__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

PSO IDEEテ起BOX

GROEN


PSO Groen inleiding Beste gebruiker, docent, Hoe kan ik leerlingen kennis laten maken met de werelden van groen. Hoe maak ik hen bekend met de mogelijkheden die de groene wereld biedt en maak ik hen op een aansprekende manier wegwijs bij het maken van een toekomstige beroepskeuze? Dat vragen PSO-docenten, decanen en studiekeuzebegeleiders zich waarschijnlijk geregeld af. Voor u ligt de PSO Ideeënbox Groen. Het doel van deze box is om u als gebruiker/docent inspiratie te geven voor het samenstellen van de PSO-lesuren. Het staat u als gebruiker/docent vrij om een keuze te maken uit de opdrachten: zij kunnen allemaal worden behandeld, of u kiest er een aantal uit. Dat geldt zowel voor de theoretische als de praktische vragen. Tip! Sommige opdrachten kunnen ook gekoppeld worden aan PSO-lesmateriaal dat u zelf al van plan was om te doen. Via deze ideeënbox kunnen vmbo-leerlingen de wereld van ‘groen’ ontdekken. Door leuke, interessante en praktische opdrachten te doen, krijgen zij inzicht in de groene sector en het uiteenlopende werkveld van deze wereld. Deze PSO Ideeënbox Groen benadert de groene sector in vijf ‘werelden’. Dit zijn werelden waarbij leerlingen zich van alles kunnen voorstellen. Door het maken van vaak heel praktische opdrachten maken leerlingen kennis met de groene wereld en de beroepen die daarbij horen. Aan het einde van elke wereld wordt hen een spiegel voorgehouden. Hierdoor krijgen zij antwoord op vragen als: Is deze wereld iets voor mij? Wat moet ik daarvoor kunnen en leren, en sluit het aan bij mijn interesses? De PSO Ideeënbox Groen is een concept en productie van EDG Media. Het is op maat gesneden voor de Praktische Sector Oriëntatie (PSO) en geschikt voor de onderbouw van het vmbo.

Deelnemers aan de PSO Ideeënbox Groen: Aequor Colland Arbeidsmarktbeleid Het Bosschap It Fryske Gea Sociale partners in de cumelasector LTO Nederland Productschap Zuivel Staatsbosbeheer

Redactie: Marissa Blijham (coördinatie/eindredactie), Koen van Wijk Ontwerp/vormgeving: Menno van der Veen

PSO ideeënbox groen


Uitganspunten voor de PSO Ideeënbox Groen Voor u ligt de eerste PSO Ideeënbox Groen. De ideeënbox kan gebruikt worden om de verplichte PSO-lesuren samen te stellen. Bij de samenstelling van deze box is gebruikt gemaakt van de volgende bouwstenen: • Marktonderzoek naar ervaringen in het vmbo-onderwijs met PSO en hoe het PSO-materiaal tot nu toe wordt gebruikt. In het schooljaar van 2010/2011 hebben veel vmbo-scholen/ docenten kennis kunnen maken met de PSO Ideeënbox Techniek. Het gebruik en werken met deze PSO Ideeënbox is geëvalueerd en de uitkomsten daarvan zijn meegenomen in de ontwikkeling van deze eerste PSO Ideeënbox Groen. • De vijf groene werelden.

Werken met deze box De PSO Ideeënbox Groen bestaat uit: • Een inleiding • Docentenhandleiding: hierin wordt elke lesbrief kort uitgelegd en staat wat er nodig is. Ook staan hier de antwoorden op de vragen. • Leerlingenbladen: dit zijn de lesbrieven (vragen). Zij zijn verdeeld over vijf werelden, die een goed beeld geven van de groene sector. • Een overzicht met daarin tips en ideeën voor excursies en/of praktijkopdrachten, aangevuld met een overzicht van vijf brancheorganisaties die in de groene sector actief zijn. Elke lesbrief is opgebouwd aan de hand van de drie ‘I’s: Informeren, Inspireren en Interesseren. In het onderdeel Informeren wordt de wereld van de desbetreffende lesbrief neergezet. In het onderdeel Inspireren kunnen de leerlingen aan de slag met zowel theoretische als praktische vragen. Er zijn veel vragen bij die verwijzen naar internetpagina’s of waar de leerlingen YouTube-filmpjes moeten bekijken. Het is dan raadzaam een computerlokaal te reserveren. In het onderdeel Interesseren wordt de leerlingen gevraagd aan te geven of zij qua interesse, persoonlijke vaardigheden en eigenschappen geschikt zijn voor het werken in de groene sector. Zoals aangegeven is de PSO Ideeënbox Groen een handig en aansprekend hulpmiddel om PSO-lesuren samen te stellen. Er kunnen meerdere vragen uit een lesbrief worden gedaan, of uit alle lesbrieven. Tip! Stel een lesuur zo samen dat zowel theorie als praktijk aan bod komen. Hierdoor blijven de lessen aansprekend voor de leerlingen.

PSO ideeënbox groen


De vijf groene werelden De ‘groene’ wereld is veel groter dan de meeste leerlingen beseffen. De groene ruimte, de natuur, dieren, planten en het milieu zijn overal en altijd aanwezig. Voor leerlingen is het verhelderend en inspirerend als het werkveld van de groene sector in een context wordt geplaatst die aansluit op hun belevingswereld. De ‘groene werelden’ worden dan zichtbaar, zodat zij er een veel beter beeld van krijgen. In de PSO Ideeënbox Groen is gekozen het uiteenlopende werkveld van de groene sector onder te verdelen in vijf werelden. Bij elke wereld horen werkzaamheden, beroepen en (vervolg-)opleidingen.

Lesbrief 1 De wereld van Groene ruimte en -techniek Begrippen: Bosbeheer, natuurbeheer, bos, hei, water, duinen, voorlichting en communicatie in en over natuur, educatie, ondernemer, tuinaanleg en -onderhoud, aanleg en onderhoud van groen, grond en infra, agrarisch loonwerk, grondverzet, milieu, duurzaam, groene energie, handhaving, milieucontrole, veiligheid, bodemonderzoek. Voorbeelden van beroepen: Boswachter, natuurterreinbeheerder en -medewerker, veldwerker, gastheer/gastvrouw bezoekerscentrum, communicatiemedewerker natuur, agrarisch loonwerker, grondwerker, tractorchauffeur, machinist oogst/graafmachine, planner, handhaver/toezichthouder milieu, milieu-inspecteur, milieuadviseur.

Lesbrief 2 De wereld van Voeding en gezondheid Begrippen: Duurzaam, gezondheid, hygiëne, ingrediënten, keuringsdienst, laboratoriumwerk, milieu, productontwikkeling, publieke opinie, voedingsgewoonten, voedingsleer voedingsmiddelenbedrijven, voedingsmiddelentechnologie, voedingsstoffen, voedingswijzer. Voorbeelden van beroepen: Kwaliteitsmedewerker, laborant, melkveehouder, onderhoudsmonteur, productontwikkelaar, voedingsoperator.

Lesbrief 3 De wereld van Dieren Begrippen: Veehouderij, melkvee, vleesvee, huisdieren, paardenmanege, paardensport, voedselproductie, voedingsmiddelen, ingrediënten, zuivelproducten, melk- en vleesverwerkende industrie, logistiek, grondstof. Voorbeelden van beroepen: Boer, dierverzorger dierentuin of kinderboerderij, veehouder, medewerker veehouder (koeien, varkens), medewerker pluimveebedrijf, monsternemer/ kwaliteitscontroleur, dierenartsassistent, hondentrimmer, medewerker dierenwinkel, medewerker paardenfokkerij/manege/pensionstal, paardensportinstructeur.

Lesbrief 4 De wereld van Planten Begrippen: Bomen, boomkwekerij, groenten, fruit, boomgaarden, bloemen, bloembollen, paddenstoelen, kassen, glastuinbouw, vollegrondsgroententeelt, akkerbouw, telen, veredelen, zaaien, aanplanten, poten, oogsten, vers, vervoer, verpakken, veiling, marketing, bewaring, vervoeren. Voorbeelden van beroepen: Glastuinder, akkerbouwer, vollegrondsgroententeler, paddenstoelenkweker, fruitteler, boomkweker, gewasverzorger, oogstmedewerker, hovenier, tuinontwerper, bloemenhandelaar, veilingmeester, kwaliteitscontroleur, productmanager, manager groente- en fruitafdeling supermarkt, inkoper/verkoper, medewerker marketing & communicatie, onderzoeker, technische beroepen, zoals monteur van machines of onderhoudsmonteur in een kas.

Lesbrief 5 De wereld van Creativiteit in het groen Begrippen: Bloemen, interieur, bloemist, tuincentrum, styling, creativiteit, verkopen, aantrekkelijke presentatie, gevoel voor stijl, foodstylist, communicatief zijn. Voorbeelden van beroepen: Bloembinder, arrangeur, specialist natuur en vormgeving, medewerker bloemenzaak en tuincentrum, stylist, ondernemer (bloemist, eigenaar tuincentrum).

PSO ideeënbox groen


Docentenhandleiding

Lesbrief 1

De wereld van Groene ruimte en -techniek Lesbrief 2

De wereld van Voeding en gezondheid Lesbrief 3

De wereld van Dieren Lesbrief 4

De wereld van Planten Lesbrief 5

De wereld van Creativiteit in het groen


De wereld van Groene ruimte en -techniek Lesbrief 1 / Docentenhandleiding

De wereld van Groene ruimte en -techniek Doel: De leerling kennis laten maken met de beroepen en werkzaamheden in ‘De wereld van Groene ruimte en -techniek’. Beroepen in deze wereld: Boswachter, natuurterreinbeheerder en –medewerker, veldwerker, gastheer/gastvrouw bezoekerscentrum, communicatiemedewerker natuur, agrarisch loonwerker, grondwerker, tractorchauffeur, machinist oogst/graafmachine, planner, handhaver/toezichthouder milieu, milieu-inspecteur, milieuadviseur.

Tijdsplanning (in minuten)* Start/uitleg leerlingenblad ...5 Verkenning............................. 20 Vraag 1 .......................................5 Vraag 2 ....................................10 Vraag 3 ......................................5 Vraag 4 .................................... 5 Vraag 5 . ...................................10 Vraag 6 ......................................5 Vraag 7 . .....................................5 Vraag 8........................................5

Vraag 9...............................................5 Vraag 10 ...........................................5 Vraag 11 ............................................5 Vraag 12 . ..........................................5 Vraag 13 . ........................................10 Vraag 14 . .......................................10 Vraag 15 t/m 18 ............................15 Nabespreking................................. 5 Totaal........................................... 135 (+/- 2,5 lesuren)

* Dit betreft een tijdsindicatie. Zoals in de inleiding staat, is de PSO Ideeënbox Groen een hulpmiddel om lessen samen te stellen voor de lesuren Praktische Sector Oriëntatie (PSO). Het staat u als docent vrij om een keuze te maken uit de opdrachten: zij kunnen allemaal worden behandeld, of u kiest er een aantal uit. Tip! Sommige opdrachten kunnen ook gekoppeld worden aan PSO-lesmateriaal dat u zelf al van plan was om te gebruiken.

Doen! > facultatief Opdracht ‘Maak een presentatie van jouw natuur’........................ca. 1 uur Opdracht ‘Rondom school’............................................................... 20 minuten Opdracht ‘Op pad als echt milieu-inspecteur’...............................ca. 1,5 uur Voorbereiding: Om deze lesbrief goed te kunnen uitvoeren, is het handig om een computerlokaal te reserveren of een aantal computers in de klas te gebruiken. Wanneer de school geen internetverbinding heeft voor leerlingencomputers, is het wellicht mogelijk de benodigde sites op het intranet van de school te (laten) zetten. De volgende sites worden gebruikt bij de opdrachten: www.youtube.com, www.ikleefgroen.nl, www.breda.nl, www.np-aldefeanen.nl

Nodig • Per tweetal een pc met internetaansluiting • Pen en papier • Lijm, scharen, tijdschriften, viltstiften (t.b.v. collage maken)

Verloop van de les Start: Korte uitleg van de bedoeling van deze les. Deel de leerlingen op in groepjes van twee en deel de werkbladen uit. Opdrachten: De leerlingen maken de vragen individueel of met z’n tweeën. Loop rond en help waar nodig. De extra Doen!-opdrachten vragen meer tijd en voorbereiding. Hierbij moeten de leerlingen naar buiten toe. Deze opdrachten kunnen los van de les uitgevoerd worden.

PSO ideeënbox groen

1


De wereld van Groene ruimte en -techniek Lesbrief 1 / Docentenhandleiding

Afronding: Bespreek alle gemaakte opdrachten kort na. Vraag na afloop wat de leerlingen van deze les hebben geleerd. Hebben ze een beeld gekregen van De wereld van Groene ruimte en -techniek? Laat het ze terug koppelen. Vraag wat de leerlingen van de les vonden. Hoe lijkt het hen om te werken in deze wereld? En welke beroepen spreken hen dan aan?

Antwoorden lesbrief 1 Verkenning > De beoordeling is afhankelijk van het totaalbeeld, creativiteit en inzet. Tip! Laat eventueel de leerlingen elkaars werk beoordelen.

1. a) Onder meer: eik, beuk, berk, kastanje, els, es, esdoorn, linde, den, spar, meidoorn, wilg, plataan b) A = eik, B = beuk , C = esdoorn, D = spar, E = kastanje c) Bijvoorbeeld: meubels, tafels, kasten, kozijnen, schilderijlijst, beelden

2. a) De Amerongse berg; Staatsbosbeheer b) A, Dit is een productiebos, het is normaal om hout te oogsten. c) Er komen open plekken waar weer nieuw jong bos gaat groeien; Er ontstaat meer afwisseling en dat is goed voor de natuur; De zaden in de bodem krijgen zonlicht en kunnen ontkiemen d) • De bomen met een lintje om mogen de houtzagers niet omzagen, want er kan bijvoorbeeld een vogelnest in zitten of er ‘woont’ een vleermuis. • De bomen met een stip kunnen wel omgezaagd worden, zo krijgen andere bomen meer ruimte en licht om te groeien en dikker te worden. e) Goed met een kettingzaag overweg kunnen. Uitleg geven over het bosbeheer en natuurontwikkeling.

De route uitleggen aan bezoekers van een natuurgebied.

Bos controleren op planten- en diersoorten.

In bomen klimmen om vogelnesten te zoeken. De gedragscodes voor goed bosbeheer kennen.

Overleggen met de gemeente/burgemeester.

3. a) Wat is het: Foto 1 = harvester ; foto 2 = computer ; foto 3 = stokzaag ; foto 4 = motor/kettingzaag Waarvoor wordt het gebruikt: Foto 1 = takken van bomen zagen / Foto 2 = Gegevens invoeren en controleren / Foto 3 = dikke bomen en takken zagen / Foto 4 = takken afzagen b) Handig zijn met computers; kennis en kunde van planten en dieren; houden van buiten werken; goed kunnen overleggen met andere mensen

4. a) Eigen antwoord, beoordelen naar eigen inzicht b) Eigen antwoord, beoordelen naar eigen inzicht c) Eigen antwoord, beoordelen naar eigen inzicht

PSO ideeënbox groen

2


De wereld van Groene ruimte en -techniek Lesbrief 1 / Docentenhandleiding

5. a) Afrekenen met een bezoeker die een natuurboek koopt; uitleggen wat er in het gebied te zien is; leuke spulletjes verkopen uit de winkel, bijvoorbeeld koffiemokken; meewerken aan het opzetten van een nieuwe tentoonstelling b) Eigen antwoord c) Activiteiten: Klein kikkerpad; Bomenpad; Waterdiertjes; Zintuigenpad; Insectenpad; Veenquest d) Eigen antwoord, beoordelen naar eigen inzicht e) Voorbeeld van een Twitterbericht: Nieuw: speciaal voor de watersporter. Een gps-sloepenroute door @NationaalParkAF. Leuk en leerzaam!

6. a) Droge en natte biomassa b) Droge biomassa: houtpellets; zaagsel; allerlei vormen van GFT-afval Natte biomassa: mest, ‘vers’ GFT afval en rioolslib c) Het is afval uit de tuin van haar overbuurvrouw en wordt gebruikt om warmte en elektriciteit te leveren aan woningen in Breda.

7. a) Veehouderij; akker- en glastuinbouw, vollegrondsgroententeelt b) Maaien van wegbermen; onderhoud van watergangen; onkruidvrij houden van openbare ruimte; gladheidbestrijding c) Leuk om met machines te werken; je bent de hele dag buiten; je werkt lekker met je handen; je maakt echt iets; je werkt met mensen; je werkt in de natuur d) Eigen antwoord, beoordelen naar eigen inzicht

8. Bart =B / Jamie = C / Laurens = A Bart =B / Jamie = A / Laurens = C Bart =A / Jamie = B / Laurens = C

9. Foto 1 = C, Egaliseren voor bijvoorbeeld sportvelden of wegen / Foto 2 = A, Mest uitrijden / Foto 3 = D, Graafwerk / Foto 4 = B, Openbare ruimte schoon- en onkruidvrij maken

10. Tractor Chauffeursstoel : nr. 3 Motorkap : nr. 1 Zwaailicht : nr. 4 Uitlaatpijp : nr. 2 Eigen keuze: beoordelen naar eigen inzicht Graafmachine Graafbak: : nr. 4 Graafarm : nr. 2 Zwaailicht : nr. 3 Rupsonderstel : nr. 1 Eigen keuze: beoordelen naar eigen inzicht

PSO ideeënbox groen

3


De wereld van Groene ruimte en -techniek Lesbrief 1 / Docentenhandleiding

11. Werk

Gevolg voor mij

Graan oogsten

Daardoor kan er brood gemaakt worden, wat ik zelf ook eet

Gras maaien van sportvelden

Daardoor kan ik lekker sporten

Een stuk grond vlak maken voor een nieuw bedrijventerrein

Daardoor kunnen er bedrijven komen die dingen maken die ik ook gebruik

Onkruid bestrijden op het voetgangerspad

Daardoor kan ik goed en veilig over straat lopen

12. a) Milieu

Gevolg voor

Frituurvet in het toilet weggooien

Water, mens en dier

Leeg colablikje in de struiken gooien

Omgeving

Oude olie van een auto op straat laten lopen

Bodem, water, mens en dier

Illegale stort van asbesthoudend sloopafval

Bodem, water, mens en dier

Mest uitrijden voor de toegestane datum

Bodem, water

Een dancefeest organiseren met te weinig maatregelen voor de brandveiligheid

Mens en dier, omgeving

b) Eigen antwoord, beoordelen naar eigen inzicht c) Voor het drinkwater: kan vervuild raken met giftige stoffen / Voor de lucht die we inademen: die raakt plaatselijk vervuild / Voor dieren en planten: waterdieren kunnen sterven; ter plaatse ook dieren / Voor de veiligheid: veiligheid komt in gevaar voor wie dichtbij de lozingsplekken komt

13. a) Annet: controleert een dance-event op geluidsoverlast; gebruik van eco-bekers om afval te beperken; brandveiligheid Rogier: controleert een garagebedrijf op naleving van alle milieuregels b) Eigen antwoord, beoordelen naar eigen inzicht. c) Meehelpen aan een leefbare omgeving; gevaarlijke situatie(s) ontdekken en dat proberen te voorkomen, door bijvoorbeeld advies te geven d) Besluitvaardig: je moet snel beslissingen kunnen nemen bij afwijkende situaties / Communicatief: je moet vaak contact onderhouden met veldmedewerkers, politie en andere betrokkenen / Op de hoogte zijn van wetten en regels / Je werk leuk vinden / Standvastig zijn

14. a) Regels/voorschriften bij ‘werk’ nummer: A = 2 / B = 4 / C = 6 / D = 3 en 5 / E = 1 en 3 b) Eigen antwoord, beoordelen naar eigen inzicht

PSO ideeënbox groen

4


De wereld van Groene ruimte en -techniek Lesbrief 1 / Docentenhandleiding

Doen! Opdracht ‘Maak een presentatie van jouw natuur’ Beoordeling is aan de docent. Afhankelijk van proces, presentaties en inzet.

Opdracht ‘Rondom school’ Beoordeling is aan de docent. Afhankelijk van proces, presentaties en inzet.

Opdracht ‘Jij als milieu-inspecteur’ Beoordeling is aan de docent. Afhankelijk van proces, presentaties en inzet.

15. a) Antwoorden verschillen, bijvoorbeeld: Boswachter, agrarisch loonwerker, natuurterreinbeheerder en -medewerker, grondwerker, veldwerker, tractorchauffeur, gastheer/gastvrouw bezoekers­ centrum, machinist oogst/graafmachine, communicatie­ medewerker natuur, bodemonderzoeker, milieu-inspecteur. b) Antwoorden verschillen, bijvoorbeeld: Informatie geven over natuurgebieden, mensen ontvangen in bezoekerscentrum; bossen en andere natuurgebieden onderhouden; zaaien en oogsten van landbouwgewassen; meehelpen bij het aanleggen van straten, pleinen en wegen; aanleggen en onderhouden van sportvelden; handhaven van milieuregels; inspecties doen bij bedrijven.

16. en 18. Antwoorden verschillen, beoordelen naar eigen inzicht.

PSO ideeënbox groen

5


De wereld van Voeding en gezondheid Lesbrief 2 / Docentenhandleiding

De wereld van Voeding en gezondheid Doel: De leerling kennis laten maken met de beroepen en werkzaamheden in ‘De wereld van Voeding en gezondheid’. Beroepen in deze wereld: Kwaliteitsmedewerker, laborant, melkveehouder, onderhoudsmonteur, productontwikkelaar en voedingsoperator.

Tijdsplanning (in minuten)* Start/uitleg leerlingenbladen ...... 5 Verkenning...................................... 20 Vraag 1 ................................................ 5 Vraag 2 .............................................10 Vraag 3 ............................................... 5 Vraag 4 .............................................10 Vraag 5 . ............................................10

Vraag 6 ............................................... 5 Vraag 7................................................. 5 Vraag 8 ............................................... 5 Vraag 9................................................. 5 Opdracht 10 t/m 14......................... 15 Nabespreking..................................... 5 Totaal*..................... 105 (2 lesuren)

* Dit betreft een tijdsindicatie. Zoals in de inleiding staat, is de PSO Ideeënbox Groen een hulpmiddel om lessen samen te stellen voor de lesuren Praktische Sector Oriëntatie (PSO). Het staat u als docent vrij om een keuze te maken uit de opdrachten: zij kunnen allemaal worden behandeld, of u kiest er een aantal uit. Tip! Sommige opdrachten kunnen ook gekoppeld worden aan PSO-lesmateriaal dat u zelf al van plan was om te gebruiken. Voorbereiding: Om deze lesbrief goed te kunnen uitvoeren, is het handig om een computerlokaal te reserveren of een aantal computers in de klas te gebruiken. Wanneer de school geen internetverbinding heeft voor leerlingencomputers, is het wellicht mogelijk de benodigde sites op het intranet van de school te (laten) zetten. De volgende sites worden gebruikt bij de opdrachten: www.voedingscentrum.nl, www.schooltv.nl, www.hoemaakjehet.com, www.youtube.com

Nodig • Per tweetal een computer met internetaansluiting • Pen en papier • Lijm, scharen, tijdschriften, viltstiften (t.b.v. collage maken) • Eventueel een verpakking van een zuivel-, groente-, of fruitproduct

Verloop van de les Start: Korte uitleg van de bedoeling van deze les. Deel de leerlingen op in groepjes van twee. Deel de werkbladen uit. Opdrachten: De leerlingen maken de opdrachten in groepjes. Loop rond en help waar nodig. Afronding: Bespreek alle gemaakte opdrachten kort na. Vraag na afloop wat de leerlingen van deze les hebben geleerd. Hebben ze een beeld gekregen van De wereld van Voeding en gezondheid? Laat hen dit terugkoppelen. Vraag wat de leerlingen van de les vonden. Hoe lijkt het hen om te werken in deze wereld? En welke beroepen spreken hen dan aan?

PSO ideeënbox groen

1


De wereld van Voeding en gezondheid Lesbrief 2 / Docentenhandleiding

Antwoorden lesbrief 2 Verkenning > De beoordeling is afhankelijk van het totaalbeeld, creativiteit en inzet. Laat eventueel de leerlingen elkaars werk beoordelen.

1. Wat is voedsel? a) Voedingsgroepen: Eiwitten Koolhydraten Vetten en Mineralen Vitaminen Water

Zit bijvoorbeeld in: Vlees, vis, ei Snoep, fruit, brood, pasta Vlees, vis, olie, groente en fruit Groente en fruit Groente en fruit

b) 1. Gezond eten levert de voedingsstoffen die je nodig hebt om je lichaam gezond te houden. 2. Je hebt een kleinere kans op chronische ziektes of kanker. 3. Je eet dan gevarieerd, zodat je van alle voedingsstoffen genoeg binnenkrijgt.

2. Wat zit er precies in je eten? a) Antwoorden verschillen b) Eigen antwoord c) Omdat mensen/consumenten het recht hebben om te weten wat zij kopen en eten. Zodat je altijd kunt controleren wat er in het eten zit. Bijvoorbeeld omdat je kritisch bent op bepaalde toevoegingen of allergisch voor bepaalde ingrediënten.

3. Prijswinnaar de geknakte zalm a) Visknaks b) Keuze uit: makkelijk product; spreekt kinderen aan; meer mensen gaan vis eten; het is gezond; vanwege de duurzame productie c) Eigen antwoord d) Creativiteit; kennis van voedingsstoffen; een laboratorium

4. Van koe tot melkpak a) Volgorde: koeien melken, verse melk koelen, melk ophalen van boerderij, afromen, pasteuriseren, afkoelen, verpakken, transport naar winkel b) Verwarmen tot meer dan 70 graden Celsius, om de ziektekiemen te doden, zodat de melk wat langer houdbaar is c) Boter, kaas, yoghurt, vla, drinkyoghurt, kwark d) Bijvoorbeeld: voedingsoperator, boer (melkveehouder), melkrijder, kwaliteits­controleur, productontwikkelaar

5. Vifit: hoe maak jij het? a) Melk met een smaakje. Ingrediënten: melk, suiker, zetmeel, smaakje. b) Door alle automatische processen op computerschermen te volgen en te bewaken. Door twee mensen. c) Mens: de pakken vullen, inpakken van de dozen. Automatisch: Ingrediënten toevoegen aan de melk, controleren productieproces, pallets volstapelen. d) Antwoord A, Onderhandelen met supermarkten over de prijs van Vifit.

PSO ideeënbox groen

2


De wereld van Voeding en gezondheid Lesbrief 2 / Docentenhandleiding

6. Kiplekker: hoe maak je het? a) Nieuwe snacks bedenken b) Antwoord B, Een productontwikkelaar experimenteert veel met kruiden c) Eigen antwoord, bijvoorbeeld kipfilet, gerookte kip, drumsticks, kippenvleugeltjes, kipburger, kipnuggets, kipsaté. d) Eigen antwoord, bijvoorbeeld eieren, veren.

7. Eten met je ogen Beoordeling hangt af van ontwerp.

8. Voeding is een vak! a) Proces operator bij Calvé in Delft. b) Bijvoorbeeld: mayonaise, pindakaas, sauzen en dressings. c) Bijvoorbeeld: collega’s opleiden, producten controleren en productmonsters keuren. d) Eigen antwoord, beoordelen naar eigen inzicht.

9. Dagelijkse kost voor Daan, Mo, Tamara en Mike a) en b) Daan: Tekst B / Eigenschappen: nauwkeurigheid, geduld Tekst A / Eigenschappen: zelfstandig werken, nauwkeurigheid Mo: Tamara: Tekst C / Eigenschappen: verantwoordelijkheidsgevoel, overzicht, samenwerken Mike: Tekst D / Eigenschappen: technisch inzicht, zelfstandig werken

10. a) Antwoorden verschillen, bijvoorbeeld: kwaliteitsmedewerker, laborant, melkveehouder, onderhoudsmonteur, melktransporteur, voedingsoperator, procesoperator en productontwikkelaar b) Antwoorden verschillen, bijvoorbeeld: producten ontwikkelen, voedsel produceren (boer), productieprocessen controleren, voeding controleren, mensen adviseren over gezonde voeding, onderhoud aan installaties

11 t/m 13. Antwoorden verschillen, beoordelen naar eigen inzicht

PSO ideeënbox groen

3


De wereld van Dieren Lesbrief 3 / Docentenhandleiding

De wereld van Dieren Doel: De leerlingen kennis laten maken met de beroepen en werkzaamheden in ‘De wereld van Dieren’. Beroepen in deze wereld: Boer, dierverzorger dierentuin of kinderboerderij, veehouder, medewerker veehouder (koeien, varkens), medewerker pluimveebedrijf, monsternemer/kwaliteitscontroleur, dierenartsassistent, hondentrimmer, medewerker dierenwinkel, medewerker paardenfokkerij/manege/pensionstal, paardensportinstructeur.

Tijdsplanning (in minuten)* Start/uitleg leerlingenblad.......... 5 Verkenning.................................... 20 Vraag 1............................................... 5 Vraag 2 ........................................... 10 Vraag 3 ............................................. 5 Vraag 4 ........................................... 10 Vraag 5 . ............................................ 5 Vraag 6............................................... 5

Vraag 7 . .......................................... 10 Vraag 8............................................... 5 Vraag 9 ............................................. 5 Vraag 10.............................................. 5 Opdracht 11 t/m 14...................... 15 Nabespreking................................... 5 Totaal*........... 115 (ruim 2 lesuren)

* Dit betreft een tijdsindicatie. Zoals in de inleiding staat, is de PSO Ideeënbox Groen een hulpmiddel om lessen samen te stellen voor de lesuren Praktische Sector Oriëntatie (PSO). Het staat u als docent vrij om een keuze te maken uit de opdrachten: zij kunnen allemaal worden behandeld, of u kiest er een aantal uit. Tip! Sommige opdrachten kunnen ook gekoppeld worden aan PSO-lesmateriaal dat u zelf al van plan was om te gebruiken. Voorbereiding: Om deze lesbrief goed te kunnen uitvoeren, is het handig om een computerlokaal te reserveren of een aantal computers in de klas te gebruiken. Wanneer de school geen internetverbinding heeft voor leerlingencomputers, is het wellicht mogelijk de benodigde sites op het intranet van de school te (laten) zetten. De volgende sites worden gebruikt bij de opdrachten: www.stapindestal.nl, www.ei-info.nl, www.zuivelonline.nl, www.aocterra.nl

Nodig • Per tweetal een computer met internetaansluiting • Pen en papier • Lijm, scharen, tijdschriften, viltstiften (t.b.v. collage maken)

Verloop van de les Start: Korte uitleg van de bedoeling van deze les. Deel de leerlingen op in groepjes van twee. Deel de werkbladen uit. Opdrachten: De leerlingen maken de vragen alleen of met z’n tweeën. Loop rond en help waar nodig. Afronding: Bespreek alle gemaakte opdrachten kort na. Vraag na afloop wat de leerlingen van deze les hebben geleerd. Hebben ze een beeld gekregen van ‘De wereld van Dieren’? Laat het ze terugkoppelen. Vraag wat de leerlingen van de les vonden. Hoe lijkt het hen om te werken in deze wereld? En welke beroepen spreken hen dan aan?

Antwoorden lesbrief 3 Verkenning > De beoordeling is afhankelijk van het totaalbeeld, creativiteit en inzet. Laat eventueel de leerlingen elkaars werk beoordelen.

PSO ideeënbox groen

1


De wereld van Dieren Lesbrief 3 / Docentenhandleiding

1. Een dier is gezellig! a) Eigen antwoord b) Eigen antwoord c) Meerder keuzes: In de dierenwinkel; via een vriend of vriendin die een nestje katjes of puppy’s heeft; via marktplaats; bij een speciale fokker.

2. Hou van je dier én zorg er goed voor a) B, Naar de dierenarts gaan om een diagnose te laten stellen b) Patiënten ontvangen aan de balie; Advies geven over verzorging; Voorbereiden van operaties; Administratie afhandelen van/na een behandeling; Medicijnen klaar maken voor een behandeling. c) Antwoorden verschillen, bijvoorbeeld: Leuk vinden om met dieren om te gaan, sterk in je schoenen staan, zelfstandig kunnen werken, leuk vinden met mensen om te gaan/klanten te bedienen, iets goed kunnen uitleggen.

3. Paarden: verzorgen & ermee sporten a) Uitspraak 1: Dierverzorger kinderboerderij / Uitspraak 2: Paard­rijinstructeur / Uitspraak 3: Medewerker paardenfokkerij / Uitspraak 4: Medewerker ruitersportzaak b) Foto 1: Dierverzorger kinder-/zorgboerderij / Foto 2: Paard­­­rijinstructeur c) Eigen antwoord, beoordeling naar eigen inzicht

4. Op naar de dierentuin a) Om te zien of de dieren ongewenst gedrag vertonen; om te zien of er bepaalde afwijkingen of ziektes zijn b) Antwoorden verschillen, bijvoorbeeld: maakt een planning voor het voeren; verantwoordelijk voor het voeren van de dieren; houdt de voervoorraad op peil en het water; zorgt dat de dierenverblijfruimten optimaal en schoon blijven; zorgt dat alle materialen waarmee hij werkt schoon achterblijven; controleert de conditie van de dieren; houdt het klimaat van de leefomgeving van bepaalde dieren goed in de gaten c) Eigen antwoord, beoordeling naar eigen inzicht

5. De werkdag van een melkveehouder Activiteit

Foto

De veearts komt langs voor inspectie.

4

Koeien melken (dit gebeurt twee keer per dag).

1

Na het avondeten is het tijd voor administratie. In het managementsysteem is af te lezen hoeveel melk elke koe vandaag gegeven heeft en of er dieren ziek zijn.

5

De melkrijder komt langs om de melktank te legen.

2

Kalveren krijgen de fles (dit gebeurt twee keer per dag).

3

6. B, Afhankelijk van het ras en de leeftijd, geeft een koe gemiddeld wel 25 liter melk per dag. C, Om melk te kunnen maken eet een koe ongeveer 70 kilo per dag. Het voer bestaat uit gras, mais en krachtvoer. E, Het aantal melkgevende koeien in Nederland is 1,5 miljoen. D, Nederlandse melkkoeien geven ruim 300 dagen per jaar melk. A, Nederlandse melkkoeien produceren per jaar gemiddeld 8000 kilo melk. PSO ideeënbox groen

2


De wereld van Dieren Lesbrief 3 / Docentenhandleiding

7. Van knakworst tot biefstuk a) Eigen antwoorden, beoordelen naar eigen inzicht b) Zie tabel Dier

A Eten

B Verzorgen

C Producten

Koe

Krachtvoer, vers gras, kuilgras, hooi

Scheren, melken, voeren, helpen met jongen krijgen, verweiden

Melk, kaas, vlees, huid, mest

Geit

Vers gras, rauwkost, hooi Melken, voeren, helpen met jongen krijgen, hok verschonen

Melk, kaas, vlees, huid

Varken

Ma誰skolven, aardappelen

Hok verschonen, voeren, helpen met jongen krijgen

Vlees, mest, huid

Schaap

Vers gras, hooi

Scheren, melken, voeren, helpen met jongen krijgen, verweiden

Melk, kaas, vlees, wol, mest

Struisvogel

Graantjes en ma誰skorrels

Voeren, hok verschonen

Eieren, vlees, veren

Kip

Graantjes en ma誰skorrels

Hok verschonen, voeren

Eieren, vlees, veren

8. Jij en het vee a) Eigen antwoord, beoordelen naar eigen inzicht b) Heel belangrijk: houden van dieren; goed zelfstandig kunnen werken; dagelijks bezig zijn met dieren / Gewoon belangrijk: technisch inzicht, verstand van computers, zelf je dag kunnen indelen / Niet belangrijk: Sterk zijn c) Eigen antwoord, beoordelen naar eigen inzicht

9. Filmpje! a) Zichtboerderij b) Om te laten zien hoe de varkens gehouden worden, om antwoord te hebben op vragen hierover, om een beter imago te krijgen als varkensboer

10. De kip en het ei Op de website wordt na afloop van de game de score gegeven en de juiste antwoorden.

Doen! > facultatief Beoordeling naar eigen inzicht. Let op de inzet van de leerling. 11. a) Antwoorden verschillen, bijvoorbeeld: Dierenartsassistent; hondentrimmer; medewerker dierenwinkel; medewerker paardenfokkerij/ manege; paardensportinstructeur; dierverzorger dierentuin/dolfinarium; veehouder; medewerker veehouderij; medewerker pluimveebedrijf; monsternemer/kwaliteitscontroleur. b) Antwoorden verschillen, bijvoorbeeld: Dieren verzorgen en eten geven; hokken verschonen; zieke dieren beter maken; zorgen dat de dieren jongen krijgen (fokken); verzorgingsadvies over dieren geven; dieren melken.

12. t/m 13. Antwoorden verschillen, beoordelen naar eigen inzicht

PSO idee谷nbox groen

3


De wereld van Planten Lesbrief 4 / Docentenhandleiding

De wereld van Planten Doel: De leerling kennis laten maken met de beroepen en werkzaamheden in ‘De wereld van Planten’. Beroepen in deze wereld: Glastuinder, akkerbouwer, vollegrondsgroententeler, paddenstoelenkweker, fruitteler, boomkweker, gewasverzorger, oogstmedewerker, hovenier, tuinontwerper, bloemenhandelaar, veilingmeester, kwaliteitscontroleur, productmanager, manager groente- en fruitafdeling supermarkt, inkoper/verkoper, medewerker marketing & communicatie, onderzoeker, technische beroepen, zoals monteur van machines of onderhoudsmonteur in een kas.

Tijdsplanning (in minuten)* Start/uitleg leerlingenbladen ...... 5 Verkenning...................................... 20 Vraag 1 ................................................ 5 Vraag 2 ............................................... 5 Vraag 3 .............................................10 Vraag 4 .............................................10 Vraag 5 . .............................................. 5

Vraag 6 ............................................... 5 Vraag 7................................................. 5 Vraag 8 .............................................10 Vraag 9................................................. 5 Opdracht 10 t/m 14......................... 15 Nabespreking..................................... 5 Totaal*.............. 110 (+/- 2 lesuren)

* Dit betreft een tijdsindicatie. Zoals in de inleiding staat, is de PSO Ideeënbox Groen een hulpmiddel om lessen samen te stellen voor de lesuren Praktische Sector Oriëntatie (PSO). Het staat u als docent vrij om een keuze te maken uit de opdrachten: zij kunnen allemaal worden behandeld, of u kiest er een aantal uit. Tip! Sommige opdrachten kunnen ook gekoppeld worden aan PSO-lesmateriaal dat u zelf al van plan was om te gebruiken.

Doen! > facultatief Opdracht ‘Wat is er te koop’................................................................... ca. 1 uur Voorbereiding: Om deze lesbrief goed te kunnen uitvoeren, is het handig om een computerlokaal te reserveren of een aantal computers in de klas te gebruiken. Wanneer de school geen internetverbinding heeft voor leerlingencomputers, is het wellicht mogelijk de benodigde sites op het intranet van de school te (laten) zetten. De volgende sites worden gebruikt bij de opdrachten: www.youtube.com, www.fredvanpaassen.nl.

Nodig • Per tweetal een pc met internetaansluiting • Pen en papier • Lijm, scharen, tijdschriften, viltstiften (t.b.v. collage maken)

Verloop van de les Start: Korte uitleg van de bedoeling van deze les. Deel de leerlingen op in groepjes van twee en deel de werkbladen uit. Opdrachten: De leerlingen maken de vragen alleen of met z’n tweeën. Loop rond en help waar nodig. De extra Doen!-opdracht vraagt meer tijd en voorbereiding. Hierbij moeten de leerlingen naar buiten toe. Deze opdrachten kunnen los van de les uitgevoerd worden. Afronding: Bespreek alle gemaakte opdrachten kort na. Vraag na afloop wat de leerlingen van deze les hebben geleerd. Hebben ze een beeld gekregen van De wereld van Planten? Laat hen dat terugkoppelen. Vraag wat de leerlingen van de les vonden. Hoe lijkt het ze om te werken in deze wereld? En welke beroepen spreken hen dan aan?

PSO ideeënbox groen

1


De wereld van Planten Lesbrief 4 / Docentenhandleiding

Antwoorden lesbrief 4 Verkenning: De beoordeling is afhankelijk van het totaalbeeld, creativiteit en inzet. Tip: Laat de leerlingen elkaars werk beoordelen.

1.

a) Akkerbouwgewassen / binnen Groenten / Fruit

buiten

Appel Aardappel Paprika

beiden

Akkerbouwgewassen / binnen Groenten / Fruit

buiten

Peen

Bloemkool

Aardbei

Asperge

Ui

beiden

b) Antwoorden verschillen, maar hebben vooral een link met de temperatuur.

2. a)

Tuinder

Lente

Zomer

John – glastuinder

B

E

Marjolein – fruitteler

A

D

Marco - vollegrondsgroententeler

C

F

b) C, De ramen kunnen ver genoeg open om regenwater op te vangen. c) Eigen antwoorden, beoordelen naar eigen inzicht

3. a) Paprika b) Nr.

Taken

Beroep

Gewas indraaien, poeder strooien tegen schadelijke insecten

Productiemedewerker

Werkbespreking, taakverdeling

Teamleider

Verkoopbespreking

Hoofd financiën

Een machine controleren

Technicus

Product aanprijzen in de supermarkt

Vertegenwoordiger

Kwaliteitscontrole

Chemicus

c) In een gek paprikapak het product aanprijzen in supermarkt

4. a) Snoeischaar b) Boomkwekerij, opslagplaats/logistiek centrum, tuincentrum c) Eigen antwoord, beoordelen naar eigen inzicht

5. a) Volgorde: foto 2 / foto 1 / foto 4 / foto 3 b) Beroep

Foto nr.

Eigenschap

Mijn voorkeur

Oogstmedewerker

2

Vb: voorzichtig, snel, secuur

Eigen antwoord

Logistiek medewerker

1, 4

Vb: snel, overzicht houden

Eigen antwoord

Leverancier bloemen en planten

3

Vb: klanten bedienen

Eigen antwoord

6. a) Bossen inhoezen; oogsten; labelen van de bossen bloemen; robots/computers; transport van stekjes naar de kas; transport van geoogste bloemen vanuit de kas b) Minder kans op beschadigingen; het werkt sneller; geen verschillen meer tussen bosjes bloemen; minder personeel nodig PSO ideeënbox groen

2


De wereld van Planten Lesbrief 4 / Docentenhandleiding

7. Bollenpracht a) Tulpen / Bijvoorbeeld: Narcissen, hyacinten, krokussen, sneeuwklokjes b) C, Het voedsel van de bloem zit in een bol onder de grond.

