fleet) tot ochtend erna = 2 nachten.

Personeel nodig voor de HIFU behandeling: • 1 verpleegkundige voor de voorbereiding en de initiatie + het verbedden van de patiënt na de behandeling , • 1 anaesthesist voor de rachi anaesthesie, • 1 uroloog voor de installatie en de behandeling zelf.

Nazorg thuis: suprapubische veiligheidscatheter voor een 10 tal dagen en eerste weken druk op de prostaatregio vermijden. Weinig of geen ongemakken voor de patiënt. Niet fietsen en geen orgasme de eerste 6 weken (genezingsproces van de prostaat na HIFU ). 

Bij obstructie is een voorafgaande TURP (prostaatresectie ) nodig tijdens dezelfde hospitalisatie.

Duur van de behandeling: 1,5 - 2 uur afhankelijk van het prostaatvolume.

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 11

11

17/12/12 16:49


9646_Urobel2012_28_verpl.indd 12

17/12/12 16:49

54062-1


©Janssen-Cilag NV/SA - 04-2012 - 8834 - vu/er Erik Present, Antwerpseweg 15-17, 2340 Beerse

Art accreditation: Sebastian Ferreira, Untitled Janssen is proud to feature artwork created by people affected by the illnesses and diseases we are committed to treating and preventing.

One Team Making the Difference for Patients Worldwide In co-operation with partners in healthcare, Janssen is committed to the development of innovative medicines and concepts of care to improve the quality of life of patients and their families. So, we are working to achieve better healthcare for people who need it. Janssen focuses on five medical areas: Psychiatry & Neurology • Oncology • Infectious diseases • Immunology • Diabetes More information? Janssen Customer Service Center Tel: 0800/93 377 janssen@jacbe.jnj.com www.janssenbelgium.be

Janssen-Cilag NV/SA

54062-1JAN_corp_advA4_TeamOne.indd 1 9646_Urobel2012_28_verpl.indd 13

27-04-12 16:49 14:46 17/12/12


DOSSIER

a ssessm en t

er is meer onder de gordel dan we eerst dachten: Louise Kurczycki Continence Nurse Consultant / Clinical Trial Coordinator Eastern Health MS Service Australia

Volgens de huidige gegevens hebben wereldwijd ongeveer 2,5 miljoen mensen MS.31 MS is een complexe, progressieve neurologische aandoening met een aantal symptomen waaronder blaas- en darmdisfunctie, die een significante cumulatieve handicap veroorzaken en een sterke weerslag hebben op de levenskwaliteit van de patiënten. Vaak worden de blaas- en de darmfunctie aangetast en patiënten met MS vertonen vaak zowel blaas- als darmsymptomen5,6,10,12,13,19. Bij MS wordt het zenuwstelsel op meerdere niveaus aangetast. Dat leidt tot een complexe, multifactoriële disfunctie van de urinewegen en het maag-darmkanaal.18 Gezien de complexe bezenuwing

een australisch verkennend screeningproject ter evaluatie van blaas- en darmsymptomen en levenskwaliteit bij ms-patiënten van de lage urinewegen is het niet verrassend dat de meeste patiënten met MS een min of meer ernstig disfunctie vertonen. De symptomen hangen af van het niveau en de ernst van de letsels en de duur van de ziekte1,4,5,11. De letsels veroorzaken afwijkingen van de blaasvulling en urineopslag, de urinelozing of een combinatie van beide.10 De darmstoornissen bij MS worden gekenmerkt door constipatie, incontinentie voor feces of een combinatie van beide.7 Nagenoeg alle patiënten zullen in de loop van hun ziekte blaas- en darmproblemen vertonen.12,13 Desondanks zijn de gepubliceerde gegevens over de pre-

valentie van blaas- en darmdisfunctie bij MS zeer variabel. De incidentie van urinewegdisfunctie (urine-incontinentie en stoornissen bij de urinelozing) varieert van 45 tot 90 % en de incidentie van constipatie en incontinentie voor feces van 43 tot 73 %.7,29 Volgens een recent overzichtsartikel bedraagt de prevalentie van overactieve blaas (gekenmerkt door urgency, pollakisurie en/of irritatieve symptomen) 37-99 % en vertoont 34-79 % van de patiënten obstructieve symptomen en 25 % een chronische blaasretentie.4 Eén van de verklaringen voor die uiteenlopende cijfers is het feit dat er geen eensgezindheid is over de referentietermen en definities van blaas- en darmdisfunctie.

Il y a plus sous la ceinture qu’on ne le pensait auparavant: Louise Kurczycki Continence Nurse Consultant / Clinical Trial Coordinator Eastern Health MS Service Australia

Les données de prévalence actuelles estiment que la SEP affecte environ 2,5 millions de personnes dans le monde.31 La SEP est un trouble neurologique évolutif complexe comportant un certain nombre de symptômes, notamment une dysfonction vésicale et intestinale qui induit un handicap cumulé significatif et qui a un impact profond sur la qualité de vie de l’individu. La fonction vésicale et intestinale est fréquemment affectée et les symptômes coexistent souvent chez les personnes atteintes de SEP.5,6,10,12,13,19 Les multiples niveaux de lésion du système nerveux qui se produisent dans la SEP peuvent

14

un projet-pilote australien de dépistage vise à identifier les symptômes vésicaux et intestinaux et la qualité de vie chez les personnes atteintes de seP aussi provoquer une dysfonction complexe et à plusieurs niveaux des systèmes urinaire et gastro-intestinal.18 Comme l’innervation du tractus urinaire bas est complexe, il n’est pas surprenant qu’il se produise une dysfonction chez la plupart des sujets atteints de SEP, à un degré variable. Les symptômes sont liés au niveau et au degré de lésion, ainsi qu’à la durée de la maladie.1,4,5,11 L’atteinte ou les lésions se traduisent par une altération du remplissage de la vessie et du stockage, de la vidange ou d’une combinaison des deux.10 La dysfonction intestinale de la SEP est caractérisée par de la constipation, une incontinence

fécale ou une combinaison des deux.7 On sait que des problèmes vésicaux et intestinaux affectent presque tout le monde à un certain stade de l’évolution de la maladie.12,13 Malgré cela, les données de prévalence publiées relatives à la dysfonction vésicale et intestinale dans la SEP sont très variables. On a rapporté que l’incidence de la dysfonction urinaire, notamment de l’incontinence urinaire et de la dysfonction de la vidange, est comprise entre 45 et 90 %, et celle de la constipation et de l’incontinence fécale, entre 43 et 73 %.7,29 Une revue récente a rapporté une prévalence de 37 à 99 % pour les syndromes de vessie hyperac-

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 14

17/12/12 16:49


a ssessm en t

Incontinentie voor urine en feces kan een sterke weerslag hebben op de levenskwaliteit en de sociale, geestelijke en seksuele gezondheid van de patiënt. Dat is vaak de reden waarom patiënten met MS geen sociale contacten meer onderhouden en stoppen met werken. De angst voor urine- of fecesverlies is zeer stresserend.6,12,13 In meerdere studies werd aangetoond dat de aan de gezondheid gerelateerde levenskwaliteit duidelijker lager is bij MS-patiënten dan in de algemene bevolking, ook bij patiënten met een vrij beperkte fysieke handicap.12,13 Screening van de patiënten is bijzonder belangrijk omdat de MS-symptomen tijdens het ziekteverloop kunnen schommelen en omdat sommige vormen van urinewegdisfunctie bij MS ook invloed kunnen hebben op de nierfunctie. Het is ook moeilijk om na te gaan of een plotselinge verergering van de neurologische symptomen te wijten is aan een relaps van MS dan wel aan een urineweginfectie. Beide kunnen defi cits veroorzaken, die samen een progressieve aftakeling

tive caractérisés par un besoin impérieux d’uriner, des mictions fréquentes et/ou des symptômes irritatifs, de 34 à 79 % pour les symptômes obstructifs et de 25 % pour la rétention urinaire chronique.4 Un facteur qui contribue à la variabilité de ces données est l’absence de consensus concernant les termes de référence et les définitions constituant la dysfonction vésicale et intestinale. Il est bien connu qu’une incontinence urinaire et fécale peut avoir un effet marqué sur la qualité de vie de l’individu, notamment sur sa santé sociale, mentale et sexuelle. C’est souvent la raison pour laquelle les personnes atteintes de SEP mettent fi n à toute socialisation et arrêtent de travailler. La peur de connaître une fuite ou de se souiller peut s’avérer tout aussi pénible.6,12,13 Plusieurs études ont montré que les personnes atteintes de SEP ont une qualité de vie liée à la santé nettement moins bonne que la population générale, y compris les personnes présentant un handicap physique relativement mineur.12,13 La nécessité de dépister les patients devient particulièrement critique parce que les symptômes de la SEP peuvent

van de gezondheidstoestand kunnen teweegbrengen.5 Recentelijk heeft de International Consultation on Incontinence richtlijnen opgesteld voor de klinische aanpak van neurogene blaasdisfunctie. Het verdient ten stelligste aanbeveling de functie van de blaas en de darmen grondig en routinegewijs te evalueren bij patiënten met een neurologische aandoening. Er werden nog andere richtlijnen en klinische algoritmes ontwikkeld, maar er is geen eensgezindheid over de vraag of ook het residu na mictie moet worden gemeten bij de screening. Ook wordt aanbevolen de screening te laten uitvoeren door medisch personeel. Hoewel meting van het residu na mictie mogelijk is in een urologische dienst, kan dat moeilijk algemeen worden aanbevolen in diensten voor neurologie en MS-eenheden. MS-verpleegkundigen zijn echter de geschikte personen om de continentietoestand te volgen omdat zij veel patiënten zien.

DOSSIER geen hulp zoeken voor blaas- en darmproblemen, zijn onder meer onvoldoende belangstelling en onvoldoende kennis van de gezondheidswerkers.16 Vroegere negatieve ervaringen met gezondheidszorg werden ook veralgemeend tot andere gebieden. Vandaar dat veel patiënten hun symptomen niet bespreken met gezondheidswerkers. Die laatsten zijn vaak niet goed uitgerust om de problemen te bespreken, te evalueren en te behandelen bij de patiënten die moedig genoeg zijn om het probleem toch aan te snijden. 8,9,20,28

Hoewel gezondheidswerkers nu beter zijn opgeleid, blijft de opleiding ontoereikend. Redenen waarom patiënten

De fundamentele lichaamsfuncties die te maken hebben met excretie, zijn om onduidelijke redenen gerelateerd aan sociale en culturele conventies en zijn dus complex. Niettegenstaande de hoge prevalentie van blaas- en darmdisfunctie en de impact ervan op de levenskwaliteit is het verrassend vast te stellen dat veel mensen geen hulp zoeken om dat probleem te verhelpen.14 Het is aangetoond dat de ernst van de symptomen niet noodzakelijk bepaalt of een patiënt al dan niet hulp zal zoeken.8,20 De laatste

fluctuer avec l’évolution de la maladie, et parce que certains types de dysfonction urinaire présents dans la SEP sont susceptibles d’affecter la fonction rénale. Il est également difficile de déterminer si une aggravation soudaine des symptômes neurologiques est due à une rechute de la SEP ou à une infection urinaire, les deux pouvant se traduire par des déficits qui peuvent s’accumuler et provoquer une détérioration progressive de l’état de santé.5 Un ensemble de directives a été récemment développé par l’International Consultation on Incontinence pour formuler des suggestions spécifiques pour la prise en charge clinique de la dysfonction vésicale neurogène. Il est fortement recommandé que les patients atteints d’une maladie neurologique subissent une évaluation de routine rigoureuse de leur fonction vésicale et intestinale. D’autres directives et algorithmes cliniques ont été développés, mais il n’y a pas de consensus, en particulier en ce qui concerne la nécessité d’une mesure du résidu postmictionnel (RPM) comme élément du dépistage. Il est également suggéré que le dépistage soit réalisé par du personnel médical.

Bien que le RPM représente une mesure réalisable dans les services de continence et d’urologie, il est peu plausible de recommander universellement cette intervention pour les unités de neurologie et de SEP. Les infirmiers spécialisés en SEP sont bien placés pour répondre au besoin d’une surveillance régulière du statut de continence, parce qu’ils peuvent toucher de grands nombres de patients. Bien que l’éducation des professionnels de la santé se soit améliorée, elle reste inadéquate. Le manque d’intérêt et la connaissance générale des professionnels de la santé ont été identifiés comme étant des barrières pour les consommateurs qui cherchent de l’aide pour leurs problèmes vésicaux et intestinaux.16 Des expériences négatives antérieures avec les soins de santé se sont également généralisées à d’autres domaines et les ont découragés de discuter de leurs symptômes avec les professionnels de la santé. De nombreux professionnels de la santé sont toujours mal armés pour en parler facilement, pour initier un traitement approprié ou pour assurer une intervention à ceux qui sont suffisam-

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 15

15

17/12/12 16:49


DOSSIER jaren werd daar veel onderzoek naar verricht en dat heeft ons een betere kijk op de zaak gegeven. Blaas- en darmsymptomen worden blijkbaar niet als abnormaal gezien, maar als een normaal gevolg van verergering van de ziekte of als niet ernstig genoeg om te behandelen. Veel patiënten verwachten weinig van of zijn bang voor de behandeling en proberen de symptomen gedurende lange tijd te verdragen voor ze hulp zoeken.6 Gêne of het idee dat er weinig kan worden gedaan om de symptomen te ver-

a ssessm en t

beteren, zijn andere redenen waarom de patiënten er niet met een arts over spreken.20 De patiënten vonden het ook niet de moeite om een arts te raadplegen als ze het idee hadden dat er geen behandeling voor bestond. Blaas- en darmdisfunctie met inbegrip van incontinentie is vaak nog een taboeonderwerp, maar daar is toch veel beterschap in gekomen dankzij de vele kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeken die daarover de laatste

Tabel 1. Vergelijking van urinewegsymptomen naargelang van de groep Urinewegsymptomen

VERWEZEN n = 50 %

GESCREEND n = 96 %

p-waarde

Risicoverhouding

Urgency

94

72

0.031

1.3

Persen om te plassen

82

56

0.002

1.5

Gevoel van onvolledige lediging

82

43

<0.001

2.0

Incontinentie

70

50

0.044

1.4

ISC

44

19

0.001

2.3

Pollakisurie

92

75

0.085

1.1

Nycturie

80

67

0.091

1.2

Urineweginfectie

34

26

0.313

1.3

ment courageux pour soulever la question.8,9,20,,28 Les fonctions physiques de base associées à l’élimination sont inexplicablement liées à des conventions sociales et culturelles, et sont dès lors complexes. Malgré la prévalence élevée de la dysfonction vésicale et intestinale et son impact sur la qualité de vie, il est surprenant de constater que de nombreuses personnes ne demandent pas de l’aide pour remédier au problème.14 Quelques études ont mis en évidence que les comportements de recherche d’aide ne sont pas nécessairement liés à la sévérité des symptômes.8,20 Ces dernières années, on a étudié le thème en rapport avec les comportements de recherche d’aide, ce qui a contribué à apporter des éclaircissements sur cette question. On a émis l’hypothèse que les symptômes vésicaux et intestinaux ne sont pas perçus comme anormaux, mais comme une conséquence normale de la progression de la maladie ou comme insuffisamment graves pour qu’on les traite. De nombreux sujets présentent aussi de faibles attentes et une peur du traitement, et ils supportent des symptômes pendant des

16

decennia werden uitgevoerd. Urineincontinentie is een onderwerp dat ook in de gewone media aan bod komt, onder meer via reclame voor producten. Er werd ook een heel assortiment hulpmiddelen voor incontinentie ontwikkeld en ook dat heeft ertoe bijgedragen dat de patiënten het niet nodig vinden hun probleem van incontinentie met hun zorgteam te bespreken. Het is onze ervaring dat veel patiënten de ernst van hun probleem niet melden, zelfs als ernaar wordt gevraagd. Mogelijk kunnen de patiënten toch over de streep worden getrokken door een gerichte evaluatie door de zorgverlener. Of eenvoudig gezegd, als je niet de juiste vragen stelt, zul je niet de gewenste of juiste antwoorden krijgen. De huidige screening op blaas- en darmdisfunctie is vrij zwak en slecht omschreven. MS-verpleegkundigen gebruiken meestel open vragen om de continentiefunctie te evalueren, maar dat geeft niet voldoende details om de verschillende patronen van disfunctie te herkennen. Neurologen gebruiken vaak de Kurtzke Expanded Disability Status Scale (EDSS)

périodes prolongées avant de rechercher de l’aide.6 La gêne ou l’idée qu’on ne peut pas faire grand-chose pour améliorer les symptômes ont été d’autres raisons de ne pas les révéler.20 On a également reconnu que les symptômes ne valent pas la peine de consulter un médecin si le patient croit qu’aucun traitement n’est disponible. Le caractère tabou de la dysfonction vésicale et intestinale, y compris l’incontinence, a été en partie atténué par la pléthore de recherches qualitatives et quantitatives réalisées dans ce domaine

au cours des quelques dernières décennies. Les grands médias ont également introduit le sujet de l’incontinence urinaire dans nos foyers par le biais de la publicité pour certains produits. Ces facteurs ont influencé le développement d’un éventail varié d’options de recueil aujourd’hui disponibles sur le marché. Ces facteurs ont influencé les comportements d’auto-prise en charge et d’autonomie, ce qui a encore davantage remis en cause la nécessité pour les patients de divulguer leurs problèmes de continence à leur équipe de soins de santé.

Tableau 1. Comparaison des symptômes urinaires avec la source d’adressage Symptômes urinaires

ADRESSéS n = 50 %

DéPISTéS n = 96 %

p

Rapport de risque

Besoin impérieux d'uriner

94

72

0.031

1.3

Effort pour uriner

82

56

0.002

1.5

Absence de sensation de vidange complète

82

43

<0.001

2.0

Incontinence

70

50

0.044

1.4

Autosondage intermittent

44

19

0.001

2.3

Mictions fréquentes

92

75

0.085

1.1

Nycturie

80

67

0.091

1.2

Infections urinaires

34

26

0.313

1.3

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 16

17/12/12 16:49


a ssessm en t

DOSSIER

Figuur 1. Prevalentie van urinewegsymptomen in de verwezen en de gescreende groep 100 Verwezen

Gescreend

80 60 40 20 0 pollakisurie

nycturie

om handicaps bij MS te meten en die schaal omvat een score van de blaas- en darmfunctie.2 Die score blijkt echter niet bijzonder gevoelig te zijn voor disfunctie van de lage urinewegen en de darmen.15 Ze berust op een subjectieve evaluatie en de gebruikte termen zijn niet goed omschreven en vatbaar voor interpretatie door de zorgverlener en door de patiënt.

urgency

persen

gevoel van onvolledige lediging

incontinentie

evaluatie van een bestaande blaas- en darmdisfunctie12,13,21,29. Er is zeer weinig bekend over de prevalentie van symptomen bij mensen met MS die niet klagen van blaas- of darmdisfunctie, patiënten die denken dat ze geen symptomen hebben, en patiënten met incontinentie die er echter voor terugschrikken om zelf hun symptomen te signaleren. Vandaar het belang van een pre-emptieve, gerichte screening op incontinentie.1,19

HEt PROEFPROJECt Veel prevalentiestudies zijn uitgevoerd bij patiënten die werden verwezen voor

Doel: het was de bedoeling een een-

Dans notre expérience, de nombreux patients n’ont pas révélé l’importance de leur problème, même lorsqu’on les a interrogés à ce sujet. On pense qu’une évaluation ciblée par le professionnel de la santé parera à la résistance du patient à divulguer des choses qui le concernent. Tout simplement, si on ne pose pas les bonnes questions, on ne suscite pas les réponses désirées, ou les vraies réponses. Les méthodes actuelles de dépistage de routine pour la dysfonction vésicale et intestinale sont relativement médiocres

et mal définies. Les infirmiers spécialisés en SEP sont très susceptibles d’utiliser des questions ouvertes pour évaluer la fonction de continence, ce qui ne suscite pas le niveau de détail requis pour établir différents profils de dysfonction. L’échelle EDSS (Kurtzke Expanded Disability Status Scale) est couramment utilisée par les neurologues pour mesurer le handicap en cas de SEP ; elle comprend un score de Système Fonctionnel (SF) pour la vessie/l’intestin.2 On a reconnu que le SF vessie/intestin n’est pas particulière-

urineweg infectie

ISC

voudig instrument voor opsporing van incontinentie te ontwikkelen dat uiteindelijk zou kunnen worden gebruikt door MS-verpleegkundigen, neurologen en huisartsen. Met het screeninginstrument moest informatie worden verzameld over de aard en de prevalentie van blaas- en darmsymptomen, de mate van belasting en de impact op de levenskwaliteit bij de bijna 800 patiënten met MS die worden gezien in de Eastern Health MS Service, Melbourne Australië. In deze verkennende studie heb ik de testversie

ment sensible à la dysfonction du tractus urinaire bas et de l’intestin.15 Il comporte une évaluation subjective, et la terminologie utilisée est mal définie et ouverte à interprétation par le professionnel de la santé et par le patient. LE PROJEt-PILOtE De nombreuses études de prévalence sont le reflet de cohortes adressées pour l’évaluation d’une dysfonction vésicale et intestinale établie.12,13,21,29 On en sait très peu concernant la prévalence des

Figure 1. Prévalence des symptômes urinaires dans les groupes adressé et dépisté 100 Adressés

Dépistés

80 60 40 20 0

mictions fréquentes

nycturie

besoin impérieux d’uriner

effort pour uriner

absence de sensation de vidange complète

incontinence

infections urinaires

autosondage intermittent

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 17

17

17/12/12 16:49


DOSSIER gebruikt en de symptomen in twee groepen vergeleken: verwezen & niet-verwezen of gescreende groep. Ik ben ervan uitgegaan dat het instrument voldoende gevoelig is om symptomen te detecteren en dat de prevalentie van symptomen in beide groepen hoog is. Methode: de patiënten die naar mij werden verwezen door 3 neurologen en 2 MS-verpleegkundigen, werden ingedeeld in de “verwezen” groep. De andere MS-patiënten werden uitgenodigd om deel te nemen aan een screening op incontinentie tijdens hun routineafspraken in het ziekenhuis; als ze erin toestemden, werden ze ingedeeld in de “gescreende” groep. De screening duurde gewoonlijk hoogstens 10 minuten en maakte gebruik van een dubbelzijdig instrument dat, zoals u op de dia kunt zien, blaas- en darmsymptomen en incontinentie identificeert en twee vragen stelt over de levenskwaliteit. Resultaten: er waren 50 patiënten in de verwezen groep (34 %) en 96 in de gescreende groep (66 %), een totaal dus van 146 patiënten. De gemiddelde

a ssessm en t

leeftijd was 42 jaar en iets meer dan ¾ van de patiënten waren vrouwen. Minder dan ¼ van de patiënten had al contact gehad met een arts die zich bezighoudt met incontinentieproblemen, en de meeste patiënten vertoonden een relapsing-remitting MS, het frequentste type van MS. De verwezen groep (figuur 1) vertoonde vaak (70-95 %) symptomen zoals pollakisurie, nycturie, urgency, persen om de blaas te ledigen, gevoel van onvolledige blaaslediging op het einde van de

urinelozing en incontinentie. Ook de gescreende groep (de patiënten bij wie continentie NIET op de agenda stond) vertoonde vaak (50-75 %) een disfunctie. Tabel 1 vergelijkt de urinewegsymptomen naargelang van de groep. De prevalentie van bepaalde urinewegsymptomen zoals de top 5 in het vet wijst op een sterk en significant verband tussen de symptomen en de groep. De tabel leert ook voor welke symptomen de patiënten worden verwezen. Bijvoorbeeld, patiënten met “een gevoel van onvol-

Tabel 2. Impact van urinewegsymptomen op de levenskwaliteit IMPACT % p-waarde

Risicoverhouding

LAST %

p-waarde

Risicoverhouding

Urgency

89

<0.001

2.5

95

<0.001

1.4

Persen om te plassen

74

<0.001

2.5

85

<0.001

1.8

Gevoel van onvolledige lediging

64

<0.001

3.1

76

<0.001

2.0

Incontinentie

66

<0.001

3.1

74

<0.001

1.8

Pollakisurie

86

0.295

1.1

87

0.563

1.1

Nycturie

71

0.98

1.0

69

0.598

0.95

Urineweginfectie

29

0.98

1.0

28

0.837

0.97

vervolg pagina 21

symptômes chez les personnes atteintes de SEP qui ne se plaignent pas de dysfonction vésicale ou intestinale, chez celles qui croient qu’elles sont asymptomatiques ou chez les patients présentant une incontinence, qui peuvent rechigner à révéler librement ces symptômes, ce qui souligne la nécessité d’un dépistage préemptif et ciblé de la continence.1,19 Objectif: l’objectif était de développer un outil de dépistage de la continence simple, qui pourrait éventuellement être utilisé par les infirmiers spécialisés en SEP, les neurologues et les médecins

généralistes. L’outil de dépistage devrait permettre d’obtenir des informations concernant la nature et la prévalence des symptômes vésicaux et intestinaux, le degré de fardeau et l’impact sur la qualité de vie chez les sujets atteints de SEP qui consultent l’Eastern Health MS Service, Melbourne, Australie, qui assure un service clinique et de recherche à près de 800 patients. Dans cette étude-pilote, j’ai utilisé la version préliminaire de l’outil et comparé les symptômes entre deux groupes : le groupe adressé et le groupe non adressé ou dépisté. J’ai présumé

