Leidraad januari 2022

Page 1

NR. 1  2022

Leidraad ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

1

ALUMNIMAGAZINE NR. 1 2022

Nicole Hoevertsz

vice-voorzitter Internationaal Olympisch Comité

‘ Ik geloof in de kracht van sport’ Dossier

Wetenschap en maatschappij

Algoritmen de baas Reijer Passchier


Leidraad

tribuut 2

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NR. 1  2022

50 jaar studentenvoetbal ‘een dingetje’. Namen en shamen in Het Paaltje had vaak geen effect. De fanatieke penningmeester ­rukte uiteindelijk op naar de UB, waar hij in de studiezalen op luide toon de contributie opeiste bij de ­wanbetalers. Lange tijd was er geen officieel tenue en iedereen had z’n eigen interpretatie van een rood shirt en passend broekje. Totdat een speler in 1989 voor zijn hele team broekjes van bruine gordijnstof liet maken. Vanaf de jaren ’90 maakte de club een sprong vooruit. De fanatieke, inmiddels legendarische voetbaltrainer Wim Mugge maakte zijn entree. Er kwam een officieel tenue, een heus hek om voetbalveld ‘San Gorleo’ en echte dug-outs. En nog belangrijker, de resultaten werden allengs beter. Zodat zelfs het Leidsch Dagblad in 1997 kopte: ‘LSVV’70 begint op een voetbalclub te lijken’.

TEKST: LINDA VAN PUTTEN, FOTO: ANP

Ze houden van voetbal, maar misschien nog wel meer van een grap en een stunt. De Leidse Studentenvoetbalvereniging (LSVV’70) bestaat ruim een halve eeuw. Het voor intimi verschenen jubileumboek 50 jaar op sterven na rood staat bol van de roemruchte anekdotes. Zo nodigde de club Lionel Messi uit om bij LSVV’70 te voetballen, maar ’s werelds beste voetballer reageerde vreemd genoeg nooit op de brief. ‘50 jaar op sterven na rood’ verwijst naar de langdurig penibele ­financiële situatie en de uitslagen in dikwijls rode cijfers. In het mobielloze tijdperk kwamen lang niet altijd alle ­spelers opdraven. In studentenhuizen raakte clubblad Het Paaltje vaak zoek, en daarmee ook het wedstrijd­schema, vertelt oud-lid Stan van Haasteren in een terugblik op die jaren. Contributie innen was ook


3

binnenkomer

‘Elk onwaar bericht is als een op straat gegooide verpakking’

Peter Burger, nieuwschecker / 26


inhoud NR. 1  2022

○ Tribuut

50 jaar studentenvoetbal

/2

○ Annetje aan het woord / 5 ○ Kort nieuws / 6

○ Eén studie, twee wegen

Pedagogiek / 12

○ Geven / 14

○ Interview

Nicole Hoevertsz / 16

○ Terug in de banken

Ties Schelfhout/ 20

○ Jonge Alumni Netwerk

Rose-Anne van Denderen/ 35

○ Signalen van faculteiten

en verenigingen / 40 ○ Dies voor alumni / 48 ○ De werkplek van Gabriella Sancisi / 49 ○ Lezen, luisteren, doen / 50

36

Studeren op wel 100 manieren

zit een kleine activist in me’ wetenschapper 46 ‘ EDer jonge

21 Dossier

Wetenschap en maatschappij

8

De trias uit balans Jurist Reijer Passchier


ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

COLOFON Leidraad is een uitgave van de directie Strategische Communicatie & Marketing/Development en Alumnirelaties van de Universiteit Leiden. Het magazine wordt kosteloos verspreid onder alumni en relaties van de universiteit. Voor andere belangstellenden is een abonnement op aanvraag beschikbaar. Uitgever: Universiteit ­Leiden, Renée Merkx, directeur Strategische Communicatie & Marketing Hoofdredacteur: Lilian Visscher, directeur Alumni­relaties en Fondsenwerving Concept: Fred Hermsen (Maters en Hermsen) Eindredactie: FC Tekst – Job de Kruiff en Nienke Ledegang Art direction en v ­ ormgeving: Stephan van den Burg, Marjolijn Schoonderbeek (Maters en Hermsen) Lithografie: Studio Boon Tekst: Fred Hermsen, Marijn Kramp, Job de Kruiff, Nienke L ­ edegang, Wilke Martens, Linda van Putten, Friederike de Raat, Nicolline van der Spek, Tessa de Wekker, Peter Wierenga Foto cover: Manon van der Zwaal Beeld: Eelkje Colmjon, Taco van der Eb, Marc de Haan, Dorota Holubova, Hielco Kuipers, Marius Roos, Monique Shaw, The Cartoon Factory, Edwin Weers, Manon van der Zwaal Coördinatie Universiteit Leiden: Wendy Persson Reacties: 071-5274050 of contact@leidraad.leidenuniv.nl LinkedIn: Alumni Universiteit Leiden Twitter: @leidenalumni Website: www.universiteitleiden.nl/alumni Oplage: 82.250 Adreswijzigingen: wijziging@ alumni.leidenuniv.nl Gehele of gedeeltelijke overname van artikelen, foto’s en illustraties uit Leidraad is alleen toegestaan na overleg met de redactie en met bronvermelding. Universiteit Leiden kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele zet- of drukfouten.

klimaatneutraal natureOffice.com | NL-077-863852

gedrukt

Annetje aan het woord

NR. 1  2022

Leidraad

Gelukkig nieuw sciencejaar De wetenschap ligt onder een vergrootglas. De samenleving heeft steeds vaker een duidelijke mening over wetenschappelijk onderzoek, en andersom mengen veel onderzoekers zich in het maatschappelijke debat. Die ontwikkeling was al g ­ aande vóór de coronapandemie uitbrak, maar is er zeker niet minder op geworden. Het debat slaat daarbij nogal eens fel uit, zeker op ­sociale media. Ik vind dat niet altijd even g ­ emakkelijk. Niet omdat ik vind dat wetenschappers en (veelal bezorgde) burgers niet met elkaar in gesprek mogen gaan, maar vanwege de toon, die op ­sommige kanalen snel verhardt. Daarom ook ben ik zo blij dat Leiden is uitgeroepen tot European City of Science 2022. Het biedt ons de gelegenheid om kennis, inspiratie en ervaringen uit te wisselen op een manier die ons past: positief en constructief. Iedereen doet mee aan het veel­belovende sciencejaar. Van onder­ zoekers, studenten, en bezoekers tot uitdrukkelijk ook de i­nwoners van Leiden. Zo doen we dat trouwens al jaren. In L ­ eiden hebben universiteit en bewoners van oudsher een hechte band met elkaar. En in onze nieuwe onderwijsvisie maken we dat nog e ­ xplicieter, zo vertelt ook mijn collega Hester Bijl in deze L ­ eidraad, omdat veel van onze aandacht uitgaat naar de verhouding tussen student en maatschappij. In Leiden kunnen we het goede voorbeeld geven van hoe je met elkaar in gesprek moet: we stellen ons open, zijn nieuwsgierig naar de ander en l­uisteren naar elkaar. En ja, met elkaar v ­ ormen we een diversiteit aan mensen die het niet altijd met elkaar eens zijn. Maar het uitgangspunt is en blijft: we hebben respect voor elkaars ­standpunten. Dat lukt beter tijdens een van de vele activi­ teiten en b ­ ijeenkomsten aan de universiteit of in de w ­ ijken, dan vanachter je toetsenbord. Op die manier zetten we allemaal een stap vooruit, in ­verbinding met elkaar. Precies waar we ons als universiteit volop voor inzetten. We wensen iedereen een inspirerend Leids sciencejaar toe! Annetje Ottow is voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit Leiden

5


kort Op het Leiden Bio Science Park ­verrijst de komende jaren een mix van onder meer nieuwe en bestaande universiteitsgebouwen, studentenwoningen, een nieuw sportcentrum en horeca. Kortom: een volwaardige universitaire campus. Het hele gebied tussen s­ tation, Wassenaarseweg en A44 telt over een paar jaar ruim drie­ duizend woningen. Een groot deel daarvan is bedoeld voor ­studenten. Een nog aan te leg­ gen centraal plein met zitjes en een grote l­igweide vormt het hart van de universiteitscam­ pus. S ­ tudenten en medewerkers kunnen elkaar hier ontmoeten,

studeren en lunchen. Dit cam­ pusplein is ook geschikt voor kennisfestivals en een open­ luchtbioscoop. De nieuwe entree van het Gorlaeus en die van het ­nieuwe sportcentrum liggen aan dit campusplein. De uitbreiding van het G ­ orlaeus is al in volle gang. Het onder­ wijsgebouw van de F ­ aculteit ­Wis­kunde en Natuurweten­ schappen krijgt er drie v ­ leugels bij, met daarin laboratoria, een bibliotheek en horeca. Naast het huidige Universitair Sport- en Tentamencentrum (USC) komt een duurzaam nieuw sport­ centrum. Het oude sportcen­ trum maakt dan plaats voor studenten­flats.

Campus op Bio Science Park

Tweemaal prijs voor biologiestudenten

Het gebeurt gemiddeld maar één keer in de tien jaar dat een student sterrenkunde een 10 krijgt. Hoog­leraar Numerieke sterdynamica Simon Portegies kon dit najaar niet anders dan masterstudent sterrenkunde Arend Moerman het hoogst mogelijke cijfer te geven voor zijn afstudeeronderzoek. Daarin simuleerde Moerman de chaotische interacties van drie zwarte gaten.

De studenten van iGEM ­Leiden 2021 hebben goed gescoord bij de gelijknamige biologiecompetitie: ze wonnen een Gold Medal en de Best Safety & S ­ ecurity Award. Het studententeam kreeg de prijzen voor het p ­ roject DOPL LOCK, waarin het team genetische modificatie veiliger probeert te maken. Het is niet het meest sexy onderwerp, geven de stu­ denten zelf toe, maar v ­ eilig genetische modificeren is ontzettend belangrijk. Juist omdat het soms nog aan die veiligheid ontbreekt, is het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen (GMO’s) streng gereguleerd. Zonde, want GMO’s kunnen handige bondgenoten zijn in

de strijd tegen grote milieu­ problemen, vindt het iGEMteam. Voor de internationa­ le biologiewedstrijd iGEM bedachten de studenten daarom een slim kettingslot voor GMO’s: het Double Plasmid Lock.

Met deze slimme ver­­­­ sleuteling wil het team ervoor ­zorgen dat GMO’s niet vrij kunnen komen in de natuur, en daardoor vaker in te zetten zijn tegen klimaatverandering of de stikstof­crisis.


7

vragen aan Lilian Visscher

directeur Leids Universiteits Fonds, over de nieuwe cam­ pagne van de Nederlandse universiteitsfondsen.

Leiden City of Science Leiden is dit jaar European City of Science. Dat brengt onder meer grote congressen naar de stad, maar ook een 365 dagen durend wetenschapsfestival. Met eve­ nementen, lezingen, workshops, excursies, tentoonstellingen en andere activiteiten voor iedereen met een nieuwsgierige geest. De titel European City of ­Science wordt elke twee jaar uit­ gereikt aan een Europese stad, waar dan ook Europa’s groot­ ste tweejaarlijkse multidiscipli­ naire wetenschaps­congres gehouden wordt, het EuroScience Open Forum (ESOF). De tiende edi­ tie daarvan is komen­ de zomer in Leiden.

In september zal bovendien de EU Contest for Young S ­ cientists (EUCYS) plaats­vinden, voor jonge onderzoekers uit ruim dertig Europese landen. Daarnaast is er voor inwoners van stad en streek een verras­ send programma. Elke dag staat een ander nieuwsgierig makend onderwerp centraal en wordt in één van de 101 buurten van Lei­ den, Zoeterwoude, Voorschoten, Oegstgeest en Leiderdorp een activiteit georganiseerd rond dat dagthema. Het doel van Leiden European City of Science is om weten­ schap zichtbaar te maken en met de samenleving te verbinden. Zie pagina 50/51

Wat houdt de campagne in? ‘Vanaf februari vragen we aandacht voor het belang van een b ­ ijdrage aan onderzoek. In landelijke media zal onderzoek dat op onze universitei­ ten in Nederland plaatsvindt op prik­ kelende wijze worden belicht, met de oproep om dit onderzoek te steunen. Er komt ook een gezamenlijke web­ site, vanwaar je als bezoeker wordt doorgeleid naar de universiteit waar jij voor kiest.’ Wat is precies het doel? ‘We willen laten zien dat onderzoek aan de basis staat van de oplossing voor maatschappelijke uitdagingen zoals gezondheid, veiligheid, duur­ zaamheid. En dat een bijdrage aan onderzoek het verschil maakt. C ­ orona is een prachtig voorbeeld. Anderhalf jaar geleden hebben velen, en ook veel van onze alumni, bijgedragen aan onze crowdfundingsactie, waardoor het Leidse corona-onderzoek pijl­snel kon worden opgeschaald met een nieuw lab en nieuwe onderzoekers. Zo is er nog veel meer onderzoek dat financiering nodig heeft.’ En de universiteitsfondsen doen dit gezamenlijk? ‘Ja, dat is bijzonder, we bundelen op deze wijze de krachten. Zo kunnen we een landelijke campagne opzetten, meer mensen bereiken, en het belang van steun aan onderzoek veel breder zichtbaar maken.’


TEKST: PETER WIERENGA, FOTO’S: ISTOCK, TACO VAN DER EB

8

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NR. 1  2022

Jurist Reijer Passchier over Big Tech en Big Brother

De trias uit balans Is de Toeslagenaffaire een voorbode van de toekomst en wordt het leven van ­burgers straks volledig bepaald door algoritmen? Universitair docent staatsrecht Reijer ­Passchier waarschuwt dat de oprukkende digitalisering de uitvoerende overheid nog meer macht geeft, zodat het parlement en de rechtspraak het nakijken hebben.


NR. 1  2022

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

daarbij achter: zij gebruiken zelf nauwelijks AI en missen de kennis en het vermogen om het digitaliserende overheidsbestuur effectief te controleren. De reeds bestaande disbalans binnen de trias ­politica wordt daardoor alleen maar groter.’

Op welke manier is die scheefgegroeid?

‘Eerst door de opkomst van de verzorgingsstaat, en na 9/11 ook doordat de overheid op steeds meer terreinen veiligheid wil garanderen. Dat heeft geleid tot steeds meer bevoegdheden voor overheids­ instanties, met een grote impact op burgers. Tweede Kamerleden moeten intussen de ministeries, met hun duizenden ambtenaren, ingehuurde ­consultants en enorme budget, controleren met de hulp van hooguit twee medewerkers.’

Is dat ook wat er misging bij de Toeslagenaffaire? ‘Die heeft meerdere oorzaken, maar de inzet van algoritmen door de Belastingdienst voor het op­­ sporen van fraude speelt zeker mee. Het parlement kreeg mede daardoor zeer laat door wat er nou eigenlijk precies gebeurde, en dat geldt ook voor de rechters.’

Maar inmiddels zijn politici toch wel ­wakker geschud?

In uw boek ‘Artificiële intelligentie en de rechtsstaat’ concludeert u dat digitalisering een bedreiging vormt voor de democratische rechtsstaat. Hoezo?

‘Omdat onze huidige constitutie, ons stelsel van checks & balances, niet is opgewassen tegen digitalisering en AI. Zo profiteert op dit moment vooral de uitvoerende macht van digitale technologie. Die kan efficiënter werken en krijgt meer macht, bijvoorbeeld dankzij Artificiële Intelligentie. AI wordt binnen de publieke sector al op heel veel plekken ingezet: om fraude op te sporen, om het risico van schooluitval te bepalen, om de betrouwbaarheid van WOZ-waardes te schatten, en ga zo maar door. De rechterlijke macht en het parlement ­blijven

‘Min of meer. Zo is er nu een speciale Tweede Kamercommissie voor Digitale Zaken. Toch valt de daadwerkelijke kennis van politici nog tegen. Je kunt zo’n probleem bovendien niet monodisciplinair aanpakken. In de Tweede Kamer mag de woordvoerder digitalisering niets zeggen over bijvoorbeeld sociale zaken of gezondheidszorg, maar het punt is dat die technologische component ­verweven is met alle beleidsterreinen. Je zult dus multidisciplinair moeten samenwerken.’

Waar denkt u nog meer aan om de balans te herstellen?

‘Bijvoorbeeld aan een speciaal bureau voor Technology Assessment, zoals ze dat in Duitsland hebben: experts die de Kamerleden ondersteunen bij hun controlerende en medewetgevende taak, door in te schatten wat voor impact nieuwe technologie, en wetgeving daarover, zal hebben op de samen­ leving. In hun eentje kunnen parlementariërs ­relatief weinig beginnen.’

9


10

Leidraad

NR. 1  2022

Reijer Passchier (1987)

is als universitair docent staats­ recht verbonden aan de U ­ niversiteit ­Leiden en de Open Universiteit. Hij promoveerde in 2017 op het ­thema van constitutionele ont­ wikkelingen. In f­ ebruari 2021 publiceerde hij het boek ­‘Artificiële intelligentie en de rechtsstaat’. Met zijn artikel ‘Digitalisering en de (dis)balans binnen de trias politica’ won hij de Leidse Meijersprijs en de Van Wersch Springplankprijs voor de beste publicatie op juridisch gebied in 2020.

t­ ijdens de presidentsverkiezingen, ondanks alle beloften, toch opruiende boodschappen getoond konden worden. Veel mensen waren verbaasd, maar ik niet. Het gaat ze puur om de winst: ze doen gewoon wat het huidige systeem toelaat. Dus moet je het systeem aanpassen.’

Hoe dan? Door dat soort platforms te ­verbieden?

Daarnaast maakt u zich zorgen over de groeiende macht van Big Tech.

‘Ja, want we zien dat bedrijven als Meta (voorheen Facebook) en Google burgers ook steeds meer regels kunnen opleggen. Je kunt tegenwerpen: dan ga je toch naar een ander bedrijf? Maar in de praktijk hebben veel burgers die diensten nodig om te kunnen functioneren, ook in hun werk. Als een soort private ministaten kunnen techreuzen hun macht gebruiken, naar eigen goeddunken, om ­zichzelf en hun aandeelhouders te verrijken.’

Ze claimen anders dat ze klachten over privacyschending en nepnieuws serieus nemen.

‘Intussen gaan ze er gewoon mee door. Volgens een klokkenluider is Facebook medeverant­woordelijk voor de bestorming van het Capitool doordat

‘Niet per se. We kunnen ook proberen ­strengere eisen te stellen. Zo zou je als burger een klacht ­moeten kunnen indienen als je rechten – zoals het recht op privacy – worden geschonden. Ook ­zouden burgers vertegenwoordigd moeten worden ­binnen de betreffende bedrijven, om mee te kunnen ­praten over hun koers.’

Duikt u bij uw onderzoek zelf diep in de techniek?

‘Ja. Tegelijkertijd moet je niet alleen naar techniek kijken. In het maatschappelijke digitaliseringsvraagstuk gaat het vooral om macht en machts­ verschuivingen, en de vraag hoe wij ervoor zorgen dat publieke waarden geborgd blijven. Daar gaat het uiteindelijk om.’

Welke dreiging is groter: Big Tech of Big Brother?

‘Ze zijn beide even groot. Als je naar China kijkt, dan zie je waar de combinatie van een autoritaire staat en digitale technologie toe kan leiden. Tege­ lijkertijd gaat de macht van Big Tech ook steeds


11

Meer Leids onderzoek Overheidsoptreden Hoogleraar Staats- en bestuursrecht Anne Meuwese onder­ zoekt het gebruik van AI door overheden, de mogelijkheden die AI biedt om overheidsoptreden beter te controleren en de rol die het staats- en bestuursrecht en de bestuurs­kunde daarbij (kunnen) spelen. In het bijzonder richt zij zich op de thema’s wetgevingskwaliteit, maatwerk in de uitvoerings­ praktijk en overheidscommunicatie.

Rechtspositie

­ erder. De Britse schrijver George Orwell voorspelv de in zijn roman 1984 dat staten burgers zouden verplichten om een soort spionage-televisiescherm in hun woonkamer te hangen. De realiteit van vandaag is dat burgers dat vrijwillig doen – er zelfs voor betalen! – en ook nog eens zeer bereidwillig een ander apparaatje in hun zak dragen, met nog veel uitgebreidere surveillancemogelijkheden dan Orwell ooit had kunnen voorzien.’

Is er, na al uw onderzoek, nog wel eens iets waarvan u schrikt?

‘Afgelopen zomer las ik Atlas of A.I. van de Amerikaanse hoogleraar Kate Crawford. Door dat boek besefte ik dat digitale technologie niet alleen een enorme impact heeft op burgers, maar ook op het milieu – al die gigantische datacenters die stroom vreten, de behoefte aan lithium en zware metalen voor batterijen... En dan heb ik het nog niet eens over de verschrikkelijke arbeidsomstandigheden in de distributiecentra van bedrijven als Amazon en de kinderarbeid in de Congolese kobaltmijnen. Ook dat is gerelateerd aan AI.’

Ik durf het bijna niet te vragen… zit u zelf op sociale media?

(lacht) ‘Alleen op LinkedIn en Twitter. Ik vraag mensen ook niet om met internetten te stoppen, al zou dat in veel gevallen de geestelijke gezondheid van mensen ten goede komen, maar wél dat ze zich ervan bewust zijn dat hun belang niet per se overeenkomt met dat van het platform.’

Fatma Çapkurt is als promovenda verbonden aan de af­­deling Staats- en bestuursrecht aan de Leidse Faculteit der Rechts­ geleerdheid. Zij heeft een Onderzoekstalentbeurs van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onder­ zoek (NWO) voor een promotietraject getiteld ‘Smart ­state, ­smarter citizen? The future of information regulation in the digital data era’. Hierin verkent zij de doorwerking van het Europees gegevensbeschermingsrecht in het Nederlands bestuursrecht. Çapkurt beoogt te achterhalen hoe wetge­ ving de rechtspositie van burgers in data-driven government kan verbeteren.

Procesrecht Ymre Schuurmans is wetenschappelijk directeur van het Instituut Publiekrecht en hoogleraar Staats- en bestuurs­ recht. Zij verricht onderzoek naar rechtsbescherming, ­organisatie en normering van bestuursrechtelijke proce­ dures en bewijsrechtelijke vraagstukken, in het bijzonder in een gedigitaliseerde samenleving. In dat kader verricht zij rechtsvergelijkend onderzoek, met aandacht voor zowel het burger­lijk procesrecht en strafprocesrecht, als voor bestuursrechtelijke stelsels in andere landen.


12

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

één studie

twee wegen Waar een studie toe kan leiden: Pedagogische ­wetenschappen

W

NR. 1  2022

Carienke de Jong-Kegel (37) CV Orthopedagoog 2002-2007 Bachelor en Master Pedagogische wetenschappen 2008-2011 promotie U ­ niversiteit Leiden 2011-2019 Post-doc en docent Universiteit Leiden 2019 Opleiding Coach in de kinder­ opvang Nu Pedalogisch ABC: eigen bedrijf in training en coaching van professionals in basis­ onderwijs en kinder­opvang Nu Orthopedagoog en manager zorgcoördinatoren bij KindeRdam

at was je voor student? ‘Zo’n heel serieuze… Ik was altijd aan het studeren en kleurde binnen de lijntjes.’

Wilde je altijd al promoveren? ‘Ik had geen idee dat dat een mogelijkheid was toen ik begon met studeren. Na mijn master wist ik niet zo goed wat ik wilde. Dus toen ik werd gevraagd de nieuwe research master te gaan ­volgen, kwam dat goed uit. Ik kon kijken of ik het onderzoek leuk vond én nog een jaar studeren.’ Uiteindelijk heb je elf jaar als onderzoeker gewerkt. Twee jaar geleden gooide je het roer om, waarom? ‘Het was tijd om wat anders te gaan doen en ik zocht meer vertaling naar de praktijk. Ik was inmiddels moeder en het kinderdagverblijf van mijn kinderen vroeg of ik geïnteresseerd was in het coachen van de pedagogisch medewerkers.’

Je belangrijkste baan is orthopedagoog bij een grote kinderopvangorganisatie. Daar breng je de kennis uit je eigen onderzoek in praktijk. ‘We hebben veel locaties in wijken waar het taal­ aanbod thuis laag is. Ik ben nu bijvoorbeeld bezig om te kijken of we de digitale prentenboeken van Bereslim in kunnen zetten om het taalaanbod te vergroten. Ik heb zelf onderzoek gedaan naar deze prentenboeken en positieve effecten aan­ getoond. Leuk dat dat nu terugkomt. Het is voor mijn werk goed dat ik weet hoe onderzoek werkt en dat de theorie vaak mooier is dan de praktijk. Het is een uitdaging om inzichten uit onderzoek te vertalen naar de groepen op het kinderdagverblijf, zodat kinderen, medewerkers en ouders daar echt iets aan hebben.’

TEKST: TESSA DE WEKKER, FOTO’S: MARIUS ROOS

De link met de praktijk bood zich toevalligerwijs aan? ‘Ja. Ik ben toen een opleiding gaan volgen tot coach in de kinderopvang en mijn eigen bedrijf gestart. Nog steeds doe ik als freelancer coaching in het kader van de Wet IKK (Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang, red.).’


13

Kester (37) CV Marsha Eigenaar DansWijs 2002-2007 Bachelor en Master Pedagogische wetenschappen 2007-2010 Pedagogisch medewerker onderwijs en zorg bij Cardea 2009-2020 Eigenaar dansschool Dansbende Nu Post-hbo opleiding Psychomotorische Kindertherapie Nu Eigenaar DansWijs

A

ls kind was je al gek op dansen. Was je niet liever de opleiding tot dansdocent gaan doen? ‘Ik heb auditie gedaan, maar werd niet aangeno­ men. Toen werd het pedagogische wetenschap­ pen. Ik ben blij met mijn studie als stevige basis.’ Na je studie begon je een eigen dansschool. Het ondernemerschap zat er vroeg in. ‘Dat heb ik van mijn ouders meegekregen. Zij had­ den een eigen tuinbouwbedrijf. Toch moesten ze even slikken. ‘Dat is toch zonde, je hebt universiteit gedaan.’ Maar toen ze zagen hoe graag ik het wilde, stonden ze achter me. Ik wilde dans niet als doel, maar vooral als middel inzetten om kinderen zelfver­ trouwen te geven en te helpen zich te ontwikkelen.’ Dansbende was een succesvolle dansschool. Waarom ben je gestopt? ‘Ik was zoveel bezig met randzaken. Het altijd bereikbaar moeten zijn werd ook steeds moeilijker te combineren met mijn gezin. Ik wilde weer doen wat ik leuk vind en me verder ontwikkelen. Ik doe nu de post-hbo-opleiding Psychomotorische ­Kindertherapie. Kinderen die vastlopen in hun ­ontwikkeling, leren door middel van spel en be­­ weging hun triggers beter herkennen. En ze leren spelenderwijs nieuwe gedragspatronen.’ Ook daarin komt het dansen terug? ‘Zeker, bewegen is een goede manier om je te uiten. Daarnaast geef ik danslessen op kinderdag­ verblijven en basisscholen. Het dansen is gericht op de ontwikkeling van kinderen, zowel motorisch als cognitief. Al dansend leren peuters en kleuters de taal- en rekenbegrippen waar ze op dat moment in de groep mee bezig zijn.’ Zou de studie pedagogische wetenschappen meer met bewegen moeten doen? ‘Ja. Het gaat nu vooral om het hoofd. Maar kinde­ ren bewegen eerder dan dat ze kunnen praten. Met dans en spelen kunnen ze hun gevoelens beter uiten dan met woorden. Daar mag meer ­aandacht in de studie voor komen.’


14

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NR. 1  2022

Steun

Jonge talentvolle wetenschappers Voor jonge talentvolle onderzoekers is het niet eenvoudig om onderzoek gefinancierd te krijgen. Het LUF maakt dat met hulp van bijdragen van alumni en schenkers mogelijk. Twee van hen vertellen over hun project. Medisch bioloog Sander Kooijman (rechts op de foto) wil samen met chemicus S ­ ander van Kasteren (links) aantonen dat slagader­verkalking op een andere manier veroorzaakt wordt dan wordt a ­ angenomen, en dus anders moet worden behandeld. Zij hebben daarvoor de LUF Stimuleringssubsidie van 150.000 euro ontvangen.

Z

onder het LUF hadden Kooijman en Van Kasteren hier niet mee aan de slag gekund. ‘Ons onderzoek is weliswaar veelbelovend en veelomvattend maar ook nog ­prematuur. Het is dus echt geweldig dat we de Stimuleringssubsidie ­hebben gekregen. En mocht het uitpakken zoals wij denken, dan maken we voor vervolgonderzoek goede kans bij de grote fondsen.’

TEKST: MARIJN KRAMP, FOTO: MARC DE HAAN

Oplichtende vetbolletjes

Kooijman wil bewijzen dat slagaderverkalking, die bij nagenoeg iedereen al op 20-jarige leeftijd begint, veroorzaakt wordt doordat de vetbolletjes – alleen de kleine – dóór de cellen heen gaan in plaats van erlangs. Het bewijs hiervoor kon alleen niet geleverd worden omdat dit proces niet zichtbaar gemaakt kon worden. ‘Totdat ik bij toeval Sander van Kasteren tegenkwam. Hij vertelde moleculen te maken om biologische processen zichtbaar te maken. Toen vroeg ik of zoiets ook met vetten kan.’ Van Kasteren pakte de uitdaging op en maakte een chemisch handvatje

op vetbolletjes waaraan ­moleculaire lichtjes zich kunnen hechten. Zo is onder een microscoop te volgen of ze langs of door de cellen gaan. Een ­eerste test was succesvol en gaf aanleiding om de Stimuleringssubsidie aan te vragen. Meer toepassingen mogelijk

Mocht de these van Kooijman kloppen, dan is dat baanbrekend voor de hart- en vaatziekten waaraan 1,5 miljoen Nederlanders lijden en waaraan meer dan 100 mensen per dag

­ verlijden. ‘Dat betekent dat we medio cijnen kunnen ontwikkelen om slagaderverkalking te voorkomen. Bijkomend voordeel is dat we met het Klik-systeem van Van Kasteren, dus dat chemische handvatje, een manier hebben om die medicijnen te testen.’ En daar blijft het niet bij, vervolgt hij. ‘De systematiek kan ook elders worden toegepast waar vetten een rol ­spelen die we nog niet goed ­begrijpen. Bij de RNA-vaccins tegen ­corona bijvoorbeeld en bij ­obesitas. Maar eerst dus de hart- en vaat­ziekten.’


15

NR. 1  2022

Haar onderzoek heeft op meerdere vlakken impact. Op wetenschappelijk terrein is het een noviteit. Er is nooit eerder systematisch archeologisch onderzoek uitgevoerd in deze dichtbegroeide landbrug tussen ­Centraalen Zuid-Amerika waar de Pan-­ American Highway aan weerszijden op doodloopt. De landbrug heeft een sleutelrol gespeeld in de bevolking van het continent. Vermoed wordt dat de streek sinds 10.000 jaar bewoond wordt en mogelijk nog langer. Het bewijs daarvoor wil Donner leveren. Strijd tegen ontbossing

Archeoloog Natalia Donner (links op de foto) kreeg de Praesidium ­Libertatis Subsidie, een bedrag van 75.000 euro. Deze stelt haar in staat om als eerste wetenschapper de menselijke aanwezigheid in de Darién-kloof (Panama) in kaart te brengen. Dit gaat unieke onderzoeks­ uitkomsten opleveren én de lokale bevolking helpen in de strijd tegen de ontbossing van dit oerwoud.

D

e LUF-subsidie die zij krijgt is uniek, zegt de Argentijns-­ Mexicaanse Donner, docent bij Geesteswetenschappen en gast­ onderzoeker bij Archeologie. Ten eerste omdat deze speciaal bedoeld is voor wie onlangs gepromoveerd is. ‘Dit is een bijzonder moeilijke periode in het leven van een postdoc, want dan moet je je plek in de academische wereld zien te vinden. In deze fase van mijn carrière biedt dit mij een geweldige kans. Ik kan mijn theoretische en methodologische ideeën ontwikkelen, en ze vervolgens in het veld en in het lab testen.

Het stelt me ook in staat om een klein onderzoeksteam op te bouwen met studenten van de Universiteit Leiden, die de kans krijgen om ervaring op te doen en bij te dragen aan praktijk­ gericht onderzoek.’ Daarnaast roemt ze de vrijheid die ze krijgt om multidisciplinair aan de slag te gaan. ‘Hierdoor kan ik een vorm van archeologie beoefenen die niet alleen met het verleden bezig is, maar ook met het heden, en – waarom niet? – de toekomst. Zo kan archeologie meewerken aan mondiale uitdagingen, zoals inheemse ­soevereiniteit en het tegengaan van ontbossing.’ Ze gaat met haar team, geholpen door collega’s van de ­universiteiten van Panama en de University of ­California, Berkeley, een aantal maanden veldonderzoek doen naar de chronologie van de menselijke activiteit in het gebied. Van de allereerste mensen die in het gebied verbleven en erdoorheen trokken tot gevluchte ­slaven en de huidige vluchtelingen die vanuit Zuid-Amerika naar het noorden willen.

Daarnaast gaat Donner de oor­ spronkelijke bewoners van het gebied helpen bij hun claim op het land. Net als in de Amazone vallen ook in de Darién-kloof grote delen oerwoud ten prooi aan de houtkap en illegale landbouw en ­veeteelt. Een eerdere claim van bewoners werd afgewezen omdat er geen archeologisch bewijs was geleverd dat de mensen er woonden voordat het ­nationale park werd gesticht. ‘We hoeven niet aan te tonen dat ze er al voor Columbus waren. Alleen maar dat ze er woonden voor 1980. Dat gaan wij dus doen.’ Tot nu toe, vertelt Donner, stelden de lokale bewoners zich alleen open voor toegepast wetenschappelijk onderzoek. Archeologie werd gezien als een manier om toerisme te promoten. ‘Maar dat is nu volledig veranderd. Dat biedt perspectief voor meer onderzoek. Er ligt daar nog zoveel braak.’ Wilt u ook jonge wetenschap­ pers steunen en hun vaak grensverleggende onderzoek mogelijk maken? Ga naar luf.nl en draag bij.


16

NR. 1  2022

‘ In  Leiden leerde ik voor mezelf opkomen’

TEKST: NIENKE LEDEGANG, FOTO’S: MANON VAN DER ZWAAL

De openingsceremonie van de Olympische Spelen in München maakt in 1972 grote indruk op Nicole Hoevertsz. Dáár wil ik op een dag zijn, besluit de dan 8-jarige Nicole. Haar passie voor de sport en doorzettingsvermogen b ­ rengen haar verder dan de ooit zo introverte Arubaanse had d ­ urven hopen. De benoeming tot vice-voorzitter van het IOC is een voorlopige kroon op haar werk. Haar studietijd in Leiden droeg bij aan haar vorming.