8. De hovenier is bezig geweest a) Eigen antwoord, beoordelen naar eigen inzicht b) Bijvoorbeeld: snoeien, gras maaien, bomen inkorten, bemesten Activiteit

Bij aanleg Regelmatig bijhouden

Activiteit

Bij aanleg Regelmatig bijhouden

Bestraten Bomen aanplanten

Ontwerp beplanting

Bemesten van planten

Gras maaien

Snoeien

9. Voorzichtig met vers Tomaten vanaf je oogstwagen in een kist een paar meter verderop gooien

fout

Bosjes bloemen in een kist of doosje verpakken

goed

Geoogste bloemen in een emmer water zetten

goed

Komkommers na de oogst meteen schillen

fout

Rozen in de koelcel bewaren totdat de transporteur ze naar de veiling brengt

goed

Kroppen sla kun je gemakkelijk samenknijpen, zodat er lekker veel in een kist passen.

fout

10. De komkommer vertelt a) en b)

Beroep

Werkt mee

Volgorde

Beroep

Plantenkweker

1

Vollegrondsgroententeler

Hovenier Handelaar in groenten en fruit

4

Oogstmedewerker

3

Werkt mee

Volgorde

Vrachtwagenchauffeur

5

Glastuinder

2

c) Inpakken, laboratoriumonderzoek, oogsten, gewas verzorgen, planten neerzetten, water geven, inpakken, rijden van de vrachtwagen

Doen! > facultatief Wat is er te koop? Beoordeling naar eigen inzicht. Afhankelijk van het proces en de inzet.

11. a) Antwoorden verschillen, bijvoorbeeld: glastuinder, akkerbouwer, vollegrondsgroententeler, fruitteler, boomkweker, gewasverzorger, hovenier, bloemenhandelaar, kwaliteitscontroleur, productmanager, inkoper/verkoper. b) Antwoorden verschillen bijvoorbeeld: gewassen verzorgen; aanplanten van nieuwe planten; oogsten van bloemen, bollen, fruit, groenten en champignons; inpakken van bloemen; verkopen van groenten, fruit en bloemen; ontwerpen en onderhouden van tuinen; onderhoud verrichten aan installaties.

12. t/m 14. Antwoorden verschillen, beoordelen naar eigen inzicht.

PSO ideeënbox groen

3


De wereld van Creativiteit in het groen Lesbrief 5 / Docentenhandleiding

De wereld van Creativiteit in het groen Doel: De leerling kennis laten maken met de beroepen en werkzaamheden in ‘De wereld van Creativiteit in het groen’. Beroepen in deze wereld: Bloembinder, arrangeur, specialist natuur en vormgeving, medewerker bloemenzaak en tuincentrum, stylist, ondernemer (bloemist, eigenaar tuincentrum).

Tijdsplanning (in minuten)* Start/uitleg leerlingenbladen ...... 5 Verkenning...................................... 20 Vraag 1 ................................................ 5 Vraag 2 .............................................10 Vraag 3 .............................................10

Vraag 4 ............................................. 15 Vraag 5 . .............................................. 5 Nabespreking..................................... 5 Totaal*.............. 70 (+/- 1,5 lesuren)

* Dit betreft een tijdsindicatie. Zoals in de inleiding staat, is de PSO Ideeënbox Groen een hulpmiddel om lessen samen te stellen voor de lesuren Praktische Sector Oriëntatie (PSO). Het staat u als docent vrij om een keuze te maken uit de opdrachten: zij kunnen allemaal worden behandeld, of u kiest er een aantal uit. Tip! Sommige opdrachten kunnen ook gekoppeld worden aan PSO-lesmateriaal dat u zelf al van plan was om te gebruiken. Doen! > facultatief Voorbereiding: Om deze lesbrief goed te kunnen uitvoeren, is het handig om een computerlokaal te reserveren of een aantal computers in de klas te gebruiken. Wanneer de school geen internetverbinding heeft voor leerlingencomputers, is het wellicht mogelijk de benodigde sites op het intranet van de school te (laten) zetten. De volgende sites worden gebruikt bij de opdrachten: www.youtube.com, www.wonenblog.com, www.tuinenbalkon.nl.

Nodig • Per tweetal een pc met internetaansluiting • Pen en papier • Lijm, scharen, tijdschriften, viltstiften (t.b.v. collage maken)

Verloop van de les Start: Korte uitleg van de bedoeling van deze les. Deel de leerlingen op in groepjes van twee en deel de werkbladen uit. Opdrachten: De leerlingen maken de vragen alleen of met z’n tweeën. Loop rond en help waar nodig. De extra Doen!-opdracht vraagt meer tijd en voorbereiding. Afronding: Bespreek alle gemaakte opdrachten kort na. Vraag na afloop wat de leerlingen van deze les hebben geleerd. Hebben ze een beeld gekregen van ‘De wereld van Creativiteit in het groen’? Laat het ze terug koppelen. Vraag wat de leerlingen van de les vonden. Hoe lijkt het hen om te werken in deze wereld? En welke beroepen spreken hen dan aan?

PSO ideeënbox groen

1


De wereld van Creativiteit in het groen Lesbrief 5 / Docentenhandleiding

Antwoorden lesbrief 5 Verkenning > De beoordeling is afhankelijk van het totaalbeeld, creativiteit en inzet. Tip! Laat de leerlingen elkaars werk beoordelen.

1. a) C, Bloemen arrangeren b) Omdat ze het liefst met lelies werkt en beroemd is om wat ze daarmee kan maken.

2. a) Een soort collage van kleuren, afbeelding en sferen, om in de juiste stemming (dat is ‘mood’ in het Engels) te komen voor het maken van een ontwerp. b) A = stylist van een winkel, B = interieurstylist, C = foodstylist

3. a) In stadstuinen, tuinen op balkons. b) Meerdere antwoorden mogelijk, voor planten: klimop, hop, hosta, bambo, siergras. Voor bloemen: clematus, passiebloem, geraniums. c) Een verticale tuin is een mooie groene muur van planten en een goede oplossing voor kleine tuinen en balkons. Je hebt er weinig oppervlakte voor nodig. d) Eigen antwoord, beoordelen naar eigen inzicht

Doen! > facultatief Opdracht ‘Maak je eigen moodboard’ Beoordeling is afhankelijk van proces, presentaties en inzet.

4. a) Antwoorden verschillen, bijvoorbeeld: bloembinder, arrangeur, specialist natuur en vormgeving, medewerker bloemenzaak en tuincentrum, stylist bij een winkel of een tijdschrift of bij particulieren, ondernemer (bloemist, eigenaar tuincentrum). b) Antwoorden verschillen, bijvoorbeeld het maken van boeketten en bloemstukken, het etaleren van etalages of presentatietafels in winkels, de inrichting bedenken van woonkamers, helpen met het stylen van tafels en borden met voedingsproducten voor een tijdschrift.

5. t/m 7. Antwoorden verschillen, beoordelen naar eigen inzicht

PSO ideeënbox groen

2


De wereld van Groene ruimte en -techniek Lesbrief 2

De wereld van Voeding en gezondheid Lesbrief 3

De wereld van Dieren Lesbrief 4

De wereld van Planten Lesbrief 5

De wereld van Creativiteit in het groen

Leerlingenbladen

Lesbrief 1


De wereld van Groene ruimte en -techniek

Naam: Klas:

Lesbrief 1 / Blad 1 informeren

inspireren

interesseren

Groene ruimte en -techniek Natuur past bij iedereen. Of je nu groene vingers hebt, graag evenementen organiseert of juist handig bent met computers. Binnen deze veelzijdige wereld ben je zowel bezig met het beheren van bos en natuur, alsook met de aanleg en het onderhoud daarvan. Daarnaast is het belangrijk dat de groene ruimte om ons heen, ook wel ‘het milieu’ genoemd, schoon en veilig is. Daarvoor zijn regels opgesteld en die moeten worden nageleefd.

Werken in De wereld van Groene ruimte en -techniek Om in ‘De wereld van Groene ruimte en -techniek’ te werken, moet je oog hebben voor al het groen om je heen. Of het nu de natuur is in een bos of recreatiepark, de akkers vol maïs en graan of de groenstrook in jouw straat. Als bos- en natuurliefhebber is er genoeg te doen. Herken je veel soorten dieren en planten, dan kun je bijvoorbeeld ‘het veld in’ om de natuur te beschermen. Weer anderen delen graag hun enthousiasme over de natuur door informatie te geven. Dat gebeurt bijvoorbeeld aan de ‘voordeur’ van een natuurgebied: in bezoekerscentra. Maar ook op de websites en tijdschriften van de vele natuurorgani­ saties die Nederland rijk is. Je hoeft dus niet perse buiten te werken, op een tractor te rijden of zelf groene vingers te hebben. Het is maar net waar je voor kiest. Zo kun je ook werken in een ‘groene energiecentrale’. Om onze wereld schoon en mooi te houden wordt steeds meer gebruik gemaakt van milieubewuste energie, zoals zonne- en windenergie. Een andere groene energiebron is biomassa. Afvalresten van bomen, struiken, planten, bermmaaisel en riet worden in speciale energiecentrales verwerkt tot biomassa en dat wordt weer omgezet in energie. Daarmee slaan we eigenlijk twee vliegen in één klap: we wekken duurzame energie op én het ‘groene’ afval wordt opgeruimd. In de toekomst zou het zo maar kunnen zijn dat je smartphone van biomassa wordt gemaakt! Wie wel graag buiten werkt en het leuk lijkt met machines in de weer te zijn, kan zich uitleven in de groen-, grond-, infratechniek (GGI). Als medewerker groen, grond, infra zorg je ervoor dat de groene ruimte in en rond steden, maar ook op het platteland aangelegd en onderhouden wordt. Je helpt dan mee om bijvoorbeeld sportvelden aan te leggen en mooi te houden, of sloten te graven of om de akkers voor boeren te verzorgen. Stoer werk, dat zeker! De groene ruimte om ons heen moet ook schoon blijven en vooral veilig. Niet alleen in een bos of natuurpark, maar ook in onze woonwijken. Dat is een hele serieuze zaak. Het vraagt om mensen die het belangrijk vinden om samen te werken aan een schoon en veilig milieu. Je brengt die boodschap over op bijvoorbeeld bedrijven, maar ook boeren. En als het moet durf je ook op te treden als de regels niet goed worden nageleefd. Misschien is dit ook jouw toekomst? Doe de opdrachten en ontdek nog veel meer over de beroepen en opleidingen die ‘De wereld van Groene ruimte en -techniek’ te bieden heeft.

Begrippen Bosbeheer, natuurbeheer, bos, hei, water, duinen, voorlichting en communicatie in en over natuur, educatie, ondernemer, tuinaanleg en -onderhoud, aanleg en onderhoud van groen, grond en infra, agrarisch loonwerk, grondverzet, milieu, duurzaam, groene energie, handhaving, milieucontrole, veiligheid, bodemonderzoek.

PSO ideeënbox groen

1


De wereld van Groene ruimte en -techniek

Naam: Klas:

Lesbrief 1 / Blad 2 informeren

inspireren

interesseren

Oriëntatie/Verkenning Lees de tekst op pagina 1 over groene ruimte en -techniek. Wat hoort hier allemaal bij volgens jou? Hoe ziet ‘De wereld van Groene ruimte en -techniek’ er uit? Zoek ongeveer vijftien foto’s en plaatjes die volgens jou bij deze wereld horen. Denk aan akkers en velden, water, stadsgroen, wegen, water- en natuurgebieden, maar ook fabrieken. Let ook op de mensen die in deze wereld werken. Hoe zien zij eruit? Welke apparaten en/of machines gebruiken ze? En welke communicatie­ middelen kunnen van pas komen? Plak alles op een vel papier of maak er een collage van in een Word-document, in Powerpoint of Prezi.

Natuur voor iedereen De natuur is voor iedereen en past bij iedereen. In het werkveld van bos- en natuur ben je praktisch bezig, bijvoorbeeld als boswachter of bosaannemer. Maar je kunt ook informatie geven over bos- en natuur. Bijvoorbeeld aan mensen die een natuurpark bezoeken. Het is in ieder geval belangrijk dat je zorgt voor een goede balans tussen mens en natuur: de mens moet van de natuur kunnen genieten, maar de natuur mag daar geen last van hebben. Ga jij in je vrije tijd weleens naar een bos- of natuurgebied? Nederland is een klein en dichtbevolkt land. Toch hebben we honderden prachtige bos- en natuurgebieden. Hier krijgen dieren en planten alle ruimte om goed te kunnen leven. Mensen kunnen hier wandelen, bijvoorbeeld met hun hond, of fietsen. Zij genieten dan van al het moois wat de natuur te bieden heeft. Dat is ontspannend en goed voor de gezondheid. Bos- en natuurparken gebruiken we ook om juist actief bezig te zijn: te hiken, mountainbiken, hardlopen of te varen. Boswachters en terrein/beheermedewerkers van bos- en natuurorganisaties zorgen ervoor dat de natuur gezond blijft. Het is dan weleens nodig om bomen te kappen of riet te snijden. In het werkveld van bos- en natuur kun je ook aan de slag in een bezoekerscentrum. Dat is een gebouw bij een natuurgebied waar je informatie krijgt over alles wat daar leeft en hoe de natuur beschermd wordt. Medewerkers van bezoekerscentra zijn gastvrouw of gastheer van een natuurgebied. Zij zorgen ervoor dat iedereen precies weet wat er in het gebied kan en mag worden gedaan. Bijvoorbeeld door folders te maken en door vragen te beantwoorden aan de balie. Maar ook door de website goed bij te houden, of door activiteiten te organiseren.

A

B

C

1. Een bos vol bomen Een boswachter weet natuurlijk veel van de natuur. Dat hoort bij zijn werk. Maar jij weet er vast ook wel iets van. a) Bedenk zoveel mogelijk boomsoorten die in Nederland groeien. Vul het rijtje aan. 1. Eik 4........................................ 7.................................... 2. .................................................. 5........................................ 8.................................... 3. .................................................. 6........................................ Weet jij er minstens vijf? Dan heb je aardig wat kennis van de natuur! Als je minder weet, valt er nog genoeg te ontdekken.

D

b) Bomen zijn te herkennen aan hun bladeren of naalden. Bekijk de foto’s. Welk blad hoort bij welke boomsoort? E

A. ................................................. C. ..................................... E. .................................. B. . ................................................ D. ..................................... PSO ideeënbox groen

2


De wereld van Groene ruimte en -techniek

Naam: Klas:

Lesbrief 1 / Blad 3 informeren

inspireren

interesseren

c) Gekapte bomen gaan niet de afvalbak in. Je kunt er juist mooie dingen van maken. Welke spullen bij jou thuis kunnen gemaakt zijn van hout uit het bos? 1. ............................................................... 2. . ............................................................... 3. ............................................................... 4. . ...............................................................

2. Op pad met boswachter Janneke Bekijk het YouTube-filmpje ‘Houtoogst in het Amerongse bos’ met boswachter Janneke op oncerstaande link, of scan de QR-code. Vul daarna de vragen in. www.youtube.com/watch?v=5nW8Hylf9m0 a) In welk natuurgebied werkt Janneke en van welke natuurorganisatie is dat? ..................................................................................................................................... b) Janneke vertelt over de houtoogst. Ze legt uit waarom elk jaar bomen gekapt worden. Wat is het beste antwoord? Omcirkel de juiste letter. A. Dit bos is een productiebos, het is normaal om hout te oogsten. B. Alleen door het bos uit te dunnen blijft er ruimte voor de dieren om te leven. C. Staatsbosbeheer is een winstgevend houtbedrijf. c) Wat zijn voordelen van houtkap voor de natuur? Vink aan. Er komen open plekken waar weer nieuw, jong bos gaat groeien. Er ontstaat meer afwisseling en dat is goed voor de natuur. Er komt meer ruimte voor dassenburchten. Recreanten krijgen daardoor meer ruimte om te wandelen en fietsen. De zaden in de bodem krijgen zonlicht en kunnen ontkiemen. d) Sommige bomen krijgen een lintje om en anderen krijgen een geverfde stip. Waarom is dat? .......................................................................................................................................... e) Een boswachter moet natuurlijk meer kunnen dan boomsoorten herkennen. Hieronder staan een aantal taken en vaardigheden. Welke horen bij de boswachter, denk jij? Vink aan. Goed met een kettingzaag overweg kunnen. Uitleg geven over het bosbeheer en natuurontwikkeling. De route uitleggen aan bezoekers van een natuurgebied. Bos controleren op planten- en diersoorten. In bomen klimmen om vogelnesten te zoeken. De gedragscodes voor goed bosbeheer kennen. Overleggen met de gemeente/burgemeester.

3. Help de natuur een handje De natuur in Nederland kan een heleboel zelf, maar gaat niet helemaal haar eigen gang. Natuurbeheerders doen er van alles aan om de natuur een handje te helpen.

PSO ideeënbox groen

3


De wereld van Groene ruimte en -techniek

Naam: Klas:

Lesbrief 1 / Blad 4 informeren

inspireren

interesseren

a) Bekijk de foto’s die hieronder staan afgebeeld. Weet jij om welke machine, welk apparaat of gereedschap het gaat? En waarvoor het gebruikt wordt? Vul in. Foto

Naam gereedschap

Handeling / werk

Nodig voor

1

Bos uitdunnen, houtoogst

2

Bijhouden hoeveel hout er in het bos staat en waar welke planten en dieren zijn

3

Het omzagen van hele dikke bomen en het in stukken zagen van bomen

4

Gevaarlijke overhangende takken weghalen

b) Welke vaardigheden zijn nodig om een goede boswachter te zijn, denk je? Vink aan. Handig zijn met computers Goed een vogelhuisje kunnen maken Kennis en kunde van planten en dieren Goed in een tractor rijden Houden van buiten werken Goed kunnen overleggen met andere mensen Anders, ......................................................................................................................

1

4. Waarom is natuur in Nederland belangrijk? Natuur in Nederland is veel meer dan bos alleen. Kies een natuur­ gebied uit waar jij weleens komt. Misschien is er vlakbij jouw woonplaats een natuurgebied, bijvoorbeeld een stadspark of een sloot of een plek met veel natuur, dat kan ook. a) Weet je hoe het gebied heet en wat voor soort natuurgebied het is? Vink aan. Naam gebied: .............................................................................................................. Bos Heide Duinen/strand Gras/weide Plassen/meren/rivieren

2

3

b) Natuurgebieden zijn om meerdere redenen belangrijk voor Nederland. Geef met ++ / + / - aan wat jij het belangrijkste vindt van natuurgebieden ......... Ruimte voor dieren, planten, vogels, insecten ......... Goed voor de mensen die bij natuurorganisaties werken ......... Ruimte voor mensen, om te recreëren en rust te hebben ......... Het is goed voor je gezondheid, je kunt er sporten en ontspannen ......... Ruimte voor kinderen om te spelen ......... Anders zou alles volgebouwd worden ......... Om de biodiversiteit in ons land te beschermen

4

c) Weet je nog wat je gedaan en gezien hebt in het natuurgebied van vraag 4a)? Gedaan: ....................................................................................................................... ........................................................................................................................................ Gezien (soorten dieren, vogels en planten): ................................................... ........................................................................................................................................

PSO ideeënbox groen

4


De wereld van Groene ruimte en -techniek

Naam: Klas:

Lesbrief 1 / Blad 5 informeren

inspireren

interesseren

5. Te gast in de natuur Ben jij wel eens in een bezoekerscentrum geweest? Bijvoorbeeld van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer of Nationaal Park de Hoge Veluwe? a) Weet je wat medewerkers van het bezoekerscentrum allemaal doen? Vink aan. Afrekenen met een bezoeker die een natuurboek koopt. Een speurtocht begeleiden voor bijvoorbeeld een schoolreisje, leerlingen vertellen over de natuur. Uitleggen wat er in het gebied te zien is. Leuke spulletjes verkopen uit de winkel, bijvoorbeeld koffiemokken. Meewerken aan het opzetten van een nieuwe tentoonstelling. Foto’s maken en stukjes schrijven voor de website. b) Wat daarvan lijkt jou het leukste om zelf te doen? ........................................................................................................................... , omdat .......................................................................................................................................... c) Ga naar de website van Nationaal Park De Alde Feanen: www.np-aldefeanen.nl Klik op de button ‘Bezoekerscentrum’. Welk uitdagend onderzoeks­ materiaal is er beschikbaar voor kinderen? Noem er drie. 1. .............................................. 2............................................ 3..................................... d) Stel dat jij de gastheer of gastvrouw bent van dit bezoekerscentrum. Een vader vraagt wat hij met zijn kinderen kan doen. Welke route zou jij dan aanraden en waarom? .......................................................................................................................................... .......................................................................................................................................... e) Weet jij of Nationaal Park De Alde Feanen ook het sociale media­ netwerk Twitter gebruikt? Geef eventueel een voorbeeld van een Twitter-bericht. ..........................................................................................................................................

6. Groene energie met biomassa Lees in het intro van De wereld van Groene ruimte en -techniek (tabblad 1), nog eens wat we verstaan onder biomassa. Ga dan aan de slag met onderstaande vragen. Ga naar de website www.ikleefgroen.nl, klik op de button ‘energie’ en dan op ‘biomassa’. a) Welke soorten biomassa zijn er? .......................................................................................................................................... b) Geef een paar voorbeelden waaruit droge en daarnaast natte biomassa kan bestaan. .......................................................................................................................................... c) Bekijk de eerste 45 seconden van het YouTube-filmpje van de gemeente Breda op de volgende link, of scan de QR-code: www.breda.nl/gemeente/plannen-projecten/biomassacentrale De gemeente Breda gaat biomassa inzetten in een van haar woonwijken. De mevrouw in het filmpje heeft een tak in haar handen, die ‘goud’ waard is. Waarom? .......................................................................................................................................... PSO ideeënbox groen

5


De wereld van Groene ruimte en -techniek

Naam: Klas:

Lesbrief 1 / Blad 6 informeren

inspireren

interesseren

DOEN! Opdracht: Maak een presentatie van jouw natuur Werk in groepjes van 2 of 3 Natuur is overal. Ook naast de school. Ga naar buiten met je smart­ phone en maak een fotoreeks van alle natuur die je ziet. Insecten onder een tegel, een paddenstoel op een boom, een veer van een vogel, een plant die bloeit, koeien in de wei: alles mag! Probeer op school zoveel mogelijk namen van de dieren (dus ook insecten), veren, bomen en planten te achterhalen. Maak nu voor de klas een collage van foto’s en beelden die je hebt gevonden. Dat kunnen beelden uit tijdschriften zijn, maar ook afbeeldingen die je op internet hebt gevonden. Je kunt de collage maken door de plaatjes op een vel papier te lijmen of maak een Powerpointof Prezi presentatie, waarin je zowel plaatjes gebruikt die je op internet hebt gevonden, alsook foto’s die je met je smartphone hebt gemaakt of scan een afbeelding uit een tijdschrift of boek.

Techniek bij aanleg en onderhoud van groen, grond en infra Of het nu gaat om sportvelden, bermen, het groen dat rond gebouwen is geplant of de gewassen bij de boer op het land. Voor al dat groen geldt dat het eerst aangelegd en daarna onderhouden wordt. Een hele klus inderdaad. Maar gelukkig staat er voor alle verschillende werkzaamheden wel een gave machine klaar. Groot of klein: tractoren met apparatuur om te egaliseren, zaaien, bemesten, maaien en oogsten. En machines en gereedschap om te graven, sleuven te trekken, groen te snoeien en bomen te kappen. In de groen-, grond- en infratechniek werken mensen aan de aanleg van wegen, straten en openbaar groen. En voor het bewerken van akkers en weilanden huren boeren graag specialisten in die dat werk kunnen doen. Ze hebben de modernste en zeer gespecialiseerde machines om te zaaien of de oogst binnen te halen. Als je van machines en buitenwerken houdt, is dit echt iets voor jou!

7. Groen- grond- en infratechniek: wat houdt dat in? Bekijk het YouTube-filmpje ‘Dit is de cumelasector!’, of scan de QR-code. www.youtu.be/1APHBp2h8mw         a) Bedrijven die gespecialiseerd zijn in groen, grond en infra worden in het filmpje aangeduid als cumelabedrijven. Waar worden deze bedrijven ingezet als het gaat om de agrarische sector? 1. .............................................. 2............................................ 3..................................... b) Wat doet een medewerker groen, grond en infra nog meer? .......................................................................................................................................... c) Wat vinden de jongens die zijn geïnterviewd leuk aan hun werk? .......................................................................................................................................... d) Vind jij dit werk leuk, denk je? Wat lijkt je er leuk aan? .......................................................................................................................................... Wat lijkt je er minder leuk aan? .......................................................................................................................................... PSO ideeënbox groen

6


De wereld van Groene ruimte en -techniek

Naam: Klas:

Lesbrief 1 / Blad 7 informeren

inspireren

interesseren

8. Het werk van Bart, Jamie en Laurens Op de foto’s zie je Bart, Jamie en Laurens. Zij werken in de groen-, grond-, infratechniek. Beantwoord nu de vragen. a) Welke werkeigenschappen horen bij wie? Vul achter elk rijtje de juiste naam in. Kies uit Bart, Jamie of Laurens. A. • Je hebt overzicht • Je kunt goed organiseren • Je legt goed uit wat je doet • Je bedenkt oplossingen De werkeigenschappen van A horen bij: ........................................................

Bart - Grondwerker/ machinist mini-graafmachine

B. • Je weet je aan te passen aan de wens van de klant • Je bent handig en kunt zorgvuldig werken • Je bedient allerlei machines en apparatuur • Je werkt zelfstandig, maar ook samen met anderen De werkeigenschappen van B horen bij: ........................................................ C. • Je bedient meerdere machines, waar je ook precisiewerk mee kunt doen • Je vindt het leuk om met klanten om te gaan • Je bent inzetbaar voor meerdere werkzaamheden • Je kunt andere mensen uit je team goed aansturen De werkeigenschappen van C horen bij: . ......................................................

Jamie – Hoofdgreenkeeper

b) Hoe ziet je werkdag eruit? Vul achter elke uitspraak de juiste naam in. Kies uit Bart, Jamie of Laurens. A. ‘Ik hou de groei van het gras dagelijks bij. Sommige delen moeten om de dag worden gemaaid, andere om de week.’ Uitspraak A hoort bij: . .............................................................................................. Laurens – Uitvoerder B. ‘Meestal werk ik op een minigraver. ’s Ochtends wordt die naar de klus gebracht. Ik graaf grond af voor aanleg van straten, wegen en leidingen.’ Uitspraak B hoort bij: . .............................................................................................. C. ‘Ons bedrijf werkt in de wegenbouw en leidingbouw. Ik zorg voor het uitzetten en inmeten van nieuw aan te leggen wegen, sloten en taluds met GPS-apparatuur. Ook controleer ik of het werk goed uitgevoerd wordt.’ Uitspraak C hoort bij: ............................................................................................... c) Wat is leuk aan je werk? Vul achter elke uitspraak de juiste naam in. Kies uit Bart, Jamie of Laurens. A. ‘Dat je altijd buiten bent, afwisseling hebt van grote en kleine klussen, en werkt met een heel nauwkeurige machine. Deze uitspraak hoort bij: ......................................................................................... B. Ik werk met meerdere machines en in teamverband. Het is leuk om buiten te werken en ervoor te zorgen dat onze klanten hun sport goed kunnen beoefenen.’ Deze uitspraak hoort bij: ......................................................................................... C. ‘Je werkt meestal buiten en overlegt met veel verschillende mensen. Als ik later het werk dat is gedaan terug zie, ben ik er trots op.’ Deze uitspraak hoort bij: .........................................................................................

PSO ideeënbox groen

7


De wereld van Groene ruimte en -techniek

Naam: Klas:

Lesbrief 1 / Blad 8 informeren

inspireren

interesseren

d) Bart, Jamie en Laurens noemen veel punten die ze leuk vinden aan hun werk. Noem voor ieders werk ook een nadeel: Bart: ................................................................................................................................ Jamie: ............................................................................................................................ Laurens: ........................................................................................................................ e) Van wie vind jij het werk het leukst? Kies tussen Bart, Jamie of Laurens. En geef aan waarom: ..........................................................................................................................................

9. Welk werk is dit? Op de volgende foto’s zie je allerlei werk van bedrijven die gespecialiseerd zijn in groen, grond en infra. Weet jij welke werkzaamheden worden uitgevoerd? Zet de juiste hoofdletter onder de bijbehorende foto.

Kies uit: A – Mest uitrijden; B – Openbare ruimte schoon- en onkruidvrij maken; C – Egaliseren voor bijvoorbeeld sportvelden of wegen; D – Graafwerk

10. Tractor rijden en met machines werken hoort erbij Bekijk figuur 1 en figuur 2. Kun jij de onderstaande onderdelen van de tractor en van de graafmachine vinden? Vul de goede nummers in.

4

2

3

1

Chauffeursstoel: ....... , Zwaailicht: ....... , Motorkap: ......., Uitlaatpijp: ....... Welk onderdeel kun je zelf benoemen, vul zelf in: . ....................................... ..........................................................................................................................................

1

Graafbak: ....... , Cabine: ....... , Graafarm: ....... , Rupsonderstel: .................... Welk onderdeel kun je zelf benoemen, vul zelf in: . ....................................... .......................................................................................................................................... 3

11. Hard werken

2

Je hebt nu gezien dat veel mensen ‘achter de schermen’ hard werken aan de groene ruimte rondom wegen, in de stad en op het land. Waarom is hun werk ook belangrijk voor jouw dagelijks leven? Bedenk bij de volgende werkzaamheden iets wat jij hier zelf van merkt? Werk:

2

4 1

Gevolg voor mij:

Graan oogsten Gras maaien van sportvelden Een stuk grond vlak maken voor een nieuw bedrijventerrein Onkruid bestrijden op het voetgangerspad

PSO ideeënbox groen

8


De wereld van Groene ruimte en -techniek

Naam: Klas:

Lesbrief 1 / Blad 9 informeren

inspireren

interesseren

DOEN! Opdracht: Rondom school Meestal mag het niet, maar nu wel: kijk eens door de ramen van het lokaal naar buiten! Naast huizen, straten en water zie je vast ook groen. Bij deze opdracht kijk je naar de planten, struiken en bomen die je ziet groeien. Zit je in een lokaal zonder uitzicht op groen, of zonder raam… vraag dan even of je de opdracht op een ander plekje in de school mag maken. a) Maak een tekening op een vel papier (A4-formaat) van een straat nabij jouw school waar veel groen is, zoals een plantsoen. Geef aan wat je ziet groeien aan bomen, struiken, planten of gras. Vraag een vel papier aan je docent. b) Het goed houden van het groen rond school, langs de straten en in plantsoenen gaat niet vanzelf. Welk werk kun je met machines doen om de straat / de stoep / het plein en het plantsoen aan te leggen en te onderhouden?

Milieu, houd het netjes, schoon en veilig Maak jij je kwaad als je lege blikjes of papier ziet liggen in de berm of op straat? Of erger: een vuilniszak in het bos of roestig olievat in de sloot? Dat die dingen daar niet horen, weet iedereen wel. Maar wie zorgt dat het schoon blijft en de omgeving niet vervuild wordt? Daar zijn milieu-inspecteurs mee bezig. Zij zijn bijvoorbeeld in dienst van de gemeente. Ook in jouw woonplaats wordt het milieu ‘gehandhaafd’. Zo heet de controle op overtredingen die natuur, lucht, water en bodem vervuilen. Het is heel belangrijk dat hier op wordt gelet. Vervuiling van bijvoorbeeld grondwater heeft invloed op het drinkwater en kan zelfs gevaarlijk zijn voor je gezondheid. Het werkveld van milieu-inspecteurs is best groot. De ene dag gaan zij buiten rondspeuren of zij milieuovertredingen zien. Dat kan in een park zijn of een natuurgebied, maar zij gaan ook langs bij bedrijven. Bijvoorbeeld bij een garagebedrijf in de stad of juist een boerenbedrijf om te controleren of die zich wel aan de milieu- en veiligheidsregels houden. Ook letten zij erop of een groot evenement, zoals een dancefestival, wel veilig verloopt en geen overlast geeft voor omwonenden. Maar ook vanuit kantoor is er veel werk te doen: het controleren en afgeven van vergunningen namens de gemeente of het beantwoorden van klachten. Het is nuttig en goed werk dat ervoor zorgt dat ons land, maar ook onze woonwijken en buurten leefbaar en veilig zijn.

12. Jouw milieu? Hieronder staat een lijst milieuovertredingen, groot en klein. a) Wat zijn volgens jou de gevolgen voor het milieu, maar ook voor jou als mens en voor de dieren? Meerdere keuzes mogelijk. Milieu overtreding

Heeft gevolg voor: Bodem / water / lucht / mens en dier / omgeving

Frituurvet in het toilet weggooien Leeg colablikje in de struiken gooien Oude olie van een auto op straat laten lopen Illegale stort van asbesthoudend sloopafval Mest uitrijden voor de toegestane datum Een dancefeest organiseren met te weinig maatregelen voor de brandveiligheid

PSO ideeënbox groen

9


De wereld van Groene ruimte en -techniek

Naam: Klas:

Lesbrief 1 / Blad 10 informeren

inspireren

interesseren

b) Heb jij weleens iets weggegooid, op straat, in de struiken langs het fietspad of in een sloot dat niet goed is voor het milieu. Heb je anderen dat weleens zien doen? Waar ging het toen om, en was je je ervan bewust dat het slecht is voor het milieu? .....................................................................................................................................

Bedenk ook wat de gevolgen voor het milieu zijn geweest: .....................................................................................................................................

c) Stel dat een bedrijf gevaarlijke stoffen, bijvoorbeeld olie of gif, zou wegspoelen in het riool of in een sloot achter het bedrijfspand. Of in een bosje bij het bedrijventerrein. Welke gevolgen kan dit hebben voor het milieu? Vul in. Milieu:

Gevolgen:

Voor het drinkwater Voor de lucht die we inademen Voor dieren en planten Voor de veiligheid van buurtbewoners

13. Werken aan je leefomgeving Bekijk het YouTube-filmpje ‘Werken aan je leefomgeving’ over het werk van milieu-inspecteur, of scan de QR-code: www.youtube.com/watch?v=zIOzijChH7o a) Wat gaan de twee milieu-inspecteurs doen? Annet: ........................................................................................................................... Rogier: ........................................................................................................................... b) Is er bij hun taken ook iets dat je echt niet had verwacht van het beroep milieu-inspecteur? Nee/Ja, want ............................................................................................................... c) Waar zorgen milieuambtenaren voor dankzij hun inspanningen? Vink aan. Dat er veel dancefeesten en andere evenementen zijn. Meehelpen aan een leefbare omgeving. Voor zoveel mogelijk milieuwetten en -regels in Nederland. Gevaarlijke situatie(s) ontdekken en dat proberen te voorkomen, door bijvoorbeeld voorlichting/advies te geven. Burgers helpen in hun recht. d) Welke eigenschappen heeft een milieu-inspecteur nodig, volgens Annet? Vink aan. Natuurliefhebber Besluitvaardig: je moet snel beslissingen kunnen nemen bij afwijkende situaties Communicatief: je moet vaak contact onderhouden met veld­ medewerkers, politie en andere betrokkenen Goed kunnen schoonmaken Op de hoogte zijn van wetten en regels Je werk leuk vinden Standvastig zijn

PSO ideeënbox groen

10


De wereld van Groene ruimte en -techniek

Naam: Klas:

Lesbrief 1 / Blad 11 informeren

inspireren

interesseren

14. De boer op… controle! Michael is milieu-inspecteur Landelijk Gebied bij een gemeente. Hij maakt een verslagje over een inspectiebezoek aan een veehouderij. 1. 8.30 uur > ‘We beginnen bijtijds, want boeren zijn altijd vroeg op. Eerst de vergunningen maar eens doornemen bij een bak koffie.’ 2. 9.00 uur > ‘Na het papierwerk loop ik een rondje over het erf. Maar eerst kijk ik even of alle bestrijdingsmiddelen wel in een afgesloten kast staan, die op slot zit.’ 3. 9.30 uur > ‘Ik heb de stal en de mestopslag geïnspecteerd. Het ziet er keurig uit, want de stal is vorig jaar nieuw gebouwd volgens de nieuwste milieunormen. Hoewel keurig… het blijft natuurlijk een bak met stront!’ 4. 9.45 uur > ‘Na een rondje lopen om het erf heen kan ik vaststellen dat het buiten prima ruikt. De buren hoeven niet te klagen over stankoverlast.’ 5. 10.00 uur > ‘De boer is koffie drinken, nu ga ik een watermonster nemen van de sloot, even verderop in het land, om het stikstof- en nitraatgehalte te meten. Die stoffen komen via de mest van de dieren in het grondwater en de sloot terecht.’ 6. 10.15 > ‘Zo, het meeste werk is gedaan. Ik loop nog even de lekbak van de dieseltank na en dan ga ik naar kantoor om mijn rapport uit te werken.’ Je hebt het verslagje gelezen, beantwoord nu onderstaande vragen: a) Waarop heeft Michael gecontroleerd? Koppel zijn werkzaamheden (1 t/m 6) aan de juiste regels en voorschriften. Per letter zijn meerdere antwoorden mogelijk. Regels / voorschriften A

Een aparte afsluitbare kast om bestrijdingsmiddelen op te bergen, voorzien van een of meerdere gevarenstickers.

B

De gemeente hanteert een geurcirkel van 100 meter. Dat betekent dat je op 100 meter vanaf de boerderij geen mest mag ruiken.

C

De olie- en dieseltanks moeten verplicht in een lekdichte betonnen bak staan.

D

De mestopslag onder de stalvloer. Deze voorkomt dat dierlijke mest afvloeit naar grond- en slootwater.

E

Om een stal te bouwen is een bouwvergunning nodig en om vee te mogen houden is o.a. een milieuvergunning nodig.

Werk nr.

b) Van welke milieu-inspecteur zou jij het werk liever doen, Michael of Annet uit het filmpje van vraag 15 of van Rogier? Geef aan waarom. Michael / Annet / Rogier, omdat .......................................................................... .......................................................................................................................................... ..........................................................................................................................................

PSO ideeënbox groen

11


De wereld van Groene ruimte en -techniek

Naam: Klas:

Lesbrief 1 / Blad 12 informeren

inspireren

interesseren

DOEN! Opdracht: Jij als milieu-inspecteur. Werk in groepjes. Je gaat op pad zoals een echte milieu-inspecteur. Breng een bezoek aan de kantine in je school. Ga na of degene die verantwoordelijk is voor de kantine heeft gelet op een aantal milieuregels: • Overlast voor de docenten en leerlingen: is er sprake van bijvoorbeeld zwerfafval op de grond en/of stank- of geluidsoverlast? • Opslag van het afval: is dat netjes afgesloten, zodat het niet stinkt en/ of ongedierte aantrekt? • Zijn er brandblussers aanwezig voor de brandveiligheid. • Zijn er voldoende afzuigkappen voor de dampen van de frituur. Zijn deze ook schoon en veroorzaken zij geen stank voor de mensen die op school werken en leren? Zorg er wel voor dat je veilig werkt en geen rommel achterlaat. Tip! Maak foto’s of een filmpje (bijvoorbeeld met je smartphone).

Ben jij geschikt voor een baan in de wereld van groene ruimte en -techniek? Test het zelf! 15. Welk werk hoort erbij? Werk samen of met z’n drieën. Lees nog een keer de tekst op pagina 1 van deze lesbrief. Om te weten of je in ‘De wereld van Groene ruimte en -techniek’ wilt werken, moet je eerst weten welk werk daar allemaal bij hoort. Bedenk zes beroepen die bij dat werk horen: 1. ............................................ 2......................................... 3........................................... 4. ............................................ 5......................................... 6........................................... Noem zes werkzaamheden uit ‘De wereld van Groene ruimte en -techniek’ 1. ............................................ 2......................................... 3........................................... 4. ............................................ 5......................................... 6.

16. Wat vind ik leuk?

1

Tractoren

9

Tuingereedschap

2

Machines

10

Regels en voorschriften opvolgen

3

Bodem en grond

11

Op verschillende locaties werken

4

Planten en dieren

12

Klanten bedienen

5

Bomen en struiken

13

Binnen werken

6

Landbouw

14

Laboratorium

7

Onderhoud van groen

15

Computers

8

Buiten werken

16

In teamverband werken

PSO ideeënbox groen

Zeker niet

Misschien

Iets doen met

Graag

Zeker niet

Misschien

Iets doen met

Graag

Het is nog erg vroeg om nu al te weten wat je wilt worden. Maar interesses heb je vast wel. Bekijk de lijst met activiteiten en vink aan wat jij leuk vindt.

12


De wereld van Groene ruimte en -techniek

Naam: Klas:

Lesbrief 1 / Blad 13 informeren

inspireren

interesseren

17. Zo zien anderen mij?

1

Met mijn handen werken

10

2

Ik kan goed uitleggen wat ik bedoel

Een opdracht nauwkeurig uitvoeren

11

Ik kan klantvriendelijk zijn

3

Ik kan me goed concentreren

12

4

Ik kan goed zelfstandig werken

Ik kan goed oplossingen bedenken

5

Met mensen werken

13

6

Ik kan goed buiten actief zijn

Ik werk heel precies en zorgvuldig

7

Iets doen voor de samenleving

14

Ik ben zorgzaam

8

Ik ben praktisch en handig

15

9

Ik vind het leuk dingen te bedenken

Precies volgens de regels werken

16

Ik ben geduldig

Klasgenoot

Ouders

Ikzelf

Persoonskenmerken en -vaardigheden

Klasgenoot

Ouders

Persoonskenmerken en -vaardigheden

Ikzelf

Vul in: ++ (= goed), + (= redelijk), of –(= slecht) Laat je antwoorden uit kolom ‘Ikzelf’ lezen door je ouders en een klasgenoot. Laat ze hun mening invullen in de kolom ‘Ouders’ en ‘Klasgenoot’ van de tabel. Komt het overeen?

18. Waar ben ik goed in? a) Kies nu een beroep uit dat je zelf het leukst vindt en het best bij jezelf past uit ‘De wereld van Groene ruimte en -techniek’. En geef aan waarom. Dit beroep vind ik leuk, omdat: .......................................................................................................................................... .......................................................................................................................................... .......................................................................................................................................... b) Bespreek de lijst ook met je ouders. Vraag hen of ze vinden dat jouw antwoorden kloppen. Past het bij het beeld wat ze van jou hebben? ..........................................................................................................................................

PSO ideeënbox groen

13


Naam:

De wereld van Voeding en gezondheid

Klas:

Lesbrief 2 / Blad 1 informeren

inspireren

interesseren

Voeding en gezondheid Drink jij halfvolle, magere of volle melk? Ken je iemand die alleen biologisch vlees eet? Of iemand die altijd etiketjes op verpakkingen leest, omdat hij niet alles mag of kan eten? Heb je wel eens gehoord van de Schijf van Vijf? Maak jij wel eens wat lekkers klaar voor jezelf of voor je familie? De vragen hierboven geven aan dat eten en drinken ontzettend belangrijk voor je zijn. De hele dag door ben je ermee bezig, bewust of onbewust. Je hoort en ziet reclames over voeding op tv, internet, radio en in tijdschriften. En als je gaat shoppen, ruik je fastfood al van ver. Veel supermarkten zijn tegenwoordig zeven dagen per week open, soms zelfs tot laat in de avond. En in de stad ken je vast ook wel de avondwinkels. Om voeding kun je dus niet heen. Het is je dagelijkse brandstof om van alles te kunnen doen: te sporten, maar ook te leren. Voeding heeft ook veel te maken met gezondheid. Zonder goede (ook wel verantwoord geheten) en veilige voeding gaat je gezondheid achteruit. Als je niet sterk en gezond bent, kun je ziek worden en in het ergste geval sterven. Denk aan landen waar hongersnood heerst. Voeding en gezondheid zijn dus van levensbelang.

Werken in De wereld van Voeding en gezondheid Werken met voeding en gezondheid kan op allerlei manieren en in allerlei beroepen. Je kunt bijvoorbeeld kok worden, of voedings­ assistent. Vind je het interessant om betrokken te zijn bij het productieproces van voedingsmiddelen? Dan kun je een beroep kiezen in de voedingsmiddelenindustrie. Als je gaat werken in deze industrie, bewerk en verpak je bijvoorbeeld vers voedsel met machines. Of je controleert de voedingswaren en onderhoudt de machines die worden gebruikt. Er is veel aandacht voor een schone, hygiënische werkomgeving. In deze wereld moet je nauwkeurig zijn en met veel dingen rekening houden, zoals het milieu, de regels van de overheid en wat consu­ menten belangrijk vinden. Want de laatste zijn je klanten. Mensen letten er steeds meer op wat er in hun voeding zit en of het ook op een ‘duurzame’ manier is gemaakt. Met duurzaam wordt bedoeld dat iedereen nu en in de toekomst goed kan leven in een onbeschadigde leefomgeving. Je kunt een bijdrage leveren aan duurzaam leven door je manier van leven aan te passen. Bijvoorbeeld door minder energie te gebruiken, maar ook door duurzaam te reizen, voor duurzame kleding te kiezen en dus ook door duurzaam te eten en drinken. Misschien is ‘De wereld van Voeding en gezondheid’ ook jouw toekomst? Doe de opdrachten en ontdek nog veel meer over de beroepen en opleidingen die deze wereld te bieden heeft.

Begrippen Duurzaam, gezondheid, hygiëne, ingrediënten, keuringsdienst, laboratoriumwerk, milieu, productontwikkeling, publieke opinie, voedingsgewoonten, voedingsleer; voedingsmiddelenbedrijven, voedingsmiddelentechnologie, voedingsstoffen en voedingswijzer.

PSO ideeënbox groen

1


Naam:

De wereld van Voeding en gezondheid

Klas:

Lesbrief 2 / Blad 2 informeren

inspireren

interesseren

Oriëntatie / Verkenning Lees de tekst op pagina 1 over ‘De wereld van Voeding en gezondheid’. Wat hoort hier allemaal bij, volgens jou? Zoek zoveel mogelijk foto’s en plaatjes die volgens jou bij deze wereld horen. Denk aan voedingswaren zelf, maar ook aan beroepen, machines en specifieke omgevingen waarin gewerkt wordt. Plak alles op een vel papier of maak er een collage van in een Word-document, in Powerpoint of Prezi.

1. Wat is voedsel? Voedsel is een brandstof, een bouwstof en zorgt voor het dagelijks onderhoud van je lichaam en zelfs je hersenen. Zonder eten kun je niet leven. Maakt het ook uit wat je eet? Bekijk het plaatje van de ‘Schijf van Vijf’ goed: a) Welke voedingsgroepen zie jij in de ‘Schijf van Vijf’? 1. ................................................................... 4. . ............................................................ 2. ................................................................... 5. . ............................................................ 3. ................................................................... b) Ga naar de website van het Voedingscentrum, www.voedingscentrum.nl. Bekijk de vakken van de ‘Schijf van Vijf’ nog eens goed. Vul je antwoord bij vraag a) aan. Noem ook drie redenen om te eten volgens de ‘Schijf van Vijf’: 1 ......................................................................................................................................... 2......................................................................................................................................... 3.........................................................................................................................................

2. Wat zit er precies in je eten? Verzamel twee verpakkingen van etenswaren of drinken uit de zuivel- en uit de groente- en fruitindustrie, bijvoorbeeld een pak drinkyoghurt, een pot rodekool of een bakje of zakje met vers gesneden fruit. Op elke verpakking staan ingrediënten vermeld. Zoek op www.voedingscentrum.nl/encyclopedie.aspx in het trefwoorden­overzicht wat de betekenis is van de verschillende ingrediënten die in onderstaande tabel zijn opgenomen, en in voeding kunnen zitten: energie, eiwit, koolhydraten, vet, vezels en vitamines. a) Je weet nu wat de betekenis is van de ingrediënten. Lees nu de verpakkingen en vul de onderstaande tabellen in. B. Groente- of fruitproduct:

A. Zuivel­product: Voedingswaarde

Per 100 gr/100 ml:

Voedingswaarde

Energie

Energie

Eiwit

Eiwit

Koolhydraten

Koolhydraten

Vet

Vet

Vezel

Vezel

Vitamines

Vitamines

PSO ideeënbox groen

Per 100 gr/100 ml:

2


De wereld van Voeding en gezondheid

Naam: Klas:

Lesbrief 2 / Blad 3 informeren

inspireren

interesseren

b) Lees jij uit jezelf wel eens op de verpakkingen van voedings­ middelen om te zien welke voedingsstoffen een product bevat? Ja / nee, omdat ...................................................................................................... c) Het is voor fabrikanten verplicht om de ingrediënten op de productverpakking te vermelden. Waarom is dat, denk je? ..........................................................................................................................................

3. Prijswinnaar de geknakte zalm Lees de tekst en geef antwoord op de vragen.

Visknaks in de prijzen

Bron: www.voedingscentrum.nl (bewerkt)

Knakworsten zijn lekker, maar bevatten in vergelijking met bijvoorbeeld een appel veel meer vet. Daarom is het beter niet teveel knakworsten te eten. Voor ‘Visknaks’ geldt dat minder. Een groepje studenten won met dit idee een prijs voor gezonde innovaties. De jury vindt Visknaks gezond en makkelijk en vindt dat dit product goed aansluit op wat kinderen lekker vinden.   De opdracht voor de studenten was: ‘Ontwikkel een nieuw product of concept, of pas een bestaand product aan. Het product moet bijdragen aan een gezonder en duurzamer eetpatroon van de consument’. Daarmee gingen de studenten Serena, Rodi en Anne aan de slag. Zij kwamen met een uitgewerkt idee: Visknaks. Dit zijn knakworsten gemaakt van de vissoorten zalm en heek. Volgens de studenten zouden mensen meer vis gaan eten, en vis is gezond. Bovendien kan het product duurzaam geproduceerd worden, omdat zalm en heek verkrijgbaar zijn met een keurmerk voor duurzame visvangst.

a) Welk product won de prijs? .......................................................................................................................................... b) Bedenk meerdere redenen waarom het idee van de studenten de eerste prijs heeft gekregen. .......................................................................................................................................... .......................................................................................................................................... .......................................................................................................................................... c) Zou jij het leuk vinden om nieuwe voedingsproducten op de markt te brengen? Leg je antwoord uit. Ja/nee, want ........................................................................................................... d) Wat is nodig om nieuwe voedingsproducten te bedenken, volgens jou? Vink aan. Creativiteit Kennis van voedingsstoffen Technisch inzicht Een laboratorium Kunnen koken Een boerderij

4. Van koe tot melkpak Echt, er zijn kinderen die geloven dat melk uit de fabriek komt. Eigenlijk hebben ze wel een beetje gelijk… Maar voordat melk in de fabriek komt, is er al heel wat gebeurd! Kijk naar het filmpje ‘Van koe tot aan supermarkt’ (bron: schooltv Beeldbank, de Melkfabriek) via onderstaande link, of scan de QR-code. Beantwoord de vragen. www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20110519_demelkfabriek01

PSO ideeënbox groen

3


De wereld van Voeding en gezondheid

Naam: Klas:

Lesbrief 2 / Blad 4 informeren

inspireren

interesseren

a) Zet de volgende werkzaamheden in de goede volgorde. Van 1 tot 9. ............ ............ ............ ............

Afkoelen Verpakken Afromen Verse melk koelen

............ ............ ............ ............

Melk ophalen van boerderij Pasteuriseren Koeien melken Transport naar winkel

b) Als jij verse melk drinkt, dan drink je gepasteuriseerde melk. Wat gebeurt er bij pasteuriseren en waarvoor is dat nodig? .......................................................................................................................................... c) Welke vier melkproducten worden o.a. genoemd in het filmpje? 1. ................................................................. 3. ................................................................ 2................................................................... 4. ................................................................ d) Hoeveel beroepen kan jij bedenken uit de keten ‘Van koe tot aan supermarkt’? Schrijf ze hier op: ........................................................................................................................................ ........................................................................................................................................

5. Vifit: hoe maak jij het? Ga naar de website www.hoemaakjehet.com Klik op de button ‘Hoe maak je het’ en klik dan op Vifit (FrieslandCampina). a) Wat is Vifit en wat zijn de ingrediënten? .......................................................................................................................................... b) Hoe wordt de productieafdeling bediend en door hoeveel mensen? .......................................................................................................................................... c) De fabriek in het filmpje is heel high tech. Wat is geautomatiseerd, wat wordt gedaan door mensen? Vink aan. Handeling

Mens

Automatisch

Ingrediënten toevoegen aan melk Controleren productieproces De pakken vullen Inpakken van dozen Pallets volstapelen d) Klik op ‘Wij maken het al’ en bekijk het interview met allround voedingsoperator Brian. Wat doet de allround voedingsoperator in de Vifit-fabriek niet? Omcirkel het beste antwoord. A. Verantwoordelijk zijn voor de productielijnen B. Werken in ploegendienst C. Onderhandelen met supermarkten over de prijs van Vifit D. Meedoen met het opzetten van nieuwe productielijnen

PSO ideeënbox groen

4


Naam:

De wereld van Voeding en gezondheid

Klas:

Lesbrief 2 / Blad 5 informeren

inspireren

interesseren

6. Kiplekker: hoe maak je het? Ga naar de website www.hoemaakjehet.com en bekijk het filmpje van Zwanenberg (button ‘Hoe maak je het’). a) Wat doet een productontwikkelaar bij Zwanenberg? ........................................................................................................................................... b) Welk antwoord is het beste? A. Een productontwikkelaar kan zo in een restaurant aan de slag. B. Een productontwikkelaar experimenteert veel met kruiden. C. Een productontwikkelaar zit het liefst de hele dag snacks te proeven. c) Noem vier vleesproducten die van kip zijn gemaakt. 1. ................................................................. 3. ................................................................ 2................................................................... 4. ................................................................ d) Welk producten levert een kip nog meer, behalve vlees? 1. ................................................................. 2. ................................................................

Dat smaakt naar meer… Het is je vast wel eens overkomen dat het water je in de mond liep, terwijl je langs een banketbakkerij liep met een mooi gevulde etalage. Eten doe je niet alleen met je mond, ook je neus en je ogen doen mee. Daarom wordt er veel aandacht besteed aan de verpakkingen van voedingsmiddelen. Die moeten niet alleen informatie geven over het product, ze moeten ook een bepaalde uitstraling hebben. Kindvriende­ lijk, gezond of modern bijvoorbeeld.

7. Eten met je ogen Ontwerp een nieuwe verpakking voor diepvriesspinazie. Vraag materiaal aan de docent en denk aan de volgende punten: • Duurzame productie van spinazie • Kindvriendelijke uitstraling van de verpakking • Spinazie is gezond en lekker

De kost verdienen In de voedingsmiddelenindustrie werken betekent: samen met anderen bezig zijn met machines en techniek, grondstoffen en daaruit gemaakte producten. Mensen die werken in de foodsector zorgen ervoor dat de schappen in de winkels gevuld zijn zodat jij elke dag kunt eten en drinken.

8. Voeding is een vak! Bekijk het videofilmpje van Kenneth Amzand www.youtube.com/watch?v=bqmfncDmDVk a) Welke functie heeft Kenneth en bij welk bedrijf werkt hij? ..........................................................................................................................................

PSO ideeënbox groen

5


De wereld van Voeding en gezondheid

Naam: Klas:

Lesbrief 2 / Blad 6 informeren

inspireren

interesseren

b) Noem drie producten die bij dit bedrijf worden gemaakt: 1. ....................................... 2. ...................................... 3. ............................................ c) Noem twee taken van Kenneth: 1. ................................................................... 2.............................................................. d) Wat zou jij leuk vinden aan het werk van Kenneth? ..........................................................................................................................................

9. Dagelijkse kost voor Daan, Mo, Tamara en Mike. Daan, Mo, Tamara en Mike werken in de voedingsmiddelenindustrie. Lees in de tekstblokjes wat zij vertellen over hun werk.

Daan

Mo

Tamara

Mike

Tekst A > ‘Ik werk zelfstandig. Ik zorg ervoor dat grondstoffen uit de landbouw worden verwerkt tot een goed, lekker en veilig product. Als er problemen zijn, los ik die op. Soms moet ik daarvoor een productie­ band stopzetten. Niet leuk, maar de kwaliteit staat bij mij voorop.’ Tekst B > ‘Ik voer tests uit en hou de resultaten nauwkeurig bij. Mijn doel is voedingsmiddelen te verbeteren. De smaak, structuur, kleur, alles moet perfect zijn en blijven tot tenminste de uiterste houdbaar­ heidsdatum.’ Tekst C > ‘Ik heb de leiding over een afdeling die zorgt dat de producten op tijd de fabriek verlaten. Ik stuur mijn mensen aan en ik ben verantwoordelijk voor hun arbeidsomstandigheden. Ik houd me onder andere bezig met roosters maken, urenverantwoording en werkoverleg.’ Tekst D > ‘Ik zorg ervoor dat de machines in de fabriek blijven draaien. Reparaties voer ik snel uit zodat een machine zo kort mogelijk stil staat. Want staat een machine stil, dan staat alles erna ook stil en dat kost veel geld. Ik werk in ploegendiensten, dus heb ik vaak vrij als anderen moeten werken.’

PSO ideeënbox groen

6


Naam:

De wereld van Voeding en gezondheid

Klas:

Lesbrief 2 / Blad 7 informeren

inspireren

interesseren

a) Wie heeft wat gezegd? Zet achter elke naam de letter van de juiste tekst. Persoon

Tekst

Eigenschappen

Daan – Laborant Mo – Operator Tamara – Manager logistiek Mike – Onderhoudsmonteur b) Voor elk werk heb je andere eigenschappen nodig. Welke twee eigen­ schappen horen bij Daan, Mo, Tamara en Mike? Vul ze in het schema bij vraag a) in. Kies uit: verantwoordelijkheidsgevoel - nauwkeurigheid - zelfstandig werken - technisch inzicht - overzicht - concentratie - geduld - samenwerken

Ben jij geschikt voor een baan in De wereld van Voeding en gezondheid? Test het zelf! 10. Welk werk hoort erbij? Werk samen of met z’n drieën Lees nog een keer de tekst op pagina 1. Om te weten of je in ‘De wereld van Voeding en gezondheid’ wilt werken, moet je eerst weten welk werk daar allemaal bij hoort. a) Bedenk vier beroepen die bij ‘De wereld van Voeding en gezondheid’ horen: 1. ................................................................. 3. ................................................................ 2. ................................................................. 4. ................................................................ b) Noem vier werkzaamheden uit ‘De wereld van Voeding en gezondheid’: 1. ................................................................. 3. ................................................................ 2. ................................................................. 4. ................................................................

11. Wat vind ik leuk?

Verpakkingen

9

Op verschillende locaties werken

2

Groenten en fruit

10

In een laboratorium werken

3

Proefjes doen

11

Met computers werken

4

Ingrediënten

12

Met machines werken

5

Transport

13

Machines repareren

6

Smaaktests

14

In ploegendienst werken

7

Controles

15

Met klanten omgaan

8

Regels en voorschriften

16

Binnen werken

1

PSO ideeënbox groen

Zeker niet

Misschien

Iets doen met

Graag

Zeker niet

Misschien

Iets doen met

Graag

Het is nog erg vroeg om nu al te weten wat je wilt worden. Maar interesses heb je vast wel. Bekijk de lijst met activiteiten en geef aan wat jij leuk vindt aan een beroep.

7


Naam:

De wereld van Voeding en gezondheid

Klas:

Lesbrief 2 / Blad 8 informeren

inspireren

interesseren

12. Zo zien anderen mij

1

Ik kan goed rekenen

9

Ik werk heel precies en zorgvuldig

2

Ik kan goed uitleggen wat ik bedoel

10

Zorgzaam

3

Ik kan me goed concentreren

11

Geduldig

4

Ik kan goed zelfstandig werken

12

Iets doen voor de samenleving

5

Ik werk goed in teamverband

13

Met mijn handen werken

6

Creatief

14

Ik kan goed tegen veranderingen

7

Ik ben praktisch en handig

15

Ik werk volgens de regels

8

Ik kan goed oplossingen bedenken

16

Ik ben onderzoekend

Klasgenoot

Ouders

Ikzelf

Persoonskenmerken en -vaardigheden

Klasgenoot

Ouders

Persoonskenmerken en -vaardigheden

Ikzelf

Vul in: ++ (= goed), + (= redelijk), of –(= slecht) Laat je antwoorden uit kolom ‘Ikzelf’ lezen door je ouders en een klasgenoot. Laat ze hun mening invullen in de kolom ‘Ouders’ en ‘Klasgenoot’ van de tabel. Komt het overeen?

13. Waar ben ik goed in? a) Kies nu een beroep uit dat je zelf het leukst vindt en het best bij jezelf past uit ‘De wereld van Voeding en gezondheid’. En geef aan waarom. Dit beroep vind ik leuk, omdat: .......................................................................................................................................... .......................................................................................................................................... .......................................................................................................................................... b) Bespreek de lijst ook met je ouders. Vraag hen of ze vinden dat jouw antwoorden kloppen. Past het bij het beeld wat ze van jou hebben? ..........................................................................................................................................

PSO ideeënbox groen

8


Naam:

De wereld van Dieren

Klas:

Lesbrief 3 / Blad 1 informeren

inspireren

interesseren

De wereld van Dieren Naast zestien miljoen mensen zijn er in Nederland ook nog eens miljoenen dieren. Dat zijn onze huisdieren en (sport)paarden, maar ook de dieren die zorgen voor ons eten: koeien, schapen, geiten, varkens en kippen. Al die dieren moeten een zo prettig mogelijk leven leiden. Daarom hebben ze natuurlijk allemaal een goede verzorging nodig. Eten, drinken, een schone stal. Daar begint het mee. En als ze ziek zijn, moet de dierenarts er naar kijken. Maar wat moeten we eigenlijk met zoveel dieren? Bedrijven houden dieren voor de eieren, melk en voor het vlees. En van melk maken ze in de fabriek dan weer kaas, yoghurt en boter. Jij eet hier vast elke dag wel iets van! Ons kleine Nederland is zelfs een van de grootste voedingsproducenten ter wereld. Huisdieren hebben we natuurlijk voor de gezelligheid. Of om mee op stap te gaan of te sporten, zoals pony’s of paarden. Van je huisdier, bijvoor­ beeld je hond, kat, konijn of vogel ga je echt houden. Het liefst houden we een huisdier zo lang mogelijk bij ons. Dat kan ook, want dankzij heel goed eten, een schone mand en veel liefde worden huisdieren veel ouder dan de dieren die in het wild leven. Dat is naast jouw aandacht ook te danken aan de goede zorg van dierenartsen en hun assistenten. Voor wie een kat of konijn te klein is, gaat gewoon eens naar de dieren­ tuin. Aan de voorkant van de hekken zie je daar leeuwen, olifanten, en apen. Maar achter de schermen gebeurt meer werk dan je denkt. Elke dag moeten alle dieren van de dierentuin te eten krijgen. En honderden kilo’s poep moeten worden opgeruimd, om maar eens iets te noemen.

Werken in De wereld van Dieren Het fokken en verzorgen van dieren is veel werk. Net als koeien melken en eieren verzamelen. Werken op een boerderij, fokkerij of manege is ‘24/7’: dieren hebben de hele dag verzorging nodig. Zo kan een koe ‘s nachts een kalfje krijgen en daar wil je bij zijn. Verder houd je ook de administratie bij. Je hebt immers een groot bedrijf en als (boeren) ondernemer ben je dus ook verantwoordelijk voor het financieel gezond houden van je bedrijf. Je gebruikt dagelijks een computer, een tablet en ook een mobiele telefoon of smartphone. Ook moet je weten hoe je een tractor, melkrobot of andere apparaten bedient. Er komt dus veel bij kijken. Wanneer je werkt met dieren hoef je je in ieder geval niet te vervelen! Als je werkt in deze wereld kom je erachter waar een deel van ons eten vandaan komt en wat er allemaal moet gebeuren voordat het op je bord ligt. Met werken in ‘De wereld van Dieren’ kun je ook andere kanten op, want huisdieren en dieren die in de dierentuin verblijven moeten ook verzorgd worden. Dat je iets met dieren hebt, spreekt voor zich, maar gevoel voor techniek en interesse in mensen is ook belangrijk. Misschien is dit ook jouw toekomst? Doe de opdrachten en ontdek nog veel meer over de beroepen en opleidingen die deze wereld te bieden heeft.

Begrippen Veehouderij, melkvee, vleesvee, huisdieren, paardenmanege, paarden­ sport, voedselproductie, voedingsmiddelen, ingrediënten, zuivel­ producten, melk- en vleesverwerkende industrie, logistiek, grondstof.

PSO ideeënbox groen

1


Naam:

De wereld van Dieren

Klas:

Lesbrief 3 / Blad 2 informeren

inspireren

interesseren

Oriëntatie/Verkenning Lees de tekst op pagina 1 over dieren. Wat hoort hier allemaal bij volgens jou? Hoe ziet ‘De wereld van Dieren’ er uit? Zoek ongeveer vijftien foto’s en plaatjes die volgens jou bij deze wereld horen. Denk zowel aan de verschillende soorten dieren, maar ook aan de producten die van dieren afkomstig zijn. En aan beroepen, apparaten, gebouwen en de omgeving. Plak alles op een vel papier of maak er een collage van in een Word-document, in Powerpoint of Prezi.

Dierentuin- en gezelschapsdieren Jij vindt dieren geweldig! Of het nu een puppy, paard of jonge tijger is, jij bent niet bang voor dieren of om vies te worden. Het belang van dieren staat bij jou voorop. Je vindt het leuk om ze te verzorgen. Als dierverzorger recreatiedieren werk je bijvoorbeeld in een asiel, een afdeling van een dierentuin of dolfinarium. Maar denk ook aan medewerker in een dierenwinkel, dierenartspraktijk, een manege of een kinderboerderij.

1. Een dier is gezellig! Vind jij het leuk om met mensen en met dieren te werken? Dan is het leuk om in een dierenwinkel te werken! Daar zorg je voor konijnen, hamsters, vissen, vogels en muizen. Als iemand een dier bij je koopt, geef je advies welk dier het beste past, wat het moet eten en hoe je het verzorgt. a) Welk huisdier heb jij thuis? Of gehad?............................................................. b) Vraag aan een aantal klasgenoten welk(e) huisdier(en) zij hebben? ...................................................................................................................................... c) Waar kun je huisdieren kopen?..........................................................................

2. Hou van je dier én zorg er goed voor Heb jij thuis een huisdier? Dan ben je vast wel eens bij de dieren­ arts geweest. Bijvoorbeeld als je konijn een prikje moet, je kat een wormenkuur nodig heeft of als je hond ziek is en bijna niet meer eet. De dierenarts weet precies wat er moet worden gedaan, en zijn of haar assistent helpt daarbij! a) Wat doe je met je huisdier als die ziek is? Omcirkel het beste antwoord. A. Naar de dierenarts om medicijnen te kopen. B. Naar de dierenarts gaan om een diagnose te laten stellen. C. Naar een dierenasiel, om een goed advies te krijgen. b) Wat doet de dierenartsassistent? Bekijk het filmpje op de website internettv van het ROC, of scan de QR-code http://internettv.roc.nl/default.php?fr=details&videoid=63 Welke werkzaamheden mag je wel doen als dierenartsassistent? Vink aan. Patiënten ontvangen aan de balie Zelfstandig dieren opereren Een recept voorschrijven Administratief afhandelen Advies geven over verzorging Medicijnen klaarmaken Voorbereiden van operaties voor een behandeling

PSO ideeënbox groen

2


Naam:

De wereld van Dieren

Klas:

Lesbrief 3 / Blad 3 informeren

inspireren

interesseren

c) Welke kwaliteiten zijn nodig bij dit werk? Noem er drie: 1. ............................................ 2......................................... 3...........................................

3. Paarden: verzorgen & ermee sporten Een paard is een edel dier, waar veel mensen van houden. Je kunt er op rijden, op een manege, maar ook in de natuur. Het zijn sympa­ thieke dieren, die natuurlijk ook veel verzorging vragen. Maar wie van paarden houdt, doet dat ook graag. a) Als je met paarden wilt werken, zijn er veel beroepen mogelijk. Kijk maar naar de volgende uitspraken. Bij wie horen ze? Kies uit: paardrij-instructeur, medewerker in ruitersportzaak, dierverzorger kinderboerderij, medewerker op paardenfokkerij 1. .............................. 2................................ 3................................. 4............................... Uitspraak 1 ’Elke ochtend loop ik eerst alle stallen en hokken na. Elk paard krijgt een paar klopjes en knuffels. Als ik ze voer, praat ik tegen ze. Dat vinden ze prettig. Ik heb echt een band met de dieren hier.’ Uitspraak 2 ‘Ik vind het leuk om met paarden en mensen te werken. Ik ben lekker sportief en ben graag buiten bezig. Mijn werk is bijzonder, omdat ik een band opbouw met mensen en met dieren.’ Uitspraak 3 ‘Friese paarden zijn mijn lust en mijn leven, ze zijn trots en elegant. Ik ben dan ook blij dat ik mag meehelpen dit oude ras in stand te houden door met de stamboom in de hand te zorgen dat er gezonde veulens worden geboren.’ Uitspraak 4 ’Dagelijks praat ik met mensen over paarden, echte lief­ hebbers. Zo weet ik welke spullen ik hen moet adviseren. En in mijn vrije tijd rijd ik zoveel mogelijk. Dressuur vind ik het mooist.’ b) Schrijf onder de foto’s die hiernaast staan welk beroep wordt uitgebeeld. c) Geef aan welke foto jou het meest aanspreekt. Waarom is dat? ..........................................................................................................................................

4. Op naar de dierentuin! Bekijk het filmpje ‘Beroepenfilm Dierverzorger dierentuin‘ op www.aocterra.nl (klik op de button ‘mbo’, klik dan op de button ‘Animal friends’ op ‘Dierverzorging’. Klik dan op de button ‘Opleiding in beeld’). a) Waarom moet de dierverzorger het gedrag van de dieren observeren? 1. ....................................................................................................................................... 2. ....................................................................................................................................... b) Noem nog drie taken van de dierverzorger 1. ....................................................................................................................................... 2. ....................................................................................................................................... 3. ....................................................................................................................................... c) Wat lijkt jou leuk aan werken in de dierentuin? Noem twee dingen en geef aan waarom. 1. ..................................Waarom? . ............................................................................... 2....................................Waarom? . ............................................................................... PSO ideeënbox groen

3


Naam:

De wereld van Dieren

Klas:

Lesbrief 3 / Blad 4 informeren

inspireren

interesseren

Het melkvee Een melkveehouder houdt vee om te melken. Je weet vast wel dat koeien gemolken moeten worden. Twee keer per dag. Maar wist je ook dat boeren in Nederland schapen, geiten en paarden melken? Dieren geven de beste en het meeste melk als ze goed verzorgd worden. Daarom kijken boeren hoe ze steeds beter kunnen zorgen voor hun dieren. Bijvoorbeeld door ze meer ruimte te geven en goed en gezond voedsel te geven. Gek genoeg ben je in de melkveehouderij niet alleen met dieren bezig. Je werkt ook met melk- en landbouwmachines én computers. Momenteel werkt 10 procent van de melkveehouders zelfs met een melkrobot die de koeien melkt. Ook gebruik je als veeboer een computer waarin je de administratie van je bedrijf bijhoudt.

1

5. De werkdag van een melkveehouder De dagen op een melkveebedrijf beginnen vaak vroeg, omdat de dieren moeten worden gemolken. Hoe ziet de werkdag van de boer, boerin en hun medewerkers eruit? Bekijk de foto’s over een dag op een boerderij met melkkoeien. Wat hoort bij wat? Vul het juiste fotonummer in. Activiteit

2

Foto

De veearts komt langs voor inspectie. Koeien melken (dit gebeurt twee keer per dag). Na het avondeten is het tijd voor administratie. In het managementsysteem is af te lezen hoeveel melk elke koe vandaag gegeven heeft en of er dieren ziek zijn.

3

4

De melkrijder komt langs om de melktank te legen. Kalveren krijgen de fles (dit gebeurt twee keer per dag).

6. De motor achter de melk Het lijkt zo gewoon, een glas melk. Maar voordat een pak melk in je koelkast staat, is er heel wat gebeurd. Eens kijken wat jij weet van melkkoeien. Hoe groot, hoe veel, hoe zwaar? Vul de juiste letter in bij de juiste zin. A. 8.000, B. 25 , C. 70 , D. 300, E. 1,5 Vraag

5 Letter

Afhankelijk van het ras en de leeftijd, geeft een koe gemiddeld wel ….. liter melk per dag. Om melk te kunnen maken eet een koe ongeveer … kilo per dag. Het voer bestaat uit gras, mais en krachtvoer. Het aantal melkgevende koeien in Nederland is … miljoen. Nederlandse melkkoeien geven ruim … dagen per jaar melk. Nederlandse melkkoeien produceren per jaar gemiddeld … liter melk.

Het vleesvee Boeren houden naast melkvee ook vee om ‘vlees’ van te maken. Varkens, kippen, schapen en koeien zijn dieren die wij het meest verwerken tot eten. Voordat er een lapje vlees op je bord ligt, is er een hoop werk verricht. De verblijven van de dieren worden schoon­ gehouden en alle dieren krijgen gezond eten. Ook houdt een boer in zijn computer bij hoeveel eten hij geeft, hoeveel dieren er zijn geboren en welke er naar bijvoorbeeld de slacht gaan. PSO ideeënbox groen

4


Naam:

De wereld van Dieren

Klas:

Lesbrief 3 / Blad 5 informeren

inspireren

interesseren

7. Van knakworst tot biefstuk Werk samen a) Vlees is er in alle soorten en maten. Welke soorten vlees ken je? Schrijf zo veel mogelijk soorten vlees, vleeswaren, worst en snacks op. Vergelijk jullie lijstje met andere tweetallen. Weet je er samen meer dan tien? Vleessoorten: 1. ............................................................. 2............................................................... 3............................................................... 4. ............................................................. 5 ..............................................................

6. ................................................................... 7..................................................................... 8. ................................................................... 9. ................................................................... 10. .................................................................

b) De dieren van de boerderij… wie kent ze niet? Geef in onderstaande tabel per dier aan wat het eet, welke verzorging het nodig heeft en welk product het ons levert. Let op: Bij sommige dieren zijn meerdere antwoorden mogelijk. Dier

A Wat eet het dier?

B Hoe verzorg je het dier?

C Welk product levert het dier?

Koe Geit Varken Schaap Struisvogel Kip Kies uit: A. Graantjes en maïskorrels, maïskolven, aardappelen, krachtvoer, vers gras, kuilgras, hooi, stro, rauwkost B. Scheren, melken, nagels knippen, voeren, hok verschonen, verweiden, helpen met jongen krijgen. C. Eieren, melk, vlees, kaas, wol, mest, veren, huid

8. Jij en het vee a) Met welk dier uit vraag 7 zou jij het liefste werken? En waarom? ................................................ , omdat . ........................................................................ b) Wat heb je nodig om met dat dier te kunnen werken? Geef aan hoe belangrijk dat is: ‘Heel belangrijk’ = ++, ‘Gewoon belangrijk’ = +, ‘niet belangrijk’ = Eigenschap of vaardigheid

Hoe belangrijk?

Technisch inzicht Verstand van computers Houden van dieren Goed zelfstandig kunnen werken Sterk zijn Dagelijks bezig zijn met dieren Zelf je dag kunnen indelen .......................................................... (bedenk zelf iets) PSO ideeënbox groen

5


Naam:

De wereld van Dieren

Klas:

Lesbrief 3 / Blad 6 informeren

inspireren

interesseren

c) Met welke dieren uit vraag 7 werk jij wel eens, bijvoorbeeld als hobby of bijbaantje? ..........................................................................................................................................

9. Filmpje! Bekijk het filmpje over de varkenshouderij van Erik en Jacqueline t/m 1:40 minuut via onderstaande link, of scan de QR-code. Werken met vlees is heel anders dan werken met melkvee. Kijk maar eens op deze varkensboerderij. Let goed op om onderstaande vragen te kunnen beantwoorden! www.stapindestal.nl/index.php/videos a) Hoe heet het soort boerderij die Erik en Jacqueline hebben? .......................................................................................................................................... b) Waarom hebben ze zo’n soort boerderij gebouwd? ..........................................................................................................................................

10. De kip en het ei Nederlanders eten gemiddeld 185 eieren per jaar. Ook eten ze kippen­ vlees. Daar zijn heel wat kippenboeren voor nodig! Kippenboeren noemen zichzelf pluimveehouders. Pluimvee is een ander woord voor tamme vogels. Niet alleen kippen, maar ook kalkoenen, ganzen en parelhoenen zijn pluimvee. Ga naar de website http://www.ei-info.nl/ en klik op de button ‘ei-extra’. Open dan de ei-Quiz en test je kennis over eieren. Hoeveel vragen heb je goed?

DOEn! Opdracht A Zoek een kinderboerderij of boerderij bij jou in de buurt (overleg met je docent waar je het beste naartoe kunt gaan). Welke dieren zie je allemaal? Maak een lijstje en noteer ook per dier hoeveel ervan rondlopen.

Opdracht B Speel het spel ‘WoordGrazen’ op vmbo-niveau. De game vind je op: www.zuivelonline.nl/pagina/1053/games_woordgrazen.html

Ben jij geschikt voor een baan in de wereld van dieren? Test het zelf! 11.Welk werk hoort daarbij? Werk samen of met z’n drieën. Lees nog een keer de tekst op blad 1 van lesbrief 2. Om te weten of je in ‘De wereld van Dieren’ wilt werken, moet je eerst weten welk werk daar allemaal bij hoort. a) Bedenk vier beroepen die bij dat werk horen: 1. ............................................................. 3. ................................................................... 2. ............................................................. 4. ................................................................... b) Noem vier werkzaamheden uit ‘De wereld van Dieren’: 1. ............................................................. 3. ................................................................... 2. ............................................................. 4. ................................................................... PSO ideeënbox groen

6


Naam:

De wereld van Dieren

Klas:

Lesbrief 3 / Blad 7 informeren

inspireren

interesseren

12. Wat vind ik leuk?

Iets doen met

1

Koeien

10

Regels en voorschriften opvolgen

2

Varkens

11

Op verschillende locaties werken

3

Geiten, schapen

12

Klanten bedienen

4

Paarden

13

Voer bereiden

5

Kippen, eieren

14

Verpakkingen

6

Zuivel

15

Cijfers

7

Vlees

16

Binnen werken

8

In teamverband werken

17

Machines

9

Buiten werken

18

Computers

Zeker niet

Misschien

Graag

Zeker niet

Iets doen met

Misschien

Graag

Het is nog erg vroeg om nu al te weten wat je wilt worden. Maar interesses heb je vast wel. Bekijk de lijst met activiteiten en vink aan wat jij leuk vindt:

13. Zo zien anderen mij.

1

Ik kan goed rekenen

8

Ik ben handig en praktisch

2

Ik kan goed uitleggen wat ik bedoel

9

Klanten bedienen

10

Ik kan goed buiten actief zijn

3

Ik kan me goed concentreren

11

Ik kan werken onder tijdsdruk

4

Ik kan goed zelfstandig werken

12

Ik werk heel precies en zorgvuldig

5

Alleen werken doe ik het liefst

13

Ik ben zorgzaam

6

Iets met je handen doen

14

7

Iets doen voor de samenleving

Ik vind het leuk dingen te bedenken

Klasgenoot

Ouders

Ikzelf

Persoonskenmerken en -vaardigheden

Klasgenoot

Ouders

Persoonskenmerken en –vaardigheden

Ikzelf

Vul in: ++ (= goed), + (= redelijk), of –(= slecht) Laat je antwoorden uit de kolom ‘Ikzelf’ lezen door je ouders en een klasgenoot. Laat ze hun mening invullen in kolom ‘Ouders’ en ‘Klasgenoot’ van de tabel. Komt het overeen?

14. Waar ben ik goed in? a) Kies nu een beroep uit dat je zelf het leukst vindt en het best bij jezelf past uit ‘De wereld van Dieren’. En geef aan waarom. Dit beroep vind ik leuk, omdat: .......................................................................................................................................... .......................................................................................................................................... .......................................................................................................................................... b) Bespreek de lijst ook met je ouders. Vraag hen of ze vinden dat jouw antwoorden kloppen. Past het bij het beeld wat ze van jou hebben? .......................................................................................................................................... PSO ideeënbox groen

7


Naam:

De wereld van Planten

Klas:

Lesbrief 4 / Blad 1 informeren

inspireren

interesseren

De wereld van Planten Vrijwel elke dag eet je planten zoals spinazie, kool of sla. Ook liggen er vaak vruchten van planten op je bord, zoals een tomaat, paprika, komkommer, maar ook aardbeien en appels. Daarnaast kennen we nog de akkerbouwgewassen, zoals aardappels, uien, graan (voor bijvoorbeeld brood), suikerbieten (voor suiker) en de vollegrondsgroentengewassen, waaronder winterpeen, broccoli, spruiten, asperges en witlof. In de vensterbank thuis staan kamerplanten, op tafel zie je een bosje geurige bloemen in een vaas. Ook buiten in tuinen en langs straten zie je volop planten, bomen en bloembollen, als je er goed op let. Al die planten, bomen, aardappels, groenten en fruit worden door vakmensen gekweekt, verzorgd en geoogst. Wist je dat? In de Nederlandse land- en tuinbouw worden ontzettend veel van deze ‘levend groene’ producten gemaakt. Wereldwijd is ons land zelfs een van de toplanden in de land- en tuinbouw! Dat betekent niet alleen dat we er goed in zijn, maar ook dat er heel veel mensen mee te maken hebben. ‘De wereld van Planten’ zit vol techniek en is vernieuwend.

Werken in De wereld van Planten Bij het zaaien, opkweken, telen, verzorgen en oogsten van alle soorten planten en bomen komt heel veel kijken. En als de planten en bomen groot genoeg zijn om te oogsten of te verkopen, moet er nog veel meer gebeuren. Tomaten, appels, champignons, komkommers en rozen of tulpen: ze worden gesorteerd, verpakt, bewaard en vervoerd. Voordat deze land- en tuinbouwproducten bij jou op je bord liggen, hebben heel veel mensen ze al in hun handen gehad. Bijzonder aan deze natuurlijke producten is dat ze vers zijn en gemakkelijk kunnen beschadigen. Dat betekent dat je er voorzichtig mee moet doen, terwijl ze wel snel naar de klant moeten. Gelukkig zijn er goede verpakkingen ontworpen voor land- en tuinbouw­producten en zijn er koelcellen om groenten, fruit, maar ook bloemen en kamerplanten in te bewaren. Voor al dit werk kan het handig zijn als je groene vingers hebt, maar dat hoeft niet perse hoor! Misschien is dit ook jouw toekomst? Doe de opdrachten en ontdek nog veel meer over de beroepen en opleidingen die ‘De wereld van Planten’ te bieden heeft.

Begrippen Bomen, boomkwekerij, groenten, fruit, boomgaarden, bloemen, bloembollen, paddenstoelen, kassen, glastuinbouw, vollegrondsgroententeelt, akkerbouw, telen, veredelen, zaaien, aanplanten, poten, oogsten, vers, vervoer, verpakken, veiling, marketing, bewaring, vervoeren.

PSO ideeënbox groen

1


Naam:

De wereld van Planten

Klas:

Lesbrief 4 / Blad 2 informeren

inspireren

interesseren

Oriëntatie/Verkenning Lees de tekst op pagina 1 over planten. Wat hoor hier allemaal bij volgens jou? Hoe ziet ‘De wereld van Planten’ eruit? Zoek zoveel mogelijk (circa 15) foto’s en plaatjes die volgens jou bij deze wereld horen. Denk aan soorten planten en bomen en bollen, maar ook beroepen, machines, gebouwen en gereedschap. Plak alles op een vel papier of maak er een collage van in een Word-document, in Powerpoint of Prezi

Groenten en fruit Groenten en fruit zijn gezond voor je. Als je langs de versafdeling van een supermarkt loopt, zie je dat er bij alle producten een kaartje staat met het land van herkomst. Heel vaak lees je dan Nederland. Niet gek, want wij zijn een topland in land- en tuinbouwproducten. Groenten die veel warmte nodig hebben groeien in kassen waar veel techniek wordt gebruikt. Andere akkerbouwgewassen, groenten en het meeste fruit groeien buiten: op akkers en in boomgaarden.

1. Waar groeit het? a) Welke akkerbouwgewassen, groenten en fruit groeien in Nederland in een kas, buiten op het land of in een boomgaard? Of allebei? Vink aan. Akkerbouwgewassen / Groenten / Fruit

binnen

buiten

beiden

Akkerbouwgewassen / Groenten / Fruit

Appel

Peen

Aardappel

Bloemkool

Paprika

Aardbei

Asperge

Ui

binnen

buiten

beiden

b) Kies een groente- of fruitsoort uit de lijst uit. Noem een reden waarom deze binnen of buiten geteeld wordt? Groente : …………………….. Binnen / buiten, omdat ........................................ .....................................................................................................................................

2. Drie tuinders John (glastuinder), Marjolein (fruitteler) en Marco (vollegrondsgroententeler) zijn alle drie tuinder, maar ze telen heel verschillende producten. Het werk dat zij doen is heel verschillend, zoals je ziet aan wat ze vertellen door het jaar heen: a) Lees de tekstblokjes en vul de letter van de juiste uitspraak hieronder in: Tuinder:

Lente

Zomer

John – glastuinder Marjolein – fruitteler Mario – vollegrondsgroententeler A ‘Het gaat vriezen vannacht. Ik moet maatregelen nemen, anders vriezen de bloesems van mijn appelbomen kapot.’ B ‘We houden de temperatuur de komende week op 22 graden. Zo groeien de nieuwe planten het beste en zullen de tomaten snel oogstrijp zijn.’ PSO ideeënbox groen

2


Naam:

De wereld van Planten

Klas:

Lesbrief 4 / Blad 3 informeren

inspireren

interesseren

C ‘Het zou mooi zijn als er een beetje regen komt. Dan schieten de koolplantjes die net op het land staan goed wortel.’ D ‘De vruchten groeien goed deze zomer. Ik kijk al uit naar de pluk in september. E ‘De oogst zit nu aan zijn piek, maar gaat nog door tot november.’ F ‘Na de regen van vorige week schiet het onkruid nu omhoog. We moeten volop wieden.’ b) De werkplek van John heeft een aantal voordelen voor zijn planten. Welk voordeel hoort er niet bij: A. Hier kun je nauwkeurig de temperatuur regelen. B. Het glasdek zorgt voor veel warmte binnen. C. De ramen kunnen ver genoeg open om regenwater op te vangen. D. Dankzij de klimaatcomputer weet ik precies hoe het er bij staat. c) Waar zou jij als tuinder het liefst werken? Omcirkel het juiste antwoord en vul aan. : wel / niet, omdat . ............................................................. In een kas: In een boomgaard : wel / niet, omdat . ............................................................. Op het land : wel / niet, omdat . .............................................................

3. Veelzijdig werk Bekijk het YouTube-filmpje over ‘Wim, Glastuinbouw: een groeiend vak’ via onderstaande link, of scan de QR-code. www.youtube.com/watch?v=0geY6Uwy3Ks&feature=relmfu a) Welke groenten kweken ze in de kas waar Wim werkt? ................................................................................................................................ b) Wim verandert steeds van beroep. In onderstaande tabel staan verschillende werkzaamheden, welk beroep hoort daarbij? Vul in en zet erbij wat jou het leukste werk lijkt, van 1 t/m 5. Nr.

Werkzaamheden

Beroep

Gewas indraaien, poeder strooien tegen schadelijke insecten Werkbespreking, taakverdeling Verkoopbespreking Een machine controleren Product aanprijzen in de supermarkt Kwaliteitscontrole c) Een van de uitgebeelde werkzaamheden is erg onwaarschijnlijk. Welke? ..........................................................................................................................................

4. Bomen kweken: wat komt erbij kijken? Bekijk het YouTube-filmpje ‘Boomkwekerij, een groeiend vak’ via onderstaande link, of scan de QR-code http://www.youtube.com/watch?v=IDk5OaxalMA a) Welk gereedschap gebruiken de boomkwekers in het begin van het filmpje? ..................................................................................................................................... b) Op welke plekken en bij welke gebouwen komen de twee boomkwekers allemaal? ..................................................................................................................................... PSO ideeënbox groen

3


Naam:

De wereld van Planten

Klas:

Lesbrief 4 / Blad 4 informeren

inspireren

interesseren

c) Wat lijkt jou leuk aan dit werk, en waarom? .....................................................................................................................................

Bollen en bloemen Bloemen houden van mensen. Wie kent die uitspraak niet. Een mooie bos rozen, tulpen, lelies of een gemengd boeket maken het gezellig in huis. Kamerplanten zorgen het hele jaar voor een gezond huis of kantoor. In de lente zie je bloemen groeien op de bollenvelden. Nederland is daar beroemd om: jaarlijks komen bussen vol toeristen naar onze eigen Keukenhof. Maar de bollenvelden zijn niet alleen mooi, in de bollen- en bloemensector is ook veel werk.

5. Sierteelt: het klokje rond

1

Om thuis een mooie bos verse bloemen in een vaas te kunnen zetten, gebeurt er in korte tijd heel veel. Kijk maar eens: a) Zet de foto’s hiernaast in goede volgorde van tijd: wanneer gebeurt wat? Foto ….. / Foto ….. / Foto …. / Foto ….. b) Zet bij de beroepen in de tabel het juiste fotonummer. Bedenk zelf voor elk werk een kenmerkende eigenschap. Geef aan wat jij het liefste zou willen doen? Beroep

Foto nr.

2

3

Eigenschap Mijn voorkeur

Oogstmedewerker Logistiek medewerker Leverancier bloemen en planten

6. Automatisering en innovatie

4

Als je dacht dat er in de land- en tuinbouw alleen met de handen in de grond gewerkt wordt, dan heb je het mis. In deze wereld wordt heel modern gewerkt en er wordt steeds gekeken of het telen en oogsten nog beter kan. Moderne tuinders werken zelfs met robots. Kijk maar eens op de website van chrysantenkweker Fred van Paassen in Andijk: www.fredvanpaassen.nl. Klik op het stukje ‘inhoesrobot’. a) Noem drie handelingen die geautomatiseerd zijn in het bedrijf en geef aan waaruit die automatisering bestaat: 1. ...................................................................................................................................... 2. ...................................................................................................................................... 3. ...................................................................................................................................... b) Welke redenen heeft de tuinder om dit werk te automatiseren, denk jij? Vink aan. Minder kans op beschadigingen Het werkt sneller Mensen willen dan liever bij hem werken Geen verschillen meer tussen bosjes bloemen Minder personeel nodig

PSO ideeënbox groen

4


Naam:

De wereld van Planten

Klas:

Lesbrief 4 / Blad 5 informeren

inspireren

interesseren

7. Bollenpracht a) Op de foto zie je een bollenveld. Welke bloemen bloeien op de foto? ......................................................................................................................................... Noem nog twee andere bollensoorten. 1............................................................ 2.................................................................. b) Wat maakt bloembollen tot een bijzondere bloemensoort? Omcirkel het juiste antwoord. A. Geen enkele bloemensoort bestaat in zoveel verschillende kleuren. B. Bloembollen kunnen van nature alleen in Nederland groeien. C. Het voedsel van de bloem zit in een bol onder de grond. D. De bloemknoppen zitten in een bol onder de grond.

8. De hovenier is bezig geweest Meestal mag het niet, maar nu wel: kijk eens door de ramen van het lokaal naar buiten! Waarom? Om te kijken hoe het groen rondom jouw school en de straat is ingericht. Kies een stukje van de schoolomgeving uit en kijk goed welke planten, struiken en bomen je ziet groeien. Kijk ook naar de bestrating, bankjes en ander ‘straatmeubilair’. Zelfs het gras is daar niet vanzelf gekomen! a) Wat zie je aan bomen, struiken, planten en bestrating? ......................................................................................................................................... b) Welk werk hebben hoveniers en groenverzorgers te doen in jouw schoolomgeving? Geef ook aan wat bij de aanleg gedaan is, en wat steeds opnieuw moet worden gedaan (om het bij te houden). Kruis aan. Werkzaamheden

Bij aanleg

Regelmatig bijhouden

Bestraten Bomen aanplanten Snoeien Ontwerp beplanting Bemesten van planten Gras maaien

Vers de wereld over Nederland is niet alleen een van de belangrijkste producenten van groenten, fruit en bloemen. Ook in de handel van aardappels, groenten, fruit en bloemen speelt ons land een hoofdrol. De aardappels, groenten, fruit en bloemen van onze boeren en tuinders worden over de hele wereld verkocht. Koelcellen, koelcontainers en andere slimme productieprocessen zorgen ervoor dat al die aardappels, groenten, fruit en bloemen vers blijven, zodat wij ervan kunnen genieten.

9. Voorzichtig met vers! Verse groenten, fruit, bloemen en planten zijn kwetsbaar. Je moet er voorzichtig mee zijn. Wat is goed en wat is fout? Vul in. Tomaten vanaf je oogstwagen in een kist een paar meter verderop gooien Bosjes bloemen in een kist of doosje verpakken Geoogste bloemen in een emmer water zetten Komkommers na de oogst meteen schillen Rozen in de koelcel bewaren totdat de transporteur ze naar de veiling brengt Kroppen sla kun je gemakkelijk samenknijpen, zodat er lekker veel in een kist passen. PSO ideeënbox groen

5


Naam:

De wereld van Planten

Klas:

Lesbrief 4 / Blad 6 informeren

inspireren

interesseren

10. De komkommer vertelt… Als die komkommer bij jullie in de koelkastlade eens kon praten, dan zou jij nog opkijken wat die lange groene vrucht allemaal te vertellen heeft… Of ’ie nu Nederlands spreekt of niet, hij heeft al heel wat meegemaakt voordat hij in plakjes of stukjes op jouw bord eindigt. a) Wie hebben er aan mee gewerkt voordat jij die komkommer kan eten? Kruis aan in kolom 2. Beroep

Werkt mee

Volgorde

Plantenkweker Hovenier Handelaar in groenten en fruit Oogstmedewerker Vollegrondsgroententeler Vrachtwagenchauffeur Glastuinder b) Weet je ook de volgorde waarin zij hun werk ongeveer doen? Geef dit aan met cijfers in kolom 3. c) Bedenk zelf vier werkzaamheden die de mensen uit vraag a) hebben verricht met jouw komkommer:

1. ........................................................ 3. ................................................................... 2. ........................................................ 4. ...................................................................

Doen! Opdracht: Wat is er te koop? Ga naar je plaatselijke supermarkt en maak een lijst van circa 10 aardappels, groenten, fruit en bloemen die er te koop zijn. Zien ze er vers genoeg uit? Geef een kwaliteitscijfer. Uit welk land komen ze? Wat vind je van de verpakking? Aantrekkelijk of saai? Kun je terugvinden bij welke tuinders de producten vandaan komen?

Ben jij geschikt voor een baan in de wereld van planten? test het zelf! 11. Welk werk hoort daarbij? Werk samen of met z’n drieën. Lees nog een keer de tekst op pagina 1 van deze lesbrief. Om te weten of je in ‘De wereld van Planten’ wilt werken, moet je eerst weten welk werk daar allemaal bij hoort. a) Bedenk drie beroepen die bij dat werk horen: 1. ....................................... 2. ...................................... 3. ............................................ b) Noem drie werkzaamheden uit ‘De wereld van Planten’: 1. ............................................................. 3. ................................................................... 2. ............................................................. 4. ...................................................................

PSO ideeënbox groen

6


Naam:

De wereld van Planten

Klas:

Lesbrief 4 / Blad 7 informeren

inspireren

interesseren

12. Wat vind ik leuk?

1

Planten

8

Op verschillende locaties werken

2

Groenten & Fruit

9

Klanten bedienen

3

Bomen en struiken

10

Handelen en geld

4

Inpakken en verpakken

11

Binnen werken

5

Bollen en bloemen

12

Werken met transportmiddelen

6

In teamverband werken

13

Computers

7

Smaken testen

14

Techniek

Zeker niet

Misschien

Iets doen met

Graag

Zeker niet

Iets doen met

Misschien

Graag

Het is nog erg vroeg om nu al te weten wat je wilt worden. Maar interesses heb je vast wel. Bekijk de volgende lijst met activiteiten en geef aan wat jij leuk vindt:

13. Zo zien anderen mij

1

Ik kan goed rekenen

6

Iets doen voor de samenleving

2

Ik kan me goed concentreren

7

Ik ben praktisch

3

Ik kan goed zelfstandig werken

8

Ik ben handig

4

Met mensen werken

9

Ik kan werken onder tijdsdruk

Iets met je handen doen

10

Ik werk heel precies en zorgvuldig

5

Klasgenoot

Ouders

Ikzelf

Persoonskenmerken en -vaardigheden

Klasgenoot

Ouders

Persoonskenmerken en -vaardigheden

Ikzelf

Vul in: ++ (= goed), + (= redelijk), of –(= slecht) Laat je antwoorden uit kolom ‘Ikzelf’ lezen door je ouders en een klasgenoot. Laat ze hun mening invullen in kolom ‘Ouders’ en ‘Klasgenoot’ van de tabel. Komt het overeen?

14. Waar ben ik goed in? a) Kies nu een beroep uit dat je zelf het leukst vindt en het best bij jezelf past uit ‘De wereld van Planten’. En geef aan waarom. Dit beroep vind ik leuk, omdat: .......................................................................................................................................... .......................................................................................................................................... .......................................................................................................................................... b) Bespreek de lijst ook met je ouders. Vraag hen of ze vinden dat jouw antwoorden kloppen. Past het bij het beeld wat ze van jou hebben? ..........................................................................................................................................

PSO ideeënbox groen

7


Naam:

De wereld van Creativiteit in het groen

Klas:

Lesbrief 5 / Blad 1 informeren

inspireren

interesseren

Creativiteit in het groen Als je een bloemenwinkel binnen loopt, zie je bosjes tulpen, rozen en lelies in een emmer staan. Maar ook staan er prachtige gemengde boeketten met allerlei soorten door elkaar en bovendien hele mooie planten voor in huis. ‘Bloemschikken’, het maken van mooie bloemstukken en boeketten is één ding. Maar er kan veel meer: bloemen en planten arrangeren bijvoorbeeld, door er woonkamers mee in te richten of bijvoorbeeld een tuin of dakterras. Ook kun je denken aan zalen waar feesten of evenementen worden gehouden of tentoonstellingen. ‘Groene sfeermakers’ als bloemen en planten moeten ook verkocht worden. Dat gebeurt bij bloemisten en ook in de vele tuincentra die ons land rijk is. Creativiteit in het groen gaat trouwens nog verder dan bloemen en planten. Want ook van een bord of tafel met lekker eten kun je ware kunststukjes maken. Je bent dan een heuse foodstylist!

Werken in De wereld van Creativiteit in het groen Iets moois doen met groen, hoe lijkt jou dat? Je maakt een mooi bloem/plantenwerk voor speciale gelegenheden. Je kunt ook zelf workshops geven. Of heel anders: je specialiseren in het inrichten van woonkamers of tuinen van mensen thuis of juist etalages van winkels. Je kunt dus veel kanten op. Misschien is dit ook jouw toekomst? Doe de opdrachten en ontdek nog meer over de beroepen en opleidingen die ‘De wereld van Creativiteit in het groen’ te bieden heeft.

Begrippen Bloemen, interieur, bloemist, tuincentrum, styling, creativiteit, verkopen, aantrekkelijke presentatie, gevoel voor stijl, foodstylist, communicatief zijn.

Verkenning Lees de tekst hierboven over ‘De wereld van Creativiteit in het groen’. Hoe ziet die wereld eruit? Zoek zoveel mogelijk (circa 15) foto’s en plaatjes die volgens jou bij deze wereld horen. Denk aan de vele soorten en kleuren bloemen en planten, maar ook creaties die met levend groen worden gemaakt, kleuren en vormen, beroepen en de gebouwen waar dit werk gedaan wordt. Plak alles op een vel papier of maak er een collage van in een Word-document, in Powerpoint of Prezi.

1. Steel de show! Bekijk het YouTube-filmpje over Dorien van den Berg via onderstaande link of scan de QR-code. Beantwoord daarna de vragen. www.youtube.com/watch?v=77mIMZ7W_VU a) Wat voor werk doet Dorien van den Berg? Omcirkel de letter van het goede antwoord. A. Bloemschikken B. Bloemen kweken C. Bloemen arrangeren D. Bloemen verkopen b) Waarom heeft Dorien van den Berg de bijnaam Miss Lily? ..................................................................................................................................... PSO ideeënbox groen

1


De wereld van Creativiteit in het groen

Naam: Klas:

Lesbrief 5 / Blad 2 informeren

inspireren

interesseren

2. Stylisten & moodboards Voordat stylisten een woonkamer of etalage inrichten of een shop­ pagina in een tijdschrift, maken zij een moodboard. Bekijk op de website www.wonenblog.com wat een moodboard is. Klik linksonder op de button ‘stap 1, moodboard maken’ of scan de QR-code. www.wonenblog.com/interieur-basics/moodboard-interieur/ a) Wat is een moodboard volgens jou (geef aan in je eigen woorden)? ..................................................................................................................................... b) Welk type stylist hoort bij welke uitspraak? Kies uit foodstylist, interieurstylist en stylist van een winkel. A ‘De trend voor dit najaar en deze winter is chic. Niet alleen voor kleding, ook voor bloemen. Daarom verwerk ik veel zwart in de etalage. Zwarte potten, grote bloemen, bespoten met glitter. En linten. Veel linten.’ Hoort bij: ............................................................................ B ‘Vanochtend heb ik een gesprek gehad met een pasgetrouwd stel. Ze hebben een nieuwbouwhuis gekocht en willen het nu gaan inrichten. Hij houdt van felle kleuren en veel bloemen en planten. Zij wil juist alles strak en zwart-wit. Dat wordt een hele uitdaging! Eerst maar eens wat schetsen maken…’ Hoort bij: .................................... C ‘Ik werk bij de redactie van het lekkerste eet-tijdschrift van Nederland. Iedere maand inspireren we onze lezers met al het goede van het seizoen. Eten dat niet alleen lekker is, maar er ook prachtig uit ziet op je bord. Bijvoorbeeld met eetbare bloemen als decoratie.’ Hoort bij: . ...........................................................................................

3. Tuinieren op de vierkante meter! Tuincentra laten elk seizoen nieuwe trends zien op het gebied van tuinen. Niet iedereen heeft een grote tuin. Wat kun je met planten en bloemen doen op een dakterras, balkon of kleine stadstuin? a) Ga naar de website www.tuinenbalkon.nl en klik op de button ‘Over ons’. Waar zijn Mathieu en Olaf in gespecialiseerd? ...................................................................................................................................... b) Wanneer je naar beneden gaat, zie je rechtsonder 14 categorieën. Klik op de button ‘Balkon’. Voor welke planten/bloemen is volgens Mathieu en Olaf veel ruimte op een balkon? Noem twee planten en twee bloemsoorten. 1........................................................... 2. ................................................................... 1........................................................... 2. ................................................................... c) Wat wordt verstaan onder de categorie ‘Verticale tuin’? En waarom is zo’n tuin geschikt voor een dakterras of kleine stadstuin? ...................................................................................................................................... d) Lijkt het werk van Mathieu en Olaf jou leuk? Waarom? …………………….. ......................................................................................................................................

DOEN!

Opdracht: Maak je eigen moodboard! Werk met z’n tweeën. Bij vraag 2 heb je geleerd wat een moodboard is. Maak er nu zelf een voor het ontwerp van een dakterras, een woonkamer met planten en bloemen of een food-evenement dat met planten, bloemen én voedselproducten moet worden ingericht. Licht je moodboard toe in drie zinnen: welke sfeer heb je willen uitdrukken? PSO ideeënbox groen

2


Naam:

De wereld van Creativiteit in het groen

Klas:

Lesbrief 5 / Blad 3 informeren

inspireren

interesseren

4. Welk werk hoort erbij? Werk samen of met z’n drieën. Lees nog een keer de tekst op pagina 1 van dit lesbrief. Om te weten of je in ‘De wereld van Creativiteit in het groen’ wilt werken, moet je eerst weten welk werk daar allemaal bij hoort. a) Bedenk vier beroepen die bij dat werk horen: 1.................................................................3. .................................................................... 2................................................................4. .................................................................... b) Noem vier werkzaamheden uit ‘De wereld van Creativiteit in het groen’: 1.................................................................3. .................................................................... 2................................................................4. ....................................................................

5. Wat vind ik leuk?

1

Planten en bloemen

7

Nieuwe dingen bedenken

2

Groenten en fruit

8

Voor publiek werken

3

Met groepen mensen

9

Op verschillende locaties werken

4

Met je handen iets maken

10

Interieurs

5

In teamverband werken

11

Binnen werken

6

Andere mensen vermaken

12

Waarbij je met ingrediënten werkt

Zeker niet

Misschien

Iets doen met

Graag

Zeker niet

Iets doen met

Misschien

Graag

Het is nog erg vroeg om nu al te weten wat je wilt worden. Maar interesses heb je vast wel. Bekijk de volgende lijst met activiteiten en geef aan wat jij leuk vindt:

6. Zo zien anderen mij Vul in: ++ (= goed), + (= redelijk), of –(= slecht)

1

Ik kan goed uitleggen wat ik bedoel

6

Iets doen voor de samenleving

7

Creatief

2

Ik kan me goed concentreren

8

Ik ben handig

3

Ik kan goed zelfstandig werken

9

Ik kan werken onder tijdsdruk

4

Klanten bedienen

10

Ik ben geduldig

5

Iets met je handen doen

11

Ik werk heel precies en zorgvuldig

Klasgenoot

Ouders

Ikzelf

Persoonskenmerken en -vaardigheden

Klasgenoot

Ouders

Persoonskenmerken en -vaardigheden

Ikzelf

Laat je antwoorden uit kolom ‘Ikzelf’ lezen door je ouders en een klasgenoot. Laat ze hun mening invullen in kolom ‘Ouders’ en ‘Klasgenoot’ van de tabel. Komt het overeen?

7. Waar ben ik goed in? a) Kies nu een beroep uit dat je zelf het leukst vindt en het best bij jezelf past uit ‘De wereld van Creativiteit in het groen’. En geef aan waarom. Dit beroep vind ik leuk, omdat: .......................................................................................................................................... .......................................................................................................................................... b) Bespreek de lijst ook met je ouders. Vraag hen of ze vinden dat jouw antwoorden kloppen. Past het bij het beeld wat ze van jou hebben? .......................................................................................................................................... PSO ideeënbox groen

3


Extra tips & informatie


Organiseer een excursie, bedrijfsbezoek, gastles of maatschappelijke stage

Extra tips voor PSO Groen

Tip

De vijf werelden van groen beleven in de praktijk, dat kan! Zij komen pas echt tot leven als je een bedrijf of organisatie bezoekt. Als je de apparaten en machines waarmee wordt gewerkt in handen hebt. Of het vele groen zelf ervaart. Hieronder staan per wereld tips voor de invulling van een succesvolle en aansprekende excursie, bedrijfsbezoek, gastles of maatschappelijke stage.

Tip

Gast les

Milieu Nodig een bodemonderzoeker of milieu-inspecteur uit in de klas en laat hem of haar vertellen over zijn of haar werk. Geef de leerlingen opdracht om een kort verslagje te maken van de werkzaamheden. Laat ze antwoord geven op de volgende punten: • Waarom bodem- of milieuonderzoek nodig kan zijn • Hoe een bodem- of milieuonderzoek gedaan wordt • Welke verontreiniging of overtreding daarmee gevonden wordt

1

B edri jf sbez oek

Groen, grond, infra Organiseer een bedrijfs­bezoek waarin leerlingen alles te weten komen over de groen-, grond- en infratechniek. Kijk op onderstaande websites voor adressen over leer­ bedrijven en bedrijfsbezoeken. Op de website ‘kiezen voor de cumelasector’ staat informatie

hoe zo’n bedrijfsbezoek eruit ziet, compleet met draaiboek en opdrachtkaarten.

www.groengrondinfra.nl www.kiezenvoordecumelasector.nl/bedrijfsbezoek

E xc u rs ie

Bos en natuur Breng een bezoek aan een van de vele natuur- en recreatieparken die Nederland rijk is. Via het bezoekers/natuur­centrum kunnen excursies worden besproken en naar wens samengesteld. Geef de leerlingen na het bezoek een extra opdracht door hen zelf een speurtocht te laten bedenken. Opdracht: Bedenk zelf een speurtocht! (werk in groepjes van 4) Een gastheer of gastvrouw bedenkt ook opdrachten voor

PSO ideeënbox groen

2

Tip bezoekers. Een speurtocht bijvoorbeeld. Ga naar buiten met een groepje en zet je eigen speurtocht uit. Het is heel simpel. Bedenk een route en maak een routebeschrijving voor iedereen die meedoet aan de speurtocht. De route kun je op papier zetten of uitzetten met pijlen. Onderweg moeten allemaal vragen worden beantwoord over de natuur. Bijvoorbeeld over de kleur bloemen in een plantsoen, de naam van een plant, de dennenappels onder een boom, hoeveel dezelfde

3

witte bomen in een perkje staan. Je kunt ook foto’s op je vragen­ formulier zetten die je maakt met je mobiele telefoon. Degene die de meeste antwoorden goed heeft, heeft gewonnen! Nodig: pen, papier, papier voor routebeschrijving en vragenformulier, papier voor de antwoorden


Tip

4

M a ats ch appe lijke s tage

Voeding en gezondheid De maatschappelijke stage is bedoeld om jongeren een bijdrage te laten leveren aan de samenleving. Dit kun je doen door stage te lopen als vrijwilliger bij een vrijwilligersorganisatie, zoals een sportvereniging, kinderboerderij, maar ook een voedselbank. Overal waar vrijwilligers actief zijn, kunnen jongeren als stagiair aan de slag. Deze opdracht kan met de hele klas worden uitgevoerd of met een groepje leerlingen. Bekijk

Bedri j f sbez oek

Planten en Dieren De laatste jaren is de ontwikkeling van zorgboerderijen in een stroomversnelling gekomen. Binnen de zorgsector groeit de behoefte aan zorg aanzienlijk, terwijl ook de landbouwsector openstaat voor nieuwe mogelijkheden om het werkveld uit te breiden. De zorgboerderij sluit hier uitstekend op aan. Het voorziet in de behoefte van

PSO ideeënbox groen

Tip Organi see r een t entoons te lli ng

Creativiteit in het groen de website www.foodstages.nl voor een actueel overzicht van maatschappelijke stages in ‘De wereld van Voeding en gezondheid’.

5 Tip mensen die zorg nodig hebben en het biedt nieuwe kansen voor het boerenleven. Op de site www.landbouwzorg.nl staat veel informatie over zorgboerderijen en wat zij precies doen. Op www.zorgboeren.nl staat een actueel overzicht met daarin alle zorgboerderijen van Nederland.

Leerlingen kunnen met bloemen, planten en zelfs eten ook hun creatieve ei kwijt. Laat ze een eigen ‘groene’ creatie bedenken en maken. Bijvoorbeeld een boeket bloemen, een feestelijk versierde tafel of een mooi gedecoreerde maaltijd: alles kan. Wanneer ze klaar zijn, kunnen ze hun creatie fotograferen en bijvoorbeeld delen op hun Hyves- of Facebook-pagina. Tip! De klas kan met alle creaties ook een tentoonstelling inrichten op school. Hierbij kun je de taken die moeten worden gedaan ook verdelen: laat de ‘echte’ creatieve leerlingen de groene creaties maken, weer anderen organiseren de benodigde ruimte en eventueel materiaal voor de tentoonstelling. En weer een ander groepje maakt kaartjes met daarop wat er te zien is en een poster waarop de tentoonstelling wordt aan­gekondigd.

6


In bos en natuur gebeurt meer dan je denkt! De drie grootste partijen in bos en natuur in Nederland zijn Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de 12 Landschappen (hierin zijn de twaalf provincies van Nederland onderverdeeld). Omdat natuur bij iedereen past, kun je in dit werkveld heel veel kanten uit. Op de website www.naturefitsall.nl kun je de opleidingen op mbo-niveau bekijken. Op een aansprekende manier zie je hoe veelzijdig de beroepen zijn en welke opleidingen er te volgen zijn voor een baan die alles te maken heeft met het frisse buitenleven! waar ur weten rt natu Wil jij u b e u w in d is? n e bij jou d te vin an de

load

Wil je op een praktische manier kennis maken met de brede sector van Het Bosschap? Denk dan eens aan het organiseren van een excursie voor de hele school of de klas. En wat te denken van een maatschappelijke stage in de natuur?! Meer informatie hierover vind je op: www.betrokkenbijbuiten.nl.

d

s aeperp.nl i t a gr osbeh ltijd Down

Maatschappelijke stage

a aatsb tuur op St je de na b e ! k Zo h op za - en

12Landschappen

hone oor iP hones). hikt v (gesc id-smartp Andro

S

taatsbosbeheer komt op voor de belangen van natuur en landschap maar ook voor alle Nederlanders. In de buiten- of informatiecentra van Staatsbosbeheer kun je volop ideeën opdoen om de natuur zelf te beleven. Wist je dat het merendeel van de natuurgebieden die ons land rijk is, geschikt is voor recreatie-,

sport- of natuuractiviteiten? Maar ook het volgen van een educatief lesprogramma is mogelijk. Kijk op de website voor alle adressen en contactinformatie voor het bespreken van excursies en/of lesprogramma’s: www.staatsbosbeheer.nl. Er is bij jou in de buurt altijd wel een bos- of natuur­gebied te vinden.

Dat ene mooie bos, die rustige plas of die schaapskooi.. ze redden het niet alleen. De 12Landschappen zetten zich in voor de natuur bij jouw in de buurt. Eigenlijk zijn de 12Landschappen twaalf verschillende natuurbeschermingsorganisaties: elke provincie heeft er één. Ieder met een eigen karakter, maar allemaal met hetzelfde doel: het beschermen van natuur, landschap en cultureel erfgoed bij jou in de buurt. Het landschap voor Friesland heet bijvoorbeeld It Fryske Gea, in Utrecht kun je terecht bij Stichting Het Utrechts Landschap en je hebt ook het Brabants Landschap. De twaalf landschappen kopen natuurgebieden aan, richten ze in en stellen ze veilig voor de toekomst.

Het Bosschap

Excursie of educatie Wil je eens een kijkje nemen bij een van de twaalf landschappen voor een verrassende wandelexcursie, fiets- of vaartocht? Kijk dan op de website voor de adressen en contactinformatie: www.de12landschappen.nl. Klik op de button ‘Eropuit’. In de educatieruimte van bijvoorbeeld Nationaal Park De Alde Feanen in het Friese Earnewâld kunnen leerlingen onder begeleiding (praktijk)opdrachten uitwerken, proeven doen en onderzoekjes uitvoeren. De ruimte is voorzien van alle benodigde materialen. Het is niet alleen een mooi praktijklokaal, maar vooral ook een goede uitvalsbasis voor jongeren om de natuur in de omgeving op een aansprekende manier te verkennen.

PSO ideeënbox groen

Het Bosschap is het bedrijfschap voor bos en natuur en is daarmee de ontmoetingsplek voor iedereen die betrokken is bij het bos- en natuurbeheer in Nederland. De leden van Het Bosschap beheren gezamenlijk 300 duizend hectare bos en 200 duizend hectare natuur. Omgerekend komt dat neer op maar liefst 450 duizend en 300 duizend voetbalvelden.


Geen dag is hetzelfde te rooien, een fietspad aan te leggen of kabels te leggen.

Zelfstandig en verantwoordelijk Je werkt voor de klant, bespreekt de klus en hebt oog voor de gewassen waar je mee werkt. Je zorgt ervoor dat de machines draaien en, als je doorgroeit, stuur je medewerkers aan. Maar vaak werk je ook zelfstandig en onderhoud en repareer je machines zelf. Je hebt dus technisch inzicht, verantwoordelijkheidsgevoel en zorgt Als medewerker groen, grond en infra kun je alle kanten op. Geen werkdag is hetzelfde. Soms help je de oogst binnen te halen of ben je grond aan het bewerken. Een andere keer graaf je een natuurgebied af en zorg je ervoor dat de grond op een andere plaats wordt gestort.

J

e bent allround opgeleid en flexibel inzetbaar: met dezelfde machine kun je vaak verschillende werkzaamheden uitvoeren. Met een graafmachine kun je een sleuf graven, maar ook zorgen dat een boom de goede kant omvalt bij het omzagen. Ook de seizoenen zorgen voor variatie in het werk: in het voorjaar doe je heel andere dingen dan in de zomer of in de winter. Als vakman of vakvrouw groen, grond, infra hoef je niet bang te zijn dat je zonder werk zit. Het aantal banen in de cumelasector groeit al jaren. Vroeger werd het meeste werk uitgevoerd voor boeren. Nog steeds zullen agrarische bedrijven je hulp inroepen bij bijvoorbeeld bemesten, grond bewerken, zaaien, oogsten en onkruid bestrijden. Maar ook Rijkswaterstaat, waterschappen, gemeenten, provincies, aannemers en beheerders van natuurgebieden kunnen tot je klantenkring behoren. Daardoor is er veel ander werk

PSO ideeĂŤnbox groen

Als vakman of vakvrouw groen, grond, infra hoef je niet bang te zijn dat je zonder werk zit bij gekomen. Je zet je machine dan in om bijvoorbeeld sloten uit te maaien, grond te ontgraven en te verplaatsen, sportvelden en golfbanen te onderhouden, beschoeiingen te plaatsen, een geluidswal aan te leggen, bomen

ervoor dat je veilig werkt. Je bent niet vies van stevig werken en kijkt niet op een uur extra. Het gemaaide gras moet ingekuild zijn voor het onweer losbarst!

Websites Op www.kiezenvoordecumelasector.nl vind je alles over het werk in deze mooie sector en lees je wat medewerkers groen, grond en infra van hun baan vinden. Wil je weten wat je allemaal leert als je een mboopleiding in deze richting gaat volgen? Kijk dan op de website www.groengrondinfra.nl. Voor algemene informatie surf je naar www.cumela.nl.


Werken in de land- en tuinbouw… een prachtige toekomst! van ons mooie Nederlandse landschap! Er wordt gewerkt met en gezorgd voor het plantaardig en dierlijk leven. LTO neemt daarmee ongeveer tien procent van onze economie voor haar rekening.

Maatschappelijke stage Onder het motto ‘Samen leven kun je leren’ zijn alle middelbare scholieren per 2011 verplicht om zich 30 uur belangeloos in te zetten voor de maatschappij. Leerlingen en scholen zijn vrij qua invulling in vorm (projectweken, klussen van bepaalde omvang, etc.) en inhoud (in welke sector). LTO ziet de maatschappelijke stage als een goed instrument om jongeren kennis te laten maken met de land- en tuinbouw. Het biedt de kans op meer kennis en een beter imago van de sector bij middelbare scholieren. Bedrijven gespreid over de gehele sector bieden mogelijkheden voor maatschappelijke stages. Op de regionale sites is informatie te vinden over maatschappelijke stages. Op www.lto.nl klik je bijvoorbeeld op de button ‘Thema’s’ en dan ‘Kennis en innovatie’. Hier kunnen zowel leerlingen informatie vinden, als docenten.

Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) is een samenwerkingsverband van LTO Noord in Zwolle, ZLTO in ’s Hertogenbosch en LLTB in Roermond. Zij vertegenwoordigt bijna 50 duizend agrarische ondernemers en maakt zich sterk voor hun economische en maatschappelijke positie.

D

e Nederlandse land- en tuinbouw is bijzonder rijk geschakeerd met agrarische ondernemers. Zij zijn werkzaam in uiteenlopende dierlijke en plantaardige sectoren als akkerbouw, melkveehouderij, bollenteelt, glastuinbouw, boomteelt en varkenshouderij.

Leuk werk Werken in de agrarische sector biedt perspectief en is leuk! Een prachtige sector die zorgt voor goed, veilig en duurzaam geproduceerd voedsel en zorgdraagt voor meer dan zestig procent

PSO ideeënbox groen

LTO Nederland

LLTB

www.lto.nl 070 - 338 2700

www.lltb.nl LLTB Infolijn: 0900 - 4636 5582

LTO Noord

ZLTO

www.ltonoord.nl Informatiecentrum: 088 - 888 6644

www.zlto.nl ZLTO Contactcentrum: 073 - 217 3000


Zuivel werkt!

D

e zuivelsector is één van de grootste en meest vitale landbouwsectoren in Nederland en ziet er in getallen zo uit: • 18,5 duizend melkveebedrijven • 1,47 miljoen melk- en kalfkoeien, 0,22 miljoen melkgeiten • 1,2 miljoen hectare grasland en snijmaïs (28% oppervlakte Nederland) • 12 miljard kg melkproductie • 21 industriële ondernemingen, 52 zuivelfabrieken • 57 duizend arbeidsplaatsen bij productie, verwerking, groot- en detailhandel

> Wil je meer informatie over zuivel? Kijk dan op www.zuivelonline.nl > Wil je eens kijken op een boerderij? Kijk dan op www.zuivelonline.nl, www.campina.nl (klik op boerderijdagen), www.klasseboeren.nl of www.boerenkaas.nl (klik op boerderijbeleving).

Excursie of bedrijfsbezoek organiseren? Neem dan contact op met een van onderstaande bedrijven:

Noord-Holland

Zuid-Holland

Drenthe

Henri Willig Kaas. B.V.

Zuivelfabriek de Graafstroom

DOC-Kaas

Hoogedijk 8, 1145 PM Katwoude www.henriwillig.nl Contactpersoon: Mw. M. Thijs (HR-manager), tel: 0299 - 658348 E: martine.thijs@willig.nl

Dorpsstraat 18, 2971 AD Bleskensgraaf www.degraafstroom.com Contactpersoon: Mw. J. Egbers (HR-manager), tel.: 0184 - 698125 E: judith.egbers@degraafstroom.com NB: i.v.m. verbouwingen zijn excursies pas weer vanaf mei 2013 mogelijk!

Buitenvaart 4001 , 7905 TC Hoogeveen www.dockaas.nl Contactpersoon: Mw. E. de Boer (HR-manager), tel.: 0528 - 280440 E: e.de.boer@dockaas.nl

Gelderland FrieslandCampina Riedel B.V. Frankeneng 12, 6717 AG Ede www.frieslandcampina.com Contactpersoon: Mw. B. Haisma, (HR-officer) tel.: 0318 - 679612 E: bettie.haisma@frieslandcampina.com

ArlaFoods Nederland / Nijkerk Dairy Gildenstraat 30, 3861 RG Nijkerk www.arla.nl Contactpersoon: Mw. A. van der Wal (assistent HR-manager, afdeling HR), tel.: 033 - 2476345 E: HR@arlafoods.nl

Koninklijke VIV Buisman B.V. Brinkweg 23, 7021 BV Zelhem www.vivbuisman.nl Contactpersoon: Dhr. M. de Buijzer (directeur locatie Zelhem), tel.: 0314 - 623045 E: info@vivbuisman.nl

PSO ideeënbox groen

Friesland Hochwald Nederland B.V. Harlingerstraat 65, 8701 WR Bolsward www.hochwald.de Contactpersoon: Dhr. G. Rasing (hoofd Personeel & Organisatie), tel.: 051 - 5578805 E: g.rasing@hochwald.de

Kaasmakerij Henri Willig B.V. Venus 16-18, 8848 GW Heerenveen www.henriwillig.nl Contactpersoon: Mw. M. Thijs (HR-manager), tel.: 0299 - 658348 E: martine.thijs@willig.nl

FrieslandCampina Domo De Perk 30, 9411 PZ Beilen www.frieslandcampina.com Contactpersoon: Dhr. G. de Rouw (opleidingsfunctionaris afdeling HR), tel: 0593 - 537171 E: gerrie.derouw@frieslandcampina.com

DV Nutrition Buitenvaart 4023, 7905 TC Hoogeveen www.dvnutrition.nl Contactpersoon: Dhr. P. Hultink, tel.: 0528 – 348 396 E: paul.hultink@dvnutrition.com

FrieslandCampina Kievit Oliemolenweg 4a, 7944 HX Meppel www.kievit.com Contactpersoon: Mw. H. van Genne (Supply Unit manager), tel.: 0522 - 238138 E: harriet.vangenne@ frieslandcampina.com


Het werkveld van de wereld van Milieu Het werkveld van de wereld van Milieu is erg breed en ook het aantal bedrijven en instellingen in het werkveld is groot. Overheden (rijk, provincies, gemeenten, waterschappen) en het bedrijfsleven hebben veel uiteenlopende functies op het gebied van milieu, bouw of ruimte. Er is eigenlijk altijd wel een baan die bij je past.

H

et goede nieuws is dat honderden werkgevers op zoek zijn naar goed gemotiveerde jongeren die hun steentje bij willen dragen aan een veiliger, schoner en leefbaarder Nederland. Wat dacht je van toezichthouder bij een gemeente, waterschap of uitvoeringsdienst? Dan controleer je of een bedrijf zich houdt aan de milieu- of bouwregels. Of dat er geen illegale waterlozingen plaatsvinden. Of je kunt adviseur worden bij een adviesbureau. Je doet bodemonderzoeken, geluidmetingen of adviseert een bedrijf bij vergunningaanvragen. Ook technoloog in een bedrijf behoort tot de mogelijkheden. Je stuurt dan een deel van een chemisch proces of milieutechnische installatie.

Lekker verdienen Veel mensen denken dat dit werk niet zo goed wordt betaald. Maar dat is helemaal niet waar. Je verdient gewoon lekker en ook zaken als verlof en studie zijn

PSO ideeënbox groen

goed geregeld. Bovendien werken er veel andere jonge mensen. Dat maakt het werk nog leuker. Er zijn meerdere opleidingen die je kunt volgen als je wilt werken

aan een veiliger en leefbaarder Nederland, zowel op mbo- als op hbo-niveau. Een technisch profiel (NT) is wel handig, maar niet altijd nodig. Nieuwsgierig geworden? Klop dan gewoon eens aan bij één van de bedrijven in deze sector. We hebben met elkaar afgesproken dat onze deuren altijd open staan om informatie te geven over de mogelijkheden van het werken in deze wereld. Je kunt zelfs een dagje meelopen als je dat wilt.

Laten we het leefbaar houden Dagelijks zijn heel veel mensen aan het werk om ervoor te zorgen dat Nederland leefbaar blijft. Er kunnen nare dingen gebeuren als de regels niet goed worden nageleefd. Helaas zijn er genoeg schokkende voorbeelden: de vuurwerkramp in Enschede, de brand in Het Hemeltje in Volendam of wat minder lang geleden, de brand bij Chemiepack in Moerdijk. Om te voorkomen dat deze nare dingen gebeuren, moeten bedrijven in Nederland vergunningen aanvragen. Vervolgens worden zij gecontroleerd. Hierbij wordt gekeken of de milieuwetten en -regels worden nageleefd. Ook worden metingen gedaan van de bodem of van het geluid of worden monsters genomen van het water.

Profile for EDG Media

PSO box groen  

Hoe kan ik leerlingen kennis laten maken met de werelden van groen. Hoe maak ik hen bekend met de mogelijkheden die de groene wereld biedt e...

PSO box groen  

Hoe kan ik leerlingen kennis laten maken met de werelden van groen. Hoe maak ik hen bekend met de mogelijkheden die de groene wereld biedt e...

Profile for tkmst

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded