Issuu on Google+

Dertien kilo

thriller

Fred van den BergH 


Dertien kilo

1


2


Dertien kilo

3

thriller

Fred van den BergH 


1

Een nieuw muntstukje van vijftig eurocent redde Victor Van Sant het leven. Bij het verlaten van het bankgebouw zag hij het gouden cirkeltje schitteren op het trottoir. Hij keek snel om zich heen en bukte zich om het op te rapen. Een kogel uit een halfautomatische SR75 trof Georges Van der Keelen pal in de rechterslaap. Het projectiel desintegreerde met explosieve kracht in zijn hersenpan en lanceerde van daaruit een lichtroze brij van bloed en hersenen in de lucht. Tegelijk weerklonk een enorme knal. De impact was immens. Van der Keelen werd letterlijk tegen de tralies voor de glazen toegangsdeur gesmakt. Een tweede kogel trok een felrode streep dwars over Van Sants nek en verbrijzelde beide panelen 5


van de deur. Een vrouwelijke klant, die versteend was blijven staan met de klink in de hand, incasseerde een regen van glasscherven en op slag veranderde haar gezicht in een bloederige brij. Voorbijgangers wat verderop stoven luid gillend uit elkaar. Van Sant bleef onbeweeglijk op de grond liggen naast het lichaam van Van der Keelen. Hij beefde over heel zijn lichaam en ademde met schokjes. Een derde schot bleef uit. Toen hij een minuut later het geloei van een politiesirene hoorde, was hij compleet in shock. Mark Van Goethem zat achter zijn bureau toen hij de schoten hoorde. Hij voelde het bloed uit zijn gezicht wegtrekken. ‘Een overval!’ schoot hem direct door het hoofd. De angstdroom van elke bankdirecteur. Van Goethem weerstond de impuls om naar beneden te rennen. Hij pakte zijn telefoon en tikte met trillende vingers het nummer van de receptie. Toen hij de bezettoon hoorde was hij blij dat hij even de tijd kreeg om na te denken.

6


Ben Gates sloot het raam en trok het gordijn weer op zijn plaats. Hij hurkte neer met zijn rug tegen de muur en overdacht de ramp. Dit was zijn eerste falen in een lange rij successen. In zijn vak moest het vroeg of laat wel eens misgaan, maar hij had die mogelijkheid altijd ver voor zich uitgeschoven. In eerste instantie dacht hij aan geld. Hij had een contract met een “no cure no pay�-clausule en daar zou hij zich aan houden. De 25.000 euro voorschot zou hij moeten terugbetalen. Naar het saldo kon hij uiteraard fluiten. Niet dat het veel uitmaakte voor Gates: dit fiasco zou nauwelijks invloed hebben op zijn banktegoeden. De onkosten die hij had gemaakt, tot vandaag 5.535 euro, zou hij niet teruggeven. Dat was de uitdrukkelijke afspraak. Gates vroeg zich af of het veilig was om aan zijn bank te vragen om het geld zomaar terug te storten. Hij schudde gefrustreerd het hoofd. Er waren dringender dingen te doen. Gates demonteerde de SR75, omwille van zijn dodelijke accuraatheid een zeer geliefd geweer van de Special Forces in Irak, in een 7


tijdspanne die niemand kon evenaren. Hij had wekenlang geoefend tot hij tevreden was met het resultaat. Het vizier borg hij voorzichtig op in een gewatteerd compartiment van zijn reistas. Gates had die extra uitrusting speciaal laten maken bij een oude kennis, want normaal heeft zo’n wapen geen scope. Die investering was al lang terugverdiend. De sluipschutter pakte zijn reistas op en keek even om naar het oude vrouwtje dat op de zetel lag. Het leek of ze sliep. Hoewel, haar hoofd lag wel in een vreemde positie ten opzichte van haar nek. Ze had Gates zomaar binnengelaten toen hij eerder op de dag had aangebeld. Haar verstikken met het gebloemde kussen op de zetel had toch drie minuten geduurd. Hij wilde zekerheid. Ze had niet tegengesparteld. Ben Gates was ervan overtuigd dat hij een daad van barmhartigheid had verricht. Ze had toch maar op haar dood zitten wachten. Ze was die dag in het zwart gekleed, heel gepast op haar sterfdag.

8


Gates liep naar de deur, maar keerde op zijn stappen terug. Hij liep snel naar de keuken en zette de vier gaskoppen van het ouderwetse fornuis in de hoogste stand. Het gas siste rijkelijk uit de openingen. Hij hing zijn tas aan de draagriem om zijn schouder, opende de voordeur op een kier en tuurde in de gang. Er was niemand te bespeuren. Geruisloos liep hij de trap af. Aan de overkant van de straat had zich al een aantal ramptoeristen verzameld. De massa groeide zienderogen aan. Er werd geduwd en getrokken om een goed plaatsje te bemachtigen. De politie had het niet gemakkelijk om de menigte op afstand te houden. Enkele agenten begonnen de plaats van de misdaad af te spannen. Gates stak zijn handen in zijn zakken en liep zonder haast als enige in de andere richting. Halverwege de Eikenstraat trok hij zijn lederen handschoenen uit. Onopgemerkt en ongehinderd verdween de huurling in de anonimiteit van de stad. Georges Van der Keelen was de man op de verkeerde plaats op het verkeerde moment geweest. Hij was twee maanden eerder met 9


pensioen gegaan, op zijn zestigste, de gebruikelijke leeftijd voor werknemers in het metaalbedrijf waar hij gewerkt had. Drie jaar eerder was zijn vrouw onder een vrachtwagen terecht gekomen. Een dodehoekongeval dat haar hoofd in een pannenkoek had veranderd. Georges had maar heel kort om haar gerouwd. Ze had zijn leven bedorven met haar extreme gierigheid en afkeer van seks, en zijn kersverse status van weduwnaar bood hem ongekende mogelijkheden. Over kinderen was er tijdens het huwelijk nooit gesproken, dat was ook al taboe geweest. Volgens de statistieken had hij nog een levensverwachting van achttien jaar. Van der Keelen had besloten om de verloren tijd na zijn pensionering ruimschoots in te halen. Het geld van een groepsverzekering, de uitkering na het ongeval, een flink aangegroeide serieuze erfenis van zijn ouders en het geld dat zijn vrouw had opgepot hadden de spaarrekeningen doen opzwellen, en daar zou elke maand nog netjes zijn pensioen bijkomen. Het saldo bedroeg bijna een miljoen euro. Niet slecht geboerd voor een onderhoudstechnicus met een diploma 10


van de beroepsschool. Georges Van der Keelen was heel rijk naar zijn eigen maatstaven. Hij moest er nog aan wennen, maar hij had al uitgerekend dat hij voortaan 150 euro extra kon uitgeven, per dag! Zijn accountmanager bij de Fortisbank had dat sommetje blijkbaar ook gemaakt, want die had hem persoonlijk opgebeld om hem uit te nodigen om over zijn plannen te komen praten. Dat telefoontje was hem fataal geworden. Commissaris Eddie Delfosse en zijn adjunct Marc Goossens arriveerden een kwartier later in hun tien jaar oude bruine Ford Mondeo. Van Lierde, een bonkige agent die ter plekke de leiding had over het afspannen van de plaats van de misdaad en het kalmeren van de getuigen in de bank, herkende de commissaris en stapte op hem af. Hij kwam onmiddellijk ter zake. ‘Op het trottoir één dode man en een tweede man, mogelijk een klant, lichtgewond en in shock. Eén zwaargewonde vrouw in de bank. Twee schoten, waarschijnlijk afgevuurd vanaf de overkant. De tweede man heeft een licht schampschot aan de nek. De klanten in de 11


winkels aan de overkant hebben niets opgemerkt, niemand zien wegrennen. Ook van de voorbijgangers heeft niemand zich als getuige gemeld.’ Delfosse veegde zijn van nature norse uitdrukking van zijn gezicht en knikte goedkeurend. Van Lierde had zijn best gedaan. ‘De vrouw en de man zijn naar het Middelheimziekenhuis overgebracht. Ik heb hun identiteit kunnen noteren. Hun namen staan niet in de databank.’ De agent overhandigde een papiertje aan Delfosse, die het zonder er zelfs maar een blik op te werpen doorgaf aan zijn adjunct. De commissaris stapte een beetje stuntelig over het lint, op de voet gevolgd door de veel soepeler bewegende Goossens. Het hoofd en de romp van het dode lichaam waren bedekt met een wit doek. Hij tilde het bij een hoek op en bestudeerde de verbrijzelde schedel. Goossens keek mee. ‘Groot kaliber. Simpel klusje voor de wetsdokter’, zei hij overbodig.

12


‘Twee schoten, hè…’, zei Delfosse, tegen niemand in het bijzonder. Hij krabde over zijn schedel. Dat deed hij altijd als hij nadacht. ‘Lijkt sterk op een professionele klus. Maar waarom een tweede schot? Dat geeft de indruk dat de verkeerde persoon is neergeschoten.’ Goossens keek vol bewondering naar zijn chef. Delfosse keek speurend naar de overkant van de winkelboulevard, maar daar zag hij niets ongewoons. Dat verwachtte hij ook niet. Op de benedenverdiepingen bevonden zich uitsluitend winkels, maar de appartementen daarboven waren grotendeels onbewoond of in gebruik als opslagplaats. De schoten waren waarschijnlijk vanuit een van die bovenverdiepingen afgevuurd. Zelf zou Delfosse een verdieping uitgekozen hebben boven de Swarovskiwinkel, met onbelemmerd zicht op de bank. Welke, dat kon hij onmogelijk zeggen zonder de uitslag te kennen van het ballistisch onderzoek. Het uitkammen van de gebouwen in de buurt moest nog even wachten. Het was een drukke 13


koopdag en hij wilde de buurt niet afgrendelen. Het zou klachten regenen, en vermoedelijk was de dader geen amateur: die had zich al lang uit de voeten gemaakt. Er bestonden andere mogelijkheden om hem op te sporen. ‘Goossens, stuur een paar mannetjes naar het Middelheim. Er mag die gewonde man niets overkomen. Permanente bescherming totdat we meer weten. En zet er wat spoed achter. Elke seconde telt.’ De adjunct haalde zijn mobieltje uit zijn zak en tikte een nummer in. Hij wilde nog een opmerking maken, maar bedacht zich. Intussen was het forensische team aan de slag gegaan. Ook vanuit het samentroepende publiek achter de roodwitte linten flitsten er digitale camera’s. Tegelijk met de wetsdokter arriveerden de zendwagens van vrt en vtm. De commissaris vloekte toen hij de witgelakte schotelantennes opmerkte. Toch bewonderde hij hen onwillekeurig omwille van hun perfec-

14


te timing. De chauffeurs van die busjes lapten duidelijk alle verkeersregels aan hun laars. De spichtige wetsdokter Verstraeten gunde Delfosse geen blik, maar sprak vlotjes met diens adjunct. ‘Aha, wat hebben we hier? Een moord bij klaarlichte dag in de drukste winkelstraat van Antwerpen? Zoiets hebben we al lang niet meer gezien.’ De commissaris en de wetsdokter spraken al een jaar niet meer met elkaar. Sinds Delfosse eens hardop een opmerking had gemaakt over de capaciteiten van de dokter, was de verstandhouding tussen hen bekoeld. Ze waren allebei zo koppig, dat hun stilzwijgende ruzie nog lang kon aanslepen. Intussen was de politie klaar met het werk in de bank zelf en hadden veiligheidsmensen de zwaar getraliede toegangspoort gesloten. Aan de tralies van de toegangsdeur was een bord bevestigd met de nietszeggende tekst “Tijdelijk gesloten wegens omstandigheden”. Een mannetje van de veiligheidsdienst had voor de deur postgevat en stond met zijn rubberzolen in de 15


zee van glasscherven op het trottoir. Delfosse had intussen ook de naam en het adres van de neergeschoten man laten intikken in de boordcomputer van de Mondeo. Het resultaat was negatief. Op het scherm was zelfs geen onbetaalde verkeersboete verschenen. Voor Delfosse was het evident dat de schutter geweten had dat zijn doelwit op dit uur op deze plek aanwezig zou zijn. Had de man die hij wilde neerschieten de bank pas verlaten of had hij net willen binnengaan toen hij werd neergeknald? De commissaris opteerde voor de eerste mogelijkheid. Hij besloot de bankdirecteur een paar vraagjes te gaan stellen. Twee journalisten die ongegeneerd onder het lint waren gekropen en met microfoons in de hand op hem afkwamen, verwees hij door naar Goossens. Het was de regel dat de hoogste in rang met de media praatte, maar Delfosse zondigde steevast tegen die procedure. Hij lag allang niet meer wakker van een opmerking meer of minder in zijn jaarlijks evaluatierapport.

16


De commissaris haastte zich naar de ingang van het bankgebouw. Door het traliewerk zag hij het personeel binnen druk in de weer met het wegvegen van glasscherven. Intussen was zijn humeur er stukken op vooruitgegaan: deze zaak was een welgekomen afwisseling na de eindeloze reeks saaie familiedrama’s die hem de laatste maanden te beurt was gevallen. ‘Commissaris Delfosse. Ik wil de directeur spreken.’ Hij wuifde met zijn legitimatiepenning. De geüniformeerde bewaker voor de toegangsdeur aarzelde. ‘Nu direct, als het even kan’, voegde Delfosse er ongeduldig aan toe. De gorilla haakte een microfoon van zijn jas. ‘John, kun je de poort openen? Iemand van de politie wil naar binnen.’ Er klonk een zoemend geluid en de poort gleed open. Delfosse stapte de imposante hal binnen zonder de man nog een blik te gunnen. De juffrouw achter de receptiebalie zag er maar bleekjes uit.

17


‘Commissaris Delfosse. Ik wil de directeur spreken.’ ‘Meneer Van Goethem wil nu niet gestoord worden. Kan ik een afspraak noteren op een latere datum?’ Delfosse had moeite om zijn kalmte te bewaren. ‘Juffrouw, als ik binnen de minuut niet bij de directeur sta, laat ik hem door vijf agenten uit zijn kantoor sleuren en in een combi stoppen. Ziet u de beelden al in het avondjournaal?’ Hij staarde haar aan zonder met de oogleden te knipperen. Het onthaalmeisje werd nog iets bleker. Delfosse kon het niet laten er nog een schepje bovenop te doen. ‘Obstructie van het onderzoek heet dat in ons vak. Dat kan nare gevolgen hebben.’ Het meisje graaide de hoorn van de telefoon en tikte vier nummers in. ‘Een commissaris Delfosse vraagt een onderhoud.’ Delfosse boorde haar de grond in met zijn blik. ‘Neen, nu, hij wenst geen afspraak.’ 18


Het bleef even stil aan de lijn. Delfosse begon met zijn vingers op het blad van de balie te trommelen. Ze verbrak de verbinding en wees naar een trap achterin de hal, maar gaf zich nog niet gewonnen. ‘Ik zal u naar zijn kantoor begeleiden. Mijnheer Van Goethem vraagt wel of u het kort wil houden. Hij heeft, gezien de speciale omstandigheden, nog een drukke agenda.’ Delfosse dacht dat hij zou ontploffen. Die trut had zijn goede humeur alweer in rook doen opgaan. Hij had haar kwebbelende strot met vreugde één minuutje dichtgeknepen… maar toen hij achter haar aan de trap opklom, kon hij niet nalaten, naar haar welgevormde kuiten te staren. Zwijgend namen ze de lift naar de derde verdieping. Een lift spoort niet aan tot conversatie. Het kantoor van de directeur lag recht tegenover de toegang tot de lift. Op de deur hing een koperen plaatje met daarop “Mark Van Goethem” gegraveerd. Ze drukte op de bel. Die gasten zijn mij hier aan het kleineren, 19


dacht Delfosse toen het tergend lang duurde vooraleer de deur open klikte, maar dat zal niet pakken. Zijn begeleidster liet hem niet voorgaan. Achter de eerste deur bevond er zich nog een tweede die gecapitonneerd was. De gebruikers van dit kantoor hielden duidelijk niet van luistervinken. De heer Van Goethem stond op, kwam van achter zijn bureau vandaan en gaf de commissaris een flauw handdrukje. ‘Mark Van Goethem’, zei hij overbodig. De bankdirecteur was een afgeborsteld individu. Delfosse schatte hem niet ouder dan veertig. Hij maakte met zijn dure merkkleren niet de minste indruk, integendeel. ‘Een intrigant of een vaderszoontje,’ dacht hij, ‘of beide.’ ‘Commissaris Delfosse, gaat u toch zitten.’ Van Goethem wees op de lage zetel voor het bureau. ‘Dank je Eva, je kunt gaan. Vergeet mijn chauffeur niet te verwittigen dat ik een kwartiertje te laat kom.’ Arrogante zak, dacht Delfosse. 20


‘Ik vrees dat ik over een kwartier naar Brussel moet. Ik hoop op enig begrip voor de situatie.’ Dat ‘je’ aan het adres van Eva was de politieman niet ontgaan, en hij noteerde ook hoe Van Goethem routineus naar haar benen en kont keek toen ze zich omkeerde om het kantoor te verlaten. De gluiperd wist zijn personeel wel te kiezen. De commissaris monsterde de directeur. De man had al op drie manieren te kennen gegeven dat hij het bezoek van de politie niet apprecieerde. ‘Kan ik u iets aanbieden, commissaris? Whisky, cognac? Of liever toch een koffie?’ ‘Cognac.’ Hij keek op zijn horloge. Het was nog wat vroeg om aan de borrels te beginnen maar Delfosse vond het prettig om de bank op kosten te jagen. De arrogante blaaskaak was tijd aan het winnen, maar daar zou hij wel snel mee afrekenen. Van Goethem opende een paneel in de wandkast achter hem die een hele muur bestreek. Er floepte licht aan in de kast en een rijkelijk gevulde bar werd zichtbaar.

21


‘Vanaf een bepaald niveau is het geen probleem om alcohol te schenken aan politiemensen. En blijkbaar ook niet om alcohol te schenken op de werkvloer’, zei Delfosse. ‘Een privilege van het hogere kader. Enkel voor belangrijke klanten.’ Slijmbal, mompelde Delfosse binnensmonds. Hij dacht aan de fles wodka, die hij verborgen hield onder een stapel dossiers in een van de laden van zijn bureau. Voor noodgevallen. In het leven van een politieman is er elke dag wel een noodgeval. Van Goethem vulde een groot cognacglas. De fles was van een duur ogend merk dat de commissaris niet kende. Het werd tijd om de eerste vraag af te vuren. ‘Ik wil een lijst met de namen en adressen van alle personen die vanmorgen een afspraak hadden in de bank, met de tijdstippen van de afspraken.’ De directeur zette het glas neer op de rand van het bureau. Hij dacht koortsachtig na. Van Sant was een belangrijke aandeelhouder van de bank, een privé-investeerder met twee en een half procent van de aandelen, wat volgens 22


Van Goethem een kleine vier miljard euro vertegenwoordigde, gerekend aan de koers van vandaag. In het hele land en in de rest van de wereld waren er maar enkele mensen die toegang hadden tot deze informatie en hij was een van deze uitzonderingen. Deze wetenschap lag immers niet zomaar voor het grijpen. De financiële constructie die ze verborg was zodanig complex dat de naam Van Sant op geen enkele manier aantoonbaar kon gelinkt worden aan de bank. Het feit dat de miljardair naar het ziekenhuis was gevoerd voor hij ook maar één woord met hem had kunnen wisselen, dreef hem in het nauw. Hij wist niet of Van Sant een of ander identiteitsbewijs bij zich had. Elke gewone burger moet zijn siskaart in het ziekenhuis afgeven, maar Van Sant was geen gewone burger. Van Goethem twijfelde er geen ogenblik aan dat Van Sant het doelwit van de aanslag was geweest. De dag en het uur van de afspraak klopten perfect. ‘Over de identiteit van onze klanten zijn wij zeer discreet, commissaris. Zonder offi23


cieel verzoek kan ik uiteraard niet doen wat u vraagt. Ik volg gewoon de formele regels van de bank.’ Delfosse kon zijn oren niet geloven. De gluiperd was niet van plan om ook maar het minste sprietje medewerking te verlenen. Het was moeilijk, maar hij speelde het klaar om zonder stemverheffing te zeggen: ‘Een van de gewonden is naar het ziekenhuis gebracht. Was hij een klant of een toevallige voorbijganger?’ ‘Dat weet ik niet. Kunt u die man niet ondervragen? U hebt mij toch niet nodig om zijn identiteit te achterhalen!’ ‘Beste man, u schijnt niet te begrijpen wat hier aan de hand is. Een sluipmoord op klaarlichte dag in de drukste straat van Antwerpen, met een dode en enkele zwaargewonden. In dit onderzoek zal niemand of niets gespaard worden, en dat begint hier en nu. Capice?’ Van Goethem begreep het maar al te best. Hij besefte dat hij de commissaris niet langer voor het hoofd kon stoten. ‘Goed dan, we zullen onze goodwill tonen.’ De directeur pikte de hoorn van zijn telefoon op, gaf mompelend een paar onbegrijpe24


lijke instructies en wendde zich opnieuw tot Delfosse. ‘De lijst zal beneden klaarliggen aan de balie. De persoon die op het ogenblik van het incident de bank verliet, was de heer Van Sant, een klant van onze bank.’ Delfosse drong niet verder aan. Voor het ogenblik wist hij genoeg. Hij keek al uit naar een gelegenheid om op zijn beurt dit strontdirecteurtje te vernederen. Hij stond op, grommelde iets onverstaanbaars, en maakte aanstalten om te gaan. Toen viel zijn blik op het glas cognac dat hij onaangeroerd had laten staan. Hij pikte het op en goot de gouden vloeistof in één teug naar binnen. In zijn haast verslikte hij zich. De alcohol brandde in zijn neus, keel en slokdarm. In een onbedwingbare reflex proestte hij het grootste deel er weer uit. Van Goethem keek vol afgrijzen naar de mist van cognac die op het glanzende lederen bovenblad van zijn bureau neerdwarrelde. Delfosse hoestte onbedaarlijk voort in zijn zakdoek. Toen hij aanstalten maakte om met dezelfde zakdoek het bureau schoon te vegen, zag hij door zijn half dichtgeknepen wimpers 25


dat Van Goethem zowat ter plekke een hartaanval kreeg. ‘In hemelsnaam, commissaris, laat dat toch. We zullen de boel wel opruimen.’ Hij keek Delfosse aan alsof hij persoonlijk verantwoordelijk was voor alle bankencrisissen en wanbetalers waarmee de bank had af te rekenen. De commissaris droop af als een student die een beschamend slecht examen had afgelegd.

26


Dit proefhoofdstuk van Dertien kilo wordt gratis verspreid. Dertien kilo van Fred Van den Bergh vindt u vanaf 6 september 2011 in uw boekhandel: â‚Ź19,99, 155 x 240 mm, 288 blz., isbn 978 90 209 9222 9.

www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Tekst: Fred Van den Bergh Omslagontwerp: Jef Boes Vormgeving: Studio Lannoo Als u opmerkingen of vragen heeft, dan kunt u contact opnemen met onze redactie: redactielifestyle@lannoo.com ŠUitgeverij Lannoo nv, 2011 nur 332 isbn: 978 90 209 0240 1 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


LEES OOK DE ANDERE LANNOOTHRILLERS

kortingsbonnen 29


vanaF 26 oktoBer in De BiosCooP

oVeRsPeL In het Gentse wordt een garagehouder bijzonder brutaal overvallen. Inspecteur Hannah Maes krijgt de zaak in de schoot geworpen en ontdekt dat de overval geen alleenstaand geval is. En is het wel een zedenzaak? Is het toeval dat het evenementenbureau van Caroline Rosier voor alle slachtoffers werkte? Welke rol speelt de mooie Russin Irina?

vanaF 20 sePteMBer in30UW BoekHanDel


in gods naam

€ 19,95

Een jonge vrouw wordt op een avond in elkaar geslagen en brutaal verkracht in een parkeergarage in Gent. Ze beslist het stil te houden, maar dat verandert wanneer er een vreemde brief in haar bus belandt. Kent de verkrachter haar adres? Wat betekenen de Bijbelse verwijzingen in de brief ? Moet ze de mannen in haar omgeving wantrouwen of is de verkrachter een volslagen vreemde?

€ 2,50 KOrting

ISBN 978 90 209 8685 3

WB: CODE 37 - IN GODS

Deze bon geeft in de periode van 15/08 t.e.m. 31/12/2011 recht op 2,50 € korting op het vermelde boek. Niet cumuleerbaar met andere kortingen en/of promotionele acties.

9 820838 292504

Code 37® is a trademark of The Vlaamse Media Maatschappij – licensed by VMMa Line Extensions

honden

€ 19,95

Uit gynaecologisch onderzoek blijkt dat een meisje van acht seksueel misbruikt werd, maar het kind zwijgt als vermoord. Sterker nog, ze lijkt niet te beseffen dat er iets met haar gebeurd is. De moeder dient een klacht in tegen onbekenden bij de Gentse Sectie Zeden, maar voor Hannah Maes en haar collega’s lopen alle sporen al snel dood.

€ 2,50 KOrting ISBN 978 90 209 9222 9

WB: CODE 37 - HONDEN

9 820838 302500

Deze bon geeft in de periode van 15/08 t.e.m. 31/12/2011 recht op 2,50 € korting op het vermelde boek. Niet cumuleerbaar met andere kortingen en/of 31 promotionele acties. Code 37® is a trademark of The Vlaamse Media Maatschappij – licensed by VMMa Line Extensions


BE EL R

UW F 6 BO SEPT EKHANDE M

VANA

IN

‘Een nieuw muntstukje van vijftig eurocent redde Victor Van Sant het leven.’

Een ongewoon spannende thriller over wraak, macht en geld

Na een mislukte aanslag wordt Laure, de dochter van Victor Van Sant, ontvoerd. De kidnapper vraagt een miljard euro losgeld plus dertien kilo van haar vaders eigen vlees, het gewicht van een been. Commissaris Delfosse wordt in het geheim ingehuurd om Laure op te sporen voor het lugubere ultimatum is verstreken.

Fred Van den Bergh laat je meekijken in de selecte club van de superrijken die het licht in elkaars ogen niet verdragen.

Ben Gates, de hitman die Van Sant moest uitschakelen, voelt de hete adem in zijn nek. Als ook de kidnapper in de tang genomen wordt, proberen beiden met een aantal brutale moorden de dans te ontspringen.

kortingsbonnen binnenin www.lannoo.com


13kilo_teaser_hoofdstuk