__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1


accent

Taal

Werkschrift 4A Correctiesleutel Leen Bresseleers Ann Kellen Marieke Saelens

Coรถrdinatie Dirk Dobbeleers

Met medewerking van Ides Callebaut


Tijd voor Taal accent Taal 4 bestaat uit: - Werkschrift A en B - Werkschrift A en B correctiesleutel - Z-schrift A en B - Z-schrift A en B correctiesleutel - Taalboek A en B - Handleiding A en B - Toets- en Remediëringsmap - Set wandplaten - Klasbib - Bordboek Plus - Bingel.be - methodesite: www.tvtaccent.be Tijd voor Taal accent Taal - Werkschrift 4A correctiesleutel Leen Bresseleers, Ann Kellen en Marieke Saelens Met medewerking van: Ides Callebaut Coördinatie: Dirk Dobbeleers Omslagontwerp: Nancy Kers en Karttouch Lay-out: CAT en Lieve Lenaerts Zetwerk: Lieve Lenaerts Tekeningen: Gunter Segers Illustratie Jip en Janneke: © Fiep Amsterdam bv; Fiep Westendorp Illustrations

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toelating te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Diegenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te melden. © Uitgeverij Van In, Wommelgem, 2013 Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, op welke wijze ook, zonder de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de uitgever.

Eerste druk, derde bijdruk 2016 2015 ISBN 978-90-306-5659-3 978-90-306-5612-8 D/2013/0078/166 D/2013/0078/167 Art.nr. Art. 513902/04 513838/04 NUR 191


Tijd voor Taal accent Les 1a: Welkom in de Brommel!

Je leert de juiste informatie uit een luisterfragment halen.

Waarom is luisteren niet altijd eenvoudig? Kijk eens naar deze kleuter. Papa zegt: “Het tocht hier!” En weet je wat de kleuter doet? Hij doet de deur dicht. Gek eigenlijk, want papa zegt helemaal niets over de deur. Hoe kwam die kleuter dan op dat idee? Omdat hij héél goed kan luisteren! Hij stelt zichzelf een heleboel vragen om te begrijpen wat zijn vader bedoelt. Daarom is luisteren niet altijd eenvoudig. Er komt veel meer bij kijken dan luisteren alleen.

Fitty Schapenstraat 13 vierdeklasser

klusjesman Mario bus

Bloemenwijk 10

directeur

Willy

Bomenlaan 104

Breiwolweg 6 eenwieler

Peperstraat 12

skates

Willemien

motorfiets

turnjuf

Moustafa

Jelima

bakfiets

poetsvrouw Bomenlaan 1

step

meester

Welkom in de Brommel Thema 1: Veilig naar school • Les 1a

3


Tijd voor Taal accent

naam: taak:

Jelima vierdeklasser bus Breiwolweg 6

vervoermiddel:

naam: taak:

Mario meester eenwieler Bomenlaan 104

vervoermiddel:

1234 Brommelgem

naam: taak:

Moustafa directeur step Bloemenwijk 10

vervoermiddel:

1234 Brommelgem

naam: taak:

Willemien poetsvrouw motorfiets Schapenstraat 13

vervoermiddel:

1234 Brommelgem

naam: taak:

Fitty turnjuf skates Peperstraat 12

vervoermiddel:

1234 Brommelgem

4

1234 Brommelgem

Willy klusjesman bakfiets Bomenlaan 1 (bus 1)

naam: taak:

vervoermiddel:

1234 Brommelgem

Thema 1: Veilig naar school • Les 1a


Tijd voor Taal accent

Thema 1: Veilig naar school • Les 1a

5


Tijd voor Taal accent Les 1b: Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet!

Je leert zelf een wegbeschrijving geven en volgen op een stratenplan.

eigen invulling

Naam leerling 2:

Naam leerling 1:

 een rokende

 een klein

 hevige

 een

op het dak

voor de deur

uit het raam

die langs de

 de Belgische

 een

op het dak

op de deur

 een

voor het huis

 een rode

gevel van het huis naar boven kruipt

voor de voordeur

 een coole

O een

op het dak

op het dak

Ben je klaar?

Ben je klaar?

Bedenk zelf nog iets voor op je lijstje!

Bedenk zelf nog iets voor op je lijstje!

6

Thema 1: Veilig naar school • Les 1b


Tijd voor Taal accent Les 2: Het mysterie van commissaris Clo-Clo Door aandachtig te lezen leer je de juiste informatie vinden.

1

Helpen jullie mee aan het onderzoek van commissaris Clo-Clo? Wie heeft het gedaan? Waar is het gebeurd? Waarmee is de dader gevlucht? Door aandachtig te lezen vind je de informatie die de commissaris nodig heeft. Zo ga je te werk: 1 Ga rond en zoek een kaartje. 2 Lees aandachtig het verhaal van de getuige. 3 Schrap wie/waar/waarmee het al zeker niet kan zijn! 4 Ga op zoek naar een ander kaartje.

2

WIE?

WAAR?

WAARMEE?

Jelima

Breiwolweg

auto

Willemien

Schapenstraat

bromfiets

meneer Moustafa

Bloemenwijk

eenwieler

meester Mario

Bomenlaan

rollerskates

juf Fitty

Peperstraat

ligfiets

Willy

Tramweg

racefiets

de commissaris

De commissaris van de politie heeft de leiding over een grote groep politieagenten.

de getuige

Een getuige is erbij wanneer iets gebeurt. Een getuige van een ongeluk heeft dat ongeluk zien gebeuren. Later kan die persoon aan de politie vertellen wat hij of zij gezien heeft.

de graffiti

tekeningen of woorden die meestal stiekem op muren en gebouwen zijn geverfd

het proces-verbaal

Het verslag van een overtreding of een misdaad. Dat verslag wordt door de politie geschreven.

het misdrijf

Een misdrijf of misdaad plegen, is iets doen wat niet mag, bijvoorbeeld stelen of brand stichten. Voor sommige misdrijven moet de dader de gevangenis in.

Klaar? Maak voor commissaris Clo-Clo het proces-verbaal op. POLITIE BROMMELGEM Hierbij verklaren Commissaris Clo-Clo en onderzoeker dat persoon

graffiti spuiten

juf Fitty

het volgende misdrijf heeft gepleegd:

Bomenlaan Racefiets

Plaats van het misdrijf: Vluchtvoertuig:

De dader zal binnen de 14 dagen de volgende straf moeten uitvoeren:

eigen invulling Handtekening commissaris

Thema 1: Veilig naar school • Les 2

Handtekening onderzoeker

7


Tijd voor Taal accent Les 3: Doe het zo! VOOR

Je leert een duidelijke instructie voor iemand schrijven.

Hoe schrijf ik een instructie? Een instructie is een tekst die stap voor stap zegt wat je moet doen. Zelf een instructie schrijven is best moeilijk. Deze tips helpen je op weg: - Vertel wat de lezer nodig heeft. - Bedenk wat de lezer straks stap voor stap moet doen. - Noteer stap voor stap. (Niets vergeten!) - Maak elke stap zo duidelijk en eenvoudig mogelijk. - Lees je instructie na. - Niets vergeten?

Wie heeft er hier vastgeroeste spieren?

TIJDENS

eigen invulling Ik controleer mijn stappen: zijn ze oké?

Mijn instructie 1

 stap 1

2

 stap 2

3

 stap 3

4

 stap 4

De test: stond je klasgenoot in de juiste houding?

Ik controleer mijn spelling: oké?

 Ja  Nee ➞ Het liep fout, omdat

 hoofdletters  leestekens

8

Thema 1: Veilig naar school • Les 3


Tijd voor Taal accent Ik controleer mijn stappen: zijn ze oké?

Mijn instructie 1

 stap 1

2

 stap 2

3

 stap 3

4

 stap 4

De test: stond je klasgenoot in de juiste houding?

Ik controleer mijn spelling: oké?

 Ja  Nee ➞ Het liep fout, omdat

 hoofdletters  leestekens Ik controleer mijn stappen: zijn ze oké?

Mijn instructie 1

 stap 1

2

 stap 2

3

 stap 3

4

 stap 4

De test: stond je klasgenoot in de juiste houding?

Ik controleer mijn spelling: oké?

 Ja  Nee ➞ Het liep fout, omdat

 hoofdletters  leestekens

NA

Wat denken jullie van deze houding? Ik heb bij het schrijven gelet op:  de hoofdletter aan het begin van een zin.  het leesteken aan het einde van een zin.

Thema 1: Veilig naar school • Les 3

9


Tijd voor Taal accent Les 4: Nadenken over werkwoorden

Je denkt na over hoe je werkwoorden moet vormen. Je leert over de infinitief en de stam van werkwoorden.

1

Wat zou jij graag doen in de klas van meester Mario? Maak een woordspin.

eigen invulling

Wat is een werkwoord? Een werkwoord vertelt wat iemand (of iets) doet.

2

Vul de juiste vorm van het werkwoord in. dromen droomt droom

Meneer Moustafa

droomt

wonen woont woon

Jammer genoeg

woon

luisteren luistert luister

Willemien

spelen speelt speel

We

herstellen Willy herstelt herstel 10

luistert spelen herstelt

van een school zonder pestkoppen.

ik niet in Brommelgem.

graag naar muziek.

een spel strijkijzerslingeren.

alles wat kapot is.

Thema 1: Veilig naar school • Les 4


Tijd voor Taal accent

Wat is een persoonsvorm? De werkwoordsvorm die bij het onderwerp past, heet de persoonsvorm. Bv. Bij het onderwerp ik hoort de persoonsvorm kom, bij het onderwerp jij hoort de persoonsvorm komt ... De persoonsvorm staat graag in de buurt van zijn onderwerp.

3

Noteer eerst de ja-neevraag. Noteer vervolgens de persoonsvorm. Meneer Moustafa woont in Brommelgem.

Woont meneer Moustafa in Brommelgem? Persoonsvorm: woont Ja-neevraag:

Hij zoekt volop mee naar de dader.

Zoekt hij volop mee naar de dader? Persoonsvorm: zoekt Ja-neevraag:

Er staan leuke dingen op het programma van juf Fitty.

Staan er leuke dingen op het programma van juf Fitty? Persoonsvorm: staan Ja-neevraag:

Meester Mario is dol op computerspelletjes.

Is meester Mario dol op computerspelletjes? Persoonsvorm: is Ja-neevraag:

Jelima houdt niet van huiswerk.

Houdt Jelima niet van huiswerk? Persoonsvorm: houdt Ja-neevraag:

Hoe vind ik de persoonsvorm? Je vindt de persoonsvorm door de ja-neevraag te stellen. De persoonsvorm komt zo vooraan te staan. Bv. Opa houdt van snorkelen. → Houdt opa van snorkelen?

Thema 1: Veilig naar school • Les 4

11


Tijd voor Taal accent 4

a Vul de ontbrekende vorm in.

zoeken toveren snurken stampen draaien

ik ...

hij ...

wij ...

ik zoek

hij zoekt

wij zoeken

ik tover

hij tovert

wij toveren

ik snurk

hij snurkt

wij snurken

ik stamp

hij stampt

wij stampen

ik draai

hij draait

wij draaien

b Vul de ontbrekende vormen in. ik ... happen

ik

slapen

ik

meppen

ik

dromen

ik

hij ...

hap slaap mep droom

hij hij hij hij

wij ...

hapt slaapt mept droomt

wij wij wij wij

happen slapen meppen dromen

Wat is een infinitief? De infinitief is een soort ‘moedervorm’ van een werkwoord. Het is de vorm die je terugvindt in een woordenboek. Bv. werken, slapen, gaan, schrijven … Je vindt de infinitief door een minizin te maken met ‘ik zal ...’. Bv. ik zal slapen, ik zal kopen ...

5

12

eigen invulling

Ga maar door. Snel klaar? Kies dan enkele werkwoorden uit oefening 1 en werk ze uit. ik

hij

wij

ik

hij

wij

ik

hij

wij

ik

hij

wij

ik

hij

wij

Thema 1: Veilig naar school • Les 4


Tijd voor Taal accent Wat is een stam? Ook de stam is een vorm van een werkwoord. Als je de verschillende vormen van een werkwoord naast elkaar zet, kom je telkens een gelijk deel tegen (ik drink – jij drinkt – wij drinken). Dat gelijke deel noemt men de stam. De stam is ook die vorm die je hebt bij de ik-vorm: ik snoep, ik werk, ik slaap ... 6

Vul de tabel aan. infinitief

stam

infinitief

stam

ik zal ...

ik ...

ik zal ...

ik ...

schateren slaap woon bulderen wonen verzinnen lassen verzin roepen gniffelen roep drink drinken slapen

7

bulder las gniffel

Speciale gevalletjes! ik ... ik ben zijn ik heb hebben ik zal zullen ik lees lezen ik wuif wuiven

8

schater

jij ... jij jij jij jij jij

hij ...

wij ...

wij zijn bent hij is hebt hij heeft wij hebben hij zal wij zullen zult wij lezen leest hij leest wuift hij wuift wij wuiven

Lukt dit ook? Let op! We proberen je te foppen. ik ...

hij ...

wij ...

ik zet recht hij zet recht wij zetten recht overlopen ik loop over hij loopt over wij lopen over opeten ik eet op hij eet op wij eten op uitstappen ik stap uit hij stapt uit wij stappen uit overblijven ik blijf over hij blijft over wij blijven over rechtzetten

Thema 1: Veilig naar school • Les 4

13


Tijd voor Taal accent Les 5: Heksenrace

Je leert in een verhaal de juiste informatie opzoeken.

1

Wie is Daniël Verboven?  de organisator van een snelheidsrace  een heksenbezembouwer  een fietsenmaker  de eigenaar van een knutselatelier

2

Waarom telefoneert Trezebelle naar Daniël Verboven?

Ze wil meedoen aan de snelheidsrace samen met Sybille, Roos en Lelijke Lura. 3

Hoe reageert de man aan de telefoon?

Hij lacht de heksen uit. 4

Welk probleem hebben de vier heksen?

Ze mogen niet met hun heksenbezem deelnemen, omdat luchttuigen verboden zijn. 5

In het atelier van Fiete Kwik staat zoveel rommel dat een uil er zijn eigen uilenballen niet eens zou terugvinden. Dat betekent:  dat er in het atelier heel veel uilenballen liggen.

6

 dat het in het atelier heel rommelig is.

 dat er een uil naar zijn uilenballen aan het zoeken is.

Hoe heten de vier heksen uit het verhaal?

Sybille met de Dikke Billen Trezebelle Roos Netelroos Lelijke Lura 14

Thema 1: Veilig naar school • Les 5


Tijd voor Taal accent 7

Naar wie of wat verwijzen deze verwijswoorden? r. 4: Die heeft zich al ingeschreven.

➞ Die =

Verwijswoorden verwijzen naar een ander woord. Bv. Mijn mama is een goede kok. Ze bakt heerlijke appeltaart. In deze zin verwijst het woord ‘ze’ naar ‘mama’.

Lura

r. 6: Ze hoort het ritselen.

➞ het =

verwijzen

een blad papier

r. 24: Tenzij ze zich over de grond verplaatsen … 8

➞ ze =

de vier heksen

Vul de woorden in op de woordentrap. schateren – gniffelen – proesten – glimlachen

schateren proesten

gniffelen glimlachen zacht lachen

9

hard lachen

Met welk voertuig zouden de heksen kunnen deelnemen aan de wedstrijd?

eigen invulling 10 Lees deel 2 van het verhaal in je taalboek op blz. 8 en 9.

11 Wat weet zelfs het kleinste heksje?

Hoe harder je spreekt, hoe sneller je vliegt.

Thema 1: Veilig naar school • Les 5

15


Tijd voor Taal accent 12 Welk voertuig zullen de heksen gebruiken? Maak er een schets van.

een bezemfiets

eigen invulling

verzonnen

13 Guy Didelez gebruikt graag fantasie in zijn verhaal. Geef een voorbeeld van iets dat verzonnen is en een voorbeeld van wat echt gebeurd kan zijn.

Verzonnen:

Echt:

Heksen bestaan niet.

eigen invulling

niet echt, zelf bedacht bv. een verhaal of een smoesje

Er wordt een snelheidswedstrijd georganiseerd.

14 Ik vond het verhaal wel/niet grappig omdat

eigen invulling

Wat is een ‘goed’ verhaal? Dat is een moeilijke vraag. Niet iedereen heeft dezelfde smaak. Deze vraagjes kunnen je wellicht helpen beslissen: - Leef je mee met wat er gebeurt? - Is het verhaal herkenbaar? - Verrast het verhaal je? - Vind je het boeiend, spannend of grappig? - Raakt het je? - ... Hoe vaker je ‘ja’ antwoordt op die vragen, hoe beter het verhaal je bevalt. Vorm je eigen mening! Laat je niet door anderen leiden. Ook al vindt de hele wereld een boek mooi, jij mag daar gerust anders over denken. Wil je het boek ‘Heksenrace’ graag lezen? Dan zul je het ook wel een goed verhaal vinden.

16

Thema 1: Veilig naar school • Les 5


Tijd voor Taal accent Les 6: Voor of tegen?

Je leert hoe je hoffelijk kunt discussiëren. Je formuleert je mening bij enkele stellingen.

Wat is een discussie? Een discussie is een soort gesprek waarin iedereen kan uitkomen voor zijn mening en naar elkaar luistert. Meestal heeft een discussie een bepaald onderwerp. Bv. Is een gsm toegestaan op school? Alle deelnemers proberen elkaar te overtuigen. Daarvoor gebruiken ze argumenten. Wat zijn argumenten? Zinnen die je zegt om je eigen gelijk of andermans ongelijk aan te tonen. Bijvoorbeeld: - Ja, want in geval van nood moet je kunnen telefoneren. - Ja, want een school moet meegaan met zijn tijd. - Nee, want een gsm kan gestolen worden. - Nee, want telefoneren stoort de lessen. TIPS voor een vlotte discussie Zag je volwassenen al eens discussiëren? Dat loopt vaak mis! Zo doe jij het beter: - Kom op voor je mening. - Luister goed en probeer de anderen te begrijpen. - Wees beleefd. Laat anderen uitpraten. - Vraag het woord. - Geef goede argumenten. - Spreek duidelijk en rustig.

eigen invulling

altijd

soms

nooit

Heb je je mening durven zeggen? Heb je de anderen laten uitspreken? Heb je geprobeerd om de anderen te begrijpen? Was wat je gezegd hebt de moeite waard? Heb je duidelijk en rustig gesproken? Na het discussiëren: deed ik het goed? -

Kwam ik op voor mijn mening? Probeerde ik de anderen te begrijpen (ook al ging ik misschien niet akkoord)? Was ik beleefd? Liet ik anderen uitpraten? Gaf ik goede argumenten? Sprak ik duidelijk en rustig? Heb ik iemand kunnen overtuigen? Veranderde ik zelf van mening?

Thema 1: Veilig naar school • Les 6

17


Tijd voor Taal accent Les 7: Verleden tijd of tegenwoordige tijd?

Je leert over de tegenwoordige en de verleden tijd van werkwoorden.

1

Lees de onderstaande tekstjes. a Lelijke Lura en Trezebelle wandelen vandaag langs de rand van het zwembad. Plots halen ze diep adem. Ze maken een salto in het water. Ze plonzen hevig in het water. Alle ogen zijn op hen gericht. Maar Lelijke Lura en Trezebelle vinden dat niet erg. Beide heksen pakken hun zwemplankje. Nu beginnen ze vrolijk te trappelen. b Lelijke Lura en Trezebelle wandelden gisteren langs de rand van het zwembad. Plots haalden ze diep adem. Ze maakten een salto in het water. Ze plonsden hevig in het water. Alle ogen waren op hen gericht. Maar Lelijke Lura en Trezebelle vonden dat niet erg. Beide heksen pakten hun zwemplankje. Toen begonnen ze vrolijk te trappelen.

Wat stel je vast?

Het is tweemaal hetzelfde verhaaltje, maar de werkwoorden staan in een andere tijd. Tekst a staat in de tegenwoordige tijd. Tekst b staat in de verleden tijd. 2

Onderstreep alle persoonsvormen in de tekst en orden ze. nu vroeger

wandelen ➞ halen ➞

18

maken plonzen zijn vinden pakken beginnen

➞ ➞ ➞ ➞ ➞ ➞

wandelden haalden maakten plonsden waren vonden pakten begonnen

Thema 1: Veilig naar school • Les 7


Tijd voor Taal accent

Wat is de tijd van een werkwoord? Aan de persoonsvorm kun je meestal zien of wat de spreker zegt voor hem tegenwoordige tijd (nu) of verleden tijd (vroeger) is:

Het regent. Dat is niet zo erg. Ik kan nu toch niet buiten.

3

Gisteren regende het ook. Dat was wel erg. Ik kon geen fietstocht maken.

Hoe was het vroeger? Zet de persoonsvormen in de verleden tijd. a Mama weet alles beter. Oma

wist

alles beter.

Nu valt mijn frank!

b Ik speel op de nintendo. Papa

speelde

met knikkers.

c Papa doet de was in de wasmachine. Oma

deed

de was met de hand.

d Ik luister graag naar klassieke muziek. Papa

luisterde

naar rock.

e Ik betaal met euro’s. Oma

betaalde

met Belgische frank.

Thema 1: Veilig naar school • Les 7

19


Tijd voor Taal accent 4

Hoe is het nu? Zet de persoonsvormen in de tegenwoordige tijd. Vul ook de rest van de zin aan. Je mag je fantasie gebruiken.

a Vroeger at ik graag fruitpap. Nu

eet ik ...

.

b Vroeger duimde ik de hele dag. Nu

duim ik ...

.

c Vroeger huilde ik dag en nacht. Nu

huil ik ...

.

d Vroeger droomde ik van fopspeentjes. Nu

droom ik ...

.

e Vroeger dronk ik enkel melk. Nu

20

drink ik ...

.

Thema 1: Veilig naar school • Les 7


Tijd voor Taal accent 5

Lees de tekstjes. 1 Welk werkwoord lees je in elke zin? Noteer de infinitief. 2 Vul het schema aan. 3 Kleur in elke persoonsvorm de stam blauw. 4 Kleur in elke persoonsvorm de uitgang groen. a Gisteren tekenden we heksen in de klas. Oona tekende de mooiste heks. Ik tekende een mislukte heks. Vandaag teken ik vol moed een nieuwe heks. Papa tekent met me mee. Samen tekenen we een heus heksendorp. (stam) ik

tegenwoordige tijd papa we

teken tekent tekenen

verleden tijd Oona we

ik

tekenen tekende tekende tekenden

infinitief

b Ik fiets heel erg graag. Ik fietste al zonder zijwieltjes toen ik nog maar 3 jaar was. Mijn ouders fietsen ook heel graag. Papa fietst elke dag 15 km naar zijn werk. Mama fietste al eens een rit uit de Ronde van Frankrijk. Vorige vakantie fietsten we rond met de tent. Meer dan 500 km op een week tijd! (stam) ik

fiets fietsen

tegenwoordige tijd papa mijn ouders

fietst

fietsen

ik

fietste

verleden tijd mama we

fietste

fietsten

infinitief

c Mama drinkt graag melk. Zelf drink ik liever fruitsap. Gek eigenlijk, dat we niet graag hetzelfde drinken. Oma dronk vroeger graag botermelk. Oma en opa dronken dat haast elke dag. Ik dronk nog nooit botermelk. (stam) ik

tegenwoordige tijd mama we

drink drinkt drinken

verleden tijd oma oma en opa

ik

drinken dronk dronk dronken

infinitief

d Ik was een stoute baby. Mijn zus Elly was ook een stoute baby. Wij zijn een tweeling. Vroeger waren wij echt altijd ondeugend. Maar nu ... ben ik een echt voorbeeld. En mijn zus Elly is een lieve zus. En ... daar zijn we erg trots op! tegenwoordige tijd (stam) ik Elly

ben zijn

is

we

zijn

ik

was

verleden tijd Elly wij

was

waren

infinitief

Thema 1: Veilig naar school • Les 7

21


Tijd voor Taal accent

Welke werkwoorden veranderen van klank? Welke niet? De meeste werkwoorden krijgen in de verleden tijd -de(n) of -te(n) bij de stam. Bv. speel – speelde, werk – werkte, hoor – hoorde ... Sommige werkwoorden veranderen van klank in de verleden tijd. Bv. geef – gaf, drink – dronk, loop – liep … Hoe weet ik of een werkwoord wel of niet van klank verandert? Daar bestaat jammer genoeg geen trucje voor. Of toch: eentje! Veel luisteren, spreken, lezen en schrijven. (Dit helpt ook: leg een lijstje aan van werkwoorden die van klank veranderen.)

6

eigen invulling

Rijm je mee? Zoek rijmende werkwoorden in de verleden tijd.

bijvoorbeeld: Papa wandelde

Ik knipte.

Hij stond.

Wij dachten.

Papa handelde.

vond

Hij

Rifka ving. Rifka

ging

Jij praatte. Jij

haatte

Ik

wipte wachtten

Hij snapte. Hij

klapte

Wij zochten.

vochten

Wij

Wij

Ik wilde.

Jullie wasten.

Ik

gilde

Zij zweette. Zij

heette

Jullie

plasten

Ze snoeiden. Ze

groeiden

Kies 3 werkwoorden uit deze oefening en maak er een grappige zin mee.

eigen invulling

22

Thema 1: Veilig naar school • Les 7


Tijd voor Taal accent Les 8: Van spaak tot stuur

Je leert een gepaste titel bij de alinea’s van een informatieve tekst plaatsen.

Hoe wordt een fiets gemaakt? Dat kom je te weten als je de tekst in je taalboek op blz. 12 en 13 leest. De alinea’s staan in de juiste volgorde, maar de titels ontbreken. Kun jij ze bij de juiste alinea zetten?

de alinea

Een tekst is verdeeld in alinea’s. Dat zijn de stukjes die op een nieuwe regel beginnen.

1

Noteer deze titels bij de juiste alinea. - - - - - -

Alles in elkaar zetten De fiets is klaar. Een fiets ontwerpen Het maken van rubber Het maken van zadel en spatborden Het maken van de wielen

- - - - - -

Waar is een fiets van gemaakt? Het maken van staal Het maken van een frame Het verkopen van fietsen Waar komt plastic vandaan? Wie maakt fietsen?

Waar is een fiets van gemaakt? 2 Wie maakt fietsen? 3 Een fiets ontwerpen 4 Het maken van staal 5 Het maken van rubber 6 Waar komt plastic vandaan? 7 Het maken van zadel en spatborden 8 Het maken van een frame 9 Het maken van wielen 10 Alles in elkaar zetten 11 De fiets is klaar. 12 Het verkopen van fietsen 1

Thema 1: Veilig naar school • Les 8

23


Tijd voor Taal accent 2

Zet de foto’s in de juiste volgorde. Nummer ze van 1 tot 6.

de volgorde

De volgorde van dingen is de manier waarop ze na elkaar komen.

24

1

6

4

2

5

3

Thema 1: Veilig naar school • Les 8


Tijd voor Taal accent 3

Weet jij hoe een fiets gemaakt wordt? Zoek op in de tekst en vul het kruiswoordraadsel in. 1 2 3 4 5 6 7 8 9

Als je alles juist invult, lees je van boven naar onder een fiets waarop ik ook graag een ritje maak!

Hiervan maakt men staal. Het wordt uit de grond gegraven en verhit in een smeltoven. Hoe heten de vormen die men gebruikt om zadels en spatborden te maken? Hier worden de fietsen in kartonnen dozen bewaard. Deze mensen bedenken hoe een nieuwe fiets eruit zal zien. De dunne, rubberen band die binnenin een fietsband zit, is de … . Het uiteinde van de buizen verwarmen totdat ze samensmelten noemt men … . Een fiets is meestal gemaakt van staal, rubber, kunststof en … . Als je in de schors van een rubberboom snijdt, vloeit er … uit. Die persoon bevestigt de spaken in de velg van het fietswiel.

1 2 3

I J Z E R E R T S

M A L L E N

M A G A Z I J N 4

O N T W E R P E R S 5

6

L A S S E N 7 8

9

B I N N E N B A N D A L U M I N I U M

L A T E X

M O N T E U R

Thema 1: Veilig naar school • Les 8

25


Tijd voor Taal accent Les 1: We gaan op uitstap!

Je leert informatie opzoeken in een tabel.

1

Naar de dierentuin Guy en Raf plannen een uitstap. Ze vertrekken met de bus in Vossegem. Hoelang is de bus onderweg?

De bus is 26 minuten onderweg. Hoe ver moeten ze nog wandelen tot aan de ingang van de zoo?

Ze moeten nog 170 m wandelen. Welk lijnnummer heeft de bus van 09.59 uur? Lijnnummer

412

Hoe laat komen ze aan wanneer ze de bus nemen om 08.49 uur?

.

Om 9.15 uur.

Guy en Raf willen om 10 uur stipt aan de ingang van de zoo staan. Om hoe laat nemen ze dan het best de bus?

Om 9.29 uur.

Welke gemeenten bestaan echt? Zoek op in een atlas.

Antwerpen, Oostmalle, Beerse 2

Hannah gaat op 15 november naar de dierentuin. Het park opent die dag om

10

uur en sluit om

16.45

uur.

19

uur.

Yassine gaat in de grote vakantie een dagje naar de zoo. Het park opent die dag om

10

uur en sluit om

Cas wil met Kerstmis naar de zoo. Kan dat?

26

Ja Thema 2: Vreemde verhalen over vreemde dieren • Les 1


Tijd voor Taal accent Simon gaat naar de zoo op zondag

Wanneer gaat het nijlpaard weer open? Mijn zoontje zit erin!

9 september. Hij komt om 17.30 uur bij de kassa. Kan hij nog een kaartje kopen?

Ja, tot 18.00 uur.

3

Veel te zien! Ik wil graag een echte walrus zien.

Bij de kapper. Om hoe laat? Om 13 uur. Waar moet ik zijn?

Het is stipt 16.00 uur. Wat valt er zoal te beleven? Waar moet ik daarvoor zijn?

De kraanvogel wordt gevoederd bij de bouwwerf. Robbe staat om 13.00 uur bij de reptielen. Valt daar iets te beleven?

Nee, enkel bij de walrus valt om 13 uur iets te beleven. Schrijf onder deze dieren de juiste naam.

de narwal

de walrus

Thema 2: Vreemde verhalen over vreemde dieren • Les 1

de das 27


Tijd voor Taal accent 4

5

Woordenschat oefenen Kruis het synoniem aan.

het synoniem

activiteit

atlas

sjaal

 bezigheid  yoghurtdrankje  toneelspeler

 fabriek  kaartenboek  eethuisje

 das  dier  schaar

ontspanning

voederen

beleven

 vluchtpoging  vrijetijdsbesteding  afsprakenboekje

 te eten geven  voetballen  masseren

 deftig  overleven  meemaken

een woord met (bijna) dezelfde betekenis

de ontspanning

iets wat je doet om tot rust te komen: lezen, tekenen ...

Vind jij mijn lievelingseten?

Tijd voor ontspanning! Zoek de dieren in de zinnen. Welk woord lees je van boven naar onder? Wie is langer? Jef of Ali? In deze zin zit een dier verborgen. Weten jullie welk? Het is het woord ‘slang’. Hebben jullie dat gevonden? Kijk even hoe je eraan komt: Wie is langer? Jef of Ali? Lees de vette letters nu na elkaar.

1 S P E C H T 2 Mama, mag ik bij de ravioli Fanta drinken? 2 O L I F A N T 3 C 3 Weet jij waarom Bianca via het raam naar binnen gaat? A V I A 4 P A R K I E T 4 Vandaag was het in het park iets natter dan anders. 5 H A M S T E R 5 Word je van een boterham sterk? 1 Wat had Jos pech toen mama hem betrapte.

28

Thema 2: Vreemde verhalen over vreemde dieren • Les 1


Tijd voor Taal accent

Hoe lees je een tabel? Een tabel bestaat uit rijen en kolommen. Openingsuren zwembad Arena – Deurne

Links vind ik waar de rijen over gaan.

Ook onder een tabel staat vaak belangrijke informatie. Die moet ik zeker lezen. Die informatie kan mijn antwoord mee bepalen.

dag

uur

maandag

8.30 - 21.30 uur

dinsdag

8.30 - 21.30 uur

woensdag

8.30 - 21.30 uur 14.00 - 16.00 uur (*)

donderdag

8.30 - 21.30 uur

vrijdag

8.30 - 21.30 uur

zaterdag

8.30 - 18.00 uur

zondag

8.30 - 18.00 uur 14.00 - 16.00 uur (*)

Bovenaan staat meestal wat de kolommen voorstellen.

(*) Op deze momenten ligt er recreatief materiaal in het zwembad om vrij mee te spelen. • De kassa sluit drie kwartier voor sluitingstijd. • U kunt tot een kwartier voor sluitingstijd zwemmen. • Een zwembeurt (effectief in het water) duurt maximaal 1 uur.

Soms heb ik gegevens uit meerdere rijen en kolommen nodig. Of moet ik daar zelfs mee rekenen. Bv. Als ik weet wanneer het zwembad opent en sluit, kan ik berekenen hoe lang dat zwembad open is.

Thema 2: Vreemde verhalen over vreemde dieren • Les 1

29


Tijd voor Taal accent Les 3: Ontsnappen uit de Antwerpse Zoo

Je leert (per twee) een bestaand verhaal ombouwen tot een krantenartikel. Je bouwt je zinnen correct en zorgt er ook voor dat de inhoud klopt.

VOOR

eigen invulling

Ik werk voor deze opdracht samen met

.

Wij kiezen deze tekst:

TIJDENS

Ik let bij het schrijven vooral op:

30

We schrijven onze tekst.

Thema 2: Vreemde verhalen over vreemde dieren • Les 3


Tijd voor Taal accent

Na het schrijven herlees ik mijn tekst (hardop). Heb ik mijn tekst vlot geschreven? Ja? → Prima! Nee? → Kijk waar het haperde en zoek wat er mis is. - Misschien zijn de zinnen te lang? - Staan er wel voldoende leestekens in de tekst? - Misschien lijken de zinnen te veel op elkaar? - Of misschien beginnen ze te vaak met hetzelfde woord?

NA

Je kunt je tekst ook door iemand anders laten nalezen.

Ik vind dat onze tekst  goed op het verhaal lijkt.  erg van het verhaal verschilt.  vlot geschreven is.  nog wat hapert.

De meester of juf vindt dat onze tekst  goed op het verhaal lijkt.  erg van het verhaal verschilt.  vlot geschreven is.  nog wat hapert.

Thema 2: Vreemde verhalen over vreemde dieren • Les 3

31


Tijd voor Taal accent Les 4: Onderwerp en persoonsvorm, twee dikke vrienden!

Je leert hoe je het onderwerp in de zin kunt vinden en hoe je de persoonsvorm moet schrijven.

De persoonsvorm zoeken? Dat doe je door de ja-neevraag te stellen! 1

Even opfrissen. Zet de persoonsvorm in deze zinnen tussen schuine strepen. Ik ben kampioen in het vinden van persoonsvormen.

Ja-neevraag: Ben ik kampioen in het vinden van persoonsvormen? Deze oefening heeft geen geheimen voor mij.

Ja-neevraag: Heeft deze oefening geen geheimen voor mij? Ik zoek niet graag persoonsvormen.

Ja-neevraag: Zoek ik niet graag persoonsvormen? 2

a Ga maar door! b Over wie of waarover wordt iets gezegd? Omcirkel dat zinsdeel. Pluk heeft een kleine rode kraanwagen.

Ja-neevraag:

Heeft Pluk een kleine rode kraanwagen?

De heen- en weerwolf is niet zo eng als hij eruitziet.

ziet?

Ja-neevraag:

Is de heen- en weerwolf niet zo eng als hij eruit-

Gisteren was de kraanwagen van Pluk stuk.

Ja-neevraag:

32

Was de kraanwagen van Pluk gisteren stuk? Thema 2: Vreemde verhalen over vreemde dieren • Les 4


Tijd voor Taal accent

Wat is een onderwerp? In een zin zeggen we iets over iemand of iets. Waarover of over wie? Dat is het onderwerp van die zin. De jachtluipaard is het snelste dier. Over wie of waarover wordt in die zin iets gezegd? Over de jachtluipaard. De jachtluipaard is het onderwerp van de zin. Wat wordt er gezegd over de jachtluipaard? Dat dat het snelste dier is (is het snelste dier). De meester geeft Max gelijk. Over wie of waarover wordt in die zin iets gezegd? Over de meester. De meester is het onderwerp van de zin. Wat wordt er gezegd over de meester? Dat hij Max gelijk geeft (geeft Max gelijk).

3

a Zet de persoonsvorm tussen schuine strepen. b Omcirkel het onderwerp. Ik kende het verhaal van de Petteflet al. Annie M.G. Schmidt schreef het verhaal. De tekeningen zijn van Fiep Westendorp. Zij tekende ook Jip en Janneke.

Thema 2: Vreemde verhalen over vreemde dieren • Les 4

33


Tijd voor Taal accent 4

Kijk even mee. Ik slaap. De kinderen

Jij

slapen

Mama scoort. De voetballers

.

.

Melih droomt. Wij

5

dromen

.

Haaien bijten. Ik

scoren

bijt win

.

Kampioenen winnen. Emma huilt.

.

Wolven

huilen

.

Ga maar door. Nu in de verleden tijd. Oma danste. Jullie

Ik

dansten

.

Nemo zwom.

De baby’s Cor

Mijn vrienden dachten.

. .

.

Mijn handen beefden.

Jeanne huilde.

huilden dacht

beefde

De redders

zwommen

Otto sprong. De kangoeroes

.

sprongen

.

Welke vorm van de persoonsvorm moet ik gebruiken? Dat kan ik zien aan het onderwerp. Onderwerp en persoonsvorm komen altijd overeen. - Als het onderwerp enkelvoud is, dan staat de persoonsvorm ook in het enkelvoud. Bv. de aap loopt, ik lach, papa slaapt ... - Als het onderwerp meervoud is, dan staat de persoonsvorm ook in het meervoud. Bv. de apen lopen, wij lachen, peuters slapen ...

34

Thema 2: Vreemde verhalen over vreemde dieren • Les 4


Tijd voor Taal accent 6

Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Gebruik ook de juiste tijd!

loop /liep naar de bakker. De leeuwen lopen /liepen achter de circusdirecteur aan. Mijn hoofd toen van het lawaai. gonsde Die bijen gonsden vorige zomer heel erg luid. Het is verboden de dieren te voederen . Mama voedert /voederde de kippen. De toeristen slenteren /slenterden langs de zeedijk. Ik slenter /slenterde maar wat rond. jullie vorige week zo snel als echte wielrenners? Reden De ziekenwagen gisteren in volle vaart naar reed

het hospitaal.

lopen Ik gonzen voederen slenteren rijden

7

Lees de zinnen en los de opdrachten op. Schrijf daarna de zin opnieuw. Kijk goed naar de vorm van de persoonsvorm en kies een passend onderwerp. Twee vliegen zitten op een brommer. Onderwerp:

 enkelvoud  meervoud

twee vliegen

eigen invulling

zit op een brommer.

Elisa kwam een uur te laat op school. Onderwerp:

 enkelvoud  meervoud

Elisa

eigen invulling

kwamen een uur te laat op school.

Die vader brult nog luider dan een boze leeuw. Onderwerp:

 enkelvoud  meervoud

die vader

eigen invulling

brullen nog luider dan een boze leeuw.

Thema 2: Vreemde verhalen over vreemde dieren • Les 4

35


Tijd voor Taal accent Les 5: Over piepende leeuwen

Je leert een verhaal lezen en begrijpen. Je denkt na over wat echt is en wat verzonnen. Je bestudeert de personages uit een verhaal en denkt na over hoe zij zich voelen. de mening

1

2

Jouw mening telt! Wat vond jij van het verhaal? Kleur!

Je mening is hoe je over iets denkt, wat je ervan vindt.

eigen invulling

leuk

moeilijk

grappig

saai

mooi

zielig

spannend

niet leuk

makkelijk

avontuurlijk

Waar of niet waar? Noem twee dingen uit de tekst die echt kunnen. -

Leeuwen bestaan. Muizen piepen.

eigen invulling

Noem twee dingen uit de tekst die verzonnen zijn. 3

Dieren kunnen niet praten. Dieren organiseren geen verjaardagsfeestjes.

Kleur de hoofdpersoon uit het verhaal.

de hoofdpersoon

De hoofdpersoon van een verhaal is de persoon waar het verhaal over gaat.

36

Thema 2: Vreemde verhalen over vreemde dieren • Les 5


Tijd voor Taal accent 4

Wie zegt het? Verbind met het juiste dier.

Jongens toch ... Wat een zielig gezicht: een piepende leeuw. Ik loop maar eens door ...

Stom hoor. Ik zou liever de enige pieper blijven! En om eerlijk te zijn, het gepiep van de leeuw lijkt nergens op!

Kom op, leeuwtje ... Even dapper zijn nu! Raap al je moed bij elkaar en vraag de eekhoorn om raad.

Ik vertel een leugentje om bestwil. Dan stopt de leeuw vast met huilen.

Brullen zoals vroeger? Nee, dat doe ik nooit meer. Nooit meer van m’n leven!

5

Wat is het probleem van de leeuw? Zet een kruisje.  Hij is jaloers op de muis en wil ook piepen.  Hij is zijn gebrul beu en wil wel eens een ander geluid proberen.  Hij wordt bang van zijn eigen gebrul en wil daarom een ander geluid maken.  Zijn goede vriend eekhoorn raadt hem aan eens een ander geluid te kiezen. Thema 2: Vreemde verhalen over vreemde dieren • Les 5

37


Tijd voor Taal accent 6

Zet het verhaal in de juiste volgorde. Wat eerst gebeurd is, geef je nummer 1. Wat laatst gebeurde, krijgt nummer 6.

3 Eekhoorn geeft advies. 5 Leeuw leeft bang verder. 2 Leeuw vraagt raad aan de eekhoorn. 6 Muis geeft leeuw een compliment. 1 Leeuw werd bang voor zichzelf. 4 Leeuw gaat naar een feest. 7

Zou de leeuw jouw vriend kunnen zijn? Schrijf op waarom wel (pro) en waarom niet (contra). Schrijf alle redenen op die je kunt bedenken. Kijk dan welk lijstje het langst is. Zo bepaal je of de leeuw wel of niet je vriend wordt.

het advies

Als je iemand advies geeft, zeg je wat hij of zij volgens jou het best kan doen.

het compliment

Iemand die iets goed gedaan heeft, geef je een compliment. Dan zeg je dat je het goed vindt.

Pro en contra zijn twee woorden die jullie leenden uit mijn taal, het Latijn. Pro betekent ‘voor’, contra betekent ‘tegen’.

eigen invulling

PRO (waarom wel?)

CONTRA (waarom niet?)

De leeuw is mijn vriend ...

38

 wel

 niet

Thema 2: Vreemde verhalen over vreemde dieren • Les 5


Tijd voor Taal accent 8

Doe zoals de eekhoorn. Geef deze mensen advies. Kies zelf welk advies je het beste vindt.

eigen invulling

a Warre denkt eraan om geen vlees meer te eten.  Misschien kun je wat minder vaak vlees eten. Zo kun je het eerst eens uittesten.  Groot gelijk, Warre. Vlees eten is zo zielig. Daar moeten namelijk dieren voor dood.  Vlees is zo lekker. Het zou toch jammer zijn om die smaak te moeten missen? b Sanae mag van papa één ding kiezen op de kermis.  Kies iets lekkers om te eten! Een suikerspin misschien?  Kies iets spannends! De achtbaan of het spookhuis misschien?  Kies iets waar je een cadeautje bij krijgt! Blikjes gooien misschien? c Ian vindt op straat een portemonnee met daarin 400 euro. Wat moet hij doen? Geef Ian advies.

9

Doe zoals de muis. Geef een leuk complimentje.

Illias

 Jij bent een jongen.  Jij bent nog mooier dan een kwal.  Jij kunt knap fietsen.

 Jij lacht zo lief.  Jij woont in de Reuzenstraat.  Jouw adem ruikt frisser dan een vuilnisbak.

Marit

Johanna

 Jij bent nog liever dan een tandarts.  Jij helpt mij altijd!  Jij zit naast mij in de klas.

Thema 2: Vreemde verhalen over vreemde dieren • Les 5

39


Tijd voor Taal accent Les 6: Konuiken & co.

Je leert in een een kleine groep een gesprek voeren en het resultaat meedelen aan de klasgroep.

naam van het dier

Wat eet het dier?

Waar leeft het dier?

Is het dier gevaarlijk?

naam van de jongen

ja

konuppies

mensen, onder de konuiken wolven en grond hyena’s

eigen invulling

40

Thema 2: Vreemde verhalen over vreemde dieren • Les 6


Tijd voor Taal accent Les 7: Syntheseles werkwoorden

Je leert persoonsvorm en onderwerp bepalen in een zin.

1

2

Kleur alle werkwoorden groen. slapen

zwart

kloppen

redden

jongen

bedden

stoel

zijn

hebben

typen

boeken

lampen

telefoon

appelmoes

kampioen

denken

Een politieman noteerde deze getuigenis. Zet in elke zin de persoonsvorm tussen schuine strepen. (Stel in je hoofd eerst de ja-neevraag.)

Getuige X:

We probeerden de tijger in een kooi te krijgen. Zo wilden we de tijger naar Londen vervoeren. De tijger had andere plannen. Totaal onverwacht sprong hij over de muur van het station. Hij rende door de Carnotstraat. Daar passeerde een man met paard en kar. De tijger beet het paard in de keel. De lijkbleke koetsier vluchtte. De tijger liet de man even begaan. Dan achtervolgde hij hem.

Thema 2: Vreemde verhalen over vreemde dieren • Les 7

41


Tijd voor Taal accent 3

Een stapje moeilijker. Doe net alsof je erbij was. Schrijf de persoonsvormen uit oefening 2 opnieuw, maar dan in de tegenwoordige tijd. We Zo De tijger

proberen willen heeft

Totaal onverwacht

rent

Hij Daar De tijger

de tijger in een kooi te krijgen. we de tijger naar Londen vervoeren. andere plannen.

springt

door de Carnotstraat.

passeert bijt

De lijkbleke koetsier

laat achtervolgt

een man met paard en kar. het paard in de keel.

vlucht

De tijger Dan 4

hij over de muur van het station.

.

de man even begaan. hij hem.

Kun je dit ook nog? Zet in elke zin de persoonsvorm tussen schuine strepen. Geef dan bij elke persoonsvorm de infinitief en de stam. infinitief

Enkele wandelaars horen een vreemd gekerm. Ze besluiten de politie te verwittigen. Niemand kan zien wie het geluid veroorzaakt.

Daarom laten ze een speciale camera zakken. Na een tijdje toont het scherm een bevende hond. De poedel zit 21 meter ver vast in het riool. Het diertje is helemaal in shock. 5

hoor besluit kun/kan laat toon zit is

Vul juist in. ik

hij

wij

infinitief

stam

stam + t

stam + en

denken

ik

kloppen voelen vrezen mailen

42

horen besluiten kunnen laten tonen zitten zijn

stam

denk

ik klop ik ik ik

voel vrees mail

hij hij hij

denkt klopt voelt

hij vreest hij

mailt

wij wij

denken kloppen

wij voelen wij wij

vrezen mailen

Thema 2: Vreemde verhalen over vreemde dieren • Les 7


Tijd voor Taal accent

ik

hij

wij

infinitief

stam

stam + t

stam + en

groeien

ik

hij

wij

hopen zijn applaudisseren opeten 6

groei

groeit hij hoopt

ik hoop

ben hij is ik applaudisseer hij applaudisseert ik eet op hij eet op ik

wij

wij applaudisseren wij

eten op

Wat doe ik? Wat doen wij? Ik vraag. Wij Ik

Ik kende.

vragen stamp

. .

Wij Ik

kenden stond

Wij stampen.

Wij stonden.

Ik huil.

Ik voelde.

Wij Ik

huilen versta

. .

Wij verstaan. 7

wij

groeien hopen zijn

Wij Ik

. .

voelden hapte

. .

Wij hapten.

Wat ontbreekt? Onderwerp of persoonsvorm? Vul daarna zelf in naar keuze. De politieagenten

eigen invulling

vandaag.

Wat ontbreekt?  onderwerp  persoonsvorm Waarom slaapt

eigen invulling

niet?

Wat ontbreekt?  onderwerp  persoonsvorm

eigen invulling

hielden niet van ijsjes.

Wat ontbreekt?  onderwerp  persoonsvorm Nooit eerder

eigen invulling

Klein Duimpje thuis.

Wat ontbreekt?  onderwerp  persoonsvorm Thema 2: Vreemde verhalen over vreemde dieren • Les 7

43


Tijd voor Taal accent Les 8: Zeepaardjes

Je leert heel wat over het leven van zeepaardjes en deelt die informatie met je klasgenoten. Je kunt laten zien wat je geleerd hebt.

1 Het zeepaardje

familie

- familie van de vissen, behoort tot “stekelbaarsachtigen” - kleine en grotere soorten - leven voornamelijk in de ondiepe zee voortbeweging

- trage zwemmers - laten zich meedrijven met wier of gras - kunnen zijwaarts, omhoog en omlaag zwemmen voedsel

,

- eten veel: kleine kreeftjes en visjes - zuigen hun prooi “stiekem” naar binnen: bespioneren prooi door ogen onafhankelijk te bewegen, nemen kleur aan van omgeving voortplanting Mannetjes broeden eitjes uit (in broedzak aan de buik), vrouwtjes leggen eitjes (100 a 1000) in die zak. Kleintjes verlaten na enkele weken de broedzak. bedreigd

1 soort is bedreigd: opgevist (per ongeluk of voor Aziatische geneeskunde), levend verkocht voor aquarium, gedroogd als souvenir. 44

Thema 2: Vreemde verhalen over vreemde dieren • Les 8


Tijd voor Taal accent 2

Omcirkel de juiste antwoorden op de quizvragen. vraag 1: A

B

C

vraag 2: A

B

C

vraag 3: A

B

C

vraag 4: A

B

C

vraag 5: A

B

C

schiftingsvraag:

Ze worden per ongeluk opgevist bij het vissen. de tegenstelling

3

Zoek de tegenstellingen in het rooster en geef ze telkens dezelfde kleur. Doe eerst wat je makkelijk vindt.

Een tegenstelling is een groot verschil. Als er een tegenstelling tussen twee dingen is, zijn ze elkaars tegenovergestelde, zoals licht en donker, zwart en wit.

B

F

Thema 2: Vreemde verhalen over vreemde dieren • Les 8

45


Tijd voor Taal accent Les 1: Klim en win!

Je leert de inhoud van de artikels goed begrijpen door die artikels aandachtig te lezen.

Volg jij het nieuws? Knap is dat! Knap, maar niet eenvoudig. Volwassenen gebruiken vaak moeilijke woorden. Soms weet je ook gewoon niet waarover het gaat. Toch is het best leuk, want zo kom je te weten wat er in de wereld gebeurt. (Ook al word je daar niet altijd vrolijk van ...) Oefenen maar! En als je iets niet begrijpt, kun je het altijd nog aan je ouders vragen.

1

Naar wie of wat verwijzen deze woorden? Artikel 1 Zo speurt hij naar de lichaamswarmte van een inbreker. hij ➞

de T-34

Artikel 4 Met hun lippen schrapen ze de dode cellen van je huid. hun ➞

2

Artikel 5 Het is niet zo makkelijk als het lijkt.

het ➞

Artikel 6 En dat was genoeg voor een nieuw wereldrecord!

dat ➞

de sprong van veertig meter hoog

Zoek de fout! Wat klopt er niet aan deze uitspraken? Zoek het op in de artikels. Schrijf de zin opnieuw zodat hij wel klopt. Artikel 1 Artikel 5

46

de doktersvisjes naar boven klimmen

Als het wagentje T-34 een verdacht persoon ruikt, schiet het razendsnel een net over hem heen.

Als het wagentje T-34 een verdacht persoon voor zijn neus krijgt, schiet het razendsnel een net over hem heen. Panjat Pinang is de feestdag die de Indonesiërs vieren op 17 augustus.

Panjat Pinang wordt gespeeld op 17 augustus, .. de dag waarop de Indonesiers vieren dat hun land onafhankelijk werd van Nederland. Thema 3: Nieuwsgierig naar nieuws • Les 1


Tijd voor Taal accent 3

Zoek het juiste antwoord op in het artikel. Artikel 2

Wat bedoelen de schrijvers van het artikel met de ‘chimpcam’?

Een camera waarmee de chimpansees konden filmen. Artikel 3

Hoe komt het dat de vogels dronken leken?

Er zat alcohol in de rotte vruchten waarvan ze snoepten. Artikel 5

Waarom is het niet zo makkelijk om de palmstammen van Panjat Pinang te beklimmen?

De stammen worden ingesmeerd met een mengsel van klei en olie. Artikel 8

Waarom zou deze sprong gemaakt worden door een stuntman?

De sprong was 80 meter lang en bijna 100 meter boven het water. 4

Hieronder zie je enkele cartoons. Zoek het artikel waar deze cartoons bijhoren.

artikel 5

3

artikel

2

artikel

7

Geef je mening! Kies bij twee artikels een woord dat erbij past en kleur het. Leg uit waarom je ze gekozen hebt.

eigen invulling

Ik koos

voor artikel

omdat

Ik koos

voor artikel

omdat

Thema 3: Nieuwsgierig naar nieuws • Les 1

47


Tijd voor Taal accent Les 2: Feit of geen feit?

Je leert een artikel schrijven waarin je verslag uitbrengt over enkele feiten.

VOOR

eigen invulling

het feit

iets dat echt gebeurd is

Schrijf je titel in het kadertje. Noteer rond je titel enkele belangrijke woord(groep)en die in je artikel kunnen voorkomen.

Wat is een feit? Een feit is iets wat echt gebeurd is of echt waar is. Feiten kun je niet veranderen. Als iemand zegt “Dat zijn de feiten!”, bedoelt hij “Zo is het. Dát is wat er gebeurd is!” Journalisten gaan elke dag op zoek naar interessante feiten. Daarmee vullen ze kranten en journaals.

Wat is er volgens jou gebeurd?

Hoe voelden de personen uit jouw situatie zich daarbij?

Feit 1

Feit 2

Feit 3

Feit 4

48

Thema 3: Nieuwsgierig naar nieuws • Les 2


NA

TIJDENS

Tijd voor Taal accent

Probeer je verzonnen feiten en de gevoelens van je personages in een artikel te gieten.

Lees de taalweter op blz. 31 in dit werkschrift. Hoe kan ik mijn artikel nog leuker en vlotter maken?

Thema 3: Nieuwsgierig naar nieuws • Les 2

49


Tijd voor Taal accent

Pas je tekst aan zodat het artikel leuker en vlotter wordt. Schrijf je titel in het kader.

Controleer je artikel op spelling. Ik heb bij het schrijven gelet op:  woorden waarbij ik moet verdubbelen (na een korte klank);  woorden waarbij ik moet verenkelen (na een lange klank). Teken in het vak hierboven een passende tekening bij je artikel.

50

Thema 3: Nieuwsgierig naar nieuws • Les 2


Tijd voor Taal accent Les 3b: Onze reporter ter plaatse!

Je leert aandachtig naar een nieuwsbericht luisteren en de hoofdgedachte van dit bericht in één zin omschrijven.

1

Luister goed naar de reportages. Vul het nummer van de reportage in bij de juiste foto. Bedenk bij elke reportage een passende titel en schrijf die onder de foto.

eigen invulling

2

de orkaan

hevige storm

het nocturama (in de zoo van Antwerpen) het gebouw waar je de nachtdieren kunt bewonderen, bv. het aardvarken en de luiaard

A

B

C

3

1

5

D

E

F

4

6

2

Mijn luisterend oor! Hoe heb ik geluisterd naar de nieuwsberichten? Duid de uitspraken aan die bij jouw luistergedrag passen.

eigen invulling

 Sommige nieuwsberichten begreep ik nog niet goed.  Ik begreep bijna alle nieuwsberichten.  Ik noteerde te veel details op mijn kladblad.  Ik vond het moeilijk om een passende titel bij de berichten te bedenken.  Ik kon bij de meeste berichten in één zin vertellen waarover het bericht ging.  Ik vind het moeilijk om mij te concentreren tijdens het luisteren. Thema 3: Nieuwsgierig naar nieuws • Les 3b

51


Tijd voor Taal accent Les 4: Spelen met zinnen

Je leert zinnen uitbreiden en inkorten. Je leert zinsdelen vervangen en verplaatsen.

1

Breid deze zinnen uit. Enkele korte zinnen worden gegeven. Vul aan zoals gevraagd. Oma gaat slapen

eigen invulling

Roodkapje gaat naar oma

. (wanneer?) . (met wie?)

De wolf gaat

. (waarheen?)

De 7 geitjes eten

. (wat?)

Ik ben boos . (waarom?)

2

Breid ook deze zinnen uit. Schrijf de zinnen opnieuw. Voeg informatie toe. Kies zelf wat je extra wilt vertellen. Deze vraagwoordjes kunnen je helpen: Wat? Waar? Wanneer? Waarom? Hoe? Met wie? Ali Baba roept.

eigen invulling

Klein Duimpje loopt.

Snurkt de reus?

Hans en Grietje zien een huisje.

52

Thema 3: Nieuwsgierig naar nieuws • Les 4


Tijd voor Taal accent 3

a Welke zinnen geven genoeg informatie? Waar moet nog iets bij? Vertel het aan je buur. Zeven enge kabouters maakten gisteren een vriendelijke heks bang. De arme heks belde. Een blauwe politiewagen kwam aangereden. De deftige agenten namen mee. De berouwvolle kabouters huilden.

b Schrijf het verhaaltje opnieuw. Voeg de informatie die ontbrak toe. Je mag ook een eigen verhaaltje bedenken.

Zeven enge kabouters maakten gisteren een vriendelijke heks bang.

De arme heks belde naar de politie. De agenten namen de zeven enge kabouters mee omdat ze de heks bang hadden gemaakt. eigen invulling

4

Schrijf de zin opnieuw. Begin met het onderstreepte zinsdeel. De kabouters maakten een lek in het dak van het peperkoeken huisje.

In het dak van het peperkoeken huisje maakten de kabouters een lek. Het sprookjesbos is geen plaats voor kleine meisjes.

Is het sprookjesbos geen plaats voor kleine meisjes? Niemand wil bevriend worden met de boze wolf.

Met de boze wolf wil niemand bevriend worden. Thema 3: Nieuwsgierig naar nieuws • Les 4

53


Tijd voor Taal accent 5

Maak de onderstreepte woorden langer of korter, of vervang ze door een ander woord. Toen kwam de heks de kamer binnen.

eigen invulling

Ze at de arme kinderen met huid en haar op.

Daarna deed ze een dutje in de tuin.

De volgende ochtend zocht ze een nieuw hapje.

6

Maak van al deze zinsdelen vier correcte zinnen. Je mag elk deel maar één keer gebruiken. voor de boze wolf – de drie biggetjes – heet – van peperkoek – ben – een huis van steen – ons huis – is – bang – gemaakt – ik – mijn broer – niet – Hans – ook – hebben

Mijn broer heet ook Hans. De drie biggetjes hebben een huis van steen gemaakt. Ik ben niet bang voor de boze wolf. Ons huis is van peperkoek.

54

Thema 3: Nieuwsgierig naar nieuws • Les 4


Tijd voor Taal accent Les 5: De advertentie

Je leert juiste informatie uit een tekst halen en de hoofdgedachte formuleren.

1

Waarom hebben de auteurs, Bart Demyttenaere en Wouter Kersbergen, dit verhaal geschreven? Duid het juiste antwoord aan.  Omdat ze iedereen willen laten weten dat het productiehuis Stardust nog op zoek is naar acteurs.  Omdat ze het fijn vinden dat kinderen hun verhalen lezen om zich te ontspannen.  Omdat ze graag advertenties maken.  Omdat het productiehuis van de film Omar hen dat gevraagd heeft.

2

Wie zijn de personages in het verhaal?

Gijs, Lise, papa en mama en buurvrouw Sandra 3

Waar speelt het verhaal zich af?

Bij Gijs en Lise thuis (aan de ontbijttafel). 4

Waarom beginnen Gijs en Lise over dieren te praten tegen hun mama?

Ze proberen het geheim van mama te ontfutselen: kandidates moeten goed met dieren overweg kunnen. 5

6

Waarom proesten Gijs en Lise het uit op het einde van het verhaal?

Omdat mama tafelrestjes over de draad bij de kippen van Sandra heeft gegooid (en vindt dat ze daardoor wel een beetje van dieren houdt). Maar eigenlijk houdt ze helemaal niet van dieren. Je vriend vraagt waarover dit verhaal gaat. Wat zou je hem vertellen? Je mag maximum vijf zinnen schrijven. eigen invulling

Thema 3: Nieuwsgierig naar nieuws • Les 5

55


Tijd voor Taal accent Les 7: Het onderwerp!

Je oefent hoe je het onderwerp kunt vinden. Je staat stil bij alle informatie die over het onderwerp gegeven wordt.

De persoonsvorm zoeken? Dat doe je door de ja-neevraag te stellen!

1

Even opfrissen. a Zet de persoonsvorm in deze zinnen tussen schuine strepen. b Omcirkel daarna het onderwerp. Mama zweeg in alle talen. Ja-neevraag:

Zweeg mama in alle talen?

Gijs en Lise gaan weer op hun plaats zitten. Ja-neevraag:

Gaan Gijs en Lise weer op hun plaats zitten?

Triomfantelijk kijkt mama haar man en kinderen aan.

Kijkt mama haar man en kinderen triomfantelijk aan?

Ja-neevraag:

Pagina 68 staat vol met reclame over computers.

Staat pagina 68 vol met reclame over computers?

Ja-neevraag:

2

Nu denken we op een andere manier na over het onderwerp. Zoek het onderwerp in deze zinnen. Gebruik de vragen op de flap van het werkschrift. Sandra heeft dezelfde krant als wij!

56

stap 1

Sandra

stap 2

heeft dezelfde krant als wij! Thema 3: Nieuwsgierig naar nieuws • Les 7


Tijd voor Taal accent Kandidates moeten goed met dieren overweg kunnen. stap 1

Kandidates

stap 2

moeten goed met dieren overweg kunnen.

Nu is mama wakker. stap 1

Mama

stap 2

is nu wakker.

Waaruit bestaat een zin? Een zin bestaat heel vaak uit een onderwerp en wat erover gezegd wordt (= rest van de zin). Een voorbeeld: Na deze les zijn we echt wel heel slimme kinderen. Over wie of waarover wordt er iets gezegd in deze zin? Wat is het onderwerp? we Wat wordt er over het onderwerp gezegd in deze zin? zijn echt wel heel slimme kinderen na deze les.

3

Wist-je-datjes! Omcirkel het onderwerp. Onderstreep wat er over het onderwerp gezegd wordt. Bart Demyttenaere is geboren in Congo. Later werd hij leraar. Ook Wouter Kersbergen is leraar. Hij houdt veel van fotograferen. Verschillende boeken van Bart Demyttenaere werden bekroond met een prijs. Thema 3: Nieuwsgierig naar nieuws • Les 7

57


Tijd voor Taal accent 4

Het onderwerp is gegeven. Wat wordt er over het onderwerp gezegd? De vraagwoordjes kunnen je helpen?

eigen invulling

wanneer? waarom?

wat?

waar?

wie?

Onderwerp: de journalist

Onderwerp: de stofzuiger

Onderwerp: mama

PERS

5

Een stapje moeilijker! Maak een zin zoals gevraagd. - vraagzin - persoonsvorm = verleden tijd - onderwerp = meervoud

eigen invulling

- persoonsvorm = tegenwoordige tijd - onderwerp = enkelvoud - twee aanvullingen

eigen invulling

58

Thema 3: Nieuwsgierig naar nieuws • Les 7


Tijd voor Taal accent Les 8: Uw reporter ter plaatse!

Je leert de structuur in een informatieve tekst herkennen en informatie opzoeken in een tekst.

1

hoe een tekst is opgebouwd

Een televisieverslaggever werkt niet alleen. Met welke twee personen werkt hij meestal samen? Wat is hun taak? Vul aan. beroep

2

de structuur

persoon 1

cameraman

persoon 2

geluidsman

taak

maakt de beelden voor het televisieverslag zorgt voor een goede en duidelijke opname van het geluid

Zoals elke job heeft de job van televisieverslaggever voor- en nadelen. Geef één voordeel en één nadeel.

Je ontmoet allerlei mensen. /Je bent erbij op belangrijke momenten. Nadeel: Je moet vaak hard en snel werken. eigen invulling Noteer een beroep met hetzelfde voordeel: Noteer een beroep met hetzelfde nadeel: eigen invulling Voordeel:

3

Probeer in één zin de hoofdgedachte van deze tekst (waarover de tekst gaat) te omschrijven.

Een journalist maakt reportages (een televisieverslag) die wij in de huiskamer kunnen zien.

Thema 3: Nieuwsgierig naar nieuws • Les 8

59


Tijd voor Taal accent 4

De reportages die journalisten maken, kunnen heel verschillend zijn. Verbind elke reportage met het meest passende woord.

Een reportage over een voetbalwedstrijd waarin pas in de laatste minuut een goal gemaakt werd.

Een reportage waarin de journalisten de mensen op 1 april wilden foppen. Ze vertelden dat de regering beslist heeft dat er die dag geen enkele auto mag rijden.

Een reportage over de slachtoffers bij bombardementen tijdens een oorlog.

Een reportage over een Belg die een gouden medaille heeft gewonnen tijdens een wereldkampioenschap. Niemand had dat verwacht, zelfs de sportman niet!

grappig

gruwelijk

spannend

verrassend

Bedenk nu zelf een reportage die ‘droevig’ is.

eigen invulling

Hoe is een verhaal of tekst opgebouwd? We houden er niet van als iemand iets schrijft zonder inleiding en zonder slot. (Zoals we er ook niet van houden als iemand zomaar met de deur in huis valt.) Daarom begint elke goede tekst met een inleiding. Zo kom je al een beetje te weten waar de tekst over zal gaan. Het midden van de tekst is het belangrijkste deel van het verhaal. Met het slot neemt de schrijver afscheid. Zo is zijn tekst mooi afgerond.

60

Thema 3: Nieuwsgierig naar nieuws • Les 8


Tijd voor Taal accent Les 1a: Ga jij de uitdaging aan?

organiseren

Je bekijkt het startfilmpje en neemt de uitdaging aan om een feest te organiseren.

1

Noem vijf dingen die je kunt organiseren.

regelen, zorgen dat het in orde komt

eigen invulling

Ik organiseer een Ik Ik Ik Ik

2

Dit moeten we nog in orde brengen voor ons klasfeest:

eigen invulling

✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ Thema 4: Feest! • Les 1a

61


Tijd voor Taal accent Les 1b: Mag het, directeur? Je leert een telefoongesprek voeren.

Voor ik iemand opbel, bedenk ik: - Wat wil ik zeggen of vragen? - Met wie zal of wil ik spreken? - Hoe doe ik dat? (‘beleefd’ tegen de directeur – ‘gewoon’ tegen mijn vriend) - Wanneer bel ik het beste? (Zorg dat je niet gestoord wordt.) - Heb ik iets bij de hand om te schrijven?

beoordelen

1

Beoordeel deze uitspraken. Kleur de bijpassende duim. Ik vond het schooltoneel ontzettend saai. Dat heb ik achteraf ook beleefd aan de meester verteld.

zeggen dat iets goed of slecht is

eigen invulling

Ik vond het schooltoneel ontzettend saai. Daarom heb ik niet geapplaudisseerd maar wel “Awoe!” geroepen. Ik vond het schooltoneel ontzettend saai, maar ik vertelde achteraf dat ik het superinteressant vond. 2

Jij bent de juf of meester. Kijk naar de toetsen van deze kinderen en schrijf zelf een beoordeling. DICTEE

REKENEN

Wij slaapen. Jei eet eis. Ik houw van snoup. De hont blavt luit.

43 + 62 = 105 100 – 13 = 87 75 + 25 = 100 64 – 32 = 32

punten: 0/10 beoordeling:

62

eigen invulling

punten: 4/4 beoordeling:

Thema 4: Feest! • Les 1b


Tijd voor Taal accent Les 2: Welkom!

Je leert gegevens uit een uitnodiging in een schema noteren. Zo ontdek je de ingrediĂŤnten van een goede uitnodiging.

Uitnodiging 1

geboortefeest

Uitnodiging 2

Wanneer vindt het plaats?

verjaardagsfeest

Uitnodiging 3

Wie organiseert het?

schoolfeest Vrije Basis- zaterdag school 2/4 om Sint-Maria 13 uur

Uitnodiging 4

Om welk feest of welke bijeenkomst gaat het?

ouders van zondag baby Ian 10/1 om 12 uur (Lotta)

trouwfeest Tim en Warre

Uitnodiging 5 Uitnodiging 6

erfgoeddag

begrafenis familie van zaterdag Mil 6/11 om Bresseleers 10 uur Thema 4: Feest! • Les 2

verjaardag van Lotta

op school schoolfeest (VBS SintMaria)

? Gemeentehuis Warre en Zaventem + De Tim gaan Met Vilvoorde trouwen.

?

?

Waarom vindt het plaats?

, Bar Leon geboorte in Borger- van Ian hout

zaterdag Kabaal12/12 van straat 16 14 tot 17 uur

Uitnodiging 7

(Louis)

Waar vindt het plaats?

maandag 21/3 om 15 uur

Zaal Pax, ? Sterlingerstraat 12 Vossegem

1/5/2015 Vlaanderen erfgoeddag en Brussel parochie- overlijden kerk van van Mil O.-L.-Vrouw Bresseleers in Wijnegem 63


Tijd voor Taal accent Les 3: De uitnodiging VOOR

Je leert een uitnodiging opstellen die alle informatie bevat en er leuk uitziet.

Hoe schrijf ik een goede uitnodiging? Stel jezelf vooraf deze vragen: - Wie nodig ik uit? - Wat schrijf ik? Wees volledig! - Waar vindt het feest plaats? - Wanneer feesten we? Op welke datum? Om hoe laat? - Waarom feesten we? - Welke lay-out gebruik ik? Met de hand of op de computer? Welk lettertype? Welke tekening?

TIJDENS

eigen invulling

64

de lay-out

de vorm, opmaak

Schrijf mooie zinnen.

Thema 4: Feest! • Les 3


Tijd voor Taal accent

NA

Zorg voor een leuke lay-out. Kleef hier jouw uitnodiging.

Ik gaf mijn uitnodiging aan

.

Hier lees je wat hij of zij ervan vond:

Hoi, ik ben

.

Ik kreeg een uitnodiging van . Dit vond ik ervan:  voldoende info  mooi  te weinig info  gewoontjes

 duidelijk  onduidelijk

Dit wil ik nog zeggen over de uitnodiging:

 Ik kom naar het feest.  Ik kom niet naar het feest.

Thema 4: Feest! • Les 3

65


Tijd voor Taal accent Les 4: A, B, C … alfabet!

Je leert het alfabet en woorden alfabetisch rangschikken.

1

Vul de ontbrekende letters in.

e

c

h i p

r

m l

y

u v 2

j

Bedek de letterslinger en vul in. Welke letter ontbreekt? Controleer daarna zelf. a

b

c

r

s

t

d

e

f

h

i

j

m

n

o

g

h

i

l

m

n

c

d

e

v

w

x

j

k

l

p

q

r

u

v

w

Kijk hoe het moet! Hoe rangschik je woorden alfabetisch? • Om woorden met een verschillende beginletter alfabetisch te ordenen, kijk je naar de eerste letter van het woord: aap, beer, cavia, dromedaris ... • Om woorden met dezelfde beginletter alfabetisch te ordenen, kijk je naar de tweede letter van het woord: salamander, slang, stokstaartje ... • Om woorden met meer dan één gelijke beginletter alfabetisch te ordenen, kijk je naar de eerstvolgende verschillende letter van het woord: specht, spin, spreeuw ...

66

Thema 4: Feest! • Les 4


Tijd voor Taal accent 3

Nu jij! Orden de woorden alfabetisch door ze te nummeren. Chef Krist stelt een kookboek samen. Plaats de recepten in de juiste alfabetische volgorde.

7 3 2 1

4

waterzooi kipfilet kikkerbilletjes espresso

6 5 8 4

tiramisu sorbet zalmcocktail lasagne

Deze woorden komen uit een catalogus over feestartikelen. Ze horen bij de letter B. Plaats ze in alfabetische volgorde. ballonnen – bordjes – bekertjes – bruidstaart – bloemen

ballonnen bekertjes bloemen bordjes bruidstaart

Thema 4: Feest! • Les 4

67


Tijd voor Taal accent 5

Edouard en Marthe zijn binnenkort 50 jaar getrouwd. Ze plannen een groot feest. Zet de gasten per pagina in de juiste alfabetische volgorde. Devroey Leen – Vandeputte Bruno – Melis Liesbeth – Denaeyer Frederik – Leenders An

Blommaert Sylke – Bresseleers Simon – Blanckaert Katrien – Boon Birgit – Braem Dominique

Denaeyer Frederik Devroey Leen Leenders An Melis Liesbeth Vandeputte Bruno

6

Lees de alfabetisch geordende woorden. Het ontbrekende woord mag je zelf bedenken. confetti

Blanckaert Katrien Blommaert Sylke Boon Birgit Braem Dominique Bresseleers Simon

eigen invulling feestlied feestneus feestvarken

slingers taart egel eland emoe

68

Thema 4: Feest! • Les 4


Tijd voor Taal accent Les 5: Feest met Gijs en Lise

Je leert bij een tekst inhoudsvragen beantwoorden. Bovendien leer je over oorzaak en gevolg.

de oorzaak

De reden waarom iets gebeurt. Een oorzaak heeft altijd een gevolg.

het gevolg

een gebeurtenis die volgt na een andere gebeurtenis

1

Ella moet van haar juf een bespreking van het verhaal maken. Daar heeft ze helemaal geen zin in. Ze beslist om vals te spelen en zoekt een bespreking op het internet. Ze vindt er meer dan een. Kijk maar in je taalboek op blz. 41. Help jij Ella kiezen? Welke bespreking vind jij de beste? Bespreking nummer

3

Welke bespreking klopt niet? Bespreking nummer 2

1

Aan de slag! Jij mag op restaurant met tante M. Bedenk wat jij lekker vindt en stel dan zelf twee menu’s samen. Gebruik de ruimte hieronder. Noteer er telkens de prijs bij.

eigen invulling eerste versie

tweede versie

Menu

Thema 4: Feest! • Les 5

Menu €

69


Tijd voor Taal accent

70

eigen invulling

Wat een saaie boel. Ik viel bijna in slaap.

3

Kleur de tekstballonnen waarmee jij akkoord gaat. Zelf zou ik Wat een leuk nooit zoveel verhaal! Ik ben zoetigheid eten. benieuwd hoe het verder gaat!

4

Oorzaak? âžž Gevolg! Schrijf er het juiste woord bij. Is het de oorzaak? Of het gevolg?

oorzaak

gevolg

gevolg

oorzaak

gevolg

oorzaak

Van al dat lezen heb ik honger gekregen!

Thema 4: Feest! • Les 5


Tijd voor Taal accent 5

Dit kun je ook. Kijk naar het voorbeeld. OORZAAK GEVOLG Tante M smult tot ze erbij neervalt.   Tante M heeft een lekke band. Tante M fietst door glas.   Tante M heeft buikpijn. Verbind nu zelf de juiste oorzaak met het juiste gevolg. OORZAAK GEVOLG Het is druk in De Plezante Fazant.   Gijs kijkt tante M bezorgd aan. In papa’s envelop zit nog maar € 1,10.   De ober brengt de rekening. Er is te veel keuze op de menukaart.   Alle tafeltjes zijn bezet. Tantes zakdoek schiet de hoogte in.   Het is moeilijk om te kiezen.

6

Schrijf bovenstaande zinnen opnieuw. Begin met het gevolg. Plak er telkens het woordje ‘omdat’ tussen. Denk aan de hoofdletters! Doe het zo: Tante M heeft buikpijn omdat ze smult tot ze erbij neervalt. Tante M heeft een lekke band omdat ze door glas fietst.

Als ik voortaan ergens het woordje ‘omdat’ lees, gaat er een belletje rinkelen. ‘Omdat’ is een woordje dat me vertelt dat er een oorzaak is en een gevolg.

Alle tafeltjes zijn bezet het druk is in De Plezante Fazant. omdat Gijs kijkt tante M bezorgd aan er nog maar E 1,10 in papa’s envelop zit. omdat Het is moeilijk om te kiezen er te veel keuze op de menukaart is. omdat De ober brengt de rekening tantes zakdoek de hoogte in schiet. omdat

.

.

.

.

Wat is een oorzaak? En een gevolg? Een gevolg heeft altijd een oorzaak. En een oorzaak heeft altijd een gevolg. De oorzaak komt altijd eerst. Daarna pas het gevolg. Bijvoorbeeld: OORZAAK GEVOLG Tante M heeft honger.  Ze bestelt ontzettend veel eten. Vannacht komt Sinterklaas.  Ik zet mijn schoentje klaar. Het is bijna Suikerfeest.  Oma Aziza bakt stapels koekjes.

Thema 4: Feest! • Les 5

71


Tijd voor Taal accent Les 6: Rara, wat ben ik?

Je leert open en gesloten vragen stellen. Je leert gedichten met een rijmwoord aanvullen.

Een heerlijke taart. De buitenkant paars. Erop staat iets brandends. Erop staat een

kaars

Een mooie strik errond. Ik kreeg het van Margot. Ik weet niet wat erin zit. Het is een .

cadeau

.

We eten niet thuis. Het is heel plezant.

Iets geks op mijn hoofd. Ik zit op een troon.

We eten ergens anders. In een

Het is mijn verjaardag. Op mijn hoofd staat een

restaurant

.

.

Wat zit er in de brievenbus? Een papieren ding? Er staat: “Kom je naar mijn feestje?” Yes! ’t is een

Wat zullen we eten? Wat zeg je me nu? Kun je echt niet kiezen? Kijk dan op het

menu

kroon

.

uitnodiging

.

Welke soorten vragen kan ik stellen? - gesloten vragen = vragen waarop je ja of nee kunt antwoorden. Bv. Heb jij al eens een boef gezien? - open vragen = vragen waarop je met een woord of een hele zin moet antwoorden. Bv. Hoe zag de boef eruit? Bij deze vragen gebruik je woorden als: hoe, wat, waar, wanneer, wie, waarom, welke, hoeveel ... Die woorden noemen we vraagwoorden.

72

Thema 4: Feest! • Les 6


Tijd voor Taal accent Les 7: In het woordenboek

Je leert woorden opzoeken in het woordenboek.

1

Kleur in deze tekst alle woorden die je niet begrijpt. Er bestaat in Portugal geen specifiek traditioneel kinderfeest, maar kinderverjaardagen worden er heel uitgebreid gevierd. De gasten vullen hun maag met vele zelfgemaakte taarten en een ruim assortiment aan sandwiches. Voor de kinderen zijn er snoepjes en heel veel chips. Uiteraard mag de jarige cadeautjes in ontvangst nemen. De dreumesen worden vaak, onder toezicht van een tante, in een aparte kamer vermaakt. Ze spelen daar spelletjes of doen karaoke. De ouders kunnen dan uitgebreid met elkaar bijpraten. Het liedje ‘happy birthday’ wordt natuurlijk ook gezongen. In het Portugees is de tekst uitgebreider dan bij ons.

Meer lezen? Feestliedjes van ons allemaal Ingrid Rietveld Ploegsma, 2006

Moet ik altijd alle woorden begrijpen? Lees de taalweter in je taalboek op blz. 11.

2

Wie zoekt, die vindt.

Nee Welke vorm van het naamwoord vind je wel? dreumes (enk.) Nee Kun je het woord ‘vermaakt’ vinden in het woordenboek? Welke vorm van het werkwoord vind je wel? vermaken (inf.) Kun je het woord ‘dreumesen’ vinden in het woordenboek?

TIPS bij het opzoeken in het woordenboek - Bovenaan op elke bladzijde vind je trefwoorden. Die helpen je bij het opzoeken. - Van woorden die in het meervoud staan, zoek je altijd het enkelvoud. - Van werkwoordsvormen zoek je de infinitief.

Thema 4: Feest! • Les 7

73


Tijd voor Taal accent 3

Sommige woorden uit de tekst van Ingrid Rietveld zijn moeilijk te begrijpen. Zoek de betekenis op in het woordenboek. ‘Specifiek’ staat tussen deze trefwoorden: en

Zoek ‘specifiek’.

Spaans

spin

, , iemand of Een specifiek ding hoort bij een iets. Specifiek is ongeveer hetzelfde als ‘bepaald’.

Noteer de juiste betekenis:

Zoek ‘traditioneel’.

‘Traditioneel’ staat tussen deze trefwoorden: en

tonic

trauma

Volgens de traditie. Een traditioneel feest wordt al heel lang op een bepaalde manier gevierd. Het is de gewoonte.

Noteer de juiste betekenis:

Zoek ‘assortiment’.

‘Assortiment’ staat tussen deze trefwoorden: en

arsenicum

averechts

Verschillende dingen waaruit je kunt kiezen. Het totaal aan goederen die in een winkel te koop zijn.

Noteer de juiste betekenis:

Zoek ‘uiteraard’.

