PrimaOnderwijs #5 Juni 2022

Page 1

Nummer 5 / Juni 2022

michiel tange:

‘Hoog schooladvies door kleine klassen en extra begeleiding’

elke leerling op z’n plek

kansengelijkheid meertaligheid op school

We praten Nederlands, Pools, Turks en Arabisch

Behandel ieder kind ongelijk

De gemiddelde leerling bestaat niet

www.primaonderwijs.nl / verschijnt 5x per jaar

Mentale gezondheid

Wat stress doet met leerlingen


TIJDENS DEZE LES LEREN ZE ANDERS NDERS DENKEN MELISSA GLASBERGEN Docent Kunst en Cultuur Praktijkonderwijs


VOORWOORD

kansengelijkheid

Geen woorden, maar kansen en daden! Dit voorwoord is het laatste dat ik voor PrimaOnderwijs heb geschreven. Ik heb een andere uitdaging gevonden. Met veel plezier heb ik bijna twee jaar lang vele edities voor jullie mogen maken. Ik ga het blad en de lezers missen! In de september-editie maken jullie kennis met de nieuwe hoofdredacteur.

Mijn laatste editie heeft een thema dat al jaren op de agenda van de Nederlandse overheid staat en nu zelfs in het regeerakkoord een zeer prominente rol speelt: kansengelijkheid. Goed onderwijs voor álle leerlingen, waarin kinderen en jongeren zich veilig en gezien voelen en het beste uit zichzelf - kunnen halen, ongeacht hun thuissituatie of achtergrond. Het antwoord op de vraag hoe je kansengelijkheid bevordert, is niet eenvoudig. Kansenongelijkheid heeft niet één duidelijke oorzaak, maar heeft meerdere problemen in zich. En er heersen ook veel verschillende ideeën om het probleem van kansenongelijkheid te tackelen. Er zijn verschillende aangrijpingspunten die maatschappijbreed gedragen moeten worden om ze te doen laten slagen. Hoe ziet dit eruit voor het onderwijs? Wat kun je als bestuur, school of onderwijsprofessional zelf doen om kansengelijkheid te stimuleren? Schoolsucces zou volgens onderwijsprofessionals niet afhankelijk moeten zijn van de achtergronden

van leerlingen, zoals het inkomen of opleidingsniveau van hun ouders, zo vinden we in Nederland. Maar toch is dat vaak wél zo. Door hoge verwachtingen te hebben van álle leerlingen, gaan ze beter presteren. (pag 12) Een collectieve aanpak van kansengelijkheid is hard nodig, bepleiten onderwijsdeskundigen. Door lef, sturing en stevige maatregelen (pag 16). Nu is dat beleid nog te versnipperd, menen zij. Ook de wetenschap kan bijdragen aan de discussie over kansengelijkheid. Met de lancering van een zogenoemde kennisagenda wordt de aanzet (pag 20) gegeven voor wetenschappelijk onderzoek naar inclusief onderwijs, zodat scholen kunnen werken aan inclusief onderwijs op basis van wetenschappelijke inzichten. Bij kansengelijkheid kijken we vaak naar leerlingen die ‘minder goed’ meekomen, maar ook leerlingen met een voorsprong verdienen extra aandacht om te kunnen bloeien. (pag 22). Deze onderwerpen en nog veel meer vind je in dit nummer van PrimaOnderwijs. Tijd om de beloftes uit het regeerakkoord om te zetten in daden. Laat deze editie van PrimaOnderwijs je inspireren! Veel leesplezier en succes! Esmee Weerden Hoofdredacteur PrimaOnderwijs

Ideeën, vragen, verzoeken voor PrimaOnderwijs? Mail naar redactie@primaonderwijs.nl Volg @PrimaOnderwijs ook op Instagram, LinkedIn, Twitter en Facebook. PrimaOnderwijs 3


? N E M I U OPR fluitje Een ! t n e c n e van e

x i r o t S ASTEN K S M O D N E EIG

Opruimen wordt een fluitje van een cent met de flexibele Eigendomsen Materiaalkasten van SchoolDirect.

Download de Storix brochure

Bezoek de nieuwe webshop SchoolDirect.nl Storix advertentie in Prima Onderwijs.indd 1

28-04-22 09:16


Inhoud Nummer 5 - juni 2022

8

Inhoud 12

Differentieer niet op niveau, maar op tijd

Kansengelijkheid, een kwestie van verwachtingen

32 22

Ongelijk e voor geli behandeling, jke kans en

Moeilijker werk voor kinderen met een voorsprong

16 Verminderen kansenongelijkheid vraagt om lef en samenwerken 18 Stevig in je sneakers 20 Kijk zonder vooroordelen naar je leerlingen

52

Nederlands Openluchtmuseum wint prijs met interactieve game

Volg ons

Colofon Hoofdredactie Esmee Weerden Vormgeving Martin Hollander, Amber Velders Medewerkers Brigitte Bloem, Heleen de Bruijn, Mandy Kok, Marleen Kuijsters, Erik Ouwerkerk, Malini Witlox Foto’s Vincent van Kleef, iStock, Shutterstock

26 Meertaligheid is geen belemmering maar een kans 46 Hoe vaardig en veilig zijn jouw leerlingen online? 62 Leerlingen niet lekker in hun vel na corona? Praat erover!

@primaonderwijs

68 Maak scheiden bespreekbaar in de klas

Redactie 030 - 241 70 44, redactie@primaonderwijs.nl, postbus 40266, 3504 AB Utrecht Sales 030 - 241 70 21, account@edg.nl Klantenservice 030 - 241 70 20 klantenservice@edg.nl Verschijning en verspreiding PrimaOnderwijs verschijnt 5 keer per jaar. Verspreiding via gecontroleerde distributie door EDG Media bij alle basisscholen en scholen in het voortgezet onderwijs in Nederland. Naast het magazine biedt PrimaOnderwijs een wekelijkse nieuwsbrief en de website www.primaonderwijs.nl

Met 150.000 lezers het grootste blad voor alle onderwijsprofessionals.

PrimaOnderwijs is een uitgave van

©Copyright 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgenomen of openbaar gemaakt zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. De uitgever is niet aansprakelijk voor enig handelen op grond van de in dit blad gegeven adviezen of gedane mededelinge n.


Tips van de redactie

nieuws Heb jij een tip voor de redactie? Stuur een e-mail naar redactie@primaonderwijs.nl

IQ110

Een bijzonder oneerlijk spel over kansenongelijkheid

Ken jij het spel IQ110 al? In 2020 ontwikkeld door vijf docenten om achterliggende mechanismen die kansenongelijkheid vergroten voor het voetlicht te brengen. De makers van het spel geven workshops om jou en je collega’s inzicht te geven in en ervaringen uit te wisselen over kansenongelijkheid in het onderwijs. Het gesprek over thema’s als gelijkheid, gelijkwaardigheid, inclusie en diversiteit komt hiermee op gang. Tijdens het spel kruip je in de huid van een leerling die begint op de basisschool. Alle leerlingen hebben een IQ van rond de 110, maar een verschillende sociaal economische status en culturele achtergrond. Hoe ervaart iedereen onrechtvaardigheid? De afgelopen twee jaar is het spel door honderden onderwijsprofessionals in Nederland gespeeld. Uit onderzoek naar de effecten van het spel en de bijbehorende tools en workshop, blijkt dat spelers zich meer betrokken voelen en een beter idee hebben wat ze binnen hun eigen invloedssfeer zelf kunnen doen tegen kansenongelijkheid. Met behulp van het Impactfonds van de Hogeschool van Amsterdam, krijgt het spel een Europees vervolg. Ga voor meer informatie en bestellen naar https://iq110.nl/

1000x bedankt! Wijzer in geldzaken bedankt alle juffen en meesters die hebben meegedaan aan de Week van het geld 2022! Geldzaken worden steeds digitaler en de kinderen maken op steeds jongere leeftijd financiële keuzes. Structurele aandacht voor financiële educatie in de klas is ontzettend belangrijk. Met de Week van het geld zetten we samen een eerste stap.

Heb je de Week van het geld gemist? Niet getreurd! Op www.weekvanhetgeld.nl zijn alle journaals terug te kijken en kun je de gratis Doekrant nog bestellen.

BR

lesp vers Aan vide en p leer is o te z Tan lan act pet

w Voo

6

BRAVE


Onderwijs maakt het verschil

Podcast Kiezen voor Kansen In de Meesterwerk Podcast voert gastheer Jan Jaap Hubeek gesprekken met mensen die in het onderwijs op zoek gaan naar avontuur. In de nieuwste aflevering zijn oud-inspecteur Jos de Mulder en onderwijskundige Cilia Born te gast. Beiden staan voor een inclusieve en kansrijke samenleving waarin het onderwijs een cruciale rol speelt. Samen schreven ze het boek Kiezen voor kansen.

Louise Elffers, onderwijswetenschapper en lector Kansrijke Schoolloopbanen in een Diverse Stad op de Hogeschool van Amsterdam, gaat in haar nieuwste boek in op kansengelijkheid in het Nederlandse onderwijs. Hoe staat het er nu werkelijk voor? Welke stappen moeten er nog genomen worden om te voldoen aan het ideale beeld van kansengelijkheid? Onderwijs maakt het verschil is een verhelderend boek waarin Elffers antwoord geeft op deze en nog veel meer vragen. Je kunt het boek onder andere bestellen via www.walburgpers.nl

Luister de podcastaflevering Kiezen voor kansen via www.janjaaphubeek.nl

BRAVE is een gratis online lespakket, dat goed aansluit bij verschillende thema’s en vakken. Aan de hand van aansprekende video’s, achtergrondinformatie en prikkelende vragen ervaren leerlingen en studenten hoe het is om mensenrechtenactivist te zijn in Nederland, Honduras, Tanzania en tal van andere landen. Én ze kunnen meteen in actie komen voor activisten, met petities en solidariteitsacties.

www.amnesty.nl/lespakketbrave Voor mbo en VO

t e k k a p s e l e n i l Een on n e t s i v i t c a e g over jon BRAVE-AD-192x142,5.indd 1

26-04-22 10:48 a.m.


Eerlijke kansen voor alle leerlingen

‘Differentieer niet op niveau, maar op tijd’

Marijke van Vijfeijken

8


Verschillen tussen leerlingen ontstaan al vanaf de geboorte. Sommige kinderen krijgen van huis uit meer voorkennis mee dan andere kinderen. Hoe ga je daar als leraar mee om? Verdeel kinderen niet op hun 12de, maar pas later over verschillende niveaus, bepleit Marijke van Vijfeijken. Tekst: Malini Witlox Foto: Dorieke Fotografie

De oud-leerkracht doet promotieonderzoek naar opvattingen van leraren over differentiatie in de context van gelijke onderwijskansen. Ze schreef het boek Wat is eerlijk? Werken aan kansengelijkheid in het onderwijs, dat in januari verscheen. Enkele vragen uit het boek: Wat zijn nu eigenlijk gelijke kansen? Hoe kunnen leraren en ouders het beste samenwerken? Hoe verdeel je op een eerlijke wijze je aandacht over de leerlingen? Pas je wel of geen niveaudifferentiatie toe? Hoe creëer je hoge verwachtingen voor alle leerlingen? ‘Dat laatste doe je in ieder geval niet door leerlingen in te delen in vaste niveaugroepen. Dan werk je als leraar kansenongelijkheid soms in de hand’, zo meent Van Vijfeijken. ‘Je moet je als leraar realiseren dat niet iedere leerling die op 4-jarige leeftijd binnenkomt, dezelfde basis heeft. Het ene kind maakt volledige zinnen, terwijl het andere kind maar een paar woorden zegt. Dan denk je dat het ene kind slimmer is. Maar het heeft vaak te maken met de omgeving waarin het kind opgroeit. Wat heeft die van huis meegekregen? Hebben de ouders veel voorgelezen, doen ze thuis spelletjes die goed zijn voor de ontwikkeling?’

Uitdaging ‘Vaak worden leerlingen in de klas verdeeld in kleinere groepen op niveau. En wie eenmaal op een laag niveau zit, heeft weinig kans om op een hoger niveau te komen. En daar ontstaat al een verschil in leerkansen. De kinderen van wie je meer verwacht, krijgen uitdagender opdrachten en hebben dus meer kans om zich te ontwikkelen dan de kinderen in een lagere groep, die vaak herhalingsopdrachten krijgen. Bovendien is het voor een kind heel stigmatiserend om steeds in een te lage groep te worden ingedeeld. Het zelfvertrouwen daalt en dat zorgt weer voor slechte prestaties.’ Het advies van Van Vijfeijken: werk, zeker op jonge leeftijd nog niet met niveaugroepen, maar met heterogene groepen. Zorg ervoor dat in je lessen een uitdaging zit voor alle leerlingen en geef tegelijk ook ondersteuning aan de leerlingen die meer aandacht nodig hebben. Niet differentiëren op niveau dus, maar wel differentiëren op tijd. ‘Je kunt leerlingen best een keer in een groep bij elkaar zetten, maar deel die dan bewust zo in dat er ook leerlingen bij zitten die de leerstof wel beheersen. En als je toch differentieert op niveau, geef leerlingen dan vaker de kans om door te stromen. Bovendien, differentieer niet generiek op een vak als rekenen, maar op onderdelen. Sam kan moeite hebben met optelsommen tot twintig, maar kan misschien wel al klokkijken.’

Tijdgebrek Leraren worstelen vaak ook met hun tijd. Is het eerlijk om die ene leerling meer aandacht te geven tijdens de les? ‘Je kunt als leraar goede redenen hebben om dat soms te doen. Je kunt ook een instructie voorafgaand aan de les geven aan sommige leerlingen. Of koppel een leerling die de stof beheerst aan een andere’, adviseert Van Vijfeiken. Uit onderzoek blijkt dat beiden daar profijt van hebben. Wie iets uitlegt aan een ander leert daar vaak zelf ook van. ‘En de leerlingen die minder ver zijn, trekken zich aan de ander op.’

Selecteer pas later Het Nederlandse onderwijssysteem werkt ook kansenongelijkheid in de hand, aldus Van Vijfeijken. In tegenstelling tot veel andere landen, maken we in groep 8 al een selectie. Sam gaat naar de havo, Emma naar het vmbo. ‘Die leeftijd van 12 jaar, die is willekeurig gekozen. Er zit geen wetenschappelijk principe achter. Maar als jij een laag onderwijsadvies krijgt, heeft dat invloed op je hele leven. Wat je later gaat verdienen, welke status je krijgt, waar je gaat wonen.’ Leerlingen met een achterstand hebben meer tijd nodig om zich te ontwikkelen. In veel andere landen wordt de beslissing over een vervolgopleiding pas op 15-jarige leeftijd genomen, zegt ze. Ze pleit ervoor om dat ook in Nederland te doen. ‘Dan zul je zien dat veel leerlingen die een achterstand hadden bij binnenkomst, vaker op een hoger niveau uitstromen. Ze hebben meer tijd om de achterstand in te lopen en te laten zien wat ze kunnen.’

Eindtoets Het idee van een eindtoets in groep 8 is eigenlijk dat het bijdraagt aan gelijke kansen, meent Van Vijfeijken. ‘Maar in de praktijk werkt dat niet zo. Het lijkt nu zelfs kansenongelijkheid in de hand te werken. Sommige leerlingen halen een hoge score op de eindtoets omdat ze dure bijles kregen. En dan krijgen kinderen van laagopgeleide ouders, vergeleken met hun klasgenoten van hoogopgeleide ouders, ook nog eens vaker een lager schooladvies, ook al hebben ze dezelfde score. Dat terwijl je ook zou kunnen waarderen dat deze leerlingen wel alles op eigen kracht hebben gedaan.’ Kijktip: Het maakt uit waar je wieg staat! https://youtu.be/tsZ-KTE40-o Boektip: Wat is eerlijk? Werken aan kansengelijkheid in het onderwijs ISBN: 9789493209503 PrimaOnderwijs 9


Kansrijk adviseren in en na coronatijd

‘Alle kansen door kleinschaligheid en kleine klassen’ Van basisschool naar voortgezet onderwijs is een belangrijke en soms kwetsbare stap. Vanwege de effecten van corona is, nog meer dan voorheen, het advies om zoveel mogelijk kansrijk te adviseren en te plaatsen. Directeur Michiel Tange van Penta Rozenburg vertelt hoe dat op zijn school gaat en hoe het Nationaal Programma Onderwijs hierbij helpt. Tekst: Brigitte Bloem Foto’s: Vincent van Kleef

Penta Rozenburg in het Zuid-Hollandse dorp Rozenburg is met 176 leerlingen een kleine middelbare school voor mavo, havo en de eerste drie klassen van het vwo. Directeur Michiel Tange staat zelf ook voor de klas. Hij geeft wiskunde aan leerlingen van 4 mavo. De school werkt met heterogene klassen in het eerste, tweede en sinds kort ook derde leerjaar. ‘Kansrijk doch realistisch adviseren, vinden we heel belangrijk’, zegt Michiel. ‘Zowel bij de overstap van basisschool naar voortgezet onderwijs, als bij onze leerlingen van de eerste naar de tweede en derde klas.’

Kansleerlingen Penta Rozenburg is de enige middelbare school in het dorp. De lijnen met de vier plaatselijke basisscholen 10

zijn kort. ‘Leerlingen met een gedeeld vmbo-kader/ vmbo-tl advies stromen bij ons in op mavo-niveau. Dat zijn onze kansleerlingen. Door een uitgebreide intake, waar ook de zorgcoördinator en teamleider van onze school bij betrokken zijn, weten we precies welke extra begeleiding de kansleerlingen nodig hebben voordat ze bij ons beginnen’, legt Michiel uit. ‘Er moet een reële kans zijn dat een leerling met een gedeeld vmbokader/vmbo-tl advies bij ons op school gaat slagen, anders wordt de leerling er niet gelukkiger van. Bovendien moet de leerling natuurlijk ook gemotiveerd zijn om er flink aan te trekken.’ Binnen het samenwerkingsverband van de Rozenburgse basisscholen en Penta Rozenburg is afgesproken dat leerlingen vanaf groep 7 basisschool tot en met klas 2 op Penta Rozenburg taal en rekenen/wiskunde op hun eigen niveau krijgen. Ze ontvangen begeleiding


op maat en kunnen laten zien wat ze in hun mars hebben. Bovendien krijgen alle Penta-leerlingen in klas 1 en 2 standaard een extra uur taalverrijking en een extra uur rekenen. Ook zijn er extra steunuren Nederlands en wiskunde voor de leerlingen die dat nodig hebben. ‘De steunuren doen we in kleine groepjes en dat blijkt erg effectief’, aldus Michiel.

Verlengde brugklas Naast de dakpanklas kader/tl heeft Penta Rozenburg een mavo/havo-brugklas en een havo/vwo-brugklas. Michiel: ‘Onze ervaring van de afgelopen jaren is dat alle leerlingen die op een gedeeld advies zaten, juist door de kleinere klassen en extra begeleiding, uiteindelijk op het niveau van hun hoogste advies terechtkomen. Daar zijn wij én de leerlingen zelf heel trots op.’ Dit schooljaar is Penta Rozenburg gestart met het verlengen van de heterogene brugklassen tot en met het derde leerjaar. Voor kader/tl en mavo/havo was dat al tot en met het tweede leerjaar. ‘Hiermee stellen we de selectie voor de leerlingen die dat nodig hebben nog een extra jaar uit. Natuurlijk zal er uiteindelijk

Queena, klas 1c Penta Rozenburg ‘Mijn schooladvies aan het eind van groep 8 was vwo. Op mijn middelbare school kan je werken op verschillende niveaus. Dat vind ik wel fijn. Bij sommige vakken is de leerstof makkelijk en bij andere moeilijker. In mijn klas zitten minder leerlingen dan op veel andere scholen. Leerlingen kunnen best druk zijn en dan is het fijner om met wat minder leerlingen in de klas te zitten.’ gedifferentieerd worden, maar bij de ene leerling moet je daar wat langer de tijd voor nemen dan bij de ander.’

Nationaal Programma Onderwijs Michiel vervolgt: ‘Typerend voor Penta Rozenburg is dat we onze 176 leerlingen door de kleinschaligheid zodanig kunnen begeleiden dat we ze alle kansen bieden. Wel gaan we flink groeien. De verwachting is dat we volgend schooljaar 210 leerlingen hebben. Door de kleinschaligheid kennen leraren en leerlingen elkaar allemaal. We kijken echt goed naar elkaar om. Ook in coronatijd was er intensief contact tussen mentoren en leerlingen.’

Emma, klas 1b Penta Rozenburg: ‘Ik zit in de mavo/havo-brugklas. Ik vind het fijn dat ik nog niet definitief hoefde te kiezen. Als ik iets moeilijk vind, kan ik het vragen aan iemand uit mijn klas. Mavo-stof lukt me goed, havo vind ik bij de meeste vakken net iets te moeilijk. Ik denk dat ik er precies tussenin zit.’ klassen kunnen verkleinen, van gemiddeld dertig naar rond de twintig leerlingen per klas. Via onze eigen leraren hebben we extra collega’s kunnen werven. Leerlingen konden zo prima afstand houden van elkaar en van de leraren. In een kleinere klas is het rustiger en is er meer individuele aandacht. Zo was het makkelijker om eventueel opgelopen vertragingen in te lopen.’ Ook heeft Penta Rozenburg ingezet op sociaal-emotioneel welbevinden van haar leerlingen. ‘We hebben ‘happy-lessen’ ontwikkeld. Daarin gaan we met leerlingen in gesprek over hoe je ervoor kunt zorgen dat je gelukkig bent. Welke invloed kun je daar zelf op hebben? In aanwezigheid van een aantal lokale zorgprofessionals en mentoren konden we goed beoordelen hoe het werkelijk met onze leerlingen ging. Vervolgens kregen sommige leerlingen extra hulp van het zorgteam. Bovendien is er budget gereserveerd voor een klassenuitje voor alle leerlingen.’

