__MAIN_TEXT__

Page 1

ZIEN EN AFZIEN

25 jaar Stichting Leer Anderen Helpen


Zien en afzien 25 jaar Stichting Leer Anderen Helpen

Mei 2014


Voorwoord Het idee om een lustrumboek samen te stellen kwam een jaar geleden bij me op. Ik ben erg blij dat ik dit idee met de hulp van velen heb kunnen uitwerken.Tot mijn verrassing reageerden met name de oud-SLAH bestuurders vanaf het eerste moment laaiend enthousiast en dat is ook duidelijk herkenbaar in de bijdragen van hun hand. Aanvankelijk lag het in mijn bedoeling om de reisverslagen van de oogartsen integraal op te nemen, maar bij nadere beschouwing bleek dat voornemen niet haalbaar, er zou een enorme overlap ontstaan en de teksten voor niet ingewijden wellicht weinig interessant. Alle aan de SLAH verbonden oogartsen werden uitgenodigd om hun persoonlijke ervaringen op papier te zetten. Velen van hen reageerden prompt en met veel enthousiasme, sommigen moesten worden aangemoedigd. Ik was met name zeer onder de indruk en ook ontroerd door het verhaal van Ibu Hj Murni Hamid, de oogarts die onze steun was in Medan en zonder wie het oogproject in Karya Kasih nooit van de grond zou zijn gekomen. Dit boek is een compilatie van verhalen, anecdotes en ervaringen, die zeer persoonlijk zijn en een inzicht geven in de motivatie van de auteurs om aan de SLAH projecten mee te doen. Het geeft naar mijn mening ook een goede indruk van het feit dat kleine organisaties als de SLAH door de inzet van velen in staat zijn om een bijzondere prestatie te leveren. Dit is hetgeen mij voor ogen stond en ik hoop dan ook dat een ieder die dit boek oppakt en er in leest er veel plezier aan zal beleven.

Frans Ros Utrecht, mei 2014


inhoudsopgave 3

Voorwoord

5

Inhoudsopgave

6

25 jaar SLAH in Indonesië

Donald Tjia

10

‘Right out of the blue’

Arnoud Boesten

13

Een bijzonder stel mensen

Paul van Asdonk

15

Werken in de gordel van smaragd

Jaap van der Pol

20

Alle begin is moeilijk

ibu Hamid

25

Kasih dari tiga zaman | Een verhaal van drie periodes

Anton Blankestijn

36

Van de brug af gezien, ontboezemingen van een vrijwilliger

Jo Veldkamp

41

4.000ste oogoperatie op Karya Kasih

Frans Ros

46

‘Blood sweat and fears’

Frits Dubois

49

Indonesië, een andere cultuur verrijkt je leven

Maarten Rol

50

Getallen en mensen

Siep van der Veen

54

Kostenbewustzijn in Medan

nynke de Jong

56

‘The work of love’

Hian oei

60

Papua, dat doe je wel even

Rinald Stout

66

Een handvol ervaringen

Maribel Seré

68

In het kort

Ton Smit

71

Bangka, een vrolijke start van het project.

Monica Landesz

74

Als wij niets doen, dan is de vraag wie de mensen wel helpt

Peter Bolmers

76

Indonesië, een land dat je niet loslaat

Wilda Batubara

78

‘Ik geef hen iets, maar zij geven mij ook iets terug’

Sicco thoe Schwartzenberg ivan Gan

84

‘Agoes, terima kasih banjak’

88

Groene soep

Folkert Tegelberg

90

Ver weg van huis van elkaar leren

Suzy njoo

91

SLAH, een bijdrage aan de kwaliteit van leven

Dolf van oostrum

94

Nieuwe wegen, nieuwe mogelijkheden

98

Overzicht uitzendingen, oogartsen en aantallen operaties

104 Bestuur SLAH door de jaren heen 107 Dankwoord Zien en afzien

5


2. 00

in g

0 st e op

ie

ie

er at

ie

er at

0 st e op

er at

ie

AH

er at

SL

0 st e op

4. 00

2002

ht

0 st e op

pr ic

1. 00

O

2001

Papua

3. 00

Karya Kasih, Medan

1999

1996

voorbereiding

1994

1992

1989

Indische Oceaan

25

JAAR SL A H i n IndonesiĂŤ


Ambon

2014

2013

2012

2011

2009

2006

2004

SL

on

25

rz oe

H

r

a誰 ti

ja a

k

ie

ie

er at

er at

0 st e op

0 st e op

AH

de

6. 00

5. 00

Mamasa Waena

Mamasa

Bangka

Sumba


Donald Tjia Oogarts

‘Right out of the blue’ De oprichting van de Stichting Leer Anderen Helpen In de winter van 1958 arriveerde ik als 11-jarige en jongste van het gezin samen met mijn moeder uit Indonesië in Nederland, waar de vader van mijn moeder als gepensioneerd onderwijzer uit Indonesië verbleef. Indonesië is dus mijn geboorteland en meer specifiek het eiland Bangka, gelegen ten zuiden van Sumatra en ten noorden van Jakarta. Mijn zuster, inmiddels getrouwd, bleef samen met twee broers achter in Indonesië. Zodoende beweegt mijn heemgevoel zich enerzijds in Indonesië, het land van mijn vader en anderzijds in Nederland, het land van mijn moeder. Zoals zovele repatrianten in die tijd, waren ook de zusters van mijn moeder uit Indonesië naar Nederland gekomen. Na mijn studie medicijnen en specialisatie oogheelkunde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, hield ik in diverse poliklinieken spreekuur (Leiderdorp, Amsterdam en Hoofddorp). Hoofddorp is tot op heden mijn woonplaats. In het voorjaar van 1989 ontving ik tijdens mijn werkzaamheden bij de polikliniek oogheelkunde van het St. Elisabeth Ziekenhuis te Leiderdorp een nieuwe patiënt met het verzoek voor een zogenaamde algemene check up. Tijdens dit consult ontstond een gesprek over het vak oogheelkunde en mijn passie voor dit werk dat zo’n verbetering van de levenskwaliteit kan betekenen en

mijn wens dit toegankelijk te maken voor minvermogenden elders in de wereld, in het bijzonder Indonesië. Deze patiënt bleek de directeur van het voormalige Ziekenfonds Alphen & Omstreken te zijn dat later met het ZLO (Ziekenfonds Leiden & omstreken) en daarna met het CZH (Centraal Ziekenfonds Haarlemmermeer) fuseerde tot het huidige ‘Zorg en Zekerheid’. Kort na dit consult ontving ik van deze directeur de mededeling dat het Ziekenfonds voornemens was om ƒ. 25.000,- te doneren om mijn wensen en voornemens financieel te ondersteunen. Ik was uitermate aangenaam verrast door deze royale gift. Nog geen twee weken later werd ik door de toenmalige directeur van het CZH uitgenodigd voor een oriënterend gesprek, zonder duiding van enig onderwerp. Tijdens de ontvangst en uitwisseling van elkaars professionele achtergronden werd mij plotseling gevraagd waar ik oorspronkelijk vandaan kwam, waarbij ik -naar later bleekin volle overtuiging en passie vertelde over mijn mooie geboorteland Indonesië en uiteraard Bangka, waar nog steeds mijn hart ligt. Voorts dat veel armlastigen daar, ondanks het feit dat het eiland wereldleider in de tinproductie is, geen oogheelkundige zorg kunnen betalen. Een week voorafgaand aan dit gesprek, ontving ik op mijn spreekuur in Hoofddorp Zien en afzien

9


een door Yve Boen (VUmc) doorverwezen patiënt uit Medan (Noord-Sumatra) met een ernstige diabetische retinopathie. Van deze patiënt vernam ik dat Medan zeer hulpbehoevend was op het gebied van oogheelkundige zorg en dat zijn neef in Medan directeur was van een ziekenhuis. Meteen dacht ik: “Wáár kun je beter beginnen, gezien de daar aanwezige faciliteiten, dan juist dáár!” Overigens heb ik deze patiënt moeten doorverwijzen naar het Academisch Centrum Nijmegen, waar hij met voorrang is geholpen. Kort nadien ontving ik van de directeur van het CZH de toezegging, dat het Ziekenfonds voornemens was een bedrag van f.25.000,- te doneren. Kennelijk hebben beide directeuren over mijn wens en voornemen met elkaar gesproken. Zo ontstond door deze toezeggingen binnen een maand een beginkapitaal van f. 50.000,-.

10

ingsposters en spandoeken van het Rode Kruis ‘Leer Anderen Helpen’ die ik aantrof in Zwolle, toen ik mijn moeder bezocht. Zó is de stichtingsnaam SLAH (Stichting Leer Anderen Helpen) ‘geboren’ en kon aan de Stichting juridisch vorm worden gegeven en de statuten notarieel vastgelegd. Jaren later ontving de SLAH o.a. nog twee legaten, ca f. 200.000,- tezamen, die de financiële positie, mogelijkheden en continuïteit versterkten.

Het enorme startkapitaal overviel mij en snel handelen om mijn plannen te realiseren was geboden, waartoe ik contact opnam met

Het bestuur werd in de pioniersfase gevormd door Arnoud Boesten en mijzelf, de ‘founding fathers’. Kort nadien nam Jaap van der Pol, een gepensioneerd ambtenaar Financiële Zaken bij de Gemeente Haarlemmermeer, het financieel beheer van de Stichting onder zijn hoede. Voor de bijeenkomsten verleende het St. Elisabeth Ziekenhuis te Leiderdorp gastvrijheid, faciliteiten, middelen en werd voor de verslaglegging en secretariële ondersteuning zorg gedragen door Saskia Oudgenoeg. Vervolgens werd de aandacht gericht op het

Arnoud Boesten, directeur van het St. Elisabeth Ziekenhuis te Leiderdorp. Tijdens het gesprek deed Arnoud Boesten de suggestie: “Waarom richten wij geen stichting op om arme mensen in Indonesië oogheelkundig te helpen?!!” Zo kwam van het een het ander, nu nog een passende naam voor de Stichting. De naam ontleende ik aan de werv-

werven van oogartsen voor uitzending naar de oogheelkundige projecten (twee weken intensief werken zonder vergoeding, ver van huis, waarbij de reis- en verblijfkosten ten laste van de SLAH kwamen) en daarnaast op het netwerken voor de logistieke faciliteiten om de hulpmiddelen tegen de meest geringe kosten aan te schaffen en op de meest

Zien en afzien


trefzekere en efficiënte wijze op de beoogde bestemming te krijgen. Die bestemming was een tehuis van de lokale Stichting ‘Karya Kasih’, in Medan. Daar werd een permanente operatiekamer ingericht. Oogarts Paul van Asdonk uit Utrecht hoorde over het bestaan en de voornemens van de SLAH en nam met ons contact op. Zijn vader had eertijds voor de KLM in het toenmalige Nederlands Indië gewerkt, vandaar ook zijn binding met Indonesië. Paul was de eerste oogarts die namens de SLAH naar Medan werd uitgezonden. Nadien waren het oogheelkundige teams bestaande uit twee personen. Twee personen om de continuïteit te garanderen, maar ook om andere uiteenlopende redenen, waaronder eventuele uitval door ziekte, feedback, af- en overwegingen met betrekking tot werk- of behandelwijzen en dergelijke. Jos van Bergen, mijn buurvrouw, ex-stewardess van de KLM en ook mijn patiënte, verrichtte veel vrijwilligerswerk voor de SLAH en zorgde ervoor dat de Stichting middels interviews met mij in de lokale pers en via de radio meer bekendheid kreeg. Franklin Blom, eveneens een van mijn patiënten, werkzaam bij KLM-Cargo wist het voor elkaar te krijgen dat de enorm zware onderzoek- en operatieapparatuur via een Jumbo naar de plaats van bestemming kon worden gevlogen. De KLM vloog toen via Abu Dhabi rechtstreeks naar Medan, de bestemming van de Stichting. Maar ook Bert Simon, station manager van Garuda, zette zich in voor het transport van apparatuur. Eenmaal in Indonesië aangekomen werden we uiteraard geconfronteerd met de douane- en inklaringsperikelen, waardoor een goed lokaal netwerk als een essentieel onderdeel voor het welslagen van onze missie onmisbaar was. Maar ook voor het transport

over land naar de eindbestemming. Kennis van en inzicht in de cultuur, alsmede het spreken van de lokale taal bleken van groot belang. Van onschatbare waarde waren de bemiddeling en inzet in Indonesië door tal van vrijwilligers, met name dr. N.A. Budhi Parama, geneesheer-directeur van het St. Elisabeth Ziekenhuis te Medan (dochterziekenhuis van het St. Elisabeth Ziekenhuis te Leiderdorp), pastor Johannes Veldkamp, Richard Kurniawan, mevrouw Ibu Hamid (spreekt vloeiend Nederlands) die voor de SLAH de patiëntenselectie en nazorg voor haar rekening nam, de lokale algemene artsen en uiteraard de zusters-verpleegkundigen, drs B. Lirungan van de afdeling Inklaringen, Imral Nasution, voorzitter van de Kamer van Koophandel te Medan en ‘last but not least’ op het eiland Bangka de heren Agoes Soelaiman en Amir Danoehoesodo voor hun logistieke support, ondersteuning en gastvrijheid, alsmede de medewerkers op Sulawesi, Irian Jaya (Papua Barat). Zij zorgen

er onder andere voor dat de oogartsen van de SLAH na een drukbezochte en arbeidsintensieve werkdag, voldoende tijd en gelegenheid krijgen zich te ontspannen om de volgende dag weer fris te beginnen met hun oogheelkundige werkzaamheden onder het motto ‘efficiency en tempo’. In Nederland zijn we veel dank verschuldigd aan Jerry Vermie, Zien en afzien

11


Justus Hollander en Henk Koning. Jerry is de reisagent van de SLAH. Hij zorgt ervoor dat er meer kilo’s worden meegenomen dan is toegestaan. Justus Hollander is geruime tijd penningmeester van de Stichting geweest. Maar hij was ook hoofd van de apotheek van het Rijnland Ziekenhuis (het voormalige St. Elisabeth Ziekenhuis). In die hoedanigheid heeft hij de uitgezonden oogartsen veelvuldig van medicamenten voorzien. Drukkerij Koning te Hoofddorp verzorgde gratis al het drukwerk. Toen secretaris Jaap van der Pol in 1995 wegens het bereiken van de statutaire leeftijd aftrad, nam Anton Blankestijn deze functie over tot 2007. Gedurende deze periode werden door hem vele initiatieven en activiteiten ontplooid om aan de SLAH meer bekendheid te geven. Bovendien hield hij zich actief bezig met fondswerving. Daarnaast ontvingen de leden, oogartsen, donateurs en belangstellenden periodiek een nieuwsbrief ‘Oculaire’. De SLAH beschikt sinds 2010 over een eigen website www.slah.nl. Door persoonlijke omstandigheden werd ik in 2006 genoodzaakt mijn bestuursfunctie van de SLAH beschikbaar te stellen, maar ik ervaar het nog steeds als een voorrecht mijn inzet, hulp en bijstand voor de Stichting te mogen verlenen. Donald Tjia

dr. Budhi Parama †

12

Zien en afzien


Arnoud Boesten Neuroloog, ziekenhuisbestuurder en voorzitter SLAH 1989 ­ 2007

Een bijzonder stel mensen

Het was Donald Tjia die mij in 1988 vroeg of ik geïnteresseerd was om de band met het St.Elisabeth Ziekenhuis in Medan aan te halen en op welk gebied dan ook naar samenwerking te zoeken. Donald en ik werkten beiden in het St.Elisabeth Ziekenhuis in Leiderdorp. Hij als oogarts en ik eerst als neuroloog en op dat moment als directeur patiëntenzorg. Beide ziekenhuizen waren vele jaren daarvoor opgericht en geleid door dezelfde congregatie van religieuzen uit Breda en hadden tot in de jaren ‘60 veel contact gehad. Het leek mij wel wat, maar ons ziekenhuis was bezig met de voorbereiding voor een fusie en ik gaf op dat moment weinig aandacht aan een project in Indonesië. Donald was echter onvermoeibaar bezig met het, samen met zijn relaties in Medan en in Nederland, opzetten van een organisatie om voor mensen die het zelf niet konden betalen staaroperaties te realiseren. Dat was nog niet eenvoudig. Vele belang-

rijke mensen en organisaties moesten hun toestemming geven en belangengroeperingen moesten overgehaald worden om mee te werken of in ieder geval niet tegen te werken. Ik hoorde met enige verbazing aan hoe gecompliceerd zoiets was en kon slechts bewondering hebben voor de inzet en energie van Donald.

“SLAH, er is geen stichting waar van ik met zoveel plezier

voorzitter ben geweest

Uiteindelijk werkte iedereen mee, was er in Medan een organisatie om mee samen te werken en waar operaties plaats konden vinden, een lokale oogarts die de voorselectie van patiënten kon doen en had Donald een aantal collega-oogartsen bereid gevonden om bij toerbeurt operaties te gaan doen. De oorspronkelijke gedachte was ook om lokale oogartsen te leren naar Nederlandse standaarden staaroperaties uit te voeren. De naam van de stichting die we toen hebben opgericht wees daar ook op ‘Leer Anderen Helpen’. Mijn rol in de stichting was bescheiden. Het was voor de partners in Indonesië belangrijk dat de directie van het St.Elisabeth Ziekenhuis (later Rijnland Ziekenhuis) in Leiderdorp achter het project stond, een Zien en afzien

13


meer symbolische functie dus en de stichting had een voorzitter nodig. In de 23 jaren dat ik ziekenhuisbestuurder was is er geen stichting geweest waar ik met zoveel plezier voorzitter van ben geweest. Zowel de oogartsen in het bestuur als de medewerkende oogartsen die naar Medan gingen, waren voor mij een bijzonder stel mensen. Enorm gemotiveerd, grote inzet en in staat om alle aspecten die nodig waren om het werk te doen te overzien en te regelen. Het verzamelen van geld, regelen van instrumentarium

eigen problemen. Anderen zullen daar ongetwijfeld over schrijven. Belangrijk is dat door samenwerking van een groot aantal mensen en de inzet van de oogartsen, heel veel arme mensen weer konden zien. Voorwaar een heel goed resultaat na alle inspanningen. Het is niet mogelijk om iedereen specifiek te bedanken voor al het werk. EĂŠn naam moet wel genoemd worden. Op een gegeven moment was de stichting zo groot geworden dat er meer PR en meer geld nodig was om alles te kunnen realiseren wat we wilden doen. De bestuursleden konden dat niet trekken. Anton Blankestijn heeft die rol op zich genomen. Samen met zijn echtgenote heeft hij er onvermoeibaar voor gestreden dat de SLAH voldoende middelen kreeg en bleef houden om het werk te kunnen blijven doen. Ik vond het jammer dat ik door mijn vertrek naar Aruba afscheid van de SLAH moest nemen. De SLAH is een bewijs dat kleinschalige particuliere initiatieven zonder veel bureaucratie en zonder overheidssubsidie succesvol kunnen zijn en mensen die het elders in de wereld moeilijk hebben enorm kunnen helpen. Arnoud Boesten

en medische hulpmiddelen, maken van roosters om naar Medan te gaan en nog veel meer, werd door een kleine groep oogartsen gedaan. Het ’s avonds in ons ziekenhuis vergaderen met het bestuur van de SLAH was altijd weer een belevenis. Er waren talloze zaken te regelen, wel met een agenda, maar alles hing samen en iedereen had een eigen inbreng. Na een meestal wat chaotisch, maar plezierig verlopen vergadering, was alles toch besproken en geregeld. Er waren natuurlijk hoogtepunten en dieptepunten. Ook werden er pogingen gedaan de activiteiten uit te breiden naar andere delen van IndonesiÍ, elk met hun 14

Zien en afzien


Paul van Asdonk Oogarts

Werken in de gordel van smaragd

Van 20 april tot 16 mei 1990 is oogarts Paul van Asdonk naar Indonesië gegaan om de mogelijkheid tot daadwerkelijk oogheelkun­ dige hulp te onderzoeken. Hij schreef voor het bestuur van de SLAH een uitvoerig, analytisch en professioneel verslag. Het maakt duidelijk wat de problematiek was voordat er oogartsen naar Indonesië konden worden uitgezonden om daar te gaan werken. De eerste reis naar Medan van oogarts Paul van Asdonk werd een jaar later gevolgd door een tweede reis om de oorzaken op te sporen van de stagnatie van het project in Karya Kasih. Deze reis duurde van 14 augustus tot 24 augustus 1991.

evaluatierapport van P.H. van Asdonk, van de werkzaamheden als oogarts verricht te Sumatra gedurende de periode van 20 april tot 16 mei 1990. Reisschema: •

Van vrijdag 20 april tot vrijdag 27 april verbleef ik op het instituut Karya Kasih te Medan.

Van vrijdag 27 april tot maandag 30 april op het eiland Samosir te Pangaruran.

Van 2 mei tot 10 mei te Jakarta waar ik tevens een goed georganiseerd oogheelkundig symposium heb kunnen bijwonen.

Tenslotte van 11 mei tot 16 mei in Medan.

Van de 28 dagen die ik doorbracht in Indonesië waren er elf werkbare dagen. Dit betekende poliklinisch werk van zo’n 30 tot 40 mensen per dag in Medan en de twee dagen op Samosir 110 patiënten door mij persoonlijk onderzocht en nog eens 120 patiënten door twee oogartsen uit Medan. In totaal zag ik zo’n 400 patiënten. Helaas was ik door het ontbreken van een werkvergunning niet in staat operatief werk te verrichten. Ondanks de zeer grote inzet en organisatorische kwaliteiten van vooral dokter Budhi Parama lukte het niet te opereren in het St. Elisabeth Ziekenhuis te Medan. Ook de weinig coöperatieve houding van de plaatselijke oogartsen heeft hiermee te maken. Tot tweemaal toe werd een gepland operatieprogramma te elfder ure afgelast. De patiënten werden met zeer eenvoudige instrumenten onderzocht. Een handlampje en de directe oogspiegel van Heine die ik ook voor indirect spiegelen gebruikte. Oogspiegelen is overigens een onderzoeksmethode, die de plaatselijke oogartsen nauwelijks beheersten. De polikliniek op Karya Kasih werd bezocht door mensen met uiteenlopende oogproblemen. Blinde mensen, éénogige mensen, hopeloze gevallen. Veel tweede meningen. Arme mensen maar ook mensen met werk. Zien en afzien

15


Naarmate ik langer verbleef werd het bericht van mijn aanwezigheid steeds verder verbreid. Op de polikliniek werken bij toerbeurt vijf oogartsen uit Medan. Karya Kasih is een katholieke instelling, toch zijn op één na alle oogartsen islamitisch. Bij onderzoek van de patiënten bleek dat er veel minder cataract (staar) patiënten waren dan wij aanvankelijk vermoedden. Van de 500 patiënten waren dit er slechts tien. Waarom zich niet meer patiënten met staar hebben gemeld en waar deze mensen zich bevinden is niet bekend. De meeste patiënten hadden oogziekten veroorzaakt door ontstekingen van de hoornvliezen en het inwendige oog. Vaak onbehandeld met als gevolg blindheid aan één van beide ogen. Zeer frequent zag ik pterygia. Veel mensen kunnen mijns inziens hieraan worden geholpen. De operatietechniek van de plaatselijke oogartsen is in mijn ogen erg grof maar heeft wel effect. De staarpatiënten worden geholpen onder lokaal toegepaste anesthesie. Meestal intra-capsulair, een enkele maal extra-capsulair. De toegepaste operatietechniek zou voor verbetering in aanmerking komen. Ik zag een viertal operaties. De steriliteit is in de operatiekamer van Karya Kasih zeer matig. Veel beter is het in het St. Elisabeth Ziekenhuis. Als daar moet worden geopereerd, dan moet of de patiënt of de Lions club een betaling doen. Als in de toekomst de operatiemicroscoop wordt geplaatst in Karya Kasih dan zal de steriliteit moeten worden gewaarborgd. Er is wel een koelingsysteem aanwezig. Mijn mening is dat er door Nederlandse oogartsen wel degelijk staaroperaties zijn te verrichten in Medan. Zeker als er meer bekendheid komt onder de plaatselijke bevolking. Ook pterygiumoperaties kunnen worden uitgevoerd. Hoornvliestransplantaties vereisen meer steriliteit en betere na16

Zien en afzien

behandeling en controle. Veelal mislukken deze operaties in Indonesië. Behalve in Medan onderzocht ik ook mensen op het prachtige eiland Samosir, midden in het magnifieke Tobameer. Op het eiland wonen ongeveer 100.000 mensen van wie 36.000 in Pangaruran. Dankzij de grote inzet van pater Leo Joosten was het bericht van de komst van twee oogartsen uit Medan en ikzelf uit Europa goed verspreid. Ook daar weer weinig staarpatiënten (vier) en vier pterygium patiënten. Presbyopie (leeszwakte) kwam er veelvuldig voor. Met pater Leo Joosten bezocht ik per motorfiets en per auto verscheidene kampongs, sprak met mensen en bekeek terloops hun ogen. Op het symposium te Jakarta had ik het voorrecht veel mensen te ontmoeten, onder anderen professor Mardiono van de universiteit van Jakarta. Hij verzocht op de hoogte te worden gehouden van de activiteiten van oogartsen op Sumatra. Ik bemerkte dat hij liever bij tijd en wijle ‘eigen mensen’ wilde uitzenden naar Sumatra. Voor mij was het helaas niet mogelijk in deze periode de situatie op bijvoorbeeld het eiland Nias of in de stad Siantar in midden Sumatra te beoordelen. Ook daar kan men gebruik maken van de missieposten om patiënten te onderzoeken. De samenwerking tussen de Stichting Leer Anderen Helpen, de Bank Mata (ogenbank), de Lions Club te Medan, het St. Elisabeth Ziekenhuis te Medan (directeur dr. Budhi Parama) en de Stichting Karya Kasih (christelijk sociale instelling), moet voor de toekomst een oogheelkundige zorg waarborgen voor alle geledingen van de bevolking van Medan en midden Sumatra. Zonder aanzien des persoon naar ras, kleur of geloof. Vooral


de minder bedeelden zouden op de hoogte moeten worden gebracht van de mogelijkheid van gratis oogheelkundige hulp. Doordat dokter Budhi Parama persoonlijk de gouverneur van Jakarta heeft ingelicht waarbij ook de plaatselijke gezondheidsdienst aanwezig was, verwacht ik dat het werk van Nederlandse oogartsen op midden Sumatra kan worden voortgezet. Het verkrijgen van een tijdelijke werkvergunning zal, indien tijdig aangevraagd, geen probleem hoeven te zijn. Met beleid en met diplomatie zal de bevolking, maar ook de oogartsen in Sumatra, duidelijk worden dat het hier een sociaal project betreft, speciaal bedoeld voor oogheelkundige zorg voor minder bedeelde patiënten en instructie aan de plaatselijke oogartsen van de moderne operatietechnieken. Rapportage naar aanleiding van stagnatie van het project Karya Kasih. Enkele dagen voor mijn tweede vertrek naar Medan deelde dokter Tjia me mee, dat hij van dr. Budhi Parama te horen had gekregen dat de werkvergunning nog niet in orde was. En tevens het verzoek of ik mijn reis zou kunnen verzetten naar een later tijdstip. In een vorige vergadering was mij medegedeeld dat het verkrijgen van een werkvergunning geen probleem meer was, hetgeen een voorbarige conclusie bleek te zijn. In overleg met de heer Boesten, voorzitter van de SLAH en directeur van het Rijnland Ziekenhuis en dokter Tjia ben ik toch afgereisd naar Medan. Ik zou daar persoonlijk kunnen onderzoeken wat de reden van het werkvergunningprobleem was. Bij aankomst ben ik met een taxi naar het instituut Karya Kasih gereden. Ik werd eerst begroet door mevrouw Privine Bath en daarna door dr. Budhi Parama. Het eerste wat mij opviel was de verbouwing

op het instituut van een woon- leefruimte voor twee artsen. Deze accommodatie wordt comfortabeler dan de mij nu bekende kamer, die ik ook vorig jaar kreeg toegewezen. De operatiekamer was gevuld met O.K.lampen (hangend en staand) en een microscoop. Alle andere toegestuurde materialen en medicijnen lagen opgestapeld in dozen in de operatiekamer. De temperatuur was erg hoog, meer dan 30°C, te hoog voor veel medicamenten. De bestelde ijskast was nog niet gearriveerd. Omdat de lokale oogartsen, die voorheen op Karya Kasih gratis poliklinisch werk verrichtten, niet meer op Karya Kasih werkzaam mochten zijn, is met hun vertrek tevens alles wat deze operatiekamer bevatte, meegenomen. Veel mensen in Indonesië houden zich actief bezig met charitatieve instellingen. Voor het project Karya Kasih is dr. Budhi Parama de initiator, de motor en de belangrijkste man. Omdat hij zeer veel contacten heeft op hoog niveau, met politici, bedrijven, politie en ook de katholieke kerk, zou zeker met zijn inzet het project moeten slagen. Andere belangrijke en actieve mensen zijn dokter Stevens (acupuncturist), die ook op Karya Kasih werkt, mevrouw Privine Bath en pater Jo Veldkamp. Op Karya Kasih zelf is nu dokter Hamid voor twee dagen enkele uren werkzaam als oogarts. Onlangs is zij hiermee gestart. Ik heb haar ontmoet, een vriendelijke, 60-jarige vrouw die bereid is samen te werken met Nederlandse oogartsen en foutloos Nederlands spreekt. Met dr. Budhi besprak ik uitvoerig wat de Nederlandse oogartsen hier zouden kunnen doen. Een aantal redenen voor het niet verstrekken van een werkvergunning zijn: 1. Argwaan van de lokale oogartsen. Er is angst voor concurrentie, voor wegvanZien en afzien

17


gen van patiënten en daardoor vermindering van hun inkomen. Er is bij de lokale oogartsen niet direct een behoefte aan nascholing. 2 . De meeste lokale oogartsen zijn Moslim. Het Karya Kasih project is Christelijk. Het Lions Project is neutraal. 3. Het verzoek voor een werkvergunning is via Medan naar Jakarta en weer terug gegaan. De Inspecteur van Gezondheid aarzelt zijn handtekening te zetten. Als er iets mis gaat met de lokale oogartsen is hij verantwoordelijk. Alleen als de inspecteur zijn handtekening gezet heeft, zal de gouverneur eveneens tekenen. 4. Bij de heer Nasution (hoofd van de Kamer van Koophandel) rees de vraag wat de Nederlandse oogartsen willen. Wat de motivatie is om in Medan te komen werken. Met de heer Nasution heb ik hierover gesproken. Van de acht Nederlandse oogartsen op de lijst zijn er vijf geboren in Indonesië. Hier is dus sprake van een ideële motivatie. Het zijn allen oogartsen rond de veertig jaar met ruime ervaring. Absoluut geen beginners die ervaring willen opdoen in Indonesië of gepensioneerd zijn. Telkens weer bleek het niet mogelijk de werkvergunning tijdens mijn verblijf in handen te krijgen. Elke keer was er weer een reden waarom dit niet lukte. Het verhaal ging zover dat de stapel documenten van het project op een gegeven moment in een kast lagen van een ambtenaar die niet te bereiken zou zijn, zodat de inspecteur ze niet kon ondertekenen. Ik heb dit alles een tijd gevolgd. Tenslotte heb ik besloten mijn verblijf in Medan niet te verlengen. De werkvergunning, zou ook na toezegging, te lang op zich laten wachten. De tijd om de bevolking op de hoogte te brengen 18

Zien en afzien

was te kort. Zodoende zou ik te weinig patiënten zien en te weinig kunnen opereren. Bovendien had ik rekening te houden met mijn eigen praktijk in Nederland. ConCLuSie: Het centrale punt is de haalbaarheid van het project Karya Kasih. In de operatiekamer op Karya Kasih bevindt zich op dit moment veel materiaal, ter waarde van ongeveer 100.000 gulden. Mijns inziens is hier redelijk goed onder lokale anesthesie te opereren. Belangrijk blijft echter de werkvergunning. Het was voor mij een teleurstelling niet te hebben kunnen werken en niet te kunnen opereren. Toch meen ik op goede gronden te kunnen adviseren het project Karya Kasih een kans te geven. Er is tot nu toe veel energie en geld geïnvesteerd in het project. Als het project door één of meer oogartsen is gestart, kan alsnog worden bezien of het levensvatbaar is. Ook de reactie van de bevolking, de lokale oogartsen, de universiteit en politici moet worden afgewacht. Voor mij was, ondanks alle tegenslagen die ik te verwerken kreeg, ook dit tweede bezoek aan Medan weer leerzaam. Om deze reden blijf ik ook voor de toekomst voor de Stichting Leer Anderen Helpen beschikbaar. Paul van Asdonk


Jaap van der Pol Secretaris SLAH 1989 ­ 1995

Alle begin is moeilijk

Donald Tjia, mede-oprichter van de Stich­ ting Leer Anderen Helpen (SLAH), was onze oogarts. Toen Donald als oogarts in het St. Elisabeth Ziekenhuis (nu Rijnland Ziekenhuis) te Leiderdorp met de oprichting van de Stichting bezig was, samen met de directeur van het ziekenhuis, dokter Arnoud Boesten, polste hij mijn vrouw Nel of ik ook tot de Stichting wilde toetreden. Ik was al een poosje met pensioen als waarnemend hoofd van de Financiële Dienst van de gemeente Haarlemmermeer en had nog wel tijd over om er vrijwilligerswerk bij te doen en werd met instemming van de reeds aanwezige leden tot secretaris van de stichting benoemd. Het begin van de Stichting was niet gemakkelijk en nog niet productief voor het beoogde doel. Het bleek dat er ook in Medan, waar Donald wilde beginnen, een stichting moest zijn om voet aan de grond te krijgen. Donald die af en toe naar Indonesië ging en die de taal sprak, kreeg voor elkaar dat de enige vrouwelijke oogarts in Medan, die niet meer opereerde en pater Jo Veldkamp, een stichting oprichtten, waarmee we contacten konden onderhouden. Ook kreeg hij voor de nodige vergunningen medewerking van de gouverneur en hulp bij de invoer van een microscoop en andere hulpmiddelen. Op de Indonesische ambassade in Den Haag moesten de visa geregeld worden. Donald en ik konden die later ophalen bij een mede20

Zien en afzien

werker van de ambassade die zo bereidwillig was deze mee naar huis te nemen. Er was nog veel werk aan de winkel. Er moest toch ook het nodige geld komen. De oogartsen boden - zeer lofwaardig - hun diensten belangeloos aan, maar de reiskosten moesten wel betaald worden. Er moest een folder komen, een affiche, die de oogartsen in hun wachtkamers konden ophangen. De heer Henk Koning van drukkerij Koning te Hoofddorp was bereid dit alles geheel gratis te verzorgen. Er werden veel wervingsbrieven verzonden hetgeen resultaat opleverde. De oogartsen deden ook hun best. Er waren al bedrijven die gratis lensjes voor de staaroperaties schonken. Zo hoorde ik van een persoon die tal van vakantiehuisjes aan een grote instelling verkocht, een donatie van 5.000 gulden aan de Stichting deed. Eerst maakte ik zelf de verslagen van de vergaderingen, maar later nam de secretaresse van Arnoud Boesten deze taak over. Er moest ook een jaarverslag komen. De financiële jaarstukken kwamen er via de penningmeester. Wij waren goed bevriend met Nel van Santen en haar man in Heemstede. In Heemstede stond de villa ‘Zuiderkruis’ waar Japanners, in hoofdzaak jonge dames, woonden en in een ruimte in de villa hun godsdienst beleden samen met Japanners die hier in de omtrek woonden. Hun gods-


dienst is - denk ik - een vorm van Boeddhisme. Zij hadden hun financiële basis in Japan en werden – nam ik aan – van daaruit gefinancierd. Hun principe was ook veel goede werken te doen, vandaar dat zij met een ploeg leden ook plantsoenen voor de gemeente onkruidvrij hielden. Nel van Santen had wel eens contact met hen, onder andere met de leidster Kaori Ide en vroeg haar een keer: “zouden jullie niet eens een stichting financieel willen helpen door middel van het organiseren van een bazar?” Kaori met haar huisgenoten bleken daartoe zeker bereid. Zij spraken allen goed Nederlands. Zij woonden in een villa met een zeer grote tuin, waar de ruimte voor een bazar met veel kramen zeker aanwezig was. Vanzelfsprekend zouden wij ook met veel vrienden en kennissen helpen met de organisatie. Er werd een datum gepland op een zondag - het was zomer - en er werd veel bekendheid aan gegeven. We troffen prachtig zomerweer en begonnen om 9 uur toen er al veel mensen buiten de poort stonden te wachten. Al met al was het een enorm gezellige dag. De netto-opbrengst die Kaori op onze rekening kon overmaken was 6.000 gulden. Op vele manieren kregen wij toch wel geldmiddelen en materiaal om uitzendingen van oogartsen naar Medan mogelijk te maken.

Op 13 juli 1995 had ik de leeftijd van 72 jaar bereikt en was ik zes jaar secretaris van de Stichting. In de statuten was er een maximum leeftijd voor bestuursleden opgenomen van 72 jaar en ik vond dat een goede aanleiding om af te treden. Op woensdag 23 augustus 1995 kreeg ik van de Stichting in Alphen aan de Rijn een diner aangeboden, waarbij ook pater Jo Veldkamp uit Indonesië aanwezig was. Dit heb ik bijzonder op prijs gesteld. Het doet mij bijzonder goed dat het werk van de Stichting op zo’n voortvarende wijze wordt voortgezet. Grote waardering heb ik ook voor de oogartsen die hun ervaring en kunde belangeloos voor de medemens beschikbaar stellen en voor de Stichting in praktijk brengen. Lof voor het gedenken van het 25-jarig bestaan, ook door middel van een boek, waarin de historie op duurzame wijze wordt opgetekend. Jaap van der Pol

Het aantal oogartsen dat bereid was uitgezonden te worden nam toe. Ik las in een nieuwsbrief van de Stichting uit 2007, die ik nog bewaard heb, dat het werk in 1992 pas goed op gang is gekomen. Ik las ook dat er in de jaren 1992 tot 2006 in Medan meer dan 6000 mensen zijn geopereerd, wat dus een enorme ommekeer in het leven van die mensen heeft betekend. Ook het project in Papoea (Nieuw-Guinea), waar helemaal geen oogarts was, kwam later met oogarts Hian Oei goed op gang.

Zien en afzien

21


22

Zien en afzien


Toba meer Zien en afzien

23


24

Zien en afzien


dr. Hj ibu Murni Hamid Oogarts en docent Universiteit van Medan

Kisah dari tiga zaman (Berdasarkan kisah nyata).

Een verhaal van drie periodes (Korte autobiografie) Binnen het oogheelkundige project te Medan heeft de inmiddels 85­jarige dokter, mevrouw Ibu Hamid, een centrale rol gespeeld. Ze is klein van gestalte, maar groot van geest. Je kon en kunt niet anders dan van haar houden. Het jubileumboek wordt gedomineerd door de bevindingen vanuit een Nederlands gezichts­ punt. Dokter Hamid geeft haar Indonesische visie. De korte biografie is zo boeiend en inspi­ rerend dat wij deze integraal hebben opgenomen

1.

Zaman pendudukan Belanda.

Saya dilahirkan di Batavia, di zaman pendudukan Belanda, pada tanggal 4 April 1929. Kedua orang tua saya berasal dari Jawa Tengah, tetapi kemudian pindah ke Batavia, sehingga kami bersaudara semua dilahirkan dan dibesarkan di Batavia. Berbeda dengan pendapat umum, bahwa hidup orang pribumi dipersulit oleh kaum penjajah, masa kanak-kanak saya adalah masa penuh kebahagiaan. Ayahku bekerja sebagai “boekhouder” di salah satu perusahaan Belanda yakni De Hollandse Beton Maatschappij, dan hidup kami berkecukupan, walaupun tidak kaya. Saya bersekolah di HIS (Hollands Inlandse School) Kristen Protestan sampai dengan kelas 7. Disekolah kami harus membiasakan diri berbahasa Belanda dengan teman-teman bahkan di rumah. Itulah sebabnya bahasa Belanda menjadi bahasa-

I

De tijd van de Nederlandse bezetting.

Ik ben geboren in Batavia op 4 april 1929 tijdens de Nederlandse bezetting. Mijn beide ouders zijn afkomstig uit Midden Java, maar zijn later verhuisd naar Batavia, zodat alle kinderen geboren en groot gebracht zijn in Batavia. Anders dan de algemene opvatting dat het leven van de inheemse bevolking bemoeilijkt werd door de koloniale over­ heersers, heb ik een heel gelukkige jeugd gehad. Mijn vader werkte als boekhouder bij een Nederlandse onderneming, De Hollandse Beton Maatschappij. Wij hadden het goed thuis, alhoewel we niet rijk waren. Ik ging naar een protestants christelijke school HIS (Hollands Inlandse School) tot de zevende klas. Op school moesten we Neder­ lands spreken met onze klasgenoten en ook thuis. Vandaar dat Nederlands mijn tweede moedertaal is geworden, ofschoon ik het Zien en afzien

25


ibu saya yang kedua, walaupun saat ini saya sudah tidak sefasih dulu lagi, karena jarang mempergunakannya. Setelah lulus dari HIS, saya diperbolehkan masuk HBS (Hogere Burger School) yang juga Kristen Protestan, tanpa ujian masuk karena angka-angka saya baik. Sekolah itu kebanyakan pelajarnya berbangsa belanda dan hanya sedikit orang pribumi seperti saya. Walaupun demikian, hubungan saya dengan teman-teman sekelas baik-baik saja, meskipun berbeda bangsa, bahkan agama. Saya senang bersekolah disitu karena kami juga mendapat mata pelajaran bahasa asing, seperti Bahasa Inggris, Prancis dan Jerman. Tapi sayang, belum sampai satu tahun penuh pelajaran disekolah itu, perang dunia kedua pecah, tentara jepang pun masuk.

op het ogenblik niet meer zo goed spreek omdat ik het weinig gebruik. Nadat ik geslaagd was, mocht ik zonder toe­ latingsexamen te doen, omdat mijn cijfers goed waren, naar de HBS (Hogere Burger School), die ook protestants christelijk was. De meeste leerlingen op die school waren van Nederlandse afkomst en slechts een en­ keling was inheems zoals ik. Desalniettemin was de verhouding met mijn klasgenoten goed, ofschoon we verschillend van afkomst waren en zelfs verschillend van godsdienst. Ik zat graag op die school omdat we daar ook vreemde talen leerden zoals Engels, Frans en Duits. Helaas, ik was nog geen jaar op die school of de tweede wereld oorlog brak uit, en het Japanse leger trok Indonesië binnen. II

ii

Zaman pendudukan Jepang.

Sesudah bangsa Jepang menduduki negeri ini, kami disekolah diharuskan belajar bahasa dan tulisan Jepang. Tiap pagi kami harus berdiri di lapangan sekolah, menaikkan bendera Jepang, lalu kami harus membungkuk kearah Jepang untuk Kaisar Hirohito. Kami harus menyanyikan lagu kebangsaan Jepang yakni Kimigayo. Siang hari kami harus makan bersama diruangan makan dengan meja-meja panjang dan makan bekal sendiri yang dibawa dari rumah. Tapi kami lebih banyak 26

Zien en afzien

De tijd van de Japanse bezetting.

Nadat Japan ons land bezet had moesten wij op school de Japanse taal leren en het Japanse schrift. Elke morgen moesten wij op het schoolplein staan, de Japanse vlag hijsen en vervolgens buigen richting Japan voor keizer Hirohito. Wij moesten het Japanse volkslied zingen, dat is Kimigayo. ’s Middags moesten we samen aan lange eettafels eten in de eetzaal. Het eten moesten we zelf van huis meebrengen. Maar we brachten meer tijd buiten de school door. Wij moesten het gras wegkappen op een veld dat later het vliegveld Kemayoran Jakarta werd. Dit was een heel moeilijke tijd: alles, ook voedsel, werd weg gevoerd naar Japan, met het gevolg dat de mensen in Indonesië over­ al gebrek aan hadden, vooral aan kleding en voedsel. Ik herinner mij dat mijn moeder eens gordijnen gebruikte om een rok te naaien, en een bloes maakte van tetrastof die gewoonlijk voor luiers gebruikt wordt.


berada di luar sekolah. Kami harus membabat rumput di lapangan yang dikemudian hari menjadi lapangan terbang Kemayoran Jakarta. Zaman itu adalah zaman yang sangat susah, semua barang-barang bahkan makanan di angkut ke Jepang, sehingga rakyat di Indonesia serba kekurangan dalam segalanya, terutama sandang pangan. Saya ingat, bahwa pernah untuk membuat baju, ibuku menggunakan gorden jendela untuk dibuat rok, sedangkan untuk membuat blus dipakai kain tetra yang biasa untuk popok bayi. Orang-orang Belanda ditangkap dan di masukkan ke dalam ‘internerings kamp’. Kamp tahanan ini hanya untuk wanita dan anak-anak, sedangkan laki-laki tidak jelas dibawa kemana, kabarnya harus kerja paksa. Kami sering sembunyi-sembunyi ke pagar kamp-kamp wanita dengan membawa makanan seperti ubi, pisang dan lain-lain untuk ditukar dengan baju-baju (barter) dari tawanan-tawanan Belanda. Pada waktu itu semua orang yang pernah bekerja di perusahaan Belanda dicurigai sebagai mata-mata Belanda, demikian juga dengan ayahku. Pada suatu hari ia mendapat panggilan menghadap di kantor polisi Jepang (Kampeitai), yang sangat ditakuti masyarakat karena kekejamannya yang terkenal. Ayah harus berdiri di halaman kantor dari pagi sampai sore tanpa istirahat dibawah terik matahari yang membakar. Ayah bersama dengan banyak orang lain harus berdiri tegak dengan di awasi oleh polisi-polisi Jepang yang menyandang bayonet. Banyak yang jatuh pingsan, tapi Ayah kuat dan dapat berdiri terus sampai sore hari. Sesudah diinterogasi Ayah dinyatakan bersih dan bukan mata-mata Belanda sehingga diperbolehakan pulang. Waktu itu banyak orang yang kesulitan mendapatkan sesuap nasi, karena beras

De Nederlanders werden opgepakt en in interneringskampen ondergebracht. Deze kampen waren alleen voor vrouwen en kinderen. Het was niet duidelijk waar de mannen naar toe gebracht werden, volgens geruchten werden ze weggevoerd voor dwangarbeid. Wij gingen dikwijls in het geheim naar de omheiningen van de vrouwenkampen met eten zoals ubi (knollen), bananen en derge­ lijke om die te ruilen voor kleding van de Nederlandse geïnterneerden. In die tijd werden alle mensen die ooit voor Nederlandse bedrijven gewerkt hadden, gewantrouwd als spionnen voor Nederland. Ook mijn vader. Op zekere dag werd hij opgeroepen om op het politie bureau van de Japanners (kampeitai) te komen. Deze kem­

peitai werd erg gevreesd door de mensen omdat ze bekend stonden als zeer wreed. Mijn vader moest van de morgen tot de middag zonder te rusten op het plein voor het kantoor staan in de brandende hitte van de zon. Mijn vader moest met vele anderen rechtop staan, bewaakt door de politie met bajonet op hun geweer. Vele mannen vielen flauw, maar mijn vader was sterk en hield vol tot na de middag. Nadat hij ondervraagd was werd mijn vader vrijgesproken omdat hij geen spion bleek te zijn voor Nederland, zodat hij naar huis mocht.

Zien en afzien

27


hilang dari penyimpanan, konon diangkut ke Jepang. Aku ingat bahwa untuk makan sekeluarga Ibu menyediakan sedikit nasi di tampah (seperti piring besar dari bambu), di lapisi daun pisang dan di atasnya diletakkan nasi dengan lauk pauk seperti tahu, tempe dan sayuran untuk makan seluruh keluarga. Kami duduk bersila di atas tikar dan makan bersama sedikit nasi dan lauk pauk itu. Begitu seterus nya kehidupan kami di zaman pendudukan Jepang itu hingga kemudian suatu hari bom atom di jatuhkan oleh Amerika Serikat di Hiroshima dan Nagasaki, tentara Jepang pun menyerah dan dengan panik dan kocar-kacir meninggalkan Indonesia. iii

Zaman kemerdekaan

Sesudah Jepang menyerah, pada tanggal 17 Agustus 1945, Soekarno Hatta memproklamasikan kemerdekaan Indonesia. Akhirnya Indonesia pun merdeka setelah berabad-abad dijajah oleh bangsa asing. Nasionalisme pun bergejolak, Semangatpun berkobar-kobar tapi keadaan masih jauh dari normal. Belanda masih ingin kembali dan dibantu oleh sekutunya Amerika dan Inggris melakukan agresi militer. Pertempuran sporadis pun terjadi di jalanan. Pernah dalam suatu tembak-menembak, rumah kami terkena peluru yang untungnya tidak menembus tembok, karena tembok terbuat dari granit. Tetapi disebelah rumah, dua orang tetangga kami tertembak, satu di paha dan satu lagi di dada. Saat itulah timbul keinginanku untuk ikut berjuang dan bergabung dengan PMI. Saya ditugaskan di rumah sakit pusat di Jakarta (CBZ atau Centraal Batavia’s Ziekenhuis) yang sekarang menjadi RS Dr. Cipto Mangunkusumo. Disana saya ditempatkan di ruang bedah untuk membantu pejuang-pejuang yang terluka 28

Zien en afzien

In die tijd waren er veel mensen die maar moeilijk aan een beetje rijst konden komen. De rijst was verdwenen uit de loodsen, volgens zeggen weg gevoerd naar Japan. Ik herinner mij hoe mijn moeder als eten voor het hele gezin een klein beetje rijst klaar maakte op een tampah, een groot bord van bamboe bedekt met een bananenblad, en daarop de rijst legde met de bijgerechten zoals tahoe, tempe en groente als eten voor het hele gezin. Wij zaten dan met gevouwen benen op een mat en aten dan gezamenlijk van dat kleine beetje rijst met bijgerechten. Zo zag ons leven eruit tijdens de bezet­ ting door Japan, totdat de Amerikanen een atoombom lieten vallen op Hiroshima en Nagasaki. De Japanners gaven zich over en verlieten in paniek en overhaast Indonesië III

De tijd van de onafhankelijkheid.

Nadat Japan zich had overgegeven, kondig­ den op 17 augustus 1945 Soekarno en Hatta de onafhankelijkheid van Indonesië af. Ein­ delijk was Indonesië vrij na eeuwen bezet te zijn geweest. Het nationalisme laaide op, het zelfbewustzijn bloeide op, maar de toestand was nog ver van normaal. Nederland wilde nog terugkomen en met hulp van de bond­ genoten Amerika en Engeland ondernamen ze militaire acties. Zo nu en dan waren er ook gevechten in de straat. Eens, toen men op elkaar aan het schieten was, werd ons huis getroffen door een kogel. Gelukkig ging de kogel niet door de muur heen, omdat die van graniet was. Maar in het huis naast ons werden twee mensen getroffen, de een in zijn dijbeen, de ander in zijn borst. In die tijd kwam bij mij het verlangen op om mee te strijden en sloot ik mij aan bij het Rode Kruis. Ik kreeg een taak in het hoofdzieken­ huis van Jakarta (CBZ ofwel Centraal Batavia’s Ziekenhuis) dat tegenwoordig het


dalam pertempuran. Ketika-sekolah-sekolah dibuka kembali, saya yang waktu itu pelajar SMA, kembali bersekolah. Pulang sekolah saya masih tetap membantu di rumah sakit untuk beberapa tahun lamanya. Setelah lulus dari SMA di tahun 1948 saya masuk Fakultas Kedokteran Universitas Indonesia. Ketika saya masih mahasiswa di tingkat II, kami mahasiswa-mahasiswa dihimbau untuk mengajar di sekolahsekolah menengah. Waktu itu guru-guru sekolah menengah berkewarga-kenegaraan Belanda banyak yang sudah pulang ke negerinya, sehingga jabatan guru banyak yang kosong. Saya dan kawan-kawanpun menerjunkan diri dalam dunia pendidikan, disamping harus menekuni Sekolah Kedokteran. Pada tahun 1955 saya sudah selesai menjalani Co-schap, tetapi akibat kesibukan mengajar, maka saya menunda-nunda ujian Arts I saya. Tapi akhirnya pada tahun 1960 saya sadar bahwa tujuan saya adalah menjadi dokter dan bukan menjadi guru. Maka saya mendaftar kembali di Fakultas Kedokteran UI, tetapi saya mendapati kenyataan tidak dapat diterima lagi karena saat itu kurikulum sudah berubah. Waktu itu saya sudah menikah dengan Abdul Hamid Mahmud yang juga mahasiswa sekaligus guru seperti saya. Kamipun sepakat untuk meneruskan studi di Medan, yaitu di Fakultas Kedokteran USU. Dan untuk mendapat Brevet Spesialis, kami harus kembali ke Fakultas Kedokteran UI selama setahun. Demikianlah sesudah menjadi Spesialis Mata, kami tetap menekuni hobby kami, yaitu mengajar. Kami mengajar di Universitas Methodist Indonesia (UMI) dan Universitas Islam Sumatra Utara (UISU), disamping praktek dokter partikulir. Begitulah rutinitas kami setiap hari, yaitu praktek dan mengajar.

RS Dr. Cipto Mangunkusumo is. Daar werd ik geplaatst in de operatiekamer om de patriot­ ten te helpen die in de strijd gewond waren. Toen de scholen weer geopend werden, ging ik, die in die tijd op de SMA (Sekolah Menen­ gah Atas = Hogere Middelbare School) zat, weer naar school. Na schooltijd ging ik nog enkele jaren helpen in het ziekenhuis. Na geslaagd te zijn in 1948 ging ik naar de medische faculteit van de Universitas Indonesië. Toen ik nog tweedejaars was, werden wij studenten aangespoord om les te gaan geven op een middelbare school. In die tijd gingen veel leraren van Nederlandse afkomst terug naar Nederland, zodat er vele vacatures waren. Ik en vele andere student­ en stortten ons in het onderwijs naast de studie aan de medische faculteit. In 1955 had ik mijn co­schappen voltooid, maar vanwege de drukte van het les geven stelde ik mijn arts I examen steeds maar uit. Uiteindelijk besefte ik in 1960 dat het mijn doel was arts te worden en geen onder­ wijzer. Dus ging ik mij weer inschrijven bij de medische faculteit van de Universitas Indonesië, maar moest het feit onder ogen zien dat ik niet meer werd aangenomen, omdat het leerplan veranderd was. Intus­ sen was ik al getrouwd met Abdul Hamid Mahmud, die net als ik ook student en leraar was. Wij waren het met elkaar eens om onze studie voort te zetten in Medan en wel aan Zien en afzien

29


Kemudian pada suatu hari di tahun 1992, saya mendapat undangan untuk menghadiri rapat di Rumah Sakit St. Elisabeth. Undangan tersebut dari dr. N.A. Budhi Parama, yang waktu itu menjabat sebagai Direktur RS St. Elisabeth. Disanalah saya pertama kali bertemu dengan Pastoor Johannes Veldkamp, yang sampai sekarang menjadi teman baik saya. Pada rapat itu dibicarakan mengenai sekumpulan dokter-dokter mata

Belanda yang tergabung dalam SLAH, yang ingin menyumbangkan tenaga mereka dengan cara melakukan operasi-operasi cataract secara gratis di Medan. Berita itu saya sambut dengan heran dan terharu. Heran karena mereka adalah orang-orang asing, tapi mau menyumbangkan tenaga mereka dengan sukarela untuk orang-orang yang tidak mereka kenal. Terharu karena mereka termasuk bangsa yang dulu telah menjajah kami selama 3 abad, dan sekarang mau kembali untuk menolong bangsa kami. Sungguh mereka adalah orang-orang yang berhati mulia. Maka dibentuk Badan Kerja Sama Pencegahan dan Penanganan Penyakit Mata (BKS P3M), yang terdiri dari Fakultas Kedokteran UMI (saya sebagai wakilnya), Balai Pengobatan Karya Kasih, dan satu Badan Pemerintah yakni MKGR sebagai pelindung. Saya diangkat menjadi Ketua Tim Medis. 30

Zien en afzien

de medische faculteit van de USU (Universi­ tas Sumatera Utara). Maar later moesten wij om ons brevet van specialist te halen, een jaar terug naar de medische faculteit van de UI in Jakarta. Nadat wij specialist waren geworden als oogarts, bleven wij onze hobby uitoefenen, dat wil zeggen: les geven. Naast onze parti­ culiere dokterspraktijk gaven wij les aan de Universitas Metodis Indonesië (UMI) en aan de Universitas Islam Sumatra Utara (UISU) beide in Medan. Het oog-operatie project. Op zekere dag in 1992 ontving ik een uitnodiging voor een vergadering in het St. Elisabeth ziekenhuis in Medan. Deze uitnodiging kwam van Dr. Budhi Parama, die toen directeur van dat ziekenhuis was. Daar ontmoette ik voor de eerste keer Pastor Johannes Veldkamp, die tot op de dag van vandaag een goede vriend is. In die vergade­ ring spraken we over een groep oogartsen, verenigd in een organisatie SLAH, die hun krachten wilden geven om in Medan gratis staaroperaties te verrichten. Dat bericht ontving ik met verbazing en ontroering. Met verbazing omdat zij als vreemdelingen zich vrijwillig wilden inzetten voor mensen die ze niet kenden. Met ontroering omdat zij uit het land kwamen dat vroeger drie eeuwen lang Indonesië gekoloniseerd had, en nu weer wilden komen om ons volk te helpen. Dat zijn werkelijk mensen met een nobel hart. In Medan werd toen een organisatie opgericht met de naam Badan Kerja Sama Proyek Kemanusiaan Pencegahan dan Penanggulangan Penyakit Mata, ofwel BKS PKPPPM, een samenwerkingsverband op humanitiare grondslag ter voorkoming en behandeling van oogziekten.


Dan di Balai Pengobatan Karya Kasih akan dilakukan pemeriksaan-pemeriksaan dan persiapan-persiapan untuk operasi cataract. Walaupun saya seorang Muslim, saya tidak keberatan untuk bekerja di lingkungan orang-orang Katolik. Malahan yang dulunya orang-orang menganggap bahwa Karya Kasih hanya untuk pengobatan orang-orang Katolik, sesudah mereka melihat saya yang selalu memakai tudung kepala (hijab), maka banyak orang-orang Muslim yang datang berobat, termasuk mereka yang mau menunaikan Ibadah Haji, atau yang sudah menjadi Haji pun banyak yang menjadi pasien kami. Saya juga membawa 2 refraksionis yang bekerja di praktek saya, Midah dan Adi, untuk membantu di Karya Kasih. Mereka juga orang Muslim, dan sama seperti saya adalah sukarelawan, tidak ada yang menggaji. Maka kedua refraktionis itu saya beri uang ongkos jalan dari kantong saya sendiri. Walaupun demikian, mereka tidak pernah mengeluh dan selalu setia melakukan pekerjaannya. Suasana di Poliklinik Mata selalu ramai dan ceria. Kami selalu tertawa dan bercanda dengan perawat-perawat. Pokoknya suasana selalu ramai dan menyenangkan, apalagi kalau Pastoor Jo atau dokter-dokter Belanda datang. Dan setiap kali dokter-dokter sudah selesai melakukan operasi, maka sebelum mereka pulang ke negeri Belanda, kami adakan pesta perpisahan, dengan makan-makan di restoran. Saat-saat seperti itu semakin merpererat tali persaudaraan antara saya, perawat-perawat Karya Kasih, dan dokter - dokter Belanda. Pada tahun 1999 saya mendapat undangan dari SLAH, untuk menghadiri Hari Ulang Tahun SLAH yang ke-10 di Belanda. Kebetulan waktu itu saya akan melakukan perjalanan tour di Eropa bersama kakak

Deze organisatie bestond uit: 1. Medische Faculteit van de UMI, waarvan ik de vertegenwoordiger was; 2. de polikliniek Karya Kasih en 3. een maatschappelijke instelling MKGR. Als beschermheer werd gevraagd de Gouverneur van Noord­Sumatra Raja Inal Siregar. Als algemene voorzitter werd gevraagd de Heer Imral Nasution, voorzitter van de KvK.

Ik werd aangesteld als voorzitter van het medisch team in Medan. In de polikliniek van Karya Kasih zou ik de patiënten onder­ zoeken, kandidaten selecteren voor de operaties, en na de operatie de nazorg doen. Ofschoon ik een muslima ben, had ik er geen bezwaar tegen om in een katholieke omgeving te werken. Voorheen dacht men dat Karya Kasih alleen katholieken behan­ delde. Maar nu ze zagen dat ik altijd een hidjab (hoofddoek) droeg, kwamen er vele moslims om onderzocht te worden, met inbegrip van mensen die op bedevaart naar Mekka wilden gaan, of reeds hadji waren. Zij werden daar onze patiënt. Ik nam ook twee oogmeetkundigen van mijn eigen praktijk mee naar Karya Kasih, Midah en Adi. Zij zijn ook moslim, en evenals ik vrijwilliger zonder loon te ontvangen. Aan Zien en afzien

31


saya, dan rencananya setelah selesai tour, kami tidak akan pulang bersama rombongan tour, melainkan kami akan pergi ke Belanda selama 1 minggu. Di Zurich, anak saya yang tinggal di Kanada bergabung dengan kami, dan kami menjalani tour dari Swiss ke Jerman, Belanda, Belgia, Paris, lalu menumpang ferry ke London. Di London kami berpisah dengan rombongan, dan meneruskan perjalanan ke Amsterdam. Di Airport kami dijemput oleh dr. Frans Ros, yang datang sambil membawa satu buket bunga yang cantik. Kami menginap beberapa malam di rumah dr. Frans Ros di Utrecht, dan kami juga diajak jalanjalan oleh dr. Frits Dubois. Dari rumah dr. Frans Ros kami pindah ke rumah dr. Hian Oei de Ulverhout. Dari sana kami jalanjalan ke Amsterdam dengan Thea dan Anton Blankesteijn. Juga ke Universitas Leiden dengan Jill Van Den Berg (dulu Jill Wesselink). Kami juga pergi ke Rotterdam mengunjungi teman. Saya juga menyempatkan diri untuk menjumpai kawan lama saya Sr. Laura Oosterveer (pensiunan Direktris Rumah Sakit St. Elisabeth Medan) yang waktu itu tinggal di Klooster di Breda. Beliau sangat senang dengan kedatangan kami, dan kami bernostalgia tentang masa lalu. Sr. Laura pernah mempunyai proyek untuk orang-orang yang sakit kusta, yang diberi sebidang tanah untuk bercocok tanam dan membuat furniture. Dan kalau orang-orang tersebut sakit mata, beliau selalu minta pertolongan saya. Perjalanan kami di Belanda walaupun sangat singkat, tapi sangat menyenangkan. Kembali ke Medan, hidup kembali seperti biasa. Praktek dan mengajar di universitas, dan 2x seminggu ke Karya Kasih. Semua itu saya jalani dengan gembira dan sepenuh hati. Sampai suatu hari di tahun 2008, datang berita yang menyedihkan. Dr. Ton Smit datang membawa berita bahwa SLAH tidak 32

Zien en afzien

deze twee oogheelkundigen gaf ik alleen reisgeld uit eigen zak. Zij klaagden echter nooit en kwamen trouw naar hun werk. De sfeer op de oogkliniek was altijd opgewekt en vrolijk. We konden altijd lachen en vrolijk praten met de verpleeg­ sters. Kortom de sfeer was altijd vrolijk en plezierig, zeker wanneer pastor Jo of de Nederlandse dokters binnenkwamen. Elke keer wanneer de dokters klaar waren met de operaties, hadden we, voordat zij te­ rug keerden naar Nederland, een afscheids­ etentje in een restaurant. Op zulke momen­ ten werd de band van broederschap tussen mij, de verpleegsters van Karya Kasih en de dokters uit Nederland versterkt.

In 1999 kreeg ik een uitnodiging van de SLAH om aanwezig te zijn in Nederland bij de viering van het tienjarig bestaan. Toeval­ lig zou ik in die tijd samen met mijn oudere zus een rondreis maken door Europa. Wij besloten om na afloop van de rondreis niet samen met de reisgenoten terug te keren naar Indonesië, maar nog een week naar Nederland te gaan. In Zürich sloot mijn zoon, die in Canada woonde, zich bij ons aan. De tour ging van Zwitserland, Duitsland, Neder­ land, België naar Parijs. Vandaar gingen we met de ferry naar Londen. Daar namen we afscheid van de reisgenoten en zetten we onze reis voort naar Nederland.


mendapat izin lagi dari pemerintah, untuk melakukan operasi cataract di Karya Kasih. Semua alat-alat untuk operasi akan dipindahkan ke Ambon, karena jasa mereka dibutuhkan disana. Sungguh suatu ironi bahwa niat baik mereka dilarang di Medan, tapi di Ambon justru dibutuhkan. Maka dengan demikian kamipun menutup Poliklinik Mata di Karya Kasih. Pada hari terakhir praktek di Karya Kasih saya memesan nasi kotak dari suatu restoran sebagai tanda terima kasih pada semua perawat-perawat yang telah membantu saya selama saya bertugas di Karya Kasih. Suasana saat perpisahan itu sangat mengharukan dan banyak yang mengucurkan air mata.

Selesailah sudah tugas di Karya Kasih, tapi tidak selesai hubungan dengan perawat-perawat Karya Kasih yang sudah menjadi bagian dari hidup saya. Walaupun kami berlainan suku dan agama, tapi hubungan bathin kami tetap dekat sampai sekarang. Beberapa dari perawat - perawat yang sekarang masih bekerja di Karya Kasih masih sering datang ke praktek saya, hanya untuk melepas rindu dan mengenang masa lalu. Begitupun dengan pasien-pasien yang dulu berobat ke Karya Kasih, masih banyak yang datang ke praktek saya. Mereka semua merindukan pengobatan di Karya Kasih yang sekarang sudah ditutup. Mereka semua

Op het vliegveld werden wij afgehaald door oogarts Frans Ros, die ons met een mooi boeket bloemen opwachtte. We overnacht­ ten een paar dagen in het huis van Frans Ros in Utrecht, waar we ook werden uit­ genodigd voor oogarts Frits Dubois voor een paar uitstapjes. Van het huis van Frans Ros verhuisden we naar het huis van oogarts Hian Oei in Ulvenhout. Vandaar gingen we naar Amsterdam samen met Thea en Anton Blankestijn. Ook gingen we met Jill van den Berg (voorheen Jill Wisselink) naar de universiteit van Leiden en in Rotterdam bezochten we een kennis. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om een oude vriendin op te zoeken: Zuster Laura Oosterveer (gepensioneerd directeur van het St. Elisa­ beth Ziekenhuis in Medan) die toen in een klooster in Breda verbleef. Zij was heel blij met onze komst. We haalden vele oude herinneringen op. Zr. Laura had vroeger een project voor melaatsen, aan wie ze een stukje grond gegeven had om wat landbouw te doen, ofwel om meubels te maken. Als er van die melaatsen iemand een oogziekte had, vroeg ze mij altijd om hulp. Ofschoon het bezoek aan Nederland maar kort was, hebben we daar zeer van genoten. Terug in Medan ging het leven gewoon verder: praktijk in eigen kliniek, les geven aan de universiteit en twee keer per week naar Karya Kasih. Ik deed dat graag en met volle inzet. Tot op zekere dag in 2008 een droevig bericht kwam. Oogarts Ton Smit kwam het bericht brengen dat de SLAH geen verlof meer kreeg van de regering om staarope­ raties te doen in Karya Kasih. Alle operatie­ instrumenten zouden overgebracht worden naar Ambon, omdat ze daar nodig waren. Heel ironisch dat hun goede bedoelingen in Medan verboden werden, maar op Ambon juist gewaardeerd werden. Wij zijn toen Zien en afzien

33


berharap suatu hari Poliklinik Mata di Karya Kasih akan dibuka kembali. Saya hanya bisa turut mendo’akan semoga harapan mereka itu suatu hari akan terkabul, dan SLAH akan mengirim dokter - dokternya lagi ke Medan. in Memoriam Bapak H. Raja Inal Siregar (Gubernur Sumatra Utara) Dr. N. A. Budhi Parama (Direktur RS St. Elisabeth) Dr. Waldemar Tambunan (Dekan FK UMI) Sdr. Adi (Refraksionis) Zr. Laura Oosterveer (Direktur RS St. Elisabeth) Dr. Hj. Ibu Murni Hamid

gestopt met onze oogkliniek op Karya Kasih. Op de laatste dag van mijn praktijk in Karya Kasih heb ik van een restaurant rijst laten komen als teken van mijn dank aan alle verpleegsters, die mij altijd geholpen hebben zolang ik in Karya Kasih gewerkt heb. De sfeer bij dat afscheid was heel ontroerend en velen lieten een traantje. Mijn werk in Karya Kasih was wel voorbij, maar niet mijn contacten met de verpleeg­ sters van Karya Kasih, die gewoon deel uit­ maakten van mijn leven. Ofschoon wij van verschillende afkomst en godsdienst zijn, is onze innerlijke band met elkaar nog steeds sterk tot nu toe. Verscheidene verpleegsters die nu nog werken in Karya Kasih komen regelmatig naar mijn praktijk, alleen maar uit heimwee en om te praten over het ver­ leden. Ook komen vele patiënten die vroeger naar Karya Kasih kwamen, nu naar mijn eigen praktijk. Ze verlangen allemaal terug naar de kliniek in Karya Kasih, die nu geslo­ ten is. Ze hopen allemaal dat op zekere dag de oogkliniek in Karya Kasih weer geopend wordt. Ik kan alleen bidden dat hun hoop eens uitkomt, en dat de SLAH weer dokters naar Medan stuurt. Met herinnering aan: De Heer H. Raja Inal Siregar (Gouverneur van Noord­Sumatra) Dr. N.A. Budhi Parama (Directeur St. Elisabeth Ziekenhuis in Medan) Dr. Waldemar Tambunan (Deken van de medische faculteit UMI) De Heer Adi (oogmeetkundige kliniek Dr. Ibu Hamid) Zr. Laura Oosterveer (Directeur St. Elisabeth Ziekenhuis in Medan) Dr. Hj Ibu Murni Hamid

34

Zien en afzien


Toba meer


Anton Blankestijn Secretaris SLAH 1995 ­ 2007

Van de brug af gezien Ontboezemingen van een vrijwilliger Waarom van de brug af gezien? Ik was de enige binnen het bestuur van de Stichting Leer Anderen Helpen (SLAH) die geen (oog)arts was of enige affiniteit met een ziekenhuis had. Als de gesprekken tijdens een bestuursvergadering zich op het technische vlak bewogen, dan haakte ik af. Bij de SLAH is overigens iedereen een vrijwilliger, in die zin dat niemand een financiële vergoeding voor zijn of haar werk krijgt. Ook de aan de stichting verbonden oogartsen doen hun werk geheel belangeloos. Hoe word je vrijwilliger als je, zoals ik, geen oogarts bent? Het was halverwege 1995. Ik sukkelde met mijn ogen en kreeg van mijn huisarts een verwijsbriefje voor oogarts D.T.T. Tjia (Donald) die een oogheelkundige praktijk in Hoofddorp had. Toen ik op de behandelingsstoel zat, zag ik om me heen allerlei foto’s die kennelijk in een tropische omgeving waren genomen. Donald zag mijn belangstelling, schoof de microscoop opzij en nog voordat hij enige aandacht aan mijn ogen had besteed begon hij vol vuur te vertellen over de Stichting Leer Anderen Helpen, waarvan hij medeoprichter was. Het bleek een stichting te zijn die oogartsen uitzond naar Medan (Noord-Sumatra) om daar de allerarmste mensen gratis oogheelkundige hulp te verlenen en indien nodig te opereren. Plotseling vroeg hij op 36

Zien en afzien

de man af: “We zijn naarstig op zoek naar iemand die ons kan helpen bij fondswerving, is dat niet wat voor u?”. Wat moest ik hierop antwoorden? Het enthousiasme en de overredingskracht van Donald waren zo groot, dat ik alleen maar spontaan “Ja!” kon zeggen. Later heb ik Donald eens gevraagd hoe hij op het idee was gekomen om mij te vragen. “Noem het maar intuïtie!”, zei hij lachend. Na enige tijd werd ik op een middag door Donald opgebeld. “Ik kom je vanavond ophalen, want er is bestuursvergadering in het Rijnland Ziekenhuis in Leiderdorp en ik wil je voorstellen aan het bestuur”. Het was redelijk druk, want naast het voltallige bestuur en de secretaresse die notuleerde, waren twee oogartsen aanwezig, zojuist teruggekeerd van een eerste bezoek aan Irian Jaya (het huidige Papua Barat). Hian Oei en Frits Dubois waren daar voor een oriënterend gesprek, maar hadden van de gelegenheid gebruik gemaakt om 37 staaroperaties te verrichten. Eén van de zaken die mij onmiddellijk opviel was de strakke en efficiënte leiding van voorzitter Arnoud Boesten. Arnoud Boesten was directeur van het Rijnland Ziekenhuis met vestigingen in Leiderdorp en Alphen aan de Rijn. Samen met oogarts Donald Tjia, die ook aan het Rijnland Ziekenhuis was verbonden, had hij de Stich­ ting Leer Anderen Helpen in 1989 opgericht.


Op een gegeven ogenblik was ik aan de beurt als toegevoegd agendapunt. Arnoud keek me streng aan en vroeg wat ik voor de Stichting zou kunnen betekenen. Eerlijk gezegd had ik daar nog niet over nagedacht. Ik schuifelde wat nerveus op mijn stoel heen en weer toen ik voelde dat alle ogen op mij gericht waren. “Ik heb gemerkt dat de Stichting geen nieuwsbrief uitgeeft om de donateurs en geïnteresseerden op de hoogte te houden van haar activiteiten en er bestaat ook geen donateurbestand. Ik denk dat één van mijn eerste activiteiten zou kunnen zijn het aanleggen van een donateurbestand en het vorm geven aan een nieuwsbrief”. Voorzitter Arnoud knikte instemmend, gaf verder geen commentaar en ging over op het volgende agendapunt. Dit was mijn eerste kennismaking met de SLAH. Op advies van Hian en Frits is de SLAH gaan opereren in Papoea in het ziekenhuisje Dian Harapan te Waena, waaraan geen oogarts was verbonden. Nadat er een aantal teams van twee oogartsen in Dian Harapan hadden geopereerd, is oogarts Hian Oei met zijn vrouw Loes naar Irian Jaya vertrokken. Onder gebruikmaking van de inmiddels door de SLAH geïnstalleerde apparatuur, heeft hij verder gestalte gegeven aan de oogheelkundige afdeling van Dian Harapan en ook oogkampen in andere delen van het uitgestrekte en soms moeilijk toegankelijke gebied georganiseerd. Een lokale algemeen arts heeft met succes een opleiding tot oogarts in Sulawesi gevolgd en momenteel wordt een vrouwelijke arts tot oogarts opgeleid om na voltooiing van haar studie de oogheelkundige afdeling van Dian Hara­ pan te komen versterken. Deze afdeling kan door de organisatorische inspanningen van oogarts Oei op eigen benen staan, het ideaal van iedere hulpverleningsorganisatie.

Ik had mezelf dus de taak gesteld om een bestand samen te stellen van donateurs en geïnteresseerden. Ik ben me bovendien gaan bezighouden met de nieuwsbrief die ik de naam ‘Oculaire’ heb meegegeven. Drukkerij Koning uit Hoofddorp droeg de Stichting een goed hart toe en leverde de Stichting gratis voorgedrukt briefpapier en enveloppen. Bovendien had drukkerij Koning het logo van de Stichting ontworpen en drukte men de Oculaire en de folders. In het begin van elk jaar ging de Oculaire de deur uit, met daarbij ingesloten een acceptgirokaart voor een zelf te bepalen bijdrage. De SLAH heeft zich nooit bezig gehouden met agressieve fondswerving. De nadruk werd erop gelegd, dat iedereen binnen de Stichting zijn of haar werk geheel belangeloos deed en er werden geen snoepreisjes naar de projecten gemaakt. In ‘mijn tijd’ (1995-2007) werd er geopereerd in Karya Kasih in Medan (Noord-Sumatra), Dian Harapan in Waena (Papoea) en later kwam daar Bangka bij. Ging het van een leien dakje? Het antwoord is heel duidelijk: Néé! Het probleem was om aan de juiste papieren te komen die het mogelijk maakten om in Indonesië als oogarts te kunnen werken. Indonesië is het land met procentueel het hoogste aantal blinden. Er was geen sociaal stelsel van ziektekostenverzekering met als gevolg dat arme mensen verstoken waren van medische hulp. Voor deze mensen gingen en gaan de Nederlandse oogartsen naar Indonesië, want de behandeling is gratis. De SLAH stelt zich strikt neutraal op ten aanzien van ras, geloof of politieke voorkeur. Alleen minvermogende patiënten komen voor een behandeling door oogartsen van de Stichting in aanmerking. Ik mag de naam Zien en afzien

37


van één persoon niet onvermeld laten, namelijk die van de Indonesische, vrouwelijke oogarts dr. Hamid. Ze was docente aan de Islamitische Universiteit van Medan, maar nam actief deel aan het oogheelkundige project. Zij deed de voorselectie en verzorgde de nabehandeling. Haar studenten kwamen regelmatig stage lopen als de Nederlandse oogartsen aan het opereren waren in Karya Kasih. Het merendeel van de Indonesische oogartsen bekeek echter de activiteiten van de Nederlandse oogartsen met argwaan en er was ook duidelijke tegenwerking. De centrale figuur in Medan was pastoor Jo Veldkamp, die de scepter zwaaide over Karya Kasih. Hij had belangrijke contacten binnen zowel de medische als de bestuurlijke wereld van Noord-Sumatra. Dankzij zijn organisatorisch talent en het doorzettingsvermogen van de oogartsen, kwam het oogheelkundige project, ondanks allerlei startproblemen, van de grond. In Karya Kasih werd een permanente operatiekamer ingericht. In principe ging driemaal per jaar een team van twee oogartsen naar Medan. Ze werden op het vliegveld opgewacht door Jo Veldkamp, die hen veilig door de douane loodste. Dat was vooral belangrijk voor de meegenomen medicamenten en apparatuur. De douane zag er anders geen been in om een breekijzer in de kisten te steken. Als de oogartsen naar Indonesië gingen, dan wuifde ik ze op Schiphol uit. Meestal lukte het mij ook om betere plaatsen voor de oogartsen te bemachtigen. Terwijl ik op de grote dozen met medicamenten wees, voorzien van vele stempels, stak ik mijn verhaal af, dat erop neerkwam dat de oogartsen bij aankomst onmiddellijk gingen opereren, dus dat het fijn zou zijn als ze enigszins uitgerust waren bij aankomst. De dames van 38

Zien en afzien

de maatschappijen waarmee werd gevlogen waren altijd enorm behulpzaam. Jerry Vermie, de reisagent van de Stichting, had er ondertussen al voor gezorgd dat er meer kilo’s mochten meegenomen worden dan reglementair toegestaan. Oogarts Donald Tjia was op Bangka geboren en hoewel zijn ouders naar Jakarta verhuisden toen hij amper zes maanden oud was, heeft hij een binding met dat eiland gehouden. Donald heeft contact gelegd met zijn vrienden Agoes Soelaiman en Amir Danoehoesodo, die - hoewel woonachtig in Jakarta - beiden ook een binding met Bangka hadden. Mede dankzij hun bemoeienis is er op Bangka een oogheelkundig project gestart. Agoes was directeur van een groot, internationaal transportbedrijf. Hij was dus geen onbekende bij de douane. Amir was een gepensioneerd rechter die in Utrecht gestudeerd had en perfect Nederlands sprak en schreef, net zoals dokter Hamid in Medan. Hij zorgde voor de benodigde papieren. De oogartsen die op Bangka gingen opereren, vlogen via Jakarta. Als ze in Jakarta aankwamen werden ze door Agoes en Amir opgewacht en snel door de douane geloodst. Ze waren voortreffelijke gastheren. Toen oogarts Tjia voor besprekingen in het ziekenhuis in Pangkalpinang, de hoofdstad van Bangka, was, kwam een verpleegkundige in paniek de besprekingskamer binnen met het bericht dat er een jong meisje was binnengebracht met een oogblessure. Ze was tijdens het spelen op het asfalt gevallen. Er was echter geen oogarts aanwezig, gelukkig wel een anesthesist. Donald liet het meisje naar de operatiekamer brengen en heeft haar met succes geopereerd. Hij heeft ook plastische chirurgie toegepast. Donald verzekerde mij dat er over een paar jaar niets meer van te zien zou zijn. De ouders


waren enorm blij en dankbaar. Het voordeel van het opereren op Bangka is, dat het in een ziekenhuis gebeurt waar een anesthesist aan verbonden is. Volwassenen worden onder plaatselijke verdoving geopereerd, kinderen moeten onder narcose gebracht worden. Ouders kwamen een klein jongetje brengen, dat vanwege staar praktisch blind was. De oogartsen van de SLAH waren zo lang aanwezig dat ze het kind aan beide ogen hebben kunnen opereren. Toen ze weer op Bangka waren kwamen de ouders met hun zoontje voor controle naar het ziekenhuis. Deze keer werd hij echter niet binnen gedragen, maar reed hij zonder enige hulp vrolijk op zijn fietsje.

De oogartsen waren mijn helden. Ze zijn niet alleen binnen hun vakgebied toppers, maar ze zijn ook stressbestendig. Daags nadat ze uit het koude Nederland zijn vertrokken, staan ze in een tropische omgeving te opereren onder andere omstandigheden dan ze in Nederland gewend zijn. Het is zelfs voorgekomen dat het licht uitviel en de aggregaat niet werkte. Dan maar verder met een zaklantaarn. De patiĂŤnt heeft er niets van gemerkt, hij kon de volgende dag weer zien! De oogartsen zijn en blijven mijn helden!! Anton Blankestijn

Amersfoort, Kerststallen actie 2005

Zien en afzien

39


Jo Veldkamp Pater Kapucijner te Medan

4.000ste Oogoperatie op Karya Kasih Medan, vrijdag 9 februari 2001

Deze vrijdagmorgen op Karya Kasih begon zoals gebruikelijk wanneer er geopereerd werd. Om half 6 werden de 13 patiënten, die de vorige dag geopereerd waren, gewekt om toilet te maken en te ontbijten. Patiënten die geopereerd worden blijven namelijk een nacht op Karya Kasih opdat ze de eerste dag na de operatie de nodige rust hebben en ook opdat er in geval van nood meteen ingegrepen kan worden. Om 7 uur kwamen deze patiënten bijeen in de spreekkamer voor instructies wat te doen en te laten na de operatie. Om 7 uur kwamen ook de patiënten, die deze vrijdag geopereerd zouden worden, zich melden. De twee verpleegsters, operatie-assistenten, begonnen in de operatiekamer alles in gereedheid te brengen voor de eerste operatie. Om 8 uur kwamen de twee oogartsen uit Nederland, dokter Siep van der Veen uit Heerenveen en dokter Nico Buisman († 2011) uit Apeldoorn, naar de spreekkamer. Eerst werden de twee patiënten, die het eerst geopereerd zouden worden, onderzocht en plaatselijk verdoofd. Dokter Van der Veen ging zich gereed maken voor de operaties in de voormiddag, terwijl dokter Buisman in de spreekkamer bleef om de patiënten van de vorige dag te onderzoeken. Dat is een hoogtepunt van de dag, je ziet het resultaat van de operaties van de vorige dag. Patiënten die toen nog half of helemaal blind waren, die weer kunnen zien. De blijdschap en dank-

baarheid straalt van hun gezichten. Na de patiënten van de vorige dag onderzocht en naar huis gestuurd te hebben, werden de patiënten die geopereerd moesten worden, nog even bekeken. Intussen was het buiten een drukte van belang. In de eerste plaats een groep afhalers. Alle patiënten worden meestal door drie of vier familieleden weer opgehaald. Vervolgens de groep wegbrengers van de patiënten die deze dag geopereerd zullen worden. Ten slotte is er een groep van nieuwe patiënten die zich komen melden voor een vooronderzoek door de plaatselijke oogarts. Er is een wachtlijst van enige maanden. Om 9 uur kwamen de veertig patiënten zich melden, die voor vandaag op de lijst stonden om onderzocht te worden door de plaatselijke oogarts Ibu dokter Hj. Murni Hamid. Ibu Hamid is een oogarts met veel ervaring. Vanwege haar leeftijd opereert ze niet meer. Zij heeft een eigen kliniek en is ook docente aan de Islamitische Universiteit in Medan. Sinds 1992 heeft ze zich verbonden aan dit oogproject en ze komt samen met twee assistenten elke woensdag- en vrijdagmorgen naar Karya Kasih om vooronderzoek te doen, patiënten die in aanmerking komen voor een operatie te selecteren en de nazorg te doen. Ze heeft meer dan 20.000 mensen onderzocht, hetgeen meer dan 50.000 conZien en afzien

41


sulten betekent. Ibu Hamid en ook de twee assistenten doen dit werk helemaal gratis, behalve reiskostenvergoeding voor de assistenten. Deze vrijdag is een bijzondere dag: de 4.000e patiënt zal geopereerd worden. Zoals bij de 3.000e operatie was hiervoor ook weer iemand uitgekozen met de naam Pasaribu, hetgeen zoiets als Vader Duizend betekent. Buiten was een grote tent neergezet, opdat iedereen via een monitor de operatie kon volgen. Vele hoogwaardigheidsbekleders waren aanwezig: de plaatsvervangend gou-

verneur van Noord-Sumatra en de voorzitter van het provinciebestuur; de locoburgemeester van Medan en de voorzitter van de gemeenteraad. Als eerste mochten we de vorige Gouverneur van Noord-Sumatra; Raja Inal Siregar begroeten. Hij had in 1992 als beschermheer van de oogoperatie stichting dit project ook geopend. Hij voelde zich nog steeds betrokken bij dit project. Om 10 uur zat het team van doktoren en verpleegsters klaar voor de operatie. In afwachting van enige gasten werd er aantal beelden getoond vanuit de spreekkamer en van de voorbereidingen op de operatie. Dokter Van der Veen zou de operatie uitvoeren. Om kwart over tien moest men wel beginnen met de operatie, want anders zou de 42

Zien en afzien

verdoving uitgewerkt zijn. Dokter Buisman gaf buiten wat uitleg bij de beelden van de operatie. De plaatsvervangend Gouverneur hield een toespraakje waarin hij zei dankbaar te zijn voor dit project voor de minvermogenden in de maatschappij, zonder onderscheid te maken tussen ras, afkomst of godsdienst. Hij zegde voor de toekomst alle steun toe. Daarop hadden wij gehoopt en daarvoor hadden we deze mensen ook uitgenodigd om van alle instanties medewerking te krijgen. Rond kwart voor 11 was de operatie afgelopen. De voornaamste gasten konden een kijkje gaan nemen in

de operatiekamer en de patiënt feliciteren met de geslaagde operatie. De vrouw van de heer Pasaribu mocht een kort dankwoordje uitspreken (deed ze uitstekend!) en de voornaamste gasten kregen een aandenken aan deze gebeurtenis. Men bleef nog even napraten en om half twaalf ging iedereen weer naar huis. Bij de uitnodiging was al de nodige informatie gegeven over Karya Kasih en over dit project, opdat iedereen goed op de hoogte was. Deze bijeenkomst was zorgvuldig gepland op de vrijdagvoormiddag, want om half een gaan moslims naar de moskee voor het vrijdaggebed. Intussen had Ibu Hamid haar patiënten onderzocht en had ze het laatste gedeelte van de operatie nog kunnen bijwonen. De verpleegsters maakten de operatiekamer weer gereed voor


de operaties in de namiddag. Alle patiënten kregen te eten en de gewone gang van zaken op een operatiedag ging weer door. Voor de buitenwereld, maar ook voor ons zelf, was het zeer zinvol om bijzondere aandacht te besteden aan deze 4.000e operatie. Toen in 1992, na veel voorbereidingen en strubbelingen dit project van start ging, kon niemand vermoeden hoe alles zou verlopen. Het was een start met een ‘we zien wel’. Nu zeiden we: “we gaan gewoon door”. Intussen was er in Nederland met de Stich­ ting Leer Anderen Helpen (SLAH) alsook met

geholpen kunnen worden. Er zijn heel veel sponsors die het project financieel mede mogelijk maken. De Garuda en Singapore Airlines laten 40 kilo overgewicht toe om zo voldoende medicijnen, lenzen en instrumenten mee te kunnen nemen. Invoer van medicijnen in Indonesië is zeer moeilijk, er zijn vele papieren voor nodig. De douane in Medan liet alles zonder papieren door. Het project bracht in Medan mensen en godsdiensten bij elkaar. Karya Kasih is een katholiek centrum. Ibu Hamid is moslima, haar assistenten ook. Zij is docente aan de Islamitische Universiteit van Medan en liet haar studenten praktijk opdoen op Karya Kasih. Dat zou tien jaar eerder onmogelijk geweest zijn. De meeste patiënten zijn moslim. Dat heeft een enorme openheid voor andere godsdiensten teweeg gebracht, zodat Medan nauwelijks fanatisme kent. Jo Veldkamp

Nico Buisman †

de Medanse stichting BKS een goede organisatie opgebouwd en was er een uitstekende verstandhouding tussen beide organisaties. De doktoren kwamen steeds met veel enthousiasme naar Medan. De blijdschap en dankbaarheid van de mensen waren altijd een enorme stimulans voor hen. Elke keer als er twee doktoren kwamen om te opereren, waren er wel een paar patiënten die totaal blind waren. Daags na de operatie konden ze dan weer zien: mensen, bomen, kleuren. Meermalen hoorde je: “daar doen we het voor”! Naast het feit dat er zoveel mensen genezen zijn, heeft het project een enorme impact. Het zijn niet alleen de SLAH en de doktoren die eraan meewerken dat zoveel mensen Zien en afzien

43


Frans Ros Oogarts

‘Blood, sweat and fears’

Ik kwam voor het eerst in 1985 in mijn geboorteland terug ter gelegenheid van het eerste Perdami-NOG congres, dat in Jakarta werd gehouden. Toen ik in 1993 door oogarts Paul van Asdonk gevraagd werd of ik in Indonesië wilde gaan opereren kon ik niet vermoeden dat de SLAH een belangrijk deel van mijn leven zou gaan uitmaken. In 1990 ging ik voor de SLAH ‘aan de hand’ van oogarts Hian Oei naar Medan. Het eerste wat je ervaart zodra je in Indonesië uit het vliegtuig stapt is het gevoel dat er een warme natte deken over je heen wordt gelegd en dat kon ik me nog goed herinneren. Ik heb toen behalve het vliegveld van Medan en Karya Kasih niet heel veel van Medan gezien omdat we van ’s morgens vroeg tot laat in de middag werkten en het in die periode snel donker werd. In de avonduren werden we steevast door Richard Kurniawan of Jo Veldkamp mee uit eten genomen en naar de soms meest afgelegen, doch immer uitstekende, eethuisjes gebracht alwaar we van de meest uitgelezen lokale lekkernijen konden genieten. Gelukkig kreeg Richard al gauw door dat we niet veel van karaoke moesten hebben. Overweldigend vond ik het enthousiasme, de opgewektheid, de werklust en de toewijding van een ieder die bij het oogproject op Karya Kasih betrokken was. In dit kader dienen pater Jo Veldkamp (vanwege zijn tomeloze energie), dokter Hj Murni Hamid en Richard 46

Zien en afzien

Kurniawan (als technicus en Indonesisch Bourgondiër) een eervolle vermelding te krijgen. Daarnaast alle lof voor zr. Chrispina (de meest enthousiaste tafeltennisster van Medan en omstreken), die later werd opgevolgd door zr. Ignasia en de vele (operatie) zusters van Karya Kasih, die vaak tot ver na zonsondergang bezig waren om de gebruikte operatiematerialen te reinigen en voorbereidingen te treffen voor de volgende operatiedag. Gelukkig hebben velen van hen met hulp en financiële steun de kans gekregen om een vervolgopleiding te volgen en daarna een steentje hebben kunnen bijdragen aan de verbetering van de gezondheidszorg in Indonesië. Het prettige aan het ‘samen op pad gaan’ is het feit dat je met elkaar kunt overleggen over het oogheelkundige probleem dat je tegenkomt en dat heeft mij althans vaak steun gegeven. Het leveren van kwaliteit, ook in de tropen, is immer mijn leidraad geweest. Samen met Hian Oei heb ik daaraan een bijdrage proberen te leveren door het invoeren van het Medan cataract surgery outcome formulier en door samen met Hian de 7-jaars resultaten van de operaties in Medan in kaart te brengen en deze te presenteren door middel van een voordracht ‘Blood, sweat and fears’ en een gelijknamige poster op het jaarlijkse congres van het NOG (Nederlands Oogheelkundig Gezelschap) in


2000. Met gemengde gevoelens denk ik aan deze exercitie terug omdat we naast het onderzoeken van de opgeroepen patiënten en het bewerken van de statussen, hetgeen in de avond en nacht gebeurde, overdag nog eens vele patiënten opereerden. Maar uiteindelijk waren er toch de voldoening en de bevestiging dat de resultaten van de operaties in Medan, gegeven de omstandigheden, meer dan geruststellend waren.

en heb geleerd dat het operatie-instrumentarium en de werkomstandigheden in het Diakonessenhuis in Utrecht zo slecht nog niet waren. Daarnaast heeft de ervaring geleerd dat een invloedrijke en sterke lokale partner onmisbaar is omdat het project anders gedoemd is te mislukken. Werken met de SLAH en anderen en elkaar helpen wens ik elke (jonge) oogarts toe. Frans Ros

Helaas werd het succes van Karya Kasih in 2001 overschaduwd door een endemie aan endophthalmitis patiënten toen oogarts Maarten Rol en ik in Medan waren. Wij werden daardoor gedwongen de operaties vroegtijdig te beëindigen. Op ons advies werd kort na onze terugkeer een team van deskundigen uitgezonden bestaande uit Jan van Meurs, Wilda Batubara (Bahasa Indonesia sprekende oogartsen), Paul van Asdonk, Ton Boks (sterilisatiedeskundige) en Noor Teterisa (operatieverpleegkundige). Na uitgebreide analyse bleek de oorzaak een gecontamineerde batch met ampullen acethylcholine te zijn. Het onderzoek heeft geresulteerd in een verbeterd operatie- en sterilisatieprotocol op Karya Kasih en een publicatie in de British Journal of Ophthalmology. Desondanks kijk ik met genoegen terug op de avonturen die ik met Maarten Rol in Medan en omgeving heb beleefd. In een later stadium ben ik met Monika Landesz in Medan geweest. Het secundair implanteren van een Artisanlens bij een patiënt die per ongeluk wijd was gedruppeld, vond ik toen wel erg ‘cool’. Alles overziend denk ik met dankbaarheid terug aan het feit dat ik door de SLAH mijn grenzen heb kunnen verleggen, heb leren inzien hoe belangrijk het is dat je met een goed team bent om onder soms moeilijke omstandigheden goed te kunnen presteren Zien en afzien

47


Frits Dubois Oogarts

Indonesië, een andere cultuur verrijkt je leven Sinds 1992 heb ik het geluk gehad om voor de SLAH jaarlijks te zijn uitgezonden. Elk jaar keek ik er lang van te voren reikhalzend naar uit. De andere cultuur verrijkt je leven vooral omdat je die niet als toerist ervaart maar als werkend ‘inwoner’. Veertien jaar lang gingen wij jaarlijks voor drie weken naar Medan, werkten in Karya Kasih, een charitatief katholiek ziekenhuisje midden in deze miljoenenstad, met voor rijkere mensen prima geneeskundige voorzieningen. Er werkte een tandarts, een algemeen arts, er was een afdeling verloskunde, een afdeling met weeskinderen en een bejaardenafdeling. Wij opereerden daar voornamelijk arme, meestal bijkans blinde patiënten, die rijpe staar hadden. Ongeacht welk geloof, alle minvermogende patiënten konden er terecht. Wij werkten daar samen met een oudere Mohammedaanse, vrouwelijke oogarts, die de voor- en nazorg deed en met Indonesische OK verpleegkundigen. Daarnaast waren er coassistenten, die helaas bijna geen van allen Engels spraken. Het geeft een enorme voldoening om daar te mogen werken. Vooral als mensen aan de hand worden binnengebracht en na de operatie zelfstandig naar huis lopen. Zo herinner ik mij een 33-jarige moeder van drie kinderen, die na de operatie voor het eerst haar kinderen kon zien. Of die keer, dat ik als dank voor de operatie een rozenkrans kreeg,

maar die meteen weer moest inleveren omdat zij er achter kwam dat ik niet katholiek ben. Misschien konden ze door onze hulp weer zelfstandig functioneren, werk zoeken en geld voor hun familie verdienen. Daarnaast weet je dat deze patiënten anders waarschijnlijk niet geopereerd zouden worden. Op de polikliniek werken is eveneens enorm leerzaam, je ziet de totale oogheelkundige pathologie in drie weken aan je voorbij komen. Van kinderen zonder ogen, waarvan de ouders denken dat ‘witte dokters’ dit kunnen verhelpen, tot afwijkingen die prima te verhelpen zouden zijn maar door armoede niet mogelijk is. Het is frustrerend dat rijke mensen alles voor elkaar krijgen en de arme mensen niets. Helaas wordt het steeds moeilijker daar te opereren, je moet steeds meer officiële vergunningen hebben, maar het wordt de Indonesiër ook steeds moeilijker gemaakt om naar Nederland te komen en te werken. Bij thuiskomst denk ik vaak, wat wordt er in Nederland veel geklaagd, maar wat is de gezondheidszorg toch goed geregeld. Wat heb ik een geluk gehad dit te hebben mogen doen. Daarnaast heb ik genoten van het land, de geuren, de geluiden, de mensen en het altijd heerlijke eten. Als ik eraan terugdenk, wil ik meteen weer. Frits Dubois

Zien en afzien

49


Maarten Rol Oogarts

Getallen en mensen

50

Door oogarts Donald Tjia, die net als ik in het Rijnland Ziekenhuis in Leiderdorp werkte, werd ik enthousiast gemaakt voor de SLAH, de stichting die zich inzet voor de blindheidbestrijding in Indonesië. Het probleem van onnodige, behandelbare, blindheid is groot in Indonesië. De artsen van de SLAH helpen en op alle mogelijke manieren wordt getracht de efficiency en productiviteit bij vooral de staaroperaties te verbeteren. Eén ervan is tijdbesparende hulp bij de selectie van patiënten, met het volgende resultaat:

suikerafwijkingen op het netvlies. Met Frans heb ik enige malen in Medan en wijde omgeving geopereerd.

Een 24-jarige vrouw met dubbelzijdige witte pupillen kwam aan de hand van één van haar kinderen op het spreekuur. “Nee, die moet u niet opereren”, zei de assistente, “want ze heeft suikerziekte en ze is hoogzwanger”. Frans Ros en ik opereerden haar toch, tegen onze eigen selectiecriteria in. De operatie slaagde en gelukkig had ze geen

Het is een veel toegepaste manier om meer patiënten te opereren, hoewel het een iets groter infectierisico inhoudt.

Zien en afzien

Maar ook het aanpassen van de werkwijze kan de productiviteit verhogen. Tussen de operaties gaat veel tijd verloren omdat de operateur zich steeds helemaal moet verkleden. Door alleen de handen met handschoenen tussen de operaties door in een grote bak alcohol te spoelen en bij elke derde operatie ook handschoenen en jassen te vernieuwen, wordt veel tijd gewonnen.

Verder werd de methode van opereren steeds aan de omstandigheden en ontwikkelingen aangepast (intracapsulair, extracapsulair met en zonder implantatie van een


kunstlens, hechtmaterialen, de methode van hechten, kleinere incisies, etc.). Daarnaast werd niet alleen in Medan maar ook nog in de buitengewesten geopereerd. Dit ging gepaard met feestgedruis en welhaast rituele ontvangsten, geweven stola’s die om onze schouders gelegd werden, speeches van de notabelen overdag en maaltijden met indrukwekkend tromgeroffel in de duisternis van de avond. We werden echter nauwlettend in de gaten gehouden. Het opereren werd op video vastgelegd en ik moest vragen over de knooptechniek beantwoorden. Ik leerde namelijk de knoopjes van de nylon hechtingen dieper in het weefsel in te brengen dan ik in Nederland gewend was. De dag voor onze visite bleek iedereen al bekeken te zijn door een collega werkzaam bij zoiets als de inspectie (IGZ).

verstikkende regelgeving, maar je mist ook de voorzieningen van het eigen ziekenhuis in Nederland. Bij thuiskomst wordt alles extra gewaardeerd. Maar het mooiste is de glimlach van iemand die weer kan zien en zonder begeleiding rondloopt. Het spijt me dat ik niet alle namen kan noemen van de mensen die ons het werken in Medan mogelijk maakten. Ik beperk tot tot het noemen van dokter Ibu Hamid, een oogarts die de voorselectie deed en de nazorg voor haar rekening nam. Pastor Jo Veldkamp die de organisatorische kant behartigde en ons leven zo aangenaam mogelijk trachtte te maken. Zeker mag ik de verpleegsters niet vergeten, hun inzet was enorm groot. Daarnaast was Richard Kurniawan, fungerend als vliegende keep, van onschatbare waarde. Maarten Rol

Ik denk dat de grootste kracht van de SLAH ligt in de toegewijde samenwerking van iedereen. Belangrijker dan zelf opereren is het overbrengen van kennis, die verder uitgebouwd kan worden. Het werken in de tropen heeft door dit alles een bijzondere dynamiek, vrij van de Zien en afzien

51


52

Zien en afzien


Zien en afzien

53


Siep van der Veen Oogarts

Kostenbewustzijn in Medan

Van 1998 tot 2012 ben ik in totaal tienmaal met verscheidene collega’s naar Indonesië gereisd om daar staaroperaties te doen. Ik heb op deze manier aan diverse SLAH-projecten mee mogen werken en elke reis heeft weer opnieuw indruk op mij gemaakt.

54

Heel goede herinneringen heb ik aan één van de eerste projecten in Medan. Twee keer per jaar gingen er namens de SLAH twee oogartsen naar ‘Karya Kasih’. Dit was een soort gezondheidscentrum waar zeer uiteen-

Karya Kasih is opgezet door de rooms katholieke kerk. Op het complex waren geestelijken werkzaam, onder wie pastor Jo Veldkamp, die onder andere de coördinatie verzorgde van de oogheelkundige werkzaamheden. Dit was een goed lopend project. Door samenwerking met een lokale oogarts, dr. Hamid, had er al een selectie van patiënten plaatsgevonden die in aanmerking kwamen voor operatie zodat wij direct aan het werk konden. Als wij weer waren vertrokken nam dr. Hamid de controles over.

lopende medische zorg werd verleend. In het centrum was onder andere een tandarts, een acupuncturist en een verloskundige kliniek gehuisvest met daarnaast nog een bejaardenhuis, in het bijzonder voor dementerende ouderen. Dit alles was gesitueerd in een aantal gebouwen aan de oever van een rivier met een grote binnentuin. Hier werd groente verbouwd, de was gedroogd en de kippen konden er vrij rondscharrelen.

Wij logeerden ook op het complex. De dag begon altijd met het luiden van een bel om 5:00 uur die de verpleegkundigen en de mensen die werkzaam waren in de keuken moest wekken. Daarvoor had er al een oproep tot gebed geklonken uit een naburige moskee. Even later klonk er muziek en gezang uit een kerk die ook deel uitmaakte van het complex en waar gemeenteleden uit de hele stad naar toe kwamen. De eerste

Zien en afzien


nachten na aankomst moest je er altijd even aan wennen maar dat ging snel en ons verblijf was verder perfect verzorgd, waarbij we uitgebreid konden genieten van de heerlijke Indonesische keuken.Hoewel Karya Kasih dus oorspronkelijk een rooms katholiek initiatief was, werd er wat de patiënten betreft geen enkel onderscheid gemaakt. Verreweg het grootste deel van de Indonesische bevolking is moslim en dat gold ook voor de patiënten. Het was bijzonder om te zien dat de hulp aan de medemens centraal stond en religie hierin geen enkele rol speelde. De patiënten die werden behandeld waren arm en konden een operatie zelf niet bekostigen. Van iedere patiënt werd een bijdrage naar draagkracht gevraagd. Sommige patiënten betaalden een geldbedrag, anderen namen groente of fruit mee van de kampong. Op Karya Kasih werd ook zeer kostenbewust gewerkt. In Nederland krijgen

we alle operatiematerialen steriel en voorverpakt aangeleverd. Op Karya Kasih werden bijvoorbeeld de benodigde gazen eerst door de verpleging geknipt en gevouwen en daarna gesteriliseerd. De door ons gebruikte operatiehandschoenen werden gewassen, gedroogd en vervolgens hergebruikt door de vroedvrouwen. Zo heb ik altijd met heel veel plezier op Karya Kasih gewerkt en had ik ook nog de eer

tweemaal een jubileum te mogen meemaken, namelijk de operatie van de 4.000ste en 5.000ste patiënt. Hier werd uitgebreid publiciteit aan gegeven waardoor zelfs het lokale televisiestation een reportage kwam maken. De ter ere van deze gelegenheid vervaardigde ‘gedenktekens’ hebben nog altijd een speciaal plekje in mijn spreekkamer in Heerenveen. Helaas heeft er enkele jaren na de pensionering van pastor Jo Veldkamp een reorganisatie op Karya Kasih plaats gevonden. Hiermee bleef alleen de functie van bejaardenhuis bestaan en werden de overige activiteiten, waaronder de oogoperaties, beëindigd. Gelukkig zijn er op andere plaatsen weer nieuwe projecten gestart. In Indonesië is nog veel oogheelkundige zorg nodig. Zo heb ik verder nog meegewerkt aan SLAH-projecten op Bangka, Ambon en Sulawesi. Het meedoen aan deze projecten geeft veel voldoening door de directe hulp die geboden wordt aan patiënten en werkt daarnaast ook relativerend voor het werken in de Nederlandse praktijk. Zoals gezegd is er nog veel te doen en ik hoop dat ik, in samenwerking met de SLAH, hieraan in de toekomst nog veel kan bijdragen. Siep van der Veen

Sulawesi

Zien en afzien

55


nynke de Jong Oogarts

“The work of love” Karya Kasih If we saw them walking the streets of Medan, this tall, casually dressed, attractive young couple, we’d think they were just two more European tourists out for a good bargain or a peek at the exotic. How wrong we would be. Dr. Fritz Dubois and Dr. Nienke DeJong, from Utrecht, Holland, are ophthalmologists. And they are more. They are exceptionally compassionate and giving human beings. This year, for the fourth consecutive year, they spent their holiday living at the Kariah Kasih home on Jl Mongisidi and performing eye operations for those who are among the neediest of Sumatra. Fritz was here for three weeks; Nienke joined Fritz for two of the three weeks, since they have a two year old daughter in Holland who did not accompany them. Een paar regels uit een artikel dat Donna Woodward in 1995 voor een krant in Medan schreef.

Heerlijk toch, als er zo over je geschreven wordt! ‘Those were the days’. En wat is dat al weer een tijd geleden! De two­year old van toen is inmiddels 21 en derdejaars geneeskunde, en wie weet gaat

56

Zien en afzien

zij over een aantal jaar nog eens naar Medan als oogarts. In 1992 gingen Frits en ik voor het eerst samen naar Medan, ik 6 maanden zwanger en vol goede zin. Daarna zijn we jaren lang elk jaar een aantal weken geweest en hebben daar prachtige tijden beleefd. Het gaf ons beiden altijd heel veel voldoening om op deze manier met de oogheelkunde bezig te zijn. Het idee dat je dingen doet die er echt toe doen. De blije gezichten van de mensen een dag na de operatie waren goud waard. Natuurlijk ook veel frustratie omdat je een heleboel dingen zag, die je in Nederland gewoon kan behandelen, en hier niets mee kon. Netvliesloslatingen, glaucoom, noem maar op. Ik vond dat heel lastig. En niet onbelangrijk was natuurlijk ook de sfeer en het klimaat in Indonesië. En het heerlijke eten. Frits kreeg helaas altijd meteen vanaf dag 1 last van zijn ingewanden van het ‘pedis’ eten en ging dan over op droge rijst en banaan, maar vond dat zo jammer dat hij in de jaren daarop gewoon op dag 1 begon met het slikken van Diacure, en


dan rustig door at van al dat heerlijke eten! We hebben het er ook altijd heel gezellig gehad met Marita en Jan, die we daar leerden kennen en er al jaren woonden en waarmee we regelmatig ’s avonds gingen tennissen op de ‘Medan tennis club’, heel deftig en koloniaal aandoend. In het begin schaam je je een beetje dat er 4 ballenjongens rond je baan staan die steeds de ballen voor je rapen, maar dat went heel snel! Raar is dat. Na zo’n paar weken in Medan was het altijd weer flink wennen in Nederland en aan de speekuren hier, met al die klachten van droge en vermoeide ogen…………wat een verschil! Wat zijn we verwend en wat liggen die werelden ver uit elkaar. Hier hebben we multifocale torische lenzen en daar keken we van welke sterkte het stapeltje het hoogst was en dan nam je die maar. Maar wat hebben wij een prachtig vak, dat we met zo weinig middelen, relatief eenvoudig, de kwaliteit van leven van mensen enorm kunnen verbeteren in landen als Indonesië. Nynke de Jong

Zien en afzien

57


Hian oei Oogarts

Papua, dat doe je wel even

7

24 oogarts in het Dian Harapan 24/7 365 Een verslag van de impact van de SLAH in Indonesië, met name in Papua en Noord­ Sumatra en bij mijzelf, alsmede een kort relaas over het ontstaan en de groei van het Dian Harapan ziekenhuis te Waena – Papua, waarbij de SLAH een belangrijke, zo niet cruciale, rol heeft gespeeld. Oogarts Frans Ros, bestuurslid van de SLAH, die het 25-jarige jubileum van de Stichting organiseert, vroeg mij herinneringen over de SLAH op papier te zetten in het kader van een gedenkboek 25 jaar Stichting Leer Anderen Helpen. Het was rond 1990 dat oogarts Donald Tjia mij vroeg of ik geïnteresseerd was in oogheelkundig werk in Medan (NoordSumatra). Mijn belangrijkste bedenking op dat moment was: hoe officieel kan ter plekke worden gewerkt als oogarts. Geboren en opgegroeid in Indonesië, weet ik dat men niet graag heeft dat buitenlanders in Indonesië werken, vooral geen medici. Een ander punt was: hoe is de organisatie ter plaatse, blijvend of geboren uit enthousiasme en idealisme zonder kijk op hoe het oogheelkundige project zou moeten functioneren. Iemand die Donald Tjia een beetje kent, weet dat hij overloopt van ideeën en optimisme. Bovendien bezit hij de nodige energie om door te vechten. Mijn ervaringen in Indonesië en de inge60

Zien en afzien

slopen nuchterheid na jaren in Nederland te hebben gewoond, zeiden echter: “Eerst zien dan pas geloven”. Dus reisde ik met mijn echtgenote Loes, als begin van een vakantie in Indonesië, naar Medan om kennis te maken met de lokale partners aldaar. In het kort kan ik stellen dat het een heel bijzondere levenservaring was en nog steeds is om jaren in Medan en Noord-Sumatra met de SLAH een tweetal weken oogheelkundig werk te doen. De vele patiënten en hun families die blij waren, geven natuurlijk een enorme stimulans en voldoening. Dokter Budi Parama, pastor Jo Veldkamp, Richard Kurniawan, oogarts mevrouw Hamid, dokter Steven Nauli, de artsen en alle verpleegkundigen en leidinggevenden van Karya Kasih waren natuurlijk niet alleen de steunpilaren ter plekke maar ook de ‘doeners’ om zo ’n project jaren lopende te houden. Door al hun inspanningen kwamen wij als oogartsen uit Nederland eigenlijk in een gespreid bedje. Uiteraard hebben de SLAH, haar bestuursleden en reisagent Jerry Vermie, veel bijgedragen aan het feit dat de uitgezonden oogartsen alleen maar hoefden af te reizen en oogheelkundig te werk te verrichten. Dat het project te Medan na jaren is gestrand, is natuurlijk heel jammer, maar laten wij terugkijken op de vele patiënten en hun families die in al die jaren baat hebben gehad bij de komst van de Nederlandse oogartsen. Na 2007 is het wettelijk niet meer


mogelijk om in Indonesië zonder toestemming van het Indonesische artsen consilium als arts te werken. Maar dat is ook het geval in vele landen, waaronder Nederland. Wat is de impact van de komst van de SLAH naar Papua? Tijdens een vakantie van Loes en mij naar Papua kwam ik in gesprek met dokter Budi Subianto, een oude

twee oogartsen van de SLAH naar Papua uitgezonden, o.a. Folkert Tegelberg, Jan van Meurs, Paul van Asdonk, Donald Tjia, Ton Smit en Frans Ros. Als basisplaats werd vervolgens het gereed zijnde Dian Harapan ziekenhuis in Waena gebruikt om de nodige oogzorg, inclusief operaties, te geven. Twee Nederlandse oud-opticiens, Ge de Man en

schoolvriend, die bij de Provinciale Gezondheidszorg van Papua werkte. Hij vroeg of de SLAH bereid zou zijn naar Papua te komen, aangezien er op dat moment in de provincie nog geen oogarts werkzaam was. Dit leidde ertoe dat de SLAH een jaar of twee later in het kader van een samenwerking met de Provinciale Gezondheidszorg van Papua, oogarts Frits Dubois en mij naar Papua uitzond. De eerste staar- en andere oogoperaties werden in Waena en Merauke verricht. Tandarts Didik Irawan, die bij de Provinciale Gezondheidszorg Papua werkte, begeleidde deze eerste uitzending van de SLAH naar Papua. Hij vertelde dat het bisdom van Jayapura een ziekenhuis aan het bouwen was en dat wellicht in de toekomst de samenwerking met dit ziekenhuis (het Dian Harapan ziekenhuis) beter en gemakkelijker zou zijn dan met de Provinciale Gezondheidszorg Papua, omdat het een particulier ziekenhuis betrof en geen regeringsinstantie. Hierna werden jaarlijks

Cees Zirkzee hadden een optiekwerkplaats in het Dian Harapan ziekenhuis opgericht en leidden lokale medewerkers hiervoor op. Hierdoor kon men ook goedkope brillen leveren en zo nodig schenken aan minvermogende patiënten. Het Dian Harapan ziekenhuis groeide vanuit een polikliniekje waar medische zorg werd gegeven tot een echt ziekenhuis. Dit werd mede mogelijk gemaakt door een samenwerkingsverband met Cordaid, dat begon in het jaar 2000 en dat steeds werd verlengd totdat in het jaar 2011 door allerlei bezuinigingen in Nederland, die ook Cordaid troffen, dit samenwerkingsverband werd beëindigd. Het was Cordaid ter ore gekomen dat er in het Dian Harapan ziekenhuis reeds oogzorg werd gegeven met behulp van de SLAH en dat er op dat moment slechts één Indonesische oogarts in heel Papua werkzaam was. Deze stelde de directie van het Dian Hara­ pan ziekenhuis voor om de oogheelkundige Zien en afzien

61


62

zorg in het ziekenhuis tot speerpunt van het zorgbeleid te bestempelen. Als gevolg hiervan werd een arts, werkzaam in het Dian Harapan ziekenhuis, de mogelijkheid geboden om zich te specialiseren tot oogarts in Manado, Indonesië (de huidige

die al jaren lang niet veel veranderingen op korte termijn gewend waren. Achteraf gezien is alles zeer begrijpelijk, gezien de ontwikkelingen in Papua, die niet te vergelijken zijn met die op Java of Noord-Sumatra. Het heeft veel tijd en moeite gekost om een

oogarts van het ziekenhuis, Yanuar Ali). Om de Oogafdeling alvast op te zetten, zochten Cordaid en Dian Harapan een oogarts om het voorbereidende werk te doen. In Indonesië scheen geen oogarts hiervoor in aanmerking te komen en/of er was niemand die belangstelling hiervoor had. Wijlen pastoor Jan van der Horst, één van de oprichters van het ziekenhuis en bestuurslid van de Stichting die het ziekenhuis beheerde, had ik eens verteld dat ik na mijn 60e graag in een ontwikkelingsland wilde werken. Dus vertelde hij aan Peter Kok, de medisch adviseur van Cordaid, die de samenwerking Cordaid – Dian Harapan tot stand heeft gebracht, dat oogarts Oei uit Breda wellicht naar Papua wilde komen. Een en ander leidde ertoe dat Loes en ik in juli 2001 naar Papua afreisden. Gesteund door ervaring op Noord-Sumatra, de taal beheersend en jaren op Java te hebben gewoond, dacht ik dat dit Papua avontuur niet al te veel problemen zou geven. De praktijk wees echter anders uit. Problematisch was het veranderen van de instelling van enige lokale bestuursleden,

goede en blijvende oogheelkundige afdeling te creëren, hetgeen belangrijk is om de oogzorg in Papua op te bouwen. Hierdoor kon de kwantiteit van oogzorg, inclusief oogoperaties niet snel worden uitgebreid. Gelukkig dat dokter Yanuar Ali zijn opleiding tot oogarts snel voltooide, zodat hij in 2003 de afdeling Oogheelkunde van het Dian Harapan ziekenhuis kon versterken. Hierdoor en dankzij de goede samenwerking kon de afdeling Oogheelkunde vanaf die tijd meer oogzorg verlenen, zowel op de polikliniek als in andere gebieden te Papua, waar geen oogarts aanwezig was, door middel van de zogenaamde ‘outreach’ projecten. Met twee oogartsen was het mogelijk om na enige jaren ongeveer 10 tot 12 ‘outreach’ projecten per jaar vanuit het Dian Harapan ziekenhuis te organiseren.

Zien en afzien

De werkzaamheden van de afdeling Oogheelkunde breidden zich uit, zowel door het geven van oogzorg aan de patiënten die het Dian Harapan ziekenhuis bezochten, als aan de bevolking van Papua waar geen


oogarts aanwezig was, door middel van bovengenoemde ‘outreach’ projecten. Dit betekende tevens dat verbetering, uitbreiding, vernieuwing van de oogpoli, wachtruimte, apparatuur, logistiek en de opleiding van de medewerkers/sters moesten worden

gerealiseerd. Aanschaf van betere apparatuur, zoals onder andere een operatiemicroscoop, werd mogelijk gemaakt door de samenwerking met Cordaid en de steun van de Stichting Oogzorg Ver Weg Dichtbij (StOVWD) te Breda. Na het stoppen van mijn werkzaamheden voor de Oogafdeling, rustte de werkzaamheden volledig op de schouders van de oogarts Yanuar. Het duurde enige tijd voordat er een vervanger voor mij werd gevonden. Gelukkig werd er na enige jaren een kandidate gevonden die bereid was na de opleiding tot oogarts zich aan het Dian Harapan ziekenhuis te verbinden. Deze kandidate is opgegroeid in Papua en aldaar werkzaam geweest als algemeen arts. De mentaliteit en cultuur van dit eiland zijn haar niet vreemd. Mede dankzij een beurs van de Stichting Oogzorg Ver Weg Dichtbij te Breda is zij twee jaar geleden de opleiding in Bandung begonnen. Hierdoor is gelukkig de continuïteit van de oogzorg van de afdeling Oogheelkunde van het Dian Harapan

ziekenhuis min of meer gewaarborgd. De groei en ontwikkelingen van de afdeling Oogheelkunde en het ziekenhuis betekenden tevens dat medewerkers en directie ook moesten meegroeien in het proces naar volwassenwording. Er werd een masterplan opgesteld met behulp van een Indonesische consulent in ziekenhuiszaken uit Bandung, waarbij met de eigenaren van het ziekenhuis, namelijk het bisdom Jayapura, en de Stichting Dian Harapan werd overeengekomen dat het ziekenhuis zou moeten groeien naar 150 bedden. Dit masterplan zou de continuïteit van het ziekenhuis in zijn voortbestaan moeten waarborgen zonder enige financiële hulp van buitenaf. Behalve bovengenoemd masterplan, werd eerder als deel van het ziekenhuis een buitenpolikliniek opgericht in Workwana, een gebied op een afstand van twee uur rijden van het ziekenhuis, waarbij er tevens voorzieningen zijn om te zijner tijd bevallingen onder supervisie van een vroedvrouw te verrichten. Op deze manier heeft het ziekenhuis, naast de oogheelkundige outreach projecten, een public health unit, geheel passend bij de wens van het bisdom om medische zorg beter te verdelen en beter toegankelijk te maken voor de bevolking van Papua. Dit past bovendien bij het programma van Cordaid om de moeder- en kindersterfte in Indonesië terug te dringen. In samenspraak met het bestuur van de SLAH werd toentertijd afgesproken, dat zolang ik de steun kreeg van Cordaid en andere organisaties, de SLAH zich meer ging concentreren op andere gebieden. De huidige apparatuur, alsmede de gebruiksartikelen van de SLAH in Dian Harapan werden ter beschikking gesteld voor mijn werk. Wanneer later oogartsen van de SLAH Dian Harapan zouden bezoeken, zouden zij Zien en afzien

63


64

Zien en afzien


op hun beurt gebruik mogen maken van de faciliteiten van het ziekenhuis. De basis van de afdeling Oogheelkunde van het Dian Harapan ziekenhuis en het geven van oogzorg te Papua na de Nederlandse periode, in het toen nog West Nieuw Guinea, is door de komst van de SLAH gelegd.

zijn ontstaan, zijn grote pluspunten in ons leven geworden. De directe gevolgen voor vele slechtzienden en hun families in Indonesië zijn niet te becijferen. De omvang van het nut van het Dian Harapan ziekenhuis voor Papua, mede als gevolg van SLAH ‘s aanwezigheid in Papua, is enorm. In het ziekenhuis zijn vanaf 2001 tot en met 2013 bijna 45.000 patiënten oogheelkundig onderzocht en er zijn ongeveer 4000 oogoperaties verricht. Tijdens outreach programma’s zijn tegen de 15.000 patiënten onderzocht en circa 2.000 oogoperaties verricht. Daarnaast zijn 10.000 brillen verstrekt. De SLAH, Cordaid, Stichting Oogzorg Ver Weg Dichtbij, vele grote en kleine sponsoren en particulieren die de afdeling Oogheelkunde en het ziekenhuis Dian Harapan in brede zin hebben gesteund, hebben in betrekkelijk korte tijd een zelfstandig en blijvend ziekenhuis gerealiseerd, waarbij de oogzorg zich kan meten met die van de grootste Indonesische steden.

Persoonlijk kan ik stellen dat het gesprek met oogarts Donald Tjia, zijn enthousiasme voor het opstarten van het Medan oogproject, bijna 25 jaar geleden, een onvoorstelbare en haast ongelooflijke impact heeft gehad op het leven van Loes en mij in de afgelopen 25 jaar. De samenwerking met de collega-oogartsen, bestuursleden van de Stichting Leer Anderen Helpen, Cordaid, de Stichting Oogzorg Ver Weg Dichtbij en alle lokale partners, de hechte vriendschappen die hierdoor

Gedurende deze fantastische tijd ben ik kaler, grijzer, magerder en meer berustend geworden. We zijn door levenservaring enorm veel rijker geworden. Loes en ik zouden dit niet hebben willen missen. Wij feliciteren de Stichting Leer Anderen Helpen met de behaalde prachtige resultaten van de 25 zilveren jaren. Wij hopen dat wij op de dag zelf, straks in mei samen met elkaar op dit mooie en heugelijke feit een toost kunnen uitbrengen . Hian Oei. Bali

Zien en afzien

65


Rinald Stout Oogarts

Een handvol ervaringen Omdat ik aan de VU ben opgeleid heb ik al vroeg gehoord van het initiatief van oogarts Donald Tjia om in Indonesië staaroperaties te gaan doen. Vooral de enthousiaste verhalen van Dick Vonhof en Hans Zaman kan ik me nog goed herinneren. En Yf Boen vertelde dat Hian Oei het goed naar zijn zin had gehad tijdens zijn werkzaamheden voor de SLAH. Door deze verhalen aangestoken heb ik Donald toen laten weten dat ik ook zin had om mee te gaan, tenslotte lagen mijn roots in het Verre Oosten. Terecht wees Donald me er toen op dat ik eerst maar goed moest

66

Zien en afzien

leren opereren en daar veel ervaring mee moest opdoen. Tenslotte heeft het tot 2005 geduurd voordat ik voor de eerste keer voor de SLAH naar Indonesië ging. Samen met Lieuwe de Vries naar Medan op Sumatra, in Karyah Kasih hebben we drie weken geopereerd. Intussen ben ik door de SLAH vijf maal uitgezonden, een handvol ervaringen. Drie keer naar het eilandje Bangka, het geboorte-eiland van Donald Tjia en de laatste keer naar Ambon. Ik ben met verscheidene collega’s op pad geweest, hetgeen ik zeer aangenaam heb


gevonden. Vaak kende ik de collega nog niet voordat we weggingen (Lieuwe de Vries, Folkert Tegelberg en Maribel SerĂŠ). Je leert elkaar wel goed kennen tijdens de uitzending en leert bovendien van elkaars vaardigheden. Ik hoop nog vaker door de SLAH te worden uitgezonden. Rinald Stout

Zien en afzien

67


Maribel Seré Oogarts

In het kort Ik had het voorrecht door oogarts Wilda Batubara ingewerkt te worden. Zij leerde mij niet alleen de extra-capsulaire techniek, maar leerde mij ook veel over de Indonesische cultuur. De eerste momenten op Sumatra zal ik nooit vergeten...na een kleine cultuurschok zou al snel blijken dat dit land mijn hart zou veroveren. De eerste dag in Karya Kasih zag ik hoe nodig we hier waren, de ene na de andere patiënt met bilateraal cataract, en hoe geweldig het was om deze mensen de dag erna te zien genieten, omdat ze eindelijk hun familie weer konden zien! Hier doen we het voor! Want elke persoon die door ons weer kan zien maakt voor ons het werken in Indonesië meer dan de moeite waard! Wilda, Rinald,..bedankt voor die onvergetelijke ervaringen en als de kids iets groter zijn ben ik er zeker weer bij! Maribel Seré

68

Zien en afzien


Ton Smit Oogarts

Bangka,

een vrolijke start van een project

Mijn eerste kennismaking met oogheelkunde in de tropen was in 1999 toen ik voor het eerst voor de SLAH met oogarts Donald Tjia naar Medan ging, waar destijds pastor Jo Veldkamp in Karya Kasih de scepter zwaaide en met zijn werklust en toewijding voor een grote stroom cataractblinden naar de kliniek zorgde.

Pater Jo Veldkamp kwam die eerste keer met twee verpleegkundigen vanuit Medan over om de werkzaamheden en operaties te begeleiden. De start van het project en de eerste operaties werden uitgebreid gevierd in aanwezigheid van veel hoogwaardigheidsbekleders en met vele toespraken. De dame die als eerste geopereerd was, werd al na een uur achter de microfoon geplaatst

In 2002 werd het project Bangka gestart en daar ben ik toen, ook weer met Donald, naar toe gegaan. De samenwerking verliep via de stichting Mata Terang onder leiding van Agoes Soelaiman, die -ondanks dat hij een dagje ouder wordt- zich nog steeds maximaal inzet voor het project Bangka en Amir Danoehoesodo, die de Nederlandse taal (uit de ‘Hollandsche tijd’) goed beheerste. Amir is helaas enige jaren geleden overleden. Via Donald was de SLAH bij het project betrokken geraakt.

om haar ervaring met de genodigden te delen die in rijen, gezeten op groene plastic stoeltjes, voor het podium zaten. Steeds luid applaus van iedereen. De vrouw van de burgemeester mocht de volgende dag de oogkapjes eraf halen. En iedere avond werd er ergens een feest georganiseerd ter ere van de start van het project. Een van de dingen die mij het meest is bijgebleven betreft de operatie toentertijd van een vierjarig jongetje. Enige dagen nadat wij daar voor het eerst aan het werk gegaan Zien en afzien

71


72

waren kwamen de ouders van een vierjarig jongetje naar de kliniek met de vraag of wij iets aan de blindheid van hun zoontje konden doen. Hij had beiderzijds cataract met volledig witte pupillen. We hadden grote twijfels of er niet bij hem al een irreversibele amblyopie zou zijn ontstaan. De ouders hadden namelijk het idee dat het jongetje altijd al witte pupillen had gehad. Wij aarzelden dan ook om hem te opereren, te meer daar de operatie onder narcose moest gebeuren. Om die reden raadden wij de ouders aan om naar het oogziekenhuis in Jakarta te gaan en we hoopten op

andere specialisten die - toen het zover was - vol belangstelling steeds de operatiekamer in en uit liepen om te zien wat er allemaal gebeurde en een assistent van de anesthesist die met de hand ruim een uur lang een ballon twaalf keer per minuut zat in te knijpen om zo het anestheticum toe te dienen.

wat sponsorgeld vanuit Bangka om dat te bekostigen. Misschien hebben we ook nog ‘ja’ geknikt toen gevraagd werd of we toch bereid zouden zijn om hem eventueel een volgende keer op Bangka te opereren. Maar dat konden we ons later niet goed herinneren. Hoe dan ook, om het project Bangka enige bestendigheid te geven waren we een half jaar later al weer op Bangka. Tot onze grote verrassing werd bij aankomst verteld dat er die volgende dag maar één operatie was en wel van het vierjarig jongetje. En omdat bij hem narcose nodig was werd hij in het overheidsziekenhuisje geopereerd. Dat was wel het laatste waar we op zaten te wachten: opereren in een voor ons volkomen onbekend ziekenhuis met allerlei

enkele duidelijkheid over het resultaat van de operatie hadden. Toen we een jaar later weer op Bangka waren en naar het desbetreffende jongetje vroegen hoorden we dat hij weer van alles kon doen en wilden de verpleegkundigen hem wel van zijn huis ophalen. Tot onze stomme verbazing kwam hij op een fietsje aanzetten. En tot onze opluchting zagen zijn ogen er rustig uit en zaten de Artisanlensjes prachtig op hun plek. We hebben hem in de jaren daarna nog een enkele keer gezien en constateerden dat hij - verrassend genoeg - een bruikbaar gezichtsvermogen had gekregen.

Zien en afzien

We hebben in één sessie zijn beide ogen geopereerd en Artisanlensjes geplaatst. Het jongetje was de dagen daarna niet of nauwelijks te onderzoeken. En toen we na twee weken uit Bangka vertrokken hadden we een onbehaaglijk gevoel omdat we geen


Een andere bijzondere ervaring was afgelopen jaar toen we (oogarts Michiel Blok en ik) op Bangka waren en daar een blind jongetje met beiderzijds matuur cataract hadden geopereerd. We hadden van te voren al grote twijfels of deze operatie visusverbetering zou geven aangezien we toch vreesden voor een diepe amblyopie. Bij de controle de volgende dag gaf het jongetje nog weinig visuswinst aan. Drie dagen later was het weekend en maakten we een toeristisch uitstapje naar de kust. Onze begeleidster, mevrouw Hafsah, een 75-jarige Chinese dame die redelijk Engels sprak, vroeg ons of

dat aan staar geopereerd was. Maar dat was al een jaar eerder geweest en betrof een enkelzijdig cataract terwijl zijn andere oog altijd goed geweest was. Zo hebben we toch menigmaal voor verrassingen gestaan omdat de communicatie over en weer niet altijd even makkelijk is. De afgelopen keer dat we op Bangka waren hebben we weer veel mensen (jong en oud) met dubbelzijdig matuur cataract gezien en geopereerd en kregen we sterk de indruk dat daar nog heel veel werk ligt voor de komende jaren. Ton Smit

we het huis van het jongetje dat aan cataract geopereerd was wilden zien. We reden er namelijk toevallig langs. Ja, dat wilden we wel. We troffen daar een eenvoudig huisje aan met een paar familieleden van het jongetje die vertelden dat hij op het land aan het werk was. Ze zouden hem wel laten halen. Na een kwartiertje kwam het jongetje op een brommertje aanrijden. Mevrouw Hafsah meldde ons enthousiast dat dat het jongetje was dat aan staar geopereerd was. Wij keken alsof we water zagen branden. Hoe was het mogelijk? Drie dagen geleden nog blind en nu reed hij al zelfstandig op een brommer? Helaas, er bleek een misverstand in de communicatie te zijn. Het was inderdaad een jongetje, van dezelfde leeftijd, Zien en afzien

73


Monika Landesz Oogarts

Als wij niets doen, dan is het maar de vraag wie de mensen dàn helpt. Via mijn collega Wilda Batubara ben ik in 2004 in contact gekomen met de SLAH. De eerste keer dat ik ben mee geweest met een uitzending was samen met Frans Ros in 2005. Dit was ook de eerste keer dat ik naar Indonesië ging en was daarom voor mij een dubbele indrukwekkende ervaring. Alle verhalen over Indonesië, verteld door familie en goede vrienden van mijn ouders, begonnen daardoor meer te leven. Omdat de reis naar Medan, op Sumatra ging, heb ik ook het boek ‘Rubber’ van Madelon Székely-Lulofs meegenomen om daar te lezen. Ik kon me veel beter voorstellen zo ‘op locatie’ wat ongeveer de sfeer was bijna honderd jaar geleden. Wat mij tijdens het werken in Indonesië steeds opvalt, is met hoeveel enthousiasme de lokale verpleging zich inzet tijdens die uitzendingen. Het programma van de dag moet gewoon af, hoe lang het ook duurt. Ook het improviseren om te werken met de weinig middelen die je hebt, maakt dat je een andere denkwijze ontwikkelt in de manier van handelen. Dat heeft ook invloed op mijn werk in Nederland. Als een instrumentje het niet helemaal perfect doet wat ie moet doen, dan verzin ik wel iets om toch door te kunnen werken. Elektriciteit die uitvalt, kleine aardschokken tijdens het opereren, van alles heb ik in Indonesie meegemaakt, maar het werk kon uiteindelijk altijd doorgaan. Tot nu toe heb ik aan twee uitzendingen naar 74

Zien en afzien

Medan en twee naar Bangka meegewerkt, en heb dat met heel veel plezier gedaan. Ik realiseer me iedere keer wat een groot probleem staarblindheid is, en dat er nog veel te doen is om dit wereldwijd probleem met een toch relatief eenvoudige ingreep op te lossen. Ik ben er van overtuigd dat, ook al kan je niet meer dan een honderdtal patiënten helpen per uitzending, het heel nuttig is om dit te blijven doen. Daarom ben ik een voorstander van het meewerken aan projecten zoals de SLAH, want als wij niets doen dan is maar de vraag wie die mensen wel helpt. Dat de SLAH nu alweer 25 jaar bestaat en draait, soms met wat ups en downs, met ieder jaar een aantal uitzendingen is zeker een moment om bij stil te staan en voor de oprichters van de stichting iets om trots op te zijn. Monika Landesz


Zien en afzien

75


Peter Bolmers Oogarts

Indonesië, een land dat je niet los laat

Zoals bij velen van ons, was mijn kennismaking met Indonesië al op jonge leeftijd. Thuis de boeken over Nederlands Indië, verhalen over de oorlog in de Archipel, de Indische literatuur, de economische activiteiten. Daarom gingen wij, Ria en ik, na ons afstuderen eind jaren ’70, met op zak alleen een vliegretour Jakarta en een aantal mogelijke overnachtingsadressen, naar het land om daar twee maanden rond te zwerven. Natuurlijk wel eerst een cursus Bahasa gevolgd en extra voorzichtig zijn want Ria was zwanger (‘Isteri saya hamil’). Overigens was de duidelijk zichtbare zwangerschap een leuke intro voor contacten met de Indonesiërs. Het land liet ons nooit los en toen de kinderen het huis uit waren kwam ik, niet helemaal toevallig, in contact met de SLAH. De eerste uitzending, samen met oogarts Rinald Stout naar Bangka, vond ik geweldig: hard werken, veel opereren en zeer veel waardering van de kant van de mensen. Hoewel wij in het begin wel commentaar moesten leveren op spandoeken aan de gevel van het ziekenhuis, die suggereerden dat alleen de stichting van de heer Agoes

76

Zien en afzien

Soelaiman, samen met de echtgenoten van de politiefunctionarissen op Bangka, alles hadden geregeld, alsof er geen oogartsen waren. Dankzij Agoes en een goede patiënten-triage liep verder alles gesmeerd en elke avond waren wij zijn gast voor het diner waarbij hij ons de keuze liet: “Chinese or Fish”, maar dat maakte niets uit, het smaakte altijd hetzelfde, naar heel veel ketjap manis. In het weekeind maakten we uitjes naar prachtige resorts (Parai). Bij een volgende uitzending, weer met Rinald en met Lieuwe de Vries, naar Ambon, zagen wij op straat verrassend veel verwijzingen naar Nederland. Op personenbusjes vaak Nederlandse namen en wij hoorden verhalen van veel Nederlandse voetballers van Molukse oorsprong. In het Haulussyziekenhuis ervoeren wij wat tegenwerking van een lokale collega, maar wij konden toch ons programma afwerken. Men zegt dat Afrika een virus is dat je niet los laat, maar voor Indonesië geldt hetzelfde. Peter Bolmers


Zien en afzien

77


troebele lenzen

78

Zien en afzien


Wilda Batubara Oogarts

‘Ik geef hen iets,

maar zij geven mij ook iets terug’

elegance,

juli 2009 tekst: Monique van de Sande

Mijn vader was Indonesisch en mijn moeder kwam uit Maastricht. Ik ben geboren op Sumatra. Mijn ouderlijk huis stond op palen. Om 6 uur ’s ochtends hoorde je de pannen rinkelen: dan werd de rijst voor het ontbijt gekookt. Ik was negen jaar toen we naar Nederland kwamen. Alles was helemaal nieuw voor mij; ik sprak geen woord Nederlands. Ik ben iemand die graag met zijn handen werkt en ik houd van priegelwerk. Toen ik geneeskunde ging studeren in Leiden, koos ik voor microchirurgie, en dan kom je al snel uit bij oogheelkunde. Ik werk nu al bijna dertien jaar als oogchirurg, sinds enige tijd met twee collega’s in het Phaco Centrum, onze eigen oogkliniek in Den Bosch. Ik heb altijd de wens gekoesterd om iets te doen voor mijn geboorteland. Zo ontstond het plan om één keer per jaar een aantal weken vrijwillig te gaan opereren in Indonesië. Maar als moeder van drie kleine kinderen kon ik dat plan niet meteen verwezenlijken. Dus zei ik: “Als de jongste twee jaar oud is, ga ik.” Mijn man, die een eigen praktijk als psychotherapeut heeft, stond achter mijn plannen. Toen ik voor het eerst ging opereren in Indonesië, bleef hij achter met drie kinderen van twee, vier en zes. De grootste held blijft thuis, zeg ik altijd. Ik ben al negentien jaar verliefd op hem. Mijn vrijwilligerswerk doe ik vanuit de

Stichting Leer Anderen Helpen, die wordt gerund door enthousiaste oogartsen die pro deo blindheid bestrijden in Indonesië. Wij opereren alleen de allerarmsten, mensen die zelf de ingreep niet kunnen betalen. Afgelopen februari ben ik samen met een OK.-assistent naar de binnenlanden van Sulawesi gereisd. Het kostte tweeëneenhalve dag om in dat afgelegen gebied te komen. De meeste mensen die ik daar opereerde, waren blind geworden door staar. Na zo’n operatie kunnen ze weer goed zien. Ze hebben niet alleen het zicht terug, maar ook hun leven, want ze zijn niet langer van anderen afhankelijk. Ik wil graag mooi en netjes opereren. Daarom nemen we echt alles mee. Vaak ben ik zó bezig met de praktische kant van mijn werk, dat ik me haast niet realiseer wat zo’n operatie voor de patiënten betekent. Mijn kinderen vinden het heel goed dat ik dit doe, al missen ze mij natuurlijk wel als ik weg ben. Ze zeggen: “Die mensen kunnen niets zien, hè? En jij maakt ze weer beter.” Ik onderhoud contact door te sms’en. Ze weten dat ik druk bezig ben en ook onder welke omstandigheden de mensen daar leven, want drie jaar geleden hebben mijn man en ik een sabbatical genomen om met ons gezin een jaar lang naar de binnenlanden van Sumatra te gaan. Dat is een heel arm gebied. Mijn kinderen zijn daar naar school geweest. Ze hebben gezien dat het niet vanzelfsprekend is dat er water uit de kraan komt en dat je elke dag te eten krijgt. Zien en afzien

79


Mijn man vond het geweldig om een jaar naar Indonesië te gaan, omdat hij graag mijn andere kant wilde leren kennen. Hij had maar een half woord van mij nodig en had bij wijze van spreken zijn koffer al gepakt. Als ik in Indonesië ben, wordt er inderdaad een andere kant van mij zichtbaar. Ik spreek accentloos Indonesisch en beweeg me daar heel gemakkelijk. In Nederland kan ik me wel eens onbegrepen voelen. In Indonesië hebben mensen meer tijd voor elkaar, hun houding is er een van openheid. Dat zijn details in de omgangsvormen die ik in Nederland soms mis. Als ik ga opereren in

Indonesië, neem ik vakantie van mijn werk. Mijn collega’s zijn daar makkelijk in. Ze zeggen: “Je moet gewoon gaan, wij regelen het hier wel.” Het is trouwens niet zo dat ik erg welkom ben in Indonesië. Indonesische

80

Zien en afzien


oogartsen zien ons liever gaan dan komen. Ze zijn bang voor concurrentie, maar dat is onzin, want wij opereren alleen mensen die het niet kunnen betalen. Er is ook veel corruptie in Indonesië. Daarmee moet je leren omgaan. Ik heb inmiddels heel wat reizen naar Indonesië gemaakt, maar de laatste was het meest bijzonder, omdat we zo diep in de binnenlanden zaten. Ik leg de patiënten altijd persoonlijk uit wat ik ga doen en dat vinden ze wonderbaarlijk. Indonesische artsen doen dat namelijk niet, die houden meer afstand tot de patiënt. Wat triest is, zijn de mensen die onnodig blind zijn en die

ik niet meer kan helpen. Ze hebben bijvoorbeeld een hoge oogdruk en dat kan verholpen worden met druppels, maar die zijn niet te krijgen of te duur. Als dan het lichtje uitgaat, kan ik niets meer doen. Anderen

zou ik kunnen helpen, maar de apparatuur is er gewoon niet. Elk jaar word ik er dus aan herinnerd dat het niet vanzelfsprekend is dat we in het westen overal over beschikken. Je zou denken dat je het als arts na al die jaren wel zo’n beetje weet, maar ik zie toch elke keer weer gekke ziektebeelden en moet telkens weer nieuwe operatietechnieken verzinnen. Het contact met de patiënten is ook heel bijzonder. Soms gaan ze na de operatie spontaan voor me bidden, soms bedanken ze me huilend, maar we lachen ook veel. Zo was er een patiënt die zei: “Ik weet niet wat ik u als dank moet geven. Ik heb alleen maar een paar sinaasappelboompjes.” Toen zei de o.k.-assistent: “Maar die passen niet in het vliegtuig, hoor!” Er zijn hier wel eens mensen die zeggen: “Leuk dat je die honderdvijftig mensen hebt geopereerd, maar als je weggaat uit Indonesië, is het probleem niet opgelost. Dan zeg ik: “Ik doe het voor die honderdvijftig mensen.” Ik geef hen iets, maar zij geven mij ook iets terug. Ik kom altijd heel gevoed thuis. Ik leer veel van de berustende levenshouding van deze mensen. Zij vechten niet en roepen niet verontwaardigd: “Ik heb daar recht op!” Zij hebben niets en zijn toch tevreden. Zo houden ze mij scherp om te blijven nadenken over hoe ik zelf in het leven sta.’ Wilda Batubara

Zien en afzien

81


82

Zien en afzien


Zien en afzien

83


Sicco thoe Schwartzenberg Oogarts

Agoes, terima kasih banjak

84

Wat een indrukken op Bangka! Zoveel mensen met matuur cataract, ouderen, maar ook jongere mensen met vaak dubbelzijdige ‘legally blinding’ cataract.

Twee en een halve week vol met patiënten, maar ook vol met notabele gasten die op bezoek kwamen, van de lokale politiechef met vrouwelijke agentes tot militairen en

Onder de bezielende leiding van Agoes Soelaiman hebben Monika Landesz en ik in ruim twee weken iets meer dan 150 operaties verricht. Meestal staaroperaties, maar ook enkele pterygia en nastaaringrepen. Agoes had voor deze gelegenheid zijn nichtje Elvira gevraagd om mee te gaan. ‘Vera’ had een tijdje bij haar tante gelogeerd toen ze in Twente studeerde. Zij kende Nederlands en had volgens Agoes toch niets te doen. Voor ons een uitkomst, deze betrokken tolk, om de teksten van de ‘Belanda’s’ te vertalen in het Indonesisch en omgekeerd.

politici. Ieder kon een PR voordeeltje halen uit het project van de ‘operasi katarak gratis’ voor de arme bevolking. En allen wilden ze op de foto. Niet eerder hebben we in zo veel, deels Chinees-talige, kranten gestaan.

Zien en afzien

Indrukwekkend waren ook alle Indonesische poli- en OK medewerkers, hun inzet en enthousiasme voor de operaties en het ontzettend efficiënte polibezoek voor en na de operaties.


En dan was er altijd Agoes, die onmisbaar was voor de organisatie, hij die alle politieke nuances beheerste, waar wij uit Nederland nauwelijks weet van hadden. Met zijn bijna magische handgebaren, vergezeld van wat roepia’s hier en daar, regelde hij van alles, beginnend bij de douane en eindigend…. ja eigenlijk hield het nooit op!

Een onvergetelijke periode, waarbij het vooral mooi was om met hulp van anderen zoveel mensen te kunnen helpen ter voorkoming van blindheid. Sicco thoe Schwartzenberg

“Agoes, geweldig, bedankt, zonder jou was dit project niet mogelijk geweest.”

Zien en afzien

85


86

Zien en afzien


Zien en afzien

87


ivan Gan Oogarts

Groene soep

Met veel plezier denk ik geregeld terug aan de periode 23 oktober tot 8 november 2009. Een team, bestaande uit oogarts Frans Ros, een groep vrijwilligers van de Stichting Samenwerking Vlissingen Ambon (SSVA) onder wie Ronald Elderkamp, Frits Wille, Evelin Haliwela, mijn echtgenote Florence en ondergetekende, buffelde gedurende deze twee weken op een onwaarschijnlijke manier erop los met als resultaat: 211 cataractoperaties, 2 secundaire lensimplants, 1 perifere iridectomie, 1 nastaar discissie, 10 pterygiumexcisies. Dit alles was niet mogelijk geweest zonder de enthousiaste bevlogenheid van het lokale team dat de vonken naar ons deed overslaan. Eén plus één werd zonder moeite de spreekwoorde-

88

Zien en afzien

lijke drie. En de grote winnaars waren de vele Molukse oogpatiënten. Zij kwamen van heinde en verre (ook van andere eilanden!) naar het Otto Kuyk ziekenhuis (‘Otto Kwik’) om zich door ons te laten behandelen. Maar wat mij vooral is bijgebleven, is de verfrissende duik in het zwembad van het logeeradres waar we met het team verbleven. Wat prezen wij ons gelukkig dat wij konden beschikken over zo’n geweldige verkoeling na een lange dag noeste arbeid in de verzengende tropische hitte. En dat de bodem van het zwembad niet zichtbaar was vanwege de groene soep die het bad vulde, maakte onze pret er niet minder om….. Ivan Gan


Zien en afzien

89


Folkert Tegelberg Oogarts

Ver weg van huis van elkaar leren

In de periode van 1993 tot 2009 ben ik diverse keren in Indonesië geweest voor oogheelkunde projecten. Daar heb ik samengewerkt met verscheidene oogartsen en kwam ik in op ver uiteen liggende, boeiende locaties: Medan, Bangka, Papua, Ambon. Het werken gaat daar anders dan in Nederland. Niet alleen wijken de omstandigheden waaronder je werkt af van die in Nederland, maar ook het instrumentarium. Daarbij kwam ook nog het taalprobleem. Maar na een dag hard werken konden we ons ontspannen en genieten van thee, bier en de heerlijke Indonesische maaltijden. Het samenwerken met een andere oogarts was voor mij een zeer goede en leerzame ervaring. Er werd veel gediscussieerd na het werk, niet over voetbal, mooie vrouwen, politiek of auto’s, etc. Nee, de gesprekken spitsten zich toe op het werk waarmee we bezig waren: oogheelkunde. Dat was het moment van goed opletten en nadenken! Want zo kwamen we tot nieuwe ideeën, die vervolgens getoetst en/of uitgeprobeerd werden. Het verbeteren van de logistiek, operatietechnieken en het ‘lean denken’ zijn voorbeelden daarvan. Diverse ziektebeelden kwamen we daar tijdens het werken tegen en deze werden uitvoerig besproken. Weer terug in Nederland was het overleg met het bestuur van de SLAH en de andere oogartsen zeer inspirerend. 90

Zien en afzien

Terugkijkend naar deze ervaringen denk ik weinig aan kennis en vaardigheden naar Indonesië te hebben gebracht. Maar wel hebben wij veel van elkaar kunnen leren. Het zou mooi zijn geweest wanneer deze interactie ook met Indonesische oogartsen had plaatsgevonden. Helaas is dit niet gebeurd. Ondertussen hebben veel armlastige, blinde mensen weer zicht gekregen en daar was ons streven op gericht. Ik ben de Stichting dankbaar voor de kansen die mij geboden zijn. Folkert Tegelberg


Suzy njoo Oogarts

SLAH, een bijdrage aan de kwaliteit van het leven De reden dat ik destijds voor oogheelkunde koos, was om een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van het leven. Wat is er dan beter dan een staaroperatie te doen bij mensen die anders blind zouden zijn geweest? Aangezien ik in Indonesië ben geboren (ik kwam in Nederland toen ik 8 jaar was) lag het voor mij voor de hand ooit in Indonesië mijn hulp aan te bieden. Ik kende meer collegae die door de SLAH werden uitgezonden, maar wilde wachten tot mijn kinderen wat groter waren. Twee jaar geleden ontmoette ik oogarts Wilda Batubara. Zij was de aanleiding om mij daadwerkelijk aan te melden.

Mijn eerste missie was eind 2012 met Siep van der Veen in Mamasa, Sulawesi. Helaas waren de benodigde instrumentaria niet op tijd aanwezig zodat we de mensen moesten teleurstellen. De meesten kwamen van ver, maar desondanks waren ze niet boos dat ze voor niks kwamen. Het leven is hard en men

neemt het zoals het is. Daar heb ik bewondering voor. In plaats van een werkmissie was Mamasa noodgedwongen meer een culturele reis geworden. Zo zijn we getuige geweest van een traditionele ‘begrafenis’. Wanneer een belangrijk persoon overlijdt is het gebruikelijk dat de persoon zittend in een stoel in de traditionele woning wordt opgebaard, omringd door naaste familieleden. We werden hartelijk uitgenodigd mee te eten en te drinken. Ook waren we op een ander moment te gast bij een huwelijksreceptie inclusief uitgebreid eten. Bij beide gelegenheden kenden we uiteraard de desbetreffende mensen niet, maar dat weerhield de familie er niet van ons uit te nodigen. Tijdens ons verblijf in een guesthouse in Mamasa ontmoette ik een NGO medewerZien en afzien

91


ker. Hij stelde voor dat we een keer naar het eiland Sumba zouden gaan; daar waren ook veel slechtzienden. Bij terugkeer in Nederland speelde ik de vraag door aan het bestuur van de SLAH. Enkele maanden later nam Wilda Batubara poolshoogte op Sumba en zo kwam het dat we afgelopen februari met ons tweetjes naar het eiland vertrokken. Zo was uiteindelijk de reis naar Mamasa toch niet voor niets geweest. Deze missie was gelukkig succesvol. We hebben velen kunnen helpen, maar velen ook niet. Er komen in dit soort landen veel traumata voor, met daardoor littekens in het oog waar we helaas niets aan kunnen doen. Heel triest is dat dit vooral jonge mensen treft. Ook is het triest andere ziektebeelden te zien, die in Nederland wel te behandelen zijn maar niet onder deze omstandigheden op Sumba. Op dit soort momenten besef ik dat we aan de goede kant van de wereld wonen en daarmee blij mogen zijn. Hoe mooi is het dat de

92

Zien en afzien

SLAH, hoe klein de bijdrage ook mag zijn, voor de mensen die we hebben kunnen opereren van zeer grote betekenis is geweest…… een echt ‘life changing event’. Ik hoop nog vaker een steentje te mogen bijdragen aan de doelstellingen van de SLAH. Suzy Njoo


Sumba

Zien en afzien

93


Dolf van oostrum arts, ziekenhuisbestuurder en voorzitter SLAH vanaf 2007

Nieuwe wegen, nieuwe mogelijkheden

In 2006 werd ik door Frans Ros, thans al 20 jaar verbonden aan de SLAH, benaderd met het verzoek voorzitter van de SLAH te worden. Frans en ik kennen elkaar vanuit de periode dat ik medisch directeur was van het Utrechtse Diakonessenhuis. Binnen het bestuur van de SLAH naderde een vacature voor een voorzitter daar de voorzitter van het eerste uur, Arnoud Boesten, een betrekking op Aruba had aanvaard per 1 januari 2007. Ik stemde ermee in voorzitter te worden en werd al spoedig na mijn aantreden geconfronteerd met zowel bestuurlijke als operationele perikelen. Allereerst was de financiĂŤle situatie destijds niet erg rooskleurig. Na enkele ruimhartige legaten en substantiĂŤle donaties is dat inmiddels gelukkig minder een probleem ondanks de teruglopende bijdragen ten gevolge van de aanhoudende crisis. Bestuurlijk doemden twee belangrijke vacatures op daar zowel de secretaris (Blankestijn) als de penningmeester (Van Bockel) hun terugtreden aankondigden. De heer Blankestijn die de leeftijd naderde waarop hij statutair moest aftreden, was al 11 jaar in functie en bepaald de spil waarom de SLAH destijds draaide. De heer Van Bockel was sinds 3 jaar in functie en had een andere baan aanvaard.

94

Zien en afzien

Gelukkig vond ik de heer De Rave, met wie ik in Rotterdam gedurende meer dan 10 jaar ziekenhuisbestuurder was, bereid om het penningmeesterschap op zich te nemen. Lastiger bleek het een nieuwe secretaris te vinden doch na een jaar zoeken slaagden we er in de heer Van der Steen als nieuwe secretaris te verwelkomen. Inmiddels is hij opgevolgd door de heer Hulleman. Operationeel doemden ook al snel hindernissen op. Het projectin Medan, het SLAH-project van het eerste uur, ging haperen. Werd jarenlang tweemaal per jaar een team oogartsen naar Medan gezonden, in de laatste jaren voor mijn aantreden lukte dat nog maar eenmaal per jaar om in 2007 geheel op te houden. Oorzaken daarvan waren wisseling van de gouverneur, toenemend verzet van locale oogartsen alsmede de terugkeer naar Nederland van pater Jo Veldkamp die vele jaren werkzaam was in Medan en een grote steun voor de SLAH was. Het tweede bestaande project bij mijn aantreden was op Bangka waar de SLAH sedert 2002 actief is. Ook daar was het jarenlang gewoon om tweemaal per jaar naar Bangka af te reizen met een oogartsenteam. Het werd voor onze locale contactpersonen steeds lastiger om werkvergunningen te verkrijgen waardoor de frequentie tot eenmaal per


jaar werd teruggebracht. Dat is ook nu nog de situatie, waarbij punt van zorg is dat er van de twee contactpersonen er inmiddels een is overleden en de ander al hoogbejaard is. Deze man, de heer Agus, beschikt over goede contacten met voor werkvergunningen relevante ministeries en het is ongewis hoe het met dit project zal gaan als hij zou wegvallen. Daarnaast is er weinig enthousiasme voor ons project bij de plaatselijke oogarts. Een derde SLAH-project, dat gedurende enkele jaren heeft bestaan op Papua, werd in 2001 beëindigd. Op dat moment waren iets meer dan 400 operaties verricht. Het project dat werd gedragen door oogarts Oei, werd voortgezet onder de vleugels van Cordaid. Inmiddels is er een oogkliniek gerealiseerd waar thans één en naar verwachting eind volgend jaar twee Indonesische oogartsen werkzaam zullen zijn. Het bestuur van de SLAH realiseerde zich in 2007 dat iets moest worden ondernomen om het voortbestaan van de stichting veilig te stellen, door nieuwe projecten in Indonesië op te starten dan wel elders in de wereld. Door individuele contacten kwam de SLAH in contact met de Nederlandse dominee Buijs, die al vele jaren actief is in Mamasa op Sulawesi. In 2009 startte de SLAH daar een project dat al in 2013 werd beëindigd door het wegvallen van de steun van zowel de locale autoriteiten als van de oogartsen uit Makassar, die voortaan zelf de zorg voor de armlastige patiënten in Mamasa (8 uur reizen van Makassar) op zich wilden nemen. In 2008 kwam de SLAH in contact met de Stichting Samenwerking Vlissingen-Ambon (SSVA), een samenwerkingsverband tussen de steden Vlissingen, waar veel Ambonezen

woonachtig zijn, en Ambon (stedenband). In het kader van deze stedenband bestaan diverse projecten op uiteenlopende terreinen als toerisme, visserij, onderricht in de Engelse taal, milieuzorg en gezondheidszorg. Binnen het project gezondheidszorg werd de SLAH gevraagd of er de bereidheid was om ook op Ambon een oogheelkundig project op te starten. Met volledige steun van de locale autoriteiten is de SLAH aldaar in 2009 gestart. Aanvankelijk werd tweemaal per jaar een team oogartsen uitgezonden, de laatste 3 jaar is dat nog eenmaal per jaar. Samen met de SSVA, het stadsbestuur van Ambon en de SLAH werd het idee uitgewerkt om op Ambon een oogkliniek te vestigen. De bijdrage van de gemeente Ambon bestond uit het realiseren van het gebouw, het laten opleiden van een locale arts tot oogarts en het beschikbaar stellen van ondersteunend personeel alsmede de inrichting van de kliniek voor zover het geen medische apparatuur betreft. SSVA en SLAH hebben samen zorg gedragen voor de medische inventaris. Ook werd door een Nederlandse architect belangeloos een eerste opzet gemaakt voor deze oogkliniek. In 2011 kregen deze plannen, na overhandiging van het eerste schetsontwerp, vaste vorm. Eerder was al een GGD-arts uit Ambon aangewezen om in het universiteitsziekenhuis te Menado (Sulawesi) de opleiding tot oogarts te volgen. In november 2013 werd de kliniek in het noorden van Ambon stad officieel geopend. In dezelfde periode was er een SLAH team dat ruim 450 mensen onderzocht en bijna 120 operaties in de nieuwe kliniek uitvoerde. De oogarts in opleiding heeft in december 2013 zijn laatste examens gehaald en werd Zien en afzien

95


in februari 2014 als oogarts ingeschreven. De bijdrage van de SLAH aan de oogheelkundige zorg op Ambon zal hierdoor uiteraard van karakter veranderen. De SLAH blijft beschikbaar om hulppersoneel op te leiden, moeilijke patiënten samen met de Indonesische oogarts te helpen, een bijdrage te leveren aan nascholing etc. De SLAH is er trots op samen met de SSVA en de gemeente Ambon een structurele bijdrage te hebben kunnen leveren aan de oogzorg op dit afgelegen eiland. In 2013 werd de SLAH via een individueel contact benaderd om op Sumba een nieuw project op te starten. Uit een verkennend bezoek lijkt het om een kleinschalig project te zullen gaan. Een eerste team is in het voorjaar van 2014 uitgezonden.

Daar onze inspanningen in Indonesië gaandeweg in omvang afnemen en het steeds lastiger blijkt om in dat land nieuwe projecten op te starten (Indonesië is bepaald geen traditioneel ontwikkelingsland meer), bezon het SLAH-bestuur zich de laatste jaren op nieuwe mogelijkheden elders in de wereld al werd Indonesië niet vergeten. Zo hadden we in 2011 contact met zr. Van Paassen die al haar hele arbeidzame leven werkzaam is in Siantar (Noord-Sumatra) en daar een revalidatiecentrum heeft opgericht maar ook anderszins in de gezondheidszorg aldaar actief is. Ondanks haar uitstekende contacten lukte het haar niet om instemming te verkrijgen voor een oogproject. Eenzelfde lot onderging een initiatief van IDN (Indonesië Diaspora Nederland). Ook deze club meldde uitstekende contacten in Medan te hebben doch ook zij slaagden er niet in een oogproject mogelijk te maken. De toekomst van de SLAH zal derhalve elders in de wereld gezocht moeten worden. Zo werd in 2013 uitvoerig gesproken met Hugo Tempelman, een Nederlandse arts die al jaren in Groblersdal, ZuidAfrika, werkzaam is en daar een goed functionerend gezondheidszorgstelsel heeft gerealiseerd. Hij zag graag dat de SLAH aldaar een project zou opstarten omdat er veel behoefte is aan goede oogheelkundige zorg. Ondanks zijn inschatting dat het niet veel moeite zou kosten om de landelijke vereniging van oogartsen alsmede de autoriteiten enthousiast te maken, heeft de praktijk anders uitgewezen. In 2012 kwam de SLAH in contact met Annemarie Wessels, een Nederlandse tropenarts die al ruim 10 jaar werkzaam is in het noorden van Haïti. Samen met haar

96

Zien en afzien


man, een bouwkundige, heeft zij vanuit het niets een kliniek gesticht die als enige voorziening gezondheidszorg levert aan een bevolking van > 100.000 mensen. Zelf doet zij al wat maar in haar vermogen ligt incl. keizersneden en andere operatieve ingrepen. Incidenteel komen specialisten uit Duitsland en de VS die in haar kliniek grotere ingrepen verzorgen. Graag zou zij zien dat de SLAH daar een nieuw project opstart. Daartoe zijn in het voorjaar van 2013 twee SLAH-oogartsen naar Ha誰ti afgereisd om de mogelijkheid van een nieuw project aldaar te verkennen. Hoewel de omstandigheden geschikt zijn om aldaar verantwoord te opereren is de omgeving en het verblijf erg primitief. Bovendien vergt het 3 dagen reizen om er te komen zodat bij een gebruikelijke inzet van twee weken er 2 dagen minder beschikbaar zijn om te kunnen werken. Niettemin is de SLAH voornemens om hier een project op te starten omdat een project op Ha誰ti alleszins aan de doelstellingen van de SLAH voldoet. Nergens op het westelijk halfrond is de armoede groter. Uit bovenstaande moge blijken dat de SLAH niet in rustig vaarwater verkeert. Dat houdt ons alert en gemotiveerd om blijvend te werken aan het realiseren van de doelstellingen die de oprichters destijds voor ogen stonden. Dolf van Oostrum

Zien en afzien

97


uitzendingen:

locatie, artsen en aantallen

Medan en omstreken 1992

1993

1994

1995

1996

1997

1998 1999

2000

98

februari april

van Asdonk | Tjia Oei

september februari juni november februari mei augustus november februari juni september november maart mei

Dubois | de Jong Oei | Ros van Asdonk | Tegelberg Dubois | de Jong van Asdonk | Tjia Oei | Ros Dubois | de Jong Tegelberg Tjia | Oei Dubois | de Jong Tegelberg | van Meurs van Asdonk | Schellekens Tjia | Oei Rol | Ros

juli november februari mei september november augustus november februari mei september november februari juni

Dubois | Ketels Tjia | de Vries Van Asdonk | Oei Tjia | Schellekens Tegelberg | van Meurs Dubois | de Jong Oei | van der Veen Van Meurs | de Vries Dubois | Ketels Tjia | Smit Oei | Ros Buisman | van der Veen Ketels van Asdonk | Tjia

Zien en afzien

aantal

25

Tanjung Pura Kisiran Kabanjahe

83 106 86

Belawan

115 120

Nias

77 130 155

1.000

ste

patiënt

115 110 147 126

P. Sidempuan

115 122

Penyabungan P. Sidempuan Sipirok 2.000ste patiënt Sidikalang

150 127 102 136 148 148 167 151 133

3.000ste patiënt

167 121

evaluatie 1

98 141 78 126


2000 2001

2002

2003 2004

2005

2006

2007

september november februari mei juni november maart april november februari maart februari april september november maart mei juli november febr april oktober oktober

Smit | Schaling Dubois | Ketels Buisman | van der Veen Tegelberg | van der Pol Tjia | Smit Rol | Ros van Asdonk | van Meurs | Teterisa | Bocks Batubara | van der Veen Dubois | Ketels Batubara | van der Veen Dubois | Ketels Dubois | Ketels Batubara | van der Veen Stout | de Vries Rol | Ros Dubois | Ketels Landesz | Ros Schaling | Hwan Batubara | Sere Dubois | Ketels Batubara | van der Veen De Jong | Landesz Batubara | van der Veen

146 152

4.000ste patiënt

154 157 19

endophthalmitis evaluatie 2

43 48 97 129 124 136 136

5.000ste patiënt

152 140 66 170 128 131 148

6.000

ste

patiënt

135 145 138 167

totaal

Papua

6.495

aantal

november 1999 september 2000 april oktober 2001 juni

Oei | Dubois Tjia | van Asdonk Oei | Ros Tegelberg | van Meurs Tjia | Smit

2001

start Hian Oei Dian Harapan

1995

juli

exploratie start

39 54 216 132 95

totaal

536

Zien en afzien

99


Bangka 2002 maart november

aantal

Tjia | Smit

99

Tjia | Smit

43

2003 april oktober

Tjia | van Asdonk

59

2004 november 2005 februari

van Asdonk | Smit

83

Buisman | van der Veen

62

2005 november 2006 november

Stout | Tegelberg

94

Smit | Blok

114

2007 april oktober

Stout | Seré

105

Smit | Blok

132

2008 oktober 2009 oktober

De Jong | Landesz

116

Bolmers | Stout

125

2010 oktober 2011 november

Dubois | Ketels

136

Blok | Smit

156

2012 november 2013 oktober

Landesz | Schwartzenberg

157

Blok | Smit

157

Smit | Blok

106

totaal

1.744

Ambon                     in samenwerking met SSVA                                  aantal 2009 febr

2009 oktober 2010 maart 2011 november 2013 november

Dubois | Smit | Tegelberg R en J Elderkamp | Eveline Inge | Jacques | Marco Ros | Gan | Elderkamp | Haliwela | Creijghton | Wille Blok | Rulo | Smit | De Lima

308

221 236

Bolmers | Stout | de Vries

98

Dubois | Ketels

113 totaal

976

Haïti                                                                                            aantal 2013 april 100

Zien en afzien

Dubois | de Jong

exploratie, werkbezoek

0


Mamasa                                                                                     aantal 2009 februari 2010 februari 2011

februari

2012 november 2013 februari

Batubara | Huybers

78

Batubara | Huybers

161

Batubara | van der Veen

102

Njoo | van der Veen

0

instrumentaria te laat

Batubara | Knijn

32 totaal

373

Sumba                                                                                         aantal 2014 februari

Batubara | Njoo

114

Personen in cursief zijn medische professionals, die onze oogartsen ondersteunen op locatie.

Aantallen operaties per locatie 10.238

Haiti

10.000

Sumba

9.000

Papua

8.000

Mamasa

7.000

Ambon

6.000 5.000

Bangka Medan

4.000 3.000 2.000 1.000 0

Zien en afzien

101


Wie ging wanneer, waar heen? 1992

1993

1994

1995

1997

1999

2000

2000

Wilda Batubara 2002

2003

2004

2005

2006

2007

2009

2010

Michiel Blok 2003

2006

2007

2010

2011

2013

Peter Bolmers 2009

2011

Nico Buisman †

1999

2001

2005

Frits Dubois

1992

1993

1994

1995

1995

1996

1997

1999

Paul van Asdonk

Ivan Gan 2009 Siong Hwan 2005 Nynke de Jong

1992

1993

1994

1995

1997

2006

2008

2013

Huub Ketels

1996

1999

2000

2000

2002

2003

2004

2005

Monika Landesz 2005

2006

2008

2012

Jan van Meurs

1995

1997

1998

2000

2002

Suzy Njoo

2012

2014

Hian Oei

1992

1993

1994

1995

1995

1996

1997

1998

Ruud van der Pol

2001

Maarten Rol

1996

2001

2004

Frans Ros

1993

1994

1996

1999

2000

2001

2004

2005

Alex Rulo

2010

2002

2003

2004

Erik Schaling 2000

2005

Peter Schellekens

1995

1997

Sicco thoe Schwartzenberg

2012

Maribel Seré 2005

2007

1999

2000

2001

2001

2002

Rinald Stout 2004

2005

2007

2009

2011

Folkert Tegelberg

1993

1994

1995

1997

2000

2001

2005

2009

Donald Tjia

1992

1994

1995

1996

1996

1997

1999

1999

Siep van der Veen

1998

1999

2001

2002

2003

2004

2005

2006

Lieuwe de Vries

1996

1998

2004

2011

Ton Smit

102

Zien en afzien


2002

2003 2004

2011

2013

2014

2000

2002

2003

2006

2010

2013

1999

2000

2001

2004

2005

2006

2009

2010 2013

2013

2009

Medan Papua 2006

2007

2009

2010

2011

2013

Bangka Ambon Mamasa

2000

2001

2002

2007

2011

2012

2002 2003

Haiti Sumba Zien en afzien

103


voorzitter

Arnoud Boesten

secretaris:

Jaap van der Pol

ambtelijk secretaris:

Saskia Oudgenoeg

penningmeester:

Justus Hollander

leden:

Donald Tjia

2001

2000

1996

1995

1992

1989

Bestuur SLAH door de jaren heen

Anton Blankestijn

Jan Wisselink

Hian Oei Paul van Asdonk

104

Zien en afzien

2001

2000

1996

1995

1992

1989

Ton Smit


2014

2013

2011

2009

2008

2007

2005

2003

Dolf van Oostrum Gert van der Steen

Tontijn Hulleman Chantal Baayens

Burg de Rave

Eduard van Bockel Monika Landesz Frans Ros

2013

2011

2009

2008

2007

2005

2003

2014

Frits Dubois

Wilda Batubara

Zien en afzien

105


106

Zien en afzien


Dankwoord Dank aan alle auteurs voor de prompte reacties, suggesties en kritische opmerkingen. Ik ben blij dat ze naast hun drukke werkzaamheden de rust en de tijd hebben genomen om een bijdrage aan dit unieke boek te leveren. Zonder de onvoorwaardelijke steun van Anton Blankestijn zou dit lustrumboek hoogstwaarschijnlijk niet op tijd klaar gekomen zijn. Toen ik hem van mijn voornemen op de hoogte bracht bood hij spontaan zijn hulp aan. Anton heeft de redactie van alle artikelen op zich genomen en deze, waar nodig, geredigeerd. Zijn enthousiaste op- en aanmerkingen, opbouwende kritiek en suggesties zijn mij tot grote steun geweest bij de voorbereidingen. Margreet van Heel (Uitgeverij Helium) heeft er met haar enthousiasme en creativiteit voor zorg gedragen dat dit boek uiteindelijk is geworden zoals het me voor ogen stond. Frans Ros mei 2014

Zien en afzien

107


Colofon Zien en afzien is een uitgave ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan van de Stichting Leer Anderen Helpen (SLAH). Deze Stichting is in 1989 opgericht om blindheid in Indonesië te bestrijden. De SLAH werkt uitsluitend met volledig onbezoldigde vrijwilligers.

Dit boek kwam tot stand met medewerking van Frans Ros, Anton Blankestijn, Ton-Tijn Hulleman, Jo Veldkamp, Margreet van Heel en financiële steun van Abbott Medical Optics. Teksten:

(oud) bestuurders van de Stichting en deelnemende oogartsen.

Fotografie:

Deelnemende oogartsen

Ontwerp en uitvoering:

Margreet van Heel (Helium, grafische vormgeving)

Druk:

Scan Laser

ISBN: 9-978-90-79841-06-6

Uitgeverij Helium Uitgeverij Helium

© 2014 Stichting Leer Anderen Helpen

www.slah.nl

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar worden gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopiën, opnamen op op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Stichting Leer Anderen Helpen.

Stichting Leer Anderen Helpen Eilandspolder 8 3825 JH Amersfoort SLAHinfo@gmail.com www.slah.nl Donaties: NL02INGB0006037652


De Stichting Leer Anderen Helpen heeft sinds haar oprichting in 1989 al meer dan 10.000 oogoperaties uitgevoerd bij min-vermogenden in IndonesiĂŤ. Op locaties in Medan en op Papua, Bangka, Ambon, Sulawesi en Sumba, zijn meer dan twintig Nederlandse oogartsen belangeloos aan het werk geweest. In dit boek komen hun verhalen en foto's samen. www.slah.nl

ISBN 978-90-79841-06-6

www.uitgeverijhelium.nl 9 789079

841059

Profile for Uitgeverij Helium

Zien en afzien  

De Stichting Leer Anderen Helpen heeft sinds haar oprichting in 1989 al meer dan 10.000 oogoperaties uitgevoerd bij min-vermogenden in Indon...

Zien en afzien  

De Stichting Leer Anderen Helpen heeft sinds haar oprichting in 1989 al meer dan 10.000 oogoperaties uitgevoerd bij min-vermogenden in Indon...

Advertisement