A

ls er één rode draad aan te wijzen is in het levensverhaal van Nicole Hoevertsz, dan is het Aruba. Haar liefde voor het benedenwindse eiland spreekt uit alles: wanneer ze vertelt dat ze zich 100 procent Arubaanse voelt en er altijd zal blijven wonen, als ze uitlegt waarom ze zich bij het IOC juist voor de kleinere landen inzet, maar ook als ze aan het einde van het interview wat souvenirs van Aruba uit haar tas haalt en die enthousiast overhandigt. Toch is ze óók Nederlandse, voor de helft om precies te zijn. ‘Mijn vader kwam van Aruba en ging begin jaren ’60 naar Nederland om opgeleid te worden tot onderwijzer. Hij kwam in Limburg

terecht. Daar ontmoette hij mijn moeder, ze werden verliefd en zij ging met hem mee naar Aruba. Heel dapper. Beeld je eens in hoe groot die stap was voor een meisje dat nog nooit buiten Limburg was geweest.’ Synchroonzwemmen

In 1964 wordt Nicole geboren. Een rustig meisje dat in synchroonzwemmen haar grote passie vindt. ‘In kon me aansluiten bij een groepje meisjes dat aan synchroonzwemmen deed. Een uitkomst voor mij, want ik was echt ver­ legen en geen denken aan dat ik samen met jongens zou gaan sporten. We trainden in zwembaden bij de hotels, want er was geen openbaar zwembad op Aruba. Ik vond het heerlijk. Al mijn vrije tijd lag ik in het water.’


NR. 1  2022

Leidraad

17

Nicole was tegelijk een serieuze scholiere. Ze volgde het vwo op de enige havo-vwo-school op het eiland, waar haar vader het had geschopt tot rector. ‘Er kwam een moment dat ik moest gaan nadenken over wat ik daarna ­wilde. Ik wilde iets met sport, maar daar waren geen opleidingen voor. Een van mijn docenten zei: waarom ga je geen rechten studeren? Ik had geen idee wat het was. Maar het klonk als een brede studie, waar ik veel kanten mee op kon.’ ‘Samen met wat schoolgenoten en vrienden, onder wie Mike Eman, maakten we plannen om in Leiden te gaan studeren. Zijn oudere broer ­Henny had ook in Leiden gestudeerd en was daar een bekende figuur: hij was de grondlegger van cafés als ’t Keizertje en de Bonte Koe. Zowel Henny als Mike werd later premier van Aruba. Om allerlei redenen ging het plan om met dat groepje naar ­Leiden te gaan niet door zoals we ­hadden gehoopt. En dus kwam ik op mijn achttiende helemaal alleen aan in Leiden, waar ik me inschreef voor Nederlands recht. Ik studeerde af in het Nederlands recht met de inter­ nationale afstudeerrichting.’ Nachtenlang discussiëren

Hoevertsz komt te wonen op de ­Pelikaanhof. ‘Ik herinner me dat ik het moeilijk had. Ik had eigenlijk maar één doel: zo snel mogelijk terug naar Aruba. Ik was geen doorsnee s­ tudent die de kroeg opzocht of lid werd van een studentenvereniging. Ik studeerde en ik zwom – bij DSZ in Den Haag. Natuurlijk maakte ik wel vrienden en met mijn huisgenoten had ik het leuk, maar daar groeide niets blijvends uit. Ik ging af en toe naar de jongste broer van mijn vader, die aan de VU studeerde en in de studentenwijk U ­ ilenstede woonde. Daar zaten we nachtenlang te discussiëren. In die tijd heb ik het introverte definitief van me afgeschud. Dat is wat ik mooi vind aan Nederland, en iets wat Leiden me gebracht heeft: je leert hier voor jezelf


18

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

en je mening opkomen. Daar heb ik tot de dag van vandaag heel veel aan.’ Dan gebeurt er iets waardoor ­Hoevertsz tijdelijk terugkeert naar Aruba. Synchroonzwemmen is in 1984 in Los Angeles voor het eerst een olympische sport. Haar grote passie brengt haar als 20-jarige op de plek waar ze altijd al van droomde: de Olympische S ­ pelen. ‘Toen duidelijk werd dat we mee konden doen aan de Spelen, onderbrak ik mijn studie en richtte me helemaal op de voorbereiding, samen met mijn zwempartner Esther. Het was sportief gezien geen succes, als klein land zonder ervaring maakten we weinig kans, maar mijn deelname maakte dat ik voorgoed mijn hart verloor aan de Olympische gedachte.’ Oogje dichtknijpen

Serieus als ze is, keert ze terug naar Leiden om haar studie weer op te ­pakken. ‘Door die onderbreking had ik veel contact met de studieadviseur en de studentendecaan, meneer Van ­Iterson. Hij had wel begrip voor mijn situatie en kneep een oogje dicht als er tentamens verplaatst moesten worden. Daar heb ik fijne herinneringen aan. De studie zelf vond ik ook boeiend. Mijn favoriete hoogleraar was professor Kooijmans. Een vreselijk aardige man, die later minister van Buitenlandse Zaken werd. In die tijd werkte ik al voor de Arubaanse regering. Toen hij een keer op werkbezoek kwam, riep hij uit: “Nicole, hoe is het met je?”. Ik was verbaasd dat hij me herkende.’ In 1988 onderbreekt ze nogmaals kort haar studie, deze keer voor de rol van coach in Seoul. In 1991 rondt ze haar studie af en vindt werk als juridisch adviseur bij de Directie ­Buitenlandse Betrekkingen op Aruba, waar ze nog altijd werkt naast haar werkzaam­ heden voor het IOC. Tussendoor vervult ze ook nog de functie van waarnemend secretaris van de Ministerraad en later werd ze benoemd tot secretaris van de Ministerraad, een f­ unctie die zij gedurende acht jaar ­vervulde.

NR. 1  2022

‘Mijn keuze om voor de A ­ rubaanse overheid te werken, is in de grond geen hele nobele’, zegt ze met een twinkeling in haar ogen. ‘Ik wist dat ik voor de overheid moest gaan werken als ik werk en sport met elkaar wilde combineren. En dat was voor mij een voorwaarde. Gelukkig past het werk me bijzonder goed en zet ik me vol overtuiging en plezier in voor Aruba.’ Geen tijd voor een gezinsleven

Dan, over dat leven waarin sport zo’n prominente rol speelt: ‘Jarenlang was mijn ritme: werken van half acht tot half vijf, om vijf uur het zwembad in en vanaf acht uur vergaderen voor de zwembond of het Arubaans Olympisch Comité, waar ik jarenlang in het bestuur zat.’ Met zo’n vol schema was er geen tijd voor een gezinsleven, erkent ze. Ze is getrouwd geweest en nu gescheiden. ‘Het was een bewuste keuze om geen kinderen te krijgen. Het past simpelweg niet in mijn leven. Ik ben heel dol op mijn neefje en nichtje, de kinderen van mijn broer en mijn zwempartner Esther, die grappig genoeg met elkaar getrouwd zijn.’ Daarom ook bood ze aan om voor het interview met Leidraad naar Leiden te komen, na afloop van een vergaderweek van het IOC in Lausanne. ‘Het gaf me de kans om mijn neefje Joshua te zien, die ook in Leiden studeerde. Ik was twee jaar geleden bij zijn afstuderen. Dat was een mooie gelegen-

‘ Olympische solidariteit gaat niet alleen over prestaties, maar ook over het overbruggen van verschillen’

heid om alsnog mijn handtekening in het zweetkamertje te zetten. Indertijd had ik grote haast om uit Leiden te vertrekken, omdat ik op Aruba aan de slag kon. Mijn vader haalde mijn bul op en het zweetkamertje liet ik erbij zitten. Later vond ik dat toch jammer. Ik vind het fijn en eervol dat mijn naam er nu toch nog tussen staat.’ Invloedrijke club

Ze neemt Joshua regelmatig mee op haar reizen over de wereld sinds ze actief is voor het IOC. ‘In 2006 werd ik lid van het IOC, vanaf 2017 zit ik in het hoofdbestuur en sinds dit jaar ben ik vice-voorzitter. Op deze plek komt alles samen waar ik mijn leven al aan werk: we maken gebruik van de kracht van sport. Sport verbroedert en verbindt. In het IOC kan ik iets b ­ etekenen als vertegenwoordiger van de k ­ leine landen, die samen toch twee derde van de IOC-landen uitmaken. Ik breng het elke keer naar voren: hoe k ­ unnen we ervoor zorgen dat al het goede werk dat we doen binnen het IOC en de olympische gedachte ten gunste komen van iedereen?’ Ze gaat wat meer r­ echtop


19

NR. 1  2022

Nicole Hoevertsz

(1964) Na haar studie Nederlands recht, af­­ studeerrichting Internationaal, bekleedt Hoevertsz verschillende functies binnen de Directie Buitenlandse Betrekkingen op Aruba. Tot op de dag van vandaag werkt ze er als raadadviseur. Naast haar werk was en is ze actief als bestuurslid voor onder meer de Arubaanse zwem­ federatie, het Arubaans O ­ lympisch Comité, de Pan American Sports ­Organization en sinds 2006 het Inter­ nationaal Olympisch Comité.

Nicole Hoevertsz (rechts) tijdens de Olympische Spelen van 1984 met haar zwempartner Esther.

zitten: ‘Het is IOC is een geweldige organisatie. We zijn een invloed­rijke club, we kunnen diplomatie b ­ edrijven via sport. Olympische solidariteit gaat niet alleen over prestaties, maar ook over het overbruggen van verschillen tussen grote en kleine landen, arm en rijk. We bereiken veel op het gebied van mensenrechten, vrouwenrechten en gendergelijkheid. Er is ons bovendien alles aan gelegen om als integer te boek te staan. Als een van onze partners slecht in het nieuws komt, dan straalt dat af op het hele IOC. Daar zijn we heel scherp op.’ Zo werd Hoevertsz in 2018 aangesteld om onderzoek te doen naar het Russische dopingschandaal. ‘De commissie waar ik leiding aan gaf moest beslissen welke atleten toch mee mochten doen aan de Winter­ spelen van PyeongChang. Dat was een gevoelige verantwoordelijkheid.’ De vraag ligt voor de hand of ze ­zichzelf als de eerste vrouwelijke IOC-­voorzitter ziet. Huidig v ­ oorzitter ­Thomas Bach blijft nog tot 2025. ­Resoluut: ‘Daar ben ik totaal niet mee bezig. Ik geniet van het nu. Ik hoef niet over vijf jaar per se hier of daar

te zijn. Ik ben ambitieus, wil d ­ ingen voor elkaar krijgen, maar niet op die manier. Ik denk wel eens terug aan de Leidse hoogleraar bij wie ik Zeerecht volgde. Ik moest het tentamen Zeerecht 2 doen, maar door de Spelen had ik deel één gemist. Toen ik hem vroeg of ik ze misschien tegelijk kon doen, wees hij naar mijn Seoultrui. “Is dat de reden dat je dat tentamen hebt gemist? Als jij de d ­ iscipline had om dat te bereiken, dan heb je ook genoeg discipline om beide tentamens te halen”, zei hij. Zo heeft sport me altijd verder geholpen’, lacht ze. De groten der aarde

En Leiden? Ze kijkt, ondanks de soms moeilijke momenten, met een warm gevoel terug op haar Leidse tijd. ‘Voor mij is Leiden de stad der steden. Het heeft de perfecte maat. Ik heb een zwak voor de historie en de tradities. Op Aruba was ook bekend: als je rechten wilt studeren, dan moet je naar Leiden. De groten der aarde studeerden hier: Einstein, Kamerlingh Onnes, Hugo de Groot, de koninklijke ­familie. De stad heeft me mede gemaakt tot wie ik nu ben. En daar ben ik trots op. Overal waar ik kom zeg ik tegen jonge mensen: als een verlegen meisje uit een piepklein land het kan, dan kun jij het ook. Zo hoop ik de lift waarmee ikzelf naar boven kwam, ook weer naar beneden te sturen. Om deuren te openen voor een volgende generatie.’


Leidraad terug in de banken

20

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NR. 1  2022

Ties Schelfhout (39)

Ties Schelfhout volgt bij het Centre for Professional Learning in Den Haag de leergang Leiden Legal Technolo­ gies. Hij is accountmanager en advi­ seur voor internationale organisaties bij de gemeente Den Haag. GROTE ROL ‘In mijn functie houd ik me bezig met het juridisch profiel van Den Haag als stad van Vrede en Recht. Een collega attendeerde me op de cursus Legal Technologies. Een flinke ­tijdsinvestering, maar ik was meteen geïnteresseerd, omdat de impact van digitalisering op de overheid nu eenmaal steeds groter is.’ BRUG ‘De cursus slaat een brug tussen juridische en technologische kennis. Op welke wijze kun je legal tech inzichtelijk maken voor niet-technici, en hoe maak je wetgeving inzichtelijk voor ict’ers? Ik was hier niet voor opgeleid. Heel goed dus dat de Universiteit Leiden met dit programma mensen zoals ik, die mid-career zijn, de mogelijkheid biedt kennis te nemen van deze materie en het gesprek aan te gaan.’

UITDAGEND ‘Eerlijk is eerlijk, de stof is best uitdagend. Het gaat om het verbinden van twee compleet verschillende takken van sport. Zeker in het begin voelde het alsof ik weer als eerstejaars in de college­ banken zat. Wat ik erg goed vind is dat er veel moeite wordt gedaan om je mee te nemen in de complexe technieken. Je krijgt les van zowel wetenschappers als mensen uit de praktijk. Vooral die praktijkmensen trekken je mee.’ Het Centre for Professional Learning (CPL) ontwikkelt verdiepende programma’s voor professionals. universiteitleiden.nl/cpl

TEKST: NICOLLINE VAN DER SPEK, FOTO: EELKJE COLMJON

Politieke Wetenschappen 2004-2007

KEUZES ‘Je leert hoe technologie werkt, maar ook waar je rekening mee moet houden als je deze gaat toepassen. Ook leer je meer over bijvoorbeeld de vindbaarheid van informatie. Neem het afhandelen van een Wob-verzoek, waarbij iemand informatie opvraagt over het handelen van de overheid. Dit kan betekenen dat er duizenden documenten, appjes, mails door­zoekbaar moeten worden gemaakt. Dat vergt goede technologische ondersteuning. Hoe werkt zo’n systeem en waar moet je op letten?’


Leidraad

Wetenschap en maatschappij

21


22

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NR. 1 1  2022 2022

Interview Hester Bijl

‘Maatschappelijke waarde Rector magnificus H ­ ester Bijl ziet d ­ ilemma’s maar vooral kansen bij de zoek­ tocht naar meer maat­ schappelijke waarde van de Leidse wetenschap. FRED HERMSEN | MELISSA SCHRIEK

Op welke manieren levert de universiteit toegevoegde maat­ schappelijke waarde? ‘Veel van ons onderzoek draagt bij aan de oplossing van grote maatschappelijke uitdagingen op het gebied van bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid, duurzaamheid. Verder worden onze wetenschappers gestimuleerd samen te werken met maatschappelijke partijen en hun kennis breed te delen. Ze ­schuiven aan in het maatschappelijk debat, geven voorlichting op scholen en reizen stad en land af voor lezingen. Zeer belangwekkend, maar er is veel meer. Zoals hoogleraren die in adviescommissies plaatsnemen of zitting hebben in Raden van Toezicht. En natuurlijk alle managers, productvernieuwers, beleidsmakers, ondernemers en politici van de toekomst die wij afleveren. Onze studenten gaan het verschil maken. Als dat geen toegevoegde waarde is...’ Is de uitdaging anders dan vroeger? ‘De focus op onze maatschappelijke rol is niet nieuw. Neem de periode van de Civitas-gedachte, vlak na de Tweede Wereldoorlog. Toen gaf de universiteit nadrukkelijk invulling aan die rol. Maar we leven nu in een samenleving waarin maatschappelijke vraagstukken bijzonder complex zijn, met geharnaste voor- en tegenstanders. Zo moeten wetenschappers zich bij klimaatvraag­ stukken verhouden tot die maatschap-

pelijke dynamiek, en de vaardigheid hebben om samen te werken ­­ buiten hun eigen discipline. De effectiviteit van technische oplossingen hangt samen met draagvlak in de samenleving. Dus is het verstandig als een natuurkundige samenwerking zoekt met een s­ ocioloog die is gespecialiseerd in massa­ communicatie. Niet voor niets leiden we ook een deel van onze studenten multidisciplinair op, en kunnen ­ stu-

denten minoren (bijvakken, red.) buiten hun eigen vakgebied volgen. Dat helpt hen integraal te kijken naar hun betekenis in de maatschappij. Maatschappelijke waarde heeft dus onze volle aandacht, in een nieuwe context. Onze nieuwe onderwijsvisie telt daarom acht aandachtspunten, vier gaan er over onderwijs, vier over de ver­ houding tussen student en maatschappij.’


DOSSIER Wetenschap en maatschappij

NR. 1  2022

23

heeft onze volle aandacht’ Hoe kan fundamenteel onderzoek een bijdrage leveren? ‘Fundamenteel onderzoek is niet bedoeld als “toepasbaar”, dat klopt. Maar het is een misverstand dat fundamenteel onderzoek nooit maatschappelijke meerwaarde zou willen leveren. Spinozawinnaar Marc Koper doet onderzoek naar elektrochemie. Toch praat hij graag met grote bedrijven. Die gesprekken over hun wensen en inzichten uit research leiden soms tot aanpassingen van zijn onderzoeks­ vragen. En wat te denken van het ­Janssen-vaccin; de cellijn en het framework voor dat maatschappelijk uiterst relevante vaccin komt direct voort uit fundamenteel Leids onderzoek.’ Welke invloed hebben de onder­ zoeksthema’s van de Nationale Wetenschapsagenda? ‘Ze geven richting en sturen de financiering, en dat helpt. De universiteit stimuleert zelf ook brede onderzoeksprogramma’s, denk aan de Stimuleringsprogramma’s. Deze bevorderen interdisciplinaire samenwerking van onze onderzoekers en sluiten aan bij actuele maatschappelijke vraagstukken. Artificiële intelligentie is zo’n programma. Bij al die verbindende ambities maak ik me wel zorgen over de toekomst van vrij en ongebonden onderzoek. Dit is onderzoek dat vooral wordt gedreven door nieuwsgierigheid en waar vaak grote doorbraken in kennis uit voortkomen. Ook daar hechten we groot belang aan, of het nu om zwaar fundamenteel onderzoek gaat in de fysica of wiskunde, of om “exotische” richtingen die zich minder lenen voor maatschappelijke invalshoeken. Het academische licht moet in alle hoeken kunnen schijnen.’ Als je ongebonden zegt, heb je het dan ook over wetenschappers

met expliciete en uitzonderlijke ­ideologische opvattingen? ‘Ooit stelde de Senaat van de universiteit dat hier nadrukkelijk plaats hoort te zijn voor wetenschappers van alle politieke stromingen. Daarbij werd wel geëist dat wetenschappers respect voor elkaars werk toonden, dat discussies gingen over ideeën en methoden, en dat daarbij niet op de persoon werd gespeeld. In deze veilige academische vrijheid heeft Leiden uitgeblonken sinds haar oprichting in 1575. Ja, natuurlijk schuurt, knettert en botst het ook wel eens flink, maar dat hoort erbij.’

We laten het academische licht in alle hoeken schijnen Staat die cultuur nu onder druk? ‘Niet intern, integendeel. Wel als je kijkt naar de externe acceptatie van wetenschappelijke kennis, met name op social media, waar feiten het etiket van een mening krijgen, en waar “alternatieve feiten” soms zegevieren. Daar hebben Leidse wetenschappers met publieke zichtbaarheid last van. Een sticker van Vizier op Links op je voordeur is uiterst intimiderend. Het kan tot een gevoel van verlamming en zelfcensuur leiden. Daarom staan we pal achter onze mensen, en bieden we hulp en beveiliging aan wetenschappers die bedreigingen ontvangen. En we ontwikkelen met de Vereniging van Universiteiten (VSNU) een code voor de omgang met social media. De nieuwe VSNU-handreiking ‘­ Bedreiging

en intimidatie van wetenschappers’ geeft duidelijk de grens aan. We doen aangifte als die wordt overschreden.’ Waar zie jij constructief contact met de maatschappij ontstaan? ‘Laat ik beginnen in Leiden zelf. Bij het mooie citizen science-project van historici in de Leidse Slaaghwijk, en de experimenten van Leiden Centre for Innovation and Entrepreneurship PLNT aan de Langegracht. Dit is een bruisende vrijplaats waar studenten, wetenschappers, ondernemers en Lei­­denaren elkaar ontmoeten. Geweldige initiatieven zie ik ook in ‘Leren met de Stad’, waar studenten van onze universiteit en de Leidse Hogeschool samen met stadgenoten onderzoek doen. En in Den Haag-Zuidwest hebben we een prachtige scriptiewerkplaats waar onze Haagse studenten concrete adviezen geven aan beleids­ makers en Haagse wijkbewoners, over zaken die daar léven. Ook op de universiteit zelf is steeds scherper oog voor maatschappelijke waarde. Prachtig vind ik de Quantum Science Hub, waarin de toepassing en de maatschappelijke betekenis van de supercomputer worden onderzocht. En de decanen verkennen vol energie hoe faculteiten door samenwerking meer maatschappelijke waarde kunnen leveren.’ Onderzoeken met ­maatschappelijke impact begint dus eigenlijk bij ontmoeten… ‘Ja, en daarvoor moet je je werkkamer of onderzoekslab uit. Intern ligt dat iets meer voor de hand dan extern. De universiteit helpt door vrijplaatsen en symposia te organiseren voor mensen van velerlei pluimage. Als daar goede plannen ontstaan, helpen we bij de zoektocht naar mogelijkheden om er vorm aan te geven.’


24

Leidraad

‘ Je hoopt impact te hebben’

‘B

ij Public Mediation, aldus alumnus waar ik vanuit het Wouter Sociaal en Cultureel Planbureau voor een half jaar ben gedetacheerd, merk ik dat het onderzoek dat ze daar doen nog meer toepassingsgericht is dan bij het SCP. Ik vind het op beide plekken belangrijk dat onder­ zoek inzetbaar is. Wat niet wil zeggen dat er naast actieonderzoek geen fundamenteel onderzoek nodig is, absoluut niet, maar voor mezelf is dat wel wat ik zoek: ik wil iets bijdragen aan de maat­ schappij. Binnen het SCP heb ik me beziggehou­ den met burgerinitiatieven op allerlei gebied. Daarna heb ik een aantal jaren gekeken naar con­ flicten rond windmolens en zonneparken, natuur­ beheer en vluchtelingenopvang. Dan probeer je met beleidsaanbevelingen te komen voor Den Haag en gemeenten. Je hoopt impact te hebben, een woord dat veel gebruikt wordt binnen het SCP. Impact bereik je door aan tafel te zitten bij beleidsmakers, maar ook aan tafel bij Jinek. Je wilt als onderzoeker een zo breed mogelijk publiek bereiken. Wat dat betreft zou er meer aandacht mogen zijn voor publiekswetenschap. Zelf heb ik in 2015 een boek geschreven over fairtrade. Daar was toen veel media-aandacht voor, in ieder geval veel meer dan voor mijn wetenschappelijke publicaties. Toch iets om over na te denken als universiteit, zou ik zeggen: stop meer tijd en geld in publiekswetenschap.’

‘ De wereld schreeuwt om kennis’ Senior onderzoeker Laurens Hessels van het Rathenau Instituut is sinds 1 september verbon­ den aan het Centre for Science and T ­ echnology Studies (CWTS) van de Universiteit Leiden. Een dag per week richt hij zich als bijzonder hoogleraar op de maatschappelijke waarde van wetenschap. Wat hoopt hij te bereiken?

TEKST: NICOLLINE VAN DER SPEK, FOTO: EDWIN WEERS

1997-2002 Bestuurskunde, Universiteit Twente 2008-2012 Filosofie, Universiteit Amsterdam 2006-2011 Promotie, Universiteit Leiden (proefschrift over het beleidsdiscours over de relatie tussen patiënt en technologie). 2011-NU Weten­ schappelijk medewerker bij het SCP. 2021-2022 Detachering bij Public Mediation.

G

FRED HERMSEN | ANP

WOUTER MENSINK (42)

rote wetenschapsprogramma’s van bij­ voorbeeld de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) richten zich meer en meer op maatschappe­lijke vraagstukken als klimaat en maatschappelijk-economische ongelijkheid. Hessels draait er niet omheen: ‘Terecht, want de wereld schreeuwt om die kennis.’ Maatschappelijk toegevoegde waarde speelt al langer een rol in financieringsaanvragen, ‘maar als eenmaal een onderzoeksaanvraag was gehonoreerd, zag je gedane beloftes snel plaats maken voor de impact die onderzoekers op elkaar wilden maken. Begrijpelijk, want een academische carrière vereist een overtuigende lijst publicaties en zoveel mogelijk citaten in ander wetenschappelijk werk. De academische cultuur remde wetenschappers dus af.’


ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Het besef dringt nu gelukkig door, bijvoorbeeld op het ministerie, dat daarom andere criteria voor waarderen en erkennen nodig zijn, bijvoorbeeld bij het aannamebeleid, bij functioneringsgesprekken en bevorderingen van universitair medewerkers. En waar nu brede kennis­ deling op relatief korte termijn – valorisatie – al een beoordelingscriterium is, zullen in de toekomst lange­ termijneffecten van contacten met de ‘buitenwereld’ gaan meetellen. ‘Denk aan fundamenteel onderzoekers die omschrijven hoe hun onderzoek in de verdere toekomst impact zal hebben, of het onderhouden van een netwerk waarvan je niet direct resultaat mag verwachten. Probleem is wel’, benadrukt Hessels, ‘dat onze wetenschap niet eindigt bij Lobith. De internationale academische wereld blijft competitief op de korte termijn.’ Maatschappelijke impact

In Leiden onderzoekt hij samen met collega’s van het CWTS hoe deze maatschappelijke waarde kan worden gestimuleerd en kan worden geëvalueerd. ‘Ik kijk naar wat interacties tussen collega-wetenschappers en de maatschappij de moeite waard maakt. Dat wil zeggen evenwichtig, inclusief en effectief; randvoorwaarden voor onderzoek met maatschappelijke impact.’ Op basis van enquêtes, case studies en actie-onderzoek adviseert hij vervolgens onderzoeksfinanciers en kennisinstellingen over beleid, uitvoering en ­evaluatie. ‘Die evaluatie is belangrijk om Leidse onderzoeksprogramma’s meer responsief te maken ten opzichte van de samenleving. Zo kun je bijvoorbeeld onvoorzien met weerstanden te maken krijgen – zoals boerenprotesten tegen onderzoeksuitkomsten rondom stikstofuitstoot. Met nieuwe werkvormen kun je een productieve dialoog organiseren met alle stakeholders. Ik voorzie een nooit eindigend leerproces. Dat is nieuwe kost voor veel wetenschappers. Noeste werkbijen buiten de academische spotlights moeten die interactie nog in de vingers krijgen, het is mooi ze te kunnen helpen.’ Hessels voorziet hen de komende jaren van best practices en adviezen. Slotvraag: geldt dat ook voor – zeg – de onderzoeker die zich richt op Soemerische kleitabletten? ‘Ook dat onderzoek heeft vaak intrinsiek maatschappelijke waarde, bijvoorbeeld als het leidt tot museum­bezoek, of als het gepaard gaat met innovatieve technologie en geautomatiseerde data-analyse. Ik zeg niet dat het moet, maar over maatschappelijke waarde kun je altijd het gesprek aangaan.’

Laurens Hessels

studeerde wetenschapsfilosofie en scheikunde aan de UvA. Hij promoveerde in 2010 aan de Universiteit Utrecht op een studie naar de maatschappelijke relevantie van wetenschap.

Leidraad DOSSIER

25

‘ We laten ons leiden door de wetenschap’

‘V

an jongs af aan heb ik meealdus gekregen dat alumna Marga je je moet inzetten voor de samenleving en op de middelbare school was ik altijd een van de meer milieubewuste leerlingen. Dat ik nu bij Urgenda werk is dan ook geen toeval. Ik steek graag mijn handen uit de mouwen. Met sociale media doe ik niet zo veel. Ik denk namelijk niet dat je mensen op sociale media kunt overtuigen. Waar ik meer heil in zie en wat ik ook vaak doe is persoonlijk met mensen in gesprek gaan, één-op-één. Aan een klimaatontkenner vraag ik altijd als eerste waar hij zijn informatie vandaan heeft. Iemand die dusdanig sceptisch is overtuig je niet als je meteen gaat zenden. Pas als ik diegene beter begrijp kom ik met míjn bronnen: de weten­ schappelijke onderzoeken waarop al onze pro­ jecten bij Urgenda zijn gebaseerd. We kijken niet per se met een activistische bril naar de weten­ schap, we laten ons leiden door de wetenschap. De wetenschap vertelt ons wat noodzakelijk is. Waar het activistisch wordt is dat wij aansporen tot actie. Hard nodig. Kijk naar de feiten. De noodzaak om te verduurzamen is inmiddels zo duidelijk dat klimaatwetenschappers zich, wat mij betreft, best wat meer zouden mogen uit­ spreken in het publieke debat. Blijft het te stil, dan maken wij gewoon wat meer lawaai.’

MARGA WITTEMAN (26) 2013-2017 Bachelor ­Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie, Universiteit Leiden 2018-2019 Master of ­Science Environment and Resource Managament, VU Amsterdam 2019-2020 Conflict Stu­ dies en Human Rights UU 2020-NU Werkzaam bij Team landbouw en bio­ diversiteit bij Urgenda

TEKST: NICOLLINE VAN DER SPEK, FOTO: EDWIN WEERS

NR. 2  2021


26

Leidraad

NR. 1  2022

Nepnieuws vervuilt de samenleving Peter Burger en Alexander Pleijter vervullen als ‘nieuwscheckers’ een maatschappelijke taak. Zij leren studenten Journalistiek en Nieuwe Media om nepnieuws te herkennen en ze onderzoeken manieren om de journalistiek daartegen te ­wapenen. Voor Leidraad beoordelen ze vier stellingen op het waarheidsgehalte. NEPNIEUWS BESTRIJDEN IS ALS SCHOONMAKEN, HET MOET STEEDS OPNIEUW

TEKST: JOB DE KRUIFF, FOTO: ERIK SMITS

NEPNIEUWS WAS ER ALTIJD AL PB: ‘Ja, dat is waar, het bestaat al sinds mensenheugenis. Ik heb net samen met historicus Rens ­Tacoma een stuk geschreven over Romeins nepnieuws. Het gaat dan om vervalste ‘handelingen’, dat zijn verslagen die vanuit alle delen van het Romeinse Rijk moesten komen. Stukken met autoriteit, dus iemand kon er baat bij hebben om die te vervalsen, en dat gebeurde ook. Dat is in een aantal opzichten vergelijkbaar met nepnieuws van nu. Al had je destijds geen ‘nieuws’ zoals wij dat kennen, want een groot deel van de bevolking kon niet lezen of schrijven. Toen wij twaalf jaar geleden als ‘nieuwscheckers’ begonnen, richtten we ons vooral op ‘misinformatie’. Journalisten die een grafiek verkeerd inter­ preteren, of in een correlatie te snel een causaal verband zien. Rondom de verkiezing van Donald Trump zag je de opmars van de opzettelijk verzonnen berichten, bedoeld om geld mee te ­verdienen of de politiek mee te beïnvloeden. Dat is wat we nu onder nepnieuws verstaan, en waar sindsdien eerst in de VS maar al snel ook in Nederland enorme ­aandacht voor is.’ AP: ‘Het begon voor ons als onderwijsproject: studenten leren hoe ze moeten checken. In 2017 zijn we dat ook gaan doen met beweringen van politici tijdens de campagne en dat werd goed opgepikt door de media. Wilders zei toen bijvoorbeeld dat veel schoolkantines alleen nog halal voedsel verkochten. Waarop onze studenten honderd scholen zijn gaan bellen: er was er maar één waar dat voor gold.’

PB: ‘Het heeft wel iets van dweilen met de kraan open, zelfs. Want hoezeer wij ook ons best doen, degenen die geld of invloed willen, verzinnen ook telkens iets nieuws. En de technieken om bijvoorbeeld gemanipuleerde filmpjes te maken, worden steeds goedkoper en gebruiksvriendelijker. Je krijgt een soort wapenwedloop, want het ontmaskeren van nepnieuws wordt ook steeds ­eenvoudiger. Al ben ik teleurgesteld over de mate waarin de ­grote socialemediabedrijven dat doen. Wij hebben in 2019 een netwerk ontdekt van Macedoniërs met zeventig websites en honderden accounts op Facebook en Twitter, die gebruikt werden om de politiek te beïnvloeden. Als wij dat al kunnen vinden, moeten zij het zeker kunnen, maar het gebeurt niet. Of iets anders: het is bizar hoeveel antisemitisme je op Twitter kunt tegen­ komen. Dat is in strijd met hun eigen regels en het is met ­ minimale ­inspanning te ontdekken en te verwijderen. Ik vind het idioot dat Twitter dat niet doet. Ze reageren alleen als dingen groot in het nieuws zijn. Uiteindelijk zal meer regulering onvermijdelijk zijn, denk ik. Een kleine structurele verbetering waar wij aan hebben bijgedragen was bij het ANP. Dat hanteerde voorheen als stelregel dat ze een onderzoek vertrouwden zodra het was gehouden onder meer dan 500 mensen. Toen hebben wij ze kunnen uitleggen dat je ook eisen moet stellen aan bijvoorbeeld de opzet en hoe de steekproef is gehouden.’

Nee, va naf 500 res pondenten. 125 gebelgde n, met vra w er kte n d a a r va n e e er 114 m


Peter Burger (links) en Alexander Pleijter

DOSSIER

27

Groot Europees project

CORONA STUWDE HET NEPNIEUWS NAAR NIEUWE HOOGTEN ELKE JOURNALIST ZOU EEN FACTCHECKER MOETEN ZIJN AP: ‘In de praktijk komen ze vaak niet verder dan in een kwestie beide kampen het woord geven. Terwijl de burger er meer aan heeft als je uitzoekt wie er gelijk heeft. Vanuit die ­behoefte zijn de eerste fact­check-­ organisaties ontstaan.’ PB: ‘En wij checken bijvoorbeeld ook visuele uitingen: zijn filmpjes en video’s echt? De herkomst van een foto terugzoeken, dat ­kunnen maar weinig journalisten. Er valt nog veel te verbeteren aan de vaardigheden en voorzieningen op redacties.’

AP: ‘In het publieke debat gaat het in elk geval voortdurend over welke informatie wel en niet klopt. Daarbij valt mij op dat termen als ­wappies en complottheorieën wel heel gemakkelijk gebruikt worden. Ook tegen mensen die ­ terechte twijfels hebben. Het verhaal dat het virus uit een lab komt, leek aanvankelijk onzinnig, maar dat is het niet.’ PB: ‘In elk geval kunnen wij nog wel even door, terwijl het ooit een niche was. Het is fijn hoor, zoveel belangstelling voor waar je mee bezig bent. Maar het geeft ook een verantwoordelijkheid. Er wordt op ons gelet.’ AP: ‘Ik vind het af en toe vervelend dat het wordt geframed als een strijd tegen desinformatie. Alsof er foute en echte informatie is. Zo zwart-wit is de werkelijkheid meestal niet. En er zitten ook niet altijd kwade bedoelingen achter. Daarom houd ik ook niet van oorlogsmetaforen, zoals de term wapenwedloop.’ PB: ‘Ik kwam laatst de metafoor tegen van de vervuiling, dat vind ik een mooie. Nieuws is als een ecosysteem, en elk onwaar bericht is als een op straat gegooide verpakking. Je hebt grote en kleine vervuilers. En we kunnen allemaal een bijdrage leveren door niets weg te gooien.’

Sinds oktober maakt Nieuws­checkers deel uit van een groot Europees project tegen desinformatie en voor de ­bevordering van media­ wijsheid bij het publiek. Een consortium van ­Vlaamse en Nederlandse universi­ teiten en nieuwsorganisa­ ties heeft subsidie gekregen voor activiteiten, ­trainingen en onderzoek op het gebied van fake news en de ­be­­strijding daarvan. In Leiden kunnen van dat geld mensen worden aan­ genomen die zich met fact­ checks gaan ­bezighouden en die specialistische k ­ ennis hebben over b ­ eeldverificatie of medische journalistiek. Verder komt er onder meer onderzoek naar de effecti­ viteit van zulke factchecks, er worden nieuwe instru­ menten tegen nepnieuws ontwikkeld en er komen bij­ eenkomsten waar journalis­ ten, ambtenaren en onder­ zoekers van elkaar leren. De gedachte achter het project is dat desinforma­ tie veel schade aanricht in de samenleving. Een even­ wichtige, onpartijdige en betrouwbare berichtge­ ving, gebaseerd op feiten, biedt weerwerk en is essen­ tieel voor een goed functio­ nerende democratie.


Leidraad

NR. 1 1  2022 2022

Wetenschapper in het maatschappelijk debat – Hoe doe je dat? – Rond onderwerpen als het coronabeleid, migratie of klimaat­verandering lopen de emoties hoog op en spelen wetenschappers een belangrijke en soms gepolitiseerde rol in het maatschappelijke debat. De een neemt ferm stelling op Twitter, de ander kiest bewust voor een heel ander medium. Vier Leidse wetenschappers vertellen.

Arnold Tukker is onderzoeker en docent Industriële ecologie en ­directeur van het Centrum voor ­Milieuwetenschappen. ‘Af en toe geef ik interviews aan ­journalisten maar dat doe ik een stuk minder dan bijvoorbeeld een ­collega van mij die de effecten van stikstof onderzoekt. Als je eenmaal p ­ rominent in de kaartenbak van redacties zit, word je vaak gebeld. Veel optreden in de media heeft voor- en nadelen. Het is goed om wetenschappelijke inzichten te delen met een breed publiek, maar het wordt spannend als je daarna bij­ voorbeeld te maken hebt met agressie­ ve boeren, zoals mijn c ­ ollega nu. Som­ mige journalisten hebben bij wijze van spreken al de kranten­kop klaar voor­ dat ze de onderzoeker zelf spreken. Ik zoek media dus niet heel actief zelf op, op een enkel opiniestuk van mij na. Aan

Twitter doe ik niet. Liever een publica­ tie in S ­ cience dan voortdurend aan­ dacht op s­ ociale media. Ik doe wel vaak mee aan het p ­ ublieke debat via overleggen, b ­ ijeenkomsten en congressen. Zo praat ik geregeld met maatschappelijke partners over de circulaire economie en vertel ik de inconvenient truth: als we zo ver­ spillend met energie en g ­ rondstoffen omgaan raken onze bronnen snel op. De politiek denkt vaak niet van­ uit feiten en statistieken maar vanuit wat maatschappelijk haalbaar is. Een ­circulaire economie wordt dikwijls te snel als een oplossing gepresenteerd om helemaal klimaatneutraal te ope­ reren. Er zouden dan geen m ­ aterialen meer in de kringloop komen, maar dat is onzin. Bij uitbreiding van de infra­ structuur en de bouw van n ­ ieuwe ­huizen zijn er nieuwe materialen nodig die je niet snel weer recyclet. En geconsumeerde voeding kun je niet circulair maken. Dit zeg ik ook in onze overleggen met ministeries. Ik zit dus vaker aan tafel met beleidsmakers dan aan tafel bij een praatprogramma. Op televisie moet je handig zijn met one­ liners. Ik wil best vaker mijn mening geven op televisie, als het maar geen amusement hoeft te zijn.’

TEKST: LINDA VAN PUTTEN, FOTO: MARIUS ROOS (NADIA), HIELCO KUIPERS (RAISA)

28


DOSSIER Wetenschap en maatschappij

29

Historicus Nadia Bouras is gespecialiseerd in migratiegeschiedenis en discussieert onder andere via Twitter over onderwerpen als migratie en moslims. ‘Sociale media hebben de discussies niet zozeer verdiept als wel verbreed. Maar ik erger me soms kapot aan onbegrip en kwaadaardig­ heid. Op Twitter reageer ik op serieuze vragen en soms om iets recht te zetten. Zoals over de ­ naoorlogse migratie uit Marokko naar Nederland. Ik krijg vaak het verwijt dat ik onderdrukking als motief ontken. Ik ben op die naoorlogse migratie gepromoveerd en publiceer daarover, maar veel mensen hebben zonder zich te verdiepen hun mening klaar. Als historicus ga ik daartegenin. Ik gebruik Twitter ook voor colleges en bespreek wat voor meningen er gedeeld worden. Ik ben een vrouw, van Marokkaanse afkomst en moslim dus alles aan mij is gepolitiseerd. Na 9/11 heb ik me een tijd gedeisd gehouden, maar het is juist goed om te laten zien dat er niet één soort mos­ lim bestaat. Ik krijg veel mediaverzoeken en kies vooral voor radio-interviews waar er tijd is voor inhoud. Ik wil geen opiniemachine zijn waar op elk onderwerp een mening uitrolt. Twitter is wat dat betreft mijn medium want ik bepaal zelf wan­ neer ik iets kwijt wil. Ik krijg wel vaak felle reac­ ties. Het dieptepunt was de intimidatie van de actiegroep Vizier op Links die een sticker op mijn voordeur plakte met de tekst ‘geobserveerde locatie’. Daar staat tegenover dat ik ook geregeld warme en enthousiaste reacties via Twitter krijg.’

Raisa Blommestijn is jurist en filosoof. In de media geeft ze haar uitgesproken mening over onderwerpen als het coronabeleid. ‘Als rechtsfilosoof voel ik een verantwoordelijkheid om me uit te spreken in ­discussies over het corona­ toegangsbewijs. Diverse grondrechten zoals g ­ elijke behandeling en lichame­ lijke integriteit staan op de tocht. Zo spreek ik ook in het RTL-programma Jinek over het coronabeleid. Ik verzet me tegen het narra­ tief dat de druk op de zorg wordt veroorzaakt door ongevaccineerden. Dat komt volgens mij meer door een tekort aan bedden en falend beleid. Waarom zou je een hele samenleving op slot zetten en onderwerpen aan vaccinatiedwang als maar een heel klein percen­ tage gezonde mensen echt ziek wordt? Critici bestem­ pelen mijn mening als des­ informatie, maar ik baseer me op wetenschappelijk onderzoek. Ik vind niet dat ik met mijn uitgesproken mening ook voor verdeeld­ heid zorg. Ik keer me juist tegen de polarisatie die ont­ staat door ongevaccineer­ den tot zondebok te maken. Na sommige tweets of tele­ visieoptredens ben ik soms dagenlang trending en krijg ik ontelbare opmerkingen van voor- en t­ egenstanders.

Daar ben ik nu wel aan gewend. Dat is een kwestie van Twitter niet te vaak ope­ nen en snel langs alle haat­ mails scrollen. Helaas z­ itten er soms bedreigingen bij. Ook binnen de u ­ niversiteit krijg ik zowel positieve als negatieve reacties. Ik vind mijn standpunt niet activis­ tisch, maar principieel. Prin­ cipiële standpunten inne­ men is inherent aan het vak rechtsfilosofie. Zo wil ik ook juridische artikelen schrijven over het corona­ beleid. Ik wil niet alleen mijn mening in de media geven.’


30

Leidraad

NR. 1  2022

Hoogleraar Ruurd Halbertsma is conservator in het Rijksmuseum voor Oudheden. In zijn campus-­ roman Roofkunst (2021) neemt zijn hoofdpersoon – een conservator – stelling in het debat hierover en kaart hij de ‘cancelcultuur’ van woke critici aan. ‘Stelling nemen in het maatschappelijk debat doe ik niet op sociale media. Die wereld ligt mij niet. Emo­ ties lopen snel hoog op en je kunt iets ontketenen dat niet meer te stoppen is. De laatste tijd stellen journalis­ ten vaker vragen over roofkunst en die beantwoord ik altijd. We krijgen ook vaker boze bezoekers die zeggen dat het hier vol staat met roofkunst. Die term wordt snel gebruikt. Ik wil voor nuance zorgen. Objecten uit voormalige gekoloniseerde landen zijn niet per defi­ nitie geroofd. We onderzoeken eerst de herkomst van objecten: zijn ze verworven door legale schenkingen en opgravingen of is het roofkunst omdat de opgravin­ gen of handel illegaal was? In dat laatste geval kopen we niet of moeten objecten terug. In mijn roman kaart ik dit aan en ik ga ook in op de zogenoemde cancel­ cultuur, het schrappen van ‘foute’ figuren uit het ver­ leden. In ons museum staan beelden van keizers die tot slaaf gemaakten hadden en van goden die jonge vrouwen lastigvallen. Kritische vragen zijn altijd goed, maar we gaan toch niet zomaar de oudheid wegpoet­ sen omdat veel verhalen tegenwoordig niet meer kun­ nen? In mijn boek kan ik het onderwerp van alle kan­ ten belichten en de historische context uitleggen. Ik schrijf dus liever een roman dan een tweet. Op onze website en in het museum herzien we informatie om de context uit te leggen. Het RMO wil m ­ eebewegen met de maatschappij, maar wel onderbouwd. We ­willen geen beeldenstorm.’

‘ Ik voelde het als mijn taak’

FOTO: ROB OV

ERMEER

De moleculaire virologiegroep van het LUMC stond nooit in de schijn­werpers. Tot de corona­pandemie ­toesloeg en ze b ­ etrokken werden bij de ontwikkeling van het Janssen-vaccin. Marjolein Kikkert over wat er gebeurt als plotseling de hele wereld naar jouw kennis snakt.


DOSSIER Wetenschap en maatschappij

31

Media

‘EenVandaag, WNL, BNR, Radio 1, Met het oog op morgen, en dan heb ik nog ontzettend veel nee gezegd. Maar optreden in de media ligt me goed en ik krijg er wel energie van. Ik voelde het echt als mijn taak om de ontwikkelingen te duiden en uit te leggen, ook omdat er zoveel non-deskundigheid is. Al gauw leerde ik dat het kort en bondig moet, en dat het niet goed werkt als je dan expres snel gaat praten. Soms kreeg ik wel de gelegenheid om wat meer uit te leggen van virologie, daar genoot ik van. Vooral als mijn naam in beeld was geweest kreeg ik veel reacties. En vragen van mensen over hun eigen toestand, of welk vaccin ze moesten nemen. Het was te veel om allemaal persoonlijk te beantwoorden, maar af en toe deed ik dat wel, als zo’n verhaal me raakte.’

Continuïteit

TEKST: JOB DE KRUIFF

Aandacht

‘Surrealistisch, vond ik het. Op straat ­praatte opeens iedereen over ‘mijn onderwerp’: ­corona. Voorheen moesten wij ons altijd verdedigen voor het feit dat we coronavirussen onderzochten, zelfs bij collega’s. Want er waren geen ­patiënten, dus hoort zoiets dan wel thuis in een academisch ziekenhuis? Wij wisten al dat deze virussen relatief makkelijk op mensen kunnen worden overgedragen. Mijn eigen specialisatie is de interactie van het virus met het aangeboren immuun­systeem, een heel belangrijk aspect bij dit soort infecties. Tot voor kort was dat dus vrij fundamenteel onderzoek, het was niet waar ‘de markt’ om vroeg. Sinds corona staat onderzoek over dit onderwerp in alle prestigieuze tijdschriften: ­Nature, Science en Cell. Ook wilden heel veel groepen projecten samen met ons doen, bijvoorbeeld op het gebied van obesitas-onderzoek. Dat is enorm boeiend en daar hebben we ook ­volop van geprofiteerd. Wel hebben we op een ­gegeven moment afgesproken om voorrang te geven aan de voorstellen die vanuit ons eigen huis, het LUMC, kwamen, en om van de externe ­projecten alleen de interessantste te doen. We hebben in 2020 heel veel subsidies ontvangen voor het ­ontwikkelen van antivirale middelen en ­vaccins en daar zijn we nu ook erg druk mee.’

‘De afdeling heeft dankzij de aanvullende financiering in korte tijd ongeveer tien nieuwe mensen kunnen aannemen. Dat was wel een uitdaging, temeer omdat ons lab-werk veel training vergt. En op zich is het fantastisch, maar het geeft ook een hoop drukte en verantwoordelijkheid. Wij zijn onderzoekers, ik heb nooit een managersopleiding gehad. Mijn advies aan iemand die iets dergelijks gaat meemaken: vraag op tijd aandacht voor het feit dat je dingen wilt kunnen delegeren. Bijna twee jaar later is het nog steeds heel druk, maar niet meer zoals in het begin. Mijn zorgen zijn nu hoe we continuïteit creëren. Veel projecten lopen in mei af, en we willen die tien mensen niet allemaal weer hoeven ontslaan. We ­hebben gelukkig wel zicht op nieuwe subsidies. De virologie staat een stuk beter op de kaart als een relevant vak.’

Fundamenteel

‘Toch is mijn verhaal eigenlijk één groot pleidooi voor fundamenteel onderzoek, voor ­algemene progressie van de wetenschap. Je weet nooit zeker wanneer bepaalde kennis opeens wereldwijd belangrijk gaat zijn, dus moet je juist zorgen dat je structureel en fundamenteel “bij” bent. Stel je voor, rond 1918 maakte een ­grieppandemie nog 50 miljoen slachtoffers. Dat had nu ook gekund, of nog veel meer, als we niet sindsdien zoveel virologisch onderzoek hadden gedaan. En ik ben ervan overtuigd dat we over tien jaar alweer enkele stappen verder zijn.’

Marjolein Kikkert

(1969) is ­universitair hoofddocent virologie. Ze onderzoekt (de bestrijding van) onder meer het MERS- en ­SARS-CoV-virus. Vanaf februari 2020 was ze vol­ op betrokken bij het Covid-onder­ zoek, zoals het testen van kan­ didaat-vaccins voor Janssen in het LUMC. Kikkert studeerde mole­ culaire biologie in Wageningen, waar ze ook pro­ moveerde. Sinds 1999 werkt ze als onderzoeker in het LUMC.


32

NR. 1  2022

Leidraad

Niet voor het eerst

om Wetenschappers die zich inzetten maar het land of de economie te redden, emaal ook polarisatie en kritiek: het is all biedt wat niet voor het eerst. Pieter Slaman historisch vergelijkingsmateriaal. TEKST: JOB DE KRUIFF

Help ons uit de crisis!

is waarin de Nederlandse Corona is niet de eerste grote cris ies leunt voor de oplossing. ­regering op wetenschappelijk adv land weliswaar neutraal, ons In de Eerste ­Wereldoorlog was en export vielen stil. Met als het raakte wel ­ingesloten. Import aan onder meer schoenen, congevolg steeds nijpender tekorten voedsel. Daarom kwam er een structiemateriaal, kunstmest en Advies en Onderzoek in het van sie Wetenschappelijke Commis de Weerbaarheid. Een soort belang van de Volkswelvaart en ing van Hendrik Lorentz. OMT avant la lettre dus, onder leid had als Nobelprijswinentz Waarom een natuurkundige? ‘Lor maatschappelijk actief, zeer d altij naar een grote naam, was ook omdat hij zo een aantal jonge en hij had hier zelf voor gelobbyd Slaman. ‘Lorentz zag het als wetenschappers in kon zetten’, zegt hap om zich te bewijzen.’ een gelegenheid voor de wetensc

Pieter ­Slaman

(1986) is ­universitair docent bij het Instituut voor Geschiede­ nis en werd dit najaar benoemd tot universiteits­ historicus, met dank aan het A.E. Cohen Fonds.

Valorisatie

universiteiten is geen De roep om ondernemerschap aan in 19de eeuw al zag koning Beg as. ­moderne kapitalistische uitw sen voor het Verenigd KoninkWillem I grote economische kan ervaring van de noordelijke rijk der Nederlanden: de handels en staalindustrie in de zuidenhelft, gecombineerd met de kole tte hij de toenmalige zes unilijke Nederlanden. Daarom verplich school te beginnen, vaak met versiteiten om ook een industrie ging het dan bijvoorbeeld om een regionale functie. In Leiden r de laken- en ­wolindustrie. verfstoffen en weeftechnieken voo nde, gaf in een ­lokaaltje urku Natu Jacob de Gelder, hoogleraar ersiteiten, zegt Slaman, les aan ambachtslieden. Maar univ r theoretisch. ‘Men keek neer waren in die tijd nog door en doo kreeg, afgezien van de geneesop alles waar je vieze handen van el vak, in dat ene lokaaltje. kunde.’ Dus het bleef bij een enk

‘ Studenten worden wijzer van de confrontatie van ideeën’


DOSSIER

33

‘ Ik ben graag zo feitelijk mogelijk’ d geweest. Academische vrijheid is er niet altij ood het verb w eeu nde ntie zeve de Halverwege ijs in erw ond Leidse college van curatoren het el wijf t ­ s Dien es. de ideeën van René Descart d wer s basi de juist r late aan bijna alles, die atting, ging van de moderne wetenschapsopv destijds te ver. n, de criVeel recenter is de affaire-Buikhuise ent bij pon com che ogis biol minoloog die een Zijn ora. eken erzo ond e wild rag crimineel ged rookmet d tie in Leiden (1978) werd verstoor den wer ns ede bommen, zijn publieke optr opgeluisdoor demonstrerende trommelaars en een bus ven brie de in p poe ing terd, hij ontv acultenf bommelding op de toenmalige rech , hij tom Kor . raat teit aan de Hugo de Grootst de is r ‘Daa st. gepe weg en werd gesaboteerd Carel ft hee or rect als op, s trot niet universiteit geboden. En Stolker hem nog zijn excuses aan r dat je heel wee nt sindsdien is het uitgangspu n worden ente Stud en. zegg veel moet kunnen ën.’ idee van tatie fron con de wijzer van

(Verbaal) geweld

tter nodig Wetenschappers hebben geen Twi tiende acht om verbaal slaags te raken. Eind n giste oran en tuss eeuw ging de scheidslijn en nente stud de r doo ars en patriotten ‘dw itte debatdocentenpopulatie heen’. Met verh gevolg. tot ten, en soms zelfs fysiek geweld ijl hij terw llen geva Een lector werd eens aan d, eken Ong . liep ège cort het tijdens de dies in zijn van zich eed ontd hij r maa en, zou je zegg r zie je het toga om terug te kunnen slaan. ‘Hie oonlijke pers het en onderscheid ontstaan tuss an. Slam ert lyse ana ’, lijke en het vakinhoude

‘I

BERIT SINTERNIKLAAS (33) 2007-2013 Bio­medische Wetenschappen, Universiteit Leiden 2013-2020 Weten­ schapsredacteur, o.a. bij het LUMC 2020-NU A ­ dviseur Wetenschaps­ communicatie, Erasmus MC

TEKST: NICOLLINE VAN DER SPEK, FOTO: EDWIN WEERS

Kun je alles zeggen?

aldus

k ben niet snel boos, alumna Berit maar als ik op de socials hoor dat wetenschap ook maar een mening is, ben ik wel geïrriteerd. Gek genoeg zoek ik het zelf op, dan ga ik naar Twitter voor een beetje ‘irritain­ ment’, maar ik meng me er niet in. Dat is allemaal negatieve energie. Wie ik dan wel weer sterk vind op Twitter is Marion Koopmans. Ondanks alle shit die ze over zich heen krijgt, blijft ze tegengas geven. Net als al die virologen op tv. De kracht van communiceren zit ’m in de herhaling. Je denkt misschien: nu weten we het wel over die vaccins en dat ze veilig zijn. Maar het constant herhalen van de boodschap is heel belangrijk. Ernst Kuipers doet dat goed. Hij is super feitelijk. Het is bovendien bizar wat hij kan onthouden. Hij lepelt zo de cijfers op van een willekeurige maand van vorig jaar. Zelf ben ik graag zo ­feitelijk mogelijk. Zelfs als ik een stukje moet schrijven van driehonderd woorden, ga ik niet te kort door de bocht. Ik denk bij alles wat ik naar buiten breng: er lezen ook patiënten mee. Die kunnen bang worden en die mag je niet afschepen met een oneliner of click­ bait-kop. Patiënten heb­ ben recht op gedegen informatie.’


Leidraad 34

COLUMN

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NR. 1  2022

Het publieke debat

CARTOON: THE CARTOON FACTORY

34

De definitie van wetenschap luidt ‘het systematisch geordende geheel van het weten en van de regels waarmee verdere kennis verkregen kan worden’. Maar niet alle soorten wetenschap are created equal. In de publieke opinie bestaat er duidelijk een hiër­ archie tussen de ‘harde’ en de ‘zachte’ wetenschap, met de neiging om de eerste als meer betrouwbaar en nauwkeurig te beschouwen dan de laatste. Wij geesteswetenschappers doen tenslotte geen exacte metingen of experimenten en we kunnen geen ­harde bewijzen ­leveren voor onze bevindingen. Vaak was ik jaloers op mijn collega’s uit de bèta, technische of medische wetenschappen die zich altijd kunnen beroepen op onbetwistbare feiten. Ook toen in het Covid-tijdperk de virusdeskundigen uit hun laboratoria kwamen om zich in het publieke debat rondom de pandemie te mengen, gingen ze weer zeer nauwkeurig en professioneel te werk en lieten zich zelden verleiden tot ongenuanceerde uitspraken over vaccins, het R-getal of medische zaken. Alleen veranderde deze houding weleens als ­journalisten hen buiten de grenzen van de virusgerelateerde expertise bevroegen. Dan werd een medicus of bioloog soms ook naar een mening over culturele en maatschappelijke kwesties gevraagd. De successen van het coronabeleid in Zuid-Korea zouden te verklaren zijn door ‘een enorme discipline in sociaal afstand houden’, hoorde ik. Terwijl er net als in Nederland ­grote problemen waren met Zuid-Koreanen die zich niet aan de maatregelen hielden en massaal ­bleven samenkomen in parken. Of het ging over ‘Oost-Aziatische praktijken’, terwijl

wij weten dat het coronabeleid van China, Japan, Zuid-Korea, Taiwan en Singapore weinig overeenkomsten vertoont. Vooroordelen en clichés over hele werelddelen, dat is iets waar iedereen alerter op zou moeten zijn. De wetenschap draait in de eerste plaats om zorgvuldig denken. Dat gaat vanzelfsprekend goed als het gaat over elementaire deeltjes en ­virussen, omdat geen geesteswetenschapper zich in dit soort inhoudelijke kwesties wil mengen. Maar het is net zo goed van toepassing voor onderwerpen die minder specialistisch lijken, maar evenzeer ­feitelijke kennis en inzicht vereisen. Misschien zijn journalisten, maar ook collega-wetenschappers, zich hier onvoldoende van bewust. ­Zouden wij – wetenschappers onder elkaar – wellicht gebaat zijn bij meer onderling contact hierover? En bij elkaar nog beter meenemen in de kennis die wij met veel moeite en toewijding aan het vergaren zijn? Tot die tijd hoop ik dat, ook al is het in een talkshow, juist de wetenschappers zich bij hun leest houden.

Katarzyna Cwiertka

hoogleraar Moderne Japan Studies


Leidraad

NR. 1  2022

35

Jonge Alumni Netwerk

Leuk, leerzaam en Leids Rose-Anne van Denderen (Psychologie 2014-2020) is dit jaar voorzitter van het het bestuur van het Jonge Alumni Netwerk. Ze werkt sinds 1 januari als Arbeids- en Organisatiepsycholoog bij Ergatis.

FOTO: MARC DE HAAN

‘D

e wereld is vol mensen die in ­ Leiden hebben gestudeerd. Dat is zó bijzonder. Zelf heb ik hier een superleuke studententijd gehad. En als je dan zo lang aan de univer­ siteit verbonden bent geweest, is het gek als dat opeens klaar is. Deel uitmaken van het JAN-bestuur is voor mij de perfecte oplossing om betrokken te blijven en een stukje terug te geven aan de universiteit waar ik met zoveel plezier heb gestudeerd. De bijeenkomsten voor jonge alumni zijn heel gezellig. Ik vind het interessant om van mensen te horen wat ze zijn gaan doen en waar ze werken. Maar het inhou­ delijke, kennis opdoen staat voorop. We hebben de afgelopen tijd veel online bij­ eenkomsten gehad, van ‘Is jouw orga­ nisatie al bezig met diversiteit en inclu­ sie?’ tot ‘Je dromen verwezenlijken met

de j­uiste mindset’. Heel praktisch, gericht op vaardigheden en kennis die je kunt toepassen. Mijn bestuur wil ook TED Talk-­ achtige lezingen organiseren. Waarbij je als bezoeker kennis opdoet, maar niet per se voor je eigen beroepspraktijk. Mijn ideale bijeenkomst bestaat uit een interessante lezing, met daarna een soort workshop waarbij je aan de slag gaat en ten slotte een borrel. Vorig jaar werd ik erg enthousiast van ons event waar er een lezing werd gegeven over de rol van Google tijdens de verkiezingscampag­ nes.’ We starten 2022 met ons januari event, waar Aniek Moonen komt spreken als voorzitter van de Jonge Klimaatbewe­ ging. We willen dit jaar ook veel aandacht geven aan duurzaamheid, dus dit leek ons een mooi onderwerp om het nieuwe jaar mee van start te gaan!’

Het Jonge Alumni Netwerk (JAN) is er speciaal voor jonge alumni (t/m 35 jaar). Het bestuur bestaat uit jonge Leidse alumni. Zij stellen het programma samen. Meestal met gasten en sprekers die ook in Leiden gestudeerd hebben. Je hoeft geen lid te zijn. Als je afgestudeerd bent aan de Universiteit Leiden en onder de 36 jaar bent, word je automatisch uitge­ nodigd voor de activiteiten van het Jonge Alumni Netwerk. Het JAN organiseert maandelijks een activiteit. Dat kan bijvoorbeeld een werkbezoek zijn, een workshop, lezing, webinar, coachcafé en/of een netwerkborrel. Jaarlijks is er een JAN-dag. Die van afgelopen november is vanwege de coronamaatregelen ver­ plaatst naar zaterdag 26 maart. Met onder meer de lezing ‘Verbeter je werkgeluk’ en de workshop ‘Zakelijk flirten’ door Bertine Blom en een work­ shop ‘Overzicht houden in je werkdag’ door Adriana Luns-de Jongh. Meer informatie en aanmelden:


36

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Studeren op 100 manieren Stampen uit een boek, aantekeningen maken of ­samenvattingen leren. Dat waren vroeger zo’n beetje de smaken bij het tot je nemen van lesstof. Dat is al lang niet meer zo. Multimediaal is nu het codewoord. Maar is het ook effectief?


NR. 1  2022

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

37

‘ Digitaal en op afstand wordt de trend’ Universitair hoofddocent in de chemie Ludo Juurlink importeerde een app uit de Verenigde Staten die studenten helpt om zich grote hoeveel­ heden kennis eigen te maken.

moet er vaker herhaald worden. Is die laag, dan komt er nieuwe stof bij. De computer ontdekt gaandeweg hoe en in welk tempo de student het beste leert en stuurt vervolgens pushberichten als hij of zij aan herhaling toe is. Dat personificeren is super waardevol, want dat maakt het leren zoveel efficiënter.’

‘Al die studenten die kort van tevoren kennis gaan zitten proppen. Dat is niet goed’, vertelt Juurlink. ‘We weten al een eeuw dat dat niet werkt.’ Het huidige onderwijssysteem is te veel gericht op studiepunten halen, vindt hij. ‘Het is een hordeloop waarbij geen controle is of de kennis beklijft. Terwijl het wel belangrijk is dat onze artsen alle botten en spieren kennen en onze scheikundigen de chemische notaties. Dat is parate kennis om het vak goed te kunnen uitoefenen.’ Op een didactische conferentie in Australië vond hij de oplossing: de app Cerego, die wereldwijd wordt gebruikt bij onder andere geneeskunde­studies. Hij is er in Leiden mee aan de slag gegaan en met succes. Zijn benoeming tot Fellow aan de ­Leiden Teachers’ Academy leverde 25.000 euro op voor onderzoek en zijn benoeming tot Leaderschip Fellow de prestigieuze Comeniusbeurs van 250.000 euro. Daarvan konden hij en zijn student-assistenten het Studying Mobile onderzoek uitvoeren.

App-gebruikers scoren beter

Wat begon met een enkel groot vak op de Ceregoapp is inmiddels uitgegroeid tot meer dan twintig grote vakken bij geneeskunde, biofarmacie, scheikunde, life science and technology, molecular science and technology en archeologie. De leerstof kan via de app op een telefoon geleerd en geoefend worden. ‘Zo kun je terwijl je op de trein staat te wachten even oefenen. Dat is heel anders dan een boek van 1200 pagina’s openslaan. Op die manier gebruiken we de dode momenten om saaie stof te leren.’ Die stof wordt door de app op verschillende manieren aangeboden. De botten leren doe je bijvoorbeeld door ze te herkennen in een plaatje maar ook door hun naam in te toetsen. ‘Door te variëren be­­klijft het beter. Maar misschien nog wel belangrijker is dat daarnaast wordt bijgehouden hoe de student leert. Als de foutmarge in de beantwoording nog hoog is,

Studenten schrijven studieboek

Zelf is hij ook alweer met iets nieuws bezig. Juurlink heeft een mastervak ontwikkeld waarin hij studenten leert via figuren te communiceren. ‘Voor natuurwetenschappers is figuren lezen en maken essentieel. Tekst is voor ons aanvullend.’ Dat uitgangspunt past hij toe in een interdisciplinair ­mastervak waarvoor geen goed studieboek bestaat. ‘De studenten schrijven allemaal een deel van het boek Surface Science – for students by students. En de volgende lichting verbetert het eerdere werk en voegt nieuw studiemateriaal toe. Zo wordt het boek steeds rijker, beter en groter en leren de studenten alles over figuren maken voor natuurwetenschappelijke teksten maar ook over schrijven en het inpassen van figuren. Als het klaar is, ligt er een mooi standaardwerk dat iedereen kan gebruiken.’

TEKST: MARIJN KRAMP, FOTO’S: HIELCO KUIPERS

Efficiënter leren

De resultaten zijn daar ook naar. ‘We zien bij toetsen een duidelijk verschil tussen studenten die ­Cerego gebruiken en studenten die dat niet doen. Het blijkt zeer geschikt om dingen uit het hoofd te leren en ook de langetermijnretentie lijkt beter. Daarnaast, en dat vonden wij wel opvallend, blijkt dat de groep die de app gebruikt, ook meer met de geleerde ­kennis kan dan de groep die de app niet gebruikt.’ Techniek, voorspelt Juurlink, wordt “immens” belangrijk in het onderwijs. ‘De universiteit krijgt straks concurrentie van heel veel opleidingsinstituten die geen gebouw meer hebben. Natuurlijk behouden onze onderwijsinstituten hun kwaliteit en is het maar de vraag wat de graad van de ‘Google-universiteit’ wordt, maar de trend is onmiskenbaar. Het wordt digitaal en op afstand. Én daarmee veel goedkoper. Dat duurt echt geen vijftig jaar meer. Als je bedenkt dat in Afrika bijna iedereen een mobiele telefoon heeft, dan weet je dat dit enorme kansen biedt.’


38

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NR. 1  2022

Multimediaal studeren Ze maakt een chatbot om te kunnen praten met een meisje uit de Romeinse tijd en onderzocht een tool voor peer-to-peer feedback op onlinepresentaties. Nadira Saab is als bijzonder hoogleraar e-Didactiek voor het primair en voortgezet onderwijs bij het ICLON nauw betrokken bij de digitalisering van het onderwijs. Saab noemt vijf voordelen van het gebruik van ict-hulpmiddelen in het onderwijs.

1

Ict kan goed helpen, met nadruk op ‘kan’

Saab juicht de inzet van digitale middelen in het onderwijs toe. Dat kan namelijk heel activerend en stimulerend werken. Met de nadruk op ‘kan’. Want een halve dag achter Teams is dat niet. Waarmee Saab maar wil benadrukken dat het er nog altijd om gaat hóe je ict inzet. Welke middelen en hoe je die gebruikt, hangt sterk af van wat je wilt bereiken. Anderzijds kan nieuwe technologie docenten ook op ideeën brengen om nieuwe onderwijsvormen te bedenken.

2

Leuker is beter, mits…

Saab verwijst naar een chatbot die zij met collega-onderzoekers en studenten ontwikkelt voor het Rijks­ museum van Oudheden (RMO). Via deze chatbot kunnen leerlingen vragen stellen aan een meisje dat duizenden jaren geleden in Rome woonde en waar het RMO het grafaltaar van heeft. Dit maakt kennis opdoen over de Romeinse tijd veel leuker. En als leerlingen

intrinsiek gemotiveerd zijn presteren ze veel beter, blijkt uit onderzoek. ‘Dus ja, leuker kan helpen maar het moet didactisch wel goed in elkaar steken.’

3

Multimediaal aanbod is effectief

Als de theorie multimedialer wordt aangeboden – dus visueel, auditief, zintuiglijk – kan dat heel goed werken. Een combinatie, dus een beeld bij tekst, is zeer effectief. Maar ook dit moet wel weer kloppen. Want als informatie dubbelop wordt aangeboden kan dit weer tot een cognitieve overload leiden, wat het leren in de weg zit. ‘Dan schiet je dus aan het doel voorbij. Want de informatie moet van het werkgeheugen naar het langetermijngeheugen. Door informatie op een bepaalde manier aan te bieden, of door aan te sluiten bij de voorkennis van een leerling of student, kan een docent daarbij helpen.’

4

Actief bezig zijn met de stof

Uit onderzoek blijkt dat het leerproces beter gaat als je actief bezig

bent met de stof. Alleen maar stampen voor een proefwerk is niet genoeg. En als je afdwaalt ben je al helemaal niet met de stof bezig. Om die reden werken ellenlange Teams-sessies waarin alleen maar wordt gezonden dus niet, vertelt Saab. ‘Interactie en het betrekken van de studenten zijn belangrijk. Bijvoorbeeld wanneer studenten ­vragen kunnen stellen en de docent tussendoor activerend bezig is.’

5

Digitaal stampen is een ­uitkomst

Voor het ouderwetse stampen zijn digitale leermiddelen zeer geschikt. Gespreid leren en herhalen is belangrijk en sommige applicaties ­bieden deze mogelijkheid. Woorden of begrippen leren doe je door bijvoorbeeld eerst de hele lijst door te nemen. Dan in wisselende blokjes herhalen en vervolgens door ze op te schrijven. De woordjes die je beheerst worden minder vaak aangeboden en wat je niet kent blijft herhaald worden totdat dat er ook in zit.’


NR. 1  2022

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

39

Meetypen om bij de les te blijven Ze is een ijverige student. Dat moet ook, want ze heeft een spanningsboog van niks, vindt ze. Vera Brouwer volgt de master Journalistiek. Al pratende over haar manier van studeren concludeert ze: ‘Ik heb mezelf een goede leerstrategie aangeleerd.’ En dat resulteert in goede cijfers. Ze bereidt haar colleges of werkgroepen trouw voor. Typt mee met de pratende docent. En werkt die aantekeningen later in de week nog even netjes uit en voegt daar aanvullende linkjes of sheets aan toe. ‘Zo herhaal je de stof een aantal maal op verschillende manieren. Dat werkt goed.’ Door mee te typen dwingt ze zichzelf op te blijven letten. ‘Als ik dat niet zou doen dan ben ik binnen tien à vijftien minuten met mijn gedachten afgedwaald. Dat is wel snel ja, maar een hoorcollege van twee of drie uur houdt niemand vol. De docenten geven niet voor niets een pauze.’ Quiz, kamelenrace en lesgeven

De meeste lesstof krijgt Vera nog altijd ‘gewoon’ aangeboden in de vorm van hoorcolleges die voorbereid moeten worden door de stof alvast te lezen. Maar zo af en toe is het ook wat interactiever. Een kahoot-quiz op je mobiele telefoon bijvoorbeeld aan het begin van het college over de lesstof van de week ervoor. ‘Dan wordt de stof even op een andere manier herhaald en de kennis opgefrist. Dat werkt wel.’ Ook moest ze een keer zelf een deel van de lesstof uitleggen aan de groep. ‘Welk onderwerp dat was, was duidelijk terug te zien op mijn tentamen. Daar wist ik alles van.’ Een andere

keer kreeg ze een spellingsoefening in de vorm van een kamelenrace. Elke keer als ze een antwoord goed had, schoof ze een plek vooruit. Zo werd iets potentieel saais toch iets leuks. ‘Als je geen superhoge spanningsboog hebt, houdt een wedstrijdje je vaak wel bij de les.’ Een andere creatieve manier van kennis verwerken was ná het college in plaats van ervóór de lesstof lezen, en vervolgens een aantal tentamenvragen bedenken. ‘Een docent gaf dat na elk

college als opdracht mee, met als beloning dat de beste vraag ook echt op het tentamen kwam. Dat werkte heel goed. Je was actiever gericht op de hoofdlijnen en onthield de stof daardoor sneller. En de studenten hadden er voordeel van. De docent maakte een paar dagen voor het tentamen een document met een selectie van de vragen die wij wekelijks ingeleverd hadden. Eén van deze vragen kwam ook daadwerkelijk in het tentamen. Dus daar kon je je op voorbereiden.’


40

Leidraad

NR. 1  2022

GEESTESWETENSCHAPPEN

Podcast Open Geesten In de eerste afleveringen van de nieuwe podcastreeks ‘Open G ­ eesten’ van de faculteit der Geesteswetenschappen kijken ­historici Joost Welten en Nadia Bouras naar hun onderzoek en hoe zij de geschiedenis een plek geven in de hedendaagse maatschappij. K ­ ortom: wat kan het verleden ons vertellen over het heden? Meer informatie en luisteren: universiteitleiden.nl/opengeesten

In verband met de coronamaatrege­ len zijn aan­kondigingen onder voor­ behoud en zijn sommige lezingen ­wellicht alleen ­online te bezoeken. Zie universiteitleiden.nl/agenda voor actuele informatie. Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen

28 januari NASCHOLINGSDAG TALEN Zie universiteitleiden.nl/iclon (agenda) 21 februari MEERTALIGHEID Symposium over meertaligheid. universiteitleiden.nl/agenda

11 februari WOMEN AND GIRLS IN SCIENCE DAY Programma vol interessante sprekers en vrolijke activiteiten. Man of vrouw, jong of oud, iedereen is welkom. universiteitleiden.nl/wgis-day

Studium Generale

9 april SCHEIKUNDE/MOLECULAR SCIENCE AND TECHNOLOGY Alumnidag voor chemici georgani­ seerd door het CDL en het LIC. chemischdispuutleiden.nl/lustrum/ alumnidag LEZINGEN Regelmatig zijn er interessante (onli­ ne) publiekslezingen op de faculteit. Alumni zijn van harte welkom. universiteitleiden.nl/lezingenbijscience

13 februari en 13 maart WINTERMIDDAGEN Kleinschalige, ruim opgezette activiteit om buiten te leren, proeven en genieten. In februari geniet u van de winterstilte, in maart vieren we het einde van de winter en het begin van het voorjaar, met extra aandacht voor bloeiende knollen. Van 14 tot 17 uur (boekenverkoop vanaf 11.00 uur). hortusleiden.nl

Faculteit Geesteswetenschappen

15 januari NIEUWJAARSBORREL Van Stichting Reünisten Quintus, voor reünisten en actieve leden. Op de Sociëteit, vanaf 20 uur.

12 januari JOURNALISTIEK EN NIEUWE MEDIA De opleiding viert haar 20-jarig bestaan. Feestelijke lancering van een website met foto’s, podcasts en inter­ views met en door alumni. Ook ver­ schijnt er eenmalig een magazine. bit.ly/20jaarjnm 26 januari MERLIJNLEZING Door Wim van den Doel. universiteitleiden.nl/agenda/series/ merlijn

Zie voor het lezingenprogramma: universiteitleiden.nl/studium-generale Hortus botanicus

QUINTUS

17-19 februari DIES Veel activiteiten, georganiseerd door de commissie en de disputen. crisisleiden.nl Uitnodigingen ontvangen? Geef uw e-mailadres door: info@alumni.leidenuniv.nl

UNIVERSITEITSBIBLIOTHEKEN

Alexine Tinnes wereldbeeld Het Haags Historisch Museum presenteert in samenwerking met Universiteit Leiden als eerste een overzicht van het fotografisch oeuvre van Alexine Tinne (1835-1869). Tinne was wereldberoemd als ontdek­ kingsreiziger. Ze was ook een van de belangrijkste pioniers uit de begintijd van de fotografie in Nederland. Nieuw onder­ zoek naar haar leven en werk is aanlei­ ding voor een herwaardering van deze eigenzinnige ‘Haagse dame’. Tijdens haar verblijf in Noord-Afrika legde ze zich toe op portretten van haar Nederlandse, mediterrane en Afrikaanse reisgenoten. Op de tentoonstelling zijn bruiklenen te zien van onder meer Universiteit Leiden, waaronder tientallen foto’s van de Levant en Noord-Afrika, oriëntaalse albums met prenten en landkaarten. Tinnes foto’s gaan bovendien een dialoog aan met het werk van de hedendaagse fotografe Dag­ mar van Weeghel (1974). Maartje van den Heuvel, conservator Fotografie van Uni­ versiteit Leiden, is gastcurator. T/m 12 juni. haagshistorischmuseum.nl

FOTO: TACO VAN DER EB

AGENDA


SIGNALEN

41

HORTUS BOTANICUS

Stormloop op ‘penisplant’ De zeldzame en kortdurende bloei van de Amorphophallus decus-silvae lokte in oktober drommen plantenlief­ hebbers naar de tropische kassen van de Hortus. Vanwege zijn uiterlijk wordt de plant in de volksmond wel penisplant genoemd. Na twee dagen was de bloei voorbij. Voor zover de plantenexperts in de tuin kunnen nagaan was dit pas de derde keer dat een plant van deze soort in Europa in bloei stond. De laatste keer dat de eer te beurt viel aan de Leidse Hortus was in 1997. De bloei paste goed bij het jaarthema van de Hortus voor 2021, Groen Vakmanschap. In 2022 is het thema van de Hortus ‘Planten onder de loep’, met extra aandacht voor wetenschap en planten.

NJORD

FOTO: ANP

Njord naar Varsity met olympisch medaillewinnaar Broenink Olympisch roeier Stef ­Broenink (rechts) komt op zondag 3 april voor Njord uit op de Varsity. Dit is de belang­ rijkste roeiwedstrijd van stu­ dentenroeiend Nederland. De Varsity werd voor het eerst georganiseerd in 1878 en is uitgegroeid tot een van de grootste ­sportevenementen van het jaar. Njord won deze wedstrijd voor het laatst in

1988. Het feest dat toen in Leiden werd gehouden zal menig student uit die tijd zich nog herinneren. Dit jaar denkt Njord opnieuw kans te maken op de overwinning. Stef ­Broenink behaalde zilver op de Olympische Spelen en werd tweede op de Amstelbeker, waar de beste roeiers van Nederland aan de start liggen.


42

Leidraad

ALUMNI WEBINAR

LUMC

Virtuele tentoonstelling over Russisch-Nederlandse geneeskunde Vruchtbare samenwerking is een virtuele tentoonstelling over de gemeenschappelijke ­medische geschiedenis van Rusland en Nederland. Aan de hand van zeld­ zame en veelal niet eerder tentoon­ gestelde objecten krijgt de bezoe­ ker een beeld van de grote invloed die Nederland, en in het bijzonder Universiteit Leiden, vanaf de 16de eeuw heeft gehad op de Russische medische wetenschap. De tentoon­ stelling is tegelijkertijd geopend in het LUMC en de Anatoly Sobchak Foundation in Sint-Petersburg.

Rond het jaar 1700 bezocht Peter de Grote meermalen ­Universiteit Leiden, waar hij zich liet inspireren voor de hervorming van de geneeskunde in Rusland. In de t­ entoonstelling gaat veel aandacht uit naar de Leidse alumnus en arts Nicolaas Bidloo, die werd aangesteld als hofarts van de tsaar. B ­ idloo was de grond­ legger van het eerste z­ iekenhuis in Rusland, naar Leids voorbeeld. De tentoonstelling is nog te zien tot 31 oktober 2022. fruitfulcooperation.org

GOVERNANCE AND GLOBAL AFFAIRS

Inclusief Leiderschap voor politieleiders Het Centre for Professional Learning (CPL) en het politiediensten­centrum hebben de afgelopen anderhalf jaar gewerkt aan een leertraject over ­inclusief leiderschap voor politieleiders. Het draait onder meer om de ­vragen hoe je als leidinggevende samenwerking in teams kunt bevorderen, waar verschillende talenten en competenties tot hun recht kunnen komen, hoe je met een open mind naar verschillen kunt kijken en deze kan benut­ ten voor de prestaties van teams. Het streven is dat dit traject breed wordt ingezet voor leidinggevenden bij de politie. Het CPL heeft maatwerk- en algemene leergangen op het gebied van diversiteit en inclusie. universiteitleiden.nl/cpl

Sociale veiligheid op de werkvloer Sociale veiligheid verwijst naar een werkklimaat waarin medewerkers zich vrij voelen hun mening naar voren te brengen en niet vrezen voor v ­ ernedering of intimidatie door collega’s of ­leidinggevenden. Dit is een noodzakelijke voorwaarde om effectief samen te werken, te leren en te presteren. Hoe realiseer je zo’n sociaal veilige werkomgeving? Welk leiderschap kan daaraan bijdragen? En wat is de invloed van online werken en van toenemende diversiteit op ervaringen van sociale veiligheid? In dit webinar voor alumni deelt Sandra Groeneveld, hoogleraar Publiek Management, inzichten uit wetenschappelijk onderzoek. Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk worden hand­ vatten aangereikt om te bouwen aan sociale veiligheid in je eigen organisatie.

Datum: dinsdag 1 maart 2022 Tijd: 19.30-21.00 uur Info: universiteitleiden.nl/ alumniwebinars


SIGNALEN

NR. 1  2022

43

RECHTEN

Geheim belastingoverleg blootgelegd

GOVERNANCE AND GLOBAL AFFAIRS

Nieuwe stagebank bij FGGA Om studenten en organisaties beter aan elkaar te koppelen heeft de Faculteit Governance and Global Affairs een nieuwe stagebank ontwikkeld: TRAIL. Doordat alle stagevacatures voor FGGA-studenten bij elkaar worden gebracht op één plek, vinden studen­ ten makkelijk de stage die bij hen past. Het platform biedt ook de mogelijkheid tot het aanbieden van kortdurende projecten en parttime stages. Zowel

studenten als organisaties kunnen een profiel aanmaken. Daardoor kunnen organisaties zoeken in een databank van gekwalificeerde en e ­ nthousiaste ­studenten, en kunnen ze geschikte studenten direct benaderen op basis van hun profiel, expertise en interes­ ses. Deelname is zowel voor studen­ ten als organisaties kosteloos. Het platform is ook geschikt voor inter­ nationale organisaties en studenten. trail.universiteitleiden.nl

WISKUNDE EN NATUURWETENSCHAPPEN

Onder de n ­ oemer ­#TheCode berichtten ­diverse Europese media dit najaar over het onderzoek van jurist Martijn Nouwen naar de ‘geheime’ Europese Gedrags­ codegroep die probeert schade­ lijke belastingconcurrentie in Europa aan te pakken. In de artikelen wordt blootge­ legd hoe deze diplomatieke werk­ groep daar niet in is geslaagd. Ter­ wijl multinationals ervan worden beschuldigd niet hun ‘fair ­share’ aan belasting te b ­ etalen, blijkt uit het onderzoek van Nouwen en de onthullingen van ­#TheCode dat de lidstaten erg creatief zijn in het creëren van de gaten die belasting­ontwijking mogelijk maken. Meer dan 2.500 docu­ menten vormen de basis van #TheCode. Zij zijn door universi­ tair docent Nouwen gedeeld met het European Investigative Colla­ borations-netwerk. Hij verkreeg ze met behulp van de Europese Wob tijdens zijn promotieonderzoek.

Leidse wetenschappers, burgers en boeren onderzoeken samen in Oud Ade hoe je veenweidegrond duurzaam beheert. Over tien jaar hopen ze onder meer te weten hoe je biodiversiteit bevor­ dert, en de uitstoot van stikstof en CO2 vermin­ dert. Het onderzoek vindt sinds september dit jaar plaats in de Vrouwe Venne­polder bij Oud Ade.

In ­veenweidegebieden nam de ­afgelopen decen­ nia de biodiversiteit af en klinkt de bodem in. Het veen stoot grote hoeveel­heden CO2 uit terwijl koeien methaan, mest en stikstof produ­ ceren. Omdat het boven­ dien steeds lastiger is om veenweidegrond droog te houden, is een nieuw economisch alternatief voor de huidige melkvee­ houderij in het gebied hard nodig.


44

Leidraad

RECHTEN

NR. 1  2022

Duurzaam in de ruimte Het International ­Institute of Air and Space Law (IIASL) van de Universiteit L ­ eiden is een van de eerste ondertekenaars van het Net Zero Space-initiatief voor duurzaam gebruik van de ruimte. Dat werd in november op het Paris Peace Forum gelanceerd. De activiteiten in de ruimte zijn een nieuw

tijdperk van groei ­ingegaan. Mede hier­ door is de hoeveel­ heid ruimtepuin ­toegenomen. Het ­Ruimteverdrag uit 1967 schrijft voor dat het onderzoek en gebruik van de kosmische ruim­ te plaats moeten v ­ inden ten voordele en in het belang van alle landen, en de gehele mensheid aangaan.

WISKUNDE EN NATUURWETENSCHAPPEN

GOVERNANCE AND GLOBAL AFFAIRS

Nieuwbouw voor SRON Op het parkeerterrein voor het Oort-/ Huygens gebouw is een nieuw, duurzaam gebouw verrezen waar het Nederlands Instituut voor Ruimte­ onderzoek (SRON) in trekt. Op 12 januari wordt het officieel geopend. De komst van SRON is goed nieuws voor het onderzoek en onderwijs van de Leidse sterrenkundigen. Zij hebben diverse gezamenlijke activiteiten met het instituut en ook met de TU Delft. Een van de samenwerkingen is het DESHIMA project, waarbij SRON met

Duurzaamheid is ook in de r­ uimte cruciaal. Net Zero Space roept daar­ om zoveel mogelijk betrokkenen op het gebied van ruimteac­ tiviteiten – publieke én ­private partijen, overhe­ den en wetenschappers – op om het initiatief te steunen, met als doel om in 2030 de ruimte duurzaam te gebruiken.

behulp van de Delftse nanotechnolo­ gie een ruimteontvanger op één enke­ le chip heeft gebouwd. Hoogleraar Extragalactische Astrofysica Paul van der Werf: ‘TU Delft heeft de fundamen­ tele kennis, en SRON kan deze kennis omzetten in prachtige technologie. Ik weet weer heel veel over de toepassin­ gen van deze instrumenten. Het is dus een hele vruchtbare samenwerking.’ De Vereniging Oud-Sterrewachters organiseert later dit jaar een rond­ leiding in het nieuwe gebouw voor alle Sterrenkunde alumni.

Schrijven om ­gelezen te worden ‘Van Kennis naar Clicks, Reads & Likes’, zo heet de cursus van het Centre for Professional L ­ earning (CPL) waarin je leert om als des­ kundige op een bepaald terrein je k ­ ennis in een aantrekkelijke vorm op papier te zetten. Bijvoor­ beeld om een opiniestuk te kun­ nen schrijven, een onderzoeks­ rapport te v ­ ertalen in een artikel voor een b ­ reder publiek, of anders­ zins met een geschreven tekst bij te kunnen dragen aan het publieke debat. Allemaal onder het motto: schrijven om gelezen te worden. De cursus is op vier maandagen en begint op 17 januari. Het CPL heeft nog meer te bieden. De leergang Diversiteit en Inclusie van maart zit al vol, maar in mei en in het najaar wordt deze herhaald. Nieuwe edities van de leergang Public Affairs en van het Leiden Legal Technologies Program (zie het artikel op pagina 20) beginnen op respectievelijk 10 en 11 maart. universiteitleiden.nl/cpl


45

BEELD: MUSEUM DE LAKENHAL

SIGNALEN

GEESTESWETENSCHAPPEN

Student toont verband tussen lakenhandel en slavernij Wat hebben lakenhandel en ­slavernij met elkaar te maken? Best veel, bewees de bachelor­scriptie van geschiedenisstudent Sjoerd ­Ramackers. Hij toonde aan dat lakenhandelaar Daniel van Eijs nauw verbonden was aan vier plantages in Berbice, een voor­ malige Nederlandse kolonie aan de noordkust van Zuid-Amerika.

Museum De Lakenhal wilde al langer weten wat er in Leiden gevonden kon worden over de relatie tussen de stad en de slavernij. Tijdens zijn stage bij het museum verdiepte Ramackers zich daarom in deze handelaar. Hij transcri­ beerde zelf meer dan 1300 brieven en las vele andere die al gedigitaliseerd waren. Zo ontdekte hij dat Van Eijs niet van twee, maar van vier plantages mede-eigenaar was. En dat hij de plan­

QUINTUS

HOVO

Eerste Duurzaamheidsweek Afgelopen jaar heeft ­Quintus voor het eerst een Duurzaamheidsweek georganiseerd. Op deze manier probeerde Quintus ook ten tijde van de lockdown bewustzijn over het milieu en klimaat te creëren bij studenten. De week was een groot succes en wordt daarom dit jaar nogmaals georganiseerd, van 24

tages vanuit Leiden aanstuurde. Van­ uit zijn statige huis aan de Oude Singel schreef Daniel van Eijs over de tot slaaf gemaakten. Vaak maakte hij het onder­ scheid tussen ‘Christenen en de slaven’. Eén keer schreef hij zelfs over ‘mensche en slaven’. Die laatsten waren in de ogen van Van Eijs simpelweg een pro­ ductiemiddel. Ze moesten met ‘sacht­ heid’ geregeerd worden, omdat ze dan meer zouden opbrengen.

tot en met 28 januari. De leden worden op verschillende manieren bij het onderwerp betrokken, bijvoorbeeld door competitieve onderdelen tussen huizen en disputen te organiseren, maar ook door in gesprek te gaan met be­­ drijven die zich inzetten voor duurzaamheid.

100 jaar ­Ulysses Honderd jaar geleden verscheen Ulysses van James J­ oyce, het meesterwerk dat onder meer faam geniet als ‘niet te lezen’. Want de vorm is experimenteel, het p ­ erspectief ­wisselt, lezing vereist kennis van Dublin en het is een ­kleine duizend pagina’s. Het Hoger Onderwijs voor Oude­ ren (HOVO) heeft deze maand een cursus waarin het werk ­gezamenlijk wordt gelezen onder leiding van docent Wim Tigges. Andere HOVO-cursussen dit voorjaar gaan onder meer over de Azteken en Europese beeldentuinen. Die ­laatste cursus is online, de andere zijn indien mogelijk live. universiteitleiden.nl/hovo/collegeaanbod


46

de jonge wetenschapper

TEKST: WILKE MARTENS, FOTO: TACO VAN DER EB

Ilina Georgieva

‘ We zouden niet zo makkelijk onze data moeten weggeven’


NR. 3  2021

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Datalekken, cyberaanvallen en hackers: de veiligheid in de virtuele wereld staat onder druk. Steeds meer landen ontwikkelen regelgeving om cyberspace veilig te houden. Maar hoe maak je regels en hoe stel je normen in een internationale digitale werkelijkheid? Jurist Ilina Georgieva (36) onderzoekt de rol van veiligheidsdiensten in cyberspace.

H

ebben we alle partijen in het vizier, als we het hebben over normen en regels in cyberspace? Dat is de belangrijkste vraag in het promotieonderzoek van Ilina ­Georgieva binnen het The Hague Programme for Cyber Norms. ‘Mijn focus ligt op veiligheidsdiensten’, zegt ze. ‘Hoe werkt de macht van een ­nationale veiligheidsdienst in een internationale en grenzeloze digitale werkelijkheid? Ze spelen namelijk een grote rol, ook al leggen ze voor hun activiteiten nauwelijks verantwoording af. In feite creëren ze normen voor andere internationale spelers in cyberspace.’ Veiligheidsdiensten hebben bijvoorbeeld hun eigen middelen om zero days (zie kader) op te sporen en te bewaren. ‘Hiermee kun je veel macht uitoefenen’, legt Georgieva uit. ‘Veilig­ heidsdiensten voeren allerlei complexe operaties in cyberspace uit, zonder dat we precies weten wat ze doen. Edward Snowden, de bekende klokkenluider, fungeerde als een belangrijke katalysator. Sinds zijn onthullingen werken veiligheidsdiensten meer aan hun reputatie. Ze vertellen bijvoorbeeld dat ze aanslagen hebben voorkomen. Zo berichtte de ­Militaire

Wat is... een zero day? Een zogenoemde zero day is een kwetsbaarheid in software die nog niet bekend is bij de ont-

Inlichtingen- en Veiligheidsdienst in 2018 een Russische hack te hebben voorkomen. Dit heeft normatieve consequenties: door de inlichtingendiensten van andere staten aan te spreken op hun gedrag, wordt een scheidslijn getrokken tussen acceptabel en on­­ acceptabel gedrag in cyberspace.’ Online veiligheid

Overheden moeten in dit samenspel actiever worden in regelgeving rondom online en digitale veiligheid. Zij moeten bepalen voor welke normen zij willen staan. ‘Onze nationale veiligheids- en inlichtingendiensten maken actief gebruik van data en algoritmes’, legt Georgieva uit, ‘meestal voor een goed doel, om nationale belangen te beschermen. Maar daardoor komt onze privacy wel onder druk te staan. Dat is een groot goed, dus we moeten continu de balans blijven opmaken.’ Ook de burger heeft een verantwoordelijkheid. ‘Iedereen loopt allang met een tracking device rond: je smart­ phone’, zegt ze. ‘Weinig mensen lezen alle voorwaarden als ze een app installeren en op “akkoord” klikken. Als burger zouden we niet zo makkelijk onze data moeten weggeven. Voor je het weet vindt een algoritme jouw

wikkelaar. De ‘zero’ verwijst naar het aantal dagen dat de ontwikkelaar de tijd heeft gehad om het probleem op te lossen. Er zijn hackers die expliciet op zoek gaan naar deze zero days. Soms in opdracht

Leidraad

47

profiel problematisch en beland je op een zwarte lijst.’ Hoewel ze nu meepraat over cyber­ space, algoritmes en AI, was Georgieva als kind niet bepaald een techneut. ‘Ik ben geboren en opgegroeid in Bulgarije, in een familie van academici’, vertelt ze. ‘Talen vond ik altijd al leuk en ik leerde graag. Op de middelbare school was ik geïnteresseerd in mensenrechten, antidiscriminatie en menselijke waardigheid. Ook wist ik al vroeg dat ik in het buitenland wilde studeren.’ Activist

Ze hoopt haar kennis uiteindelijk in te zetten voor een rechtvaardiger wereld. ‘Die kleine activist van vroeger zit nog altijd in me’, lacht ze. ‘Voorlopig ben ik heel blij met mijn ­huidige werk, maar ik hoop ooit concreet te kunnen bijdragen aan een eerlijkere en inclusievere wereld. Misschien kan ik in de toekomst helpen technologie en de voordelen ervan toegankelijker te maken voor vrouwen en meisjes. Ik merk dat het toch nog vaak lastig is als vrouw in tech.’ Ze koos voor een studie Rechten in het Duitse Heidelberg, aangevuld met een jaar Spaans recht in Barcelona en de master Public International Law in Utrecht. Vier jaar geleden solliciteerde ze op de PhD-positie bij het The Hague Programme for Cyber Norms. ‘Nederland beviel me goed en eerder had ik onderzoek gedaan naar de ­preventie van seksueel misbruik op internet’, zegt ze, ‘dus ik had een link met de digitale wereld. Maar ik moest nog veel leren over de technische aspecten van cyberspace.’

van de o ­ ntwikkelaar om het systeem te ­testen, maar meestal voor ­andere partijen of zichzelf. De zero days zijn namelijk veel geld waard, omdat ze gebruikt kunnen w ­ orden voor cyberaanvallen.

Er wordt dan ook flink in gehandeld op het dark web. Zodra de zero day bekend is bij de ontwikkelaar, wordt het lek gedicht en het systeem verbeterd. Gebruikers herkennen dat in de vorm van updates.


48

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NR. 1  2022

dies voor alumni 10 + 12 februari

‘ Niets van wat we vertellen is neutraal’ Prof.dr. Judi Mesman is een van de sprekers tijdens de dies voor a ­ lumni. Mesman is hoogleraar Interdiscipli­ naire studie van maatschappelijke ­uitdagingen. Wat is het verhaal waar u de alumni in wilt meenemen? ‘Waar ik zeker over zal vertellen, is wat we ‘inclusieve pedagogiek’ noemen. In de academische wereld doen we vaak alsof we allemaal objectief zijn. Maar we nemen allemaal onze achtergrond met ons mee die leidt tot bepaalde keuzes. Keuzes in wat we onderzoeken, welke onderwerpen we wel bespreken, maar zeker ook welke niet. Dat is niet per se erg, maar ik vind wel dat we ons er bewust van moeten zijn.’ Waarom is dat zo belangrijk? ‘Het maakt dat we kritischer zijn op hoe we kennis overdragen en dus ook op wat we níet overbrengen. Het onder­ zoek dat ik doe vindt een praktische weerslag in mijn betrokken­heid bij het dekoloniseren van het onderwijs. ­Mensen vinden dat vaak eng klinken, maar voor mij is het niets anders dan je ­hardop afvragen: welke p ­ erspectieven komen wel en niet aan bod in ons ­curriculum en waarom?’

En voor iedereen relevant dus? ‘Zeker weten. We brengen allemaal onze achtergrond met ons mee. Of we nu willen of niet. Daar moeten we met elkaar over willen praten. En daar nodig ik mijn publiek graag toe uit.’

De sprekers PROF.DR. REMCO BREUKER

hoogleraar Koreastudies.  PROF.DR. JUDI MESMAN

hoogleraar Inter­ disciplinaire studie van maatschappelijke ­uitdagingen. PROF.DR. ELINE ­SLAGBOOM

hoogleraar Moleculaire epidemiologie. PROF.MR. EGBERT KOOPS

hoogleraar Rechts­ geschiedenis.

PROF.DR. MARC KOPER

hoogleraar Katalyse en oppervlaktechemie. DR. RACHEL PLAK

universitair docent op de afdeling Neuro­ pedagogiek en Ontwik­ kelingsstoornissen. Houd de website in de gaten voor de meest actuele informatie en voor aanmelding. luf.nl/dies2022

FOTO: MONIQUE SHAW

De dies voor alumni bestaat dit jaar uit twee aparte programma’s. Op donderdagavond 10 februari is er een online dies voor alumni met een aantal sprekers. Op zaterdag 12 februari staan zes Leidse onderzoekers in het Kamerlingh Onnes Gebouw klaar om hun publiek mee te nemen in hun aanpak en bevindingen.


NR. 1  2022

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

49

Italiaans en Internationaal Recht 1991-1997

werkplek van

TEKST: FRIEDERIKE DE RAAT, FOTO: DOROTA HOLUBOVÁ

Gabriella Sancisi Op de Nederlandse ambassade in de S ­ lowaakse hoofdstad Bratislava heeft niemand een eigen bureau. Er zijn alleen flexplekken. Ook voor ambassadeur Gabriella Sancisi (1973), die hier afgelopen zomer aantrad. Eigenlijk heeft ze drie werkplekken: een flexplek, haar werkkamer thuis, waar ze in coronatijd veel is, en de ontvangstruimte in de ambassade. Daar voert ze elke dag gesprekken. ‘Ik ben nog in mijn kennismakingsperiode, spreek veel met mijn directe collega’s hier op de ambassade, maar ik nodig ook veel mensen van buiten de ambassade uit om te horen waar ze mee bezig zijn.’ De ontvangstruimte van circa 20 vierkante meter straalt een stukje Nederland uit. Er staan Dutch Design meubels en er hangt

­ edendaagse Nederlandse kunst aan de muur. Zoals h een landschap met koeien. Sancisi noemt de inrichting modern en zakelijk. ‘Precies wat we als Nederlandse ambassade willen uitstralen. Ik vind het belangrijk dat gasten zich er op hun gemak voelen.’ De ambassadeur is veel op pad. ‘Ik heb vooral een externe rol: overheidsvertegenwoordigers ontmoeten, afspraken met het bedrijfsleven, met NGO’s.’ Daarin lijkt deze functie op haar vorige baan, als particulier secretaris van koningin Máxima. Ook toen was ze veel onderweg en was ze lang niet altijd in haar “klassieke werkkamer” in Paleis N ­ oordeinde. Eigenlijk is ze niet zo gehecht aan een vaste werkplek. ‘Het belangrijkste vind ik dat mijn werkruimte gastvrijheid uitstraalt.’


50

lezen, luisteren, 365 doen

dagen

Leiden is European City of Science 2022. Dat betekent een jaar lang elke dag activiteiten om de wetenschap te vieren!

LEIDEN2022.NL

ArtScienceWeek Gulliver’s Travel Agency

Speciaal voor kleine en ­grote ontdekkingsreizigers heeft Leiden2022 het ­reisbureau Gulliver geopend. In de schap­ pen van dit online reis­bureau liggen fantastische rond­ leidingen, wandelingen, speur­ tochten, fietstours en vaar­ arrangementen te wachten op nieuwsgierige mensen.

DEN2022.NL

Zonder wrijving geen glans. Zonder kunst geen wetenschap. In de ArtScienceWeek van 12 tot en met 18 september kan het best even gaan schuren. Een week waarin kunst en wetenschap avontuurlijke kruisbestuivingen aangaan. Onder meer de festivals Brave New World en Nacht van Ontdekkingen ­vinden plaats in de ArtScienceWeek. Daarnaast staat de week bol van de (internationale) activiteiten met experimenten, confrontaties, onderzoeken en debatten.

LIFE SCIENCES & HEALTH WEEK Tussen de eerste medici­ nale plantjes in de Hortus Botanicus en het huidige Leiden Bio Science Park zit ruim 400 jaar. Vier eeuwen medische innovatie waar­ in de ene ontdekking leid­ de tot de volgende, waar­ in grootheden als Albinus, Boerhaave, Von Siebold en Einthoven floreerden en waar nu 30.000 knap­ pe koppen dagelijks werken aan de doorbraken van morgen. Stier Herman, ­

LEIDEN2022.NL

LEIDEN2022.NL

LEIDEN2022.NL

LEIDEN2022.NL

Factor V, het Janssen-vaccin en regeneratieve genees­ kunde zijn hier t­ reffende resultaten van. De Life ­Sciences & Health Week in juni biedt een week lang het Europese podium voor alles wat met gezondheid te maken heeft. Onderzoekers en zorgprofessionals tref­ fen elkaar voor het weten­ schappelijk debat, terwijl het publiek zich laaft aan de wondere toekomst van geneeskunde en preventie.

LEIDEN2022.NL

LEIDEN2022.NL


51

Science in the City

Naast het EuroScience Open Forum is er het hele jaar 2022 een publieksprogramma met als motto Elke dag een stukje wijzer. Het programma richt zich op alle Leidenaren en bezoekers van de stad. Kennis in en van de hele stad wordt benut en de eigen inwoners gaan volop meegenieten van de titel European City of Science. Denk aan festivals, tentoonstellingen, experimenten en culturele evenementen.

FOTO’S: ARTSCIENCE MUSEUM SINGAPORE, NATURALIS BIODIVERSITY CENTER LEIDEN

Scheurkalender

Om te weten wat er speelt, is de City of Science-­scheurkalender gelanceerd. Elke dag in 2022 heeft een eigen onderwerp, en elk onderwerp heeft een eigen QR-code. De QR-code leidt naar het programma van die dag.

EUROSCIENCE OPEN FORUM

Bauhaus-donderdagen Het Bauhaus keert na 100 jaar – in een nieuw jasje – terug naar Leiden. Waar ­kunstenaars (zoals Theo van Doesburg), vormgevers en architecten met hun geometrisch-abstracte beeldtaal een eeuw geleden aan de wieg ston­ den van het modernisme, ligt er nu een nieuwe uitdaging. Kunstenaars en wetenschappers moeten de handen ineenslaan om de toekomst vorm te geven, zodat de wereld leefbaar blijft. Leiden2022 heeft zich aange­ sloten bij de New European Bauhaus-beweging en organiseert een reeks Bauhaus-donderdagen in samenwerking met partners uit stad en land.

Twaalf maanden graven in het verleden LEIDEN2022.NL

Wat drijft een archeo­ loog? Twaalf L ­ eidse hoogleraren in de archeologie ­vertellen over hun vakgebied in een lezingenreeks ­georganiseerd door

LEIDEN2022.NL

De kers op de taart in het weten­ schapsjaar is het EuroScience Open Forum (ESOF), dat in de zomer plaats­ vindt. Dit is het grootste interdiscipli­ naire wetenschapscongres van E ­ uropa. Het is gewijd aan wetenschappelijk onderzoek en innovatie en is vol van interactie en debat met wetenschap­ pers, innovators, beleidsmakers, zaken­ mensen en het grote publiek. V ­ anwege het interdisciplinaire karakter van het forum, wordt het hele spectrum aan wetenschapsdisciplines betrokken. Het congres sluit aan bij het Leidse credo ‘Leiden, stad van ontdekkingen’.

het Rijkmuseum van Oudheden en de Faculteit der Archeo­ logie in het kader van Leiden European City of Science.

LEIDEN2022.NL

LEIDEN2022.NL

LEIDEN2022.NL

LEIDEN2022.NL

LEIDEN2022.NL


10 feb

Speciaal voor ­alumni van Universiteit ­Leiden is er een o ­ nline diesviering met een aantal interessante sprekers.

8 feb

Op 8 februari 1575 werd Universiteit ­Leiden opgericht. Sindsdien trekt op de dies natalis het cortège van profes­ soren door de Leidse Academiewijk. In de Pieterskerk wordt de diesviering gehouden voor genodigden.

12 feb

In het Kamerlingh Onnes Gebouw maken zes sprekers hun opwachting tijdens de dies voor ­alumni. Meer informatie over het programma op pagina 48 van deze Leidraad.

Welkom op ons feestje Elk jaar op 8 februari viert de universiteit haar verjaardag. In het jaar dat we 447 worden is Leiden European City of Science. Dat geeft een extra feestelijk tintje aan onze verjaardag, en daar staan we dan ook op verschillende manieren bij stil. Voor alumni is er dit jaar een online viering én een bijeenkomst op locatie. Bent u erbij? Aanmelden voor 10 en 12 februari: