Issuu on Google+

Hans Aarsman (1951) was een gevierd fotograaf toen hij besloot te stoppen met fotograferen. Tegenwoordig kijkt hij liever naar foto’s van anderen, onder meer in zijn wekelijkse rubriek ‘De Aarsman Collectie’ in de Volkskrant. Ook treedt hij regelmatig op in theaters. Eerder verschenen van hem Ik zie, ik zie en De fotodetective.


Hans Aarsman

Wat jij niet ziet

De Aarsman Collectie

Uitgeverij Podium, Amsterdam


Ik ben al jaren niet op vakantie geweest. Ik zou wel kunnen, ik zou wel willen, maar het komt er niet van. Te druk met om me heen kijken. Er is hier al zoveel te beleven. Hier, waar ik ben. ‘There is nothing as unnatural as the commonplace,’ zegt Sherlock Holmes in ‘A Case of Identity’. Vrij vertaald: ‘Er is niets zo ongewoon als het gewone.’ Pure nonsens lijkt dat. Het gewone en het ongewone zijn elkaars tegengestelde. Net als koud en warm. Of leven en dood. Iedereen die beweert dat er niets zo koud is als de warmte, is niet goed bij zijn hoofd. Of dat niets zo levend is als de dood, al even onzinnig. Ik ontdekte Holmes toen ik ergens was waar ik me te pletter verveelde, op vakantie, de laatste keer. Het enige boek dat ik kon vinden was: New Adventures of Sherlock Holmes. De schrijver was Arthur Conan Doyle. Holmes komt het ongewone op het spoor door onophoudelijk het gewone tegen het licht te houden. Zoals hij naar de wereld kijkt, kun je zo ook naar foto’s kijken? Foto’s geven nooit prijs wat er voor de opname is gebeurd en ook niet wat erna staat te gebeuren. Daar komt bij dat je op een foto alles ziet van één kant, het is gissen wat er te zien zou zijn als de foto van de andere kant genomen was, of van opzij. Dat zijn zo’n beetje de beperkingen. Hou je daar rekening mee, dan kan het detectivewerk beginnen. Met een kanttekening nog. De verhalen van Holmes spelen zich af in Engeland. Ook al beweegt hij zich in alle lagen van de samenleving, wat hij ziet en meemaakt is altijd vanuit de Engelse cultuur te begrijpen, Holmes’ eigen cultuur. De foto’s die wij dagelijks onder ogen krijgen, zijn gemaakt over de hele wereld. Al herken je wat er op te zien is, de interpretatie ervan kan verschillen. Als je in Iran tijdens een demonstratie met een omgedraaide portretfoto van een politicus loopt, ga je de bak in. Een portret van een gezagsdrager ondersteboven houden is dé manier om hem belachelijk te maken. Doe je datzelfde in Nederland, dan loop jij voor gek, niet de geportretteerde. Hoe kun je een foto die aan de andere kant van de wereld gemaakt is goed begrijpen? Door je steeds af te vragen: waar kijk ik eigenlijk naar? Hoe ongewoon is wat op het eerste gezicht gewoon lijkt? Daar ben ik de hele tijd mee bezig als ik de ‘De Aarsman Collectie’ schrijf. Het onthullen van beteke5


nisvolle details mag een grote rol spelen, het gaat in de eerste plaats om onder woorden brengen wat ik niet weet. Er is veel aan het veranderen in de wereld van de nieuwsfotografie. De rol die sport en entertainment in het aanbod spelen wordt groter en groter, op meer dan driekwart van de foto’s staan wedstrijden en beroemdheden. Af en toe valt een foto door de mand die is gephotoshopt. Persagentschappen worden overgenomen, de officiële kanalen van het nieuws komen net als de financiële middelen in de handen van steeds minder mensen. Amateurs vormen een groeiende groep van beeldleveranciers. Het zijn thema’s die tot discussies leiden op debatten en symposia. Maar ik maak me niet druk. Elke foto is er een. De schepper van Sherlock Holmes, Arthur Conan Doyle, studeerde eind 1800 medicijnen in Edinburgh. Kopstukken uit de geneeskunde doceerden daar. Tot dan toe stierven bij operaties drie van de vier patiënten. De chirurgen moesten heel snel zijn, verdoving bestond niet. Hygiëne bestond ook niet, de meeste geopereerden stierven aan wondinfecties. Dat veranderde allemaal in die tijd en Edinburgh was er het middelpunt van. Omdat hij het niet zo breed had, nam Conan Doyle een baantje als klerk op de faculteit medicijnen. Als er colleges waren met live-patiënten, moest hij ze ontvangen, noteren wat er met ze aan de hand was en ze de collegezaal binnenleiden. Daar stond de vermaarde chirurg Joe Bell die de patiënt heen en weer liet lopen, zich omdraaien, bukken, het was net een modeshow. De kleren van de patiënt werden bestudeerd, zijn accent, oogopslag, hoe hij een hand gaf, slap, stevig, of de hand klam was, of de patiënt uit zijn mond stonk, waarnaar hij uit zijn mond stonk. Dan was de beurt aan de studenten. Bell wilde weten wat ze dachten dat de man mankeerde. Alleen op basis van observatie, vragen stellen mocht niet. Zo werd een keer een man voorgeleid die heel moeilijk liep en trillend een hand gaf. Zijn broek zat onder de modder en op zijn rechterbeen had hij op kniehoogte een brandgat. ‘De man heeft zijn knie gebrand,’ zei een student, ‘daarom trekt hij met zijn been.’ ‘Dat kan kloppen, maar met zijn andere been trekt hij ook,’ was het antwoord

van Bell. ‘Heeft iemand daar een verklaring voor?’ Hadden ze niet. ‘Kijk eens naar zijn broek, die moddervlekken, hoe zou hij daaraan gekomen zijn?’ ‘Op straat gevallen toen het regende?’ ‘Heel goed, maar vandaag en gisteren regende het niet, zaterdag wel. Iemand een idee?’ Niemand. ‘Eergisteren was uitbetaaldag. Nadat hij zijn loon gevangen had, is deze man de kroeg in gegaan, waar hij zich bezat heeft. Terug naar huis viel hij, dronken als hij was, in de modder. Toen hij zijn broek droogde bij de open haard, vloog die in de fik. Dat verklaart de brandplek op zijn knie. Maar het is zijn verslaving aan rode wijn waardoor hij jicht heeft. Daarom doet lopen pijn aan al z’n gewrichten. En hier zit de boosdoener.’ Bell haalde de fles rode wijn uit de binnenzak van de man. Al die tijd had daar een bobbel gezeten. Lijkt veel op de manier waarop Holmes zijn cliënten tegen het licht houdt als ze bij hem binnenkomen, niet? In 1881 studeerde Conan Doyle af en vestigde zich als huisarts in Plymouth. Veel aanloop had hij niet. In de tijd dat hij op patiënten zat te wachten, schreef Doyle twee romans. Niemand wilde ze uitgeven. Toen de nood op z’n hoogst was, stuitte hij op aantekeningen die hij had gemaakt tijdens de chirurgiecolleges van Joe Bell. Niet zomaar een paar aantekeningen, pakken vol. Zo zijn de Sherlock Holmesverhalen begonnen. Joe Bell was al met pensioen toen Doyle hem een brief schreef waarin hij vertelde dat Sherlock Holmes op Joe Bell gebaseerd was. Toen de pers daar lucht van kreeg, kwamen journalisten Bell vragen wat hij van de verhalen van Holmes vond. Zijn antwoord was: ‘De verhalen van Sherlock Holmes prenten je iedere keer weer in dat er altijd iets bijzonders te ontdekken valt. Als je maar goed kijkt, is er altijd iets dat interesse opwekt. Het leven is niet saai, is de boodschap. Iedereen kan dingen ontdekken als-ie maar goed kijkt.’ Hans Aarsman

7


Staatshoofden bezoeken Fukushima, Japan 21 mei 2011 foto Toshifumi Kitamura/afp

Om deelneming te betuigen zijn de staatshoofden van Zuid-Korea en China naar buurland Japan gekomen, dat een tsunami en een kernramp te verduren heeft gehad. Allemaal leuk en aardig, maar hoe ontvang je staatshoofden in een ontregeld land? Een bezoekje aan een gymzaal vol evacuĂŠs, goed idee. Een toertje door een weggevaagd vissersdorp, ook goed. Hoewel. Japan, Zuid-Korea en China betwisten elkaar het recht op een groep eilandjes in de Oost-Chinese Zee. Een bezoekje aan een dorp met uitzicht op zee kan ongemakkelijk worden. Zou een agrarisch thema niet beter zijn? Op het ministerie van Buitenlandse Zaken moet de afdeling public relations toen op het idee gekomen zijn de staatshoofden verse landbouwproducten voor te schotelen. Niet zomaar producten, maar aardbeien, tomaten en komkommers uit Fukushima, het gebied waar drie maanden eerder de ramp met de kerncentrale had plaatsgevonden. Dat moest inmiddels kunnen, het gebied was officieel vrij van radioactiviteit. Iedere zeur die beweerde dat dat te voorbarig was, zou door de smikkelende staatshoofden de mond worden gesnoerd. Helemaal links zien we de gouverneur van Fukushima, Yuhei Sato. Sinds de ramp met de kerncentrale heeft hij zich niet meer vertoond in pak. Altijd is hij in een smetteloos kaki werkmanskloffie gehesen, alsof hij elk moment de handen uit de mouwen moet kunnen steken. Het cherrytomaatje dat hij gepakt heeft, steekt hij niet in zijn eigen mond. Hij probeert hem in die van de Japanse premier, Naoto Kan, te stoppen. Die heeft lachend zijn lippen geopend, maar zijn tanden houdt hij op elkaar. Naast hem de president van Zuid-Korea, Lee Myung-bak. Zijn handen zijn niet goed te zien, het kan zijn dat hij iets gepakt heeft, hij houdt in ieder geval niets voor zijn mond. Kauwen doet hij ook niet. Dan de Chinese premier, Wen Jiabao. Gaat die tomaat nog naar binnen? Dacht het niet. Niemand van de heren wenst het risico te nemen. De Japanse regering mag alle landbouwproducten uit Fukushima dan wel stralingsvrij hebben verklaard, de heren weten wat een regeringsverklaring waard is. In hun eigen land zijn ze zelf de regering. Toch spelen ze het spelletje mee. Zou daarom het zweet op hun voorhoofd staan? Rapporten hebben inmiddels aangetoond dat de Japanse autoriteiten de problemen met de kerncentrale stelselmatig hebben gebagatelliseerd. Tien weken na deze foto moest premier Naoto Kan erom aftreden. 11


Palestijnse kant van de scheidingsmuur in Jeruzalem 19 juli 2013 foto Majdi Mohammed/ap

Jaarlijks terugkerend ritueel voor Palestijnse jongens in Jeruzalem. Tijdens de ramadan niet aansluiten in de rij voor een checkpoint, maar over de scheidingsmuur klimmen. Doorlopen naar de Al-Aqsamoskee en daar deelnemen aan het vrijdaggebed. Maar dan, hoe komen ze weer thuis? Terug over de muur klimmen gaat niet, aan de Israëlische kant staat geen trap. En als er een stond, hadden de Israëli’s die allang weggehaald. Er zit niets anders op dan terug een checkpoint te nemen. Mogen we het wel een trap noemen wat aan deze kant van de muur staat? Moet je zien hoe krakkemikkig de bovenste helft aan de onderste is bevestigd. Dat kan niet goed gaan. Het geheel staat ook nog met de smalste kant op de grond. Als-ie niet in elkaar stort, dan valt-ie wel om. Geen enkele tree is recht, maar de bovenste spant de kroon. Lekker handig als je je moet afzetten om boven op de muur te komen. De jongen daar heeft het prikkeldraad doorgeknipt en het koord bevestigd. Daarmee gaan ze aan de andere kant afdalen. Beneden wordt uitgeprobeerd of het koord goed is vastgemaakt. Heel verstandig, de jongen bovenin kan niet eens zijn schoenveters vastknopen. Even zoeken wat dat voor tekst is die begint met ‘My dear Palestinian brothers and sisters’. Blijkt het begin van een open brief die de Zuid-Afrikaanse moslimtheoloog Farid Esack aan de Palestijnen schreef. Zionisme en apartheid plaatst hij in hetzelfde kader: de angst voor de buren. Het is een lange brief, 2000 woorden telt hij, 1.1603 tekens, inclusief spaties. Hij staat integraal op de muur. Dat wordt rekenen. Gemiddelde schouderbreedte van een man is 43 centimeter. Op de foto gaan vier schouderbreedten in één betonnen paneel. Eén paneel is dus 1 meter 60 meter breed. Ik tel zeven tekens op een paneel, spaties meegerekend. De brief heeft 1.1603 tekens, dat is 1657 panelen x 1.60 = 2651 meter. Ruim tweeënhalve kilometer. Wat een karwei moet dat zijn geweest. Eerst dachten de letterschilders na het schilderen van een reep wit meteen de zwarte letters te kunnen spuiten. Dan zien ze op de eerste twee panelen de zwarte letters vervloeien in het wit. Dat wordt eerst omhoog om de witte band te schilderen, goed laten drogen en later met sjablonen opnieuw omhoog om de letters te spuiten. Waar is de trap gebleven waarmee dat is gedaan? Dat moet een stevige zijn geweest. Misschien weten Ellen en Marc er meer van. 15


Photoshoot voor rijpere damesmode, Regent Street, Londen 13 januari 2011 foto Leon Neal/afp

Vader had niet hoeven wachten. Achter de tweede dame links zijn een paar bruine laarzen zichtbaar van een passant die zich van de hele bedoening niets aantrekt en gewoon doorloopt. Maar vader moest zich zonodig vergapen aan dames in ondergoed. Aan zijn lichaamshouding te zien heeft hij net een foto van ze gemaakt. Zijn hoofd lichtelijk naar voren gebogen, hij kijkt op het schermpje of de opname gelukt is. Wat heeft het jongetje het zwaar, een jaar of acht zal hij zijn. Heeft hij zijn gezicht helemaal in de broek van zijn vader verborgen of probeert hij toch nog tussen de pijpen door te kijken? Hopeloos ingewikkeld gevoel, schaamte. Bij de meeste andere negatieve emoties, woede, angst, jaloezie, is het makkelijk te traceren waar de pijn zit. Maar schaamte. Is het plaatsvervangende schaamte voor de halfnaakte dames? Of is het schaamte voor zijn vader, dat hij voor de dames gestopt is en een camera uit zijn rugzak heeft gehaald? Of is het meer het idee dat hij betrapt kan worden door zijn vriendjes terwijl hij naar halfnaakte dames gluurt in de leeftijdscategorie van zijn moeder? Wat hij ook doet, het is altijd mis. Met je hoofd in de kont van je vader kruipen, is ook geen vertoning. Of wordt dat pas gênant over een paar jaar, als het de bedoeling is dat hij zich gaat losmaken van zijn ouders? Bij angst kun je tenminste nog wegrennen, bij woede het conflict aangaan. Maar wat doe je als je het heet krijgt, alleen omdat je iets ziet? En dan te bedenken dat dit nog maar het begin is van de vertoning. Straks komen er nog veel meer dames, ze steken spandoeken in de lucht en gaan schreeuwen. Heel netjes schreeuwen, ze demonstreren niet echt, het is een publiciteitsstunt. Niet helemaal toevallig vindt de demonstratie plaats tijdens de London Fashion Week. En ook niet helemaal toevallig in Regent Street, waar de meeste modeketens hun winkels hebben. De vrouwen willen door de leeftijdsbarrière heen breken, staat op hun borden. De mode houdt geen rekening met de maten van de rijpere vrouw. Echt verontwaardigd zijn ze niet, ze worden betaald door een postorderbedrijf dat net een nieuwe modelijn heeft gelanceerd voor de rijpere vrouw. Vandaar dat ze min of meer hetzelfde gekleed gaan, dan valt de pasvorm beter op. Op het hoogtepunt gaan de jassen nog uit. Het is voor het jongetje te hopen dat vader tegen die tijd klaar is met fotograferen.

19


Inkijkpagina's wat jij niet ziet97890 5759 696 4