Tableau 2. Impact des symptômes urinaires sur la qualité de vie IMPACT % p-waarde

Rapport de risque

N UISANCE %

p

Rapport de risque

Besoin impérieux d'uriner

89

<0.001

2.5

95

<0.001

1.4

Effort pour uriner

74

<0.001

2.5

85

<0.001

1.8

Absence de sensation de vidange complète

64

<0.001

3.1

76

<0.001

2.0

Incontinence

66

<0.001

3.1

74

<0.001

1.8

Mictions fréquentes

86

0.295

1.1

87

0.563

1.1

Nycturie

71

0.98

1.0

69

0.598

0.95

Infections urinaires

29

0.98

1.0

28

0.837

0.97

que l’outil serait suffisamment sensible pour déceler les symptômes et que la prévalence des symptômes serait assez importante dans les deux groupes. Méthode : les patients qui m’ont été adressés par nos 3 neurologues et nos 2 infirmiers spécialisés en SEP ont été assignés au groupe adressé. Les autres patients atteints de SEP ont été invités à participer au dépistage de la continence lors de leurs rendez-vous cliniques de routine et, en cas d’acceptation, ils ont été assignés au groupe dépisté. Le dépistage a habituellement duré jusqu’à 10 minutes, en utilisant un outil bilatéral qui, comme vous pouvez le voir sur la diapositive, a identifié les symptômes vésicaux et intestinaux, l’incontinence, et deux questions liées à la qualité de vie. Résultats : il y a eu 50 patients dans le groupe adressé (34 %) et 96 dans le groupe dépisté (66 %), pour un total de 146 patients. L’âge moyen des sujets était de 42 ans, et un peu plus des trois quarts étaient des femmes. Moins d’un quart des patients avaient eu auparavant un contact avec un praticien de continence, et la plupart des patients suite page 21

18

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 18

17/12/12 16:49

9640_u


9640_urobel_2012-025_verpl.indd 1931 9646_Urobel2012_28_verpl.indd

2/03/12 13:18 17/12/12 16:49


9646_Urobel2012_28_verpl.indd 20

17/12/12 16:49

Responsible editor : L. Van Driessche/O-BELUX-AMG-001-2012


a ssessm en t

DOSSIER

vervolg van pagina 18

ledige lediging na de urinelozing”, zullen tweemaal vaker worden verwezen. Waarschijnlijke voorspellers van verwijzing zijn dan ook urgency, persen, gevoel van onvolledige lediging, incontinentie en ISC. Er was geen signifi cant verschil in de overige drie symptomen tussen de twee groepen. Die symptomen zullen waarschijnlijk minder gemakkelijk aanleiding geven tot een verwijzing. Tabel 2 vat de impact van de urinewegsymptomen samen op de levenskwaliteit in beide groepen samen. De eerste vier symptomen waren statistisch signifi cant

en samen met de risicoverhouding leert ons dat welke symptomen waarschijnlijk invloed zullen hebben op de levenskwaliteit. Er was een significant verband tussen de gerapporteerde “impact van de symptomen” of de “last” en de levenskwaliteit voor de volgende symptomen: urgency, persen bij het plassen, gevoel van onvolledige lediging en incontinentie. De incidentie van symptomen in de verwezen groep ging van 56 % (manuele evacuatie) tot 84 % (opgeblazen gevoel)

(figuur 2). Ook in de gescreende groep was de incidentie van symptomen hoog, rekening houdend met het feit dat die patiënten niet vroegen om te worden behandeld. Tabel 3 vergelijkt de darmsymptomen naargelang van de groep. Er was een significant verschil in alle symptomen op de laatste twee na. Samen met de risicoverhouding leert ons dat welke symptomen allicht zullen leiden tot verwijzing, in casu opgeblazen gevoel, persen, urgency, gevoel van onvolledige lediging,

Figuur 2. Prevalentie van darmsymptomen in de verwezen en de gescreende groep 100

Verwezen

80

Gescreend

60 40 20 0

Urgency

Persen

Gevoel van onvolledige lediging

Incontinentie

Manuele evacuatie

Opgeblazen gevoel

Rectaal bloedverlies

Hemorroïden

Responsible editor : L. Van Driessche/O-BELUX-AMG-001-2012

suite de la page 18

souffraient de SEP récurrente-rémittente, qui constitue le type le plus fréquent. Le groupe adressé (Figure 1) a présenté une prévalence élevée (entre 70 et 95 % pour les mictions fréquentes diurnes, la nycturie, le besoin impérieux d’uriner, l’effort pour uriner, l’absence de sensation de vidange complète de la vessie après la miction et l’incontinence. Le groupe dépisté (le groupe dans lequel la continence n’était PAS à l’ordre du jour) a également enregistré des taux élevés de dysfonction, entre 50 et 75 %. Le Tableau 1 compare les symptômes urinaires à la source d’adressage. La pré-

valence de certains symptômes urinaires, tels que les 5 premiers en caractères gras, montre une relation étroite et significative entre les symptômes et la source d’adressage et, jointe au rapport de risque, aide à identifier les symptômes qui induiraient un adressage. Par exemple, les patients qui présentent le symptôme « absence de sensation de vidange complète » sont deux fois plus susceptibles d’être adressés à un spécialiste. Dans ce cas, les prédicteurs probables d’un adressage comportent besoin impérieux d’uriner, effort pour uriner, absence de sensation de vidange

complète, incontinence et autosondage intermittent. Les trois symptômes du bas, pour leur part, ne présentaient pas une relation étroite avec la source d’adressage et étaient dès lors moins susceptibles d’induire un adressage. Le Tableau 2 se rapporte aux symptômes urinaires et à la qualité de vie dans les deux groupes d’étude combinés. Les quatre symptômes les plus fréquents étaient statistiquement significatifs et, joints au rapport de risque, ils contribuent à identifier les symptômes susceptibles d’avoir un impact sur la qualité de vie. La relation entre « l’impact des

Figure 2. Prévalence des symptômes intestinaux dans les groupes adressé et dépisté 100

Adressés

80

Dépistés

60 40 20 0

Besoin impérieux de déféquer

Effort pour déféquer

Absence de sensation d’évacuation complète

Incontinence

évacuation manuell

Ballonnement

Saignement rectal

Hémorrhoïdes

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 21

21

17/12/12 16:49


DOSSIER

a ssessm en t

Tabel 3. Vergelijking van de darmsymptomen naargelang van de groep Symptomen

VERWEZEN n = 50 %

GESCREEND n = 96 %

p-waarde

Risicoverhouding

Opgeblazen gevoel

84

67

0.026

1.3

Persen

84

67

0.026

1.3

Urgency

84

60

0.003

1.4

Gevoel van onvolledige lediging

68

47

0.015

1.5

Incontinentie

64

30

0.001

2.1

Manuele evacuatie

56

28

0.001

2.0

Rectaal bloedverlies

44

33

0.163

1.3

Hemorroïden

38

23

0.054

1.7

incontinentie en manuele evacuatie. Ik was vooral verrast door het feit dat bijna 30 % van de patiënten in de gescreende groep manueel hun darm moest ledigen. Die patiënten waren zeer beschaamd en de meeste huilden toen ze dat toegaven. Tabel 4 beschrijft het effect van die symptomen om de levenskwaliteit in de twee groepen samen. Zoals u kunt zien (vet gedrukte cijfers links van de gele lijn) hadden ALLE symptomen een statistisch

symptômes » rapporté ou le « degré de nuisance » était significative pour le besoin impérieux d’uriner, l’effort pour uriner, l’absence de sensation de vidange complète et l’incontinence. À la Figure 2, vous pouvez voir que le groupe jaune fait état d’une incidence de symptômes comprise entre 56 % pour l’évacuation manuelle et jusqu’à 84 % pour le ballonnement. Comme cela s’est produit avec la vessie, l’incidence des symptômes dans le groupe dépisté a également été élevée, si on considère que ces patients ne cherchaient pas à être traités. Le Tableau 3 compare les symptômes intestinaux avec la source d’adressage. Tous les symptômes, à l’exception des deux derniers, étaient statistiquement significatifs et, joints au rapport de risque, contribuent à mettre le doigt sur les symptômes les plus susceptibles d’induire un adressage ; dans ce cas, il s’agit du ballonnement, de l’effort pour déféquer, du besoin impérieux de déféquer, de l’absence de sensation d’évacuation complète, de l’incontinence et de l’évacuation manuelle. Je dois dire que j’ai été très surpris par le fait que

22

significant effect op de persoon. Het is nauwelijks een verrassing dat fecale incontinentie en manuele evacuatie de sterkste weerslag hadden op de levenskwaliteit. Hoewel de symptomen een sterke impact hadden op de patiënten, leken ze er toch niet zoveel last van te hebben. Dat is iets wat verder moet worden onderzocht. Mijn conclusie is dat de incidentie van allerhande blaas- en darmsymptomen volgens het screeninginstrument hoger

près de 30 % des sujets du groupe dépisté avaient besoin d’une évacuation manuelle pour vider leurs intestins. Ces patients étaient très honteux de l’admettre et la plupart pleuraient lorsqu’ils l’ont fait. Le Tableau 4 se rapporte à la qualité de vie dans les deux groupes d’étude combinés. Vous pouvez voir, grâce aux chiffres en gras à la gauche de la ligne jaune, que TOUS les symptômes ont été statistiquement significatifs en ce qui concerne l’impact pour la personne, et

is dan wat eerder werd gerapporteerd. In deze verkennende studie werd ook vastgesteld dat eerstelijnswerkers zoals neurologen en MS-verpleegkundigen blaas- of darmdisfunctie niet goed opsporen of onvoldoende verwijzen voor verder onderzoek en behandeling. Opvallend is ook de hoge prevalentie van symptomen in de gescreende groep. Dat wijst erop dat er behoefte is aan een betere screening bij alle MS-patiënten en dat moet worden onderzocht waarom de patiënten hun symptomen niet melden. Als we weten voor welke symptomen de patiënten meestal zullen worden verwezen, kan dat volgens mij helpen bij de ontwikkeling van screeninginstrumenten. Ook moeten we de gezondheidswerkers in de neurologie duidelijk maken dat screening zeer belangrijk is omdat de patiënten hun symptomen vaak niet melden. Dat is de eerste stap op weg naar een optimale continentie en gezondheid op lange termijn voor onze patiënten. Vroege detectie via een geschikte en gerichte screening en regelmatige monitoring bevordert een open dialoog tussen

il n’est pas surprenant que le rapport de risque indique une probabilité très élevée d’impact lié à l’incontinence fécale et à l’évacuation manuelle. Toutefois, sur le côté droit du tableau, il semble que, bien que les symptômes aient fortement interféré avec la vie du sujet, ils ne les ont pas gênés autant, et c’est un élément qui nécessite d’être étudié de manière plus approfondie. En conclusion, il semble que l’outil de dépistage a révélé une incidence plus

Tableau 3. Comparaison des symptômes intestinaux avec la source d’adressage Symptômes

ADRESSéS n = 50 %

DéPIStéS n = 96 %

p

Rapport de risque

Ballonnement

84

67

0.026

1.3

Effort pour déféquer

84

67

0.026

1.3

Besoin impérieux de déféquer

84

60

0.003

1.4

Absence de sensation d'évacuation complète

68

47

0.015

1.5

Incontinence

64

30

0.001

2.1

évacuation manuelle

56

28

0.001

2.0

Saignement rectal

44

33

0.163

1.3

Hémorrhoïdes

38

23

0.054

1.7

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 22

17/12/12 16:49


a ssessm en t

de patiënt en de eerstelijns zorgverlener over incontinentie en vereenvoudigt de verwijzing naar een geschikte specialist of verpleegkundigen die gespecialiseerd zijn in die materie. De infrastructuur met artsen en verpleegkundigen die gespecialiseerd zijn in problemen van incontinentie en urologie, bestaat al. Ik heb de goedkeuring van de ethische commissie gekregen om een studie te starten om eerst het gebruikte screeninginstrument te verfijnen. Onge-

DOSSIER

veer 60 enthousiaste MS-verpleegkundigen in Australië en Nieuw-Zeeland zullen dan gedurende 2 jaar de prevalentie evalueren met dat instrument. Er zal ook een gerandomiseerde klinische studie worden uitgevoerd om na te gaan of interventies van de verpleegkundigen de blaas- en darmsymptomen en de levenskwaliteit in de Eastern Health MS Service verbeteren. Zo willen we nagaan of dat zorgmodel de moeite waard is. 

Tabel 4. Impact van darmsymptomen op de levenskwaliteit Symptomen

Impact %

p-waarde

Risicoverhouding

Last %

p-waarde

Risicoverhouding

Opgeblazen gevoel

84

< 0.001

1.7

71

0.308

0.89

Persen

82

< 0.001

1.5

71

0.308

0.89

68

< 0.001

2.5

53

0.468

0.88

Incontinentie

60

< 0.001

7.5

37

0.083

0.67

Manuele evacuatie

54

< 0.001

9.0

38

0.899

1.03

Gevoel van onvolledige lediging

Rectaal bloedverlies

43

< 0.013

2.0

34

0.185

0.72

Hemorroïden

35

< 0.008

2.5

28

0.793

0.93

élevée que rapportée précédemment d’un large éventail de symptômes vésicaux et intestinaux ET que, dans cette étude-pilote, les dispensateurs de soins primaires tels que les neurologues et les infi rmiers spécialisés en SEP ne dépistaient pas de manière adéquate sur le plan de la dysfonction vésicale ou intestinale OU n’adressaient pas de manière appropriée leurs patients en vue d’une investigation plus approfondie et d’un traitement. En outre, la prévalence élevée des symptômes dans le groupe dépisté souligne la nécessité d’améliorer le dépistage chez tous les patients atteints de SEP et la nécessité d’explorer plus en détail les questions relatives à la nondivulgation des symptômes. Je pense que la connaissance des symptômes susceptibles de donner lieu à un adressage contribue au développement d’outils de dépistage et à l’éducation de la communauté plus large des neurosciences concernant l’importance du dépistage et l’incidence des symptômes non divulgués. C’est le premier pas pour assurer à long terme à nos patients des résultats optimaux sur le plan de la continence et de la santé.

Une détection précoce par le biais d’un dépistage approprié et ciblé ainsi qu’un monitorage régulier assureront un dialogue ouvert entre le patient et le praticien de santé primaire sur les problèmes de continence, et faciliteront l’adressage aux praticiens appropriés, notamment les infirmiers spécialisés en continence. L’infrastructure globale et l’accès aux praticiens et aux services de continence, en ce compris les infirmiers spécialisés en continence et en urologie, existent déjà. J’ai maintenant l’approbation d’un comité d’éthique pour commencer une

referenties zie pagina 22 réferences voir page 22

étude qui, en premier lieu, affinera l’outil de dépistage utilisé précédemment, de sorte que 60 infirmiers australiens et néo-zélandais enthousiastes, spécialisés en SEP, entreprendront une étude de prévalence de 2 ans en utilisant l’outil. Il y aura aussi une étude randomisée et contrôlée pour déterminer si les interventions initiées par les infirmiers améliorent les symptômes vésicaux et intestinaux ainsi que la qualité de vie au sein de l’Eastern Health MS Service, pour voir si ce modèle de soins en vaut la peine. 

Tableau 4. Impact des symptômes intestinaux sur la qualité de vie Symptômes

Impact %

p

Rapport de risque

nuissance %

p

Rapport de risque

Ballonnement

84

< 0.001

1.7

71

0.308

0.89

Effort pour déféquer

82

< 0.001

1.5

71

0.308

0.89

Absence de sensation d'évacuation complète

68

< 0.001

2.5

53

0.468

0.88

Incontinence

60

< 0.001

7.5

37

0.083

0.67

évacuation manuelle

54

< 0.001

9.0

38

0.899

1.03

Saignement rectal

43

< 0.013

2.0

34

0.185

0.72

Hémorrhoïdes

35

< 0.008

2.5

28

0.793

0.93

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 23

23

17/12/12 16:49


DOSSIER Referenties / Références

www.icsoffice.org/Publications/ICI_3v1.pdf/

1.

chap5.pdf

Abrams P, Andersson KE, Birder I, Brubaker J, Cardozo L, Chapple C, Cottenden A, Davilla W, de Ridder D, Dmochowski M, Drake M, DuBeau

6.

8.

9.

Dysfunction. P6-7

sclerosis: a large scale retrospective analysis. International Brazil Journal of Urology. 35(3): GR, Lipscomb J and Matchar D. Determining

Madoff R, Milsom I, Moore K, Newman D,

sclerosis. Nature Clinical ractice. 2(10): 492-501

clinically important differences in health sta-

12. Khan F, Pallant JF, Shea TL, Whishaw M. 2009. Disability and Rehabilitation: 31(19):1567-1576

tus measures: a general approach with illustration to the Health utilities Index Mark II.

D, Wein A and Wyndaele JJ, and the Members

13. Khan F, Pallant JF, Brand C and Kilpatrick TJ.

of the Committees. 2010. Fourth International

2008. Effectiveness of rehabilitation interven-

24. Shaw C, Brittain K, Tansey R and Williams K.

Consultation on Incontinence recommendations

tion in persons with multiple sclerosis: a ran-

2008. How people decide to seek health care:

of the International Scientific Committee: eva-

domised control trial. Journal of Neurology

A qualitative study. International Journal of

luation and treatment of urinary incontinence,

Neurosurgery Psychiatry. 79: 1230-1235

Pharmacoeconomics. 1999;15:141-155

Nursing Studies. Vol 45: 1516-1524.

14. Kragt JJ, Hoogervorst LJ, Uitdehaag BMJ and

25. Simmonds, R. 2011. Economic Impact of Multiple

Neurourology and Urodynamics. 29:213-240

Polman CH. 2004. Relation between objective

Sclerosis in 2010. Australian MS Longitudinal

Annells, T and Koch T. 2003. Constipation and

and subjective measures of bladder dysfunction

the preached trio: diet, fluid intake, exercise.

in multiple sclerosis. Neurology. 63: 1716-1718

Coggrave M, Wiesel P and Norton C. 2009.

Study. MS Research Australia. P1-50 26. Unsworth J and Freeman L. 2000. Management

15. Kurtzke, JF. 1983. Rating Neurological impair-

of bladder problems in patients with multiple

ment in MS: an expanded disability status scale

sclerosis. British Journal of Community Nursing.

(EDSS). Neurology. 33(11):1444-1452.

A5(5): 230-238

Management of faecal incontinence and consti-

16. Milne JL, Moore KN. An exploratory study of

27. Voelker, R. 1998. International Group seeks to

pation in adults with central neurological disea-

continence care services worldwide. Int J Nurs

dispel incontinence “Taboo”. Medical News and

ses. The Cochrane Collaboration.

Studies. 2003;40: 235-247.

Perspectives. JAMA. September 16. Vol 280. No

deSeze M, Ruffion A, Denys P, Joseph PA and

17. Nicholas RS, Friede T, Hollis S, Young CA. 2009.

Perrouin-Verbe B. 2007. The neurogenic bladder

Anticholinergics for urinary symptoms in multi-

11. PP51-953

ple sclerosis. The Cochrane Collaboration.

Bowers, J ; Kamm, M A. Gut focused behaviou-

proposal of management guidelines. Multiple

18. Nicholas R, Young C, Friede T. 2010. Bladder

ral treatment (biofeedback) for constipation and

Sclerosis. 13:915-928.

symptoms in multiple sclerosis: a review of

faecal incontinence in multiple sclerosis. Journal

Fowler CJ, Panicker JN, Drake M, Harris C,

pathophysiology and management. Expert

of neurology, neurosurgery, and psychiatry,

Harrison SCW, Kirby M, Lucas M, Macleod N,

Opinion. Drug Safety. 9(6):905-915 19. Nortvedt MW, Riise T, Frugard J, Mohn J, Bakke

29. Wiesel PH, Norton C, Roy AJ, Storrie JB, Bowers

N, Watkiss K and Wells M. (2009). A UK

A, Skar AB, Nyland H, Glad SB and Myhr K-M.

J, Kamm MA. 2000. Gut focused behavioural

consensus on the management of the blad-

2007. Prevalence of Bladder, bowel and sexual

treatment (biofeedback) for constipation and

der in multiple sclerosis. J Neurol Neurosurg

problems among multiple sclerosis patients two

faecal incontinence in multiple sclerosis. Journal

Psychiatry;80:470–477.

to five years after diagnosis. Multiple Sclerosis;

of Neurology, Neurosurgery and Psychiatry.

13: 106-112.

Aug, 2000, Vol.69(2), p.240-3

Mangnall J, North A, Porter B, Reid S, Russell

Griffith G. 2002. Importance of continence ad-

28. Wiesel, P H ; Norton, C ; Roy, A J ; Storrie, J B ;

in multiple sclerosis: review of the literature and

69(2):240-243.

20. Norton, C. 1982. The effects of urinary inconti-

30. Williams KS, Assassa RP, Cooper NJ, Turner

Journal of Nursing. 11(21): 1363-1371

nence in women. Disability and Rehabilitation.

DA, Shaw C, Abrams KR, Mayne C, Jagger C,

Gullick EE. 2011. Bowel management related

Vol 4 (1): 9-14

Matthews R, Clarke M, McGrother CW and the

vice for people with Multiple Sclerosis. British 7.

Bladder

23. Samsa G, Edelman D, Rothman ML, Williams

843-852

5.

Neurological

bladder dysfunction associated with multiple

International Journal of Nursing Studies. 40:

4.

C. 2009. Voiding dysfunction due to multiple Sheets:

11. Kalsi V and Fowler CJ. 2005. Therapy insight:

pelvic organ prolapse, and faecal incontinence.

3.

Fact

Hosker G, Kelleher C, Koelbl H, Khoury S,

Staskin D, Tekgul S, Thuroff J, Tubaro A, Vodusek

2.

10. ICS

22. Onal B, Siva A, Buldu I, Demirkesen O, Cetinel

c, Fry C, Hanno P, Hay Smith J, Herschorn S,

Nitti V, Norton C, Nygaard I, Payne C, Smith A,

24

a ssessm en t

quality of life in people with multiple sclerosis:

21. Norton C and Chelvanayagam. 2010. Bowel pro-

Leicestershire MRC Incontinence Study Team.

Psychometric evaluation of the QoL-BM measu-

blems and coping strategies in people with mul-

Clinical and cost-effectiveness of a new nurse-

re. International Journal of Nursing Studies. 48:

tiple sclerosis. British Journal of Nursing. 19(4);

led continence service: a randomised control

1066-1070

20-23

trial. British Journal of General Practice. Sept

Hagglund C, Walker-Engstrom ML, Larsson G

22. O’Connell H, Costello AJ, King J, Kilpatrick

and Leppert J. 2003. Reaons why women with

T, Whishaw M, Samali R, Kurczycki L, Myles

31. World Health Organisation. Atlas: country re-

2005: 696-703

long-term urinary incontinence do not seek

K, MacGregor L. 2004. Extension Study:

sources for neurological disorders. Geneva:

professional help: a cross-sectional population-

Prospective randomised control trial of manage-

World Health Organisation, 2004. Available

based cohort study. International Urogynecology

ment strategies for patients with multiple scle-

from: http://www.who.int/mental_health/neu-

Journal. 14: 296-304

rosis and significant urinary problems. National

rology/Atlas_MS_WEB.pdf

Hunskaar S. Burgio K, Clarke A. Lapitan

Continence Management Strategy. Department

MC. Nelson R. Sillen U and Thom D. 2008.

of Health and Ageing. Grant Round 4. http://

Epidemiology of Urinary (UI) and Faecal (FI)

www.bladderbowel.gov.au/assets/doc/ncms/Ph

Incontinence and Pelvic Organ Prolapse (POP).

ase12InterventianAndManagement/57Extensio

Chapter 5. Committee 1. ISC Report. P255-312.

nStudy.pdf

be

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 24

17/12/12 16:49

VaPro m Naamlo


Hydrofiele sonde voor intermitterende sondering Sonde hydrophile pour sondage intermittent

Technique

No-Touch Methode

• Praktisch • Pratique • Hygiënisch • Hygiénique • Klaar voor gebruik • Prête à l’emploi

VaPro is de enige sonde die beschikt over een inbrengtip en een beschermend membraan. Hierdoor wordt de VaPro sonde tijdens het gebruik beschermd tegen besmetting uit de omgeving, overgedragen door de handen. VaPro est l’unique sonde qui possède un guide d’insertion et une gaine protectrice. VaPro est ainsi protégée des risques de contaminations environnementales et manuportées durant le sondage.

Wij zijn er voor u Nous sommes à votre écoute

0800/90626 belgium.orders@hollister.com Hollister Belgium - Chaussée des Collines 52 - 1300 Wavre - www.hollister.be

VaPro maart 2011.indd 1 Naamloos-2 1 9646_Urobel2012_28_verpl.indd 25

10/03/2011 11:45:06 6/09/12 13:14 17/12/12 16:49


L’efficacité en 3 points

Efficiën�e in 3 punten

1. Spéciquement élaboré

1. Speciaal ontworpen De geselecteerde bestanddelen in Proxeed Plus werken op een synerge�sche manier samen voor een op�malere kwaliteit van het sperma.

Les ingrédients sélec�onnés agissent de façon synergique pour op�miser la qualité du sperme.

2. Wetenschappelijk bewezen :

2. ScienƟquement prouvé :

Wetenschappelijke testen tonen de doeltreffendheid aan van elk bestanddeel in het op�maliseren van de spermakwaliteit.

Des essais scien�ques supportent l’efficacité de chaque ingrédient dans l’op�misa�on de la qualité du sperme.

3. De meest complete

3. La formule la plus

formule op de markt*:

complète du marché*: > L-carni�ne : 2000 mg > Acétyl-L-carni�ne : 1000 mg

Proxeed®Plus agit à plusieurs niveaux Proxeed®Plus is verkzaam op meerdere niveaus

QuanƟté Hoeveelheid

Qualité Kwaliteit

MoƟlité Beweeglijkheid

Quan�té op�male de spermatozoïdes dans l’éjaculat

Spermatozoïdes de morphologie correcte

Des spermatozoïdes avec une mo�lité suffisante

Voor een op�male kwaliteit van de spermatozoïden in het ejaculaat

Voor spermatozoïden met een correcte morfologie

Voor spermatozoïden met voldoende beweeglijkheid

> Acide citrique : 100 mg

> Acide folique : 400 μg > Sélénium : 100 μg > Vitamine B12 : 3 μg

Vous souhaitez en savoir plus ? Contactez nous pour recevoir la visite de votre délégué médical. al. Tél. : 02/732 56 95 @ : info@sigma-tau.be

> Vitamine C : 180 mg > Citroenzuur : 100 mg > Co-enzyme Q10 : 40 mg

> Coenzyme Q10 : 40 mg > Zinc : 20 mg

> Acétyl-L-carni�ne : 1000 mg > Fructose : 2000 mg

> Fructose : 2000 mg > Vitamine C : 180 mg

> L-carni�ne : 2000 mg

Qualité du sperme Kwaliteit van het sperma

> Zink : 20 mg > Foliumzuur : 400 μg > Selenium : 100 μg > Vitamine B12 : 3 μg

Meer weten? Neem contact op met ons voor een visite van uw medisch vertegenwoordiger. Tel. : 02/732 56 95 @ : info@sigma-tau.be sigma-tau Pharma Belgium is het liaal van de interna�onale farmaceu�sche groep sigma-tau S.p.a. De groep sigma-tau telt meer dan 2400 medewerkers in Europa, onder wie 385 onderzoekers.

sigma-tau Pharma Belgium est la liale du groupe pharmaceu�que interna�onal - sigma-tau S.p.a. Le groupe sigma-tau compte plus de 2400 collaborateurs en Europe dont 385 chercheurs.

* ComposiƟon pour 2 sachets - Dose journalière : 2 sachets par jour * Samenstelling voor 2 zakjes - Dagelijkse dosis : 2 zakjes per dag

www.sigmatau.be ANNONCE PROXEED 210X297MM.indd 1 9646_Urobel2012_28_verpl.indd 26

www.proxeed.be 15/02/12 14:57 17/12/12 16:49


12 14:57

a ssessm en t

Hematurie en assessment Hematurie is een veel voorkomende aandoening. De auteurs stellen dat tussen de 9 en 18 % van de bevolking tijdens hun leven zullen te maken krijgen met hematurie. Van deze patiënten zullen ongeveer 10 % gediagnosticeerd worden met blaaskanker. In het licht van deze cijfers zouden alle patiënten met bloed in de urine moeten doorverwezen worden naar de uroloog voor onderzoek. Dit blijkt in de praktijk te weinig te gebeuren. De auteurs halen uit onderzoek dat huisartsen slechts 36 % van de patiënten met microscopische hematurie doorsturen.

Bij macroscopische hematurie draait het cijfer rond de 70 %. Patiënten met een zorgplan en waarbij hematurie aanwezig is werden voor 47 % doorgestuurd bij de mannen, bij de vrouwen was dit slechts 28 %. De auteurs volgden in een multicentrische studie 1182 patiënten met als nieuwe diagnose asymptomatische hematurie zonder gekende diagnose van blaaskanker. Van de 919 mannen en 263 vrouwen met een gemiddelde leeftijd van 65 jaar presenteerden 68 % zich met microscopische hematurie en 32 % met macroscopische hematurie.

Hématurie et évaluation L’hématurie est une affection très fréquente. D’après les auteurs, 9 à 18 % de la population sera confrontée à l’hématurie au cours de sa vie. Et un cancer de la vessie sera diagnostiqué chez environ 10 % de ces patients. À la lumière de ces chiffres, tous les patients qui présentent du sang dans les urines devraient être adressés à l’urologue pour examen. Or, cela semble être peu le cas en pratique. En effet, une enquête citée par les auteurs indique que les généralistes n’adressent que 36 % des patients présentant une hématurie microscopique. Pour l’hématurie macroscopique, le chiffre tourne autour de 70 %. Parmi les patients qui

ont un plan de soins personnalisé et qui présentent une hématurie, 47 % des hommes sont adressés au spécialiste, contre 28 % des femmes seulement. Les auteurs ont suivi, dans le cadre d’une étude multicentrique, 1 182 patients chez qui un nouveau diagnostic d’hématurie asymptomatique avait été posé, sans diagnostic connu de cancer de la vessie. Sur les 919 hommes et 263 femmes d’un âge moyen de 65 ans, 68 % consultaient pour une hématurie microscopique, et 32 % pour une hématurie macroscopique.

DOSSIER Bespreking van een artikel. Accurate risk assessment of patients with asymptomatic hematuria for the presence of bladder cancer. Cha EK, Tirsar LA, Schwentner C, Hennenlotter J, Christos PJ, Stenzl A, Mian C, Martini T, Pycha A, Shariat SF, Schmitz-Dräger

245 (20.7 %) van de 1182 patiënten kregen de diagnose blaaskanker. 58,7 % werd laaggradig gediagnosticeerd, de rest kreeg een hooggradige diagnose. De auteurs hebben vanuit de resultaten van hun studie een nomogram opgesteld die een idee moet geven van het risico op blaaskanker, zowel bij microscopische als macroscopische hematurie. Ik laat het aan de lezers van het artikel om ons te laten weten of dit nomogram onze huisartsen, maar ook verpleegkundigen kan helpen om het risico op blaaskanker vroeger te detecteren. 

Discussion d’un article. Accurate risk assessment of patients with asymptomatic hematuria for the presence of bladder cancer. Cha EK, Tirsar LA, Schwentner C, Hennenlotter J, Christos PJ, Stenzl A, Mian C, Martini T, Pycha A, Shariat SF, Schmitz-Dräger BJ.

patients. La tumeur était de bas grade chez 58,7 % d’entre eux, et de haut grade chez les autres. Sur la base des résultats de leur étude, les auteurs ont établi un nomogramme supposé donner une idée du risque de cancer de la vessie, tant en cas d’hématurie microscopique que d’hématurie macroscopique. J’invite les lecteurs de l’article à nous faire savoir s’ils pensent que ce nomogramme peut aider nos généralistes, mais aussi nos infirmiers, à détecter plus tôt le risque de cancer de la vessie. 

Le diagnostic de cancer de la vessie a été posé chez 245 (20,7 %) des 1 182

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 27

27

17/12/12 16:49


DOSSIER

Eugene K. Cha, Lenuta-Ancuta Tirsar, Christian Schwentner, Joerg Hennenlotter, Paul J. Christos, Arnulf Stenzl, Christine Mian, Thomas Martini, Armin Pycha, Shahrokh F. Shariat, Bernd J. Schmitz-Dräger

ABStRACt Purpose Bladder cancer is frequently diagnosed during a workup for hematuria. However, most patients with microscopic hematuria and many with gross hematuria are not appropriately referred to urologists. We hypothesized that in patients presenting with asymptomatic hematuria the risk of having bladder cancer can be predicted with high accuracy. Toward this end, we analyzed risk factors in patients with asymptomatic hematuria and developed a nomogram for the prediction of bladder cancer presence. Methods Data from 1,182 consecutive subjects without a history of bladder cancer undergoing initial evaluation for asymptomatic hematuria were collected at three centers. Clinical risk factors including age, gender, smoking status, and degree of hematuria were recorded. All subjects underwent standard workup including voided cytology, upper tract imaging, and cystourethroscopy. Factors associated with the presence of bladder cancer were evaluated by univariable and multivariable logistic regression analyses. The multivariable analysis was used to construct a nomogram. Internal validation was performed using 200 bootstrap samples. Results Of the 1,182 subjects who presented with asymptomatic hematuria, 245 (20.7 %) had bladder cancer. Increasing age (OR = 1.03, p<0.0001), smoking history (OR = 3.72, p<0.0001), gross hematuria (OR = 1.71, p = 0.002), and positive cytology (OR = 14.71, p<0.0001) were independent predictors of bladder cancer presence. The multivariablemodel achieved 83.1 %accuracy for predicting the presence of bladder cancer.

28

a ssessm en t

accurate risk assessment of patients with asymptomatic hematuria for the presence of bladder cancer CONCLUSIONS: Bladder cancer presence can be predicted with high accuracy in patients who present with asymptomatic hematuria. We developed a nomogram to help optimize referral patterns (i.e., timing and prioritization) of patients with asymptomatic hematuria. Keywords Urinary bladder neoplasms _ Hematuria _Nomograms _ Early detection of cancer _ Carcinoma INtRODUCtION It is estimated that there will be 70,530 new cases and 14,680 deaths from bladder cancer in 2010 in the United States.1 Risk factors for the development of bladder cancer include advanced age, male gender, tobacco use, and occupational exposures.2,4 In most patients, bladder cancer is diagnosed during a workup for either microscopic or gross hematuria. All patients with gross hematuria should undergo a complete urologic evaluation, since approximately 10 % will have bladder cancer.5 The positive predictive value for microscopic hematuria is lower, between 2 % and 5 %. Approximately 9-18 % of the general population will have some degree of hematuria during their lifetime.6 As a result, guidelines for evaluation of asymptomatic microscopic hematuria are not universally agreed upon. The American Urological Association best-practice policy recommends cystourethroscopy for all patients with microscopic hematuria aged > 35 years and for those aged < 35 years with risk factors.7 Others have recommended more restrictive criteria for identifying a subset of patients presenting with microscopic hematuria who should undergo urologic evaluation.8

788 primary care physicians revealed that only 36 % reported referring patients with microscopic hematuria to a urologist.9 Even in patients with gross hematuria, referral rates were only 69-77 %. An analysis of 926 consecutive patients with newly diagnosed hematuria from a health plan database revealed that only 47 % of men and 28 % of women were referred for urologic evaluation.10 It has been demonstrated that an individual patient’s risk for bladder cancer depends on several factors. However, few studies have evaluated the combined effects of these factors.11-12 Currently, there are no models to quantify an individual’s risk of having bladder cancer after presenting with asymptomatic hematuria. To address this, we conducted a multi-institutional study of patients with asymptomatic hematuria to assess risk factors for bladder cancer and developed an internally validated predictive tool for clinical use. Materials and methods Patients Organization grading system Statistics References  Voor lezing van het origineel artikel met tabellen en nomogram verwijzen we graag naar: World J Urol (2012) 30:847-852 DOI 10.1007/s00345-012-0979-x

Alarmingly, many patients with hematuria are not appropriately referred to urologists for evaluation. A survey of

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 28

17/12/12 16:50


a ssessm en t

DOSSIER

Table 1. Univariable and multivariable logistic regression analyses assessing the association between predictor variables and the presence of bladder cancer in 1,182 patients Predictors of bladder cancer

Univariable

Multivariable

OR

95 % CI

p value

AUC (%)

OR

95 % CI

p value

AUC (%)

Age (continuous)

1.04

(1.03, 1.06)

<0.0001

64.7

1.03

(1.02, 1.05)

<0.0001

Gender (male vs. female)

1.49

(1.04, 2.15)

0.03

52.3

1.10

(0.72, 1.68) 0.66

Smoker (past/current vs. never)

3.38

(2.49, 4.58)

<0.0001

64.6 3.72

(2.58, 5.37) <0.0001

Hematuria (gross vs. microscopic)

2.47

(1.85, 3.30)

<0.0001

60.3 1.71

(1.21, 2.41) 0.002

Cytology (positive vs. negative)

16.12

(10.98, 23.66)

<0.0001

70.6 14.71

(9.70, 22.28) <0.0001

83.1 %

AUC estimates are based on internal validation using 200 bootstrap samples AUC area under the curve, CI confidence interval, OR odds ratio

Fig. 1 a Nomogram for the prediction of bladder cancer presence in patients with asymptomatic hematuria. In this nomogram, age, gender, smoking history, degree of hematuria, and urine cytology define the risk of bladder cancer at cystourethroscopy. Nomogram instructions: To obtain the nomogram-predicted probability of bladder cancer at cystourethroscopy, locate patient values on each axis. Draw a vertical line to the ‘‘Points’’ axis to determine how many points are attributed for each variable value. Sum the points for all variables. Locate the sum on the ‘‘Total Points’’ line to assess the individual probability of bladder cancer at cystourethroscopy on the ‘ ‘Probability of Bladder Cancer’’ line. b Calibration plot. In this calibration plot, the x-axis denotes the predicted probability, and the y-axis denotes the observed fraction of bladder cancer. The 45 dashed line represents ideal predictions, while the solid line represents the internal validation (biascorrected). The dotted line represents the uncorrected internal validation (apparent). The AUC was 83.1 %, and there was slight under- and overestimation of the proportion of bladder cancer. The scatter plot at the top of the figure shows the distribution of the individual subject nomogrampredicted probabilities.

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 29

29

17/12/12 16:50


DOSSIER

Dr. Nathalie Neirynck, dr. Patrick Peeters, Dienst Nefrologie, Universitair Ziekenhuis Gent.

De evaluatie van de nierfunctie wordt in de klinische praktijk routinematig gebruikt voor het nazicht van de gezondheidstoestand, de diagnose en de opvolging van acute of chronische nierinsufficiëntie (Chronic Kidney Disease, CKD), de voorbereiding op procedures of voor de dosering van medicatie en de evaluatie van risico’s of complicaties verbonden aan CKD. De glomerulaire filtratiatiesnelheid (Glomerular Filtration Rate - GFR) wordt algemeen beschouwd als de parameter die de nierfunctie globaal het best weerspiegelt. De normale GFR is afhankelijk van de leeftijd, het geslacht en de lichaamssamenstelling en bedraagt ongeveer 130 ml/ min/1.73m² voor jonge mannen en 120 ml/min/1.73m² voor jonge vrouwen. CKD wordt gedefinieerd als een GFR

Dr Nathalie Neirynck, Dr Patrick Peeters, Service de Néphrologie, Universitair Ziekenhuis Gent

L’évaluation de la fonction rénale est utilisée en routine en pratique clinique pour le contrôle de l’état de santé, le diagnostic et le suivi de l’insuffisance rénale aiguë ou chronique (maladie rénale chronique, MRC), la préparation de procédures ou pour le dosage des médicaments et l’évaluation des risques de complications liées à la MRC. La vitesse de filtration glomérulaire (GFR, glomerular filtration rate) est considérée d’une manière générale comme étant le paramètre qui, globalement, reflète le mieux la fonction rénale. La GFR normale dépend de l’âge, du sexe et de la composition du corps, et est d’environ 130 ml/min/1,73 m² pour les hommes jeunes et de 120 ml/min/1,73 m² pour les femmes jeunes. La MRC est définie comme une GFR < 60 ml/min/1,73 m²

30

a ssessm en t

evaluatie van de nierfunctie: “enkel een creatinine”? < 60 ml/min/1.73m² gedurende minstens 3 maanden ongeacht de onderliggende oorzaak van het nierlijden en wordt geclassificeerd in 5 stadia1 Een eGFR van < 60ml/min/1.73m² en een albumine/ creatinine ratio ≥ 10 mg/g zijn geassocieerd met een verhoogde algemene en cardiovasculaire mortaliteit. Om het cardiovasculair risico te evalueren wordt gesuggereerd om de verschillende eGFR stadia en gradaties van albumine/creatinine ratio te combineren 2,3 (fig. 1). De GFR kan accuraat gemeten worden op basis van een urinaire- of plasmaklaring van exogene merkers (bv inuline, 51Cr-EDTA, iothalamate) (measured GFR, mGFR), die enkel renaal worden geklaard zonder endogene metabolisatie en/of generatie. Omwille van de complexiteit

en kostprijs worden deze onderzoeken niet routinematig uitgevoerd.4 Als alternatief zijn verscheidene formules om de GFR te berekenen (estimated GFR, eGFR) op basis van creatinine als endogene merker ontworpen. Samen met de bepaling van creatinine rapporteren de meeste klinische laboratoria automatisch een eGFR. In dit artikel worden de sterktes en zwaktes van creatinine als endogene merker en het gebruik van op creatinine gebaseerde eGFR-formules belicht. CREAtININE ALS ENDOGENE FILtRAtIEMERkER. Creatinine (moleculair gewicht 113D) wordt vrij gefilterd over de glomerulus en stijgt als gevolg daarvan reciproque wanneer de GFR daalt. De concentratie

Évaluation de la fonction rénale : “uniquement une créatinine” ? pendant au moins 3 mois, quelle que soit la cause sous-jacente de l’affection rénale, et est classée en 5 stades.1 Une eGFR < 60 ml/min/1,73 m² et un rapport albumine/créatinine ≥ 10 mg/g sont associés à une mortalité générale et cardiovasculaire augmentée. Pour évaluer le risque cardiovasculaire, il est suggéré de combiner les différents stades d’eGFR et les gradations du rapport albumine/créatinine.2,3 (Figure 1). La GFR peut être mesurée avec précision en se basant sur la clairance urinaire et plasmatique de marqueurs exogènes (par ex., l’inuline, le 51Cr-EDTA, l’iothalamate) (GFR mesurée, mGFR), qui ne sont éliminés que par voie rénale, sans métabolisation et/ou production endogènes. En raison de la complexité et du

coût, ces examens ne sont pas pratiqués systématiquement.4 En guise d’alternative, on a développé plusieurs formules pour calculer la GFR (GFR estimée, eGFR) sur la base de la créatinine comme marqueur endogène. Avec la détermination de la créatinine, la plupart des laboratoires cliniques rapportent aussi automatiquement une eGFR. Cet article explique les forces et les faiblesses de la créatinine comme marqueur endogène, et l’utilisation des formules de calcul de l’eGFR basées sur la créatinine. LA CRéAtININE COMME MARqUEUR DE FILtRAtION ENDOGèNE La créatinine (poids moléculaire : 113 D) est librement filtrée sur tout le glo-

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 30

17/12/12 16:50


a ssessm en t

van creatinine wordt echter beïnvloed door verschillende factoren onafhankelijk van GFR (tabel 1). Creatinine wordt gegenereerd als een afbraakproduct van creatine afkomstig uit spieren of het dieet. Als gevolg hiervan is de concentratie van creatinine afhankelijk van leeftijd, geslacht, ras en veranderingen in dieet. Behalve glomerulair gefilterd, wordt een fractie gesecreteerd via de tubulus zodat de creatinineklaring de GFR overschat. Deze tubulaire secretie van creatinine kan geïnhibeerd worden door medicatie zoals trimetroprim of cimetidine. Bij gevorderde nierinsufficiëntie wordt het aandeel tubulaire secretie belangrijker in de creatinineklaring. Er is maar een beperkte extrarenale eliminatie van creatinine, voornamelijk door degradatie door darmbacteriën, hetgeen bij vergevorderde nierinsufficiëntie een minimale invloed heeft op de creatinineconcentratie en kan beïnvloed worden door antibioticagebruik.4,5 Tot 2006 was er daarenboven een grote variabiliteit in creatininewaarden naargelang de gebruikte analytische methode.

Momenteel bestaat er een internationale standaard voor creatinine die de verschil lende methodes kalibreert en de creatininewaarde standaardiseert ongeacht de gebruikte methode.6 Met een 24-uurs urinecollectie kan een creatinineklaring berekend worden [(Ucreatinine x Uvolume)/(Screatinine x tijd)]. Onvolledige urinecollecties veroorzaken een aanzienlijke foutenmarge, zodat urinecollectie voor de evaluatie van de nierfunctie in de meeste gevallen verlaten is.4 FORMULES VOOR BEREkENEN VAN EGFR (tABEL 2). eGFR-formules werden geïntroduceerd om op basis van een serumcreatinine de GFR te kunnen inschatten en correctie-

DOSSIER factoren in te voeren voor enkele van de non-GFR determinanten van creatinine. Aangezien de GFR berekend wordt op basis van één enkele serumwaarde, kunnen formules enkel betrouwbaar gebruikt worden in een steady state. De toepasbaarheid van een formule is afhankelijk van de populatie waarin ze ontwikkeld werd en dient met omzichtigheid geïnterpreteerd te worden wanneer ze toegepast wordt bij een individuele patiënt waarvan het profiel sterk afwijkt van de studiepopulatie (vb. leeftijd, GFR-range).7,5 De eerste formule was de CockcroftGault formule die ontwikkeld is in 1976 in een studiepopulatie van 249 mannen met een creatinineklaring tussen 30 en

Figuur 1. Stadiëring van CKD op basis van eGFR en albuminurie en geassocieerd cardiovasculair risico. Figure 1. Stadification de la MRC sur la base de l’eGFR et de l’albuminurie et risque cardiovasculaire associé. Groen: normaal en laag risico. Rood: hoog en zeer hoog risico. Bron: aangepast uit.3

Albuminuria stages, description and range (mg/g) A1

Vert: risque normal et faible. Rouge: risque élevé et très élevé. Source: adapté d’après.3

Optimal and high-normal < 10

mérule et augmente en conséquence de manière réciproque lorsque la GFR diminue. La concentration de la créatinine est cependant infl uencée par différents facteurs indépendants de la GFR (Tableau 1). La créatinine est un produit de dégradation de la créatine provenant des muscles ou de l’alimentation. Par conséquent, la concentration de la créatinine dépend de l’âge, du sexe, de la race et des modifications du régime. Outre la filtration glomérulaire, une fraction est sécrétée par le tubule, si bien que la clairance de la créatinine surestime la GFR. Cette sécrétion tubulaire peut être inhibée par des médicaments tels que le trimétoprime ou la cimétidine. En cas d’insuffi sance rénale avancée, la contribution de la sécrétion tubulaire devient plus importante dans la clairance de la créatinine. Il n’y a qu’une élimination extrarénale limitée de la créatinine, principalement par dégradation par des bactéries intestinales, ce qui a une infl uence minime sur la concentration de la créatinine en cas d’insuffi sance rénale avancée et peut être influencé par l’utilisation d’antibiotiques.4,5

G1

High and optimal

G2

Mild

(ml/min per

G3a

Mild-moderate

1.73 m2)

G3b

Moderate-servere

30-44

G4

Severe

15-29

G5

Kidney failure

<15

A3

High

Very high and nephrotic

30-299

300-1999

≥ 2000

>105 90-104

GFR stages, description

10-29

A2

75-89 60-74

and range

45-59

Jusqu’en 2006, on observait en outre une variabilité importante des valeurs de la créatinine en fonction de la méthode analytique utilisée. Il existe actuellement pour la créatinine une norme internationale qui étalonne les différentes méthodes et standardise la valeur de la créatinine indépendamment de la méthode utilisée.6 Avec une collecte d’urine de 24 heures, on peut calculer une clairance de la créatinine [(Ucréatinine x Uvolume)/(Scréatinine x temps)]. Des collectes d’urine incomplètes induisent une importante marge d’erreur, si bien que la collecte d’urine est abandonnée dans la plupart des cas pour l’évaluation de la fonction rénale.4

FORMULES POUR CALCULER L’EGFR (tABLEAU 2) Des formules pour calculer l’eGFR ont été introduites pour pouvoir estimer la GFR sur la base d’une créatinine sérique et pour introduire des facteurs de correction pour quelques-uns des déterminants nonGFR de la créatinine. étant donné que la GFR est calculée sur la base d’une seule valeur sérique, les formules ne peuvent être utilisées de manière fiable que dans un état d’équilibre. L’applicabilité d’une formule dépend de la population dans laquelle elle a été développée, et la formule doit être interprétée avec prudence lorsqu’elle est utilisée chez un patient individuel dont le profil s’écarte fortement de la population étudiée (par ex., sur le plan de l’âge, des limites de GFR).7,5

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 31

31

17/12/12 16:50


DOSSIER 130 ml/min, gemeten op basis van een 24-uursurinecollectie. De formule is dus een uitdrukking van creatinineklaring en niet van GFR. Deze formule is de minst

a ssessm en t

accurate van de beschikbare formules zodat we deze verlaten hebben voor de evaluatie van de nierfunctie.8 Weliswaar worden dosisaanpassingen voor medica-

tie nog steeds uitgedrukt op basis van een creatinineklaring met de CockcroftGault formule. Sinds de update van de guidelines voor de farmaceutische industrie in 2010, adviseert de Food and Drug Administration (FDA) dosisaanpassingen voor medicatie weer te geven op basis van creatinineklaring en eGFR. Het gebruik van eGFR voor dosisaanpassingen dient omzichtig te gebeuren indien enkel richtlijnen worden gegeven op basis van de Cockcroft-Gault formule.9

Tabel 1: Factoren die serumcreatinine concentratie beïnvloeden onafhankelijk van de glomerulaire filtratiesnelheid (GFR). Mechanisme Generatie

Effect of creatinine concentratie

Factor Spiermassa

Leeftijd (oudere leeftijd)

Vrouw

Ras Lichaamssamenstelling: Musculair type Amputatie Spierziekten (bv neuromusculair) Chronische ziekte (malnutritie, inflammatie, deconditionering)

In 1999 werd de MDRD (Modification of Diet in Renal Disease)-formule ontwikkeld in een studiepopulatie van 1628 patiënten, waarvan 60 % mannen, met een gemiddelde GFR van ongeveer 40 ml/ min/1.73m².10 De MDRD wordt door vele klinische laboratoria gebruikt om eGFR te rapporteren. De MDRD-formule werd in verschillende studiepopulaties gevalideerd met zeer wisselende performantie: in een van de grootste validatiestudies bedroeg de globale accuraatheid 83 % (accuraatheid wordt gedefinieerd als het percentage van eGFR-waarden dat

   

Vegetarisch Creatinesupplementen Vleesmaaltijd

  

Malnutritie

Tubulaire secretie secretie

Medicatie: Cimetidine Trimetoprim

 

Extrarenaal

Antibiotica

Dieet

Excretie

 (zwarte ras) of 

( stijging,  daling)

La première formule a été la formule de Cockcroft-Gault, qui a été développée en 1976 dans une population d’étude de 249 hommes présentant une clairance de la créatinine comprise entre 30 et 130 ml/min, mesurée sur la base d’une collecte d’urine de 24 heures. La formule constitue donc une expression de la clairance de la créatinine et non de la GFR. Cette formule est la moins précise des formules disponibles, si bien que nous l’avons abandonnée pour l’évaluation de la fonction rénale.8 Il est vrai que les adaptations posologiques des médicaments sont encore exprimées sur la base d’une clairance de la créatinine établie avec la formule de CockcroftGault. Depuis la mise à jour des directives pour l’industrie pharmaceutique en 2010, la Food and Drug Administration (FDA) conseille d’exprimer les adaptations posologiques des médicaments sur la base de la clairance de la créatinine et de l’eGFR. L’utilisation de l’eGFR pour les adaptations posologiques exige une certaine prudence, si seules sont données des directives basées sur la formule de Cockcroft-Gault.9 En 1999, la formule MDRD (Modification

vervolg pagina 35

Tableau 1. Facteurs qui influencent la concentration sérique de la créatinine indépendamment de la vitesse de filtration glomérulaire (GFR). Mécanisme Production

Effet sur la concentration de la créatinine

Facteur Masse musculaire

Âge (âge avancé)

Femme

Race Composition du corps : Type musculaire Amputation Maladies musculaires (par ex., neuromusculaires) Maladie chronique (malnutrition, inflammation, déconditionnement) Régime

Excrétion

 (race noire) ou     

Végétarien Suppléments de créatine Repas de viande

  

Malnutrition

Sécrétion tubulaire

Médicaments : Cimétidine Trimétoprime

Extrarénale

Antibiotiques

( stijging,  daling)

32

cliniques pour rapporter l’eGFR. La formule MDRD a été validée dans différentes populations d’étude avec une performance très variable : dans l’une des plus grandes études de validation, l’exactitude globale a été de 83 %

of Diet in Renal Disease) a été développée dans une population de 1 628 patients, dont 60 % d’hommes, présentant une GFR moyenne d’environ 40 ml/ min/1,73 m².10 La formule MDRD est utilisée par de nombreux laboratoires

   suite page 35

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 32

17/12/12 16:50

johnson


You understand that caring for your patient means using a mesh that complements your technique and her anatomy.1,2

We understand (you). Introducing ARTISYNâ&#x201E;˘, the only Y-Shaped Mesh designed to provide efficiency and support while evolving to leave less mesh behind.1,2

johnson_urobel028.indd 1 9646_Urobel2012_28_verpl.indd 33

12/12/12 16:50 16:55 17/12/12


The winning GAG combination.

Unieke en evenwichtige

HYALURONZUUR 1,6% - 800mg/50ml CHONDROÏTINE SULFAAT 2% - 1g/50ml CALCIUM CHLORIDE

laluril_urobel2012-026_NF.indd 134 9646_Urobel2012_28_verpl.indd

Steriele oplossing voor intravesicale instillatie in geval van interstitiële cystitis of recidiverende cystitis.

ialuril 09-05-2012 0935 nl

combinatie van 3 bestanddelen:

10/05/12 16:50 08:56 17/12/12


12 08:56

a ssessm en t

DOSSIER

vervolg van pagina 32

binnen 30 % van de mGFR-waarden valt).11 De performantie van de MDRD is vooral goed wanneer de GFR < 60 ml/ min/1.73m² bedraagt.12 Een eGFR van > 60 ml/min/1.73m² met de MDRD berekend, kan niet als een betrouwbaar cijfer uitgedrukt worden. Recent werd de CKD-EPI formule ontwikkeld in een studiepopulatie van > 8000 patiënten met een gemiddelde GFR van 68 ml/min/1.73m². De accuraatheid van de CKD-EPI formule in de validatiestudiepopulatie bedroeg 88 %. Een eGFR > 60 ml/min/1.73m² kan met voldoende accuraatheid worden weergegeven met de CKD-EPI formule.13 Een systematic review die MDRD en CKDEPI formules met elkaar vergelijken, bevestigt deze bevindingen: De CKD-EPI formule is meer accuraat dan de MDRD-formule is de meeste geëvalueerde studies (10/12). Bij een eGFR van > 60 ml/min/1.73m² is de accuraatheid van de CKD-EPI over de hele lijn beter, terwijl de MDRD beter scoort in de lage eGFR-range. Gezien de betere per-

Tabel 2: Overzicht van frequent gebruikte eGFR-formules. Formule

Correctiefactoren

Cockroft-Gault (ml/min)

(140-age) x BW/(Crea x 72) x (0.85 if female) [BW: body weight, kg]

Leeftijd, geslacht, gewicht

MDRD (ml/min/1.73m²)

175 x Crea-1.154 x age-0.203 x (0.742 if female) x (1.21 if black) [formula for standardised creatinine]

Leeftijd, geslacht, ras

CKD-EPI (ml/min/1.73m²)

141 x min (Crea/κ,1)α x max (Crea/κ,1)-1.209 x 0.993Age x 1.018 (if female) x 1.159 (if black) (κ: 0.7 if female, 0.9 if male; α: -0.329 if female, -0.411 if male)

Leeftijd, geslacht, ras

formantie in de hogere GFR-range, wordt de CKD-EPI formule het best gebruikt in de algemene populatie.6 Bij kinderen is geen enkele van deze formules gevalideerd en klassiek wordt de Schwartz-formule op basis van de lichaamslengte gebruikt [eGFR (ml/ min/1.73m²) = 0.55 x lengte (cm)/creatinine (mg/dl)].14 Aangezien al deze formules gebaseerd zijn op creatinine en er slechts voor een deel van de non-GFR determinanten van creatinine (tabel 1) een correctiefactor wordt gebruikt, moet een eGFR-waarde met voorzichtigheid geïnterpreteerd

worden indien de bijdrage van één van deze factoren uitgesproken aanwezig is. In zo’n geval kan het soms aangewezen zijn om een GFR te meten op basis van een exogene merker (tabel 3).4,7 ANDERE PARAMEtERS OM DE NIERFUNCtIE tE EVALUEREN Cystatine C Cystatine C is proteïne met laag moleculair gewicht (13 kD) dat in alle humane cellen aanwezig is en vrij over de glomerulus wordt gefilterd. Het wordt gereabsorbeerd en gecataboliseerd in de tubuli, en ondergaat geen tubulaire secretie. Hoewel leeftijd, geslacht, maligniteit en

suite de la page 32

(l’exactitude se définit comme étant le pourcentage de valeurs d’eGFR qui entrent dans les 30 % des valeurs de la mGFR) [11]. La performance de la MDRD est surtout bonne lorsque la GFR est < 60 ml/min/1,73 m² [12]. Une eGFR de > 60 ml/min/1,73 m² calculée avec la formule MDRD ne peut être exprimée comme un chiffre fiable. Récemment, la formule CKD-EPI a été développée dans une population de plus de 8 000 patients présentant une GFR moyenne de 68 ml/min/1,73 m². L’exactitude de la formule CKD-EPI dans la population de validation a atteint 88 %. Une eGFR de > 60 ml/min/1,73 m² peut être exprimée avec une exactitude suffisante avec la formule CKD-EPI.13 Une revue systématique comparant entre elles les formules MDRD et CKDEPI confi rme ces observations : la formule CKD-EPI se révèle plus exacte que la formule MDRD dans la plupart des études évaluées (10/12). Pour une eGFR > 60 ml/min/1,73 m², l’exactitude de la formule CKD-EPI est meilleure sur toute la ligne, alors que la formule MDRD

donne de meilleurs résultats dans les valeurs basses d’eGFR. Compte tenu de la meilleure performance dans les valeurs hautes de GFR, la formule CKD-EPI s’utilise de préférence dans la population générale.6 Chez les enfants, aucune de ces formules n’a été validée et la formule de Schwartz basée sur la taille [eGFR (ml/min/1,73 m²) = 0,55 x taille (cm)/créatinine (mg/dl)] est classiquement utilisée.14 étant donné que ces formules sont basées sur la créatinine et qu’on n’utilise un facteur de correction que pour une partie des déterminants non-GFR de la

créatinine (Tableau 1), une valeur d’eGFR doit être interprétée avec prudence si la contribution de l’un de ces facteurs est fortement présente. Dans ce cas, il peut parfois être indiqué de mesurer une GFR sur la base d’un marqueur exogène (Tableau 3).4,7 AUtRES PARAMètRES POUR éVALUER LA FONCtION RéNALE Cystatine C La cystatine C est une protéine de bas poids moléculaire (13 kD) présente dans toutes les cellules humaines et librement filtrée sur tout le glomérule. Elle est réabsorbée et catabolisée dans les tubules et ne subit pas de sécrétion tubulaire.

Tableau 2. Vue d’ensemble des formules de calcul de l’eGFR fréquemment utilisées. Formule

Facteurs de correction

Cockroft-Gault (ml/min)

(140-âge) x PC/(Créa x 72) x (0,85 si femme) [PC : poids corporel, en kg]

Âge, sexe, poids

MDRD (ml/min/1.73m²)

175 x Créa-1,154 x âge-0,203 x (0,742 si femme) x (1,21 si de race noire) [formule pour créatinine standardisée]

Âge, sexe, poids

CKD-EPI (ml/min/1.73m²)

141 x min(Créa/κ,1)α x max(Créa/κ,1)-1,209 x 0,993Âge x 1,018 (si femme) x 1,159 (si race noire) (κ : 0,7 si femme, 0,9 si homme; α : -0,329 si femme, -0,411 si homme)

Âge, sexe, poids

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 35

35

17/12/12 16:50


bilingue

DOSSIER inflammatie de belangrijkste non-GFR determinanten zijn voor de serum concentratie van Cystatine C, is Cystatine C mogelijk een betere endogene merker voor GFR dan creatinine. Er werden reeds meerdere Cystatine C-gebaseerde eGFR formules ontwikkeld waarvan de plaats in de evaluatie van de nierfunctie nog moet bepaald worden. Proteïnurie/Albuminurie Een albumine/creatinine ratio > 30 mg/g bepaald op een random spot urine, is gecorreleerd met een verhoogd mortaliteitsrisico en een verhoogd risico op ontwikkeling van eindstadium nierfalen.

a ssessm en t

Mogelijk kan er een meer betrouwbare inschatting gebeuren van het risico gerelateerd aan de nierfunctie door nierfunctie te classificeren op basis van een combinatie van CKD-stadia en stadia van albuminurie.3 CONCLUSIE In de meeste omstandigheden kan de nierfunctie geëvalueerd worden op basis van de eGFR, berekend op basis van een serum creatinine, waarbij de CKD-EPI formule de meest accurate is. Non-GFR determinanten van creatinine kunnen de interpretatie bemoeilijken en leiden tot een over- of onderschatting van de eGFR. 

Referenties / Références 1.

2.

3.

4. Tabel 3: Mogelijke indicaties voor het meten van GFR door middel van een exogene merker.

5.

Extremen in leeftijd en lichaamsamenstelling (extreem hoge of lage BMI) Ernstige malnutritie Afwijkende spiermassa (amputatie, paralyse, spierziekten)

6.

Dieet (vegetarisch, supplementen) Snel evolutieve nierfunctie Voorafgaand aan langdurige en hoge dosissen van toxische medicatie, renaal geëlimineerd Voorafgaand aan een levende nierdonatie

7.

8.

Bien que l’âge, le sexe, la malignité et l’inflammation soient les principaux déterminants non-GFR pour la concentration sérique de la cystatine C, celle-ci est peut-être un meilleur marqueur endogène que la créatinine pour la GFR. Plusieurs formules pour le calcul de l’eGFR basées sur la cystatine C ont déjà été développées, formules dont la place dans l’évaluation de la fonction rénale doit encore être définie. Protéinurie/albuminurie Un rapport albumine/créatinine > 30 mg/g déterminé sur un échantillon d’urine aléatoire est corrélé avec un risque de mortalité élevé et un risque élevé de développer une insuffisance rénale ter-

minale. Il est possible qu’on obtienne une estimation plus fiable du risque lié à la fonction rénale en classant la fonction rénale sur la base d’une combinaison des stades de la MRC et des stades de l’albuminurie.3 CONCLUSION Dans la plupart des circonstances, la fonction rénale peut être évaluée sur la base de l’eGFR, calculée en se basant sur une créatinine sérique ; dans ce cas, la formule CKD-EPI s’avère la plus précise. Les déterminants non-GFR de la créatinine peuvent compliquer l’interprétation et donner lieu à une sur- ou une sousestimation de l’eGFR. 

Tableau 3 : Indications possibles pour la mesure de la GFR à l’aide d’un marqueur exogène. Extrêmes en matière d'âge et de composition du corps (IMC extrêmement élevé ou bas)

9.

10.

11.

12.

13.

Malnutrition sévère Masse musculaire anormale (amputation, paralysie, maladies musculaires) Régime (végétarien, suppléments) Fonction rénale rapidement évolutive Avant des doses prolongées et élevées de médicament toxique, éliminé par voie rénale Avant un don de rein de donneur vivant

36

14.

K/DOQI clinical practice guidelines for chronic kidney disease: evaluation, classification, and stratification. Am J Kidney Dis 2002;2 Suppl 1:S1-266. Matsushita K, van d, V, Astor BC, Woodward M, Levey AS, de Jong PE, Coresh J, and Gansevoort RT: Association of estimated glomerular filtration rate and albuminuria with all-cause and cardiovascular mortality in general population cohorts: a collaborative meta-analysis. Lancet 2010;9731:2073-2081. Levey AS, de Jong PE, Coresh J, El NM, Astor BC, Matsushita K, Gansevoort RT, Kasiske BL, and Eckardt KU: The definition, classification, and prognosis of chronic kidney disease: a KDIGO Controversies Conference report. Kidney Int 2011;1:17-28. Stevens LA and Levey AS: Measured GFR as a Confirmatory Test for Estimated GFR. J Am Soc Nephrol 2009;11:2305-2313. Stevens LA, Coresh J, Greene T, and Levey AS: Assessing kidney function--measured and estimated glomerular filtration rate. N Engl J Med 2006;23:2473-2483. Earley A, Miskulin D, Lamb EJ, Levey AS, and Uhlig K: Estimating equations for glomerular filtration rate in the era of creatinine standardization: a systematic review. Ann Intern Med 2012;11:785-270. Alain P: Monitoring Renal Function and Limitations of Renal Function Tests. Sem Nuclear Med 2008;1:32-46. Cockcroft DW and Gault MH: Prediction of creatinine clearance from serum creatinine. Nephron 1976;1:31-41. Hudson JQ and Nyman HA: Use of estimated glomerular filtration rate for drug dosing in the chronic kidney disease patient. Curr Opin Nephrol Hyperten 2011;5:482-491. Levey AS, Bosch JP, Lewis JB, Greene T, Rogers N, and Roth D: A more accurate method to estimate glomerular filtration rate from serum creatinine: a new prediction equation. Modification of Diet in Renal Disease Study Group. Ann Intern Med 1999;6:461-470. Stevens LA, Coresh J, Feldman HI, Greene T, Lash JP, Nelson RG, Rahman M, Deysher AE, Zhang YL, Schmid CH, and Levey AS: Evaluation of the modification of diet in renal disease study equation in a large diverse population. J Am Soc Nephrol 2007;10:2749-2757. Levey AS, Coresh J, Greene T, Stevens LA, Zhang YL, Hendriksen S, Kusek JW, and Van LF: Using standardized serum creatinine values in the modification of diet in renal disease study equation for estimating glomerular filtration rate. Ann Intern Med 2006;4:247-254. Levey AS, Stevens LA, Schmid CH, Zhang YP, Castro AF, Feldman HI, Kusek JW, Eggers P, Van Lente F, Greene T, and Coresh J: A New Equation to Estimate Glomerular Filtration Rate. Ann Intern Med 2009;9:604-613. Schwartz GJ, Haycock GB, Edelmann CM, Jr., and Spitzer A: A simple estimate of glomerular filtration rate in children derived from body length and plasma creatinine. Pediatrics 1976;2:259-263.

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 36

17/12/12 16:50


bilingue_Mise en page 1 22/05/12 11:56 Page1

URINAIR Comfort Confort URINAIRE

500mg volledig veenbessenextract dâ&#x20AC;&#x2122;extrait entier de cranberry Beschikbaar in /disponible en : tabletten/comprimĂŠs : 60 & 120 (NEW) zakjes/sachets : 30 1/dag-jour

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 37

17/12/12 16:50


INCONTINENTIE - INCONTINENCE

Ronny Pieters, verpleegkundig specialist urologie, UZ Gent; voorzitter Urobel

In de Vlaamse woon- en zorgcentra worden meer dan 70 % van de bewoners als incontinent gescoord op de Katz-schaal. De zorg voor de incontinente bewoner wordt tot nu toe vooral gestuurd door het gebruik van incontinentiemateriaal. Dit incontinentiemateriaal is een belangrijke uitgavenpost in het budget van zo’n woon- en zorgcentrum. Om dit in goede banen te leiden, maar ook als verkoopsargument, werken firma’s die incontinentiemateriaal op de markt brengen, samen met continentieverpleegkundigen in die woon- en zorgcentra. De sturing van de continentiezorg berust voornamelijk op een gericht gebruik

Ronny Pieters, infirmier spécialisé en urologie, UZ Gent ; président d’Urobel

Plus de 70 % des résidents des maisons de repos et de soins de Flandre sont classés dans la catégorie des incontinents selon l’échelle de Katz. À l’heure actuelle, les soins aux résidents incontinents passent principalement par l’utilisation de protections d’incontinence. Or, ces protections d’incontinence représentent un poste important dans le budget d’une telle maison de repos et de soins. Les sociétés qui commercialisent ces protections d’incontinence travaillent avec du personnel infirmier spécialisé dans la continence au sein de ces maisons de repos et de soins, d’abord pour garantir le bon déroulement des choses,

38

Incontinentie in de Vlaamse woon- en zorgcentra, introductie van een continentiedossier. van de absorberende materialen; bij wie wordt welk soort verband gebruikt. Door dit gerichter te doen, is het voor alle zorgverleners duidelijk wie, wanneer, welk verband moet krijgen, en is het ook mogelijk om het verbruik te monitoren en zo het budget in de hand te houden. Gelukkig wordt het verbruik van het incontinentiemateriaal niet doorgerekend aan de betrokken bewoner, maar zit de kost vervat in de dagprijs. Zo werd een solidariteitsprincipe gecreëerd, maar ligt de druk op de instellingen om dit budget in de hand te houden. Toch zijn we van mening dat we, in samenwerking met de verpleegkundigen en zorgkundigen van de instellingen,

beter kunnen. Vanuit een visie van continentiezorg willen we meer kijken naar het vermijden of terugwinnen van de continentie van de bewoners dan naar het soort materiaal dat we gebruiken. Een visie die gestoeld is op continentiezorg vertrekt vanuit de basis dat de bewoner continent is. Maar deze continentiestatus is niet bekend of wordt niet bevraagd. Een kleine random rondvraag leert ons dat bij opname in een woonen zorgcentrum er wel een voorgaand assesment is van de toestand van de persoon, o.a. over de gewenste voeding, de slaapgewoontes, de hobby’s, … maar daar komt de continentiestatus weinig of niet aan bod. Moet je ’s nachts opstaan voor het toilet lijkt het meest be-

L’incontinence dans les maisons de repos et de soins flamandes : instauration d’un dossier de la continence. mais aussi parce qu’il s’agit d’un bel argument de vente. La gestion des soins de continence repose principalement sur une utilisation ciblée des produits absorbants, qui consiste à définir qui doit porter telle ou telle protection. Grâce à cette utilisation ciblée, l’ensemble du personnel soignant sait clairement qui doit recevoir quelle protection et quand. Sans oublier que cela permet de surveiller la consommation et, partant, de garder le budget sous contrôle. Les protections d’incontinence ne sont heureusement pas facturées au résident concerné, leur coût étant inclus

dans le forfait journalier. Un principe de solidarité a ainsi été créé, mais les établissements sont mis sous pression pour maîtriser ce budget. Pourtant, nous pensons que nous pouvons faire mieux, en collaboration avec le personnel infirmier et soignant des institutions. Nous souhaitons adopter un point de vue de “soins de continence”, qui s’intéressera plus à la prévention de l’incontinence ou au rétablissement de la continence des résidents qu’au type de protections à utiliser. Un point de vue fondé sur des soins de continence part du principe que le résident est continent. Mais le personnel

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 38

17/12/12 16:50


INCONTINENTIE - INCONTINENCE

vraagd te worden, maar m.i. dan eerder om het valrisico in kaart te brengen dan om de continentiestatus te bevragen. De zorgbehoevendheid van iedere bewoner wordt via de Katz-schaal wel in kaart gebracht, en dikwijls is de Katz-schaal de sleutel tot de opname. Daar worden het item continentie en toiletgang wel gescoord. In de praktijk blijkt echter dat deze scores dikwijls zeer subjectief ingevuld worden. De hulp die nodig is bij toiletgang blijkt meestal wel bekend, de continentiestatus is dit veel minder. Niet moeilijk, aangezien ook in ziekenhuizen, en zelfs in de thuiszorg, de continentiezorg ook weinig aandacht krijgt. In de huidige praktijk wordt de zorg voor de bewoner overgedragen aan zorgverleners van de woon- en zorgcentra die de persoon weinig of niet kennen, en die enige tijd zullen nodig hebben om alle aspecten van de individualiteit van die persoon te leren kennen. En hoe maak je dan kennis met die persoon? Ook dit zal zeer afhankelijk zijn

ne connaît pas ce statut de continence ou ne s’en informe pas. Une petite enquête aléatoire nous apprend qu’au moment de l’arrivée dans une maison de repos et de soins, l’état du résident est évalué, notamment en ce qui concerne l’alimentation souhaitée, les habitudes de sommeil, les loisirs … mais que le statut de continence n’est que peu, voire pas du tout abordé. La question la plus fréquente semble être de savoir si la personne doit se lever la nuit pour uriner, mais je pense qu’elle vise plus à estimer le risque de chute qu’à se renseigner sur le statut de continence.

puisque les hôpitaux – et même les soins à domicile – n’accordent, eux aussi, que peu d’attention aux soins de continence. Dans la pratique actuelle, les soins aux résidents sont délégués à des soignants des maisons de repos et de soins qui ne connaissent pas (bien) la personne, et qui auront besoin d’un certain temps pour appréhender tous les aspects de l’individualité de cette personne.

Les soins nécessaires à chaque résident sont évalués sur la base du score de Katz, qui constitue souvent le critère décisif dans la décision de placer une personne. L’échelle de Katz évalue bel et bien la continence et la fréquentation des toilettes. Mais, en pratique, ces scores sont souvent complétés de manière très subjective. Si la nécessité d’une aide pour se rendre aux toilettes est généralement connue, le statut de continence l’est beaucoup moins. Rien d’étonnant,

Le sujet de la continence n’est pas si facile à aborder pour le prestataire de soins. Il préfère discuter de la famille, des enfants, des habitudes alimentaires, des temps libres et des souhaits du résident. Le personnel soignant admet qu’il est très difficile de parler du statut de continence à ce moment-là. Ce qui est particulièrement difficile, c’est d’aborder ce sujet tabou aussi tôt dans la relation avec le résident.

Et comment faire connaissance avec cette personne ? Là aussi, cela dépendra de la personnalité à la fois du résident et du prestataire de soins.

van het individu van zowel de bewoner als de zorgverlener. Het item continentie bespreken ligt bij de zorgverleners niet zo makkelijk. Men heeft het liever over de familie, de kinderen, de eetgewoonten, de vrijetijdsbesteding, … wat de wensen zijn van de bewoner. Zorgverleners geven aan dat op dit moment ook de continentiestatus bespreken heel moeilijk ligt. Zij vinden het moeilijk om dit taboe onderwerp zo vroeg in de opname te bespreken. Toch wordt aan de nieuwe bewoner heel kort gevraagd of en welk incontinentiemateriaal gebruikt wordt of wordt zelfs voorgesteld om uit veiligheid “iets te dragen”. Daar wordt dikwijls de basis gelegd van de toekomstige incontinentiezorg. Dit willen we doorbreken door een continentiedossier in te voeren. Doel van dit continentiedossier is om zoveel mogelijk over de continentiestatus van de nieuwe bewoner te weten vóór of bij opname. Zo krijgen we ook een soort nulmeting

Néanmoins, il est brièvement demandé au nouveau résident s’il utilise une protection d’incontinence, et laquelle, ou il lui est même proposé de “porter quelque chose” par sécurité. Et c’est souvent ce qui pose les bases des futurs soins d’incontinence. Nous entendons mettre un terme à cela en instaurant un dossier de la continence. L’objectif de ce dossier de la continence est d’en connaître le plus possible sur le statut de continence du nouveau résident avant ou au moment du placement. Nous obtenons ainsi une référence à partir de laquelle nous pouvons guider les soins de continence. Dans le même temps, ce dossier peut être utilisé comme outil de communication avec les autres prestataires de soins, comme le généraliste, le kinésithérapeute, l’infirmière à domicile, mais aussi avec la famille. Les soins de continence constituent le domaine par excellence pour une approche pluridisciplinaire. Nous avons fondé notre dossier de la continence sur la “Vlaamse Continen-

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 39

39

17/12/12 16:50


INCONTINENTIE - INCONTINENCE

van waaruit de continentiezorg kan gestuurd worden. Tevens kan dit dossier gebruikt worden als een communicatieinstrument naar andere zorgverleners zoals huisarts, kinesist, thuisverpleging, maar ook naar de familie. Continentiezorg is bij uitstek multidisciplinair te benaderen. Voor het continentiedossier hebben we ons gebaseerd op de “Vlaamse Continentierichtlijn” van Urobel. In de literatuur wordt geen kant- en klaar dossier voorgesteld. Er wordt steeds gemeld dat de anamnese zeer belangrijk is, doch een voorbeeld van een anamnesedossier is niet beschikbaar. Het eerste deel van ons dossier is gebaseerd op de ICIQ-SF, een gestandaardiseerde vragenlijst voor de opsporing van incontinentie en de graad en vorm van incontinentie. We hebben dit aangevuld met Wong-Baker faces schalen om de invloed op de levenskwaliteit te kennen. In de praktijk blijkt continentiezorg zeer afhankelijk van de fysieke toestand van

40

de bewoner, en wordt die fysieke toestand niet altijd goed ingeschat. De Katz-schaal peilt naar de toiletgang en de hulp die nodig is. Toch wilden we dit verfijnen en hebben we alle items van het naar toilet gaan uitgesplitst. Zo willen we weten of iemand de kledij kan afdoen, zich kan neerzetten, zich kan reinigen, terug kan rechtstaan, terug de kledij kan aandoen, … Door dit op die manier uit te splitsen hopen we een beter beeld te krijgen van de zorgafhankelijkheid van de bewoner. Een beter beeld van de zorgafhankelijkheid moet resulteren in het aanbieden van de hulp waar nodig, maar ook het behouden van de zelfstandigheid, zo mogelijk verbeteren. Een bewoner die zelfstandig naar het toilet kan heeft meer uitzicht op continentie. In een derde deel gaan we op zoek naar voorbijgaande oorzaken van incontinentie, zoeken we meer info over de medische toestand van de patiënt, en communiceren we met de huisarts.

tierichtlijn” d’Urobel. La littérature ne propose aucun dossier prêt à l’emploi. L’importance de l’anamnèse est systématiquement soulignée, mais il n’existe aucun exemple de dossier d’anamnèse. La première partie de notre dossier s’appuie sur le formulaire ICIQ-SF, un questionnaire standardisé pour le dépistage de l’incontinence et la définition du degré et de la forme d’incontinence. Nous y avons ajouté les échelles des visages de Wong-Baker afin de juger de l’influence sur la qualité de vie.

sident. Et cette meilleure idée débouchera sur l’offre d’une aide lorsque cela est nécessaire, mais aussi sur l’amélioration maximale du maintien de l’autonomie de la personne. Le résident qui va seul aux toilettes a une meilleure vision de sa continence.

En pratique, les soins de continence dépendent fortement de l’état physique du résident, et cet état physique n’est pas toujours évalué correctement. L’échelle de Katz renseigne sur la capacité de se rendre aux toilettes et sur l’aide nécessaire. Nous avons toutefois voulu affiner l’évaluation en scindant tous les items du sujet. Nous voulons savoir si quelqu’un est capable de se déshabiller, de s’asseoir, de s’essuyer, de se relever, de se rhabiller … Grâce à cette répartition précise, nous espérons avoir une meilleure idée de la dépendance du ré-

Nous espérons ainsi avoir une image complète du statut de continence du résident et atteindre un plus grand nombre de résidents continents.

Dans la troisième partie, nous cherchons des causes temporaires d’incontinence, nous recueillons plus d’infos sur l’état de santé du patient et nous communiquons avec le médecin de famille.

Zo hopen we een volledig beeld te krijgen van de continentietoestand van de bewoner en hopen we meer continente bewoners te krijgen. Het ligt in de bedoeling dit continentiedossier met de nieuwe bewoners in de eerste drie dagen van de opname te bespreken. Van bij de opname zal de bewoner te horen krijgen dat er rond de continentie zal gewerkt worden, en binnen de drie dagen wordt het dossier opgemaakt. Ook de huisarts zal vroegtijdig betrokken worden. Bij de eerste testen van dit dossier blijkt dat er rond de zorg voor de stoelgang ook nood is aan extra aandacht. De continentiezorg en de toiletgang in de woon- en zorgcentra zijn niet enkel gebaseerd op plassen, maar ook het stoelgangsprobleem moet tegelijkertijd aangepakt worden. Met dit DENK DROOG project willen we de continentiezorg in de woon- en zorgcentra extra aandacht geven. 

Les premiers tests réalisés sur ce dossier révèlent la nécessité de prêter une attention particulière aux soins liés à la défécation. Les soins de continence et les passages aux toilettes dans les maisons de repos et de soins ne reposent pas uniquement sur les mictions, mais aussi sur les problèmes fécaux qui doivent être pris en charge simultanément. Par ce projet JE PENSE SEC, nous entendons apporter cette attention particulière aux soins de continence dans les maisons de repos et de soins. 

Le but est d’aborder ce dossier de continence dans les trois jours qui suivent le placement de tout nouveau résident. Dès son arrivée, le résident est informé que le domaine de la continence constituera un champ d’action privilégié, et le dossier est rédigé dans les trois jours. Le généraliste sera, lui aussi, impliqué précocement.

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 40

17/12/12 16:50

Calcivit


Calcivit DK2

PP 60 tab. 12,95 € PP 180 tab. 30,95 €

Vitamine K2 : de ontbrekende schakel voor het behoud van sterke botten

*

NIEU

W!

Vit. K2 stimuleert opname van calcium in het bot**

60

T

ab

Kauwtabletten met een frisse citroensmaak

le t t e n

Een unieke triple alliantie aan de laagste prijs Per kauwtablet

a

hr

1k

uw

22.5 µg Vit. K2 ta

ift

500 mg Calcium + 300 IE Vit.D3 +

bl e

vo t pe r d a g o f v ol g e n s

or

sc

NIEUW!

60

Ta b l e tt e n

* Iwamoto et al, J Orthoped Sci 2004 ;5(6) :546-51 |** Vit K : Knapen et al ; Osteop Int 2007 ;18 :963-72

Calcivit DK2_pub A4_NL_FR_def_HR.indd 1 9646_Urobel2012_28_verpl.indd 41

60

NUT1050/4 CNK 2845-204

13-1-2012 10:07:07 17/12/12 16:50


True Wireless Technology Goby

INNOVATIVE THINKING For User and Patient Friendly Urodynamics

Urodynamics, Research & Education AquariusTT Portable Bladder Scanner BladderVu

Adjustable Urodynamic Chairs Promotol Chair

LABORIE - BELGIUM BC Waasland, Industriepark-West 75, 9100 Sint-Niklaas, Belgium Phone: +32 3 780 17 38 • Fax: +32 3 780 17 39 www.laborie.com

laborie_urobel2012-026.indd 1

29/05/12 16:57

LaRgeR IOn ReSeCT Ce a F R u S ItIon Instant

Ign

TUR IS 2.0 Making bipolar resection a new golden standard. Reduced OR times with bipolar safety The next generation HF with the ESG-400 further improved the ignition performance of the large resection loop. Continuous plasma activation The new HF generation allows for lengthened application laser style for easy operating, while obtaining smooth post-operative tissue results, virtually no bloodloss and potentially shortened catheterisation and hospital stays. Improved ignition for all bipolar electrodes A priority topic in designing this new generator was to extend large and band loop ignition and make continuous plasma vaporisation available. ESG-400

Smoother pathology Smoother and more precise cutting effects allow for ideal pathology samples with minimal thermal spread with bipolar resection. The most versatile, advanced HF generator The ESG-400 combines forms of energy for open and laparoscopic surgery including vessel sealing and cutting systems for vessels up to and including 7 mm in diameter.

olympus_urobel2011-024.indd Urobel Magazine | 28/41 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 42

23/11/11 09:05

17/12/12 16:50


UIT DE WETENSCHAP - DE LA SCIENCE

06/11/2012 Auteur: F.D. Bron: Persbericht RU Groningen

GRONINGEN 06/11 - Een nieuw experimenteel medicijn tegen PKD zorgt er voor dat de groei van niercysten afneemt en verkleint het risico op een verminderende nierfunctie en nierpijn. Dit blijkt uit een grote internationale studie waarvan de resultaten zijn gepresenteerd op het jaarcongres van de American Society of Nephrology. De uitkomsten van het onderzoek worden vandaag gepubliceerd in New England Journal of Medicine. De Nederlandse deelname aan deze studie werd gecoördineerd door dr. Ron Gansevoort van het UMC Groningen, welke tevens co-auteur is van de publicatie. Volgens alle betrokken artsen zijn de uitkomsten van deze studie een belangrijke stap in de registratieprocedure voor goedkeuring van dit medicijn, tolvaptan genaamd.

nieuw middel tegen groei niercysten tiënten gevolgd door de onderzoekers. Uit de studie blijkt dat de groei van het totale niervolume in die periode bij een behandeling met tolvaptan duidelijk kleiner was dan bij een groep patiënten die een placebo kreeg (respectievelijk 2,80 % per jaar versus 5,51 % per jaar). Verder liet de studie bij gebruik van het middel een afname zien van het risico op het gecombineerde eindpunt, maar met name werd een gunstig effect gezien op de snelheid van nierfunctie achteruitgang. Het middel gaf iets meer bijwerkingen, met name gaven deelnemers aan meer last van dorst te hebben. “ADPKD is de meest voorkomende erfelijke oorzaak, en de op drie na meest voorkomende algehele oorzaak van nierinsufficiëntie in de wereld”, vertelt

dr. Ron Gansevoort. “Bij de meeste ADPKD-patiënten vernietigt de gestage groei van de cysten het nierweefsel, wat leidt tot een verhoogde bloeddruk en pijnlijke complicaties, en een negatieve invloed heeft op de kwaliteit van leven. De resultaten uit dit onderzoek laten zien dat er nu wellicht een behandeling bestaat. Als deze behandeling drie jaar lang wordt gegeven, wordt de groei van de nieren afgeremd, verminderen de bijkomende symptomen en gaat de nierfunctie minder snel achteruit.” Deze verkregen gegevens zijn aanleiding om bij de FDA en de EMEA procedures te starten om het geneesmiddel voor deze indicatie geregistreerd te krijgen. De uitkomsten van deze procedures worden in 2013 verwacht. 

De studie richtte zich op het ziektebeeld ADPKD, autosomaal dominante polycysteuze nierziekte. Dit is een genetische aandoening die wordt gekenmerkt door de ontwikkeling van meerdere cysten in de nieren. De ontwikkeling en groei van cysten in beide nieren leiden tot een langzame verslechtering van de nierfunctie, en bij ongeveer 50 % van de patiënten tot nierfalen, waarvoor dialyse of transplantatie noodzakelijk is. Momenteel is er nog geen behandeling waarmee het beloop van de ziekte vertraagd kan worden. In het onderzoek is het effect bestudeerd van het middel op verandering van het totale niervolume, een maat voor de groei van niercysten. Verder is gekeken naar het voorkomen van klinische gebeurtenissen die optreden bij de progressie van ADPKD, waaronder een verslechtering van nierfunctie, bloeddruk en eiwitverlies in de urine en het optreden van aanzienlijke nierpijn. Gedurende 3 jaar zijn in totaal 1445 pa-

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 43

43

17/12/12 16:50


UIT DE WETENSCHAP - DE LA SCIENCE

Lucien Hoekx, coördinator, urologische oncologie UZ Antwerpen

Prostaatkanker is de meest frequente maligniteit bij mannen. Bij veel patiënten is curatie mogelijk indien de tumor tijdig ontdekt wordt. In geval van metastasen op afstand wordt als eerste stap in de therapie een palliatieve hormonale behandeling opgestart. We weten immers al sinds 1941 dat een prostaatkanker voor zijn groei afhankelijk is van androgenen en dat een chirurgische castratie het tumorvolume bij prostaatkanker patiënten snel kan doen afnemen.1,2 Tegenwoordig gebeurt deze hormonale therapie meestal met LHRH-agonisten3 omdat de meeste patiënten liever behandeld worden met een medicamenteuze dan met een chirurgische castratie.4 Na 24 tot 48 maanden treedt meestal een resistentie op tegen hormonale therapie,

Lucien Hoekx, coordinateur, oncology urologique UZ Antwerpen

Le cancer de la prostate est le cancer le plus fréquent chez les hommes. Chez de nombreux patients, la guérison ne sera possible que si la tumeur est détectée suffisamment tôt. En présence de métastases à distance, un traitement palliatif hormonal sera tout d’abord initié. Nous savons depuis 1941 que le cancer de la prostate dépend des androgènes pour sa croissance et qu’une castration chirurgicale peut faire rapidement diminuer le volume tumoral.1,2 Actuellement, le traitement hormonal est généralement initié avec un agoniste de la LHRH.3 En effet, la plupart des patients préfèrent être traités par voie médicamenteuse plutôt que de subir une castration chirurgicale.4 Souvent après 24 à 48 mois apparaît une résistance à l’hormonothérapie, les métastases redeviennent symptomatiques

44

Castratieresistente prostaatkanker, wat eerst na docetaxel chemotherapie? de metastasen kunnen terug symptomatisch worden en de patiënt zal finaal overlijden. In België overlijden nog steeds gemiddeld bijna 4 mannen per dag aan prostaatkanker. Het associëren van een niet steroïdaal anti-androgeen aan deze therapie kan de prognose mogelijks lichtjes verbeteren5 en ook het gebruik van LHRHantagonisten kan een beperkt voordeel opleveren voor de patiënt.6 De TAX 327 studie toonde voor het eerst een overlevingsvoordeel met chemotherapie bij deze castratieresistente prostaatkanker patiënten.7 Patiënten behandeld met 3-wekelijks docetaxel hadden een mediane overleving van 18.9 maanden versus 16.4 maanden voor patiënten behan-

deld met mitoxantrone. Sindsdien is en blijft docetaxel de eerstelijnsbehandeling voor gemetastaseerde castratieresistente prostaatkanker. Hoe we patiënten die resistent geworden zijn aan een behandeling met docetaxel best behandelen is minder duidelijk. De TROPIC studie toont een significante mortaliteitsdaling met 30 % na 2 jaar cabazitaxel in vergelijking met mitoxantrone (zie figuur 1)8. Een andere fase 3 studie toonde een significante mediane overlevingswinst van 3.9 maanden met abiraterone in vergelijking met placebo.9 Beide studies zijn niet rechtstreeks vergelijkbaar. De patiënten in de studies zijn verschillend, de primaire eindpunten van de studies zijn verschillend en de TROPIC studie vergelijkt

Cancer de la prostate résistant à la castration, que proposer en premier lieu après le docétaxel? et le patient finira par mourir. En Belgique, en moyenne près de 4 hommes par jour décèdent d’un cancer de la prostate. L’ajout d’un anti-androgène non-stéroïdien à cette thérapie peut légèrement améliorer le pronostic5 tout comme l’utilisation d’un antagoniste de la LHRH- antagoniste qui peut aussi apporter un avantage limité au patient.6 L’étude TAX 327 a montré pour la première fois un bénéfice en survie avec une chimiothérapie chez les patients avec un cancer de la prostate métastatique et résistant à la castration.7 Les patients traités par docétaxel toutes les 3 semaines avaient une survie médiane de 18,9 mois contre 16,4 mois pour les patients traités par mitoxantrone. Depuis lors, le docétaxel reste le traitement de première

intention pour ce type de patients. Maintenant, comment devons nous traiter les patients devenus résistants au traitement par docétaxel? La réponse est actuellement moins claire. L’étude Tropic montre une diminution significative de la mortalité de 30 % après 2 ans avec le cabazitaxel par rapport à la mitoxantrone (voir figure 1).8 Une autre étude de phase 3 a montré un avantage significatif en survie médiane de 3,9 mois avec l’abiratérone par rapport au placebo.9 Les deux études ne sont cependant pas directement comparables. Les patients inclus dans ces deux études sont différents, tout comme les critères d’évaluation principaux. D’un côté, l’étude TROPIC compare l’efficacité du cabazitaxel à celle d’un produit actif (mitoxantrone), l’abiratérone est, elle, comparée à un placebo.

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 44

17/12/12 16:50


UIT DE WETENSCHAP - DE LA SCIENCE

Figuur 1. Overall Survival in TROPIC studie8 Figure 1. Taux de survie globale dans l’étude TROPIC8

de efficiëntie van cabazitaxel versus een actief product (mitoxantrone), abiraterone wordt vergeleken met placebo. We moeten zeker niet alleen naar de

overlevingswinst voor deze palliatieve patiënten kijken, ook de levenskwaliteit is van belang bij de keuze tussen cabazitaxel en abiraterone. Verder kunnen en-

Figuur 1. Pijn voorspelt globale overleving11 Figure 2. La douleur est un indicateur du taux de survie globale11

kele prognostische parameters helpen bij de keuze tussen beide behandelingen: • Een korte PSA verdubbelingstijd na docetaxel voorspelt een slechtere prognose en zou ons eerder kunnen doen neigen naar cabazitaxel chemotherapie.10 • Gemetastaseerde patiënten met meer pijn hebben ook een slechtere prognose.11,12 Twee andere studies gepubliceerd door Berthold et al. bevestigen dit en beschrijven een betere respons op pijn en overleving met docetaxel in vergelijking met mitoxantrone.13,14 • De studie van Loriot et al. toont aan dat patiënten die langer dan 16 maanden goed reageerden op een klassieke hormonale therapie meer kans hebben om goed te reageren op een bijkomende hormonale manipulatie (abiraterone, ketoconazole-hydrocortisone, DES, bicalutamide).15 • Patiënten met een hogere Gleasonscore (8, 9 of 10) zullen vaker niet reageren op een behandeling met abiraterone.16 • Ten slotte moeten we ook nog rekening houden met mogelijke inductie

Nous ne devrions certainement pas uniquement nous concentrer sur le seul avantage en survie pour ces patients palliatifs, la qualité de vie est aussi importante quant au choix entre le cabazitaxel et l’abiratérone. Certains paramètres pronostiques peuvent nous aider à choisir entre les deux traitements: • un temps de doublement du PSA court après le docétaxel prédit un mauvais pronostic et nous conduirait plutôt vers une chimiothérapie à base de cabazitaxel.10 • les patients métastatiques avec plus de douleurs ont aussi un plus mauvais prognostic.11, 12 Deux études publiées par Berthold & al confirment ceci et décrivent une meilleure réponse à la douleur et une meilleure survie avec le docétaxel par rapport à la mitoxantrone.13, 14 • par ailleurs, l’étude menée par Loriot et al a montré que les patients qui ont bien répondu à un traitement hormonal classique pendant plus de 16 mois sont susceptibles de répondre plus correctement à une manipulation hor-

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 45

45

17/12/12 16:50


UIT DE WETENSCHAP - DE LA SCIENCE

van kruisresistentie. Zo beschrijft een recente studie bij castratieresistente prostaatkanker dat patiënten die abiraterone kregen vóór chemotherapie, minder goed reageerden op een latere behandeling met docetaxel.17 We kunnen dus besluiten dat docetaxel de eerstelijnsbehandeling blijft voor gemetastaseerde castratieresistente prostaatkanker. Momenteel zijn er nog geen prospectieve gerandomiseerde studies die de beste behandelingsvolgorde geeft voor abiraterone en cabazitaxel bij patiënten die resistent geworden zijn aan een behandeling met docetaxel. Voorlopig kunnen we wel stellen dat fittere patiënten met een hoge Gleason-score, pijnlijke botmetastasen, een korte respons op hormonale therapie en/of docetaxel chemotherapie misschien eerder gebaat zijn met een cabazitaxel behandeling. Minder fitte patiënten met een lagere Gleason-score, een langere voorafgaande respons op castratie therapie (> 16 maanden), een lagere beenmerg reserve of persisterende bijwerkingen van docetaxel chemotherapie kunnen mogelijks beter eerst starten met abiraterone na docetaxel chemotherapie. 

Referenties / Références 1.

nomogram for men with hormone-refractory

androgen injection on serum phosphatases in

metastatic prostate cancer: A TAX327 study

metastatic carcinoma of the prostate, Cancer Res., 1941; 1: 293-297. 2

Huggins C et al. The effect of castration on advanced carcinoma of the prostate gland, Arch. Surg., 1941.

3.

6.

7.

8. sanofi-aventis Belgium BL.CAB.121101.

9.

with metastatic castration-refractory prostate cancer. J Clin Oncol 2008;26:2544-2549. 12. Oudard S et al. Journal of Clinical Oncology, 2007 ASCO Annual Meeting Proceedings Part I.

with prostatic carcinoma treated with luteinizing

Vol 25, No. 18S), 2007: 5149. 13. Berthold DR et al: Docetaxel plus prednisone

Natl. Acad. Sci., 1982.

or mitoxantrone plus prednisone for advanced

Cassileth BR, Soloway MS, Vogelzang NJ, et al.

prostate cancer: Updated survival in the TAX

Patients’ choice of treatment in stage D prostate

327 study. J Clin Oncol 2008;26:242-245.

cancer. Urology 1989;33:57–62. 5.

analysis. Clin Cancer Res 2007; 13:6396-6403. 11. Halabi S et al: Pain predicts overall survival in men

Schally A et al. Tumour growth inhibition in pts hormone-releasing hormone agonists, Proc.

4.

10. Armstrong AJ et al: A contemporary prognostic

Huggins C et al. The effect of estrogens and

14. Berthold DR et al. Treatment of hormone-

Prostate Cancer Trialists’ Collaborative Group

refractory prostate cancer with docetaxel or

(PCTCG) meta-analysis for flutamide plus

mitoxantrone: relationships between prostate-

castration versus castration alone. Lancet

specific antigen, pain, and quality of life

2000;355:1491-8.

response and survival in the TAX-327 study. Clin

Crawford E et al. A phase III extension trial with

Cancer Res. 2008;14:2763–2767.

a 1-arm crossover from leuprolide to degarelix:

15. Loriot Y et al. Personalizing treatment in patients

comparison of gonadotropin-releasing hormone

with castrate-resistant prostate cancer: A study

agonist and antagonist effect on prostate

of predictive factors for secondary endocrine

cancer. J Urol. 2011;186(3):889-97

therapies activity. J Clin Oncol 2012;30 (suppl 5;

Tannock I et al. Docetaxel plus Prednisone or

abstr 213).

Mitoxantrone plus Prednisone for Advanced

16. Azria D et Al. An ambispective observational

Prostate Cancer. N Engl J Med 2004;

study in the safety and efficacy of abiraterone

351:1502-1512.

acetate in the French temporary authorizations

De Bono JS et al. Prednisone plus cabazitaxel or

for use (ATU): Predictive parameters of response.

mitoxantrone for metastatic castration-resistant

J Clin Oncol 2012;30 (suppl 5; abstr 149).

prostate cancer progressing after docetaxel

17. Mezynski J et al. Antitumour activity of docetaxel

treatment: a randomised open-label trial. The

following treatment with the CYP17A1 inhibitor

Lancet 2010; 376:1147-1154.

abiraterone:

De Bono JS et al. Abiraterone and Increased

resistance? Ann Oncol 2012; 23(11): 2943-2947

clinical

evidence

for

cross-

Survival in Metastatic Prostate Cancer. N Engl J Med 2011; 364:1995-2005.

monale supplémentaire (abiratérone, kétoconazole, hydrocortisone, DES, bicalutamide).15 • les patients avec un score de Gleason élevé (8, 9 ou 10) ne répondront pas souvent à l’abiraterone.16 • il faut également prendre en compte l’induction possible d’une résistance croisée. Ceci a été décrit récemment par une étude de phase II menée chez des patients avec un cancer de la prostate résistant à la castration et qui ont reçu de l’abiratérone avant la chimiothérapie. Ces patients étaient par la suite moins sensibles à un traitement ultérieur avec le docétaxel.17

46

Nous pouvons donc conclure que le docétaxel reste le traitement de première ligne du +cancer de la prostate métastatique et résistant à la castration. Actuellement, il n’existe aucune étude prospective randomisée qui définit la meilleure séquence de traitement entre l’abiratérone et le cabazitaxel chez les patients qui deviennent résistants au traitement par docétaxel. Pour l’instant, nous pouvons dire que les patients avec un score de Gleason élevé, avec des métastases osseuses douloureuses, qui ont présenté une brève réponse à l’hormonothérapie et/

ou à une chimiothérapie à base de docetaxel peuvent bénéficier d’un traitement précoce avec le cabazitaxel. D’autre part, les patients avec un score de Gleason inférieur, ceux qui ont présenté une réponse plus longue à la castration thérapeutique antérieure (> 16 mois), ceux avec une faible réserve de la moelle osseuse ou qui ont exprimés des effets indésirables persistants au cours du traitement à base docetaxel pourraient d’abord commencer par l’abiratérone après la chimiothérapie de première ligne.  sanofi-aventis Belgium BL.CAB.121101.

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 46

17/12/12 16:50


De leidraad van al onze acties. Wat onze 2900 enthousiaste medewerkers drijft, dag na dag. Reeds meer dan 10 jaar doet Pfizer onderzoek naar en produceert geneesmiddelen voor de behandeling van erectie-stoornissen.

wat ons drijft dag na dag,… … uw gezondheid

ce qui nous anime jour après jour,… … votre santé Votre santé guide chacun de nos gestes. C’est elle qui fait avancer nos 2900 collaborateurs enthousiastes, jour après jour. Pfizer étudie et produit depuis plus de 10 ans des médicaments traitant des troubles de l’érection. www.pfizer.be www.erecinfo.be

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 47

17/12/12 16:50


UIT DE WETENSCHAP - DE LA SCIENCE

Met dank aan Tempo Medical Redactie Tempo Medical Gepubliceerd in Tempo Medical n° 348 september 2012

Testosterontekort komt vanaf de leeftijd van 40 jaar relatief frequent voor. Door een aangepaste behandeling die een fysiologische testosteronspiegel herstelt, kan de levenskwaliteit van de betreffende mannen en hun partners aanzienlijk verbeteren. Maar ook parameters van het metabool syndroom en van de botdensiteit kunnen gunstig worden beïnvloed. De transdermale vorm van testosteron biedt hierbij voordelen tegenover andere behandelingen. Het blijkt dat in de huisartsenpraktijk zowat 30 % van de mannen tussen 40 en 79 jaar een tekort aan testosteron kunnen hebben. Dat tekort neemt toe met de leef-

Grâce à Tempo Medical Rédaction Tempo Médical Publié dans Tempo Médical n°348 septembre 2012

Le déficit en testostérone est relativement fréquent à partir de l’âge de 40 ans. Un traitement adéquat qui rétablit un taux physiologique de testostérone permet d’améliorer considérablement la qualité de vie des hommes concernés et de leur partenaire. Les paramètres du syndrome métabolique et de la densité osseuse sont eux aussi influencés favorablement. La forme transdermique de la testostérone possède des avantages par rapport aux autres formes. En médecine générale, quelque 30 % des hommes âgés de 40 à 79 ans pourront présenter un déficit en testostérone. Ce déficit s’accroît avec l’âge. Actuelle-

48

transdermaal testosteron (androgel®) bij androgeentekort tijd. Op dit ogenblik wordt ongeveer 90 % van deze patiënten daar niet voor behandeld. In de Amerikaanse studie Hypogonadism in Males (HIM) werd de prevalentie onderzocht van hypogonadisme (totaal testosteron of TT lager dan 300 ng/dl) bij mannen van 45 jaar en ouder die een huisarts raadpleegden.1 Op een bloedstaal van hen, afgenomen tussen 8 en 12 uur, werden de TT, de vrije T (FT) en het biobeschikbare T (BAT) bepaald. Klassieke symptomen van hypogonadisme, comorbiditeiten en reden van raadpleging werden genoteerd. Van de 2.162 patiënten waren er 836 hypogonadaal, van wie er 80 testosteron kregen. De prevalentie van hypogonadisme bedroeg in deze populatie 38,7 %. Een

gelijkaardige trend werd vastgesteld voor FT en BAT. Van de mannen die geen testosteron kregen, waren er 756 (36,3 %) hypogonadaal. LINk MEt MEtABOOL SyNDROOM Hypogonadale waarden kwamen in deze studie meer voor bij mannen met hypertensie, hyperlipidemie, type 2 diabetes, obesitas, en astma of COPD dan bij andere mannen. Dat zou op een verband met het metabool syndroom en de elementen daarvan wijzen. Het probleem van testosterondeficit zou zich de komende jaren nog kunnen uitbreiden. De laatste jaren wordt immers een duidelijke leeftijdsonafhankelijke

La testostérone transdermique (Androgel®) dans le déficit androgénique ment, quelque 90 % de ces patients ne sont pas traités. L’étude américaine ‘Hypogonadism in Males’ (HIM) a évalué la prévalence de l’hypogonadisme (testostérone totale ou TT inférieure à 300 ng/dl) chez des hommes de 45 ans et plus, qui consultaient en médecine générale.1 Les taux de TT, de testostérone libre (FT) et de testostérone biodisponible (BAT) ont été mesurés dans un échantillon de sang prélevé entre 8h et 12h. Les symptômes classiques d’hypogonadisme, les comorbidités et les motifs de consultation ont été enregistrés. Sur les 2.162 patients, 836 présentaient un hypogonadisme et parmi ces derniers, 80 recevaient de la testostérone. La prévalence de l’hypogonadisme s’élevait à 38,7 % dans l’ensemble de cette

population. Une tendance similaire a été constatée pour la FT et la BAT. Parmi tous les hommes qui ne recevaient pas de testostérone, 756 (36,3 %) étaient en état d’hypogonadisme. LIEN AVEC LE SyNDROME MétABOLIqUE Dans cette étude, on trouvait plus fréquemment des valeurs attestant d’un hypogonadisme chez les hommes atteints d’hypertension, d’hyperlipidémie, de diabète de type 2, d’obésité, d’asthme ou de BPCO, que chez les autres hommes. Cela indiquerait une corrélation avec le syndrome métabolique et ses composants. Le problème du déficit en testostérone pourrait s’amplifier au cours des années

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 48

17/12/12 16:50


UIT DE WETENSCHAP - DE LA SCIENCE

daling vastgesteld van de testosteron concentraties bij Amerikaanse mannen.2 Mogelijk heeft dat te maken met verschillen in geboortecohorten en/of gezondheids- of omgevingeffecten die nog niet volledig gekend zijn. LEEFtIJDSGEBONDEN PERCENtAGES M. Harman et al. hebben een studie uitgevoerd op bloedstalen van 890 Amerikaanse mannen uit de ‘Baltimore Longitudinal Study of Aging’ (BLSA) waarbij zij de concentraties van testosteron en van het sex hormone-binding globuline (SHBG) bepaalden door middel van radioimmunoassay (RIA)3. De TT maar niet de vrije testosteronindex (= T/SHBG) daalde met een stijgende body mass index (BMI). Het gebruik van bètablokkers ging gepaard met hogere TT-concentraties en een hogere vrije T-index. Op basis van de TT-criteria bleek de incidentie van hypogonadale T-spiegels verhoogd te zijn met ongeveer 20 % bij de mannen ouder dan 60 jaar, 30 % bij de mannen ouder dan 70 en

à venir. En effet, on constate depuis quelques années chez les hommes américains une baisse des taux de testostérone indépendante de l’âge.2 Ce constat pourrait être lié à des différences d’époque de naissance entre les cohortes et/ou à des effets de santé ou d’environnement, non encore élucidés à l’heure actuelle. POURCENtAGES LIéS À L’ÂGE M. Harman et al. ont étudié des échantillons sanguins de 890 hommes américains issus de la “Baltimore Longitudinal Study of Aging” (BLSA). Ils ont déterminé les taux de testostérone et de SHBG (sex hormone binding globulin) par dosage radio-immunologique (RIA).3 La TT s’abaissait avec l’augmentation de l’IMC (indice de masse corporelle) mais pas l’indice de testostérone libre (= T/SHBG). L’emploi de β-bloquants s’accompagnait de taux accrus de TT et d’un indice de T libre plus élevé. En prenant la TT comme critère, l’incidence de taux de T correspondant à un hypogonadisme avait augmenté de presque 20 % chez les hommes de plus de 60 ans, de

50 % bij de mannen ouder dan 80. Die percentages waren nog hoger als de criteria van de vrije T-index werden toegepast. Dit onderzoek van longitudinale leeftijdsgebonden afname van TT en vrij T onafhankelijk van gezondheidsfactoren, met een hoge frequentie van hypogonadale waarden, wijst erop dat verdere research over testosteronsubstitutie bij mannen vanaf 50 jaar aangewezen is, vooral dan bij de groep met de laagste testosteronconcentraties. Professor A. Vermeulen (UZ Gent) had dit reeds in de jaren ‘1970-80 aangetoond.4 SCREENING AANGEWEZEN Om een testosterontekort op het spoor te komen, dienen we alert te zijn voor een aantal tekens want deze zijn niet altijd specifiek. Zo kunnen fysiologische tekens een indicatie zijn van testosterontekort : vermindering van de spiermassa, toename van de vetmassa en afname van de botdensiteit die eventueel tot osteoporose kan leiden. We moeten ook aandacht besteden aan psychologische

symptomen zoals een vermindering van de vitaliteit en tekens van depressie. Bij de klinische seksuele aanwijzingen ten slotte komen het verminderen van de ochtenderecties en van seksuele fantasieën frequent voor. Erectiele disfunctie kan bovendien een nog meer uitgespro-

Tabel 1. ADAM-Test (Franse versie gevalideerd door Prof. JJ Legross7) 1.

Heeft u een verminderd libido?

2.

Heeft u minder energie?

3.

Heeft u verminderde kracht en/of uithoudingsvermogen?

4.

Bent u kleiner geworden?

5.

Heeft u een verminderde levensvreugde waargenomen?

6.

Bent u ongelukkig of nors?

7.

Zijn uw erecties minder hard?

8.

Heeft u recent een verslechtering van uw sportieve mogelijkheden gemerkt?

9.

Valt u in slaap na het avondeten?

10.

Heeft u recent een verslechtering van uw werkprestaties opgemerkt ?

30 % chez les plus de 70 ans et de 50 % chez ceux qui avaient plus de 80 ans. Les pourcentages étaient encore plus élevés lorsqu’on utilisait comme critère l’indice de T libre. Cette étude de la baisse longitudinale de la TT et de la T libre liée à l’âge, indépendante des facteurs de santé et qui a révélé une fréquence élevée de valeurs correspondant à un hypogonadisme, montre la nécessité de recherches plus poussées au sujet du traitement hormonal de substitution par la testostérone chez les hommes dès 50 ans, en particulier dans le groupe qui présente les taux de testostérone les plus faibles. Ceci avait déjà été mis en évidence par le Professeur A. Vermeulen (UZ Gent) dans les années 1970-80.4

de la densité osseuse allant éventuellement jusqu’à l’ostéoporose. Nous devons aussi être vigilants devant des symptômes psychologiques tels qu’une diminution de la vitalité et des signes de dépression. Enfin parmi les signes cliniques sexuels, la diminution des érections matinales et celle des fantasmes sexuels sont fréquentes. Une dysfonction érectile peut constituer en outre un symptôme clinique encore plus révélateur. C’est ce qu’a mis en évidence très récemment le Professeur F. Wu dans une vaste étude épidémiologique prospective menée en Europe dans 8 centres chez des hommes âgés de 40 à 79 ans et parue dans le New Eng J Med en 2010 (Etude EMAS).

LE DéPIStAGE ESt INDIqUé Le dépistage du déficit en testostérone exige que l’on soit attentif à un certain nombre de manifestations car celles-ci ne sont pas toujours spécifiques. Ainsi des signes physiologiques peuvent être révélateurs d’un déficit en testostérone : diminution de la masse musculaire, augmentation de la masse grasse et baisse

Le test ADAM (tableau 1) peut contribuer au dépistage.5 Devant ces signaux d’alarme, un dosage sanguin de la TT (testostérone totale) et éventuellement un dosage de la testostérone libre sont indiqués. Des taux inférieurs à 325 ng/dl pour la TT et/ou inférieurs à 6,3 ng/dl pour la testostérone

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 49

49

17/12/12 16:50


UIT DE WETENSCHAP - DE LA SCIENCE

ken klinisch symptoom zijn. Professor F Wu toonde dit heel onlangs aan in een uitgebreide prospectieve, epidemiologische studie die in 8 Europese centra bij mannen tussen 40 en 79 jaar werd uitgevoerd en die in 2010 in het New England J Med werd gepubliceerd (EMAS-studie). De ADAM-test (tabel 1) kan een hulpmiddel zijn bij de diagnose.5 Bij deze alarmsignalen is een dosering in het bloed van het TT (totaal testosteron) en eventueel van het vrije testosteron aangewezen. Waarden van TT lager dan 325 ng/dl en/of van het vrije testosteron lager dan 6,3 ng/dl wijzen op een tekort bij de oudere man.6 De test moet als positief worden beschouwd als de patiënt Ja antwoordt op minstens 3 vragen of op minstens 1 van de 2 vragen over seksualiteit (vragen 1 en 7). Er bestaan ook andere gevalideerde vragenlijsten om de ernst van de klachten te beoordelen.

libre indiquent un déficit chez l’homme âgé.6 Le test doit être considéré comme positif si le patient répond par l’affirmative à au moins trois questions ou à au moins Tableau 1. Test ADAM (Validé en version française par Prof. JJ Legross7)

50

1.

Avez-vous constaté une diminution de votre libido ?

2.

Sentez-vous un manque d’énergie ?

3.

Avez-vous constaté une diminution de force musculaire et d’endurance à l’effort ?

4.

Avez-vous remarqué que votre taille a diminué ?

5.

Avez-vous remarqué une diminution de votre joie de vivre ?

6.

Vous sentez-vous triste ou grincheux ?

7.

Vos érections sont-elles moins fortes ?

8.

Avez-vous remarqué une diminution de votre capacité de faire du sport ?

9.

Tombez-vous endormi après les repas ?

10.

Avez-vous remarqué une diminution récente de votre capacité de travail ?

SPECIFIEkE OORZAkEN EN IAtROGENE OORZAkEN In de eerste plaats dient een specifieke oorzaak van hypogonadisme behandeld te worden (zie tabel 2)8. Ook dient men rekening te houden met een aantal geneesmiddelen die hypogonadisme in de hand kunnen werken (tabel 3).

Tabel 2. Voornaamste oorzaken van Postpuberaal Hypogonadisme A.

Primair hypogonadisme - Bof-orchitis (meestal enkel na puberteit) - Auto-immune or chitis - Trauma - Bestraling of chirurgie testes

B.

Secundair hypogonadisme - Verworven i diopathisch hypogonadotroop hypogonadisme - Macroadenoom van de hypofyse - Uremie - Ernstige s ysteemaandoening - Bestraling van de schedel - Hyperprolactinemie - Hemochromatose - Syndroom van Cushing - Cirrose - Morbide obes itas

une des deux questions sur la sexualité (questions 1 et 7). D’autres questionnaires validés existent aussi pour apprécier le degré des symptômes. CAUSES SPéCIFIqUES Et CAUSES IAtROGèNES S’il existe une cause spécifique de l’hypogonadisme, elle doit être traitée en priorité (voir tableau 2).8 Il faut également tenir compte d’un certain nombre de médicaments qui peuvent favoriser l’hypogonadisme (tableau 3). MIEUx VAUt UNE COURtE DURéE D’ACtION Un suivi endocrinologique et urologique (notamment le dosage de PSA et un examen digital rectal (ERD)) et éventuellement psychologique régulier, est indiqué chez les patients qui reçoivent de la testostérone. Ces contrôles doivent être effectués tous les trois mois au cours de la première année de traitement et par la suite, au moins une fois par an. En effet dans le cas d’une augmentation du PSA dans les trois mois qui suivent l’initiation du traitement, une pathologie préexis-

Tabel 3. Geneesmiddelen die gepaard kunnen gaan met Hypogonadisme A.

Primair hypogonadisme - Corticosteroïden - Ethanol - Ketoconazol (hoge doses) - Finasteride (zeldzame oorzaak van verminderd libido en erectiele disfunctie) - Spironolacton - Flutamide - Cimetidine

B.

Secundair hypogonadisme - Corticosteroïden - Ethanol - GnRH-analogen - Oestrogenen - Progestativa - Medicatie die prolactineconcentraties doen stijgen: psychotrope middelen, metoclopramide, opiaten

BESt kORtE WERkINGSDUUR Bij patiënten die testosteron gebruiken is regelmatige endocrinologische en urologische (en eventueel psychologische) follow-up aangewezen (onder andere PSA en digitaal rectaal onderzoek (DRE)). Deze controles dienen in de loop van het eerste jaar van de behandeling om de drie maanden uitgevoerd en daarna

tante de la prostate pourra ainsi être détectée de manière précoce. Il faut néanmoins tenir compte d’une contre-indication importante : la suspicion de cancer de la prostate. Un contrôle du PSA ou des biopsies de prostate en cas de doute du diagnostic sont nécessaires avant d’instaurer un traitement de supplémentation en testostérone chez un patient. Tableau 2. Principales causes d’Hypogonadisme après al puberté A.

Hypogonadisme primaire - Orchite ourlienne (en général pas avant la puberté) - Orchite auto-immunitaire - Traumatisme - Irradiation ou chirurgie testiculaire

B.

Secundair hypogonadisme - Hypogonadisme hypogonadotrope idiopathique acquis - Macro-adénome hypophysaire - Urémie - Affection systémique sévère - Irradiation du crâne - Hyperprolactinémie - Hémochromatose - Syndrome de Cushing - Cirrhose - Obésité morbide

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 50

17/12/12 16:50


UIT DE WETENSCHAP - DE LA SCIENCE

minstens jaarlijks. In geval van een verhoogd PSA binnen de drie maanden na het opstarten van de behandeling kan een al bestaande prostaataandoening op die manier vroegtijdig worden opgespoord. Er dient wel rekening te worden gehouden met een belangrijke contra-indicatie : vermoeden van prostaatkanker. Een controle van PSA of prostaatbiopsieën bij diagnostische twijfel zijn noodzakelijk alvorens substitutietherapie met testosteron bij een patiënt op te starten. Indien er zich een probleem voordoet, kan met een middel en toedieningswijze (gel …) met korte werkingsduur dan ook snel worden gestopt. De concentratie van testosteron valt na stoppen met dergelijk product dan binnen de 48 uur terug naar de beginwaarde. ANDROGEL® WERELDLEIDER Op wereldvlak is Androgel® het meest voorgeschreven product als substitutietherapie bij volwassen mannen met een

Tableau 3. Médicaments pouvant s’accompagner d’Hypogonadisme A.

B.

Hypogonadisme primaire - Corticostéroïdes - Ethanol - Kétoconazole (à forte dose) - Finastéride (cause rare d’une baisse de la libido et d’une dysfonction érectile) - Spironolactone - Flutamide - Cimétidine Hypogonadisme secondaire - Corticostéroïdes - Ethanol - Analogues de la GnRH - Estrogènes - Progestatifs - Médicaments augmentant le taux de prolactine: psychotropes, métoclopramide, opi acés

Avec une molécule et un mode d’administration (gel, …) à courte durée d’action, on peut arrêter rapidement l’administration en cas de problème. Après l’arrêt d’un tel produit, la concentration de testostérone revient aux valeurs initiales dans les 48 heures. ANDROGEL® : LE LEADER MONDIAL Au niveau mondial, Androgel® est le pro-

tekort aan of afwezigheid van testosteron. Androgel® is een gel met testosteron die aangewezen is bij mannen met hypogonadisme, getypeerd door een in het bloed aangetoond testosterontekort en de ermee gepaard gaande klinische symptomen. Bij patiënten ouder dan 50 jaar met een testosterontekort kunnen door middel van Androgel® bovendien stabiele en fysiologische concentraties worden verkregen mits correct dagelijks gebruik. Het product wordt goed verdragen en is gebruiksvriendelijk: het gaat om een unidosis onder vorm van een niet kleverige, geurloze gel. BEHANDELINGSRESULtAtEN Wang et al. volgden 163 hypogonadale mannen die 5, 7,5 of 10 g Androgel® (T gel) 1 % per dag gebruikten gedurende 42 maanden.9 Continu gebruik van Androgel® normaliseerde het gemiddelde serum T- en de vrije T-concentraties. De gemiddelde serumconcentraties van 5-alfa-dihydrotestosteron en de 5-alfadihydrotestosteron/T-ratio verhoogden lichtjes maar bleven binnen de normale

duit le plus prescrit en traitement de substitution chez l’homme adulte présentant une insuffisance ou une absence de testostérone. Androgel® est un gel de testostérone, indiqué chez l’homme atteint d’hypogonadisme caractérisé par un déficit en testostérone sanguin avéré et les symptômes cliniques associés. Chez des patients de plus de 50 ans présentant un déficit en testostérone, Androgel® permet en outre d’obtenir des taux physiologiques stables à condition d’une application correcte par jour. Le produit est bien toléré et d’emploi aisé. Il est présenté en sachets unidose contenant le gel non collant et inodore. RéSULtAtS tHéRAPEUtIqUES Wang et al. ont suivi 163 hommes atteints d’hypogonadisme qui ont utilisé 5 g, 7,5 g ou 10 g d’Androgel® (T gel) 1 % par jour pendant 42 mois.9 L’utilisation continue d’Androgel® a normalisé les taux moyens de T sérique et de T libre. Tout en restant dans les valeurs physiologiques normales, les taux sériques moyens de 5α-dihydrotestostérone et le rapport 5α-dihydrotestostérone/T ont légèrement

fysiologische waarden, de gemiddelde serum oestradiol/T-ratio verdubbelde en de gemiddelde serumwaarden van FSH en LH werden onderdrukt door de T-substitutie. De seksuele functie en de psychologische parameters verbeterden snel en bleven beter gedurende de behandelingsperiode. De magere lichaamsmassa nam significant toe en de vetmassa verminderde en ook deze effecten bleven significant behouden. De spiermassa nam significant toe tijdens de 6 eerste behandelingsmaanden, maar zonder verdere verhoging tijdens de follow-up na 42 maanden. De serumwaarden van botmerkers stegen en later was er tevens een graduele en progressieve toename van de minerale botdensiteit, meer uitgesproken in de wervelkolom dan in de heup. Bij 12 mannen was er een lichte huidirritatie, maar slechts bij 1 man diende daarom de behandeling gestopt. Op lange termijn werd er geen enkele wijziging in PSA vastgesteld bij gebruik van Androgel®. De hematocriet en het

augmenté, le rapport moyen estradiol/T sérique a doublé et les valeurs sériques moyennes de FSH et de LH ont été diminuées par la substitution de T. La fonction sexuelle et les paramètres psychologiques se sont rapidement améliorés et sont restés meilleurs au cours de la durée du traitement. La masse corporelle maigre a augmenté significativement et la masse grasse a diminué et ces effets se sont également maintenus de manière significative. La masse musculaire a augmenté significativement au cours des 6 premiers mois de traitement mais sans augmentation ultérieure au cours du follow up après 42 mois. Les valeurs sériques des marqueurs osseux ont augmenté et, par la suite une augmentation progressive et graduelle de la densité minérale osseuse s’est poursuivie, de manière plus prononcée au niveau de la colonne vertébrale qu’au niveau de la hanche. Une légère irritation cutanée a été observée chez 12 hommes, mais un d’entre eux seulement a dû interrompre le traitement pour ce motif. Aucune modification à long terme du

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 51

51

17/12/12 16:50


UIT DE WETENSCHAP - DE LA SCIENCE

hemoglobine namen toe, maar er waren geen andere klinisch significante veranderingen in bloedcellen of biochemie. BESLUIt10 De kenmerken van een ideaal substitutiemiddel bij testosterontekort kunnen we als volgt samenvatten : • snel optredende doeltreffendheid die constant blijft in de tijd; • behoud van een normale concentratie van totaal testosteron in de tijd; • geen pieken van diffusie in het bloed; • goede tolerantie; • gebruiksvriendelijk met een goed comfort; • onmiddellijke stopzetting van de behandeling indien nodig, vooral bij de oudere man.

Androgel® scoort hier zeker goed met een aantal belangrijke voordelen: • constante concentratie van het totaal testosteron in het bloed; • goede tolerantie; • weinig huidirritatie (omdat er geen glycolpropyleen in aanwezig is dat op lange termijn allergiserend is); • sneldrogende gel; • geurloos, kleurloos, pijnloos; • de behandeling kan op gelijk welk ogenblik worden gestopt; • geen doorgang door de lever omdat het een transdermaal product is. 

Referenties / Références 1.

Mulligan T et al. Prevalence of hypogonadism in males aged at least 45 years : the HIM study. Int J Clin Pract. 2006; 60 (7) : 762-769

2

Travison T et al. A population-level decline in serum testosterone levels in American men. J Clin Epidem & Metabolism 2007; 92(1) : 196-202

3.

Harman M et al. Longitudinal effects of aging on serum total and free testosterone levels in healthy men. J of Clin Endocrin & Metabolism. 2001; 86 : 724-731

4.

Kaufman JM and Vermeulen A. The decline of androgens levels in elderly men and its clinical and therapeutic indications. Endocrine Reviews 2005; 26 : 833-876.

5.

Legros JJ. Est-il raisonnable de prescrire des androgènes à l’homme de plus de 60 ans? Mises au point cliniques d’Endocrinologie. 2008

6.

Wu F et al. Identification of late-onset hypogonadism in middle-aged and elderly men. N Engl J Med 2010; 363 : 123-135.

7.

Legros JJ et al. Détection de la déficience androgénique chez l’homme de plus de 50 ans : utilisation d’une version française du test ADAM. Médecine et Hygiène 2002,60: 1490-1495.

8.

Grant N et al. Male hypogonadism in the primary care clinic. Prim Care Clin Office Pract 2003; 30: 743-763.

9.

Wang et al. Long-term testosterone gel (AndroGel) treatment maintains beneficial

PSA n’a été observée sous Androgel®. L’hématocrite et l’hémoglobine ont augmenté, mais il n’y a eu aucune autre modification significative des cellules sanguines ou de la biochimie. CONCLUSION10 Nous pouvons résumer comme suit les caractéristiques de la substitution idéale en cas de déficit en testostérone : • efficacité à début rapide, restant constante dans le temps; • maintien d’un taux normal de la testostérone totale avec le temps; • pas de pic de diffusion sanguine • bonne tolérance; • emploi facile et confortable. • arrêt immédiat du traitement si nécessaire, surtout chez l’homme âgé

52

Androgel® obtient ici un excellent score, avec un certain nombre d’avantages importants : • concentration constante de la testostérone totale dans le sang; • bonne tolérance; • peu d’irritation cutanée (en raison de l’absence de propylène glycol allergisant à long terme); • gel séchant rapidement; • inodore, incolore, indolore; • possibilité d’arrêt du traitement à n’importe quel moment; • pas de premier passage hépatique puisqu’il s’agit d’un produit transdermique. 

effects on sexual function and mood, lean and fat mass, and bone mineral density in hypogonadal men. J Clin Endocrinol Metab. 2004; 89(5) : 2085-98. 10. Lunenfeld B et al. Aging Health 2009; 5(2) :227-245

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 52

17/12/12 16:50

9640_u


9640_urobel_2012-025_verpl.indd 5331 9646_Urobel2012_28_verpl.indd

2/03/12 13:18 17/12/12 16:50


VOOR U GELEZEN - LU POUR VOUS

China treft seniorenvriendelijke maatregelen Omdat ook de Chinese bevolking sterk veroudert en de helft van de senioren ver weg woont van zijn/ haar kinderen, heeft de overheid er tal van maatregelen genomen.

15 miljard aan basismateriaal voor de instellingen voor geestelijke gezondheidszorg en 6 miljard aan opleidingen voor het personeel. Statistieken wijzen uit dat van de zestigplussers 4,2 % getroffen zijn door dementie en deze graad stijgt tot 30 % boven de 85 jaar. Maar 1 % van de Alzheimer patiënten krijgt professionele hulp: de dure behandelingskost valt buiten de ziekteverzekering.

Vorig jaar telde China 123 miljoen zestigplussers, volgend jaar zouden het er 200 miljoen zijn en tegen 2020 maar liefst 248 miljoen, bijna twintig procent van de bevolking. Van de senioren leeft 60 % op het platteland, en daar is er haast geen sprake van een verzorgingsnet. LEGE NEStEN Bovendien is uit een steekproef bij 20 000 Chinese senioren gebleken dat de helft van hen ver weg woont van hun kinderen. Dit grote aantal “lege nesten” zal de diensten voor bejaardenzorg onder druk zetten. 75 % van de stedelijke senioren en 71 % van de rurale hebben hun eigen woning. Meer dan 95 % in beide gevallen hebben een ziekteverzekering. Probleem is dat China te weinig beschikt over verpleegsters die bij de senioren thuis hun zorgen verlenen. LIEVER tHUIS Drie kwart van de senioren lijden aan chronische ziekten en 14 % geloven verzorging nodig te hebben, maar amper 11 % van de stedelijke en 12 % van de landelijke senioren ziet het zitten om naar een bejaardentehuis te verhui-

zen, omwille van de slechte reputatie die ze hebben. Homes met betere diensten zijn voor mensen met de lagere en middelhoge inkomens immers niet betaalbaar. DEMENtIE In de wijkgebonden gezondheidscentra beschikt men niet over voldoende middelen om dementie in een vroeg stadium op te sporen en in de psychiatrie zijn er maar 1,58 bedden per 10.000 personen beschikbaar. In de rest van de wereld is dat 4,35 op 10 000. Van 2010 tot 2012 besteedde de Chinese overheid

VOEDING Een nationale campagne van de Federatie van Buurtgezondheidscentra en Nestlé zet gezonde voeding voor ouderen in de kijker. Omdat gezondheid van hart en vaten het belangrijkste is voor de doelgroep, brengt Nestlé speciale melkpoeders en andere producten voor ouderen op de markt. In de buurtgezondheidscentra van 300 steden kunnen senioren ook terecht voor een gratis hartonderzoek. Cultuur De Chinese overheid is ook van plan om meer culturele faciliteiten voor senioren te voorzien. Concreet wil men musea, galerijen en bibliotheken gratis toegankelijk maken, of toch minstens een voorkeurtarief toepassen.  Bron: Chinasquare.be Gelezen in fytytoo.be: Website voor jonge en dynamische 50+plussers

Japanse pamper verschoont je tijdens slaap

Gelezen in nieuwsblad.be

Een nieuw Japans hulpmiddel tegen incontinentie moet de uitvinding van de eeuw worden. De Robohelper Love merkt het als je je behoefte doet tijdens je slaap, zuigt de uitwerpselen in een opvangbakje en maakt je daarna ook nog eens volledig schoon. ‘Ideaal om de thuisverplegers te helpen en zo de Japanse vergrijzing tegen te gaan’, zeggen de makers. De U-vormige pamper past perfect tussen de benen van de drager en bevat een sensor die opmerkt wanneer je je behoefte doet. Vervolgens wordt een afzuigmechanisme in werking gezet dat de uitwerpselen naar een achterliggend opvangbakje voert, en worden je edele delen met water, zeep en een droogblazer weer helemaal schoon gemaakt. Volgens de makers is de Robohelper gemaakt om zorgverleners te ontlasten, vooral ’s nachts. De vraag naar incontinentieproducten in Japan stijgt zeer snel aangezien de bevolking er massaal vergrijst. Bovendien kan een dergelijk hulpmiddel voor het eerst gehuurd worden via de sociale verzekering. De Robohelper Love kost 580.000 yen, zo’n 5.795 euro. Huren kan al vanaf 30 euro per maand. 

Sa ww

54

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

201109

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 54

17/12/12 16:50


EEN VEELZIJDIG WERELDLEIDER IN DE GEZONDHEIDSZORG, GERICHT OP DE BEHOEFTEN VAN PATIËNTEN

© Elie Bernager / Stone / Getty Image

SANOFI,

Onze strategie is gebaseerd op drie belangrijke pijlers: meer innovatie in R&D, het benutten van externe groeimogelijkheden en een bedrijfsmodel dat is aangepast aan toekomstige kansen en uitdagingen. Sanofi’s sterkten manifesteren zich in 6 groeiplatformen: opkomende markten, vaccins, consumer health care, diabetes, innovatieve producten en diergeneeskunde. Door de acquisitie van Genzyme heeft Sanofi haar expertise op het gebied van biotechnologie en zeldzame aandoeningen versterkt. Met de wereldwijde productiesite van Genzyme in Geel omvatten Sanofi’s activiteiten in België het volledige spectrum van de (bio)farmaceutische ontwikkeling: van onderzoek en klinische studies tot de productie en het op de markt brengen van innoverende geneesmiddelen.

Sanofi - Culliganlaan 1C - 1831 Diegem www.sanofi.be - www.sanofi.com - www.sanofi.tv

20110908_AP Profil A4FR.indd 1

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 55

21/09/2011 15:25:12

17/12/12 16:50


VOOR U GELEZEN - LU POUR VOUS

Waarom krijgen mannen ’s nachts een erectie? Het is een vraag die ouders van jonge jongens onherroepelijk een keer aan de ontbijttafel gesteld krijgen: waarom worden ze wakker met een erectie? Vaders zullen zeggen dat het een normaal verschijnsel is en dat een ochtenderectie heus niet betekent dat je seks wilt. Maar welke bedoeling heeft de natuur er dan mee? Mannen hebben ’s nachts reflex-erecties, verduidelijkt huisarts en seksuoloog Peter Leusink: erecties die worden gereguleerd door het onwillekeurige zenuwstelsel. Opmerkelijkj genoeg staat het mannelijk geslachtsdeel in wakkere toestand automatisch ‘aan’ zegt hij, ook zonder seksuele prikkels, maar er zijn twee gebieden in de hersenstam die ervoor zorgen dat die wat precaire situatie niet standhoudt. Via zenuwbanen, die via het ruggenmerg door het bekken naar de penis lopen, regelen de centra dat de penis gewoonlijk slap is. Maar tijdens de remfasen van de slaap zijn die gebieden geblokkeerd en dan kan het geslachtsdeel zijn gang gaan. Mensen hebben gedurende hun slaap

56

gemiddeld vijf à zes van die remperioden, die ongeveer 20 minuten duren. Al die tijd houdt de erectie aan. Meestal merken de mannen daar niets van, zegt Leusink, maar tijdens de laatste remslaap worden ze sneller wakker. En dan merken ze die erectie op. Wie ontwaakt zonder erectie, zat dus voor het wakker worden niet in een remfase. Over de functie van nachtelijke erecties bestaat alleen een vermoeden, zegt Leusink. “Organen die weinig worden gebruikt, functioneren minder. Kennelijk heeft de natuur het zo geregeld dat er ’s nachts regelmatig doorbloeding van de penis plaatsvindt zodat verval uitblijft.” Voor die stelling bestaat alleen indirect bewijs. Mannen met slaapapneu bijvoorbeeld, die te weinig remslaap krijgen, hebben vaker last van erectieproblemen. Hetzelfde geldt voor mannen die slaappillen slikken. “Anderzijds houden mannen de zaak bij door te masturberen. En mannen die een tijd weinig of geen seks hebben, krijgen daarna toch prima erecties.” Bij erectieproblemen kunnen reflex-erecties informatie leveren over de aard van de problematiek. Als het mannelijk lid hapert bij de seks

maar ’s nachts wel zijn best doet, is er geen sprake van biologische oorzaak. De meest gebruikersvriendelijke manier om dat te checken is de postzegeltest: een rijtje postzegels afscheuren, die tot een cirkel lijmen en om de penis doen. Als het strookje de volgende morgen is gescheurd, heeft zich ’s nachts een erectie voorgedaan. Maar die methode is al jaren uit de gratie, zegt Leusink, omdat zij onbetrouwbaar is. “Zo’n postzegellint kan ook spontaan scheuren.” De postzegels zijn vervangen door een vilten bandje met een elektrode: de rigiscan. En nu komt het: vrouwen hebben ’s nachts ook erecties, maar dan in miniformaat. “ De clitoris is een zwellichaam dat op dezelfde wijze wordt gereguleerd als het mannelijk geslachtsorgaan en ook reageert tijdens de remslaap”, aldus Leusink. Het gaat om een minimale zwelling die vrouwen, zelfs bij het ontwaken, vermoedelijk niet zullen opmerken.

Gelezen in DeMorgen van zaterdag 27 oktober 2012 ‘Uit de Wetenschap’ Auteur: EDV

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 56

17/12/12 16:50

Naamlo


Care at home

WIJ GEVEN U EEN TIP… Al meer dan 25 jaar vertrouwen onze eindgebruikers in onze Ergothan-tip, bij de SafetyCat® veiligheidskatheter. De flexibele en stabieletip past perfect bij de conische vorm van de plasbuis en voorkomt beschadigingen. De zacht afgeronde katheter ogen zorgen voor een veilige en zachte katheterisatie. Alle katheter systemen zijn uitgerust op basis van de SafetyCat® veiligheid katheter. 1 nieuw: Liquick Base veiligheidskatheter met zacht afgeronde katheter ogen en hydrofiele coating. 2 flexibele, conische Ergothan-tip voor vlotte, atraumatische insertie van de katheter. 3 blauwe katheterhuls voor veilige en hygiënische insertie van de katheter zonder aanraking met de vingers.

Ergothan-tip: Zeer flexibel en lage weerstand in de plasbuis.

Voor meer informatie: Teleflex Medical BVBA · Woluwedal 30 bus 3 · 1932 Sint-Stevens-Woluwe · België Tel.: +32 (0)2 333 24 60 · Fax: +32 (0)2 332 27 40 · info.be@teleflex.com

Naamloos-2 1 9646_Urobel2012_28_verpl.indd 57

6/09/12 16:50 13:20 17/12/12


1x

Op basis van Cranberry

MONURELLE ANNONCE 150x210#2.indd 1

Physicians_79.indd 9646_Urobel2012_28_verpl.indd 11 58

/dag

101101CRAN

IN ALLE ZACHTHEID URINEREN ? MONURELLE, UW NATUURLIJKE OPLOSSING.

vitamine C

22/11/10 13:03:40

23/05/11 17/12/12 10:59:35 16:50


NIEUWS & INNOVATIES - NOUVELLES & INNOVATIONS

Les laboratoires Lilly annoncent la nouvelle indication de la spécialité : Cialis® 5 mg en prise quotidienne.

eli Lilly deelt bij deze de nieuwe indicatie mee van de specialiteit: Cialis® 5 mg dagelijkse inname.

Cialis® 5 mg en prise quotidienne est indiqué dans le traitement des signes et symptômes de l’hypertrophie bénigne de la prostate chez l’homme adulte.

Cialis® 5 mg dagelijkse inname is geïndiceerd voor de behandeling van tekenen en symptomen van benigne prostaathypertrofie bij volwassen mannen.

Cialis® est également indiqué dans le traitement de la dysfonction érectile chez l’homme adulte. Une stimulation sexuelle est nécessaire. Il n’est pas indiqué chez la femme.

Cialis® is tevens aangewezen voor het behandelen van erectiestoornis bij volwassen mannen. Seksuele stimulatie is hierbij nodig. Het product is niet aangewezen voor gebruik bij vrouwen. De aanbevolen dosering is 1 tablet Cialis® 5 mg per dag, idealiter in te nemen op hetzelfde moment van de dag, al dan niet bij de maaltijd. Cialis® 5 mg dagelijkse inname is onderworpen aan medisch voorschrift en is beschikbaar in verpakking van 28 tabletten. 

101101CRAN

La dose recommandée est de 1 comprimé de Cialis® 5 mg pris quotidiennement idéalement au même moment de la journée avec ou sans nourriture. Cialis® 5 mg en prise quotidienne est soumis à la prescription médicale et se présente en conditionnement de 28 comprimés. 

:03:40

10:59:35

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 59

59

17/12/12 16:50


Calcivit DK2

PP 60 comp. 12,95 € PP 180 comp. 30,95 €

Vitamine K2 : le chaînon manquant pour le maintien d’os solides

*

Nouve

au!

Vit. K2 stimule l’assimilation du calcium par les os**

60

C

om pr

Comprimés à croquer au goût citron agréable

i m és

Une triple alliance unique au prix le moins cher Par comprimé à croquer

pr

i

é

àc

ipt cr

m

22.5 µg Vit. K2

es

o 1c m

ion

500 mg Calcium + 300 UI Vit.D3 +

ro q

u u er p ar j o u r o u s

n iva

tp

r

Nouveau!

* Iwamoto et al, J Orthoped Sci 2004 ;5(6) :546-51 |** Vit K : Knapen et al ; Osteop Int 2007 ;18 :963-72

Calcivit DK2_pub A4_NL_FR_def_HR.indd 2 9646_Urobel2012_28_verpl.indd 60

60

és

60

Co

m p ri m

NUT1050/4 CNK 2845-204

13-1-2012 10:07:15 17/12/12 16:50


5€

NIEUWS & INNOVATIES - NOUVELLES & INNOVATIONS

5€

Medische beeldvorming Urologie

GENT 20/09 - Eind jaren ’90 begon de dienst Radiologie en Medische Beeldvorming van het UZ Gent met de eerste onderzoeken naar het prostaat metabolisme bij patiënten. Tot 2002 gebeurde dat met tweedimensionele beeldvormingstechnieken, waarbij slechts een (klein) deel van de prostaat onderzocht werd. Tien jaar geleden kwam er echter een nieuwe 3D-methode die de volledige prostaat in beeld brengt : de MRI. Een revolutie in de aanpak van prostaataandoeningen. “De MRI-techniek was meteen de start van een intensieve onderzoekslijn waarin al meer dan 2000 patiënten zijn onderzocht”, zegt prof. dr. Geert Villeirs van de dienst Urogenitale Radiologie. Het onderzoek werd mogelijk dankzij een intensieve multidisciplinaire samenwerking tussen de diensten Radiologie en Medische Beeldvorming, Urologie en Radiotherapie.

Prostaatkanker is in ons land de meest frequente tumor bij de man. Veel van die tumoren geven echter nooit aanleiding tot klachten. Geert Villeirs: “Tegenwoordig worden de meeste tumoren ontdekt naar aanleiding van een gestegen PSA-waarde in het bloed, vaak gevolgd door een prostaatbiopsie. MRI met spectroscopie is een soort scan die de meest agressieve tumoren kan aanduiden of uitsluiten”. “Bij gestegen PSA maakt een afwijkende MRI het mogelijk om een gerichte biopsie te verrichten en uiteindelijk de beste behandeling te kiezen, terwijl een normale MRI een nodeloze biopsie net kan voorkomen of een afwachtende houding doen aannemen bij relatief ongevaarlijke tumoren. Door op die manier overdiagnose en overbehandeling te helpen voorkomen, zal de rol van MRI in de toekomst alleen maar groter worden.” voegt de radioloog er nog aan.  Auteur: F.D. Bron: Persbericht UZ Gent

p ti

on

!

uZ Gent maakt balans op van 10 jaar mri van de prostaat

au!

és

0

im

050/4 5-204

10:07:15

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 61

61

17/12/12 16:50


HOSPITHERA,

YOUR PARTNER IN VITAL CARE CURAN, Specialist in intermittent catheterization & urology products

• 30 pieces packaged • Polished Eyelets • Compact Design

• Water pocket •Blue Grip® • Polished eyelets

Compact ready to use female device

Hydrophilic coated catheters Ready to use with integrated water pocket

SAMPLES ON REQUEST - ECHANTILLONS GRATUITS SUR DEMANDE GRATISFREE STALEN OP AANVRAAG: 02/535 03 80 - info.interventionalcare@hospithera.com WWW.HOSPITHERA.COM

Naamloos-2 1

6/09/12 13:50

Injekt® Cysto

Williams

Flexible Injection Needle

Cystoscopic Injection Needle

Inject with confidence. Cook Medical offers both flexible and rigid needle options to provide treatment to the lower urinary tract (bladder neck, bladder wall and urethra). The Injekt® Cysto Flexible Injection Needle and Williams Cystoscopic Injection Needle are used for the injection of clinically approved therapeutic agents. Both options have a Chiba tip. Injekt Cysto also features a retractable, flexible PTFE sheath and can be placed through either a flexible or rigid cystoscope.

MEDICAL

For more information, contact us at urology-eu@cookmedical.com. © COOK 2012

cook_urobel2012-026.indd 1

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 62

URO-BEUADV-INJCWN-EN-201205

29/05/12 15:53

17/12/12 16:50


NIEUWS UIT DE VERENIGING - LES NOUVELLES DE L’ASSOCIATION

Continentiecursus CONtINENtIECURSUS De continentiecursus is van start gegaan met 15 deelnemers die het volledige traject volgen. Daarnaast zijn er ook nog cursisten die één of meerder modules volgen, specifi ek gericht op een bepaalde populatie van de patiënten. Meer info en inschrijving via de website. BRIEF MINIStER ONkELINx In een brief aan minister Onkelinx stelden wij de vraag naar de mogelijkheid om, in navolging van de diabetes en wondzorg, een lijst met referentieverpleegkundigen continentiezorg bekend te kunnen maken. De minister erkende de problematiek en het tekort in de zorg, doch had een aantal vragen ondermeer over de eindtermen van de opleiding, de beschikbaarheid in Vlaanderen en Wallonië en eventuele financiering van adviezen, zorgen. We proberen hier in de toekomst een antwoord op te vinden. We roepen alvast onze Franstalige collega’s op die zich willen inzetten voor de oprichting van een Franstalige cursus om zich bekend te maken bij ons, zodat we samen kunnen werken aan de oprichting. Hogescholen met interesse mogen zich ook melden.

LEttRE AU MINIStRE ONkELINx Dans une lettre au ministre Onkelinx, nous avons demander d’investiger la possibilité d’organiser un listing des infirmières de référence de continence, comme les listings des références du diabète ou des soins de plaies. Le ministre reconnait les nécessités dans le soins des patients incontinents mais nous demande des infos sur la formation, les resources, et aussi si le programme est organisé aussi en Wallonie. Jusqu’à maintenant, nous avons entamés deux fois d’organiser un tel programme, mais sans succès. Nous font un appel à tous qui veulent participer pour organiser un programme francophone sur l’incontinence et aussi auprès des écoles qui veulent organiser le cours ensemble avec Urobel. (voorzitter.urobel@telenet.be )

NAMIDDAG VAN DE UROStOMAPAtIËNt Op zaterdag 1 december organiseerden we samen met Stoma-Ilco Gent en Keerbergen de 11de namiddag van de urostomapatiënt.

PROStAAtCURSUS 2013-2014 Najaar 2013 denken we eraan een nieuwe cursus prostaatverpleegkundige op te starten. Voorziene opstart is november 2013. URO-ONCO DAGEN Begin 2012 organiseerden we voor de eerste maal de uro-oncodagen. Binnen de reeds bestaande oncologische opleidingen zien we dat de urologische oncologie slechts heel sporadisch aan bod komt. Zo worden er 4 uur besteed aan zowel het medische als verpleegkundige luik. Wij zijn van mening dat we binnen deze 4 uur niet de specificiteit van de urologische oncologie kunnen belichten en plannen daarom een nieuwe sessie uro-onco dagen in het voorjaar 2013.

Binnen de stomaverenigingen zijn de urostomapatiënten meestal een minderheid. Om deze mensen toch een forum te bieden organiseren wij samen met Stoma-Ilco en steun van de firma’s een namiddag specifiek voor urostomapatiënten. Dr. Mortelmans en het Imelda ziekenhuis Bonheiden waren zo vriendelijk om samen met ons deze namiddag te organiseren. Een 50-tal patiënten en verwanten namen deel aan deze namiddag. PLANNEN VAN DE VERENIGING Half december organiseren we onze laatste bestuursvergadering van dit jaar. Daarin willen we terugkijken naar 2012, maar voornamelijk vooruit kijken naar 2013. Hier al een tipje van de sluier voor onze plannen van 2013. Na de vergadering zullen we zelf een betere kijk hebben op onze kalender en die zo vlug als mogelijk kenbaar maken.

Vermoedelijk zullen we 2 x 2 dagen organiseren waarbij de tumoren van blaas, nier, prostaat, testes, … aan bod zullen komen, zowel vanuit medisch maar ook vanuit verpleegkundig standpunt. Houd de website in het oog, of stuur ons een mailtje als je een uitnodiging wil ontvangen. DOCENtENDAG De docentendag zal weer voorzien worden in september. We zijn nog op zoek naar een school die die dag samen met ons wil organiseren en naar items die jullie willen aan bod zien komen. Kandidaten kunnen contact opnemen via mail: voorzitter.urobel@telenet.be.

VOCHtLEtSELS EN INCONtINENtIE Op vraag van het werkveld bekijken we de mogelijkheden om een avond, namiddag te organiseren rond vochtletsels en incontinentie. Meer info volgt. 

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 63

63

17/12/12 16:50


NIEUWS UIT DE VERENIGING - LES NOUVELLES DE L’ASSOCIATION

Winnares Jeanne Leën

Verkiezing continentie verpleegkundige van het jaar 2012 ER WAREN 3 GENOMINEERDEN

Naar stilaan jaarlijkse traditie heeft op 26 oktober de verkiezing plaatsgehad van de CONTINENTIE VERPLEEGKUNDIGE van het Jaar 2012. Dit is een organisatie van Wellspecthealthcare (vroeger Astra Tech).

Raina Ablorh, UZ Gent, dienst revalidatie, “Nycturie bij patiënten met een ruggenmergletsel” Ann Dobbelaere, WGK Oost-Vlaanderen, “Bladderscan in de thuiszorg”. Jeanne Leën, UZ Leuven dienst urologie, “Fistels in Afrika, bittere naweeën na langdurige arbeid”. De aanwezigen beoordelen de sprekers en zo wordt op een objectieve wijze de winnaar verkozen. Jeanne Leën werd dit jaar de verdienstelijke winnares. Ze kreeg de gouden katheter speld en een cheque van 1000 euro. De cheque zal goed besteed worden aan het project in Kongo waaraan zij vrijwillig meewerkt. Cel Vandewinkel

Hier ziet u van links naar rechts Raina Ablorh, Ronny Pieters (voorzitter urobel), winnares Jeanne Leën en Ann Dobbelaere.

64

Ronny Pieters spelt Jeanne de gouden katheter op.

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 64

17/12/12 16:50


NIEUWS UIT DE VERENIGING - LES NOUVELLES DE L’ASSOCIATION

ICS Congress CHiNA 2013 We were there …

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 65

65

17/12/12 16:50


NIEUWS UIT DE VERENIGING - LES NOUVELLES DE L’ASSOCIATION

China …

enkele indrukken Half oktober vond het 42° ICS (International Continence Society) plaats in Peking, China. China is een groot land, een heel groot land. Een fascinerend land met een duizenden jaren oude geschiedenis. Bijna nergens vind je zoveel contrasten: het nog bijna middeleeuwse platteland en de 21e eeuwse dynamiek van de grote steden. De Chinezen zijn met veel, héél veel. En dat hebben we geweten. Enkele mensen van het bestuur van urobel namen deel aan het ICS congres. Met een lange aanloop vooraf, want zij begonnen de weken vooraf met een bezoek aan Shangai. Een stad met 2.500 nieuwe wolkenkrabbers, moderne autostrades met fl y-overs van vele verdiepingen, kilometerslang afgeboord met verzorgde kleurrijke bloemenbakjes. Overal mensen met borstel en vuilbak, nergens een spoor van afval. Je gelooft je ogen niet. Een bezoek aan een wolkenkrabber brengt je maar liefst 450 m hoog. Op het glazen platform boven op de top mag je geen hoogtevrees hebben. Enkele hoogtepunten: X’ian, met duizenden terracottakrijgers die de keizer moesten beschermen in het hiernamaals. Het Karstgebergte met zijn mysterieuze toppen omringd door mistige nevels.

De Chinezen rochelen hun longen binnenstebuiten. Vooral in de vele propere openbare toiletten is het altijd schrikken van die bronchiale geluiden. Sommige Chinezen dragen ook een mondmasker in het stadsverkeer. Op de perrons van de metro is het drummen. Maar zonder agressie. Ook geen sorry bij het zachte duwwerk. Zij ritsen zoals in het drukke verkeer alsof men aanvoelt wie er voorrang zal nemen. Toch even wennen en uitkijken bij het groene licht. Koning auto van de rijke Chinees parkeert zich vlot midden het voetpad. De vele bromfietsen hoor je niet meer want allen zijn ze elektrisch aangedreven. Des te meer hoor je hen toeteren. Dus toch een sterk milieubewustzijn? Tien jaren geleden was dat anders: veel lawaai en luchtverontreiniging. Peking werd op de kaart gezet door de Olympisch spelen van 2008. De uitbouw van het olympisch dorp, de architecturale hoogstandjes, het vogelnest en de watercube, de overal aanwezige beeldende kunst, … van heinde en verre komen de bezoekers. Met open mond, vol verbazing kijken ze naar de buitengewone realisaties. De toeristische industrie draait op volle toeren. Ook wij westerlingen waren dikwijls een toeristische attractie. Samen met de jeugd op de foto, lachen en gibberen, praten met handen en voeten … leuk.

Een massaspeltakel uitgevoerd door vele acteurs op het water, en geregisseerd door de mensen die de openingsceremonie van de olympische spelen creëerden. Vissers die de aalscholvers gebruiken om makkelijk vis te vangen. De hongerige dieren krijgen een ring om de nek zodat ze de vis niet kunnen doorslikken. Gaia moest het zien ! De grote muur die duizenden kilometers over de bergen slingert en bescherming moest bieden tegen invallende Mongolen.

66

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 66

17/12/12 16:50


NIEUWS UIT DE VERENIGING - LES NOUVELLES DE L’ASSOCIATION

Chinezen zijn fiere mensen. Met veel geduld schuiven zij aan in de rij van meer dan één kilometer om een groet te brengen aan hun voorganger Mao. Ook hebben ze veel te danken aan Deng Xiaoping die gezorgd heeft voor veel welvaart. Zijn onderdrukking van de opstand op het Tiananmenplein lijkt vergeten. Maar de grote aanwezigheid van politiecombi en de ontelbare camerabewaking doen vermoeden dat we niet alles weten. Zij misschien wel. De jonge militairen in te grote uniformen paraderen er als marionetten. Fier, rechtop, strenge blik. Vanuit hun spleetooghoeken houden ze alles in de gaten en blaffen de toeristen af die perse een foto willen nemen. In de Hutongwijken zien we de gewone bewoner. ’s Morgens doen ze de Tai chi. Vooral oudere bewoners gooien en stretchen dan hun ledematen. Om jaloers op te zijn. Ook hangen ze hun vogelkooitjes in de bomen van de straat en tot diep in de nacht laten ze hun vliegers op in het Olympisch dorp .

de behandeling van drugsverslaving, autisme, fertiliteit zou deze therapie soelaas brengen. De laatste avond trokken we onze stoute schoenen aan. Eerder slopen we binnen in een ziekenhuis met traditionele geneeskunst (foto) maar nu bezochten we een klassiek gewoon ziekenhuis en zochten naar de afdeling urologie. Met handen en voeten stelden we ons voor aan de uroloog van dienst en zijn lieve verpleegster. Snel was de argwaan verdwenen en kregen we een summiere rondleiding op de afdeling van 30 patiënten. Smalle gangen, kleine kamers, schamele voorzieningen. Ook vele bedden op de gang. Geen infrastructuur zoals wij die kennen. Allicht zijn er grote moderne ziekenhuizen. Maar hier trokken we grote ogen. Wat een contrast met de moderne openbare gebouwen van het olympisch dorp. Ach ja, ziekenhuizen zijn nu eenmaal geen toeristische trekpleisters. Toch werden we verrast door het warme hart van de gezondheidswerkers. Veel dank aan de mensen van urologie in dit ziekenhuis. Het tijdschrift zit op de chinese post richting Peking.  Verslag Paul db, redactie urobel

Graag gingen we ook eten in de restaurants van Peking waar de Chinezen eten. Meestal lekker, soms ook niet. Hun stoofpotje dat zij voorstelden was lekker. Achteraf vernamen we dat het een gerecht met paddenvlees was. Brrrr… maar toch lekker ! In het nationale congrescentrum van Peking ontmoetten 62 nationaliteiten elkaar. Velen met een bijdrage onder de vorm van posters of een spreekbeurt. Ook Belgen, Vlamingen en Franstaligen. Grote en kleine stapjes worden gezet in de medische urologische wetenschappen. China zou zonder de traditionele geneeskunst China niet zijn. Meer daarover mochten we horen in de uiteenzetting van professor Ji-Sheng Han van de universiteit van Peking die aan de hand van tabellen en cijfers het nut aantoonde van accupunctuur in de pijnbestrijding, zowel pre-, als postoperatief. Ook in

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 67

67

17/12/12 16:50


NIEUWS UIT DE VERENIGING - LES NOUVELLES DE L’ASSOCIATION

Congrès Urobel: Prise en charge de la lithiase urinaire Une belle journée de congrès à Bruxelles, dans le Square, simultané au congrès BAU. Irena Fele nous a piloté dans une demi-journée sur la prise en charge des lithiases urinaires. Une pratique de tous les jours dans les services d’urologie et les urgences des hôpitaux. Les deux collègues de l’ULG (Mme. Delhalle et Franchimont) nous ont présentés le parcours d’un patient avec coliques néphrétiques et les premiers soins à donner. Aussi les observations et l’usage des antidouleurs sont primordiaux lors des coliques.

On a aussi fait attention à la prévention ; passant par l’intérêt de l’analyse des lithiases (Pr. Cotton) et les mesures diététiques. (Pr. Tielemans) Pour finir, nous avons fini avec un bon déjeuner et assez pour boire. Clôture d’une session intéressante.  Avec tous les remerciements pour les organisateurs ; présidés par J. Gilsoul.

La lithotripsie (Mr. Leroy et Pr. Opsomer) est devenu la thérapie du premier instant, mais demande un personnel spécialisé, travaillent en équipe avec les urologues. L’urétéroscopie (dr. Nesa) reste un geste invasif , avec des dangers potentiels pour les patients, donc doit être effectué avec les plus grands soins. Pour finir les traitements invasifs , la chirurgie percutanée (Mme Lemmens et Godissart et dr. Pontus) n’a plus des secrets pour l’audience.

68

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 68

17/12/12 16:51


9646_Urobel2012_28_verpl.indd 69

17/12/12 16:51


UROBEL MAGAZINE 2013 SPECIALE DOSSIERS

maart - mars 2013 stenen in de urologie Een deel van de urologie bestaat uit de behandeling van patiënten met stenen. Gaande van nier- tot blaasstenen, van microfragmenten tot golfbalgrootte. De behandeling van stenen is in de laatste jaren geëvolueerd naar minimaal invasief. Toch hebben stenen nog een belangrijke impact op de urologische zorg. Uw techniek, uw case study kan een plaats krijgen. 

juni - juin 2013 De urologische materiaalkast Binnen de urologische zorgverlening zijn we dikwijls afhankelijk van de juiste materialen om een kwalitatieve zorg te verlenen. De ontwikkeling van materialen heeft niet stil gestaan. Trek de kast open en vertel ons over het materiaal dat voor u de patiëntenzorg, de operatie, het technisch onderzoek verbeterd heeft. 

Lithiases en urologie Une partie de l’urologie concerne le traitement de patients présentant des lithiases. Il peut s’agir de lithiases rénales ou vésicales, allant de microfragments à des lithiases de la taille d’une balle de golf. Le traitement des lithiases a évolué ces dernières années vers des procédures minimales invasives. Malgré cela, les lithiases exercent toujours un impact important sur les soins urologiques. Votre technique, votre étude de cas peut se voir attribuer une place. 

oktober - octobre 2013

Dans les prestations de soins urologiques, nous dépendons souvent des bons matériaux pour assurer des soins de qualité. Le développement des matériaux n’a cessé de progresser. Ouvrez votre placard et dites-nous-en plus sur le matériel qui, à vos yeux, a amélioré les soins aux patients, les interventions chirurgicales, les examens techniques. 

december - décembre 2013

Blaaskanker

De moeilijke beslissing

Dit blijft een van de belangrijkste doodsoorzaken binnen de urologie. Wat is er veranderd? Winnen we levensverwachting en kwaliteit? Hoe gaan we om met de patiënt met blaaskanker. Uw verhalen, uw cases zijn welkom. 

Zoals bij de blaaskanker wordt je als uroloog regelmatig geconfronteerd met het meedelen van slecht nieuws. Ook als verpleegkundige moet je soms beslissingen nemen die niet altijd makkelijk zijn. Zelfs de patiënt moet keuzes maken. En hoe gaan we om met de keuzes die de patiënt maakt? Naast de technische zorg is dit de menselijke kant van de urologie. Uw moeilijke beslissing kan een leermoment zijn voor anderen. 

Les cancers de la vessie Ceux-ci demeurent l’une des principales causes de décès en urologie. Qu’est-ce qui a changé ? Observe-t-on des progrès en termes d’espérance et de qualité de vie ? Comment traitons-nous les patients atteints de cancer de la vessie ? Vos récits, vos descriptions de cas sont les bienvenus. 

70

Le placard urologique

La décision pénible Comme dans le cas d’un cancer de la vessie, l’urologue se trouve souvent confronté à l’obligation d’annoncer une mauvaise nouvelle. De son côté aussi, l’infirmier/ère doit parfois prendre des décisions qui ne sont pas toujours faciles. Même le/la patient(e) doit faire des choix. Et comment abordons-nous les choix opérés par le/la patient(e) ? Outre les soins techniques, il est question ici de l’aspect humain de l’urologie. Votre décision pénible peut être une source d’enseignement pour d’autres. 

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 70

17/12/12 16:51


FAITS DIVERS

nijlpaard Lambiki sterft tijdens operatie In de zoo van Antwerpen is Lambiki gestorven, het jongste nijlpaard. Het dier van bijna drie zou gecastreerd worden, maar het liep fout bij de verdoving. Lambiki stopte met ademen, kort nadat hij was geraakt met de pijl van een verdovingspistool. Lambiki moest gecastreerd worden omdat zijn hormonen zouden beginnen te werken, en dan zou hij gaan vechten met zijn vader, en verliezen. Het nijlpaard leefde samen met zijn vader, zijn moeder en zijn grootmoeder. Het kon ook niet terecht in een andere dierentuin.  Belga 05/10/2012

je hebt vrienden … en echte vrienden …

Viagra voor vrouwen: opwinding via de neus Een neusspray die zin in seks bij vrouwen moet bevorderen wordt momenteel klinisch getest in Australië en Canada. De onderzoekers zijn op zoek naar een honderdtal dames die deze vrouwelijke variant van viagra willen uitproberen. De opwindende neusspray kreeg de naam Tefina mee. Het is een testosterongel die door het lichaam geabsorbeerd wordt via de neus. Het proces duurt een paar minuten en de impact op het libido van vrouwen zou zichtbaar worden binnen enkele uren. Met deze vrouwelijke viagra wordt vooral gemikt op dames met FOD (kort voor Female Orgasmic Disorder), een stoornis die ervoor zorgt dat orgasmes langdurig worden uitgesteld of zelfs helemaal uitblijven. Eerder onderzoek toonde al aan dat vrouwen de helft minder orgasmes ervaren dan mannen. VOOR- EN tEGENStAND “Seksuele dysfunctie bij vrouwen is een reëel probleem. We vermoeden dat zo’n 43 procent van alle vrouwen er last van heeft. Heel wat mensen stellen dat een vrouwelijke variant van viagra pure geldklopperij is,

maar in feite is er echt nood aan een oplossing voor dit veelvoorkomend probleem”, stelt dokter Fiona Jane van de Melbourne Monash universiteit. Anderen kanten zich dan weer tegen het medicaliseren van hoe vaak een vrouw al dan niet een orgasme ervaart. Ze noemen het een stunt van de farmaceutische sector. “Het is duidelijk dat vrouwen goed moeten overwegen wat hun beweegredenen zijn om een medicijn als Tefina te nemen. Het gebruik van vrouwelijke viagra is een persoonlijke keuze en de toegang tot dergelijke uitvindingen moet vrij zijn. Ervan uitgaande dat het veilig en effectief is, beslissen we zelf het best of en hoe we ze gebruiken”, klinkt de gulden middenweg tot slot.  Door: Lynn Formesyn - 04/11/12, 14u08 Bron: Huffington Post

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 71

71

17/12/12 16:51


KLEINSTE KAMERTJE - LA PETITE CHAMBRE

Hoe werken de toiletten op het vliegtuig?

Luxetoiletten in Park Spoor Noord gemiddelde badkamer, inclusief spotlampen en modern lavabootje. Volledig zelfreinigend en gratis.

Je hebt er misschien al gebruik van gemaakt, maar heb je je ooit afgevraagd hoe de toiletten op een vliegtuig werken? Dan kom je dat nu te weten.

Van zodra u het toilet verlaat, wordt niet enkel het toilet zelf, maar ook de vloer proper gemaakt, door ingebouwde sproeiers tegen de muren. Eens binnen hebt u maximaal tien minuten de tijd, wat ruim voldoende zou moeten zijn, daarna klikt de deur vanzelf weer open.

Je kan het niet vergelijken met het toilet dat bij je thuis staat. Op het vliegtuig staan de cabines namelijk onder druk. Bovendien beschikken de toiletten niet over een vol waterreservoir omwille van turbulentie.

Het nijpend toilettekort in Park Spoor Noord was een oud zeer. Vooral in de zomer konden de wachttijden oplopen tot meer dan een half uur.

De wc’s zijn uitgerust met het Kempersysteem: het toilet wordt leeggemaakt met een pneumatische vacuümpomp. Die zuigt alles met een fractie van een liter water naar een centrale opslagtank. Die wordt na elke vlucht leeggemaakt. 

Antwerpen-Noord (2060) Verlossing. In Park Spoor Noord werden gisteren de langverwachte, zelfreinigende toiletten geïnstalleerd. Ook de Rooseveltplaats kreeg zo’n luxecabine. Een vreemde, grijze cabine die gisteren plots opdook onder de brug aan de skatebowl in Park Spoor Noord. De cabine bestaat uit twee urinoirs en twee luxueuze toiletten naast elkaar, waarvan eentje uitgerust voor mindervaliden en om luiers te verversen. Groter dan de

Park Spoor Noord is niet de enige locatie met zulke toiletten. Vorige week werd een soortgelijke cabine geïnstalleerd op de Rooseveltplaats, binnenkort komt er ook een op het Astridplein. Ook verschenen er in de stad sinds juni zes zelfreinigende urinoirs: op de Ossenmarkt, het De Coninckplein, het Sint-Jansplein, de Lange Lobroekstraat, de Trapstraat en op de Ernest Van Dyckkaai.  GDew Foto’s: EVDJ GVA 15.11

de nieuwe generatie …

72

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 72

17/12/12 16:51


www.stella-performance.com

Snelle desinfectie voor uro-endoscopen dankzij Stella La désinfection simple et rapide des uro-endoscopes grâce à Stella Stella, de nieuwste generatie desinfectie-automaat, combineert eenvoud en functionaliteit met de unieke eigenschappen van Tristel Fuse als desinfectiemiddel. Stella zorgt voor een snelle en veilige hoog niveau desinfectie van uw flexibele cystoscoop. En dit in slechts 5 minuten!  Désormais, le robot-désinfecteur Stellla assure de par sa technologie novatrice une désinfection simple, rapide et validée. De plus Stella associé au désinfectant de haut niveau Tristel Fuse, vous permet l’utilisation des cystoscopes en toute sécurité… et ceci en 5 minutes ! Contacteer ons voor een prijsofferte of demo Contactez-nous pour un devis ou une démonstration Ecomed Belgium +32 11 28 12 06

Uw voordelen • Eenvoudig in gebruik en installatie  • Thermostabiele hoog niveau desinfectie • Traceerbare procedures • Efficiente en gevalideerde procesvoering • Snelle doorlooptijd van endoscopisch materiaal • Grotere patiëntveiligheid Vos avantages • Installation simple et facile à l’emploi • Désinfection thermostable de haut niveau • Processus de désinfection efficace et validé • Traçabilité pour chaque cycle • Réutilisation rapide des endoscopes • Une plus grande sécurité pour vos patients

info@ecomed.eu www.ecomed.eu

20120208 Adv_ecomed.indd 1

8/02/12 10:24

1 gram quercetin(e) 320 mg serenoa repens

Prostatodynie

60

tabletten/ comprim é Alleen verkrijgbaar in de apotheek/ Uniquement dispo nible chez le pharm acien

s

2 tabletten/dag 2 comprimés/jour

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 73

17/12/12 16:51


AGENDA Continentiecursus maandag 7 januari 2013 - Gent dinsdag 8 januari 2013 - Gent maandag 11 februari 2013 - Leuven

dinsdag 12 februari 2013 - Antwerpen woensdag 13 februari 2103 - Antwerpen maandag 11 maart 2013 - Vaalbeek 2-daagse dinsdag 12 maart 2013 - Vaalbeek 2-daagse

 Januari - Janvier 2013 PROFESSOR ELAUt PRIJS 2013 De dienst urologie op campus Sint-augustinus organiseert deze keer de Professor Elaut prijs in het Hilton Hotel Antwerp op 26 januari 2013 Antwerpen.

 Maart - Mars 2013 15-19/03/2013 - Milaan EAU + EAUN congres

 Augustus - Août 2013 26-30/08/2013 - Barcelona, Spain ICS 2013

Redactiesecretariaat en administratie / Secrétariat de rédaction et administration Ronny Pieters Urobel vzw - U.Z. Gent De Pintelaan 185 • 9000 Gent • België T +32 9 240 27 65 • F +32 9 240 38 89 Website : www.urobel.be E-mail : voorzitter.urobel@telenet.be

 Voorjaar 2013 Urobel Uro-oncodagen

met dANk AAN / merCi à touS:

De Redactieploeg o.l.v. Ronny Pieters voorzitter Urobel

Dank aan de Australische verpleegkundige die ons verwees naar het Australische pilootproject omtrent M.S. Nous remercions l’infirmière australienne qui a attiré notre attention sur le projet-pilote australien dans le domaine de la SEP.

Eveneens veel dank aan de toffe urologen en lieve verpleegkundigen van het “Beijing Anzhen Hospital” die ons warm onthaalden. Nous remercions également les super urologues et les gentilles infirmières du “Beijing Anzhen Hospital” pour leur accueil chaleureux.

LijSt VAN de AdVerteerderS / LiSte deS ANNoNCeurS AMGEN ASTELLAS PHARMA BESINS HEALTHCARE BENELUX BESINS HEALTHCARE BENELUX COLOPLAST COOK BELGIUM ECOMED ELI LILLY BENELUX FARMAFYT HOLLISTER HOSPITHERA IPSEN JANSSEN CILAG

74

P. 20 P. 75 P. 19 P. 53 P. 6 P. 62 P. 73 COVER 4 P. 73 P. 25 P. 62 P. 5 P. 13

JOHNSON LABORIE MEDICAL TECH MERCK CONSUMER HEALTHCARE OLYMPUS BELGIUM PFIZER SANOFI AVENTIS BELGIUM SIGMA-TAU PHARMA BELGIUM TAKEDA TELEFLEX MEDICAL BVBA TEVA PHARMA BELGIUM TEVA PHARMA BELGIUM THERABEL PHARMA WELLSPECT HEALTHCARE ZAMBON

P. 33 P. 42 P. 37 P. 42 P. 47 P. 55 P. 26 P. 69 P. 57 P. 41 P. 60 P. 34 COVER 2 P. 58

Advertentie-exploitatie / Exploitation publicitaire Tenacs o.h.p. publishing & communication bvba Roger Casteleyn Kortrijksesteenweg 220 9830 Sint-Martens-Latem • België T +32 9 225 82 04, F +32 9 225 03 76 E-mail : info@tenacs.be BTW BE 0417.377.340 RPR Gent Alle rechten voorbehouden. Tous droits réservés. Noch de redactie noch de uitgever kunnen aansprakelijk gesteld worden voor de inhoud van de artikelen en advertenties. Deze vallen steeds onder de verantwoordelijkheid van de auteurs, respectievelijk adverterende firma’s. La rédaction et l’éditeur déclinent toute responsabilité vis-à-vis le contenu des articles ou les annonces publicitaires. Toute responsabilité reste chez les auteurs, respectivement les firmes qui font de la publicité. UROBEL Magazine verschijnt vier maal per jaar in twee versies, een versie voor het urologische artsenkorps en een versie voor de urologisch verpleegkundigen. UROBEL magazine wordt bedeeld per post. UROBEL Magazine paraît quatre fois par an en deux versions, une version pour les urologues et autres médecins actif dans le domaine de l’urologie et une version pour les infirmi(è)er(e)s dans le domaine des soins urologiques. UROBEL Magazine est distribué par la poste.

2012/008/FEB12

Urobel Docentendag: meer info in volgende nummer

Dr. Nathalie Neirynck dr. Patrick Peeters Nefrologie, UZ Gent

Redactieraad / Comité de rédaction Prof. Dr. R. Andrianne Dr. J. Deganck Prof. Dr. K. Everaert Dr. P. Dekuypere Prof. Dr. S. Keuppens Dr. K. D’Hauwers Prof. Dr. W. Oosterlinck Dr. G. Hendrickx Prof. Dr. H. Van Poppel Dr. L. Hoekx Prof. Dr. A. Verbaeys Dr. W. Kerckhaert Prof. Dr. J.J. Wyndaele Dr. J. Mattelaer Dr. T. Adams Dr. D. Ost Dr. J. Ampe Dr. B. Sinilon Dr. I. Billiet Dr. H. Van Der Eecken Dr. A. De Brouwer Dr. G. De Meerleer Dr. P. De Jonge Dr. F. Deroo Dr. F. Debroeck Hilde Heyman Dr. B. Verheyden

Verantwoordelijke uitgever / Editeur responsable Ronny Pieters

 September - Septembre 2013 08-12/09/2013 - Vancouver SIU (Société Internationale d’Urologie) www.siu-urology.org

Dr Chris D’Hont Urologie, ZNA Middelheim Antwerpen

UZ Gent Jan-Palfijn Merksem MS-centrum Melsbroek UZ-ghb Leuven UZA Edegem

Auteurs 2012 : M. Albersen, T. Christiaens, V. Decalf, D. De Backer, E. De Ruyck, D. De Ridder, A. De Sutter, F. D’Hondt, C.D’Hont, A. Dobbelaere, P. Eelen, K. Everaert, V. Fonteyne, V. Gentile, D. Grantata, C. Guldemont, s. Heytens, S. Joniau, V. Keppenne, J. Lombet, N. Lumen, N. Neirynck, W. Oosterlinck, R.J. Opsomer, A. Pastijn, V. Peltyn, P. Peeters, R. Pieters, T. Roumeguère, Tempo Medical, B. Tombal, Cel Vandewinkel, F. Van der Aa, M. Van Kampen, C. Van Praet, M. Verlaenen, G. Verschraegen

 Mei - Mai 2013 04-09/05/2013 - San Diego AUA annual meeting

Prof. W. Oosterlinck Urologie, UZ Gent

De redactie / Le rédaction Ronny Pieters Cel Vandewinkel Piet Eelen Jan Hendrickx Ingrid Van Neyghen Paul Debeuckeleer

Oplage / Tirage : 2550 ex. (1400 arts - 1120 verpl) © 2012, uitgever : Tenacs ohp bvba

A

Urobel Magazine | 28/4 | november/december • novembre/décembre 2012

9646_Urobel2012_28_verpl.indd 74

17/12/12 16:51

AST_VE


nd

u

t. en rg

Qu a

em broek

e d vien a l e t c

..

en

men, n, po ,

Besoin soudain et urgent d’uriner; mictions trop fréquentes; perte d’urine involontaire

able

Demandez conseil à votre médecin!

taire

Perdre le contrôle de votre propre vessie peut être très incommodant dans les activités quotidiennes et a un impact négatif sur la qualité de vie.

lijk

urs,

seulement un petit pourcentage de ces patients cherche une aide médicale.

ee n OBEL

soins

2012/008/FEB12

é

L’HYPERACTIVITÉ VÉSICALE (HAV) est une affection courante. Près de 1 belge sur 8 de plus de 40 ans, aussi bien des hommes que des femmes, souffre d’hyperactivité vésicale1. Néanmoins beaucoup de gens n’osent pas en parler spontanément et

Davantage d’informations sur :

http://fr.medipedia.be/vessie-hyperactive

1

Irwin DE et al. Eur Urol 2006; 50:1306-15 (EPIC Study)

Aujourd’hui, l’hyperactivité vésicale peut se traiter efficacement! AST_VES_FR_A4.indd 1 9646_Urobel2012_28_verpl.indd 75

17/02/12 16:51 11:56 17/12/12


lilly_corporte.indd 1 9646_Urobel2012_28_verpl.indd 76

13-02-2007 17/12/1217:18:20 16:51


Urobel_2012_4