Methodes op één niveau Michiel vindt dat heterogene klassen niet per se vanuit didactisch oogpunt moeilijker zijn voor leraren. ‘Als school investeren we in de professionalisering van ons team. Daar hoort differentiëren bij. Wat wel lastig blijft, is de keuze op welk niveau je boeken en andere lesmaterialen gebruikt. Vooral vanaf de tweede en meer nog vanaf de derde klas zijn veel methodes op één niveau gericht. Leraren moeten er goed over nadenken of ze zelf verdieping aan gaan brengen, of kiezen voor een methode op een hoger niveau en extra instructie geven aan de leerlingen die dat nodig hebben. Maar verder hebben onze heterogene groepen alleen maar voordelen. Zowel leerlingen als leraren plukken er de vruchten van.’ Kijk voor meer informatie over het NP Onderwijs en praktijkverhalen op www.nponderwijs.nl

De leerlingen van Penta Rozenburg konden in coronatijd weer vrij snel allemaal naar school, het voordeel van een relatief klein aantal leerlingen. ‘Gelukkig’, zegt Michiel. ‘Bovendien hebben we dankzij de eerste tranche van het Nationaal Programma Onderwijs onze PrimaOnderwijs 11


Kansengelijkheid: een kwestie van verwachtingen

Hoe kun je als leraar de kansengelijkheid in het primair onderwijs bevorderen? ‘Belangrijk zijn de verwachtingen die jij als leraar van de leerling hebt én die het kind van zichzelf heeft’, stelt Anton Bakker, die zich binnen SLO bezighoudt met kansengelijkheid. Tekst: Femke van den Berg

Schoolsucces zou niet afhankelijk moeten zijn van de achtergronden van leerlingen, zoals het inkomen of opleidingsniveau van hun ouders, vinden we in Nederland. Maar dat is vaak wél zo en dit probleem wordt niet kleiner. Integendeel, de kansenongelijkheid neemt toe in het Nederlandse onderwijs. ‘Op dit moment speelt de achtergrond van leerlingen een rol in schooladviezen, in de verwachtingen die leraren van hun leerlingen hebben en in het onderwijsaanbod dat kinderen en jongeren krijgen’, stelt Anton.

beginsituaties. Dat is iets anders dan differentiëren naar niveau. Je werkt dus niet met niveaugroepen, maar bedenkt of je bijvoorbeeld de stapjes naar het doel voor sommige leerlingen kleiner kunt maken en/of je ze extra tijd kunt geven om het doel te behalen. Je legt de lat niet te snel lager. Dat doe je pas als een leerling echt niet verder komt.’

Bied nieuwe ervaringen

Spreek hoge verwachtingen uit

Kinderen die thuis geen Nederlands spreken, die vanuit huis niet in contact komen met kennis en cultuur of nooit buiten de eigen wijk komen, hebben een andere beginsituatie dan leerlingen die dit allemaal wél meekrijgen. Anton benadrukt echter dat het te kort door de bocht is om te spreken over kansrijke en kansarme leerlingen. ‘Als je tweetalig bent opgegroeid of als je kennis hebt van verschillende culturen heb je in een bepaald opzicht ook een voorsprong.’ School kan er wel aan bijdragen dat de verschillen tussen leerlingen niet groter worden of zelfs worden verkleind. ‘Bijvoorbeeld door leerlingen nieuwe ervaringen te bieden, hun kennis uit te breiden, of door hun taalontwikkeling te stimuleren.’

Het is de kunst om voor ieder kind hoge, maar wel realistische verwachtingen, uit te spreken. Hoge verwachtingen van leraren leiden namelijk tot betere prestaties van leerlingen. ‘Als leraar ben je getraind in het afstemmen op de beginsituatie van leerlingen. Maar het gevaar bestaat dat je vanuit zo’n beginsituatie de verwachtingen van sommige leerlingen – ten onrechte – naar beneden bijstelt. Wees je daarvan bewust en probeer dit te voorkomen! Want anders ontneem je deze leerlingen misschien kansen.’

Differentieer De vraag is: hoe ga je als leraar om met de verschillende beginsituaties van leerlingen? ‘Om leerlingen gelijke kansen te geven, moet je ze soms verschillend behandelen. Differentiëren dus’, zegt Anton. ‘Dat betekent in dit geval: aansluiten op de diverse 12

Vergroot de zelf-effectiviteit van leerlingen Ook de verwachtingen die een kind heeft van zijn eigen mogelijkheden hebben invloed op zijn resultaten. ‘Op school leert hij – bewust en onbewust – of hij een specifiek doel kan bereiken of een bepaalde taak kan voltooien’, vertelt Anton. ‘Dit wordt zelf-effectiviteit genoemd. Leraren kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het vergroten hiervan.’ Zelf-effectiviteit kan op verschillende manieren worden verkregen. Zo is de aanmoediging van anderen een belangrijke bron van


zelfeffectiviteit. ‘Het gaat er niet om dat je als leraar voortdurend met complimenten strooit. Je kunt beter zichtbaar maken wát leerlingen leren en hen uitdagen om vervolgens de volgende stap te zetten’, legt Anton uit. Ook rolmodellen, mensen die op de leerlingen lijken, zorgen voor meer gevoelens van zelf-effectiviteit. ‘Als je vrouwen in de klas uitnodigt die in de techniek werken, laat je aan meisjes zien dat zij later ook een technische baan kunnen krijgen’, geeft Anton als voorbeeld. ‘Zo draag je bij aan kansengelijkheid tussen jongens en meisjes.’ Tot slot is het belangrijk dat leerlingen positieve ervaringen hebben, dat ze merken dat iets lukt. Een breed curriculum kan hieraan bijdragen. Het zorgt ervoor dat leerlingen niet alleen kunnen excelleren in taal en rekenen, maar bijvoorbeeld ook in sport, cultuur, natuur, techniek. ‘Leerlingen zijn heel verschillend qua talenten, karakter,

interesses. Voor hun ontwikkeling is het óók van groot belang dat zij gewaardeerd worden in wie zij zijn en wat zij kunnen en dat hun nieuwsgierigheid wordt geprikkeld. Hierdoor neemt hun motivatie voor school toe. En een hoge motivatie is een belangrijke voorspeller van betere prestaties.’

Website biedt overzicht Als leraar heb je dus een belangrijke rol bij het bieden van gelijke kansen. ‘Tegelijkertijd kun je de kansenongelijkheid in het onderwijs niet in je eentje oplossen. Er zijn veel andere factoren die kansenongelijkheid in de hand werken, op het niveau van het onderwijsstelsel, de school en de klas‘, stelt Anton. SLO heeft kennis over (het bevorderen van) kansengelijkheid verzameld, gebaseerd op wetenschap, praktijk, beleid en maatschappelijke ontwikkelingen. Een overzicht is te vinden op de website: www.slo.nl/thema/meer/kansengelijkheid. ◗

Verder lezen Denessen, E. (2017). Verantwoord omgaan met verschillen: sociaal-culturele achtergronden en differentiatie in het onderwijs. Universiteit Leiden. [Oratie.] Elffers, L. (2018). De bijlesgeneratie. Amsterdam University Press. Onderwijsraad (2019). Doorgeschoten differentiatie in het onderwijsstelsel. Stand van educatief Nederland. Bergh, van den L. (2018). Waarderen van diversiteit in het onderwijs. [Lectorale rede, in verkorte vorm uitgesproken bij de aanvaarding van de functie van lector Waarderen van Diversiteit bij Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg op 4 juli 2018.] Fontys Hogescholen. Gaikhorst, L. Geven, S., & Baan, J. (2019). Diverse leerlingen, diverse competenties, diverse verwachtingen. In: Gelijke kansen in de stad. Amsterdam University Press. Keller, A., & Van den Bergh, L. (2018). De kracht van wat je verwacht. Kansengelijkheid in het onderwijs. Zorg Primair, 03.

PrimaOnderwijs 13



C O L U M N

Meester Stefan

Deze jongen leert in de praktijk, door het te doen In mijn voorbereiding op deze column voor weer een mooie editie van PrimaOnderwijs, met als thema kansengelijkheid, stuitte ik op de volgende zin: ‘De nadruk ligt níet op het voorkomen of opheffen van de invloed van achtergrondkenmerken, maar juist op zaken waar je als onderwijsprofessional wél invloed op kunt uitoefenen; zoals je eigen vaardigheden en verwachtingen’. Ik blijf hangen bij het laatste woord ‘verwachtingen’. Het is een sleutelwoord binnen het praktijkonderwijs. Nog meer dan op welk schooltype dan ook. Want naast het feit dat een leerling zelf bepaalde verwachtingen heeft van zijn of haar schoolcarrière op het voortgezet onderwijs, hebben ouders dat ook. En het zijn juist de verwachtingen van ouders, die een kind soms danig in de weg kunnen zitten. We hadden laatst een ontwikkelgesprek op school en de leerling was met beide ouders aanwezig. Waar de leerling aangaf wel klaar te zijn met school en liever ging werken zodra het kon (arbeid), gaven ouders aan dat ze

liever zagen dat hun kind nog zo lang mogelijk naar school ging (doorleren). Van de andere uitstroomrichting (begeleid werken) was geen sprake. Dit gaf wat spanning, en ik kon het wel begrijpen. Wie wil dat nou niet voor zijn of haar kind? Doorleren! Deze ouders probeerden hun kind (krampachtig) op het goede spoor te houden. Hij was nu immers aan het leren (want hij zit nog op school) en hun advies was: hou dit nou zo lang mogelijk vol als je kan! Een begrijpelijke boodschap die je eigenlijk niet kan afkeuren. Er was echter een factor waar deze ouders geen rekening mee hielden. Deze jongen leert in de praktijk, door het te doen! Niet in de schoolbanken uit een theorieboek. Blijkbaar is deze boodschap voor ouders soms heel moeilijk te accepteren en ook dat is weer begrijpelijk. Leren associeer je nou eenmaal snel met boeken en theorielokalen. Gelukkig zien we dat er tegenwoordig steeds meer waardering komt voor mensen die met hun handen werken, want er is een

groot tekort aan handvaardige arbeidskrachten. Wat dat betreft wordt de toekomst voor leerlingen van het praktijkonderwijs steeds rooskleuriger, we hebben ze hard nodig. In het gesprek gaven we aan dat deze jongen, ook als hij kiest voor arbeid, nog heel veel kan gaan leren. Bijvoorbeeld door het behalen van zogenaamde praktijkverklaringen. Officiële bewijzen van een handeling in de praktijk, voor de leerling. De kans op succes is via deze route voor deze leerling veel groter. Langzaam kregen we de ouders aan onze zijde en vloeide de spanning geleidelijk weg… Na afloop zat ik er nog eens over na te denken en kwam tot het volgende plan: we geven onze uitstroomrichtingen gewoon dezelfde naam, om alle spanning weg te nemen. We noemen ze alledrie doorleren. Meester Stefan @meesterstefan_hrlm

PrimaOnderwijs 15


Onderwijswetenschappers pleiten voor een collectieve aanpak

‘Verminderen kansenongelijkheid vraagt om lef en samenwerken’ Om écht iets aan kansengelijkheid in het onderwijs te doen, is een collectieve aanpak nodig, zo menen onderwijswetenschappers Eddie Denessen, Louise Elffers en Mark Levels. Volgens hen ligt de toekomst van het gelijkekansenbeleid in lef, sturing en samenwerking.

Mark Levels

De Onderwijsinspectie publiceert jaarlijks een rapport over de trends en ontwikkelingen in het onderwijs. In de ‘Staat van het Onderwijs 2014/2015’ constateerde de inspectie voor het eerst dat de kansenongelijkheid tussen leerlingen met lager en hoger opgeleide ouders toeneemt. Eddie Denessen: ‘Uit het rapport bleek dat kinderen met dezelfde cito-scores en vergelijkbare prestaties aan het eind van de basisschool ongelijke kansen hebben op een bepaald diploma. Kinderen krijgen hiermee een schoolloopbaan die je voor een deel kunt terugvoeren op het opleidingsniveau van de ouders.’ Mark Levels: ‘Het kan niet zo zijn dat kinderen die gelijk presteren een ongelijke schoolloopbaan volgen.’ Louise Elffers: ‘Natuurlijk was kansenongelijkheid niet nieuw, maar het is door het rapport een beleidsissue geworden met alle bijbehorende aandacht.’ Eddie: ‘Er is als het ware een appel gedaan op het onderwijs: we moeten hier nu iets aan doen!’

Wat is kansengelijkheid in het onderwijs? Volgens Louise bestaat er geen eenduidige definitie van gelijke kansen. Daardoor ontstaat onder meer onduidelijkheid over de vraag: wanneer mag je wel of niet rekening houden met de thuisachtergrond van leerlingen? 16

‘Als je het hebt over gelijke kansen op de verwezenlijking van je leerpotentieel, dan is rekening houden met de thuisachtergrond soms nodig. Om iedereen gelijke kansen te kunnen bieden, moet je leerlingen soms ongelijk behandelen. Leerlingen hebben immers verschillende dingen nodig om tot bloei te kunnen komen en het onderwijs speelt daarop in.’ ‘Maar gelijke kansen gaat ook over gelijke behandeling bij gelijke geschiktheid’, vervolgt Louise. ‘Dit uitgangspunt van gelijke kansen, wat Eddie en Mark ook aanhalen, is bijvoorbeeld van belang bij hét bepalende schooladvies: dan is het zeer belangrijk dat iedereen wél een gelijke behandeling krijgt, ongeacht de thuisachtergrond.’ Mark: ‘Veel ouders maken zich zorgen over het overgangsmoment, aangezien het zo bepalend is voor de toekomst van kinderen.’

Meer lef en sturing Het probleem dat in het rapport wordt geschetst, is veel groter dan alleen de overgang van de basisschool naar de middelbare school. Je ziet dat kinderen met minder geschoolde ouders vanaf de geboorte eigenlijk al ongelijke kansen hebben, door legio oorzaken. Volgens Eddie kun je kansengelijkheid niet los zien van de algemene tendensen in de maatschappij. En je kunt het ook nooit helemaal realiseren, maar je kunt wel proberen om de onrechtvaardigheid zo klein mogelijk te maken. ‘In de gelijkekansenaanpak zijn er allerlei interventies voor de voorschoolse of buitenschoolse periode én proEddie Denessen gramma’s die zich


Louise Elffers (foto: Hetty van Oijen)

richten op de school zelf. Toch is de kansenongelijkheid de afgelopen jaren niet minder geworden. Een reden hiervoor kan zijn dat het kansenbeleid versnipperd is en op lokaal niveau, op kleine schaal en met kleine projecten wordt uitgevoerd. Lokaal hebben de interventies natuurlijk wel effect, maar voor het maatschappelijke probleem maakt het weinig uit. Als je het gelijkekansenbeleid écht goed wilt doorvoeren, heb je een landelijke aanpak met lef, sturing en stevige maatregelen nodig.’

Institutionele discriminatie Het verbaast Mark dat het beestje niet bij de naam wordt genoemd. ‘Als kinderen met een sociaal gunstige positie voorrang hebben, dan gaat het gewoonweg over institutionele discriminatie. Gelijke kansen is een collectieve discussie die we moeten voeren. Overheid, schoolleiding, docenten en ouders. Doen we dit niet, dan komt het uiteindelijk bij het onderwijs te liggen.’ Louise: ‘Voor gelijke kansen bij gelijke geschiktheid is veel meer sturing nodig.’ Mark: ‘We kijken veel te veel naar hoe het onderwijs kan repareren wat er buiten het onderwijs ongelijk is.’ Louise: ‘En zodra je onderwijs als grote gelijkmaker gaat positioneren, kun je eigenlijk niet anders dan falen.’ Eddie: ‘We hebben in Nederland te maken met beleid waarbij de overheid minder goed zorgt voor burgers. Veel zaken zijn uitbesteed of vercommercialiseerd. Onderwijs wordt deels door scholen bepaald, maar ook door commerciële partijen, zoals uitgevers, huiswerkbegeleiding en internettools. Ouders kopen als het ware kansen voor hun kinderen. Als overheid moet je dat ontmoedigen of onmogelijk maken. Dat bedoel ik ook met lef hebben. Als we dat niet doen, dan is ons kansenbeleid dweilen met de kraan open.’

Waar moeten we naartoe? In Nederland bereiken we al een hoop als we een aantal systematische ingrepen doorvoeren. Volgens Louise vergt de pedagogische opdracht van de school

maatwerk, daar moet je geen standaardisatie op uitvoeren. ‘Je moet scholen en leraren de ruimte geven in het begeleiden van hun leerlingen, omdat zij het beste weten wat de leerlingen nodig hebben. Maar zodra het gaat over de selectieve taak van het onderwijs, moet je wel standaardiseren: bij gelijke geschiktheid moet elke leerling kunnen instromen in een bepaalde onderwijsroute. Want juist bij die selectie is nu sprake van ongelijke kansen. Het Nederlandse onderwijs heeft te lage verwachtingen van kinderen met minder geschoolde ouders en vertoont risicomijdend gedrag bij het bieden van leerkansen. Dit ondermijnt de kansen van deze leerlingen. Het onderwijs (re)produceert daardoor ongelijkheid.’ Mark: ‘We willen toe naar een rechtvaardig onderwijssysteem, waarin kinderen met gelijke kansen, gelijke vaardigheden meekrijgen.’ Eddie: ‘Want als je maatschappelijke plek voor een deel wordt bepaald door je diploma, en de ongelijkheid daar steeds groter wordt, dan wordt kansenongelijkheid een steeds groter probleem.’

Neem contact op Wil je met jouw school meer met kansengelijkheid doen en kun je wel wat hulp gebruiken? Of ben je bereid jouw ervaring op dit gebied te delen? Stuur een mail naar: gelijkekansen@minocw.nl.

PrimaOnderwijs 17


Kansen voor iedereen begint bij taal, rekenen én burgerschap

Stevig in je sneakers In De staat van het onderwijs 2022, het nieuwste rapport van de Onderwijsinspectie, rinkelen de alarmbellen over de beroerde basisvaardigheden van onze leerlingen, inclusief de ‘burgerschapscompetenties’. Ineke Struijk en Anke Brokerhof over burgerschapsvorming als opstap naar gelijke kansen. Tekst: Jac. Janssen

Ineke Struijk maakt als leerkracht op scholen in achterstandswijken de ongelijkheid van nabij mee, en probeert die vervolgens te verkleinen. ‘We werken aan de ontwikkeling van kinderen tot volwaardige leden van onze samenleving. Dat doen we door te rekenen en te werken aan taal, maar ook burgerschap is een onmisbaar onderdeel. Bij het verkennen van allerlei begrippen gaan burgerschap en taal hand in hand.’ Ze vervolgt: ‘Traditioneel wordt vaak over de hoofden van kinderen lesgegeven. Maar door hun achtergrond kennen sommige kinderen bepaalde begrippen niet. Daardoor missen ze van alles. Zij durven niet te zeggen dat ze iets niet weten, omdat de rest van de klas hen misschien daarom uitlacht.’

Waar leiden wij toe op? Anke Brokerhof, ontwikkelaar van lesmateriaal: ‘Het begint bij de visie van de school en de plek van burgerschap daarin. Waar leiden wij toe op? Burger18

schap moet geen afvoerputje worden voor ‘alles wat ook belangrijk is’. Het stellen van doelen ontbreek nogal eens als het gaat om persoonlijke, sociale en maatschappelijke ontwikkeling. Daarna bepaal je hoe je die visie uitdraagt. Hoe staan we voor de klas? Hoe willen we dat kinderen zich gedragen op het plein? Welke methodes passen bij ons? Welke vaardigheden willen we kinderen aanleren? Bepaalde vaardigheden dragen Anke Brokerhof


Het is iets wat je doorvoert in de hele school. Passend lesmateriaal kan helpen bij een structurele aanpak van burgerschap. Verbind het met andere vakken zoals taal, sociaal-emotionele ontwikkeling of levensbeschouwing, zodat het echt meerwaarde krijgt.’

Aftasten en kritisch denken

Ineke Struijk

ook bij aan kansengelijkheid in de klas, bij het leren. Leren naar elkaar te luisteren zonder direct te oordelen, schept bijvoorbeeld een veilige leeromgeving.’ Ineke: ‘Een leerling die drie jaar met Krachtbronnen had gewerkt (een lesmethode die burgerschap, sociaalemotionele ontwikkeling en levensbeschouwing integreert, red.), vertelde dat de sfeer in de klas was veranderd. ‘Nu word je niet meer uitgelachen’, zei ze.’ Die open en veilige sfeer biedt leerkrachten de gelegenheid om leerlingen op hun eigen niveau te benaderen. Dat komt de mogelijkheid tot leren voor ieder kind ten goede.

Taal als breed begrip ‘De beste bijdrage die het onderwijs kan leveren aan het taaie vraagstuk van kansenongelijkheid is ervoor te zorgen dat alle leerlingen voldoende toegerust de maatschappij instappen. Daarvoor zijn reken-, taalen burgerschapscompetenties essentieel’ schrijft de Inspectie. Ineke vult aan: ‘Ik zie taal als een breed begrip. Taal is lezen en schrijven, maar speelt ook een belangrijke rol bij tradities, gebruiken, rituelen, kleding en eetgewoonten’. Anke: ‘We merken dat scholen het lastig vinden om handen en voeten te geven aan burgerschap, ook na de verduidelijking van de wet van augustus vorig jaar. Burgerschap is geen lesje.

Voor Ineke en Anke is het geen discussiepunt of burgerschap bij de basisvaardigheden hoort. ‘Het ontwikkelen van soft skills is cruciaal. Naar elkaar luisteren, reflecteren, empathie, je eigen verantwoordelijkheid nemen. Het maakt niet uit waar je vandaan komt of op welke school je zit: hier leer je veilig aftasten en kritisch denken. Dat zijn basisvaardigheden voor zelfstandig functioneren, die bevorderen dus de kansengelijkheid. Het begint bij het beheersen van taal. Maar daarmee ben je er nog niet: je moet die taal ook goed kunnen en durven gebruiken. Stel dat je burgerschap niet in de basis zou opnemen: hoe gebruik je die taal dan? Om anderen op sociale media af te kraken?

Gemiste kans Ineke en Anke vinden het overigens een gemiste kans dat er veel minder handvatten zijn voor een integrale aanpak van burgerschap op het vmbo of het speciaal basisonderwijs (sbo). ‘Alsof die leerlingen minder gebaat zijn bij een goede basis, integendeel!’ Anke: ‘We werken samen met Stichting Boor in Rotterdam en leerkrachten van vier sbo-scholen, aan materiaal op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling, levensbeschouwing en burgerschap. Rekening houdend met het niveau dat deze groep aankan. Veel te vaak wordt nog gedacht: laat maar zitten.’ Ineke: ‘Dit raakt aan de rechten van de mens! Iedereen heeft het recht om een eigen visie op het leven te ontwikkelen, om te weten wat zijn rechten en plichten zijn. Zo stimuleer je kinderen om te wíllen deelnemen aan de samenleving. Je werkt aan inclusie: iedereen telt mee.’ Anke: ‘Dat heeft positieve gevolgen voor kinderen die later als werknemer een kans op een baan verdienen. Maar ook voor de directeur die die kans geeft.’

Het onderwijsmateriaal en de makers Ineke Struijk staat wekelijks voor de klas om de vakken burgerschap en levensbeschouwing te geven. Haar voeling met de praktijk gebruikt ze bij het ontwikkelen van nieuw materiaal bij Creathlon. Anke Brokerhof leidt deze sociale onderneming, gespecialiseerd in onderwijsmateriaal voor burgerschap, sociaal-emotionele ontwikkeling en levensbeschouwing, filosofie en maatschappijleer, zoals: - www.krachtbronnen.nl, een doorlopende leerlijn burgerschap, sociaal-emotionele ontwikkeling en levensbeschouwing voor groep 1 t/m 8 en het speciaal basisonderwijs. - www.whyopschool.nl voor het voortgezet onderwijs integreert burgerschap, filosofie, levensbeschouwing, persoonlijke ontwikkeling en maatschappijleer van 1 vmbo t/m 6 vwo, - www.goedemorgenopschool.nl is een burgerschapstool voor een goed gesprek met de klas om actualiteiten te duiden en de complexe wereld te begrijpen. Voor meer info en gratis (proef)materiaal, zie www.creathlon.nl PrimaOnderwijs 19


Evidence informed werken aan inclusief onderwijs

‘Kijk zonder vooroordelen naar je leerlingen’ Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) lanceerde in april de zogenoemde kennisagenda, waarin vooruit wordt geblikt op de toekomst van het onderwijs. Een van de thema’s die daarin het verschil kan maken, is inclusief onderwijs. Tekst: Heleen de Bruijn

Inclusief onderwijs is de volgende stap na passend Onderwijs. Passend onderwijs werd enkele jaren geleden ingevoerd om leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte in het regulier onderwijs te laten instromen, in plaats van in het speciaal onderwijs. Een evaluatie van het Passend onderwijs gaf 25 verbeterpunten, die input gaven voor Inclusief onderwijs. Neely Anne de Ronde-Davidse: ‘Ook publiceerde de Onderwijsraad al over inclusief onderwijs. Het is dus een trend in de strategie van de overheid.’ Neely Anne de Ronde-Davidse is directeur van het regionaal samenwerkingsverband passend primair onderwijs in de Hoeksche Waard. Ze heeft een achtergrond in de onderwijswetenschappen en droeg vanuit die rol in belangrijke mate bij aan het thema inclusief onderwijs voor de Kennisagenda. ‘De belangrijkste vraag is: wat is er nodig om inclusief onderwijs beter van de grond te krijgen? Bij passend onderwijs geldt: je moet het als school echt willen en 20

er moeite voor doen om kinderen met een specifieke onderwijsbehoefte binnen jouw school een plek te geven. Er wordt volop werk gemaakt van inclusief onderwijs, desondanks groeit het speciaal (basis/ voortgezet) onderwijs. Er zijn wel regionale verschillen. Sommige regio’s zitten onder het landelijke gemiddelde en weten veel ondersteuning in het regulier onderwijs te organiseren, anderen zitten erboven en verwijzen vaker door. Het is belangrijk dat er op school al een brede en stevige basisondersteuning is, waardoor je veel kinderen bij voorbaat al kunt bedienen. Dan heb je niet heel veel extra meer nodig voor kinderen die een specifieke onderwijsbehoefte hebben.’

Gamechangers Binnen het thema inclusief onderwijs onderscheidt de kennisagenda een vijftal zogenoemde gamechangers, onderwerpen waar kansen liggen om belangrijke veranderingen teweeg te brengen.


Attitude is er een van, zegt De Ronde-Davidse. ‘De docent moet het doen, dat is de basis. Dus zou het mooi zijn als er op de pabo’s al aandacht wordt besteed aan inclusief onderwijs. Dat gebeurt al wel, maar de verschillen zijn groot. Het maakt uit of je als pabo een losse module aanbiedt of dat passend onderwijs door heel je curriculum heenloopt. Een andere gamechanger is out of the box-denken. Wil je meer voor elkaar krijgen in het regulier onderwijs, dan moet je soms creatief zijn. Zo zou je een leerling sommige vakken op vwo, en andere vakken, waar hij minder goed in is, op havo-niveau kunnen geven. Of een leerling kan bijvoorbeeld twee dagen in het speciaal onderwijs en drie dagen van de week in het regulier onderwijs les krijgen. Dat vergt goede samenwerking tussen speciaal en regulier onderwijs en daar kan men dan ook weer veel van elkaar leren.’ Een belangrijk knelpunt is ook, vervolgt De RondeDavidse, de vraag: hoe kijk je naar leerlingen? ‘Over het algemeen zijn we in onze maatschappij erg prestatiegericht en scholen ontkomen daar ook niet helemaal aan. We wegen daardoor veel af langs gemiddelden. Dan krijg je dus dat leerlingen die minder presteren dan gemiddeld een label krijgen dat ze iets niet kunnen. Terwijl we juist moeten kijken naar wat ze wél kunnen. Sommige kinderen kunnen bijvoorbeeld niet een uur lang rekenen achter elkaar, maar daar moet je dan iets voor bedenken. En dat kan zelfs goed zijn voor de gehele klas. Of je maakt groepjes waarin sommigen minder lang rekenen en daarnaast iets anders kunnen doen.’

Wetenschappelijk onderzoek De kennisagenda is het startpunt voor verder onderzoek binnen de verschillende thema’s. Met de resultaten daarvan kunnen scholen en docenten vervolgens op hun eigen school gaan werken op basis van wetenschappelijke inzichten. Het doel van de kennisagenda is dus richting te geven aan evidence-informed werken in het onderwijs. Maar intussen kunnen schoolleiders en scholen zelf ook al met de thema’s aan de slag. De RondeDavidse: ‘Bijvoorbeeld door een of meer thema’s op te nemen in het jaarplan. Je kunt bijvoorbeeld een expertgroepje inclusief onderwijs bij elkaar brengen, die daar een jaar aan gaat werken. Collega’s kunnen vervolgens met specifieke vragen binnen het onderwerp bij dat groepje terecht. Een docent kan zelf in de eigen klas ook al iets doen door te zeggen: aan deze

Neely Anne de Ronde-Davidse

persoonlijke doelen ga ik de komende tijd werken. De directeur, of bijvoorbeeld een expert van buiten, kan dan bezoeken aan de klas brengen en vervolgens met de docent evalueren.’

Gelijke kansen Het thema inclusief onderwijs heeft trouwens een kleine overlap met een ander thema van de kennisagenda: gelijke kansen. Volgens De Ronde-Davidse zit ’m dat vooral in de manier waarop je naar je leerlingen kijkt. ‘De grootste valkuil is dat er naar leerlingen wordt gekeken met vooroordelen, bijvoorbeeld over de achtergrond van ouders. Maar net als bij gelijke kansen, gaat het er bij inclusief onderwijs om open en onbevangen naar leerlingen te kijken. Dus zie niet de beperking van een kind, maar kijk naar wat hij kan en wat hij laat zien. Anders doe je zo’n leerling tekort en ontneem je hem ontwikkelingsmogelijkheden.’

Call for proposals Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek publiceert in mei drie calls for proposals. Dat betekent dat onderzoekers en consortia (een samenwerkingsverband van onderzoekers en scholen/instellingen) onderzoeksvragen kunnen indienen, gelinkt aan een thema in de kennisagenda. Voor zo’n onderzoek is vervolgens geld beschikbaar. Kijk op: https://www.nro.nl/onderzoeksprogrammas/Kennis-voor-onderwijs-van-de-toekomst PrimaOnderwijs 21


Ook kinderen met een voorsprong hebben extra uitdaging nodig

‘Geef ze moeilijker werk’ Kinderen met een taal- of rekenachterstand krijgen veel aandacht op school. Maar ook kinderen met een voorsprong hebben uitdaging nodig. Hoe kunnen scholen deze kinderen goed begeleiden? Tekst: Marleen Kuijsters

De overheid streeft naar onderwijs waarin álle leerlingen zich thuis voelen en het beste uit zichzelf halen. Volgens Jurian van der Zwan van het Landelijk Informatiecentrum Hoogbegaafdheid is het belangrijk om kinderen die een voorsprong hebben snel te herkennen en uit te dagen op school. ‘Kinderen die voorlopen, beheersen vaak de helft van de lesstof al. Het leren gaat dikwijls vanzelf en ze moeten vaak wachten tot hun klasgenoten klaar zijn. Deze kinderen vervelen zich snel waardoor ze overspannen kunnen raken. Kinderen verliezen het plezier in school of gaan onderpresteren. Vaak verzwakken hun executieve 22

Jurian van der Zwan


functies, zoals het plannen of volgehouden aandacht. Soms vallen ze zelfs helemaal uit. Het is belangrijk dat deze kinderen leren hoe ze uitdagingen kunnen overwinnen, zodat ze nieuwe dingen leren en trots kunnen zijn op zichzelf. Dat begint in het basisonderwijs.’

Hoe begeleid je deze kinderen? ‘Wij adviseren het interventiemodel: versnellen, verrijken en verbinden. Versnellen kan bijvoorbeeld door het overslaan van een klas. Versnellen is vaak de beste onderwijsinterventie voor hoogbegaafden, op cognitief, maar ook op sociaal-emotioneel gebied. Een kind heeft dan namelijk meer mogelijkheden om contact aan te gaan met ontwikkelingsgelijken (kinderen van hetzelfde niveau, red.) en zal cognitief meer uitgedaagd worden. Onder verrijken valt het verdiepen en het verbreden van het reguliere werk. Het doel? Kinderen vaardigheden aanleren zoals leren leren, doorzettingsvermogen en kunnen afzien. Het werk moet zo uitdagend zijn dat ze vastlopen, want dan kun je ze als leerkracht coachen. Leer ze dat ze om hulp kunnen vragen, stimuleer ze om door te zetten. Een hoogbegaafd kind moet ten minste één, en bij voorkeur twee uur per dag besteden aan zijn verrijkingswerk. Anders is de kans groot dat het kind denklui wordt en gaat onderpresteren.’

Hoe kan verbredingswerk eruit zien? ‘Verbredingswerk kan starten in een plusklas, maar moet altijd worden doorgetrokken naar de reguliere klas. Laat kinderen bijvoorbeeld nadenken over wat zij zelf willen onderzoeken: laat ze een onderzoeksvraag uitwerken. Bijvoorbeeld: hoe kun je boodschappen doen op een planeet als de kar vanwege de zwaartekracht de lucht invliegt? Je kunt kinderen laten samenwerken voor de verbinding.’

Want verbinden is de derde V… ‘Ieder kind heeft behoefte aan contact met ontwikkelingsgelijken. Een plusklas is voor de meeste hoogbegaafden een wenselijke vorm van verbinding. Deelname aan de plusklas bevordert de sociaalemotionele ontwikkeling en vermindert de kans op sociale faalangst en onderpresteren. Doordat het kind ervaart dat hij niet ‘vreemd’ of ‘anders’ is, groeit het zelfbeeld. Toch is het ook belangrijk dat kinderen in de reguliere klas ontwikkelingsgelijken ontmoeten. Hiervoor kan de groepsleerkracht een plek inrichten waar leerlingen samenwerken aan het verrijkingswerk. In het voortgezet onderwijs zijn ook steeds vaker plusklassen aanwezig. Qua versnellen kunnen scholen het vwo in 5 jaar aanbieden of werken met de zogeheten snipperuren, uren die het kind mag overslaan. Verrijken kan door zogeheten TOM-trajecten. Dit zijn trajecten op maat waarbij een kind binnen een module een eigen interesse mag uitwerken, denk aan robotica.’

Maike Douglas

Hoe herken je kinderen die voorlopen? ‘In de eerste weken van de kleuterklas zou je deze kinderen eigenlijk al moeten signaleren, na zes weken gaan kinderen zich namelijk aanpassen aan de groep. Maak bijvoorbeeld een verrijkingshoek in de klas, leg er uitdagend materiaal neer en observeer.’

Uitdaging om te kunnen groeien Maike Douglas (jufmaike.nl) ziet als invalkracht dat kinderen die voorlopen zich vervelen en minder lekker in hun vel zitten. ‘Kinderen die niet voldoende worden uitgedaagd, kunnen zich terugtrekken of juist externaliserend gedrag vertonen. Sommige kinderen hebben geen zin om naar school te gaan of vinden het lastig om op een prettige manier met leeftijdsgenoten om te gaan.’

Hoe daag je ze uit? ‘Ik denk dat het belangrijk is om deze kinderen moeilijker werk te geven. Je moet ze wel uitleg blijven geven, bijvoorbeeld vertellen wat bepaalde begrippen betekenen, zoals de persoonsvorm. In de kleuterklas tellen we normaal gesproken tot twintig. Aan kinderen die voorlopen, vraag ik dan: als je al vijf knikkers hebt, hoe maak je daar dan twintig van? Of als we woorden gaan ‘hakken’, geef ik hen langere woorden.’

Krijgen deze kinderen bijles buiten school? ‘Op de scholen waar ik werk, gebeurt dat nauwelijks. Kinderen buiten schooltijd bijles laten volgen, werkt kansenongelijkheid in de hand. Want alleen meer welgestelde ouders kunnen het betalen. Ik vind dat scholen zelf uitdaging moeten bieden. Niet alleen op cognitief gebied, maar ook op sociaal-emotioneel niveau: hoe werk je bijvoorbeeld samen? Na schooltijd moeten alle kinderen kunnen aanrommelen, ontspannen of hun hobby’s kunnen uitoefenen.’

Tips voor scholen? ‘Voor scholen is het een hele uitdaging om alle kinderen op hun eigen niveau te laten werken. Kijk als school wat je kunt bieden en wat niet. Communiceer dat naar buiten, ouders willen dat graag.’ PrimaOnderwijs 23


Krachtkaarten Krachtkaarten Krachtkaarten Krachtkaarten Zetten Zettenkinderen kinderenininhun hun Krachtkaarten Krachtkaarten Zetten kinderen in hun

kracht kracht en enbrainies brainies staan staan voor voor Zetten kinderen in hun kracht enkinderen brainies staan voor Zetten kinderen hun Zetten ininhun helpende helpende gedachtes. gedachtes. kracht en brainies staan voor helpende gedachtes. kracht enbrainies brainies staanvoor voor kracht en staan helpende gedachtes. helpendegedachtes. gedachtes. helpende

Complimentenkaarten Complimentenkaarten Complimentenkaarten Complimentenkaarten Kinderen Kinderengroeien groeienbij bijhet hetkrijgen krijgen Complimentenkaarten Complimentenkaarten Kinderen groeien bij het krijgen van vaneen een compliment. compliment. Kinderen groeien bij het krijgen vangroeien een compliment. Kinderen groeien bijhet hetkrijgen krijgen Kinderen bij van een compliment. vaneen eencompliment. compliment. van

Beloningsstickers Beloningsstickers Beloningsstickers Beloningsstickers Stickers Stickersmaken makenonderdeel onderdeeluit uit Beloningsstickers Beloningsstickers Stickers maken onderdeel uit

van vanhet het motivatieproces. motivatieproces. Stickers maken onderdeel uit vanpersoonlijk het motivatieproces. Stickers maken onderdeel uit Stickers maken onderdeel uit Door Door persoonlijk tetebelonen, belonen, van het motivatieproces. Door persoonlijk te belonen, van het motivatieproces. van het motivatieproces. geef geef jejeaandacht aandachten en erkenning. erkenning. Door persoonlijk te belonen, geef aandacht te en erkenning. Doorje persoonlijk tebelonen, belonen, Door persoonlijk geef je aandacht en erkenning. geefjejeaandacht aandachten enerkenning. erkenning. geef

070 070- -320 32034 3400 00 070 - 320 34 00 070 320 34 00 070- --320 32034 3400 00 070 2022-04_Adv_PrimaOnderwijs.indd 2022-04_Adv_PrimaOnderwijs.indd1 1 2022-04_Adv_PrimaOnderwijs.indd 1

BeloningsBeloningsBeloningsBeloningskaarten kaarten BeloningsBeloningskaarten kaarten kaarten kaarten

|| | | ||

Miniposters Miniposters Miniposters Miniposters Miniposters Miniposters

verkoop@destulp.nl verkoop@destulp.nl | | www.destulp.nl www.destulp.nl verkoop@destulp.nl | www.destulp.nl verkoop@destulp.nl www.destulp.nl verkoop@destulp.nl | || www.destulp.nl www.destulp.nl verkoop@destulp.nl 05-05-2022 05-05-202211:20 11:20 05-05-2022 11:20

2022-04


Column De onderwijswereld van Esther van de Knaap onderwijswereld-po.nl

Vacature met auto van de zaak?! Wanneer we het hebben over kansenongelijkheid, kunnen we dat op kindniveau bekijken, zoals ik dat in de column van vorig schooljaar heb gedaan. We kunnen echter ook kijken hoe we als school kansenongelijkheid in de hand werken. Ik gooi de knuppel in het hoenderhok: wordt er op jouw school met detacheringsbureaus gewerkt?! verhogend voor de vaste leerkrachten. En zo creëer je op de heel korte termijn wellicht een oplossing, maar op de lange termijn een veel groter probleem! Want wanneer dit doorzet: Is er straks een financieel tekort dat zijn weerga niet kent. Leidt het achterstellen van leerkrachten in vaste dienst tot kansenongelijkheid voor hen. Zorgt de alsnog toenemende werkdruk voor nog meer leerkrachten die uitvallen of het onderwijs verlaten. Dan lijkt het fijn dat je vandaag of deze week een duurbetaalde invaller hebt, maar op de lange termijn werk je jezelf, je team en je leerlingen alleen maar meer in de nesten.

• • •

Lerarentekort Het lerarentekort neemt met de dag ernstigere vormen aan. Scholen voelen zich hierdoor in het nauw gedreven. Detacheringsbureaus zijn er als de kippen bij. Auto van de zaak? Hoger salaris? Met de kinderen de deur uit? Of zullen we je huur betalen?! Niets lijkt te gek voor deze cowboys. En sommige scholen gaan hierin mee. Want beter iemand dan niemand. En zo wordt dit hele circus in stand gehouden. Gevolgen: Publiek geld verdwijnt uit de publieke sector, er zit namelijk een enorme overhead op deze bureaus. Leerkrachten in vaste dienst voelen zich terecht achtergesteld door hun werkgever, want waarom krijgt die ander, die even komt veel meer betaald? Wanneer een gedetacheerde leerkracht met de kinderen de deur uit gaat, is dat werkdruk-

• • •

Wat dan?! STOPPEN met verdoezelen van het probleem dat lerarentekort heet. Blijf melden, blijf registreren. STOP met het inzetten van te duur betaalde gedetacheerden. Wanneer leerkrachten echt willen werken, willen ze dat ook bij jou in dienst of als zelfstandig werkend zzp-er. Via Flexleerkracht zijn veel van deze leerkrachten te vinden. Ze werken voor een eerlijk salaris, zonder de torenhoge bemiddelingskosten. Ze willen de extra stappen doen die nodig zijn om de werkdruk binnen het vaste team behapbaar te houden. Zij werken er aan mee om kansenongelijkheid binnen je team te voorkomen. Je kunt ze gewoon benaderen, zelfs op maandag. PrimaOnderwijs 25


Meertaligheid Op school praten we Nederlands, Turks, Pools, Somalisch en Arabisch Op school praten we Nederlands, zo is het devies bij veel scholen. Leraren verbieden hun leerlingen bijvoorbeeld Pools te spreken. Basisscholen De Dubbeldekker en de St. Janschool doen het anders. Want meertaligheid is geen belemmering, maar een kans. De leerprestaties verbeteren. Tekst: Malini Witlox

Koerdisch, Turks, Grieks, Somalisch, Wit-Russisch. De lijst met talen die op de St. Jan in Amsterdam worden gesproken, is lang. Ongeveer dertig talen, aldus adjunct-directeur Dieneke Blikslager. ‘Zo’n driekwart van de leerlingen hier op school spreekt een andere thuistaal, of moedertaal. Die leerlingen hebben eigenlijk een ‘dubbele harde schijf’. Ze moeten niet alleen leren over rekenen, taal, aardrijkskunde en geschiedenis, maar doen dat in een taal die vaak anders is dan hun thuistaal.” Op de St. Jan kunnen leerlingen hun thuistaal gebruiken voor het leren van de schooltaal, zegt Blikslager. De uitleg van de docent en de terugkoppeling zijn altijd in het Nederlands. ‘Maar als jij iets niet begrijpt en in het Turks of Frans wil overleggen met iemand die diezelfde taal spreekt, dan doe je dat lekker. Het gaat erom dat de kinderen zich op hun gemak voelen. En informatie verwerk je makkelijker in je eigen taal.’

26


Predikaat taalvriendelijke school

Dieneke Blikslager

Werkstuk De school vertrouwt erop dat leerlingen onderling over de lesstof praten. ‘En we maken heldere afspraken: wanneer mag je wel en wanneer niet in je thuistaal praten. Bovendien moet de leraar het werk kunnen beoordelen. Je mag dus een werkstuk in een andere taal maken, maar wel met een vertaling erbij.’ De school geeft ook taalbegrippen en rekensommen mee naar huis, samen met plaatjes. ‘We vragen aan ouders om het over dit huiswerk te hebben met hun kind. De ouders zijn erg positief, ze hebben het idee dat ze hun kinderen echt kunnen helpen.’ De leerlingen gaan ontzettend snel in hun woordenschat vooruit, aldus Blikslager. Wetenschappers van het Kohnstamm Instituut doen in groep 3 al drie jaar onderzoek naar de werkwijze van de school. ‘Zij concludeerden dat onze leerlingen betere resultaten behalen met lezen en rekenen dan scholen die de thuistaal niet meenemen in hun aanpak.’ Uit internationaal onderzoek blijkt ook dat kinderen die af en toe iets in hun eigen taal mogen doen, sneller een koppeling maken in hun hersens, aldus Blikslager. Daar komt bij dat de leerlingen trots blijven op hun thuistaal. ‘Je moet kinderen niet straffen als ze hun eigen taal spreken. Dan geef je ze de boodschap dat er iets mis is met hun achtergrond.’ Iedere school kan het doen, aldus Blikslager. ‘Je hoeft niets aan je onderwijssysteem te veranderen. Je hebt alleen een taalvriendelijk sausje nodig.’

Marijke van Egten

De St. Jan is sinds 2019 een Language Friendly school, een predikaat van de Rutu Foundation for Intercultural Multilingual Education. Ongeveer tien scholen in Nederland hebben dat predikaat. De Dubbeldekker in Hilversum kreeg dat predikaat in 2021. Docent Marijke van Egten geeft er les in groep 7 en 8. ‘Er wordt altijd gezegd dat kinderen voor wie Nederlands een tweede taal is, een taalachterstand hebben. Maar dat is niet zo. Ze zijn misschien heel goed in taal, maar hebben een achterstand in de Nederlandse taal’, zo zegt ze. Ook zij heeft een afkeer van scholen die het verbieden om een andere taal te spreken. ‘Waarom zouden kinderen hun mond moeten houden? In onze school hoor je echt alle talen. Nederlands is de voertaal, maar indien nodig spreken ze onderling hun moedertaal.’ Als je je in je eigen taal ontwikkelt, dan heeft dat een positieve invloed op het leren van andere talen, zegt Van Egten. ‘Jonge kinderen hebben nog niet zo’n grote woordenschat. Als ze hun eigen taal niet meer spreken, hebben ze helemaal geen begrip bij de Nederlandse woorden die ze leren.’ Net als bij de St. Jan worden ook bij De Dubbeldekker leerlingen die dezelfde moedertaal spreken met elkaar gematcht. ‘We hadden hier laatst een Pools meisje, die snapte niets van rekenen. Maar ik dacht, ze kan wel rekenen, maar ze snapt het niet in het Nederlands. Een Poolse jongen heeft haar toen geholpen en toen begreep ze het.”

Dom Kinderen die een andere moedertaal spreken, worden soms voor dom aangezien, maar dat is niet zo, benadrukt Van Egten. Ze zijn slim genoeg, maar het onderwijssysteem zit in de weg. ‘Als we doen wat we vroeger deden, zouden die leerlingen hooguit vmbo basis halen. Onze toetsen zijn zo op de Nederlandse taal ingericht. Denk aan verhaaltjessommen. Die snap je pas als je Nederlands goed is.’ De eerste jaren, van groep 1 tot en met 5 ben je aan het zaaien, aldus de lerares. Daarna ga je oogsten. De kinderen hebben hoge uitstroomniveau ’s. Ze strijdt tegen het beeld dat op De Dubbeldekker geen goed onderwijs wordt gegeven. ‘Er zijn Nederlandse ouders die hun kind liever naar een andere school doen. Maar hoe rijk ben je juist als je op school allerlei talen respecteert.’

PrimaOnderwijs 27


Sheyla groeit in rekenvaardigheid en bakt nu met plezier haar cupcakes volgens recept. Omdat Sheyla steeds beter begrijpt wat gewicht en inhoud betekenen, groeit haar rekenvaardigheid. Leerling in beeld, het nieuwe LVS van Cito, zet de groei van ieder kind in de spotlights. Het leerlingvolgsysteem maakt niet alleen de vaardigheid in rekenen en taal zichtbaar, het laat ook zien hoe Sheyla zich voelt en gedraagt op school. Zo wordt Sheyla niet alleen beter en beter in het afmeten van de juiste hoeveelheid bakmeel, ze is nu ook een vrolijke kokkin die graag cupcakes voor de juf bakt. Meer weten? cito.nl/leerlinginbeeld

Handig: de gratis tienminutenpresentatie.

LEERLING IN BEELD MAAKT ELKE LEERLING ZICHTBAAR

14076 CITO_Advertentie_Print_V4.indd 1

09-05-2022 16:03


10-0 achter door stress en zorgen

‘Een kind loopt vast als het thuis veel aan z’n hoofd heeft’ Alleen als je zorgeloos kunt leren en spelen, kun je jezelf optimaal ontwikkelen. Onbezorgd naar school kunnen gaan vergroot zo kansengelijkheid. Sommige kinderen staan wat dat betreft 10-0 achter. Wat kun je doen om hen te helpen? Je herkent ze vast wel in je eigen klas. Het meisje dat er met haar hoofd niet bij is omdat er thuis problemen zijn. De jongen die niet laat zien wat hij in huis heeft door een traumatische ervaring. In Nederland zijn steeds meer kinderen die zoveel aan hun hoofd hebben, dat ze vastlopen op school. Terwijl onbezorgd naar school kunnen gaan juist een belangrijke voorwaarde is voor kansengelijkheid.

Persoonlijke situatie Marian van Teeffelen is programmacoördinator bij Stichting Kinderpostzegels en houdt zich intensief met dit onderwerp bezig. Hoe komt het dat steeds meer kinderen mentaal onder druk staan? Marian: ‘De gevolgen van de pandemie spelen een rol, net als de snel veranderende wereld. Maar vooral de persoonlijke situatie is van grote invloed. Denk maar aan armoede of aan ouders met ernstige problemen. Dat zijn stressvolle ervaringen voor kinderen.’

Nu en later Een kind met stress kan niet goed leren. Een hoofd vol zorgen vergroot de kansenongelijkheid dus enorm. En dat is niet alleen vandaag een probleem, maar ook morgen, aldus Marian. ‘Het risico dat deze

kinderen later in hun leven óók vastlopen, is heel groot. Met alle persoonlijke en maatschappelijke gevolgen van dien.’ Gelukkig zijn er beschermende factoren, die de gevolgen van stressvolle ervaringen verminderen, benadrukt Marian. ‘Zorgzame relaties bijvoorbeeld. Iemand op wie het kind kan vertrouwen en van wie het steun krijgt. Ook een stabiele en beschermende omgeving is cruciaal, net als sociale betrokkenheid. Verder kunnen deze kinderen veel baat hebben bij het versterken van sociaal-emotionele vaardigheden.”

Kans op een betere toekomst Daar komt het werk van Stichting Kinderpostzegels om de hoek kijken. Marian: ‘Onze missie is om kinderen kansen te geven op een betere toekomst. Dus óók kinderen die door zorgen vastlopen op school. Wij helpen hen heel concreet, met projecten waarin de focus ligt op vertrouwen, steun en sociaalemotionele vaardigheden. Het ene kind is gebaat bij begeleiding door een persoonlijke coach. Het andere kind heeft meer aan een training voor meer zelfvertrouwen. Zo geven we kinderen precies wat ze nodig hebben, zodat ze weer met een vrij hoofd naar school kunnen en zich optimaal ontwikkelen.”

Kinderpostzegelactie 2022: Geef kinderen wind mee De Kinderpostzegelactie 2022 (wo 28 sep - wo 5 okt) is bestemd voor kinderen die zo veel aan hun hoofd hebben dat ze vastlopen op school. Samen geven we deze kinderen ‘wind mee’, zodat ze weer met een vrij hoofd naar school kunnen. Doet jouw school al mee? Kijk voor meer informatie op www.actiekpz.nl of scan de QR-code:

PrimaOnderwijs 29


De webshop voor het onderwijs!

Z-oefenboekjes = Zelfstandig werken Z-helden zijn leerlingen die zelfstandig met onze Z-oefenboekjes aan de slag gaan. Thuis of op school. Om extra te oefenen, om bij te spijkeren of voor meer uitdaging. De boekjes voor groep 3 t/m 8 zijn speels van opzet, glashelder gestructureerd. Maak van jouw leerlingen echte Z-helden en bestel deze uitgebreide werkboekjes!

Waarom Z-oefenboekjes?

• Inzetbaar naast elke lesmethode • Bevordert zelfstandig werken door leerlingen • Nieuw: nu ook per stuk verkrijgbaar

Bestel nu alle Z-oefenboekjes op

/z-helden


Gelijke kansen in onderwijs voor (hoog)begaafden door middel van taal Leerlingen met gelijke talenten hebben recht op gelijke kansen. Helaas is dat nu in Nederland nog niet altijd het geval. De Staat van het Onderwijs 2022, de Stand van Educatief Nederland 2019 van de Onderwijsraad, maar ook eerdere rapporten van UNICEF, Onderwijsinspectie en CBS laten zien dat Nederland het niet goed doet als het gaat om het creëren van gelijke kansen. Dit geldt ook voor het onderwijs aan (hoog)begaafde leerlingen. Hoe komt dat en hoe kunnen we daar iets aan veranderen? Een belangrijke factor in kansengelijkheid is taal. Leerlingen uit gezinnen met een lage sociaaleconomische status worden vaak niet herkend als cognitief talent omdat de tests die gebruikt worden in het onderwijs heel talig en cultureel bevooroordeeld zijn. Leerlingen met een andere moedertaal dan het Nederlands en een andere culturele achtergrond, komen in dat soort tests dus niet bovendrijven. Daarnaast wordt in het hoger onderwijs academische taal gesproken, en als je die taal niet beheerst, maakt dat het studeren of het presteren moeilijker. Dat geldt voor leerlingen voor wie Nederlands de tweede (derde, vierde) taal is, maar ook voor leerlingen die opgroeien in een omgeving waar het gebruik van academisch Nederlands niet vanzelfsprekend is. Het expliciet aanleren van academische taal aan leerlingen met lage sociaaleconomische status en bovengemiddelde capaciteiten is dus cruciaal om hen de kans te geven succesvol te zijn in het hoger onderwijs.

Verborgen talent Met het Erasmus+ project Creating Equal Opportunities at School draagt Bureau Talent een steentje bij aan kansengelijkheid. Wij hebben

samengewerkt met zeven Europese partners uit Nederland, België en Groot-Brittannië aan deze twee vraagstukken: hoe herkennen we cognitief talent onder minder bevoordeelde groepen leerlingen en hoe kunnen we ervoor zorgen dat academische taal voor hen geen drempel meer vormt? Met de CoVaT-CHC, een deels non-verbale intelligentietest, ontdekten we verborgen cognitief talent. En met een door onze partners ontwikkeld programma academische taal vergroten we de woordenschat van deze leerlingen. Over de opbrengsten van dit project lees je meer op onze website: https://bureautalent.nl/projecten/ceos-opbrengsten.

Naast taal zijn er andere factoren die een rol spelen bij het herkennen en ontwikkelen van cognitief talent. Bureau Talent is expert op dit gebied en kan uw school verder helpen in het herkennen en ontwikkelen van cognitief talent (10-18 jaar). Meer weten? Neem contact met ons op via info@bureautalent.nl.

PrimaOnderwijs 31


Onderwijsprofessionals over kansen(on)gelijkheid

‘Gelijke kansen betekent dat je ieder kind ongelijk behandelt’

Kansen(on)gelijkheid staat volop in de aandacht. In tv-series als Klassen en De Kloof is het onderwijs eerder versterker van ongelijkheid dan een plek waar iedereen een eerlijke kans krijgt om zich te ontwikkelen. PrimaOnderwijs vroeg vier mensen naar hun kijk op het thema. Tekst: Erik Ouwerkerk

Orhan Agirdag is onderwijssocioloog en hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam en de KU Leuven. Hij ziet dat de kansenongelijkheid in het onderwijs groot is, zeker in vergelijking met andere landen. Maar de aandacht kenmerkt zich volgens hem vaak door een deficit-denken, waardoor er geen echte oplossingen komen. ‘We zoeken de oorzaken van structurele ongelijkheden voortdurend bij wat er zou ‘tekortschieten’ bij bepaalde leerlingen en hun families. In die milieus zouden de ouders hun kinderen niet meenemen naar het museum, ze lezen ze niet voor etc. Maar het zit ’m echt niet in een volle boekenkast of het gebrek daaraan in het ‘kansarme gezin’. De etnisch-culturele en etnisch-raciale mismatch tussen de onderwijsprofessionals en de leerlingen verdient veel meer aandacht. De kleur van de leerling wordt door veel leraren nog vaak gezien als een indicator van ‘(taal)achterstanden’ en de leerling is dan primair een onderwerp van medelijden. Lage verwachtingen vallen het kind zo vanzelf ten deel. Nog geen 20 procent van de leerkrachten is goed voorbereid op lesgeven in een cultureel diverse omgeving. Dat, én uiteraard zaken zoals effectieve instructie en voldoende leraren, zorgen voor veel meer kansengelijkheid.’

32


Voor Sjef Drummen, zelfbenoemd onderwijskunstenaar, die bekend werd met het opzetten van het autonome Agora-onderwijs, is kansenongelijkheid van alle tijden. ‘Vroeger was het expliciet: de plattelandsjongen werd boer en de zoon van de notabele ging studeren, zo waren de kaarten nou eenmaal geschud. De ongelijkheid heeft zich voortgezet, maar heeft een andere vorm gekregen: de hoogte van het salaris van je ouders geeft voor 80 procent de doorslag of jij later wel of niet doorstroomt naar het tertiar onderwijs. Dat is de laatste jaren steeds manifester geworden. De oplossing moeten we in het bestaande onderwijsmodel zoeken, we leven namelijk niet in een tijdperk van verandering, maar in een verandering van tijdperk waar zekerheden wegvallen en cognitieve flexibiliteit een vereiste wordt. We moeten af van het leerjaarklassensysteem waarbij iedereen aan dezelfde standaard moet voldoen: de gemiddelde leerling bestáát niet en daarmee doen we iedereen tekort. Iedereen heeft een eigen leerproces en daarom moeten we ieders nieuwsgierigheid stimuleren en hun ontwikkeling van autonomie ondersteunen. Gelijke kansen betekent dus juist dat we ieder kind ongelijk moeten behandelen.’

Jaap Versfelt is oprichter van Stichting leerkracht, dat streeft naar een hoogstaande leercultuur binnen onderwijsteams. ‘De kloof tussen kinderen van hoog- en laagopgeleide ouders is de afgelopen vijftien jaar verdubbeld, het verdient dus al onze aandacht. Vaak wordt latere selectie als oplossing gegeven, maar met nóg een of twee jaar tekortschietend onderwijs wordt de kloof niet gedicht. Het is zelfs gevaarlijk, omdat we dan de aanpak van het echte probleem, de kwaliteit van onderwijs, voor ons uitschuiven. Alle kinderen verdienen goed onderwijs en dat betekent goede docenten met hoge verwachtingen. Onderzoek van het Centraal Bureau voor Statistiek laat zien dat één jaar met een goede docent in het basisonderwijs tientallen jaren later nog impact heeft op de levensverwachting in goede gezondheid, inkomen en welzijn. Geen tijd te verliezen dus.’

Thalitha Bhugwandass is docent geschiedenis en decaan op het St-Gregorius College in Utrecht. Ze ziet dat de schoolcarrière van kinderen al voor een groot deel bepaald is wanneer ze de middelbare school binnenstappen. ‘Er zijn ouders die hun kinderen helpen door speciale Cito-training in te schakelen. Het resultaat van die toetsen zegt dan een stuk minder over de talenten van zo’n leerling en zo begint de scheefgroei al. Het schaduwonderwijs is een symptoom van een complex probleem, en het is niet realistisch om dat te verbieden. Maar als een school dan ook nog eens zelf een klaslokaal ter beschikking stelt aan een commercieel huiswerkinstituut, dan geef je de verkeerde signalen af. De omgeving van het kind is heel bepalend voor het schoolsucces. Kan een ouder een laptop voor zijn kind aanschaffen, heeft het kind een rustige plek voor zijn huiswerk? Er zijn veel (npo)potjes om die ongelijkheid te compenseren, maar daar zie je dat de ene ouder de weg daar naartoe wel weet te vinden en de ander niet. Gemeenten zouden veel meer kunnen doen om gezinnen daarin wegwijs te maken, en te ondersteunen bij bijvoorbeeld de inschrijving voor een school. Daarnaast zou de gemeente kunnen afdwingen dat leerlingen anoniem naar een stageplek kunnen zoeken. De school kan zich dan concentreren op haar kerntaak: het geven van goed onderwijs.’ PrimaOnderwijs 33


SCHOOL CONCEPT ALLES VOOR DE COMPLETE INRICHTING VAN DE KEUKENHOEK SCHOOL CONCEPT biedt een uitgebreid assortiment modules en producten voor de verschillende speelhoeken zoals de keukenhoek.

Keukenblok 5-delig

Bestelnummer: 1560-54989

SCHORT - KEUKENHANDSCHOENEN Vrolijke schort en handschoenen voor de kleine chefs. Bestelnummer: 1560-SCH-51671

BESTEK- EN BORDENSET Aan tafel! Samen lekker eten met dit gezellige servies. Bestelnummer: 1560-51670

WEEGSCHAAL

Een handige weegschaal mag niet in een keuken ontbreken. Bestelnummer: 1560-86111

School-Concept.nl/keukenhoek Voor het complete aanbod leermiddelen en speelmaterialen ga je naar School-Concept.nl Advies op maat? We helpen je graag! Neem contact op: Tel: 085 – 0488 036 – klantenservice@school-concept.nl Ook verkrijgbaar op


Zet de programma’s van Lexima in voor het Nationaal Programma Onderwijs Met het Nationaal Programma Onderwijs geeft het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap scholen extra steun en tijd om leerlingen te helpen die als gevolg van de coronamaatregelen in de problemen zijn geraakt. De programma’s van Lexima bevorderen de lees- en spellingontwikkeling van leerlingen. Daarmee sluiten ze naadloos aan bij de inzet zoals die binnen het Nationaal Programma Onderwijs is geformuleerd. De inzet vormt geen extra belasting van de leerkracht.

ALL-IN SCHOOLABONNEMENT De prijs van een interventieprogramma is afhankelijk van de grootte van de school Scan de QR-code om naar de webshop te gaan

BOVENSCHOOLSE AANPAK • Interventieprogramma implementatie op maat • Deskundige begeleiding • Beste prijs • 3 of 5 jaar Scan de QR-code voor een offerte op maat

Hoe passen de interventieprogramma’s van Lexima binnen het Nationaal Programma Onderwijs? Een toonaangevend internationaal vergelijkend onderzoek naar de effectiviteit van interventies bij leerlingen van 5 - 16 jaar oud is uitgevoerd door de Education Endowment Foundation. De programma’s van Lexima kunnen op basis van hun Teaching and Learning Toolkit worden beoordeeld. Scan de QR-code bij de productbol om te zien bij welke interventies het programma aansluit. Of kijk op www.lexima.nl/ nationaal-programma-onderwijs Leesbevordering

Preventie

Remediëren

Compenseren


Praktische handvatten voor coaching van leraren

Coachen op de zes rollen van de leraar gaat over effectief leraargedrag en coaching daarop. Beide zijn aan te leren. Effectief leraargedrag is beschreven in de rollen van de leraar: Gastheer, Presentator, Didacticus, Pedagoog, Afsluiter en Leercoach (de leraar als coach van de leerlingen richting zelfregulerend leren). De coach van de leraar krijgt in dit boek vragen en praktische invalshoeken aangereikt om de leraar te helpen reflecteren. Daarbij is er specifiek aandacht voor coaching gericht op startende of juist ervaren leraren. Omdat gedrag wortelt in overtuigingen, wordt ook besproken hoe je kunt coachen op onderliggende helpende of juist belemmerende overtuigingen. Per rol van de leraar zijn kenmerkende competenties met bijbehorende gedragsindicatoren opgenomen als handvat voor de coach. Kortom: een boek met praktische handvatten om leraren te coachen naar effectief leraargedrag.

Prijs: € 33,50 Auteur: Guido van den Brink | ISBN: 9789065082152 | Sector: po/vo/mbo

Bestel deze en meer CPS-uitgaven op www.cps.nl/uitgeverij


Liefde voor en door taal … de basis van 50 jaar Kijk- en luistertoetsen

Al 50 jaar lang … ondersteunt Cito het onderwijs in de wereld van talen met Kijk- en luistertoetsen. Van schoolexamens met eigentijdse onderwerpen tot luchtiger oefenmateriaal waarmee scholen de liefde voor taal kunnen stimuleren. Samen met leerlingen, docenten, coördinatoren bovenbouw, examensecretarissen, directies en onderwijskundigen werken we aan taalgrenzen verleggen, talen eigen en leuk maken, en daarbij ook nog te voldoen aan alle eisen. Met passie voor gelijke kansen, continue ontwikkeling vanuit liefde voor en door taal … de basis van 50 jaar KLT.

Meer weten? Ga naar luistertoetsen.nl

ADV_Cito_Prima_285x192mm_mei-2022_Foto.indd 1

9-5-2022 16:11:22


‘Iedere leerling verdient het om gezien en besproken te worden’ Hoe monitor je de voortgang van je leerlingen en betrek je hen bij hun eigen leerproces? Het Agnieten College Zwartsluis schakelde hiervoor Leerlingbespreking.nl in. De rapportvergadering en de leerlingbespreking verlopen nu sneller en efficiënter en de leerlingen zijn eigenaar van hun eigen leerproces. Foto’s: Shot by Lot

Teamleider Marion Vreugdenhil ging eind 2021 aan de slag met drie grote ambities, opgenomen in het schoolplan van het Agnieten College Zwartsluis. ‘Allereerst wilden we de omslag maken van een summatieve naar een formatieve cultuur. Voor veel docenten betekende dit een nieuwe manier van werken. Daarom was ons tweede speerpunt hen bij te scholen in het geven van gerichte feedback, en een lerende cultuur in het team te stimuleren.’ Bijvoorbeeld tijdens de rapportvergaderingen, die Marion al langer op de schop wilde gooien. Tot dat moment waren het vooral de zorgleerlingen die op basis van hun cijferlijst werden besproken. ‘Ons doel was dat de ontwikkeling van íedere leerling, ook de sterke en de stille, onderwerp van de bespreking werd’, vertelt Marion. Het derde speerpunt was namelijk het eigenaarschap van het leerproces bij de leerling te leggen. ‘De leerling van tegenwoordig raakt vooral gemotiveerd als je hen betrekt bij het onderwijs. In plaats van een cijfer op het eindresultaat hebben ze veel meer baat bij gerichte feedback op hun werk en ontwikkeling.’

Gedeelde ambitie Marion Vreugdenhil

38

Om de pijlers van het schoolplan goed en zorgvuldig vorm te geven, zocht de school naar een ondersteunende methodiek. ‘We kozen voor Leerlingbespreking.nl omdat deze methode onze ambities deelt: de leerling betrekken


bij de eigen ontwikkeling op basis van de feedback die hij of zij krijgt van de docenten. De methode biedt veel handvatten voor docenten om gerichte feedback te geven en om de rapportvergaderingen beter te laten verlopen.’

Starten met Leerlingbespreking.nl Linda Groenwold, onderwijsadviseur van Leerlingbespreking.nl, is nauw betrokken bij het implementatieproces. Ze is blij dat het Agnieten College Zwartsluis de tijd nam voor een goede start. ‘Als je als school aan de slag wilt met een formatieve leercultuur, moet je het hoog op de agenda zetten en dus belangrijk maken in je organisatie’, legt ze uit. ‘Je kunt pas van start als alles goed is geregeld en er voldoende draagvlak onder de docenten is.’ Alle vragen die in het team naar voren komen, moeten eerst worden beantwoord om onzekerheden weg te nemen. Linda Groenwold

Nieske Nikrou

kregen van Leerlingbespreking.nl. ‘De onderwijsadviseurs leerden ons precies hoe je geschreven feedback geeft, hoe je daarover met je collega’s in gesprek gaat en hoe je vervolgens de leerling coacht bij het schrijven van een eigen ‘plan van aanpak’ voor het leren. We merkten direct dat ze een achtergrond in het onderwijs hebben. Zij weten heel goed waar wij elke dag mee te maken hebben en wat docenten nodig hebben om de omslag te kunnen maken.’

Zelfstandig aan de slag

Dat is altijd de grote uitdaging. Linda: ‘Voordat een school besluit om met onze methodiek te gaan werken, geven wij een presentatie aan het hele team. Die moet ermee gaan werken, dus moet er ook mee wíllen werken. Onze onderwijsadviseurs begeleiden de docenten de eerste keer dat de methodiek wordt ingezet bij het geven van feedback in de feedbacktool van Leerlingbespreking.nl. Ze maken dan ook samen met het team afspraken over de manier waarop de methodiek wordt weggezet in hun cyclus van leerlingbegeleiding. Op die manier kun je met voldoende draagvlak de methodiek implementeren in de school.’

Ervaring van de werkvloer Docent Nieske Nikrou werd heel enthousiast van de presentatie en de workshops die zij en haar collega’s

Op het Agnieten College Zwartsluis bespreken docenten nu twee keer per jaar de ontwikkeling van de leerlingen. Mentoren en vakdocenten krijgen vooraf de tijd om hun bevindingen in te vullen. ‘De methode is heel overzichtelijk. Via een icoontje geef je aan waar een leerling in zijn ontwikkeling staat’, legt Nieske uit. ‘Je moet echt nadenken en motiveren waarom je voor een bepaald icoontje kiest.’ Het team krijgt twee roostervrije dagen om de feedback te schrijven en elkaar daarmee te helpen. ‘Samen met de onderwijsadviseur van Leerlingbespreking.nl evalueerden we de eerste ronde’, vertelt Marion. ‘We hebben ervoor gekozen de methodiek gefaseerd in te voeren. Op dit moment zitten we in de tweede cyclus en werken er naartoe om de feedback en het ‘plan van aanpak’ te koppelen aan de driehoeksgesprekken tussen docent leerling en ouder.’ Ook Nieske en haar collega’s zijn erg tevreden. ‘Leerlingbespreking.nl geeft ons de ruimte om in ons eigen tempo de methode te implementeren en ik weet zeker dat we voldoende handvatten en begeleiding van Leerlingbespreking.nl krijgen om ook de driehoeksgesprekken als slotstuk goed neer te zetten.’

Maak kennis met Leerlingbespreking.nl

Leerlingbespreking.nl biedt een methode waarmee je de rapportvergadering en leerlingbespreking sneller en efficiënter laat verlopen. Met een overzichtelijke tool geeft iedere docent onafhankelijke feedback over iedere leerling. Op basis van deze feedback maken leerlingen in de tool een eigen actieplan. Zo stimuleer je met Leerlingbespreking.nl een formatieve cultuur met oog voor differentiatie en eigenaarschap. Scan de QR-code om onze introductievideo te bekijken. PrimaOnderwijs 39


Effectief, eigentijds onderwijs geven: heb jij de basis op orde? PO/VO/MBO De kern van het werk van de leraar is het ontwerpen van onderwijs. De uitvoering van dat onderwijs is te vatten in zes rollen: Gastheer, Presentator, Didacticus, Pedagoog, Afsluiter en Leercoach. Inzicht in deze rollen en reflecteren op hoe je deze beheerst, biedt leraren handvatten om de basis op orde te bréngen en/of te hóuden. Het bewust beheersen van deze basis is voorwaardelijk voor verdere professionele groei.

NIEUW!

Met dit boek ondersteunt CPS leraren om die basis helder op het netvlies te krijgen of te houden bij de uitvoering in de praktijk. Ervaren leraren kunnen dit boek gebruiken om hun eigen basisgedrag nog eens goed onder de loep te nemen: doe ik de juiste dingen? En doe ik die dingen goed? Daarnaast is deze praktische uitwerking van de zes rollen uitermate geschikt voor startende leraren en studenten van lerarenopleidingen. Eigentijds onderwijs - verschillende vormen van sturing - praktische voorbeelden po/vo/mbo - blijvende professionalisering individueel/team/schoolbreed

Inclusief bij deze uitgave biedt CPS je de Quickscan Yollen: reflecteer op hoe jij je nu beweegt in de zes rollen en gebruik dit als start voor je eigen ontwikkeltraject. Dit is de opvolger van de populaire CPS-uitgave De vijf rollen van de leraar. Prijs: € 29,90 | Auteurs: Bert Moonen, Lotte van der Goot en Sander van Veldhuizen ISBN: 9789065081797 | Sector: po/vo/mbo

Bestel deze en meer CPS-uitgaven op www.cps.nl/uitgeverij


Leren ondernemen: maak van jouw klas een Pop-up store! Hoe verkoop je een product? Hoe bepaal je een goede verkoopprijs? En wat is een doelgroep precies? Met deze vragen gaan leerlingen uit groep 7/8 aan de slag tijdens het onderwijsprogramma Pop-up store van stichting Jong Ondernemen. Leerlingen runnen in groepjes een eigen winkel. Ze ontdekken zo de basisbeginselen van ondernemen en werken aan vaardigheden als samenwerken, initiatief nemen en creativiteit.

Het programma Pop-up store duurt vier dagdelen en bestaat uit een programmabox boordevol materialen en een digitale leeromgeving met filmpjes en extra opdrachten. De programmabox bevat onder andere werkboekjes voor alle leerlingen, BizEuro’s, knutselspullen, administratieboekjes en een docentenhandleiding. Kortom: je kunt direct starten. Met de BizEuro’s kopen leerlingen knutselspullen in waarmee ze eindproducten maken die ze verkopen op een afsluitende verkoopdag aan familie en vrienden. Pop-up store is dé manier om meer te leren over ondernemerschap en om in de klas aan de slag te gaan met belangrijke softskills. ‘Ik heb nog nooit een hele groep leerlingen zo enthousiast gezien. Ze pikten de leerstof snel op en hebben hun talenten ontwikkeld, zelfs thuis gingen ze door. Kortom: Pop-up store was een superweek!’ - Ellen, basisschooldirecteur Gun jij jouw leerlingen ook zo'n superweek? Bestel dan snel de Pop-up store programmabox via www.onderwijsinformatie.nl/jongondernemen

Over stichting Jong Ondernemen Pop-up store is een project van stichting Jong Ondernemen. Jong Ondernemen wil alle jongeren van groep 5 basisonderwijs t/m het hbo op een praktische manier uitdagen om ondernemende vaardigheden aan te leren, motiveren om talenten te ontdekken en inspireren om hun eigen toekomst te bepalen. Want, uiteindelijk is iedereen ondernemer van zijn of haar eigen toekomst! Kijk voor meer informatie op www.jongondernemen.nl PrimaOnderwijs XX PrimaOnderwijs 41


Haal het beste uit je leerlingen en doe mee met Skills Talents! Spannend, leerzaam en goed voor het zelfvertrouwen. Jaarlijks doen duizenden vmbo-leerlingen mee aan Skills Talents, teamvakwedstrijden waarbij ze kunnen laten zien wat ze tijdens hun opleiding hebben geleerd. Tekst: Malini Witlox

De beste leerlingen van een deelnemende vmboschool gaan in duo’s naar één van de acht kwalificatiewedstrijden. De toppers gaan vervolgens naar de landelijke finale. Meedoen kan in tien verschillende categorieën, van Bloemwerk tot Economie & Ondernemen en van Horeca, Bakkerij & Recreatie tot Zorg & Welzijn. Twee leerlingen van Kwadrant Scholengroep uit het Brabantse Oosterhout wonnen tijdens de laatste editie (31 maart) goud bij de finale in de vakrichting Dienstverlening & Producten. Hun docent Ine Tas is ontzettend trots. Het is het tweede jaar op rij dat haar leerlingen meededen en beide keren vielen ze in de prijzen. Voor de selectie van de leerlingen hield ze voorrondes in de klas. ‘Dat kon ik prima in de lessen inpassen’, vertelt ze.

Inspiratie Voor de opdracht haalde Tas inspiratie uit een ruim aanbod van wedstrijdopdrachten die de organisatie van Skills Talents online heeft staan. Jasper de Leeuw en Zoë Bulkmans, uit vmbo 3 en vmbo 4 sprongen eruit. Zij mochten namens hun school meedoen met 42

de kwalificatiewedstrijd en gingen daarna door naar de landelijke finale in de Jaarbeurs in Utrecht. Daar namen zij het op tegen zeven concurrerende teams. ‘De leerlingen moesten een product maken, maar ook presenteren, een begroting maken en een flyer opstellen’, aldus Tas. De leerlingen maakten een storyboard en een filmpje, waarin de fictieve, duurzame kantine van Skills Talents werd gepresenteerd. Ze schreven een brief om het succes van de duurzame kantine te delen met alle partners en maakten een infographic om mensen te informeren over de impact van duurzamer


eten op het milieu. Tot slot maakten ze een prototype van een promotieartikel voor de duurzame kantine.

Nagelbijten Hiervoor kregen de deelnemers een halve dag de tijd. Ook spannend voor Tas, want als docent mocht ze wel meekijken, maar zich niet bemoeien met de uitvoering. Nagelbijten dus. Een onafhankelijke jury beoordeelde de prestatie van de jonge deelnemers. Jasper en Zoë kregen maximale punten voor het promotieartikel, voor correct taalgebruik, voor onderling communiceren, voor samenwerking en voor efficiënt omgaan met de materialen. Ook scoorden ze goed op hun elevatorpitch, op planmatig werken, kwaliteit van het filmpje en de infographic. ‘Of ik de beste D&P-docent van Nederland ben nu mijn leerlingen beide jaren op rij goud hebben gewonnen? Nee hoor,’ lacht Tas. ‘Ik heb gewoon slimme leerlingen. En het zit deels in kleine dingen. Zo heb ik Jasper en Zoë geadviseerd vooraf de juryleden eerst netjes een hand te geven, zoiets hoort ook bij een goede presentatie. De andere teams deden dit niet en mijn team heeft er ook punten voor gekregen. De leerlingen waren echt heel trots, kregen ook meer zelfvertrouwen. Ze zijn heel jong en het is dan toch spannend: een jury die je niet kent en een bezoek aan een mbo voor de kwalificatiewedstrijd. Maar het resultaat mag er zijn.’

Designproduct Wim Blankvoort van het Etty Hillesum College uit Deventer vaardigde een team af van de vakrichting Produceren, Installeren & Energie. Jens Fiering en Sander de Ruyter uit vmbo 3 en 4 wonnen brons. De finalisten werden in de finale ingehuurd door een trendy ingenieursbureau om een designproduct te maken: een kubuslamp, gemaakt met koperen buisjes waarin de bedrading is verwerkt, en wordt aangestuurd

met domotica. ‘Bij alle drie de rondes zijn ze echt uitgedaagd. Alle PIE-elementen kwamen aan bod. Ze moesten ontwerpen, installeren, aansluiten, monteren, hun hele vakmanschap konden ze laten zien,’ aldus een duidelijk trotse Blankvoort. Jens en Sander werden ook op persoonlijk vlak uitgedaagd, vertelt Blankvoort. Eén van de twee zag het door de zenuwen niet meer zitten, wilde niet meer meedoen. ‘Ik heb hem echt moeten overhalen, maar toen hij het had gedaan, zag je echt dat hij trots was op zichzelf en meer zelfvertrouwen heeft nu.’ Het duo gooide hoge ogen bij de jury met de manier waarop ze hun ontwerp maakten, hoe ze veilig werkten en hoe ze samenwerkten. Zowel Tas als Blankvoort doen bij de komende editie van Skills Talents weer mee. ‘Ik heb zelfs spijt dat ik niet vaker mee heb gedaan,’ zegt Tas. ‘De leerlingen waren zo enthousiast. Echt alles wat ze in de eerste vier jaar van hun opleiding hebben geleerd, kwam aan bod. En het was ook ontzettend leuk en gezellig. Het heeft echt toegevoegde waarde voor de gehele groep, bovenop je gewone lessen en past tegelijkertijd prima binnen het lesprogramma.’

Meerwaarde Daniël van Dam, projectmanager, over meedoen aan Skills Talents: ‘Deelname aan vakwedstrijden is een nuttig onderdeel van het lesprogramma. Steeds meer scholen nemen het op in het programma of zelfs PTA en zien de meerwaarde. Je kunt als school meedoen in één of twee vakrichtingen, maar je kunt ook aan alle vakrichtingen meedoen. Dit zorgt voor teamgevoel binnen een school, waardoor Skills Talents binnen een school nóg meer gaat leven. Ook voor docenten is het een enorme boost om mee te doen.’ Skills Talents is onderdeel van WorldSkills Netherlands en organiseert al zeventien jaar vakwedstrijden. De Skills Talentswedstrijden worden ontwikkeld op basis van de eindtermen van de vmbo-profielen en zijn dus uitstekend in te passen in het programma van toetsing en afsluiting.

Meedoen aan de komende editie? Meld je school en vakrichting aan vóór 1 juli via www.skillstalents.nl Deelname is gratis. Je kunt zelf de voorronde op school organiseren. Wil je meer informatie, stuur dan een e-mail naar info@skillstalents.nl of bel met 088-0808882.

PrimaOnderwijs 43


Derde Kamer der Staten-Generaal is een initiatief van de Eerste Kamer en de Tweede Kamer, in samenwerking met ProDemos – Huis voor democratie en rechtsstaat.

Democratie en politiek voor groep 7 en 8 De Derde Kamer der Staten-Generaal

Derde Kamer

Bestellen? Bestel het gratis lespakket via: www.prodemos.nl/derdekamer

Ieder jaar op de derde dinsdag in september is het

Er zijn twee koffertjes: deel 1 (voor beginners)

Prinsjesdag; een goede aanleiding om in de klas

en deel 2 (voor gevorderden).

aandacht te besteden aan politiek en democratie. Ieder pakket heeft 4 lessen. Een les bestaat uit een filmpje waarin de Wie is de baas in Nederland, hoe worden wetten

leerlingen reporter Bobby volgen als hij antwoord probeert te geven

gemaakt wat zijn verkiezingen en nog veel meer

op “De Vraag Vandaag”; opdrachten in het handboekje Politiek en

informatie. Bestel een gratis leskoffertjes met

eindigt met het debatspel waarin de leerlingen als echte Kamerleden

lesboekjes voor 30 leerlingen en ga aan de slag.

met elkaar in debat gaan. De website www.derdekamer.nl dient ter ondersteuning van het lesprogramma.


ZIE KUNST TOT LEVEN KOMEN

Fondation © Stéphanie TETU Fondation Culturespaces 2021

Fabrique des Lumières is hét nieuwe digitale kunstcentrum op het Westergasterrein in Amsterdam en de perfecte omgeving om op een unieke, leuke en boeiende manier lesstof over kunst en geschiedenis aan te bieden aan scholieren van alle leeftijden en groepen! In de adembenemende Zuiveringshal op het Westergasterrein, een grote industriële ruimte met muren tot 17 meter hoog, zijn immersieve exposities te zien van klassieke, moderne en hedendaagse kunstenaars. Met geavanceerde technologie worden de kunstwerken door lichtprojecties en begeleidende muziek tot leven gebracht. De grote openingsexpositie van 2022 bestaat uit werken van de Oostenrijkse kunstenaar Gustav Klimt en tijdgenoten. Verder is er een korte expositie met het kleurrijke werk van Friedensreich Hundertwasser. In een aparte ruimte zijn nog twee hedendaagse, experimentele videocreaties te ontdekken. Als bezoeker word je helemaal ondergedompeld in de kunstwerken. Kortom: 3800 m² videokunst en fun!

Alle voordelen op een rij: ■ Op maat gemaakt lesmateriaal ■ Educatief bezoek met de hele klas ■ Vrij rondlopen door alle ruimtes ■ Multi-zintuigelijke ervaring ■ Gratis entree voor leraren ■ Samenwerking met de Cultuurkaart

www.fabrique-lumieres.com groepen@fabrique-lumieres.com

PrimaOnderwijs 45


www.online-masters.nl

Online Masters biedt vernieuwde online les Hack-check

Jouw leerlingen vaardig, veilig en bewust online? Je leerlingen zijn dagelijks vele uren online. Behalve dat dat leuk is, worden ze ook geconfronteerd met minder leuke kanten: hackers sluipen, veelal ongemerkt via de smartphone, hun wereld binnen. De consequenties kunnen behoorlijk vervelend zijn. Maar hoe hackerproof ben jij zelf? Doe de test en check of jij alle ins en outs kent over hackers. Vraag 3. Weet jij wat vishing is?

Doe de test!

a. Vishing (sms-phishing) is phishing via een sms-berichtje. b. Vishing (voice-phishing) is phishing via de telefoon.

Kies het juiste antwoord: a. Deze hackers breken in op computersystemen zonder dat zij daarvoor toestemming hebben. b. Deze hackers hacken met toestemming van een bedrijf om de beveiliging te testen en beveiligingslekken te dichten. c. Deze hackers hebben wel goede bedoelingen, maar hacken zonder toestemming.

Vraag 2. Hackers kunnen op verschillende manieren inbreken op jouw computer. Hoe? Je kunt meerdere antwoorden kiezen: a. Via bijlagen of downloads bij een mail. b. Via een onbeveiligde of open internetverbinding. c. Spoofing - Een hacker doet alsof hij iemand is die jij kent.

Vraag 4. Hackers gebruiken een nepversie van de betaal-app Tikkie om geld te stelen. Hoe doen ze dat? a. Hackers vragen slachtoffers om 1 eurocent over te maken om hun identiteit te bevestigen. Ze plunderen daarna de bankrekening. b. Hackers beschuldigen slachtoffers schade te hebben gemaakt. Ze sturen daarna een Tikkie.

Vraag 5. Het tellen van stemmen bij verkiezingen is helemaal betrouwbaar als het door computers gedaan wordt. Wat denk jij? a. Niet waar, telcomputers kunnen gehackt worden. Met de hand tellen is het best. b. Niet waar, telcomputers kunnen gehackt worden. Je moet óók een telling met de hand doen. De twee tellingen bij elkaar zijn pas betrouwbaar.

Antwoorden: 46

1.b / 2. Alle antwoorden zijn goed / 3.b / 4.a / 5.b

Vraag 1. Wat is een white hat hacker?


En… hoe deed je het? Heb je iets nieuws geleerd?

Hack-check Tekst: Brigitte Bloem

Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met kinderen leren nadenken over wat een goed wachtwoord is, hoe ze phishing en malware kunnen herkennen en waarom het goed is om soms je webcam af te dekken. Allemaal onderdelen van digitale geletterdheid die aan bod komen in de vernieuwde les Hack-check van het gratis lesprogramma Online Masters.

Soorten hackers De les begint met ethisch hacker Sophie. Ethisch hackers speuren met toestemming van een bedrijf of organisatie online naar kwetsbaarheden in hun online systemen. Ze testen de beveiliging en geven aan waar en op welke wijze beveiligingslekken gedicht kunnen worden. Naast ethische hackers zijn er ook hackers die minder goede bedoelingen hebben. Zo zijn er bijvoorbeeld hackers die inbreken in computersystemen zonder dat ze daarvoor toestemming hebben van de eigenaar van het desbetreffende systeem. Ze doen dat meestal om losgeld te kunnen vragen en er zo zelf rijker van te worden. Dat kan via de mail, telefoon, via sms-berichten, maar ook via WhatsApp bijvoorbeeld met gebruik van nepversies van de betaalapp Tikkie. De les laat leerlingen ook nadenken over of het al dan niet strafbaar is als een leerling voor de lol een cijferlijst van school hackt.

een nieuwe. In de vernieuwde les leren de leerlingen over het belang van sterke wachtwoorden. En dat je uit moet kijken dat je niet via phishing (een vorm van internetfraude) je wachtwoord per ongeluk aan hackers ‘geeft’. Het lijkt dan bijvoorbeeld alsof een mail echt door een bank gestuurd is. Ook komen de leerlingen te weten hoe ze hun laptop en telefoon goed kunnen beveiligen. Dan gaat het over virusscanners, het belang van regelmatig updaten, pincodes, bijlagen veilig downloaden, malware (schadelijke software) en adware (reclame-malware) en het al dan niet gebruiken van je webcam en openbare wifi. Tot slot doen de leerlingen een hack-check. Kunnen zij denken als een ethisch hacker?

Sterke wachtwoorden Een wachtwoord is net als een tandenborstel: die leen je nooit uit én je gebruikt na een paar maanden weer Het gratis lesprogramma Online Masters is een gemakkelijk te integreren lesprogramma op het gebied van digitale geletterdheid voor de bovenbouw van het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. ‘Masters’ uit de verschillende vakgebieden nemen je leerlingen mee in hun wereld aan de hand van video’s en interactieve opdrachten. De lessen geven leerlingen inzicht in hoe digitale technologie werkt, leert hen technieken te herkennen en te gebruiken, en na te denken over de impact hiervan op de samenleving en de kansen en risico’s voor de gebruiker. Doe mee en meld je aan via www.onderwijsinformatie.nl/onlinemasters Het lesprogramma is ontwikkeld door VodafoneZiggo met medewerking van ECP/veiliginternetten en Netwerk Mediawijsheid. PrimaOnderwijs 47


Even opladen na corona Als leraar ga je voor kwaliteit in je vak en het optimaal gedijen van je klas. De Onderwijsdesk helpt je met advies en cursussen.

Emmeliek Boost

Emmeliek Boost, gezondheidspsycholoog en auteur van het boek Win-Win Werk en Gezin pleit ervoor dat onderwijsprofessionals zich bijscholen, om verder te professionaliseren, maar ook om even op te laden na de zware coronajaren.

Hoe kun je het beste omgaan met risicolezers of met leerlingen die in voorgaande schooljaren een achterstand hebben opgelopen? Rik uit Nijmegen, groep 7

Technisch lezen in een doorlopende lijn Volgens Dr. Kees Vernooy zijn de taal- en leesmethoden lang niet meer kritisch geëvalueerd en oefenen en onderhouden we onvoldoende de leesvaardigheid en leesmotivatie na groep 5. Uit onderzoek blijkt dat een derde van de basischoolleerlingen de school verlaat als een ‘niet goed begrijpende lezer’. Een consistent, samenhangend en evenwichtig taal-en leesaanbod zou vanzelfsprekend moeten zijn. Daarbij zouden monitoring van de leesontwikkeling en het trekken van consequenties uit de verkregen data leidend moeten zijn. Elke dag 15 minuten verlengde instructie geven aan risicolezers blijkt effectiever dan anderhalf uur op vrijdagmiddag! En vergeet daarbij niet de rol van tijd. Krijgen risicolezers niet meer tijd, dan zullen ze zwakke lezers blijven of zelfs nog zwakker worden.

TIP 1 Ondanks het chronisch tekort aan onderwijsprofessionals wordt er vanuit de overheid een sterk beroep gedaan op directies en besturen 48

om de recente subsidies nu vooral te benutten voor bijscholing! Niet alleen ter behoud en professionalisering van alle onderwijsprofessionals, maar ook om hen na deze zware coronajaren een hart onder de riem te steken. Door leerkrachten juist vrij te roosteren voor een bijscholingscursus zorg je ervoor dat ze zich met collega’s uit het land kunnen opladen, ervaringen kunnen delen en weer met nieuwe ideeen en met een frisse blik voor de groep staan.

TIP 2 Schrijf je in voor de driedaagse cursus Technisch lezen in een doorlopende lijn. Deze cursus voor het PO start op maandag 21 november, van 10.00-16.00 uur. Marita Eskes, bekend van haar in 2020 verschenen boek Technisch lezen in een doorlopende lijn, weet als geen ander inzichtelijk te maken hoe je onder andere risicoleerlingen in je klas beter monitort om het beste uit henzelf te halen. Een boeiende cursus voor IB-ers, leerkrachten en remedial teachers. Kijk op www.onderwijsdesk.nl/courses/ technisch-lezen-in-een-doorlopende-lijn/


Cursusladder augustus t/m november 2022 Heb je praktische tips zodat mijn leerlingen na corona weer wat actiever bij de les betrokken blijven? Nicolien uit Geleen, VO docent Nederlands

Voor het VO: EDI Doelen & EDI Instructie in één cursusdag! We kampen nog met de naweeën van corona. Voor sommige leerlingen was digitaal onderwijs een uitkomst, zij verbeterden juist hun resultaten en hebben moeite om in de klas weer hun draai te vinden. Leerlingen die meestal goed gemotiveerd in de les meededen, misten de structuur van de klas en raakten onverwacht achterop. Expliciete Directe Instructie (EDI) zou je kunnen helpen om je lessen op een eenvoudige manier te optimaliseren. Het is een bewezen aanpak, die gemakkelijk in te zetten is om de leseffectiviteit te verhogen en te zorgen voor betere leerprestaties bij je leerlingen. EDI biedt praktisch toepasbare handvatten om alle leerlingen te motiveren en de lesdoelen te laten halen. Het maakt niet uit of je docent Nederlands, wiskunde, gymnastiek of CKV bent: in de cursus maak je de vertaalslag naar je eigen vak! Op woensdag 28 september geeft Brigitta Mathijssen, gecertificeerd en ervaren EDI-trainer (VO) deze inspirerende, eendaagse cursus, van 10.00-16.00 uur voor docenten en mentoren VO en MBO. Ben je geïnteresseerd, kijk dan op www.onderwijsdesk.nl en schrijf je snel in. Bij twintig deelnemers sluit de inschrijving.

Online en op onze locatie EDI in 1 dag voor PO De belangrijkste EDI principes en technieken do. 25 augustus Marcel Schmeier

Begrijp gedragsproblemen Agressief, brutaal, ongehoorzaam en ongemotiveerd gedrag do. 15 september (VO & MBO) za. 12 november (PO & VO) dr. Annematt Collot D’Escury-Koenigs

Mondelinge taalvaardigheid bij kleuters Een rijk taalaanbod, preventie bij TOA, herkennen TOS en NT2-kinderen stimuleren. start wo. 28 september Eveline Bogers

Actief en effectief leren Help leerlingen op weg naar een voldoende met effectieve leerstrategieën. vr. 7 oktober (VO) Annemieke Groeneveld

Rekenspecialist Rekenproblemen lokaliseren, rekenvaardigheden versterken en meer start wo 12 oktober (VO & MBO) start wo. 9 november (PO) drs. Marije van Oostendorp

Lees- en Taalspecialist

voor hulp bij leer- en gedragsproblemen in de klas!

Speciaal voor PrimaOnderwijs beantwoorden de deskundigen van de Onderwijsdesk vragen van onderwijsprofessionals werkzaam in het PO of VO uit het hele land. Deze tips (en cursussen) zorgen ervoor dat je klas (nog) beter floreert. Heb jij een vraag voor de Onderwijsdesk? Mail dan naar info@onderwijsdesk.nl

Lees- en spellingsproblemen, TOS, meertaligheid, zorgniveau 2 en 3 en meer start ma. 31 oktober (PO) drs. Marije van Oostendorp dr. Madelon van den Boer dr. Elise de Bree

Technisch lezen in een doorlopende lijn Vloeiend lezen, risicolezers, stimuleren leesbegrip in de technisch leesles en meer. start in het najaar op ma. 21 november (PO) Marita Eskes Kijk voor alle online en fysieke cursussen en data op: www.onderwijsdesk.nl

PrimaOnderwijs 49


ZO MEET JE PREVENTIEF... ... en breng je in kaart waar de echte rekenproblemen zitten. En op welke power of speedstenen de rekenhulp start. Zo voorkom en verklein je grote rekenachterstanden.

Webinar bijwonen? 23 juni

Wil je een Bareka Demo, deelnemen aan een webinar, of van start met een proeflicentie? Kijk op schoolsupport.nl/bareka of op bareka.nl.

BAREKA ONLINE REKENTOETSEN

automatiseren in de klas ... elke dag weer!

#10JAARREKENSPRINT

Rekensprint en RS Online helpen elke dag leerlingen met grote en kleine rekenachterstanden. Met RT Oefenprogramma’s, of met oefenprogramma’s op rekenmuur of leerlijn. Begeleid, zelfstandig of via je digibord automatiseren kinderen elke dag! Meld je aan voor een webinar of reserveer een licentie voor je school of praktijk. Met Rekensprint Online heb je het ideale hulpmiddel in handen om élke dag met je klas 5 minuten te automatiseren. Daarnaast begeleid je leerlingen met grote (en desgewenst kleine) rekenachterstanden: op school, op afstand, individueel of in een klein groepje. Zo houd je op één plek overzicht en werken Rekensprint en Rekensprint Online … als een tweeling perfect samen.

sommen

Rekenspr

tot 100,

binnen

tiental

. antwoorde

n

1

int

50 =

30 +

80

pport.nl

83

t – www.schoolsu

Rekens

© Schoolsuppor

print

mmen

tot

10

1

2=

Rekensprint

som

nspr

int

Reke

= 80

+ 50

men

tot

100,

binn

en

tient

al

oord

en

1

3

1

0

83

© School

suppor

t–

www.s

chools

upport

.nl

30

. antw

splitsen . antwoorden

3

© Schoolsupport – www.schoolsupport.nl

© Schoolsup

port

– www.scho

olsupport

.nl

erbijso

2+

Koppeling met Bareka Toetsen!

Samen, alleen of op het digibord

Meer weten? Webinar plannen? Ga naar schoolsupport.nl/rsonline Webinars: 9 juni óf terugkijken

schoolsupport_prima_onderwijs_adv_mei2.indd 1

2-5-2022 09:30:54


‘Diversity is a fact. Equity is a choice. Inclusison is an action. Belonging is an outcome’ Arthur Chan

Meer manieren om te kijken naar kansen(on)gelijkheid In het onderwijs wordt veel gesproken over kansen(on)gelijkheid, ‘equity and equality’ en ‘diversiteit’ of ‘inclusiviteit’. Veel verschillende benamingen voor de wens en het verlangen eerlijke kansen voor iedere leerling te realiseren. Wat opvalt is dat er op veel verschillende manieren naar kansengelijkheid wordt gekeken. Zo wordt in het Nederlandse onderwijssysteem onderscheid gemaakt tussen ‘dezelfde kansen voor iedereen en kansen passend bij wat iemand nodig heeft’. Dit geeft echter nog niet een concreet beeld van wat deze kansen zijn en hoe deze zouden moeten worden vormgegeven. Ook speelt het aspect ‘goed onderwijs’ een rol. Maar wat is goed onderwijs? Zoveel mensen, zoveel wensen. Zoveel partijen, zoveel belangen en percepties. Internationaal onderzoek laat zien dat het verhelpen van kansenongelijkheid (in de meest brede zin van het woord) niet per se een technische kwestie is: het gaat niet zozeer om het introduceren van nieuwe technieken of nieuwe onderwijsorganisatie, het lijkt meer te gaan over het samenwerkend leren van betrokkenen binnen hun persoonlijke contexten.

Eerlijke kansen Afhankelijk van het perspectief van waaruit je dus naar deze materie kijkt, kies je mogelijk ook het woord dat je daarbij wilt gebruiken. Taal verraadt onze manier van denken en stuurt vervolgens ons handelen aan en zorgt voor een bepaald resultaat. Binnen CPS gaan we uit van kansengelijkheid vanuit het perspectief van ‘eerlijke kansen’ voor iedereen. Belangrijk daarbij is dat we als leerkrachten, docenten, directies en schoolleiders, maar ook als bestuurders, ons bewust zijn van onze paradigma’s en onze

onbewuste vooroordelen. Zij moeten zich ervan bewust zijn dat er impliciete aannames en houdingen zijn, op het beeld van de persoonljke contexten van leerlingen. Onderdeel daarvan is ook het belang van de gemeenschappelijke schoolcultuur. Het gedrag van leidinggevenden en het voorbeeld dat zij hiermee zijn voor alle medewerkers is dus een belangrijke voorwaarde voor het doen slagen van beleid ten aanzien van kansen en gelijkheid.

Scholen ondersteunen Als missie heeft CPS het werken aan blijvend resultaat en het realiseren van goed onderwijs voor alle leerlingen van vandaag en morgen. Vanuit dat perspectief wil CPS vooral op het bewustwordingsniveau scholen ondersteunen in het denken over kansengelijkheid om dat vervolgens in concreet handelen om te zetten. Omdat kansengelijkheid niet maar één aspect heeft, richt CPS zich met een breed aanbod op diverse onderdelen, die van invloed zijn op kansengelijkheid. Goed onderwijs voor elke leerling, ervan uitgaande dat elke leerling eerlijke en passende kansen krijgt om een passende plek in de maatschappij te verwerven, om daar ook als burger actief een zelfgekozen bijdrage aan te leveren. Bekijk ons aanbod op www.cps.nl/kansengelijkheid PrimaOnderwijs 51


Nederlands Openluchtmuseum wint prijs met interactieve game over migratie

Ervaar de obstakels en uitdagingen voor migranten in een nieuw land

In het Chinees restaurant gaan leerlingen een gerecht maken en proeven

Hoe is het om je vaderland achter te moeten laten en in een onbekend land opnieuw te beginnen? Dat gegeven is het thema van het project Restart van het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem, bedoeld voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Restart won de Children in Museums Award 2021. Tekst en foto’s: Heleen de Bruijn

In Nederland is fietsen de normaalste zaak van de wereld en elk kind leert het. Maar met de fietsen in het Openluchtmuseum is iets geks aan de hand. Daarop kun je alleen maar achteruit trappen, of is de stang zo beweeglijk dat je er nauwelijks mee overeind blijft. Voor een 12-jarige kan een ritje op zo’n fiets net zo ingewikkeld zijn als voor een migrant die voor het eerst leert fietsen op een gewone, Hollandse fiets. En dat is nou net de bedoeling. Dat leerlingen van de eerste twee klassen in het voortgezet onderwijs ervaren hoe het voelt een migrant te zijn in Nederland. Het is het thema van de interactieve game Restart, waarmee het Openluchtmuseum al in 2014 is gestart, maar die onlangs een internationale museumprijs heeft gewonnen. Leerlingen spelen de game in groepjes van drie of vier - ze vormen zo een migrantenfamilie – en gaan op pad door het museum. Onderweg komen ze obstakels en uitdagingen tegen die voor migranten dagelijkse realiteit zijn. Die moeten werk 52

zoeken, een vreemde taal leren en vreemd eten proeven. Via een tablet krijgen de deelnemers opdrachten doorgestuurd. En met die opdrachten verdienen ze punten. Gitta Paans, conceptontwikkelaar educatie van het Openluchtmuseum in Arnhem: ,,Het idee voor Restart ontstond met de komst van de Westerstraat in het museum. Dat is een cluster van enkele uit Amsterdam afkomstige woningen, met daarachter krotwoningen waar decennialang onder anderen migranten woonden, tot die woningen


onbewoonbaar werden verklaard. En migratie is natuurlijk altijd een actueel onderwerp. Kijk maar naar de situatie in Oekraïne, waardoor veel mensen op de vlucht slaan en elders terechtkomen.’’

Nieuw land Het Openluchtmuseum fungeert tijdens het spelen van de game als een nieuw land waar migranten voor het eerst aankomen. Wie ooit in het Openluchtmuseum is geweest, herkent de historische locaties die in de game figureren, zoals het Turkenpension in de Westerstraat, de Molukse barak uit de jaren 50, het Indisch Achtererf en het Chinese restaurant. In die laatste gaan leerlingen onder meer een gerecht maken en proeven. Op andere locaties, zoals bij de smid, de papiermolen en de scheepswerf, doen de ‘migranten’ pogingen om werk te vinden. Ook de gewone bezoekers van het museum doen, onbewust, mee in de game. De leerlingen kunnen namelijk ook punten behalen als ze erin slagen nieuwe vrienden te maken. Door parkbezoekers met een migratieachtergrond aan te spreken en samen met hen op de foto te gaan.

inees gaan

recht

oeven

Paspoort Overigens begint Restart al in de klas, zegt Paans. Voorafgaand aan het museumbezoek. ‘In de klas gaat het over de vraag waarom migranten überhaupt uit hun land vertrekken. Bijvoorbeeld om te vluchten voor gevaar, of op zoek zijn naar een betere toekomst, of ze verhuizen voor de liefde. De leerlingen vullen vervolgens een eigen paspoort in met hun persoonlijke gegevens. Die moeten ze meenemen naar het museum. De gebruikelijke asielprocedure wordt hier even overgeslagen, maar als ze hun paspoort niet bij zich hebben, worden ze wel even ‘uit de rij gehaald’ en moeten ze een formulier invullen en hun vingerafdruk laten maken. Dat zorgt al voor enig ongemak, dat ze later bij het volbrengen van hun opdrachten vaker tegen zullen komen. De Restart-deelnemers moeten door zoveel mogelijk punten te behalen, ‘bewijzen’ dat

De prijs De prijs die het Nederlands Openluchtmuseum heeft gewonnen met het project Restart, wordt jaarlijks uitgereikt door Hands On! International Association of Children in Museums. Internationale museaprofessionals vormen de jury. Het Openluchtmuseum was één van de tien genomineerde internationale musea. De Children in Museums Award bestaat uit een bedrag van 5000 euro en een wisseltrofee: een bronzen beeld van nijntje, gemaakt door Marc Bruna. Die 5000 euro krijgt een goede bestemming, zegt Gitta Paans van het Openluchtimuseum. ‘We hebben hier nog niet zo lang geleden de Italiaanse ijssalon ‘Venezia’ uit Utrecht geopend. Met het geld gaan we die ijssalon nog in de game Restart verwerken.’ Volgens Hands On! moeten musea plaatsen zijn die nieuwsgierigheid en verbeeldingskracht bij kinderen stimuleren. Plekken die inspireren tot creativiteit, informeel en levenslang leren. Hands on! heeft leden in 45 verschillende landen.

ze geschikt zijn om in dit land te blijven. Dus worden ze getest op zaken als doorzettingsvermogen en kennis. En dan blijkt ook dat dit niet alleen maar een gezellig museum is, maar dat sommige opdrachten raken aan de grenzen van frustratie en ongemak. Medewerkers van het museum zullen de leerlingen soms helpen, maar soms ook tegenwerken. Als ze bijvoorbeeld werk moeten zoeken, zal dat velen van hen niet lukken. Of ze krijgen juist heel zwaar werk te doen. Bovendien moeten ze bij bepaalde locaties op een van tevoren vastgesteld tijdstip aanwezig zijn, anders kost het hun punten. Ergens op tijd komen, ook dat hoort bij inburgeren in Nederland.’

Herkenning Gewapend met een tablet per groepje struinen de leerlingen door het park. Zelfstandig, zonder begeleidende docenten. ‘En dat gaat eigenlijk heel goed. Het zijn vaak docenten die het moeilijk vinden om hun leerlingen even los te laten. En je ziet bij leerlingen die zelf een migratieachtergrond hebben leuke gesprekken ontstaan, bijvoorbeeld tijdens het koken of vrienden maken. Ze herkennen dingen van hun ouders of grootouders. Want ze kijken normaal gesproken niet naar zichzelf als iemand met een migratieachtergrond. En ze zullen natuurlijk niet snel zeggen dat ze de game cool vonden, maar je ziet het wel. Aan het enthousiasme waarmee ze terugkomen na wat ze allemaal hebben meegemaakt in die drie uur door het park.’ Bekijk meer informatie over Restart op: www.openluchtmuseum.nl/restart PrimaOnderwijs 53


Werken aan gezondheid doe je op school! Steeds meer jongeren hebben overgewicht. Een belangrijke reden daarvan is dat onze omgeving het makkelijker maakt om ongezond te kiezen. Op elke straathoek is vet, zoet en calorierijk eten te vinden. Daarom is het in toenemende mate belangrijk voor jongeren om voedselvaardig te zijn: te beschikken over kennis en vaardigheden die het mogelijk maken om gezond en duurzaam te kiezen. Nu en in de toekomst. Voedselvaardig zijn betekent dat jongeren weten wat gezonde voeding is, waarom gezonde voeding belangrijk is, en dat ze een plan kunnen maken om gezonde en duurzame voeding te kopen en bereiden. Maar ook het lezen van een etiket, weten waar eten vandaan komt en hoe je hygiënisch werkt in de keuken zijn voedselvaardigheden. Jongeren die voedselvaardig zijn, hebben een betere relatie met voeding en hebben van deze vaardigheden hun leven lang profijt. Daarom is het belangrijk om alle jongeren dit mee te geven.

Mee van thuis Hoewel ouders een grote rol spelen in het aanleren van voedselvaardigheden, krijgen niet alle jongeren deze van huis uit mee. Als docent zie je op school vast allerlei verschillen in wat jongeren meekrijgen van thuis, zowel qua kennis als letterlijk in hun broodtrommel. De meeste jongeren zijn een groot deel van hun tijd op school te vinden en doen daar allerlei belangrijke vaardigheden op voor hun latere leven. Daarom is de school een logische en belangrijke plek

om voedselvaardigheden aan te leren. Door een gezonde fysieke omgeving aan te bieden op school, denk aan een gezonde schoolkantine, maar ook door les te geven over voeding.

Lesinspiratie Voedseleducatie is niet verplicht en daarmee geen structureel onderdeel van het Nederlandse curriculum. Gelukkig zien scholen en docenten vaker zelf het belang van voedseleducatie: steeds meer scholen besteden aandacht aan gezonde voeding, bijvoorbeeld binnen het programma van de Gezonde School.Doe je mee? Het Voedingscentrum heeft gratis lesmateriaal voor iedere leeftijdsfase. Onze doorlopende leerlijn geeft weer wat een kind op een bepaalde leeftijd moet weten en kunnen. Bekijk www.voedingscentrum.nl/ onderwijs voor meer informatie en downloads.

Vanaf september vernieuwd: Weet Wat Je Eet Het complete lespakket over voeding! De 6 online lessen voor het vo en het mbo zijn nu nog persoonlijker én interactiever. In het najaar van 2022 onderzoeken wij jullie ervaringen en het effect van het nieuwe lesmateriaal. Als deelnemer aan dit onderzoek maak je kans op een gezonde foodtruck bij jou op school! Bekijk www.wwje.nl voor meer informatie.


Doorlopende leerlijn Voedseleducatie Blijvend leren over gezonde en duurzame voeding. Van het basisonderwijs tot het mbo. Deze onderwerpen kun je behandelen!

Primair onderwijs

Smaaklessen Kinderen leren spelenderwijs alles over eten! Dit lespakket is ontwikkeld door de Wageningen Universiteit in samenwerking met het Voedingscentrum.

• Wat eet ik? • Hoe eet ik gezond? • Hoe kies ik goed voor de aarde? • Waar komt mijn eten vandaan? • Hoe koop en kook ik? • Wat eten anderen?

Voortgezet onderwijs • Waarom is gezond eten belangrijk? • Hoe kies ik gezond en duurzaam? • Hoe blijf ik in energiebalans? • Hoe kook ik gezond, veilig en duurzaam? • Hoe ga ik om met verleidingen? • Hoe ga ik respectvol om met hoe anderen eten?

Lessen Burgerschap over voeding Speciaal voor het vak Vitaal Burgerschap zijn 3 gratis lessen ontwikkeld. Studenten brengen hun eetgedrag in kaart. Ook leren ze over voedselverspilling en eetverleidingen.

Krachtvoer vmbo De Universiteit Maastricht biedt een gratis lesprogramma om leerlingen te helpen gezond te leven en om gezonde voedingskeuzes te maken. In samenwerking met het Voedingscentrum.

Weet Wat Je Eet vmbo TL – havo - vwo Ons gratis, online lespakket bestaat uit 10 lessen en is geschikt voor de onderbouw. De leerlingen leren over gezond, veilig en duurzaam eten.

Mbo • Welke gevolgen heeft mijn eetgedrag voor mij en mijn omgeving? • Hoe ga ik om met verleidingen? • Hoe zorg ik voor een gezonde en duurzame leefstijl voor mijzelf en anderen?

Al deze lessen voldoen aan het SLO leerplankader Voeding en staan in de database van Centrum Gezond Leven. Je eigen les samenstellen? Ga voor alle lesmaterialen naar www.voedingscentrum.nl/onderwijs


De webshop voor het onderwijs! en

Lezen

o pt La

Reken

Ruim nt ime assort

Taal

r ar pk la ir

en

l

bi eu M

a ia

r

e at

l Beste ur! ctu op fa

m

d or

Atl

B

Me

ters

Pos

ass

en

tho

des al

teria a m s a l

Be

en

ek

lo n

in

bo en

gs m

rd

at

oo

er

W

ia a

l

K

! E L A S R E M SUM

se kortingen r e m o z n a v li en juni en ju artikelen, r d o n o a t a n m a k e , d n Profiteer in lesmateriale ie t c le smaterialen e s la e k d n e e r b n e n k e e e op n, (lees-)bo schoolspulle mersale

.nl/sum

educatheek


Basisvaardigheden leren door kennismaken met beroepspraktijk In het vmbo wordt binnenkort de nieuwe leerweg ingevoerd. De gemengde leerweg en de theoretische leerweg houden op te bestaan en gaan samen op in de nieuwe leerweg. In deze nieuwe leerweg volgen alle leerlingen een praktijkgericht programma. Dit is een programma dat dicht bij de beroepspraktijk staat en waarin leerlingen kennismaken met die beroepspraktijk én, vooral, ontdekken wat ze leuk vinden, wat ze in een toekomstig beroep zoeken, welke opleiding daarbij past enz. Een programma waarin leerlingen niet alleen leren uit een boek, maar in de praktijk, door het uitvoeren van echte opdrachten voor echte opdrachtgevers. De laatste tijd geven we veel voorlichting over deze nieuwe leerweg. Vaak wordt dan de vraag gesteld of de leerlingen niet veel te vroeg moeten kiezen voor een beroep. Ik leg graag uit waarom dat niet het geval is. In het vmbo kiezen leerlingen voor een profiel of een praktijkgericht programma. Dat is een op de praktijk gebaseerd programma aan de hand waarvan leerlingen ontdekken waar hun passie ligt, of ze ‘werk’ dat bij het programma hoort leuk vinden en of ze hiervan hun beroep zouden willen maken. Het antwoord op die laatste vraag kan ‘ja’ zijn, maar kan ook net zo goed’ nee’ zijn. Want ook al heb je als leerling van het vmbo het profiel Zorg & welzijn gevolgd, als je je vmbo-diploma hebt behaald, kun je in het mbo kiezen voor een technische opleiding of een economische.

verhoudingen, precies en kritisch lezen, enz. Leerlingen leren basisvaardigheden, maar niet door het maken oefeningen uit een boekje, maar door het uitvoeren van echte opdrachten, passend bij een richting waarnaar hun interesse uitgaat. Misschien willen ze na het volgen van het profiel HBR (Horeca, bakkerij en recreatie) geen bakker worden, maar de basisvaardigheden die ze geleerd hebben, beheersen ze en kunnen ze ook in andere situaties toepassen. Daarnaast hebben ze door middel van LOB (loopbaanontwikkeling en begeleiding) ontdekt waar hun passie ligt en kunnen ze een bewuste keuze maken voor een vervolgopleiding. Veel vmbo-leerlingen (maar ook leerlingen in havo en vwo) willen graag actief bezig zijn. Vaak merken ze zelf niet dat ze door het uitvoeren van ‘beroepsgerichte-opdrachten’ ook basisvaardigheden leren én bezig zijn met LOB. Het is aan de docent de goede ingrediënten in een opdracht te stoppen, ook in de nieuwe leerweg. ◗

DRS Jacqueline Kerkhoffs Directeur Stichting Platforms VMBO

Praktisch leren Leren in je profielvak is een manier van leren, praktisch leren. Leerlingen leren hierdoor bijvoorbeeld precies werken, goed meten, werken met maten en

Kijk voor meer informatie op www.platformsvmbo.nl

PrimaOnderwijs 57


KindVak - 29 september t/m 1 oktober 2022

Op KindVak vind je kansen voor ieder kind! Toen ik een ukkie was, was school nog ‘old school’. Klassikaal, een vast door te lopen programma en een juf of meester die de tijd moest vinden om kinderen, die niet zo snel meekonden, bij te spijkeren, en de voorlopers bezig moest houden zodat ze zich niet gingen vervelen. Tegenwoordig monitoren we kinderen al vanaf de opvang, sturen we bij op ontwikkeling en proberen we zo gelijke kansen voor ieder kind te creëren. Tekst: Gerbrig Reitsma

Wat betekent dat voor jou als juf of meester? Wat is er beschikbaar aan methoden en middelen? Op KindVak - van 29 september tot en met 1 oktober in de Brabanthallen in ’s-Hertogenbosch - zetten we een en ander op een rijtje. Vaak denken we bij kansengelijkheid aan zorgen dat kinderen niet achterblijven, maar hoe zit het met kinderen die een voorsprong hebben? Hoe zorg je dat zij bij de les blijven? Expertgroep Ontwikkelingsvoorsprong verzorgt hierover een workshop, waarin naast signalering van ontwikkelingsvoorsprong ook wordt ingaan op hoe het aanbod aan te passen op deze kinderen. De expertgroep is op de beursvloer te vinden.

Klas voor de Toekomst De opkomst van ict en multimedia heeft het onderwijs58

landschap enorm veranderd en biedt kansen om kinderen in hun eigen tempo en initiatief te laten leren en ontdekken. De Klas voor de Toekomst is hier al sinds 2009 mee bezig. Zij zijn op KindVak aanwezig en laten door daadwerkelijk les te geven, zien hoe zij de toekomst willen vormgeven. Wat houdt precies een Klas voor de Toekomst in? Hoe ziet het eruit? Johan Hof, initiatiefnemer en leerkracht, vertelt: ‘We hebben hiervoor een speciaal lokaal ingericht.


In dit lokaal beschikken kinderen over allerlei soorten leermiddelen, waar ze zelf een keuze uit kunnen maken, om zo te bepalen op welke manier ze aan hun opdrachten willen werken. Onder deze leermiddelen is allerlei nieuwe technologie aanwezig, waaruit de leerlingen eventueel een keuze kunnen maken, al speelt het niet direct een hoofdrol in de klas.’ De gedachte achter deze manier van leren, waarbij kinderen zelf kiezen hoe ze werken, is volgens Johan ideaal om gelijke kansen te creëren voor alle kinderen.

Springlab Bij het woord ‘ict’ zien velen vaak een kind achter een tablet of laptop. Maar er zijn ook andere mogelijkheden, waarbij samen spelen en samenwerken tussen kinderen wordt gestimuleerd. Een van de standhouders die daar heel mooie oplossingen voor heeft, is Springlab. ‘De wetenschap is duidelijk: bewegen heeft een positief effect op de fysieke en mentale gezondheid van kinderen. We zien helaas dat beweging in het leven van kinderen alleen maar afneemt. Tegelijkertijd zien we ook de trend van digitalisering. Er komen steeds meer schermen in ons leven en die schermen hebben op kinderen een sterke aantrekkingskracht. Die aantrekkingskracht gebruiken we bij Springlab om kinderen juist in beweging te brengen met onze Springlab Beweegvloer. Ook hebben we Springloop gelanceerd, een app die tablets op een speelse manier beweeglijk maakt.’

Inrichting is belangrijk Wat de Klas voor de Toekomst dus ook duidelijk maakt, is dat de inrichting van een klaslokaal een grote rol kan spelen in het bevorderen van kansengelijkheid. Een van de standhouders die heel goed weet hoe dit werkt, is De Rolf Groep. Die geeft op de beursvloer een workshop over de rijke speelleeromgeving. Spel en spelen is van groot belang voor de ontwikkeling van het jonge kind. Niet alleen cognitie, maar ook het welbevinden en het sociaal-emotionele aspect ontwikkelen zich het meest via de natuurlijke weg van spel en spelen. Een goed ingerichte en rijke speelleeromgeving met duurzaam en doordacht ontwikkelingsmateriaal is daarom van groot belang om alle kinderen een goed uitgangspunt te bieden.Die speel- en leeromgeving is niet beperkt tot het lokaal, maar speelt buiten ook een grote rol. Op het Spelen en Bewegen-plein zie je verschillende materialen en toestellen die op diverse manieren kunnen worden ingezet, zodat alle kinderen aan hun trekken komen. Zonder enorme investeringen! Samen leren en spelen, in een goed vormgegeven binnen- en buitenruimte, met een goede toepassing van ict is de basis van waaruit we alle kinderen een kans kunnen geven om zich optimaal te ontwikkelen. Kom jij het ontdekken op KindVak?

KindVak - 29 september t/m 1 oktober 2022 KindVak, de beurs voor professionals uit het primair onderwijs en kinderopvang, vindt plaats van 29 september t/m 1 oktober in de Brabanthallen in ’s-Hertogenbosch. Met ruim honderd standhouders en zes workshopruimtes biedt het een compleet overzicht van alle nieuwe trends in PO en KO. Het complete overzicht vind je op www.kindvak.nl, waar je je ook kunt aanmelden. PrimaOnderwijs 59


De webshop voor het onderwijs!

Uitwisbare hoesjes en bordjes: gebruik jij ze al in de klas? Uitwisbare hoesjes en bordjes mogen niet ontbreken in het klaslokaal; ze zijn dé oplossing om papier te besparen en natuurlijk reuze handig bij het maken van (klassikale) opdrachten. Bestel ze vandaag nog met korting op Educatheek.nl

20%

Van € Voor

88,50,-

€ 69,95

Van €

63,50

€ 53,95

korting!

Voor

Van €

Magnetisch en dubbelzijdig

20% korting!

Set van 10 stuks

Voor

2,-

€1,60

p/stuk

15% korting!

Bestel deze én nog veel meer handige klasmaterialen op

/klasmaterialen


Column #Daniëlle

Dansvoorstelling Of ik even wat kaarten wil bestellen. En het liefst dit weekend nog, want dan kunnen we ze nog kopen in de voorverkoop. Dansvoorstelling. Mijn dochter heeft er zin in en vertrouwd publiek is gewenst. Enkele minuten later zijn de kaarten besteld en betaald. Een extra kaart voor opa en oma. De kaarten zijn niet goedkoop, maar ik prijs me gelukkig dat we ze kunnen betalen. Wel rijst meteen de vraag of elke dansleerling dit geluk heeft; ouders die komen kijken en geld waarmee kaartjes kunnen worden gekocht. Ik vraag het me af. Sociale ongelijkheid is een feit. Net als de ongelijkheid in het onderwijs. Na de tijden van thuisonderwijs kreeg vooral dit laatste meer aandacht. Beide zaken komen uit in kansenongelijkheid. Profesoren, leerkrachten en sociologen spreken over dit onderwerp. En niet voor het eerst. Ook binnen schoolteams is dit onderwerp vaak veelbesproken. Leerkrachten zien en horen veel. Van kinderen die amper ontbijten tot enthousiaste verhalen over museumbezoeken. Buitenschoolse factoren kunnen voor of tegen je werken wanneer het gaat om je ontwikkeling. Drukken de zorgen die er thuis zijn een kind terneer of wordt het kind er juist strijdbaar van? Raakt het kind met wekelijkse gezinsuitstapjes verzadigd of zuigt het de informatie als een spons op? Zijn de antwoorden op deze vragen van belang voor de leerkracht of zorgt het juist voor vooroordelen? Los van de vraag of we binnen korte tijd kinderen gelijke kansen kunnen bieden, zorgen ze er zelf wel voor dat we vooral niet gaan denken dat ze gelijk zijn. Zo loopt het ene kind opgewekt door de binnenstad van Groningen tijdens een stadswandeling en vraagt

een ander kind zich na een uur af of we al bijna weer naar school gaan fietsen, want hij heeft zin in lezen. En waar het ene kind blij wordt van het maken van een online presentatie over de dieren die leven in het Amazonewoud, is de ander liever creatief bezig met papier en Washi-tape. Laat dat nu net zijn wat de leerlingen zo mooi maakt. Ondertussen liggen de kaartjes voor de dansvoorstelling hier uitgeprint in de agenda. Zichtbaar, zodat we ze niet kwijtraken. Dansen vindt mijn dochter heerlijk, maar het podium zorgt voor zenuwen. Maar ook dat is weleens prima, even buiten de lijnen van waar ze zich gemakkelijk voelt. Het levert vast iets moois op. @_jufb_

PrimaOnderwijs 61


Zitten leerlingen niet lekker in hun vel?

Praat erover! Nu de meeste coronamaatregelen zijn opgeheven en iedereen zijn dagelijkse bezigheden hervat, lijkt het normale leven terug te keren. Maar door de gevolgen van de pandemie zitten veel leerlingen niet lekker in hun vel. Volgens experts kan die nasleep lang duren. Hoe kun je deze leerlingen als leraar ondersteunen?

Tekst: Claudia Lagermann en Liesbeth Vijfvinkel Foto’s: Chris en Marjan

Eén op de drie leerlingen gaf zijn leven het laatste halfjaar van 2021 een onvoldoende. Dat blijkt uit recent onderzoek over het welbevinden van jongeren in coronatijd, dat werd uitgevoerd door het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) en stichting Cultureel Jongeren Paspoort (CJP). Als het slecht gaat met het

mentaal welbevinden van leerlingen, heeft dat ook gevolgen voor hun cognitieve ontwikkeling: de lesstof komt dan minder goed binnen. Hierdoor kan binnen een klas kansenongelijkheid ontstaan tussen leerlingen die wel en niet lekker in hun vel zitten.

Wat stress met je doet Tijdens de coronapandemie ervoeren veel kinderen en jongeren stress. Omdat ze moeite hadden met thuisonderwijs, maar bijvoorbeeld ook omdat hun thuissituatie veranderde. Denk aan leerlingen van wie de ouders door de gevolgen van corona in financiële problemen kwamen of gezinnen waarin veel ruzie was omdat iedereen te veel op elkaars lip zat. Ook het feit dat alles anders was en leerlingen veel tijd alleen doorbrachten, leverde veel stress op. Zo vertelt René (14, derdejaars tweetalig gymnasium): ‘Tijdens het thuisonderwijs vond ik het moeilijk om mijn huiswerk af te krijgen. Iedereen om me heen leek het prima aan te kunnen, maar ik vond het zwaar. Ik dacht veel na over wat er zou gebeuren als ik zou blijven zitten.’ Julot (14, tweedejaars havo/vwo) herkent dit. ‘Ik kan echt in de stress raken als ik iets niet weet. De online toetsen vond ik nog spannender dan die in de klas, daardoor voelde ik me tijdens thuisonderwijs vaak gestrest. Helemaal als het niet lukte om in te loggen.’

Ga het gesprek aan

René vond het thuisonderwijs zwaar en dacht dat hij daar de enige in was

62

De gevoelens van somberheid of eenzaamheid die veel jongeren hadden tijdens het thuisonderwijs, zijn niet verdwenen sinds ze weer naar school gaan. Voor veel jongeren is het lastig om daarover te praten, merkt Jeugdarts Liesbeth Meuwissen, een van de ontwikkelaars van Je Brein de Baas?!, een lespakket over stress voor het voortgezet onderwijs. ‘We hebben als samenleving weinig taal om te praten over wat er in je hoofd gebeurt. Bovendien schamen veel mensen zich daarvoor. Terwijl het delen van je ervaringen enorm kan helpen.’ Praten en uitleggen is ook volgens ontwikkelingspsycholoog en systeemtherapeut


Steven Pont de oplossing, vertelt hij tijdens een lezing voor de VO-Raad over het mentaal welbevinden van leerlingen. Zijn belangrijkste boodschap: ‘Ruim meer tijd in voor je pedagogiek, ook al gaat dat ten koste van je didactiek.’ Wat volgens hem belangrijk is, is dat je aan leerlingen uitlegt hoe het komt dat ze niet lekker in hun vel zitten. Hun probleem erkennen en er met ze over in gesprek gaan is stap 1. Pont werkte ook mee aan Je Brein de Baas?! waarin in animaties wordt uitgelegd hoe je stress-systeem werkt en dat gevoelens als somberheid, eenzaamheid of boosheid eigenlijk alarmbellen zijn die je lichaam in actie moeten krijgen. Als leerlingen eenmaal weten hoe hun hersenen werken, kunnen ze ook aan de slag om iets te doen tegen stress.

Werken aan mentale gezondheid Jeugdarts Meuwissen merkt dat er steeds meer behoefte is aan dit soort lessen. ‘In het verleden zeiden scholen: we zijn een school, geen zorginstelling. Maar sinds corona is het iedereen duidelijk dat onderwijs volgen geen zin heeft als leerlingen mentaal niet fit zijn.’ Lessen over mentale gezondheid zijn volgens haar voor alle leerlingen nuttig. Toch zal je er als docent niet iedereen voldoende mee kunnen helpen. ‘Als leraar ben je een vertrouwde volwassene, die bij problemen van een leerling kan meedenken over mogelijke oplossingen. Maar je bent geen hulpverlener, dus geef daarbij ook je grenzen aan. Jongeren die echt in de knel zitten, kun je bijvoorbeeld doorsturen naar de jeugdgezondheidszorg of andere hulpverleners die betrokken zijn bij school.’

Online toetsen leverde Julot nog meer stress op dan toetsen op school

Winactie

PrimaOnderwijs mag drie exemplaren van het boek Druk – Alles wat je moet weten als je hoofd overloopt weggeven. Stuur een e-mail naar: redactie@primaonderwijs.nl en vertel waarom jij dit boek wilt winnen.

Tips

• • •

De VO-Raad geeft informatie over de mentale gezondheid van leerlingen op: vo-raad.nl/themas/mentale-gezondheid-leerlingen. Hier kun je ook het webinar van Steven Pont terugkijken. Het online lespakket Je Brein de Baas?! bestaat uit drie lessenseries waarmee je de mentale gezondheid van leerlingen in het voortgezet onderwijs kunt versterken. Iedere leraar kan dit kosteloos en zonder voorafgaande training gebruiken, via ncj.nl/je-brein-de-baas. In het boek Druk - Alles wat je moet weten als je hoofd overloopt van Jeannette Jonker, Liesbeth Vijfvinkel en Claudia Lagermann vertellen 25 jongeren (onder wie René en Julot) en 25 experts wat druk is en vooral hoe je het de baas kunt blijven. Leerlingen die druk ervaren, kunnen zich herkennen in de verhalen van de jongeren en aan de slag gaan met de tips van experts.

PrimaOnderwijs 63


C

M

J

CM

MJ

CJ

CMJ

N


‘Wanneer heeft u het voor het eerst gedaan?’ Drie leerkrachten testen de Kijkroute ‘Heel realistisch! Maar out of the blue zou ik zo’n gesprekje nog best lastig vinden.’ Sander is leerkracht van groep 7 en heeft net het Kijkroute-filmpje bekeken met de titel Wanneer heeft u het voor het eerst gedaan? Laura: ‘Toch komen dit soort momenten best vaak voor in mijn klas. Bij jullie ook?’ Sander, Laura en Elsemiek zijn leerkracht op drie verschillende basisscholen in Utrecht. Ze hebben een gedeelde interesse voor sociale veiligheid en komen na schooltijd even bij elkaar om te onderzoeken of ze de nieuwe Kijkroute-po interessant vinden voor hun scholen. De Kijkroute is een tool voor leraren om aan de hand van filmpjes en vragen met elkaar te sparren over klassensituaties die te maken hebben met seksuele integriteit. Op de vraag wat opviel aan de eerste reactie van de leraar in het filmpje, antwoordt Laura dat zijn wedervraag misschien wat aanvallend kan overkomen. ‘Het is zo tof als kinderen zoiets durven te vragen, dan moet je de deur niet gelijk dichtgooien.’ Maar Sander vindt het juist wel goed dat hij op die

manier checkt hoe serieus de vraag eigenlijk is. Elsemiek meent dat het ook meetelt op welke toon je die wedervraag stelt. De drie hadden een half uur gepland om dit filmpje te bespreken, maar hadden graag nog even doorgepraat. Sander gaat dat doen op zijn eigen school: hij was al van plan om de Kijkroute daar te introduceren en is daar nu in gesterkt. Elsemiek vond dit gesprek heel waardevol. Zou ze er op haar nieuwe school tijd voor kunnen vragen? Laura heeft net een intensieve Lentekriebelweek achter de rug (‘Zo veel mooie klassengesprekken gehad!’). Dus nu even niet, maar het lijkt haar echt goed om dit te doen in de startweek of vlak voor de Lentekriebels. Volgend jaar. ‘Misschien kunnen we dat nu al vast inplannen.’ ◗

Stichting School & Veiligheid ondersteunt scholen bij het bevorderen van een sociaal veilig klimaat. Werken aan seksuele integriteit is een van de pijlers van sociale veiligheid. Dit kan bijvoorbeeld via de Kijkroute-filmpjes voor leraren in het primair en voortgezet onderwijs.

Gratis aan te vragen: www.schoolenveiligheid.nl/kijkroute-po of www.schoolenveiligheid.nl/kijkroute-vo

PrimaOnderwijs 65


De Nationale Voorleeswedstrijd

Foto: Marije Ravelli / Stichting Lezen

‘Wil je goed worden in lezen, dan moet je lezen!’ De Nationale Voorleeswedstrijd is uitgegroeid tot de op één na grootste leescampagne voor het regulier basisonderwijs. Leerlingen uit groep 7 en 8 zetten de afgelopen maanden weer hun beste beentje voor om kans te maken op de titel De Nationale Voorleeskampioen. Op 25 mei was de landelijke finale, maar een belangrijk deel van de Voorleeswedstrijd speelt zich al eerder af, namelijk op de scholen tijdens de schoolrondes. Tekst: Mandy Kok

KBS Weilust in Breda doet al jaren mee aan De Nationale Voorleeswedstrijd. Shana Huizinga, leerkracht en leescoördinator: ‘We vinden het als school belangrijk om plezier in lezen in het zonnetje te blijven zetten. Wil je goed worden in fietsen, dan moet je fietsen. Wil je goed worden in lezen, dan moet je lezen. In beide gevallen moet je kilometers maken. Omdat je er je hele leven baat bij hebt, is het heel belangrijk om het plezier eraan te verbinden. Meedoen aan een feestelijke leescampagne helpt daarbij. Daarnaast is het belangrijk om kinderen te laten ontdekken welke boeken ze leuk vinden om te lezen en hen vrij te laten in welke boeken zij kiezen. Dit bevordert de leesmotivatie.’

De schoolronde Shana Huizinga

66

De Kinderboekenweek kan een mooie aanleiding zijn om naar de Voorleeswedstrijd toe te werken. Dat doet ook de school van Shana.


sluiten, hebben we geregeld dat leerlingen niet alleen een boek mogen lenen voor in de klas, maar ook voor thuis. Op die manier proberen we het leesplezier zoveel mogelijk te bevorderen en de leestijd uit te breiden.’

Elk kind kan lezen ‘De Kinderboekenweek is het moment waarop we in de klassen starten met de voorrondes. Leerlingen die het leuk vinden om voor te lezen, kunnen zich dan aanmelden. Leerkrachten verzorgen in hun eigen klas een voorronde waarbij ze de spelregels van De Nationale Voorleeswedstrijd als leidraad gebruiken. Er wordt niet alleen gelet op lezen op tempo, maar ook op hoé iemand leest en wat prettig is om naar te luisteren. Denk aan intonatie, snelheid, hardheid van je stem en zachtjes kunnen lezen.’ De Nationale Voorleeswedstrijd is bedoeld voor groep 7 en 8, maar op KBS Weilust vinden ze dat leerlingen niet vroeg genoeg kunnen beginnen met voorlezen. ‘Sinds twee jaar organiseren we daarom een junior wedstrijd voor de groepen 5 en 6’, vertelt Shana. ‘Hierdoor hebben we eigenlijk twee schoolfinales. Uiteraard maken alleen leerlingen uit groep 7 en 8 kans om schoolkampioen te worden en door te gaan naar de volgende ronde van de wedstrijd.’

(Voor)lezen door te doen Behalve meedoen aan De Nationale Voorleeswedstrijd, zijn er op KBS Weilust nog tal van initiatieven om het (voor)leesplezier te bevorderen: met tutorlezen, boekbesprekingen, betrokkenheid van ouders en een nieuwe leesmethode. Shana: ‘Daarnaast zijn wij onderdeel van de Bibliotheek op school, een aanpak waarbij we samenwerken met de plaatselijke bibliotheek. Een dagdeel in de week is er een leesconsulent aanwezig. Deze gespecialiseerde bibliotheekmedewerker gaat de klassen in, maar zorgt ook voor het reilen en zeilen van de schoolbieb.’ De aula van KBS Weilust is een paar jaar geleden omgetoverd tot een ware bibliotheek. ‘Wekelijks zijn er ‘biebouders’ die het mogelijk maken dat ieder kind een boek kan lenen. Toen zo’n vijf jaar geleden de wijkbibliotheken gingen

Met een schoolbibliotheek bevorder je dat elk kind toegang heeft tot boeken en de mogelijkheid krijgt om te lezen. Shana: ‘Niet voor elk gezin is het normaal om iedere drie weken naar de bibliotheek te gaan om een boek uit te kiezen. We hebben leerlingen gehad die zeiden: ‘Juf, ik moet een boek-bespreking houden, maar ik heb eigenlijk geen boek thuis’. Onze schoolbibliotheek is dan een mooie oplossing.’ Dit zorgt er ook voor dat leerlingen een aansprekend boek kunnen kiezen om voor te lezen tijdens de schoolronde van De Nationale Voorleeswedstrijd. ‘Hiermee scheppen we de randvoorwaarden dat er voor ieder kind een boek beschikbaar is om te lezen.’ Voor leerlingen bij wie het lezen een beetje achterblijft, wordt extra hulp geboden. Shana vervolgt: ‘We hebben binnen de school interne begeleiding om dat op te pakken. Maar uiteindelijk heb je daar ook ‘thuis’ voor nodig, want leeskilometers maak je niet alleen op school. We vragen dan ook een beetje hulp van ouders om dat te begeleiden. Door het lenen van een boek voor leerlingen heel laagdrempelig te maken, hopen we daaraan bij te kunnen dragen.’

Landelijke finale Op 25 mei was de landelijke finale van De Nationale Voorleeswedstrijd, waarin de twaalf provinciale voorleeskampioenen het tegen elkaar opnamen. Benieuwd wie er gekroond is tot De Nationale Voorleeskampioen 2022 en een jaar lang kinderdirecteur is van het Kinderboekenmuseum? Scan de QR-code en ontdek het!

Jubileumeditie van De Nationale Voorleeswedstrijd In september start alweer de 30ste editie van De Nationale Voorleeswedstrijd. Het belooft een bijzondere jubileumeditie te worden! Alle basisscholen in Nederland krijgen aan het begin van het schooljaar automatisch een gratis deelnamepakket opgestuurd. Dit deelnamepakket hoef je dus niet apart aan te vragen. In het deelnamepakket zit een poster, spelregelboek, twee oorkondes en een brief met inlogcodes waarmee je je schoolkampioen kunt aanmelden voor de volgende ronde in de bibliotheek. Het aanmelden van een schoolkampioen kost eenmalig € 27,50. Ga voor meer informatie over de De Nationale Voorleeswedstrijd, de spelregels en het aanmelden naar www.denationalevoorleeswedstrijd.nl PrimaOnderwijs 67


Maak scheiden bespreekbaar in de klas

‘Leerlingen krijgen meer begrip voor elkaar’

Praten over scheiden in de klas? Dat is best lastig, maar met de juiste aanpak is het leerzaam en kan het voor veel leerlingen een opluchting zijn. Een leerkracht en een intern begeleider over Los het op – Een openhartig spel. Als leerkracht weet je welke leerlingen gescheiden ouders hebben. Je vraagt leerlingen vast weleens hoe het weekend bij hun vader was of juist de verjaardag bij hun moeder. Maar echt praten over de praktische gevolgen of problemen van een scheiding, gebeurt niet vaak. Toch maakt gemiddeld een op de vijf leerlingen een scheiding mee. Sylvia Otten is leerkracht van groep 7 en 8 op de Katholieke Montessorischool in Bussum en speelde het spel Los het op in haar klas. ‘Dit spel maakt onderwerpen bespreekbaar waarover leerlingen meestal niet zo snel vertellen. In het spel helpen zij fictieve kinderen in een moeilijke thuissituatie met het zoeken naar oplossingen voor problemen waar ze tegenaan lopen. Daardoor komen er mooie gesprekken op gang. In de dagen na het spelen van het spel hoorde ik leerlingen onderling nog over het onderwerp napraten.’ 68


Bestel nu via: www.onderwijsinformatie.nl/loshetop Combinatiepakket Los het op – Een openhartig spel Scheid! Alles wat je moet weten als je ouders uit elkaar gaan € 31,50 (incl. btw)

Meer begrip In de klas van Sylvia wordt gewerkt met een methode voor sociaal-emotionele vaardigheden en worden vaker persoonlijke gesprekken gevoerd. ‘Ik vind het heel goed om dit soort gesprekken te hebben, want het zorgt ervoor dat leerlingen meer begrip voor elkaar krijgen en zich veilig voelen in de klas. Door Los het op te spelen, kreeg de klas inzicht in waar je tegenaan kunt lopen als je ouders gescheiden zijn. Normaal vertellen leerlingen met gescheiden ouders wel met welke ouder ze met vakantie gaan, of dat ze hun verjaardag twee keer vieren. Maar in het spel ging het ineens ook over het nieuwe gezin van je vader dat zonder jou uit eten gaat, omdat jij dan net bij je moeder bent. Klasgenoten staan er vaak niet bij stil dat dit soort dingen ook gebeuren als je ouders uit elkaar zijn. Het spel maakt het heel inzichtelijk en makkelijk om het daar samen over te hebben.’

Elkaar steunen Conny Notebomer is intern begeleider op JLS Noventa in Surhuizum en ook zij speelde Los het op met een groep leerlingen. De leerlingen met gescheiden ouders vertelden meteen hun verhaal. ‘Ik merkte dat ze er graag over wilden vertellen en dat andere kinderen daar begripvol naar luisterden. Wat heel mooi was om te zien, was dat kinderen elkaar steunden, door bijvoorbeeld even een arm om elkaar heen te slaan. Er kwamen best heftige verhalen los, ook van kinderen van wie ouders niet gescheiden zijn, maar wel vaak ruzie hebben. Of van grootouders, ooms en tantes die een scheiding hebben meegemaakt. De kinderen gaven aan dat ze het soms erg moeilijk vinden om

Los het op – Een openhartig spel Over gevoelens, emoties en praktische problemen waar je mee te maken kunt krijgen bij een scheiding € 22,95 (incl. btw) Scheid! Alles wat je moet weten als je ouders uit elkaar gaan Speciale scholeneditie Actieprijs: € 9,99 (incl. btw) Alle prijzen zijn exclusief handling- en verzendkosten.

daarmee om te gaan. Na afloop van het spel vertelden ze dat ze het fijn vonden om zo open over het onderwerp te praten.’

Gebaseerd op echte verhalen De makers van Los het op spraken dertig kinderen en jongeren van wie de ouders uit elkaar zijn. Die gesprekken gebruikten ze vervolgens voor de zes fictieve personages in het spel. De keuze voor fictieve verhalen is bewust: leerlingen kunnen zich daardoor inleven in de karakters van het spel, zonder dat ze zelf op hun thuissituatie worden aangesproken of erover hoeven te vertellen. Al mogen ze er natuurlijk wel over praten als ze dat willen.

Het spel Los het op – Een openhartig spel is geschikt voor leerlingen in groep 6, 7 en 8; het maakt niet uit of hun ouders wel of niet gescheiden zijn. Leerlingen ontdekken door het spel te spelen welke impact een scheiding kan hebben, hoe je iemand steunt die het meemaakt, hoe je kunt praten over dingen die je moeilijk vindt en hoe je hulp kunt vragen. In de handleiding van het spel staan tips en handvatten over omgaan met leerlingen die een scheiding meemaken, met advies van meerdere experts, onder wie pubercoach en therapeut Meta Herman de Groot. Bij het spel is ook het boek Scheid! Alles wat je moet weten als je ouders uit elkaar gaan verkrijgbaar voor een speciale actieprijs. Los het op is tot stand gekomen in samenwerking met het platform Scheiden zonder Schade van de ministeries van Justitie & Veiligheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport in partnerschap met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. PrimaOnderwijs 69


Voor g roep 7 / 8 (P O) en klas 1 / 2 (VO)

26.000 gezichten in de klas

Gratis digitaal lesmateriaal over jonge asielzoekers en vluchtelingen Ken je Nikola, Pariya en Abdul? Geef ze ook op jouw school een gezicht! Dat kan met het gratis lesmateriaal op 26000gezichtenindeklas.nl. Nikola, Pariya en Abdul, en nog vele anderen, vluchtten ruim 15 jaar geleden vanuit hun onveilige thuisland naar Nederland. Een zware reis. Angst, onzekerheid, trauma’s. Zoeken naar opvang. Volhouden en steun vinden bij mensen die je willen helpen. Wat een verhaal! Hoe is het nu met ze? Dát kun je met de lessen op 26000gezichtenindeklas.nl aan je leerlingen concreet laten zien. Kenmerken van 26000gezichtenindeklas.nl: + Authentieke filmpjes die indruk maken, informeren en leerlingen uitdagen tot nadenken + Drie lessen (en optioneel een extra les) + Volledig digitaal aangeboden + Gevarieerde en creatieve werkvormen (eenvoudig uitvoerbaar) + Vergroot kennis over asielzoekers en jonge vluchtelingen, hun rechten en plichten, inburgering + Brengt burgerschap in de praktijk; sluit aan bij onderwijsdoelen + Stimuleert inlevingsvermogen en begrip voor minderheden + Kant-en-klaar, dus nauwelijks voorbereiding nodig

‘De leerlingen worden meegenomen in de verhalen. Confronterend, maar het nodigt gelijk uit tot discussie en dat is prachtig! De emoties zijn echt voelbaar en het verruimt hun blik!’ Christina Stokkermans, Caeciliaschool Amersfoort

Ga naar 26000gezichtenindeklas.nl voor het gratis lesmateriaal, een initiatief van 26000gezichten.com (stichting Social Image).


De webshop voor het onderwijs!

n e l a i r e t a m Klas

Schrijfwaren

Schoolspullen

Voor al je potloden, markers, pennen, stiften en alle andere schrijfwaren.

Agenda’s, passers, geodriehoeken en veel meer handige schoolspullen.

Educatheek.nl/schrijfwaren

Educatheek.nl/schoolspullen

Schriften en Schrijfblokken

Verbruiksmaterialen

Educatheek.nl/schriften

Educatheek.nl/kantoorartikelen

Met lijntjes of ruitjes? Schriften en schrijfblokken voor alle vakken.

Van lijm, papier en karton tot plakband, scharen en nietmachines.

Deze en nog veel meer klasmaterialen bestel je op

/klasmaterialen


leven m r e E e isj eurr ijke s m e t kl

alen rh ve

LeSSen Komen tot leven

in onze s c h ilde

RIJKS MUSEUM FOUNDER

HOOFDSPONSOREN

PO_ADVERTISEMENT_RIJKS_192x285_11APRIL22.indd 1

Rachel Rumai schreef deze tekst bij Het melkmeisje (ca. 1660) van Johannes Vermeer. Scan de QR-code voor de volledige Spoken Word.

en rsdoek

BeKIJK onze nIeuwe pRogRammeRIng 2022/23

MET DANK AAN

02-05-2022 16:53