‘Uiteraard’ staat tussen deze trefwoorden: en

u

Noteer de juiste betekenis:

4

74

uitkleden

vanzelfsprekend

Oplossingen gebaseerd op Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands voor de basisschool 2e editie

Wat is ...? Kleur het bolletje bij de juiste betekenis. Zoek het woord in het woordenboek of op het internet op als je het niet kent. plankton  houten ton  megakleine waterdiertjes  verpakking voor planken

een skelter  kinderautootje aan zee  geraamte  vijver

een hulde  eerbetoon  struik met besjes  koker

een gros  oranje  grijze rots  144

een hunebed  bouwsel van reuzenstenen  bed van iemand anders  een soort pissebed

een scheper  schipper  zandbakspeeltje  herdershond Thema 4: Feest! • Les 7


Tijd voor Taal accent 5

Wat betekenen de vette woorden? Leg uit met een zin of geef een synoniem. Wat moest ik lachen met de sketch van de leerkrachten!

een sketch = een kort, grappig toneelstukje De dief en zijn handlangers hebben alles gestolen.

Een handlanger helpt iemand bij een misdaad. Er hing een walm van gebakken vis.

een walm = een dikke, vettige damp Oplossingen gebaseerd op Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands voor de basisschool 2e editie Ik zoek in een woordenboek. Wat als een woord meerdere betekenissen heeft? Stel: je wilt weten wat ‘kanaal’ betekent in deze zin: Ik neem een duik in het kanaal. In het woordenboek vind je twee mogelijke betekenissen: 1 waterloop 2 televisiezender Vervang in de zin het woord ‘kanaal’ door deze betekenissen: 1 Ik neem een duik in een waterloop. 2 Ik neem een duik in een televisiezender. Welke betekenis past het best?

6

Dit kun jij ook! Noteer beide betekenissen en kruis aan welke betekenis van toepassing is. Ik volg de sporen in de sneeuw. Zouden ze van wolven zijn?  betekenis 1:  betekenis 2:

rails voet- of pootafdrukken

We aten lekker in de Plezante Fazant. Tante M gaf de ober een tip.  betekenis 1:  betekenis 2:

goede raad fooi

Thema 4: Feest! • Les 7

75


Tijd voor Taal accent Les 8: Let’s party!

Je leert een informatieve tekst lezen en (in groep) voorstellen aan je vrienden.

Hoe vind ik waarover een tekst gaat? Stel jezelf vragen zoals: - Wat is de titel? - Waarover schrijft de schrijver het meest? - Wat zie ik op de illustratie? - Wat valt op, bijvoorbeeld omdat het vetjes of schuin (cursief) gedrukt is? - ... 1

Individuele opdrachtkaart

zie kopieerblad

Naam van het feest? Waar? Wanneer? Wat?

Nog meer? Denk eerst even na: is deze informatie ook nog belangrijk? Is het antwoord ja? Noteer hieronder dan verder.

76

Thema 4: Feest! • Les 8


Tijd voor Taal accent 2

Maak hier een ontwerp voor je flap.

eigen invulling

3

Dit vonden mijn vrienden van onze voorstelling.

4

Dit vonden de bezoekers van het klasfeest van onze voorstelling.

eigen invulling

eigen invulling

Thema 4: Feest! • Les 8

77


Tijd voor Taal accent Les 1: Gezond en wel door reclame? Je leert reclameboodschappen lezen.

Voor ik lees, denk ik na. - Waarom lees ik? Wat is mijn bedoeling? Wil ik iets bijleren? Dan lees ik de krant. Of een weetjestekst. Wil ik me ontspannen? Dan lees ik een verhaal. Of een strip. - Welk type tekst is dit? Wat is de bedoeling van de schrijver? Lees ik een nieuwsbericht? Dan kan ik geloven wat ik lees. Lees ik een reclametekst? Dan laat ik me best niet foppen!

1

Welke tekst is reclame en welke tekst is een nieuwsbericht? Schrijf het cijfer en de letter van elke tekst in de juiste kolom. Tekstsoort: reclame

Tekstsoort: nieuwsbericht

1a

1b 2a 3a 4b 5b 6a 7b

2b 3b 4a 5a 6b 7a

2

Kies samen minstens drie reclameboodschappen en los de vraagjes daarover op. Reclame 2 Wat is de boodschap van deze reclame?

De chips bevatten 25 % minder zout, maar de smaak is hetzelfde gebleven.

Met welk middel worden we overtuigd de chips te kopen? Duid aan:  Door een bekend persoon te gebruiken.  Door iets gratis of cadeau te geven.  Door het product aantrekkelijker te maken. 78

het middel

Iets dat helpt. Bijvoorbeeld: siroop is een middel tegen hoesten. Een stukje speelgoed als geschenk geven is een middel om een doos cornflakes te verkopen.

overtuigen

uitleggen waarom jij gelijk hebt

Thema 5: Wel? Gezond? Gezond en wel! • Les 1


Tijd voor Taal accent Reclame 3 Voor wie is deze reclame bestemd? Hoe zie je dat?

De reclame is bestemd voor kinderen: er worden veel kleuren gebruikt en de kinderen worden aangezet om iets te verzamelen. Reclame 4 Met welk middel worden we overtuigd fruit te kopen? Duid aan.  Door een bekend persoon te gebruiken.  Door iets gratis of cadeau te geven.  Doordat je er vrolijker van wordt en je leven er beter van wordt. Reclame 5 Wat springt het meest in het oog als je deze reclame ziet?

Rond de pot Nutella zie je allerlei gezonde voedingsmiddelen. Reclame 6 Wie is de zender van deze boodschap?

Pepsi Wat is het leuke aan deze reclame?

Dat het rietje niet in het linkse blikje cola wil. Reclame 7 Hoe worden we overtuigd om naar McDonald’s te gaan?

Je kunt er gratis het internet gebruiken. 3

Lees de tekstjes. Onderstreep de consument. Op uitstap naar de Zoo koopt Lucas een sleutelhanger met een aapje. Elke ochtend eet Maaike een potje yoghurt. Sara koopt met haar spaarcenten een mp3-speler in de multimediawinkel. Mama koopt elke week een grote zak met appels in de supermarkt. Thema 5: Wel? Gezond? Gezond en wel! • Les 1

79


Tijd voor Taal accent Les 2: De radiodokter

de vitamine

Je leert open en gesloten vragen stellen.

1

Deze vragen hebben we samen bedacht voor het groepsinterview.

eigen invulling

Vitamines zijn stoffen die je nodig hebt om gezond te blijven. Ze zitten in voedsel.

bitter

Witlof smaakt bitter, pompelmoezen ook.

betrouwbaar

Iemand die betrouwbaar is, kun je vertrouwen. Hij doet wat hij belooft en is eerlijk.

Welke soorten vragen kan ik stellen? Lees de taalweter in je werkschrift op blz. 72.

80

Thema 5: Wel? Gezond? Gezond en wel! • Les 2


Tijd voor Taal accent Les 3: Een kaartje sturen VOOR

Je leert een kaartje naar een familielid sturen. Je schrijft het adres op de briefomslag.

Ik schrijf een kaartje aan

.

Duid de reden van je schrijven aan:  Ik wil gezondheidstips geven. (Lees de tips na op blz. 94 en 95 in je werkschrift en zet een kruisje bij de tips die je wilt geven.)  Ik wil een ziek familielid beterschap wensen en moed geven.

TIJDENS

 Ik wil met een smoes vragen om een dag te mogen thuisblijven.

Schrijf hier je tekst in het klad.

eigen invulling

Thema 5: Wel? Gezond? Gezond en wel! • Les 3

81


Tijd voor Taal accent Schrijf het adres op de voor- en achterkant van de envelop. Teken ook een postzegel op de juiste plaats.

eigen invulling

82

Thema 5: Wel? Gezond? Gezond en wel! • Les 3


Tijd voor Taal accent

Wat als ik een probleem niet kan oplossen? Dat is makkelijk ... Vraag om hulp! Als er niemand in de buurt is, kun je ook hulp zoeken op het internet. Daar vind je een heleboel informatie. Soms vind je zelfs tĂŠ veel info. Dan komt het erop aan om enkel te gebruiken wat je belangrijk vindt.

NA

eigen invulling Controleer nu zelf of je op de volgende dingen gelet hebt bij het schrijven van de kladversie van het kaartje en de omslag. Verbeter als dat nodig is. Zet een kruisje als het in orde is.

Ik heb bij het schrijven gelet op de hoofdletters bij de naam en adresgegevens. De tekst van mijn kaartje bestaat uit 3 delen: de aanspreking, de boodschap en het afscheid. Ik heb het adres van de geadresseerde (aan wie je schrijft) en het adres van de afzender (van wie de brief komt, jijzelf dus) op de juiste plaats en op de juiste manier geschreven. Ook de postzegel is op de juiste plaats getekend.

Thema 5: Wel? Gezond? Gezond en wel! • Les 3

83


Tijd voor Taal accent Les 4: Lachen is gezond!

Je leert wat eigennamen zijn en dat een woord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig is.

1

Zet de onderstreepte zelfstandige naamwoorden in het meervoud. Schrijf ze in de juiste kolom. Twee apen zitten in een kooi in de dierentuin. Zegt de ene aap tegen de andere: “Zielig hé, al die mensen achter de tralies!” “Weet jij wat het verschil is tussen een bakker en een tapijt?” “???” “De bakker moet vroeg op en het tapijt kan lekker blijven liggen!” Tante Fien kocht een nieuwe jurk. “Moet er nog iets aan veranderd worden?”, vroeg de verkoopster. “Ja,” knikte tante, “alleen nog de prijs.” “Ken jij het verschil tussen een meester en een thermometer?” “Geen idee.” “Er is geen verschil. Je bibbert altijd als ze een nul geven!” meervoud op -en

kooien tapijten jurken 2

meervoud op -s

bakkers tantes verkoopsters meesters

Onderstreep de eigennamen in de mopjes. “Jantje, je moet je gezicht beter wassen. Ik kan zo zien wat je vanmorgen gegeten hebt”, zegt de juf. “Wat dan, juf?”, vraagt Jantje. “Boterhammen met choco”, antwoordt de juf. “Fout, juf, dat was gisteren.” De onderwijzer vraagt: “Wat weet jij over de Dode Zee, Katrien?” Katrien zegt: “Niets, meester, ik wist niet eens dat ze ziek was.” Een Schot laat aan een Nederlander zijn huis zien. “Dit is de woonkamer, dit de slaapkamer …” Ze komen bij een lege kamer. De Schot zegt: “Dit is mijn muziekkamer.” De Nederlander antwoordt: “Maar ik zie helemaal niks.” “Klopt,” zegt de Schot, “maar hier hoor je de radio van de buren het beste.”

84

Thema 5: Wel? Gezond? Gezond en wel! • Les 4


Tijd voor Taal accent De juffrouw vraagt aan Jantje: “Wat ligt het verst: de maan of China?” Jantje antwoordt: “China, juffrouw, want de maan kun je zien en China niet.” “Weet jij waar een olifant zich het best kan verstoppen?”, vraagt Debbie aan Ellen. “Geen idee!”, zegt Ellen. “Achter een aardbei! Heb jij al eens een olifant achter een aardbei gezien?” “Nee!” “Zie je wel dat hij zich goed kan verstoppen!” 3

Vul het lidwoord de of het in. “Ober, waar is hier

het

toilet?”

“U kunt er op dit ogenblik geen gebruik van maken, meneer, het is verstopt.” “O, dan help ik wel even zoeken!” Een man zit in

het

restaurant.

“Ober, waarom is mijn portie zo klein? Toen ik hier gisteren was, kreeg ik een veel grotere portie!” “Waar zat u dan gisteren, meneer?” “Daar, aan

het

raam.”

“Zo, ja, dat verklaart alles. Mensen die voor portie. Dat is voor

de

het

raam zitten, krijgen altijd een grotere

reclame, ziet u?”

“Brr, dit is geen leven. Ik verlies al mijn haren”, jammert “En ik word elke dag magerder”, zegt

het

de

tandenborstel.

stuk zeep.

“En ik dan? Ik heb altijd een lopende neus”, zucht

Thema 5: Wel? Gezond? Gezond en wel! • Les 4

de

kraan.

85


Tijd voor Taal accent 4

Schrijf de mopjes opnieuw volgens de aanwijzingen. Je zult ook andere woorden in de zinnen moeten aanpassen. Verander ‘Luc’ in ‘Veerle’. Luc zoekt onder een lantaarn naar zijn portemonnee. Een agent vraagt hem wat hij doet. “Ik zoek mijn portemonnee”, antwoordt Luc. De agent kijkt Luc een tijdje aan en vraagt dan: “Weet je zeker dat je hier je portemonnee verloren hebt?” Luc antwoordt: “Nee, ik heb hem in een andere straat verloren, maar hier is tenminste licht om mijn portemonnee te zoeken!”

Veerle zoekt onder een lantaarn naar haar portemonnee. Een agent vraagt haar wat zij doet. “Ik zoek mijn portemonnee”, antwoordt Veerle . De agent kijkt Veerle een tijdje aan en vraagt dan: “Weet je zeker dat je hier je portemonnee verloren hebt?”

Veerle

antwoordt: “Nee, ik heb hem in een andere straat verloren,

maar hier is tenminste licht om mijn portemonnee te zoeken!” Verander ‘juf’ in ‘meester’. Een juf stond voor de rechter omdat ze door het rode licht was gereden. Ze had haast omdat ze zo vlug mogelijk in haar klas wilde zijn. De rechter kon eindelijk wraak nemen en zei tegen de juf: “Schrijf honderdmaal: ik mag niet door het rode licht rijden.”

Een meester stond voor de rechter omdat hij door het rode licht was gereden. Hij had haast omdat hij zo vlug mogelijk in zijn klas wilde zijn. De rechter kon eindelijk wraak nemen en zei tegen de meester: “Schrijf honderdmaal: ik mag niet door het rode licht rijden.” Meer lezen? 1000 superleuke moppen voor de jeugd, Deltas, 2005

86

Thema 5: Wel? Gezond? Gezond en wel! • Les 4


Tijd voor Taal accent Les 5: Smoesjes

Je leert in een verhaal op zoek gaan naar voorbeelden van figuurlijk taalgebruik.

Terwijl ik lees, denk ik na over figuurlijk taalgebruik. Niet alles wat ik lees of hoor, hoef ik letterlijk te nemen. Bijvoorbeeld: De trainer riep naar Walid: “Je bakt er niks van!” Walid liep droevig weg en trok zijn voetbalschoenen uit. Walid bakt helemaal niets. Hij voetbalt. De trainer bedoelt dat Walid slecht speelt vandaag. Hij gebruikt hiervoor figuurlijk taalgebruik. (In tegenstelling tot letterlijk taalgebruik hoef je dit taalgebruik niet letterlijk te nemen!) Andere voorbeelden zijn: Wat is er met jou aan de hand? Dit is de druppel die de emmer doet overlopen! ... 1

Hoe staat het in de tekst? Floriane kan haar mond niet meer houden en begint te roepen.

De zinnen knallen uit haar mond.

Floriane zegt de gemene woorden die ze denkt niet.

Ze slikt haar woorden in.

Floriane is heel woedend en stapt daardoor heel snel naar school.

De woede duwt tegen haar rug.

2

Beantwoord de vragen. Floriane kan niet zomaar een dagje thuisblijven. Mama heeft daar goede redenen voor. Geef er één.

Dan moet meester Jan alles nog een keer aan haar uitleggen. Dan had Jana een briefje voor de meester moeten meenemen. Herlees de laatste zin van het fragment in je taalboek op blz. 53.

Ze heeft spijt omdat ze geen zoen gekregen heeft. Begrijp je haar? Waarom wel/niet? eigen invulling Welk gevoel heeft Floriane?

Thema 5: Wel? Gezond? Gezond en wel! • Les 5

87


Tijd voor Taal accent 3

In deze oefening leer je enkele uitdrukkingen over gezondheid kennen. In uitdrukkingen wordt ook figuurlijke taal gebruikt. Kleur de bolletjes bij de tekeningen, de uitdrukkingen en de verklaringen die bij elkaar horen in dezelfde kleur.

aaauw!!!!

88

1

2

3

4

1

3

1

doen alsof er niets aan de hand is, alsof je er niets vanaf weet

je in een situatie heel erg prettig voelen

doen alsof je neus bloedt

4

3

wanneer je geld hebt, direct weer alles uitgeven

je als een vis in het water voelen

4

2

2

een gat in je hand hebben

door een kleinigheidje je al snel beledigd voelen

op de tenen getrapt zijn

Thema 5: Wel? Gezond? Gezond en wel! • Les 5


Tijd voor Taal accent Les 6: Voor of tegen?

Je leert argumenten zoeken om in een discussie te gebruiken.

eigen invulling 1

2

de discussie

een gesprek dat je voert met anderen waarin iedereen zegt wat hij of zij ergens van vindt

Hieronder zie je een aantal stellingen. Kleur per rij de stelling die bij je past. Als mijn huisdier erg ziek is en veel pijn heeft, kies ik ervoor het dier te laten inslapen.

Als mijn huisdier erg ziek is en veel pijn heeft, houd ik het in leven. Hopelijk wordt het nog beter.

In de klas hebben we een parkiet in een kooitje. Op het einde van het schooljaar laten we die lekker vrij in de natuur.

In de klas hebben we een parkiet in een kooitje. Op het einde van het schooljaar neemt de juf hem mee naar huis om ervoor te zorgen.

Aan mijn huisdier geef ik alleen voeding uit blik of zakjes.

Mijn huisdier krijgt de restjes van ons eten: eens een stukje kaas, een restje vlees ...

Een goudvis in een bokaal is zielig.

Een goudvis in een bokaal is gezellig.

Dieren in de zoo horen niet in een kooi, maar in de natuur.

Het is goed dat er dieren in de zoo zitten.

Als het regent, laat ik mijn hond niet uit.

Als het regent, laat ik mijn hond toch uit.

Als mijn huisdier ziek is, ga ik onmiddellijk naar de dierenarts.

Als mijn huisdier ziek is, wacht ik tot het vanzelf geneest.

Ik zie een zieke duif op straat. Ik laat het dier met rust.

Ik zie een zieke duif op straat. Ik neem ze mee.

Ons klaskonijn Snuffeltje zit meestal in zijn hokje. Af en toe mag iemand hem voorzichtig op zijn schoot nemen. Dat is goed voor het dier.

Met ons klaskonijn Snuffeltje wordt heel veel gespeeld. We hebben allerlei poppenkleertjes om hem aan te doen. Dat is heel goed voor een konijn.

Als een hond komt bedelen om een stukje van mijn koek, geef ik het zeker. Een hond kan zo schattig kijken.

Ook al komt een hond erg lief bedelen, ik geef hem zeker geen stukje van mijn koek.

Lees de taalweter in je werkschrift op blz. 17. Thema 5: Wel? Gezond? Gezond en wel! • Les 6

89


Tijd voor Taal accent Les 7: Rikje de reus bij de tandarts

Je leert hoe verkleinwoorden worden gevormd en waarom ze gebruikt worden.

1

Schrijf deze verkleinwoorden in de juiste kolom. slakje

koninkje riempje scheepje lammetje wafeltje

blaadje tuintje

2

stemmetje kettinkje

-je

-tje

-pje

slakje hondje

wafeltje tuintje

riempje wormpje

-etje

-ng ďƒ -nkje

uitzondering

lammetje stemmetje

koninkje kettinkje

scheepje blaadje

Schrijf bij elke tekening een letter. K om iets kleins aan te duiden. L om iets liefs of gezelligs aan te duiden. B om te zeggen dat iets niet erg is. N om te laten voelen dat je iets of iemand niet leuk vindt. Het is maar een klein wondje.

B

Je bent toch een schatje!

L 90

wormpje hondje

Wat een stom autootje is dat!

N

Ik geef jullie allemaal een blaadje om een bootje te vouwen.

K Thema 5: Wel? Gezond? Gezond en wel! • Les 7


Tijd voor Taal accent 3

Doorstreep in de volgende zinnen de uitgangen van de verkleinwoorden. Onderstreep de woorden waarbij dat niet lukt. Vanmiddag eten we worteltjes in plaats van spruitjes. Dat valt mee! Gisteren vertelde mama ons het sprookje van Sneeuwwitje op een heel bijzondere manier. Ik had dat meisje nog nooit eerder gezien. Mijn broer vertelt elke dag een paar moppen over domme blondjes. Ik heb wat snoepjes mee voor onderweg. Nog iemand pudding? Ja, ik wil nog wel een beetje. Je mag papa niet storen, want hij is een dutje aan het doen.

4

Kun jij zelf nog vreemde verkleinwoorden bedenken? Noteer ze in een zin.

eigen invulling

Wat zijn verkleinwoorden? Verkleinwoorden zijn naamwoorden met het achtervoegsel -je (of -pje, -tje, -etje) erbij. We gebruiken ze om: iets kleins aan te duiden.

iets liefs aan te duiden. Mijn juf is een schatje!

Ik plant een boompje.

te zeggen dat iets niet zo belangrijk is. Het was een ongelukje!

te zeggen dat je iets/iemand niet leuk vindt.

Thema 5: Wel? Gezond? Gezond en wel! • Les 7

Stop daar eens mee, ventje!

91


Tijd voor Taal accent Les 8: EHBO voor beginners

Je leert tussentitels bij een informatieve tekst maken en de belangrijkste woorden in een schema plaatsen.

1

2

Geef elke alinea een passende titel.

alinea 1

eigen invulling

alinea 2

eigen invulling

alinea 3

eigen invulling

alinea 4

eigen invulling

Vul het schema verder aan. soort ongeluk

Wat is er gebeurd?

Wat doe je?

vergiftiging

giftige producten, geneesmiddelen, voedingsmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum voorbij is

Bel het Antigifcentrum (070 245 245).

verbrand aan een warme pan, heet water over je heen gekregen

Houd de wond minstens 15 min. onder koud stromend water. Bel de hulpdiensten bij ernstige brandwonden.

brandwonden

je gesneden aan papier, gevallen schaaf- en snijwonden

92

Was je handen en was de wonde met water. Ontsmet ze en bedek ze met een pleister.

Thema 5: Wel? Gezond? Gezond en wel! • Les 8


Tijd voor Taal accent soort ongeluk

Wat is er gebeurd?

Een wesp heeft je geprikt.

insectensteken

3

flauwvallen

flauwgevallen door vermoeidheid of te veel mensen dicht bij elkaar

bloedneuzen

een bal tegen je neus, van koude speelplaats naar warme klas

Wat doe je?

Haal de angel eruit en smeer er een kalmerende zalf op.

Leg de benen hoger, maak de kleren los, praat en controleer de ademhaling.

Blijf rechtop staan en sluit het bloedende neusgat af door het dicht te knijpen.

Stel: je moet zo meteen de eerste alinea van de tekst in je eigen woorden navertellen. Je mag een spiekbriefje maken met de vijf belangrijkste woorden. Welke woorden kies je?

eigen invulling

Na het lezen wil ik onthouden. - Is het boek of de tekst van mij? Dan kan ik belangrijke dingen (voorzichtig!) met potlood aanduiden. - Moet ik het boek of de tekst teruggeven? Toch wil ik sommige dingen onthouden. Dat lukt me door de belangrijkste woorden (of wat ik wil onthouden) in mijn eigen woorden op te schrijven.

Thema 5: Wel? Gezond? Gezond en wel! • Les 8

93


Tijd voor Taal accent Syntheseblad: de gezondste mens ter wereld Les 1: Gezond en wel door reclame? 1

Lees de uitspraken van de reclamemaker en de stellingen. Noteer bij elke uitspraak het cijfer van de stelling die iets over die uitspraak zegt. Ik wil je helpen de gezondste producten te kopen.

2

In mijn reclameboodschappen toon ik natuurlijk altijd de waarheid!

Ik doe mijn best om grappige of goed gevonden reclameboodschappen te maken.

1 2 3 2

94

3

1

Heel veel reclameboodschappen lijken op elkaar. Er zijn er maar weinig echt origineel. Sommige reclamemakers zijn niet echt bekommerd om je gezondheid. Ze willen enkel dat hun product goed verkoopt. Reclamemakers stellen de werkelijkheid anders voor dan dat ze is.

Noteer iets wat je in deze les leerde over gezondheid.

eigen invulling

Thema 5: Wel? Gezond? Gezond en wel! • Syntheseblad


Tijd voor Taal accent Les 2: De radiodokter 1

Kleur de bolletjes die bij jou passen. a  Ik lust geen spruitjes.  Ik moet van mijn ouders spruitjes eten.  Nu ik weet dat spruitjes echt gezond zijn, ga ik proberen ervan te proeven.  Mijn ouders maken nooit spruitjes omdat niemand van ons gezin ze lust.

eigen invulling

b  Ik blijf graag lang op. Ik weet dat ik me daardoor minder goed kan concentreren in de klas.  Ik blijf enkel lang op in het weekend of tijdens de vakantie.  Ik luister naar mijn ouders wanneer ze zeggen dat ik moet gaan slapen. 2

Noteer zelf nog iets wat je in deze les geleerd hebt.

eigen invulling

Les 4: Lachen is gezond! Kleur in deze tekst: - de eerste eigennaam die je tegenkomt groen. - alle lidwoorden die uit exact twee letters bestaan rood. - alle zelfstandige naamwoorden die in het meervoud staan blauw. Marijke zit bij haar papa op de schoot. Ze ziet dat papa enkele grijze haren heeft. “Hoe komt het dat jouw haren grijs worden?”, vraagt kleine Marijke. “Telkens wanneer jij stout bent, dan krijg ik een grijze haar”, antwoordt papa. Marijke kijkt papa even aan en zegt dan: “Dan moet de zoon van opa wel heel stout geweest zijn, zijn haar is helemaal grijs!” Schrijf nu het tekstje opnieuw, maar vervang ‘Marijke’ door ‘Nico’, ‘papa’ door ‘mama’, ‘opa’ door ‘oma’ en ‘zoon’ door ‘dochter’.

Nico zit bij zijn mama op de schoot. Hij ziet dat mama enkele grijze haren heeft. “Hoe komt het dat jouw haren grijs worden?”, vraagt kleine Nico . “Telkens wanneer jij stout bent, dan krijg ik een grijze haar”, antwoordt mama Nico kijkt mama even aan en zegt dan: de dochter van oma wel heel stout geweest zijn, “Dan moet haar haar is helemaal grijs!” Thema 5: Wel? Gezond? Gezond en wel! • Syntheseblad

.

95


Tijd voor Taal accent Les 5: Smoesjes Bedenk enkele smoesjes om niet naar school te moeten. Je mag net als Annetje Van Pool lekker overdrijven.

eigen invulling

Les 6: Voor of tegen? 1

Kies één stelling uit de lijst op blz. 89 en schrijf die hier op.

2

Schrijf ook één of twee argumenten op waarom je die stelling gekozen hebt.

eigen invulling

eigen invulling

Les 8: EHBO voor beginners Wat wil jij graag onthouden uit de tekst ‘EHBO voor beginners’? Schrijf het in je eigen woorden op.

eigen invulling

96

Thema 5: Wel? Gezond? Gezond en wel! • Syntheseblad

Profile for VAN IN

TvT accent - Taal 4: werkschrift a - correctiesleutel  

TvT accent - Taal 4: werkschrift a - correctiesleutel  

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded